Page 1

Journaal 2

2 0 1 2

Kennismaken met Arno Timmermans p. 4/5

Bedden p. 3

Mijn trots p. 6

Dit vind ik veilig! p. 20

P e r s o n e e l s b l a d

v a n

h e t

W e s t f r i e s g a s t h u i s


In dit nummer

9 Wat vindt u? 10 In behandeling 14 Samen 16 Even voorstellen

En verder... 3

Column Hugo Keuzekamp

4

Kennismaken met Arno Timmermans

6

Mijn trots

7 Ontmoetingen Lebby 8 Nieuws in het kort

Bedden Jaargang 26, nummer 2, 2012

Dit is een uitgave van het Westfriesgasthuis, Postbus 600, 1620 AR Hoorn, tel. 0229 - 257 257. Het Journaal heeft een oplage van 800 exemplaren en verschijnt 4 maal per jaar.

Redactie: Fred Beemsterboer, Emmie Bobeldijk, Judith van Druten, Tim de Haan, Chantal Hofenk, Irene Hoogstraten, Edy Klaassen, Esther Muusse, Marijke Jongert, René Nieuwenhuijse, Bianca Rijnders, Alexa Tjeenk Willink, Hilda Vleems

11 In gesprek 12 Flexibilisering 13 Mantelzorg 18 Het dilemma

Eindredactie: Spelvaut taal & tekst bureau Communicatie: Edy Klaassen Postbus 600 1620 AR Hoorn

19 Puzzel 20 Dit vind ik veilig!

E-mail adres: journaal@westfriesgasthuis.nl

Vormgeving: Waldo Creative Concepts

Op de cover Erkenning voor de opleiding Cardiac Care verpleegkundige De afdeling hartbewaking van het Westfriesgasthuis is als een van de eerste ziekenhuizen in Noord-Holland door het College Zorg Opleidingen (CZO) erkend als leerplaats voor cursisten van de CCU-opleiding. De commissie was zeer te spreken over de rijkheid aan stages die in het curriculum worden aangeboden en de goede en breedopgeleide Cardiac Care verpleegkundigen die dit zal opleveren. Jan Koppes, unithoofd cardiologie: ‘Deze erkenning beschouwen we ook als waardering voor alle inspanning het gebied van veilige patiëntenzorg’.

Fotografie: Emmie Bobeldijk , Dewi Koomen-Bakker,

Amber Nan, Marcel Rob,

Puzzel: Marian Koopman

Druk: Grafiplan Nederland B.V.

“Hoeveel bedden heb jij?” Deze vraag wordt mij met regelmaat gesteld als ik ergens anders over het Westfriesgasthuis spreek. Ik heb het altijd een rare vraag gevonden. Bedoelen we erkende bedden? De feitelijke bedden in patiëntenkamers, piketkamers, familiekamers? Couveuses ook? En die in het zo mooi opgeruimde verpleegkundig magazijn erbij? Of bedoelen we het aantal bedden dat daadwerkelijk voor opname van patiënten gebruikt kan worden? Veel bedden betekent groot, status, aanzien - voor de specialist die op een congres tegen zijn collega opschept over zijn afdeling. Veel bedden betekent ook kosten, lange ligduur, inefficiënte zorg - voor de manager op een congres over Lean Six Sigma. Maar wat betekent een bed voor onze patiënten? Veel patiënten kunnen niet zonder bed. Menslievende zorg van onze verpleegkundigen in de kliniek is voor hen van grote waarde. Maar het ziekenhuis is lang niet altijd de beste omgeving voor kwetsbare patiënten. Denk alleen al aan de multiresistente ziekenhuisbacteriën die steeds vaker voorkomen. Revalideren is elders ook vaak veel beter. En voor degene die voor een dagbehandeling lopend het ziekenhuis in komt, is het toch een vreemde ervaring om meteen een pyjama aan te moeten trekken en in een bed te gaan liggen. Om even later als hulpeloos geval op wieltjes naar de OK gereden te worden. Zodra de patiënt horizontaal ligt, wordt er over hem heen gepraat. Daar wordt de patiënt niet beter van, dus op de dagbehandeling gaan we de bedden zoveel mogelijk afschaffen. Hoe korter in het ziekenhuisbed, hoe beter het is. Welkom en wegwezen – het is de West-Friese vertaling van Planetree en Lean Six Sigma.

Adreswijzigingen: afdeling communicatie, 3e etage oudbouw B1 317

Niets uit deze uitgave mag gereproduceerd worden zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.

Op de foto: Chantal Vrijman en Mireille Bosboom

2 Journaal

Journaal 3


Over Arno Arno Timmermans (1954) begint in 1973 met

druk op onze schouders. Om personeel te werven en houden. Maar vooral om doelmatig te werken: iedereen moet zich er bewust van zijn dat we de juiste zorg aan de juiste persoon geven op de juiste plek.”

zijn studie Geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en specialiseert zich in 1984 tot huisarts. Hij vestigt zich in Almere, waar hij momenteel nog

“Ik kom als zorgbestuurder,

één dag in de week in een huisartsenpraktijk werkt.

die kennis en ervaring

In 1991 begint hij als huisarts-staflid op de afdeling

neem ik mee.”

Deskundigheidsbevordering van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Daarna wordt hij

Kennismaken Arno Timmermans met

Arno Timmermans is nu nog bestuurder bij het NHG en huisarts in Almere. In september start hij als bestuursvoorzitter in ons ziekenhuis. “Wat me opvalt aan het Westfriesgasthuis is de goed zichtbare focus op patiëntbeleving.” Wat wil een huisarts eigenlijk in een ziekenhuis? Een van de veelgestelde vragen na de bekendmaking van zijn komst. Timmermans vindt die vraag begrijpelijk. “Als een medisch specialist een huisartsenpraktijk zou gaan leiden, zou ik me ook afvragen wat hem of haar beweegt. Ik kom vooral als bestuurder in de zorg. Dat vak beoefen ik al jaren. En die kennis en ervaring neem ik mee. Ik stop als huisarts. Dat vind ik best een stap. Wat ik ga missen is het directe contact met patiënten en de betekenis die je voor mensen kan hebben als arts. Maar ook de gewone handelingen: een wond hechten of iemand onderzoeken. Maar als ik dieper op die vraag inga: ik zie zorg vooral als een continuüm. De zorg start misschien thuis of bij de huisarts, wordt soms voorgezet in een ziekenhuis en gaat verder thuis,

4 Journaal

Wat is je eerste indruk van het Westfriesgasthuis? “Het lijkt me een overzichtelijk ziekenhuis met een goede focus op patiënten. Ik zag dat het in de wachtkamers goed duidelijk is welke dokters er zijn en hoe lang de wachttijd is. Ook viel me op dat er koffie wordt aangeboden. Al met al een patiëntgeoriënteerde ontvangst. Uiteindelijk draait het daar om.”

