__MAIN_TEXT__

Page 1

Archeologie

in Nederland

jaargang 1 december 2017

5

A W N M AG A ZINE

www.archeologienl.nl

AWN Veldcursus in Haps Graven naar prehistorische sche en Romeinse resten 4

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 1

Greppels en ontginningen Romeins en middeleeuws landgebruik bij Valkenburg 10

Schip ‘De Rooswijk’ LWAOW’ers duiken naar LWAOW resten VOC-wrak 14

11-12-17 14:12


2

INHOUD VAN HET BESTUUR AWN ACTUEEL AWN actueel van het bestuur

2

Nieuws van de vereniging

3

Een succesvolle AWN-veldwerkcursus op de Laarakker in Haps 4 Grote Archeologie Prijs: publiek kiest voor ArcheoHotspots

5

Water verbindt erfgoed

6

Zendtijd voor ‘Bekende Archeologen’

8

Wie kent dit? Een loodsnijder, of toch iets anders?

9

Romeinse greppels langs de Limes

10

Op zoek naar wat anders: graafweek in Polen

12

Vrijwilliger aan het woord: Pierre van Grinsven

13

Nieuws van de afdelingen

14 14

‘Archeologiefonds’ met jaar verlengd Vorig jaar werd, na Kamervragen, door OCW een regeling ingesteld voor financiering van verdiepend onderzoek bij archeologische vondsten van (inter)nationaal belang. Voor dit ‘Archeologiefonds’ was €250.000 vrijgemaakt voor 2016. De drie aanvragen voor 2016 zijn gehonoreerd: onderzoek naar de historische achtergrond van de honderden zeventiende-eeuwse objecten uit het wrak bij Texel, onderzoek naar de vondsten uit het grafveld Oosterdalfsen en digitale reconstructie van de IJsselkogge. De regeling is nu met eenzelfde bedrag met een jaar verlengd. Er kunnen nieuwe aanvragen worden ingediend bij NWO, die ze beoordeelt. Alleen een seniorarcheoloog kan een aanvraag indienen en de gemeente moet de aanvraag ondersteunen. Een eerste evaluatie leert dat een structurele regeling gewenst is, met wel de nodige aanpassingen en verbreding. Dat wordt nu verder onderzocht, waarbij het Groot Reuvensoverleg het archeologische veld vertegenwoordigt. 䡵

Wijziging lidmaatschappen en contributies 2018

Illustratieverantwoording AVPK 6 onder, 7 | W. Baauw 15 links | Toos Brink 3, omslag achter, boven | Channa Cohen Stuart 4, omslag achter, onder | Pierre van Grinsven 13 boven | Ernie de Jonge 14 onder | Peta Knott/Thanet Diving 14 boven | HansWillem van der Leeuw 13 onder | Jan Luken omslag voor, onder, binnenkant omslag voor, 9 | Ben Klein Nagelvoort 12 | Leon Mijderwijk 8 | Jan Nieuwenhuis omslag voor, boven, 15 rechts | Dik Parlevliet 11 | Nelly van Rijt 6 boven | RomeinenNU 10 | Universiteitsmuseum Utrecht 5 De AWN heeft getracht alle rechthebbenden van het beeldmateriaal te achterhalen. Mochten personen of instanties desondanks van mening zijn dat rechten niet zijn gehonoreerd, dan kunnen zij contact met de AWN opnemen.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 2

Op de algemene ledenvergadering in april van dit jaar is besloten tot aanpassing van de soorten lidmaatschappen en contributies. De student- en jeugdlidmaatschappen gaan samen in één jongerenlidmaatschap voor 14- tot en met 27-jarigen. Het geassocieerd lidmaatschap zal niet meer worden aangeboden. Het basislidmaatschap en het huisgenoot-lidmaatschap blijven ongewijzigd. Een studentlidmaatschap van iemand, die op 1 januari 2018 ouder is dan 27 jaar, wordt dan omgezet naar een basislidmaatschap. Vóór 1 augustus kost het basislidmaatschap € 55, het jongerenlidmaatschap € 30 en het huisgenoot-lidmaatschap € 25. Vanaf 1 augustus krijgen nieuwe leden 60% korting op de contributie voor dat jaar. Dit komt neer op € 22 voor een basislidmaatschap, € 12 voor jongerenlidmaatschap en €10 voor huisgenoot-lidmaatschap. Wie vóór 1 augustus lid wordt, krijgt de al verschenen edities van Archeologie in Nederland en AWN Magazine nagezonden. Degenen die later lid worden ontvangen deze niet, tenzij zij aangeven de reeds verschenen edities ook nagezonden te willen hebben. In dat geval vervalt de korting op de contributie. Wie in december lid wordt, hoeft voor dat jaar geen contributie meer te betalen.

Alle leden hebben stemrecht op de ALV, zijn tot en met 75 jaar verzekerd bij AWN-activiteiten en -opgravingen en kunnen deelnemen aan zowel landelijke evenementen als activiteiten binnen de eigen afdeling. Huisgenoot-leden ontvangen geen tijdschriften. Voor vragen kunt u terecht bij de landelijk secretaris Henk Kluitenberg: secretaris@ awn-archeologie.nl. 䡵

Archeologielobby Als AWN hebben we landelijk actief gelobbyd, onder andere bij provincies en gemeenten. Enkele andere archeologische organisaties doen dat van tijd tot tijd ook, maar het is allemaal erg versnipperd en daardoor minder effectief. Het Groot Reuvensoverleg wil een platform bieden voor gezamenlijke acties. Een eerste concrete stap was een pamflet dat in juni naar alle gemeenteraden is gestuurd. We hebben dat naar onze afdelingen doorgestuurd in de hoop dat deze actie een vervolg krijgt. We willen beter in beeld krijgen in welke gemeenten archeologie een ‘zorgenkindje’ is. AWN-afdelingen hebben daar goed zicht op, en de kennis die binnen de afdelingen aanwezig is kunnen we hiervoor goed gebruiken. 䡵

Samenwerking Menno van Coehoorn Contacten tussen de Stichting Menno van Coehoorn (MvC) en onze AWN-werkgroep Conflictarcheologie hebben geleid tot samenwerking bij de belangenbehartiging van het erfgoed van voormalige vestingsteden en andere historische verdedigingswerken. Archeologie komt in de belangenbehartiging rond MvC-projecten richting eigenaren, gemeenten en de RCE niet aan de orde. Het bodemarchief wordt buitengesloten en veelal verstoord of vernietigd bij restauraties. Naast de weerstand tegen archeologisch onderzoek bij de eigenaren van dit gebouwde erfgoed, schort het ook aan kennis over het bodemarchief en aan deskundigheid bij de vrijwilligers en correspondenten van MvC. De stichting wil graag met ons samenwerken om in voorkomende gevallen contact op te kunnen nemen met lokale afdelingen van de AWN. Hieruit zou een interessante verdere samenwerking kunnen ontstaan, waarbij er naast de volle aandacht voor bouwhistorisch onderzoek van voormalige verdedigingswerken ook aandacht en actie komt voor het bodemarchief. 䡵

