Issuu on Google+

Inhoud

3 5 7 9 10 12 13 15 18

D E SOEFIgedachte

juni 2009

Ten geleide Redactie Samenwerking Michael Schouwenaar Broederschap en zusterschap Hidayat Inayat Khan Shah-nameh gedicht van Ferdausi De religie van Zarathustra Zubin van den Besselaar Zarathustra Hazrat Inayat Khan Zarathustra, stem van de aarde Gatha van Zarathustra Yasna 29 Zarathustra's Avesta Kariem Maas Zeven vertalingen van Zarathustra Wali van Lohuizen

20 Het doel van de reis Salima Cornelissen

22 26 27 28 31 35 38 41 44

Geestelijk gaven Wakil Hutter Het pad van Soefisme Wieger Hellema Vorm gedicht van Ellinor Troelstra-Strijbos Een Soefi in het moderne leven Ameen Carp Geliefden van God Jaap Dekker Strijd en vrede Jaya Bakker Over boeken en beelden Informatie over de Soefi Beweging Informatie over Soefi Contact

De Soefi-gedachte is een gezamenlijke uitgave van Soefi Beweging Nederland en Vereniging Soefi-Contact en heeft tot doel het verspreiden van het gedachtengoed van Hazrat Inayat Khan.

1


COLOFON de Soefi-gedachte 63e jaargang nummer 2 juni 2009 Verschijnt 4 x per jaar (maart, juni, september en december) Uitgever: Stichting Soefi Beweging Nederland Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag tel: 070 346 15 94 fax: 070 361 48 64 sufiap@hetnet.nl www.soefi.nl www.soefi-contact.nl Abonnementen: jaarabonnement, incl. porto: € 16,00 abonnement buitenland: € 20,- per jaar los nummer: € 5,00. Aan te vragen via postgiro 555777 tnv Stichting Soefi Beweging Neder­land te Den Haag ovv penningmeester CM. van Beek Drukker: NKB, Bleiswijk Aanwijzingen voor auteurs: Bijdragen zijn welkom, mits niet langer dan ca. 2000 woorden en aangeleverd in Microsoft Word met eventuele voetnoten als eindnoten. De redactie behoudt zich het recht voor artikelen niet op te nemen of in te korten, en op de eigen websites te plaatsen. Kopij sturen naar het redactie-adres. Uiterste inleverdata voor het volgende nummer: 3 maanden .tevoren (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober) of in over­leg met de redactie.

Redactie: dhr. L.W. Carp, voorzitter mw. J.I.E. Bakker mw. M.A.J. van den Besselaar dhr. J.J. Dekker, eindredacteur dhr. E.H.K.Logtmeijer dhr. T. Maas, hoofdredacteur dhr. J.P.H.Smits, secretaris Redactie-adres: dhr. Amir Smits, Warmondstraat 177 hs, 1058 KX Amsterdam redactiesg@gmail.com Redactiemedewerkers: dhr. Noud Welten (opmaak) Aforisme: pagina 8, Uit de Gatha's van Zarathustra: Yasna 6, vertaald en bewerkt door Drs. G.J.A. van Dantzig, uitgeverij van Ankh-Hermes bv - Deventer Illustraties: pagina 6: labyrint Chartres pagina 35: Yume Butterfly Swords van James the Just

Adresveranderingen sturen aan de uitgever, Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag met uitzondering van leden Soefi-Contact, die mutaties sturen naar secretariaat S-C. De redactie stelt alles in het werk om reproductierechten te regelen. Voorzover dit niet correct is gebeurd, kunnen rechthebbenden contact opnemen met de uitgever. © Soefi Beweging Nederland. Overname van agendapunten vrij. De inhoud van de artikelen is voor verantwoording van de auteurs en afgezien van plaatsing in dit tijdschrift en op daaraan gerelateerde websites, berust het copyright bij de auteurs.

2


TEN GELEIDE – Contact! Dit nummer van de Soefi-gedachte is historisch. Het is voor het eerst dat de vereniging Soefi-Contact en de Soefi Beweging samenwerken aan dit tijdschrift. Van nu af prijken op de omslag voortaan de vignetten van beide organisaties en in de infopagina’s staat van allebei wat er gaande is. In de redactie geeft Karim Logtmeijer als nieuw redactielid van de kant van Soefi-Contact gestalte aan die samenwerking. Vereniging en Beweging blijven zelfstandig, maar Michaël Schouwenaar verwoordt in zijn artikel perfect hoe de samenwerking voelt: we zijn er erg blij mee. Na vele jaren gescheiden wegen te zijn gegaan, vinden wij elkaar in dit tijdschrift, dat als doel heeft – lees maar onder de inhoudsopgave – “het verspreiden van het gedachtengoed van Hazrat Inayat Khan”. Soefi’s zijn er in vele soorten en maten. Wat zij binnen het Universeel Soefisme evenwel delen is een focus op de Boodschap die Hazrat Inayat Khan begin twintigste eeuw naar het Westen heeft gebracht. Op mystiek niveau staat daarin de eenheid van religieuze idealen centraal, en dat bindt. Het is echter ook een boodschap van geestelijke vrijheid en een veelomvattende lering die dieper reikt dan velen van ons kunnen peilen, dus is het niet verwonderlijk dat de visies daarop, de interpretaties en ervaringen, ook onmiddellijk weer uiteenwaaieren. Zoals gezegd, in vele soorten en maten. Niets menselijks is soefi’s vreemd, dus ging dat uiteenwaaieren van tijd tot tijd met kabaal gepaard. Als we ons over die altemenselijke gevoeligheden weten heen te zetten – en zoals Hidayat Inayat-Khan in dit nummer schrijft is het beoefenen van broeder- en zusterschap een essentiële opdracht voor soefi’s! – dan kunnen we die verscheidenheid aan opinies ook zien als een vorm van rijkdom. Als hulp in vele soorten en maten langs het pad dat we gaan. Om die rijkdom te ervaren moet er dan wel een plaats zijn waar wij die verscheidenheid in inzichten en ervaringen kunnen delen. Een ‘vrije ruimte’ waar centraal staat wat ons bindt in onze focus op de Boodschap. Dat is wat de Soefi-gedachte wil zijn, een ‘vrije ruimte’ waar eenieder welkom is om zijn of haar ervaringen en inzichten te delen, ongeacht aan welke organisatie men wel of niet gebonden is. Niet voor niets is het motto “Soefisme, een boodschap van geestelijke vrijheid”. Laten we die vrijheid vieren! Kariem Maas

3


Samenwerken

Michaël Schouwenaar “Bergen kunnen doorboord worden, de oceaan overgestoken, een weg gemaakt door de lucht, maar u kunt geen weg vinden tot samenwerken met een mens wiens karakter is verhard, die diep vastzit in zijn eigen denkbeelden en die verstard is in zijn kijk op het leven.” Gayan, Hazrat Inayat Khan Met grote vreugde begroet ik dit eerste nummer van de Soefi-gedachte waarin door twee tot dan toe afzonderlijk publicerende soefi-organisaties wordt samengewerkt: de Soefi Beweging en Soefi-Contact. Hiermee is voor mij persoonlijk een grote wens in vervulling gegaan. Ruim een jaar geleden in een bijeenkomst van Soefi-Contact waarbij ons contactblad op de agenda stond, deed mede ik de suggestie te verkennen of het mogelijk was met de Soefi-gedachte samen te werken en tot één gezamenlijke uitgave te komen. Dit werd mij ook ingegeven door de vele contacten die ik met andere soefiorganisaties heb. En nu, na een periode van oriëntatie, waarin een grote mate van wederzijdse bereidwilligheid bleek, gevolgd door intensieve voorbereidingen is het dan zo ver. Weer een stap verder in het vormgeven aan de broeder- en zusterschap die Pir-o-Murshid Inayat Khan op zoveel plaatsen heeft aangeduid als het ideaal voor de huidige wereld. Zelfs bij de inwijding belooft de nieuwe moeried dat hij de soefi-broederschap zal beschouwen als de kern van de menselijke broederschap. Dit legt op ons een grote verantwoordelijkheid in de omgang met elkaar ongeacht uit welke organisatie wij ons werk voor de Soefi-Boodschap doen. Dat samenwerking geen vanzelfsprekendheid is, blijkt wel uit de bovenstaande woorden uit de Gayan, waarin Hazrat Inayat Khan zich een realist toont en aangeeft dat samenwerking alleen kan wanneer van beide zijden de intentie aanwezig is. Dit geldt voor alle verbanden waarin wij mensen omgaan met anderen. Binnen relaties en familie, in vriendschappen, in werk- en woonsituaties, in het verenigingsleven en zeker ook in de politiek. Voor iemand die de soefi-weg volgt is het dan lang niet altijd even makkelijk om vanuit het broederschapideaal in contact te komen met een vaak hardvochtige buitenwereld, waarin het eigen belang regelmatig hoogtij viert. Het gaat er om hoe onze houding kan zijn tegenover onze ervaringen in de buitenwereld. Die wordt vooral bepaald door onze eigen binnenwereld die we op de soefi-weg voortdurend ontwikkelen, polijsten en uitzuiveren, zodat onze ervaringen ons minder van streek maken of gaan leiden tot onrust en wrevel. Op één of andere manier geldt dat voor alle volgelingen van Hazrat Inayat Khan. Het was voor mij altijd een verademing waar ook ter wereld die geest van verbondenheid te ervaren, die sfeer van broederschap, dat gevoel van ‘welkom zijn’ ongeacht van welke soefi-organisatie iemand lid is. En om dan uiteindelijk ook steeds meer met elkaar te gaan samenwerken voor de Boodschap van deze tijd is voor mij een logisch gevolg van deze innerlijke houding. Inspiratie biedt de Gayan: 5


“Hij is dapper, die moedig alle dingen ervaart; hij is een lafaard, die bang is een stap in een nieuwe richting te doen; hij is dwaas, die zich laat meevoeren door de stroom van grillen en pleziertjes; hij is wijs, die alle dingen ervaart en toch op het pad blijft, dat hem naar zijn bestemming voert.” Gayan, Hazrat Inayat Khan Stap voor stap zullen we steeds meer gezamenlijk kunnen werken in de verspreiding van de Soefi-Boodschap vanuit één gezichtspunt: de broederschap van de gehele mensheid. Wanneer we zelf als de kern daarvan niet als broeders of zusters zouden kunnen samen werken, behoren we wellicht tot de lafaards, waar de tekst in de Gayan over spreekt. Ik verbaasde me over de passie waarmee Hazrat Inayat Khan deze woorden tot expressie heeft gebracht en het indringende taalgebruik, maar ik voel daarin ook een heel groot verlangen en een diepe ernst om deze Boodschap van eenheid en broederschap ook daadwerkelijk uit te dragen aan de wereld van dit moment. Eendrachtig samenwerken aan eenheid toont aan de wereld een ander gezicht dan wanneer ieder de Boodschap vanuit een eigen afzondering naar buiten brengt. Het feit dat we nu als twee organisaties naar buiten treden met één tijdschrift is een stap, die indien het werkelijk groeit, hoop geeft voor meer eenheid in de toekomst. Ik ben blij.

6


Broederschap en zusterschap Toespraak van Pir-o-Murshid Hidayat Inayat-Khan, gehouden tijdens de zomerschool in Katwijk, juli 2008.* Broederschap en zusterschap, ach, laten we open zijn naar elkaar toe. We weten allen, dat broers en zussen vaak ruzie maken. Dat is gezond, dat is een manier om elkaar te leren kennen. Het is gezond. Maar wij praten nu over liefde, harmonie en schoonheid. Wel, liefde, harmonie en schoonheid is alleen mogelijk als wij zelf trachten een levend voorbeeld te worden van liefde, harmonie en schoonheid. Dit betekent niet dat je moet zeggen, “broer, zus, je moet liefde, harmonie en schoonheid leren” – een broer en zus luisteren nooit. Maar als je het voorbeeld toont in je gedrag – niet demonstratief, maar gewoon – dan zullen zij het indirect begrijpen. Als wij dus nu praten over lidmaatschap van de broederschap en zusterschap van de Soefi Beweging, wat betekent dat dan? Betekent het: je moet geloven wat ik zeg? Nee, het betekent dat wij een levend voorbeeld worden van liefde, harmonie en schoonheid; we praten er minder over, maar we worden er het voorbeeld van. Natuurlijk zul je vragen: Hoe doe je dat dan? Wat betekent het? Hebben we niet herhaaldelijk de woorden van Jezus Christus gehoord – en weer vergeten – die zei, kijk niet naar de doorn in het oog van je broer, je hebt een balk in je eigen oog. Hebben we niet steeds maar weer opnieuw in de kerk gehoord, oordeelt niet zodat je niet beoordeeld wordt. Als we niets te zeggen hebben: dat is liefde, harmonie en schoonheid; dat is broederschap en zusterschap; dat is proberen je eigen tekortkomingen te zien, de tekortkomingen van anderen te zien, en er stil over te zijn. Proberen de schoonheid in anderen te zien, zodat die schoonheid meer en meer zichtbaar wordt voor je zelf. Automatisch zal het zich dan in je hart ontwikkelen. Er zijn twee andere punten die het overwegen waard zijn. Lid zijn van de broederschap en zusterschap van de Soefi Beweging is iets meer: het betekent, dat je op iedere mogelijke wijze de moeite en de tijd zult nemen om de mening van anderen in overweging te nemen. Hazrat Inayat Khan heeft telkens weer gezegd: een soefi heeft twee gezichtspunten. Natuurlijk hebben we onze eigen mening, dat is onze kracht. Maar wat nog krachtiger is, is begrip hebben voor de mening van anderen. Hoe kunnen we ooit verwachten ons eigen standpunt te begrijpen als we geen begrip hebben voor het standpunt van anderen? Zoals we gehoord hebben, een dezer dagen, meesterschap betekent leerling zijn, het betekent je eigen leerling te zijn, en anderen niet opleggen jouw leerling te worden. Wij zijn onze eigen leerling, wij hebben wilskracht. Die wilskracht moet niet gebruikt worden voor anderen, maar voor jezelf: zelfdiscipline in gedachte, in daad en in woord. Maar leg het anderen niet op, want dat is zwakte.

7


Kijken we naar de broederschap en zusterschap in de Soefi Beweging. Het is van belang om voortdurend de sleutelwoorden van de Soefi Boodschap in gedachten te houden: spirituele vrijheid. Wat betekent het? Het betekent niet chaos, maar het betekent dat de afstemming op de ander uit het hart moet komen en niet door een leraar kan worden opgelegd. Spirituele vrijheid betekent vrij te zijn van dogma’s. Wat is een dogma? Slavernij. Wij zijn het zelf die dogma’s maken. Spirituele vrijheid is, je hart gebruiken om te oordelen of er waarheid is. Woorden betekenen niets; het is dat wat er achter ligt, het is hoe je het zegt, het is hoe je het verstaat. Een ander belangrijk woord van de soefi-ideeën is: eenheid van religieuze idealen. Dat betekent niet, dat we alle religies in één pot mengen. Iedere religie bracht haar boodschap in een voor deze religie bestemde tijd, voor een bepaalde cultuur, en dat wil niet zeggen dat deze correspondeert met de wereld van vandaag – het is van groot belang, maar alleen voor deze cultuur en niet voor die cultuur. Onze meester gaf een fantastisch voorbeeld hiervan in het voorbeeld van de glazen in verschillende kleuren: ieder glas is gevuld met hetzelfde water, maar de glazen zijn verschillend gekleurd, en dus ziet het water er anders uit, terwijl het toch hetzelfde water is. Als we de Universele Eredienst beleven proberen we helder te maken, dat alle religies hetzelfde ideaal hebben, dat op verschillende manieren uitgedrukt moest worden, in overeenstemming met de mate van ontwikkeling van de mensen waar het voor bestemd was. En wat belangrijk is om te onthouden: dat er ook een kaars is die al diegenen vertegenwoordigt, die bekend en onbekend zijn aan de wereld en het licht van de waarheid hebben hooggehouden. Die namen kennen we niet allemaal, maar anderen kennen ze wel en wij respecteren wat die anderen ontvangen en ontvangen hebben van die onbekende spirituele leiders. Als we toetreden tot de broederschap en zusterschap – of dit nu binnen de Soefi Beweging is of erbuiten – dan is het toch alleen echte broederschap en zusterschap als we trachten een levend voorbeeld te zijn van liefde, harmonie en schoonheid, in alles wat we zeggen en in alles wat we denken en voelen. Vertaling: Hamida Verlinden * Hidayat Inayat-Khan is Algemeen Vertegenwoordiger van de Soefi Beweging en Pir-oMurshid van de Soefi Orde, haar Innerlijke School.