bij een fysiotherapeut of een verpleeghuis. Het ziekenhuis speelt een rol in dat proces. In die zin ga ik wel profijt hebben van mijn kennis en ervaring als zorgverlener.” Bestuurder van een ziekenhuis worden is geen jongensdroom. “Het is iets wat langzaam ontstond, nadat ik al een tijdje als bestuurder werkte. De dynamiek van een ziekenhuis vind ik als bestuurder interessant. Bovendien maakt de veranderende omgeving en de toenemende druk op het budget het extra boeiend om zorg voor iedereen even goed en toegankelijk te houden. Ook in het Westfriesgasthuis. Het lijkt me een ziekenhuis met een duidelijke eigen plek in de regio. Dat vind ik mooi en wil ik daarom ook behouden en verstevigen.”

hoofd van die afdeling. In 1998 komt hij in de directie van het NHG als adjunct-directeur en in 2000 als medisch directeur. Sinds 2004 is hij bestuursvoorzitter van het NHG.

Hoe staat hij dan tegenover de plannen om samen te werken, dan wel te fuseren? “Ik zie ook dat er ambitie en noodzaak is om samen te werken met andere, nabijgelegen, ziekenhuizen, zoals het Waterland ziekenhuis,” zegt Timmermans direct om het vervolgens te nuanceren “maar van groot belang daarbij is de vraag wat de patiënt daaraan heeft. Welke samenwerking we dan ook aangaan: duidelijk moet zijn wat de patiënt in bijvoorbeeld Medemblik er mee opschiet. Bij alles neem ik het belang van de patiënt als uitgangspunt, niet die van ons als ziekenhuis of anderszins.”.

Ook viel me op dat er koffie wordt aangeboden. Al met al een patiëntgeoriënteerde ontvangst. Is dat meteen ook jouw drijfveer om in de zorg te werken? “Ik vind dat altijd lastig te verwoorden. Compassie. Betrokkenheid bij mensen. Solidariteit. Om dat soort dingen gaat het dan. Ik ben de zorg in gegaan omdat ik vind dat mensen recht hebben op goede zorg en op een rechtvaardige verdeling van die zorg. Zware termen, maar zo zit het wel ongeveer.”

In het weekend? “Dan komen mijn twee dochters meestal nog naar huis. De oudste is 25 en hoopt in juni dokter te worden. De jongste is 21 en studeert Pedagogiek. Verder zeil ik graag. Hoorn is altijd al een favoriete aanlegplaats geweest. En ’s winters schaats ik graag.”

En het belang van het personeel? Hoe zie je voor hen de toekomst? “Als je naar de toekomst kijkt, dan weet je meteen dat er een enorme vraag op ons afkomt en de groei beperkt zal zijn. Dat betekent dat we niet hoeven te verminderen, maar misschien niet gelijk met de vraag kunnen blijven leveren. Dat legt een

Journaal 5


Mijn trots

Ontmoetingen Viooltje

De laatste bijdrage aan deze rubriek schrijf ik eind april, vlak voor mijn afscheid. Ik ben benieuwd wat ik allemaal over mij en over ons werk te horen krijg en hoe anderen tegen ons werk aankijken. Ik denk dat wij te boek staan als mensen die vaak bloedserieuze gesprekken voeren. En dat is ook zo. Maar ín die gesprekken zijn vaak mooie, soms zelfs vrolijke momenten, waar je allebei, patiënt en geestelijk verzorger, van kunt genieten. Het contact met deze mevrouw begon op een zondagmorgen in de kerk en eindigde vijf dagen later, toen ze naar huis ging. We hebben elkaar een paar keer gesproken. Er was veel aan de hand, in haar familie, met haar zelf en met haar man. Ze dacht dat ze nog anderhalf jaar zou kunnen leven, zo was de schatting van een van de artsen hier. Met een chemo misschien een paar maanden langer. Ik zit en kijk en luister en zeg soms wat terug.

Maar dan komen haar kinderen ter sprake en haar kleinkinderen. Zijzelf is muzikaal, haar kinderen ook en één van de kleinkinderen blijkt dat ook al te zijn. En dan vertelt ze over hoe het eraan toe gaat als zij bij een van haar dochters logeert. De dochter heeft een meisje van vier, al in het bezit van een kinderviool. “Oma, zal ik voor u spelen?” Ja, dat wil oma graag. Oma vertelt dan wat er gebeurt. “Ze zet het viooltje onder haar kin en dan begint ze zó te strijken,” en met kleine armbewegingen doet ze het voor. Ik heb m’n zakdoek nodig. Mevrouw schrikt. “Ik maak u aan het huilen!” “Dat valt best mee, maar ik moest toch even m’n ogen afvegen.” Ik ben er toevallig als haar man haar komt halen. We nemen lachend afscheid van elkaar met die kleine armgebaren van een violist-in-spe. Is dat nu een zwaar of een licht contact? Of allebei? Luuk van Loo

Senior Unithoofd Nadia de Weerdt en analist Marianne Dijkstra van het MML over kwaliteitscontroles en trots.

Collega’s Nadia en Marianne zijn trots op hun voorstel om efficiënter te werken.

Marianne legt uit: “Vanuit mijn eigen gevoel en na gesprekken met mijn collega analisten bleek dat de controle van diagnostica niet efficient verloopt. Een LSS-project biedt een mooie manier om te onderzoeken of het gevoel klopt.” Met ondersteuning van Nadia is het huidige proces in kaart gebracht. Ook is een enquete onder de analisten gehouden hoe zij dit onderdeel van het kwaliteitssysteem beleven. Een laag rapportcijfer bevestigde het gevoel: het kan en moet anders. Er is een advies en een plan van aanpak gemaakt. Dit ligt nu ter beoordeling bij het MML-MT.

6 Journaal

Nadia: “Ik ben vooral trots op de manier waarop de MMLmedewerkers en in het bijzonder Marianne dit naast hun huidige werk hebben opgepakt.” Marianne: “Het is mij gelukt om op een andere manier naar mijn werk te kijken. Ook merk ik dat anderen, net als ik, enthousiast zijn geworden over de aanpak. Dat is een hele leuke ervaring”.

