Page 1

11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Pagina 1

DE NATUURLIJKE GESCHIEDENIS VAN DE RELIGIE


11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Pagina 2

V- Klassieke teksten uit de geschiedenis van de filosofie onder redactie van prof.dr. J.M.M. de Valk en prof.dr. J. De Visscher


11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Pagina 3

DAVID HUME

DE NATUURLIJKE GESCHIEDENIS VAN DE RELIGIE gevolgd door OVER BIJGELOOF EN ENTHOUSIASME

Vertaald, geannoteerd en ingeleid door Willem Lemmens en Walter Van Herck

K


11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Š 2011, Uitgeverij Klement, Zoetermeer Alle rechten voorbehouden Omslagontwerp Rob Lucas ISBN 978 90 8687 080 6

4

Pagina 4


11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Pagina 5

Inhoud

Voorwoord

7

Hume over de oorsprong van de religie Willem Lemmens en Walter Van Herck

9

Bibliografie Toelichting bij de vertaling

46 51

DE NATUURLIJKE GESCHIEDENIS VAN DE RELIGIE David Hume

53

Inleiding 55 1. Dat polytheïsme de oorspronkelijke religie van de mens was 56 2. De oorsprong van het polytheïsme 61 3. Meer over hetzelfde onderwerp 64 4. Godheden niet opgevat als scheppers of makers van de wereld 70 5. Verschillende vormen van polytheïsme: allegorie, heldendom 77 6. Oorsprong van het theïsme uit het polytheïsme 82 7. Bevestiging van deze leerstelling 88 8. Flux en reflux van polytheïsme en theïsme 90 9. Vergelijking van deze religies wat vervolging en verdraagzaamheid betreft 92 10. Wat moed en vernedering betreft 97 11. Wat rede en absurditeit betreft 99 12. Wat twijfel en overtuiging betreft 102 13. Oneerbiedige voorstellingen van de goddelijke natuur in beide soorten van volksreligies 117 5


11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Pagina 6

14. De slechte invloed van volksreligies op de moraliteit 15. Algemeen besluit

128 129

OVER BIJGELOOF EN ENTHOUSIASME David Hume

133

Noten bij de vertaling

141

6


11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Pagina 7

Voorwoord

David Hume (1711-1776) wordt vandaag erkend als de grootste Engelstalige filosoof van de Moderne Tijd en een boegbeeld van de Westerse filosofie. Reeds op jeugdige leeftijd schreef hij A Treatise of Human Nature, een werk dat geldt als een mijlpaal in de geschiedenis van het moderne denken. Geen werk uit de 18de eeuw vormt zo’n getrouwe voorafspiegeling van wat in de 20ste eeuw bekend staat als het naturalisme in de filosofie en menswetenschappen, dit is de intentie om alle sferen van het menselijk bestaan te verklaren en begrijpen zonder een beroep op een metafysische of bovenzinnelijke realiteit. De Treatise brengt echter ook een scepticisme naar voren dat de blijvende ondertoon zou vormen van al Humes latere publicaties. De menselijke natuur begrijpen, maar steeds in het volle besef van de limieten van het verstand en de beperktheid van de rede: dit is het motto van Humes eigenzinnige filosofie. Naturalisme en scepticisme zijn in die filosofie in een voortdurende wisselwerking verbonden. Het is ook het perspectief van waaruit Hume zijn leven lang aandacht heeft besteed aan het fenomeen van de religie. Voor Hume is religie niet zozeer een mislukt soort wetenschappelijke theorie, zoals vandaag geleerden als Richard Dawkins of Stephen Hawking beweren, maar veeleer een poÍtische constructie van de verbeelding, ontstaan uit angst en vrees voor het onbekende. Religie wordt wezenlijk bepaald door allerlei praktijken en rituelen en is verbonden met tradities en instituties die een morele en politieke functie vervullen. Met Spinoza en Hobbes is Hume een van de eerste filosofen van de Moderne Tijd die een heuse antropologie van de religie wil ontwerpen. 7


