Page 1

luisterend

In het bijbelboek Genesis lezen we over het begin van allles: het begin van de wereld, het begin van de

leven

mens, het begin van de zonde en het begin van de

van Genesis zoeken naar onze wortels. De bijbelstudies in dit boek dagen de lezer uit te graven naar de wortels van ons bestaan en ontdekkin-

Genesis

genade – het Verbond. In die zin is het bestuderen

gen te doen. Ontdekkingen die licht werpen op alles

tussen Genesis en Openbaring. De bijbelstudies bestaan steeds uit enkele studies voor persoonlijk gebruik, gevolgd door een studie voor een groep.

Drs. P.L. de Jong is hervormd predikant te Rotterdam Delfshaven. ‘Luisterend leven’ is een reeks bijbelstudieboeken voor zowel persoonlijke stille tijd als voor gebruik in de bijbelkring en staat onder redactie van ds. J. van Langevelde en ds. N.M. Tramper.

dr s . pi et er l . de J o n g

na Genesis, die vertroosten en versterken op de weg

Genesis Het begin van alles

NUR 707

drs . p iet er l . de J o ng

www.uitgeverijboekencentrum.nl

luisterend-leven-genesis.indd 1

7/30/08 11:41:27 AM


Luisterend leven De reeks ‘Luisterend leven’ brengt mediteren over en bestuderen van de Schrift bij elkaar. De serie begeeft zich in het spoor van het belijden van de kerk-der-eeuwen; in de gekozen opzet is aansluiting gezocht bij de Apostolische Geloofsbelijdenis. Zo komen de hoofdthema’s aan de orde, waarin het hart van het christelijk geloof klopt. De studies zijn eerst toegesneden op de persoonlijke overdenking en vervolgens op het gebruik in bijbelkringen. Ook bij de voorbereiding van preken bieden deze studies veel aanknopingspunten. ‘Luisterend leven’ staat onder redactie van ds. J. van Langevelde en ds. N.M. Tramper.

Reeds verschenen: Niek Tramper, Psalmen. Dicht bij God wonen Age Romkes, Matteüs. Thuiskomen in het Rijk van God Bernhard Reitsma, Romeinen. De kracht van Gods genade


Drs. Pieter L. de Jong

Genesis Het begin van alles

Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer


De in dit boek opgenomen bijbelteksten werden met toestemming van het Nederlands Bijbelgenootschap overgenomen uit de NBG-vertaling 1951. Ontwerp omslag: Jet Frenken-Oblong ISBN 90 239 0476 1 NUGI 632 Š 2002 Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoud Woord vooraf

7

I.

9

Aanwijzingen voor het luisterende leven

II. Inleiding op Genesis

15

1. Alles begint met een woord van God Genesis 1

21

2. Mens voor Gods aangezicht Genesis 2

31

3. Zonde: een scheur zonder eind Genesis 3

41

4. Ka誰n en Abel Genesis 4

53

5. Noach Genesis 6:5-8:22

63

6. Een nieuw begin Genesis 9

77

7. Verstrooid over de hele aarde Genesis 11:1-9

89

8. De verkiezing van Abraham Genesis 11:26-12:9

99

9. Pelgrims Genesis 12:10-13:18

111

10. Verbond en belofte Genesis 15 en 17:1-10

125

Literatuur

139

5


Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde; En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Here, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle, die op de derde dag is opgestaan uit de doden, die is opgevaren naar de hemel en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest; ik geloof de heilige, algemene kerk, de gemeenschap der heiligen, de vergeving van de zonden, de wederopstanding van het vlees en het eeuwige leven.


Woord vooraf

Het bijbelboek Genesis blijft boeien. Wie kennis neemt van de vele literatuur over en naar aanleiding van dit bijbelboek, ook als hulp bij het bijbellezen, alleen of samen, vraagt zich af of het wel zin heeft daaraan nog weer iets toe te voegen. De reeks bijbelstudies ‘Luisterend leven’, waarin dit boekje verschijnt, heeft echter een geheel eigen formule en doelstelling. Voor mij de reden mijn medewerking toe te zeggen en over dit bijbelboek een bijdrage te leveren. Het is niet meer dan een begin geworden. Er staat nog zoveel meer in het boek Genesis dan in het beperkte bestek van dit boekje kon worden behandeld. Maar hopelijk is het genoeg om opnieuw met de oren van het hoofd en het hart te luisteren naar wat God ons te zeggen heeft in dit eerste bijbelboek. In veel opzichten beleven we in de kerken een situatie waarin sprake is van opnieuw beginnen. Het bijbelboek Genesis kan ons daarbij ongetwijfeld tot een betrouwbare gids zijn. Omdat ik ervan uitging dat deze bijbelstudies vooral gelezen en besproken zullen worden in bijbelkringen van jonge mensen en overigens vrijwel altijd in een sfeer waarin deelnemers elkaar tutoyeren, koos ik als aanspreekvorm meestal voor je en jij, soms voor u. Hopelijk stoort dat niemand. Ik dank de redactie ten slotte voor de vele opmerkingen bij het lezen van de tekst, met name ds. Niek Tramper. Delfshaven ds. Pieter L. de Jong