Nieuws ‘Er deugt niets van de communicatie hier!’ ‘Hm, wat zeg je?’ ‘Dat de communicatie ernstig te wensen overlaat.’ ‘Och, wat niet weet, wat niet deert.’ ‘Nee, nee. Dat is niet de goeie instelling. We moeten beter betrokken worden bij wat hier gebeurt.’ ‘Ja dat zég je nou, hè. Dat vind ik zo gek. Jij wil meer betrokken worden en ik denk wel eens: regel dat lekker zelf! We hebben voor van alles en nog wat een speciale manager of adviseur in huis. Maar als er wat moet worden bedacht richten ze een werkgroep of klankbordgroep, of weet ik veel in en dan moet Jan-met-de-pet hen gaan vertellen hoe het in elkaar zit. Als zij het niet weten, waarom zijn ze er dan? En als ze denken dat ik het weet, waarom laten ze het mij dan niet oplossen?’ ‘Ja, ehh, dat weet ik ook niet. In ieder geval wil ik beter bij de besluitvorming worden betrokken en op de hoogte gebracht worden van wat er speelt. Ze doen nu maar en ik weet van niks.’ ‘Lees je wel eens het Journaal?’ ‘Dat krantje? Dan blader ik wel door ja.’

‘Kom jij wel eens op infobijeenkomsten?’ ‘Alsof ik daar tijd voor heb.’ ‘Kijk jij wel eens op Intranet, of zoek je wat op in DKS? Als je een vraag hebt, bel je dan wel eens naar de afdeling of medewerker die daarop antwoorden weet? Lees je vakbladen? Heb je er wel eens over nagedacht om in de OR te gaan als je zo graag betrokken wilt worden?’ ‘Ja, ho eens even! Ik steek al heel veel goede uren vrije tijd in dat werken hier. Dan ga ik niet ook nog eens zelf achter informatie aan. Ze komen het maar brengen!’

Journaal 7


Nieuws in ‘t kort Pilot Rooming-in kamers

DOT gaat door

Op de vijfde etage van de huidige nieuwbouw is sinds november 2011 een pilot gestart met twee rooming-in kamers. De afdeling chirurgie heeft het oppervlak van een vierpersoonskamer vrijgemaakt om er twee rooming-in kamers van te maken.

Het Westfriesgasthuis is inmiddels een aantal maanden aan de slag met de DOT registratie.

Eén kamer is ingericht met een slaapbank en de andere kamer zonder. Alle specialisaties kunnen, in overleg, gebruik maken van deze kamers om praktische en nuttige tips op te doen voor hun eigen afdeling in de nieuwbouw. Ook vanuit het Planetree-principe wordt er naar deze kamers gekeken. Met andere woorden: hoe kunnen wij als zorginstelling ons verbeteren in de mensgerichte zorg van patiënten en hun naasten? Zowel de architect, de planetree coördinator als de projectgroep ‘nieuwbouw’ hebben regelmatig overleg en in de klankbordgroep wordt de nieuwbouw uitvoerig besproken.

Nu de onderhandelingen met de meeste zorgverzekeraars zijn afgerond, start binnenkort de facturering van 2012. Met de facturatie komt informatie beschikbaar die de (financiële) prestaties van het Westfriesgasthuis laat zien. Vanaf juli worden de eerste resultaten besproken.

Wat vindt u van het ziekenhuis Tine Tromp Op het bankje voor de hoofdingang zit mevrouw Tromp samen met haar dochter. Ze komt net bij een controleafspraak vandaan. De cardioloog is erg tevreden over haar. Vorig jaar werd ze met spoed binnengebracht, haar hart presteerde ver onder de maat. “Dankzij de juiste medicatie en goede begeleiding van de afdeling cardiologie is mijn gezondheid gelukkig weer een stuk verbeterd, hoewel ik nog steeds snel vermoeid is. En dat is lastig want ik heb genoeg te doen.” Onlangs ontving ze nog een lintje van de koningin voor haar vrijwilligerswerk en ze is niet van plan te stoppen met koken voor dementerende ouderen.

Astrid van Loggem In de speeltuin staat Astrid van Loggem met haar 4-jarige zoon Aiden van de Ven. Aiden is opgenomen in het ziekenhuis en dat is niet voor de eerste keer.

Verplaatsen (Baby)boxen Kind&Jeugd

Het normale ziekenhuisbudget wordt aan patiëntenzorg besteed. Voor extra’s is nauwelijks geld. Daarom zet de Stichting Vrienden van het Westfriesgasthuis zich in voor een aangename ziekenhuisomgeving. Zodat patiënten, bezoekers en medewerkers zich ‘een beetje meer thuis’ voelen. Binnenkort wordt gestart met de promotie van de Vrienden van het Westfriesgasthuis: er worden onder andere folders verspreid over de activiteiten van de Vrienden en er komt een nieuwe website. Het eerstvolgende doel waarvoor de Vrienden geld willen ophalen is het realiseren van een warme, gastvrije inrichting van het radiotherapeutisch centrum.

8 Journaal

Jos van Rooden, senior verpleegkundige Kind en Jeugd, vertelt: “Aan het eind van de gang op de kinderafdeling is ± 16/17 jaar geleden een noodvoorziening (het slakkenhuis) geplaatst voor eenpersoonsbabyboxen. Een box wordt gebruikt om een kind in isolatie te verplegen (sommigen boxen hebben een sluis), wanneer een kind te ziek is om op zaal verpleegd te worden of om een baby rust te geven. Met de komst van de nieuwbouw moest er ruimte gemaakt worden om langs de oudbouw te kunnen werken. Afdeling Kind en Jeugd heeft daarom zijn indeling moeten wijzigen. Aan de voorkant van de afdeling zijn kantoorruimtes omgebouwd tot boxen en aan de andere kant van de gang, waar de dagbehandeling kamers waren, zijn boxen met sluizen gemaakt. De dagbehandeling is daarom tijdelijk verplaatst naar de 2e etage, met als bijkomend voordeel: meer rust op de kinderafdeling. Wanneer de nieuwbouw gereed is komen alle onderdelen weer samen in de nieuwe moeder/ kindaccommodatie.”

Aiden heeft complexe gezondheidsproblemen, toch peinzen ze er niet over om met hem naar een academisch ziekenhuis te gaan tenzij het echt nodig is. Astrid is juist blij met de kleinschaligheid van het Westfriesgasthuis. “Inmiddels zijn we hier zo vaak geweest, het personeel weet feilloos wie we zijn. Dat is prettig, want dan hoef je niet iedere keer je verhaal te doen.” Bovendien is haar echtgenoot ook verpleegkundige, daardoor kunnen ze veel van de zorg voor Aiden zelf in de hand houden. Er bestaan plannen om dit najaar Aiden met dolfijntherapie te doen. Dit kost aardig wat geld, dus ze zijn druk met fondsen werven. Kijk op aidenvoordolfijntherapie.nl voor meer informatie.

