Issuu on Google+

Voortdurend Verlangen


Voortdurend Verlangen Geestelijke vernieuwing in de Protestantse Kerk Onder redactie van Hans Eschbach

Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer


www.uitgeverijboekencentrum.nl

Dit boek is uitgegeven in samenwerking met het Evangelisch Werkverband (www.ewv.nl). Ontwerp omslag: Studio Anton Sinke ISBN 978 90 239 2595 8 NUR 711 Š 2011 Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

4


Inhoudsopgave

Woord vooraf Ruilof van Putten

7

1

Het Evangelisch Manifest toen en nu Hans Eschbach

9

2

Voortdurend verlangen, maar waarnaar? Tussen kerk en koninkrijk Arenda Haasnoot

15

3

Verootmoediging en gebed Jan Minderhoud

31

4

Vernieuwing begint bij jezelf Robbert Jan Perk

43

5

Ontstaan en groei van de evangelische beweging Arnold van Heusden

51

6

Evangelische theologie als bron van geestelijke vernieuwing Benno van den Toren

67

7

De ethiek van het koninkrijk Mirjam Kollenstaart-Muis

81

8

Verbonden met IsraĂŤl Henk Poot

94

9

Dopen en doopgedachtenis Ruilof van Putten

110

5


10 Gavengericht werken Henk Poot

121

11 De dienst van genezing en bevrijding Rob Kranen

134

12 In alle toonaarden. Van lofzang tot klaagzang Tjitte Wever

152

13 Van verval naar vernieuwing. Over evangelische gemeenteopbouw in de Protestantse Kerk Gert de Ruiter

176

14 Kleine groepen, grote kansen Peter Smilde

195

15 Protestantse Pioniers Plekken Menno Zandbergen

207

16 De lerende gemeente Hans Eschbach

224

17 Geestelijke vernieuwing en de rol van jongeren Hans Eschbach

237

18 Het kan! Dus: wie durft? Hans Eschbach

255

Bijlage 1: Het Evangelisch Manifest uit 1995

260

Bijlage 2: Het Evangelisch Manifest 2010

266

Personalia

277

6


Woord vooraf

Op 31 mei 1995 trad een groep hervormde en gereformeerde predikanten naar buiten met een Evangelisch Manifest, waarin ze uitdrukking gaven aan hun vurige verlangen naar een geestelijke vernieuwing in de traditionele kerken. Een jaar na de publicatie van het Evangelisch Manifest verscheen Vurig Verlangen, een boek waarin bepaalde aspecten uit het manifest nader werden uitgewerkt. Op dat moment was het Evangelisch Werkverband (EW) als vernieuwingsbeweging binnen de Protestantse Kerk al opgericht. Vijftien jaar na het verschijnen van het eerste manifest is opnieuw een Evangelisch Manifest gepubliceerd. Het evangelie is niet veranderd, net zoals God onveranderlijk is, maar de vragen uit de samenleving zijn veranderd en de uitdagingen voor de kerk zijn er ook niet minder op geworden. Kenmerkend voor het evangelisch gedachtegoed is oog hebben voor die voortdurend veranderende context. Een context waarin meer ruimte is voor spiritualiteit en religie dan vijftien jaar geleden. We leven in een cultuur waarin ervaring en beleving telt. Maar ook in een samenleving die vergaand geïndividualiseerd is, die geconfronteerd wordt met multiculturele en globale vraagstukken, met nieuwe ethische dilemma’s, een samenleving die nog nooit zo gefragmenteerd was. Het gaat niet zozeer om een nieuwe visie of een nieuwe missie, maar om voortdurend jezelf af te vragen wat het betekent om God te dienen in de context van deze tijd. Hoe kan de kerk haar roeping in de wereld vervullen? Wat betekent het om in deze tijd kerk te zijn? Met de titel Voortdurend Verlangen wordt uitdrukking gegeven aan de continuïteit in onze missie en het onverminderde verlangen naar geestelijke vernieuwing. Het verlangen dat de kerk wordt gevormd door gelovigen die hun leven volledig willen toewijden aan God duurt voort. Het verlangen dat de kerk haar roeping in de wereld waarmaakt duurt voort. Als missie is geformuleerd dat ‘het EW biddend wil zoeken naar en meewerken aan geestelijke vernieuwing binnen de Protestantse Kerk in Nederland, opdat deze, gericht op Gods heerlijkheid, in gehoorzaamheid aan haar Heer Jezus Christus en in de kracht van de Heilige Geest, haar roeping in de wereld kan vervullen.’ Wij benadrukken dat dit biddend ge7


