Page 1

DE SOEFIgedachte

Inhoud

december 2008

3 Ten geleide Redactie 5 Vormen van Hindoe-eredienst Hazrat Inayat Khan 6 Onrechtvaardigheid in rechtvaardigheid Hidayat Inayat-Khan 7 Over euthanasie Wali van Lohuizen 9 Gedicht Simone Wils 10 Over God die bestaat Ameen Carp 13 Interview met Puran Innemee Zubin van den Besselaar en Jaya Bakker

19 Icoon Shirin Cornelissens 21 Krishna, de brenger van de boodschap in het Hindoeïsme

Zubin van de Besselaar

24 Over godsdienst en oorlog Hazrat Inayat Khan 25 De Bhagavad Gitâ Rubab M.C. Monna 28 Buigen en bidden Simone Wils 30 Twee geloven op één kussen … daar slaapt de duivel tussen Jaya Bakker 32 Soefisme als sociale gedachte Ameen Carp 34 Haagse verklaring Kariem Maas 36 Gebeurtenissen 38 Over boeken en beelden 41 Informatie over de Soefi Beweging

Soefisme, een boodschap van geestelijke vrijheid... 1


COLOFON de Soefi-gedachte 62e jaargang nummer 4 december 2008 Verschijnt 4 x per jaar (maart, juni, september en december) Uitgever: Stichting Soefi Beweging Nederland algemeen secretariaat: Anna Paulownastraat 78, Den Haag tel: 070 346 15 94 fax: 070 361 48 64 email: sufiap@hetnet.nl internet: www.soefi.nl (Nederlandse site) www.sufimovement.org (Internat. site) Redactie: dhr. L.W. Carp, voorzitter mw. J.I.E. Bakker, secretaris mw. M.A.J. van den Besselaar dhr. J.J. Dekker, eindredacteur dhr. T. Maas, hoofdredacteur Redactie-adres: mw. J.I.E. Bakker Koolmeeslaan 52 2251 PD Voorschoten email: redactiesg@gmail.com Redactiemedewerkers: dhr. Noud Welten dhr. J.B. de Caluwé Administrateur Soefi-gedachte: dhr. C.M. van Beek, penningmeester Stichting Soefi Beweging Neder­land, te Den Haag. postgiro 777555 los nummer: € 5,00 jaarabonnement, incl. porto: € 16,00 abonnement buitenland: € 20,- per jaar

Aanwijzingen voor auteurs: Lengte: artikelen niet langer dan 2000 woorden, columns 450 woorden, boek­re­censies 450 woorden en bijdragen 300 woorden. Opmaak: graag zogenoemde “platte tekst”; geen gecursiveerde, vetgedrukte of onderstreepte woorden, behalve indien dat noodzakelijk is voor de tekst; voetnoten als eindnoten; voor titelbeschrijving van boeken en artikelen: zie het gebruik in de Soefi-gedachte. Voorbehoud: de redactie behoudt zich het recht voor artikelen niet op te nemen of in te korten. Kopij: sturen naar het redactie-adres. Uiterste inleverdata kopij voor het volgende nummer: 1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober. Anders: in over­leg met de redactie. Illustraties: pagina 25 : foto Mopassang, www.flickr.com pagina 26 : foto H.J. Selde, www.flickr.com pagina 27 : foto T. Mowrer, www.flickr.com pagina 35 : R. Stankiewicz, www.flickr.com

Drukker: NKB, Bleiswijk

De redactie stelt alles in het werk om reproductierechten te regelen. Voorzover dit niet correct is gebeurd, kunnen rechthebbenden contact opnemen met de uitgever. © 2008. Soefi Beweging Nederland. Overname van agendapunten vrij. © De inhoud van de artikelen is voor verantwoording van de auteurs en het copyright berust bij de betreffende auteur. De Soefi-gedachte is een uitgave van de Stichting Soefi Beweging Nederland en heeft tot doel het verspreiden van het gedachtengoed van Hazrat Inayat Khan.

2


TEN GELEIDE -

Over Boodschappers

Het bekendst is soefisme als de mystieke tak van de islam. Die bloeide zo grofweg ten tijde van onze middeleeuwen. Waarschijnlijk putte dat soefisme uit oudere bronnen, uit Egypte. Maar ook daarna is er sprake van ontwikkeling. Het gedachtengoed verspreidde zich naar India en kwam in aanraking met Hindoeïsme en Boeddhisme. Begin twintigste eeuw legde Hazrat Inayat Khan de relatie met het christendom en westers denken, toen hij de boodschap van het soefisme naar de Verenigde Staten, Europa en Rusland bracht. In zekere zin heeft het soefisme daarmee een reis om de wereld voltooid. Het heeft onderweg een rijke variëteit aan invalshoeken in zich opgenomen. Verhalen en beelden uit vele culturen en zeer uiteenlopende tijden, die evenzovele ingangen vormen om tot die ene Bron te komen. Hazrat Inayat Khan gaf er een nog steeds verbluffende psychologische scherpte aan. Zijn nieuwe vertolking maakte de Boodschap toegankelijk voor de moderne westerse mens, die zijn individualiteit immers sterk in psychologisch gekleurde termen ervaart. Het aantrekkelijke van deze tot Universeel Soefisme gedoopte variant van het soefisme is dat die niet alléén modern is, maar de geuren en kleuren van al die ingeïncorporeerde tijden en culturen in zich heeft. Het Universeel Soefisme is niet eenkennig – verre daarvan. Het biedt voor ieder temperament en elke variatie in gevoeligheid een ingang om de weg naar binnen, naar het hart, te betreden. Kenmerkend is dat tijdens de Universele Eredienst gelezen wordt uit alle heilige geschriften. Daardoor komen we in het Universeel Soefisme in contact met het gedachtengoed van alle grote religies – een vorm van multiculturaliteit die zeer verrijkend is. Om die kennis te verdiepen besteedt de Soefi-gedachte in de komende nummers aandacht aan die grote religies en in het bijzonder aan hun boodschappers. Wie waren deze figuren, die hemel en aarde wisten te verbinden op een zo adequate manier dat de Boodschap niet alleen voor hun eigen tijd inspirerend kon zijn maar nog steeds is? Ogenschijnlijk zijn de verschillen tussen deze Boodschappers en hun verhalen groot. Toch is het steeds hetzelfde verhaal, alleen elke keer anders verteld. Niet elke verwoording en verbeelding zal iedereen even sterk aanspreken. Dat hoeft ook niet. Sterker nog, Inayat Khan zelf benadrukt (in ‘The smiling forehead’) dat het niet noodzakelijk is dat alle religies één worden, en zelfs dat dat ook nooit kan. Wel noodzakelijk is dat we onszelf maken “tot voorbeelden van liefde en verdraagzaamheid”. Ongetwijfeld helpt daarbij alleen al het feit dat we zien hoe uiteenlopend de Boodschap gebracht kan worden. Het is een heilzame relativering van de eigen positie en het eigen gelijk.

Kariem Maas 3


Vormen van hindoe-eredienst Hazrat Inayat Khan

De hindoe-godsdienst is een van de oudste godsdiensten ter wereld en daarin vinden bijna alle godsdiensten van het verleden hun oor­sprong. De primitieve godsdienst in de wereld, de aanbidding van de zon, die in de wereld kwam en verdween, bestaat nog onder de brahmanen. Zij begroeten de opkomende zon na hun bad in de rivier en zij worden gezuiverd door haar zeer bezielende stralen. Behalve de zon aanbidden zij de maan en de planeten en beschouwen ieder als een bijzondere god, die staat voor een bijzondere eigenschap van God. De mythen en de godsdienst van de oude Grieken, de goden en godinnen van de oude Egyptenaren - dit alles wordt vandaag nog gevonden in de godsdienst van de hindoes. Zij hebben onder hun goden bijna alle dieren en vogels die bekend zijn aan de mens. En alle verschillende aspecten van het leven worden verklaard in hun mythen, die de mens leren om in alles het goddelijke wezen te zien. De grote eigenschappen van de almachtige worden afgebeeld als verschillende goden en godinnen, toegerust met speciale eigenschap­pen. Sommigen aanbidden hen. Zelfs zulke wilde dieren als leeuwen, olifanten of cobra’s worden als heilig beschouwd. Hierdoor wordt de zedelijke les onderwezen om onze vijanden lief te hebben. De aanbidding van het vuur door de aanhangers van Zarathoestra kan gezien worden in de Yag- en Yagna-ceremonies van de hindoes. Het idee van de drie-eenheid van de christenen kan worden terugge­vonden in het denkbeeld van de trimurti in de hindoe-godsdienst. Het zich ter aarde buigen bij de gebeden, zoals dat bestaat in de islam, kan gezien worden in zijn volledige vorm in de pranam- en dandavatvormen van de hindoe-eredienst. Behalve al deze voorwerpen van verering wordt hun geleerd om de goeroe, de leraar, te vereren. De eerste goeroe zien zij in de moeder en de vader. Vervolgens hebben zij voor ieder mens met wie zij in aanraking komen en die hun iets leert eerbied als voor hun goeroe, tot zij in zichzelf die houding van verering hebben ontwikkeld, die zij tenslotte tonen aan de werkelijke goeroe die hen helpt bij hun geestelijk ontwaken. Het volgende vers uit de hindoe-taal geeft een idee van wat de chela, de leerling, denkt van zijn goeroe: ‘Ik heb genoten van mijn leven op aarde, o Goeroe, door uw genade. Uw woorden hebben mij nader tot God gebracht. Zoals bij het opgaan van de zon het duister verdwijnt, zo hebt gij het duister van onwetendheid verjaagd uit mijn ziel. Som­migen aanbidden de aardse wezens en sommigen aanbidden de hemelse wezens, maar, ik vereer u, o heilige Goeroe!’ (Sundar Dhas) Overgenomen uit de ‘Eenheid van religieuze idealen, van Inayat Khan’; p.130; uitgever Panta Rhei, ISBN 90.73207.48.7

5


Onrechtvaardigheid in rechtvaardigheid Hidayat Inayat-Khan

Naar menselijk begrip betekent rechtvaardigheid: goed met goed vergelden en kwaad met kwaad; dit is de basisregel van de wet. Maar vanuit een tegenovergesteld gezichtspunt wordt het begrip rechtvaardigheid kennelijk beperkt door persoonlijke ervaringen die gevormd worden binnen de paradoxale invloeden van onze omgeving en vooropgezette meningen. Dit mondt uit in negatieve beweeg-redenen of onverklaarbare bevliegingen, die een mening teweegbrengen waarvan wij denken dat het onze eigen mening is over goed en kwaad. Worden we geconfronteerd met zulke rampen als wervelwinden, overstromingen, aardbevingen en vulkaanuitbarstingen en kijken we dan naar de rampzalige gevolgen die daardoor ontstaan, dan wordt ons idee over rechtvaardigheid – zover als ons menselijk begrip gaat – ernstig op de proef gesteld. En als we dan de onafgebroken wreedheid zien in de dierenwereld, waar sommige schepselen het leven hebben ontvangen met het doel te doden om als soort te kunnen overleven, terwijl andere bestemd zijn als voer te dienen voor de sterkere, dan breekt iemands vertrouwen in alle ideeën over rechtvaardigheid helemaal in gruzelementen, in het bijzonder bij de vraag waar het Goddelijke mededogen ooit kan worden gevonden. Kennelijk kan het menselijk begrip over rechtvaardigheid niet echt de logische lijnen van de schepper volgen, maar het zou een uitweg kunnen vinden uit de paradoxale wetten van de scheppingsstructuur, in die zin, dat mens en dier constant in verwarring zijn, omdat dit de manier is die het Lot gekozen heeft om haar aldoordringende grootsheid te verkondigen. Vanuit een ander gezichtspunt bekeken, zien we in de eigenschappen van de natuur ook een heel ander beeld, voor zover de aanvechtbare tekenen van mededogen toch meedogend lijken te zijn, wat resulteert in de gave van het natuurlijke instinct dat aan het dierenrijk is verleend. Het menselijk geslacht heeft de vrije wil geërfd, met het vermogen om met wijsheid langs de lijnen van individueel oordelen te manoeuvreren, met behulp van kracht en vastberadenheid; toch zou geen van beide voor anderen van enig nut kunnen zijn zonder de warmte in het hart voor hen die hulp nodig hebben. Dit is de enige manier om in staat te zijn een bescheiden hulp te bieden, in het geval dat we het aandurven om minder fortuinlijke mensen te helpen de nadelige effecten van onrechtvaardigheid te boven te komen; deze is ervaren op alle niveaus van de schepping en is tegengesteld aan de ozo menselijke maar bedrieglijke rationalisaties over het Goddelijke mededogen. Als absolute rechtvaardigheid echter noch in de natuur kan worden gevonden, noch in de menselijke of dierlijke werelden, dan zouden we kunnen veronderstellen, dat onze verantwoordelijkheid ten opzichte van anderen gemeten wordt naar de mate dat onze ontmoetingen vol medeleven zijn en waarin we het privilege hebben van een begrip vol liefde en sympathie zonder iets terug te verwachten. Maar we kunnen zeggen dat in de ene persoon de liefde misschien op een dieper niveau gevonden wordt dan in de ander, zoals water ontdekt wordt op verschillende 6


diepten onder het aardoppervlak. Water is helder of modderig, al naar gelang de toestand van de aarde en op dezelfde wijze is het menselijk begrip troebel en vaag of helder, in overeenstemming met de toestand van het hart. Maar zoals water de aarde vruchtbaar maakt, op dezelfde wijze maakt de magie van liefde het hart overvloedig in meedogendheid en iedere opkomende impuls draagt vroeger of later zoete en geurende vruchten. Alleen dán kan het Goddelijke mededogen gevonden worden, als een parel verborgen in een schelp en gezegend zijn zij die het voorrecht hebben dit kostbare juweel te vinden, dat toch de erfenis is van iedere ziel. Vertaling: Hamida Verlinden

