Issuu on Google+

Jezus / Christus

Jaargang 60 – Nummer 3 – maart 2011

opiniërend magazine voor protestants Nederland

Wie zeggen jullie, dat Ik ben? Interreligieuze dialoog Verbeeld geloof


& Opmaat

Christus in de wetenschap

8

Jezus / Christus Beelden van Jezus, opvattingen over Christus. Zo divers als de wereld. Vooral menselijk, of juist wat meer goddelijk? Wat zegt de Bijbel? Op grond van dezelfde teksten – vaak aangevuld met gegevens uit andere bronnen – komen verschillende denkers tot diverse conclusies. Het is daarbij maar net op welke teksten de nadruk wordt gelegd. Rick Benjamins geeft aan hoe dit probleem sinds de Verlichting speelt in de theologie. Spreken over Jezus en over Christus ligt in het verlengde van spreken over God. Naar aanleiding van de recente gesprekken in de synode van de PKN vroeg W&D de scriba naar zijn visie op het spreken over Jezus in de kerk. Arjan Plaisier nam de handschoen op, en verzucht dat we vooral behoefte hebben aan beelden die iets aanwakkeren: uitspattingen. Daarnaast een paar impressies van de wijze waarop verschillende kerkelijke kringen tegen Jezus aankijken. Ter overdenking.

Wie zeggen jullie, dat Ik ben? 16

Wie zeggen ‘de mensen’ dat Hij is? W&D vroeg het. Een aantal kerkelijk betrokkenen was bereid daarover iets op papier te zetten. Een soort samenvatting van hun visie, maar ook van de betekenis van Jezus in hun leven. Persoonlijke verhalen dus, kort maar krachtig. Manuela Kalsky las deze bijdragen en plaatst ze in een breder kader van geloof en cultuur. De mensen, dat kunnen ook ándersgelovigen zijn. De positie van Christus is een bijzondere in het gesprek met andere godsdiensten. Karel Blei laat zijn licht daarop schijnen. We kunnen er lang over praten, maar beelden zeggen soms meer dan vele woorden. Margot C. Berends zocht een aantal passiebeelden uit die hun eigen associaties in zich dragen. Elders in het blad beschrijft Kees Streefkerk, hoe de zeggingskracht van beelden een bijdrage kan leveren aan kerk en geloof. Tenslotte. In het vorige nummer werden de memoires aangekondigd van ds. C.A. Korevaar. Door omstandigheden – gelukkig geen ernstige – kon het geplande interview nog niet worden afgenomen. We blijven het proberen. Dick Vos

maart 2011

Kunst in de kerk 32

In dit nummer

Bonaire 36 En verder

Rubrieken

Doopsgezind 11 Bezuiniging of uitspatting? 12 Uit de Nationale Synode 15 Interreligieuze dialoog 20 Jezus in beeld 24 Dood. En dan? 28 Spiegelschrift 34 Zeven vragen aan Hans den Hartog Jager 48

Selectie 4 Agenda 6 Cartoon 23 Bijbeluitleg 30 Nieuw in de kerk 35 Wederhoor 37 Boekenvier 38 Drieluik kerkenwerk 39 Predikanten 44 P.S. 47

3


Theologie

Christus in het academisch gesprek In de huidige theologie is er een probleem waar geen auteur omheen kan. Dit is het ‘gat’ tussen de historische Jezus en de Christus zoals Hij door de kerk wordt beleden. Al sinds de Verlichting is dit probleem dominant. Rick Benjamins

