__MAIN_TEXT__

Page 1

Archeologie

in Nederland

jaargang 1 september 2017

4

AWN M AG A ZINE

www.archeologienl.nl

Op zoek naar een nieuwe voorzitter Wie wordt de opvolger van Tonnie van de Rijdt? 4

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 1

Opgraving in Odijk Een Romeins grafrafveld en een vermoedelijke ke middeleeuwse se e hofstede 8

Romeinse brugresten bij Zuilichem b Nieuw geofysisch onderN zzoek moet duidelijkheid geven over de ligging g 110

14-09-17 15:11


2

INHOUD VAN HET BESTUUR AWN ACTUEEL AWN actueel van het bestuur

2

Nieuws van de vereniging

3

AWN op zoek naar nieuwe voorzitter

4

Nieuws van de vereniging

5

Nationale Archeologiedagen

6

Jongeren en archeologie: botten scoren, scherven niet

6

Een opgraving in Odijk

8

Romeinse brugresten bij Zuilichem

10

Mijn mooiste vondst: goudschat Loppersum

12

Vrijwilliger aan het woord: Yttje Knol

13

Nieuws van de afdelingen

14

Archeologie in één zin Voor de oproep van Tonnie van de Rijdt om in één zin archeologie te typeren is veel aandacht geweest en er zijn leuke reacties binnengekomen. Een kleine bloemlezing daaruit: ‘Specifiek voor archeologie is dat zij herkenbaar en aanraakbaar is’. ‘Archeologie biedt een direct contact met het leven in het verleden’. ‘Het is het enige instrument dat het tastbare verleden kan interpreteren en de mogelijkheid geeft dit in de toekomst te blijven doen’. ‘Archeologie is belangrijk omdat zij de geschiedenis toetst op waarheid en schriftelijke bronnen aanvult’. ‘Archeologie leert ons hoe voorafgaande generaties hun leven en het landschap vorm gaven, dat biedt lessen voor de toekomst en maakt je nieuwsgierig naar de toekomst’. Samenvattend: archeologie maakt ons rijker. Tonnie neemt alle reacties mee naar het Groot Reuvensoverleg, waarin het promoten van archeologie hoog op de agenda staat. De typeringen komen ook goed van pas om aandacht voor archeologie te vragen in aanloop naar de komende gemeenteraadsverkiezingen. 䡵

Veldwerkpas

Illustratieverantwoording C. Bomekamp omslag voor, onder, 2, 12 | Ton van Bommel omslag achter, boven, 9 | William ten Brink 3 boven, 4 | Bert van der Houwen 8 | Yttje Knol 13 | Laurens Mulkens 5 boven | Leonoor Nederstigt 5 onder | PR&C AWN omslag voor, boven, omslag achter, onder, 6, 7 | Kees de Rooij 15 boven | Peter Seinen 11 onder, 14

Er is een nieuwe versie van de veldwerkpas beschikbaar. Deze pas is bestemd voor AWNleden die in het veld actief zijn, bijvoorbeeld met veldverkenningen, waarnemingen en metaaldetectie. Zij kunnen zich met deze pas legitimeren en daarmee kenbaar maken dat zij deskundig zijn en de ethische code van de AWN onderschrijven. De pas wordt door afdelingsbesturen uitgereikt aan leden die ook voldoende velddeskundigheid hebben. Afdelingsbesturen kunnen de passen aanvragen bij Paul Flos, Werkgroep PR & Communicatie: prcommunicatie@awn-archeologie.nl. Vermeld daarbij hoeveel exemplaren je wilt ontvangen. 䡵

| Museum het Valkhof 3 onder | D. Weyers, Rijksmuseum van Oudheden 10, 11 boven

Gemeenteraadsverkiezingen De AWN heeft getracht alle rechthebbenden van het beeldmateriaal te achterhalen. Mochten personen of instanties desondanks van mening zijn dat rechten niet zijn gehonoreerd, dan kunnen zij contact met de AWN opnemen.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 2

In maart 2018 zullen er gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden. Gemeenten bepalen, zoals bekend, voor een groot deel hoe er met archeologie wordt omgegaan. Afdelingen en lokale werkgroepen van de AWN doen er dus verstandig aan om archeologie gedurende de verkiezingscampagne extra onder de aandacht te brengen van politieke partijen. Voor

het opnemen van aandacht voor cultureel erfgoed in partijprogramma’s is het te laat, want die zijn nu al geschreven. Maar er liggen nog genoeg kansen om de lokale politiek op een positieve manier met archeologie in contact te brengen. Nodig bijvoorbeeld (kandidaat-)raadsleden uit bij activiteiten tijdens de Nationale Archeologiedagen, of organiseer iets speciaal voor hen. Stel vragen op bijeenkomsten van politieke partijen en aan flyerende partijleden, gebruik de krant en andere media. En laat bij dat alles vooral zien hoe leuk en leerzaam kennis over het verleden van eigen stad en dorp kan zijn. We ontvangen graag voorbeelden van wat jullie ondernemen en zullen de meest verrassende acties op onze website plaatsen. 䡵

Afgevaardigdendag De Afgevaardigdendag, het jaarlijks overleg tussen afdelingsbesturen en het landelijk bestuur, vindt plaats op 11 november bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Hoofdpunten voor de bespreking zijn de verenigingsstructuur van de AWN en belangenbehartiging in de praktijk. Een bezinning op de huidige verenigingsstructuur is een van de beleidsdoelen in het nieuwe beleidsplan en op deze Afgevaardigdendag maken we daar een begin mee. ‘Belangenbehartiging in de praktijk’ zal een uitwisseling zijn van voorbeelden (zowel succesvolle als minder geslaagde) van belangenbehartiging door en vanuit de afdelingen. 䡵

Archeologische kennisbronnen Kennis is noodzaak voor een zorgvuldige besluitvorming over de omgang met archeologisch erfgoed binnen de ruimtelijke ordening. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft de belangrijkste bronnen van kennis op een rij gezet. Dit waardevolle hulpmiddel is overzichtelijk en snel te raadplegen via korte beschrijvingen en directe links op de website www.archeologieinnederland.nl. De site geeft ook toegang tot de archeologische database Archis en databases over dieren, planten en scheepswrakken in de archeologie, de e-depots voor dendrochronologie en voor de Nederlandse archeologie (DANS). Verder is er informatie te vinden over omgang van archeologie in onder andere de ruimtelijke ordening. 䡵

14-09-17 15:11


VAN DE VERENIGING

3

NIEUWS Vrijwilligers gaan PAN ondersteunen William ten Brink

Vanaf dit najaar gaat de organisatie achter Portable Antiquities of the Netherlands (PAN) ook vrijwilligers inzetten om vondsten van zoekers met een metaaldetector te registreren. Ze zullen, na een instructie via workshops, de acht vaste landelijke registrators van PAN ondersteunen. Dat is nodig, omdat het sinds de start van PAN in september vorig jaar storm loopt met de aanmelding van detectievondsten, zo bleek in mei bij de officiële lancering van de website van PAN.

D

e vrijwillige registrators bezoeken verzamelaars thuis of spreken af in een museum om vondsten en hun vindplaatsen te documenteren. Specialisten verzorgen waar nodig de wetenschappelijke determinatie. Op het moment dat de website de lucht in ging waren al meer dan elfduizend vondsten gedocumenteerd, afkomstig van ruim duizend locaties. De Romeinse periode blijkt voorlopig het best vertegenwoordigd. Wat vondstgroepen betreft ligt het accent op munten en fibula’s.

