Issuu on Google+

Inhoud

3 5 7 9 12 17 19 24 25 28 29 30 35 38 39 41 44

D E SOEFIgedachte

maart 2014

Ten geleide De boodschap Hazrat Inayat Khan Nederigheid, de gouden sleutel tot spiritualiteit Hidayat Inayat-Khan Oud en wijs Martien Uittenbosch De oude man en de engel Abel Herzberg Scheppingsverhaal Sabir Jaap Dekker Schepping, wetenschap en religie Wali Bart Folkersma Gebeurtenissen De betekenis van mindfulness Zubin Spinder en Rama Lieftink De Moersjid als Vriend Levity Peters Gedicht Maarten Fรถrster Wat voor boodschap hebben wij aan de Boodschap? Wali van Lohuizen Interview met Shanti Kerssies Zubin van den Besselaar en Irene Lennings Veel kunnen verdragen is een teken van rijping Jaya Bakker Over boeken Informatie over de Soefi Beweging Informatie over Soefi Contact

De Soefi-gedachte is een gezamenlijke uitgave van Soefi Beweging Nederland en Vereniging Soefi-Contact en heeft tot doel het verspreiden van het gedachtengoed van Hazrat Inayat Khan.

1


COLOFON de Soefi-gedachte 68e jaargang nummer 1 maart 2014 Verschijnt 4 x per jaar; in: maart, juni, september en december. Uitgever/Administratie: Stichting Soefi Beweging Nederland Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag. tel: 06 47 85 41 63 email <sufiap@hetnet.nl> bank: NL71 INGB 0000 7775 55 internet: www.soefi.nl en www.soefi-contact.nl

Redactie: dhr. L.W. Carp (Ameen), voorzitter mw. M.A.J. van den Besselaar (Zubin) dhr. J.J. Dekker (Sabir Jaap), secretaris mw. I.Lennings (Irene) dhr. E.H.K.Logtmeijer (Karim) dhr. T. Maas (Kariem), hoofdredacteur

Abonnementen: jaarabonnement, incl. porto: € 16,00 abonnement buitenland: € 20,- per jaar los nummer: € 5,00. Aanmelding door betaling via rekening NL71 INGB 0000 7775 55 tnv Penningmeester Stichting Soefi Beweging Neder­land, te Den Haag

Redactie-adres: redactiesg@gmail.com

Aanwijzingen voor auteurs: Bijdragen zijn welkom, mits niet langer dan ca. 2000 woorden en aangeleverd in Microsoft Word met eventuele voetnoten als eindnoten. De redactie behoudt zich het recht voor artikelen niet op te nemen of in te korten, en op de eigen websites te plaatsen. Kopij sturen naar het redactie-adres. Uiterste inleverdata voor het volgende nummer: 2 maanden . tevoren (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober) of in over­leg met de redactie.

Illustraties: De redactie stelt alles in het werk om reproductierechten te regelen. Voorzover dit niet correct is gebeurd, kunnen rechthebbenden contact opnemen met de uitgever.

Redactiemedewerker: dhr. N. Welten (Noud), opmaak

Drukker: NKB, Bleiswijk

Adresveranderingen sturen aan de uitgever, Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag met uitzondering van leden Soefi-Contact, die mutaties sturen naar hun secretariaat. © Soefi Beweging Nederland. Overname van agendapunten vrij. De inhoud van de artikelen is voor verantwoording van de auteurs en afgezien van plaatsing in dit tijdschrift en op daaraan gerelateerde websites, berust het copyright bij de auteurs.

2


Ten Geleide – concentratie In deze Soefi-gedachte staat een artikel over mindfulness. Dat leidde binnen de redactie tot een discussie over concentratie en de plek van concentratie in Hazrat Inayat Khans scholing en onze ‘innerlijke school’. Een gesprek waarbij ik een beetje onnozel met een mond vol tanden zat. Want tot mijn schande moet ik bekennen dat ik eigenlijk nauwelijks iets van concentratie weet. Natuurlijk, in zomerscholen worden er oefeningen gedaan. Je kijkt naar een voorwerp, sluit je ogen en probeert dat voorwerp vervolgens voor je geestesoog op te roepen en weer te wissen. De portee ervan ontging me eigenlijk, behalve de notie dat het belangrijk is meester over je gedachten en voorstellingsvermogen te zijn. Na een paar keer zo’n oefening gedaan te hebben, richtte ik de aandacht liever op meer verheven gevoelens. Het is immers veel aantrekkelijker om in de contreien van liefde, harmonie en schoonheid te verwijlen dan je bezig te houden met kandelaars en dergelijke voorwerpen. Toevallig – maar wat is toeval? – las ik na die discussie sociale gatheka 44, over concentratie. (Je kunt die vinden op www.soefi.nl onder downloads.) En even toevallig las ik in ander verband – in de ‘innerlijke school’ – een groot aantal gita’s over concentratie. Daar had ik hapsnap wel eens iets van gelezen maar meer dan de notie dat het belangrijk is dat je de wilde paarden van je gedachten en gevoelens moet temmen om ze dienstbaar te maken, had ik er niet van opgestoken. Maar nu ik er meer over las, ging een wereld voor me open. Het is niet voor niets dat in de gatheka staat: wie weet hoe concentratie te beoefenen, weet alles. Gita’s zijn lessen voor moerieds, leerlingen in de innerlijke school. Ze dateren uit de eerste jaren dat Inayat Khan in het Westen was. In de tweede serie lessen die hij een decennium later liet samenstellen, de gatha’s, staat veel en veel minder over concentratie. Hij spreekt eigenlijk alleen nog maar in algemene termen over het belang ervan. Dat is opmerkelijk. Wat zou daarvan de reden kunnen zijn? Ik kan er in ieder geval wel een bedenken: pragmatisch aanpassingsvermogen van Inayat Khan. Hij had ongetwijfeld ontdekt dat er in het Westen meer types rondliepen zoals ik, die het geduld niet hebben voor uitgebreide oefeningen. Dan maar een tandje minder? Toevallig – het derde toeval op rij – werd ik in diezelfde tijd geplaagd door zeurende gedachten en gevoelens. Ze bleven rondhangen, als jengelende kinderen; niet in beweging te krijgen, als paarden die halsstarrig weigeren vort te gaan. Wat wilde ik toen graag die hersenspinsels allemaal even wissen. Om mezelf leeg en ruim te kunnen maken en het licht binnen te laten. Tja, kwestie van concentratie-oefeningen doen. Toch maar een tandje meer? Terug naar school, de ‘innerlijke school’ en de lessen over concentratie. Daarover is nog wel het een en ander te zeggen. Het muisje mindfulness zal nog wel een staartje krijgen … Kariem Maas

3


De Boodschap

Hazrat Inayat Khan De soefi’s kennen zeven graden in de geestelijke hiërarchie, dat zijn: Pir, Buzurg, Wali, Ghous, Kutub, Nabi, Rassoel. Deze graden zijn de eigenlijke innerlijke inwijdingen, en men krijgt deze namen na de nodige uiterlijke inwijdingen bereikt te hebben. Men kan niet uitleggen wat een innerlijke inwijding betekent en onder welke vorm zij gegeven wordt. Diegenen, die de innerlijke inwijding niet kennen, zullen haar zich indenken als een droom of visioen. Ik kan het niet beter uitleggen dan door te zeggen, dat bepaalde veranderingen die plaats hebben gedurende de reis op het geestelijk pad, als inwijdingen beschouwd moeten worden. En door deze inwijdingen wordt men gerekend tot de geestelijke hiërarchie. In het leven van de heilige of van de meester kent men vijf graden, en de twee laatste graden van vooruitgang zijn geheim. Maar in het leven van de profeet worden de zeven graden van geestelijke hiërarchie openbaar. Het leven van de heilige of van de meester wordt vergemakkelijkt, doordat hij de aandacht van de wereld kan vermijden en in stilte zijn werk kan doen. Maar de roeping van de profeet noodzaakt hem tot de mensen te gaan en daardoor kan hij zichzelf moeilijk verbergen voor de blikken van de mensheid, bij het opklimmen van graad naar graad, hoe graag hij dit ook zou willen. De wijze, hetzij de heilige, de meester of de profeet, wenst altijd onbekend te blijven aan de wereld en hoe verder hij komt, des te sterker wordt deze wens. Dit verlangen komt niet enkel voort uit bescheidenheid of nederigheid, maar ook is het verborgen houden, een bescherming, van het geestelijk ideaal, dat in hem groeit. Want bij het blootstellen aan de blikken van de gemeenschap, trekt het ideaal alle mogelijke gevaren tot zich. De natuur sluiert alle schoonheid en hoe groter de schoonheid, des te meer is zij bedekt. En daarom ziet een wijze gemakkelijk het verschil tussen een ware profeet en een valse profeet, want de laatste komt met veel vertoon, terwijl de eerste zou trachten op de achtergrond te blijven als zijn werk in de wereld hem dit maar mogelijk zou maken. Hij wordt echter opgemerkt door zijn pogingen iets tot stand te brengen in de wereld. Maar zijn wens is onbekend te blijven, want alleen God verdient gekend te worden. Het werk van de Pir is het helpen van de mens naar de ontplooiing van zijn ziel. Het werk van de Buzurg is het hulp verlenen aan hen, die geestelijke vooruitgang wensen, door de macht van zijn ziel. De Wali beheerst een gemeenschap en houdt haar in het goede spoor. De Ghous helpt haar geestelijk welzijn. Kutub regeert geestelijk een land, een volk. Nabi voert de mensen omhoog en is de drager van een goddelijke boodschap. Rassoul is hij die de boodschap waarvoor hij geboren is, volbracht heeft.

5


De oprechte aanhangers van de boodschap moeten in hun werk door drie fasen gaan en de moeilijkheid is, dat zij in iedere fase geneigd zijn niet naar de volgende te willen. En de reden hiervan is, dat iedere fase die de oprechte aanhangers van de boodschap door moeten gaan, voor hen een onuitputtelijke bron van belangstelling en geluk bevat. Een andere reden is deze, dat de ene fase geheel verschillend is van een andere fase en daarom is iedere fase om zo te zeggen een handeling, die in strijd is met de vorige fase. Deze drie fasen kan men noemen: – het ontvangen van de boodschap. – het verwerken van de boodschap. ­– het weergeven van de boodschap. Voor een ernstig moeried kan de eerste fase zo belangrijk zijn dat het best mogelijk is, dat hij denkt dat hij er nooit genoeg van heeft. De zoeker naar waarheid wil zijn hart, dat nooit verzadigd wordt, vol maken met die onuitputtelijke kennis. Maar er blijft in zijn hart altijd een ruimte om te vullen, al ontvangt hij ook gedurende eeuwen kennis, want het is nooit genoeg. Wanneer nu de ontvanger van de boodschap in dat stadium is, dan kan hij niet werkzaam zijn in de andere fasen. Want de volgende fase, waarin men de boodschap verwerkt en zich eigen maakt, is absoluut noodzakelijk. Slechts weinigen kunnen zich een denkbeeld maken hoeveel tijd het denkvermogen nodig heeft om zich de kennis van de waarheid eigen te maken. Men verkrijgt die door de macht van contemplatie, door na te denken over de onderwerpen die men hoort, door de leringen in zijn eigen leven toe te passen, door de wereld te bekijken vanuit het gezichtspunt, dat men geleerd heeft, door iets in al zijn duizendvoudige verschillende verhoudingen te beschouwen. Velen willen die kennis, voor ze zich haar eigen gemaakt hebben, beredeneren, willen ze bespreken, willen ze rechtvaardigen en zien hoe ze past in iemands eigen vooraf opgevatte denkbeelden. Op deze wijze vernietigen wij het verterend vuur van het denkvermogen, want evenals het mechanisme van het lichaam voortdurend bezig is voedsel in zich op te nemen, zo is het denkvermogen voortdurend bezig tot zich te nemen wat het door het leven leert. Daarom is het een kwestie van geduld en moet men kalm voortgaan zonder zijn denkvermogen met allerlei vragen te pijnigen en moet men de kennis die men als voedsel voor het denkvermogen ontvangen heeft, de tijd laten om daarin te worden opgenomen. Want wanneer men tracht zich die kennis vroegtijdig eigen te maken, dan blijft men niet gezond. Het is net alsof men medicijn neemt om voedsel te helpen verteren dat op den duur niet heilzaam is. Maar het derde proces is eveneens nodig en zij die er weinig voor voelen de boodschap weer te geven, missen veel in hun leven. Iemand die iets schoons gezien heeft, die een mooie harmonie gehoord heeft, die iets heerlijks geproefd heeft, die iets welriekends geroken heeft, heeft er van genoten maar niet ten volle, als hij alleen is. De volkomen vreugde ligt hierin dat men elkaars vreugde deelt. De egoïst, die geniet zonder zich om anderen te bekommeren, geniet niet ten volle, of het nu aardse of hemelse genietingen betreft. En daarom is in deze derde fase het weergeven van de boodschap volbracht wanneer de ziel haar gehoord en overdacht heeft en vervolgens deze zegening aan anderen heeft overgebracht. Deze tekst komt uit de versie van de Religieuze Gatheka’s die gemaakt is voor www.soefi.nl 6


Nederigheid, de gouden sleutel tot spiritualiteit Hidayat Inayat-Khan

Geliefde soefi-broeders en –zusters, hebben wij ons ooit gerealiseerd wat een voorrecht het is dat we de ‘Oproep’ kunnen horen van onze meester die hij jaren geleden voor de radio uitsprak? Sindsdien zijn veel jaren verstreken, maar het afstemmen op die roep is nog steeds als een zoeklicht dat ons pad verlicht, wanneer we bescheiden de sporen van de voetstappen volgen van de brenger van deze ‘Boodschap voor onze tijd’. De volgelingen hebben, op hun manier, het licht brandend gehouden. Sommigen op actieve wijze, nog steeds, en anderen niet zo actief; maar het feit dat zij geantwoord hebben op de ‘roep’, als broeder en zuster van de Soefi Boodschap, is op zichzelf al een kostbare ervaring van geestelijke vrijheid, die duizenden mensen geholpen heeft om in harmonie om te gaan met hun medemensen. Vrijheid van woord en gedachte in culturele en wetenschappelijke activiteiten ontwikkelt zich gestaag in deze verwarde wereld, en deze vrijheid ontvouwt zich geleidelijk aan op alle niveaus in onze samenleving. Het is duidelijk dat daarom van ons verwacht wordt deze vrijheid hoog te houden, volgens het motto van de Soefi Beweging, dat luidt: ‘Liefde, Harmonie en Schoonheid. ‘ Alles wat met schoonheid is gedaan is harmonieus. Alles wat met liefde is gedaan is prachtig. Alles wat met liefde, harmonie en schoonheid is gedaan, is een bescheiden geschenk aan de mensheid. Hoe kan iemand de Soefi Boodschap verspreiden zonder het hart te openen, met een glimlach voor een vriend, met een glimlach voor wie ons tegenstaat, met een glimlach, ook voor onszelf. Spiritualiteit betekent niet droefenis, het betekent geluk. Hazrat Inayat Khan had altijd een glimlach, en zei zo vaak: “Laat nooit iemand in jouw aanwezigheid zijn zonder wederzijdse glimlach.” We weten allemaal dat het woord soefi wijsheid betekent. Maar wat is wijsheid? Het is het zuiveren van de ‘mind’ van vooroordelen. Wijsheid is niet religie. De Soefi Beweging is niet een religie, evenmin een geheime school met speculatieve interpretaties van de Waarheid. Wijsheid is een open deur naar de oorspronkelijke interpretatie die beleefd kan worden in alle religies. Wijsheid kan niet beperkt worden door definities. Wijsheid is de kunst om de opvatting van anderen te begrijpen en tegelijkertijd zichzelf van vooroordelen te bevrijden. Wanneer men zich ervan bewust is dat het hart de tempel van God is – wat een van de grote mysteriën is in de esoterische school – dan wordt men geïnspireerd door het grote voorrecht dat men ontwaakt voor diepe gevoelens van nederigheid, wat de gouden sleutel is tot spiritualiteit. Eén van de vele verhalen van mijn kindertijd is erg toepasselijk wat betreft die idee van nederigheid: Op een dag, toen mijn vader naar buiten ging door de poort van het huis, was daar op straat een arbeider met modderige kleren en vuile handen bezig een greppel te 7


graven. Mijn vader nam zijn topi – zijn Indiase hoed – af, gaf de man een hand en zei: ”Bonjour monsieur.” De man was absoluut verbijsterd. Een paar soefi’s die op straat stonden te wachten, hadden gezien dat mijn vader de arbeider groette. Zij zeiden tegen mijn vader: “Maar Murshid, u kan een arbeider geen hand geven! Dat hoort niet zo, in het Westen.” Toen mijn vader dat hoorde werd hij erg triest en antwoordde slechts: “Zijn wij niet allemaal kinderen van God?” Vele jaren later, toen ik op diezelfde straat wandelde, kwam iemand achter me aan hollen, en zei, terwijl hij naar het huis wees: “O monsieur, vertelt u me alstublieft, waar is de koning die in dat huis woonde?” Ik vertelde hem dat hij er niet meer was, maar dat zijn liefde altijd bij ons is. De man zei me dat hij niet kon lezen en schrijven, dat hij niet bij enige kerk hoorde en niet in God geloofde; maar toen hij het licht zag dat uit de ogen van die Koning kwam, was dat een grote openbaring voor hem, en die had hem gedurende zijn hele leven de weg gewezen. Hij herinnerde zich hoe mijn vader uit de poort was gekomen terwijl hij een greppel aan het graven was voor het huis, dat haalde het hele verhaal uit zijn herinnering op. We omhelsden elkaar en huilden, ten diepste geroerd. Deze toespraak heeft Hidayat Inayat-Khan gehouden bij de opening van de Leaders Retreat, juli 2013 in Katwijk.

