Issuu on Google+

STROOM! Driemaandelijks magazine van CAW Antwerpen

(on)vrijwillig

Met Victor, Erik Vlaminck, De Schroef, COSA, GOH-team en nog veel meer...

V.U. Koen De Vylder, Grote Steenweg 169, 2600 Berchem.

april - mei - juni 2014


Voor we beginnen Flabbergasted Het is misschien wat afgezaagd om mee te beginnen, maar toch: de redactie van Stroom! werd na de eerste uitgave overspoeld door positieve reacties. Als hoofdredacteur wil ik iedereen daar hartelijk voor danken. Het deed de goesting en het enthousiasme binnen de redactie alleen maar stijgen. Ook de honderden ‘externen’ die zich inschreven om ons magazine thuis te ontvangen, hebben ons aangenaam verrast. Het ziet er naar uit dat we onze oplage van 1000 exemplaren al na het eerste nummer moeten verhogen. Het is leuk om gewild te zijn. Ondertussen is ons fonkelnieuwe CAW een aantal maanden op weg. Het startfeest in het Felixpakhuis was een absolute knaller, zoals je midden in dit magazine kunt zien. Maar er was ook al meteen een knaller van een tegenvaller: de sluiting van de Steenhouwer in de huidige vorm. De onvrijwillige sluiting van een prachtige vrijwilligerswerking. De coverfoto van deze editie is een ode aan de Steenhouwer: onze medewerker Shoukri en een bezoeker aan de toog in wat vroeger de Steenhouwer was. Het is een werking die me altijd heeft geïntrigeerd. Misschien omdat schoonheid en lelijkheid elkaar daar ontmoetten. Je kon namelijk veel lelijkheid zien in de Steenhouwer: kapotte levens, gebroken mensen, uitzichtloosheid, agressie, verslaving, psychiatrische problemen, eenzaamheid en dat vaak in alle mogelijke combinaties.

2 Maar waar lelijkheid is, is bijna altijd ook schoonheid. Overduidelijk ook zo in de Steenhouwer. Als antwoord op al de miserie zette de Steenhouwer een vrijwilligerswerking neer die zijn weerga niet kent. De liefdevolle solidariteit, het warme geduld, de inzet, de loyaliteit en de gedrevenheid waarmee die vrijwilligers - ondersteund door een aantal professionele krachten - de miserie te lijf gingen, was ronduit inspirerend en hartverwarmend. Ze boden een plek waar de scherpe kantjes van het harde bestaan wat werden verzacht. Waar het warm en gezellig was. Waar iedereen welkom was. Het is leuk om gewild te zijn... Dat juist deze werking wordt geschrapt... Ik was werkelijk flabbergasted. Het is liefdeloos. De Steenhouwer bleek zelf niet gewild genoeg. Gelukkig was er een flinke opkomst bij de protestmars en is er hoop op een doorstart. Hoop dat alles waar de Steenhouwer voor stond en wat zij realiseerde de erkenning en waardering krijgt die ze verdient. Veel leesplezier in deze tweede editie. Wilbert


STROOM! STROOM Jaargang 1, nummer 2, april 2014

4 CAW-praat Wat krijg je als vrijwilliger terug voor je inzet? 6 Victor (on)vrijwillig in de winteropvang Als een geëngageerde metronoom 12 Estafette - Jakke De Zeeman Een ketting van inspirerende mensen: van Guido Belcanto naar Jakke De Zeeman 13 Het woord van Koen Vaste column van onze directeur 14 Startfeest Felix Beeldbewijs waarom de weinige afwezigen ongelijk hadden 16 Achter de gevel van Een kijkje bij De Schroef 22 Zozeddemee Korte nieuwsberichten uit ons CAW 24 Moed-willig De paradox van verandering Het GOH-team 26 Het leven zoals het is... Twee vrijwilligers van het COSA-project 28 Vraagetaan... Erik Vlaminck

3

Muzikale ondersteuning tijdens de protestmars voor de Steenhouwer

Colofon Hoofdredactie Wilbert van Cromvoirt Eindredactie Ann Van Pelt, Jasmien Peeters & Steven Van haegenberg Redactie Steven Van haegenberg, Linda Vuurstaek, Lieve Elst, Ann Van Pelt, Toon Rottiers & Wilbert van Cromvoirt Fotografie Atilla Erdem Illustraties Linda Vuurstaek Vormgeving Linda Vuurstaek & Wilbert van Cromvoirt Drukkerij EPO En verder véél dank aan Tim Vermast & Marleen Leemans, Marleen Verschueren, Koen De Vylder, Erik Vlaminck, Jakke De Zeeman, Kim, Minne en Lydie, Leen De Cock, Filip, Kathleen, Myriam, Gerda, Marianne, Myriam, Piere Van Diest, Aziz, Mon en Dirk, Wouter Stinckens, Leen Muylkens, Rufus, Stan, Victor 4 & 5, Kathleen en de STAP-afdeling van Emmaüs Reacties, in- of uitschrijvingen stroom@cawantwerpen.be


Wat krijg je als vrijwilliger terug voor je inzet?

4

Gerda, vrijwilliger Slachtofferhulp

Marianne, vrijwilliger in het PSC

Myriam, vrijwilliger Homieproject

Soms sta ik er van te kijken…

Er is een heel bijzondere sfeer in het PSC: je komt er thuis. Ik ben er de maandagmiddag en daar kan ik een hele week mee verder.

Het homieproject brengt vrijwilligers in contact met mensen die sociaal geïsoleerd dreigen te raken. Ieder duo spreekt tweewekelijks af om samen iets leuks te doen. Bij de allereerste ontmoeting met mijn deelneemster leek het me eigenlijk zeer moeilijk om connectie te maken met haar. Maar ik ben eraan begonnen met de vraag: “Wat kan ik hier uit leren” En ook: “Wat doet dit met mij?”

Van al die mensen die er van staan te kijken dat ik vrijwilliger ben bij Slachtofferhulp en dat ik dan nog doe met - jawel- veel voldoening. Ze vragen zich wellicht af hoe het kan dat ik, na oog in oog te staan met bergen verdriet, angst en andere emoties van getraumatiseerde mensen, tevreden besef dat juist dát het vrijwilligerswerk is dat ik wil doen. Ik leg het even uit. Stel je een dag voor waarop je, na een intens gesprek, naar huis rijdt met het warme gevoel vanbinnen dat je daarnet voor iemand het verschil hebt gemaakt. Beeld je ook in wat er in je omgaat dat half uur nadat iemand je uit de grond van zijn hart bedankte. Kijk dan nog even verder en zie hoe je die warme gevoelens ook regelmatig kan delen met toffe collega’s. En wat zou het met jou doen als je telkens weer bijleert over wat er in mensen omgaat en je daardoor ook dichter komt bij het kennen van jezelf?

