Page 1

Geloven met het hart 1 Handleiding


Geloven met het hart 1 is onderdeel van de ‘Opfriscursus Geloven’. Deze cursus is in de eerste plaats bedoeld voor gemeenteleden, met als doel de kennis van de inhoud van het christelijk geloof op te frissen en het geloofsleven te verdiepen. De ‘Opfriscursus Geloven’ staat onder redactie van: Coaches en handleiding Dr. W. Verboom Ds. H. Veldhuizen Powerpointpresentaties Drs. E. van den Ham Cursusboek Drs. L.P. Dekker Drs. E.K. Foppen Drs. T. Jacobs


W. Verboom, H. Veldhuizen, E. van den Ham

Geloven met het hart 1 Handleiding Zeven kernpunten uit het christelijk geloof

Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer


www.uitgeverijboekencentrum.nl www.izb.nl Deze uitgave verschijnt in samenwerking met de IZB (Amersfoort).

Ontwerp omslag en binnenwerk: Mulder van Meurs, Amsterdam isbn 978 90 239 2099 1 nur 707 Š 2011 Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoud Woord vooraf 7 Inleiding 9 1. Wat is geloven? 16 2. Ik geloof in God 26 3. Wie ben ik? 36 4. Wie is Jezus? 48 5. Wie is de Heilige Geest? 61 6. Verzoening en koninkrijk 73 7. Heilig leven 83


6


Woord vooraf In dit boek ontvangt u de Handleiding bij de Opfriscursus Geloven met het hart. Deze cursus is – zoals de titel aangeeft – bedoeld voor gemeenteleden die hun kennis van de Bijbel en de inhoud van het geloof, met name wat betreft het gereformeerd belijden, willen opfrissen en de beleving van het geloof zoeken te verdiepen. Het is dus geen cursus voor mensen die (nog) helemaal niet bekend zijn met de hoofdlijnen van het christelijk geloof. Een bepaalde basiskennis van de Bijbel, het geloof en de kerk wordt verondersteld. Als cursusleider hoeft u geen theoloog te zijn. Het gaat veel meer om uw persoonlijke betrokkenheid bij kerk en geloof en de bereidheid om samen met anderen leerling van de Schrift te zijn. Luisteren naar de Schrift en luisteren naar elkaar is dan ook in deze cursus van groot belang. Het gesprek over het eigen geloof mag een grote plaats innemen. Om u te helpen uw taak als cursusleider te kunnen uitvoeren is een goede voorbereiding van de bijeenkomsten belangrijk. Daarvoor is deze Handleiding bedoeld. U vindt hierin allerlei informatie die u van pas kan komen. Zo staan in de Inleiding praktische adviezen voor de opzet van de bijeenkomsten en het leiden van een groepsgesprek. Daarna ontvangt u bij elk van de zeven hoofdstukken aanwijzingen hoe u de inhoud ervan aan de orde kunt stellen. Zoals u in de Inleiding leest, wordt voor elk onderdeel informatie verstrekt vanuit ‘bronnen’, waaruit geciteerd wordt. We beschouwen de Handleiding dan ook als een soort bronnenboek. Ook krijgt u het nodige voor de Bijbelstudie aangereikt. Aan het slot van elk hoofdstuk vindt u suggesties om verder te lezen. Deze zijn natuurlijk niet bedoeld als een verplichting, maar als een mogelijkheid. Hiernaast kunt u werken met behulp van een powerpointpresentatie, waarover u in de inleiding meer leest. De mogelijkheid bestaat dat niet alleen de cursusleider, maar ook anderen de Handleiding willen gebruiken als een apart bronnenboek. Daar is natuurlijk niets op tegen. Elke lezer kan er op zijn of haar eigen manier mee omgaan. In de cursus wordt doorgaans de Herziene Statenvertaling gebruikt. Van harte hopen we dat u de cursus met plezier zult geven en dat uw inzet wordt beloond. We mogen weten dat de Heilige Geest door middel van de cursus mensen wil leiden bij hun geloof in Jezus Christus en hen wil doen groeien in dat geloof. Kennis, persoonlijke, existentiële kennis is van groot belang. Mag de plaats waar de cursus wordt gegeven een werkplaats van de Heilige Geest zijn. Tot opbouw van geloof en gemeente en tot uitbreiding van Gods koninkrijk. Namens de medewerkers aan de totstandkoming van de cursus, Dr. W. Verboom.