Doel van PAN-project, dat door de AWN wordt ondersteund, is om oudheidkundige vondsten in privébezit, en dan vooral vondsten met een metaaldetector, te documenteren en online te publiceren. Daardoor komt de informatie over vondsten en over hun wetenschappelijk belangrijke vindplaats beschikbaar voor de wetenschap, erfgoedonderzoek, musea en alle andere geïnteresseerden. PAN is ook een erkenning van hobby-archeologen: hun zoekactiviteiten en vondsten krijgen serieuze aandacht. Belangstellenden kunnen via de PAN-website (www.portable-antiquities.nl) kijken wat er in hun gemeente of provincie aan oudheidkundige vondsten is gemeld en dat leidt tot een verdieping van het historisch besef. Bovendien is registratie in een nationale databank relevant voor de ruimtelijke ordening. Vondsten die via PAN zijn aangemeld, kunnen indicatief zijn voor een archeologische vindplaats en bij beleidsbeslissingen over nieuwbouw of herinrichting van terreinen kan dan rekening worden gehouden met aanvullend onderzoek.

Anton Cruysheer, lid van de AWN-afdeling Naerdincklant en zelf verwoed zoeker, benadrukte tijdens de presentatie van de PANwebsite het vertrouwen dat nodig is om het project tot een succes te maken. ‘Aanwezigheid e van PAN op zoek- of ledendagen bevordert dat vertrouwen en verkleint de afstand de tussen zoekers en de archeologie. Het is dé tus manier om de drempel voor het aanmelden ma van vondsten te verlagen.’ Cruysheer pleitte ook voor terugkoppeling na registratie van vondsten. ‘Dat is voor lin zoekers heel belangrijk, je wilt weten of je zoe een zeldzame vondst hebt gedaan.’ Ook is ee het volgens hem leuk om te weten of jouw vondst door anderen wordt gewaardeerd, von misschien door op de site topvondsten in de mis etalage te zetten, de mogelijkheid te bieden eta om aantallen ‘views' of ‘likes' aan te geven of een reactie achter te laten. 䡵 ee 䊴

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 3

AWN’er Anton Cruysheer: Vertrouwen maakt PAN tot een succes en verlaagt de drempel voor het aanmelden van vondsten.

Een succesverhaal: de goudschat van Lienden, bestaande uit 42 laat-Romeinse munten. Nadat er 23 munten gemeld waren via PAN, kwam aan het licht dat er eerder ook gouden munten gevonden waren op dezelfde locatie (zie Archeologie in Nederland september 2017).

14-09-17 15:11


4

Voorzitter gezocht

Wie volgt Tonnie van de Rijdt op?

AWN op zoek naar nieuwe voorzitter Sturen, stimuleren en verbinden

Tijdens de ALV bracht ze het al onder de aandacht: op 7 april 2018 eindigt de tweede bestuurstermijn van onze voorzitter Tonnie van de Rijdt. Statutair is zij niet voor een derde termijn verkiesbaar. Zoals ook al blijkt uit de advertentie in Archeologie in Nederland: wij zoeken een opvolg(st)er! Wat wordt er van de nieuwe voorzitter verwacht? Het omvat uiteraard het vertegenwoordigen van de AWN. De algemeen voorzitter is immers het gezicht van de vereniging, zowel naar buiten toe als intern, naar afdelingen en leden. Hij/zij opereert sturend, stimulerend en verbindend. Wij verwachten van de nieuwe voorzitter, naast een gedegen motivatie en een goede mobiliteit, ook een goede kennis van het archeologische veld, het actief volgen van ontwikkelingen in de archeologie, goede communicatieve vaardigheden, zowel in woord als in geschrift, en uiteraard leidinggevende en bindende capaciteiten. Wenselijk zijn verder het vermogen om te kunnen lobbyen en netwerken, om de uitvoering van het beleidsplan 2017-2021 te realiseren, te bewaken en voort te zetten. Daarbij moeten aangedragen ideeën en voor-

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 4

stellen in een toekomstgericht perspectief worden geplaatst, vooral op het vlak van belangenbehartiging.

Basistaken Tot de werkzaamheden van de landelijk voorzitter behoren onder meer het acht keer per jaar voorbereiden en leiden van de bestuursvergaderingen, vier of vijf keer per jaar deelnemen aan overleggen met externe archeologische organisaties, betrokkenheid en/of aanwezigheid bij evenementen zoals ArcheoHotspots, Reuvensdagen en jubilea, het voorzitten van de jaarlijkse Afgevaardigdendag en de Algemene Ledenvergadering, en bestuurswerk voor het AWN-Archeologiefonds. Gemiddeld zal dit circa twaalf uur per week vergen. Deze basistaken kunnen naar eigen inzicht aangevuld worden met activiteiten, zoals Tonnie deze uitvoerde rondom belangenbehartiging, onderwaterarcheologie, metaaldetectie, Erfgoedwet en Omgevingswet en Nationale Archeologiedagen. Bij deze aanvullende activiteiten kan een beroep worden gedaan op ondersteuning vanuit landelijke werkgroepen en afdelingen.

Eigen visie Op basis van een eigen visie kan aan de functie verdere invulling worden gegeven. In de woorden van Tonnie: ‘Het gaat om wat voorzitter zijn jezelf kan bieden. Er gebeurt in deze sector ontzettend veel en als je je daarvoor inzet, kan je inbreng er ook echt toe doen. Ik ervaar gehoord en gewaardeerd te worden en de rol en de positie van de AWN en de AWN-vrijwilligers heb ik mede kunnen versterken.’ Wie interesse heeft in de functie, kan voor inhoudelijke informatie terecht bij Tonnie van de Rijdt, voorzitter (voorzitter@awnarcheologie.nl, tel. 06 · 2348 3818). Inlichtingen over de procedure zijn verkrijgbaar bij Henk Kluitenberg, secretaris (secretaris @awn-archeologie.nl, tel. 0317 · 613 050). De functie is vrijwillig. Reiskosten en andere onkosten worden vergoed. In verband met een goede overdracht vragen wij belangstellenden om snel te reageren. 䊲

Tonnie van de Rijdt netwerkt graag, ook in de koffiepauze, zoals hier tijdens de presentatie van de PAN website.