AFORISME Openbaar uw waarheid ook aan mij, Opdat ik uw wil kenne en de juiste weg bewandel. Verlicht ook mijn verstand, Heer, opdat ik uw wijsheid inzie. En geef, dat ik woorden spreek die u welgevallig zijn

8


Shah-nameh

Zarathustra, de profeet van de Allerhoogste, verscheen in het land. En hij verscheen voor de Sjah en onderwees hem. En hij ging uit naar het gehele land en toonde de mensen een nieuw geloof en hij zuiverde Perzië van de macht van Ahriman. Hij kweekte overal in het rijk een boom met prachtige bladeren en de mensen rustten uit onder zijn takken. En ieder die van zijn bladeren at werd geleerd in alles, wat betrekking heeft op het komende leven, maar ieder die at van de takken werd volmaakt in wijsheid en geloof. En Zarathustra schonk de mensen de Zend Avesta, en hij droeg hun op zich te houden aan de geboden daarin, wilden zij het eeuwige leven bereiken.  

Dit is een deel uit de Shah-nameh (het Boek der Koningen). De Iraanse dichter Ferdausi schreef dit in de tiende eeuw over de geschiedenis van Iran vanaf het begin van de schepping tot de verovering van door het Arabische Rijk in de zevende eeuw. Met zo’n 60.000 versregels is het het langste gedicht ter wereld.

9


De religie van Zarathustra Zubin van den Besselaar

De religie van Zarathustra, het Mazdeïsme of Parsisme, is weinig bekend. Zij is echter een vroege voorloper van de drie belangrijke westerse religies: jodendom, christendom en islam. In al deze godsdiensten zijn de ideeën van Zarathustra te herkennen. Vermoedelijk leefde hij ergens in het Noordoosten van het huidige Iran, Perzië, tussen 2000 en 1500 v. Chr. Maar er zijn bronnen die ergens tussen 1400 en 600 v. Chr. geven. Zijn leringen zijn opgetekend in de zogenaamde Gatha’s, waarover elders in dit nummer is geschreven. In de Gatha’s spreekt Zarathustra over zichzelf als Matra-né of Mantra-no-duta. Matra of Mantra staat voor macht, duta is in het Sanskriet boodschapper of onderwijzer. Zarathustra is dus de onderwijzer van het heilig woord. Verder noemt hij zich ook Zaôtâr hetgeen “dienende priester” betekent, dat is de belangrijkste priester tijdens de religieuze ceremonie. Priesters uit die tijd kenden alle heilige teksten ut hun hoofd. Dat zal ook bij Zarathustra het geval zijn geweest. Volgens de leer van Zarathustra vormen de zichtbare en de onzichtbare, de spirituele wereld één geheel. Ze zijn ook beide even heilig. Er is dus geen sprake van dualiteit waarbij de aarde en de mens afgescheiden zijn van het goddelijke. Ahura Mazda, de God van Zarathustra schiep een zestal krachten die de kosmos in stand houden: Asha is de Heer van deze kosmische harmonie, het goddelijk beginsel van recht en orde. Hij is de eerst geschapene. Hij is de Heer van de kosmische harmonie, de meest waarachtige, de meest rechtschapene en rechtvaardige. Toen Ahura Mazda Asha had geschapen, zo wordt verteld, werd God de eerste volgeling van Asha. Na Asha schiep Ahura Mazda Vohu Mana, de tweede goddelijke kracht, die staat voor liefde en mededogen voor het universum. Beide krachten hebben hun eigen symbool. Het symbool voor Asha is vuur, voor Vohu Mana de koe. Xahathra manisfesteert de kracht en de majesteit van het koninkrijk van God, hij trekt ten strijde. Hij is onverslaanbaar en symboliseert daarmee datgene wat boven de dood uitstijgt. Tot de goddelijke krachten behoren ook: Aramaiti die staat voor de goddelijke devotie, de brengster van vreugde. Zij wiegt Moeder Aarde in haar armen. Ze is de moeder van alle schepselen. Ten slotte: de Aswins, de tweelingkrachten. Zij staan voor volmaaktheid en voor onsterfelijkheid. Het goede en kwade in de mens

De mens heeft een bijzondere plaats in de leer van Zarathustra. De mens is de zevende kracht die leeft onder de speciale bescherming van Ahura Mazda, de heer van het leven, en Spenta Mainyu, de heilige Geest die de zoon is van Ahura Mazda. De mens heeft als bijzondere opdracht zorg te dragen voor alle levende wezens en voor alles wat niet leeft, zoals rotsen, die allen onderdeel uitmaken van de goddelijke kosmos en dus heilig zijn. Toch heeft ook het kwaad een plek in Zarathustra’s leer. Dat komt door de tweeling10


geesten Mainyu. In het begin van de schepping stonden deze twee geesten tegenover elkaar. Zij zeiden tot elkaar: “Noch in gedachte, noch in woord en daad zijn wij een. Wij vormen een volledige tegenstelling waarin geen compromis mogelijk is.” Toen gingen zij uit elkaar en schiepen Gaya, het Leven. De mens moest kiezen tussen deze tweeling-geesten. Er waren er die direct Ahura Mazda en Asha volgden en dus kozen voor het Goede. Er waren er ook die twijfelden en in hun verwarring kozen voor het verkeerde. Daardoor werden Aeshma, de lust tot moord en vernietiging en Drug, de leugen, geboren. Daarmee werd niet alleen de mens, maar ook het hele dieren- en plantenrijk vergiftigd. Daarom hebben wij nu allemaal het Goede en het Kwade in ons verenigd. De mens moet zijn hele leven strijd leveren tegen het Kwade, in en buiten zichzelf. Dat is de reden waarom de mens wordt geboren: om te strijden tegen het Kwade tot aan zijn dood waarna hij weer wordt verenigd met Ahura Mazda. Door dit scherpe onderscheid tussen goed en kwaad lijkt toch ook in het Zoroastrisme de dualiteit aanwezig te zijn. In de inleiding tot zijn vertaling van de Gatha’s meent drs. G. van Dantzig dat Zarathustra aan het eind van zijn leven meer in de richting van de mystiek opschoof. Hij heeft, volgens van Dantzig, dezelfde methode gebruikt als de Boeddha. Voor de gevorderde leerlingen had hij andere leringen dan voor de beginners. In het hogere weten is de dualiteit vervangen door het Ene: Ahura-Mazda is daar niet meer de “goede” God maar is boven de tegenstelling van goed en kwaad (en alle andere tegenstellingen) verheven. Deze niveaus lopen echter wel eens door elkaar omdat Zarathustra, zoals zoveel meesters, zijn leringen direct afstemde op zijn gehoor. Ook Piloo. Jungalwalla stelt dat de eenheid van de zichtbare en onzichtbare wereld weliswaar steeds sterk wordt benadrukt maar dat de uitspraken over beide werelden voortdurend door elkaar heen lopen. Volgens haar wordt met de tweeling-geesten onze “mind” bedoeld die voortdurend met de dualiteit te maken heeft. Zoals u elders in dit blad kunt lezen was Zarathustra sterk gekant tegen offers. Hij was ook een groot tegenstander van dronkenschap en zwarte magie. En, heel opmerkelijk voor die tijd, hij beschouwde mannen en vrouwen als volstrekt aan elkaar gelijk. Hij zei: ”En ik zeg u, ik zal zowel man als vrouw, wie het ook moge zijn, aan het eind van het leven met mij over de Chinvat, dit is de brug naar de dood, voeren. Tot slot zij nog vermeld dat Zarathustra keer op keer benadrukte dat men niet alleen veel respect moest hebben voor de godsdienst van anderen maar deze ook moest bestuderen: “Jullie moeten een andere religie bestuderen op jullie knieën, om te leren en niet om te spotten”. Geraadpleegde literatuur: P. Jungalwalla: “De Parsi’s”, lezing gegeven in de zomerschool in Katwijk in 1992. Uitgegeven in de serie Soefisme Nu, nr.9 Drs. G.J.A. van Dantzig: “De Gatha’s van Zarathoestra” (Deventer, 1967)

11


Zarathustra

Hazrat Inayat Khan Zarathustra’s geestelijke bereiking kwam allereerst door zijn contact met de natuur. Hij waardeerde, vereerde en aanbad de verhevenheid van de natuur en hij zag de wijsheid die verborgen is in de hele schepping. Hij ontdekte en herkende daarin het wezen van de Schepper, erkende zijn volmaakte wijsheid en wijdde daarna zijn hele leven aan het verheerlijken van de naam van God. Aan hen die hem volgden op het pad van geestelijke bereiking toonde hij de verschillende aspecten van de natuur en hij vroeg hen te zien wat zij achter dit alles konden zien. Hij wees zijn volgelingen erop dat de vorm en de lijn en de kleur en de beweging die zij voor zich zagen, en die hen zozeer aantrokken, door een volleerd kunstenaar moesten zijn uitgewerkt. Het kan niet allemaal mechanisch werken en volmaakt zijn. Het mechanisme, hoe volmaakt het ook is vervaardigd, kan niet lopen zonder de hulp van een ingenieur. Daarmee toonde hij hun dat God geen voorwerp is dat de verbeelding heeft gemaakt, ook al wordt Zijn uiterlijke gestalte gevormd door de verbeelding van de mens. In werkelijkheid is God het Zijnde: zo’n volmaakt Wezen dat, als hij wordt vergeleken met andere levende wezens in deze wereld, Hij boven iedere vergelijking staat. Hij is het enige Wezen. De vorm van aanbidding die werd onderwezen door Zarathustra. De vorm was om God te aanbidden door eer te brengen aan de natuur. Want de natuur doet de ziel denken aan het eindeloze en onbegrensde Wezen dat achter dat alles is verborgen. De manier van aanbidding volgens de leer van Zarathustra. De bron van de godsdienst van Zarathustra is dezelfde als de bron van het hindoeïsme, ook al werd het hindoeïsme beleden in India en leefden de volgelingen van Zarathustra in Perzië. De oorspronkelijke bron van deze zustergodsdiensten van de Ariërs was de verering van de zon. Dit zijn de directe afstammelingen van de oorspronkelijke godsdienst van de zonneverering, hoewel dit ook de voorvader is van de godsdienst van de Hebreeuwse profeten. Er is geen godsdienst die hiervan niet afstamt. Ook tegenwoordig nog vereren de aanhangers van Zarathustra de god Ahura Mazda door naar de zon te kijken en zich daarvoor te buigen. De symbolische betekenis daarvan is de verering van het licht, en vooral van het ene licht dat nergens zijns gelijke heeft, dat schijnt over alle dingen, en waardoor alle dingen oplichten, en waarvan het leven van het ganse heelal absoluut afhankelijk is. Dit was de les die in oude tijden werd gegeven om de mind van de mensen gereed te maken om van het licht te gaan houden; opdat de ziel zich te eniger tijd zou ontplooien, en opdat het innerlijke licht, de eeuwige Zon, waarvan de zon de uiterlijke afspiegeling is, zich heerlijk zou openbaren en vereerd zou worden. De mensen hebben de volgelingen van Zarathustra vuuraanbidders genoemd. Dat is juist. Zij onderhouden in de plaats van hun eredienst een altijd brandend vuur, maar het is een voorwerp dat zij voor ogen houden wanneer zij aan God denken, 12


omdat vuur alle dingen zuivert en omdat het innerlijke licht alle zielen zuivert. Eigenlijk is het een zeer behaaglijk iets om een vuur te hebben in een koud klimaat en vooral ook om wierook te branden, wat de vochtigheid van de plaats wegneemt en het mogelijk maakt om vrijuit en diep in en uit te ademen. Nog iets anders is, dat vuur op aarde de zon vervangt, want de vlammen daarvan geven licht. Het doet alweer de mind ontwaken voor het innerlijk licht. De volgelingen van Zarathustra vereren de stromende beken en de verschillende taferelen van de natuur die, voor wie wil luisteren, spreken van de goddelijke inwoning in hen. Zij hebben in hun huis de beeltenis van Zarathustra, hun profeet, met een toorts in de hand, die een beetje lijkt op Christus. De kleding is verschillend; die stamt uit het oude Perzië. Zoals de leraar van iedere gemeenschap wordt afgebeeld op enigerlei wijze, is die altijd een inspiratie voor hen die daarnaar kijken met die geesteshouding. Overgenomen uit ‘De eenheid van religieuze idealen van Inayat Khan’, p. 147 e.v., uitgever Panta Rhei

Zarathustra,

stem van de aarde

Van de oorspronkelijke eenentwintig boeken van de Avesta, het heilige boek binnen de Zoroastrische religie, zijn er vijf min of meer bewaard gebleven: de Yasna, Khorda Avesta, Vendidad, Visperad en Yasht. Een speciale groep naar vorm en taal afwijkende hymnen uit de Yasna zijn de Gathas. Deze worden aan Zarathustra toegeschreven. In onderstaande Gatha (Yasna 29), vertaald door drs. G.J.A. van Dantzig (Kluwer, 1967) wordt Zarathustra als ‘stem van de aarde’ aangekondigd. 1. De ziel van de aarde hief klagend haar stem ten hemel: "Waartoe ben ik geschapen? Tot welk doel leidt mijn existentie? Op mij wordt roofbouw gepleegd. De gaven van mijn vruchtbaarheid worden verkwanseld. Machtswellust en uitspattingen van menselijke willekeur kiezen mij tot doelwit. Niemand is mij tot hulp gesteld. Op geen erbarmen kan ik rekenen. Zo wend ik mij tot U, o God, als mijn laatste toevlucht: Ontferm u over mij en mijn vruchtbare akkers." 2. Daarop wendde de ziel van de aarde zich tot Hem, die de kosmische orde draagt en vroeg: “Waar blijft gij met uw gerechtigheid? Mijn lichaam lijkt slechts geschapen om vertrapt te worden. Waar is het hart, dat voor mij klopt? Waar de macht, die mij te hulp kan snellen?”

