Issuu on Google+

Inhoud

D E SOEFIgedachte

juni 2013

3 Ten geleide 5 De godsdienst van de soefi Hazrat Inayat Khan 11 Wijsheid Hidayat Inayat-Khan 12 Uit de invloed die een toestand beheerst blijkt Gods hand Gawery Voûte 14 Overgave Thomas a Kempis 15 Gebed: O Gij 16 Interview met Nuria en Mussavir Achterberg 20 Column: Geduld Karim Logtmeijer 21 Waarom geven we een bedelaar niet alles wat wij hebben? Kariem Maas 26 Een fundamentele beschouwing over Horn’s herijking Karimbakhsh Witteveen 31 Essentie en vorm(en) Sharifa de Vries 32 In memoriam: Walia van Lohuizen Mangala Visscher 36 Gedicht Wali van Lohuizen

37 Soefisme en theologie Ameen Carp 39 Over boeken 41 Informatie over de Soefi Beweging 44 Informatie over Soefi Contact De Soefi-gedachte is een gezamenlijke uitgave van Soefi Beweging Nederland en Vereniging Soefi-Contact en heeft tot doel het verspreiden van het gedachtengoed van Hazrat Inayat Khan.

1


COLOFON de Soefi-gedachte 67e jaargang nummer 2 juni 2013 Verschijnt 4 x per jaar; in: maart, juni, september en december. Uitgever/Administratie: Stichting Soefi Beweging Nederland Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag tel: 070 346 15 94 fax: 070 361 48 64 <sufiap@hetnet.nl> www.soefi.nl www.soefi-contact.nl

Redactie: dhr. L.W. Carp (Ameen), voorzitter mw. M.A.J. van den Besselaar (Zubin) dhr. J.J. Dekker (Sabir Jaap), secretaris mw. I.Lennings (Irene) dhr. E.H.K.Logtmeijer (Karim) dhr. T. Maas (Kariem), hoofdredacteur

Abonnementen: jaarabonnement, incl. porto: € 16,00 abonnement buitenland: € 20,- per jaar los nummer: € 5,00. Aanmelding door betaling via rekening 777555 tnv Penningmeester Stichting Soefi Beweging Neder­land te Den Haag

Redactie-adres: redactiesg@gmail.com

Aanwijzingen voor auteurs: Bijdragen zijn welkom, mits niet langer dan ca. 2000 woorden en aangeleverd in Microsoft Word met eventuele voetnoten als eindnoten. De redactie behoudt zich het recht voor artikelen niet op te nemen of in te korten, en op de eigen websites te plaatsen. Kopij sturen naar het redactie-adres. Uiterste inleverdata voor het volgende nummer: 2 maanden tevoren (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 okto. ber) of in over­leg met de redactie.

Illustraties: De redactie stelt alles in het werk om reproductierechten te regelen. Voorzover dit niet correct is gebeurd, kunnen rechthebbenden contact opnemen met de uitgever.

Redactiemedewerker: dhr. N. Welten (Noud), opmaak

Drukker: NKB, Bleiswijk

Adresveranderingen sturen aan de uitgever, Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag met uitzondering van leden Soefi-Contact, die mutaties sturen naar hun secretariaat. © Soefi Beweging Nederland. Overname van agendapunten vrij. De inhoud van de artikelen is voor verantwoording van de auteurs en afgezien van plaatsing in dit tijdschrift en op daaraan gerelateerde websites, berust het copyright bij de auteurs.

2


Ten Geleide - bevrijding In deze aflevering van de Soefi-gedachte gaat Karimbakhsh Witteveen in op de bevindingen van Hendrik J. Horn die, al terugkijkend op de geschiedenis van het universeel soefisme, pleit voor verandering. In vorige afleveringen is dat al van diverse kanten belicht. Witteveen eindigt met een blik in de toekomst – met welke activiteiten kunnen we het beste het soefisme uitdragen? Stond in eerdere bijdragen de geschiedenis centraal, het is goed om nu de blik te richten op de betekenis van het soefisme voor de toekomst. “Het eerste wat een zoeker naar waarheid zich moet realiseren is het doel van het leven”, is de zin waarmee Hazrat Inayat Khan een serie lezingen over dat onderwerp opent. Vervolgens onderscheidt hij vijf verlangens die ons helpen om dat doel te bereiken: verlangen naar leven, kennis, kracht, geluk en vrede. Misschien schuilt daarin ook de waarde van het universeel soefisme voor de toekomst – namelijk, dat het ons kan helpen ons verlangen uit te diepen. Het soefisme is er niet voor zichzelf, het is er om mensen vooruit te helpen op hun spirituele pad. Je hoeft het blad Koorddanser er maar op na te slaan om te zien dat het soefisme daarin niet uniek is. Wel is een karakteristiek verschil met de honderden wegwijzers die worden aangeboden, dat het universeel soefisme religies ziet als rijke bronnen van inspiratie. Het zet zich niet af tegen religie en beperkt zich niet tot één stroming – het ziet in alle religie hetzelfde verlangen en put uit die rijke tradities van oefeningen, symbolen en rituelen omdat die voor velen het meest direct hun hart raken. Tegelijk reikt het verder, het brengt aan het licht hoe mystiek ook buiten religies bestaat. Ook door kennis, door inzicht in psychologie en filosofie, en door de vervoering die kunst, met name muziek, teweeg kan bengen, kan het hart zich openen voor de mystieke ervaring dat alles één is. Mystiek kan dus ook ervaren worden buiten religies om, langs seculiere wegen van ontwikkeling. Daardoor kan universeel soefisme aansluiten bij eigentijdse verlangens. Sommige activiteiten zijn meer religieus geïnspireerd, zoals de eredienst waarbij het licht van alle religies inspiratiebron is. Andere activiteiten zijn meer geworteld in algemenere meditatieve tradities, richten zich op het bestuderen van teksten, op muziek of dans. Oefeningen om je vrij te maken van ballast van het ego en het hart te openen. Het pad naar vervulling van verlangens van de ziel kun je niet in je eentje gaan. Van oudsher hebben alle tradities het belang benadrukt van verbondenheid met andere mensen. Elkaar inspireren is belangrijk en ook je aan elkaar slijpen. Dat soort broeder/zusterschap is niet altijd gemakkelijk, maar hoe kun je ooit naar eenheid en vrede streven als het je al niet lukt om dat met je naaste te bereiken in het gewone leven van alledag? Ook met dat inzicht is het universeel soefisme relevant voor nu en de toekomst. Met deze ingrediënten kan, in de wetenschap dat we afkomstig zijn uit een en dezelfde bron van leven en licht en uiteindelijk ook daarin onze bestemming vinden, het universeel soefisme ons nu en in de toekomst helpen geestelijk vrij te worden en ons hart vleugels geven. Hopelijk draagt deze Soefi-gedachte een steentje bij aan die bevrijding. Kariem Maas 3


De godsdienst van de soefi Hazrat Inayat Khan

Godsdienst in de algemene betekenis van het woord, is volgens de opvatting van de wereld, geloofsbelijdenis. Er zijn niet veel godsdiensten in de wereld, maar wel veel geloofsbelijdenissen. Wat betekent geloofsbelijdenis? Geloofsbelijdenis is datgene wat de godsdienst bedekt. Er is maar één godsdienst en er zijn vele bedekkingen. Elk van deze bedekkingen wordt Christendom, Boeddhisme, Hebreeuwse godsdienst, godsdienst van de Islam, enzovoorts, genoemd en wanneer men deze bedekkingen er afneemt zal men tot de ontdekking komen, dat er één godsdienst is en dat is de godsdienst van de soefi. Toch veroordeelt een soefi nooit een kerk, een geloofsbelijdenis of een bepaalde vorm van eredienst. Hij zegt: “Dit is een wereld van verscheidenheid, iedereen heeft zijn eigen voorkeur voor voedsel, voor kleding, en ook zijn eigen wijze om zich te uiten.” Waarom moeten de volgelingen van één bepaald geloof altijd vinden dat de anderen heidenen zijn? De soefi gelooft dat wij allen één godsdienst volgen, maar onder verschillende namen en vormen. Maar achter deze namen en vormen is één en dezelfde Geest en één en dezelfde Waarheid verborgen. Het is te betreuren, dat orthodoxe priesters en dominees het hierover onderling niet eens zijn. Zelfs op de colleges aan de universiteiten waar de studenten theologie studeren, studeren zij zonder diepgaande belangstelling voor deze gedachte te hebben. Een professor uit Zwitserland vertelde mij: “Wij hebben veel boeken gelezen over godsdienst. Ik was professor in de theologie en op colleges werd ons geleerd te studeren zonder ons te zeer in het onderwerp te verliezen, we moesten onpartijdig blijven”. Dit is echter niet de geesteshouding waardoor men geïnspireerd wordt. Onze houding moet er een zijn van diepe belangstelling, van welwillendheid ten opzichte van die godsdienst en van sympathie voor de leraar, die haar heeft gebracht. Ikzelf begon in mijn jonge jaren de Bijbel te bestuderen en mijn toewijding voor Christus en de Bijbel was even groot als die van menig Christen, misschien zelfs groter. Dit geldt voor alle heilige geschriften. Wanneer men sympathie en belangstelling heeft voor al wat men bestudeert en leest, dan gaat het voor ons leven. Dan inspireert het ons en vinden wij er baat bij, omdat wij de waarheid liefhebben. Dezelfde waarheid hebben allen gemeen, maar de strekking van de academische studie van godsdiensten is, te ontdekken waarin het verschil gelegen is. De mensen zijn er erg in geinteresseerd om te weten waarin het Christendom verschilt van het Boeddhisme en waarin de Joodse Godsdienst verschilt van de Islam. De belangstelling gaat uit naar het verschil, in plaats van naar de synthese waarin wij elkaar ontmoeten. Daar waar verschillende geloven samenkomen, is een heilige bedevaartsplaats. In India heeft men, om dit begrip te verduidelijken, een bedevaartsplaats gesticht waar twee rivieren samen komen. Wanneer er één rivier is noemt men die heilig, maar waar twee rivieren samenkomen is de allerheiligste plaats. Volgens deze gedachte is iedere stroom van goddelijke wijsheid, die wij godsdienst noemen, heilig, 5


maar het meest heilig is de plaats waar twee stromen elkaar ontmoeten. Als wij ons dit realiseren, maken wij in de geest de ware bedevaart. Wat is God? Nu zijn wij gekomen tot datgene wat godsdienst inhoudt. Het allervoornaamste in godsdienst is het begrip ‘God’. Wat is God? Sommige mensen zeggen: “Mijn opvatting van God is, dat Hij zich in de hoogste hemelen bevindt, dat Hij de schepper is, de rechter van de dag des Oordeels en dat Hij de vergever is.” Een ander zegt: “Mijn opvatting is, dat God alles is, dat alles God is, en dat als iemand gelooft in God als een persoon, ik zelf daar niet in geloof”. Beiden hebben gelijk en toch hebben beiden ongelijk. Zij hebben gelijk wanneer zij het andere standpunt ook kunnen zien en zij hebben ongelijk als zij slechts hun eigen standpunt zien. Beiden zien het Godsideaal met één oog. Wanneer zij met beide ogen zouden zien, zou het beeld compleet zijn. Het is een dwaling van de kant van de mens God te begrenzen tot een persoonlijk wezen. Ook is het verkeerd van de mens, die in de absolute God gelooft, het persoonlijke wezen van God uit zijn denkvermogen te bannen. Zoals gezegd wordt; “God verklaren is God onttronen”. Als men zegt “God is abstract”, dan wil dit hetzelfde zeggen als: “God is tijd, God is ruimte”. Kunt u de ruimte liefhebben, kunt u de tijd liefhebben? Daarin is niets om lief te hebben. Een schone bloem zou u meer aantrekken dan de ruimte, en goede muziek zal u meer boeien dan de tijd. Daarom bezit de gelovige in de abstracte God alleen zijn geloof, maar vindt hij er geen baat bij. Hij kan evengoed niet in God geloven als in een abstracte God. Toch heeft hij geen ongelijk, hij heeft gelijk maar hij heeft er niets aan. Het meest aan te bevelen voor een Godgelovige is zich eerst een voorstelling van God te maken. Natuurlijk kan de mens zich geen voorstelling maken van iets dat hij niet kent. Wanneer ik u bijvoorbeeld zou zeggen: “Stel u zich een vogel voor, die u nog nooit gezien hebt en die anders is dan welke vogel ook, die u ooit zag. Dan zal u die vogel eerst vleugels geven, daarna de kop van een koe en dan zal u misschien de benen van een paard voorstellen en de staart van een pauw. Maar u kunt zich geen enkele vorm voorstellen die u nooit gezien of gekend hebt. U moet vanuit uw gedachten gestalte geven aan een vorm, die u reeds kent. U kunt zich geen voorstelling maken van iets dat u nooit zag of kende. Het is ook het gemakkelijkst en het meest natuurlijk voor de mens zich welk wezen dan ook voor te stellen in zijn eigen menselijke gedaante. Wanneer iemand aan feeën en engelen denkt, dan ziet hij hen in menselijke gedaante. Wanneer dan ook iemand zich het Godsideaal voorstelt, zal de hoogste en beste wijze van voorstelling zijn: de hoogste en edelste menselijke persoonlijkheid. Maar God gaat het menselijk begrip te boven en de mens kan zich Hem niet hoger indenken, dan hij in staat is te doen. Het is dus zinloos om te redetwisten en te argumenteren, of onze eigen opvatting aan een ander op te dringen. Want de beste wijze waarop iemand aan God kan denken, is de wijze waarop hijzelf in staat is aan God te denken. Het volgend aspect van godsdienst is: de idealisering van de meester. De één zegt: “Mijn meester is de redder van de wereld, de verlosser van de mensheid. Mijn meester is goddelijk, mijn meester is God Zelf”. Een ander staat klaar om dit tegen 6


te spreken, zeggende dat dat niet waar is, dat niemand goddelijk genoemd kan worden en niemand de wereld kan redden, maar dat iedereen zichzelf moet redden. Als u het echter vanuit het standpunt van een soefi beschouwt, zegt de soefi: “Wat doet het er toe, dat een mens in iemand die hij aanbidt en verheerlijkt en idealiseert, God Zelf ziet. Deze hele manifestatie is welbeschouwd Gods manifestatie. Indien hij zegt, dat hij in die speciale meester de goddelijke ziet, is daar niets verkeerds in. Laat hij zijn meester Godheid noemen. Ik beklaag degene die zijn meester niet de verlosser noemt. Bovendien hebben de daden van elk van ons hun uitwerking op de hele kosmos en als een hogere ziel door iemand de verlosser van de wereld genoemd zou worden, dan is dat geen overdrijving. Een slechte ziel kan in de kosmos heel veel kwaad veroorzaken en een heilige ziel kan door zijn leven op aarde ieder wezen in de wereld veel goed doen, direct en indirect, omdat iedere ziel met de gehele kosmos verbonden is. Maar voor de soefi vormt dit geen probleem. Als een boeddhist zegt: “Boeddha is mijn verlosser”, als een christen zegt dat Christus goddelijk is, als een moslim zegt dat Mohammed het zegel van de profeten was, als een hindoe zegt dat Krishna de uitdrukking van God was, zegt de soefi: “U hebt allemaal gelijk, u hebt allemaal uw individuele of collectieve naam. Al deze namen zijn voor mijn ideaal hetzelfde. Ieder van u heeft zijn eigen idealen. Al deze benamingen heb ik als naam voor mijn ideaal. Ik noem mijn geliefde: Krishna, Boeddha, Christus, Mohammed. Ik houd van al uw idealen, omdat mijn ideaal één en hetzelfde is”. Het derde aspect van godsdienst is de bedoeling van de vorm van de godsdienstoefening. Misschien worden in de ene dienst kaarsen aangestoken en is er een bepaalde vorm van eredienst. In een andere dienst wordt zelfs een gezang in de kerk niet toegestaan. In weer een andere dienst roept men Gods naam aan en bidt men met gebaren tot de Heer. In nog een andere dienst heeft men een beeld van Boeddha op het altaar staan als vredessymbool. Dit zijn verschillende uitingen van vroomheid, evenals men elkaar in de westerse landen groet door met het hoofd te knikken en in de oosterse landen door de handen op te heffen. Het gebaar is verschillend, maar drukt hetzelfde gevoel uit. Wat doet het er toe of men op deze of op die wijze groet, zijn het niet allemaal begroetingen? De soefi zegt: “Als het maar echte vroomheid is, doet het er niet toe op welke wijze zij geuit wordt”. Dat is voor hem hetzelfde. Ik reisde eens van Engeland naar Amerika en op zondag hield men op die boot een protestantse dienst die ik bijwoonde, en iedereen dacht dat ik protestant was. Daarna was er een katholieke dienst en toen ik naar de katholieke dienst ging, begonnen de mensen naar mij te kijken en zich af te vragen of ik katholiek of protestant was. Een tijd later was er een joodse dienst en toen ik daarheen ging, vroegen zij zich af waarom ik naar al die diensten toeging en of ik een rabbi was. Voor mij was elk van deze diensten een uiting van vroomheid. Voor mij verschilden zij niet. Het verschil is niet in de vorm gelegen, maar in onze instelling, in onze toewijding. Wanneer onze instelling goed is, zullen wij altijd onze oprechte vroomheid 7