8


Oud en wijs

Martien Uittenbosch

Ouderdom is een terrein dat je ongemerkt binnen wandelt. Nieuw land, dat je betreedt met alle bagage die je hebt verworven, inclusief de ballast. Je leert jezelf op een nieuwe manier kennen. Met ouderdom op zich is niet zoveel veranderd. Alleen ons denken erover lijkt van het ene uiterste in het andere te schieten. De moderne samenleving hééft het niet zo op ouderdom. Gaaikema in zijn nieuwste show: “De manier waarop in het Haagse gesproken wordt over vergrijzing is als was het een rattenplaag.” Terwijl ‘Het Zwitserleven’ het nog niet zo lang geleden benoemde als de mooiste tijd van je leven. Op zijn minst een beetje verwarrend en beangstigend als je hoort over dure thuiszorg, belastende mantelzorg, en als dat niet meer kan: schrale verpleeghuiszorg. Met als enige en laatste exit optie: het zelfgekozen levenseinde na een voltooid leven. Toen we ons oriënteerden op het thema ouder worden welden de associaties vanzelf op: Beperkingen ja, maar ik wil er toch iets goeds van maken, genieten met meer oog voor natuur, het kleine, het wonder, meer leven in ‘t nu, loslaten, relativeren, rijper, beproefd, balans opmaken, milder, mededogen. Maar ook: onrust –onzeker als de toekomst is– om wat zich aan kan dienen als verlies, ziekte, dementie, eenzaamheid, en ook nog zoveel hopen en willen, je geest die verlangt te realiseren. Ouder worden gaat vanzelf natuurlijk. Maar er zit ook iets in van tegen de natuur in, althans tegen je eigen natuur in. Je wilt er niet aan. Vasalis verdichtte die onrust prachtig in een gedicht over ouderdom: Ik oefen als een jonge vogel op de rand van ’t nest, dat ik verlaten moet. In kleine haperende vluchten en sper mijn snavel. Inderdaad een leerproces, een geestelijk avontuur, dat is ‘t. Leren omgaan met je beperkingen. In ’t reine komen met wat je hebt gedaan, of juist gelaten, wat je is overkomen en wat je daarmee gedaan hebt. Maar ook een proces van verheldering: beter gaan zien wat er gebeurde aan domheid, je engagement, je lot, de weg waarlangs je geworden bent die je nu bent. Het lijkt een kunst, de kunst van wat ze wel noemen de vereindiging, het gaandeweg beamen van je sterfelijkheid, en dat innerlijk toelaten. In de Balinese cultuur beschouwt men kinderen en ouderen als het gelukkigst: zij zitten het dichtst bij de streep, bij de oorsprong. Mooie gedachte. Des te mooier is het dan ook als we in een viering de geboorte van kinderen en hun doop vieren. Jong en oud, levend van verwondering, dicht bij de oorsprong. Jong en oud, levend vanuit de oorsprong en weer terugkerend daarnaar. En gaandeweg bestaat de mogelijkheid dat je ontdekt dat er een soort rode draad loopt van het begin tot het einde. Een dwars door je leven gesponnen draad waarin dat wat je bent en wat je hebt ontvangen met elkaar verknoopt raken. 9


Soms als een bewust proces, maar minstens zo vaak als een verrassende ontdekking achteraf. Ineens zien dat er in alles wat er gebeurt in je leven meer samenhang is in jezelf, met je wortels, en met de mensen om je heen, dan je voor mogelijk had gehouden. Zo’n ontdekking zou je een godsgeschenk kunnen noemen. waaruit het ultieme verlangen welt om juist dat te willen doorgeven aan komende generaties. Het is de wijsheid van de ouder wordende mens dat te onderkennen en te koesteren, en aan te bieden aan anderen, opdat ook zij dat zo mogen ervaren. Je mag er althans op hopen dat je er voor behoed wordt een morsig, knorrig, hebzuchtig en levensvijandig oud mens te worden. Ik zie liever uit naar oud en verzadigd van dagen ontspannen afscheid nemen. En intussen de ouderdom ervaren als een levensperiode waarin meer dan voorheen duidelijk tot me doordringt dat leven een radicaal mogen is. Of zoals ik dat onlangs las in een prachtige typering: ‘Een magnificat van de dankbare bewondering voor het feitelijke gebeuren van het bestaan.’ Dat vraagt op zijn minst enige oefening. Wij lieten ons daarbij inspireren door de figuur van Simeon uit de Bijbel. Rembrandt heeft hem prachtig geschilderd als een icoon, een oerbeeld van de oude mens. Samen met de oude Hanna. In vroeger verhalen zijn oude mensen vaak het beeld van de levenswijsheid. Simeon wordt ons voorgesteld als wetsgetrouwe jood in Jeruzalem. Een mens bij wie – ondanks alles - het licht niet is gedoofd. Als je je een voorstelling van zijn leven probeert te maken kun je misschien dit zeggen: Een mens in wie het levensverlangen gerijpt lijkt. Van de basale behoefte die je vooral ziet bij een kind, met gretigheid ontdekkend, uitgroeiend naar de volwassen mens die verlangt te realiseren: “Ik zal het maken, het zal me lukken, koste wat kost!” Soms tot het krampachtige toe, om uit te lopen in een verlangen van ontspannen openheid: het leven heeft je doen ontdekken dat je behoeften nooit helemaal bevredigd kunnen worden, het is door crises heen gegaan, beproefd door het lijden aan je eigen ik, van de medemens en de barensweeën van de wereld. 10


Simeon roept voor mij het beeld op van de gerijpte oude mens die doortrokken is geraakt van de geest van de Eeuwige, die het godsgeschenk heeft mogen ervaren. Een geestdriftig mens, levend van de eindeloze verwachting dat een mens getroost zal worden. Sterker nog: Simeon verwachtte de vertroosting van Israel, dat altijd en overal model heeft gestaan voor de hele wereld. Hij ziet die troost verschijnen in het kind Jezus. Wij hebben dat kind uit verhalen leren kennen als Gods ware mensenkind: Iemand die het hart van mensen zoekt, zich richt op het wezenlijke. Die je helpt je aan jezelf te ontdekken. Je een eindeloos gevoel van waarde toekent. Zich meer dan het gewone als houding eigen maakt. Die zich verwondert over het leven, een kind, het goede, maar ook over het kwaad. Die vergeving uitspeelt. Een mens bij wie de gewone dingen hun vanzelfsprekendheid verliezen. Daarin schuilt de troost waarmee hij ons wil inspireren. Troost in de zin van nauwe verbondenheid. Simeon laat ons de oude mens zien die de geboorte van die troost zegent. En meer dan het kind alleen, ook zijn ouders in die zegen laat delen. Laat ouderdom daarvan vervuld mogen zijn: van zegenen, van bevestigen. Simeon maakt ook ruimte voor het nieuwe dat komt, een nieuwe generatie die zijn eigen weg zal gaan, en dat kunnen ongewisse omzwervingen zijn. En het is de wijsheid van de ouderdom die weet wat dat zal gaan kosten. In een Engels moniaal gebed lees ik deze woorden: “Heer, geef mij vleugels voor waar het werkelijk om gaat.” Dat zo mag groeien in elk van ons, de toekomstmens. * Geraadpleegde literatuur: Herman Andriessen: “Een eigen weg te gaan” en Frits de Lange: “De verant woordelijke ouderdom”.

11


De oude man en de engel 1 Abel Herzberg

Elke morgen, bij het wakker worden voelde de oude man zich door zware wanhoop bevangen. Niet omdat zijn omstandigheden slecht waren, maar omdat hij was uitgeleefd. Hij had genoten van het leven, hij had zijn werk met zorg volbracht, hij had sociale erkenning geoogst en nu leefde hij van zijn reserves. Hij voelde zijn krachten afnemen en zekerheden die hij zich in lange jaren had verworven verdwenen. Hij besefte dat hij voor de drempel van de dood stond. Maar hij kon geen vrede vinden, net als in zijn jongelingsdagen rees de vraag: waartoe dit alles? Wat is de zin ervan? Het kwam hem voor dat hij geen wijsheid verworven had en dat hij nu reddeloos een totale leegte tegemoet trad: een verslagen man, teleurgesteld, verstoken van iedere hoop. Herinneringen aan weleer leefden nog wel, maar wat zich eens als geluk had voorgedaan was nu vervluchtigd. Is dit het wezen van de ouderdom? Hoe oud moest die andere man geweest zijn waarvan de volkslegende zegt dat die man een wijze koning was en die tot het inzicht was gekomen dat er niets blijvend is: ‘IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid.’ Zijn dit de gedachten van de ouderdom? Bewijzen daarvoor te over. De oude man dacht aan de talrijke vrienden die bij gehad had. Hij zag hun blijde gezichten nog voor zich, overgoten door het dansende licht op feesten, stralend in de verwachting van de schone dagen die nog aan zouden breken, en hij hoorde de overmoedige woorden nog waarmee zij daaraan uiting gaven. Waar waren al die lieve vrienden gebleven? Mislukt, gestorven, vermoord ter bevrediging van leugenachtige illusies, gesneuveld in oorlogen die waren gevoerd uit misdadige machtswellust, verdwenen in onbekende verten, naamloos. Waan, niets dan waan was alles geweest. In vreugdevolle dagen had de man in gezinnen verkeerd waarvan de kinderen een voorbode leken van geluk, maar tomeloze wreedheid had hen als offer geëist. Liefde had hij zien opbloeien waarvan de duurzaamheid verzekerd scheen, maar die tot kortstondigheid gedoemd bleek te zijn, aangevreten door onoprechtheid. Alle werkelijkheid was bedrieglijke schijn en een bezinksel van leugen. Dat is het wat het leven je leert als je vele jaren gespaard wordt voor de dood. De oude man had in de dagen van zijn jeugd en zolang de kracht daartoe hem niet had begeven gestreefd naar idealen, een betere wereld, beheersing van de haat waarmee mensen elkander plegen te kwetsen. Met de groei van kind naar jongeling had hij verworpen wat hem door anderen was voorgehouden, om zo door eigen levenservaring en met de trots van onafhankelijkheid door te dringen in de zin van het bestaan. In vele stille uren had hij zich een eigen godsbeeld gevormd dat geen bevestiging van buiten behoefde. Hij droeg het lange jaren in zich rond als een geheim dat alleen aan hemzelf bekend was. Hij vervolmaakte het naar gelang van zijn behoefte, hij diende het. Wat niet zeggen wil dat hij het niet duizendmaal verloochende. Vergeving echter vroeg hij niet. Hij sprak zijn godsbeeld slechts toe, wetend dat antwoord uitblijven zou. Totdat hij het vergat. Maar het beeld verliet hem niet en bleef -eenmaal geschapen- een deel van hem en hield hem gevangen. Vandaar dat hij, nu het gold afscheid te nemen van al het zichtbare, zich met steeds hevi12


ger onrust afvroeg hoe het zou zijn als dit afscheid voltrokken was. Met klimmende verbijstering stelde hij vast dat de ellende van de dagen van zijn jaren een onmetelijke omvang had aangenomen en een onpeilbare diepte had verkregen. De wanhoop die hem aangreep was niet de zijne alleen, het was de wanhoop van de mensheid. Een vijandige vraag in hem werd steeds sterker: ‘Is de zekerheid die jij en die miljoenen die hetzelfde hebben gedacht ooit meer geweest dan verbeelding? Is dat wat je hebt aangezien voor de zin van je bestaan iets anders dan verhullen van zinloosheid? Kijk om je heen vriend, open je ogen. Zie de ontelbare zerken van de gevallenen op de eindeloze dodenakkers, die dag aan dag en uur na uur met ontelbare worden aangevuld. Luister! Hoor je niet hoeveel stervenden op onze vruchtbare aarde schreeuwen om een stuk brood? Hoe komt het dat je mooie visioen van mensenliefde en broederschap overal verkeert in wantrouwen en haat, zodat er nu alleen nog maar verstikkende angst voor verderf en ondergang rondwaart? Wat is je antwoord, jij met je overmoedige voornemen om bondgenoot te worden van God in de vervolmaking van onze wereld. God, die vele namen draagt en heerst in verschillende regionen. Veelal in een hemel boven ons hoofd, vaak in ons hart, niet zelden in onze schamele geest. Maar wanneer en waar in onze daden? Een toeschouwer ben je geweest en altijd gebleven, een dadenloze. Jij rampzalige, je zult je op je machteloosheid beroepen en vragen wat je had moeten en kunnen doen. Maar ben je er wel zeker van dat deze machteloosheid je is opgelegd en dat je het niet zelfgekozen hebt, uit lafheid, uit angst voor de risico’s die elke daad met zich meebrengt?’ De oude man hoorde deze verwijtende woorden en wist dat het de stem was van hemzelf. In het verleden had hij veel fouten gemaakt, menigmaal had hij gefaald, en de bitterheid van de beleving van de doelloosheid van heel het bestaan drukte zwaar op hem. Hoeveel dagen of uren, dacht de oude man, zijn mij nog vergund, of liever: tot hoeveel dagen en uren ben ik nog veroordeeld? Zou er in deze korte tijd toch nog iets als een taak voor mij 13


zijn weggelegd? Met lege handen kwam ik deze wereld binnen, moet ik nu met dezelfde lege handen naar de eeuwigheid? Zeg mij: kostbaar godsbeeld, dat ik met zoveel zorg lang in mijn binnenste heb gekoesterd, is er nog een glimp van hoop, iets aIs een opdracht dat mij bevrijden kan, iets hoe gering ook dat op mijn ingrijpen wacht? ‘Het is er,’ sprak een stem. De oude man schrok. Hij sloeg de ogen op en zag tot zijn verbazing dat naast de rustbank waarop hij lag een vreemdeling zat. ‘Het is er,’ herhaalde deze, als om hem gerust te stellen. De oude had nog nooit zo’n vreemde verschijning gezien. Een grijsaard, dacht hij, en toch rimpelloos, met een knapengezicht, feilloos gekleed. AIIeen als hij sprak klonk er uit zijn woorden iets van teleurstelling en moeheid; aan zijn uiterlijk was daarvan niets te merken. ‘Ik ben geen mens,‘ zei de vreemde bezoeker, ‘je hoeft niet bang te zijn, ik ben niet de dood die je verwacht.’ ‘Maar wie ben je dan en waar kom je vandaan?‘ ‘Ik ben een engel, of als je dat liever hebt een idee; mijn lot is onsterfelijkheid en mijn naam is Azriël, wat betekent God is mijn hulp.’ ‘Ik geloof niet dat God helpt’ antwoordde de oude man, ‘maar vertel eens welke goddelijke hulp zou je kunnen brengen?‘ ‘Ik kom niets brengen, ik kom als bedelaar. Niet ik ben het die jou, maar jij die mij helpen moet.’ De oude man begreep het niet en toen begon de engel hem zijn verhaal te vertellen: Al van vóór de tijd dat de aarde en de mens geschapen was, was hij een van de meest onderdanige dienaren van God geweest. En toen de mens in de Hof van Eden geplaatst was en van de heerlijkheden die daarin groeiden genoot, had hij niet deelgenomen aan de afgunst en bezorgdheid van veel van de andere engelen, waarvan de meesten zich bepaald hadden tot gemopper en het voorspellen van onheil. Hij echter had de komst van de mens toegejuicht en God om de schepping van dit heerlijke wezen hoger dan ooit geprezen. Maar toen de mens gegeten had van de verboden vrucht, die hem de ogen opende voor het verschil tussen goed en kwaad, en hij door God uit het paradijs verdreven werd, was er twijfel over Gods besluit en een diep verdriet in hem gerezen. God, die dit merkte, had hem gevraagd: ‘Azriël, trouwste van al mijn dienaren, waarom treur je?’ Hij had lang gezwegen, omdat hij bang was ondankbaar te zijn of onrechtvaardig, maar ten slotte had hij gebiecht wat hem bezwaarde. Niet de schepping van de mens had hem verdroten, maar de gedachte aan diens lot en toekomst. ‘Zie, mijn God,’ zo had hij gezegd, ‘de mens heeft gewoond in een tuin die beperkt van omvang is, maar ook een bron van weelde. Elk pad, hoe verholen ook, heeft hij daarin gekend, elke plant, elk dier. Maar nu is hij verbannen naar de wijde wereld, een woestenij die hij met eigen handen tot ontwikkeling moet brengen ten einde te kunnen eten. Hoe moet hij dat doen? Waarheen moet hij gaan om niet te verdwalen, wie wijst hem de weg? Hij weet nu wat goed is en wat kwaad, maar wie zal hem leren wat hij moet volgen? En als hij nageslacht voortbrengt, wie zal hem duidelijk maken hoe hij moet opvoeden? Wie zal hem raden wat hij moet kiezen als twijfel hem gaat pijnigen en zal niet twijfel zijn eeuwige metgezel zijn? Wie zal zijn tranen drogen als hij schreit, tranen, de dagelijkse vrucht van verijdelde hoop? Wie zal hem op de gevaren wijzen van zijn overmoed en hem duidelijk maken hoe en waarom hij de meester van zijn driften moet worden en zich niet tot slaaf 14


van zijn lusten verlagen moet?’ ‘En zeg mij niet, goede God,’zo had de engel Azriël daaraan toegevoegd, ‘dat dit alles nu juist tot de menselijke plicht behoort en dat hij daartoe met de nodige gaven is uitgerust. Want de mens is te zwak om die plicht te volbrengen en zijn gaven zijn niet toereikend genoeg. Wat hij nodig heeft is hulp.’ Toen had God zijn geliefde engel Azriël op diens aandringen toegestaan de hemel te verlaten en tot de aarde af te dalen, ten einde de mens te helpen en hem te behoeden voor struikelen op de moeilijke levensweg. Maar dat bleek een smartelijke illusie, en wie zou dat beter kunnen begrijpen dan de oude man, want die kende de wereld. Azriël was van mens tot mens gegaan, van landstreek tot landstreek, jaren, eeuwen lang. Hij had zich gehuld in de vermomming van menselijke deugdzaamheid: wijsgeren, profeten, boetepredikers, heiligen en aanbidders van elke God. Hun woorden en gebeden, in alle talen, wezen immers altijd in dezelfde richting. Hij had getracht de mensen te steunen als zij dreigden te vallen, te bemoedigen als zij geen uitweg zagen, op te beuren als zij zich vernederd voelden, kortom al hun angsten te bezweren. Hij had hen daartoe voorgelezen uit alle bijbels die er bestonden, hij had hun alle geboden en verboden voorgehouden die er waren gesteld, hij had zich op alle leefregels beroepen die de mens voor zijn eigen bestwil had te volgen en met alle straffen gedreigd die overtreders zou treffen. Zij luisterden vaak, zij hoonden vaker en zij volgden zelden op. Hij wilde dan ook niet zeggen dat zijn pogingen altijd nutteloos waren geweest, maar telkens weer was het de menselijke zwakte die over hen had gezegevierd. Tegenover de haat die hij geregeld had ontmoet, had hij steeds aan de verzoenende kracht van de liefde herinnerd. Vergeefs! Het zware lot dat mensen hadden te dragen werd niet verlicht door de troost die hij getracht had te brengen. En als zij onrecht ondervonden, dan was er nooit wraak genoeg, en de na-ijver had geleid tot de meest redeloze broedermoord. Kerken en kathedralen hadden de gelovigen gebouwd om God te dienen, maar zij hadden God met eigenbelang vereenzelvigd. Als zij oorlog voerden, wat zij niet konden laten, had vriend en vijand tot dezelfde God gebeden om de eigen overwinning en de vernietiging van de ander. En God had beide gebeden verhoord door hen beide met weliswaar verschillende, maar toch even zware rampen te slaan. En daar stond hij nu, de engel Azriël, de meest begunstigde bode van God, die tot taak had gekregen de mensen hulp te brengen. Hij schaamde zich diep. Want als God hem zou vragen wat hij bereikt had, waren het enkel mislukkingen die hij te melden had. Met hoeveel verwachtingen was hij vertrokken, en berooid van iedere hoop keerde hij weer. Chaos had hij willen bestrijden en wat hadden al zijn bemoeienissen opgeleverd, de chaos was eerder gegroeid dan verminderd. En nu…… en nu………. De engel Azriël haperde. ‘Wat nu?’ vroeg de oude man, die met klimmende aandacht geluisterd had naar wat zijn bezoeker hem te vertellen had. Bij menig woord dat hij had gehoord had een gevoel van lotsgemeenschap hem bekropen. ‘Wat wil je nu? ‘herhaalde hij toen Azriël bleef zwijgen. ‘Wat wil je van mij?’ Nog altijd aarzelend bracht de ander er tenslotte uit: ‘Jij bent een oude man, je hebt lang geleefd, wel veel korter dan ik, maar met niet minder ervaring. Kun jij me helpen? Heb je een raad voor me? Ik weet niet meer wat ik moet doen.’ De oude man raakte in hevige verbijstering: ‘Kan uit deze wereld van vergankelijkheid 15


raad komen voor de eeuwigheid? Kan ik, een sterveling, een sterveloze wijsheid leren?’ Met moeite rezen die vragen uit zijn verbijstering op. ‘Dat kan,’zei Azriël. ‘Een sterveling vreest het einde en lijdt, kent liefde en haat. Na-ijver vreet aan hem, maar hij is ook in staat er afstand van te doen. Troebel is zijn bloed, maar ook verlangt hij naar reinheid. Hij wéét. Maar wat weten wij engelen, in onze sterveloosheid? Zijn wij goed, omdat wij niet slecht kunnen zijn? De mens heeft haast, wij niet, want wij zijn eeuwig en ‘tijd’ is voor ons een onbestaanbare grootheid, maar is dat een deugd? Wat ik op mijn omzwervingen geleerd heb is dat de wereld in zijn eindeloze verscheidenheid misschien wel de proeftuin is van God die uit haar kan opmaken hoe het zaad van goed en kwaad ontkiemt. Luister naar mij, oude man: het is een onmetelijk voorrecht deel uit te mogen maken van de verscheidenheid van goed en kwaad en een sterfelijk mens te zijn. Weet je nu waarom ik naar je toe gekomen ben om je raad te vragen?’ Over deze woorden heeft de oude man lange tijd nagedacht…... Was het een voorrecht voor de mens om goed en kwaad te kennen en sterfelijk te zijn? Toen zei hij tegen de engel Azriël: ‘Hier is mijn raad. Ga naar God en als hij je vraagt wat je bereikt hebt, zeg hem dan: ‘Ik heb een oude man het sterven licht gemaakt. Dan zal hij je zegenen en zeggen: dat is genoeg’. Toen de oude man dit gezegd had, voelde hij zich moe, zo moe dat hij de ogen sloot. Hij heeft ze nooit meer geopend. De engel Azriël stond op, boog zich over de oude man, kuste de dode op zijn mond en verdween. 1 in 2013 naverteld door Sabir Jaap Dekker. Uit: HERZBERG, ABEL J . - Twee verhalen. De oude man en de engel Azriel / Mordechai. Gepubliceerd in 1981. Abel Jacob Herzberg (1893-1989) was advocaat en procureur. Daarnaast was hij een Nederlands toneelschrijver en essayist.

16


Scheppingsverhaal Sabir Jaap Dekker 1

In de bijbel in Genesis 2 vinden we een scheppingsverhaal, dat in de christelijke traditie een zeer bepaalde interpretatie gekregen heeft, maar dat scheppingsverhaal kan je ook anders lezen, anders interpreteren. De kern is dan, dat de mens geleerd heeft over wat goed is en wat kwaad en dat de mens daarin keuzes moet maken, steeds weer, het hele door geboorte en dood ingeperkte leven lang. De mens is zelf verantwoordelijk voor gemaakte keuzes, dat is de vrije wil. Het bijbels scheppingsverhaal, anders bezien. God heeft eerst de aarde gemaakt, maar toen was er nog niemand om de aarde te bewerken en te verzorgen. Daarom maakte God de mens Adam, maar God was nog niet tevreden want Adam kon in zijn eentje niet voor de aarde zorgen. Dus maakte God uit een rib van Adam voor hem een vrouw. Niet uit zijn voet, zodat de vrouw zou kunnen denken dat ze zijn mindere is en niet uit zijn hoofd zodat ze zou kunnen denken dat ze zijn meerdere is, maar uit een rib, dat is gelijkwaardig, iemand als hij maar dan een zij, dus iemand als hij maar toch anders. Dit moest gebeuren om de toekomst zeker te stellen, want God wilde dat de aarde goed verzorgd zou worden. Verder wilde God ook echt gekend worden door de mens, maar daarvoor was nodig dat de mens volwassen moest worden. Volwassen worden wil immers zeggen zelfstandig worden, zich los maken van vader en moeder. Maar wie zijn de vader en moeder van Adam en Eva? De enige die daarvoor in aamerking komt is God. Adam en Eva zijn dus kinderen van God. Ja, God is hier al vader, zoals die grote leraar Jezus, die de Christus zou worden, hem later zal noemen. Adam en Eva moeten God loslaten, een eigen persoon worden en ĂŠĂŠn worden met elkaar. Om dat te kunnen moeten ze volwassen worden. Maar volwassen worden gaat meestal niet zomaar, niet zonder pijn, niet zonder ongelukken, fouten, fricties, beschadigingen, maar het moet wel. Hoe ver zijn deze Adam en Eva, kunnen ze dat al? Adam en Eva wonen in het paradijs en daar is een boom van de kennis van goed en kwaad. Wat is dat voor kennis? Dat is bewust worden, bewust worden van de dingen, van alles, van het hele spectrum van het leven, van de goede en van de kwade dingen. We moeten keuzes gaan maken en dus ook fouten, we moeten door schade en schande leren. We moeten het hele menselijke leven leren met zijn vreugde en zijn pijn. 17


Vaak is er in het leven een leraar, een buitenstaander, die helpt in ons groeiproces. In dit scheppingsverhaal is er een slang, het slimste dier dat God ooit gemaakt had, het slimste schepsel. De mensen hebben er later de duivel van gemaakt, maar dat is om iemand anders de schuld te kunnen geven van eigen handelen. Nee, de slang staat voor wijsheid, voor inzicht, en de slang stelt de vraag: is er iets wat jullie niet mogen? Het antwoord is: we mogen de vruchten van de boom van de kennis van goed en kwaad niet eten. De slang zegt dan: als jullie de vruchten eten van die boom zullen jullie goed en kwaad leren kennen, jullie zullen wijsheid verwerven, inzicht krijgen, maar ook zullen jullie sterfelijk worden. En dan neemt Eva haar beslissing: wijsheid, inzicht zal die boom haar geven; ze pakt en ze eet; en ze weet: de consequentie is dat ze sterfelijk is geworden. Ze heeft gekozen voor een leven met goed en kwaad, met vreugde en verdriet, met zorgen en geluk, met voortplanting en sterven. En dan overlegt ze met Adam, en ook Adam neemt zijn beslissing, ook Adam pakt en eet. Wijsheid, inzicht wordt geboren, en ook Adam weet: de consequentie is dat hij sterfelijk is geworden. En God? God laat zijn kinderen volwassen worden, laat zijn kinderen hun eigen weg gaan, geeft zijn kinderen de mogelijkheid zelf te kiezen tussen goed en kwaad en daarmee kunnen de kinderen God echt leren kennen. Een weg terug is er niet, de kinderen kunnen niet terug in hun aards paradijs dat voor hen nu is afgesloten door de onverbiddelijke wachters van de tijd. Een weg terug is er niet, maar de kinderen blijven wel zonen en dochters van God, altijd. En hoe gaat het dan verder? De kinderen van de kinderen van Adam en Eva, de kinderen van de kinderen van God, mogen leven op de aarde. Een moeilijk leven vaak, met fouten en verdriet, maar vooral ook een zoektocht naar God. Om God echt te leren kennen, in het besef dat het een voorrecht is goed en kwaad te kennen en sterfelijk te zijn. En dan die vrede te vinden die alle begrip te boven gaat. En zorgen voor de aarde, zoals God al helemaal in het begin heeft bedoeld. Daar zijn de kinderen van de kinderen van God hun hele leven lang mee bezig. 1 Sabir Jaap Dekker 2013 met dank aan Abel Herzberg en Just van Es.

18


Schepping, wetenschap en religie Wali Bart Folkersma

De schepping is niet alleen Gods natuur, maar ook zijn kunstwerk

(Inayat Khan, Gayan, Chala)

INLEIDING Het eerste verhaal over de schepping dat ik hoorde was het verhaal uit de bijbel, zoals dat samengesteld werd uit de 2 scheppingsverhalen in Genesis 1en 2. In 6 dagen werd hemel en aarde geschapen, inclusief een kant en klare mens. Later kwamen daar de leer van Darwin en de beginselen van de kwantummechanica bij. Het laatste werd alleen op wetenschappelijke waarde geschat en gaf nauwelijks een relatie met religie. Wetenschap en religie zijn later naar elkaar toegegroeid en daar zullen we in dit artikel bij stilstaan. In dit verhaal is belangrijk dat er geen sprake is van een éénmalige schepping, maar van een continu proces, dat plaatsvindt in een levend, holistisch universum. Evenals in mijn vorig artikel in de Soefi-gedachte van september 2012, zijn bewustzijn, coherentie en doelgerichtheid hierbij de belangrijkste grootheden. DE OERKNAL EN HET UITDIJEND HEELAL Duane Elgin stelt dat de populaire voorstelling van de oerknal, een explosie die materie in alle richtingen wegslingert, niet geloofwaardig meer is. Een accuratere voorstelling is dat ons universum van binnenuit groeit, overal tegelijk. Het universum dijt uit, vanuit een gebied dat veel kleiner is dan een speldenpunt, en groeit uiteindelijk uit tot honderd miljard melkwegstelsels, die elk uit honderd miljard of meer sterren bestaan. Een onvoorstelbaar aantal sterren dus. Maar het wordt nog indrukwekkender. Het universum dijt niet alleen uit sinds het begin, 14 miljard jaar geleden, en vertraagt niet zoals we dat bij een mechanische explosie zouden verwachten, in plaats daarvan dijt het sinds 5 miljard jaar zelfs versneld uit. Ondertussen blijft ons melkwegstelsel, inclusief ons zonnestelsel, intact. Hoe kan dat verklaard worden? Daarvoor is het nodig een samentrekkende kracht aan te nemen, die elk melkwegstelsel bij elkaar houdt, en daarnaast een uitzettende kracht te veronderstellen, die het uitdijen voor zijn rekening neemt. De samentrekkende kracht wordt donkere materie genoemd, die via gravitatie (zwaartekracht) werkt. De uitzettende kracht heet donkere energie. Ze worden ‘donker’ genoemd omdat ze op geen enkele rechtstreekse manier kunnen worden gezien en gemeten. Berekend is dat deze krachten respectievelijk 23% en 73% van ons universum uitmaken. Wetenschappers hebben lang verondersteld dat het universum alleen bestaat uit zichtbare vormen van materie en energie. Volgens bovenstaande beschouwingen maken al deze sterren en planeten echter maar 4 procent van het universum uit. Het zichtbare universum maakt dus slechts een fractie van het bekende universum uit. Een van de meest frappante dingen van ons universum is de buitengewone precisie waarmee het in elkaar is gezet. Dat toeval (Darwin!) dit tot stand zou hebben ge19


bracht is hoogst onwaarschijnlijk. Als de uitzettingssnelheid na de oerknal bijvoorbeeld iets hoger zou zijn geweest, zou het universum zijn verdwenen en zouden geen sterren en planeten zijn ontstaan. Als anderzijds de uitzettingssnelheid ook maar iets lager zou zijn geweest, zou het universum lang geleden in zichzelf ineen zijn gestort. Dit ineenstorten kan in een zo geheten zwart gat plaatsvinden. Een zwart gat is een gebied waar het enorme zwaartekrachtveld alles naar binnen zuigt, zelfs licht dat te dichtbij komt. Verondersteld wordt dat dit ooit eens zal gebeuren met ons universum. De vraag is of de schepping in eenmaal voltooid is, zoals in de bijbel wordt gesuggereerd. Net zoals een klok, die als hij eenmaal opgewonden is, zonder verdere hulp kan aflopen. CONTINUE SCHEPPING Duane Elgin huldigt met vele anderen de opvatting dat elk moment het universum vernieuwd wordt, een continue schepping. Een voorbeeld hiervan is ons lichaam. De inwendige bekleding van onze ingewanden wordt grofweg om de 5 dagen vernieuwd, en de buitenste laag van de huid om de twee weken. We krijgen ongeveer om de twee weken een nieuwe lever, en de beenderen in ons lichaam worden bij benadering elke zeven tot tien jaar volledig vervangen. Waar vanuit vindt deze continue vernieuwing plaats? Deze vernieuwing komt voort uit het A-veld,(een afkorting van Akasha-veld, een term gebruikt door Ervin Laszlo). Het is een veld, net zoals je een elektromagnetisch veld hebt. Je kunt het niet waarnemen, alleen de effecten zijn waarneembaar. De informatieoverdracht uit het A-veld vindt volgens van Lommel plaats via resonantie, het meetrillen in dezelfde frequentie, zoals we afstemmen op een radiozender, televisiekanaal of website. Dit A-veld kan vergeleken worden met wat door Duane Elgin ‘moeder-universum’ wordt genoemd, waarmee hij tevens wil aangeven dat er volgens bepaalde theorieën talrijke (baby)-universa zijn ontstaan, en misschien weer zijn vergaan of gaan ontstaan. Het A-veld valt ook waarschijnlijk samen met het z.g. nulpuntenergieveld, een veld wat een meer wetenschappelijke benadering toelaat. DE KWANTUMTHEORIE Daartoe moeten we even stilstaan bij enkele wetenschappelijke vondsten in de vorige eeuw, die niet verklaard konden worden door de dan heersende fysica, later de klassieke fysica genoemd. We behandelen kort drie verschijnselen: Complementariteit: Elk elementair deeltje (b.v. een elektron) kan zich, afhankelijk van de proefopstelling, als deeltje of als een golf gedragen. Zo kan licht zich ook als deeltje (foton geheten) gedragen. De onzekerheidsrelatie van Heisenberg: De impuls (= massa x snelheid) en plaats van een elementair deeltje kunnen niet tegelijk nauwkeurig gemeten worden. Dit betekent dat we nooit precies weten waar een deeltje zich bevindt. Verstrengeling: twee van elkaar gescheiden deeltjes kunnen momentaan op grote afstand (gemeten is 15 km) invloed op elkaar uitoefenen. Momentaan, dus sneller dan het licht, wat de maximale snelheid is volgens Einsteins relativiteitstheorie. Deze verschijnselen hebben mede geleid tot de hypothese van het nulpuntenergie veld, een gebied wat vroeger als een lege ruimte werd beschouwd, waarin alleen maar materie aanwezig was. 20


Het is een gebied dat non-lokaal wordt genoemd, waar dus tijd en afstand niet bestaan, waar alles met alles samenhangt, een holistisch geheel vormt, d.w.z. dat elk deel de eigenschappen van het geheel bevat. Het is een theorie, maar in het artikel in de Soefi-gedachte van september 2012 wordt aannemelijk gemaakt dat bijna doodervaringen, in dat gebied plaatsvinden. HEEL KOUD EN TOCH VOL ENERGIE Het nulpuntenergieveld wordt beschouwd als een ruimte bij het absolute nulpunt (-273 graden Celcius of 0 graden Kelvin). Ondanks de lage temperatuur wordt er een enorme hoeveelheid energie gevonden. De fysicus Feynman berekende dat een glas “vacuüm” (“lege ruimte”) genoeg energie bevat om de Atlantische Oceaan aan de kook te brengen. COHERENTIE Het nulpuntenergieveld is coherent (harmonisch) en holistisch. Een van de eersten die dit holistisch concept hanteerde was de eminente kwantumfysicus David Bohm, van wie Einstein gezegd heeft dat als er iemand is die de kwantumtheorie kon vernieuwen het Bohm zou zijn. Deze vernieuwing kwam in de vijftiger jaren van de vorige eeuw na gesprekken met Krishnamurti. In die tijd waren deze ideeën verre van geaccepteerd. Hij probeerde een concept te formuleren waarbij alles, geest én materie, als een eenheid (‘wholeness’) gezien wordt en waarin elk verschijnsel in de wereld de manifestatie is van een veel groter proces. Het holistisch element kan slechts met alledaagse voorbeelden verduidelijkt worden (net zoals bijna doodervaarders hun ervaringen met ‘aardse’ woorden moeten beschrijven). Het bekendste voorbeeld is een hologram. Als van een holografische plaat een willekeurig klein deel afgescheiden wordt, krijgen we toch, hoewel vager, het hele beeld te zien. Elk deel bevat dus de volledige informatie. Hans Andeweg, Sheldrake aanhalend, noemt als voorbeeld van holisme de reeks: cellen, celweefsel, organen, organismen (lichamen), levensgemeenschappen, ecosystemen, aarde, zonnestelsel, melkwegstelsel, enz. Al deze delen vormen een hologram. Ieder hologram is weer onderdeel van een complexer hologram. Cellen zitten in een celweefsel, celweefsels zitten in een orgaan, enz. Dit wordt geïllustreerd met de linker figuur: de kleinste cirkels zijn cellen. Deze vormen weefsels, de grotere cirkel. Uit weefsels ontstaan organen, de weer grotere cirkels. Een organisme (lichaam) is opgebouwd uit cellen, weefsels en organen. Dit is de grootste cirkel. De rechter figuur geeft hetzelfde op een andere manier weer. Het kleinste geheel, met de cellen, bevindt zich onderop, en het grootste geheel, met de grootste com21


plexiteit, het lichaam, bovenop. De pijlen geven toenemende complexiteit weer. Elk geheel is dus tegelijkertijd weer een deel van een groter, complexer geheel. De biograaf van Bohm, vriend en vakgenoot David Peat, gebruikt het beeld van een touw waarin op grote afstand twee knopen gelegd worden. Als het touw tot een bundel gevouwen wordt raken de knopen elkaar. Punten die in dimensies van tijd en ruimte ver van elkaar verwijderd zijn, kunnen in een non-lokale ruimte dicht bij elkaar zijn. BEWUSTZIJN Laszlo stelt dat bewustzijn altijd heeft bestaan en dat alles uit bewustzijn ontstaan is, ook materie. Het zijn bewustzijnsvormen die we ervaren: gedachten, beelden, verlangens, kleuren, vormen, geluiden, enz. Bewustzijn is alomtegenwoordig. Zelfs een mineraal heeft een primitieve vorm van bewustzijn (een virus is een duidelijk voorbeeld). Het universum leeft! Zij die de hoogste vorm van bewustzijn ervaren (b.v. mystici), zeggen dat zij een immens en onpeilbaar diep bewustzijnsveld ervaren, toegerust met oneindige intelligentie en scheppende vermogens. Het is de ultieme bron van al het zijnde. Dit staat bekend als ’zuiver bewustzijn’, of ‘ultiem bewustzijn’ (Ken Wilber). Bohm beschrijft het als ‘de Enige Bron en een Eenheid die absoluut is’. WERELDGODSDIENSTEN Duane Elgin stelt bij verschillende wereldgodsdiensten (waarvan we mogen aannemen dat ze allen door een mysticus gesticht zijn) vast dat we van een levend universum kunnen spreken. Ook andere kenmerken van het A-veld vinden we terug. Enkele uitspraken:. Jodendom: God openbaart zijn naam als ‘Ik ben die Ik ben.´ (Ex 3:14). God is eenvoudig. Christendom: ‘Want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij’ (Hand 17:28) ‘Alles is door Hem ontstaan.’(Joh 1:3) Islam (Rumi): ‘Elk ogenblik wordt de wereld vernieuwd, maar omdat we de continuïteit van het verschijnen ervan zien, zijn we ons niet bewust dat hij wordt vernieuwd.’ Hindoeïsme: (Bhagavad-Gita) ‘De schepper bestaat in de schepping door alles te doordringen.’ Boeddhisme: Van alle dingen zegt de Boeddha dat ze ‘onderling afhankelijk, gelijktijdig verschijnen.’ MYSTICI Helderzienden en mystici kunnen contact hebben met een hoger bewustzijnsniveau. Murshid Inayat Khan, een groot mysticus, geeft ons een dieper inzicht in de schepping. Hij zegt dat vóór de manifestatie er ‘stil bewustzijn’ was, ‘alles was daarin aanwezig, maar het was niet duidelijk te onderscheiden.’ Hij noemt dit ‘het Absolute, de essentie van het Zijn, het waarlijk bestaande, het Enig Zijnde.’ Er is nooit een periode geweest dat er geen bewustzijn was. Dat bewustzijn ontwaakte en dat gebeurde omdat het Gods aard is om te ontwaken. Dat was het stadium van bewust worden. Het volgende stadium is dat de Absolute zich van zichzelf bewust werd. 22


‘Met dat gevoel van ik-heid trok de ingeboren kracht van het absolute zich, bij wijze van spreken, samen, concentreerde zich op één punt. Aldus vormde de Aldoordringende Straling haar middelpunt, het centrum dat de goddelijke Geest is, (…) Dit gecentreerde licht verdeelde vervolgens het bestaan in twee verschijningsvormen: licht en duisternis. Dit licht en duisternis vormde akasha, een accommodatie, een vorm. En het fenomeen licht en schaduw, zoals dat binnen die vorm in werking kwam, deed de manifestatie voortgaan in een groot aantal verdere akasha’s, de één binnen de ander, of de een over de ander heen. (…) geest werd tot materie. Uit deze vormen ontstonden geleidelijk: uit het rijk der mineralen: het plantenrijk; uit het plantenrijk: het dierenrijk en uit het dierenrijk: het menselijk ras, om aldus de goddelijke Geest te voorzien van de lichamen die benodigd waren sinds Hij zich centreerde op één punt en van daaruit zijn stralen verspreide in een verscheidenheid van zielen.’ Uit deze visie van Murshid Inayat Khan blijkt dat vóór de schepping alles in essentie reeds aanwezig was. Alles is uit bewustzijn ontstaan en vormt een eenheid. Het holistische element, dat blijkt uit het vorige citaat, vinden we ook in de volgende uitspraak: ‘Het eerste wat we moeten begrijpen is dat de ziel een ongedeeld deel is van het aldoordringend bewustzijn. Ze is ongedeeld omdat ze het absolute wezen is. Ze is volkomen gevuld met het hele bestaan.’ (Sufi Message V, 240) DOELGERICHTHEID Inayat Khan geeft ook uitsluitsel over de doelgerichtheid van de schepping: ‘ Waarom is het universum geschapen? God, wiens wezen liefde is, wenste de natuur van zijn eigen natuur te ervaren, en om dat te ervaren, moest Hij Zichzelf manifesteren.’ (Sufi Message X, 149) Tenslotte: Wat is het doel? De ziel is niet op aarde gekomen om de dood van hulpeloosheid te sterven, noch om voortdurend pijn en ellende te lijden. Het doel van de ziel is datgene, waarmee de gehele schepping zich bezighoudt; het is de vervulling van dat doel, dat genoemd wordt: God-bewustzijn (Aphorismen) Literatuur: Hans Andeweg, Scheppend leven, 2011, hfdst.4 Duane Elgin, Het levende universum, 2010, hfdst. 2 en 3 Wali Folkersma, Bewustzijn, coherentie, doelgerichtheid, Soefi-gedachte, september 2012 Inayat Khan, De ziel, vanwaar, waarheen?1989, Proloog Ervin Laszlo, Kosmische Visie, 2004, hfdst. 3 t/m 6 Pim Van Lommel, Eindeloos Bewustzijn, 2007, hfdst. 11 F. David Peat, Infinite Potential, The Life and Times of David Bohm, 1997, hfdst. 7 en 14 Marja de Vries, De hele olifant in beeld,2009, hfdst. 3

23


GEBEURTENISSEN Beschouw onszelf en de wereld niet als gegeven maar als iets wat ons is gegeven Bas Heijne vertolkt veelal de veranderingen in het heersende levensgevoel wanneer hij commentaar levert in de NRC en andere geschriften. In de loop van de tijd is hij behoorlijk cynisch geworden over de mens, vind ik. Geen wonder wanneer je dag in dag uit als NRC-redacteur positie moet kiezen bij die eindeloze berichtenstroom over buitensporig geweld, machtsmisbruik en het gemak waarmee regels van goed gedrag worden gemanipuleerd. Maar nu opent hij een ander perspectief. Ik ben de NRC van14 december 2013 aan het lezen en grijp spontaan mijn laptop om mijn blijde hart te luchten. Wat lees ik aan het slot van de Huizingalezing van Heijne in de Pieterskerk in Leiden? “Wanneer wij onszelf en de wereld niet als gegeven beschouwen, maar als iets wat ons is gegeven, kan het ons behoeden voor de waan van de maakbaarheid, zowel de maakbaarheid als wetenschappelijke droom en als romantische droom.” Een doorbraak in het gangbare moderne denken over de mens. Het leven, wijzelf, de wereld is niet een gegeven, het is ons gegeven. Voorwaar, een spirituele doorbraak. Laten we er ons als soefi’s over verheugen, er ons in herkennen. Maar Heijne trekt er geen uiteindelijke conclusies uit. Laten we eerst verder naar hem luisteren in een wel heel beperkte samenvatting van mij. Hij laat het beginnen bij Max Weber en de onttovering van de wereld. Voorbij de mens als mythisch of religieus wezen: we zijn een biologisch wezen, een verzameling biologische en neurologische processen. En een rationeel wezen. Het idee van de menselijke ziel met zijn onvervreemdbare kern mist iedere wetenschappelijke grond. Maar daarmee zijn we niet klaar, want, zegt hij, iets in ons brein verschaft ons de illusie dat we mensen uit één stuk zijn, we blijven onszelf zien als bezielde wezens die boven de materie staan. Met Tolstoi weten we dat de wetenschap in essentie zinloos is omdat ze op die ene essentiële vraag geen antwoord weet: wat moeten we doen, hoe moeten we leven? De mens is niet zo rationeel als ons voorgehouden wordt. Hij gaat verder: iedere menselijke overtuiging, zelfs de meest seculiere en genuanceerde, kan religieuze trekken krijgen. Want neem de liefde; er is toch niemand die de liefde als neurologische en chemisch proces erkent? De mens gaat zich toch verzetten wanneer alles droge ratio en uiteindelijk calculatie wordt? Het intellectualiseringsproces is hardhandig tegen zijn eigen begrenzing opgelopen, die grens heet ‘de mens.’ Gentechnologie – en ik voeg toe: onze kijk op leven en dood – plaatst de mens boven de wereld, als meesters over de natuur. Deze opvatting van vrijheid ondermijnt onze waardering voor het leven als een geschenk (aldus Harvard professor Michael Sander, geciteerd door Heijne). Een geschenk van wie? Heijne pleit dus voor een radicaal andere kijk op de mens, de wereld en het leven. Het leven als geschenk. Wat een prachtig geluid, Inayat Khan zou het gezegd kunnen hebben. Dat spreekt uit zijn hele gedachtegoed. En met een grote toegevoegde waarde, waarmee hij ons uitnodigt om de volgende stap te zetten waar Heijne (nog) niet aan toekomt. Want hij verwijst naar de schenker, in welke gedaante van het 24


ideaal wij hem ook voorstellen. En dat is geen gegeven alleen; de mens heeft onderhoud nodig. Inayat Khan is er duidelijk over: voor het onderhoud van het lichaam is wat we voedsel noemen noodzakelijk. Voor de mind behoeven we intellectuele voeding. En voor de ziel? De ziel wordt gevoed door het godsideaal. Samenvattend: Heijne nodigt uit onszelf in een ander bewustzijn te plaatsen om daarmee een andere kijk op de mens en de wereld te krijgen. Een nieuwe filosofie: het ik neemt het zelf waar vanuit een hoger bewustzijn. Een doorbraak en een bewustwording van onze spirituele identiteit: jezelf beschouwen als een geheel van lichaam, mind en hart, bezien vanuit de bewustwording van de ziel. Overigens, niets nieuws onder de zon. Het werd tijd. Wali van Lohuizen

De betekenis van Mindfulness

Hoe we Mindfulness kunnen toepassen op ons soefipad

Zubin Spinder en Rama Lieftink Ik zocht, maar ik vond U niet. Met luide stem riep ik Vanaf de minaret. Ik luidde de tempelklok Bij het krieken van de dag en Bij zonsondergang. Ik baadde tevergeefs in de Ganges Ik kwam teleurgesteld terug van de Ka채ba Op aarde keek ik naar U uit En zocht u ook in de hemel, mijn Geliefde, Maar uiteindelijk heb ik u gevonden, Als een parel verborgen In de schelp van mijn hart. Uit de Gayan, Vadan, Nirtan. Soefiwijsheid voor elke dag, Hazrat Inayat Khan.

Luisteren naar de stem van onze ziel

Hazrat Inayat Khan vertelt ons het verhaal van de grote pedagoge Maria Montessori die ooit de Italiaanse minister van Onderwijs op bezoek kreeg. Hij had gehoord van haar eigen manier van onderwijs geven. Verbaasd trof hij in haar leslokaal niet een klas aan die luisterde naar wat de leerkracht vertelde maar een groep actieve kin25


deren die allemaal met verschillende leeractiviteiten bezig waren. Nog verbaasder was hij toen de gordijnen van het lokaal werden dichtgetrokken en de kinderen gedurende enige tijd stil en ingekeerd in de banken zaten. Toen de les was afgelopen en de minister Maria Montessori naar de betekenis vroeg van het stil en ingekeerd zitten van de kinderen antwoordde zij: “Slechts in stilte kunnen kinderen luisteren naar de stem van hun ziel” Hazrat Inayat Khan duidt die stem aan met onze “Inner Call”. Hij leert ons dat we met het luisteren naar die stem we in verbinding komen met de Goddelijke kracht. Als we op aarde komen verliezen we de verbinding met de Goddelijke kracht. Het doel van het leven is de verbinding weer te vinden. Geestelijke bereiking is het doel waarvoor we geschapen zijn. Echter het soefipad volgen we niet eenzaam, mediterend op een hoge berg. Ons pad loopt dwars door de wereld, tussen de mensen, van alledag, met de voeten op de grond. Dat maakt het afstemmen op het Goddelijke niet gemakkelijk, maar wel boeiend.

Oefeningen in meditatie en concentratie

Hazrat Inayat Khan geeft ons zijn oefeningen van meditatie en concentratie die ons kunnen helpen tot die afstemming te komen. Om tot meditatie te komen moeten we ons concentreren. Inayat Khan onderscheidt twee soorten concentratie: de automatische die onbewust is, en de opzettelijke bewuste concentratie. Veel mensen weten niet dat ze zich steeds concentreren / focussen op bijvoorbeeld een ziektebeeld of op een ander probleem. Piekeren is een vorm van automatische concentratie. En in positieve zin concentreert een musicus, die een stuk moet spelen, zich automatisch op zijn spel. Opzettelijke concentratie wordt geleerd en gedaan door mystici. De gehele mystiek is gebaseerd op het idee van concentratie. Het grootste obstakel in concentratie is het gericht zijn op jezelf, bijvoorbeeld op je angst. Focussen daarop gaat niet samen met het gericht zijn op iets anders. Inayat Khan geeft als voorbeeld; als je bij een toespraak geconcentreerd bent op jezelf, wordt je afgeleid door je ademhaling, je spanning en andere angstige signalen van je lichaam. Dit gaat ten koste van de toespraak. Niet meer dan een ding tegelijk doen, éénpuntsgerichtheid, is het meest zinvol voor concentratie zegt hij.

Meditatie en mindfulness

Mindfulness is een vorm van opzettelijke meditatie die in het (Tibetaanse) boeddhisme van oudsher wordt toegepast. Sinds het westen het belang ervan heeft ontdekt, is er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan in toepassingen bij ziekte, pijn, depressie, etc. Er werden al positieve veranderingen ontdekt in de neurale verbindingen in de hersenen bij kortdurende meditatie momenten. Er is dan sprake van een verbeterend concentratievermogen. Bij bepaalde vormen van depressie kunnen dagelijkse mindfulness-oefeningen medicatie vervangen.

De betekenis van mindfulness op het soefipad

De overeenkomst met de soefiemeditatie is dat mindfulness de geest bewust focust. Focussen is concentratie op één punt. Met een modern woord noemen we dit mindfulness. In mindfulness kunnen we ons focussen op de adembeweging, op geluiden, op gedachten of op ons lichaam. Dit is net als in de soefi-concentratie 26


waar we ons kunnen focussen op bijvoorbeeld een stip-op-de-muur. Waar we ons op focussen is afhankelijk van wat we beogen met de meditatie. De ongeoefende geest is voortdurend in beweging en schept elk moment een beeld van de werkelijkheid. Gedachten worden groter, breder, creatiever en leiden ons voortdurend af van de stilte in onszelf. Tijdens de mindfulness leren we, net als in de concentratiemeditatie, elke storende gedachte of gevoel los te laten zodat we de focus bewust kunnen richten. Eénpuntsgerichtheid noemt Inayat Khan het. Elke dag minstens tien minuten op één punt gericht zijn, bijv. op de adem, leert ons bewuster reageren, beter te concentreren en minder vanuit de automatische piloot te reageren. We leren aandacht voor gedachten en gevoelens te beteugelen. Iedereen kan mindfulness als een techniek leren en toepassen ongeacht zijn levensbeschouwing en achtergrond. Voor speciale situaties zoals bij chronische pijn, depressies zijn er aparte trainingen. Het is toe te juichen dat mindfulness tegenwoordig zo breed uitgeoefend wordt. Uiteindelijk zal bij regelmatig toepassen meer ruimte van stilte ontstaan, een akasha die oordeelvrije ervaringen creëert. De mind krijgt ruimte. “Wie meester is over zijn gedachten is meester over het leven”, zegt Inayat Khan. De vraag of mindfulness, de hype van vandaag, gebruikt kan worden op het soefipad is eigenlijk vragen of we als dorstige in de woestijn in plaats van een glas water, een glas vocht, vragen te drinken. In de soefi-meditatie volgen we vier stappen te weten: concentratie, contemplatie, meditatie en realisatie. Het concentratiedeel is mindfulness en als het ons doel is, kan dit ons leiden naar contemplatie, meditatie en realisatie. De plaats van mindfulness in de soefi-traditie is voor Inayat Khan een vanzelfsprekendheid. Éenpuntsgerichtheid is het geheim van concentratie zegt hij. Mindfulness is éénpuntsgerichtheid en is een ander woord voor een eeuwenoude verdiepingstechniek. Zo maakt het onderdeel uit van de oefeningen die ons stilte brengen. De stilte die ons leidt naar de parel verborgen in de schelp van ons hart. Literatuur: De mens, meester van zijn lot, Inayat Khan, 1999 vertaling Panta Rhei Waar je ook gaat, daar ben je, Jon Kabat-Zinn, 2009 Servire Mindfulness, Edel Maex, 2006,Lannoo Mindfulness en bevrijding depressie, Williams ea, 2007, Nieuwezijds Emotionele genezing, Daniel Goleman ea, 1998, Elmar

27


De Moersjid als Vriend Levity Peters

Ik maakte van zand een kasteel En noemde het Waan Ik maakte van zand de poort En noemde hem Verlangen Ik maakte een raam in het zand En noemde het Vrijheid Ik waande een verlangen naar vrijheid En schiep een vogel van steen Het was de eerste keer dat ik een gedichtje schreef dat boven de gevoelens uit kwam die mij doorgaans inspireerden. De aanleiding was een lezing geweest van Fazal Inayat Khan in de vallei bij de Universel in Katwijk aan Zee. Voor mij zijn er twee Fazals; Moersjid, destijds de charismatische leider van de Soefi Beweging, en de uiterst behoedzame, meedogende vriend, die ik toen nog niet als zodanig durfde te beschouwen, maar die dat wezenlijk was. Tijdens een van de zomerscholen kwam hij aan tafel naast mij zitten, pakte een lepel op en toonde mij hoe je kon zien dat die niet machinaal was afgewerkt. Verder niets. Ditjes en datjes. Veel later pas bleek hoe dit kleine voorval mijn kijken naar dingen ingrijpend heeft beïnvloed. Tijdens een volgende zomerschool kregen mijn toenmalige vrouw en ik de zorg voor de Universel: wij sloten ‘s nachts af, openden de volgende ochtend en sliepen in het theehuis. Voor mij een fantastische ervaring was het om ‘s nachts, alleen in de Universel, in het donker op de vleugel te kunnen improviseren. Een keer, bleek aan het einde van een sessie, had Fazal, misschien al heel lang, achter mij gezeten. Hij legde een hand op mijn schouder, en vertrok, zonder de stilte te verbreken. Het was een klein gebaar, maar voor mij betekende het zoveel als een thuiskomst; alsof ik eindelijk met al mijn verwarde, sombere gevoelens, die ik aan de piano vrij had kunnen uiten, niet alleen het recht had om er te zijn, maar nog gewaardeerd werd ook. Tengevolge van seksueel misbruik op zeer jonge leeftijd kampte ik met grote problemen. Mede onder invloed daarvan van mijn vrouw gescheiden, hield ik wel contact met Fazal, van wie ik tenslotte een verstrekkende chilla kreeg: Ik moest pornografie gaan verzamelen en een plakboek samenstellen met daarin alleen datgene wat mij werkelijk raakte (boeide!). De vervolg chilla hield in dat ik zo precies mogelijk moest zien te omschrijven waarom welke foto mij wat deed. Deze confronterende opdrachten hebben een helende invloed op mij gehad die nooit is geweken. Hij leerde mij op deze simpele manier om werkelijk naar pijnlijke en beschamende zaken te kijken in plaats van ervan weg te vluchten; dat de confrontatie de enige manier is om grip te krijgen op je leven en in harmonie te komen met jezelf. Dat was de werkelijke thuiskomst. Fazals waardering voor mij, leerde mij om op een positieve manier tegenover mijn problemen te staan, zodat ik er overheen kon groeien; ervan bevrijd kon raken. 28


Het heeft geleid tot het inzicht dat God zich in alles en allen laat vinden, als de Geliefde die jou nooit loslaat maar naar zich toe trekt. Zoals je als kind al In een onbeteugeld moment Niet meer weet Waar je bent en wie En in je hart Strijken vleugels

Gedicht Ik luister niet naar de betekenis van je woorden. Ik zeg niet: “Ik weet het al.” Hoewel het de waarheid is. Ik denk niet: Dat vind ik ook. Dat vind ik niet. Ik ken je woorden. Mijn hoofd luistert niet. Ik voel de stroom van je woorden. Het is mijn hart, dat de woorden niet hoeft te kennen. Het is mijn hart, die onder je woorden de zee van de liefde in mag duiken. Je woorden zijn als een sluis die geopend wordt. Ik hoef de sluis niet te zien of te zijn. Maar word de kolk van het water, waar je woorden tollend uiteenvallen op de bodem van mijn zijn. Maarten Förster Geschreven direct na de toespraak van Sikander van der Vliet op 6 oktober 2013 in de Universele Eredienst in Eindhoven. 29


Wat voor boodschap hebben wij aan de Boodschap? Hidayat Inayat-Khans antwoord Wali van Lohuizen Voor mij liggen drie boeken van Md Hidayat Inayat-Khan1, die elkaar deels over-lappen, telkens aanvullen en vooral nieuwe perspectieven bieden. In elk ervan vraagt hij zich af: ‘Wat voor boodschap hebben wij aan de Boodschap’. Niet dat er bij hem enige twijfel hierover bestaat: maar het is een vraag die ons als soefi’s allemaal aangaat. Wat hij bespeurt is verslapping van wat Inayat voor ogen had, en misverstanden daarover: inperking, codificering. Zijn betoog is doortrokken van bezinning en vernieuwing. Zijn vraag is: wat heeft Inayat Khan gebracht en wat heeft hij bedoeld. En wat is de betekenis voor nu. Tekenend is Hidayats originaliteit, zijn betrokkenheid en zijn bij-de-tijdzijn. Hij heeft het gedachtegoed van zijn vader verwerkt en opnieuw verwoord. Zijn teksten vragen daarom bij het lezen volle aandacht, inlevingsvermogen en ontvankelijkheid. Want we denken allemaal vertrouwd te zijn met het gedachtengoed (ook wel teachings of leer genoemd) van onze meester, Hazrat Inayat Khan, maar: elk op zijn eigen manier. Het vergt daarom onbevooroordeelde aandacht om deze boodschap van Murshid Hidayat in je op te nemen. En in zijn geheel te vatten. In dit artikel wil ik vooral wijzen op het boek Geestelijke vrijheid, een hele rijkdom, waarin de auteur zijn benadering van het onderwerp presenteert. Tenslotte: ik schrijf dit artikel vanuit een zekere verlegenheid. Wie ben ik om zijn teksten uit te leggen en te becommentariëren? Terughoudendheid was mijn devies naast mijn behoefte hem in het licht van de Soefi Gedachte te plaatsen. De lezer treft er een rijke Fundgrube van wijsheid en inzicht aan. Verborgen achter formuleringen die op het eerste gezicht afschrikken. Maar met een goudzoekersmentaliteit graaf je er schatten uit op die verlichten. Er zijn twee aspecten waarvoor ik speciaal de aandacht vraag. Het ene gaat over de eigenheid van zijn stijl en presentatie van het ons vertrouwde gedachtegoed. Het andere is zijn typisch eigen interpretatie van dat gedachtengoed, een ‘vertaling’ als de boodschap voor nu. Deze twee aspecten komen in mijn verhaal hieronder wisselend aan de beurt. Ik ben diep onder de indruk van dit boek, zoals ook van ander werk van hem. Opvallend omdat ik bij een eerdere kennismaking niet zo getroffen was. Is dat niet bij velen zo gegaan, vraag ik me af. Hij kiest een heel eigen benadering, in een authentieke stijl. Zijn woordkeuze is geserreerd, bondig, scherp formulerend, diepgravend, vrij van orthodoxie, flexibel, vanuit een oprechte toewijding aan het werk van zijn vader. Eigenlijk verbazend. Ik herlees en bewonder zijn gedrongen stijl, zijn diepgrijpende bewoordingen. Je moet er wel even doorheen want het is vaak geen gemakkelijke tekst. Dan openbaren zich schatten van inzicht. Md Hidayats werk is actueel, veelzijdig en essentieel voor het begrijpen van de Boodschap in onze tijd. Hij weet soefi-wijsheid verrassend over het voetlicht bren30


gen. Het gaat bij hem steeds over het gedachtegoed van zijn vader. Hij ziet kennelijk zijn levenstaak in het bewaren en activeren van dat gedachtegoed. Wat hij ons te vertellen heeft komt voort uit een bewogen leven. ‘Zoon van’ is geen makkelijke opgave, zeker niet als de vader, een baken in zijn leven, heengaat wanneer hij amper tien jaar oud is. Hij zet de muziektraditie van de familie voort; wordt violist (o.a. in het Haarlems Symfonie Orkest) en componist (opgeleid door de befaamde Nadia Boulanger, nog steeds in leven!), erkend en gewaardeerd in kleine kring. Brengt doorleefde muziek vol spirituele diepte. Maar hij had bij periodes ook zware fabrieksarbeid te verrichten om het hoofd boven water te houden, een gespleten oorlogstijd in het bezette Frankrijk, moeilijke positie in het Soefisme naast de eerstgeboren, latere Pir, Vilayat. Hij hield voortdurend een open deur in zijn hart voor de Boodschap gedurende het leiderschap van zijn oom Musharaff Khan en later maakte hij het leiderschap van zijn zoon Fazal mee. Dan wordt hij tenslotte geroepen tot een plek in de Beweging, uiteindelijk als een van de topleiders. Hij is al in de zeventig wanneer hij daarmee aanvangt. Hij streeft vernieuwing na vanuit een gekoesterde traditie en slaagt daarin op veel punten, maar niet dan na zware strijd. Zijn boeken zijn daarvan de neerslag. En daarom zo de moeite waard voor ons soefi’s. In dat leven van hem speelt wat Hazrat Inayat Khan de Boodschap noemt de hoofdrol. Dat spreekt uit de titel van een van de boeken van Hidayat: De Boodschap in onze tijd. Trouwens in elke publicatie van hem kom je deze ‘focus’ tegen. Het is zijn thema. Maar hij doet dat als mysticus. Nergens probeert hij die boodschap vast te leggen, bv in eenduidige definities. Hij omspeelt het begrip ‘soefi boodschap’ in variërende krachtige uitspraken die schijnbaar tegengesteld zijn. Ik geef enkele voorbeelden: ‘de boodschap is abstracte energie’, het is die ‘van de rechten van de mens inzake denken en voelen’, ‘het is de boodschap van wijsheid’, ‘het verheffen van het menselijke begrip tot een niveau van spirituele bewustwording, die voortkomt uit de zuivering van de mind’’, ‘het gaat om het opruimen van traditionele barrières zowel als van vooroordelen die we ons onbewust [?, wvl] in het dagelijkse leven eigen maken’. Een kleine selectie van hoogst oorspronke-lijke formuleringen. Om geleidelijk te verwerken. ‘Soefisme is geen religie, sekte, doctrine, dogma, instituut’, zo gaat hij verder. Inayats begrip van de boodschap gaat daar bovenuit, legt Hidayat ons nog eens voor. Hij beseft dat er eigenlijk sprake is van een kosmisch perspectief. Ik denk daarbij aan Teilhard de Chardins visie (in Het verschijnsel mens) die de schepping als één groot proces van bewustwording ziet. In dat proces treden zeldzame cruciale mutaties op, een soort paradigmawijzigingen. Telkens daar waar het bewustzijn verruimt; beeldend: van mineraal via plant en dier tot de mens. Teilhard voorziet voor het ‘nu’ (hij schrijft in de vijftiger jaren) hoe er een mondiale, ja zelfs kos-mische verruiming van bewustzijn gebeurt. Zie verschijnselen als communicatie, gelijktijdigheid, ontstaan van grotere verbanden. En dan denken we aan het boek van Hazrat Inayat Khan Verruiming van bewustzijn, een titel die destijds door de vertaler Van Bylandt gekozen is voor het Engelse ‘Purification of mind’; wat een visie. Ik denk 31


ook aan de zielereis uit De ziel, vanwaar, waarheen. Inayat schetst hier de ervaringen in het bewustzijn van de ziel onderweg naar de aardse geboorte. Een reis ook die de mens hier en nu kan doormaken op zijn reis over het innerlijke pad, en daarmee in de wereld. Het gaat dan over de overstijging in het bewustzijn van het materiële en het rationele. Maar nu weer terug naar onze moersjid, Hidayat. Hij voegt nog een andere dimensie toe, de menselijke (voorzover die er niet al ingebakken zat). Ook hier een op-roep om gewaar te worden dat het begrip broederschap een herijking behoeft: broeders en zusters van het hart, vanuit het besef dat de ziel mensen vereent – wanneer we dat kunnen beseffen. Dat brengt mee dat de moraal vanuit een ander perspectief nieuw leven krijgt. Tradities en codes, wetten en regels krijgen een nieuw licht over hoe er mee om te gaan, ze te herijken. Hidayat zegt hierover: ‘de rechten van de mens zijn verkeerd begrepen en ondergebracht in kunstmatige woordbegrippen die een vals idee geven.’ Het centrale begrip, houdt hij ons voor, is oprechtheid. Hij schenkt ook aandacht aan begrippen als hiërarchie en hoe de boodschap te ontvangen; ook hier zijn onorthodoxe wijsheid. Hij laat zien hoe we daar mee om kunnen gaan: geleid door het principe van ontvankelijkheid voor het hogere, in praktijk gebracht in eigen verantwoordelijkheid. Het boek Geestelijke vrijheid heeft een interessante opbouw. Het begint met een korte reis van 37 bladzijden door het Soefisme. Kernstuk vormt een hoogst originele bondige verhandeling over de boodschap, veelzijdig, inventief. Elementen eruit hebben we hierboven al genoemd. De auteur neemt de lezer daarna mee naar nieuwe verhalen uit oude tradities over de boodschappers (hier met Shankaracharya en Roemi!), naast wat we kennen uit De eenheid van religieuze idealen. Dan geeft hij een zuiverende uiteenzetting over de democratisch en agnostisch moeilijke thema’s van de geestelijke hiërarchie en het ontvangen van de goddelijke boodschap. Hij verwoordt het gedachtengoed van Hazrat Inayat Khan ook over het pad van leerlingschap, ook zo’n overbekend maar voor velen vreemd toe te passen concept – tenminste als je er serieus werk van wil maken. Het is een boeiend verhaal met verrassende uitstapjes: edelmoedigheid als ken-merk van spiritualiteit, tact, twijfel, en natuurlijk idealisme, geloof, goddelijke leiding. Het meest ben ik getroffen door de rest van het boek, de hoofdmoot: in een 130 bladzijden overrompelt de schrijver de lezer met een verrassende serie korte beschouwingen van zo’n zes regels elk, vergrote aforismen eigenlijk. Ze zijn gegroepeerd in een aantal hoofdstukken. Onder het hoofd De kunst van de persoonlijk-heid vinden we een schat aan (niet minder dan 113) wijsheidswoorden. Er zijn er zelfs 219 bij het hoofdstuk innerlijke leringen. We ontmoeten de bekende trits filosofie –psychologie – mystiek weer; verrijkt met 95, 89 respectievelijk 23. Daaraan voegt de auteur niet minder dan 133 ‘gedachten over verdieping’ toe. Het dessert bevat de ‘boodschap’ in 52 wijsheden. Wat een onuitputtelijke schat, onuitputtelijk ook doordat vele van deze spreuken meer dan één betekenislaag hebben: een meditatie in woorden voor verstand en hart, tezamen. In zijn geheel kun je het zien als een interpretatie van de boodschap van Inayat Khan voor de huidige tijd. Wat een schat. Tot slot citeer ik enkele van deze wijsheidswoorden. 32


Uit ‘De kunst van de persoonlijkheid’: * De indruk dat stemmingen, neigingen en fantasieën iemands echte natuur zijn is een illusie, want daarmee zien we over het hoofd dat dit slechts reflecties zijn. * Mensen die zich hard voordoen en subtiliteit missen, sluiten zich af voor iedere inbreng. Ze isoleren zichzelf daarmee voor een mogelijke verrijking door het voorbeeld dat anderen bieden met hun daden, gedachten en gevoelens. * Depressie komt vaak voort uit jaloezie of afgunst, maar eveneens uit gebrek aan inschikkelijkheid, tact of edelmoedigheid. Uit ‘De innerlijke leringen’: * Echte spiritualiteit is het leiden van een vol leven, met diep inzicht in alles wat op je weg komt, en het vergroten van je bewustzijn door de actieradius van het hart te verruimen en tegelijk het ‘zelf’ te vergeten. * Als er al een teken is van vooruitgang op het spirituele pad, dan is dat te zien in de verfijning van het voelende hart, en in de nederige houding die waardiger is geworden en een voorbeeldige schoonheid laat zien. * Alles wat de psyche belast, zoals zorgen, angst, spijt of schuld, houdt de psyche afgestemd op een toonhoogte die ligt onder haar natuurlijke toon, en verhindert dat iemand efficiënt functioneert. Op die manier belemmerd worden is als voor een barrière staan en niet zien dat men een hamer in de hand heeft waarmee men het obstakel zou kunnen opruimen. Zelden beseft men dat het probleem louter in jezelf is gelegen. * Vanuit een spiritueel gezichtspunt kan de Goddelijke Wil begrepen worden als een aldoordringende klank die in de psyche resoneert als instinct, die in de psyche resoneert als intuïtie, en die wanneer ze in het hart weerklinkt wordt waarge-nomen als inspiratie.’ Uit ‘Filosofie’: * Er kan geen verlangen zijn waarop geen antwoord is. Het antwoord ligt in het ware verstaan van de wens. Uit ‘Psychologie’: * Het effect van lichamelijk magnetisme, mentaal magnetisme en magnetisme van het hart kunnen we begrijpen als fysieke charme, helderheid van de mind en de warmte van een liefdevol hart. Ook is er bij geïnspireerde mensen het magne-tisme van de ziel, die tijdenlang een magische aantrekkingskracht uitstraalt. Uit ‘Mystiek’: * Voor de mysticus zijn de concepten ‘ik’ en ‘Gij’ te vergelijken met een passer waarmee men een cirkel trekt. Het ene been van de passer zou het ‘ik’-concept kunnen voorstellen, en het andere been het ‘Gij’-concept. Het deel van de cirkel dat getekend is vertegenwoordigd onze vrije wil, en het deel dat overblijft om te tekenen vertegenwoordigt het pad van bestemming. Ondanks al onze inspanningen kan de cirkel niet worden getekend zonder beïnvloeding door het niet-bewegende been van de passer, met andere woorden: de Goddelijke Aanwezigheid. Tot slot. Ik heb geprobeerd weer te geven iets van de rijkdom en de originaliteit van Hidayats boodschap voor onze tijd. Een vertaling van het gedachtengoed van Hazrat Inayat Khan in zijn eigen formuleringen, vanuit een heel eigen perspectief. Als leider heeft hij een grotere openheid tot stand gebracht, een grotere toegankelijkheid tot de innerlijke school. 33


Om zijn teksten in je op te nemen vergt openheid van geest, bereidheid om anders te kijken, vanuit een spirituele leeswijze: onbevooroordeeld, met een open mind en een liefdevol kloppend hart, afgestemd op de geest van leiding. Ik sluit met zijn eigen slottekst, een prachtig schijnbaar spel van woord, waarheid en illusie.

De tijd drijft ons met zijn aldoordringende kracht genadeloos naar de toekomst maar ook naar het verleden; in het heden blijken onze ideeën over de eeuwigheid een illusie, waarmee we onszelf bedriegen.

1 Hieronder noem ik de titels. Hidayat Inayat-Khan: Geestelijke vrijheid: ref lecties op de eenheid van religieuze idealen , Den Haag 2011, 177 blz. Vertaald door Krishna de Caluwé. De Boodschap in onze tijd; een inleiding , Sunray Amsterdam en Soefi Beweging Den Haag 2011, 90 blz. Vertaald door Krishna de Caluwé en Hamida Verlinden. Hamida Verlinden schreef een inspirerend voorwoord. Reminders; inspired by the life and teachings of Hazrat Inayat Khan , Sunray Amsterdam en Soefi Beweging Den Haag 2012, 108 blz., ill. What we stand for, Sunray Amsterdam en Sufi Movement Den Haag, 2013, 50 blz. Dit is een nieuwe titel die ik niet meer heb kunnen meenemen.

34

Deze en andere titels zijn verkrijgbaar bij het Algemeen Secretariaat Soefi Beweging Nederland, Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag. < sufiap@hetnet.nl >


Interview met Shanti Kerssies, wakil van Murad Hassil

Zubin van den Besselaar en Irene Lennings In interviews hebben we steeds ‘ervaren’ soefi’s aan het woord gehad. Hoog tijd dus om nu eens een paar ‘jongere’ soefi’s aan het woord te laten. Als eerste benaderden we hiervoor Shanti Kerssies, de opvolgster van Zohra Le Rûtte als wakil van Murad Hassil in Katwijk. Zij was onmiddellijk bereid hieraan mee te werken, met één slag om de arm: “Wat ik nu zeg moet je wel beschouwen als een momentopname”. We spraken met haar in oktober 2013, direct nadat we samen een stilte-uur in de tempel hadden bijgewoond dat die dag voor het eerst werd gehouden. Nog onder de indruk van dit stilte-uur togen we naar haar appartement in het Wakilhuis. Daar stond de lunch al gastvrij voor ons klaar. Hoe ben je bij het soefisme gekomen? In de zomer van 2010 zag ik op tv toevallig een programma over de soefitempel. Deze documentaire gaf mij in ongeveer een half uur een eerste indruk van het soefisme. Er waren interviews met Moersjid Hidayat, Moersjid Karimbakhsh en met Zohra. Ik zocht verder op internet en bezocht een eredienst. Dat alles sloot precies aan bij waar ik al sinds mijn tienerjaren naar op zoek was. Kun je daar iets meer over vertellen? Mijn grootvader van moederszijde was zendeling op Sumatra. Hij was verbonden aan een leprozenkolonie die midden in de natuur lag. Hij werd in dat werk gesteund door mijn grootmoeder, die diacones was. Zij leidde daar vrouwengroepen. Mijn moeder is daar geboren en voelde zich altijd sterk verbonden met de natuur. Dat heeft ze op haar kinderen overgebracht. Toen mijn moeder 8 jaar was, in 1939, kwamen ze voor verlof naar Nederland. Vanwege de oorlog konden ze niet terug en mijn grootvader werd dominee van de Nederlands Hervormde Kerk. Mijn vader studeerde weg- en waterbouw maar had ook veel gevoel voor taal en poëzie. Later werd hij dan ook leraar Nederlands, ik heb nog les van hem gehad. We gingen veel op vakantie in de natuur (de duinen van Voorne), maar er was in de opvoeding ook veel belangstelling voor kunst en cultuur. We gingen veel naar musea en concerten en we hadden muziekles. Thuis werd de Kinderbijbel voorgelezen, maar mijn ouders hielden niet van kerkbezoek en hebben mij en mijn twee broers vrij gelaten om zelf een levensbeschouwelijke richting te kiezen. Je zou dus kunnen zeggen dat ik in het soefisme veel herkende van wat ik van huis uit heb meegekregen.

35


Je hebt zelf rechten gestudeerd. Was dat niet iets heel anders? Toen ik in de derde klas van het VWO zat kregen we voorlichting over verschillende studierichtingen. Ik voelde mij meteen sterk aangetrokken tot de rechtenstudie. Deze studie beantwoordde aan mijn maatschappelijke interesse en rechtvaardigheidsgevoel maar ik vond ook dat ik er mijn behoeften om andere mensen te helpen voldoende in kwijt kon. Mijn eerste baan was dan ook bij de provincie Zuid-Holland bij de afdeling beroepszaken algemene bijstandswet, waar deze twee zaken bij elkaar kwamen. Daarna kwam ik in de opleiding voor de rechterlijke macht, een combinatie van theorie en praktijk. De werkzaamheden in het strafrecht bleken niet goed bij mij te passen. Daarom heb ik gekozen voor de civiele rechtspraak en om mijn opleiding af te kunnen ronden heb ik in de bestuursrechtelijke richting stages gelopen bij de Raad van Beroep (later is dit de sector bestuursrecht van de rechtbank geworden) en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ik ben uiteindelijk 3 jaar civielrechter geweest en 3 jaar bestuursrechter. Twee rechtsgebieden waar mijn hart naar uit gaat. Je had ook een gezin. Hoe combineerde je dat allemaal? Ik heb al mijn opleidingen afgerond, maar het was wel erg druk met een gezin met twee kinderen. Ik ben gescheiden en heb geprobeerd om mijn werk naast de zorg voor mijn kinderen te blijven volhouden. Toen ik door drukte en stress gezondheidsproblemen kreeg, heb ik besloten om een stap terug te doen en mijn baan als rechter op te geven. Ik werk sindsdien parttime als juridisch medewerker in de kantonrechtspraak. Ik schrijf concept-vonnissen voor de kantonrechters en daarnaast begeleid ik jonge collegaâ&#x20AC;&#x2122;s die het schrijven van een civiel vonnis onder de knie proberen te krijgen. En hoe paste het soefisme daarin? Het soefisme sloot enerzijds aan bij de spirituele vrijheid die ik in mijn jeugd heb ervaren en anderzijds was het een antwoord op moeilijkheden die ik tijdens mijn huwelijk mede door de orthodox protestantse achtergrond van mijn echtgenoot heb ondervonden en waar ik niet op was voorbereid. Ik leer nu om die ervaringen te onderzoeken en een plek te geven. Voor het eerst leef ik nu ook in een gemeenschap waarin ik me thuis voel en waarvoor ik mij wil inzetten. Toen de taak van wakil vrij kwam wilde ik die heel graag op me nemen. Verder heb ik besloten cherag (iemand die voor gaat in de Universele Eredienst) te worden, maar vanwege mijn werk en alle wakiltaken zal ik veel geduld nodig hebben om dat te bereiken. Hoe combineer je je wakiltaken met je baan bij de rechtbank? Ik werk nu 3 dagen voor bij de rechtbank en de andere dagen ben ik in Katwijk. Als wakil houdt ik mij bezig met praktische zaken zoals de de verhuur, de planning en de coĂśrdinatie van de schoonmaak. Maar er komen ook wel mensen op bezoek die het gebouw willen bezichtigen. Er komen verzoeken binnen om een lezing te houden. Vaak doet Zohra (de vorige wakil) dat nog, maar laatst heb ik wel een brugklas ontvangen. Ik ontmoet veel verschillende mensen. Om te ontspannen geniet ik van heerlijke wandelingen in de duinen samen met mijn hond. 36


Wat raakt je nu het meeste in het soefisme? Het mooiste vind ik de eenheid van religieuze idealen. De wereld is vol conflicten, vaak ook religieuze conflicten. Het vredesideaal van het soefisme inspireert en motiveert me. In de maatschappij zou meer aandacht moeten zijn voor dialoog in plaatst van debat. Nu leren kinderen op school vooral om te debatteren en de andere de baas te zijn. In het debat gaat het om winnen. Het zou beter zijn als de kinderen geleerd werd naar elkaar te luisteren. Dat geldt ook op mondiaal niveau. Naar elkaar luisteren en proberen elkaars standpunt te begrijpen is heel belangrijk. Ik las laatst op advies van mijn inwijdster Zohra een boek dat de historie vanuit islamitisch oogpunt bekijkt1. Door dit boek ben ik gaan inzien dat wij alleen het westerse verhaal van de wereldgeschiedenis leren. Het is noodzakelijk dat jongeren op school al kennisnemen van niet-westerse visies op de wereldgeschiedenis en dat zij die leren aanvaarden als deel van de waarheid. Dit lijkt mij op zijn minst één van de noodzakelijke voorwaarden voor het bereiken van wereldvrede. Ik heb hier in Katwijk geen krant of tv. Daardoor heb ik meer tijd om mij in de Soefi Boodschap te verdiepen. Twee uitspraken van Hazrat Inayat Khan die mij boeien zijn : “Love is the nature of life” en “Where love dies, law begins”. Je ziet het bij de verzorgingsstaat. Vroeger waren het “werken van barmhartigheid”, vaak geïnitieerd vanuit de kerken. Daarna heeft de staat deze taak overgenomen en is het een recht geworden. Rechten kunnen echter worden geclaimd. Het is geen wonder dat dit stelsel niet kon worden gehandhaafd en dat we vandaag de rechten die te veel geclaimd zijn, weer moeten inleveren. Nu is het voor ieder mens de uitdaging de kracht in zichzelf te (her)ontdekken en, waar nodig, anderen liefdevol te ondersteunen. De woorden van Hazrat Inayat Khan zijn daartoe een rijke bron van inspiratie. Zou je zelf nog iets willen opmerken? Ik zou, als wakil, graag een oproep willen doen voor meer hulp. Vooral bij evenementen is er behoefte aan mensen die de geluidsinstallatie kunnen bedienen. Dit is eenvoudig te leren. In het voorjaar is er veel te doen op het duinterrein en vlak vóór de Zomerschool geven vrijwilligers de Universel en het Wakilhuis een goede schoonmaakbeurt. Wie daarbij wil helpen kan zich aanmelden bij mij via het e-mailadres beheer@soefitempel.nl. We maken er altijd een gezellige dag van. 1 Tamim Ansary, Een geschiedenis van de wereld door moslimse ogen , uitgeverij Bulaaq, 2011

37


Column Veel kunnen verdragen is een teken van rijping

Jaya Bakker De Soefi Boodschap kan in het kort worden omschreven als liefde, harmonie en schoonheid. Een mooi totaal waarnaar we in het soefisme streven. Wat betekent dat voor ons dagelijks leven met onze naasten, mensen in de samenleving dichtbij en veraf, de natuur en het milieu? Toen ik voor het eerst een Universele Eredienst bijwoonde, voelde ik me betoverd. Een thuiskomst zoals ik nog nooit eerder had ervaren. Daar wilde ik bij horen en me verder in ontwikkelen. Dat ik mensen trof met wie het goed toeven was, was voor mij een belangrijk bijkomend verschijnsel. Het is verleidelijk om er mooi over te denken en er vervolgens mooi over te verhalen. Toehoorders zullen meestal onder de indruk zijn van de diepe gedachten, van de geïnspireerde woorden en deze in hun gedachten meenemen naar huis. Dit alles kan jezelf een fijn gevoel geven, een koestering; en juist die koestering kan ons in een dromerige toestand brengen. We voelen ons thuis bij elkaar, zoeken elkaar op en in het extreme beperken we ons tot een vriendenkring vnl. binnen deze gemeenschap. We ontwikkelen een vanzelfsprekendheid over hoe we ons behoren te gedragen. Wijze uitspraken inspireren ons niet alleen, we lopen de kans ze als dogma’s te gaan hanteren. Wie buiten deze vanzelfsprekendheden valt, wordt als lastig, hinderlijk ervaren. Zo iemand verstoort ons en we moeten van hem/haar af of zo iemand moet zijn/haar gedrag veranderen. Als groep zijn we het hartgrondig met elkaar eens. Op zulke momenten le38

ven we niet meer volgens het gedachteen gevoelsgoed waar we ons indertijd toe aangetrokken voelden. Harmonie, daar streven we naar op een bijna absolute manier. Wat die harmonie verstoort vegen we onder het kleed, of we zeggen of schrijven iemand dat hij/ zij lastig is. Zo daar zijn we van af en de harmonie blijft gehandhaafd. Maar ondergronds wordt spanning opgeroepen en versterkt. Inayat Khan houdt ons voor situaties niet alleen vanuit ons eigen gezichtspunt te beschouwen, maar ook vanuit de ander. In de Beker van Saki op 1 augustus staat dat inzicht/begrip de moeilijkheden van het leven lichter maakt; de ander begrijpen. Door het hinderlijk gedrag te begrijpen kan de sluier van ergernis worden wegenomen. Mijn vorige soefigids, Walia van Lohuizen, zei herhaaldelijk wanneer ik mensen of situaties hinderlijk vond, dat die een deel van de soefitraining zijn. Om ons blijvend te laten inspireren, kunnen we zoveel mogelijk contact blijven houden met onze inspiratiebron. Een plezierige manier vind ik om elke dag de digitale inbreng van Wahiduddin te lezen. Ieder kan aan dit adres (wahiduddin ishq@wahiduddin.net) vragen om op de verzendlijst te komen en dan krijg je dagelijks de uitspraak die staat in de Beker van Saki met toelichting van Inayat Khan. Wie meer wil lezen in die email klikt op een aangegeven link. Je wordt dan verbonden met een uitgebreide tekst van Inayat Khan. Dat kan een tekst uit de Gatha’s of Gita’s zijn of ongepubliceerd. Onze ervaringen en twijfels met elkaar


delen is mijns inziens essentieel. Daarmee houden we elkaar scherp en moedigen we elkaar aan in situaties waar het moeilijk voor ons is. Kort gezegd: we gunnen elkaar de (zelf)reflectie met openheid die gehuld is in veiligheid. Zo kunnen we, wanneer we iets lastig vinden of ons storen aan een ander, erachter komen wat ons dwars zit en waar-

om. Een opdracht van het soefisme, zo ervaar ik het tenminste, is om de hobbels waarmee we in het leven worden geconfronteerd het hoofd te bieden. Om harmonie werkelijk na te streven, kunnen we deze tekst uit de Gayan boven ons bed hangen: “Veel kunnen verdragen is een teken van rijping”

OVER BOEKEN Pir Zia Inayat-Khan, Saracen Chivalry. Counsels on Valor, Generosity and the Mystical Quest. (Sulūk Press. 2012. 204 blz. ISBN 978-0930872915. $ 19.95)1 Vanaf de Tabarruk, door Mahmood Khan, tot en met de afsluitende Notes and Sources en Glossary is dit een boek boordevol inspiratie en lering, het is zelfs een spannend boek. Het speelt zich af in de tijd van de ridders van de Tafelronde.2 Het bevat de raadgevingen die een stervende moeder (Queen Belacane) aan haar pas geboren zoon (Feirefiz) in een testament achterlaat, zijnde the way of truth, honor, justice, and largesse – in short, the way of chivalry (blz. 5). De vader van de baby (Roi Gahmuret) is vertrokken naar andere landen met nieuwe avonturen. Feirefiz als moslim en Parcival als christen ontmoeten elkaar later als ridders, aanvankelijk in onderlinge strijd. Zij blijken halfboers van elkaar te zijn waarmee, ook teruggaand naar de profeet Abraham, inclusief het Jodendom de harmonie tussen de Islam en het Christendom wordt gesymboliseerd. In 15 hoofdstukken zijn de liefde, de tederheid en het verdriet van moeder naar baby zeer levendig en aandoenlijk en ook bijna tastbaar beschreven. Elk hoofdstuk begint met de aanhef: Fils du roi Gahmuret, waarop een prachtige uitwerking van het thema van dat hoofdstuk volgt. Bijvoorbeeld in het 7de hoofdstuk is het thema: On the Greater Struggle, met als raadgeving: Fils du roi Gahmuret, it is said that when a contingent of soldiers returned from an expedition, the Prophet, peace and blessings be upon him, welcomed them saying, “You have come for the best, from the smaller struggle to the greater struggle!” Someone asked, “What is the greater struggle?” The Prophet answered, “The servant’s struggle against his lust”. In mijn beleving getuigen Belacane’s raadgevingen van diepe wijsheid, empathie en compassie, ijzeren wilskracht en volledige overgave. Zij besluit haar testament met de volgende bede: I pray for you every blessing, my son. May the Exalted Lord initiate you in the sweetest of mysteries and unveil to you the brightest of secrets! May you live happily, love devotedly, serve faithfully, die honorably, and return to your Lord well-pleased and well-pleasing! (blz. 156). De volgende woorden van Belacane tot Feirefiz geven een betere samenvatting van de intentie van haar testament dan ikzelf zou kunnen geven: In penning these counsels, my aim is not to press you to assume the burden of my notions and attitudes. My experience of life was mine, and yours shall be your own. Just as I possess a knowledge that 39


is unique to me, you shall come to possess your own unique knowledge, your own angle of vision. I write these words only that you may build on my foundation. Put my admonitions to the test, and when in doubt as to their suitability, follow your own lights. By this I mean, act always on your own highest intuition of the truth (blz. 105). The Knighthood of Purity of the Hazrati Order is gebaseerd op de ijzeren, koperen, zilveren en gouden regels uit de Vadan. Deze regels vormen de essentie van bovengenoemd boek. Hoewel meestal anders geformuleerd, zijn zij herkenbaar uitgewerkt. Het laatst gegeven citaat van Belacane sluit aan op de toelichting die Pir Zia op de regels van de Knighthood geeft: Each rule begins with the words, “My conscientious self”. This means that the rule is a soliloquy, a conversation with oneself. It is not imposed by an external authority. The rule is an articulation of an ethical orientation. If that orientation resonates with one’s conscience, then the rule is a reminder to fully commit oneself, in all situations, to one’s ideal. If the orientation does not resonate, then the contemplation of the rule presents an opportunity to clarify one’s own ethical position. In neither case is the rule a dogma that demands adherence to an external authority. The only true authority is the illuminated human conscience. De diepste intentie van Saracen Chivalry! Leo Sosef 1 Ik ben geen Nederlandse vertaling tegengekomen, daarom zijn in deze boekbespreking de titel en de citaten in het Engels. 2 In die tijd blijkt in ons Westerse taalgebied Saracen de benaming te zijn geweest voor Muslim en Islam.

