Issuu on Google+

Inhoud

D E SOEFIgedachte

maart 2010

3 Ten geleide 5 7 8 12 15 18 22 24 28 32 35

Mohammed Hazrat Inayat Khan De Pir-o-Murshid Council Ameen Carp De Koran Rubab M.C.Monna Heb de vreemdeling lief als uzelf MarYam Mildenberg Tolerantie Wali Folkersma Pleidooi voor variatie in staat, straat en kerk Kariem Maas Handvest voor compassie gelanceerd PoĂŤzie en de beleving van liefde, harmonie en schoonheid Amir Smits Overwegingen bij zorgvuldige zelfdoding Jaap Dekker Interview met Paul Ameer Ali Amir Smits en Zubin van den Besselaar Ineens heb je er weer een vriend bij Rama Lieftink

37 Over boeken en beelden 41 Informatie over de Soefi Beweging 44 Informatie over Soefi Contact

De Soefi-gedachte is een gezamenlijke uitgave van Soefi Beweging Nederland en Vereniging Soefi-Contact en heeft tot doel het verspreiden van het gedachtengoed van Hazrat Inayat Khan.

1


COLOFON de Soefi-gedachte 64e jaargang nummer 1 maart 2010 Verschijnt 4 x per jaar (maart, juni, september en december) Uitgever/Administratie: Stichting Soefi Beweging Nederland Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag tel: 070 346 15 94 fax: 070 361 48 64 sufiap@hetnet.nl www.soefi.nl www.soefi-contact.nl Abonnementen: jaarabonnement, incl. porto: € 16,00 abonnement buitenland: € 20,- per jaar los nummer: € 5,00. Betaling via postgiro 555777 tnv Stichting Soefi Beweging Neder­land te Den Haag ovv penningmeester CM. van Beek. Drukker: NKB, Bleiswijk Aanwijzingen voor auteurs: Bijdragen zijn welkom, mits niet langer dan ca. 2000 woorden en aangeleverd in Microsoft Word met eventuele voetnoten als eindnoten. De redactie behoudt zich het recht voor artikelen niet op te nemen of in te korten, en op de eigen websites te plaatsen. Kopij sturen naar het redactie-adres. Uiterste inleverdata . voor het volgende nummer: 2 maanden tevoren (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober) of in over­leg met de redactie.

Redactie: dhr. L.W. Carp (Ameen), voorzitter mw. J.I.E. Bakker (Jaya) mw. M.A.J. van den Besselaar (Zubin) dhr. J.J. Dekker (Jaap), eindredacteur dhr. E.H.K.Logtmeijer (Karim) dhr. T. Maas (Kariem), hoofdredacteur dhr. J.P.H.Smits (Amir), secretaris Redactie-adres: dhr. J.P.H.Smits (Amir), Warmondstraat 177 hs, 1058 KX Amsterdam redactiesg@gmail.com Redactiemedewerker: dhr. N. Welten (Noud), opmaak Illustraties: blz. 5 Nakkaş Osman (ca 1595), Topkapi Palace Museum blz. 8 foto Stefan Pangritz De redactie stelt alles in het werk om reproductierechten te regelen. Voorzover dit niet correct is gebeurd, kunnen rechthebbenden contact opnemen met de uitgever. Aforismen: blz. 17, 21 en 23. Uit "Verzen van de Schrift van het Hart", van Hafiz, geselecteerd en vertaald door Wim van der Zwan, uitg. Ankh-Hermes bv Deventer.

Adresveranderingen sturen aan de uitgever, Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag met uitzondering van leden Soefi-Contact, die mutaties sturen naar secretariaat S-C. © Soefi Beweging Nederland. Overname van agendapunten vrij. De inhoud van de artikelen is voor verantwoording van de auteurs en afgezien van plaatsing in dit tijdschrift en op daaraan gerelateerde websites, berust het copyright bij de auteurs.

2


Ten Geleide – 100 jaar Dit door Sonja Boogaard ontworpen vignet zal een jaar lang de omslag van de Soefi-gedachte sieren. Het attendeert ons erop dat honderd jaar geleden, op 13 september 1910, Hazrat Inayat Khan met broer Maheboob en neef Ali Khan vanuit zijn geboorteplaats Baroda vertrok naar Bombay, om daar, een week later, de boot te nemen naar de Verenigde Staten. In zijn autobiografie omschreef Inayat Khan dit als een tocht van “de wereld van lyriek en poëzie naar de wereld van industrie en handel”. Begon daarmee het Universeel Soefisme? Het was in ieder geval de eerste concrete stap op het pad van verspreiding van de Boodschap, die nu de twee werelden met elkaar verbindt. In het septembernummer zal de Soefigedachte uitgebreid ingaan op diverse aspecten van deze geschiedenis en wat die kunnen betekenen voor de toekomst. Op 3 en 4 juli vindt in Murad Hassil in Katwijk een jubileumsymposium plaats. Het bootje is getekend door Inayat Khans zoon, nu Algemeen Vertegenwoordiger van de Soefi Beweging, Hidayat Inayat-Khan. Het siert al langer diverse uitgaven van zijn hand en is een treffend symbool, niet alleen omdat het refereert aan het schip dat Inayat Khan naar het westen bracht maar ook omdat het in algemenere zin staat voor ieders levensreis. De innerlijke reis op de grote wateren van Liefde, Harmonie en Schoonheid, met als kompas de Geest van Leiding, gedreven door de energie van Geestelijke Vrijheid. De wind waait waarheen hij wil. En zo zeilen we ons los van ons ego over de golven van onze illusies, zoals (vrij vertaald) in de toelichting bij de tekening staat. Deze aflevering van de Soefi-gedachte staat in het teken van een andere Boodschapper, door Hazrat Inayat Khan aangeduid als brenger van een universele boodschap: Mohammed. Diverse artikelen besteden aandacht aan de Islam en de verspreiding daarvan. Niet toevallig worden deze artikelen geflankeerd door beschouwingen over tolerantie en compassie. Het hoeft geen betoog dat deze deugden van belang zijn nu de Islam enorm onder druk staat: van binnenuit door gewelddadig extremisme, van buitenaf door allerlei vormen van repressie. In de huidige omstandigheden is het bijna niet meer mogelijk om argeloos en open over de kwaliteiten van de Islam van gedachten te wisselen. Het vergt bewuste inzet om nuances tot hun recht te laten komen Hierbij kan de verleiding groot zijn om het Universeel Soefisme nadrukkelijk te onderscheiden van islamitisch soefisme - zo blijven wij buiten het strijdgewoel. Toch zouden juist wij, die zoveel te danken hebben aan de mystieke traditie binnen de islam, ons in moeten zetten voor een beter begrip over en weer. Hopelijk is dit nummer van de Soefi-gedachte daarvoor een aanzet. Kariem Maas

3


Hazrat Inayat Khan


Mohammed

Hazrat Inayat Khan Mohammed is de enige onder de profeten wiens levensverhaal kan worden teruggevonden in de geschiedenis. Geboren uit het geslacht van Ismaël, had Mohammed in zich de erfenis van de profeten en had hij tot taak dat doel te vervullen, waarover was geprofeteerd door Abraham in het Oude Testament. De Profeet werd op jeugdige leeftijd wees en wist wat het betekent als kind in de wereld te staan zonder de tedere zorg van een moeder en zonder de bescherming van een vader. En deze ervaring was de eerste voorbereiding voor het kind, dat was geboren om met het verdriet van anderen mee te leven. Hij toonde in zijn jeugd al tekenen van het gevoel van verantwoordelijkheid toen hij op de koeien paste. Een herder kwam naar hem toe en zei: ‘Ik zal op je kudde passen en dan kun jij naar de stad gaan en jezelf vermaken. En dan moet jij op mijn koeien letten en dan ga ik er een poosje heen’. De jonge Mohammed zei: ‘Nee, ik zal op jouw kudde letten. Jij Afbeeldingen van Mohammed zijn kunt gaan, maar ik zal mijn taak niet aan ongewenst en uiterst zeldzaam. Deze een ander overlaten’. Ditzelfde principe zestien­de eeuwse illustratie toont de toonde hij in zijn gehele leven. profeet bij de Kaaba. Sommigen zeggen dat er één keer een wonder gebeurde, anderen spreken over twee keer, weer anderen over drie keer. Dat de borst van de Profeet werd opengesneden door engelen, en sommigen zeggen dat zij daar iets uit wegnamen, en zijn borst genas onmiddellijk. Wat was dat? Het was het vergif dat gevonden kan worden in de stekel van de schorpioen en in de tanden van de slang; het is hetzelfde vergif dat ligt in het hart van de mens. Ieder soort vooroordeel, haat, bitterheid in de vorm van afgunst en jaloezie, zijn de kleine uitingen van dit vergif, dat verborgen is in het hart van de mens. En wanneer dit vergif op een of andere manier wordt weggenomen, dan blijft daar de slang met haar schoonheid en wijsheid, zonder giftige tanden; en zo is het ook met de mens. De mens ontmoet moeilijkheden in zijn leven, soms te moeilijk om die op dat ogenblik te verdragen, maar dikwijls wordt zo’n ervaring als een hogere inwijding in het leven van de reiziger op het pad. Het hart van de mens is het heiligdom van God en nadat het is gezuiverd van dat vergif, wordt het de heilige verblijfplaats waar God zelf woont. Als jongeman ging Mohammed op reis met zijn oom die naar Syrië ging voor zaken; en hij leerde de gebreken van de menselijke natuur kennen, die alle kans krijgen 5


om een rol te spelen in de zakenwereld; hij wist wat winst betekent, wat verlies betekent en wat die beide ten slotte betekenen. Dit gaf hem een bredere kijk op het leven, toen hij zag hoe de een erop uit is om zijn voordeel te doen met het verlies van een ander, dat de mensen in deze wereld niet beter leven dan de grote en de kleine vissen in het water, die leven ten koste van elkaar. Toen de tijd kwam om het land te verdedigen tegen een machtige vijand, stond de jonge Mohammed schouder aan schouder met de jonge mannen van zijn land om zijn volk te verdedigen in hun meest verschrikkelijke strijd. Zijn oprechtheid in vriendschap en zijn eerlijkheid in zijn handelen maakten hem geliefd bij allen dichtbij en veraf, die hem de naam Amin gaven, wat betekent de getrouwe of de betrouwbare. Zijn huwelijk met Khadidja toonde hem als een man vol toewijding, een man met liefde, een eerzaam man als echtgenoot, als vader en als burger van de stad waarin hij woonde. Toen kwam de tijd van contemplatie, de tijd van de vervulling van die belofte die zijn ziel had meegebracht in deze wereld. Er kwamen ogenblikken wanneer het leven droevig begon te lijken, ondanks alle schoonheid en genoegen die het kon bieden. Dan zocht hij zijn toevlucht tegen die neerslachtigheid in de eenzaamheid. Soms zat hij urenlang, soms dagenlang en soms wekenlang in de bergen van Gare Hida en trachtte te zien of er ook nog iets anders gezien kon worden. Hij trachtte te horen of er iets gehoord kon worden. Hij trachtte aan de weet te komen of er iets geweten kon worden. Met alle geduld hield Mohammed volop het pad van het zoeken naar de waarheid. Ten slotte begon hij een woord van innerlijke leiding te horen: ‘Roep de heilige naam van uw Heer aan’; en toen hij die raad begon op te volgen, vond hij de weerklank van het woord dat zijn hart herhaalde in alle dingen van de natuur; alsof de wind dezelfde naam herhaalde als hij deed; de hemel, de aarde, de maan en de planeten, zij alle zeiden dezelfde naam die hij zei. Toen hij eenmaal was afgestemd op het oneindige en besefte dat zijn ziel één was met alles in hem en buiten hem, toen kwam de oproep: ‘Gij zijt de man; ga uit in de wereld en breng Ons bevel ten uitvoer; verheerlijk de naam van God; verenig hen die gescheiden zijn; wek hen die slapen, en breng de een tot eensgezindheid met de ander, omdat daarin het geluk van de mens is gelegen.’ Dikwijls zag Khadidja dat Mohammed zich in zijn mantel had gehuld om zichzelf niet te zien, terwijl hij beefde bij het besef van de verantwoordelijkheid die hem was opgedragen. Maar zij zei steeds weer tegen hem: ‘Jij bent de man, een man zo vriendelijk en waarachtig, zo oprecht en toegewijd, vol vergeving en dienstbetoon. Het is jouw aandeel in het werk dat je moet volbrengen; wees niet bevreesd; je bent daartoe voorbestemd door de almachtige; vertrouw op Zijn grote macht; ten slotte zul je succes hebben’. De dag waarop Mohammed zijn Boodschap gaf keerden tot zijn verrassing niet alleen zijn vijanden zich tegen hem, maar ook zijn vrienden die de Profeet na stonden en hem dierbaar waren, en wilden zij niet luisteren naar de verkondiging van een nieuw evangelie. Ondanks de beledigingen en het nadeel en de schade die zij berokkenden aan hem en aan degenen die naar hem luisterden, zette hij toch door, hoewel hij driemaal verbannen werd van huis; en hij bewees ten slotte zoals iedere ware profeet moet bewijzen, dat de waarheid alleen de overwinnaar is en dat elke overwinning toekomt aan de waarheid. Bron: overgenomen uit “De Eenheid van religieuze idealen” van Inayat Khan, Uitg. Panta Rhei.

6


Pir-o-Murshid Council Na lang wikken en wegen heeft de Algemeen Vertegenwoordiger van de Soefi Beweging, Pir-o-Murshid Hidayat Inayat-Khan, besloten om zorg te dragen voor de continuïteit in de Soefi Beweging door de titel Pir-o-Murshid niet langer te verbinden aan één persoon, maar aan een raad, die de naam heeft gekregen: Pir-o-Murshid Council Op 20 april 2009 is het Uitvoerend Comité van de Soefi Beweging unaniem overeengekomen dit besluit over te nemen. Tevens is de functie van Algemeen Vertegenwoordiger nu uitgebreid met een tweede persoon, zodat we nu hebben: De Gezamenlijke Algemeen Vertegenwoordigers Murshid Hidayat Inayat-Khan en Murshid Karimbakhsh Witteveen. Onze bijzondere waardering gaat uit naar Murshid Hidayat, die zo’n groots idee heeft bedacht en uitgevoerd. In hiërarchische termen kan het een stap terug lijken, maar in spirituele termen is deze stap een grote vooruitgang, passend in deze tijd. De mystieke motivatie achter de inspiratie tot de schepping van de Pir-o-Murshid Council moet begrepen worden als een methode om de levende werkelijkheid van de hoogste titel, ‘Pir-o-Murshid’, veilig te stellen. Deze is nu toevertrouwd aan een groep actieve werkers voor de Boodschap, die de grote verantwoordelijkheid dragen om de hoge standaard van de Soefi Boodschap van spirituele vrijheid te bewaren in een sfeer van liefde, harmonie en schoonheid. In de Pir-o-Murshid Council worden alle onderwerpen besproken op basis van consensus. Uiteindelijk zal het resultaat onder de aandacht worden gebracht van het Uitvoerende Comité van de Soefi Beweging, waar besluiten ten aanzien van organisatorische zaken in overweging genomen zullen worden. Dit is een volledige verandering in het oosterse traditionele principe dat bekend staat als ‘spirituele opvolging’. Voortaan zal de focus zijn op het ideaal van een ‘levende ononderbroken leiding’ in de oorspronkelijke stroom van de lijn van inwijders, die nu levend gehouden wordt door de Pir-o-Murshid Council. Daarmee wordt een onderbreking van spirituele energie vermeden, zoals dat in het verleden spijtig genoeg werd ervaren, iedere keer dat een vervanging van een enkele houder van die titel officieel aan de orde kwam. Als echter in de toekomst er een soefileider is die de hoge esoterische kennis bezit passend bij die functie, kan de Pir-o-Murshid Council beslissen de titel Pir-o-Murshid aan die persoon toe te kennen. Ameen Carp.

