Issuu on Google+

KNIP-PERS

KWARTAALBLAD VOOR PAPIERKNIPKUNST 30ste jaargang

maart 2013


EEN BOOM OPZETTEN Joke en Jan Peter Verhave In het nummer van september 2012 riep Janna van Zuijlen op om voor het aanstaande lustrum een ‘Hollandse levensboom’ te knippen. Ze noemde dit ‘van volkskunst naar eigentijdse levenskunst’. In zo’n levensboom zou een hart en een tulp verwerkt kunnen worden, symbolen die verwijzen naar vruchtbaarheid en levenskracht.

1 10

Maar wat is een levensboom eigenlijk? In het Paradijsverhaal is al sprake van een Boom des Levens, maar ook in niet-christelijke culturen worden bomen met levenskrachtige betekenis vaak afgebeeld. Denk maar aan de heilige boom die Bonifacius omhakte, of aan de bomenliefde van Prinses Irene. Een heel bijzondere was de omgehakte boom van


Jesse of Isai, waaruit een twijgje groeide, de beloofde Messias (Jesaja 11,1). Jesse was de vader van koning David en dus stamvader van het hele koningshuis van Juda, waaraan een ‘eind’ kwam in de ballingschap. In middeleeuwse kunst komt die levensboom of stamboom van Jesse veel voor, met op zijn takken al die koningen en tenslotte Jezus, helemaal bovenin. In de Europese volkskunst en kunstnijverheid komen levensbomen veel voor, vaak als versierend ornament. Over de betekenis denken mensen meestal niet meer na. Dat brengt de vraag mee, hoe je zulke afbeeldingen of gebruiken nu nog, of weer, zinvol kunt gebruiken. Of wel, hoe gaan we met tradities om, hoe geven we die door en hoe geven we er een nieuwe, eigentijdse vorm aan. Halloween en Valentijnsdag zijn allebei nog niet zo lang geleden uit Amerika overgewaaid. Welke verhalen zitten daar achter en nu ze eenmaal hier geaccepteerd zijn, hoe vieren wij zulke vrolijke tradities? Dat is de vraag die het VIE (Stichting Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed) zich stelt en die wij ons voor de knipperij ook stellen. Als je een levensboom knipt, wat voor betekenis leg je er dan in, en als je die voor een ander knipt, begrijpt de ontvanger dan wat je er mee zeggen wilt? Het is een onderwerp van discussie dat regelmatig opduikt, ook onder knippers. Na de oorlog organiseerde Hil Bottema van het Nederlands Openluchtmuseum een zogenaamde ‘mooimakersweek’, waarbij ze de deelnemers het museumterrein opstuurde om symbolen te ontdekken en die op eigen manier te verwerken: zwanen op de Friese boerderij, levensbomen in bovenlichten van de deuren, harten op houtsnijwerk en andere uitingen van kunstnijverheid. Een van haar leerlingen was To Mijnlieff, die onlangs op hoge leeftijd overleed. Ook ons lid Meta Bardet heeft als student een mooimakersweek meegemaakt en bewaarde haar boekje met schetsen.

2

Een andere deelnemer was Wiecher Lever, toen een beginnende knipper uit Muntendam. Hij had in 1946 in het NOM gedemonstreerd, maar was het niet met de aanpak van Hil eens. Volkskunst, vond hij, moet een spontane uiting zijn van mensen die niet in de kunsten geschoold zijn. Versierdrift, noemde hij het ook.

Maar het nadoen van oude symbolen, het steeds maar kopiëren op een manier waarbij de betekenis verloren gaat, wordt een karikatuur: dode volkskunst kun je niet kunstmatig tot leven wekken. Omgekeerd vond Bottema Lever’s werk niet geslaagd omdat het volgens haar een ‘historische lijn miste’. Lever nam het hoog op en er ontstond een conflict. Zij zegde in 1952 het contact met hem op, maar Lever bleef op zijn punt terugkomen. Dat we nog weten van dit conflict danken we aan Line Huizenga-Onnekes, een ‘folkloriste’, die zich in de geschiedenis van de papierknipkunst verdiepte. Samen met Lever, die intussen een mooie verzameling oud knipwerk had opgebouwd in zijn privé museum te Muntendam, zou Line een boek gaan schrijven en daarin paste natuurlijk een hoofdstuk over het papierknippen als volkskunst.