11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Pagina 8

Van deze poging vormt zijn in 1757 gepubliceerde Natural History of Religion de neerslag. De voorliggende vertaling van dit traktaat is gebaseerd op een eerdere versie die wij in 1999 verzorgden en die in de Agora-reeks van Agora/Pelckmans verscheen. Voor deze editie werd de vorige vertaling nauwgezet nagezien en aangepast waar nodig. We oordeelden het ook nuttig om een nieuwe inleiding te schrijven. Tevens werd een van Humes essays, ‘Of Superstition and Enthusiasm’, voor het eerst vertaald en in dit boek opgenomen. Dit essay geeft een goed beeld van Humes meer praktische en morele kritiek op de religie, een kritiek die ook in de Natural History een belangrijke plaats krijgt toebedeeld. In het Nederlandse taalgebied mag de filosofie van David Hume zich sinds enige tijd verheugen op een groeiende belangstelling. In 2007 verscheen de eerste integrale vertaling van A Treatise of Human Nature, ingeleid en vertaald door F.L. van Holthoon en uitgegeven als Traktaat over de menselijke natuur. Wij hopen dat de voorliggende vertaling van Humes Natuurlijke geschiedenis van de religie en het vlot leesbare ‘Over bijgeloof en enthousiasme’ op passende wijze mogen bijdragen tot de studie van deze opmerkelijke Schotse filosoof. Willem Lemmens en Walter Van Herck

8


11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Pagina 9

      


11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Pagina 10


11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Pagina 11

1. Religie in Humes filosofie

David Hume geniet vandaag vooral bekendheid als auteur van A Treatise of Human Nature (T) en de Enquiry concerning Human Understanding (EHU).1 Vaak heet het met verwijzing naar deze werken dat Hume een scepticus was die de klassieke, scholastieke metafysica bestreed en zo als wegbereider van Kant mag worden beschouwd. Kant prees Hume om zijn empirisme en roemde zijn causaliteitsanalyse. Maar hij vond tegelijk dat de Schot de rede te veel geweld aandeed en eigenlijk een filosofie verdedigde die in een sceptisch moeras eindigde. Hume zou dus voor de geschiedenis van de filosofie vooral belangrijk zijn in negatieve zin, want ook Kant vond dat Humes scepticisme moest worden overwonnen. Hume was echter niet enkel de auteur van het eerste deel van de Treatise (getiteld ‘Of the Understanding’) en de al genoemde eerste Enquiry. Zelf vond hij het traktaat de Enquiry concerning the Principles of Morals (EPM), de zogenaamde ‘tweede Enquiry’, zijn meest geslaagde werk. En de onthutsend sceptische aanval op alle vormen van metafysica in Boek 1 van de Treatise, ‘Of the Understanding’, vormt slechts een ouverture op de twee volgende Boeken: ‘Of the Passions’ en ‘Of Morals’. Reeds in zijn op jeugdige leeftijd geschreven meesterwerk ontwikkelt Hume dus een positieve filosofie, die recht wil doen aan een naturalistische verklaring van de belangrijkste sferen van het menselijk leven: de kennis, de passies, de moraal, de politiek, de kunst, de religie. In feite wou hij met zijn Treatise zo een geheel nieuwe grondslag geven aan alle wetenschappen: voor Hume vindt immers elke vorm van kennis 1.

Voor de bibliografie van Humes werken en afkortingen, cf. infra, bibliografie.

11


11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Pagina 12

uiteindelijk haar grondslag in de menselijke natuur zelf. De Treatise verscheen rond 1740, toen Hume amper negenentwintig jaar oud was. Het werk was geen bestseller en later in zijn leven heeft de auteur zijn eersteling beschouwd als een gedeeltelijke mislukking. Niet zozeer de inhoud van dit werk, wel de voortvarende, enigszins cryptische stijl ervan was volgens Hume de reden waarom het werk weinig werd gelezen. Bovendien behandelde de Treatise niet of nauwelijks enkele sferen van het menselijk leven waarover Hume naderhand uitvoeriger ging nadenken: de religie, de geschiedenis en de economie. Niet toevallig dankte Hume bij leven zijn faam precies aan publicaties op die domeinen. Tot ver in de 19de eeuw gold ‘le Bon David’ vooral als de auteur van een magistrale, vijfduizend bladzijden tellende History of England, een werk dat door Voltaire werd gelauwerd als een van de beste geschiedkundige werken “ooit geschreven in welke taal ook”.2 De Political Discourses, die in 1752 verschenen, waren op slag succesvol en staan thans bekend als een mijlpaal in het ontstaan van de politieke economie. Het is geen toeval dat zowel de History of England als de Political Discourses de enige werken zijn die tijdens Humes leven al in het Nederlands werden vertaald.3 Er is echter in het rijkgeschakeerde oeuvre van Hume één domein van het menselijk bestaan dat misschien het meest hardnekkig zijn aandacht is blijven trekken: de religie.4 Het zijn de geschriften en denkbeelden op dit do2.

