Issuu on Google+

Mijn juk is zacht, mijn last is licht


Teun Verduijn

Mijn juk is zacht, mijn last is licht Navolging bij Luther en receptie daarvan bij Bonhoeffer

Boekencentrum Academic, Zoetermeer


Deze uitgave is tot stand gekomen met steun van: Ridderlijke Duitsche Orde Balije van Utrecht Stichting Zonneweelde te Zuidland Stichting Aanpakken te Amsterdam Fonds Lidmatenhuis Evangelisch-Lutherse Gemeente

www.uitgeverijboekencentrum.nl Boekencentrum Academic is een onderdeel van Uitgeverij Boekencentrum Ontwerp omslag: Oblong, Jet Frenken ISBN 978 90 239 2424 1 NUR 703 Š 2012 Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


‘Ik ben de alfa en de omega’, zegt God, de Heer, ‘Ik ben het die is, die was en die komt, de Almachtige.’ Openbaringen 1: 8

‘Hij heeft u bekend gemaakt, o mens wat goed is en wat de Heer van u vraagt, niet anders dan recht te doen en de trouw lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.’ Micha 6 vers 8 ‘Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

Mattheüs 11 vers 28-30


Voorwoord

Op de voorpagina van deze proeve van bekwaamheid tot het verkrijgen van de doctorstitel is een crucifix te zien. Een afbeelding van de gekruisigde Christus. Crucifix, het woord is afgeleid van het Latijnse cruci - fix, dat ‘aan een kruis vastgemaakt’ betekent. Protestanten zullen denken of zeggen dat het kruis leeg is, de Heer is toch opgestaan? Katholieken daarentegen zullen verwijzen naar het opofferend karakter van de Heer. Mensen die in de lijn van Luther staan, zoals Bonhoeffer, maar ik zou ook de musicus Bach of de filosoof Kierkegaard kunnen noemen, hebben ontdekt dat er ook nog een andere dimensie aan de orde is. De dimensie van de gelijktijdigheid. Namelijk dat Christus nu leeft, nu sterft en nu opstaat. Juist dat maakt het mogelijk om in het kruisbeeld niet alleen Christus te zien, maar ook het lijden van anderen en van onszelf. De gekruisigde Heer komt zo heel dichtbij, geeft een diepe lading aan het leven in deze wereld, maar, zonder de moeite van het leven te bagatelliseren, tegelijkertijd ook een enorme vreugde. Ik ben als mens namelijk niet alleen. Christus is solidair en daarom mag ik ook solidair zijn met Christus en met de mensen. Samen vormen we één gemeente. Samen volgen we Christus na en leven in de kantlijn van Zijn leven. Christus die zegt: “Mijn juk is zacht en mijn last is licht”. Met deze uitspraak, die niet anders dan vanuit het geloof kan worden verstaan, is de titel van dit geschrift ontstaan. De boodschap van Luther heeft mij al van jongs af geraakt. Als kind las ik zijn ‘Tischreden’, waarin Luther op puntige wijze zaken wist te verwoorden. Niet allereerst de rechtvaardigmaking was voor mij de invalshoek, maar meer de navolging. Hoe maakt Luther de navolging mogelijk in de wereld en haar verbanden. Ouder geworden besef ik dat in het werk van Luther alles mee gaat resoneren. Navolging heeft alles te maken met rechtvaardigmaking, met heiliging, met coöperatie, met Luthers denken in twee regimenten, met de theologia crucis. Het is zelfs niet mogelijk om iets uit Luthers denken los te pellen, zonder het geheel geweld aan te doen. En toch, in een studie als deze moet men zich beperken en keuzes maken. Ik beperk me tot Luthers visie op navolging in zijn uitleg van de Bergrede. Hoewel het begrip navolging slechts tweemaal wordt genoemd in Luthers uitleg van de Bergrede speelt ze wel degelijk een grote rol. Dit blijkt onder andere uit het veelvuldig gebruik van het woord ‘naaste’. De keuze voor deze beperking komt enerzijds voort uit de inhoud van de Bergrede, anderzijds omdat ik in voorstudies heb ontdekt dat deze uitleg van de Bergrede in de verschillende preken van Luther wel veel genoemd wordt, maar in de analyse niet de aandacht heeft gekregen die het verdient. Al met al was het een enorme onderneming. Tijdens het schrijven van dit proefschrift zijn er momenten geweest dat ik me heel alleen voelde. Het was als een wandeling door een groot bos. Een bos met vele paden en zijpaden, waardoor en waarin je gemakkelijk kunt verdwalen en jezelf kunt verliezen. Maar ook een bos waar je jezelf soms zomaar weer tegenkomt of andere mensen je pad kruisen en een stukje met je oplopen. Daarbij is een proefschrift schrijven in de pastorie een grote opgave die veel discipline vereist. Desalniettemin heeft juist dit een vii


