Page 1

Inhoud

3 5 8 11 15 16 18 22 23 24 27 28 30 33 34 35 37 38 41 44

D E SOEFIgedachte

december 2009

Ten geleide - Taal Jezus Hazrat Inayat Khan Goed en kwaad vanuit mystiek oogpunt Manohary Voûte Het Nieuwe Testament Rubab M.C. Monna Over het vertalen van teksten van Hazrat Inayat Khan Ameen Carp Hazrat Inayat Khan 'over water' Krishna J.B. de Caluwé Wat staat er eigenlijk Kariem Maas 'Lauwe soep, hete spreektaal'

Tamarah Benima

Gebed voor vrede Jaap Dekker Geankerd zijn in God Maharani de Caluwé-Rombout Gebed S. Kierkegaard De zaligsprekingen Hazrat Inayat Khan Interview met Shirin Cornelissens Zubin van den Besselaar en Amir Smits De ziel is licht Latief van Schaik In memoriam Moïnia Teller Wali van der Putt Soefisme als innerlijke gedachte Ameen Carp Gebeurtenissen Over boeken en beelden Informatie over de Soefi Beweging Informatie over Soefi Contact

De Soefi-gedachte is een gezamenlijke uitgave van Soefi Beweging Nederland en Vereniging Soefi-Contact en heeft tot doel het verspreiden van het gedachtengoed van Hazrat Inayat Khan.

1


COLOFON de Soefi-gedachte 63e jaargang nummer 4 december 2009 Verschijnt 4 x per jaar (maart, juni, september en december) Uitgever: Stichting Soefi Beweging Nederland Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag tel: 070 346 15 94 fax: 070 361 48 64 sufiap@hetnet.nl www.soefi.nl www.soefi-contact.nl Abonnementen: jaarabonnement, incl. porto: € 16,00 abonnement buitenland: € 20,- per jaar los nummer: € 5,00. Aan te vragen via postgiro 555777 tnv Stichting Soefi Beweging Neder­land te Den Haag ovv penningmeester CM. van Beek Drukker: NKB, Bleiswijk

Redactie: dhr. L.W. Carp, voorzitter mw. J.I.E. Bakker mw. M.A.J. van den Besselaar dhr. J.J. Dekker, eindredacteur dhr. E.H.K.Logtmeijer dhr. T. Maas, hoofdredacteur dhr. J.P.H.Smits, secretaris Redactie-adres: dhr. Amir Smits, Warmondstraat 177 hs, 1058 KX Amsterdam redactiesg@gmail.com Redactiemedewerkers: dhr. Noud Welten (opmaak) Illustraties:

Aanwijzingen voor auteurs: Bijdragen zijn welkom, mits niet langer dan ca. 2000 woorden en aangeleverd in Microsoft Word met eventuele voetnoten als eindnoten. De redactie behoudt zich het recht voor artikelen niet op te nemen of in te korten, en op de eigen websites te plaatsen. Kopij sturen naar het redactie-adres. Uiterste inleverdata voor het volgende nummer: 3 maanden .tevoren (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober) of in over­leg met de redactie.

Adresveranderingen sturen aan de uitgever, Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag met uitzondering van leden Soefi-Contact, die mutaties sturen naar secretariaat S-C. De redactie stelt alles in het werk om reproductierechten te regelen. Voorzover dit niet correct is gebeurd, kunnen rechthebbenden contact opnemen met de uitgever. © Soefi Beweging Nederland. Overname van agendapunten vrij. De inhoud van de artikelen is voor verantwoording van de auteurs en afgezien van plaatsing in dit tijdschrift en op daaraan gerelateerde websites, berust het copyright bij de auteurs.

2


Ten Geleide – Taal Veel tekst deze keer in de Soefi-gedachte en minder illustraties. In een aantal artikelen staat het christendom centraal. Als we denken aan de protestantse vertolking daarvan is het toepasselijk dat er geen plaatjes bij staan. De beeldenstorm heeft ons niet voor niets met onze neus gedrukt op het eerste gebod: “Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.” Beelden zijn sterk. Voor je het weet zetten ze zich in je vast en nemen de plaats in van de werkelijkheid. Dan kun je je maar beter houden bij wat er geschreven staat. Daar begint het volgende probleem. Taal is altijd een vertolking, en meestal, waar het heilige geschriften betreft, een vertaling. Wat voor betekenis heeft ‘de wateren onder de aarde’ nog voor ons, bewoners van een wereldbol? Ongetwijfeld zijn er nu lezers die reageren dat je dat moet zien in de context van die tijd. Alsof daarmee het probleem is opgelost. Voor hen staat in deze Soefi-gedachte een artikel over vertalen. Kern ervan is dat elke vertaling – elke lezing zelfs – een eigen werkelijkheid schept. Soefi’s zullen met die constatering niet zo’n moeite hebben. Althans, zolang het gaat over heilige boeken van anderen – want zijn wij net zo ruimdenkend als het over de woorden van Hazrat Inayat Khan gaat? Ook taal kan zich vastzetten en de werkelijkheid verdringen. Daarom gaan de Joden nog een stap verder; zij spreken de naam van God niet uit. Alleen al het hardop uitspreken doet afbreuk aan de onmetelijkheid van die naam – alsof die in één woord te vangen zou zijn. De vier letter jhwh – die anderen uitspreken als jahweh of jehova – omschrijven zij slechts met uitdrukkingen zoals adonaj (de Heer) of hasjeem(de Naam). De joods-Duitse filosoof Martin Buber, die een bijbelvertaling gemaakt heeft, meende dat de vier Hebreeuwse letters ­terug zijn te voeren op het werkwoord ‘zijn’, dat in het Hebreeuws de kleur heeft van ‘worden’, ‘beginnen’, ‘geschieden’. Maar zou je de Naam vertalen met ‘de Eeuwige’ dan zou je, volgens zijn compagnon bij het vertalen, Franz Rosenzweig, toch nog niet de hele betekenis te pakken hebben “want dan zou het belangrijkste nog ontbreken, namelijk datgene wat er altijd in meeklinken moet: bij jou ”. Zo wordt geloof geformuleerd op het scherpst van de snede, toepasselijker gezegd, op het scherpst van de letter. Elke letter kan leiden tot een bespiegeling. Elke letter een spiegel die ons confronteert met de vraag wat wij er zelf van vinden. De redactie verwacht overigens niet dat nu iedereen elke Soefi-gedachte gaat spellen, maar hoopt wel dat ook deze aflevering tot verdere verdieping voert. Kariem Maas

3


Hazrat Inayat Khan


Jezus

Hazrat Inayat Khan De geest van Christus kan niet in woorden worden uitgelegd. De alomtegenwoordige intelligentie, die zich bevindt in de rotsen, in de bomen, in de dieren en in de mensen toont een geleidelijke ontwikkeling; dat is een feit dat wordt aanvaard zowel door de wetenschap als door de metafysica. Deze intelligentie toont haar hoogtepunt in de volledige ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid, in de persoonlijkheid zoals die van Jezus Christus was en door zijn volgelingen werd herkend. De volgelingen van Boeddha herkenden dezelfde ontwikkeling van het doel van de schepping in Gautama Boeddha, en de hindoes zagen hetzelfde in Shri Krishna. Bij Mozes herkenden de volgelingen van Mozes dat, en zij hebben duizenden jaren vastgehouden aan hun overtuiging. En ditzelfde hoogtepunt van de aldoordringende intelligentie werd in Mohammed herkend door zijn volgelingen. Geen mens heeft het recht aanspraak te maken op dit stadium van ontwikkeling, en ook kan niemand eigenlijk twee personen vergelijken die door hun volgelingen werden herkend als de volmaakte geest van God. Voor een onnadenkend iemand is het gemakkelijk om zijn mening te geven en twee mensen te vergelijken, maar een bedachtzaam mens bedenkt eerst of hij dat stadium heeft bereikt waar hij twee zulke persoonlijkheden kan vergelijken. Natuurlijk, een kwestie van overtuiging is verschillend. De overtuiging van een moslim kan niet dezelfde overtuiging zijn als die van het joodse volk, en ook kan de christelijke overtuiging niet dezelfde zijn als die van de boeddhisten. Maar een wijs mens begrijpt alle overtuigingen, want hij voelt zich ĂŠĂŠn met hen allen. En op de vraag of een persoon bestemd was om een volledige persoonlijkheid te zijn, kan worden geantwoord dat er geen mens is die niet is voorbestemd om iets te zijn. Voor ieder mens is zijn leven van tevoren uitgestippeld, en het licht van het doel in zijn leven, voor de vervulling waarvan hij is geboren, is al ontstoken in zijn ziel. Daarom, wat ook de trap van ontwikkeling van een mens mag zijn, hij is zeker voorbestemd om zo te zijn. Twistgesprekken over het leven dat de verschillende profeten hebben geleid, en wie er verheven was boven de ander, lijken een primitieve poging van de mens die klaar staat om die persoonlijkheid te beoordelen volgens de standaard van de denkbeelden die hij vandaag kent, zonder kennis van de omstandigheden van die bijzondere tijd toen de profeet leefde of van de psychologie van de mensen uit de tijd toen de profeet er was, en dat doet die persoonlijkheid geen recht. En wanneer iemand een bepaald leerstuk van een profeet vergelijkt met het leerstuk van een andere profeet, maakt hij ook een grote vergissing, omdat de leringen van de profeten niet allemaal van dezelfde aard zijn geweest. De leringen zijn als de stukken van een componist die muziek schrijft in alle verschillende toonsoorten, en die de hoogste toon en de laagste toon en alle tonen van de verschillende octaven in zijn muziek gebruikt. De leringen van de profeten zijn niet anders dan het antwoord op de vragen van de individuele en van de collectieve zielen. Soms komt een kinderlijke ziel en vraagt iets, en er wordt een antwoord gegeven dat past bij haar begripsvermogen; en er komt een oude ziel en vraagt iets en 5


aan haar wordt een antwoord gegeven dat aansluit bij haar ontwikkeling. Wanneer twee leringen naast elkaar worden gelegd, dan is het niet eerlijk om een lering die Krishna gaf aan een kind te vergelijken met een lering die Boeddha gaf aan een oude ziel. Het is gemakkelijk om te zeggen ‘Ik houd niet van de muziek van Wagner; ik haat die gewoonweg’. Maar ik denk dat het beter zou zijn om eerst als Wagner te worden en dan te haten als men wil. Om een grote persoonlijkheid af te wegen, af te meten, te onderzoeken, een oordeel over hem uit te spreken, moet men eerst opstijgen tot die hoogte van ontwikkeling; anders is een eerbiedige houding maar het beste. Eerbied in welke vorm dan ook is de houding van de wijze. Dan zijn er eenvoudige lieden die horen over wonderen, die misschien het grootste belang hechten aan wat zij hebben gelezen in de overleveringen over de wonderen die zijn verricht door de grote zielen, maar dat is de manier waarop zij de grootheid van God beperken tot een bepaald wonder. Als God eeuwig is, dan is Zijn wonder eeuwig; het is er altijd. Geen ding is onnatuurlijk en geen ding is onmogelijk. Dingen lijken onnatuurlijk omdat zij ongewoon zijn; dingen lijken onmogelijk omdat zij boven het beperkte begrip van de mens uitgaan. Het leven zelf is een fantastisch verschijnsel, een wonder. Hoe meer men daarover weet, des te meer leeft men in het besef van de wonderbaarlijkheid van het leven, en des te meer beseft men dat als er enig fantastisch verschijnsel of wonder is, het binnen het vermogen van de mens valt. Wie heeft het gedaan? Het is de mens die het kan doen en die het zal doen. Maar wat het allerbelangrijkst is, is niet het wonder; het allerbelangrijkst is het leven te begrijpen. De ziel die tot verwezenlijking kwam, voordat zij zei Alfa en Omega te zijn, is Christus. Het is niet voldoende om met je verstand te weten dat het leven eeuwig is, of dat het hele leven één is, hoewel het de eerste stap is in de richting naar volmaaktheid. Het echte besef hiervan komt vanuit de persoonlijkheid van de godbewuste ziel als een fijne geur in haar gedachten, woorden en daden, en wordt opgemerkt in de wereld als wierook die in het vuur is gelegd. Er zijn overtuigingen zoals die van redding door Christus: en de mens die zich afzet tegen godsdienst, sluit de deuren van zijn hart voordat hij het geduld opbrengt om te begrijpen wat dat eigenlijk betekent. Het betekent alleen dat er geen bevrijding is zonder dat men een ideaal voor ogen heeft. Het ideaal is een hulpmiddel naar die bereiking die bevrijding wordt genoemd. Er zijn anderen die geen begrip kunnen opbrengen voor de gedachte van Christus’ goddelijkheid. De waarheid is dat de ziel van de mens goddelijk is, en wanneer die goddelijke vonk met de ontplooiing van de ziel zijn volledige hoogtepunt bereikt, dan verdient die het om goddelijk genoemd te worden. En er is groot verschil in de overtuiging van de mensen die verschillende opvattingen hebben over de onbevlekte geboorte van Jezus. En de waarheid is dat, wanneer de ziel komt tot het punt om de waarheid van het leven te begrijpen in zijn collectieve aspect, die ziel beseft dat er maar één Vader is, en dat is God. En deze wereld waaruit alle namen en vormen zijn geschapen is de Moeder. En de Zoon, die dat waard is omdat hij de Moeder en de Vader erkent, en omdat hij zijn 6


Moeder en Vader dient, en omdat hij het doel van de schepping vervult, Hij is de Zoon van God. En dan de vraag van de vergeving van zonden. Is de mens niet de schepper van zonden? Als hij die schept, kan hij die ook vernietigen. Als hij ze niet kan vernietigen, dan kan zijn oudere broer dat wel. Wie iets kan maken, kan het ook vernietigen. Wie iets met zijn pen kan opschrijven, kan het ook van het oppervlak van het papier verwijderen met zijn vlakgum. En als hij dat niet kan, dan heeft die persoon nog niet de volkomenheid bereikt, die volmaaktheid waartoe allen moeten komen. Er is geen eind aan de fouten in het leven van een mens, en als ze allemaal zouden zijn opgeschreven en als ze niet zouden worden uitgewist, dan zou het leven onmogelijk geleefd kunnen worden. De indruk van zonde zou in de termen van de metafysica een ziekte genoemd kunnen worden, een geestelijke ziekte. En zoals de dokter in staat is om een ziekte te genezen, zo is de dokter van de ziel in staat om haar te helen. En als de mensen hebben gezegd dat door Christus de zonden worden vergeven, dan kan dat zo worden begrepen dat liefde de stortregen is waardoor alles gezuiverd wordt. Geen vlek blijft er over. Wat is God? God is liefde. Wanneer Zijn genade, Zijn medelijden, Zijn goedheid tot uitdrukking komen in een persoon in wie God tot werkelijkheid is geworden, dan worden de vlekken van iemands fouten, vergissingen en verkeerde daden weggewassen, en de ziel wordt zo zuiver als ze altijd is geweest. Want eigenlijk kan geen zonde of deugd een groef of een afdruk nalaten op een ziel; die kunnen de ziel alleen bedekken. De ziel is in zichzelf goddelijke intelligentie; en hoe kan de goddelijke intelligentie groeven ontvangen van zonde of deugd, van geluk of ongeluk? Een tijdlang wordt die bedekt door de indruk van geluk of ongeluk; en wanneer deze wolken van haar worden verjaagd, dan ziet men dat ze goddelijk in wezen is. En de vraag van de kruisiging van Christus, afgezien van het historische aspect, kan daarmee worden uitgelegd dat het leven van de wijze altijd aan het kruis hangt. Hoe wijzer de ziel wordt, des te meer zal die het kruis voelen. Want het is het gebrek aan wijsheid dat de ziel tot alle handelingen aanzet, goede of kwade. Als zij wijzer wordt, is het eerste dat haar handelen wordt opgeschort. En het beeld van dat opschorten van handelingen wordt een beeld van hulpeloosheid, spijkers door de handen en spijkers door de voeten; hij kan niet vooruitgaan; en hij kan niet achteruitgaan, hij kan niet handelen en hij kan niet bewegen. En dit niet in staat zijn tot handelen mag dan uiterlijk hulpeloosheid tonen, maar in feite is dat het beeld van volmaaktheid. 7


Er zijn twee vragen die opkomen in de geest. Wat is de betekenis van het sacrament, waarvan wordt gezegd dat het symbolisch staat voor het vlees en het bloed van Christus? Het toont dat zij die belang hechten aan het vlees en het bloed van de Meester zich vergissen; dat het ware wezen van de Meester brood en wijn was. Als hij al vlees en bloed had, dan was het brood en wijn. En wat zijn brood en wijn? Het brood is datgene wat het voedsel is van de ziel; het voedsel van de ziel is de kennis van God; het is door deze kennis dat de ziel het eeuwige leven leeft. En het bloed van Christus is het element van liefde, en daardoor bedwelmd te zijn is een zegen; en als er enige deugd is, dan komt het allemaal vanuit dit principe. En er is nog een vraag: dat Christus zijn leven gaf om de wereld te redden. Dat wijst alleen maar op het offer – dat geen mens in deze wereld, die gaat naar zijn doel – zal ontkomen aan de beproeving waaraan het leven hem zal onderwerpen. En die beproeving is opoffering. Bij iedere stap naar het uiteindelijke doel, naar de bereiking, zal van hem een offer worden gevraagd dat groter en groter zal zijn naarmate hij zal voortgaan op het pad, en waarbij hij zal komen op een punt waar er niets is – of het nu zijn lichaam is of zijn mind, zijn daden of gedachten of gevoelens – dat hij achterhoudt bij het offer voor anderen. En dat is het waardoor een mens die verwerkelijking van de goddelijke waarheid bewijst. Kortom, het Christusideaal is met andere woorden het beeld van de volmaakte mens; en de verklaring van de volmaakte mens en de mogelijkheid van de volmaakte mens kunnen gezien worden in het vers uit de bijbel: ‘Weest gijlieden dan volmaakt zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.’ Excerpt uit: Inayat Khan ‘De eenheid van religieuze idealen’. Panta Rhei. ISBN 90.73207.48.7 De afbeelding is een fresco van de Drieëenheid in de Kathedraal van Todi, Toscane.