7


De Koran

verzameld van palmbladeren en de adem van mensen Tijdens de Universele Eredienst staan op het altaar zeven kaarsen. Rond de kaars in het midden, voor allen die het licht van de waarheid hebben hooggehouden in de duisternis van menselijke onwetendheid, symboliseren de andere zes kaarsen de grote religies. Voor de kaarsen liggen de heilige boeken uit die religies, waaruit passages worden voorgelezen. Het zesde boek is de Qur'ân of zoals we in Nederland gewoon zijn te zeggen, Koran.1 Het zesde boek op het soefi-altaar, dat de islam vertegenwoordigt, is de Koran. Waar men in het christendom af en toe Jezus, dus de Boodschapper, min of meer overdrachtelijk het Woord van God noemt (Joh. I: 14-16), daar ziet de moslim de Koran, dus de Boodschap, als het Woord van God. En dat zeer letterlijk en precies woordelijk, juist zoals de joden dat doen met de thora. Moslims geloven dat dit Woord een niet van God te scheiden eigenschap Een moslim behandelt de Koran met grote (sifat) is en verankerd ligt in de es- eerbied, wast voor het lezen de handen en sentie (zat) van God. Zo zeggen ze, plaatst de Koran op een X-vormig lessenaartje. dat de Koran eerst in de hemel was en bij gedeelten door middel van de engel Gabriël aan Mohammed is geopenbaard, opdat hij deze Boodschap verkondigen zou. Volgens de tradities ontving de profeet Mohammed zijn eerste openbaringen in dromen. Daarna zocht hij vaak de eenzaamheid van de berg Hira, waar het gebeurde, dat de engel hem tot drie keer toe beval: “Verkondig!” Ondanks Mohammeds antwoord dat hij geen verkondiger was, zei de engel hem voor wat hij moest uitspreken. In consternatie over deze ontzagwekkende ervaring liep hij naar huis en zei tot zijn vrouw Khatya: “Bedek me” – wat zoiets betekent als: “Verberg me” – en later: “Ik dacht dat ik dood ging”. Zij was de eerste die in Mohammeds profeetschap geloofde en zij bedekte hem met zijn mantel. Later sprak de engel Gabriël tot hem in soera 74: “0 gij, gehuld in uw mantel, rijs op en waarschuw.”2 Men zegt dat de openbaringen somtijds tot Mohammed kwamen in een geluid als van galmende klokken, dat zijn hart bijna deed barsten. Deze manier vooral zou voor hem zo zwaar te dragen zijn geweest, dat hij “brulde als een kameel”3 en dat zijn hele lichaam in opwinding geraakte en zwaar werd, terwijl het zweet langs zijn doodsbleke gezicht stroomde. Hoe de openbaringen ook tot hem kwamen – en dat wordt van niet veel andere Boodschappers verteld ­– Mohammed sprak ze uit, ofschoon hij in het begin grote 8


tegenstand ondervond. Al gauw besefte hij hoe belangrijk het was, dat dit Woord van God, dat hij moest opvangen en verspreiden, zuiver bewaard zou worden. Hij droeg dan ook vaak een van zijn volgelingen op de woorden die hij gesproken had, op te schrijven. Velen leerden ze ook van buiten en men gebruikte ze geregeld in het gebed. De definitieve tekst van de Boodschap die Mohammed bracht, stond binnen 25 jaar na zijn dood al vast en is praktisch niet meer veranderd. Met geen enkele van de voorafgaande Boodschappen is dat zo snel gebeurd.

Geen afwijkende lezingen

Na Mohammeds dood in 632 werden achtereenvolgens vier leiders uit de gelovigen verkozen, kaliefs genoemd, namelijk Abu Bakr (632-634), Omâr (634-644), Usmân (644-656) en Ali (656-­661). Aangezien veel oorlogen gevoerd werden en vele “metgezellen”, de vroegste volgelingen, sneuvelden of stierven, zag al direct Abu Bakr de noodzaak in ál de losse geschriften met de woorden van de Boodschap te verzamelen in één boek. Dat werd opgedragen aan Zaid-ibn-Sabit, die al voor Mohammed zelf dikwijls uitspraken had moeten optekenen. Hij zei dat hij dat, wat de Koran zou worden, verzameld had van palmbladeren, van leer, van schouderbladen en ribben van kamelen, van stukken steen, van plankjes en van de adem van de mensen die ze van buiten kenden. Dit boek werd van de ene kalief naar de andere doorgegeven, totdat Usmân het nog eens liet vergelijken met de vroegste teksten door Zaid en andere mannen die daartoe het meest geschikt waren. Dit riep hij uit tot officiële tekst en hij gaf bevel dat alle andere losse geschriften verbrand zouden worden. Er zijn dus geen verschillende of afwijkende lezingen van de Koran, behalve dat men soms een woord anders leest. De Boodschap die Mohammed gebracht had, werd dus opgeschreven terwijl er nog verscheidene “metgezellen” van de profeet in leven waren, van wie velen de openbaringen uit het hoofd kenden. Men zou dus nooit geduld hebben dat er met het Woord van God geknoeid zou worden. Er is dus een grote kans, dat de Koran zuiver weergeeft wat de profeet Mohammed heeft verkondigd.

Ongeëvenaarde schoonheid

De Koran is niet één doorlopend verhaal, maar bestaat uit 114 hoofdstukken, soera’s genaamd, die geen directe samenhang hebben met elkaar, en soms is zelfs de inwendige samenhang van een soera niet duidelijk te zien. Na soera 1, die Fatiha (Opening) heet, en die maar heel kort is, volgen de andere min of meer in volgorde van lengte. Zo is soera 2 (De Koe) de langste met 286 soms zeer lange verzen. Iedere soera is namelijk onderverdeeld in verzen of aya’s, ongeveer zoals de hoofdstukken van de bijbel in verzen zijn verdeeld. De kortste soera is 108, met slechts drie heel korte verzen. Wonderlijk genoeg staan door deze wijze van rangschikken juist de later geopenbaarde soera’s voorop. De achteraanstaande, kortere soera’s, zijn in het begin van Mohammeds profeetschap in Mekka uitgesproken. Deze handelen meest over God en over geloof in Hem en ze zijn vervat in korte, poëtische, rijmende en zeer klankrijke uitroepen van een man in vervoering, soms duister en fragmentarisch. Toen Mohammed echter naar Medina gevlucht was, en de islam zich steeds meer begon uit te breiden, werden de openbaringen meer overredend 9


en didactisch, met wetgevende en historische gedeelten, geuit in lange verzen die meer op proza lijken, met rijm om het slot van het vers te markeren. Ieder die Arabisch kent, moslims vanzelfsprekend, maar ook niet-moslims die er geen belang bij hebben de Koran in een gunstig daglicht te stellen, zijn het erover eens, dat er geen boek in het Arabisch is geschreven dat ook maar in de verte de schoonheid en aantrekkelijkheid van de taal van de Koran kan evenaren.

Chronologie onduidelijk

Al geven de latere soera’s uit Medina soms regels en wet­ten voor de groeiende gemeenschap van de gelovigen, Mohammeds eerste werkelijke wetgeving, een document dat destijds toch belangrijk geacht moest worden, is niet te vinden in de Koran, evenmin als zijn afscheidspreek. Blijkbaar was er voor Mohammed, en waarschijnlijk ook voor zijn volgelingen, een duidelijk onderscheid tussen datgene wat aan de profeet geopenbaard was en datgene wat hij uit zichzelf zei. Alleen wat geopenbaard was kwam in de Koran. Het is niet doenlijk de werkelijk chronologische volgorde van de uitspraken vast te stellen. Nog te minder omdat volgens de traditie soera’s dikwijls niet in hun geheel tot Mohammed kwamen en hij soms tot zijn volgelingen zei: “Deze woorden horen in die en die soera te staan”. Ook de geleerden zijn het erover eens dat de verschillende verzen van een soera lang niet altijd uit dezelfde tijd stammen. Men is er niet geheel zeker van of Mohammed, zoals de traditie zegt, zelf zijn uitspraken in soera’s verdeelde en ze hun soms ook vreemd aandoende namen gaf. Zo’n naam slaat maar zelden op de inhoud, maar meest op een woord dat er toevallig in staat.

In vele talen

De Koran is geschreven in het van rechts naar links lopende Arabische schrift. Een Arabisch boek begint waar wij het einde zouden zoeken. De korte klinkers worden er niet in geschreven, zodat ons woord ‘kan’ aangeduid zou worden met ‘kn’ dat evengoed ‘kon’ of ‘kin’ kon beteke­nen. Hierdoor kwamen nog wel verschillende lezingen in de Koran voor. Later gebruikte men een systeem van kleine tekens boven en onder de regels om de klinkers toch aan te geven. Het Arabisch schrift leent zich heel goed tot versieringen met lange gracieuze halen en de moslims zijn er meesters in de letters van een Koran-spreuk tot een decoratie met sierlijk lijnenspel te vervlechten. Een moslim behandelt de Koran met grote eerbied. Het boek wordt vaak in zijden doeken bewaard. Voordat men er voor zichzelf in gaat lezen, wast men de handen en bidt, waarna eerst de soera Fatiha volgt. Dan wordt de Koran op een X-vormig lessenaartje geplaatst en begint het lezen, meest hardop of mompelend, half zingend, terwijl men het bovenlichaam voor- en achterwaarts schommelt. Na bepaalde soera’s horen bepaalde uitroepen en na sommige verzen een buiging. In een Arabische Koran staan tekens in de marge, waar men een buiging dient te maken of adem dient te halen. Er bestaat een verdeling in dertig delen opdat men het gehele boek in een maand kan reciteren, wat men vooral in de vastenmaand Ramadan doet. Een verdeling in zevenen maakt het mogelijk de Koran in een week te reciteren.

10


De Koran is in Europa het eerst gedrukt in Rome in 1530, maar toen niet uitgegeven. In 1649 werd in Hamburg een Arabische tekst gepubliceerd en een halve eeuw later in Padua een boek met Arabische tekst en commentaren met een vertaling van allebei in het Latijn. Toch was dit niet de eerste vertaling in het Latijn. Die was al in 1143 door een Duitser en een Engelsman gemaakt op last van Peter de Eerbiedwaardige, een in die tijden zeer bekende abt van Cluny. Het werk bleef vierhonderd jaar lang verborgen en werd pas in 1543 in Bazel uitgegeven, en later vertaald in het Italiaans, Duits en Nederlands. Nu bestaat de Koran in zeer veel talen.

Sektes

De traditie wil, dat Mohammed gezegd zou hebben dat de islam in 73 sektes verdeeld zou worden, waarvan er 72 zouden verdwijnen tot alleen de ware overbleef. Blijkbaar is het zover nog niet, want kenners van de islam onderscheiden wel honderden richtingen. Ze hebben echter allemaal de Koran gemeen. Reden van hun verschillen of geschillen zijn vooral hun opvattingen over het kalifaat, dus over de opvolgers van Mohammed. In het latere deel van zijn leven trad Mohammed behalve als profeet ook op als staatkundig en militair leider voor de steeds toenemende aantallen gelovigen. Als profeet kon niemand hem na zijn dood opvolgen, maar de overige taken werden toevertrouwd aan de kaliefs Abu Bakr, Omâr, Usmân en Ali. De moeilijkheden kwamen bij het erkennen van deze en latere opvolgers. De grootste splitsing was die tussen soennieten en sjiïeten. De laatste groep erkent alleen Ali als echte opvolger, in de opvatting dat de door God gegeven bovenmenselijke kracht van Mohammed alleen geërfd kon worden door de leden van Mohammeds familie en diens nakomelingen. Ali was neef en schoonzoon. Toch had Mohammed er altijd de nadruk op gelegd dat hij geen God was, maar een mens. Dit staat in tegenstelling tot de christelijke opvatting waarbij de nadruk werd gelegd op het goddelijke aanzicht van Jezus. Deze opvatting verwierp Mohammed. In de eerste eeuw na Mohammeds dood verzamelde men alle verhalen van de “metgezellen” over wat Mohammed buiten de openbaringen zei of deed of hoe hij de dingen deed. Op den duur heette hij zoveel dingen gezegd te hebben, dat men toen zoveel mogelijk begon na te gaan waar dergelijke verhalen vandaan kwamen en wie ze aan wie verteld had. Wilde men ze als werkelijk waar aannemen, dan moest de keten van vertellers uit betrouwbare mannen bestaan en teruggaan tot een van de “metgezellen”. Zo’n overlevering heet een hadith. Er bestaat een groot aantal van, die men zeer respecteert, maar die toch niet behoren tot het Woord van God. 1 Ongeveer twintig jaar geleden heeft de inmiddels overleden Rubab M.C. Monna verhelderende toelichtingen geschreven op de heilige boeken waaruit gelezen wordt tijdens de Universele Eredienst. Eerder zijn ze verschenen in het tijdschrift Soefi Contact. Kariem Maas heeft ze bewerkt tot een serie, waarvan de eerste aflevering verscheen in de Soefi-gedachte van december 2008. 2 Vergelijk hoe in het door Inayat Khan gegeven gebed ‘Rasoel’ een dergelijke profeet aangesproken wordt als degeen die waarschuwt voor komend gevaar. 3 In veel verhalen over Perzische soefi’s treffen we de zegswijze “Hij brulde als een leeuw” aan.

11


Heb de vreemdeling lief als uzelf

Over de waarde van en noodzaak tot verscheidenheid MarYam Mildenberg Hazrat Inayat Khan leert ons bewust te zijn van de rijkdom van verscheidenheid door te wijzen op het feit dat iedere pianotoets een andere toon heeft, een andere klank, en dat alleen daardoor zulke mooie melodieën gespeeld kunnen worden. Zo is het ook met de verschillende instrumenten van een orkest. Hij leert ons ook ons bewust te zijn van de eenheid die altijd onder de verscheidenheid is. “De ware godsdienst is voor de Soefi de zee van Waarheid, waarvan alle verschillende geloofsvormen de golven zijn.” We staan daar vaak bij stil, bij die eenheid in verscheidenheid, en langzamerhand zien we die steeds beter en voorzichtig worden we ons bewust van de ‘aardse verscheidenheid en de hemelse eenheid’. Daarom is het nu goed om stil te staan bij de waarde van verscheidenheid, de noodzaak zelfs van verscheidenheid.

De noodzaak tot biologische verscheidenheid

“In het geschrift van de natuur lezen we dat verscheidenheid natuurlijk is”, aldus Hazrat Inayat Khan. We genieten van de rijkdom van de verscheidenheid in dieren, bomen, planten, bloemen. Maar we onderschatten de noodzaak van biologische verscheidenheid voor het voortbestaan van de mensheid, van het leven op aarde. Alles is van alles afhankelijk, tot de kleinste eencelligen toe. Elke bioloog kan uitleggen uit dat alleen een systeem met grote verscheidenheid aan planten en dieren in staat is zichzelf te corrigeren als dat nodig is. Als er dan een soort uitsterft, kan het systeem dat opvangen, en zelfs nieuwe soorten doen ontstaan zoals regelmatig gebeurt. Hoe kleiner de biodiversiteit, hoe kleiner de kans op zelfcorrectie, hoe kleiner de kans op voortbestaan van het leven op aarde.

Het wonderlijke van spirituele verscheidenheid

Als we ons realiseren dat ieder blad aan een boom anders is, dat iedere golf op een andere wijze het strand opvloeit en weer terugrolt, als we kijken naar mensen en zien dat ieder mens ogen, een neus, oren en een mond heeft en toch zo verschilt van alle andere mensen, dan roept dat verwondering op. De 99 schone namen van Allah, de verschillende namen waarmee het eeuwige wordt aangeduid in de joodse traditie, de namen van de goden in de hindoewereld: hoe wonderlijk is die verscheidenheid van namen. Ze hebben ook allemaal net een andere nuance in gevoel, in betekenis. We hebben er geen woorden voor.

De waarde van psychologische en sociologische verscheidenheid

Er is grote verscheidenheid in soorten mensen, in tradities, culturen, religies, talen; wat een rijkdom. Het verhaal van de toren van Babel in de tora en het oude testament is een kantelmoment. Het verhaal begint met de zin “De gehele aarde had één taal met dezelfde woorden”. En even later spreekt de Eeuwige en zegt: “Ziet, één volk is het en één taal hebben ze allen…” (Genesis 11:1 en 11:6). Aan het eind van het verhaal zijn er veel verschillende talen en ontstaan er verschillende volkeren. Met alle nadelen van dien, maar ook met de rijkdom van dien. Iedereen die twee of meer talen spreekt voelt het plezier van de verschillende nuances van eenzelfde begrip in verschillende talen. Het voelt altijd net even iets anders. 12


Verscheidenheid geeft schoonheid

We zien dat aan de voorbeelden die Hazrat Inayat Khan geeft van de piano en het orkest, hoezeer verscheidenheid zorgt voor schoonheid van klanken. Verscheidenheid zorgt ook voor schoonheid van kleuren. Men vroeg ooit een schilder iets te willen schilderen over zijn leven, alles zou verzorgd worden. Hij kwam in een witte kamer en daar stond een witte ezel met een wit doek erop, er waren witte kwasten en er was een wit palet met daarop alleen witte verf. Maar de schilder kon er geen schilderij van maken, want zo eentonig was zijn leven niet geweest.

Verscheidenheid geeft zelfkennis, verscheidenheid geeft kennis

Herinnert u zich hoe dat vroeger was, we dachten dat het in alle gezinnen was zoals het bij ons zelf thuis was. Vanaf het moment dat we bij vriendjes en vriendinnetjes thuis kwamen, zagen we dat het daar anders was en werden we ons steeds bewuster van hoe het bij ons thuis was. Pas als een maatschappij heterogener wordt, wordt zij zich bewust van haar eigen normen en waarden, traditie en cultuur. Toen de Nederlandse regering besloot op de scholen onderwijs te gaan geven over de cultuur en de religie van de islam, beseften we pas hoe weinig we wisten van de eigen cultuur en traditie. We leren onszelf kennen door naar anderen te kijken, hoe groter de verscheidenheid is van de mensen die we ontmoeten, hoe beter we onszelf leren kennen. Verscheidenheid geeft zelfkennis. Sociale en psychologische verscheidenheid geeft ook kennis, mensen die anders zijn, doen ons op een andere manier naar de dingen kijken. Volkeren kunnen zoveel van elkaar leren, zoals nu ook gebeurt op alle manieren, het oosten leert van het westen en het westen van het oosten.

