Issuu on Google+

WERKBOEKJES VOOR DE EREDIENST, NR 36

De Maaltijd vieren De beleving van het avondmaal in tien persoonlijke schetsen Wim van Beek Nelleke Beimers Peter Hoogstrate Susanne de Jong-Tennekes Dirk van Keulen Eward Postma Els Rose

Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer


Deze publicatie wordt in de reeks Werkboekjes voor de Eredienst uitgegeven door Uitgeverij Boekencentrum op verzoek van de Protestantse Kerk in Nederland. De redactie van de reeks bestaat uit: ds. W. van Beek, ds. N. Beimers, drs. P.M.J. Hoogstrate, drs. S.A. de Jong-Tennekes, dr. D. van Keulen, dr. E. Postma en dr. E. Rose Vormgeving: Studio Oblong, Jet Frenken Illustratie omslag

ISBN 978 90 239 2551 4 NUR 700 Š 2010 Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer Alle rechten voorbehouden. Niets in deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbenden en van de uitgever.

Besteladres: Uitgeverij Boekencentrum Postbus 29 2700 AA Zoetermeer Tel. 079 - 362 82 82 verkoop@boekencentrum.nl www.uitgeverijboekencentrum.nl


Inhoud Inleiding

5

Dankbaar en ontroerd – psalm 103

7

Onweerstaanbare uitnodiging – Liedboek voor de kerken 33

10

Iedereen mag leven en vrolijk zijn – Zingend Geloven VII.160

13

Rijpen aan de vreugde – Liedboek voor de kerken 27

17

God haalt ons thuis – Liedboek voor de kerken 27

19

Een volle beker – Liedboek voor de kerken 157

21

Gij die weet – Dienstboek I

25

Wij zegenen U Vader – Didachè

29

Met al uw kinderen wereldwijd – Evangelische Liedbundel 362

34

Brood voor wie hongerig zijn - Liedboek voor de kerken 51

36


1. Inleiding In 2009 bestond de serie Werkboekjes voor de Eredienst 20 jaar. De redactie heeft deze gelegenheid aangegrepen om van Werkboekje 36 een feesteditie te maken, met als onderwerp, hoe kan het anders, de Maaltijd van de Heer. Dit boekje is in die zin een bijzonder boekje, omdat het niet door een externe auteur geschreven is of door een van de redactieleden als auteur, maar door de voltallige redactie. Het is een co-productie over een onderwerp dat ons als redactieleden na aan het hart ligt. Aanleiding tot het schrijven van dit boekje vonden wij allereerst in het gegeven dat we iets te vieren hadden. Tegelijkertijd lag er op onze redactietafel de constatering dat de viering van de Maaltijd in de Protestantse Kerk in Nederland niet in brede zin een zondagelijks gegeven is. De Maaltijd lijkt in protestantse kring nog altijd omgeven met schroom, terughoudendheid, een zekere reserve en verlegenheid ook. Even hebben wij overwogen om de diepere lagen van deze houding als

invalshoek van een werkboekje over de Maaltijd te kiezen, maar dat plan hebben we laten varen. In plaats daarvan hebben we gekozen voor een zekere onbevangenheid ten opzichte van dit onderwerp door onze eigen ervaring en beleving te laten spreken. Dit werkboekje is ook bijzonder omdat het deze keer niet uitloopt op een praktische handreiking. Er staat in dit werkboekje geen orde van dienst, geen pakket van teksten voor een concrete dienst of situatie. Het boekje is geschreven als ervaringsdocument. Het gaat dan ook nadrukkelijk niet om het hoe en waarom van de viering van de Maaltijd, maar om beleving. Daarmee is het een principieel subjectief boekje, bedoeld als inspiratie bij gesprek in gemeente en kerkenraad over het vieren van de Maaltijd van de Heer. Het is, zo bleek al snel in onze voorbereidende gesprekken, niet eenvoudig om een werkboekje te schrijven over de viering van de Maaltijd. Zelfs als het uitgangs5


punt de subjectieve ervaring van de auteurs is, is het niet vanzelfsprekend dat schrijven over ‘hoe het moet’, ‘hoe het altijd geweest is’ en ‘wat zeker niet de bedoeling is’ achterwege blijft. In onze persoonlijke beleving is kennelijk veel leerstelligheid verwerkt. In diverse intensieve gespreksrondes hebben wij getracht deze aspecten uit onze bijdragen weg te halen, en over de brug te komen met een waarachtig verslag van onze eigen ervaring. Als middel daarvoor hebben we gekozen voor het lied. Ieder van ons heeft een lied (soms meer dan één) gekozen dat het beste aansluit bij zijn of haar persoonlijke beleving. Een dergelijke vorm hadden sommigen van ons in hun eigen gemeente beproefd. Wij hopen dat het voor de gebruikers van dit boekje net zo’n vruchtbare en verrassende werkvorm zal zijn als het voor ons als auteurs is geweest. Een tweede belangrijk uitgangspunt voor dit boekje is dat het woord ‘ik’ in de verschillende bijdragen veelvuldig mag vallen, maar dat de afzonderlijke hoofdstukken toch zonder auteursnaam in het boekje zijn opgenomen. Deze manier van werken heeft tot doel om een subjectieve ervaring aan een groter publiek mee te geven, zonder dat de persoon van de auteur tussen de lezer en de ervaring in komt te staan. Zo hopen we diverse hoogst 6

persoonlijke belevingen van de viering van de Maaltijd te beschrijven en een breed publiek uit te nodigen om in gesprek te raken over dit thema. Het boekje is, zoals gebruikelijk in de serie, bedoeld voor alle soorten gemeenten binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Hoewel wij niet pretenderen dat de redactie alle pluimen van deze veelkleurige vogel bundelt, hebben wij toch ons best gedaan om de diversiteit van ervaringen in onze bijdragen te laten weerklinken. Voor zover wij daar niet in geslaagd zijn, houdt de redactie zich aanbevolen voor suggesties van lezers. Niets staat ons in de weg om ook in de komende 20 jaar de Maaltijd van de Heer, het kloppend hart van de kerk, hoog op onze redactionele agenda te plaatsen. Wim van Beek, Nelleke Beimers, Peter Hoogstrate, Susanne de Jong-Tennekes, Dirk van Keulen, Eward Postma, Els Rose


