Page 1

In dit boek wordt een aantal opvattingen van moslimgeleerden op een rij gezet. De auteur behandelt onder meer de volgende onderwerpen: de openbaring van de koran vanuit islamitisch perspectief, de indeling en rangschikking van de soera’s, de verzameling van de koran (of de geschiedenis van de tekst), de Mekkaanse en Medinensische koransoera's, de verschillende leeswijzen van de koran en de exegetische vertaling van de koran. Tevens geeft de auteur in dit boek een analyse van de wijze waarop moslimexegeten de koran trachten te begrijpen. Deze analyse vindt plaats aan de hand van een aantal exegetische methodes, zoals de rechtsgeleerde exegese, de symbolische exegese, de sociale exegese en de literaire exegese. Deze inleidende studie van de koran biedt zowel moslims als nietmoslims een helder beeld van het denken van moslimgeleerden over dit heilige boek, en van de verschillende wijzen waarop de koran wordt geïnterpreteerd.

Abdelilah Ljamai Inleiding tot de studie van de koran

De koran, het heilige boek van de moslims, is in het jaar 610 n.C. aan de profeet Mohammed geopenbaard. Deze openbaring vond plaats in Mekka en Medina, op het Arabische Schiereiland, en duurde tot 632 n.C., het jaar waarin Mohammed is overleden. Aan de 114 soera’s (hoofdstukken) die de koran rijk is, ontlenen moslims voor een belangrijk deel hun wet- en regelgeving. Diverse onderwerpen komen in de soera’s ter sprake: geloofsleer, godsdienstige devoties (‘ibadat), sociale relaties (mu’amalat), geschiedenis, ethiek en verhalen van de profeten. Door de eeuwen heen hebben moslimgeleerden studie gemaakt van de koran en geprobeerd de boodschap van de koran te verhelderen.

Abdelilah Ljamai

Inleiding tot de studie van de koran

Dr. Abdelilah Ljamai is universitair docent aan de Theologische Faculteit Tilburg en docent aan de Educatieve Faculteit Amsterdam.

Ontstaansgeschiedenis en methodes van de koranexegese

NUR 717 www.uitgeverijmeinema.nl


Koran.indd 2

10-05-05 12:11:50


Abdelilah Ljamai Inleiding tot de studie van de koran Ontstaansgeschiedenis en methodes van de koranexegese

Uitgeverij Meinema, Zoetermeer

Koran.indd 3

10-05-05 12:11:50


www.uitgeverijmeinema.nl Ontwerp omslag: Oblong, Jet Frenken Illustratie omslag: ing. Otman Nouinou, E-couple Internet Services Typografie: v3-Services, Baarn Redactionele bewerking: Annemeike Tan, Tilburg ISBN 90 211 3998 7 NUR 717 Š 2005 Uitgeverij Meinema, Zoetermeer Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Koran.indd 4

10-05-05 12:11:50


Inhoud

Voorwoord Inleiding

 

Ontstaansgeschiedenis van de koranwetenschappen  De openbaring van de koran vanuit islamitisch perspectief



. Terminologie van het begrip ‘openbaring (letterlijk: ‘nederzending’) . De fasen waarin en de wijze waarop de koran is geopenbaard .. Faseringsredenen (al-tandjim) .. Moraal en kwantiteit van soera’s en verzen . De chronologische volgorde van de nedergezonden onderdelen .. Het eerst geopenbaarde gedeelte van de koran .. Het laatst geopenbaarde gedeelte van de koran . Besluit

       

 Indeling en rangschikking van de koran: technische begrippen en toelichting van de islamitische opvattingen . De rangschikking van de koranverzen .. Omschrijving van het begrip aya (vers) .. De manier om vast te stellen wat een aya (vers) is .. De diepere betekenis van de kennis van het koranvers .. De rangschikking van de verzen van de koran . De rangschikking van de soera’s van de koran .. Omschrijving van het begrip soera .. De diepere betekenis van de indeling van de koran in soera’s

        

Koran.indd 5

10-05-05 12:11:50


.. ..

