Issuu on Google+

1

LESSEN VAN HAZRAT INAYAT KHAN 'DE NEDERLANDSTALIGE SOCIALE GATHEKAS'


2

INNERLIJKE LERINGEN VAN SOEFI INAYAT KHAN

TOT DE ENE DE VOLMAAKTHEID VAN LIEFDE HARMONIE EN SCHOONHEID HET ENIGE WEZEN VERENIGD MET ALLE VERLICHTE ZIELEN DIE DE BELICHAMING VORMEN VAN DE MEESTER DE GEEST VAN LEIDING


3

Voorwoord Het is een genoegen voor het Dutch Publications Committee (DPC) om de Sociale Gathekas in een nieuwe vertaling aan te kunnen bieden. De Sociale Gathekas onderscheiden zich van de Religieuze Gathekas, die vooral religieuze thema’s behandelen, en die Gathekas die voornamelijk over de voorbereiding voor inwijding gaan, door een groot aantal sociale- zowel als spirituele- onderwerpen te behandelen. Zij bevatten toespraken van Hazrat Inayat Khan gegeven in de jaren 1922 – 1924 en werden door het Biographical Department gebundeld met de bedoeling dat zij zouden dienen als inleiding tot verdere studie in het Universeel Soefisme. Als musicus gaf Hazrat Inayat Khan graag muzikale namen aan zijn verzamelde leringen, zoals: Gatha, Githa, Sangatha, Sangitha, en Gatheka betekent ‘liedboek’. In deze bundel van 55 teksten vinden we uitleggingen, - over wat het Soefisme is (nrs. 1, 6, 7, 28), - over de activiteit van de Broederschap (nrs. 2, 13, 14, 24, 40), - over poëzie en muziek (nrs. 21, 22, 23, 25, 37, 41 en 55), - en over geestelijke ontwikkeling (nrs. 3, 4, 5, 10, 16, 17, 29, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 38, 39, 42, 43, 44, 45, 46, 48, 49, 50, 51, 52, 53). Het is helaas niet bekend wie de bundel samenstelde, het is een veelheid van thema’s. een rijke collectie. Wij zijn de vertalers, die vrijwillig hun tijd en aandacht aan deze vertalingen hebben gegeven, zeer dankbaar. Moge de Soefi-boodschap zich verspreiden zoals Moershid dit gewenst heeft!

Dutch Publications Committee, bewerking 2011 Algemeen Secretariaat Soefi Beweging Nederland Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag sufiap@hetnet.nl


4

INHOUDSOPGAVE LESSEN VAN HAZRAT INYAT KHAN ‘De nederlandstalige Sociale Gathekas’ INNERLIJKE LERINGEN VAN SOEFI INAYAT KHAN VOORWOORD INHOUDSOPGAVE 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 en 12 13 en 14 15 16 en 17 18 en 19 20 21 en 22 23 = 37 24 25 26 en 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 38 39 40

SOEFISME IS GEEN PACIFISME ONS WERK VOOR DE BROEDERSCHAP OPTIMISME EN PESSIMISME HARMONIE GELUK DE SOEFI BOODSCHAP VOOR DE WERELD SOEFISME WAT DE WERELD VANDAAG NODIG HEEFT LIBERALISME EN CONSERVATISME DE REIS NAAR HET EINDDOEL WEDEROPBOUW BROEDERSCHAP GEZINSLEVEN EN HERVORMING HET VOORRECHT MENS TE ZIJN SHAIK MUSLIH-ud-din-SAADI (1184-1291) DE OPLOSSING VAN HET HEDENDAAGSE VRAAGSTUK POËZIE MUZIEK BROEDERSCHAP KUNST EN RELIGIE KHWAJA SHAMS-din-MOHAMMED HAFIZ HET LEVENSDOEL VAN DE SOEFI VERZAKING FARID-ud-din-ATTAR LOTSBESTEMMING EN VRIJE WIL HET WEZEN VAN HET HART WIL, WENS EN VERLANGEN DE KRACHT VAN DE GEDACHTE OOST EN WEST HET ONTWAKEN VAN DE ZIEL DE KRACHT VAN DE STILTE DE MENS, ZAAD VAN GOD WERELDBROEDERSCHAP

pagina: 1 2 3 4 6 8 9 11 14 16 18 20 22 24 29 33 38 41 46 52 55 58 61 64 66 71 75 79 84 86 90 96 100 104 109 113 117


5

41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55

KUNST HOE GOD HET HEELAL DOORDRINGT DE MACHT VAN HET WOORD CONCENTRATIE HET INNERLIJKE LEVEN GERIJPTE ZIEL BEHEERSING VAN HET LICHAAM ZIEN SOEFI MYSTIEK KOSMISCHE TAAL HET AFSTEMMEN VAN HET HART DE VIER PADEN DIE NAAR HET DOEL LEIDEN INTELLECT EN WIJSHEID HET ONTWAKEN VAN DE WERELD KLEUR EN GELUID

119 123 127 131 136 144 148 151 155 161 166 175 179 184 190


6

SG nr. 1

SOEFISME IS GEEN PACIFISME

Vaak wordt de Soefi Boodschap door haar welwillendheid beschouwd als pacifisme. En degenen die pacifisme geen goed hart toedragen leggen haar uit als 'vrede tot elke prijs'. Soefisme leert dit niet. Soefisme betekent niet: goedheid, vriendelijkheid of vroomheid. Soefisme betekent: wijsheid. Alles in het leven is materiaal voor wijsheid om mee te werken en wijsheid kan niet worden beperkt tot wat voor principe dan ook. Er zijn onder de soefi's grote geesten geweest die koning waren en andere die bedelaar, heilige, werkman, commandant, generaal, zakenman, staatsman of profeet waren. De soefi's hebben door de tijden heen in allerlei verschillende soorten beroepen het soefisme beoefend. Dit toont aan dat niemand kan zeggen: 'dit specifieke geloof of grondbeginsel is een soefi-doctrine'. Er zijn twee dingen: geluid en noten. Noten geven de schaal aan, maar geluid omvat alle noten, niet één noot in het bijzonder. Zo is soefisme ook: zij omvat álle overtuigingen en niet één overtuiging in het bijzonder. De soefi noemt geen enkele handeling goed of slecht, want elke handeling kan goed of slecht wórden. Dat hangt af van het goede of verkeerde gebruik van de handeling, en of de handeling gepast of ongepast is. Goed of slecht hangt niet alleen af van de handeling, maar ook van de houding en de situatie. Dit maakt de soefi vanzelf tolerant ten opzichte van een ander, bereidwillig om een ander te vergeven en onwillig zich een mening te vormen over de handeling van iemand anders. Deze houding houdt de soefi ver verwijderd van de uitspraak dat vrede of oorlog goed is. De soefi zal zeggen: 'oorlog is goed ten tijde van oorlog, vrede is goed ten tijde van vrede'. Maar als alles op zijn eigen tijd juist is, zou je kunnen zeggen dat het soefisme niets te zoeken heeft in het leven. Als reactie hierop zeg ik dat het soefisme als voornaamste taak heeft de grond af te graven waaronder het licht van de ziel begraven raakt. Christus leert hetzelfde als hij zegt dat 'niemand zijn licht onder de korenmaat moet zetten' en ook als hij zegt 'laat uw licht volop schijnen'. De wereldtoestand is zodanig geworden, dat de mensheid abnormaal is. De mens is niet alleen bang voor slechtheid, maar ook voor goedheid. De mens ducht niet alleen oorlog, maar ook vrede. De mens is niet alleen vijandschap maar ook vriendschap beu. De mens verdenkt tegenwoordig niet alleen zijn tegenstander maar zelfs ook zijn eigen broer. Het lijkt wel alsof de mind van de wereld niet alleen moe maar ook ziek is, alsof de mensheid een zenuwinstorting heeft gehad. De mens, individueel of collectief, kent de zin en het doel van zijn leven niet. De Soefi Boodschap spoort de mensheid aan het leven beter te kennen en vrijheid in het leven te verkrijgen. Zij spoort de mens aan dát te volbrengen wat hem goed, juist en rechtvaardig toeschijnt. En vóór elke handeling aandacht aan de gevolgen ervan te schenken door de situatie te bestuderen, zich op zijn eigen houding te bezinnen en van tevoren de methode te bestuderen die men zich eigen maakt bij het handelen in het leven.


7

Het is waar dat het soefisme niet alleen diegenen leidt die religieus, mystiek of visionair zijn. De Soefi Boodschap geeft de wereld de religie van nu, dat wil zeggen je leven tot een religie maken, je beroep, je bezigheid in religie veranderen, je ideaal tot een religieus ideaal maken. Het Soefisme heeft als doel leven en religie te verbinden, die tot dusverre klaarblijkelijk gescheiden gehouden werden. Denk eens na over het volgende: hoe kan iemand baat vinden bij religie, wanneer hij eens per week naar de kerk gaat en zich de rest van de week wijdt aan zijn bedrijf? Om die reden houdt de lering van het soefisme in, het dagelijks leven tot een religie te maken, opdat elke handeling in het leven bepaalde spirituele vruchten kan voortbrengen. De Soefi Beweging volgt niet de methode voor wereldverbetering die verscheidene instellingen zich eigen hebben gemaakt. Wij denken dat als ziekte besmettelijk is, goedheid dat des te meer zal zijn. De diepte van elke ziel is goed, elke ziel is op zoek naar het goede en door de inspanning van mensen die goed wensen te doen in de wereld kan er veel worden gedaan, zelfs meer dan een materialistische instelling kan doen. Ongetwijfeld moeten er voor het algemeen welzijn politieke en commerciĂŤle problemen worden opgelost en kan er in die richting weinig worden gedaan voordat een aantal moeilijke problemen zijn opgelost. Maar dat mag mensen niet uitsluiten van vooruitgang, want alleen de individuele vooruitgang op het spirituele pad kan de verlangde toestand in de wereld teweegbrengen.


8

SG nr. 2

ONS WERK VOOR DE BROEDERSCHAP

Ons voornaamste doel in het werk voor de broederschap is een beter begrip teweeg te brengen onder de verschillende klassen, onder de aanhangers van verschillende religies en onder mensen van verschillende rassen en nationaliteiten. We bedoelen hier niet mee dat we hen willen vermengen. Als dát ons idee zou zijn zou het een heel ander verhaal zijn. We willen de boerderijen waar tarwe wordt verbouwd boerderijen laten zijn waar tarwe wordt verbouwd. Laat er op de velden waar rijst groeit, rijst groeien. Laat er bos zijn, waar bos is, laat er tuinen zijn waar tuinen zijn. Alles is nodig. Onze ideeën gaan niet zover dat we alles in éénzelfde pan willen bereiden. Wij willen onze vingers niet zover uitrekken dat ze allemaal even lang zijn, want hun natuurlijke lengte is voor hen de gepaste lengte. Onze voorstelling van gelijkheid gaat niet zo ver. Ons streven is alleen er voor te zorgen dat het oosten en het westen, het noorden en het zuiden, zich naar elkaar toe keren inplaats van dat ze zich van elkaar afwenden. Wij willen niet dat alle mensen in de wereld dezelfde religie, of dezelfde opvoeding, gewoonten en omgangsvormen hebben. Wij willen ook niet dat alle klassen één klasse worden, dat is onmogelijk. Wij willen dat alle klassen met elkaar één geheel vormen en dat toch elk individu zijn eigen individuele expressie behoudt. Wij willen dat alle landen hun eigenheid en hun individualiteit behouden en tegelijkertijd hun goede wil en vriendelijke gevoelens naar elkaar uiten. Wij willen, dat de verschillende rassen hun eigen gewoonten en ideeën behouden en tegelijkertijd elkaar begrijpen. En wij willen dat de aanhangers van verschillende religies bij hun eigen religie blijven en tegeljjkertijd naar elkaar toe tolerant worden. Daarom is ons idee van broederschap op geen enkele wijze extreem. Onze beweegreden is niet de mensheid te veranderen, maar de mensheid te helpen op de weg naar haar doel. Mensen kunnen tot één kerk behoren en toch met elkaar vechten. Ze zouden voor hetzelfde geld tot verschillende kerken kunnen behoren en elkaar desondanks kunnen begrijpen, elkaars religie kunnen respecteren en elkaar verdragen. Mensen kunnen tot één instelling behoren en het toch niet met elkaar eens zijn. Wat is dan de zin van die instelling? Om die reden is het helemaal niet de taak van de Soefi-Beweging om de hele mensheid één specifieke beweging te laten aanhangen, maar de mensheid te geven wat God ons heeft gegeven en haar dienstbaar te laten zijn aan Zijn zaak.


9

SG nr 3.

OPTIMISME EN PESSIMISME

Optimisme staat voor de spontane stroom van liefde, zij staat ook voor het vertrouwen in liefde. Optimisme is liefde die in liefde vertrouwt. Pessimisme komt voort uit een teleurstelling, uit een slechte indruk van de een of andere hindernis op het levenspad. Optimisme geeft een hoopvolle houding in het leven, terwijl men door pessimisme duisternis op zijn pad ziet. Pessimisme vertoont soms ongetwijfeld nauwgezetheid, schranderheid en levenservaring. Maar in feite kunnen we nauwgezet genoeg zijn als we denken aan wat voor moeilijkheden we in het leven voor ons hebben. Vertrouwen lost het probleem op. De wijzen hebben vaak gezien dat schranderheid niet ver reikt, ze gaat tot een bepaald punt en dan stokt ze, want schranderheid is kennis die tot de aarde behoort. En wat ervaring betreft: wat is de ervaring van de mens? Men is trots op zijn ervaring totdat men heeft ingezien hoe geweldig groot de wereld is. Op ieder gebied van werk en gedachte is ervaring nodig, maar hoe meer ervaring men opdoet hoe meer men inziet dat men weinig weet. Het psychologische effect van optimisme is dat zij helpt om succes te boeken, want God heeft door middel van de optimistische geest de wereld geschapen. Optimisme komt derhalve van God en pessimisme wordt uit het hart van de mens geboren. Op grond van het beetje levenservaring dat de mens heeft opgedaan, leert hij: 'dit zal niet slagen, dat zal niet gaan, dit zal niet goed komen'. Of het uiteindelijk niet goed komt, maakt dat de optimistische mens niet uit, hij zal het risico nemen. En wat is het leven? Het leven is een kans, en voor de optimistische mens is het een belofte. Maar voor de pessimistische mens gaat deze kans voorbij. Het is niet zo dat de Schepper ervoor zorgt dat de mens de kans voorbij laat gaan, het is de mens z茅lf die er niet in slaagt de kans te grijpen. Veel mensen in deze wereld verlengen hun ziekte doordat ze toegeven aan pessimistische gedachten. Meestal zal je ontdekken dat als iemand jarenlang aan een ziekte heeft geleden die ziekte z贸 tot werkelijkheid wordt dat de afwezigheid ervan onwerkelijk wordt. Zij geloven dat ziek-zijn hun natuur is en de afwezigheid ervan is iets wat ze niet kennen. Op die manier houden zij die kwaal bij zich. Dan zijn er de pessimistische mensen die denken dat ellende hun deel van het leven is, zij zijn geboren om ellendig te zijn, zij kunnen niet anders dan ongelukkig zijn, hemel en aarde zijn tegen hen. Zij zijn zelf hun ellende, en pessimisme hoort bij hen. Het leven van de mens hangt af van waar hij zich op concentreert. Als hij zich concentreert op zijn ellende, moet hij wel ellendig zijn. Als hij een zekere gewoonte heeft die hij niet goedkeurt denkt hij dat hij er niets aan kan doen, want het is zijn natuur. Niets is de natuur van de mens behalve wat hij er voor zichzelf van maakt. Net als de gehele natuur door God is gemaakt, zo is de natuur van elk individu door hemzelf gemaakt. Als de Almachtige de macht heeft de natuur te veranderen, dan is het individu -als hij het maar zou beseffen- in staat zijn natuur te veranderen.


10

Onder alle schepselen van deze wereld heeft de mens het meeste recht om optimistisch te zijn, want de mens vertegenwoordigt God op aarde: God als rechter, als schepper en als meester over zijn gehele schepping. En dus is de mens -als hij het maar zou beseffen- meester over zijn leven, meester over zijn eigen zaken. Een optimistisch mens zal een ander helpen, die aan het verdrinken is in de zee van angst en teleurstelling. Een pessimistisch persoon daarentegen zal iemand die naar hem toekomt en die ziek of neerslachtig is, naar beneden trekken en hem mee naar de diepte doen zinken. Aan de kant van de ene bevindt zich leven, aan de kant van de ander bevindt zich dood. De een klimt naar de top van de berg, de ander daalt neer in de diepte van de aarde. Is er een grotere hulp bij zorgen of tegenspoed, als elke situatie in het leven duister lijkt, dan de geest van optimisme die weet dat alles goed zal komen? Derhalve overdrijf ik niet als ik zeg dat juist de geest van God de mens komt redden in de vorm van optimisme. Hoe moeilijk een situatie in het leven ook is en hoe groot de moeilijkheden ook zijn, ze kunnen alle overwonnen worden. Maar wat er toe doet is, of iemands eigen pessimistische geest iemand naar beneden trekt wanneer die persoon zich al neerslachtig voelt. De dood is te prefereren boven in ellende naar beneden getrokken te worden door een pessimistische geest. Derhalve is de grootste beloning die er op aarde kan zijn de geest van optimisme, en de grootste straf die een mens voor zijn ergste zonde gegeven kan worden is pessimisme. Waarlijk, degene die hoopvol in het leven is, zal slagen.


11

SG nr. 4

HARMONIE

Het lijkt erop dat harmonie schoonheid schept, maar schoonheid op zichzelf heeft geen betekenis. Een bepaald voorwerp dat op een bepaalde plaats en op een bepaald tijdstip mooi wordt gevonden is dat op een andere plaats of op een ander tijdstip niet. Zo is het ook met denken, spreken en handelen. Wat mooi wordt gevonden is dat alléén op een bepaald tijdstip en onder een bepaalde omstandigheid. Men zou kunnen zeggen, als men een goede definitie van schoonheid zou willen geven, dat dit harmonie is. Harmonie is het combineren van kleuren, harmonie is het tekenen van een ontwerp of een lijn, en dat wordt schoonheid genoemd. Ook brengen een woord, een gedachte, een gevoel of een handeling die harmonie schept, schoonheid voort. De vraag is nu waar de neiging tot harmonie vandaan komt en vanwaar de neiging tot disharmonie. Het is voor elke ziel natuurlijk op harmonie gericht te zijn en het is een onnatuurlijke toestand van de mind om gericht te zijn op disharmonie, en het simpele feit dat het onnatuurlijk is maakt dat het schoonheid mist. De psychologie van de mens is zodanig dat hij zowel op harmonie als op disharmonie reageert. Hij kan er niets aan doen, omdat hij van nature zo gemaakt is. Hij reageert zowel mentaal als fysiek op alles wat op hem afkomt, of het nu harmonieus of disharmonieus is. De lering van Christus: 'weersta het boze niet', is een aanwijzing om niet op disharmonie te reageren. Een vriendelijk of sympathiek woord bijvoorbeeld of een liefdevolle en affectieve handeling roepen een reactie op, maar tegelijkertijd roepen ook een belediging of een handeling uit afkeer of haat een reactie op, en die reactie schept meer disharmonie in de wereld. Door toe te geven aan disharmonie staat men disharmonie toe zich te versterken. Wanneer overal in de wereld zich de grootste onrust en ergste onvrede verspreiden, waar komen die dan vandaan? Het lijkt erop dat ze voortkomen uit de onbekendheid met het feit dat disharmonie zelf disharmonie schept en versterkt. Van nature is men geneigd, om wanneer men vindt dat men beledigd wordt, te denken dat de enig juiste manier van reageren is de ander nog meer te beledigen. Door die reactie te geven krijgt men tijdelijk voldoening, maar men beseft niet wat men heeft gedaan met zijn reactie. Men heeft gereageerd op de macht die van de ander kwam en deze twee machten, die negatief en positief zijn, scheppen weer disharmonie. 'Weersta het boze niet' betekent: niet méér kwaad in jezelf opnemen. 'Weersta het boze niet' betekent: stuur de disharmonie die naar jou toekomt niet terug, zoals iemand die tennist de bal terugslaat. Dat betekent echter niet dat je de bal met open handen moet opvangen. De gerichtheid op harmonie kan vergeleken worden met een rots in de zee. Ondanks een onophoudelijke wind en storm staat de rots in de zee. Iedere golf komt met alle kracht op de rots af en toch blijft die onbeweeglijk, staat rechtop, verdraagt alles en laat de golven tegen


12

zich aan beuken. Door tegen disharmonie te vechten versterk je haar, want door er tegen te vechten gooi je olie op het vuur waardoor dat vuur tot vernietiging zou worden aangewakkerd en destructie zou veroorzaken. Hoe wijzer men in het leven wordt, hoe meer moeilijkheden men ongetwijfeld in het leven op zijn pad krijgt, want elke vorm van disharmonie zal op hem gericht zijn, om de simpele reden dat hij er niet tegen zal vechten. Tegelijkertijd dien je echter te beseffen dat je, ondanks alle moeilijkheden, meegeholpen hebt die disharmonie, die anders zou zijn versterkt, te vernietigen. Dit heeft zeker voordelen, want elke keer als men niet reageert op disharmonie vergroot men zijn eigen kracht, hoewel het uiterlijk een nederlaag kan lijken. Iemand die zich bewust is van de toename van zijn kracht zal dat niet ervaren als een nederlaag. Naarmate de tijd verstrijkt zal degene die men niet weerstaan heeft beseffen, dat het zijn nederlaag was. Het leven in de wereld heeft een constant schurend effect en hoe verfijnder men wordt hoe zwaarder het voor hem wordt. En er komt een tijd dat het leven voor een mens moeilijker wordt wanneer hij oprecht, goedwillend, vriendelijk en sympathiek is. Maar als hij daardoor ontmoedigd raakt gaat hij ten onder. Als men zijn moed kan bewaren zal men merken dat het uiteindelijk niet slechter is geworden, omdat op zekere dag zijn macht zal toenemen tot dat stadium of die graad dat zijn aanwezigheid, zijn woord en zijn handeling, de gedachten en gevoelens en handelingen van anderen zullen beheersen. Want hij zal dat machtige ritme krijgen, het ritme dat ervoor zorgt dat ieder ander het volgt. Deze eigenschap wordt in het oosten de karakteristiek van de meester genoemd. Om echter de disharmonie die van buiten komt standvastig te weerstaan, moet je eerst oefenen om alles wat van binnenuit komt, vanuit je eigen zelf, te weerstaan. Want onze eigen ziel is veel moeilijker te beheersen dan andere zielen. Wanneer je daartoe niet in staat bent en je jezelf niet kunt beheersen, is het uiterst moeilijk om disharmonie die van buitenaf komt te weerstaan. De vraag is nu hoe disharmonie in jezelf wordt veroorzaakt. Door zwakte, door fysieke of mentale zwakte; het is zwakte. Je ziet daarom vaak dat lichamelijke ziekte disharmonie en disharmonieuze neigingen veroorzaakt. Bovendien zijn er veel ziektes van de mind die de huidige wetenschapper nog niet heeft ontdekt. Er zijn tegenwoordig twee dingen in de wereld. Het ene is dat een persoon die wellicht te ziek is, als geestelijk gestoord beschouwd wordt en het andere is dat er veel andere ziektes zijn die niet als zodanig worden onderkend. Deze zieke mensen worden tot de geestelijk gezonde mensen gerekend en omdat er geen rekening wordt gehouden met de stoornissen die voortkomen uit de ziektes van de mind, merkt men die in zichzelf niet op. Men heeft continu iets aan te merken op anderen en veroorzaakt overal disharmonie, of dat nu op een kantoor is, of in een goede positie, of thuis. Niemand weet het, want om als geestelijk gestoord behandeld te worden, dient men eerst geestelijk gestoord te worden ge-


13

noemd. Er wordt tegenwoordig weinig gesproken over de gezondheid van de mind. In feite is het zo dat naarmate er meer juristen, gerechtshoven en rechters komen er ook meer rechtszaken volgen. Als gevolg daarvan nemen de gevangenissen in aantal toe en wat is daar het gevolg van? Nadat iemand in de gevangenis is geweest en er weer uitkomt, is hij vergeten waar hij is geweest. Hij betreedt weer hetzelfde pad. Want zijn ziekte is niet ontdekt. In een gerechtshof wordt iemand berecht, maar men heeft niet ontdekt wat er psychisch aan de hand is, wat hem ertoe heeft aangezet dit te doen. Je kunt in de gevangenissen duizenden mensen vinden bij wie er iets mis is met de mind. AI werden ze duizend jaar in de gevangenis vastgehouden dan nog zouden ze niet vooruitgaan. Er wordt hen onrecht aangedaan door hen in de gevangenis te stoppen. Dat is net als iemand in de gevangenis stoppen die fysiek ziek is. Disharmonie is de oorzaak van elk onbehagen en elk falen. Het zou in de opvoeding het beste zijn gevoel voor harmonie te leren en dit gevoel in kinderen te ontwikkelen. Het is niet zo moeilijk als het lijkt om harmonie onder hun aandacht te brengen. Wat nodig is, is de jongeren de verschillende aspecten van harmonie in verschillende levenssituaties duidelijk te maken. Het is de taak van de Soefi Boodschap, de boodschap van liefde, harmonie en schoonheid, om in de mensheid het bewustzijn van de ware aard van liefde, harmonie en schoonheid te wekken. De training die wordt gegeven aan diegenen die in de innerlijke school worden ingewijd houdt het ontwikkelen in van juist deze drie dingen, die de hoofdaspecten van het menselijke leven zijn.


14

SG nr. 5

GELUK

Hangt geluk af van levensomstandigheden of van onze kijk op het leven? Het is een vraag die vaak wordt gesteld en die heel moeilijk te beantwoorden is. Veel mensen met filosofische kennis zullen zeggen dat deze materiële wereld een illusie is en de omstandigheden ervan een droom. Maar er zijn slechts een paar mensen die dat voor zichzelf aannemelijk kunnen maken. lets in theorie weten is wat anders dan het in praktijk brengen. Het is in deze wereld heel moeilijk om uit te stijgen boven de invloed die door de omstandigheden wordt voortgebracht. Om boven de omstandigheden uit te stijgen is er slechts één ding dat helpt en dat is een verandering in de manier waarop men naar het leven kijkt. En deze verandering wordt in de praktijk gebracht door een verandering in houding. In de taal van de hindoes wordt het leven op aarde ‘Samsara’ genoemd, en dat wordt afgebeeld als leven in een mist. Je denkt, zegt, doet en voelt, maar je weet toch niet volledig waarom. Als iemand er een reden voor weet, is er een andere reden achter verborgen die hij nog niet weet. De omstandigheid in het leven laat vaak een beeld van gevangenschap zien. Het lijkt er vaak op alsof iemand zich tussen twee kwaden in bevindt. Om boven de omstandigheden uit te stijgen heeft men vleugels nodig die niet iedereen bezit. De vleugels zitten vast aan de ziel: de ene vleugel is onafhankelijkheid, de andere onthechtheid. Het vereist veel opoffering voordat men zich in het leven onafhankelijk kan voelen. Onthechtheid tegen je natuurlijke aanleg voor liefde en sympathie in, is als het verscheuren van je hart voordat je onthechtheid jegens het leven in praktijk kunt brengen. Wanneer de ziel eenmaal in staat is om haar vleugels uit te spreiden zie je ongetwijfeld de levensomstandigheden van afstand. Je bevindt je dan boven alle omstandigheden die de mens gevangen houden. Elke moeilijkheid kan vroeg of laat worden overwonnen. Maar zelfs wanneer je iets hebt bereikt, dan lijkt er iets anders in het leven onvoltooid te zijn. Daarom zal het object van je verlangen zich vermenigvuldigen en zal er nooit een einde komen aan je verlangen, als je van het ene naar het andere gaat en alles bereikt wat je verlangt. Hoe meer je in dit leven te doen hebt, hoe meer moeilijkheden je zult moeten ondervinden. Als je je verre houdt van het leven in de wereld dan is je aanwezigheid hier zinloos. Hoe belangrijker de taak, hoe moeilijker het is om die te volbrengen. En zo volgt er op elke dag een avond, en gaat dit door tot in eeuwigheid. Voor een soefi is het derhalve niet alleen nodig geduld te hebben en alles te verdragen, maar ook om alles vanuit een bepaald gezichtspunt te zien, zodat hij voor dat moment van moeilijkheden en pijn verlossen wordt. Heel vaak is het de manier waarop iemand tegen het leven aankijkt, waardoor het hele leven voor hem verandert. De manier van kijken kan de hel in de hemel, en zorgen in vreugde veranderen. Wanneer je vanuit een bepaald gezichtspunt kijkt, voelt elk speldenprikje als de punt van een zwaard dat door je hart gaat. Als je vanuit een ander gezichtspunt naar het-


15

zelfde kijkt, wordt het hart bestand tegen prikjes en kan niets het hart raken. Alles wat naar die persoon wordt gegooid, valt naar beneden zonder hem te raken. Wat is de betekenis van het lopen over water? Het leven wordt gesymboliseerd, als was het water. De een verdrinkt in het water, de ander zwemt in het water, maar een derde loopt erover. Degene die zo gevoelig is dat hij, nadat hij een speldenprik heeft ontvangen, de hele dag en nacht ongelukkig is, behoort tot de eerste categorie. Degene die geeft en neemt en van het leven een spelletje maakt, is de zwemmer. Hij vindt het niet erg om een klap te krijgen, want hij haalt zijn genoegdoening uit zijn reactie om twee klappen terug te kunnen geven. Maar degene die door niets geraakt kan worden, bevindt zich in de wereld en toch erboven. Hij is degene die over het water loopt. Het leven bevindt zich onder zijn voeten, zowel de vreugde als de zorgen ervan. Waarlijk: onafhankelijkheid en onthechtheid zijn de twee vleugels die de ziel in staat stellen te vliegen.


16

SG nr. 6

DE SOEFI BOODSCHAP VOOR DE WERELD

De Soefi Beweging heeft in de wereld twee opdrachten uit te voeren. De ene is een plicht jegens individuen die naar waarheid zoeken. De tweede is een beter begrip onder mensen teweeg brengen. Om dit te kunnen volbrengen hangen deze twee opdrachten van elkaar af. Zonder de vooruitgang van individuen is de vooruitgang van de mensheid moeilijk en zonder de vooruitgang van de mensheid in het algemeen is ook de vooruitgang van individuen moeilijk. De Soefi Beweging is niet politiek gericht, omdat er voor de soefi achter de politiek een mystiek idee bestaat. In alle tijdperken in het verleden werd de spirituele boodschap door de profeten gegeven, want de woorden van God komen door middel van een mysticus tot de mensheid. Wanneer de wet in handen van intellectuele mensen is gevallen dan zal dat altijd ontoereikend blijken. Met de wet wordt de verborgen wet van het leven en van de natuur bedoeld en niet alleen de regels en voorschriften van een regering. De wet wil door verder te zien dan het gemiddelde oog de ware levensomstandigheden zien. Dat zijn die levensomstandigheden die degenen die in het leven zijn geïnteresseerd niet kunnen zien, want zij kunnen er niets aan doen dat ze vooringenomen zijn als het een kwestie is die hun eigen belang betreft. Het voornaamste dat de Soefi Beweging de wereld brengt is tolerantie voor alle geloofsovertuigingen die er in de verschillende delen van de wereld bestaan en die door verschillende volkeren worden aangehangen. Dit wordt gedaan door het idee van de ene Waarheid als de stam van religie te zien en alle verschillende geloven als de takken daarvan. Voor een soefi is ware religie de zee van de waarheid en zijn alle geloven als de golven van de zee. De Boodschap van God komt van tijd tot tijd als de getijden van de zee, maar wat er altijd blijft is de zee zelf, de waarheid. Degenen die menen dat anderen zich op het verkeerde pad bevinden, bevinden zichzelf ook niet op het juiste pad, want degene die op het juiste pad is ontdekt, dat elk pad vroeg of laat naar hetzelfde doel leidt. De Soefi Boodschap bekeert geen mensen tot één exclusief geloof. Een volgeling van de Soefi Beweging zijn betekent een volgeling te zijn van álle geloven in deze wereld, niet gebonden aan enig specifiek geloof. Voor een soefi is geloof een vrij ideaal, geen gevangenschap. De Soefi Boodschap beschouwt de gehele mensheid als één lichaam, de rassen zijn de verschillende delen van dat lichaam, de landen zijn de organen ervan, de mensen de deeltjes die dit lichaam vormen, en God is de geest van dit lichaam. Net zoals de gezondheid en het welzijn van het lichaam afhangen van de goede gezondheid van elk van zijn deeltjes, zo is het geluk en de vrede van de gehele wereld en de mensen die erin leven afhankelijk van de gezondheid van ieder individu. De Soefi Boodschap nodigt mensen niet uit om in bijgeloof te geloven, om belangstelling te hebben voor het verrichten van wonderen, om macht te vergroten of om wonderlijke verschijnselen te onderzoeken. Het hoofddoel van de Soefi Boodschap is hetzelfde als wat Jezus heeft geleerd: 'heb uw naaste lief’.


17

Voor individuen heeft de Soefi Boodschap een andere plicht. De moershid, de leraar, behandelt in eerste instantie als een arts de moeried, de leerling, om hem beter in staat te stellen zich te realiseren: waar hij is, wat hij is, wat hij wil doen en hoe hij moet werken om dat te volbrengen. De moershid legt zijn moeried uit wat de moeite waard is en wat niet. Het is niet alleen de studie, maar ook de oefening die de moershid van tijd tot tijd als een recept aan de moeried geeft. Wat echter nog belangrijker is, is het contact met de moershid. Een kort gesprek met hem is behulpzamer dan een jaar lang boeken bestuderen in een bibliotheek, want de moershid is een levend boek. Het is de bedoeling van de moershid om in het hart van de moeried de goddelijke geest, die de erfenis van de mens is, te doen ontvlammen. Er is geen specifieke discipline of een bepaald geloof dat de moerieds wordt opgedrongen. Elke moeried is vrij om voor zichzelf te denken. De enige bedoeling die de moershid heeft is de ziel van de zoeker naar waarheid vrij te maken.


18

SG nr. 7

SOEFISME

'Soefisme' is afgeleid van het Arabische woord 'saf’ dat ‘een zuiverend proces' betekent. Alle levenstragiek komt voort uit de afwezigheid van zuiverheid. En wat betekent zuiverheid? Zuiverheid betekent: natuurlijk zijn. De afwezigheid van zuiverheid betekent ver verwijderd zijn van natuurlijk zijn. 'Zuiver water' betekent dat er geen enkele substantie als zoet, zuur, melk of enige andere substantie mee wordt vermengd. Gesteriliseerd water betekent water, dat zuiverder is gemaakt, met andere woorden: dat natuurlijk is gemaakt. Soefisme is dus het proces om het leven natuurlijk te maken. Je kunt dit proces religie, filosofie, wetenschap of mystiek noemen, wat je maar wilt. Het is waar dat alle religieuze leraren, die van tijd tot tijd op deze wereld zijn gekomen, dit proces van zuiverheid in de vorm van een religie hebben gebracht. Om die reden heeft Jezus gezegd: 'ik heb jullie geen nieuwe wet gebracht, maar ik ben gekomen om de wet te volbrengen'. Het is geen nieuw proces, het is hetzelfde proces dat de wijzen van alle tijden hebben aangereikt. Als er al iets nieuws in aangereikt wordt, is het de vorm waarin het wordt gegoten om te passen binnen een bepaalde periode van de wereld. Tegenwoordig, in de huidige periode van de wereld, wordt het in de huidige vorm aangereikt. Je zou kunnen denken dat met spiritualiteit bedoeld wordt, dat je iets dient te leren wat je van tevoren nog niet wist, dat je buitengewoon goed dient te worden, dat je een of andere ongebruikelijke macht dient te verwerven of dat je bovennatuurlijke ervaringen dient te hebben. Soefisme belooft geen van deze dingen, hoewel de soefi op zijn pad zich nergens over verbaast. Al wat hiervoor is genoemd, en zelfs meer dan dat, ligt binnen zijn bereik. Toch is dat niet het streven van de soefi. Door middel van het soefisme verwerkelijk je je eigen natuur, je ware aard en daardoor verwerkelijk je de menselijke natuur. En door de studie van de menselijke natuur verwerkelijk je de natuur van het leven in het algemeen. Alle mislukkingen, teleurstelling en leed worden veroorzaakt door een gebrek aan deze verwerkelijking. Alle successen, geluk en vrede worden verworven door de verwerkelijking van je eigen natuur. Kort samengevat betekent soefisme: je eigen ware wezen kennen, het doel van je leven kennen en weten hoe je dat doel bereikt. Uit teleurstelling zeggen velen: ‘ik zal waarschijnlijk nooit succesvol in mijn leven zijn', niet op de hoogte van het feit dat de mens wordt geboren om te doen waar hij intens naar verlangt. Succes is natuurlijk, mislukking is onnatuurlijk. Als de mens zichzelf is, is de hele wereld de zijne. Als hij niet zichzelf is, behoort zelfs dit hem niet toe. Dan weet hij niet wie hij is, waar hij is, waarom hij hier op aarde is. Dan is hij voor zichzelf en voor anderen nog van minder nut dan een steen. Zelfverwezenlijking speelt een centrale rol binnen het mysterie van het gehele leven. Het is de remedie voor alle ziekten, het is een geheim voor succes in elk beroep, het is een religie, en meer dan een religie. In deze tijd waarin de wereld verward is, brengt deze boodschap de


19

goddelijke boodschap over aan de wereld. Wat er met de mensheid mis is, is dat zij niet zichzelf is. En hierdoor wordt alle ellende in de wereld veroorzaakt. Daarom kan alleen dit proces van de heiligen en wijzen van alle tijden, dat zielen naar zelfverwerkelijking leidt, beantwoorden aan het doel van de mensheid.