Dankbaar en ontroerd ‘Loof de Heer mijn ziel, en al wat in mij is zijn heilige Naam. Loof, de Heer, mijn ziel, en vergeet niet één van zijn weldaden.’ Psalm 103 is het, berijmd of onberijmd. Dat maakt mij niet zoveel uit. Als het maar gezongen wordt aan Tafel! Veel mensen beleven hun geloof het best in een lied, een gezongen gebed. Zingen is dubbel bidden, zei Augustinus al, en hij heeft nog steeds gelijk. Zingen gaat heel diep naar binnen, inderdaad in de ziel, in onze kern. Het is dan ook heel goed te begrijpen waarom onze voorouders bij het klassieke avondmaalsformulier deze psalm als danklied kozen ter afsluiting van de dienst. Avondmaal vieren is allereerst danken, loven, een weldaad van God, vanwege Jezus en zijn Geestkracht – ik moet dat maar nooit vergeten. ‘Vergeet niet één van zijn weldaden.’

Dankbaar en ontroerd, dat zijn de overheersende gevoelens. Ik weet van collega-predikanten, en van onze diakenen, dat ze vaak toch wat zenuwachtig zijn, of het allemaal wel goed verloopt. Avondmaalsgangers zijn soms erg bezig met de technische kant, het bedienen en regelen. Daarom spreekt dat zinnetje uit psalm 103 me zo aan: ‘Vergeet niet één van zijn weldaden.’ Dat slaat op alles wat wij in het kerkelijk jaar niet vergeten mogen van het werk van de totale Christus. Het is niet alleen zijn dood en lijden, en onze schuld en verzoening, het is álles: liefde, mensen, genezing, Rijk van God, recht en vrede, liefde en twijfel. Laten we proberen elke keer een ander aspect van Jezus, en dus ons eigen leven en onze wereld, te gedenken. ‘Vergeet niet één van zijn weldaden.’ Het is ook wel verschillend per gebouw, per situatie in ons eigen leven. In de vakanties in het buitenland ga ik samen met mijn vrouw aan het avondmaal in kleine 7


Franse temples of parochiekerken. Dan ben je geen dominee, maar gewoon een mens, die zijn hand ophoudt en ontvangt, en dat dan sámen. Ontroerend! Er is in de beleving van de Maaltijd, of avondmaal, in het leven van veel mensen veel veranderd, verschoven is beter gezegd. In één zin: dat de Maaltijd eerst en vooral dankbaarheid is, en dat dan aan God, onze vaderlijke schepper, aan Jezus, vriend en redder, en aan de Geestkracht die van beiden uitgaat. Het is zo’n verschil of je aan het avondmaal gaat, omdat Jezus is gestorven voor jouw zonden, en of jij dát wel waardig bent... of dat je er hard hollend naar toe gaat om God te danken, te zingen en iets moois te ontvangen, het leven zelf voor onderweg. We gedenken de totale Christus én het totale leven. Want ook verdriet, zorgen, dood van geliefden, schuldbewustzijn blijven natuurlijk, maar ze zijn nu veel persoonlijker, authentieker. Het móet allemaal niet zo zwaar. Gevoelens krijgen opeens de ruimte, want ik ben welkom bij mijn Heer, zoals ik ben. En al die andere mensen ook, hoe bestaat het? ‘Loof de Heer, jullie ál zijn dienaren’, daar loopt psalm 103 op uit. Pubers en grootouders, rijk en arm, verstandelijk gehandicapten, allemaal welkom!

8

Psalm 103 Prijs de Heer, mijn ziel, prijs, mijn hart, zijn heilige naam. Prijs de Heer, mijn ziel, vergeet niet één van zijn weldaden. Hij vergeeft u alle schuld, hij geneest al uw kwalen, hij redt uw leven van het graf, hij kroont u met trouw en liefde, hij overlaadt u met schoonheid en geluk, uw jeugd vernieuwt zich als een adelaar. De Heer doet wat rechtvaardig is, hij verschaft recht aan de verdrukten. (…) Liefdevol en genadig is de Heer, hij blijft eindeloos geduldig en groot is zijn trouw. Niet blijft hij twisten, niet eeuwig duurt zijn toorn. Niet naar onze zonden straft hij ons, niet naar onze schuld vergeldt hij ons. Zoals de hoge hemel de aarde omspant, zo welft zich zijn trouw over wie hem vrezen.


Zo ver als het oosten is van het westen, zo ver heeft hij onze zonden van ons verwijderd. Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen, zo liefdevol is de Heer voor wie hem vrezen. Want hij weet waarvan wij gemaakt zijn, hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd. (‌) Prijs de Heer, u die zijn boden bent, sterke helden die doen wat hij zegt, gehoorzaam aan het woord dat hij spreekt. Prijs de Heer, hemelse machten, dienaren die doen wat hem behaagt. Prijs de Heer, al zijn schepselen, prijs hem, overal in zijn rijk. Prijs de Heer mijn ziel. naar NBV, verkort

9


De maaltijd vieren