De onderverdeling van de soera’s van de koran De rangschikking van de soera’s van de koran

 

 De verzameling van de koran: een historische studie



. De verzameling van de koran in de tijd van de Profeet (-) . De verzameling van de koran in de tijd van Abu Bakr (-) . De verzameling van de koran in de tijd van ‘Uthman (-) . Inzamelingsbezwaren . Besluit

 De Mekkaanse en de Medinensische soera’s van de koran: stijl en inhoud . Definitie van de Mekkaanse en Medinensische soera’s . Het nut van het onderscheid tussen de Mekkaanse en Medinensische soera’s . De onderscheidingscriteria tussen de Mekkaanse en Medinensische soera’s . Inhoud en stijl van de Mekkaanse delen van de koran .. De inhoud van de Mekkaanse delen van de koran .. De stijl van de Mekkaanse delen van de koran . Inhoud en stijl van de Medinensische delen van de koran .. De inhoud van de Medinensische delen van de koran .. De stijl van de Medinensische delen van de koran . De soera’s waarvan niet duidelijk is of ze Mekkaans of Medinensisch zijn . Discussie over de Mekkaanse en Medinensische soera’s . Besluit

 Leeswijzen van de koran (al-qira’at al-qur’ aniyya) . Omschrijving van het begrip ‘leeswijzen van de koran’ . Het ontstaan van de leeswijzen van de koran .. De genoten en de leeswijzen .. De volgers (al-tabi‘un) en de leeswijzen van de koran .. De recitatoren van de koran en de door hen verkozen leeswijzen . De voorwaarden waaraan de leeswijzen van de koran moeten voldoen . De leeswijzen van de koran en de ‘zeven woordvormen’ . Besluit

    

            

        

Koran.indd 6

10-05-05 12:11:50


 Exegese en vertaling van de koran . De betekenis en de verschillende aspecten van het begrip ‘vertaling van de koran’ . De opvattingen van de moslimgeleerden over het vertalen van de koran . Besluit

   

Methodes van koranexegese  Historische studie van de koranexegese . Terminologie van het begrip ‘koranexegese’ . De ontwikkelingsfasen van de koranexegese .. De koranexegese tijdens het profeetschap .. De koranexegese in de tijd van de genoten .. De koranexegese in de tijd van de volgers .. De koranexegese in de periode na de volgers

 De religieuze exegese van de koran (al-tafsir bi-’l-ma’thur)

      



. De fundamenten van de tafsir en de voorwaarden waaraan de exegeet moet voldoen . Omschrijving van het begrip al-tafsir bi-’l-ma’thur en de zwakke punten bij deze exegetische methodiek .. Israëlitische verhalen (al-isra’iliyyat) .. Het ontbreken van de ketens van overleveraars . De belangrijkste boeken van de tafsir bi-’l-ma’thur .. De exegese van al-Tabari .. De exegese van Ibn Kathir .. De exegese van Ibn al-Khazin

      

 De exegese door middel van zelfstandige oordeelsvorming (al-tafsir bi-’l-ra’y)



. De standpunten van de moslimgeleerden over de tafsir bi-’l-ra’y . De belangrijkste boeken van de tafsir bi-’l-ra’y .. De exegese van al-Zamakhshari .. De exegese van al-Razi .. De exegese van al-Alusi . Besluit



     

Koran.indd 7

10-05-05 12:11:50


 De symbolische exegese (al-tafsir al-’ishari) . De standpunten van de moslimgeleerden over de symbolische exegese . De belangrijkste boeken van de tafsir al-’ishari .. De exegese van al-Tustari .. De tafsir van Ibn ‘Arabi .. De exegese van al-Alusi . Besluit

 De rechtsgeleerde exegese (al-tafsir al-fiqhi) . Ontstaansgeschiedenis van de rechtsgeleerde exegese . De belangrijkste boeken van de tafsir al-fiqhi .. Ahkam al-Qur'an van al-Djassas .. De exegese van al-Qurtubi . Besluit

 Sociale en literaire exegese van de koran (al-tafsir al-idjtima‘i wa-’l-’adabi) . . . .