Over euthanasie

Wali van Lohuizen

In de Soefi-gedachte van september 2008 heeft Jaap Dekker geschreven over euthanasie. Een belangrijk onderwerp waarover vanuit soefi oogpunt veel gezegd, gedacht en geschreven kan en ook moet worden, meer dan nu het geval is, want het is een heet onderwerp. In eerdere jaargangen van dit blad – zie o.a. december 2000 – heb ik mijn gedachten er al eens over laten gaan: wat is sterven, wie gaat er dood, wie beslist erover. Ik heb Jaap gevraagd of hij met mij in gesprek wil gaan over dit thema. In deze, en de volgende Soefi-gedachte wordt onze correspondentie weergegeven. Ik vind dit waardevol, niet alleen omdat hij soefi is maar als SCENconsulent ook professioneel nauw betrokken bij beslissingen over euthanasie.1 Jaap, je hebt in korte bewoordingen een veel omvattend stuk geschreven, een kunststuk, waarin de anthropologie van Inayat Khan wordt weergeven: de ziel als ons wezen, die in ‘eerdere’ bestaansgebieden bekleed is geraakt met een hart en een ‘mind’, bij de geboorte op aarde een lichaam krijgt en dat bij de dood achterlaat, maar het hart en de mind nog meeneemt naar ‘later’. Ik schrijf eerder en later tussen aanhalingstekens omdat Inayat Khan – maar ook recent Pim van Lommel in zijn boek Eindeloos bewustzijn (TenHave, 2007) en Arie Bos in zijn boek Hoe de stof de geest kreeg (Christofoor, 2008) – duidelijk maken dat die andere bestaansgebieden plaatsloos en tijdloos zijn: het zijn bewustzijnsniveaus die dus hier en nu óók aanwezig zijn, afhankelijk of we die kunnen beleven of niet en in welke mate. Dat betekent dat wat we gewoonlijk onder bijvoorbeeld denken verstaan in principe in verbinding staat met die geestwereld (djinn in de terminologie van Inayat Khan) die bij uitstek kenmerken heeft als (goddelijke) scheppingskracht, pure helderheid en een intuïtie en inspiratie die het dagelijkse te boven gaan; dimensies die we vanuit het dagelijkse leven als uitzonderlijk beschouwen en niet snel in verbinding brengen met denken. Het is alsof er een andere dimensie aan wordt toegevoegd; misschien het beste aangeduid als een ander bewustzijnsniveau. Vergelijkbaar kunnen we over het hart als instrument van het gevoel spreken. Gangbaar zijn de normale menselijke ge7


voelens en ook kwaliteiten als liefde, harmonie en schoonheid. Maar op een ander bewustzijnsniveau wordt het hart instrument van pure liefde, goddelijke harmonie en verrukkende schoonheid. Je wijst er terecht op dat ‘dood’ gaat over het sterven van het lichaam, bijvoorbeeld wanneer het niet meer kan functioneren. Je wijst er verder op dat we die dood mogen en moeten accepteren als een normaal verschijnsel, in tegenstelling tot wat gangbaar is geworden. Het is een overgangsfase naar een ander bestaan, op een ander bewustzijnsniveau. Het is een natuurlijk proces dat intreedt wanneer ofwel de ziel klaar is met het leven, ofwel het lichaam op is – dat wil zeggen ‘klaar met het leven’ – en de ziel niet langer kan vasthouden, zoals Inayat Khan zegt. Wie neemt nu waar wie er klaar is? Zijn we vaak niet zó onder de indruk van het lichamelijk lijden (‘ondragelijk en uitzichtloos’, in termen van de wet en de geldende procedures) dat het fysieke de beslissing opdringt? Zouden we niet een plaats mogen inruimen voor wat de ziel te vertellen heeft? En daarmee bedoel ik dus niet de psyche, ons denken en voelen op het alledaagse niveau, maar de ziel als ‘straal van het goddelijk bewustzijn’, zoals je schrijft in de aanhef van je mooie artikel. Wat weet de ziel te vertellen en hoe kunnen we dat waarnemen? Dat vergt nogal wat en ik weet voor mezelf niet of ik dat echt zou kunnen. Maar laten we ons te binnen roepen dat de ziel haar eigen taal spreekt: vrede, licht, de tijd nemen, de tijd laten. Is sterven niet ook een proces van bewustwording van innerlijke bewustwording? Breekt soms niet ineens het licht door, dwars door pijn, lijden en vertwijfeling? Soms zichtbaar voor de omgeving, soms alleen maar indirect in een sfeer die ontstaat, een energie die zich meedeelt. Maar wanneer er te vroeg wordt ingegrepen omdat het lijden te zwaar is, uitzichtloos naar we menen, ondragelijk naar we waarnemen, sluiten we misschien dat bewustwordingsproces af en kan de ziel de levenslange ervaring met de aarde middels lichaam, mind en hart niet afmaken. Moeten we dan dus maar lijden? Ook als de pijn, de onrust, de vertwijfeling alle andere bewustzijn afsnijdt? Misschien mogen we lijden en pijn onderscheiden. Het blijkt toch dat liefderijke zorg pijnverlichtend werkt? Verder wijs je er op, Jaap, dat dat lijden en die pijn ook veroorzaakt kunnen worden door levensverlengende ingrepen om het leven maar te rekken ook daar waar het niet te redden valt (zoals we dat dan uitdrukken; alsof fysiek leven het leven zou zijn…). We weten uit de literatuur over bijna dood-ervaringen (BDE), dat er zich voorafgaande aan de dood ongekende gebeurtenissen kunnen afspelen, die zich blijkbaar buiten de hersenen afspelen maar wel volledig in het bewustzijn zitten. Zie daartoe ook de genoemde boeken van Van Lommel en van Bos, Bij terugkeer in het lichaam blijken die gebeurtenissen zich in de hersenen gezet te hebben. Het ‘ongekend’ gaat over de inhoud van de ervaring, maar vooral ook over de kwaliteit: licht, diepgang, vrede, intensiteit – een ander bewustzijnsniveau. Je ontdekt een andere wereld en op een andere manier en toch relateert het aan de wereld hier, het fysieke. Misschien moeten we veel meer aandacht schenken aan het natuurlijke stervensproces, een gang dóór het leven en een gang die het leven loslaat, geleidelijk: fysiek, 8


mentaal, gevoelsmatig. En tegelijk een proces op spiritueel niveau waar de ziel zich nog hier in dit aardse bestaan kenbaar kan maken. Een glimlach, een woord, een rust, een straling. We mogen wensen dat steeds meer mensen zich bewust op het sterven gaan voorbereiden; ja, zich met de zingeving van de ‘oude dag’ en het einde ervan gaan bezighouden. Euthanasie is daarom in mijn ogen een weliswaar begrijpelijke keuze als er sprake is van ‘ondragelijk en uitzichtloos’ lijden, maar ook een keuze die essentiële aspecten van ons mens-zijn buiten het blikveld laat vallen. Maar niet elk bedoeld einde valt daaronder. Het staken van een uitzichtloze behandeling, ingreep of medicatie opent de weg voor het natuurlijke stervensproces. En daarbij mogen we de betrokkene helpen het lijden te verlichten. In mijn idee en voor mezelf sprekende zou ik er de voorkeur aan geven deze hulp zó in te richten dat ik in vol bewustzijn de overgang mag maken. Maar wie ben ik te veronderstellen dat dat volle bewustzijn wellicht veel voller is als het fysieke bewustzijn al weggevallen is en de ziel zich helderder kan manifesteren in een van die andere bewustzijnsniveaus? 1 Een SCEN-consulent is een arts die een euthanasie-aanvraag toetst en beoordeelt aan de hand van de in Nederland geldende wettelijke richtlijnen en daarvan een rapport opmaakt.

Aarde, water, lucht en vuur meer is het niet de mens Geesteskracht in vorm geademd minder is het niet de mens

Simone Wils

9


Over de God die bestaat Ameen Carp

Enige tijd geleden zorgde dominee Klaas Hendrikse uit Middelburg voor een aanzienlijke opschudding door een boek te publiceren met de titel ‘Geloven in een God die niet bestaat’. In dit boek maakt dominee Hendrikse duidelijk dat hij niet kan geloven in het bestaan van een persoonlijke God. Hij is niet de enige. Het oude godsbeeld van de oude man op een troon in de hemel, die alles bestuurt, mensen straft en vergeeft, is grotendeels voorbij. Maar er is nog geen duidelijk nieuw godsbeeld voor in de plaats gekomen. Dat verklaart veel van de opschudding die Hendrikses boek in de protestantse kerk heeft teweeggebracht. Buiten de kerkelijke kringen maakt het feit dat men God niet kan bewijzen dat veel intellectuelen geen geloof kunnen aanhangen, omdat hun ratio zich daartegen verzet. Toch getuigen enkele bekende wetenschappers, zoals prof. Cees Dekker van de TU Delft, dat zij geloven in God. Hoe ziet een soefi dit probleem? Allereerst dient gezegd te worden dat het soefisme een boodschap is van geestelijke vrijheid en dat het iedere soefi vrij staat om te geloven in een God zoals hij/ zij wil. Toch zijn er gedachten in het soefisme die geloof in een God impliceren. De eerste soefi-gedachte luidt: “Er is één God, de Eeuwige, het Enige Wezen, Niets is dan Hij”. In het gebed Saum, te vinden in het boek Gayan, bidt de soefi: “Geprezen zijt Gij, allerhoogste God, almachtig, alomtegenwoordig, aldoordringend, het enige Wezen”. Men zou kunnen zeggen dat dit het credo is van de soefi. De goddelijke hoedanigheden worden duidelijk en met overtuiging aangegeven. Van grote betekenis zijn de woorden “het enige Wezen”. Als soefi geloof ik dat alles wat bestaat, deel uitmaakt van dat enige Wezen, dat de mensen God, Allah, Ahura Mazda of anders noemen. In hetzelfde gebed Saum luidt een zin: “O Gij, de volmaaktheid van Liefde, Harmonie en Schoonheid, almachtig Schepper, Onderhouder, Rechter en Vergever van onze tekortkomingen, Heer God van het oosten en van het westen, van de werelden omhoog en omlaag en van de geziene en ongeziene wezens”. Dus God is het volmaakte wezen, de schepper en onderhouder, maar ook de rechter en vergever, de bron van alle liefde, harmonie en schoonheid. God is meer dan een levengevende kracht, die alles schept wat bestaat en de vormen ervan na verloop van tijd weer wegneemt en de geest verder doet bestaan. Het gebed Saum wordt gezegd in de Universele Eredienst na het ontsteken van de kaarsen en vormt een plechtig moment in deze dienst, waarin de essentiële eenheid van religieuze idealen wordt uitgebeeld en beleden. Dit kan de indruk wekken dat men bidt tot een God die buiten de mens zelf is. Volgens de opvatting van de soefileraar Hazrat Inayat Khan is God in èn buiten de mens. Hij zegt in het boek Gayan:

10


“Ik zocht, maar ik kon u niet vinden; ik riep luid tot u, staande op de minaret; ik luidde de tempelklok bij het opgaan en het ondergaan van de zon; ik baadde tevergeefs in de Ganges; ik kwam teleurgesteld terug van de Ka’aba; ik zag naar u uit op aarde; ik speurde naar u in de hemel, maar tenslotte vond ik u verborgen als een parel in de schelp van mijn hart”. Gelooft een soefi daarmee in een persoonlijk of een abstracte God? Ook hier is het niet juist om te spreken over één soefi-standpunt. Hazrat Inayat Khan schrijft in de Vadan: “Geloof eerst in de God die alles uitsluit en wordt u dan de God bewust die alles omvat”. Het merkwaardige is dat, ook al gelooft men in een abstracte God (een principe, energie, alomtegenwoordige kracht) men toch geneigd is te spreken tot die God met heel persoonlijke bewoordingen. Bijvoorbeeld God is de Helper in nood; de enige echte Toeverlaat; de Liefdevolle; de Vergever, enz. In de islam kent men de 99 schone namen van Allah, die ook gebruikt worden als geestelijke oefeningen om die goddelijke eigenschappen in de mens te versterken. Op deze wijze is voor veel soefi’s God het onderwerp van centrale aandacht in het leven. Als minnaar van God zoekt hij/zij God ieder moment van de dag en de nacht, en volgt zo in feite het gebod van Jezus: “Heb God lief met heel je hart, heel je verstand, heel je wezen”. Als soefi probeer ik te leven in het besef dat God voortdurend over me waakt, me leidt, alles van me weet. Dit betekent, zo proberen te leven dat je waard bent Gods schepping te zijn. Een bekende uitspraak van Hazrat Inayat Khan in de Gayan sluit daarbij aan: “Maak God tot een werkelijkheid en God zal je tot waarheid maken.” Als men zo leeft, is God niet langer een idee, een gedachtevorm, maar een werkelijkheid. God bestaat als de stroom van leven, die alles doet leven, doet bestaan. Maar God is meer dan energie; God is liefde, harmonie, tederheid, kracht, vreugde, heerlijkheid en vrede. God laat zich zien in de natuur, in de mens, in het dier, in de plant. Maar God is ook in het vormloze, het ijle. God is het leven zelf. God is geest, zoals Jezus ook gezegd heeft, getuige zijn uitspraak in het evangelie van Johannes (hoofdstuk 4, vers 24): “God is geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en in waarheid.” Men verwijt God vaak dat er zoveel ellende en onrechtvaardigheid op aarde is. Maar de mensen hebben veel van die ellende en onrechtvaardigheid zelf geschapen. Uit eigenbelang, uit geldingsdrang voert men oorlog. In de oorlog sneuvelen onschuldige mannen, vrouwen, kinderen. Men zal zeggen: “Waarom grijpt God niet in”? Dat zou echter een ingrijpen in de vrije wil van de mens betekenen. Is het niet een geweldig voorrecht van de mens, dat hijzelf kan beslissen rechts of links te gaan, iets te doen of niet te doen? De mens moet weten wat hij doet en is dan vrij om, met volle verstand, naar eer en geweten, zijn leven te leiden zoals hij wil. Maar hoe zit het dan met de slachtoffers, de onschuldigen en met slachtoffers van 11


natuurrampen? God schenkt leven en trekt dit leven weer tot zich. De ziel wordt geboren op aarde, doet daar zekere ervaringen op en als het genoeg is geweest, laat de ziel het lichaam los en reist verder. Het leven is meer dan alleen de periode op aarde, al heeft geen mens het vermogen Gods bedoeling te zien in het scheppen en terugtrekken van de ziel. Door het voortdurend in gedachten houden van God wordt de relatie tussen mens en God steeds hechter en intiemer. Het is net als de mens die een ander mens innig liefheeft. Hij denkt voortdurend aan de ander, leeft voor de ander. Zo is het dan ook met de mens die God innig liefheeft, hij leeft voor God, God is de Geliefde en de Geliefde is alles voor de minnaar. Zo hebben de soefidichters God als Geliefde bezongen. Zo ook Hazrat Inayat Khan in de Vadan: “Waarom heb ik twee voeten als het niet is, om Uw geestelijk pad te bewandelen? Waarom heb ik een stem als het niet is om Uw lied te zingen? Waarom heb ik een hart, Geliefde, als het niet is om het tot Uw heilige woonplaats te maken?” Maar in dit zoeken en liefhebben is ook pijn, eenzaamheid en verdriet inbegrepen. God is soms onvindbaar, afwezig, verborgen. Dat doet dan hevige pijn en het gevoelige hart lijdt. En de liefhebbende mens pijnigt zich met vragen. Wat heb ik fout gedaan? Waarom is de geliefde weggegaan? Wanneer komt Hij terug? Als de Geliefde terugkomt is de minnaar blij, dankbaar en opgelucht. Maar deze ervaring heeft de minnaar ook doen beseffen dat de liefde in het eigen hart zo sterk en onwankelbaar moet worden, dat men niet afhankelijk blijft van de fysieke aanwezigheid van de ander, met vertrouwen in die innige liefde voor God, die er altijd is. Als God het enige Wezen is, zoals soefi’s in hun gebeden belijden, als God de liefde zelf is en niet louter energie, dan aanbidt een soefi een liefdevol levenschenkend, levenonderhoudende God, die zich manifesteert in miljarden vormen en ook leeft zonder vorm. In alles, in het allerkleinste en in het allermachtigste. Voor een soefi leeft die God als de kern van alle leven in het eigen hart. Dit is de God die bestaat. Literatuur:

1. Geloven in een God die niet bestaat – ds Klaas Hendrikse 2. Wetenschap en religie – Prof. Cees Dekker 3. Naar een nieuw Godsbeeld – dr. H.J. Witteveen – Nieuwe Soefi Reek s