13


3. Toen antwoordde Hij, die de kosmische orde draagt: “Ik zie geen helper voor u. De mensen lijden aan het misverstand, dat zij straffeloos kunnen kwellen datgene, wat zich niet verweren kan en geen stem heeft om te klagen.” 4. En Hij, die de kosmische orde draagt, vervolgde: “Alleen God zij u tot hulp. Hij alleen weet wat was, wat is en wat komen gaat. Hij alleen kent alle gedachten, de gedachten die reeds ontsproten zijn en die nog zullen ontstaan. Hij alleen kent alle oorzaken, ook die van ons lijden.” 5. Laat ons daarom de Heer aanroepen en onze handen uitstrekken tot hem. Laat ons dat tesamen doen, gij en ik, om hulp te verkrijgen voor de lijdende aarde. 6. Daarop weerklonk de stem van God, die alle oorzaken kent, voor wie niets is verborgen: “Voor ik de wereld schiep was er niets anders dan Ik alleen. Alles vindt zijn laatste oorzaak in Mij, zowel uw bestaansgrond als uw gedachten. Ik schiep u om de mensen tot voeding te dienen, dat is de enige grond van uw bestaan. Daarom: klaagt niet en treur niet. Ik ken uw lijden en uw smarten, reeds voor gij ze hebt uitgesproken.” 7. Nogmaals verhief God zijn stem en zijn Geest kwam over de aarde en doorhuiverde haar tot in haar diepste voegen. Waarop de aarde huiverend uitsprak: “Mijn ziel is bekeerd! Maar wie kan mij tot stem dienen om de mensen te verkondigen dat mijn ziel niet langer in zichzelf is verstrikt, maar slechts bestaat om de ander te dienen.” 8. Toen werd de aarde bewogen door spijt en innerlijke ontferming. Zij sprak: “Ik zie de zwakheid van de mens. Wat ik ervoer als zijn wreedheid is slechts zwakheid. Ik heb de mensen nodig en zij kunnen het niet zonder mij stellen. En toch wilde ik hen in de steek laten. Wie kan mij echter tot stem dienen, opdat de mens wete dat ik hem welgezind ben.” 9. Daarop verhief Hij, die inspireert tot universele gezindheid, zijn stem: “Er is onder de mensen iemand, die u tot stem wil dienen. Zijn naam? Zarathoestra Spitama.” 10. Waarop Zarathoestra sprak: “Almachtige God, die alles bewerkt, tooi de aarde met geurige bloesems, en geef de mensen een zuiver genieten. 11. Want er is niets Heer, geen orde, geen welgezindheid en geen gerechtigheid, of het vindt zijn oorsprong in U alleen. Zo neem dan beiden, de aarde en ons mensen, op in Uw erbarmen. Moge frisse dauw de aarde verkwikken en maak onze ziel ontvankelijk tot zuiver genieten.” 14


Zarathustra’s Avesta stelt ons voor grote problemen Tijdens de Universele Eredienst staan op het altaar zeven kaarsen. Rond de kaars in het midden, voor allen die het licht van de waarheid in de duisternis van menselijke onwetendheid hebben hooggehouden, symboliseren de zes andere kaarsen de grote religies. Voor de kaarsen liggen heilige boeken uit die religies, waaruit passages worden voorgelezen. Het derde boek waaruit wordt gelezen heet de Avesta en vertegenwoordigt de godsdienst van Zarathustra.1 Zarathustra wordt in het Westen ook wel Zoroaster genoemd, met de vergriekste vorm van zijn naam. Het boek waaruit wordt gelezen werd vroeger veelal de Zend Avesta genoemd, naar het Middel-Perzische ‘avastâk-o-zand’; dat betekent ‘Avesta en commentaar’ (zand). Avesta is een juistere benaming. Doordat Hazrat Inayat Khan dit boek een plaats heeft gegeven op het altaar hebben wij een harde noot te kraken gekregen, want aan alle kanten liggen er op dit gebied grote problemen. Nadat sinds ongeveer 2500 v. Chr Indo-Germaanse talen sprekende stammen als nomaden door de steppen van Zuid-Rusland en Zuid-Siberië gezworven hadden, begonnen ze omstreeks 1000 v. Chr. naar het zuiden en oosten te trekken. Het waren nauw verwante stammen wat hun taal en godsdienst betreft. Een gedeelte vestigde zich in wat we nu Perzië of Iran noemen, een ander deel trok verder, drong India binnen en vestigde zich daar, zich geleidelijk verspreidend. De mensen van de Indische tak dichtten hun godsdienstige hymnen in het Vedisch Sanskrit, maar de Iraniërs in het Avestisch, een zeer dicht bij het Vedisch staande taal. In hun godsdienst kenden de Indiërs deva’s en asura’s. Allebei goddelijke wezens, maar de asura’s kregen langzamerhand min of meer duivelse trekken. De Iraniërs kenden ook deze twee soorten wezens, daiva’s en ahura, maar zij beschouwden de daiva’s als de ongewenste, duivelse geesten, en de enige god waarover Zarathustra spreekt is Ahura Mazda, de wijze (mazda) ahura, de wijze Heer, die schijnt overeen te komen met de oude Vedische asura god Varuna. Het is niet bekend hoe dit verschil ontstaan is. Een ander punt van overeenkomst tussen de twee volken is het soma in India en het hauma in Iran. Soma betekent ‘het uitgeperste’ en was het sap van een of andere plant dat mensen in een roes bracht. Er was een heel ritueel in verband met soma/hauma, er was een soma-offer, waarbij de priesters het somasap dronken en het soma werd zeer vereerd. Men heeft allerlei verschillende planten genoemd waaruit het soma geperst zou kunnen zijn, maar niemand heeft hierover bewijzen of zekerheid. De Parsies in India gebruiken er tegenwoordig droge takjes van de Ephedra struik voor. Een produkt van die plant, ephedrine gold, of geldt nog, als doping bij sportlieden. Bij vrij recente opgravingen in de genoemde steppengebieden zijn ketels gevonden van iets later levende nomaden, waarin nog zaden van hennep aanwezig waren en waaruit bleek dat men die roosterde en de damp onder een tentdak inhaleerde. Het druggebruik is dus niets nieuws. Evenzeer als Zarathustra tegen dierenoffers was, maakte hij ook bezwaar tegen het hauma-gebruik, of misschien alleen tegen misbruik er van. In Yasna 48:10b zegt hij: “Wanneer zal men die pies van een roesdrank vernietigen?” 15


Deze uitspraak van Zarathustra brengt ons terug tot het boek. De Avesta is een lijvig boekdeel, ofschoon het maar een vierde deel is van het origineel. De rest is verloren gegaan. De traditie zegt dat er twee exemplaren in bibliotheken waren, waarvan één verbrand zou zijn toen Alexander de Grote Persepolis verwoestte, en het andere zou door Griekse horden meegenomen zijn. Exoterisch en esoterisch Evenals de geschriften van andere godsdiensten moet ook de Avesta lang mondeling overgeleverd zijn. Totdat er een tijd kwam dat de door Zarathustra gepredikte godsdienst in verval raakte en heel dicht bij uitsterving was, daar ten tijde van Alexander de Grote en zijn opvolgers de Griekse traditie en denkwijze populair waren geworden. De Sassanieden vorsten (220-642 A.D.) echter, wilden de eigen aard van Perzië behouden tegenover invloeden van buiten af en lieten wat er over was van de Avesta verzamelen en optekenen. Dit gebeurde in een speciaal daarvoor bedacht alphabet met veel tekens, opdat men zelfs kleine verschillen in uitspraak kon vastleggen. Op zichzelf al een teken dat men de oude, Avestische taal niet goed meer kende. Aan de tekst zoals die nu bestaat is duidelijk te zien dat men grote flaters sloeg bij het opschrijven, dat soms gebeurde al luisterend naar het reciteren van priesters, en soms ook na vergelijking van oudere geschreven teksten in een ander, veel minder uitgebreid alfabet. Het resultaat is zodanig dat men dikwijls heel blij is met het feit dat Vedisch en Avestisch zo dicht bij elkaar staan en men slecht te begrijpen vormen door vergelijking kan verduidelijken. Bovendien schijnt alles niet in één centraal punt opgeschreven te zijn en kan men duidelijk twee dialecten onderscheiden, namelijk ten eerste het Catha-Avestisch, een dialect uit Noordoost-Perzië uit de buurt van Bactrië, waarin de zeventien Gatha’s van Zarathustra zelf zijn geschreven, en ten tweede het Jong-Avestisch, dat tot een ander gebied moet hebben behoord, en waarin de rest van het boek is geschreven. Het Jong-Avestisch is ook werkelijk jonger, maar behandelt oudere materie, zoals exoterische wetten over reinheid en onreinheid en reiniging, en bijvoorbeeld ook lofzangen aan van ouds bekende Indo-Germaanse goden, die Zarathustra niet noemt. Blijkbaar heeft de oudere godsdienst zich later weer tussen Zarathustra’s vernieuwingen ingedrongen. Zarathustra concentreerde zich geheel op Ahura Mazda en men vermoedt dat hij vooral de esoterische kant van de godsdienst vertegenwoordigde, zoals bij de Indiërs ook Varuna met esoteriek te maken had. Er is geen werkelijk bevredigende vertaling van de Gatha’s De Jong-Avestische gedeelten heeft men goed kunnen vertalen, al is ook daar de taal niet vlekkeloos, maar Zarathustra’s eigen zangen zijn hier en daar zeer onduidelijk en sommige verzen zijn praktisch onvertaalbaar. Het komt voor dat zomaar ergens een regel ontbreekt. Het is typerend dat men juist naar aanleiding van de teksten van Zarathustra vaak hoort dat er inspiratie nodig is bij het vertalen. Die is natuurlijk altijd nodig, maar inspiratie mag niet de plaats innemen van het goed kunnen lezen van de tekst. Iets opschrijven dat er volgens de vertaler misschien wel bedoeld zou kunnen zijn, of dat volgens de vertaler Zarathustra gezegd behoorde te hebben en dat met geen woord overeenkomst met de tekst vertoont, 16


is geen vertaling, maar een persoonlijk, nieuw gedicht of proza van de bewerker. Helaas bestaat er geen enkele werkelijk bevredigende vertaling van al de Gatha’s, en wat er als echte, consciëntieuze vertaling bestaat, leest vaak moeilijk en zwaar, waar de tekst niet geheel duidelijk is. Een groot probleem voor ieder die teksten van Zarathustra moet opzoeken of lezen. Een ander punt waarover de geleerden het niet eens zijn, is de tijd waarin Zarathustra leefde. Omdat Zarathustra ergens de heel normaal gevormde Iraanse naam Vishta‑aspa noemt, heeft men hem geplaatst in een tijd dat er een koning van die naam regeerde, omstreeks 600 v. Chr. Men dacht ook niet dat voordien de beschaving zodanig was dat men iemand als Zarathustra zou kunnen verwachten. Het is echter heel goed mogelijk dat er meer Vishta-aspa’s hebben bestaan en verscheidene geleerden zijn van mening dat het Avestisch een veel te antieke taal is om in 600 v. Chr. gebruikt te zijn. Bovendien hebben opgravingen in de laatste jaren aangetoond dat de nomaden in de betrokken gebieden al een veel grotere beschaving hadden dan men altijd had gedacht. Dit alles wel beschouwend, voelen sommige Avesta-kenners meer voor 1000 v. Chr. met een wijde marge naar beide kanten, dan voor 600 v.Chr. In dat laatste geval zou Zarathustra ongeveer een tijdgenoot hebben moeten zijn van Boeddha, terwijl in het eerste geval het mogelijk geweest zou zijn dat Zarathustra ongeveer 500 à 600 jaar vroeger geleefd zou hebben. Staf met runderkop De huidige Parsies, die nog hier en daar in Iran leven en in India, waarheen ze wegens moeilijkheden met de Moslims zijn uitgeweken in het begin van de achtste eeuw, noemen zich volgelingen van Zarathustra. Maar men krijgt de indruk dat zij, onder andere met hun nog steeds gebrachte hauma-offers en hun wonderlijke reinigingsriten waarbij stierenurine gebruikt wordt, eerder de oude exoterische godsdienst vertegenwoordigen dan Zarathustra’s esoterische. Vergelijk in dit verband het idee van de heiligheid van het rund bij de Indiërs en het feit dat men in sommige Parsie-huizen een met bloemen versierd beeld van Zarathustra heeft staan, waar hij getoond wordt steunend op een staf met een runderkop. Het zou een teken kunnen zijn van Zarathustra’s grootheid dat, ondanks alle wederwaardigheden en zelfs onbegrip die zijn leer en zijn zangen overkomen zijn, hij voor vele mensen nog steeds een vereerde werkelijkheid is. Rubab M.C. Monna / bewerking Kariem Maas 1 Ongeveer twintig jaar geleden heeft de inmiddels overleden Rubab M.C. Monna verhelderende toelichtingen geschreven op de heilige boeken waaruit gelezen wordt tijdens de Universele Eredienst. Eerder zijn ze verschenen in het tijdschrift Soefi Contact. Kariem Maas heeft ze bewerkt tot een serie die de komende tijd in de Soefi-gedachte zal worden geplaatst.

17


Zeven ‘vertalingen’ van Zarathustra Wali van Lohuizen

In haar beschouwing over de altaarboeken noemt Rubab M.C. Monna het vertalen van de Avesta een groot probleem. Als je een aantal vertalingen naast elkaar legt is de verscheidenheid inderdaad groot en daarmee verontrustend. In bijgaande vergelijking heb ik de Engelse versies onvertaald opgenomen omdat deze geschreven zijn door spirituele aanhangers van Zarathustra, Indiase Parsi’s. Vertaling 1 en 2 zijn van Dr. Irach Taraporewala (1884-1956). De eerste is een

woord-voor-woord vertaling van de standaardtekst van de Gatha’s volgens K.F. Geldner (1852-1929). De tweede is “een vrije weergave, die ernaar streeft de gedachte en spirituele inhoud te bereiken”. Zijn devies was steeds: “Lees de dingen van het vlees met de ogen van de Geest, niet dingen van de Geest met de ogen van het vlees”.” Hij werkte volgens de methodes van de westerse filologie, maar vanuit de inspiratie die hij bij zijn collega’s miste, gevoed vanuit de devotie en eerbied voor de woorden van de profeet Zarathustra. Vertaling 3 is van de destijds wereldberoemde Avestakenner Christian Bartholomae (1855-1925), de leraar van Taraporewala. Vertaling 4 is het in 1995 verschenen boek in een vertaling – uit het Perzisch, zoals het colofon vermeldt – door Jelle de Vries. Hij is zich bewust van de gebrekkige kennis van het Gatha-Avestisch. “Elke vertaling draagt daarom een aanzienlijk element van interpretatie in zich.” Daarom werd “gestreefd naar een letterlijke en consequente vertaling.” Vertaling 5 is een bewerking en interpretatie door Carolus Verhulst uit 1931 op basis van een aantal toen beschikbare westerse vertalingen. Bij navorsing blijkt de Duitse ‘Nachdichtung’ van Paul Eberhardt “Das Rufen des Zarathushtra” (Jena 1913) de meest maatgevende tekst te zijn geweest, maar een die heel veraf blijkt te staan van het origineel, hoe ook geïnterpreteerd. Het is een prachtige tekst waarin Verhulst zijn diepe spiritualiteit toont, die met voorliefde in de Universele Erediensten werd gebruikt. Vertaling 6 is van Van Dantzig (1967, 1978), die deze vertaling en bewerking opvat als een parafrase van het origineel. Ook deze tekst is gebaseerd op een aantal westerse vertalingen, niet op het origineel. Evenals de vorige spreekt er een grote toewijding uit, maar beide missen de authenticiteit van de eerste twee vertalingen door spirituele Parsi filologen. Nummer 7 tenslotte is een proeve van mijn hand, vooral gebaseerd op beide weergaven van Taraporewala, een aangepaste versie van de onvoltooide serie die ik een aantal jaren geleden in de Soefi Gedachte heb geplaatst. Bibliografie

Irach J.S. Taraporewala, The divine songs of Zarathustra, 1951, Hukhta Foundation, Bombay 1993. F.A. Bode, Piloo Nanavutty, Songs of Zarathustra: the Gathas, London, Allen Unwin, 1953 Jelle de Vries, De Gatha’s van Zarathustra, Den Haag, Mirananda 1995 Carolus Verhulst, De boodschap van Zarathustra, Den Haag, Servire 1931 G.J.A. van Dantzig, De gatha’s van Zarathoestra, Deventer, Ankh Hermes 1967, 1978

18


Het eerste ‘vers’ van het begin van de Gatha’s Gatha Ahunavaiti, Yasna 28.1 1. Taraporewala (woordelijk) To Him I pray in-humble-adoration with-hands-uplifted for-the-Perfect-Bliss to (Thy) Holy Spirit, O Mazda, first-of-all; through deeds inspired by Asha (I pray) for all (knowledge), (and) for Wisdom of Vohu Mano (do I pray); thus I shall-bring-solace to the Soul of Mother-Earth as-well. 2. Taraporewala (vrij) Of Him I pray with humble grateful heart, And hands uplifted, for the Perfect Bliss, Of Mazda’s Holy Spirit first I pray; Through Asha-acts true knowledge may I gain And Vohu Man’s Loving Wisdom, too, And thus bring solace to the Soul of Earth 3. Bartholomae (vertaald uit het Duits door Taraporewala) With outspread hands in petition for that help, o Mazdâh, I wil pray for the works of the holy spirit, O Thou the Right, whereby I may please the will of Good Thought and the Ox-Soul. 4. De Vries Met geheven handen in eerbied voor Hem, onze steun, de heilige Geest der waarheid, ik U met deze daad allereerst nederig, O Wijze, om hetgeen waarmee Gij de smeek wil schraagt van mijn goede denken en de ziel van de koe. 5. Verhulst Met uitgebreide handen smekend om Uw hulp, O Mazda, wil ik U vóór alle dingen bidden om de werken van de heilige geest, O gij Rechtvaardige, opdat ik, en met mij de vertrouwde aarde, daardoor de wil van het Goede Denken moge volbrengen 6. Van Dantzig In diepe deemoed strek ik mijn handen uit naar U, Heer: Gij zijt een diamant met oneindig vele facetten. Daar is allereerst uw Heilige Geest, die inspireert onze gedachten, woorden en daden. Daar is voorts Hij, die de drager is van de kosmische orde, die evenwicht en gelijkmatigheid brengt in de onrustige stroom onzer gedachten, Die deze stroom doet uitmonden in het kristallen meer der hemelse welgezindheid. Breng ons daar beiden, Heer: mijzelf en de mij toevertrouwde aarde. 7. Van Lohuizen Tot Hem bid ik in diep dankende verering met uitgestrekte handen om volkomen zegen, tot Uw Heilige Geest allereerst, o Mazda. Moge ik door de Waarheid het ware weten winnen; En ook de wijsheid van Uw Goddelijke Liefde zodat ik troost en vreugde mag brengen aan de ziel van de schepping.