7


I. AANWIJZINGEN VOOR HET LUISTERENDE LEVEN

Luisteren De serie waarin dit boek verschijnt, wil helpen te leven, luisterend naar de stem van God. In het eerste deel Psalmen. Dichtbij God wonen schreef de auteur en redacteur van de serie drs. Niek Tramper reeds een uitvoerige aanwijzing hiervoor. We gaan die hier niet herhalen, maar beperken ons tot een enkele opmerking, met het oog op dit deel. Het gaat over het begin van alles. Het begin van de aarde, de mens in zijn strijd en falen, zijn zoeken en vinden van God. Daarvoor kunnen we heel goed terecht in het bijbelboek Genesis. Niet toevallig begint de bijbel daar mee. Voor alle beginvragen kent Israël maar één adres. De levende en sprekende God. Waar gesproken wordt door God, daar luistere de mens vertrouwend en verwachtingsvol. Dat is minder eenvoudig dan het misschien lijkt. Want ook als we redelijk geoefend zijn in het stil worden en luisteren en ons voor een moment afschermen van het gejaag en gehaast om ons heen – jezelf en je situatie, je zorgen en vragen, je vreugde en je woede kun je niet ontlopen. En ook niet de aanvechting of er wel echt iets valt te horen als je de bijbel open doet, stil wordt en het aangezicht van God zoekt. Want de stilte op zich is vol stemmen die ons zelden bij God brengen. Ook de samenleving waarin wij alle dagen bezig zijn, wonen en werken, is leeg aan aanwezigheid van God. God is niet beschikbaar of oproepbaar, al laat Hij zich naar zijn belofte roepen als Een die nabij en beschikbaar is. Hier geldt: luisteren en je laten aan-spreken door de woorden van God en zo door God Zelf. Onder alle stemmen die klinken, ook tijdens een moment van stille tijd, tegenstemmen en verlangende stemmen, je concentreren op de woorden die God ons in de Schriften gaf. Met het oog daarop komt het erop aan de bijbeltekst goed te lezen en die proberen goed te begrijpen, voordat je allerlei eigen gedachten en gevoelens, associaties en praktische toepassingen los laat of bij je toelaat. Eerst luisteren, dan leven. 9


Persoonlijk luisteren Elke bijbelstudie in dit boek begint met drie keer persoonlijk luisteren, gevolgd door een kringgesprek waarin het gaat om samen luisteren. Omgekeerd zou ook mogelijk zijn: eerst samen luisteren, daarna persoonlijk. Maar de kans dat daardoor de verrassing uit een bijbelgedeelte weg is, zou het persoonlijk luisteren extra zwaar kunnen maken. Persoonlijk lezen en luisteren is voor ons, levend in een snelle en dynamische maatschappij, toch al niet eenvoudig. Je bent heel snel afgeleid en geneigd tot stoppen met dagelijks bijbellezen. Zeker als je alleen woont en er geen andere christenen in je huis leven. Daarom wordt het persoonlijk luisteren gecombineerd met samen luisteren in een kring. Voor drie dagen wordt een korte bijbelstudie gegeven. Lees altijd eerst de bijbeltekst zelf. Ben je gewend notities te maken, schrijf dan meteen op wat je opvalt. In een kort Informatief wordt de kern van het gedeelte uitgelegd. Je kunt daarbij ook de Aantekeningen lezen die bij dit gedeelte horen. Misschien heb je dan al meer dan genoeg om persoonlijk te overdenken. De aanzetten onder Overdenken zijn de gedachten die bij mij opkwamen. Ze willen een spoor zetten en je gedachten richten. Elke dag wordt afgesloten met een Gebed. Hierbij geef ik niet een aantal concrete gebedspunten, maar formuleerde een gebed, dat je voor jezelf kunt bidden, overdenken en uitbreiden. Schrijf elke dag op, eventueel in korte punten, wat je niet begrijpt, waar je veel moeite mee hebt of juist heeft geholpen. Noteer ook waarom of aan welke situatie je dacht. Of welke gevoelens bij je boven kwamen. De dagen gaan nu eenmaal snel en elke dag heeft zijn eigen uitdaging en moeite. Wie dingen opschrijft, kan de andere dag beginnen die door te lezen. Bewaar je aantekeningen en gebedspunten voor het gesprek in de kring. Bij persoonlijk luisteren gaat het erom je leven, zoals jij het leeft en voelt en niet zoals het zou moeten zijn, bewust te brengen in het licht van God en zijn Woord. Wat zie je dan? Wat hoor je dan? Welke weg wijst God je vandaag? Wanneer is Hij erbij en wanneer voor je idee niet?