uiten, of wij in de kerk zijn of op het marktplein, of gewoon in de natuur, of in ons eigen huis. Daarom houdt de gebedsvorm van een soefi alle gebedsvormen in en in iedere vorm ondergaat hij die geestvervoering, die in het godsdienstig leven het allerbelangrijkste is. Een aspect van godsdienst is te weten wat er verboden is en wat er is toegestaan: de zedelijke en ethische opvatting. De éne godsdienst zegt: dit is verboden en dat is toegestaan. Een andere godsdienst zegt iets anders, en nog een andere godsdienst weer iets anders. Maar wat is dat nu voor een wet? Waar komt zij vandaan? De wet stamt van de opvatting van de profeten of wetgevers die zij destijds ontleend hebben aan de behoeften van de desbetreffende gemeenschap. En zo werd dus de ene wetgever misschien in Syrië geboren, de andere in Arabië, nog een andere in India en weer een andere in China en elk van hen zag een andere behoefte voor de mensen van die tijd. En als wij dus de wetten bijeen zamelen die gegeven zijn door hen, die tot de verschillende godsdiensten de inspiratie brachten, dan zullen deze natuurlijk van elkaar verschillen. Als wij erover gaan redetwisten zeggen we: “mijn godsdienst is beter en de uwe is minder goed, want de wetten van de mijne zijn beter en die van de uwe zijn minder goed”. Het is dwaas om zoiets te doen. Als de ene natie zegt: “onze wet is beter dan uw wet” en “uw wet is minder goed dan de onze”, dan heeft dit geen waarde, aangezien de natiën hun wetten maken naar gelang van hun eigen behoeften. De behoeften van ieder ras en van iedere gemeenschap zijn soms verschillend. Desalniettemin is het fundamentele beginsel één en hetzelfde. De wortel van alle godsdienstwetten is rekening te houden met anderen, te voelen: “ik verkeer in dezelfde omstandigheden als iemand anders: als ik onrechtvaardig handel jegens een ander, dan heeft die ander ook het recht onrechtvaardig te zijn jegens mij; ik ben aan hetzelfde blootgesteld”. Als deze gedachte in de mens ontwaakt en er ontwaakt sympathie voor zijn medemensen, dan hoeft hij zich niet meer druk te maken en te redetwisten en te argumenteren over de verschillende wetten. Vrienden, de liefde is een grote bron van inspiratie voor de wet. En hij, die geen liefde bezit, kan duizend wetboeken lezen, hij zal toch altijd anderen van hun fouten beschuldigen en hij zal zijn eigen fouten nooit erkennen. Maar als de liefde in uw hart is ontwaakt, dan behoeft ge de wet niet te bestuderen, want dan kent ge de beste wet. Immers, alle wetten komen voort uit liefde, en nog altijd staat liefde boven de wet. De mensen zeggen dat er in het hiernamaals gerechtigheid zal heersen, en dat wij allen rekenschap zullen moeten afleggen van onze daden. Om te beginnen weten wij niet, wat de rekenschap van onze daden is. Bovendien, als God zo veeleisend is dat Hij rekenschap verlangt van iedere geringste verkeerdheid die een ieder heeft begaan, dan moet God nog erger zijn dan de mens. Want een edel mens ziet zelfs de fouten van zijn vriend door de vingers en een vriendelijk mens vergeeft iemand zijn fouten. Als God zo veeleisend is, dan moet Hij een autocratische God zijn. En dat is niet 8


waar: God is niet Wet, God is Liefde. De wet is de wet van de natuur. Maar Gods wezen is niet wet, Gods wezen is liefde. Derhalve kan de juiste opvatting aangaande het leven en een inzicht in wat recht is en verkeerd en aangaande goed en kwaad, niet worden geleerd en onderwezen door boekenstudie. Zoals de soefi zegt: “alle deugden openbaren zich vanzelf, zodra het hart tot liefde en vriendelijkheid is ontwaakt”. Weer een ander aspect van godsdienst betreft de heilige plaatsen. De waarde die men hecht aan een bepaalde kerk, priester of geestelijke, of aan een zeker bedehuis, aan de tempel, de pagode, de moskee of de synagoge. Voor de soefi is het niet de plaats die heilig is, maar het is het vertrouwen dat wij erin stellen, waardoor zij heilig wordt. En wanneer iemand het geloof heeft dat deze plek, deze synagoge, tempel of kerk, heilig is dan zal hij daar ook profijt van hebben. Maar tezelfdertijd zit de heiligheid niet in dat huis, het heilige zit in zijn eigen geloof. Wat wij van godsdienst moeten leren is evenwel één ding, en dat is de kennis van de waarheid. Toch kan men de waarheid echter niet met woorden benaderen. De waarheid is iets, dat men ontdekken moet. Het is niet iets dat men kan leren of onderwijzen. De grote misvatting is, dat de mensen feiten en waarheid met elkaar verwarren. Daarom weten ze noch van de waarheid, noch van feiten iets af. Bovendien zijn er dan nog velen die zó zeker zijn van hun eigen waarheid, dat zij de waarheid er bij iemand inhameren. Zij zeggen: “Het kan mij niet schelen of ik u pijn doe of u erger, ik vertel u alleen maar de waarheid”. Zulk een ingehamerde waarheid kan niet de waarheid zijn. Het is een hamer. De waarheid is te teer, te fijn, te schoon. Kan de waarheid iemand pijn doen? Als de waarheid zo dicht en grof was, zo scherp en kwetsend, dan kan dit de waarheid niet zijn. De waarheid gaat woorden te boven. Woorden zijn te beperkt om de waarheid uit te drukken. Zelfs zulke fijne gevoelens als tederheid, gevoeligheid, sympathie, liefde, dankbaarheid, zelfs dáárboven is de waarheid verheven. De waarheid kan niet worden verklaard. De waarheid staat boven alle gevoel, boven alle hartstocht. De waarheid is een bewustwording, een verwezenlijking die men niet onder woorden kan brengen omdat de taal geen woorden heeft om haar uit te drukken. Wat zijn feiten? Feiten zijn de schaduwen van de waarheid. En de mensen redetwisten over feiten en tenslotte ontdekken zij dat er meer is. Nu krijgen we de vraag: hoe kan men door hetgeen men religie noemt, de waarheid bereiken? En ik geef daarop ten antwoord: als zij maar juist wordt begrepen, helpen alle aspecten van godsdienst ons om de waarheid te bereiken. Het eerste aspect is God. God is als een trede naar de waarheid, God is als een sleutel tot de waarheid. Als iemand het Godsideaal van zich afhoudt en toch tot verwezenlijking van de waarheid wil komen, dan ontgaat hem heel veel in het leven. Hij mag dan tot een zekere opvatting omtrent de waarheid komen, maar toch heeft hij de verkeerde weg gekozen, hij heeft rond gedwaald en hij had er langs de rechte weg kunnen komen. Het tweede aspect is dan de gedachte aan de leraar die wij vereren. Waarom moeten wij een hoge opvatting hebben van het goddelijke in de mens? Het is 9


het schoonste wat men bezitten kan en iemand die deze verheven voorstelling van een menselijk wezen niet heeft, onverschillig in welk tijdstip die mens geboren is, in het verleden of in het heden, zo iemand ontgaat heel veel in het leven. Het is een behoefte van de ziel om een hoog ideaal te hebben, een ideaal dat men zich kan voorstellen als een menselijk wezen. Ik zal u een kleine ervaring vertellen, die ik in dit verband eens had. Er werkte een meisje in een fabriek en zij was zo godsdienstig dat zij altijd de Bijbel bij zich had en de naam van Christus deed haar tranen in de ogen krijgen. En de wetenschappelijk geschoolde directeur van de fabriek kwam naar dit meisje toe, dat eenvoudig was en toegewijd en dat niets wist van natuurwetenschap en wijsbegeerte. Hij zei tegen haar: “Je schijnt erg godsdienstig te zijn”. “Neen”, zei zij, “voor mij is Christus alles, meer weet ik er niet van”. En toen zei hij: “Maar er is nooit zulk een man als Christus geboren; kijk hier maar eens in, dit is het boek van een beroemde geestelijke”. Hij liet het haar zien. En hij zei: “Jij bent wat men een godsdienstmaniak noemt. Je zult nog eens godsdienstwaanzin krijgen”. En dit arme meisje wist niet meer waar zij bleef en zij wist niet meer wat ze wel moest geloven en wat ze niet moest geloven, zij was als het ware verdwaald in de mist. ’t Idee van godsdienstwaanzin! Een materialistische man, die geen godsdienst heeft, maar alleen in natuurwetenschap gelooft, heeft echter eveneens een waan! Bestaat er soms geen materialistische waan? Voor velen is geld alles, wat er bestaat. Zij hebben hun godsdienst verloren en hun hersenen en gedachten richten zich alle op geld. Hun hele leven lang weten zij van niets anders af dan van geld verdienen. En dat is een waan, een materialistische waan, wat erger is dan godsdienstwaan. Godsdienstwaan blijft niet voortbestaan na de dood, maar een materialistische waan kan door de dood niet worden genezen. Wat de materialisten niet begrijpen is, dat zij zelf aan een manie lijden, en als u hen vraagt of zij daar zelf wel van op de hoogte zijn, zult u bemerken dat zij een ernstige manie hebben waar zij zelf niets van weten. Zij weten alles over iedereen, maar over zichzelf weten zij niets. Van die dag af hield het meisje op met eten: zij kon niet eten en ze kon niet slapen. Ze zei: “Ik weet niet meer waar ik aan toe ben. Dat éne in mijn leven waar ik in geloofde en mij op verheugde, is mij ontnomen. Nu weet ik niet meer wat ik wel en wat ik niet moet geloven”. Dat meisje werd bij mij gebracht en toen ik haar vertelde dat degene die gezegd had: “dit is een waan” zelf een materialistische waan had, begreep zij het. Ik zei: “jouw toewijding is zonder twijfel iets veel reëler dan alle uiterlijke werkelijkheid”. En ze begreep het. Ons denken en voelen zijn échter dan wat daarbuiten bestaat. Daarom is het een grote steun een voorwerp te hebben om onze religieuze toewijding aan te schenken. Het derde aspect is de vorm van de eredienst. Wij hebben een lichaam en aangezien wij zelf een vorm hebben, kunnen wij het denkbeeld van een vorm niet verwerpen. Bovendien is het leven dat wij leiden één en al vorm, ook al is het een illusie. Maar we kunnen niet zónder leven. Aangezien we dus vormen hebben voor alle materiële zaken, waarom zouden we dan voor onze gebeden géén vorm mogen hebben? Daar is niets verkeerds in. 10


En het vierde aspect is dan het zedelijk beginsel. Het is natuurlijk, dat we in ons leven een beginsel moeten hebben, of het nu dít beginsel is of dát: we moeten het een of andere beginsel hebben, ter wille waarvan we in het leven afstand kunnen doen van al wat in ons voordeel is. En dan is het vijfde aspect de verwezenlijking van de waarheid. En zodra we ons overgeven aan het zoeken naar de waarheid komt die verwezenlijking vanzelf, omdat de waarheid ons meest eigen Zelf is. De verwezenlijking van het Zelf is de verwezenlijking van de waarheid. Deze tekst is overgenomen uit ‘Lessen van Hazrat Inayat Khan, de Nederlandstalige Religieuze Gatheka’s’ februari 2012, zoals te vinden op www.soefi.nl/publicaties

Wijsheid

Hidayat Inayat-Khan Wijsheid betekent niet beter zijn dan anderen; het betekent gewoon: mens zijn, zodat anderen misschien iets kunnen hebben aan het voorbeeld. Wijsheid is de kunst om ontvankelijk te zijn voor de mening van anderen en tegelijkertijd jezelf te bevrijden van de beperkingen van de eigen vooropgezette ideeën. Op een hoger bewustzijnsniveau ligt de enige richtsnoer, voor de beoordeling van goed of slecht voor jezelf, in je eigen geweten. Wanneer we iets doen wat ongepast is of misplaatst, dan voelen wij ons ongelukkig; zelfs als we onszelf voor de gek proberen te houden, dan nog weten wij wat echt waar is en wat onwaar. Als je wijs bent vermijd je zelfvoldaanheid over je eigen goede daden, omdat je begrijpt dat trots een sluier is, waarachter een daad van mededogen niet altijd gezien kan worden als een deugd. Wanneer wijsheid zich heeft verborgen achter bescheidenheid, duidt dat niet altijd op zwakte, noch op een minderwaardigheidscomplex ontstaan uit zelfmedelijden. Bescheidenheid is een gevoel, dat oprijst uit het levende hart dat zich innerlijk bewust is van zijn schoonheid maar die schoonheid tegelijkertijd sluiert voor de eigen blik. Zoals water in de diepte van de aarde gevonden wordt, zo is wijsheid verborgen in de diepte van het hart. In de ene mens wordt het op een dieper niveau gevonden dan in de andere. En zoals water de aarde overvloedig vruchtbaar maakt, zo ook maakt de magie van bescheidenheid dat het hart vroeg of laat zoete, geurige vruchten van wijsheid zal dragen. * Tekst uit “Reminders”, Hidayat Inayat-Khan, (Sunray, 2012, isbn 978-94-91574-02-3) Het boek wordt momenteel vertaald door Sakina Janssen en Hamida Verlinden.