11-12-17 14:12


VAN DE VERENIGING

3

NIEUWS Samenwerking van de AWN met het IVN

O

p verschillende niveaus is tussen de AWN en het Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid (IVN) gesproken over samenwerking. Het IVN zou bij rondleidingen ook archeologische waarden in beeld kunnen brengen, en op haar beurt zou de AWN bij haar activiteiten de natuurwaarden kunnen betrekken. Uiteraard is dit niet overal mogelijk, maar op veel plekken raken archeologische waarden en natuurbehoud elkaar. Daar moeten we elkaar kunnen vinden. Op dit moment hebben we elkaar al (minstens) driemaal mogen versterken, namelijk bij een kleine IVN-voorwandeling (vijf IVN’ers en twee AWN'ers) in Park Meinerswijk in Arnhem en tijdens de Nationale Archeologie Dagen op 14 en 15 oktober in Bovenkarspel en Zuidoost-Brabant. Bij de IVN-wandeling, die 23 juli plaatsvond, werd tijdens de route door Wim Schennink informatie aangedragen over de Romeinen en het castellum Meiners-

wijk. Deze kleine introductiewandeling kreeg een week later een vervolg met een publiekswandeling met drie IVN-gidsen en 53 deelnemers, waaraan ook Wim Schennink weer deelnam. De gecombineerde uitleg over natuur en cultuur bleek bijzonder aan te spreken. Zo werd bijvoorbeeld ingegaan op het gebruik door de Romeinen van ter plekke voorkomende planten. Ook een toelichting door Wim op het castellum werd met belangstelling aangehoord. Eind september is overlegd tussen de AWN en het IVN over een uitdieping van deze aanpak om in 2018 te komen tot een bredere onderlinge samenhang. Een initiatief in de kop van Noord-Holland over de bronstijd heeft in overeenstemming met het IVN geleid tot een gezamenlijke presentatie op 15 oktober. Bij de bijbehorende activiteiten is tevens samenwerking gezocht en gevonden met de Universiteit van Leiden. Vragen als “Hoe overleefde men in de brons-

tijd in de natuur?” vereisen kennis van de bronstijd en van de natuur: een uitgesproken kans voor de IVN en de AWN om hun krachten te bundelen, samen met de gerenommeerde Universiteit van Leiden. Over de samenwerking in Zuidoost-Brabant leest u meer in het artikel op pagina 6 en 7. Hoe nu verder? Dit is een uitdaging voor alle afdelingen en leden om te kijken hoe we de interesses en kennis van onze AWN kunnen combineren en laten samenhangen met andere verenigingen. Daarbij gaat het niet alleen over samenwerken met het IVN, maar ook over onder andere oudheidkundige- en historische verenigingen, heemkundekringen, gemeentelijke acties en universiteiten. Hierbij is vooral een plaatselijke of regionale samenwerking van belang. Dat spreekt men het meest aan, en daarmee zijn de activiteiten die hieruit voortkomen het meest toekomstvast. 䡵

Meer ruimte voor onderwaterarcheologie

D

e Erfgoedwet verruimde in 2016 de mogelijkheden voor metaaldetectie en zelfstandig opgraven door vrijwilligers. De regels voor onderwateronderzoek werden daarentegen juist strenger. AWN, LWAOW en Stichting Maritiem Onderzoek Nederland (STIMOM) hebben de minister vorig jaar verzocht ook voor vrijwilligers in de maritieme archeologie een uitzondering op de certificeringsplicht te maken. Dat gaat nu ook gebeuren. De drie pilots – bij Texel, de Noordzee en Zeeland – zijn afgesloten en de lessen uit deze pilots zijn benut voor een nieuwe regeling. Op 11 september vond er een overleg plaats tussen ambtenaren van OCW en RCE, en vertegenwoordigers van de AWN, LWAOW en STIMON. Daarbij zijn de contouren voor een dergelijke regeling besproken. De uitzondering gaat gelden voor verenigingen van vrijwilligers die het behouden en beoefenen van archeologie als statutair doel hebben. De uitzondering heeft betrekking op het ter identificatie van de bodem meenemen van voorwerpen, mits het voorwerp en/of de vindplaats acuut bedreigd worden. Verder onderzoek door middel van opgravingen mag alleen plaatsvinden op locaties waar een negatief selectiebesluit genomen is door het bevoegd gezag. Met de betreffende verenigingen zullen samenwerkingsovereenkomsten worden gesloten waarin voorwaarden en voorschriften worden vastgelegd. Het naleven van de voorschriften kan zo beter worden geborgd. Hoe die overeenkomsten precies geregeld gaan worden, vraagt nadere uitwerking. 䊳

Het zal nog enige tijd duren voor de uitzonderingspositie wettelijk wordt vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur. Tot die tijd zal er door de RCE, vooruitlopend op de nieuwe regelgeving, op dat punt niet worden gehandhaafd. De overige wettelijke voorschriften, bijvoorbeeld ten aanzien van het melden van vondsten, gelden uiteraard nog wel, en hierop wordt door de RCE wel gehandhaafd. Verder wordt ook gewerkt aan versoepeling van de Arboregels voor vrijwillige duikers, zodat vrijwilligers kunnen meehelpen bij professionals. Dat moet in overleg met het ministerie van Sociale Zaken en zal nog de nodige tijd vragen. Op 25 november vond er bij de RCE weer een bijeenkomst plaats voor vrijwilligers in de maritieme archeologie. Het streven was hierbij om op die dag tot een gezamenlijke overeenkomst of een intentieverklaring te komen. Bij het te perse gaan van dit nummer waren de uitkomsten van deze bespreking nog niet bekend. 䡵

Er wordt gewerkt aan versoepeling van de huidige wetten omtrent onderwaterarcheologie, waardoor vrijwilligers beter betrokken kunnen worden bij onderzoek.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 3

11-12-17 14:12


4

AWN-veldwerkcursus

Graven in Haps

Channa Cohen Stuart

Een succesvolle AWN-veldwerkcursus op de Laarakker in Haps Op de Laarakker in Haps, gemeente Cuijk, is aan het einde van de zomer in opdracht van de gemeente een kleine opgraving uitgevoerd. Het bleek de ideale plek voor veldwerkeducatie door de AWN, met sporen uit de bronstijd, de ijzertijd en de Romeinse tijd.

Perfecte omstandigheden Laarakker ligt aan de rand van Haps, waar een bedrijventerrein wordt ontwikkeld. Bij het archeologisch onderzoek waren zowel de RCE, de gemeente en Econsultancy BV betrokken. Juist omdat het gebied de status van zowel een rijks- als een gemeentemonument heeft, wisten we vooraf dat er duidelijk herkenbare sporen en structuren in het archeologische vlak verwacht konden worden. De opgravingsomstandig-

heden waren perfect voor een praktijkopleiding: een langdurig en groot project, in de goede tijd van het jaar, met ondiepe werkputten en vooral zandgronden. Ideaal om het archeologische veldwerk in de praktijk mee te maken. De kleine veldwerkcursus vond begin september plaats. Er waren dagelijks tussen de vijf en de tien AWN-leden aanwezig, in wisselende groepen. Het herkennen van sporen en structuren en leren documenteren stond centraal tijdens de cursus. Het overgrote deel van de sporen en structuren die gevonden zijn op Laarakker is afkomstig uit bronstijd, de ijzertijd of de Romeinse tijd. Zoals van tevoren werd verwacht waren de sporen redelijk goed zichtbaar vanwege de gunstige bodemomstandigheden.