Ria Geem Ria Geem zit buiten in haar rolstoel bij te komen van haar ziekenhuisbezoek. Schoonzoon Paul Jaspers is mee gekomen om haar gezelschap te houden. Samen houden ze de stemming er goed in, ondanks de pijnlijke knie van Ria. Begin april ging ze onderuit met een gebroken knie tot gevolg. “De pijn was ondraaglijk en de breuk bleek zo complex dat ze ‘m maar liefst twee keer hebben moeten zetten! Gelukkig was het personeel van de afdeling chirurgie heel aardig, maar ik ben blij dat het gips er vandaag af mocht.” Er zijn ook meteen röntgenfoto’s van haar knie gemaakt en de orthopeed heeft bekeken of de breuk goed heelt. Alles is gelukkig in orde, nu kan ze beginnen aan een lang traject van fysiotherapie. Journaal 9


In behandeling Scheidend kinderarts Paul Overberg bijt het spits af met Diana Komduur. In deze rubriek staat de behandelrelatie tussen een medisch professional en de patiënt centraal. Zijn ze tevreden over elkaar? En kunnen wij er wat van leren? Diana is de moeder van Eva (9 jaar), ze komen al sinds 2008 op de poli Kind&Jeugd. “Eva had op jonge leeftijd al last van vroege borstontwikkeling, daarom verwees de huisarts haar door naar het ziekenhuis.“ Onderzoek Als eerste moest er een heftig onderzoek worden gedaan op de kinderafdeling. Zo’n onderzoek is behoorlijk intens: er wordt een infuus aangebracht wat elk uur een middel in de bloedbaan brengt en daarnaast wordt regelmatig bloed afgenomen om de waardes te beoordelen. Diana vertelt: “Het onderzoek had een slechte start. Er kwam een zeer jonge (assistent-)kinderarts om het infuus in te brengen. Na drie keer mis geprikt te hebben en met een kind dat behoorlijk overstuur was, hebben we geëist dat dokter Overberg op dat moment zelf kwam prikken. We zagen het echt niet zitten om weer een nieuwe afspraak voor het onderzoek te maken. Gelukkig prikte dokter Overberg wel in één keer goed en kon het onderzoek toch plaats vinden.” Ook werd er een röntgenfoto van de pols gemaakt en door middel van een echo gekeken naar de eierstokken. Daaruit concludeerde Paul dat de ontwikkeling van Eva voorloopt op haar werkelijke leeftijd. Diagnose: Pubertas Praecox, een ontwikkelingsstoornis waarbij de puberteit zeer vroeg optreedt. Een gevolg hiervan is dat de groei vroeg stopt en de volwassen gestalte klein blijft. Om uit te sluiten dat bij haar hypofyse een tumor zat heeft Eva nog een MRI gekregen, maar gelukkig bleek dit niet het geval. Inmiddels komt Eva al vier jaar lang maandelijks een prik halen bij dokter Overberg.

10 Journaal

Wat doet deze prik? “In die periode heeft dokter Overberg altijd open gestaan voor onze vragen en mening, “hij komt zeer deskundig over en heeft bij Eva nog nooit mis geprikt. Met name dat laatste is natuurlijk een belangrijke factor voor Eva. Ze komt altijd lachend de afdeling op en verlaat ook weer lachend de poli. Kortom, wij ervaren het ziekenhuisbezoek als zeer ontspannen, ook omdat de dokter altijd ruim de tijd neemt voor datgene wat op dat moment nodig is.” De tijd nemen voor de patiënt – dat zou Diana zelf ook doen als ze arts was geweest. “Het geruststellen van de ouders en deskundigheid op een goede manier overbrengen is voor ons precies wat dokter Overberg zo kenmerkt en waar elke dokter aan zou moeten voldoen. Paul spreekt op zijn beurt lovende woorden over zijn jonge patiëntje: “Eva is een bijzonder vrolijk meisje met een lief karakter. Ter ere van mijn afscheid had ze zelfs speciaal een taart voor mij gebakken, dat vind ik natuurlijk ontzettend leuk (en lekker)!” “De bezoekjes aan het ziekenhuis zijn in de regel kort, maar toch hielden we er een warm en aangenaam gevoel aan over. We zijn nooit met tegenzin naar het ziekenhuis gereden. Ook zijn we blij dat Eva zo snel en accuraat is behandeld. De dokter weet precies hoe met kinderen om te gaan. Nu hij met pensioen gaat weten we zeker dat niet alleen wij, maar ook vele andere ouders en hun kinderen, hem heel erg gaan missen.

In de wandelgangen... De operazanger

Een rustige zondagavond in het ziekenhuis. ‘Zal ik wat zingen voor u? Ik zing het voor u in de uitvoering van Pavarotti.’ De man kijkt mij met een hoopvolle blik aan. Met één hand houdt hij zijn infuuspomp vast. Ik knik hem vriendelijk toe. ‘Graag, ik ben heel benieuwd.’ Mijnheer gaat in het midden van de hal staan en begint luid een bekende aria te zingen. De mensen in de hal blijven ervoor staan, in het restaurant stoppen de mensen met eten. Een dialysepatiënt die in een rolstoel naar de afdeling wordt

gebracht zingt uit volle borst mee. Ik bied passanten een snoepje aan uit de schaal die op de balie staat. Het is een moment van saamhorigheid. Muziek verbroedert. Ik bedenk dat dit best een reclame van een zorgverzekering kan zijn. Jammer dat de dansende specialisten ontbreken. Intussen is de mijnheer uitgezongen. Iedereen klapt, mijnheer maakt een buiging. Muziek in een ziekenhuis. Klantvriendelijker kan haast niet.

Journaal 11


Flexibilisering

Mantelzorg

In april had het ziekenhuis een conferentie voor (kliniek-) verpleegkundigen over flexibilisering verzorgd. Tijdens die conferentie kregen verpleegkundigen de gelegenheid mee te praten over de plannen omtrent het flexibel inzetten van personeel op de verpleegafdelingen Uitgangspunt bij deze nieuwe manier van personeel inzetten is dat de bezetting op de kliniek beter wordt afgestemd op de zorgvraag van dat moment, wat natuurlijk uiteindelijk een kostenbesparing oplevert. Het Westfriesgasthuis Cabaret was tijdens de conferentie aanwezig en bracht onder andere dit lied ten gehore:

Eén op de acht werknemers combineert zijn werk met intensieve zorg voor een naaste. Het grootste deel van hen werkt meer dan 28 uur per week. Werkende mantelzorgers verlenen gemiddeld 17 uur zorg per week en bijna de helft van hen vindt deze combinatie zwaar tot zeer zwaar. Zij leveren vooral eigen vrije tijd in; formeel verlof wordt alleen ingezet als laatste redmiddel.