10


Samen luisteren Voor een gesprekskring is het heel belangrijk dat er goede afspraken gemaakt zijn. Over tijd, plaats, leiding, aanpak en slot. Indien mogelijk is het heel goed steeds eerst met elkaar te eten. Tijdens een maaltijd kom je op een natuurlijke manier los, ontspan je je, vertel je dingen van je werk of meer persoonlijke aard op een wat luchtige manier. Want aan een maaltijd – zo zegt mijn vrouw steeds tegen de schare die regelmatig om haar heen zit – mag alleen gepraat worden over dingen die geen spanning oproepen, dus geen politiek en religie. Aan een maaltijd ben je per definitie altijd veilig en in de kring opgenomen. Gaandeweg leer je elkaar echt kennen. Voor het vervolg van de kring in het samen luisteren is dat heel belangrijk. Voor samen luisteren moet je immers elkaar verstaan, begrijpen en respecteren. Vaak zijn dat dingen die je alleen gaandeweg echt leert. Om het kringgesprek op gang te brengen, wordt elke keer gepoogd in een nieuw stukje tekst de kern of boodschap van het bijbelgedeelte te introduceren. Laat iemand dit gedeelte uit het boek eerst hardop voorlezen en reageer vervolgens om de beurt. Bij deze ronde luistere men vooral naar elkaar, zonder commentaar of discussie. Hooguit een enkele informatieve vraag. Vervolgens kere men terug tot de bijbeltekst die in Persoonlijk luisteren aan de orde was. Wie wil hier iets over kwijt? Pas daarna beginne men de Vragen voor bespreking in de kring, waarbij eigen vragen altijd voorgaan. Als afsluiting notere ieder minstens drie dingen die voor het eerst of nieuw gehoord of geleerd werden. Op Samen luisteren volgt ook Samen bidden. Aan gebedspunten en intenties zal het niet ontbreken.

Leven Wie dagelijks luistert naar de woorden van God en de God van die woorden, diens leven krijgt een duidelijke gang. Al lijkt soms alles in je leven eindeloos hetzelfde, doodvermoeiend, lucht en leegte. Er lijkt bij de veelheid van ontwikkelingen, voorvallen en gebeurtenissen, niets wezenlijks meer te geschieden – luisterend 11


naar de stem van God krijgt het leven een doel en een richting. Leven is niet eindeloos om jezelf heen draaien, maar het gaan van een weg. Dat geeft karakter aan het leven, spanning, verwachting en hoop. En ook zin en energie voor het aangezicht van God van het leven iets goeds te maken, ondanks alle diepten waar je soms door moet. Het gaat toch ergens heen. Het gaat heen naar zijn toekomst. Dat zeggen zijn woorden en Hij laat niet los wat Hij begon. Luisteren naar Gods stem in de woorden van de Schriften en je biddend openstellen voor de leiding en wijsheid van de Geest van Christus, geeft niet alleen een rechte en vaste gang. Gescherpt door de woorden van God, ga je ook anders naar de mensen om je heen en de dingen van het leven kijken. En opmerken dat hoe leeg het bestaan aan God voor ons gevoel heel vaak is, tegelijk alles zijn glans ontleent aan zijn aanwezigheid. Tot in alle hoeken van het leven resoneren de gehoorde woorden van God. ‘Aan alles, hoe volkomen ook, heb ik een einde gezien, maar Uw gebod is onbegrensd!’ zingt Psalm 119 (vs. 96). ‘Het is alles een gelijkenis van meer dan aards geheimenis.’ Alleen zo blijft leven en menszijn de moeite waard en houden we het vol. Ook op momenten van groot verdriet, verbijstering en aanvechting, waarbij alle woorden van mensen slechts woorden zijn. Juist op zulke momenten van enerzijds verdoofdheid, anderzijds verhoogde intense aandacht en opmerkzaamheid voor de stem van God, zal daardoor leven draaglijk blijven, gedragen en bewaard in de beloftewoorden van God. Soms nog net voldoende om te bidden: ‘Ik wil horen wat God, de HERE, spreekt; want Hij zal van vrede spreken tot zijn volk en tot zijn gunstgenoten’ (Ps. 85:9). Bij luisterend leven gaat het om: het leven van elke dag zien en ervaren als leven voor Gods aangezicht. Het gewone leven van ons mensen. Daarin het volhouden in geloof, hoop en liefde. En met een vrolijk hart. Dat kan alleen, als je je de weg laat wijzen door de grote woorden van God. In de Schriften die getuigen van Hem en van Jezus Christus, die ons leven is. En die stem ook leert horen en opmerken in alle dingen om ons heen. Alleen luisterend leven wij en houden wij het vol. 12


Laat dan mijn hart U toebehoren en laat mij door de wereld gaan met open ogen, open oren om al Uw tekens te verstaan. Dan is het aardse leven goed, omdat de hemel mij begroet. Gezang 479:3 Liedboek voor de Kerken