12


“Het Soefisme is mijn kompas”

Zubin van den Besselaar en Jaya Bakker Gesprek met Puran Innemee

Puran Innemee kwam in 1930 als jongen van veertien in aanraking met het Soefisme. Tot 1940 bezocht hij elke week een Universele Eredienst in Den Haag. Toen de oorlog uitbrak werd het Soefisme verboden. Na de oorlog woonde Puran in Amsterdam. Gevoelsmatig bleef hij bij het Soefisme, maar hij had geen contact met de Soefi Beweging. Pas in 1982 herstelde hij het contact. In de jaren daarna was hij penningmeester en secretaris van het Nationaal Comité. Wij zochten hem, inmiddels 92 jaar, op in zijn huis in Diemen, waar wij hartelijk werden ontvangen door Puran en zijn vrouw Manni. Hoe ben je in aanraking gekomen met het Soefisme? Mijn vader was stoffeerder. Woonde in Den Haag, in de Bazarstraat, vlak bij de Anna Paulownastraat. Hij was een kleine zelfstandige. Mijn vader had een paar goede klanten, onder andere een zekere Baron van Tuyll van Serooskerken. Dat gebouwtje daar in de Anna Paulownastraat, die Soefikerk die er in 1929 achter is gebouwd, daar heeft mijn vader twee crèmekleurige gordijnen voor gemaakt, die boven het publiek halverwege de hoogte van de zaal strak gespannen werden, om rust aan de ogen te geven; één in de lengte en één in de breedte. Het was een heel probleem om ze op te hangen. Op een gegeven moment zei mijn vader tegen mij: “Joop, ik ga toch eens kijken wat dat nu is waar ik voor werk. Ja, je zag dat zaaltje wel, maar… Toen gingen we met z’n tweetjes op een zondag naar de Anna Paulownastraat 78. We waren benieuwd wat we te horen en te zien zouden krijgen. En daar kwamen van links die cherags in die zwarte pijen … Daar zat je toen voor het eerst bij? Ja, voor de eerste keer van mijn leven. Het was ook leuk om daar binnen te komen. Er was een zekere Johannes Meijer, een boekhandelaar van de Oriental Bookshop. Hij liet iedereen binnen. Je kwam binnen in de hal en hij stond bij de deuren naar de zaal. Hij deed de deur open en deed daarna, achter je, de deur weer dicht. En als de dienst begon ging mijnheer Meijer – zo werd hij altijd genoemd – aan de kant zitten en kwamen de cherags vanaf de andere kant, vanaf het trapje binnen. Ik dacht ‘wat vreemd allemaal’. Maar toen werden de verschillende religies genoemd. Op het moment dat het christelijke verhaal kwam, dacht ik ‘o, ze hebben ook nog iets normaals’. Want met dat Hindoeverhaal enzo daar was ik niet zo mee bekend. Daarna kwam Van Tuyll aan het woord. Hij sprak machtig goed, hij sprak nog met de stem van Murshid1. Die was in 1927 gestorven en ik kwam daar dus een paar jaar later. 13


Van Tuyll praatte zo rustig. Ik was helemaal gevallen, zo van ‘dit ìs het gewoon’. Ik kwam uit de protestantse kerk en ging vaak zondags naar de dienst. De sfeer vond ik altijd wel fijn, maar wat ze van de kansel vertelden, dat zei me helemaal niets. Het waren allemaal loze woorden. Maar zoals Van Tuyll sprak, dat wás het gewoon. Jammer dat jullie dat niet hebben meegemaakt.

Puran haalt uit zijn “Soeficarthotheek” een foto van Sirdar van Tuyll tevoorschijn, toen nog met zwart haar. We vragen hem wat hem zo aansprak in Van Tuyll. Wat was het verschil met de preken die hij gewend was? Het grote verschil was dat hij echt sprak. Die predikanten hadden natuurlijk veel les gehad, maar Van Tuyll vertelde over Murshid. Soms ging hij een week later verder waar hij de vorige keer gebleven was. Ja, Murshid was alles voor hem. Hij was met hem opgetrokken. Hij sprak iedere week, zijn vrouw ontstak de kaarsen en mevrouw Van Eibergen las steeds de teksten. Dit drietal leidde alle diensten, zonder uitzondering, tot aan de Tweede Wereldoorlog. Hij sprak echt uit zijn hart? Ja, uit zijn hart ja. Hij sprak uit zijn hart. En op het einde van zo’n toespraak ging zijn stem wat lager. Dan werd hij heel intiem eigenlijk. Ik zat gewoon ademloos te luisteren. Dat was heel bijzonder. Ik ging elke zondag met mijn vader en vaak ook met mijn jongere broer Henk. Ook toen ik ging studeren. Elke vrijdag voelde ik me weer leeg worden en dan ging ik zondags naar de dienst en werd ik helemaal opgeladen. Dat eindigde op 10 mei 1940, toen kwamen de Duitsers en was het afgelopen. Dat heb ik reuze gemist. Wanneer ben je ingewijd. Ook door Sirdar? De vier kinderen Innemee zijn tegelijkertijd ingewijd. Ik was de oudste, en zeventien, denk ik. Mijn jongste zus scheelde met mij 6 jaar, dus dat was nog een jonkie. Het gebeurde na de dienst. Van Tuyll vroeg of we na konden blijven en hij heeft ons toen ingewijd en het Soefi-embleem op het hoofd gezet. Ja, het was een heel overweldigende en bijzondere belevenis. Die inwijding was zo bijzonder. Ik had het gevoel dat mijn voeten de grond niet meer raakten. We zweefden boven de grond. Na afloop gingen we altijd nog een rondje maken, mijn vader met de kinderen, zo door de Timorstraat en dan de Scheveningseweg en ineens dacht ik ‘nu sta ik weer op de grond’. En je moeder, was zij ingewijd? Nee, zij bleef thuis. Ze is wel een keer meegegaan, geloof ik, maar het was helemaal niets voor haar. We waren overigens wel ingewijd, maar niet als moeried. Alleen mijn vader is ingewijd als moeried. Ik weet niet wat dat was, hoe Van Tuyll het toen noemde. Ben je na de oorlog bij het centrum Amsterdam gekomen of bij Den Haag gebleven? Nee, ik ben na de oorlog nooit meer bij Van Tuyll geweest. Een paar jaar na de oorlog 14


heb ik in het telefoonboek van Amsterdam de Soefi Beweging opgezocht en ik ben daar een keer geweest. Daar sprak een dame maar die zei mij niet zoveel. Ja, ik was zo volkomen aan Van Tuyll gewend. Aan die stem was ik gewend. Hij was echt mijn meester, al kwamen er toch wel beroemde sprekers in Amsterdam; maar die zeiden me niets. Pas in 1982 ben ik weer in contact gekomen met de Soefibeweging, met centrumleidster Lennura Balster. Ze heeft me niet ingewijd maar wel veel geleerd. Ze heeft me meegenomen naar Katwijk en naar Murshida Shahzadi. Murshida Shahzadi heeft mij in 1985 als moeried ingewijd.

Ging je toen naar haar centrum in de Banstraat? Ja. En de Oriental Room daarboven. Het sprak me daar meteen geweldig aan. Het voelde als een thuiskomen. Het huis had iets heel intiems. Er was een eerder centrum in de Bazarstraat, waar jij woonde. Wij woonden op nummer 26 en op nummer 20 werd later een centrum geopend door Van Stolk. Daar wisten wij niets van. Toen Sirdar alleen verder ging heeft Van Stolk de Bazarstraat verworven. Maar die leefden volkomen naast elkaar. Van Tuyll had het in zijn lezingen wel eens over een splitsing en dat hem dat vreselijk speet. Want dat kon toch helemaal niet. Maar wij gingen alleen naar de Anna Paulownastraat. Dat andere werd verzwegen eigenlijk. Het was natuurlijk heel bijzonder dat praktisch naast ons huis óók een centrum van de Soefi Beweging was. Ben je er nooit binnen geweest? Nee nooit. Hoe ben je in 1982 penningmeester van het Nationaal Comité geworden? Wali van Lohuizen heeft me gevraagd. Ik ben begonnen als penningmeester, Sabir van Welsum was toen secretaris. Later ben ik secretaris-penningmeester geworden. Je kwam al op je veertiende met het Soefisme in aanraking. Heb je op een of andere manier op school en in je studie gemerkt dat het je inspiratie gaf, of inzicht? In mijn gedachteleven is het altijd levend gebleven. Een kompas eigenlijk. Ook tussen 1940 en 1982? Ja, maar vooral van binnen. Toen waren er geen toespraken van Sirdar; wat bleef je aanspreken in het Soefisme? Met waar het mee begonnen was in 1929. Ik zat op het gymnasium aan de Laan van Meerdervoort. En aan het einde van het jaar, ik had een goed jaar gehad, kreeg ik een prijs. Toen mocht ik een boek uitzoeken. Het werd ‘de Mythen en legenden van de Noord-Amerikaanse Indianen’. Je had een hele serie van allerlei mythen en legenden en kort daarna kocht ik de mythen en legenden van Hindoes en Boeddhisten. Dat heeft me bijzonder getroffen. En het leuke was dat in de Soefigebeden al die namen genoemd werden. 15


Maar wat maakte dat het Soefisme al die jaren bij je bleef? Ik denk dat het Murshid was. Was het zijn persoonlijkheid of zijn ideeën? Het was meer de persoonlijkheid. Mag ik eens een verhaal vertellen waardoor het duidelijker wordt? Ik was misschien zo’n drie jaar in de Anna Paulownastraat, in 1933 of 1934. Van Tuyll gaf een avond over Murshid en over het Soefisme. Mijn vader en ik gingen er heen. Het hele zaaltje was vol. Van Tuyll was in burger en sprak als privépersoon. Hij had een toverlantaarn en een doek en daar werd een foto van een uit de verte wuivende Murshid getoond2. In de zaal zaten natuurlijk veel mensen die Murshid nog hadden gekend en zij hieven een heerlijk gezang aan, een loflied. Heel bijzonder was dat. Ze zongen toen Molood van Maheboob Khan3. Het werd zachtjes gezongen door misschien tien of twaalf mensen, verspreid in de zaal, terwijl er zo’n tachtig mensen aanwezig waren. Zo bijzonder. Het was een moment van devotie bij de foto van Murshid. En ik dacht ‘tsjonge, jonge wat moet hij een indruk gemaakt hebben!’

Puran Innemee bezit een aantal bijzondere boeken, die soms ook op wonderlijke wijze op zijn pad kwamen. Hij vertelt: “Ik kwam een keer voor de oorlog op de tweede hands-markt in Den Haag, op de Grote Markt. Ik liep daar wat rond en plotseling werd tussen die duizenden boeken mijn blik getrokken naar dit boekje. Ik keek wat het was: “Eastern Rosegarden’. Een eerste druk…….” Hij laat ook een uitgave van “De Diwan van Inayat Khan” zien, met voorin een Ex Libris. “Uit de boekerij van C.A. Wegelin”, staat er. Wegelin was een moeried uit Murshids tijd, die twee keer vermeld wordt in de “Biography of Pir-O-Murshid Inayat Khan” (op pagina 159 en op pagina 453 met foto). Deze “Diwan” is uitgebracht in de Inayat Khan-serie “A serie of Works of Religious Philosophy, Love, Harmony and Beauty”. Voorin staat in het handschrift van Sirdar van Tuyll het gedicht “India, India” geschreven. Het boekje is verschenen in 1918. Puran: “Ik heb het voor tien cent op de markt gekocht.”

Voorin de “Diwan” van Hazrat Inayat Khan die Puran Innemee voor een dubbeltje kocht op de markt, staat in het handschrift van Sirdar van Tuyll van Serooskerken het gedicht “India, India”, waarin Haz­rat Inayat Khan zijn liefde en verlangen uitsprak voor zijn geboorteland.

Dat hoor je ook altijd, dat het met name de persoonlijkheid van Murshid was die zo’n uitstraling had. En als je de toespraken leest dan voel je dat ook. Hij heeft niet geschreven maar gesproken. Dat is allemaal dus doorgegeven. Hij sprak altijd uit het hoofd. Hij ging wel eens spreken en dan vroeg hij: “Waar zou het ook al weer over gaan vandaag?” Hij bereidde niets voor. Hij sprak zoals hij het zelf doorkreeg.

16


India, India, India, India, The land of my birth, To compare with you there is no place on the earth In the spring I left home and I came back in the fall, In my deepest despair I heard your call. Your sacred rivers, your holy shrine, Your sublime nature, your spirit divine, Your moonlight night and your glorious dawn The beautiful sunset and your promising moon Your wonderful landscape and your blue sky, They draw me so much, that I wish I could fly. Dreams of your poets and your singers’ cry Still ring in my ears and lift my soul high. Grandeur of your princess, wisdom of your sage Ideal of your women, their dignity of age, Angels would humbly bow low if they saw my land, If the world knew her spirit, all would kiss her hand, I have for many years wandered away from home Dear, dear India, soon to you I come. Take me in your arms, O, my motherland, so blessed, Away from worldly strife in your bossom to rest.

Murshid Inayat Khan Suresnes 1926

Al die jaren bleef dat bij je. De oorlog brak uit toen je 24 was en je was 66 toen je weer contact kreeg met de Soefibeweging. Bleef je die toespraken geregeld lezen? Ik had die toespraken nog helemaal niet. Die waren toen nog niet uitgegeven. Ook de toespraken van Van Tuyll heb ik pas later gekocht. Hoe hield je het contact met Murshid in die 42 jaar? Boeken waren er niet. Wel foto’s? O, ja. Hij liet zich vaak fotograferen. Niet omdat hij vond dat hij zo goed was, maar wel om de sfeer door te geven. Dan is het dus helemaal van binnen geweest. Iemand zei tegen Murshid: “Murshid ik heb zo’n bewondering voor uw ideeën”. Murshid antwoordde: “Het zijn geen ideeën, het is mijn knowledge, mijn kennis”. Hij wist het allemaal. Hij zei ook: “Who has taken my words, has taken my life”.

Als Murshid zo helemaal van binnen zit, is een beweging om hem heen dan nodig? Men sprak toen van Murshid Karimbakhsh en anderen. En ik dacht ‘er is toch maar één Murshid’. Daar heb ik grote moeite mee gehad. Ergens klopt het niet. Ik heb ook in de verslagen niemand ooit Murshid genoemd. 1 2 3

Met Murshid wordt Hazrat Inayat Khan bedoeld Zie de foto op pagina 4 in deze Soefi-gedachte Zie elders in deze Soefi Gedachte

17


Molood, het lied dat op Puran Innemee zo'n indruk maakte, is een religieuze bijeenkomst waar de voorganger lering over de Islam geeft. Dit lied wordt gezongen door Moslims in moskeeën op de verjaardag van de profeet Mohammed (‘Milad-un-Nabi’) en 12 dagen daarna. Deze transcriptie is op verzoek van Shafi Knoop door haar gitaarleraar Erik den Uijl gemaakt om het lied voor een grotere groep zingbaar te maken; het is daaroe een kleine terts verlaagd ten opzichte van het origineel.

