Issuu on Google+

Inhoud

3 5 9 11 11 16 20 21 22 25 27

D E SOEFIgedachte

juni 2014

Ten geleide Het bijzondere van de grote meesters van de mensheid Hazrat Inayat Khan Weemoed naar Shiva in Jabalpur Dharma Rajagni Concentratie – een kwestie van dóén Hamida Verlinden Hoe vang je een wild paard? Kalyani Heerkens Cursus in concentratie Kariem Maas Column: Contact Karim Logtmeijer Darshan Gawery Voûte Over boeken Verbonden zijn Theo Kauffman Interview met Ganesh van der Veer Zubin van den Besselaar en Irene Lennings

30 Gedicht: Was mich bewegt Rainer Maria Rilke 32 Moersjid en Moeried Hamida Verlinden 36 Het monnikenwerk van Nekbakht Furnée en de Nekbakht Stichting

Wali van der Putt

40 Gedicht: Mysterious night Joseph Blanco White 41 Informatie over de Soefi Beweging 44 Informatie over Soefi Contact

De Soefi-gedachte is een gezamenlijke uitgave van Soefi Beweging Nederland en Vereniging Soefi-Contact en heeft tot doel het verspreiden van het gedachtengoed van Hazrat Inayat Khan.

1


COLOFON de Soefi-gedachte 67e jaargang nummer 2 juni 2014 Verschijnt 4 x per jaar; in: maart, juni, september en december. Uitgever/Administratie: Stichting Soefi Beweging Nederland Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag. tel: 06 47 85 41 63 email <sufiap@hetnet.nl> bank: NL71 INGB 0000 7775 55 internet: www.soefi.nl en www.soefi-contact.nl

Redactie: dhr. L.W. Carp (Ameen), voorzitter mw. E.A. van den Brink (Alima) mw. M.A.J. van den Besselaar (Zubin) dhr. J.J. Dekker (Sabir Jaap), secretaris mw. I.Lennings (Irene), eindredactie dhr. T. Maas (Kariem), hoofdredacteur

Abonnementen: jaarabonnement, incl. porto: € 16,00 abonnement buitenland: € 20,- per jaar los nummer: € 5,00. Aanmelding door betaling via rekening NL71 INGB 0000 7775 55 tnv Penningmeester Stichting Soefi Beweging Neder­land, te Den Haag

Redactie-adres: redactiesg@gmail.com

Aanwijzingen voor auteurs: Bijdragen zijn welkom, mits niet langer dan ca. 2000 woorden en aangeleverd in Microsoft Word met eventuele voetnoten als eindnoten. De redactie behoudt zich het recht voor artikelen niet op te nemen of in te korten, en op de eigen websites te plaatsen. Kopij sturen naar het redactie-adres. Uiterste inleverdata voor het volgende nummer: 2 maanden . tevoren (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober) of in over­leg met de redactie.

Illustraties: De redactie stelt alles in het werk om reproductierechten te regelen. Voor-zover dit niet correct is gebeurd, kunnen rechthebbenden contact opnemen met de uitgever.

Redactiemedewerker: dhr. N. Welten (Noud), opmaak (DTP)

Drukker: NKB, Bleiswijk

Adresveranderingen sturen aan de uitgever, Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag met uitzondering van leden Soefi-Contact, die mutaties sturen naar hun secretariaat. © Soefi Beweging Nederland. Overname van agendapunten vrij. De inhoud van de artikelen is voor verantwoording van de auteurs en afgezien van plaatsing in dit tijdschrift en op daaraan gerelateerde websites, berust het copyright bij de auteurs.

2


Ten Geleide – Verandering “We moeten niet blijven hangen in oude gewoontes. De enige constante is verandering”, zegt Ganesh van der Veer, centrumleider in Hilversum, in een mooi interview in deze Soefigedachte. Wat hij erover vertelt klinkt gezond – behoedzaam koesteren wat de waardevolle kern is, niet bang zijn om de vleugels uit te slaan. Dat het in zo’n fase van heroriëntatie soms mis gaat, moeten we op de koop toe nemen. Ik zat laatst in een Universele Eredienst waar ‘Let it be’ van de Beatles werd gedraaid en voelde me ineens weer de puber die eind jaren zestig pleitte voor beatmissen – popmuziek zou de katholieke kerk weer helemaal bij de tijd maken. Achteraf moet ik hoofdschuddende ouderen gelijk geven, nee, zo werkt dat niet. Ook frons ik als ik lees dat een centrum experimenteert met Soefi Satsangs – zou dat helpen bij de verspreiding (en verinnerlijking) van de Soefi Boodschap? Zo zijn er ook discussies over experimenten met mindfulness als nieuwe oefening op het repertoire van de soefi’s – in deze Soefi-gedachte gaan drie auteurs daar dieper op in. Is het erg als het af en toe uit de bocht vliegt? Niet als er behoedzaamheid is als tegenwicht. De makke van de beatmissen was dat die jonge generatie nogal rücksichtlos opereerde – letterlijk: zonder kennis van het verleden, zonder terugkijken. Daarom geef ik graag door wat ik van een oudere soefi hoorde (ja ik heb ondertussen geleerd naar ouderen te luisteren). Kern van het soefisme is werken aan jezelf. In tegenstelling tot het middenoosterse soefisme dat collectief en extatisch is, is het Indiase soefisme net als yoga een meer individuele en naar binnen gerichte ontwikkelingsweg. Devotie, eenheid van religieuze idealen, is daarbij de ingang naar de beleving van abstractere kwaliteiten – van het beeld van God naar de ‘namen’ en het uiteindelijk zelf opgaan in die kwaliteiten. Dus van Universele Eredienst naar Innerlijke School met als kern de wazifa (concentratie op de kwaliteiten van de Ene), de zikar (het in vier stappen ervaren van de Eenheid) en de fikar (het op de adem erin opgaan). Daaromheen zitten oefeningen die dit intensiveren, zoals ademoefeningen en oefeningen om met de zintuigen ‘naar binnen’ te gaan. In genoemde trits is die andere trits te herkennen: concentratie, contemplatie en meditatie met realisatie als doel (voorzover je van doelen kunt spreken). Zoals Hazrat Inayat Khan zei: “Maak God tot werkelijkheid en Hij zal je tot Waarheid maken.” Als we deze kenmerken van ons soefisme als anker hebben, hoeven we niet bang te zijn losgeslagen te worden door een experiment meer of minder. Kariem Maas

3


Het bijzondere van de grote meesters van de mensheid Hazrat Inayat Khan

Het leven van Rama wordt reeds duizenden jaren door de Hindoes gelezen en zij blijven hierin belangstellen. Dit toont ons dat telkens als zij het verhaal van Rama aanhoren, daarvan een verheffing uitgaat, die hen voordeel brengt. Toen hij twaalf jaar oud was, ging Rama in de bossen leven omdat zijn vader de plechtige gelofte had gedaan dat Rama in het bos een ascetisch leven zou leiden, een leven van overpeinzing, alvorens hij benoemd zou worden tot bestuurder van het rijk. Als jeugdige prins ontving Rama daar zijn geestelijke en morele opvoeding onder leiding van Vashista, de grote geestelijke leraar van die tijd. Dit was de eerste grote gebeurtenis in het leven van Rama en onder de invloed van Vashista groeide hij op tot een ideale jongeling. Op een gegeven ogenblik vond er een plechtigheid plaats, omdat van alle zijden door al de verschillende Maharadja’s van die tijd de hand werd gevraagd van Sita. En ook Rama ging naar de plechtigheid. Het verhaal zegt dat al de Maharadja’s gekleed waren in kostbare gewaden, versierd met edelstenen, uitgezonderd Rama omdat hij rechtstreeks uit zijn school kwam, dat was voor hem het bos waar hij een natuurleven leidde. En toch was het Rama die de overwinning behaalde. Het was Rama die de juiste toon aansloeg in het hart van Sita en alle Maharadja’s die aanwezig waren, waren afgunstig op dat succes. Sita vergezelde Rama daarna naar het bos. En Ravana, de koning die het meest afgunstig was op Rama’s succes als bruidegom, volgde hen. Toen zich een gelegenheid voordeed benutte Ravana die, Rama was vruchten en water gaan halen en had Sita alleen gelaten. Ravana schaakte Sita tegen haar zin en vluchtte met haar weg. Dit was een tweede beproeving voor Rama, want de eerste was om als prins in eenzaamheid te moeten leven en de andere was, alles te moeten opgeven wat hij bezat, zijn bruid. En nu toont Rama zijn evenwichtigheid, want in plaats van wanhopig te zijn, in plaats van terneergeslagen te zijn, in plaats van ontmoedigd te zijn, blijft hij vertrouwen op haar liefde voor hem en blijft hij vertrouwen in de Voorzienigheid. In plaats van teleurgesteld te zijn, gaat hij haar zoeken. Tenslotte wordt zij gevonden als een gevangene in het paleis van Ravana. En dan, zo luidt het verhaal, aanvaardt Rama de hulp van Hanuman, de koning van de apen. Ook dit geeft ons een belangrijke sleutel tot de kennis van het leven: Hanuman was een aap. Omdat men de ontbrekende schakel niet kon vinden, zegt men: het was een aap. Het was een nieuw ras, zo juist voortgekomen uit de dieren. Een ras dat zich nog ontwikkelen moest, een uiterste primitief ras dat elke trek van de dieren vertoont. Dit toont ons weer dat men om een oorlog te voeren tegen een aardse koning, aardse hulp moet zoeken. Rama vraagt op dit moment geen hulp van wijze mensen. Die zouden hem niet geholpen hebben, maar gezegd hebben: Wees moedig, wees wijs, heb geduld, kalmeer uzelf, windt u niet op, wees verstandig. Zij is niet bij u, gebruik uw gezond verstand; het is onmogelijk. U bent geen prins, u bent in het bos, u bent alleen. 5


Koning Ravana heeft haar weggenomen, zij zou niet gegaan zijn, als zij dit niet gewild had. Ontwikkelde mensen zouden hem allerlei overwegingen hebben voorgehouden. Maar het primitieve apenvolk was bereid hun leven te geven, ten einde de geestelijke ziel te kunnen dienen. Maar tevens wijst dit erop dat primitieve denkvermogens de geestelijke ziel gemakkelijker en meer direct aanvoelen, dan de zogenaamde wijze mensen. Ze hebben medegevoel. Slechts het wilde bosvolk kwam tot Rama. Het toont ook de wijsheid van Rama, dat hij dit volk kon leiden, waarvan de een gewend was om Oostwaarts te gaan en de andere Zuidwaarts, waarvan de een sprong, de ander liep en een derde kroop; want zo was hun geest. Het controleren van een leger van een dergelijk volk en daarmede succes te behalen in een oorlog met een koning, dat toont opnieuw de grote evenwichtigheid van Rama. En in het vertrouwen dat Sita voor hem bestemd was, dat Sita zijn bruid was, streed hij en bracht hij haar terug naar zijn land. En het meest interessante deel van het verhaal is, dat zij aankwamen in een vliegmachine. De apen moesten er afspringen, maar Rama had de vliegmachine. Wat weten wij weinig uit die tijd! Hoeveel beschavingen verschenen en verdwenen, waarvan we niets weten. Hoever kunnen we in de wereldgeschiedenis teruggaan? Wij kunnen niet ontkennen, dat er vroeger grotere culturen hebben bestaan. In alle opzichten, in kunst, wetenschap en techniek, nog wonderbaarlijker dan wat we heden ten dage meemaken. In de Mahabarata, de oude traditie, treffen we duizenden voorbeelden aan die ons duizenden jaren geleden zijn overgeleverd, zoals dat Rama neerdaalde in Iman, dat betekent in een vliegmachine. Na deze beproevingen was Rama, bij zijn terugkeer in zijn land in staat dit op ideale wijze te besturen. Daarom wordt door het leven van Rama de evenwichtigheid weergegeven. Al zulke dingen als moed, hoop, vertrouwen in zichzelf en anderen, komen voort uit evenwichtigheid. Maar, zo zal men zeggen, dit verhaal geeft ons niets geestelijks, het komt alleen hierop neer, dat hij een bruid had, dat die verloren ging, dat Rama haar zocht, streed met behulp van de apen, overwon en koning werd. Er waren weinig moeilijkheden. Ik zou hierop willen antwoorden dat geestelijkheid niet is gelegen in woorden, doch in daden. Rama toonde door zijn handelingen de macht van geestelijkheid. En als we nu komen tot het bijzondere van Krishna, wordt het nog wonderlijker. U kent het verhaal van Krishna. Hij danste onder de Gopis, plaagde de melkmeisjes en speelde als jongen in Vindavana. Ik zou denken, dat dit het schoonste is dat bestaan kan. Hij was geen sombere, ernstige, neerslachtige jongen. Hij was het leven zelf. Het leven was hem ingeboren. Hij was een ziel die bestemd was om zich uit te breiden over het hele heelal, om te geven en om allen aan te trekken, die in zijn land woonden, zelfs als kind. Ongetwijfeld zijn er symbolische verhalen over Krishna. Misschien was Krishna niet zo slecht als men uit sommige verhalen zou afleiden. Bijvoorbeeld Krishna stal geen boter, al wordt dat in de traditie vermeld en de Hindoes beschouwen dit met grote eerbied. Boter is het wezen van melk en wijsheid is het wezen van het leven; daarom is wijsheid als boter. Zijn stelen van boter was het karnen van levenservaring, het verzamelen van het wezenlijke van het leven. Maar stel, dat het niet zo symbolisch was, dan was het misschien waar. 6


En ook hier werd de grootste beproeving, die het leven kan geven aan een profeet, aan Krishna opgelegd, omdat hij de profeet was, de godheid. Hij was bestemd om de filosofie van de liefde te geven, van de vriendelijkheid en van de zachtheid. Hij werd aangewezen om een prins te helpen, wiens koninkrijk was weggenomen, Arjuna. De moeilijkste opgave voor een profeet is iemand bij te staan die strijden moet en toch ook de boodschap van God brengen. Een profeet wordt naar twee zijden getrokken. En hoe schoon volbracht hij dat, door de Bhagavad Gita te schenken die van het begin tot het einde wijsheid bevat. Daarin is vriendelijkheid, daarin is dapperheid, daarin is moed, daarin is wijsheid, daarin is filosofie gegeven van het begin tot het einde. Hoe meer men de Bhagavad Gita leest, hoe meer men de juistheid erkent van de Engelse uitdrukking ‘to put it in a nutshell’. De gehele filosofie is er in de meest beknopte vorm samengevat. Daarin is mystiek, daarin is alles; in één boek heeft hij de gehele levensfilosofie gegeven. Men kan vragen, wat had Krishna te maken, zo’n grote ziel, met het helpen van een prins? Wat doet het er toe of deze zijn koninkrijk al dan niet terugkrijgt? Als we het bezien vanuit een psychologisch standpunt dan is het koninkrijk het goddelijk koninkrijk. En dit gaat verloren voor ieder mens, voor iedere ziel, wanneer die zich op aarde manifesteert. En om dat koninkrijk terug te krijgen, moest hij niet alleen geestelijke dingen leren, maar ook de wijze van oorlogvoeren; hoe te worstelen en te volharden op het pad van de waarheid. En het zou juist kunnen zijn dat hij een voorbeeld aan de wereld gaf, hoe je de meest wijze mens kunt zijn, en tevens alle hoedanigheden bezitten van een koning of een rechter of een generaal. Het is een beeld van alzijdige volmaaktheid. We komen nu tot het bijzondere van Shiva. Shiva heeft een voorbeeld gegeven van Vairagya. Beschouw dit niet als ascetisme. Zeer dikwijls vatten de mensen het op als ascetisme. Maar dat is het niet. Ascetisme is een grove vertolking van Vairagya. Het woord Vairagya komt van het Sanskrietwoord Thiaga, dat betekent ‘succes in verzaking.’ Dit toonde Shiva in zijn leven. Jarenlang deed hij meditaties, hij stond uren en dagen lang, hij stond op zijn hoofd, hij hield uren en dagen lang de adem in, hij ontzegde zich dagen en maanden lang alle voedsel. Alle dingen, die men doen kan om meester te worden over de stof en het leven, die deed hij. Wanneer men hoort over de filosofie van Shiva, dan is alles Thiaga, opgeven, onverschilligheid, onafhankelijk zijn van alle dingen, van voedsel, water, lucht, adem, zie van alle dingen af, zie ervan af. En wees niet verwonderd, dat hij ondanks dit alles de beste leer gaf aan zijn vriendin Parwati. Zij stelde hem vragen en hij beantwoordde die op fijnzinnige wijze. Bij al zijn ascetisme publiceerde hij nooit een leer, maar hij leefde de leer, hij was zelf een voorbeeld. Hij sprak niet veel maar Parwati schreef alles op, wat Mahadeva zei. Het boek is steeds een samenspraak tussen Mahadeva en Parwati. Parwati schreef het op. Dit wordt weer evenwichtigheid. Hij was ascetisch, maar verachtte niet alles wat schoon en goed was. Hij was zich niet onbewust van de devotie, die men hem toedroeg. En hij was het, die Parwati verzocht, toen hij de wetenschap van de Eenheids-streving besprak, die nooit te geven aan ongelovigen. Geef deze aan de eenvoudigen, geef deze aan de armen, geef deze aan goede mensen, waar je ze ook aantreft, maar geef die wetenschap nooit aan ongelovigen. Steeds weer vinden we die opmerking terug. 7


