Issuu on Google+

DIETRICH BONHOEFFER


DIETRICH BONHOEFFER Een thematisch dagboek

Samengesteld door Gerard Dekker

Meinema / Averbode


www.uitgeverijmeinema.nl Ontwerp omslag: Geert de Koning ISBN 978 90 211 4300 2 (Nederland) ISBN 978 90 317 3387 3 (België) NUR 700; 728 D/2011/39/244 © 2011 Uitgeverij Meinema, Zoetermeer Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoud

Woord vooraf

7

Januari

Op zoek naar God

11

Februari

Een God die mens werd

45

Maart

De wereld waarin wij leven

77

April

Het christendom

111

Mei

Het christelijk geloof

143

Juni

Geloven is gehoorzamen

177

Juli

Leven van genade

209

Augustus

Over de kerk

243

September

Een christelijk leven

277

Oktober

De zin van het leven

309

November

Christelijke spiritualiteit

343

December

Over tijd en eeuwigheid

375

Verantwoording

409


Woord vooraf

De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer werd geboren in 1906. Na zijn theologische studie werkte hij zowel aan de universiteit in Berlijn als, in binnen- en buitenland, als predikant. Hij werd een van de leidende figuren in de zogeheten Belijdende Kerk. Vanaf 1940 werd hij steeds meer betrokken in het tegen het Hitler-regime gerichte verzetswerk. Om die reden werd hij in 1943 gevangengenomen en in 1945, op persoonlijk bevel van Hitler, in het concentratiekamp Flossenb端rg door ophanging om het leven gebracht. In tegenstelling tot wat veel anderen uit de vorige eeuw overkomt, blijft het leven en werk van Bonhoeffer nog steeds veel mensen boeien en inspireren. Ik denk dat daar ten minste twee redenen voor zijn. Ten eerste het visionaire gehalte van zijn werk. Hij doorzag beter dan zijn tijdgenoten wat er gaande was en hij voorzag de ontwikkelingen die zich in het geestelijk leven aan het voltrekken waren. Velen herkennen daarom in wat hij schreef ook hun eigen situatie. In de tweede plaats ontmoeten we in Bonhoeffer iemand die zowel diep gelovig was als volledig aan het wereldlijk leven deelnam. Deze combinatie van diepe vroomheid en radicale wereldbetrokkenheid is kenmerkend voor zijn leven en voor heel zijn gedachtewereld. En dat spreekt velen aan die naar de verbinding tussen spiritualiteit en wereldlijke verbondenheid op zoek zijn. In het afsluitende nawoord van de zeventiendelige Dietrich Bonhoeffer Werke, waarin dus alles wat Bonhoeffer geschreven en gesproken heeft is opgenomen, deed een van de redacteuren, Wolfgang Huber, een poging de rode draad in het werk van Bonhoeffer te omschrijven: 7


‘De cantus firmus van Bonhoeffers levenswerk laat zich misschien zo beschrijven: God heeft zich in Christus onvoorwaardelijk met de werkelijkheid van deze wereld ingelaten; daarom kan deze wereld niet fatalistisch aan zichzelf worden overgelaten. Als Gods rijk de ganse werkelijkheid omvat, kan noch de enkele christen, noch de kerk zich eenvoudig uit bepaalde gebieden van deze werkelijkheid terugtrekken.’ En hij voegt daaraan toe: ‘Bonhoeffer heeft hartstochtelijk de theologie met de menselijke ervaringswerkelijkheid verbonden. Dat bestempelt zijn begrip van God tot daar waar het gaat over de onmacht van God aan het kruis; het bestempelt zijn kerkbegrip tot aan het spreken van “kerk voor anderen” toe; het bestempelt zijn opvatting over het christelijk geloof tot aan de pregnante uitspraak toe dat het geloof geen speciaal deel van het menselijk bestaan is, maar een “levenswijze”. Uit de openheid van deze theologie voor de ervaring laat zich Bonhoeffers bijzonder vermogen verklaren de eigen tijd te duiden, hetgeen ook met het oog op andere tijden bijzonder leerzaam is. De historische afstand helpt daarbij zeker tijdgebondenheden waar te nemen, maar juist zo treedt aan het licht wat over de afstand van de tijden heen ook vandaag en morgen het christelijk bestaan, het kerkelijk handelen en de theologische reflectie vermag te inspireren.’ Als dit van iemand gezegd kan worden, is het de moeite waard van zijn gedachtewereld kennis te nemen en die weer te geven. Dat is met name zo omdat bij Bonhoeffer ‘leer’ en ‘leven’, dus de door hem ontwikkelde gedachten en zijn levensloop, zo nauw met elkaar samenhangen. Dat roept immers de vraag op door welke ‘levensfilosofie’ hij gedreven werd, wat hem tot aan zijn dood toe bewogen heeft te doen wat hij heeft gedaan. Daarom heb ik in dit boek zijn gedachtewereld weergegeven. 8