Goed en kwaad vanuit mystiek oogpunt ‘Mystiek als fundament, dat door wijs­heid inzicht verschaft in de werking van goed en kwaad.’ Het kardinale punt, waar eenieder mee geconfronteerd wordt, is het goed en kwaad in ons leven. We worden hiertoe opgevoed vanaf de wieg, op school, we worden klaargemaakt voor de maatschappij en toegerust voor het leven in de wereld. Het begint als kind met vaste voorschriften ‘dit mag’, ‘dat mag niet’; er is een ‘ja’ en een ‘nee’. Dit geldt voor het gedrag thuis, op school, in het verkeer en voor normen door de kerk gesteld. Er zijn er die niet verder komen en aan de leiband blijven lopen en daar genoeg aan hebben. Maar voor velen houdt het hier niet mee op. De ontwikkeling gaat verder als mens, bewust-denkend mens. Er zijn lijnen in ons neergelegd voor intermenselijk verkeer, we kunnen zeggen, verkeersregels voor het leven in de wereld. Maar niet iedere goede chauffeur die zich aan de verkeersregels op de weg houdt, is daarom een volwaardig mens. Als mens heeft hij meer te ontwikkelen. Zo ook wij, 8


als we ons aan de wetten van goed en kwaad in de samenleving houden, daarom zijn we nog niet volledig mens. De vraag is: hoe houden wij er ons aan? Dan begint de ontwikkeling van rekening houden met anderen. We komen van intermenselijk verkeer tot medemenselijk verkeer, hetgeen inhoudt rekening houden met gevoelens van anderen, fouten zien en geen aanstoot nemen en onszelf samenvatten in zelfdiscipline. Het is de grote les van zien en niet zien, en tevens onszelf in de hand houden. Hier liggen onze normen van goed en kwaad anders en dieper dan voor hem, die zich alleen braaf en star aan voorschriften houdt. Dit alles is de basis, waarop onze verdere ontwikkeling is gegrondvest (moraal en medemenselijkheid). Maar de ontwikkeling gaat verder voor het mystieke temperament, waar we boven het vlak van dagelijkse belevenissen en verhoudingen uit tot beschouwelijkheid komen, waar onze visie wijder wordt. Er daagt het besef van een diepere achtergrond achter de uiterlijke belevenissen. We gaan zien dat achter een feit een oorzaak verborgen is, waarachter weer een andere oorzaak, dat achter een handeling een motief werkt, waarachter weer een ander motief. Onze beoordeling wordt dieper en relatiever, we zien een grotere samenhang, hetgeen ons nader brengt tot het begrip van de Ene Bron, waaruit alle dingen zijn, waar alles en allen hun plaats hebben, zoals in de natuur ieder schepsel, tot het nietigste toe zijn plaats en functie heeft. Dan begint iets te dagen van Inayat Khan’s woorden: ‘Niets schijnt te goed of te slecht. Ik weet geen verschil meer tussen de heilige en de zondaar sinds ik het Ene Leven zich in allen zie openbaren.’ Dan krijgt het kwaad zijn plaats in het geheel. Deze eenheid is verbijsterend en zou vol gevaren zijn als niet de morele basis stevig in ons verankerd was. Mystiek kent geen vastgestelde wet of regel van goed en kwaad. Dit zou een gevaarlijke weg kunnen zijn, daar het kan leiden tot vergoelijken van immoraliteit, huichelarij, zichzelf goed praten en een rad voor ogen draaien, alle trucs van de ijdelheid van het lagere ego. De weg van de mystiek kan de mens misleiden tot inbeeldingen over zichzelf. Hij kan alleen gegaan worden door hem, die bewust de strijd met het eigen ego heeft aangebonden, zelfdiscipline beoefent en restloos eerlijk tegenover zichzelf staat in de grootste nederigheid, want de geringste ijdelheid is een misleiding. Inayat Khan schildert ons dit in het volgende voorbeeld: Het leven kan uitgebeeld worden als een gebouw, waarin verscheidene deuren zijn, waar men doorheen moet, en die lager zijn dan de lengte van de mens. En daar de natuurlijke neiging van de mens is rechtop te gaan, stoot hij bij iedere poging, die hij doet om rechtop te gaan, zijn hoofd tegen de deurpost. En het enige wat hem ervoor behoeden kan zijn hoofd te stoten is zich te buigen. We moeten in onze ontwikkeling bij iedere ontdekking steeds weer waken dat onze moraliteit wakker blijft. We zouden kunnen zeggen dat moraal het voorportaal is voor de mystieke ontwikkeling. Een ander punt is dat we ervoor moeten waken het evenwicht te houden tussen onze verantwoordingen in de wereld, de positie waar we in het leven geplaatst zijn, en onze innerlijke visie, onze mystieke visie. Het kan voorkomen dat we beschouwe9


lijk dingen over het hoofd zien, die onze positie in de wereld ons niet veroorlooft. Bij voorbeeld een leraar op school moét een standpunt innemen tegenover zijn leerlingen, dan moet hij de strijd niet schuwen zo dit onvermijdelijk is. In dit verband haal ik Inayat Khan’s woorden aan: ‘Voel en ken de waarheid en spreek en handel als ieder ander’. Tenslotte nog iets over de mysticus. Het is niét zo dat de mysticus eerst zijn weg vindt als hij een grote morele hoogte bereikt heeft. Mystiek is een temperament, een aanleg. Inayat zei tegen een van zijn moerieds: ‘You have a mystical temperament.’ Een temperament van restloze zuiverheid en echtheid, waarmee reeds jong de weg van zelfstandige verantwoording kan worden gevonden. Het is een geleidelijke ontwikkeling dóór de wetten van het uiterlijke leven heen, tot hoger mystiek beleven, hetgeen is: eenheidsbeleving die leidt tot het hoge stadium waarover ik in het begin sprak waar Inayat zegt: ‘Niets schijnt te goed of te slecht; ik weet geen verschil tussen de heilige en de zondaar sinds ik het Ene Leven zich in allen zie openbaren.’ In verband met dit hoge stadium werd Inayat Khan de volgende vraag gesteld: Vraag: ‘Er zijn toch dingen, die werkelijk verkeerd zijn, waartegenover men niet verdraagzaam kan zijn.’ Antw.: ‘Degene die verkeerd doet, heeft zijn eigen onrecht als grootste vijand. Behalve dat wij hard tegen hem zijn, is zijn eigen kwaad zijn vijand. Hij bevindt zich in moeilijkheden, de mensen die hij zal ontmoeten, en van alle kanten zal er vroeger of later haat naar hem toekomen. Het kan zijn dat wij een vergissing begaan, wij weten niet wat er achter iemands handeling verborgen is. Wees daarom verdraagzaam, vergevensgezind. Zo dikwijls schuilt er in een eenvoudig onrecht een verborgen recht en zo dikwijls heeft iets goeds een verborgen kwaad in zich. Bovendien kunnen wij niet altijd goed oordelen. In de eerste plaats hebben wij er het recht niet toe, tenzij we toeschouwer geworden zijn, dan eerst beginnen wij te leren hoe te oordelen, Doch wanneer wij ons te midden van de strijd bevinden, kunnen wij niet oordelen.’ Voor de mysticus is het niet altijd belangrijk welke uiterlijke functie hij in de wereld bekleedt, maar wel welke innerlijke standaard hij bereikt. Een mysticus is niet met de vinger aan te wijzen, want mystiek gaat schuil achter 1000 vermommingen. Er zijn onder de mystici koningen, zoals Salomo , de Profeet Mohammed was veldheer, er zijn kunstenaars en uitvinders, maar ook onopgemerkte heiligen en ogenschijnlijk doodgewone mensen. Er zijn er die ‘onbekend aan de wereld het Licht der Waarheid hebben hoog gehouden’. Hoe zullen we een mysticus herkennen? Inayat Khan zegt: ‘Herken de mysticus niet aan wat hij doet, maar aan wat hij is.’

Weergave van een inleiding van Manohary Voûte op de Hoorneboeg-Conferentie van mei 1975.

10


Het Nieuwe Testament met stukjes en beetjes tot ons gekomen Tijdens de Universele Eredienst staan op het altaar zeven kaarsen. Rond de kaars in het midden, voor allen die het licht van de waarheid hebben hooggehouden in de duisternis van menselijke onwetendheid, symboliseren de andere zes kaarsen de grote religies. Voor de kaarsen liggen de heilige boeken uit die religies, waaruit passages worden voorgelezen. Het vijfde boek is het Nieuwe Testament.1 Het spreekt wel vanzelf, dat het christendom vertegenwoordigd wordt door het Nieuwe Testament. Hoewel het Oude Testament voor een christen ook tot zijn bijbel behoort, is dat niet de meest kenmerkende tekst. Het Nieuwe Testament bevat de nieuwe boodschap die Jezus kwam brengen en het Oude Testament is eigenlijk het boek van de joden. Op het soefi-altaar liggen ze dus naast elkaar. Dit is weer een voorbeeld van het feit, dat in de boeken van een nieuwe godsdienst vaak stukken van de geschriften van de voorafgaande te vinden zijn. Deels komt dat omdat de nieuwe Boodschapper, die komt als de oude godsdienst in verval is, toch niet rond gaat als een soort beeldenstormer om die te vernietigen. Meestal is hij in die godsdienst opgevoed en brengt hij alleen nieuwe bezieling en stelt hij zich alleen op tegen misbruiken en verstarringen die binnengeslopen zijn. Deels komt dat ook omdat de autoriteiten van de oude godsdienst hun gezag niet willen kwijtraken en daarom openlijk of door een achterdeurtje invloed op de nieuwe uitingen willen blijven uitoefenen. Denk bijvoorbeeld aan de moeilijkheden in de vroegste christelijke kerk over de besnijdenis waarover men kan lezen in de Handelingen van de Apostelen en in de Brieven. Er ligt op het altaar dus het Nieuwe Testament. Zoals in de joodse Tenach het eerste deel, de thora, het allerbelangrijkste is, zo is het ook met het Nieuwe Testament. Daarin zijn de vier evangeliÍn het belangrijkst, omdat we vooral daarin hopen te kunnen vinden wat er over de persoon, het leven en de Boodschap van Jezus bekend is. Het is overigens niet mogelijk uit het evangelische materiaal een goede levensgeschiedenis van Jezus samen te stellen, want dat was niet het doel van de schrijvers. Ze wilden er een getuigenis van hun geloof in geven. Er was in die dagen veel tegenwerking tegen de nieuwe Boodschap en men krijgt sterk de indruk dat zelfs de discipelen Jezus’ bedoelingen niet altijd zo goed begrepen als hij wel gehoopt had. Zij konden dan ook alleen vertellen en beschrijven wat ze zelf hadden kunnen begrijpen en opnemen. We zien dus de Boodschap van Jezus alleen door wat zijn volgelingen ervan dachten. Zijn eigen woorden werden niet direct opgetekend. Men vraagt zich ook wel eens af of er niet hier en daar uitspraken tussen geschoven zijn, die niet zozeer van Jezus zelf waren, maar eerder van de evangelieschrijvers, die het verhaal wat mooier wilden maken, of van de nog jonge kerk. De Boodschapper brengt telkens weer het levende water, maar de kerk kan niet anders doen dan die vrije waterloop kanaliseren.

11


Verzamelingen met elk een eigen bedoeling

Heel in het begin hadden de christenen alleen de oude joodse geschriften. We kunnen ons goed voorstellen hoe graag men elkaar herinneringen aan de persoon van Jezus vertelde, de zo geliefde Meester, en aan wat hij predikte. Beseffend dat de oude garde er eens niet meer zou zijn, schreef men het belangrijkste op in het Grieks of in het Aramees. Geleerden zijn tot de conclusie gekomen dat er bijvoorbeeld een verzameling gelijkenissen bestaan heeft, een opsomming van de genezingen die Jezus gedaan heeft, en een verzameling uitspraken, zoals die van de Bergrede. Toen men behoefte begon te voelen aan eigen heilige boeken, werden de evangeliën geschreven met behulp van dergelijke verzamelingen en misschien ook mondelinge overleveringen. Er bestaat heel weinig eensgezindheid over de identiteit van de schrijvers van de evangeliën, evenals overigens over die van de overige bijbelboeken. Bijvoorbeeld, de traditie dat Marcus een leerling van Petrus was, wordt door velen betwijfeld. Evenmin is men er zeker van dat de Johannes van het evangelie dezelfde is als die van de Openbaringen, of zelfs maar dezelfde als de apostel. Het is waarschijnlijk wel bekend, dat de evangeliën ieder met een andere bedoeling geschreven zijn. Dat van Mattheus, die waarschijnlijk dezelfde persoon is als de tollenaar Levi, die door Jezus tot zich geroepen werd, zal geschreven zijn door iemand uit een Griekssprekende joodse gemeenschap, misschien ergens aan de Syrische kust. Het geschrift was bedoeld voor tot het christendom bekeerde joden en geeft telkens aan hoe de profetieën van de joodse boeken vervuld werden. Men denkt dat het tussen de jaren 70 en 80 geschreven is. Het evangelie van Marcus is waarschijnlijk het oudst en geeft de minst gecompliceerde tekening van strijd, lijden en dood van de Messias. Het moet geschreven zijn voor niet-joden, want vaak worden joodse woorden of gebruiken verklaard. Het zal tussen 65 en 80 geschreven zijn. Oordelende naar het soort Grieks dat hij schreef, moet Lucas een beschaafd, gestudeerd man geweest zijn. De traditie zegt dat hij geneesheer was. Hij schreef voor niet-joden tussen de jaren 80 en 90. Wij vinden bij hem veel dingen vermeld die bij Mattheus en Marcus niet voorkomen. Het vierde evangelie, van Johannes, wijkt sterk af van de andere drie. Het is veel meer filosofisch en mystiek getint. Het is uit dit geschrift dat men heeft opgemaakt dat Jezus drie jaar predikte, omdat Johannes de grote feesten noemt. Hij geeft niet zozeer korte gezegden van Jezus, maar meer lange verhandelingen. Men neemt aan, dat hij het evangelie tussen 75 en 105 schreef, en velen menen dat hij een later christen was, die Jezus nooit zelf gekend had.