De exegese van Djamal al-Din al-Afghani De exegese van Mohammed ‘Abduh De exegese van Rashid Rida Besluit

 De modernisten en de interpretatie van de koran: Hasan Hanafi en Nasr Aboe Zaid uit Egypte als voorbeelden . Hasan Hanafi . Nasr Hamid Aboe Zaid . Besluit

      

     

    

   

Conclusie Register van de soera’s Personenregister Literatuur

   

Koran.indd 8

10-05-05 12:11:50


Voorwoord

Moslims kennen aan de koran de meest verheven eigenschappen toe. Het boek is voor hen niet alleen onovertrefbaar, maar zelfs onnavolgbaar. De koran werd aan Mohammed in het Arabisch geopenbaard, waardoor deze taal binnen de islamitische traditie een bijzondere positie inneemt als brontaal. Voor u ligt een inleiding tot de studie van de koran, waarin een aantal opvattingen van moslimgeleerden over dit heilige boek in kaart wordt gebracht. Tevens wordt een overzicht geboden van de verschillende methodes aan de hand waarvan de koran kan worden geĂŻnterpreteerd. Uit de veelheid aan methodes blijkt dat er moslimexegeten alles aan gelegen is de boodschap van de koran zo goed mogelijk te begrijpen en naar de praktijk te vertalen. Graag wil ik iedereen bedanken die mij met raad en daad terzijde heeft gestaan. Een bijzonder woord van dank geldt prof. dr. P.S. van Koningsveld. A. Ljamai

ď™Œ

Koran.indd 9

10-05-05 12:11:51


Koran.indd 10

10-05-05 12:11:51


Inleiding

De koran, het heilige boek van de moslims, is in het jaar 610 na Chr. aan de profeet Mohammed geopenbaard. Deze openbaring vond plaats in Mekka en Medina, op het Arabisch schiereiland, en duurde tot 632 na Chr., het jaar waarin Mohammed is overleden. De koran vormt de eerste hoofdbron van de islam en wordt door de soennitische moslims beschouwd als Gods eeuwige, ongeschapen Woord, als het wonder bij uitstek van de profeet Mohammed. Aan de 114 soera’s (hoofdstukken) die de koran rijk is, ontlenen moslims voor een belangrijk deel hun wet- en regelgeving. Diverse onderwerpen komen in de soera’s ter sprake: geloofsleer, godsdienstige devoties (‘ibadat), sociale relaties (mu‘amalat), geschiedenis, ethiek en verhalen van de profeten. De goddelijke status van de koran blijkt uit de ceremoniële en rituele wijze waarop moslims met de koran omgaan. Zo dient men een rituele reinheid in acht te nemen alvorens een koranexemplaar, de mushaf, ter hand te nemen. Telkens vindt het koranreciet plaats bij levenscyclusrituelen en religieuze feesten (geboortefeest, huwelijksfeest) of rituelen rondom de dood. Het woord koran betekent in de Arabische taal ‘voorlezen’ of ‘reciteren’. Dit komt overeen met de volgende verzen uit soera al-Qiyama: Aan Ons behoort het verzamelen en voorlezen ervan. Wanneer Wij het dan hebben voorgelezen, volg dan het voorlezen ervan (na)! (Soera 75:17-18)

Het ‘reciteren’ of ‘voorlezen’ van de koran werd vervolgens de naam voor het gehele Woord dat aan de profeet Mohammed werd geopenbaard. De beste omschrijving van de koran is: het woord dat gere-



Koran.indd 11

10-05-05 12:11:51


citeerd of verkondigd moet worden. De koran bevat de bewoordingen, waarin de openbaring aan Mohammed heeft plaatsgevonden. De specialisten die zich met de studie van de islamitische bronnen bezighouden (de zogenaamde usuliyyun), evenals de rechtsgeleerden (de fuqaha’), hebben in hun definitie van de koran een samenvatting gegeven van de bijzondere kenmerken die de tekst van alle andere teksten onderscheidt. Zij zeiden: De koran is het Woord dat niet kan worden geïmiteerd, dat geopenbaard is aan de Profeet – God zegene hem en schenke hem vrede! –, dat neergeschreven is in Codices, dat is overgeleverd van generatie op generatie langs de weg van een ononderbroken ketting van overleveraars, en door de recitatie waarvan de handelingen van devotie worden verricht.