Verscheidenheid geeft kracht

‘Samen sterk’ zeggen we, want wat de ene mens niet (meer) kan, kan de andere mens (nog) wel. Dit geldt op allerlei manieren, fysiek, maar ook emotioneel. Doordat we van elkaar verschillen, kunnen we elkaar behulpzaam zijn. Alleen samen kunnen we grote problemen het hoofd bieden.

Verscheidenheid geeft liefde

Door van individuele mensen om mij heen te houden, mensen die allemaal anders zijn, kan ik leren te houden van de mensheid. Door te genieten van verschillende dieren, bomen, planten, genieten van verschillende landschappen als de zee, bergen, ijsvlakten, leer ik langzamerhand te houden van de hele schepping.

Verscheidenheid geeft moed en bescheidenheid

Wat een vreemde combinatie: moed en bescheidenheid; het samengaan is mogelijk door de afwisseling van goede en slechte gebeurtenissen en tijden in ons leven. Er wordt verteld dat koning Salomo zijn eerste minister eens een lesje wilde leren, want die dacht dat hij alles kon en wist. De koning vroeg hem iets te vinden waaraan hij onder alle omstandigheden iets had. De eerste minister ging op weg, dacht na en vroeg advies maar niemand kon hem helpen. Totdat hij bij een oude wijze goudsmid kwam. Die haalde een gouden ring tevoorschijn en graveerde daar drie hebreeuwse letters in: de gimel, de zayin, de yud. Hij legde uit: dit zijn de beginletters van de woorden ‘gam zeh ya’avor’, dat betekent ‘ook dit gaat voorbij’. Als het de koning slecht gaat, zal het hem troost en moed geven. Als het hem goed gaat, zal het hem helpen bescheiden te blijven, want hij weet: ook dit gaat voorbij. Zo leren we moed en bescheidenheid door verscheidenheid aan levenservaringen. 13


Heb de vreemdeling lief

De rijkdom van verscheidenheid kunnen we alleen ervaren als we situaties die anders zijn dan wat we gewend zijn, kunnen accepteren. En als we mensen die van ons verschillen op zijn minst kunnen aanvaarden. We kennen de uitspraak “Heb uw naaste lief als uzelf” (Leviticus 19:18). Onszelf liefhebben is moeilijk. Maar als het ons lukt het licht in onszelf te zien, kunnen we ook het licht in onze naasten zien. De opperrabbijn van Engeland, Jonathan Sacks, wijst ons erop dat deze uitspraak in tenach, het oude testament, eenmaal voorkomt. En dat woorden als ‘heb de vreemdeling lief als uzelf’ of woorden van gelijke strekking, 36 maal voorkomen. “Als er zich in jullie land een vreemdeling ophoudt, moet je hem niet krenken. Laat de vreemdeling die zich bij jullie ophoudt voor jullie gelijk zijn aan één van jullie ingezetenen, houd van hem alsof je het zelf was, want jullie bent zelf vreemdelingen geweest in het land Egypte” (Leviticus 19:33-34). Dit citaat kende ik en natuurlijk het verhaal van Ruth. Maar 36 keer een dergelijke opdracht? Het raakte me. En waarom horen we daar nooit over? En waarom zien we het niet terug in de praktijk? In navolging van Renate Rubinstein gebruik ik wel de uitdrukking ‘hard tegen hart’ als ik spreek over hetgeen er gebeurt in en rond Israël. Ik vraag de radicale Israëliërs: Alstublieft, luister naar deze woorden, 36 maal in de tora! En ik vraag de fundamentalistische Moslims: Alstublieft, luister naar de woorden in de Koran: “Geef de vreemdeling wat hem toekomt” (sura 17:26, vertaald uit de vertaling van Yusuf Ali) en weet wat dat betekent! En ik vraag angstige Christenen in Europa, dat zo langzamerhand van emigratieland immigratieland is geworden: Alstublieft, laten we luisteren naar deze woorden, 36 maal in het oude testament: heb de vreemdeling lief als uzelf.

Hoe doen we dat, de vreemdeling liefhebben?

We weten van de eenheid in de verscheidenheid, die zich uit in de vele overeenkomsten, waardoor we zo intens kunnen genieten van alle verschillen in elkaar. Daar een balans in vinden, dat zal helpen. Rabbijn Sacks beschrijft ook belangrijke mogelijkheden tot het liefhebben van de vreemdeling. Ik noem er hier een paar. Ten eerste meer kennis om de angst weg te nemen, die er is ten gevolge van onwetendheid. Hij wijst erop dat we in een bijzondere tijd leven: door het internet kunnen we zonder veel moeite, geld en energie zoveel van elkaar te weten komen. Verder wijst hij op de ruime vorm van liefdadigheid die zowel in het jodendom, het christendom als in de islam een groot goed is. Laten we dat in praktijk brengen in ons dagelijks leven. Tenslotte, paradoxaal misschien, kunnen we uitreiken naar de ander, naar de vreemdeling, vanuit de veiligheid en de liefde van de eigen omgeving, het eigen gezin, de eigen traditie. Literatuur:

Hazrat Inayat Khan. (1978). Gayan, tonen van ongespeelde muziek . Deventer: Ankh - Hermes. Hazrat Inayat Khan. (1990). The Unit y of religious Ideals. The Sufi Message Volume IX . Geneva: International Headquarters of the Sufi Movement. Mossel, E. (vertaald door) (1993). Bhagavad Gita , De dialoog tussen Krishna en Arjuna uit de Mahabharata. Katwijk: Panta Rhei. Sacks, J. (2002). The dignit y of difference, how to avoid the clash of civilizations. London New York: Continuum.

14


Tolerantie

Wali Folkersma Meestal lijden wij doordat wij niet begrijpen; begrijpen is iets groots; zodra we begrijpen kunnen we verdragen.1 In deze beschouwing van het onderwerp tolerantie zullen we allereerst kijken wat tolerantie wel en niet is, vervolgens enkele verwante begrippen aanstippen, de samenhang met religie en politiek duiden, enkele praktische problemen noemen, en tenslotte het begrip verdiepen met enkele uitspraken van Murshid Inayat Khan. Allereerst de begripsbepaling. Je kunt alleen maar iets tolereren, als je dat ook niet zou kunnen doen. Daarom kan tolerantie niet voortkomen uit zwakheid, dwang of passiviteit. Het is niet zinnig om te zeggen dat je een vulkaanuitbarsting, je gedwongen opsluiting of de menselijke sterfelijkheid ‘tolereert’. Ook iets toelaten op basis van onverschilligheid is geen tolerantie in strikte zin. Tot verwante begrippen behoort vrijheid. Vrijheid hangt nauw samen met verdraagzaamheid. Zij kunnen beschouwd worden als een eeneiige tweeling. Beide begrippen moeten niet alleen voor onszelf gelden maar voor elk mens. Want hoe zou een oprecht mens vrijheid voor zichzelf eisen zonder de vrijheid van anderen in acht te nemen?

Oogluiking

In het verleden presenteerde Nederland zich officieel als een monoconfessionele gereformeerde staat. Maar binnen deze monoconfessionele staat bleek verrassend genoeg religieuze diversiteit mogelijk. Waar men geen last van had, was toegestaan, al was het officieel verboden. Dit pragmatische beleid noemde men oogluiking, een oud woord voor het hedendaagse begrip gedoogbeleid.

Globalisering

Met de globalisering van onze samenleving zou streven naar vrijheid en tolerantie voor allen betekenen, dat de onvrijheid en intolerantie waar mensen overal ter wereld onder gebukt gaan, ons rechtstreeks aangaan. Moeten wij niet ijveren voor de bevrijding van de Afghaanse vrouwen? Voor een mondiaal verbod op vrouwenbesnijdenis? Voor het opheffen van de Palestijnse vluchtelingenkampen? Of moet respect voor andere culturen in de praktijk betekenen dat gewoontes of gebruiken die regelrecht in strijd zijn met de rechten van de mens daarom maar moeten worden geaccepteerd? Ik denk van niet, maar we moeten het respecteren van de mensenrechten wel met wijsheid, tact en geduld brengen.

De Islam in Nederland

Nederland, dat vroeger op het gebied van tolereren en gedogen een naam te verliezen had, heeft tegenwoordig met deze begrippen meer moeite. Enige vragen op dit gebied: Wie zijn intolerant? Nederlandse moslims die met de koran in de hand homo­seks­ualiteit verwerpelijk vinden en dat propageren, of Nederlandse burgers die met de wet in de hand dit standpunt niet te tolereren vinden? Is een ambtenaar van de burgerlijke stand die weigert een huwelijk tussen twee mannen of vrouwen te sluiten intolerant of is de samenleving intolerant die deze 15


persoon in zijn of haar openbare functie een eigen intolerant gedrag niet toestaat? Uit deze recente voorbeelden uit de Nederlandse praktijk blijkt dat de conflicten rond maatschappelijke tolerantie zich vaak aandienen op een gebied dat er zich sinds jaar en dag het beste toe leent: de verhouding tussen kerk en staat. Hierbij aansluitend kan gesteld worden dat de islam een religie is waarin tot nu toe kerk en staat onlosmakelijk zijn verstrengeld. Tolerantie jegens de islam heeft dus tegelijkertijd een religieus en een politiek karakter. En dat maakt het huidige debat over de grenzen van de tolerantie zo moeilijk voor westerlingen. Zij debatteren liever niet over religieuze tolerantie, want zij hebben allang, na eeuwen oorlogen en spanningen, staat en kerk definitief gescheiden. Er bestaan pogingen om de koran op een vrijere manier te lezen en uit te leggen. In kringen van moslimintellectuelen wordt gepleit voor een vrij debat en voor de scheiding van kerk en staat. Ook in Nederlandse orthodoxe kerkelijke kringen is een debat over de grenzen van onze religieuze tolerantie gaande. Deze ontwikkelingen zijn zeer toe te juichen. Ook hier geldt wijsheid, tact en geduld.

Praktische maatregelen

Verbale gewelddaden als - ‘ik zeg wat ik denk’ - en de cultuur van ‘keihard de leukste’, moeten achterwege blijven. Tolerantie kan worden bevorderd door het accent te leggen op deugden: door opvoeding, vorming, educatie en (vooral!) voorbeelden waarmee men het normale waardevol probeert te maken (en het waardevolle normaal) en het waardeloze achterwege laat. Misschien is de beste houding nog het advies van St. Benedictus aan de abt inzake diens omgang met verkeerd gedrag van zijn medebroeders: “Hij moet de zonde haten, maar de zondaar liefhebben.”

Soefisme

Het Soefisme biedt de mogelijkheid om meer naar de achtergronden van tolerantie te kijken en van daaruit tolerantie te bevorderen. Murshid Inayat Khan heeft over tolerantie een paar opmerkelijke dingen gezegd. Zo is tolerantie een maat voor iemands geestelijke ontwikkeling. Hij stelt verder dat tolerantie op zich niet bestaat, maar een gevolg is van inzicht. Hij zegt hierover: “Verdraagzaamheid berust niet op geleerdheid maar op inzicht, door te begrijpen dat het iedereen vergund moet zijn te reizen langs het pad dat bij zijn temperament past.”2 Hierbij is het bemoedigend en inspirerend dat welke weg naar een ideaal er ook gevolgd wordt, uiteindelijk hetzelfde doel wordt bereikt. In de woorden van Hazrat Inayat Khan: “De soefi ziet naar allen met verdraagzaamheid en weet dat elk zijn eigen weg moet gaan. De minnaar, de materiële zoeker, de plichtvervuller en de vrome – het is alles een reis, alleen volgens vier verschillende routes. De soefi ziet aan het eind van elk hetzelfde doel. Daar zal hij die de liefde heeft nagejaagd, de strever naar bezit ontmoeten en beiden zullen daar vinden hem, die plichtsvervulling betrachtte, en hem die de hemel zocht. Wat doet het er toe of zij niet dezelfde weg hebben gevolgd? Laat ieder de weg reizen, die past bij zijn eigen temperament en neigingen.”3 In de praktijk kunnen we denken aan een van de stadia in de “morele evolutie” die Inayat Khan heeft beschreven. Een proces dat begint bij de wet van wederkerigheid en voert, via de wet van goedertierenheid, naar de wet van verzaking.4 In dit verband stelde Kafia Blaauw in een van haar toespraken: “Murshid Inayat Khan zegt: ‘Verdraagzaamheid is de wilsbeheersing van de impuls om weerstand te 16


bieden.’ Wanneer wij onrecht verdragen, zonder toe te geven aan onze neiging om ons zelf te verdedigen en de slagen die wij ontvangen terug te geven, dan kunnen we schijnbaar uiterlijk daardoor verliezen, innerlijk echter zullen wij daardoor aan harmonie winnen en niet wij alleen, maar onze gehele omgeving.” Deze visies in het oog houdend moeten we beginnen met te trachten de ander te begrijpen, en daardoor de diepere oorzaken op te sporen van iemands houding en gedrag. Dat zal veroordeling bemoeilijken, vergeving vergemakkelijken en het persoonlijk lijden verlichten. Ook de omgeving zal hiervan profijt trekken. En zo komen we weer bij onze uitgangsspreuk terug: “Meestal lijden wij doordat wij niet begrijpen; begrijpen is iets groots; zodra we begrijpen kunnen we verdragen.” Literatuur:

1 De grenzen van de tolerantie: (adRem, november 2001, blz. 2) Wil Derkse et al, “Grenzen aan tolerantie, Erasmus, Hugo de Groot, Spinoza en de Actualiteit”, voorwoord (www.ru.nl/soeterbeeckprogramma/publicaties) W.D. Blaauw-Robertson, Eeuwigheid , 1982, blz 55, 56 Hazrat Inayat Khan: Aforismen , aforisme 130 2 Bowl of Sak i , 25 mei 3 Sufi Message VII , 206-207 4 Sufi Message III , 233-262

Dansvloer Stel je voor dat de Ene je uitnodigde voor een feestje: Iedereen in de zaal is mijn speciale gast. Hoe zou jij de gasten behandelen? Inderdaad. Hafiz weet het: iedereen op deze wereld is een gast van de Ene en danst met juwelen op een dansvloer van goud.

17


Pleidooi voor variatie in staat, straat en kerk Kariem Maas

Geen taal zo krachtig als die van symbolen. Dat blijkt uit discussies over minaretten, hoofddoekjes en handenschudden. Erachter schuilt een debat dat veel meer omvat. Over de islam, maar meer nog over de plaats van religie in de samenleving. Met name in hoeverre je uiting mag geven aan je overtuiging. Opvallend is dat grote groepen daarin de voorkeur geven aan uniformering boven diversiteit. Al is het een moeilijker weg, variatie inzetten voor ontwikkeling van de samenleving is vruchtbaarder. Soefi’s hebben daarbij een belangrijke Boodschap voor deze tijd. Wat begon als kritiek op de ‘achterlijkheid’ van de islam, heeft zich uitgebreid tot kritiek op religie in het algemeen. Met name op uitingen ervan. Iedereen mag belijden wat die wil maar dan wel achter de eigen voordeur, is kort gezegd de teneur. Daarmee werd ook de scheiding van kerk en staat een probleem. Ineens worden vraagtekens gezet bij subsidies aan instellingen, zoals het Leger des Heils, die al decennia lang een belangrijke rol vervullen in het maatschappelijk werk. Dat vanzelfsprekendheden tegen het licht worden gehouden is nuttig. De samenleving verandert, dus is het voorstelbaar dat we de arrangementen moeten herijken die we ooit met elkaar troffen om dit samenleven mogelijk te maken. Het vraagt inzet om een maatschappij inspirerend en productief te houden. Dat kan de positieve uitkomst zijn van alle heibel over hoofddoeken, klokgelui, minaretten en handen schudden. Als je die heikele kwesties zo op een rij zet, lijken ze te triviaal voor woorden. Hoe kunnen we latere generaties ooit uitleggen dat we hierover hooglopende debatten voerden? Maar het zijn stuk voor stuk krachtige symbolen. Ze werken als katalysator in een machtstrijd zonder weerga. Inzet is, wie de baas is op straat. Want meer nog dan om de scheiding van kerk en staat, gaat de strijd om scheiding van kerk en straat. De inzet is welke overtuigingen je voor je dient te houden, zodra je de straat op gaat, en welke mogen prevaleren in de publieke ruimte. Daarmee is de inzet eigenlijk: welk soort samenleving willen we.

