Issuu on Google+

Kinderboeken schrijven en illustreren


Š 2013 Dit boek is auteursrechtelijk beschermd Tekst en illustratie: Sandrine Lambert ISBN 978 90 820 2240 7 www.avondroodboeken.be


Sandrine Lambert

Kinderboeken schrijven en illustreren

2013

www.avondroodboeken.be


INHOUDSOPGAVE 1.

Waarom zou ook jij een kinderboek

12.

Soorten kinderboeken

maken?

13.

Belangrijke details: Cover en titel

2.

Voor wie wil je een boek maken?

14.

Is er wel genoeg poĂŤzie?

3.

Wat maakt schrijven voor kinderen zo

15.

Van scriptboard tot dummy

anders?

16.

Wat gaat (niet) in mijn portfolio?

Wat je moet weten voor je gaat

17.

Schrijven: Een dagelijkse routine

illustreren

18.

Illustreren: Een dagelijkse routine

5.

Welke woorden gebruik je (niet)?

19.

Waar naartoe met mijn verhalen?

6.

Het belang van conflict in een verhaal

20.

Tot slot

7.

Het hoofdpersonage

8.

Schrijf met al je zintuigen

9.

Toon!

10.

Wie vertelt je verhaal?

11.

Blijf hedendaags

4.


1. Waarom zou ook jij een kinderboek maken?

Waarschijnlijk heb je al gemerkt dat er ontzettend veel kinderboeken zijn. Dat moedigt aan en‌ ontmoedigt. Want jouw boek kan er ook nog bij! Maar is jouw boek nog wel nodig? Misschien ben je er zelfs nog niet toe gekomen om je die vraag te stellen en zit je gewoon met een ei. Als dat ei gelegd is, volgt de vraag: Maar hoe zit dat nu met die boeken? Hoe vind je dan een uitgever, en heb je er eigenlijk wel een nodig?

7


Niet iedereen schrijft of illustreert voor het grote publiek, toch heeft wie al enkele kinderen een meerwaarde kan bieden met zijn boek een verdomd goede reden om zijn boek tot bij die kinderen te willen brengen.

De wereld verandert razendsnel, daarom moeten kinderboeken ook regelmatig geactualiseerd worden. Na verloop van tijd is een boek niet meer herkenbaar voor zijn doelpubliek, neem nu bijvoorbeeld een aanwijsboek voor peuters met een ouderwetse, zwartglimmende telefoon. Dat is mooi en nostalgisch, maar daar hebben peuters niet veel aan. Of denk aan de vele jeugdboeken die je vroeger misschien las, over pennenvrienden en briefgeheim – hoeveel jongeren schrijven nu nog regelmatig brieven? De wereld verandert, dus boeken ook. Dat is misschien niet de hoofdreden, maar toch een van de redenen om regelmatig nieuwe boeken op de markt te brengen.

Misschien herken je dit: Je staat in het onderwijs en werkt het ene leuke thema na het andere uit, sommige thema’s worden echt jouw specialiteit, maar keer op keer ontbreekt hét geschikte boek. En geef toe, dat zou je zelf eigenlijk nog het allerbeste kunnen maken. Ook wie in de sociale sector werkt komt vaak heel specifieke uitdagingen tegen, onderwerpen waar het grote publiek nauwelijks mee in aanraking komt, laat staan in geïnteresseerd is. Dat deze onderwerpen toch uitgewerkt worden kan nochtans grote invloed hebben op een aantal kinderen!

Een ander argument om nieuwe boeken te maken voor kinderen is dat er niet per se méér boeken moeten zijn, maar dat jij je boek misschien wel veel specifieker kan richten. 8


hier uitgebreid op terug. Maar eerst meer over de wondere wereld van het kinderboek. Veel plezier!