8

maart 2011


T

ot aan de Verlichting was het uitgangspunt voor de christologie betrekkelijk helder. Het evangelie vertelt ons over Jezus Christus die op aarde preekt, werkt, lijdt en sterft en na zijn dood is opgestaan. Deze Jezus is van God afkomstig, of nog sterker, Hij is God. De vroege kerk heeft zich op belangrijke concilies over Christus uitgesproken en die concilies hebben gewicht, omdat ze een erfenis vormen die vrijwel alle kerken met elkaar delen. Na uitvoerige debatten heeft het concilie van Nicea-Constantinopel uitgesproken dat Jezus Christus als Zoon van God één van wezen is met de Vader. Het concilie van Chalcedon heeft daaraan toegevoegd dat Jezus Christus niet alleen helemaal goddelijk, maar daarnaast ook volledig menselijk is geweest. Jezus Christus is één persoon die bestaat uit twee naturen: volledig God en volledig mens. Natuurlijk zijn er in de geschiedenis veel theologische debatten over Jezus Christus geweest. Hoe moet je precies denken, dat Hij tegelijkertijd volledig God en volledig mens is? Op welke manier hangt ons heil daarvan af ? Heeft Jezus voorbeeldig laten zien wat ware menselijkheid is doordat zijn ware mens-zijn met God is verbonden, of zijn zijn leven en sterven juist een offer omdat mensen hun menselijkheid door de zonde hebben verspeeld? Hoe verschillend daarover ook werd gedacht, er werd steeds gedacht binnen het kader dat Jezus God is, dat Hij als mens op aarde komt om te werken en te sterven, en door de opstanding tot God terugkeert.

Visies Dit kader is door de Verlichting ter discussie gesteld. De kerk belijdt Jezus wel als Christus en als God, zeiden critici, maar was de historische mens Jezus wel echt God en heeft Hij dat zelf ook zo gezegd? Theologen wezen aan dat de schrijvers van het Nieuwe Testament een heel gekleurde blik op Jezus hadden. Wat het Nieuwe Testament over Jezus zegt, is pas decennia na zijn dood op schrift gesteld en daarin zou vervorming opgetreden zijn. Jezus heeft zichzelf helemaal niet gezien als Zoon van God of als Messias, en heel veel dingen die Hij zou hebben gezegd, zijn Hem door de traditie in de mond gelegd. Als je beter kijkt, ontwaar je in het Nieuwe Testament verschillende groeperingen die elk met hun eigen woorden over Jezus spreken en met verschillende visies naar Hem kijken. De meest kritische stemmen zeiden dat Jezus een maart 2011

gewoon mens was die preekte over het Koninkrijk van God – dat niet kwam – en dat de opstanding een verhaal was dat de leerlingen uit teleurstelling zelf de wereld hadden ingebracht. Anderen meenden dat we door het historisch onderzoek een betere blik op Jezus konden krijgen en zijn boodschap weer centraal konden stellen. De verkondiging van de historische Jezus kon weer tevoorschijn worden gehaald, nadat zijn boodschap té lang schuil was gegaan achter het beeld van zijn goddelijke gestalte zoals het door de kerk werd verkondigd.

Niet meer terug achter het kritische denken Het bleek dat de kritische theologen te optimistisch waren. Zij dachten dat ze een betrouwbaar beeld van de historische Jezus konden vinden dat tegengesteld was aan het Christusbeeld dat de kerk verkondigde. Maar als je alleen gekleurde getuigenissen hebt van Jezus, hoe wil je dan ooit een historisch betrouwbaar beeld daarachter vinden? Er werden heel verschillende portretten getekend van Jezus zoals Hij historisch echt zou zijn geweest, maar in die portretten zat minstens zoveel diversiteit als de kritische theologen zelf in de getuigenissen van het Nieuwe Testament blootlegden. Het leidde tot kritiek op de kritische theologen. “De enige Jezus die wij kennen, is de Jezus die ons als Christus wordt verkondigd door het Nieuwe Testament en de kerk,” zeiden theologen nu. En dat zeiden ze terecht. De geloofsgetuigenissen van het Nieuwe Testament zijn inderdaad geloofsgetuigenissen. In het geloof kunnen wij ons op die getuigenissen verlaten, en we nemen die getuigenissen dan zoals zij genomen willen worden. Maar we kunnen niet meer terug achter het kritische denken en doen alsof het geloofsgetuigenis een historisch waar bericht is.

