Page 1

Inhoud

D E SOEFIgedachte

juni 2018

3 Ten geleide 5 Kunst Hazrat Inayat Khan 10 Veerkracht MarYam Mildenberg 14 Interview met Alim Vosteen Puran Winter en Alima van den Brink 18 Qawwali 19 Uw Glimlach Wakil Hutter 24 Berthe Bicker Caarten-Haentjes 100 jaar Mussavir en Nuria Achterberg 25 Gedicht: Wel of niet Huub Oosterhuis 26 Soefisme: de weg terug naar de bron van goddelijke liefde Amir Smits 30 Intiem gesprek Sakya van Male 32 Luister naar de stilte Nawab Pasnak 33 Column: Slijk der aarde Martin van der Graaff 34 Gooi ook het badwater niet zomaar weg! Kariem Maas 38 Over boeken

41 Informatie over de Soefi Beweging 44 Informatie over Soefi Contact De Soefi-gedachte is een gezamenlijke uitgave van Soefi Beweging Nederland en Vereniging Soefi-Contact en heeft tot doel het verspreiden van het gedachtengoed van Hazrat Inayat Khan.

1


COLOFON de Soefi-gedachte 72 e jaargang nummer 2 juni 2018 Verschijnt 4 x per jaar; in: maart, juni, september en december. Uitgever/Administratie: Stichting Soefi Beweging Nederland Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag. tel: 06 47 85 41 63 email: soefibeweging.nederland@gmail.com bank: NL71 INGB 0000 7775 55 internet: www.soefi.nl en www.soefi-contact.nl Abonnementen: jaarabonnement, incl. porto: € 16,00 abonnement buitenland: € 20,- per jaar los nummer: € 5,00. Aanmelding door betaling via rekening NL71 INGB 0000 7775 55 tnv Penningmeester Stichting Soefi Beweging Neder­land, te Den Haag met vermelding van het complete postadres. Aanwijzingen voor auteurs: Bijdragen zijn welkom, mits niet langer dan ca. 2000 woorden en aangeleverd in Microsoft Word met eventuele voetnoten als eindnoten. De redactie behoudt zich het recht voor artikelen niet op te nemen of in te korten, en op de eigen websites te plaatsen. Kopij sturen naar het redactieadres. Uiterste inleverdata voor het volgende nummer: 2 maanden van tevoren (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober) of in over­leg met de redactie. .

Redactie: mw. J. L. (Sakya) van Male, voorzitter dhr. T. (Kariem) Maas, hoofdredacteur mw. C.I. (Irene) Lennings, eindredactie mw. E.A. (Alima) van den Brink dhr. Th.H. (Theo) Kauffman mw. W. (Willeke) Oskam dhr. R. (Puran) Winter Redactie-adres: redactiesg@gmail.com Redactiemedewerker: dhr. N. Welten (Noud), opmaak

Illustraties: De redactie stelt alles in het werk om reproductierechten te regelen. Voor zover dit niet correct is gebeurd, kunnen rechthebbenden contact opnemen met de uitgever. Drukker: Twigt GrafiMedia, Moordrecht

Wilt u een adresverandering doorgeven of heeft u de Soefi-gedachte niet ontvangen? Stuur een bericht naar wakil.ap78@gmail.com Met uitzondering van leden Soefi-Contact, die mutaties sturen naar: m.dukker@chello.nl © Soefi Beweging Nederland. Overname van agendapunten vrij. De inhoud van de artikelen is voor verantwoording van de auteurs en afgezien van plaatsing in dit tijdschrift en op daaraan gerelateerde websites, berust het copyright bij de auteurs.

2


Ten geleide –

beelden

Was dit maar een tijdschrift over auto’s. Bij elk artikel een foto van het besproken model. Hoe eenvoudig kan het zijn. Maar nee, dit tijdschrift gaat over liefde, harmonie en schoonheid. Zie dat maar eens goed in beeld te brengen. Moet dat dan, plaatjes? Die vraag is in de prehistorie al beantwoord door de mensen die dieren tekenden in hun grotten. Ja dat moet, iets verbeelden. Zo dachten blijkbaar ook de middeleeuwse monniken erover, toen die in de marges van hun boeken miniaturen tekenden. En in het eerste artikel in dit tijdschrift graaft Hazrat Inayat Khan diep om de betekenis van kleuren en lijnen te onderzoeken en de waarde van de verbeelding. “Hoe fijngevoeliger de artiest, hoe fijngevoeliger de symbolische manier waarop hij zijn kunst tot stand brengt.” Het schilderij Nighthawks van Edward Hopper maakt mogelijk de grimmige kant van ervan duidelijk: “Als de ziel van de artiest gekweld wordt, word je door een schilderij van schrik vervuld.” Eén beeld kan meer zeggen dan duizend woorden. Preciezer gezegd, een beeld zegt nog iets anders dan wat woorden zeggen. Woorden zijn goede maatjes met het verstand, beelden spreken tot hart en ziel. Iets soortgelijks als wat Inayat Khan zegt, heeft ook de architect/monnik Dom Hans van der Laan betoogd. Die heeft het niet over symbolische beelden maar over monumentale vormen. Vormen die geladen zijn met extra betekenis, waardoor ze méér zijn dan hun soms alledaagse verschijningsvorm. Een trouwring is niet zomaar een rond dingetje. De illustraties in dit tijdschrift geven even lucht tussen al die letters, zodat het verstand even pauzeert en het hart kan ademen. We zijn blij dat de kunstenaar/vormgever Huib Suurmond aan het tijdschrift bijdraagt met de symbolisch te noemen illustraties die hij speciaal voor MarYam Mildenbergs artikel Veerkracht’ maakte. Hopelijk dragen ze iets over van de vreugde en het vertrouwen die het artikel beschrijft. Misschien de belangrijkste afbeeldingen zijn de mensen, al zijn het soms simpele kiekjes. Mensen kunnen met hun expressie nog het beste weergeven wat liefde, harmonie en schoonheid betekenen – in dit nummer getuigen de portretten van Alim Vosteen en Berthe Bicker Caarten-Haentjes van vreugde. En als de foto op bladzijde 18 van de uitbundige qawwali-muzikanten bij u, lezer, een glimlach teweegbrengt, kunnen we als redactie al tevreden zijn. Dan hebben we meer bereikt dan met foto’s van glimmende nieuwe auto’s zou kunnen. Want, zoals Wakil Hutter schrijft, uiteindelijk gaat het om te leren leven met een glimlach – die van Mona Lisa bijvoorbeeld, zie bladzijde 19. Kariem Maas

3


"In ieder kunstwerk kan je drie dingen zien: het oppervlak, de lengte en breedte, en de diepte. Het oppervlak is wat het schilderij voorstelt. De lengte en breedte zijn het verhaal dat ermee verteld wordt. De diepte is de betekenis die het kunstwerk aan het licht brengt."


Kunst

Hazrat Inayat Khan Veel mensen vinden dat kunst iets anders is dan natuur, maar ik zou zeggen dat kunst de natuur volledig maakt. Je kan je afvragen of de mens de door God geschapen natuur nog mooier en beter kan maken. Maar in feite voltooit God via de mens zijn schepping met kunst. Zoals al de verschillende elementen Gods voertuigen zijn en alle bomen en planten de instrumenten waarmee Hij creëert, zo is de kunst het medium van God, via de kunst schept en voltooit Hij zijn schepping. Vast en zeker is niet alles wat kunst genoemd wordt echte kunst. Bij echte kunst kan de mens zien dat: “Uw wil geschiedt op aarde zoals in de hemel”. In deze hele schepping, van het een naar het ander, via evolutie, is de Schepper werkzaam. Met de mens heeft de Schepper als het ware de natuur voltooid, maar zijn scheppend vermogen blijft doorwerken in de mens. Daarom is kunst een volgende stap in de schepping. Eigenlijk is alles wat geschapen wordt kunst, zowel in de wetenschap als in de kunstwereld; maar een object wordt eigenlijk alleen kunst genoemd, als het wordt gemaakt met gevoel voor schoonheid en als het een beroep doet op datzelfde gevoel voor schoonheid. Kunst is niet alleen de scheppende kracht van God, het is ook een uiting van de ziel van de artiest. Artiesten kunnen alleen iets voortbrengen als ze het zich eerst hebben eigengemaakt, en toch vraagt niemand zich af hoe een artistieke ziel iets in zich opneemt. De mens herkent slechts wat de ziel van de artiest heeft voortgebracht. Zodra je begrijpt dat de artiest niet alleen dingen voortbrengt maar ook dingen in zich opneemt, is het niet moeilijk meer voor iemand met een ontwaakt hart om in de ziel van de artiest te kijken. Want kunst is zowel in kleur als lijn niets anders dan de weerklank van de ziel. Als de ziel van de artiest gekweld wordt, word je door een schilderij van schrik vervuld.

Edward Hopper: Nighthawks

5


Als de ziel geniet van harmonie, zie je harmonie in de kleuren en lijnen. Wat betekent dat? Het betekent dat het penseel van de schilder als vanzelf gestuurd wordt door zijn ziel. Hoe dieper de artiest getroffen wordt door schoonheid die zijn ziel van buitenaf in zich heeft opgenomen, hoe sterker zijn kunst tot de toeschouwers zal spreken . Iedere trilling van kleur heeft een eigen invloed Vervolgens rijst de vraag: Wat is het in lijn en kleur dat zoveel invloed heeft op het wezen van de mens? Kleuren brengen vibraties teweeg en die vibraties brengen de centra in trilling, de in het lichaam verborgen centra van de intuĂŻtieve vermogens. Zo wordt de mens bij het zien van een kleur onmiddellijk door die kleur gestimuleerd. Iedere soort trilling die voortkomt uit de diverse kleuren is weer anders en heeft dus een andere invloed. Ook is het zo dat de ene mens meer open staat voor de uitwerking en invloed ervan dan een ander die zo afgesloten is dat kleuren weinig indruk op hem maken. De vrouw is van nature meer ontvankelijk voor de impressie van kleur en lijn dan de man; de man is meer expressief. Het verschil tussen een mens met fijn gevoel wiens intuĂŻtief vermogen ontwaakt is en een mens wiens vermogens nog niet open zijn, is dan ook dit, dat de eerste meer reageert op kleur en lijn.

Vervolgens is er de kwestie van sterke en zachte kleuren. Sterke kleuren brengen beter waarneembare trillingen teweeg, daardoor is hun werking duidelijker dan die van zachte kleuren. Het is dan ook logisch dat sterke kleuren indruk kunnen maken op iedere ziel, maar dat voor het opmerken van de indruk door zachte kleuren fijngevoeligheid nodig is. Om een voorbeeld te noemen: simpele woorden van alledag worden door iedereen begrepen, maar de fijne nuances van deze woorden worden niet door iedereen aangevoeld. Zo heeft een kleur die voor de meeste mensen alleen maar een kleur is, 6


voor de mens met een delicaat gevoelsleven een waarde en een bepaalde invloed. Harmonie van kleuren is gebaseerd op dezelfde grondslag als harmonie in muziek, want muziek bestaat uit hoorbare trillingen, en kleur is de zichtbare vorm van trillingen. Metafysisch gezien heeft kleur een grote betekenis in het leven van de mens. Het eerste wat je moet begrijpen in verband met kleur is dat de diverse kleuren voortkomen uit de essentie van licht. Al de diverse kleuren zijn aparte gradaties van licht. Drie aspecten van licht Licht kent drie aspecten en dat brengt verwarring teweeg bij mensen die nog nooit over dit onderwerp hebben nagedacht. Als een kleur licht genoemd kan worden, dan zijn dit de drie aspecten: het eerste aspect van licht dat zich manifesteert via kleur is de straling van de kleur zelf. Het volgende aspect is dat als het licht van de zon of van iets anders op een kleur valt, het licht van die kleur erop reageert. Het derde aspect is het licht van de ogen die zien. Daarom ziet een kleur er niet voor iedereen hetzelfde uit en is haar invloed ook niet voor iedereen hetzelfde. Dit komt niet alleen doordat ieder licht verschillend is of doordat elk licht dat op een voorwerp valt, weer anders is of doordat de sterkte van de kleuren verschillend is, maar ook doordat het element dat die speciale kleur vertegenwoordigt, een bepaalde reactie opwekt in het individu. De kleur van de elementen Mystici onderkennen vier verschillende elementen en één die niet te onderscheiden valt. De te onderscheiden elementen zijn: aarde, water, vuur en lucht. Een wetenschapper zou het met deze indeling niet eens zijn, maar voor mystici is het een betekenisvolle indeling. Het zou waarschijnlijk veel tijd kosten als ik probeerde het verschil tussen de mystieke opvatting en die van de wetenschap duidelijk te maken. Het niet te onderscheiden element is ether. Al deze elementen zijn aanwezig in het menselijk lichaam, in zijn geest en in zijn diepere zelf. Het hele bouwwerk van ons bestaan als individu is opgebouwd uit deze vijf elementen. Het is niet nodig dat in ieder bestaansvlak één bepaald element overheersend is en ook in andere bestaansvlakken gaat overheersen. Ik bedoel dat het overheersende element in een bestaansvlak niet ook in andere bestaansvlakken gaat overheersen. Het is goed mogelijk dat er harmonie bestaat tussen de elementen die het innerlijk en die het uiterlijk overheersen. Kortom: het hangt af van de werking van de verschillende elementen in het wezen van de mensen hoe ontvankelijk ze zijn voor de kleuren die de diverse elementen vertegenwoordigen. Vanuit het gezichtspunt van de mysticus is geel de kleur van het aarde-element, groen of wit de kleur van het water-element, rood de kleur van het vuur-element en blauw de kleur van het lucht-element. Op de vraag naar de kleur van het ether-element zou de mysticus antwoorden: grijs. Bij grijs kun je je van alles voorstellen. Voor iemand die kleuren bestudeert is het interessant om te weten dat alle kleuren eigenlijk verschillende nuances van licht zijn. En wat betekent dat? Het betekent dat licht zich in verscheidenheid manifesteert in de vorm van vele kleuren. 7


Verschillende lijnen en hun onderlinge harmonie Nu komen we op het onderwerp lijn. Vele kunstliefhebbers en mensen die er een studie van maken voelen een sterke invloed, een sterke werking uitgaan van de lijn. Een verticale lijn, een horizontale lijn, een gebogen lijn, een cirkel; een grote verscheidenheid aan vormen. En hoe meer je bestudeert wat een verschil een lijn kan maken, hoe meer je zal ontdekken dat het geheim van alle schoonheid te vinden is in de lijn. Het is moeilijk te zeggen welke vorm, welke lijn de juiste is en je moet accepteren dat de intuĂŻtie je kan leren wat je je niet door studie kunt eigen maken. Het enige wat je vanuit een mystiek gezichtspunt kan zeggen over het geheim van de lijn is dat de uitwerking van een bepaalde lijn het innerlijk en het uiterlijk van een mens in een betoverde toestand brengt als je ernaar kijkt. Het geheim hiervan is te vinden in concentratie: ieder voorwerp waarop de mens, ook al is het maar voor even, zijn aandacht richt, heeft een uitwerking op zijn hele wezen.