14-09-17 15:11


VAN DE VERENIGING

5

NIEUWS Onderwaterarcheologie: minister wil praten

M

inister Bussemaker van OCW wil met de AWN, Landelijke Werkgroep Archeologie Onder Water (LWAOW) en Stichting Maritiem Onderzoek Nederland (STIMON) praten over een uitzondering op de certificatieplicht voor archeologisch onderzoek voor verenigingen van vrijwilligers in de maritieme archeologie. De drie organisaties drongen eerder dit jaar bij de minister op die uit-

zondering aan, in aanvulling op de bestaande uitzonderingen voor verenigingen voor archeologie op het land en voor detectoramateurs (zie AWN Magazine april). Ook vroegen ze om een intensievere samenwerking tussen professionele archeologen en overheden en vrijwilligers in de maritieme archeologie. Na de brief drongen ook de kustprovin-

cies bij Bussemaker aan op een uitzondering op de certificatieplicht. Volgens de minister lopen er op dit moment drie pilots (bij Texel, op de Noordzee en in Zeeland), die meer zicht bieden op de praktische consequenties van een uitzonderingsbepaling. Met de kustprovincies heeft zij afgesproken om mede op basis van die pilots gezamenlijk te onderzoeken wat een goede aanpak is. Bussemaker wil dat AWN, LWAOW en STIMON bij dat overleg aansluiten. 䡵

Even voorstellen: Leonoor Nederstigt De redactie van Archeologie in Nederland is uitgebreid. Sinds juli versterkt Leonoor Nederstigt het team. Ze zal onder meer de eindredactie van AWN Magazine op zich nemen. Hieronder stelt Leonoor zich voor.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 5

I

k ben 23 jaar en studeer archeologie aan de Universiteit Leiden. Sinds kort ben ik lid van de AWN, waarbij ik me heb aangemeld na goede verhalen gehoord te hebben van vrienden en vrijwilligers met wie ik in het veld heb gestaan. Ik woon in Leiderdorp en val daardoor onder AWN afdeling 6 – Rijnstreek. Aan het begin van mijn studie richtte ik me vooral op de archeologie van het MiddenOosten, waar ik ook twee keer stage heb mogen lopen: in Jordanië en in Oman. Hoewel ik dit vakgebied nog steeds heel interessant vind, merkte ik dat mijn hart toch meer bij de archeologie van Noordwest-Europa ligt. Ik besloot van specialisatie te veranderen en ging me verdiepen in de vroege middeleeuwen. Ik zit nu in de laatste fase van mijn research master en schrijf mijn scriptie over Merovingische glaskralen. Van deze periode zijn er relatief veel vondsten en sites bekend, maar over hoe de samenleving precies in

elkaar zat weten we nog maar weinig. Het bijzondere aan Merovingische glaskralen is dat ze in grote delen van Europa voorkomen en regelmatig geïmporteerd lijken te zijn uit verre landen, zoals Egypte en zelfs India. Toch zijn er ook veel regionale verschillen zichtbaar. Zelfs tussen twee nabijgelegen sites kan een enorm verschil zitten in het uiterlijk van kralen en de samenstelling van kralensnoeren. Ik wil dit verspreidingspatroon beter begrijpen door onderzoek te doen naar de rol van kralen in de Merovingische samenleving. Dit kan ons nieuwe inzichten opleveren over de Merovingische cultuur en economie. In mijn vrije tijd ben ik graag bezig met mijn grootste hobby: schrijven. Momenteel werk ik aan een historische roman die ik ooit hoop uit te geven. Daarnaast houd ik veel van reizen en de Japanse vechtsport jiu-jitsu. Ik kijk er naar uit om me in te zetten voor Archeologie in Nederland en AWN Magazine! 䡵

14-09-17 15:11


6

Nationale Archeologiedagen

Een frisse kijk op archeologie

Gerti de Koeijer

Nationale Archeologiedagen Kom zien, horen, ontdekken en graven

Na groot succes in 2015 en 2016 zullen dit jaar de derde Nationale Archeologiedagen plaatsvinden op 13, 14 en 15 oktober. Een bijzonder initiatief, waaraan veel AWN-afdelingen gaan meedoen. Stap in de wondere wereld van de archeologie. Kom zien, horen, ontdekken en graven.

De pers was het unaniem eens over de Archeologiedagen: archeologie wordt ontstoft! De Archeologiedagen zijn niet alleen een leuk uitje, maar ook de archeologie zelf staat een weekend lang in de schijnwerpers met allerlei `niet-stoffige’ activiteiten met stevige inhoud. Het is tijd voor een nieuwe, frisse kijk op de ar-

Met een metaaldetector zoeken in de binnentuin van de bieb. Een van de spannende activiteiten die AWN-afdeling 2 samen met de Centrale Bibliotheek in Hoorn voor kinderen organiseerde.

Ook AWN-afdeling 6, in samenwerking met Archeologiehuis ZuidHolland, wist dat metaaldetectie vooral bij kinderen hoog scoort. Hoe meer gepiep, hoe beter.

Jongeren en archeologie: botten scoren, scherven niet William ten Brink

S

keletten en botten scoren, scherven zijn saai. Althans, onder jongeren van acht tot achttien jaar. Met steun van het Fonds Cultuurparticipatie heeft onderzoeksbureau Qrius in opdracht van Stichting Nationale Archeologiedagen onderzoek gedaan naar mogelijkheden om jongeren enthousiast te krijgen voor archeologie. Het is goed om bij het organiseren van activiteiten die (mede)

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 6

op jongeren zijn gericht, te weten wat ze nu echt leuk vinden en wat niet. Jongeren raken volgens Qrius niet vanzelf geïnteresseerd of betrokken naarmate ze ouder worden. Organisaties moeten ze ‘verleiden’ door positief en enthousiast in te spelen op ontwikkelingen in de leefwereld van kinderen, en er rekening mee houden dat een kind van negen jaar ook nog eens heel andere dingen leuk vindt dan een kind van bijvoorbeeld twaalf. Qrius adviseert

daarom een indeling in drie herkenbare en goed benaderbare segmenten: kinderen die in de bovenbouw van de basisschool zitten, jongeren in de onderbouw van de middelbare school en jongeren in de bovenbouw van de middelbare school. Voor al die groepen geldt overigens, dat ze vooral getriggerd worden door activiteiten die, al is het maar voor hun gevoel, op een net iets oudere leeftijdsgroep gericht zijn. “We moeten ze verrassen en uitdagen en de lat net iets

14-09-17 15:11


7

Een frisse kijk op archeologie

Er is een stappenplan ontwikkeld voor het opzetten van archeologische activiteiten: in negen stappen van archeologie naar publiek. Daarin vind je alle alles waar je aan moet denken bij het opzetten van een evenement: brainstormen, samenwerkingspartner(s) en een locatie vinden, financiering regelen, communi-

catie en persbereik organiseren en, uiteraard, je activiteit aanmelden. Dit stappenplan is beschikbaar op de website www. archeologieleeft.nl/stappenplan/. Hoe bereikt archeologie met succes het publiek? Laat je op de website inspireren door de verwijzingen naar ‘archeosuccessen’ en ‘interviews’ en gebruik ‘inspiratie & tools’ bij het organiseren van je activiteit. Laat archeologie leven… voor iedereen! Door deel te nemen aan de Nationale Archeologiedagen pak je de kans om uit te leggen waarom we er in Nederland voor kiezen tijd en geld te besteden aan archeologie. Je kunt je activiteit aanmelden op www.archeologiedagen.nl/deelnemen/. AWN-afdelingen en werkgroepen kunnen ook dit jaar een vergoeding krijgen voor de kosten van activiteiten. Wat betreft het budget volgt nog nader bericht. Voor kosten die nu al bekend of voorzien zijn, kunnen afdelingen contact opnemen met penningmeester Harmen Spreen: pm@awn-archeologie.nl.

cheologie. Voor een leuke en inspirerende terugblik: kijk op de website van het online magazine Nationale Archeologiedagen 2016. Ruim 35.000 bezoekers bezochten toen meer dan tweehonderd activiteiten op 135 locaties door het hele land. Reken maar dat 2017 een nog betere versie wordt, want de activiteiten tijdens de Nationale Archeologiedagen breiden zich als een olievlek uit over Nederland. Het begon in 2015 met drie deelnemende provincies en 22 AWN-werkgroepen. Dit jaar doen zeven provincies mee. Op hoeveel AWN-werkgroepen komen we in 2017 uit?