19


Het doel van de reis Salima Cornelissen

“Als God probeert contact met ons te maken, lukt dat niet, want we zijn voortdurend in gesprek. Hij hoort alleen maar tuut-tuut-tuut aan de andere kant van de lijn; zo druk hebben we het in ons hoofd”. In zijn boek ‘Het innerlijk leven’ ziet Inayat Khan het leven als een reis, waarop je je goed moet voorbereiden. Je moet weten wat je onderweg nodig hebt en er voor zorgen dat je niet terug moet keren voor onafgemaakte zaken. Dat betekent dat je geen schulden achterlaat aan wie dan ook, want die binden je aan het verleden. En de mens moet geen enkele wrok meenemen, geen berouw. Maar wat is het doel van de reis? Dat is de titel van het tweede hoofdstuk in zijn boek, waar ik nader op in ga. Doelen stellen hoort bij dit leven, mijn leven. Een deel van mijn leven bestaat uit plan- en doelmatig handelen. Door doelmatigheid en evaluaties ben ik in staat veel in korte tijd te bereiken en succeservaringen op te doen. Door een sociaalconstructivistische leerwijze richt ik me op wat ik nodig heb en laat wat niet van belang is op dat moment liggen; ik bouw mijn eigen rijke leerweg op. Dit neemt een stukje van mijn leven in beslag. Zou Hazrat Inayat Khan dit bedoelen met het doel van de reis? Voor een deel wel en voor een deel niet, denk ik. Het stellen van een doel geeft je in de oplossingsgerichte gesprekstechniek de mogelijkheid om te bepalen waar je wilt komen en vervolgens hoe je daar komt. Is dat dan de techniek? Als ik een relatie met God tot stand wil brengen, in de woorden van Inayat Khan “Schepper, Onderhouder, Vergever, Rechter, Vriend, Vader, Moeder en Geliefde”, wat vraagt dat dan van mij? Moet ik God in mijn verbeelding voor gaan stellen? En als ik daar dan een voorstelling van heb gemaakt, is dat dan de werkelijkheid? En als ik dan sympathie, liefde en gehechtheid voel voor deze voorstelling, voor mijn geschapen werkelijkheid, ben ik dan op reis? In alle levensomstandigheden moeten wij God de plaats geven die het ogenblik vraagt. Mij lukt dat niet altijd. Als ik de gecompliceerde problemen zie van veel mensen in mijn werkomgeving – schuldenproblematiek, geen eten, geen kleding, mishandeling, criminaliteit, misbruik, agressie – dan vind ik dat niet rechtvaardig. Geen opleiding en allochtoon-zijn betekent apartheid, rassenscheiding, wonen in een achterstandswijk, omstandigheden waar je je heel moeilijk aan kunt ontworstelen. Moet ik daar dan de hand van God in zien? Of van een falend menselijk normbesef en individualisme, zodat we geen zorg meer hebben voor elkaar? Toch ervaar ik iedere dag de hand van God: een blijde lach, een huilende moeder, gemeenschapszin tussen allochtone moeders, een conciërge die op vrijdagmiddag naar de moskee gaat, een warme genegenheid over en weer met ouders, stralende kinderen die op hun mooist, kleurrijkst naar school komen om de kerstmaaltijd te vieren. Wat een rijkdom!

20


In ‘Kleurrijk-Friesland’ zijn vertegenwoordigers van diverse religies aangesloten. Ook hier: een rijkdom aan gekleurdheid. Uit één stralend licht worden de gekleurde kaarsen aangestoken. We leven in dit leven als een afzonderlijk schepsel, we zien onszelf hier en anderen daar. En al onze gedachten en gevoelens zijn ook voortdurend verschillend. We hebben in onszelf ook verschillende gevoelens en gedachten die komen en gaan. Als we niet uitkijken, komen we automatisch van de ene impressie in de andere. We zijn dan ver verwijderd van eenheid. Hoe kunnen we de weg daarnaartoe vinden? In alle soefi-mystiek wordt aangegeven dat we ondanks ons actieve leven een weg kunnen vinden die ons van verdeeldheid naar eenheid brengt. We moeten daartoe een richting kiezen, een doel dat ons inspireert, dat we belangrijk vinden, waar we ons op gaan richten. Zelfs, als dat in eerste instantie een materieel doel is, een doel dat hoort bij deze wereld, zegt Hazrat Inayat Khan. Door impressies die niet bij dat doel horen los te laten en met concentratie op dat doel en ideaal gericht te blijven, komt er een kracht uit ons diepere zelf, een stroom die eenheid brengt, die ons vooruit brengt. Als dat doel nog beperkt is, dan raken we wel iets van die heelheid aan, maar slechts met een kader van beperkingen. En als we dat doel hebben bereikt moeten we niet voldaan en lui in de stoel achterover leunen, maar ons richten op een hoger ideaal dat ons opnieuw inspireert. Hoe hoger het ideaal, hoe meer we de beperkingen ervan moeten loslaten. Studie van het leven, steeds waarnemen, was voor Inayat Khan de ware methode om bruikbare kennis te verwerven. Die methode eist objectiviteit. Bekijk als een toeschouwer het leven alsof je in een vliegtuig zit en vanuit een ruimer gezichtspunt waarneemt en de juiste verhoudingen ziet. Als we steeds meer kunnen loslaten van wat ons beperkt, kunnen we ook anderen beter begrijpen, omdat we niet meer vastzitten aan oordelen en opvattingen. Ieder heeft het geloof of ongeloof dat bij hem past. Als je maar niet verkrampt en op één punt blijft staan. De weg gaat op en neer. De weg is moeilijk en we moeten veel overwinnen. We zijn allemaal op weg naar heiligheid, naar heelheid, allemaal verlangen we om door de verdeeldheid heen verbonden te worden met alles in de schepping, met ons ware Zelf, met God. Als we blijven vooruitzien naar het ideaal, blijven werken voor het ideaal en ons innerlijk blijven afstemmen, zullen we steeds dichterbij komen, er is leiding in ons leven. De geest van leiding is alomtegenwoordig en werkt voor ieder van ons. We stralen het dan uit en kunnen het ook uitdragen naar anderen, en elkaar daarin helpen. Hazrat Inayat Khan zei, dat van de 1000 belangstellenden 900 kwamen om te redeneren, 99 om te mediteren en op zijn best 1 om God tot werkelijkheid te maken. Inayats definitie van religie is beweging, ontwikkeling, “voortgaan naar het doel van iedere ziel”. De goddelijke oorsprong weer ontdekken en beleven. Niet alleen geloven, maar God kennen. Het werk van het innerlijk leven is zich God tot werkelijkheid te maken. Door deze werkelijkheid ontstaat een liefdevolle verbinding, een levende Liefde. De plichten die je hebt in deze wereld vervul je uit deze levende liefde. Liefde geboren uit het hart. 21


Hazrat Inayat Khan zei: “Ik ben die ik ben, jullie maken van me wat jullie van me willen maken, maar ik word wat ik wens te worden.” Eens als de poorten van het hart zich openen en bescheidenheid ontwaakt, vinden we onszelf van aangezicht tot aangezicht met de Goddelijke Aanwezigheid, de Levende God in ons. Als we weg zijn uit het gekakel van elke dag en het wordt stil, dan heb je weer een relatie met de kern. Er komt een dag dat we dood gaan. Maar de kunst is de dood partner te maken van ons leven. Een meester schreef: “Dag in dag uit bestuderen priesters minutieus de dharma en chanten eindeloos ingewikkelde soetra’s. Alvorens dat te doen, zouden ze moeten leren de Liefdesbrieven te lezen die worden gezonden door wind en regen.” Adem in, adem uit, glimlach. Dit is de bewerking van een lezing die Salima Cornelissen eind januari van dit jaar op een moeriedsdag in Murad Hassil in Katwijk heeft gegeven als toelichting op het tweede hoofdstuk uit het boek van Inayat Khan ‘Het innerlijk leven’ (Panta Rhei, 1982, ISBN 90 73207 66 5).

Geestelijke gaven Wakil Hutter

Hazrat Inayat Khan leerde ons: “De mysticus begint met zich over het leven te verwonderen, dat voor hem ieder ogenblik een wonder is.” Is het leven een wonder en dan nog ieder ogenblik ervan? Wij gewone stervelingen zullen dit vaker niet dan wel onderschrijven! Voor hoe velen van ons is het leven niet een aaneenschakeling van zwoegen, hard werken, vaak mislukkingen, soms een succesje, altijd tijdgebrek in dit jachtige leven? Wie durft werkelijk te zeggen, dat het leven een wonder is? En wat is dat: een wonder? Als we het woordenboek er op na slaan zien we: “Wonder is iets dat op bovennatuurlijke wijze tot stand komt, iets buitengewoons.” Bij wonderen denken we aan buitenaardse zaken, aan gebeurtenissen waar zweverige religieuze zielen misschien nog in geloven. Het is niet verwonderlijk, dat we wonderen in verband brengen met religie. Immers, in het bijzonder vanuit de joods-christelijke traditie kennen we vele wonderverhalen. Het oude testament staat er vol mee: Mozes gebruikte wonderen die hij uitvoerde om het volk Israel te overtuigen hem te volgen op de uittocht uit Egypte, zijn staf veranderde in een slang, uit de Nijl schepte hij water dat in bloed veranderde, Abraham kreeg bezoek van een Engel die hem vertelde dat zijn vrouw Sara op haar tachtigste jaar nog een kind zal krijgen, Jozef legde de dromen van de Farao uit. Zo ook in het nieuwe testament: wonderen door Jezus, genezingen, lopen over water, water in wijn veranderen, wonderbaarlijke vermenigvuldiging van broden en vissen. In de brief van Paulus aan de Corinthiërs lezen we: “Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis. De een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen. En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, 22


om te profeteren, om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is.” Paulus gaat er dus zonder te twijfelen van uit, dat sommige mensen in staat zijn wonderen te verrichten, dat andere mensen kunnen genezen en weer anderen kunnen profeteren. Niets buitenaards is ons dus vreemd zou je zo denken. Maar als we ons zelf beoordelen moeten we misschien wel constateren, dat wij zelf tot niets van dat alles in staat zijn. Heimelijk zouden we dat natuurlijk best willen, op zijn tijd een wondertje verrichten. Maar voor de meeste van ons gewone stervelingen lijkt dit niet weggelegd. Betekent dit dat we allemaal maar beginnelingen op het geestelijk pad zijn? Moeten we hiervan moedeloos worden? Paulus zelf geeft hierop een antwoord als hij schrijft: “Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweeg brengt. In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente.” Paulus zegt dus dat er vele gaven bestaan, die God aan de mens heeft geschonken, allen vormen ze een uiting van de ene bijzondere kracht; bij alle gaven gaat het om dienende taken ten bate van de gemeente, lees de medemens. In de Bhagavad Gita lezen we ook, dat er heel verschillende mensen met heel verschillende gaven, capaciteiten bestaan. Zo is er de Brahmaan, die zich kenmerkt door rust, zelfbeheersing, ascese, zuiverheid, geduld, rechtschapenheid, kennis, ervaring. En er is de Ksjatriya; heldenmoed, vuur, standvastigheid, bekwaamheid, volharding in de strijd, vrijgevigheid en vorstelijke waardigheid zijn zijn kenmerken. Ook kennen we de Waisjya, die zich bezig houdt met akkerbouw, veeteelt en handel. En er is de Shoedra, die houdt zich bezig met dienen, het is een dienaar. De eigenschappen worden hier gekoppeld aan de vier kasten van het kastensysteem, waardoor het een wat knellende indeling wordt. Toch helpt deze indeling wel wat. Als we ons bezinnen op onze eigen diepste karaktertrekken kunnen we best inzien dat mensen heel verschillend in elkaar zitten. Zo heb je mensen, wier karakter het is te fungeren als breekijzer, dit zijn vaak de wegbereiders, mensen die met iets beginnen, die een nieuw bedrijf opstarten. Het zijn de Waisjya’s uit de Bhagavad Gita met de daar vermelde eigenschappen en ze vervullen een heel belangrijke rol op deze wereld. Naast al hun mooie eigenschappen beschikken deze mensen echter vaak over weinig zitvlees, dat wil zeggen, ze vervelen zich al heel gauw als er een tijdje niks gebeurt, als zich niks nieuws ontwikkelt. Ook zie je vaak dat dit soort mensen veel charisma hebben, zich enthousiast op iets storten, heel goed een groepje mensen kunnen enthousiasmeren en snel iets kunnen opbouwen. Vaak zijn ze echter tegelijkertijd slecht in iets goed organiseren, als ze niet oppassen, hollen ze zich zelf heel makkelijk voorbij. Wat ze nodig hebben is een soort van tweede man. Deze tweede man is iemand van een heel ander karakter, iemand die veel rustiger van aard is, die rustig een organisatie opbouwt, zorgt dat het nieuw opgerichte bedrijf bestendig is, en dat alles netjes geregeld wordt. Als deze twee mensen goed met elkaar overweg kunnen en elkaar volkomen accepteren in hun eigen rol, ontstaan daar vaak heel succesvolle bedrijven uit. Je zou kunnen zeggen: de tweede man is van het type Waisjya. Het aardige is dat de eerste en tweede man 23


niet kunnen zonder wat je oneerbiedig het voetvolk zou kunnen noemen, dat zijn in de Bhagavad Gita-terminologie de Shoedra’s, de dienaren. Zij voeren het werk uit en zijn onmisbaar om een bedrijf goed te laten draaien. En naast deze drie soorten van personen heb je dan nog diegenen, die door de Bhagavad Gita worden aangeduid met Brahmanen, de geestelijken. Wat is hun rol in dit beeld van het leven? Ik denk dat dit de mensen zijn, die zich onttrekken aan al het strijdgewoel van het bedrijfsleven. Het zijn de mensen die zich bezinnen en die de andere drie groepen bijstaan met raad en daad. Het zijn in onze moderne tijden de mensen die anderen bijstaan in hun innerlijke groei, mensen die binnen het Soefisme of binnen andere religieuze groepen anderen initiëren en begeleiden, of mensen die yoga lessen geven, psychologen, psychiaters, artsen etc. Het Hindoeïsme deelt dus in naar vier soorten van mensen. Zonder twijfel zijn er andere indelingen mogelijk. Het maakt allemaal niet zoveel uit hoe je een en ander indeelt. Essentieel is dat we beseffen dat er heel verschillende types mensen bestaan en dat eenieder zijn of haar geaardheid heeft en met die geaardheid moet handelen. Krishna zegt hier in de Bhagavad Gita verder over: “Beter is het de eigen levensplicht onvolkomen te vervullen, dan die van een ander met goed gevolg. Wie de hem volgens zijn aanleg toegewezen bestemming vervult, die vervalt niet in zonde.” Dus niet alleen moet je recht doen aan je geaardheid, maar ook: let op je eigen levenstaak, tracht die te vervullen en loop er niet voor weg. Krishna gaat nog een stap verder zelfs: misschien kun je die eigen levensplicht niet zo heel goed, zo volkomen vervullen, maar: doe het toch! Loop er niet voor weg en vlucht niet in een andermans taak, ook al zou je die perfect kunnen vervullen. Het leven heeft ons niet voor niks in een bepaalde situatie gebracht. Wat betekent dit voor ons, in ons dagelijks leven? Als het leven ons voor moeilijke situaties plaatst, laten we er dan niet voor weg lopen, maar laten we ze tegemoet treden in het vertrouwen dat ze op ons af komen, omdat God van mening is dat we ze aan kunnen, dat we er sterk genoeg voor zijn. Bijzonder troostrijk is -zoals Krishna het uitdrukt- dat het niet erg is om deze taak dan onvolkomen te vervullen! Laten we het beschouwen als een leermoment voor ons, in ons leven. Ook moeten we niet bang zijn ‘schulden’ op ons te laden. Ook al weer bijzonder troostrijk is, dat Krishna zegt dat het leven zelf onlosmakelijk verbonden is met het ontstaan van schulden, zoals vuur onlosmakelijk verbonden is met rook: “De aangeboren lotsbestemming moet men niet verzaken, ook al wordt ze begeleid van schuld, want alle doen is omgeven van schuld, zoals het vuur door rook.” We hadden het over geestelijke gaven en over wonderen. We zagen dat Paulus in de brief aan de Corintiërs veronderstelt dat er mensen zijn die tot het verrichten van wonderen in staat zijn, dat er mensen zijn die anderen kunnen genezen, dat er mensen zijn die wijsheid kunnen verkondigen, enz. Hoe zit dat nu? Bestaat dit alles echt, moeten wij er naar streven om tot dit alles in staat te zijn, moeten wij ons zelf als mislukt beschouwen als we dit alles niet kunnen? Twee aspecten zijn hier van belang. Ten eerste onze innerlijke houding, ten tweede de vraag wat een geestelijke gave, en meer speciaal een wonder, precies is. Los van wat we onder een wonder verstaan en of we er nu wel of niet in geloven: het gaat er 24