7


8


Inleiding Algemeen Dit eerste deel van de handleiding correspondeert met het eerste deel van het cursusboek. De 7 hoofdstukken heten: 1. Wat is geloven? 2. Ik geloof in God 3. Wie ben ik? 4. Wie is Jezus? 5. Wie is de Heilige Geest? 6. Verzoening en koninkrijk 7. Heilig leven De cursus richt zich op alle leeftijden. Niet alleen vijfentwintig- tot veertigjarigen, maar ook ouderen kunnen belangstelling hebben. Ze kunnen via het kerkblad, de website en/of een folder worden uitgenodigd. Gedacht wordt aan een bijeenkomst van ongeveer twee uur per hoofdstuk. Dat kan wekelijks of eens in de twee weken zijn, op een vaste avond (of morgen, middag) in de week. Wanneer cursusleider en cursisten aan een bepaald hoofdstuk meer dan een bijeenkomst willen besteden, dan is dat natuurlijk ook mogelijk. Ter versteviging van het onderlinge contact kan men een keer (bijvoorbeeld halverwege de cursus) of meerdere keren een uur van tevoren beginnen met een gezamenlijke maaltijd. Wanneer dat gebeurt, dient geregeld te worden wie dat verzorgt, wat de kosten zijn en dergelijke. De cursusleider houdt een presentielijst bij. Bij afwezigheid van iemand wordt nagegaan waarom dat is en eventueel, bijvoorbeeld bij ziekte, wordt belangstelling getoond. Dit pastorale element is trouwens in het geheel van de cursus een belangrijk punt. Temeer omdat de cursus op persoonlijk leren gericht is. Opzet van de cursusavond Tevoren zorgen enkele medewerkers voor de inrichting van de ruimte waar men bijeenkomt. Het beste is dat voor alle zeven bijeenkomsten dezelfde medewerkers hiervoor zorgen. Na enkele keren zijn er altijd wel deelnemers bereid om handen spandiensten te verrichten. Dat geldt bijvoorbeeld voor het opruimen van de zaal na afloop. Ook moeten liedboeken worden klaargelegd, evenals papier en pennen. De inrichting van de zaal moet gezellig zijn, bijvoorbeeld door een opstelling in U-vorm of kring. Zorg ervoor dat hier en daar een bloemetje op tafel staat. Belangrijk is een goede planning en bewaking van de tijd. Een bijeenkomst van twee uur is zo voorbij. Bijvoorbeeld: 19.45 uur inloop, meteen koffie of thee in-

9


schenken en door ieder laten meenemen naar zijn/haar plaats, zodat de avond om 20.00 uur kan beginnen en uiterlijk 22.00 uur kan worden besloten. Laat men oppassen dat er geen tijd verloren gaat omdat men moet wachten op laatkomers. De medewerkers en cursusleider zijn in ieder geval ruim op tijd aanwezig, zodat de deelnemers op tijd verwelkomd worden. De eerste keer schrijft iedereen aan het begin naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres op. Die kan men nodig hebben om wijzigingen in het programma aan elkaar door te geven. Goed is ook dat ieder de eerste keer (kort) zegt waarom men komt en wat men van de cursus verwacht. Belangrijk is steeds de ontmoeting en het onderlinge gesprek. Er wordt van uitgegaan dat het te behandelen hoofdstuk door ieder tevoren thuis is gelezen. De cursusleider geeft een korte (!) samenvatting van (gedeelten uit) het hoofdstuk uit het cursusboek en licht zonodig iets toe. Hij probeert iedereen bij het gesprek te betrekken, moedigt niet-praters aan enzovoort. Eventueel kan men, afhankelijk van het aantal deelnemers, in gespreksgroepjes uiteengaan. Door de gespreksleiders kan dan een korte samenvatting gegeven worden, hoewel dat, mede afhankelijk van het besprokene, niet beslist nodig is. Aan het eind van de avond spitst de cursusleider toe wat het hoofdstuk te zeggen heeft of hij laat ieder (of enkele deelnemers) zeggen wat het besprokene hun zei. Opbouw van het hoofdstuk De indeling van ieder hoofdstuk in het cursusboek ziet er globaal gesproken als volgt uit: 1. Intro als inleiding op het onderwerp 2. Inhoudelijke informatie over het onderwerp 3. Een korte samenvatting van de inhoud 4. Bijbelstudie 5. Verwerkingsmogelijkheden 6. Verdiepende informatie 7. Citaten 8. Leesrooster 9. Leestips Bij ieder hoofdstuk In de Handleiding treft men bij ieder hoofdstuk de volgende rubrieken aan: • De doelstelling van de bijeenkomst • De leefwereld van de cursisten in verband met het onderwerp • Didactische aanwijzingen voor het bespreken van het hoofdstuk • Informatie over het onderwerp (bijbelse gegevens en gegevens uit de geloofsleer);