Wij zien in deze definitie een combinatie van verschillende belangrijke, islamitische leerstellingen met betrekking tot de koran, namelijk: 1. de koran is van onnavolgbare schoonheid (dit heet in het Arabisch i‘djaz); 2. de koran is een openbaring aan de profeet Mohammed. Hierdoor vallen teksten die niet aan hem zijn geopenbaard, zoals Tawrat en Indjil, erbuiten; 3. de koran is neergeschreven in codices (masahif ). De ‘Codices’ die in het citaat worden vermeld, zijn de exemplaren die in opdracht van de derde rechtgeleide kalief, ‘Uthman Ibn ‘Affan, zijn samengesteld; 4. de koran is langs meerdere van elkaar onafhankelijke overleveringskettingen overgeleverd (in het Arabisch: al-naql bi-’l-tawatur). Dit zegt iets over de betrouwbaarheid. Het betekent immers dat het uitgesloten is, dat de betrokkenen, onafhankelijk van elkaar, onjuistheden tot de overlevering hebben toegestaan.1 5. Door middel van recitatie van de korantekst (tilawa) kan een handeling van devotie worden verricht. Wie de koran reciteert of daarmee het gebed verricht, bevindt zich in staat van godsdienstige devotie (‘ibada). Daarom verklaren de moslimgeleerden:  Vgl. al-Baghdadi, Al-Kifaya fi ‘ilm al-riwaya (Een handleiding voor de overleveringswetenschap), p. 50.



Koran.indd 12

10-05-05 12:11:51


Wie het gebed verricht met behulp van een andere tekst dan de koran, heeft in feite geen gebed verricht.

Binnen de religieuze traditie van de islam wordt onder de ‘koranwetenschappen’ verstaan: een verzameling van studies van de koran vanuit verschillende aspecten van de openbaring, onder andere de rangschikking van verzen en soera’s, de verzameling van tekstgedeelten in één codex, het neerschrijven en reciteren van de koran, de exegese, de studie van zijn ‘onnavolgbare schoonheid’, de studie van de gedeelten die ‘opheffen’ en die zijn ‘opgeheven’, en nog andere thema’s die de bekende geleerde al-Suyuti in zijn boek Al-Itqan fi ‘ulum al-Qur’an (Het meesterschap in de koranwetenschappen) heeft opgesomd.

De namen van de koran Er zijn vele benamingen voor het boek waarover wij het steeds hebben. De drie bekendste namen zijn: 1. de koran (al-Qur’an); 2. het Boek (al-Kitab) en 3. het Criterium (al-Furqan). Al-Suyuti citeert in Al-Itqan2 dat de koran 55 namen heeft. Als men deze ‘namen’ echter nader beschouwt, blijken de meeste ervan adjectieven en geen namen te zijn, zoals Eerbiedwaardig (karim) en Gezegend (mubarak). Dit zijn aanduidingen van eigenschappen (adjectieven). Daarom beperken wij ons hier tot de drie genoemde namen. 1. De koran (al-Qur’an) betekent ‘voorlezing’ of ‘recitatie’; of het ‘Eerbiedwaardige Boek’ (al-Qur’an al-karim); deze laatste betekenis is de meest gangbare. We vinden deze betekenis bijvoorbeeld in soera al-Isra’: Waarlijk, deze Koran leidt tot hetgeen het meest recht is. (Soera 17:9)

De naam ‘koran’ wordt ook gebruikt in de betekenis van ‘de omvattende’, omdat hij de soera’s en de verzen omvat. Volgens de moslimgeleerde al-Baghawi wordt het Boek ‘koran’ genoemd, omdat het naast verhalen tekstgedeelten over bevel en verbod en over belofte en  Vol. 1, p. 50.



Koran.indd 13

10-05-05 12:11:51


bedreiging (en straf) bevat.3 Opmerkelijk is dat de term ‘koran’ zowel gebruikt wordt ter aanduiding van de gehele koran als voor een gedeelte ervan: ‘Hij heeft de koran gelezen’ kan dus zowel slaan op iemand die de gehele koran (voor)gelezen heeft, als op iemand die een gedeelte ervan heeft (voor)gelezen. 2. Het Boek (al-Kitab); deze benaming komt in diverse verzen voor, onder andere: Lof zij aan God die het Boek aan Zijn dienaar heeft geopenbaard en daarin geen afwijking heeft gemaakt. (Soera 18:1) Dat is de Schrift, waaraan geen twijfel is, een rechte leiding voor de vrezenden. (Soera 2:2)

Maar waarom wordt Gods Woord zowel ‘koran’ als ‘Boek’ genoemd? Mohammed ‘Abd Allah Darraz heeft gewezen op een diepere wijsheid in het gebruik van die namen: Met de benaming Koran wordt aangeduid dat hij door tongen wordt gelezen, terwijl met de benaming Boek wordt aangeduid dat hij door pennen is geregistreerd.

