Page 12

12

TWEEDE WERELDOORLOG

Chocola Leny van Luijk was zestien toen het haar overkwam, tijdens de vieringen van de eerste verjaardag van de bevrijding van Eindhoven. “Met een hele stroom vriendinnen gingen we vaak op de Boschdijk soldaten kijken”, vertelt Leny in het boek. “Hopen dat we sigaretten kregen of chocola. In de buurt hoorde je telkens over nieuwe groepen die aankwamen. We waren eigenlijk allemaal een beetje door het dolle. Je pakte deze of gene bij de arm, of het nu Pietje of Gerritje was.” Leny’s vader Adriaan was conciërge in de Christelijke Nationale School aan de Bezemstraat. Daar zaten Engelsen, net als in het nabije Koenraadklooster van de Kapucijnen. Iedere zes weken kwamen daar nieuwe militairen. “Ze hingen uit de ramen en riepen naar iedereen. Wij speelden op het schoolplein en daarnaast was onze grote tuin, waar ik vaak zat met naaimachine en kniptafel. Van bedovertrekken naaide ik overgooiertjes voor de dochtertje van mijn tante.” Zo ontmoette Leny Roy Lewis, een Britse soldaat met rossig haar en een klein snorretje. “Waar hij vandaan kwam, weet ik niet. Dat heeft hij niet gezegd, anders had ik het wel onthouden. Geen woord Nederlands sprak hij, en ik geen Engels. Maar het was gewoon fijn om bij elkaar te zijn. Ik wilde ook niet dom overkomen, dus zei ik zo nu en dan eens ‘Yes’ of ‘No’. Aan de intonatie kon je wel horen of het ernstig was of juist niet. Iedere avond gingen we op pad. Na een uurtje moesten we bij de kerk afscheid nemen. Als ik langer weg was, zou ik er thuis wat van horen.” Condoom Langer dan zes, zeven weken heeft Leny Roy niet gekend, reconstrueerde ze achteraf. “Hij was lief, aardig en een beetje groter dan ik. Hij kwam ook alleen maar voor mij en liep alleen met mij. Er was genoeg in de aanbieding, maar hij bleef bij mij.” Tijdens een van die wandelingen zegt Roy tegen Leny: “Shall I take a French letter?” Destijds begreep ze niet wat hij hiermee bedoelde: “Zal ik een condoom pakken?” Een nogal cruciale vraag, zoals Okkema schrijft, maar Leny kent geen Engels. En dan gebeurt er dit: ‘Voor ik het wist, lag ik op de grond. Hij deed raar. En ik kon alleen maar schreeuwen, nee, nee, nee!” Later zal Leny deze onvrijwillige vrijage tegenover haar dochter Anke en tegenover de man die ze trouwt aldus omschrijven – dat ze “tijdens een wandeling bij de viering van het eerste bevrijdingsfeest van Eindhoven op 18 september 1945 door een Engelse soldaat is verkracht, onder bedreiging van zijn wapen”. Een lezing overigens die ze later afzwakt. Als Leny ontdekt dat ze zwanger is, is Roy Lewis allang vertrokken. “Ik denk er nog steeds over en slaap er vaak niet van”, vertelt zij Okkema. “Zou hij soms geweten hebben dat hij weg moest? Hij stond altijd op me te wachten. En ineens was hij er niet meer.” Drie