Page 1

Zandwin- en natuurontwikkelingsproject “Over de Maas”

WERKPLAN 1E FASE


Zandwin- en natuurontwikkelingsproject “Over de Maas� Werkplan 1e fase

Zaaknummer Ow-vergunning: 2008-008721 Datum Ow-vergunning: afgifte 18-03-2009 (onherroepelijk 04-11-2009)

Opsteller:

Over de Maas BV Postbus 112 6670 AC Beuningen

Contactpersoon:

ing. H. van der Linde

Telefoonnummer: Telefaxnummer:

024-6790215 / 06-25077896 024-6790233

E-mail:

hvanderlinde@nederzand.nl

Datum:

11 december 2009

Status:

definitief

Werkplan 1e fase

2


Leeswijzer Voor u ligt het werkplan ten behoeve van de uitvoering van de 1e fase van het zandwin- en natuurontwikkelingsproject “Over de Maas� zoals dit is voorgeschreven in voorschrift 8 van de door de provincie Gelderland verleende vergunning op grond van de Ontgrondingenwet en in voorschrift 3.1 lid 2 van de vigerende beschikking op grond van de Wet Bodembescherming. Het betreft een beschrijving van de aanpak van de in fase 1 voorziene werkzaamheden en een aantal daarbij horende kaartbijlagen.

Werkplan 1e fase

3


Inhoudsopgave Pag

1. 1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4 1.2.5 1.2.6 1.2.7

Aard, locatie en omvang van de te verrichten werkzaamheden Aard van de werkzaamheden Locatie en omvang van de werkzaamheden Opruimen beplanting Aanleg tijdelijke ontsluitingsweg Plaatsen directieverblijf Afruimen kleidek Realisatie westelijke invaart Realisatie westelijk startgat Overige werkzaamheden

2.

In te zetten materieel

10

3.

Rijroutes

11

4.

Depots

12

5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Overige aandachtspunten Uitzetwerk Inventarisatie flora en fauna Wijze van realisatie van taluds KLIC-melding Natuurtechnische begeleiding Te realiseren kunstwerken en voorzieningen Aanbrengen beplanting

13 13 13 13 13 13 13 13

Bijlagen: 1. Luchtfoto met overzicht op te ruimen beplanting 2. Situatie aan te leggen tijdelijke ontsluitingsweg - tek.nr. 0586.012.0 - tek.nr. 0586.013.0 3. Uitvoeringstekeningen 1:2.000 - tek.nr. OVEM01-5-7001A blad 1 t/m 3 4. Detailtekening aanleg westelijk startgat 1:1.000 - tek.nr. OVEM01-5-7002A

Werkplan 1e fase

4

5 5 5 5 5 6 6 8 8 9


1

Aard, locatie en omvang van de te verrichten werkzaamheden

1.1

Aard van de werkzaamheden

Dit Werkplan sluit aan op het Faseringsplan zoals dat onderdeel uitmaakt van de vergunningsaanvraag en behelst in hoofdzaak de daarin beschreven fasen 1 en 2. In de periode waarop onderhavig Werkplan betrekking heeft zullen de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd: -

-

1.2

het opruimen van alle beplanting en opgaande begroeiing die binnen de wincontouren aanwezig is het aanleggen van een tijdelijke interne ontsluitingsweg inclusief kruising Alphense Uitvliet en aansluiting op de N322. het plaatsen van een directieverblijf incl. bijbehorende voorzieningen het afruimen van een deel van de afdekkende klei. Deze klei wordt deels afgevoerd uit het projectgebied (als keramische klei of civieltechnisch toepasbare klei) en deels in depot gezet in de daartoe vergunde depotruimten het realiseren van de westelijke invaart de aanleg van het eerste startgat archeologisch onderzoek profielwand overige werkzaamheden.