Wat is de houding tot de leraar, de goeroe? Wanneer een leerling, een chela niet de juiste houding heeft tegenover de goeroe, dan moet die chela het geheim van het leven niet ontvangen; hij verdient dit niet. Men zou kunnen denken, dat als de goeroe zich alles ontzegd heeft het er niet op aan zou komen of de chela gelovig is of niet. Hij wist dat wat gelovig aanvaard wordt, hem goed zou doen. Maar wat in ongelovigheid ontvangen wordt, zal hem verbranden; het was dus voor het welzijn van de chela. Nu komen we tot het bijzondere van Boeddha. Boeddha toonde het grote inzicht; hij begon met inzicht. Zijn ouders hielden hem afgezonderd in een paleis, totdat hij volwassen was. En ze gaven hem nimmer gelegenheid om de levensellende te zien; zo bleef hij onbekend met het leven van de wereld. Hij kende alleen zijn dienaren en de koninklijke voordelen, die hij in het paleis genoot. Totdat op zekere dag de vader zegt: “Nu moet hij de wereld zien, we zullen hem niet langer in gevangenschap houden.” De eerste dag dat hij uitgaat, ziet hij om zich heen en zegt: “Wat is dit?” Men antwoordde: “Die mens is blind, hij kan niet zien”. “En wat is dat?” “Dat is een mens, die door armoede is getroffen, hij heeft geen geld”. “Wat is dit?” “Deze vrouw heeft voor een grote familie te zorgen, het is een grote verantwoordelijkheid”. “Wat is dat?” “Dat is de ouderdom, die haar beproevingen meebrengt”. “Wat is dit?” “Dit zijn de helden die gestreden hebben en gewond zijn en ze zullen hun hele leven in deze toestand blijven”. Hij zag dat alles en zei: “Bestaat daarvoor geen geneesmiddel?” Men antwoordde: “Er zijn geneesmiddelen, maar geneesmiddelen zijn beperkt”. Het was zijn eerste levenservaring, en die bracht hem een slag toe. Door die slag was zijn ziel ontwaakt en hij begon te overwegen: hoe kunnen de mensen worden bevrijd van de verschillende soorten van smart. Het gehele leven van Boeddha was er aan gewijd, om het geneesmiddel te vinden dat de mensheid kon verlossen. Hij dacht over allerlei dingen, onderzocht verschillende levensaspecten, troostte en hielp de mensen, voortdurend zich wijdend aan het vinden van het geneesmiddel dat de mensheid kon bevrijden, hoe dan ook. Bij het zoeken naar bevrijding ontdekte hij hetzelfde mysterie, dat alle grote profeten en grote zielen gevonden hebben en dat mysterie was zelfrealisatie. Hij vond, dat alle godsdienst, meditatie, filosofie en wijsheid, alles op één doel gericht was en dat doel was zelfrealisatie. Dát was het geneesmiddel van alle geneesmiddelen en niets anders. Geef geld aan de armen, ze zullen nog armer zijn. Daarna heeft Boeddha zich alle gemakken en het geluk, dat God hem had gegeven, ontzegd en hij ging tot de mensen als een geneesheer van de ziel, om de mensheid troost te brengen. Daaraan wijdde hij zijn hele leven. En zij, die geïnspireerd waren door de blik, door de woorden, door de tegenwoordigheid, door de sfeer van de meester, zij verspreidden die inspiratie steeds meer totdat deze de wereldboodschap werd. Tegenwoordig heeft de halve wereld er direct voordeel van en de gehele wereld wordt er indirect door gesteund. Deze tekst is een bewerking van de Religieuze Gatheka’s, gemaakt voor www.soefi.nl

8


Weemoed naar Shiva in Jabalpur Dharma Rajagni

Toen ik in 1958 uit mijn geboorteplaats Jabalpur in India naar Nederland kwam en met mijn pleegouders voor de eerste keer een christelijke kerk bezocht, overviel mij een gevoel van verlatenheid dat ik sindsdien eigenlijk nooit meer ben kwijtgeraakt. Ik was nog jong, maar met de onbevangenheid die een kind eigen is, onderging ik het ritueel van anderhalf uur lang in een krapbemeten kerkbank te moeten stilzitten, luisterend naar een saaie, oude man (de ‘dominee’) die met toonloze stem voordroeg, preekte en bad. Met weemoed dacht ik terug aan de Shivatempel in Jabalpur, niet ver van de plek waar wij woonden, waar ik de eerste zeven jaren van mijn leven letterlijk kind-aan-huis was geweest. Al op zeer jonge leeftijd, ik kon nog niet eens lopen, werd ik door mijn ouders meegenomen naar de feesten en de plechtigheden in de tempel. Ik herinner mij de kleurrijke processies, met getrommel en de fluitmuziek, de lucht vervuld van zonlicht en wierook, en de uitgelaten vrolijkheid waarmee bijna alle rituelen gevierd werden — alleen bij crematies op de oever van de Narmada-rivier waren de mensen ernstig en in zichzelf gekeerd, maar nooit voor lang. Na het rouwen volgde altijd weer het zich-verheugen, zoals ik zelf heb ervaren na de dood van mijn ouders. Voor de mensen in mijn omgeving was de dood net zo natuurlijk als het leven: een moment van overgang in de eeuwige kringloop van het bestaan, gesymboliseerd door onze liefde voor Ganga, Durga, Amba en Kali, de godinnen van het stromende water. Met grote indringendheid herinner ik mij het eerste Diwali-feest na de dood van mijn ouders. Diwali is het feest van het Licht, waarbij elk huis en elke tuin ‘s avonds met zoveel mogelijk kaarsen en olielampen worden verlicht. Elk lichtpuntje in de duisternis staat voor een ‘gestorven’ ziel, opgenomen in de kringloop van de eeuwige wederkeer. De ziel is niet ‘dood’, de ziel is het ondoodbare in de mens. Voor hindoes is atman, de ziel, het levensbeginsel zelve en als klein kind begreep ik intuïtief de betekenis hiervan. Vroeg in de ochtend, het was nog donker, gingen wij naar de Narmada, om onze offers aan de rivier te brengen. Mijn grootmoeder liet twee kleine olielampjes op het water drijven, terwijl ze sprak over de dood van mijn ouders. Ik zag hoe de twee lichtjes door de stroming werden meegevoerd, tezamen met duizenden andere: een zee van lichtjes, een sterrenhemel op het water. Wij zijn nooit alleen, niet in het leven en niet in de dood. Omdat mijn vader brahman was, werd ik al op jonge leeftijd klaargestoomd om brahmachari te worden, een leerling van onze gewijde traditie. Ik kreeg onderricht van dezelfde guru als die welke mijn vader had opgeleid. Deze lering begon zodra ik kon spreken, zodat ik al uit de Veda’s kon reciteren alvorens ik kon lezen. Deze kennis ben ik nooit meer kwijtgeraakt en de herinneringen aan mijn geliefde guru Chandrajee al evenmin. Het zijn deze reminiscenties aan mijn vroegste jeugd die mij, gedurende mijn leven in Nederland, een gevoel van religieuze ballingschap hebben bezorgd. Immers: in de christelijke godsdienst herkende ik nauwelijks iets van de vreugde en de levenslust, de veelkleurigheid en het betoverende dat ik van 9


thuis, in India had meegekregen. Het verbaasde me wel om te zien hoe snel de kerken in Nederland leegliepen en hoe vele kerkgebouwen werden afgebroken. Stel je voor dat iemand in Jabalpur zou opperen om de Shiva-tempel te slopen! De man zou niet meer veilig over straat kunnen gaan. Om opkomst en verval van het christelijk geloof te kunnen begrijpen studeerde ik theologie en filosofie. Zo heb ik mijn brahmacharya-roeping op westerse wijze voortgezet, waardoor ik beide geloofswerelden, de oosterse en de westerse, nu vanuit persoonlijke ondervinding met elkaar kan vergelijken. Deze vergelijking leert me dat het christendom heel ver van de meeste mensen afstaat. Een thema als ‘Aan God doen’ komt op mij over als een vorm van theologische ironie, om niet te zeggen cynisme. God is niet iets waar men al of niet aan kan ‘doen’; hooguit kan men door God worden aangedaan, een ervaring die in het oosten ‘moksha’ of ‘samadhi’ wordt genoemd en in het westen ‘zegen’ of ‘genade’. Deze gemoedstoestand kan niet door ‘doen’ worden bewerkstelligd, maar alleen door ‘niet-doen’. Of de God van Nederland ‘zijn langste tijd gehad heeft’ is een vraag van nul en generlei waarde en in feite een dekmantel voor de vraag waarom mensen hier en nu niet meer in God geloven. Het antwoord luidt dat mensen niet meer in God geloven, omdat God geen betekenis meer voor hen heeft. God doet ons niets meer, omdat de kerk er niet in geslaagd is om de betekenis van het goddelijke op een geloofwaardige wijze te actualiseren. De mens wil niet meer in God geloven; hij wil het goddelijke leren kennen. Een wezenlijk verschil! Onderzoekt alle dingen, door de spiegel van de duistere rede, totdat wij zullen zien van aangezicht tot aangezicht. Dit verlangen naar kennis, deze religieuze nieuwsgierigheid is universeel menselijk, tijdloos en onvernietigbaar. Het heeft niets met tijden, theologie en trends te maken. Ons verlangen naar dé waarheid is eeuwig. Al onze ‘opvattingen’ erover zijn slechts weerspiegelingen van een duistere rede. God kan ‘zijn tijd’ niet hebben gehad, omdat het goddelijke in ons tijdloos is, dus eeuwig. Aangaande het goddelijke is het derhalve niet nodig om er ‘opvattingen’ op na te houden en al helemaal niet om ze te ‘bestrijden’. Theologie heeft dus alleen nog maar toekomst voor zover zij de mens weet te overtuigen van de opvatting, dat opvattingen er niet toe doen. Want alleen wie zonder denkbeelden en standpunten is, kan door het goddelijke worden aangedaan. Vanaf dat moment ‘doen we’ niet meer aan God. Vanaf dat moment ‘doet God’ er weer toe. * Dit artikel won de tweede prijs in de essay-prijsvraag ‘Aan God doen’ die uitgever Ten Have uitschreef t.g.v. de boekenweek.

10


Onder de titel ‘De betekenis van mindfulness’ schreven Zubin Spinder en Rama Lieftink in het maart-nummer van de Soefi-gedachte een pleidooi voor het toepassen daarvan op het soefipad. Bewust de aandacht focussen is de overeenkomst tussen soefimeditatie en mindfulness, schrijven zij. “In de soefimeditatie volgen wij vier stappen te weten: concentratie, contemplatie, meditatie en realisatie. Het concentratiedeel is mindfulness (…).” Dit artikel riep van verschillende kanten reacties op. De drie artikelen hieronder proberen nog weer scherper in beeld te krijgen wat concentratie op het soefipad eigenlijk is. De afbeeldingen erbij zijn te gebruiken als punt van concentratie maar illustreren ook het belang om concentratie te oefenen met heel je hart.

Concentratie – een kwestie van dóén

Mindfulness nodig hebben om concentratie te kunnen doen? OK, als begin, als je nog niet weet hoe het zit met de concentratie. Tenslotte komt het met al onze ‘gedachten over’ erop neer, dat we die gedachten gewoon moeten laten ronddansen als aapjes, en dat we onze oefeningen moeten doen. Dat wil zeggen, wie zegt het verlangen te hebben dieper te komen, moet gewoon zijn oefeningen doen zoals je iedere dag je tanden poetst; het is tot de ontdekking komen dat het niet de oefeningen zijn die je verdiepen, maar het doen van de oefeningen, je commitment, het ervoor staan en je oefeningen/meditatie mee te nemen in je dagelijkse leven, zoals Hazrat Inayat Khan dat noemde. Zal er ongetwijfeld iemand opstaan die vraagt: hoe neem je dat mee in je dagelijkse leven? Dat is zo ongeveer een vraag als: hoe leert een kind lopen? Door het te doen. Hoe leert iemand fietsen? Door het te doen. Dus ook: hoe leer je je meditatie mee te nemen in je dagelijkse leven? Door het te doen en te doen en te doen, steeds maar weer. Het is de ontdekkingsreis. De ontdekkingsreis is in de reis zelf, niet in het boekjes lezen over hoe Venetië er uitziet, of Vietnam, maar er naar toe gaan; geen voorgeschotelde teksten aanklikken (alhoewel, als iemand dat wil doen moet die daar zeker mee doorgaan) maar als het ware het antwoord op een vraag in jezelf op laten komen, of je hand je laten leiden naar het boek en de bladzijde die je een antwoord geeft op je vraag. Het leven leert je veel, maar de antwoorden op je vragen – als je hebt geleerd te luisteren – komen van binnen. Ervaringen en twijfels met elkaar delen? Ach, ja, dat kan en is geweldig als je in een omgeving bent waar wijsheid is. Hamida Verlinden

Hoe vang je een wild paard? Concentratie en mindfulness Kalyani Heerkens Half februari 2014: ongeveer 165.000 basisschoolleerlingen maken de Citotoets. Elk jaar rond deze tijd is er in de media weer veel over deze toets te doen. Naast de gebruikelijke kritiek op de toets en op het oefenen ervoor, was er dit jaar ook een reportage over kinderen die zich voorbereiden op de drie spannende toetsdagen met een training mindfulness. Dit laat goed zien hoe mindfulness in de wereld om ons 11


heen steeds meer (seculiere) toepassingen vindt. Ook in soefibijeenkomsten doen mindfulnessoefeningen hier en daar hun intrede. Daarom de terechte vraag: wat heeft mindfulness aan het soefisme toe te voegen? En is het zo, zoals Zubin Spinder en Rama Lieftink in de Soefigedachte maart 2014 betoogden, dat met mindfulness en concentratie zo ongeveer hetzelfde bedoeld wordt? Een jaar of vijftien geleden deed mindfulness haar intrede in het dagelijks taalgebruik in het Westen. Inmiddels worden overal in Nederland mindfulness cursussen aangeboden: in acht weken leer je mediteren en je leven meer mindful benaderen. De cursussen zijn gebaseerd op de training â&#x20AC;?Mindfulness-Based Stress Reductionâ&#x20AC;?, die Jon Kabat-Zinn in de jaren tachtig ontwierp om chronisch zieken beter te leren omgaan met hun ziekte, pijn, of stress. En dat werkte, zo bleek in de praktijk en uit wetenschappelijk onderzoek. MINDFULNESS TRAINEN Wat leer je in een mindfulnesstraining? Allereerst valt op dat mindfulness in deze trainingen vooral wordt benaderd vanuit de therapeutische effecten die het voor je kan hebben, en niet van uit het boeddhisme waaruit het begrip afkomstig is. In een mindfulnesstraining leer je aandacht te geven aan de volle breedte van de ervaring van dat moment, die ervaring te benaderen in plaats van die te vermijden, en er met mildheid en interesse naar te kijken. Zeker voor wie weinig ervaring heeft op dit pad kan een mindfulnesstraining een eye-opener zijn: hoe vaak dwalen onze gedachten niet af naar het verleden of de toekomst, naar oordelen over jezelf of juist over andere mensen, en hoe ontzettend weinig tijd brengen we door in het huidige moment om dat ten volle te beleven? Een eenvoudige handeling volbrengen als afwassen of een appel eten zonder een moment je aandacht te laten afdwalen naar wat anders blijkt een tour de force, zo ontdekken cursisten. Door je aandacht wel te richten op het hier en nu ga je opmerken dat elk moment een enorme schakering aan ervaringen in zich bergt en dat al die ervaringen komen en gaan, ook die sombere stemming waarvan je dacht dat hij voor altijd je leven zou kleuren. De kracht van de mindfulnesstraining zit onder andere in de didactisch goed doordachte opbouw. En dat is belangrijk, want het gaat om een vaardigheid die je je eigen moet maken voor de rest van je leven, wil je er ook op termijn profijt van hebben. Er is niet alleen nagedacht over de vraag hoe mensen te leren mediteren, maar ook over wat iemand nodig heeft om daadwerkelijk te starten en meditatie vol te houden na de cursus. Gewoontevorming wordt in de hand gewerkt door de (meestal) wekelijkse bijeenkomsten, de groepsvorming en het dagelijkse huiswerk waaraan je je committeert en vooral ook door het aantal oefeningen beperkt en simpel te houden. Kenmerkend is ook de verwevenheid van meditatie en het dagelijks leven. Tijdens de meditatie richt je je op het leven dat op dat moment in en om jezelf waar te nemen valt en in het dagelijks leven bouw je korte meditatiemomenten en bezinning in om afstand te nemen van de hectiek van alledag. 12