Canon

Terwijl de joden de tekst van de thora als onveranderlijk beschouwen en hun studie zich richt op de toepassing ervan, is de studie van de christenen veelal tekstkritiek, een zoeken naar de oudste en meest betrouwbare tekst, naar de tekst die het dichtst bij Jezus’ eigen woorden komt. Aangezien er, zoals uit de Brieven van Paulus blijkt, toen al “dwaalleraren” waren – dat zijn lieden die hun eigen ideeën en leringen wilden schuiven onder die van Jezus – vond men het nodig officieel te beslissen welke geschriften men wilde aanvaarden als werkelijk uiting gevend aan 12


de christelijke opvattingen, de canon, en welke niet. Men was hiermee bezig tot wel voorbij het jaar 300. Maar zelfs daarna waren er nog boeken waarover men het niet eens was en zo komt het dat soms de ene kerk zo’n boek een plaats gaf in de canon en een andere kerk het ‘apocrief’ noemde, dat wil zeggen: wel leerzaam, maar toch niet zo’n vast geloof waard als de canon. In 367 werden voor het eerst de boeken van de canon opgesomd in een brief van de kerkvader Athanasius, bisschop van Alexandrië (295-373 na Chr.).

Vondsten

De oudste handschriften werden in het Grieks op papyrus geschreven wat een zeer broos en vergankelijk materiaal is, dat eigenlijk alleen bewaard blijft in het zeer droge woestijnzand van Egypte. Wàt er nog van bewaard is, bleek fragmentarisch te zijn, te meer nog omdat van 303 tot 311 het edict van keizer Diocletianus gold, dat alle christelijke kerken en geschriften vernietigd moesten worden. Er is één papyrus handschrift uit de vierde eeuw, dat een complete bijbel bevat. In ca. 1845 ontdekte een geleerde er enige bladzijden van, in een mand met rommel die verbrand zou worden, in een klooster op de Sinaï. Toen de monniken merkten dat dit iets belangrijks was, kwam later de rest van het boek onder oude ongebruikte kerkgewaden vandaan, het oudste handschrift van het Nieuwe Testament. In de vierde eeuw begon men op perkament te schrijven, een veel houdbaarder materiaal, maar ook hiervan gingen nog veel manuscripten verloren, omdat men zulke oude boeken niet naar waarde schatte en soms de tekst uitwiste om het perkament opnieuw te gebruiken. Met behulp van een kwartslamp zijn nu zelfs zulke uitgewiste geschriften weer leesbaar te maken.

Tekstkritiek

De tekstkritiek vergelijkt alle nog bewaarde teksten en weegt ze bij verschillen tegen elkaar af. Ook vertalingen en aanhalingen in andere oude geschriften worden bekeken, zoals bijvoorbeeld aangehaalde verzen uit het Nieuwe Testament in geschriften van de kerkvaders. Dit zijn bekende bisschoppen en leraren van de chris-

Begin van het evengelie van Mattheüs in de Grieks/Latijnse vertaling die Erasmus in 1516 liet verschijnen 13


telijke kerk tussen de eerste en eind zesde eeuw, wier geschriften groot gezag hadden op allerlei punten van geloof en traditie, bijvoorbeeld Gregorius, Clemens van Alexandrië, Origenes, Ambrosius, Augustinus, Athanasius, Hiëronymus. Erasmus (1466 - 1536) was al een van de geleerden die zich ernstig met tekstkritiek bezig hielden en men werkt er nog steeds aan. De Septuaginta uit de tweede en derde eeuw voor Chr. bevatte natuurlijk alleen het Oude Testament. In de tweede en derde eeuw na Chr. waren er drie verschillende vertalingen van het Nieuwe Testament in omloop en om verwarring te voorkomen werd aan de geleerde Hiëronymus opgedragen een standaardtekst in het Latijn samen te stellen, die de Vulgata of Vulgaat genoemd wordt en in het jaar 404 gereed was. De hele middeleeuwen door tot in de tiende eeuw bleef de Vulgaat zeer belangrijk, waarbij we moeten bedenken dat Latijn toen de internationaal gangbare taal was, waarin ieder die iets geleerd had kon spreken en corresponderen met collega’s dichtbij of veraf. Grieks werd pas later bestudeerd en van Erasmus verscheen een gedrukte, tekstkritische uitgave van het Nieuwe Testament in het Grieks, met zijn eigen Latijnse vertaling ernaast. De eerste vertaling in de spreektaal van een volk naast Latijn of Grieks, was die van bisschop Wulfila in het Gotisch, al voor het jaar 381, met zilveren letters en gouden hoofdletters geschreven op purper gekleurd perkament. Er worden hiervan nog grote stukken bewaard in Upsala. Doordat er een tijd was dat de kerk de bijbel niet in ieders hand wilde zien, dateren andere soortgelijke vertalingen (Franse, Engelse, Nederlandse, Duitse, enz.) meest pas van het eind van de veertiende tot de zestiende eeuw. Nu is de gehele bijbel in meer dan tweehonderd talen te lezen, en gedeelten ervan in meer dan duizend talen. Rubab M.C. Monna / bewerking Kariem Maas 1 Ongeveer twintig jaar geleden heeft de inmiddels overleden Rubab M.C. Monna verhelderende toelichtingen geschreven op de heilige boeken waaruit gelezen wordt tijdens de Universele Eredienst. Eerder zijn ze verschenen in het tijdschrift Soefi Contact. Kariem Maas heeft ze ewerkt tot een serie, waarvan de eerste aflevering verscheen in de Soefi-gedachte van december 2008.

14


Over het vertalen van teksten van Hazrat Inayat Khan De woorden van de Soefileraar Hazrat Inayat Khan hebben een diepe, tijdloze betekenis. Hij bracht immers de Boodschap niet alleen voor de tijd dat hij op aarde leefde (1882 – 1927), maar ook voor de eeuwen die zouden volgen. De gebeden Saum, Salat en Khatum zijn de gebeden voor deze tijd. ‘De Boodschap’ is een boodschap van liefde, harmonie en schoonheid voor de mensen van deze tijd. Hazrat Inayat Khan was als groot mysticus zich zeer bewust van de betekenis van de woorden die hij uitsprak. Op zeker drie plaatsen in zijn oeuvre vind je zijn dringende verzoek: "Do not change my words." Dus wensen om zijn taal te moderniseren of aan te passen aan de ‘gender’ (man/vrouw), dienen wij met de grootst mogelijke voorzichtigheid te overwegen en worden vrijwel steeds afgewezen. Dit geldt dus voor de oorspronkelijk Engelse taal van de Soefileraar, maar hoe zit het met vertalingen? Ik meen dat wij in een vertaling steeds moeten zoeken naar de betekenis van het origineel. Als wij bijvoorbeeld het woord ‘brotherhood’ proberen te vertalen, dan is het mijns inziens duidelijk dat in dit woord geestelijke verbondenheid doorklinkt. Dus mensen met hetzelfde ideaal die zich hierdoor met elkaar verbonden voelen. Vertalen met ‘familie’ is dus mijns inziens onjuist, omdat de leden van één familie weliswaar een bloedverwantschap hebben, maar nog niet gedragen worden door geestelijke verbondenheid. Er is in Nederland jaren geleden door International Head Quarters (IHQ) een Dutch Publication Committee (DPC) ingesteld dat tot taak heeft de teksten van Hazrat Inayat Khan zo nauwkeurig mogelijk in het Nederlands te vertalen. Zo zijn alle gebeden nauwkeurig opnieuw vertaald en in de Soefi-gedachte afgedrukt en er zijn ook verschillende Soefiboeken in nieuwe hedendaagse vertalingen verschenen. Het DPC doet zijn werk zo goed mogelijk, maar constateert ook dat er bepaalde woorden in het Engels zijn gebruikt, die heel erg moeilijk in het Nederlands vertaald kunnen worden. Het woord ‘mind’ is daar een voorbeeld van. Hoewel het soefisme een boodschap is van geestelijke vrijheid, probeert het DPC toch met zeer grote nauwkeurigheid de vertalingen te doen en te controleren. Ameen Carp, Lid Dutch Publication Committee (DPC)

15


Hazrat Inayat Khan 'over water' Krishna J.B. de Caluwé

Het dichtwerk van Hazrat Inayat Khan staat weinig in de belangstelling. Sommigen weten misschien niet eens dat Hazrat Inayat Khan, behalve musicus, ook dichter was, zij het voornamelijk in zijn jeugd. Het onderstaande is genomen uit een van de vele latere toespraken van Hazrat Inayat Khan. En zoals deze toespraak onder de titel ‘Het wezen van het hart’ in gewoon proza is opgetekend als Sociale Gatheka, nr 32, is deze op zich al boeiend om te lezen. Maar als je goed leest kun je ook proeven hoe verbeeldingsrijk en ‘dichterlijk’ de aard van Hazrat Inayat Khan was. Door zijn latere intensieve soefi-werk kwam de Meester er niet meer toe om veel gedichten het licht te doen zien. Maar zelfs zijn proza verloochent zijn dichterlijke aard niet. Lees met mij mee uit Gatheka 32. (Ik heb het fragment slechts licht bewerkt – voornamelijk door de regelindeling – zodat dezelfde prozatekst van Inayat Khan er in deze versie inderdaad als ‘poëzie’ uitziet en voelt.) Het hart van de mens wordt wel vergeleken met water. Of het is tot sneeuw bevroren, of het bevindt zich in vloeibare toestand. Wanneer het bevroren is, is het tot kristal geworden. Is het vloeibaar, dan stroomt het. Dit stromen is zijn natuurlijke toestand. En dan zijn er twee soorten water: zout en zoet. De zee, genoegzaam in zichzelf, is onverschillig voor al het andere. Haar water is zout omdat zij van wat dan ook onafhankelijk is. Zij brengt gezondheid, geluk en genoegen aan wie er langs gaan, omdat zij de volmaaktheid symboliseert en van niemand iets vraagt. Zij rijst en daalt en kent in haar onmetelijkheid geen afhankelijkheid; zo blijkt haar volmaaktheid. Maar het water van een rivier is zoet. Het is zoet omdat het zich tot de zee aangetrokken voelt en verlangend is, de zee te bereiken. Een rivier symboliseert de vorm van liefde die het voorwerp van zijn liefde zoekt. Een hart dat God en Zijn volmaaktheid liefheeft kan vergeleken worden met een rivier die de zee zoekt. En dan is er het kleine stromende beekje, dat men geen rivier kan noemen maar dat zijn eigen manier van stromen heeft en dat eigenlijk nog mooier is om te aanschouwen, want het geeft uitdrukking aan bescheidenheid, zuiverheid van karakter en schoonheid. Het water van een kleine beek is altijd zuiver. Het stromende beekje symboliseert de natuur van een onschuldig hart. Bittere ondervindingen hebben het niet geraakt, het is klaar en helder gebleven. 16


Verder is er het water van een kleine poel. Soms is het modderig, soms smerig. Waarom? Door zijn te geringe omvang; hij is te klein. Evenzo brengt een bekrompen hart altijd modder. Omdat het bekrompen is en geen diepte heeft, dringen alle elementen van de aarde erin binnen en beroven het van zijn zuiverheid. Ook is er het water van een grote vijver, waarin waterlelies groeien en kleine visjes zwemmen, waarin de zon zich weerspiegelt en het maanlicht schone visioenen tovert, waar men naar zou willen blijven kijken, omdat ze voor ieder die ze ziet de vloeibare natuur van het onbevroren hart symboliseren. Het is stil en kalm. Aan zijn oever verwijlen brengt het hart tot rust. In zijn stil oppervlak kan men zich spiegelen. Van een bron is het water geneeskrachtig en bezielend, omdat het van boven komt en vandaar op de aarde is neergevallen. Zo is het karakter van een bezielende geest. Het hart dat omhoog welt, dat als een bron water uitstort in de vorm van inspiratie, hetzij in poëzie, hetzij in muziek, hetzij in welke vorm dan ook, straalt schoonheid uit en werkt genezend. Tenslotte is er de fontein, die omhoog rijst en neervalt in ontelbare druppels. Dit is mensenwerk, zoals ook de menselijke persoonlijkheid door de mens zelf gemaakt wordt. dan rijzen zijn gevoelens als een fontein omhoog en iedere druppel komt omlaag in de vorm van een deugd. En zo symboliseert het water dat vanuit de zee als waterdamp opstijgt naar de hemel de aspiratie van het hart. Een hart dat verlangt omhoog te rijzen vertoont het kenmerk van waterdamp. Het is het hart van de aan God toegewijde mens, het hart van de zoeker, het hart van hem die voortdurend bedacht is op het bereiken van hogere idealen. Zo’n hart vol bezieling wordt een wolk en stroomt neer als een regen van hemelse schoonheid in de vorm van beeldende kunst, of poëzie, in de vorm van muziek of welke vorm van goedheid en schoonheid dan ook.

17


Wat er eigenlijk staat Bijbelvertalingen leren ons lezen Kariem Maas Heilige geschriften – we kunnen niet zonder, maar ze bezorgen ons tegelijkertijd kopzorgen. We hebben de sangha nodig (de gemeenschap van verlichte geesten in kerken en kloosterordes) om de dharma (de leer) door te geven en zo de band met de geest (boeddha, christus) levend te houden. Dus moeten we elkaar hierover vertellen en, naarmate de boodschap zich verspreidt in tijd en ruimte, deze vertalen. En daar beginnen de kopzorgen. In vrijwel elke traditie vind je terug dat de oorspronkelijke leraar zelf niet schreef, maar zijn boodschap mondeling overleverde. Anderen legden die vast. Ooit, ergens, in een taal. Inmiddels is de authenticiteit van die teksten omstreden, soms zijn ze deels verloren gegaan. Wat moet je daarvan vertalen, en hoe doe je dat? Er is vrijwel geen religie die niet kampt met deze hindernissen op weg naar verlichting, het Universeel Soefisme niet uitgezonderd. De christelijke kerk heeft een lange traditie in vertalen en de worsteling daarmee. Welke keuze je in de Universele Eredienst ook maakt bij het heilige boek dat op het altaar ligt bij de kaars van het christendom – zie daarover het artikel van Rubab Monna in deze Soefi-gedachte – er is altijd wat op aan te merken. Elke vertaling en selectie is tegelijk een statement van jewelste. De twee andere monotheïstische religies uit dezelfde contreien, jodendom en islam, omzeilen dat vertaalprobleem door vast te houden aan de oorspronkelijke tekst in de oorspronkelijke taal. Afgezien van de heikele vraag wat ‘oorspronkelijk’ is, verschuift het probleem daarmee naar de lezer of toehoorder: die moet dan maar voor zichzelf de juiste vertaling zien te vinden. In dit artikel belicht ik een aantal aspecten die aan de orde zijn bij bijbelvertalingen. Een prozaïsche beschouwing, die echter ook te lezen is als parabel, want die ogenschijnlijk louter technische aspecten betreffen ook onze eigen omgang met heilige geschriften. Tussen de regels door doemt de vraag op hoe wij zelf omgaan met de vertaling ervan in ons leven.

Bronteksten

Nog afgezien van de dilemma’s waarmee nieuwe vondsten van oude teksten bijbelonderzoekers confronteren, is er het probleem hoe de gebezigde taal moet worden getaxeerd. Was het gewone spreektaal? Of gebruikten de schrijvers een bijzondere, ‘heilige’ taal die niet zomaar is te vertalen? Inmiddels is duidelijk dat de profeten Elia en Elisa ‘spreken’ in een taal die niet van hun eigen tijd was. Het blijkt dat veel boeken geschreven zijn in een taal die destijds al niet meer gangbaar was. Moet je dat dan in de vertaling laten uitkomen? In een soort verheven taalgebruik? Mogelijk doe je met gewoon hedendaags Nederlands de schrijvers geen recht. Of is dat overdreven gewicht hechten aan toevallige eigenaardigheden? De parallel bij het Universeel Soefisme is de wat eigenaardige taal van Hazrat Inayat Khan. Zijn Engels is van iemand uit India, die zich gaandeweg adequater in een vreemde taal en culturele context weet uit te drukken. Als hij ons op het hart drukt “do not change my words”, hoe eigenaardig moeten we dan blijven? 18


Gesproken, niet gelezen

Daar komt bij, dat van oudsher de hebreeuwse bijbel gesproken taal was – hij werd hardop (voor)gelezen. Volgens sommigen is dat aan de tekst af te lezen: de zinnen zijn steeds één adem lang. Volgens diezelfde vertalers zou je dat ook in de vertaling uit moeten laten komen. Het proza komt er dan als moderne poëzie uit te zien: allemaal korte regels. Is dat alleen iets uiterlijks, of gaat het dieper? Gurdjeff raadde aan zijn boeken drie maal door te nemen: de eerste keer zo oppervlakkig als je een krant leest; de tweede keer hardop en pas de derde keer kun je aandachtig lezen. Bij de soefi’s zijn er ook die het standpunt huldigen, dat je moet luisteren naar teksten, dan komen ze eerder in het hart dan dat je ze (met je verstand) leest. Dan moeten de vertalingen daar natuurlijk wel op inspelen.