Ons aller Westfriesgasthuis is een grandioos verpleegbedrijf. Voor talloze patiënten zorgt het voor een top herstel verblijf. Maar om dat te bereiken zijn we voor de drommel nog niet klaar. Dat vergt een brok voortvarendheid in grote eendracht met elkaar. Vandaar dat wij met frisse moed weer opereren elke dag. Vol geestdrift en met nieuw elan gaan wij weer vrolijk aan de slag. We voeden en verplegen met z’n allen door het hele huis. We helen en we dokteren en zijn van alle markten thuis. Al weten we vaak ’s morgens niet wat ons de middag brengen zal. We vlinderen van hot naar haar want ja we zorgen overal. Als vliegende verpleegster kom je nog eens ergens vinden wij. En helpen de directie uit z’n kapitale tobberij. We roosteren en plannen want we hebben ook wel veel begrip. Voor hoe het efficiënter kan met toch een oogje op de knip. En door de variatie halen we ook anderen uit hun sleur. Dus voortaan doen we ‘t onderbeurtje samen met de directeur. Voor wie het niet begrepen heeft willen we nog wel even kwijt. De strekking van dit mooie plan ‘t gaat over flexibiliteit.

Tekst: Sjaak Swart Muziek: Pieter Nieuwint

Tijdens de conferentie flexibiliseren is veel informatie verzameld. Al deze waardevolle informatie wordt uitgewerkt en er wordt een opzet bedacht hoe het Westfriesgasthuis daarmee aan de slag kan.

12 Journaal

Sinds 2007 kunnen mantelzorgers in aanmerking komen altijd overdag werken en ik vaak onregelmatige diensten voor een mantelzorgcompliment. Dat is een vergoeding voor heb. Mijn moeder hangt ook erg aan me, misschien komt dat mantelzorgers, als blijk van omdat ik de oudste ben, maar waardering voor de zorg die ook omdat ik verpleegkundige In Nederland zijn er 3,6 miljoen mensen zij verlenen. De persoon die ben. Dat geeft haar blijkbaar die voor een ander zorgen. Zo’n 1,1 miljoen een veilig gevoel. Zoals het nu wordt verzorgd (zorgvrager) mantelzorgers zorgen meer dan acht uur gaat is het voor mij goed vol te kan zijn of haar mantelzorger per week, en langer dan drie maanden voordragen voor een houden. Ik heb een paar keer mantelzorgcompliment. gehad dat ik zag dat het ernstig voor een ander. Toen wij over dit compliment mis was. De verzorging had hoorden waren we als daar nog niet goed de ernst redactie benieuwd hoe het in ons ziekenhuis is gesteld met van ingezien. Ik wil graag zelf de vinger aan de pols houden. de mantelzorgers. We zijn op zoek gegaan en hebben iemand Ik heb natuurlijk wel contact met de professionals.” gevonden. Op een middag voor haar dienst zocht ik haar op en had een gesprek. Logisch Mary Leek verleent mantelzorg aan haar moeder en soms aan Mary zorgt niet voor haar moeder uit plichtsgevoel: “Ik heb andere oudere familieleden: mijn eigen kinderen ook niet gekregen zodat ze later voor mij “Mijn moeder is 89 jaar en heeft een knieoperatie gehad. kunnen zorgen. Ik doe het omdat het mijn moeder is. Omdat Verder is ze al een paar keer heel ziek geweest met ook een het voor mij logisch is. Bovenal is het helemaal niet erg om ziekenhuisopname. Ze heeft daarna veel zorg nodig. Verder voor haar te zorgen. Het is heel fijn om vaak bij haar te zijn. doe ik wel eens boodschappen voor oudere tantes en maak Ze is heel prettig in de omgang en ook heel gezellig. Ik doe een praatje met hen. Ik vind dat zelf heel fijn.” het heel erg graag.” Veel tijd Mary doet veel voor haar moeder. De persoonlijke verzorging wordt gedaan door een professional. maar zelf gaat ze in de ochtend vaak langs om te helpen en verder ondersteunt ze haar met huishoudelijke klusjes, boodschappen en meer. Hoeveel tijd ze daarmee kwijt is kan ze niet in uren uitdrukken: “Het is in ieder geval heel veel.” Mary werkt 32 uur in het ziekenhuis op de ICU en doet dat al jaren. Op de vraag of ze die combinatie vol kan houden antwoordt ze: “Ik kan het goed volhouden. Heb de tijd aan mezelf en woon alleen. Als ik om half 10 ’s avonds wil eten heeft niemand daar last van. Verder zit ik al 35 jaar bij een zangvereniging, waarvan 27 jaar bestuurslid. En ik doe aan Taichi. Ik vermaak me dus prima.”

DE IDEALE MANTELZORGER JE KUNT ‘M ZOMAAR PLOTSELING ZIJN

Mary deelt de mantelzorg met haar vier zussen: “Ik doe wel het meeste, dat komt ook omdat mijn zussen en broer

Journaal 13


Samen Samenwerken. Een holler begrip is er bijna niet. Tegelijkertijd is er haast niks essentiëler dan een goede samenwerking. In deze rubriek een voorbeeld uit de praktijk. Verloskundige Susanne Jumelet en gynaecoloog Joke Klinkert werken al bijna 13 jaar samen, waarvan het laatste jaar nogal intensief. “Bottomline bestaat onze samenwerking uit het begeleiden van zwangere vrouwen en kinderen op de wereld helpen,” start Susanne, verloskundige van de praktijk van Eva Hoorn. “We werken zo al jaren samen. Soms zie je elkaar weken niet, soms kom je elkaar iedere nacht bij bevallingen tegen.” Onduidelijkheid oplossen “Wij hebben veel overdrachtsmomenten in de negen maanden dat een vrouw zwanger is en haar kind krijgt. Sommige cliënten gaan van ons naar de gynaecoloog en weer terug. In al die communicatie kan voor de cliënt onduidelijkheid ontstaan. Dit wilden we oplossen,” legt Susanne uit. Heel West-Friesland “We zijn om tafel gegaan. Bijna een jaar lang. En nu start deze maand onze samenwerking in een nieuwe stijl,” gaat Joke Klinkert door. Zij is gynaecoloog en vakgroepvoorzitter. “Vroeger waren de verloskundigen en gynaecologen meer eilandjes. Ook dat wilden we veranderen. Veel gynaecologen in Nederland maken nu die beweging. Met de Hoornse

Joke over Susanne: Een goede verloskundige. Echt een vakvrouw. En ook nog een gezellig mens.