20

SG nr. 8

WAT DE WERELD VANDAAG NODIG HEEFT

Onrust op de hele wereld, moeilijkheden tussen de landen, haat onder de mensen, een noodkreet die min of meer uit alle hoeken komt, crisis in de handelssector, politieke problemen: dit alles maakt dat je je afvraagt wat er gedaan kan worden om een oplossing te vinden voor de algemene kreet om hulp, van de mensheid. Wat vandaag wordt gedaan is dat de verschillende instellingen het vuur dat hier en daar brandt proberen te blussen, maar dat kan nooit het probleem van de wereld oplossen. Het eerste wat men in gedachten moet houden is dat alle dingen in het leven met elkaar verbonden zijn en dat als het ene in orde is gebracht het andere verkeerd gaat. Het is te vergelijken met iemand die ziek is, en slaap en een goed dieet nodig heeft. Als hij slaapt zonder een goed dieet zal hem dat geen goed doen, noch zal een goed dieet zonder slaap hem helpen. Terwijl men problemen in de handelssector wil oplossen steken er morele moeilijkheden de kop op. Derhalve moet men om de mensheid te dienen in het werk van herstel, wat de plicht en verantwoordelijkheid van elk weldenkend mens is, wat zijn rang, positie of kwalificaties in dit leven ook mogen zijn, éérst de vraag overdenken wat de remedie zal zijn voor alle kwalen die zich vandaag aan de oppervlakte van het leven manifesteren. Er is één hoofdzaak die als enige in alle aspecten van het leven helpt en dat is de verandering van de houding van de mensheid. Die houding kan veranderd worden door morele, spirituele en religieuze vooruitgang. In deze specifieke richting ligt de taak die de Soefi Boodschap te vervullen heeft. De Soefi Boodschap is geen nieuwe religie of een bepaald systeem, maar een manier om de houding in het leven te veranderen, een manier die de mens in staat stelt anders naar het leven te kijken. Het belangrijkste wat de Soefi Beweging zal proberen te vermijden is sectarisme, zoals dat de mensheid in alle tijdperken van de wereldgeschiedenis heeft verdeeld. De Soefi Beweging is niet gekant tegen welke religie, geloof of overtuiging dan ook, integendeel, zij ondersteunt álle religies en zij biedt bescherming aan religies die door de aanhangers van andere religies worden aangevallen. Tegelijkertijd voorziet de Soefi Beweging de mensheid van die religie die in werkelijkheid álle religies is. De Soefi Beweging beoogt niet de hele mensheid in haar armen sluiten, het volbrengen van haar taak ligt in het dienstbaar zijn aan de gehele mensheid. De Soefi Beweging staat dus niet als een barrière tussen een lid en diens eigen religieuze geloof, maar als een open deur die naar het hart van dat geloof leidt. Een lid van de Soefi Beweging is een boodschapper van de goddelijke boodschap voor de aanhangers van een kerk of sekte, waartoe zij behoren. Het is niet de taak van de Soefi Beweging om al het regenwater in haar eigen regentonnen op te vangen, maar om eraan te werken een weg te bereiden zodat de stroom van de boodschap kan stromen, en alle velden van de wereld van water worden voorzien. Het is de taak van de Soefi Boodschap om te zaaien. Het oogsten zullen we aan de mensheid overlaten, want velden behoren niet onze specifieke beweging toe, alle velden zijn van God.


21

Wij die op deze wereldboerderij worden aangesteld om werk te doen, dienen dat te doen en de rest aan God over te laten. We bekommeren ons niet om succes, en laat degenen die er wel naar streven een andere richting zoeken. Waarheid alleen is ons succes, want blijvend succes is waarheid.


22

SG nr. 9

LIBERALISME EN CONSERVATISME

Je kunt op twee verschillende manieren tegen de dingen in de wereld aankijken, op de liberale manier en op de conservatieve manier. En elk van deze manieren geeft een mens een gevoel van voldoening, omdat er in beide manieren een bepaalde deugd schuilgaat. Wanneer iemand vanuit het conservatieve gezichtspunt naar zijn familie kijkt, voelt hij een familietrots en handelt zodanig dat hij de eer en de waardigheid van zijn voorouders hooghoudt. Hij volgt de ridderlijkheid van zijn voorvaders en omdat hij op deze manier naar zijn familie kijkt, verdedigt en beschermt hij diegenen die tot zijn familie behoren, of ze dat nu wel of niet waard zijn. Door tijdens zijn leven de vlam, als een toorts die zijn weg verlicht, in zijn hand te houden, houdt hij de vlam brandend die jaren geleden is ontstoken. Als je vanuit een conservatief gezichtspunt naar je land kijkt geeft dat een gevoel van patriottisme, dat in een moderne wereld het substituut is voor religie. Ongetwijfeld is het op deze manier een deugd als je je vaderland als een familie begint te beschouwen. Je zorgt dan niet alleen voor je kinderen, maar ook voor de kinderen van het vaderland. Als het nodig is geeft men zijn leven om zijn vaderland, de waardigheid, de eer en de vrijheid van zijn volk te verdedigen. De conservatieve geest is de individualiserende geest, die het centrale thema is van de hele schepping. Deze geest heeft als een zon gewerkt, als het aldoordringende licht en het is de macht van deze geest, die werkzaam is in de natuur en veel takken aan een stam en veel bladeren aan een tak bijeenhoudt. Het is ook deze geest die werkzaam is in het lichaam van de mens, de handen en voeten bij elkaar houdt en hem op die manier een individuele entiteit doet zijn. Maar er bestaat altijd het gevaar dat deze geest stagnatie veroorzaakt als zij teveel toeneemt. Als er teveel familietrots is, leeft de mens alleen daarvoor en vergeet hij zijn plicht ten opzichte van de mensheid en herkent hij niets van wat hem met anderen buiten zijn familiekring verenigt. Wanneer deze stagnatie in een land ontstaat resulteert dat in allerlei soorten rampen, zoals oorlogen en revoluties met geweld en destructie. De nachtmerrie die de mensheid in de wereldoorlog heeft ervaren is het gevolg van een wereldstagnatie, die werd voortgebracht door het uiterste van diezelfde geest. Dit laat zien dat het niet waar is dat deugd en zonde los van elkaar staan. Hetzelfde wat eens zonde was wordt nu deugd. Deugd of zonde zit niet in de een of andere handeling, maar in de omstandigheid of in de houding die iemand aanzet tot een bepaalde handeling. En het is het resultaat van een handeling, die iets tot een zonde of een deugd maakt. Het leven is beweging, het stoppen van de beweging is de dood. Stagnatie stopt beweging, circulatie laat haar bewegen. Voor zover de conservatieve geest in beweging is, is die nuttig. Met andere woorden, zolang die zichzelf verruimt. Wanneer iemand die eens trots op zijn familie was en zijn plichten jegens die familie heeft verricht, als


23

volgende stap zijn medeburgers helpt en vervolgens zijn land verdedigt, boekt hij vooruitgang. Zijn familietrots en patriottisme zijn ongetwijfeld deugden, want zij voeren hem van het een naar het ander, waarbij het laatste beter is dan het voorafgaande. Stagnatie treedt op wanneer iemand vastzit in zijn belang. Wanneer iemand zo geabsorbeerd is in zijn familietrots dat er verder niemand in de wereld voor hem bestaat, of wanneer iemand alleen aan zijn volk denkt en hem verder niets interesseert, anderen bestaan niet voor hem, wordt zijn patriottisme als een sluier voor zijn ogen, die hem zo blind maakt dat hij niet in staat is wie dan ook te dienen. In zelfzucht bestaat een illusie van voordeel, maar uiteindelijk blijkt het voordeel dat door zelfzucht is verworven waardeloos te zijn. Het leven is het voornaamste om te overdenken. Het ware leven is het innerlijke leven, de realisatie van God, het bewustzijn van je geest. Wanneer het menselijk hart zich bewust wordt van God, verandert het in de zee en verwijdt het zich. Het breidt de golven van liefde uit naar vriend en vijand, en wanner het zich verder en verder verspreidt bereikt het volmaaktheid. De Soefi Boodschap is niet noodzakerlijkerwijze de boodschap van passiviteit, zij leert niet ten koste van alles vrede te sluiten, zij veroordeelt familietrots of patriottisme niet, zij preekt zelfs niet tegen oorlog. De Soefi Boodschap is de mens bewust maken van de woorden in de Bijbel, waar geschreven staat: 'wij leven, bewegen en hebben ons wezen in God'. Dit moeten we verwerkelijken en daarmee de broederschap van de mensheid in de verwerkelijking van God herkennen. Het vanzelfsprekende gevolg hiervan zal een geest van broederschap en gelijkheid teweegbrengen en dat zal resulteren in het voorbereiden van de uiterlijke democratie en de innerlijke aristocratie, die zich in de adeldom van de ziel bevindt waar volmaaktheid onder het oppergezag van God verborgen is.


24

SG nr. 10

DE REIS NAAR HET EINDDOEL

Er zijn twee verschillende stadia in de menselijke evolutie en die kunnen zeer goed het onvolwassen en het volwassen stadium genoemd worden. In de symboliek van de Poerana’s van de Hindoes worden deze twee karakters de jongere en de oudere broeder genoemd. Juist zoals er een kinderstadium is, waarin het kind alleen weet wat het hebben wil en alleen tevreden is als het dit krijgt, ongeacht de gevolgen, is er het stadium van die onvolwassenheid van de ziel waarin de mens alleen verlangt wat hij kan zien, horen, gewaar worden en aanraken. Wat daar buiten valt kan hem niet schelen, dát alleen verlangt hij en anders niet. Het volwassen stadium breekt aan als de mens het leven in meerdere of mindere mate heeft doorgemaakt, vreugde en smart, enthousiasme en teleurstelling heeft leren kennen en weet hoe wisselvallig het leven is, alleen dán heeft hij het stadium van de volwassenheid bereikt. Volwassen en onvolwassen hangen niet af van een zekere leeftijd en evenmin van een speciale opvoeding, nee, zij hangen af van het innerlijk leven. Als iemand het leven, zo diep als hij kon, gepeild heeft en de grenzen van het jeugdstadium voorbij is, dan komt hij in het stadium van de volwassenheid. In het Oosten bestaat een gewoonte, die tot een soort religieuze etiquette is geworden, namelijk om iemand niet uit zijn slaap te wekken maar hem door te laten slapen; dit niet te doen wordt als een ernstig vergrijp beschouwt. Met andere woorden: je moet de wereld behandelen naar haar geaardheid en niet tegen de natuur ingaan. Dring iemand van het jongere stadium niet tot het oudere. Alvorens te kunnen ontwaken moet hij eerst goed geslapen hebben. Nu wat betreft de vooruitgang, speciaal op het geestelijke pad. Wij onderscheiden hierbij twee verschillende karakters. Het ene is de mens die zegt ‘ik zou graag dit pad betreden maar waar brengt het mij?’ Vóór hij op reis gaat wil hij er alles van weten, en of zijn vrienden hem zullen vergezellen. Zo niet, dan is hij ook niet bereid om te gaan, want hij voelt zich niet zeker van de weg. Alléén wil hij niet gaan en hij wil weten waar en wanneer hij zal aankomen, en of het wel veilig is om juist die weg te nemen. Als hij op weg gaat, kijkt hij achterom en probeert ook voor zich uit te zien, terwijl hij zich afvraagt ‘zal ik het einddoel bereiken, is dit werkelijk de goede weg?’ Duizendmaal wordt hij door twijfel en vrees overvallen, hij kijkt achter zich, voor zich en om zich heen. Als anderen hem maar konden vertellen hoe ver hij al gekomen is. Hij heeft geen rust en wil weten hoe ver hij nog van het einddoel af is. Daarom is hij nog een kind, niet tegenstaande zijn verlangen om te reizen. Als speelgoed houden de aanwijzingen van de mystiek op het gebied van geestelijk onderzoek hem bezig, zodat hij op de kaart kan nagaan waar hij langs komt.


25

En nu wat betreft de voorwaarden voor het volwassen stadium. Over dit karakter zegt de Bijbel: ‘tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het koninkrijk Gods niet zien’. Als ik u moest vertellen wat de reis en haar doel inhouden, dan zou het ten eerste dit zijn, dat de hele schepping voor deze reis bedoeld is en als het niet om dit doel ging zou er in het geheel geen schepping zijn. Voordat iemand deze reis onderneemt, bereidt hij zich op de een of andere manier spelenderwijze voor, maar hij is dan in werkelijkheid nog niet vertrokken. Zo verlangt iemand bijvoorbeeld om rijk te worden en besteedt daaraan al zijn tijd, zijn energie, zijn leven en gedachten en zo reist hij, bij wijze van spreken, naar het doel. Als hij macht begeert, stuurt hij daarop aan en verkrijgt het. Als hij naar een positie verlangt, spant hij al zijn krachten daartoe in, maar toch blijft het maar spel. Het bewijs hiervan is dat alles wat hij nastreeft ter bereiking van zijn verlangen, hem weer naar iets anders doet verlangen. Als hij rijk is, verlangt hij beroemd te zijn en als hij beroemd is, verlangt hij weer iets anders. Als hij het ene heeft, begeert hij het andere en nooit is hij tevreden. Dit bewijst dat de mens, hoewel uiterlijk druk bezig met het najagen van de dingen van de wereld, niet voldaan is in zijn ziel. Hij blijft voortdurend hunkeren naar iets wat meer is, en daardoor heeft hij geen rust. Rumi, de grote Perzische soefi-meester, geeft ons hiervan in de Masnavi een zeer goede verklaring. Daarin zegt hij: ‘wat is het in de rietfluit dat tot uw ziel spreekt, u ontroert en uw hart doorboort?’ En het antwoord luidt: ‘het is de wee-klacht van de fluit, zij klaagt omdat zij eens deel was van een plant waarvan zij werd losgesneden; haar hart werd met gaten doorboord en zij verlangt er naar om met haar bron, haar oorsprong, herenigd te worden’. En zo voelt ook de ziel een verlangen naar haar oorsprong. Op een andere plaats zegt Rumi: ‘zo vergaat het een ieder, die zijn land van herkomst voor lange tijd verlaten heeft; hij mag dan rondzwerven en zeer ingenomen zijn met al wat hij ziet, maar er komt een ogenblik dat er een sterk verlangen in zijn hart opkomt naar zijn geboorteplaats’. Men ziet dat zij, die werkelijk geleden hebben en teleurgesteld werden en gebroken van hart zijn, liever niet met anderen over hun ervaringen spreken. Zij verlangen niet naar gezelschap, maar wensen alleen te zijn. En dan is het alsof iemand met open armen heeft staan wachten om die ziel op te vangen, zoals een kind door zijn moeder wordt opgevangen. Dit toont ons dat er ergens een trooster bestaat, groter dan enige ter wereld, een vriend, dierbaarder dan welke vriend ook, een beschermer machtiger dan enig aardse beschermer. Wetend dat men zich niet op de wereld kan verlaten, zoekt hij die machtige in zichzelf. Een vriend, die een vriend is in leven en dood, in vreugde en smart, in rijkdom en armoede, op wie men zich ten alle tijden kan verlaten, die immer ten goede leidt, de beste raad geeft, die vriend is verborgen in uw eigen hart. Ge kunt geen betere vinden. Wie is die vriend? Het is het eigen wezen van de mens, zijn ware innerlijk wezen. Die vriend is de oorsprong, de bron en het doel van alles. Maar de vraag rijst: ‘als die vriend ons eigen wezen is, waarom


26

noemen wij het dan een vriend, waarom niet ons-zelf?’ Het antwoord is, dat in deze vriend waarlijk ons eigen wezen te vinden is, maar als wij het grotere Zelf gaan vergelijken met onze momentele realisatie, dan voelen wij onszelf kleiner dan een druppel van de oceaan. De mens kan die vriend niet goed zichzelf noemen, vóór hij zichzelf vergeten heeft, vóór hij niet meer zichzelf is. Totdat en tenzij men die trap van volmaaktheid heeft bereikt, kan men beter zwijgen dan zich op iets laten voorstaan wat men nog niet is. Alle occulte scholen, over de gehele wereld, schrijven als eerste les zwijgzaamheid voor, geen discussie, dispuut of argumentatie. Voor wie dit pad gaan, gelden heel andere voorwaarden dan voor de uiterlijke wereld. De ware kenners van het leven hielden over dit onderwerp hun lippen gesloten. Geen ontwikkelingsmethode heeft ooit dát gevolg en dát profijt gegeven als de methode van de profeten van alle landen, die de mensen de eerste les in liefde voor God gaven. Het lijdt geen twijfel of de godsdienstige autoriteiten van verschillende tijden hebben de mensheid in onwetendheid gehouden omtrent de kennis van God en haar slechts het geloof in God gegeven. Gebrek aan kennis deed de verstandelijke mens in opstand komen tegen wat hij niet kon begrijpen. Er bleef geen verbindende schakel tussen beide dingen bestaan en hierdoor kreeg het materialisme in de wereld de overhand en dat breidt zich nog steeds verder uit. In dergelijke materialistische tijden ontstaat er een chaos in de wereld, alles is verwarring en onrust. Allen wensen goed te doen maar weten niet hoe. Dergelijke tijden, waarin de geest zoek geraakt is en alleen de vorm nog bestaat, heeft Shri Krishna ‘het verval van dharma’ genoemd. Wél komt er bijtijds een waarschuwing als een intuïtie tot de ziel, maar de bedwelming van het leven, de mist van het leven, is zó zwaar dat de Boodschap niet gehoord, niet begrepen, niet aangenomen wordt, tot de Boodschapper verdwenen is. Om nu op de reis terug te komen: op welke manier, volgens welke methode komt zij tot stand? Wij zien dat wanneer iemand uitrijst boven alle wereldse dingen zoals macht, rijkdom, bezit en boven alles wat hem trots en ijdel doet zijn, er een verlangen in zijn hart opkomt, een herinnering van zijn oorsprong in volmaakte liefde en vrede. Niemand in de wereld kan doen alsof hij dit stadium bereikt heeft, want ieder ogenblik van zijn leven spreekt luider van wat hij is, dan van wat hij zegt. Ten eerste neigt hij tot een liefdevolle, welwillende houding tegenover de mensheid, zelfs in die mate dat al zijn doen en laten door vergevingsgezindheid wordt beheerst. Hij toont geduld bij al wat hij doet, is verdraagzaam en houdt er rekening mee dat iedereen zijn eigen trap van ontwikkeling heeft. Hij verwacht niet dat iemand beter handelt dan waartoe zijn evolutie hem in staat stelt. Hij schrijft niemand de wet voor en stelt zich niet buiten de voor iedereen geldende wet. Als iemand een liefdevolle houding heeft, en tot dienen, vergeven en verdragen bereid is, eerbied heeft voor allen (goed of slecht, jong of oud) dan is hij aan het begin van zijn reis.


27

Om te verduidelijken wat voor een weg dat is, bestaat er geen beter symbool dan dat van de kruisweg. Niemand kan zonder moed, zonder wilskracht en zonder geduld deze weg gaan. Wanneer iemand te leven heeft tussen mensen van allerlei karakter, moet hij zijn eigen karakter zo zacht als een roos maken en het zo verfijnen dat niemand zich aan de doornen kan verwonden. Twee doornen kunnen elkaar niet bezeren. De doornen kunnen de roos bezeren, maar de roos kan de doorns niet openrijten. Denk eens wat het leven van een roos tussen twee doorns moet zijn. De reis begint met een pad van doornen en men moet barrevoets gaan. Het is niet gemakkelijk verdraagzaam te zijn, steeds geduldig te blijven, zich te onthouden van een oordeel over anderen en zijn vijand lief te hebben. Het is een gestorvene die dit pad gaat, één die de gifbeker gedronken heeft. Het begin van elk pad is altijd moeilijk en oninteressant, het is zwaar voor iedereen. Vraag een violist naar de eerste dagen van toonladders oefenen als hij de noten nog niet kan vinden. Dikwijls heeft hij geen geduld genoeg om er mee door te gaan, totdat hij zó goed leert spelen dat hij er tevreden over is. Het eerste deel van deze weg is voortdurend inspanning, een strijd met het leven, maar naarmate men het einddoel nadert, wordt het gemakkelijker, de afstand schijnt groter te worden, maar de weg wordt gemakkelijker en de moeilijkheden verminderen. De reis voltrekt zich door zich in de eerste plaats bewust te worden van: wat ben ik, ben ik een lichaam of denkvermogen, of wat ben ik anders? ben ik van aardse afkomst, of van welke afkomst dan? Zodra iemand de reis heeft aangevangen staat zijn lagere natuur tegen hem op, al zijn dwaasheden en zwakheden trachten hem naar de aarde neer te halen en de strijd, om deze ketenen te verbreken vereist de kracht van een Simson. Daarna komt de tweestrijd tussen materiële en spirituele schoonheid. Schoonheid van vorm heeft meer realiteit, terwijl spirituele schoonheid in de mist verborgen is, totdat wij in het stadium komen waarin spirituele schoonheid die schoonheid wordt, die een stralend licht is. Weer een andere strijd ontstaat als iemand kennis, macht en magnetisme verworven heeft en er zich van bewust is meer te weten, over meer macht te beschikken en meer te kunnen doen dan anderen. Deze verworvenheden op de juiste wijze te gebruiken brengt strijd met zich mee. Hij moet zich niet laten voorstaan op wat hij bereikt heeft. Er is een vijand die de reis van het begin af met hem meemaakt en hem nooit verlaat: dat is trots en eigenwaan. Die vergezelt hem gedurende de gehele weg. Denk eens aan de verleiding als men inspiratie en macht heeft opgedaan en men er zich van bewust is meer te kunnen, meer te weten, meer te begrijpen dan anderen, dat is een voortdurende strijd tot het laatste toe. En ieder ogenblik struikelt men en rolt men naar beneden. Alleen een standvastig reiziger zal het volhouden telkens weer op te staan, want door gebrek aan geduld zou hij de weg kunnen kwijt raken. Zij, die deze weg gaan, zullen geholpen worden, zoals Christus zei: ‘zoek eerst het Koninkrijk Gods en alle dingen zullen u toegeworpen worden’.


28

Het gaat om het einddoel en om de juiste houding daartegenover en niet om de dingen die je onderweg tegenkomt. De innerlijke cultus van de soefi school is bedoeld als leiding op dit pad. Niemand in de wereld kan een ander hierop met zich meenemen. Het enige is dat zij, die dit pad afgelegd hebben, een weinig raad kunnen geven aan wie het waarlijk wensen te bereizen.


29

SG nr. 11 en 12

WEDEROPBOUW

Voornamelijk na oorlog en smart die de wereld ervaren heeft, beginnen mensen na te denken over het onderwerp van wederopbouw. Maar ongetwijfeld beschouwt ieder mens dit overeenkomstig zijn eigen mentaliteit en op deze wijze verschillen de ideeën omtrent de wederopbouw zeer. Bij het beschouwen van de toestand van de wereld, in de eerste plaats wanneer men denkt aan de financiële toestand die zeer noodzakelijk is voor orde en vrede, is die zo verward en zo moeilijk geworden, dat het schijnt dat velen met hun intellect, met hun verstand en begrip hulpeloos zijn tegenover dit zeer moeilijke probleem. Zonder twijfel zijn er velen die ons zullen zeggen, dat er geen betere remedie is dan de oplossing van het financiële probleem. Maar tegelijkertijd schijnt het dat het financiële probleem dagelijks moeilijker wordt en naties, rassen en gemeenschappen tot een steeds grotere vernietiging voert. En voordat dit probleem opgelost is, is het geen wonder als heel veel nadeel wordt toegebracht aan veel naties. En hoewel de mens, bedwelmd door het opgaan in zijn eigen levensproblemen, niet genoeg nadenkt over deze dingen, zal de wereld zich uiteindelijk toch in het algemeen de zwakheid en slapheid realiseren, die veroorzaakt wordt door de ongeordendheid en de onevenwichtige toestand van het financiële probleem van de wereld. Zolang naties en mensen voordeel trekken van het verlies van andere naties en mensen, mogen zij voor het ogenblik denken dat zij bevoordeeld zijn, maar tenslotte zullen wij menselijke wezens ons allen realiseren, hetzij als individu of als groep, dat allen van elkaar afhankelijk zijn. Bijvoorbeeld, indien een deel van het lichaam lijdt door een ander deel, dan zal het tenslotte een onevenwichtige toestand blijken te zijn, een gebrek aan gezondheid in het fysieke lichaam. Wat betekent gezondheid? Gezondheid betekent dat alle organen van het lichaam in goede conditie zijn en zo betekent de gezondheid van de wereld, dat alle naties en alle mensen in een goede staat verkeren. De financiële kwestie laten we nu verder rusten en we komen tot het probleem van de opvoeding. Alle vooruitgang ten spijt die al gemaakt is in de opvoedkundige wereld, geen nadenkend mens zal ophouden over het kleine kind na te denken: wat is zijn leeftijd, wat is zijn kracht en welk werk wordt hem opgedragen om te volbrengen. Het schijnt dat in het enthousiasme de opvoeding steeds beter en beter te maken, een soort druk gelegd is op het denkvermogen van de kinderen. En wat gebeurt er dan? Het is als met een gerecht dat bestemd was om klaar te zijn na een half uur koken, maar dat in vijf minuten is klaar gemaakt. Misschien is het niet gaar, en vereiste het een langere tijd. Het kind weet veel te veel voor zijn leeftijd, wat het niet nodig heeft, wat het niet waardeert, wat het tot last is, en wat zijn denkvermogen wordt opgedrongen.


30

Hoe weinigen van ons staan er bij stil om na te denken over dit vraagstuk, dat kind-zijn een koningschap op zichzelf is. De groei van het kind is een gave van boven. Gedurende de tijd van groei is het kind onbewust van alle ellende, zorgen en lasten van het leven. Dit zijn de enige dagen om het koningschap van het leven te ervaren, dagen om te spelen, om dicht bij de natuur te zijn. Het kind moet leren begrijpen wat de natuur hem geleidelijk leert. Denk u dan in dat het kind-zijn gewijd wordt aan studie van materiële kennis. En zodra het kind tot jeugd is uitgegroeid, wordt de last van het leven op zijn schouders gelegd. De last van het leven, die iedere dag zwaarder en zwaarder wordt, voor rijken en voor armen. En het gevolg hiervan is, dat er partijen zijn. Er is onenigheid tussen arbeid en kapitaal, het leven is vol strijd, waartoe het kind zijn ogen opent. En het heeft nooit tijd één te zijn met de natuur of diep in zichzelf te delven, of verder na te denken dan dit leven in de menigte. Nu laten we het probleem van de opvoeding verder rusten en komen we tot het probleem van de naties. De vijandigheid, de haat en het vooroordeel, die bestaan tussen naties onderling, het antagonisme en het volslagen egoïsme die ten grondslag liggen aan alle verkeer en verbondenheid tussen de naties, tonen dat de wereld van kwaad tot erger gaat en onrust schijnt overheersend te zijn. Er lijkt geen vertrouwen te zijn tussen de naties, geen sympathie, er is alleen het eigen belang. En wat is hiervan de uitkomst? Het valt als een reflectie, als een schaduw, op de individuen en brengt hen eveneens tot egoïsme en zelfzuchtigheid. Het enige in de wereld dat bedoeld was als toevlucht, was godsdienst. Maar in de tegenwoordige tijd, met het toenemen van steeds groeiend materialisme en overheersend commercialisme, schijnt godsdienst te verflauwen. Een stille onverschilligheid tegenover godsdienst schijnt toe te nemen, vooral in de landen die vandaag de dag vooraan staan in beschaving. En dan rijst de vraag: ‘waar zou de mens de oplossing van het hedendaagse vraagstuk kunnen vinden?’ Als we de kwestie van een filosofisch gezichtspunt beschouwen vragen we ons af: ‘wat is bouw en wat is wederopbouw?’ Een schepping is dat wat reeds gemaakt is. Een kind dat geboren is, is een schepping. En na verstoring in de gezondheid van lichaam of denkvermogen komt er behoefte aan wederopbouw. In de Engelse taal is er de uitdrukking: ‘to pull oneself together’, ‘zijn krachten verzamelen’. De wederopbouw van de wereld betekent, dat de wereld haar krachten moet verzamelen. Opvoeding, politieke, sociale en financiële toestanden, religie, al deze dingen, die de beschaving uitmaken, schijnen uiteen gevallen te zijn. En, opdat deze dingen weer samen komen, moet een levensgeheim bestudeerd worden. Wat is het geheim van genezende kracht? Het geheim is zichzelf sterk genoeg te maken, dus ‘zijn krachten verzamelen’. En dat is het geheim van het leven van de mysticus. De wereld heeft haar gezondheid verloren en wanneer men zich een beeld van de wereld maakt als dat van een individu, dan ziet men wat het is zijn gezondheid te verliezen. Het is net als ziekte in het leven van een mens. En zoals er voor iedere ziekte een geneesmiddel is, zo is er voor iedere ramp een herstel.


31

Maar nu houden de mensen er verschillende ideeën op na. Er is de pessimist, die zegt: als de wereld in deze toestand van vernietiging geraakt is, wie kan dat helpen en hoe kan het verholpen worden? Dat is als een ziek mens die zegt: ‘ik ben zo ziek geweest, ik heb zoveel geleden, het kan me niet schelen, hoe kan ik nu hersteld zijn, is het niet te laat’. Op deze wijze houdt hij zijn ziekte vast, hij behoudt ze, koestert ze, ofschoon het hem niet aangenaam is. En dan is er de nieuwsgierige mens die zeer onthutst raakt door de krant te lezen, die ziet dat deze geldkoers gestegen is en die koers gedaald, en dat er mogelijk weer een oorlog zal zijn, en hij zal zijn vrienden daardoor opwinden. Dan is er weer een ander mens, die zegt: ‘er moeten comités worden gevormd, er moeten verenigingen zijn, er moeten bonden en congressen bijeengeroepen worden, wij moeten iets definitiefs doen’. En op deze wijze zijn er veel verenigingen gesticht en congressen gevormd, die besprekingen houden. En hoe meer vergaderingen, hoe meer besprekingen. Er schijnt geen eind te komen aan de besprekingen en de discusssies om uitwegen en middelen te vinden de toestand te verbeteren. Hiermede is niet bedoeld, dat enige poging in welke vorm dan ook gedaan, in de richting van wederopbouw of verbetering van de toestanden, niet de moeite waard is, hoe gering ook. Maar wat voor ons het meest nodig is, is het begrijpen dat ‘de godsdienst der godsdiensten’ en ‘de wijsbegeerte der wijsbegeerten’, zelfkennis is. Wij zullen het leven buiten ons niet begrijpen, wanneer we ons zelf niet begrijpen. Het is kennis van het zelf, dat kennis van de wereld geeft. De politicus, de staatsman, hoe bekwaam ook, zal jaren en jaren over dingen redetwisten. Hij zal nooit tot een bevredigende conclusie komen, tenzij hij de psychologie van het leven en de psychologie van de situatie begrijpt. En zo zal de opvoedkundige een proef nemen met een nieuw plan, maar hij zal nooit tot een bevredigende conclusie komen, tenzij hij de psychologische kennis van het leven heeft, die hem de psychologie van de menselijke natuur zal leren en de wijze hoe het vraagstuk op te lossen. Wat heden ten dage psychologie genoemd wordt, is niet wat bedoeld wordt. Met het woord psychologie is niet bedoeld wat men psycho-analyse noemt. Wat psychologie genoemd wordt is het begrijpen van het zelf en het begrijpen van het wezen en de aard van het denkvermogen en lichaam. Wat is gezondheid? Gezondheid is geordendheid. En wat is geordendheid? Geordendheid is muziek. Waar harmonie, ritme, regelmatigheid en samenwerking zijn, daar is harmonie, daar is sympathie. Gezondheid van het denkvermogen en gezondheid van het lichaam zijn daarom afhankelijk van het bewaren van die harmonie en het ongerept houden van die sympathie, die in denkvermogen en lichaam werken. En onthoud dat het leven in de wereld en voornamelijk zoals we het te midden van de menigte leven, ons geduld ieder ogenblik van de dag op de proef zal stellen en het zal zeer moeilijk zijn die harmonie en vrede te bewaren, die alle geluk uitmaken.


32

Want wat is dan de definitie van het leven? Leven betekent worstelen met vrienden en strijden met vijanden. Het is de gehele tijd geven en nemen en het is zeer moeilijk hierin de sympathie en harmonie te bewaren, die gezondheid en geluk uitmaken. Waar kunnen we dat leren? Alle opvoeding, geleerdheid en kennis zijn te verwerven, maar deze ene kunst is een goddelijke kunst en de mens heeft haar geĂŤrfd. Maar opgaande in de uiterlijke geleerdheid, heeft hij haar vergeten. Toch is zij een kunst bekend aan zijn ziel, toch is zij zijn eigen wezen, de diepste kennis die hij heeft in zijn hart. Geen vooruitgang, in welke richting de mens zal gaan, zal hem die voldoening geven waarnaar zijn ziel hunkert, behalve die ene die de levenskunst is, de kunst van het zijn, het streven van zijn ziel. Teneinde de wederopbouw van de wereld te dienen, is het enige mogelijke en nodige, de kunst van het zijn te leren, de levenskunst voor ons zelf, en zelf een voorbeeld te zijn voordat we trachten de mensheid te dienen. Wat is de Soefi Beweging? Wat is soefisme? Het is die kunst, waar juist over gesproken is, die kunst, waardoor de muziek en de symfonie van het leven bewaard kunnen worden. En hierdoor kan de mens zich bekwaam maken, de ware dienaar van God en de mensheid te worden.


33

SG nr.13 en 14

BROEDERSCHAP

Het begin van de geest van broederschap kan men ontwaren in de vlucht van vogels in de lucht, in kudden dieren in het woud en in zwermen kleine insecten die allen tezamen leven en bewegen. Ongetwijfeld is deze neiging tot broederschap uitgesproken in de mens aanwezig, want niet alleen heeft hij het vermogen om zich hiervan bewust te zijn, maar ook om te beantwoorden aan het doel dat in deze natuurlijke aanleg verborgen ligt. Achter alle verscheidenheid van wat goed of kwaad, juist of onjuist, zonde of deugd genoemd wordt, ligt een en hetzelfde geheim en dit is: dat al wat naar geluk leidt, juist, goed, en deugdzaam is en al wat tot het tegenovergestelde leidt verkeerd en slecht is. En als er enige zonde bestaat, is het dit wat zonde genoemd kan worden. Wat het begrip voor broederschap betreft, is dit niet iets dat de mens geleerd of verworven heeft, het is iets dat hem aangeboren is en in zoverre deze aanleg in iemand tot ontwikkeling is gekomen, toont hij de ontplooiing van zijn ziel. Als we de godsdiensten beschouwen die aan de wereld zijn gebracht, wat lezen we dan bijvoorbeeld als we de woorden van Jezus in de Bijbel opslaan? ‘Heb uw medemens lief, heb uw naaste lief’. Indien de Meester enige moraal geleerd en voortdurend herhaald heeft, dan was het deze moraal, de moraal van broederschap. Als men de verschillende bestaande godsdiensten, die misschien miljoenen en miljoenen aanhangers hebben, bestudeert, wat is dan hun hoofdthema? Het is een en hetzelfde: broederschap, hebt elkander lief, dient elkander, wees oprecht jegens elkander. Maar evenals het in iemands vermogen ligt om van een vriend te houden, ligt het ook in hem om zijn buurman te haten. De neiging die tot broederschap en liefde leidt, schenkt hem zelf voldoening en de ander geluk. De neiging tot haat, maakt hemzelf onvoldaan en de ander ongelukkig. Broederschap schept dan ook geluk en het tegenover gestelde brengt leed met zich mee. Als we de geschriften van de grote godsdiensten lezen, ofwel de Bijbel, de Kabala, de Koran, de Githa, of de Boeddhistische geschriften, dan is dat de vorm die het beste paste bij het volk aan wie die godsdienst gebracht werd. Het is steeds dezelfde moraal, dezelfde symfonie, dezelfde muziek die zij te horen kregen. Hielden de grote leraren zich speciaal bezig met het geven van mystieke of occulte leringen of met het bespreken van filosofische problemen? In het geheel niet, ofschoon zij mystici waren en kennis hadden van filosofie en occultisme. Maar dat was niet het voornaamste dat zij kwamen brengen. Als zij ooit iets gedaan of gebracht hebben aan de wereld, dan was het die eenvoudige filosofie die voor niemand ooit nieuw is. Zelfs een kind weet het: heb elkander lief, wees vriendelijk, wees oprecht en dien elkaar.