maanden voor de bevalling wordt Leny naar de Ottho Heldringstichting in het Betuwse dorp Zetten gestuurd, door De Gelderlander gekarakteriseerd als “een meisjestehuis voor ongehuwde moeders, verwaarloosde meisjes en prostituees”, tegenwoordig een jeugdzorginstelling. “Toen ik op het kraambed lag, wist ik nog niet hoe de geboorte zou gaan. Ze vertelden het ook niet. Ik dacht uit de navel.” Afstaan Haar moeder had haar er gebracht en schreef Leny brieven. “Daar mocht niks instaan, want ze werden allemaal gelezen.” Anke, het illegale kind, werd er geboren op 19 juni 1946. Drie maanden later verliet Leny Zetten, alleen. “Als ik bleef, kostte het 2,75 per dag. Voor Anke alleen 0,75 per dag. Met afstaan kostte het niks. Maar dat wilde ik niet. Anders zal ik in elke kinderwagen kijken die voorbij komt.” Haar oom en tante zeiden niks tegen Leny toen ze thuiskwam. “Ze wisten niet waarom ik weg was, heb ik altijd gedacht. M’n oom was ook niet zo’n fijne man. En zelf was ik veranderd.” Argwanend was ze geworden, ze zocht overal iets achter. “Bang voor en van elke man. Dat is m’n hele leven gebleven.” Twee keer bezocht Leny haar onwettige dochter Anke in Zetten, haar moeder Adriana zag Anke er zo’n vier keer. “Ik kon niet vaker. De reis kostte veel en er was weinig tijd, want ik werkte.” Op een dag vertelden de oom en tante dat zij gingen emigreren naar Canada. Leny’s vader Adriaan kon toen de koster worden en in het huis blijven wonen. Door hun vertrek kwam er plots plek voor baby Anke. Leny’s moeder stapte meteen op de trein om het kleinkind te halen, een dag voor haar eerste verjaardag kwam Anke thuis, op 18 juni 1947 dus. Leny: “Ik had haar al een tijd niet gezien en wist niet wat ik zag! Een roze gehaakt jasje had ze aan. Later heb ik een schortje gemaakt met twee eendjes en stroken onderaan. Ik heb gezegd: ‘Ze zullen aan Anke niet merken dat ze geen vader heeft. Ze zal niets tekort komen. Ik doe het wel alleen.’ Maar ik heb het niet alleen kunnen doen. Vader en moeder zijn altijd bijgesprongen. Maar Anke had alles wat haar hartje begeerde. Misschien gaf dat ook scheve ogen in de buurt.” Tabletten Schouwen-Duiveland raakte voorgoed uit het zicht. De familie Van Wijk keerde er niet naar terug. Leny kwam te werken bij Philips, op de Hollerithmachine, die gaatjes maakte in papieren kaarten. “Later moest ik het nachtwerk van de mannen controleren. Eén van hen stond iedere keer achter me met z’n handen in z’n broekzakken te rommelen. Ik was een enorme zenuwpees geworden en niet meer op mannen gesteld. Op het laatst kon ik er gewoon niet meer tegen en werd naar de psychiater gestuurd. Waar ik zo bang voor was, durfde ik niet te vertellen. Nooit heb ik durven zeggen waardoor het kwam.” Ze kreeg kalmerende zenuwtabletten, later valium. “Jaren en