18


De Engel Gabriël Het schilderen van deze icoon heb ik ervaren als een reis naar binnen. Hoe vreemd het misschien ook klinkt: maar voor icoonschilderen behoef je niet te kunnen tekenen of schilderen. Waar het om gaat is, dat je in alle geduld een techniek uitoefent, waarbij het er vooral op aankomt dat je zuiver waarneemt. Deze zuivere waarneming is dan feitelijk een concentratieoefening. Wanneer je je daaraan overgeeft merk je dat je niet alleen zelf met het icoon bezig bent, maar het icoon ook met jou. De staf van deze aartsengel had ik rood-wit gemaakt, een stiekem grapje van mij. Mijn leraar reageerde er geschokt op, immers de kunst van het weergeven is juist het exacte. Mij ontbrak het daar aan discipline. Baldadigheid? Misschien wel. Het voelde zo eerst wel, maar naderhand voelde het als een knipoog van Gabriël naar mij! Toen bovenstaande foto werd gemaakt (half september van dit jaar) ontdekte ik, dat ik het rood-wit weer had weggepoetst. Het had kennelijk z’n werk gedaan. Vlak voordat ik het voltooide, had ik een heel mooie, krachtige droom over het icoon. Ik merkte toen ik wakker werd, dat het icoon mij in de nacht ‘gevuld’ had. Eind september 2008 hoop ik opnieuw een icoontraject in te gaan. Dit keer wordt het Michaël. Er zijn zoveel boodschappers door wie wij ons mogen laten inspireren!

Shirin Cornelissens

19


Krishna met zijn geliefde Radha.1

20


Krishna, de brenger van de boodschap in het Hindoeïsme Zubin van den Besselaar

Krishna, de herder en de fluitspeler, wordt in het Hindoeïsme beschouwd als de achtste incarnatie van Vishnu en Vishnu is één van de drie principes waarin het Goddelijk principe zich uitdrukt. Brahma is de schepper. Vishnu is de onderhouder van de schepping. Shiva is de vernietiger maar tevens vernieuwer van de schepping, die ene vorm waarin het goddelijke zich eerst manifesteert, dan sterft en daarna in een nieuwe vorm weer tevoorschijn komt. Krishna wordt geboren aan het einde van de Dwapara Yuga2, het voorlaatste tijdperk. Dat tijdperk eindigt met de dood van Krishna. Hij kwam op aarde om het kwaad van die tijd uit te roeien en het heilige te herstellen. Dat vinden we ook in het Soefi-gebed Salat: ‘Gij komt op aarde met een boodschap als een duif van omhoog, wanneer Dharma in verval is en spreekt het woord dat u in de mond wordt gelegd’. Volgens de legende werd Krishna zo’n 5000 jaar geleden geboren in Mathura, de stad van koning Kamsa. Koning Kamsa was een demon. Zijn zuster Devaki trouwde met Vasudeva maar tijdens de huwelijksvoltrekking hoorde Kamsa een stem die zei dat het achtste kind van het jonge echtpaar Kamsa moest doden. Om dit te voorkomen wilde Kamsa zijn zuster doden. Haar echtgenoot Vasudeva wist dit echter te voorkomen door Kamsa te beloven dat ieder kind dat zou worden geboren uit Devaki, aan hem gegeven zou worden. Daarna zou hij dan kunnen beslissen wat er met het kind zou moeten gebeuren. Kamsa liet daarop zijn zuster in leven maar liet voor alle zekerheid het jonge echtpaar opsluiten in de gevangenis. De eerste zes kinderen werden gedood door Kamsa, de laatste twee kinderen werden geruild met pasgeborenen van een boerderij. Een van die twee kinderen was Krishna, die zo opgroeide als herdersjongen. Volwassen geworden doodde Krishna Kamsa en voerde hij strijd om de juiste mensen weer in de juiste functies te plaatsen. Krishna is vooral bekend van zijn rol als wagenmenner in de Bhagavad Gita waar hij Arjuna vertelt wat hem te doen staat. Een ander artikel in dit nummer van de Soefi Gedachte gaat hier uitvoerig op in en bij de boekbesprekingen treft u bovendien nog een bespreking van twee belangrijke boeken over Krisha aan. Op mijn speurtocht naar informatie vond ik echter nog een essay van Andreas Burnier, pseudoniem van professor Dessaur, criminologe, die een diepgaande studie heeft gemaakt van, onder andere, de Indiase religies en filosofie en daartoe zich ook het Sanskriet eigen maakte3. Zij geeft in dat essay een psychologische interpretatie van het verhaal uit de Bhagavad Gita waarin “de honderd zonen” van de oude koning staan tegenover “de vijf Pandu-prinsen”, waar ook Arjuna toe behoort. Honderd staat in de literaire traditie voor oneindig veel. Vijf staat in de Indiase traditie voor de vijf zintuigen en de verschillende bewustzijns-lagen die daarmee samenhangen. Op de vlakte van Kurukshetra vindt het innerlijk gevecht plaats van de honderden oude begeerten en gewoonten van de mens met het nieuwe bewustzijn. Arjuna is de representant van dit nieuwe ontwakende bewustzijn die echter helemaal niet tegen zijn oude gewoonten wil strijden. Toch moet hij dat. Arjuna behoort 21


bovendien tot de kaste van de strijders en als lid van die kaste hoort hij te strijden, dat is zijn opdracht in dit leven. De oude krachten moeten plaats maken voor nieuwe impulsen. De oude krachten worden ook niet gedood maar moeten worden getransformeerd. De oude mens moet door de innerlijke dood heen om verder te kunnen. Door te strijden tegen zijn impulsen moet Arjuna inzicht krijgen in zijn eigen ego en impulsen. Arjuna heeft echter ook deel aan zijn hogere Zelf, de Atman. Toegang tot het hogere Zelf verkrijgt hij door meditatie. Op het einde van de Gita heeft Arjuna begrepen dat achter de wereld van de verschijnselen en zelfs achter de wereld van de Goden, het eeuwige onbewogen onsterfelijke Brahman is. Wie de Atman kent doorziet de wereld van de verschijnselen. In de Bhagavad Gita staat, volgens Andreas Burnier, Arjuna voor de alledaagse mens die ook vaak niet weet wat hij moet doen en die moeilijke keuzes moet maken. In het Westen is de romantische held diegene die weet wat hij wil en zich daar volledig op toelegt en de tragische held is diegene die daarin faalt. Maar Arjuna leert de moderne mens nog iets anders: “Je moet doen waar je, gegeven je aanleg en omstandigheden, toe geroepen bent. Maar dat moet je niet doen voor macht, winstbejag of aanzien, maar volkomen onthecht”. Krishna leert aan Arjuna dat het er niet zozeer omgaat wát je doet, maar vooral hóe je het doet. Als je je wijdt aan een op zich edel doel maar je doet dat uit ego-motieven dan is dat in de ogen van Krishna niet goed. Wie handelt uit begeerte bindt zich aan de materie met als gevolg onwetendheid en lijden. Voor bevrijding is onthechting nodig. De mens moet dus strijden zonder gehechtheid aan het resultaat. Dat is de boodschap van Krishna en die is niet alleen voor de Hindoe maar ook voor de moderne mens waardevol. 1 De afbeeldingen bij dit artikel zijn afkomstig uit het boek "Nachtblauw " van Paul van de Velde en welwillend door uitgeverij Damon ter beschikking gesteld. In de rubriek 'Boeken en beelden" vindt u hierover meer informatie. 2 Het Hindoeïsme kent vier grote tijdperken die elk duizenden jaren beslaan: Sat ya Yuga, Treta Yuga, Dwapara Yuga en Kali Yuga . De Satya Yuga wordt beschouwd als het gouden tijdperk, de Treta Yuga is het zilveren tijdperk, de Dwapara Yuga is het koperen tijdperk en het laatste tijdperk, de Kali Yuga waarin we nu leven wordt beschouwd als het ijzeren- of duistere tijdperk. 3 Andreas Burnier Essaya 1968-1985 uitg. Querido. 1985

22


Een moderne voorstelling van Krishna die met zijn fluitspel in het woud het gehele universum betovert. Dit soort schilderingen zijn een specialiteit van de vrouwen van Mithila, die daarmee hun huizen beschilderen.1, pag. 22

23


Over godsdienst en oorlog ‘Wat is dan deze verscheidenheid van godsdiensten, die de mensheid jarenlang in strijd met elkaar heeft gebracht, zodat de meeste oorlogen en veldslagen werden gestreden voor de zaak van de godsdienst? Dit bewijst alleen het kinderlijke karakter van de menselijke natuur. Godsdienst, die, waar hij ook gegeven wordt, ter wille van eenheid, harmonie en broederschap was en wordt gegeven, werd door de kinderlijke menselijke aard gebruikt om te strijden en te twisten en zich jarenlang in oorlogen te begeven. En het meest vermakelijke voor een verstandig mens is om te bedenken en om te zien hoe ze in het verleden een zeer heilig karakter hebben gegeven aan oorlog, aan strijd en die ‘een gewijde of heilige oorlog’ hebben genoemd. Wat bewijst dit? Het bewijst dat de betekenis van ware godsdienst door de meeste mensen niet is begrepen’. ‘Ongetwijfeld, vergeleken met God is ‘goddelijkheid’ de onvolmaaktheid van God, maar het is toch nog de volmaaktheid van de mens. Het is net als een druppel water die geheel en volkomen water is en toch is het maar een druppel in de oceaan. De oceaan is God, maar de druppel is goddelijk. Als de mens dit geheim van het leven had begrepen, dan zouden er geen verschillen zijn ontstaan tussen de volgelingen van de verschillende godsdiensten, die in alle tijden oorlog hebben gevoerd tegen elkaars godsdienstige opvattingen’. Over het Gods-ideaal: ‘Het denkbeeld van vele goden is voortgekomen uit twee bronnen. De ene was het idee van de wijzen om iedere soort macht en eigenschap te maken tot een vorm van godheid en die een bepaalde god te noemen. Dat werd gedaan om aan het gewone denkvermogen de meest noodzakelijke gedachte te geven, dat God in alles is en dat God alle macht is. Velen hebben later dit idee verkeerd begrepen en de achterliggende wijsheid werd verduisterd en daarom moesten sommige wijze mannen strijden tegen de denkbeelden van andere wijze mannen. Toch streden ze niet tegen het denkbeeld; zij streden tegen de misvatting daarover. Maar nu, in deze tegenwoordige tijd, terwijl er in Europa geen idee meer bestaat van vele goden, hebben velen hun geloof verloren en zeggen: ‘Als God één en al goedheid is, één en al rechtvaardigheid, één en al macht, waarom laat Hij dan zoiets verschrikkelijks als oorlogen gebeuren?’ Als diezelfde mensen gewend waren geweest om onder hun vele goden Kali te zien, de godin van de oorlog, zoals de Hindoes die vele generaties lang hebben aanbeden, dan zou het voor hen geen nieuwe gedachte zijn geweest om te weten dat álles uit God is, dat niet alleen vrede maar zelfs oorlog uit God is’.

Uit ‘De Eenheid van Religieuze Idealen’ van Hazrat Inayat Khan

24


De Bhagavad Gitâ

onderricht gezongen door de Heer 1

Tijdens de Universele Eredienst symboliseren zes kaarsen de grote religies: hindoeïsme, boeddhisme, de religie van Zarathoestra, de joodse religie, christendom en islam. De zevende kaars staat voor alle bekende en onbekende mensen die het licht van de waarheid in de duisternis van menselijke onwetendheid hebben hooggehouden. Op het altaar liggen heilige boeken uit die religies, waaruit passages worden voorgelezen. Het eerste boek waaruit tijdens de Universele Eredienst wordt gelezen vertegenwoordigt de Hindoereligie. Vaak is het de Bhagavad Gitâ2. Gezongen onderricht dat Krishna, de Boodschapper van God, heeft gegeven aan Arjoena. De Bhagavad Gitâ is een door Hindoes als heilig beschouwd gedeelte uit het grote Indische epos het Mâhabhârata. Dit epos, dat met meer dan 200.000 Datering Het is niet bekend wanneer het Mâhabhâra- versregels ongeveer vier keer de omta zijn tegenwoordige vorm gekregen heeft. vang van de Bijbel heeft, vertelt de Een schrijver die ongeveer 400 v. Chr. leefde eeuwenlange strijd om de heerschapnoemt de naam en namen van erin voorko- pij over India. Zo vertelt het hoe de vijf mende personen, maar het is niet bekend of zonen van koning Pându, de Pândahet epos toen al de nu bekende vorm had. va’s, streden met hun neven, de honSommige delen moeten heel antiek zijn, an- derd zonen van koning Dritarâshtra, dere weer niet. Volgens enkele geleerden ook wel de Kaurava’s genaamd. Bowas de verzameling en samenstelling zoals vendien be­vat het verhandelingen we die nu kennen in ongeveer 200 n. Chr. over vormen en plichten, kosmologie gereed. Ook over de datering van de Bhaga- en de genealogieën van goden en vad Gitâ tast men in het duister. De tijden koningen. Het is een epos vol levens­ die verschillende geleerden er voor opgeven wijsheid, spreuken en aforismen dat wordt voorgele­zen in de aan Vishnu variëren tussen 300 v.Chr. en 200 n. Chr. en Shiva gewijde tempels en bede­ vaartsoorden. De Bhagavad Gitâ heeft betrekking op de laatste grote veldslag tussen de Pândava’s en Kaurava’s, en wel in het bijzonder op het gesprek dat de God Krishna voert met Arjuna, op dat moment de aanvoerder van de Pândava’s. Plagerijen en erger Van de twee broers Pându en Dritarâshtra was prins Dritarâshtra de oudste, maar omdat hij blind was vond men dat hij niet regeren kon. Dus werd prins Pându, de jongere broer, koning. Later, na Pându’s vroege dood, kwam Dritarâshtra echter toch aan de macht. De kinderen van de twee koningen werden samen opgevoed, maar van het begin af aan boterde het niet tussen de jongens. Gedeeltelijk misschien door de verwikkelingen rond de opvolging, maar meer door een verschil in instelling. Plagerijen van de Pândava’s werden door hun neven beantwoord met levensgevaarlijke valstrikken. 25


Bijvoorbeeld toen zij de Pândava’s uitnodigden met hun vrouwen en moeder te logeren in een prachtig huis in het woud. Dat huis was echter grotendeels gebouwd uit lak, en dus zeer brandbaar. Op een zeker moment staken zij het in brand. Het hele gezelschap zou zeker verbrand zijn, als een oom van beide partijen, een wijze Rishi, de Pândava’s niet had gewaarschuwd. Hij had ze aangeraden een tunnel te graven, waardoor ze allemaal veilig ontkwamen. Een dobbelwedstrijd Toen koning’ Dritarâshtra zag dat er nooit vrede tussen de neven zou zijn, verdeelde hij het koninkrijk in twee delen, één voor de Kaurava’ s en één voor de Pândava’s. Maar dat beviel de Kaurava’s in het geheel niet. Op een keer nodigden zij dus de Pândava’s uit voor een dobbelwedstrijd. Dobbelen was in de grijze Indo-Germaanse oudheid een van de manieren waarop op Nieuwjaarsdag de bezittingen in de stammen opnieuw en anders verdeeld werden en iemands rang en stand in de stam opnieuw bepaald werd. We leerden vroeger op school dat de Germanen zo dobbelziek waren dat ze al hun bezittingen verspeelden. Het kan natuurlijk in die tijd een ontaarding geweest zijn, maar oorspronkelijk was dit dobbelspel een half-religieus gebeuren en men kon een uitnodiging daartoe niet weigeren. Bovendien, symbolisch beschouwd, betekent goed kunnen dobbelen het op en neer van het leven aan te kunnen. De Pândava’s konden dus niet weigeren te spelen en hun levenskunst schijnt nog niet volmaakt geweest te zijn, want ze verloren steeds. Het verhaal zegt soms dat het geluk niet aan hun kant was, maar soms ook dat de Kaurava’s dobbelstenen gebruikten die aan één kant verzwaard waren. De Pândava’s verloren achter elkaar al hun geld, kostbaarheden, bezittingen, hun koninkrijk en tenslotte hun (gezamenlijke) vrouw Draupadî. Zij werd direct in triomf uit haar vrouwenverblijf gehaald, waar zij zich afgezonderd hield, zoals dat gebruikelijk en voorgeschreven was voor vrouwen gedurende de ‘onreine’ dagen van hun menstruatie. Ze werd aan haar haren, met niets dan één enkel kledingstuk aan, naar de speelzaal gesleept. Deze smaad, hun geliefde vrouw aangedaan, zouden de Pândava’s nooit vergeten. Op dat moment kwamen oude wijze lieden tussenbeide, die vonden dat dit alles te ver ging. In plaats van slaven te worden, werden de Pândava’s veroordeeld om samen met Draupadî twaalf jaar als kluizenaars in het woud door te brengen. Daarna moesten ze een jaar Arjoena uitgevoerd als wajanpop in de wereld doorbrengen zonder door hun vijanden herkend te worden. Ze beleven in die dertien jaren veel avonturen. Ze ontvangen geestelijke lering van wijze kluizenaars. en krijgen lering in de vorm van verhalen. Het gelukt hun het jaar in de wereld door te komen zonder herkend te worden.