Locatie en omvang van de werkzaamheden

1.2.1 Opruimen beplanting Dit betreft hoofdzakelijk de beplanting langs de noordelijke en oostelijke oevers van het bestaande Gat van Van Deursen. Dit deel van de beplanting valt onder de bescherming van de Boswet. Op 11 november 2009 is een kapmelding gedaan bij Dienst Regelingen. Compensatie vindt plaats ten tijde van de herinrichting van de dijkzone. Daarnaast zullen nog enkele bakenbomen worden gerooid ter plaatse van de te realiseren invaarten en zal de aanwezige opslag langs enkele slootranden in het centrale deel van het gebied worden verwijderd. Een en ander is weergegeven op het overzichtskaartje van bijlage 1. De rooi- en kapwerkzaamheden zullen plaatsvinden vanaf week 1 van 2010 en worden afgerond v贸贸r 1 april 2010, dat wil zeggen buiten het broedseizoen. Het vrijkomende hout zal (deels na versnippering) worden afgevoerd uit het projectgebied. Een deel van de stobben zal op aanwijs van een ecologische projectbegeleider langs de rand van de resterende beplanting nabij het Gat van Van Deursen (in een oude watergang) en tussen de aanwezige beplanting op het perceel van Staatsbosbeheer (Dreumel E 1426) op rillen worden gezet om op die manier een schuilplaats voor fauna te cre毛ren.

1.2.2. Aanleg interne ontsluitingsweg Vanaf week 1 van 2010 zal er een tijdelijke asfaltweg met een lengte van ruim 1800 m worden aangelegd deels ten behoeve van het interne grondtransport tussen plaats van ontgraving en depot of stortlocatie en deels ten behoeve van

Werkplan 1e fase

5


de afvoer per as van een deel van de vermarktbare klei en de aanvoer van menskracht en machines. De aanleg van de weg duurt ca. 6 weken. Deze weg wordt gesitueerd tussen de rand van de winning en de depotterreinen langs de dijk en zal aan de westzijde worden aangesloten op de bestaande oprit naar de N322. Deze oprit zal hiertoe iets worden aangepast om een veilige verkeerssituatie te waarborgen en een helling die flauw genoeg is om toegankelijk te zijn voor een dieplader. Aan de oostzijde zal een kruising worden gemaakt met de Alphense Uitvliet door middel van een tijdelijke brug. Begin november 2009 zijn er planwijzigingen en vergunningen aangevraagd bij het Waterschap Rivierengebied (beheerder dijk en Uitvliet), de provincie Gelderland (eigenaar en beheerder N322) en Rijkswaterstaat Limburg (Wbr). Voor exacte ligging en maatvoering van weg, oprit en brug wordt verwezen naar bijlage 2. Bij de aanleg zal rekening worden gehouden met het aanbrengen van buizen voor de afvoer van water dat zich kan verzamelen tussen het depotterrein en de dijk.

1.2.3. Plaatsen directieverblijf Op het erf van de aanwezige landbouwschuur tegenover het adres Maasdijk 22 zal in januari 2010 een tijdelijk directieverblijf worden geplaatst. Dit betreft een portacabin met een afmeting van 6x10m. Dit gebouwtje zal binnen de contourlijn met een hoogte van NAP+6,00m (zie herinrichtingsplan) en op een tijdelijke terp van NAP+7,20m worden geplaatst, zodat er sprake is van een hoogwatervrije ligging en derhalve verwijdering bij een Maasdebiet van > 1000m3/sec achterwege kan blijven. Er zal een aansluiting worden gemaakt op de reeds bij de landbouwschuur aanwezige water- en electriciteitsleiding. Verwarming zal plaatsvinden door middel van gas waartoe een propaantank zal worden geplaatst conform de daarvoor geldende eisen. Voor de behandeling van het afvalwater zal een IBA worden geplaatst. Vergunningen zijn aangevraagd bij het Waterschap Rivierenland, Rijkswaterstaat Limburg en de gemeente West Maas en Waal. Aanvoer van de elementen voor de opbouw van dit directieverblijf en de materialen voor de bijbehorende voorzieningen vindt plaats via de Maasdijk.

1.2.4 Afruimen kleidek Om in de loop van augustus 2010 de winning en productie van industriezand mogelijk te kunnen maken, zal in januari 2010 worden gestart met het afruimen van de binnen de wincontouren aanwezige klei. Voor de ligging van de in deze projectfase af te ruimen vakken wordt verwezen naar de uitvoeringstekeningen van bijlage 3. Westelijk deel Gestart zal worden met het (gedeeltelijk) afruimen van de percelen Dreumel H 558, Dreumel E 1369 en 1370. De daar aanwezige hoeveelheid keramisch geschikt materiaal zal via de tijdelijke ontsluitingsweg (zie 1.2.2) en N322 en via scheepsbelading middels een langs de Maasoever af te meren laadponton (in de daartoe bestemde zones en ingericht conform hetgeen staat aangegeven in de verleende ontheffing op grond van het Binnenvaartpolitiereglement) worden afgevoerd naar de betreffende steenfabrieken. De hierbij vrijkomende hoeveelheid roofgrond en niet-vermarktbare onderlaag zal worden vervoerd naar het depotterrein. Een deel komt in depot B en zal daar onder andere in een ringkade worden gezet om voldoende opsluiting te bieden voor toekomstige slappere partijen grond. Een ander deel (klasse<AW) zal worden gebruikt om Werkplan 1e fase

