Page 1

Het leven volgens Arnon Grunberg


Het leven volgens Arnon Grunberg De wereld als poppenkast onder redactie van Johan Goud

Auteurs: Erik Borgman Geert Buelens Yra van Dijk Jaap Goedegebuure Johan Goud Thomas Vaessens en een gesprek met Arnon Grunberg

Klement | Pelckmans


© 2010, Johan Goud / de auteurs Alle rechten voorbehouden. Omslagontwerp: Rob Lucas Omslagfoto: © George Bamford, c/o Sophie Lechner, St Albans, uk Foto achterzijde: © Adele Pander isbn 978 90 8687 068 4 (Nederland) isbn 978 90 289 5811 1 (België) d/2010/0055/129


Inhoud

Woord vooraf Johan Goud

7

Aforismen na Auschwitz Over de ironie, ernst en overtuigingskracht van Arnon Grunberg en Marek van der Jagt Geert Buelens

13

De romanschrijver als journalist Arnon Grunberg tussen fictie en non-fictie Thomas Vaessens

39

Distantie en empathie bij Van der Jagt en Grunberg Jaap Goedegebuure

65

Uitblinken in overleven De erfenis van de shoah bij Arnon Grunberg Yra van Dijk

74

De onontkoombaarheid van de hoop Grunberg lezen als geestelijke oefening Erik Borgman

105

‘De toekomst is niets dan leegte: Wat zal ik eens gaan doen?’ Een gesprek met Arnon Grunberg Johan Goud

126

5


Ons verhaal is uit Over religie en literatuur, Dostojevski en Grunberg (inaugurele rede bij de aanvaarding van het hoogleraarschap ‘Religie en zingeving in literatuur en kunst’ aan de Universiteit Utrecht)

Johan Goud

148

Personalia

184

6


Woord vooraf Johan Goud

De in 1971 geboren schrijver Arnon Grunberg heeft, deels onder het pseudoniem Marek van der Jagt, een indrukwekkend oeuvre op zijn naam staan. Het omvat een tiental romans, naast vele novellen, toneelstukken, columns en blog-teksten, brieven, essays en gedichten. Van zijn in 1994 verschenen debuutroman Blauwe maandagen af, heeft zijn werk nationaal en internationaal de aandacht getrokken en werd het met een reeks van literaire prijzen bekroond. In recensies werden zijn boeken zowel beklemmend als geestig, zowel ontroerend als diepgaand genoemd. Ze werden vergeleken met het werk van Nietzsche en Kafka, Sartre en Houellebecq. Het mens- en wereldbeeld dat uit Grunbergs boeken naar voren komt, is illusieloos en gestempeld door de twintigste-eeuwse realiteit van mensenhaat en genocide. Menige hoofdfiguur in zijn romans wil de liefde en de hoop dood verklaren. Wie mens wil zijn moet, zo schreef hij, erkennen dat ons vertrouwen in de wereld onherstelbaar gebroken is. ‘Ontkenning van die breuk zou onverdraaglijk hypocriet zijn.’1 Tegelijkertijd blijven zijn personages ad absurdum op zoek naar een doel en naar anderen, en toont hij in het bijzonder in zijn columns een levendige belangstelling voor maatschappelijke en politieke verhoudingen. Dit boek is gewijd aan een levensbeschouwelijke lectuur van Grunbergs werk, waarbij filosofische en theologische, psychologische en literaire aspecten aan de orde komen. In het essay De Mensheid zij geprezen. Lof der Zotheid 2001 typeerde hij de wereld als een poppenkast, waarin mensen en goden hun rol spelen en keer op

1

In het artikel ‘Geloof, hoop en liefde’, Volkskrant 26 april 2010.