13


II. INLEIDING OP GENESIS

Naam Het eerste bijbelboek kennen wij onder de naam ‘Genesis’. Dit is niet de naam waaronder het bijbelboek bekend is in de Hebreeuwse bijbel. Daarin ontlenen de eerste vijfboeken van de bijbel hun naam aan de eerste woorden van het bijbelboek. Het boek Genesis begint met de woorden ‘In den beginne schiep God de hemel en de aarde’. Vandaar de Hebreeuwse naam ‘Beresjit’, ‘in den beginne’. De eerste Griekse vertaling, de Septuagint, gaf met Genesis een meer thematische naam. Genesis zou je kunnen vertalen met ‘wording’ of ‘oorsprong’. Een ander belangrijk woord, dat in dit bijbelboek voor een zekere indeling zorgt, is het woord toledot, meestal vertaald met ‘verwekkingen’. Je vindt het meteen aan het slot van het eerste scheppingsverhaal in Genesis 2:4a. Maar ook in Genesis 5:1, 10:1, 11:10, 25:12 en 36:1 en als het begin van een hele reeks verhalen die bij elkaar horen in Genesis 6:9, 11:27, 25:19, 36:9 en 37:2. Beide namen geven ieder op hun eigen manier heel zinvol aan waarover het in dit bijbelboek gaat: het begin van alles. Het begin van de hemel en de aarde, de schepping van de mens en zijn vrouw, de schuldige vervreemding van hun Schepper, van de ander en van zichzelf. In de geschiedenis die daarna van start gaat, wordt duidelijk – na de grote storing van de zondvloed – waar de geschiedenis van Israël begint. Als volk van God geroepen te midden van de volken om tot zegen van allen te zijn.

Inhoud Dit bijbelboek zet in met de schepping van de hemel en de aarde. Op de zevende dag vindt de schepping zijn voltooiing in de sabbat. De mens, als man en vrouw op de zesde dag geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, ontvangt de opdracht de aarde te bewerken en te bewaren. Hij keert zich echter tegen zijn Schepper, 15


waarop God hem en zijn vrouw de toegang tot het paradijs en de daar zich bevindende boom des levens ontzegt. Buiten het paradijs begint dan vervolgens de eerste geschiedenis van de mensheid. Daar is het leven hard en vermoeiend. De mens wil geen hoeder of herder zijn van zijn naaste. Kaïn slaat zijn broer Abel dood. Na tien generaties mensheid, vol groeiende verwording en opstand tegen God, besluit God met een grote vloed een einde te maken aan zijn schepping. Maar Noach vindt genade in de ogen van God. Via een grote reddingsboot – de ark van Noach – wordt de aarde met mens en dier gered, zodat de geschiedenis opnieuw kan beginnen. Na deze ‘voortijd’ ontstaan uit Noachs drie zonen tal van volken. Uit het nageslacht van Sem ontwikkelt zich vervolgens de bijzondere geschiedenis van Israël door de roeping van Abram in Mesopotamië, in de stad Haran. Daarmee begint de geschiedenis van de aartsvaders Abram, Isaak en Jakob, gevolgd door die van Jozef. Direct bij de roeping van Abram (Gen. 12) klinken de beloften van God, die heel de geschiedenis van Abram en zijn nageslacht zullen beheersen. De belofte van een land, een zoon en een groot volk en de belofte dat in of met Abram alle volken zullen delen in de zegen van God. God sluit een verbond met Abram en zijn nakomelingen. De aartsvaders zelf beleven echter de volkomen vervulling van deze beloften niet. Zij blijven mensen onderweg, gelovig op zoek naar de toekomst van God, luisterend naar Gods stem. Het bijbelboek eindigt met het volk van Abram in Egypte. Het volgende bijbelboek Exodus zal dan ook helemaal in het teken staan van Gods bevrijding uit Egypte en zijn verbondssluiting bij de berg Sinaï.

Boodschap Al bestaat het grootste gedeelte van het boek Genesis uit geschiedenis en verhalen, vanaf Genesis 1:1 is duidelijk, dat het om veel meer gaat dan historische verslaglegging van Israëls voorgeschiedenis. De historische kernen van haar geschiedenis blijven veelal verborgen achter de boodschap die de schrijver van dit bijbelboek 16