niet om er naar te streven dat we wonderen kunnen verrichten, waar het om gaat is, dat we ons innerlijk ontwikkelen in het leven en dat we leren al onze daden te laten leiden door een goede morele instelling. Waar het dus om gaat is innerlijke ontwikkeling naar een hogere standaard, opdat ons leven begeleid wordt door liefde, door integriteit, door medegevoel voor onze medemens. En naarmate we ons zelf zo verder ontwikkelen, zal er van alles op onze levensweg komen. Is het immers niet zo, dat integere, liefdevolle mensen een dermate prettige uitstraling hebben, dat ze als vanzelf een genezende werking hebben, dat mensen zich opgetild voelen in hun omgeving, als het ware voelen hoe hun problemen verlicht worden? Zo komen wonderen vanzelf op ons pad. De grootste geestelijke gave die we kunnen ontvangen is inzicht. Inayat Khan zegt daarover in een toespraak het volgende: “In de natuur en in de kunst bestaan er veel kostbare dingen, dingen van onschatbare waarde. En het kostbaarste van alles is inzicht, het vermogen om te begrijpen, in staat te zijn om te leren en te weten. Dat is de grootste gave die God kan geven en alle andere dingen van het leven zijn hierbij vergeleken klein. Als er iets bestaat wat een mens kan doen om zijn spirituele kennis te verrijken, om zijn ziel naar hoger sferen te voeren, om zijn bewustzijn tot volle verruiming te laten komen, dan is het om alles te doen wat maar mogelijk is om zijn inzicht tot ontwikkeling te brengen, want dit is het wonderteken van God in de mens. Het tot ontwikkeling brengen van het vermogen tot inzicht wordt de ontplooiing van de ziel genoemd.” De grootste geestelijke gave die ons ten deel kan vallen is dus inzicht. Dat wil zeggen, dat we ten diepste ons zelf worden, verenigd met God, waarbij we als vanzelf aanvoelen wat onze taak in het leven is en dat we volledig vertrouwen op God, dat die ons zal begeleiden op onze levensweg, ook door de grootste moeilijkheden heen. En dan is het niet belangrijk of we een brahmaan, een krijger of een dienaar zijn. Ook is het niet belangrijk of we wonderen kunnen verrichten in de zin van met een toverstokje zaken en gebeurtenissen veranderen. Het is maar goed dat we dat niet kunnen. Het zou één groot gevecht van toverstokjes worden! Zolang wij niet kunnen beoordelen wat goed is voor de mensheid, moeten wij zielsgelukkig zijn, dat we geen toverstokje hebben en dat we ons mogen richten op onze eigen ontwikkeling. En dan hoeven we ons daarin geen grenzen te stellen. Alles is mogelijk zegt Inayat Khan: “Er is niets wat ik beschouw als te goed voor mij of te hoog om te bereiken; integendeel, alles wat mogelijk is, komt mij voor, binnen mijn bereik te liggen, sinds ik gekomen ben tot de aanschouwing van mijn Heer.”

25


Het pad van soefisme gevonden Wieger Hellema

Het is altijd boeiend om te horen hoe mensen in contact zijn gekomen met de Soefiboodschap. Bij mij is dat een kwestie van vele jaren geweest. In 1953 ging ik terug naar Nederland, nadat ik twee jaar als huisleraar had gewerkt in Mexico. Aan boord van een vrachtschip met passagiers-accommodatie zat ik te lezen in het prachtige boek The Heart of Jade over de verovering van Mexico door Cortez, geschreven door de Spaanse diplomaat Salvador de Madariaga. Eén van de reizigers, Hayat Matthews, vond dat heel grappig, want zij was een dochter van de schrijver! Op deze reis, die begon met een dubbele regenboog in Amerika en eindigde met weer een dubbele regenboog bij Antwerpen, hebben Hayat en ik vele lange gesprekken gevoerd. Ze vertelde dat haar ouders in Geneve hadden gewoond, waar haar vader vertegenwoordiger voor Spanje was bij de daar gevestigde Volkenbond. In die stad hadden ze ook Hazrat Inayat Khan leren kennen en bewonderen. Bij aankomst in Europa kreeg ik als afscheid van Hayat haar Gayan waarin zij vele aforismen had aangestreept. Ongeveer een jaar later was Hayat enkele dagen in Nederland. De FAO waarvoor zij inmiddels werkte, had een conferentie in ons land. Op Zondagmorgen zijn we naar de soefi-dienst in Amsterdam gegaan, die werd gehouden in het gebouw van de Vrijmetselaars in de Vondelstraat. Als gereformeerde jongen was ik gewend aan zeer sobere diensten en ik vond dat altaar met kaarsen en bloemen, en de robes van degenen die dienst deden, en al die teksten heel indrukwekkend. Later kocht ik in een tweedehands boekwinkel The Unity of Religious Ideals, dat ik nog altijd een zeer helder boek vind. Ik kon toen niet vermoeden dat ik het na vele jaren zelf nog eens in het Nederlands zou vertalen! Mijn tweede studie zat erop en ik was toegelaten tot de Buitenlandse Dienst en woonde her en der over de halve wereld. Ik bezocht geregeld protestantse kerkdiensten, die werden gehouden in de Union Church, de Church of Scotland, Anglikaanse kerken, of in gemeenten met een sterke Amerikaanse Southern Baptist inslag. Vaak zong ik in het kerkkoor. Maar verschillende toeristische bezoeken aan India en een verblijf van drie jaar in Thailand maakten me ook nieuwsgierig om iets meer te begrijpen van Hindoeïsme en Boeddhisme. In de tachtiger jaren bracht ik mijn vakantie door in de Pauwhof in Wassenaar en op een dag was ik in Den Haag en stond ik voor het soefi-gebouw aan de Anna Paulownastraat. Gunst, dat zijn die soefi’s van Hayat Matthews, dat is lang geleden. Ik las dat daar de komende zondag nog geen dienst zou worden gehouden, maar al wel in Banstraat 24. Ik had geen idee waar dat was, maar die zondag was ik er toch. Geweldig de stilte in de kleine zaal, ook vóór de dienst begon. Munir Rooke 26


verzorgde de muziek en ik deelde zijn voorliefde voor Mozart. Ik ben nog één of twee keer geweest en moest toen terug naar Ethiopië. Maar telkens als ik in Nederland was ging ik graag naar de diensten in de Banstraat. Daar zat de oude mevrouw van Lohuizen, en daar maakte ik kennis met Hazina de Smeth-van Palland. Murshida Shahzadi Khan-de Koning was leidster van het Centrum. Khalila Merkelbach zorgde voor de boekentafel en zij moest wel lachen toen ik vóór terugkeer naar het buitenland vroeg of zij alle dertien delen van de Engelse volumes voor me wilde inpakken. Eind 1987 kwam ik voorgoed terug naar Nederland en ik koos voor wonen dicht bij Den Haag ook vanwege dat fijne centrum in de Banstraat. In juni 1988 werd ik muried en al vrij snel werd ik ook cherag. Die eerste jaren heb ik aan alles meegedaan: bijzondere dagen en zomerschool in Katwijk, weekends op Land en Bosch, elementen ritueel en natuurlijk de Gathaklassen, die toentertijd werden gevolgd door healingbijeenkomsten. In 1990 verhuisde ik naar het Oosten van Nederland en werd het centrum in Arnhem mijn tweede tehuis. Ik ben zeer dankbaar dat ik het soefisme heb leren kennen, dat zonder dogmatische beperkingen een diepe spiritualiteit geeft, met respect voor alle religies. Dankbaar ben ik ook voor de vriendschap die ik van veel centrumleiders en medemureeds heb mogen ontvangen.

VORM rituelen vormen het vormloze gedachten vormen het onwerkelijke woorden vormen het onzegbare handen vormen het ongrijpbare het ongevormde krijgt vorm, stem tot stem en vorm sterven het ongevormde is niet veranderd het ongevormde kan niet aanbeden worden je kunt er niet voor knielen maak een beeld van het ongevormde een voorstelling zolang dat nodig is

Ellinor Troelstra-Strijbos

27


Een soefi in het moderne leven Ameen Carp

Sinds de tijd dat de Soefileraar Hazrat Inayat Khan in het westen leefde en daar de Soefi Boodschap verspreidde (1910-1926) is er veel veranderd in onze samenleving. Sinds zijn heengaan in 1927 zijn televisie, computer, internet, e-mail, dvd’s en video’s en nog veel andere technische vindingen ons leven gaan helpen en beïnvloeden. De toestroom van informatie is enorm; men moet er zich voor afsluiten omdat het anders teveel wordt. De wereld is globaal geworden, dat wil zeggen dat wij nu alles weten wat er overal in de wereld gebeurt en erbij betrokken zijn. Het wereldwijd reizen is enorm toegenomen, zo ook het aantal conferenties over alle onderwerpen die de samenleving aangaan. Hazrat Inayat Khan heeft zich zeer bezig gehouden met de problemen van de maatschappij waarin hij leefde. Zie zijn serie lezingen over ‘De oplossing van het hedendaagse vraagstuk’. Lees wat hij zegt in de Sociale Gathekas, waarin hij stelt dat de huidige samenleving veel te materialistisch is geworden en dat het commerciële aspect het leven te sterk doortrekt. Hij waarschuwt voor het te snelle ritme van het moderne leven en voor het dringend gevaar van een onthechting van het gezinsleven. Hij beklemtoont steeds weer opnieuw het belang van een goed evenwicht tussen uiterlijk en innerlijk leven en hij vraagt zijn leerlingen om te leven in harmonie met de medemens, met zichzelf, met de Schepper. Maar hij prijst het leven en raadt aan om het ten volle te leven, en te genieten van alle schoonheid ervan. Sedert 1927 zijn er grote veranderingen gekomen in onze samenleving. Grote voordelen, grote gevaren. Wat zijn die gevaren? Het ritme van het leven wordt steeds sneller, gehaaster. De meeste mannen en vrouwen werken de hele dag en de werkdruk neemt voortdurend toe. De werkopgave is maximaal te presteren. Lukt dit niet, dan dreig je je baan te verliezen. Je wordt eerder ‘oud’ gevonden in het arbeidsgebeuren en boven de vijftig jaar vind je geen werk of heel moeilijk. Is dit de samenleving die de mens graag wil? Wat betekent dit voor de kinderen? Als beide ouders werken, gaan de kinderen steeds vroeger naar school. Reeds met 2 jaar worden de kleine kinderen afgeleverd bij de school. Of er is de crèche. Als de beide ouders werken en meestal pas tegen zes uur thuis kunnen zijn, wordt de opvang in de naschoolse uren steeds belangrijker. De middagmaaltijd wordt dan op school verorberd. Als de ouders moe thuis komen, wacht er de zorg voor het huishouden, de boodschappen, het koken van het avondeten, en hulp bij het huiswerk van de kinderen schiet er meestal bij in. Gescheiden ouders, weduwen en weduwnaars met kinderen hebben dezelfde problemen Wat is dan de ontspanning? De televisie is een medium met twee gezichten: enerzijds leerzaam, educatief, met mooie documentaires, anderzijds veel sport, geweld en sex. Datzelfde geldt ook voor internet. Enerzijds heel informatief, anderzijds kan het een groot gevaar zijn (bijvoorbeeld de kinderlokkers, pornografie). Kinderen zijn zeer kwetsbaar als ze niet door hun ouders gewaarschuwd worden. Internet is een nieuw belangrijk medium en de ouders zouden zich erin moeten 28


verdiepen en met hun kinderen erover praten. In de puberteitsjaren dreigt de kloof tussen de vermoeide ouders en de opgroeiende jeugd groot te worden en het onbegrip aan beide kanten groeit. Vaak ontstaat er irritatie, boosheid, verwijdering. Waar leidt dit toe? Tot hangen bij leeftijdgenoten of op straat, vroege sexuele ervaringen en alcohol. De gedisciplineerde kinderen stellen zich bepaalde leefregels en natuurlijk heeft recreatieve sport een duidelijk educatief karakter. Hoe gaat men dan met die nieuwe vrijheid om? De mogelijkheden om te reizen en de wereld te ontdekken zijn enorm toegenomen. Men reist tegenwoordig, al heel jong, naar oorden waar de oudere generatie nooit is geweest en alleen maar van droomde. Studeren, een beroepsopleiding volgen, zelfstandig je vormen, het is alles veel gemakkelijker dan vroeger. Maar dan is men klaar en gaat men op zoek naar een baan. In sommige sectoren is er een teveel aan gekwalificeerde mensen; in andere sectoren is er voldoende werk. Waar leeft men voor? Wat is je doel in het leven? De wereld is er slecht aan toe. Hazrat Inayat Khan zei al in de twintiger jaren van de vorige eeuw: “De wereld is ziek.” Enerzijds is er de voortdurende tendens om de waarden van het leven uit te drukken in materiële termen: het mooie huis, de goede auto, de twee vakanties per jaar, comfortabele levensstandaarden, het toekomstige pensioen. Anderzijds is er een innerlijk verlangen naar zingeving van het leven. Hazrat Inayat Khan drukte het regelmatig als volgt uit: “Zodra de ziel zich gaat ontplooien en in het leven het doel gaat ervaren dat in haar verborgen ligt, begint zij hiervan de vreugde te voelen; zij gaat het voorrecht waarderen van te leven; zij gaat alles waarderen, zij gaat alles zien als een wonder. Want er is geen ervaring die waardeloos is en voor de ziel die dat doel gaat beseffen is geen ogenblik verspild in het leven.” In dit boek ‘Het doel van het leven’ wordt ook de vraag gesteld: “Zou het uiterlijke doel ook leiden tot het innerlijke doel van het leven?” Alles is geschapen om één plan te verwerkelijken en daarom werkt elk individu mee aan de verwerkelijking van het goddelijk plan. Waar leeft men dan voor? Gaat het om het eigen levensdoel of heeft men ook een verantwoordelijkheid voor het geheel? Is men medeverantwoordelijk voor een gezonde, correcte wijze om met elkaar op deze planeet te leven? Hoe kan men zich wapenen tegen de voortdurende vergroving van het leven? Wat kan men doen om de stijgende agressie in de samenleving tegen te gaan? Hoe kweekt men weer respect aan voor ieder levend wezen, mens, dier, plant, mineraal, water, aarde, lucht, het milieu? Hoe remmen we het steeds snellere levensritme af en gaat men ‘burn-outs’ tegen en de ontreddering van veel tieners? Waar is het evenwicht tussen werk en ontspanning? En de klemmende vraag: hoe bewaart men zelf innerlijk evenwicht, kalmte, rust, levensvreugde? Wat kan je als soefi doen om te verhinderen dat je moedeloos, teleurgesteld, depressief wordt bij het besef dat de maatschappij verloedert en de natuur mishandeld wordt? Hierop te antwoorden is voor een soefi een heilige opgave. Een soefi richt zich op een goddelijk ideaal. Een ideaal van liefde, harmonie en schoonheid. Door de dagelijks beoefening van deze drie kwaliteiten van het leven maakt de Soefi zijn leven een vervulling van deze hoedanigheden. Door de dage29