Wat je vrijwillig doet, maakt je tot een ander mens. Je krijgt de kans om goed te doen, maar je leert ook te ontvangen en om hulp te vragen. Hier zijn, erbij zijn, is voor mij genoeg. Je krijgt een hele wereld terug aan inzichten, aan dapperheid. Bewonderenswaardig bijvoorbeeld hoe ontzettend veel tegenslag mensen kunnen incasseren. Hoe sterk hun overlevingsdrang desondanks blijft. Hoe mensen steeds terug vooruit willen. Wat prachtig dat al die jonge medewerkers uit heel uiteenlopende culturen en samenlevingen zo geëngageerd in het PSC komen werken, elke dag opnieuw.

Wel, weten dat ze steeds uitkijkt naar onze volgende afspraak, maakt dit vrijwilligerswerk extra fijn voor mij. En dan heb ik het nog niet over de levenslessen die ik al heb mogen leren. Niet in het minst over dat we nooit zomaar mogen oordelen over iemand... Op een dag vroeg ze me: “Myriam, wat kan ik terug geven voor al wat je voor mij doet?” Ik antwoordde: “Niets bijzonder, het enige wat leuk zou zijn, is dat ik je een heel klein beetje kan helpen op je weg naar geluk .” De verwondering die ik toen bij haar zag, ja, daar doe je het dus voor...


Ik ben in 2004 als bestuurder gestart in CAW De Stroming en heb sindsdien dus al wat fusies doorzwommen. Ik werk in de culturele sector en ik wil echt vermijden dat ik in een ivoren toren beland. Dus wil ik mijn eigen werkomgeving en leefwereld open trekken en relativeren: ik ontmoet graag geëngageerde mensen die opkomen voor cliënten en die flexibel proberen om te gaan met de snel wisselende sociale omgeving in Antwerpen. De laatste nieuwtjes over het Antwerpse politieke landschap zijn mooi meegenomen… Af en toe kan ik jullie blij maken met vrijkaarten voor een voorstelling in deSingel en ook dat kadert in mijn idee van kruisbestuiving tussen de culturele en sociale sector.

Pierre Van Diest, vrijwilliger in de Raad van Bestuur van ons CAW

5

In de Winterwerking voor daklozen, waar ik zelf ook verblijf, zijn altijd vrijwillige handen welkom. Ik heb mezelf aangeboden als vrijwilliger omdat ik graag anderen help, maar ook ergens om mezelf te beschermen. Als je overdag als dakloze de straat op moet, loeren de verleidingen om iedere hoek. Als je geen cent op zak hebt, doe je soms domme dingen. Er zijn wel inloopcentra voor daklozen, maar daar voel ik me niet zo thuis. Daarom blijf ik liever overdag op de Winterwerking Victor om er te helpen poetsen of koken. Er is eigenlijk altijd wel werk op de Victor. Ze weten dat ze aan mij zowat alles mogen vragen. Noem me gerust een passe-partout. Tussen het werken door kunnen we gratis een kop koffie drinken of iets eten. Vrijwilligerswerk doen is voor mij zoveel beter dan de straat op moeten!

Aziz, vrijwilliger in de winterwerking

Het was een woord dat zo uit het “Groot Dictee der Nederlandse Taal” leek te komen: cliëntenparticipatie. Ik moest even slikken toen Ann bij de kennismaking met ons het woord nogal veel gebruikte. En zeker toen bleek dat wij de cliënten waren en ons gevraagd werden onze duit in het zakje te doen door mee te werken aan het opstellen van bepaalde procedures. Met andere woorden “zware kost” dus, die de olijke tweeling (Mon en ik) niet gewoon waren. Wij, die op gewone vergaderingen ons er altijd vanaf konden maken met de nodige kwinkslagen, moesten ons nu met ernstige zaken bezighouden en dat vroeg wel de nodige aanpassing. De lekkere broodjes vooraf maakten wel veel goed! Stiekem hopen wij volgende keer zelfs op een heus koud buffet of op een Chinese rijsttafel. Misschien zullen we ons verwachtingspatroon een beetje naar beneden moeten bijstellen, maar je weet maar nooit!

Mon (l) en Dirk (r), vrijwilligers van de werkgroep cliëntparticipatie


6

6


Victor (on)vrijwillig

in de winteropvang

Als een geëngageerde metronoom In een CAW in volle verandering zijn er altijd handen te kort. Handen die dragen waar nodig en loslaten waar mogelijk. Die om actie smeken en zich graag vuil laten maken. Er zijn ook hoofden nodig, die meedenken. Met neuzen in dezelfde richting. Met monden die kunnen troosten zonder te willen betuttelen. Bovenal heeft ieder CAW mensen met een hart nodig. Een warm hart dat tikt vanuit een sterk sociaal bewustzijn, als een geëngageerde metronoom. Wat we beschrijven zijn onze vrijwilligers: een uniek ras. Voor CAW Antwerpen werken er circa 400, die - elk in hun biotoop – het verschil maken. De jaarlijkse winteropvang voor daklozen, Victor 4 en 5, is één van die vele werkingen die slechts geolied kan draaien dankzij de goodwill van de velen die er ieder jaar tussen december en maart hun steen bijdragen. De grote diversiteit aan vrijwilligers maakt deze winterwerking bijzonder. Stroom! mocht een avond en een ochtend meedraaien en sprokkelde in het kielzog van vrijwilligers enkele mooie getuigenissen.

7


8 We beleven een uitzonderlijk zachte winter volgens de radioweerman. Toch zijn we blij wanneer we iets na 19u00 het hoge gebouw op de Desguinlei binnen stappen. Het waait al dagen onstuimig en het is kil buiten. Hoewel het deze winter amper een nacht heeft gevroren, kan ik me niet voorstellen hoe het moet zijn om buiten te slapen.

hier wekelijks mee te draaien in de keuken, begrijp ik veel beter wat het betekent om dakloos te zijn. Doorheen de vele gesprekken hier heb ik geleerd dat je met wat tegenslag snel in de problemen kan geraken. Als vrienden of familieleden in stereotypen praten over daklozen, durf ik nu weleens kwaad te worden.”

De brede trappenhal en lange gangen van dit pand doen aan een ziekenhuis denken. Op de vierde verdieping (Victor 4) bruist het van de activiteit. Op deze etage worden dakloze mensen met een Belgisch paspoort opgevangen. Over een kwartier gaan de deuren beneden open en starten een nieuwe avond en nacht winterwerking. Begeleiders en vrijwilligers leggen de laatste hand aan het avondeten.

