Issuu on Google+

Matteu?s Plano

07-12-2009

16:40

Pagina 1

om Hem op zijn tochten te vergezellen en later het goede nieuws van de komst van het Rijk van God door te geven. Het laatste heeft hij onder andere gedaan door de kern van het optreden van de Here Jezus, zijn woorden en daden, vast te leggen in een evangelieboek. Hij laat daarin zien hoe we kind aan huis bij God mogen zijn, doordat Jezus de poorten van zijn rijk voor ons opent. Wie in vertrouwen achter Hem aangaat, komt thuis bij God de Vader. Een twaalftal gedeelten uit het evangelie naar Matteüs wordt in dit boek toegelicht voor persoonlijke meditatie en gezamenlijke bijbelstudie. Als een uitnodiging om met Matteüs mee te gaan, achter Jezus aan.

Age Romkes MatTeüs

Matteüs was een van de twaalf leerlingen die Jezus Christus uitkoos

Age Romkes

MatTeüs TuiMomen in het RJk van God

Drs. A. Romkes studeerde theologie en was als stafwerker bij IFES-Nederland jarenlang betrokken bij het toerusten van bijbelkringleiders. Momenteel is hij onder andere als docent in de vakken Nieuwe Testament en Bijbelstudievaardigheden verbonden aan de Christelijke Hogeschool Ede. ‘Luisterend leven’ is een reeks bijbelstudieboeken voor zowel persoonlijke stille tijd als voor gebruik in de bijbelkring en staat onder redactie van drs. A. Romkes en ds. N.M. Tramper.

ISBN 978-90-239-0722-0

WWW.UITGEVE RI J B O E KE N CE N T RUM . N L

LUISTEREND LEZEN 9 789023 907220 NUR 707

BOEKENCENTRUM


Luisterend leven De reeks ‘Luisterend leven’ brengt mediteren over en bestuderen van de Schrift bij elkaar. De serie begeeft zich in het spoor van het belijden van de kerk-der-eeuwen. In de gekozen opzet is aansluiting gezocht bij de Apostolische Geloofsbelijdenis. Zo komen de hoofdthema’s aan de orde, waarin het hart van het christelijk geloof klopt. De studies zijn eerst toegespitst op de persoonlijke overdenking en vervolgens op het gebruik in bijbelkringen. Ook bij de voorbereiding van preken bieden deze studies veel aanknopingspunten. ‘Luisterend leven’ staat onder redactie van drs. A. Romkes en ds.ir. N.M. Tramper. Reeds verschenen: Niek Tramper, Psalmen. Dicht bij God wonen (3e druk) Bernhard Reitsma, Romeinen. De kracht van Gods genade (2e druk) Drs. Pieter L. de Jong, Genesis. Het begin van alles Harald Overeem, Kolossenzen. Met Christus geborgen in God Hetty Lalleman-De Winkel, Ezechiël. Van dood naar opstanding Jan van der Wolf, 1 Korintiërs. Liefde leren leven


Age Romkes

Matte端s Thuiskomen in het Rijk van God

Derde druk

Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer


De in dit boek opgenomen bijbelteksten werden met toestemming van het Nederlands Bijbelgenootschap overgenomen uit de NBG-vertaling 1951. Ontwerp omslag: Jet Frenken, Utrecht ISBN 90 239 0722 1 NUR 707 Meer informatie over dit boek of over andere boeken van Uitgeverij Boekencentrum vindt u op www.boekencentrum.nl Š 2001 Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer Derde druk 2010 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoud Woord vooraf

7

I.