14 Journaal

praktijk Eva van Hoorn hebben we afspraken gemaakt om intensiever samen te werken. Deze manier van samenwerken willen we vervolgens doortrekken naar alle verloskundigen in heel West-Friesland.” In elkaars dossier “Het resultaat mag er zijn,” vertellen ze trots. “We hebben nu met elkaar een aantal goede, duidelijke afspraken gemaakt in het belang van onze patiënten. Bijvoorbeeld in het geval van vrouwen die mogelijk worden overgedragen aan de gynaecoloog of juist weer aan de verloskundige. Voor hen gaan we binnenkort samen proactief een plan bij de start van de zwangerschap maken. Dat schept niet alleen heldere verwachtingen voor de patiënten, maar vormt ook een eenduidig uitgangspunt als de patiënt negen maanden later ’s nachts binnenkomt. Ook gaan de echoscopisten uit het Westfriesgasthuis samen met de echoscopisten van het Verloskundig Centrum op één plek, namelijk in de Verloskundigenpraktijk, echo’s maken. Patiënten hoeven niet meer naar twee verschillende adressen. Bijkomend voordeel is dat onze mensen elkaar meer spreken. Ook kunnen we straks in elkaars digitale dossier kijken en in de toekomst ook werken. Kortom, we spreken elkaar veel vaker. Eigenlijk gaan we nu pas echt samenwerken.”

Susanne over Joke: Een gedreven gynaecoloog. Een open vrouw. Echt iemand die je ’s nachts kunt tegenkomen.

k j i t k a r p e d t Ui

Ik loop wel 10 rondjes met je mee. Ik moet wel. Je bent te onstabiel om alleen te lopen. Als ik niet bij je blijf, zal je vallen en jezelf verwonden. En dat wil ik niet. Eigenlijk wil ik wel dat je moe wordt, zodat je misschien nog eens gaat slapen. Want dat heb je nog niet gedaan. Soms roep je hard een naam. Het blijkt de naam van je hond te zijn. Daar train je altijd mee. Hij moet wel gehoorzamen vind je en je roept hem regelmatig tot de orde. Ik vraag aan je wat je hier eigenlijk aan het doen bent. Je vertelt dat je postbode bent: je hebt drie straten te gaan en daar doe je drie uur over. Terwijl je loopt staat het zweet op je voorhoofd. Je wordt steeds onrustiger en moeilijker te verstaan. Langzaam gaat je vriendschappelijke taal over in wat grimmigere woorden. Ook sexueel getinte opmerkingen komen voorbij. Ik probeer wat afstand te houden. Ik vind deze stemming namelijk niet zo plezierig. Maar ik blijf wel bij je om je te beschermen. Opeens kom je er achter dat je fiets is gestolen. Je vloekt en zet het op een rennen. Ik ren met je mee en probeer te voorkomen dat je valt. Helaas lukt dat niet; je valt met je hoofd tegen de muur, maar krabbelt snel weer op. Gelukkig staat je fiets ergens anders. Alle spullen zitten nog in de tas. Je bent opgelucht. Het is maar van korte duur. Je wordt steeds wanhopiger. Je “Je bent in gevecht met jezelf en bent in gevecht met jezelf en met de mensen om je heen. met de mensen om je heen. Ik merk dat mijn invloed verdwijnt. Ik merk dat mijn invloed verdwijnt” Je loopt andere kamers op, doet lichten aan en loopt steeds vaker tegen een muur. Letterlijk en figuurlijk. Inmiddels heb ik iemand van de beveiliging gebeld en hij blijft op een afstand, soms grijpt hij in. Maar het werkt als een rode lap; je raakt de controle helemaal kwijt. En wij ook. Het wordt een gevecht waar niemand op zit te wachten. Je roept dat je wel weet wat er gaat gebeuren en lacht hard. Het gaat door merg en been. De maatregelen die we moeten nemen zijn om jezelf en ons te beschermen vind ik niet leuk. Maar ik heb geen keus. Het voelt of ik in een slechte film zit. Zo wil ik mijn werk niet doen. Die strijd waarin geen winnaars zijn. Ik hou er een droevig gevoel van over. Ik hoop dat het over een tijdje weer beter met je gaat. Dat je je leven weer kan oppakken en weer wordt geaccepteerd in de samenleving, maar ik ben somber gestemd. Je zal weer vervallen in je oude gewoontes. Je vermogen jezelf nog te redden is weg. Je bent te veel beschadigd. Ik laat je los. Maar ook jij gaat mee in mijn rugtasje. Ik kan niet anders.

Journaal 15


Even voorstellen

Roderick de Bruijn is sinds 1 april jl. in dienst getreden als assistent in opleiding (AIO) bij het specialisme chirurgie, als onderdeel van zijn opleiding tot uroloog. “Urologie is een prachtig vak met interessante

“Urologie is een prachtig vak met interessante ziektebeelden” ziektebeelden” vindt Roderick. De keuze voor het Westfriesgasthuis is door de opleiding gemaakt en deze keuze is hem zeker niet tegengevallen. “Het bevalt heel goed bij chirurgie; urologie is tenslotte een chirurgisch vak. En ook niet onbelangrijk het is een leuk groep.” Gevraagd naar zijn eerste indrukken van het ziekenhuis zegt Roderick: “Het Westfriesgasthuis is een modern ziekenhuis met een open cultuur. Een goed georganiseerd ziekenhuis. Op de eerste werkdag was alles goed geregeld met een duidelijk programma.” Roderick omschrijft zichzelf als een vrolijke, ambitieuze harde werker. “En er moet vooral ook gelachen kunnen worden.”

16 Journaal

Na 18 jaar als verpleegkundige in Purmerend te hebben gewerkt heeft Susan Rus de overstap gemaakt naar flexbureau InZ. Susan heeft een lange periode op de afdeling orthopedie gewerkt en werd toen gedetacheerd naar de afdeling chirurgie. Dit was voor Susan de trigger om rond te gaan kijken naar een andere baan met meer uitdaging. Susan: “Ik kom nu op verschillende afdelingen en daardoor kom ik in aanraking met heel veel verschillende facetten van het beroep. En de afdelingen zijn altijd blij als je komt.” Het flexibele contract is daarbij goed te combineren met haar vier kinderen en de muziekschool die

“Wat opvalt in het ziekenhuis is de Westfriese mentaliteit” Susan met haar man runt. “Wat opvalt in het ziekenhuis is de WestFriese mentaliteit. Doe maar gewoon, hard werken is voldoende”, zegt Susan. “Het is een vriendelijk ziekenhuis met lekker ruime patiëntenkamers.” Naast dat Susan muzikaal is beschrijft zij zichzelf als enthousiast, een harde werker, geduldig en leergierig.

