Issuu on Google+

35

Werkboekjes voor de eredienst

Dit huis zingt! Op zoek naar kerkmuzikale bloeiplaatsen

Els Dijkerman en Peter Ouwerkerk


Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer Deze publicatie wordt in de reeks Werkboekjes voor de Eredienst uitgegeven door Uitgeverij Boekencentrum op verzoek van de Protestantse Kerk in Nederland. De redactie van de reeks bestaat uit: ds. W. van Beek, drs. P.M.J. Hoogstrate, drs. S.A. de Jong-Tennekes, dr. D. van Keulen, dr. E. Rose. Vormgeving: Studio Oblong, Jet Frenken

ISBN 978 90 239 2304 6 NUR 700 Š 2010 Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer Alle rechten voorbehouden. Niets in deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbenden en van de uitgever.

Besteladres: Uitgeverij Boekencentrum Postbus 29 2700 AA Zoetermeer Tel. 079 362 82 82 verkoop@boekencentrum.nl www.uitgeverijboekencentrum.nl


Inhoud 1.

Woord vooraf

5

2.

Inleiding

6

3.

Slaaf, huishoudelijk personeel én soldaat! – over een musical in de Nicolaïkerk

9

4.

Liturgische schakel tussen kerk en huis – over evensongs in de Oude Kerk

16

5.

Praetorius, Pärt en praise – over kerkmuziek op zaterdag

21

6.

Het orgel als statement – over kerkmuziek in Zwolle en Gouda

27

7.

Pop onder het gewelf – over een jongerenmusicus in de Achterhoek

32

8.

Pluriformiteit in de gemeente – over een kerk in een Vinexwijk

38

9.

En nu verder... – over ontwikkelingen en keuzes

45


1. Woord vooraf Dit boekje is het resultaat van veel gesprekken. Kerkmusici van verschillende plaatsen en snit hebben ons deelgenoot gemaakt van hun inzichten en hun werkwijze bij gemaakte keuzes. Het resultaat is een actueel beeld van enkele kerkmuziekpraktijken in de Protestantse Kerk in Nederland. Het is geen boekje geworden waarin u kunt lezen hoe het hoort, maar hoe het kan. We weten dat er naast deze voorbeelden nog talloze andere zijn. De omvang van dit boekje staat het echter niet toe volledig te zijn. De keuzes die gemaakt zijn komen voort uit de gedachte dat met meer afwisseling ook meer lezers zullen worden geïnspireerd. Juist de veelkleurigheid, die de Protestantse Kerk in Nederland nu eenmaal eigen is, vraagt daarom.

Er is relatief weinig aandacht voor praktijken die welbekend zijn en waarover genoeg te lezen is, zoals de ‘gewone cantorijpraktijk’. Met het feit dat dit niet besproken wordt, willen we echter niet suggereren dat er geen ‘bloeiende gewone praktijken’ zouden zijn. Op deze plaats willen we graag alle geïnterviewden hartelijk bedanken. We hopen dat hun enthousiaste en openhartige verhalen mogen bijdragen aan muzikaal elan in de kerken. Els Dijkerman Peter Ouwerkerk

5


2. Inleiding De kerkmuziek in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) is in beweging. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw bestaan verschillende praktijken naast elkaar en is een eenduidige mening over goede kerkmuziek niet zo vanzelfsprekend. De orgel- of cantorijtraditie is op sommige plaatsen stevig verankerd, terwijl ze elders plaats maakt voor andere instrumenten en zangstijlen. De begrippen liturgie en kerkmuziek worden divers benaderd en liturgische praktijken breiden zich uit. Getijdengebeden, cantatediensten, Taizé- en Thomasvieringen hebben naast de musical hun intrede gedaan. Ook als het om de houding tegenover popmuziek gaat, veranderen opvattingen. Terwijl popmuziek vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw te horen was in evangelische en pinkstergemeenten, werd ze lange tijd genegeerd binnen de kerken die behoren tot de PKN. In deze kerken, met name waar de Liturgische Beweging een 6