Liegen of lasteren

Hoe vrij mogen vertalingen zijn bij het overzetten van al die eigenaardigheden van de brontaal? Het klassieke voorbeeld is de vertaling van de Engelse uitdrukking ‘How do you do?’ in het Nederlands. De vertaling ‘Hoe doet gij doen?’ klinkt diepzinnig, maar slaat natuurlijk nergens op. Dit is een opzichtig voorbeeld; er zijn natuurlijk vele nuances in uitdrukkingen die lastiger zijn. Als je dan vrij vertaalt, geef je al gauw niet meer precies weer wat in de bijbel staat, en schend je Gods woord. In de Groot Nieuws Bijbel zijn verzen samengevoegd, omdat de vele herhalingen erin in het Nederlands storend werden bevonden. Al heel vroeg merkten vertalers dat ze voor onoplosbare dilemma’s stonden. Rabbi Jehoeda, een schriftgeleerde uit de tweede eeuw van de christelijke jaartelling, constateerde al: “Wie een bijbelpassage vertaalt naar haar vorm [= letterlijk], zie die is een leugenaar; en wie eraan toevoegt, zie die lastert (God)!”

Van oudsher al vier benaderingen

Uit de wereld van sprookjes, magie maar ook esoterie kennen we het belang van letterlijkheid. Het is de wereld van abacadabra en simsalabim. Zeg je de spreuk niet precies goed, dan volgt niet het bijbehorende effect. Letterlijkheid is hier dus echt letter voor letter van belang. Uit de synagoge kennen we een minder radicale gradatie van letterlijkheid. Er wordt voorgelezen uit het oorspronkelijke Hebreeuws en er wordt daarna vrijelijk geparafraseerd om de tekst te duiden. Als je toch echt de tekst zelf wil vertalen is de volgende stap om zoveel mogelijk de structuur en eigenaardigheden van de ‘brontaal’ te laten uitkomen in de eigen taal, de ‘doeltaal’. Dat levert het vaak merkwaardige Nederlands op dat we kennen van de Statenvertaling (‘de tale Kanaäns’). Sinds kort is er de ‘Naardense bijbel’ waarin met hetzelfde principe is gewerkt. De meest losse variant is wat vertalers van buitenlandse romans en dergelijke doen: zorgen voor een vlot leesbare vertaling in de ‘doeltaal’, waarin bedoeling en sfeer zo vanzelfsprekend mogelijk overkomen. De beperking van deze bandering is dat de vertaler voor de lezer uitmaakt wat de bedoeling is. De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) die sinds enkele jaren op de markt is, vaart hier tussendoor. Deze vertaling noemt zichzelf ‘brontekstgetrouw en doeltaalgericht’.

Naardense bijbel

Na tweeëndertig jaar noeste arbeid publiceerde Pieter Oussoren in 2004 zijn ‘Naardense bijbel’. Over zijn vertaling schreef hij: “Als we de nu in Nederland meest gebruikte vertalingen overzien, dan horen de Statenvertaling en NBG 1951 tot de 19


preciezen, mogen de Groot Nieuwsbijbel en Het Boek tot de rekkelijken worden gerekend en delen de Willibrordbijbel en de Nieuwe Bijbelvertaling een plek in het midden. Bij deze zes vertalingen, ieder met hun eigen functie, bieden wij nu een zevende aan, in de hoop dat er méér volgen. De rijkdom van een heilig boek (en ook van onheilige boeken) is nooit in één en zelfs niet in zeven vertalingen volledig weergegeven. Met de Naardense Bijbel hopen wij meer zicht te geven op wat er in de Hebreeuwse bijbel en het Griekse Nieuwe Testament ‘letterlijk’ staat, zonder kennis van Hebreeuws en Grieks bij de lezer te veronderstellen”. Volgens vrijwel alle recensenten is hij hierin geslaagd zonder in een ‘nederhebreeuwse orakeltaal’ verzeild te raken. In deze vertaling, die niet is gemaakt om een luchtig-leesbare tekst af te leveren, zijn eendere woorden eender (concordant) vertaald, maar dus ook verschillende woorden verschillend. Oussoren: “Het Hebreeuws heeft zes verschillende woorden voor leeuw: wij hebben er uiteindelijk ook zes bij elkaar gesprokkeld”. Concordant vertalen gaat ervan uit dat wie de vorm van een tekst wijzigt, ook de inhoud veranderd. Daarom moeten vorm, sfeer en opbouw van het origineel in de vertaling zoveel mogelijk behouden blijven.

Nieuwe bijbelvertaling

In hetzelfde jaar als de Naardense bijbel (2004) verscheen het resultaat van een groots opgezet vertaalproject, met vele groepen vertalers, meelezers en andere deskundigen: de Nieuwe Bijbel Vertaling (NBV). Deze is niet brontaalgetrouw maar wil wel brontekstgetrouw zijn. Dat wil zeggen dat het doel wel een vlot leesbare vertaling was, maar dat zoveel mogelijk recht zou worden gedaan aan de oorspronkelijke context, de stijl en verschillen in genres. Dat betekent dat ook zoveel mogelijk van de sociaal-culturele ‘couleur locale’ is bewaard. In deze tekst ligt men nog steeds aan aan tafel (wat wij ons al nauwelijks meer kunnen voorstellen) en is de aarde plat (wat natuurlijk achterlijk is in ogen van sommigen). Helaas, zo vinden velen, sneuvelde daarmee ook vertrouwde begrippen als het stalletje, de herberg en de kribbe. In deze vertaling ligt Jezus voortaan in een voederbak, omdat er geen plaats was in het plaatselijk nachtverblijf. De vertalers verantwoorden ‘voederbak’ als volgt: “Het woord krib of kribbe is een oud Nederlands woord waarmee een etensbak van dieren aangeduid wordt. In het tegenwoordige Nederlands wordt ‘kribbe’ algemeen geassocieerd met kerststallen en de romantiek van Kerst. Dat is de reden waarom ‘voederbak’ een betere vertaling is: het ging Lucas er niet om een romantische kerstvoorstelling te maken, maar om de harde werkelijkheid te laten zien van een kind in een voederbak waar normaal de beesten uit aten.” De overweging voor ‘nachtverblijf’ was dat het oorspronkelijke woord niet zo specifiek is als herberg. En ook moet de ingeslopen romantiek worden gecorrigeerd. “Het woord herberg heeft voor veel mensen een romantische, Anton-Pieck-achtige bijklank; het is een ouderwets woord, dat eigenlijk vooral nog gebruikt wordt in namen van etablissementen die een knusse, romantische sfeer willen uitstralen. Er is gekozen voor een neutraler woord, ‘het nachtverblijf’. Dat kan zowel verwijzen naar een net hotel als naar een ommuurde plaats waar reizigers en hun dieren veilig de nacht konden doorbrengen”.

20


Steeds verdergaande transformaties

De volgorde van woorden en zinnen vraagt soms omzetting om de nieuwe tekst leesbaar te houden. Uitdrukkingen en gebruiken veranderen in de loop der eeuwen en moeten aangepast worden voor een goed begrip. Maar ook woorden kunnen van betekenis veranderen. Het woord broeder werd in bijbelse tijden ook gebruikt voor een neef. Nog weer een stap verder is om uitleg toe te voegen aan (al te) beknopte zinnen in de oorspronkelijke tekst. Of om omslachtige constructies weg te laten. De vertalers van de NBV schrijven over een voorbeeld hiervan in Leviticus 19:17: “Het Hebreeuws heeft hier letterlijk: ‘Je zult je broeder in je hart niet haten. / Ter verantwoording, je zult je volksgenoot ter verantwoording roepen / en niet zul je schuld opladen vanwege hem’. “In de brontekst verwijzen ‘broeder’ en ‘volksgenoot’ naar dezelfde categorie. In het Nederlands is dat niet zo logisch. Dit is in de vertaling opgelost door het gebruik van het woord ‘haatdragend’: ‘Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je’. “Bij ‘haatdragend’ hoeft geen object genoemd te worden, maar het vormt wel een mooi contrast met het ‘liefhebben’ van je naaste dat in de zinnen daarna aan de orde komt”.

Lezen met je hart

Het is duidelijk dat vertalers zich met dit soort transformaties op glad ijs begeven. Het belangrijkste daarbij is dat de lezer de mogelijkheid krijgt om ‘achter’ de vertaling te kijken om er zijn eigen mening over te kunnen vormen. Bij de NBV is dat het geval. Met dank aan internet kunnen bijbellezers nu meer dan ooit achter de woorden kijken en alle vertalingen naast elkaar zetten. Wie dat doet beseft dat het eigenlijk door al die verschillen is, dat je leert lezen. De verschillen doen je beseffen dat woorden niet zomaar iets zijn en dat er naast vele manieren van schrijven ook vele manieren van lezen zijn. Dan kun je ook de stap maken om die verschillen niet te beschouwen als lastige kopzorgen of breinbrekers die moeten worden opgelost. Dan kun je gaan lezen met je hart. Uiteindelijk is er naast de dharma (de leer) en de sangha (de gemeenschap) ook nog de boeddha (de geest, de christus). Het is de geest die vaardig moet worden. In die zin is alle lezen zoals poëzie: er staat niet wat er staat. Voor dit artikel is dankbaar gebruik gemaakt van de schat aan informatie die te vinden is op de sites rond de Nieuwe Bijbelvertaling: www.nbv.nl, www.voederbak.nl en www.rondomdebijbel.nl. Buitengewoon handig is de site met alle belangrijke Nederlandse bijbelvertalingen naast elkaar: www.bibliaja.net. Over de Naardense bijbel is alles – inclusief de volledige tekst – te vinden op: www.naardensebijbel.nl.

21


‘Lauwe soep, hete spreektaal’ Tamarah Benima

Een groep op reis bij elkaar houden is niet gemakkelijk, weet ik nu. Voor het eerst begeleidde ik een reis. Als een schaapshond jutte ik achterblijvers op, bang ze kwijt te raken. Daarom valt me nu op hoe ordelijke de Israëlieten door de woestijn reisden (Numeri 10,11-28). Het teken om te blijven of verder te trekken was Gods ‘wolk’ boven het tabernakel. Bleef de wolk, die ‘s nachts de indruk gaf “als vuur” te zijn (Num. 9, 15 en 9,16), boven het tabernakel hangen - ”twee dagen, een maand of een jaar” (Num. 9,22) - dan werd er niet gereisd. Trok hij op, dan gingen ze verder. Zowel bij het verdertrekken als bij het stilhouden van de ark van het verbond sprak Mosjé een speciale formule uit. Bij het optrekken: “Wajehie binso’a ha-aron, wajomer Mosjé, koema Adonai we-jafoetsoe oiwecha we-janoesoe mesanècha mippanécha” (10,35). Bij het stilhouden: “Oewenoecha omar, sjoewa Adonai riwewot alfee Jisraeel”(10,36). De eerste formule wordt tijdens een synagogedienst gezegd als de Thora uit de aron (thorakast) wordt gehaald, de tweede als hij er weer in wordt gezegd. Ik kan ze dromen. Toch herkende ik ze in eerste instantie niet toen ik ze in een vertaling zag staan: “Sta op Eeuwige, opdat uw vijanden worden verstrooid en Uw haters van vóór Uw aangezicht vluchten” en “Keer terug, Eeuwige! tot de tienduizenden der tienduizenden van Israël”. Vredenburg vertaalt de eerste formule als een wens, de NBV meer als een feit: zodra God opstaat stuiven zijn vijanden uiteen en vluchten zijn tegenstanders. Hoe het ook zij, mijn aanvankelijke niet-herkenning geeft aan dat een tekst in de oorspronkelijke taal en in een religieuze context heel anders werkt dan dezelfde tekst in de spreektaal. Zou ik deze formule net zo gemakkelijk in het Nederlands zeggen? Dat denk ik niet. Maar het punt is, de sjoelgangers zeggen ze niet in het Nederlands, maar in het Hebreeuws. De critici van de Koran, Bijbel en Tenach zijn vaak verstoord door de letterlijke betekenis van hun teksten. Terecht. Ze vergeten dat de moskee-, kerk- en sjoelgangers de soep vaak niet zo heet eten. Het kan zelfs zijn, dat de eis om moskeepreken in het Nederlands te laten houden (zoals al 150 jaar gebeurt in sjoel), een averechts effect heeft: dat het radicaliseert. Aan de andere kant, elke religieuze tekst in de spreektaal brengt onmiddellijk vragen met zich mee. De lezer/ spreker krijgt een extra theologisch probleem. Het worstelen daarmee maakt hem/haar religieus volwassen. Met dank aan de uitgever en auteur voor toestemming voor overname uit opinieblad VolZin (juni 2009, pag. 19), www.opiniebladvolzin.nl’.

22


Gebed voor vrede Schenk uw vrede, o Heer, uw vrede die alle verstand te boven gaat, opdat wij vrede mogen uitstralen. Schenk uw vrede, o Heer, opdat wij harmonieus mogen voelen, denken, spreken en handelen. Schenk uw vrede, o Heer, opdat wij tevreden mogen zijn en dankbaar voor uw overvloedige gaven. Schenk uw vrede, o Heer, opdat wij in ons aards bestaan uw zegen mogen ervaren. Schenk uw vrede, o Heer, opdat wij alles mogen verdragen en verduren in de gedachte aan uw genade en mededogen. Schenk uw vrede, o Heer, opdat ons leven één goddelijke visie moge worden en in uw licht alle duisternis moge verdwijnen. Schenk uw vrede, o Heer, die onze vader en moeder zijt, opdat wij, uw kinderen op aarde, één grote familie mogen worden. Amen.

Bewerking 2009, Jaap.Dekker. Deze vrije bewerking heb ik gemaakt, in een poging de bedoeling van Hazrat Inayat Khan beter uit te drukken door een taal-gebruik dat -naar mijn gevoel- meer duidelijk, logisch en compleet is dan in vorige versies. 23