9

Aanwijzingen voor het luisterende leven

II. Inleiding op het evangelie naar de beschrijving van Matteüs

14

  1. Jozef en Maria Matteüs 1-2 (1:1-25)

21

  2. God of satan Matteüs 3-4 (3:13-4:11)

33

  3. Bidden en vergeven Matteüs 5-7 (6:5-15)

45

  4. Matteüs en de bruidegom Matteüs 8-9 (9:1-17)

55

  5. Met woord en daad Matteüs 10 (10:1-16)

67

  6. Kinderen en heidenen Matteüs 11-12 (11:25-30 en 12:15b-21)

77

  7. Zaaien, groeien en oogsten Matteüs 13 (13:24-30 en 36-43)

87

  8. Petrus en de Christus Matteüs 14-17 (16:13-28)

95

  9. Vergeving ontvangen en doorgeven Matteüs 18 (18:21-35)

103

10. Jezus en de Farizeeën Matteüs 19-23 (22:15-22 en 34-46)

111

11. Dienen en verwachten Matteüs 24-25 (25:31-46)

121

12. Kajafas en Petrus Matteüs 26-28 (26:57-75)

131

Literatuur

139


Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde; En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Here, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft, onder Pontius Pilatus is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle, die op de derde dag is opgestaan van de doden, die is opgevaren naar de hemel en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest; ik geloof de heilige, algemene kerk, de gemeenschap der heiligen, de vergeving van de zonden, de wederopstanding van het vlees en het eeuwige leven.


Woord vooraf ‘Daarom is iedere schriftgeleerde, die een discipel geworden is van het Koninkrijk der hemelen, gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen te voorschijn brengt’ (Matteüs 13:52). Op de Bijbel raak je nooit uitgekeken. Vooral wanneer je een bijbelboek in zijn geheel doorleest en bespreekt, word je verrast door de kracht en de actualiteit van de boodschap. Het was voor mij boeiend en verrijkend om dit boek te schrijven. Hopelijk zal de lezer van het resultaat evenzeer kunnen genieten. Mijn dank gaat uit naar degenen die op de een of andere manier aan de totstandkoming van dit boek hebben meegewerkt. Zoals de leden van de bijbelkring ten huize van mevrouw Hulsman in Wijk bij Duurstede, die zo vriendelijk waren om de concepttekst van enkele hoofdstukken te bespreken en hun bevindingen met mij te delen. De redactie van Luisterend Leven, en in het bijzonder Niek Tramper, wil ik bedanken voor de begeleiding en de goede feedback. Het onderdeel ‘Aanwijzingen voor het luisterende leven’ in de inleiding is een bewerking van het gelijknamige gedeelte uit Niek Tramper, Psalmen. Dicht bij God wonen, het eerste deel uit de reeks. Van de andere meelezers wil ik mijn collega Harald Overeem nog noemen, die de hele tekst is doorgekropen en met veel waardevolle suggesties kwam. En mijn vrouw, Leny, die alles als eerste gelezen heeft en tot het eind toe geduld gehad heeft, als ik weer eens door het nadenken over en het schrijven van dit boek in beslag genomen werd. In dit deel van de serie ‘Luisterend Leven’ staat de belijdenis aangaande Jezus Christus met betrekking tot zijn geboorte, leven en sterven centraal. In het bijzonder zoals Matteüs hierover geschreven heeft. Zijn evangelieverhaal begint bij Kerst en eindigt bij 7


Pasen. Kringen die wekelijks bij elkaar komen, zouden kunnen overwegen dit boekje in die periode te behandelen, maar nodig is dit niet. Er is consequent gekozen voor de jijvorm, maar dat wil niet zeggen dat de bijbelstudies alleen voor een bepaalde leeftijdsgroep bedoeld zijn. Dit is geen leesboek, maar een bijbelstudieboek. Neem alsjeblieft de tijd om te lezen en na te denken. En om de tekstverwijzingen op te zoeken. Dat is vaak nodig om de rest te kunnen begrijpen. Als er bij een tekstverwijzing geen bijbelboek vermeld is, dan gaat het om een gedeelte uit Matte端s. Als de lezer, of liever de gebruiker, door de bijbelstudies in dit boek meer zicht krijgt op het Koninkrijk der hemelen en dichter bij God komt, dan weet de schrijver zich rijk beloond. Wijk bij Duurstede, Age Romkes