beurt, want geestelijke vernieuwing is het werk van Gods Geest, niet van mensen. Het werk van de Heilige Geest kenmerkt zich door het doorbreken van grenzen die door mensen zijn gemaakt. Het is en blijft een ‘zoeken naar’, want ook wij hebben de antwoorden op de vragen van kerk en samenleving niet op zak. Dat besef brengt met zich mee dat er ruimte voor verscheidenheid is, dat er binnen de Protestantse Kerk ruimte behoort te zijn voor een eigen en eigentijdse geloofsbeleving. Wat ons bindt, is het belijden dat Jezus Christus de Zoon van God is, onze Verlosser. Het is en blijft dus een biddende zoektocht naar vernieuwing van de kerk van Jezus Christus, die met missionair elan het evangelie vrijmoedig verkondigt in alle lagen van de Nederlandse bevolking. Het EW wil daarbij een beweging van bemoediging zijn. Bemoediging door het voortdurend communiceren van de visie voor vernieuwing van de kerk en van het persoonlijk geloof. We willen dat doen met bewogenheid voor elk individu in kerk en samenleving. Het motto van het EW is dan ook: • Levend uit Gods liefde • Staande in de kerk • Bewogen met de wereld Inmiddels is het EW uitgegroeid tot een vitale beweging binnen de Protestantse Kerk. Wat is er veel bereikt! Wat is er veel om dankbaar voor te zijn! Dankbaarheid voor het vele werk dat door de medewerkers en vrijwilligers is verricht. Daarbij behoort ook de uitgave van dit boek. Ons gebed is dat al dit werk mag zijn tot eer van God en tot heil voor kerk en samenleving. Terschuur, januari 2011 Ruilof van Putten

8


1 Het Evangelisch Manifest toen en nu Ds. Hans Eschbach, Amersfoort

‘Wat een absurde gedachte! Nieuwe gemeenten stichten binnen de Protestantse Kerk! Heel Nederland is keurig opgedeeld in plaatselijke (wijk)gemeenten. Er is geen dorp in Nederland dat niet wordt bereikt door onze kerk!’ Dat waren de eerste gedachten die bovenkwamen toen de vraag naar het stichten van nieuwe gemeenten gesteld werd tijdens een conferentie van DAWN (Discipling a whole nation) in 1994. Maar de hervormde en gereformeerde predikanten die deze conferentie bezochten, deelden wel hun zorg met elkaar. Want ook al is heel Nederland ‘verdeeld’ in (wijk)gemeenten, dat neemt niet weg dat miljoenen mensen in Nederland nog nooit een kerk van binnen hebben gezien en dat de hervormde en gereformeerde kerken al jarenlang zo’n 60.000 leden per jaar verliezen. Ds. Erik Veenhuizen, een van de predikanten op deze conferentie, besloot een aantal collega’s samen te roepen om na te denken over de toekomst van de kerk. Dat werd het begin van een gebedsgroep van acht predikanten.1 Maandelijks kwamen ze bijeen in Houten. Biddend, zoekend: ‘Heer, wat is uw bedoeling voor onze kerk in Nederland?’ Langzaam maar zeker groeide een verlangen, een vurig verlangen naar geestelijke vernieuwing voor de Protestantse Kerk (die toen nog ‘in wording’ was). Na een jaar was er een droom geboren, samengevat in het Evangelisch Manifest.2 Op 31 mei 1995 traden de predikanten voor het eerst naar buiten met dit manifest. Het leverde een storm aan reacties op. Honderden ambtsdragers en gemeenteleden bleken zich te herkennen in de visie zoals deze in het manifest was verwoord. Het werd het begin van een vitale vernieuwingsbeweging binnen de Protestantse Kerk.

1.

2.

Een paar namen uit die begintijd: Erik Veenhuizen, Robbert Jan Perk, Steve van Deventer, Evert Van de Poll, Hans Eschbach, Tjitte Wever, Marius Koppe en Peter Bakker. Voor de volledige tekst: zie bijlage 1 achter in dit boek.