Leren in het veld Allereerst leerden de deelnemers hoe sporen worden herkend in een vlak. Al snel was hen duidelijk dat dit vooral een kwestie is van goed kijken en het herkennen van afwijkingen. Daarna volgde aandacht voor de wijze waarop deze sporen samen een structuur vormen. Econsultancy BV had dit verduidelijkt door houten blokken op de paalsporen te plaatsen, zodat goed te zien was hoe de structuur in elkaar had gezeten. De cursisten leerden hoe archeologen coupes zetten om meer inzicht te krijgen in de aard van een spoor, waarna ze leerden om de sporen zowel in het vlak als in een coupe te meten en te tekenen. De techniek om te couperen stond ook op het programma. Men begint met het wegsteken van aarde aan de randen van het spoor, waarbij er richting een coupelijn gewerkt wordt. Een paar centimeter voor de coupelijn stopt men met afsteken en gaat men over tot schaven, zodat er een goed ‘leesbaar’ verticaal vlak ontstaat. Dit schaven moet heel licht gebeuren in een doorgaande slag, waarbij de onderkant van de schep na iedere slag schoon gemaakt moet worden om te voorkomen dat grond verplaatst wordt en het spoor smoezelig maakt. Een aantal (gevorderde) cursisten heeft ook instructie gehad in het maken van profielen, waarbij door de schep in korte, bijna horizontale bewegingen licht over het oppervlak geschaafd wordt. Van de achterkant raakt alleen de punt van de schep de wand. Het enthousiasme van de deelnemers was groot. Geen wonder natuurlijk, want alle ingrediënten voor een succesvolle veldwerkeducatie waren aanwezig. We kijken dan ook terug op een succesvol project! 䊴

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 4

Zeven om vooral niets te missen.

11-12-17 14:12


Grote Archeologie Prijs

5

ArcheoHotspots

Grote Archeologie Prijs: publiek kiest voor ArcheoHotspots 䊲

Mensen betrekken bij het handwerk áchter de archeologische opgraving: sorteren, determineren, puzzelen en plakken. Leeftijd speelt geen rol.

kon gedurende de hele Maand van de Geschiedenis zijn of haar favoriet kiezen uit vier genomineerde projecten, die eerder door een jury waren gekozen uit tal van inzendingen. Naast ArcheoHotspots waren de genomineerden Castellum Hoge Woerd (Utrecht), Kasteel en Dorp Zaamslag op de Kaart (Zaamslag, Zeeuws-Vlaanderen) en Museum Escape (door het hele land). Marjolein Woltering, landelijk projectleider van ArcheoHotspots, en Wim Hupperetz, directeur van het Allard Pierson Museum en initiatiefnemer van de ArcheoHotspots, namen de prijs in ontvangst. Die bestaat uit een bronzen trofee van kunstenaar Thomas Junghans en een oorkonde.

Publiek betrekken

ArcheoHotspots, het succesvolle resultaat van samenwerking tussen het Allard Pierson Museum, de AWN, Museum Het Valkhof, de Reinwardt Academie en de Nationale Archeologiedagen, heeft de Grote Archeologie Prijs 2017 gewonnen. Volgens het publiek, dat de winnaar van de prijs via stemmen bepaalde, is ArcheoHotspots het project dat het beste inspeelt op de publieke presentatie van archeologie.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 5

Prijsuitreiking De tweejaarlijkse prijs werd tijdens de Nacht van de Geschiedenis op 28 oktober uitgereikt in het Rijksmuseum. De Grote Archeologie Prijs is een initiatief van de Stichting Archeologie en Publiek (SAP), die archeologie en publiek dichter bij elkaar wil brengen en het publiek wil laten kennismaken met aansprekende voorbeelden van publieksprojecten die het verleden tot leven wekken. Het publiek

ArcheoHotspots zijn plekken waar geïnteresseerden onder begeleiding van vrijwilligers kunnen meehelpen met archeologisch onderzoek. Het publiek wordt zo betrokken bij het handwerk áchter de archeologische opgraving: het sorteren, determineren, puzzelen en plakken. Ook kunnen mensen eigen vondsten laten onderzoeken en worden er activiteiten, lezingen en excursies georganiseerd. Er zijn nu al acht vaste ArcheoHotspots in Amsterdam, Arnhem, Castricum, Eindhoven, ’s-Hertogenbosch, Nijmegen, Boxtel en Utrecht. Voor het komende jaar staan er alweer een aantal nieuwe op het programma. Ook worden er op sommige momenten, bijvoorbeeld tijdens de Nationale Archeologiedagen, lokaal tijdelijke ArcheoHotspots georganiseerd. Bovendien is er een mobiele Hotspot die opduikt op festivals, markten en evenementen. Het project ArcheoHotspots wordt financieel gesteund door Mondriaan Fonds, VSB-fonds en BankGiro Loterij Fonds.

11-12-17 14:12


6

Samenwerking

Water verbindt erfgoed

Tonnie van de Rijdt en Ria Berkvens

Water verbindt erfgoed Investeren in samenwerken met anderen

Tijdens de Nationale Archeologie Dagen in oktober vonden in Zuidoost Brabant 21 activiteiten plaats op 17 locaties. Die zijn in samenwerking georganiseerd en hadden ‘water’ als verbindend thema. Archeologische Vereniging Kempenen Peelland (AVKP, AWN-afdeling 23) was initiatiefnemer, samen met de regioarcheoloog van de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant en Erfgoedhuis Eindhoven. Heemkundekringen en IVN- afdelingen uit de hele regio werkten mee onder coördinatie van deze regioarcheoloog.

Wandeling langs de Astense Aa, georganiseerd door de heemkundekring uit Deurne. Dit deel van de Astense Aa is vijf jaar geleden heringericht tot nieuwe natuur. Daarbij zijn diverse archeologische vondsten gedaan, waaronder een bijzondere visfuik.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 6

11-12-17 14:12


7

Water verbindt erfgoed

Er is voor ‘water’ als centraal thema gekozen omdat waterlopen de regio onderling verbinden, een verband leggen tussen archeologie, landschap en gebouwen én tussen verleden, heden en toekomst. Het AVKP-werkgebied omvat de stroomgebieden van Dommel en Aa. De invloed en betekenis van deze beeklopen en beekdalen op de bewoning was in de loop der eeuwen zeer groot, maar ook zeer wisselend. Dát verhaal willen we vertellen en laten zien, mede om lessen uit het verleden te benutten voor het oplossen van hedendaagse waterproblemen. Waterproblematiek is een actueel thema waar waterschappen en gemeenten, maar ook de gewone burger, volop mee bezig zijn. Wat kunnen we uit het verleden leren voor de huidige problemen? Had men in de prehistorie ook al last van hoosbuien en ondergelopen hutkommen? Waarom bouwde men in de Middeleeuwen kastelen nabij beekdalen? Waarom lagen watermolens en molenwielen juist daar? De wisselende waterstanden rond watermolens leidden tot conflicten in de omgeving. De uitdaging, toen maar ook voor de toekomst, is om de balans te vinden tussen droge voeten in de woonwijken, vernatting van natuurgebieden, waterbeheersing in landbouwgebieden en waterberging in natte tijden. Meer inzicht in de ontstaansgeschiedenis en het functioneren van de stroomgebieden van Dommel en Aa kan helpen bij het vinden van innovatieve oplossingen voor modern waterbeheer.

Publieksactiviteiten Op diverse plaatsen kon het publiek via verhalen horen en zien over beken, landschap en archeologische vindplaatsen, en ontdekken welke invloed de beekdalen door de tijd heen hebben gehad op mens en omgeving. In Vessem/Hoogeloon was er bijvoorbeeld een wandeling langs de Kleine Beerze en hoorden belangstellenden over de depotvondst van bronzen hielbijlen uit de prehistorie, de Romeinse tumulus die voortleeft als de Kaboutersberg en de Romeinse villa. In Eersel ging men op zoek naar ‘de bron van de Gender’, een gebied dat vijf jaar geleden is heringericht. Bezoekers kregen uitleg over de natuur en de zeer lange bewoningsgeschiedenis van de dekzandrug tussen Gender en Run. In Lieshout ging de wandeling langs de Goorloop, met verhalen over de vele vondsten uit de steentijd en middeleeuwen die hier in 2016 zijn gedaan. In St. Oedenrode liep de route langs een opgegraven sluis in de Dommel, de Borchmolen, de Burcht van Rode en Slot Dommelrode, waar archeologische vondsten te bezichtigen waren. In Deurne voerde een wandeling langs een deel van de Astense Aa, waar bij de herinrichting tot nieuwe natuur een bijzondere visfuik is gevonden. Het verleden werd beleefbaar gemaakt door het herstel van het molenwiel en de plaatsing van een paneel dat herinnert aan de heksenproeven die hier in de zestiende eeuw plaatsvonden. In Reusel voerde de wandeling langs een monumentje dat staat voor de waterscheiding van Schelde en Maas. In Heeze en ook in Geldrop kregen bezoekers uitleg over water en waterbeheer rond beide kastelen.