Zo voel ik me tenminste nuttig Terwijl de eerste daklozen zich op het riante buffet storten, duiken we dieper de keuken in waar Patrick, als een ware chef-kok, controleert en delegeert. Zijn verhaal is bijzonder. Hij is zelf dakloos en verblijft dus, net als een vijftigtal

Mieke is één van de vele vrijwilligers, met vaste afspraak op dinsdagavond. Ze baat een viswinkel uit en brengt iedere week zelfgemaakte gerechten mee naar ‘de Victor’. “Iedere dinsdag probeer ik tussen het werk door wat klaar te maken om ‘s avonds uit te delen aan de mensen hier. Vaak gebruik ik nog lekkere restjes uit onze zaak. Door

lotgenoten, op Victor 4. Ondanks zijn situatie heeft hij zich aangeboden als vrijwilliger. “Ik ben van opleiding kok en geniet ervan om lekker te koken voor andere mensen. Ik heb in tavernes en kleine restaurants gewerkt. Dit is trouwens niet mijn eerste vrijwilligerswerk. Via de jaarlijkse vrijwilligersbeurs in Kinepolis, ben ik in contact gekomen met buurthuis ‘t Stroboerke in Merksem. Daar stond ik enkele maanden in de keuken. Helaas ben ik door omstandigheden terug dakloos geworden. In 2008 was ik dat ook al een tijdje. Toen kon ik gelukkig snel in de mannen-


9 opvang De Plataan terecht. Als dakloze beland je vaak in een vicieuze cirkel. Er definitief uit geraken is zo moeilijk! In afwachting van een oplossing werk ik hier overdag van 8u30 tot ‘s avonds in de keuken. Zo houd ik me bezig en voel ik me tenminste nuttig. Ganser dagen op straat rondhangen is niet aan mij besteed. Ik moet iets om handen hebben.” De eetzaal is inmiddels goed volgelopen. Samen met de tv-zaal is deze eetruimte de vaste ontmoetingsplaats waar lotgenoten elkaar treffen. De sfeer is huiselijk, of beter: gezellig druk. Verderop in de gang zijn de slaapkamers, douches, de rokersruimte en helemaal aan de andere kant werden enkele studio’s voor gezinnen geïnstalleerd. Men koos ervoor om deze specifieke doelgroep wat extra privacy en veiligheid te bieden. Mensen die - vrijwillig? – hun land verlieten. Op zoek naar meer vrijwilligers trekken we nog een verdieping hoger, naar Victor 5. Hier kunnen daklozen met een precair verblijfsstatuut (lees: zonder Belgisch paspoort) terecht. Mensen die - vrijwillig? – hun land verlieten.

Door de hoge vensters in de refter zien we de avondspits rond Antwerpen stilaan oplossen. Op de eetzaal na, die hier iets groter is dan een verdieping lager, is Victor 5 een logistieke kopie van Victor 4. De mix aan kleuren en culturen op deze verdieping is opmerkelijk. Het is dinsdag, één van de vaste werkavonden van de Dokters van de Wereld. Kathleen coördineert het vijfkoppige vrijwilligersteam, waaronder een arts en een studente geneeskunde. Er is een ruimte ingericht als aanmeldingslokaal met doorgang naar twee afzonderlijke ‘praktijkkamers’. “In totaal kunnen we rekenen op een ploeg van een dertigtal dokters, verpleegkundigen, pedicure, onthaalmedewerkers en psychosociale medewerkers. We werken al enkele jaren samen met de winterwerking van CAW Antwerpen, waardoor alles intussen goed georganiseerd verloopt. Daklozen kunnen dit jaar drie dagen per week gebruik maken van deze kosteloze, medische hulpverlening. Vandaag is het uitzonderlijk erg rustig. We hebben nog maar een tiental consultaties gehad. Doorgaans zijn het er 25 per avond.” licht Kathleen toe.


De Poolse Marcin, die na een val zijn arm op meerdere plaatsen heeft gebroken, is een gekend gezicht bij de Dokters van de Wereld. Enkele metalen pinnen zorgen voor een betere genezing van de breuken. De onthaalmedewerkster raadpleegt zijn dossier: hij zal vandaag een nieuw verband krijgen. Sinds zijn zeventiende is Marcin - naar eigen zeggen - verslaafd aan alcohol. Hij wordt volgend jaar 50. Hij komt al jaren naar de Antwerpse winterwerking. Gezien zijn medische situatie mag Marcin - in tegenstelling tot de andere daklozen - ook overdag op ‘de Victor’ blijven. Onvrijwillige vrijwilligers 10u. Op Victor 4 en 5 zijn de onderhoudsploegen al druk in de weer. Iedere dag worden beide verdiepingen grondig gepoetst. Hiervoor worden naast vrijwilligers ook personen met een werkstraf ingeschakeld. Deze winter werden er zo’n veertigtal ‘werkgestraften’ ingezet binnen de winterwerking. Naast poetsen, helpen ze ook in de keuken of bij allerhande klusjes (zoals het inrichten van de gezinsstudio’s op Victor 4). Mohammed is één van deze ‘onvrijwillige vrijwilligers’ die zijn werkstraf heeft uitgevoerd op de Victor. Hoewel zijn verplichte werkuren erop zitten, komt hij nog meerdere dagen per week helpen in de keuken van Victor 5: “Toen ik in 2012 zelf dakloos was, ben ik na een poging tot diefstal opgepakt door de politie. Het verdict: acht maanden effectief waarvan vijf maanden in de gevangenis in de Begijnenstraat en drie maanden met enkelband. Mijn werkstraf heb ik gekregen na een ander delict waarover ik niet in detail wil treden. In ieder geval werd ik veroordeeld tot

160 uren werkstraf, 140 uren heb ik in dienst van Manus gedaan, de resterende 20u op de Victor. Nu kom ik nog regelmatig vrijwillig helpen. Ik zie enkel voordelen. Ik leer leiding nemen, kom in contact met leuke medevrijwilligers en vooral: het geeft me structuur. Vroeger bleef ik vaak tot de middag in bed. Nu word ik ergens verwacht. Noem het gerust een zinvolle dagbesteding. Door mijn slechte rug krijg ik al jaren een invaliditeitsuitkering. Toch wil ik niet gewoon dag in dag uit thuis zitten. Ik maak me liever nuttig hier. Het is daarnaast ook mooi meegenomen dat ik hier gratis kan ontbijten of lunchen, want iedere cent telt voor mij. Het feit dat de begeleiders hier in mij geloven en normaal doen tegen mij, motiveert me ook.” (Nota: Sommige van bovenstaande namen zijn om redenen van privacy fictief. Met dank aan iedereen die aan deze reportage heeft meegewerkt.)

10

Steven Van haegenberg


11


12

Estafette

Een vaste rubriek over inspiratie en drijfveren op het werk. Iemand vertelt daarover en verwijst ons door naar iemand die hem/haar inspireert. Zo ontstaat een ketting van inspiratie. Guido Belcanto verwees ons door naar Jakke De Zeeman. Guido en muziekcompagnon Jakke winnen begin jaren ’80 een smartlappenwedstrijd in café Den Hopsack. Beiden gaan nadien hun eigen (muzikale) weg, maar vinden mekaar ook geregeld terug. Antwerpen 1973… Jakke beëindigt zijn legerdienst en gaat aan de slag bij de Pool van de Zeelieden ter Koopvaardij. Het avontuur lonkt. Dit is Jakkes verhaal... Jakke: In die tijd wapperden nog vele Belgische vlaggen in de lange omvaart. Vijf jaar lang deed ik verschillende havens aan in Kenia, Japan, Noorwegen, Ecuador en Colombia. In Colombia werden de bananenboten nog geladen op pure mankracht. Mijn laatste trip voerde van de petroleumhaven Constanta in Roemenië naar Italië. Daar verliet ik het scheepsleven definitief. De sfeer onder de bemanning was erg slecht. Na jaren lange omvaart, sleepdiensten en boorplatforms was de lol er af en gaf ik er de brui aan. Het beroepsplezier was er af. Begin jaren ’80 waren economisch moeilijke tijden met hoge jeugdwerkloosheid.

Tal van ‘nepstatuten’ zoals GESCO, DAC en BTK werden in het leven geroepen om jongeren aan een baan te helpen of beroepservaring te laten opdoen. Guido en ik werkten samen in een BTK-project voor het prille ‘AMOK’ op de Vrijdagmarkt (n.v.d.r. Aktiegroep voor Maatschappelijk Onderzoek en Kritiek). We vormden een klusjesploeg en ik heb er nog gewerkt aan de beveiliging van de ramen nadat er een aantal inbraken waren geweest. Wat heeft je bewogen en geïnspireerd? Ik heb meermaals ervaren dat het leven saai kan zijn. Op een bepaald moment moet je beslissingen durven nemen. Ik heb vaak schrik gehad om gevangen te zitten of in een sleur terecht te komen. Varen staat gelijk aan ‘on the road’, aan sprankelende vormen van leven, vormen die voldoening schenken. Ik wil mezelf geen communist noemen, maar ik heb wel sympathie voor een grotere gelijkheid aan kansen. Waarom kan niet iedereen gebruik maken van dezelfde hefbomen om een goed leven te hebben? Ik vraag me ook af wat er is gebeurd met alle tijds- en geldwinst als gevolg van automatisering met productierobots en computers. Waarom is dit niet ten goede gekomen van de werknemers? Ik ben er zeker van dat de afbouw van een vijf- naar een vierdaagse werkweek voor iedereen een goede zaak zou zijn en voor minder ‘frictie’ en ‘afgunst’ tussen de mensen zou zorgen. Aan wie wens je de ‘estafettestok’ door te geven? Aan Dr. Werner Soors. Hij werkt momenteel in het Tropisch Instituut, maar in de jaren ’80 trok hij naar Nicaragua. Dit vond ik niet enkel avontuurlijk, maar hij maakte ook indruk op mij omdat hij hulp bood zonder paternalistisch te zijn.

Linda Vuurstaek


Het woord van Koen Mondmuziek Als de accordeon de piano der armen is dan is de mondharmonica de accordeon der daklozen. 30 jaar geleden toch, toen de processie van miserie nog gedomineerd werd door haveloze vagebonden. Lang voor de superdiversiteit in de thuislozenpopulatie de voorbode was van de superdiversiteit in de maatschappij, sommige dingen kruipen langs onder binnen… Ik weet niet hoe hij echt heette maar hij was Frankske Smoelschuif. Want zoals een accordeon een trekzak was, was een mondharmonica een smoelschuif. Men hield er geen bloemrijke taal op na in de landloperskolonie. Frankske zelf zij: mijn mondmuziekske en giechelde dan soms wat. Hij was een ongelooflijke virtuoos, hij speelde ‘filmisch’ zo zouden ze dat in een cultureel magazine zeggen. Ge voelde het schuren van het brandende zand van de woestijn als hij ‘once up on a time in the west’ speelde. Ge walste in een bal musette als hij Piaf ‘elle écoute le java’ deed zingen en ge zag Hana met haar ogen schijnen bij ‘Lippen Schweigen’ van Lehar. Hij zat al lang in de landloperskolonie. Routiné... dus ging hij ook zoals dat hoorde om de zes of acht maanden zijn geld opdoen in Antwerpen. ’t Was begin juni ‘78 toen zijn companen met veel lawaai direct de Statiestraat in draaiden om in het Koetsierke of Den Breda hun korte zuip- en betaalde liefdestocht aan te vatten. Hij schuifelde heel wat schichtiger naar de overkant van ’t Astridplein. Naar de Van Schoonhovenstraat of in het Antwerps ‘de rue vaseline’. ’t Is daar dat hij een wat verloren gelopen jongen die dacht dat hij Ziggy Stardust was tegen kwam. Ermee begon te babbelen en vroeg of hij wat op zijn mondmuziekske mocht spelen en zegde, ge moet niet bang zijn, mijn ander muziekske werkt niet meer (giechel, giechel,…) Frankske dronk fameus en die jongen die avond ook. Frankske zoop Safari, na echt vergif het ergste wat er bestaat. En dus is de jongen ergens onder de hangars aan de kaaien wakker geworden, inderdaad ongeschonden, terwijl Frankske naast hem ‘summer time’ speelde, een versie die altijd aan de ribben van dat gastje is blijven plakken. Met Frankske Smoelschuif zijn laatste centen dronken ze noch een filter in de Paon Royal voor hij de trein naar de kolonie opstapte. Waarom? Vroeg die jongen omdat hij er zo triestig van werd. ‘Sorry shoeke, ik kan alleen van de moetes leven.’ Ik ben als sociaal werker terug gegaan in die landloperskolonie, tot ze gelukkig gesloten werd. Frankske was al lang dood, zelfmoord. Ik had zo gehoopt dat ik zijn mondmuziek had kunnen erven maar ’t was kwijt, weggesmeten.

13

Ik kom ze teveel tegen, mensen die zeggen dat dat daar toch allemaal zo erg niet was, dat ze dat misschien terug moeten open doen zo’n kolonie, want al dat schuim in de straat... Frankske Smoelschuifs’ echte lievetederste opstandelingenlied. Ik kan u

lingsliedje was ‘le temps des cerises’ het dat wel leren op mondmuziek.


Eilandje. 21 februari. Vrijdagavond. Half negen.