8


I Aanwijzingen voor het luisterende leven

God kennen God is hoorbaar en zichtbaar in de wereld om ons heen. In de natuur heeft Hij zijn handtekening gezet (zie Psalm 8). Het kleine insect onthult de ragfijne precisie van de instrumentmaker. Sneeuwtoppen reflecteren zijn grootheid en zuiverheid. Storm en bliksem herinneren aan zijn verwoestende kracht. In de natuur zien we God als in een gebroken spiegel. We weten nog niet wie Hij werkelijk is. Is Hij een mystieke gloed die door alles heen gloeit, de hemel, de aarde, de mensen en de bomen? Of is Hij de oneindig verre en ondoorgrondelijke, die op afstand zijn wil aan mensen oplegt? Niet alleen de natuur, ook de geschiedenis laat ons iets van God zien. Maar wat in de geschiedenisboekjes staat, is lang niet altijd het spoor dat Gods vinger door de tijd trekt. De geschiedenis onthult niet alleen Góds daden, maar ook de hoogte en diepte van de mens en de afgronden van demonische machten. In wat wij persoonlijk ervaren, mogen we vaak de hand van God zien. Maar er is geen isgelijkteken tussen onze levens­ geschiedenis, onze ervaringen en gevoelens en Gods hand. God spreekt God laat zich vooral kennen in wat Hij zegt. Hij spreekt nog steeds tot ons in wat Hij vroeger heeft gesproken. Hij heeft zich in de loop van de geschiedenis geopenbaard aan mensen, tot hun verbazing en soms verbijstering. Hij kwam het leven van mensen binnen, zoals Abraham, Mozes, David, Jesaja, Matteüs, Paulus en veel andere profeten en apostelen. Zij zijn getuige geweest van Gods stem en zijn er diep door aangeraakt. Onder de leiding van de Heilige Geest is de openbaring van God door de eeuwen heen opgeschreven. De verzameling boeken die zo is ontstaan noemen wij de Bijbel. 9


In de Bijbel ontmoeten we God zoals Hij werkelijk is, hoewel we Hem ten diepste niet kunnen begrijpen. We kunnen Hem loven en tot Hem bidden, of over Hem nadenken. Maar God is veel groter dan wij met ons verstand of gevoel kunnen bevatten. Naarmate Hij zich meer laat kennen, zal het ontzag voor Hem groeien. Dit boek is een handreiking voor luisterend leven, leven met een open oor voor wat God tot ons te zeggen heeft. Dit wordt in elk hoofdstuk op twee manieren uitgewerkt: eerst voor persoonlijke overdenking en daarna voor een bijbelkring. Deze twee delen vullen elkaar aan. Het persoonlijk luisteren vormt een goede voorbereiding op de bijbelkring. Omgekeerd zal bij de kringstudie ieders persoonlijke voorbereiding meeklinken, zonder dat alles wat ieder in zijn of haar ‘stille tijd’ ontdekt heeft uitvoerig besproken wordt. Persoonlijk luisteren Elk hoofdstuk begint met een paar gedeelten voor persoonlijke ‘stille tijd’, dat is een afgezonderde tijd op een stille plek om God te laten spreken door zijn Woord, om te bidden en na te denken. Het is niet altijd eenvoudig om los te komen van de dagelijkse beslommeringen, om de stroom van gedachten in te dammen. Gebedshouding Het gebed is niet het gemakkelijkste onderdeel van de ‘stille tijd’. Vaak worden onze gedachten afgeleid. Een goede lichaamshouding bevordert de concentratie: rustig zitten of staan, eventueel de handen gevouwen. Open handen, met de handpalmen naar boven zijn een teken van afhankelijkheid en verwachting. Het is goed om van tevoren kort over ons gebed na te denken. Waarvoor willen we danken of bidden? Een goed middel om geconcentreerd te bidden, is het gebed opschrijven. De eeuwen door hebben mensen dit gedaan. We kunnen nog steeds veel van hen leren.