Geankerd zijn in God

Maharani de Caluwé-Rombout Hazrat Inayat Khan vertelde eens dat er een man naar hem toe kwam nadat hij een reeks lezingen had gehouden. Die zei: “Al uw voordrachten spreken mij zeer aan, ik geloof dat ieder woord ervan waar is; ik heb altijd in deze geest gedacht. Ik zou uw leiding bijzonder graag volgen, maar alleen op een voorwaarde dat u de naam van God niet noemt.” Ook wij horen vaak dergelijke bezwaren. Waardoor roept de naam van God weerstand op? De vraag hoe we God zien, hoe we God gebruiken, is een vraag die mij als kind al bezig hield. Als kind kon ik al niet begrijpen dat God een figuur zou zijn die daar ergens in de hemel troont en de wereld gadeslaat: wie goed doet en wie kwaad. Wat is God dan voor iemand, dacht ik. Als je almachtig bent laat je alles toch niet zo maar gebeuren, dan laat je toch zien wat liefde is. Nu denk ik: waarom maken we van God iets statisch? Is dat nodig om verantwoordelijkheid te kunnen overdragen? God zal je belonen of straffen. Geeft dat begrip een veiliger gevoel en hebben we daardoor de illusie dat we God kunnen begrijpen? Misschien wordt ons zoeken naar God wel belemmerd door dat concept van God. In onze traditie lijkt het of God gezien wordt als een persoonlijkheid en het loslaten van dat ‘persoonlijke’ beeld wordt waarschijnlijk bemoeilijkt door onze godsdienstige orthodoxe opvoeding. Als er mensen kwamen bij Rama Krishna, dan vroeg hij hun hoe ze over God wilden praten, met eigenschappen of zonder eigenschappen? Daar is dat inherent aan hun traditie, maar voor ons is die vraag al mysterieus, zo een ruim denken is niet meer aanwezig, dat is geblokkeerd. Vanuit de Oosterse traditie leren we het concept kennen van ‘de God voorbij God’. Dat is een mooie symbolische gedachte. Een God die zich manifesteert in alles en niet tot één beeld terug te brengen is. Anders gezegd, ieder beeld kan een godsbeeld zijn, het is slechts één manifestatie van God. Woorden als almachtig, alomtegenwoordig, aldoordringend, krijgen een heel bijzondere betekenis als deze niet aan een beeld zijn gekoppeld maar aan een aanwezigzijn. Een aanwezigheid van de goddelijke potentie in alles, in de natuur, in jezelf en in anderen. Dat is wat het woord immanent betekent: in zichzelf besloten, inwonend. Aan het slot van het Thomas-evangelie vraagt de discipel: “Wanneer zal het koninkrijk Gods komen?” Jezus antwoordt: “Het zal niet komen in een verwachting. Het koninkrijk van de Vader is uitgebreid op de aarde en de mensen zien het niet.” Met andere woorden: alles heeft zijn verankering in God. En dat is precies de betekenis van de realisatie van het Nirwana. Nirwana betekent niet niets. Het betekent: geen vana, geen verschil. Een uitrijzen boven onderscheid en verschil. Je ervan bewust worden dat de eeuwige dimensie, Gods koninkrijk, hier is, nu en overal. Dat is een verandering van gezichtspunt; het is verandering van perspectief. Je kunt naar de ander kijken als naar een ‘het’ of je kunt naar de ander kijken als 24


jouw broeder of zuster, met het gevolg dat de hele wereld verandert. Alleen door vanuit een ander gezichtspunt te kijken naar je medemens, door de ander niet te zien als een ‘jij’ en jezelf niet als een ‘ik’ kun je eenheid ervaren, en samensmelten in de Ene. In manifestatie zijn we verschillend maar in werkelijkheid EEN. In ‘De ziel vanwaar, waarheen’ zegt Hazrat Inayat Khan: “Wat is het dat de ziel haar eigen bestaan doet kennen? Het is iets waarmee zij zich tooit, iets wat zij aanneemt, bezit, in eigendom heeft en gebruikt. Wat is het dat de koning zijn koningschap doet kennen? Het is zijn paleis, zijn Koninklijke omgeving, mensen die in een eerbiedige houding voor hem staan. Als dat alles ontbrak, zou de ziel geen koning zijn. Daarom is de koning een paleis. Het zich bewust zijn van zijn omgeving doet de ziel voelen: ‘Ik ben die en die.’ Datgene waarmee zij zich tooit, doet haar zeggen: ‘Ik ben dit of dat.’ Zonder dat, is zij van oorsprong naamloos, vormloos.” In je directe omgeving vervul je een bepaalde rol en word je op een bepaalde manier ervaren. Maar buiten die omgeving ben je alleen maar mens, een van de vele mensen die onderweg zijn, een klein straaltje van die onmetelijke zon, die wereldenergie. God is wereld-scheppende energie, dat is een mysterie dat aan het denken voorbij gaat, dat is ervaren wat er op je pad komt, je daarvan bewust worden en je daar wel of niet mee verbinden. Moeilijk om te begrijpen maar als het eenmaal duidelijk is, is het eigenlijk heel gemakkelijk om naar te leven. In het Thomas-evangelie zegt Jezus: “Hij die mijn woord gehoord heeft en het in zich heeft opgenomen, is als ik.” Hij die zich ermee verbonden heeft. Datzelfde staat ook in een boeddhistisch geschrift: “De Tathagata leert, dat er geen Zelf is die denkt en doet. Maar dat er een geest is die ons inzicht geeft die tot die verlichting leidt.” Alles wat samenhangt met het verlies van het zelf en zijn vasthoudendheid, alles wat zich overgeeft aan de Geest van Leiding is mystiek en dat is het begin van een diepe verankering in de ENE, die wij meestal God noemen. Als onderdeel lijken we misschien maar kleine straaltjes met beperkt licht maar juist door samenbundeling van die straaltjes creëren we de mogelijkheid tot een briljant licht. In Gita II, Het pad van bereiking, zegt Hazrat Inayat Khan: “Alles is mogelijk. Onmogelijk ontstaat door de begrenzing van ons vermogen om te begrijpen. Verblind door ons leven van luttele jaren op aarde zegt de mens: dit is mogelijk en dat is onmogelijk. Eenmaal als hij boven die begrenzing uitrijst zou onze ziel niets anders zien dan mogelijkheden. Het is dan, dat de mens een glimp van God opgevangen heeft. Mogelijkheid is de natuur van God en onmogelijkheid de beperking van de mens. Streven naar het onmogelijke is het beste spel dat je kunt spelen.” Het praktisch denken belemmert voor een deel dat contact met het innerlijk. Als het contact met die diepte er niet is voelt de mens zich ontworteld. Ons levensproces is onze band met het Goddelijke. Ongeacht wat we gedaan hebben, dat proces is er gewoon en dat is wie we zijn. Het is leven vanuit een goddelijke weten. Sommigen vertalen die ervaring op traditioneel-christelijke wijze, anderen op Boeddhistische wijze en weer anderen zien het als het werk van een hogere macht, de Geest van Leiding. Hoe we vorm geven aan ons geestelijk leven is een persoonlijke zaak. Ook als je zegt 25


niet te geloven is de geest toch in jezelf aanwezig. Ik denk dat het belangrijk is om te ontdekken dat elke rol in dit leven belangrijk en tegelijk relatief is, dat we één zijn met het universum en er toch geen macht over hebben. Ieder mens is een proces. Het universum is een proces. Alles om ons heen, de natuur, is een proces. Vertrouw erop dat je levensproces zich vanzelf zal ontvouwen en zie elke nieuwe situatie als een leerproces. Nietzsche zegt in de inleiding van ‘Alzo sprak Zarathoestra’ dat er drie stadia van geest zijn. Het eerste is dat van de kameel; de kameel zakt door zijn knieën en zegt ‘laad maar op die last’. Dat is het stadium van de jeugd en de leertijd. Als de kameel goed beladen is, staat hij op en loopt de woestijn in. Dat is als de mens het ouderlijk huis verlaat. Daar is hij alleen en ontdekt zichzelf en daar wordt hij tot leeuw. De functie van de leeuw, de daad die hij moet stellen, is het doden van de draak, en de naam van de draak is ‘Gij zult’. Op iedere schub van de draak staat een wet geschreven, sommige dateren al vanaf 2000 voor Christus, andere zijn afkomstig uit de krant van gisteren. De mens ontdekt dat er twee verschillende dingen zijn: het ene is onderwerping, gehoorzaamheid, leren, en het andere is inzicht, kracht en zelfbewustzijn. Het doden van de draak is het woordje ‘moeten’ te verwijderen uit je leven. Dit door je eigen leefregels te ontdekken en niet door te leven volgens de regels van anderen. Natuurlijk respecteren we de wetten en de leefregels van anderen, maar het is niet nodig om ze tot je richtsnoer te maken. Het is ook niet nodig om ze te veroordelen want juist het niet-oordelen is een vorm van inzicht waardoor je het leven zuiver kunt zien, wat de interesse in de ander levend houdt. Zoals een onschuldig kind open de wereld inkijkt en nieuwsgierig is naar het leven. Ook al kunnen we het innerlijk en de motivatie van de ander niet zien, het begrip om te weten dat de vorm alleen maar een buitenkant is en dat de ziel de ware essentie is van de mens, de goddelijke bron, helpt ons om open te zijn naar de ander. Het feit dat ieder van ons een proces is, een levensproces, betekent dan ook, dat niemand van ons volmaakt is en dat we allemaal onderweg zijn. Het ontvouwen van ons leven, het rijpingsproces, is een proces van groei in verbinding met God. Zo is het goed om je eigen zoektocht met liefde en eerbied te benaderen. Vol liefde en eerbied kijken naar alles wat je doormaakt, je pijn, je geluk, en dat een plekje kunnen geven in de rijping van je eigen geest. Bovendien stelt het je in staat om naar alle ontwikkelingen van het leven te kijken, die tegelijk met de jouwe plaatsvinden. Dat is die verandering van gezichtspunt, die verandering van perspectief. In een Zoroastrisch Geschrift staat: “Voor wie U zoeken, o Heer, openen zich in deze wereld rijke perspectieven. Voor hen verandert het aanzijn van de aarde totaal. Van een oord van ongerechtigheid wijzigt ze zich in een domein van zaligheid, waarin men zijn goede intenties ongestoord kan realiseren.” Meester Eckhart zei in een van zijn sermoenen, ‘Over verlossing‘, dat de uiteindelijke en moeilijkste verlossing om naar God te gaan is, om verlost te worden van je Godsbeeld. De idee, het goddelijke in jezelf te vinden, en in alle dingen, is niet datgene waar we mee zijn opgegroeid. We zijn er niet met het bestaan van de ziel te erkennen. We moeten leren ervaren 26


wat de ziel ons aandraagt. Contact voelen met het geankerd zijn in God, met dat gevoel van ruimte en mogelijkheden die alleen maar tot het gebied van de ziel behoren. Het is daar dat we het koninkrijk van God op aarde kunnen vinden en kunnen zien. Zoals in het Johannes evangelie staat, in hoofstuk 15, vers 1-8: “Evenals de rank geen vruchten kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij niet, indien gij niet in Mij blijft. Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken.”

GEBED

S. Kierkegaard

God, gij hebt mij het eerst bemind. De hele dag, het hele leven door bemint gij mij het eerst. Als in de morgen ik ontwaak, mijn ziel tot u zich wendt, zijt Gij de eerste: Gij hebt mij ‘t eerst bemind. Als in de dageraad ik opsta van mijn bed, en op datzelfde ogenblik mij biddend tot U richt, zijt Gij mij voor, Gij hebt mij ‘t eerst bemind. Als in de dag ik mij onttrek aan de verstrooïng van het leven, mijn ziel tot inkeer breng en aan U denk, dan denkt Gij reeds aan mij. En ik, ondankbaar mens, die altijd denk en spreek alsof Gij maar één keer het eerst mij hebt bemind.

27


De zaligsprekingen Hazrat Inayat Khan

Het meest wezenlijke van alles wat een mens kan leren om het goede naar voren te brengen dat in zijn ziel verborgen ligt, is vervat in de zaligsprekingen zoals die werden onderwezen door Jezus Christus, de Murshid der murshids. En als iemand die in praktijk gebracht wil zien, dan kan men het nu gaan zien in het leven dat de soefi’s leiden in het Oosten. Zij hebben het werkelijk begrepen en hebben het in praktijk gebracht zo goed als zij maar enigszins konden. Daarom is het soefisme de ware schat van Christus’ onderwijs, ook al wordt het geen christendom genoemd. Maar de naam maakt geen verschil zolang de bedoeling goed is.

Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het koninkrijk der hemelen.

‘Armen van geest’ betekent zacht van ego, en het ego is van nature tiranniek, en iedere tirannie die er is in de wereld wordt alleen veroorzaakt door het ego. Wanneer het ego voor God wordt geplaatst, met andere woorden: wanneer het ego wordt verlicht door de kennis van God, dan vervaagt het geleidelijk; want het verloochent zijn eigen beperkte wezen en het komt tot het besef van het wezen van God. Daardoor verliest het zijn tirannieke aard en wordt het zacht, en dat is arm van geest zijn. Dit maakt het gehele leven van een mens tot een hemel, hier en in het hiernamaals.

Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden.

Alle dingen worden gegeven aan hen die daarom vragen, en zij alleen verdienen dat, en zij alleen kunnen daarvan genieten. Het kleine kind huilt wanneer het honger heeft en hem wordt voedsel gegeven, en dan geniet hij er het meest van. Zo is het ook met hen die God liefhebben, met de zoekers naar waarheid: wanneer hun verlangen zo diep wordt dat het hen treurig maakt, dan worden zij getroost.

Zalig zijn de nederigen van hart,want zij zullen het aardrijk beërven.

Er is een gezegde in het Perzisch: ‘Als uw woord zoet is, dan kunt gij de wereld winnen’. De wereld is te klein, wanneer nederigheid zelfs het hart van de mensen kan winnen, het hart dat duizend van zulke werelden kan bevatten.

Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

Er zijn maar twee wegen, de weg van het licht en de weg van het duister. De eerste leidt naar alle vreugde, terwijl de laatste leidt naar alle smart. En toch begrijpt niet ieder mens dit. Hij die dit begrijpt, volgt dit in zijn streven, want hij weet dat gerechtigheid het enige voedsel voor zijn ziel is.

28


Zalig zijn de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.

De warmte van iemands gevoelens verdrijft de kilheid uit het hart van een ander. Daarom kan men geen barmhartigheid ontvangen noch van de aarde noch van de hemel, als men niet zelf barmhartigheid heeft doen ontwaken in de eigen ziel.

Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.

Deze reinheid van het hart bestaat niet alleen in gedachten, gevoelens en in daden, maar het is de reinheid die in oosterse taal safai wordt genoemd, van welk woord ‘soefi’ afgeleid heet, om het hart te zuiveren van alles wat naast God bestaat. Met andere woorden, het hart moet alles zien en herkennen als God en God als alles.

Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.

Alleen zij kunnen vrede stichten in het leven die zonder vooroordeel zijn, of onzelfzuchtig, of onpartijdig, en dat is de aard van God, voor wie wij allen, rijk en arm, dwaas en wijs, gelijk zijn. En Zijn barmhartigheid is over allen en Hij schenkt zijn gaven aan allen, verdiend en onverdiend. Zij die de weg van de hemelse Vader volgen, verdienen het daarom werkelijk Zijn zonen te zijn.

Zalig zijn zij die vervolgd worden om der wille van de gerechtigheid, want hunner is het koninkrijk der hemelen.

Het is gemakkelijk om rechtvaardig te zijn als alles glad verloopt in het leven, maar wanneer een mens beproefd wordt, dan is het moeilijk om daaraan vast te houden, want hoe rechtvaardiger een mens is, des te meer verlies moet hij lijden, en hoewel er geen winst lijkt te liggen in rechtvaardigheid, is toch ten slotte de hemel de eindbestemming van de rechtvaardigen.

Zalig zijt gij wanneer men u smaadt en vervolgt, en liegende allerlei kwaad van u spreekt om mijnentwil. Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij de profeten vóór u vervolgd.

Dit is een goede raad, niet alleen voor de volgelingen van Christus, maar voor alle mureeds waarvan de murshid een boodschap brengt, dat zij zich alleen waardig kunnen tonen wanneer hun geloof in de lering van hun leraar zo groot is, dat zij hem en zijn leringen trouw blijven in alle omstandigheden van het leven, en zonder wrok alles zullen ondergaan wat hun ten deel valt door de onwetendheid van de mensen, zoals het geweest is en altijd zal zijn met iedereen, die de Boodschap van de waarheid zal brengen.

Overgenomen uit: Inayat Khan, De eenheid van religieuze idealen , uitg. Panta Rhei, p.159 e.v. ISBN 90.73207.48.7

29


‘I follow in Thy footsteps which lead me to the eternal goal’ Zubin van den Besselaar en Amir Smits

Deze regel die afkomstig is uit één van de gebeden van de Confraternity1 heeft voor Shirin Cornelissens een diepe betekenis. We hadden met haar een interview over haar leven en over de betekenis die het soefisme voor haar heeft. Shirin werkt als psychotherapeute en psychoanalytica met kankerpatiënten in een door haar zelf opgezette poli in het Rijnlandziekenhuis. Dit ondanks, of misschien wel vanwege haar ziekte, waardoor haar gezichtvermogen zeer beperkt is en ze niet in staat is te lopen. Hoe ben je bij het soefisme gekomen? Dat is een heel merkwaardig verhaal. Ik ben van huis-uit katholiek en mijn eerste echtgenoot was apostolisch. Beide geloven claimen uniciteit, hetgeen mij niet lekker zat. In deze laatste kerk werd bovendien sterk de nadruk gelegd op het begrip gehoorzaamheid. Om wat meer zicht te krijgen op het geloof ging ik daarom theologie studeren aan de Katholieke Theologische Universiteit van Amsterdam. Daar heb ik maar twee maanden doorgebracht want de verwarring werd alleen maar groter. Ik ontdekte wel dat geloven komt van de Griekse vorm akousein, die naast het eerder genoemde ‘gehoorzamen’ ook ‘luisteren’ betekent. Dat was voor mij een belangrijke ontdekking. Na twee maanden theologie te hebben gestudeerd in Amsterdam vervolgde ik mijn studie in Leiden. De theologieopleiding is daar opgezet vanuit de Hervormde, Gereformeerde en Remonstrantse Kerk. Inmiddels was ik al met vijf verschillende geloofsrichtingen in aanraking gekomen en veel duidelijker werd het daardoor zeker niet voor me. Toen ben ik vergelijkende godsdienstwetenschappen gaan studeren. In die tijd kwam ik het soefisme tegen en toen viel eindelijk alles op zijn plek. Vooral het mystieke aspect sprak me aan. Diversiteit van geloven is vanuit de mystiek immers een verrijking en niet iets om te bestrijden. En toen moest ik in de gemeentegids iets opzoeken over vuilnis en zag ik, als bij toeval (!), tussen de kerken ook staan dat er soefidiensten werden gehouden in Leiden, dicht bij waar ik woon, op de Plantage. De diensten werden bovendien gehouden in de kapel waar mijn eerste huwelijk was ingewijd. Voor het eerst had ik een plaats gevonden waar ik mijn geloof zelf vorm kon geven. Dat is voor mij heel belangrijk. Het geloof is voor mij een mooie steen die je dagelijks opwrijft. Op de manier waarop ik dat doe moet niemand aanmerking maken. Dat doet echt pijn. Dat is iets heel kwetsbaars. Toen je in Leiden, in je studie met het soefisme in aanraking kwam was dat toen al het Universeel Soefisme of was dat het de mystieke traditie binnen de Islam? Nou eigenlijk beide niet. Het werd niet benoemd als mystieke richting binnen de Islam, maar ook niet als Universeel Soefisme. Het werd gewoon beschouwd als een mystieke stroming.

