Page 100

100 Semarang en internering (1938-1945)

op zekere hoogte een prettig bestaan. Jappen zijn er nauwelijks, je kunt er uren wandelen, corvees zijn er bijna niet en er is een goed ziekenhuis. Tot eind 1942 was het eten er ook redelijk. Op het moment dat Albert hier zijn intrek neemt, is dat allemaal wat veranderd. Sommigen vergelijken de situatie met een soort hongersnood: er is bijna niets, behalve rijst. De gevangenen zoeken voortdurend naar eetbare bladeren. Aangezien Singapore en ook Malakka zelf vrijwel geen voedingsgewassen leveren, moet bijna alles worden aangevoerd. Het logistieke bedrijf van de Jappen is daar echter niet op berekend. Alles staat onder Engelse leiding, waardoor niemand echt een gevoel heeft krijgsgevangen te zijn. Ook voor ontspanning wordt het nodige gedaan. Het sterftecijfer is hier nog niet hoog. Wel komen dysenterie en de eerste verschijnselen van avitaminose voor, maar dit kan in de hand worden gehouden. De Hollanders die hier sterven, zijn hoofdzakelijk Indische mannen die het verlaten van Java te veel is geworden.

Naar alle richtingen

Singapore is op dat moment voor de Jappen het grote distributiedepot van krijgsgevangenen. Vanaf het eiland gaan transporten naar Birma en Siam, maar ook naar Japan en Borneo. Groepen die als geheel op bijvoorbeeld Java krijgsgevangen zijn gemaakt en uiteindelijk naar Singapore zijn gebracht, worden uit elkaar gehaald. Vrienden verliezen elkaar daarom in Singapore uit het oog. De meesten horen pas na de oorlog hoe het hun bekenden is vergaan. Voor de krijgsgevangenen begint bij het verlaten van Singapore daarom een heel nieuwe periode in het krijgsgevangenbestaan. Pas later wordt duidelijk dat de komende tweeĂŤnhalf jaar totaal anders worden. Kort nadat Albert in Changi zijn intrek heeft genomen, wordt bekend dat hij op transport naar Japan zal gaan. Net als de anderen wordt hij eerst medisch gekeurd. Wie ziek is of iets mankeert, zoals dysenterie, wordt direct ongeschikt bevonden en mag in Singapore blijven. De Jappen zijn veel te benauwd dat er onderweg een epidemie zal uitbreken. Sommige krijgsgevangenen slagen erin om met urine van een zieke medegevangene het vertrek uit te stellen. Albert wordt echter goedgekeurd. Hij krijgt te horen dat hij op dinsdag 9 februari 1943 moet aantreden in verband met zijn vertrek

Profile for Wilbert Scheer

De stilte voorbij  

Het verhaal van Albert Scheer, KNIL-militair van 1922 - 1949.

De stilte voorbij  

Het verhaal van Albert Scheer, KNIL-militair van 1922 - 1949.

Advertisement