Tekening van Giorgio Morandi

Er bestaat harmonie tussen lijnen. De harmonie tussen lijnen is nog ingewikkelder en moeilijker te begrijpen dan de harmonie tussen kleuren en de harmonie tussen lijnen treft de mens nog dieper dan harmonie tussen kleuren. Wanneer er mooi en kostbaar meubilair in een kamer staat, maar de meubels niet volgens de wetten van de harmonie neergezet zijn, dan zal je merken dat er een soort wanorde heerst in die kamer. Hetzelfde geldt voor kleding. Kleding mag nog zo kostbaar en mooi van kleur zijn, wanneer de lijn ontbreekt, ziet het er veel minder mooi uit. De lijn is dan ook het allerbelangrijkst in de kunst. De lijn is het geheim van de kunst en van haar aantrekkingskracht. Slechts de artiest die zich de schoonheid van de lijn heeft eigengemaakt kan haar in zijn kunst tot uitdrukking brengen.

8


De drie verschijningsvormen van kunst Kunst kent drie verschijningsvormen. De eerste doet zich voor als de artiest precies probeert na te maken wat hij ziet. Deze artiest is contemplatief en het is niet niks om een voorwerp precies te kunnen kopiĂŤren. Het succes van deze artiest is verzekerd. Met alle zucht van de mensen naar iets nieuws, verlangt de mens in werkelijkheid toch naar iets wat hij al kent. Is het niet prachtig en geweldig om de natuur heel precies na te kunnen maken en hetzelfde in de menselijke ziel op te roepen wat door de natuur wordt opgeroepen? Een andere vorm van kunst is het verfraaien van de natuur, de artiest doet dat door te overdrijven. De waarde van deze kunst is dat ze de aandacht trekt, meer dan dat ze indruk maakt. Zeer zeker kan de artiest in deze vorm van kunst beantwoorden aan het doel van zijn ziel. Maar het kan ook zo zijn dat de artiest zich ver van de natuur verwijdert; hoe verder hij gaat, hoe meer hij de schoonheid in de kunst teniet doet, want natuur en kunst moeten hand in hand gaan. Nu komen we aan de derde vorm van kunst en dat is de symbolische kunst. Symboliek komt niet uit het menselijk intellect voort, symboliek wordt geboren uit intuĂŻtie. Hoe fijngevoeliger de ziel is, hoe beter ze op een of andere manier is toegerust voor symbolische beelden. Een fijngevoelige ziel heeft altijd symbolische dromen en wanneer de ziel nog fijngevoeliger wordt, verklaart die de droom voor zichzelf, omdat de ziel de betekenis van de symbolen kent. De artiest die symbolische beelden verwerkt in zijn kunst, heeft die leren kennen door wat hij zag in de natuur en hij verwerkt ze in zijn kunst. Dat is zeker inspiratie. Hoe fijngevoeliger de artiest, hoe fijngevoeliger de symbolische manier waarop hij zijn kunst tot stand brengt. In ieder kunstwerk kan je drie dingen zien: het oppervlak, de lengte en breedte, en de diepte. Ik bedoel dit niet in de gewone betekenis van het woord. Het oppervlak is wat het schilderij voorstelt. De lengte en breedte zijn het verhaal dat ermee verteld wordt. De diepte is de betekenis die het kunstwerk aan het licht brengt. Daarom moet om het werk van de artiest goed te kunnen waarderen en bestuderen, de kennis over deze drie aspecten goed ontwikkeld zijn. Kunst is een zeer uitgebreid onderwerp en zelfs een hele serie lezingen zou niet voldoende zijn om het hele onderwerp te kunnen behandelen.

Dit is een nieuwe vertaling door Irene Lennings van Sociale Gatheka nr. 41

9


Veerkracht

MarYam Mildenberg Veerkracht → vreugde en vreugde → veerkracht.

“Treed de wereld tegemoet met een glimlach onder alle omstandigheden!” Het zijn woorden van Hazrat Inayat Khan, het is de zesde gouden regel. Hiermee wordt niet bedoeld dat we altijd met een glimlach op ons gezicht moeten rondlopen, dat zou onnatuurlijk zijn en het veroorzaakt spierpijn. Het gaat om de innerlijke glimlach, de ‘smiling forehead’, het lachende voorhoofd, de uitstraling van openheid, vertrouwen, van optimisme, de positieve verwachtingen, van dankbaarheid. Hazrat Inayat Khan voegt eraan toe: het is de kunst van het leven. Zoals Boeddha het verwoordde: “Leef in vreugde, in liefde, zelfs tussen degenen die in haat leven. Leef in vreugde, in gezondheid, zelfs als de hele wereld ziek is. Leef in vreugde, in vrede, ook al is er onrust om u heen.” (Dhammapada 15) In het oude China leerden de Taoïsten: “… dat een voortdurende innerlijke glimlach, een lach voor jezelf, gezondheid, geluk en een lang leven verzekert. Waarom? Naar jezelf lachen is als jezelf koesteren in liefde: je wordt je eigen beste vriend. Leven met een innerlijke glimlach is in harmonie zijn met jezelf.” (Mantak Chia) De opdracht van Hazrat Inayat Khan is niet gemakkelijk, het vraagt veel, misschien wel in de eerste plaats veerkracht, na een val opstaan, wrijven over de blauwe plekken en weer doorgaan. Veerkracht moet de mens wel aangeboren zijn, anders zouden we hier nu niet zijn. Veerkracht geeft vreugde, de innerlijke glimlach, en vreugde geeft veerkracht. Men zegt dat als je een witte veer vindt op straat, je beschermengel in de buurt is. Ook dat ervaar ik als veerkracht. Zelfs de meest veerkrachtige mens heeft niet altijd vanzelf de kracht om op te staan en weer door te gaan. Door de eeuwen heen hebben wijzen adviezen gegeven hoe in het leven zoveel mogelijk veerkracht te ervaren. Vrij recent schreef de schrijfster Marguerite Yourcenar: “Il ne faut pas pleurer pour ce qui n’est plus, mais être heureux pour ce qui a été.”, “Je moet niet treuren om wat er niet meer is, maar blij zijn met wat er is geweest.” Wat nodig is, is vairagya, liefdevolle afstand. En alweer: veerkracht geeft vairagya, vairagya geeft veerkracht. Het is als het ware de aarde bezien als vanuit een vliegtuig. Niet meegezogen worden in angst, verdriet, woede, agressie. Niet ziek worden van de ellende die we soms zien, dan kunnen we niet zien wat nodig is, dan kunnen we niet helpen. Krishna zei: 10


“U treurt over wie u niet hoeft te treuren; wat u zegt is heel waar. Maar de wijzen treuren niet over de doden en ook niet over de levenden. Nooit hebben ik en u, noch al die vorsten, niet bestaan, en evenmin zullen wij in de komende tijden ophouden te bestaan.” (Bhagavad Gita II: 11-15)

Veerkracht geeft en vraagt vertrouwen in de veerkracht van de natuur, van de Aarde, van landen, steden. Dat maakt echter onze verantwoordelijkheid niet minder, ook deze veerkracht gaat niet vanzelf. De levensbestemming van ieder mens is de wereld een beetje mooier maken. Ieder op haar en zijn eigen wijze, gebruik makend van de eigen talenten. Op die manier houden we ook deze veerkracht in stand, door het leven te vieren, met die innerlijke glimlach. Heel belangrijk om veerkracht in stand te houden is humor: humor geeft veerkracht, veerkracht geeft humor. Hazrat Inayat Khan hechtte veel aan humor, aan grapjes. ‘Een grapje is een teken van boven’, zei hij wel. Humor relativeert, geeft afstand, draait de zaken even om, soms moeten dat letterlijk doen: als we alleen schaduw zien, draaien we ons om en staan met ons gezicht in het licht van de zon. Allerlei voorvallen die wij soms toeval noemen, hebben te maken met synchroniciteit. Ze zijn vaak zo geestig, zo’n mooi woord: geestig, vol van geest en vol van humor. De wijze waarop wij zo nu en dan geholpen worden met het oplossen van een probleem, geholpen door de Geest van Leiding, de intuïtie, inSpiratie, is vaak geestig, als we tijd nemen om goed te kijken zodat we zien, echt te luisteren, zodat 11


we horen. Een kop in de krant van een passagier tegenover u in de trein, iets wat iemand zegt in een winkel, kan het gevoel geven: dat is het, die kant moet ik op denken. Ooit moest ik een keuze maken en ik kon echt niet kiezen. Hierover denken, lopend op straat in Amsterdam, dacht ik: voorlopig gebruik ik ze allebei! Op dat moment stopte er een vrachtwagen naast mij met in grote letters de reclame boodschap: There can be only one, er kan er maar een zijn! Ik moest lachen en wist onmiddellijk welke keuze ik moest maken en ik heb daar nooit spijt van gehad. Veerkracht heeft vertrouwen in de mogelijkheid om opnieuw te beginnen na een begane fout. De mogelijkheid om opnieuw te beginnen door berouw te tonen, vergeving te vragen en te krijgen en zo weer zuiver door te kunnen gaan, dat geeft kracht. In de joodse traditie zijn twee ongeschreven kernen: simcha, vreugde, en tesjoevah, terugkeer naar het zuivere zelf door vergeving te krijgen. Ook jezelf vergeven is belangrijk. De tiende dag van het joodse nieuwe jaar is Grote Verzoendag, de belangrijkste dag in het joods jaar. Verzoening! HaSjeem, De Naam, zal vergeven, anderen zullen vergeven wat hen is aangedaan, hopen wij. Zoals wij anderen vergeven en onszelf, hopen wij. Wat een moed, kracht, veerkracht gaat er uit van Grote Verzoendag. Ook iedere sabbat, wekelijks, geeft kans om tot rust te komen, opnieuw te beginnen. Ieder zevende jaar, het sabbatjaar, heeft tot doel te zuiveren, schoon verder gaan. Laten we niet vergeten dat het Christendom wel de religie van de verrijzenis wordt genoemd, van de opstanding. Wat een veerkracht liet Jezus ons zien telkens weer. Zoals in de Olijfgaard, toen hij de angst voelde, wetend wat er te gebeuren stond. De overgave gaf veerkracht. In de Koran (sura 30: 20 – 24) lezen we deze woorden: “Tot Zijn tekenen behoort dat Hij u geschapen heeft uit stof en daarna wordt gij mensen en verspreidt gij u. En tot Zijn tekenen behoort, dat Hij uit uw midden echtgenotes heeft geschapen opdat gij bij haar rust zou vinden en dat Hij tussen u genegenheid en barmhartigheid heeft gemaakt. Daarin zijn waarlijk tekenen voor lieden die indachtig zijn. En tot Zijn tekenen behoort de schepping van de hemelen en de aarde en de verscheidenheid van uw talen en uw kleuren. Daarin zijn waarlijk tekenen voor de wetenden. En tot Zijn tekenen behoort dat gij slaapt in de nacht en op de dag dat gij Zijn genade kunt nastreven. Daarin zijn waarlijk tekenen voor lieden die horen.” Aan deze woorden gaat een verhaal vooraf. Mohammed kreeg van de aartsengel Gabriel dagelijks woorden te horen die hij ’s avonds bij de maaltijd vertelde aan zijn familie, vrienden en steeds meer volgelingen. Steeds meer volgelingen, maar ook enkelen die zijn woorden in twijfel trokken. “U zegt dat nou wel, maar bewijs dat maar eens, laat maar eens wat wonderen zien die Allah verrichtte.” Mohammed kon geen wonderen verrichten en wist ook niet of Allah wonderen had verricht. Hij overlegde met de aartsengel Gabriel, en die sprak toen bovenstaande woorden. Al die ‘tekenen’, we nemen ze zo vanzelfsprekend aan, maar eigenlijk zijn het won12


deren. Het doet denken aan de schone naam Az Zahir, waar ik eerder over schreef: het licht verborgen in het volle zicht. Denk maar aan hetgeen men zegt in de joodse traditie en in die van de Islam: de schepper wilde gekend worden, de schepper wilde gezien worden en schiep daartoe het universum. N.B.! … en schiep daartoe het universum. Als we de kunst verstaan op deze manier het licht te zien, straalt onze innerlijke glimlach. Er wordt van ons gevraagd het licht te zien. Er wordt van ons gevraagd het licht te zijn. Dat doen we door onze talenten te gebruiken. Dan kunnen we niet anders dan

licht uitstralen en Jesaja (60:1) opvolgen: “Sta op en schitter!” En als we het even niet opbrengen, die innerlijke glimlach te ervaren, kunnen we even onze mondhoeken omhoog krullen tot een namaakglimlach. Ons brein laat zich gemakkelijk voor de gek houden. Vrij snel zullen we het lachende voorhoofd kunnen laten zien, vreugde die veerkracht geeft. Veerkracht die vreugde geeft. “Treed de wereld tegemoet met een glimlach onder alle omstandigheden!” Een man wandelde in de bergen. Plots merkte hij dat een tijger hem besloop. De man rende naar een klif, vermoedend dat die niet hoog was, liet zich eroverheen vallen en greep zich vast aan een liaan. Hij keek omlaag om te zien hoe hoog te was. Ai, daar stond ook een tijger en die keek omhoog. Boven hem stond de tijger en die keek omlaag. Twee muisjes kwamen knabbelen aan de liaan. Daar, daar groeide een aardbei. De man rekte en strekte, kon er net bij, hij plukte de aardbei en stak hem in zijn mond. Ach, wat was die aardbei heerlijk. (Uit: One hand clapping, Zen stories for all ages.) Illustraties: Huib Suurmond

13


Alim Vosteen: De muziek in mijn leven Een interview door Puran Winter en Alima van den Brink