3.

4.

Voltaire, bespreking van L’Histoire complete de l’Angleterre in La Gazette Littéraire (2 mei 1764) in Oeuvres Complètes, Paris, 18837, XXV, p. 169. Geciteerd in: E.C. Mossner, The Life of David Hume, Oxford: Clarendon Press, 1980 (1954) p. 318 (voor volledige referenties, cf. infra, biblografie) Historie van Engeland, Rotterdam, 1769-1774, in acht deelen; Wysgeerige en Staatkundige Verhandelingen van de Heer David Hume, Amsterdam, 1764. Volgens Gaskin heeft Hume zelfs het grootste deel van zijn werk aan het thema religie gewijd. Cf.: J.C.A. Gaskin, Hume’s Philosophy of Religion, London: MacMillan Press, 1988, p. 1.

12


11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Pagina 13

mein die hem in het 18de-eeuwse Engeland en Schotland de omstreden reputatie meegaven van ‘atheïst’ en vijand van de religie. Tot op vandaag geniet Hume overigens die reputatie. Oorspronkelijk schreef Hume in het manuscript van de Treatise al enkele reflecties uit over de grote theologico-filosofische thema’s die in de 18de eeuw de geleerde wereld bezighielden: de vraag naar het bestaan van God, de onsterfelijkheid van de menselijke ziel, de band tussen geloof en deugd. Om echter controverse te vermijden heeft Hume uiteindelijk deze reflecties niet gepubliceerd. In 1748 verscheen echter de eerste Enquiry, een grondige herwerking van Boek 1 van de Treatise, waarin Hume zich expliciet met de religie uiteenzet. Hier vinden we de sectie terug over mirakelen, waarin schijnbaar achteloos de kwestie wordt aangekaart of de christelijke openbaring ook niet als een soort mirakel mag worden gezien.5 Onomwonden laat Hume verstaan dat geloof en rede tot verschillende sferen behoren: ook het christelijk geloof, zo suggereert de sceptische filosoof, valt niet rationeel te funderen en berust uiteindelijk zelf op een soort sprong van (of mirakel in) de menselijke geest. Hume komt hier in de buurt van het fideïsme van Blaise Pascal, hoewel de ondertoon van zijn opmerking over het christelijk geloof, “onze meest heilige religie”, vooral ironisch bedoeld leek.6 In een volgende sectie van de eerste Enquiry richt Hume zijn kritische pijlen op het leerstuk van de goddelijke voorzienigheid: onomwonden stelt hij de band tussen godsgeloof en moraal ter discussie.7 Deugdzaam leven is mogelijk zonder geloof in een eeuwige beloning of straf, zo heet het met verwijzing naar het epicurisme. De slot5. 6. 7.

EHU, 10, ‘Of Miracles’. EHU, 10.40: “Our most holy religion is founded on Faith, not on reason; (…)” (Hume cursiveert) EHU, 11, ‘Of a Particular Providence and a Future State’.