9


Waarom die naam ‘evangelisch’ voor het manifest? Het woord ‘evangelisch’ is omstreden geweest. Hoezeer het woord ook verwijst naar de blijde boodschap, toch zijn er mensen die allergisch zijn voor dit woord. Soms is dat onbegrijpelijk en lijkt het haast op ‘geestelijke weerstand’, soms is het begrijpelijk, omdat het begrip ‘evangelisch’ ook wel staat voor mensen die menen de waarheid in pacht te hebben en zich als ‘enige ware gelovigen’ opstellen. Moest wellicht gekozen worden voor het begrip ‘evangelicaal’? Dat duidt op een bredere stroom die uit de Angelsaksische wereld tot ons is gekomen. Maar dat woord is een anglicisme en dus geen goed Nederlands. Bovendien hadden de betrokken predikanten allen hun geestelijke wortels in evangelische bewegingen, zoals Youth for Christ, de Navigators en dergelijke. Daarom werd toch gekozen voor de naam Evangelisch Manifest. Misschien heeft hij ook wel iets van een geuzennaam: hij staat voor een bepaalde stroming binnen de christelijke kerk die er mag zijn! Hij vertegenwoordigt één kleur in het veelkleurige palet van de gemeente van Christus. Beslist niet de ‘enige ware’ kleur, maar wel een heel mooie! Wat de predikanten ook deed besluiten om deze naam te kiezen, was het feit dat in de wereldwijde kerk de evangelische beweging het snelst groeiende deel van het lichaam van Christus is. Waar het aantal christenen in de wereld groeit met 1,21 procent per jaar, groeit de evangelische beweging met zes procent per jaar.3 Men gaat ervan uit dat ongeveer vijfentwintig procent van de wereldwijde christelijke gemeenschap als ‘evangelisch’ aangeduid kan worden. In de tijd van het ontstaan van het Evangelisch Manifest werd het aantal evangelische christenen in Nederland geschat op 800.000, waarvan 600.000 zich bevonden binnen de historische kerken.4 Wat is het geheim van de kracht van deze groeiende beweging? Wat valt er voor ons, als predikanten in de Protestantse Kerk in Nederland, te leren? Hoe kunnen we de ‘krachtfactoren’ ontdekken en als het ware ‘vertalen’ naar de context van onze kerken? Daarbij leefde het besef dat niet alles wat vanuit de evangelische wereld op ons afkomt positief is en dienstbaar voor de opbouw van de gemeente van Christus. De predikanten wilden niet meegaan in extremiteiten. Maar ze waren zich ook bewust van het feit dat je geen enkele beweging mag beoordelen op haar extremiteiten of ontsporingen. 3. 4.

Cijfers volgens www.wikipedia.org/wiki/Christendom#Groei. C. van der Laan, ‘De groei van evangelischen in Nederland’, in Parakleet 13/45, 1993, p. 21-23.

10


Het Evangelisch Manifest was dan ook primair een zoektocht naar de positieve lessen die voor de kerk te leren zijn vanuit de evangelische beweging. Kenmerken van het eerste manifest: 1. Het manifest en de beweging zijn geboren uit zorg voor de kerk. Bill Hybels spreekt over holy discontent als drijfveer voor vernieuwing. Er is sprake van een ‘heilige onvrede’ over de bestaande situatie die aanzet tot bezinning. 2. Er wordt opgeroepen tot verootmoediging. Daarbij wordt ‘inclusief’ gedacht: samen zijn we kerk in Nederland en samen zijn we schuldig aan het feit dat steeds meer mensen Christus en zijn kerk de rug toekeren. 3. Het geloof wordt uitgesproken dat de belofte van Jezus ook geldt voor de kerk in Nederland: ‘Ik zal mijn gemeente bouwen.’ 4. In de analyse wordt aangegeven dat er een gebrek aan spiritualiteit is. Daarmee doelen de schrijvers met name op het ervaren van een persoonlijke relatie met de Here Jezus Christus en de ontmoeting met de levende God. 5. Vervolgens wordt er verantwoording afgelegd van de bronnen van de evangelische beweging en haar theologische uitgangspunten. 6. Ten slotte wordt een ‘speelveld’ aangegeven waarbinnen gestalte gegeven zou kunnen worden aan evangelische vernieuwing en gemeenteopbouw. Van manifest naar werkverband Tijdens een bijeenkomst waarin de tekst van het manifest vooraf besproken werd in een kring van zo’n veertig predikanten, daagde ds. Pieter Boomsma (oud-directeur van Youth for Christ en oud-preses van de gereformeerde synode) de initiatiefgroep uit: ‘Evangelischen hebben nooit een kerkelijk adres gehad. Je hebt “hier” de kerk en “daar” de evangelischen. Maar als jullie de kerk willen dienen met je evangelische vuur, zorg er dan voor dat er een kerkelijk adres komt voor deze groep. Zolang je geen adres hebt, krijg je ook geen post, wordt er ook niets aan je gevraagd.’ Samen met de golf aan reacties op de publicatie van het manifest werd dit de aanleiding voor de oprichting van de stichting Evangelisch Werkverband binnen de Protestantse Kerk in Nederland. In mei 1995 werd de eerste bijeenkomst gehouden in de Brugkerk te Amersfoort. In de jaren die volgden, groeide het Evangelisch Werkverband uit tot een vitale beweging binnen de kerk. Het is niet de bedoeling hier een nauw11