belangrijke inspiratiebron was, beleefde juist de vaak historisch georiënteerde West-Europese kerkmuziek een bloeiperiode. Inmiddels heeft de ‘ritmische revolutie’ van de twintigste eeuw zich voltrokken en laat popmuziek zich ook binnen de kerk niet meer negeren. Ze wordt op conservatoria en universiteiten onderwezen en een steeds groter deel van de kerkgangers groeit ermee op. Bricoleren, het samenstellen van een viering uit losse liturgische elementen en muziek uit tradities die verschillen in spiritualiteit, cultuur, emotie en sound, is eerder regel dan uitzondering. Grenzen tussen liturgieconcepten, kerk en cultuur zijn soms vloeiend, zoals blijkt uit concertante of theatrale kerkmuziekpraktijken en events. Veranderingen in het sociale en artistieke landschap missen hun uitwerking op de muziek van de kerk niet.


Ontdekkingsreis De ontdekkingsreis in dit werkboekje begint in Utrecht, waar in de Nicolaïkerk veel ervaring is opgedaan met musicals. Deed de kunstwereld de musical vroeger af als ‘entertainment’, tegenwoordig is het een serieuze en creatieve kunstvorm. Jeugdtheaterscholen die zich toeleggen op musicals zijn de laatste twintig jaar als paddenstoelen uit de grond geschoten. Deze ontwikkeling zien we terug in de kerk, waar de musical geen bijzonderheid meer is. In de Nicolaïkerk wordt de musical met succes ingezet als een middel tot gemeenteopbouw.

leden. Kunstmuziek uit vroeger tijden kreeg vanaf de negentiende eeuw een eerbiedwaardige status en composities worden tot op de dag van vandaag gewaardeerd als monumenten met een hoge esthetische waarde. Muziek en ruimte brengen deelnemers en luisteraars in contact met ‘het hogere’. In de Utrechtse Domkerk bouwt men op zaterdagmiddag voort op deze traditie. Liefde en voorkeur voor popmuziek komt voort uit de fysieke herkenning van de beat. In het tweede deel van het tweeluik over kerkmuziek op zaterdag komt poprock-kerkmuziek aan bod. Uit het tweeluik blijkt bovendien dat muziekculturen, spiritualiteiten en netwerkvorming over kerkgrenzen heen gaan.

In Amsterdam treffen we een heel andere situatie aan. In de historische Oude Kerk is de kerkgang op zondagochtend de afgelopen decennia enorm teruggelopen. De kerkdeuren worden echter niet gesloten, maar juist wijd open gezet voor avondgebeden, evensongs en vespervieringen. Hoe houdt men het daar vol, zo’n enorme organisatie voor enkele tientallen bezoekers?

In dit boekje komen twee gemeenten aan bod waar men zich sterk tot de traditionele orgelmuziek aangetrokken voelt. Ook dit blijkt een grondig beargumenteerde keuze. In Zwolle en Gouda, twee in kerkelijk opzicht vergelijkbare gemeenten, blijkt men heel verschillend met de traditie om te gaan.

In een tweeluik wordt het fenomeen ‘kerkmuziek op zaterdag’ belicht. De liefde voor klassieke kerkmuziek komt nogal eens voort uit een verlangen naar het ver-

Wat te doen in een gemeente met zowel veel ouderen als jongeren? Hoe betrek je schijnbaar onverenigbare groepen bij dezelfde kerk? In Aalten kwam men tot de 7


ontdekking dat er aanvullende kennis van een breder repertoire nodig was. Men ging op zoek naar mensen met kwaliteiten op het gebied van organisatie, talentontwikkeling en de muzikale belevingswereld van jongeren. En ten slotte: hoe ‘kerk’ je in een Vinexwijk met een bevolking die vooral bestaat uit ‘import’, afgekomen op de aantrekkelijke nieuwe woonwijken? Import betekent ook invoer van verscheidenheid aan spiritualiteit, opvattingen en liturgische tradities. Een probleem? Welnee, een uitdaging: georganiseerde aanpak van pluriformiteit loont. Dit overzicht aan kerkelijke praktijken levert hopelijk stof tot nadenken en aanknopingspunten bij het maken van keuzes in úw gemeente. In het laatste hoofdstuk worden naar aanleiding van de verhalen enkele ontwikkelingen en vragen geschetst die het gevonden materiaal vertalen en veralgemeniseren.

8


Dit huis zingt! | Werkboekje voor de Eredienst 35