Op safari langs de Kleine Beerze met de Heemkundekring Vessem. Er werden verhalen verteld over de vele archeologische vondsten in en langs deze beek, zoals bronzen hielbijlen en restanten van een Romeinse villa en tumulus.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 7

Uit een samenwerking met andere organisaties zijn al succesvolle activiteiten ontstaan.

In Eindhoven werd gewandeld langs de Dommel, met aandacht voor de talrijke verdwenen zijrivieren en watermolens. Een tweede wandeling was een opstap naar het World Design Event met de Leefklimaattop, die een week later in Eindhoven gehouden werd. In die route zijn lessen uit het (verre) verleden opgehaald met de vraag of en hoe wij dit erfgoed kunnen inzetten voor onze kwaliteit van leven. Bovendien werden op verschillende locaties resultaten van recent archeologisch onderzoek gepresenteerd, met als hoogtepunt de tentoonstelling ‘Merovingers in Uden’, die centraal stond bij de landelijke opening van de Nationale Archeologie Dagen.

Investeren in samenwerken Voor AVKP is regionale samenwerking al vele jaren een speerpunt. Er is een netwerk van contactpersonen en vrijwel alle heemkundekringen in de regio hebben zo een verbinding met AVKP. Een- of tweemaal per jaar is er een ‘regiodag’ voor bespreking van regionale thema’s en belangen. Dit jaar was die in april, als voorbereiding op de publieksactiviteiten rond het thema ‘water’ tijdens de Archeologiedagen. De bijeenkomst vond toepasselijk plaats in de nog functionerende watermolen van Spoordonk. Op een grote regiokaart werden per gemeente de waterlopen met belangrijke plekken ingetekend en toegelicht. Omdat voor IVN beken en natuurherstel bekend terrein zijn, was samenwerking met hen vrij vanzelfsprekend. Zij bereiken met hun excursies een breed publiek. IVN Brabant reageerde enthousiast op het voorstel tot samenwerken. Het heeft geresulteerd in een aantal contacten en gezamenlijke excursies. Deze activiteiten staan niet op zichzelf. Het is de aanzet tot een groter, vierjarig project om kennis uit het verleden over waterbeheer te benutten voor nieuwe ontwikkelingen. En ook dat heeft weer een bredere context. AVKP ijvert al jaren voor een regionale erfgoedvoorziening of -dienst. Bestuurlijk is dat een taai proces, dat we nu willen versnellen door samen activiteiten uit te voeren.

Over de auteurs Tonnie van de Rijdt is voorzitter van de AVKP. Ria Berkvens is regioarcheoloog ODZOB.

11-12-17 14:13


8

Bekende archeologen

Wie wordt de eerste gravende BN’er?

Leon Mijderwijk

Zendtijd voor ‘Bekende Archeologen’

Salisbury in Engeland heeft op archeologisch gebied immens veel te bieden. De stad is ontstaan op de plaats van een fort uit de ijzertijd, waar de Angelsaksische koningen van Wessex verbleven en de Normandiërs een kasteel en een kathedraal bouwden. De resten van dit Old Sarum zijn nog te bezoeken. Toen hier het Festival of Archaeology plaatsvond kwamen er niet alleen amateurarcheologen op af, maar ook Bekende Archeologen. Op de verhoging waar de stad oorspronkelijk is ontstaan kijk je uit over de stad die enkele kilometers ten zuiden verrees: New Sarum of Salisbury. Vervolg je de weg een paar kilometer, dan sta je op Salisbury Plain, met Stonehenge als stralend middelpunt. Het verzamelpunt waar de vondsten van deze archeologische hotspots heengaan, is het Salisbury Museum. Het gebouwencomplex ligt tegenover de

Bekende Archeoloog Phil Harding (Time Team) met de spade die hij erfde van archeoloog en Time Team-gezicht Mick Aston († 2013).

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 8

‘nieuwe’ kathedraal uit de dertiende eeuw. Toen dit museum op 22 en 23 juli 2017 deelnam aan het Festival of Archaeology, was het voor liefhebbers heilige grond. Er presenteerden zich re-enactmentgroepen en archeologische verenigingen. Er vonden lezingen plaats, onder meer over niet eerder gepubliceerde onderzoeken. Professionele archeologen vervulden er een actieve rol of kwamen langs om oude bekenden te ontmoeten. Allen waren ze even benaderbaar voor en sympathiek naar het geïnteresseerde publiek. Tot dusverre niet anders dan archeologische evenementen in ons eigen land. Er was wel één opvallend verschil. Er waren Bekende Archeologen. Niet alleen bekend binnen eigen kring, maar bij iedereen. Het zijn de gezichten van nationale televisie, zoals Julian Richards (Meet the ancestors), Alex Langlands en Peter Ginn (experimentele archeologie in de Farm series, zoals Victorian Farm en Wartime Farm) en Phil Harding (Time Team). Laatstgenoemde voert zelfs live een opgraving uit naar een poortgebouw dat alleen van historische bronnen bekend is. Alle kenmerken die Harding geliefd maken bij veel kijkers, zijn goed geconserveerd: wapperende haren en hoed, onvervalst Wessexaccent en het verweerde gezicht van de veldarcheoloog die iedere klimaatverandering trotseert. Voor het festival en voor de archeologie in het algemeen moet het zeer prettig zijn om deze household names te gebruiken als uithangbord. Om publiek te trekken. Om aandacht te vragen bij overheden en media. Om te laten weten dat archeologie ertoe doet. Voor de zichtbaarheid van de Nederlandse archeologie zou het niet gek zijn als wij ook mensen hadden die het vak een gezicht geven zoals ze dat in Engeland doen. Niet om een halve minuut in het journaal te figureren of aan te schuiven in de marge van een talkshow,

maar om de archeologie te laten schitteren. In de bronstijd waren er relaties en sterke overeenkomsten tussen de Wessex- en Hilversumcultuur. Het was een mooie tijd, in die tijd. Maar nu? In Wessex staat de archeologie in de schijnwerpers. In Hilversum is het aardedonker. Geen enkele zendtijd voor deze wetenschap, waarin alle tijden centraal staan. Welke mediagenieke archeoloog doet het licht weer aan en wordt de eerste gravende BN’er? 䊲

Flyer van het Salisbury Festival of Archaeology 2017.

11-12-17 14:13


Wie kent dit?

9

Een loodsnijder, of toch iets anders?

Jan Luken

Een loodsnijder, of toch iets anders?