verdiepende dimensie gegeven aan mijn dissertatie. Veel van wat ik heb geschreven is namelijk doortrokken van de pastorale praktijk. Mede door het toedoen van mensen die ik mijn naasten noem, mensen die met mij meetrokken en meetrekken is dit proefschrift tot stand gekomen. Tegelijkertijd neem ik wel alle verantwoordelijkheid voor het geschrevene op me. Het is geheel mijn werk, of misschien wel beter: mijn compositie. Het schrijven van deze dissertatie was als het langdurig kijken naar een schilderij. In het bestuderen van het onderwerp kwamen steeds meer details op me af, die soms dreigend, soms verrassend, vreemd, nieuw en soms ook bekend waren. Al die verschillende ervaringen brachten steeds ook andere gevoelens met zich mee. Telkens na het bestuderen van een detail was het weer een zoeken naar de gehele compositie om als het ware in het lijnen - en kleurenspel weer de ‘figuur’ terug te zien. Zeker ook door de tijdspanne en de onregelmatigheid die een pastoriepromotie vergt, was dit geen eenvoudige opgave. Steeds waren er mensen die mij daarbij hielpen, hetzij door advies of kritisch commentaar, hetzij door intellectuele verbondenheid of eenvoudig door hun aanwezigheid en hun vriendschap. Een aantal van hen wil ik speciaal vermelden. Prof. dr. Herwi Rikhof, van de Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht en later van de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg, wil ik danken voor het feit dat hij mijn promotor heeft willen zijn. Op deskundige, maar zeker ook pastorale wijze heeft hij mij vertrouwensvol begeleid. Prof. dr. M. Matthias, mijn copromotor, wil ik bedanken voor zijn nauwgezette lezing, zijn commentaar en handreikingen, maar vooral voor zijn vertrouwen. Als volgende noem ik mijn vriend en in de studie ook medereiziger, Willem de Jong, zonder wiens inzet ik waarschijnlijk deze studie nooit had voltooid. Hem wil ik danken voor al zijn werk, voor zijn geloof in mij en voor alle uren waarin we samen spraken over het werk van Luther en Bonhoeffer. Ik dank Prof. dr. Wim Balke (Vrije Universiteit Amsterdam) en dr. Theo Bell (Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht), die in een eerdere fase ook bij de dissertatie betrokken waren. Daarnaast noem ik Prof. dr. Christoph Burger (Vrije Universiteit Amsterdam) die het hoofdstuk over Luther kritisch heeft bestudeerd en dr. Sijtze Meijers, wiens aanwijzingen mij, zeker in het begin, telkens op goede sporen zette. Ook in het bijzonder dank aan mijn zoon Bram, die in de afgelopen twee en een half jaar mij tot een grote steun was in de verdere verwerking van de dissertatie. Verder dank ik hen die soms heel praktisch hun hulp gaven, vragen stelden en mij nabij waren. Ik noem daarbij ds. Diepenbroek en dhr. Hougee die corrigerend meegelezen en meegedacht hebben. Ook dank aan Theresa Neunes, Diakonin uit Hamburg en Nicola Eisenbart, Dipl. Pädagoge die meehielpen met de Zusammenfassung. Zeer tot mijn spijt kan mijn overleden vriend en vader geen getuige zijn van deze dag. Het is voor mij een reden temeer om hem hier te gedenken. Hij was voor mij een voorganger pur sang, in goede en kwade dagen. November 2009 was voor mij en mijn gezin een bewogen maand. Op de 27e van deze maand kreeg ik een groot herseninfarct. De titel van deze scriptie heeft voor mij op die wijze een diepere, onvoorziene lading gekregen. Ook met die moeilijke periode in het achterhoofd wil ik tot slot mijn dank uitspreken naar mijn familie, mijn lieve kinderen, viii