10


Elk stil moment van Woord en gebed is een stukje rust in de drukte van de week, een oase in de wildernis van verantwoordelijkheden die soms zwaar op ons drukken. Er wordt tijd uitgetrokken om na te denken over het leven, om te horen wat God van ons vraagt, om te belijden wat scheefgetrokken is in ons bestaan. Het is goed om iets van wat we beluisteren en belijden op te schrijven. Augustinus, die leefde rond het jaar 400, heeft al schrijvend zijn omgang met God onder woorden gebracht. Daaruit zijn de Belijdenissen voortgekomen, die tot op de dag van vandaag voor veel mensen een bron van troost zijn. Voor elk meditatief moment worden enkele aanwijzingen ge­geven. Voor elke aangegeven ‘dag’ van het eerste deel van een bijbelstudie kun je een half uur of drie kwartier uittrekken, en dat bijvoorbeeld driemaal per week. Of je kunt gedurende een week dagelijks aandacht geven aan een van de vragen of gebedspunten behorende bij één dag. Het is belangrijk om een goed plan te ontwikkelen met vaste momenten in de week en je er dan ook aan te houden. De meditatieve momenten vormen de stille, persoonlijke voorbereiding op het samen luisteren in de kring. Overdenking en studie sluiten op elkaar aan. Persoonlijke overdenking effent de weg naar meer intensieve studie. In beide wil God zijn stem laten horen. De gezamenlijke studie hóeft niet te volgen op de persoonlijke meditatie, maar dit is wel aan te bevelen. Samen luisteren In het tweede deel van elke studie wordt een handvat gegeven voor het samen luisteren naar het Woord van God, in het verband van een bijbelstudiekring. Een verhaal of een stukje bezinning vormt de introductie. De aantekeningen bij de verzen helpen bij de voorbereiding van de kringstudie en de vragen dienen om het gesprek op gang te brengen. In het luisteren naar de Bijbel en naar elkaars inzichten ontdekken we de stem van God. De vragen zijn telkens in twee groepen ingedeeld onder de kopjes luisteren naar de tekst en luisteren en horen. Bij de eerste reeks van vragen gaat het vooral om een grondig lezen van de tekst. Begrijpen we wat er gezegd wordt? Wat is de 11


Leren mediteren Mediteren, overdenken, betekent dat we onze gedachten laten gaan over een woord of een stukje tekst. Associaties worden opgeroepen; beelden, gevoelens, situaties in ons leven. Hebben we er moeite mee? Worden we er blij van? Hoe klinkt Gods stem erin door? * mediteren over een woord of een stukje tekst Laten we als voorbeeld nemen een zin uit Matteüs 1:21, ‘Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden’. Bij elk woord kunnen we even stilstaan. Waarom moet ik voor mijn redding bij Jezus zijn? Hoe kom ik bij Hem terecht, hoe wil Hij mij ontmoeten? Behoor ik tot zijn volk? Waaruit blijkt dat? Kunnen andere mensen dat aan mij merken? Wat houdt zijn redding in? Hoe ervaar ik dat? Van welke zonden wil Hij mij redden? Kan ik die zonden ook aan Hem overgeven en loslaten? Enzovoort. Het kan helpen om je gedachten voor jezelf op te schrijven. * mediteren door vragen te stellen over een groter gedeelte We kunnen ook mediteren door onszelf vragen te stellen bij een bijbelgedeelte. Bijvoorbeeld: hoe komt God in dit gedeelte naar voren? Of: welke gedachten en gevoelens van de schrijver kan ik ook op mezelf toepassen? In elk bijbelgedeelte kunnen we als het ware God ontmoeten en twee dingen aan Hem vragen: ‘Wie bent U?’ en ‘Wat wilt U dat ik doen zal?’ (vergelijk Handelingen 9:3-6). * schrijvenderwijs bidden of zingen Een andere vorm van mediteren is een stukje tekst in eigen woorden opschrijven. Zo kunnen we een gedeelte uit de Bijbel gebruiken om onze gedachten en gevoelens voor God neer te leggen. Door te schrijven kunnen we ook bidden of zingen!