6


dienst te doen als onderlaag van depot A en zal daartoe in een laagdikte van minimaal 0,20m worden aangebracht op de deels aanwezige graszode. Vervolgens zal de locatie van het toekomstige startgat worden afgeruimd (zie ook 1.2.7). Eerst zal de hier aanwezige hoeveelheid klasse B-specie als een afzonderlijke partij worden ontgraven en naar depot A worden vervoerd. Dit depot is dan reeds voorzien van de voorgeschreven onderlaag. Partijen nietzijnde klasse B zullen worden ontgraven en worden vervoerd naar de depots B t/m D. Afbakening van deelpartijen zal plaatsvinden op basis van visuele waarneming, bodemkwaliteitskaarten en de gegevens welke zijn verkregen bij het ten behoeve van de vergunningverlening uitgevoerde grondonderzoek. In afwijking van het Grondstromenplan resp. voorschrift 3.9 van de Wbb-beschikking, zal de inzet van milieukundige begeleiding alleen aan de orde zijn ingeval er tijdens het graafwerk eventuele hotspots cq. puntbronnen worden aangetroffen. Vanuit het afgeruimde startgat zal dan vervolgens in westelijke richting worden gewerkt d.w.z. richting Gat van Van Deursen en de N322. Het tempo waarin deze afdekverwijdering zal verlopen wordt hoofdzakelijk gedicteerd door het wintempo van de klasseerinstallatie+zuiger die vanaf het najaar van 2010 actief zal zijn aangezien de aannemer ervoor moet zorgen dat er steeds minimaal 2 ha afgeruimd schoor per installatie voorhanden is. De kleilaag op het terrein tussen startgat en Gat van Van Deursen is relatief dun zodat de hoeveelheid afgeruimd schoor daar relatief snel kan groeien. Het overige deel van dit vak tussen Gat van Van Deursen en de insteek aan de zijde van de Maasdijk is dik (tot 6 meter) en hier zal het afruimtempo aanzienlijk lager liggen. Een deel van deze klei zal beneden de grondwaterspiegel moeten worden gewonnen, waardoor de methode van het graven in compartimenten met toepassing van een open putbemaling aan de orde kan zijn. Het bemalingswater zal ter plaatse worden teruggevoerd naar het naastgelegen compartiment. Middengebied In het middengebied zal worden gestart met het uitvoeren van een archeologische beschrijving aan de hand van een profielwand tussen dijk en Maas. Deze profielwand is gelegen op de grens tussen het reeds in het verleden afgetichelde deel van de uiterwaard en het nog maagdelijke terrein. Dit onderzoek zal worden uitgevoerd door ARC BV aan de hand van een voor dit doel opgesteld Plan van Aanpak dat inmiddels ter goedkeuring is voorgelegd aan de provincie Gelderland als bevoegd gezag. Het terreinwerk neemt naar verwachting 6 werkdagen in beslag (1 dag per 100m). De aannemer zal er in combinatie met de afdekverwijdering ter plaatse zorg voor dragen dat er dagelijks voldoende lengte profielwand is vrijgegraven voor het verrichten van het onderzoek. Het vak dat grenst aan de profielwand en loopt tot aan de niet te vergraven zone langs de Maas zal worden ontdaan van afdek. De rooflaag zal worden geborgen in depot E. De voornamelijk keramisch geschikte klei zal uit het gebied worden afgevoerd via de tijdelijke ontsluitingsweg dan wel via belading van een laadponton op de Maas. De niet-geschikte onderlaag zal worden geborgen in depot D en E. Moleneindsche Waard In de Moleneindsche Waard zal in de loop van 2010 eveneens worden gestart met het verwijderen van de afdek van het daar te realiseren oostelijke startgat. Daarbij zal in deze fase de bestaande weg naar de waterkrachtcentrale nog intact blijven. De niet-vermaktbare klei zal worden geborgen in depot F. De aanwezige civieltechnisch geschikte klei zal zoveel mogelijk worden afgevoerd. Werkplan 1e fase