3

Al corresponderend kwam ook de relatie met Hil Bottema aan de orde. Line legde de vraag over volkskunst aan Hil voor: zij antwoordde “Of knipkunst volkskunst is? Net zo veel en net zo weinig als naaldwerk, schilderwerk, snijwerk, enz. Er is volkskunst en er is uiterst bedreven ambachtswerk in papier- en snijwerk te vinden.” Line was intussen herhaaldelijk bij Hil op bezoek geweest en moest al haar tact opbrengen om Lever niet tegen zich in het harnas te jagen. Nu was Lever door het leven gevormd en gebruikte soms nogal krachtige termen. Hij bleef bij zijn oordeel en de reacties van de veel zachtmoediger Line konden hem niet bewegen tot een houding, waarbij hij ieder zijn mening en werkwijze gunde. Lever schreef: “Hil’s werk staat buiten het volk en probeert kunstmatig in te dringen in de volksgemeenschap en zal toch los van de volksgeest blijven. 11


Zij nadert van buiten af en is kunstmatig gevormd” (Waarschijnlijk bedoelde hij dat ze kunstzinnig gevormd was; inderdaad had ze een 5-jarige opleiding aan de Haagse Kunstacademie gehad; Lever zelf was een autodidact en daar wrong één van de schoenen).

4

Over levensbomen schreef hij: “Volgens mij kent de spontane volkskunst deze levensbomen niet. Voor mij blijft het dat op de massa wel eens iets gevonden wordt dat in die richting gelijkenis toont. Maar juist het dubbel knippen doet dit gemakkelijk ontstaan. Maar wie kan verklaren wat de vervaardiger bedoelde. Wordt het een 5 levensboom genoemd, de ontwerper zal niet meer tegenspreken.” En hij ging verder: “Het gevaar van Hil Bottema is dat het landelijk in onderwijskringen zijn navolging heeft. Hil noemt zich artistiek leidster Nederlandse Volkskunst. Maar waar is nu de practische destilatie van de werk methode getrokken uit het werk van ‘knippers uit het verleden’? Voor dit alles is iets eigenzinnigs in de plaats gekomen. Voor het eenvoudige is een systeem in de plaats gebracht en dit wordt een vloeken met de werkelijkheid.”

De werkelijkheid was niet zo scherp in te delen als Lever deed. Line schreef hem: “Als Hil en anderen er plezier in hebben of wanneer uit hun lessen goede knipsters of knippers voortkomen, dan heeft het z’n nut. Ook van hun werk kan een zekere bekoring uitgaan. U bent niet erg gemoedelijk Meneer Lever. Geef anderen de ruimte. Er moeten ook knutselaars zijn. Men kan knippen of men kan het niet. Die het kunnen noem ik kunstenaars en die andersoortig werk leveren zou ik rangschikken onder kunstnijveraars. En waar ligt de grens tussen kunst en volkskunst?” Line Huizenga en Wiecher Lever zijn nooit tot een gezamenlijk boek gekomen. Line is overleden voordat haar eigen manuscript naar een uitgever ging. Gelukkig is het bewaard, en heel veel van de vondsten van hen beiden is verwerkt in ons boek Geknipt!

Wat kunnen wij uit dit verschil van inzicht leren? • • • • •

Ruzie over verschil van werken (tekenen, of niet; dubbelvouwen of niet; oude vormen of vrije vormgeving) leidt tot niets. Gelukkig is dat in de 30 jaar van onze vereniging ook niet voorgekomen! Wel proberen we elkaar op te voeden om een eigen stijl te ontwikkelen en verder te gaan dan naknippen (zie het artikel van Wies Palma in de vorige Knip-Pers). We leren ook van kunstzinnig geschoolde knippers, zoals Geertje Aalders, Connie Riemers, Henk Kapitein, Jeanet Willems en anderen. Geschiedenis van de knipkunst is een blijvende inspiratie. Wij maken huwelijks- en geboorteknipsels, silhouet portretten, net als onze voorgangers, maar op onze eigen manier. Over de oproep om levensbomen te knippen voor het lustrum: boom er maar lustig op los.