Stappenplan

Determineren van vondsten in de bibliotheek van Hoogkarspel.

hoger leggen dan ze gewend zijn.”, aldus de onderzoekers. Jonge kinderen zijn het gekst op botten van mensen en dieren, maar ook op bijzondere voorwerpen die een direct verband leggen met hun leefomgeving straat, wijk, dorp of stad. Liefst mét bijbehorende, spannende verhalen. Zelf graven of het zoeken met een metaaldetector vinden de meeste kinderen ook leuk, maar alleen als ze echt iets vinden en dat ook mogen houden. Jongeren uit de onderbouw willen vooral de verhalen achter voorwerpen die gevonden zijn. Verhalen over het dagelijkse

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 7

Zelf graven en nog iets vinden ook: dat zijn activiteiten die de belangstelling van kinderen meteen op scherp zetten. Liever botten dan scherven.

leven van de mensen die ze gebruikten of creëerden, met alles erop en eraan spreken ze aan, zeker als het gaat over leven en dood, goed en kwaad, schuld en onschuld, recht en onrecht, liefde en geluk, haat en nijd. Ze willen mensen ‘zien’ en zijn (met dank aan televisieseries als CSI en Bones) gek op reconstructies en de technieken daarachter. Oudere middelbare scholieren zijn de lastigste doelgroep. Ze staan verder af van archeologie, omdat er voor hen al heel veel te doen is. Wie ze toch wil bereiken, doet dat het best met accenten op technologie en met enthousiast gebrachte onderwerpen

als rijkdom, vakmanschap, macht, ambities en succes, met nadrukkelijk de menselijke component daarin. Het zijn onderwerpen die raakvlakken met hun eigen leven hebben, omdat ze er steeds beter achter komen wie ze zijn en waar hun talenten en mogelijkheden liggen. Ten slotte: presenteer activiteiten voor jongeren met fris en aansprekend enthousiasme en vooral niet op een standaard manier. Zoals een van hen het in het onderzoek het verwoordde: ‘Volwassenen zeggen dat archeologie zo belangrijk en interessant is. Dat bepalen we zelf wel!’ 䡵

14-09-17 15:11


8

Odijk

Op zoek naar de Vinkenburg

Ton van Bommel

Een opgraving in Odijk Op zoek naar de middeleeuwse Vinkenburg

In Odijk, een dorp dat behoort tot de gemeente Bunnik, ligt een gebied dat plaatselijk bekend is als ‘Het Burgje’. Deze naam komt van een van de boerderijen in het gebied waarvan het vermoeden bestaat dat daar een middeleeuwse hofstede heeft gestaan, Vinkenburg genaamd. Deze hofstede wordt in diverse historische bronnen genoemd, maar de exacte locatie was niet bekend. Het gebied wordt momenteel grotendeels in beslag genomen door akkers, kersenboomgaarden en een paar boerderijen en woningen, maar de gemeente is van plan op een gedeelte van het gebied een aantal woningen te bouwen. Dit was aanleiding voor archeologisch onderzoek door middel van proefsleuven, in 2016 uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten. Het bleek te gaan om een archeologisch zeer interessant gebied. Archeologie in situ behouden was niet mogelijk gezien de vergevorderde bouwplannen, dus werd in april 2017 besloten tot een opgraving. ADC kreeg die toegewezen, onder leiding van Lourens van der Feijst. De AWN deed mee. Ik kende Lourens en hij vroeg me begin mei of de AWN bereid was mee te doen in Bunnik. Geweldig, want het is namelijk niet zo vanzelfsprekend dat vrijwilligers kunnen meedoen aan een opgraving. We mochten drie vrijwilligers per dag inzetten. Nu beschikt de afdeling Utrecht over een aantal ervaren gravers, die bijvoorbeeld in Duitsland deelnamen aan de opgraving van een Romeins

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 8

grafveld in Trier. Daarnaast heeft het werken in de Utrechtse Archeohotspot een aantal enthousiaste nieuwe leden opgeleverd, die een door ons zelf georganiseerde cursus hebben gevolgd. Alleen praktijkervaring ontbrak nog en dit was dus dé gelegenheid om die op te doen. Het lukte dan ook om op de meeste dagen drie mensen in te zetten. Het bleek een zeer interessante opgraving te zijn met materiaal uit verschillende perioden.

De opgraving Op een lichte verhoging in het landschap lag een grafveld uit de Romeinse tijd, bestaande uit crematiegraven en inhumatiegraven. Het grafveld was wel verstoord door ploegen in latere eeuwen. In het lager gelegen gebied erachter werden sporen aangetroffen uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Er was voor ons vrijwilligers genoeg te doen. Het zal je maar gebeuren dat je als beginneling mee mag doen met het uitgraven van een crematiegraf of skelet. De omstandigheden waren overigens niet optimaal; de grond bestond uit zware klei die door de droogte keihard geworden was. Couperen van de vele grondsporen was een van onze taken, en het kostte veel moeite om in de grond een gat te maken. Behalve gegraven hebben AWN’ers ook meegeholpen met het wassen van vondsten. De sfeer was goed en de samenwerking met ADC uitstekend. Dat we gratis kersen konden plukken was een leuke bijkomstigheid!

14-09-17 15:11


9

Op zoek naar de Vinkenburg

Tijdens de opgraving kwamen ook middeleeuwse resten aan het licht van vloertjes, muurrestanten, een waterput en een grachtensysteem. Hier legt Coen de Cnop een muurtje bloot in de brandende zon. Een petje en zonnebrandcrème zijn hard nodig.

Zorgvuldig, dus tijdrovend Naarmate de opgraving vorderde, werden steeds meer graven uit de Romeinse tijd gevonden. Het uitgraven van zo’n graf moet uiteraard heel zorgvuldig gebeuren en is daarom tijdrovend, zeker als er skeletresten gevonden worden. Vaak zijn er vele uren mee gemoeid. Alle grond met crematiesporen werd uit de kuil geschept om later gezeefd te worden. Meestal was er sprake van grafgiften in de vorm van potjes. Inhumatiegraven zijn overigens toch wel bijzonder, omdat cremeren de gewoonte was in de Romeinse tijd. Inmiddels kwamen in het ‘middeleeuwse’ gedeelte ook steeds meer sporen aan het licht. Zo waren er stenen vloertjes, muurrestanten, een waterput en een grachtensysteem aangetroffen. Het geheel leek op een omgrachte hofstede met een behoorlijke status. Hoewel er ook laatmiddeleeuwse scherven werden gevonden, dateren de meeste vondsten uit de nieuwe tijd. Alle muren moesten worden schoongemaakt en verder worden blootgelegd. AWN’ers hadden hier ook een aandeel in. Was hiermee de Vinkenburg gevonden, die bekend is uit verschillende historische bronnen? Eric Borrias, de verhalenverteller die op de open middagen aanwezig was, kon hier wel wat mee en vertelde het publiek spannende verzonnen verhalen over de vermoedelijke hofstede en het leven in de middeleeuwen.

Ton van Bommel geeft uitleg over de middeleeuwse opgraving. Voor de opgravingen bestond veel belangstelling en de open dag werd druk bezocht.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 9

Ook Iris Ekels leverde haar bijdrage aan het uitgraven van een crematiegraf. Naast haar een archeoloog van ADC ArcheoProjecten.