30


Wat is voor jou de wisselwerking tussen soefisme en je leven? Die vraag suggereert alsof deze begrippen tegenover elkaar staan en zo zie ik dat niet. Soefisme is voor mij een Zijnstoestand. Ik leef in het soefisme. Het is mijn in- en uitademing. En ik geloof dat ik al lang niet meer had bestaan zonder het soefisme. Dat klinkt misschien heel klef en ik heb ook echt niet het idee dat als ik nu maar goed mijn gebeden zeg, dat daardoor mijn leven verandert. Voor mij is het soefisme echter vooral een steun bij het aanvaarden van mijn leven zoals het is: “I Follow in Thy footsteps which lead me to the eternal goal.” Dat is een zin die ik misschien wel 20 keer per dag herhaal. Niet mijn wil geschiede, maar Uw Wil geschiede. Dat is als het lopen op kleine steentjes. Het beeld wat ik er bij heb is van een vader die op het zand loopt en zo’n klein kindje dat er achteraan loopt. De kindervoetjes passen in de voetstappen van die van de vader. En het kind heeft er ook plezier in; het wordt niet gedwongen. En de wind die je tijdens het lopen in je gezicht krijgt is altijd een beetje gefilterd. Het zijn voor mij als het ware ‘hapklare brokjes’ die tegen mij aanslaan. En dat betekent voor mij ook aanvaarden dat je mogelijkerwijs iedere dag dingen moet inleveren. Het betekent ook dat je daar best wel eens bij moet huilen en er ook boos over kunt zijn. Maar die boosheid is voor mij juist ook een kracht binnen het soefisme. Als je je gevoelens opdraagt aan het Hogere, dan merk je dat die boosheid naar je terugkomt als een krachtige Liefde. Hoe moeilijk het leven ook is, en dat is het voor ieder mens, je wordt geleid en beschermd. Je ziet dat verwoord in het Bijbelboek Job. Job is boos op God omdat die hem allerlei plagen zendt. Maar het is een opstandigheid met het Hogere, niet tegen het Hogere. Dat is ook wat ik in mijn werk met kankerpatiënten probeer over te brengen. Je moet boosheid niet onderdrukken, maar deze juist doorleven en er ‘doorheen gaan’. Dat geeft kracht. In mijn werk spreek ik overigens nooit over het soefisme. Mijn grondhouding in het werk ontleen ik echter wel aan het soefisme: ik probeer hen te stimuleren om hun eigen spiritualiteit tot ontwikkeling te laten komen. Iedereen heeft een eigen spiritualiteit en ieder ook zijn eigen vorm. In mijn werk opereer ik op het kruispunt van theologie, geneeskunde (mijn proefschrift was medisch-ethisch) en psychotherapie. De ontmoeting van de mens met zijn medemens staat zowel in mijn werk als in het soefisme centraal. In het soefisme draait het dan vooral om het hart en de liefde. Je geeft iemand de ruimte om allerlei gevoelens te hebben. In het werk van Hazrat Inayat Khan zit zoveel liefde en aansporing om te worden wie je bent. Dat is ook belangrijk in mijn beroep. Maar worden die je bent gaat niet gemakkelijk, er is geen snelweg naar de verlichting. Het is hard werken en vergt ontzettend veel geduld. De echte kwaliteit van het werk kom uit het hart. Hazrat Inayat Khan zegt ergens: “Alleen pijn brengt het hart tot leven.” En elders dat de ziel een rietstengel is en de pijn die onlosmakelijk bij het leven hoort boort gaten in de stengel. En bij gratie van die gaten ontstaat de mogelijkheid van muziek, de symfonie van het leven. Dat betekent overigens niet dat je pijn moet verheerlijken, zoals dat bij martelaren wel wordt gedaan. Maar het is wel zo dat verlies en pijn je rijker maken. Het is als een schouwen in het Rijk van de Vreugde. Wij zijn als mens weliswaar klein, maar we doen er wel toe. Het klinkt gek maar mijn gezichtsvermogen is nu nog maar 4%, maar ik ben er meer blij mee dan met de 80% die ik vroeger had. Ik ben zo blij en dankbaar voor dat wat ik nog wel zie. 31


Het is een kwestie van gewoon doorademen, dwars door alles heen. De richting die je op gaat laat je open, maar je blijft wel waakzaam. Probeer jezelf niet bijzonder te maken. Want als je dat doet snijd je jezelf af van je omgeving en raak je eenzaam. Wanneer je je in je hart verbonden voelt met anderen voel je je altijd getroost en rijk. Dan ben je nooit alleen, wat het leven je ook brengt. En dat is niet makkelijk want het leven is echt lijden, voor iedereen, ook al lijkt het alsof de ene het makkelijker heeft dan de andere. Bij de ene is het alleen meer zichtbaar. Maar je bent niet de enige. Je krijgt kracht naar kruis. Daar moet je op vertrouwen. Dat vertrouwen moet een besluit vooraf zijn, niet achteraf. Probeer nooit te zeggen dat iets je teveel is. Dan zeg je eigenlijk al bij voorbaat tegen jezelf: dit ga ik als een teveel ervaren. Behoud onder alle omstandigheden je innerlijke waardigheid. het scheelt zoveel wanneer je er op vertrouwt dat de kracht die je hebt altijd genoeg is om het lijden aan te kunnen. Kun je het werk van de psychotherapeut vergelijken met dat van een inwijder in het soefisme? Ja, beiden werken vanuit een open hart. En in beide gevallen ben je samen en loop je samen op in het leven. Bij beiden is er ook sprake van kracht en verstilling. Door de verstilling geef je de mens ruimte. Maar verstilling kan ook leiden tot strengheid en regels. Daar moet je voor oppassen. Maar een patiënt is geen moeried. Die twee zijn in mijn ogen ook niet verenigbaar. Ik zal nooit een patiënt van mij aannemen als leerling. En andersom als een moeried een psychotherapeut nodig heeft zal ik hem/haar verwijzen naar een collega. Dat heeft ook te maken met het feit dat ik voor mijn therapie geld ontvang, weliswaar van de verzekering en niet van de patiënt zelf, maar toch vind ik dat niet juist. Het soefiwerk wordt niet betaald. Hoe kijk je aan tegen de toekomst van de Soefi Beweging? De Soefi Beweging is een levend organisme en is dan ook steeds in ontwikkeling. Daar is in het verleden hard aan gewerkt en dat gaat nog steeds door. Binnen de Beweging heb je zichtbare en onzichtbare krachten. De onzichtbare krachten steunen de zichtbare. Men is bang voor de vergrijzing, maar het werk zal zeker door anderen worden overgenomen. Je mag daar ook vertrouwen in hebben. Vertrouwen is een rijkdom die mensen nieuwsgierig maakt. Het is een kwestie van werken en los kunnen laten. Dingen spontaan tot ontplooiing laten komen. Probeer er nooit zo op te gaan zitten dat je al het leven eruit perst. Het is ook van belang om niet te werken vanuit angst, wanneer we de vrees hebben dat de Soefi Beweging te klein wordt. Angst leidt dan tot zieltjes winnen. Dan laat je mensen niet langer in hun waarde. En het grootste verlies in het leven is verlies van eigenwaarde. In het soefisme is liefde de grootste kracht. Ik ervaar dat en daarbij heeft het soefisme een grote rol gespeeld. Het gaat er om volmaakt te zijn in het onvolmaakte. 1

32

Dienst die vaak vooraf gaat aan een Universele Eredienst


De ziel is licht In de ‘Beker van Saki’ lezen wij op 21 juni: De ziel is licht, duisternis wordt veroorzaakt door het dood zijn van het hart, pijn maakt het hart levend. In het evangelie volgens Johannes lezen wij: We komen uit de volmaakte bron en we gaan naar het volmaakte licht. Het licht van die bron brandt in onze ziel. In alles om ons heen is dat licht aanwezig: slapend in de steen, dromend in de plant, wakker in het dier, bewust in de mens. Als we dat licht in ons voelen stralen, kunnen we alles aan, voelen we ons verbonden met leven, zijn we op onze plaats. Gewenst Geliefd Alert Verbonden met elkaar. Hoe vaak komt dat voor? Ik ken ze goed die woorden: afgesneden, opgejaagd, alleen, verward.... Zit dan bij de pakken neer, beweeg niet meer. Hoe lang kan ik de stress verdragen? Hoe sterk zijn mijn stijve schouders? De pijn moet telkens flink groeien Om, ’t lijkt paradoxaal, weer gevoel te krijgen Dan ga ik op zoek naar hoop, maak ik voorzichtig contact, ‘t was niet eens ver weg: de rust, de adem, de verbinding. Vlak in de buurt Bij mijn vrouw, mijn kinderen, mijn buren, mijn vrienden, de zon ..... Jezus gebiedt: heb elkaar lief Doe het, steek de kaars aan, hang de vlag uit, Zoen, vecht, huil, bidt, lach, werk en bewonder Hij heeft ons hiervoor uitgekozen! Ik zing het lied op een tekst van Theresa van Avila: Als alles duister is ontsteek dan het lichtend vuur dat nooit meer dooft. Deze tekst heeft Latief van Schaik uitgesproken op 21 juni in de Ignatiuskapel te Amsterdam

33


In Memoriam Moïnia Teller In de nacht van 15 op 16 augustus 2009 is onze geliefde Moïnia (Miel) Teller overleden. Moïnia was 98 jaar, ze had de leeftijd der sterken. Moïnia heeft veel betekend voor Soefi-land. Met haar eenvoud en haar groot gevoel voor humor wist zij de harten van velen te winnen. Zij kenmerkte zich door haar trouwe inzet en dienstbaarheid voor de verspreiding van de Soefi-Boodschap van Liefde, Harmonie en Schoonheid. Moïnia begon het soefipad in de AP te Den Haag bij Sirdar van Tuyll. Later behoorde zij met o.a. Gawery en Manohary Voûte tot de oprichters van de Vereniging Soefi-Contact. Moïnia was jarenlang in allerlei functies actief in Soefi-Contact, niet alleen als bestuurder/adviseur, ook heeft zij vele jaren het blad Soefi-Contact verzorgd. Zij onderhield bij SoefiContact jarenlang de bibliotheek en de boekentafel; ook stond zij aan de wieg van menige brochure/publicatie van belang voor de verspreiding van de Soefi-Boodschap. Velen zullen zich Moïnia bovendien herinneren als de humorvolle tafelpresident die vele malen de deelnemers aan de Hoorneboeg-Conferentie wist te entertainen. Daarnaast is Moïnia jarenlang actief bestuurslid geweest van de Nekbakht Stichting. Wij hielden vele malen bij haar thuis aan de Vogelkersstraat 42 in Den Haag de bestuursvergaderingen en gingen regelmatig met haar naar Suresnes in het kader van het werk voor de stichting. Wij bewaren daar goede herinneringen aan. Deze vriendelijke oudere dame had ook onvermoede kanten. Voor degenen die nietsvermoedend ooit naast haar mochten zitten in haar trouwe Volkswagen Polo en dachten rustig van A naar B te rijden, ontpopte Moïnia zich ineens als een soort Formule 1-coureur. De bijrijders kwamen ineens tot de ontdekking dat het leven werkelijk weer een avontuur kon zijn en kregen regelmatig het water in hun handen van de zenuwen. Telkens bleek gelukkig dat Moïnia haar “kameel” goed vast had en terecht op Allah vertrouwde. Moïnia hield van India, ze hield van haar Murshid, Pir-O-Murshid Hazrat Inayat Khan, van diens Dargah in Delhi en die van diens illustere voorganger Hazrat Moïnuddin Chisti in Ajmer. Het was voor mij een voorrecht om Moïnia op een van haar Indiareizen te mogen vergezellen. De begrafenis vond plaats op 20 augustus jongstleden op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag; het was een mooie en waardige bijeenkomst. De vriend is thans met de Vriend verenigd. Wij gedenken Moïnia in dankbaarheid voor wat zij voor ons heeft betekend. Wali van der Putt 34


Soefisme als innerlijke gedachte Ameen Carp

In de keuken van het oude huis Anna Paulownastraat 78 te Den Haag, waar het Soefi Centrum is gevestigd, hangen twee affiches waarop 3 lezingen van Hazrat Inayat Khan zijn aangekondigd. De onderwerpen zijn: soefisme als religieuze gedachte, soefisme als innerlijke gedachte en soefisme als sociale gedachte. Deze lezingen waren gepland voor 8, 15 en 22 mei 1924, maar zij hebben nooit plaatsgevonden, want de Soefileraar wijzigde zijn reisplan en gaf enkele lezingen in Brussel in die periode. Wij weten dus niet wat hij gezegd zou hebben. In een artikel over ‘Soefisme als sociale gedachte’ (zie Soefi-gedachte december 2008) heb ik geprobeerd mij in te denken wat Inayat Khan gezegd zou kunnen hebben over het sociale aspect van het soefisme en zo kwam ik uit op de gedachte van broederschap, verbondenheid, harmonie en eenheid. Ik wil proberen hetzelfde te doen ten aanzien van het innerlijke aspect van het soefisme. Als je nadenkt over het fenomeen van het leven, dan ontdek je al gauw dat er een uiterlijk en innerlijk aspect is. Uiterlijk omdat je zintuigen je de wereld buiten je doen kennen. Innerlijk omdat je ervaart dat er een wisselwerking is tussen wat je zintuigelijk waarneemt, opvangt, hoort, ruikt, voelt en hoe je gevoel daarop reageert. Je kunt blij en gelukkig zijn door iets wat je mooi vindt, of boos en ontsteld, of verontwaardigd over wat je lelijk, onrechtvaardig of afschuwelijk vindt. En dan zijn er de innerlijke verlangens naar liefde, menselijk contact, erkenning, succes. En er is de hoop te slagen met wat je op je hebt genomen: een studie, een examen, een reis. Ook is er de ontdekking van je eigen individualiteit, je karakter, je aard. Je voelt je een apart wezen, een eigen persoonlijkheid. En je probeert je karakter te versterken door wilskracht en doorzettingsvermogen te ontwikkelen, geduld te oefenen en zelfbeheersing aan te kweken. En je ontdekt hoe er ook een fijn innerlijk orgaan in je bestaat, dat aangeeft of je rechtvaardig of onrechtvaardig, eerlijk of oneerlijk bent geweest. Bijvoorbeeld in een ruzie zeg je iets of doe je iets waar je later spijt van hebt; of om je te redden uit een moeilijke situatie zeg je iets dat niet waar is. Het innerlijke orgaan slaat dan alarm en blijft je pijnigen tot je het goed maakt. Zeker kan je met verstandelijke redenatie dit morele orgaan tot zwijgen brengen, maar je weet dat dit niet juist is en het blijft je achtervolgen. Er komt een moment dat je je gaat afvragen hoe alles in het universum is ontstaan. Is er een God, een Opperwezen, zoals de heilige Schrift ons vertelt? Hoe moeten wij ons God voorstellen? Als een supermens, met menselijke eigenschappen? Of als een scheppende energie, een intelligentie? Zonder twijfel heeft ieder wezen energie en intellligentie, waarvan wij niet weten waar deze vandaan komen. Maar die scheppende God heeft ook lief, vergeeft, geneest en dat zijn eigenschappen die wij niet aan een abstract beginsel toekennen. 35