Toen iemand tijdens een redactievergadering voorstelde om Alim Vosteen te interviewen om zijn gedachten over muziek te vernemen en hem met name te vragen welke rol muziek in zijn leven speelt, sprak dat idee mij bijzonder aan. Hij was het immers die mij zo’n 20 jaar geleden de weg wees, via een flyer ergens neergelegd in de Universel Murad Hassil te Katwijk, naar de Qawwali-muziek. Het horen, of beter nog, het ondergaan van die muziek leverde een schokervaring op en heeft mijn leven ongelofelijk verrijkt. Ik ben hem er nog altijd dankbaar voor. Toen ik dit aan de andere redactieleden vertelde stelden ze voor dat ik hem dan maar moest gaan interviewen. Dat vond ik een grote eer, maar wel wat veel voor één persoon. En zo gebeurde het dat ik samen met Alima van den Brink op 16 maart 2018 arriveerde bij de woning van Alim aan de Groot Hertoginnenlaan te Den Haag. Met de aanduiding ‘woning’ doen wij deze plaats tekort. In soefikringen is zijn woning bekend onder de naam ‘Sufi Serai’ en zo ziet het er ook uit. Alles is ingericht op de ontvangst van veel mensen. Derwisjen en soefimusici van over de hele wereld zijn bij Alim in de loop der jaren te gast geweest en ontelbare muziekavonden hebben hier plaats gevonden. De avonden die ik heb bezocht zullen mij altijd bij blijven. Maar beter is het Alim zelf aan het woord te laten. “Ik werd als Rudolf Vosteen geboren in Amsterdam op 17 september 1935. Ik groeide gelukkig op, helaas met de dreiging van de oorlog in mijn kindertijd. Maar wel met veel muziek, klassiek via mijn moeder, die viool speelde en elke dag studeerde en mijn ’tante’ die op haar piano speelde. Ook door de Volksmuziekschool van Willem Gehrels met het volksmuziekrepertoire en door de veel beluisterde radiodistributie 1234 die in Amsterdam zorgde voor de muziek van de dag. Toen de oorlog voorbij was werd het allemaal wat bewuster. Na kortstondig ‘croonen’ in een ‘bandje’ had uiteindelijk de Mattheüs en Johannes Passion van Bach het gewonnen. Mijn moeder speelde daarin mee en ik was haar jongste fan en miste geen uitvoering. De muziek was voor mij totaal klassiek geworden en ik was inmiddels bijna geheel bekeerd tot de kamermuziek. In 1953 werd ik 18 en opgeroepen voor de militaire dienstplicht die ik absoluut ging weigeren. Ik ging mij oriënteren in geestelijke bewegingen om enig verwantschap te vinden en kwam daarbij via alle ‘sofen’ en ‘ïsten’ ook bij de Soefi Beweging in Am14


sterdam terecht. Zij ondersteunde dienstweigering weliswaar helemaal niet maar Moersjida Salima van Braam zag wel wat in mij en ik vond de poëzie van Hazrat Inayat Khan een weldaad voor een muzikaal gevoelige onderzoekende ziel. Zo kwamen ook de Indiase en Oosterse muziek in mijn leven en helemaal toen ik als dienstweigeraar tewerk werd gesteld bij de Deltawerken in Delft en in Den Haag werd ingekwartierd. In 1956 vond ik Moersjid Musharaff Khan in Den Haag en in 1957 werd ik ingewijd. Hij noemde mij altijd Alim. Ik had niet alleen mijn Moersjid maar ook mijn levende muziekvoorbeeld gevonden. Het mooiste was in de ochtend bij Moersjid’s muziek oefeningen aanwezig te kunnen zijn. Het was zijn leven als een eenvoudige derwisj dat mijn leven als een eenvoudige derwisj te midden van het hevigste wereldse gebeuren mogelijk zou maken. “Muziek is het voedsel voor de ziel en de bron van alle volmaaktheid” schreef Moersjid Inayat Khan al in 1915 als een doelstelling van het soefisme. Sindsdien zijn we altijd samen met de muziek verder op weg gegaan. Als een voortgezette zorg voor de muzikale erfenis van de Moersjids bracht ik in de zomerschool van 1968 een memorial 45 toeren plaatje uit van Moersjid Musharaff Khan met 4 liederen. Ik beloofde daarbij het uitbrengen van meer Sufi Archives Recordings. Pas in 1988 kreeg dit vervolg met de eerste historische muziekcassette van Hazrat Inayat’s stem uit 1924 en van liederen van Moersjid Maheboob en Moersjid Musharaff Khan uit 1925. En eveneens met de recentere homerecordings van Moersjid Ali Khan en Moersjid Musharaff Khan, die eerst in 1999 en 2008 als cd’s werden gepubliceerd. Hierbij kwamen ook alle pianosongs van Sheikh Maheboob Khan gespeeld door Jelaluddin Hakim van Lohuizen en de verbeterde opnamen uit 1909 van de Indiase muziek van Hazrat Inayat Khan.

De soeficultuur van muziek

De soefimuziekcultuur is ideaal om boven geis ideaal om boven geloof loof en ongeloof uit te stijgen en om liefde en schoonheid te beoefenen. Verschillen en on- en ongeloof uit te stijgen derscheidingen vallen weg door het opgaan in de Ene. Deconditionering en zelfwording worden daarbij mogelijk. De cultuur van Soefi Hartzang begon meer vorm te krijgen bij de tachtigste verjaardag van Moersjida Shahzadi die in 1988 door ons groepje vrienden wat minder officieel diende te worden toegezongen. Hiertoe werd een lokale zanggroep met een eigen soefi zangprogramma begonnen. Dit groeide snel uit tot veel meer activiteiten en na het overlijden van Moersjida Shahzadi in 1995 kwamen er steeds meer internationale contacten met o.a. Turkije, India, Iran en Pakistan. Deze soefi verbindingen werden steeds intensiever en bleken innerlijk zeer vruchtbaar.” Op onze vraag hoe hij dan precies met Musharaff Khan in contact was gekomen vertelde Alim dat hij op een vrachtwagen, waardoor hij in Den Haag bijna werd overreden, meende de naam ‘Khan’ te zien staan. Daarop is hij, zo vertelt Alim, naar een telefooncel gegaan om te kijken of er inderdaad een familie Khan in Den Haag woonde en dat bleek het geval. Na een telefoontje mocht hij meteen die avond langs komen. 15


Hoe hij het dan voor elkaar wist te krijgen om op de ochtend bij Musharaff te zijn als die zijn stemoefeningen deed? Alim onthulde ons dat hij dan van zijn werk spijbelde. “Ik riep gewoon “ik ben even weg” en dan was ik er een tijdje niet, dat was men wel van mij gewend.” Na het heengaan van Musharaff Khan ben ik, zo vertelt Alim, verder gegaan met Moersjid Fazal, die later de Sufi Way is begonnen. In die tijd al nam ik alles op. Ik werd zo’n beetje de opnameman. De muziek is zo belangrijk. Het helpt ons te deconditioneren. Mij heeft het geholpen de eenheid niet uit het oog te verliezen. Als je een of twee liederen van Hazrat Inayat Khan goed begrijpt, daar waar hij zich dichterlijk uitdrukt over de mystiek, is dat belangrijker dan wat ook. Daar heb je verder geen ‘Beweging’ of ‘Orde’ voor nodig die dat zou moeten autoriseren, maar wel helemaal jezelf. De boodschap voor de toekomst is eenheid, vanuit ons eenzijn. We moeten één worden met deze wereld, geestelijk en stoffelijk; we moeten de wereld delen en de schepping koesteren en verzorgen. Muziek helpt bij de innerlijke ontwikkeling die daarvoor nodig is. Muziek kan van een zodanige schoonheid zijn dat je door middel van de muziek dingen bereikt die anders onbereikbaar zijn. In vervoering raken, extase beleven, jezelf verliezen, daar gaat het om. De muziek houd je wakker, behoed je voor vastlopen en maakt levend. Fantaseer, gebruik je ver- Tijdens de kermisdagen beelding. Muziek helpt daar zo bij! in Katwijk pasten wij met Zo herinner ik mij, vertelt Alim, dat tijdens de ker- hartzang op de tempel misdagen rond Koninginnedag in Katwijk er altijd veel molest was op het terrein van Murad Hassil. Dus moest er een bewakingsploeg komen. En dat waren wij dan, zeg maar, ‘ongeregistreerde soefi’s’. In hartzang de dag rond zongen wij dan dagen en nachten als oppas in de tempel. De koepel was daarbij vaak verlicht en er kwamen soms buitenstaanders op af die vroegen dan wat hier gaande was en dan legden we dat uit met een rondleiding. Er kwamen ook wel nieuwsgierige jongeren uit Katwijk, maar vooral als hun geld voor de kermis op was! Deze muzikale ‘bewaking’ heeft wel zo’n 10 jaar geduurd, tot de Koningin zelf haar verjaardag in Katwijk kwam vieren. Als wij Alim vragen naar zijn band met de Qawwali–muziek, de devotionele muziek uit India en Pakistan, vertelt hij van de keer dat hij in 1957 langs het Kurhaus in Scheveningen fietste en een aankondiging zag van een optreden van een groep Qawwali-zangers diezelfde avond. Eerst door naar huis en dan gauw terug voor het optreden. Eenmaal in de grote zaal van het Kurhaus zaten we daar met 12 man in de zaal en 14 muzikanten op het toneel. Dit gaat zeker niet door dacht ik. Maar mooi en lang gezongen dat ze hebben!. En ik was een en al Oor! Het bleken de fameuze Sabri Brothers te zijn. En omdat het Qawwals zijn en voor God zingen maakte het ze niet uit of ze wel of niet voor toeschouwers speelden. Daarna zijn ze nog een paar keer terug in Nederland geweest. Dat was onder meer in een buurtcentrum in Den Haag. Ik heb daar toen nog opnamen van gemaakt. Dan zeiden ze: “van onze producer mag het niet, maar wij vinden het prima!” De “jonge” Riaz Ali & Ejaz Ali Sabri Qawwals uit Lahore hebben veel later nog twee 16


concertseizoenen bij mij gelogeerd. Dan kwamen ze ’s morgens vroeg aan je bed zingen! Ze hebben toen nog drie originele Qawwali liederen ter ere van Hazrat Inayat Khan gecomponeerd. Wij vragen aan Alim, na bijna anderhalf uur door hem van het ene naar het andere muziekverhaal te zijn gevoerd, wat hij, als hij het in Nederland voor het zeggen zou hebben, op muziekgebied zou propageren. Zijn onmiddellijke antwoord is: “Volksmuziek”. Als er iets is dat verbroedering en wederzijdse acceptatie in de hand werkt, dan is het wel het koesteren en delen van volksmuziek. Dus ook muziekonderwijs op school. Vroeger organiseerde “de Dansende Beer”, een culturele stichting hier in Den Haag elke zaterdagavond volksmuziekuitvoeringen. De musici kwamen overal vandaan o.a. uit Hongarije, Roemenië, Zweden, Frankrijk en nog veel meer landen. Dat waren geweldige avonden die een enorme verbroedering in de hand werkten. Men zou meer van dat soort culturele festivals moeten organiseren. Als geestelijke beweging zou je daar dan meer bij moeten aansluiten. Voor ons Soefi’s is de zikr veruit de belangrijkste oefening. Om te verenigen, de angst voor de dood te verliezen en de angst om te leven af te leren. Ik ben jij en jij bent mij, eenvoudig gezegd. Dat vormt ook de sterkste verbinding voor soefi’s onderling en ook het samen zingen verbindt mensen als vanzelf met elkaar. De verhouding tussen soefisme en muziek mag dan ook wel wat meer worden benadrukt, zo stelt Alim. Hij herhaalt de woorden van Inayat Khan: “Muziek is het voedsel voor de ziel en de bron van alle volmaaktheid. De ervaring is immers zoveel beter dan de conditionering. Als je eenmaal iets hebt ervaren, dan weet je het: “Oh, dáár gaat het over! Het gaat over vervoering, over beleving, het gaat over je kompas. Dat is toch mooi!” De hartzangliederen van Inayat Khan te mogen delen met veel culturen en de poëzie van Inayat Khan te mogen toevoegen aan de wereldmuziek is daarbij een geschenk en een pure vreugde. Een recent soefi feest in de Sufi Serai in den Haag

Voor informatie over de activiteiten van Alim zie www.sufilab.com

17


Qawwali Qawwali is een eeuwenoude vorm van soefi-muziek uit Zuid-Azië. De term “qawwali” staat voor de zang van een qawwāl, iemand die herhaaldelijk een qaul (een uitspraak van de profeet Mohammed) zingt, met als doel om de luisteraars in een staat van extase, in spirituele eenheid met Allah, te brengen. Qawwali werd oorspronkelijk gespeeld in dargahs en andere soefi-heiligdommen. In de 20e eeuw werd qawwali populair bij een groter publiek in Pakistan en India. Wereldwijd heeft de muziekstijl vooral bekendheid gekregen door toedoen van de Pakistaanse zanger Nusrat Fateh Ali Khan. De muziekstijl vindt zijn oorsprong in het Perzische Rijk van de 8e eeuw. In de 11e eeuw migreerde de sama-traditie (soefi’s die mediteren met muziek) naar ZuidAzië, waar Amir Khusrow van de Chishti soefi-orde in de 13e eeuw de Perzische en Indiase muzikale tradities tot qawwali verenigde. Qawwali is gezongen poëzie, begeleid door verschillende muzikale instrumenten en handgeklap. De teksten bestaan niet alleen uit de devotionele poëzie van Amir Khusrow maar zeker ook uit de poëzie van Roemi en Hafez. Een qawwali-groep bestaat uit acht of negen man, waaronder een hoofdzanger, een of twee ondersteunende zangers, een of twee harmoniums (vaak bespeeld door een van de zangers), een of twee slagwerkers die tabla en dhool spelen en een koor van vier of vijf man die belangrijke verzen herhalen en de muziek begeleiden door in hun handen te klappen. Tijdens een qawwali-concert (een Mehfil-e-Sama) zitten de spelers met gekruiste benen, de zangers op de eerste rij en de begeleidende musici op de tweede rij.

Qawwal Qutbuddin Bahtiar Kaki, Qutub Minar Delhi India 2009

18


Uw Glimlach Wakil Hutter 1

In het Louvre in Parijs hangt, zoals u weet, één werk dat, meer nog dan de meeste andere, mensen van over de hele wereld aantrekt. Als je er heen gaat, kun je het vaak nauwelijks bereiken en moet je het van enige afstand bekijken en heb je geluk als je wat langer bent dan je medemens. Het betreft de Mona Lisa, één van de meest mysterieuze, besproken en bezochte schilderijen in de wereld, geschilderd door Leonardo da Vinci. Mysterieus is haar glimlach: lacht of glimlacht Mona Lisa wel echt? Volgens Wikipedia zijn er tientallen theorieën over de betekenis van de glimlach, variërend van domweg gelukkig tot de glimlach van een zwangere vrouw.