Scheiding van kerk en staat

Scheiding tussen kerk en staat bestaat feitelijk allang in Nederland. De overheid trekt geen enkele overtuiging voor en mengt zich niet in kerkelijke aangelegenheden. Omgekeerd hebben religieuze organisaties geen formele positie binnen de overheid – ze nemen zoals andere maatschappelijke organisaties deel aan samenleving en publiek debat. Deze in de loop van eeuwen gegroeide praktijk vertoont typisch Nederlandse trekjes, namelijk een hoge mate van gedogen en nogal wat ruimte voor pluriformiteit, voor meningen en praktijken die afwijken van het gemiddelde. De staat speelt een relatief bescheiden rol; het zijn vooral krachten en groeperingen van onderop die de samenleving vormen. 18


Die speelruimte is heel verklaarbaar voor een volk dat de belangrijkste delta van Noordwest-Europa bewoont en voor zijn welvaart afhankelijk is van handel. Het is hier altijd een komen en gaan geweest van mensen van allerlei slag. We hebben als samenleving geleerd daarvan te profiteren in alle opzichten: sociaal, cultureel en economisch. Om raadselachtige redenen moeten we nu echter een geheel andere traditie overnemen, het Franse model van scheiding van kerk en staat. Steeds vaker wordt daaraan gerefereerd. En met staat wordt dan vooral gedoeld op de publieke ruimte, de straat dus. Die publieke ruimte moet neutraal zijn. We hebben ons er neutraal in te gedragen.

Overtuigingen niet weg te denken

Het idee religies, overtuigingen en levensbeschouwingen onzichtbaar te willen maken en daarmee te scheiden van het gehele publieke domein – inclusief allerlei maatschappelijk werk – is gebaseerd op een merkwaardig misverstand. Alsof deze overtuigingen een jas zijn die je naar believen kunt uittrekken en thuislaten. Of dat je bijzonder onderwijs kunt vervangen door neutraal onderwijs, als je maar les geeft over allerlei godsdiensten. Kenmerk van levensbeschouwingen en religies is echter dat het overtuigingen zijn die het leven als gehéél doortrekken. Van het dagelijks brood tot wederzijdse bejegening. Het is leven op een bepaalde wijze. Het beïnvloedt je gaan en staan. Leven, beleven en uitleven vallen samen. Vergelijk het met karakters - die worden gevormd door het leven als geheel en niet in een paar lessen apart. En niemand zal van je eisen dat je je karakter maar achter de voordeur laat. Of is de volgende stap dat niet alleen religieuze symbolen maar opzichtige kleding, excentrieke haardracht of karakteristieke accessoires ook verboden worden?

Wie maakt uit wat neutraal is

Voor velen is het soort neutraliteit in het publieke domein, dat zij bepleiten, gerelateerd aan de rationaliteit van de Verlichting. Ook dit is een levensbeschouwing, een bepaalde opvatting over wat dominant moet zijn in leven en samenleven. Opmerkelijk is hoe aan deze opvatting een universele geldigheid wordt toegekend waarbij menige religieuze pretentie bleekjes afsteekt. Alleen deze ‘neutraliteit’ zou buiten discussie staan en op straat tot uiting mogen komen. Alsof deze opvatting de enige reële is en de rest bijgeloof en fictie. Maar er bestaat niet een dergelijk Archimedisch punt buiten de kluwen aan interacties waarin we met ons allen verwikkeld zijn. Geen enkele opvatting van wat wel en niet gepast is in een samenleving kan zich aan twijfel of amendering onttrekken. Voor de geldigheid ervan maakt het ook niet uit wat de ideële, spirituele, religieuze of kerkelijke motieven zijn. Iedereen kijkt door een eigen bril naar de werkelijkheid. Niemand kan claimen dat zijn bril de enig juiste is. Alle opvattingen hebben recht van bestaan en staan tegelijk ook allemaal ter discussie. Dat is de spanning in de samenleving – wij moeten leven met verschillen. Zeker in deze tijd waarin culturen elkaar dichter op de huid zitten dan ooit, is dat geen gemakkelijke opgave. Temeer daar het leven in veel opzichten grimmiger is geworden. We zullen moeten proberen er samen het beste van te maken. We hoeven daarbij niet bij nul te beginnen. De Nederlandse praktijk van samenleven heeft geresulteerd in een ‘common ground’, een grootste gemene deler van wat we 19


zo ongeveer met z’n allen acceptabel vinden en wat niet. Het straatbeeld is, evenals onze identiteit, een afspiegeling van dat krachtenveld. Het hoeft geen betoog dat de grenzen daarvan voortdurend verschuiven. Deze democratie in de publieke ruimte is altijd een kwestie van duwen en trekken geweest, van minderheden die hun plaatsje onder de zon opeisten en meerderheden die niet zonder slag of stoot daaraan toegaven. En dat is ook nu het geval. Normaal is in dat licht bijvoorbeeld de discussie over de (on)wenselijkheid van exotische gewaden die mensen ‘onzichtbaar’ maken. Voor dat soort discussies moeten we niet wegvluchten. In Nederland heeft die democratische cultuur zich ontwikkeld tot een variant waarin het onacceptabel wordt gevonden dat de helft-plus-één zijn wil oplegt. In plaats daarvan is er vrijwel altijd sprake van zoeken naar groter draagvlak en ruimte voor afwijkingen. Democratie in onze contreien wordt opgevat als een middel om recht te doen aan minderheden en iedereen een maximum aan vrijheid te geven. Dat is een kostbaar goed. Wie pleit voor uitbanning van levensbeschouwing uit het publiek domein, wie pleit voor dominantie van één levensbeschouwing, wisselt deze genuanceerde en liberale vorm van democratie in voor het dictaat van de meerderheid. Uniformering neemt dan de plaats in van vrijheid. Variaties worden onzichtbaar gemaakt. Om het scherp te stellen: waar de helftplus-één beslist, is sprake van regimentering – loop niet uit de pas, toon geen symboliek die niet is goedgekeurd, want dan grijpen machthebbers in.

De doodlopende weg van eenvormigheid

Leven met diversiteit roept spanningen op, maar kan ook een bron van ontwikkeling en welvaart zijn. Nederland heeft in vorige eeuwen cultuurverschillen productief gemaakt door in het overheidshandelen praktische wijsheid en pragmatisme te laten prevaleren boven het doordrijven van principes. Wat kan of niet is afhankelijk van moment, plaats en omstandigheden. Zijn er alternatieven? Wegen de voordelen op tegen de nadelen? Wie gruwt van deze nuance en een duidelijke streep wil trekken, streept meer weg dan gewenst kan zijn. We moeten ons goed realiseren dat samenlevingen niet gevormd worden door oekazes van de staat maar door betrokkenheid van burgers. Als variatie niet tot uiting mag komen, zal dit leiden tot verschraling van de betrokkenheid, dus van de samenleving. Er zijn onmiskenbaar grote problemen in onze samenleving die vragen om bijstelling van onze koers. We hebben te maken met ver uiteenlopende levensstijlen die elkaar soms hevig in de weg zitten, vormen van overlast, criminaliteit en (straat) terreur. Onmiskenbaar ook is sprake van ‘atomisering’ van de samenleving. Trendwatcher Bakas ziet eenzaamheid als hét grote probleem van de toekomst. Het kost steeds meer moeite om ‘de boel bij elkaar te houden’. Maar ik denk niet dat restricties, het beperken van uitingsvormen en uniformering een duurzame remedie zijn. Het is symptoombestrijding. Het hele idioom van terugdringen, uitsluiten, polarisatie, het willen vastpinnen van één nationale identiteit en steeds hardere taal is niet constructief. Het doet wat het zegt: afstand scheppen en ontwikkelingen inperken. Het biedt geen perspectief op opbouw en het benutten van de dynamiek van verandering en diversiteit.

20


Op de keper beschouwd is het ook vreemd hoe sommige groepen nu ineens hechten aan eenvormigheid, terwijl op vrijwel elk vlak diversiteit en variatie gewenst is. Waarom hechten we aan biodiversiteit? Omdat onze aarde inclusief de menselijke soort daarmee de grootste kansen op overleven heeft. Monoculturen zijn niet duurzaam. Eenvormigheid loopt uit op verstarring. Toch sturen sommigen daarop nu welbewust aan door marginalisering te eisen van afwijkende uitingen in het publieke domein. Een marginalisering die allicht de verdere ontwikkeling van de samenleving in de kiem smoort.

Pleidooi voor variatie

In plaats van maatschappelijke diversiteit te temmen, zouden we die moeten gebruiken als bron van vitaliteit en veerkracht. Dat is niet de gemakkelijkste weg. Om op die manier de samenleving te ontwikkelen is een avontuur dat constante kritische aandacht vergt en betrokkenheid van alle partijen. Die betrokkenheid komt niet vanzelf. Maar het is de enige weg waarlangs duurzame verdere ontwikkeling mogelijk is. Een weg die alleen te begaan is met een open uitwisseling van alle mogelijke ideeën, beelden en symbolen – juist in het publieke domein. We moeten onze focus daarbij meer richten op lokaal dan op landelijk niveau. Samenlevingen worden van onderop opgebouwd. Al halen lokale acties zelden of nooit de (landelijke) pers, toch wordt daar de ontwikkeling geconcretiseerd. Tot de voorbeelden uit mijn eigen omgeving die tonen wat te bereiken is met een positieve insteek in plaats van scherpslijperij behoort de ‘Haagse Verklaring inzake de Vrijheid van Religie en Levensbeschouwing’. Daarin geven de grote religies in Den Haag te kennen dat zij een samenleving willen opbouwen waarin plaats is voor verschil en voor vrijheid, om daarin eigen keuzen te maken. Heel letterlijk worden de deuren opengezet tijdens de jaarlijkse ‘Wereldreis in eigen stad’ waarbij een dag lang elk jaar weer duizenden Hagenaren een kijkje in elkaars levensbeschouwelijke keuken nemen. Voor soefi’s is in deze rumoerige tijden een plicht bij uitstek om te tonen hoe eenheid en variatie kunnen samengaan. Wat we vieren in de Universele Eredienst en leren in de Innerlijke School moeten we uitdragen in Broeder- en Zusterschap. Onze Beweging is klein, maar we kennen de kracht van symboliek. Wij hebben een Boodschap die de samenleving nu goed kan gebruiken: een Boodschap voor deze tijd.

Liefde is het onderwerp Over de liefde hebben we het vanavond, morgen trouwens ook. Waarover, tot de dood ons komt halen, kunnen we het beter hebben dan over dit onderwerp?

21


Handvest geeft stem aan wie vrede nastreeft Religie kan een goed middel zijn om wereldvrede te bereiken. Wat alle religies gemeen hebben is hun oproep tot compassie en verdraagzaamheid. Gevoed door deze overtuiging heeft de Britse Karen Armstrong, schrijfster van vele boeken over religie, een “Handvest voor Compassie” opgesteld. Dit is bedoeld als tegengif voor fundamentalistische interpretaties van religie. Op de website www.charterforcompassion.org vraagt zij eenieder dit handvest te ondertekenen. Inmiddels zijn tijdens de jaarwisseling handvest en handtekeningen aangeboden aan de wereldleiders die betrokken zijn bij oorlogen. Een decennium dat gericht is geweest op oorlog en conflict is daarmee afgesloten, hoopt Armstrong. Zij wil met haar actie een stem geven aan de velen die eigenlijk vrede willen en een decennium gericht op compassie. Door globalisering is iedereen onze buur geworden en de ’Gulden Regel’ - dat je een ander niet aandoet wat je zelf niet wenst - is daarom een dringende noodzaak, vindt Armstrong. Het Handvest voor Compassie wil van compassie een sleutelwoord maken in het publieke debat. Het handvest is november 2009 gelanceerd op 175 bijeenkomsten die tegelijkertijd plaatsvonden in 32 landen. In ons land was dat in een bomvolle Mozes en Aäronkerk in Amsterdam. Rabbijn Soetendorp presenteerde het Handvest. Andere sprekers waren de islamoloog Tariq Ramadan, econoom Herman Wijffels en burgemeester Job Cohen. Deze laatste legde de nadruk op de gewenste barmhartigheid in ons handelen “door te handelen naar hoe ik ook zelf benaderd wil worden: met tolerantie, matiging en dialoog”. Armstrongs actie is mogelijk gemaakt door toekenning aan haar van de Ted-prijs (zie www.ted.com voor meer inspirerende ideeën) en met medewerking van tientallen non-profit organisaties in vele landen, waaronder Sufi Ruhaniat International.

Handvest voor Compassie Het principe van compassie of mededogen ligt ten grondslag aan alle religieuze, ethische en spirituele tradities; steeds opnieuw wordt daarmee een beroep op ons gedaan alle anderen te behandelen zoals wij zélf behandeld willen worden. Compassie is onze drijfveer om ons onvermoeibaar in te zetten voor het verzachten van het leed van onze medeschepselen, om terug te treden uit het middelpunt van onze wereld en een ander voor het voetlicht te plaatsen, en om recht te doen aan de onschendbare heiligheid van ieder mens en eenieder, zonder enige uitzondering, te behandelen met volstrekte waardigheid, billijkheid en respect. Daarbij hoort tevens de opdracht om er zowel in het openbare als in het 22


privĂŠ-leven voor te waken geen enkele vorm van leed te veroorzaken. Door gewelddadig te handelen, door de kwaliteit van het leven van een ander te verslechteren, door de grondrechten van die ander te misbruiken of te ontkennen, en door haat te zaaien met laatdunkende uitingen over anderen - zelfs over onze vijanden doen wij de menselijkheid die wij allen met elkaar delen geweld aan. Wij erkennen dat wij er niet in zijn geslaagd een leven te leiden vervuld van compassie en dat sommigen uit naam van hun religieuze overtuiging het totale menselijke leed zelfs groter hebben gemaakt. Daarom roepen wij iedere man en vrouw op ~ om compassie opnieuw te maken tot de kern van moreel handelen en van religie ~ om terug te keren naar het oude principe dat iedere interpretatie van geschriften die aanzet tot geweld, haat of minachting geen enkele legitimiteit heeft ~ om garant te staan voor de verstrekking van correcte en respectvolle informatie over andere tradities, godsdiensten en culturen aan jongeren ~ om positieve waardering van culturele en religieuze verscheidenheid te stimuleren ~ om bij te dragen aan medeleven, gebaseerd op kennis, voor het leed van alle mensen, ook van hen die wij als onze vijanden zien. Het is van wezenlijk belang dat wij compassie in onze gepolariseerde wereld maken tot een duidelijke, lichtende en dynamische kracht. Indien compassie is geworteld in principiĂŤle vastbeslotenheid om uit te stijgen boven egoĂŻsme, kan zij politieke, dogmatische en religieuze grenzen slechten. Als product van onze wezenlijke afhankelijkheid van elkaar, speelt compassie een fundamentele rol binnen menselijke relaties en bij een volwaardig mensdom. Compassie voert naar verlichting en is onmisbaar voor het realiseren van een eerlijke economie en een harmonieuze wereldgemeenschap die in vrede leeft met elkaar.

Schatten Dit zijn de schatten die ik koester in dit aardse bestaan: het zijden spel van de luit, een beker wijn, een dans, slankbenig gedanst, de gunst van mijn geliefde, en dan ja dan het zwijgen, het allerdiepste zwijgen

23


Poëzie en de beleving van liefde, harmonie en schoonheid Amir Smits

Het is een hachelijke onderneming om over de schoonheid van poëzie te schrijven. Deze kan het beste in stilte worden ervaren, zonder er al te veel woorden aan te wijden. Toch wil ik een poging wagen, vooral omdat de rijkdom die de soefipoëzie te bieden heeft zo enorm inspirerend is. De eerste gedichten die mij als middelbare scholier troffen waren de ‘Verzen van 1890’ van Herman Gorter. Wat me in deze gedichten zo aantrok wist ik op dat moment eigenlijk niet, maar de woorden raakten me diep. Pas toen ik in een later stadium een wetenschappelijke inleiding op dit werk las, begreep ik waarom ik zo van deze verzen onder de indruk was geraakt. In deze gedichten staan namelijk twee thema’s centraal die me enorm bezig hielden en altijd bezig zijn blijven houden, namelijk het ‘besef van tekort’ en het ‘verlangen naar vervulling’. Het gaat hier om twee nauw verbonden universele thema’s waar de mensheid in het algemeen en mystici in het bijzonder mee worstelen. Vroeger of later gaat de mens inzien dat de werkelijkheid waarin hij zich bevindt, beperkt is. Hij begint te beseffen dat er meer moet zijn en dat gevoel begint aan hem te knagen. Vanaf dat moment ontstaat het verlangen naar meer. Achteraf gezien denk ik dat de gedichten van Herman Gorter iets in me hebben doen ontwaken. In latere perioden is het vooral de poëzie van soefidichters als Khayyam, Hafiz en Rumi geweest die het vuur verder hebben aangewakkerd. En ook al mogen het woorden zijn die in lang vervlogen tijden zijn geschreven, bij het lezen van deze gedichten kunnen we iets proeven van de diepe mystieke ervaringen die deze dichters hebben gehad. Wat vooral bij de Perzische mystiek opvalt is de nadruk die wordt gelegd op de zwaarte van het bestaan. Pijn en verdriet worden volledig erkend, maar nergens leidt dit tot zwaarmoedigheid. Ook de schaduwkanten van het bestaan hebben hun waarde en verdienen het om te worden ervaren. De poëzie van Omar Khayyam (1040-1123) was voor zijn tijdgenoten ongetwijfeld schokkend. In een samenleving die streng islamitisch was schreef hij over het drinken van wijn en het beminnen van mooie vrouwen. Sommige van zijn gedichten lijken van nihilisme te getuigen.