11


Uit de invloed die een toestand beheerst blijkt Gods hand1 Gawery Voûte

Het begin van alle leven is vol van belofte. Dit beleven wij opnieuw elk voorjaar. Mens en natuur ondergaan met het dagelijks toenemende licht een steeds sterkere impuls. De vogelwereld toont in zijn dadendrang van nest bouwen en broeden, dat nieuw, jong leven op komst is. Zijn avondzang klinkt hoog in de bomen als een groet aan de Schepper, voordat de duisternis van de nacht invalt. De nacht, die tegen de tijd van de zonnewende maar kort is, maar nooit ontbreekt, zal daarna geleidelijk in lengte toe nemen. Gepaard aan de grote keer van het levensgetij treedt een rijpingsproces in, waarin de jonge spankracht van het leven overgaat in een zekere verzadiging en verstilling. Al wijzend naar een inkeer, die de vruchtdraging van de herfst inluidt, alvorens de stilte van de winter volgt. Wij zouden met andere woorden kunnen spreken van een prille gaafheid van de lente, een volle wasdom van de zomer, een rijpings- en tevens verouderingsproces van de herfst, en ten slotte de verstilling van de winter. Het bestaan van sommige wezens in de natuur is zo kort dat zij de tijdsduur van één jaar met zijn seizoenen niet kennen; zeer veel wezens leven langer dan één jaar. Er is tegenwoordig wetenschappelijke aandacht voor het geestelijk gedragspatroon van allerlei dieren. Dit brengt interessante fenomenen aan het licht. Ons onderwerp bepaalt zich echter bij een beschouwing over wat de mens te wachten staat. En dit niet vanuit een wetenschappelijk standpunt, maar gezien vanuit de visie van Inayat Khan. In het boek ‘Het doel van het leven’ bespreekt hij de gang door het leven vanuit opeenvolgende levensimpulsen van willen leven, willen kennen. Van geluk willen deelachtig worden, van macht willen verkrijgen en tenslotte van vrede bereiken. Hij laat zien dat elk van deze vijf aspecten uitmonden in de beantwoording van menselijk verlangen, tot iets te geraken dat niet onderhevig is aan de tijdelijkheid van het aardse leven. Met andere woorden: het vinden van het eeuwige in het tijdelijke. In ieders bestaan komen ogenblikken voor die wij een ervaring zouden kunnen noemen: een waarachtig geluksgevoel, het bereiken van een nagestreefd doel, een inspiratie… Er is iets onbegrensd in dat moment en het geeft ons even een gevoel van eeuwigheid. Wij hebben eraan getipt. Juist dit maakt dat wij gaan verlangen naar zijn voortduren, maar dit blijft uit. Wij keren weer terug in onze aardse begrenzing. Over deze onopgeloste toestand zei Inayat Khan eens: ‘Het oorspronkelijke wezen van de ziel is vrede en haar natuur is vreugde. Deze beide werken tegen elkaar in. Dit is de verborgen tragedie van alle tragedie in het leven’. Hoe kunnen wij dit begrijpen? Er wordt hier eerst gedoeld op het oorspronkelijke dat de ziel eigen is, als zij uit de Goddelijke Bron haar reis naar menswording op aarde aanvangt (zie hierover het boek ‘De Ziel, vanwaar zij komt en waarheen zij gaat’). Dit oorspronkelijke duidt Inayat Khan verder aan als zijnde een zuivere vonk van goddelijke essentie. De aanwezigheid van deze vonk in elk mens geeft hem de mogelijkheid zich daarvan bewust te worden in ogenblikken waarin zijn aardse activiteiten tot zwijgen zijn gebracht. Maar doorgaans is hij zo meegenomen door de uiterlijke claim van het leven dat hem deze mogelijkheid ontgaat. Of als het hem overkomen mag in zijn ‘topmomenten’ er iets van te beleven, dan valt het hem 12


zwaar er van te zijn verstoten. Alhoewel hij wel de vreugde van aardse bereiking kent, die Inayat Khan ‘zijn natuur’ noemt. Vandaar dat Inayat Khan spreekt van ‘zielsvrede’ en van de ‘vreugdenatuur’, die als hemels en als aards erfdeel tegen elkaar in werken, en de tragedie van alle tragedie in het leven is. Met erkenning van deze tragedie, die zeker in onze dagen ongekend grote proporties aanneemt, wijst de Soefiboodschap naar een weg die hemel en aarde in de mens kunnen verzoenen. Het leven ziende als een leerschool, opent de boodschap een perspectief van evenwicht, dat gelegen is in het samengaan van een gericht zieleleven met een gezuiverd aards bestaan. Een gericht zieleleven baseert zich op het vermogen van de goddelijke vonk in de mens, zich af te stemmen op God langs religieuze en esoterische weg. Daardoor wordt het de mens mogelijk te midden van de aardse praktijk van het leven zich bewust te zijn van zijn goddelijke oorsprong en ogenblikken van innerlijke bezinning en oefening in zijn dagelijks leven te reserveren, opdat de vrede ‘die alle verstand te boven gaat’ tot hem komt. Hieraan gepaard beseft hij de grote taak zijn aardse belangen te zuiveren van smetten, zowel ten opzichte van zijn eigen binnenste, voor zover het zijn medemens aangaat. De gescheidenheid van geestelijk leven en taak op aarde, leidt niet tot een waarachtig menselijk leven. Het ene moet gedragen worden door het andere. Met Inayat Khans woorden: ‘In harmonie zijn met het eeuwige en in het reine zijn met het tijdelijke’. Met erkenning van de menselijke tragedie, waarover Inayat Khan spreekt vanwege onze menselijke begrenzing, wijst het Soefi ideaal de mens naar het pad van het doen verkeren van het begrensde ego in het ware zelf; wanneer zijn schreden de aarde in liefde, harmonie en schoonheid leren betreden, zijn hoofd met God verenigd is en zijn hart het evenwicht onderhoudt tussen hemel en aarde. Het is een pad voor jong en oud, want allen zijn wij in welk stadium ook van ons leven op weg. We komen als een gezondene van de Schepper en gaan voort naar de Ene, de Enige, van Wie in het soefisme we zeggen: ‘niets is dan Hij’. 1 aforisme uit de Nirtan van Inayat Khan.

13


Overgave

Thomas a Kempis

De navolging van Christus

Hoofdstuk 17. Al onze zorg moeten wij aan God overlaten De Heer: Mijn zoon, laat Mij met u doen wat Ik wil, Ik weet wat goed voor u is. Gij denkt als een mens, gij oordeelt in veel zaken zoals uw menselijk gevoelen dat ingeeft. De mens: Heer, het is waar wat Gij zegt. Uw zorg om mij is groter dan alle bezorgdheid die ik voor mijzelf kan opbrengen. Wie niet al zijn zorgen aan U overdraagt is al te zeer aan het toeval overgeleverd. Heer, als mijn wil maar rechtstreeks en met kracht op U blijft gericht, doe dan met mij wat U behaagt. Het kan immers niets anders zijn dan goed, wat Gij met mij zult doen. Wilt Gij dat ik in duisternis ben, wees gezegend, en wilt Gij dat ik in het licht leef, wees opnieuw gezegend. Wilt Gij dat ik getroost word, wees gezegend, en wilt Gij dat ik kwelling lijd, wees altijd evenzeer gezegend. De Heer: Mijn zoon, zo moet uw houding zijn als gij samen met Mij wilt leven. Gij moet evenzeer bereid zijn om te lijden als om u te verblijden. En even graag behoeftig en arm leven als in overvloed en rijkdom. De mens: Heer, graag zal ik voor U lijden, wat Gij mij ook wilt laten overkomen. Zonder enig verschil wil ik uit uw hand goed en kwaad, zoet en bitter, blijdschap en droefheid aannemen, en voor alles wat met mij gebeurt U dank zeggen. Bewaar mij voor alle zonde, dan vrees ik dood noch hel. Als Gij mij in eeuwigheid maar niet verwerpt en mijn naam niet uitwist uit het boek des levens, dan kan niets mij schade doen, wat er ook aan ellende over mij neerkomt.

14


O GIJ O Gij, tot wie wij behoren, Tot wie wij altijd hebben behoord Tot wie wij altijd zullen behoren Gij, die voor ons verschijnt in elk gezicht Gij, wiens lichaam het universum is Wiens atomen de sterren zijn Gij, die de harmonie zijt tussen alle wezens, het levensweb Het grote tapijt, waar wij allen in verweven zijn Vergun ons u aan te voelen, u te kennen in alles wat wij zien In alles wat wij horen In alles wat wij proeven, aanraken en voelen Laat ons ook weten dat Gij altijd verder zijt Dieper dan iedere oppervlakte Verder verwijderd dan elke horizon En toch dichterbij dan onze eigen halsslagader Dichter bij ons dan wij bij onszelf zijn Leid ons, genees ons, help ons herinneren, dat wij u zijn Dat wij binnen u zijn Dat eenieder van ons een aparte openbaring is van uw gelaat Laat ons in harmonie omgaan met alle wezens Vanaf het kleinste onzichtbare micro-organisme Tot aan de grootste intelligentie tussen melkwegstelsels Laat ons ondergedompeld zijn in de gemeenschap van uw leven Laat ons de ontelbare wonderen van het leven ontdekken Meegevoerd in de stromen van uw glorie en extase Laat ons nederig op aarde rondgaan Deze kennend en beschouwend als heilige grond Laat ons dit lichaam, dat ons is gegeven voor de ervaring van het leven, beschouwen als een tempel Laat onze gedachten, woorden en daden altijd heelheid dienen Altijd verenigend in plaats van scheidend O Gij, tot wie wij behoren, deze hele wereld is een teken van uw liefde En verborgen in het hart van ieder van ons is er een liefde voor U, waarvan wij de volheid, de grootsheid alsnog moeten ontdekken Openbaar het aan ons! Zodat wij u mogen liefhebben, zoals u ons liefheeft! Amen Gebed uitgesproken door Pir Zia Inayat-Khan bij de opening van de Wereld Retraite, 7 juli 2011. Vertaling: Myra van Leer. 15


DE GEEST VAN LEIDING VOELEN WE DOOR ALLES HEEN Interview met Nuria en Mussavir Achterberg Zubin van den Besselaar en Jaya Bakker

Als we volgens afspraak omtwaalf uur binnenkomen in het Tilburgse huis van Nuria (N) en Mussavir (M), staat de tafel al gastvrij gedekt voor de lunch. In dit huis hebben in de loop der jaren verschillende soefi-activiteiten plaatsgevonden. Nuria en Mussavir leiden samen al jarenlang het Soeficentrum in Tilburg. Toen hun kinderen nog jong waren is de tuinkamer uitgebouwd om soefi-bijeenkomsten te kunnen houden zonder een inbreuk te hoeven maken op het gezinsleven. In hun huis zijn er altijd soefi-bijeenkomsten geweest, behalve rond de periode van Nuria’s levertransplantaties - drie binnen een half jaar. Latif Raatgever heeft de klassen tijdens deze periode overgenomen en hij verzorgt nog steeds diverse avonden bij hem thuis. In de zomer zijn Mussavir en Nuria veel in hun huis in Hongarije te vinden. Het oude boerderijtje hebben ze in de loop der jaren helemaal opgeknapt. Hoe zijn jullie bij het Soefisme terecht gekomen? “Het is allemaal begonnen omdat wij tijdens een vakantie ziek werden, we kregen a-typische hepatitis.” Allebei? “Ja.” Dat is toch wonderbaarlijk? Nuria: “Door de gedwongen rust hadden we tijd en gelegenheid voor een spirituele zoektocht. We raakten geïnteresseerd in allerlei richtingen zoals antroposofie, yoga, mazdaznan, vrijmetselaars, Bhagwan, enz. Op een gegeven moment zat Mussavir rechtop in bed en vroeg : ‘Weet jij wat soefisme is?’’Nee,’ zei ik, ‘maar daar kan ik gauw achter komen.’ Mijn oudtante was namelijk soefi.” Complicaties bij de hepatitis maakten uiteindelijk in 2007 een levertrans-plantatie noodzakelijk. Nuria: “In 1978 was ik dus lange tijd uitgeschakeld en gingen we naar aanleiding van het ziek-zijn op zoek naar de diepere zin van het leven. Ik ben buitenkerkelijk opgevoed en ben naar het openbaar onderwijs gegaan. We gingen overal kijken en lazen veel boeken. We zijn een jaar lang naar Bhagwan bijeenkomsten gegaan. Dat trok ons wel maar na een tijdje stond het commerciële ons tegen. Bij ons thuis was ook een klimaat dat het zoeken bevorderde: mijn vader was vrijmetselaar. We werden opgevoed met het idee dat ieder mens respect verdiende en dat we met een ieder moesten kunnen omgaan. Ik had een oudtante in Lochem die soefi was en die heb ik om informatie gevraagd. Zij en haar zuster waren zeer bijzondere mensen. Van een bezoek aan hen kwam je altijd opgeladen terug. Zij accepteerden iedereen zoals hij/zij was. Zijn zijn altijd een heel groot voorbeeld voor ons geweest.” “In 1980 zijn we voor het eerst naar een dienst in Arnhem geweest. De cherags waren toen nog helemaal in het zwart. Ik vond wel dat de gebeden te snel voor me gingen. In maart 1981 werden we in het bijzijn van Murshida Shazadi in de Banstraat in Den Haag door Sabir van Welsum ingewijd.” 16


Mussavir: “Ik kom uit een katholieke familie, die in de loop der tijd steeds losser van de kerk kwam te staan. Mijn vader was geschokt toen hij als dertien-jarige vanuit Gennep naar Tilburg verhuisde en ontdekte dat protestanten en katholieken zeer onverdraagzaam tegenover elkaar stonden. En dat er vanuit de kerk niet werd geaccepteerd dat hij met protestantse vrienden omging. Wat hij tot dan toe in Gennep altijd gewend was geweest.” “Na onze inwijding gingen we een aantal jaren naar centrum Wijchen. Toen het centrum teloorging doordat Sabir van Welsum zich terugtrok, werden we verder begeleid door Murshida Shahzadi en gingen we op haar advies naar de klassen bij Mieke Burgers in Vught. Dat was heel fijn. Mieke was heel humoristisch. Ze heeft tot enkele dagen voor haar dood altijd klassen aan huis gehouden. Toen we in Den Bosch moeite hadden om een geschikte ruimte te vinden voor de universele erediensten zijn we ook in Tilburg op zoek gegaan. Ongeveer tegelijkertijd vonden we een geschikte ruimte in Tilburg en Den Bosch en hebben we besloten om in beide plaatsen iedere maand een eredienst te houden. Daaruit voortvloeiend zijn we ook klassen gestart in Tilburg. Nawab Lint had een aantal jaren tevoren met Murad van der Sande Centrum Breda opgericht en zij kwamen direct naar Vught om met Mieke en ons overleg te plegen en hun hulp aan te bieden. Na verloop van tijd is Kamilla Bredée, die de klassen bij Mieke en later bij ons volgde, in Eindhoven ook met klassen en diensten begonnen. Als Brabantse centra hebben we altijd fijn samengewerkt.” Wat trok jullie zo aan in het Soefisme? “Het was als een thuiskomen. We werden zo warm ontvangen, er was ruimte, respect en absoluut geen sprake van onderscheid door robes, titels en dergelijke. We waren blij hier te vinden waar we zelf al mee bezig waren. Eenheid van religieuze idealen, liefde, harmonie en schoonheid, verdieping, alles van twee kanten bekijken, geen dogma’s, en God als Geliefde, geweldig! Geen nadruk op de zonde. Bovendien was er ook persoonlijke begeleiding. Murshida Shahzadi was een natuurlijke begeleidster. Je kreeg de begeleiding als het ware ‘en passant’ aangeboden. Er was absoluut geen sprake van moeten. Bovendien is het soefisme heel praktisch: het helpt je meer en meer je zelf te worden onder andere door middel van je persoonlijke oefeningen, waarbij het dagelijks leven je leerschool is. Dat is nog niet zo eenvoudig maar hoe meer je het probeert te doen des te gemakkelijker gaat het.” “Het soefisme blijkt alle onderwerpen van het leven te bestrijken en Hazrat Inayat Khan geeft een zeer heldere uitleg hiervan. Door hier dage17


lijks mee bezig te zijn ga je steeds meer van het leven begrijpen en zien hoe Gods hand door alles heen werkt.” Nuria: “Dat hebben we heel sterk gemerkt. Mussavir heeft een opleiding gevolgd aan de kunstacademie: schilderen en beeldhouwen. Toen de kinderen groter werden en alles duurder werd moest hij toch op zoek naar iets anders. Gelukkig had hij ook nog een technische opleiding. Hierdoor kreeg hij een baan in de fijn-mechanische techniek. Als je al wat ouder bent en geen actuele vakkennis bezit, is het bijzonder dat zoiets lukt.” Mussavir: “Het arbeidsbureau achtte mij niet bemiddelbaar! Maar ik kreeg na veel aandringen wel een opfriscursus aangeboden. Dat was zwaar beneden mijn niveau en dat was wel even slikken, ik moest mijn ego echt opzij zetten. Maar ook dat leer je in het soefisme. En via die cursus heb ik snel een prachtige baan gekregen. Daarin hebben wij ook echt de Geest van Leiding ervaren. Later werd het bedrijf de dupe van de telecom-crisis en werd de hele productieafdeling gesloten. Toen ben ik met een goede afvloeiingsregeling met prepensioen gegaan. In die tijd werd Nuria ernstig ziek en moest ik het huishouden draaiende houden. Als ik toen nog een baan had gehad, was dat nooit gelukt. Het kwam dus eigenlijk allemaal heel goed uit. Ook daarin zagen we de Geest van Leiding.” “Naast huwelijk en gezin is het soefisme uitermate belangrijk voor ons. In eerste instantie was het een alles-overrompelende verliefdheid, die na verloop van tijd uitgroeide tot een diepe liefde, die als een rode draad door ons leven loopt en die altijd aanwezig is. Soefisme geeft structuur en bevordert ritme en evenwicht en er is de mogelijkheid tot steeds verdere verdieping. Na zoveel jaren terugkijkend op ons leven, kunnen we zeggen dat we ook in moeilijke perioden veel steun hebben ondervonden van het soefisme, wat zich uit in een diepe dankbaarheid.” Het lijkt me ook fijn dat je het samen doet. Is dat ook zo? “Ja, zeker. Je kunt samen het pad wat je zo dierbaar is bewandelen, je kunt samen over diepere dingen praten. Dat is ook belangrijk. Je kunt ook samen ergens naar toe gaan. En we hebben ook samen het centrum in Tilburg opgezet en geleid. De kinderen, die waren nog klein, gingen vaak met ons mee als we diensten hadden. Ze zaten dan meestal met een boekje of tekenmateriaal achterin. Ik vroeg een keer wat ze hadden gehoord. Ze zeiden dat ze er niets van hadden begrepen alleen maar… en ze pikten er precies de essentie uit. Later wilden ze natuurlijk niet meer mee. Toen ze 7 en 9 waren zijn ze op eigen verzoek gedoopt. Hakiem van Lohuizen hield een prachtige dienst, waarbij een heel aantal kinderen aanwezig was, die genoten van het verhaal en met open mond zaten te kijken naar alle lichtjes. Verder hebben we geprobeerd het soefisme vóór te leven. Dat is alles wat we hebben gedaan wat betreft de kinderen.” Jullie waren dus al vrij jong bij de Soefi Beweging? “Ja, wij waren eigenlijk echte jonkies.” Jullie zijn dus veel bezig met het soefisme. Hebben jullie buiten het soefisme nog wel contacten? De vraag ontlokt een schaterlacht bij Nuria en Mussavir: “O, jawel dat hebben we zeker. We hebben natuurlijk ook nog steeds contacten in de kunstwereld, interreli18