12


boodschap van het gedeelte? Wat heeft de schrijver, en daarachter, wat heeft de Heilige Geest er in díe omstandigheden mee willen zeggen? Bij de tweede groep vragen maken we de vertaalslag naar vandaag. Wat is de blijvende betekenis van dit gedeelte? Wat is de relevantie voor ons leven? Wat zou het effect van deze bijbelstudie kunnen zijn op mijn beleving, denken, spreken en handelen? Het zal duidelijk zijn dat er op veel vragen meer dan één antwoord mogelijk is, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden. Het gaat – zeker bij de tweede reeks van vragen – dan ook niet om het vinden van het ‘juiste’ antwoord, maar om het uitwisselen van gedachten om elkaar te helpen groeien in geloof en gehoorzaamheid. De vragen willen stimuleren tot zelfstandig bijbelonderzoek en tot een goed gesprek rondom de Bijbel.1 In de werkplaats van de Heilige Geest De studies zijn ook geschikt als voorbereiding op een preek, een meditatie of een bijbelstudie voor een grote groep. Al mediterend en studerend komt de voorganger de werkplaats van de Heilige Geest binnen en vindt er het nodige gereedschap om zich voor te bereiden op de verkondiging. Want zelf intens luisteren gaat vooraf aan het spreken.

1. Zie voor meer aanwijzingen bij het lezen en bestuderen van de Bijbel in kringverband: N.M. Tramper, Het Woord in de kring (Zoetermeer 19992).

13


II Inleiding op het evangelie naar de beschrijving van Matteüs

Evangelie Het woord evangelie betekent letterlijk goede boodschap. De eerste vier boeken van het Nieuwe Testament noemen we evangeliën, omdat ze het goede nieuws van het leven en werk van Jezus Christus vertellen. Niet in de vorm van een biografie, een zo objectief en volledig mogelijke levensbeschrijving, maar in de vorm van een getuigenis en een appèl. De evangelisten willen laten zien dat wat er gezegd werd over Jezus’ optreden, sterven en opstanding echt gebeurd is (Lucas 1:1-4). En bovendien waard om te geloven, omdat God langs de weg van het geloof in Jezus Christus mensen redden wil en eeuwig leven wil geven (Johannes 20:30v). Eigen karakter Elke evangelist vertelt voor de doelgroep die hij op het oog heeft het verhaal op zijn eigen manier. Hij selecteert zijn materiaal en legt eigen accenten. Bij Johannes merk je dit het sterkst. De andere drie evangeliën lijken veel meer op elkaar, maar hebben toch elk een eigen karakter. Vrij algemeen wordt aangenomen dat Matteüs het Evangelie van Marcus gekend heeft, en ook gebruikt heeft om zijn boek te schrijven. Toch heeft Matteüs veel meer gedaan dan Marcus overschrijven. Hij heeft materiaal van anderen, naast zijn eigen herinneringen, gebruikt als akkoorden voor zijn eigen compositie. Dat zie je heel duidelijk als je de opbouw van zijn evangelie bekijkt. Matteüs Alle evangeliën zijn, in tegenstelling tot de brieven in het Nieuwe Testament, anoniem geschreven. Maar al in de oudste bronnen 14