lijkse trouwe herhaling van gebeden, meditaties en geestelijke oefeningen wordt de zoeker naar vrede, geluk en liefde verder geholpen naar de realisatie van zijn/ haar grote ideaal. Niet door het fascinerende maar ook moeilijke, veeleisende leven te ontvluchten, maar door het ideaal uit te leven temidden ervan, ervaart de soefi vreugde. En draagt zo de mede-verantwoordelijkheid met vreugdevolle overgave. In de Beker van Saki staat op 15 juli geschreven: “De wereld ontwikkelt zich van onvolmaaktheid naar volmaaktheid, zij heeft al onze liefde en sympathie nodig. Grote tederheid en waakzaamheid wordt van ieder van ons gevraagd.” Dit wijst erop dat wij een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het welzijn van de mensheid, voor het goede beheer van de natuurlijke rijkdommen van de planeet aarde en voor een goede manier om conflicten op te lossen. Conflicten in de maatschappij, conflicten tussen staten, conflicten tussen religieuze gemeenschappen, van klein tot heel groot. Dit verlangt van ons een inleving in de problemen van de samenleving, waarvan wij deel zijn. Dit moet zo objectief, zo zelfloos mogelijk zijn. Dat vraagt de ontwikkeling van burgerzin op macro-niveau. Meedenken, meevoelen. Er wordt al heel veel gedaan op dit gebied. Het nadenken over de millenium doelstellingen en over The Earth Charter zijn voorbeelden ervan hoe wijze mensen denken wereldproblemen op te lossen: zorgen voor goede behuizing en sanitaire voorzieningen, de bestrijding van armoede, de strijd tegen slopende ziekten, tegen analfabetisme, tegen kinderarbeid, vrouwenhandel, drugs, illegale wapenhandel, terrorisme, enz. Men kan licht neerslachtig worden als men ziet hoe gering de vooruitgang is. Maar men moet ervoor waken zelf depressief te worden en toe te geven aan negatieve mistroostige gedachten. Wat kunnen we dan zelf doen om niet meegesleept te worden in een negatieve panieksfeer? Door je eigen evenwicht te bewaren, door een rustig ritme te handhaven, een balans te bewaren tussen werk en rust, door regelmatig te wandelen in de natuur, door rustig en diep adem te halen en te beseffen dat er één geweldige universele geest overal werkzaam is in alle scheppingsvormen, die streeft naar één gemeenzaam besef van het doel van het leven. In de Beker van Saki lezen wij: “Je kunt alle goede dingen hebben – rijkdom, vrienden, vriendelijkheid, liefde om te geven en te ontvangen – als je maar leert er niet door verblind te worden; als je geleerd hebt je te wapenen tegen teleurstelling en afkeer van de gedachte dat de dingen niet zijn zoals je zou willen dat ze zijn.” En in hetzelfde boek lezen wij: “Het besef dat het hele leven bestaat uit geven en nemen is de realisatie van de geestelijke waarheid en van de ware democratie. Pas als deze geest in het individu ontwaakt is, kan de hele mensheid naar een hoger niveau worden gebracht.” Je te verenigen met die universele geest schenkt vreugde, hoop, vertrouwen, vrede. Dit is een weg om te gaan.

30


“Een Soefi midden op de oceaan kan niet verder zien, dan zijn horizon reikt. Zo is het ook met de Waarheid. Een Soefi kan niet meer zien van de Waarheid dan zijn horizon reikt”

Geliefden van God Jaap Dekker

Deze welkomstwoorden gebruikte Hazrat Inayat Khan in de eerste Universele Eredienst die op zaterdag 7 mei 1921 werd gehouden in Londen. “Beloved ones of God.” Wij zouden nu zeggen: De Ene houdt van u. En dat was de boodschap, waarmee Inayat Khan in 1910 uit India naar het westen was gekomen. Zijn murshid, zijn leraar, had hem opgedragen de boodschap uit te dragen en volgend jaar is het honderd jaar geleden dat Inayat Khan de boodschap daadwerkelijk in het westen is gaan verkondigen. De Ene houdt van u, van u en van mij. Maar dat is geen nieuwe boodschap. Profeten, zieners, mystici, hebben in alle tijden in alle culturen steeds die blijde boodschap gebracht. En de mensen bouwden dan geleidelijk een godsdienst op rond deze boodschap. Een godsdienst met hoe langer hoe meer dogma’s, cultuurregels en overgeleverde voorschriften. En als die godsdienst daardoor in verval was geraakt, zodanig dat je de oorspronkelijke boodschap bijna niet meer kon herkennen, dan kwam er een nieuwe boodschapper, die dezelfde blijde boodschap verkondigde, maar nu in andere bewoordingen voor de nieuwe cultuur. Zo ook Inayat Khan. Hij bracht in zijn tijd dus geen nieuwe godsdienst, hij bracht de oude blijde boodschap ‘De Ene houdt van ons’, maar dan in nieuwe kernwoorden, passend in de nieuwe cultuur: ‘liefde, harmonie en schoonheid’. Bezinnen Het gaat over de Boodschap, het soefisme en de methode van het soefisme, en ik zou mij willen bezinnen op: wie zijn wij, wat doen wij en hoe doen wij, wat we doen. En ik heb een vraag: kan de soefi door het soefisme, door de methode van het soefisme, zijn horizon verwijden zodat hij méér kan gaan zien van de Waarheid? Soefi’s, wie zijn wij? Wij hebben een karakteristiek, wij zijn een spiritueel genootschap. Spiritueel in de zin van tegenpool ten opzichte van materieel. Het zijn van een spiritueel genootschap geeft ons verantwoordelijkheid te dragen, wij zijn verantwoordelijk voor het spirituele gehalte van ons leven en onze bijeenkomsten. Wij worden daarin geleid door onze Meester, die ons de weg wijst naar het Licht, het Licht dat ons verlichting, dat ons inzicht, zal geven. Het Soefisme heeft drie kernwoorden: Liefde, Harmonie en Schoonheid. Liefde, het eerste kernwoord, verbindt. Er wordt wel gezegd: liefde is het cement van het universum. Dat betekent zoveel als: liefde houdt alles is stand, zonder 31


liefde valt alles uiteen, zonder liefde kan niets bestaan, zonder liefde is dood. Liefde is inderdaad het cement van het universum. Liefde ontwikkelt zich tot harmonie, het tweede kernwoord, en harmonie is nodig om je pad te gaan. Harmonie in je verhouding tot jezelf, harmonie in je verhouding tot je medemens, harmonie in je verhouding tot de Ene. Ieder mens, iedere ziel, gaat zijn eigen pad. Niemand kan het geestelijk pad van een ander gaan, want het geestelijk pad is een weg naar binnen. Het geestelijk pad is het pad naar onzelfzuchtigheid. Soefi’s, wat doen wij? Wat doen wij? Wij gaan het geestelijk pad van harmonie, van onzelfzuchtigheid. Zelfzucht, zelfzuchtigheid is alleen aan jezelf denken, zorgen dat je ergens beter van wordt, maar dan wel: ten koste van. Er is geen bezwaar tegen ons streven, om ergens beter van te worden, maar zelfzucht, zelfzuchtigheid, gaat altijd ten koste van. Ten koste van een ander, of ten koste van de natuur, of ten koste van het universum. Uit harmonie wordt schoonheid geboren en schoonheid, het derde kernwoord, duidt op volmaaktheid. Schoonheid raakt je, doordringt je, heft je op boven onwijsheid, boven zelfzucht. Schoonheid geeft ons even de ervaring van volmaaktheid, van inzicht, van Waarheid. God zei tegen Salomo, dat hij mocht vragen wat hij wilde hebben en hij zou het krijgen. Salomo vroeg om wijsheid. Wijsheid is waardevoller dan goud, of zilver, of een lang leven, of macht. Wijsheid geeft inzicht en – zo leren de Hindoes ons – inzicht is het hoogste dat een mens kan bereiken. Inzicht is de grootste rijkdom. Soefi’s, hoe doen wij wat wij doen? In zeker opzicht is het soefisme een leerschool. En wel een esoterische leerschool, compleet met inwijdingen. Op een school zit niet iedereen in dezelfde klas. Niet iedereen heeft hetzelfde niveau van ontwikkeling. Maar dat geeft niet. Een school is om te leren, een school dient juist om je te ontwikkelen. En zoals je een baby voedsel geeft wat aangepast is aan het babyniveau, zo kunnen ook niet alle soefi’s dezelfde kost verteren. Soefi-bijeenkomsten zijn leermomenten, een ieder kan er uit halen wat voor haar of hem van belang is. Niet altijd is alles voor iedereen toegankelijk of van gelijk belang. Toch vormen wij gezamenlijk het soefisme. Om dat gezamenlijk te blijven doen is consideratie nodig. Er daar hebben wij de sleutel tot onze methode, die sleutel is: consideratie. Consideratie is: mededogen, tolerantie en ruimte. Consideratie is niet: fundamentalisme, extremisme en bekrompenheid. Het Johannes Evangelie in de bijbel begint met: “In het begin was het Woord en het Woord was God en door het Woord is alles ontstaan.” Als wij een gevoel, een gedachte, onder woorden brengen, wordt dat gevoel, die gedachte, door die woorden beperkt. Je kunt niet tegelijk ja en nee zeggen. Terwijl je gevoel, je gedachte, kan aangeven, dat je eigenlijk zowel ja als nee bedoelt. Niets is absoluut ja of absoluut nee. Taal die wij gebruiken, zo leren ons filosofen, is onbetrouwbaar. Taal bedoelt vaak niet wat ze zegt, en taal zegt vaak wat ze juist niet bedoelt. Een woord, een begrip in het ene hoofdstuk van een boek kan heel iets anders betekenen in 32


een ander hoofdstuk, een paar bladzijden verder. Maar hoe zit het dan met: het Woord was God? Naar mijn gevoel dienen we hier onze sleutel toe te passen, ruim zien dus. In het soefisme zijn er geen voorschriften hoe je de Ene moet zien, hoe de beschrijving moet zijn, wat er wel en wat er niet onder valt. Eenieder is vrij zijn eigen interpretatie te geven. Of je nu spreekt over God, over het Woord, over Allah, over de Ene, over de Eeuwige, over de Almachtige, over de Alomtegenwoordige, over het Beginsel, over de Waarheid, over het Niets, etc., etc., is niet essentieel. Het zijn slechts woorden, de werkelijkheid inperkende woorden. Zelfs wanneer iemand het idee heeft dat de Ene niet bestaat, omdat hij geen godsbegrip heeft dat overeenkomt met zijn idee van de werkelijkheid, ook dan is de consideratie-grens van de soefi niet bereikt. Dat brengt ons op de vraag: is er een grens aan consideratie en zo ja, waar ligt die grens? De Boeddha heeft ons geleerd: “Er zal altijd strijd zijn, maar wij mogen niet strijden voor een onrechtvaardige zaak, wij mogen niet strijden uit zelfzucht. Hij die strijdt strijde voor waarheid en voor gerechtigheid en niet uit eigenbelang. Hij die de oorzaak van de oorlog is, verdient gelaakt te worden.” De grenzen van consideratie liggen dus daar, waar waarheid en gerechtigheid geweld worden aangedaan. De gouden regels van Boeddha kunnen worden samengevat in: volg het pad van het juiste midden. In hoeverre zijn wij in staat dat pad van het juiste midden te volgen? Is niet alles al voorbestemd? Toeval bestaat niet, aan elk gevolg liggen oorzaken ten grondslag en die oorzaken zijn gevolgen van eerdere oorzaken, zoals ook elk gevolg één van de oorzaken zal zijn van een volgend gevolg. Kan het zijn, dat je lotsbestemming, je karma, onwrikbaar gevormd is en dat de mens zijn levensweg volgt voortgedreven door aanleg, milieu en opvoeding, zonder eigen inbreng, zonder vrije wil? De Vliegende Hollander De legende van de Vliegende Hollander vertelt ons, hoe de schipper op de uitreis hoogmoedig het woord van God overboord smeet. Hij wilde niet schipper zijn naast God, hij wilde soeverein schipper zijn op zijn schip. Dat kwam hem duur te staan. Hij werd vervloekt, zo vertelt de legende, en sindsdien jaagt de Vliegende Hollander eeuwig voort over de wereldzeeën. Nooit zal hij huiswaarts kunnen gaan om af te meren in de veilige haven. Soms wordt de Vliegende Hollander gezien tijdens fel stormweer, onder vol tuig, niet aflatend voortgezwiept over de golven. Vaak is dat een slecht omen: als je de Vliegende Hollander ziet, zal het slecht met je aflopen! 33


Hier is geen sprake meer van vrije wil, van eigen inbreng. Anders is de gelijkenis van de zeezeiler. De zeezeiler vertelt: ik heb iets geleerd in het leven. Je zeilt uit, je kiest je doel en je zet je koers uit. De wind komt nu eens van deze kant en dan weer van die kant. Door je zeilen te zetten kan je je boot toch in de richting varen die je je hebt voorgenomen. En al waait het hard of is het windstil, al heb je wind mee of heb je tegenwind, uiteindelijk zal je je doel bereiken. Het is mijn vrije wil mijn boot zó te varen over de levenszee, dat ik mijn doel zal bereiken. Het is mijn vrije keus mijn koers zó te kiezen en mijn zeilen zó te zetten, dat ik – hoewel ik afhankelijk ben van de wind – toch kom waar ik wil. Symboliek Ons gevoel, ons denken reduceert het totaal van de werkelijkheid. Woorden reduceren die gereduceerde werkelijkheid nog verder, tot hapklare brokken. Die hapklare brokken zijn echter nog niet voor iedereen hapklaar en verteerbaar. Een baby moet je immers babyvoedsel te eten geven. Woorden kan je gebruiken als symbolen. Een symbool geeft veel meer aan, dan het woord zelf. Soefi’s doen wat zij doen met behulp van symbolen. Zo is het symbool van het soefisme een hart met vleugels. Dat symbool zegt veel meer, dan het woord de Ene. Een woord reduceert de werkelijkheid, een symbool daarentegen verruimt weer ons begrip van die werkelijkheid. Aan de Ene is in geen enkel opzicht door de mens afbreuk te doen, want dat gaat de mens te boven. Blasfemie, godslastering, is dan ook een merkwaardig begrip. Hoe zou een mens afbreuk kunnen doen aan de Ene? Wel kunnen wij aan een symbool en aan een naam afbreuk doen, want die zijn mensenwerk. Onze horizon Soefi’s doen dus wat zij doen met behulp van consideratie en symbolen en daarmee kunnen wij het geheim van het soefisme onthullen. Het geheim van het soefisme is het ideaal dat de gehele mensheid één familie mag worden in het vaderschap van God. Familie betekent niet, dat wij allemaal gelijk zijn, familie betekent dat wij gelijkvormig zijn. DNA-onderzoek heeft aangetoond dat alle mensen op de gehele wereld buitengewoon gelijkvormig zijn. Er bestaat geen rassenonderscheid op DNA-niveau. Mensen zijn genetisch één en de onderlinge verschillen en uiterlijke kenmerken zijn slechts varianten. Zoals de zesde Soefi-gedachte zegt, die ik parafraseer: “Er is één menselijke familie die de kinderen van de aarde zonder onderscheid verenigt in het vaderschap van God.” Een soefi kan niet meer van de Waarheid zien dan zijn horizon reikt, maar op mijn vraag of het soefisme de horizon van een soefi kan verwijden, zodat hij iets meer van de Waarheid gaat zien, kunnen we nu het antwoord geven: ja, dat kan, de Boodschap verruimt de horizon. Want liefde verbindt alle mensen met de Ene en met elkaar. Liefde ontwikkelt zich tot harmonie en harmonie helpt ons op het smalle pad naar onzelfzuchtigheid. En uit harmonie groeit schoonheid, volmaaktheid, inzicht, Waarheid.