gieuze contacten, familie en vrienden. Dat is net zo’n vraag als ‘lezen jullie nog wel eens een gewoon boek?’” Wat vinden jullie van de ontwikkelingen in de centra? Hoe zouden we meer jongeren kunnen aantrekken? “Eerst: wat versta je onder jong? Wij waren respectievelijk 28 en 32 toen we ingewijd werden en een van de jongsten en voelden ons toch uitstekend op onze plek. Zoals Inayat Khan ergens zegt is broederschap de basis voor alle geestelijke groei. Alleen denk ik dat je er niet alleen over moet praten, maar het in praktijk moet brengen en dat is wat we in de tariqa bij Murshida ervaren hebben. Er was altijd ruimte en ik denk dat we om het soefisme levend te houden, steeds meer ruimte moeten creëren in ons hart, zodat de liefde steeds meer kan stromen. Dan worden we een bron die overstroomt van liefde en die daardoor mensen aan zal trekken. Als de liefde zich ontwikkelt, wil je op den duur vanzelf je steentje bijdragen, op welke manier dan ook. Allereerst is er dus broederschap nodig, en verder verdieping en heel veel ruimte. Liefde, harmonie en schoonheid, dat trekt mensen aan, of ze nu jong of oud zijn.” Hebben jullie wel eens mensen gezegd dat ze beter niet het soefipad op kunnen gaan? “Nou, wel eens gezegd dat ze beter nog maar even konden wachten. Mensen willen vaak te snel. En je moet daar de tijd voor nemen. Dan is het wel belangrijk dat je even extra contact hebt, dat je ze begeleiding aanbiedt. Je moet ze dan, misschien door een Gatheka voor te lezen, of gewoon in een gesprek duidelijk maken wat de innerlijke school inhoudt. Soms zijn mensen ook alleen maar nieuwsgierig. Wij zijn nog uit de school van Murshida1. Bij haar was alles heel natuurlijk. Er werd niet over de innerlijke school en inwijdingen gesproken, maar als je er aan toe was, kwam dat vanzelf.” Jullie hebben Murshida Shahzadi dus goed gekend. Wat vinden jullie van het nieuwe boek “Pagina’s uit het leven met een Soefi” dat deze zomer is uitgekomen? “Een juweeltje, diep van binnen en mooi van buiten. Het brengt meteen onze begintijd in het soefisme terug, de sfeer van Murshida. Je ruikt als het ware de geur van de bijzondere wierook. Een heerlijke tijd, waar we nog steeds met wee-moed aan terugdenken. Er was bij haar totaal geen moeten. Ook voor mensen die deze tijd niet hebben meegemaakt staat er veel moois in dit boek. We zijn Hamida Verlinden – die het boek samenstelde - zeer dankbaar voor dit initiatief. De sfeer van onze tariqa (= kring van moerieds rond een inwijder) blijft onze bron van inspiratie en die proberen we door te geven in het Zuiden. 1 Murshida Shahzadi was de echtgenote van Murshid Musharaff Khan, de jongste broer van Hazrat Inayat Khan, die in de zestiger jaren van de vorige eeuw de leiding van de Soefi Beweging had.

19


COLUMN Geduld

Karim Logtmeijer “Ik moet nu even bellen”, zegt een leerling tegen mij tijdens de les. Hij maakt al aanstalten om het lokaal te verlaten met zijn smartphone in de hand. ”We zijn bezig met een les, ga even zitten”, duid ik aan, gebarend met mijn hand. “Ja, maar het is dringend, ik moet mijn baas bellen!”, zegt de leerling nu wat harder. “Dat kan na deze les ook!”, zeg ik op een luidere toon. “Nee, het moet echt nu, zo meteen is hij weg!” Natuurlijk gaat op mijn aanwijzing de leerling weer zitten, wanneer hij door heeft dat ik er echt een punt van maak. Die baas is natuurlijk later op de dag ook bereikbaar. Maar voor de jongeren van deze tijd is het vaak moeilijk te begrijpen dat er een tijd was zonder mobieltjes. Toen stuurden we nog brieven, was er op woensdagmiddag kindertelevisie, maakte je een praatje bij de meeste winkels, want ze kenden jou en belde je vanuit een telefooncel wanneer het dringend was. Het is wel iets van deze tijd: niet kunnen wachten. Eén van de grootste ergernissen voor de consument is ‘wachten’. Er zijn zelfs winkels die daar op inspelen met gratis boodschappen weggeven wanneer je als vierde in de rij staat! Ook kopen we online via een webwinkel; binnen 24 uur wordt het dan bij ons thuis bezorgd. We willen niet meer wachten! Wachten is tijd verdoen, tijd is geld, tijd is kostbaar. We willen altijd wat te doen hebben, ergens naar kijken, luisteren, bezig zijn. Niets doen, nutteloos wachten is vervelend, werkt op je zenuwen. We leven in een snel tempo. Het gaat maar door; 20

we willen zo veel en er zitten maar 24 uur in een etmaal. Vaak zoeken we naar een evenwicht tussen activiteit en passiviteit. Toch gaat ons denken steeds maar door: wat hebben we gedaan en wat gaan we morgen doen? Leven we in het moment? Hebben we wel aandacht voor het heden? Luisteren we werkelijk naar de ander? Je kunt geduld oefenen. Probeer eens geconcentreerd te luisteren naar je medemens. Ook al vind je hem of haar langdradig van stof. Kijk de ander eens goed aan; wat zie je? Wachtend op het perron blijkt de trein tien minuten vertraging te hebben. Dit geeft mij de kans te onthaasten. In plaats van me op te winden over die vertraging, volg ik mijn ademhaling gedurende vijf minuten en neem ik stil de mensen waar op het perron. Al die verschillende mensen, op weg naar hun werk, naar school, naar een afspraak. Ik luister naar een zingende merel en kijk naar de voorbij drijvende wolken en laat de wind mijn gedachten meevoeren. O, daar is de trein al! Rustig wachtend tot iedereen is uit- en ingestapt zoek ik een plaats in de volle trein.


Waarom geven we een bedelaar niet alles wat wij hebben?

Vier standpunten die al dan niet rechtvaardig zijn.

Kariem Maas Wat is rechtvaardig? De gemakkelijkste manier om dat te onderzoeken is om te kijken wat we met ons geld doen. Wat geven we een bedelaar – of beter gezegd, wat geven we allemaal niet? De misjna, de mondeling doorgegeven wetgeving van de joden, geeft aan dat wij daar op vier manieren tegenaan kunnen kijken. Vier manieren die eigenlijk zeggen hoe wij samenleven. Het boekje waaraan ik deze wijsheid aan ontleen, “De kabbala van geld”1, betoogt dat rechtvaardig is wat de orde van de kosmos niet, of zo min mogelijk verstoort, en liefst deze nog verrijkt. Dat is even wennen. Meestal denken wij bij rechtvaardigheid aan dingen als ‘geven en nemen’, ‘ieder zijn deel’ en dergelijke regels die ons onderlinge gedrag reguleren. Maar de joodse nadruk op de wet is niet zozeer gericht op goed gedrag alleen, op ethiek, als wel op de orde van de hele schepping. Op ecologie, zou je kunnen zeggen: hoe alles wat leeft samenhangt en hoe wij mensen een natuurlijke plaats kunnen innemen in dat grote geheel.

De schrijver van het boekje, de Zuid-Amerikaanse rabbijn Nilton Bonder, onderzoekt de verstoring of verrijking van de kosmische orde aan de hand van geld, de betekenis die wij toekennen aan geld. Dat is goed gekozen, want geld is een uiterst krachtig symbool. Het is méér dan een symbool, want geld vertegenwoordigt ook een reële waarde. Die materiële kant van geld betreft de ruilwaarde. Geld was ooit een geweldige uitvinding die ervoor zorgde dat we in onze ruilhandel niet meer voortdurend met goederen op en neer hoefden te sjouwen. Eerst vertegenwoordigde het 21


materiaal van de munt zelf nog enige waarde, maar nu kan dat niet langer gezegd worden van het metaal, papier of ongrijpbaar electronisch geld. Daarmee komt de andere kant van de munt naar voren, de ‘kop’. Tegenwoordig zijn dat lukrake plaatjes, maar ooit had de kop een (bijna) religieuze betekenis. De echo daarvan vinden we terug in de spreuk ‘In God we trust’ (op God vertrouwen we) op de Amerikaanse dollar, en ‘God zij met ons’ op de rand van Nederlandse euro. De Duitse versie van de euro heeft als randschrift ‘Einigkeit, Recht und Freiheit’ (eenheid, recht en vrijheid). Dit drukt uit dat geld bovenal een kwestie van vertrouwen is. Vertrouwen op een hogere macht (de keizer, God), maar ook in elkaar. Er staat op de dollar niet ‘I trust’ maar ‘we trust’, en het is niet ‘God met mij’ maar ‘met ons’ en de Duitsers benadrukken ‘eenheid’. De mensen die voor het eerst met muntgeld werkten hadden door dat elke waarde van een munt staat of valt met een gedeeld vertrouwen – of dat nu is in de keizer, God of de samenleving. 2 De fascinatie die uitgaat van geld – ‘stel je voor dat ik een miljoen win …’ – lijkt te maken te hebben met de materiële waarde – ‘… dan kan ik alles kopen wat ik wil!’. Maar dat is de slechts de buitenkant. De wensen en dromen die geld oproept hebben meer te maken met het idee dat je vrij zult zijn van zorgen, kan gaan en staan waar je wilt en – en dat is misschien wel het belangrijkste – vrij zult zijn van andermans bemoeienis. Je kunt onafhankelijk zijn. Geld, eigendom in het algemeen, en hoe wij ermee omgaan, weerspiegelt onze levenshouding en onze verhouding tot anderen. Welnu, als er sprake is van twee mensen – ik en de ander – en eigendom, dan zijn er vier mogelijkheden. 1 Alles van mij is van mij – alles van jou is óók van mij. 2 Alles van mij is van jou – alles van jou is van mij. 3 Alles van mij is van mij – alles van jou is van jou. 4 Alles van mij is van jou – alles van jou is ook van jou. Op het eerste oog lijken die vier variaties extreem. We hebben de neiging om van ‘alles’ liever ‘een beetje’ te maken en ‘soms’ . Maar voor ons inzicht in de verhoudingen is het van belang ze consequent door te trekken en niet in het begin ze al te vertroebelen met sussende woordjes. Alles van mij is van mij – alles van jou is óók van mij Van de vier mogelijke verhoudingen is deze misschien het meest extreem, althans het duidelijkst onrechtvaardig. Dit standpunt weerspiegelt de houding van een mens die zich dingen toeëigent, die bang is te kort te komen, de jaloerse mens en, in meest extreme vorm, de dief. In deze verhouding spelen angst en kwaadaardigheid de hoofdrol. Er zijn overigens wel omstandigheden waarbij we deze houding zullen vergoelijken; een peuter bijvoorbeeld die zich centrum van de wereld waant, zullen we niet ‘onrechtvaardig’ noemen. Maar een kind moet nog groeien, zich nog bewust worden van zijn omgeving. Voor volwassenen geldt dat vrijwel niemand dit een te rechtvaardigen houding zal vinden. Alles van mij is van jou – alles van jou is van mij Bij dit standpunt zit er nog wel iets sympathieks in het besef dat we elkaar nodig hebben. Dat we alle bezit moeten delen. Mooie communistische idealen. Maar, zo 22


waarschuwt de misjna, het is eigenlijk de overtuiging van een dwaas. Alles, maar dan ook letterlijk alles weggeven aan een bedelaar, maakt jezelf tot bedelaar. Daar schiet de kosmos niets mee op. Het zal ertoe leiden dat je vervolgens alles wat jij nodig hebt om te leven gaat halen bij een ander, en meent daar recht op te hebben ook. Immers, ‘alles van jou is van mij’. Het is duidelijk dat strijd over wat billijk is bij deze uitwisseling niet ver weg is. Dat wordt over en weer graaien. Het standpunt doet denken aan wat Hazrat Inayat Khan het eerste stadium van morele evolutie noemt, de “moraal van wederkerigheid”3. Dit standpunt spreekt als vanzelf voor wie verschil ziet tussen zichzelf en een ander; die ieder ander als anders-zijnde beschouwt, aldus Inayat Khan. In dit stadium hechten wij aan ‘oog om oog en tand om tand’, en aan ‘voor wat hoort wat’. Opvattingen die velen primitief en beperkt zullen vinden. Toch heeft het standpunt ook kwaliteiten: in een omgeving waarin wij de ander als een vreemde, of zelfs als een bedreiging ervaren, reguleert dit standpunt een duidelijke omgang met elkaar. Nou ja, duidelijk… vaak loopt het toch uit op strijd, zoals ik hierboven al schreef, over wat billijk is. De ander moet vooral niet méér krijgen dan waarop die recht heeft. Alles van mij is van mij – alles van jou is van jou De derde verhouding lijkt dan een stuk redelijker. Ieder het zijne. Geen onderling getouwtrek. Maar in wezen betekent het ook isolement: je niet met elkaar bemoeien, iedereen moet zijn eigen zaken uitzoeken. Als er iets uitgewisseld moet worden, dan gebeurt dat door beprijzen en onderhandelen. De wereld is vanuit dit standpunt gezien vooral een markt waarop alles zijn prijs heeft. En zo onschuldig of vredig als dit ‘ieder voor zich’ oogt is het dan niet meer. Want in het onderhandelen over de prijs schuilt strijd – de slimste wint en niets schrijft hem voor dat die rekening zou moeten houden met minder gewiekste mensen. ‘Ieder voor zich’, immers. Zo’n wereld is eigenlijk geen samenleving, maar een maatschappij waar je buiten valt als je niets hebt om te ruilen of te verhandelen. Waar persoonlijk lief en leed er niet toe doet. Moet er iets verdeeld worden dan gebeurt dat zo onpersoonlijk mogelijk, door te loten bijvoorbeeld. Dat de één iets misschien beter kan gebruiken dan de ander, telt niet mee. We kunnen in zo’n gemankeerde samenleving in hoge mate onze neo-liberale tijdgeest herkennen waarin individualisme en persoonlijke vrijheid centraal staan. Het schokkende is dat van de vier mogelijke verhoudingen deze het meest redelijk lijkt maar in wezen de meest beperkte is, de meest onrechtvaardige als het gaat om zorg voor het geheel en daardoor de meest ruïneuze voor onze samenleving. Rabbijn Bonder refereert aan de “door en door slechte gemeenschappen van Sodom en Gomorra”. Die bijbelse steden waren niet slecht omdat ze sexueel ontspoorden, zoals de interpretatie gewoonlijk luidt, maar omdat iedereen in die steden alleen voor zichzelf leefde, voor de eigen genoegens. Daardoor vernietigden ze uiteindelijk zichzelf. De misjna benadrukt dat we onszelf niet los kunnen zien van de gemeenschap, dat het leven zich afspeelt binnen relaties en binnen onze interacties met alles wat leeft, planten en dieren inbegrepen. ‘Ieder voor zich’ is een onwerkelijk standpunt, want het idee dat ik op mezelf besta klopt natuurlijk niet – zonder de vruchtbare aarde, schoon water en alles wat ik van mijn ouders en omgeving heb meegekregen, zou ik niets zijn. Leven we wel alleen voor onszelf, zonder oog voor de ecologie, 23