Jon Kabat-Zinn vat dat samenspel tussen meditatie en dagelijks leven zo samen: “Het belangrijkste is mediteren, oftewel mindfulness-oefeningen doen. […] Het volstaat niet je voor te nemen: Laat ik me vandaag meer mindful opstellen. Een meditatiesessie is als het stemmen van je instrument, waarna je ermee naar buiten gaat om erop te spelen.”1 DE RELATIE MET CONCENTRATIE Is mindfulness gelijk te stellen aan concentratie? Om deze vraag te beantwoorden is het goed om ook naar de leer van de Boeddha zelf te kijken. In deze leer blijkt Juiste Mindfulness de zevende stap te zijn van het Achtvoudige Pad, gevolgd door Juiste Concentratie, de achtste en laatste stap. Samen met de zesde stap: Juiste Inspanning, vormen ze de kenmerken van meditatie, ofwel Samadhi. Concentratie toont veel overeenkomsten met wat ook Hazrat Inayat Khan concentratie noemt: het richten van de aandacht op een object, bijvoorbeeld op de adem en zo een ankerpunt creëren waar de aandacht steeds weer terug kan komen. Mindfulness wordt in het boeddhisme gezien als de sleutel tot de meditatiebeoefening en het ontwikkelen van wijsheid. Door mindful te zijn ontwikkelen we inzicht in de werking van onze geest, de wispelturigheid ervan, en de bron van ons lijden. Wie mindfulness beoefent, richt zijn aandacht niet zozeer op een object, maar registreert in het huidige moment het hele spectrum van ervaringen: de geluiden, de wind, de adem, de sensatie in ledematen, gevoelens. Door bewust en actief waar te nemen zonder oordeel leren we waar te nemen wat we denken, voelen en ervaren op het moment dat gedachten en gevoelens zich aan ons voordoen. Zo ontwikkelen we inzicht in de werking van de geest en compassie voor de wijze waarop die ons leven beïnvloedt. De essentie van mindfulnessbeoefening is om steeds weer op te merken dat de geest zich verliest in allerlei gedachten en op milde wijze de aandacht terug te halen naar de ervaring van dat moment. De essentie van concentratie is om een ankerpunt te creëren waarnaar de geest kan terugkeren.2 Binnen het boeddhisme gaan mindfulness en concentratie weliswaar hand in hand, maar zijn ze niet hetzelfde. Het boeddhisme kent dan ook vormen van meditatie waarin het mindful gewaarworden meer centraal staat (Vipassana) en meditaties waarin vooral de concentratie op een object wordt nagestreefd. DE BENADERING VAN HAZRAT INAYAT KHAN De hierboven beschreven ervaringen zijn herkenbaar voor iedereen die begint met mediteren. Iets kiezen om de aandacht op te richten, of dat nu de adem, een object, een mantra of een gevoel is, en de geest terugbrengen wanneer die blijkt afgedwaald, is het kenmerk van elke meditatiemethode. Ook Inayat Khan gaat in zijn lezingen in op de werking van de geest en op het belang van concentratie. De legende van de twee zonen van Rama is een van de verhalen waarmee hij het belang om beheersing te krijgen over de geest illustreert. De jongste zoon probeert een wild paard te vangen. Als hem dat lukt, mag hij de volgende koning worden. Hij rent de hele dag achter het dier aan maar dat is hem steeds te slim af. Zijn oudere broer ziet het een tijdje aan en zegt dan: “Dit is de verkeerde methode. Je gaat dat paard nooit vangen op deze manier. De beste manier om het dier te vangen is niet om het te achtervolgen, maar om het te ontmoeten.”3 En inderdaad, door naar het paard toe te gaan lukt het de jongeman het dier van13


gen, en bereikt hij zijn doel. Hazrat Inayat Khan vervolgt dan: “Het paard in dit verhaal is de geest. Wanneer de geest beheerst wordt, dan wordt meesterschap verkregen en wordt het koninkrijk van God bereikt. […] De manier om beheersing over de geest te verkrijgen is niet door deze te volgen, maar door concentratie: door concentratie komt men de geest tegemoet.”4 Inayat Khan reikt hier een methode aan waarmee we de spanning tussen concentratie en de onrust van de geest kunnen leren oplossen. Is het temmen van het wilde paard, oftewel het ontmoeten van die wilde geest, gelijk te stellen aan mindfulness? Dat is een lastig te beantwoorden vraag, omdat Hazrat Inayat Khan een dergelijke term zelf nooit heeft gebruikt. In het volgende citaat pleit hij wel voor een houding waarin je je verzoent met elke ervaring die opkomt, en deze tegemoet treedt in plaats van ervoor weg te lopen. In plaats van je wil op te leggen aan de geest en deze tot concentratie te dwingen, is een ontspannen houding ten opzichte van dat wat opkomt, de betere aanpak: Op het moment dat je gaat zitten om je te concentreren verandert de geest van ritme juist omdat je erop gebrand bent hem onder controle te krijgen. De geest wil dat niet; hij verlangt naar vrijheid. Net zoals jij op je rechten staat, zo staat ook de geest op zijn rechten. De beste manier is om de geest te begroeten wanneer die je tegemoet komt. Laat hem brengen wat hij te brengen heeft wanneer je oog in oog met hem staat, en erger je niet aan wat de geest je brengt. Neem het eenvoudig aan, dan heb je je gedachten onder controle, want wanneer deze naar je toe komen, dan zullen ze niet verder gaan; laat ze maar brengen wat ze brengen. Op deze wijze verbind je je met je geest, want zodra je hem aankijkt, dan heb je hem in de hand.5 Hier valt de paradox op die we zo vaak aantreffen in het werk van Inayat Khan. Kortweg: door de geest vrij te laten kun je hem onder controle houden, en niet door hem te forceren. In de serie Murakkabah in de Gita’s gaat Inayat Khan in op het belang en de methode van concentreren. Dat hij een goede concentratie van groot belang acht voor een zinvol en succesvol leven, spreekt uit elke les die hij hier geeft. Soms geeft hij heel praktische adviezen (neem een voorwerp van de schoorsteenmantel en concentreer je erop), soms is hij heel abstract. En zeker, éénpuntige concentratie en ‘single-mindedness’ worden ook hier als belangrijke doelen gepresenteerd. Hierin is veel overeenkomst te vinden met de boeddhistische leer. SCHEPPENDE KRACHT Maar er zijn ook wezenlijk verschillen tussen de wijze waarop concentratie beoefend wordt in het boeddhisme en in het soefisme. De nadruk die Inayat Khan legt op het belang van het kiezen van het juiste concentratieobject en op de sympathie voor het object van concentratie, is essentieel. Dat waarop je je concentreert roept immers een scheppende kracht op en kan de mens helpen (of juist niet) zijn levensbestemming te benaderen. Inayat Khan zegt hierover: “Door een voorwerp voor ogen te houden bereiken we niet alleen concentratie, maar nemen we ook iets van de essentie van het voorwerp in ons op.”6 14


De wijze waarop Inayat Khan de vorderingen op het pad van concentratie omschrijft in de Gita’s illustreert dit. De eerste stap is observatie van een voorwerp zonder de details waar te nemen, de tweede stap is observatie van het voorwerp met alle details, de derde stap is de concentratie waarbij het voorwerp verfraaid wordt. In deze Gita voegt Inayat Khan toe: ‘De derde soort is de concentratie van de artistieke mens’.7 Mij lijkt dat we hier bij de kern van zijn filosofie zijn aangekomen. Hier spreekt immers de musicus. De eerste vorm van concentratie laat zich goed vergelijken met het oefenen van toonladders, de tweede met het spelen van études; pas in de derde stap begint de muziek tot klinken te komen en begint het echte musiceren. Deze derde stap leidt naar het openstellen van een ruimte waarin de creatieve interactie kan plaatsvinden. Voor de musicus is dat de wisselwerking met, de liefde voor en de overgave aan de muziek. Dat wat met veel studie werd aangeleerd, komt nu tot wasdom, en wordt gedragen door de wisselwerking tussen muziek en musicus. Zo werkt ook meditatie. De soms grote inspanning die concentratie vergt, leidt uiteindelijk tot ontspanning. Op dat punt aanbeland begint het mediteren, volgens Inayat Khan. Terug naar de vragen waarmee dit artikel begon: wat heeft mindfulness aan het soefisme toe te voegen? En is het zo dat met mindfulness en concentratie zo ongeveer hetzelfde bedoeld wordt? Om met de tweede vraag te beginnen, dit is niet het geval. Mindfulness en concentratie zijn weliswaar nauw verwant, maar vormen, ook binnen het boeddhisme, eerder twee zijden van de medaille dan dat ze hetzelfde zijn. De eerste vraag verdient een genuanceerder antwoord. De seculiere en boeddhistische mindfulnessbeoefening die ik eerder beschreef, kan ons veel leren, zoals de goed uitgekiende didactiek, de nauwgezette analyse van de werking van de menselijke geest en de milde houding die je kunt innemen tegenover de ongedurige geest. Zeker zo belangrijk, vind ik, dat we veel kunnen leren over de soefitraditie door vanuit een andere wijsheidstraditie naar het soefisme te kijken en er de dialoog mee aan te gaan. Dit kan ons helpen het gedachtengoed van Hazrat Inayat Khan beter te begrijpen. Tegelijk laat ik in dit artikel zien dat het overplanten van mindfulness, dat in het boeddhisme zo’n belangrijke plaats inneemt, niet zonder meer vruchtbaar hoeft te zijn. De intentie waarmee je het soefipad bewandelt, is een heel andere dan de intentie die de gemiddelde mindfulnessbeoefenaar heeft. Een mix van beoefening nastreven kan zelfs in de weg staan van een goede en doorleefde toepassing van concentratie zoals Hazrat Inayat Khan die bedoeld heeft. Het kan het zicht belemmeren op dat waartoe concentratie uiteindelijk dient: het ontsluiten van een scheppende kracht die we nodig hebben om ons leven optimaal vorm te geven. 1 Interview met Jon Kabat-Zinn, Happinez 1-2014, p. 28. 2 Joseph Goldstein, Mindfuness A Practical Guide to Awakening, 2013, p. 396-397. 3 Hazrat Inayat Khan, Sufi Teachings: The Art of Being, Element Book s , 1991, p. 83 (mijn vertaling). 4 Hazrat Inayat Khan, Sufi Teachings: The Art of Being, Element Book s , 1991, p. 83 (mijn vertaling). 5 Hazrat Inayat Khan, Sufi Teachings: The Art of Being, Element Book s , 1991, p. 83 (mijn vertaling). 6 Hazrat Inayat Khan, Sociale Gatheka 51 7 Hazrat Inayat Khan, Gita II,5 Murak kabah – concentration (mijn vertaling).

15


Cursus in concentratie Kariem Maas

Wie wil begrijpen wat de reikwijdte is van concentratie volgens Hazrat Inayat Khan, doet er goed aan de Gitas te raadplegen1. Deze lessen – letterlijk ‘liederen’ – behoren tot de moeilijker teksten van de Innerlijke School van de Soefi Beweging. Niet voor niets zijn ze bedoeld voor gevorderde moerieds (leerlingen). Het zijn drie series van tien lessen over zeven onderwerpen. En het eerste onderwerp is steeds concentratie (murakkabah). Temidden van de soms moeilijk te doorgronden andere stukken, is de reeks over concentratie opvallend helder en systematisch opgezet. Neem de allereerste instructie: “Pak een voorwerp van de schoorsteenmantel of van de meubels in de kamer, een vrucht of bloem, zet het voor je neer en focus je blik erop.” Zie daar, hoe concentratie begint. Eenvoudiger kan het bijna niet. Maar vergis je niet, het eind van het liedje, vele lessen later, is verstrekkend: “De levensloop van een mens hangt af van wat hij in gedachten heeft.” Wie concentratie ontwikkelt, ontwikkelt een scheppende kracht. Concentratie is onmisbaar voor contemplatie, meditatie en – uiteindelijk – realisatie. “Maak God tot werkelijkheid en Hij maakt jou tot de Waarheid.” Dat is de essentie en scheppende kracht van concentratie. En dat begint dus met vijftien minuten kijken naar een simpel voorwerp en daarna vijftien minuten proberen dat voorwerp met gesloten ogen te visualiseren. Op het gevaar af van deze reeks diepzinnige lessen een karikatuur te maken, geef ik hier de grote lijn weer. Die lijn maakt duidelijk wat het belang en doel van concentratie is binnen de soefipraktijk van Hazrat Inayat Khan. TECHNIEK De eerste serie Gitas betreft vooral de ‘werking’ van concentratie. Het begin van concentratie is het eenvoudigweg observeren van voorwerpen. Afhankelijk van onze wilskracht kunnen we de indruk die dat voorwerp op onze ‘mind’ maakt visualiseren in min of meer concrete beelden. De oefening bestaat er uit dit steeds langer vol te houden. Feitelijk komen dit soort indrukken via al onze zintuigen binnen; het hangt dan van ons concentratievermogen af of we de plezierige indrukken kunnen vasthouden en de minder gewenste kunnen wissen. Ook het wissen is onderdeel van de oefening. De ‘mind’ is in golven meer of minder actief – enthousiast beginnen we ergens aan, die energie luwt, en uiteindelijk resteert slechts een herinnering, soms prettig, soms vervelend. Wie meester is over zijn concentratie kan deze drie stadia naar eigen wil inzetten, vasthouden of beëindigen, en is dus geen willoos slachtoffer meer van zijn opkomende en luwende luimen, en van herinneringen die blijven zeuren. Concentratie moet stap voor stap ontwikkeld worden. Wie het niet lukt op een voorwerp te concentreren zal niet gemakkelijk verder komen; dus die oefening is essentieel. Moeilijker namelijk, want minder grijpbaar en voorstelbaar, is de concentratie op een naam van iets of iemand of een persoon. De derde stap is nog weer abstracter: concentratie op een kwaliteit, te beginnen met concentratie op een gevoel en daarna op nog abstractere begrippen en intuïtieve ideeën. 16