7


keer van rol wisselen. ‘Deze wereld is niets dan poppenkast voor verveelde goden.’2 Die uitspraak herinnert aan het onverschillige universum van de tragici, dat zich aan menselijke intenties niets gelegen laat liggen. De goden van de Olympus hebben de absolute macht in handen en laten hem gelden ‘al naar het hun bevalt’ – aldus de schikgodinnen op tekst van Goethe. ‘De heersers, zij wenden hun zegenende blik af van hele geslachten.’3 Grunberg voegt aan deze olympische onverschilligheid het accent van de kwaadaardigheid toe. ‘Het wezen van de poppenkast die de wereld is, is dat sterkeren sterker zijn ten koste van zwakkeren.’ Alles wijst erop ‘dat de bedenker en regisseur van deze poppenkast een sadist is.’ Beschaving is niets anders dan ‘de geur van de wreedheid verdrijven.’4 Het is van belang te beseffen dat deze uitspraken door de auteur van De Mensheid zij geprezen in de mond worden gelegd van de advocaat van de mensheid, een raadselachtige en dubieuze figuur. Maar wat mogen we aannemen dat Arnon Grunberg zelf vindt van wat zijn advocaat naar voren brengt? Wie recensenten van deze pleitrede erop naleest, komt uiteenlopende inschattingen tegen. Sommigen gaan van een identiteit tussen de één en de ander uit, anderen laten de verschillen overwegen, weer anderen noteren een overeenkomst in algemene gerichtheid of op punten, bijvoorbeeld doordat beiden post-postmoderne cynici, illusieloze pestkoppen, of veeleer clowns zouden zijn. Hoe dit ook zij, van het antwoord op deze vraag hangt af hoe het beeld van de wereld als poppenkast wordt uitgelegd en vooral, in hoeverre het voor een goed begrip van Grunbergs werk relevant wordt geacht. De auteurs van dit boek – vier neerlandici, twee theologen – gaan niet per se op deze specifieke vraag in. Ze hebben ieder hun eigen invalshoek gekozen: een literaire, cultuurkritische, psychologische, 2 3

4

De Mensheid zij geprezen. Lof der Zotheid 2001, Amsterdam (Athenaeum-Polak & Van Gennep) 2001, p. 27. J.W. von Goethe, Iphigenie auf Tauris, het lied van de Parcen, aan het eind van het vierde bedrijf, op muziek gezet door Brahms, geciteerd naar de vertaling van Ger Thijs, Amsterdam (International Theatre & Film Books) 1992, p. 62. De Mensheid zij geprezen, resp. p. 115, 70 en 119.

8


religieuze of filosofische. Wel komen ze langs deze uiteenlopende wegen telkens bij de vraag naar de levensbeschouwelijke aspecten van Grunbergs werk uit. Geert Buelens draagt als mogelijk motto voor deze bundel Grunbergs definitie van de romanschrijver aan: ‘iemand die zijn liefde voor waarheid boven zijn liefde voor mensen stelt’. Zijn haast obsessieve waarheidsliefde maakt dat Grunberg uiteindelijk niet als een ironicus, een postmoderne relativist of een cynicus getypeerd kan worden. Hij formuleert zijn bevindingen in stellingen en aforismen die de leugenachtigheid van mensen en hun hang naar illusies bestrijden. Dit project is er één met morele urgentie: wat waar is, moet geschreven worden. Ook Thomas Vaessens onderstreept dat Grunberg de ironie, het cynisme en de daarbij horende distantie in zijn latere romans te boven wil komen. Hij onderzoekt in het bijzonder de journalistieke ‘realiteitshonger’ van Grunberg, het documentair karakter dat hij in toenemende mate aan zijn fictie geeft en zijn herwaardering van de literair-humanistische waarden van echtheid, oprechtheid en waarheid. Met de ambiguïteit die bij hem hoort, lijkt hij strijd te leveren tegen zijn eigen afstandelijkheid en cynisme. Jaap Goedegebuure richt zich in het bijzonder op de visies en de romans van Grunbergs alter ego Marek van der Jagt. Bij zowel Grunberg als Van der Jagt treft hem de bipolariteit van aantrekken en afstoten, identificatie en distantie, al overweegt in het bijzonder bij Van der Jagt de distantie. Een roman moet gevaarlijk zijn en de onsmakelijkheid vieren ‘als betrof het de ultieme glorie’. In Grunbergs laatste romans krijgen onleefbare waarheden als deze de kracht van een mythe. Ze spelen hun rol in een cultuurkritiek die illusieloos, maar tegelijkertijd ‘de vrijblijvendheid ver voorbij’ is. Yra van Dijk ontleent de titel van haar hoofdstuk ‘Uitblinken in overleven’ aan een zelfkarakteristiek van het personage Oberstein in Grunbergs pas verschenen roman Huid en haar. Zij voert een dieptepsychologische lezing van Grunbergs werk tegen de achtergrond van de shoah uit, op zoek naar scherven van herinnering, trauma-fragmenten en ‘re-enactment’ van vervolgingssituaties. Tot een verzoenend goed-eind-verhaal brengt dat hem nooit. Wel tot een voortdurende herhaling of enscenering van het onverklaarbare 9