Deze verklaring is meer gericht op de taalkundige betekenis van de termen ‘koran’ en ‘Boek’. 3. Het Criterium (al-Furqan); deze benaming is bijvoorbeeld terug te vinden in het eerste vers van soera al-Furqan: Gezegend zij Hij die het Criterium heeft geopenbaard aan zijn dienaar opdat hij een waarschuwer tot de volkeren zou zijn. (Soera 25:1)

Volgens moslimgeleerden wordt in deze soera het woord ‘Criterium’ gebruikt om onderscheid te maken tussen waarheid en leugen. Een andere betekenis is dat de koran in afzonderlijke gedeelten (Arabisch: mafruq) van soera’s en verzen is geopenbaard.  Vgl. Sharh al-Sunna (De uitleg van de Soenna), vol. 4, p. 428.  Vgl. Al-Naba’ al-‘azim, pp. 5-6.



Koran.indd 14

10-05-05 12:11:51


Geschiedenis van de koranwetenschappen Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen twee periodes: de periode van voor de schriftelijke registratie en de periode van de schriftelijke registratie van de koranwetenschappen (in het Arabisch tadwin). Aan het begin van de islam waren de meeste genoten van de Profeet ongeletterd. De middelen om te schrijven waren niet algemeen beschikbaar. Bovendien verbood de Profeet om op zijn gezag iets anders dan de koran neer te schrijven. Bij het begin van de openbaring zei hij tegen zijn genoten, overeenkomstig hetgeen wordt overgeleverd door Muslim, op gezag van Abu Sa‘id al-Khudari, in zijn traditieverzameling getiteld al-Sahih: Schrijft niets op mijn gezag op. Laat hem die iets anders dan de koran heeft opgeschreven dat uitwissen. Maar levert [wel mondeling] op mijn gezag over: daartegen bestaat geen bezwaar. Wie echter moedwillig leugens over mij verspreidt, neme zijn plaats in de Hel in!

Deze uitspraak werd gedaan uit vrees dat de koran met iets anders zou worden verward en elementen van buiten de koran met de korantekst vermengd zou worden. Om deze redenen werden de koranwetenschappen tijdens de periode van de eerste twee kaliefen Abu Bakr (632-634) en ‘Umar (634-644) niet neergeschreven; hetzelfde geldt ook voor de profetische traditie (hadith). De genoten hielden zich uitsluitend mondeling bezig met de verspreiding van de islam en zijn voorschriften. Hierna kwam het kalifaat van ‘Uthman (644656) en breidde het gebied van de islam zich uit. De Arabische veroveraars vermengden zich met de volkeren die geen Arabisch kenden. Gevreesd werd dat de karakteristieke eigenschappen van het Arabisch ten gevolge van deze verovering verloren zouden gaan. Daarom beval ‘Uthman om de koran in één codex (mushaf ) bijeen te brengen. (Meer hierover in hoofdstuk 3.) Hiermee legde kalief ‘Uthman de grondslag voor de tak van wetenschap die wij aanduiden met de naam ‘ilm rasm al-Qur’an (de wetenschap van de schriftelijke vastlegging van de koran), ook wel aangeduid als ‘Ilm al-rasm al-‘Uthmani. Na de periode van de zogenoemde rechtgeleide kaliefen brak de tijd aan van de dynastie van de Umayyaden (661-750). De genoten ble-