24


Zo verzucht Khayyam: ‘Die omgekeerde kom, gesloten strik, waarin wij leven tot de laatste snik. Vraag niemand hulp, ook Hem niet, want de hemel draait even machteloos rond…. als jij, en ik’ En ronduit opstandig schreeuwt hij uit: ‘Wanneer de ziel zich los zou kunnen zweven om naakt te gaan langs bovenluchtse dreven, dan is het toch schandalig om gedoemd in een skelet op aard te moeten leven!’ Het antwoord dat Omar Khayyam geeft op deze gevangenschap is heel simpel: hij pleit voor een onbekommerd, en volgens sommigen zelfs onbeschaamd, genieten van het leven. ‘Geniet van dit leven, het is een kostbare roos, bedwelmend geurend; nog een korte poos en wij zijn stof, en onder stof bedolven: geen wijn, geen lied, geen zanger; eindeloos.’ Toch is hier niet sprake van een cynisch nihilisme. De levenspijn van Omar Khayyam is juist zo groot omdat hij voelt dat achter die laatste horizon die wij als mens kunnen zien, een meeromvattende realiteit ligt die zich buiten het bereik van onze uiterlijke zintuigen bevindt: ‘Wanhopig zoekt de schepping U als Geliefde. Helaas falen sultan en derwisj u te vinden.’ In zijn latere werk, dat steeds meer mystieke vormen aanneemt, krijgt Khayyam visioenen van een diepere werkelijkheid. De mens gaat als minnaar op zoek naar zijn Schepper, die meer en meer de vorm van de Geliefde aanneemt. En op het moment dat minnaar en Geliefde elkaar ontmoeten, versmelten zij. In woorden van Omar Khayyam: ‘Daar is de Deur, de sleutel vond ik niet. Daar is de Sluier, die geen zicht doorliet. Woordeloos is tussen U en Mij gesproken, de Sluier valt en ‘tussen’ is er niet.’ Ook in het werk van Khwaya Shams-ud-Din-Muhammed Hafiz (1302-1388) is een grote plaats ingeruimd voor de pijn die het leven in de aardse sfeer onvermijdelijk met zich meebrengt. Het verlies van zowel zijn vrouw als één van zijn zoons heeft diepe sporen nagelaten. Over zijn overleden zoon schrijft hij: ‘O licht van mijn ogen en oogappel van mijn hart en tenminste nog de mijne als een herinnering, die nooit verdwijnen zal; helaas, hoe licht viel het je om van deze wereld afscheid te nemen; voor mij is dit een zware pelgrimstocht. Mijn gezicht is overdekt met stof, mijn ogen zijn nat van tranen. Het firmament, met zijn schittering van turkoois, heeft uit stof en tranen de verblijfplaats van vreugde gemaakt, maar helaas, ik kan niet anders dan klagen en wenen.’ Hafiz lijkt wel het schoolvoorbeeld te zijn van een mens voor wie geldt dat pijn het hart tot leven brengt. Juist doordat deze dichter de schaduwzijde van het bestaan zo goed kent, is hij ook in staat om de schoonheid ervan te herkennen en hiervan te genieten. Zo indringend als Hafiz over zijn persoonlijke verdriet weet te schrijven, zo schitterend weet hij ook de pracht van het bestaan in woorden te vatten: ‘De nacht ging sterven, toen ik aankwam in de tuin, waar de geur van rozen mij heen leidde. Net als de nachtegaal maakte ik balsem voor mijn koorts: in de schaduw schitterde een roos die rood was als een gesluierde lamp en ik heb haar lang bewonderd. Het genot, de jeugd en de liederen gezongen tussen de rozen, ziedaar het lot, dat U gegeven is, Hafiz. De boodschapper heeft geen andere taak dan zijn boodschap te geven.’ De schoonheid die Hafiz beschrijft is niet louter aards, maar is uiteindelijk de weerspiegeling van een hogere Schoonheid. Hij laat ons zien dat we in fysieke zin wel25


iswaar in gescheidenheid leven, maar dat het leven op zielsniveau als eenheid kan worden ervaren. Deze staat van zijn kunnen we bereiken wanneer we daadwerkelijk leven in en vanuit Liefde. ‘Het wordt tijd dat je het beseft: alles wat je doet is gewijd aan de Ene. Waarom neem je het niet aan? Jij en de Ene sloten een eeuwig verbond. Al je ideeën over goed en kwaad waren speelgoed, telramen, oefeningen in de rekenkunst. Je hebt ze niet meer nodig. Nu kun je leven. Echt, waarachtig, in liefde.’ Jelal-ud-Din-Rumi (1207-1273) is waarschijnlijk de bekendste vertegenwoordiger van de Perzische mystiek. Voortbouwend op een uitspraak van de Profeet Mohammad (vrede zij met hem) in de Hadith, schrijft hij in de Maqalat-e Shams de volgende woorden: ‘Omdat David naar Gods Majesteit vroeg met de woorden: “Waar moet ik U zoeken?”, zei God: “De hemelen en de aarde kunnen Mij niet bevatten, alleen het hart van Mijn trouwe dienaar is daarvoor ruim genoeg” en Hij zeide ook: “Ik neem plaats in het gebroken hart”. Als de eigenaar van het hart iets tegen je zegt, moet jij zeggen dat God plaatsneemt in het gebroken hart. Het hart moet gebroken zijn. Als je God bereikt door Gods licht, zie je Gods luister. Niemand anders kent hem, alleen Ik’. Net als bij Hafiz, hebben pijn en verdriet hier een expliciete functie in de weg die de mens heeft af te leggen. Ze maken het mogelijk dat hij zich meer en meer van zijn individualiteit kan losmaken, waardoor de barrières uiteindelijk weg kunnen vallen en een terugstromen naar de oorsprong mogelijk wordt. In zijn meesterwerk, de Masnavi, schrijft Rumi: ‘Luister, druppel, geef jezelf op zonder spijt en ontvang in ruil daarvoor de Oceaan. Luister druppel, gun jezelf die eer en voel je geborgen in de armen van de Zee. Wie viel ooit dat geluk ten deel? Een Oceaan die een druppel het hof maakt! In Godsnaam, in Godsnaam, verkoop en koop direct. Geef een druppel en ontvang een Zee vol parels.’ Op een ontroerende manier verwoordt Rumi hoe de mens het wonder van de schepping in het diepst van zichzelf kan ontdekken: ‘Je bent de kopie van een Goddelijke Brief. Je bent de weerspiegeling van Koninklijke Schoonheid, buiten jou is er niets in dit Heelal, zoek alles in jezelf; je kunt zijn wat je wilt.’ Het opgaan in een grotere en hogere werkelijkheid wordt zo prachtig verwoord in één van zijn kwatrijnen: ‘In de Oceaan van Zuiverheid smolt ik als zout. Zekerheid, twijfel, geloof en ongeloof; niets bleef ervan over. In mijn hart verscheen een ster, waar alle zeven hemelen in opgingen.’ Als we de ervaringen van deze drie grote soefimystici op een rij zetten, zien we dat hun boodschap zich laat samenvatten in de uitspraak “Ishq Allah Ma’bud Allah”: God is Liefde, de minnaar en de Geliefde. De pijn die voortspruit uit het leven in schijnbare fragmentatie in deze aardse sfeer, kan worden overwonnen wanneer de mens als minnaar op zoek gaat naar God, zijn Geliefde. En bij iedere stap die de minnaar in de richting van zijn Geliefde zet, zal blijken dat God op zijn beurt meerdere stappen tegelijk in de richting van de minnaar zet. Tot het moment dat minnaar en Geliefde versmelten en Liefde als enige Realiteit overblijft. Deze wijsheid is natuurlijk niet alleen aan soefi’s voorbehouden. Het betreft hier Universele Wijsheid waar niemand patent op heeft. Ik wil graag eindigen met een aantal citaten uit de novelle ‘Drie rode rozen’ van Abel Herzberg. In dit boek wordt de vraag gesteld of God zelf niet verantwoordelijk moet worden gesteld voor het lijden in deze wereld.

26


In een poging op deze vraag een antwoord te krijgen schrijft de hoofdpersoon, Salomon Zeitscheck, brieven aan de Bijbelse Job. Salomon komt tot de conclusie dat het onrecht in de wereld voortkomt uit het feit dat mensen voelen dat ze slechts een fragment zijn, losgesneden van de Goddelijke Eenheid. In de woorden van Abel Herzberg: ‘De eenzaamheid van het fragment maakt ons machteloos en de machteloosheid tot soldaten. En eenmaal soldaten, zijn wij aangewezen op roof en moord.’ In zijn laatste brief aan Job de Dulder, stelt Salomon Zeitscheck de vraag waarom de mensheid, op het moment dat zij de begrenzing van het fragment niet kan verdragen, ‘Onze Vader die in de hemelen zijt’ aanroept. Waarom roepen wij niet niet onze ‘Broeders op aarde’ aan? Salomon besluit dat een aanklacht op grond van het onrecht in deze wereld volledig terecht is. Maar hij komt tot de conclusie dat deze aanklacht niet tot God moet worden gericht. ‘Onze klacht, Job, is gerechtvaardigd, maar vergis je niet in het adres. Wij hebben vergeten dat zoals er geschreven is, God de levensadem in de mens heeft geblazen en dat hij daarmee tot een menselijk bestanddeel is geworden. Dat bestanddeel in de menselijkheid heeft zij verwaarloosd. Dat hoort de inhoud van onze klacht te zijn.’ Hazrat Inayat Khan heeft het als volgt verwoord: ‘God schiep de mens, de mens schiep goed en kwaad.’ Niet alleen kan licht niet worden gekend door de mens, zonder ook met het donker in aanraking te komen. Maar meer nog, als er geen schaduwzijde zou zijn, dan zou de mens niet de keuze hebben om zich naar het licht te keren. Er zou dan niet langer sprake zijn van een vrije wil. Herzberg legt op indringende wijze de wortel van pijn en onrecht in het leven bloot. Wij mensen lijken onze Goddelijke oorsprong te zijn vergeten. En geheel in lijn met de boodschap van de soefimystici van eeuwen her, beschouwt hij het stromen van Liefde, van mens tot mens, als sleutel voor de opheffing van het tekort waarin we leven en als aanzet tot de vervulling, tot het beleven van en leven in Eenheid. Het is alsof we hier de stem van Hazrat Inayat Khan horen, die zegt: ‘Als een mens de ware schoonheid van God heeft leren kennen, dan zal hij ervaren dat die maar op één plaats te vinden is – namelijk in het hart van de mens! God is liefde en Hij wordt gevonden in het hart van de mens!’ Geraadpleegde literatuur:

Sipko A. den Boer ‘Waar t wee oceanen samenkomen. De inspiratie van Sjams en Roemi ’. Uitg. Synthese. ISBN 978.90.6271.019.5 R. van Brakell Buys ‘Gestalten uit de Perzische Mystiek ’. Sufi Publications. ISBN 90.7010.446.6 Herman Gorter ‘Verzen (de editie van 1890)’. Polak & Van Gennep. ISBN 90.263.0761.6 Andrew Harvey en Eryk Hanut ‘De geur van de woestijn. Klassieke Soefiwijsheid ’. Sufi Publications. ISBN 90.5340.0834 Abel J. Herzberg ‘Drie rode rozen ’. Querido. ISBN 90.214.9452.3 Omar Khayyam, ‘Rubaiyat/Kwatrijnen ’ (vertaald door J. van Schagen). Kairos. ISBN 90.70338.45.9 Roemi. ‘Liefde is de weg. Kwatrijnen ’ (vertaald door Sipko den Boer). Uitg. Synthese. ISBN 978.90.6271.020.1 Wim van der Zwan, ‘Hafiz. Verzen uit de Schrif t van het Hart ’. Ankh-Hermes. ISBN 90.202.1968.5

27


Overwegingen bij zorgvuldige zelfdoding Jaap Dekker

In de Nederlandse grondwet is vastgelegd, dat de burger een grote vrijheid toekomt om in zijn privéleven naar eigen inzicht belangrijke beslissingen te mogen nemen. De burger heeft een zelfbeschikkingsrecht, wat onder meer inhoudt, dat men over het eigen levenseinde mag en kan beslissen, zolang men tenminste zelf de verantwoordelijkheid neemt voor het overlijden. Zelfdoding is in Nederland dus niet strafbaar, hulp daarbij echter is dat soms wel. Onder ‘hulp daarbij’ wordt verstaan het verschaffen van middelen tot zelfdoding of het geven van duidelijke instructies, dat is het overnemen van de regie, tijdens de uitvoering. Onder zelfdoding versta ik de bewuste weloverwogen vrijwillige en zorgvuldige keuze om op een humane manier te sterven en naar mijn mening is daar niets mis mee, als er aan zorgvuldigheidseisen wordt voldaan. Mensen leven met de zekerheid dat zij eens zullen sterven. Veel mensen hebben daar geen moeite mee, maar de manier waarop baart hen zorgen. Artsen, pastores, zorgverleners, proberen in alle eeuwen al de mens hulp te verlenen tijdens het leven, maar ook in het uur van de dood. Culturele, levensbeschouwelijke en religieuze overwegingen bepalen onze manier van omgaan met het sterven en de dood en in onze cultuur ligt daar nog een zeker taboe op, waardoor voor velen het sterven en doodgaan moeilijk bespreekbaar zijn.

De Stichting WOZZ

De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek naar Zorgvuldige Zelfdoding, heeft vorig jaar het boekje ‘Informatie over Zorgvuldige Levensbeëindiging’1 uitgebracht. Het is geschreven voor ernstig zieke mensen, voor ouderen met een doodswens, voor naaste familieleden, voor vrienden, voor artsen, pastores en andere hulpverleners. Kortom, voor een ieder die in de praktijk van alledag betrokken is bij een humaan levenseinde, want de kwaliteit van sterven raakt ons allen. Dit boekje gaat over een zelfgekozen goede dood in gesprek met anderen, onder regie van de persoon zelf. De auteurs van het boekje denken niet lichtvaardig over zelfdoding en ze willen de drempel daarvoor ook niet verlagen. Maar informatie over levensbeëindiging is moeilijk verkrijgbaar en ook is goede informatie niet ‘met een paar klikken op internet’ te vinden, terwijl de informatie die wél voorhanden is vaak onjuist of halfjuist blijkt te zijn. In Nederland mogen zieke of oudere personen zelf beslissen of zij hun leven willen beëindigen, mits zij de levensbeëindiging ook zelf kunnen uitvoeren. Maar hoe kan men die levensbeëindiging uitvoeren zonder een ander te belasten met een handeling die de dood veroorzaakt en die daarom strafbaar is? In het boekje van de WOZZ gaat de aandacht uit naar de praktische uitvoering van zorgvuldige levensbeëindiging en daartoe worden de methoden onderzocht die in Nederland het meest worden gerealiseerd.

Inzichten uit onderzoek.

Er is in Nederland een groeiende wens tot controle over sterven aantoonbaar. Zo overlijden ongeveer 2400 patiënten jaarlijks door euthanasie, dat is de door een arts 28


uitgevoerde levensbeëindiging op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt, waartoe aan wettelijke voorwaarden voldaan moet zijn. De laatste jaren is er een toename van het aantal patiënten dat in Nederland overlijdt door een niet-behandel-beslissing, dat wil zeggen dat een patiënt in overleg met zijn artsen besluit van verdere medische behandeling af te zien. Vaak is palliatieve zorg mogelijk, wat inhoudt dat de patiënt in zijn laatste levensfase medicamenteus behandeld wordt waardoor hij pijnvrij en omringd door dierbaren komt te overlijden. In al deze gevallen is er dus sprake van een verzoek van de patiënt, waarbij de regie van de uitvoering in handen van de dokter ligt. In geval van zorgvuldige zelfdoding ligt de regie van de uitvoering in de handen van betrokkene.

Stoppen met eten en drinken.

In Nederland kiezen elk jaar ongeveer 2800 personen ervoor, om het overlijden te veroorzaken of te bespoedigen door te stoppen met eten en drinken, De meerderheid van deze mensen lijdt aan een ernstige terminale ziekte. Echter, jaarlijks nemen zo’n 800 personen zonder ernstige of dodelijke ziekte hun dood in regie door te stoppen met eten of drinken. Dat is niet eenvoudig, maar na een goede mentale en praktische voorbereiding verloopt dit vaak waardig. Als iemand bewust stopt met eten en drinken onder verzachtende verzorging door naasten, een verpleegkundige of een arts, wordt dit ‘bewust versterven’ genoemd. Veel artsen zien ‘bewust versterven’ niet als een ‘zelfdoding’ en zij melden dit overlijden vaak als een natuurlijke dood.

Combinatie van medicijnen.

De tweede methode van zorgvuldige levensbeëindiging komt minder vaak voor. Daarbij neemt iemand een combinatie van medicijnen in, die eerst een diepe slaap veroorzaken en daarna de dood. Deze methode wordt wel humane zelfdoding of zelfeuthanasie genoemd. Deze methode wordt voornamelijk toegepast door ernstig zieke, maar nog niet terminale patiënten, bij wie de arts het ‘te vroeg’ vindt voor euthanasie en ook wordt deze methode toegepast door ouderen die hun leven als voltooid beschouwen. Het blijkt moeilijk te zijn betrouwbare informatie te vinden over welke combinatie van medicijnen men precies nodig heeft en hoe men die medicijnen zelf op legale wijze kan verkrijgen. Ook in die lacune wil de Stichting WOZZ voorzien.