34

Men zou kunnen vragen: ‘als het zoiets eenvoudigs is dat zelfs een kind het weet, waarom was het dan nodig dat grote zielen, goddelijke zielen, het moesten komen onderwijzen?’ Het is heel eenvoudig en toch heel moeilijk om er naar te leven en de mens neemt niets aan van iemand die er zelf niet naar leeft. En al mocht hij het aannemen, dan zal hij er zich niet lang aan houden. Daarom kwamen de leraren met de liefde van omhoog tot de wereld en leefden naar die eenvoudige moraal, die simpele filosofie van broederschap. Een Mongoolse keizer van Hindustan, Ghasnavi genaamd, die een groot dichter was, schreef: “Geboren in een paleis en tot heersen bestemd, vanaf de eerste dag dat ik op aarde kwam, zag ik niets anders dan duizenden en duizenden mensen voor mij buigen. Maar de dag in mijn leven dat ik mijn eerste les in liefde ontving, boog ik mijn trotse hoofd voor iedere slaaf die klaarstond om mij te bedienen. Toen voelde ik, dat ik de slaaf was van allen die mij als dienaren omringden.” Wat wil dit zeggen? Het wil zeggen dat koudheid van hart iemands gevoel verhardt en hem de ogen doet sluiten voor het licht dat ons het pad van broederschap wijst. Wij staan in deze wereld tot velen in enige relatie, met velen zijn wij verbonden, zowel door bloedverwantschap als door de wet. Maar de grootste verbondenheid is die van vrienschap. Maar wat is de culminatie van vriendschap? De culminatie van vriendschap wordt broederschap genoemd. Broederschap betekent volmaakte vriendschap. De vraag rijst hoe het principe van broederschap in de praktijk zou kunnen worden gebracht, hoe dit uitgevoerd zou kunnen worden. Het is uiterst moeilijk dit principe aan iemand te leren. De beste manier om het te onderrichten is door er zelf naar te leven. De ouders, de vader of de moeder, die naast vaderlijke liefde en moederlijke tederheid hun kinderen die broederschap tonen, het gevoel van broeder-met-broeders te zijn, kunnen zichzelf op deze manier het beste aan hun kinderen tonen. En op deze wijze zijn kinderen in staat het beste van zichzelf aan hun ouders te laten zien. Een vader kan nog zo vriendelijk zijn, een moeder nog zo liefdevol, maar zo lang hij of zij de houding van vader of moeder vasthoudt, als iets dat verschilt van de kinderen, zullen de kinderen opgroeien en van hen houden, maar zullen ze hen nooit als vrienden beschouwen. Zij zullen elders naar vrienden zoeken, omdat er geen broederschap is. Als we ons dan op de leraar richten, wordt die leraar wellicht door zijn leerlingen gerespecteerd en draagt hij wellicht een grote waardigheid uit ten overstaan van zijn leerlingen. Maar er kan niet de communicatie van inspiratie van liefde, sympathie en begrip ontstaan totdat hij die methode van broederschap samen met zijn leerlingen heeft beoefend. Toen de soldaten, miljoenen in getal, hun leven gaven voor de grote koningen en de generaals, deden ze dat niet voor de generaal, maar voor hun broeders. Geen enkele koning, generaal of commandant, wat zijn eer en positie ook moge zijn, is in staat geweest de harten te winnen van degenen die hem volgden, -nooit.


35

Als we van grote zielen, profeten, zieners, mystici, horen: op welke manier hebben zij hun leerlingen, hun discipelen behandeld? Iedereen kent het verhaal van Jezus Christus, dat hij de vissers uitnodigde om bij hem te komen zitten en met hem te praten. De Meester voelde zich nooit op zijn gemak als zij hem 'goed' noemden. Hij zei: 'noem mij niet goed'. Waar het om ging was: denk niet dat ik superieur aan jullie ben, ik ben één van jullie. Denk vervolgens aan het beeld van de Meester die de voeten van zijn discipelen wast. Wat leert dat ons? Dat alles leert ons broederschap. Geen enkel wonder, geen enkele grote macht, geen enkele grote inspiratie, occult of mystiek, kan het fenomeen van die bescheidenheid, van die broederlijkheid evenaren. Die broederschap waarmee de groten één met allen zijn geworden. Vrienden, denk eens aan de wereldoorlog waar de mensheid doorheen is gegaan en aan wat voor resultaat er is bereikt uit alle vooroordelen, onenigheid en gebrek aan harmonie tussen de naties en de volkeren. Het lijkt erop dat dit zelfs nu niet vermindert, de wereld lijkt van kwaad tot erger te gaan. Het lijden dat de mensheid op elke denkbare wijze is aangedaan, lijkt nog niet op te houden! Het leven in de wereld is ongetwijfeld zo bedwelmend dat de mens nauwelijks stopt om erover na te denken. Het leven zoals het nu is bergt zoveel verantwoordelijkheden in zich dat iedereen, rijk of arm, zo in beslag wordt genomen door zijn aangelegenheden dat hij nauwelijks tijd heeft te denken over wat er in de wereld gebeurt. Toch is ziekte ziekte, de wereld is ziek. Ja, iemand kan wellicht zijn ziekte verwaarlozen en zich in zijn mind wellicht met iets anders bezighouden, maar als er geen aandacht voor die ziekte is, blijft die precies hetzelfde. Als we naar de oorzaak van al deze rampspoed kijken, dan zijn we wellicht in staat om duizend oorzaken te vinden en toch is er maar één hoofdoorzaak en dat is: het gebrek aan broederschap. De afwezigheid van wat dan ook zou iemand kunnen verdragen, maar de wereld kan niet gelukkig zijn en de orde en de vrede van de mensheid kan niet in stand worden gehouden bij afwezigheid van broederschap. Een broederschap die geleerd kan worden en waartoe iedere persoon de mogelijkheid bezit om die in zijn leven te leren. Bedenk eens hoe gezegend die meester is die vriendelijk is en van zijn bediende houdt en die zijn bediende als zijn broeder beschouwt. Bedenk eens hoe gelukkig en hoe gezegend dat gezin zal zijn dat met twee, drie, vier of vijf gezinsleden, wat hun relatie ook moge zijn, het idee van broederschap uitvoert door met elkaar pijn en plezier te delen! Bedenk eens hoe gezegend een natie is, wat voor regering en welke constitutie die ook moge hebben, als deze geest van broederschap tussen de mensen van verschillende rangen, verschillende standen of beroepen zou bestaan! Waar komt onrechtvaardigheid vandaan, waar komt oneerlijkheid vandaan? Dat komt allemaal voort uit het gebrek aan broederschap. Denk eens aan de situatie van vandaag, de gerechtshoven die vol processen zijn, de gevangenissen die vol gevangenen zitten! Hoe veel meningsverschillen bestaan er niet tussen mensen, hoeveel gebrek aan harmonie bestaat er niet tussen naties. Dat alles wordt veroorzaakt door gebrek aan broederschap.


36

Wanneer we die vraag vanuit een nog dieper gezichtspunt bekijken, zullen we ontdekken dat de weg naar verlichting is gelegen in de geest van broederschap. Ook al leeft iemand wellicht volgens een verheven principe, bidt hij de hele dag, of mediteert hij in de grotten in de bergen, hij is van geen nut voor zichzelf of voor anderen als hij niet de geest van broederschap vertoont. Want broederschap is de manier om spiritualiteit te ontwikkelen. Voor ware spirituele mensen is exclusiviteit en het wegrennen uit de wereld niet de manier. Maar wel om je verplichtingen na te komen en je aan je woord te houden en het als je eer te beschouwen om oprecht te zijn in wat voor bescheiden positie je ook werkt. Om betrouwbaar te zijn voor vrienden en waarachtig ten opzichte van iedereen. Dit zijn de verdiensten die zich vanzelf ontwikkelen wanneer de geest van broederschap zich volledig in de mens heeft ontwikkeld. Wanneer we nu bij het metafysische gezichtspunt aankomen, zien we dat element element aantrekt. Twee stromen water bijvoorbeeld zullen tot elkaar aangetrokken worden. Er zal een tijd komen waarop zij zich zullen samenvoegen en er zullen door beide stromen pogingen worden gedaan om samen te komen. Vuur dat aan twee uiteinden van een lijn is begonnen zal aan beide kanten aangetrokken worden door de vlam die van het tegenovergestelde uiteinde komt, de vlammen zullen elkaar ontmoeten en één worden. Zo wordt een kunstenaar aangetrokken tot een kunstenaar, een denker tot een denker, een wetenschapper tot een wetenschapper en een man van de daad tot een man van de daad. Het is niet zo dat ze tot elkaar worden aangetrokken omdat er zich hetzelfde element in hen bevindt. Nee, het komt omdat er een genoegen, een geluk is om door hetzelfde element te worden aangetrokken. Denk eens aan de vreugde wanneer twee mensen met dezelfde manier van denken elkaar ontmoeten. Het is meer dan een vreugde, meer dan een voldoening, het is dat geluk wat in de hemel wordt beloofd. Achter deze wereld van verschillende namen en vormen bevindt zich één leven en bevindt zich één geest. Die geest die de ziel van alle wezens is, wordt aangetrokken in de richting van eenheid. De afwezigheid van die geest laat de ziel verdrietig blijven. Voor iemand die net iets onaangenaams heeft meegemaakt met zijn broer of zijn zus, is het als voedsel zonder smaak, een nacht zonder slaap, een hart zonder rust, de ziel verborgen onder wolken. Als iemand zou vragen: 'wat is er aan de hand, wat wordt er voor je gesloten?', kan hij een antwoord geven, als hij het zou weten, en dat antwoord is: 'de zonneschijn is bedekt door wolken'. Wat laat dit zien? Dit laat zien dat we niet per se op voedsel leven. Onze zielen leven op liefde, de liefde die we ontvangen, die we geven en nemen. De afwezigheid hiervan is ons verdriet en de aanwezigheid ervan is alles wat we nodig hebben. Er bestaat op de wereld geen grotere helende macht, geen grotere remedie, geen groter geluk dan het je bewust zijn van broederschap en het in staat zijn dat gevoel aan je kind, meester, buurman, buurvrouw, of vriend te schenken.


37

De bescheiden inspanningen die door de Soefi Beweging worden verricht in dienst van God en de mensheid zijn gericht op broederschap. De Soefi Beweging zal in de vorm van devotie, filosofie, mystiek, metafysica, kunst, wetenschap of in welke vorm dan ook, de wereld het ideaal voorhouden, waarvan het centrale thema altijd broederschap is.


38

SG nr. 15

GEZINSLEVEN EN HERVORMING

Er heeft in de wereld een grote ommekeer plaatsgevonden, die begon in de tijd van de Reformatie en die is ten tijde van de wereldoorlog tot een climax gekomen. Er lijkt een voortdurende onrust in elk aspect van het leven te bestaan. Op verschillende terreinen van het leven lijkt er een grote verwarring te heersen. Ondanks alle vooruitgang die er de laatste jaren is gemaakt lijkt de beschaving niet geslaagd te zijn. De moeilijkheid die er heeft bestaan is de afstelling van het nieuwe idee, het idee van democratie, op het fundament van aristocratie waarop ze werd gebaseerd. Het resultaat van hetzelfde probleem wordt nu na de oorlog meer dan ooit gevoeld. Er lijkt eerder verwarring en chaos te zijn dan dat er begrip is om het leven op de best mogelijke manier te leven. De reden is dat het karakter van aristocratie en democratie niet door iedereen vanuit het gezichtspunt van de mysticus wordt begrepen. En zolang het gebrek aan begrip van dit geheim standhoudt, zullen duizend democratieën of aristocratieën uiteindelijk altijd falen. Wanneer we de natuur bestuderen ontdekken we het levensmodel dat daar is gemaakt. Het is als een na te volgen ontwerp: de onderlinge afhankelijkheid van de sterren en planeten en hoe ze in de lucht worden ondersteund door hun onderling magnetisme, hoe het licht van de zon in de maan reflecteert en hoe het licht van de zon wordt weerkaatst door de verschillende planeten, en tegelijkertijd, hoe de verschillende planeten verschillen in hun licht en aard, en hoe elke planeet het schema van de natuur in het universum voltooit. Noem het aristocratie of democratie, er bestaat een levensmodel dat de natuur heeft geproduceerd. Het woord aristocratie klinkt, als het niet wordt begrepen, in de oren van sommigen vaak onplezierig. Maar de ware aristocratie is niet noodzakelijkerwijs het beeld van haar misbruik, haar degeneratie. En wat is democratie? Democratie is de voltooiing van aristocratie. Met andere woorden: democratie betekent volledige aristocratie. Maar wanneer aristocratie niet wordt begrepen en er naar democratie wordt gezocht, wordt democratie niet volledig begrepen, dan is zij niet compleet. De mens wordt in deze wereld geboren onwetend van het koninkrijk binnenin zichzelf en het is de ware aristocratie om het koninkrijk te verwerven dat zich binnenin hem bevindt. Aristocratie is het herkennen van dat koninkrijk in een ander, en ware democratie is het zien van de mogelijkheid van dat koninkrijk in zichzelf en het proberen dat ideaal in het leven te voltooien. Aristocratie betekent één koning, democratie betekent alle koningen. Maar wanneer iemand niet één koning kent, kent hij niet alle koningen. Wat ik hiermee bedoel is dat je moet begrijpen dat het doel van het leven er niet in ligt om tegen iemand in opstand te komen die verder gevorderd is dan jij en hem door deze opstand tot jouw niveau te ver1agen, dat is geen democratie. Democratie is de mogelijkheid zien om, net als de ander, vooruit te gaan. En de ware democratie is op die mogelijkheid te vertrouwen en te proberen tot hetzelfde niveau te komen.


39

Het probleem van vandaag de dag moet door alle lagen van de mensheid en door alle klassen van de mensheid worden bestudeerd. Het lijkt erop dat velen doordat ze helemaal in beslag zijn genomen door een comfortabeler leven hun aandeel in de verscheidene taken van het leven thuis en er buiten hebben verwaarloosd. Er zijn mensen van een bepaalde klasse, die zich niet bewust zijn van bepaalde taken die het leven thuis en in de wereld eist. De tijd komt en is al gekomen dat zij problemen krijgen, omdat zij ontdekken dat zij afhankelijk zijn van een bepaalde taak die zij in hun leven hebben verwaarloosd en dat ze altijd onwillig zijn geweest om bepaalde zaken te verrichten, die zij beneden hun waardigheid of opvatting vonden. Nu komt de tijd waarin de mensheid in verwarring wordt gebracht en wat er gebeurd is, dat de ene klasse het aflegt tegen de andere en dat de plaats van de ene klasse wordt overgenomen door de andere en dat er op deze manier niet meer comfort, maar chaos wordt gemanifesteerd. De manier om dit op te lossen zou zijn om enkele ideeën van vroeger na te bootsen. Mochten zij echter niet worden nagebootst dan zal het leven wellicht op een bepaalde manier ingericht worden, maar zal het gezinsleven een hotelleven worden en zal er niet die vreugde en dat plezier zijn om het gezinsleven te beleven. De moeilijkheden zullen binnen korte tijd een zodanige situatie voortbrengen dat er in elke wijk een of ander hotelarrangement zal zijn en dat op die manier de individualistische vooruitgang, cultuur en vreugde zullen worden belemmerd. De individuele keuze van de mens zal worden opgeofferd aan het mechanisme van het leven. De methode waarvan ik zei dat die gevolgd zou kunnen worden werd in vroeger tijden door de Hindoe's gebruikt. Iets van die methode bestaat zelfs nu nog. In de gemeenschap van Brahmanen is het zo, dat hoewel een Brahmaan zich in een hoge positie bevindt en erg rijk is, hij wel weet hoe hij zelf moet koken. De vrouwen in het huishouden, bijvoorbeeld in het huis van een premier, zorgen zelf voor de keuken. Er is niets in het huishouden waar zij een hekel aan hebben om te doen. Zij werden in vroeger tijden opgeleid om te naaien, te breien, te weven en te koken, om het huis schoon te houden, het huis te versieren en het te schilderen. Dit alles werd door iedereen gedaan. Iedereen die een huis bezat wist toen alles over de zorg voor het huis, onafhankelijk van degene die het huishouden bestierde. De volmaaktheid van het leven betekent niet alleen jezelf op spirituele wijze te vervolmaken maar ook jezelf in al de verscheidene aspecten van het leven te vervolmaken. Degene die niet in staat is om te zorgen voor alle behoeften van het leven weet absoluut niets van de ware vrijheid van het leven. Hoe meer we het probleem van vandaag de dag bestuderen, hoe meer we ons zullen realiseren dat de verdeling van werk, die tegenwoordig op zo duidelijke wijze gemaakt wordt, de mens hulpeloos heeft gemaakt. Het is vandaag de dag uiterst belangrijk dat er in de opvoeding de geest wordt geïntroduceerd dat je jezelf voorziet van alles wat je nodig hebt en dat je zelf alles regelt wat er in het dagelijkse leven nodig is. Het tegenwoordige mechanische leven is, ondanks de vooruitgang die het laat zien, toch geen volledige vooruitgang. Stel je iemand voor die in een fabriek van ‘s morgens vroeg tot ‘s


40

avonds laat alleen maar naalden maakt. Hij doet dit wellicht twintig jaar lang en wat weet hij van het leven? Alleen maar hoe je een naald maakt. De winst gaat wellicht naar de directeur van de fabriek. Maar welke winst gaat er naar deze man die wellicht zijn hele leven naalden heeft gemaakt? Het geheime ideaal van het leven en zijn vooruitgang is het onafhankelijk worden. De sleutel tot het geheim van democratie is onafhankelijkheid. Het is ongetwijfeld een veelomvattend onderwerp en het is moeilijk om het in al zijn aspecten met een paar woorden uit te leggen. Tegelijkertijd echter is spirituele volmaaktheid de tweede stap en degene die zich eerst onafbankelijk heeft gemaakt, heeft uiteindelijk recht op spirituele volmaaktheid.


41

SG nr.16 en 17

HET VOORRECHT MENS TE ZIJN

De mens wordt zo in beslag genomen door de vreugden en de verdrietigheden van het leven, dat er nauwelijks een moment overblijft om stil te staan bij de gedachte dat ‘menszijn’ een voorrecht is. Het leven in deze wereld bevat ongetwijfeld meer verdriet dan vreugde en wat als vreugde beleefd wordt heeft zo'n hoge prijs, dat als er een afweging plaats vindt met het verdriet dat dit weer oplevert, ook vreugde in verdriet verandert. De mens gaat zo op in zijn aardse bestaan dat hij overal in het leven verdriet en problemen ziet. Pas als hij zijn kijk op het leven wijzigt kan hij inzien waarom het menszijn een voorrecht is. Toch zal iemand, hoe ongelukkig hij ook in zijn leven is, op de vraag: ‘zou je liever een rots dan een mens willen zijn’ antwoorden dat hij liever een lijdend mens is dan een rots. Wat ook de levensomstandigheden van iemand mogen zijn, als hem zou worden gevraagd: 'zou je liever een boom zijn dan een mens?’, hij het menszijn verkiest. Al is het leven van de vogels en de dieren in het bos nog zo vrij van zorgen en moeilijkheden, toch zou de mens, als hem gevraagd werd of hij één van hen wil zijn en in het bos wil leven, hij vast en zeker liever een mens wil zijn. Als we het menselijke leven vergelijken met andere verschillende levensvormen, wordt de grootheid en het voorrecht van het eerste duidelijk, terwijl de mens zonder deze vergelijking ontevreden is en zijn ogen gesloten houdt voor het voorecht van het menszijn. Bovendien is de mens in het algemeen zelfzuchtig en uitsluitend geïnteresseerd in het eigen leven. Onwetendheid over de moeilijkheden in de levens van anderen, maakt dat de last van zijn eigen leven groter lijkt dan die van de ganse wereld. Als mensen die zich arm voelen zich eens zouden bedenken dat er anderen zijn die veel armer zijn dan zij, als zij ziek zijn dat er anderen zijn die vast meer lijden dan zij, dat er naast hun eigen zorgen vast mensen zijn met groter zorgen dan zij! Want zelfmedelijden is de grootste armoede. De mens wordt erdoor overmeesterd en is dan niet in staat iets anders te zien dan zijn eigen zorgen en verdriet en het schijnt hem toe dat hij de allerongelukkige mens van de wereld is. De grote Iraanse denker en dichter Sa'adi vertelt in zijn levensbeschrijving het volgende verhaal: “Op een dag had ik geen schoenen en moest ik blootsvoet door het hete zand lopen. Mijmerend over mijn ellendige toestand, kwam ik een verlamde man tegen en zag ik hoe moeizaam hij zich voortbewoog. Ik boog mij onmiddellijk neer en dankte de Hemel dat ik er zo veel beter aan toe was dan deze man, die geen gebruik van zijn voeten kon maken”. Dit geeft weer, dat niet de levensomstandigheden de mens gelukkig of ongelukkig maken, maar dat de oorzaak hiervoor gezocht moet worden in de levenshouding van de mens. Deze houding kan heel erg verschillen. Er zijn mensen die zelfs als zij in een paleis woonden diep ongelukkig zouden zijn en anderen die dolgelukkig zijn in een nederig onderkomen.


42

Het zijn verschillende zienswijzen. De een heeft alleen oog voor de eigen levensomstandigheden en de ander voor de levens van meer mensen. Maar ook de innerlijke opwellingen hebben invloed op alles wat het leven betreft. Als het innerlijk voortdurend onder invloed staat van ontevredenheid en onvoldaanheid en het leven hierdoor beheerst wordt, zal dit ook effect hebben op de levensomstandigheden. Zo zal bijvoorbeeld iemand die in de greep is van een ziekte, niet door een arts of medicijnen kunnen worden genezen. Iemand die in de greep is van armoede zal in het leven nooit verder komen. Iemand die ervan uitgaat dat iedereen tegen hem is, het hem moeilijk maakt en een slechte dunk van hem heeft, zal dit altijd zo blijven voelen, waar hij ook gaat. Er zijn veel mensen in de wereld, in zaken en beroepen, die voor zij naar hun werk gaan denken: ‘misschien zal ik niet slagen’. Op welk tijdstip de Meesters van de mensheid ook naar deze wereld kwamen, steeds weer was vertrouwen het eerste wat zij aan de mensheid leerden. Vertrouwen in succes, vertrouwen in liefde, vertrouwen in vriendelijkheid en vertrouwen in God. En dit vertrouwen kan alleen worden ontwikkeld als de mens vertrouwen in zichzelf heeft. Hoe essentieel is het niet dat mensen elkaar leren vertrouwen. Voor wie niemand vertrouwt is het leven hard. Wie aan iedereen twijfelt, wie iedereen die hij ontmoet wantrouwt, zal evenmin vertrouwen hebben in de mensen die hem het naast zijn, zijn naaste familieleden. En dit zal hem op den duur zo wantrouwig maken dat hij zelfs in zichzelf geen vertrouwen meer heeft. Het vertrouwen van iemand die wel een ander vertrouwt, maar niet zichzelf, is nutteloos. Hij die een ander vertrouwt omdat hij zichzelf vertrouwt, heeft het ware vertrouwen. En dit zelfvertrouwen helpt hem gelukkig te zijn, ongeacht de omstandigheden waarin hij zich bevindt. In de overleveringen van de Hindoes is de boom die wensen vervult een bekende metafoor. In India gaat een verhaal waarin een man die, na verhalen te hebben gehoord over het bestaan van deze boom, hiernaar op zoek gaat. Na door wouden en over bergen te zijn getrokken arriveert hij op een plek waar hij zich te ruste legt, zonder te beseffen dat hij onder de boom ligt die wensen vervult. Vlak voor hij in slaap valt en merkt hoe moe hij is, rijst de gedachte: ‘hoe heerlijk zou het zijn als ik nu een zacht bed zou hebben waarop ik kon uitrusten, in een prachtig huis, omringd door een hof met een fontein en met mensen die me konden bedienen’. Met deze gedachte in het hoofd valt hij in een diepe slaap. Als hij de volgende morgen bij het wakker worden de ogen opent, ziet hij dat hij in een zacht bed ligt, in een schitterend huis omringd door een hof met een fontein en dat er mensen zijn om hem te bedienen. Verwonderd vraagt hij zich af waar dit allemaal vandaan is gekomen, maar dan herinnert hij zich dat dit het was waar hij gisteravond, vlak voor hij in slaap viel, aan dacht. Hij zet zijn reis voort, maar het voorval blijft hem bezighouden, tot hij ineens beseft dat de boom waaronder hij zich te ruste had gelegd dezelfde boom moest zijn waarnaar hij op zoek was en dat het wonder van deze boom was uitgekomen.


43

Welnu, vrienden, de betekenis van deze legende is dat de mens zelf deze wensen vervullende boom is en dat de wortels van deze boom het hart van de mens zijn. Noch de bomen en planten met hun bloemen en vruchten, noch de dieren met hun kracht en vermogen, noch de vogels met hun vleugels hebben het vermogen hetzelfde ontwikkelingsstadium te bereiken als de mens en het is daarom dat hij mens genoemd wordt, mens wat in het Sanskriet ‘mind’ betekent. De bomen in het bos zijn in stille, rustige afwachting van deze zegen, deze vrijheid, deze bevrijding. De bergen, de gehele natuur, lijkt in afwachting van deze ontplooiing die aan de mens geschonken is. Daarom wordt in de overleveringen gezegd dat de mens naar Gods beeld geschapen Is. Je zou kunnen stellen dat het menselijke wezen het meest geschikte instrument is voor Gods werken. Maar vanuit mystiek oogpunt wordt ook wel gezegd dat de Schepper het hart gebruikt als zijn middel om de gehele schepping te ervaren. Dit toont aan dat geen wezen op aarde beter in staat is geluk, tevredenheid, vreugde en vrede te ervaren dan de mens. En het is jammer als de mens geen besef heeft van het voorrecht van het mens-zijn. Ieder ogenblik in het leven dat in deze staat van onbewustheid wordt doorgebracht is verspild en leidt naar zijn grootste ongeluk. Het grootste voorrecht in het leven van de mens is dat hij een bruikbaar instrument van God kan worden. Zolang hij dit niet inziet heeft hij het ware levensdoel niet bereikt. De gehele tragiek van de mens is zijn onwetendheid hierover. Vanaf het moment dat de mens dit verwezenlijkt, leeft hij het ware leven, het leven van harmonie tussen God en mens. Toen Jezus Christus zei: ‘zoek eerst het koninkrijk van God en alles zal u worden geschonken’, was dit een antwoord op de roep van de mensheid. De een riep: ‘ik bezit geen rijkdom’, een tweede: ‘ik vind geen rust’, een derde: ‘mijn levensomstandigheden zijn moeilijk’, een vierde: ‘mijn vrienden maken het me moeilijk’, een vijfde: ‘ik verlang aanzien en geld’. En het antwoord op dit alles is: ‘zoek eerst het koninkrijk van God, en al deze dingen zullen u worden geschonken’. Iemand zou kunnen vragen: ‘hoe moeten we dit vanuit praktisch en wetenschappelijk gezichtspunt verstaan?’ Het antwoord is: ‘tussen al het uiterlijke en jezelf is geen rechtstreekse verbinding en is daarom in veel gevallen onbereikbaar; daarom kan je soms wel bereiken wat je wenst, maar vaak zal het niet lukken; maar door het koninkrijk van God te zoeken, zoek je het middelpunt van alles wat innerlijk en uiterlijk is; alles in de hemel en op de aarde is rechtstreeks verbonden met het middelpunt en vandaar is alles op de aarde en in de hemel bereikbaar; maar alles wat bereikt wordt en niet vanuit het middelpunt komt, kan weer worden ontnomen’. In de Koran staat geschreven: ‘God is het licht van de hemel en de aarde’. Behalve de wens om aardse zaken te verkrijgen, is er de innerlijke wens die onbewust op ieder ogenblik van het leven werkzaam is. Het gaat hier om de wens in aanraking te komen met de Oneindige.


44

Als een schilder schildert en een musicus musiceert of zingt en zij denken: ‘dit is mijn werk, mijn spel, mijn muziek, dan geeft dat misschien wel voldoening maar het is niet meer dan een waterdruppel in de oceaan. Als hij zijn schilderij of zijn muziek verbindt met het Godsbesef, als hij denkt: ‘het is uw schilderij, uw muziek, niet de mijne’, dan verbindt hij zichzelf met het middelpunt en wordt zijn leven Gods leven. In het leven is veel wat goed genoemd kan worden. Er is veel om tevreden over te zijn, veel wat bewonderd kan worden, als we de houding maar kunnen vinden. Het is dit wat de mens tevreden kan stemmen en zijn leven gelukkig kan maken. Bovendien is God de schilder van deze hele schitterende schepping en als je jezelf niet met de schilder verbonden voelt kan je zijn schildering niet bewonderen. Als we naar het huis van een vriend gaan die we graag mogen en bewonderen, dan doet iedere kleinigheid aangenaam aan, maar in het huis van een vijand vinden we alles onaangenaam. Zo kan door je toewijding, je liefde, je vriendschap voor God deze hele schepping als een bron van geluk voor je zijn. In het huis van een geliefde vriend smaakt een stuk brood, een glas melk, heerlijk, terwijl in het huis van iemand die we niet mogen lijden de beste schotels smakeloos zijn. En zodra we beginnen te beseffen dat de vele woningen in het huis van de Vader met elkaar samen deze wereld vormen met haar vele godsdiensten, rassen, volken, dan moeten de levensomstandigheden, eenvoudig en moeilijk als ze zijn, vroeger of later gelukkiger en beter worden. Omdat we dan voelen dat we in het huls zijn van Degene die wij liefhebben, die wij bewonderen en van wie wij alles wat tot ons komt in liefde en dankbaarheid aannemen, omdat het van die Ene komt die we liefhebben. Vrienden, laten wij ons een moment indenken in de toestand waarin de wereld op dit moment verkeert, hoe de volken, de gemeenschappen, de kerken, de godsdiensten, de hele mensheid verdeeld raakt, terwijl we allemaal kinderen van één Vader zijn, één Vader die allen zonder onderscheid liefheeft. De mens, met zijn aanspraak op beschaving, op vooruitgang, lijkt te zijn vervallen in de grootste dwaling. Eeuwenlang heeft de wereld niet in zo'n staat verkeerd als nu, het ene volk dat haat koestert tegen het andere, en de ander met verachting beziet. Hoe moeten we dit noemen? Vooruitgang, of stilstand, of erger? Wordt het niet de hoogste tijd dat nadenkende zielen wakker worden, de ogen openen en met inzet van zichzelf alles in het werk te stellen om waar mogelijk de levensomstandigheden in deze wereld te verbeteren en, waar iedereen alleen bezig is met de eigen belangen, te denken aan de belangen van allen? De Soefi Boodschap brengt de wereld de boodschap van eenheid, van vereniging in het Vaderschap van God boven alle verschil en onderscheid.


45

Het hoofddoel van de Soefibeweging is totstandbrenging van een onderlinge verstandhouding tussen verschillende volken en rassen, en de aanhangers van verschillende godsdiensten verenigen in één enkel begrip, het begrip van de Waarheid. Is het niet de boodschap van Christus, de boodschap met de tijding van Gods liefde en eenheid van de mensheid in Gods liefde? Er kunnen niet twee religies zijn, er is altijd slechts één religie geweest. Dus er kan ook geen nieuwe religie zijn, want er is er altijd maar één. Zoals Salomo heeft gezegd: ‘er is niets nieuws onder de zon’. Waar de boodschap van liefde en wijsheid gebracht wordt is er geen sprake van een nieuwe religie, maar van herleving van die religie die de mens de verwezenlijking van de waarheid brengt, van de religie die hij volgt. De Soefi Boodschap brengt dan ook geen nieuwe religie, zij brengt dat leven en dat licht dat noodzakelijk is om die religie, die altijd bestaan heeft, te doen herleven. Er zijn nu al vele mensen in de Verenigde Staten en Europa die belangstelling tonen voor de doelstellingen van de Soefi Boodschap. Hun gedachte is de diepere levensvragen te bestuderen en persoonlijke leiding te ontvangen van de Meester op het gebied van stilte en meditatie, en te leren het leven op een juiste wijze te beschouwen en aan God te denken. Iedereen is welkom, onafhankelijk van geloofsovertuiging en godsdienst, want er heerst een kracht die de eigen religie begrijpelijker maakt, zonder de bedoeling iemand ertoe te bewegen zijn religie te verlaten.


46

SG nr. 18 en 19

SHAIKH MUSLIH-ud-din-SAADI

(1184-1291)

De grote dichter Saádi was een soefi en het kan van alle Perzische dichters worden gezegd: hun levensbeschouwing blijkt die van het soefisme te zijn. Dit geldt trouwens niet alleen voor de dichters van Perzië, maar ook voor die van India. De werken van Saádi werden in het oosten ongecompliceerd en moralistisch gevonden, maar men kende er tevens een verheven karakter aan toe. In India wordt zijn “Karima” reeds met kinderen van negen en tien jaar gelezen. Het is niet alleen maar een legende of een aardig verhaal, het is als een zaadkorrel gelegd in het hart van het kind om te zijner tijd tot bloei te komen en vrucht te dragen in de vorm van goede gedachten en schone verbeeldingen. Karima is een gedicht van dankzegging. De eerste les leert dankbaar te zijn en dankbaarheid en waardering tot uitdrukking te brengen. Dit doet zij door bij alle dankbaarheid en waardering voor alles wat men hier op aarde ontvangt, voor de liefde en goedheid van moeder en vader, van vriend en metgezel, allereerst dankbaar te zijn jegens God voor al de zegeningen en weldaden. Karima vangt aan met de woorden: “Allergenadigste God wil mij vergeven, want ik ben een beperkt wezen en in dit leven van beperking ben ik voortdurend aan dwaling blootgesteld”. De eerste les wijst erop dat de mens zich deze beperktheid bewust dient te zijn en te bedenken, dat hij daardoor aan dwaling is bloot gesteld. Tegelijkertijd wijst hij op het diepe verlangen van iedere ziel, boven deze beperking uit te rijzen, om dwaling te vermijden, om de liefde van God te zoeken en Gods vergeving te vragen. En om alle hem in dit leven toebedeelde zegeningen te waarderen om zodoende uiteindelijk een ideale graad van menselijkheid te bereiken. En juist dit laatste schijnt in het leven van tegenwoordig te ontbreken. Als kinderen opgroeien zonder deze neiging tot waarderen, zullen zij dikwijls geen begrip hebben van hetgeen hun ouders voor hen hebben gedaan en voor hetgeen zij aan hun goede vrienden, aan oudere mensen, aan hun leermeester verschuldigd zijn. En als zij opgroeien zonder die dankbaarheid in hun karakter te ontwikkelen, zal aan hun egoïstische natuur de vrije loop worden gelaten en zal deze verschrikkelijk worden. Een jongen, die als kind geen dankbaarheid toonde voor al wat zijn moeder voor hem deed, zal evenmin leren teder en zacht voor zijn vrouw te zijn, want de eerste les bij zijn moeder heeft hij gemist. Al wat van natuurlijke oorsprong is, heeft behoefte aan veredeling om uiteindelijk volmaaktheid te kunnen bereiken. In de menselijke natuur leeft van jongs af aan de drang tot zelfhandhaving. In de natuur van het kind treedt het “ik” op de voorgrond, bij alles wat het in bezit krijgt roept het “van mij”. Als daarin geen verandering komt, als het in die houding volhardt, wordt het kind bij het opgroeien gevoelloos jegens zijn medemensen, want met zijn “ik” en “van mij” wordt hij een lastpost voor zijn hele omgeving.