Een haakvormige brok roest Een aantal vrijwilligers van de AWN-afdeling Zaanstreek-Waterland en omstreken heeft dit jaar een verkenning uitgevoerd in een schuur die herbouwd wordt in Uitgeest. Dit op verzoek van de eigenaar die zelf belangstelling heeft voor het verleden en wel wist dat deze plek een interessante geschiedenis kent. Rond opmerkelijk veel poeren, veelal op een houten plankje gemetseld, werden er vele zeventiende- en achttiende-eeuwse scherven blootgelegd, waar de groep de komende tijd nog lang op kan puzzelen. Ook kwam er een haakvormig brok roest naar boven. Een puzzel op zich, want wat kon dat nu geweest zijn? Eén kant van dit aardige stukje smeedwerk bestaat uit de haak, terwijl de andere kant een puntvorm heeft. De gedachten gingen al naar het steken van gaten (daartoe gestuurd door het verhaal dat er onder meer ooit een ‘bierstekerij’ gevestigd was geweest) tot aan ‘haak om wat op te hangen’. In het eerste geval werd er vermoed dat het geen haak, was maar een groot oog waarvan een deel was afgebroken. Het voorwerp schoonmaken zou het een en ander kunnen verduidelijken, maar dat was een lastige klus. Zandstralen is een optie, maar daar is ervaring, apparatuur en materiaal voor nodig waar we niet over beschikken. Een ervaren AWN’er stelde elektrolyse voor, wat een minder ingewikkelde methode is. Hier is een acculader voor nodig die – zo leerden wij in de praktijk – kapot kan gaan als het voltage te hoog is. Verder wordt voor deze techniek een badje met sodawater gebruikt. De boel wordt vervolgens in de buitenlucht opgesteld, want tijdens het proces ontstaat gevaarlijk knalgas. De plus-klem van de lader gaat op een op te offeren stuk ijzer of roestvrij staal: de ‘plaat’. De min-klem gaat 䊳

op het object. Als er niet ogenblikkelijk kleine belletjes gevormd worden is er iets mis met de opstelling. Roest op het object laat zich na de behandeling meestal gemakkelijk afsteken. Na de schoonmaak was het direct duidelijk: er is niets afgebroken. Het uiteinde van de haak is aan twee kanten afgeschuind, wat betekent dat het snijgereedschap betreft. En toen werd het object herkend: het is een loodsnijder. Daarmee wordt een kerf gesneden in bladom het lood o et vervolgens e olge s ietsje etsje te buigen bu ge en e

af te scheuren. De werking werd overtuigend voor de groep gedemonstreerd, maar toch bleven er vragen. Waar dient die boog dan voor? En hoe oud kan het object zijn? Suggesties, maar ook aanvullingen en opmerkingen kunnen gestuurd worden naar redactie @archeologienl.nl.

De vondst uit Uitgeest. Het lijkt op een loodsnijder, maar waar dient de boog dan voor?

De loodsnijder naast een modern exemplaar. Bedenk dat met een heft het gevonden exemplaar aanmerkelijk groter is.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 9

11-12-17 14:13


10

Valkenburg

Romeinse greppels lang de Limes

Dik Parlevliet

Romeinse greppels langs de Limes Mogelijke restanten van Romeinse veldgreppels bij Valkenburg

Soms levert archeologisch onderzoek gegevens op die archeologisch van weinig belang zijn, maar wel een belangrijke historische betekenis hebben.1 Zo werden in Valkenburg (ZH), bij onderzoek ten westen van het castellum, Romeinse greppels gevonden die het restant kunnen zijn van een grote veldindeling. 2 Het is de eerste grootschalige Romeinse veldverdeling die bij castella langs de Nederlandse limes is waargenomen.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 10

Vanuit militair oogpunt is te verwachten dat men voor een goede rugdekking aan de landzijde van het fort een strook land kaal en onbebouwd hield, zodat de vijand niet ongemerkt het fort kon benaderen. Ten westen en op grote afstand van het castellum werden twee greppels (V20) gevonden die bijna loodrecht op elkaar stonden in een hoek van 91,1°. Mogelijk waren deze greppels zeer lang. Op de plattegrond van het gebied zijn de grep-

11-12-17 14:13


11

Romeinse greppels lang de Limes 䊲

Een kaart van het gebied ten westen van castellum Valkenburg (ZH), waar bij onderzoek Romeinse greppels werden gevonden, laat de relatie zien tussen de Romeinse greppels en de middeleeuwse ontginning volgens de kadastrale kaart van 1832.

pels V20a en V20b te zien. V20a was 0,5 m breed en 0,3-0,7 m diep en bevatte enkele Romeinse scherven. Van V20b is weinig bekend.

Romeins landmeten Van de Romeinen is bekend dat ze goed konden landmeten met een meetlat van 10 voeten en een groma voor rechte hoeken.3 Er is verder weinig bekend over de nauwkeurigheid van Romeins landmeten, maar een indruk kan verkregen worden door in Google Maps de hoeken en afstanden te meten van het landschap ten westen van Cotignola in Italië. Dit is nog steeds ingedeeld in centuria – vierkanten van 2400 bij 2400 voet – die toegepast werden bij het verdelen van land voor kolonisten. De rechte hoeken hebben daar een afwijking van ongeveer 1° en de afstanden ongeveer 1,5% (standaarddeviatie). De grote standaardafstanden van de Romeinen waren de actus van 120 voet en de mijl van 5000 passen. Voor oppervlakten hadden ze een voorkeur voor twaalftallige waarden van 100 vierkante voet. Gezien hun meetlat zal de minimum indeling 10 voet geweest zijn. Verder hadden ze een voorkeur om met vierkanten te werken voor castella, woonblokken in steden en de ontginningen.

Geen relatie? Middeleeuwse ontginning Bijzonder is echter dat de greppels een relatie lijken te hebben met de middeleeuwse ontginning. Die kent een aantal lange rechte lijnen: de Grote Watering, het verlengde van de Kaswatering en een sloot in de Broek. Ook die staan haaks op elkaar, met een afwijking van 0,0° (Grote Watering-Broeksloot) en 1,9° (Broeksloot-Kaswatering). De Romeinse greppel V20a blijkt ook haaks te staan op de middeleeuwse Grote Watering, met een afwijking van slechts 0,1°. Daarbij zijn de afstanden vrijwel 2000 Romeinse voeten. De afstand tussen V20b en de Grote Watering wijkt daar -1% van af en van V20a tot de sloot in de Broek +1%. Die nauwkeurigheden komen redelijk overeen met de waarden die ook in Cotignola gemeten zijn. Daarbij is in Valkenburg een grotere onnauwkeurigheid mogelijk door het moerassige gebied waar de landmeters in de Valkenburger Broek moesten werken. Alleen de Kaswatering wijkt meer af, met een afstand tot V20b van 2000 voet (+8,5%). De verklaring van die relatie is een probleem. Misschien heeft de middeleeuwse verkaveling de Romeinse veldgrenzen gebruikt, maar van dit soort ontginningen wordt verondersteld dat zij op zijn vroegst uit de achtste eeuw kunnen stammen. In de tussenliggende eeuwen moet het gebied zijn dichtgegroeid, terwijl in dit komgebied van de Rijn regelmatig klei zal zijn afgezet bij overstromingen. Het is niet voorstelbaar dat Romeinse greppels daarna nog herkenbaar waren. Van andere Romeinse infrastructuur is hier in het middeleeuwse landschap in ieder geval niets meer zichtbaar. Zelfs de Romeinse weg, hooggelegen en verstevigd met eiken palen, is verdwenen.

