Page 27

kerk in het land

In de rubriek ‘Kerk in het land’ worden verschillende bijdragen ondergebracht die spelen op landelijk niveau. De tekst op deze pagina is afkomstig van de website van de PKN: www.pkn.nl

Wij moeten Gode zingen

Tijdens de opening van de kleine synode werd lied 301 gezongen: 'Wij moeten God zingen'. Een tekst van theoloog en dichter Willem Barnard, die zondag 21 november overleed en vrijdag 26 november werd begraven. De melodie is van de bekende organist en componist Willem Vogel, die begin oktober overleed. In anderhalve maand tijd verloor de Kerk twee oude meesters van het Nederlandse kerklied. Beiden bereikten de leeftijd van negentig jaar.

Zingend geloven ‘Mijn geloofsvorm is zingend geloven’, verklaarde Barnard in 1973 toen het Liedboek voor de Kerken uitkwam. Barnard leverde voor het Liedboek 76 liedteksten, zowel vertalingen als eigen liederen. Bekende beginregels illustreren welke liederenschat hij nalaat: 'Uit Oer is hij getogen' (lied 3), 'Zingt voor de Heer een nieuw gezang' (lied 225), 'Wat zijn de goede vruchten' (lied 252), en 'De eersten zijn de laatsten' (lied 482). Nog altijd graag gezongen kerkliederen. In het dichtersregister achterin het Liedboek staat de complete lijst van zijn bijdragen.

Dit prachtige portret van Willem Barnard, (Guillaume van der Graft), werd gemaakt t.g.v. zijn 90e verjaardag, 15-8-2010 door de kunstenaar Kees Wennendonk. http://www.keeswennekendonk.nl

27

Willem Barnard Willem Barnard (Rotterdam 1920) studeerde letteren en theologie, werd als dichter bekend onder de naam Guillaume van der Graft en was hervormd predikant in Hardenberg en Nijmegen. In 1954 werd hij studiesecretaris van de Prof. Dr. G. van der Leeuwstichting, die veel voor de vernieuwing van liturgie en kerklied heeft betekend. In de jaren zestig was hij voorganger in Roosendaal, maar zijn wankele gezondheid dwong hem 1974 vervroegd emeritaat aan te vragen.

Vernieuwing Met Frits Mehrtens en W.G. Overbosch zette Barnard eind jaren vijftig in de Amsterdamse Maranathakerk de Nocturnen op, experimentele kerkdiensten waarin herstel van de klassieke liturgie werd nagestreefd en waar uitsluitend nieuwe liederen, waaronder de mede door hem opnieuw berijmde psalmen, werden gezongen. Het sloeg aan en werd in Amsterdam verder ontwikkeld door onder meer cantor-organist Willem Vogel en de predikanten Van Beusekom en Sytze de Vries.

Willem Vogel Willem Vogel (Amsterdam 1920), die met zijn Sweelinckcantorij eerst in de Nieuwe Zijdskapel en later in de Oude Kerk een vernieuwend stempel zette, componeerde veel praktische gebruiksmuziek en evangeliemotetten bij schriftlezingen. In het Liedboek staan 20 melodieën van

zijn hand, maar zijn bekendheid bij koren en organisten dankt hij ook aan de krachtige eenvoud van zijn composities, die de kerkganger goed in het gehoor lagen en tegelijk muzikaal verantwoord waren. Zijn Bachconcerten waren vermaard. Hij werkte tot zijn 82ste en overleed op 7 oktober 2010.

Oud-Katholiek ‘Iedere kerk die kleiner is dan de hele kerk, is mij te klein, we kunnen alleen ademen in de hele kerk’, zo schreef Barnard in 1981 in zijn vorig jaar gepubliceerde dagboek. In 1985 sloot hij zich aan bij de Oud Katholieke Kerk. ‘Niet om de Hervormde Kerk de rug toe te keren’, aldus de dichter. ‘Ik ga van een zijbeuk door naar het grote kerkschip met het koor waar de mysteriën gevierd worden.’

Troost Wij moeten Gode zingen: de gemeente zal de lofzangen van Barnard en Vogel dankbaar gaande houden. De kracht van hun geloof en talent is daarvan het geheim. Barnard kon zich vele jaren na het schrijven ervan nog laten troosten door zijn eigen kerkliederen, zo noteerde hij in 1981. ‘Die liederen zijn ouder, volwassener dan ik, ze kunnen mij soms moederlijk troosten, vaderlijk leiden (of moederlijk leiden en vaderlijk troosten). En ja, dan ben ik een kind.’

kerkblad februari  
kerkblad februari  

kerkblad wervel pgd februari 2011

Advertisement