Een stroom, een gestage toeloop van CAW Antwerpenaars vult het Felixpakhuis. Het hippe historisc vol kader voor hét startfeest. Daar horen feestjurken bij, een koningsblauwe blazer, hoge hakken, af

Knallende kurken. We klinken! Cava. Wit wijntje? Voor Bob een waterke. Bruisend! Rokers hebben e

pen en fauteuils, fleece dekentjes incluis. De directeur placeert zijn woordje. Herinnert aan het plezie gelukkige - soms oncomfortabele - van de zwangerschap, de blijdschap bij de geboorte van dat alle om grootse dingen te realiseren! Niets is ook CAW Antwerpen vreemd.

Discobaar A Moeder zet meteen de juiste toon en voldoende decibels. En die beste DJ’ s van Europ concurrentie van een keur aan talent uit eigen huis. Zij zetten en houden de dansers in beweging. E vroege uurtjes.

Dat het een goed feestje was. Meer nog: dat het een megagoed feestje was! Dat de ambiance gewe zijn!... Dat klonk in pakhuis én in wandelgangen. CAW Antwerpen (heeft ge)Feest!


che pand pakt ze onmiddellijk in! ‘n Stijl-

fgetrapte –oh zo dansbare – sneakers.

een lichtstraat voor. Met schemerlam-

er van een gewenst kindje maken, het erschoonste boeleke. Het momentum

pa - én van de wereld! - krijgen serieuze Een niet aflatende deining tot in de zéér

eldig was. Dat zoiets een blijver moet Ann Van Pelt


16

Achter de gevel van...

...Elzasweg 14 Antwerpen zou Antwerpen niet zijn zonder Schelde en scheepvaart. Ook binnenscheepvaart. Dat er voor en door mensen van de binnenvaart heel wat georganiseerd wordt, is weinig geweten. En dat ons CAW Antwerpen daar een voet in huis heeft wellicht nog minder. Welkom in de wereld tussen wal en schip! Maak kennis met De Schroef, een deelwerking aan de dokken vlakbij Metropolis.

Leen De Cock, maatschappelijk werker, onthaalt ons enthousiast met koffie, thee en koeken. Filip, ex-binnenschipper - en inmiddels ook opgeleide sociaal werker - schuift mee aan tafel. We begroeten ook de coördinatrice van de jeugdwerking en twee gedreven vrijwilligers. Het is krokusvakantie en rustig in de vergaderzaal en de naastliggende bureaus: het kleuterklasje één verdieping lager is leeg.


15 17

De Schroef is al ruim 25 jaar bezig met het toegankelijk maken

Leen vertelt. Honderduit. “Binnenschippers zijn heel vaak op

van initiatieven en voorzieningen voor mensen uit de binnen-

het water, in de driehoek Amsterdam – Zeebrugge – Straats-

vaart. De vzw sluit aan bij het stedelijk onderwijs. Ze heeft ook

burg. Als je de binnenvaart wil leren kennen, moet je weten dat

een eigen jeugdwerking die activiteiten en kampen organiseert

het Kerkschip en z’n aalmoezenier de spil zijn van het gemeen-

tijdens de vakanties. Leen is hier de enige halftijdse medewer-

schapsleven. Binnenschippers zien elkaar weinig. Daardoor

ker van CAW Antwerpen. Een job waar ze van houdt!

worden vieringen zoals doopsels – ook van schepen! - , communies en huwelijken contactmomenten en gelegenheden die


18 intens gevierd worden. Maar er is meer. De vroegere aalmoe-

ving werd dit systeem in 1998 opgedoekt. De vrije markt kreeg

zenier, Pater Machar, heeft met succes geijverd heeft voor een

vrij spel. En zoals we weten brengt zo’n vrije markt voor- en

sociale dienst voor binnenschippers. Hij vond het toenmalige

nadelen met zich mee, winnaars en verliezers. Er brak een

CAW De Mare bereid als geldschieter.”

economisch moeilijke tijd aan voor de schippers. De tendens van meer werken voor minder opbrengst werd een feit. Sche-

Filip is een ervaren rot op het water. Hij vergelijkt het leven

pen moeten renderen waardoor ze quasi continu aan het varen

van de binnenschippers, vroeger en nu. “Er was het systeem

zijn.”

van de beurs. Via een rolsysteem kregen schippers om beurt opdrachten toegewezen. Ieder kwam op zijn toer aan bod.

Na het afschaffen van de beurs ontstond een grote groep

Dat bood rust en zekerheid. Schepen werden op geregelde

schippers, die niet in de mogelijkheid was om de nodige

momenten even aan wal gelegd. Dit schiep tijd om er anderen

investeringen te doen die de moderne scheepvaart vereist. Zij

te ontmoeten en om zaken te regelen. Door Europese regelge-

liggen noodgedwongen met hun schip aan de wal, hebben het


19

financieel niet breed en dreigen in eenzaamheid te verzeilen. Leen legt uit: “Ik ga heel vaak naar de mensen thuis of op hun schip. Bij een kop koffie voelen mensen zich meer op hun gemak. Dat maakt hulpverlening laagdrempelig en toegankelijk. De Schroef organiseert tweemaandelijks een koffieklets: een gelegenheid voor de binnenschippers elkaar te leren kennen en de eenzaamheid te doorbreken. Dat is altijd heel gezellig en de mensen hebben er heel veel deugd van!” Binnenschipper ben je in hart en nieren en dat wil Leen ons laten zien. Ze vroeg enkele cliënten kennis te maken met ons. Myriam stelt prompt haar schip voor ons open. Ook Corrie, Dolf en Annie zijn van de partij. Ze keuvelen over het water, over het leven als schipper, over vriendschap en contact houden. Maar ook over het gevaar van eenzaamheid. Ze spreken een eigen jargon en begrijpen elkaar. Lotgenoten! Corrie en Myriam hebben een aantal jaar geleden hun man verloren. Hun leven zag er plots helemaal anders uit. Als alleenstaande vrouw kunnen ze het werk niet alleen verder zetten. Ze hebben het geld niet om iemand in dienst te nemen en hun schip te koop stellen zou niet in deze tijd niet veel opbrengen. Allebei huiveren ze van het idee om op vaste grond te gaan wonen, dus kiezen ze voor het leven aan boord, op een stilliggend schip. Een vergunning


krijgen voor een ligplaats, een uitkering krijgen als weduwe,

Leen spoort iedereen aan om mee te gaan naar het Kerkschip.

je zonder wagen verplaatsen tussen de dokken, … het is niet

Voor Stroom! een must, voor de binnenschippers een ideale

vanzelfsprekend. Annie heeft niet meer het geluk om op het water te wonen. Een aantal jaren geleden werd haar schip

gelegenheid om samen iets te eten in de taverne. Filip leidt ons

overvaren. In een mum van tijd kapseisde het, verloor ze haar

rond in de unieke St. Jozef: een schip volledig opgetrokken uit

man, haar woonst en al haar bezittingen. Ze kon terecht in een

beton, gebouwd in opdracht van Hitler en in Belgisch bezit als

appartement in Merksem, dat eigendom was van haar ouders.

aangeslagen oorlogsbuit. We bewonderen de kerk, de gelag-

“Het went maar niet”, zegt Annie, “ik voel me gevangen zoals

zaal, de kleine kapel en de taverne. Het schip ademt geschie-

een vogel in een kooi.” Haar grote zorg ligt in de juridische

denis, herbergt de noden van de binnenschippers en nodigt be-

afhandeling van het ongeluk. Al langer dan tien jaar wacht ze

zoekers uit. Even ontmoeten we de huidige aalmoezenier, Paul

op een uitspraak van de rechtbank.