Het echte Burgje? Een grote verrassing was het, toen er in een van de laatste vlakken een rondlopende gracht werd aangetroffen met daarbinnen een eilandje. Daar had kennelijk iets zwaars op gestaan. Wat was het geweest? Speculaties gingen van een kasteeltoren tot een duiventoren. De waarheid kwam aan het licht toen de gracht werd uitgegraven. Die bleek diep, breed en steil. Het kon niet anders of die gracht had ooit een verdedigende functie: op het eiland heeft een woontoren gestaan zoals er in het gebied van de Kromme Rijn veel voorkomen. Is hiermee het ‘echte’ Burgje gevonden? Uit de historie is een kasteel Terborgh bekend. Tijdens het uitgraven van de grachten konden de AWN’ers niet veel meehelpen. Dit werk gebeurde grotendeels machinaal, en was door de diepe coupes niet geheel zonder risico. Af en toe kwam een graafmachine behoorlijk dicht bij de opgravers! Maar de kraanmachinisten waren ervaren mensen, net zoals de archeologen die het uitgraven begeleidden. We hebben in totaal vijf weken meegedaan met deze zeer interessante opgraving. Ondanks het hete weer was het een leuke, leerzame ervaring. Dank aan Lourens en zijn collega’s van het ADC voor deze gelegenheid om mee te doen. We wachten met spanning op het rapport! Over de auteurs Ton van Bommel is 32 jaar AWN-lid. Zijn specialiteit is late middeleeuwen. Bij de afdeling Utrecht coördineert hij de vrijwilligers.

14-09-17 15:11


10

Zuilichem

Nieuw onderzoek naar Romeinse brug

Peter Seinen

Romeinse brugresten bij Zuilichem Geofysische technieken moeten meer inzicht geven

De Stichting Mergor in Mosam wil een waardestellend onderzoek instellen naar de resten van een Romeinse brug bij Zuilichem. De brug werd ontdekt aan het einde van de negentiende eeuw, maar de exacte locatie raakte in vergetelheid. Het is belangrijk dat het draagvlak en de middelen gecreëerd worden voor verder onderzoek, want er zijn nog veel onbeantwoorde vragen over dit voor Nederland bijzondere object. De arbeiders van de steenfabriek in Zuilichem zullen vreemd opgekeken hebben toen ze in het najaar van 1895 tijdens kleiwinning ineens stuitten op lange rijen houten palen. De eigenaar van de steenfabriek, J.A. Pool en zijn zoon, hadden voldoende historisch besef om de directeur van het Rijksmuseum voor Oudheden W. Pleyte te waarschuwen, die prompt leden van zijn staf stuurde. Gezamenlijk maten en tekenden ze de palenrijen. Ten slotte stuurde Pool nog twee complete houten palen naar Pleyte voor nader onderzoek. Pleyte werkte de bevindingen uit en publiceerde die in de Mededeelingen van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen 1 . Hierin waagde hij zich aan een Romeinse datering, gebaseerd op een vergelijkbaar voorbeeld uit Neuwied in Duitsland, dat weer voornamelijk gebaseerd was op beschrijving van de aanleg van tijdelijke houten jukbruggen door Caesar in zijn beroemde werk over de Gallische oorlogen.

Nieuwe aandacht Het laaggelegen afgegraven terrein met de paalresten werd prijsgeven aan de natuur en werd bedekt met sediment en water. Hoewel de resten voor inwoners van Zuilichem nog tientallen jaren zichtbaar waren, hadden archeologen hun belangstelling verloren. In 1969 bracht G. Koppert de ontdekking met een uitgebreid artikel in Westerheem 2 weer in herinnering, maar Jan Bervaes van de Historische Kring Bommelerwaard pakte als eerste de uitdaging op om de brug daadwerkelijk verder te onderzoeken. Bemonstering en datering waren de eerste doelen van het project dat door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig bodemonderzoek werd gestart. Doordat de exacte plaats van de resten niet nauwkeurig bekend was, werd een zeer ruime proefsleuf gepland. Dit maakte de kosten voor de opgraving onacceptabel en het project werd afgeblazen.

Serieus aan de slag Jan Bervaes was niet de enige die op jacht was naar de brugresten. In de publicatie van Koppert werd een plas in de uiterwaarde aangeduid, waar paalresten bij laagwater te zien zouden zijn. Menig duikende vrijwilliger in onderwaterarcheologie heeft een verkenningsduik overwogen. Ook de stichting Mergor in Mosam (onderwater-archeologische projecten) had deze zeer interessante site in haar portfolio, hoewel duidelijk was dat op de plaats van het plasje inmiddels een grasveld was aangelegd. Eind vorig jaar werd besloten serieus aan de slag te gaan, met als einddoel het terugvinden en onderzoeken van de brugresten. De kans van slagen hangt sterk af van de grootte van het te onderzoeken terrein waarin de resten met grote waarschijnlijkheid liggen. Het zeer nauwkeurig aanduiden van de resten, binnen een vierkante meter, is hierbij cruciaal. Begonnen werd met het verzamelen en vastleggen van alle beschikbare informatie, waarbij sterk geleund kon worden op het werk van Jan Bervaes, voornamelijk gebaseerd op kadasterinformatie en ooggetuigenverslagen. Extra bronnen zoals de positie van dijkpaaltjes (Waterschap) en oude luchtfoto’s (Royal Air Force) bevestigden de resultaten van Bervaes en versterkten het oordeel dat de plaatsaanduidingen van Pleyte en Archis fout zijn3 . Hoewel de locatie van de brugresten nu op een gebied van enkele honderden vierkante meters aan te wijzen zijn, is dat nog onvoldoende voor een betaalbaar vervolgonderzoek. Het

Een tekening naar een foto van de site vlak na de ontdekking in 1895. De paalresten steken ongeveer een meter boven de bodem uit.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 10

14-09-17 15:11


11

Nieuw onderzoek naar Romeinse brug

Deze reconstructie van de brug komt oorspronkelijk uit Descriptiones Nobilissimorum Apud Classicos Locorum uit 1878.

Nog helemaal niet zeker Hoewel de resten niet acuut bedreigd worden, kan datering van de brugresten belangrijke archeologische informatie opleveren. Mogelijk bestaan er verbanden met de aanwezigheid van Caesar in onze rivierengebied of met de Bataafse Opstand. Hoewel op basis van de waarnemingen van Pleyte, gebaseerd op de vorm van brugresten, een Romeinse oorsprong wordt verondersteld, is dat nog helemaal niet zeker. Er zijn niet zoveel manieren om een stabiele brug in een stromende rivier te bouwen. Bovendien beoordeelde Pleyte de palen die hij van Pool had gekregen als dennenhout, een voor Romeins Nederland nog onbekende toepassing als constructiemateriaal 4 .

huidige gebied is nu echter wel klein genoeg om intensief te worden onderzocht met geofysische meettechnieken. We willen een eerste poging doen met grondradar. Als de houtresten voldoende contrast in de bodem te zien geven, kan hiermee een positionering met decimeter nauwkeurigheid worden verkregen. Daarmee komen andere bemonsteringstechnieken in beeld en hoeven geen brede diepe en dure sleuven aangelegd te worden.