dan zullen de gevolgen vernietigend zijn, zoals Sodom en Gomorra vernietigd zijn. Deze steden staan symbool voor een samenleving die nauwelijks waarneembaar uit koers raakt en zichzelf tenslotte vernietigt. God heeft zijn schepping namelijk zo geprogrammeerd dat wat tegen zijn geboden ingaat zichzelf vernietigt. In deze uitleg zien we hoe al of niet rechtvaardig gedrag samenhangt met de orde in de kosmos. Het geniale van deze orde is, dat onrechtvaardig gedrag dat een bedreiging vormt voor de kosmische orde, zichzelf vernietigt. Als wij onze leefomgeving verwoesten, zal de kosmos deze aanslag overleven, maar wij zelf niet. Zo herstelt zich de orde, en dat is de rechtvaardigheid van deze orde. Als je dat in bijbelse termen Gods rechtvaardigheid noemt, wordt duidelijk dat deze weinig te maken heeft met een soort subjectief oordeel, maar eenvoudigweg uitdrukking is van de wetten die orde in stand houden. Gustave Doré: de verwoesting van Sodom en Gomorra Alles van mij is van jou – alles van jou is ook van jou Deze vierde mogelijke houding die wij tot de ander en tot bezit kunnen innemen lijkt net zo dwaas, zo niet nog dwazer dan de tweede. Immers, daarin is ook ‘alles van mij van jou’. In de tweede variant stond daar nog het omgekeerde tegenover, maar als helemaal niets van jezelf is, zoals in deze vierde variant, zul je snel verhongeren. Dat, schrijft Bonder, zou al te dwaas zijn. Respect voor de kosmische orde, voor alles wat leeft, impliceert dat we ook respect hebben voor ons eigen leven. We moeten de verantwoordelijkheid op ons nemen om een goed leven te leiden. Wat de kern is van variant vier, is de nadruk op 24


gastvrijheid – op het inzicht dat wij allen gasten zijn in deze wereld. Wij zijn, in Bonders woorden, gasten in een gigantisch en gecompliceerd web waarbij de meest ontwikkelde vorm van bewustzijn – God voor wie dit zo wil noemen – zich gedraagt volgens de grootmoedige, liefdevolle, zichzelf wegcijferende regel ‘wat van mij is, is niet het mijne en wat van jou is, is van jou’. Dit drukt uit dat je deel kan hebben aan alle rijkdom van de schepping zonder vast te hoeven houden aan bezit (wat op zijn beurt jou zal vasthouden). Zoals de poëtische Mattheus verwoordde: “Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. (…) Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?” Dit is de wereld van onvoorwaardelijke liefde, van de moeder die alles over heeft voor haar kind. Je geeft de ander wat die nodig heeft. Dit is de wereld van overvloed, want er is genoeg voor iedereen. Gedeelde vreugd is dubbele vreugd, gedeelde smart is halve smart. Dit is de wereld waarin je de ander gunt wat voor die ander van waarde en belang is. Niemand ‘bezit’ iets; je hebt tijdelijk de zorg voor iets. Variant 1 is de wereld van kwaadaardigheid; variant 2 van dwaasheid; variant 3 van kortzichtigheid; alleen variant 4 is rechtvaardig. Maar om zo te leven is niet gemakkelijk, waarschuwt Bonder. Het is moeilijk om goed voor jezelf én de ander te zorgen. Het is moeilijk het juiste evenwicht te vinden dat de ecologie, de kosmische orde, recht doet en zo mogelijk verrijkt. Want hoeveel inzicht daarin hebben wij eigenlijk? Het is dwaas zomaar van alles weg te geven, in het wildeweg. Blinde liefdadigheid kan net zo sterk de kosmische orde verstoren als hebberigheid. Het is onmogelijk absolute voorschriften hiervoor te geven, want ons bestaan is altijd relatief, gerelateerd aan situaties en interacties. In alle gevallen moet je je goed rekenschap geven van de gevolgen van je daden. Dat gerechtigheid daardoor ingewikkeld is, is goed, concludeert Bonder, want dat stimuleert onze verantwoordelijkheid om ons voortdurend kritisch bewust te zijn van onze levenshouding. Dus wat moeten we nu doen als we een bedelaar tegenkomen? De types 1 zouden niet schromen van de bedelaar te stelen; misschien juist van zo iemand, want die is weerloos. De types 2 willen wel wat geven maar alleen als er iets tegenover staat; de bedelaar moet een tegenprestatie leveren: muziek maken, de straatkrant verkopen, beloven voor het geld geen drank te kopen, werk zoeken, enz. Maar wie beoordeelt eigenlijk of dat goed is voor de bedelaar en of die dat goed genoeg doet? De types 3 kijken de andere kant op – met die bedelaar hebben ze niets te maken. De types 4 geven wat nodig is, zonder dat de linkerhand weet wat de rechterhand doet. Ongetwijfeld herkent iedereen wel iets van die vier types in zichzelf. Dat is het mooie van het leven en van bedelaars in het bijzonder: ze houden ons voortdurend een spiegel voor. Aan de hand van de vier standpunten over rechtvaardigheid kunnen wij op elk moment een ‘röntgenfoto’ maken van onszelf – hoe staan we in het leven?

25


Als God rond zou gaan in deze wereld, zou hij waarschijnlijk bedelaar zijn. Niet wij helpen bedelaars, het is andersom. Bij elke ontmoeting laten zij ons, meer dan wie dan ook, in de spiegel kijken. Meestal voelen wij ons ongemakkelijk bij die confrontatie. Zo kunnen wij ons er van bewust worden hoeveel stappen we nog verwijderd zijn van de onvoorwaardelijke liefde. Waarom geven we niet alles wat we hebben? 1 Nilton Bonder: “De kabbala van geld” (uitg. Shambala 1996). Het boek is alleen nog tweedehands in het Engels verkrijgbaar. De kwaliteit van de Nederlandse vertaling (uitg. Elmar 1997) is dubieus. De tekst is ook lastig leesbaar vanwege de onorthodoxe ideeën van de schrijver en zijn beknopte, springerige schrijfstijl. 2 Zie ook het woordgebruik rond de bankencrisis en de eurocrisis. In 2008 werd de bankencrisis ook wel kredietcrisis genoemd, omdat vrijwel geen krediet (= vertrouwen!) verstrekt werd door banken. Vervolgens was er sprake van dat de ‘reële economie’ geraakt werd, wat suggereert dat er ook een niet-reële economie is. Die is er ook, namelijk van louter electronisch geld. De vraag is welke waarde deze cijfertjes op beeldschermen nog vertegenwoordigen. Zolang iedereen ervan uitgaat dat die waarde er is, is er geen probleem. Maar als iemand begint te roepen dat de keizer geen kleren aan heeft, is de boot aan. Momenteel klinkt rond de eurocrisis het woord ‘vertrouwen’ volop. Daarbij gaat het inderdaad heel sterk over onderling vertrouwen. Als wij elkaar niet meer kunnen vertrouwen stort de euro in. En niet alleen de euro, de euro staat symbool voor de (europese) samenleving die dan in feite instort. 3 Zie de lezingen van Hazrat Inayat Khan die gebundeld zijn onder de titel “Morele evolutie”. In het hoofdstuk over “De wet van verzaking – leven in God” onderscheidt hij drie stadia. Het eerste is de moraal van “wederkerigheid”. Dit standpunt spreekt als vanzelf voor wie alleen verschil ziet tussen zichzelf en een ander; die ieder ander als anders-zijnde beschouwt. Het tweede stadium is “goedertierendheid”, waarbij wij ons als afzonderlijke wezens beschouwen maar ook zien hoe wij verbonden zijn met elkaar; in dit stadium willen we kwaad nog wel eens met goed vergelden (in plaats met kwaad, zoals in wederkerigheid het geval zou zijn) omdat we denken dat dat voor de samenleving als geheel beter is. Het derde stadium is “verzaking” en daarbij is elk verschil tussen ‘mijn en dijn’ en tussen ‘ik en de ander’ vervaagt in de realisatie dat er alleen maar Eén Leven is waarvan alles en iedereen onderdeel uitmaakt.

Een fundamentele beschouwing over Horn’s herijking Karimbakhsh Witteveen

In de twee vorige Soefi-gedachte’s hebben Kariem Maas en Amir Smits interessante bijdragen gegeven over de uitvoerige inleiding die dr. H. Horn heeft geschreven bij zijn Engelse vertaling van Theo van Hoorn. Ook Horn zelf en Hamida Verlinden hebben hier nog het een en ander aan toegevoegd. Ik wil nu zelf nog een fundamentele beschouwing toevoegen. Horn zelf heeft met zijn inleiding zeker een bijzondere historische bijdrage gegeven. Hij heeft met grote nauwkeurigheid alle nog traceerbare bijzonderheden toegevoegd over personen en gebeurtenissen in en rondom Theo’s boek. Een enorme reeks noten, op nog eens ruim 200 bladzijden bij zijn inleiding van ruim 150 pagina’s, geeft nog heel veel verdere details en argumenten.

26


De lezer kan dus denken dat zijn zo ampel gedocumenteerde beschrijving wel heel serieus moet worden genomen. Maar deze analytische geest kan zich blijkbaar minder goed invoelen in het universele soefisme. Zo schrijft hij bijvoorbeeld op pagina 68: ‘That Murshid believed in an immanent God, but prayed as if addressing a distinctive personality, can only have fuelled confusion of his mureeds.’1 Horn mist hier kennelijk het begrip van het Godsideaal dat Hazrat Inayat Khan ziet als zo’n belangrijke hulp om tot de Goddelijke werkelijkheid te komen. Zo krijgt ook Pir Vilayat scherpe kritiek op zijn uitspraak – waarbij de context waarin dit geschreven werd buiten beschouwing blijft – dat ‘in the light of these considerations I would take the liberty of advising you some deep reflection upon the moral issues, for you know that God is the great Witness, to Whom we [shall] all have to render account one day [ …] ‘. Horn noemt dit zelfs een ‘gaffe of this magnitude’.2 Erger vind ik nog dat Horn de herinneringen van veel moerieds in de prachtige verzameling Smit-Kerbert als ‘dubious sentiments’ kwalificeert -- of soms overdreven romantisch. Zo ook de herinnering van Hayat Kluwer op pagina 85: ‘While we were calmly waiting, I suddenly felt a physical pain in my heart and, looking over my shoulder, I saw Murshid, who strode through the hall and looked at me. A great and powerful feeling coursed through me. Things became very quiet inside me and my entire being said ‘yes’ to this encounter. What did Murshid talk about? I really can’t say. I probably only half listened. But I felt enveloped in an atmosphere in which I felt completely at home. ‘Oh God, this is what my soul has yearned for; this is Mercy. I thank you for this meeting.’3 Dit is een beschrijving van een heel diepe ervaring die ineens een tip van de sluier oplicht en iets van het Goddelijke laat voelen. Horn is dus een sceptische geest. Dat blijkt ook nog uit hoe hij schrijft over de geestelijke genezingsactiviteit. Hij lijkt daar niet in te geloven, zelfs wanneer het Murshid Mohammed Ali Khan betreft die, zoals ik zelf heb ervaren, zo’n geweldig genezer kon zijn, juist omdat hij dat nooit zag als zijn werk maar als dat van de Goddelijke Genezer. Wij kunnen Horn dit alles niet kwalijk nemen, want hij is geen soefi, maar wij moeten dan wel zijn stellingen en argumenten met betrekking tot de ontwikkeling van de Soefi Boodschap met reserve bezien.

De Soefi Boodschap

Dat woord brengt ons dadelijk naar de kern van zijn betoog. Terecht wijzen Kariem Maas en Amir Smits erop dat in de loop van de jaren ‘steeds minder islamitische terminologie wordt gebruikt … en dat het aantal citaten uit de Koran sterk afneemt, terwijl het Nieuwe Testament steeds vaker wordt aangehaald.’ Deze duidelijke evolutie wordt nu door Horn gezien als een afwijking van de oorspronkelijke islamitische inspiratie, onder invloed van zijn westerse en vooral ook theosofische medewerkers. Hij verwijt dus aan Hazrat Inayat Khan dat hij tegen die invloeden niet beter stand hield en verwerpt het idee dat hij een nieuwe boodschap zou brengen. Dat zou niet mogelijk zijn, omdat ook Inayat Khan de islam als de laatste Goddelijke openbaring zag, waarvan het soefisme de essentie is. Hij beschrijft dan het 27


resultaat van dit ontwikkelingsproces als volgt op pagina 136: ‘It turned into a kind of neo-Christian ‘theosufism’ in the sense that it combined the pragmatic mysticism of Inayat Khan with the lithurgical splendour of the Anglican Book of Common Prayer and the abstruse occultismof Madame Blavatsky’s publications. We need only compare Mushid’s brief ‘Sufi Message of Spiritual Liberty of 1914’ with the encyclopedic collected works compiled in the 1960s and 1980s to get a sense of the magnitude of the explosion of the Sufi Message.’ Horn voegt er dan nog aan toe dat ‘if Inayat Khan had been a determined disciplinarian and financially independent, things might have been different.’4 Dit is wel een zeer misleidende beschrijving. Het neo-christelijke moet verwijzen naar de Universele Eredienst waar Murshida Green belangrijk aan de vormgeving heeft meegewerkt. Maar, zoals Horn zelf in een latere passage toegeeft, is deze activiteit duidelijk goedgekeurd door Hazrat Inayat Khan en drukt die zijn idee van de eenheid van religieuze idealen heel mooi uit. En de suggestie dat hij er zelf niet echt in geïnteresseerd zou zijn, wordt weggeveegd door de Cherags Papers, Murshid’s eigen toespraken, waar hij de Universele Eredienst juist ziet als het beste kanaal om de Boodschap te verspreiden en erop aandringt bij de cherags om er niets aan te veranderen. En ‘abstruse occultism’ zoals bij Madame Blavatsky, heb ik nergens in de Boodschap gevonden. Inayat Khan weet juist alle onderwerpen glashelder en tegelijk heel diep te verklaren. En ‘theosufism’? Wat een onwaarachtig beeld. Zelf schrijft Horn ook dat Hazrat Inayat Khan de theosofische reïncarnatiegedachte nooit heeft onderschreven, hoezeer zijn leerlingen daar vaak naar uitzagen, maar in plaats daarvan in zijn boek ‘De ziel vanwaar, waarheen’, zijn overtuigende visie van de ontmoetingen van komende en van de aarde terugkerende zielen ontwikkelde. Ook wilde hij duidelijk niet als wereldleraar optreden waar de theosofen naar uitzagen. Integendeel, hij bracht wel een goddelijke boodschap, maar wilde daarvoor en voor zichzelf geen claim maken en vroeg zijn leerlingen dat ook niet te doen. Wat zouden dan toch die verschrikkelijke theosofische invloeden zijn? Zeker zijn een aantal van zijn belangrijke volgelingen eerst theosoof geweest, maar zijn daarna de grote betekenis van het soefisme gaan zien en zijn zich daarvoor gaan inzetten. Zij zijn begaafde helpers geweest die zich geheel openstelden voor de inspiratie van hun Murshid. Maar wij kunnen dus niet zeggen dat Hazrat Inayat Khan zich aan de voorkeuren en ideeën van zijn leerlingen, ook van de vroegere theosofen, aanpaste. Wij kunnen hem beter begrijpen als brenger van een goddelijke boodschap die de vragen van de westerse wereld moest beantwoorden. Daarin werd hij meer en meer geïnspireerd. De boodschap kwam tot ons als een goddelijke stroom. En wanneer wij Inayat Khan’s belangrijke voordrachten waarin hij zijn boodschap bracht, overzien, is het idee van The Message overal aanwezig in de meest geïnspireerde teksten: bidden wij niet in Salat ‘Moge de Boodschap van God wijd en zijd reiken en de gehele mensheid verlichten en maken tot een enkele Broederschap in het vaderschap van God’? Zo ook het laatste gebed van de Confraternity en bijzonder duidelijk is ook het Message Paper: ‘The Message which comes in all ages and which has been known under different 28


names, this very message is now the Sufi Message; and therefore the work that this message has to accomplish is not only with a section of the world, but with the whole of humanity.’5 Het is ook duidelijk dat Hazrat Inayat Khan niet naar het westen ging om de islam uit te dragen maar om, zoals zijn inwijder hem vroeg, ‘Fare forth into the world, my child and harmonize the East and West with the harmony of thy music. Spread ``the wisdom of Sufism abroad, for to this end art thou gifted by Allãh’ (Biography of Pir-o-Murshid Inayat Khan, pag. 111). Horn slaagt er niet in die duidelijke opdracht weg te relativeren.6 Dan is er Inayat Khan’s hartstochtelijk beroep op zijn moerieds ‘Help mij de Boodschap te verspreiden’. Dat Horn dat diepe beroep spottend afwijst, snijdt mij door de ziel. In het licht van deze geweldige ontwikkeling komt de vraag op – zoals Kariem Maas en Amir Smits die ook stellen – of Hazrat Inayat Khan toch zijn leven lang moslim is gebleven. Maar moslim in welke zin? Zeker bleef hij de religie waarin hij opgroeide trouw, hij bleef zeker onderschrijven dat “er één God is en Mohammed zijn profeet”. Maar bij hem was dit natuurlijk niet exclusief. Hij was ook open voor het licht van alle religies en daarmee bleef hij in de soefitraditie niet gebonden aan dogma’s en fundamentalistische opvattingen. Hij is de Soefi Beweging steeds meer gaan zien als een nieuwe impuls in het geestelijk leven van de mensheid en geen voortzetting van de Chistia Soefi Orde. Met betrekking tot dat punt hebben wij een belangrijk getuigenis van Murshid Hidayat Inayat Khan, die in een bijeenkomst van de Federation of the Sufi Message vertelde dat Inayat Khan in 1923, na de oprichting van het Internationale Hoofdkwartier van de Soefi Beweging, aan zijn kinderen en vrouw uitlegde dat hij van nu af aan op zichzelf stond en niet meer de islamitische gebeden zou doen, maar alleen de soefigebeden. Hij bleef Mohammed erkennen als de profeet van de islam; en maakte zelf geen claim op profeetschap. Hij is wel de brenger van de goddelijke boodschap in deze tijd.