7


Hoeveelheden Hoeveelheidsbepaling van de afzonderlijke partijen (waarbij onderscheid zal worden gemaakt in af te voeren keramische klei, af te voeren civieltechnische klei, klasse B-specie bestemd voor depot A, overige niet-vermarktbare klei klasse A of <AW bestemd voor de andere depotnummers) vindt, zo nodig laagsgewijs, plaats door middel van in- en uitmeting op de plaats van ontgraving. Dit is niet alleen de basis voor de afrekening tussen Over de Maas CV en de aannemerscombinatie maar geeft eveneens inzicht in het verloop van de grondstromen. In onderstaande tabel is een raming van de vrijkomende hoeveelheden specie in fase 1 weergegeven.

Tabel: Deelgebied West Midden Molen.Waard Totaal

Keram. klei 45.000 70.000 115.000

Civiel. klei

100.000 100.000

Af te voeren naar depots A B C 89.000 220.000 300.000

89.000

220.000 300.000

D 35.000 45.000

E 90.000

80.000

206.000 90.000 206.000

In deze fase is nog geen toepassing van materiaal in de herinrichting aan de orde.

1.2.5 Realisatie westelijke invaart Ter ontsluiting van het westelijke startgat (zie 1.2.6) zal er een invaart vanaf de Maas worden gerealiseerd. De kleiafdek ter plaatse wordt gelijktijdig verwijderd met de kleiafdek ter plaatse van het startgat. Datzelfde geldt voor de verlaging van het bovenstrooms van de invaart gelegen gedeelte van het maaiveld dat wordt verlaagd tot een niveau van NAP+2,50m i.v.m. voldoende zicht voor in- en uitvarende schepen. Vervolgens wordt de ter plaatse van de invaartopening aanwezige steenbestorting langs de Maasoever verwijderd en tijdelijk in de directe nabijheid in depot gezet. Het in de invaartopening aanwezige zand wordt volgens profiel ontgraven tot een diepte van NAP-4m en tot aan de grens van de ontzandingscontour. Het zand uit de invaart wordt vervoerd naar het inmiddels afgeruimde schoor en daar in depot gezet en uitgevlakt tot beneden het niveau van het oorspronkelijk maaiveld van v贸贸r de afdekverwijdering. De vrijgekomen steenbestorting inclusief nieuwe zinkstukken en eventueel bij te leveren extra bestortingsmateriaal zal worden aangebracht op de koppen van de invaart om deze te beschermen tegen afkalving door in- en uitvarende schepen. Deze werkzaamheden zullen naar verwachting worden uitgevoerd v贸贸r 1 mei 2010.

1.2.6 Realisatie westelijk startgat Via de gerealiseerde invaart zal er een startgat worden gezogen waarin de eerste klasseerinstallatie met bijbehorende zuiger kan worden opgebouwd en kan starten met produceren. Het toutvenant uit het startgat zal worden opgezogen Werkplan 1e fase

8

F


met een winzuiger en via een persleiding worden overgespoten in het Gat van Van Deursen. Het overtollige transportwater stroomt vanuit de bestaande overlaatdrempel van het Gat van Van Deursen en de daarmee verbonden waterloop terug naar de Maas. Als indicatie voor de ligging, vorm en afmeting van het startgat wordt verwezen naar bijlage 4. De aanleg van dit startgat neemt ca. 12 weken in beslag en zal vanaf 1 mei 2010 kunnen aanvangen (start is afhankelijk van de definitieve planning van de komst van de eerste klasseerinstallatie). De exacte startdatum zal minimaal 5 werkdagen voor aanvang worden gemeld aan de desbetreffende bevoegde gezagen.

