Issuu on Google+

Marathon officiĂŤle uitgave van de alternatieve elfstedentocht weissensee 15e jaargang, nr. 1 - februari 2011

Schaatsfeest zoals het hoort te zijn... Weissensee 2011: Het kwartet van Mariska Huisman

Massasprints aan het eind van de Alternatieve

Dromen van marathonschaatsen op de Spelen 3


10

WAT EE


De Alternatieve Elfstedentocht, op de ‘echte’ na de grootste wedstrijd voor marathonschaatsers. Het terrein voor de sterksten der sterksten, voor de overlevers, voor de solisten. Zo niet in 2011. Een massasprint aan het einde. Met Karlo Timmerman en Mariska Huisman als ijzersterke winnaars in een minstens zo sterke grote kopgroep. Het verhaal van twee unieke wedstrijden. Tekst: Robin Wubben, foto’s: Ben Mobach

EN 200!

11


Het jaar van Mariska

Mariska leidt het damespeloton tijdens het KPN Open Nederlands Kampioenschap. Ze boekt hier haar tweede van vier overwinningen op de Weissensee.

24


De foto op de linkerpagina vat Weissensee 2011 voor het damespeloton in één beeld samen. Alle dames reden in alle wedstrijden achter Mariska Huisman aan. Ze was onverslaanbaar. Of het nou om een rondje rond kerk en tent ging, het KPN Open NK, de Aart Koopmans Memorial of de Alternatieve Elfstedentocht; aan het einde ging de VIKS-rijdster met de kussen, bloemen en beker naar huis. Tekst: Robin Wubben, foto’s: Ben Mobach

Niet voor niets werd Weissensee even omgedoopt tot Huismanplas. Broer Sjoerd kon bij de Aart Koopmans Memorial nog gelijke tred houden met zijn zus, maar moest haar daarna laten gaan. Met SOS Kinderdorpen won Sjoerd nog de ploegenachtervolging, samen deelden ze de overwinning in het criterium, maar Mariska bleef tot op de laatste dag winnen. En pakte ook de grote prijzen in het KPN Open NK en de Alternatieve Elfstedentocht. Een unieke reeks. Vier uit vier. Weissensee 2011 zal voorgoed het ‘Jaar van Mariska’ zijn. Niemand voor haar deed ooit wat de Noord-Hollandse presteerde op het ijs van de Weissensee. Dat vraagt om een verklaring. “Pfoe, die heb ik niet hoor. Ik ben gewoon precies op het goede moment in vorm.”

“Een verklaring waarom ik nu win? Pfoe. Geen idee” Saillant detail: ik spreek Mariska nog voor haar overwinning in de Alternatieve Elfstedentocht. Die laatste - en grootste - overwinning moet dan dus nog komen. ‘Het wordt wel wat saai zo’, probeer ik, in de hoop dat ze die mening deelt. Maar ze pareert mijn opmerking snel met haar zo karakteristieke grote glimlach: “Ik vind het juist net leuk worden.” Het is niet moeilijk om je dat voor te stellen. Winnen is en blijft het mooiste dat er is als topsporter. Zelfs na veel overwinningen verveelt het niet. En dat terwijl het voor de Andijkse helemaal geen mak-

kelijk seizoen is geweest. Na de WK Skeeleren in Colombia moet Mariska even zoeken naar haar vorm. Overwinningen bleven uit, de motor leek in de sprints nog wat roestig. Niet gek ook; voor iemand die direct na de vorige winter de wieltjes onderbond en direct na de zomer de wieltjes weer inruilde voor de ijzers. “De vorm was er niet meteen”, zegt ze. “Dat heeft even geduurd.” Toch zou menig marathonrijdster graag ruilen met de resultaten die Mariska in die ‘mindere’ periode neerzette. Ze stond al vijf keer dit seizoen op het podium na een marathon om de KPN Marathon Cup. De winst in de laatste Super Prestige-wedstrijd op FlevOnice was een teken dat het wel weer goed zou komen. Op de Weissensee deed de VIKS-rijdster de rest. Vier overwinningen is natuurlijk uniek, maar de manier waarop maakt het nog specialer. Ze leek fluitend af te rekenen met iedereen in het peloton. Iedere klap was raak. Dat voelde ze zelf ook. “Ik voel me hier goed, al vanaf het moment dat we zijn aangekomen. Ze profiteerde in Oostenrijk vooral van haar eindsprint, maar ze wil zichzelf niet neerzetten als een rassprintster. “Ik ga ook mee met groepjes, val ook aan. Ik reken niet alleen maar op mijn eindsprint”, zegt ze. Maar toch, die sprint... Hoe werkt zoiets? De andere rappe sprintsters in het peloton; ze zijn wel bekend. Mariska noemt onder andere Carla Zielman, Foske Tamar van der Wal, Daniëlle Bekkering en Jolanda Langeland. “Je let wel op elkaar, maar ik trek vooral mijn eigen plan. En je moet ook vooral niet te lang nadenken. Als je even wacht, kun je al te laat zijn.” Het juiste moment kiezen, hét geheim van een goede sprint. Wie de sprint van de Aart Koop-