10


de informatie wordt hoofdzakelijk gegeven vanuit publicaties die als bronnen functioneren • Informatie over de bijbelstudie • Enkele citaten • Leestips voor wie zich verder in het onderwerp wil verdiepen. Powerpointpresentatie Voor elk hoofdstuk is een PPP vervaardigd, die op een cd-rom aan de Handleiding is toegevoegd. De cursusleider kan daarmee het geheel van het hoofdstuk visualiseren. De ervaring leert dat het werken met een PPP een meerwaarde biedt bij informatie en verwerking. Op de cd-rom vindt de cursusleider aanwijzingen over de manier waarop de PPP bij het betreffende hoofdstuk gebruikt kan worden. Tevens zijn er mogelijkheden om zelf beeldmateriaal toe te voegen. Wie de thema’s van deze cursus wil visualiseren, begint aan een riskante onderneming. Want in deze cursus gaat het over God, over Jezus, over de Heilige Geest, over geloof en over heilig leven. De vraag is niet eens uitsluitend of dit wel in beeld kan worden gebracht – de vraag dient zich juist bij deze thema’s aan of we niet het risico lopen te doen wat het tweede gebod ons verbiedt: een beeld en gelijkenis van God te maken. En dan toch een powerpointpresentatie? Toch visualiseren? U zult ontdekken dat de presentaties globaal telkens uit enkele elementen bestaan. Er is een aantal cartoons en/of animaties die symbolisch een aantal aspecten van het thema van de avond belichten. Tekst en uitleg zijn zoveel mogelijk weggelaten. De presentaties moeten niet gelezen worden, maar bekeken. Het gaat niet om het cognitieve, maar om het associatieve. Wat roepen de beelden op? Welke aspecten komen naar voren? De één zal daar zelfs meer in zien dan de ander! Maar dat zou juist het gesprek kunnen bevorderen – en dat is de bedoeling van de presentaties. U zult ontdekken dat er in de meeste presentaties ook series foto’s te zien zijn. Uitzondering is hoofdstuk 4, waarin juist ter ondersteuning van het boek en de handleiding weergaven aan de orde komen die laten zien hoe Jezus in de kunst is afgebeeld. Maar in de overige hoofdstukken zult u series foto’s aantreffen, die eveneens het gesprek willen stimuleren. Ook de foto’s roepen associaties op. Sommige zijn beslist op meer dan één manier te interpreteren. Ze zijn bedoeld als moderne gelijkenissen. In dat wat je ziet, licht iets op van een werkelijkheid die ook met ons geloof en ons bestaan te maken heeft. De citaten die aan het eind van ieder hoofdstuk in de handleiding staan, zijn eveneens opgenomen. Bovendien treft u deze als aparte serie op de DVD aan. Voor degenen die niets in de cartoons, animaties en foto’s zien, zijn deze dus beschikbaar om te projecteren en daar verder over te spreken. Ook treft u bij elk hoofdstuk een ‘lege’ dia (sjabloon) aan, die u zelf met Power-