Intussen doet het bestuur haar best om erkenning te krijgen van het VIE: de papierknipkunst als immaterieel erfgoed in Nederland. Afb.1 De Boom van Kennis in het Paradijs. Onbekende knipper uit Schoorl. Afm. onbekend. Museumboerderij Vreeburg, Schoorl Afb. 2 Kring van “mooimakers”. Links Hil Bottema, rechts Wiecher Lever (?). Fotodoc. NOM Afb. 3 Levensboom: Nieuwjaarswens 1954 door Hil Bottema Afb. 4 Ni mesme la mort, Zelfs de dood niet. Onbekende knipper, 18e eeuw. 2,5 cm. Part. Bezit Spreuk begin 17e eeuw: "De dood neemt de wijnrank niet weg van de plataan, en zo neemt de laatste dag, die al het andere wegneemt, onze liefde niet weg" Afb. 5 Vruchtboom met engelen en kinderen. Onbekende Zeeuwse knipper, 18e eeuw. Afm. 7x10 cm. Part. bezit

12

Bronnen: Archief Line Huizenga-Onnekes Henk van Ark, Wiecher Tjeert Lever (1917-1981) Een kunstenaarsleven in knipsels. Rasquert, Stichting W.Tj. Lever, 2008/2010


ER UIT GELICHT Knipwerk in het museum van papierknipkunst in Westerbork Chris van der Veen en Sietse Brugge

Wiecher Tjeerd Lever en 25 jaar het Museum van Papierknipkunst “De verzameling van de legendarische Wiecher Tjeerd Lever staat nog steeds centraal in ons museum.” In een artikel in De Koerier van 5 augustus 1998 staat bovenstaande zinsnede uit een interview met Geert Schenkel. Het artikel gaat verder: “Hij verliet het Groninger land omdat hij in Westerbork vooral mikte op de belangstelling van de toeristen.” Na het overlijden van de heer Lever zou zijn collectie worden verkocht. De Stichting Vrienden van de Knipkunst kocht op de veiling bij Christie’s zestig knipsels van Lever en daarmee werd de basis gelegd voor het huidige museum. ‘Lever’ zoals hij altijd wordt genoemd knipte kopieën van oude knipwerken zoals o.a. de Hervormde kerk van Urk (geknipt door Jantje II) die in het museum hangt. Eén van zijn lievelingsonderwerpen was de natuur. Ontelbaar veel zijn de langwerpige lijstjes met de ragfijn geknipte wilgenbomen, paarden en bloemen die door bezoekers van zijn museum zijn gekocht en die ze nog steeds in hun bezit hebben.

Het meest bekend - en wat door de bezoekers van nu steeds weer wordt verteld - zijn de silhouetten die hij knipte. Iedereen die daarover spreekt is nog steeds verbaasd over de snelheid en de precisie waarmee hij dat deed. Ergens in een kast, in een bijbel, op de zolder moet nog dat portret, die huwelijksaankondiging, die jubileum uitnodiging van henzelf, ouders of grootouders zijn. In de bezoekersruimte van het museum hangt een vitrine met knipsels van Lever. In de kluis zijn nog veel meer knipwerken. In dit 25e jubileumjaar van het museum zijn enkele van die prachtige knipsels opgezocht om ze hierbij aan u te laten zien. 27