Historisch onderzoek In het historisch onderzoek wordt nog steeds geprobeerd om een goed beeld van Jezus te krijgen. ‘Jezus was een Jood’ kun je zeggen, en niemand zal het ontkennen. Maar hoe zag het Jodendom van zijn tijd er dan uit en bij welke Joodse groep hoorde Jezus? Misschien was Hij

9


‘Wie zeggen jullie, dat Ik ben?’

F oto : R oel W ijnants ( CC- by- nc2.0)

Jezusbeelden

Foto : H erman B aas

Manuela Kalsky

Foto : D ick Vos

Woord & Dienst vroeg het een aantal kerkelijk betrokkenen, Manuela Kalsky las de reacties en duidt ze.

16

maart 2011


D

oor de eeuwen heen hebben mensen een antwoord gegeven op de Bijbelse vraag: ‘Wie zeggen jullie, dat Ik ben?’ (Mar. 8:29). Een vraag, waar een bepaalde nieuwsgierigheid aan ten grondslag ligt. Alsof Jezus wilde zeggen: Ik wil eerst weten hoe iedereen van jullie hierover denkt. Wat beteken Ik eigenlijk voor jullie? Zeg het maar. Misschien schuilt juist in deze open vraag het geheim, dat ook tweedui-

zend jaar later nog steeds mensen een antwoord kunnen en willen geven op deze vraag. De Bijbelse literatuur is geen dogmatiek die voorschrijft wat je wel of niet moet geloven. Veeleer dagen de verhalen ertoe uit om over je eigen leven na te denken. Welke keuzes maak ik? Wat geeft waarde en richting aan mijn leven? Welke rol speelt mijn geloof daarbij? En: hoe zou ik op bovengenoemde vraag antwoorden?

Nieuwe horizon ‘Toen ik begon met mijn studie Godgeleerdheid, was Jezus voor mij een personage uit het Nieuwe Testament. Een geloofsleven had ik niet. Nu ik student ben aan het remonstrants seminarium is Hij veel meer voor me. Het verhaal van zijn dood en opstanding tekent een perspectief waar dood en leven samenkomen; het mogelijke en het onmogelijke, eindigheid en een opening naar oneindigheid. Ik zie het als een horizon: een streep waar alles ophoudt, het einde. Tegelijkertijd begint aan diezelfde horizon juist de oneindigheid. Voor mij is het verhaal van Jezus Christus daarom het beste antwoord op de dood, want ook ons eigen leven krijgt perspectief in dat licht. De dood is een afsluiting waar we niet voorbij kunnen. Maar als het zover is, wenkt er een nieuwe horizon die we allemaal delen en die hopelijk iets van de onrust kan wegnemen voor hen die achterblijven.’ Aviva Boissevain

Actieve relatie ‘Ik kan er onderhand gewoon niet meer onderuit: ik geloof niet meer in God. Tenminste niet in God die ver weg is, mysterieus en vaak nietszeggend. Dat kun je zo heerlijk passief doen: “Ja, ik geloof wel dat God bestaat, maar…” Lang heb ik zo in God geloofd. Maar geloven in Jezus is geloven in God die iets met mij te maken wil hebben. Geloven in een God die actie onderneemt, zodat ik Hem persoonlijk kan leren kennen. Ik kon passief in God geloven, maar volgeling van Jezus zijn is iets actief. Jezus geeft voor mij niet alleen iets weer van Gods persoonlijke openbaring, maar lokt ook een reactie uit: een relatie.’ Martine Versteeg