Wanneer je een boek wil maken voor dat éne kind kan je heel gericht te werk gaan. Misschien wil je gewoon een heel bijzonder geschenkje geven (aan je kind, je kleinkind, petekind,…). Dat kan van een niet te onderschatten belang zijn. Bovendien is het voor de maker heel prettig om te doen. Of wil je misschien een boek maken samen met een kind, of met een groep kinderen? Bedenk eens hoe trots ze op hun werk zouden zijn! Als dat geen schitterende vorm van leesbevordering en zelfexpressie is… Toch blijft de vraag hoe je een idee tot een tastbaar boek bewerkt. Er zijn tegenwoordig een heleboel manieren, laat dat een geruststelling zijn. Naar een uitgever stappen is niet langer de enige optie. In het hoofdstuk “Waar naartoe met mijn verhalen?” komen we 9


2. Voor wie wil je een boek maken? Heel vaak kom je op een idee dat je uitwerkt. Pas daarna stel je je de vraag voor wie het geschikt zou zijn. Dat is niet zo vreemd en ook niet verkeerd, toch komt er een moment waarop je het werk moet gaan richten naar en aanpassen aan een bepaald doelpubliek. Van 7 tot 77 als leeftijdsindicatie gaat voor kinderen maar zelden op. Waar moeten we rekening mee houden? Er zijn meerdere factoren die een rol spelen: - Het thema waar je over wil schrijven - De illustratietechniek (details, zwarte omlijning, afsnijdingen,‌) - De rol van de illustraties ten opzichte van tekst (ondersteunend of aanvullend) - De bladschikking - De lengte van het verhaal - Voorlezen of zelf lezen? - Het soort humor

10


2.1 Het thema Dat je een kind van twee niet hetzelfde kan voorschotelen als een kind van twaalf spreekt voor zich. Maar hoe maak je nu precies voor jezelf uit voor welke leeftijd jouw verhaal geschikt is? Hierbij een beperkt overzicht: •

0 tot 2 jaar:

Kinderen die zo jong zijn kunnen nog geen echte verhalen volgen. Zij willen eerder hun woordenschat inoefenen en uitbreiden. De zogenaamde aanwijsboekjes zijn helemaal geschikt voor deze leeftijd, samen met voelboekjes, piepboekjes, badboekjes,…

2 tot 4 jaar:

Vanaf een jaar of twee (gemiddeld genomen) hebben kinderen wel interesse in verhalen, maar op die leeftijd is de echte fantasie nog niet ontwikkeld. Wat we dan aanbieden zijn de “huis-, tuin- en keukenverhalen”, met andere woorden: verhalen die over dagdagelijkse gebeurtenissen gaan. Herkenbaarheid is dan zeer belangrijk, denk aan thema’s als: voor het eerst naar school, logeren bij oma en opa, naar de dokter,… Zeker in deze groep van boeken is het belangrijk om actueel te blijven.

11


4 tot 6 jaar: Dit is het moment waarop de fantasie volop tot bloei komt! Sprookjesachtige, historische, wetenschappelijke en sociale thema’s komen dan uitgebreid aan bod. Voor een schrijver is dat meestal een interessante leeftijd, wees je ook bewust van de mogelijke boodschap die je kan brengen want dit is een leeftijd waarop kinderen vaak pas beseffen dat de ander een fysieke of mentale beperking heeft, of een andere huidskleur, of wat voor verschil dan ook… het is goed om daar op in te spelen.

12


2.2 De keuze van je illustratietechniek

Kinderboeken worden echt in alle illustratietechnieken gemaakt: van potlood, over collage en fotografie naar het tekentablet. Maar niet elke techniek is even geschikt voor elke leeftijd. Zo kan je met bijna onverdunde acrylverf prenten maken met robuuste vlakken in felle kleuren. Die zijn zeker geschikt voor peuters, maar zullen minder in de smaak vallen bij oudere kinderen.

En kinderen van de lagere school zijn misschien dol op realistische lijntekeningen, maar daar vinden kleuters dan weer weinig aan. Op die manier zal je de keuze van je illustratietechniek voor een deel moeten afstemmen op je doelpubliek. Maak er zeker een gewoonte van om daarop te letten als je door kinderboeken bladert.

13


2.3 De rol van de illustraties ten opzichte van tekst

verder in het verhaal zal gebeuren. Bij spannende verhalen voor kinderen vanaf een jaar of tien kunnen illustraties de plot verklappen, daarom worden die verhalen niet ge誰llustreerd.