Een re-enactmentgroep demonstreert de groma. Van de Romeinen is bekend dat ze hiermee uitstekend konden landmeten.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 11

Het is ook mogelijk dat de greppels niet Romeins, maar middeleeuws zijn. Een standaard van 2000 voet is niet bekend uit de Romeinse tijd, al had het hier een militair doel. Het enige bewijs van een Romeinse herkomst is wat spaarzaam aardewerk in greppel V20a. Misschien is dat er later ingespoeld. Dat de sporen middeleeuws zijn is echter ook niet vanzelfsprekend. De afstanden in middeleeuwse roeden zijn geen ronde getallen. Er zijn ook geen vroegmiddeleeuwse ontginningen bekend die gebaseerd zijn op grote vierkante blokken, terwijl dit wel een Romeins gebruik was. Er zijn ook geen aanwijzingen dat middeleeuwse landmeters over instrumenten beschikten waarmee rechte hoeken over zo'n grote afstand nauwkeurig konden worden uitgezet. 4 Daarnaast zijn de greppels te klein om als afwatering te dienen, wat toch het doel was van een ontginning. Misschien is er helemaal geen relatie tussen de greppels en de middeleeuwse ontginning. Een hypothese bewijzen met getallen is riskant. Er is in de historie veel vreemds ‘bewezen’ met een selectieve keuze van en ingewikkelde bewerking met getallen. De AWN-Rijnstreek wil proberen de greppels verder te onderzoeken zodra archeologische opgravingen beginnen in dit gebied, mits er financiering kan worden gevonden.

Over de auteur Dik Parlevliet is lid van de AWN Rijnstreek en doet onderzoek naar de historische geografie van Katwijk en Valkenburg. Noten 1 Het volledige artikel is te vinden op www.historievankatwijk.nl. 2 Tol, A.J. en B. Jansen, Sleuven door de delta van de Oude Rijn, Archol rapport 172, 2012. 3 Pouls, H.C., De Landmeter, 1997, 15-31. 4 Pouls, H.C., De Landmeter, 1997, 47.

11-12-17 14:13


12

Graafweek

Een mesolitische site in Polen

Paul van Wijk en Ben Klein Nagelvoort

Op zoek naar wat anders: graafweek in Polen Wat een weelde dit jaar: zowel in eigen land als in het buitenland was er voldoende keus om als hobbyarcheoloog de schop flink in de grond te steken. Op zoek naar weer eens wat anders, viel de keus dit jaar op een mesolithische opgraving in Polen, van 12 tot en met 19 augustus. “Volunteering in excavations at mesolithic sites, you are very welcome” werd er over de opgraving gezegd. Wat wil je nog meer?

Ook wat excursies betreft kwamen de deelnemers niets tekort. Zo stond een bezoek aan Biskupin op het programma, het ‘Poolse Pompeï’. Deze nederzetting uit de ijzertijd is gedeeltelijk gereconstrueerd.

Omdat de autoreis naar de thuisbasis van de opgraving, een basisschool in Węgiersk, nogal lang was hebben we de heen- en terugreis telkens met een tussenstop in twee dagen afgelegd. Naast ons bestond de crew uit zes studenten, geleid door archeoloog dr. Grzegorz Osipowicz, verbonden aan het Instituut voor Archeologie van de Nicolaus Copernicus University in Toruń. Experimentele archeologie heeft zijn warme belangstelling en in de loop van de graafweek hebben we kennis kunnen nemen van het maken van berkenteer en het bewerken van vuurstenen. Als graaflocatie troffen we een mesolithische nederzetting aan voor de productie van berkenteer. Berkenteer werd onder andere gebruikt om pijlpunten aan de pijlschacht vast te lijmen en voor het waterdicht maken van stoffen en huiden. Na een week graven, schaven, coupes zetten, tekenen, fotograferen, meten met een duimstok, pinpointer en total station en gebruik van een drone, stond bij ons vertrek het aantal gevonden vuurstenen objecten op ongeveer honderd. Qua musea en excursies zijn we ook niets tekort gekomen. Onder andere hebben we op de heenreis het ‘Museum für Naturkunde der Humboldt Universität zu Berlin’ bezocht, met vele imposante skeletten, onder andere van een T-Rex. Gedurende de graafweek hebben de uiterst gastvrije Polen ons nog Toruń met de Nicolaus Copernicus University laten zien, inclusief het archeologisch depot. Ook zijn we in Biskupin geweest: een nederzetting uit de ijzertijd die ook wel het Poolse Pompeï genoemd wordt. Die is gedeeltelijk gereconstrueerd, naast de oorspronkelijke houten overblijfselen in de moerasbodem. Dat de hunebedcultuur ook in Polen zijn invloed heeft gehad hebben we met eigen ogen kunnen constateren in twee parken, die we met ‘onze’ Polen hebben bezocht. Al met al heel veel archeologie voor een week. Ondanks het wat mindere comfort, de slechte wegen en de vele verkeersborden, was het een graafweek om nooit te vergeten. Naar alle waarschijnlijkheid is er ook volgend jaar weer gelegenheid om graafervaring op te doen in Polen. Wordt vervolgd, dus...?

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 12

De Poolse graaflocatie: een mesolithische nederzetting voor de productie van berkenteer.

11-12-17 14:13


Vrijwilliger aan het woord

13

Pierre van Grinsven

Vrijwilliger aan het woord: Pierre van Grinsven Actief meedoen aan opgravingen in de Rijnstreek Ik ben Brabander van geboorte en heb daar als lid van het Brabants Heem kennisgemaakt met de archeologie. Ik spreek dan over eind zestiger jaren. Veel lezingen heb ik nog mogen horen van de oude garde: Modderman, Waterbolk, Glasbergen, Beex en ga zo maar door. In 1971 ben ik lid geworden van de AWN. Inmiddels was ik verhuisd naar het westen van ons land, maar door een drukke baan had ik geen tijd om aan activiteiten van de vereniging deel te nemen. Dit veranderde in juni 2002. Veertien dagen nadat ik met pensioen gegaan was – dat was toen nog met 60 jaar – nam ik deel aan mijn eerste opgraving, in Hazerswoude-Dorp. Ik mocht op de stort kijken naar scherven aardewerk. We vonden hierbij de resten van een kleine melkkelder die dateerde uit eind veertiende eeuw. Dit was voor mij het begin van vele opgravingen. Toen kon dat nog gemakkelijker, en de AWN-afdeling Rijnstreek had een lange ervaring in het opgraven: men groef en documenteerde heel nauwkeurig en had de expertise om de scherven, afkomstig uit elke archeologische periode, te determineren. De afdeling had toen haar onderkomen in een oud pompgemaal aan de Gere-

gracht in Leiden, waar op maandagavond en op dinsdag vrijwilligers van de AWN-Rijnstreek bijeen kwamen om vondsten te tekenen en te determineren. In 2006 ben ik voorzitter geworden van de afdeling, waarna de ellende van de huisvesting begon. In vier jaren tijd zijn we drie keer verhuisd, om uiteindelijk onderdak te krijgen in het archeologiehuis in Alphen aan den Rijn, vlak voor de ingang van het Archeon. Dit is een heel plezierige en inspirerende omgeving voor onze afdeling, al is het een beetje ver voor onze leden uit de bollenstreek. Er zijn zo’n 600(!) dozen met vondsten verhuisd; deze staan nu voor het merendeel in het depot.