Uit al zijn werken heb ik voor elke dag een tekstgedeelte geselecteerd. Gezamenlijk geven die tekstgedeelten naar mijn mening de breedte en diepte van zijn werk weer. Dat laatste wil ook zeggen dat de tekstgedeelten inhoudelijk zeer gevarieerd zijn. Ze zijn, zo zou ik het willen noemen, meditatief en reflexief van aard, dus teksten ter overweging en teksten ter overdenking. Met het laatste heb ik vooral de tekstgedeelten op het oog waarin Bonhoeffer zijn als revolutionair ervaren gedachten over God, religie, geloof en leven omschrijft. Soms zijn die niet alleen moeilijk te lezen, maar ook moeilijk te begrijpen. Maar Bonhoeffer ís niet altijd gemakkelijk en ik zou hem onrecht doen als ik alleen maar de op het eerste gezicht gemakkelijke teksten had opgenomen. Ik heb getracht de héle Bonhoeffer recht te doen. Te veel is in het verleden – en helaas gebeurt het nog – Bonhoeffer op een eenzijdige wijze weergegeven. De verschillende tekstgedeelten heb ik naar thema gegroepeerd. Dat was een hachelijke onderneming, omdat bij Bonhoeffer de gedachten over God, geloof, kerk en leven zó met elkaar samenhangen dat in de afzonderlijke tekstgedeelten vaak meer dan één thema aan de orde komt. Toch heb ik het gedaan, omdat het boek daardoor niet alleen als dagboek gebruikt kan worden, maar ook dienst kan doen als bron van informatie over bepaalde door Bonhoeffer aan de orde gestelde thema’s. Elke maand wordt het thema van die maand kort ingeleid; de daarin opgenomen cursief gedrukte teksten zijn letterlijke teksten van Bonhoeffer zelf. Ik hoop dat het lezen van deze teksten niet alleen de belangstelling voor het werk van Bonhoeffer mag opwekken of verdiepen, maar dat het ook de lezer in zijn of haar leven mag inspireren. Gerard Dekker

Baarn, voorjaar 2011 9


JANUARI – OP ZOEK NAAR GOD Bonhoeffer is constant op zoek naar God, of beter gezegd, naar Gods wil, naar Gods geboden en naar Gods leiding in zijn leven. Hij worstelt niet met de vraag óf God wel bestaat en ook niet met de vraag wáár God dan wel te vinden is. Zoals hij eens in een college over het wezen van de kerk zei: God is, voor zover wij hem denken kúnnen, op een plaats, in Christus, in de kerk, in het Woord dat gepredikt wordt. Hier, gebonden aan een bepaalde plaats, is hij God voor ons. In hoever hij daar bovenuit God is op zichzelf, absoluutheid is, weten we niet en is ook niet van belang. God is voor hem niet vaag en niet ver weg. God is Geest, maar is ook zeer concreet en dichtbij. Niet alleen in het fundamentele, maar ook in de alledaagse dingen is God, schreef hij eens aan zijn verloofde. God moet dan ook erkend en herkend worden midden in het leven en niet pas aan de grenzen van ons kunnen. We zullen later de uitspraak van Bonhoeffer tegenkomen: als u God wilt, houdt u dan aan de wereld. Bonhoeffer is constant op zoek naar Gods wil, naar Gods gebod. Dat klinkt wettisch, maar is bij hem het tegendeel: het gaat om Gods bedoelingen met mens en wereld. Leven wij overeenkomstig die bedoelingen, dan schenkt Gods gebod ons vrijheid en leven. Het gebod van God is het verlof als mens voor God te leven. Maar die God is niet de almachtige God, waar veel christenen hem voor houden. God is voor hem een lijdende God en alleen die God kan ons helpen. De God die met ons is, is de God die ons verlaat. Wij moeten dan ook leven – hoe vreemd dit ook klinken mag – als diegenen die hun leven inrichten zonder God. En, zegt Bonhoeffer, het is God zelf die ons dat doet weten. Vandaar zijn bij het eerste horen onmogelijke uitspraak: Voor en met God leven wij zonder God.