13


11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Pagina 14

sectie van dit werk gaat dieper in op de verhouding tussen filosofie en religie en vormt een pleidooi voor Humes academisch of gematigd scepticisme.8 Volgens Hume beseft een gematigd scepticus dat hij over het bestaan van het bovennatuurlijke geen rationeel gefundeerde uitspraken kan doen. Elke vorm van geloof in een ‘hoogste godheid’ of welke bovenzinnelijke orde dan ook valt daardoor buiten het bereik van de menselijke rede. Misschien is een soort waarachtige religie denkbaar, maar die verschilt dan in feite in niets van de ware, sceptische filosofie. Hume behandelt in de eerste Enquiry themata die in andere geschriften over de religie verder worden uitgewerkt of toegelicht vanuit een enigszins verschillend perspectief. Zo keert de kritiek van het openbaringsgeloof terug in de postuum gepubliceerde Dialogues concerning Natural Religion (1776). Met het begrip ‘natuurlijke religie’ wordt hier verwezen naar het toen populaire vraagstuk of men louter op basis van de natuurlijke rede, onafhankelijk van de openbaring, het bestaan van God kan affirmeren. Hume ondergraaft in een schitterende literaire vorm de argumenten die door zowel orthodoxe christenen als meer liberale deïsten zijn ontwikkeld om een dergelijk bewijs te leveren. Ook hier heet het dat (het geloof in) het bestaan van een hoogste godheid op geen enkele wijze vanuit de rede kan worden gefundeerd, of het nu gaat om de voorzienige, van morele attributen voorziene God van het christendom of om de goddelijke werkman van het deïsme. In de Enquiry concerning the Principles of Morals (1758) ontwikkelt Hume een theorie van de moraal los van elke religieuze premisse. In feite biedt dit werk een meer toegankelijke versie van de morele theorie eerder uitgewerkt in Boek 3 van de Treatise, ‘Of Morals’. De morele gezindheid van de mens, zo luidt het in beide werken, is een natuurlijk gegeven dat niet ontspruit aan de ‘vreze Gods’ 8.

EHU, 12, ‘Of the Academical or Sceptical Philosophy’.

14


11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Pagina 15

of het geloof in een persoonlijke voorzienigheid. Veeleer heeft de moraal haar oorsprong in de passies en gevoelens en in de maatschappelijke conventies die de mensheid in de loop der tijden heeft uitgevonden. In de conclusie van de tweede Enquiry hekelt Hume boudweg de zogenaamde ‘monnikendeugden’ van celibaat, vasten, eenzaamheid en nederigheid: dit zijn in feite ondeugden die de sociale omgang verzuren en duidelijk niet in overeenstemming zijn met een natuurlijke, wereldse deugdethiek.9 Voor Hume is de religie zoals ze zich in de geschiedenis laat kennen, onder welke vorm ook, niet zelden een bron van politiek fanatisme en onverdraagzaamheid. De verbinding van moraal en religie is bijgevolg niet vanzelfsprekend, een typisch verlichtingsstandpunt dat weliswaar niet nieuw was, maar toch uitdagend klonk in de 18de-eeuwse christelijke cultuur en samenleving. Ook in zijn History of England en enkele andere publicaties, waaronder The Natural History of Religion (NHR) toont Hume zich kritisch over de morele en politieke rol van de religie. Daarnaast publiceert Hume vanaf 1742 diverse edities van zijn Essays, Moral, Political, Literary (EMPL), waarin hij meer dan één beschouwing aan de religie wijdt. ‘Of National Characters’ bevat een opmerkelijke voetnoot over de schijnheiligheid van de clerus. Het beknopte, maar treffende ‘Of Superstition and Enthusiasm’ peilt dan weer naar de passies die aan de oorsprong liggen van twee vormen van ontsporing van de religie en naar de gevolgen hiervan voor politiek en samenleving. Ten slotte zijn er de essays ‘Of Suicide’ en ‘Of the Immortality of the Soul’, die enkel verschenen in de editie van 1742 van de essays.10 In beide geschriften verdedigt Hume dat zelfdoding in welbepaalde om9. EPM, 9.3. Zie ook hiervoor infra, p. 30. 10. Een vertaling van deze essays in het Nederlands vindt men in: De uitgelezen Hume, ingeleid en toegelicht door Patricia De Martelaere, Tielt/Amsterdam: Boom/Lannoo, 2004, pp. 286-322.

15


11014_Nat geschiedenis 5.0

10-03-2011

17:22

Pagina 16

standigheden gerechtvaardigd is. Hij lijkt be誰nvloed door het sto誰cisme en gaat duidelijk in tegen de christelijke opvatting op dit vlak. Ook de twijfel betreffende een persoonlijk voortbestaan van de ziel na de dood valt niet te rijmen met het christelijke geloof. Maar Hume leverde niet alleen een sceptische en morele kritiek op de religie. Het was ook zijn intentie de religie te verklaren als natuurlijk fenomeen. Deze verklaring is het meest systematisch uitgewerkt in The Natural History of Religion.

16

De natuurlijke geschiedenis van de religie  

Een inkijk exemplaar

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you