Geen nieuwe religie

Het belang dat Inayat Khan hechtte aan de goddelijke Boodschap van Liefde, Harmonie en Schoonheid en ook de stichting van de Universele Eredienst zou kunnen doen denken aan een nieuwe religie, maar het blijft een heel belangrijk element in de Soefi Boodschap dat Inayat Khan dat niet wilde. De Boodschap, waarin de Eenheid van Religieuze Idealen zo’n centrale plaats inneemt, moet er eerder toe leiden dat diezelfde innerlijke waarheid van alle religies weer teruggevonden wordt achter de menselijke constructies en dogma’s die eromheen zijn gebouwd. Daarom moeten wij dus streven naar vriendschap met die religies en dus geen claim maken voor de Soefi Boodschap als nieuwe religie. Dat is een paradoxale en niet zo gemakkelijke opgave, waarvoor wij staan. Maar het is de enige ware weg in deze tijd. Wij moeten de Boodschap wel bekend maken, maar het geloof van elk mens respecteren en alleen vragen en werkelijke behoeften beantwoorden. Dat lijkt mij niet te verenigen met een “fundamentele herijking”, die Horn aan de orde wil stellen en waar Kariem en Amir zich in een slotartikel van het vorige nummer van de Soefi-gedachte achter plaatsen. Maar Horn ziet dan de Soefi Beweging – als ik hem goed begrijp 29


– teruggebracht tot een innerlijke school in de islamitische context zonder andere soefi-activiteiten. (Hij noemt ‘Murshid, Music, Mysticism’ op pagina 145). Dat zullen Kariem en Amir niet bedoelen. Het gaat er juist om, de goddelijke Boodschap zo zuiver mogelijk te volgen en uit te dragen. Wel kunnen nieuwe activiteiten ontwikkeld worden, die wezenlijke aspecten van de Boodschap beter zouden doen uitkomen. Zo ben ik het laatste jaar begonnen met twee samenwerkingsprojecten: Soefi-Zen bijeenkomsten die bijzonder harmonisch en succesvol zijn geweest en een symposium met geestelijke leiders van de drie Awrahamische religies: jodendom, christendom en islam. Wij willen daar de nadruk leggen op de innerlijke beleving in die religies, de eenheid daarin zien en nagaan hoe die voor de oplossing van de problemen in onze maatschappij van belang kan zijn. Dat brengt mij weer tot de slotconclusie van Kariem en Amir, waarmee ik het geheel eens ben: “Als iets de ziel is van soefisme, dan is het de aansporing om door religie heen tot de diepste diepten ervan te gaan en te zien wat je daar aan universaliteit aantreft.” Als wij zoeken naar vernieuwingen lijkt mij daar een weg te liggen, meer dan in aanpassingen in wat door Murshid gegeven is. Wij moeten het geïnspireerde karakter daarvan respecteren. Laten wij steeds streven naar openheid voor het Goddelijke, waarnaar onze diepste verlangens uitgaan. 1 Dat Murshid geloofde in een immanente God, maar bad alsof hij zich richtte tot een aparte persoonlijkheid, kan niet anders dan de verwarring van zijn moerieds hebben vergroot. 2 In het licht van deze overwegingen neem ik de vrijheid u diepe bezinning te adviseren op de ethische kant van de zaak, want u weet dat God de grote Getuige is, aan Wie wij allen eens verantwoording moeten afleggen. Horn noemt dit een ‘imposante blunder’. 3 Terwijl wij rustig wachtten, voelde ik plotseling een fysieke pijn in mijn hart, en toen ik over mijn schouder keek zag ik Murshid, die door de zaal schreed en naar mij keek. Een groots en krachtig gevoel ging door mij heen. Alles in mij werd heel rustig en mijn gehele wezen zei ‘ja’ tegen deze ontmoeting. Waar Murshid over sprak? Ik kan het werkelijk niet zeggen, ik luisterde waarschijnlijk maar half. Maar ik voelde me omgeven door een atmosfeer waarin ik me compleet thuis voelde. ‘O God, dit is waar mijn ziel naar hunkerde, dit is Genade. Ik dank u voor deze ontmoeting. 4 Het veranderde in een soort van neo-christelijk ‘theosoefisme’, in die zin dat het een combinatie maakte van de pragmatische mystiek van Inayat Khan met de liturgische pracht van het Anglicaanse Book of Common Prayer en het duistere occultisme van de publicaties van Madame Blavatsky. We hoeven slechts Murshids ‘Soefi Boodschap van geestelijke vrijheid’ uit 1914 te vergelijken met de encyclopedische verzamelde werken zoals die in de jaren zestig en tachtig zijn samengesteld, om een indruk te krijgen van de omvang van de explosie van de Soefi Boodschap. Horn voegt er aan toe dat ‘als Inayat Khan iemand was geweest die doelgericht en met tucht was opgetreden, en financieel onafhankelijk was geweest, alles mogelijk anders had uitgepakt.’ 5 De Boodschap die in alle tijden komt en onder verschillende namen gekend is geweest, deze zelfde boodschap is nu de Soefi Boodschap, en daarom moet de boodschap niet slechts een deel van de wereld bereiken maar de gehele mensheid. 6 Ga de wereld in, mijn kind, en breng het Oosten en het Westen in harmonie met de harmonie van jouw muziek. Verspreid de wijsheid van het soefisme, want hiertoe heeft Allah jouw talenten gegeven.

30


Essentie en vorm(en) Sharifa de Vries

Essentie en vorm zijn hier op aarde onlosmakelijk met elkaar verbonden. Idealiter spiegelen zij elkaar, hoewel hun richting en intensiteit verschillen. Essentie wordt gekenmerkt door verstilling naar binnen, terwijl de vorm zich naar buiten beweegt waar deze zich manifesteert op een voor ons concreet waarneembaar vlak. Dat is dan een vorm die naar buiten toe flexibel is, maar toch zoveel mogelijk de essentie weerspiegelt. De vraag die nu bij mij opkomt is de volgende: aan welke kenmerken moeten vormen voldoen om zo goed mogelijk de essentie te spiegelen? Hierover nadenkend ben ik tot de volgende drie kenmerken gekomen, te weten: 1) transparantie. 2) flexibiliteit. 3) integriteit. De eerste moeilijkheid die hierbij rijst is, dat objectiviteit in het geding komt. Vormen ontstaan immers altijd uit een behoefte, uit de behoefte van iemand die iets zichtbaar of tastbaar wil maken. TRANSPARANTIE Wanneer wij ons verdiepen in het Soefisme als het essentiĂŤle gedachtegoed van Hazrat Inayat Khan, is het in de eerste plaats de ander (of de anderen) waarop de uiterlijke vormen van het Soefisme als het ware moeten worden toegespitst. De ander is een individu met verschillende behoeften en het Soefisme, dat zo rijk is aan kleurrijke facetten, speelt op die verschillende behoeften in. Dat kan het risico inhouden dat wij ons zouden verwijderen van de eenduidigheid van de essentie. Hieruit kan ik voorzichtig concluderen, dat een eerste kenmerk van een goede en passende vorm inderdaad transparantie zou moeten zijn. Dat is dan een vorm die naar buiten toe flexibel is en die toch steeds zoveel mogelijk de essentie weerspiegelt. FLEXIBILITEIT Om zoâ&#x20AC;&#x2122;n vorm te kunnen bereiken is altijd weer toetsing aan het oeuvre van Hazrat Inayat Khan essentieel. Van belang is te herkennen, dat omgevingsfactoren hier een belangrijke rol spelen. Zo dragen culturele invloeden, maatschappelijke factoren en individuele ervaringen bij aan de wijze waarop de vorm zich uiteindelijk uitkristalliseert. Het is belangrijk zich hier bewust van te zijn, om zo de essentie zuiver te houden. In feite zou je kunnen zeggen dat het juist omgevingsfactoren zijn, die een bepaalde ontwikkeling bewerkstelligen. Soms kan het nodig zijn dat een vorm met bijvoorbeeld een bepaalde maatschappelijke ontwikkeling meegroeit. Dit benadrukt de noodzaak tot flexibiliteit van de vorm, wat er overigens niet toe mag leiden dat een vorm een eigen leven gaat leiden. Wanneer dit wel gebeurt is er sprake van verwatering en onzuiverheid. Wat betreft de boodschap van Inayat Khan moeten we zorg dragen dat de essentie van de boodschap zich zo zuiver mogelijk in de vorm spiegelt. 31


Ook culturele aspecten en individuele ervaringen zijn bij uitstek in staat vorm(en) te kleuren en te veranderen. Zolang je in staat bent met een verfijnd onderscheidingsvermogen deze kleuring te zien en te scheiden van de essentie, blijft de urtext -om in muziektermen te spreken- behouden. Een goede vorm komt dus in feite tot leven binnen de context van de essentie. Hoe verder de vorm zich van de essentie verwijdert, des te flauwer wordt het afgietsel. INTEGRITEIT Uit deze gedachte komt het derde en misschien wel meest belangrijke kenmerk aan de orde, namelijk integriteit. Integriteit is kostbaar, kostbaar in die zin dat de vorm zelf weliswaar geen eigen identiteit heeft, maar dat de vorm de identiteit van de essentie in zich draagt. Wanneer dit op de meest heldere wijze plaatsvindt, bereiken vorm en essentie bijna een eenheid. In de mate van eenheid van vorm en essentie, eigenlijk ook het spanningsveld tussen beide, komt integriteit tot uitdrukking: “verborgen op de bodem van de vorm is deze in staat de essentie te spiegelen”.

BEHOUD HET GOEDE

in memoriam Walia van Lohuizen* Mangala Visscher Met het heengaan van Walia van Lohuizen (1934-2013) verliest de Soefi Beweging een markante vrouw “die iedereen uitnodigde tot vriendelijkheid”, zoals iemand haar eens typeerde. Een voorbeeld ook van moed, liefde en acceptatie. “It’s all part of the training”, was een motto dat zij vaak bij tegenslag hanteerde. Het goede behouden, daar ging het haar om. Walia van Lohuizen is mijn inwijdster in het soefisme. “Was”” klinkt raar, want zij zal dat altijd voor mij zijn. Zij doopte en zegende samen met Wali onze zoon, zij wijdde me tot cherag. Ook het huis waarin we nu nog wonen, hebben Wali en Walia veertien jaar geleden voor en met ons ingewijd. De band die ik met haar heb en wat zij betekend heeft voor mijn leven, dringt nu, nu zij er niet meer is, pas ten volle door. Alsof in één keer achter alle beperkingen van het leven en de onvolmaaktheid van menselijke betrekkingen, de eenheid in onze verbondenheid blijvend voelbaar wordt. Een voorbeeld kan haar betekenis verduidelijken. Op mijn allereerste retraitedagen op de zomerschool vond ik het niet makkelijk om zo lang met mensen in stilte te 32


zijn, ik was onrustig, ook omdat onze zoon nog zo jong was en – al had ik me echt verheugd op een paar dagen voor mezelf met Wali en Walia en alle andere soefi’s in Katwijk – eigenlijk wilde ik ook bij mijn zoon zijn. Ik wilde eerder weggaan en overlegde dit met Walia. Wat ze me toen meegaf was om al het goede van de retraitedagen dat er natuurlijk ook was geweest te behouden, te bewaren en mee te nemen naar huis, en niet de onrust en de moeite – die kon ik daarlaten, die kon ik loslaten. “As long as in love there is ‘you’ and ‘me’, love is not fully kindled.” Die tekst van de dag, van de Bowl of Saki, schreef Walia in een soefi-boek dat ik in 1990 bij mijn inwijding kreeg. Wat een tekst! Ik ben heel blij en dankbaar dat ik dat nog met haar heb mogen memoreren een tiental dagen voor haar overlijden, al was het afscheid toen nog niet te bevatten en zeiden we uiteindelijk: tot ziens! De liefde is in alle volheid ‘kindled’, aangestoken, bloeiend. In die laatste fase was Walia een voorbeeld in moed, liefde en acceptatie. Ook voorheen al vocht zij zich met veel moed elke keer door opname, operatie en pijn heen. Onverwachts stond zij dan opeens weer met rollator en al, met Wali op de eerste verdieping van het Ignatiushuis, waar in Amsterdam de soefi-diensten gehouden worden. Opgeven of thuis blijven zitten was, als het even kon, nooit een optie. Zij had die laatste keer dat ik haar zag net te horen gekregen dat haar prognose nog korter was dan het veronderstelde half jaar, namelijk twee of drie maanden. Zij moest haar verwachtingen wederom bijstellen en aan dat idee wennen. Tegelijk vertelde ze heel rustig dat zij voelde dat ze nog ergens doorheen moest en dat er ook momenten van berusting waren, wakker wordend uit een prachtige serene droom. Alleen vond ze het nog heel moeilijk Wali achter te moeten laten. Dat “nog ergens doorheen moeten”, strookt heel mooi met Walia’s gevleugelde woorden, waar ik op moeilijke momenten vaak aan denk: “It’s all part of the training”. Dit omsluit eigenlijk alles wat je meemaakt in je leven en geeft je, op de momenten dat het je echt lukt het zo te beleven, een hele andere houding tegenover alles wat er op je pad komt. Dat vertelde ze dan bijvoorbeeld lachend over al het ontelbare dat er misliep in de afspraken en bouwplannen bij Hazrat Inayat Khans graf, de Dargah in India. Wali en Walia waren daar helemaal optimaal in hun element, heb ik ervaren toen ik in 2000 daar verbleef. We kregen een geweldige ontvangst op deze gewijde plek. Tijdens de Urs, de herdenking van Inayat Khans sterfdag, in dat jaar werd ook de nieuwgebouwde muziekschool en -academie ingewijd. Wali en Walia hadden een mooie band met grote Indiase soefi-musici en -mystici opgebouwd en deze vonden het een grote eer en boden zichzelf zelfs aan om op de Urs te komen musiceren. Een unieke ervaring. De andere keer dat die acceptatie zo treffend was, was bij het overlijden van haar zoon, Hamid. De manier waarop Wali en Walia dit droegen was zo indrukwekkend. 33


Dat zij zelfs in het moeilijkste verlies dat je als ouders kan overkomen – je geliefde wordt niet meer teruggevonden – berusting en vertrouwen hebben kunnen vinden. Berusten in het onbekende zeemansgraf van Hamid, dat hij zich gewenst had als de eerdere hersenoperatie niet geslaagd was geweest. Op de kunstmarkt vlakbij hun huis kochten ze daarna samen een groot schilderij van de zee. Ook de keer dat Wali en Walia in korte tijd besloten te verhuizen van hun fijne, hoge, ruime, met kunst en boeken omringde etage op het Singel, hartje Amsterdam, waar we alle klassen, Zikr en studie-meditatie-avonden hadden, naar het Rosa Spierhuis, was een openbaring, vergeleken met alle drama, weerstand en tragiek die zo vaak met zo’n stap gepaard gaan – zo’n overgang en onthechting als dat van mensen vraagt. Het leek hun heel organisch af te gaan.”It’s all part of the training.” En ook daar in het Rosa Spierhuis golden weer de mooie woorden zoals ik iemand haar hoorde typeren: Walia nodigde iedereen uit tot vriendelijkheid. Het was mooi en heel uitzonderlijk om Wali en Walia als echtpaar mee te mogen maken. Twee mensen die al zo lang bij elkaar zijn, ieder zo zelfstandig, met ieder een eigen wereld, en tegelijk zo gemeenschappelijk complementair samenwerkend met zoveel liefde en wederzijds respect. Iemand wierp een keer na een van de “zusterdagen” die Walia organiseerde, de vraag op, in het kader van ‘tweelingzielen’, of wij in een ware Jacob geloofden. Allerlei meningen passeerden de revue, van geen ware tot meerdere Jacobs in verschillende levensfasen. Daarna zei Walia, met een lachje en bijna meisjesachtige heimelijkheid, dat zij wel geloofde in De Ware Jacob. Maar natuurlijk! Dat was nog eens geloofwaardig! Lang geleden heb ik van een soefi gehoord, dat de belangrijkste taak die een soefiinwijd(st)er als gids op het innerlijk pad heeft, is dat deze de moeried (leerling) zijn of haar eigen innerlijke, goddelijke vonk spiegelt, laat zien. Toen ik daarover nadacht, begon ik te beseffen dat dat precies is, wat Walia op velerlei wijzen voor mij gedaan en betekend heeft. Zij had vanaf het begin dat ik haar kende een soort onvoorwaardelijk vertrouwen in me, ze stond achter me en nam me serieus, op een manier, zoals ik niet eerder gekend had. Ook als ik iets niet waarmaakte, dan hield dat niet op. Ze was altijd blij me te zien. Toen ik als amateur, maar wel met liefde, in klei een aantal penning-achtige reliëfs van Inayat Khan geboetseerd had en haar deze aanbood bij mijn inwijding (met schroom, zij was tenslotte kunsthistorica), werd alles bewonderd en was helemaal welkom. Daar lagen ze later, naast de Charlotte van Pallandt’s. Walia geloofde in de heiligheid van een band die je met elkaar aangaat in het moeried–schap. Zo was het voor haar ook in de relatie met haar eigen inwijder geweest, met Murshid Musharaff Khan. Een grote stralende foto van hem stond bij haar bed. Walia’s stralende foto met de shawl met de vlinders staat nu bij mij.