Inspirerend voorbeeld ‘De Joodse man uit Nazaret, die leefde in zijn eigen traditie; zoon van de Thora. Een mens van vlees en bloed, die in al zijn kwetsbaarheid een weg zocht naar een leven in dienst van de gerechtigheid. Gods zoon, mensenzoon, zoals wij zonen/dochters van God zijn. Wel de zoon bij uitstek, die – in Gods Naam – onvoorwaardelijk de kant koos van de armen, de zieken en uitgestotenen. De wegwijzer die met zijn “Kom en volg Mij na” ook mij vraagt deze weg van gerechtigheid te gaan. Hij is niet vóór, maar dóór ons gestorven. Hij is zijn weg gegaan, ten einde toe. Zoals velen voor en na Hem die zich hebben ingezet voor vrede en recht.’ Hanny Korstjens

maart 2011

17


Verbeeld geloof

Het oog wil ook wat William Blake: Engelen rollen de steen van het graf (1805)

Geloof en beeld hebben wat met elkaar. Voor veel mensen doet beeld meer dan woorden alleen. Uit de mond van een collega hoorde ik: “Zonder kunst, zonder verbeelding van het verhaal, zou ik niet meer kunnen werken.” Soms spreekt het Woord pas als het beeld geworden is. Kees Streefkerk

D

e afgelopen jaren heb ik in verschillende werkvelden beeld en geloof met elkaar in verband gebracht. Daarbij bleek telkens dat beeld een eigen, oproepende kracht heeft. Verbeelding van of bij een Bijbelgedeelte (verhaal, lied, visioen) of een geloofsthema kan een extra dimensie bieden. Beeld kan de functie hebben van exegeet of homileet. Daarbij is ‘de bedoeling van de kunstenaar’ beperkt van belang: het beeld heeft een eigen dynamiek die zich – al of niet – aandient in het kijkproces. Het begint met vragen die helpen concentreren op het beeld: Wat is er te zien (heel gedetailleerd)? Welke gevoelens en associaties roept het beeld op? En bij verbeelding van een Bijbelverhaal: Welke scène of aspect van het verhaal wordt verbeeld (al of niet figuratief ) en waarom zou dat zo zijn?

32

Om het beeld en daarmee het verbeelde dichterbij te brengen: met wie of wat in het beeld kun je je identificeren? Welke plek in het beeld is jouw plek?

Associëren, identificeren Bij toerusting van pastorale bezoekers keken we eens naar de verbeelding van het verhaal over Jaïrus’ dochter door Vasily Polenov. Bij de identificatievraag werd gekozen voor ‘de moeder van het kind’ (door de moeders), voor ‘het kind in bed’ (door een enkeling die de eigen kwetsbaarheid kent en durfde benoemen) en voor ‘de mensen bij de deur’ (alle anderen, de meesten). Niemand koos Jezus. Dat bracht een gesprek op gang over de plek die Jezus heeft in het verhaal en over de plek die je hebt als pastorale bezoeker. Bij nader

inzien kozen de meesten voor een wisselende identificatie: soms met de één, soms met de ander en soms ook met Jezus. Een beeld verbonden aan een Bijbelgedeelte geeft een eigen interpretatie en heeft een eigen boodschap. Het is daarbij de kunst het exegetische of homiletische in een beeld te ‘ontdekken’. In een gesprekskring keken we eens naar Engelen rollen de steen van het graf, van William Blake. Het toont de opstanding vanuit een uniek gezichtspunt, namelijk binnenin het graf. Opstanding lijkt door het beeld iets te zijn dat ‘binnen’ begint en zich met kracht en hulp van hemelse machten baan breekt naar buiten. Het bracht opstanding heel dichtbij. Als iets dat binnenin een mens begint en zich voortzet naar buiten in keuzes en manieren van leven, en in het vertrouwen ‘dat elke steen uiteindelijk weggenomen wordt’. We hebben er toen voor gekozen dit beeld bij de eerstvolgende viering van Pasen te gebruiken voor de orde van dienst, wat bijzondere gesprekken en reacties opleverde. Heel boeiend is de verbinding van een beeld met een Bijbelgedeelte of geloofsthema, zonder dat de kunstenaar dat expliciet heeft gedaan. Zo kan beeld helpen eigen geloof te articuleren. Werk van René Magritte leent zich uitstekend voor dergelijke ‘spirituele beschouwingen’. Dat bleek bijvoorbeeld maart 2011