47

Alle religieuze, geestelijke en wijsgerige leringen zijn gericht op de ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid. Aan ieder mens wordt een deel van zijn wezen van nature gegeven, maar een ander deel moet hij zichzelf verwerven. Men wordt als mens geboren, maar zijn menselijkheid moet men zelf tot ontwikkeling brengen. Wanneer men blijft zoals men geboren is en de bij de geboorte meegegeven eigenschappen niet tot ontwikkeling worden gebracht en niet worden veredeld, dan mist het leven zijn doel. Bij alle grote Leraren en Meesters, die van tijd tot tijd in deze wereld zijn gekomen, en die door sommige herkend zijn als heiligen, wijzen, meesters, leraren en door God gezonden leiders, waren het niet steeds de leringen of de dogma’s of de ritus die zij ons brachten, die het wezenlijke van hun zending uitmaakten. Het wezenlijke was hun persoonlijkheid. Miljoenen hangen de leer van Boeddha aan, maar méér dan deze leer is het leven dat hij leidde en de wijsheid die daarin tot uitdrukking komt, want daarin vervulde zich zijn zending. Ieder mens wordt met een bepaalde bestemming geboren en deze bestemming wordt bereikt door de veredeling van zijn persoonlijkheid. Als de onveredelde natuur van het ego haar eigen loop neemt, werkt zij als stekende doornen. Waar, met wie of met wat zij ook in aanraking moge komen, zij brengt enige schade, storing of verwoesting. En als de onveredelde menselijke persoonlijkheid te staan komt tegenover verleidingen van allerlei aard, van dingen die haar aantrekken, waarvan zij houdt, die zij bewondert en wenst te bezitten, dan rent zij tegen deze onderling tegenstrijdige levensenergieën op en scheurt alles aan stukken. En wat gebeurt er dan? Als doornen met doornen in aanraking komen, dan schuren zij langs elkaar, maar voelen dit niet zo. Maar als doornen met bloemen in aanraking komen, worden die verscheurd. Als u aan diverse mensen uit alle kringen in de maatschappij zou vragen: ‘vertel me eens welke moeilijkheden hebt u in uw leven?’, dan zullen zij u misschien zeggen, dat zij een tekort hebben aan bezit, invloed of aanzien, maar meestal zal hun klacht zijn, dat zij zich op de een of andere wijze door anderen gekwetst voelen, door een ouder, een vriend, een kind, een echtgenoot, een buurman of een medewerker. Zij voelen zich verstoord, verontrust of bemoeilijkt, doordat deze levensdoornen van de vroege morgen tot de late avond langs hen schuren en schrammen. En toch schijnen deze mensen over dit onderwerp niet na te denken. Zij zijn in blindheid gevangen en vullen hun tijd met vitten op anderen. Zij vinden de doornen niet in zichzelf, maar steeds uitsluitend in hun medemensen. Saádi heeft in eenvoudige taal getracht ons de helpende hand te bieden om onze persoonlijkheid tot een bloem te doen worden, haar een oefenschool te doen doorlopen, tot een bloem van soulaas. Zijn hele leven heeft hij gewijd aan de beschrijving van de metamorfose van het leven tot bloem. Zijn boeken noemde hij “Gulistan”, dat wil zeggen “Een veld van rozen of een Rozentuin”, en “Bustan”, de “Tuin der Geuren”. Hierin vertelt hij ons hoe wij van ons hart een bloem kunnen maken. Want ons hart is een bloem, geschapen om bloem te zijn, om zijn geur te verspreiden. Als u het daartoe opkweekt, zal het de tederheid, schoon-


48

heid en welriekendheid van een bloem gaan ontplooien en dat is de bestemming van uw leven. Saádi’s poëzie is zonder geheimzinnigheid. Ze is guitig, wijs en oorspronkelijk. En het heerlijkste van zijn poëzie is de stemming van humor waarin zij geschreven is. Hij staat altijd klaar om de dingen van hun komische kant te bezien en zich ermee te vermaken. Hoe weinigen van ons weten wat echte vrolijkheid is, humor zonder banaliteit, waarin het ritme en de grondtoon van de ziel tot uitdrukking komen. Zonder humor is het leven saai en drukkend. Humor is de weerspiegeling van onze diepste levensbron, die ons leven maakt tot een helder doorlichte dag. Iemand die de diepste wijsheid en hemelse vreugde weerspiegelt, drukt zijn gedachten het levendigste uit wanneer dit met humor geschiedt. Saádi zat eens in een boekwinkel, waar ook zijn boeken te koop lagen. De boekverkoper was er niet toen iemand binnenkwam die naar een boek van Saádi vroeg, niet wetend dat hij tot Saádi zelf sprak. Saádi vroeg: “Hoe vindt u de boeken van Saádi?”. En kreeg ten antwoord: “Oh, het is zo’n leuke kerel”, waarop Saádi hem het boek ten geschenke gaf en toen de man betalen wilde zei Saádi “Neen, ik ben Saádi zelf en u hebt mij voldoende betaald door mij een leuke kerel te noemen”. Hij wilde dat het leven vol vreugde zou zijn. Geestelijk leven behoort niet bij een lang gezicht en diepe zuchten. Zeker, er zijn ogenblikken die u tot tranen toe bewegen, en er zullen ook tijden zijn waarin slechts zwijgen volstaat. Maar er zijn ogenblikken waarin u het leven van de vrolijke kant kunt zien en zijn schoonheid genieten. De mens is niet op aarde geboren om neerslachtig en ongelukkig te zijn. De kern van zijn wezen is geluk. Neerslachtigheid is iets onnatuurlijks. Hiermede wil ik niet zeggen dat verdriet zonde is of lijden altijd vermijdbaar. Het een en het ander moeten wij allen doormaken om de bestemming van ons leven te vervullen. Wij kunnen niet voortdurend met een glimlach door het leven gaan. De evolutie van de geest laat niet toe één van de kanten van het leven te negeren. De geest heeft deel aan alle kanten van het leven. Zolang wij er ons niet aan binden, is het niet zondig in het volle leven te staan. Wij behoeven ons niet terug te trekken in de bossen, ver van de mensen om onze deugd te tonen. Want waartoe zou onze deugd dienen, als wij ons in bossen begraven? Het is juist midden in het gewoel van het leven dat wij al wat in onze ziel schoon en volkomen en hemels is tot ontwikkeling en tot uitdrukking hebben te brengen. Sa'adi heeft in zijn werk de "Gulistan" in eenvoudige woorden de volgende schitterende gedachte tot uitdrukking gebracht: ‘iedere ziel heeft een bepaalde lotsbestemming en het licht van die lotsbestemming heeft vlamgevat in deze ziel’. Het zijn maar korte versregels, maar ze spreken boekdelen.


49

Wat wil dit ons zeggen? Dat het gehele universum is als een symfonie, waarvan alle zielen de tonen vormen. De zielsbewegingen passen zich aan het ritme van deze symfonie aan en hun levensdoel is deze te vervolmaken. De mensen willen zo graag iets doen en verkeren ongelukkig en wanhopig in jarenlange afwachting van de komst van dat moment. Dit toont aan dat de ziel onbewust weet dat er een toon is die moet worden aangeslagen en dat wanneer het moment daar is de ziel voldaan zal zijn, maar zij weet niet om welke toon het gaat en ook niet wanneer deze zal klinken. Wat is het leven en wat maakt dat wij voortleven in deze wereld van beperking en wisselvalligheden, vol onechtheid en lijden en verwarring? Als er iets in deze wereld is dat ons in leven houdt dan is het wel de hoop, de levensnectar. Er is geen ziel in deze wereld die zegt: ‘nu heb ik genoeg, ik verlang niets meer’. In iedereen, ongeacht de levensomstandigheden, rijk of arm, vol leven of ziek, in ieder mens leeft een constant verlangen, hij is altijd in afwachting van wat komen gaat. Hij weet niet waarop, maar hij wacht. De ware verklaring van het leven is verwachting, de verwachting van iets. En wat verwacht de mens dan? De vervulling van zijn lotsbestemming. Die komt zodra de ziel de toon aanslaat, die ene toon die als de zijne bedoeld is. En dit is wat hij zoekt zowel buiten als binnenin zichzelf. En deze lotsbestemming is pas vervuld als die eigen toon aangeslagen is. De grootste tragedie van het leven is als deze bestemming duister blijft. Als het doel onduidelijk is lijdt de mens en kan hij niet ademen. Hij is doelloos en weet niet wat te doen. Dit leven zal hem dingen aanbieden die hem even interesseren, maar zodra hij het in de greep heeft zal hij zeggen: ‘nee, dit is het toch niet, het gaat om iets anders’. Zo vervolgt de mens zijn weg, vol illusies, voortdurend op zoek, zonder te weten waarnaar. Gezegend is hij die zijn levensbestemming kent, want dat is de eerste stap naar vervulling. En hoe kunnen we dan weten wat ons levensdoel is? Is er iemand die ons dit kan vertellen? Nee, niemand kan ons dit vertellen, want de aard van het leven is dat het zichzelf openbaart. En het is onze eigen fout als we niet openstaan voor deze ons door het teven aangeboden openbaring. Het is niet de fout van het leven, want de wezenlijke aard van het leven is openbaring. De mens spruit voort uit de natuur, daarom is zijn doel natuurlijk. Maar de onnatuurlijkheid van het leven leidt tot duisternis en dit belemmert het zicht op dat wat de openbaring van de eigen ziel genoemd kan worden. Als u mij vraagt wat er gedaan moet worden, dan zou ik u raden alles wat u boeit, echt of onecht, alles waartoe u zich innerlijk of uiterlijk voelt aangetrokken te bestuderen. En wees niet weifelachtig of argwanend. Wat Christus van 's morgens vroeg tot 's avonds laat onderwees was: ‘geloof en vertrouwen’; maar de betekenis bleef onduidelijk. Mensen hebben gesproken van geloof in priesters, in kerken of in sektes. Maar dat is niet de betekenis van geloof. De werkelijke betekenis van geloof is: zelfvertrouwen.


50

Iemand kwam eens naar me toe en zei: "Ik wil graag uw ideeën volgen. Sta mij toe uw volgeling te worden". Ik antwoordde: "Ja, maar wilt u mij eerst zeggen of u geloof heeft". Hij keek mij een ogenblik verbaasd aan en zei toen: "Ja, ik geloof in u". Ik vroeg toen: "Maar gelooft u ook in uzelf?" Hij zei: "Eh, dat weet ik niet zeker!" Ik antwoordde: "Aan uw geloof in mij heb ik niets, wat ik nodig heb is uw geloof in uzelf". Vrienden, het eerste dat we in het leven moeten leren is vertrouwen in onszelf. Die weifelende geesteshouding van ‘zal ik wel of zal ik niet, is het goed of is het verkeerd’, houdt de mens in verwarring. Jarenlang kan hij wel bezield zijn met de beste bedoelingen, toch zal hij geen stap vooruit komen, want zijn eigen verwarring verlamt hem. Hij kan wel denken dat hij vooruit komt, maar hij blijft op plaats waar hij is. De mens moet initiatief durven tonen. Dit woord komt van initiatie, inwijding. En wie is de geïnitieerde, de ingewijde? De voortvarende, de moedige? Het is degene met zelfvertrouwen, het is alleen zelfvertrouwen dat van waarde is voor hemzelf of anderen. Dikwijls wordt gezegd: ‘voor de eenvoudigen van geloof en vertrouwen is het lijden zwaar en zij moeten kampen met mislukkingen’. Maar dit is niet waar, ze winnen zoveel meer dan dat ze verliezen. Door mislukkingen wint het vertrouwen aan kracht. Ik schenk liever vertrouwen en word daarin beschaamd, dan wantrouwen. De krachten die door geloof en vertrouwen worden oproepen zijn goddelijke krachten. Iemand die zijn medemensen vertrouwt, inspireert hen met vertrouwen. Hij kan zich zo ontwikkelen dat hij onbetrouwbare mensen verandert in betrouwbare. Hij kan deze kracht ontwikkelen als hij voldoende vertrouwen in zijn hart draagt. Ik zal nooit de zegen vergeten die ik van mijn heilige Meester, mijn Leraar ontving. Deze klonk: "Moge je geloof krachtig worden”. Ik was toen jong en vroeg me af waarom hij niet sprak over geluk, een lang leven, of voorspoed. Ik heb nu de betekenis van deze zegen leren begrijpen en dit inzicht groeit nog iedere dag. Alle zegeningen die een mens in het leven ontvangt, alles in hemel en op aarde, wordt eigendom van de mens wanneer zijn geloof krachtig is. Wij lezen iedere dag in de Heilige Schriften over ‘geloof’, maar hoe zelden denken we hierover na en hoeveel mensen beginnen tegenwoordig niet te lachen om dit woord. Het woord ‘geloof’ zegt hun niets. Het is zo eenvoudig en toch ook zo veelomvattend. Het is een mirakel, een wonder. Onze zwakheden, onze mislukkingen, onze beperkingen, ons lijden, dit is te wijten aan het gemis van geloof. Alle welslagen, alle geluk en alle vooruitgang, alles wat bereikt wordt, het is allemaal te danken aan geloof. Sa'adi's werken zijn vanaf het begin een inleiding tot geloof en begrip. Zij leren ons dat we niet voor niets op aarde zijn en dat wij ons leven niet moeten vergooien. We zijn hier met een bestemming en ieder van ons heeft een eigen bestemming. Ieder van ons is een essentieel onderdeel van dit universum en samen zijn we een symfonie. Wanneer we niet onze toon laten klinken, dan betekent dit dat aan deze symfonie deze toon ontbreekt.


51

Als we de levensbestemming waarvoor we geschapen zijn niet op deze manier vervullen, dan leven we verkeerd en kunnen we niet gelukkig zijn. Ons geluk hangt af van goed leven, en goed leven hangt af van het aanslaan van die toon. De verwezenlijking van dit doel is geschreven in het boek van ons hart. Open dit boek en zie het in. Alle meditatie, alle concentratie en contemplatie bestaat uit het openen van dit boek en het richten van onze geest op de daarin beschreven bestemming. Zodra we zien dat ons uiteindelijke levensdoel, de inhoud en de vreugde van ons leven, onze ware gezindheid, ons welzijn en onze wezenlijke rijkdom en welstand liggen in de vervulling van onze levensbestemming, dan zal onze gehele levenshouding veranderen.


52

SG nr. 20

HET HEDENDAAGSE VRAAGSTUK

De dagelijkse beslommeringen laten de mens erg weinig tijd om na te denken over de algemene toestand waarin hij verkeert. Het enige nieuws dat hem bereikt komt van de media, waarvan hij dus afhankelijk is voor de vorming van zijn denkbeelden. Deze verslaving maakt dat hij weinig tijd overhoudt om na te denken over de werkelijke betekenis van het leven. Wanneer we om ons heen zien en de hedendaagse internationale toestand beschouwen, dan vinden we dat, ondanks alle vooruitgang, de negatieve gevoelens tussen de naties steeds sterker worden. Vriendschap bestaat alleen nog uit eigenbelang. Voor iedere natie geld uitsluitend het eigen belang, ongeacht of het vriend of vijand betreft. En als we de wereld als een enkel lichaam beschouwen, dan zouden we kunnen zeggen dat het hart vergiftigd is, door de haatgevoelens die oprijzen uit ieder mens jegens ieder ander mens. Er is geen periode in de geschiedenis waarin grotere ontwrichting is veroorzaakt dan de huidige. Het is als een spin die een web weeft voor zijn welzijn, maar niet meer uit het web kan komen dat hij zelf geweven heeft. Als we nagaan wat de grondoorzaak hiervan is, dan zien we dat alle rampen, alle chaos, voortkomt uit de materialistische geest. Geld lijkt het enige wat nog telt. Het is zonder meer waar dat, als we voortdurend aan een dergelijk onderwerp als geld denken, al onze gedachten en energie die kant uitgaan. Misschien wordt de man op een dag wakker en beseft hij dat hij zijn hele leven zijn gedachten heeft gewijd aan iets dat niet blijvend is, dat zelfs niet bestaat en slechts een illusie is. Dit pessimisme is ongetwijfeld de overbrugging tussen twee optimistische instellingen. Dit kan Vairagya, onbaatzuchtigheid, genoemd worden. Niet hij die de wereld verlaat is groot, maar degene die in de wereld leeft en de menselijke moeilijkheden en zorgen begrijpt. Hij is degene die niet zijn kleine zelf ziet, maar het geheel. Jezus Christus zei: "Denk aan uw naasten, heb uw naasten lief”. En wat zien we in de huidige tijd? Moeilijkheden tussen werkgevers en werknemers, vredesconferenties waar besluiten over vrede uitblijven. En dit komt doordat deze instelling er niet is, de instelling van ‘ik zal u dienen en u zult mij dienen’. Nee, zegt iedereen, ik dien mijzelf en u dient uzelf. Elkaar dienen, elkaar liefhebben, voor elkaar werken, dat zou het doel van het leven moeten zijn, maar de mensen hebben er alle vat op verloren. Zie het centrale thema van de hedendaagse opvoeding. Een kind krijgt nog maar kort de tijd om zich voor te bereiden voor het koningschap van het leven en de vrijheid van de geest. En ieder jaar wordt de intellectuele last voor het kind zwaarder. Hoe ouder het kind wordt, hoe meer het leven zich voor hem uitstrekt als een oceaan die het moet oversteken, als iets duisters dat op hem wacht. En later, als hij volwassen is geworden, besteedt hij al zijn tijd aan werk, kantoor, en er is zelfs voor liefde of vriendschap nauwelijks tijd, terwijl hij uiteindelijk van al deze zaken niets met zich mee zal kunnen nemen. Wat heeft hij werkelijk gewonnen na zijn hele leven aan deze zaken te hebben opgeofferd? Door zijn uiterlijke leven in de wereld zijn de complicaties van het leven alleen maar toegenomen.


53

Hoe groter het aantal wetten en getekende contracten, hoe voller de gevangenissen, hoe minder vrede en broederschap onder de mensen wordt aangetroffen. Het lijkt wel alsof iets waarachtigs in het leven van de mens wordt verwaarloosd. En toch is geen mens verstoken van dit menselijke erfdeel. Hij draagt een schat met zich mee die gevonden moet worden. Er is religie die de mens verder had moeten helpen. De godsdienstautoriteiten zijn er te vaak niet in geslaagd de innerlijke waarden van hun godsdienst hoog te houden. Het komt er niet op aan welke godsdienst je aanhangt, maar dat je je godsdienst leeft. Wanneer religie geen greep meer heeft op het innerlijke leven en het geloof, dan blijft er niets anders over. Vele mensen, vooral onder de intellectuelen, hebben hun godsdienst verloren en onder de jongeren zijn er velen die zelfs Gods naam niet kennen. Welnu, waaraan is thans behoefte? Dat is een opvoeding waarbij de mensen leren voelen dat zij in het dagelijkse leven niet zonder religie kunnen. De mens is niet als een engel op aarde gezet. Hij hoeft niet de hele dag in de kerk te bidden en evenmin de wildernis in te gaan. Hij hoeft alleen maar te leren het leven beter te begrijpen. Hij moet leren om iedere dag wat tijd te nemen, om na te denken over zijn eigen leven en zijn daden. Hij moet zich afvragen: ‘heb ik vandaag een goede daad verricht, heb ik mij zelf waardig gedragen op die plaats, en in die hoedanigheid?’ Op die manier kan iedere dag een gebed worden. Onder politici, artsen, juristen en zakenlieden zou het mogelijk moeten zijn dat liefde en een gevoel van harmonie de drijvende krachten worden in hun leven. We hebben in deze tijd behoefte aan een religie van verdraagzaamheid. In het dagelijkse leven kunnen we elkaar niet allemaal ontmoeten op hetzelfde niveau. Daarvoor verschillen we teveel wat betreft capaciteit en ontwikkelingsniveau en lopen onze taken teveel uiteen. Zelfs in het familieleven is niet iedereen op hetzelfde ontwikkelingsniveau. Zonder verdraagzaamheid en vergevingsgezindheid, zal harmonie nooit een plaats in onze eigen ziel vinden. Want het leven in deze wereld is niet makkelijk, ieder ogenblik van de dag vereist een overwinning. Als er iets te leren is dan is het verdraagzaamheid, en door elkaar deze eenvoudige religie van verdraagzaamheid te leren, helpen we de wereld. Het heeft geen zin de gedachte dat de wereld van kwaad naar erger gaat aan te houden. De verbreiding van deze ziektekiem kan grote gevolgen hebben. Het wezen van ieder mens is goed, in de diepte van zijn hart is iets wezenlijk goed. Er zijn leringen die genezing tot doel hebben, maar het beste is het karakter te genezen, het eigen karakter. In plaats van wonderen te verrichten wordt op deze wijze het gehele leven een wonder. Door het hedendaagse gebrek aan religie is een merkwaardig geloof ontstaan in het spreken met geesten, feeĂŤn en andere onbegrijpelijke zaken. Dit heeft echter weinig met religie uit te staan. De bijbel zit vol met eenvoudige zaken. Er is een grote vraag naar kennis over occulte krachten en dergelijke, maar wat heeft de mens bereikt met al zijn intellectualiteit behalve de vernietiging van zijn broeder?


54

Deze wereld heeft nu niet zozeer wetenschap nodig, maar wel inzicht hoe we meer rekening met elkaar kunnen houden. We moeten proberen uit te vinden hoe we daarvoor kunnen zorgen en daarmee kunnen we de vrede waarnaar iedere ziel verlangt verwezenlijken en overbrengen op anderen. Daarin wordt ons levensdoel bereikt, de heerlijkheid van het leven.


55

SG nr. 21 en 22

POËZIE

In poëzie drukt zich het ritme van de ziel van de dichter uit. In het leven van iedere ziel zijn er ogenblikken van ritmische bewogenheid. Op zulke ogenblikken beginnen kinderen, die niet door de conventie worden belemmerd, te dansen of rijmwoorden te prevelen of zinnen te herhalen die iets met elkaar gemeen hebben en met elkaar harmoniëren. Het is een ogenblik van ontwaken van de ziel en de ziel van sommige mensen ontwaakt eerder dan die van anderen, maar in het leven van iedere ziel zijn er tijden van zo’n ontwaken. En de ziel die de gave bezit gedachten en ideeën tot uitdrukking te brengen, manifesteert deze gave in poëzie. Onder alle dingen van waarde in deze wereld is het woord het kostbaarste, want in het woord kunt u een licht vinden dat edelstenen en juwelen niet bezitten. In een woord kunt u een vervoering vinden die de wijn u niet kan brengen, in een woord kunt u een leven vinden dat de wonden van het hart zou kunnen helen. Daarom is poëzie, waarin de ziel tot expressie komt, zo levend als een menselijk wezen. Wanneer ik zou zeggen dat welsprekendheid en poëzie het schoonste is wat God de mens toebedeelt, zou dit geen overdrijving zijn. Want, zoals ik gezegd heb, bereikt de gave van de dichter mettertijd haar hoogtepunt in de gave van profetie. De Hindoes brengen deze gedachte zeer goed in beeld door te zeggen dat welsprekendheid ‘de wagen van de godin van de kennis’ is. Velen leven en weinigen denken, en onder de weinigen die denken zijn er nog minder die zich kunnen uitdrukken. In hen die denken zonder zich te kunnen uitdrukken wordt een ziele-impuls geremd. Komt de ziel tot uitdrukking, dan vindt een goddelijk bestel zijn vervulling en poëzie is niets anders dan deze vervulling. Natuurlijk is er echte en onechte poëzie, juist zoals er echte en onechte muziek bestaat. Iemand die over een rijke woordkeus beschikt kan daaruit mechanisch iets opbouwen, maar dat is geen poëzie. Laat het poëzie, beeldende kunst of muziek zijn, het moet leven suggereren en leven kan het alleen suggereren als het uit het diepste van de ziel is opgeweld. Is het dat niet, dan is het dood. Er bestaan verzen van grote meesters uit alle tijden, die de nimmer aflatende orkaan van de vernietiging getrotseerd hebben. En wat is er in hun verzen dat de vernietigende invloed van de tijd heeft kunnen weerstaan? Dat was de levende zielsinhoud die door hun woorden werd uitgedragen. Bomen die lang leven wortelen diep en evenzo is het met levende dichtregels. We lezen ze zoals we bomen zien. Konden wij de wortels van deze verzen vinden, dan zouden we deze in de ziel en in de geest zien liggen. En nu de vraag: wat wekt in de ziel het ritme waaruit poëzie ontbloeit? Het is iets dat in de dichter de sluimerende vermogens van de liefde oproept. Want met liefde komt harmonie, schoonheid, ritme, licht en leven. Het schijnt dat al wat goed en schoon is en waard om na te


56

streven, gecentreerd is in die éne vonk die in het hart van de mens verborgen is. Wanneer het hart spreekt van zijn vreugde, zijn verdriet, dan is het vanzelf belangwekkend en boeiend. Het hart liegt niet, het spreekt altijd waarheid, want door liefde wordt het waarachtig en het is door de waarachtigheid van het hart dat echte liefde zich manifesteert. Men kan in een omgeving leven van amusement, tijdverdrijf, plezier en vrolijkheid en dit twintig jaar lang volhouden, maar op het ogenblik dat men zich de sluimerende vermogens in het diepst van zijn hart bewust wordt, voelt men dat die hele twintig jaar niets betekend hebben. Eén ogenblik te leven met een levend hart heeft meer waarde dan honderd jaar te leven met een hart dat dood is. Wij zien veel mensen in deze wereld die fortuin en alle comfort en al wat zij in het leven maar nodig hebben bezitten en die toch een schamel, hol bestaan leiden. Zij zijn misschien ongelukkiger dan iemand die dagen achtereen honger lijdt. Een hongerende ziel is meer te beklagen dan een hongerig lichaam, want een hongerig lichaam leeft tenminste nog, maar een hongerende ziel is dood. Zij, die blijk gegeven hebben van grote inspiratie en de wereld kostbare woorden van wijsheid hebben geschonken, waren als landbouwers die voren ploegden in de akker van het hart. Dit is de reden dat er zo weinig dichters in deze wereld zijn, want de weg van de dichter is tegengesteld aan die van de man van de wereld. De ware dichter, hoewel levend op deze aarde, droomt van een andere wereld, vanwaar hij zijn ideeën ontvangt. De ware dichter is tegelijkertijd een ziener, anders kon hij niet de subtiele ideeën tot uitdrukking brengen die het hart van de lezer ontroeren. De ware dichter is een minnaar en bewonderaar van schoonheid. Wanneer zijn ziel niet van schoonheid doordrongen was, zou hij geen schoonheid in zijn poëzie hebben kunnen leggen. Maar wat activeert nu de dichterlijke gave in iemand die daarmee is geboren? Is het welbehagen of smart? Zeker geen welbehagen, welbehagen doet de gave bevriezen. Neen, het is smart waar de gevoelige ziel van de dichter in het leven doorheen moet gaan. Men zou kunnen vragen: zou het dan goed zijn naar smart uit te zien als men een goed dichter wil zijn? Het zou hetzelfde zijn als wanneer men, menend dat huilen een verdienste is, zichzelf enig letsel toebracht om te huilen. Wie kan met een levend hart vermijden in deze wereld lijden en smart te ondervinden? Welk mens, met enige aanleg tot aanvoelen, tot sympathiseren, tot liefhebben, zou niet door lijden en smart heengaan? Welk mens die ook maar enige waarachtigheid in zijn natuur heeft, kan van 's morgens vroeg tot ’s avonds laat door onwaarachtigheid, leugen en grofheid gaan? Kortom, iemand met een teer gevoelsleven, iemand met een open hart kan het lijden niet ontgaan. Bij iedere stap die hij doet treedt het lijden hem tegemoet. Een dichter begint met het bewonderen van schoonheid en zijn gave rijpt in tranen over de teleurstelling die hij in het leven ondervindt. Wanneer hij deze fase heeft doorgemaakt, treedt hij in een nieuwe belangwekkende fase als hij om de wereld begint te lachen. Na voldoende tranen te hebben gestort, is hij aan tranen ontgroeid.


57

Dit betekent niet dat hij kritisch wordt of het leven bespot. Neen, hij ziet de komische kant van de dingen en hij ziet het hele leven, dat eens een tragedie voor hem was, als een komedie. Dit stadium is hem als een vertroosting van boven, na ogenblikken van zwaar lijden en diepe levenssmart. En vervolgens komt er een derde stadium, wanneer hij boven het vorige is uitgestegen en het goddelijke element in alle vormen en onder alle namen ziet werken. Wanneer hij zijn Geliefde in alle vormen en onder alle namen begint te zien. In het leven van de dichter komt dit als de vreugde in het leven van een jonge minnaar, een nieuwe periode breekt voor hem aan. Hoe hij er ook in het leven aan toe is, of hij rijk of arm is, in gemakkelijke of moeilijke omstandigheden verkeert, nooit is hij zonder zijn Geliefde, steeds is zijn goddelijke Geliefde bij hem. In dit stadium heeft hij medelijden met de minnaar die een begrensd wezen als geliefde heeft om te bewonderen en lief te hebben. Want hij heeft nu een stadium bereikt, waar hij alleen of temidden van de menigte, in het noorden of in het zuiden, in het westen of in het oosten, op aarde of in de hemel, voortdurend zijn Geliefde om zich heen weet. En nog een stap verder wordt het hem moeilijk zijn emoties en ingevingen in poëzie uit te drukken, want dan wordt hij zelf poëzie. Wat hij voelt, wat hij denkt, wat hij zegt of wat hij doet, het is alles poëzie. In dit stadium krijgt hij contact met dat ideaal van eenheid dat alle dingen in één verenigt. Maar om van dit stadium de vreugde te kunnen smaken, moet de ziel daartoe de rijpheid bezitten. Een jeugdige ziel zou niet in staat zijn van het bijzondere bewustzijn van de al-eenheid de vreugde te proeven. Van hieraf zal men in de poëzie van deze dichter flitsen van profetische expressie vinden. Niet slechts schoonheid van woorden en betekenissen, maar zijn woorden worden lichtgevend en zijn verzen levenwekkend. In de wereld kunnen zielen vroom, wijs of spiritueel zijn, maar wie onder dezen bij machte is uitdrukking te geven aan zijn realisatie van leven en waarheid, die is meer dan een dichter, hij is een profeet.


58

SG nr. 23 = 37

MUZIEK

Velen in de wereld beschouwen muziek als een bron van ontspanning of als een tijdverdrijf, en voor velen is muziek een kunstvorm en de musicus iemand die het publiek vermaakt. En toch heeft iedereen die op deze wereld heeft geleefd en die heeft nagedacht en gevoeld, muziek beschouwd als de heiligste kunstvorm van alle kunstvormen. Want het is een feit dat datgene wat de kunstvorm van het schilderen niet helder voor de geest kan roepen, door poëzie in woorden wordt uitgelegd, maar dat datgene waarbij zelfs een dichter tot de bevinding komt dat het moeilijk in woorden is uit te drukken, in muziek wordt uitgedrukt. Ik zeg hier echter niet alleen mee dat muziek superieur is aan schilderkunst en poëzie, maar ook dat muziek in feite religie overtreft, want muziek verheft de ziel van de mens zelfs hoger dan de zogenaamde uiterlijke vorm van religie. Men moet het echter niet zo opvatten dat muziek de plaats van de religie in kan nemen. Want niet elke ziel is per definitie afgestemd op die toon waarop zij daadwerkelijk profijt uit muziek kan trekken, noch is elke muziek per definitie zo hoog dat zij een persoon die naar haar luistert meer in vervoering zal brengen dan het effect dat religie op die persoon zal hebben. Hoe het ook zij, muziek is voor degenen die het pad van de innerlijke godsverering volgen het essentieelst voor hun spirituele ontwikkeling. De reden hiervoor is dat de ziel die naar waarheid aan het zoeken is op zoek is naar de vormloze God. Schilderkunst is ongetwijfeld het verheffendst, maar bevat tegelijkertijd vorm. Poëzie heeft woorden en namen die vormen voor de geest roepen. Slechts muziek heeft schoonheid, heeft kracht, heeft charme, en kan tegelijkertijd de ziel voorbij de vorm verheffen. Dat is de reden waarom in de oudheid de grootste profeten grote musici zijn geweest. In de levens van de Hindoe-profeten vind je bijvoorbeeld Narada, die grote profeet was tegelijkertijd een groot musicus. Shiva, een goddelijke profeet van de Hindoe' s, was de uitvinder van de heilige vina. Krishna wordt altijd afgebeeld met een fluit. Er is een bekende legende over het leven van Mozes die vertelt hoe Mozes een goddelijk bevel hoorde op de berg Sinaï met de woorden 'Musa ke', dat is: 'Mozes luister' of 'Mozes denk na', en hierop was de openbaring die tot hem kwam er één van toon en ritme, en Mozes gaf haar dezelfde naam 'Musake'. En woorden als 'muziek' of 'musici' zijn uit die openbaring voortgekomen. De boodschap van David, van wie de zang en stem al sinds tijden bekend zijn, werd in de vorm van muziek aan de wereld gegeven. Orfeus uit de Griekse legenden, de kenner van het mysterie van de juiste toonhoogte en ritme, had door de kennis van tijd en ritme macht over de verborgen krachten van de natuur. De Hindoegodin van het leren, van kennis, met de naam Saraswati, wordt altijd afgebeeld met de vina en wat roept dat voor beeld op? Dat alle scholing haar essentie in muziek heeft.


59

En behalve de natuurlijke charme die muziek heeft, heeft muziek een magische kracht, een kracht die zelfs nu ervaren kan worden. Het lijkt alsof de mensheid een groot deel van de oude wetenschap van magie is verloren, maar als er al enige magie overblijft, is het muziek. Muziek is behalve kracht ook bedwelming. Wanneer zij al degenen bedwelmt die luisteren, hoe zeer moet zij dan niet degenen bedwelmen die haar zelf spelen of zingen! En hoe zeer moet zij dan niet diegenen bedwelmen die perfectie in haar hebben bereikt en diegenen die zich jaren en jaren in haar hebben verdiept! Zij verschaft hen zelfs een grotere vreugde en vervoering dan die van de koning als hij op zijn troon zit. Volgens de denkers van het Oosten zijn er vier verschillende bedwelmingen: de bedwelming van schoonheid, jeugd en kracht; vervolgens de bedwelming van weelde; de derde bedwelming is die van macht, gezag; dat is de macht van heersen; en de vierde bedwelming is de bedwelming van leren, van kennis. Maar al deze bedwelmingen verdwijnen als sneeuw voor de zon in de aanwezigheid van de bedwelming van muziek. De reden hiervoor is dat zij het diepste deel van het menselijk wezen raakt. Muziek reikt verder dan welke andere impressie die men van de uiterlijke wereld kan ontvangen. En verder is de schoonheid van muziek, dat muziek zowel de bron van creatie als het middel om haar te absorberen is. Met andere woorden, door muziek werd de wereld gecreëerd en het is andermaal muziek waarmee de wereld wordt teruggetrokken in de bron die haar heeft gecreëerd. Om dit argument te staven lees je in de Bijbel dat er eerst het ‘woord’ was en dat het woord ‘God’ was. Dat 'woord' betekent geluid en uit geluid kan je het idee van muziek begrijpen. Verder is er een eeuwenoude legende uit het Oosten die verhaalt dat, toen God de mens uit klei had gemaakt en de ziel had gevraagd om erin te gaan, de ziel weigerde om die gevangenis in te gaan en dat God de engelen toen beval om te zingen. En toen de engelen zongen, ging de ziel bedwelmd door het gezang, naar binnen. Maar tegenwoordig zien we er ook in deze wetenschappelijke en materialistische wereld een voorbeeld van. Voordat een machine, een mechanisme, start moet zij eerst een geluid maken. Zij wordt eerst hoorbaar en vertoont vervolgens haar bedrijvigheid. We kunnen dit zien bij een schip, bij een vliegtuig, bij een auto. Dit idee hoort bij de mystiek van geluid. Voordat een kind in staat is om een kleur of een vorm te bewonderen, houdt het van geluid. Als er een kunstvorm bestaat die de oudere mens het meest kan plezieren, is het muziek. Als er een kunstvorm is die de jeugd tot leven en enthousiasme, tot emotie en passie aanzet, is het muziek. Als er een kunstvorm is waarin een persoon zijn gevoel, zijn emotie volledig kan uitdrukken is muziek daar het meest geschikt voor. Tegelijkertijd is het iets wat de mens die kracht en die macht van aktiviteit geeft, die de soldaten laat marcheren op de slagen van de trommel en het geluid van de trompet. In de overleveringen uit het verleden werd verteld dat er op de Dag des Oordeels, het einde van de wereld, het geluid van trompetten zou schallen. Dit toont aan dat muziek is verbonden met het begin van de schepping, met de continuïteit ervan en met haar einde.


60

De mystici uit alle tijden hebben het meest van muziek gehouden. In bijna alle kringen van de innerlijke godsverering, waar ter wereld ze zich ook bevinden, lijkt muziek de kern van hun godsverering, ceremonie of ritueel te zijn. En het is degene die de perfecte vrede bereikt, die Nirvana wordt genoemd of in de taal van de Hindoe' s Samadhi, gemakkelijker gemaakt door muziek. Daarom hebben de soefi's, en dan met name de soefi' s van de Chistia-school uit de oude tijd, muziek als een bron voor hun meditatie genomen. En door zo te mediteren halen zij er meer voordeel uit dan degenen die zonder de hulp van muziek mediteren. Het effect dat zij ervaren is de ontvouwing van de ziel, het opengaan van de intu誰tieve vermogens. Hun hart opent zich zogezegd voor alle schoonheid die er van binnen en van buiten is, verheft hen en brengt hen tegelijkertijd die perfectie, waar elke ziel naar hunkert.


61

SG nr. 24

BROEDERSCHAP

Broederschap is niet iets dat geleerd of onderwezen wordt, broederschap welt op uit het hart dat op de juiste hoogte is afgestemd. Tot broederschap geneigd te zijn is dan ook iets natuurlijks, waarin het echte geluk bestaat dat harmonie teweegbrengt en in vrede zijn hoogtepunt vindt. De Boodschap van Broederschap is een boodschap van sympathie en een boodschap van sympathie is een boodschap van harmonie. Wie niet in harmonie is met zichzelf, kan niet met een ander harmoniëren. Met alles wat hem van broederschap is bijgebracht, met alle kennis die hij bezit, zal hij niet in staat blijken de wetten van broederschap in acht te nemen. Het gehele systeem van de schepping berust op een soort blinde impuls die in het mechanisme van het heelal werkt. Deze impuls is meer uitgesproken in levende wezens en de meest uitgesproken vorm ervan is opgewondenheid. Wanneer u het leven van de lagere schepselen bestudeert, zult u zien dat zij niet uitsluitend naar voedsel en het op en neer trekken met hun soortgenoten verlangen. Hun eerste behoefte is slaap, maar daarnaast hebben zij nog een andere behoefte die zich uit in een neiging tot opgewondenheid en door die opgewondenheid gaan dieren en vogels met elkaar vechten. Hun hele leven is ervan vervuld. Overigens zijn de plantenetende dieren minder heftig dan de vleesetende. In de vleesetende dieren bestaat meer lust tot vechten. Leeuwen en tijgers zijn meer tot vechten geneigd dan paarden en koeien. Dit betekent dat de herbivoren een schrede verder zijn dan de carnivoren. De neiging tot eten en drinken, het zoeken naar plezier, het genieten van comfort en sensatie is dan ook niet speciaal karakteristiek voor de mens, hij heeft dit met de dierlijke karakteristiek gemeen. De speciale karakteristiek van de mens bestaat uit sympathie en harmonie, maar deze komen pas aan de beurt als de mens uitrijst boven de opgewondenheid en de heftigheid, die om zo te zeggen de geest van meegevoel begraaft, en die vaak als kenmerkend voor de mens wordt beschouwd. Zeker, de mens ontvangt opvoeding en training, hij krijgt een vernisje en heeft enige manieren geleerd, waardoor hij niet altijd blijk geeft van zijn heftigheid. Alleen in ogenblikken van zwakte, als hij het niet kan verbergen komt zij te voorschijn en toont zich dan aan hemzelf en anderen, hiermee het bewijs leverend dat deze mens er nog niet aan toe is “mens” genoemd te worden. Men zou kunnen vragen: is er een bepaalde tijd in het leven van de mens dat men hier bovenuit komt? Ja, de één komt er eerder bovenuit dan de ander, maar men komt er bovenuit als men ernaar tracht. De geesteshouding die zich openbaart als onverdraagzaamheid, wedijver, afgunst, heerszucht, geprikkeldheid en neerbuigendheid, zijn het bewijs van een heftige aard. Als wij de levens bestuderen van hen die de mensheid hebben gediend, dan was dit het eerste wat zij te overwinnen hadden.