Om deze stappen te doorlopen is kracht, moed en geduld nodig, houdt Inayat Khan zijn leerlingen voor. Indrukken zijn vibraties en atomen, zowel grove als subtiele. Concentratie is de vaardigheid om die atomen in onze geest te groeperen en vast te houden. Het licht van onze wil, dus ons innerlijk licht, maakt ze ‘zichtbaar’ in onze visualisaties. Een goed geheugen hangt af van een scherp focus en bestendige observatie; focus zorgt voor helderheid, stabiele observatie zorgt voor diepte in onze herinneringen. Dat vereist een stabiele (lichaams)houding, een leven in balans. Belangstelling, geduld en alertheid dragen bij aan de kwaliteit van onze observatie. Wie dat kan opbrengen zal succes hebben in het leven, verzekert Inayat Khan. Het betekent dat we in ons dagelijks leven in staat moeten zijn om in gedachte, woord en daad dingen van begin tot eind vol te houden, af te maken en ons niet te laten afleiden; Het dagelijks leven kan zodoende een continue oefening in concentratie worden. De wil is daarbij cruciaal. Met een sterke wil zijn grote visies tot leven te brengen; zo kan je meester worden over alle wereldse zaken en zelfs over ‘onmogelijke’ wonderen. De laatste les in deze eerste serie benadrukt het belang van jezelf niet in de weg lopen. Zelfbewustzijn staat concentratie in de weg. Je moet de constante, oncontroleerbare activiteit van je denken en voelen gewoon geen aandacht geven. Je richt je, en gaat op in het onderwerp van concentratie. DE CREATIEVE KRACHT VAN CONCENTRATIE De tweede serie Gitas begint met een heel kort lesje dat echter de toon zet voor deze serie en een nieuw accent plaatst: concentratie betreft niet alleen de herinnering aan iets, maar is ook scheppend. En hadden we het tot nu toe over concentratie op één ding, welbeschouwd gaat het altijd om een variëteit aan details. Dat maakt de waarheid duidelijk dat er verscheidenheid in eenheid is en eenheid in verscheidenheid. Sterk van invloed op ons vermogen te concentreren is de mate van belangstelling, of liefde, die wij voor het betreffende onderwerp hebben. We moeten het leren vasthouden zonder dat er iets anders tussen kan komen. “Zoals een ruiter meester is over zijn paard.” Concentratie begint met een simpele vorm, maar voert in stappen tot het omvatten van de natuur, om daar creatief nieuwe beelden en visies mee te scheppen. De grote profeten hadden dit soort sterke verbeelding, die nog steeds doorwerkt. Hoe komt het dat onze herinneringen vervagen? Inayat Khan geeft als uitleg dat ze uiteenvallen omdat nieuwe impressies eroverheen ‘vallen’. Met onze wilskracht verzamelen we de scherven. Afhankelijk van die kracht lukt dat beter of slechter en 17


gaan we herinneringen door elkaar halen. Hoe komt het dat we soms niet van zeurende herinneringen kunnen afkomen? Bij deze vraag haalt Inayat Khan naar voren wat hij eerder al heeft gezegd: De belangstelling en de gevoelens die we ergens bij hebben zijn sterk van invloed. Pijn blijft ons lang bij. Dus blijven pijnlijke herinneringen zeuren. Een mysticus echter beheerst deze gevoelens en gedachten. Pijn en plezier zijn onderworpen aan zijn gezag. Zo wordt hij “koning van de wereld binnen en buiten”. Wat begon als een oefening op gezette tijden moet al doende een continue activiteit in het dagelijks leven worden. Deze serie Gitas besluit met een stellige tekst dat wij met concentratie als scheppende kracht dingen in ons leven waar kunnen maken die we anders nooit zouden kunnen realiseren. “Wie meester over zijn concentratie is kan zichzelf van de aarde naar hemel opheffen.” DE WISSELWERKING: JE WORDT WAAROP JE JE CONCENTREERT De derde serie Gitas gaat in op nog weer een dieper aspect van concentratie. Concentratie kan scheppend zijn, maar omgekeerd, datgene waarop je je concentreert heeft ook invloed op jou. Het is dus van groot belang, waarop je je concentreert. Een soefi concentreert zich daarom niet op een willekeurig voorwerp, alsof het alleen zou gaan om de techniek van het concentreren en daar vorderingen in te maken; een soefi richt zich op het hoogste en beste – dus op God. Maar hoe kan dat? God is onvoorstelbaar, allesomvattend en aldoordringend. Dus willen we een afbeelding maken. In de grote profeten, zoals Boeddha, Jezus, Mohammed, zien we voorbeelden van het Goddelijke. Maar, zo vraagt Inayat Khan zijn leerlingen, waarom zouden we genoegen nemen met een afbeelding? De levende mens, diens hart dat alles kan omvatten, is toch verre te preferen boven een ‘levenloze’ afbeelding? We kunnen ons het beste concentreren op een levende leraar die wij liefhebben. In die leraar kunnen we goddelijke kwaliteiten weerspiegeld zien, en ons daarop concentreren. De affectie tussen een levende leraar en leerling is de beste “brug” voor het doen opleven van die kwaliteiten in het hart van de leerling. Inayat Khan duidt dat proces aan met de arabische term ‘Tassawuri Murshid’. Eigenlijk, zegt Inayat in de daarop volgende les, is de moeder de eerste Murshid, het levende voorbeeld. Direct daarna de vader. En naarmate een kind ouder wordt volgen er andere ‘helden’ die kwaliteiten tonen waaraan het zich spiegelt en optrekt. Het is dus een voortgaand proces dat dan ook niet stopt bij de concentratie op de kwaliteiten van de levende leraar, en daarna profeten. Uiteindelijk zijn dit allemaal (contemplatieve) stappen om te komen tot meditatie op de kwaliteiten van het vormloze perfecte Ene, op God, en tot een opgaan in de alles omvattende God (realisatie). Belangstelling, sympathie en liefde versterken concentratie. Andersom ga je ook ‘vanzelf’ houden van het onderwerp waarop je ten volle je concentratie richt. Het is een wisselwerking. Devotie (toewijding) tot goddelijke kwaliteiten verleent goddelijke kracht aan de ‘mind’. Inayat Khan gaat nog een (mystieke) stap verder. De ‘mind’ die in diepe concentratie goddelijke kracht ‘aanraakt’, schept deze godde18


lijke kracht, en tegelijk is God scheppend bezig door degene heen die zich concentreert op God. Schepper, schepping en geschapene zijn dus één. Op welk ideaal of godsideaal iemand zich het beste kan concentreren is afhankelijk van ieders eigen ontwikkeling. Concentratie begint met een “naam of vorm” en wanneer een soefi zich ontwikkelt begint die de naam of vorm te vergeten. Goddelijke Perfectie is in Profeten gepersonifieerd. Door concentratie op hen schept de mens dit ideaal in zichzelf. Door zijn devotie creëert hij de goddelijke idealen in zichzelf. Devotie is de beste manier om perfectie te bereiken, luidt de laatste zin van Inayat Khans laatste les over concentratie. In een van zijn spreuken is dat kernachtig samengevat als: “Maak God tot werkelijkheid, dan maakt Hij je tot Waarheid.” 1 Zie de Complete Work s , 1922 deel 1, de inleiding, over Gitas en Gathas. Inayat Kan verbleef tijdens en na de Eerste Wereldoorlog in London en gaf daar een aantal jaren achter elkaar, tien maanden per jaar, ‘soefi-klassen’ voor een wat ruimer publiek dan alleen ingewijde moerieds. Hij gaf ze op dicteersnelheid zodat iedereen ze op kon schrijven (en de teksten nu dus goed gedocumenteerd en betrouwbaar zijn doorgegeven). De lessen van drie achtereenvolgende jaren zijn gebundeld in drie series Gitas; elke serie bestaat uit tien lessen over de zeven onderwerpen die aan bod komen. De Gitas zijn niet in de boekhandel verkrijgbaar en slechts gedeeltelijk in het Nederlands vertaald. Erin komen aan de orde: 1 Concentratie, 2 Psychologie, 3 Healing, 4 ‘Spirit phenomena’, 5 Esoteriek, 6 Mystiek, 7 Het pad van bereiking. De Gatha’s, die als boek in het Nederlands verkrijgbaar zijn en nu als eerste ‘lessen’ voor moerieds aan bod komen in de Innerlijke School, zijn van later datum en anders samengesteld. In de vele lezingen die Hazrat Inayat Khan in de twintiger jaren gaf waren nieuwe onderwerpen opgekomen, die een nieuwe serie ‘teachings’ noodzakelijk maakten. Het samenstellen van deze lessen was het werk van Murshida Sherifa Goodenough. Zij compileerde uit (soms bewerkte) delen van lezingen en soms uit specifiek daarvoor gegeven toespraken de Gatha’s, met andere onderwerpen dan de Gita’s maar wel een soortgelijke opbouw: zeven onderwerpen die in drie series van elk tien hoofdstukken worden behandeld. Dit latere werk is anders – meer ‘westers’ – van toon en terminologie dan de eerdere Gita’s. Het lijkt er op dat Inayat Khan meer ingespeeld raakte op zijn publiek, op de Europeanen en Amerikanen van begin twintigste eeuw die zijn oorspronkelijke, in oude tradities gewortelde gedachtengoed niet zomaar konden vatten. De onderwerpen die aan bod komen in de Gathas zijn: 1 Vormen van geloof en bijgeloof, 2 Inzicht, 3 Symboliek, 4 Adem, 5 Moraal, 6 Dagelijks leven, 7 Metafysica.

19


Column Contact

Karim Logtmeijer Ik loop over straat en ben in gedachten. Mijmerend drentel ik over de stoep. Voetgangers, fietsers en auto’s passeren mij; het lijkt wel of alles voorbij schiet. Iedereen is onderweg, ergens naar toe, van punt A naar punt B. Veel mensen hebben haast, zetten er de pas in, geven gas. En net als ik zijn zij ook in gedachten verzonken. Soms treft mijn blik de ogen van een voorbijganger. Dan zie je aan die ogen of die persoon blij is, of verdrietig, of boos, of nerveus. En sporadisch krijg je een reactie terug; een warme glimlach, een gespannen frons of een blik van verbazing. Ken ik jou? Ken jij mij? Zo zie ik veel mensen over straat lopen die zich niets aantrekken van de wereld buiten. Ze vertoeven in gedachten, in verleden en in toekomst. Worden ze aangesproken, dan is hun reactie nogal kortaf: “Wat moet je van mij?” Ze zijn alleen met hun denkwereld. Ze delen weinig met anderen en gaan soms zelfs gebukt onder de kwellingen van oude en nieuwe problemen. Vaak spelen angsten ook een rol. Bang voor anderen, angst

20

voor negatieve reacties, onzeker en zoekende naar rust. Wanneer de blikken elkaar ontmoeten kan je gewoon terug glimlachen en doorlopen, maar je kunt ook iets zeggen. In Nederland zeg je dan normaliter iets over het weer: “Het is wel warm voor de tijd van het jaar”, of “Komt u wel vaker hier?”. En dan heb je al snel contact. Het kan een kort praatje worden, een kleine uitwisseling. Je kan een grapje maken of iets aardigs zeggen. Het kan ook dat je een zogenaamde klik hebt met een onbekende; een fijn gevoel, het gevoel van sympathie. En dan stroomt het, het gesprek gaat vanzelf, de woorden komen op gang en de ander luistert aandachtig. Nog een stap verder kan het gaan: je voelt je begrepen, ergens diep van binnen, je voelt waardering en erkenning voor wie jij bent, je voelt de liefde stromen van mens tot mens, van hart tot hart. In dit diepe contact met een medemens dat je kan hebben in deze wereld, voel jij je veilig, het voelt als een vriendschap. Het inspireert, het stroomt, het vult aan, het contact tussen mensen brengt vreugde.


Darshan 1

Gawery Voûte De mentaliteit van de moderne mens heeft zich snel verwijderd van de waardering – laat staat de bewondering – van een grote figuur, op welk terrein van het leven deze ook moge optreden. Daar een zeer begaafd mens evenzeer feilbaar is als ieder ander, geeft men zich niet gauw gewonnen aan een persoonlijkheid, maar veel eerder aan een idee of leuze, die minder onderhevig lijkt aan onmiddellijke kritiek. Een mens is immers veel eerder aanvechtbaar dan een idee. Wat men echter vergeet is, dat elke idee, ja elke prestatie in oorsprong voortkomt uit het denken en voelen van een mens. Achter alles schuilt toch de menselijke persoonlijkheid op de manier als een componist verborgen is in zijn compositie. Wellicht heeft deze instelling, die persoonsverheerlijking schuwt, vooral in maatschappelijke verhoudingen ertoe bijgedragen dat tegenwoordig weinig grote persoonlijkheden optreden. Stellig spelen daar ook allerlei andere factoren een rol bij, maar deze vallen buiten het bestek van dit hoofdstuk2 dat de menselijke persoonlijkheid in het middelpunt plaatst, op grond van een vermogen de geest als meester over lichaam en ‘mind’ te erkennen. Een dergelijke erkenning kan alleen maar wezenlijk zijn, als hij ondersteund wordt door een levend bewijs en niet door een vage theorie. In het oosten is dat een heel natuurlijke zaak. De gewone mens heeft daar nog een extra zintuig, dat hem niet alleen gevoelig maakt voor, maar ook aangetrokken laat worden door ‘outstanding’ figuren, die door hun geestelijke superioriteit als een vuurtoren werken waarvan de stralenbundels hen in hun nacht van onwetendheid bereiken. In de straling van zulke geestelijke persoonlijkheden worden zij opgenomen door eenvoudig en stil bij hen neer te zitten. Deze darshan helpt hen het eigen kleine licht niet langer onder de korenmaat te houden, maar het op te heffen om er het eigen pad mee te verlichten. In het westen is dit extra zintuig heden aan het ontwaken. Vandaar dat vele jongeren op zoek zijn naar meesters. Maar de westerse mens heeft niet eeuwenlang dit vermogen levend gehouden en verfijnd, zoals de oosterse mens, en daarom gedraagt hij zich in deze vaak als een onmondig kind dat de echte en onechte meesters moeilijk kan onderscheiden. Voor de zich rustig bezinnende mens zijn deze symptomen een waarschuwing om zich te vergapen aan ‘would be’ oosterse mystiek. Na deze inleiding naderen wij nu het darshan dat leerlingen van Moersjid Inayat Khan gedurende de zomerschool in Suresnes beleefden. Voor enige tijd uit hun gewone dagelijkse leven, ademden zij nu dagelijks darshan in, of zij in zijn directe fysieke aanwezigheid waren of niet. De vibratie van het zijn daar was te vergelijken met een getransponeerd muziekstuk op een veel hogere noot, waarvan de grondtoon door Moersjid werd aangegeven. Voortdurend werd iedereen er door aangeraakt op alle niveaus van zijn wezen, zodat men opgeheven werd tot de grens van zijn kunnen maar ook geconfronteerd werd met eigen tekortkomingen. Daarbij waren wij ons ervan bewust, dat moersjid ons diepste verlangen, maar ook ons menselijk falen beter peilde dan wijzelf. Als hij zijn moerieds toesprak bespeelde hij het gamma van hun verborgen mogelijkheden en gebrekkigheden, en altijd gericht blijvend op de goddelijke oertoon waarmee hij ons, zoals hij eens zei, met één hand boven onze situatie lichtte. Een zeldzaam voorrecht ervoeren wij als ons een persoonlijk interview met moersjid werd toegestaan. Als het ons dan gegeven was 21


in die korte tijdspanne liefst woordeloos darshan te ervaren, werden wij wel zeer gezegend. In die stilte liet hij het goddelijk leven, in de kiem in ons aanwezig, zo binnenstromen dat het ons tot onze laatste ademtocht [in]gebed zou houden in de heilige stroom. Daarom is één ogenblik in de aanwezigheid van de meester meer dan jaren van studie, zelfs dan meditatie. Toch beval Moersjid studie van zijn leringen en meditatie zeer aan, vooral als de moeried in staat is hen te verrichten als een darshan, dat wil zeggen in communie met de meester. Dan verrijkt zich de darshan door die bewustzijnsverdieping die door het ware kennen en zuiverheid van realisatie teweeg wordt gebracht. Dit proces van geestelijke ontwikkeling bracht Moersjid op gang bij hen die als moerieds om hem heen stonden, maar ook voor komende tijden, waarin de vibratie van de soefiboodschap de mogelijkheden tot Darshan met hem blijft doorgeven aan degenen die er zich voor openstellen. 1 Stille communicatie 2 Waarschijnlijk betreft deze tekst een mondelinge toelichting van Gawery Voûte op een paper van moersjid Inayat Khan voorafgaand aan een klas in de 70er jaren.