maar in het bijzonder naar mijn vrouw Corrie, voor haar hulp die vele vormen heeft aangenomen, voor haar geduld en, vóór alles, voor haar vriendschap, liefde en vertrouwen. In en door haar heb ik vaak Gods nabijheid mogen ervaren. Zo, in dank bovenal ook aan God, draag ik deze studie op aan allen met wie ik in zielsverbondenheid mag leven. Ik sluit dit voorwoord af met onderstaand gedicht van Bonhoeffer, welke mij tijdens mijn klinische revalidatieperiode te Rijndam als avond - en morgengebed tot grote steun is geweest: Von guten Mächten treu und still umgeben, behütet und getröstet wunderbar, so will ich diese Tage mit euch leben und mit euch gehen in ein neues Jahr. Noch will das alte unsre Herzen quälen, noch drückt uns böser Tage schwere Last. Ach Herr, gib unsern aufgeschreckten Seelen das Heil, für das Du uns geschaffen hast. Und reichst Du uns den schweren Kelch, den bittern, des Leids, gefüllt bis an den höchsten Rand, so nehmen wir ihn dankbar ohne Zittern aus Deiner guten und geliebten Hand. Doch willst Du uns noch einmal Freude schenken an dieser Welt und ihrer Sonne Glanz, dann woll′n wir des Vergangenen gedenken und dann gehört Dir unser Leben ganz. Lass warm und hell die Kerzen heute flammen die Du in unsre Dunkelheit gebracht, führ, wenn es sein kann, wieder uns zusammen! Wir wissen es, Dein Licht scheint in der Nacht. Wenn sich die Stille nun tief um uns breitet, so lass uns hören jenen vollen Klang der Welt, die unsichtbar sich um uns weitet, all Deiner Kinder hohen Lobgesang. Von guten Mächten wunderbar geborgen erwarten wir getrost, was kommen mag. Gott ist bei uns am Abend und am Morgen und ganz gewiss an jedem neuen Tag.

Culemborg, 2 november 2012, Allerzielen

Teun Verduijn

ix


x


Inhoudsopgave

Voorwoord Hoofdstuk 1: Doctrina est coelum, vita terra

vii 1

1.1 Algemene inleiding op het thema van de navolging 1.2 Tijdspiegel 1.3 Stand van het Lutheronderzoek 1.4 Vragen en probleemstelling van de studie

1 3 5 10

Hoofdstuk 2: Navolging bij Maarten Luther met name in de ‘Bergrede’

13

2.1 De uitleg van de Bergrede in Das fünffte, sechste und siebend Capitel S. Matthei Gepredigt uns ausgelegt (1532, WA 32)

13

2.1.1 De Bronnen 2.1.2 De Bergrede uit WA 32 in de persoonlijke ontwikkeling van Luther 2.1.3 Exegetische methode van Luther 2.2 Eerste lezing van de uitleg van de Bergrede bij Luther 2.2.1 Onderscheidingen 2.2.2 Woorden 2.3 Nadere bestudering van de woordvelden 2.3.1 Wet en Evangelie 2.3.2 ‘Geistlichen Armut’ 2.3.3 Verhouding tussen de goede werken en de eis tot volkomenheid in de Bergrede: ‘Person’ en ‘Amt’ 2.3.4 Het ‘Amt’ in de uitleg van de Bergrede bij Luther 2.3.5 ‘Amt und Welt’ 2.3.6 Niemand kan twee heren dienen 2.3.7 Hoofdgerechtigheid, wereldlijke gerechtigheid 2.3.8 De Paradox 2.3.9 Samenvatting 2.4 Welke woorden vallen op in Luthers uitleg van de Bergrede? 2.4.1 Vasten 2.4.2 Bidden 2.4.3 Aalmoezen

15 17 19 21 21 25 26 26 30 31 32 34 35 38 38 40 41 41 42 43

xi


2.5 Voegen de overige preken van Luther nog iets toe aan bovenstaande uitwerking?

43

2.5.1 ‘Innerlich und ausserlich’ 2.5.2 ‘Niedrigkeit und Hofart’ 2.5.3 ‘Gefühlte und ungefühlte Vergebung’ 2.5.4 ‘Freier Wille und Eigenwille’

43 44 45 45

2.6 Samenvatting 2.7 Slotsom

46 48

Hoofdstuk 3: Het tweeërlei regiment bij Maarten Luther

49

3.1 Inleiding 3.2 Aanleiding voor Luthers onderscheiding in twee regimenten

49 49

3.2.1 Historische aanleiding voor de onderscheiding in twee regimenten 3.2.2 De pastorale inzet van Luthers denken in twee regimenten 3.2.3 Hermeneutische en antropologische motieven voor de onderscheiding 3.2.4 Denken in twee regimenten als hulplijn voor de navolging 3.3 De oorsprong van Luthers denken in twee regimenten 3.3.1 Invloed van Aurelius Augustinus 3.3.2 Invloed van Marsilius van Padua en Willem van Ockham? 3.3.3 De twee-zwaarden-leer in de middeleeuwen 3.3.4 Slotsom 3.4 De ontwikkeling van het denken in twee regimenten bij Luther 3.5 De rechterhand en de linkerhand van God