van de kerkgeschiedenis wordt unaniem Matteüs, een van de twaalf apostelen van de Here Jezus, als schrijver van het eerste boek van het Nieuwe Testament genoemd. Zijn naam staat ook in het opschrift van alle overgeleverde handschriften van dit evangelie. Matteüs wordt in alle lijsten met de namen van de apostelen genoemd (Matteüs 10:13; Marcus 3:18; Lucas 6:15 en Handelingen 1:13). Marcus (2:14-17) en Lucas (5:27-32) vertellen over een tollenaar, Levi, die tot geloof in Jezus komt. Een tollenaar was iemand die een deel van de belastingen inde voor de overheid, in dit geval Herodes Antipas, een vazal van de gehate Romeinse bezetters. In het eerste evangelie wordt deze Levi Matteüs genoemd (9:9-13). Heeft de schrijver zo als het ware zijn handtekening willen zetten, door de Griekse naam waaronder hij als apostel bekend geworden was te gebruiken, in plaats van zijn Hebreeuwse naam? In elk geval was hij als apostel een ooggetuige van leven en werken, van dood en opstanding van Jezus Christus. We hebben dus te maken met een verhaal uit de eerste hand. Doelgroep Matteüs schrijft voor joodse tijdgenoten, waarschijnlijk in de eerste plaats voor zijn medechristenen onder hen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het onverklaard laten van allerlei typisch joodse gebruiken, zoals het ritueel wassen van de handen voor de maaltijd (Matteüs 15:12; vergelijk Marcus 7:2vv). En uit het gebruik van het meer joods klinkende Koninkrijk der hemelen, terwijl de andere evangelisten het steeds over het Koninkrijk van God hebben. Waarschijnlijk is het evangelie zelfs oorspronkelijk in het Hebreeuws of Aramees, de taal van de Joden, geschreven, al is het alleen in het Grieks bewaard gebleven. Veel vaker dan de anderen verwijst Matteüs naar het Oude Testament, vaak ingeleid met de karakteristieke formulering ‘opdat vervuld zou worden hetgeen geschreven staat…’. Ook het vermelden van vijf redevoeringen van de Here Jezus kan hiermee te maken hebben. Een indeling in vijven vinden we 15


immers ook vaak in de Tenach, de Bijbel van de Joden, ons Oude Testament. Denk bijvoorbeeld aan de vijf afdelingen van de Psalmen en de vijf boeken van Mozes. Al deze kenmerken wijzen in de eerste plaats op een joods lezerspubliek. Boodschap Matteüs maakt duidelijk dat Jezus de in het Oude Testament beloofde verlosser, de Messias is. De term Messias komt uit het Hebreeuws en betekent hetzelfde als het Griekse woord Christus, namelijk gezalfde. Dat wil zeggen, iemand die door God voor een bijzondere taak is aangesteld en als teken daarvan is gezalfd. Zoals de priesters, koningen en profeten uit het Oude Testament. Wat dat betreft valt hij met de deur in huis: ‘Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham’ (Matteüs 1:1). Het is de taak van de Messias om God en zijn volk weer bij elkaar te brengen en zo het Koninkrijk van God op aarde te vestigen. Het optreden van Jezus roept hoop op, maar ook tegenstand. Geloof én ongeloof. Aanvaarding én verwerping. Dit leidt tot zeer gespannen situaties, uitlopend op de kruisiging van Jezus; verlaten door zijn volgelingen, overgeleverd aan de Romeinse overheersers. Maar dat is niet het einde. Jezus staat op uit de dood en geeft zijn volgelingen de opdracht de hele wereld bij zijn Evangelie te betrekken (Matteüs 28:16-20). Zo gaat van Matteüs een voortdurend appèl uit aan zijn joodse tijdgenoten om Jezus als hun Messias te aanvaarden. Maar ook is sterk het besef aanwezig dat velen de boot dreigen te missen en dat niet-Joden nog eerder deel zullen gaan uitmaken van het Koninkrijk van God. De niet-Joden, de heidenvolken, zijn van begin tot eind dan ook nadrukkelijk in beeld. Ook voor hen is het Koninkrijk van de Messias. Zo was het immers door de profeten van het Oude Testament voorzegd (zie Matteüs 12:15-21). Behalve oproepen tot geloof, wil Matteüs zeker ook de gelovigen versterken en verder helpen in hun geloof. Van de vier evangeliën 16