1 januari

Door goede machten omgeven

Door goede machten trouw en stil omgeven, beschermd, getroost, beveiligd wonderbaar, zo wil ik deze dagen met u leven, en met u ingaan in het nieuwe jaar. Nog wil de oude pijn ons hart vernielen, nog drukt de last van ’t leed dat ons beklemt, o Heer, geef onze opgejaagde zielen het heil waarvoor gij zelf ons hebt bestemd. En zo gij ons de bitt’re kelk wilt geven vol leed, gevuld tot aan de hoogste rand, dan nemen wij hem dankbaar, zonder beven, aan uit uw goede, uw geliefde hand. Maar wilt gij ons nog eenmaal vreugde schenken om deze wereld en haar zonneschijn, dan willen wij wat voorbijging gedenken, geheel van u zal dan ons leven zijn.

13


2 januari

God zoeken

In feite kunnen we alleen maar iets zoeken wat we al kennen. Wanneer ik niet weet wat ik eigenlijk zoek, ben ik niet echt op zoek. Wij moeten dus al weten welke God wij zoeken, eer we hem werkelijk zoeken. Nu weet ik van de God die ik zoek óf iets uit mijzelf, uit mijn ervaringen en inzichten, uit de door mij zus of zo geïnterpreteerde geschiedenis of natuur, dat wil zeggen gewoon uit mijzelf, óf ik weet iets van hem op grond van zijn openbaring, zijn eigen Woord. Ík bepaal de plaats waar ik God vinden wil, of ik laat Gód de plaats bestemmen waar hij gevonden wil zijn. Als ik degene ben die zegt waar God zijn zal, dan zal ik daar altijd een God vinden die op de een of andere manier bij mij past, mij bevalt, die met mijn wezen verbonden is. Is het echter God die zegt waar hij zijn wil, dan zal dat een plaats zijn, die vooralsnog helemaal niet bij mijn wezen past, die mij ook in het geheel niet bevalt. Deze plaats echter is het kruis van Jezus. En wie hem daar vinden wil, die moet ook zelf onder dit kruis, zoals de Bergrede dat verlangt. [14,145/6]

14


3 januari

Ik ben uw God (1)

Ik ben de HEER, uw God (Exodus 20:2). ‘Ik ben!’ Wat een genade! Wat een evangelie, dat we mogen weten dat God niet in het donker blijft en zwijgt. ‘Ik ben!’ Zo spreekt hij die begin en einde in handen heeft, die er was voor de tijd en er na de tijd zal zijn, uit wiens handen alles voortkomt. ‘Ik ben!’ Zo spreekt God, de Schepper. ‘Ik ben de Heer!’ Zo spreekt God nogmaals. Hij heeft het in het begin gezegd en voor altijd. Daar gaat het om! Hij is de Heer over de heren die ons knechten, over leed, dood en zonde. Hij heeft die overwonnen. Hij leeft en roept ons toe als de opgestane en levende: ‘Ik ben de Heer!’ Jezus Christus is de Heer. ‘Ik ben de Heer, uw God!’ Ten derden male spreekt God zelf. Hij zegt: ‘Ik ben de Heer, uw God!’ De God, die er van het begin af aan was en die blijven zal, die hoort bij mij, die is mijn God. Dat wil zeggen: hij is met mij, bij mij, voor mij, in mij. God en mens zijn met elkaar verbonden. Zijn heerlijkheid hoort bij mij. God is niet ver weg, maar nabij. ‘Ik ben uw God!’ Zo spreekt God, de heilige Geest! [14,633/4]

15


4 januari

Ik ben uw God (2)

Hij is uw God. Hoor dat! Heeft u dat gehoord en geloofd, dan kunt u ook het volgende gebod begrijpen: u zult God liefhebben met heel uw hart. Hij belooft u dat hij alleen uw God wil zijn, laat hem dan ook alleen uw God zijn. Hij heeft u eerst liefgehad, heb hem dan nu ook lief. Hij heeft tot u gezegd: je bent van mij; zeg dan nu ook tot hem: ik ben van u. Wat heeft God u geschonken? Zichzelf. Wat zult u hem geven? Mijzelf – mijn hart, mijn ziel, mijn gemoed en mijn krachten. Niets zult u voor uzelf houden, hij wil uzelf zoals u bent; hij wil niet iets van u, maar hij wil u geheel en al. Wat betekent: God liefhebben? God liefhebben betekent hem alles geven wat van mij is, niets voor mijzelf willen hebben, hem bij alles wat ik doe naar zijn wil vragen, graag aan hem denken, graag tot hem bidden, graag zijn Woord horen en lezen. Wat betekent: de naaste liefhebben als uzelf? Dat betekent hem geheel willen toebehoren, niets voor mijzelf willen, hem mijn gehele hart schenken. Alleen wie God liefheeft kan zijn broeder liefhebben. En alleen wie zijn broeder liefheeft, heeft God lief (1 Johannes 3:11vv). [14,792]

16


Dietrich Bonhoeffer - Een thematisch dagboek