Onzorgvuldige methoden

Naast deze twee meest voorkomende methoden van zorgvuldige humane levensbeëindiging zijn er een aantal methoden, die minder zorgvuldig zijn en door grotere kans op mislukking eigenlijk niet toegepast zouden moeten worden. We kunnen daarbij denken aan het gebruik van een plastic zak over het hoofd in combinatie met slaapmiddelen. Hierbij treedt vaak mislukking op. Ook kunnen we denken aan de methode waarbij men door koolmonoxidevergiftiging het leven wil beëindigen, maar die methode is nog minder betrouwbaar en bovendien gevaarlijk voor de omgeving.

29


Zorgvuldigheidseisen.

Er zijn een aantal zorgvuldigheidseisen te formuleren, waaraan voldaan zou moeten worden als men het leven op humane wijze wil beëindigen. Allereerst moet betrokkene bewust een keuze maken. Al langere tijd moet de keuze overwogen zijn, alvorens tot uitvoering wordt overgegaan. De keuze moet vrijwillig worden genomen, zonder druk van de omgeving of omstandigheden. De keuze moet zorgvuldig zijn en de uitvoering zorgvuldig geregisseerd. Dit alles vraagt erom dat betrokkene met de omgeving, met de naasten, met een vertrouwenspersoon, in gesprek gaat en over de wens tot humane levensbeëindiging overlegt.

Over de toekomst.

Op dit moment is zelfdoding wettelijk toegestaan, maar hulp bij zelfdoding vaak niet. En dat leidt soms tot onnodig schrijnende situaties met veel pijn, verdriet en lijden, zowel van betrokkene zelf als van de omgeving. Om dat te vermijden zouden de procedures zoals die worden gevolgd bij een aanvraag tot euthanasie in Nederland, ook van toepassing moeten worden op een aanvraag tot zelfdoding. In het buitenland is men vaak opvallend verstard in hun ideeën hierover, daar is het in het algemeen gewoon allemaal verboden, maar ook in Nederland zijn politici en kerken nog zeer terughoudend, dus zullen deze veranderingen op zich laten wachten. Zoals Inayat Khan in zijn Vadan schrijft over “verstarde ideeën”, in een Tala ( = een ritme dat ontstaat uit een paradox): “Je kunt de woestijn vruchtbaar maken, land winnen uit zee, zelfs de hemel tot een hel maken, maar iemand met verstarde ideeën kan je moeilijk veranderen”.

Consideratie.

Het bovenstaande betreft de – wat ik zou willen noemen – technische aspecten van zelfdoding en hulp bij zelfdoding. Van overwegend belang is daarnaast de onderliggende morele motivatie, of zelfdoding wel of niet is toe te staan. Mijn onderliggende morele motivatie vloeit voort uit een sleutelwoord in het Universeel Soefisme, dat is het begrip consideratie. Onder consideratie versta ik: mededogen, tolerantie en ruimte. Als een mens lijdt is het mijn intentie te proberen dat lijden te verlichten, uit consideratie. Dat kan met eenvoudige hulp als eten en drinken. Ingewikkelder wordt het met hulpmiddelen, zoals een bril, een nieuwe heup, een harttransplantatie. We passen levensverlengende procedures toe, en reanimatietechnieken. Het lichaam beschouw ik als een tempel van de Ene, bedoeld om in dit aardse bestaan door mij te gebruiken als voertuig voor mijn ziel. Op alle mogelijke manieren wordt dat lichaam gebruikt, gemanipuleerd en gecorrigeerd. En daar is niks mis mee, tenminste als we proberen het lichaam zo goed mogelijk te beheren. Maar als dan het moment gekomen is dat het lichaam niet meer kan of wil, dan is het heerlijk om dood te gaan. In dankbaarheid geef ik het lichaam dan terug aan de Ene en op dat moment mag ik behulpzaam zijn bij een bewuste weloverwogen vrijwillige zorgvuldige en humane levensbeëindiging, uit consideratie. 1 'Informatie over Zorgvuldige Levensbeëindiging ’, 152 pagina’s, niet in de boekhandel verkrijbaarmaar te bestellen via w w w.wozz.nl tegen betaling van € 25,--

30


Tana Dood, wat ben je? - De schaduw van het leven. Waaruit ben je ontstaan? - Uit onwetendheid. Waar woon je? - In het rijk van de illusie. Dood, zul je ooit sterven? - Ja, als de blik van de ziener mij als een pijl doorboort. Wie trek je aan? - Wie zich tot mij aangetrokken voelt. Van wie houdt je? - Van wie naar mij verlangt. Voor wie sta je klaar? - Ik sta altijd klaar voor wie een beroep op mij doet. Dood, wie jaag je schrik aan? - Wie niet met mij vertrouwd is. Wie liefkoos je? - Wie vol vertrouwen in mijn armen rust. Tegen wie treedt je streng op? - Tegen wie niet bereidwillig gehoor geeft aan mijn roep. Dood, wie dien je? - De ziel die zich zozeer bewust is van God, dat zij overal vrij van is, en als de ziel naar huis terugkeert draag ik, de dood, haar bagage.

'Tana' betekent 'de mens in gesprek met de natuur'. Deze Tana is overgenomen uit de Vadan van Inayat Khan.

31


‘Dankbaar zijn vanaf het moment dat je je ogen opent’ Interview met Paul Ameer Ali door Amir Smits en Zubin van den Besselaar Kun je kort iets vertellen over je levensloop? Ik ben 81 jaar geleden in Paramaribo geboren. Mijn jeugd kenmerkte zich door armoede. Mijn moeder werkte als wasvrouw en verdiende heel weinig. Met bewondering en dankbaarheid kijk ik terug op haar levenskracht. Zij wist altijd maar weer de eindjes aan elkaar te knopen. Behalve aan de diepe armoede denk ik ook terug aan de mystieke sfeer van die tijd. Mijn grootvader was een verhalenverteller en een man met grote genezende kracht. Als klein jongetje was ik diep onder de indruk van zijn verhalen, die vaak diep mystiek van aard waren. Achteraf denk ik dat de levenskracht van mijn moeder en de mystiek van mijn grootvader een diepe invloed op mij hebben gehad. In mijn jonge jaren in Suriname heb ik keihard gestudeerd en gewerkt om verder te komen in de maatschappij. Ik werd daarin heel erg gestimuleerd door mijn moeder. Die geldingsdrang had ik op verschillende vlakken. Zo ben ik er nog trots op dat ik de eerste, en tot de dag van vandaag enige, Hindoestaanse interlandvoetballer van Suriname ben geweest. Ook in mijn werk heb ik in die periode in Suriname veel bereikt. In het bedrijfsleven werkte ik op een hoge positie, als administrateur van een Amerikaans-Surinaamse jointventure op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en vertegenwoordigde daarbij de minister-president van Suriname als copartner. In verband met het werk bij deze Amerikaanse instelling kreeg ik in 1959 een studiebeurs om in Amerika te gaan studeren aan de American University in Washington, met de bedoeling na terugkeer de administratieve leiding over te nemen van de Amerikaanse businessman. Ik had alles wat mijn hartje begeerde maar toch besloot ik met mijn gezin naar Nederland te emigreren. De mensen om me heen verklaarden me voor gek. Maar ik had een droom: ik wilde in Nederland studeren. Ik wilde me verder ontwikkelen. In de ijskoude winter van 1962/1963 zijn we in Nederland aangekomen. Voor een schandalig hoog bedrag huurden we een zolderkamertje. Op het moment dat we een douche wilden nemen, werd het gas uitgedraaid zodat we geen warm water hadden. Ik had de grootst mogelijke moeite mijn dochters op een goede school te krijgen vanwege hun donkerder huidskleur. En ondanks mijn indrukwekkende curriculum vitae en diploma’s kon ik niet aan een goede baan komen. Zo gauw mensen zagen dat ze met iemand met een andere huidskleur van doen hadden, kon ik vertrekken. Tijdens een sollicitatiegesprek erkende men mijn staat 32


van dienst. Maar tegelijkertijd werd me gezegd dat ik toch niet kon verwachten dat ik als Surinamer leiding aan een zevental Nederlanders kon geven. Ik moet bekennen dat op zulke momenten het bloed me wel eens naar het hoofd is gestegen. Ik ben vele malen machteloos van woede geweest, maar heb mijn drift weten in te slikken. Echt waar, op zulke momenten zijn de tranen me in de ogen gesprongen. Terugkeren naar Suriname was geen optie. Dat zou gezichtsverlies zijn. Daarbij, mijn droom wilde ik niet opgeven. En uiteindelijk heb ik bij een Amerikaans bedrijf een mooie baan gevonden. In die tijd heb ik ook mijn SPD gedaan en mijn MO-Engels aan de School voor Taal en Letterkunde in Den Haag. Toen ik die MO-akte had ben ik van het bedrijfsleven naar het onderwijs gegaan. Op latere leeftijd kon ik mijn ideaal toch nog in vervulling laten gaan en kon ik me inschrijven bij de Leidse universiteit als student Arabisch. Ik was toen 58. Na het Arabisch propedeuse behaald te hebben stapte ik over op Indologie. Ik deed de vrije studiestudierichting Indologie met vakken als Hindi, Urdu, Perzisch en Arabisch en geschiedenis en cultuur van India en Iran. Uiteindelijk ben ik op mijn 63e afgestudeerd, mijn lang gekoesterde droom heb ik toen kunnen waarmaken. Je komst naar Nederland en de manier waarop je alle tegenslagen het hoofd hebt weten te bieden – het klinkt als het leven van een echte soefi. Kun je vertellen hoe je tot het soefisme bent gekomen? Ik heb me pas laat, ongeveer op mijn vijftigste, bij de Soefi Beweging aangesloten. Toch denk ik dat de Soefi levenshouding latent altijd aanwezig is geweest. Ik vertelde al over de hang naar mystiek bij mijn grootvader. Maar los daarvan leefden we in Suriname natuurlijk in een smeltkroes van religies. Ook al ben ik moslim van geboorte, de grote feesten van de andere religies zoals die van het christendom en het hindoeïsme vierden we gewoon mee. Daar heb ik ook gezien hoe waardevol het is als mensen met een totaal verschillende achtergrond, vanuit een grondhouding van respect met elkaar omgaan. Maar zoals gezegd, het heeft tot rond mijn vijftigste geduurd voordat ik me bij de Soefi Beweging heb aangesloten. Het is toch wel opvallend hoe toeval, als dat bestaat, hier een rol heeft gespeeld. Ik was op weg naar een fysiotherapeut in de Banstraat en op weg daarnaar toe zag ik opeens een gebouw met het soefisymbool erop. Ik ben daar naar binnen gegaan en heb om inlichtingen gevraagd. Al snel kwam ik met Murshida Shazadi Khan, de weduwe van Musharraf Khan, in contact. Zij heeft me op een gegeven moment ingewijd als moeried. Vanaf het begin af aan voelde het soefisme als een warm bad. Ik voelde me geheel vrij om mijn geloof op een geheel eigen wijze vorm te geven. Er staat niemand in tussen mij en mijn Meester, de Heer. Ik heb tegenover Murshida Shahzadi overigens wel verzucht hoe jammer het was dat ik pas zo laat op het spoor van het soefisme was gekomen. Maar zij hield me voor dat alles een reden heeft en dat de tijd kennelijk nu rijp was om deze nieuwe stap in mijn leven te zetten. Je beschouwt jezelf niet alleen als soefi, maar zeker ook als moslim. Kan je uitleggen wat de boodschap zoals die is verkondigd door de profeet Mohammed (vrede zij met hem) voor je betekent? Ik ben als moslim geboren, maar heb eigenlijk aan mijn geloof nooit zoveel gedaan. 33


Wel heb ik op een gegeven moment, op veel oudere leeftijd, een Koran gekocht. Ik werd diep getroffen door de mystieke boodschap die de Koran bevat en waarvan maar weinig mensen zich bewust zijn. Zo wordt in Soera 3 (Āl Īmran) gewezen op een mystieke boodschap die slechts voor een klein publiek bestemd is: ‘Hij is het, die op U de Schrift heeft nedergezonden. Een deel ervan welgevoegde tekenen (=duidelijk geformuleerde verzen) die de Moeder van de Schrift zijn en nog andere, meerzinnige.’ Met andere woorden, naast de zeer concrete leefvoorschriften zijn ook voor meerderlei uitleg vatbare mystieke verzen neergezonden. Deze zijn echter slechts te begrijpen voor een kleine groep van ‘stevig staanden’. De mystieke vorm van de Islam met de nadruk op de persoonlijke manier waarop mensen hun geloof kunnen vormgeven zegt me veel meer dan de klemmende orthodoxie waarin mensen zich als kuddedieren gedragen en slechts doen wat hoort. Overigens zijn alle boodschappers en de boeken die zij de mensheid hebben gegeven mij dierbaar. Dit past ook geheel binnen de geloofsopvattingen van de Islam. De Koran toont een groot respect voor de andere volken van het boek, de joden en de christenen. Sterker nog, uit Soera 61 (Al Saff) blijkt dat de Profeet Mohammed al door Jezus wordt aangekondigd: ‘En toen Isa (=Jezus) de zoon van Maryam, zeide: O zonen Isra’ils, ik ben de boodschapper Gods, tot u bevestigend de Tawrah (=Torah) die vóór mij was en aankondigend een boodschapper die ná mij zal komen, wiens naam is Ahmad.’ Hierbij wordt verwezen naar teksten uit het Johannes Evangelie waarin de Parakleet wordt aangekondigd. Sommigen menen dat parakleet niet afkomstig is van het woord parakletos (=vertrooster) zoals vaak wordt beweerd, maar van periklutos (=geprezene). En het Arabische woord voor ‘geprezene’ is Ahmad. Deze naam heeft wel een zeer symbolische betekenis. Als je de naam Mohammad in het Arabisch schrijft, dat is een taal die geen klinkers kent, dan krijg je M-H-M-D. Als je de eerste ‘mim’ (=de Arabische letter m) vervangt door A krijg je A-H-M-D ofwel Ahmad, de spirituele naam van de Profeet waarmee hij door Jezus is aangekondigd. Net zoals Christus de spirituele naam van Jezus is. Indien de tweede ‘mim’ wordt weggelaten, is A-H-D ofwel Ahad het resultaat. Ahad betekent de Ene, waarmee God wordt aangeduid door de soefi’s. De symbolische betekenis van deze afleiding 34


is dat alleen de ‘mim’ (=Mawt), die staat voor de dood ofwel de sterfelijkheid, de Profeet Mohammed van het Goddelijke onderscheidt. Wat mij in het bijzonder in de Islam aantrekt is de nadruk die wordt gelegd op Ahad, de Goddelijke Eenheid. De mens heeft maar één hart en kan dan ook maar één liefde hebben. Wat betekent het soefisme voor je in je dagelijks leven? Allereerst heeft het soefisme me geleerd me niet door drift en andere emotionele impulsen te laten leiden. Vooral in de beginperiode in Nederland had ik vaak de neiging aan deze emoties toe te geven. Het soefisme leert de opstandige ziel om zich van deze driften los te maken. In de daaropvolgende fase nam mijn zelfkritiek toe en ging ik me steeds meer rekenschap geven van mijn gedachten en handelen. Dit is voor mij het begin van de mystieke weg geweest. Voor mij zijn armoede en liefde de basisbegrippen in het Soefisme. Arm zijn en toch liefhebben, dat is heel bijzonder. Soms zijn mensen, die heel rijk zijn, heel hard in hun houding tegenover hun medemensen, die minder bedeeld zijn. Maar mijn moeder was ondanks al haar armoede altijd bereid om te delen. Delen vanuit een situatie van tekort, dat is pas werkelijk geven. Door grote armoede te hebben gekend, kan ik ook zo intens dankbaar zijn voor hetgeen ik in het leven nu allemaal heb. Ik probeer steeds maar weer om mijn hart klaar te maken, om het te openen. Steeds maar weer te beseffen waarvoor ik allemaal dankbaar kan zijn. Dat is voor mij zo belangrijk: te beseffen waarvoor je dankbaar kan zijn, deze dankbaarheid uit te spreken en vervolgens dankbaar te zijn voor het feit dat je de Heer danken mag. Vanaf het moment dat ik ‘s ochtends mijn ogen opendoe, zeg ik dank. In feite praat ik de hele dag met mijn Heer, bij alles wat ik doe, in Zijn Naam.