Inzet voor goed erfgoedbeleid Ik heb me veel beziggehouden met erfgoedbeleid. Door de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg (WAMZ) werden de gemeenten belast met het uitvoeren van een archeologisch beleid. We hadden toen 21 gemeenten in onze regio en we konden snel waarnemen dat het opzetten van een archeologiebeleid erg verschilde van gemeente tot gemeente. We zijn toen op zoek gegaan naar AWN-correspondenten die in een gemeente overleg voeren over het archeologiebeleid en die daarnaast ook fungeren als extra ogen

en oren. Het is ondanks ons enthousiasme niet overal gelukt, maar toch is in ongeveer de helft van de gemeenten vruchtbaar overleg tot stand gekomen. Op af en toe een uitglijder na laten onze checks zien dat het wel goed zit in de meerderheid van de gemeenten; fijn dat wij daaraan hebben kunnen bijdragen! In de landelijke werkgroep Belangenbehartiging hebben we een stappenplan voor deze checks ontwikkeld. Dankzij dit overleg heeft onze afdeling twee grote opgravingen kunnen doen op al vrijgegeven terreinen die veel archeologische verrassingen in petto bleken te hebben. De eerste betrof resten van een Vlaardingencultuur-nederzetting in Voorschoten, de tweede een zoektocht naar de ontwikkeling van het veendorp Nieuwveen. Zo zie je maar waar enthousiasme en inzet toe kunnen leiden!

Voldoening uit opgravingen rapporteren Waar ik ook veel plezier in heb is het rapporteren van opgravingen. We hebben als afdeling veel opgegraven en waargenomen, maar niets was uitgewerkt toen ik aantrad als voorzitter; een niet onbekend verschijnsel, maar ik vind het niet kunnen om wel iets op te graven en vervolgens niet te rapporteren. We zijn gestart met onze Renus Reeks, een reeks rapporten over onze eigen opgravingen. Zes delen zijn tot nu toe verschenen. We hebben nu een vierjarenplan opgesteld om twaalf rapporten en zes publieksboekjes uit te brengen. Die publieksboekjes zijn enorm belangrijk voor de archeologische draagkracht en een goed publieksbereik! De provincie heeft het eerste jaar gesubsidieerd en het hoofdbestuur van de AWN heeft een bijdrage gegeven om de realisatie van de rapporten mogelijk te maken. Het komend jaar verschijnen twee publiekboekjes en zes rapporten in de Renus Reeks. Deze bezigheid geeft de afdeling veel voldoening en ikzelf vind het ontzettend leuk om te doen.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 13

Pierre van Grinsven aan het werk tijdens een opgraving in Voorschoten.

11-12-17 14:13


14

VAN DE AFDELINGEN NIEUWS LWAOW-leden duiken op VOC-wrak De Rooswijk

D

e NAS (Nautical Archaeology Society) in Engeland en de RCE boden amateurduikers de mogelijkheid om te duiken op het wrak van de Rooswijk. Dit VOC-wrak zonk in januari 1740 tijdens een zware storm voor de Engelse kust bij Ramsgate. Voor het onderzoek door amateurduikers waren drie dagen gepland. Zes LWAOW-leden meldden zich aan voor de eerste twee dagen. Liselore Muis, die enkele weken onderzoek had gedaan op de Rooswijk, gaf vooraf uitleg over een aantal al gedocumenteerde vondsten. Het project werd geleid door Martijn Manders van de RCE, en Peta Knott van de NAS had de leiding over de amateurduikers. Drie LWAOW-ers, Ernie de Jonge, Bas Kremer en Klaas Wiersma, doken samen met drie Engelse vrijwilligers op dag één. Het duiken gebeurde vanaf de ‘Terschelling’, een oud Nederlands betonningsschip. Er werd per kentering (wisseling van getij) in drie shifts van een uur gewerkt. De Nederlanders mochten van de NAS helaas geen gebruik maken van de duikklok, wat wel aangenaam geweest zou zijn vanwege de sterke stroming in zee. Gelukkig nam de kracht van de stroming in de loop van de dag flink af. Ernie, Bas en Klaas daalden af via de staalkabels van de duikklok. Het zicht was ongeveer een meter. Via een gidslijn kwamen ze snel bij de onderzoekplek. Veel meer dan wat planken, balken en wat concretie (samenklontering van allerlei materiaal) was er niet te zien. Wel waren de contouren van een kanon te herkennen. Het was een hels karwei om onder deze omstandigheden met de airliften (pijpen die alles van de bodem opzuigen) te werken en alles

Voorafgaande aan hun duik bekijken LWAOW’ers de sonarbeelden.

nauwkeurig in te meten. Dat laatste kan tegenwoordig met een akoestisch systeem voor positiebepaling, wat fijn werkt. Helaas konden de duikers maar 45 minuten onder water blijven, wat te kort was om meer te kunnen doen dan verkennen. Toch was het zeer boeiend om te ervaren hoe archeologen in dergelijke omstandigheden een opgraving uitvoeren. Op de tweede duikdag doken Joop Gortemaker, Feiko Riemersma en Berdien de Ruiter samen met drie Engelse vrijwilligers. Er werd besloten op een andere site te duiken, waarvan alleen nog maar sonaropnames waren. Op grond van die opnames vermoedde men daar kanonnen aan te treffen. De Engelsen

doken eerst; zij hadden wat grote concreties gezien die geïnterpreteerd werden als anker. De LWAOW-ers doken daarna en zetten bij het wrak een gidslijn vast. Het eerste wat ze zagen waren drie huidplanken van ongeveer 25 centimeter breed en 1 meter lang. De rest van de planken verdween onder het zand. Een paar meter verder stootten ze op twee kanonnen van 3 meter lengte. Even verderop lag een ander kanon, een meter langer en rustend op een houten constructie. In de directe omgeving bevonden zich ook nog een paar kleinere kanonnen. Tijdens de duik merkten ze veel losse objecten op, waaronder kanonskogels. Na ruim een half uur moesten de duikers weer naar boven, zich realiserend dat zij de eersten waren na 277 jaar die dit hadden mogen aanschouwen: een unieke ervaring! Op de eerste site hadden de duikers intussen een grote concretie opgehaald waarin houten constructie-onderdelen, glasscherven, wijnflessen en steengoed zichtbaar waren. Tijdens de evaluatie werd alles nog eens op een rijtje gezet en de duikers van de LWAOW realiseerden zich dat ze iets heel bijzonders hadden meegemaakt. 䡵

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 14

Zo op het oog niet veel van te maken: een wrakdeel met concretie, een samenklontering van allerlei materiaal.

11-12-17 14:13


COLOFON 15 Speuren rond ‘Huis te Merwede’

E

nkele honderden belangstellenden zijn tijdens de Nationale Archeologiedagen getuige geweest van nieuwe ontdekkingen in de grond rond de ruïne van ‘Huis te Merwede’ in Dordrecht. ‘Huis te Merwede’ werd verwoest tijdens het beleg van Dordrecht in 1418, ten tijde van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Drie jaar later vernielde het natuurgeweld van de Sint-Elisabethsvloed wat er nog van over was. De restanten zijn in 2010 opgeknapt en toegankelijk gemaakt. De grondboringen op het terrein vlakbij de Beneden Merwede werden uitgevoerd door een professionele boorploeg en leden van de afdeling Lek- en Merwestreek van de AWN. De boringen toonden sporen van een slotgracht aan en verschaften vooral meer informatie over de ligging ervan. Verder is gezocht naar sporen van de stenen omwalling van het veertiende-eeuwse kasteel, dat op enkele oude schilderijen te zien is. Bewijs voor dat muurwerk is er nog niet. Grondboringen zijn niet bepaald de meest spectaculaire aspecten van archeologie – althans niet voor het publiek. Toch lieten veel belangstellenden zich uitvoerig informeren over de grondlagen in de boor en wat daaruit valt af te leiden. Ook de rondleidingen van Huis te Merwedekenner Niecky Klaus bleken een welkom onderdeel van het programma. ‘Huis te Merwede’ en AWN Lek- en Merwedestreek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. AWN’er Gerard Stam maakte een aantal jaren geleden bijvoorbeeld een inventarisatie van bijna alle vondsten uit de archeologische onderzoeken in de jaren veertig van de vorige eeuw. Na zijn dood werd die verzameling door An Osseweijer gebundeld en in 2003 door de AWN uitgegeven. Daarin was vooral veel aandacht voor het aardewerk dat gevonden was. De vondsten uit de opgravingen raakten mettertijd over Nederland verspreid, maar inmiddels is bijna alles weer terug in Dordrecht. Onder de vondsten bevindt zich ook een unieke houten blokfluit, die lange tijd gold als de oudste van Europa. Sinds 2015 behoort de fluit tot de vaste collectie van Museum ‘Het Hof van Holland’ in Dordrecht. Er staat nog wel het een en ander op het verlanglijstje van afdeling Lek- en Merwedestreek. Zo wezen leden van de LWAOW het publiek tijdens de Nationale Archeologiedagen weliswaar op plekken waar fundamenten van bebouwing in de rivier moeten worden gezocht, maar over de aard van die fundamenten en tot wat voor gebouw ze hebben behoord is nog maar bitter weinig bekend. Dat geldt ook voor een voorhof van ‘Huis te Merwede’, waar mogelijk paarden werden verzorgd en groenten werden verbouwd. Tot nu toe is niet eens duidelijk of het kasteel wel zo’n voorhof heeft gehad. Een deugdelijk rapport over het archeologisch onderzoek naar ‘Huis te Merwede’ is nooit verschenen. 䡵