OVER BOEKEN MarYam Mildenberg: NA HET JUBELJAAR. 2014. 109 blz. ISBN 978-94-91574-09-2 Te bestellen via m.mildenberg@hetnet.nl Kosten €12,00 excl.verzendkosten. Een juweeltje, dit handzame kleine boekje. Jubeljaar heet het wanneer vrouwen vijftig jaar zijn geworden, ‘Sarah hebben gezien’, zoals mannen op die leeftijd ‘Abraham hebben gezien’. Na het jubeljaar beginnen de jaren van onderscheid en vertellen vrouwen universele verhalen, ze weten dat er meer is: licht en plezier. In diep doorvoelde, ontroerende, prachtige beelden en bewoordingen voert de schrijfster ons mee met de bijbelse Sarah en de veel latere Mirjam, en verhaalt ze over hun levenstocht. De geschiedenis wordt opnieuw beleefd en laat ons het vertrouwen en de toewijding van deze grote bijbelse figuren zien, in hun lang niet eenvoudige aardse bestaan. Een aanrader dit boekje. Sabir Jaap Dekker. Pir Zia Inayat Khan: Caravan of Souls, An Introduction to the Sufi Path of Hazrat Inayat Khan. 238 blz. geb. ISBN 978-1-941 810-02-6. Uitg. Suluk Press, Omega Publications Inc. $ 25.95 Uit de vroege jaren van het soefiwerk dateert het boek ‘ The Way of Illumination’, Het was een gids met een korte geschiedenis, de tien Soefi-gedachten en uitleg over inwijding. Nu, meer dan 100 jaar later, is er opnieuw behoefte aan zo’n (engelstalige) gids. Pir Zia, hoofd van de Soefi Orde, heeft daarin met deze zeer goed samengestelde bloemlezing van (al bestaande) teksten voorzien. De geschiedenis en voorgangers van Hazrat Inayat Khan komen uitgebreid aan de orde. De innerlijke school wordt behandeld, de methodes en praktijken, en het zoeken naar God. 22


Diverse activiteiten worden beschreven. Een verklarende woordenlijst completeert dit gedegen overzicht. Pir Zia laat ieder van de punten van de inhoud volgen door een tekst van Hazrat Inayat Khan. Dit maakt het boek levendig en een uitstekende gids voor iedere soefi. Ameen Carp Frédérique Lenoir. De wereldziel. Roman. Uitgeverij Ten Have. 187 blz. ISBN 9789025903367.€16,99. Ook verkrijgbaar als Ebook. ISBN e book 9789025903374.€9,99 Romans schrijven gaar Lenoir minder goed af dan het schrijven van populair wetenschappelijk werk. Dit is zijn tweede roman. De eerste had als titel Het orakel van de maan. Beide hebben een zwak plot omdat Lenoir te veel kennis kwijt wil en het verhaal daardoor erg onwaarschijnlijk wordt. In de roman De wereldziel worden 7 wijzen uit verschillende delen van de wereld opgeroepen om op weg te gaan om op weg te gaan naar Toulanka. Dat oproepen gebeurt op heel bijzondere wijzen via dromen, een stem die niemand anders hoort, een gedachte die zo maar in je opkomt en meer van dit soort bijzondere manieren. Toulanka blijkt een klooster te zijn in Tibet, alleen te bereiken te voet en per ezel. De geroepenen zijn bijzondere mensen: Een liberale rabbijn uit Jeruzalem Een herderin/genezeres uit Mongolië Een katholieke monnik uit Brazilië Een hindoe-mystica uit India Een soefimoslim uit Nigeria Een taoïstische wijze uit Shanhai En een Nederlandse filosofe, die ook haar veertienjarige dochter meeneemt omdat ze daar geen onderdak voor kan vinden en het toch zomervakantie is. Ze reizen allemaal af maar ze hebben geen idee wat ze er moeten gaan doen. Na een aantal dagen krijgen ze echter allemaal een droom waarin een stad of plek die hun zeer dierbaar is wordt verwoest. Dan besluiten ze, gezamenlijk de universele wijsheid vast te leggen en die door te geven aan het jonge Nederlandse meisje en een twaalfjarige lama die in het klooster verblijft. Zij moeten deze wijsheid doorgeven aan wat er na de ramp overblijft van de wereld. Ze komen tot 7 sleutels van wijsheid: –– Over de betekenis van het leven –– Over lichaam en ziel –– Over de ware vrijheid –– Over de liefde –– Over het goede doen en het vermijden van het kwade –– Over de kunst van het leven –– Over het aanvaarden van het leven. Ondanks het onwaarschijnlijke verhaal is de wijsheid die wordt verteld van een grote schoonheid. Eigenlijk een echt soefiboek. Bovendien weet Lenoir alles in zeer duidelijke en eenvoudige woorden te beschrijven. Niet voor niets werden er in Frankrijk 200.000 exemplaren van verkocht. Zubin van den Besselaar

23


Verbonden zijn Theo Kauffman

In zijn toespraak “Het Innerlijk Leven” van 1922 zegt Hazrat Inayat Khan dat het doel van het leven niet alleen wordt gevonden in het groeien naar grootse prestaties, maar ook in bewustzijnsverruiming. Zelfinzicht is nodig om de geest schoon te maken van onzuiverheden. Hierdoor wordt de weg vrijgemaakt voor het cultiveren van de hartkwaliteit, waardoor de ziel zich kan ontvouwen. In de bundel aforismen, gedichten en gebeden Gayan, Vadan en Nirtan legt hij de link tussen het innerlijk en uiterlijk leven explicieter t.w. ‘Het uiterlijk leven is slechts de schaduw van de innerlijke werkelijkheid’. Mijn aanvankelijke inspiratiebron voor een rijk innerlijk leven is Etty Hillesum, wier 100ste geboortedag we dit jaar vieren. In haar korte leven heeft zij zich ontwikkeld van een ik-gerichte persoonlijkheid naar een liefdevol gevend mens voor anderen. In haar dagboeken zegt zij hierover:‘men zou een pleister op vele wonden willen zijn’. Verbonden zijn betekende voor haar niet alleen medelijdend toekijken hoe anderen werden weggevoerd, maar leidde er toe dat zij letterlijk moest mee-lijden. Deze weg van zelfinzicht ging ook voor haar niet over rozen. Ik citeer uit haar dagboeken:

“En als men niet de moed tot zichzelf heeft, dan heeft men ook geen moed tot de anderen, men heeft dan geen contact met de medemensen en voelt zich eenzaam en rond deze eenzaamheid dicht men dan allerlei interessante theorieën, zoals de onbegrepen ziel enz., maar dat is immers allemaal valse romantiek en een vlucht voor zichzelf.” “Volledig leven, naar buiten en binnen, niets van de uiterlijke realiteit opofferen ter wille van het innerlijke en ook niet andersom, zie hier een schone taak” “Het is een langzaam en smartelijk proces, het geboren worden tot werkelijke, innerlijke zelfstandigheid” Het verkrijgen van meer innerlijk inzicht is een lange weg en het ontwaken hiervan is pas verwezenlijkt als men niet meer gericht is op zelfkennis, maar meer streeft om anderen geluk te schenken via de weg van liefde, harmonie en schoonheid. Het innerlijk leven en het verbonden zijn met alles is prachtig verwoord door Rainer Maria Rilke in het volgende gedicht: Es winkt zu Fühlung fast aus allen Dingen, aus jeder Wendung weht es her: Gedenk! Ein Tag, an dem wir fremd vorübergingen, entschließt im künftigen sich zum Geschenk. Wer rechnet unseren Ertrag? Wer trennt uns von den alten, den vergangnen Jahren? Was haben wir seit Angebinn erfahren, als dass sich eins im anderen erkennt? 24


Als dass an uns Gleichgültiges erwarmt? O Haus, o Wiesenhang, o Abendlicht, auf einmal bringst du’s beinah zum Gesicht und stehst an uns, umarmend und umarmt. Durch alle Wesen reicht der eine Raum: Weltinnenraum. Die Vögel fliegen still durch uns hindurch. O, der ich wachsen will, ich seh hinaus, und in mir wächst der Baum. Ich sorge mich, und in mir steht das Haus. Ich hüte mich, und in mir ist die Hut. Geliebter, der ich wurde: an mir ruht der schönen Schöpfung Bild und weint sich aus. Rainer Maria Rilke, August/September 1914, München

In de vierde strofe wordt de boom geplaatst als metafoor voor de ’binnenruimte van de wereld’: het groeien van de mens als wezen dat zichzelf wordt door verinnerlijking van gebeurtenissen. Rilke suggereert dat alle gebeurtenissen, ontmoetingen en ervaringen inwerken op onze innerlijkheid en naarmate wij alles in de innerlijkheid opnemen of laten doorstromen, kunnen wij op een nieuwe wijze naar de wereld kijken, van binnen naar buiten en de levensboom in ons laten groeien. In een brief aan zijn vriendin Lou Andreas-Salomé zegt hij: ‘De vogel is een schepsel met een heel bijzonder gevoel van vertrouwen in de buitenwereld, alsof ze weet dat ze één is met het diepste mysterie ervan. Daarom zingt zij daarbuiten alsof zij in haar eigen diepten zingt, en daarom ook dringt de roep van een vogel zo gemakkelijk door tot onze eigen diepten; we lijken die zonder enige reserve naar onze emoties te kunnen vertalen; sterker nog, zo’n roep kan de hele wereld voor een moment in innerlijke ruimte veranderen, omdat we aanvoelen dat er voor een vogel geen onderscheid bestaat tussen haar eigen hart en dat van de wereld.’ Een prachtig voorbeeld van de diepe relatie tussen het innerlijk leven en verbonden zijn. Volgens Hazrat Inayat Khan zijn er voor het bereiken van het innerlijk leven vijf dingen nodig: • Meesterschap over het denkvermogen dat bereikt wordt door al wat men geleerd heeft af te leren • Het zoeken van een geestelijke gids, iemand die men volkomen kan vertrouwen en aan wie men alles kan toevertrouwen • Het ontvangen van kennis van het innerlijk leven • Meditatie • Het dagelijks leven te leven Het volgen van deze aanpak vereist niet alleen zorgvuldige planning, wilskracht en wijsheid, maar ook de nodige inspiratiebronnen van anderen. Bewust te worden dat het niet ons eigen leven is dat we leven, maar het leven van de andere resp. de Ene, daar is innerlijke moed voor nodig. In een brief aan Henny Tideman, 18 augustus 25


1943, schrijft Etty Hillesum: ‘ik vecht niet met jou, mijn God, mijn leven is één grote samenspraak met jou. Misschien zal ik nooit een groot kunstenaar worden, wat ik toch eigenlijk wil, maar ik ben al te zeer geborgen in jou, mijn God. Ik zou soms wel kleine wijsheden willen etsen en vibrerende verhaaltjes, maar ik kom altijd weer terecht bij een en hetzelfde woord: God, en dat omvat alles en dan hoef ik al het andere niet meer te zeggen. En al mijn scheppingskracht zet zich om in innerlijke samenspraken met jou, de golfslag van mijn hart is breder geworden hier en bewogener en rustiger tegelijkertijd en het is mij of mijn innerlijke rijkdom steeds groter wordt’. En verder: ‘Je hebt me zo rijk gemaakt, mijn God, laat me ook met volle handen uit mogen delen. Mijn leven is geworden tot één ononderbroken samenspraak met jou, mijn God, één grote samenspraak. Wanneer ik sta, in een hoekje van het kamp, mijn voeten geplant op jouw aarde, het gezicht verheven naar jouw hemel, dan lopen me soms de tranen over het gezicht, geboren uit een innerlijke bewogenheid en dankbaarheid, die zich een uitweg zoekt. Ook ’s avonds, wanneer ik in mijn bed lig en rust in jou, mijn God, lopen me soms de dankbaarheidtranen over het gezicht en dat is dan mijn gebed’. Dit loslaten van jezelf en je gedragen te voelen door de Ene is wederom trefzeker verwoord door Rilke in zijn gedicht “Herbst”, waarin het thema vallen centraal staat: ondanks alles is er toch een Werkelijkheid die oneindig teder alle vallen in zijn handen opvangt. Die Blätter fallen, fallen wie von weit,  als welkten in den Himmeln ferne Gärten;  sie fallen mit verneinender Gebärde.  Und in den Nächten fällt die schwere Erde  aus allen Sternen in die Einsamkeit.  Wir alle fallen. Diese Hand da fällt.  Und sieh dir andre an: es ist in allen.  Und doch ist Einer, welcher dieses Fallen  unendlich sanft in seinen Händen hält. Rainer Maria Rilke, 1902, Paris

Kortom, het uiteindelijke ideaal van het innerlijk leven is zielsverbinding maken met de andere èn de Ene, de Geest van Leiding, zodat er sprake is van een ‘vol leven’. Literatuur:

Etty Hillesum, het Werk 1941-1943. Amsterdam, Balans 2012 Ton Jorna en Julika Marijn, Altijd Etty, inspiratiebron voor een rijk innerlijk leven. Utrecht, Ten Have, 2014 Hazrat Inayat Khan, het innerlijk Leven. Katwijk , Panta Rhei 1982 Hazrat Inayat Khan, Gadan, Vadan,Nirtan. Katwijk, Oanta Rhei 2001 R. M. Rilke, Sämtliche Werke, Insel Verlag

26


‘Ik ga liever voor kwaliteit dan voor kwantiteit’ Interview met Ganesh van der Veer, centrumleider van Hilversum

Zubin van den Besselaar en Irene Lennings “Ik ben van katholieke huize en ben groot geworden met het rijke roomse leven. Als kind was ik misdienaar te Laren, ik liep mee in de Sint Jansprocessie en bezocht een ouderwetse jongensschool waar destijds nog de broeders les gaven.” “Rita, mijn vrouw, en ik zijn vijfentwintig jaar geleden in aanraking gekomen met het soefisme door Ramana Klaassen. Dat was nog voor de geboorte van onze jongens, Het liep tegen kerstmis en we waren ons aan het oriënteren naar welke kerk we zouden gaan. In de krant zagen we een kleine advertentie, getooid met het soefi embleem, voor een kerstdienst met lichtceremonie in de Kapel te Hilversum. Ik had geen idee wat het was; in mijn katholieke oren klonk het als een soort sekte. Maar het trok me toch en tegen kerstmis zei ik tegen Rita: ‘Maar ik wil er toch heen, waarom weet ik niet.’ Dus gingen Rita en ik ernaar toe. En dat vond ik zo’n eyeopener! Myra van Leer vertelde daar de geboorteverhalen. Thijs van Leer speelde dwarsfluit. Als jongeling had ik ooit de gedachte: ‘Zou het niet mooi zijn als er één kerk was waardoor er veel conflicten vermeden zouden worden?’ Een mooie gedachte… Met m’n moeder heb ik vroeger eens lang over het strand gelopen op Vlieland en daar hadden we hele gesprekken over het geloof en dat idee leek ons fantastisch. ‘Maar ja’, zeiden we allebei, ‘dat bestaat niet, dat is een utopie.’ Maar ‘thuisgekomen’ in het soefisme is de religie van deze tijd, de religie van het hart, waar gebleken.” “Na deze kerstdienst begonnen Rita en ik de universele erediensten te bezoeken. Toen de kinderen kwamen kregen we daar minder tijd voor en gingen we om beurten naar een dienst toe, waarna we aan elkaar vertelden wie er sprak en wat het onderwerp was. Op een gegeven moment was er een belangstellendenavond bij Ramana thuis. Er waren daar boeken te koop uit een nalatenschap. Uit die nalatenschap heb ik, als één van de eerste soefiboeken een uitgave, nog in oude spelling van het boek “De eenheid van religieuze idealen” aangeschaft.” “Toen kwam onze eerste boreling en we wilden hem eigenlijk graag met wat soefigedachten laten dopen. Gezien de achtergrond van onze beide ouders vonden we 27


dat we dat niet konden doen. Maar goed, we kwamen bij de pastoor in de basiliek van Laren. En ik vroeg hem of het mogelijk was om wat soefi-elementen te integreren in de doopmis. De pastoor greep achter zich in de boekenkast en haalde zo een aantal boeken van Hazrat Inayat Khan tevoorschijn! Toen dacht ik: zo is het goed.” “Inmiddels was Ramana gestopt met de belangstellendenavonden, Sikander van der Vliet nam het van haar over. Hij speelde op die avonden ook trompet en zijn vrouw Shakti viool. Ik heb nog nooit iemand zo bijzonder fijn trompet horen spelen. En het vioolspel was hemels. Ook daar was ik weer helemaal door gepakt; het waren prachtige avonden die geleid werden door Zahuran en Subhan van Lohuizen. Na verloop van tijd vroeg Subhan, de toenmalige centrumleider van Hilversum, of ik broederschapslid wilde worden. Na enig beraad heb ik dat gedaan en ben bij Surya van Alteren de broederschapsavonden gaan volgen. Een bijzondere vrouw, die veel met hout en fotografie werkt. Ik heb hier een tweetal van haar mooie beelden staan. Eén van haar beelden deed me sterk denken aan Murshid Inayat Khan. Je ziet hem als het ware op zijn karakteristieke manier schrijden (zie foto). Het lijkt alsof hij een poort tegemoet loopt, waarbij je niet kunt zien wat zich achter die poort bevindt. Omdat ik het zo’n mooi beeld vond, heeft Rita het me voor mijn vijftigste verjaardag cadeau gegeven.” “Wat mij raakt in het soefisme is dat het zo verbonden is met het dagelijks leven. Ik zal een voorbeeld geven. Voor mijn werk gaf ik les bij een instelling voor moeilijk opvoedbare jongeren. Er zat een grote bonk van een jongen in de klas die erg bepalend kon zijn in de groep. Tijdens een les liet ik een video zien over een Turks meisje. Ze moest vaak wekenlang haar vader helpen met de hazelnotenoogst en kon dan niet naar school, terwijl ze zo graag lerares of dokter wilde worden. Na afloop kwam deze leerling naar me toe en zei: ‘Als ik hier uit kom en ik zou de gelegenheid hebben, zou ik haar zo bij me in huis nemen, zodat ze gewoon naar school kan gaan.’ In dit onverwachte gebaar herken je de Godsvonk die in ons allemaal aanwezig is ook al ervaar je dat niet altijd in eerste instantie.”