Noten 1 Pleyte, W. (1896), ‘Iets over de oude brug bij Zuilichem’, in: Verslagen en Mededeelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschappen. Afdeling Letterkunde, Haarlem, 290-297 2 Koppert, G. (1969), ‘2000 jaar geleden bouwden Romeinen reeds vaste bruggen over onze rivieren’, in: Westerheem 18, nr. 3, 118-125 3 Seinen, P.A. (2017), ‘Zoektocht naar een brug over de Waal. Een reconstructie van de zoektocht van Jan Bervaes’. Rapportcode MiM-RapportRBZ-2017, rapport Stichting Mergor in Mosam 4 Jansma, E. (2017), Stichting Ring, privécorrespondentie Over de auteur Peter Seinen is bestuurslid van de AWN-afdeling AVPK en de Stichting Mergor in Mosam. Hij voert kleinschalige archeologische projecten uit.

Het graslandje waaronder de brugresten liggen te wachten op nader onderzoek, anno 2017. Op de achtergrond is de kerktoren van Zuilichem te zien.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 11

14-09-17 15:11


12

Mijn mooiste vondst

12

Goudschat Loppersum persum rsum

Aldwin Wals

Mijn mooiste vondst: goudschat Loppersum

Munt uit de vijftiende eeuw, met daarop afgebeeld een staande keizer. De inscriptie luidt: ‘FRIDERICVS RO IMP’.

ging Loppersum bracht voor de gelegenheid een extra editie van haar jaarboek uit. De reden waarom de munten verborgen zijn, blijft gissen. Misschien had het te maken met het Schansenbeleg van Groningen (1588-1594), de pogingen van de Staatse troepen om in de Tachtigjarige Oorlog Groningen in te nemen. In deze periode was er voortdurend oorlog in het Noorden en misschien is de schat daarom begraven.

Ik assisteerde vorig jaar archeoloog Sierd Jan Tuinstra, die in Loppersum bezig was met de een inspectie bij de werkzaamheden. In een net open gegraven deel van de straat gaf mijn XP Deus metaaldetector al na een paar zwaaien een prachtig signaal, waarna ik tot mijn verbazing een geweldig mooie gouden munt uit de grond haalde. Die heb ik natuurlijk meteen aan de archeoloog laten zien, maar ik popelde tegelijk om verder te zoeken. En ja hoor, ook een tweede piep leverde weer een gouden munt op. Daar bleef het bij, maar een deel van de afgegraven grond was al op een stort gedumpt, dus een nieuwe uitdaging wachtte!

Wat me toen overkwam… Binnen de kortste keren had ik negentien munten gevonden. Opnieuw contact gezocht met Sierd Jan, die mij aanmoedigde om vooral door te zoeken. In de middag is de stortbult zelfs omgegooid om mij nog een kans te geven op het vinden van munten. En dat gebeurde ook. Een voor een haalde ik een behoorlijk aantal mooie munten uit de stort. De volgende dag zocht ik verder en ook dat leverde weer een aantal munten op. Nog een dag later bleef de teller uiteindelijk staan op 48 gouden munten. Een heuse schat! De munten zijn uit de vijftiende en zestiende eeuw en er staan vooral heiligen op afgebeeld, zoals Petrus, Laurentius en Johannes. De oudste munt is nog niet exact gedateerd, maar zeker afkomstig uit de vijftiende eeuw. De jongste munt is van 1592. Enkele munten komen uit Nederland, de meeste uit diverse Duitse deelstaten en steden. Ze zijn geslagen uit naam van diverse keizers, onder wie Karel V, Rudolph II en Maximiliaan II, maar ook uit naam van enkele Duitse keurvorsten. In april heb ik de muntschat, samen met burgemeester en wethouders van Loppersum, aan de pers getoond en een dikke maand later was die voor iedereen te bezichtigen in het gemeentehuis. De Historische Vereni-

Bij rioleringswerkzaamheden in het centrum van Loppersum is vorig jaar een gouden muntschat uit de zestiende eeuw gevonden. Maar liefst 48 gouden munten kwamen toen tevoorschijn uit wat in eerste instantie oogde als een laag puin, maar al snel de kelder van een oude woning bleek. Een hoofdrol in de ontdekking van de schat was weggelegd voor Aldwin Wals van AWN-afdeling NoordNederland. Hij spoorde de munten met zijn metaaldetector op en deed daarmee zijn mooiste vondst ooit.

Gouden munten

Een dolgelukkige Aldwin Wals met een van de door hem gevonden munten, die zouden uitgroeien tot zijn mooiste vondst ooit.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 12

De goudschat van Loppersum, schoongemaakt, geconserveerd en voor iedereen zichtbaar in een vitrinekast.

Verder onderzoek Het verhaal over de goudschat van Loppersum was, met alle media-aandacht daar omheen, na de presentatie in mei nog niet helemaal afgelopen. Eind juni deed ik samen met Nanco Bos, ook lid van de AWN, opnieuw onderzoek in de stortgrond. Dat mocht na een officieel verzoek dat AWN Noord-Nederland indiende bij Michiel Rooke, provinciaal archeoloog van Groningen. We hebben met een kraan de grond in dunne laagjes van de bult laten graven en de afgegraven grond uit laten vlakken, zodat we optimaal konden zoeken. Het resultaat: opnieuw kon een gouden munt aan de schat toegevoegd worden. In totaal heb ik dus bijna vijftig gouden munten gevonden. Wat een beleving en inderdaad, beslist mijn mooiste vondst ooit!

Op naar de rest van de schat. Uiterst zorgvuldig speuren naar achtergebleven munten.

14-09-17 15:11


Vrijwilliger aan het woord

13

Yttje Knol

Vrijwilliger aan het woord: Yttje Knol ArcheoHotspot: handen en voeten geven aan sluimerende interesse Onze tandarts in mijn jeugd was amateurarcheoloog. Ik herinner me nog dat hij een door mijn broer in Friesland gevonden vuistbijl graag toegevoegd zag aan zijn verzameling. De gedachte dat er duizenden jaar geleden langs de Tjonger vanuit tijdelijke nederzettingen gejaagd werd op onder andere grote herten, in een heel ander landschap dan nu, maakte grote indruk op mij. Mijn nieuwsgierigheid naar het verleden ontwikkelde zich door vakanties in Engeland, Griekenland en Italië. In de loop van de jaren groeide ook de wens om meer aan de weet te komen over archeologie in Nederland. Wonen in Utrecht helpt daar goed bij. Ik werd gids in de middeleeuwse Pieterskerk en kreeg door mijn groeiende kennis over deze kapittelkerk meer greep op gewoonten en gebruiken uit de geschiedenis. Losse informatie kreeg structuur, verbanden werden zichtbaar. Ook de aanwezigheid van de Romeinen in onze stad sprak zeer tot mijn verbeelding. Ik had daar tot dan toe af en toe iets mee gedaan: erover lezen, cursussen en lezingen volgen. Nadat ik gestopt was met (betaald)

werken in onder andere de gezondheidszorg, kwam er ruimte om mijn interesse handen en voeten te geven. De aankondiging in het najaar van 2015 dat er in het Universiteitsmuseum in Utrecht een ArcheoHotspot zou komen, kwam als geroepen! De eerste informatiebijeenkomst was een schot in de roos. Tot mijn plezier zag ik een bevlogen clubje met een prachtig plan en een duidelijk verhaal over de opzet en bedoeling. Ik werd heel enthousiast van die opzet: het directe contact met vondsten uit de omgeving en het uitoefenen van een publieksfunctie sprak me aan.