Soorten van lachen Lachen, glimlachen, schaterlachen, we doen het allemaal geregeld naar ik hoop. Al zijn er mensen met een volledig gebrek aan humor! Er zijn vele soorten lachen. Voorbeelden zijn: • Lachen vanuit plezier, bijvoorbeeld om een mop. Bijvoorbeeld een mop over ambtenaren: Waarom mag een ambtenaar ’s morgens niet uit het raam kijken? Omdat hij anders ’s middags niks meer te doen heeft! • Lachen uit scepsis, ongeloof: in het Oude Testament komt het verhaal voor van Sara, de 80-jarige vrouw van Abraham, die vol ongeloof lacht, als een engel hun vertelt dat ze nog een kind zal krijgen op haar leeftijd. Ondanks haar scepsis krijgt ze inderdaad nog een zoon, Ismaël, uiteindelijk de stamvader van het gehele volk Israël. • Lachen uit leedvermaak, bijvoorbeeld: vreugde/gelach als de concurrent verloren heeft. Dit kan plaatsvinden in het zakenleven maar net zo goed in de sport • Iemand uitlachen: dit is negatief getint; iemand anders wordt onderwerp van onze spot, het doel is in dit geval niet bepaald om vreugde met die iemand anders te delen, om die ander gelukkig te maken, maar veeleer om de ander te kleineren, te laten zien wie er sterker is. • Ontmoetingslach: uit vreugde dat we iemand zien. Een mooi voorbeeld is hier de baby, die begint te lachen als het de ouders herkent. • Glimlachen: dit betreft veel eerder een ingehouden lach. Glimlachen kan verbonden zijn met vreugde, maar er is geen sprake van schaterlachen. Een glimlach kan ook verbonden zijn met inzicht in de situatie. In de Bhagavad Gita2 staat een passage waarin Krishna glimlachend het woord tot Arjuna richt: Toen richtte Hrishikesha (Krishna) met een zweem van een glimlach deze woorden tot hem, die terneergeslagen tussen de twee legers stond: “Oh Bharata, 19


ge voelt smart over hen om wie ge niet moet treuren; toch spreekt ge woorden die wijs klinken. De wijzen treuren noch om de doden, noch om de levenden.” Krishna glimlacht niet vanuit vreugde, of vanuit grote blijdschap, maar vanuit begrip, inzicht in de situatie van Arjuna, die wanhopig is, omdat hij is opgeroepen ten strijde te trekken tegen zijn eigen familieleden. De glimlach drukt hier veeleer empathie uit, medeleven met Arjuna. Religie en lachen, vreugde Er is een wat gespannen verhouding tussen religie en vreugde, humor, lachen. Het lijkt of in streng religieuze milieus het geloof en meer dan dat, het hele leven, een serieuze zaak is. Een onschuldig grapje op zijn tijd kan nog net (niveau Swiebertje, Pipo de Clown, zeg maar), maar humor in de stijl van André van Duin wordt al gauw gekwalificeerd als “onderbroekenlol” en als “not done”. Een stap verder, namelijk satire, wat scherpere grappen van cabaretiers, is al helemaal uit den boze. Nog steeds is het zo, dat theater in sommige bewoners van dorpen in de Veluwe, in de Bible Belt, wordt gezien als iets verderfelijks, als een duivelse uiting. In onze meer recente geschiedenis (even los van de vraag of je de cartoons van Charlie Hebdo in Frankrijk nog kunt inschatten als humor, of eerder moet zien als belediging): streng gelovige islamieten zijn ook niet in voor een grap of satire over hun religie en reageren daar soms op met buitensporig geweld. De houding van streng gelovigen is wel enigszins begrijpelijk, als je ommige heilige teksten beluistert. De sfeer daarin is toch al gauw: wees ernstig, houd je verre van overdadige vreugde; op zijn best kan er eens een glimlachje van af, of mag je innerlijk blij zijn. Boeddha benadrukt bijvoorbeeld in de Dammapada3 zeer de beheersing van alles, van lichaam, emoties: Wie zijn hand bedwingt, zijn voet bedwingt, zich geheel bedwingt, die innerlijk blij is en bezonnen, eenzaam en gelukkig dien noemt men een waar monnik. In het Oude Testament4 kunnen we lezen: Een dwaas buldert van het lachen, een verstandig mens glimlacht hoogstens. Uitbundige vreugde wordt hier dus gekoppeld aan “dwaas zijn”! In het evangelie van Lucas5 zegt Jezus: Maar wee jullie die rijk zijn, jullie hebben je deel al gehad. Wee jullie die nu verzadigd zijn, want je zult hongeren. Wee jullie, die nu lachen, want je zult treuren en huilen. Wee jullie, wanneer alle mensen lovend over jullie spreken, want hun voorouders hebben de valse profeten op dezelfde wijze behandeld.” Jezus lijkt er dus nog een schepje boven op te doen: lach vooral niet, want het lachen zal je snel vergaan, lijkt hij te zeggen. Als je dit allemaal zo hoort, lijk je als goed gelovige alleen maar vreugde te mogen beleven in de godsdienst zelf, “vreugde in de Heer”. Moeten we dan als gelovigen allemaal over naar “praise the lord” diensten van Opwekkingsgemeenten en in het dagelijks leven diepgaand serieus zijn? Inayat Khan6 is helder: Zonder humor is het menselijk leven leeg.

20


Er is een lezing van Inayat Khan7, waarin hij de Perzische islamitische dichter Saádi ( ca. 1210-1291) behandelt. Over Saádi zegt hij: Saádi’s poëzie is zonder geheimzinnigheid. Ze is guitig, wijs en oorspronkelijk. En het heerlijkste van zijn poëzie is de stemming van humor waarin zij geschreven is. Hij staat altijd klaar om de dingen van hun komische kant te bezien en zich ermee te vermaken.…… Zonder humor is het leven saai en drukkend. Humor is de weerspiegeling van onze diepste levensbron, die ons leven maakt tot een helder doorlichte dag. Iemand die de diepste wijsheid en hemelse vreugde weerspiegelt, drukt zijn gedachten het levendigste uit wanneer dit met humor geschiedt. Inayat Khan gaat nog een stap verder in deze lezing: Hij (Saádi) wilde dat het leven vol vreugde zou zijn. Geestelijk leven behoort niet bij een lang gezicht en diepe zuchten. Inayat Khan is dus groot voorstander van een leven, waarin vreugde en humor een belangrijke rol spelen. Maar: welke rol? Naast het voorbeeld van de dichter Saádi is er nog een andere beroemde persoonlijkheid vanuit de Islam, bij wie humor een zeer grote rol speelde. U kent wel de Mullah Nasreddin, waarvan vele verhalen en legenden bestaan. Deze imam schijnt echt geleefd te hebben in Turkije in de dertiende eeuw. De verhalen zijn doorspekt met zachte humor, meestal om misstanden aan de kaak te stellen (corrupte heersers), of verregaand egoïsme van zijn medemensen. Een grap om tot verdere wijsheid te komen dus. Een voorbeeld: Sommige onwetenden beweren dan Nasreddin met baard en al geboren is. Nasreddin zelf zegt dat dit onzin is. Toen hij eens bij de kapper zat, vroeg die hem hoe het toch kwam dat Nasreddin op zijn hoofd allang grijs was, maar dat zijn baard nog steeds zo donker was als een zwarte hengst. Nasreddin, verbaasd over zoveel domheid, antwoordde: “dat is toch logisch! Mijn baard is 20 jaar jonger dan mijn hoofdhaar!”. Vreugde en verdriet Inayat Khan benadrukt dat het leven in deze wereld alles biedt, vreugde, maar zeker ook verdriet. In de al eerder aangehaalde lezing over Saádi zegt hij: Zeker, er zijn ogenblikken die u tot tranen toe bewegen, en er zullen ook tijden zijn waarin slechts zwijgen volstaat. Maar er zijn ogenblikken waarin u het leven van de vrolijke kant kunt zien en zijn schoonheid genieten. De mens is niet op aarde geboren om neerslachtig en ongelukkig te zijn. De kern van zijn wezen is geluk. Neerslachtigheid is iets onnatuurlijks. Hiermee wil ik niet zeggen dat verdriet zonde is of lijden altijd vermijdbaar. Het een en het ander moeten wij allen doormaken om de bestemming van ons leven te vervullen. Wij kunnen niet voortdurend met een glimlach door het leven gaan. Waar het dus om gaat is: alles wat op onze levensweg komt te doorleven en te zoeken naar het evenwicht. Vreugde en smart zijn er allebei op ons levenspad, lezen we in de Gayan: Vreugde en smart maken deel uit van elkaar. Wanneer er geen vreugde was, zou smart niet bestaan, en wanneer er geen smart was, zou vreugde niet gekend worden. 21


En wat doen we met onze medemens in nood? In de modder laten liggen, zijn/haar ellende tot “zijn/haar probleem” definiëren? Inayat Khan is geen moralist, niet iemand die regels omtrent het bieden van hulp aan anderen meegeeft. Zijn benadering is: kom tot je eigen diepste innerlijk, dan is het onmogelijk, dat je het leed van anderen niet aanvoelt: hoe kun je werkelijk gelukkig zijn, als je je medemens ongelukkig ziet zijn? Welke humor is geaccepteerd? Er is nog een belangrijk aspect van humor niet benoemd: waar houdt humor op? We raken hier aan het terrein van satire. Dit heeft een heel belangrijke rol: denk maar eens aan de vroegere nar aan de koningshoven, wiens functie het was de machthebber scherp te houden, juist door hem een beetje belachelijk te maken. Er ligt een (onduidelijke!) grens tussen acceptabele satire/humor en belediging. Waar ligt de grens van de veel bejubelde “vrijheid van meningsuiting”? Het lastige is, dat deze grens voor een belangrijk deel door de ontvanger wordt bepaald. Dit is net als bij pesten: voor de definitie van pesten geldt: iets geldt als pesten, als jij je gepest voelt! Waar ligt die grens? Onder het mom van vrijheid van meningsuiting “Mohammed is een kinderverkrachter” roepen, is geen vrijheid van meningsuiting, maar het verkondigen van een stelling, waarvan je bij voorbaat weet, dat je grote groepen mensen kwetst. In de Gayan zegt Inayat Khan zegt over deze grens: Een ontwikkeld mens met een scherpe tong is als een slang met een giftand. Zijn sarcastische opmerking kwetst dieper dan de steek van een schorpioen. Er is een grens! Het is nadrukkelijk aan ons om bedachtzaam te spreken en voorzichtig te zijn met flap-uit opmerkingen en grappen! Waar moeten we heen? Waar moeten we heen, als het gaat om humor, vreugde? Er is een lezing van Inayat Khan die getiteld is “The smiling forehead”, onder meer te vinden in het boekje “Smiling8”. Met “smiling forehead” verwijst Inayat Khan naar een levensinstelling met een glimlach, een positief ingestelde levensinstelling. Een dergelijke levenshouding komt tot uitdrukking in iemands expressie, uitstraling. En dat bedoelt Inayat Khan met “smiling forehead”. Genoemd boekje “Smiling” bevat een verzameling prachtige lezingen en uitspraken, gerelateerd aan lachen, glimlachen, vreugde, optimisme en pessimisme. Een voorbeeld: In de belofte van de dageraad, in het aanbreken van de morgen, in de glimlachen van de roos,zie ik, Geliefde, Uw vreugde over mijn thuiskomst. Hoe moeten we leven? Inayat Khan legt altijd nadruk op een evenwichtig leven; niet al te zeer “himmel-hoch jauchzend”, maar ook niet te zeer “zum Tode betrübt”. Verder pleit hij voor een optimistische levenshouding. In dit beeld past het verhaaltje van de 2 schoenverkopers in Afrika, waar iedereen vroeger op blote voeten liep. De ene schoenverkoper zegt: er is geen markt, want iedereen loopt op blote voeten, de ander zegt: er is een eindeloze markt, want iedereen loopt op blote voeten! 22


Optimisme: het valt niet altijd mee. Berichten in de media trachten ons continu scherp te houden op de gevaren van potentiële terroristische aanslagen. Cijfers laten echter zien, dat er sinds de aanslagen op de twin-towers in 2001 sprake is van een scherpe dalende trend in het aantal terroristische aanslagen per jaar. Hoewel natuurlijk iedere dode bij een aanslag er één te veel is, laten de statistieken verder nuchter zien, dat de kans om te sterven aan een bijensteek, door een blikseminslag of gewoon in het bad vele malen groter is. Dus, het gaat om een leven, waarin plaats is voor zowel humor als smart. Wel focus op het goede, maar smart en verdriet hun plek geven. Een levenshouding met een liefdevolle houding naar onze medemens, hulpvaardig waar we kunnen, waar het leven dat van ons vraagt en voor zover dat in ons vermogen ligt. Een leven waarin plaats is voor een grapje, om de relativiteit in te zien van wat andere mensen misschien heel een ernstige zaak vinden, zoals in het geval van Nasreddin: Nasreddin had ooit 2 vrouwen, in zijn tijd heel gewoon. Hij zat eens in het theehuis, toen één van zijn buren aan kwam rennen en hem bezorgd meldde, dat zijn beide vrouwen thuis ruzie aan het maken waren. “Waarover? Over hun leeftijd, of over hun schoonheid?”, vroeg Nasreddin. “Nee het gaat over iets anders”, zei de buurman. “Dan kan ik rustig blijven zitten; dan weet ik dat het zo voorbij is”, reageerde Nasreddin en hij dronk verder rustig van zijn thee. Uiteindelijk gaat het om een leven met een houding met een “smiling forehead”. Een leven, waarin we de innerlijke kracht ontwikkelen, om alle ups en downs te weerstaan, er boven uit te rijzen en er met een glimlach naar te kijken. Uit “Smile”: Uw glimlach heeft mijn dode hart weer tot leven gebracht; mijn leven en dood zijn afhankelijk van het sluiten en openen van Uw machtige oogopslag. Sinds Uw vreugdevolle glimlach een nieuw licht heeft geproduceerd in mijn hart, zie ik de zon overal schijnen. 1 Dit artikel is gebaseerd op een toespraak, gehouden bij diverse Universele Erediensten van Soefi Contact en de Soefi Beweging 2 Bhagavad Gita, II, 7, 10-11 3 Dammapadda 361-362 4 Jezus Sirach 21,14-20 5 Lucas 6, 20-26 6 Gayan 7 Sociale Gatheka 18 8 Inayat Khan, New Delhi 1995, uitgave Hazrat Inayat Khan Memorial Trust and Sufi Movement India

23


Berthe Bicker Caarten-Haentjes de oudste moeried, 100 jaar Berthe Bicker Caarten-Haentjens is deze lente 100 jaar geworden. Ze is de oudste moeried van de Soefi Beweging en een heel bijzondere vrouw. Ze woont nog altijd zelfstandig in het sfeervolle doktershuis waar zij jarenlang haar man Herman, die huisarts was, met raad en daad terzijde heeft gestaan. Uitermate bescheiden, zeer belangstellend, liefdevol en attent, meelevend, wijs en zeer toegewijd aan Moersjid, lééft zij het soefisme en weet daar eenieder in haar omgeving door te inspireren. Haar grote hart vloeit over van liefde.