geweld. Een coherent verband blijft uit. Het is alsof de betekenis van deze scènes alleen door de herhaling ervaren kan worden. Een nauwkeurige lezing van De asielzoeker en Onze oom brengt de theoloog Erik Borgman tot de vraag of de illusieloze essayist die Grunberg is wellicht terugschrikt voor een schaamte waarvan de romanschrijver de onontkoombaarheid laat zien. We blijken immers te hopen en lief te hebben ‘tegen de klippen op’. In Onze oom onderscheidt Borgman niet minder dan vier gestalten van een hoop die onlosmakelijk onderdeel blijkt te zijn van het menselijk bestaan. In zekere zin wordt die hoop door Grunbergs tekst ‘verlost’. De religiewetenschapper en godsdienstfilosoof Johan Goud, ten slotte, attendeert op een aantal ‘denkflitsen’ waardoor Grunberg het niveau van het alleen maar ontmaskeren lijkt te overstijgen, zoals bijvoorbeeld zijn verdediging van de mens als ik-zegger, zijn aandacht voor de lichamelijkheid en de kwetsbaarheid van mensen, zijn bepaling van de betekenis van het woordje God (‘God is de wet’). Hij vraagt zich af of Grunberg zou kunnen instemmen met de minimalistische inzet van een nieuw verhaal die de filosoof Levinas als volgt aanduidde: ‘de enige waarde die na zoveel echecs in onze wereld overgebleven is, is de waarde van de ander’. Boven het in deze bundel opgenomen gesprek staat als titel een uitspraak van Arnon Grunberg: ‘De toekomst is niets dan leegte: wat zal ik eens gaan doen?’ Die uitspraak refereerde aan wat hij in zijn inleiding op de in 2005 gepubliceerde Grunbergbijbel als samenvatting van het Oude Testament had gepresenteerd: ‘Beter een levende hond dan een dode leeuw. De toekomst is niets dan leegte.’ Deze samenvatting was op haar beurt een herschrijving van wat in Prediker 9:4 (volgens de in de Grunbergbijbel gebruikte nbv) letterlijk te lezen staat: ‘Voor wie leven mag, is er nog hoop; beter een levende hond dan een dode leeuw.’ In combinatie met elkaar produceren deze oorspronkelijke bijbeltekst, Grunbergs herschrijving ervan en zijn in het gesprek geformuleerde toepassing een ambivalentie. Enerzijds ligt er de tragische vaststelling in dat, hoe mensen ook leven en wat ze ook hopen, de toekomst leegte is. Anderzijds klinkt er het stoïsche inzicht in door dat wie niets verwacht, de toekomst des te onbevangener tegemoet kan treden.

10


Dit boek bevat de tot artikelen omgewerkte referaten op het drukbezochte symposium ‘De wereld als poppenkast. Levensbeschouwelijke aspecten van het werk van Arnon Grunberg’, dat op 7 september 2010 in het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht plaatsvond. Aan deze referaten (van E.P.N.M. Borgman, G. Buelens, J.L. Goedegebuure, J.F. Goud en T.L. Vaessens) werden een voor dit boek geschreven bijdrage van Y. van Dijk en een verslag van het op het symposium gevoerde publieke gesprek met Arnon Grunberg toegevoegd. Het symposium werd financieel mogelijk gemaakt door subsidies van de Stichting Woudschoten, de Stichting Nicolette Bruining Fonds en de Stichting Interkerkelijk Oriëntatie Centrum.

11

Het leven volgens Arnon Grunberg  

Een inkijk exemplaar

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you