In het gebed Saum (in de Gayan, Vadan en Nirtan) wordt God als volgt omschreven: “Almachtig, alomtegenwoordig, aldoordringend, het Enige Wezen.” Dus een scheppend, onderhoudend, transformerend, genezend, liefhebbend en vergevend Wezen. Maar dan nog blijft de vraag: hoe kan die God voor miljarden scheppingen op aarde zorgen, hun noden kennen, hun gebeden beantwoorden, hun fouten vergeven, hun liefde schenken? Meer en meer wordt de zoekende mens vertrouwd met de gedachte, dat God een geest is die in het hart van ieder mens woont. God leeft in de hele natuur, in ieder mens, in iedere schepping. Hoe vaak zoekt de mens niet God buiten zich, maar vindt Hem niet. Er is het bekende gedicht uit de Gayan van Inayat Khan: “Ik zocht maar ik kon U niet vinden. Ik riep luid tot U, staand op de minaret. Ik luidde de tempelklok bij het opgaan en ondergaan van de zon. Ik baadde tevergeefs in de Ganges. Ik kwam teleurgesteld terug van de Ka’aba. Ik zag naar U uit op de aarde. Ik speurde naar U in de hemel. Maar tenslotte vond ik U verborgen als een parel in de schelp van mijn hart.“ De innerlijke weg van de Soefi is daarom het onophoudelijk zoeken naar contact met God, in zichzelf. God is overal. Door dagelijks gebed en meditatie, door ademoefeningen, door stille contemplatie, wordt God steeds werkelijker voor je. Maar hoe zit het dan met ons bestaan als individu? Als God het Enige Wezen is, zijn we dan nog wel een individu? Hazrat Inayat Khan gebruikt vaak de vergelijking van de golf en de oceaan. Gedurende een bepaalde tijd is de golf een aparte golf, duidelijk apart van andere golven, maar na zekere tijd valt de golf terug in de enorme oceaan en lost zich daarin op en is niet meer te onderscheiden van de rest van het water. Zo ook het menselijk leven. De ziel – de kern van het menselijk wezen – is lang vóór de geboorte als een straal van de goddelijke zon (de bron van alle leven) uitgeschoten in het heelal. Deze ziel heeft fijnere lichamen aangenomen voor het gevoelsleven en het mentale leven van de mens om tenslotte in een fysiek lichaam geboren te worden. Na zekere tijd wordt het lichaam afgelegd en reizen de fijnere lichamen van de mens terug naar de gebieden waar zij geschapen zijn en worden geleidelijk aan opgelost. De golf van het individuele bestaan heeft zijn aards, apart bestaan gehad en lost zich op in de oneindigheid van het onstoffelijke bestaan. Waar dient dit alles voor? Voor vele soefi’s dient deze reis om bewust te worden van de goddelijke oorsprong van de ziel, het ware wezen van de mens. Door deze bewustwording voelt men zich verenigd met de oerbron van alle leven, met het goddelijk Wezen. Hoe ervaart men deze vereniging met het Enige Wezen? Het is geen mentaal gebeuren, hoewel het verkregen inzicht in het enorme scheppingsgebeuren natuurlijk een diep perspectief geeft van wat tot dusver verborgen bleef. In het hart zijn de vreugde, het geluk, de vrijheid, de extase, alle uitingen van de gevolgen van deze ontdekking. Er ontstaat een diep verlangen om hier altijd mee verbonden te zijn door meditatie, door gebed, door stille contemplatie.

36


Maar dan worden wij er weer aan herinnerd dat wij ook burgers zijn van een grote mensenlijke samenleving, waarin wij taken, plichten en verantwoordelijkheden hebben. En wij nemen ons voor deze taken zo goed mogelijk, met liefde, geduld en begrip uit te voeren. En wij beleven vreugde aan de menselijke contacten, maar ervaren ook pijn en teleurstelling door gebrek aan begrip, door misverstand. En we ervaren ook pijn door ruwheid, grof gedrag, geweld, gebrek aan respect en door de haat en het egoisme van medeburgers. Toch zetten wij door, werkend aan een liefdevolle, harmonieuze, betere samenleving die er eens zal komen. Dit is een groot ideaal, dat vele miljoenen mensen inspireert. Wij dragen een verantwoordelijkheid voor deze wereld, voor de aarde en zijn schepselen, voor het milieu. Zo is deze reis naar bewustwording niet alleen een eigen intiem gebeuren, een enorm groeiproces wat je zelf alleen doormaakt, maar ook een groeiproces in je gevoel van verbondenheid met je medeschepselen, Het is een vertikaal en een horizontaal gebeuren. Soefisme als innerlijke gedachte wijst mijns inziens op het ontwikkelen van je hart, op de ontdekking van God in je hart, op de ervaring van je ziel als diepste kern van je wezen, maar ook op je verantwoordelijkheid als mens ten opzichte van je medemensen en de schepping. Graag wil ik eindigen met het prachtige gedicht van Hazrat Inayat Khan in de Vadan: Laat Uw wens mijn verlangen worden, Laat Uw wil mijn daad worden, Laat Uw woord mijn spraak worden, Geliefde, En Uw liefde mijn geloof. Laat mijn plant Uw bloemen dragen, Laat mijn vrucht Uw zaad voortbrengen, Laat mijn hart Uw luit worden, Geliefde, En mijn lichaam Uw schalmei.

Gebeurtenissen Laatste bijbelboek op web ontsloten Op de website bijbelencultuur.nl van het Digitaal Productiecentrum van de Universiteit van Amsterdam zijn nu alle 77 bijbelboeken ontsloten. Voor elk Bijbelboek is de invloed en betekenis voor de Nederlandse cultuur beschreven. Op de site staan de volledige Bijbelboeken; aanklikbare icoontjes geven aan welk kunstwerk, lied of zegswijze op bepaalde stukken tekst is gebaseerd. De redactie staat open voor suggesties voor uitbreiding met nieuwe links tussen de Bijbel en de Nederlandse cultuur. www.bijbelencultuur.nl 37


Over boeken en beelden Ursula King. De Christelijke mystici; het leven van de mystici en hun nalatenschap - een overzicht. Den Haag, Sufi Publications, 2009. 239 blz. Met uitgebreid register. € 14,75. ISBN 978 90 8618 012 7 Een overzichtelijk handboek van de christelijke mystiek. Per historische periode worden de belangrijkste mystici besproken, voorafgegaan door een inleiding over de vorm die de mystiek in die tijd aannam. Zo zien we achtereenvolgens passeren de vroegchristelijke periode, de Middeleeuwen, de vroegmoderne periode en de moderne periode. Een aparte paragraaf is gereserveerd voor de mystiek en mystici van de Oosters-orthodoxe kerken, na de afsplitsing van de Westerse Romeinse Kerk. Het geheel wordt voorafgegaan door een inleiding waarin de achtergrond van de christelijke mystiek wordt uiteengezet. Het is natuurlijk niet verwonderlijk dat veel aandacht is gegeven aan de mystiek in de Middeleeuwen, de bloeitijd van de mystiek die duurde tot aan de reformatie. De reformatie had, in het algemeen, niet zo veel op met mystiek. Toch zijn er in het boek een aantal protestantse mystici opgenomen, die duidelijk een uitzondering op de regel vormden. Na de reformatie komt in de protestantse naties niet zoveel mystiek meer voor. Wel in de katholieke landen waar de Contra-reformatie een goede voedingsbodem was voor de mystiek. In het algemeen kunnen we zeggen dat vooral het kloosterleven een belangrijke stimulans was voor de mystiek. Heel interessant, maar vrij summier is het hoofdstuk waarin de moderne mystiek wordt besproken. Van de mystici die daar worden besproken zijn er drie uit de 19e eeuw, dus niet zó modern. Van de mystici uit de 20e eeuw is er één niet Christelijk, maar Joods (Simone Weil). De overigen zijn wel christelijk, maar ze zijn allemaal min of meer beïnvloed door Oosterse religies. Verder wordt opgemerkt dat mystiek zich niet voornamelijk beperkt tot de kloosters. De mystiek is veelvormig geworden en heeft een veel meer individueel karakter gekregen. Westerse en Oosterse technieken worden naast elkaar gebruikt. Ook de mystiek lijkt dus een globaliserende werking te hebben ondergaan. De schrijfster bezet een leerstoel als professor in de theologie en religieuze studies aan de universiteit van Bristol. Maar ze is goed ingevoerd in de mystiek buiten het eigen land. Ik mis van de Nederlanders eigenlijk vooral Jan Luyken. Het enige minpuntje is mijns inziens dat de literatuuropgave niet aan de Nederlandse gebruiker is aangepast. De literatuurlijst is overgenomen van de Engelse uitgave uit 2001, zodat actuele literatuur en ook Goede Nederlandse titels die op dit terrein zijn verschenen ontbreken, terwijl het boek toch stimuleert om verder te lezen. Zubin van den Besselaar *****

38


Dede Khan. Geboorteverhalen van de profeten. 2e dr.; met ills. Van Henriëtte Willebeek Le Mair. Den Haag, Sufi Publications, 2009. 75 blz €15,50 ISBN 978 90 70104 36 8 In 1978 verscheen de eerste druk van dit kinderboek over de zes profeten waarvan in de universele eredienst de boeken op het altaar liggen: Krishna, Boeddha, Zoroaster, Mozes, Jezus en Mohammed. Het is nu opnieuw uitgegeven. Ook weer met de prachtige tekeningen van Henriëtte Willebeek Le Mair, in soefikringen beter bekend als Saïda. In het maartnummer van de Soefi-gedachte van dit jaar heeft u een artikel over haar kunnen lezen. Kinderen vanaf 9 jaar kunnen dit boek zelf lezen, maar als voorleesboek is het ook zeer geschikt. Misschien een aardig cadeau voor Sinterklaas of voor onder kerstboom? Zubin van den Besselaar ***** Fréderic Lenoir. De filosofie van Christus. Kampen, Uitgeverij Ten Have, 2008. 261 blz. €19,90. ISBN 978 90 79001 13 2 Christus is niet alleen een Joodse profeet en wonderdoener, maar ook een grote boodschapper en wijze in de lijn van Boeddha en Socrates. Het christendom is niet op de eerste plaats een religie van dogma’s, sacramenten en geestelijkheid maar, voor alles, een persoonlijke spiritualiteit en een transcendente ethiek met een universele strekking. In de kern is de universele boodschap van Christus er één van liefde en innerlijke vrijheid. De Evangeliën laten dat overduidelijk zien, volgens de auteur van dit boek. Juist om dit duidelijk te maken concentreerde hij zijn onderzoek op de filosofie van Christus, die in zijn religieus-profetische woorden opgesloten zit. Voor Christus is het hart van de mens de plaats waar de ware ontmoeting tussen de mens en het heilige plaats vindt. Jezus heft de religie niet op, maar relativeert de uitwendige religie en laat zien dat een religieuze houding, hoe nuttig en legitiem ook, niet voldoende is als ze niet innerlijk en waar is. Rituelen, instellingen en collectieve religieuze handelingen zijn daarmee niet achterhaald maar zijn slechts middelen, geen doel. Christus wil de mens inwendig en uitwendig bevrijden. Uitwendig door hem los te maken van de traditie en inwendig door te bevestigen dat er een onafhankelijkheid bestaat in het diepst van de menselijke ziel. Daar kan er een ontmoeting plaatsvinden met God, geen tirannieke God maar een God van Liefde. Dat is de conclusie van een studie die de auteur van dit boek, filosoof en godsdiensthistoricus, momenteel verbonden aan de Ecole des Hautes Etudes te Parijs, gemaakt heeft. De kerk heeft de Christelijke Boodschap niet alleen ingekort, vervormd of afgezwakt, op enkele punten heeft ze de boodschap volledig omgedraaid. Zeker sinds het christendom zich in de 4e eeuw met de wereldlijke macht verbond heeft de Christelijke Kerk de boodschap van het nieuwe testament de rug toegekeerd. De kerk heeft Christus’ boodschap van vrijheid verworpen uit naam van de menselijke zwakte, om haar macht te vestigen. De kerk geeft de mensen zekerheid maar ontneemt ze de vrijheid van denken. 39


Niet voor niets begint de auteur het boek met een verhaal uit het boek van Dostojewski De Gebroeders Karamazov. In dit verhaal vertelt Dostojewski een legende over de terugkeer van Jezus op aarde in de Spaanse stad Sevilla in de 16e eeuw. Jezus verschijnt in stilte, maar wordt door iedereen herkend en bejubeld. Dan verschijnt een oude kardinaal, de grootinquisiteur die al honderden mensen tot de brandstapel heeft veroordeeld. Jezus wordt gevangen genomen. In de nacht bezoekt de grootinquisiteur zijn gevangene. Hij vraagt Jezus waarom hij de kerk voor de voeten komt lopen. “Jij wilde mensen vrijmaken. Nu, je hebt zojuist die vrije mensen gezien. Wij hebben het werk in jouw naam afgemaakt, ofschoon ons dat veel moeite heeft gekost. De mensen zijn er nu, meer dan ooit, van overtuigd dat ze vrij zijn maar ondertussen hebben ze ons uit eigen beweging hun vrijheid gebracht en gehoorzaam aan onze voeten gelegd….Je wilt de wereld ingaan met een vage belofte van vrijheid, die zij in hun onnozelheid en met hun aangeboren tuchteloosheid niet kunnen bevatten, waarvoor ze doodsbang zijn, want nooit is er voor de mens en voor de menselijke samenleving iets onverdraaglijkers geweest dan vrijheid…Mensen zijn natuurlijke slaven. Wij hebben jouw daden gecorrigeerd en gegrondvest op het wonder, het mysterie en de autoriteit. Dat zijn de krachten die de mens kunnen onderwerpen.” Jezus zegt niets, kust de inquisiteur op de lippen. Deze rilt en stuurt de gevangene weg met het bevel hem nooit meer voor de voeten te komen lopen. Om tot deze conclusies te komen onderzocht de auteur de woorden en ideeën van Christus zoals die door de Evangeliën tot ons komen en de schaarse niet-christelijke bronnen uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. Bovendien nam hij de resultaten van de Bijbelstudie van de laatste twee eeuwen mee. De schrijver komt nog tot een andere opmerkelijke paradoxale uitspraak: sinds de Kerk aan macht heeft ingeboet door de Verlichting en het wegvallen van de wereldlijke macht, is de filosofie van Christus pas echt tot zijn recht gekomen. Het westerse humanisme dat op basis van die filosofie is ontstaan heeft geleid tot de democratische samenleving en het opstellen van de Rechten van de Mens. Beide instituties zijn door en door christelijk, omdat ze uitgaan van de individuele vrijheid en gelijkheid van de mens. In andere religies ligt veel minder nadruk op het individu. Na de onderdrukking van de werkelijke boodschap van Christus door een tirannieke kerk konden deze ideeën pas werkelijk een rol spelen in de maatschappelijke ontwikkelingen. Dat komt omdat het christendom, behalve een religie, ook een filosofie is. Ook als ongelovige kun je dat christelijke pad lopen. Een zeer interessant boek dat Christus een plaats geeft in de lange rij profeten die de Goddelijke Boodschap aan de Mensheid hebben doorgegeven. Voor soefi’s geen onbekende gedachte! Zubin van den Besselaar

40


Soefi-centra

informatie, adressen en activiteiten AMSTERDAM

dhr. Jos van de Heuvel, t 020-6732946 Universele Eredienst: Ignatiushuis, Beulingstraat 11, Am­sterdam, 1e en 3e zondag van de maand 11 uur. Op de 3e zondag voorafge­gaan door de Confraternity of the Message 10.30 uur. Apeldoorn

Orientatiemiddagen: 2e zondag van de maand van 14-16 uur bij Corrie & At de Roos, Sparrenlaan 11, 7313 AT Apeldoorn, t 05532316 33, atderoos@hetnet.nl Arnhem

mw. Maharani de Caluwé - Rombout, Groningensingel 423, 6835 ER Arnhem t 026-3213650, maharani@planet.nl Studieklassen in overleg. Universele Eredienst: Vrijmetselaarsgebouw, Arnhemsestraatweg 360, Velp (Gld) 1e zondag van de maand om 11 uur. Assen