62

Als verteld wordt dat Krishna in zijn leven streed met Kansa, het monster, dan was dat monster niet buiten Krishna, het was ín hem; het monster was die heftigheid. Krishna moest dit monster bestrijden en na die heftigheid te hebben overwonnen, wordt Krishna de Boodschapper van Liefde. In de bijbel lezen wij hoe Jezus veertig dagen lang met de geest op de top van de berg verbleef. Wie en wat is die geest? Het is dezelfde geest, die de grootste vijand van het mensdom is, het is de geest van heftigheid. De meester moest 40 dagen vasten alvorens die geest zich terugtrok naar de schepselen waar hij thuis hoort. Halima geeft een beschrijving van de profeet op symbolische, artistiek beeldende wijze. Maar wat betekent dit tenslotte? Zij zegt, dat de borst van de Profeet geopend werd en er iets ongewenst uit werd verwijderd. Achter deze symboliek ligt slechts één betekenis, de geest van heftigheid werd verwijderd om plaats te maken voor goddelijke inspiratie. Toont dit niet aan dat hoewel de mens de geest van God erft, deze geest niettemin door aardse eigenschappen overdekt wordt? Onder deze aardse eigenschappen is heftigheid wel de voornaamste. Een kind begint hiermee soms tegen zijn ouders, een schooljongen tegen zijn vrienden, een jongeling tegen zijn kameraden. Men toont haar tegenover zijn buurman en toch weet iedereen een reden op te geven voor zijn fout. Wat men ook goed of verkeerd doet, er is altijd wel een reden om zichzelf voor het verkeerde te rechtvaardigen. Heftigheid is dan ook het teken van het valse ego en als dit valse ego gebroken wordt, als deze heftigheid zichzelf vernietigd heeft, juist zoals vuur zichzelf opbrandt, brengt dit de zuivering teweeg. Weinig beseft de mens hoe ver deze geest hem volgt op zijn weg van spirituele ontplooiing. Iemand kan de hemelpoort bereiken en zelfs tot daar zal hij hem vergezellen. Hij mag zwakker worden, maar hij is er. Deze geest heeft evenwel geen toegang tot Gods heiligdom en de ziel, die deze geest met zich meedraagt, wordt dan ook niet toegelaten tot dat volmaakte einddoel. Zij moge voortgaan tot aan de poort van die innerlijke tempel, maar binnentreden is haar niet veroorloofd, zij wordt tegengehouden door de macht van diezelfde geest van heftigheid. Want het heiligdom van God heet ‘Dar-as-Salam’, de ‘Poort tot Vrede’. Heftigheid wordt dan ook niet toegestaan de Poort tot Vrede binnen te gaan, zij moet buiten blijven. In oude tijden placht men dan ook te zeggen: “Gij kunt geen twee heren dienen, God en Satan”. Satan is die geest van heftigheid die binnen in onszelf te vinden is. God is de geest van vrede waarin ons geluk ligt. Wij kunnen geen twee heren dienen. Er bestaan meerdere bewegingen en instellingen voor broederschap en allen doen wat in hun vermogen ligt om dit ideaal te bevorderen, want dit ideaal is het wezen van religie en de ziel van het spirituele leven. Maar hoe kan men dit bereiken? Door in onszelf die natuurlijke geneigdheid tot sympathie te ontwikkelen en te trachten deze aan anderen bij te brengen


63

door haar in onszelf te versterken. Hiermee geven we anderen kracht te strijden tegen de geest van heftigheid, die steeds de ergste vijand van de mens bleek te zijn. Men zou kunnen vragen: waar komt die uit voort?’ Uit wanorde. Uit het niet in orde zijn van lichaam en denkvermogen, als het lichaam niet op het juiste ritme en de juiste toon is afgestemd en het denkvermogen evenmin. Als denkvermogen en lichaam niet met elkaar in harmonie zijn, ontstaat deze onrust. Soms is het de weerspiegeling van het lichaam op het denkvermogen en soms de weerspiegeling van het denkvermogen op het lichaam. Hoe waar is het dat de mens zijn eigen vijand is. Maar waar schuilt die vijand? Die vijand is deze geest, die nooit tevreden is, geen waardering kent, voor niets ontvankelijk is, geen medegevoel heeft, geen overeenstemming kent, niet kan verduren en verdragen en niet kan harmoniëren. Een geest, die iedere invloed van harmonie, overeenstemming, sympathie of vriendelijkheid in de weg staat. Men zou kunnen vragen: wat is het, waar komt het uit voort? Is het een geest, een levend wezen, een satan of een duivel? Welke uitleg kan men eraan geven? Wat is de oorsprong ervan? De beste uitleg die men eraan kan geven is, dat het die gladde zijden draad is die aan het ene einde in de war raakte en tot een knoop werd. Ook waar het een heel moeilijk te ontwarren knoop is geworden, is het niettemin dezelfde zijden draad, alleen in een toestand die moeilijk is omdat ze niet vrij is en moeilijk voor anderen, omdat die haar niet kunnen losknopen. En zo gaat het met de mens, met dezelfde ziel die de adem van God is, de ziel die van de hemel is en die God op aarde vertegenwoordigt Als zij in de knoop geraakt is, wordt zij moeilijk voor zichzelf, moeilijk voor anderen en vinden anderen haar moeilijk. En daardoor wordt zij zelf onharmonisch en schept disharmonie, daar zij zich in een onharmonische toestand bevindt. Het wil alleen zeggen dat ze haar eigen oorspronkelijke toestand van gladheid en zachtheid verloren heeft. Toch blijft zij van zijde en veranderde ze niet in katoen. Niettegenstaande alles blijft zij van zijde. Noem het satan of duivel of wat u maar wilt. Als u haar bron en oorsprong kent, kunt u het niet anders noemen dan ‘een toestand’. Indien er iets van groot belang voor het broederschapswerk gedaan kan worden, dan is het die geest in onszelf te ontwikkelen door boven alle knopen en moeilijkheden uit te rijzen, opdat wij geen voorschriften voor broederschap hoeven te volgen, maar alles wat vanzelf uit ons voortkomt broederschap zal uitdrukken.


64

SG nr. 25

KUNST EN RELIGIE

Zeer weinigen zien verband tussen religie en kunst of tussen kunst en religie. Maar kunst is in werkelijkheid veel belangrijker dan de doorsnee mens beseft. Er is een gezegde dat de kunst door de mens, en de natuur door God wordt geschapen. Maar ik zou willen zeggen dat de natuur door God-als-God en de kunst door God-als-mens wordt geschapen. De kunstenaar die, wat ook zijn kunst moge zijn, hierin een zekere volmaking bereikt heeft, zal zich bewust zijn dat hij het niet was die ooit iets goed deed maar dat het iemand anders was, die telkens in hem naar voren trad. Bij al het volmaakte dat een kunstenaar schept, kan hij zich nauwelijks voorstellen dat het door hemzelf tot stand kwam. Hij kan niets anders doen dan zijn hoofd in volkomen ootmoed buigen voor die ongeziene macht en wijsheid, die zijn lichaam, zijn hart, zijn hoofd en zijn ogen gebruikte als Zijn instrument. Wat het ook moge zijn, muziek of poĂŤzie, schilderen of schrijven, of welke kunst ook, wanneer er iets schoons tot stand kwam moet men niet denken dat het de mens was die het tot stand bracht. Het is door de mens, dat God zijn schepping voleindigt. Kunst is dan ook niet alleen een nabootsing van de natuur, zij is er de perfectionering van. Er wordt dan ook niets hier op aarde of in de hemel tot stand gebracht dat niet van goddelijke immanentie, van goddelijk maaksel is. En het is het splitsen van die goddelijke werkzaamheid, die de verwarring teweegbrengt, waardoor de mens zich van God gescheiden voelt. Om te beginnen leidt alles wat wij in deze wereld zien en alles waarmee we gaarne of ongaarne bezig zijn ons naar de vervulling van een zeker doel. Ongetwijfeld zijn er zekere dingen in het leven waarmee we een hoger doel volbrengen, iets wat door een inspiratie van binnenuit volbracht kan worden. Kunst is het domein waar inspiratie zich bij uitstek kan manifesteren. Om te vergeestelijken is het niet nodig dat iemand zeer religieus of bijzonder goed zou moeten zijn. Om inspiratie te ontvangen is liefde voor schoonheid nodig. Wat is kunst? Kunst is een creatie van schoonheid in welke vorm dan ook. Zo lang een kunstenaar denkt dat wat hij ook op het gebied van kunst tot stand brengt zijn eigen creatie is, en zolang hij prat gaat op zijn eigen werk, is hij zich er nog niet bewust van wat ware kunst is. Want ware kunst ontstaat slechts op die ĂŠne voorwaarde, dat de kunstenaar zichzelf vergeet in de aanschouwing van schoonheid. En de tweede voorwaarde, die aan zijn kunst nog meer waarde verleent, is dat hij het goddelijke karakter ervan begint te ontdekken. Zolang hij zich dit niet bewust is, heeft hij de hoogste vorm van kunst nog niet benaderd. De kunstenaar is in de ware zin van het woord koning van een zeker koninkrijk, dat zelfs groter is dan dat van de aarde. In het Oosten is een verhaal bekend over Farabi, een groot zanger, die aan het hof van de sultan genood werd. De sultan ontving hem zeer hartelijk en ging hem tot aan de deur te-


65

gemoet. In de ontvangstzaal gekomen, verzocht de sultan de zanger plaats te nemen. “Waar zal ik gaan zitten”? vroeg deze. De sultan antwoordde: “Neem welke plaats die u goeddunkt”. Hierop koos Farabi de zetel van de sultan. Zonder twijfel verwonderde dit de sultan zeer, maar toen hij Farabi’s zang gehoord had, vond hij zelfs zijn eigen zetel niet goed genoeg meer. Want het rijk van de sultan heeft zijn grenzen, maar het rijk van de kunstenaar is overal waar schoonheid de scepter voert. Waar schoonheid te vinden is, is ook het rijk van de kunstenaar. Maar kunst is slechts een deur waardoor men een nog veel wijder gebied kan binnengaan. Godsdiensten hebben kunst bij tijden als iets uiterlijks beschouwd. Doch zeer vaak was dit een soort fanatisme van de kant van de godsdienstige autoriteiten. En het is niet alleen in het oosten, maar in het westen én in het oosten, dat men de opvatting vindt dat men kunst van religie moet scheiden. Dit wil niet zeggen dat alle religies dit doen en evenmin dat enig groot leraar het verkondigd heeft. Het is altijd afkomstig van mensen die zich wel van de vorm, maar nog niet van de schoonheid van religie bewust zijn; zij hebben er het simplistische aan opgedrongen. Niemand, die de diepte van religie gepeild heeft, zal ooit het feit kunnen loochenen dat deze een kunst in zichzelf is, een kunst die het allergrootste in het leven van de mens ten uitvoer brengt en er kan geen grotere dwaling bestaan dan die kunst van schoonheid te beroven. Om te beginnen zien wij dat er in oude tijden in alle Hindoe tempels en Boeddhistische pagoden muziek, poëzie, beeldhouw- en schilderkunst te vinden was. Als men uit een tijd toen er nog geen drukpers bestond en er geen boeken over filosofie en religie konden worden uitgegeven, iets geschreven kan vinden die de oude religieuze of filosofische ideeën vertolken, dan kan men deze in de antieke kunst vinden. Als er bijvoorbeeld sporen van mystiek en godsdienst van het oude Egypte, waarover zoveel gesproken en zo weinig bekend is, gevonden kunnen worden, dan is dit niet in een of ander manuscript, maar in de kunst. En zo zijn eveneens de ideeën uit de oude Sanskriet-periode nog te vinden in India in de in stenen en rotsen en tempels gebeitelde voorstellingen. Zeer dikwijls reizen mensen van het westen naar het oosten om te zien in hoeverre de kunst tot volmaking kwam, doch slechts zeer weinigen begrijpen werkelijk dat de kunst er niet alleen een zekere volmaaktheid bereikte, maar dat zij gegeven werd om iets mee te delen aan hen die lezen kunnen. En neem de kunst van het oude Griekenland, die een teken en bewijs is van een volmaakte realisatie van de goddelijke wijsheid.


66

SG nr. 26 en 27 KHWAJA SHAMS-din-MOHAMMED HAFIZ Hafiz is met name bekend aan iedereen die in de Perzische dichtkunst belangstelt. Want onder de Perzische dichters neemt hij een geheel eigen plaats in door zijn uitdrukkingsvermogen, zijn diepte en zijn symbolische verbeelding en wijsgerige inzicht. Er is een tijd geweest dat de expressie van verdiept en vrij denken met grote moeilijkheden gepaard ging en die tijd is nog niet geheel voorbij, hoewel er in menig opzicht nu meer vrijheid van meningsuiting is dan in vroeger tijden toen iedereen die zijn gedachten over de verborgen wetten van het leven, over de ziel, over God, schepping en manifestatie tot uitdrukking bracht, hevige tegenstand ondervond. Dit kwam doordat overal godsdienstige machthebbers de lakens uitdeelden en exoterische religieuze dogma’s gehoorzaamd werden, zodat zij die tot esoterische wijsheid doordrongen, deze niet aan het volk konden meedelen. Velen werden vervolgd en wreed ter dood gebracht, waardoor de vooruitgang van de mensheid vertraagd werd. Tegenwoordig gebeurt dat minder, maar een bekrompen houding van de menselijke geest in wijsgerige en religieuze aangelegenheden treft men altijd aan. Voor soefi’s, die door middel van meditatie doordrongen tot de bron van kennis in hun eigen hart, was het uiterst moeilijk om het weinige wat van de Waarheid kan worden uitgelegd voor de massa, in eenvoudige woorden weer te geven. Want hoewel van de Waarheid geen toereikende expressie in woorden kan worden gegeven, hebben toch allen, die met dichterlijk en profetisch uitdrukkingsvermogen begiftigd waren, neiging en drang ondervonden om uit te drukken wat hun ziel ondervond. Hafiz vond de weg tot verwoording van zijn zielservaring en zijn wijsheid in verzen. Want de ziel heeft vreugde zich in verzen te uiten, omdat de ziel zelf muziek is. Zo stortte Hafiz zijn ziel uit in poëzie. En wat voor een poëzie: poëzie vol licht en schaduw, lijn en kleur, en vol van ontroering. Geen poëzie ter wereld is zo teer van uitdrukking als die van Hafiz. Daarom is slechts een fijnbesnaard gevoelsleven met subtiel onderscheidingsvermogen voor taalschakering ontvankelijk voor de lichtschijn van de ziel. Daarbij wint de taal van Hafiz tevens de liefde van ieder die luistert. Zelfs indien hij haar niet volledig verstaat, wordt hij gewonnen door haar bouw, haar ritme en haar schoonheid van uitdrukking. Daarbij wint de taal van Hafiz tevens de liefde van ieder die luistert. Zelfs indien hij haar niet volledig verstaat, wordt hij gewonnen door haar bouw, haar ritme en haar schoonheid van uitdrukking. Zijn stijl doet denken aan die van Salomo, maar hij sprak de taal van zijn volk en zijn tijd, een taal die meer dan welke andere ook zich eigent voor poëzie. De Perzische taal geldt in het oosten als de heerlijkste onder de oosterse talen, bij uitstek de taal van dichters. Zij is zacht van klank en teder van expressie. Ieder ding heeft wellicht tien namen, de kleinste gedachte kan misschien op twintig manieren tot uitdrukking worden gebracht, waar de dichter zijn keuze uit kan maken. Zo hebben zowel de Perzische taal als de Perzische poëzie een rijk uitdrukkingsvermogen.


67

Hafiz’s roeping was om aan een tot religieus fanatisme neigende wereld Gods alomtegenwoordigheid, niet slechts in de hemel maar ook op de aarde, duidelijk te maken. Maar al te dikwijls heeft het geloof in God en het hiernamaals de mensen in slaap gehouden en in afwachting van de dag en het uur, die hen van aangezicht tot aangezicht tegenover de Heer zullen plaatsen, een dag en een uur die naar hun overtuiging eerst ná hun dood zal aanbreken. En in deze gemoedsstemming wachten zij hun dood af, hopende dán God te zien, die alleen in de hemel en nergens anders is te vinden. En zij denken dat er maar één plaats is waar God aanbeden kan worden, de kerk, waarbuiten God niet te vinden is. Van dit waanidee wilde Hafiz de mensen losmaken, hun bewustheid bijbrengen van de hemel hier en nu en hun zeggen dat alles, wat zij in het hiernamaals als beloning verwachten, hun hier ten deel kan vallen als zij het leven in zijn volheid omhelzen. Het gemeenschappelijke ideaal van alle godsdiensten werd door Jezus Christus uitgesproken met: “God is Liefde”. Dat was ook de hoofdgedachte van Hafiz die hij, met telkens weerkerende nadruk, in de Diwan behandelde. Als er in de mens iets goddelijks is, dan is het de liefde. Als God ergens te vinden is, dan is dat waar het mensenhart tot liefde ontwaakt is en daarmee God zelf tot leven is gewekt. Maar tevens heeft Hafiz in zijn poëzie tot dit alles de sleutel gegeven, een sleutel bestaande in de gewaarwording van de schoonheid in al haar vormen. Schoonheid is niet altijd in een ding of in een mens. Schoonheid weerspiegelt een levenshouding, een levensbeschouwing, en haar werking is geheel afhankelijk van de eerbied waarmee ze wordt ondergaan. Dezelfde muziek, poëzie of beeldende kunst ontroert de een tot in het diepste van zijn ziel, terwijl een ander ernaar kijkt zonder het te zien. De hele ons omgevende wereld is vol van schoonheid, soms ligt zij open voor u, soms moet u ernaar zoeken. Een goed mens nadert ons en terstond zijn wij onder de bekoring van de schoonheid van de goedheid. Daar nadert iemand, die er boosaardig uitziet. U kunt ervan verzekerd zijn dat allerlei goeds in hem te vinden zou zijn als wij er maar naar willen zoeken, als wij maar het verlangen hebben het te voorschijn te brengen. Het kwaad, dat wij menen te zien, ligt niet altijd in de mensen en de dingen, maar in onze manier van ernaar te kijken. De hele strekking van Hafiz’ poëzie is het wekken van ontvankelijkheid voor schoonheid, en liefde voor schoonheid, waardoor en waardoor alleen, ons de zegen ten deel valt waartoe ons leven is bestemd. Iemand vroeg een soefi naar de bestaansgrond van deze gehele geschapen wereld en hij ontving ten antwoord: ”God, wiens wezen de liefde zelf is, wenste zijn eigen wezen te ervaren en daardoor voelde hij zich gedwongen zichzelf te openbaren”. God zelf en zijn openbaring, God en de Ziel, dit tweevoudig aanschijn wordt zichtbaar in alle natuurvormen, in de zon en de maan, in de dag en de nacht, in het mannelijke en het vrouwelijke, in het positieve en negatieve en in alle paren van tegengestelden, opdat dit beginsel van de liefde, deze enige oorsprong van de hele ons omgevende wereld, de gelegenheid tot


68

zijn volle ontplooiing zou verkrijgen. Zo vindt onze levensbestemming haar vervulling in de volledige realisatie van het beginsel van de liefde. Dikwijls hebben mensen na zich in filosofie te hebben verdiept en tot een pessimistische wereldbeschouwing te zijn gevoerd, de wereld verzaakt, haar materialistisch en onwaarachtig genoemd, haar de rug toegekeerd en zich in wouden, woestijnen en grotten verscholen, van waaruit zij beginselen van zelfverloochening en verzaking verkondigden. Zo niet Hafiz. Volgens hem moeten wij ons voelen als zeereizigers met bestemming naar een nieuwe haven en moeten wij alvorens daar aan te landen niet terugschrikken met gedachten als: ’zou ik niet door de bevolking worden aangerand of zou de plaats mij niet zo sterk gaan bekoren dat ik niet meer terug wil?’ Wij moeten bedenken dat de reis ons is opgelegd en niet is ondernomen om niet meer terug te keren. De houding van Hafiz is: het wagen aan land te gaan en als het een aantrekkelijke plaats is er te blijven; maar mocht het ondergang zijn, hij is tot ondergang bereid. Dat is de durf die van ons wordt gevraagd. Niet uit deze wereld van onwaarachtigheid weglopen, maar in die onwaarachtigheid een lichtschijn van Waarheid onderkennen en in dit bevreemdend tafereel Gods wil zien. Er is nog een andere openbaring die Hafiz in een wonderschone vorm de mensheid heeft gegeven. Er zijn namelijk velen op deze wereld die eenmaal in God, in zijn mededogen en barmhartigheid, in zijn liefde en vergevensgezindheid geloofd hebben. Maar zij hebben hun geloof verloren doordat zij hebben moeten lijden en rampen en onrecht hebben moeten aanzien. Velen hebben zich na verdriet en tegenspoed van de religie afgewend. Dit komt doordat de godsdienst die zij hadden, hun een God van goedheid en gerechtigheid had afgeschilderd, zodat zij in het kader van hun ideeën van deze rechter gerechtigheid verlangden. Zij schrijven aan God hun eigen maatstaven van gerechtigheid toe en zoeken in Hem een goedheid van hun eigen soort. Zo worden zij teleurgesteld en wordt hun vrede verstoord. Zij zien geen gerechtigheid, omdat zij die binnen hun eigen beperkte gezichtsveld zoeken. Zij zoeken goedheid, zachtmoedigheid en mededogen naar hun eigen opvatting en dan zijn er allerlei omstandigheden waarin zij gaan denken dat zoiets als gerechtigheid en werkelijke vergeving niet bestaat. Hierin nu wijst Hafiz een heel andere weg. Gods naam wordt nauwelijks in de Divan aangetroffen. Geloof in een God van goedheid en gerechtigheid komt nergens voor. Zijn God is de Geliefde aan wie hij zich in onbegrensde liefde en toewijding heeft overgegeven en van wie hij alles in liefde en toewijding als een beloning aanvaardt. Vergif uit de handen van de Geliefde is hem meer dan nectar uit andere handen. Dood gaat hem boven leven als de Geliefde het wenst. Maar zou men kunnen zeggen: is dit wel redelijk? Waar liefde is, komt redelijkheid niet ter sprake. Liefde staat boven iedere wet, omdat de wet haar bestaan aan liefde ontleent.


69

De fout van deze tijd is dat de wet boven de liefde wordt gesteld, omdat men niet ziet dat het goddelijke beginsel van de liefde de wet overkoepelt. Men maakt van God een door de wet gebonden rechter die niet zijn wil kan volgen, omdat hij moet handelen naar de in zijn boeken voorgeschreven wetten. God is niet de God van het recht. Recht en rechtvaardigheid zijn in zijn natuur, maar worden overschaduwd door de liefde. De mensen hechten veel belang aan elkaars handelingen en de resultaten daarvan. Zij beseffen niet dat boven hun handelingen en resultaten een wet troont die het vuur van de hel teniet kan doen en die, tegen alle vernielende krachten in, haar heerschappij handhaaft. Denk aan de kloek die over haar kuikens waakt. Als hun gevaar dreigt, al was het een paard of een olifant, dan vecht zij omdat het beginsel van de liefde haar daartoe dwingt. Een goede moeder vergeeft haar zoon onmiddellijk als hij haar met gebogen hoofd nadert en zegt: ‘moeder, ik ben dwaas geweest niet naar u te luisteren, ik heb verkeerd gehandeld, ik heb er zo’n spijt van’. Zij begrijpt dit en vergeeft. Zo zien wij genade en mededogen uitstromen als liefde, een stroom die het kwaad van jaren wegspoelt. En als een menselijk wezen daadwerkelijk kan vergeven, zou God dat dan niet kunnen? Tal van dogmatische godsdiensten missen het liefde-element, de straling van Gods soevereiniteit. Zij beperken Gods wezen door Hem te binden aan een boek en verlammen zo zijn mededogen. Als Gods macht zo beperkt was, zou hij niet rechtvaardig kunnen zijn. Een gewoon mens zou beter zijn, want die zou kunnen vergeven. Hafiz schildert ons de menselijke natuur in al haar aspecten van haat, jaloezie, liefde, goedheid, ijdelheid; het spel van vriendelijkheid en van hooghartigheid. Hafiz is geen dichter, hij is een schilder die het leven van alle kanten uitbeeldt. Ieder gedicht is een schilderstuk en of het nu ijdelheid, trots en hoogmoed, of liefde, barmhartigheid en mededogen is, die er de kleur aan verleent, in iedere gedaante ziet hij slechts de éne inwonende geest, die van de Geliefde. Hij legt getuigenis af van zijn devotie, zijn eerbied en zijn liefde voor alle openbaring van die ene en zelfde Geliefde. In menige godsdienst en in menig geloof beweert men dat de dag zal aanbreken waarop de mens de weg tot God zal hebben gevonden. Maar wanneer komt die dag? Het leven is zo kort en ons hart is zo hongerig. En als die dag niet vandaag is, komt hij misschien nooit! Daarom is het enige waar Hafiz voortdurend op gewezen heeft: ‘Wacht niet tot morgen, treedt nu de Geliefde nader, hij is bij u hier en nu, in de gedaante van uw vriend en van uw vijand met in zijn hand een roos of een gifbeker. Zie dit in en blijf ervan doordrongen: dit alleen is het doel van het leven’. Wat godsdienstige leerstellingen hebben voorgesteld als een reis van miljoenen mijlen, heeft Hafiz vlakbij gebracht. De mens houdt van ingewikkeldheden. Hij doet niet graag een enkele stap, hij vindt het interessanter om er miljoenen in het vooruitzicht te hebben.


70

Voor de mens die de Waarheid zoekt, zijn er talloze vragen die zijn aandacht opeisen. Met dat warnet van vragen wil hij zich bezig houden, duizenden malen, telkens opnieuw. Net als kinderen die op hun speelplaats eindeloos kunnen stoeien, zij weten van geen ophouden zolang ze niet dodelijk vermoeid zijn. Een dergelijke stoeipartij is het waarheid-zoeken van de volwassenen. Daarom hebben de mystici van de diepste waarheden een mysterie gemaakt, slechts bestemd voor de weinigen die er ontvankelijk voor waren en lieten ze de overigen rustig het spel waarvoor zij deugden. Zoals het liefdesbeginsel volgens opvattingen van de soefi’s en ook volgens alle profeten en wijzen, die ooit op aarde verschenen, het allereerste beginsel is, zo is het ook het allerlaatste. De IndiÍrs beoefenen verschillende vormen van Yoga. Tot God voert een intellectuele-, een wetenschappelijke-, een wijsgerige- en een morele weg; maar hierboven uit gaat de het hele leven veredelende weg, die de Hindoes hebben gevonden in Bhakta Yoga. Dat is de weg van devotie, de natuurlijke weg van de ziel. De hang van de ziel is naar liefde. Koude in ons hart is verlangen naar liefde, een warm hart is levende liefde. Als wij lijden aan neerslachtigheid, hunkeren of treuren, dan betekent dit dat ons vermogen om liefde te geven kwijnende is. Het leven zelf, bron van bezieling, verlossing en bevrijding, is liefde. De grote zielen, die van tijd tot tijd Gods Boodschap aan de mensheid brachten: Boeddha, Krishna, Jezus, Mozes, Abraham, Zarathustra, stonden bekend als mannen die over omvangrijke kennis beschikten. En de oorsprong van hun kennis lag in het vermogen lief te hebben. Zij wisten van mededogen, vergevingsgezindheid, sympathie en verdraagzaamheid, van geloof in het goede en van algemene mensenliefde. Zij brachten de eenvoudige leer van de liefde. Als godsdiensten ingewikkeld lijken, komt dit door latere toevoegsels. Wat de Profeet bracht was immer eenvoudig, het vond zijn uitdrukking in zijn gehele persoonlijkheid en levenshouding en heeft zijn invloed door de eeuwen heen behouden. Niet hun geschriften zijn het belangrijkste wat zij hebben nagelaten, want die zijn trouwens grotendeels afkomstig van hun leerlingen. Het is de eenvoudige waarheid die hun persoonlijkheid en hun levenshouding heeft uitgestraald. De dwaling van onze tijd is dat wij de Waarheid, zoals zij zich overal in haar eenvoud manifesteert, niet zien en in plaats daarvan ingekapselde waarheden trachten te vinden. Hafiz leert ons de uiteindelijke waarheid en de uiteindelijke gerechtigheid in een en hetzelfde, in God, te herkennen. Gerechtigheid is nimmer betrekkelijk, zij manifesteert zich alleen in de totaliteit. En Hafiz toont ons dat de macht achter de wereld van de verschijnselen de macht van de Liefde is en dat door deze macht de wereld werd geschapen. Liefde is de stuwkracht en de scheppingskracht, of zij nu werkt door God of door de mensen. En als uit haar de gehele schepping is, dan is zij het ook alleen die ons tot de vervulling van ons leven kan voeren.


71

SG nr. 28

HET LEVENSDOEL VAN DE SOEFI

Het levensdoel van ieder mens is uiteindelijk hetzelfde, in het begin echter zijn er grote verschillen. Uiteindelijk bereikt iemand het stadium, waarin zijn levensdoel samenvalt met de bestemming van zijn ziel, doch zolang hij daar niet aan toe is, heeft hij uiteenlopende doelstellingen, waarvan verwezenlijking hem slechts tijdelijke voldoening geeft. Volgens de Hindoe filosofie heeft het leven vier drijfveren. De eerste daarvan is wat zij dharma noemen, hetgeen plicht betekent. Sommigen menen dat deugd in plichtsvervulling bestaat en denken dat in het nakomen van hun speciale plicht de vervulling van hun leven ligt. Maar als de ene plicht vervuld is, wacht een andere! Het leven is vol van plichten. Als een meisje jong is, zegt ze: ‘mijn plicht ligt bij mijn vader en moeder’. Dan komt de tijd dat zij het welbehagen van haar man als plicht voelt. Weer later is haar plicht die van de moeder tegenover haar kinderen. Maar zelfs daarmee is het niet afgelopen, dan komen de grootmoederlijke plichten. Er is geen levensperiode waar de plichten verdwijnen. Het begint in de ene vorm en zet zich voort in een andere. Voor wie plicht als een vreugde beschouwt, is het een vreugde. Voor wie plicht als een deugd voelt, is het een deugd. Maar voor wie plicht als een belemmering of een kwelling ondergaat, is het een kwelling. Voor de een is plicht een deugd en een voorrecht, voor de ander een straf. De tweede drijfveer vinden we in de hindoe taal in het woord ‘ardh’, dat betekent het verwerven of vergaren van rijkdom. Het begint met de noodzaak van het dagelijks brood en culmineert in de greep naar miljoenen en heeft geen einde. Hoe meer men bezit, hoe minder men zijn bezit beseft. Rijk zijn geeft nooit volledige voldoening, er blijft altijd een gevoel van gemis. De derde drijfveer is: genot. Men verzaakt daarvoor zijn plichten en maakt slachtoffers; het beheerst het gehele leven. Maar tevens is genot iets wat nooit bevredigt. Hoe meer men van de genietingen van deze aarde krijgt, des te sterker verlangt men naar meer. Zulke genietingen zijn nooit duurzaam en kosten meer dan ze waard zijn. De vierde drijfveer is van andere aard. Het hoopt op een soort van beloning in het hiernamaals, op het intreden in een soort van paradijs of het verwerven van een soort vage gelukzaligheid. Het is een hang naar een soort van bevoordeling of welbehagen, naar gelukzaligheid of vervoering, waarvan men niets naders weet, maar die men te eniger tijd hoopt te ervaren. Maar zelfs dat zou, als het zover kwam, geen volle bevrediging schenken. Hieruit leidt een soefi af, dat er bij al deze vier verschillende dingen die het mensdom najaagt, geen eindstadium is aan te wijzen; het ís er eenvoudig niet! Daarom poogt de soefi


72

boven deze vier drijfveren uit te stijgen. En zodra hij er bovenuit is, blijft hem slechts één verlangen, het zoeken naar Waarheid. Dit geldt niet alleen voor soefi’s, maar iedereen die in deze wereld door een teleurstelling, een desillusie, een leed of een foltering is heengegaan, komt tot dit ene verlangen. Iemand die naar de Waarheid zoekt, trekt de wereld in en vindt daar een veelvuldigheid van sekten en religies en weet niet waarheen hij zich moet wenden. Dan verlangt hij te ontdekken wat er onder al die sekten en religies verborgen ligt en begint hij uiteindelijk te zoeken, wat hij door wijsheid kan verwerven. Maar wijsheid is een sluier over de Waarheid, zelfs wijsheid kan geen Waarheid worden genoemd. God alleen is Waarheid en Waarheid is God. De Waarheid kan noch bestudeerd, noch onderwezen, noch geleerd worden, men kan haar aanraken, men kan haar realiseren; dit kan men door het ontvouwen van het hart. Voor een soefi is geloof in God niet voldoende. Geloof zonder fundament is als een in de lucht zwevend vodje papier dat, als de wind het niet meevoert, op de grond valt. Hoevelen zijn er niet die ondanks al hun geloof, toch hun geloof verliezen als er in hun omgeving een krachtige invloed naar hen uitgaat van iemand die niet gelooft. Als geloof iets is wat verloren kan gaan, wat voor nut heeft dan zo’n geloof? Eigenlijk gezegd gaat het niet alleen om geloof, maar het gaat ook om de volgende fase: de liefde tot God. In iemand, die alleen maar in God gelooft, is God niet levend aanwezig. Eerst de liefde tot God brengt God tot leven. Maar zelfs dat is niet voldoende. Want wat is menselijke liefde? De mens is begrensd, ook zijn liefde is begrensd. Hoe meer men van het leven gezien heeft en hoe beter men de menselijke natuur kent, des te meer leert men de onbetrouwbaarheid van menselijke liefde kennen. Hoe kan iemand die niet eens trouw is in zijn liefde voor een mens die hem nabij is, trouw zijn in zijn liefde voor de Geliefde, die hij nooit gezien heeft? Daarom is zelfs wat de mens liefde tot God noemt, niet voldoende. Nodig is het weten van God. Want het is het weten van God waaruit liefde tot God voortkomt. En weten en liefde sámen brengen het volmaakte geloof in God. Niemand kan van God weten en hem niet liefhebben. Maar wel kan men God liefhebben zonder van hem te weten. En niemand kan van God weten en hem liefhebben zonder in hem te geloven. Maar wel kan er iemand zijn die in God gelooft zonder dat hij hem lief heeft. Voor de soefi zijn die drie fasen nodig om tot het doel van het leven te komen: weten, liefhebben, geloven. De soefi krijgt door zijn geloof eerbied voor het geloof van anderen. Een volledig gelovige is hij die niet alleen zelf gelooft, maar ook het geloof van anderen eerbiedigt. Voor een soefi is er niemand in deze wereld, heiden noch afgodendienaar, die men mag verachten. Want hij gelooft in die God die niet de God van een uitverkoren sekte is, maar die de God van de hele wereld is.


73

Hij gelooft niet in de God van één volk, maar in die van alle volken. God is voor hem in alle huizen waar hij aanbeden wordt. Zelfs als mensen op straat staan te bidden, maakt dit voor hem geen verschil. Dat is voor hen de heilige plaats, waar God gediend wordt. Sektegeest laat de soefi over aan de sekten, die hij alle eerbiedigt, hij kent geen vooroordeel noch minachting en zijn sympathie gaat uit naar allen. De opvatting van een soefi is, dat iemand die zijn medemensen niet lief heeft, ook God niet kan liefhebben. Zijn gedachte is die van Christus: ‘heb uw naaste lief, heb uw vijand lief’. Wat wil dit zeggen? Dit wil niet zeggen: ‘heb hem lief omdat u hem als uw vijand bechouwt’, maar: ‘heb hem lief, omdat u in God met hem verbonden bent’. Indien het mensdom in deze eenvoudige en machtige woorden geloofd had, zouden oorlogen er niet zijn geweest. Denkt u dat alle bestaande haat, -volk tegen volk, partij tegen partij, overal schijnen conflicten te zijn-, denkt u dat dit alles er geweest zou zijn als deze woorden waren opgevolgd? Als de wereld deze woorden ter harte had genomen, waren al die rampen er niet geweest. Is het de taak van politici om dit de mensen bij te brengen of van zakenlieden? Neen, het is de taak van de kerk, van de religie. Maar zolang de kerkelijke autoriteiten zich tot sekten groeperen, de godsdienst verdelen en elkaar bevooroordeeld aanzien, wordt deze door Christus gebrachte waarheid niet geleefd. Wij moeten begrijpen dat elke verandering, die in de massa plaats vindt, te zijner tijd de enkelingen bereikt. Wat is bijvoorbeeld het gevolg als twee volken tegenover elkaar staan en elkaar bevechten? Het gevolg zal zijn, dat zich in die volken partijen vormen, die elkaar bestrijden. Daarna zal een dergelijke strijd in families ontstaan en na verloop van tijd komt die zelfde geestesgesteldheid in een gezin van twee mensen, twee mensen in hetzelfde huis in voortdurend conflict met elkaar. En wat zal het einde zijn? Het einde zal zijn dat ieder individu met zichzelf in conflict raakt. Waar heeft de soefi dit geleerd? In zijn weten van God. De mens, die God niet in zijn schepping herkent, zal nooit een God in de hemel herkennen! Vroeger was voor de simpele gelovigen in God en religie alles in orde als zij rustig naar de kerk gingen, hun gebeden opzonden en dan naar huis keerden met een verheven gevoel en zich met de gewone wereld niet inlieten. Maar nu zijn de omstandigheden veranderd. Nu is er een grote strijd gaande tussen Waarheid en Leven. De rol die de illusie van de materie in het leven speelt, doet zich thans ten volle gelden. Het leven pleegt nu dan ook een heviger aanslag op de Waarheid dan de religie ooit te weerstaan heeft gehad. Aan de ene kant roept de wetenschap: materie, materie, materie! Aan de andere kant schreeuwt de politiek: eigenbelang, eigenbelang, eigenbelang! En de godsdiensten roepen: sekte, sekte, sekte! En waar moet dus iemand blijven, die wil denken over de uiteindelijke Waarheid, het enige wat zijn ziel zoekt? Daarom is de Soefi Boodschap niet bestemd voor een bepaald ras, noch voor een bepaald volk, noch voor een bepaalde kerk. Zij is een oproep tot eenheid in wijsheid en dat is wat wij soefi noemen, dat is de sofia van de Grieken.