Ze was de perfecte doktersvrouw, wat vroeger natuurlijk ook werk als doktersassistente inhield. Daarvoor was ze eigenlijk ook heel goed toegerust, want na haar studie kinderrecht aan de academie voor maatschappelijk werk, kreeg ze een beurs om in Engeland een cursus “mental health” te volgen. Toen ze na anderhalf jaar weer terug kwam in Nederland, kwam ze te werken bij een medisch opvoedkundig bureau. Tijdens een wintersportvakantie ontmoette ze Herman: ze viel letterlijk en figuurlijk voor hem. Samen kregen ze twee kinderen. Van huis uit, haar vader was remonstrants dominee, kreeg ze gevoel voor spiritualiteit en religie mee. Ook haar verloofde Bruno Tideman, die tijdens de eerste dagen van de oorlog sneuvelde, was een spiritueel mens. In 2014 heeft ze zijn op schrift gestelde overpeinzingen uitgegeven. Zij was de levende spil van het centrum Den Bosch. Toen Mieke Burgers-Witteveen in 1991 overleed, stelde Berthe haar huis ter beschikking voor de diverse klassen, die na een tijdelijke onderbreking, tot op heden nog om de veertien dagen bij haar gehouden worden. Ze kreeg daarbij hulp uit allerlei hoeken: van Walia van Lohuizen (haar inwijdster) uit Amsterdam, Nawab Lint uit Ridderkerk, Nuria Achterberg uit Tilburg, Rika Lackin uit Breda en Trudy Hendrikx Fransen uit Berghem. Toen centrum Palaya, waar de universele erediensten gehouden werden, moest sluiten, wist zij een nieuwe locatie te vinden, waar ze van liever lede alle diensten voor haar rekening nam. Ze kreeg daarbij hulp van verschillende moerieds en Karima Gevers, Frans Roza en Latif Raatgever kwamen speciaal uit Breda en Tilburg om te helpen. 24


Zelf werd ze ook nog op haar gevorderde leeftijd cheraga, ze nodigde de sprekers uit en velen van hen zullen zich de genoeglijke lunches herinneren, waarop ze hen na de dienst bij haar thuis trakteerde. Ze heeft altijd nauwe contacten met belangstellenden en moerieds in binnen- en buitenland onderhouden, zowel leden van de Beweging als van de Orde. Naast haar belangstelling voor het soefisme is ze actief op het gebied van muziek en schilderkunst. Wij zijn haar bijzonder dankbaar voor alles wat ze voor het soefisme heeft gedaan en nog doet, voor de warme gastvrijheid en haar bijzondere persoonlijkheid. Mussavir en Nuria Achterberg

WEL OF NIET In god vergeet je dat je bent geschonden. Je wordt weer leeg. In god vergeet je alle onbegrepen pijn van zo te zijn als je geboren bent. Maar hoe kom je in god? Steile trappen af. Niemand zeggen. En dan springen. Niet meer weten of hij wel bestaat of niet. Uit ‘ Die wij denken’ - nieuwe gedichten van Huub Oosterhuis, uitgeverij ten Have, ISBN 9789025906450

25


Soefisme: de weg terug naar de bron van goddelijke liefde Amir Smits

De enige toespraak van Hazrat Inayat Khan die op geluidsband bewaard is gebleven, een toespraak uit 1925, begint met de woorden: ‘The Sufi Message is the answer to the cry of humanity.’ De soefiboodschap is het antwoord op de noodkreet, de hartenkreet van de mensheid. Wat is dan dat probleem waar een antwoord op nodig is? Er is natuurlijk heel veel aan gebrokenheid in de wereld, gebrokenheid in mensen zelf, tussen mensen en groepen mensen als we kijken hoe nota bene in naam van het goddelijke mensen elkaar naar het leven staan. En niet te vergeten de relatie van de mens tot natuur en milieu, en de gebrokenheid die we daar zien. Met andere woorden, er is heel veel in de wereld dat om heling vraagt. En wat is de diepere oorzaak van die gebrokenheid? In onze soefi-erediensten steken wij één kaars aan, met daarbij de formulering dat we de profeten en de boodschappers, bekend en onbekend aan de wereld, danken voor het licht van de waarheid dat zij in de duisternis van menselijke onwetendheid hooghouden. Uiteindelijk is het basale probleem waar wij als mensheid mee worstelen niet slechtheid of zonde, maar onwetendheid. Onwetendheid waarvan? Van het feit dat alles dat in deze wereld gemanifesteerd is vanuit een diepe geestelijke bron opkomt en dat wij een sprankje van die bron, van die goddelijke essentie, in ons mee dragen. We kunnen het scheppingsproces zien als een reis vanuit de goddelijke eenheid, waarbij we de goddelijke eenheid kunnen symboliseren als de zon en spranken van dat goddelijke bewustzijn gaan als lichtstralen op reis door de sferen heen naar het aardse vlak. In de soefitraditie noemen wij die zuivere lichtstralen ‘ziel’. In andere tradities wordt ziel juist een andere inhoud gegeven. Als wij in de soefitraditie spreken over de ziel, dan is dat zuivere afstraling van het goddelijke licht. En de ziel gaat als een zonnestraal op reis, blijft altijd subtiel met de zon verbonden, maar krijgt steeds meer een eigen karakter op weg naar het aardse vlak. De ziel als zonnestraal bekleedt zich eerst met een lichaam van diep voelen, het innerlijke hart, daarna met het mentale lichaam van het denkvermogen, en, met het besef een afgesplitst ik te zijn en uiteindelijk op aarde gekomen, wordt het gecompleteerd met een stoffelijk lichaam. En die lichamen, die kostbare instrumenten, heeft de ziel nodig om dat aardse leven te kunnen beleven. De keerzijde van de medaille is dat wij als mens de neiging hebben om ons heel sterk met die lichamen, met die instrumenten te identificeren. Je bent je lichaam met de gemakken en de ongemakken die daarbij horen. Je bent je denken, je voelen, je emoties. Maar datgene wat we werkelijk ten diepste zijn, een afstraling van die zuivere bron, die essentie lijken we te zijn kwijtgeraakt. En dat terwijl die goddelijke essentie hier en nu, in iedere ademhaling aanwezig is.

26


Aarde Hoe vaak beseffen wij wat een wonder het is dat er een schepping is, bewust leven, en dat wij daar onderdeel van mogen zijn. Dankbaar dat moeder aarde ieder moment weer aan ons geeft wat wij voor ons leven nodig hebben en dankbaar dat ons leven betekenis heeft, een doel heeft. En dat wij op een pad kunnen gaan om dat levensdoel te ontdekken.

Water Echter, alleen van aarde kunnen we niet leven. Aarde mag solide zijn en een basis bieden, aarde is ook star en onbeweeglijk. Om werkelijk te leven moet er ook beweging zijn. Dat is wat het waterelement ons te bieden heeft als we eenmaal die vaste basis in het leven voelen. Als we beseffen dat we het recht hebben om te bestaan en we voelen dat ons leven een doel heeft, dan kunnen we de stap naar het waterelement zetten, dat voor inspiratie, beweging staat. Met name de beweging van ons gevoelsleven. Zo gauw onze zintuigen open-gaan en we geconfronteerd worden met de wereld, wordt in die zintuiglijke waarneming ons emotionele leven geboren. We voelen ons aangetrokken tot de dingen die we mooi vinden en bewegen daarnaartoe. We keren ons af van datgene wat we niet mooi, of zelfs angstaanjagend vinden. Letterlijk, we komen in beweging. En in dat proces van bewegen zijn we in staat om het leven steeds beter te leren kennen en te begrijpen en bouwen we ook onze eigen identiteit op als mens in interactie met onze medemensen. Dat is een prachtig proces. Vuur Het waterelement evenwel is, hoe mooi het ook is, in zekere zin willoos. Water stroomt altijd van hoog naar laag. Met andere woorden, ook met aarde en water alleen komen we er niet. Onze weg is er een die omhooggaat, niet om de aarde te ontvluchten maar wel om in de hogere bewustzijnssferen een verstilling te kunnen proeven. Zodat we diepere inspiratie vanuit de geestelijke wereld ontvangen, om

27


vanuit die rust en inspiratie terug te keren naar de aarde en daar het leven voller en volwaardiger te kunnen leven. Om die reis, symbolisch gezien, naar boven te maken, is het vuurelement nodig, want alleen warme lucht stijgt op. Om welk vuur gaat het dan? Voor de Soefi gaat het om het vuur van liefde. Het vuur van de liefde waarin we getransformeerd worden, waarin de onechte aspecten van onszelf worden weggesmolten en de pure essentie overblijft. Een proces van alchemie, van zuivering. ‘De alchemie van het geluk,’ noemt Hazrat Inayat Khan het. Hoe kunnen we ons dat voorstellen, branden in dat vuur van liefde? Ik zal één aspect eruit lichten, omdat het ik denk dat het een aspect is dat voor de zoekende mens in de eenentwintigste eeuw zo belangrijk is, en voor al die mensen die zichzelf niet alleen van de religieuze en spirituele instituties hebben afgekeerd, maar zelfs van het hele idee van het goddelijke, of welke naam we er ook maar aan willen geven. Juist voor deze mensen biedt het soefisme een weg, simpelweg omdat ieder mens dromen heeft en een innerlijk ideaal koestert. Ook als zo iemand zichzelf als atheïst beschouwt. Ik denk dat de essentie van het soefisme is dat de zoeker op het pad wordt uitgenodigd om heel diep in zijn of haar binnenste in contact te komen met een diep gewortelde droom of ideaal. Je kunt je bewust worden van die droom en die vervolgens in de wereld zetten. In onze tradities hebben we specifieke oefeningen om die weg naar binnen te gaan en er voor onszelf achter te komen, wat nou die kwaliteiten zijn die voor ons echt maken dat we mens zijn. Er is een diepe fase van contemplatie op wat voor ons mens-zijn is en we proberen met creatieve imaginatie een beeld voor ons te zien van wie wij zelf in een ideale versie zouden kunnen zijn. Na die fase van contemplatie komt dan wat wij meditatie noemen en dat is niets anders dan verstild ontvankelijk aanwezig zijn totdat vanuit genade die kwaliteiten waarop we ons met zoveel hartstocht hebben gecontempleerd, zich aan ons gaan voordoen als een levende werkelijkheid, als een beeld. Dan is het pad van transformatie niet uitsluitend en alleen hard werken om al die onvolkomenheden uit je systeem te krijgen, het is een veel zachtere weg, waarin je oog in oog staat met dat ideaal waar je zo naar verlangt. Als het ware vormt dat ideaal de ouderarmen die jou optillen uit de dichtheid van de aarde. Die transformatie gaat haast als vanzelf, zolang we maar die eenpuntige concentratie op dat ideaal kunnen hebben.

28


Lucht Na die intense transformatie in het vuurelement, na te hebben gebrand in het vuur van liefde, is het zo belangrijk dat daarna die liefde zich gaat verspreiden, en dat we ons in die verspreiding gaan verbinden met alles en iedereen om ons heen. Dat is de verspreiding van het luchtelement. Daar is niet langer plaats voor “ik” of “mijn”. Voortgedreven door de kracht van liefde De Franse theoloog Pierre Teilhard de Chardin heeft heel mooi gezegd hoe de fragmenten van de wereld op zoek gaan naar elkaar. Voortgedreven door de kracht van liefde, gaan de fragmenten op zoek naar elkaar om zo weer de heelheid van het leven, de heelheid van de wereld te vormen. En bij het luchtelement komt het er dus echt op aan dat we al wat gebroken is in de wereld weer gaan helen. En die heling moet beginnen op ons eigen individuele niveau als mens. Want de uiterlijke verscheurdheid in de wereld is niets anders dan de weerspiegeling van onze eigen innerlijke verscheurdheid. Het goddelijke heeft het niet verscheurd, dat hebben wij zelf gedaan. Niet vanuit slechtheid, maar vooral uit onwetendheid of onbeholpenheid soms. De eerste heling is wanneer we door dat vuurelement in contact zijn gekomen met dat hogere Zelf, met die zielevonk, waarmee we een persoonlijke relatie hebben kunnen opbouwen doordat we dat ideaal zo voor ogen hebben. Dan kan ons kleine ik continu in gesprek gaan met het hogere Zelf. Dit leidt tot een diepe innerlijke heling. Het is een bekend principe in de mystiek dat we de wereld zien zoals we onszelf zien. Zien wij onszelf als een stoffelijk beperkt wezen, dan zullen wij de wereld om ons heen ook als stoffelijk, beperkt en ontbloot van iedere zin zien. Komen wij in contact met die goddelijke essentie, die liefdesvonk in onszelf, dan zullen wij meer en meer die goddelijke essentie ook in de ander zien en dan kan het niet anders dan dat licht zich met licht gaat verbinden. Vanuit die essentie van liefde die we in onszelf hebben gevonden gaan we harmoniëren met onze medemens en alles wat groeit en bloeit en leeft op deze planeet. ‘Ik ben het zaad en de wortel en de vrucht van de levensboom’ Waar ik graag mee wil eindigen zijn woorden van Hazrat Inayat Khan waarin hij zelf – en het is vrij zeldzaam dat hij dat doet – schrijft over zijn eigen pad van bereiking. Ook heel mooi is, dat hij daarbij de sluiers bedankt die hem hebben voorbereid op dat heerlijke visioen van het leven. De duisternis bedankt die hem naar het licht heeft gevoerd. En vooral de essentie die hij benadrukt, dat het leven één en ondeelbaar is:

29


‘Allereerst geloofde ik zonder aarzeling in het bestaan van de ziel en daarna verbaasde ik mij over het geheim van haar aard. Ik hield vol en deed mijn best om de ziel te kennen en ik begreep ten slotte dat ik zelf mijn ziel versluierde. Ik realiseerde mij dat wat in mij geloofde, dat wat verbaasd was, dat wat volhield en dat wat ten slotte gevonden werd, niets anders was dan mijn ziel. Ik dankte de duisternis die mij naar het licht had gebracht en ik was de sluier dankbaar die mij voorbereidde op het visioen waarin ik mijzelf weerspiegeld zag, het visioen dat in de spiegel van mijn ziel werd getoond. Vanaf dat moment heb ik alle zielen als mijn ziel waargenomen en mijn ziel als de ziel van allen. Hoe verwonderde ik mij toen ik besefte dat als er al iemand was, ik alleen het was. Dat ik ben wat en wie er ook bestaat en dat ik er zal zijn in welke vorm ook in de toekomst. Mijn geluk en vreugde kende geen einde. Waarlijk, ik ben het zaad en de wortel en de vrucht van de levensboom.’ Dit is een verkorte versie van de lezing die Amir Smits juni 2016 gehouden heeft op het door de Rozenkruisers georganiseerde symposium ‘Het hart dat weet’, die is opgenomen in het gelijknamige boek dat daarvan is uitgegeven door de Rozenkruispers met ISBN 9789067324564