Iman Stam, Troelstralaan 236, 9406 BE  Assen, t 0592-707202, 06-24 92 92 77 Studiebijeenkomsten en klassen voor belangstellenden, broeder-zusterschapsleden en moerieds. Universele Eredienst: Loge van de ODD Fellows, Hendrik de Ruiterstraat 2, Assen, 3e zondag van de maand om 11 uur. Breda

mw. M.L.C. van Beek-Vanheule, Berkenring 70, 4881 HD Zundert, t 076-5976335, mlcvanbeek@yahoo.com bgg: Kalyani Heerkens, t 076-5601255 Universele Eredienst: Waalse Kerk, Catharina­straat 83-bis, Breda, 3e zondag van de maand om 11 uur. Den Haag

dhr. L.W. Carp, Anna Paulowna­straat 78, 2518 BJ Den Haag, sufipublications@hetnet.nl t 070-3644590, f 070-3614864. Om de week op maandag: studie- en medi­tatieklas. Maandelijks open Soefi-avond en spirituele film-avond. Programma op aanvraag. Universele Ere­dienst: Anna Paulownastraat 78, elke zon­dag om 11 uur, Confraterni­ty of the Message om 10.30 uur. Deventer

mw. Hayat Anna Westenberg, De Dennenhoek 3, 7431 EM Diepenveen, t 0570-532347, annahay28@gmail.com Universele Ere­dienst: Noorderbergstraat 9,

7411 NJ Deventer, 3e zon­dag van de maand om 11 uur. Eindhoven

mw. K. Bredée-van Ginkel, Jacob Catsstraat 28 5671 VR Nuenen, t 040-2832518, soeficentrum.eindhoven@gmail.com Universele Ere­dienst: Eckartdal, Nuenenseweg 1, Eindhoven, 1e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur. Friesland

mw. S. Cornelissen, t 0513-431940, Heide 6, 8521 DG Sint Nicolaasga. mw. Y. Veenstra, Wommels. t ’s avonds 0515 576 244. Maandelijks meditatieavonden. Universele Ere­dienst: Bij de Put 15, Leeuw­arden, 1e zondag van de maand om 11 uur. Groningen

mw. M.C. van Boon, t 050-5251519 bgg: fam.Lieftinck t 0598-430422 soefcentgron.vanboon@tiscali.nl maandelijks: musical tuning en meditatie; stilte en meditatie; 1e ma. v.d. maand: gespreksavond. ‘s Hertogenbosch

Coördinator: mw. Trudy Hendriks Franssen-van den Berg, Ariënstraat 16, 5351 GD Berghem / Oss, t 0412-402689, kennekeshoek@zonnet.nl Secretariaat: Frans Roza, Asterdkraag 40, 4823 GA Breda, frans.roza@wxs.nl Universele Eredienst: Cen­trum de Poort, Luy­benstraat 48, 's Hertogenbosch. Hilversum

dhr. Ananda Antonius, Arent Krijtstr 13 II, 1111 AG Diemen. Klas voor belangstellenden: 1e ma. v.d. maand; voor deelname bellen met: t 020-6907129 of email anandaaa@hotmail.com Universele Eredienst: ‘De Ver­eniging’, Ou­de Engh­weg 19, Hilversum (­bij het gemeentehuis), 2e en 4e zondag van de maand 11 uur. Regio Katwijk, Wassenaar

Regioleider: drs. J. Belt, t 0252-373145, Eykendonck 32, 2211 SG Noordwijkerhout. Wakil Huis Universel: mw. Z. le Rütte, t 071-4077435, zohra@kpnplanet.nl Universele Eredienst: Universel Murad Hassil, Zuid­duinseweg 5, 2225 JS Katwijk aan Zee, 1e, 3e en 4e zondag van de maand 11 uur. Confrater­nity of the Message 1e en 3e zo. 10.30 u. Iedere 4e zo. spreekt Karimbakhsh Witteveen. 41


Rotterdam

mw. A.M. (Zubin) Hijmans, t 06-28677763 contact@soeficentrumrotterdam.nl Centrumcoördinator dhr. Bauke de Wreede, t 06-24646694, bwreede@orange.nl Secretariaat: mw. Heleen van Houwelingen, t 078-6318488, rotterdam@soefi.nl Studie- en belangstellendenavonden: 1e maandag van de maand, opgave vooraf. Universele Eredienst: Soeficentrum Provenierssingel 41, 3033 EG Rotterdam, 2e en 4e zondag van de maand, 11 uur. Tilburg

dhr. & mw. Ach­terberg, Chopinstraat 26, 5011 VK Tilburg, t 013-4563241. Klassen voor belangstellenden eerste maandag van de maand. Voor deelname bellen met dhr.L.Raatgever, t 013-4600609 Twente

mw. M. Evers-Brinkman, tel. 06-48 34 48 44, Ganzendiepstraat 18, 7607 LZ Almelo. evers-brinkman20@zonnet.nl Universele Eredienst: Nivoncentrum, Lodewijkstraat 1, 7553 LB Hengelo, 2e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10 uur. UTRECHT / BILTHOVEN

dhr. W.S. van der Vliet, Juliana van Stolberglaan 6, 6961 GB Eerbeek, t 031-3650334, bgg.: Sakya van Male, t 030-2723522 Universele Ere­dienst: Huize ‘Het Oosten’, Jan Steenlaan 25, Bilthoven, laatste zondag van de maand om 11 uur. Boxmeer

Dansen van Universele Vrede in de Kapel van ‘t Kloosterhuis, Grotestraat 69, Sambeek (gem. Boxmeer). Info: mw. Hanna Reijnders, t 0478-571033. Zeeland

mw. Nuria Gortzak, Troelstralaan 18, 4571 VC Axel, t 0115-530599 Studiebijeenkomsten: 2e dinsdag van de maand. Info mw. A. van Schaik, t 0118-412875. Uni­versele Ere­dienst: Gebouw de Vier Elementen, Breeweg100, Middelburg, 1e zondag van de maand om 11 uur. ZUID LIMBURG

Contact: Ruud Marinus, Castelmorelaan 42, 6213 CW  Maastricht, t 06-54 36 78 24. Er zijn maandelijkse bijeenkomsten en om de twee maanden op zaterdagmorgen open klassen. Zwolle

dhr. C. Koster, Tijnje 48, 8032 LR Zwolle, t 038-4541817, 42

Universele Eredienst: Bloemen­dalstr. 11, Zwolle,

4e zon­dag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur.

In Meppel is een Soefi-groep die elke 4e di. v.d. maand bijeenkomt. Contactadres: Zuideinde 46, 7941 GH Meppel, paul.ketelaar@planet.nl www.soefimeppel.nl Informele Eredienst: Engelandseweg 19, Wezep, 2e zondag van de maand om 10 uur. SOEFI BEWEGING NEDERLAND

Algemeen Secretariaat Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag t 070-3461594, f 070-3614864, sufiap@hetnet.nl Secretariaat open maandag tot en met donderdag van 10 tot 13 uur. bgg.: t 070-3644590 Financiën: dhr. F.H.Lint, t 06-41 84 77 27 Nationaal Vertegenwoordiger dhr. Ameen L.W. Carp, sufipublications@hetnet.nl t 070-3644590, f 070-3614864 Nationaal secretaris mw. L. (Wahdud) Grashuis, A.Verweystraat 126, 2274 LM  Voorburg, sufipublications@hetnet.nl t 070-3644590 (overdag), t 070-3871705 (thuis) Office Representative General Banstraat 24, 2517 GJ Den Haag, t 070-3657664, sufihq@xs4all.nl Internet www.soefi.nl (nationale site). www.sufimovement.org (international site). Penningmeester Soefi-gedachte dhr. C.M. van Beek, penningmeester Soefi Beweging Nederland, Den Haag giro 777555, t 076-5976335. cmvbeek@westbrabant.net Lidmaatschappen van de Soefi Beweging Er bestaan verschillende vormen: Moeried: dit zijn personen die de inwijding in de Inner­lijke School van de Soefi Beweging hebben ontvangen en de esoterische klas­sen en de esoterische training volgen Broeder-zusterschapslid: dit zijn zij die de idealen en doelstelling van de Soefi Beweging ondersteunen. Lid van de Kerk van Allen: dit zijn zij die zich speciaal aangetrokken voelen tot de Universele Eredienst; dit verlangt niet dat zij ook om inwijding vragen. Vriend van de Soefi Beweging: men kan zich opgeven als Vriend als men een ondersteuning aan het Soefiwerk wil geven. Belangstellende: eenieder die zich op wil geven als belangstelende en de informatie over soefiactiviteiten wil verkrijgen.


Contributieregeling 2009 Moerieds betalen per jaar: Alleen Echtpaar Laag € 90,00 € 135,00 Normaal € 145,00 € 217,50 Hoog € 215,00 € 322,50 Broederschapsleden, Vrienden van de Soefi Beweging Nederland en leden van de Kerk van Allen betalen € 50,- per jaar. Broederschapsechtpaar € 75,00 per jaar. Dit is inclusief het abonnement op de Soefi-gedachte. Alléén een abonnement op de Soefi-gedachte: € 16,00 per jaar (=incl. porto Ned.) Dargah Financiële bijdragen voor het sociale, culturele en extra soefi-werk bij de Dargah, postbanknr: 616577 t.n.v. Stichting Dargah te Den Haag. Voor organisatie, onderhoud, in­richting van nieuwbouw en guest house, bankrekening: 43 02 43626 t.n.v. Dargah-fonds te Den Haag. Schenkingen van boeken enz. (alle talen!): Walia en Wali van Lohuizen t 020-6276424. Vergoeding onkosten Werken voor de Soefi-Boodschap is het werken voor een geestelijk ideaal. Zoals Hazrat Inayat Khan alles opgaf om zijn boodschap naar het Westen te brengen, zonder uitzicht op materiële beloning, zo is het nog steeds nodig dat de Boodschap van Liefde, Harmonie en Schoonheid wordt uitgedragen door soefi's die zich vrijwillig willen inzetten. De Soefi Beweging is afhankelijk van deze idealisten. Zij heeft onvoldoende materiële middelen om de mensen voor hun werk te belonen. Soms krijgen wij toch het verzoek of men een vergoeding kan krijgen voor het werk dat men doet voor de Soefi Boodschap. Het enige dat wij kunnen aanbieden is een reiskostenvergoeding op basis van openbaar vervoer. Bestuur S.B.N.

Bijzondere activiteiten

13 september: herdenking Hejirat Dag (begin van de verspreiding van de Soefi-Boodschap; Murad Hassil in Katwijk). 19 september: Cheragsdag voor de westelijke centra, in Murad Hassil in Katwijk. 17 oktober: Cheragsdag voor de centra in oost en noord Nederland, in Arnhem. 14 november: Soefidag (zie inlegvel). Thema: 'Verantwoordelijkheid", Murad Hassil Katwijk. 28 november: Nationaal Comité-vergadering, in Den Haag. Zie verder op www.soefi.nl Zie voor algemene informatie over activiteiten gerelateerd aan soefisme:www.soefikalender.nl

SOEFI BEWEGING BELGIË

mw. L.D. Deslée, Sport­straat 100, B-9000 Gent. Vertegenwoordiging nationale broeder- en zusterschaps­activiteiten in België. Centrum oost-Vlaan­deren: t/f 0032 9 222 1030. Broederschapsactiviteit vanaf 17.30 uur, om de 14 dagen op maandag. Centrum Inayat: Frans Baelenstr. 9, B-2100 Deurne, t 0032 3 321 0052. Thema-avond: 1e woensdag van de maand 20.30 uur.

Vertegenwoordigers andere organisaties Sufi Ruhaniyat NL: Arienne en Wim van der

Zwan, Peace in Motion, t +49 (0)2294 993 78 41 +31 651 30.34.39 (GSM). samark@peaceinmotion.eu Int. Sufi Orde NL: Kees Nafas Wagtmans,

gevraagd

The Dutch Publication Committee die belast is met de Nederlandse vertaling van alle teksten van Hazrat Inayat Khan zoekt moerieds of broederschapsleden die bereid zijn mee te werken aan het zeer vele werk dat het DPC onder handen heeft. Vereisten: een goede kennis van de Nederlandse taal en een goede kennis van het werk van Hazrat Inayat Khan. Opgave bij: Drs.J.Belt (Munir) j.belt@planet.nl of t 0252-373 145

Rubinsteinstraat 347, 5011 ND Tilburg, t 013 456 02 28 kwagtmans@wanadoo.nl Sufi Way NL: Ernst du Pon, ernst@sufiway.nl

43


VERENIGING SOEFI-CONTACT Activiteiten Vereniging Soefi-Contact In de herfst van 1969 verscheen het eerste nummer van het blad Soefi-Contact. “De bedoeling van deze rondschrijfbrief is de niet bij de officiële organisaties aangesloten mureeds, nu en in het vervolg te kunnen bereiken, en zal de naam Soefi-Contact dragen”, zo opende de initiatiefneemster Gawery Voûte dat eerste nummer. In het voorjaar van datzelfde jaar werd voor dezelfde doelgroep de eerste voorjaarconferentie gehouden. Daaruit ontstond de vereniging Soefi-Contact. Nu, 40 jaar later, is een nieuwe fase begonnen. De Soefi-Gedachte is niet alleen het orgaan van de Soefi-Beweging Nederland, maar ook dat van de Vereniging Soefi-Contact. Het blad SoefiContact is daarmee opgehouden te bestaan, maar de vereniging uiteraard niet. Op deze bladzijde staan de activiteiten die onder verantwoordelijkheid van Soefi-Contact vallen. Landelijk centrum en dagelijks bestuur Soefi-Contact is een landelijke vereniging met drie afdelingen: Haarlem, Alkmaar en Bussum. Landelijk centrum: Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40, 2011 BE, Haarlem. Website: www.soefi-contact.nl, e-mail: j.w.hutter@alumnus.utwente.nl. Voorzitter: mw. E.A. van den Brink, 0317-425347. Secretaris: dhr. J. Molenaar, mr J.de Vriesstraat 22, 1788 AV, Den Helder, tel: 0223-646920. Penningmeester: mw J.L.B.H.M. Kaars-de Groot, rek.nr. 4239048, Soefi-Contact, Den Helder. Haarlem Universele Erediensten: iedere tweede en vierde zondag van de maand in het Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40, aanvang 11.00 uur (m.u.v. juli en augustus). De eerste dienst van het seizoen is een Informele dienst en wordt gehouden op13 september, tevens Hejrat-viering. Kernpunten van de Soefi Boodschap: openbare bijeenkomsten over enkele kernpunten van het soefisme: 29 september, 27 oktober, 24 november en 15 december 2009. Plaats: Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40 in Haarlem. Aanvang 20.00 uur. Lezing: dhr. P.Claassen, zondag 20 september 2009 in het Soefi-Huis, aanvang 11 uur; onderwerp: 'Soefisme en economie'. Vrije toegang. Abdulwahid van Bommel, zondag 29 november 2009 in het Soefi-Huis, aanvang 11.00 uur, onderwerp: 'Mystiek en maatschappelijke relevantie'. Vrije toegang. Informatie: dhr J.W. Hutter, 023-5402019 e-mail: j.w.hutter@alumnus.utwente.nl, mw. M.J.H. Staphorst-Visser, 023-52712249 of dhr L.B.E.W. van der Putt, 023-5370585, e-mail: walivdputt@gmail.com. Alkmaar Universele Erediensten: elke eerste zondag van de maand in de Remonstrantse Kerk, Fnidsen 37 in Alkmaar, aanvang 11.00 uur. Eerste dienst van het nieuwe seizoen: 5 september. Sama: elke tweede en vierde dinsdag van de maand, Fnidsen 37 in Alkmaar; aanvang 19.45 uur. Graag even bellen van tevoren. Bijeenkomsten met dans, meditatie en teksten voor belangstellenden en murieds. Informatie: dhr. M. Schouwenaar, Vatropperweg 5, 1779 GE, Den Oever, tel: 0227-512265, e-mail: soefi.noordwest@kpnplanet.nl. Bussum Informatie over activiteiten: Mw. E. Schurink, tel: 035-6912990; Dhr. K. Logtmeijer, tel: 035-6918347, e-mail: lion182@zonnet.nl. 44


Soefi-gedachte 8. december 2009  

december 2009 De Soefi-gedachte is een gezamenlijke uitgave van Soefi Beweging Nederland en Vereniging Soefi-Contact en heeft tot doel het v...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you