Koran.indd 15

10-05-05 12:11:51


ven zich inspannen voor de verspreiding van de koranwetenschappen door middel van mondelinge overlevering. Tot die genoten behoorden allereerst de vier rechtgeleide kaliefen: Abu Bakr, ‘Umar, ‘Uthman en ‘Ali. Daarnaast waren er Ibn ‘Abbas, Ibn Mas‘ud, Zayd Ibn Thabit, Abu Musa al-Ash‘ari en ‘Abd Allah Ibn al-Zubayr. Tijdens de periode van de volgers (Tabi‘un), de generatie na de genoten, treffen wij onder de beoefenaars van de koranwetenschappen aan: Mudjahid, ‘Ata’, ‘Ikrima, Qatada, al-Hasan al-Basri, Sa‘id Ibn Djubayr en Zayd Ibn Aslam. Al deze personen worden beschouwd als de grondleggers van: 1. de koranexegese (‘Ilm al-tafsir); 2. de aanleidingen tot de openbaring (Asbab al-nuzul); 3. de wetenschap van het opheffende en het opgehevene (‘Ilm al-nasikh wa-’l-mansukh); 4. de wetenschap van de zeldzame uitdrukkingen en woordbetekenissen in de koran (‘Ilm gharib al-Qur’an). Pas hierna brak de periode van de schriftelijke registratie van de koranwetenschappen aan. Tijdens deze periode werd een groot aantal boeken op dit terrein geschreven. De aandacht ging daarbij vooral uit naar de reeds genoemde wetenschap van de koranexegese (‘Ilm al-tafsir), omdat deze als de bron van de andere koranwetenschappen werd beschouwd. De eerste methode die binnen de koranexegese werd beoefend, was die van al-tafsir bi’-l-ma’thur, waarbij bepaalde gedeelten van de koran door middel van andere gedeelten van de koran of met behulp van gegevens ontleend aan de Soenna of aan de uitspraken van de genoten worden uitgelegd. Hierna ontstond de koranexegese op basis van het eigen oordeel van de geleerden al-tafsir bi-’l-ra’y). Naast deze twee methodes zullen in de loop van de geschiedenis nog verschillende andere exegetische methodes van de islam ontwikkeld worden, onder andere symbolische exegese, rechtsgeleerde exegese, sociale en literaire exegese. Sa‘id Ibn Djubayr (gest. 95/713) behoorde tot de eersten die schreef op het terrein van de koranexegese. Hij was actief aan het begin van  ‘Soenna’ betekent ‘manier van doen’, het na te volgen gedrag van de Profeet. De Soenna is te beschouwen als de tweede hoofdbron van de islam. De Soenna van de Profeet is te vinden in de Traditieliteratuur.  Met deze dubbele jaartelling wordt gedoeld op de islamitische en de christelijke jaartelling; het jaar 95 hidjra is te vergelijken met het jaar 713 na Chr. Een →



Koran.indd 16

10-05-05 12:11:52


de achtste eeuw. In de negende eeuw schreef al-Shafi‘i (gest. 204/819), de grondlegger van de Shafi’itische canonieke school, het boek Ahkam al-Qur’an (De voorschriften aangaande de koran). Dit geldt ook voor Abu ‘Ubayda (gest. 209/824), auteur van Gharib al-Qur’an (De zeldzame uitdrukkingen en woordbetekenissen in de koran) en Abu ‘Ubayd al-Qasim Ibn Sallam (gest. 224/838), die het boek Nasikh al-Qur’an wamansukhuh (Het opheffende en het opgehevene gedeelte van de koran) heeft geschreven. De volgende eeuwen hebben vele andere koranexperts boeken over de koran geschreven. Voorbeelden hiervan zijn Abu Bakr al-Sidjistani, auteur van Gharib al-Qur’an (De zeldzame uitdrukkingen en woordbetekenissen in de koran) en Ibn al-Djawzi (gest. 597/1200), auteur van twee boeken over de koranwetenschappen. Badr al-Din al-Zarkashi (gest. 794/1391), die in de veertiende eeuw op de voorgrond trad, werd beroemd door zijn boek Al-Burhan fi ‘ulum al-Qur’an (Het bewijs aangaande de koranwetenschappen). Dit boek wordt beschouwd als een van de belangrijkste studies. De auteur verzamelt hierin de essentie van de uitspraken van de eerdere geleerden. Hij citeert koranexegeten, traditiegeleerden, juristen, grammatici en andere beoefenaars van de wetenschappen van de welsprekendheid van de Arabische taal. In zijn boek behandelt hij liefst 47 thema’s. Zijn aanpak wordt gekenmerkt door een bondige stijl en een duidelijk taalgebruik. De auteur is nauwkeurig bij het aanhalen van zijn voorbeelden en bewijsplaatsen. Doorgaans vermeldt hij van elke wetenschap van de koran welke geschriften daarover reeds voor zijn tijd zijn geschreven. Hierna kwam in de zestiende eeuw de befaamde geleerde Djalal al-Din al-Suyuti (gest. 911/1505), auteur van het bekende werk Al-Itqan fi ‘ulum al-Qur’an (Het meesterschap in de koranwetenschappen). Dit werk wordt gezien als een van de belangrijkste naslagwerken voor de studie van de koranwetenschappen. Wanneer wij dit werk van al-Suyuti echter vergelijken met het boek van al-Zarkashi, blijkt duidelijk diens invloed. Vele passages werden overgenomen. Wij kunnen zelfs stellen dat het boek Al-Itqan in feite een uitvast punt in het leven van de Profeet van de islam is de hidjra of uitwijking van Mohammed van Mekka naar Medina in het jaar 622 na Chr., een gebeurtenis, welke aan de generatie na hem zo belangrijk is voorgekomen, dat zij uitgangspunt is geworden voor de islamitische jaartelling.