Intiem gesprek Sakya van Male

Begin 2017 las ik dat Pir Elias Amidon, de leider van Sufi Way, een nieuw boek1 met gebeden had uitgebracht. Ik bestelde het boek meteen, omdat ik het fascinerend vond dat iemand die zo met non-dualiteit bezig is, een gebedenboek had geschreven. Toen ik het thuis gestuurd kreeg, was ik meteen betoverd. Het is een klein boekje zonder enige opsmuk waarin 40 gebeden in het Engels staan. In het voorwoord schrijft Pir Elias dat hij geïnspireerd is door de Perzische soefi uit de 12e eeuw Abdullah Ansari. Hij schreef de Munajat – ‘gefluisterde gebeden’ of ‘intieme conversaties met God.’ Pir Elias is van mening dat deze intimiteit past bij het soefisme. Je vindt dat terug bij onder andere Ibn Arabi, Rumi, Hafiz en vele anderen. Aan de ene kant wordt met liefdeswoorden de nabijheid van de Goddelijke realiteit opgeroepen. Aan de andere kant zorgt de grootheid van de ultieme Realiteit dat de soefi met stomheid is geslagen. Pir Elias heeft de gebeden geschreven in een periode van 40 dagen als een aan zichzelf opgelegde opdracht. Elke morgen ging hij bij zonsopgang zitten wachten en luisteren. Dan kwamen er woorden die hij opschreef. In eerste instantie was wat naar boven kwam soms verwarrend en niet eens echt goed geformuleerd. Hij probeerde echter niet aan de tekst te sleutelen. Later ernaar terugkerend begon hij te begrijpen wat er bedoeld werd. In de Munajat gaat het over intieme conversaties met God, net als in de teksten van Ansari. Wat opvalt en mij bij elke tekst weer raakt is dat er in elk gebed wel een 30


omdraaiing plaatsvindt, waarin de laatste minieme afstand tussen de Geliefde en de mens opeens wordt overbrugd. Die afstand valt weg en we belanden in Eenheid. Zo begint het eerste gebed, getiteld ‘Het geheim’ met de volgende strofe: ‘Geliefde, ik fluister je toe op het kussen en jij plaagt me met je lach. Mijn hand valt door je gezicht.’ En verderop sluit het gebed ‘Schenken’ af met: ‘Geliefde, je blijft dit moment in het volgende moment schenken en je geeft geen enkele aanwijzing hoe je dat doet. Ik ben verliefd op het schenken.’ Er zitten ook gebeden tussen die verwijzen naar de gebroken kanten van de wereld en van het leven, zoals het gebed getiteld ‘Aleppo’, waarin gesproken wordt over de rozenkrans die in Aleppo is gekocht in een klein winkeltje, toen de stad nog niet in ruïnes uiteen was gevallen. Het gebed eindigt met de zin: ‘Kom, Geliefde, laten we samen bidden, laten we bidden voor de winkeleigenaar en zijn familie, voor de afgebrande winkel en de kapotte schappen, laten we bidden voor de rozenkransen en de gebeden die zij niet konden zeggen. Begin Jij maar, ik kan de woorden niet vinden.’ Onderstaand gebed ‘Onze afspraak’ heb ik uitgekozen omdat het zo mooi ons verlangen weergeeft naar het gevoel van eenheid, geluk en vrede. We zoeken ernaar buiten ons maar uiteindelijk waren we al die tijd al thuis. Onze afspraak Ik heb al zo lang op je gewacht, her en der zoekend, heen en weer ijsberend, heilige boeken lezend, indommelend, opgeschrikt door elk geluid dat wellicht jouw komst aankondigt. Waar ben je? Ik heb geprobeerd me aan onze afspraak te houden. Heb ik het tijdstip wel goed onthouden? De plaats? Jij die alles weet, waarom laat je me zo alleen? Ik ben oud geworden tijdens het wachten, mijn haar is wit, Ik verdrijf de tijd door liedjes over je te zingen en de bloemen te verzorgen die ik voor je heb geplant. Ik dacht dat je ze wel mooi zou vinden. Waar ben je? Vergeef me. Ik weet dat je belangrijker dingen te doen hebt. Ik zal ophouden met klagen. Sterker nog, ik zal ook stoppen met wachten. En alleen maar hier blijven zitten en niets doen. Een traan valt op de pagina. Hij is niet van mij. De papier ritselt. Ik kijk op. Oh! Jíj bent het zien. Het geluid van voetstappen… Oh! Jíj bent het horen. Oh, Geliefde!

Elias Amidon 1 Pir Elias Amidon, Munajat, Sufi Way Ltd. Published by Open Path Publishing, Boulder Colorado

31


Luister naar de stilte Nawab Pasnak

We betreden het spirituele pad vanwege een roeping, een roep van binnen. Als we die roep goed begrepen, zou die ons met hoop vervullen, tot aan extase toe, zoals de dronkaard die de goot uitdanste omdat de koning zijn naam wist. Paradoxaal genoeg maakt de roep ons rusteloos, ontevreden en ongelukkig. Wees deze ontevredenheid dankbaar; zonder deze zouden we doorsluimeren, verloren in dromen die betekenisloos zijn wanneer ten langen leste bewustzijn oprijst uit zijn aardse graf. Zolang we uitwendige omstandigheden de schuld geven van ons ongeluk, zijn de deuren naar het innerlijk leven nog niet geopend. De stem roept ons, maar we weten niet vanwaar die komt; daarom kijken we naar wat ons bekend is, en denken dat meer bezit, meer status of meer vrije tijd ons ongemak zal wegmasseren. Maar uitwendige omstandigheden veranderen; de uiterlijke wereld biedt geen blijvende voldoening. Zelfs als we, op de een of andere manier, ons zouden kunnen verzekeren van een leven dat in alle opzichten aangenaam is, komt het uur dat we deze aarde moeten verlaten en zou ons ‘geluk’ gebroken worden. Werkelijk en blijvend geluk kan alleen van binnen gevonden worden, in de innerlijke wereld. Ooit kwam een bekende soefi naar een stad om een lezing te geven. Een vrouw die kwam luisteren zei na afloop: ‘U heeft de kunst van het spreken tot perfectie gebracht. Heeft u ook de kunst van de stilte geperfectioneerd?’ Deze woorden troffen de soefi zo diep dat hij vanaf dat moment het spreken eraan gaf. Hebben wij de kunst van de stilte geleerd? Wat ons weghoudt van het kennen van de innerlijke werkelijkheid is het voortdurende geklets van ons verstand en het onophoudelijke gebabbel van emoties, allemaal tot schuim opgeklopt door het ego. Wie kan, te midden van zulke turbulentie, de subtiele, stille muziek horen van de levenszee? Stilte wordt niet alleen geleerd door de lippen te sluiten, maar door de stem tot zwijgen te brengen die druk in de weer is om alles door te geven aan de lege troon van de denkbeeldige koning ‘Ik’. De soefi’s hebben gezegd dat, om verder te komen op het spirituele pad, de moeried voor de Geest van Leiding moet zijn als een lijk dat gewassen wordt voor de begrafenis. Laat Leiding je dan reinigen van je analyses, je agenda’s, je maatstaven en je aanspraken. Wees stil, opdat je mag horen wat aangeboden wordt. Wees leeg, opdat je gevuld mag worden.

Dit is vertaling van ‘Listen to the silence’, een post op de blog Inner Call van Nawab Pasnak: http://innercall.towardthe1.com/listen-to-the-silence/

32


Column Slijk der aarde Martin van der Graaff Pas als je wat dieper in een spirituele organisatie doordringt, krijg je in de gaten dat het opvallend vaak over geld gaat, meer in het bijzonder over het gebrek eraan. Het soefisme is geen uitzondering. Als beginnende belangstellende heb je dat niet zo door. Koffie, koekjes, bloemen, kaarsen en wierook, het zijn allemaal vanzelfsprekendheden. Aan porto- en advertentiekosten, zaalhuur en onderhoud denk je al helemaal niet. Waarom zou je ook? Bij iedere open activiteit wachten de ambassadeurs van het soefisme je met een stralende glimlach bij de ingang op. Zo’n onbezorgde levenshouding zou ik ook wel willen, denk je dan. Daarmee is je eerste stap gezet op het soefipad. Dat stuwt je aanvankelijk op tot etherische hoogten, maar doet je bij de eerste de beste bestuursfunctie weer pijnlijk snel naar de aarde afdalen. Onze centrumleider placht na afloop van een open avond allereerst tevreden vast te stellen dat het een mooie avond was geweest en dat de mensen opgewekt naar huis waren gegaan. Direct daarna spoedde hij zich naar het collectekistje om te zien wat de aanwezigen voor al die parels over hadden gehad. Niet zelden drong de vergelijking met de zwijnen zich dan wel degelijk op. Nog steeds halen we per belangstellende gemiddeld een euro of twee op, ruim onvoldoende om de zaalhuur te dekken. Laatst dacht ik bij weer zo’n ervaring terug aan mijn protestantse jeugd. Eens per jaar kreeg je een door de kerkvoog-

dij voorbedrukte envelop in de bus. Je werd geacht daarin je jaarbijdrage te doen, waarna het envelopje door een ouderling of kerkvoogd werd opgehaald. Van die persoonlijke aanpak ging een zekere omzetverhogende dreiging uit. Onbewust was je toch bang dat de kerkvoogd, na je bijdrage in ontvangst te hebben genomen, zich ijlings uit de voeten zou maken. In de eerste de beste zijstraat zou hij met gretige vingers de envelop open scheuren en de inhoud tellen. Bij die gedachte deden velen er voor de zekerheid toch maar iets meer in dan ze zich aanvankelijk hadden voorgenomen. Moeten we dan terug naar het savoirfaire van de oude calvinisten? Misschien nog even niet. Onlangs sprak iemand op een open avond onze centrumleidster aan. “Bij de vorige open avond had ik maar twee euro bij me. Ik vond het een beetje schraal om die ene munt in het collectebakje te doen, dus heb ik toen maar niks gegeven. Want ik dacht: dat maak ik later wel weer goed.” En met deze woorden haalde ze een envelopje tevoorschijn. De ontroering bij een dergelijk gebaar overstijgt met gemak de aandrang om zo’n envelop snel open te maken. Soms winden we ons op over geld, maar de boodschap van het soefisme zal hoe dan ook zijn weg blijven vinden. Blijf glimlachen bij de ingang.

33


Gooi ook het badwater niet zomaar weg! Kariem Maas

De Soefi Beweging is in beweging. Bij veranderingen is het echter altijd de vraag wat moet blijven en wat kan veranderen. Gooi niet het kind weg met het badwater! Een merkwaardig gezegde, want wie zou er nu zomaar een kind weggooien? Blijkbaar is dat niet zonder meer duidelijk. Het gezegde dat je niet het kind moet weggooien met het badwater is een waarschuwing. Kijk uit wat je weggooit! Het is een aansporing om goed onder de loep te nemen wat we beter wel en beter niet kunnen veranderen. We moeten niet te gemakkelijk denken dat het verschil tussen badwater (toevallige omstandigheid, tijdelijke vorm) en kind (blijvende inhoud, het echt waardevolle) evident is. Het is overigens heel begrijpelijk om dat wel te denken, want zo’n dualistische kijk die dingen splitst in vorm en inhoud past in de functionalistische tijd waarin wij leven. Vorm heeft ingeboet aan betekenis. Het credo van de grondleggers van de moderne architectuur, begin vorige eeuw, was niet voor niets form follows function. Iemand die daar in de tweede helft van die eeuw tegendraads over dacht was de architect/monnik Dom Hans van der Laan. Hoewel hij slechts vier gebouwen heeft gerealiseerd (een woonhuis en drie kloosters met bijbehorende kerken) en drie boeken heeft geschreven, heeft hij onder architecten een cultstatus verworven. Zijn laatste boek ging over vorm. Het is een moeilijk boekje maar het kan ons helpen te doorgronden wat het belang van vorm kan zijn.1 Van der Laan schetst een visie op het grote vormenspel van Schepper en schepping, en hoe dat weerspiegeld wordt in het kleinere vormenspel van de dingen die de mens maakt. En hoe de mens dankzij het maken van die vormen in contact kan komen met het goddelijke vormenspel. In seculiere termen uitgedrukt: hoe de mens voortkomt uit de kosmische orde en er ‘al doende’ weer in kan opgaan. Tekens met een nieuwe waarde Van der Laan beschrijft hoe onze primaire maaksels moeten voorzien in onze lichamelijke behoefte aan bescherming en voedsel; daarvoor maken we huizen, kleding en vaatwerk. Naast deze functionele zaken ontwikkelt de mens echter ook dingen die meer op zichzelf staan, “eigenstandige vormen”, zoals letters, tekens, symbolen en symbolische voorstellingen. Ook gewone voorwerpen en handelingen kunnen een teken worden; ze zijn dan niet meer op de eerste plaats functioneel maar dienen als symbool en ritueel. Op een bepaalde manier verwijzen ze dan naar iets anders, iets wat ongrijpbaarder is. Denk maar aan trouwingen, het ja-woord, de kus ter bezegeling. Hoe kun je hierin onderscheiden tussen vorm en inhoud – of is de vorm tegelijk de inhoud? Deze omweg langs Van der Laan heb ik gemaakt om duidelijk te maken dat het misgaat met kind en badwater als we in onze omgang met God en het goddelijke de woorden en vormen louter zien als alledaags, en niet onderkennen dat ze een ‘monumentale’ lading hebben die uitstijgt boven het persoonlijke, functionele en mentale niveau. Van der Laan merkt op dat engelen deze middelen niet nodig hebben, want zij 34


kunnen direct van geest tot geest communiceren; mensen moeten echter woekeren met beperkte middelen om toch “van geest tot geest” te kunnen communiceren. Dat gebeurt met middelen die als het ware apart gezet zijn van het dagelijks leven – zoals een kerkge- Een voorbeeld van een monumentaal teken: lettertype om in bouw apart staat, steen te beitelen, ontworpen door Dom Hans van der Laan. als huis van God – waardoor deze middelen een “nieuwe tekenwaarde” kunnen krijgen. Het proces waarin die gemeenschappelijk gedeelde waarde ontstaat noemen we traditie. Traditie is dus waardevol, letterlijk vol waarden. Als we buiten die bedding treden is het gevaar groot dat we woorden, handelingen en vormen terugbrengen tot louter hun alledaagse functionele waarde, tot een mentaal en niet meer gemeenschappelijk gedeeld niveau. Een woord is dan niet méér dan informatie, een handeling is louter doelmatig en voorwerpen zijn handige hulpmiddelen. Waarom dan nog langer een kaars aansteken – je kunt ook gewoon het licht aandoen. De kringloop van scheppen en herscheppen Voor een beter begrip van kind en badwater is het ook belangrijk de grotere context in ogenschouw te nemen. In Van der Laans woorden: “De kleine kringloop van ons maken is het evenbeeld van de schepping.” Via ons werk in het beperkte materiële en zintuiglijke bestaan worden we geleid naar kennis van God. Onze kleine kringloop voltooit zodoende de grote kringloop van de schepping. In het soefisme vinden wij dezelfde gedachte terug: het is via de mens dat God zichzelf leert kennen; de mens komt via de beperkte vormen en idealen van deze materiële wereld tot kennis van het onbeperkte, grenzeloze, goddelijke. Feitelijk ziet Van der Laan het hele menselijke bestaan als één lange poging tot terugkeer naar God, ook in seculiere beschavingen, en Inayat Khan had het net zo kunnen zeggen: “De hele cultuur van ons menselijk bestaan is erop gericht de schakel te leggen tussen de zichtbare dingen en het onzichtbare. (…) We kunnen reeds spreken van een zekere geestelijke communicatie door het klimaat dat geschapen wordt door de algemene expressieve vormgeving van een hoog ontwikkelde beschaving. Deze verenigt allen als in één lichaam, gelijk een vlucht kraanvogels, die alle op gelijke afstand in één lijn op hetzelfde ritme vliegen.” Een algemeen gedeelde vormgeving heeft dus een vormende werking op ons bestaan. Wat we zintuiglijk waarnemen, voedt onze ziel. Die ervaring delen we met elkaar in een collectief proces van beschaving. 35