74

De Soefi Beweging bestaat uit een groep mensen die behoren tot verschillende religies die zij niet verlaten. Zij hebben geleerd die religies beter te verstaan en hun liefde geldt het leven, God en de mensheid, en niet een bepaalde groep. Het voornaamste werk dat de Soefi Beweging heeft te volbrengen is het scheppen van meer wederzijds begrip tussen Oost en West en tussen de volken en rassen. De toon, die de Soefi Beweging in deze tijd doet klinken is de goddelijkheid van de menselijke ziel. Als de Soefi Beweging een grondslag voor de moraal te brengen heeft is het deze, dat de gehele mensheid ĂŠĂŠn enkel wezen is waarin men geen orgaan kan kwetsen of beschadigen zonder het geheel te schenden. En zoals de gezondheid van het gehele lichaam berust op de gezondheid van elk van zijn delen, hangt ook de gezondheid van de mensheid af van die van de afzonderlijke volken. Bovendien reikt de Soefi Beweging hen, die ontwaken met een verlangen tot de diepere regionen van leven en waarheid door te dringen, de helpende hand zonder te vragen naar religie, sekte of dogma. Het soefi-weten helpt iedereen niet alleen om zijn leven te richten, maar ook in zijn eigen religie. De Soefi Beweging roept de mens niet weg van zijn eigen geloof of kerk, maar wekt hem op er naar te leven. Kortom het is een beweging door God bestemd om de mensheid te verenigen in een broederschap in wijsheid.


75

SG nr. 29

VERZAKING

Verzaking is in feite zelfverloochening, en het is deze zelfverloochening die van waarde is. Zoals alle dingen in deze wereld goed of verkeerd gebruikt kunnen worden, is dat ook het geval met verzaking. Indien verzaking als beginsel goed zou zijn, zou het lijken of er geen doel achter de hele schepping is en zou de schepping evengoed niet tot manifestatie hebben kunnen komen. Verzaking is dan ook op zichzelf niet goed of verkeerd. Het wordt tot iets goeds of verkeerds naar gelang van het gebruik dat men ervan maakt. Beschouwt men het van uit een metafysisch oogpunt, dan ziet we dat dit beginsel tot ladder dient om boven alle dingen uit te stijgen. Het ligt in de aard van het leven, dat alle dingen waartoe wij ons aangetrokken voelen op den duur niet alleen tot een band, maar ook tot last worden. Als wij over het leven nadenken, zien wij dat het een eeuwigdurende reis is. Hoe zwaarder onze schouders beladen worden, hoe zwaarder de reis wordt. Denk eens hoe de ziel, wiens voortdurend verlangen het is om verder te komen, hierin dagelijks door allerlei banden wordt tegen gehouden en hoe zij voortdurend zwaarder belast wordt. Men kan twee dingen zien. Ten eerste: dat de ziel, al voortschrijdend, haar voeten als geketend voelt, terwijl zij naar voortgang verlangt. Ten tweede: dat de ziel bij elke stap die zij doet, tot meer dingen wordt aangetrokken en haar voortgang hierdoor moeilijker wordt. Daarom hebben alle denkers en wijzen, die tot bewustwording van het leven zijn gekomen, verzaking als geneesmiddel gebruikt. Voor de wijze geeft het leven het beeld te zien van de fabel van de hond met het stuk brood in zijn bek: ‘een hond met een stuk brood in zijn bek kwam bij een vijver waarin hij zichzelf met het brood in zijn bek weerspiegeld zag en denkend dat zijn spiegelbeeld een andere hond was, jankte en blafte hij en verloor zodoende zijn eigen brood’. Hoe meer wij onze dwalingen en onze onbeduidende verlangens beschouwen, des te meer gaan wij zien dat wij niet ver van de hond in de fabel staan. Denk eens aan de nationale rampen in het nabije verleden. Hoe er getwist en gevochten is om materiële, wereldse dingen, die veranderlijk en niet blijvend van aard zijn. Hieruit blijkt dat de mens, verblind door de materie, voorbij ziet aan de geheimenissen verborgen achter het leven. Gaan wij nu na wat verzaakt moet worden en hoe, dan valt hier een les te leren. Want een deugd is geen deugd als zij iemand opgedrongen wordt die er niet toe in staat is. Iemand die een deugd opgedrongen krijgt en hiermee tot verzaking geforceerd wordt, kan niet op de juiste wijze verzaken. Een deugd, die moeite kost, is geen deugd. Als zij met onlust gepaard gaat, hoe kan zij dan een deugd zijn? Iets wordt deugd genoemd, omdat het geluk geeft. Wat ons van geluk berooft, kan nooit een deugd zijn. Verzaking wordt dan ook op de juiste wijze in praktijk gebracht door wie begrijpen wat zij betekent en die ertoe in staat zijn.


76

Bijvoorbeeld: iemand heeft op reis slechts één stuk brood bij zich en treft in de trein iemand aan die hongerig is. Zelf is hij dat ook en hij heeft alleen maar dat ene stuk brood. Als hij denkt dat het zijn plicht is het brood weg te geven en zelf honger te lijden en zich hierover ongelukkig voelt, had hij het beter niet kunnen doen. Want dan is het geen deugd en zeker zal hij het geen tweede keer doen, omdat hij voelt dat hij er zelf bij tekort gekomen is, omdat de deugd hem geen geluk gaf. Die deugd zal nooit in zijn karakter tot ontwikkeling komen. Alleen die mens is tot verzaken in staat, die er een grotere voldoening in vindt de ander met zíjn stuk brood te zien. Alleen iemand wiens hart vol geluk is als hij iets verzaakt heeft, moet verzaking betrachten. En hieruit blijkt, dat renunciatie niet iets is dat men kan leren of onderwijzen. Het is iets dat vanzelf komt als de ziel evolueert, als zij de werkelijke waarde van de dingen gaat zien. Al wat voor anderen van waarde is, gaat de ziel van een ziener anders zien. Hieruit blijkt, dat de waarde van alles wat wij kostbaar of niet kostbaar vinden, in overeenstemming is met de wijze waarop wij het bezien. Voor de een is verzaking van een stuiver teveel, voor de ander betekent het verzaken van al wat hij heeft, niets. Het hangt ervan af hoe we de dingen beschouwen. Men ontstijgt aan alle dingen die men in het leven verzaakt. De mens is de slaaf van wat hij niet verzaakt heeft. Van alle dingen die hij verzaakt heeft wordt hij de koning. Deze hele wereld kan een koninkrijk in iemands hand worden als hij haar verzaakt heeft. Maar verzaking hangt af van de evolutie van de ziel. Iemand die niet spiritueel geëvolueerd is, kan niet goed verzaken. De stukjes speelgoed, die voor kinderen zoveel waarde hebben, betekenen niets voor volwassenen. Het valt hen gemakkelijk ze op te geven. Zo is het eveneens voor wie spiritueel ontwikkeld zijn, zij verzaken alle dingen gemakkelijk. Nu komen we tot de vraag: hoe vordert men op het pad van de verzaking? Door te leren onderscheiden welk van twee dingen het beste is. Iemand met het karakter van de hond in de fabel kan niet verzaken. Hij houdt van beide dingen. Het leven is zó, dat als zich twee dingen aan ons voordoen, van ons gevraagd wordt één van de twee op te geven. Het hangt van iemands onderscheidingsvermogen af wat op te geven en waarvoor. Of hij de hemel voor de wereld of de wereld voor de hemel opgeeft, rijkdom voor eer of eer voor rijkdom. Of hij dingen van kortstondige waarde opgeeft voor onvergankelijke dingen of onvergankelijke dingen voor dingen van momentele waarde. Het ligt in de aard van het leven, dat het ons altijd twee dingen toont. Menigmaal is het een probleem een keuze uit twee dingen te maken. Dikwijls ligt het ene klaar en is het andere verder buiten ons bereik. Het probleem is het ene op te geven en hoe het andere te bereiken. Heel dikwijls ontbreekt iemand de wilskracht tot verzaking. Het vereist niet alleen onderscheid te kunnen maken tussen twee dingen, maar eveneens wilskracht om dat te doen wat wij zouden willen doen. Het is niet makkelijk om in het leven in overeenstemming hiermee


77

te handelen. Denk eens hoe moeilijk het leven is! Als wij niet naar onszelf kunnen luisteren, hoe moeilijk is het dan voor anderen om te luisteren! Heel vaak kunnen we niet verzaken omdat wij niet naar onszelf kunnen luisteren. Verzaking kan men vanzelf leren. Eerst moet men zijn onderscheidingsvermogen oefenen door te leren zien wat meer en wat minder waardevol is. Dit leert men door het te toetsen, zoals men goud toets aan imitatie goud. Dat wat na korte tijd zwart wordt is imitatie en dat wat altijd zijn kleur behoudt is echt. Hieruit blijkt dat de waarde van de dingen herkend kan worden aan hun duurzaamheid. U zou kunnen vragen: ‘moeten we de waarde van de dingen niet herkennen aan hun schoonheid?’ Jazeker moeten we ze herkennen aan hun schoonheid, maar schoonheid herkennen wij aan duurzaamheid. Denk eens aan het verschil in prijs tussen een bloem en een diamant. De bloem met al haar fijnheid, haar schoonheid van kleur en geur legt het af tegen de diamant. De enige reden is dat de schoonheid van de bloem de volgende dag verwelkt is, maar die van de diamant is blijvend. Hieruit spreekt een natuurlijke tendentie, die wij niet behoeven te leren, wij zijn altijd op zoek naar schoonheid en tevens naar duurzaamheid. Wat voor waarde heeft vriendschap, hoe schoon ook als zij niet blijvend is? Positie en eer, die niet duurzaam zijn, wat voor waarde hebben ze? Hoewel de mens als een kind is, dat alles naloopt wat boeit en wat steeds aan verandering onderhevig is, zoekt zijn ziel toch naar bestendigheid. Om verzaking te leren begrijpen, behoeven wij dan ook alleen maar onze eigen aard te bestuderen en zien waar ons diepste wezen naar verlangt en trachten dit diepste wezen te volgen. Door dit proces van verzaking verkrijgt men wijsheid. Wijsheid en verzaking gaan samen, door verzaking wordt men wijzer en door wijs te zijn is men tot verzaking in staat. De hele moeilijkheid in het leven van de mensen, thuis en daarbuiten, als volk en waar dan ook, is altijd het onvermogen tot verzaking. Als het begrip beschaving in andere woorden kon worden uitgedrukt, zou men het een ontwikkeld gevoel voor verzaking noemen, dat zich manifesteert in consideratie voor elkaar. Iedere daad van hoffelijkheid, van beleefdheid, toont verzaking. Wanneer iemand een ander zijn plaats of iets anders dat goed is, aanbiedt, is dat verzaking. Beschaving in de ware zin is verzaking. Het hoogste en grootste doel dat iedere ziel te bereiken heeft is God en zoals er voor alle dingen verzaking gevraagd wordt, vraagt dat hoogste doel de hoogste verzaking. Evenwel is een gedwongen verzaking, zelfs voor God, geëigend noch gewettigd. Ware verzaking neemt men waar bij hen, die daartoe in staat zijn. In de bijbel lezen wij het verhaal van Abraham, die zijn zoon offert. Tegenwoordig lacht men waarschijnlijk om die oude verhalen en beredeneert men ze vanuit zijn eigen gezichtspunt. Maar denk eens hoeveel vaders en moeders hun kinderen in de oorlog geofferd hebben voor hun land, hun volk en hun eer. Hieruit blijkt dat geen offer een te groot offer kan zijn voor iemands ideaal.


78

Er is alleen het verschil in ideaal, of het een materieel of een spiritueel ideaal is, of het om aards of om spiritueel gewin gaat, of het voor de mens of voor God is. Zolang verzaking beoefend wordt voor geestelijke vooruitgang is het goed. Zodra verzaking een principe geworden is, wordt zij verkeerd toegepast. De mens moet in werkelijkheid meester van het leven zijn. Hij moet verzaking in toepassing brengen maar er niet aan ten onder gaan. Zo is het met alle deugden. Als deugden het leven van de mens beheersen, worden ze afgoden. Wij moeten geen afgoden aanbidden, wij moeten het ideaal in de afgod aanbidden.


79

SG nr. 30

FARID-ud-din-ATTAR

Farid-ud-din-Attar is een van de oudste dichters van Perzië en het is niet overdreven te zeggen dat het werk van Attar niet alleen Rumi maar ook vele andere Perzische dichters en spirituele zielsverwanten heeft geïnspireerd. Hij wees de weg naar de uiteindelijke bestemming van het leven en heeft dit op poëtische wijze in beeld gebracht. Trouwens alle grote meesters van de wereldgeschiedenis hebben, als zij ooit in staat zijn gebleken de juiste weg aan zoekende zielen te wijzen, dit moeten doen door er in symbolische vorm uitdrukking aan te geven in een verhaal of een legende, die enerzijds een sleutel bevatte voor hen die begrijpen konden, en anderzijds de belangstelling wekte van hen die er nog niet aan toe waren; zodat beide, de slapenden zowel als de ontwaakten, er hun vreugde aan hadden. Dit voorbeeld vond navolging bij de dichters van Perzië en India en wel speciaal bij de Hindoe dichters die zo hun verhalen in een vorm goten die niet alleen gewaardeerd werd door zoekers naar waarheid, maar ook door mensen in de meest uiteenlopende stadia van evolutie. Attar’s meest bekende werk is “De vogel van het luchtruim”, in het Nederlands bekend als “De samenspreking van de vogels”, waaraan de gedachte van “De blauwe vogel” ontleend is. Slechts weinigen hebben de betekenis begrepen van “De blauwe vogel” of “De vogel van het luchtruim”. In het gebruik van het Perzische woord ‘luchtruim’ is een zeer oude lering besloten. Het drukt uit dat iedere ziel een hoedanigheid bezit, die men ‘het luchtruim’ zou kunnen noemen, en die de aarde en de hemel in zich kan bergen. Wat ziet men als men zich in een menigte begeeft? Ontelbare gezichten. Ik noem dat: verschillende geesteshoudingen. Alles wat u in ieder mens waarneemt en alles wat zich aan u voordoet, heeft expressie, atmosfeer en vorm. Als u het in één woord wilt samenvatten, dan is het hun houding tegenover het leven, goed of verkeerd, juist of onjuist. Welke houding zij ook mogen hebben, zij zijn zelf die houding. Toont dit niet aan hoe toepasselijk het woord ‘luchtruim’ gekozen is, dat alles kan betekenen wat uw verstand of uw oordeel er aan toekent? Kort uitgedrukt: ‘wat men van zichzelf maakt, dat wordt men’. Alle bronnen, zowel van geluk als van ongeluk, zijn in de mens zelf aanwezig. Wanneer hij zich hiervan niet bewust is, kan hij niets van zijn leven maken en naarmate hij meer vertrouwd raakt met dit geheim, verwerft hij meesterschap over het leven. Het is dit proces van bereiking van meesterschap, dat door Attar in zijn werk over ‘de zeven valleien’, waardoor deze ‘vogel van het luchtruim’ is heen gegaan, beschreven wordt. De eerste vallei is die van het zoeken. Hoe waar is het dat ieder kind geboren wordt met een neiging tot zoeken en te weten komen. Wat wij weetgierigheid of nieuwsgierigheid noemen is aangeboren en wijst op die innerlijke drang om te zoeken. Dit toont aan, dat de mens er mee op aarde komt en niet voldaan kan zijn voor hij de bevrediging gevonden heeft die hij, al zoekende naar kennis, wenst


80

te bereiken. Zonder twijfel is het de mens zelf, die de belemmering vormt om die kennis te verwerven die zijn ziel werkelijk zoekt. Het is zijn zelfzuchtig zelf dat hem altijd in de weg staat en hem ervan afhoudt om dat ene te vinden, waarnaar de ziel van ieder mens zoekt. Men kan dan ook zeker zeggen, dat er voor de mens geen groter vijand ter wereld is dan zijn zelfzuchtig zelf. Bij het zoeken denkt men, dat men misschien door wetenschap of kunst te weten kan komen wat de achtergrond van de dingen is, maar of er nu langs materiële of spirituele weg gezocht wordt, tenslotte zal en moet men bij het doel belanden dat ieders bestemming is. Zelfs mensen die bezig zijn met materiële zaken en die nooit over spirituele dingen nadenken, komen na veel te hebben onderzocht en ervaren, dichtbij hetzelfde weten dat het uiteindelijke weten is. En daarom kunnen wij een materialist, een atheïst of een agnosticus, toch die naam niet geven, want uiteindelijk is zijn doel en zijn vervulling hetzelfde. Als hij werkelijk de weg ver genoeg gaat en tot het diepste weten komt, dan zal hij, wat ook zijn beweegredenen mogen zijn geweest, hetzelfde einddoel bereiken. De tweede vallei is die van devotie. En als wij na lang genoeg zoeken iets bevredigends gevonden hebben, zullen wij daaraan geen vreugde ondervinden als wij niet die ene openheid in ons hebben, de openheid van liefde en toewijding. Zien wij niet in ons dagelijks leven, dat mensen van groot intellect en met brede belangstelling heel dikwijls iets schijnen te missen? Wanneer van een mensenpaar de één zeer intellectueel is, kan de ander het gevoel hebben dat iets, wat hun leven volledig zou kunnen maken, ontbreekt en dat met intellect alleen niet kan worden volstaan. Waaruit bestaat dit tekort? Het is het hart dat het leven in evenwicht houdt en bij uitschakeling waarvan het leven verdort. Weten en voelen zijn als positieve en negatieve krachten. Als het gevoelselement zeer sterk is en het intellect ontbreekt, ook dan is het evenwicht zoek. Kennis én gevoel behoren zich harmonisch te ontwikkelen. En daarom is volgens Attar de devotionele zijde, of het Hart, kenmerkend voor de tweede vallei. De derde vallei is die van het verlichte weten. Het verlichte weten ontstaat uit de harmonische ineenvloeiing van liefde en begrip. Het is dit weten dat het spirituele weten wordt genoemd en dat ontoegankelijk blijft zolang de bronnen van de liefde zich niet hebben geopend. Er zijn fijne nuances van licht en schaduw in het leven die wij niet tenvolle gewaar worden en kunnen begrijpen zonder aan de diepere, de devotionele zijde van het leven te raken. Wie nooit echt dankbaar is geweest weet niet wat dit betekent. Wie geen nederigheid heeft gekend, ontgaat ook de schoonheid daarvan. Wie geen zachtmoedigheid, geen bescheidenheid heeft gekend, zal de schoonheid ervan niet waarderen of herkennen. Zo wordt een fijnbesnaard mens dikwijls belachelijk gemaakt in een omgeving waar hij niet begrepen wordt, waar zijn taal een vreemde taal is. Dit toont ons dat het leven verfijningen kent waarvoor intellect alleen niet toereikend is, maar waarvoor het hart moet opengaan.


81

Een zeer intellectueel man kwam Jami vragen om hem als leerling toe te laten en hem een inwijding te geven. Jami keek hem aan en zei: hebt u iemand lief gehad? De man antwoordde: nee, nog nooit. Daarop zei Jami: tracht eerst lief te hebben en kom dan bij me, dan zal ik u de weg wijzen. Liefde heeft haar plaats in elke levensfase. Als kind, als jongeling, als volwassene, welk stadium van het leven men ook bereikt heeft, altijd wordt er naar liefde gevraagd en heeft liefde haar rol te spelen. In welke situatie u ook wordt geplaatst, onder vrienden of vijanden, onder mensen die u begrijpen of niet begrijpen, in gemakkelijke of moeilijke omstandigheden, overal en altijd heeft zij haar rol te vervullen. En als iemand mocht denken ‘ik moet mij niet door het liefde-element laten leiden’, dan zou hij zijn ziel gevangen zetten. Er is maar één ding in de wereld dat het merkteken van de hemel, het goddelijk merkteken dat ons het bewijs van God geeft, in zich draagt. Want alle edele eigenschappen die in de ziel zijn verborgen, zullen pas ontluiken en tot bloei komen als de liefde hen helpt en voedt. Iemand kan zeer veel goeds in zich dragen en zeer intelligent zijn, maar zolang zijn hart gesloten blijft, zal hij geen uitdrukking kunnen geven aan die ziele-adel en die goedheid die zich in hem schuilhouden. De psychologie van het hart brengt mee, dat het leven een voortdurend wonder is als het hart eenmaal tot leven komt. Ieder ogenblik van het leven wordt dan tot een wonder. Het hart richt een zoeklicht op de menselijke natuur en de dingen worden iemand zo helder, dat men naar geen groter verschijnsel of wonder meer vraagt. Wat men telepathie, gedachtelezen of helderziendheid noemt, al die dingen komen vanzelf als het hart open is. Als iemand koud en verstijfd is, voelt hij zich als in een graf, hij leeft niet en hij kan niet van het leven genieten, want hij kan zich niet uiten. Hij kan het licht en het leven om zich heen niet zien, hij is in zijn graf. En wat houdt iemand terug om zijn hart te openen? Zijn eisende houding. Hij wenst met de liefde zaken te doen en zegt: houdt van mij en ik zal van u houden. Zodra iemand zijn gunsten, zijn diensten en alles wat hij doet voor iemand die hij liefheeft, terugeist, weegt en meet, weet hij niet wat liefde is. Liefde ziet de geliefde en niets anders. Zoals Rumi zegt: “Of u een menselijk wezen of wel God liefhebt, eens breekt de dag aan dat iedere minnaar, hetzij van God of mens, voor de troon van de liefde gevoerd zal worden in de tegenwoordigheid van de Enige Geliefde”. Wat wil dit zeggen? Dat wij, door onze vriend of onze buurman of zelfs onze vijand lief te hebben, slechts God lief hebben. En als iemand zegt: ‘ik heb God lief, maar ik houd niet van mensen’, dan heeft hij God niet lief en weet hij niet wat hij beweert. Het is alsof hij zegt: ik houd veel van je, maar ik zie je liever niet. De vierde vallei is die van onthechting. Na de derde vallei, waar de kennis van de menselijke natuur en van de schone gevoelens -die deugden heten- verkregen is, volgt de fase waaraan westerse talen een begrip van vernietiging verbinden. Maar wat wij ondergang of vernietiging noemen is niets anders dan verandering. Substantie, vorm en geest kunnen niet te gronde gaan, zij kunnen alleen veranderen. Maar mensen houden dikwijls niet van veranderen. Zij weten niet dat leven zonder verandering onmogelijk is. Er is geen enkel ogenblik in ons leven, dat niet aan verandering on-


82

derhevig is. Of u het aanvaardt of niet, de verandering voltrekt zich. Nu mogen ondergang, vernietiging of dood een geheel ander soort verandering lijken, maar wij hebben duizenden van zulke doden te sterven. Elke teleurstelling, elke gebeurtenis die ons hart doet breken is erger dan de dood. Vele levenservaringen zijn erger dan de dood, toch komen we ze door. Op het ogenblik zelf schijnen zij ondragelijk, wij denken ze niet te kunnen doorstaan, maar wij blijven leven. Als wij na duizend doden te zijn gestorven toch nog leven, is er niets in de wereld om bevreesd voor te zijn. Het is de menselijke begoocheling, de menselijke verbeelding, die het tot iets vreselijks maakt. Kan iemand het leven doden? Als iets dood kan gaan, dan is het reeds dood en iets dat werkelijk leeft kan niet sterven. Iemand zei eens tot een soefi: ik heb er jarenlang over nagedacht en er veel over gelezen, maar ik heb er geen afdoend antwoord op kunnen vinden; zeg mij eens wat gebeurt er na de dood? De soefi antwoordde: vraag het liever aan iemand die van plan is om dood te gaan, ik blijf leven. De grondgedachte is, dat er een luchtruim is dat uw eigen wezen uitmaakt. Het is als het luchtruim, in andere woorden kunt u het een woonruimte noemen. En wie heeft van deze woonruimte bezit genomen? Een misleid ego dat ‘ik’ zeg. Misleid door lichaam en denkvermogen heeft het zichzelf tot ‘individu’ uitgeroepen. Als iemand een haveloze jas draagt en zegt: ‘ik ben arm’, is in werkelijkheid zijn jas arm en niet hijzelf. Wat die omhulling omvat, dat wordt zijn denkwereld en zijn werkelijkheid, en het is die begrenzing waaruit de tragedie van onze ziel bestaat. Nu kan deze omhulling worden gevuld door het ik of door God. Slechts voor één van beide is er plaats. Of wij leven er in onze beperktheid of wij laten er God regeren in zijn onbegrensde wezen. Met andere woorden: wij nemen het tehuis dat altijd aan iemand anders toebehoorde in bezit, vullen het met begoocheling en noemen het ons eigendom en niet alleen ons eigendom, maar zelfs vereenzelvigen wij het met onszelf. Hierin bestaat de menselijke begoocheling en alle religieuze en wijsgerige leringen zijn erop gericht de mensen te bevrijden van deze begoocheling, die hen van hun geestelijke rijkdom berooft. En geestelijke rijkdom is de grootste rijkdom, zoals geestelijk geluk het enige werkelijke geluk is; er is geen ander. Als iemand eenmaal in staat is zichzelf van begoochelingen te bevrijden, betreedt hij de fase die in de vierde vallei wordt beschreven, de vallei van de onthechting, die hem bang maakt. Hij denkt: hoe kan ik mijn tehuis aan iemand anders afstaan, zelfs al is het aan God? Maar in werkelijkheid is het niet iets waarop hij zich verlaten kan. Het is een begoocheling van onder tot boven en aan vernietiging onderhevig. Is er iets dat niet aan vernietiging onderhevig is? Niets. Waarom zou dan het ogenblik van de vernietiging te vrezen zijn? Die natuurlijke angst komt van ongewoonte om de werkelijkheid onder ogen te zien. Men is zo gewend aan dromen, dat men angst heeft voor de werkelijkheid. Mensen zijn zo bang zichzelf te verliezen en weten niet dat daar nooit sprake van kan zijn. Alleen begoochelingen kunnen worden verloren en het is juist dán dat de mens zichzelf terug vindt wanneer hij deze begoocheling is kwijt geraakt. In deze begoocheling had hij zijn ziel verloren. Daarom moet hij door deze waan heen breken en er bovenuit rijzen.


83

De vijfde vallei is die van de Eenheid. Tegen de tijd dat de vijfde vallei, de vallei van de Eenheid, bereikt is, heeft het zelf alle illusie afgeworpen, een gebeuren dat in de bijbel met wedergeboorte wordt aangeduid. Dit volledig uittreden uit alle illusies is de werkelijke geboorte van de ziel. Want er is een geboorte van het lichaam en er is een geboorte van de ziel. In welke gevoelens komt deze geboorte van de ziel tot uitdrukking? Allereerst in een soort van blijde verbazing. De belangstelling in het leven is enorm toegenomen en de ziel wordt vervuld door alles wat ze ziet. De ziel wordt er weliswaar nauwelijks door geraakt, maar ze wordt er intens door geboeid. Deze door het leven gewekte verbazing wordt soms bijna tot een miraculeus vermaak. De hele wereld wordt een soort schouwtoneel, bevolkt met acteurs. De ziel gaat zich met de mensen om zich heen bezig houden als met kinderen over wie men zich geen zorgen maakt en van wie men niet iets anders verwacht dan wat zij doen. Als kinderen andere dingen doen dan hun ouders, maken die zich daarover geen zorgen want zij vinden het iets van het kind. Precies zo gaat het iemand in deze vijfde vallei. Voorkeur en tegenzin, sympathie en antipathie zijn voor hem belangwekkend, maar zij bekommeren hem niet. En er is hier nog een verder stadium, waarin zich de visie opent van de overal weerspiegelde Ene, die bezit heeft genomen van ons hart. En in iedereen, zelfs in onze vijand, zien wij de Geliefde. De ons door de Geliefde gereikte gifbeker is niet bitter. Zij die zich offerden en voor de mensheid leden, zoals Christus, toonden de wereld hoe een ziel kan verkeren in het stadium waarin zelfs voor de godbewuste ook een vijand als Vriend en Geliefde verschijnt. En dit is geen onbereikbaar stadium, want de ziel is van liefde gemaakt en haar weg leidt naar de volmaaktheid van liefde. Alle deugden, die de mensen zich hebben eigen gemaakt, zijn hun geleerd door de liefde, die deze wereld van goed en kwaad, van dorens en bloemen maakt tot een oord van stralende schoonheid. De zesde vallei is die van de diepste verwondering. Dat is de vallei waar de achtergrond van de dingen, de reden van alle redenen, de oorzaak van alle oorzaken, herkend en begrepen wordt, want alle macht van intu誰tie openbaart zich in de mens bij deze zielsontplooiing. De zevende vallei is die van de Godsverwezenlijking. Daar is de door iedere ziel gezochte vrede. Want zowel de vergeestelijkte mens als de materialist, zoeken ononderbroken naar dat wat hun vrede zal brengen. Voor sommigen komt deze vrede in de slaap. Maar de godbewuste woont in de vrede. Zodra hij zijn ogen heeft gesloten, zijn lichaam heeft losgelaten en zijn geest is verstild en alle grenzen verdwenen zijn, verliest hij zich in de sferen van de oneindigheid.


84

SG nr. 31

LOTSBESTEMMING EN VRIJE WIL

Dit is een onderwerp dat bij ieder intelligent mens opkomt. Menigmaal vraagt iemand zich af of het leven door het lot, of door zijn vrije wil bepaald wordt. En het ene temperament neemt het ene standpunt in en het andere temperament het andere. Als mensen van deze twee tegengestelde zienswijzen hierover gaan redeneren, hebben zij duizenden redenen om hun eigen argument te staven. Zo kan bijvoorbeeld iemand die denkt dat zijn leven door het lot geregeerd wordt, door zijn eigen leven en dat van anderen na te gaan, hiervoor duizenden bewijzen vinden. Als wij alleen maar denken aan het mysterie van wat wij een samenloop van omstandigheden noemen of aan het geheim van wat men onder toeval verstaat en hoe er tijden in het leven zijn, waarin men voortdurend succes heeft en andere tijden waarin mislukking op mislukking volgt. Ook komt het voor dat als iemand van één ding te lijden heeft hij er nog ontelbare andere bij aantrekt. Vaak hoort iemand in één week tijds van verschillende kanten slecht nieuws en ook komt het voor dat hij op één en dezelfde dag misschien van alle kanten goed nieuws hoort. Als iemand dus de waarheid wenst te zien in wat lotsbestemming heet, zijn daarvoor vele redenen te vinden. Heeft bijvoorbeeld altijd de bekwaamste succes? Is het altijd de grootste geleerde wiens naam en faam boven alles uitrijst? Wordt altijd de capabelste mens rijk? Niet altijd, heel vaak ziet men juist het tegenovergestelde. U kunt een zakenman aantreffen, die over zeer weinig kennis van zaken beschikt, doch succes heeft bij alles wat hij doet. En een ander, die er misschien voor opgeleid is en verstand van zaken heeft, zal er zijn leven lang zijn best voor doen en nooit succes boeken. Wanneer wij nadenken over het standpunt van wie in vrije wil geloven en denken dat er geen voorbeschikking bestaat, dan kunnen wij ook daarvoor duizenden argumenten aanvoeren. Velen, die lui en passief in het leven staan en steeds zeggen: ‘het is mijn lot dat alles verkeerd gaat, het heeft geen zin iets te ondernemen’, blijven waar zij zijn. Bovendien bereikt iemand, die de kans heeft gezondheid, rijkdom, macht, rang, positie, kennis of wijsheid te verwerven, dit alles door er moeite voor te doen en er hoopvol tegenover te staan. Men ziet zowel in het leven van de enkeling als in dat van de massa, dat zij die zich inspannen om vooruit te komen, vooruitkomen. Ter ondersteuning van de opvatting en het geloof van de fatalist kan men het gezegde aanhalen: ‘de mens wikt maar God beschikt’. En ter staving van hen, die in de vrije wil geloven is er het gezegde: ‘waar een wil is, is een weg’. Nu rijst bij een intelligent mens de vraag, wat dan te geloven, het standpunt van de fatalist of dat van hen die in de vrije wil geloven? En wij beseffen dat vanuit het metafysische en mystieke standpunt beide gelijk hebben en toch beide het volledige begrip missen. Het is als met de blinden, die zich een voorstelling van een olifant hadden gevormd door hem te betasten en er daarna over gingen twisten. De een hield de slurf en de ander de poot van de olifant vast. Toen de strijd zich verder ontwikkelde en tot een vuistgevecht uitgroeide, kwam er iemand die de olifant gezien had en zei: ‘jullie hebben allebei gelijk, maar ieder van jullie heeft slechts een deel van de olifant gevoeld en ik heb hem in zijn geheel gezien’.


85

Het mystieke standpunt komt voort uit de bestudering en waarneming van het leven. Het karakter van de schepping is, dat niet alleen elk ding een ding is, maar dat ook elk mens een ding is. Zoals een stoel gemaakt is om op te zitten en een tafel om aan te schrijven en zoals elk ding gemaakt is voor een zeker doel, is er ook een doel in het leven van ieder individu. Natuurlijk zal iemand er aanstoot aan nemen als men hem vertelt dat hij een ding is en geen wezen. Doch men moet weten dat een ziel het leven als ding begint. Evenals alle dingen door het klimaat en het weer beïnvloed worden, is dit ook zo met menselijke wezens. Al wat de menselijke zintuigen boeit, waardoor de mens misleid en bedwelmd wordt, toont hoe hij bij wijze van spreken als een ding gebruikt wordt door de omstandigheden. Vanwaar komen smart en vreugde, vanwaar neerslachtigheid en vrees, twijfel en verwarring in het leven? In dit alles toont de mens dat hij een instrument is, gehanteerd door het leven en alle omstandigheden. Doch dit is één kant van zijn leven. De andere kant, die van zijn rijping, verschilt hiervan. Wanneer de mens gaat onderscheiden, een keuze kan doen en de macht heeft aan te trekken en af te stoten, begint er zich iets van een ander leven in hem te ontwikkelen. En wat vertegenwoordigt dit leven in hem? De hemel. Onderscheid te kunnen maken, te kunnen begeren en te kunnen bereiken, wijst alles op het erfdeel dat de mens van de hemel ontving. En dit laat zien hoe de mens een aards erfdeel en een hemels erfdeel bezit. Zijn aardse erfdeel maakt hem tot een ding, zijn hemels erfdeel tot een wezen. Waaronder valt dan de lotsbestemming? Onder het aardse erfdeel. En waaronder valt de vrije wil? Onder het hemelse erfdeel, want hij is uit God. Niet alleen het weer en de omstandigheden zijn van invloed op de mens, hij is ook een werktuig in de handen van planetaire invloeden, in de handen van zichtbare en onzichtbare invloeden. Hoe groter zijn aardse erfdeel dan ook is en hoe sterker hij zich daaraan vastklampt, des te hulpelozer en afhankelijker is hij van zijn lot.