Op de grafsteen in Eindhoven voor de ouders van Leny, Adriana Jacoba van WijkLuijk en Adriaan van Wijk, staat dat moeder Adriana op 1 januari 1899 is geboren, maar volgens de geboorteakte moet dit 2 januari zijn. Adriana stierf in 1980, haar man in 1985. Leny zelf overleed in 2013. Foto’s ‘Online Begraafplaatsen.nl’ en Zeeuws Archief

Dit is de huidige Ooststraat in Dreischor, waar het gezin Van Wijk indertijd woonde. De familiewoning bestaat niet meer, deze is gesloopt. Foto Gert van Engelen

jarenlang schreven ze me dat moeiteloos voor en tegelijkertijd werd ik gewaarschuwd dat het niet goed was.” Leny van Wijk is niet alleen gebleven. Ze kreeg verkering met een jongen van de kerk. “Na vijf jaar trouwen ze en verhuizen ze, met Anke die dan acht jaar is, naar de nieuwe wijk Meerveldhoven. Anke gaat in Veldhoven met de fiets naar school. De kinderen met wie ze opfietst, jouwen haar op een bepaald moment uit. ‘Jouw vader is jouw vader niet,’ zeggen ze pesterig.” “Totaal overstuur kwam ik thuis,” vertelt Anke in het boek. Haar moeder en stiefvader proberen het uit te leggen, vergeefs. “Ik begreep het niet goed. Want voor mij was opa m’n vader. Totdat mijn moeder ging trouwen, had ik immers bij opa en oma gewoond. Veel later drong het door dat er nog een andere echte vader was: een Engelse piloot die tijdens een inspectievlucht boven Duitsland was neergeschoten, zo werd gezegd. Met dat verhaal ben ik opgegroeid. Moeder vertelde en m’n stiefvader bevestigde.” Anke’s opa en oma overlijden in de jaren tachtig: Adriana op 10 mei 1980, 81 jaar oud, Adriaan op 13 juni 1985, ook op 81-jarige leeftijd. Zij liggen begraven in Westervoort, op de begraafplaats aan de Kerkstraat. Snauw Anke is 66 als Okkema’s boek verschijnt. Ze woont in Eindhoven, is zelf moeder. Ze blikt terug. Ze vertelt dat ze regelmatig heeft geprobeerd aan haar moeder te ontfutselen wie toch haar vader is. Dat liep steeds verkeerd af. “Ik kon er niets over vragen, want dan was ze weer helemaal van slag. Door het dolle heen. Eens was ik zo fijn aan het helpen bedden opmaken, dat ik dacht dat het een geschikt moment was. Nou, ik kreeg meteen een snauw en het was voorbij met het vertrouwde samenzijn. “Mama was weggerend en ik wist niet wat ik gedaan had. Ze reageerde ontzettend boos en huilerig, dat ik het wel uit mijn hoofd liet er nog eens over te beginnen. ’s Avonds kreeg ik nogmaals op m’n kop van m’n stiefvader, omdat ik m’n moeder overstuur had gemaakt.” Trap Het enige wat Leny vertelt is dat haar vader rood haar had. “En dat ze van alles heeft gedaan om me niet te krijgen door zichzelf van de trap te gooien bijvoorbeeld.” De identiteit van de soldaat blijft voor haar verborgen, een paar keer heeft Anke daarom gebroken met haar ouders. “Ik kon gewoon niet meer met hen omgaan. Als mijn moeder dacht dat ik het niet met haar eens was, reageerde ze alsof ik geen loyaliteit tegenover haar had. Want zij had toch zoveel meegemaakt! Voor haar was het allemaal zo vreselijk! “Ze voelde zich constant aangevallen. Over futiliteiten kon ineens een drama ontstaan. Zij vond: Ik ben het slachtoffer, Terwijl ik dacht: Ik ben het slachtoffer. Ik wist helemaal niet wie mijn vader was.” Pas op haar 51ste verjaardag openbaart haar moeder onverwachts de naam van de soldaat: Roy Lewis. De naam stond op een briefje dat over tafel geschoven werd. Maar dit lost niets op, hij wordt niet gevonden. [Terzijde: de website Bevrijdingskinderen is van het onderzoeksbureau van Els Leijs, dat bevrijdingskinderen helpt hun opa te zoeken, “ook als er geen naam bekend is”. Door een nieuwe generatie DNA-thuistesten is het vinden van biologische familie “een stuk dichterbij gekomen”. Inlichtingen over dit familieonderzoek, dat minstens 295 euro kost: info@iemandzoeken.nl] Drilpudding Als Leny’s stiefvader overlijdt, lijkt haar moeder iets toegankelijker. Maar de ware feiten komen niet boven water, Anke en haar man Ton houden bovendien sterke twijfels over het waarheidsgehalte van de beschikbare ‘feiten’. Aan beide zijden is er een permanent knagen, een pijn, een die niet overgaat. Anke: “Na het overlijden van mijn stiefvader heb ik mijn moeder nog eens uitgebreid gesproken. Misschien waren er dingen die ze niet kon vertellen waar papa bij was. Ze reageerde: ‘Als je vra-