“Wat bemin ik nu als ik U bemin? Geen schoonheid van de stof, noch de orde van de tijd, niet de glans van het licht, niet de liefelijke melodie van allerlei liederen, niet de zoete geur van bloemen, van zalven en specerijen, niet manna en honing, niet armen die tot omhelzing uitnodigen: niet deze dingen bemin ik, wanneer ik mijn God bemin. En toch bemin zo iets als een licht, zo iets als een stem, zo iets al een geur, zo iets als een spijs en zo iets als een omhelzing, wanneer ik mijn God bemin, die licht is, stem, geur, spijs en omhelzing voor mijn innerlijk wezen, waar straalt wat geen ruimte inneemt, waar klinkt wat niet met de tijd vergaat, waar geurt wat de wind niet verdrijft, waar gesmaakt wordt wat geen eetlust vermindert en waar omhelsd wordt zonder verzadiging. Dat is het wat ik bemin, wanneer ik mijn God bemin.” Augustinus Het oprichten van een gebouw Expressieve vormen helpen ons om in onze kleine kringloop een notie te krijgen van het goddelijke. Dat geldt ook voor veel elementen van het soefisme dat Inayat Khan ons heeft gebracht: de Universele Eredienst, de gebeden en gebaren, de symbolische activiteiten. Daar zit ook een collectief aspect aan. Het werk in de Soefi Beweging is een gezamenlijke onderneming die ons verenigt “als in één lichaam”, om Van der Laan aan te halen. Inayat Khan heeft het in dat verband over het gezamenlijk vormen van één gebouw. Niet letterlijk een gebouw, maar in de mystieke betekenis van het woord. In een collective interview op 17 juni 1924 in Suresnes vertelde hij zijn gehoor van moerieds: “Het werk dat we nu verrichten is het oprichten van een gebouw, een gebouw waarin de Boodschap bewaard kan worden tot de tijd dat de mensheid haar wil aannemen en waarderen. Als het zover is, is de Boodschap niet te moeilijk te vinden, want zij is ergens bewaard, in een gebouw dat ervoor gemaakt is. En wat is dit gebouw? Het kan aangeduid worden als de belichaming van verlichte zielen. De delen van het gebouw zijn de mensen die geboren zijn om God en de mensheid te dienen, die hun leven wijden aan het dienen van de Goede Zaak. (…) Dienstbaarheid aan deze Zaak is zeer waardevol in deze moeilijke tijd waarin het aantal mensen dat dienstbaar is zo bijzonder klein is. Toch, dienstbaarheid zonder begrip van Moersjid en begrip van de Zaak zou wel eens niet altijd tot bevredigende resultaten kunnen leiden. Aan een gebouw werken veel mensen, maar de architect maakt het plan. Als iedereen die aan het gebouw werkt zijn eigen plan volgt en zijn eigen manier van werken, valt het gebouw in stukken uiteen nog voor het overeind staat. Verlangen om te werken is niet genoeg, begrip van de wet van harmonie met de andere werkers is hoogst noodzakelijk.” Als iedereen zijn eigen plan trekt, ontstaat er geen gebouw. Het is door afstemming op elkaar, met een gedeelde focus op de architect, dat er eenheid van vorm en inhoud kan ontstaan. Een gebouw in mystieke zin, een soort geestelijke ruimte of sfeer. Het is wat Inayat Khan een capacity noemt. Dat begrip – te vertalen als capaciteit, vermogen, accommodatie – stelt hij in de eerste hoofdstukken van het boek Filosofie Psychologie Mystiek aan de orde. Daar 36


kunnen we lezen hoe de geest (pure intelligentie) een materiële vorm nodig heeft, een capacity, om zich te kunnen manifesteren. Die vorm heeft dus het vermogen om het onzichtbare zichtbaar te maken, om door ons te kunnen worden ervaren. Het is door die vorm dat het geestelijke tot ontplooiing kan komen in onze wereld.2 Dat vermogen zal des te krachtiger zijn naarmate er meer eenheid in vorm, inhoud en onderlinge afstemming is. Blijven schaven aan het leven De Soefi Beweging kan zo’n ruimte zijn waarin de geest zich kan ontplooien. Dat vergt dan wel afstemming op het plan van de architect. Op de vormgeving die de architect voor ogen heeft gehad. Soms zullen dat letterlijk de uiterlijke vormen zijn, soms meer in figuurlijke zin. Het gaat immers om de mystieke betekenis van het gebouw dat we met ons allen bouwen. Die afstemming op het plan van de architect wil dus niet zeggen dat er nooit meer iets mag veranderen. Een belangrijke notie bij Van der Laan is, dat we ‘al doende’, al schavende aan de beschaving, ons steeds opnieuw en steeds verder ontwikkelen. In die zin moet ons gebouw ook een levend geheel zijn, geen dode letter. De noodzaak om te blijven schaven aan vormen, opdat de geest zich kan manifesteren, geldt voor ons hele bestaan. Dat vinden we terug bij Inayat Khan, die het schaven aan de persoonlijkheid ook zag als een nimmer eindigend proces. Dit ‘schaven’ vergt binnen de Soefi Beweging een gedeeld begrip van het bouwplan. Bij alles wat we veranderen aan vorm, moeten we ons afvragen wat we teniet doen aan capaciteit, aan vermogen van de vorm. Het functionalistische motto ‘form follows function’ is dus veel te beperkt. Vorm volgt geest! De geest roept vormen op waarin zij zich kan manifesteren. Vorm is een capaciteit, een ruimte vol potentie, waarin de geest tot ontplooiing kan komen. Wij moeten ons bij het ontwikkelen van vormen openstellen voor die oproep van de geest. Dan kunnen we beseffen dat vorm niet zomaar een individueel dingetje is. We kunnen dan ervaren wat de waarde van een gedeelde traditie is. En daarmee zijn we terug bij kind en badwater. Het kind is belangrijk maar gooi ook niet zomaar het badwater weg, want de kans is groot dat je met de vorm ook inhoud weggooit. 1 Dom H. van der Laan: Het vormenspel der liturgie, uitg. Brill, 1997 2 Hoewel Inayat Khan in het boek Filosofie Psychologie Mystiek consequent de Engelse term ‘capacity’ gebruikt, verwijst hij voor de betekenis ervan naar het begrip ‘akasha’, dat uit het hindoeïsme stamt. In Nederlandse vertalingen wordt steeds die laatste term gebruikt.

37


Over Boeken Goddelijke Kunst, Navid Kermani, uitg. Cossee, 299 blz. gebonden editie, €29,99, ISBN 97890-5936-688-6 Navid Kermani, hoogleraar Oosterse talen en cultuur in Duitsland, heeft met het schrijven van het boek Goddelijke kunst een bijzondere prestatie geleverd. Met open blik en hart voor de grote en onbekende werken uit de christelijke kunst ziet hij kans om bruggen te slaan tussen de mystieke islam (soefisme) en het christendom. Zijn observaties over een veertigtal schilderijen van onder meer Botticelli, Caravaggio en Rembrandt leiden tot verrassende inzichten over kunst en religie, God en mensbeelden. De auteur met zijn affiniteit voor de soefi mysticus en dichter Ibn al-Arabi (11651240) associeert de verschijning van goddelijke schoonheid met Jezus. Jezus staat voor de verschijning van God in de mens en voor alle goddelijke schoonheid die op aarde zichtbaar is. In zijn beschouwing over het schilderij van Caravaggio “De ongelovige Thomas” wordt u als lezer als het ware aan de vinger van Thomas naar de wond in de zijde van Jezus geleid om te beseffen dat God innerlijk aanwezig is. In de bespreking van ‘de moeder Gods in het rozenprieel’ van Stefan Lochner wordt de bewering dat de aanschouwing van God in de vrouw de meest volmaakte is op een bijzondere manier toegelicht: ‘Laak mij niet als ik God bruid noem’ zegt Ibn al-Arabi in het besef dat zijn leer binnen een patriarchale wereld en theologie een provocatieve is. De besprekingen van zijn observaties aan de hand van de drie thema’s die in het boek aan de orde worden gesteld - Moeder en zoon, Getuigenis en Aanroeping – zijn persoonlijke beschouwingen die het verlangen bij u zullen opwekken om zélf zo te kunnen kijken. Het boek Goddelijke kunst is een fascinerende uitdrukking van een religieuze en esthetische beleving van de Goddelijke waarheid in de kunst en de mens. Een boek om inderdaad van te houden, om te krijgen en om cadeau te geven. Theo Kauffman ****

Ontmoetingen met een non-duale God. Handboek voor ontwaakt leven, Jason Shulman, vertaling Maris Könning, Synthese Milinda Uitgevers, 158 blz. €19,95, ISBN 97890-6271-130-7 Ontmoetingen met een non-duale God neemt ons mee op de weg van de zoektocht naar God. Stap voor stap wordt de weg gevolgd door het gebied van het menselijk hart met zijn diepe verlangens en grote beperkingen. Deze weg is voor iedereen; voor alle mensen die meer mens willen worden. Het vertelt ons hoe te leven met wijd open ogen zodat je niet alleen ziet wat je kunt begrijpen, maar ook het oneindige mysterie dat het bestaan zelf is. Leven is een reis 38


om te ontdekken hoe groot ons hart kan worden. Alles wat je nodig hebt om God te ontmoeten heb je al. Er zijn meer dan honderd ingangen, ‘kiempassages’ genaamd. Deze passages worden met commentaar verder verduidelijkt. Een voorbeeld van één van de kiempassages: Het doel van God ontmoeten is menselijker worden, en niet het bereiken van een transcendente staat waar de moeilijkheden van het mens-zijn niet meer bestaan. De auteur raadt aan om niet te veel tegelijk te lezen. Eén keer per dag of zelfs één keer per week is al genoeg. Het boek is niet bedoeld als een theologisch bouwwerk. Het gaat over praktische stappen die je kunt zetten om werkelijk God te ervaren. Je kunt steeds opnieuw teruggaan naar de kiempassage waar je aan wilt werken. De teksten in dit boek helpen je te zien hoe lijden, of het nu fysiek, emotioneel of spiritueel is, kunt gebruiken om God te vinden. Een inspirerend boek om steeds weer ter hand te nemen om één of meer teksten en de uitleg daarvan op je te laten inwerken. Alima van den Brink ****

Zelfloos - de mystieke afgrond van het moderne Ik, Marc De Kesel, uitg. Kok, paperback, blz. 208, €18,99, ISBN 97890-4352-879-5 Indrukwekkend hoe Marc De Kesel - verbonden aan het Titus Brandsma Instituut de huidige fascinatie voor zelfloosheid of te wel de behoefte aan mystiek, blootlegt. Waarom zit mystiek of spiritualiteit in de lift, terwijl religie eerder een tegengestelde waardering krijgt, vraagt De Kesel zich af. Hij stelt vast dat de moderne mystiekzoeker met zijn sterk gerichte individualiteit daarbij in zijn eigen afgrond valt. De moderne spirituele mens hunkert naar het goddelijke ‘subiectus’ zoals De Kesel het uitdrukt. Dat wil zeggen dat de moderne mens enkel en alleen onderworpen aan God wil zijn, direct en niet via allerlei bemiddelaars. Maar de paradox is dat dit mystieke pad het niet zonder de affirmatie van zijn eigen wil kan stellen. De Kesel maakt duidelijk dat het vrijwillig op zich nemen van de ‘ikloos’ of zelfloosheid van de moderne mens een leegmaken of doden vereist van het vrije zelf; maar dat kan de moderne mens alleen zelf doen, omdat het zelf alleen van hemzelf is. Dus voor de moderne mens is de wil nodig om zelfloos, willoos te worden. Daarmee werpt De Kesel voor ons een gewetensvraag op: bewijst de zelfloosheid waaraan wij ons in onze fascinatie voor het mystieke menen over te geven niet stiekem hoe sterk ons ik eigenlijk is? Een helder geschreven en voor soefi’s fascinerend boek dat nog lang zal blijven hangen. Het vernietigen van het onware ego is moeilijker dan wat dan ook ter wereld en het is dit pad van vernietiging dat het doel van de heiligen en de wijzen is. Theo Kauffman ****

39


Soefisme, hart van de Islam, Titus Burckhardt, uitg. Synthese, 160 blz, € 19,95, ISBN 97890-6271-136-9 Titus Burckhardt (1904 - 1984) heeft ons met dit boek een intensieve, boeiende studie gegeven over het ontstaan en de ontwikkeling van het soefisme, in de meest ruime zin. Het soefisme is oorspronkelijk de innerlijke kant van de islam en soefileringen zijn een neerslag van haar tijdloze en diepste waarheden. Dit boek gaat over die geestelijke waarheden en over de methoden waarmee die voor de mens bereikbaar kunnen worden gemaakt. Vaak haalt de schrijver ook voorbeelden aan uit andere religies, ter vergelijking met en ter verdieping van veelal cultureel bepaalde begrippen, die herkenbaar overal en altijd in religies een rol speelden en nog spelen. Daardoor krijgen we meer inzicht in de manieren van denken en verwoorden, zoals die in de loop der tijden in religies gehanteerd zijn. In een aantal boeiende hoofdstukken geeft de schrijver zijn visie op bijvoorbeeld: ‘Koranuitlegging van de soefi’s’, ‘Aspecten van de Eenheid’, ‘De hernieuwing der schepping op elk moment’. Stuk voor stuk ware leerstukken voor een ieder die geïnteresseerd is in het soefisme van vroeger en nu. We gaan zodoende universele waarheden herkennen in uitspraken als ‘God is de spiegel waarin jij jezelf ziet, zoals jij Zijn spiegelbeeld bent’ en in de oude soefiwaarheid: ‘Er zijn net zoveel wegen tot God als er zielen zijn.’ Titus Burchhardt behoorde met Ananda Coomaraswamy, René Guénon en Frithjof Schuon tot de kopstukken van de boekenserie ‘Philosophia Perennis’, waar overigens ook christenen, boeddhisten en kabbalisten aan mee hebben gewerkt. De Philosophia Perennis heeft steeds de eenheid en verscheidenheid van religies beschreven, respecteert de uniekheid van elke religie en laat elke religie in haar waarde. Sabir Jaap Dekker ****

Vertalers gezocht! Wie wil helpen bij Nederlandse vertalingen van het werk van Inayat Khan. Er is veel behoefte aan goede vertalingen van het werk van Inayat Khan. Enkele leden van de soefigemeenschap steken al veel tijd en energie in de vertalingen nieuwe vertalingen of hernieuwde vertalingen van bestaande teksten. Het Dutch Publication Committee coördineert en faciliteert deze activiteiten. Gezien de belangstelling voor de teksten in het Nederlands zijn er nu eigenlijk te weinig vrijwilligers. Daarom roept het DPC iedereen op die het fijn zou vinden om zich meer te verdiepen in het werk van Inayat Khan, door middel van het geconcentreerd werken aan vertalingen ervan, om dat kenbaar te maken bij Jos van den Heuvel, telefoon 06-51400982 of mailto:info@healthproconsult.eu. Dit najaar, op 27 oktober, organiseert het DPC een bijeenkomst waarvoor alle vertalers worden uitgenodigd om elkaar te ontmoeten. 40