Renders. Hij heeft een reportageploeg in zijn kielzog, maar kan het niet laten om Annie te omhelzen en te doen blozen met een

Leen gaat verder: “De kloof tussen wal en schip is vaak niet

compliment. Het Kerkschip ligt sinds kort dichtbij de Mexico-

te onderschatten. Denk alleen al aan het ritme van ‘nine to

brug, nadat het een poos verder weg lag in de haven. Deze

five’, voor binnenschippers geen evidentie. Ik ga soms met de

plek is de juiste.

mensen mee naar instanties, om de drempel te verlagen. En meteen probeer ik dan ook de werking en de doelgroep van De Schroef bekend te maken.

20

Lieve Elst


21


Zozeddemee

Tango for life

Dansen voor het begeleidingshuis Op zondag 15 december 2013 (bijna volle maan) bracht een bont gezelschap Tanguero’s en Tanguera’s maar liefst 4.684,- € in het laatje voor het Begeleidingshuis in de Trapstraat. Onder het motto ‘stop domestic violence’ werd er al dansend geld bij elkaar gebracht. Teamcoördinator Liesbeth Jacoby is blij: “We kunnen dat geld écht goed gebruiken om een ruimte in te richten voor onze cliënten als gezellig ‘salon’ met zeteltjes en PC’s, zodat mensen er kunnen surfen en elkaar kunnen ontmoeten”. Thuisloze vrouwen en mannen kunnen in het Begeleidingshuis samen met hun kinderen terecht, ook na partnergeweld. Zaal Zappa barstte alleszins uit zijn voegen bij deze derde editie: véél schoon volk op de dansvloer. Buenos Aires lag heel even op het Kiel... Met dank aan de organisator Ivo ‘Angelo’ Chauveau. www.tangoforlife.eu

Emmaüs Het was nogal een frapante situatie: juist op het moment dat wij ons hoofd braken over hoe we de eerste editie van Stroom! moesten verzenden (etiketten plakken, stempels zetten, posters insteken, ...) liepen drie leerlingen en twee begeleiders van de STAP-afdeling van de speciale beroepsschool Emmaüs binnen in de Lange Lozanastraat. Of wij nog een leuke, nuttige en leerrijke opdracht hadden om hun arbeidsgerichte vaardigheden te oefenen? Brieven plooien? Etiketten plakken? Folders tellen? Laat maar komen! Wat een ongelooflijk prettig toeval! En wat een prachtig zicht ook toen een paar dagen later een stoet leerlingen met elk een doos verzendklare magazines de Lange Lozanastraat kwam binnengewandeld. Een mooi begin van een hopelijk langdurige samenwerking. Dank u Emmaüs!

22


Verhuis Centrale diensten De Centrale diensten van CAW Anwterpen beginnen langzaamaan hun definitieve plek te vinden. Sinds begin maart is de nieuwe IT- en communicatiedienst neergestreken in de Cornelis Schutstraat in Deurne. Hun verhuis maakte plaats vrij voor de oversteek van de personeeldienst en de dienst financiën naar de lange Lozanastraat en de verhuis van de beleidsmedewerkers naar de Grote Steenweg. Dan blijft nog over onze dienst infrastructuur. deze dienst zal zijn plek vinden in de voormalige locatie van de Witten Hof in de Kwekerijstraat. Op het moment van schrijven staat deze verhuis gepland voor eind april.

We zijn één CAW! Dinsdag 25 februari 2014 hebben de leden van de algemene vergaderingen het sluitstuk aangebracht in de nieuwe VZW-structuur. De grote vergaderzaal van De Plataan in de Blindestraat was net groot genoeg om ze allemaal voor een laatste maal samen te brengen: de leden van onze nieuwe organisatie VZW CAW Antwerpen, samen met de leden van de vroegere VZW’s. In aanwezigheid van een notaris, omdat de wet dit vereist voor de ‘inbreng om niet van algemeenheid’. Het volledige vermogen van de 3 VZW’s is nu samengebracht. Nu nog de publicatie van deze beslissingen in het Belgisch Staatsblad en dan kan niemand nog zeggen dat ze ’t niet wisten!

EHBJ EHBJ is het “nieuw- samengestelde vormingsteam” voor jongeren en intermediairs van CAW Antwerpen. Dit nieuwe vormingsteam bestaat uit medewerkers die voordien reeds actief waren in de deelwerkingen ADAM en JAC Plus: Kristoff Everaerts, Ayco Van Leemputten, Naik Van Rossem, Steven Peeters, Michael Sleeckx en Lien De Grauwe. De EHBJ-projecten richten zich naar risicojongeren en hun omgeving in de stad Antwerpen. Het gaat hierbij niet enkel over ‘zichtbare’ risicojongeren (wangedrag, overlast, spijbelen,..) maar ook over ‘onzichtbare’ jongeren die zich in een risicovolle situatie bevinden (angst, kansarmoede, stress, depressie, sociale uitsluiting,…). EHBJ staat voor; Eerste Hulp bij Jongeren. Via vorming, training en individuele ondersteuning versterken we de draag- én daadkracht van maatschappelijk kwetsbare jongeren. We reiken jongeren en professionals handige tools en praktische inzichten aan om het persoonlijk welbevinden en de weerbaarheid te verhogen. Actieve doelstellingen in onze projecten zijn steeds gericht op empowerment, peersupport (helpen in eigen omgeving), coaching & training, verhogen van zelfvertrouwen, omgaan met eigen krachten /grenzen en zelfreflectie. Voor meer info over het huidige aanbod, surf naar www.ehbj.be