Persoonlijke verhalen Mijn verwachtingen over het project zijn helemaal uitgekomen! Vanaf februari 2016 hebben we een grote diversiteit aan aardewerk onder handen gehad. De middagen verliepen altijd heel prettig, mede dankzij de collegavrijwilligers, de steeds aanwezige kennisdragers van aardewerk en ‘last but not least’ de belangstelling en inzet van de bezoekers, onder wie veel kinderen. Nooit geweten dat aardewerk zo interessant is. De diversiteit en het leren herkennen

van functie, soort baksel en wijze van productie vind ik een echte ‘sport’, mede dankzij de stimulerende begeleiders en hun adviezen over literatuur. Wat betreft de publieksfunctie geniet ik vooral van de kinderen: ze zijn open en nieuwsgierig, sterk in het ontdekken van passende stukken aardewerk. Puzzelen vinden ze leuk en zij hebben interesse in de context: waar is het materiaal gevonden, hoe werd het gemaakt, hoe zagen ovens er uit, waar werd het aardewerk voor gebruikt, hoe oud is het? Als dat ook nog leidt tot een echte ontdekking, een bij elkaar passende rand, wand en bodem van één pot, is het helemaal feest. Mooie momenten zijn dat, net als de persoonlijke verhalen van bezoekers en de soms door hen meegebrachte eigen vondsten. Hoogtepunten waren voor mij de vitrine vol prachtig aardewerk van de opgraving ‘Leeuwestein’, verworven inzicht in de werkwijze van middeleeuwse pottenbakkers door de opgraving ‘Schermerhornstraat’ en het in handen hebben van zó veel prachtig Romeins aardewerk. Ik word helemaal warm en trots als ik een mooi stuk terra sigillata vast heb.

Opgaan in de Romeinse tijd Dit alles heeft ertoe geleid dat ik een basiscursus archeologie heb gevolgd en lid ben geworden van de AWN-afdeling Utrecht. Momenteel ben ik betrokken bij een werkgroep die onderzoek verricht naar inheemsRomeins aardewerk in het Kromme Rijngebied. Het deelnemen aan de ArcheoHotspot heeft voor mij dus geweldig uitgepakt en het eind is nog lang niet in zicht! Toen ik onlangs in onze huisvesting in het castellum Hoge Woerd weer eens Romeins aardewerk onderhanden kreeg, voelde ik me helemaal opgaan in de tijd van het castellum en de Romeinen. Wat een fantastisch gevoel! 䊱

Yttje Knol, temidden van het aardewerk waar ze een passie voor heeft.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 13

14-09-17 15:11


14

VAN DE AFDELINGEN NIEUWS De Vierdaagse onderwater met Mergor in Mosam Peter Seinen en Joost van den Besselaar

D

e Nijmeegse Vierdaagse verschaft niet alleen een grote groep wandelaars en kijkers veel plezier, maar ook het kleine clubje duikende archeologische vrijwilligers van de stichting Mergor in Mosam. Op de laatste dag van het evenement leidt de wandelroute over de Maas bij Cuijk, waarvoor de genie een pontonbrug installeert. Deze brug over de Maas legt het drukke scheepvaartverkeer voor een dag stil, zodat er bijna overal in de Maas veilig gedoken kan worden. De stichting Mergor in Mosam (www.mergorinmosam.nl), opgericht tijdens de opgraving van de Romeinse brug bij Cuijk in het jaar 2000, maakt gretig gebruik van de mogelijkheden om onderwater archeologische verkenningen uit te voeren. In de Maas bij Cuijk liggen nog steeds resten van de beroemde laat-Romeinse brug en loskade, die door de eroderende werking van de rivier en scheepvaart ernstig bedreigd worden.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 14

Tijdens de duiken wordt al jaren de voortschrijdende erosie vastgelegd en later gerapporteerd. De nu nog zichtbare brugpijler verliest nog steeds enorme blokken natuursteen, die de vaargeul inrollen en langzaam maar zeker wegslijten. Ook de loskade heeft het zwaar te verduren. Een groot aantal van de zware eikenhouten funderingspalen is reeds verdwenen, evenals het laat-Romeinse bewoningsafval van de nabijgelegen nederzetting, dat eeuwenlang veilig tussen de palen opgesloten lag. Helaas mag volgens de nieuwe erfgoedwet zelfs het reeds verspoelde materiaal niet meer worden verzameld, zodat het erfgoed langzaam richting Maasvlakte verdwijnt. Heel spijtig, want het jarenlange verzamelen van losse artefacten door de stichting heeft spectaculaire inzichten in de bewoning opgeleverd die uitgebreid gepubliceerd zijn. 䊲

Erfgoed blijft onbeschermd Uiteraard werden de Rijksdienst en Gemeente Cuijk ieder jaar van de erosie op de hoogte gehouden, maar tot op de dag van vandaag werden geen beschermingsmaatregelen genomen. Weer een triest voorbeeld van de voor het erfgoed rampzalige combinatie van erfgoedwetgeving en commercieel bestel. Het bevoegde gezag kan zich succesvol verschuilen achter de wetgeving: geen verstoorder en dus geen geld voor afdoende beschermingsmaatregelen en ook geen wil om mee te denken over een praktische oplossing. Het wordt tijd om samen de koppen onder water te steken in plaats van in het zand. Intussen gaan wij natuurlijk gewoon door. We hebben inmiddels weer twee zeer interessante sites ontdekt die we de komende jaren gaan verkennen. Men zal nog van ons horen… 䡵

Duikers op weg tijdens de Nijmeegse Vierdaagse. Niet naar de finish, maar naar de Romeinse loskade aan de Maaskade.

14-09-17 15:11


COLOFON 15 Oudste lid AWN 104 jaar Kees de Rooij

Mevrouw Kraan in 2015, toen ze haar in Leidschendam gevonden stenen bijl aan het Museum Rijswijk aanbood.

M

evrouw Elise Kraan-Dom, lid van afdeling 19 (Twente), is 14 juli 104 jaar geworden. Zij is het oudste lid van de AWN. Mevrouw Kraan was in 1963 de ontdekster van de Romeinse mijlpaal op een gemeentelijke stort in Rijswijk. De mijlpaal is nu in het RMO in Leiden te bewonderen. Pas jaren later werd de oorspronkelijke plaats van deze mijlpaal vastgesteld. Verder vond ze in 1968 een stenen bijl van het Vlaardingentype in Leidschendam. In 2015 heeft mevrouw Kraan de stenen bijl en een in Rijswijk gevonden middeleeuws kannetje van aardewerk aangeboden aan het Museum Rijswijk, samen met een jeugdig zelfportret dat werd toegevoegd aan de werken van haar vader in dit museum, de bekende kunstschilder en illustrator Pol Dom. Zo vader, zo dochter, want ook mevrouw Kraan beoefende de schilderkunst, getuige de schilderijen in haar kamer in het verzorgingshuis in Almelo. Haar fysieke gezondheid is broos, maar geestelijk is ze nog heel helder. Haar ogen zijn de laatste jaren sterk achteruit gegaan,

zodat zij Westerheem niet meer kon lezen en het lidmaatschap van de AWN wilde beeindigen. Gelukkig is de regeling ingevoerd, dat AWN-leden vanaf honderd jaar zijn vrijgesteld van de betaling van het lidmaatschap. We hopen dat zij nog jarenlang lid kan blijven! Ter gelegenheid van haar 103e verjaardag heeft de afdeling Twente mevrouw Kraan vorig jaar een oorkonde van verdienste uitgereikt. 䡵