86

SG nr. 32

HET WEZEN VAN HET HART

Er zijn mensen die het leven intellectueel, laat ons zeggen met hun hoofd bezien en er zijn anderen die dit met hun hart doen. En tussen de gezichtspunten van deze twee mensen ligt een enorme afstand. Zo’n afstand, dat wat de een als aards beschouwt, voor de ander in de hemel ligt; dat iets wat voor de een gering is, voor de ander als belangrijk geldt; dat iets wat voor de een begrensd lijkt, voor de ander als oneindig wordt ervaren. Deze twee mensen worden tot tegengestelde polen. Het is alsof de een naar de hemel en de ander naar de aarde kijkt. En nooit zal iemand willen toegeven dat hij de dingen met zijn hoofd beziet. Want iedereen zal zeggen dat daarbij zijn hart wel degelijk in het spel is. Maar als zij eens wisten wat er toe behoort om werkelijk het leven vanuit het hart te beschouwen. De allerbeste zou zeggen: ‘ik heb nog niet geleerd om het leven vanuit mijn hart te beschouwen, ik zou er graag iets van weten, ik zou het graag leren’. Men zou kunnen zeggen dat er emotionele en devotionele mensen zijn, zij die in de wolken zweven en anderen die met verstand en logica met beide benen op de grond staan. Ja, dat is waar. Wanneer de ziel hoedanigheden van de engelen heeft, is zij thuis in de wolken en niet op de aarde. Maar, zal men zeggen, waar is dan de plaats voor de zakelijke kant van het leven? Ja, maar wat men de zakelijke kant van het leven noemt, waarover men zoveel zorg heeft, wat is dat eigenlijk, hoe lang duurt het en wat is het waard? Het is ongetwijfeld waar dat de mens op aarde geboren is om de last van zijn lichaam met al zijn noden te dragen en te zorgen voor een dak boven zijn hoofd en een stuk brood om het te onderhouden. Maar als dat het enige is om over te denken, maakt men een grote fout door zijn gehele leven aan die zakelijke kant te wijden en niet te denken aan de hemelse schatten die in het menselijk hart verborgen liggen. Het hart van de mens wordt wel met water vergeleken. Of het is tot ijs bevroren, of het bevindt zich in vloeibare toestand. Wanneer het bevroren is, is het tot kristal geworden. Is het vloeibaar dan stroomt het, en dit stromen is zijn natuurlijke toestand. En dan zijn er nog twee soorten water: zout en zoet. De zee, genoegzaam in zichzelf, is onverschillig voor al het andere. Haar water is zout omdat zij van wat dan ook onafhankelijk is. Zij brengt gezondheid, geluk en genoegen aan wie er langs gaan, omdat zij de volmaaktheid symboliseert en van niemand iets vraagt. Zij rijst en daalt in zichzelf en kent in haar onmetelijkheid geen afhankelijkheid; zó blijkt haar volmaaktheid. Maar met deze onafhankelijke volmaaktheid kan haar water niet zoet zijn. De asceet die zijn hart heeft omsloten met Gods volmaaktheid en met het weten van de Waarheid, is de zee gelijk, onafhankelijk en onverschillig voor alles. Zijn tegenwoordigheid is genezend, zijn contact brengt vreugde en vrede en niettemin is zijn persoonlijkheid niet belangwekkend: het water van de zee is zout.


87

Wanneer de zee kalm is, is het een genoegen haar te bevaren, maar als zij ruw is, is er geen erger ziekte dan zeeziekte. En zo is een machtige geest, de geest van een ziel die tot volmaaktheid gekomen is: met rust kalmte en vrede stelt die geest zich toegankelijk voor iedereen, zoals de zee zich open legt voor wie haar wil bereizen. Schepen en boten doorklieven haar en het is een genot voor wie op zee zijn. Wanneer de zee echter door wind en storm in beroering gebracht wordt, is zij volmaakt in haar wrevel en kan zij schepen en boten doen trillen. En evenzo kan de geest van een wijze zijn effect hebben op alles in de natuur. Als eenmaal zijn rust is verstoord kan hij vulkanische uitbarstingen veroorzaken en natuurrampen en revoluties. Oosterlingen, die deze verschijnselen van het hart beseffen en de macht kennen van hem die tot goddelijke volmaaktheid gekomen is, letten scherp op het behagen en mishagen van een wijze. Naar zij menen staat het irriteren van een wijze gelijk met het irriteren van de hele natuur. Zijn rust verstoren betekent het heelal in beroering brengen. Een storm op zee is maar een kleinigheid: een hart dat tot volmaaktheid gekomen is, brengt, eenmaal van streek, het heelal in opstand. Maar het water van een rivier is zoet. Het is zoet omdat het zich tot de zee aangetrokken voelt en verlangend is de zee te bereiken. Een rivier symboliseert de vorm van liefde die het voorwerp van zijn liefde zoekt. Een hart dat God en zijn volmaaktheid liefheeft, kan vergeleken worden met een rivier die de zee zoekt. De persoonlijkheid van een zoekende ziel doet aangenamer aan dan wie niet verder zoekt dan hij al gekomen is. Er is weinig gevaar verbonden aan het reizen op een rivier. Het zwemmen in een rivier is een vreugde en om haar heen is een prachtig landschap te bewonderen. Zo is het ook met hem wiens leven op de rivier gelijkt. Die voortdurende stroom van medegevoel is een levenwekkend medegevoel. Het komt ten goede aan de bomen en planten en de grond eromheen. Zo draagt ook de welwillende, meevoelende mens met zijn gevoelsstroom die voedende invloed met zich mee die andere zielen doet ontbloeien en hun voortgang stuwt. En dan is er nog het kleine stromende beekje, dat men geen rivier kan noemen, maar dat zijn eigen manier van stromen heeft en dat eigenlijk nog mooier is om te aanschouwen, want het geeft uitdrukking aan bescheidenheid, zuiverheid van karakter en schoonheid. Het water van een kleine beek is altijd zuiver. Het stromende beekje symboliseert de natuur van een onschuldig hart. Een hart dat onmogelijk anders kan dan meeleven en liefhebben, welke ondervindingen het ook mag hebben van dingen die het water bitter maken. Bittere ondervindingen hebben het niet geraakt, het is klaar en helder gebleven. Het bezielt de dichter, het brengt de componist in vervoering en het laaft de dorstige. Het is een ideale plek voor een schilder. Door bescheidenheid heeft het zuiverheid en die zuiverheid doet leven. Verder is er het water van een kleine poel, soms is het modderig, soms smerig. Waarom? Door zijn te geringe omvang: hij is te klein. Evenzo brengt een bekrompen hart altijd mod-


88

der. Omdat het bekrompen is en geen diepte heeft, dringen alle elementen van de aarde er in binnen en beroven het van zijn zuiverheid. Ook is er het water van een grote vijver, waarin waterlelies groeien en kleine visjes zwemmen, waarin de zon zich weerspiegelt en het maanlicht schone visioenen tovert, die men zou willen blijven aanzien, omdat ze voor ieder die ze ziet de vloeibare natuur van het onbevroren hart symboliseert. Het is stil en kalm. Aan zijn oever verwijlen brengt het hart tot rust, en in zijn stille oppervlak kan men zich weerspiegelen. Van een bron is het water geneeskrachtig en bezielend, omdat het van boven komt en van daar op de aarde is neergevallen. Zo is het karakter van een bezielende geest. Het hart dat omhoog welt, dat als een bron water uitstort in de vorm van inspiratie, hetzij in poÍzie, hetzij in muziek, hetzij in welke vorm dan ook, straalt schoonheid uit en werkt genezend. Het kan voor allen die het naderen zorgen, angsten, moeilijkheden en benauwenissen wegnemen, net als het water van een bron. Het is niet alleen bezielend, maar ook genezend. Tenslotte is er de fontein, die omhoog rijst en neervalt in ontelbare druppels. Dit is mensenwerk, zoals ook de menselijke persoonlijkheid door de mens zelf gemaakt wordt. Wanneer de mens zichzelf tot een persoonlijkheid gemaakt heeft, rijzen zijn gevoelens als een fontein omhoog en iedere druppel komt omlaag in de vorm van een deugd. En zo symboliseert het water dat vanuit de zee als waterdamp opstijgt naar de hemel de aspiratie van het hart. Een hart dat verlangt om omhoog te rijzen vertoont het kenmerk van waterdamp. Het is het hart van de aan God toegewijde mens, het hart van de zoeker, het hart van hem die voortdurend bedacht is op het bereiken van hogere idealen en het realiseren van hogere beginselen. Zo’n hart vol bezieling wordt een wolk en stroomt neer als een regen van hemelse schoonheid in de vorm van beeldende kunst, of poÍzie, in de vorm van muziek of welke vorm van goedheid en schoonheid dan ook. Er zijn harten die lange, lange tijd van vuur doortrokken zijn geweest en zwavelhoudend water afgeven, dat reinigend en genezend werkt, omdat het door het vuur van lijden is heengegaan en daarom, hen die lijden, kan genezen. Er zijn harten met allerlei hoedanigheden, zoals er met chemische stoffen geladen soorten van water zijn. Harten die hebben geleden, harten wier geduld beproefd werd, harten gewijd aan contemplatie. Zij allen vertegenwoordigen een of ander genezend water waardoor hun persoonlijkheid bepaald is. Mensen die enige diepe ondervindingen hebben gehad van lijden, zielsangst, liefde, haat, eenzaamheid, verbondenheid, welslagen, mislukking, zij allen hebben een bepaalde hoedanigheid die voor anderen nut kan afwerpen. En als ik dat zie, zal ik concluderen dat wat ook mijn bestemming mag zijn geweest, in mijn hart door smart en pijn, door vreugde en geluk, een chemische stof is ontstaan, die op een bepaalde manier de mensheid kan dienen en dat


89

ik dit dienen alleen kan doen als ik mijn hart wakend en open houd. Zodra het zich sluit, zodra het verstijft en zodra het van warm steenkoud is geworden, is iemand niet meer levend. Het doet er niet toe waar iemand doorheen is gegaan, want zelfs het ergste vergif kan van nut zijn. Er is dan ook niemand, hoe slecht ook, die van geen nut zou kunnen zijn, als hij maar wist dat de enige voorwaarde om de mensheid te dienen bestaat in het openhouden van zijn hart. Afgezien van alle andere dingen is spirituele verwerving iets wat we ons nooit verstandelijk eigen kunnen maken. Het is iets wat we alleen door het hart kunnen ontvangen. Laat twee mensen naar een leraar luisteren, de een met zijn hoofd en de ander met zijn hart. De eerste zal denken: ‘is het waar of is het niet waar? en hoe is het als het waar is? en hoe kan het bestaan en als het bestaat waarom?’ En aan dit waarom komt geen einde. De ander zal met zijn hart luisteren, en hoewel hij logica en rede tot zijn beschikking heeft, storen zij hem niet. Hij luistert met open hart en het is door die eigenschap, dat het hart, wat er ook gebeurt, zich onmiddellijk opent. Bedenk dat als iemand zegt: ‘ik begrijp u niet’, dit hierop neerkomt dat hij zijn hart voor u gesloten heeft. Er is geen andere reden voor niet begrijpen, alleen deze. En als iemand zegt dat hij iets helemaal begrepen heeft, wil dit zeggen dat zijn hart open was, zodat hij het begrijpen kon. Begrijpen hangt dus niet af van het hoofd, alleen van het hart. Met ons verstand kunnen we iets verhelderen, iets begrijpelijk maken, iets beter uitdrukken. Maar bij het hart moet het beginnen, van het hart moet het komen en niet van het hoofd. Een verstandsmens zegt: ‘ja, zo moet het zijn, omdat ik er zo over denk’. Een gevoelsmens zegt: ‘het is zo, omdat ik er in geloof’. Dat is het verschil. In de eerste mens is nog twijfel, in de andere is overtuiging. In een oosterse taal is er een woord dat erg moeilijk te vertalen is: ‘iman’. Het is niet precies geloof. Het woord dat er het dichtste bij komt is overtuiging, een overtuiging die door niets geschokt kan worden, een overtuiging die niet van buitenaf komt. Men zoekt altijd naar overtuiging door iemand of iets. Niets en niemand overtuigt. Overtuiging is iets wat uit het eigen hart komt, het gaat boven geloof uit. Want geloof is het begin, vertrouwen de ontwikkeling daarvan, en overtuiging de voleinding. Wat is spirituele verwerving? Spirituele verwerving is overtuiging. Iemand kan denken: ’misschien is het zo’. Hij kan over de beste leerstellingen nadenken of over het hoogste begrip en dan denken ‘misschien is het zo’. Maar er is een ‘misschien’ aan verbonden. En iemand anders kan het woord ‘misschien’ niet eens gebruiken, omdat het niet in hem opkomt. Hij kan niet zeggen ‘misschien is het zo’, als hij weet dat het zo is. Als iemand het stadium bereikt waarin het weten van de werkelijkheid zijn overtuiging wordt, dan zal niets ter wereld daarin verandering brengen. En als er iets is dat verworven moet worden is het die overtuiging die men nooit in de wereld buiten zich kan vinden, doch die moet rijzen uit de diepten van het eigen hart.


90

SG nr. 33

WIL, WENS EN VERLANGEN

De wil is de ontwikkeling van de wens. Als men zegt dat iets Gods wil is, betekent dit dat het een opdracht, een tot daad geworden wens is. Een wens, die zich tot een daad ontwikkelt en zich in een daad omzet, is tot wil, tot opdracht geworden. Men zou kunnen denken: ‘een wens is maar een wens’. Maar een wens leeft en is evenals het zaad in de grond niet opgekomen om passief te blijven. Vanaf het ogenblik dat het zaad opkomt en van zaailing tot plant groeit, wordt het tot wil. Wens en wil duiden hetzelfde in de onontwikkelde toestand en in het groeiproces aan. Wij zouden verlangen het primitievere, het zwakkere stadium van de wens kunnen noemen. Zo lang een gedachte of idee onszelf nog niet helder voor de geest staat, zodat zich nog niet een besluit heeft gevormd dat het zó moet zijn of dat wij het graag zó zouden willen hebben, is het een verlangen, een verbeelding, die komt en gaat. Wordt het verlangen sterker, dan ontwikkelt het zich tot een wens. Het wordt iets blijvends en vervluchtigt niet meer als een wolk zonder in vervulling te gaan, want om in vervulling te gaan moet het zich verder ontwikkelen. Sommigen zeggen: ‘ik heb mijn leven lang gewanboft, nooit is een van mijn wensen verhoord’. Licht verbeelden zij zich dan dat de een of andere invloed dit tegenwerkt of dat God tegen hen is of dat de sterren of iets anders hun wens in de weg staat. Maar dat is niet altijd zo. Als God het niet met onze wensen eens zou zijn, hoe zouden wij een God dan kunnen vereren, die steeds tegen ons is? God heeft er geen voordeel van de wensen van de mens tegen te werken. Ongetwijfeld zijn er tegenwerkende krachten, planetaire invloeden, kosmische invloeden, die zich doen gelden, zoals het gezegde luidt: ‘de mens wikt, God beschikt’. God wordt dan op de plaats van de kosmische krachten gesteld, maar God heeft in zijn genade en barmhartigheid geen verlangen de wens van wie dan ook tegen te werken. Een goedhartig mens verlangt evenmin iemand tegen te werken, hij zal al het mogelijke doen om een wens van een ander volledig in vervulling te doen gaan; dat zou ieder welwillend mens doen. Het geval wil echter, dat iedere mens de grootste vijand van zijn eigen verlangen blijkt te zijn en wel om verschillende redenen. Een daarvan is, dat hij nooit weet wat hij verlangt. U zult een op de honderd mensen vinden, die weet wat hij verlangt. Negenennegentig zeggen: ‘verlang ik het of verlang ik het niet?’ Ik weet het niet. Ik geloof dat ik het verlang, maar ik ben er niet zeker van. Negenennegentig zijn in deze conditie, zij weten niet of zij werkelijk iets verlangen. De ene dag zeggen ze: ‘ja, ik verlang ernaar’ en de volgende dag: ‘nee, ik geloof niet, dat ik ernaar verlang’. Zo valt het verlangen uiteen door de vaagheid van de gedachte. Anderen analyseren hun verlangen en gaan hiermee door tot zij het in stukken hebben gebroken. Er zijn vele analytische mensen, die hun leven lang hun verlangen vernietigen door ze te analyseren.


91

Een derde categorie neemt een soort passieve houding aan, zeggende dat het zonde is iets te begeren, maar toch kunnen zij er niet buiten. In die passieve houding zeggen zij: ‘ik wil niet begeren’. Zodoende kruisigen zij de begeerte die er was. Dan is er een vierde soort mensen, die wel iets verlangen, maar dat verlangen niet tot een wens kunnen laten worden door gebrek aan concentratie en dus blijft het verlangen steeds in zijn aanvangstadium. Bij een vijfde soort ontwikkelt het verlangen zich tot een wens, zover komt het, en niet verder. Doch de wens moet tot wil groeien en wordt het verlangen niet volgehouden, dan bereikt het nooit het culminatiepunt. Dit is een onderwerp, dat van het grootste belang is voor iedereen. Niemand kan in de wereld bestaan zonder het een of ander te wensen. En mocht er al zo’n wensloos iemand zijn, dan moet hij hier niet blijven. Hij moet niet tussen de mensen leven, want daar hoort hij niet thuis, hij moet naar de bergen gaan, ver van de wereld vandaan en zelfs daar zou hij tot boom of gesteente moeten worden om te kunnen bestaan, want een menselijk wezen te blijven zonder iets te wensen is niet mogelijk. Het verschil tussen mensen van hoog en laag niveau ligt in hun wensen. De een wenst de aarde, de ander de hemel. De wens van de een voert hem naar de hoogten van de spirituele ontwikkeling, die van de ander naar de diepten van de aarde. De mens is groot of klein, wijs of dwaas, op de goede of op de verkeerde weg overeenkomstig zijn wensen. En nu wat de tegenwerkende invloeden betreft, de soefi’s spreken van Kaza en Kadr. Kaza is de universele wil of macht, Kadr de individuele. De individuele macht staat tot de universele als de druppel tot de zee. Hij kan geen stand houden als de aanstormende golven van de zee hem meevoeren. Niettemin heeft de druppel, van gelijke oorsprong als de zee, een zekere hoeveelheid wilskracht om tegenwerkende invloeden te weerstaan. Juist in kleine dingen kunnen we het verschil tussen de universele en de individuele wil duidelijk zien. Iemand loopt op straat en zegt: ‘ik heb honger, ik ga wat eten in een restaurant’. Een ander ziet een arme man op straat en zegt: ‘och, wat ziet die man er armoedig uit, zou ik niets voor hem kunnen doen? ik zou hem er graag gelukkiger doen uitzien’. Zodra hij aan de ander denkt wordt zíjn wil tot universele wil. De beperktheid van de individuele wil wordt gevormd door de gedachte aan onszelf. Zo gauw we de gedachte aan onszelf kwijt zijn en aan een ander denken, wordt de beperktheid doorbroken en de wil krachtiger. Hoe kwamen de Meesters van de mensheid, die tot grote dingen in de wereld in staat zijn gebleken, aan hun wilskracht? Het was hun eigen wilskracht, die toenam door het verbreken van de grenzen die de gedachte aan onszelf met zich meebrengt. Dit wil niet zeggen dat wij de gedachte aan onszelf geheel moeten verbannen en wij nooit aan onszelf of aan onze maaltijden moeten denken. Wij zijn er nu eenmaal en moeten dus wel aan onszelf denken. Niettemin, hoe meer wij onszelf vergeten, des te meer helpt dit onze wilskracht te ontwikkelen. Er zijn mensen, die de weg van de berusting tot de hunne maken en daarmee zichzelf


92

noch anderen enig goed doen. Zij zeggen, en het is een soort houding die zij aannemen: ‘het zal wel ergens vandaan komen of iemand zal het wel doen; als ik honger heb, zal iemand me wel te eten geven en als iemand ergens in nood is, zal er wel iemand komen om te helpen’. Hun wens blijft passief, zij laten hem niet tot wil worden. Ongetwijfeld kan een intelligente passiviteit, evenals berusting, wonderbaarlijke gevolgen teweeg brengen. Het is een eigenschap van heiligen om te berusten in alles wat tot hen komt. Zij aanvaarden alles, zowel bloemen als doornen. Zij kijken naar de doornen en zien ze als bloemen. Zij zijn tevreden met lof en blaam, met opgang en neergang. Alles onder ogen ziende, nemen ze de wereld zoals hij is. Dit is de intelligente houding. Onintelligent is de houding om bij iets moeilijks te zeggen: ‘iemand zal het wel komen doen’. Dit is luiheid, hoewel sommigen het voor passiviteit aanzien. Er is een Indisch verhaaltje van een man, die onder een kersenboom lag waar de rijpe kersen naast hem neer vielen. Toen hij in de verte iemand zag aankomen riep hij hem bij zich en vroeg hem: ‘wil je die kers daar in mijn mond steken?’ Zo kan men er velen vinden. Zij worden zo, door een gevoel van machteloosheid, van luiheid. Zij geven er aan toe, zij bezitten geen geestdrift, geen moed en hierdoor gaat hun wilskracht achteruit en worden zij tenslotte machteloos. Er is verschil tussen de houding van een heilige en een machteloze. Hoewel beide berusting betrachten, is de berusting van de laatste geen ware berusting, want hij wil de kers graag hebben, maar een ander moet hem aanreiken. Een heilige geeft er niet om of hij wel of niet eet, het is hem gelijk. In zijn geval is berusting veroorloofd. Sommigen zeggen: ‘Boeddha predikte, dat wij geen verlangen moeten hebben’ en ze vragen zich af: ‘bedoelde hij, dat wij de houding van een heilige moeten hebben?’ Boeddha heeft nooit gezegd, dat u geen verlangen moet hebben. Boeddha sprak over de mens, die geen verlangen heeft. Het was in het geheel geen principe van Boeddha, dat u geen verlangen zou mogen hebben. Boeddha was te wijs om zoiets te zeggen. De waarheid is dat wij evolueren, zodat wij eens het stadium zullen bereiken, waarin wij vanzelf geen verlangen meer zullen hebben. Wanneer we, als we iets verlangden zouden zeggen: ‘omdat Boeddha predikte dat we zonder begeerte moeten zijn ontdoe ik mij ervan’, zouden we onszelf tegenwerken. Dit is alsof iemand, horende dat een heilige lange tijd zonder voedsel bleef en tot spirituele vervoering raakte, zeggen zou: ‘als ik daardoor spiritueel kan worden, zal ik elke dag een maaltijd overslaan’. Hij doet er beter aan zijn maaltijd wél te gebruiken, als hij honger heeft. Onze beginselen moeten bij onze evolutie passen en we moeten ons niet tot hogere beginselen willen forceren. Er zijn mensen, die te sterk verlangen, dat hun wens werkelijkheid zal worden. Door de grote kracht, de druk die zij erop uitoefenen, wordt de wens vernietigd. Het is alsof men een plant tegen de zon en de regen beschermt. Hierdoor beschermt men hem juist tegen de dingen,


93

die hem in zijn groei moeten helpen en verhindert men zodoende zijn ontwikkeling. Hetzelfde gebeurt met een wens. Als men zegt: ‘dit is mijn wens en hij moet in vervulling gaan’ en men is bang en verlangend tegelijk, dan denkt men er met twijfel en achterdocht aan en zo vernietigt men zijn eigen wens. Iemand, die de wereld de rug toekeert, wordt door de hele wereld nagelopen. Dit kan men zien als twee mensen aan het loven en bieden zijn. Als bijvoorbeeld een venter in de haven van Alexandrië met het een of andere voorwerp naar u toe komt en u zegt: ‘wat mooi, hoeveel moet je er voor hebben?’ zal hij een zo hoog mogelijke prijs van u zien los te krijgen. Maar zodra keert u hem de rug toe en zegt: ‘ik heb er geen interesse in’ loopt hij u achterna en zegt: ‘wilt u het voor de halve prijs hebben?’ Blijft u ook dan nog onverschillig, dan zal hij u een kwart van de prijs vragen. De aard van de wereld is precies hetzelfde, het is een hebzuchtige wereld. Zoekt u haar, ze ontloopt u. Keert u haar de rug toe, ze loopt u achterna. En dan is er nog de mens, die bereid is alles te offeren of wel zo lang te volharden als nodig mocht zijn om zelfs een kleine wens te zien uitkomen. Zelfs al heeft die wens geen grote waarde, als men het daarop bekijkt. Toch geeft men er de volle aandacht aan en doet men alles wat in z’n macht ligt om hem vervuld te zien. Deze mens neemt dezelfde weg als de Meester, die in zijn vastberadenheid wil slagen. Het is welslagen, dat tot welslagen voert. Als iemand eenmaal succes heeft trekt dat succes aan. Boekt hij eenmaal mislukking dan trekt die mislukking aan. Om dezelfde reden zal iemand op het pad van bereiking door elke bereiking grotere kracht ontvangen om voorwaarts te gaan en als iemand op het neergaande pad is, zal elke stap hem neerwaarts voeren. Nu rijst de vraag, welke verlangens en wensen zal men moeten opgeven en welke aankweken? Men moet eerst leren onderscheiden wat tot geluk voert, tot blijvend geluk, diepere vreugde en hogere bereiking. Maar als iemand eenmaal tot onderscheid gekomen is en zijn keuze gemaakt heeft, moet hij de wens niet teveel gaan ontleden. Velen hebben de gewoonte om alles elke dag te ontleden. Als iemand tien jaar lang een wens vasthoudt en hem elke dag in gedachte ontleedt, werkt hij tegen zijn wens in. Hij tracht de zwakke plekken van zijn eigen wens op te sporen, hem vanuit een nieuwe hoek te beschouwen en hem op alle denkbare manieren te verpletteren en na tien jaar zal zijn wens in plaats van vervuld, vernietigd zijn. Er zijn veel intellectuelen, veel twijfelaars, veel analytische geesten, die de grootste vijanden van hun eigen wensen zijn. Kunnen wij van tevoren uitvinden of een wens goed voor ons zal zijn als hij verkregen wordt? Dit kan men alleen leren door zichzelf te oefenen. Een oefening, die hierin bestaat, dat men steeds voor iedereen een goede gedachte over heeft, dat men rechtvaardigheid in zichzelf aankweekt, medegevoel heeft en iedereen het goede wenst. Als iemand dit tot beginsel in zijn dagelijks leven maakt, zal elke wens, die in hem opkomt, goede vruchten dragen.


94

Kan men van te voren de vervulling van een wens voelen? Als men de vervulling al van tevoren voelt, betekent dit dat de wens verzekerd is en in vervulling zal gaan. Hindert het als men verschillende wensen tegelijk koestert? Wel, veronderstel dat u tegelijk iets zoets, iets zouts, iets zuurs en iets scherps in de mond neemt, hoe zou dan elke smaak op zichzelf zijn? Zij zou naar niets smaken. Zo vernietigt de ene wens de andere. Al hebt u vijf uitnemende wensen, toch zal de ene wens de andere teniet doen en u zult aan geen enkele wens vreugde beleven. Maar aan één wens kunt u de grootste kracht verlenen. Velen zeggen: ‘God weet alles, waarom zou men God moeten vertellen dat dit of dat gedaan moet worden? God kent het geheim van ieder hart’. En daarbij: ‘is het niet zelfzuchtig God onze wensen voor te leggen? Als het iets goeds is, moet het toch vanzelf in vervulling gaan?’ Met het gebed herinneren we God aan iets. Het is als een lied tot God gezongen. Hij heeft er vreugde aan. Hij hoort het en wordt aan iets herinnerd. Doch men denkt: ‘hoe kan ons gebed, onze zwakke stem God bereiken?’ Zij bereikt God door onze eigen oren. God is ín ons. Als onze ziel onze stem horen kan, kan God haar ook horen. Gebed is de beste manier hiertoe, omdat de wens in schoonheid tot expressie komt en met God harmoniserend een dieper verband tussen God en mens tot stand brengt. Men vraagt of het goed is aan een wens, die men heeft, te denken. Men kan er niet genoeg aan denken, droom er over en denk er aan, hou hem vast in uw verbeelding, in uw geest. Doe alles voor de verwezenlijking maar doe het evenwichtig, rustig, geduldig, vertrouwend en ontspannen en niet geforceerd. Wie het geforceerd doet, vernietigt zijn wens. Als iemand te hevig verlangt, heeft hij stellig de een of andere angst, of twijfel, of het ontbreekt hem aan geduld. Die dingen zijn vernietigend. Een wens moet rustig, hoopvol, vertrouwend en geduldig gekoesterd worden. Twijfel vreet als roest aan de wens en angst is nog erger en werkt vernietigend. En als iemand geen onderscheidingsvermogen heeft en niet zeker is of zijn wens goed of verkeerd is, dan zegt hij de ene dag: ‘ik zou graag willen dat het gebeurde’ en de andere dag: ‘het kan me niet schelen of het gebeurt of niet’, na een week zegt hij weer: ‘ik verlang er toch zo naar’ en na een maand: ‘oh, nu geef ik er niet meer om’. Dit is als het telkens opnieuw aanmaken en weer uitdoven van een vuur. Telkens weer als hij het heeft uitgedoofd, is het verdwenen en dan moet hij het weer opnieuw aanmaken. Als hij tien jaar lang met zijn wens rondloopt, zal hij hem, telkens als hij gebroken is, opnieuw moeten maken. Nu wat betreft de vraag, welke wens het verkieselijkste is. Dit hangt van iemands evolutie af. Iemand, die zo ver geëvolueerd is dat hij geen grotere wens heeft dan die voor zijn dagelijkse behoeften, moet niet denken dat dit niets betekent, omdat het alleen maar om zijn dagelijks brood gaat en dat hij daarom iets hogers moet gaan wensen. Als hij voelt dat hij in zijn hart allereerst behoefte heeft aan de dagelijkse dingen, moet hij daaraan in de eerste plaats denken. Maar voelt hij dat hij dit niet kan en hij wel aan iets hogers kan denken, dan moet hij


95

daarvan de consequenties aanvaarden. De consequenties zijn dat hij beproefd zal worden en geeft hij daar niet om, zoveel te beter. Er zijn zoveel dingen in het leven, die we nodig hebben en graag zouden willen bezitten en waaraan we toch eigenlijk niet denken. Komen ze, dan is het goed, komen ze niet, dan voelen we ons een poos onbehagelijk, maar na enige tijd verdwijnt dat gevoel. We kunnen geen blijvende aandacht aan die dingen geven als we geëvolueerd zijn, we denken dan aan dingen van hoger aard dan die van de dagelijkse noden, die ontsnappen aan onze greep. Daardoor komt het, dat grote dichters, denkers en heiligen dikwijls zeer arm zijn als het om de dingen van het dagelijks leven gaat. Met al hun macht, waarmee ze goud tot zich zouden kunnen roepen - het goud zou tot hen komen, zij zouden maar te bevelen hebben- of waarmee ze het leger onder hun invloed zouden kunnen brengen - ook het leger of wat zij ook zouden bevelen, zou komen - kunnen zij toch hun aandacht niet aan zulke dingen geven, zij kunnen alleen iets wensen op het niveau van hun eigen evolutie. En zo kan iedereen slechts wensen wat bij zijn evolutie past, niemand is eigenlijk in staat iets te wensen wat niet op zijn niveau thuis hoort, zelfs al zou iemand het van hem verlangen. Dikwijls kan het in bepaalde omstandigheden nodig zijn om tegen iemand te zeggen: ‘denk aan dit bepaalde ding’, maar als hij daar al bovenuit is, denkt hij wel met zijn hersens, maar zijn hart is er niet bij en daarom wordt zijn gedachte niet verwezenlijkt. Men kan zich met zijn gehele hart en verstand, met zijn gehele wezen aan iets geven dat bij zijn evolutie past, maar is dit niet het geval, dan kan men er zich niet geheel en al op instellen. Het kan zijn dat iemand er zijn gedachte aan geeft, doch wat is gedachte? Gedachte zonder gevoel heeft geen macht, als er geen ziel en geest achter staat, ontbreekt alle macht. Dus moeten wij dit begrijpen: dat wat wij wensen van een andere aard moet zijn dan wat wij dagelijks nodig hebben. Die twee dingen moeten wij niet door elkaar halen, maar wij moeten die wens vasthouden, die de vervulling is van het hoogste en beste in ons en hem als iets heiligs koesteren, als iets wat God ons gegeven heeft om te koesteren en te verwezenlijken. Want in de verwezenlijking van onze hoogste, beste en diepste wens ligt de bestemming van ons leven.


96

SG nr. 34

DE KRACHT VAN DE GEDACHTE

Door hun levenservaring hebben sommige mensen geleerd dat gedachten kracht hebben, terwijl er anderen zijn die zich af en toe afvragen, of gedachten werkelijk enige kracht hebben. Maar velen zijn er die naar dit onderwerp luisteren met het vooroordeel, dat ook als gedachten enige kracht hebben, deze kracht zijn grenzen heeft. Maar als ik een eerlijke mening zou moeten geven over dit onderwerp, zou ik zeggen dat gedachten een onvoorstelbare kracht bezitten. We hoeven niet ver te gaan om hiervan het bewijs te vinden. Alles wat wij in deze wereld zien, is slechts een verschijnsel van het denken. Wij leven er in en wij zien het, van de morgen tot de avond en toch betwijfelen we of het wel zo is. Hoe minder iemand gelooft in de kracht van de gedachte, hoe meer hij meent te denken dat hij met beide benen op de grond staat. Niettemin voelt hij, bewust of onbewust, zijn beperktheid en zoekt hij naar iets dat hem zal sterken in zijn geloof in de gedachte. Men kan het denken vanuit vijf verschillende gezichtspunten bezien, dat zijn: verbeelding, gedachte, droom, visioen en materialisatie. * Verbeelding is de automatische werkzaamheid van het denkvermogen. Van de morgen tot de avond is iemands denkvermogen actief, of de persoon in kwestie nu werkt of rust, zijn verbeelding is evengoed werkzaam. En dan komen wij aan het woord ‘gedachte’. * Gedachte is denken, waarbij de wilskracht achter de gedachte staat. Zo maken wij onderscheid tussen de verbeeldingrijke en de bedachtzame mens. Deze beide kan men dan ook niet met elkaar verwarren, want de een is imaginatief wat krachteloos denken betekent, automatisch denken, terwijl de ander, bij wie het denken kracht heeft, bedachtzaam is. * Dan is er de droom, de automatische werkzaamheid van het denkvermogen gedurende de slaap. Ongetwijfeld is dit verschillend en onderscheiden van verbeelding, want wanneer iemands verbeelding werkt, zijn de zintuigen open voor de objectieve wereld. Daarom neemt zijn verbeelding geen concrete vorm aan. Doch wanneer in de droom dezelfde automatische werking van het denkvermogen plaats vindt, is er geen objectieve wereld ter vergelijking. De mysticus kan altijd de toestand van iemands denkvermogen waarnemen, door te weten hoe iemand droomt. Want in de droom is de automatische werking van het denkvermogen veel concreter dan in zijn verbeelding. Er zijn mensen die misschien karakters kunnen lezen, en er zijn er die wat zij de toekomst noemen kunnen vertellen als zij weten wat iemands verbeeldingswereld is. Ze vragen iemand altijd: ‘geef mij de naam van een bloem of een vrucht, of iets waarvan je houdt of wat je graag wilt hebben’, om zo achter de richting te komen van iemands verbeelding. Uit die stroom van iemands verbeelding kunnen zij iets te weten komen over het karakter en het leven van die persoon. En het is niet nodig, dat iemand een karakter-lezer of toekomstvoorspeller is. Ieder wijs en bedachtzaam mens kan dit begrijpen uit de manier waarop iemand zich kleedt, of de toestand van de omgeving waarin hij zich beweegt. Een bedacht-


97

zaam mens kan begrijpen, hoe zijn gedachten gaan, wat zijn verbeeldingswereld is. Omdat de droomtoestand aan het denkvermogen de mogelijkheid geeft zich meer concreet uit te drukken, is de droom het beste middel om de toestand van iemands psyche te begrijpen. En wanneer dit eenmaal begrepen is, is er weinig reden meer om er aan te twijfelen of de droom wel enige invloed heeft op iemands leven en op iemands toekomst. Want ik zou willen herhalen, wat ik in het begin van deze lezing heb gezegd, dat is dat de mens niet beseft en het zich ook niet kan voorstellen in welke mate gedachten in ons leven invloed hebben. * En nu komen wij tot de vraag, wat wij met visioen bedoelen. Om het eenvoudig te houden, zou ik een visioen die droomtoestand noemen die in wakende toestand wordt ervaren. Iemand die imaginatief is, of iemand die in staat is te visualiseren, is in staat een gedachte te scheppen. En wanneer deze door hem geschapen gedachte een object wordt waarop zijn denkvermogen gericht is, dan verdwijnt al het andere voor hem en staat slechts die speciale gedachte als beeld voor zijn geest. Ongetwijfeld is het effect van dit visioen groter dan dat van een droom. De reden is dat de verbeelding, die in waaktoestand iemand voor de geest kan staan, van nature veel sterker is dan de verbeelding tijdens iemands slaap. * Het vijfde aspect van de gedachte is de materialisatie hiervan. Bij het bestuderen hiervan ontdekken we het grootste geheim van het leven. Ongetwijfeld zal men direct aannemen, dat het door de verbeelding van de architect is dat een schoon bouwwerk tot stand komt, of dat door de verbeelding van de tuinier een prachtige tuin wordt gemaakt, maar wanneer het materie betreft of alle zaken die daarmee te maken hebben, dan vraagt men zich verbaasd af, in hoeverre verbeelding of gedachten hier macht over hebben. Aangezien psychologie zich tegenwoordig in de westerse wereld begint te verspreiden, zullen de mensen tenminste geduldig luisteren naar wat hier over wordt gezegd. Maar anderzijds, er zijn velen die met grote overtuiging een medicijn zouden innemen, maar als men ze zou vertellen dat een gedachte kan genezen, zouden ze er om glimlachen. Dit toont aan dat met alle vooruitgang, die de mensheid schijnt te hebben gemaakt, zij in één richting is achteruitgegaan, en dat is in het hogere denken. Want de hedendaagse mens gelooft in het algemeen niet in de kracht van de gedachte en nog minder gelooft hij in wat hij emotie noemt. En áls er een ziel te vinden is in de gedachte, dan is die ziel het gevoel die aan de gedachte ten grondslag ligt. Men ziet dat mensen verward worden, wanneer er slechts woorden zijn zonder gevoel er achter. Wat overtuiging aan de gedachte verleent, is de kracht er achter en die kracht bestaat uit gevoel. Men is in het algemeen geneigd dat wat men verbeelding noemt, ter zijde te schuiven. Wanneer men zegt dat iemand verbeelding heeft, bedoelt men dat betrokkene zich er mee amuseert en zegt: ‘o, u dénkt het, maar in werkelijkheid bestaat het niet.’ In feite is het echter zo dat wanneer men zich iets verbeeld heeft, die verbeelding geschapen is, en wat eens geschapen is bestaat. Als een gedachte geschapen is, bestaat die langer dan verbeelding, want gedachte is krachtiger dan verbeelding.