Voor jonge kleuters hebben illustraties een ondersteunende functie. Dus: de illustraties vertellen het verhaal na. Daarna krijgen de illustraties een aanvullende functie en voegen ze iets toe aan de tekst. Wanneer kinderen oud genoeg zijn om een tekst te volgen zonder prenten (vanaf een jaar of zes), kan een illustratie hier en daar nog wel een moeilijk woord uitleggen. Verder is de functie vanaf dan vooral prikkelen en stimuleren om verder te lezen. Door de prent wil het kind weten wat er

14


2.4 De bladschikking

Daarnaast houden jonge kinderen ook van regelmaat omdat het veiligheid biedt, voor de jongste kleuters zal dus altijd hetzelfde stramien aangehouden worden (illustratie op de éne bladzijde, tekst op de andere). Naarmate het kind ouder wordt kan je daar meer mee gaan spelen en kan je zelfs een soort stripachtige bladschikking hanteren, waarbij kinderen de prenten van links naar rechts en van boven naar onder zullen “lezen”.

In een prentenboek voor jonge kinderen speelt de graad van alfabetisering van je doelpubliek ook een rol. “Graad van alfabetisering” is een ingewikkelde term, maar in feite gaat het er gewoon om dat het voor jonge kinderen geen evidentie is om een dubbel geillustreerde bladzijde van links naar rechts en van boven naar onder te gaan “lezen”. Bij deze jongste lezers (tot een jaar of vijf) hou je er best rekening mee dat ze dat niet zullen kunnen en dat de rechter bladzijde dus misschien eerst bekeken zal worden.

15


Het vraagt al een bepaalde geletterdheid om dit te “lezen�.

16


2.5 De lengte van het verhaal

Het spreekt voor zich dat hoe jonger het kind is, hoe minder lang het zich kan concentreren. Als je een langer verhaal schrijft, bijvoorbeeld voor kinderen van de basisschool, zorg er dan altijd voor dat het in min of meer afgeronde hoofdstukken verdeeld is, zodat het kind regelmatig het boek, zonder frustratie, kan wegleggen.

2.6 Voorlezen of zelf lezen? Ten onrechte krijgen kleuters vaak kunstmatig korte zinnen voorgeschoteld, maar kleuters lezen die verhalen helemaal nog niet zelf. Die korte zinnen leiden dan ook vooral tot een verarming van hun taal. Verhalen voor kleuters kunnen, net als verhalen voor volwassenen, best variĂŤren in zinsbouw. Anders wordt het wanneer kinderen zelf beginnen te lezen, dan

doen de zogenaamde AVI-boeken hun intrede. In die boeken wordt wel rekening gehouden met het aantal woorden per zin en het aantal lettergrepen per woord. Maar zelfs kinderen van de lagere school luisteren nog graag naar verhalen, en ook die voorleesboeken bestaan gewoon uit verhalen met vloeiende en gevarieerde zinnen.

17


2.7 Het soort humor

Niet alle vormen van humor worden door iedereen evenveel geapprecieerd, voor kinderen geldt dat nog meer dan voor volwassenen. Bepaalde vormen van humor, zoals bijvoorbeeld ironie, worden zelfs absoluut niet begrepen door kinderen jonger dan tien jaar. Woord- en naamgrapjes is dan weer een vorm van humor waar kleuters van platliggen, terwijl wij, als volwassenen, moeite moeten doen om er iets aan te vinden. Denk aan een naam als “meneer Pannenkoek”, voor ons is dat niet bijster humoristisch terwijl het kleuters waarschijnlijk gewoon zal doen schateren. Slapstick, ook wel roomtaartenhumor genoemd, wordt meestal wel door jong en oud gewaardeerd.

Voorbeelden hiervan zijn: een jongen die uitglijdt over een bananenschil, een man die een taart in het gezicht gedrukt krijgt, iemand die zijn broek laat zakken,… Taboedoorbreking is ook zoiets dat bij jong en oud in de smaak kan vallen, maar bij de kleintjes is dat meestal poep en pies gerelateerd, terwijl jongeren meer gebaat zijn bij het doorbreken van seksuele taboes.

18


Kinderboeken schrijven... preview