Koran.indd 17

10-05-05 12:11:52


treksel is van Zarkashi’s boek Al-Burhan. Al-Suyuti gaat in zijn boek als volgt te werk: bij elk thema noemt hij de bekendste geleerden die daarover hebben geschreven. Vervolgens vermeldt hij per thema het nut om hiervan kennis te nemen en het belang ervan om de koran te kunnen begrijpen. Daarbij citeert hij steeds passages uit de koran, de profetische overlevering en uitspraken van eerdere geleerden. Tegen hem kan worden aangevoerd dat hij vele overleveringen vermeldt die als ‘zwak’ moeten worden beschouwd, omdat de juistheid volgens de geleerden van de profetische traditiewetenschap niet vaststaat. De boeken die de geleerden uit recente tijd schreven, zijn van wisselende kwaliteit. Deze auteurs poogden de wetenschappelijke activiteit op het gebied van de koranwetenschappen nieuw leven in te blazen, nadat deze in de tijd volgende op al-Suyuti vrijwel tot stilstand was gekomen. Tot deze recentere geleerden en hun werken behoren onder meer: Mohammed Ibn ‘Abd al-‘Azim al-Zurqani, auteur van het waardevolle boek Manahil al-‘irfan fi ‘ulum al-Qur’an (Bronnen van de kennis van de koranwetenschappen) (Bayrut, 1988, twee delen); Subhi al-Salih, auteur van het werk Mabahith fi-‘ulum al-Qur’an (Onderzoeken in de koranwetenschappen) (Damascus, 1962); Mohammed Ibn Lutfi al-Sabbagh, auteur van het uitstekende werk Lamahat fi ‘ulum al-Qur’an (Kort overzicht in de koranwetenschappen) (Bayrut, 1990). Sinds de negentiende eeuw is ook in het Westen veel onderzoek gedaan naar de studie van de koran. Een opgave van relevante literatuur vindt men in het artikel ‘Kur’an’ van de hand van A.T. Welch in de Encyclopaedia of Islam (1981). Vraagtekens bij de historische betrouwbaarheid van de islamitische traditieliteratuur, onder andere wat betreft de schriftelijke vastlegging van de koran, werden geplaatst door G.H.A. Juynboll in Muslim Tradition. Studies in Chronology, Provenance and Authorship of Early Hadith (Cambridge, 1983). Aanvankelijk ging het daarbij vooral om de vertalingen, die van uiteenlopende kwaliteit zijn. Enkele vertalingen van de koran worden hieronder genoemd: – Engels: A. J. Arberry, The Qur’an interpreted (Londen, 1955 of latere druk); – Frans: R. Blachère, Le Coran (Parijs, 1947-1951); – Duits: R. Paret, Der Koran (Stuttgart enz. 1962, 1966, vertaling met uitvoerig commentaar);