25


Grote verschillen in Snelle Toer Tweehonderd kilometer, het is en blijft een enorme afstand. Dat bleek ook voor de deelnemers aan de Snelle Toer. Jeroen Verlaan won deze uitgave van de wedstrijd, met een ruime voorsprong van zes minuten op de rest.

De ‘Snelle Toer’ is de wedstrijd voor toerschaatsers zonder KNSB-licentie. Het animo voor de 200 kilometer lange tocht viel wat tegen, met slechts zestien deelnemers aan de start. Desondanks werd het een mooie strijd, waarin Jeroen Verlaan zich na een aantal ronden meldde in de kopgroep van de gelijktijdig schaatsende Masters. De man uit Amsterdam klampte zich vast aan de groep en hield zich daar gedurende de rest van de race als enige snelle toerder staande. Pas in de laatste ronde moest hij het viertal Masters aan zich voorbij laten gaan. Hij had zijn voorsprong toen al zo ver uitgebouwd, dat het niet meer mis kon gaan. “Ik wilde perse bij dat groepje blijven”, vertelde de winnaar na afloop. “Het laatste rondje moest ik zo diep gaan, leuk is anders.” De 25-jarige Amsterdammer wordt door clubgenoten bij Skits ook wel Lars Boom genoemd. “Boom kon niet kiezen tussen de weg en het veld, Jeroen kan niet kiezen tussen wielrennen of marathonschaatsen”, aldus de website van Skits. Misschien maakt deze overwinning zijn keuze wat makkelijker.

Tekst: Marike van Sark, foto: Ben Mobach

“Jeroen is de Lars Boom van het marathonschaatsen” Op ruime afstand werd er gesprint om de plaatsen twee en drie. René Pruijssen ging met zilver aan de haal, Gert Mulderij moest genoegen nemen met brons. Opnieuw waren de verschillen groot. Ook René en Gert hadden weer een ruime voorsprong op de volgende finisher. 

36


Niet de aanvallendste, maar wel de slimste... De meest aanvallende was hij niet, maar op de streep konden de armen wel in de lucht. Sjouke Hellinga won de Alternatieve Elfstedentocht voor Masters.

drongen. “Ik heb het 199,5 kilometer geprobeerd, maar was niet goed genoeg”, zuchtte hij. In de laatste meters liet Klompmaker het lopen. Voor de winnaar was het weer een mooie zege. “Niet de eerste 200 die ik hier win, maar het blijft heerlijk om hier te winnen”, vertelde de gelukkige kampioen.

Tekst: Robin Wubben, foto: Ben Mobach Het was in de eerste wedstrijd over 200 kilometer van Weissensee 2011 een beetje het verhaal van die tien kleine negertjes. Steeds viel er eentje af. Van de ruim vijftig gestarte Masters bleven er maar twaalf over die in aanmerking kwamen voor de winst. In de laatste ronden bleven Albert Bakker, Sjouke Hellinga en André Klompmaker over.

Albert Bakker moest in de sprint zijn meerdere erkennen in Hellinga. “De wedstrijd verliep zoals het hoort”, zei de man uit het Groningse Scharmer. “Na 150 kilometer vallen er gaten. We bleven met z’n drieën over, André probeerde te demarreren en ik heb Sjouke de gaten dicht laten rijden. Maar in de sprint was hij gewoon sneller.” 

Vooral Klompmaker probeerde tevergeefs weg te komen. In de finale kreeg de man uit Oosterwolde de kop opge-

37


Marathon Magazine februari 2011