Page 41

De stilte voorbij

Piroe was in 1904 herbouwd op het hoge terrein ten noorden van de Piroe-baai. De oude kampong lag oorspronkelijk wat oostelijker in laag en drassig terrein, maar werd verplaatst toen een zeebeving in 1898 een deel van het strand wegspoelde. In de tijd dat Albert daar aankomt, is er sprake van een heus dorp, met een centraal plein, een badplaats, een behoorlijk gotenstelsel en keurige woningen. In 1919 is in Piroe bovendien een Hollands-Inlandse school opgericht. Daarnaast kent Piroe een kerk; er wonen ongeveer 700 mensen, van wie de meerderheid christen is. Hoewel de Nederlanders ook in Piroe de scepter zwaaien, wonen er net als in Amboina betrekkelijk weinig Europeanen: de Assistent Resident, de kapitein-bevelhebber, die tegelijk de gezaghebber en de ambtenaar van de burgerlijke stand is en de hulpprediker. Het garnizoen bestaat uit zo’n twaalf brigades infanterie. Naast de kapitein zijn er een troepencommandant, zes officieren, een officier van gezondheid, en voor de administratie twee onderofficieren. Gezien de opleiding die Albert in Tjimahi heeft genoten, krijgt hij (een deel van) de administratie voor dit garnizoen onder zijn hoede. Daarnaast gaat hij zo nu en dan mee op patrouille. Die diensten vinden plaats in zowel het vlakke als bergachtig terrein in het vrij warme klimaat van West-Ceram. Het eiland blijkt enorm uitgestrekt: zo groot als Nederland. In zijn vrije tijd kan Albert zich in Piroe vermaken met voetballen, kegelen en tennissen.

Baboe

Veel KNIL-militairen leven in die tijd in de kazerne samen met hun inheemse njai. Dit is niet zomaar een baboe of ‘huishoudster’. Sommige militairen en hun njai hebben samen kinderen die ook in de tangsi wonen. Daarvoor moet een vrouw zich officieel als huishoudster laten inschrijven bij de Nederlandse kazerneleiding. Formeel wordt zij njai door introductie bij de compagniescommandant en door het overleggen van een schriftelijk bewijs van goed gedrag door het kamponghoofd of door een hoofd van het civiele bestuur. Vervolgens wordt zij ingeschreven in het Register van de Njais met haar naam, landaard, datum van toelating en de naam van de militair bij wie zij hoort. Ze krijgt bovendien een pas die haar toegang tot de kazerne geeft. Het is een eenvoudige procedure. Deze situatie is specifiek voor het KNIL en eind 19e eeuw ontstaan. Trouwen met inheemsen was toen namelijk niet

41

Profile for Wilbert Scheer

De stilte voorbij  

Het verhaal van Albert Scheer, KNIL-militair van 1922 - 1949.

De stilte voorbij  

Het verhaal van Albert Scheer, KNIL-militair van 1922 - 1949.

Advertisement