Koran.indd 18

10-05-05 12:11:52


– Nederlands: J.H. Kramers, De Koran (Amsterdam, 1965 en latere drukken). Sinds het werk van Theodor Nöldeke uit de negentiende eeuw, getiteld Geschichte des Qurans, zijn er meerdere studies van oriëntalisten verschenen over de koranwetenschappen. In het Nederlands is beschikbaar: W. Montgomery Watt, Inleiding tot de Koran (Utrecht, 1986, Vertaald uit het Engels door N.J.G. Kaptein). De oorspronkelijke uitgave verscheen in 1970 in Edinburgh, en was getiteld: Bell’s Introduction to the Qur’an. In dit werk vindt men onder meer hoofdstukken die handelen over: – de geschiedenis van de tekst – de uiterlijke vorm van de koran – kenmerken van de stijl van de koran – de chronologie van de koran. Eveneens is in het Nederlands beschikbaar: De Koran: zijn ontstaan en zijn inhoud van de hand van D.S. Attema (Kampen, 1962). Dit is een gemakkelijk toegankelijk boek. Het bevat onder andere gedeelten die handelen over de officiële tekst en zijn geschiedenis, de huidige koran en de chronologische ordening van de koran. Tot slot nog enkele andere studies die over de koranwetenschappen gaan: R. Blachère, Introduction au Coran (Parijs 1959, tweede druk) en H. Motzki, ‘De tradities over het ontstaan van de korantekst: verzinsel of waarheid’, een artikel uit het boek De Koran: ontstaan, interpretatie en praktijk (Muiderberg, 1993). In het boek dat nu voor u ligt, Inleiding tot de studie van de koran, worden de opvattingen van moslimgeleerden met betrekking tot de koranwetenschappen geanalyseerd en in kaart gebracht. Met name de ontstaansgeschiedenis van de koranwetenschappen en de exegetische methodes binnen de religieuze islamitische wetenschappen staan in dit boek centraal. Zo biedt deze inleidende studie, zowel voor moslims als niet-moslims, een helder beeld van het denken van moslimgeleerden over dit heilige boek en van de verschillende wijzen waarop de koran wordt geïnterpreteerd. Het boek is bedoeld voor een breed publiek: lezers – moslims en niet-moslims – die geïnteresseerd zijn in de bronnenstudies van de islam en meer willen weten over de wijzen waarop de koran werd en wordt geïnterpreteerd. Ter wille van de leesbaarheid is het gebruik



Koran.indd 19

10-05-05 12:11:52


van voetnoten en literatuurverwijzingen zoveel mogelijk beperkt. Voor degenen die zich verder in het onderwerp willen verdiepen, is achter in het boek een literatuurlijst opgenomen. Dit boek bestaat uit dertien hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk beschrijft de islamitische benadering van de nederzending van de koran. Het tweede hoofdstuk geeft een overzicht van de indeling en rangschikking van de soera’s en een toelichting van de technische begrippen op het gebied van de koranstudie. Hoofdstuk drie behandelt de opvattingen van moslimgeleerden over de verzameling en bundeling van de koranteksten. De chronologische volgorde en de wijze waarop moslimgeleerden met de openbaring van de koran omgaan, staan in dit hoofdstuk centraal. Het vierde hoofdstuk bevat de algemene en specifieke criteria met behulp waarvan men onderscheid kan maken tussen Mekkaanse en Medinensische soera’s van de koran. Het vijfde hoofdstuk beschrijft en bespreekt de visies van moslimgeleerden op de leeswijzen van de koran en de verhouding tussen deze leeswijzen en de mushaf van ‘Uthman. In het zesde hoofdstuk komen de opvattingen van moslimgeleerden over de exegetische vertaling van de koran aan bod. Hoofdstuk zeven geeft een beknopt overzicht van de ontstaansgeschiedenis van de koranexegese, vanaf het profeetschap tot heden. Het achtste hoofdstuk behandelt de religieuze exegese van de koran, ofwel de tafsir bi-’l-ma’thur, die gericht is op de verduidelijking van de koran door middel van zowel koranverzen als uitspraken van de Profeet. In het negende hoofdstuk staan de opvattingen van moslimgeleerden over de toelaatbaarheid van exegese op basis van menselijke opinie centraal. Het tiende hoofdstuk behandelt de verschillende visies van moslimgeleerden op de wijze waarop mystici en de aanhangers van de symbolische exegese de koran proberen te interpreteren. Het elfde hoofdstuk beschrijft en bespreekt de algemene regels rondom de rechtsgeleerde exegese en de wijze waarop de exegeten de rechtsgeleerde voorschriften uit de koran proberen af te leiden. Het twaalfde hoofdstuk geeft een beknopt overzicht van de ontstaansgeschiedenis van de sociale en literaire exegese, en behandelt de aanpak van de reformisten wat betreft de herinterpretatie van de korantekst. Het dertiende hoofdstuk ten slotte behandelt de opvattingen van de moslimmodernisten over de lezing en interpretatie van de koran.



Koran.indd 20

10-05-05 12:11:52

Inleiding tot de studie van de koran  

Een fragment

Advertisement