__MAIN_TEXT__
feature-image

3 minute read

Prangende pensioenvragen

rabObaND 121 | maart 2021 13

Met de introductie van het nieuwe pensioenakkoord doemen er allerlei vragen op. Zoals deze

“HET ZIET ERNAAR UIT DAT ER NIET WORDT GEKORT OP DE PENSIOENEN. HOE ZIT DAT?”

DOOR RUUD VAN DE VEN

Het parlement heeft in 2006 de pensioenwet aangenomen. Eén van de bepalingen in die wet is dat pensioenfondsen een vetrandje moeten hebben. De waarde van de beleggingen van een fonds moet minimaal 4,2% hoger zijn dan de waarde van de pensioenverplichtingen. Anders gezegd: een fonds moet een eigen vermogen hebben ter grootte van 4,2% of meer van de verplichtingen. Als het eigen vermogen van een fonds zes jaar achtereen lager is dan bij wet voorgeschreven, moet het fonds zowel de pensioenen in opbouw van de werkenden, de pensioenaanspraken als de uitkeringen voor gepensioneerden verlagen. En wel in gelijke mate. Een pensioenfonds moet in zo’n uiterste geval de pensioen-verplichtingen zo veel verlagen of korten, dat het eigen vermogen weer precies 4,2% van de verplichtingen is.

Voorbeeld

Stel de bezittingen van een fonds, vooral beleggingen, zijn even hoog als de pensioenverplichtingen, zeg € 10 miljard. Het eigen vermogen is dan precies nul. Anders geformuleerd: de dekkingsgraad, de verhouding tussen de bezittingen en de verplichtingen, is precies 100%. In dit voorbeeld moet het fonds de aanspraken en de uitkeringen in totaal met € 0,403 miljard korten. Gepensioneerden merken dat onmiddellijk, hun maandelijkse uitkering daalt met 4,03%. Ook van de werkenden en de slapers – dat zijn werknemers die ergens anders zijn gaan werken maar hun aanspraken bij het fonds hebben achtergelaten – worden de aanspraken met 4,03% gekort. De pensioenverplichtingen van het fonds zijn na deze korting afgenomen tot € 9,597 miljard. De bezittingen zijn door deze korting niet aangetast, die zijn nog steeds € 10 miljard. Door de korting is het eigen vermogen toegenomen van nul naar € 0,403 miljard, te weten het verschil tussen € 10 aan bezittingen en € 9,597 aan gekorte pensioenverplichtingen. De dekkingsgraad, de verhouding tussen bezittingen en verplichtingen, is nu 10 / 9,597 = 1,042 of 104,2%.

Handjevol

Van veel fondsen was de dekkingsgraad per eind 2020 lager dan 104,2%. Desondanks hoeft niet meer dan een handjevol pensioenfondsen te korten. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft van een speciale bevoegdheid in de pensioenwet gebruik gemaakt door de kortingsgrens te verlagen van 104,2% naar 90% van de pensioenverplichtingen. Daarmee aanvaardt hij het feit dat een pensioenfonds tijdelijk een negatief eigen vermogen kan hebben. Het fonds is daardoor niet verplicht onmiddellijk tot korting van de pensioenen over te gaan. De minister laveert aldus, evenals Odysseus, tussen Scylla en Charybdis: tussen jongeren, die vrezen dat zij later een uitgewoonde pensioenpot aantreffen en de ouderen, die al jarenlang klagen dat indexatie op hun door de inflatie aangetaste uitkeringen achterwege blijft.

De minister heeft van de uitzonderlijke bevoegdheid in de wet gebruik gemaakt omdat uiterlijk in 2026 het pensioenstelsel wezenlijk anders ingericht zal zijn dan nu. Elders in dit nummer schrijft Harm Bodewes over dat nieuwe stelsel.

In 2020, op het dieptepunt van de aandelenmarkten, is ook het Rabobank Pensioenfonds, zij het zonder kleerscheuren op te lopen, even door het ijs gezakt. Op het einde van het jaar 2020 was het met een dekkingsgraad van circa 110% weer boven Jan.

Kortweg luidt het antwoord dus: de invoering van het nieuwe stelsel is de reddende engel. Daarin is geen sprake meer van toegezegde bedragen. De hoogte van het pensioen wordt meer afhankelijk van beleggingsresultaten dan nu het geval is.

Heb jij ook een prangende vraag?

Stuur deze dan per mail aan de redactie van RaboBand. De redactie bepaalt welke vraag voor publicatie in aanmerking komt. raboband@vgrabobank.nl

This story is from: