Page 1

Inhoud

3 5 10 11 12 19 20 28 29 31 35 39 41 44

D E SOEFIgedachte

december 2013

Ten geleide Het Godsideaal Hazrat Inayat Khan Over het ego Hidayat Inayat Khan Reflectie op ego Sabir Jaap Dekker Van Niets tot Nu Willem B. Drees Column Karim Logtmeijer Scheppingsverhalen Gedicht: komt de dageraad De dagelijkse oefening Elias Amidon De verborgen zegen van het verlies Sikander van der Vliet Gebeurtenissen Over boeken Informatie over de Soefi Beweging Informatie over Soefi Contact

De Soefi-gedachte is een gezamenlijke uitgave van Soefi Beweging Nederland en Vereniging Soefi-Contact en heeft tot doel het verspreiden van het gedachtegoed van Hazrat Inayat Khan.

1


COLOFON de Soefi-gedachte 67e jaargang nummer 4 december 2013 Verschijnt 4 x per jaar; in: maart, juni, september en december. Uitgever/Administratie: Stichting Soefi Beweging Nederland Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag tel: 070 346 15 94 fax: 070 361 48 64 <sufiap@hetnet.nl> www.soefi.nl www.soefi-contact.nl

Redactie: dhr. L.W. Carp (Ameen), voorzitter mw. M.A.J. van den Besselaar (Zubin) dhr. J.J. Dekker (Sabir Jaap), secretaris mw. I. Lennings (Irene) dhr. E.H.K. Logtmeijer (Karim) dhr. T. Maas (Kariem), hoofdredacteur

Abonnementen: jaarabonnement, incl. porto: € 16,00 abonnement buitenland: € 20,- per jaar los nummer: € 5,00. Aanmelding door betaling via rekening 777555 tnv Penningmeester Stichting Soefi Beweging Neder­land te Den Haag

Redactie-adres: redactiesg@gmail.com

Aanwijzingen voor auteurs: Bijdragen zijn welkom, mits niet langer dan ca. 2000 woorden en aangeleverd in Microsoft Word met eventuele voetnoten als eindnoten. De redactie behoudt zich het recht voor artikelen niet op te nemen of in te korten, en op de eigen websites te plaatsen. Kopij sturen naar het redactie-adres. Uiterste inleverdata voor het volgende nummer: 2 maanden tevoren (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 okto. ber) of in over­leg met de redactie.

Illustraties: De redactie stelt alles in het werk om reproductierechten te regelen. Voorzover dit niet correct is gebeurd, kunnen rechthebbenden contact opnemen met de uitgever.

Redactiemedewerker: dhr. N. Welten (Noud), opmaak

Drukker: NKB, Bleiswijk

Adresveranderingen sturen aan de uitgever, Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag met uitzondering van leden Soefi-Contact, die mutaties sturen naar hun secretariaat. © Soefi Beweging Nederland. Overname van agendapunten vrij. De inhoud van de artikelen is voor verantwoording van de auteurs en afgezien van plaatsing in dit tijdschrift en op daaraan gerelateerde websites, berust het copyright bij de auteurs.

2


Ten Geleide –

schepping en kabaal

Alleen God kan scheppen: iets maken uit niets. De mens kan alleen herscheppen: uit wat er is iets ánders maken. We zijn als kinderen in een zandbak die kastelen en taartjes maken en daar hele verhalen bij verzinnen. We zitten opgesloten in de beperkingen van de schepping en daaraan ontsnappen is alleen mogelijk door niets te worden. Het miraculeuze feit dat er iets is en niet niets, heeft door alle tijden heen filosofen bezig gehouden. Waarom is er eigenlijk iets? Bij die vraag vergeleken is de vraag waarom de mens, of waarom ik besta klein bier. Het zoeken naar de oorsprong levert tot op de dag van vandaag steeds weer nieuwe antwoorden op – vroeger in mythologieën, tegenwoordig in wetenschappelijk jargon. Het artikel ‘Van Niets tot Nu’ van de Leidse hoogleraar godsdienstfilosofie en ethiek Willem B. Drees getuigt daarvan in deze Soefi-gedachte. Hij probeert een relatie te leggen tussen de nieuw������ ste wetenschappelijke bevindingen en de oudste scheppingsverhalen. De voorbeelden in deze Soefi-gedachte van oude scheppingsverhalen laten zien dat zij vaak bol staan van hartstocht, moord en kabaal. Zeker, er zijn ook versies waarin de scheppingsdaad niet meer dan een fluistering lijkt te zijn geweest. ‘In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God’, getuigt daarvan. Maar na zo’n stil begin lopen de verhalen binnen de kortste keren over van rumoer. Het rumoer waarmee ons herscheppen gewoonlijk gepaard gaat. Niets menselijks is vroege goden en helden vreemd. Het meest intrigerende van die verhalen is hun open einde. Beter gezegd, ze zijn nog niet ten einde. Wij, lezers en navertellers, bevinden ons nog midden in het verhaal. Het is aan ons hoe het verhaal verder gaat. Nee, het is nog intrigerender dan dat. Willem B. Drees schrijft over ‘een begin dat misschien geen begin mag heten’. De begrippen ‘begin’ en ‘einde’ hangen samen met een lineaire, al te menselijke opvatting van tijd en geschiedenis. Toen er nog niets was, kon er immers ook geen tijd zijn. Wij bevinden ons dus helemaal niet ‘midden in het verhaal’. Wij zijn zelf de auteurs van het verhaal. Wij zijn zoals de handen in de ets van Escher die zichzelf tekenen. Elk moment kunnen wij naar eigen goeddunken ons scheppingsverhaal aanpassen aan de eigen wensen, met kabaal, hartstocht of wetenschap. Met elke nieuwe versie herscheppen wij onszelf. Kariem Maas 3


Het Godsideaal

Hazrat Inayat Khan

God en het Godsideaal zou men kunnen zien als de zon en het licht. Evenals er tijden zijn, dat de zon door wolken wordt bedekt, zo zijn er ook tijden dat het Godsideaal bedekt wordt door het materialisme. Maar als de wolk voor een ogenblik de zon bedekt, dan betekent dat niet dat de zon voor ons verloren is en ook al lijkt bij het overheersen van het materialisme het Godsideaal verdwenen, daarom is God er nog wel. Het gaat met de wereld als met de altijd rijzende en vallende golven van de zee. De ene tijd schijnen ze zich te verheffen en de andere tijd weer neer te vallen, maar bij elk rijzen en dalen van de golven, blijft de zee toch dezelfde. En zo is, met al zijn veranderingen, het leven steeds hetzelfde. Wij zien dat in de laatste jaren over de gehele wereld een fase is gekomen dat het Gods-ideaal volkomen vergeten lijkt te zijn. Dat betekent niet, dat de kerken zijn verdwenen, het betekent niet dat God niet bestaat, maar dat een licht dat er eenmaal was, bedekt is en opgehouden heeft om voor ons te schijnen. Maar evenals er een nacht is na de dag, zo komen ook deze veranderingen in de toestand van het leven: licht en duisternis. In het huidige tijdperk van wetenschap aan de ene zijde, materialisme aan de andere en koopmansgeest bovenaan, schijnt de mens zich verblind te hebben door zijn zucht naar rijkdom en macht en hij kan niets anders zien. Niet dat er niet gezocht wordt naar licht, het is de aard van elke ziel om te zoeken naar licht, maar de grote vraag is: hoe kan het licht in de wereld komen als het ene volk vijandig staat tegenover het andere, en het ene ras tegenover het andere, en de volgelingen van de ene godsdienst tegenover de volgelingen van de andere. Hoe kan er dan vrede zijn, en hoe kan dan het licht komen? Het teken van de dag is dat alle dingen duidelijk waarneembaar zijn en het teken van de nacht is dat niets gevonden of gezien wordt, het is donker. De vreselijke nachtmerrie die de wereld doorgemaakt heeft, is juist voorbij en ofschoon die golf, die nachtmerrie, voorbij schijnt te zijn, zijn haar gevolgen nog steeds aanwezig en de gevolgen zijn erger dan bloedvergieten. Wanneer de mens dorst naar het bloed van zijn medemens, hoe kunnen wij dan zeggen dat er licht is? Als een mens vol vreugde aan zijn dis kan zitten en eten, terwijl zijn buurman sterft van honger, waar is dan het licht? En dat is de toestand waarin het mensdom heden ten dage verkeert. En wat is de oorzaak? Dat het Licht, het Godsideaal ontbreekt. Mij trof eens als iets aardigs het eenvoudige antwoord van een dienstmeisje toen iemand kwam en aanklopte, maar het meisje was bezig en kon niet dadelijk komen, zodat zij de man liet wachten. Toen zij tenslotte kwam, was hij erg boos en zei: “Waarom heb je niet eerder open gedaan?” Ik vroeg het meisje: “Waarom denk je dat die man zo boos was?” Zij antwoordde onschuldig: “Omdat God niet in hem is.” Het woord van Christus is dat God Liefde is, en als God Liefde is, dan kunnen wij, ieder van ons, bewijzen dat God in ons is door in ons leven uitdrukking aan Hem te geven. 5


Zeker, al naar gelang van de uiterlijke gewoonten van de verschillende godsdiensten gaat de een naar de kerk, de ander naar een moskee, een derde naar de synagoge, en weer een ander naar de tempel van Boeddha. Maar de innerlijke kerk is niet in een moskee, of in een synagoge. Ze is in het hart van de mens waar God Zijn woonplaats heeft en waar Christus verblijft. Als dit goddelijk element in het menselijk hart straalt, dan zal de mens naar het gebedshuis gaan, en dan zal zijn gebed verhoord worden. Er bestaat in India een bekend verhaal van een meisje dat de plek voorbijging waar een moslim zijn gebeden verrichtte en het voorschrift is dat niemand de plek mag voorbijgaan waar een mens in gebed is. Toen het meisje terugkwam, zei de man tot haar: “Wat een onbeschaamdheid. Weet je wel wat je gedaan hebt?” “Wat heb ik dan gedaan?” vroeg het meisje. En de man zei dat niemand over die plek had mogen gaan. “Ik bedoelde er geen kwaad mee” zei het meisje, “maar vertelt u mij eens wat verstaat u onder bidden?” “Voor mij is bidden het denken aan God” zei de man. “O”, antwoordde zij, “ik ging naar mijn geliefde toe en ik dacht aan hem en daarom zag ik u niet; maar als u aan God dacht, hoe kon u mij dan zien?” De gedachte is, dat een gebed levend wordt als het uit een levend hart oprijst. Wanneer het hart dood is, heeft het gebed geen betekenis, het is dood. Er bestaat het verhaal van een Arabier die naar de moskee ijlde op de tijd dat het gebed tot God werd gezegd, maar voordat hij daar aankwam, waren de gebeden afgelopen. Onderweg ontmoette hij een man die uit de moskee kwam en hij vroeg hem: “Zijn de gebeden al afgelopen?” De man antwoordde bevestigend, de ander zuchtte diep en zei: “Helaas”. Toen vroeg de man: “Wilt u mij de uitwerking van uw zucht geven in ruil voor de uitwerking van mijn gebeden?” en de ander stemde daarin toe. De volgende dag zag de eenvoudige man de profeet in een droom die hem vertelde dat hij een slechte ruil had gedaan, want die ene zucht was evenveel waard als alle gebeden van een heel leven, want die zucht kwam uit het hart voort. Er zijn verschillende soorten van mensen op verschillende treden van geestelijke ontwikkeling en het spreekt vanzelf, dat ieder zich een voorstelling van God maakt wanneer hij bidt, al naar gelang van zijn eigen evolutie. Kan iemand oordelen over een ander die bidt en kan hij zeggen: “God is niet dit of dat?” Mensen die anderen hun geloof opdringen brengen hen vaak juist in opstand tegen dat geloof, ook al zou het ’t ware zijn. Er is een grote mate van tact, van bedachtzaamheid en voorzichtigheid nodig om het geloof van iemand anders uit te leggen, of er iets in te willen verbeteren. In de eerste plaats is het aanmatigend, als een mens een uitleg wil geven van God, ofschoon de mens vandaag de dag graag God niet alleen zou willen verklaren maar zelfs zou willen onderzoeken of de geest van God bestaat. Enige tijd geleden heb ik mij vermaakt met het bericht dat er mensen zijn die niet alleen geesten willen fotograferen maar zelfs de ziel willen wegen! In oude tijden was het zeer goed dat de staat eerbied voor het Godsideaal en de godsdienst had en dat ze de mensen ook leerden om eerbied te hebben. Tegenwoordig wil de mens wat hij noemt ‘vrijheid’ in de godsdienst hebben, zelfs in dat waarop alle godsdiensten gebouwd zijn, in het Godsideaal! Maar men moet wel bedenken dat het niet het pad van vrijheid is, dat naar het doel 6


van vrijheid leidt, maar het pad van het Godsideaal, dat leidt naar het einddoel van de waarheid. De mens heeft eerbied voor zijn moeder of vader, voor echtgenoot of echtgenote, of voor zijn meerderen, maar zij hebben begrensde persoonlijkheden. Aan wie moet hij dan de hoogste eerbied schenken? Slechts aan één wezen – aan God. De mens kan een ander menselijk wezen liefhebben, maar juist het feit dat hij een ander menselijk wezen liefheeft maakt, dat hij niet alles kan geven wat hij zou willen. Om uitdrukking te geven aan alle liefde, die in hem is, moet hij God liefhebben, die onbegrensd is. Men voelt bewondering voor alles wat schoon is, in kleur, in klank of in vorm. Maar alles wat schoon is heeft zijn beperkingen. En wanneer men uitrijst boven de beperkingen, dan is er die volmaaktheid, welke God alleen is. Veel mensen zeggen: “Zeker, de volmaking van alles, van liefde, harmonie en schoonheid is God; maar waar is de persoonlijkheid van God?” Deze moeilijkheid voelen sommigen wanneer zij zoeken en niets kunnen vinden om te aanbidden, dat anders is dan alles wat zij om zich heen zien. In alle tijden hebben de mensen afgoden aanbeden, of de zon, of het vuur, of een andere vorm waarin zij God zagen, omdat zij niet in staat waren verder te kijken dan hun ogen konden zien. Het is natuurlijk gemakkelijk om iemand te bekritiseren of met verachting op hem neer te zien. Maar in werkelijkheid is het toch een bewijs dat elke ziel er naar verlangt iemand te bewonderen, te aanbidden, of te vereren. Er wordt ons een verhaal verteld van Mozes. Op een dag ging hij langs een hoeve en zag een boerenjongen die daar stil zat en tot zichzelf sprak: “O, God, ik heb u zo lief, als ik U hier in deze velden zag, dan zou ik U een zachte legerstede geven en heerlijke spijzen, en ik zou zorgen dat geen wilde dieren U zouden naderen. U bent mij zo dierbaar, en ik verlang zo U te zien. Als U slechts wist hoe lief ik U heb, dan weet ik zeker, dat U zich aan mij zou vertonen.” Mozes hoorde dit en sprak: “Jongeman, hoe durf je zo over God te spreken? Hij is de vormloze God die alles behoedt en beschermt, en geen wild dier of vogel zou Hem kwaad kunnen doen.” De jongen boog verdrietig het hoofd en huilde. Er was iets voor hem verloren gegaan en hij voelde zich erg ongelukkig. Toen kreeg Mozes een openbaring, als een innerlijke stem die tot hem sprak: “Mozes, wat heb je gedaan? Je hebt een waar minnaar van Mij gescheiden. Wat doet het er toe, hoe ik genoemd wordt, of hoe ik toegesproken word? Ben Ik niet in alle vormen?” Dit verhaal maakt ons duidelijk en leert ons, dat het alleen een onwetende kan zijn die een ander ervan beschuldigt dat hij een verkeerd begrip omtrent God heeft. Het leert ons hoe voorzichtig wij moeten zijn met het geloof van een ander. Zo lang deze de vonk heeft van zijn liefde voor God, moet men zacht die vonk aanblazen, opdat er een vlam uit op mag laaien, anders zal die vonk worden uitgedoofd. Hoe zeer hangt in het algemeen de geestelijke ontwikkeling van de mensen af van één godsdienstig mens! Hij kan het licht verspreiden of het doen afnemen, wanneer hij anderen zijn geloof opdringt. Ofschoon er geen spoor van Gods persoonlijkheid aan de oppervlakte gevonden kan 7


worden, kan men toch zien dat er een bron is waaruit alle persoonlijkheid voortkomt, en een doel waarheen alles moet terugkeren. En als er één enkele bron is, wat een grote Persoonlijkheid moet die ene Bron dan zijn! Dit kan niet geleerd worden door groot intellect, ook zelfs niet door de studie van metafysica of vergelijkende godsdiensten, het kan alleen begrepen worden door een zuiver en eenvoudig hart vol van liefde. De grote persoonlijkheden, die van tijd tot tijd op aarde zijn neergedaald om in de mens die liefde te doen ontwaken, die zijn goddelijk erfdeel is, vonden altijd eerder weerklank in de onschuldige, eenvoudige zielen dan bij grote intellectuelen. De mens verwart vaak wijsheid met intellect en intellect met wijsheid. Maar dat zijn twee verschillende dingen: de mens kan wijs zijn en knap, en de mens kan ook knap zijn en geen wijsheid bezitten. Iemand die knap is kan zoeken en zoeken, en toch God niet vinden. Het is een stroom, de stroom van liefde die leidt tot God. Er bestaat een verhaal van een koning die in de bossen op jacht was en hongerig aan een huis kwam van een boer die hem vriendelijk ontving. Toen de koning afscheid nam van de boer was hij zo getroffen door diens vriendelijkheid, dat hij tegen hem zei, zonder hem mee te delen dat hij een koning was: “Neem deze ring en als u ooit in moeilijkheden raakt, kom dan naar mij in de stad en ik zal zien wat ik voor u kan doen”. Na enige tijd was er een hongersnood. De boer was in grote moeilijkheden en zijn vrouw en kind waren stervende en hij ging naar de stad om die man te zoeken. Toen hij de ring toonde, werd hij bij de koning toegelaten. De boer trad het vertrek binnen en zag dat de vorst in gebed verzonken was, en toen daarna de koning naar hem toe kwam, vroeg de man: “Wat deed u daarnet?” “Ik bad om vrede, liefde en geluk voor mijn onderdanen”, antwoordde de koning. “Dus er is iemand, die machtiger is dan u” zei de boer, “iemand, tot wie u zich moet wenden voor wat u nodig hebt? Dan zal ik ook gaan tot Hem, die groter is dan u en van wie zelfs uw lot afhankelijk is.” De boer wilde verder geen hulp aannemen en tenslotte liet de koning alles wat nodig was naar zijn huis zenden met de opdracht dat niemand mocht vertellen dat het van de koning kwam. De gedachte is dat niet alleen geloof noodzakelijk is, maar ook overtuiging. Geloof is één ding, maar overtuiging is iets levends. En de waarschuwers en leraren van de mensheid en de grote predikers die van tijd tot tijd gekomen zijn toen de duisternis overheerste, welke boodschap brachten zij? Brachten zij de wereld nieuwe godsdiensten of nieuwe theorieën? Nee. Jezus Christus heeft gezegd: “Ik ben niet gekomen om een nieuwe wet te brengen, ik ben gekomen om de wet te vervullen.” Zou iemand ooit nog een nieuwe theorie kunnen brengen? De wetenschapsmens misschien, maar niet een geestelijke boodschapper. Wat bracht de geestelijke boodschap dan? Zij bracht de wereld een levende God, een licht dat achter de woorden verborgen was. Met zijn geestelijke boodschap heeft God Zijn Leven en Licht aan de wereld gebracht. Het werk van de Soefi Beweging heeft tot taak in deze tijd een betere verstand8


houding teweeg te brengen tussen de volgelingen van de verschillende godsdiensten. De Soefi Boodschap is geen nieuwe boodschap, hoewel zij zich wel als zodanig voordoet. Het is de weerklank van dezelfde stem, die stem die we door alle eeuwen hebben kunnen horen. Op dit ogenblik, nu rassen en naties en de volgelingen van verschillende godsdiensten allen tegen elkaar strijden, is de tijd gekomen dat alleen een woord van eenheid en vrede allen in God kan verenigen. De Soefi Orde is geen aparte gemeenschap en geen aparte godsdienst. Zij is een kern van menselijke broederschap die de innerlijke noodzaak van iedere ziel is. De Soefi Boodschap is aan alle naties gegeven en doet een beroep op alle rassen en de volgelingen van alle godsdiensten. Zij leert de mensen hun eigen godsdienst te volgen, wat die ook moge zijn. Zij wil dat de mensen oprecht zijn en beter begrijpen. En dat zij niet alleen in God geloven en in de woorden van Christus, maar dat zij ook vertrouwen hebben in Hem en in zijn goddelijk Woord. We moeten denken aan de verdraagzaamheid van de meester en aan zijn vergevensgezindheid, en hoe de wereld er vandaag de dag uit zou zien als wij dat ook in ons hadden! Als we de natuurlijke godsdienst volgen, de goddelijke impuls die in ieders hart is, dan beleven we de ware godsdienst. Deze tekst komt uit de versie van de Religieuze Gathekaâ&#x20AC;&#x2122;s die gemaakt is voor w w w.soefi.nl

o mens, het is niet de fout van de Ene als jij die goddelijke Geliefde niet ziet als jij die goddelijke Geliefde niet hoort de Ene is voortdurend aanwezig de Ene spreekt voortdurend tot je als jij dat niet hoort, als jij dat niet ziet is dat jouw fout

9


Over het ego

Hidayat Inayat Khan Dogmatische voorschriften confronteren ons niet alleen met ons eigen ego, maar ook met het ego van al diegenen die leven in culturen waarin vrij denken wordt ingeperkt door traditie; terwijl op het pad van geestelijke vrijheid de mens niet wordt beperkt door illusies en hij niet achter de schaduw van zijn eigen ego of dat van anderen aanrent. Geestelijke vrijheid houdt echter niet in dat we geen begrip hebben voor andermans geloof. Het betekent eerder dat we ontdekken dat de Aldoordringende Geest altijd aanwezig is, als een parel verstopt in de harten van de ware religieuze zoeker naar Waarheid. De eerste stap op het pad van de Kunst van de Persoonlijkheid is nederigheid. De volgende stap is dat we consideratie met anderen hebben. De derde stap is meesterschap over ons eigen ego, dat kan worden vergeleken met een tweekoppige slang. De ene kop is op een dwaze manier in conflict met zijn eigen minderwaardigheidscomplexen zoals zelfingenomenheid, zelfmedelijden en vooropgezette denkbeelden die alleen maar leiden tot teleurstelling. De andere kop van de slang is op een roekeloze manier geobsedeerd door zijn neiging om te overheersen en te bezitten, zonder enige consideratie met de ander te hebben. De beten van deze tweekoppige slang zijn als de pijn die we onszelf en onze medemens aandoen. Paradoxaal genoeg wordt het gepersonifieerde ego vooral gedreven door de levens energie van binnenuit, die wordt onthuld als een “bewustzijn”. Op het niveau van zelfdiscipline, dat we kennen als de Kunst van de Persoonlijkheid, wordt dit bewustzijn ervaren in Mystiek, Filosofie en Psychologie. Die zijn als de openers van deuren naar een ruimte waar het zelf niet meer wordt gezien als iets van onszelf, hoewel we vanaf de geboorte al de plicht hebben om voor onszelf de middenweg tussen noodlot en vrije wil te vinden. In Mystiek worden we geïnspireerd wanneer we het ego sublimeren tot het niveau van innerlijk bewustzijn van de Goddelijke Leiding, die ons in het verborgene de weg wijst. In Filosofie, leren we op verschillende manieren zelfdiscipline te ontwikkelen, waardoor het ego ingeperkt wordt binnen de grenzen van betamelijk gedrag. In Psychologie analyseren we de verschillende aspecten van het ego, voordat we deze eindelijk in ons eigen karakter ontdekken. Wanneer we boven de beperkingen van ons ego uitstijgen, realiseren we dat we slechts de vermomming zijn van die ene Aldoordringende Realiteit, waarvan we op hetzelfde moment zowel de beweegreden, de energie als ook de vervulling zijn.

10


Reflexie op ego Sabir Jaap Dekker

ego is het besef dat je als individu bestaat Hazrat Inayat Khan gebruikte in zijn leringen vaak het begrip mind, waaraan hij de volgende vijf verschillende aspecten onderscheidde: het denkvermogen, het gevoel, de wil, het geheugen en het ego. Het moeilijke begrip ego is in alle culturen, in alle tijden, al wel bekend, maar vaak blijft onduidelijk wat men daaronder wil verstaan. Enkele poëtische omschrijvingen van ‘ego’ zijn bijvoorbeeld: - het lagere en het hogere zelf. - het onware (valse) en het ware ego. En wat daaronder dan verstaan kan worden mag ieder voor zichzelf bedenken en invullen. Om toch wat meer helderheid te krijgen kunnen we aan het ego onderscheiden: a) het zelfzuchtig ego: streeft eigenbelang na, ten koste van de ander. Het zelfzuchtig ego: bestaat niet op zichzelf, is het tijdelijke, is onwetendheid, is beperking, is het kwaad dat ook wel satan (de schaduw) wordt genoemd. b) het onzelfzuchtig ego: streeft niet iets na ten koste van de ander. Het onzelfzuchtig ego: omvat eeuwigheid, wijsheid, streven naar volmaaktheid (perfectie), goedheid.

als de ziel uitrijst boven het zelfzuchtig ego begint ze haar edelmoedigheid te verwerkelijken en in het overwinnen van het zelfzuchtig ego realiseert de ziel de Ene* *vrij naar Hazrat Inayat Khan

11


Van Niets tot Nu

Scheppingsverhalen en wetenschap

Willem B. Drees Er is een enorm verhaal na te vertellen: de ontwikkeling van onze wereld vanaf het allereerste begin tot heden, ‘van niets tot nu’. Dankzij de wetenschappen is veel over die geschiedenis duidelijk geworden. Onze kennis is niet af, maar wel staan wetenschappelijke inzichten, ten dele, zo stevig in hun schoenen dat we daar rekening mee hebben te houden wanneer we onze overtuigingen verwoorden en verantwoorden. Wat betekent het voor ons beeld van mensen, met hun goede en kwade eigenschappen, om te weten dat wij in een lang evolutionair proces zijn ontstaan? Wat betekent het voor onze kijk op de Aarde wanneer we beseffen dat onze planeet een kleinigheid lijkt te zijn in een gigantisch groot heelal, dat echter ook ooit heel klein begonnen is? Van ouds hebben mensen elkaar verhalen verteld over de oorsprong van hun wereld, die van hun stam en hun woongebied, van mannen en vrouwen, van de wilde dieren, het graan, de zon en maan. Scheppingsvertellingen brachten tot uitdrukking hoe mensen zichzelf verstonden in relatie tot hun omgeving. De verhalen betekenen meer dan feitelijke informatie. In onze tijd worden dergelijke oude mythen soms vergeleken met wetenschap, alsof het vooral zou gaan om de feitelijke juistheid van het beschrevene. Bijvoorbeeld, als je naar de bijbelse traditie kijkt: ‘Was er een schepping in zeven dagen en een wereldwijde vloed?’ Indien de verhalen zo worden bezien en beoordeeld, dan zijn scheppingsvertellingen van vroeger rijp voor de prullenbak of, beter, de afdeling curiosa in een cultuurhistorisch museum. ‘Zo dacht men er vroeger over, maar wij weten wel beter.’ Maar scheppingsvertellingen kunnen wij ook zien als pogingen om tot uitdrukking te brengen wat mensen bewoog, wat hen raakte, waar ze mee worstelden of dankbaar voor waren. En in die zin overstijgen ze de beperkingen van hun eigen wereldbeeld. Wij kunnen ze herkennen, want wij staan voor soortgelijke vragen. Verwondering over het bestaan, afhankelijkheid en verantwoordelijkheid: dat zijn thema’s die ook in de taal van onze tijd aan de orde gesteld kunnen en moeten worden. ‘Van Niets tot Nu’ en het gelijknamige boekje waarin het is opgenomen zijn een poging tot een verantwoorde scheppingsvertelling. Het is bedoeld als een poging om in het licht van de wetenschap onze plaats en taak te verwoorden. Een eerste stap is het zoeken naar nieuwe beelden, een taak waar dichters misschien beter voor geschikt zijn.

12


toen was het heelal als een ziedende zee, zonder land en zonder lucht, als een vuur zonder hout en zonder kou. Zo klein als het was, op zichzelf aangewezen, heeft het heelal zich ruimte geschapen, koelte en materie voortgebracht.

Een scheppingsvertelling Om te beginnen was er een tijd toen er geen tijd was, toen tijd nog niet was. Die tijd die geen tijd was is een horizon van niet-weten een mist waar onze vragen verdwijnen en geen echo komt ooit terug. In het begin, dat misschien geen begin mag heten, in die eerste fractie van een seconde, die misschien niet de eerste fractie van de eerste seconde mag heten, is ons heelal begonnen, nog zonder ons. Na het begin, dat misschien geen begin mag heten, na die eerste fractie van een seconde, die misschien niet de eerste fractie van de eerste seconde mag heten, nadat ons heelal begonnen was, nog zonder ons,

In miljarden melkwegstelsels heeft het heelal zich uit stof sterren, uit sterren stof gevormd. Veel later uit stof van sterren van stof van sterren van stof wervelde zich onze Zon en uit restjes de Aarde, ons huis. Zo, na tienmiljard jaar, werd het avond en morgen: de eerste dag. Leven een onooglijk begin ongericht een verhaal van mislukken en soms, een beetje succes. Een molecuul droeg informatie van geslacht op geslacht, zo werd doelgerichtheid bij toeval tot stand gebracht. Het gif werd een gave, zuurstof een beschermend kleed. Miljarden jaren later cellen smelten samen, sex, ouderdom en dood, nieuwe vormen nieuw bedrog. 13


Een enkele langzame longvis glibberde over de rand; zo kwamen amfibieën tot stand. Succesvol leven een ramp voorbij een nieuw getij.

Religie cement van de stam machten van het woud de bergen, de storm, de zee geboorte en dood meer dan het onmiddellijke een moeten, behoren, overmacht als goden zo groot.

Eergisteren een paar miljoen jaar geleden, de East Side Story: apen groepen jagen, roepen. Stokken, stenen, vuur etend van de boom der kennis van de boom van goed en kwaad, macht, vrijheid, verantwoordelijkheid: Beesten bleven wij, meer werd geleverd dan besteld, meer dan te dragen?

Gisteren tienduizend jaar geleden sloeg Kaïn Abel dood, wij boeren eten beschaamd brood, de aarde roept, voor altijd rood? Een nieuwe tijd: een profeet waarschuwt vorst en volk, een timmerman vertelt ‘een man geslagen door rovers werd verzorgd door een vijand ‘. Kijken meten en tellen kennis toetsen en gezag, Verlichting uittocht uit onmondigheid. Met ons kistje vol letters en verhalen op weg in deze tijd. Tussen hoop en vrees onze naasten het leven hier op Aarde, tussen hoop en vrees het grootse project van denken en mededogen, op een weg van vrijheid.

14


De verantwoording van bloemrijke taal

“Bloemrijke en beeldende taal kan misleiden. Wij moeten proberen om helder en verantwoord te spreken. Die kritische zin van de moderne cultuur vind ik een groot goed”, schrijft Drees. Daarom laat hij zijn vertelling volgen door zo’n zestig pagina’s verantwoording van zijn bloemrijke beelden, waarin hij relaties legt met de natuurwetenschappen zoals die zich in de laatste eeuwen hebben ontwikkeld. “Het is volgens mij géén goede strategie om ‘geloof te redden door een eigen ‘wetenschap’ te brouwen, of dat nu gebeurt door fundamentalisten (‘creationisme’) of door spirituele zoekers (‘holisme’, astrologie, parapsychologie, etc.). Het is ook géén goede strategie”, schrijft Drees, “om wetenschap te veel te relativeren. Met de theorieën en modellen die de laatste tweehonderd jaar ontwikkeld zijn, blijken we grote stukken van de werkelijkheid met groot succes te kunnen beschrijven en verklaren. Daarmee is niet gezegd dat onze theorieën ‘de waarheid’ precies weergeven; wel dat wetenschap verder reikt dan onze fantasie: via de wetenschappen zijn we de werkelijkheid op het spoor.” In deze samenvatting van zijn verantwoording passeren een paar essentiële begrippen de revu.

Tijd

De kosmologie daagt ons uit om los te komen van een wijze van denken die voor ons zo vanzelfsprekend is, namelijk de gedachte dat alles in de tijd gebeurt. Met daarbij onvermijdelijk de vraag wat God deed voordat hij de wereld schiep. Maar tijd moeten we niet zien als een eigenschap van God, maar als deel van de schepping. “Tijd is verbonden met beweging: de slinger van een klok, de draaiing van de Aarde, de frequentie van een trilling. Als er geen klok is die tikt, geen Aarde die draait, hoe zouden we dan kunnen zeggen dat de tijd verstrijkt? Tijd is verbonden met beweging en dus met de materie”, schrijft Drees. Deze opvatting – tijd als begrip dat met materiële processen samenhangt – vind je ook in de moderne wetenschap. In het allervroegste heelal is het begrip ‘tijd’ niet meer bruikbaar. Dat is niet erg; het wijst ook niet op een wonderbaarlijke ‘andere kant’. Stephen Hawking, een bekende wetenschapper op dit terrein, gebruikte het beeld van de Noordpool. Overal op Aarde kan je aangeven welke richting noord is, behalve op de Noordpool. Toch is de Noordpool een gewoon punt op de aardbol, net als alle andere punten. Alleen is ons begrip ‘noord’ als richting niet goed bruikbaar. Zo is het ook met ons begrip ‘tijd’. Het is een begrip dat meestal goed werkt, maar niet altijd bruikbaar is. En als ‘tijd’ niet bruikbaar is, dan hebben we te maken met een ‘begin dat misschien geen begin mag heten’.

Mysterie

Wetenschap is blikverruimend, maar heeft ook grenzen. Wetenschap kan de ‘horizon van niet-weten’ niet opheffen; er blijft ‘een mist waar onze vragen verdwijnen, en geen echo komt ooit terug’ , aldus Drees. Stel je voor dat er een complete theorie over alles zou komen, in één artikel, in één enkele formule staat het antwoord op al onze vragen. Dat artikel staat op een stuk papier; de formule bestaat uit symbolen. Daarom blijft er een niet-beantwoorde vraag: Waarom is er een werkelijkheid die zich gedraagt zoals die formules beschrijven? Waarom is er iets en niet niets? 15


We werken altijd binnen de grenzen van onze ideeën en van ons bestaan. Wij kunnen het heelal nooit ‘van buiten’ bekijken, vanuit het perspectief van de eeuwigheid. Dat is ook een probleem bij het spreken over God: we zitten in het heelal en suggereren te spreken over iets daarbuiten.

Heelal

Het heelal is compleet. Binnen alle energie, materie of hoe je het ook duidt, vinden veranderingen plaats, er zijn krachten en tegenkrachten, maar er is geen reden aan te nemen dat af en toe van buitenaf wordt ingegrepen, evenmin dat God als ingenieur de zaak in gang heeft gezet. God denken als ingrijper van buiten, is denken in termen van oorzaak en gevolg. En daarmee zitten we weer gevangen in onze begrippen van tijd en ruimte. In de theologische traditie is wel over God gesproken als de ‘eerste oorzaak’, die de oorzaak is van alle natuurlijke processen. Maar misschien dat we beter méér afstand kunnen nemen van onze noties van tijd, ruimte en oorzaak, aldus Drees. Hij spreekt liever over God als “dragende grond van het bestaan”, onlosmakelijk verbonden met de natuurlijke orde in al haar compleetheid – werkelijk heel-al.

Toeval, doelgerichtheid en moraal

Natuurlijke selectie zorgt voor verschillen, maar heeft niet een vooruitziende blik, geen doel. Ze gebeurt gewoon. Dat die verschillen een doel dienen, is evolutionair te begrijpen. Zo zijn in het dierenrijk veertig keer ogen ‘uitgevonden’; verschillend van bouw, maar functioneel in hoge mate equivalent. De basis voor doelgerichtheid in individuele organismen is dus gelegen in het feit dat er informatie van genera16


tie op generatie wordt doorgegeven, schrijft Drees als toelichting op de passage “Leven / een onooglijk begin / ongericht / een verhaal / van mislukken / en soms, een beetje / succes”. Maar netzomin als de Eiffeltoren gebouwd is ter wille van het laagje verf op het topje ervan, is de mens einddoel van de schepping; de mens is gewoon een onderdeel van het gebeuren. Drees borduurt daarop voort bij zijn interpretatie van cultuur versus natuur: “Moreel gedrag heeft haar basis in de rijkdom van onze evolutie. We zijn bedeeld met intuïties en emoties. Dat is al een mix van cultuur en natuur. Verder zijn we, soms, een beetje gevoelig voor redenen, voor argumentatie. Doordat gedachten zich sneller verspreiden dan genen (die alleen maar op het eigen nageslacht worden overgedragen), kan cultuur zich sterk ontwikkelen. Dankzij de vorming van cultuur als een tweede soort ‘erfenis’, naast de genetische, en dankzij het vermogen tot reflectie en de drang tot publieke verantwoording zijn we niet uitgeleverd aan onze evolutionaire erfenis. We zijn biologisch bepaald, maar juist dankzij onze biologische structuur ook vrij, verantwoordelijk.”

Religie

“Religies zijn opgekomen in de omgang met de ‘machten van het woud, de bergen, de storm, de zee’. Als we te maken hebben met grillige gebeurtenissen, vervallen wij soms nog steeds in animistische taal, alsof de dingen bezield zijn: de auto ‘wil’ niet starten.” Drees signaleert dat religieuze taal te maken heeft met aspecten van de werkelijkheid die wij niet overzien. Vandaaruit waren religies lange tijd gericht op het voortbestaan van de sociale en kosmische orde. Enige eeuwen voor het begin van onze jaartelling kwam er een nieuwe houding op, en daarmee een nieuw soort religie. Karl Jaspers, die deze schematisering van de cultuurgeschiedenis invoerde, noemde dit de ‘spiltijd’, als keerpunt in de geschiedenis. In Griekenland waren er de grote filosofen, in Israël traden profeten op, in Perzië was er Zoroaster, in India Gautama (Boeddha) en Mahavira, de stichter van het jaïnisme, en in China Confucius en Lao Tze (taoïsme). Naast de stamreligies ontstonden de wereldreligies. Het is riskant om al te veel over gemeenschappelijke elementen te spreken, aldus Drees; daarvoor zijn de ontwikkelingen in de verschillende culturele tradities ook te zeer verschillend. Maar gemeenschappelijk is een groter besef van individuele verantwoordelijkheid. Niet de continuering van de gemeenschap met haar vaste posities en rolverwachtingen staat voorop, maar het individu en dat wat hij (of zij) zou kunnen worden. In geloof gaat men niet langer alleen om met machten die we niet overzien, niet begrijpen en niet beheersen, maar ook de confrontatie aan met situaties die we niet willen aanvaarden.

Kritische geest

De opkomst van de moderne natuurwetenschappen is een van de grootste overgangen in de menselijke geschiedenis, misschien alleen te vergelijken met de opkomst van de landbouw, meent Drees. Het is een hoogtepunt van zelf-kritisch nadenken. Ook de Bijbel werd voorwerp van historisch onderzoek. De teksten waren het werk van mensen. Wanneer en door wie opgetekend? Wat is legende en wat is betrouwbaar? De christelijke traditie werd de eerste religieuze traditie die gedwongen werd tot kritisch zelf-onderzoek. De filosoof Immanuel Kant noemde aan het eind van de 17


achttiende eeuw de Verlichting de uittocht van mensen uit onmondigheid. Drees ziet dat als een groot goed: “Wij hebben iets ontdekt wat de moeite waard is. Er is natuurlijk veel onrecht gedaan in de naam van ‘beschaving’ en ‘rede’. Maar we hoeven niet uit schuldbesef te doen alsof er niet iets belangrijks gebeurd is in deze eeuwen. Met name de opkomst van de natuurwetenschappen, van historisch besef, van het politieke gelijkheids- en vrijheidsideaal en van de sociale rol van de democratische staat zijn niet zomaar cultuurverschijnselen, naar wens in te ruilen voor producten uit andere culturen en andere tijden.” Hij noemt dit “moreel geïnspireerde momenten” en “een belangrijke etappe op de weg naar ‘hogere’ vormen van leven”. Hoger bedoeld in geestelijke zin, als groei in moraal en kritische zin ten opzichte van ons en anderen. De christelijke zelfkritiek is gepaard gegaan met openheid voor wijsheid uit andere culturen. Meditatie-technieken uit Azië hebben een brede verspreiding gekregen. Daar is veel voor en niets tegen, meent Drees, tenzij het gecombineerd gaat met naïeve pretenties alsof meditatie maatschappelijke problemen zomaar zou doen verdwijnen, voorbijgaand aan de rol van machtsverschillen. Hij ziet ook veel goedgelovigheid, waarbij de morele en intellectuele zelf-kritische houding die binnen de westerse cultuur is opgekomen, weer verlaten lijkt. “Met de vermeende wijsheid van engelen, bomen, en sterren lijken mensen telkens weer op zoek naar de veiligheid van een eerdere, naïevere levensvisie”, schrijft hij.

Vrijheid en vrije wil

Wetenschap en techniek hebben onze mogelijkheden enorm vergroot. Er rust op de mens daarmee ook een toenemende verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld wat ecologie en duurzaamheid betreft. Kunnen wij die verantwoordelijkheid aan? Over vrijheid, vrije wil zijn boekenkasten volgeschreven. We dragen de erfenis van het verleden mee, worden er deels door bepaald maar zijn ook in staat tot reflectie op eigen handelen. Drees: “Naar mijn idee is menselijke vrijheid niet onbepaaldheid, maar betekent het dat wij ons kunnen laten leiden door een levensplan, door idealen. We kunnen de onmiddellijke behoeften en reacties overstijgen, daar nog eens op terug kijken, over nadenken, de kring van betrokkenen overzien, ons corrigeren. Daarin bestaat vrijheid. Maar we kunnen ook nalaten na te denken, ons verliezen in een verslaving, afzien van onze analytische mogelijkheden. De evolutie garandeert geen ‘happy end’. Het grootse project van denken en mededogen, op een weg van vrijheid, is een project dat wij aan moeten pakken, telkens weer. Een loflied op de schepping past, maar de schepping leidt niet tot een rustdag waarop de verworven rijkdommen in vitrines tentoongesteld kunnen worden.” Samenvatting: Kariem Maas De “wetenschappelijke scheppingsvertelling Van Niets tot Nu” is in 1996 uitgegeven door Kok (Kampen) en met toestemming van de auteur overgenomen. De inleiding is een bewerking van het eerste hoofdstuk. Het boekje is uitverkocht maar te vinden op internet bij www.drees.nl onder het submenu ‘publications’. Willem B. Drees is hoogleraar godsdienstfilosofie en ethiek aan de Universiteit Leiden en richt zich op het denken over geloven in de moderne cultuur. Hij is redacteur van het wetenschappelijke Engelstalige tijdschrift Zygon: Journal of Religion and Science (www.zygonjournal.org) dat zich richt op de interacties tussen wetenschap en religie. In 2010 verscheen van zijn hand Religion and Science: A Guide to the Debates (Routledge, London).

18


COLUMN Harmonie

Karim Logtmeijer Na een lezing bij de soefi’s over de innerlijke weg, zelfbeheersing en het bewerkstelligen van harmonie in de mens, stelt een toehoorder de volgende vraag: “U spreekt over harmonie en vrede, maar hoe ziet u de rol van de mysticus in de wereld vol oorlog en strijd? Daarbij doel ik op de actuele situatie in Syrië. Moeten we ingrijpen of al die weerloze burgers aan hun lot overlaten? Wat is wijsheid in deze? Ingrijpen of lijdzaam toekijken?” De soefi geeft in zijn antwoord aan dat de mysticus zich voornamelijk richt op de innerlijke strijd, waardoor hij tot harmonie wil komen. Hij probeert boven zichzelf uit te stijgen door zelfbeheersing te betrachten. In een situatie als in Syrië, zal de mysticus zich richten op positieve gedachten, en gevoelens van harmonie en vrede de wereld in zenden. Alle negatieve emoties als boosheid en ontzetting dragen niet bij aan verbetering van de situatie. Dat wil niet zeggen dat we onze kop in het zand moeten steken. Het is buitengewoon interessant om de wereldgebeurtenissen te volgen in de media, maar de mysticus zal niet ingrijpen in fysieke zin. Zijn weg ligt meer in de geestelijke wereld.

Even later spreek ik de vrouw die dit vraagstuk naar voren bracht. Voor haar is de vraag nog niet beantwoord. Dan vertel ik haar over Inayat Khans dochter Noorunnissa, die zich vrijwillig aanmeldde om verzet te bieden aan de Duitse vijand in Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog. Ze werd omgebracht in Dachau, nadat ze was opgepakt in Frankrijk. Terwijl ik het verhaal vertel raak ik zelf geëmotioneerd door deze bijzondere gebeurtenis; ze gaf haar leven voor de vrijheid van de mens! De luisterende dame vindt hierin een antwoord op haar vraag. Er is niet een enkel antwoord op een complexe vraag. De soefi zal de voorkeur geven aan harmonie boven disharmonie. Hij zal proberen de vrede te bewaren. Dit houdt niet in dat we over ons heen laten lopen. Wanneer iemand ons iets aan wil doen in fysieke zin, dan mogen we ons verweren. De weg van zelfbeheersing leidt tot harmonie en zal harmonie voortbrengen in de wereld.

19


SCHEPPINGSVERHALEN1 Het scheppingsverhaal van de Maori In het begin was er Te Kore, Helemaal Niets. Uit Te Kore ontstond Te Po, de Nacht. De ene Nacht kwam na de andere. De Nachten smolten samen met de Ruimte en er ontstonden twee gedachten. De twee gedachten noemden zich Rangi, de Hemelvader en Papa, de Aardmoeder. Hun liefde was zo groot dat ze elkaar voortdurend stevig omarmden en ze lieten elkaar geen moment los. Het gevolg was dat de hemel en de aarde aan elkaar vastzaten. De omarming van Rangi en Papa was zo stevig dat er geen licht op de aarde kwam. Ook kwam de Tijd niet op aarde. Papa en Rangi kregen meer dan 100 kinderen. Onder hen bevonden zich Tangaroa, god van de zee, Tane, god van het bos, Tumatauenga, god van de oorlog, Whiro, god van de duisternis en Tawhirimatea, god van de wind. De kinderen werden gevangen gehouden door de omarming van hun ouders en wat ze ook probeerden, het lukte hen niet om te ontsnappen. De kinderen praatten wel met elkaar. Wat konden ze doen om los te komen? Tane kreeg het idee om hun ouders uit elkaar te duwen. Whiro, de oudste, vond dat hĂ­j degene moest zijn om hun ouders te scheiden. Hij werd boos. Tawiri vond dat Rangi en Papa met rust gelaten moesten worden. Tumatauenga wilde zijn ouders zelfs doden. Ten slotte besloten de meeste kinderen Tane te volgen en Rangi en Papa uit elkaar te duwen. Tane, god van het bos, nam vier palen mee. Hij plaatste een paal bij de voeten van zijn ouders en een andere bij hun hoofden. 1

20

De Maori, Inka, Griekse en Hindoe scheppingsverhalen zijn afkomstig van de website http://w w w.bigmy th.com/fullversion/password033/2_ned_my ths.htm . Deze verhalen en nog vele andere zijn geĂŻllustreerd met educatieve animatiefilmpjes. De Engelse versie is ook te vinden op w w w.bigmy th.com .


Hij plaatste een paal bij de voeten van zijn ouders en een andere bij hun hoofden. Hij drukte met zijn voeten tegen de hemel en met zijn hoofd tegen de aarde. Hij duwde vele jaren voordat er iets gebeurde. Uiteindelijk werden Rangi, de Hemelvader en Papa de Aardmoeder gescheiden. Ze vormden de hemel boven ons en de aarde onder onze voeten zoals wij die vandaag de dag kennen. Het bloed van Rangi is nu het avondrood. Het bloed van Papa vormde rode klei. Er kwam licht op aarde. De kinderen verspreidden zich uit over de vier windhoeken. Maar Tawiri werd boos toen hij merkte wat er gebeurd was. Zijn boosheid groeide totdat het ondragelijk werd. Tawiri rukte zijn eigen ogen uit en smeet ze in de hemel, waar ze de eerste twee sterren werden. Hij wende zich met al zijn blinde woede naar zijn broers. Hij maakte orkanen, wervelstormen en cyclonen. Hij schiep tsunami’s en vloedgolven. Zijn woede kende geen grenzen. Papa en Rangi waren diep ongelukkig. Ze misten elkaar zo erg dat ze alsmaar bleven huilen. De tranen van Rangi vormden rivieren en oceanen en zorgden voor dauw op het gras. De nevel die opstijgt van de aarde wordt veroorzaakt door de eenzaamheid van Papa.

Tala, Gayan

Hazrat Inayat Khan Wat Brahma in jaren schept, geniet Vishnu in een dag en vernietigt Shiva in een ogenblik.

Citaten uit de Koran over de schepping Vertaling Fred Leemhuis (uitg Fibula, 2004)

Soera 15 26 Wij hebben de mens uit steenaarde, uit stinkende potklei geschapen. 27 En de djinn die hebben Wij eerder uit het verzengende vuur geschapen. 28 Toen jouw Heer tot de engelen zei: “Ik ga een mens uit steenaarde, uit stinkende potklei scheppen. 29 En als Ik hem gevormd heb en hem iets van Mijn geest heb ingeblazen, valt dan in eerbiedige buiging voor hem neer.” 30 En de engelen bogen zich allen tezamen eerbiedig voor hem neer. 31 Alleen Iblies niet, hij weigerde bij hen die zich eerbiedig neerbogen te behoren. 32 Hij zei: “O Iblies, wat heb je dat jij niet behoort bij hen die zich eerbiedig neer21


buigen, hapert u dat gij niet onder degenen zijt die zich onderwerpen?” 33 Deze zei: “Ik ben niet zo dat ik mij eerbiedig neerbuig voor een mens die U uit steenaarde, uit stinkende potklei geschapen hebt.” 34 Hij zei: “ga hier weg, jij zult door steniging vervloekt zijn. 35 En de vloek zal tot de oordeelsdag op je rusten.” Soera 35 1 Lof zij God, de grondlegger van de hemelen en de aarde, die de engelen tot gezanten met vleugels gemaakt heeft, twee, drie of vier! Hij voegt aan de schepping toe wat Hij wil; God is almachtig. 2 De barmhartigheid die God voor de mensen openstelt kan niemand tegenhouden. En wat Hij tegenhoudt kan niemand na Hem nog wegzenden. Hij is de machtige, de wijze. 3 O mensen, gedenkt Gods genade aan jullie. Is er een andere schepper dan God, die vanuit de hemel en de aarde in jullie onderhoud voorziet? Er is geen god dan Hij! (...) 9 En God is het die de winden uitzendt die dan wolken opdrijven. Dan drijven Wij ze naar een dode streek en laten de aarde ermee herleven nadat zij dood was. Zo is het ook met de herrijzenis. (...) 11 God heeft jullie uit aarde en dan uit een druppel geschapen en dan heeft Hij jullie tot echtgenoten gemaakt. Geen vrouw is zwanger en baart zonder dat Hij het weet; niemands levensduur wordt verlengd en niemands levensduur wordt verkort of het staat in een boek. Dat is voor God gemakkelijk. 12 De beide zeeën zijn niet gelijk; de ene is zoet, fris en geschikt om te drinken en de andere zout en pekelig. En uit beide krijgen jullie vers vlees te eten en jullie halen er sieraden uit op om je mee te tooien. En jullie zien de schepen haar doorklieven (en dat is) opdat jullie streven naar een gunst van Hem; misschien zullen jullie dank betuigen. 13 God laat de nacht overgaan in de dag en Hij laat de dag overgaan in de nacht en Hij heeft de zon en de maan dienstbaar gemaakt. Alles loopt tot een vastgestelde termijn. Dat is God, jullie Heer; Hij heeft de heerschappij. Zij die jullie in plaats van Hem aanroepen hebben nog geen flintertje heerschappij. 22


Roemi Ik stierf als mineraal en werd een plant. Ik stierf als plant en werd een dier.  Ik stierf ook als dier om mens te worden.  Waarom zou ik bang zijn voor de dood,  als ik er nooit iets door verloor,  doch enkel erdoor won?  Mijn volgende stap zal zijn  dat ik mij verhef  naar de staat van engel.  Ook als engel zal ik sterven,  om te ontwaken in een staat  die alle bevatting te boven gaat.

Het scheppingsverhaal van de Grieken Gaia, de godin van de aarde, was gevormd uit de enorme chaos die bestond voordat de geschiedenis van de wereld begon. Ze kreeg een kind: Uranus, de hemel. Hij bedekte haar volledig met zijn mantel vol sterren. De twee goden vormden samen het eerste echtpaar. Gaia en Uranus kregen tal van kinderen. De meeste van hen waren verschrikkelijke monsters. Sommigen hadden wel honderd armen. Andere kinderen bleken enorme reuzen te zijn, met ieder één oog: de Cyclopen. Uranus was bang voor deze machtige wezens en hij verstopte ze ver weg, diep in de aarde. Gaia had hier veel verdriet van, want ze hield van haar kinderen. Ze werd kwaad en maakte een plan om haar echtgenoot te vernietigen. Uiteindelijk werd Gaia moeder van verschillende goden en godinnen die geen bedreigende monsters waren. Eén van hen, Kronos, was sterk genoeg om Uranus ten val te brengen. Uit de hardste steensoort die ze kende, maakte Gaia een sikkel voor hem. Ze gaf het gereedschap aan haar zoon en vertelde hem wat hij moest doen. Kronos verschool zich in zijn moeders schaduw totdat de nacht viel en Uranus van de hemel naar de aarde afdaalde. Op het moment dat Uranus in slaap was gevallen, sprong Kronos op uit zijn schuilplaats en hij doodde zijn vader met één slag. Kronos volgde zijn vader op en werd koning van de hemel. Hij trouwde met Rhea, 23


een aardse godin, en ze kregen vele kinderen. Uit goud maakte Kronos de eerste mensensoort. Deze tijd werd het Gouden Tijdperk genoemd; de mensen hoefden niet te werken, voelden geen pijn en waren onsterfelijk. Maar Kronos was wreed en hij was bang voor zijn kinderen. Zodra er een kind was geboren verslond hij het met kleren en al en probeerde er zo voor te zorgen dat zijn macht onaangetast zou blijven. Rhea vond dit verschrikkelijk en met behulp van Gaia, haar moeder, kreeg ze verscholen op het eiland Kreta, een zoon met de naam Zeus. Ze gaf haar echtgenoot een steen die gewikkeld was in babykleren. Hij verzwolg het pakketje meteen. Zeus groeide snel om zo de machtigste god te worden die ooit bestaan had. Toen hij volwassen geworden was, keerde hij terug in het gezelschap van een leger van Gaiaâ&#x20AC;&#x2122;s monsters en de rest van de goden en was vast van plan om Kronosâ&#x20AC;&#x2122; macht te breken. De oorlog was verschrikkelijk en duurde vele jaren lang. De mensen van het Gouden Tijdperk kwamen allemaal om. Zeus bevrijdde zijn broers en zussen en bouwde het paleis van Olympus, van waaruit hij de aarde, de mensen en de goden regeerde. Vervolgens trouwde hij met zijn zuster Hera en ze kregen talrijke kinderen. In het geheim had Zeus nog veel andere vrouwen en ook met hen kreeg hij kinderen. Al gauw was de wereld bevolkt met nieuwe goden. Uiteindelijk besloot Zeus een tweede mensensoort te maken om zo de mensen van Olympus te vereren. Deze nieuwe mensen werden gemaakt uit zilver. De zilveren mensen waren erg onverstandig en ze hadden geen respect voor de goden. Dit was het Zilveren Tijdperk. Tijdens deze periode was er niets heilig en ze duurde daarom niet lang. Zeus werd kwaad op de respectloze mensen van het Zilveren Tijdperk. Hij borg ze daarom op in de verste uithoeken van de onderwereld. Hij verving de zilveren mensen door een derde mensensoort, gemaakt uit brons. Het Bronzen Tijdperk was begonnen. De bronzen mensen waren agressief en oorlogszuchtig. Ze bestreden elkaar zo gretig dat Zeus ook hen heel snel wegstopte in de onderwereld. 24


Zeus ging opnieuw aan de slag en maakte vervolgens een heleboel helden. Zij speelden een belangrijke rol in de ontelbare mythes in de Helleense traditie. Dit was het Tijdperk van de Helden en er werden talloze grote mannen en vrouwen geboren. Iedere held die doodging, kreeg een speciale plaats in de onderwereld, met de naam de Gezegende Eilanden. Hier was het altijd licht en mooi. De mensen die leefden in het Tijdperk van de Helden stierven op den duur en zij werden de voorouders van de mensen die tegenwoordig leven. De mensen van tegenwoordig vormen de ijzeren mensen. Zij zijn de hardste van allemaal. Mensen uit het IJzeren Tijdperk moeten hun hele leven lang zwoegen en lijden en op den duur gaan ze dood. Maar uiteindelijk zullen de ijzeren mensen de Olympische goden overleven.

Het Woord is mens geworden Het evangelie volgens Johannes

1 In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Het was in het begin bij God. 3 Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. 4 In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. 5 Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.

De schepping volgens de Veda’s Aan het begin van het tijdperk, Swetavaraha kalpa genoemd, wilde Brahma, de Schepper, graag zijn verlangen een universum te scheppen tot vervulling brengen. Daarom mediteerde Hij duizenden jaren achtereen toen op een dag de allerhoogste God hem verscheen in de vorm van de oerklank OM. Bekoord door Brahma’s lange beoefening van ascese schiep de Opperheer uit de oertrilling OM achtereenvolgens de Rigveda, de Yajurveda, de Samaveda en de Atharvaveda. Daarna onderwees Hij deze vier Veda’s aan Brahma, die nu in staat was met deze kennis het huidige universum te scheppen. Zo wordt aangegeven dat de Veda’s zelfs al voor de schepping van ons universum bestonden. 25


Het Hindoe scheppingsverhaal (uit de Satapatha Brahmana, Rig Veda)

In het begin waren er alleen de Oerwateren. Deze zeeën waren uitgestrekt, diep en donker. Het enige wat er bestond, was Niet Bestaande. Na verloop van tijd ontstond er een gouden ei in het water. Negen maanden lang dreef het ei over de wateren. Na negen maanden barstte het ei open en Prajapati verscheen. Prajapati was man noch vrouw, maar een machtige combinatie van beide. Hij rustte bijna een jaar lang uit op de gouden eierschaal. In die tijd sprak en verroerde hij zich niet. Na een jaar verbrak hij de stilte. Het eerste woord dat hij sprak – het Woord – werd de aarde. Het volgende Woord dat hij uitbracht werd de hemel en die deelde hij op in jaargetijden. Prajapati kon alles zien; vanaf het moment dat het leven begon, tot zijn eigen dood die duizend jaar later zou volgen. Toch voelde Prajapati zich eenzaam en hij verlangde naar een partner in deze enorme leegte. Hij deelde zichzelf in tweeën en er ontstond een man en een vrouw. Samen schiepen ze de eerste goden, de elementen en de mensheid. Zo ontstond ook de tijd en Prajapati werd de belichaming hiervan. De eerste godheid die geboren werd was Agni, de God van het Vuur. Toen er eenmaal vuur was, ontstond ook het licht. Prajapati scheidde het licht in dag en nacht. Er werden andere goden geboren, onder wie de duivelse Ashuras en de prachtige Dageraad. Prajapati verzekerde zich ervan dat goed en kwaad van elkaar gescheiden waren en hij verborg zijn duivelse nakomelingen diep in de aarde. Prajapati begeerde echter zijn mooie dochter Dageraad. Hij vermomde zich in de gedaante van een bok en terwijl Dageraad op aarde was in de vorm van een reegeit, benaderde hij haar. Ze probeerde te vluchten, maar Prajapati was te snel en te sterk voor haar. Later werd uit haar al het vee van de wereld geboren. De andere goden keken vol afschuw toe. Prajapati’s daad was weerzinwekkend omdat hij het allergrootste taboe doorbroken had, dat zij zich konden voorstellen. Ze waren zo kwaad dat ze de monsterachtige Rudra maakten. Deze achtervolgde Prajapati tot aan de uithoeken van de wereld. Nadat Rudra hem te pakken had, schoot hij hem met een pijl dood en smeet hem weg in de donkere hemel. Prajapati werd een sterrenbeeld aan de nachtelijke hemel: de “Hertenkop” (de Steenbok). Dageraad keerde terug naar de hemel en waagde zich nooit meer in de buurt van de nacht.

26


Inka scheppingsverhaal In het begin kwam Pachacamac de zon langzaam tevoorschijn uit het Titicaca-meer. Pachacamac gaf zoveel licht dat er buiten de zon niets aan de hemel te zien was. Maar de nachtelijke hemel was nog leeg. Daarom maakte hij de sterren, de planeten en de maan. De prachtige maan, Pachamama, werd zijn vrouw en samen heersten ze over de hemel en de aarde.

Uit de stenen die Pachacamac uit een rotsgebergte nam, vormde hij de eerste mensen. De eerste mensen waren beklagenswaardige wezens: ze begrepen niets van de wereld en hadden er geen idee van hoe ze moesten overleven. De zon en de maan kregen nakomelingen: een zoon en een dochter. Deze werden naar de aarde gezonden om de mensen te helpen. De zoon van Pachacamac leerde de mensen het land te bewerken en huizen te bouwen. De dochter van Pachamama ging naar de vrouwen en leerde hun de kunst van het weven en het bereiden van voedsel. â&#x20AC;&#x153;Leer de mensen dat ze aardig en eerlijk moeten zijn. Ik zal ze licht en warmte geven, iedere dag weer. Maar zorg ervoor dat ze hun scheppers nooit zullen vergeten.â&#x20AC;? De zoon van Pachacamac werd de eerste Inka. Hij en zijn vrouw-zuster heersten over de eerste mensen. Na verloop van tijd gingen de eerste Inka en zijn vrouw op reis om een geschikte plaats voor hun mensen te vinden. Overal waar ze een korte pauze maakten staken ze een van de gouden stokken van hun vader in de grond. Iedere gouden stok stond symbool voor een stad die zijn mensen daar zouden gaan bouwen. Bij het bereiken van de vallei van Huanacauri verdween de gouden stok helemaal in de aarde. Inka besloot dat hier de plek was om de eerste zonnetempel te bouwen en dat hij en zijn mensen zich hier zouden gaan vestigen. Inka en zijn vrouw gingen op weg om het volk te verzamelen. Hij ging in noordelijke richting en zijn vrouw naar het zuiden. De kinderen van de zon waren prachtig en spraken vol overtuiging over Pachacamac en zijn wetten. Een heleboel mensen die ze tegenkwamen waren zo onder de indruk dat ze hun huizen verlieten en Inka en 27


zijn vrouw volgden naar de vallei van de Huanacauri. Al gauw hadden ze volgelingen uit het hele gebied. De volgelingen van Inkaâ&#x20AC;&#x2122;s vrouw vestigden zich in het zuiden en haar stad was Hurin-Cuzco, de Zuidelijke Stad. Inka en zijn volgelingen vestigden zich in het noordelijke gedeelte van de vallei en ze noemden hun stad Hanan-Cuzco, de Stad van het Noorden. Vanaf dat moment werden alle Inka-steden in een noordelijke en een zuidelijke helft verdeeld, waarmee de vrouwelijke en de manne-lijke krachten bedoeld werden.

KOMT DE DAGERAAD

na een poos leer je het subtiel verschil tussen een hand vasthouden en een ziel vastketenen en je leert dat liefde niet betekent leunen en gezelschap betekent niet veiligheid en je begint te leren dat kussen geen contracten zijn en dat kadoâ&#x20AC;&#x2122;s geen beloften zijn en je begint je nederlagen te accepteren met je hoofd en je ogen open en je leert al je wegen te bouwen op vandaag omdat de grond van morgen te onzeker is voor plannen en toekomsten de gewoonte hebben neer te vallen midden in de vlucht na een poos leer je dat zelfs zonneschijn verbrandt als je er teveel van krijgt dus je plant je eigen tuin en decoreert je eigen ziel in plaats van te wachten op iemand die je bloemen brengt en je leert dat je het echt kan volhouden en dat je echt sterk bent en dat je echt waarde hebt en je leert en leert met ieder afscheid leer je (bron onbekend) 28


De dagelijkse oefening Elias Amidon 1

Als jongeman op zoek naar waarheid vond ik een soefi-orde en vroeg om onderricht. Mijn leraar gaf mij een serie oefeningen, waaronder een simpel gebed op de ademhaling: “Open mij Heer, en laat mij stromen”. Mij werd verteld om in stilte op mijn inademing te herhalen Open mij Heer, en op mijn uitademing en laat mij stromen. Als zeer ernstige jonge student nam ik mij deze oefening ter harte, hem herhalend wanneer ik er ook maar aan dacht – zittend op mijn kussentje, wandelend op straat, bij het openen van een deur, bij het bereiden van een maaltijd, als ik een lepel soep naar mijn mond bracht. Open mij Heer, en laat mij stromen. Anders dan velen van mijn generatie, had ik geen problemen met het woord ‘Heer’. Ik was niet in een theïstische traditie groot gebracht, dus het woord resoneerde voor mij niet met authoritair patriarchaat – het verwees eenvoudigweg naar alles wat ik niet begreep van de werkelijkheid, alle ontzagwekkende krachten die aan het werk zijn in het universum. Omdat ik typisch zo’n zelfbewuste jongeman was, verstrikt in mijn gedachten en emoties, had ik niet het vertrouwen dat ik mijzelf kon openen, maar “Heer” – deze onbegrijpelijke kracht achter alle dingen – die kon ik aanroepen en daaraan kon ik me ondergeschikt maken. Open mij Heer. Laat mij stromen. Ik herhaalde het gebed zo vaak dat de woorden voor mij transparant werden, stil, gevolgd door een inwendige beweging van open worden, wanneer ik ademde met deze intentie – zoals een schommel schommelend in de open lucht. Het werd me ‘vertrouwd’’, en is dat nog steeds. Een paar dagen geleden, op bezoek bij een vriend thuis, zag ik deze woorden van Dilgo Khyentse Rinpoche, als ingelijste kalligrafie: De dagelijkse oefening dient er simpelweg toe om een volledige acceptatie en openheid te ontwikkelen jegens alle situaties en emoties, en jegens alle mensen, alles ervarend zonder ook maar enige mentale terughoudendheid of blokkade, zodat men nooit zichzelf terugtrekt of centraal stelt. Dat was het. De hele les van mijn kleine adem-gebed was vervat in Khyentse Rinpoche’s zin. Zijn woorden zeggen je niet hoe je “alle situaties en emoties” moet beantwoorden, ze geven geen enkele morele richtlijn. Ze wijzen simpelweg op de naakte openheid waarmee het leven het meest authentiek geleefd kan worden. Het laatste deel van de zin is bijzonder indringend: … zodat men nooit zichzelf terugtrekt of centraal stelt. Hoe vertrouwd is de beweging van je terugtrekken en jezelf als middelpunt zien! Doen we dit niet duizend keer per dag? Als het druk wordt, we laat op het werk zijn, iemand onderbreekt ons, iemand geeft ons kritiek, ons gezin trekt zich niets van ons aan, we voelen ons tekort schieten, of 29


eenzaam, of missen een betekenisvolle toekomst. Gericht op onszelf spelen we mee in het neurotische toneelstuk van de wereld. En op z’n minst denken we te weten wat er gaande is; we hebben een standpunt. Er is diep vertrouwen voor nodig om ons te openen vanuit ons massieve standpunt, vanuit ons terugtrekken. Misschien is dat het nut van het woord ‘Heer’: overgave aan universele krachten die je niet begrijpt, die jouw gezichtsveld te buiten gaan. Open mij Heer. Maar er is iets vreemds aan de hand. Wat is het ‘mij’ dat geopend wordt en stroomt? Wanneer het mij opengaat, is het dan nog langer een mij? Wanneer het mij stroomt, wat stroomt er dan? Dit is de kern van de dagelijkse oefening. Dit is waar die verandert van woorden en goed advies in een niet te ontlopen waarheid. Hier moeten we stoppen met denken en zelf nagaan: welk “mij” gaat open? Als we dat voor onszelf nagaan, vinden we helemaal niets! Er is eenvoudigweg open, helder bewustzijn, onmiddellijk en spontaan op een natuurlijke manier. Shabkar Lama, een negentiende eeuwse mysticus-minstreel van de Tibetaanse hoogvlakten, spreekt prachtig over deze zelfde vraag, welk “mij” gaat open? Zoek niet naar het visioen maar naar de ziener. Ben je op zoek naar degene die kijkt, en lukt het je niet om die te vinden, dan begint op dat punt je visioen op te lossen. Dit visioen, dat niets biedt om te zien maar geen leeg niets is, is een levendig en onvermengd gewaarzijn van het hier en nu… Er is niemand die ziet, niemand die mediteert, niemand die handelt, geen mij! Alleen deze levendige openheid, vrij van mij, vrij van terugtrekken in mijzelf. Deze levendigheid, deze vrijheid, is wat stroomt, geheel vanzelf. Nu ademend: Open mij Heer, en laat mij stromen. 1 Elias Amidon is Pir (geestelijk leider) van Sufi Way. Dit artikel is als e-mail nieuwsbrief in het Engels verschenen in september 2013 in de reeks ‘Notes of the Open Path’, korte contemplaties die Elias Amidon van tijd tot tijd schrijft over leven met geheel je hart en in helder bewustzijn. Deze zijn te vinden op w w w.open-path.org .

30


De verborgen zegen van het verlies Sikander van der Vliet

Wat voor zin kan het toch hebben dat mensen in hun leven met verlies worden geconfronteerd? Meestal hebben we het te druk met het verwerken van die verliezen, om ons te realiseren dat zo’n ervaring ook iets zinvols kan opleveren. Ik noem dat de verborgen zegen van het verlies. En ik doe dat in het volle besef dat sommigen wel erg veel te verwerken krijgen in hun leven. Het is zeker niet mijn bedoeling dat verdriet te bagatelliseren. Maar ik wil ook uitnodigen om op een andere manier naar verlies te kijken. Als Inayat Khan naar de VS reist met de opdracht ”Breng Oost en West nader tot elkaar, open de harten van de mensen met de muziek van je ziel”, dan ontdekt hij al snel hoe weinig ontvankelijk de mensen in het Westen zijn voor zijn muziek. In het India van zijn tijd was het heel gebruikelijk dat de muzikale ontwikkeling parallel liep met de mystieke ontwikkeling. Inayat Khan moet constateren dat die parallel in de westerse cultuur praktisch ontbreekt. De directe overdracht van mystieke concepten door middel van muziek blijkt vrijwel onmogelijk. Daarom begint hij steeds vaker toelichtingen en soms hele lezingen te geven over de diepere betekenis van muziek. Omdat veel van zijn toehoorders en volgelingen een religieuze achtergrond hebben, verbindt hij die toelichting in zijn lezingen met de gedachte van de “Eenheid van religieuze idealen.” De gedachte dat ieder mens recht heeft op zijn eigen godsbeeld, zijn eigen religieuze beleving en dat geen enkele religie kan claimen beter te zijn dan een andere, slaat aan bij velen. Maar Inayat Khan gebruikt dit concept als een opstapje naar iets dat hij nog wezenlijker vindt. Hij wil dat wij uiteindelijk die Ene, alomtegenwoordige, aldoordringende Geest, die ten grondslag ligt aan al die religies, gaan herkennen en ervaren. Maar dat vraagt ook om ontvankelijkheid die vergelijkbaar is met de ontvankelijkheid die nodig is voor het diep beleven van zijn muziek. In de hele erfenis die Inayat Khan ons heeft nagelaten, in zijn lezingen, de Gatha’s, Gita’s en Sangatha’s, verwijst hij naar die “Ene Geest” waaruit alles voortkomt, die alles doordringt en waarin alles weer oplost. Om ons aan te duiden hoe wij ons het “Alomtegenwoordige Wezen” moeten voorstellen verwijst Inayat Khan vaak naar mythologie en sprookjes. Zo vertelt hij een Hindoeverhaal over een vis die naar een koninginvis ging en vroeg: ‘Ik heb altijd horen praten over de zee, maar wat is dat toch, die zee? Waar is zij?’ De koniginvis legde uit: ‘Je leeft, beweegt, en hebt je bestaan in de zee. De zee is in je en buiten je, en je bent gemaakt van zee en je zult eindigen in zee. De zee omringt en doordringt je eigen wezen’. Kort nadat ik besloten had soefi te worden, kreeg ik van een Noorse student het boek: “De Noorse mythologie.” En het toeval wil dat Inayat Khan in de Gatha’s aandacht besteedt aan één verhaal uit deze mythologie. Het verhaal gaat over Baldr, de zoon van de oppergod Odin (Wodan) en diens vrouw Frigga. Baldr 31


vertegenwoordigt liefde, licht, schoonheid, en rechtvaardigheid. Voor dat we verder gaan met dit verhaal, verwijs ik naar een passage uit de Vadan (Tala’s), een aforisme met een enorm diepe betekenis en belangrijk voor het begrip van de Soefiboodschap.: “Voor de minnaar er was, was er Liefde”. Voordat de wijze er was, was er wijsheid. Voordat de levenden er waren, was er leven.” Voor de minnaar er was, was er Liefde. Liefde als attribuut, is een aspect van “God”. De “Liefde” wil gekend worden en daarvoor is een minnaar nodig. Hier is een parallel met de Islam waarin geen Godsbeeld meer bestaat maar waar Allah, God wordt aangeduid met 99 schone namen, 99 kwaliteiten, attributen die je ook weer kunt zien als 99 bloemen, ieder met een eigen, unieke schoonheid en karakter, geworteld in die ene aarde, voortkomend uit die éne Geest. Dit geldt overigens ook voor alle Hindoegoden en de goden uit in de Griekse mythologie. De god Baldr is dus de mythische vertegenwoordiger van een aantal kwaliteiten, waaronder Liefde, in dit geval de volmaakte universele Liefde. De Liefde die er was voor de minnaar er was. In een droom werd aan de moeder van Baldr voorspeld dat hij door zijn vijanden zou worden vermoord. Daarom liet zijn moeder iedereen een belofte afleggen, hem geen kwaad te doen. Zowel de bomen, de planten, alles wat in de aarde geworteld was, als de dieren moesten de eed afleggen. Door deze maatregel vergat iedereen al gauw de doodsbedreiging en keerde de rust weer. Maar Loki, één van zijn vijanden kwam te weten dat de maretak de eed niet had afgelegd. De maretak was n.l. niet geworteld in de aarde en kon Baldr alsnog doden. Loki maakte van de maretak een pijl en liet deze afvuren door Hodur, een blinde broer van Baldr. Loki leidde de niets vermoedende blinde broer zodanig, dat Baldr door zijn eigen broer werd gedood. De toelichting hierbij van Inayat Khan is als volgt: Vele mensen hebben zich vaak afgevraagd, hoe het mogelijk is dat mensen die in hoge mate God verwezenlijkt hebben, door alle eeuwen heen zo wreed zijn behandeld. Dat komt omdat er altijd mensen zijn, die niet vatbaar zijn voor de betovering van die goddelijke zielen. We noemen ze dan ook: de goddelozen. Het zijn de mensen bij wie het contact met hun eigen hart geheel is verbroken. De maretak symboliseert deze mensen, hij heeft zijn wortels niet in de aarde, maar heeft een andere plant nodig om zich te voeden. De maretak symboliseert mensen die in staat zijn zonder scrupules anderen te gebruiken, en om schoonheid op te offeren als het in hun eigen voordeel is. De blinde broer van Baldr, die de pijl afvuurde, vertegenwoordigt de onwetende mens die zich hiervoor laat gebruiken. Nu is dit altijd zo geweest en op zichzelf niets nieuws, maar Inayat Khan brengt in zijn uitleg de volgende verdieping aan. Hij zegt: “De rouw gaat voort, in nagedachtenis aan de dood van die god, maar in werkelijkheid wordt hiermee de geboorte gevierd van wat uit hem werd geboren, namelijk goddelijke kennis en wijsheid.” 32


De kennis waar hij hier over spreekt is trouwens geen mentale kennis, omdat God niet door het verstand is te kennen. Het gaat eerder om een innerlijk weten. Laten we even teruggrijpen op het eerder genoemde belang van de ontvankelijkheid voor Inayat Khan’s boodschap. We zien nu dat verlangen en ontvankelijkheid nodig zijn om tot innerlijk weten te komen. Ter toelichting geef ik het volgende voorbeeld uit de muziek. Als een musicus je diep raakt met zijn spel dan komt dat omdat hij met de schoonheid van zijn spel je een spiegel voorhoudt, waardoor je, als je ervoor ontvankelijk bent, bewust wordt van je eigen innerlijke schoonheid. Hoe meer de musicus vanuit een diepe innerlijke stilte speelt, hoe intenser de weerspiegeling, de reflectie. Een toehoorder die zich niet realiseert dat het om de bewustwording van de schoonheid in hemzelf gaat, wil die schoonheid, daar buiten zich, vast houden en wil kunst bezitten. Hij gaat die muziek als kunst verzamelen, hij wil de kunstenaar ontmoeten in de kleedkamer, hij vraagt om een handtekening. Dat is prima, zelfs als je in dat stadium van je ontwikkeling zou blijven steken.Maar wellicht ontdek je later dat echt geraakt worden te maken heeft met jouw ontvankelijkheid waardoor je in contact komt met je eigen essentie, in contact met het “Alomtegenwoordige, Aldoordringende Wezen” in je eigen hart. Dat overstijgt uiteindelijk alles wat je zou kunnen bezitten. Dat was de bedoeling van het spel en de zang van Inayat Khan, het einddoel dat hij weergaf met de woorden: “Ik vond U in de schelp van mijn hart” Een moment waarop we die stille dimensie kunnen waarnemen is de weldadige stilte na het slotakkoord van een mooie compositie. Dat is het moment waarop alle klank, alles wat we hebben kunnen bewonderen, is gestopt. Wat blijft, is de stille essentie van de muziek. Als je daar ontvankelijk voor bent, ga je ervaren dat deze stille essentie jouw innerlijk wezen is. De profeten, de verlichte zielen vertegenwoordigden voor hun volgelingen de volmaakte Liefde, de volmaakte schoonheid. De volgelingen waren zo onder de indruk van hun persoonlijkheid dat het voor hen haast onmogelijk was de boodschap los te zien van die bijzonderepersoonlijkheid. De mystieke betekenis van het doden van Baldr is, dat door het doden van de persoon, het goddelijk licht, de goddelijke liefde die hij vertegenwoordigde, ervaarbaar werd voor degene die daarvoor ontvankelijk was. De uiterlijk vorm, de persoon waaraan je dat Licht, die Liefde verbond is er plotseling niet meer. Maar wat sterft er? Het vergankelijke, het sterflijke. Wat blijft is, dat waaruit hij of zij is voortgekomen, wat hij of zij vertegenwoordigde, het onzichtbare Leven, “Liefde”, “Licht”. De ervaring van die essentie is vergelijkbaar met de weldadige stilte na het slotakkoord van een muziekstuk. Wat bepaalt nu eigenlijk de ontvankelijkheid voor die ervaring? De liefde voor de muziek of in het geval van Baldr, de liefde voor de persoon. De persoon die dat kan ervaren, die ontvankelijk is voor dat intense moment, ervaart door weerspiegeling de Universele Liefde, de goddelijke wijsheid in hemzelf. 33


In de christelijke traditie geldt: “Jezus is voor onze zonden gestorven”. Maar naast de dogmatische betekenis kun je er ook een mystieke betekenis aan geven. Vanuit de visie uit de mythologie, zou je – met enige voorzichtigheid – ook kunnen concluderen dat door het verdwijnen van zijn fysieke gestalte, je je bewust kunt worden van het goddelijke van zijn wezen en daardoor van het goddelijk aspect in jezelf, waardoor je kunt uitstijgen boven goed en kwaad. Laten we nu eens zien wat deze visie op verlies in ons dagelijks leven kan betekenen. Gedurende ons leven krijgen we allemaal met verlies te maken. Vanuit bovenstaande gedachtegang kan ook het verlies van een geliefd persoon, een huisdier, het voorbijgaan van een bijzondere ervaring, het verlies van een baan, een soortgelijke diepe betekenis voor ons krijgen. Dat gaat overigens niet vanzelf. Verwerken vraagt om een volledig aanvaarden en dan langzaam loslaten, het rouwproces. Als je rouwt in nagedachtenis aan de dood van een geliefd persoon, om met Inayat Khan te spreken, wordt hiermee in werkelijkheid de geboorte gevierd van wat uit hem of haar werd geboren, namelijk goddelijke Liefde. Tevens wordt het ons duidelijk, dat een geliefd persoon kan sterven door ziekte, door een ongeval, door oorlog, maar dat “Liefde” onsterfelijk is. Het loslaten van oordelen, van overtuigingen, van haatgevoelens is ook een soort rouwproces. Iedere keer als we iets kunnen loslaten, komt er een beetje ruimte voor het innerlijk licht en kunnen we een stap zetten op het pad van onze bewustwording. Eckhart Tolle heeft dit op zijn eigen manier verwoord: “Als er een einde komt aan een ervaring – een bijeenkomst van vrienden, een vakantie, je kinderen gaan het huis uit – sterf je een kleine dood. Een ‘vorm’, die in je bewustzijn verscheen als die bepaalde ervaring, lost op. Vaak blijft er een gevoel van leegte achter en de meeste mensen doen hun best dat niet te voelen, het niet onder ogen te zien. Als je kunt leren de eindes in je leven te aanvaarden en zelfs te verwelkomen, kun je tot de ontdekking komen dat het gevoel van leegte dat in het begin onbehaaglijk was, verandert in een gevoel van innerlijke ruimte waar een diepe vrede van uitgaat.” Door te leren op deze manier elke dag te sterven stel je je open voor het Leven. Voor “het leven dat er was vóór de levenden er waren”, voor “de Liefde die er was voordat de minnaar er was”.

34


GEBEURTENISSEN Vloeibare heiligheid Deze zomer stonden in die prachtige gothische Lebuïnuskerk hartje Deventer altaarstukken van nu ten toon. Met als ondertitel ‘Toegewijde kunst. Wat is nog heilig?’ Prof.dr Barnard, bijzonder hoogleraar liturgiewetenschap aan de VU, sprak bij de opening over ‘vloeibare heiligheid’. Prachtig: levend, het komt tot je, je kunt erin opgaan. Heiligheid, zegt hij, is niet langer toegewijd aan bijvoorbeeld Christus als de ware mens maar aan ‘wij mensen’. Als illustratief daarvoor besprak hij een altaar van Hanneke de Munck en Jan van Schaik, bij ons bekend als Latief. Het heet ‘Na de mythe – altaarstuk voor het gezin’. Latief maakte de kapel, Hanneke het beeld. We zien een gothische boog van wilgentakken die het gezin een opwaarts wijzend intiem thuis geeft. Op het eerste gezicht een alledaags gezinnetje in wat eruit ziet als een hutje. Maar dat hutje is een gothische boog, opwaarts wijzend, beschermend, intiem. Gemaakt van wilgentenen. Wilgentenen bergen het voortgaande leven. Zo maakt Latief ook grafmanden van wilgentenen, in plaats van lijkkisten. Onder de aarde is er bederf, maar ook nieuw leven. Na verloop van tijd steekt dan ook op zo’n graf een nieuwe levende wilgenspruit uit de aarde omhoog en groeit uit tot boom. Wederopstanding, opwaarts. Een symbool van hoop die ervaring wordt, een gebeurtenis in de geest. Het heet een altaar, een altaarstuk voor het gezin, intiem, koesterend. Menselijkheid, maar toch: heilig. Opwaarts wijzend en daarmee een teken van toewijding en daarom een intiem thuis. In liefde, zorg, respect, toewijding ontstaat het ware menselijke. Een venster op de geest. Een ikoon. Een ikoon is geen afbeelding maar een venster op een heerlijkheid die tegelijk verborgen blijft. Een glimp van de waarheid. Zo’n altaar opent oog en hart voor een toewijding, ‘devotie’, die je hart raakt en het opent voor het intermenselijke. Dat is wat we vaak verborgen gemeen hebben, en dat hier zichtbaar wordt gemaakt. Het gemeenschappelijke dat door alle verschil en onderscheid heen schijnt. Voorbij de schijn. Daarom heet het een altaar. Verbinding met de Geest. Wali van Lohuizen

35


Muziek achter de muziek In de Willibrorduskerk in Vierakker is vorige maand de CD “Beyond Passion” gepresenteerd door Shakti Hollmanova (viool) en Saraswati de Vries (harp). Zij spelen muziek die als het ware voorbij emotie raakt aan verstilling, en heel geschikt is om te gebruiken in de Universele Eredienst. De eveneens in soefikringen bekende Lujo van Gestel heeft de opname gemaakt in genoemde kerk, die bekend staat om haar interieur. De musici schrijven daarover: “De beelden en schilderingen vertellen alle op een eigen manier het goddelijk verhaal. Je zou kunnen zeggen dat elke vierkante centimeter verwijst naar de grootsheid van de schepping, als een goddelijke symfonie. In de prachtige akoestiek kan men bijna de onzichtbare klokken horen – vibraties die er altijd zijn geweest…altijd zullen blijven klinken. Zoals de beroemde Perzische Soefi-dichter en mysticus Jelal-Ud-din Rumi zegt in een gedicht ‘Waar alles muziek is’: If all the harps in the world were burned down, still inside the heart there will be hidden music playing. Geniet van het prachtige samenspel, van de verstilling in de naklank en ervaar de ‘muziek achter de muziek’.” De CD bevat bekende stukken van o.a. Hidayat Inayat Khan, Albinoni, Debussy, Massenet, Bach en Gounod, en is voor €15,00 te bestellen bij Shakti Hollmanova (emailadres: michaela51@hotmail.nl). Open dag Soefi-Contact en schenking beeld Inayat Khan

Kadir Troelstra Het nieuwe seizoen na het zomerreces begint in Haarlem de laatste jaren met een open dag, waarbij de deuren van het Soefi-Huis voor een ieder open staan. Op 8 september was het weer zover, de hele dag waren er activiteiten. De dag begon met een Universele Eredienst, waarin Shirin Dukker sprak over het doel van het leven en de dag werd afgesloten met een meditatieve bijeenkomst met Wakil Hutter. Ook was er een expositie - zoals vaker het geval is in het SoefiHuis - dit keer foto’s van vlinders en libellen uit Europa en India, gemaakt door Salim en Karim Logtmeijer. De open dag had dit jaar een bijzonder karakter. Karimbakhsh Witteveen hield een lezing en schonk aan Soefi-Contact een gipsen afgietsel van het voor vele van de lezers bekende borstbeeld van Inayat Khan. Het beeld is gemaakt door de bekende kunstenares Charlotte van Pallandt, zelf een mureed die Inayat Khan nog heeft meegemaakt. Er zijn enkele bronzen afgietsels gemaakt die onder andere bij de tempel in Katwijk staan en in de tuin van de heer Witteveen. Dit gipsen beeld maakt onderdeel uit van het productieproces van die bronzen beelden. Karimbakhsh Witteveen had het vele jaren in z’n bezit en naam het ook mee naar New York, toen hij daar voor het IMF werkte. 36


De laatste tijd stond het in de tuin van het Hoofdkwartier van de Soefi Beweging aan de Banstraat in Den Haag. Alhoewel dit gipsen beeld zodanig was bewerkt dat het de buitenlucht zou moeten kunnen doorstaan, had het toch te lijden van het weer. Er werd een geschikte plaats gezocht waarbij soefiâ&#x20AC;&#x2122;s de indruk van deze beeltenis van de soefi-meester zouden kunnen ondergaan. Die plek werd dus gevonden in het Haarlemse Soefi-Huis. De overdracht van het beeld inspireerde Karimbakhsh Witteveen te spreken over de werking van de menselijke geest en de betekenis van weerspiegeling daarin. Daarbij refereerde hij aan ideeĂŤn van Inayat Khan hierover zoals deze onder meer in het boekje Metafysica staan verwoord. De lezing werd omlijst met liederen gezongen door Jetty Armaiti Scholten, die onder meer een lied van Ratan Witteveen ten gehore bracht. De overdracht werd begeleid door Kees van Beek en Mussavir Achterberg die als schilder en restaurateur belangeloos het beeld weer in goede staat bracht. Het beeld werd door Soefi-Contact in dankbaarheid aanvaard en heeft nu een mooie plaats gekregen in de hal van het Haarlemse SoefiHuis. Als u het nog niet hebt gezien, of u bent nog nooit in het Soefi-Huis geweest: kom eens kijken, er zijn vele activiteiten en er is vaak kunst van een van de leden te bewonderen. U bent van harte welkom (voor activiteiten, zie achterin dit blad).

37


De Lotus en de Roos Op 5 oktober heb ik deelgenomen aan een symposium van De Orde van Vrijmetselaren.1 Het thema was “De Lotus en de Roos”. Het vond plaats in Maastricht; daarom was het Soefi Centrum Maastricht uitgenodigd, zoals er vaker en ook elders uitnodigingen over en weer zijn. De lotus en de roos hebben een gemeenschappelijke symboliek. De lotus is het klassieke oosterse symbool voor onvoorwaardelijke en tot volledige wasdom gekomen humaniteit. De roos is in de westerse cultuur het symbool van liefde, toewijding en zuiverheid van hart. Beide zijn een symbool voor humaniteit en menslievendheid. Centraal op het symposium stond Kahlil Gibran’s uitspraak: “Door Liefde is de wereld geboren, door Liefde wordt zij onderhouden, naar Liefde streeft zij, door Liefde gaat zij verder”. De vier sprekers hadden uiteenlopende benaderingen maar deelden een oproep om te durven veranderen. Journalist/coach/pastor Rinus van Warven onderbouwde met een veelheid aan sprookjes, verhalen en gedichten de stellingen: “De wereld van de religies biedt liefde als basis van een moderne samenleving in een richting die ons humaniseert” en “Religie betekent dingen doen die joú diepgaand veranderen”. Patholoog/spiritueel coach Mehdi Jiwa, die in zijn retraitecentrum in Egmond aan den Hoef ook bijeenkomsten over soefisme houdt, verduidelijkte de betekenis van het symbool door te verwijzen naar Hazrat Inayat Khan die stelt dat een symbool is “als een oceaan in een drup”. Hij gaf een uiterst indrukwekkende analyse van Indiase tradities en literatuur waarin de lotus symbool staat voor verlichting. Zo kwam hij tot de oproep om niet weg te lopen, om de moed te hebben door te gaan in de reis van duisternis naar licht en om in verbinding te willen komen; dan openbaart zich nieuwe schoonheid. Daarbij bewust gebruik maken van meditatie, taal en mantra’s noemt hij noodzakelijk. Theoloog/dichter/dierenactivist Hans Bouma wees er op, dat alle levensbeschouwelijke en religieuze stelsels compassie zien als manier om de wereld medemenselijker te maken. Hij sloot aan bij de traditie van Mahatma Gandhi en Albert Schweitzer en bij Karen Armstrong (The Charter for Compassion).2 “Liefde is een engagement dat geen grenzen kent” stelde hij. En ook: “Ieder mens is je medemens. Juist in mede­ dogen komen wij als mens tot ons recht. Mededogen is niets anders dan liefde doen”. Bestsellerauteur Geert Kimpen (Maak goud van je leven) gaf in een uitdagende show zeven stappen aan om levenslood in goud te veranderen. Als jij je afvraagt, zo stelt hij, wat jouw levensvisie is en waarin jij het verschil maakt, is je alchemistische weg al begonnen. Het probleem van de meeste mensen is volgens hem dat ze een te klein ego hebben. Zijn advies is: “Ga op zoek naar uw Graal”. Grootmeester Henk Masselink opende het symposium met de stelling: “Liefde is een begin, er komt altijd iets achter…” en sloot het af met: “Wij als maçons starten met een nieuwe manier van denken”. Met dit laatste bedoelde hij het leveren van een bijdrage zowel aan de spiritualiteit van de individuele zoeker als aan een humane, rechtvaardige en menswaardige samenleving. Naar mijn mening was deze afsluiting in volledige harmonie met het eerder op de dag gebodene. Leo Sosef 1 De correcte naam is “Orde van Vrijmetselaren onder het Hoofdkapittel van de Hoge Graden in Nederland”. 2 Zie ook de Soefi-gedachte van maart 2011 voor artikelen over ‘The Charter for Compassion ’.

38


OVER BOEKEN Rumi - Het gelaat van mijn geliefde (Liefdesgedichten) Rumi - De schipper en de filosoof en andere verhalen,

Verzameld en verteld door Wim van der Zwan; uitgever Altamira (Haarlem). Wim Wali van der Zwan, de auteur van deze twee aardige selecties uit Rumi’s enorme dichtwerk, is soefi-musicus, journalist en dansleraar. Hij geeft in beide boeken een goede inleiding over Rumi en het soefisme, met een uitgebreide bibliografie aan het eind van beide boeken. Zijn toelichting is voor iedere zoeker zeer de moeite waard. Ameen Carp Als voorbeeld een gedicht uit de bundel ‘Het gelaat van mijn geliefde’:

o, engel van liefde liefde van liefde hartsverlangen van liefde leg je oren te luisteren bij mijn raam zuiver als je bent ken je mijn gedachten al maar doe het toch maar, doe het voor mij ik zocht en zocht en zocht jouws gelijke was niet te vinden *****

Frederique Lenoir. God? Utrecht, Ten Have, 224 blz., ISBN 978901316 € 19, 95

Historisch overzicht van de betekenis van de onzichtbare God in het leven en het hart van mensen. Zowel de onpersoonlijke God van het Oosten als de Westerse God van Liefde en de God van Mohammed komen aan de orde. Verrassender is dat er ook een hoofdstuk over wetenschappen en religie en zelfs over atheïsme in staat. Het is duidelijk dat iedereen die God kiest, waar hij/zij op dat moment dringend behoefte aan heeft. Als de behoefte verandert, veranderen ook de ideeën over God. Dat zal ook de God van de toekomst doen: die zal, naar de schrijver meent, wel blijven bestaan maar in een andere vorm. Ontroerend is ook de epiloog waarin de schrijver zijn verhouding tot God aangeeft. Wij zeggen altijd dat er meer soefi's buiten de Soefi Beweging zijn dan er in. Lenoir is er één van. Zubin van den Besselaar   *****

Hidayat Inayat Khan. Waarheen vaart het schip?

Ter gelegenheid van de zomerschool 2013 verscheen deze brochure van 6 bladzijden. De tekst verscheen eerder in het Engels als epiloog van de 2e druk van het boek Reminders en is vertaald door. Hamida Verlinden. De brochure bevat een korte 39


beschrijving van de Internationale Soefi Beweging en de vijf activiteiten. Alsmede een korte beschrijving van de Soefi Boodschap in deze tijd. Het geeft geïnteresseerden in kort bestek een idee van de Soefi Beweging en mag, mijns inziens, daarom in geen enkel centrum ontbreken. Zubin van den Besselaar ***** William Pasnak1, Sink or Swim, te koop via bol.com, uitgever James Lorimer & Company Ltd, Toronto, 1999, 89 blz., pocket, $ 8.95/€ 11.49, 1-55028 Na al die jaren dat ik weet dat Nawab Pasnak professioneel kinderboekschrijver is, heb ik een boek gekocht van zijn hand. Hij beschrijft de ervaringen van een 12-jarige jongen, Dario, die tot zijn ontzetting door zijn moeder zonder overleg vooraf wordt opgegeven voor een waterkamp van veertien dagen. Hij is vertrouwd met het leven in zijn dorp/ stad, met de bakker, het biljard in het café van zijn Oom Vinny (vriend van zijn moeder), luide muziek en zijn vrienden met wie hij basketbal speelt. Een water-zomer-kamp, met zwemmen, zeilen en kanoën, hoe bedenkt zijn moeder het! Dario kan niet zwemmen en heeft een afkeer van water. Tevoren weet hij dat hij het een vreselijk kamp zal vinden. Er is voor hem geen ontkomen aan, hij gaat. Voor kinderen is het een spannend boek, met veel onverwachte wendingen. Velen zullen zich kunnen herkennen in één van de goed uitgewerkte karakters. Voor mij als volwassene was het een waar genoegen te lezen hoe de interacties verlopen tussen de jongens onderling en de leiding van het kamp. Ik vond het leerzaam te lezen hoe de leiding een evenwicht vindt tussen door de vingers zien en pedagogisch handelen ten opzichte van ongewenst gedrag. Een aanrader voor ouders om zelf te lezen en/of met hun (klein)kinderen, zeker met kinderen (van 8 tot 13 jaar) die op school Engels leren. Ook de woordenschat die wordt opgedaan is verrijkend. Jaya Bakker 1 Nawab Wiliam Pasnak is Executive Supervisor van the International Sufi Movement

40


Soefi-centra

informatie, adressen en activiteiten AMSTERDAM

dhr. P. Smits (Amir), Warmondstraat 177 hs, 1058 KX Amsterdam. t 06 15 06 05 13 <amir-020@hotmail.com> Universele Eredienst: Ignatiushuis, Beulingstraat 11, 1017 BA Am­sterdam, 1e en 3e zondag van de maand 11 uur. Op de 3e zondag voorafge­gaan door de Confraternity of the Message 10.30 uur. Apeldoorn

Orientatiemiddagen: 2e zondag van de maand van 14-16 uur bij dhr. en mw. De Roos-Labeur (Corrie & At), Sparrenlaan 11, 7313 AT Apeldoorn, t 055-323 1633 <atderoos@hetnet.nl> Arnhem

mw. H.M. de Caluwé - Rombout (Maharani), Groningensingel 423, 6835 ER Arnhem t 026-3213650 <maharani@planet.nl> mw. E.Steingröver (Johara), Meidoornplantsoen 23, 6706 DB Wageningen. <johara@telfort.nl> t 0317-425 072 ('s avonds). Studieklassen in overleg. Universele Eredienst: Vrijmetselaarsgebouw, Arnhemsestraatweg 360, 6881 NK Velp (Gld) 1e zondag van de maand om 11 uur. Assen

mw. A. Stam (Iman), Keerweer 8, 9401 ES  Assen, t 0592-707202 en 06-24 92 92 77 <destam.afslag33@planet.nl> Studiebijeenkomsten en klassen voor belangstellenden, broeder-zusterschapsleden en moerieds. Universele Eredienst: Loge van de ODD Fellows, Hendrik de Ruiterstraat 2, 9401 KT Assen, 3e zondag van de maand om 11 uur. Breda

mw. Margo Armaiti Leerink, coördinator. Concordiaplein 47, 4811 NZ Breda. t 06 22 81 21 10 <margoleerink@gmail.com> Universele Eredienst: Waalse Kerk, Catharina­straat 83-bis, 4811 XG Breda, 3e zondag van de maand om 11 uur. Den Haag

dhr. L.W. Carp (Ameen), Anna Paulowna­straat 78, 2518 BJ Den Haag, t 070-364 4590, f 070-361 4864 <wite.carp78@gmail.com> <www.soefi.nl/denhaag> Programma op aanvraag: 1e en 3e maandag van de maand open studie- en medi­tatie-klas.; open soefi-avonden, spirituele filmavonden, en besloten klassen. Universele Ere­dienst: Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag, elke zon­dag om 11 uur, Confraterni­ty of the Message om 10.30 uur.

Deventer

dhr. W.S. van der Vliet (Sikander), t 0313-650334 Universele Ere­dienst: Logegebouw van de Vrijmetselaars, Rijkmanstraat 10, 7411 GB Deventer, 3e zon­dag van de maand om 11 uur. DRONTEN i.o.

dhr. J.Koldijk (Kabir), Lindestraat 10, 8266 BG Kampen, t 038-3314446, 0653723207 <jellekoldijk@zonnet.nl> Studie bijeenkomsten in Dronten de 4e donderdag om 19.30 uur. Eindhoven

mw. L. Bredée-van Ginkel (Kamila), Jacob Catsstraat 28, 5671 VR Nuenen, t 040-2832518, <soeficentrum.eindhoven@gmail.com> Universele Ere­dienst: Eckartdal, Nuenenseweg 1, 5631 KB Eindhoven, 1e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur. Friesland

dhr. D.Lieftink (Rama). t 0598-430422 < dicklieftink@gmail.com >. mw. Y. VeenstraWiersma (Ynskje), Wommels. t 's avonds 0515576244 < byveenstra@ziggo.nl > Maandelijks meditatieavonden. Universele Ere­ dienst: Bij de Put 15, 8911 GE Leeuw­arden, 1e zondag van de maand om 11 uur. Groningen

dhr. M. Voestermans (Karim) t 050-4090431 < m.voestermans@gmail.com > Maandelijks: musical tuning en meditatie; stilte en meditatie; gespreksavond. Programma: zie www.soefi.nl onder centrum Groningen. ‘s Hertogenbosch

Coördinator: mw. D.de Vries (Saraswati), t 06 23 14 81 45 < harpsaraswati@planet.nl> Secretariaat: dhr. F.W. Roza (Frans), Stevenshofdreef 6A, 2331 CV Leiden, <frans.w.roza@gmail.com> Universele Eredienst: er komt een nieuwe locatie. Hilversum

dhr. F. van der Veer (Ganesh), Kogge 13, 1261 VK Blaricum, t 035-5312130 < famvdveer@ziggo.nl >. Studieavond voor belangstellenden: 1e ma. v.d. maand om 19:30u; voor deelname graag vooraf contact opnemen. Broederschapsavonden: elke 3e donderdag van de maand; ook hier svp eerst contact opnemen. Universele Eredienst: Gebouw ‘De Ver­eniging’, Ou­de Engh­weg 19, 1217 JB Hilversum (­bij het Dudok raadhuis). Elke 2e zondag van de maand om 11 uur. 41


Regio Katwijk, Wassenaar

drs. J. Belt (Munir) Eykendonck 32, 2211 SG Noordwijkerhout t 0252-373145 <j.belt@planet.nl> Wakil Murad Hassil: mw.Nora Kerssies t 06 38 27 95 29 <verhuur@soefitempel.nl> <www.soefitempel.nl> Universele Eredienst: Universel Murad Hassil, Zuid­duinseweg 5, 2225 JS Katwijk aan Zee, 1e, 3e en 4e zondag van de maand 11 uur. Confrater­nity of the Message 1e en 3e zo. 10.30 u. Iedere 4e zo. spreekt Karimbakhsh Witteveen. Rotterdam

dhr. B. de Wreede (Bauke), t 06 24 64 66 94 < bdewreede@gmail.com > t Centrum 010-751 0500 Studie- en belangstellendenavonden: 1e maandag van de maand, opgave vooraf. Universele Eredienst: Soeficentrum Provenierssingel 41, 3033 EG Rotterdam, 2e en 4e zondag van de maand, 11 uur. Tilburg

dhr. & mw. Ach­terberg-Thierens (Mussavir & Nuria), Chopinstraat 26, 5011 VK Tilburg, t 013-4563241. Klassen voor belangstellenden eerste maandag van de maand in Tilburg, opgeven bij dhr.L.Raatgever, t 06 12 74 65 13 Per 01-01-2013 is het centrum Tilburg gefuseerd met het centrum Breda. Twente

dhr. J. Sniekers (Rahim), t 074-250 2479, <jansniekers@tiscali.nl> Universele Eredienst: Nivoncentrum, Lodewijkstraat 1, 7553 LB Hengelo, 2e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10 uur. UTRECHT / BILTHOVEN

Voorlopig: gezamenlijk bestuur. Contact mw. J.L. van Male (Sakya), t 0302723522 Universele Ere­dienst: Huize ‘Het Oosten’, Jan Steenlaan 25, 3723 BT Bilthoven, laatste zondag van de maand om 11 uur. Zeeland

mw. N. Gortzak (Nuria), Mme. Curiestraat 63, 4532 JX Terneuzen, t 0115-530599 en 06 40 55 61 31 Studiebijeenkomsten: 2e dinsdag van de maand. Info mw. A. van Schaik (An), t 0118-412875. Uni­versele Ere­dienst: Gebouw de Vier Elementen, Breeweg100, 4335 SK Middelburg, 1e zondag van de maand om 11 uur. ZUID LIMBURG

mw. Ingeborg Wuester (Hakima) <ingeborgwuester@yahoo.de> Er zijn maandelijkse bijeenkomsten en om de twee maanden op zaterdagmorgen open klassen. 42

Zwolle

dhr. C. Koster (Karim), Tijnje 48, 8033 AR Zwolle, t 038-4541817, Universele Eredienst: Bloemen­dalstr. 11, 8011 PJ Zwolle, 4e zon­dag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur. In Meppel is een Soefi-groep die elke 4e di. v.d. maand bijeenkomt. Contactadres: Zuideinde 46, 7941 GH Meppel. <paul.ketelaar@planet.nl> <www.soefimeppel.nl> Informele Eredienst: Engelandseweg 19, Wezep, 2e zondag van de maand om 10 uur. SOEFI BEWEGING NEDERLAND

Algemeen Secretariaat Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag t 070-3461594, f 070-361 4864 <sufiap@hetnet.nl> Secretariaat open maandag tot en met donderdag van 10 tot 13 uur. bgg.: t 070-3644590 Administrateur: dhr. P.H.Popkema (Nadir); na 18.00 uur: t 0314-361 449. <popkemail@hetnet. nl> Nationaal Vertegenwoordiger dhr. L.W. Carp (Ameen) t 070-3644590, f 070-3614864 <sufipublications@hetnet.nl> Nationaal secretaris mw. L. Grashuis (Wahdud), A.Verweystraat 126, 2274 LM  Voorburg. t 070-3644590 (overdag), t 070-3871705 (thuis) < soefi.beweging@gmail.com > Office Representative General Banstraat 24, 2517 GJ Den Haag, t 070-365 7664 <sufihq@xs4all.nl> Internet www.soefi.nl (nationale site). www.sufimovement.org (international site). Penningmeester dhr. Bauke de Wreede, Stichting Soefi Beweging Nederland, rekening 777555 Lidmaatschappen van de Soefi Beweging Er bestaan verschillende vormen: Moeried: dit zijn personen die de inwijding in de Inner­lijke School van de Soefi Beweging hebben ontvangen en de esoterische klas­sen en de esoterische training volgen Broeder-zusterschapslid: dit zijn zij die de idealen en doelstelling van de Soefi Beweging ondersteunen. Lid van de Kerk van Allen: dit zijn zij die zich speciaal aangetrokken voelen tot de Universele Eredienst; dit verlangt niet dat zij ook om inwijding vragen. Vriend van de Soefi Beweging: men kan zich opgeven als Vriend als men een ondersteuning aan het soefiwerk wil geven.


Belangstellende: eenieder die zich op wil geven als belangstellende en de informatie over soefiactiviteiten wil verkrijgen. Contributieregeling 2013 Moerieds betalen per jaar: Alleen Echtpaar Laag € 100,00 € 150,00 Normaal € 160,00 € 240,00 Hoog € 235,00 € 355,00 Broederschapsleden betalen per jaar € 70,00 en een Broederschaps-echtpaar € 105,00. Vrienden van de Soefi Beweging Nederland en leden van de Kerk van Allen betalen € 70,- per jaar. Dit is inclusief het abonnement op de Soefigedachte. Alléén een abonnement op de Soefi-gedachte: € 16,00 per jaar (=incl. porto Ned.) Wanneer men als lid van een andere Soefi organisatie tevens ondersteunend lid van de Soefi Beweging wil zijn, betaalt men € 20,- per jaar en ontvangt men de Soefi-gedachte. DARGAH

Financiële bijdragen voor het sociale, culturele en extra soefi-werk bij de Dargah, rekeningnr.: 616577 t.n.v. Stichting Dargah te Den Haag. Voor organisatie, onderhoud, in­richting van nieuwbouw en guest house, rekeningnr.: 43 02 43626 t.n.v. Dargah-fonds te Den Haag. Schenkingen van boeken enz. (alle talen!): Wali van Lohuizen t 035 538 98 93 Bijzondere activiteiten

Alle activiteiten van Soefi Beweging Nederland en overige soefi-organisaties zijn te vinden op www.soefi.nl. Daar kunt u zich ook abonneren op de Nieuwsbrief. Zie voor algemene informatie over soefisme: www.soefikalender.nl SOEFI BEWEGING BELGIË

mw. L.D. Deslée (Leela), Sport­straat 100, 900 Gent. Broederschapsvertegenwoordiger in België. info: sufirozentuin@skynet.be of 09.222.10.30 Andere organisaties

Sufi Ruhaniat NL: Ariënne & Wali van der Zwan. www.peaceinmotion.eu t +49 (0)2294 993 78 41 en +31 651 30.34.39 (GSM). < samark@peaceinmotion.eu >

BOWL OF SAKI

Een aanrader: via email kunt u de fraaie engelstalige Bowl of Saki dagelijks gratis toegestuurd krijgen. Via www.wahiduddin.net/saki komt u op de site, waar u zich kunt inschrijven. SOEFISME OP YOUTUBE

In samenwerking met de Soefi Beweging in Amerika is de Soefi Beweging Nederland op youtube te zien en te beluisteren. Klik op: www.youtube.com/user/SoefiBeweging www.youtube.com/user/IntSufiMovementUSA Baroda mUZIEK fESTIVAL

De Gayan Schala (muziekafdeling van de Universiteit van Baroda) organiseert opnieuw een muziek-festival op 1 en 2 februari 2014. Hazrat Inayat Khan was enige tijd als professor aan de Gayan Schala verbonden, die door zijn grootvader werd opgericht. zomerschool 2014

leaders retreat: 8 en 9 juli vrije dag: 10 juli zomerschool I: 11 t/m 16 juli commemoration & artistic evening: 17 juli vrije dag: 18 juli zomerschool II: 19 en 20 juli general retreat: 21 juli zomerschool II: 22 en 23 juli vrije dag: 24 juli soefi dagen: 25, 26 en 27 juli NADENKER

Een menselijk wezen is een onderdeel van het geheel dat wij Universum noemen, een onderdeel dat begrensd is in ruimte en tijd. Hij ervaart zichzelf, zijn gedachten en gevoelens als iets wat gescheiden is van de rest. Dat is een optisch bedrog van bewustzijn, een soort gevangenis waarin we ons beperken tot onze persoonlijke verlangens en genegenheid voor een paar personen die ons het meest nabij zijn. Onze taak is ons te bevrijden uit deze gevangenis, door onze cirkel van mededogen te verwijden, om daarmee alle levende wezens en de hele natuur in haar schoonheid te omvatten. Albert Einstein

Soefi Orde: Dutch Sufi Information Centre:

Jamila Mieke Betten t (00-31)(0)30-2689298 < soefiordeinfo@gmail.com >

Sufi Way NL: dhr. E. Koole (Elmer), Oudeweg 31,

9364 PR Nuis. t 0594-549863 < elmerkoole@sufiway.nl >

43


VERENIGING SOEFI-CONTACT Soefi-Contact is een landelijke vereniging met afdelingen in Haarlem, Alkmaar en Bussum. De vereniging heeft als doel: het stimuleren van de studie van Hazrat Inayat Khan's ideeĂŤn, alsmede het in praktijk brengen ervan, dit in de ruimste zin van het woord. Landelijk centrum en dagelijks bestuur Landelijk centrum: Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40, 2011 BE, Haarlem. Website: www.soefi-contact.nl Voorzitter: dhr. E.H.K. Logtmeijer, t 035-6918347 Secretariaat: dhr. W.R.F.Kuiper, Westerstraat 63, 2013 PM Haarlem, t 023-5313081 e-mail: m.dukker@chello.nl Penningmeester: dhr. B.P.T.Cornelissen, Rietveldlaan 12, 6708 SB Wageningen. t 0317-425 347 e.mail: abbc@hetnet.nl Het verenigingsjaar van Soefi-Contact loopt van 1 juli t/m 30 juni. De contributie kan worden overgemaakt op rekeningnummer: 4239048 t.n.v. Soefi-Contact te Wageningen. Adreswijzigingen / mutaties en opgave van (nieuwe) leden en belangstellenden graag via het secretariaat, dhr. F.Kuiper. Landelijke activiteiten www.soefikalender.nl www.soefi-contact.nl www.facebook.com: soefi-contact Activiteiten afdeling Haarlem (Soefi-Huis) Alle activiteiten in Haarlem vinden plaats in het Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40 te Haarlem. Universele Erediensten: iedere tweede en vierde zondag van de maand; aanvang 11.00 uur. Bezoek bibliotheek is mogelijk na de dienst. Informatie: 023-5272249 of 023-5370585, e-mail: jaapwillemhutter@gmail.com of walivdputt@gmail.com Activiteiten afdeling Alkmaar Universele Erediensten: elke eerste zondag van de maand in de Remonstrantse Kerk, Fnidsen 37, 1811 ND Alkmaar; aanvang 11.00 uur. Informatie: dhr. MichaĂŤl Schouwenaar, Vatropperweg 5, 1779 GE Den Oever, t 0227-512265, e-mail: soefi.noordwest@kpnplanet.nl en dhr. Nathan Feenstra t 072-5615712 Activiteiten afdeling Bussum Informatie over activiteiten: mw. E. Schurink, t 035-6912990 en dhr. Karim Logtmeijer, t 035-6918347, e-mail: lion182@zonnet.nl.

44

Soefi gedachte nr 24, december 2013  

Tijdschrift van de Nederlandse Soefi Beweging

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you