11


point kunt bewerken en invullen om eventueel eigen materiaal aan de presentaties toe te voegen. Vanwege technische beperkingen zult u die vervolgens als een aparte presentatie moeten starten en presenteren. Het is niet mogelijk om uw eigen materiaal rechtstreeks op te nemen in de bijgevoegde powerpointpresentaties. We hopen dat de presentaties een bijdrage kunnen leveren aan de besprekingen van de thema’s uit het cursusboek. U zult merken dat niet alle aspecten gevisualiseerd zijn. Dat is eenvoudig niet mogelijk gebleken. Soms zullen er zelfs associaties opgeroepen worden die niet in het cursusboek of in de handleiding staan – maar die toch met het thema te maken hebben. Het is aan de cursusleider om ervoor te zorgen dat in de bijeenkomst ook aspecten die niet in de presentaties aan de orde komen, toch besproken zullen worden! Ten slotte: het visualiseren van de dingen die met geloof en God te maken hebben, is inderdaad een riskante onderneming. Het geboden materiaal is nimmer bedoeld om ‘leuk’ of ‘grappig’ te zijn, maar om het gesprek te bevorderen. Het is samengesteld vanuit diepe eerbied voor God en in het besef dat het in deze cursus veel gaat over de dingen die geen oog heeft gezien, geen oor gehoord en die in geen mensenhart zijn opgekomen. Het leiden van een groepsgesprek In de bijeenkomst van de cursus speelt het groepsgesprek een belangrijke rol. Het is te zien als een werkvorm, die gebruikt wordt om samen te leren. Het gesprek is bepalend voor het groepsgebeuren. Het gaat om een samenspel van spreken en luisteren in talloze varianten. De communicatie verloopt goed als wat gezegd wordt zo overkomt als het bedoeld werd. Als dat niet gebeurt, zit er iets niet goed en is het zaak op te sporen waar dat vandaan komt. Het gaat in het gesprek niet alleen om een zaak (een onderwerp), maar ook om de persoon. Dat wil zeggen: er dient ruimte te zijn voor dieper liggende meningen, gevoelens, overtuigingen, twijfels enzovoort. Aandachtspunten 1. Wees je bewust van het onderscheid tussen het leiden van een gesprek en het zelf deelnemen aan een gesprek. Je zit als cursusleider op twee stoelen. a. Je bent deelnemer aan het gesprek. Dat wordt van je verwacht. Je bent in de ogen van de groep een ‘deskundige’. En ook: je moet zonodig kritisch bevraagd kunnen worden: ‘Wat vindt u er nou van?’ Daarnaast laat je je inbreng niet ten koste gaan van die van de anderen. Je moet niet domineren. b. Toch ben je tegelijk gespreksleider. Dat wil zeggen: je geeft richting aan het gesprek. Zonder leiding verliest het gesprek zijn structuur en stagneert het. Dat betekent dat je als gespreksleider zowel het onderwerp in het oog

12


houdt als de interactie in de groep. Het betekent ook dat je op het goede moment iets nieuws inbrengt wat het gesprek verder brengt, zodat er dynamiek in het groepsproces blijft. 2. Zorg ervoor dat de groepsleden zich kunnen uitspreken, letterlijk en figuurlijk. Denk om de mensen met spraakproblemen. Val niemand in de rede en vul niet in wat (je denkt dat) iemand bedoelt. Vaak hebben mensen tijd nodig om te zeggen wat ze eigenlijk willen zeggen. 3. Wees erop bedacht dat zo veel mogelijk recht gedaan wordt aan iemands bedoelingen. Goed luisteren is moeilijk. Je bent al heel gauw bezig met je eigen antwoord en de mogelijke reacties van anderen. Hier is de pastorale habitus tijdens de cursus van belang. Het gaat om de deelnemers, om hun leerproces. Het is van groot belang dat iedereen zich begrepen voelt. Soms is het daarom goed om feedback te geven. ‘Bedoelt u dit of dat? Heb ik u goed begrepen?’ 4. Wees je bewust van je eigen vooroordelen ten opzichte van wat iemand zegt. Pas op voor onterechte inkleuring en interpretatie vanuit die vooroordelen. Je moet dus ook goed luisteren naar jezelf: waarom voel ik positieve of negatieve gevoelens bovenkomen? 5. Spreek geen waardeoordelen uit. Pas op dat je in je vertolking van wat iemand zegt geen blokkades opwerpt. 6. Bewaak ook de wijze waarop de groepsleden elkaars woorden interpreteren. Denk aan de zwakke in de groep. 7. Er zijn altijd deelnemers die er moeilijk tussen kunnen komen. Let er op, geef je ogen de kost. Soms zegt iemand wel tien keer: ‘Ja maar…’ maar telkens nemen anderen het woord. Het gaat als in de geschiedenis van de man in Bethesda, die al achtendertig jaar ziek was en telkens te laat in het badwater kwam. Een ander was hem telkens voor (Joh. 5:1-15). Kom iemand te hulp en geef de gelegenheid om te zeggen wat zo iemand wil zeggen. 8. Houd de rode draad van het gesprek in het oog. Het kan zijn dat iemand iets inbrengt wat het gesprek op een zijspoor brengt. Dan kun je zo’n opmerking misschien beter even laten voor wat zij is (met goedvinden) om het op een geschikter moment terug te laten komen. Tenzij het heel essentieel is wat iemand zegt. Dan heeft het voorrang. Soms moet alles aan de kant.