Ineens heb je er weer een vriend bij Het is een ontroerend moment wanneer we samen met de abt en de kloosterlingen van het Zen River klooster in Uithuizen in stilte het samenzijn van die dag op ons laten inwerken. Hier tegen het Groninger wad is die stilte ook werkelijk stilte. En hier in de Zendo van dit Boeddhistisch klooster is die werkelijke stilte een sacrale stilte. Onder het prachtige houten Japanse Kanzeon altaar lijken onze indrukken samen te vloeien in de slotzin van het gebed Khatum dat we zojuist samen hebben uitgesproken: “……and unite us all in Thy Perfect Being” Op zaterdag 7 november 2009 mochten wij, Stichting Platform Religie en Levensbeschouwing van de provincie Groningen, een ontmoeting organiseren tussen vertegenwoordigers van de Soto Zen traditie en die van het Universeel Soefisme. Gastheer was Roshi Tenkei Coppens, de abt van het klooster, Zijn gesprekspartner was murshid Karimbakhsh Witteveen. Het gevoel van gastvrijheid dat de ontvangst oproept blijft de rest van deze herfstdag als een warme deken over ons heen liggen. Het is tijdens de rondleiding door het klooster vooral de rijkdom van deze Zen-traditie die op mij een verpletterende indruk maakt. Het curriculum van onder 35


andere de Koans die de sanghaleden op hun pad letterlijk moeten doorworstelen, de wekelijkse begeleiding door de abt en de wortels die deze eeuwenoude traditie in de tijd heeft roepen een diep ontzag op. Daarna mogen we in de zendo een ochtenddienst bijwonen. Onder het toeziend oog van een prachtig houten Japans beeld mogen we het recital aanhoren van een viertal soetra’s. De Japanse teksten zijn voor ons niet te begrijpen maar de tonen van het gezang van de kloosterlingen brengen ons hoog boven het vlakke Groningse land waarop we vanuit de zendo uitkijken. En dan, na de lunch en een middagpauze is het woord aan murshid Karimbakhsh. In een speciale ruimte horen ruim 40 belangstellenden hoe hij spreekt over het Universeel Soefisme. Zij horen hoe hij uitlegt hoe wij als soefi’s proberen “To live a full life in which we have the aim to combine our outer and inner life. In our inner life we discover our inner light and our inner love, that creates an immense power for our outer life”. Hij spreekt ook over “the unity of religious ideas”, het thema van waaruit we ook als Platform deze bijeenkomst hebben georganiseerd. Natuurlijk ben ik als soefi benieuwd wat zijn verhaal hier doet in dit Boeddhistisch klooster bij deze abt en deze monniken. Aan hun gezichten kan ik de openheid aflezen waarmee zij naar hem luisteren. Aan de vragen die zij stellen kan ik zien hoe zij zich op de ontmoeting hebben voorbereid. En aan het gezicht van Murshid Karimbakhsh kan ik zien hoe hij van deze ontmoeting geniet. Ik merk dat de woorden die worden uitgesproken voor een deel aan mij voorbijgaan. Ik voel vooral, en wat ik voel is een diep respect. Respect voor de openheid waarmee deze kloostergemeenschap zich opstelt naar hun gasten. Respect voor de wijze waarop murshid Karimbakhsh zijn leven wijdt aan de Soefi boodschap van onze meester Hazrat Inayat Khan. Boeiend is het gesprek dat volgt op de vragen die de monniken stellen. Die gaan vooral ook over begrippen als ‘rechtvaardigheid’ en duurzaamheid’ en de maatschappelijke betekenis die de Soefi boodschap in deze tijd kan hebben. We sluiten de dag af door met de groep terug te lopen naar de zendo. Daar steekt murshid Karimbakhsh de Godskaars aan vergezeld met de aanroep en leest hij een korte tekst van Hazrat Inayat Khan voor over het meester-leerlingschap. We luisteren samen naar de muziek van “Speak to me from within” van Ratan Witteveen en sluiten af met het samen uitspreken van Khatum. Als we ons na afloop klaar maken voor ons vertrek spreekt een van de kloosterlingen mij aan en bedankt ons voor de tekst die wij hebben uitgedeeld van Khatum. Bij de deur pakt een ouder lid van de sangha de hand van murshid Karimbakhsh en spreekt hij uit welke indruk zijn bezoek op hem heeft gemaakt. Als ik afscheid neem van abt Tenkei Coppens ben ik niet in staat mijn waardering voor deze ontmoeting tot uitdrukking te brengen. En als ik de donkere herfstnacht inrijd terug naar “de stad” herinner ik me hoe Senko en ik elkaar hebben vastgehouden bij ons afscheid en besef ik dat ik er ineens zomaar weer een vriend bij heb. Rama Lieftink

36


Over boeken en beelden Maria van Zutphen, ‘Daar pas ik in’, religieuze bijeenkomsten voor ouderen met dementie, geïllustreerd met foto’s en een DVD door Sonja Boogaard van een bijeenkomst, uitgever JouwBoek, 2009, 48 bladzijden, gebonden hard kaft, € 24,50, exclusief € 2,95 verzendkosten, ISBN 978-90-8759-098-7, te bestellen bij de auteur: mvanzutphen@12move.nl of 0703866868. Voor wie wil worden geïnspireerd bij het omgaan met ouderen die soms lastig zijn voor zichzelf en anderen, is dit boek een aanrader. Maria van Zutphen, in Soefikringen bekend als Kafia, was tot voor kort geestelijk verzorger in de verpleeghuizen Steenvoorde en Westhoff in Rijswijk op de psychogeriatrische afdeling. Zij beschrijft hoe zij religieuze bijeenkomsten met dementerende ouderen viert. Deze vieringen vervangen de kerkgang, als die niet meer zo zinvol lijkt. Haar invalshoek is christelijk en zij laat zowel katholieke als protestantse aspecten goed tot hun recht komen. De mensen die in dit boek worden beschreven zijn ouderen in verschillende gradaties van dementie. Zij zijn veelal vriendelijke, soms droevige, rustige mensen. Het boek ziet er prachtig uit, veel fraaie foto’s en het geeft een goed beeld van Maria’s werk aldaar. De DVD van ongeveer een half uur, een compilatie van drie belevingsvieringen in Steenvoorde, voegt een dimensie toe aan de tekst. Hier zien we dat op een vriendelijke manier een bijeenkomst toegankelijk wordt gemaakt voor alle aanwezigen en dat de individuele mens, waar nodig, aandacht krijgt. Frappant is dat op de DVD één van de bewoners na een tijdje het woord neemt en een buitengewoon universeel, wijs verhaal vertelt. Ieder luistert stil. De gekozen kleur lichtgroen van de kopjes en het colofon is voor matig zienden moeilijk leesbaar. Maar de opbouw van deze bijeenkomsten en waar zoal op gelet kan of moet worden is helder aangegeven. Kortom een goede handreiking. Jaya Bakker ***** MarYam Mildenberg. Uitgesproken. IJzerlo, Uitgeverij Fagus. 2009. 381 blz. €15 plus €2,20 verzendkosten. ISBN 978 90 78202 49 3 De soefitraditie is rijk aan verhalenvertellers, van wie de meesten echter in de Middeleeuwen leefden en vooral in het Midden-Oosten actief waren. Wij mogen ons gelukkig prijzen om met MarYam Mildenberg een verhalenverteller in ons midden te hebben die de kunst verstaat om op een lichte en heldere, maar tegelijkertijd diepgaande manier tal van maatschappelijke thema’s vanuit een mystieke invalshoek aan te snijden. 37


Dit boek bevat een bundeling van ‘spreken’ die MarYam tijdens erediensten van het Universeel Soefisme door heel het land heen heeft uitgesproken. Zij gebruikt expres niet het woord preken – dat klinkt te prekerig – of toespraken – te statisch – maar het ongebruikelijke woord ‘spreken’. Alleen al het gebruik van dit woord laat zien hoe bescheiden MarYam haar lezers tegemoet treedt. Bij het aanbieden van het eerste exemplaar van haar boek gaf zij ook aan met enige schroom haar verhalen te boek te hebben gesteld. Want wie is zij om 33 spreken uit te schrijven en te verwachten dat er mensen zijn die zo’n boek vervolgens kopen en ook gaan lezen? Ook haalt ze in de inleiding woorden van Etty Hillesum aan die ooit stelde dat ‘in haar een overgroot zwijgen groeiende was en dat daaromheen woorden spoelden die je moe maken omdat men er niets mee kan uitdrukken’. Dat gevoel spreekt ook uit dit boek. De auteur snijdt diepe en wezenlijke kwesties aan, maar weet al te grote woorden verwijzend naar het Goddelijke te vermijden. Op een heldere manier en vol zelfrelativering en humor worden zeer uiteenlopende onderwerpen aangesneden, variërend van vergiffenis, zelfopoffering en waarheid tot thema’s als de kracht van eenvoud en spirituele humor. Met het grootste gemak haalt MarYam verhalen aan uit tal van spirituele tradities en verbindt deze met teksten uit verschillende van de heilige boeken. In de inleiding schrijft ze dat dit alles ook zo goed past bij haar gemengde achtergrond met ouders en voorouders die komen uit verschillende culturen en tradities. Dit ontlokt aan MarYam de uitspraak: “Wat een rijkdom om niet te hoeven kiezen! Wat een vrijheid om niet in een hokje te hoeven en toch te kunnen delen.” Haar boek ademt op werkelijk iedere bladzijde deze openheid en nodigt de lezer uit zelf stelling te nemen en een eigen mening over de aangesneden thematiek te vormen. Op de omslag van het boek staat de Hebreeuwse letter tau, prachtig vormgegeven door Trudy Hendriks Franssen-van den Berg, centrumleidster in Den Bosch. Dit teken helpt ons te herinneren aan het licht dat we zijn. Wij zien het telkens als we in de spiegel kijken en we zien het bij de ander wanneer we elkaar in de ogen kijken. Hoe mooi sluit dit aan bij de uitspraak waarmee de auteur iedere ‘spreek’ opent: “Namasté. Het licht in mij groet het licht in U!” Het boek is niet in de boekhandel te koop en alleen via de auteur te verkrijgen. Verdere informatie is te vinden op www.mildenberg.nl. Amir Smits ***** Epos over de ‘Companions’ Hamida Verlinden Bij het verspreiden van de Soefi Boodschap van Hazrat Inayat Khan hebben diens broers een belangrijke rol gespeeld. Over hen is echter relatief weinig bekend. Met haar boek over “De Companions”, zoals ze werden genoemd, probeert Karin Jironet antwoord te geven op vele vragen. Jironet (theoloog, godsdienstpsycholoog, soefi en senior programmamaker bij De Baak Management Centrum) heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar het wel en wee van de broers. Waar kwamen ze vandaan, waarom gingen ze met Inayat Khan een ongewisse toe38


komst in het westen tegemoet, hoe was de toestand in de Beweging na zijn overlijden, hoe namen ze zijn taak als hoofd van de Soefi Beweging over, welke kwaliteiten waren hiervoor nodig, hoe gaven ze leiding aan de Soefi Beweging en aan haar leden? Ze besluit met een reflectie over culturele en psychologische processen die de spirituele ontwikkeling van moerieds beïnvloeden. Als appendix worden de persoonlijke herinneringen toegevoegd van Ratan Witteveen, die de vier broers allen heeft meegemaakt. Het is een ongelooflijk grote klus om zoveel gegevens te verzamelen – bij geïnterviewden, uit artikelen, dagboeken, krantenartikelen, brieven, lezingen – en daar dan het licht op te laten schijnen zodat de lezer een soort ‘aha gevoel’ zal krijgen, oh, zat het zo in elkaar. Er zijn veel citaten, veel noten die een toelichting geven, een grote bibliografie, een index. Een paar mensen hebben me verteld dat ze het boek aan het lezen waren of gelezen hadden. De een vond het heel interessant door alle feiten die ze niet kende; een ander stelde zich de vraag wat de zin is van dit boek en waar het goed voor is om zo in de prut te roeren; weer een ander was onder de indruk van wat de broers allemaal te verduren hebben gehad, en hoe verschrikkelijk dat was, wat een onbegrip ze moesten doorstaan. Opoffering en oppositie Ik ben onder de indruk van het werk alhoewel ik de feiten bijna allemaal kende, maar ik ben niet helemaal gelukkig. Het is een epos geworden over toewijding, opoffering, verraad en glorie. Die is er ook in grote mate geweest, en we kunnen de broers alleen maar ongelooflijk dankbaar zijn voor hun zijn en hun enorme toewijding. Maar bij dit onderzoek zou ik toch verwacht hebben iets meer duidelijkheid te krijgen over het effect van hun ‘lijden’ op de moerieds, en hoe zij daar zelf mee werkten, en over het effect van de leringen en leiding bij de moerieds. Veel onbegrip waar de broers mee te maken hadden is te beschouwen als het onbegrip dat alle immigranten meemaken. Het is goed om daar kennis van te nemen, maar verder? Wat leren wij hiervan? Ik had verwacht dat de geschiedenis van meerdere kanten belicht zou zijn, maar Jironet spreekt alleen negatief over “oppositie” die de broers ontmoetten. Waren de westerse moerieds niet goed van begrip, of probeerden de broers de Boodschap te brengen op de hun bekende manier zonder inzicht te hebben in het leerproces dat geschikt zou zijn voor de westerse mens? Bij alle drie de broers is sprake van moerieds of leiders die zich verzetten tegen de leiding van de Soefi Beweging, of die een andere mening hadden. Ze komen naar voren als mensen die er niets van begrepen of alleen met hun eigen ego bezig waren. Een van hen is bijvoorbeeld Gawry Voûte, die Soefi Contact heeft opgericht: het zou interessant zijn geweest om ook háár mening in het boek te kunnen lezen. Oppositie heeft voor mijn gevoel met politiek en macht te maken en is van een andere orde dan mystiek. We kunnen dus lezen dat er moerieds zijn geweest die niet in staat waren om de broers, al of niet blindelings, te volgen en die meenden dat ze 39


het beter konden; een paleisrevolutie zou je zoiets kunnen noemen. Maar dat is een westers beeld, en de broers waren voortgekomen uit een cultuur van respect voor spirituele hiërarchie, niet aan onderdanigheid aan een paleishiërarchie c.q. paleisrevolutie. Als je mensen die het beter menen te weten opposanten noemt, dan zet je ze in het beklaagdenbankje, dan speel je het ‘wij zijn goed’ en ‘zij zijn slecht’ spel. Ik heb nog nooit meegemaakt dat dat goed werkt. In dat verband vind ik het bijvoorbeeld ook heel jammerlijk dat Amina Begum, de weduwe van Inayat Khan, bij de velen op het oppositiebankje is gezet. Hoe Jironet dat beschrijft, in een hoofdstuk over haar terugtrekken uit de Soefi Beweging, is echt gebaseerd op een misvatting over de verhouding tussen haar en de ‘companions’. In het boek wordt soms ook wat slordig omgegaan met aanhalingen en verwijzingen, zie de opmerking over ijazat op pagina 5 waar de betreffende voetnoot verwijst naar een tekst die niet spoort met Jironets conclusie. Soms trekt ze conclusies die duidelijk van een geïnterviewde komen, zonder dat duidelijk wordt van wie1. Soms zijn anekdotes vermeld die thuishoren in de familie maar niet in een wetenschappelijk boek. Dat Jironet schrijft over de “kerkelijke regel van Trias Politica”2 komt misschien voort uit het gegeven dat Engels haar moedertaal niet is. De andere kant van het verhaal Wie staat op en is in staat om woorden te geven aan de andere kant van het soefiverhaal, als er al woorden voor zijn? Wie zal kunnen laten zien hoe je oog kunt krijgen voor, en hoe het is om de muzikale betekenis van ieder woord te ontdekken, de melodie in iedere gedachte en de harmonie in ieder gevoel 3. Zal een moeried op schrift kunnen laten zien wat het betekent: Gods fluit te worden, bespeeld door God wanneer Hij het wil? 4 Wat wel helder naar voren komt is Jironets aandacht voor de schaduw die door spirituele vrijheid kan worden opgeroepen: het kwaad, de afwezigheid van liefde en licht. Het laat zien dat het wegstoppen van alles wat niet past binnen het raamwerk van de idealen ‘liefde, harmonie en schoonheid’ en van ‘spirituele vrijheid’, of het toedekken ervan met de mantel der liefde, leidt tot een verdichting van de schaduw. Ja, daar kan ik me iets bij voorstellen: als ik mijn idealen buiten mij zet, dan hoef ik niet te zien dat ik er zelf niet aan voldoe. Karin Jironet heeft vorig jaar de vrijheid genomen haar eigen weg te gaan, los van de Soefi Beweging, waar ze sinds 1995 moeried was. Ik wens haar toe dat ze de idealen binnen zichzelf zal kunnen behouden, in harmonie met zichzelf en met anderen. 1 Jironet, p.65 – Hij begreep dat hij geen enkele kans meer had 2 Jironet, p.174 – Met de democratie werden fundamentele veranderingen geïntroduceerd die haaks stonden op de kerkelijke regel van Trias Politica 3 The Sufi Message of Hazrat Inayat Khan, volume II, the mysticism of sound , Servire Katwijk, 1979, Preface (tekst uit 1926). Vertaling hv 4 Ibid

40


Soefi-centra

informatie, adressen en activiteiten AMSTERDAM

dhr. J. van den Heuvel (Jos), t 020-6732946 Universele Eredienst: Ignatiushuis, Beulingstraat 11, Am­sterdam, 1e en 3e zondag van de maand 11 uur. Op de 3e zondag voorafge­gaan door de Confraternity of the Message 10.30 uur. Apeldoorn