wil doorgeven. Over de aarde als schepping van God. Over de mens geschapen als man en vrouw. Over het opduiken van het kwaad en de macht van de zonde in het leven van de mens en de gevolgen daarvan. Over Gods eigen worsteling met zijn ‘project’ en zijn plan. In heel de wirwar van de volken baande God een weg met de verkiezing van Abram en zijn nakomelingen als volk van zijn verbond, geroepen een hoopvol signaal te zijn van Gods heilzame bedoelingen met de aarde en alle volken. De weg die God daarbij gaat, is geen snelweg. Maar een weg waarop elke keer weer de mens gevraagd wordt te luisteren naar God en zijn wil als goed en heilig te onderkennen. Kortom: te wandelen met God, vertrouwend op zijn beloften. Zo lezend en luisterend naar dit bijbelboek wordt duidelijk dat de God van Abram, Isaak en Jakob een God is die spreekt en met Zich spreken laat. Zijn weg gaat in oordeel en genade, ontfermend en barmhartig, bewogen over zijn wereld en zijn mensen. Een God die telkens verrassend zijn Aangezicht laat zien en het reddend toewendt, uiteindelijk het diepst in Jezus Christus. In dezelfde wereld als Abram leven ook wij, ondanks eeuwen afstand. Onder de hemel van God. De ervaringen van de eerste mensen, van Noach en Abram met God, met hun medemens en met zichzelf, willen ook ons helpen in de wirwar van het bestaan, de verbijstering én de schoonheid ervan, niet te vertwijfelen, maar vast te houden aan de beloften en geboden van God. Want God is trouw. Hij doet wat Hij zegt. Wij zijn niet alleen.

Functie Het bijbelboek Genesis is het eerste van vijf boeken die samen tora genoemd worden. De vertaling van tora met wet lijkt niet geschikt, al omvatten deze vijf boeken vele wetten en voorschriften. Maar wet heeft snel iets afstandelijks en de wetgever zelf blijft vaak op grote afstand. Bij tora gaat het om onderwijs, wegwijzing en toerustende instructie voor onderweg. Zo heeft Israël deze boeken, zowel de geschiedenissen, de geslachtsregisters als ook de regels en voorschriften steeds gelezen en geleefd. Zij vormen de kern van de bijbel. Profeten putten er uit, oude en nieuwe 17


dingen. Grijpen erop terug en appelleren er steeds weer aan. Ook Jezus gaat zo met de tora om. In zijn tijd vaak kortweg ‘Mozes’ genoemd. Ook al gaat men er in zijn tijd veelal wettisch en zelfvoldaan mee om, Jezus ontbindt de tora van God niet, maar vervult haar en radicaliseert haar. Zo blijft dit bijbelboek ook voor ons zijn boodschap en functie vervullen, verwijzend naar het spoor dat Jezus ging.

Schrijver Over de auteur van dit bijbelboek valt weinig te zeggen. Lange tijd meende men dat Mozes de auteur van alle vijf boeken zou zijn geweest. Het is goed mogelijk, dat hij bepaalde gedeelten ook werkelijk te boek stelde. De auteur put uit diverse bronnen, schriftelijke en mondelinge. Volgens sommigen zou je de auteur moeten zoeken in de tijd van Salomo. Anderen denken aan nog later. Voor ons is het genoeg te weten en te geloven, dat heel de Schrift door God ingegeven is, ‘nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust’ (2 Tim. 3:16).

18


Genesis 1:1-13 1 In den beginne schiep God de hemel en de aarde. 2 De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren. 3 En God zeide: Er zij licht; en er was licht. 4 En God zag, dat het licht goed was, en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. 5 En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag. 6 En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren, en dit make scheiding tussen wateren en wateren. 7 En God maakte het uitspansel en Hij scheidde de wateren die onder het uitspansel waren, van de wateren die boven het uitspansel waren; en het was alzo. 8 En God noemde het uitspansel hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag. 9 En God zeide: Dat de wateren onder de hemel op een plaats samenvloeien en het droge te voorschijn kome; en het was alzo. 10 En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeĂŤn. En God zag, dat het goed was. 11 En God zeide: Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, vruchtbomen, die naar hun aard vruchten dragen, welke zaad bevatten, op de aarde; en het was alzo. 12 En de aarde bracht jong groen voort, gewas, dat naar zijn aard zaad geeft, en geboomte, dat naar zijn aard vruchten draagt, welke zaad bevatten. En God zag, dat het goed was. 13 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de derde dag.