Adressenlijst hoofdbestuur Alg. voorzitter A.H.J. (Tonnie) van de Rijdt-van de Ven, Luxemburglaan 43, 5625 NB Eindhoven, tel. 040 · 241 59 10, e-mail: vdrijdt@iae.nl Vice-voorzitter W. (Wim) Schennink, Vossenberglaan 29, 6891 CP Rozendaal (Gld), tel. 026 · 361 03 34, e-mail: Schennink-dekker@hetnet.nl Alg. secretaris H. (Henk) Kluitenberg, Grebbeweg 24-A, 3911 AW Rhenen, tel. 0317 · 613 050, e-mail: h.kluitenberg@caesar-advies.nl Alg. penningmeester H.J. (Harmen) Spreen, De Pauwentuin 19, 1181 MP Amstelveen, tel. 020 · 453 70 21, e-mail: hspreen@xs4all.nl, IBAN: NL40INGB0000577808, t.n.v. penningmeester AWN Bestuursleden Veldwerkeducatie C. (Channa) Cohen Stuart, Lindeboom 45, 4101 WG Culemborg, tel. 06 · 4505 9916, e-mail: channacs@me.com LWAOW W. (Willem) de Rhoter, Noordersingel 74, 8917 BB Leeuwarden, tel. 06 · 2376 0356, e-mail: rhoterw@hetnet.nl PR en Communicatie P.H.A. (Paul) Flos, Avenbeeck 91, 2182 RV Hillegom, tel. 06 · 2434 3859, e-mail: prcommunicatie@awn-archeologie.nl Hoofdredacteur Archeologie in Nederland en AWNMagazine W.G. (William) ten Brink, Valutaboulevard 87, 3825 BS Amersfoort, tel. 06 · 4613 9670, e-mail: william.ten.brink@archeologienl.nl Belangenbehartiging J.P. (Paul) van Wijk, Reggestraat 11, 7523 CP Enschede, tel. 053 · 431 40 41, e-mail: pw566@hotmail.com Projecten en externe relaties H. (Henk) Hegeman, Gerrit Rietveldlaan 59, 2343 MB Oegstgeest, tel. 06 · 3308 4721, e-mail: hehehegeman@gmail.com Kijk op www.awn-archeologie.nl voor: – de contactgegevens en het activiteitenoverzicht van de 24 regionale afdelingen van AWN – nabestellen AWN-uitgaven AWN-lidmaatschapen 2018 A basislidmaatschap B jongerenlidmaatschap 14 t/m 27 jaar C huisgenootlidmaatschap

€ 55,00 € 30,00 € 25,00

Basisleden en jongerenleden hebben de volgende rechten: – Toezending van de tijdschriften Archeologie in Nederland en AWN Magazine (5 maal per jaar) – AWN-verzekering (tot en met 75 jaar) bij AWNactiviteiten en AWN-opgravingen – Toegang tot de landelijke en de afdelingsactiviteiten van de AWN – Toegang tot de Algemene Ledenvergadering met stemrecht Huisgenootleden hebben alleen de drie laatstgenoemde rechten. Een huisgenootlidmaatschap kan alleen gekoppeld worden aan een basislidmaatschap op hetzelfde adres. Lidmaatschappen gelden per kalenderjaar en kunnen op elk gewenst moment ingaan. Bij een aanmelding vóór 1 augustus worden de reeds verschenen edities (maximaal 3) van onze tijdschriften nagezonden. Een ná 31 juli ingaand lidmaatschap geeft recht op 60% korting, tenzij de eerder dat jaar verschenen tijdschriften nagezonden moeten worden. Na aanmelding wordt u ingedeeld bij de afdeling waar uw woonplaats onder valt, tenzij u graag bij een andere afdeling wilt worden ingedeeld. Dit kunt u bij uw aanmelding aangeven. Meer informatie over lidmaatschappen: H. Kluitenberg, landelijk secretaris AWN, Grebbeweg 24-A, 3911 AW Rhenen, tel. 0317 · 613 050 (tijdens kantooruren), e-mail: secretaris@awn-archeologie.nl

Ook de vondsten die in de buurt van ‘Huis te Merwede’ zijn gedaan, trokken veel geïnteresseerde bezoekers.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 15

Grondboringen rond ‘Huis te Merwede’ toonden sporen aan van een slotgracht en verschaften meer informatie over de ligging ervan.

Voor het nasturen van tijdschriften kunt u contact opnemen met de landelijk secretaris, H. Kluitenberg (zie hierboven). De AWN is een algemeen nut beogende instelling (ANBI).

11-12-17 14:13


A W N M AG A ZINE De archeologie in Nederland is voortdurend in ontwikkeling. Sinds bij wet is vastgelegd dat archeologisch onderzoek moet plaatsvinden voordat de bodem verstoord wordt, vinden er meer projecten plaats dan ooit. Tegelijkertijd is er veel aandacht voor nieuwe onderzoekstechnieken waarbij niet gegraven hoeft te worden. Ook oude opgravingen blijken vaak nog een schat aan informatie te bevatten. De kennis die archeologisch onderzoek oplevert, leert ons over de vele duizenden jaren bewoning door de mensen die voor ons kwamen. Wie waren deze mensen? Wat aten zij, hoe woonden ze en wat voor kleding droegen ze? Wat kunnen we herleiden van hun gewoonten en rituelen? Het archeologisch onderzoek van de Nederlandse bodem leidt voortdurend tot nieuwe ontdekkingen en inzichten. De AWN is de belangenorganisatie voor belangstellenden in de archeologie, archeologiebeoefenaars en archeologievrijwilligers. De vereniging wil een schakel zijn tussen archeologie en publiek en tussen archeologie en beleid en ziet het als haar maatschappelijke taak om archeologie als bron van kennis over ons verleden te laten leven in het heden en te behouden voor de toekomst. Dit doet de AWN door bij te dragen aan de kennis over archeologie, die kennis uit te dragen en publieke betrokkenheid te bevorderen, en door de belangen van het archeologisch erfgoed te behartigen.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.5.dec.2017.3e.indd 16

11-12-17 14:13

Profile for AWN Magazine/Westerheem

AWN Magazine 2017, 5  

AWN Magazine 2017, 5