34


Strijd en vrede Jaya Bakker

Wie wil nadenken over strijd en vrede, hoeft maar om zich heen te kijken, de media te raadplegen voor ‘inspiratie’. Laten we dicht bij huis beginnen en zien of er zinvolle aandachtspunten uit voortvloeien voor strijd en vrede in het groot. Wie zich terneergeslagen voelt zal niet gauw tot actie overgaan, het leven overkomt hem. Wie teleurgesteld is, kan iets ondernemen om verbetering in zijn situatie te brengen. Wie tot actie wil overgaan, is in staat het leven ook als strijd te zien. En juist daarover heeft Inayat Khan leerzame dingen gezegd. In 1923 heeft hij een paar toespraken gehouden over “het leven is een voortdurende strijd”1. Ook al voelen we ons in hoge mate aangesproken door de kern van het universeel soefisme – liefde, harmonie en schoonheid – het is goed te luisteren naar wat Inayat Khan ons voorhoudt: “We willen niet vechten in het leven, we willen alleen harmonie, we willen alleen vrede.”2 Maar we kunnen alleen vrede maken, als we eerst strijden met onszelf. Die strijd moeten we dan wel weten te voeren. Soms is harde strijd nodig om vrede te vinden. Inayat Khan was geen pacifist, maar had duidelijk een hoger ideaal. Kennis van die strijd hebben we nodig om die met succes te kunnen voeren. Als die ontbreekt, missen we iets essentieels. Zinvolle kennis vindt hij niet alleen kennis over het goede, het mooie, het harmonieuze, het vredelievende, maar juist ook over de oorzaken die liggen achter alle conflicten en strijd(tonelen) waarmee het leven ons confronteert. Het je verdiepen in wat geleid heeft tot een strijd is nodig; niet tobben, maar nadenken en proberen te begrijpen. Hij zegt dat deze kennis bij mensen vaak ontbreekt, omdat de eerste reactie bij conflicten vechten is. De kans op het verliezen van die strijd is dan groot. Het is noodzakelijk om inzicht te hebben in wat er aan de hand is, wat de redenen zijn, de oorzaak is. Met dat inzicht ben je in staat om de levensstrijd aan te gaan. Inzicht geeft uitzicht en daarmee hoop; het is van belang die hoop te blijven houden. Bij verschillen van mening of ernstiger zaken merk je dat je niet steeds hoeft aan te vallen als iets of iemand je niet zint. Iemand met een dergelijk inzicht, met kennis van zaken staat gewoon steviger op zijn voeten en zal zich niet zo gauw van de wijs laten brengen. Dat geldt in het klein in intermenselijk contact; we realiseren ons vaak goed dat het verliezen van zelfbeheersing meestal niet veel oplevert. Degene die rustig blijft wint over het algemeen, en als hij het wijs doet, zonder de ander te (willen) beschadigen. Maar in het groot, tussen landen, rassen en verschillende religies geldt hetzelfde. We zien dat voortdurend om ons heen als we het nieuws volgen. Een hoger ideaal ontbreekt vaak en afstemming op een hoger doel zou richting kunnen geven.

35


Sommigen denken dat het zien van de duistere kant van de dingen een teken is van inzicht en intelligentie. Maar bij die houding loop je de kans hoop en moed bij voorbaat te verliezen. Juist hoop en optimisme houden je op de been. Met de aantekening van Inayat Khan, dat optimisme met open ogen helpt, maar sluit je je ogen dan wordt optimisme gevaarlijk. Kennis en oefening De noodzakelijke kennis houdt in hoe te strijden en hoe vrede te maken. Deze twee hebben beide hun waarde. Inayat Khan legt daar veel nadruk op. Als je deze twee niet in evenwicht hebt, niet naast elkaar hebt ontwikkeld, kan je in bepaalde situaties uit balans raken. Inayat Khan zegt dat er in deze tijd (1ste wereldoorlog!) vooral kennis is van hoe te strijden en dat over hoe vrede te maken grotendeels afwezig is. De gevolgen zien we om ons heen. In dat verband is het opmerkelijk dat President Barack Obama van de VS in maart jl. via een video een gebaar van vriendschap heeft gemaakt naar Iran, ook al heeft Iran deze boodschap niet met open armen ontvangen. Wij allen kunnen dit gebaar hebben opgevangen en deze kan ook op ons een goede en vredelievende invloed uitoefenen. Als persoon, als individu kan je het evenwicht tussen strijd en vrede oefenen zoals mystici dat doen, door te strijden met je Zelf en vrede te brengen met je ziel. Strijd met jezelf betekent vrede, met een ander oorlog. En als je de strijd met jezelf niet hebt gestreden, kan je die nauwelijks voeren met een ander. Zelfonderzoek, zelfreflectie en het bestuderen van verschijnselen van het leven zijn van het grootste belang. Daar moet je veel moeite voor doen; een soort education permanente. Het heeft geen zin iets te beoefenen voordat je het hebt bestudeerd. In andere aspecten van het leven vinden we dat wel voor de hand liggen, zoals bij het leren bespelen van een muziekinstrument, het leren van een vreemde taal of leren autorijden. Strategie Interessant is dat Inayat Khan zich voor de duidelijkheid over deze strijd in het leven uit in militaire termen. Hij vertelt dat het leger op orde moet worden gehouden, wat betekent dat je de macht over je zenuwen houdt. Dit leger moet worden getraind en moet leren te gehoorzamen. Training is belangrijk en die kan je oefenen via je lichamelijke organen en de kwaliteiten van je mind /geest. Zo moet je weten wanneer je je terugtrekt en wanneer je aanvalt. Als je je altijd terugtrekt, overkomt het leven je en als je altijd aanvalt, word je slachtoffer van het leven. Met de officieren van dit leger wordt bedoeld dat zij beheersing/controle houden over gedachten, het denken, het voelen, het redeneren en oordelen en over het ik of het ego. Hoe vanzelfsprekend het ook lijkt, je strategie in het leven moet er op gericht zijn te weten waartegen of tegen wie je strijdt en daarover kennis hebben. In het boek “Moral Culture� (Morele Evolutie) zegt Inayat Khan overduidelijk hoe je met vriend en vijand kunt omgaan. Zijn advies is vooral goed op de speltechniek van je tegenstander te letten en te begrijpen hoe hij in elkaar zit en wat zijn motieven zijn. Sport is daar een goed voorbeeld van. 36


De Nederlandse Olympische zwemkampioen 2008 in China, Maarten van der Weij足 den, bereidde zich niet alleen in zwemmen voor op zijn tegenstanders, maar ook op hun tactiek. Hij wist van elke tegenstander alles. Wie hij in de sprint kon verslaan en wie niet en wie hij wanneer ruimte kon geven zonder achterop te raken etc. Alles was er op gericht hoe hij op 21 augustus 2008 de grootste kans had om te winnen3. Als je niet helder voor ogen hebt waartegen of tegen wie je vecht en toch voortdurend een gevechtshouding aanneemt, loop je gevaar bedwelmd te worden door het gevecht en je eigen vechtlust en vecht je maar en blijf je vechten. Maar levensstrijd is niet alleen tegen anderen maar ook voor je eigen situatie. Al heb je een sterk lijf en heb je zenuwen, gedachten, denken, voelen niet onder controle, dan red je het uiteindelijk vaak niet. In dagboeken van gevangenen in Jappenkampen heb ik daarover gelezen. De stoere mannen waren lang niet altijd degenen die het overleefden. Geestkracht bepaalt. Slot Wat je moet doen is kennis verwerven over het leven, jezelf en je richten op wijsheid, die het doel is van het leven. Het is eenvoudig om krachtig te zijn, goed te zijn, maar het is moeilijk om wijs te zijn. Belangrijk is evenwicht te hebben tussen wijsheid en kracht. Kracht zonder wijsheid leidt tot falen. Door wijsheid geef je de richting aan; door kracht bereik je je doel. We hebben met het leven te maken en om vrede met onszelf te hebben hoeven we ons niet terug te trekken. Globaal kan je zeggen dat de mens zijn eigen vriend en tegenstander is. Ook al heb je veel bezit en word je door dat bezit niet bezeten en ben je niet bang, dan is het enige dat echt bij je hoort je eigen ziel. Dan ben je in vrede, want je bent thuis in elke situatie waar je je ook maar bevindt. Hoe hoger we stijgen, hoe verder de horizon, hoe wijder onze blik wordt. Door oefening kan je jezelf tot stilte brengen en dan rijs je uit boven onaangenaamheden van de wereld en dat geeft stilte te midden van de menigte en deze stilte kan vrede brengen aan alle zielen. 1 Leven is een voortdurende strijd (the life is a continual battle, Original texts, Lectures on Sufism, 1923 I , January-June, p.73/77 2 Complete Work s 1923 II , p.757 3 NRC 13/14 december 2008

37


Over boeken en beelden Eckhart Tolle & Robert S. Friedman. Pepijns geheim. Hoe hij de kracht van het NU ontdekt. Met illustraties van Frank Riccio, Uitg. Ankh Hermes, ISBN: 9789020203189, € 14,50, 40 bladzijden, gebonden “Pepijn heeft een geweldig geheim. En nu kan jij ook ontdekken wat het is! Pepijn is een gelukkige, levenslustige jongen tot hij op school gepest wordt door Kevin. Hij wordt bang en gaat lopen piekeren over wat hem zal overkomen als hij Kevin weer tegenkomt. Door de wijze woorden van zijn opa en een droom ontdekt hij een groot geheim. Hierdoor beseft hij iets heel belangrijks: de enige manier om gelukkig te worden is door in het Nu te leven. Eckhart Tolle en co-auteur Robert S. Friedman brengen de ideeën uit de bestseller De kracht van het Nu samen in een verhaal voor kinderen. Pepijns geheim zal kinderen inspireren en ze helpen met problemen die ze tegenkomen op school en daarbuiten”, aldus de uitgever in zijn Boekenkrant, voorjaar 2009. Nadat ik Pepijn had gelezen en de tekeningen bekeken had, merkte ik hoe moeilijk het is om een inschatting te maken van wat kinderen aan het verhaal zullen beleven. Ik las het tegelijkertijd voor aan een 6- en een 8-jarige. De 6-jarige haakte halverwege af. Het was ook wel lang om naar te luisteren en het verhaal leende zich er niet voor om in twee sessies voorgelezen te worden. De 8-jarige luisterde het helemaal af en zei dat ze het een mooi verhaal vond. We hebben er verder niet over kunnen praten, dus ik weet niet wat er bij haar van is doorgekomen. Vervolgens heb ik aan een 10-jarige gevraagd om het te lezen en mij haar ervaringen te vertellen. Zij vond het wel een leuk boek, soms een beetje saai, er gebeurt weinig in. De tekeningen vond ze mooi, vooral alle details. Er was veel te bekijken. Maar ze zou het niet lenen bij een bibliotheek. Ze dacht dat het een leuk boek is voor kinderen van 5 tot 8 jaar. Ze vond het boek er mooi uitzien. De verhouding van tekeningen en tekst sprak haar aan. Ook de achterflap vond ze aantrekkelijk. Maar ze had wel een paar kritiekpunten. Wat het geheim van Pepijn wordt genoemd, vond ze niet een echt geheim. Het begrip van het NU vond ze lastig; ze begreep wel wat werd bedoeld, maar voor kleinere kinderen leek het haar te moeilijk. Van het pesten was ze niet onder de indruk. “Kevin duwt Pepijn een keer en dat kan je nou geen pesten noemen.”

38


Zelf denk ik dat de begrippen het NU, het DAN en het TOEN te abstract zijn voor de kleineren. Door de vormgeving van het boek en het wat magere verhaal zullen kinderen ouder dan zo’n jaar of 9 het niet kiezen. Zij lezen kinderromans. Voor welke leeftijd het is bedoeld heb ik nergens kunnen vinden. Jaya Bakker ******* Jeroen Witkam. Zitten in stilte; 75 teisho’s. Kampen, Ten Have, 2009. 208 blz., Paperback. € 16,90. ISBN 978 90 259 5952 4 Teisho is het Japanse woord voor een toespraak tijdens een sesshin. Een sesshin is een meditatiesessie in de Zazentraditie. De 75 toespraken zijn geordend naar drie trefwoorden: het bewustzijnsproces, door symbolen heen en het dagelijks leven. Dat geeft al aan waar de toespraken over gaan. Schrijver was abt van het trappistenklooster in Zundert waar men als een van de eerste kloosters in Nederland Zen mediteerde. Hij had al in 1970 een eerste sessie bij Karlfried Graf von Dürckheim in Todtmoos-Rütte (Hara yoga, richting Zen). Eerder studeerde hij theologie en Bijbel in Rome. Hij verdiepte zich toen in de vroeg-christelijke mystiek van Evagrius en de middeleeuwse “minne”mystiek van Bernardus van Clairvaux, Hadewych en Ruusbroec. Hij bewoont nu een kluis op het terrein van het klooster en geeft als erkend zenmeester veel zen-onderricht en meditatieweken zowel in als buiten het klooster. Vanuit zijn christelijk-theologische achtergrond legt hij in zijn teisho’s verbanden vanuit zijn zen-ervaringen naar de Joodse en Christelijke theologie en traditie. Dat levert vaak verrassende en zeer onorthodoxe conclusies op. Hij probeert duidelijk te maken dat in essentie Boeddhisme en Christendom in hun mystieke beleving elkaar veel nader staan dan men vaak beweert. Zeer inspirerende stukjes voor op het nachtkastje! Zubin van den Besselaar ******* Ellinor Troelstra-Strijbos. Als een waaiend blad. Gedichtenbundel. Uitgeverij Boekscout, ISBN 978-90-8834-627-9. www.boekscout.nl op weg ik was op weg breed pad bloeiende bermen ik knielde en keek naar de bloemen ze wiegden in de lichte wind en toen ik verder ging was ik één met hen alle ik was de bloem ik was de zon 39


Onlangs is een boekje met gedichten en haiku verschenen van Ellinor TroelstraStrijbos, sinds de oprichting lid van Soefi-Contact. In het boekje geeft Ellinor (nu 84) uitdrukking aan ontmoetingen met mens en natuur. Zij stamt uit een familie van natuurvorsers en de liefde voor de natuur heeft haar nooit verlaten. Een deel van haar gedichten gaat ook over de zoektocht naar dat Éne, dat grote. Religie en mystiek, dat wil zeggen alle religies – en vooral het soefisme – zijn onuitputtelijke bronnen voor haar. Steeds weer ontdekt zij tijdens haar zoektochten door de literatuur overeenkomsten tussen de verschillende godsdiensten. Behalve met schrijven houdt Ellinor zich ook bezig met fotograferen en tekenen. Enkele foto’s en tekeningen van haar collectie zijn gebruikt om haar boek te illustreren. Karim Logtmeier

******* Waar je ook gaat, daar ben je. Meditatie in het dagelijks leven. Jon Kabat-Zin Servire, 10e druk 2007 ISBN 978 902 183 760 Dit is een nuchter en heel realistisch boek over meditatie in het dagelijks leven. Zoals hij schrijft: “Meditatie is niet zozeer een manier om je terug te trekken uit de wereld, het is veeleer een levenskunst, een methode die het mogelijk maakt te genieten van en vredig aanwezig te zijn bij alles wat je doet, waar je het ook doet – iedere dag weer.” Van de flap-over: Jon Kabat-Zinn is oprichter en directeur van de Stress Reduction Clinic van het gezondheidscentrum in Massachusets. Hij heeft met collega’s in 1992 een kliniek voor stressreductie opgericht in de binnenstad van Worcester, Massachusetts, waar voornamelijk mensen uit de minderheidsgroepen en met een laag inkomen worden behandeld. Hij begeleidt allerlei andere programma’s, onder andere om gevangenen te trainen in de beoefening van aandacht, met als doel het verminderen van verslavend en zelfvernietigend gedrag, geweld en recidivisme. Het gaat om aandacht voor het moment waarop je leeft, nu dus, want waar je ook gaat daar ben je. “Waar je ook gaat daar ben je” houdt in, dat als je gedachten je vooruitsnellen naar het doel van je reis, je al ‘daar’ bent, terwijl je lichaam nog ‘hier’ is, op reis. Het houdt in, dat wanneer je hoofd vol gedachten zit, je onmogelijk aanwezig kunt zijn bij jezelf en de ander waarmee je in gesprek bent. Het houdt in, dat als we gehuld zijn in gedachten, fantasieën en hersenspinsels – meestal over het verleden of over de toekomst, of over wat we onprettig vinden, of prettig – we het gevoel voor de grond kwijtraken waarop we staan. Het boek is bedoeld voor mensen die niet weten hoe te mediteren en voor mediterenden en geeft de meest grappige voorbeelden uit het dagelijks leven, die zo ongelooflijk herkenbaar zijn. Er is bijvoorbeeld een hoofdstuk dat heet “Wat je kunt leren van kattenvoer”. Zo’n grappig verhaal, en zo herkenbaar, en tegelijkertijd ook zo humoristisch. Maar daarbij komen dan ook oefeningen over wat je zou kunnen doen als je geërgerd bent of boos…. Hoe je het boek ook leest, zo maar ergens openslaan en een hoofdstuk lezen (die zijn altijd kort) of van a tot z, het kan allemaal. Ik kan u het lezen aanraden. Hamida Verlinden

40


Soefi-centra

informatie, adressen en activiteiten Algemeen Secretariaat Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag t 070-3461594, f 070-3614864, sufiap@hetnet.nl Secretariaat open maandag tot en met donderdag van 10 tot 13 uur. bgg.: t 070-3644590 Financiën: dhr. F.H.Lint, t 06-41 84 77 27

SOEFI BEWEGING NEDERLAND

Broederschapsleden, Vrienden van de Soefi Beweging Nederland en leden van de Kerk van Allen betalen: € 50,- per jaar Broederschapsechtpaar € 75,00 per jaar. Dit is inclusief het abonnement op de Soefi-gedachte. Alléén een abonnement op de Soefi-gedachte: € 16,00 per jaar (=incl. porto Ned.)