34


* Walia werd in 1960 ingewijd door Pir-o-Murshid Musharaff Khan, haar inspirator en grote voorbeeld. Zijn reflectie was later zichtbaar in haar uitstraling. Vanaf ongeveer 1968 tot 1985 heeft zij mede leiding gegeven aan het soeficentrum Utrecht. Zij sprak in Universele Erediensten, gaf lezingen, onderhield een warm en inspirerend contact met de talloze moerieds in het land die zij inwijdde en begeleidde en schreef artikelen. Midden jaren zeventig was zij secretaris van het dagelijks bestuur van de Soefi Beweging Nederland. Van 1985 tot 2010 centrumleider in Amsterdam samen met Wali van Lohuizen. In de jaren tachtig heeft zij deel uitgemaakt van de leiding van de tariqa Musharaff Khan, onder leiding van Mda Shahzadi. Ongeveer twintig jaar lang was zij een bezielend lid van de redactie van de Soefi-gedachte. Van 1987 tot 2005 was zij samen met Wali van Lohuizen soefi-vertegenwoordiger in India, bij het graf van Hazrat Inayat Khan, waar zij veel heeft gedaan voor het bekend worden van zijn Boodschap. Ook bevorderde zij projecten van sociaal werk voor de mensen in de omgeving. Een hoofdtaak was het begeleiden van de bouw van achtereenvolgens de Memorial over het graf van Inayat Khan, van een muziekhal annex kantoorruimte, een nieuwe vleugel voor de bibliotheek en voor de muziek academie, gecompleteerd door de verbouwing van het retreat-huis. Zij was honorair Murshida en ongeveer twintig jaar lang een bezielend lid van de redactie van de Soefi-gedachte. Als kunsthistorica, gepromoveerd op een baanbrekende studie over RafaĂŤl, publiceerde zij in de jaren tachtig en negentig over het verband tussen vroeg-christelijke en vroeg-islamitische kunst. Haar onderzoek deed zij o.a. op het befaamde Institute for Advanced Study in Princeton in Amerika.

35


Jij roept

Geluk is mijn deel

Sneeuw bedekt de grauwheid van de winter Een lichtende sluier over kleur en vorm De puurheid van jouw ziel Alles licht op

Spreekt van rust en vrede over voorbije smart

Een stil geluk na de verwoestende hand van de dood Pure stilte omgeeft mij

Jouw ziel uitgestrooid om mij heen Ongerept licht

Dat mijn voetstap verstoort Toch , ik ga verder

Vergezel mij op mijn verdere reis Je zei

Ik vlieg weg

Ik ben klaar

Je neemt me mee

Naar jouw land van geluk De sneeuw trekt weg

Jij blijft als een teken

In al wat ik doe en denk

Wali 24 februari , in het park

36


Soefisme en theologie Ameen Carp

In de vroege jaren van de Internationale Soefi Beweging waren er enkele leidinggevende leerlingen die, voordat zij soefi werden, theosoof waren geweest. Dit waren onder anderen Murshida Sophia Saintsbury-Green in Engeland, Sirdar van Tuyll van Serooskerken en Sirkar van Stolk in Nederland. De vraag rijst welke invloed de theosofie heeft gehad op de ontwikkeling van de Soefi Beweging tijdens het leven van Hazrat Inayat Khan en in de periode daarna. Allereerst de vraag: wat is theosofie en wat zijn de voornaamste gedachten en doelstellingen van de Theosofische Beweging? The Theosofical Society werd gesticht in 1875 in New York door Helena Blavatsky (1831-1891) een russische vrouw met grote occulte kennis en Colonel H. Olcott, een gepensioneerde officier en aanhanger van het boeddhisme. De Theosophical Society besloot reeds vrij snel na de oprichting om haar hoofdkantoor te vestigen in Adyar, India, niet ver van Madras. De doelsteling zegt dat de vereniging non-sectarische zoekers naar de waarheid verenigt, die de boodschap onder de mensen wil bevorderen en de mensheid wil dienen. De drie doelstellingen zijn: 1. Een kern te vormen van de universele broederschap van de mensheid, zonder onderscheid van ras,geloof, filosofie en wetenschap aan te moedigen. 2. De studie van vergelijkende godsdienst, filosofie en wetenschap aan te moedigen. 3. De onverklaarde wetten van de natuur te onderzoeken evenals de sluimerende krachten in de mens. De T.S. gelooft in het bestaan van meesters, die in de Himalaya wonen en die de levens van leerlingen van esoterie leiden. Brieven van deze meesters worden in Adyar bewaard. De T.S. had grote belangstelling voor de wijsheid van het oosten (hindoeisme, boeddhisme) en publiceerde vele boeken met oosterse wijsheid (de Bhagavad Gita, de yoga voorschriften van Patanjali, etc.). Als zodanig heeft de T.S. het contact tussen de westerse en de oosterse cultuur zeer bevorderd en pionierswerk verricht. De westerse mens was grotendeels onkundig van de wijsheid en schoonheid van de oosterse literatuur. De voornaamste studieboeken van de T.S. waren de geschriften van H.P. Blavatsky: The Secret Doctrine en Isis Unveiled. Leden van de T.S. Kwamen uit alle landen van de wereld. Het was een wereldwijde organisatie in 48 landen. De bekendste latere leiders waren: Annie Besant (een engelse socialiste, die zich ook inzette voor de onafhankelijkheid van India) en Bisschop Leadbeater, een helderziende. Ook in Nederland was de theososofie sterk vertegenwoordigd met een internationaal centrum in Huizen waar nog steeds spiritueel zoekenden (ook niet-theosofen) bijeen komen. Nu terug naar de vraag of de theosofie invloed had op de ontwikkeling van het soefisme van Hazrat Inayat Khan. Mevrouw Saintsbury-Green was een prominente theosofe en werd later overtuigd leerlinge van Inayat Khan. Zij was ĂŠĂŠn van de vier 37


Murshida’s, (Mda Martina, Mda Goodenough, Mda Saintsbury-Green en Mda Egeling), die ingewijd zijn door Hazrat Inayat Khan en zij was vooral zeer gericht op de Universele Eredienst. Of zij invloed had op de presentatie en vorm van deze dienst is niet bekend. Sirdar van Tuyll van Serooskerken was in zijn jonge jaren een enthousiaste theosoof en vrijmetselaar, maar sedert hij Hazrat Inayat Khan in 1921 in Arnhem ontmoette, was hij een zeer toegewijd soefi, die eerst als secretaris van Inayat Khan met hem meereisde en later van 1923-1929 Nationaal Vertegenwoordiger was van de Soefi Beweging in Nederland en van 1922- 1958 Centrumleider van het Soeficentrum, Anna Paulownastraat 78 in Den Haag. Van theosofische invloeden is in zijn werk niets te merken. Sirkar van Stolk was in zijn jonge jaren theosoof, kreeg tuberculose en bracht 3 jaar in een sanatorium in Davos door. Hij werd in 1923 door Hazrat Inayat Khan genezen van zijn ziekte en was gedurende 3,5 jaar de secretaris van de Soefileraar, maakte vele reizen met hem en werd de eerste organisator van de Zomerschool in Suresnes. In 1929 werd hij Nationaal Vertegenwoordiger van de SBN tot zijn vertrek naar Zuid-Afrika in 1951. Hij leidde tevens een andere Soefi-groep in Den Haag. Sirkar behield zijn leven lang sympathie voor de T.S., en hij gaf vele lezingen in de Theosofische Loge in Kaapstad in de jaren 1952-1962. Wat zijn dan de overeenkomsten tussen het soefisme en de theosofie? Er is het respect voor alle religies bij beide. Tevens ligt het accent op broederschap en de liefde voor wijsheid. Het verschil ligt ongetwijfeld in het geloof in ‘meesters’, dat zijn hoog geëvolueerde mensen, die anderen helpen. Waar de T.S. deze meesters plaatst in de Himalaya, spreekt Inayat Khan over ‘de geestelijke hiërarchie’ (zie de Eenheid van Religieuze Idealen). Deze ‘verlichte zielen’ leven onder de mensen en zijn de dienaren van het Hoogste Wezen. Waar het Soefisme een innerlijke school kent (een training ter ontplooiing van het innerlijk leven), is dit bij de T.S. veeleer een studie van de werking van de schepping die zeer sterk op het denken is gericht. Men kan de T.S. zien als een voor-loper van de Soefi Beweging. Het appeleerde vooral bij mensen met een idealis-tische inslag en bij zoekers naar waarheid. De verbinding tussen Oost en West is bij beide te vinden. De ontwikkeling van een devotionele tak van de T.S., de Vrije Katholieke Kerk en de neiging om de reïncarnatie-theorie te onderschrijven, behoren niet tot de oorpronkelijke doelstellingen van de T.S. maar zijn sterk aanwezig bij veel theosofen. Hazrat Inayat Khan’s universele soefisme is ongetwijfeld veel mystieker dan de theosofie. Zo zijn er overeenkomsten en verschillen.

38


Over boeken H.Johannes Witteveen. Het Kleine boekje over God. Amersfoort, BBNC uitgevers, 2013. 124 blz., €14,95. ISBN 978 90 453 1389 4 De auteur, geen onbekende voor de lezers van de Soefi Gedachte, constateert dat veel mensen tegenwoordig een afkeer hebben van God. Hij wijt dit aan 3 oorzaken: - Er lijkt een conflict te bestaan tussen God en de huidige stand van de wetenschap. - Er zijn veel conflicten tussen aanhangers van verschillende religies. - Hoe kan een liefhebbende God zoveel leed en kwaad toestaan? Het antwoord komt niet alleen uit de werken van Soefi leraar en mysticus Hazrat Inayat Khan, ofschoon daar wel het meeste uit wordt geput, maar ook uit de verschillende heilige boeken van de wereldreligies, waar ook tijdens de Universele Erediensten die het Universeel Soefisme kent uit wordt gelezen. Er wordt in het boekje veel gebruik gemaakt van letterlijk citaten uit deze boeken. Opmerkelijk is dat niet wordt geciteerd uit het boek “het Godsideaal” ofschoon dat begrip wel aan de orde komt. Het boekje is overigens niet zo maar een antwoord op bovenstaande vragen. Het is een getuigenis. Een getuigenis van een ervaring, recht vanuit het hart. Het is dan ook niet zozeer een boekje dat de mind, het verstand, zal overtuigen maar dat vooral het hart zal beroeren. Zubin van den Besselaar.

***** Laszlo, Ervin. De verbinding tussen wetenschap en spiritualiteit.

Uitgeverij AnkHermes. paperback 184 blz. € 22,95 ISBN 978 9020208535 Dit nieuwe boek van Ervin Laszlo, dat hij samen met Kingsley L. Dennis heeft geschreven, is een topper en een absolute aanrader voor een ieder die geïnteresseerd is in wetenschap én spiritualiteit. Het is voortgekomen uit het ‘Ervin Laszlo Forum on Science and Spirituality’ <www.ervinlaszlo.com/forum>, waarin een keur van deskundigen aan het woord is gekomen over de vereniging van wetenschappelijke kennis en spirituele inzichten. Een verruimd wetenschappelijk denken kan leiden tot onderzoek naar de geldigheid van wijsheidsstromingen van de wereld. Zo is er in de laatste tientallen jaren overtuigend bewijsmateriaal op tafel gekomen, waaruit blijkt dat het universum een bewust, een levend, een creatief proces is. Ook het proces dat tot de opkomst van menselijk leven heeft geleid blijkt allesbehalve lukraak te verlopen, het proces organiseert en reguleert zichzelf. Coherentie, een onbegrijpelijke en onvoorstelbare onderlinge samenhang, is de laatste twee decennia aangetoond in vrijwel alle wetenschapsgebieden. Iedere cultuur omvat zowel rationele als spirituele elementen, die altijd gebaseerd zijn op ervaringen. Wetenschap verklaart ons rationeel hoe zowel fysische als energetische verbanden ontstaan zijn 39


en blijven bestaan, en zo kan een aspect van huidige wetenschappelijke kennis momenteel in een notendop als volgt worden weergegeven: ‘Wat is nog stoffelijk? Niets! Absoluut niets! Alles is ‘energie’, is energie vel-den, waarbij coherentie het sleutelwoord is dat ons inzicht geeft.’ Spiritualiteit is het domein van bewustzijn dat ons in staat stelt verbindingen waar te nemen die voor de rationele wetenschap nog onzichtbaar zijn. Maar modern onderzoek naar de aard van spiritualiteit, naar de aard van bewustzijn, helpt ons een completer menselijk wezen te leren kennen, door gebruik te maken van onze ontzaglijke vermogens als rede en rationeel experimenteel onderzoek. Spiritualiteit blijkt ook een vorm van ‘energie’ te zijn, en wetenschappelijke kennis verenigen met spirituele inzichten zal leiden tot een overwinning op vooroordelen en dogmatiek. Dit unieke boek is samengesteld uit achtentwintig doordachte en inspirerende essays, waarin de ervaringen van wetenschappelijk-rationele kennis en van spiritueelintuïtief weten gaan versmelten op weg naar eenwording, naar een huwlijk tussen wetenschap en spiritualiteit. En waarom is dit belangrijk? Er is dringend behoefte aan een nieuwe manier van denken, aan ‘non-dualistisch’ denken dat bevorderlijk is voor een positief-effectieve verandering van onze wereld. We leven in een crisistijdperk en er is een nieuw bewustzijn van communicatie, samenwerking en verbondenheid nodig voor het welslagen van onze evolutiesprong in de 21e eeuw. Het holistisch besef: ‘alles hangt met alles samen’, moet meer en meer ons voelen, denken, spreken en handelen door-dríngen. In plaats van de jacht op materieel gewin moeten we streven naar verbetering van de kwaliteit van leven en welzijn. De kracht van wind, zon en water, aardwarmte, biomassa en dierlijk afval, en hun bijproducten, moeten we meer en meer leren gebruiken, want vandaag de dag overtreft de stijgende vraag naar producten uit natuurlijke hulpbronnen voor het eerst in de menselijke historie de dalende curve van hun natuurlijke productie. Het is een dwingende noodzaak bewust te streven naar een harmonieus systeem van samenlevingen die doelgericht en eendrachtig ijveren voor duurzame systemen voor het leven op aarde. Meer informatie daarover is te vinden bij Worldshift International (wsi), die zich wijdt aan het ondersteunen en mede-scheppen van die positieve evolutionaire verandering; zie: www.worldshiftinternational.org Sabir Jaap Dekker.