is Matteüs het meest gericht op de opbouw van de gemeente (bijvoorbeeld in 16:13-20 en 18:15-20). Indeling In het Evangelie naar Matteüs wisselen vertellende gedeelten en redevoeringen van de Here Jezus elkaar af. Het is het eenvoudigst het evangelie in te delen aan de hand van de vijf redevoeringen, die allemaal afsluiten met dezelfde karakteristieke formulering ‘en het geschiedde, toen Jezus deze woorden geëindigd had’, of woorden van gelijke strekking (Matteüs 7:28; 11:1; 13:53; 19:1 en 26:1). Om die reden kan hoofdstuk 23 moeilijk als een aparte rede worden opgevat, zoals sommigen willen, omdat een dergelijke formulering aan het eind ontbreekt. Wel is het de vraag of dit gedeelte als onderdeel van de laatste redevoering beschouwd moet worden, die dan de hoofdstukken 23 tot en met 25 beslaat. Maar de redevoeringen laten allemaal een bepaalde kant van het Koninkrijk der hemelen zien. Hoofdstuk 23 niet. Dat bevat de woorden van de Here Jezus tegen de schriftgeleerden en de Farizeeën en zijn klacht over Jeruzalem. Het lijkt daarom het best om hoofdstuk 23 te zien als sluitstuk van het gedeelte 19-23, waarin de verwijdering tussen Jezus en degenen die niet in Hem geloven steeds groter wordt. De laatste redevoering wordt dan gevormd door de hoofdstukken 24 en 25.

17


Zo komen we tot de volgende indeling: Verhalen Redevoeringen Typering 1-2 Geboorteverhalen Geboorte van de Messias 3-4 Johannes de Doper en Jezus Zalving en begin van het werk 5-7 Bergrede Grondregels van het Koninkrijk 8-9 Jezus’ wondermacht Tekenen van het Koninkrijk 10 Uitzendingsrede Verbreiding van het evan gelie van het Koninkrijk 11-12 Autoriteit en Houding die past bij zachtmoedigheid het Koninkrijk 13 Gelijkenisrede Verborgen groei van het Koninkrijk 14-17 Tegenstand en erkenning Op het hoogtepunt komt het lijden in beeld 18 Gemeenschapsrede Leven in het Koninkrijk 19-23 Huldiging en verwerping Laatste appèl om het Koninkrijk binnen te gaan 24-25 Toekomstrede Definitieve komst van het Koninkrijk 26-28 Lijden, sterven en Door lijden tot overwinning opstanding

De hoofdstukindeling is globaal. Uit elk van deze twaalf delen van het evangelie is een min of meer typerend gedeelte voor bijbelstudie gekozen. Het is aan te bevelen om de betreffende hoofdstukken eerst in hun geheel te lezen, alvorens aan de bijbelstudie te beginnen. Slechts twaalf gedeelten uit Matteüs worden besproken, maar samen geven ze wel een goed beeld van het geheel. Het eerste stukje van elke bijbelstudie – het ‘vooraf’ – kan helpen om de rode draad vast te houden.

18


Matteüs 1:1-25

  1 Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham.   2 Abraham verwekte Isaak, Isaak verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broeders,   3 Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Aram,   4 Aram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon,   5 Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isai,   6 Isai verwekte David, de koning. David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria,   7 Salomo verwekte Rechabeam, Rechabeam verwekte Abia, Abia verwekte Asa,   8 Asa verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia,   9 Uzzia verwekte Jotam, Jotam verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia, 10 Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amon, Amon verwekte Josia, 11 Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap. 12 Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiel, Sealtiel verwekte Zerubbabel, 13 Zerubbabel verwekte Abihud, Abihud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor, 14 Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud, 15 Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob, 16 Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt. 17 Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus veertien geslachten. 18 De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus. Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de heilige Geest. 19 Daar nu Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden. 20 Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zeide: Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest. 21 Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die zijn volk zal redden van hun zonden. 22 Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: 23 Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven, hetgeen betekent: God met ons. 24 Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij, zoals de engel des Heren hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich. 25 En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam Jezus.

20


Matteüs | Matteus