René Magritte: De helderziendheid (1936) in een groep senioren, kijkend naar De helderziendheid. Bij de associatievraag zei iemand: “Hij ziet een ei en tekent een vogel. Hij lijkt God wel. Die kijkt ook altijd verder dan de buitenkant, en ziet wat er in je zit en wat je nog kunt worden.”

Beeld geeft zicht op de eigen plek Een beeld is een wereld op zich waarin ieder kan zoeken naar een passende plaats. Is er iets of iemand in het beeld waarmee ik verbondenheid ervaar? Zo kan een beeld helpen meer zicht te krijgen op de eigen plek als mens en als gelovige. Aan belijdeniscatechisanten vroeg ik eens een beeld te zoeken bij hun geloofskeuze. Het was verrassend hoe jonge mensen – waar woorden niet voorhanden zijn – met behulp van beeld hun geloof kunnen articuleren. Hun beelden hebben we gebruikt in de belijdenisdienst: De denker van Rodin, De schepping van Michelangelo, een foto van de zon achter een wolk, een woestijn met sporen in het zand, een beeld van Anne Geddes van een pasgeboren baby in een mannenhand, enzovoort.

Richtpunt, exegeet Op de omslag van een orde van dienst maart 2011

Carel Bruens: De Emmaüsgangers kan het thema van de zondag of van een Bijbelverhaal of geloofsthema worden verbeeld. Natuurlijk belandt veel bij het oud papier, maar ik heb zo’n orde van dienst ook zien liggen op de huiskamertafel als aanleiding tot nadere beschouwing of als aanzet tot gesprek tussen huisgenoten of met verwonderde bezoekers. Kleurendruk kost wat en daar komt soms beeldrecht bij. Veel kunstenaars zijn billijk wanneer je het netjes doet en vraagt wat het kost, maar er zitten ook geldwolven tussen die tot een euro vragen per omslag. Het blijft zoeken naar balans: het kost wat, maar het levert ook wat op. Als integraal onderdeel van de liturgie kan beeld geprojecteerd worden met een beamer: als richtpunt van aandacht voor wie de preek te verbaal is, of als exegeet die een aspect van een Bijbelgedeelte accentueert. Dat laatste vraagt bescheidenheid en respect voor de verbeelding, om te voorkomen dat het beeld verwordt tot ‘plaatje-bij-een-praatje’. Nadeel van de beamer is altijd weer dat het niet ‘echt’ is. Een beeld doet het meest in originele vorm. In de Naaldwijkse VespersPlus, vespers met een kunstzinnig accent, kan dat. Soms is er toonkunst, soms poëzie, maar vaak ook beeldkunst. In dat geval meestal met een origineel stuk, aanwezig om naar te kijken en ter versterking van het Psalmengebed of van een thema, opgeroepen door de lezing. Ter ondersteuning van het beeld is er een

schriftelijke beschrijving van kunstwerk en kunstenaar. In pastoraat kan beeld helpend zijn. Het biedt iets anders dan (goede) woorden en blijft aanwezig voor het oog, naast bed of stoel. Bijvoorbeeld een printje van een moderne icoon van Marie-Paul Farran over de goede herder, met symboliek waarin voor velen iets herkenbaar is. De Emmaüsgangers, van Carel Bruens, past prachtig bij de zondag na Pasen, maar ook bij een gesprek over kerk-zijn. Het beeld toont het moment dat het brood is gedeeld, de gastheer is vertrokken en de twee mannen haastig op weg zijn gegaan naar Jeruzalem. Het is alsof het wezenlijke van het verhaal niet in het breken van het brood zit of in het moment van de openbaring, maar in wat daarna gebeuren gaat; het moment dat de mannen weer op weg gaan om het verhaal, hun ervaringen, verder te brengen in woord en daad. Het beeld heeft, als altijd, een eigen boodschap.