26


De wagenmenner van Arjoena De vete met de Kaurava’s is echter onherstelbaar geworden en vooral de oudste zoon van de Pândava’s wil oorlog. Verscheidene wijze mannen proberen hem hier vanaf te brengen en te bewegen vrede te sluiten, maar hij neemt geen enkele goede raad of waarschuwing aan, zelfs niet van Krishna, de Heer zelf. En zo roepen beide groepen hun bondgenoten bij elkaar. Krishna wil geen partij kiezen en niet zelf meevechten, maar de strijdende partijen mogen kiezen, óf hulp van Krishna’s leger óf van Krishna zelf. De Kaurava’s mogen eerst kiezen en, blij met dit voorrecht, kiezen ze onmiddellijk het leger, overtuigd dat ze zo de keuze van de Pândava’s hebben Krishna en Arjoena trekken ten strijde afgesnoept. Maar de Pândava’s weten dat de persoon van de Boodschapper van God, ook al schiet hij geen pijl af, machtiger is dan ieder leger. Zij zouden dus in ieder geval Krishna gekozen hebben. Hij zal dienst doen als wagenmenner van Arjoena, de middelste van de vijf Pândava’s. Vanuit heel India verzamelen zich twee enorme legers met naar verluidt miljoenen strijders. Maar als Arjoena Klassiek Sanskrit vlak voordat het gevecht zal beHet Mâhabhârata is geschreven in klassiek ginnen in zijn strijdwagen staat Sans­kriet, behorend tot de Sanskriet-tak van de en de opgestelde legers overziet, grote Indo-Germaanse talenfamilie. De meeste herkent hij bij beide partijen zovan de Europese talen behoren tot deze familie. veel familieleden en vrienden, dat De Romaanse talen (Frans, Spaans, Portugees, hij het opeens onmogelijk vindt te Italiaans) maken deel uit van de Latijnse tak. De strijden. Hij zegt dit aan Krishna. Germaanse talen (Nederlands, Duits, Engels, Die geeft hem dan in een samenDeens, Noors, Zweeds, IJslands) stammen af van spraak onderricht. de Germaanse tak. De Keltische tak is nog ver- Omdat dit onderricht (upanishad) tegenwoordigd door Welsh, Iers, en het Schotse is gezongen of geïntoneerd, heet Gaelic. Tot de Slavische tak behoren Russisch, het een gîta; omdat het is gezonPools enz. Het Klassiek Sanskriet bleef lange gen door de Heer (Bhagavad), tijden onveranderd. Van het Sanskriet stam- heet dit deel van het epos de Bhamen de Middel-Indische dialecten af, en daar- gavad Gitâ. uit hebben zich de vele Modern-Indische talen Na dit gesprek met Krishna ziet ontwikkeld, zoals Hindi, Urdu, Gujerati (Hazrat Arjoena in, dat hij zal moeten Inayat Khan’s moedertaal), Bengali, Panjabi en vechten. Dan brandt een strijd nog veel meer. De in Zuid-India gesproken Dra- los die verscheidene dagen duurt. vida-talen zoals Tamil, Telegu, Malayalam, zijn Vrijwel iedereen sneuvelt, ook niet Indo-Germaansch, maar werden gesproken de meeste van de grote leiders door eerdere bewoners van India, die de inval- en prinsen, evenals de zonen en lende Indo-Germanen voor zich uitdreven tot in kleinzonen van de Pândava’s – alde zuidelijke punt van India. leen zij zelf zijn aan het eind alle 27


vijf nog in leven, evenals Krishna. Yoedhishthira, de oudste van de vijf regeert een korte tijd, maar draagt dan het koninkrijk over aan een kleinzoon van Arjoena. Zelf gaan ze het woud in om zich op hun dood voor te bereiden. We volgen hen op die weg tot ze de hemel bereikt hebben. Een goudmijn van verhalen Het epos is hier zeer beknopt verteld, maar het spreekt vanzelf dat dit verhaal op zich niet ruim 200.000 versregels kan vullen. Bij dit enorme aantal regels moeten we nog bedenken dat het Sanskriet, waarin het geschreven is, vaak met één bijvoeglijk naamwoord iets kan zeggen waar wij een hele bijzin voor nodig hebben. Het Mâhabhârata is dan ook vol uitwijdingen en herhalingen. Het is niet zozeer één rechtuit verteld verhaal, als wel een samenvoeging van allerlei oudere en jongere verhalen en verhandelingen, ingevoegd in de geschiedenis van de Pândava’s en Kaurava’s. Soms worden deze aan de Pândava’s ter lering verteld, maar dikwijls hebben ze niet direct met het hoofdverhaal te maken. Het is een ware goudmijn van wonderlijke en mooie verhalen.

Rubab M.C. Monna / bewerking Kariem Maas 1 Op de boeken die tijdens de Universele Eredienst op het altaar liggen heeft Rubab M.C. Monna, inmiddels overleden, ongeveer twintig jaar geleden verhelderende toelichtingen geschreven. Kariem Maas heeft ze bewerkt tot een serie die de komende tijd in de Soefi-gedachte zal worden geplaatst. 2 Uit te spreken met zachte ‘g’ zoals in het Engelse ‘go’.

Buigen en bidden Simone Wils

Misschien is de essentie van alle religie wel te beschrijven in de twee spirituele oefeningen die in iedere godsdienst terug te vinden zijn: buigen en bidden. Buigen als uitdrukking van het bewustzijn dat men leeft bij de gratie van een alles omvattende, alles doordringende Kracht. Gebed als middel om met Haar in verbinding te zijn of te komen. En aangezien Zij gekend wordt onder over vele, vele namen zijn er vele, vele vormen van gebed. De een zal zich tot een hemelse Vader richten of tot Moeder Aarde, de ander zal zich afstemmen op de Meester, men deelt zijn voedsel met de Godheid, men is dienstbaar, men danst, men zingt mantra´s… De inhoud en de vorm van het gebed zijn onder meer afhankelijk van de verhouding die men heeft tot de allesomvattende, allesdoordringende Kracht. Hazrat Inayat Khan vergelijkt het leven met een rechte lijn: “Aan het ene uiteinde bevindt zich God en aan het andere uiteinde de mens. Het doel van het leven is deze 28


beide uiteinden dichter bij elkaar te brengen”. Door het leven heen kan ons beperkt ik-besef steeds ruimer worden, groeien. We kunnen ons verband vinden met steeds grotere gebieden van evenwicht, van eenheid. Het gebed is daarbij een recept voor de mens, aldus Hazrat Inayat Khan. Bidden is namelijk niet nodig aan de goddelijke kant van de lijn. Door een gebed gebeurt er iets aan de menselijke kant. Of men nu vraagt, dank betuigt of eerbied wil betonen, wanneer men dat doet in een verlangen naar verbinding, opent zich het hart. En het geopende hart is de poort naar het andere uiteinde van de lijn. Hans Stolp, schrijver en pastor in de Christelijke traditie, beschrijft hoe het gebed zich mee ontwikkelde met het bewustzijn van de mens: Eerst stond de mens tegenover God zoals een kind staat tegenover een ouder. Een kind weet zich nog geheel van de ouders afhankelijk. Vader of moeder draagt de verantwoordelijk-heid, bepaalt de regels, keurt goed, keurt af. Het kind is met alle aandacht gericht op de ouder maar vooral vragend en ik-gericht. Dan volgde de fase waarin de jonge mens, zich is gaan afwenden van deze ouder, zich gaan afzetten soms, en op zoek ging naar eigen grenzen, een eigen weg, zonder inspraak van hogerhand. Een kind heeft enige afstand, enige afscheiding nodig om zelfstandig te kunnen worden. Nu, aldus Hans Stolp, groeit de mensheid naar volwassenheid: “Er is een nieuwe aandacht voor God, niet langer ik-gericht maar met aandacht voor het wezen van de Ander. Er is nu plaats in het gebed voor wederkerigheid, voor een ontmoeting”. Voor velen van ons heeft het woord bidden een wat stoffige betekenis gekregen, voor anderen is het een nietszeggend woord, voor sommigen zwaar beladen. We dreigen daarmee te vergeten dat het een taal is, een communicatiemiddel tussen datgene wat we als ‘ik’ ervaren en datgene wat ons doet ademen. Een taal die steeds weer nieuwe vormen krijgt en die persoonlijk is, ieder kan haar op een eigen manier spreken. Gebed is niet een makkelijke taal, het vraagt veel om haar te leren. Men komt voor innerlijke diepten te staan: Tot wie bid ik eigenlijk? Behoort Hij/Zij/Het tot wie ik mij richt ècht tot mijn diepste werkelijkheid? Voor wie of wat kan ik in eerbied mijn hoofd buigen? Aan wie of wat durf ik mij in alle kwetsbaarheid te tonen, mijn zorgen toe te vertrouwen, mijn wensen kenbaar te maken, mijn overvloed uit te zingen? Er kunnen tijden zijn waarin iedere vraag onbeantwoord blijft, ieder ver-langen onvervuld. Woestijnen van tijd waarin men slechts met grote moeite de Afwezigheid verdragen kan, in de hoop dat men ooit weer zal ontmoeten. Doorvoeld bidden vraagt om de bereidheid in het dagelijks leven tijd en ruimte te maken voor diepere dimensies van het eigen zelf, daar vorm aan te geven, ze in de wereld te brengen. Op die manier is gebed niet alleen een communicatiemiddel, een taal die verschillende bewustzijnslagen kan verenigen. Zo wordt het ook een brug die het dage-lijks leven verbindt met het spiritueel bewustzijn.

29


Twee geloven op één kussen … daar slaapt de duivel tussen Jaya Bakker

Wie met dit gedachtegoed is grootbracht, wist misschien als kind niet beter. Dat werd wel duidelijk op den duur. Met een vriend of vriendin van een geloof, of van een ander geloof, of met een atheïst hoefde je thuis niet aan te komen. Niet alleen binnenshuis leek het van belang de geloven en levensbeschouwingen niet met elkaar te vermengen, ook buitenshuis, bijvoorbeeld bij het boodschappen doen, werd bij voorkeur gekocht bij geloofsgenoten. Sommigen kochten met overtuiging wel of niet bij de Bijenkorf of bij V&D. Het is verleidelijk om je te omringen met gelijkgezinden. Je voelt je veilig, het leven levert niet teveel verrassingen op, maar valkuilen alom. Mensen die voornamelijk met hun eigen groep omgaan of dat nu mensen van dezelfde religie of levensbeschouwing zijn, mensen van een bepaald maatsschappelijk milieu, eigen huidskleur of eigen volk: je scherpt je niet meer aan elkaar, je hebt gelijk want de ander vindt het ook. Het leven kan dan een aaneenschakeling van vanzelfsprekendheden worden. Het grote gevaar is dat je jezelf en je gedachten tot centrum van de wereld maakt. Zo is het en niet anders; iedereen vindt dat! En dan vergeet je dat het misschien wel de gedachten zijn van iedereen met wie je te maken hebt; maar de wereld is groter. Ik las ´het duivels kussen´ van Pauline Weseman1 met als ondertitel ´wat als je partner een ander geloof heeft dan jij?´. In dit boek worden tien religieus gemengde koppels geïnterviewd. De mensen hebben expliciet voor elkaar gekozen met respect voor elkaars religie en in één geval respect voor de atheïstische levenshouding van de partner. De volgende combinaties werden bevraagd over hun ervaringen: Christen/Baha´i, Katholiek-Moslim (2x), Jood-Atheïst, protestants predikant-Boeddhist, Hindoe-Evangelisch Christen, Protestantse dominee/Oud-Katholiek Pastoor, Boeddhist/Evangelisch-Christen, Katholiek/Hindoe en Jood/Protestant. De tien stellen vertellen wat hen bindt en maken zichtbaar wat tussen hen in de praktijk verschilt. Het samengaan in vriendschap is een stap die, met liefde hoog in het vaandel, met overtuiging wordt genomen. Van de verschillen worden zij zich bewust rond hoogtijdagen, zoals Kerstmis – “zetten we een stalletje onder de kerstboom?” – Ramadan, het lichtjesfeest, bij huwelijksceremonieën –“ik wilde graag witte lelies in mijn bruidsboeket; mijn schoonmoeder begreep niet waarom ik juist op die dag doodsbloemen wilde” – gewoonten rond geboorte, begrafenisrituelen. Verschillen liggen er ook in de beleving van het gebed. En als er kinderen komen over de vraag hoe je doe je dat: opvoeden? Wat wil je overdragen en met welke religie worden de kinderen grootgebracht, de religie van de vader of van de moeder? Of het eerste kind de religie van de vader en het tweede die van de moeder? In intermenselijke relaties kunnen verschillen ook naar voren komen zoals in contact met familie, schoonfamilie en vrienden. Wanneer je van iemand houdt en het al vanaf het begin van de ontmoeting duidelijk 30