20


1. Alles begint met een woord van God I

PERSOONLIJK LUISTEREN

De eerste dag – God sprak (1:1-13) Informatief De bijbel valt meteen met de deur in huis. In een oerbegin schiep God hemel en aarde. Van aarde en hemel kun je je op dat moment nog nauwelijks een voorstelling maken. Want de woorden die vallen zijn ‘woest’ en ‘ledig’. Oftewel: een hopeloze en uitermate gure streek voor mensen om te wonen. Het is er akelig donker. Het geheel heeft iets duister en dreigends. Er is sprake van een afgrond (SV) of vloed, een soort uitgestrekt donker, zompig, moerasachtig geheel. Of nog erger: donker zeewater met vervaarlijke diepten. Je ziet geen hand voor je ogen. Maar dan, hoor, een stem. God, God spreekt... Zo begint de schepping van hemel en aarde. Met een woord van God. Er is wel gezegd: God had ook kunnen zwijgen bij het aanschouwen van dit woest en ledig, deze ‘Irrsal und Wirrsal’ (Martin Buber). Maar God zwijgt niet, Hij spreekt. En wat zegt Hij? Licht! En het harde donker verbleekt en verdwijnt op zijn spreken. God kiest voor het licht. En het licht is goed. Hoopvoller en troostvoller had ons bestaan niet kunnen beginnen. Vandaag lezen we tot en met de derde dag. Na licht komt er op de tweede dag lucht. Want God zei: ‘Daar zij een uitspansel...’ God maakt het hemelgewelf en scheidt zo hemel en aarde. Al vanaf deze tweede dag hangt de aarde aan de hemel. Zonder ‘hemel’ heeft de aarde nooit bestand gehad. En op de derde dag nog eens: En God zei... Na licht en lucht: land, eindelijk grond onder je voeten! Water en land worden gescheiden. Vruchtbaar land, mooi land. Kijk maar, het groent meteen aan alle kanten. Groen van leven. Overdenken a. Alle kans dat we nooit eerder meditatief deze eerste bijbelverzen lazen. Maar als een ‘moeilijk’ bijbelgedeelte dat voor 21


moeilijke vragen zorgde bij een eerlijke, wetenschappelijke benadering van de vragen die het ontstaan van de wereld oproept. Laat die vragen even voor wat ze zijn. En probeer deze eerste verzen van de bijbel alleen maar stil op je in te laten werken. Wat roept bijvoorbeeld de allereerste zin van de bijbel bij je op? b. In vers 1 valt het woord ‘scheppen’. Het betekent letterlijk: bouwen. De bijbel gebruikt het alleen van God. Niet alleen in dit eerste hoofdstuk van de bijbel. Elke nieuwe daad van God heeft iets van schaffen, dat is machtvol te voorschijn roepen, vergelijk Jesaja 45:7-8 en Jeremia 31:22. c. Woest doet denken aan woestijn en ‘verwoestijning’ van het bestaan. Kun je je daarbij iets voorstellen? De profeten gebruiken de uitdrukking wel om een regio te tekenen waarover een oorlog is heen gegaan (Jes. 34:11). d. Maak in gedachten deze eerste drie scheppingsdagen mee. Vanuit het donker naar het licht. Zie de wijde lucht en de wolken van de tweede dag, voel de dragende grond van de derde dag. Elke scheppingsdag zegt zo iets bijzonders over God. Vul dat op je eigen manier voor elke scheppingsdag in. Gebed Eeuwige God, grote Schepper van alle dingen, U wil ik loven en prijzen. U staat aan het begin van alles. Van de wereld waarin ik leef. Van elke dag, die U mij geeft. Dat stelt me gerust in de wirwar van elke dag. U kunt omgaan met chaos, al vanaf het begin. Laat Uw licht vandaag over mij stralen. Laat mij leven met een vrolijk hart onder Uw hemel. Laat mij zeker zijn dat U mijn leven draagt. De tweede dag – Zie het was zeer goed (1:14-31) Informatief De vierde, vijfde en zesde scheppingsdag lopen parallel met de eerste (licht), de tweede (lucht en water) en de derde scheppingsdag (de aarde). Met een beeld uitgedrukt: zoals bij de zevenarmige kandelaar de eerste lamp links verbonden is met de eerste van rechts, de tweede met de tweede van rechts en de derde 22


weer met de derde van rechts, zo zijn de zes scheppingsdagen met elkaar verbonden. De middelste lamp, die tevens de staander is en de zes armen draagt, zou dan de zevende dag symboliseren: de sabbat. Elke dag eindigt met de mededeling: God zag dat het goed was! En in vers 31 zelfs met: zeer goed. Met goed, tob, is vooral bedoeld: beantwoordend aan Gods bedoeling! Heel geschikt en doelmatig voor zijn plan. Met denke liever niet aan ideaal of perfect in de letterlijke zin, alsof er vanuit een bepaalde gezichtshoek gezien totaal niets meer aan te verbeteren zou zijn. Het zit dichter bij ‘perfect’ of ‘gaaf’ zoals jongeren wel zeggen. Als God zegt: goed, hoeft dat in ons oog niet altijd ideaal te zijn. Overdenken a. Denk na over het verschil tussen goed en ideaal. Heeft God de dingen ideaal geschapen of alleen maar goed? Heel goed zelfs? Vergelijk ook Genesis 2:18. Op één dag valt overigens het ‘God zag dat het goed was’ twee keer. Is je dat opgevallen? b. Wat is volgens jou de belangrijkste boodschap van de vierde scheppingsdag? Licht was er al, wat voegen zon, maan en sterren eigenlijk nog toe? c. ‘De mens is een laatkomer in Gods schepping, de kleinste vis en simpelste insect gingen aan de schepping van de mens vooraf’, zo wordt wel gezegd. Reden om je als mens niets te verbeelden. d. Waarom is God een hele dag bezig met vissen en vogels? e. Streep aan welke zin of welke uitdrukking bij de schepping van de mens je het meest aanspreekt. Waarom? Gebed Machtige God, U behoort heel deze schepping. U hebt alles goed en wijs gemaakt. Leer mij zuinig zijn op Uw scheppingswerk. Op de aarde, de dieren. Maar ook op het licht dat de dag verlicht. De lucht die ik inadem. Het water dat voor ieder van levensbelang is. Vergeef waar wij over Uw schepping heersten met hardheid en niet met trouw. Leer ons haar bewaren en beheren als een kostbaar, ons toevertrouwd goed. 23