23


Moedwillig

Wouter Stinckens & Leen Muylkens

De paradox van verandering

24

Ergens in een residentiële buitenwijk van Antwerpen, voorbij de Expo en dan naar rechts, is een jong CAWteam gehuisvest in een schitterende architectuurparel uit de jaren ’30. Met een naam die klinkt als een uitroep van verbazing. GOH: Gerechtelijk opgelegde hulpverlening. Zes collega’s werken er in het kader van gedwongen hulpverlening. In tegenstelling tot de meeste praktijkwerkers van CAW Antwerpen werken ze met cliënten die ‘moeten’: de cliënt kan en mag de hulp niet weigeren. De rechter legt hen één of meerdere voorwaarden op (in vakjargon de ‘alternatieve maatregel’) die een geldboete of een gevangenisstraf vervangen. De collega’s van GOH rapporteren niet over de inhoud van de gesprekken, maar aan- en afwezigheden worden nauwgezet bijgehouden en doorgegeven aan justitie. Het team heeft maar liefst 4 uitgewerkte projecten voor meerderjarigen die een strafbaar feit gepleegd hebben: Dader In-Zicht, Slachtoffer in beeld, Leerprojecten voor daders van seksueel geweld, Hulpverlening Seksueel Delinquenten. In de wandelgangen ook beter gekend als DIZ, SIB, LDSG en HSD. Tegen hun goesting Met het spanningsveld vrijwillig/onvrijwillig gaan ze bij GOH in elke methodiek bewust en doelgericht aan de slag. Wouter windt er dan ook geen doekjes om als hij samenzit met cliënten: “Ellendig hé, om hier tegen uw goesting te moeten zitten. Ik snap dat wel. Ik vind het


ook niet altijd zo gemakkelijk om te werken met mensen die hier liever niet zijn. Ik omarm de weerstand, of ik laat die alleszins bestaan. Want dat is de paradox van de verandering: hoe meer je iemand probeert te veranderen, hoe meer die hetzelfde blijft. Ik probeer iemand gedemotiveerd te láten zijn. Om daarna samen te bekijken wat toch het voordeel zou kunnen zijn van de begeleiding. We zitten hier nu toch, we kunnen er maar beter het beste van maken. De rechter en de maatschappij hebben onze cliënten al met de vinger gewezen. Het niet onze opdracht om daar nog een schepje bovenop te doen. We behandelen onze cliënten als evenwaardige mensen”. Rufus en Stan Wouter en Leen werkten voor GOH een spiksplinternieuw groepsaanbod uit: “Oei! Ik ben niet alleen!”. Ze stelden vast dat cliënten (en bij uitbreiding iedereen in meerdere of mindere mate) vaak vastzitten in hun eigen perspectief. Vaak denken, voelen en handelen ze enkel vanuit zichzelf en houden hierin weinig rekening met het anders-zijn van de andere. Cliënten leren in groep omgaan met zichzelf en de ander: Hoe leef ik me in? Hoe ga ik om met conflicten? Rufus (28) en Stan (23) kozen ervoor de groepsvorming te volgen. Stan ziet er met zijn zwarte leren jas wat grunge uit. Rufus is wat stiller, maar wat hij zegt is raak. Uw reporters beluisterden hoe Wouter en Leen met hun groep van een moeten een willen hebben gemaakt. Oftewel: verbinden als ambacht. Collega’s Wouter en Leen: Deelnemers aan de groep leren dat hun manier van kijken grotendeels gekleurd is door vorige ervaringen die ze nog steeds in hun koffer meedragen. Dagdagelijkse dingen Stan: In het begin ben ik wat achterdochtig in een groep onbekenden. Maar ik wist dat ik kon uitstappen en verdergaan met de individuele gesprekken als ik dat wou. Je bent vrij bent om te zeggen wat je wil. Je mag zelfs zwijgen en 3 uur achterover leunen. Maar ik had snel door dat je daar niets mee op schiet. Voor mij was het een positieve ervaring, aangenamer dan ik had verwacht: de tijd vloog zelfs voorbij. Bij mijn individuele begeleiding ligt de focus op de feiten die ik heb gepleegd. In de groep ging het meer over dagdagelijkse dingen en kon ik gemakkelijk de link leggen met mijn eigen situatie. Dit lag me beter dan de individuele sessies. We hebben trouwens ook veel gelachen.

Rufus: We werkten rond de eerste indruk die je maakt. De groep mocht zijn mening geven over degene die vooraan stond. Dit was niet gemakkelijk, maar anderzijds was het wel een eye opener om eens te horen welke indruk je maakt. Iedereen in de groep mag zijn ding zeggen. Ik vind het interessant om de meningen van anderen in de groep te horen. De rollenspellen waren ook herkenbare situaties. Voor mij hadden de sessies zelfs langer mogen duren. Rufus: Iedereen denkt anders, reageert anders. Ik stond daar niet bij stil. Als iemand onvriendelijk was, dan nam ik dat persoonlijk. Nu weet ik dat die persoon ook zelf problemen kan hebben die niets met mij te maken hebben. Ik ben bewuster, en voor mij is dat al een hele stap vooruit. Waar ik werk loopt 1600 man rond. Veel Turken en Marokkanen, niet simpel, ik moet soms op mijn tenen lopen. Wat ik hier geleerd heb, kan ik goed gebruiken: ik let beter op mijn woorden. Toekomstplannen Stan: Ik heb een vriendin en een zoontje van 1 jaar. Ik droom ervan om een huis kopen, vast werk te hebben. Ik hoop dat onze zoon het goed zal doen op school. Maar ja (lacht), ik was zelf ook gene brave vroeger. Een tof gezinsleven is voor mij op dit moment het allerbelangrijkste. Rufus: Ik heb nog geen vriendin. Ik wil eigenlijk graag reizen en de wereld zien. Die is veel groter dan Antwerpen.

Jasmien Peeters & Toon Rottiers

25


26

Het leven Kim, Minne zoals het is...en het COSAproject

Dinsdagavond, de Lange Lozanastraat. We ontmoeten Kim (links op de foto), Minne (midden) en Lydie (rechts) voor een samenkomst van COSA. Zij kwamen speciaal voor Stroom! een uur vroeger dan gepland. Na dit interview zullen ze nog een gesprek van ongeveer twee uur hebben met Luc*, een pleger van seksuele delicten. Kim en Minne hebben zich geëngageerd als vrijwilliger voor cosa. Lydie begeleidt hen, nu nog van dichtbij, omdat de groep nog maar net is gestart. Binnenkort zal ze meer afstand nemen en de groep zijn gang laten gaan.

daar vrijwillige hulpverlening thuishoort.