keurige geschiedschrijving te geven met alle stappen en ontwikkelingen in de afgelopen vijftien jaar, maar laten we één voorbeeld noemen van de manier waarop gedachtegoed vanuit de evangelische beweging werd geïncorporeerd in de Protestantse Kerk. Veel evangelische gemeenten worden erdoor gekenmerkt dat ze naast de erediensten worden opgebouwd via een netwerk van celgroepen. Het bekendste voorbeeld hiervan is de Yoido Full Gospel Church in Seoul, Korea. De plaatselijke gemeente daar heeft inmiddels 750.000 gemeenteleden. Op zondag gaan er 250.000 mensen naar een van de zeven kerkdiensten in het hoofdgebouw. De stroom bezoekers wordt door verkeersregelaars in goede banen geleid. Hoe onderhoud je het contact met elkaar in zo’n megakerk? Het antwoord is: in celgroepen. Of als je het anders wilt noemen: in huiskringen. Leden van deze Koreaanse kerk komen niet alleen wekelijks in de kerk, maar bezoeken ook wekelijks hun huiskring. Hier worden de persoonlijke relaties onderhouden, leeft men met elkaar mee, kent men elkaar. Een van de eerste activiteiten van het Evangelisch Werkverband werd het opzetten van netwerken van huiskamerkringen in plaatselijke gemeenten. We begonnen met enkele kringen in Aalsmeer en Spijkenisse, en op dit moment zijn er ruim 1500 van deze groepen binnen de kaders van plaatselijke gemeenten actief.5 Ze sluiten naadloos aan bij het verlangen van de kerk om het onderlinge geloofsgesprek te bevorderen.6 Het Evangelisch Manifest 2010 We zijn vijftien jaar verder in de tijd. In 2010 mocht het Evangelisch Werkverband zijn 15-jarig bestaan vieren. In Voorthuizen werd een vernieuwingsfestival georganiseerd dat door zo’n 1500 mensen werd bezocht. Ds. Peter Verhoef, preses van de synode van de Protestantse Kerk, nam hier het eerste exemplaar van het Evangelisch Manifest 2010 in ontvangst.7 Na die vijftien jaar was er behoefte aan een soort ‘herijking’ van geloof en visie van het Evangelisch Werkverband.

5. 6. 7.

Voor de achterliggende visie van de Gemeente Groei Groepen verwijs ik graag naar hoofdstuk 14 van dit boek, ‘Kleine groepen, grote kansen’. Zoals aangegeven in het beleidsplan Leren leven van de verwondering. Voor de volledige tekst van het Evangelisch Manifest 2010: zie bijlage 2 achter in dit boek.

12


Kenmerken van dit manifest: 1. Het Evangelisch Werkverband bevestigt zijn theologische uitgangspunten en wortels. 2. Met dankbaarheid wordt teruggekeken en worden de zegeningen geteld. 3. Toch is er ook de erkenning dat het probleem van de afkalving van de kerk niet is opgelost. 4. Naast evangelische vernieuwing ziet men tekenen van geestelijke vernieling. De kerk lijkt de grenzen van haar belijden niet te durven aangeven. Juist in een tijd van confrontatie met een in toenemende mate agressief secularisme zal de kerk de moed moeten hebben om duidelijke standpunten in te nemen, gebaseerd op de heilige Schrift. 5. Opnieuw is er een oproep tot verootmoediging en gebed: wat betekent de oproep van Jezus in Openbaring 2 voor ons, dat we de ‘eerste liefde’ niet moeten verliezen en de ‘eerste werken’ weer moeten doen? 6. Opvallend in dit manifest is de relativering van het belang van gemeenteopbouwmethoden. Hoezeer ze ook dienend en helpend kunnen zijn, erkend wordt dat de gemeente van Christus niet ‘maakbaar’ is, maar een geschenk van Gods genade. 7. Vervolgens wordt een analyse gegeven van de oorzaken van de terugloop van de kerk, gevolgd door drie spitsen voor de geestelijke vernieuwing van de kerk: • een kerk met een heldere visie • een kerk met geestelijke vorming • een kerk met de moed om te vernieuwen. De inzet van het Evangelisch Werkverband Het is fantastisch om te zien wat er is gebeurd in de afgelopen vijftien jaar. Binnen de Protestantse Kerk is een vitale vernieuwingsbeweging gegroeid waar duizenden gemeenteleden en ambtsdragers zich mee verbonden weten. Zo’n 15.000 mensen bezoeken de Gemeente Groei Groepen, duizenden mensen volgden kortdurende cursussen van het Karpos Leerhuis, een nieuwe loot is de Bouwstenen Bijbel School, die in 2010 op veertien plaatsen van start is gegaan. Veel meer ‘wapenfeiten’ zouden genoemd kunnen worden. Het opvallendst is wellicht de visieontwikkeling binnen de kerk zelf. Wat in 1995 nog een absurde gedachte leek (het stichten van nieuwe gemeenten binnen de kaders van de Protestantse Kerk) is vandaag beleid. Er wordt hard gewerkt en goed samengewerkt rond de start van Protestantse Pioniers Plekken overal in het land. 13