Anouk Mol heeft het Academisch Ziekenhuis Groningen, het UMCG, verruild voor het Westfriesgasthuis. Anouk heeft haar verpleegkundige opleiding gevolgd in Groningen. Ook is zij daar opgeleid tot anesthesiemedewerker. “Ik wilde een verdieping in het verpleegkundige vakgebied en me richten op de technische en meer intensieve zorg.” Nadat Anouk een dagje had meegelopen op de IC en de anesthesie was voor haar de keuze duidelijk. De liefde is de eerste reden dat Anouk in maart van dit jaar de Afsluitdijk is overgestoken. “ Maar ik wilde ook graag in een kleiner ziekenhuis werken. Het UMCG is heel groot en heeft 30 OK’s.” Wat Anouk

“Ik wilde ook graag in een kleiner ziekenhuis werken” aanspreekt bij het Westfriesgasthuis is de open sfeer en de korte lijnen. “Ik ken nu ook nagenoeg alle collega’s doordat het team kleiner is. Dat was in Groningen wel anders.” Anouk omschrijft zichzelf als patiëntgericht, collegiaal, flexibel en gezellig.

Irma van Woudenberg is begonnen als algemeen verpleegkundige op de afdeling gynaecologie in het Andreas ziekenhuis en werkt sinds half april als obstetrie en gynaecologie (O&G) verpleegkundige bij het Westfiesgasthuis. “Omdat ik een specialisatie gynaecologie wilde doen heb ik de opleiding O&G verpleegkundige gevolgd. Daarna ben ik naar het Lucasziekenhuis gegaan omdat ik daar op een gecombineerde afdeling O&G kon werken.” Haar interesse voor obstetrie is in de jaren steeds meer gegroeid en heeft inmiddels Irma’s voorkeur. Via de sportpoli en een daaropvolgende knieoperatie heeft Irma voor het eerst kennis gemaakt met het Hoornse ziekenhuis. Irma’s eerste indrukken: “Het is hier minder hectisch, doordat er meer structuur is en de zaken goed georganiseerd zijn. Het is een mooi

“Het is hier minder hectisch” ziekenhuis. De aanblik en de aankleding zijn zeer verzorgd.” Irma over zichzelf: “Ik maak van mijn hart geen moordkuil. Ik ben sportief, spontaan, makkelijk in contacten en soms te druk. Maar ook perfectionistisch en een doorzetter.”

Jolien Broers werkt als 1e jaars leerling verpleegkundige (niveau 4) op de afdeling cardiologie. “Ik ben eerst gestart met de HBO-V, maar de manier van leren op het HBO paste niet bij mij. Vandaar dat ik de overstap naar de opleiding Verpleegkundige niveau 4 heb gemaakt.” Joliens’ interesse voor het menselijk lichaam en de omgang met mensen zijn de aanleiding geweest voor haar beroepskeuze. “Het werk geeft veel voldoening. De mensen zijn altijd dankbaar.”

“Het werk geeft veel voldoening. De mensen zijn altijd dankbaar.” Jolien is enthousiast over het werken in het Westfriesgasthuis. “Het is leuk en ik leer veel. De verpleegkundigen op de afdeling cardiologie begeleiden vaak leerlingen en zij zijn daar heel goed in. Doordat ik gedurende de hele leiding op verschillende afdelingen kom, kan ik mijn kennis verder verbreden.” De gezellige sfeer en de nuchterheid van de mensen vind Jolien fijn. “Het praatje met de patiënten is voor mij ook heel belangrijk.”

Margriet Witteveen startte in mei als kwaliteitsmanager. Onze ambitie op het gebied van veiligheid sprak haar aan. “Het inmetselen van een patiëntveiligheids-gen in een ieder die in het ziekenhuis werkt en het ziekenhuis bezoekt, is een mooie taak waar ik graag mede-kwartiermaker van ben.” Hiervoor was Margriet bedrijfsleider in het OLVG, het ZMC en projectleider van het VMS Veiligheidsprogamma. “Daar heb ik geleerd veel meer vanuit het perspectief van veiligheidsrisico’s

“Het inmetselen van een patiëntveiligheids-gen is een mooie taak.” te kijken naar je organisatie. En het ziekenhuis veiliger te maken door het in beeld brengen van risico’s. Maar ik heb ook geleerd aanjager te zijn van vernieuwingen en pragmatische ondersteuning te organiseren bij de uitvoering ervan.” Haar eerste indruk van het ziekenhuis is uitnodigend. Margriet: “Zowel letterlijk door de kleurrijke hal, als figuurlijk door de verschillende medewerkers die ik al heb ontmoet. Een prettig begin.”

Journaal 17


Het dilemma

Puzzel

Hoe gastvrij ben jij?

Je dienst is afgelopen, de werkdag (of –nacht) is achter de rug en de vrijheid lonkt… Vlak voordat je de drempel overstapt, word je teruggeroepen door een patiënt of collega. De patiënt is eenzaam en zit om een praatje verlegen of de collega heeft nog een klein beetje hulp van je nodig: “het duurt maar heel even, heus waar!”

1

Wat doe jij? Blijven of weggaan? Eric van de Visse – intensivist “Wat is het dilemma? Ik zie het probleem niet. Als een collega of een patiënt mijn hulp nog heeft, blijf ik tot het opgelost is of iemand anders het weer over kan nemen van mij. Ik ben gewend, als intensivist, aan wisselende werktijden. Ik ben daardoor nooit op een vaste tijd thuis. Bovendien zijn spoedgevallen op de IC meer regel dan uitzondering, dus het is niet bijzonder als een dienst uitloopt.”

23 16

17

39

13

24 24

34

29

39

40

3

4 4

18 18

30 30

19 25 25

35 35

45

40

52

56

57

63 56

64 57 69

52

82

90

31

41

10

29 91

64 66

32 10

86 29

64

32

86

10

11

12

14 5

6

7

8

15 9

10

11

12

20

21

20

21

14

26

27

26

36 36

46

37 42

70

76

37

47

59

58

59

71

65

77

78

44

8 45 8

18 22 22

18

66 66

71

44

55 60 60

72 72

61

5

11 81

92 61

5

11

92

67

79

51 51

61

67

88

92

50

55

79

83

81

44

50

83

78

87

45

54

33

43

54

22

28

38

47

87

44

38 43

46

77

82

28 33

32

42

22

15

32 27

58

91 86

66 90

9

49

70 76

86

8

65

69

81

7

53

64

81 75

6

31

49 53

5

19

41

45

48

René van der Pluijm – logistiek medewerker “Ik kom met de trein naar m’n werk dus soms is het weleens vervelend als er een beroep op je wordt gedaan, waardoor je net de trein mist. Maar mijn collega’s vragen mij eigenlijk alleen om te blijven als er echt iets aan de hand is, zoals laatst met een brandalarm dat afging. Dan blijf ik gewoon wat langer en kan mijn collega zijn taken als bedrijfshulpverlener daardoor goed uitvoeren. Op vrijdag krijg je trouwens het meest van die ‘op de valreep’ verzoekjes. Dan hebben afdelingen ’s middags lekker opgeruimd en bellen ze ons ineens vlak voor het einde van de werkdag op om de spullen af te voeren. Dat is weleens vervelend als je eigenlijk naar huis wil, maar de waardering is groot als je ze dan toch nog even helpt.”