28


Een nieuw begin “Ik was een keer met de kinderen naar de zomerschool. De jongens hebben daar in de duinen de kinderactiviteiten meegemaakt. Er werden bijvoorbeeld mandala’s gemaakt van schelpjes. Deze kinderactiviteiten werden begeleid door Rika Lackin en Ananda Antonius. Zo raakten we in gesprek. Met hem had ik een klik. Dus toen hij later centrumleider van Hilversum werd, vond ik dat fantastisch. Daarna ging het snel: in 2003 ben ik door Ananda ingewijd als moeried en niet lang daarna ben ik cherag geworden.” “Toen Ananda steeds meer tijd in Suriname ging doorbrengen vroeg hij aan mij of ik hem niet wilde opvolgen als centrumleider. Gezien mijn drukke werk als leraar, viel dat nauwelijks te combineren. Maar Ananda hield aan en we spraken af dat ik interim-centrumleider zou zijn in de periodes dat hij en zijn vrouw Fatima in Suriname waren. Dat hebben we twee jaar zo gedaan. We communiceerden via de mail. Dat pakte goed uit en uiteindelijk heeft Ananda een jaar geleden zijn taken als centrumleider volledig aan mij overgedragen.” “Het voelde als een nieuwe start en het thema ‘een nieuw begin’ was op 14 september 2013 dan ook het onderwerp van mijn toespraak. Samenwerken met andere centra en ook met Soefi-Contact was een wens van mij. We hebben als Midden-Nederland (Amsterdam, Bilthoven en Hilversum) de data van de erediensten op elkaar afgestemd, zodat er elke week een eredienst in deze regio bezocht kan worden. In Hilversum is de frequentie afgenomen van 2x naar 1x in de maand. Zo houden we meer tijd over voor de activiteiten van de innerlijke school. We hebben het zo georganiseerd dat er over het algemeen niet meer dan één activiteit per week is. Ik ga liever voor kwaliteit dan voor kwantiteit. Karim Logtmeijer begeleidt eens per maand de Zikar in Hilversum, Amir Smits, de centrumleider van Amsterdam, verzorgt de Sangathaklassen. Met Sakya van Male, de centrumleidster van Bilthoven is er ook regelmatig overleg. We hadden het idee om de boekentafel meer te gaan omvormen naar een informatietafel. Het centrum van Bilthoven dat zo’n systeem ook gaat invoeren heeft ons daarover goed geïnformeerd.” “Wat ik verder heel belangrijk vind, is dat we mensen niet gaan pushen om moeried te worden. Als mensen zich onder druk gezet voelen, dan blijven ze weg. Er zijn veel mensen die heel belangstellend zijn – de belangstellendenavonden worden goed bezocht – maar die niet verder willen in de innerlijke school. Deze mensen komen naar de erediensten en de belangstellendenklassen. Ze helpen ook mee met allerlei taken, zoals koffieschenken en dat vinden ze voldoende. Zo kiest iedereen zijn eigen weg als soefi.” Wat mij beweegt “We moeten niet blijven hangen in oude gewoontes. De enige constante is verandering. We moeten uiteindelijk toe naar een flexibele organisatie met meer samenwerking en openheid. Het was bijvoorbeeld een leuke ervaring om een lezing in de bibliotheek van Hilversum over het soefisme te mogen geven, samen met Bastiana Tavenier die het geheel omlijstte met meditatieve klarinetmuziek. Verschillende belangstellenden zijn naar Universele Erediensten gekomen.” “We zouden als soefi’s ook meer contacten met andere groepen kunnen hebben. Er 29


wordt niet voor niets wel gezegd dat er meer soefi’s buiten de beweging zijn dan erbinnen. Zo is er in 2013 in Hilversum een groep gevormd met vertegenwoordigers van diverse levensbeschouwelijke achtergronden, zoals de Rozenkruisers, antroposofen, vrijzinnigen, vrijmetselaars en soefi’s, vanuit het thema: ‘wat mij beweegt’, naar een gedicht van Rilke. Inmiddels hebben we zeven gezamenlijke bijeenkomsten achter de rug, waarbij het nadrukkelijk niet de bedoeling was promotie voor de eigen club te bedrijven maar om samen te kijken naar wat er belangrijk is voor eenieder.” “Inmiddels heeft centrum Hilversum onlangs ook een avond georganiseerd met als thema ‘Het voorrecht mens te zijn’, waarbij de bezoekers verwelkomd werden door de klanken van een cellist uit die groep. Karim Logtmeijer begeleidde een creatieve oefening. Al met al een waardevolle avond waardoor er weer mensen geïnteresseerd raken in het soefisme.” “Inmiddels is mijn werksituatie gewijzigd. Ik ben sinds kort gastheer in het Singer Museum van Laren. Dat is heel leuk en afwisselend werk. Deze wijziging in mijn situatie heeft tot gevolg dat ik ook tijd kan blijven besteden aan het centrum.”

Was mich bewegt Man muss den Dingen die eigene, stille ungestörte Entwicklung lassen, die tief von innen kommt und durch nichts gedrängt oder beschleunigt werden kann, alles ist ausgetragen und dann geboren... Reifen wie der Baum, der seine Säfte nicht drängt und getrost in den Stürmen des Frühlings steht, ohne Angst dass dahinter kein Sommer kommen könnte. Er kommt...! Aber er kommt nur zu den Geduldigen, die da sind, als ob die Ewigkeit vor Ihnen läge, so sorglos, still und weit. Man muß Geduld haben gegen das Ungelöste im Herzen und versuchen, die Fragen selbst lieb zu haben, wie veschlossene Stuben und wie Bücher, die in einer sehr fremden Sprache geschrieben sind. Es handelt sich darum, alles zu leben. 30


Wenn man die Fragen lebt, lebt man vielleicht allmählich, ohne es zu merken, eines fremden Tages in die Antworten hinein. Rainer Maria Rilke Uit Briefen an einen jungen Dichter

---------------

Wat mij raakt Men moet de dingen hun eigen, stille, ongestoorde ontwikkeling laten die diep van binnen komt en die door niets opgejaagd of versneld kan worden; alles moet rijpen tot de geboorteâ&#x20AC;Ś Rijpen als een boom die zijn sap niet stuwt en die rustig in de stormen van het voorjaar staat zonder angst, dat er straks geen zomer zal komen. Die komt er toch! Maar hij komt alleen voor geduldige mensen die leven alsof de eeuwigheid voor hen ligt, zo zorgeloos stil en weidsâ&#x20AC;Ś Men moet geduld hebben met de onopgeloste zaken in ons hart en proberen de vragen zelf lief te hebben, als gesloten kamers, en als boeken die in een zeer vreemde taal geschreven zijn. Het komt er op aan alles te leven. Als je de vragen leeft, dan leef je misschien langzaam maar zeker zonder het te merken op een goede dag het antwoord in. Vertaling: Arie van der Krogt 31


Moersjid en Moeried Hamida Verlinden

heeft God de mens geschapen om te bidden? er waren al veel engelen die dat deden en de mens is geschapen om menselijk te worden1 Iedereen praat tegenwoordig over spirituele bewustwording, maar je moet wel weten wat je wilt. Het gaat niet om helderziende krachten, het gaat niet om dingen die je van de wijs brengen en die maken dat je in gedachten en ideeën anders bent dan anderen. Niet op de hoogte zijn van de waarheid is normaal en niet verwijtbaar, maar in het licht komen is het werk van ieder mens én het je bewust worden van de vreugde, die in ieder mens aanwezig is, alhoewel vaak bedekt. Al vanaf het begin houden mensen zich hiermee bezig. In India, Iran, Arabië, de Middenwereld, en een land als bijvoorbeeld Joegoslavië, zijn soefi’s al heel lang bekend en tot de komst van Hazrat Inayat Khan waren soefi’s moslim; heel kort getypeerd: georganiseerd in ordes met een shaikh aan het hoofd, en tegenwoordig een pir. Wie kent niet de namen van soefi’s die ons nog steeds inspireren: Rumi, Hafiz, Saadi, Ibn Arabi… en legio andere. Maar wat de meeste mensen niet weten is, dat de Islam voortbouwde op de esoterische kennis die al voorhanden was, o.a. uit het oude India en het midden-neoplatonisme. Inayat Khan was een telg uit een oude Indiase familie van musici en soefi’s, zelf musicus, dichter en mysticus, en opgeleid in de Chistia soefi orde. In het begin van de twintigste eeuw reisde hij naar het Westen. Hij had een boodschap te brengen en volgde een nieuwe weg, slechtte barrières en liet mensen toe van iedere geloofsrichting, en zelfs van beide seksen, wat toen een noviteit was. Eerst in Amerika, daarna in Engeland, waar hij de Soefi orde stichtte, die echter in 1923 officieel werd opgeheven, en op 11 oktober 1923 werd in Genève de ‘International Headquarters of the Sufi Movement’ opgericht, want Genève was het centrum van internationale samenwerking, zetel van de Volkenbond2. De Beweging heeft vijf activiteiten: de soefi orde (ook wel genoemd: de innerlijke school), de universele eredienst, de broeder-/zusterschap, de spirituele genezing, symboliek. Wanneer we het hebben over moersjid en moeried dan spreken we over de eerste activiteit: de innerlijke school, de school van inwijding, in afstemming op Hazrat Inayat Khan, de meester. het is niet wat je zegt of doet, wat je bent spreekt luider dan welke woorden je ook zegt; het gaat om ZIJN en dat is het leven zelf, met haar eigen toon, kleur en vibratie: het spreekt luid3. MOERSJID en MOERIED4 We moeten begrijpen, dat het pad van leerlingschap, van inwijding, niet zo is dat de inwijder de moeried enige kennis geeft van iets nieuws dat die moeried nog nooit 32


heeft gehoord. Een mens is zijn eigen leraar, in de mens zelf is het geheim van zijn leven. Het woord van de inwijder is er alleen om hem te helpen zichzelf te vinden, want niets kun je in woorden bijbrengen, niets dat in taal kan worden uitgelegd, niets dat met een vinger kan worden aangewezen is de waarheid. Als je zeker bent van jezelf, dan kun je verder gaan, maar als je in verwarring bent kan geen leraar je helpen. Dat is de reden dat zelfhulp de hoofdzaak is, alhoewel op dit pad een leraar noodzakelijk is en diens hulp waardevol5. Meestal begint het contact met praten over ditjes en datjes, zoals we konden zien bij het verhaal van Levity Peters in de vorige Soefi-gedachte, en dat kan enige tijd duren. Overdracht komt als de leerling in alle openheid afgestemd is op de leraar en hoe opener de leerling des te geïnspireerder kan de leraar zijn. De leerling zet alles wat deze tevoren had geleerd even opzij – dat heet ontleren - om te luisteren naar de woorden van de leraar alsof dit de eerste woorden zijn die worden gehoord. Met grote aandacht luisteren, want het zijn niet de woorden waar het om gaat, maar om het zijn van de leraar, die uit het hart spreekt. De leerling komt a.h.w. terecht in wittebroodsweken: alles is mooi en geweldig en je wilt het met iedereen delen. Een nieuwe wereld opent zich, er komt een grotere gevoeligheid voor kwaliteiten die bij zichzelf nog wel ontwikkeld mogen worden. Het is een weg voor mensen die moedig zijn, onverschrokken, met zelfvertrouwen, eerlijkheid, geduld en doorzettingsvermogen, mensen met een vurig verlangen naar de waarheid, naar de innerlijke wereld, want na de wittebroodsweken merk je dat je lijf reageert, dat je emoties soms met je op de loop gaan. Je leert dat je weliswaar zo fijn wordt of dient te worden als een zijden draad, maar ook zo stevig als een rots, en je loopt ook nog aan tegen je eigen onvolmaaktheden. Het is een leerzame periode waarin je je oefent in het bewaren van je evenwicht, in het jezelf in de hand te nemen. De leraar is aanwezig en antwoordt met een aanwijzing of ergens niet op ingaan of met humor, al naar gelang de situatie vraagt. En de leerling doet het werk, of niet, dat is zijn eigen verantwoordelijkheid. alle groten der aarde zijn gekomen om de mensheid bewust te maken van een grotere waarheid: zij brachten schoonheid. het zijn niet de woorden die zij zeiden het is wat zij zelf waren6 Ik hoor af en toe: ’Ja, vroeger waren er charismatische leraren maar die zijn er niet meer’. Zou het kunnen zijn dat mensen willen vluchten naar het verleden omdat er zulke mooie verhalen over verteld zijn? Want die zijn er. Of zijn het al de what’s appen die een rol spelen, en de volle agenda’s, en tien dingen tegelijk willen doen? Niemand zo goed als vroeger? Als ik nu was begonnen en moershida Shahzadi niet had meegemaakt dan had ik wel iemand gevonden waardoor ik geïnspireerd zou zijn geworden, en ik zou zo graag tegen hen willen zeggen die wat teleurgesteld klinken: het beste in jezelf roept het beste in de ander op en meer nog dan dat; twijfel niet aan het beste in jezelf. Dat beste mag verborgen liggen onder allerlei verdedigingsmechanismen, maar het wil naar buiten komen, het wil je aandacht en je stem. Ik zou dichter willen zijn om iets te kunnen laten zien van de verdieping in deze zo bijzondere relatie met je inwijder, het volkomen vertrouwen in de ander dat 33


over de scheidslijn naar het andere leven heen gaat. Een vertrouwen dat nog nooit eerder ervaren was, het meegaan met de ander en toch bij jezelf blijven, bij je hart, en het in verbazing kunnen zijn bij iets wat je echt wel vreemd vindt en dan na jaren plotsklaps geconfronteerd worden met de betekenis van dat vreemde. Werelden gaan open. William Blake had het over: Een wereld zien in een korrel zand, en een hemel in een wilde bloem, houd de oneindigheid in de palm van je hand en eeuwigheid in een uur.7 Ja, zoiets, een wereld zien in een korrel zand, zo wijds wordt je wereld. Hoe moeilijk was het bijvoorbeeld niet, in het begin, om te leren luisteren. Ik had een goed visueel geheugen en nu moest ik leren luisteren, maar alles wat binnenkwam verdween onmiddellijk, en toen ik eens klaagde dat ik een spirituele indigestie kreeg van het zo lang luisteren en dat ik dan gewoon in slaap viel, zei ze doodleuk: ‘geeft niet hoor, je neemt het toch wel op’. Nou ja, als ze dat zei…….. Maar gaandeweg heb ik ontdekt, dat dit inderdaad zo is, maar ook dat luisteren méér is dan alleen maar woorden horen. Doordat je hebt leren luisteren komt vanzelf de wens op om te leren luisteren naar het leven, naar anderen; zoals Hafiz dat zei: Hoe luister ik naar anderen? Alsof iedereen mijn meester was die tot mij zijn meest geliefde laatste woorden sprak.8 Zoals al eerder gezegd: je leert geen wonderen of allerlei bijzondere capaciteiten, je leert aan jezelf te werken, je leert de betekenis van ‘levend zijn’. Er zijn geen vaste regels voor hoe je zoiets leert, want ieder neemt zichzelf mee en is verschillend. Levity Peters gaf dat zo mooi weer: zijn moersjid vertelde ditjes en datjes en toonde hem hoe een lepel niet machinaal gemaakt was, en dit was al voldoende om zijn manier van kijken te beïnvloeden! Bovendien had moersjid Fazal het inzicht om hem de juiste oefening te geven om een jeugdtrauma onder ogen te zien. Wie van de Soefi beweging dat in die tijd gezien heeft zal– op zijn zachtst gezegd – met vreemde ogen naar deze chilla hebben gekeken: zo’n opdracht hoor je niet te geven; maar Fazal liet zich niet ringeloren door regels. IN EEN TERUGBLIK Negentien jaar na haar over-het-lijden-heengaan, draag ik haar dagelijks met me mee. Dat zegt iets over haar, en dat zegt iets over mij, over de band tussen ons beiden die zo bevrijdend was, waar ik zoveel van geleerd heb en die me nog steeds inspireert en me hopelijk geschikt maakt om dingen door te geven, anderen van dienst te zijn. Wat in het begin zo goed helpt is je besluit om er helemaal voor te gáán en je daar ook aan te houden: in openheid, in bereidheid het andere gezichtspunt van de leraar tot je te nemen, om mee te gaan met suggesties. Oog hebben voor alle deugden die je in de leraar ziet en die te erkennen en ter harte te nemen, zelfs al is niemand het met je eens. Door die kwaliteiten te erkennen en te koesteren vinden ze een weerklank in jezelf. Je wordt dan niet een kloon van je leraar, maar laat zien wat zich in je weerspiegeld heeft en naar buiten komt. En ben je dan je eigen (voor)oordelen en gedachten en opinies vergeten voordat je moeried werd? Ze zijn in een ander licht komen te staan want je wereld is wijder geworden. Gemakkelijker? Nee niet gemakkelijker, maar wel in de wetenschap dat 34


er altijd een machtige hand gereed is om je verder te helpen op je pad. Wie hier meer over wil weten raad ik het boek aan: Pagina’s in het leven met een Soefi9. Shahzadi’s soefi pad was gekenmerkt door extases en diepe dalen, en toch zei onlangs iemand tegen mij: ‘wat bijzonder, er staat niets negatiefs in haar boek’. Ja, zij was niet iemand die in negatieve verhalen bleef steken. Ze gebruikte het woord hiërarchie niet, dat vaak wordt gebruikt in de Soefi beweging, terwijl spirituele hiërarchie maar één ding is: de verruiming van het hart, en dat liet ze zien. Een laatste woord van de meester: Denk er aan dat je in een kleine of grote zaak eerst jezelf raadpleegt en uitvindt of er geen conflict is in jezelf over wat je dan ook wilt doen. En als je voelt dat er geen conflict is, voel je dan verzekerd dat het pad al voor je gemaakt is. Je hoeft alleen je ogen te openen en een stap voorwaarts te doen – en de volgende stap zal door God geleid worden.10