Ds. Kees Streefkerk is predikant in Dordrecht

Zomaar wat sites voor wie beeld zoekt: www.textweek.com www.arsprodeo.nl www.biblical-art.com www.bijbelencultuur.nl

33


7 7

Zeven vragen aan

Hans den Hartog Jager 1. Waar stond uw geboortehuis? ‘Aan de rand van Herveld in de OverBetuwe.’

2. Verzamelt u iets? ‘Niet structureel. Boeken zijn me dierbaar, net als kunstwerken. Helaas is het me nog niet gelukt het verzameld oeuvre van Bruegel / Rembrandt / René Daniëls thuis aan de muur te krijgen.’

4. Wat doet u op zaterdagochtend? ‘Ontspannen is in mijn geval zelden een verheffende gebeurtenis. Op zaterdagochtend betekent het op dit moment meestal koffiedrinken en de zaterdagkranten lezen, liefst met muziek op de achtergrond. Deze week is dat vermoedelijk de nieuwe Radiohead.’

5. Hoe protestants bent u? ‘Moeilijk in hoeveelheden uit te drukken. Ik ben ervan overtuigd dat de protestantse cultuur diep is geworteld in de Nederlandse volksaard, dus daar ontkom ik niet aan – als ik dat al zou

48

6. Wanneer bad u voor het laatst? ‘Vermoedelijk in juni 1980.’

7. Wat hoopt u? ‘Dat mijn dierbaren gespaard worden.’

3. Wanneer bent u gelukkig? ‘Als ik mijn gezin om me heen heb. Punt.’

in het volgende nummer

willen. Mijn familie is protestants van origine, maar deed er niet veel aan; mijn protestantse lagere school was daarentegen ronduit fanatiek, zo fanatiek dat ik zelf ben afgehaakt. Tsja, hoe protestants ben je dan nog, dertig jaar later?’

Hans den Hartog Jager (1968) is schrijver en kunstcriticus. Hij werkt op freelancerbasis voor de NRC en Kunstschrift. In 2003 debuteerde Hans den Hartog Jager met de roman Zelf God worden, waarin zijn fascinaties voor kunst, kijken en interpretatie bij elkaar komen.

Op zaterdag 9 april verzorgt Den Hartog Jager een lezing over de relatie tussen kunst en religie tijdens de landelijke Beraadsdag van de vier vrijzinnige geloofsgemeenschappen van Nederland. Thema van deze dag is: Uit de kunst. ‘Kunst wil in al haar vormen het andere tegenwoordig stellen. Het andere wordt echter pas zichtbaar, wanneer ik goed leer kijken.’ www.beraadsdag.nl

Stilte Het volgende nummer van W&D verschijnt in de Stille Week. Aandacht daarom voor de stem van de stilte; oorverdovende stilte, pijnlijke stilte, heilzame stilte. Sommigen houden ‘stille tijd’. Wat brengt dat? Daarnaast aandacht voor stiltecentra. Overal verschijnen ze. Waarom deze trend?

Doekle Terpstra Uitgesproken ideeën heeft deze CDA-prominent over de manier waarop de kerk zich moet opstellen in de veranderende samenleving. Een autoritaire houding is een voedingsbodem voor populisme. Een interview.

Paasdatum Ieder jaar anders. Dat Pasen op de eerste zondag na de eerste volle maan van de lente gevierd wordt, weten we wel. Maar de Paaskalender heeft een uitgebreide geschiedenis; achtergronden.

Verschijningsdatum: 19 april

maart 2011


Woord & Dienst Maart 2011 | Jezus / Christus