*****

40


Soefi-centra

informatie, adressen en activiteiten AMSTERDAM

dhr. P. Smits (Amir), t 06 15 06 05 13 <amir-20@hotmail.com> Universele Eredienst: Ignatiushuis, Beulingstraat 11, 1017 BA Am­sterdam, 1e en 3e zondag van de maand 11 uur. Op de 3e zondag voorafge­gaan door de Confraternity of the Message 10.30 uur. Apeldoorn

Orientatiemiddagen: 2e zondag van de maand van 14-16 uur bij dhr. en mw. De Roos-Labeur (Corrie & At), Sparrenlaan 11, 7313 AT Apeldoorn, t 055-323 1633 <atderoos@hetnet.nl> Arnhem

mw. H.M. de Caluwé - Rombout (Maharani), Groningensingel 423, 6835 ER Arnhem t 026-3213650 <maharani@planet.nl> mw. E.Steingröver (Johara), Meidoornplantsoen 23, 6706 DB Wageningen. <johara@telfort.nl> t 0317-425 072 ('s avonds). Studieklassen in overleg. Universele Eredienst: Vrijmetselaarsgebouw, Arnhemsestraatweg 360, 6881 NK Velp (Gld) 1e zondag van de maand om 11 uur. Assen

mw. A. Stam (Iman), Keerweer 8, 9401 ES  Assen, t 0592-707202 en 06-24 92 92 77 <destam.afslag33@planet.nl> Studiebijeenkomsten en klassen voor belangstellenden, broeder-zusterschapsleden en moerieds. Universele Eredienst: Loge van de ODD Fellows, Hendrik de Ruiterstraat 2, 9401 KT Assen, 3e zondag van de maand om 11 uur. Breda

mw. Margo Armaiti Leerink, coördinator. Concordiaplein 47, 4811 NZ Breda. t 06 22 81 21 10 <margoleerink@gmail.com> Universele Eredienst: Waalse Kerk, Catharina­straat 83-bis, 4811 XG Breda, 3e zondag van de maand om 11 uur. Den Haag

dhr. L.W. Carp (Ameen), Anna Paulowna­straat 78, 2518 BJ Den Haag, t 070-364 4590, f 070-361 4864 <sufipublications@hetnet.nl> <www.soefi.nl/denhaag> Programma op aanvraag: 1e en 3e maandag van de maand open studie- en medi­tatie-klas.; open Soefi-avonden; openhuis-bijeenkomsten; open spirituele film-avonden, en besloten klassen. Universele Ere­dienst: Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag, elke zon­dag om 11 uur, Confraterni­ty of the Message om 10.30 uur.

Deventer

dhr. W.S. van der Vliet (Sikander), t 0313-650 334 mw. A.Westenberg (Hayat) t 0570-532 347

Universele Ere­dienst: Logegebouw van de Vrijmetselaars, Rijkmanstraat 10, 7411 GB

Deventer, 3e zon­dag van de maand om 11 uur. DRONTEN i.o.

dhr. J.Koldijk (Kabir), Lindestraat 10, 8266 BG Kampen, t 038-3314446, 0653723207 <jellekoldijk@zonnet.nl> Studie bijeenkomsten in Dronten de 4e donderdag om 19.30 uur. Eindhoven

mw. L. Bredée-van Ginkel (Kamila), Jacob Catsstraat 28, 5671 VR Nuenen, t 040-2832518, <soeficentrum.eindhoven@gmail.com> Universele Ere­dienst: Eckartdal, Nuenenseweg 1, 5631 KB Eindhoven, 1e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur. Friesland

dhr. D.Lieftink (Rama). t 0598-430422 < dicklieftink@gmail.com >. mw. Y. VeenstraWiersma (Ynskje), Wommels. t 's avonds 0515576244 < byveenstra@ziggo.nl > Maandelijks meditatieavonden. Universele Ere­ dienst: Bij de Put 15, 8911 GE Leeuw­arden, 1e zondag van de maand om 11 uur. Groningen

dhr. M. Voestermans (Karim) t 050-4090431 < m.voestermans@gmail.com > Maandelijks: musical tuning en meditatie; stilte en meditatie; gespreksavond. Programma: zie www.soefi.nl onder centrum Groningen. ‘s Hertogenbosch

Coördinator: mw. T. Hendriks Franssen-van den Berg (Trudy), Ariënstraat 16, 5351 GD Berghem / Oss, t 0412-402689, <trudy@kennekeshoek.nl> Secretariaat: dhr. F.W. Roza (Frans), Stevenshofdreef 6A, 2331 CV Leiden, <frans.w.roza@gmail.com> Universele Eredienst: Cen­trum de Poort, Luy­benstraat 48, 's Hertogenbosch. Hilversum

dhr. A.Antonius (Ananda), Arent Krijtstr 13 II, 1111 AG Diemen. Klas voor belangstellenden: 1e ma. v.d. maand; voor deelname bellen met: t 020-6907129 of <anandaaa@hotmail.com> Universele Eredienst: ‘De Ver­eniging’, Ou­de Engh­weg 19, 1217 JB Hilversum (­bij het gemeentehuis), 2e en 4e zondag van de maand om 41


11 uur. Ivm. lange afwezigheid van Ananda treedt op als interim-coördinator: dhr. G. van der Veer, t 035-5322130 Regio Katwijk, Wassenaar

Regioleider: drs. J. Belt (Munir) Eykendonck 32, 2211 SG Noordwijkerhout. t 0252-373145 <j.belt@planet.nl> Murad Hassil, mw.Nora Kerssies, wakil.

t 06 38 27 95 29 <verhuur@soefitempel.nl> <www.soefitempel.nl> Universele Eredienst: Universel Murad Hassil, Zuid­duinseweg 5, 2225 JS Katwijk aan Zee, 1e, 3e en 4e zondag van de maand 11 uur. Confrater­nity of the Message 1e en 3e zo. 10.30 u. Iedere 4e zo. spreekt Karimbakhsh Witteveen. Rotterdam

dhr. B. de Wreede (Bauke), t 06 24 64 66 94 < bdewreede@gmail.com > t Centrum 010-751 0500 Studie- en belangstellendenavonden: 1e maandag van de maand, opgave vooraf. Universele Eredienst: Soeficentrum Provenierssingel 41, 3033 EG Rotterdam, 2e en 4e zondag van de maand, 11 uur. Tilburg

dhr. & mw. Ach­terberg-Thierens (Mussavir & Nuria), Chopinstraat 26, 5011 VK Tilburg, t 013-4563241. Klassen voor belangstellenden eerste maandag van de maand in Tilburg, opgeven bij dhr.L.Raatgever, t 06 12 74 65 13 Per 01-01-2013 is het centrum Tilburg gefuseerd met het centrum Breda. Twente

dhr. J. Sniekers (Rahim), t 074-250 2479, <jansniekers@tiscali.nl> Universele Eredienst: Nivoncentrum, Lodewijkstraat 1, 7553 LB Hengelo, 2e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10 uur. UTRECHT / BILTHOVEN

dhr. W.S. van der Vliet (Sikander), Juliana van Stolberg-laan 6, 6961 GB Eerbeek, t S & S van der Vliet 0313-650 334 <willemvandervliet@gmail.com> bgg.: mw. J.L. van Male (Sakya), t 030-2723522 Universele Ere­dienst: Huize ‘Het Oosten’, Jan Steenlaan 25, 3723 BT Bilthoven, laatste zondag van de maand om 11 uur. Zeeland

mw. N. Gortzak (Nuria), Mme. Curiestraat 63, 4532 JX Terneuzen, t 0115-530599 en 06 40 55 61 31 Studiebijeenkomsten: 2e dinsdag van de maand. Info mw. A. van Schaik (An), t 0118-412875. Uni­versele Ere­dienst: Gebouw de Vier Elementen, 42

Breeweg100, 4335 SK Middelburg, 1e zondag van de maand om 11 uur. ZUID LIMBURG

mw. Ingeborg Wuester (Hakima) <ingeborgwuester@yahoo.de> Er zijn maandelijkse bijeenkomsten en om de twee maanden op zaterdagmorgen open klassen. Zwolle

dhr. C. Koster (Karim), Tijnje 48, 8033 AR Zwolle, t 038-4541817, Universele Eredienst: Bloemen­dalstr. 11, 8011 PJ Zwolle, 4e zon­dag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur. In Meppel is een Soefi-groep die elke 4e di. v.d. maand bijeenkomt. Contactadres: Zuideinde 46, 7941 GH Meppel. <paul.ketelaar@planet.nl> <www.soefimeppel.nl> Informele Eredienst: Engelandseweg 19, Wezep, 2e zondag van de maand om 10 uur. SOEFI BEWEGING NEDERLAND

Algemeen Secretariaat Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag t 070-3461594, f 070-361 4864 <sufiap@hetnet.nl> Secretariaat open maandag tot en met donderdag van 10 tot 13 uur. bgg.: t 070-3644590 Financiën: dhr. P.H.Popkema (Nadir); na 18.00 uur: t 0314-361 449. <popkemail@hetnet.nl> Nationaal Vertegenwoordiger dhr. L.W. Carp (Ameen) t 070-3644590, f 070-3614864 <sufipublications@hetnet.nl> Nationaal secretaris mw. L. Grashuis (Wahdud), A.Verweystraat 126, 2274 LM  Voorburg. t 070-3644590 (overdag), t 070-3871705 (thuis) <sufipublications@hetnet.nl> Office Representative General Banstraat 24, 2517 GJ Den Haag, t 070-365 7664 <sufihq@xs4all.nl> Internet www.soefi.nl (nationale site). www.sufimovement.org (international site). Penningmeester Administrateur Stichting Soefi Beweging Nederland, rekening 5344374 tnv penningmeester. Lidmaatschappen van de Soefi Beweging Er bestaan verschillende vormen: Moeried: dit zijn personen die de inwijding in de Inner­lijke School van de Soefi Beweging hebben ontvangen en de esoterische klas­sen en de esoterische training volgen


Broeder-zusterschapslid: dit zijn zij die de idealen en doelstelling van de Soefi Beweging ondersteunen. Lid van de Kerk van Allen: dit zijn zij die zich speciaal aangetrokken voelen tot de Universele Eredienst; dit verlangt niet dat zij ook om inwijding vragen. Vriend van de Soefi Beweging: men kan zich opgeven als Vriend als men een ondersteuning aan het Soefiwerk wil geven. Belangstellende: eenieder die zich op wil geven als belangstellende en de informatie over soefiactiviteiten wil verkrijgen. Contributieregeling 2013 Moerieds betalen per jaar: Alleen Echtpaar Laag € 100,00 € 150,00 Normaal € 160,00 € 240,00 Hoog € 235,00 € 355,00 Broederschapsleden betalen per jaar € 70,00 en een Broederschaps-echtpaar € 105,00. Vrienden van de Soefi Beweging Nederland en leden van de Kerk van Allen betalen € 55,- per jaar. Dit is inclusief het abonnement op de Soefigedachte en de uitnodiging voor de Zomerschool. Alléén een abonnement op de Soefi-gedachte: € 16,00 per jaar (=incl. porto Ned.) Wanneer men als lid van een andere Soefi organisatie tevens ondersteunend lid van de Soefi Beweging wil zijn, betaalt men € 20,- per jaar en ontvangt men de Soefi gedachte. DARGAH

Financiële bijdragen voor het sociale, culturele en extra soefi-werk bij de Dargah, rekeningnr.: 616577 t.n.v. Stichting Dargah te Den Haag. Voor organisatie, onderhoud, in­richting van nieuwbouw en guest house, rekeningnr.: 43 02 43626 t.n.v. Dargah-fonds te Den Haag. Schenkingen van boeken enz. (alle talen!): Wali van Lohuizen t 035 538 98 93

Int. Sufi Orde NL: dhr. K. Wagtmans (Nafas),

Rubinsteinstraat 347, 5011 ND Tilburg, t 013 456 02 28 kwagtmans@wanadoo.nl

Sufi Way NL: dhr. E. Koole (Elmer), Oudeweg 31,

9364 PR Nuis. t 0594-549863 elmerkoole@gmail.com

BOWL OF SAKI

Een aanrader: via email kunt u de fraaie engelstalige Bowl of Saki dagelijks gratis toegestuurd krijgen. Via www.wahiduddin.net/saki komt u op de site, waar u zich kunt inschrijven. SOEFISME OP YOUTUBE

In samenwerking met de Soefi Beweging in Amerika is de Soefi Beweging Nederland op youtube te zien en te beluisteren. Klik op: *www.youtube.com/user/UniverseelSoefismeNL *www.youtube.com/user/IntSufiMovementUSA

internationale soefi zomerschool 2013

Zomerschool Artistieke avond Soefidagen Kinderdagen Vrije dag

13 t/m 24 juli 18 juli 26, 27 en 28 juli 20 en 21 juli 19 juli

elementenritueel

Trainingsdag: 8 juni Uitvoering tijdens de zomerschool: 20 juli om 20 uur NADENKER

wat zeg je me nou? is de communicatie slecht in de Soefi Beweging? waarom weet ik daar niets van!

Bijzondere activiteiten

Zie op www.soefi.nl en voor algemene informatie over soefisme: www.soefikalender.nl SOEFI BEWEGING BELGIË

mw. L.D. Deslée (Leela), Sport­straat 100, 900 Gent. Broederschapsvertegenwoordiger in België. info: sufirozentuin@skynet.be of 09.222.10.30 andere organisaties

Sufi Ruhaniat NL: Arienne en Wim van der Zwan, Peace in Motion, t +49 (0)2294 993 78 41 +31 651 30.34.39 (GSM). samark@peaceinmotion.eu

Digitale Nieuwsbrief Alle activiteiten van Soefi Beweging Nederland en overige soefi-organisaties zijn te vinden op www. soefi.nl. Daar kunt u zich ook abonneren op de Nieuwsbrief, zodat u automatisch geactualiseerde informatie krijgt toegestuurd op uw e-mail adres. 43


VERENIGING SOEFI-CONTACT Soefi-Contact is een landelijke vereniging met afdelingen in Haarlem, Alkmaar en Bussum. De vereniging heeft als doel: het stimuleren van de studie van Hazrat Inayat Khan's ideeĂŤn, alsmede het in praktijk brengen ervan, dit in de ruimste zin van het woord. Landelijk centrum en dagelijks bestuur Landelijk centrum: Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40, 2011 BE, Haarlem. Website: www.soefi-contact.nl Voorzitter: dhr. E.H.K. Logtmeijer, t 035-6918347 Secretariaat: dhr. W.R.F.Kuiper, Westerstraat 63, 2013 PM Haarlem, t 023-5313081 e-mail: m.dukker@chello.nl Penningmeester: dhr. B.P.T.Cornelissen, Rietveldlaan 12, 6708 SB Wageningen. t 0317-425 347 e.mail: abbc@hetnet.nl Het verenigingsjaar van Soefi-Contact loopt van 1 juli t/m 30 juni. De contributie kan worden overgemaakt op rekeningnummer: 4239048 t.n.v. Soefi-Contact te Wageningen. Adreswijzigingen / mutaties en opgave van (nieuwe) leden en belangstellenden graag via het secretariaat, dhr. F.Kuiper. Landelijke activiteiten www.soefikalender.nl www.soefi-contact.nl www.facebook.com: soefi-contact Activiteiten afdeling Haarlem (Soefi-Huis) Alle activiteiten in Haarlem vinden plaats in het Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40 te Haarlem. Universele Erediensten: iedere tweede en vierde zondag van de maand; aanvang 11.00 uur. Bezoek bibliotheek is mogelijk na de dienst. Informatie: 023-5272249 of 023-5370585, e-mail: jaapwillemhutter@gmail.com of walivdputt@gmail.com Activiteiten afdeling Alkmaar Universele Erediensten: elke eerste zondag van de maand in de Remonstrantse Kerk, Fnidsen 37, 1811 ND Alkmaar; aanvang 11.00 uur. Informatie: dhr. MichaĂŤl Schouwenaar, Vatropperweg 5, 1779 GE Den Oever, t 0227-512265, e-mail: soefi.noordwest@kpnplanet.nl en dhr. Nathan Feenstra t 072-5615712 Activiteiten afdeling Bussum Informatie over activiteiten: mw. E. Schurink, t 035-6912990 en dhr. Karim Logtmeijer, t 035-6918347, e-mail: lion182@zonnet.nl.

44


Soefi gedachte 22 juni 2013