1 2 3 4

Een vrije vertaling van een citaat van Hazrat Inayat Khan. De Volkenbond werd op 25 januari 1919 opgericht Hazrat Inayat Khan, volume II , pag. 132. Ik gebruik in dit stuk afwisselend de woorden moersjid-leraar-inwijder en moeried-leerling. Waarom? Omdat mij gevraagd is over Moersjid en Moeried te schrijven. Het woord ‘Moersjid’, zonder toevoeging, duidt altijd aan: Hazrat Inayat Khan. In Nederland vinden we de titel ‘leraar’ pretentieus. 5 zie Mental Purification , deel IV van de werken van Hazrat Inayat Khan 6 Hazrat Inayat Khan, volume VI , pag. 171 7 William Blake – Auguries of Innocence: To see a world in a grain of sand, and a heaven in a wild flower, hold infinity in the palm of your hand, and eternity in an hour. 8 Uit: The gif t, poems by Hafiz , translations by Daniel Ladinsky, Penguin Compass, 1999, ISBN 978-0-14-019581-1, pagina 99 9 Meer hierover is te lezen in: Shahzadi Khan-de Koningh, Pagina’s in het leven met een Soefi , uitgegeven in 2013, te verkrijgen bij Hamida Verlinden, sufihq@xs4all.nl 10 Hazrat Inayat Khan, Sangatha pag. 41

35


Het monnikenwerk van Nekbakht Furnée en de Nekbakht Stichting Wali van der Putt

bestuurslid van de Nekbakht Stichting

In soefi-land zijn er veel organisaties en instellingen die zich op de een of andere wijze bezig houden met de verspreiding van de Soefi Boodschap zoals gebracht door Pir-O-Murshid Inayat Khan. Eén van die instellingen is de Nekbakht Stichting (ook genaamd: Nekbakht Foundation en Fondation Nekbakht), die zich ingevolge haar statuten ten doel stelt: * het onderhouden en bevorderen van de Soefi-Boodschap van Pir-O-Murshid Hazrat Inayat Khan en * het verzorgen en uitbreiden van de archieven en verzamelingen, bekend onder de naam “Biographical Department”, om de bronnen van de Soefi Boodschap zo zuiver mogelijk te bewaren; Daaronder valt ook het uitbrengen van de serie “Complete Works of Pir-O-Murshid Hazrat Inayat Khan”, die de oorspronkelijke teksten van diens lezingen over soefisme bevatten - de broneditie dus van zijn werk. De eerste boeken van de serie werden uitgegeven door East-West Publications (Londen / Den Haag); de latere boeken van deze serie zijn en worden nog uitgegeven door Omega Publications (New Lebanon, New York). Het voltooien van de “Complete Works”-serie is momenteel de hoofddoelstelling. Dat stelt zowel soefi’s uit de Hazratia-Soefiorganisaties alsmede geïnteresseerde wetenschappers, bibliotheken en wetenschappelijke instituten in staat kennis te nemen van het Universeel Soefisme. Nevendoelstelling van de stichting is het promoten van (her)uitgaven van werken van tijdgenoten van Hazrat Inayat Khan die van belang zijn voor de kennis van het Universeel Soefisme. Verder bergt de onlangs vernieuwde website www.nekbakhtfoundation.org een schat aan materiaal. Er zijn zo’n honderd foto’s te vinden van Hazrat Inayat Khan, vanaf het allereerste jongensportret uit 1894 tot de latere avontuurlijker foto’s (te paard in de Grand Canyon in 1926) en vreedzame taferelen uit Suresnes. Belangrijkste onderdeel zijn de elf documenten die vanaf de site zijn te downloaden (in pdf-formaat) – dit zijn de Complete Works voorzover die zijn uitgegeven. Nuttig zijn de bijna twintig links naar allerlei soefi-organisaties. NEKBAKHT FURNÉE Het is Pir-O-Murshid Hazrat Inayat Khan zelf geweest die deze verzameling onder de naam Biographical Department in het leven heeft geroepen, waarbij hij de leiding hierover opdroeg aan zijn leerling en secretaris Sakina (later genoemd: Nekbakht) Furnée. Nekbakht Furnée werd in 1896 geboren in de Den Haag. De Familie Furnée nam, toen Nekbakht nog jong was, een Engelse verzorgster in dienst zodat zij op die manier de Engelse taal goed zou leren beheersen. Later leerde zij Frans in Vevey, Zwitserland. Het is aannemelijk dat zij Murshid voor het eerst in 1920 heeft ont36


moet. Murshid initieerde haar als moeried en gaf haar de naam Sakina. Deze naam wordt ook in de Complete Works genoemd. In 1921 vroeg Murshid haar stenogrammen te maken van zijn lezingen. Ze schreef zich in bij het Pont Instituut in Den Haag om zich het Pont-systeem eigen te maken. De eerste lezing van Murshid die door Nekbakht is opgetekend dateert van 16 juni 1922. Nekbakht had een opmerkelijk vermogen om de verschillende buitenlandse namen, woorden en titels, die tijdens besprekingen naar voren kwamen, te duiden. Vaak hoorde ze “vreemde” woorden voor het eerst, maar door haar vermogen tot correcte fonetische weergave was ze in staat te reconstrueren wat Murshid waarschijnlijk had gezegd. Sakina schreef de stenogrammen uit in gewone teksten waarna ze die uittypte ter voorbereiding van de publicaties. Daartoe stuurde ze de manuscripten naar Murshida Sherifa Goodenough in de Headquarters van de SoefiBeweging in Genève die deze teksten redactioneel beoordeelde. Sakina kocht het huis op nr. 34, Rue de la Tuilerie te Suresnes, dat is gelegen tegenover Fazal Manzil, het huis waar Murshid woonde. Murshid bezocht Sakina altijd als hij in Suresnes was om haar teksten te dicteren en documenten te geven voor het Biographical Department. In 1926 gaf Murshid haar een nieuwe naam: Nekbakht. Nekbakht gebruikte die naam vanaf 1926 en gaf haar naam ook aan de stichting die zij in Nederland in het leven riep met het oog op de financiering en op het zeker stellen van de voortgang van het werk aan Biographical Department voor de toekomst. De Nekbakht Stichting kreeg ten doel een wettelijk kader in het leven te roepen voor het Biographical Department om zekerheid te creëren voor een meer permanente behuizing voor de kostbare collectie van soefi-documenten en voor de andere zaken die daaronder vallen, om de voortgang van het werk van de stichting te verzekeren. Nekbakht werkte onafgebroken tot haar overlijden in 1973 voor de stichting. Het Biographical Department heeft onafgebroken op steeds dezelfde locatie gefunctioneerd: 34, Rue de la Tuilerie, Suresnes in Frankrijk, tevens het woonhuis van Nekbakht. In dit huis deponeerde Murshid niet alleen een aantal persoonlijke zaken met 37


het doel dat die daar bewaard zouden worden voor toekomstige generaties, maar ook werden daar de in steno opgenomen lezingen van Murshid getransponeerd in uitgewerkte teksten. ‘VERANDER MIJN WOORDEN NIET, TENZIJ HET HOOGST NOODZAKELIJK IS’ Murshid zelf heeft steeds het grootste belang gehecht aan de bewoordingen waarin de Soefi-Boodschap bekend zou worden; hij benadrukte dat steeds de originele bewoordingen van zijn (mondelinge) lezingen gebruikt moesten worden en dat die nooit omwille van publicatiedoeleinden veranderd mochten worden. Bekend in dit verband is de uitspraak van Murshid die steeds als leidraad geldt voor eenieder die werkt voor de Nekbakht Stichting: “Do not change my words, form or phrase unless it is most necessary. Even so most carefully avoid all changes which can be avoided. Otherwise you might lose the sense of my teaching, which is essential to the Message as the perfume in the rose. If the form in which I give my teaching seems to you not as correct as it ought to be from a literary point of view, do not mind, let it be my own language. There will come a time when there will be a search for my own words. Just now if my words are not accepted as the current coin, they will always be valued as the antique”.1 Het merendeel van de lezingen en van het leergoed van Murshid in de tweede helft van 1923 werd door Nekbakht in stenogrammen neergelegd. Tijdens de Zomerschool in Suresnes in datzelfde jaar werd een tweede secretaris door Murshid aangewezen: Kismet Stam, die ook begon deel te nemen aan dit belangrijke werk, speciaal aan het neerleggen in steno van de lezingen van Murshid. Kismet gebruikte het stenosysteem van Aimé Paris, terwijl Sakina, als hierboven vermeld, het Pontsysteem gebruikte. In het algemeen waren de verslagen van Nekbakht heel compleet en nauwkeurig. Nekbakht gebruikte de verslagen van Kismet om haar eigen verslagen, waar nodig, aan te vullen alvorens zij haar eigen stenogrammen ging transponeren. De door de stichting gevolgde werkwijze is steeds geweest om de oudst beschikbare versie van Murshids woorden als de grondtekst voor de Complete Works te nemen. Verschillen met andere vroege versies worden als noten vermeld onder aan elke pagina in chronologische volgorde en voor zoveel mogelijk als kan worden vastgesteld. Ook doen zich gevallen voor waarin het stenogram niet of niet helemaal leesbaar en/of duidelijk is. Voor dit soort situaties hebben in de loop van de jaren de medewerkers van de stichting een nauwkeurig te volgen werkwijze ontwikkeld (de zgn. Editorial Principles) waarvan het doel is zoveel als mogelijk is te komen tot de meest waarschijnlijke grondtekst. In de loop van de jaren is het meer en meer gebruikelijk geworden dat de tekst van de Complete Works als basis is gaan gelden (fase I) voor door anderen te vervaardigen publieksuitgaven (fase II) van het werk van Murshid. De Complete Works zelf hebben meer het karakter van bron- en studiemateriaal en worden in de praktijk meestal geraadpleegd en gelezen door senior-moerieds en weten-schappers. VELE HULPVAARDIGE HANDEN Na Nekbakhts overlijden is het werk jarenlang voortgezet door een staf onder lei38


ding van Munira van Voorst van Beest met ondersteuning gedurende enige jaren van Elise Guillaume-Schamhart. Werd er in de beginjaren nog gewerkt met microfiches voor de opslag van het materiaal, met de intreding van het computer en het digitale tijdperk veranderde de structuur van het werk en trad er een zekere taakverdeling tussen de medewerkers op. Na het overlijden van Munira ging Berthi van der Bent - soms in Suresnes maar meestentijds digitaal vanuit de Verenigde Staten - zich concentreren op het transponeren van het stenomateriaal in leesbaar Engels, terwijl Sharif (Munir) Graham de taak kreeg van archivaris / editor; hij werd verantwoordelijk voor het, op basis van de door Berthi uitgewerkte en door de staf geaccordeerde transcripties, redigeren van de definitieve boektekst. Sinds 2012 is Qahira Wirgman de opvolgster van Sharif Graham. Vanaf het begin hebben steeds vele hulpvaardige handen hun diensten aan de staf aangeboden en doen dat nog steeds. Shaikh-ul-Mashaik Mahmood Khan, met zijn grote historische kennis van het Soefisme, en prof. Hein Horn zijn adviseurs van de stichting. In de achtereenvolgende besturen van de stichting treffen we bekende namen aan. Uiteraard was Nekbakht Furnée, als oprichtster van de stichting, ook de eerste voorzitter. Verder treffen we aan: Gawery Voûte, Ramana Klaassen, Moïnia Teller, Quint Blaauw en later Ameen Carp, Wali Folkersma en Johannes Molenaar. Het huidige bestuur bestaat uit Wali van der Putt (voorzitter), Jos van den Heuvel (secretaris), Jan Lucas van Hoorn (penningmeester) en Wazir Claassen (lid). Frappant is dat de medewerkers van de stichting veelal afkomstig zijn uit de Soefi Orde en dat de bestuursleden meestal deels komen uit de Soefi Beweging en deels uit Soefi-Contact. Dit laat zien dat het werk voor de Complete Works een project is dat alle Hazratia-Soefi’s aangaat, ongeacht de organisatie(s) waarvan ze lid zijn of waartoe zij behoren. Dat is ook steeds de beleidslijn van de Nekbakht Stichting geweest: de Stichting is onafhankelijk maar staat ten dienste van alle Hazratia-Soefi’s van welke organisatie dan ook en verspreidt zo op eigen wijze de Soefi-Boodschap van Hazrat Inayat Khan. Het is mogelijk de archieven van de stichting in Suresnes te bezoeken evenwel ná daartoe gemaakte afspraak met de archivaris Qahira Wirgman. U zult er begrip voor hebben dat de medewerkers ongestoord hun werk in het archief moeten kunnen doen. Het is mogelijk financieel bij te dragen aan het werk van de stichting in de vorm van schenkingen / legaten / erfstellingen. De Nekbakht Stichting is door de Belastingdienst erkend als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Het banknummer van de Nekbakht Stichting bij ABN.AMRO Den Haag luidt: NL02ABNA0523942532. Het secretariaatsadres van de Stichting is in Nederland: Stadionkade 30-I, 1077 VN Amsterdam. Illustratie: Foto van Nekhbakht Furnee voor haar huis in Suresnes, waar nu de Nekbakht Stichting is gevestigd. 1 “Verander mijn woorden, vorm of zinnen niet, tenzij het hoogst noodzakelijk is. Vermijd evenzo uiterst zorgvuldig alle veranderingen die vermijd kunnen worden. Anders zou je de betekenis van mijn lering kunnen verliezen, die essentieel is voor de Boodschap zoals de geur voor de roos. Als de vorm waarin ik mijn lering geef u niet zo correct voorkomt zoals die vanuit literair oogpunt zou behoren te zijn, maak u daar dan niet druk over, laat het mijn eigen taal zijn. Er zal een tijd komen dat er naar mijn woorden gezocht wordt. Als het zo is dat mijn woorden nu niet worden geaccepteerd als gangbare munt, zij zullen altijd gewaardeerd worden als antiek.”

39


Mysterious night

Joseph Blanco White (1775 – 1841) Het zonlicht maakt het overdag onmogelijk om de vele sterren te zien. Zou de glans van het leven ons beletten om te zien wat daarachter schuil gaat ? Mysterious Night ! when our first parent knew Thee from report divine, and heard thy name, Did he not tremble for this lovely frame, This glorious canopy of light and blue ? Yet ‘neath a curtain of translucent dew, Bathed in the rays of the great setting flame, Hesperus with the host of heaven came, And lo ! Creation widened in man’s view. Who could have thought such darkness lay concealed Within thy beams, O Sun ! or who could find, Whilst fly and leaf and insect stood revealed, That to such countless orbs thou mad’st us blind ! Why do we then shun death with anxious strife ? If Light can thus deceive, wherefore not Life ? -------------Onlangs kwam ik weer dit gedicht tegen dat mij jaren geleden had getroffen. Ik maakte er op mijn manier een vertaling van. Wieger Hellema Duistere nacht, ja Adam had het wel gehoord Toen God het zei, maar ’t bleef een vreemd leeg woord. Was hij niet bang die eerste dag? Het licht werd flauw, Waar bleef die helle zon, die wijde lucht zo blauw? Maar onder een gordijn van milde dauw zo zacht, Gebaad in stralen van die ondergaande vlam, Zag hij de Avondster, die met een leger kwam, En zie, de schepping was veel ruimer dan hij dacht. Wie had vermoed dat zoveel duister lag verscholen Achter uw stralen, Zon, we moesten het ervaren, toen blad en vlieg en bloem zo duidelijk zichtbaar waren, had gij het zicht op duizend sterren ons ontstolen. Waarom dan mijden wij de dood met angstig streven? Als ’t Licht ons zo bedriegt, waarom dan niet het Leven?