is dat beider geloven niet worden gedeeld, kan dit verschil een niet te nemen hobbel zijn. In dit boek wordt naar mensen geluisterd die de liefde voor elkaar hoger ervaren dan verschillen in overtuiging. In sommige gevallen betekent dit een verdieping van de relatie, in andere situaties het besluit partners te blijven maar niet meer onder één dak te wonen. In het geval van de Joodse jongen met een atheïstische partner, groeien beiden zo naar elkaar toe dat de atheïst ook kiest voor de Joodse religie. Het boek is zeer de moeite van het lezen waard om van deze koppels een scala van tips te ontvangen. Zo kan je zien wat gedaan kan worden met de confrontaties die dergelijke levensstijlen kunnen oproepen, hoe te laveren en wat je zoal van elkaar kunt leren zonder je eigenheid te verliezen. Veel gesprekken blijken te gaan over dogma’s en niet zozeer over de beleving van de eigen religie. Niet alle verschillen vinden overigens hun oorzaak in de religies. Hier en daar is helder dat de culturele achtergrond verschilt en dat het er over praten en open te staan voor elkaar de opdracht van dát moment is. Er worden ook deskundigen op het gebied van religie aan het woord gelaten. Rabbijn Soetendorp, bijvoorbeeld, toont zich in het gesprek ruimdenkend, maar als hem gevraagd wordt wat zijn opvatting zou zijn als zijn eigen dochter met een moslim zou willen trouwen, blijft zijn hart ruim, maar erkent hij dat het lastiger is. Antoine Bodard ziet niet veel in gemixte huwelijksvieringen: “Ik ben niet voor een beetje van dit en een beetje van dat,(…) lezen in de Bijbel en andere geschriften. Dat kan bij mij niet. De eredienst is van de kerk en derhalve van God. Ik ben geen winkel”. Na het lezen van dit boek kan de gedachte opkomen of een gezamenlijke keuze voor het Universeel Soefisme van Hazrat Inayat Khan het leven in religieus opzicht eenvoudiger zou kunnen worden. Voor mensen die deze keus gedaan hebben lijkt het voor de hand te liggen, maar voor anderen helemaal niet. Een oude soefi mevrouw vertelde dat een vriendin van haar zich aangetrokken voelde tot het universeel soefisme. Haar man voelde er niets voor. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, maar hij had er bezwaar tegen dat zij deel wilde nemen aan activiteiten van de Soefi Beweging. Hij deed er veel aan om het haar onmogelijk te maken. Toch slaagde zij er vaak in op zondagen naar een Universele Eredienst te gaan. Dit riep bij haar het gevoel op van een rendez-vous met een illegale minnaar. Hoe dan ook, als de geïnterviewden wordt gevraagd of ze religieus gemengde huwelijke zouden aanraden zeggen ze allen “ja”. Dominee Corry Nicolay wil paren als spreuk meegeven: “Zoek eenheid in het nodige, vrijheid in het twijfelachtige en in alles liefde”. 1 Het duivels kussen - Wat als je partner een ander geloof heef t dan jij? Pauline Weseman ISBN 978 90 259 5812 1, paperback, 173 blz., €14,90, literatuurlijst, noten en foto’s.

31


Soefisme als sociale gedachte Ameen Carp

Als je in de keuken van het Soefi Centrum Den Haag rondkijkt, zie je twee ingelijste affiches, die ieder drie lezingen van Inayat Khan aankondigen. De linker affiche kondigt aan: Soefisme als Sociale Gedachte op 8 mei Soefisme als Religieuse Gedachte op 15 mei Soefisme als Innerlijke Gedachte op 23 mei Het jaar wordt niet genoemd, maar het moet 1924 geweest zijn. De lezingen werden gehouden in de Anna Paulownastraat 78, Den Haag. Het huis waar Sirdar van Tuyll van Serooskerken woonde samen met zijn echtgenote Saida Henriëtte Willebeek Le Mair, de bekende illustratrice van Kinderboeken, en waar sinds 1922 het Soeficentrum is gevestigd. De lezingen werden gehouden in de voorkamer van het huis, parterre. De zaal was toen nog niet gebouwd. Die werd eerst in 1929 in gebruik genomen. De naam Khan staat op de affiche fout gespeld als Kahn. De entreeprijs was ƒ 1.= voor de drie lezingen! De eerste lezing is niet te vinden in de uitgave ‘The Complete Works – 1924’ en blijkt bij nader onderzoek niet gehouden te zijn. Hazrat Inayat Khan was op de aangekondigde datum nog in Suresnes, dus er was een verschuiving in het programma van de Soefileraar. Hoe dat bekend gemaakt is aan het publiek, is niet bekend. De andere twee lezingen zijn wel gehouden en vinden we in het genoemde deel terug maar met andere titels en data. We komen een andere keer op deze twee lezingen en op de andere affiche terug. Wat zou de Soefileraar, de Murshid, zoals hij door zijn leerlingen werd genoemd, gezegd hebben over Soefisme als sociale gedachte? Wij kunnen het alleen maar raden. Hazrat Inayat Khan was geen systematische filosoof. Niet iemand die met een bepaalde methodische aanpak een stelsel van filosofieën gaf. Evenmin was hij een man die een sociaal plan aanbeval. Hij was socialist noch kapitalist. Hij was een mysticus, musicus, dichter, geestelijk leraar, die zijn opdracht zag in het geven van de wijsheid van het soefisme aan de mensheid. Hoe de mens innerlijk en uiterlijk leven in harmonie kan brengen en zich tot een vollediger, bewuster mens kan ontwikkelen. Vermoedelijk zag Hazrat Inayat Khan de sociale gedachte van het Soefisme in het openen van het hart voor het leven van de medemens. Door de medemens te leren zien als een schepping van God, net als jezelf, ga je meeleven met diens leven, met zijn vreugde en verdriet, met zijn successen en mislukkingen, met de kinderen, kleinkinderen van die vriend of buurman, met de opgaven van het leven die je zelf ook kent. Met de medemens die gezond was en plotseling ernstig ziek wordt. Met de vriendin die een kind verloor en de collega op kantoor die zijn kans op promotie in rook ziet opgaan. Of de buurman, die in korte tijd beide ouders verloor. 32


Of de andere buurman, die net gezinsuitbreiding kreeg. Het leven van een kleine mensengemeenschap, waarvan je deel uitmaakt. En je leeft mee en deelt in hun vreugden en verdriet. Maar hoe ga je nu om met tegenstanders, met mensen die je bekritiseren, die over je roddelen, je dwarszitten, je kleineren? Ook zij zijn scheppingen van God. Ook zij zijn medeburgers. Je probeert met hen beleefd, geduldig, vriendelijk om te gaan. Maar kan je ze liefhebben, zoals Jezus ons vroeg? Dat is moeilijk. Maar het helpt als je ze ziet als medereizigers op het levenspad. Ook zij hebben een goddelijke vonk in zich. Als je die probeert te zien en je liefde geduldig daarop richt, helpt dit de scherpe kant van die menselijke relatie zachter te maken. Van Hazrat Inayat Khan is bekend dat hij altijd, bij iedereen, de mooie eigenschappen zag en naar voren haalde. Hij haalde in conversatie altijd het positieve, het lichtende aspect van de medemens naar voren. In ieder mens zag hij God en in de Vadan dichtte hij: Waar ik ook dwaal, ontmoet ik U. Waarheen ik reik, vind ik U, o Heer. Waarheen ik mijn oog wend, zie ik de glorie van Uw aanschijn. Wat ik ook aanraak, het is Uw geliefde hand. Wie ik ook zie, U zie ik in mijn ziel. Wie ook mij iets geeft, ik neem het aan van U. Aan wie ik ook iets geef, ik bied het U ootmoedig aan, o Heer. Wie ook tot mij komt, Gij zijt het die komt. Tot wie ik ook roep, ik roep tot U. Daarbij, leren wij ook niet veel van de menselijke tegenstanders? Mogelijk is hun kritiek op ons gedrag terecht. Mogelijk moeten we veel geduldiger, tactvoller, bescheidener zijn. Door de confrontatie met anderen wordt ons karakter gevormd. Maar hoe staat het met de ons onbekende, met de voorbijganger, de medereiziger in de bus, de dame aan de kassa? En hoe is het met degene die zich voordringt in de rij, met de norse beambte aan het loket, met de examinator die je laat zakken voor een examen? Staat je hart dan nog steeds wijd open? Ben je dan nog steeds liefdevol, vriendelijk, geduldig? Naast de Innerlijke School, die staat voor de innerlijke ontwikkeling, en de Universele Eredienst, die staat voor het herkennen van de ene religie in de veelheid van religieuze expressies, schiep Hazrat Inayat Khan de activiteit van de Broederschap – ‘Brotherhood’. Daarin ga je je verbondenheid ervaren met alle medemensen, los van verschillende achtergronden van ras, natie, sociale klasse en religie. Je voelt je daarin verbonden met alle mensen, wat ook hun graad van ontwikkeling, sociale status, politieke gezindheid moge zijn. Tegenwoordig heet die activiteit ‘broeder/zusterschap’, als volledige erkenning dat ook de vrouwen onverbrekelijk deel zijn van deze wereldwijde activiteit, die met zoveel liefde en oprechte interesse wordt beoefend en beleefd in de Soefi Gemeenschap. 33


‘Haagse Verklaring’ over geestelijke vrijheid Kariem Maas

Als opmaat voor de viering van zestig jaar Universele Verklaring van de Rechten van de Mens heeft de Haagse Raad voor Levensbeschouwingen en Religies (HRLR) een ‘Haagse Verklaring’ uitgegeven. Daarin benadrukken vertegenwoordigers van negen religies en levensbeschouwelijke organisaties – waaronder het Soefi Centrum Den Haag – de vrijheid van denken, geweten en religie, Ze verklaren dat ieder kind recht heeft op een brede educatie op het gebied van religies en levensbeschouwingen. Kinderen moeten kennis kunnen nemen van de eigen traditie én die van andere gemeenschappen in de stad. Het kan met recht een verklaring geestelijke vrijheid genoemd worden, waaraan plaatsvervangend centrumleider Arjuna Lange, nog een half jaar voor zijn overlijden, een belangrijke bijdrage heeft geleverd. In Den Haag, internationale stad voor recht en vrede, treffen vertegenwoordigers van alle mogelijke levensbeschouwingen en religies elkaar al sinds 1995 in de HRLR. Het is een contactorgaan zonder zware besluitvormende bevoegdheden. Juist daardoor kan de raad van onderop werken aan meer onderling begrip. De HRLR wil zodoende bijdragen aan ‘goed burgerschap’ en de sociale opbouw van de stad. De HRLR fungeert ook als meldpunt voor discriminatie en kraamkamer voor nieuwe initiatieven. Zo is “Prinsjesdag begint in de Grote Kerk” vanuit de HRLR ontstaan – de interreligieuze en -levensbeschouwelijke bijeenkomst die voorafgaat aan de bijeenkomst in de Ridderzaal op de derde dinsdag van september. Ook dit jaar waren de premier, diverse ministers en leden van de Eerste en Tweede kamer daarbij aanwezig. De ‘Haagse Verklaring inzake de vrijheid van religie en levensbeschouwing’, zoals de officiële titel luidt, is geïnspireerd door diverse internationale verdragen. In 2006, toen het denken over de Verklaring begon, werd gevierd dat 25 jaar geleden de Verenigde Naties een verklaring uitgaven om alle vormen van onverdraagzaamheid en discriminatie op grond van levensbeschouwing en religie uit te bannen. Dit is ook de intentie van het eerste artikel van onze grondwet. En in 1948 tekenden tal van landen de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Deze maand is in het Vredespaleis in Den Haag deze Universele Verklaring middelpunt van een internationale conferentie van geestelijk leiders. Met de ‘Haagse Verklaring’ wil de HRLR de burgers bruikbare uitgangspunten bieden om in hun eigen omgeving wederzijds begrip te stimuleren. “Elke inwoner van Den Haag heeft het recht op vrijheid van denken, geweten en religie”, luidt het eerste artikel. Volgens het tweede artikel betekent deze geestelijke vrijheid dat op niemand dwang mag worden uitgeoefend die die vrijheid belemmert. De Verklaring vraagt ook om respect als mensen van religie of levensbeschouwing veranderen. Elke vorm van discriminatie wordt verworpen. Slechts wetten, de bescherming van de openbare veiligheid, volksgezondheid en goede zeden kunnen beperkingen opleggen aan iemands geestelijke vrijheid. Ook is er een grens waar de vrijheid van de één een inbreuk betekent op de fundamentele rechten en vrijheid van anderen. De Haagse Verklaring stelt ook dat eenieder, binnen de grenzen van de wet, thuis het gezinsleven naar eigen overtuiging mag organiseren. Voorwaarde is dat de op34


voeding niet schadelijk is voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid van kinderen, en hun sociaal-economische ontwikkeling. Deze eerste zeven artikelen benadrukken vooral wat er niet mag aan beperkingen van vrijheid. Misschien belangrijker zijn de veel actiever getoonzette artikelen over het recht op educatie. Ieder kind heeft recht op een brede educatie, niet alleen in de eigen traditie maar ook in de andere tradities die in de stad te vinden zijn. “Door alle kinderen breed religieus en levensbeschouwelijk onderwijs aan te bieden wordt al vroeg een basis gelegd voor goed burgerschap”, zo staat in het negende en laatste artikel van de Verklaring. Je zou kunnen zeggen dat deze laatste artikelen impliceren dat geestelijke vrijheid van beperkte waarde is als de ramen niet openstaan, als er geen open geest is voor andersdenkenden. Dit is een soefi-gedachte bij uitstek! Het zou overigens zeer onterecht zijn om daarom als Soefi Beweging deze Haagse Verklaring toe te eigenen. Het is het unieke en inspirerende resultaat van werkelijke dialoog tussen, in dit geval, vertegenwoordigers van christenen, moslims, joden, humanisten, hindoes, bahá’ís, Brahma Kumaris waaraan soefi’s hun steentje hebben bijgedragen. Het is daarmee een lichtpunt in deze tijd van maatschappeljke polarisatie. De Haagse Verklaring is te vinden op www.geloveninmensenrechten.nl onder ‘documenten’

In het Vredespaleis in Den Haag zullen begin december, op de Internationale Mensenrechtendag, leiders van wereldreligies de verklaring “Geloven in Mensenrechten” ondertekenen. In een wereld vol religieuze tegenstellingen benadrukken ze daarmee het belang van mensenrechten en respect voor eenieders overtuiging. Op lokaal niveau heeft de Haagse Raad voor Levensbeschouwingen en Religies het initiatief genomen om in een ‘Haagse Verklaring’ die rechten en vrijheid van levensbeschouwing te concretiseren. De Verklaring kan gelezen worden als een oefening in geestelijke vrijheid, kern van de boodschap van Hazrat Inayat Khan. 35


Gebeurtenissen Gustav Meyrink herdacht in de Bibliotheca Philosophica Hermetica Met een feestelijke middag in de Amsterdamse Westerkerk is vorige maand de tentoonstelling ‘De magische schrijver Gustav Meyrink, zijn vrienden en werken’ geopend. De tentoonstelling is nog tot 29 mei 2009 te zien in de Bibliotheca Philo­ sophica Hermetica in Amsterdam (ingang: Bloemstraat 15, tramhalte Westerkerk). Voor nadere informatie zie: www.ritmanlibrary.nl of bel : 020-6258079. In vervolg op de activiteiten rond Meyrink eerder dit jaar in Renova en Caux in Zwitserland, is nu de gehele Amsterdamse verzameling Meyrinkiana voor het eerst publiek gemaakt. Meyrinks werk staat in de traditie van E.T.A. Hoffman (1776-1826) en Edgar Allan Poe (1809-1849), schrijvers van fantastische- en griezelverhalen. Hij interesseerde zich voor de Indiase cultuur, voor het Boeddhisme, Taoïsme, Hindoeïsme en voor de mystiek en levenspraktijk van fakirs, en vooral voor yogaoefeningen – die hij zelf ook deed. Hij publiceerde ook beschouwende teksten over deze onderwerpen. Meyrink was lid van verschillende geheime genootschappen en maakte enige tijd deel uit van de zelfde theosofische loge als Madame H.P. Blavatsky. Zijn religieuze zoektocht bracht hem uiteindelijk aan het einde van zijn leven tot het ervaren van de innerlijke Christus. Zijn eerste roman ‘Der Golem’, was ook zijn grootste succes. Meer dan 200.000 exemplaren, een fenomenaal hoog aantal voor die tijd, werden er gedrukt vóór het einde van de jaren twintig. In ‘Das Grüne Gesicht’ speelt ook Amsterdam een prominente rol. Meyrinks werken zijn in het Nederlands vertaald en worden nog steeds gelezen. In de loop der jaren heeft de Ritmanbibliotheek een bijzondere verzameling met betrekking tot de esoterische schrijver Gustav Meyrink bijeengebracht. Zo zijn er autografe brieven, handschriften, contracten, eerste drukken en bijzonder fotografisch beeldmateriaal. Meyrinks werk werd geïllustreerd door bekende kunstenaars, zoals Alfred Kubin, Hugo Steiner-Prag en Fritz Schwimbeck, die zijn romanfiguren niet alleen realistisch weergaven maar ook een toegevoegde symbolische kracht gaven. De tentoonstelling is aangevuld met bruiklenen uit München, Starnberg en Marbach en wordt begeleid door een rijk geïllustreerd boek, waarmee een van ’s werelds belangrijkste Meyrink collecties voor het publiek ontsloten wordt.