53 55 56 56 59 60 62 62 63

3.5.1 De terminologie 3.5.2 De verhouding tussen beide regimenten 3.5.3 Beschrijving van de regimenten

63 64 65

3.5.3.1 Het geestelijk regiment 3.5.3.2 Het wereldlijk regiment

65 66

3.5.4 De verborgen God 3.5.5 Tegelijk zondaar en rechtvaardig

68 70

3.6 Samenhang 3.7 Vermenging van de twee regimenten 3.7.1 De Rooms Katholieke vermenging 3.7.2 De Doperse vermenging 3.7.3 Misbruik van de wereldlijke overheid in geestelijke aangelegenheden 3.7.4 Conclusie xii

50 52

72 72 73 74 75 77


3.8 Uitleiding

78

Hoofdstuk 4: Luthers denken in twee regimenten gewogen…

79

4.1 Inleiding 4.2 Is Luthers denken in twee regimenten dualistisch?

79 82

4.2.1 De ‘Dubbele moraal’ 4.2.2 ‘Eigengesetzlichkeit’ als gevolg van Luthers denken in twee regimenten? 4.2.3 Is Luthers denken in twee regimenten een anachronisme? 4.2.4 Evaluatie van de kritiek 4.3 ‘Verwerpen’, ‘verwerken’, of ‘overname’ van het denken in twee regimenten…? 4.3.1 Verwerping van Luthers denken in twee regimenten 4.3.2 Verwerking van Luthers denken in twee regimenten 4.3.2.1 D. Bonhoeffer 4.3.2.2 H. Thielicke 4.3.2.3 Evaluatie 4.3.3 Overname van Luthers denken in twee regimenten 4.3.3.1 W. Elert 4.3.3.2 P. Althaus 4.3.3.3 F. Lau 4.3.3.4 J. Heckel

83 84 85 85 89 89 92 92 95 96 97 97 99 103 104

4.4 Positiebepaling 4.5 Uitleiding

106 110

Hoofdstuk 5: Navolging bij Bonhoeffer

111

5.1 Inleiding 5.2 Korte levensschets 5.3 ‘Nachfolge’

111 111 112

5.3.1 Plaatsing van het boek 5.3.2 Inhoud 5.3.2.1 Goedkope – dure genade 5.3.2.2 Gedeelten uit de bespreking van de Bergrede in ‘Nachfolge’ 5.3.3 Tussenbalans I 5.3.4 Die Kirche Jesu Christi und die Nachfolge 5.3.5 Tussenbalans II 5.4 Voortgezette bestudering

112 114 115 118 125 129 132 134 xiii


5.4.1 ‘Laatste’ – ‘voorlaatste’ 5.4.2 Etsi Deus non daretur 5.4.3 Diciplina Arcani bij Dietrich Bonhoeffer 5.4.3.1 Inleiding 5.4.3.2 Oorsprong 5.4.3.3 Wat betekent Diciplina Arcani bij Bonhoeffer?

134 137 141 141 142 143

5.5 Tussenbalans III 5.6 Balanceren op ‘Nachfolge’ 5.7 Luther en Bonhoeffer

145 147 149

Hoofdstuk 6: Dwarsverbindingen

159

6.1 Inleiding 6.2 De leesregel van Chalcedon als hermeneutische sleutel bij Luther en Bonhoeffer

159

6.2.1 Chalcedon bij Luther 6.2.2 Chalcedon bij Bonhoeffer 6.2.3 Conclusie

162 162 166 167

6.3 De stelling: ‘geen dualisme, wel dualiteit’ houdt het God-zijn van God in de navolging zuiver 6.4 De navolging plaatst God in het centrum van de menselijke geschiedenis 6.5 De stelling: ‘geen dualisme, wel dualiteit’ bevestigt en onderbouwt Luthers leer van de justificatie 6.6 De navolging veronderstelt geen dualisme binnen de antropologie 6.7 Het denken in twee regimenten heeft een stimulerend karakter dat tot navolging leidt 6.8 De stelling: ‘geen dualisme, wel dualiteit’ voorkomt zowel een scheiding als een vermenging tussen kerk en politiek 6.9 Het denken in twee regimenten biedt een breed pastoraal kader voor kerk en samenleving 6.10 Het denken in twee regimenten actualiseert het eschatologisch tegoed in het leven van alle dag 6.11 Tenslotte

168

Epiloog

183

Zusammenfassung

189

Summary

195

Literatuurlijst

201

Persoonlijke noot

213

xiv

171 172 173 174 177 178 179 180


Mijn juk is zacht, mijn last is licht