De derde dag – Rust en zegen (2:1-4a) Informatief De zevende dag mag je niet losmaken van de eerdere zes dagen. De auteur van dit verhaal houdt duidelijk van het getal zeven. Zo valt zeven keer het woord scheppen, maar ook zeven keer het woord maken. De zeven krijgt nog meer accent bij zes plus een: de zevende dag vormt zo de voltooiing van Gods scheppingswerk. Op de sabbat loopt dus alles uit. De sabbat is daarmee de kroon van de schepping. Niet de mens, geschapen op de zesde dag. In vers 2 staat dan ook, dat God op de zevende dag zijn werk voltooit (NV) of volbrengt (SV). Wat houdt die ‘voltooiing’ in? De woorden die dan vallen zijn: rust, zegen en heiliging. Rusten is de vertaling van het Hebreeuwse woord sjabat. Letterlijk betekent dat: ophouden met werken. Naar het werk kijken, er niet meer aankomen, ervan genieten. Het woord ‘zegen’ viel ook al op de vijfde dag (God zegende vissen en vogels) en op de zesde dag (God zegende de mensen), nu zegent God een dag. Heiligen is apart stellen. Het kan ook afgeleid zijn van een woord dat glanzen betekent. Dan is de gedachte, dat God de zevende dag bijzonder doet glanzen. Van licht en vreugde. Overdenken a. De schrijver laat heel het scheppingsverhaal uitlopen op God en op de zevende dag, niet op de mens en de zesde dag. Ga eens na waar je zelf geneigd bent het hoofdaccent te leggen in de scheppingsdagen van God. b. De rustdag is geen ‘dag apart’: geen dag voor religieuze plichten na zes dagen hard werken. Aan deze dag hangen de zes andere dagen. ‘Niet Israël heeft de sabbat bewaard, maar de sabbat heeft Israël bewaard!’ c. Sinds het steeds verder uiteengaan van joden en christenen en de invoering van het christendom in Europa als godsdienst nummer één, verdween de viering van de sabbat door christenen vrijwel geheel. Daarvoor kwam in de plaats de viering van de zondag, de dag van de Heer. Gelden Gods beloften voor de zevende dag ook voor de zondag als rustdag? 24


d. Regelmatig pleiten christenen ervoor de viering van sabbat opnieuw een plaats te geven. Wat vind jij daarvan? e. Wat voor persoonlijke zegen verwacht je met en op de rustdag te ontvangen? Gebed Genadige God, ik dank U, dat menszijn veel meer is dan werken. Ik dank U voor de zevende dag, voor de rustdag aan het eind of begin van elke werkweek. Geef mij op deze dag mijn werk ook echt even los te laten. En alles slechts stil voor U te laten zijn. Mogen al mijn bezigheden, dag in dag uit, vervuld zijn van de zegen waarmee U mij op Uw dag tegemoet komt. Laat deze dag ook voor mij glanzen van vreugde.

II SAMEN LUISTEREN Het begin van alles De bijbel begint bij het begin. Bij het begin van alles. Van de kosmos, van onze wereld en de geschiedenis van ons mensen. Dat alles is niet zomaar ergens van start gegaan. Nee, in dat begin had God heel direct de hand, zo wil de eerste pagina van de bijbel ons zeggen. Aan het begin stond God. Natuurlijk was er niemand bij om meteen verslag te doen. Om aantekeningen te maken en indrukken vast te leggen. Als dat wel zo geweest zou zijn, dan zou er mogelijk geen ander verhaal opgeschreven zijn als wij nu aantreffen als we de bijbel open doen en beginnen te lezen. Want wat we hier horen, lijkt veel op zo’n eerste impressie. Het heeft iets van een ontroerend gedicht. Van een hoopvol vergezicht. Van een profetisch lied dat je diep troost over het bestaan met al zijn rimpels en rafels, zijn waanzin en wanhoop soms, zijn krassen en deuken. Een lied dat je vanzelf stil maakt. Van verwondering en verbazing. En als je God mag kennen: van aanbidding en dank. De auteur – misschien is het Mozes zelf, misschien iemand die het Mozes vertelde – is duidelijk iemand die uitvoerig kennis heeft van Gods genadig aangezicht, van zijn reddend en bevrijdend handelen. Een God die spreekt en het is er. Die gebiedt, en het staat er. Een God die reddend een weg wijst in de chaos van het leven. 25