Voortgaand verlangen Na het uitkomen van het eerste manifest werd gevraagd naar een verdiepende onderbouwing van visie en missie van het Evangelisch Werkverband. Dat verscheen in boekvorm in 1996 als Vurig Verlangen.8 Na het uitkomen van het Evangelisch Manifest 2010 bestond de behoefte om het ‘voortgaande verlangen’ van deze evangelische vernieuwingsbeweging binnen de kerk nader uit te werken en te verantwoorden. Het resultaat daarvan hebt u in handen.

8.

H. Eschbach (red.), Vurig Verlangen. Evangelische vernieuwing in de traditionele kerken. Zoetermeer 1996.

14


2 Voortdurend verlangen, maar waarnaar? 2 Tussen kerk en koninkrijk Ds. Arenda Haasnoot, Geldermalsen

In mijn tienertijd had ik sterk het verlangen om in de traditionele kerk, de kerk van mijn ouders, ‘iets van God’ te ervaren. Ik wilde horen, zien en proeven dat God vandaag de dag nog zou spreken tot de kerk en in mijn persoonlijke leven. Iedere zondag hoopte ik dat dit verlangen vervuld zou worden, maar het tegendeel gebeurde. De diensten voelden leeg en de preken brachten me aan het twijfelen. De ene dominee wist niets zeker, de andere dominee gebruikte zo’n omhaal van woorden dat ik de draad kwijtraakte. Ik dacht bij mezelf: als de dominee niets zeker weet of misschien zelf niet eens begrijpt wat hij preekt, waarom zou ik dan nog komen? Toch liet het verlangen naar God me niet los. Iets in mij was ervan overtuigd dat het christelijk geloof op waarheid berustte, maar ik bleef zoeken naar de ervaring van God. Mijn zoektocht bracht me naar een evangelische gemeente, waar ik mij met hart en ziel aan de Here Jezus Christus toewijdde. In deze gemeente begreep ik wel waar de voorganger het over had. Sterker nog, de woorden van de Bijbel kwamen werkelijk tot leven en bleken toepasbaar te zijn in mijn dagelijks leven. Ik putte hoop en kracht uit de samenkomsten. Het verlangen om God te ontmoeten en te leren kennen, werd steeds meer vervuld. Toch bleek ook deze gemeente niet perfect te zijn. Ik stuitte naast de voordelen ook op de nadelen en risico’s van het solistisch leiderschap van de voorganger in deze evangelische gemeente. Zijn woorden stonden gelijk aan de woorden van God zelf en een weerwoord bleek niet acceptabel. Uiteindelijk verliet ik na enkele jaren deze gemeente. Verlangen naar vernieuwing Ik keerde terug naar de, toen nog, Gereformeerde Kerk. Ik merkte dat de plaats van de voorganger hier anders was, maar dat was niet de eerste reden om terug te keren. Naast het verlangen om naar Gods stem te luisteren, ontdekte ik in die tijd een ander verlangen: het verlangen om niet buiten de traditionele kerk om op zoek te hoeven gaan naar een gemeenschap waar ik God kon ontmoeten, het verlangen om God concreet te ervaren door het aanroepen en de aanwezigheid van zijn Geest. Het liefst zou ik God ontmoeten op de plaatsen waar mijn (voor)ouders Hem aanbeden heb15


Voortdurend Verlangen