NEDERLANDSE VERENIGING VOOR PAPIERKNIPKUNST 1983-2013

Ieke Boosman

Paul Borggreve

Annie Versnel

22

Jenny Weick

Sjoukje Menger

Anneke v.d. Berg

Janna van Zuijlen

Tina Doets

Guus Wijnen


NEDERLANDSE VERENIGING VOOR PAPIERKNIPKUNST 1983-2013

Marietje Jorna-Krol

Riet van Dreven

Hennie Bijkerk-Nijs

Riet Michels

Ada Boterkooper

Liesbeth Veldhuysen

Maruscha Gaasenbeek

Els Laan-Zwier

Marjolein Henderson

23


BRIEF UIT ZWITSERLAND Arjana Metting van Rijn

Het is een verheugende zaak om te zien hoe het contact tussen de Nederlandse Vereniging voor Papierknipkunst en de Zwitserse Freunde des Scherenschnitts in de laatste jaren gegroeid is. Ik ben, evenals Ria de Bruijn, lid van de beide verenigingen, meer passief dan actief, mijn knippen is alleen voor huisgebruik. Ik ga als het enigszins kan graag naar de grote tentoonstellingen, helaas kon ik de jubileumviering in Interlaken (zie Knip-Pers sept. 2011) niet bijwonen. De Generalversammlung van de Freunde was vorig jaar in maart, heel praktisch voor mij in Aarau (vijf bushaltes verder). ‘s Morgens de ledenvergadering, ‘s middags de workshops. Bij het binnenkomen was, gezien het bovenstaande, mijn eerste vraag: ‘Zijn er gasten uit Nederland?’ Helaas was dat niet het geval. De ledenvergadering was snel afgewerkt: het interessante deel van de bijeenkomst betrof de 8ste ‘gesamt-schweizerische’ tentoonstelling die dit jaar gehouden zal worden.

Daaraan kunnen alleen leden van de Zwitserse Vereniging deelnemen; het thema is gegeven, de precieze titel is nog niet bekend, maar het komt neer op een dialoog tussen traditioneel en modern knippen. In Schnittpunkt 45/2011 (het blad van de Freunde), wordt het idee als volgt omschreven (vrij vertaald): ‘Enerzijds is de Vereniging “hoedster” van de traditie, anderzijds animeert zij haar leden ook om nieuwe wegen te gaan. Zij roept haar leden op zich in één van de tien uitgezochte oude knipsels te verdiepen en daarmee in kunstzinnige dialoog te treden. De traditie blijft alleen behouden wanneer zij steeds opnieuw gereflecteerd wordt, er nieuwe visies op ontwikkeld worden en aan de tijdgeest en aan de moderne manier van zien wordt aangepast’ (einde citaat). In Schnittpunkt zijn 10 afbeeldingen geplaatst, werken uit de 18de en 19e eeuw, waarmee dit ‘gesprek’ zou kunnen plaats vinden. Er is een Alp-aufzug van Hauswirth bij, ook een anonieme Bijbelse voorstelling van de geschiedenis van Josef en zijn broers, die in

Jan de Prentenknipper, Invasie van de Engelsen

30


opzet doet denken aan Jan de Prentenknipper over de invasie van de Engelsen en aan afbeelding nummer 20 in Schaar-kunst’. In de vergadering bleek deze ‘opdracht’ aanleiding te geven tot veel onzekerheid. Daarom werd er in de workshops uitvoerig over gesproken. Zo werd als mogelijkheid genoemd, b.v. een moderne vorm van Alpaufzug: auto’s in de file de berg op. Ook ‘spelen’ met de ornamenten of een detail op een moderne manier uitwerken. In een andere workshop zag de voorzitster het oude knipsel als een brief aan ons gericht. We laten het knipsel op ons inwerken en kunnen een antwoord geven over het oude knipsel of over een motief of

detail ervan, maar het is ONS antwoord. De spreekster vertelde dat één van de leden vergrotingen had gemaakt van alle 10 voorbeelden en die in zijn atelier rondom had opgehangen. Zo kon hij rustig over een ‘antwoord’ nadenken! Wat mij betreft: deze opdracht gaat ver boven mijn macht. Daar kom ik met mijn ‘knippen voor huisgebruik’ niet bij. Wat niet wegneemt dat ik soms denk: zou de opzet van de ‘Geschiedenis van Josef’ niet iets zijn om, als een moderne variatie, een protestdemonstratie of een ‘stille tocht’ af te beelden? Ik ben heel benieuwd naar de tentoonstelling in de herfst van dit jaar in Schyz.

Josephsgeschichte ca. 1755 (?) geschonken aan de Zwitserse Knipvereniging, afm 26x 29 cm

31



Knip-Pers Voorjaar 2013