***** Hidayat Inayat Khan. Waar wij voor staan; vertaald door Khrishna de Caluwé. januari 2014. 50 blz., ISBN 978-94-91574-07-8. Oorspronkelijke titel: Where we stand for. Te bestellen via : http://www.hermaardesch.nl/nl/bestelformulierHidayatWaarwijvoorstaan.html Kosten € 7,41 excl. verzendkosten. Een klein boekje waarin, voor de schrijver, de belangrijkste zaken van het soefisme zijn samengevat. Het bestaat uit 4 delen. Het eerste deel bevat 3 lezingen. Over voor de schrijver belangrijke onderwerpen. Daar een subjectief element. Voor iedereen die de schrijver kent is het dan niet verbazend dat het boekje begint met het onderwerp Geestelijke vrijheid. De volgende onderwerpen zijn Eenheid van religieuze en spirituele idealen en Liefde, harmonie en schoonheid. Het tweede deel geeft een aantal belangrijke spirituele basisoefeningen zoals die in het Soefisme gebruikelijk zijn. Het derde deel behandelt belangrijke onderwerpen als: Inwijding, ego en mind. Het vierde deel gaat in op de geschiedenis: de Indiase muziek en de biografie van Hazrat Inayat Khan. Tot slot is er een ontroerende aubade aan de moeder van de schrijver en de echtgenote van Hazrat Inayat Khan . Een bijzonder, leerzaam en handig boekje. Zeer behulpzaam om aan andere uit te leggen waar we in de internationale Soefi Beweging mee bezig zijn. Zubin van den Besselaar 40


Soefi-centra

informatie, adressen en activiteiten AMSTERDAM

dhr. P. Smits (Amir), Warmondstraat 177 hs, 1058 KX Amsterdam. t 06 15 06 05 13 <amir-020@hotmail.com> Universele Eredienst: Ignatiushuis, Beulingstraat 11, 1017 BA Am­sterdam, 1e en 3e zondag van de maand 11 uur. Op de 3e zondag voorafge­gaan door de Confraternity of the Message 10.30 uur. Apeldoorn

Orientatiemiddagen: 2e zondag van de maand van 14-16 uur bij dhr. en mw. De Roos-Labeur (Corrie & At), Sparrenlaan 11, 7313 AT Apeldoorn, t 055-323 1633 <atderoos@hetnet.nl> Arnhem

mw. H.M. de Caluwé - Rombout (Maharani), Groningensingel 423, 6835 ER Arnhem t 026-3213650 <maharani@planet.nl> mw. E.Steingröver (Johara), Meidoornplantsoen 23, 6706 DB Wageningen. <johara@telfort.nl> t 0317-425 072 ('s avonds). Studieklassen in overleg. Universele Eredienst: Vrijmetselaarsgebouw, Arnhemsestraatweg 360, 6881 NK Velp (Gld) 1e zondag van de maand om 11 uur. Assen

mw. A. Stam (Iman), Keerweer 8, 9401 ES  Assen, t 0592-707202 en 06-24 92 92 77 <destam.afslag33@planet.nl> Studiebijeenkomsten en klassen voor belangstellenden, broeder-zusterschapsleden en moerieds. Universele Eredienst: Loge van de ODD Fellows, Hendrik de Ruiterstraat 2, 9401 KT Assen, 3e zondag van de maand om 11 uur. Breda

mw. Margo Armaiti Leerink, coördinator. Concordiaplein 47, 4811 NZ Breda. t 06 22 81 21 10 <margoleerink@gmail.com> Universele Eredienst: Waalse Kerk, Catharina­straat 83-bis, 4811 XG Breda, 3e zondag van de maand om 11 uur. Den Haag

dhr. L.W. Carp (Ameen), Anna Paulowna­straat 78, 2518 BJ Den Haag, t 070-364 4590, f 070-361 4864 <wite.carp78@gmail.com> <www.soefi.nl/denhaag> Programma op aanvraag: 1e en 3e maandag van de maand open studie- en medi­tatie-klas.; open soefi-avonden, spirituele filmavonden, en besloten klassen. Universele Ere­dienst: Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag, elke zon­dag om 11 uur, Confraterni­ty of the Message om 10.30 uur.

Deventer

dhr. W.S. van der Vliet (Sikander), t 0313-650 334

Universele Ere­dienst: Logegebouw van de Vrijmetselaars, Rijkmanstraat 10, 7411 GB

Deventer, 3e zon­dag van de maand om 11 uur. DRONTEN i.o.

dhr. J.Koldijk (Kabir), Lindestraat 10, 8266 BG Kampen, t 038-3314446, 0653723207 <jellekoldijk@zonnet.nl> Studie bijeenkomsten in Dronten de 4e donderdag om 19.30 uur. Eindhoven

mw. L. Bredée-van Ginkel (Kamila), Jacob Catsstraat 28, 5671 VR Nuenen, t 040-2832518, <soeficentrum.eindhoven@gmail.com> Universele Ere­dienst: Eckartdal, Nuenenseweg 1, 5631 KB Eindhoven, 1e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur. Friesland

dhr. D.Lieftink (Rama). t 0598-430422 < dicklieftink@gmail.com >. mw. Y. VeenstraWiersma (Ynskje), Wommels. t 's avonds 0515576244 < byveenstra@ziggo.nl > Maandelijks meditatieavonden. Universele Ere­ dienst: Bij de Put 15, 8911 GE Leeuw­arden, 1e zondag van de maand om 11 uur. Groningen

dhr. M. Voestermans (Karim) t 050-4090431 < m.voestermans@gmail.com > Maandelijks: musical tuning en meditatie; stilte en meditatie; gespreksavond. Programma: zie www.soefi.nl onder centrum Groningen. ‘s Hertogenbosch

Coördinator: mw. D.de Vries (Saraswati), t 06 23 14 81 45 < harpsaraswati@planet.nl> Secretariaat: dhr. F.W. Roza (Frans), Stevenshofdreef 6A, 2331 CV Leiden, <frans.w.roza@gmail.com> Universele Eredienst: er komt een nieuwe locatie. Hilversum

dhr. F. van der Veer (Ganesh), Kogge 13, 1261 VK Blaricum, t 035-5312130 < famvdveer@ziggo.nl >. Studieavond voor belangstellenden: 1e ma. v.d. maand om 19:30u; voor deelname graag vooraf contact opnemen. Broederschapsavonden: elke 3e donderdag van de maand; ook hier svp eerst contact opnemen. Universele Eredienst: Gebouw ‘De Ver­eniging’, Ou­de Engh­weg 19, 1217 JB Hilversum (­bij het Dudok raadhuis). Elke 2e zondag van de maand om 11 uur. 41


Regio Katwijk, Wassenaar

Regioleider: drs. J. Belt (Munir) Eykendonck 32, 2211 SG Noordwijkerhout. t 0252-373145 <j.belt@planet.nl> Murad Hassil, mw.Nora Kerssies, wakil. t 06 38 27 95 29 <verhuur@soe-

fitempel.nl> <www.soefitempel.nl> Universele Eredienst: Universel Murad Hassil, Zuid­duinseweg 5, 2225 JS Katwijk aan Zee, 1e, 3e en 4e zondag van de maand 11 uur. Confrater­nity of the Message 1e en 3e zo. 10.30 u. Iedere 4e zo. spreekt Karimbakhsh Witteveen. Rotterdam

dhr. B. de Wreede (Bauke), t 06 24 64 66 94 < bdewreede@gmail.com > t Centrum 010-751 0500 Studie- en belangstellendenavonden: 1e maandag van de maand, opgave vooraf. Universele Eredienst: Soeficentrum Provenierssingel 41, 3033 EG Rotterdam, 2e en 4e zondag van de maand, 11 uur. Tilburg

dhr. & mw. Ach­terberg-Thierens (Mussavir & Nuria), Chopinstraat 26, 5011 VK Tilburg, t 013-4563241. Klassen voor belangstellenden eerste maandag van de maand in Tilburg, opgeven bij dhr.L.Raatgever, t 06 12 74 65 13 Per 01-01-2013 is het centrum Tilburg gefuseerd met het centrum Breda. Twente

dhr. J. Sniekers (Rahim), t 074-250 2479, <jansniekers@tiscali.nl> Universele Eredienst: Nivoncentrum, Lodewijkstraat 1, 7553 LB Hengelo, 2e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10 uur. UTRECHT / BILTHOVEN

mw. J.L. van Male (Sakya), t 030-2723522 Universele Ere­dienst: Huize ‘Het Oosten’, Jan Steenlaan 25, 3723 BT Bilthoven, laatste zondag van de maand om 11 uur. Zeeland

mw. N. Gortzak (Nuria), Mme. Curiestraat 63, 4532 JX Terneuzen, t 0115-530599 en 06 40 55 61 31 Studiebijeenkomsten: 2e dinsdag van de maand. Info mw. A. van Schaik (An), t 0118-412875. Uni­versele Ere­dienst: Gebouw de Vier Elementen, Breeweg100, 4335 SK Middelburg, 1e zondag van de maand om 11 uur. ZUID LIMBURG

mw. Ingeborg Wuester (Hakima) <ingeborgwuester@yahoo.de> Er zijn maandelijkse bijeenkomsten en om de twee maanden op zaterdagmorgen open klassen. 42

Zwolle

dhr. C. Koster (Karim), Tijnje 48, 8033 AR Zwolle, t 038-4541817, Universele Eredienst: Bloemen­dalstr. 11, 8011 PJ Zwolle, 4e zon­dag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur. In Meppel is een Soefi-groep die elke 4e di. v.d. maand bijeenkomt. Contactadres: Zuideinde 46, 7941 GH Meppel. <paul.ketelaar@planet.nl> <www.soefimeppel.nl> Informele Eredienst: Engelandseweg 19, Wezep, 2e zondag van de maand om 10 uur. SOEFI BEWEGING NEDERLAND

Algemeen Secretariaat Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag t 06 47 85 41 63. website: www.soefi.nl email: < soefibeweging.nederland@gmail.com > Penningmeester dhr. B. de Wreede (Bauke), t 06 24 64 66 94. bankrekening: NL71 INGB 0000 7775 55 tnv. Stichting Soefi Beweging Nederland. Nationaal Vertegenwoordiger dhr. L.W. Carp (Ameen) t 070-364 45 90. Nationaal secretaris mw. L. Grashuis (Wahdud), t 070-364 45 90 (werk) en 070-387 17 05 (thuis) Internationale Soefi Beweging Office Headquarters: Banstraat 24, 2517 GJ Den Haag, t 070-365 76 64. website: www.sufimovement.org Lidmaatschappen van de Soefi Beweging Er bestaan verschillende vormen: Moeried: dit zijn personen die de inwijding in de Inner­lijke School van de Soefi Beweging hebben ontvangen en de esoterische klas­sen en de esoterische training volgen Broeder-zusterschapslid: dit zijn zij die de idealen en doelstelling van de Soefi Beweging ondersteunen. Lid van de Kerk van Allen: dit zijn zij die zich speciaal aangetrokken voelen tot de Universele Eredienst; dit verlangt niet dat zij ook om inwijding vragen. Vriend van de Soefi Beweging: men kan zich opgeven als Vriend als men een ondersteuning aan het soefiwerk wil geven. Belangstellende: eenieder die zich op wil geven als belangstellende en de informatie over soefiactiviteiten wil verkrijgen. Contributieregeling 2014 Moerieds betalen per jaar: Alleen Echtpaar Laag € 100,00 € 150,00 Normaal € 160,00 € 240,00 Hoog € 235,00 € 355,00 Broederschapsleden betalen per jaar € 70,00 en een Broederschaps-echtpaar € 105,00. Vrienden van de Soefi Beweging Nederland en leden van de Kerk van Allen betalen € 70,- per jaar.


Dit is inclusief het abonnement op de Soefigedachte en de uitnodiging voor de Zomerschool. Alléén een abonnement op de Soefi-gedachte is € 16,00 per jaar (=incl. porto Ned.) Wanneer men als lid van een andere Soefi organisatie tevens ondersteunend lid van de Soefi Beweging wil zijn, betaalt men € 20,- per jaar en ontvangt men ook de Soefi gedachte. DARGAH

Financiële bijdragen voor het sociale, culturele en extra soefi-werk bij de Dargah, rekeningnr.: 616577 t.n.v. Stichting Dargah te Den Haag. Voor organisatie, onderhoud, in­richting van nieuwbouw en guest house, rekeningnr.: 43 02 43626 t.n.v. Dargah-fonds te Den Haag. Schenkingen van boeken enz. (alle talen!): Wali van Lohuizen t 035 538 98 93

zomerschool 2014

leaders retreat: 8 en 9 juli vrije dag: 10 juli zomerschool I: 11 t/m 16 juli commemoration & artistic evening: 17 juli vrije dag: 18 juli zomerschool II: 19 en 20 juli general retreat: 21 juli zomerschool II: 22 en 23 juli vrije dag: 24 juli soefi dagen: 25, 26 en 27 juli

NADENKER

Bijzondere activiteiten

Alle activiteiten van Soefi Beweging Nederland en overige soefi-organisaties zijn te vinden op www.soefi.nl. Daar kunt u zich ook abonneren op de Nieuwsbrief. Zie voor algemene informatie over soefisme: www.soefikalender.nl

vasthouden aan boosheid is als het grijpen van een gloeiend stuk houtskool met de intentie dit naar iemand toe te gooien jij bent degene die zich brandt

SOEFI BEWEGING BELGIË

mw. L.D. Deslée (Leela), Sport­straat 100, 900 Gent. Broederschapsvertegenwoordiger in België. info: sufirozentuin@skynet.be of 09.222.10.30 Andere organisaties

Sufi Ruhaniat NL: Ariënne & Wali van der Zwan. www.peaceinmotion.eu t +49 (0)2294 993 78 41 en +31 651 30.34.39 (GSM). < samark@peaceinmotion.eu > Soefi Orde: Dutch Sufi Information Centre:

Jamila Mieke Betten t (00-31)(0)30-2689298 < soefiordeinfo@gmail.com >

Boeddha

Sufi Way NL: dhr. E. Koole (Elmer), Oudeweg 31,

9364 PR Nuis. t 0594-549863 < elmerkoole@sufiway.nl >

BOWL OF SAKI

Een aanrader: via email kunt u de fraaie engelstalige Bowl of Saki dagelijks gratis toegestuurd krijgen. Via www.wahiduddin.net/saki komt u op de site, waar u zich kunt inschrijven. SOEFISME OP YOUTUBE

In samenwerking met de Soefi Beweging in Amerika is de Soefi Beweging Nederland op youtube te zien en te beluisteren. Klik op: *www.youtube.com/user/UniverseelSoefismeNL *www.youtube.com/user/IntSufiMovementUSA

43


VERENIGING SOEFI-CONTACT Soefi-Contact is een landelijke vereniging met afdelingen in Haarlem, Alkmaar en Bussum. De vereniging heeft als doel: het stimuleren van de studie van Hazrat Inayat Khan's ideeĂŤn, alsmede het in praktijk brengen ervan, dit in de ruimste zin van het woord. Landelijk centrum en dagelijks bestuur Landelijk centrum: Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40, 2011 BE, Haarlem. Website: www.soefi-contact.nl Voorzitter: dhr. E.H.K. Logtmeijer, t 035-6918347 Secretariaat: dhr. W.R.F.Kuiper, Westerstraat 63, 2013 PM Haarlem, t 023-5313081 e-mail: m.dukker@chello.nl Penningmeester: dhr. B.P.T.Cornelissen, Rietveldlaan 12, 6708 SB Wageningen. t 0317-425 347 e.mail: abbc@hetnet.nl Het verenigingsjaar van Soefi-Contact loopt van 1 juli t/m 30 juni. De contributie kan worden overgemaakt op rekeningnummer: 4239048 t.n.v. Soefi-Contact te Wageningen. Adreswijzigingen / mutaties en opgave van (nieuwe) leden en belangstellenden graag via het secretariaat, dhr. F.Kuiper. Landelijke activiteiten www.soefikalender.nl www.soefi-contact.nl www.facebook.com: soefi-contact Activiteiten afdeling Haarlem (Soefi-Huis) Alle activiteiten in Haarlem vinden plaats in het Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40 te Haarlem. Universele Erediensten: iedere tweede en vierde zondag van de maand; aanvang 11.00 uur. Bezoek bibliotheek is mogelijk na de dienst. Informatie: 023-5272249 of 023-5370585, e-mail: jaapwillemhutter@gmail.com of walivdputt@gmail.com Activiteiten afdeling Alkmaar Universele Erediensten: elke eerste zondag van de maand in de Remonstrantse Kerk, Fnidsen 37, 1811 ND Alkmaar; aanvang 11.00 uur. Informatie: dhr. MichaĂŤl Schouwenaar, Vatropperweg 5, 1779 GE Den Oever, t 0227-512265, e-mail: soefi.noordwest@kpnplanet.nl en dhr. Nathan Feenstra t 072-5615712 Activiteiten afdeling Bussum Informatie over activiteiten: mw. E. Schurink, t 035-6912990 en dhr. Karim Logtmeijer, t 035-6918347, e-mail: lion182@zonnet.nl.

44


Soefi gedachte nr 25, maart 2014