Zubin van den Besselaar

36


Uniek jubileum Shaikh-ul-Mashaik Mahmood Khan Op Hejirat Day 2008 – 13 september j.l. – is in het Wakil Huis naast de Universel Murad Hassil te Katwijk aan Zee Shaikh-ul-Mashaik Mahmood gehuldigd. Hij vierde op die dag zijn 60-jarig lidmaatschap van het Executive Committee van International Headquarters (het hoofdbestuur van de Internationale Soefi Beweging). Een uniek lange periode en alle reden om dit te vieren. Het was Pir-o-Murshid Ali Khan die Mahmood Khan op 13 september 1948 als lid benoemde. Pir-o-Murshid Ali Khan was bekend als een groot genezer en zanger. Hij woonde, ongetrouwd, in de Frederik Hendriklaan te Den Haag en hij stond bekend om zijn conventionele, gedisciplineerde en sobere levensstijl. Daarom was het opmerkelijk dat hij als leider van de Internationale Soefi Beweging ijverde voor de inzet van jongere soefi’s voor vroegtijdige oriëntatie op vorm en inhoud in het soefiwerk. Daarnaast was hij voorstander van bebouwing van het terrein te Katwijk aan Zee (de latere Universel Murad Hassil) en voor de publieksuitgave van het oeuvre van Hazrat Inayat Khan, de latere Sufi Volumes. Hij was een sterke Pir-o-Murshid Ali Khan Soefileider, ondanks dat hij blind werd. Mahmood was zijn secretaris en begeleider. De grote verdiensten van Mahmood zijn de grote kennis van het oeuvre van Inayat Khan; zijn vele lezingen, klassen, toelichting op historische soefigebeurtenissen, zijn kennis van Oosterse talen, zijn kennis van India, de familie in Baroda, etc.etc. Hij is daar zelf altijd heel bescheiden over, maar hij is terecht al 60 jaar een belangrijke Soefileider. Wij zijn Shaikh-ul-Mashaik Mahmood zeer dankbaar voor alles wat hij op zijn eigen briljante wijze voor de verspreiding van de Soefi Boodschap heeft gedaan en wensen hem nog vele goede jaren toe.

Ameen Carp

Shaikh-ul-Mashaik Mahmood Khan 37


Over boeken en beelden Bij uitgeverij Damon verschenen onlangs twee boeken over het Hindoeïsme: - Paul van der Velde. Nachtblauw. Ontmoetingen met Krishna. Budel, Damon. 2008. 288 blz., € 29,90 ISBN: 978 90 5573 785 7 - Paul van der Velde. Jayadeva’s Gitagovinda. Budel, Damon. 2008. 200 blz., € 24,95 ISBN: 978 90 5573 823 6 Beide boeken zijn mooi uitgegeven met prachtige meerkleurige illustraties uit de Hindoetraditie op glanzend papier. Paul van der Velde studeerde Indiase talen in Utrecht: Sanskriet, Hindi en Pali. Hij promoveerde op een studie naar esthetica, devotie en mystiek rond de Hindoe God Krishna. Hij doceert momenteel Hindoeïsme en Boeddhisme aan de Radbouduniversiteit van Nijmegen. Het eerste boek, Nachtblauw, is een verslag van twee reizen door het Brajgebied in India, het gebied waar Krishna zou hebben geleefd. Vooral Bridavan de stad waar Krishna volgens de traditie ongeveer 5000 jaar geleden is geboren en heeft geleefd en waar hij volgens diezelfde traditie in het geheim nog steeds voortleeft. Krishna is voor de Westerling vooral de wijsheidsleraar die we kennen uit de Bhagavad Gita. In India is Krishna een van de meest vereerde Goden. Naast de vele heiligdommen is er in de loop van de eeuwen veel wonderbaarlijke poëzie over hem ontstaan. Bovendien worden er nog vele reïncarnaties van Krishna in India vereerd. In het boek staan vele van deze verhalen opgetekend. Het boek is soms wat verwarrend omdat zowel de wijsheid van de Bhagavad Gita aan de orde komt als de vele verhalen die later zijn ontstaan en vaak echte mythische volksverhalen zijn. Hij is de fluitspelende koeherder die het hoofd van alle meisjes op hol brengt. Jonge meisjes smeken Krishna om een echtgenoot die is zoals hij. Krishna staat in India voor de Liefde. Van de hoge mystieke liefde tot de zeer wereldse erotische liefde. Alles bij elkaar een zeer compleet verhaal over Krishna. Het boek bevat een uitgebreide literatuurlijst voor diegenen die er niet genoeg van kunnen krijgen. Veel van de volksverhalen over Krishna en zijn favoriete Radha zijn ook opgetekend in de Gitagovinda, het tweede boek dat bij Damon is verschenen. De Gitagovinda wordt in India vaak vergeleken met het Hooglied uit de Bijbel. De Gitagovinda bestaat uit liederen van acht verzen. De liederen zijn in India zeer populair tot op de dag van vandaag.

Zubin van den Besselaar **** Het boek van Kabir; vierenveertig extatische gedichten van Kabir met uitvoerige toelichting; uit het Engels door W. van der Zwan. Den Haag, Soefi Publications, 2008. 87 blz., € 12,00. ISBN 978 90 8618 007 3 De gedichten van Kabir zijn in Nederland vooral bekend geworden door de vertaling uit 1916 (en niet 1906 zoals in het boek staat) van Frederik van Eeden. Hij vertaalde de gedichten vanuit de Engelse vertaling van de beroemde Indiase au38


teur Rabindranath Tagore samen met Evelyn Underhill. Na meer dan 90 jaar is er nu een nieuwe vertaling omdat, zoals de nieuwe vertaler laat weten, de vertaling van Van Eeden “verouderd”is. De vertaling van Van Eeden bevat 100 gedichten en zelfs die 100 zijn maar een selectie uit het totale werk van Kabir. De vertaling van Van der Zwan is gebaseerd op de Engelse vertaling van de Amerikaanse dichter Robert Bly, die uiteraard veel moderner is dan de vertaling Tagore/Underhill. Kabir leefde in India in de vijftiende eeuw. Hij was een zoon van een soefi, een wever uit Benares, maar hij werd al vroeg een leerling van de beroemde Hindoemeester Ramananda. Evelyn Underhill schrijft in het voorwoord van Van Eedens vertaling: “Kabir behoorde tot de groep groote Mystieken, van wie St. Augustinus, Ruysbroeck en de Soefi-dichter Jalaloe’din Roumi, misschien de voornaamsten zijn. Zij bereikten wat men de synthétische aanschouwing Gods zou kunnen noemen”. Ik vind zelf de oude vertaling van Van Eeden poëtischer, echter de nieuwe vertaling is helderder. Een groot voordeel van de nieuwe uitgave is dat die nog volop te koop is, terwijl de oude vertaling alleen antiquarisch verkrijgbaar is. Maar oordeelt u zelf:

Vertaling Tagore/Underhill.Van Eeden: Zijn er nog woorden noodig als het hart dronken is van Liefde? Ik heb den eedelsteen in de plooyen van mijn gewaad verborgen. Waarom moet ik hem telkens weer te voorschijn halen? Toen de schaal leedig was ging de balans omhoog, nu zij vol is behoeft er toch niet meer te worden gewoogen? De zwaan heeft zijn vlucht genoomen naar het meer aan gene zijde van de bergen, waarom zou hij terugkeeren naar de slooten en plassen? De Heer woont in u, waarom moeten dan uw uitwendige ogen geopend zijn? Kabir zegt:”Luister, mijn broeder! Mijn Heer die mijn oogen verrukt, heeft zich met mij vereend”. In de vertaling van Blij/ Van der Zwan: Waarom zijn woorden nodig als liefde mijn hart dronken heeft gemaakt? Ik weet dat de diamant verpakt is in deze omhulling. Waarom dan elke keer uitpakken? De lichte last deed de schaal niet uitslaan Waarom dan wegen nu ik vol ben? De zwaan vloog naar het meer voorbij de bergen. Waarom zou de vogel zich nog bezig houden met sloten en poelen? De Ene leeft in je, waarom zou je dan je ogen openen? Kabir zal de waarheid vertellen: Luister broeder! De Ene die mijn ogen zo helder maakte, heeft zichzelf met mij verenigd.

Zubin van den Besselaar **** 39


“Goed bewaard” – documentaire over Murad Hassil in Katwijk aan Zee. Vierde deel uit een serie over religieus erfgoed. Uitgezonden op 31 augustus 2008 en nog te zien op de website geloven.ncrv.nl onder het trefwoord ‘soefi’. Mooi weer, prachtige natuur en een stralend gebouw – als je de ncrv-documentaire ziet over Murad Hasil in Katwijk aan Zee, besef je ineens weer wat bevoorrecht de Soefi Beweging is met deze plek. De documentaire draait om het gebouw als “religieus erfgoed” maar verweeft dat op een intelligente en aantrekkelijke manier met beelden uit de zomerschool 2008 en uit een Universele Eredienst. De Dienst wordt omschreven als “een gelegenheid voor degenen die tot verschillende godsdiensten behoren om tezamen ter kerk te gaan” en “een oefening in het betuigen van eerbied aan de Groten die van tijd tot tijd zijn gekomen om de mensheid te dienen”. In eenvoudige en treffende woorden vertelt beheerder Zohra le Rütte iets over de bijzondere aard van de plek waar Murad Hasil is gebouwd en over Hazrat Inayat Khan, diens Boodschap en ervaring in deze duinpan. De historische beelden die daaraan zijn toegevoegd geven de documentaire een extra dimensie. Wie min of meer geregeld in Katwijk komt, beseft ineens weer hoe bijzonder deze plek en dit gebouw zijn – en dat wij er zo vrijelijk kunnen samenkomen. Jongeren uit Ecuador en Rusland houden ons dat voor in de documentaire; zij ervaren hun aanwezigheid in de zomerschool als een groot voorrecht, zeggen zij. Schokkende beelden aan het eind van de documentaire tonen vernielingen die geregeld worden aangericht door mensen die white power en nsdap als handtekening achterlaten. Het maakt duidelijk hoe kwetsbaar deze plek is. Ook kun je je dan voorstellen hoe vogelvrij moslims en joden zich moeten voelen als zij net zo belaagd worden. Gelukkig eindigt het met een optimistische noot dat gemeente en politie alles in het werk stellen om hier paal en perk aan te stellen, zodat dit bijzondere religieuze erfgoed behouden blijft. Misschien is het geen slecht idee om daar vanuit de Soefi Beweging ook meer aandacht aan te besteden. Het gebouw is kwetsbaar, ook wat de bouwkundige staat betreft. Het vergt veel onderhoud en aandacht. Om niet alles op de plaatselijke betrokkenen te laten aankomen, zou wellicht een kring van meer betrokken vrienden en geïnteresseerden soelaas kunnen bieden?

Kariem Maas

40


Soefi-centra

informatie, adressen en activiteiten

Algemene informatie Soefi Beweging Nederland Algemeen Secretariaat Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag. tel 070 346 15 94. fax 070 361 4864. email <sufiap@hetnet.nl>. Secretariaat is open van 10 tot 13 uur, maar op dinsdag en vrijdag gesloten. B.g.g.: tel 070 364 45 90 Financiën: dhr. F.H.Lint, tel 06 41 84 77 27 Nationaal Vertegenwoordiger dhr. Ameen L.W. Carp, Den Haag. tel 070 364 4590. fax 070 361 4864. email < sufipublications@hetnet.nl > Nationaal secretaris mw. L. (Wahdud) Grashuis, AlbertVerweystraat 126, 2274 LM  Voorburg. tel 070 364 4590 (overdag). tel 070 387 1705 (thuis). email < sufipublications@hetnet.nl > Office Representative General Banstraat 24, 2517 GJ Den Haag. tel 070 365 7664. email < sufihq@xs4all.nl > Internet www.soefi.nl (nationale site). www.sufimovement.org (international site). Administrateur Soefi-gedachte dhr. C.M. van Beek, penningmeester Soefi Beweging Nederland, Den Haag. postgiro 777555. tel 076 597 6335. email < cmvbeek@westbrabant.net > AMSTERDAM dhr. Jos van de Heuvel, tel. 020 673 29 46 Universele Eredienst:

Ignatiushuis, Beulingstraat 11, Am­sterdam. • 1e en 3e zondag van de maand 11 uur. Op de 3e zondag voorafge­gaan door de Confraternity of the Message 10.30 uur. Apeldoorn Orientatiemiddagen over Soefisme, 2e zondag van de maand van 14-16 uur bij: Corrie & At de Roos, Sparrenlaan 11, 7313 AT Apeldoorn. tel 055 323 16 33 email < atderoos@hetnet.nl> Arnhem mw. Maharani de Caluwé - Rombout. Groningensingel 423, 6835 ER Arnhem. Studieklassen in overleg. tel 026 321 3650. email <maharani@planet.nl> Universele Eredienst:

Vrijmetselaarsgebouw, Arnhemsestraatweg 360, Velp (Gld). • 1e zondag van de maand om 11 uur.