13


9. Een goed middel om het proces te structureren is zo nu en dan een korte samenvatting geven en aangeven op welk punt het gesprek verder zou moeten gaan. Niet sturend, maar open, zodat anderen met je mee kunnen en willen. 10. In het gesprek kunnen stiltes optreden. Het is van belang te onderscheiden tussen de aard van die stiltes. a. De pijnlijke stilte. Iemand heeft iets pijnlijks gezegd of er is iets pijnlijks gebeurd. Dat moet je niet laten zitten, anders raakt de communicatie verstoord. Probeer het op te lossen, hetzij direct, hetzij na afloop persoonlijk. b. De verlegenheidsstilte. De groepsleden zitten kennelijk op een dood punt. Is het onderwerp te hoog gegrepen of te simpel of is er te weinig gesprek over het onderwerp mogelijk? Of is het niet duidelijk welke kant het uit moet? Bied een helpende hand. Bedenk wel dat de waarneming van een stilte subjectief is. Een stilte duurt voor de waarneming van de ander soms korter dan voor jezelf. Vooral in het begin van het gesprek: je stelt een vraag en je hoopt dat er iemand op ingaat. Het blijft even stil en je denkt: o wee, hoe moet het nu verder? Je gaat het zelf maar invullen. Ondertussen was men gewoon bezig om even na te denken hoe men het antwoord zou formuleren. c. De creatieve stilte. Er is iets gezegd of gelezen/gezien wat indruk maakt, of je beleeft samen iets van eenheid. Laat dat tot zijn recht komen. Het zijn waardevolle momenten. Niet te snel afbreken! 11. Vragen stellen vereist een zekere techniek. Het stellen van de juiste vraag is allereerst afhankelijk van de fase waarin de groep zich bevindt. a. Verkennende vragen. Deze zijn in het begin goed; ze zorgen voor veiligheid. b. Daarna kun je vergelijkende, of zelfs confronterende vragen stellen (over verschillende meningen, gericht op meningsvorming). Als je in de beginfase van een gesprek vragen stelt die te confronterend zijn, schrikt men terug. De slak kruipt in zijn huisje. c. Afrondende vragen. Deze zijn aan het eind op hun plaats. 12. Het is van belang wat het doel is van het gesprek: gaat het om het bijbrengen van kennis of om meningsvorming? a. In een leergesprek gericht op kennisverwerving kun je vragen stellen die helpen om bepaalde dingen te ontdekken. Bijvoorbeeld bij de bijbelstudie: Wat staat hierover in vers 3? Ook kan een gesloten vraag functioneel zijn. Er is dan maar één antwoord mogelijk. b. In een leergesprek gericht op meningsvorming is het stellen van gesloten vragen af te raden. Bijvoorbeeld: ‘Waarom is het fout om het doen van belijdenis uit te stellen tot na je twintigste?’ Dat blokkeert de ruimte en de vrijheid van