1.2.7 Overige werkzaamheden Groenstrook Moordhuizen Ter plaatse van de buitendijks gelegen woningen langs Moordhuizen zal omstreeks mei 2010 een aanwezige kavelsloot worden gedempt en zal op basis van de huidige ligging van diverse kabels en leidingen (Klic-melding en proefsleuven) een nieuwe grens tussen privaat terrein en project worden bepaald en afgerasterd. De daaraan grenzende strook zal vervolgens worden afgewerkt en voorbereid als in te planten groenstrook conform het herinrichtingsplan. Het materiaal voor de demping zal ter plaatse worden ontgraven conform herinrichtingscontouren. De demping zal zodanig worden uitgevoerd dat er geen ingesloten laagten ontstaan waarin water blijft staan na een hoogwaterperiode. Het aanbrengen van beplanting vindt in het najaar van 2010 plaats en vormt geen onderdeel van dit werkplan. In een volgend werkplan zal inzicht worden gegeven in sortiment plantverband en afstand e.d. Opruimen puinpaden Ter plaatse van de afdekverwijdering in het westelijke deelgebied zijn enkele puinpaden aanwezig. Deze zullen afzonderlijk worden ontgraven. Het aanwezige puin zal conform de daarvoor geldende regels door een voor asbestsanering gecertificeerde verwerker ter plaatse worden gescheiden middels zeving en handpicking. De met asbest verontreinigde fractie zal worden afgevoerd uit het gebied. Het niet met asbest verontreinigde deel van het puin zal ter plaatse worden gebroken en tijdelijk in een afzonderlijk depot worden opgeslagen totdat het onder certificaat kan worden toegepast als funderingsmateriaal. Afsluiten werkgebied De huidige afritten vanaf de dijk ter plaatse van het westelijk af te graven gebied zijn niet meer nodig voor het agrarisch gebruik en zullen worden afgesloten door middel van het verwijderen van de aanwezige hekwerken, poorten en posten etc. en het plaatsen van een afrastering. Deze afsluiting is definitief indien de betreffende afrit geen dienst meer doet in het herinrichtingsplan en tijdelijk in het geval deze straks bij de herinrichting wel een functie zal vervullen. Het plaatsen van een nieuw hek cq. klaphek zal dan te zijner tijd plaatsvinden bij de herinrichting (geen onderdeel van dit werkplan). Tevens zullen waarschuwingsborden worden geplaatst. Plaatsen projectborden Op de gronddepots (o.a. depot A en F) en bij het directieverblijf zullen projectborden met informatie over het project worden geplaatst. Werkplan 1e fase

9


2

In te zetten materieel

Het in deze fase in te zetten materieel zal hoofdzakelijk bestaan uit: -

2 Ă 3 rupskranen met 3500-liter bak voor het ontgraven en beladen Afhankelijk van de rijafstand 2-5 vrachtwagens (10X8) per rupskraan voor het transport binnen het project en de externe afvoer van klei per as vrachtwagens voor de aanvoer van puinfundering en asfalt asfaltspreidmachine en wals voor de aanleg van de asfaltweg laadponton en schepen voor de afvoer van klei over water per ontgravingslocatie een shovel voor het onderhouden van de bijbehorende platenbaan per depotlocatie een bulldozer zeefinstallatie voor uitzeven puinverharding winzuiger met persleiding voor aanleg startgat

en ondersteunend materieel als tankauto voor aanvoer brandstof, waterwagen voor stofbestrijding, veegwagen etc.

Werkplan 1e fase

10


3

Rijroutes

De nieuw aan te leggen tijdelijke asfaltweg (zie 1.2.2) vormt de hoofdader voor het interne transport in het westelijke gebied en middengebied. Dit betekent dat de aan- en afvoer van materiaal en materieel via de afrit op de N322 kan plaatsvinden en er daarvoor geen gebruik behoeft te worden gemaakt van de dijk. Daarnaast zal er tussen de plaats van ontgraving en deze asfaltweg en tussen deze asfaltweg en de actuele stortlocatie op het depotterrein (zonodig) worden gewerkt met een platenbanen van stalen rijplaten die telkens zullen opschuiven naarmate het werk vordert. Deze platenbanen zullen worden gelegd in een rijlus zodat er eenrichtingverkeer ontstaat. Voor de Moleneindsche Waard geldt dat in deze eerste fase voor de aanvoer van mens en materieel gebruik zal worden gemaakt van de op dat moment nog bestaande ontsluitingsweg richting waterkrachtcentrale. Voor de afvoer van de vrijkomende afdekkende klei zal een platenbaan van stalen rijplaten worden gelegd tussen het ontgravingsvak en depotlocatie F. De afvoer van civieltechnische klei zal plaatsvinden via een platenbaan naar het benedenpand van de stuw waar een laadponton kan worden afgemeerd volgens de voorschriften van de verleende ontheffing op grond van het Binnenvaartpolitiereglement. Hierdoor kan een sluispassage voor de betreffende vrachtschepen worden vermeden.