Nationaal Vertegenwoordiger dhr. Ameen L.W. Carp, sufipublications@hetnet.nl t 070-3644590, f 070-3614864

Robes Wie een robe wil laten maken kan contact opnemen met Ulma Moerenburg, t 0252-223012.

Nationaal secretaris mw. L. (Wahdud) Grashuis, A.Verweystraat 126, 2274 LM  Voorburg, sufipublications@hetnet.nl t 070-3644590 (overdag), t 070-3871705 (thuis)

Elementenritueel Sitara Rosdorff, t 0297-285244 sitara.siddharta.rosdorff@casema.nl

Office Representative General Banstraat 24, 2517 GJ Den Haag, t 070-3657664, sufihq@xs4all.nl Internet www.soefi.nl (nationale site). www.sufimovement.org (international site). Penningmeester Soefi-gedachte dhr. C.M. van Beek, penningmeester Soefi Beweging Nederland, Den Haag giro 777555, t 076-5976335. cmvbeek@westbrabant.net Lidmaatschappen van de Soefi Beweging Er bestaan verschillende vormen: Moeried: dit zijn personen die de inwijding in de Inner­lijke School van de Soefi Beweging hebben ontvangen en de esoterische klas­sen en de esoterische training volgen Broeder-zusterschapslid: dit zijn zij die de idealen en doelstelling van de Soefi Beweging ondersteunen. Lid van de Kerk van Allen: dit zijn zij die zich speciaal aangetrokken voelen tot de Universele Eredienst; dit verlangt niet dat zij ook om inwijding vragen. Vriend van de Soefi Beweging: men kan zich opgeven als Vriend als men een ondersteuning aan het Soefiwerk wil geven. Belangstellende: eenieder die zich op wil geven als belangstelende en de informatie over soefiactiviteiten wil verkrijgen. Contributieregeling 2009 Moerieds betalen per jaar: Alleen Laag € 90,00 Normaal € 145,00 Hoog € 215,00

Dargah Financiële bijdragen voor het sociale, culturele en extra soefi-werk bij de Dargah, postbanknr: 616577 t.n.v. Stichting Dargah te Den Haag. Voor organisatie, onderhoud, in­richting van nieuwbouw en guest house, bankrekening: 43 02 43626 t.n.v. Dargah-fonds te Den Haag. Schenkingen van boeken enz. (alle talen!): Walia en Wali van Lohuizen t 020-6276424. AMSTERDAM

dhr. Jos van de Heuvel, t 020-6732946 Universele Eredienst: Ignatiushuis, Beulingstraat 11, Am­sterdam, 1e en 3e zondag van de maand 11 uur. Op de 3e zondag voorafge­gaan door de Confraternity of the Message 10.30 uur. Apeldoorn

Orientatiemiddagen over soefisme, 2e zondag van de maand van 14-16 uur bij: Corrie & At de Roos, Sparrenlaan 11, 7313 AT Apeldoorn, t 055-32316 33 atderoos@hetnet.nl Arnhem

mw. Maharani de Caluwé - Rombout, Groningensingel 423, 6835 ER Arnhem t 026-3213650, maharani@planet.nl Studieklassen in overleg. Universele Eredienst: Vrijmetselaarsgebouw, Arnhemsestraatweg 360, Velp (Gld) 1e zondag van de maand om 11 uur.

Echtpaar € 135,00 € 217,50 € 322,50 41


Assen

Centrumleidster Iman Stam, Troelstralaan 236, 9406 BE  Assen, t 0592-707202, 06-24 92 92 77 Studiebijeenkomsten en klassen voor belangstellenden, broeder-zusterschapsleden en moerieds. Universele Eredienst: Loge van de ODD Fellows, Hendrik de Ruiterstraat 2, Assen, 3e zondag van de maand om 11 uur. Breda

Coördinator: mw. Rika Lackin, Ambachtenlaan 13, 4813 HA Breda, t 076 521 4832. Universele Eredienst: Waalse Kerk, Catharina­straat 83-bis, Breda, 3e zondag van de maand om 11 uur. Den Haag

dhr. L.W. Carp, Anna Paulowna­straat 78, 2518 BJ Den Haag, sufipublications@hetnet.nl t 070-3644590, f 070-3614864. Om de week op maandag: studie- en medi­tatieklas. Maandelijks open Soefi-avond en spirituele film-avond. Programma op aanvraag. Universele Ere­dienst: Anna Paulownastraat 78, elke zon­dag om 11 uur, Confraterni­ty of the Message om 10.30 uur. Deventer

mw. Hayat Anna Westenberg, De Dennenhoek 3, 7431 EM Diepenveen, t 0570-532347, annahay28@gmail.com Universele Ere­dienst: Noorderbergstraat 9, 7411 NJ Deventer, 3e zon­dag van de maand om 11 uur. Eindhoven

mw. K. Bredée-van Ginkel, Jacob Catsstraat 28 5671 VR Nuenen, t 040-2832518, soeficentrum.eindhoven@gmail.com Universele Ere­dienst: Eckartdal, Nuenenseweg 1, Eindhoven, 1e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur. Friesland

mw. S. Cornelissen, t 0513-431940, Heide 6, 8521 DG Sint Nicolaasga. mw. Y. Veenstra, Wommels. t ’s avonds 0515 576 244. Maandelijks meditatieavonden. Universele Ere­dienst: Bij de Put 15, Leeuw­arden, 1e zondag van de maand om 11 uur. Groningen

mw. M.C. van Boon, t 050-5251519 bgg: fam.Lieftinck t 0598-430422 soefcentgron.vanboon@tiscali.nl maandelijks: musical tuning en meditatie; stilte en meditatie; 1e ma. v.d. maand: gespreksavond. 42

‘s Hertogenbosch

Coördinator: mw. Trudy Hendriks Franssen-van den Berg, Ariënstraat 16, 5351 GD Berghem / Oss, t 0412-402689, kennekeshoek@zonnet.nl Secretariaat: Frans Roza, Asterdkraag 40, 4823 GA Breda, frans.roza@wxs.nl Universele Eredienst: Cen­trum de Poort, Luy­benstraat 48, 's Hertogenbosch. Hilversum

dhr. Ananda Antonius, Arent Krijtstr 13 II, 1111 AG Diemen. Klas voor belangstellenden: 1e ma. v.d. maand; voor deelname bellen met: t 020-6907129 of email anandaaa@hotmail.com Universele Eredienst: ‘De Ver­eniging’, Ou­de Engh­weg 19, Hilversum (­bij het gemeentehuis), 2e en 4e zondag van de maand 11 uur. Regio Katwijk, Wassenaar

Regioleider: drs. J. Belt, t 0252-373145, Eykendonck 32, 2211 SG Noordwijkerhout. Wakil Huis Universel: mw. Z. le Rütte, t 071-4077435, zohra@kpnplanet.nl Universele Eredienst: Universel Murad Hassil, Zuid­duinseweg 5, 2225 JS Katwijk aan Zee, 1e, 3e en 4e zondag van de maand 11 uur. Confrater­nity of the Message 1e en 3e zo. 10.30 u. Iedere 4e zo. spreekt Karimbakhsh Witteveen. Rotterdam

Mw. A.M. (Zubin) Hijmans, t 06-28677763 contact@soeficentrumrotterdam.nl Centrumcoördinator dhr. Bauke de Wreede, t 06-24646694, bwreede@orange.nl Secretariaat: mw. Heleen van Houwelingen, t 078-6318488, rotterdam@soefi.nl Studie- en belangstellendenavonden: 1e maandag van de maand, opgave vooraf. Universele Eredienst: Soeficentrum Provenierssingel 41, 3033 EG Rotterdam, 2e en 4e zondag van de maand, 11 uur. Tilburg

dhr. & mw. Ach­terberg, Chopinstraat 26, 5011 VK Tilburg, t 013-4563241. Universele Eredienst: Nog naar een nieuwe locatie zoekende. Erediensten in nabij gelegen centra: Breda, Eindhoven of ‘s Hertogenbosch. Twente

mw. M. Evers-Brinkman, tel. 06-48 34 48 44, Ganzendiepstraat 18, 7607 LZ Almelo. evers-brinkman20@zonnet.nl Universele Eredienst: Nivoncentrum, Lodewijkstraat 1, 7553 LB Hengelo, 2e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10 uur.


UTRECHT / BILTHOVEN

dhr. W.S. van der Vliet, Juliana van Stolberglaan 6, 6961 GB Eerbeek, t 031-3650334, bgg.: Sakya van Male, t 030-2723522 Universele Ere­dienst: Huize ‘Het Oosten’, Jan Steenlaan 25, Bilthoven, laatste zondag van de maand om 11 uur. Boxmeer

Dansen van Universele Vrede in de Kapel van ‘t Kloosterhuis, Grotestraat 69, Sambeek (gem. Boxmeer). Info: mw. Hanna Reijnders, t 0478-571033. Zeeland

mw. Nuria Gortzak, Troelstralaan 18, 4571 VC Axel, t 0115-530599 Studiebijeenkomsten: 2e dinsdag van de maand. Info mw. A. van Schaik, t 0118-412875. Uni­versele Ere­dienst: Gebouw de Vier Elementen, Breeweg100, Middelburg, 1e zondag van de maand om 11 uur. ZUID LIMBURG

Contact: Ruud Marinus, Castelmorelaan 42, 6213 CW  Maastricht, t 06-54 36 78 24. Er zijn maandelijkse bijeenkomsten en om de twee maanden op zaterdagmorgen open klassen. Zwolle

dhr. C. Koster, Tijnje 48, 8032 LR Zwolle, t 038-4541817, Universele Eredienst: Bloemen­dalstr. 11, Zwolle, 4e zon­dag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur. In Meppel is een Soefi-groep die elke 4e di. v.d. maand bijeenkomt. Contactadres: Zuideinde 46, 7941 GH Meppel, paul.ketelaar@planet.nl www.soefimeppel.nl Informele Eredienst: Engelandseweg 19, Wezep, 2e zondag van de maand om 10 uur. BIJZONDERE ACTIVITEITEN

INTERNATIONALE ZOMERSCHOOL 2009

15 t/m 20 juli Zomerschool 1 21 juli Commemoration Day 22 juli vrije dag 23 juli stille retraite 24 t/m 28 juli Zomerschool 2 29 en 30 juli vrije dagen 31 juli en 1 en 2 augustus Open Soefidagen Inschrijving bij het Alg.Secretariaat fax 070 361 48 64 of via sufiap@hetnet.nl BELGIË

mw. L.D. Deslée, Sport­straat 100, B-9000 Gent. Vertegenwoordiging nationale broeder- en zusterschaps­activiteiten in België. Centrum oost-Vlaan­deren: t/f 0032 9 222 1030. Broederschapsactiviteit vanaf 17.30 uur, om de 14 dagen op maandag. Centrum Inayat: Frans Baelenstr. 9, B-2100 Deurne, t 0032 3 321 0052. Thema-avond: 1e woensdag van de maand 20.30 uur. Vertegenwoordigers andere organisaties Sufi Ruhaniyat NL: Arienne en Wim van der Zwan, Peace in Motion, t 00 32 8 638 7882. samark@peaceinmotion.info Int. Sufi Orde NL: Kees Nafas Wagtmans,

Rubinsteinstraat 347, 5011 ND Tilburg, t 013 456 02 28 kwagtmans@wanadoo.nl

Sufi Way NL: Ernst du Pon, ernst@sufiway.nl Nekbakhtfoundation: Sharif Munawwir Graham. All seven volumes of 'The Complete Works of Pir-o-Murshid Hazrat Inayat Khan' are available for download as pdf-file from: www.nekbakhtfoundation.org soefi-kalender

Zie www.soefi.nl

13 sept: Herdenking Hejirat Dag (begin van de verspreiding van de Soefi Bood-schap) 19.00 uur, Universel Murad Hassil, Katwijk 19 sept: Cheragsdag, Murad Hassil. Katwijk 17 okt: Cheragsdag Oost, Soefi Centrum Arnhem. gevraagd

The Dutch Publication Committee dat belast is met de Nederlandse vertaling van alle teksten van Hazrat Inayat Khan zoekt moerieds of broederschapsleden die bereid zijn mee te werken aan het zeer vele werk dat het DPC onder handen heeft. Vereisten: een goede kennis van de Nederlandse taal en een goede kennis van het werk van Hazrat Inayat Khan. Opgave bij: Drs.J.Belt (Munir) j.belt@planet.nl of t 0252-373 145 43


VERENIGING SOEFI-CONTACT Activiteiten Vereniging Soefi-Contact In de herfst van 1969 verscheen het eerste nummer van het blad Soefi-Contact. “De bedoeling van deze rondschrijfbrief is de niet bij de officiële organisaties aangesloten mureeds, nu en in het vervolg te kunnen bereiken, en zal de naam Soefi-Contact dragen”, zo opende de initiatiefneemster Gawery Voûte dat eerste nummer. In het voorjaar van datzelfde jaar werd voor dezelfde doelgroep de eerste voorjaarconferentie gehouden. Daaruit ontstond de vereniging Soefi-Contact. Nu, 40 jaar later, begint een nieuwe fase. De Soefi-Gedachte is voortaan niet alleen het orgaan van de Soefi-Beweging Nederland, maar ook dat van de Vereniging Soefi-Contact. Het blad Soefi-Contact houdt daarmee op te bestaan, maar de vereniging uiteraard niet. Op deze bladzijde treft u voortaan de activiteiten aan die onder verantwoordelijkheid van Soefi-Contact vallen. Landelijk centrum en dagelijks bestuur Soefi-Contact is een landelijke vereniging met drie afdelingen: Haarlem, Alkmaar en Bussum. Landelijk centrum: Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40, 2011 BE, Haarlem. Website: www.soefi-contact.nl, e-mail: j.w.hutter@alumnus.utwente.nl. Voorzitter: mw. E.A. van den Brink, 0137-425347. Secretaris: dhr. J. Molenaar, mr J.de Vriesstraat 22, 1788 AV, Den Helder, tel: 0223-646920. Penningmeester: mw J.L.B.H.M. Kaars-de Groot, rek.nr. 4239048, Soefi-Contact, Den Helder. Haarlem Universele Erediensten: iedere tweede en vierde zondag van de maand in het Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40, aanvang 11.00 uur (m.u.v. juli en augustus). De eerste dienst van het seizoen is een Informele dienst en wordt gehouden op 13 september, tevens Hejrat-viering. Lezing: Abdulwahid van Bommel, zondag 29 november 2009 in het Soefi-Huis, aanvang 11.00 uur, vrije toegang. Openbare bijeenkomsten: juli en augustus zomerreces, najaarsagenda in het volgende nummer. Informatie: dhr J.W. Hutter, 023-5402019 e-mail: j.w.hutter@alumnus.utwente.nl of dhr L.B.E.W. van der Putt, 023-5370585, e-mail: walivdputt@gmail.com. Alkmaar Universele Erediensten: elke eerste zondag van de maand (m.u.v. juli en augustus) in de Remonstrantse Kerk, Fnidsen 37 in Alkmaar, aanvang 11.00 uur. Eerste dienst van het nieuwe seizoen: 5 september. Sama: elke tweede en vierde dinsdag van de maand, te beginnen in september, Fnidsen 37 in Alkmaar; aanvang 19.45 uur. Bijeenkomsten met dans, meditatie en teksten voor belangstellenden en mureeds. Soefi Zomerweek aan de Waddenkust: van 22-26 juli 2009. Toegankelijk voor mureeds en belangstellenden van alle soefi-organisaties. Informatie: Dhr. M. Schouwenaar, Vatropperweg 5, 1779 GE, Den Oever, tel: 0227-512265, e-mail: soefi.noordwest@kpnplanet.nl. Mw J.M. Westenberg, 072-5333223 Bussum Informatie over activiteiten: Mw. E. Schurink, tel: 035-6912990; Dhr. K. Logtmeijer, tel: 035-6918347, e-mail: lion182@zonnet.nl. 44


Soefi-gedachte 6. juni 2009