Onverwacht ‘jubileum’ Teus Koorevaar

G

ewoonlijk wordt er aandacht geschonken aan een 12½-, 25-, 40-, 50- of 60jarig jubileum. Na afloop van de jaarlijkse ledenvergadering van AWN-afdeling 11, Lek- en Merwestreek, kreeg Teus Koorevaar echter zijn eigen, onverwachte jubileum. Hij werd in het zonnetje gezet in verband met zijn 35-jarig

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 15

‘jubileum’ als voorzitter van deze afdeling. Na de oprichting van onze AWN-afdeling in 1961 volgde er een periode waarin veel activiteiten ondernomen werden. Helaas brak daarna een periode aan waarin de afdeling een slapend bestaan leidde. Dat kon en moest anders. In 1982 werd er een nieuw, actief bestuur geïnstalleerd en werden er weer allerlei activiteiten in Dordrecht, de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden ondernomen. Teus Korevaar werd als voorzitter van dit nieuwe bestuur benoemd en deze functie bekleedt hij tot op de dag van vandaag. Actief, betrokken, stimulerend, initiatiefrijk, enthousiast en bevlogen zijn enkele kenmerken van de manier waarop Teus zijn voorzitterschap invult en de wijze waarop hij begaan is met AWN-afdeling Lek- en Merwestreek. Vandaar dat die afdeling dit bijzondere jubileum niet ongemerkt voorbij wilde laten gaan. 䡵

Adressenlijst hoofdbestuur Alg. voorzitter A.H.J. (Tonnie) van de Rijdt-van de Ven, Luxemburglaan 43, 5625 NB Eindhoven, tel. 040 · 241 59 10, e-mail: vdrijdt@iae.nl Vice-voorzitter W. (Wim) Schennink, Vossenberglaan 29, 6891 CP Rozendaal (Gld), tel. 026 · 361 03 34, e-mail: Schennink-dekker@hetnet.nl Alg. secretaris H. (Henk) Kluitenberg, Grebbeweg 24-A, 3911 AW Rhenen, tel. 0317 · 613 050, e-mail: secretaris@awn-archeologie.nl Alg. penningmeester H.J. (Harmen) Spreen, De Pauwentuin 19, 1181 MP Amstelveen, tel. 020 · 453 70 21, e-mail: hspreen@xs4all.nl, IBAN: NL40INGB0000577808, t.n.v. penningmeester AWN Bestuursleden Educatie vrijwilligers R.H. (Ruud) Raats, Karper 41, 3824 LT Amersfoort, tel. 06 · 5578 4878, e-mail: ruud.raats@xs4all.nl LWAOW J. (Jan) Venema, Groote Zijlroede 1, 8754 GG Makkum, tel. 0515 · 232 160, e-mail: voorzitter @lwaow.nl PR en Communicatie P.H.A. (Paul) Flos, Avenbeeck 91, 2182 RV Hillegom, tel. 06 · 2434 3859, e-mail: prcommunicatie@awn-archeologie.nl Hoofdredacteur Archeologie in Nederland en AWNMagazine W.G. (William) ten Brink, Valutaboulevard 87, 3825 BS Amersfoort, tel. 06 · 4613 9670, e-mail: william.ten.brink@archeologienl.nl Belangenbehartiging J.P. (Paul) van Wijk, Reggestraat 11, 7523 CP Enschede, tel. 053 · 431 40 41, e-mail: pw566@hotmail.com Projecten en externe relaties H. (Henk) Hegeman, Gerrit Rietveldlaan 59, 2343 MB Oegstgeest, tel. 06 · 3308 4721, e-mail: hehehegeman@gmail.com Kijk op www.awn-archeologie.nl voor: – de contactgegevens en het activiteitenoverzicht van de 24 regionale afdelingen van AWN – nabestellen AWN-uitgaven AWN-lidmaatschapen A basislidmaatschap B studentlidmaatschap C jeugdlidmaatschap D geassocieerd lidmaatschap E huisgenoot-lidmaatschap

€ 50,00 € 30,00 € 27,50 € 40,00 € 25,00

Lidmaatschappen gelden per kalenderjaar en kunnen ingaan per 1 januari of na 1 juli. Na 1 juli is 50 procent van het jaarlidmaatschap verschuldigd. Opzegging vóór 1 december. Het lidmaatschap als basislid, studentenlid en jeugdlid geeft als rechten: – Toezending tijdschriften Archeologie in Nederland en AWN Magazine – AWN-verzekering op AWN-opgravingen en bij AWN-activiteiten – Toegang tot de landelijke en afdelingsactiviteiten van de AWN – Stemrecht op de algemene ledenvergadering Huisgenoten hebben alle rechten, met uitzondering van toezending van de tijdschriften. Een huisgenoot-lidmaatschap kan alleen verbonden worden aan een basislidmaatschap. Het geassocieerde lidmaatschap staat alleen open voor hen die lid zijn van een zusterorganisatie (historische kring, heemkundekring, oudheidkamer etc.) die als organisatie een basislidmaatschap van de AWN heeft. Geassocieerde leden ontvangen geen tijdschriften en hebben geen stemrecht op de algemene ledenvergadering. Na aanmelding wordt u ingedeeld bij de afdeling waar uw woonplaats onder valt. Wanneer u zich graag bij een andere afdeling wilt aansluiten kunt u dat bij uw aanmelding opgeven. Meer informatie over lidmaatschappen: H. Kluitenberg, landelijk secretaris AWN, Grebbeweg 24-A, 3911 AW Rhenen, tel. 0317 · 613 050 (tijdens kantooruren), e-mail: secretaris@awn-archeologie.nl Voor het nasturen van tijdschriften: Administratiekantoor van Dinther, tel. 010 · 501 73 23, e-mail: awn@vandinther.nl De AWN is een algemeen nut beogende instelling (ANBI).

14-09-17 15:11


AWN M AG A ZINE De archeologie in Nederland is voortdurend in ontwikkeling. Sinds bij wet is vastgelegd dat archeologisch onderzoek moet plaatsvinden voordat de bodem verstoord wordt, vinden er meer projecten plaats dan ooit. Tegelijkertijd is er veel aandacht voor nieuwe onderzoekstechnieken waarbij niet gegraven hoeft te worden. Ook oude opgravingen blijken vaak nog een schat aan informatie te bevatten. De kennis die archeologisch onderzoek oplevert, leert ons over de vele duizenden jaren bewoning door de mensen die voor ons kwamen. Wie waren deze mensen? Wat aten zij, hoe woonden ze en wat voor kleding droegen ze? Wat kunnen we herleiden van hun gewoonten en rituelen? Het archeologisch onderzoek van de Nederlandse bodem leidt voortdurend tot nieuwe ontdekkingen en inzichten. De AWN is de belangenorganisatie voor belangstellenden in de archeologie, archeologiebeoefenaars en archeologievrijwilligers. De vereniging wil een schakel zijn tussen archeologie en publiek en tussen archeologie en beleid en ziet het als haar maatschappelijke taak om archeologie als bron van kennis over ons verleden te laten leven in het heden en te behouden voor de toekomst. Dit doet de AWN door bij te dragen aan de kennis over archeologie, die kennis uit te dragen en publieke betrokkenheid te bevorderen, en door de belangen van het archeologisch erfgoed te behartigen.

Opmaak.AWN.Jaargang.1.nr.4.sept.2017.3.indd 16

14-09-17 15:11

Profile for AWN Magazine/Westerheem

AWN Magazine 2017, 4  

AWN Magazine 2017, 4