40


Soefi-centra

informatie, adressen en activiteiten AMSTERDAM

dhr. P. Smits (Amir), Warmondstraat 177 hs, 1058 KX Amsterdam. t 06 15 06 05 13 <amir-020@hotmail.com> Universele Eredienst: Ignatiushuis, Beulingstraat 11, 1017 BA Am­sterdam, 1e en 3e zondag van de maand 11 uur. Op de 3e zondag voorafge­gaan door de Confraternity of the Message 10.30 uur. Apeldoorn

Orientatiemiddagen: 2e zondag van de maand van 14-16 uur bij dhr. en mw. De Roos-Labeur (Corrie & At), Sparrenlaan 11, 7313 AT Apeldoorn, t 055-323 1633 <atderoos@hetnet.nl> Arnhem

mw. H.M. de Caluwé - Rombout (Maharani), Groningensingel 423, 6835 ER Arnhem t 026-3213650 <maharani@planet.nl> mw. E.Steingröver (Johara), Meidoornplantsoen 23, 6706 DB Wageningen. <johara@telfort.nl> t 0317-425 072 ('s avonds). Studieklassen in overleg. Universele Eredienst: Vrijmetselaarsgebouw, Arnhemsestraatweg 360, 6881 NK Velp (Gld) 1e zondag van de maand om 11 uur. Assen

mw. A. Stam (Iman), Keerweer 8, 9401 ES  Assen, t 0592-707202 en 06-24 92 92 77 <destam.afslag33@planet.nl> Studiebijeenkomsten en klassen voor belangstellenden, broeder-zusterschapsleden en moerieds. Universele Eredienst: Loge van de ODD Fellows, Hendrik de Ruiterstraat 2, 9401 KT Assen, 3e zondag van de maand om 11 uur. Breda

mw. Margo Armaiti Leerink, coördinator. Concordiaplein 47, 4811 NZ Breda. t 06 22 81 21 10 <margoleerink@gmail.com> Universele Eredienst: Waalse Kerk, Catharina­straat 83-bis, 4811 XG Breda, 3e zondag van de maand om 11 uur. Den Haag

dhr. L.W. Carp (Ameen), Anna Paulowna­straat 78, 2518 BJ Den Haag, t 070-364 4590, f 070-361 4864 <wite.carp78@gmail.com> <www.soefi.nl/denhaag> Programma op aanvraag: 1e en 3e maandag van de maand open studie- en medi­tatie-klas.; open soefi-avonden, spirituele filmavonden, en besloten klassen. Universele Ere­dienst: Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag, elke zon­dag om 11 uur, Confraterni­ty of the Message om 10.30 uur.

Deventer

dhr. W.S. van der Vliet (Sikander), t 0313-650 334

Universele Ere­dienst: Logegebouw van de Vrijmetselaars, Rijkmanstraat 10, 7411 GB

Deventer, 3e zon­dag van de maand om 11 uur. DRONTEN i.o.

dhr. J.Koldijk (Kabir), Lindestraat 10, 8266 BG Kampen, t 038-3314446, 0653723207 <jellekoldijk@zonnet.nl> Studie bijeenkomsten in Dronten de 4e donderdag om 19.30 uur. Eindhoven

mw. L. Bredée-van Ginkel (Kamila), Jacob Catsstraat 28, 5671 VR Nuenen, t 040-2832518, <soeficentrum.eindhoven@gmail.com> Universele Ere­dienst: Eckartdal, Nuenenseweg 1, 5631 KB Eindhoven, 1e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur. Friesland

dhr. D.Lieftink (Rama). t 0598-430422 < dicklieftink@gmail.com >. mw. Y. VeenstraWiersma (Ynskje), Wommels. t 's avonds 0515576244 < byveenstra@ziggo.nl > Maandelijks meditatieavonden. Universele Ere­ dienst: Bij de Put 15, 8911 GE Leeuw­arden, 1e zondag van de maand om 11 uur. Groningen

dhr. M. Voestermans (Karim) t 050-4090431 < m.voestermans@gmail.com > Maandelijks: musical tuning en meditatie; stilte en meditatie; gespreksavond. Programma: zie www.soefi.nl onder centrum Groningen. ‘s Hertogenbosch

Coördinator: mw. D.de Vries (Saraswati), t 06 23 14 81 45 < harpsaraswati@planet.nl> Secretariaat: dhr. F.W. Roza (Frans), Stevenshofdreef 6A, 2331 CV Leiden, <frans.w.roza@gmail.com> Universele Eredienst: er komt een nieuwe locatie. Hilversum

dhr. F. van der Veer (Ganesh), Kogge 13, 1261 VK Blaricum, t 035-5312130 < famvdveer@ziggo.nl >. Studieavond voor belangstellenden: 1e ma. v.d. maand om 19:30u; voor deelname graag vooraf contact opnemen. Broederschapsavonden: elke 3e donderdag van de maand; ook hier svp eerst contact opnemen. Universele Eredienst: Gebouw ‘De Ver­eniging’, Ou­de Engh­weg 19, 1217 JB Hilversum (­bij het Dudok raadhuis). Elke 2e zondag van de maand om 11 uur. 41


Regio Katwijk, Wassenaar

Regioleider: drs. J. Belt (Munir) Eykendonck 32, 2211 SG Noordwijkerhout. t 0252-373145 <j.belt@planet.nl> Murad Hassil, mw.Nora Kerssies, wakil. t 06 38 27 95 29 <verhuur@soe-

fitempel.nl> <www.soefitempel.nl> Universele Eredienst: Universel Murad Hassil, Zuid­duinseweg 5, 2225 JS Katwijk aan Zee, 1e, 3e en 4e zondag van de maand 11 uur. Confrater­nity of the Message 1e en 3e zo. 10.30 u. Iedere 4e zo. spreekt Karimbakhsh Witteveen. Rotterdam

dhr. B. de Wreede (Bauke), t 06 24 64 66 94 < bdewreede@gmail.com > t Centrum 010-751 0500 Studie- en belangstellendenavonden: 1e maandag van de maand, opgave vooraf. Universele Eredienst: Soeficentrum Provenierssingel 41, 3033 EG Rotterdam, 2e en 4e zondag van de maand, 11 uur.. Twente

dhr. J. Sniekers (Rahim), t 074-250 2479, <jansniekers@tiscali.nl> Universele Eredienst: Nivoncentrum, Lodewijkstraat 1, 7553 LB Hengelo, 2e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10 uur. UTRECHT / BILTHOVEN

mw. J.L. van Male (Sakya), t 030-2723522 Universele Ere­dienst: Huize ‘Het Oosten’, Jan Steenlaan 25, 3723 BT Bilthoven, laatste zondag van de maand om 11 uur. Zeeland

mw. N. Gortzak (Nuria), Mme. Curiestraat 63, 4532 JX Terneuzen, t 0115-530599 en 06 40 55 61 31 Studiebijeenkomsten: 2e dinsdag van de maand. Info mw. A. van Schaik (An), t 0118-412875. Uni­versele Ere­dienst: Gebouw de Vier Elementen, Breeweg100, 4335 SK Middelburg, 1e zondag van de maand om 11 uur. ZUID LIMBURG

mw. Ingeborg Wuester (Hakima) <ingeborgwuester@yahoo.de> Er zijn maandelijkse bijeenkomsten en om de twee maanden op zaterdagmorgen open klassen. Zwolle

dhr. C. Koster (Karim), Tijnje 48, 8033 AR Zwolle, t 038-4541817, Universele Eredienst: Bloemen­dalstr. 11, 8011 PJ Zwolle, 4e zon­dag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur. In Meppel is een Soefi-groep die elke 4e di. v.d. maand bijeenkomt. Contactadres: Zuideinde 46, 7941 GH Meppel. <paul.ketelaar@planet.nl> 42

<www.soefimeppel.nl> Informele Eredienst: Engelandseweg 19, Wezep, 2e zondag van de maand om 10 uur. international sufi movement

Office Headquarters: Banstraat 24, 2517 GJ Den Haag, t 070-365 76 64. website: www.sufimovement.org

SOEFI BEWEGING NEDERLAND

Algemeen Secretariaat Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag t 06 47 85 41 63. website: www.soefi.nl email: < soefibeweging.nederland@gmail.com > Penningmeester dhr. B. de Wreede (Bauke), t 06 24 64 66 94. bankrekening: NL71 INGB 0000 7775 55 tnv. Stichting Soefi Beweging Nederland. Nationaal Vertegenwoordiger dhr. L.W. Carp (Ameen) t 070-364 45 90. Nationaal secretaris mw. L. Grashuis (Wahdud), t 070-364 45 90 (werk) en 070-387 17 05 (thuis) Lidmaatschappen van de Soefi Beweging Er bestaan verschillende vormen: Moeried: dit zijn personen die de inwijding in de Inner­lijke School van de Soefi Beweging hebben ontvangen en de esoterische klas­sen en de esoterische training volgen Broeder-zusterschapslid: dit zijn zij die de idealen en doelstelling van de Soefi Beweging ondersteunen. Lid van de Kerk van Allen: dit zijn zij die zich speciaal aangetrokken voelen tot de Universele Eredienst; dit verlangt niet dat zij ook om inwijding vragen. Vriend van de Soefi Beweging: men kan zich opgeven als Vriend als men een ondersteuning aan het soefiwerk wil geven. Belangstellende: eenieder die zich op wil geven als belangstellende en de informatie over soefiactiviteiten wil verkrijgen. Contributieregeling 2014 Moerieds betalen per jaar: Alleen Echtpaar Laag € 100,00 € 150,00 Normaal € 160,00 € 240,00 Hoog € 235,00 € 355,00 Broederschapsleden betalen per jaar € 70,00 en een Broederschaps-echtpaar € 105,00. Vrienden van de Soefi Beweging Nederland en leden van de Kerk van Allen betalen € 70,- per jaar. Dit is inclusief het abonnement op de Soefigedachte en de uitnodiging voor de Zomerschool. Alléén een abonnement op de Soefi-gedachte is € 16,00 per jaar (=incl. porto Ned.) Wanneer men als lid van een andere Soefi organisatie tevens ondersteunend lid van de Soefi Beweging wil zijn, betaalt men € 20,- per jaar en ontvangt men ook de Soefi gedachte.


DARGAH

Financiële bijdragen voor het sociale, culturele en extra soefi-werk bij de Dargah, rekeningnr.: 616577 t.n.v. Stichting Dargah te Den Haag. Voor organisatie, onderhoud, in­richting van nieuwbouw en guest house, rekeningnr.: 43 02 43626 t.n.v. Dargah-fonds te Den Haag. Schenkingen van boeken enz. (alle talen!): Wali van Lohuizen t 035 538 98 93 Bijzondere activiteiten

Alle activiteiten van Soefi Beweging Nederland en overige soefi-organisaties zijn te vinden op www.soefi.nl. Daar kunt u zich ook abonneren op de Nieuwsbrief. Zie voor algemene informatie over soefisme: www.soefikalender.nl SOEFI BEWEGING BELGIË

mw. L.D. Deslée (Leela), Sport­straat 100, 900 Gent. Broederschapsvertegenwoordiger in België. info: sufirozentuin@skynet.be of 09.222.10.30 Andere organisaties

Sufi Ruhaniat NL: Ariënne & Wali van der Zwan. www.peaceinmotion.eu t +49 (0)2294 993 78 41 en +31 651 30.34.39 (GSM). < samark@peaceinmotion.eu > Soefi Orde: Dutch Sufi Information Centre:

Jamila Mieke Betten t (00-31)(0)30-2689298 < soefiordeinfo@gmail.com >

Sufi Way NL: dhr. E. Koole (Elmer), Oudeweg 31,

9364 PR Nuis. t 0594-549863 < elmerkoole@sufiway.nl >

BOWL OF SAKI

Een aanrader: via email kunt u de fraaie engelstalige Bowl of Saki dagelijks gratis toegestuurd krijgen. Via www.wahiduddin.net/saki komt u op de site, waar u zich kunt inschrijven. SOEFISME OP YOUTUBE

In samenwerking met de Soefi Beweging in Amerika is de Soefi Beweging Nederland op youtube te zien en te beluisteren. Klik op: *www.youtube.com/user/UniverseelSoefismeNL *www.youtube.com/user/IntSufiMovementUSA zomerschool 2014

leaders retreat: 8 en 9 juli vrije dag: 10 juli zomerschool I: 11 t/m 16 juli commemoration & artistic evening: 17 juli vrije dag: 18 juli zomerschool II: 19 en 20 juli general retreat: 21 juli zomerschool II: 22 en 23 juli vrije dag: 24 juli soefi dagen: 25, 26 en 27 juli

Elementen Ritueel

Bijeenkomsten op 7 juni 2014 om 14 uur en op 13 juli 2014 om 19 uur 30, in Murad Hassil. De symboliek van de elementen staat op zaterdag 12 juli 2014 op het programma van de zomerschool. SUFI WAY - tOT DE ENE

Het ervaren van oefeningen en muziek staat centraal in het (engelstalige) programma dat Sufi Way organiseert op vrijdagavond 31 oktober en zaterdag 1 november in het Soeficentrum in Den Haag. De leiding is in handen van Omar en Suzanne Inayat-Khan. Op vrijdagavond staat poëzie, meditatie en gezongen zikar op het programma. De zaterdag wordt besteed aan onderzoek naar onze relatie met “the Ground of Being”, met behulp van invocaties, zikar en andere ervaringsoefeningen. Omar en Suzanne gebruiken een variëteit aan transpersoonlijke, meditatieve en muzikale technieken om een sfeer van open bewustzijn op te roepen en een diep zelfbesef. Zij sluiten aan bij de traditie van de zikar met een eigentijdse vorm, gericht op de oorspronkelijke bedoeling ervan: het ons herinneren van onze eenheid met alles wat is. Wanneer: 31 oct. 19.00 – 21.00 uur en 1 november 10.30 – 21.00 uur. Waar: Soeficentrum Den Haag, Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag. Registratie en kosten: inschrijving door overmaken van € 100 (alleen vrijdag: € 25, alleen zaterdag: € 90) naar Sufi Way, IBAN: NL86INGB0004895129. Meer informatie: Elmerkoole@gmail.com, Ernst@sufiway.nl SCHEPPING De Schepper sprak: Ik ben als een verboprgen schat en Ik wil ontdekt worden. Daarom schep ik de mens. En wel zodanig, dat de mens Mij kan leren kennen en dat de mensen Mij in elkaar kunnen ontdekken.

43


VERENIGING SOEFI-CONTACT Soefi-Contact is een landelijke vereniging met afdelingen in Haarlem, Alkmaar en Bussum. De vereniging heeft als doel: het stimuleren van de studie van Hazrat Inayat Khan's ideeĂŤn, alsmede het in praktijk brengen ervan, dit in de ruimste zin van het woord. Landelijk centrum en dagelijks bestuur Landelijk centrum: Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40, 2011 BE, Haarlem. Website: www.soefi-contact.nl Voorzitter: dhr. E.H.K. Logtmeijer, t 035-6918347 Secretariaat: mw. S.P. Loedeman, Grote Houtstraat 144G, 2011 SW Haarlem, t 023-5424529 e-mail: s.loedeman@kpnplanet.nl Penningmeester: dhr. B.P.T.Cornelissen, Rietveldlaan 12, 6708 SB Wageningen. t 0317-425 347 e.mail: abbc@hetnet.nl Het verenigingsjaar van Soefi-Contact loopt van 1 juli t/m 30 juni. De contributie kan worden overgemaakt op bankrekening: NL36 INGB 0004 2390 48 t.n.v. Soefi-Contact te Wageningen. Adreswijzigingen / mutaties en opgave van (nieuwe) leden en belangstellenden graag via het secretariaat, mw. S.P. Loedeman. Landelijke activiteiten www.soefikalender.nl www.soefi-contact.nl www.facebook.com: soefi-contact Activiteiten afdeling Haarlem (Soefi-Huis) Alle activiteiten in Haarlem vinden plaats in het Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40 te Haarlem. Universele Erediensten: iedere tweede en vierde zondag van de maand; aanvang 11.00 uur. Bezoek bibliotheek is mogelijk na de dienst. Informatie: 023-5272249 of 023-5370585, e-mail: jaapwillemhutter@gmail.com of walivdputt@gmail.com Activiteiten afdeling Alkmaar Universele Erediensten: elke eerste zondag van de maand in de Remonstrantse Kerk, Fnidsen 37, 1811 ND Alkmaar; aanvang 11.00 uur. Informatie: dhr. MichaĂŤl Schouwenaar, Vatropperweg 5, 1779 GE Den Oever, t 0227-512265, e-mail: soefi.noordwest@kpnplanet.nl en dhr. Nathan Feenstra t 072-5615712 Activiteiten afdeling Bussum Informatie over activiteiten: mw. E. Schurink, t 035-6912990 en dhr. Karim Logtmeijer, t 035-6918347, e-mail: lion182@zonnet.nl.

44


Soefi gedachte nr 26, juni 2014