Werkplan 1e fase

11


4

Depots

Zoals reeds staat aangegeven in hoofdstuk 1 zal er in deze fase gebruik worden gemaakt van alle depots d.w.z. de depots A, B, C, D, E en F. De nummering is gelijk aan de nummering uit het Faseringsplan dat deel uitmaakt van de vergunningsaanvragen. De ligging van de depots is aangegeven op de uitvoeringstekeningen van bijlage 3. De hoeveelheden welke naar verwachting in deze fase in deze depots zullen worden opgeslagen zijn aangegeven in de tabel van paragraaf 1.2.4. Bij de opbouw van het depot zal rekening worden gehouden met de eisen welke worden gesteld in voorschrift 26 en in de ontheffing van de Keur (hoogwaterperiode en baggerwerkzaamheden in de nabijheid).

Werkplan 1e fase

12


5

Overige aandachtspunten

5.1

Uitzetwerk

De locatie van de insteek op zandspiegelniveau zal middels palen worden uitgezet. Dit zal plaatsvinden op die locaties waar wordt gewerkt in deze 1e fase. Vanuit deze lijn is, rekening houdend met een taludhelling van 1:3 (of deels 1:4 in de Moleneindsche Waard) een insteek op maaiveld te reconstrueren welke o.a. van belang is bij de aanleg van de tijdelijke asfaltweg.

5.2

Inventarisatie flora en fauna

Er zal worden gewerkt via de gedragscode van FODI. Ieder deelterrein zal voordat de werkzaamheden ter plaatse starten door een deskundige bioloog worden gecheckt op de aanwezigheid van flora en fauna teneinde verstoring te voorkomen (Hans Hovens van adviesbureau Faunaconsult).

5.3.

Wijze van realisatie van taluds

Het eerste deel van het talud tot aan de in voorschrift 15 vermelde diepte (NAP+0,00m resp. NAP+4,00m) zal worden gegraven met een kraan met GPSbesturing. De aannemer is voornemens om hiertoe een GPS-meetstation in te richten. Het deel van het talud dat gerealiseerd wordt middels een zuiger (in deze fase alleen het westelijke startgat) zal worden uitgevoerd op een zodanige wijze dat de zuiger bij het maken van de taluds van boven naar beneden werkt in laagdiktes van maximaal 12 meter water boven de zuigmond en daarbij evenwijdig aan het talud wint. Het gerealiseerde talud zal na 2 maanden worden gepeild.

5.4

KLIC-meldimg

Is uitgevoerd door de aannemer. Tekeningen zijn ontvangen en zullen op het werk aanwezig zijn.

5.5

Natuurtechnische begeleiding

Er is in deze fase nog geen sprake van herinrichtingswerkzaamheden.

5.6

Te realiseren kunstwerken en voorzieningen

Er is in deze fase nog geen sprake van herinrichtingswerkzaamheden.

5.7

Aanbrengen beplanting

Er is in deze fase nog geen sprake van herinrichtingswerkzaamheden.

Werkplan 1e fase

13


5.8

Grondbalans

Is in het kader van deze fase niet van belang.

5.9

Termijn afronding werkzaamheden

Speelt in het kader van deze fase nog geen rol.

Werkplan 1e fase

14


BIJLAGEN

Werkplan 1e fase

15


Bijlage 1:

Overzicht op te ruimen beplanting


Bijlage 2: Aanleg tijdelijke ontsluitingsweg

-

Tek.nr. 0586.012.0 d.d. 27 oktober 2009 Tek.nr. 0586.013.0 d.d. 27 oktober 2009


Bijlage 3: Uitvoeringstekeningen 1:2.000

-

Tek.nr. OVEM01-5-7001A blad 1 t/m 3 (om het totaaloverzicht te kunnen bewaren is in overleg met de afdeling Handhaving in afwijking van vergunningsvoorschrift 8 gekozen voor een kaartschaal 1:2.0000)

Werkplan 1e fase

18


Bijlage 4: Detailtekening aanleg westelijk startgat 1:1.000

-

Tek.nr. OVEM01-5-7002A

Werkplan 1e fase

19


Werkplan fase 1  

Over de Maas, zandwinning, Alphen

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you