Page 22

kerk in de stad 22

hecht waren aan de vertrouwde kenmerken van de kerk in het moederland. En net als de Nederlandse migrantenkerken die vlak na de oorlog in Canada en Australië ontstonden, is de Molukse kerk in Nederland daardoor in een aantal opzichten niet meegegroeid met de ontwikkelingen daarna in het moederland. Een voorbeeld daarvan zijn de psalmen en gezangen, waarvan de meeste op hele noten worden gezongen in een zeer rustig tempo. Door de uitstekende akoestiek van de Marana-thakerk klinkt dit zingen, ook al is dat door een bescheiden groepje mensen, plechtig en devoot. Althans in mijn oren, een ander zou het misschien somber of saai vinden. Er wordt gezongen in het Moluks-Maleis, maar de melodieën zijn vaak vertrouwd, zodat een PKN-er als ik goed kon meezingen. Men kent wel opwekkingsliederen in het Nederlands, maar dat zijn vooroorlogse berijmingen in een ‘tale Kanaäns’ die voor de hedendaagse Molukse Nederlander te ouderwets en soms onbegrijpelijk zijn en daarom niet meer worden gebruikt. Ons Liedboek wordt niet gebruikt. Het gebed neemt in de dienst een belangrijke plaats in. En niet alleen daar. Voordat men naar de kerk gaat en ook bij terugkomst wordt thuis gebeden; voor de dienst begint en ook na afloop bidt de kerkganger zelf. Maar ook bij allerlei andere doordeweekse gelegenheden bidden Molukse christenen veel, meestal in familieverband. ‘Molukkers gaan biddend door het leven’ zegt dominee Patty. Bidden is geen ‘plichtpleging’, maar hoort bij de Molukse cultuur en de Molukse ziel. Er is veel om dankbaar voor te zijn en dat mag in het gebed uitgesproken worden. Molukse mensen zijn gevoelig voor rituelen en voor het transcendente. Zingen met lange noten, de bijzondere plaats van het gebed, dat zou kunnen duiden op een zekere somberheid in de dienst, maar dat klopt niet. In tegendeel: de geloofsbeleving van de Molukse kerk straalt juist een opgewekte, positieve sfeer uit. Een blij geloof.De Molukse kerk in Deventer kent voor een deel dezelfde problemen als onze PKN: het moeilijk kunnen vasthouden van de jongeren, kerkverlating, financiële zorgen. Jongeren keren wel vaak terug als ze zelf kinderen krijgen en daardoor over het

wonder van het leven en de oorsprong daarvan nadenken. Het kerkgebouw verdient aparte aandacht. De Maranathakerk is ontworpen door Aldo van Eyck, een van Nederlands naoorlogse toparchitecten, samen met zijn vrouw Hannie die kunstenares was. Van Eyck heeft eerst goed geluisterd naar de wensen van de Molukse gemeenschap in Deventer en zelfs een reis naar Indonesië gemaakt om te ervaren wat de kenmerken van een kerk in de tropen zijn. Hoewel zelf geen gelovig mens toonde hij veel belangstelling en respect voor de geloofsbeleving van de Molukse mensen. Het gebouw, maar vooral de gebruikers ervan, zijn hem dierbaar gebleven tot aan zijn dood in 1999. Het kerkgebouw ligt wat verdiept ten opzichte van het omringende groen, als een crypte. De kerkzaal heeft een open karakter, met daglicht van alle kanten. Het geeft het gevoel dat je buiten zit, zoals in een kerk in de tropen. De akoestiek is uitzonderlijk goed. De rondgebogen muren zijn, naar een suggestie van de gebruikers, beschilderd met blauwe banen, van donker naar licht. Zij verbeelden de zeeën en luchten die de eilanden van de Molukken verbinden. In de muren zijn golvende banen aangebracht met duizenden schelpen, afkomstig van de Molukse eilanden. Wie goed kijkt herkent daarin ook christelijke symbolen zoals de vis. De Maranathakerk is nog te jong om de status van monument te hebben, maar dat kon er nog best eens van komen. Belangrijker dan het gebouw is de gemeenschap die er kerkt. Een kleine en bescheiden geloofsgemeenschap. Maar aan hun devote en tegelijk opgewekte en positieve geloofsbeleving kunnen wij een voorbeeld nemen. Deze impressie van onze Molukse geloofsgenoten in Deventer is gebaseerd op het bijwonen van kerkdiensten van de beide kerkgenootschappen en een gesprek met ds. Eli Patty van de Evangelische Molukse kerk en Joke van Soest-Patty, lid van de kerkenraad (en tevens secretaris van de Raad van Kerken in Deventer). Gerard Sizoo

kerkblad februari  
kerkblad februari  

kerkblad wervel pgd februari 2011

Advertisement