Orientatiemiddagen: 2e zondag van de maand van 14-16 uur bij dhr. en mw. de Roos-Labeur (Corrie & At), Sparrenlaan 11, 7313 AT Apeldoorn, t 055-32316 33, atderoos@hetnet.nl Arnhem

mw. H.M. de Caluwé - Rombout (Maharani), Groningensingel 423, 6835 ER Arnhem t 026-3213650, maharani@planet.nl Studieklassen in overleg. Universele Eredienst: Vrijmetselaarsgebouw, Arnhemsestraatweg 360, Velp (Gld) 1e zondag van de maand om 11 uur. Assen

mw. A. Stam (Iman), Troelstralaan 236, 9406 BE  Assen, t 0592-707202, 06-24 92 92 77 Studiebijeenkomsten en klassen voor belangstellenden, broeder-zusterschapsleden en moerieds. Universele Eredienst: Loge van de ODD Fellows, Hendrik de Ruiterstraat 2, Assen, 3e zondag van de maand om 11 uur. Breda

mw. M.L.C. van Beek-Vanheule (Hira), Berkenring 70, 4881 HD Zundert, t 0765976335, mlcvanbeek@yahoo.co.uk bgg: mw. L. Heerkens (Kalyani), t 076-5601255 Universele Eredienst: Waalse Kerk, Catharina­straat 83-bis, Breda, 3e zondag van de maand om 11 uur. Den Haag

dhr. L.W. Carp (Ameen), Anna Paulowna­straat 78, 2518 BJ Den Haag, sufipublications@hetnet. nl t 070-3644590, f 070-3614864. Om de week op maandag: studie- en medi­tatieklas. Maandelijks open Soefi-avond en spirituele film-avond. Programma op aanvraag. Universele Ere­dienst: Anna Paulownastraat 78, elke zon­dag om 11 uur, Confraterni­ty of the Message om 10.30 uur. Deventer

mw. A. Westenberg (Hayat), De Dennenhoek 3, 7431 EM Diepenveen, t 0570-532347, annahay28@gmail.com Universele Ere­dienst: Noorderbergstraat 9,

7411 NJ Deventer, 3e zon­dag van de maand om 11 uur. Eindhoven

mw. L. Bredée-van Ginkel (Kamila), Jacob Catsstraat 28 5671 VR Nuenen, t 040-2832518, soeficentrum.eindhoven@gmail.com Universele Ere­dienst: Eckartdal, Nuenenseweg 1, Eindhoven, 1e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur. Friesland

mw. M. Cornelissen-Admiraal (Salima), t 0513431940, Heide 6, 8521 DG Sint Nicolaasga. mw. Y. Veenstra-Wiersma (Ynskje), Wommels. t ’s avonds 0515 576 244. Maandelijks meditatieavonden. Universele Ere­dienst: Bij de Put 15, Leeuw­arden, 1e zondag van de maand om 11 uur. Groningen

mw. M.C. van Boon (Musnawira), t 0505251519 bgg: fam.Lieftink t 0598-430422 soefcentgron.vanboon@tiscali.nl maandelijks: musical tuning en meditatie; stilte en meditatie; 1e ma. v.d. maand: gespreksavond. ‘s Hertogenbosch

Coördinator: mw. T. Hendriks Franssen-van den Berg (Trudy), Ariënstraat 16, 5351 GD Berghem / Oss, t 0412-402689, kennekeshoek@ zonnet.nl Secretariaat: dhr. F.W. Roza (Frans), Asterd-kraag 40, 4823 GA Breda, frans.roza@ wxs.nl Universele Eredienst: Cen­trum de Poort, Luy­benstraat 48, 's Hertogenbosch. Hilversum

dhr. A.Antonius (Ananda), Arent Krijtstr 13 II, 1111 AG Diemen. Klas voor belangstellenden: 1e ma. v.d. maand; voor deelname bellen met: t 020-6907129 of email anandaaa@hotmail.com Universele Eredienst: ‘De Ver­eniging’, Ou­de Engh­weg 19, Hilversum (­bij het gemeentehuis), 2e en 4e zondag van de maand 11 uur. Regio Katwijk, Wassenaar

Regioleider: drs. J. Belt (Munir), t 0252-373145, Eykendonck 32, 2211 SG Noordwijkerhout. Wakil Huis Universel: mw. E. le Rütte (Zohra), t 071-4077435, zohra@kpnplanet.nl Universele Eredienst: Universel Murad Hassil, Zuid­duinseweg 5, 2225 JS Katwijk aan Zee, 1e, 3e en 4e zondag van de maand 11 uur. Confrater­nity of the Message 1e en 3e zo. 10.30 u. Iedere 4e zo. spreekt Karimbakhsh Witteveen. 41


Rotterdam

mw. A.M. Hijmans (Zubin), t 06-28677763 contact@soeficentrumrotterdam.nl Coördinator dhr. B. de Wreede (Bauke), t 06-24646694, bwreede@orange.nl Secretariaat: mw. H. van Houwelingen (Heleen), t 078-6318488, rotterdam@soefi.nl Studie- en belangstellendenavonden: 1e maandag van de maand, opgave vooraf. Universele Eredienst: Soeficentrum Provenierssingel 41, 3033 EG Rotterdam, 2e en 4e zondag van de maand, 11 uur. Tilburg

dhr. & mw. Ach­terberg-Thierens (Mussavir & Nuria), Chopinstraat 26, 5011 VK Tilburg, t 013-4563241. Klassen voor belangstellenden eerste maandag van de maand. Voor deelname bellen met dhr.L.Raatgever, t 06-12746513 Twente

mw. D. Evers-Brinkman (Mangala), tel. 06-26 17 03 00, Ganzendiepstraat 18, 7607 LZ Almelo. evers-brinkman20@zonnet.nl Universele Eredienst: Nivoncentrum, Lodewijkstraat 1, 7553 LB Hengelo, 2e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10 uur. UTRECHT / BILTHOVEN

dhr. W.S. van der Vliet (Sikander), Juliana van Stolberg-laan 6, 6961 GB Eerbeek, t 031-3650334, bgg.: mw. J.L. van Male (Sakya), t 030-2723522 Universele Ere­dienst: Huize ‘Het Oosten’, Jan Steenlaan 25, Bilthoven, laatste zondag van de maand om 11 uur.

SOEFI BEWEGING NEDERLAND

Algemeen Secretariaat Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag t 070-3461594, f 070-3614864, sufiap@hetnet.nl Secretariaat open maandag tot en met donderdag van 10 tot 13 uur. bgg.: t 070-3644590 Financiën: dhr. F.H.Lint (Nawab), t 06-41 84 77 27 Nationaal Vertegenwoordiger dhr. L.W. Carp (Ameen), sufipublications@hetnet. nl t 070-3644590, f 070-3614864 Nationaal secretaris mw. L. Grashuis (Wahdud), A.Verweystraat 126, 2274 LM  Voorburg, sufipublications@hetnet.nl t 070-3644590 (overdag), t 070-3871705 (thuis) Office Representative General Banstraat 24, 2517 GJ Den Haag, t 070-3657664, sufihq@xs4all.nl Internet www.soefi.nl (nationale site). www.sufimovement.org (international site).

Boxmeer

Penningmeester Soefi-gedachte dhr. C.M. van Beek (Kees), penningmeester Soefi Beweging Nederland, Den Haag giro 777555, t 076-5976335. cmvbeek@westbrabant.net

Zeeland

Lidmaatschappen van de Soefi Beweging Er bestaan verschillende vormen: Moeried: dit zijn personen die de inwijding in de Inner­lijke School van de Soefi Beweging hebben ontvangen en de esoterische klas­sen en de esoterische training volgen Broeder-zusterschapslid: dit zijn zij die de idealen en doelstelling van de Soefi Beweging ondersteunen. Lid van de Kerk van Allen: dit zijn zij die zich speciaal aangetrokken voelen tot de Universele Eredienst; dit verlangt niet dat zij ook om inwijding vragen. Vriend van de Soefi Beweging: men kan zich opgeven als Vriend als men een ondersteuning aan het Soefiwerk wil geven.

Dansen van Universele Vrede in de Kapel van ‘t Kloosterhuis, Grotestraat 69, Sambeek (gem. Boxmeer). Info: mw. Hanna Reijnders, t 0478-571033. mw. N. Gortzak (Nuria), Troelstralaan 18, 4571 VC Axel, t 0115-530599 Studiebijeenkomsten: 2e dinsdag van de maand. Info mw. A. van Schaik (An), t 0118-412875. Uni­versele Ere­dienst: Gebouw de Vier Elementen, Breeweg100, Middelburg, 1e zondag van de maand om 11 uur. ZUID LIMBURG

dhr..R.Marinus (Ruud), Castelmorelaan 42, 6213 CW  Maastricht, t 06-54 36 78 24. Er zijn maandelijkse bijeenkomsten en om de twee maanden op zaterdagmorgen open klassen.

42

Zwolle

dhr. C. Koster (Karim), Tijnje 48, 8032 LR Zwolle, t 038-4541817, Universele Eredienst: Bloemen­dalstr. 11, Zwolle, 4e zon­dag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur. In Meppel is een Soefi-groep die elke 4e di. v.d. maand bijeenkomt. Contactadres: Zuideinde 46, 7941 GH Meppel, paul.ketelaar@planet.nl www.soefimeppel.nl Informele Eredienst: Engelandseweg 19, Wezep, 2e zondag van de maand om 10 uur.


Belangstellende: eenieder die zich op wil geven als belangstellende en de informatie over soefiactiviteiten wil verkrijgen. Contributieregeling 2010 Moerieds betalen per jaar: Alleen Echtpaar Laag € 90,00 € 135,00 Normaal € 145,00 € 217,50 Hoog € 215,00 € 322,50 Broederschapsleden, Vrienden van de Soefi Beweging Nederland en leden van de Kerk van Allen betalen € 60,- per jaar. Broederschapsechtpaar € 75,00 per jaar. Dit is inclusief het abonnement op de Soefi-gedachte en de uitnodiging voor de Zomerschool. Alléén een abonnement op de Soefi-gedachte: € 16,00 per jaar (=incl. porto Ned.) Wanneer men als lid van een andere Soefi organisatie tevens ondersteunend lid van de Soefi Beweging wil zijn, betaalt men € 20,- per jaar en ontvangt men de Soefi gedachte. Dargah Financiële bijdragen voor het sociale, culturele en extra soefi-werk bij de Dargah, postbanknr: 616577 t.n.v. Stichting Dargah te Den Haag. Voor organisatie, onderhoud, in­richting van nieuwbouw en guest house, bankrekening: 43 02 43626 t.n.v. Dargah-fonds te Den Haag. Schenkingen van boeken enz. (alle talen!): Walia en Wali van Lohuizen t 035 538 98 93 Bijzondere activiteiten

Zie op www.soefi.nl en voor algemene informatie over soefisme: www.soefikalender.nl SOEFI BEWEGING BELGIË

mw. L.D. Deslée (Leela), Sport­straat 100, B-9000 Gent. Vertegenwoordiging nationale broederen zusterschaps­activiteiten in België. Centrum oost-Vlaan­deren: t/f 0032 9 222 1030. Broederschapsactiviteit vanaf 17.30 uur, om de 14 dagen op maandag. Centrum Inayat: Frans Baelenstr. 9, B-2100 Deurne, t 0032 3 321 0052. Thema-avond: 1e woensdag van de maand 20.30 uur. andere organisaties

Sufi Ruhaniat NL: Arienne en Wim van der Zwan, Peace in Motion, t +49 (0)2294 993 78 41 +31 651 30.34.39 (GSM). samark@peaceinmotion.eu Int. Sufi Orde NL: dhr. K. Wagtmans (Nafas),

Rubinsteinstraat 347, 5011 ND Tilburg, t 013 456 02 28 kwagtmans@wanadoo.nl

Sufi Way NL: dhr. E. Koole (Elmer), Oudeweg 31,

9364 PR Nuis. t. 0594-549863 elmerkoole@gmail.com

The federation of the message

De volgende bijeenkomst zal worden gehouden van 28 april tot 2 mei 2010 in Californië. Elementen ritueel

Info: mw. Sitara Rosdorff, t 0297-285244 sitara.siddharta.rosdorff@ziggo.nl Oefendata 2010 om 14 uur: 27 maart, Ashrama te Naarden, Ananda Priem. 15 mei en 12 juni in Murad Hassil te Katwijk. soefidag in Murad Hassil 8 mei 2010

Thema ; 'Verbondenheid', zie inlegvel.

SYMPOSIUM 3 EN 4 JULI 2010

Noteert u vast in uw agenda: Op 3 en 4 juli 2010 organiseert de Soefi Beweging een tweedaagssymposium in Murad Hassil in Katwijk. Dit alles ter gelegenheid van het feit dat Hazrat Inayat Khan 100 jaar geleden met de Boodschap naar het Westen kwam. De eerste dag heeft als thema 'Eenheid'. In de ochtend zal Dr.H.J.Witteveen spreken over de 'Eenheid van religieuze idealen' en er zal een nieuw boek worden gepresenteerd 'Soefisme, de religie van het hart'. In de middag zullen twee docenten religie en levensbeschouwing in het Middelbaar Onderwijs spreken over 'Zoeken jongeren eenheid?' Daarna zal een lesbrief over het Soefisme worden aangeboden. De tweede dag heeft als thema 'Een weg naar binnen', met muziek, dans, poëzie en verhalen. Leidraad hierbij is het beroemde boek van Farid-ud-din Attar: 'De samenspreking van de vogels', waarin op symbolische wijze de geestelijke reis wordt besproken. Het symposium is voor iedereen toegankelijk. Vooral de eerste dag hopen we veel docenten te mogen begroeten. Ook de pers zal worden uitgenodigd. Nadere mededelingen volgen. Herinnering

Soefi, herinner je: De Ene heeft een lichaam op aarde, dat is jouw lichaam. En handen, dat zijn jouw handen. En voeten, dat zijn jouw voeten. En een stem, dat is jouw stem. Door jouw ogen ziet de Ene met consideratie naar de wereld. Door jouw voeten gaat de Ene rond, om goed te doen. Door jouw muziek laat de Ene zijn stem horen. Door jouw handen zegent de Ene de mensen. 43


VERENIGING SOEFI-CONTACT Soefi-Contact is een landelijke vereniging met afdelingen in Haarlem, Alkmaar en Bussum. De vereniging stelt zich ten doel: het stimuleren van de studie van Hazrat Inayat Khan's ideeën, alsmede het in praktijk brengen ervan, één en ander in de ruimste zin van het woord. Zij streeft dit doel na met alle daarvoor geschikte middelen. Landelijk centrum en dagelijks bestuur Landelijk centrum: Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40, 2011 BE, Haarlem. Website: www.soefi-contact.nl e-mail: soefi.contact@gmail.com Voorzitter: mw. E.A. van den Brink, 0317-425347. Secretaris: dhr. J. Molenaar, mr J.de Vriesstraat 22, 1788 AV Den Helder, tel: 0223-646920. Penningmeester: mw J.L.B.H.M. Kaars-de Groot, Baljuwstraat 19, 1785 SC Den Helder, tel.0223-660961. Het verenigingsjaar van Soefi-Contact loopt van 1 juli t/m 30 juni. De contributie kan worden overgemaakt op rekeningnummer: 4239048 t.n.v. Soefi-Contact te Den Helder. Adreswijzigingen / mutaties graag via de secretaris, dhr. J.Molenaar. Landelijke activiteiten Voorjaarsconferentie Stoutenberg: 15 en 16 mei (15 mei vanaf 14.00 uur). Thema: De boodschap van geestelijke vrijheid. Viering Viladat-day: 5 juli in Murad Hassil te Katwijk (samen met andere soefi-organisaties, nadere gegevens volgen). Activiteiten Haarlem Universele Erediensten: iedere tweede en vierde zondag van de maand in het Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40, in Haarlem; aanvang 11.00 uur (niet in juli en augustus). Lezingen in het kader van 100 jaar Soefi-Boodschap: 20 april om 20.00 uur door Wakil Hutter en op zondag 30 mei om 11.00 uur door Ameen Carp; in het Soefi-Huis, toegang vrij. Openbare bijeenkomsten: over kernpunten van de Soefi Boodschap op 16 maart, 11 mei en 1 juni om 20.00 uur; in het Soefi-Huis, toegang vrij. Informatie: 023-5272249 of 023-5370585, e-mail: j.w.hutter@alumnus.utwente.nl Activiteiten Alkmaar Universele Erediensten: elke eerste zondag van de maand in de Remonstrantse Kerk, Fnidsen 37 te Alkmaar; aanvang 11.00 uur. Informatie: dhr. Michaël Schouwenaar, Vatropperweg 5, 1779 GE Den Oever, tel: 0227512265, e-mail: soefi.noordwest@kpnplanet.nl en mw. Y. Westenberg, tel. 072-5333223 Activiteiten Bussum Informatie over activiteiten: mw. E. Schurink, tel: 035-6912990 en dhr. Karim Logtmeijer, tel: 035-6918347, e-mail: lion182@zonnet.nl.

44


Soefi-gedachte 9. maart 2010