SOEFI BEWEGING NEDERLAND De Soefi Beweging stelt zich tot doel de boodschap van het universeel soefisme uit te dragen. Er zijn 20 soeficentra verspreid over Nederland met tal van openbare activiteiten, zoals de Universele Erediensten, open avonden en studie- en meditatiebijeenkomsten. Alle informatie is te vinden op www.soefi.nl. Zie voor andere soefi-organisaties: www.soefikalender.nl. Landelijk secretariaat Postadres: Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag, t. 06-47854163 E-mail: soefibeweging.nederland@gmail.com Website: www.soefi.nl Bankrekening: NL71INGB 0000 7775 55 t.n.v. Stichting Soefi Beweging Nederland Ledenadministratie (Navicat): t. 070-250 21 00 , wakil.ap78@gmail.com Nationaal Vertegenwoordiger: Mevr. J.L. van Male (Sakya) sakya.vanmale@ziggo.nl, t. 030-272 35 22 Secretaris: Mevr.M.van den Besselaar (Zubin) soefibeweging.nederland@gmail.com, t. 06-47854163 Penningmeester: Dhr. J. Moerenburg (Joop) joopmoerenburg@planet.nl, t. 0252-223012 Lidmaatschappen van de Soefi Beweging Lidmaatschappen en jaarlijkse bijdrage lopen via de centra. Je zoekt een centrum waar je lid van wilt worden en meldt je daar aan. Er bestaan verschillende lidmaatschapsvormen: Vriend: Als je de Soefi Beweging wilt ondersteunen kan je voor € 70,00 per jaar “vriend” worden. Je ontvangt dan ook vier keer per jaar De Soefi-gedachte. Broeder- en zusterschap: Als je actief wil deelnemen aan de Soefi Beweging, is de eerste stap om broeder/zusterschapslid te worden. Dat kost € 70,00 per jaar (voor een echtpaar € 105). Je ontvangt dan het kwartaalblad De Soefi-gedachte en uitnodigingen voor diverse broeder/zusterschapsactiviteiten en de Zomerschool. Moeried: Daadwerkelijk het soefipad volgen begint met inwijding in de Innerlijke School. Je wordt dan moeried (leerling). Je krijgt persoonlijke begeleiding en kan de esoterische klassen volgen in het centrum waar je je hebt aangemeld. Jaarlijkse bijdrage incl. abonnement op De Soefi-gedachte: Laag Normaal Hoog Alleen € 100,00 € 160,00 € 235,00 Echtpaar € 150,00 € 240,00 € 355,00 Ondersteunend lid: Als je al lid bent van een andere soefi-organisatie, kun je voor € 20,00 per jaar ook lid worden van de Soefi Beweging en ontvang je De Soefi-gedachte. Los abonnement op De Soefi-gedachte: mail je naam en adres aan soefibeweging.nederland@gmail. com en maak € 16,00 over naar rek.nr. NL71INGB 0000777555 t.n.v. Stichting Soefi Beweging Nederland, o.v.v. “nieuw abonnement De Soefi-gedachte”. Nieuwsbrief: Wil je geïnformeerd blijven, geef je dan op voor de Nieuwsbrief via www.soefi.nl. SOEFI BEWEGING BELGIË

Klepperstraat 13, 1860 Meise (België) E: info@sufi-universal.be W: www.Sufi-Universal.be INTERNATIONAL SUFI MOVEMENT

Banstraat 24, 2517 GJ Den Haag, t 070-365 76 64. E: sufihq@xs4all.nl W: www.sufimovement.org

41


SOEFI-CENTRA

CONTACTPERSONEN EN ADRESSEN In twintig soeficentra in Nederland vinden tal van activiteiten plaats, zowel besloten als openbaar. Kijk daarvoor op de website www.soefi.nl/ centra en check de Agenda aldaar. Hieronder staan per centrum contactgegevens en tijden van de Universele Erediensten. Let op: in de zomer geen diensten, en rond feestdagen mogelijk afwijkende tijden. AMSTERDAM

dhr. P. Smits (Amir), Warmondstraat 177 hs, 1058 KX Amsterdam. t 06 15 06 05 13 <amir-020@hotmail.com> Universele Eredienst: Vrijmetselaarsloge, Vondelstraat 39, 1054 GJ Am­sterdam, 1e en 3e zondag van de maand 11 uur. APELDOORN

dhr. en mw. De Roos-Labeur (Corrie & At), Sparrenlaan 11, 7313 AT Apeldoorn, t 055-323 1633 <atderoos@hetnet.nl> Oriëntatiemiddagen: 2e zondag van de maand van 14-16 uur. ARNHEM

mw. E.Steingröver (Johara), Meidoornplantsoen 23, 6706 DB Wageningen, <johara.steingrover@gmail.com> t 0317-425 072 ('s avonds). Universele Eredienst: Vrijmetselaarsgebouw, Arnhemsestraatweg 360, 6881 NK Velp (Gld) 1e zondag van de maand om 11 uur. ASSEN

Nasiban Vinke (Joke) en Gert van der Zande, t 0592-501254 <joke.en.gert@home.nl> Universele Eredienst: Loge van de ODD Fellows, Hendrik de Ruiterstraat 2, 9401 KT Assen, 3e zondag van de maand om 11 uur. BREDA

mw. Margo Armaiti Leerink, Concordiaplein 47, 4811 NZ Breda, t 06 22 81 21 10 <margoleerink@gmail.com> Universele Eredienst: Waalse Kerk, Catharina­straat 83-bis, 4811 XG Breda, 3e zondag van de maand om 11 uur. DEN HAAG

dhr. A. de Heer (Ananda), t 06-30525127, <A3Heer@hotmail.com>, secretaariaat: <soefibeweging.centrum.denhaag@gmail.com> Universele Eredienst: Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag, elke zon­dag om 11 uur. 42

DEVENTER

dhr. W. van der Vliet (Sikander), t 0313-23 13 53, Universele Eredienst: Logegebouw van de Vrijmetselaars, Rijkmanstraat 10, 7411 GB Deventer, 3e zon­dag van de maand om 11 uur. DRONTEN

I.O.

dhr. J.Koldijk (Kabir), Lindestraat 10, 8266 BG Kampen, t 038-3314446, 06 53723207, <jellekoldijk@zonnet.nl> Studie bijeenkomsten in Dronten iedere 2e woensdag om 19.30 uur. EINDHOVEN

dhr. K. de Groot (Karel), Groeneveld 22, 5653 PC Eindhoven, t 040-2513510 <soeficentrum.eindhoven@gmail.com> Universele Eredienst: Gebouw de Herberg, Eckartdal, Nuenenseweg 1, 5631 KB Eindhoven, 1e zondag van de maand om 11 uur. FRIESLAND

dhr. D.Lieftink (Rama),, t 06 18383682, < dicklieftink@gmail.com >. Universele Eredienst: Bij de Put 15, 8911 GE Leeuw­arden, 1e zondag van de maand 11 uur. GOUDA

I.O.

Voor de studie- en meditatieklas elke tweede vrijdagochtend van de maand, van 10 tot 11.30 uur, kunnen belangstellenden contact opnemen met Sakina Janssen, t 06 22 64 88 92. GRONINGEN

dhr. J.J. ter Veld (Hamid), < vianjaap@xs4all.nl > t 050-309 33 22, en mw. L.Vos, t 06-53835606, < lisavosbos@home.nl > 'S HERTOGENBOSCH

mw. D. de Vries (Saraswati), t 06 23 14 81 45, <harpsaraswati@kpnmail.nl>. Universele Eredienst: 4e zondag van de maand, Buitenhaven 13, 5211 TP Den Bosch. HILVERSUM

dhr. F. van der Veer (Ganesh), Kogge 13, 1261 VK Blaricum, t 035-5312130, < famvdveer@ziggo.nl >. Universele Eredienst: Gebouw ‘De Ver­eniging’, Ou­de Engh­weg 19, 1217 JB Hilversum (­bij raadhuis Dudok). Elke 2e zondag van de maand om11 uur. REGIO KATWIJK/LEIDEN

dhr. J. Belt (Munir), Eykendonck 32, 2211 SG Noordwijkerhout, t 0252-373145 <j.belt@planet.nl> Universele Eredienst: Universel Murad Hassil, Zuid­duinseweg 5, 2225 JS Katwijk aan Zee, 1e, 3e en 4e zondag van de maand om 11 uur.


Murad Hassil: beheer mw. Nora Kerssies, t 06 38 27 95 29 <verhuur@soefitempel.nl> <www.soefitempel.nl> NIJMEGEN

Maandelijkse bijeenkomsten voor belangstellenden en broederschapsleden. Aanmelden bij mw. E. Steingröver (Johara), t 0317-425072 (’s avonds). ROTTERDAM

dhr. B. de Wreede (Bauke), t 06 24 64 66 94, < bdewreede@gmail.com > centrum t 010-751 0500. Universele Eredienst: Soeficentrum Provenierssingel 41, 3033 EG Rotterdam, op de 2e en 4e zondag van de maand om 11 uur. TWENTE

dhr. J. Sniekers (Rahim), t 074-250 2479, <j.sniekers@ziggo.nl> Universele Eredienst: Nivoncentrum, Lodewijkstraat 1, 7553 LB Hengelo, 2e zondag van de maand om 11 uur. UTRECHT / BILTHOVEN

mw. J.L. van Male (Sakya), t 030-2723522 < sakya.vanmale@ziggo.nl > Universele Eredienst: Huize ‘Het Oosten’, Jan Steenlaan 25, 3723 BT Bilthoven, laatste zondag van de maand om 11 uur. ZEELAND

mw. N. Gortzak (Nuria), t 06 40 55 61 31 < noor.gortzak@gmail.com> Universele Eredienst: 'T Pand, Kerksteeg 5, 4335 BD Middelburg, 1e zondag van de maand om 11 uur. ZUID LIMBURG

mw. Ingeborg Wuester (Hakima) <ingeborgwuester@yahoo.de> Er zijn maandelijkse bijeenkomsten en om de twee maanden op zaterdagmorgen open klassen. ZWOLLE / MEPPEL

Contactpersoon leiderschapscollectief: Paul Ketelaar, t 0651497425, <ketel038@planet.nl> Universele Eredienst: elke 4e zondag van de maand om 11.00 uur, Bloemendalstraat 11, 8011 PJ Zwolle. Informele Eredienst: elke 2e zondag van de maand om 10.00 uur, Engelandsweg 19, 8091 BA Wezep. Activiteiten in Meppel: Zuideinde 46, 7941 GH Meppel. Voor activiteiten van het centrum Zwolle/Meppel, zie: soefi.nl

ELEMENTENRITUEEL

In het Elementen Ritueel worden Aarde, Water, Vuur, Lucht en Ether gesymboliseerd. Daulat Rosdorff leidt deze activiteit en nodigt iedereen uit voor deelname aan deze mystieke ervaring. Meer informatie: www.soefielementenritueel.nl, en via email: info@soefielementenritueel.nl DARGAH

* Financiële bijdragen voor het sociale, culturele en soefi-werk bij de Dargah, het graf van Hazrat Inayat Khan: www.dargah-foundation.org rekeningnr. NL04 INGB 0000 6165 77 t.n.v. Stichting Dargah Amsterdam Nederland. * Voor organisatie, onderhoud, in­richting van nieuwbouw en guest house, rekeningnr.: NL78 ABNA 0430 2436 26 t.n.v. Dargah-fonds te Wassenaar. * Schenkingen van boeken, enz. (alle talen!): Wali van Lohuizen t 035 538 98 93 ANDERE SOEFI-ORGANISATIES

* Sufi Ruhaniat NL: Ariënne & Wali van der Zwan. www.peaceinmotion.eu t +49 (0)22949937841 en mobiel +31 651303439 e-mail: samark@peaceinmotion.eu * Inayati Order: Dutch Sufi Information Centre. Jamila Mieke Betten t (00-31)(0)30-2689298= e-mail: soefiordeinfo@gmail.com * Sufi Way NL: dhr. Elmer Koole, Oudeweg 31, 9364 PR Nuis. t 0594-549863 e-mail: elmerkoole@sufiway.nl

Internationale Zomerschool Van 25 t/m 31 juli is de zomerschool in Murad Hassil bestemd voor moerieds en is de voertaal Engels. Van 2 t/m 4 augustus zijn ook broederschapsleden welkom en is de voertaal Nederlands. Zie voor verdere informatie www.soefi.nl.

43


VERENIGING SOEFI-CONTACT Soefi-Contact is een landelijke vereniging met afdelingen in Haarlem, Alkmaar en Bussum. De vereniging heeft als doel: het stimuleren van de studie van Hazrat Inayat Khan's ideeën, alsmede het in praktijk brengen ervan, dit in de ruimste zin van het woord. Landelijk centrum en dagelijks bestuur Landelijk centrum: Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40, 2011 BE, Haarlem. Website: www.soefi-contact.nl; zie ook www.facebook.com:soefi-contact en www.soefikalender.nl Voorzitter: mw. M.J.Dukker, t 023-531 30 81 Secretariaat: dhr. W.R.Kuiper. Westerstraat 63, 2013 PM Haarlem, t 023-531 30 81 e-mail: m.dukker@chello.nl Penningmeester: dhr. J.W.Hutter, t 023-540 20 19, e-mail: jaapwillemhutter@gmail.com Het verenigingsjaar van Soefi-Contact loopt van 1 juli t/m 30 juni. De contributie kan worden overgemaakt op bankrekening: NL36 INGB 0004 2390 48 t.n.v. Soefi-Contact te Haarlem. Adreswijzigingen / mutaties en opgave van (nieuwe) leden en belangstellenden graag via het secretariaat, dhr. W.R.Kuiper. Landelijke activiteiten www.soefikalender.nl www.soefi-contact.nl www.facebook.com: soefi-contact

Eind juni: jaarlijkse conferentie De Voorjaarsconferentie van Soefi-Contact is in De Weyst, Pater Petrusstraat 21, 5423 SV Handel Vrijdagmiddag 29 juni tot en met zondagmiddag 1 juli 2018. Thema: “Levensvreugde” Kosten: € 150,Informatie en opgave bij de secretaris: dhr. W.R.F. Kuiper, Westerstraat 63, 2013 PM Haarlem, telefoon 023-5313081, e-mail: m.dukker@chello.nl

Activiteiten afdeling Haarlem (Soefi-Huis) Alle activiteiten in Haarlem vinden plaats in het Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40 te Haarlem. Universele Erediensten: iedere tweede en vierde zondag van de maand; aanvang 11.00 uur. Bezoek bibliotheek is mogelijk na de dienst. Informatie: 023-5272249 of 023-5370585, e-mail: jaapwillemhutter@gmail.com of walivdputt@gmail.com Activiteiten afdeling Alkmaar Universele Erediensten: elke eerste zondag van de maand in de Remonstrantse Kerk, Fnidsen 37, 1811 ND Alkmaar; aanvang 11.00 uur. Informatie: dhr. Michaël Schouwenaar, Vatropperweg 5, 1779 GE Den Oever, t 0227-512265, email: soefi.noordwest@kpnplanet.nl en dhr. Nathan Feenstra t 072-5615712 Activiteiten afdeling Bussum Informatie over activiteiten: mw. E. Schurink, t 035-6912990 en dhr. Karim Logtmeijer, t 035-6918347, e-mail: lion182@vodafonethuis.nl 44

Soefi gedachte juni 2018  
Soefi gedachte juni 2018  
Advertisement