Assen Centrumleidster Iman Stam, Mr. P.J. Troelstralaan 236, 9406 BE  Assen. tel 0592 707 202 en 06 40 59 90 32 Studiebijeenkomsten en klassen voor belangstellenden, broeder-zusterschapsleden en moerieds. Informele Eredienst:

Loge van de ODD Fellows, Hendrik de Ruiterstraat 2, Assen. • 3e zondag van de maand om 11 uur. Breda Coordinator: mw. Rika Lackin, Ambachtenlaan 13, 4813 HA Breda. tel 076 521 4832. Universele Eredienst:

Waalse Kerk, Catharina­straat 83-bis, Breda. • 3e zondag van de maand om 11 uur. Den Haag dhr. L.W. Carp, Anna Paulowna­straat 78, 2518 BJ Den Haag. tel 070 364 4590. fax 070 361 4864. email < sufipublications@hetnet.nl > Om de week op maandag: studie- en medi­ tatieklas. Maandelijks een open Soefi-avond en een spirituele film-avond. Programma op aanvraag. Universele Ere­dienst:

Anna Paulownastraat 78, Den Haag. • elke zon­dag om 11 uur, voorafgegaan door de Confraterni­ty of the Message om 10.30 uur. Deventer mw. Hayat Anna Westenberg, centrumleider, De Dennenhoek 3, 7431 EM  Diepenveen, tel 0570 532 347. Email <annahay28@g.mail.com> Universele Ere­dienst:

Noorderbergstraat 9, 7411 NJ Deventer. • 3e zon­dag van de maand om 11 uur. Eindhoven mw. K. Bredée-van Ginkel, tel 040 283 2518. Jacob Catsstraat 28, 5671 VR Nuenen. email< soeficentrum.eindhoven@gmail.com > Universele Ere­dienst:

Eckartdal, Nuenenseweg 1, Eindhoven. • 1e zondag van de maand om 11 uur, voorafge­gaan door de Confraternity of the Message om 10.30 uur. Friesland mw. S. Cornelissen, tel 0513 431 940. Heide 6, 8521 DG Sint Nicolaasga. 41


mw. Y. Veenstra, Wommels. tel. ’s avonds 0515 576 244. Maandelijks meditatieavonden.

Universele Ere­dienst:

Bij de Put 15, Leeuw­arden. • 1e zondag van de maand om 11 uur. Groningen mw. M.C. van Boon, tel 050 525 1519 bgg: fam.Lieftinck tel 0598-430422 email < soefcentgron.vanboon@tiscali.nl > 1 avond in de maand: musical tuning en meditatie; 1 avond in de maand: stilte en meditatie; 1e maandag van de maand: gespreksavond. ‘s Hertogenbosch Coördinator: mw.Trudy Hendriks Franssenvan den Berg, Dr.Ariënstraat 16, 5351 GD Berghem / Oss, tel 0412 402689 email <kennekeshoek@zonnet.nl> Secretariaat: Frans Roza, Asterdkraag 40, 4823 GA Breda; email <frans.roza@wxs.nl> Universele Eredienst:

Cen­trum de Poort, Luy­benstraat 48, ‘s Hertogenbosch. Hilversum dhr. Ananda Antonius, Arent Krijtstr 13 II, 1111 AG Diemen. Klas voor belangstellenden: 1e maandag van de maand; voor deelname bellen met: tel 020 690 7129 of email < anandaaa@hotmail.com > Universele Eredienst:

‘De Ver­eniging’, Ou­de Engh­weg 19, Hilversum (vlak­bij het gemeentehuis). • 2e en 4e zondag van de maand 11 uur. Regio Katwijk, Wassenaar Regioleider: drs. J. Belt, Eykendonck 32, 2211 SG Noordwijkerhout. tel 0252 373 145. Wakil Huis Universel: mw. Z. le Rütte. tel: 071 4077435. <zohra@kpnplanet.nl> Universele Eredienst:

Universel Murad Hassil, Zuid­duinseweg 5, 2225 JS Katwijk aan Zee. • 1e, 3e en 4e zondag van de maand 11 uur. Confrater­nity of the Message op de 1e en 3e zondag om 10.30 uur. Iedere 4e zondag spreekt Karimbakhsh Witteveen. Rotterdam Mw. A.M. (Zubin) Hijmans. tel 0628677763 email <contact@soeficentrumrotterdam.nl> Centrumcoördinator dhr. Bauke de Wreede, tel 0624646694 email <bwreede@orange.nl> Studie- en belangstellendenavonden: 1e maandag van de maand, opgave vooraf. Secretariaat: mw. Heleen van Houwelingen, tel 078 631 8488. email <rotterdam@soefi.nl> 42

Universele Eredienst:

Soeficentrum Provenierssingel 41, 3033 EG Rotterdam (achter het CS). • 2e en 4e zondag van de maand, 11 uur. Tilburg dhr. M. Achterberg & mw. N. Ach­terberg, Chopinstraat 26, 5011 VK Tilburg. tel 013 456 3241. Universele Eredienst:

Er is nog geen nieuwe locatie gevonden. Natuurlijk kunt u al­tijd terecht in de nabij gelegen centra: Breda, Eindhoven of ‘s Hertogenbosch. Twente mw. M. Evers-Brinkman, tel. 06 48 34 48 44. Ganzendiepstraat 18, 7607 LZ Almelo. email < evers-brinkman20@zonnet.nl > Universele Eredienst:

Nivoncentrum, Lodewijkstraat 1, 7553 LB Hengelo. • 2e zondag van de maand om 11 uur, voorafge­gaan door de Confraternity of the Message om 10 uur. UTRECHT / BILTHOVEN dhr. W.S. van der Vliet, Juliana van Stolberglaan 6, 6961 GB Eerbeek. tel. 031 365 0334 bgg.: Sakya van Male, tel. 030 272 3522 Universele Ere­dienst:

Huize ‘Het Oosten’, Jan Steenlaan 25, Bilthoven. • laatste zondag van de maand om 11 uur. Boxmeer Dansen van Universele Vrede in de Kapel van ‘t Kloosterhuis, Grotestraat 69, Sambeek (Gem.Boxmeer). Info: mw. Hanna Reijnders, tel 0478 571 033. Zeeland Middelburg mw. Nuria Gortzak, Troelstralaan 18, 4571 VC Axel. tel. 0115 530 599. Studiebijeenkomsten, 2e dinsdag van de maand. info mw. A. van Schaik, tel 0118 412 875. Uni­versele Ere­dienst:

Gebouw de Vier Elementen, Breeweg100 te Middelburg. • 1e zondag van de maand om 11 uur. ZUID LIMBURG Contactpersoon: Ruud Marinus, Castelmorelaan 42, 6213 CW  Maastricht. tel. 06 54 36 78 24. Er zijn maandelijkse bijeenkomsten en om de twee maanden op zaterdagmorgen open klassen.


Zwolle dhr. C. Koster, Tijnje 48, 8032 LR Zwolle. tel 038 454 1817. In Meppel is een Soefi-groep die elke 4e dinsdag van de maand bijeenkomt. Contactadres: www.soefimeppel.nl Zuideinde 46, 7941 GH Meppel. email <paul.ketelaar@planet.nl> Informele Eredienst:

Engelandseweg 19, Wezep. • 2e zondag van de maand om 10 uur. Universele Eredienst:

Bloemen­dalstraat 11, Zwolle. • 4e zon­dag van de maand om 11 uur, vooraf gegaan door de Confraternity of the Message om 10.30 uur. BELGIË mw. L.D. Deslée, Sport­straat 100, B-9000 Gent. Vertegenwoordiging nationale broeder- en zusterschaps­activiteiten in België. Centrum oost-Vlaan­deren: tel / fax: 09 222 1030. Broederschapsactiviteit vanaf 17.30 uur, om de 14 dagen op maandag. Centrum Inayat: Frans Baelenstr. 9, B-2100 Deurne. tel 03 321 0052. Thema-avond: • 1e woensdag van de maand 20.30 uur. Vereniging Soefi Contact www.soefi-contact.nl Alkmaar dhr. M.Schouwenaar, Vatropperweg 5, 1779 GE Den Oever. tel 0227 512 265. email < soefi.noordwest@planet.nl > Universele Eredienst:

Fnidsen 37, RemonstrantseKerk, Alkmaar. • 1e zondag van de maand om 11 uur. Bussum mw. E. Schurink, Gooilaan 15, 1406 LC  Bussum. tel 035 691 2990. dhr. E.H.K. Logtmeijer. tel 035 691 8347. email < lion182@zonnet.nl > Haarlem dhr. J.W. Hutter, tel. 023 540 2019. email < j.w.hutter@alumnus.utwente.nl > dhr.L.B.E.W. van der Putt, tel.023 537 0585. Universele Eredienst:

Soefi-huis, Burgwal 38zw-40 te Haarlem. • 2e en 4e zondag van de maand, 11 uur. Vertegenwoordiger Sufi Ruhaniyat NL Arienne en Wim van der Zwan, Peace in Motion, tel 00 32 8638 7882. email < samark@peaceinmotion.info >

Int. SOEFI ORDE NL dhr. Wali Ali van Bruggen, Hageldor 1, 6631 GV  Nederweert, tel 06 24 67 87 35 email <robbertvanbruggen@chello.nl> Sufi Way NL Elmer Koole, Oudeweg 31, 9364 PR Nuis, tel. 0594 549863 <elmerkoole@gmail.com> robes Mensen die een robe willen laten maken kunnen contact opnemen met: Ulma Moerenburg, tel 0252 223 012 Contributieregeling 2009 • Moerieds betalen per jaar: Alleen Echtpaar Laag € 90,00 € 135,00 Normaal € 145,00 € 217,50 Hoog € 215,00 € 322,50 • Broederschapsleden, Vrienden van de Soefi Beweging Nederland en leden van de Kerk van Allen betalen: € 50,- per jaar. Broederschapsechtpaar € 75,00 per jaar. • Dit is inclusief het abonnement op de Soefigedachte • Alléén een abonnement op de Soefigedachte: € 16,00 per jaar (=incl. porto Ned.) Lidmaatschappen Er bestaan verschillende vormen van lidmaatschap van de Soefi Beweging: Moeried: dit zijn personen die de inwijding in de Inner­ lijke School van de Soefi Beweging hebben ontvangen en de esoterische klas­sen en de esoterische training volgen Broeder-zusterschapslid: dit zijn zij, die de idealen en doelstelling van de Soefi Beweging ondersteunen. Lid van de Kerk van Allen: dit zijn zij, die zich speciaal aangetrokken voelen tot de Universele Eredienst; dit verlangt niet dat zij ook om inwijding vragen. Vriend van de Soefi Beweging: men kan zich opgeven als Vriend van de Soefi Beweging, als men een ondersteuning aan het Soefiwerk wil geven Belangstellende: een ieder, die zich op wil geven als belangstellende en de informatie over de soefi-activiteiten wil verkrijgen Dargah Financiële bijdragen: ­­– Voor het sociale, culturele en extra soefiwerk bij de Dargah, postbanknr: 616577 t.n.v. Stichting Dargah te Zwolle – Voor de organisatie en het normale onder43


houd, de lopende soe­fi-activiteiten en de Urs-viering bij de Dargah, de in­richting van de nieuwbouw en van het guest house, bankrekening 43 02 43 626 t.n.v. Dargahfonds te Den Haag – Voor schenkingen van boeken enz. voor de nieuwe bibliotheek (alle talen!): neem contact op met Walia en Wali van Lohuizen tel 020 - 627 6424. Elementen Ritueel info: mw. Sitara Rosdorff. tel 0297 285 244. email < sitara.siddharta.rosdorff@casema.nl > Nekbakhtfoundation sharif munawwir graham All seven volumes of: 'The Complete Works of Pir-o-Murshid Hazrat Inayat Khan' are now available for download in PDF, from: www.nekbakhtfoundation.org The books had to be scanned and they will take some time to download. Future books will be made available in much smaller files. 31 januari 5 februari 27-30 mei 13 juni

soefi-kalender moeriedsdag in Murad Hassil Visalat Day in Murad Hassil Federation Retreat in Murad Hassil Nationaal Comité vergadering

Internationale zomerschool 2009 15 t/m 19 juli Zomerschool 1 20 juli Commemoration Day 21 juli vrije daq 22 en 23 juli Retraite 24 t/m 28 juli Zomerschool 2 29 en 30 juli vrije dagen 31 juli en 1 en 2 augustus Open Soefidagen 'Bewustzijn voorbij de grenzen' conferentie in amsterdam Op 28 februari 2009 zal er een conferentie worden gehouden over grenservaringen. De cardioloog Pim van Lommel (van het boek Eindeloos Bewustzijn) zal spreken over zijn onderzoekingen op het terrein van het bewustzijn en een dvd tonen over bijna-doodervaringen bij kinderen. Verder zal er een interview plaats vinden met de neurobioloog Jeroen Geurts en anesthesioloog Wouter Zuurmond, beiden verbonden aan de Vrije Universiteit. Zij zullen het thema vanuit hun discipline belichten. In de middag zullen er ongeveer 30 werkgroepen zijn met heel verschillende invalshoeken om het dagthema met de deelnemers verder uit te werken. Een greep uit de thema's van die werkgroepen: 44

*Hoe de stof de geest kreeg. *Lichtervaringen in religieuze context: wie ben ik? *Kunst maken met ernstig zieke en stervende kinderen. *Gesprek over peri- en postmortale ervaringen. *Woord, klank, stilte: wie ben ik? *Wetenschappelijk werkelijkheidsbeeld en persoonlijke spiritualiteit: een onmogelijke zaak? *BDE en de wetenschappelijke onderbouwing (bestuur Merkawah). *Muziek in het teken van ontmoeting. *Het rouwproces geeft ons bewustzijn voorbij de grenzen. Pim van Lommel leidt ook een werkgroep. Bastiaan Baan zal de dag besluiten met een voordracht over Belevenissen met bestervenissen. De conferentie vindt plaats in samenwerking met het VU-Podium van de Vrije Universiteit Amsterdam, De Boelelaan 1105. Verder werken mee: de Stichting Merkawah, de Christengemeenschap, de Kübler Ross Stichting, de Antroposofische Vereniging en de Soefi-beweging. Uitgebreide nadere info en aanmelding vindt u op: www.vupodium.nl/agenda/585/bewustzijn voorbij de grenzen.html Inter-religieuze vredesdienst Na enkele jaren onderbreking komt er weer een dienst van religieuze eenheid met een rijk en veelzijdig muziekprogramma en Lichtceremonie op zondag 21 december 2008 van 15 tot 17 uur in Amsterdam. De precieze locatie is nog niet helemaal zeker. Het thema zal zijn: 'Het Licht van de Vrede in ieders hart'. Vertegenwoordigers van de zes grote religies ontsteken elk een kaars voor hun godsdienst, lezen uit hun Heilig Geschrift, spreken een enkel woord en nemen deel aan het gebed om vrede. Onder hen een pandit, een boeddhistische non, een vrouwelijke rabijn, een priorin van een klooster en een imam. Walia en Wali van Lohuizen leiden de dienst, ontsteken een kaars Geest van Leiding, dragen een tekst uit de Gayan voor, gaan voor in de gebeden, houden een toespraak en spreken de zegenbede uit. Het muziekprogramma zal bestaan uit: -Westerse soefi-muziek op piano door Jelaluddin van Lohuizen, -bijdrage van het koor 'Heart and Wings' o.l.v. Azim de Bruin, -Jetty Armaiti Scholten, zang, met muziek uit verschillende religieuze tradities, -en Turkse ney-muziek (fluit) van Kamil Sener (moet nog worden bevestigd). Nadere informatie is verkrijgbaar bij: Jos van den Heuvel, waarnemend leider Soefi Centrum Amsterdam, tel 020 673 29 46.


Soefi-gedachte 4. december 2008  

24 Over godsdienst en oorlog Hazrat Inayat Khan 25 De Bhagavad Gitâ Rubab M.C. Monna 28 Buigen en bidden Simone Wils 30 Twee geloven op één...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you