gen hebt, kun je altijd komen.’ Dat was goed om te horen. Maar het blijft kwetsbaar, want het is bij haar net hoe het uitkomt. Akelig. Want je weet al je hele leven: die vader kent me niet en je weet niet of hij je wel wilde. En m’n moeder wilde me niet.” Ton: “We geloven het verhaal van Roy Lewis voor 99,8%. Maar de steeds veranderende verhalen versterken het gevoel dat we nooit het echte verhaal te horen zullen krijgen.” Tantes dachten altijd, vertellen zij beiden, dat Roy die ene Johnny was die veel bij hen thuis kwam. Maar als Anke en Ton dan afzonderlijk met die tantes praten, verdwijnt hun stelligheid over Johnny. Anke, ontmoedigd: “Dan is het alsof je als een drilpudding in elkaar zakt. Weer terug bij af. Heel vaak denk ik: verdorie, laat ook maar zitten. Maar het is iets dat je nooit meer loslaat. Het komt steeds weer tevoorschijn. Wie is mijn vader? Wie ben ik?” Open mond Het interview dat Okkema met haar moeder had, wekte verbazing bij Anke. Leny uitte zich milder over haar Britse Roy. Nog steeds blijft hij de man die haar met een geweer op haar hoofd bruut verkrachtte, maar ze vond het ook een leuke jongen, met wie ze vele avonden ging wandelen en kusjes uitwisselde. Hij was toch echt wel haar vriendje, hoorde Anke. “Ik heb met open mond zitten luisteren. Nog nooit was dit zo ter sprake geweest! En dit heeft mijn stiefvader waarschijnlijk nooit geweten. Als het bij mijn moeder anders was gegaan dan zij vertelde, verkracht onder bedreiging van een geweer, was mijn stiefvader bij haar weggegaan. Nu was het een soort love story, misschien wel het verhaal waar je je vroeger voor schaamde, waardoor het verkrachtingsverhaal ingezet moest worden. Ook daarom denk ik: misschien is er toch nog een andere waarheid.” Leny heeft aan haar overleden echtgenoot, Anke’s stiefvader dus, veel steun gehad. “We hebben het ontzettend fijn gehad”, vertelde ze Okkema. “Hij hield vreselijk veel van mij en ik van hem. Maar ik vertrouwde geen ene man. Ik voelde me zo in de steek gelaten.” Graf Voor Leny van Wijk, dat meisje uit Zonnemaire, is de kwelling voorbij. Zij is op 28 januari 2013 overleden. Zij nam de waarheid mee in haar graf. Hebben zich nog meer ontwikkelingen voorgedaan sinds het boek van Bonnie Okkema uitkwam, nu zeven jaar geleden? Ja, maar geen gunstige. Roy Lewis is “nog niet gevonden”, deelt Okkema mee. Anke Otker-Dijkstra wil de Wereldregio geen nieuw interview toestaan. “Alles wat ze kan zeggen, staat eigenlijk in het boek.” De twijfels zijn er nog volop, sluit Okkema af. Bij Anke is de twijfel gebleven of haar moeder “het hele verhaal” wel heeft verteld. “Was het een verkrachting, of dacht Leny zelf dat het beter was om te vertellen dat het een verkrachting is geweest?” Bij Leny is tot haar dood de twijfel gebleven of Roy Lewis wel zo heette. “Die naam is immers nergens te vinden. Had hij misschien de naam van een kameraad opgegeven, of zomaar iets verzonnen?” *** En toch, toch krijgt dit verhaal enigszins een gelukkig einde. Anke heeft weliswaar geen nieuw interview willen geven, maar zij en haar man hebben wel kennis kunnen nemen van dit verhaal. Samen besloten ze er toch nog iets aan bij te dragen. Ton Otker, in een e-mail: “Sinds een jaar hebben wij een kleinzoon, hij heet Lewis. Toen onze zoon en zijn vriendin ons vertelden dat zij hun eerste zoon deze naam zouden geven, vertelden zij erbij: ‘Mam, we weten hoeveel moeite jullie hebben gedaan om Roy Lewis te vinden en dat dit nooit is gelukt. Jullie kunnen nu stoppen met de zoektocht, want we hebben nu een nieuwe Lewis in de familie.’” “Onze kleinzoon, verzekert Ton, “is een lief en leuk manneke. Voor ons een bron van veel geluk en plezier, zoals ook onze andere kleinkinderen dit zijn.”

Profile for Wereldregio

WereldRegio nummer 609  

26 april 2019, Jaargang 13, week 17

WereldRegio nummer 609  

26 april 2019, Jaargang 13, week 17