14


de groepsleden. In plaats daarvan functioneren open vragen goed: ‘Wat vinden jullie er van om het doen van belijdenis uit te stellen tot na je twintigste?’ Open vragen stimuleren de meningsvorming. Men hoeft niet bang te zijn veroordeeld te worden. 13. In een groep kunnen subgesprekken voorkomen. Dat moet kunnen als men elkaar iets te zeggen heeft wat niet voor anderen bedoeld is. Maar een subgesprek moet geen eigen leven gaan leiden. Dat leidt van het groepsgesprek af en kan de groep irriteren. Men kan degenen die een subgesprek voeren dan beter uitnodigen om in te brengen waarover men het heeft. Dat kan heel belangrijk zijn, omdat de inhoud hen raakt. Het kan ook minder belangrijk zijn. Dan is het goed het subgesprek te stoppen. 14. Er zijn bijkomende factoren die van belang zijn voor het groepsgesprek. Heb oog voor de non-verbale communicatie. Iemands lichaamshouding spreekt soms boekdelen. Jas aanhouden (hoewel: wees voorzichtig; jas kan zelfbescherming zijn), op horloge kijken, de blik, nee bedoelen en ja knikken, onrustig worden, in verlegenheid zijn. Ook de omgeving waar de groep bijeenkomt, is van belang. Deze kan motiverend en demotiverend zijn. Daarnaast: er moet oogcontact zijn. 15. Houd rekening met handicaps, bijvoorbeeld slechthorendheid. De plaats in de groep is niet onbelangrijk. 16. Er zijn altijd bepaalde rollen in een groep. a. De rol van de prater. Kan positief (helpend) zijn, maar ook negatief (dominant). b. De rol van de zwijger. Dat is een legitieme rol, passend bij iemands aard. c. De rol van de informele leider, die het eigenlijke groepsgebeuren bepaalt. Pas op voor concurrentie, want dan verlies je. d. De rol van de dwarsligger; als iemand problemen maakt, kan het zijn dat hij problemen heeft. e. De rol van de helper, een dankbare rol. Rollen in een groep vullen elkaar (vaak) aan. Als de prater er niet is, gaat de zwijger soms praten. Hij/zij kan zich echter ook bedreigd voelen: ‘Moet ik nu gaan praten? Dat kan ik niet.’ 17. Verder is het goed te weten dat er in elke groep denkers, dromers en doeners zijn.

15


Hoofdstuk 1 Wat is geloven? De doelstelling van de bijeenkomst De cursisten verdiepen zich in de betekenis van het geloof in hun eigen leven. Ze denken samen na over het bijbelse gegeven dat geloven als een existentiële relatie met God heel ons menszijn doortrekt (hoofd en hart, gevoel en wil). De kern van het christelijk geloof is weten dat Jezus je Redder is en persoonlijk op Hem vertrouwen. Tegelijk betekent geloven: leven als een schepsel van God en geleid worden door de Heilige Geest. Dat impliceert het maken van keuzes in de dagelijkse praktijk van het leven. De leefwereld van de cursisten in verband met het onderwerp Geloven heeft voor bijna iedereen zijn vanzelfsprekendheid verloren. Veel cursisten zullen als kind bij geloof en kerk zijn opgegroeid. Zij wisten niet anders of datgene wat de Bijbel zegt, is waar en betrouwbaar. Maar dat kan veranderd zijn. Geloven als het leven in een persoonlijke relatie met God kan onder druk zijn komen te staan door alles wat er gebeurt in het eigen leven, maar ook in de bredere verbanden van de samenleving en de kerk. Er kan twijfel knagen in het hart. Is het waar wat ik heb geleerd? Is het christelijk geloof het enige ware geloof? Er zijn vragen over de leiding, de almacht, de liefde en zelfs het bestaan van God. Dat kunnen redenen zijn waarom men naar de cursus komt, in het verlangen daar verder in te komen en hopelijk te groeien in het geloof. Verder is het goed te beseffen dat er cursisten zijn die (door de opvoeding) zijn blijven twijfelen of men wel een kind van God is en zich het heil van Jezus Christus mag toe-eigenen. Het is van belang hier pastoraal mee om te gaan. Tegelijk zal de groep een zekere pluriformiteit in geloofsopvattingen en geloofsbeleving kennen. Dat kan – zeker in het begin – aanleiding geven tot een zekere terughoudendheid. Het is goed de cursisten te laten voelen dat zij zich in een veilig leerklimaat bevinden. Intro 1. Beeldtaal Kies een foto/afbeelding die laat zien wat geloven voor jou betekent (foto’s aanwezig in de powerpointpresentatie). 2. Geloven is…Wat is geloven eigenlijk? Maak de volgende zin af: Geloven is…

16

Geloven met het hart Handleiding 1  

Een inkijkexemplaar

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you