Minne vertelt: ik ben er helemaal van overtuigd dat het belangrijk is om delinquenten te ondersteunen. Zij hebben dat gewoon nodig om terug in de samenleving te komen en als vrijwilliger kan je daaraan bijdragen. Kim vult aan: bij cosa werk je in een groep. Het is jammer dat je de andere leden van onze groep niet kan ontmoeten. Deze bestaat nog uit een vrouw van 22, De doelstellingen van het een vrouw van ongeveer 50 en een man project liggen heel dicht bij van 68. Dan zou je zien dat wij allemaal onze overtuiging: verschillend zijn en daardoor tot interesmensen hebben ondersteu- sante uitwisselingen komen.

ning nodig. -Minne-

Waar staat cosa voor? Languit voor Cirkels voor Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid. Het concept is oorspronkelijk ontstaan in Canada, waar een priester in een kleine gemeenschap begaan was met de terugkomst van een seksueel delinquent in de samenleving. Hij had als doel de pleger te ondersteunen en de samenleving te beschermen. Dit idee vond ingang en werd later overgenomen door onder andere Engeland en Nederland. Bij onze Noorderburen is COSA ingeburgerd in het hele land, daar wordt de werking centraal aangestuurd. In België is het Justitiehuis van Antwerpen pionier. Zij hebben van in het begin het Algemeen Welzijnswerk betrokken, omdat zij vinden dat

En hoe staat Luc ertegenover? Lydie schetst: bij COSA werken we met een cirkel van vrijwilligers. Het kernlid, zoals wij de dader noemen, maakt daar deel van uit. De cirkel kan het kernlid ondersteunen bij heel veel zaken, zoals het in orde maken van documenten of zich inschrijven bij een sportclub, maar vaak gaat het om alledaagse kleine zaken: hoe leg ik contact als ik in een nieuwe omgeving kom? Zo’n proces aangaan is niet niks, dus we verwachten dat het kernlid gemotiveerd is. Deelname aan COSA heeft geen enkele invloed op het gerechtelijk proces en sowieso loopt een therapeutische behandeling van het kernlid parallel met COSA. Dit kader vertrekt dus vanuit een vrijwillig engagement van het kernlid, wat niet wil zeggen dat het vrijblijvend is.


27 De cirkel van Luc is gestart in februari 2014. Minne: de eerste keer dat wij samen kwamen, was een moment zonder Luc. Lydie vertelde in grote lijnen over de gepleegde delicten en over wat voor iemand Luc is. Voor ons was het belangrijk te wennen aan de groep, om ons voor te bereiden op de rol die we zouden opnemen in de cirkel. Kim vult aan: vanuit ons vrijwillig engagement kunnen we Luc aanbieden wie we echt zijn, hoe wij kijken naar de dingen. Zo heeft Luc het bijvoorbeeld moeilijk om mensen aan te spreken die hij niet kent. Wij hebben elk verteld dat dat voor ons ook niet altijd gemakkelijk is. Dit was voor hem nieuw om te horen. Minne sluit aan: we weten niet wat we nog allemaal zullen bespreken en wat we gaan doen in COSA. We werken op maat. Nu heeft Luc bijvoorbeeld de opdracht van ons gekregen na te denken over zijn interesses, over welke activiteiten hij wil doen en hoe wij hem daarbij kunnen ondersteunen. Kim gaat verder: wij werken in vertrouwen met Luc, er zijn geen geheimen, maar Luc moet naar ons geen verantwoording afleggen. Hierdoor kunnen we een open traject afleggen en doelen bereiken. Lydie waakt er nog even over of Luc openlijk kan vertellen over de feiten die hij heeft gepleegd. Als dat goed zit, zal ze de regie van de cirkel in handen geven van alle deelnemers. En dan de vraag die ons stevig in de ban houdt; waarom kiezen Kim en Minne voor zo’n stevig vrijwilligersengagement? Minne licht toe: eigenlijk ligt onze interesse in dezelfde lijn: we hebben allebei criminologie gestudeerd en

daarna nog een jaar conflict en development bijgedaan. Omdat we voeling willen hebben met het werkveld van de criminologie, hebben we ons opgegeven voor COSA. De doelstellingen van het project liggen heel dicht bij onze overtuiging: mensen hebben ondersteuning nodig. COSA is gericht op het voorkomen van slachtoffers en dat is best uniek. Kim vult aan: en COSA werkt! Uit onderzoek in Nederland is gebleken dat de kernleden veel minder recidiveren dan andere delinquenten die geen cirkel hebben gehad. Minne en Kim volgden in januari een opleiding in Nederland en daar zijn ze allebei heel enthousiast over. Kim: we hoorden ervaringen uit de praktijk, we deden veel rollenspelen en we werden over heel veel dingen aan het denken gezet. Het was super interessant. Minne treedt bij: bij COSA leer je zoveel, uit elke ervaring of uit elk thema dat aan bod komt neem je wel iets mee voor jezelf. Vrijwilligerswerk doen bij COSA is iets dat heel hard aansluit bij mijn overtuiging. Noem je dat idealisme? Minne wikt en weegt, je kan de overtuiging idealistisch noemen maar in de praktijk moet je wel realistisch blijven. Kim beaamt: COSA is een zeer mooi initiatief, maar je mag er niet van uitgaan dat alles steeds van een leien dakje loopt. Lieve Elst *Luc is een fictieve naam.


28

Vraagetaan ErikVlaminck

Wanneer hebt u voor het laatst uitbundig gejuicht? Ik kan het mij, echt waar, niet herinneren. En toch ben ik een gelukkig mens.

Lin da Vu urs tae k

Met wie zou u het liefst een avond op café gaan? Met het groepje mensen met wie ik zowat dagelijks op café zat toen ik -meer dan veertig jaar geleden- achttien was. Om de ultieme evaluatie te maken. Welke luxe kunt u niet missen? Ik vind het een onwaarschijnlijke luxe dat ik geen gsm gebruik (ik heb nog nooit in mijn leven een sms verstuurd!). Ik hoop nog heel lang van dit elitaire genoegen te kunnen genieten. Wat zou u God vragen als u Hem één vraag mocht stellen? Bestaat Gij dan toch? Welke verloren illusie mist u het meest? Dat er plompverloren plekken zouden zijn waar geen menselijk geluid te horen is.

Wat trekt u aan in een man of vrouw? Het hebben van dromen, het maken van plannen, het negeren van vanzelfsprekendheden. Zou u een wet overtreden, als u die wet

onrechtvaardig vindt? Op dezelfde manier zoals ik andere wetten overtreed. In het geniep, met een beetje schrik en schuldgevoel maar ook met heimelijk plezier. Heeft u een verslaving? Uiteraard. Wie niet? Zou therapie een meerwaarde zijn voor u? Ik vrees ervoor (ook voor de therapeut). Waaruit put u troost? Winnende coureurs, schone woorden, halfvolle glazen, blinkende ogen, pakkende beelden, lachende kinderen, strelende handen...


Stroom2