Uit angsten die je soms zomaar vastgrijpen. Uit de duisternis naar het licht. Dat is het verhaal van Abraham. Van Isaak en Jakob. Van Israël in Egypte. In de woestijn en in het Beloofde Land. Stond deze God soms ook aan het begin? Aan het begin van alles? Ja, natuurlijk. Hoe is alles begonnen? Luister, dat zit zo. ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde!’ Zo kwam dit verhaal tot stand. Een echt verhaal over ons leven dat zo echt is als het maar zijn kan. Over God die aan het begin stond. En van dag tot dag ons troost over dit bestaan van ons. Soms zou je aan alles twijfelen. En geef je voor heel het leven geen cent meer. Lijkt het nauwelijks nog de moeite waard ervoor te vechten. Laat staan het te leven, ervan te genieten. Maar doe je de bijbel open, dan sta je meteen aan het begin. Bij God. God dank, Hij Zelf stond aan het begin. Hij heeft deze aarde gewild. Zij is zijn schepping. Dat mag voor ons genoeg zijn te geloven dat het leven goed is. Ondanks alles. Aantekeningen 1. Vers 1:1 en vers 2:4a omsluiten het verhaal. In plaats van ‘in den beginne’ leze men: ‘in een begin’. Er is een punt waar je niet achter terug kunt. Waar God met een woord een begin maakte van al het bestaande, waar eeuwigheid overging in tijd. 4. Het licht noemt God goed, de duisternis niet. In zoverre is scheppen scheiden en kiezen. 5. Toen was het avond geweest, enzovoort. Naar joods besef begint een dag met de avond en de nacht. Leven is dus een dagelijkse gang vanuit het donker naar het licht. 6. Het uitspansel maakt scheiding tussen wateren boven en wateren onder. Met de wateren boven het uitspansel kunnen wij – helaas? – nauwelijks meer enige voorstelling verbinden. De mensen in de bijbel des te meer. Denk bijvoorbeeld aan de zondvloed, waarbij de wateren boven via hemelsluizen weer los gelaten worden. Of de voorstelling van Psalm 104 waar God zijn ‘opperzalen’ gebouwd heeft op palen in de wateren boven. 14. Zon en maan worden niet letterlijk genoemd. In plaats daarvan: ‘het grote licht’ en ‘het kleine licht’. De schrijver vermijdt opzettelijk de woorden zon en maan, omdat zon en maan de 26


namen zijn van bekende Babylonische afgoden. Deze namen wil hij kennelijk niet noemen. Heel deze scheppingsdag heeft zo een sterk polemische spits: zon, maan en sterren zijn slechts door God opgehangen lampen. Overigens is hun lichtfunctie pas functie drie. 20. Op de vijfde dag worden eerst de grensgebieden van het domein van de mens aangegeven: lucht en water. Met de schepping van vogels en vissen wordt een hogere vorm van leven zichtbaar: in het water wemelt het van leven en de lucht is er vol van. Eindelijk valt er ook iets te horen in de schepping van God. 21. God begint met de grote zeedieren. Voor de mensen toen vormden die natuurlijk de grootste bedreiging. Zij hadden vaak een soort mythische waas bij zich, zo ongeveer als het monster van Loch Ness. Denk aan de vis die Jona opslokte. En de Leviatan uit Psalm 104:26 of Job 40:20ev. 22. God zegent vissen en vogels. Zegen heeft hier vooral de betekenis van vermeerdering en vruchtbaarheid. Het woord valt ook bij de schepping van de mens. Zo worden de schepselen zelf meteen ook als medewerkers bij Gods scheppingswerk betrokken. 26. God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis. Met de mens als beeld Gods, tsèlem, is bedoeld, dat de mens als zodanig herinnert aan God, als een afdruk of schaduw van God. Voor God is hij steeds in beeld. Gelijkenis, demoet, verwijst weer meer naar de gestalte van de mens. In welk opzicht lijkt hij op God? De mens is aanspreekbaar, een antwoordend wezen. Er is niet bedoeld dat God en mens van dezelfde natuur zijn. 28. De mens krijgt het beheer over de schepping opgedragen, intussen is hij zelf ook een van de schepselen van God. Vervullen, onderwerpen en heersen veronderstellen verantwoordelijkheid voor het toevertrouwde. Niet een onbegrensde vrijbrief tot zelfbediening in de schepping van God. Vragen voor bespreking in de kring 1. Vertel elkaar om de beurt welke indruk de – mogelijk zeer bekende – verzen bij persoonlijk lezen op je maakten. 2. Bespreek samen de boodschap die God in elke scheppingsdag ons laat horen en zien. Zoek naar actuele toepassingen. 27

Genesis  

een fragment

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you