3

34

48

75 68

18 Journaal

17

29 23

68 63

Jan Koppes – unithoofd cardiologie “Ik blijf eigenlijk altijd wel, tenzij ik elders een hele dringende afspraak heb waar ik echt bij moet zijn. Ik probeer wel in te schatten of het over iets gaat wat urgent is, anders vraag ik of het tot morgen kan wachten. Een beetje flexibiliteit betaalt zich trouwens ook terug: als je soms wat langer blijft, vindt niemand het erg als je ook eens een keertje wat eerder weggaat.”

13 2

1

16 Emmie Bobeldijk en Anja Kunst – verpleegkundigen neurologie Emmie: “Als je al uit je uniform bent en in je eigen kleding loopt, zal ik niet zo snel weer bij een patiënt aan het bed gaan staan. Dat vind ik ook niet verantwoord, zo’n uniform heb je tenslotte niet voor niets aan. Dat heeft te maken met veiligheid en herkenbaarheid. Maar ik vraag wel meteen of een collega die wel dienst heeft even bij die patiënt wil langsgaan. Anja vult aan: “Kijk, als het om een spoedgeval gaat, springen we meteen bij. Uniform of geen uniform. Maar in andere gevallen moet je wel ergens een grens trekken, anders kom je nooit meer thuis. Patiënten begrijpen het heel goed als je uitlegt dat er thuis ook nog op je wordt gewacht.”

2

62

61

73 73

84 84

88

62

74 80 80

89

74

85 85

89

33

Horizontaal: Verticaal: 1 Wijze van vervoer 1 Ongedwongenheid 8 vakantieverblijf 2 persoonlijk voornaamwoord 13 omroep 3 bar 14 beweging 4 riool 15 bovendien 5 schade 16 lekkernij in de zomer 6 voedsel 18 eremetaal 7 bindmiddel 20 ven 9 brij 22 muzieknoot 10 duw 23 aanmoediging 11 persoonlijk voornaamwoord 25 tocht 12 moppen 28 hoogste punt 17 domkop 29 enthousiasme 19 asvaas 31 lichaamsdeel 21 verlangen 32 oud gewicht 22 vod 33 gooi 24 vlinder 34 toorn, wrevel 26 omroep 36 balie 27 stuur 38 afslagplaats 28 gezicht 39 overspannen aanhanger 30 zich blijven verdedigen 42 gevangenis 33 bepaald dialect 43 sarren 35 gesteente 45 gezang 37 onderdeel van een auto 47 blijf staan 38 moment 48 werelddeel 40 roofdiertje 49 balsport voor visueel 41 gewoonlijk gehandicapten 43 schildersgerei 50 trots 44 insectenetende zoogdieren 52 evenzo 46 kerk 54 maal 47 slag met een bijl 56 voetbalploeg 53 mannetjesbij 58 naam van een ziekenhuis 55 zeer 60 droevig 56 proefwerken 64 ijzerhoudende grond 57 uitroep van afkeuring 65 verzorging 58 deugnieten 67 drager erfelijke eigenschappen 59 bezetting van een film 68 plaats in Duitsland 61 uniek 70 voorkeur 62 reizen 71 halt 65 kleur 73 titel 66 spanning 75 trekgat 69 zoen 76 vluchtroute 70 voor 80 stapel 72 bloeiwijze 81 boom 74 hert 82 familielid 76 stoutmoedig 83 in mindering 78 prestatie 85 voetbalfestijn in juni 79 school voor onderwijzers 86 verkoudheid 82 hemellichaam 87 spijkerbroek 84 levenslustig 88 nog een keer 86 vogel 90 berisping 89 uitroep om stilte 85tarten 6 27 92

92

75

15

65

2

23

21 75

62 15

65

82 2

64

9 33

55 85

27 6

23

21

62

82

64

9

55

27

27

Bij het maken van Journaal 1 is er iets mis gegaan met de puzzel. Het was daardoor niet mogelijk om tot de juiste oplossing te komen. Er is dus ook geen winnaar gekozen. De oplossing van deze puzzel kunt u voor 14 augustus mailen naar de redactie journaal@westfriesgasthuis.nl

Journaal 19


Dit vind ik veilig! Barbara Tressel werkt al vijftien jaar als dialyseverpleegkundige. “Veiligheid op papier is één ding. Bewustzijn, daar draait het om.” “Veiligheid speelt een heel grote rol bij ons. Bij dialyse gebruiken we de VIM om trends in foutmeldingen te ontdekken. Daar gaan we dan mee aan de slag.”

Dus je wordt steeds door een collega gecheckt? “Ja. Dat ging meteen goed. Weet je, veiligheid zit niet alleen in techniek. Ook de manier van aanspreken moet veilig zijn.”

Dat klinkt goed. Geef eens een voorbeeld? “Neem het instellen van de dialysemachines. Het apparaat kent een standaardinstelling. Aan de hand van de gegevens van de patiënt stel je dat op maat af. Dat luistert nauw. We hebben het nu zo geregeld dat een collega altijd jouw instellingen checkt.”

Veilig aanspreken? “Iemand op een fout aanspreken kun je beschuldigend doen. Maar ook constructief. Bijvoorbeeld door te vragen of een instelling bewust afwijkt. Dat scheelt enorm.”

Want anders? “Verkeerde instelling kan vervelende consequenties hebben. Bijvoorbeeld lage bloeddrukken. Een verkeerde temperatuurinstelling kan veel ongemak bij de patiënt opleveren.”

Hebben jullie daar training voor gehad of zo? “Nee. Het loopt gewoon. Het is een wisselwerking. Sterker nog: we zijn er alert op dat je wordt gecontroleerd. Zonder die extra check voelt het haast onveilig.” Wat doen jullie nog meer? “Alle machines worden gecontroleerd op onderhoud. Elke maand doe ik een rondje. Op de stickers lees ik wanneer de onderhoudsbeurt moet gebeuren. Die stickers zijn belangrijk.” Veel gecheck dus. “Haha, zo lijkt het wel. We zijn ook proactief hoor. Door bijvoorbeeld een risicoanalyse op onze processen los te laten. Dat betekent dat je vooraf scherp kijkt waar wat fout kan gaan en daar iets voor bedenkt.” Wat vind jij veilig? “Je bewust zijn van waar je mee bezig bent. Kritisch kijken naar je eigen handelen. Dat is veiligheid. Protocollen en procedures zie ik als middel, zo werkt iedereen op een eenduidige manier.”

20 Journaal

Journaal 2012 - 2  

journaal WFG