98

De tegenwoordige mens spreekt van sentimentaliteit, wat voor hem niets betekent, maar daarmee ontkent hij die kracht, die de enige en de grootste is, die er bestaat. Met deze kracht hebben helden veldslagen gewonnen en als iemand ooit iets groots in de wereld tot stand bracht, dan was het door déze kracht, de kracht van het hart en niet de kracht van het verstand. De schoonste muziek van de grootste componisten, de poëzie van 's-werelds grootste dichters kwam uit hun hart, niet uit hun verstand. En als we de deur sluiten voor gevoel, voor verbeelding en voor gedachte, betekent dit dat wij de deur sluiten voor het leven. Wat nu verbeeldingen en fantasieën betreft, hebben sommigen, zo niet allen van u de verhalen gelezen over fakirs en derwishen in het Oosten. Misschien heeft u ze gelezen als een novelle of mogelijk zijn ze in bepaalde zin overdreven om het boek mooier te maken. Het is niettemin uw aandacht waard deze stof wat dieper te bestuderen, om iets te begrijpen van een volk en een natie waarin zoveel duizenden jaren het hele leven aan de gedachte was gewijd. In elke streek en in elk klein dorp vind je misschien wel een man, die de genezer van de schorpioensteek wordt genoemd. En heet als het in India is, vindt men in elk huis, vooral in de zomer wel een schorpioen. Vaak wordt een kind of een volwassene door een schorpioen gestoken. De steek is erg giftig en zeer pijnlijk. Maar er zijn ook genezers, vele zelfs. En soms zegt zo'n genezer: ‘je bent genezen, het is weg.’ En de gestokene is onmiddellijk weer hersteld. En dan zijn er de slangenbeten. Er zijn beten die zo giftig zijn, dat haast niemand na zo'n beet in leven blijft. Er zijn genezers, die het slachtoffer genazen door er slechts met hun handen langs te gaan en sommigen genazen door te zeggen, dat het genezen is. Uit wat ik zelf eens meemaakte, kan ik vertellen, dat er eens een man bij een derwish kwam, die zei: ‘over een week zal mijn zaak bij het gerechtshof voorkomen, maar ik ben zo arm dat ik zelfs geen advocaat kan nemen om voor me te pleiten; en de andere persoon is rijk en hij zal elke mogelijke invloed gebruiken, terwijl ik geen invloed heb.’ De derwish zei: ‘vertel mij alles over dit geval.’ Toen hij alles gehoord had, zei hij: ‘daar ik in deze zaak geen schuld vind ontsla ik u van rechtsvervolging.’ De derwish zei hem gewoon naar de zitting te gaan en alles zal goed komen. Toen de man naar de rechtszitting ging vroeg de rechter hem alles te vertellen en na afloop schreef de rechter woordelijk op wat de derwish aan de man had gezegd. Als ik enige verklaring voor dit geval moest geven zouden woorden te kort schieten. Er kan slechts gezegd worden dat voor deze derwish het hart van de rechter werkte als een ontvangtoestel van draadloze telegrafie. Jellal-ud-din Rumi, de grote Perzische ziener en mysticus zegt, dat vuur, water, aarde en ether dode dingen zijn voor hen, die ze niet als een persoon zien. Maar voor de Schepper zijn het levende wezens. Het zijn zijn gehoorzame dienaren. En de grote denker van de Hindoes zegt in het Sanskriet dat de hele schepping de droom van Brahma is.


99

En wat ziet de soefi in het idee van Schepper en schepping? De soefi ziet Schepper ĂŠn schepping beide in de mens. Het begrensde deel van het menselijk wezen is de schepping, maar het diepste wezen is de Schepper. Als dat waar is dan is de mens zowel begrensd als onbegrensd. Als hij begrensd wil zijn, dan kan hij steeds meer begrensd worden. Als hij onbegrensd wil zijn kan hij steeds meer onbegrensd worden. Wanneer hij in zichzelf de illusie koesterde een schepsel te zijn, kan hij dat meer en meer worden. Maar als hij in zichzelf de kennis van de Schepper ontwikkelde zou hij dĂ­e steeds meer kunnen worden. Hoe meer hij echter toegeeft aan iedere vorm van zwakheid of ziekte, of alle soorten ellende, hoe meer ze hem neerdrukken. Soms gaat iemand hierin zelfs zover, dat de hele wereld op hem neervalt en hij er onder wordt begraven. Maar een ander komt dit te boven. Het mag moeilijk zijn doch niettemin, het is mogelijk. Stap voor stap, maar geleide!ijk met moed en geduld kan hij er uit komen en boven de wereld staan, die hem anders zou hebben verpletterd. De eerste gaat neerwaarts, de ander stijgt. Beide mogelijkheden zijn afhankelijk van de houding van ons denken. En deze houding veranderen is het belangrijkste in het leven, zowel uit materiĂŤel als uit geestelijk gezichtspunt. AI wat onderwezen wordt in esoterische studies en oefeningen van de soefi's, is bestemd om stap voor stap en geleidelijk tot die vervulling te komen die meesterschap wordt genoemd. Meesterschap komt met de ontwikkeling van de ziel en het teken van meesterschap is het overwinnen van alles wat de ziel in opstand brengt. Dat is wezenlijke verdraagzaamheid. Zielen die dat geestelijke meesterschap hebben bereikt, geven hiervan niet alleen blijk met mensen, maar zelfs met hun voedsel. Er is niets wat de ziel, die meesterschap heeft verworven, niet zou willen aanraken, al zou hij er niet van houden of het er niet mee eens zijn. Het hele systeem van de Yogi's en wel speciaal van de Hatha-Yoga is gebaseerd op het zich vertrouwd maken met iets waartegen hun natuur in opstand komt. Stellig kunnen ze door dit te doen te ver gaan in het kwellen en martelen van zich zelf en deze uitersten zijn niet goed, maar niettemin is dit het beginsel. Het is niet de hitte die iemand doodt, maar het aannemen van de hitte. Hetzelfde is het geval met voedsel en medicijn, want achter ieder ding staat gedachte. Zelfs nu zijn er Yogi's die in het vuur zouden kunnen springen zonder te verbranden. Men zal zien dat onverdraagzame zielen de ongelukkigste ter wereld zijn, omdat alles hen krenkt. Waarom zijn ze zo onbehaaglijk en rusteloos, thuis en daarbuiten? Dat is door hun neiging tot afkeer, tot verwerpen, tot vooroordeel. Deze neiging moet worden overwonnen en wanneer die is overwonnen, wordt groot meesterschap bereikt.


100

SG nr. 35

OOST EN WEST

Om Oost en West te onderscheiden, ligt het voor de hand dat ik aantoon op welke punten ze verschillen. Wanneer we dieper over deze verschillen nadenken zullen we hetzelfde zeggen als een grote engelse dichter heeft gezegd, namelijk: ‘Oost is Oost en West is West, en nimmer zullen ze elkaar kunen ontmoeten’. lk zou die punten graag naar voren willen brengen die de waarheid van dit gezegde bewijzen. De gedachte is dat de mensen in het Oosten in alle tijden één doel voor ogen hadden en dat doel was om in aanraking te komen met de diepere zijde van het leven. Sommigen kwamen hier eerder toe en anderen later. Sommigen moesten er voor strijden en voor anderen was het gemakkelijk. Maar vanzelfsprekend hadden zowel wijzen als dwazen minder contact met de buitenwereld. Hiermee wil ik niet zeggen dat daar geen mensen zijn die materiëel gewin en andere materiële zaken najagen, en dat er daar geen mensen zijn die van weelde en alles wat aards is houden. Overal zijn er aanbidders van het aardse en aanbidders van de hel. Wij spreken slechts in het algemeen. Als u zich nu bijvoorbeeld begeeft onder de meest ontwikkelde oosterlingen dan zullen zij hun grote geleerdheid en kennis van zaken over wetenschap en kunst tonen maar tevens zult u bevinden dat dit allemaal is, om kennis te krijgen van de diepere zijde van het leven. U kunt er een kunstenaar ontmoeten en met hem spreken en u kunt in al zijn werk waarnemen dat zijn enige drijfveer is de diepere zijde van het leven te bereiken. Evenzo stond het denken van politici en krijgslieden destijds altijd in verband met dezelfde idee. Een voorbeeld hiervan is te zien in de geschiedenis van de profeet Mohammed, een profeet die niet alleen mysticus was maar ook generaal van zijn leger en staatsman. Hij was de eerste in de geschiedenis van het Oosten, die in Mekka een constitutionele regering instelde, de eerste constitutionele regering ter wereld. De groep mensen, die deel uitmaakten van het eerste parlement in Medina werd Madina genoemd, en elke man en elke vrouw in de stad had stemrecht in dat parlement. Bedenk dat dit zo’n vijftien honderd jaar geleden is. Verder werd de in Mekka geboren Mohammed om politieke redenen driemaal verbannen uit zijn stad, omdat hij zijn volk nieuwe godsdienstige ideeën bracht, wat daar niet beviel. Er waren mensen die zijn volgelingen doodden en moeilijkheden van allerlei aard veroorzaakten, alle mogelijke lijden overkwam hem. Daarna kwam de tijd, waarin hij een groot aantal volgelingen had en hij zei: ‘zal ik weer naar mijn moederland gaan? ik wil gaan en opnieuw de boodschap brengen die ik trachtte te geven’. Zij zeiden: ‘Profeet, wij gaan met u en wij zullen ons leven geven voor de Zaak en er voor zorgen, dat uw Boodschap wordt gevestigd in hetzelfde land, waarin ze u beledigden en waar u tot driemaal toe uitgeworpen werd’. Mohammed ging met zijn leger van volgelingen niet om een inval te doen maar om de Boodschap te brengen. Maar toen Mekka vernam dat hij met een leger kwam, rustte zij een leger uit en had er een veldslag plaats. Ten slotte zegevierde Mohammed en trok hij Mekka binnen. Bij zijn intocht gaven de hele regering en al de leiders zich over en al deze mensen werden voor hem geleid. Daarop vroeg hij: ‘welke behandeling verwacht u van mij?’ Zij zeiden:


101

‘Welke andere behandeling zouden wij kunnen verwachten dan de behandeling, die een profeet van God past?’ En het antwoord van de Profeet was: ‘Ja, die behandeling zal u gegeven worden; al wat u mij en mijn mensen hebt aangedaan heb ik vergeven’. Hij keerde zich tot zijn leger en vroeg: ‘bent u hier gekomen uit verlangen tot verovering van het gebied?’ ‘Niet in het minst’, zeiden de krijgslieden, ‘we zijn gekomen voor de waarheid en het ideaaL’. ‘Wilt ge dan geen geld van deze mensen?’ ‘Nee’, zeiden de krijgslieden tot de Profeet. ‘Wat wenst u dan?’ Zij zeiden: ‘wij zijn gekomen om u te volgen naar uw land maar wat wij wensen, is uzelf’. De Profeet zei: ‘ja, zij zullen mijn Boodschap aannemen, maar ik zal met u gaan’. Wat deed de Profeet na al die oorlogen en dat bloedvergieten? Hij liet de Koran na en de beginselen, en hij vertrok naar Medina en stierf. De broederschap, die toen tussen de bevolking van Mekka en die van Medina ontstond, bestaat nu nóg. En als u vandaag de invloed van deze lering op de eenvoudigste werkman uit de woestijn zou zien, zou u versteld staan. Arabieren staan in de regel klaar om te vechten en in een oogwenk trekken ze hun messen en vliegen ze elkaar naar de keel. Maar bij zulk een heetgebakerd slag mensen is het zo dat als twee Arabieren met elkaar vechten en een derde persoon zegt: ‘vergeef elkaar’, of ‘heb elkaar lief in naam van de Profeet’, dat zij dan hun messen wegwerpen en elkaar de hand geven. Bij het horen van deze woorden volharden ze niet meer in hun wrok of aanklacht, ze veroordelen elkander niet meer. Zodra zij elkaar hebben vergeven, is het voorbij. Ik heb heel vaak gezien, dat een huisbediende die nooit enig onderwijs had genoten en die zelfs zijn naam niet kon schrijven, zodra je zijn gevoel en zijn hart raakte, zich wellicht evenzeer van de waardeloosheid van het materiële leven bewust was als een groot filosoof. Hij zou misschien wel een uur lang vanuit zijn diepste gevoel tot u spreken over filosofie, met volledig begrip van de waardeloosheid van ‘deze vier dagen leven’ op aarde. Dit betekent niet dat het Oosten geen bijzondere vooruitgang heeft gemaakt in materiëel opzicht. Dit bewijzen bijvoorbeeld de boeken van Ibn Sina, die voor de hele wereld de basis vormen op het terrein van de medische wetenschap. Onlangs heeft een van mijn vrienden, een arts in Engeland, die Ibn Sina bestudeerde, ontdekt, dat de hoofdlijnen van de medische wetenschap die eerst in Spanje werden geïntroduceerd, van hem afkomstig zijn. Wat nu de muziek betreft: de muziek van de Veda's was niet alleen maar muziek, het was een psychologische uitdrukking van klank en ritme en hierdoor tevens een hulp in het levensmysterie. De wetenschap van deze muziek was zo volmaakt dat zij niet slechts van nut was voor werelds gebruik. Bij meditatie bij religieuze aangelegenheden werd deze muziek het wezenlijkste bestanddeel. Nu verkondigt iemand heden ten dage aan de wereld, dat de herhaling van een woord mensen van ziekte kan genezen. Hierdoor schijnen zowel de wetenschappelijke als de niet-wetenschappelijke wereld in beroering te komen en te zeggen ‘wat is dit, het lijkt zo iets nieuws’.


102

Wanneer dezelfde mensen naar het Oosten zouden gaan, zou iedereen, tot in het nederigste huis zeggen: ‘dat weten wij al, we brengen dat elke dag in de praktijk, we weten wat de macht van het woord betekent’. Zij kunnen het niet verklaren, dat moet men aan een ontwikkeld iemand vragen. In de vorm van de Vedanta was religie een wetenschap, die altijd heeft bestaan. Zij werd alleen niet woordelijk aan de wereld gegeven. En nu komt er iemand, die dat doet en iedereen staat verbaasd. Nu komen we tot de Westerse wereld. Om te beginnen vestigde zich een volk van oudArische oorsprong in een land waar zij moeilijkheden met het klimaat hadden. In dit klimaat bracht het leven grote verantwoordelijkheden met zich mee. Dit maakte de mensen uiteraard actiever en daardoor bracht het omgaan met materiëIe zaken hen in nader contact met de materie. Het gevolg hiervan is een wonder. Alle uitvindingen welke wij heden ten dage zien, zijn niet minder dan een wonder, een mirakel. Maar deze wonderen zijn voortgekomen uit het omgaan met de dingen van de aarde en als voortbrengsel van dingen van de aarde. Een vader heeft twee zoons bijvoorbeeld; één zoon is productief, de ene dag maakt hij een rammelaar, de andere dag een fiets en een volgend maal een vliegtuig. Hij heeft iets om zijn vader te laten zien en zegt: ‘kijk eens, ik heb iets tot stand gebracht’. De andere zoon zit met zijn handen over elkaar en hij ontwikkelt door gedachte en gevoel misschien iets in zijn karakter, maar hij heeft niets om te laten zien. Er ontwikkelt zich iets in hemzelf wat hij niet goed kan omschrijven en wat ook door anderen niet kan worden gezien. Vooruitgang in de objectieve wereld is zichtbaar en tastbaar, maar het is moeilijk, bij vooruitgang in geestelijke richting waar te nemen, hoe ver men gekomen is. Met al deze verschillen is de menselijke natuur echter hetzelfde. Men vindt diegenen die hun denk- en gevoelsleven ontwikkelden, echter niet alleen in het Oosten, velen van hen vindt men ook in het Westen. Bovendien vindt men hen, die naar de materie uitgaan en daarin iets tot stand brengen, niet slechts in het Westen, maar ook in het Oosten. In het Westen bestaat er echter gelegenheid naar buiten te brengen wat men heeft uitgevonden en ontdekt, in het Oosten is daar geen gelegenheid toe. Daar begint de moeilijkheid. Oost en West ontwikkelden hun werkzaamheden in twee tegengestelde richtingen. In het Oosten is de materiële vooruitgang door één ding belemmerd en wel door het klimaat, een klimaat dat een hele dag onbruikbaar maakt. Men zit liever te dromen dan actief te zijn en te werken. Ook dat geeft verschillen in neigingen. Behalve dat, is veel van de Westerse vooruitgang te danken aan de gelijkheid van de mensen, en de achterstand van het Oosten in die ontwikkelingsrichting is te wijten aan het ontbreken van gelijkheid. Iedere Oosterling heeft zijn persoonlijke vooruitgang en waar er sprake is van persoonlijke vooruitgang , is het er een van grote vrijheid, maar tegelijk ook een vooruitgang, die niet herkend wordt door diegenen die geen begrip hebben van persoonlijke vooruitgang. Wat ik bedoel is, dat als een geleerde komt met een nieuwe uitvinding, terwijl een andere geleerde die niet begrijpt, die hem zeker zal tegenwerken. Daarom zal ieder intelligent per-


103

soon in het Oosten, wat ook zijn vooruitgang moge zijn in zijn eigen richting, grote tegenwerking ondervinden en hij vindt niemand die hem geheel begrijpt. Maar in het Westen is het tegendeel het geval. Er zijn academies en genootschappen en mensen die dingen begrijpen. Er zijn mensen die begrip hebben en die je aanmoedigen. Ongetwijfeld weerhoudt eenvormigheid mensen van die vooruitgang, die het gevolg is van persoonlijke vooruitgang. Niettemin is nu de tijd gekomen, dat dank zij de schepen en treinen en al de verschillende aansluitingen, het Oosten en Westen samen zijn gebracht. En dit geeft ons de hoop dat Oost en West, die voor hun vooruitgang afhankelijk zijn van onderlinge uitwisseling en begrip, spoedig één zullen worden. In bedrijvigheid, in de politiek, in alle dingen kunnen zij zich verenigen en elkaar tot zegen zijn. Maar het meeste profijt kan het gevolg zijn van de uitwisseling van gedachten en idealen tussen Oost en West, teneinde elkaar te ontmoeten in dat licht, dat het licht van intelligentie is en wat goddelijk van aard is. De Soefi Beweging heeft al haar inspanningen er op gericht om te bereiken, dat het Oosten in staat zal zijn om al wat goed is en de moeite waard uit het Westen, naar waarde te schatten en dat het Westen alles uit het Oosten dat de moeite waard is moge begrijpen en er mee sympatiseren. Woorden zijn ontoereikend om uit leggen, in welke mate de wereld gezegend zal zijn zodra die gedachte werkelijkheid wordt. Want juist nu is het nog zo, dat terwijl men in het Oosten op zijn eigen manier werkt en in het Westen op zijn eigen manier, het is alsof men werkt met één oog open, terwijl het andere oog gesloten is. Door de eenheid van het Oosten en het Westen zal het gezichtsvermogen compleet worden en daardoor zullen de grote rampen en moeilijkheden, die de wereld in een soort onvrede hebben gehouden, voorbij zijn. Door de vereniging van Oost en West in wijsheid kan men werkelijke vrede tegemoetzien.


104

SG nr. 36

HET ONTWAKEN VAN DE ZIEL

Van kind tot jeugd en van jeugd tot rijpere leeftijd kan men een ontwaken, een ontwikkeling bij de mens onderscheiden en tijdens deze ontwikkeling verandert iemands gezichtspunt, iemands kijk op het leven. Wanneer een mens door een groot verdriet is heen gegaan of door een zware ziekte is getroffen, komt het vaak voor dat daarna zijn gehele kijk op het leven is veranderd. Men ziet ook wel eens dat iemand een grote reis maakt en dat hij na terugkomst geheel veranderd blijkt te zijn. Ook ziet men dat na een vriendschap, of na leerling te zijn geweest, of na een huwelijk, een plotselinge verandering van gezichtspunt in de mens optreedt. Deze veranderingen kunnen we in drie soorten verdelen: de eerste is die van de lichamelijke ontwikkeling, de tweede is die van het denkvermogen en de derde soort behoort tot de ontwikkeling van de ziel. Er zijn voorbeelden in de levens van veel mensen, die het zelden zullen zeggen of toegeven, dat zij zich ervaringen uit hun kindertijd herinneren, waarbij in één ogenblik hun gehele kijk op het leven veranderde. Daar rijp worden het gewenste resultaat is, rijpt en ontwikkelt alles in het leven. De vervulling van het doel van het leven moet daarom gezocht worden in het ontwaken van de ziel. Men zou kunnen vragen: ‘wat zijn de tekenen dat de ziel ontwaakt?’ Het eerste teken van het ontwaken van de ziel doet denken aan een pasgeboren baby. Het kind toont vanaf het ogenblik dat het geboren is interesse in geluid, in ieder geluid, en in iets dat het ziet: of het kleur of licht is, of wat dan ook, het heeft aantrekkingskracht. En zo wordt een ziel die ontwaakt is, wakker voor alles wat hij ziet en alles wat hij hoort. Bij die mens vergeleken lijkt het dat ieder ander met open ogen loopt zonder te zien, hij lijkt zijn oren open te hebben, maar niet te horen. Hoewel er velen zijn met open oren, is er zelden één die hoort en velen met open ogen en nauwelijks één die ziet. Daarom wordt het natuurlijke zien van een ontwaakte ziel: ‘helderziendheid’ en het natuurlijk horen van een ontwaakte ziel: ‘helderhorendheid’ genoemd. Er is in het Engels een eenvoudig woord, het woord ‘ziener’ en dat woord verklaart dat iemand ogen heeft maar tegelijkertijd het vermogen om te zien. Van het ogenblik af dat de ziel ontwaakt is spreekt muziek haar aan, poëzie beroert haar, woorden ontroeren haar en kunst beïnvloedt haar. Deze ziel is niet langer slapend, maar ze is ontwaakt en zij begint het leven vollediger te genieten. Het is dít ontwaken van de ziel, dat in de bijbel wordt aangeduid met de woorden: ‘tenzij de ziel opnieuw geboren wordt, zal zij het koninkrijk der hemelen niet binnengaan’. Het opnieuw geboren worden wil zeggen, dat de ziel is ontwaakt nadat zij op aarde is gekomen. En het binnengaan in het koninkrijk der hemelen gebeurt in ditzelfde koninkrijk, deze wereld waarin wij nu staan. Ditzelfde koninkrijk verandert in de hemel, zodra ons gezichtspunt veranderd is. Is het niet interessant, is het niet wonderbaarlijk, te bedenken dat dezelfde aarde waarop wij lopen, aarde is voor de ene mens en hemel voor een ander?


105

En het is nog interessanter om waar te nemen dat wíj het zijn die de verandering teweeg brengen. Wíj veranderen het van de aarde in de hemel, als we het veranderen. En deze verandering komt niet door studie, noch door iets anders, maar slechts door één ding en dat is verandering van ons gezichtspunt. Ik heb mensen zien zoeken naar de Waarheid, mensen die er in boeken naar zochten, mensen die honderden boeken over theologie schreven en die tenslotte op dezelfde plaats stonden waar ze bij het begin waren. Dit toont dat alle uiterlijke inspanningen excuses zijn, ze zijn uiterlijk. Er is slechts één ding dat ons de werkelijkheid doet zien en dat is het ontwaken van de ziel. Alle tragedie in het leven, alle ellende, alle disharmonie en wanbegrip vinden hun oorzaak in één ding en dat is het gebrek aan begrip, en gebrek aan begrip komt van gebrek aan doordringingsvermogen. Wanneer men niet ziet vanuit het gezichtspunt van waaruit men zou moeten zien, dan wordt men teleurgesteld, omdat men niet begrijpen kan. Het is niet zo dat de uiterlijke wereld ons moet helpen beter te begrijpen, het zijn wijzelf die ons zelf moeten helpen het leven beter te verstaan. En dan is er een verder ontwaken en dat verdere ontwaken is een voortzetting van ditzelfde ontwaken dat ik genoemd heb: ‘het ontwaken van de ziel’. En het teken van dat ontwaken is, dat de ontwaakte mens op iedere persoon en op ieder voorwerp een licht werpt, het licht van zijn ziel, en dat voorwerp en die toestand ziet in dat licht. Zijn eigen ziel wordt een toorts in zijn hand, het is zijn eigen licht dat zijn pad verlicht. Het is alsof men een zoeklicht laat vallen op donkere hoeken die men tevoren niet zag en de hoeken worden weer duidelijk verlicht. Het is als het werpen van licht op problemen die men eerst niet begreep, het is alsof men met röntgen-stralen ziet wat tevoren een raadsel was. Wanneer het leven duidelijk wordt voor de ontwaakte ziel, brengt het wéér een openbaring en wat geopenbaard wordt is dat elk aspect van het leven zich aan hem meedeelt. Het leven deelt zich mee, de ziel deelt zich mee, maar zij hebben onderling geen contact totdat iemand ontwaakt is. Als de ziel eenmaal ontwaakt is, staat zij in verbinding met het leven. Als jonge man had ik een groot verlangen de verblijfplaatsen van heiligen en van grote leraren te bezoeken. En hoewel ik zeer verlangend was iets van hen te horen, iets aan hen te vragen, hield ik toch mijn lippen gesloten en zat ik rustig in hun tegenwoordigheid. Ik had een grotere voldoening en ik voelde een grotere zegen door daar rustig te zitten, dan wanneer ik met hen had gediscussieerd, geredeneerd en gepraat. Omdat ik tenslotte voelde dat daar een communicatie was die meer bevredigde dan die uiterlijke discussies en redeneringen van mensen die niet weten waarover zij praten. Want het was verlichtend, verfrissend en het gaf die kracht en inspiratie waarmee men het leven in een beter licht kan zien. Zij die ontwaakt zijn, worden lichten, niet alleen lichten voor zichzelf maar ook voor anderen. En in hun licht, ook al is men zich daar niet bewust van, helpt hun tegenwoordigheid op zich-


106

zelf al om problemen die zeer moeilijk zijn, gemakkelijker te maken. Dit doet het feit beseffen, waarvan de Schriften spreken, wanneer zij zeggen: ‘de mens is licht’, een licht waarvan de oorsprong, de bron, goddelijk is. En wanneer dat licht hoog geheven wordt, dan wordt het leven volkomen anders. Wanneer de ziel nog verder ontwaakt, is haar toestand als van iemand die midden in de nacht opzit temidden van honderden en duizenden mensen, die vast in slaap zijn. Het is het beeld van hem dat hij temidden van hen zit, staat, naar hen kijkt, hun zorg en ellende en hun omstandigheden aanhoort, van de honderden die zich bewegen in hun slaap, in hun eigen droom, niet wakker om de toestand te zien van de ander die vlak naast hen is. Of ze nu vrienden of familie zijn, kennissen of vijanden, wat ook hun betrekking tot elkaar is, ze weten weinig van hem af, geabsorbeerd als ze zijn in hun eigen moeilijkheden. Deze ontwaakte ziel, die zich temidden van hen bevindt, zal naar allen luisteren, zal allen zien, zal alles wat zij denken en voelen begrijpen en meevoelen, maar zijn taal wordt door niemand verstaan. Zijn gedachten kan hij niet aan iedereen uitleggen, hij kan niet verwachten dat iedereen voelt wat hij voelt. Hij voelt zich eenzaam en dat kan niet anders. Ongetwijfeld is er in zijn eenzaamheid een gevoel van volmaaktheid, want volmaaktheid is eenzaamheid. Wanneer men zegt dat de apostelen alle talen kenden bij de uitstorting van de Heilige Geest, wil dat niet zeggen dat dit kennen van alle talen het spreken is van alle talen van alle landen. Zij kenden de taal van de ziel. Want er worden verschillende talen gesproken in verschillende landen en ontelbare talen worden door ieder individu gesproken als zijn speciale taal. En dat doet ons een ander idee beseffen dat zeer belangrijk is, en dat is, dat de uiterlijke taal slechts oppervlakkige dingen en gevoelens kan overbrengen, maar dat er een innerlijke taal is, een taal die begrepen kan worden door zielen die ontwaakt zijn. Het is een universele taal die begrepen kan worden door zielen die ontwaakt zijn, een taal van trillingen, een taal van gevoel, een taal die het meest innerlijke zintuig raakt. Om deze bewering te ondersteunen wil ik zeggen dat hitte en kou verschillende gevoelens zijn, die met verschillende namen in verschillende landen genoemd worden, maar toch innerlijk hetzelfde gevoel zijn. Er is liefde en haat, vriendelijkheid en onvriendelijkheid, harmonie en disharmonie, al deze begrippen hebben verschillende woorden in verschillende landen, maar het gevoel is dezelfde ervaring voor alle mensen. Wanneer wij om de gedachten van een ander te begrijpen afhankelijk zijn van zijn uiterlijke woorden, kunnen wij hem niet begrijpen, want wij kennen misschien de taal van die mens niet. Maar als we contact hebben van ziel tot ziel met een ander mens kunnen we zeker begrijpen wat hij bedoelt. Voordat hij een woord zegt, heeft hij het in zichzelf gezegd en dat woord bereikt ons voordat het woord zijn uiterlijke vorm heeft gevonden. Voordat het woord komt, drukt het zich al uit. Voordat de gedachte gevormd wordt, spreekt het gevoel het uit. En dat toont dat een gevoel een gedachte vormt, een gedachte die verschijnt als spraak. En zelfs voordat het gevoel is gevormd, kan de vibratie worden opgevangen door een


107

mens die communicatie heeft met de ziel. Dit wordt communicatie genoemd, de communicatie met het diepste innerlijk van de mens. Maar wie kan dat contact tot stand brengen? Diegene die weet, hoe met zichzelf in contact te komen, met andere woorden, die ontwaakt is. Hoe wordt de persoonlijkheid een ontwaakte ziel? De persoonlijkheid van een ontwaakte ziel wordt verschillend van elke andere persoonlijkheid. Zij krijgt meer magnetisme, want het is de levende mens die magnetisme heeft, het dode lichaam heeft geen magnetisme. Het is de levende, die vreugde brengt en daarom is het de ontwaakte ziel die vreugdevol is. En denk nooit een ogenblik, zoals velen doen, dat een geestelijk mens iemand is die treurig, opgedroogd is met een lang gezicht! Geest is vreugde, geest is leven en wanneer die geest ontwaakt is, is er alle vreugde en plezier die er maar bestaan. Zoals de zon alle duisternis doet verdwijnen, zo neemt geestelijk licht alle zorgen weg, alle angsten en twijfels. Als geestelijk ontwaken niet zo waardevol was, waarom zouden we er dan naar zoeken in het leven? Een schat die niemand u ontnemen kan, een licht dat altijd standhoudt en nooit uitgedoofd zal worden, dat is geestelijk ontwaken, dat is de vervulling van het doel van het leven. Zeer zeker worden de dingen die een mens eens waardevol en belangrijk vond minder belangrijk, ze verliezen hun waarde en dingen die we mooi vonden verliezen hun kleur. Het is alsof men een toneel bij zonlicht ziet: alle grote paleizen en versieringen op het toneel betekenen niets meer. Ongetwijfeld neemt dit de slavernij weg waaraan wij allen onderhevig zijn, want de mens wordt meester over de dingen van deze wereld, maar daarom hoeft hij ze niet op te geven. Op een natuurlijke wijze ontwikkelt zich optimisme, maar een optimisme met open ogen. Een kracht neemt toe, een kracht om dingen tot stand te brengen en hij zal aan de totstandkoming werken, totdat hij het bereikt heeft, hoe klein het ook is. In het Oosten zegt men dat het heel moeilijk is een ontwaakte ziel te beoordelen. Want uiterlijk is er niets, dat kan bewijzen dat iemand een ontwaakte ziel is. De beste manier om een ontwaakte ziel te zien is zelf te ontwaken. Niemand in de wereld kan pretenderen wakker te zijn zolang hij nog slaapt. Zoals een klein kind dat een snor op zijn gezicht plakt niet kan bewijzen dat hij volwassen is. Alle andere dingen kan men voorwenden, maar niet dat men ‘een ontwaakte ziel’ is, want het is een levend licht en niemand kan dat voorwenden. Want als er enige waarheid is, is die te vinden in het ontwaken van de ziel, want de waarheid wordt geboren in het ontwaken van de ziel. De waarheid wordt niet onderricht, de waarheid wordt ontdekt. Dikwijls doen mensen moeite een vriend of iemand die hen nastaat te wekken, doch die poging is tevergeefs. Want ten eerste weten we niet of iemand meer ontwaakt is dan wij, dan is onze moeite tevergeefs. En de andere mogelijkheid is, dat iemand slaapt omdat hij slaap nodig heeft. Het zou een zonde zijn hem te wekken in plaats van een deugd. Het is ons alleen toegestaan een hand te reiken aan degene die zich begint om te draaien, die verlangt te ontwaken. Slechts dan moet men de hand reiken en deze handreiking is wat wij met een esoterische term initiatie noemen.


108

Ongetwijfeld kan in de uiterlijke wereld een leraar, die bekend is met het pad, de hand reiken aan diegene die het wenst te betreden, maar innerlijk is er de Leraar die de hand reikt aan ontwaakte zielen en dat altijd gedaan heeft en altijd zal doen. Dezelfde hand die de wijzen en de meesters van alle tijden hebben ontvangen in een hogere initiatie. Voorwaar, iedere zoeker zal vroeg of laat vinden, wanneer hij maar bestendig op het pad blijft totdat hij zijn bestemming bereikt.


109

SG nr. 38

DE KRACHT VAN DE STILTE

Afgezien van de meditatieve stilte is zelfs in ons dagelijks leven stilte het meest essentiële. Er wordt een energie opgebouwd die functioneert in het innerlijke deel van ons wezen en bij het spreken geeft men die energie uit. En die energie kan het best magnetisme genoemd worden; het is inspiratie en het is wijsheid. Dit is de reden waarom je altijd in de minder spraakzame mens een grotere wijsheid zult vinden, dan in diegene die spraakzaam is. Wijsheid daargelaten: van een fysiek standpunt bekeken, geeft een spraakzaam mens voortdurend energie uit, die wanneer hij hem bewaarde, een grote kracht van vitaliteit in hem zou vormen. Bij sommige mensen wordt het een hartstocht te spreken zonder doel, zonder reden. Zij spreken omdat zij ervan houden te praten. Als men slechts begreep, wat de Bijbel zegt over het woord: dat eerst het woord was, en het woord was God. Als men slechts wist, wat de traditie van het mensdom is geweest: het is in het woord gelegen. Zij, die eerbied hebben voor het woord, zij die het woord naar waarde schatten, hun woorden worden kostbaar. Hun woord is miljoenen waard, en miljoenen zijn minder waard dan hun woord. De grote leraren van de mensheid zijn gekomen en gegaan en wat zij achtergelaten hebben, waar de wereld meer waarde aan hecht dan wat ook, dat is hun WOORD. Als er iets is wat wij als zeer heilig beschouwen, wat ook ons geloof of religie is, dan is dat het woord dat ons gegeven is. Het is het woord, dat wij als het kostbaarste in de wereld beschouwen. Van het ogenblik af, dat een mens waarde begint te hechten aan zijn woord, van dat ogenblik af, is het woord de weergave van zijn gedachten. Hij die zijn woord niet acht, is zelf van weinig waarde. De grote mens is hij, die instaat voor zijn woord. Hoe groot iemand mag zijn, als hij geen erewoord heeft, kan hij niet werkelijk groot zijn. Het is zo jammer, dat wij in deze materialistische tijd geen idee meer hebben van ons meest waardevolle bezit, dat wij van de hemel hebben meegekregen. Want het woord is iets van de hemel. En in het woord is de ziel, de geest, verborgen. En wanneer dat woord nutteloos wordt gebruikt, wordt het leven verkeerd gebruikt. Zien we niet, dat de ene mens misschien duizend woorden tot ons zegt, zonder dat er één woord is, dat ons raakt? Terwijl een ander één woord tot ons zegt dat doordringt en indruk maakt? Dat woord heeft waarde. Want er zijn levende en dode woorden. Het levende woord heeft een leven in zich, het werkt chemisch. Het dode woord heeft geen leven, het is slechts een lijk. Het levende woord zweeft voort in de ruimte, het zal de harten van de mensen binnendringen en zijn werk doen. En het dode woord zal op de aarde vallen en begraven worden onder het stof. En heel dikwijls spreekt iemand uit zwakheid. Hij is zwak, hij kan zijn gedachten niet beheersen. En het is uit hulpeloosheid dat hem woorden ontsnappen, die hij anders vóór zich zou hebben gehouden. Je zult altijd vinden dat iemand, die kwebbelend praat, die anderen bekritiseert, een zwak karakter heeft. Het is niet, dat hij gráág praat, maar hij kan het praten niet laten.


110

Het is als iemand die eet, maar het voedsel niet verteert. Als iemand zijn eigen geheim niet kan bewaren, als hij het geheim van zijn vriend niet kan bewaren, is hij iemand, die niet kan verwerken. Hij zal zich altijd schuldig voelen; zijn hart zal rusteloos zijn. Er is een ander soort mens, die doorgaat als een machine: een machine, die hoort door middel van de oren en spreekt door middel van de mond en die de hele dag doorgaat, terwijl hij hoort wat hij zegt en maar doorgaat als een machine. Gebeurt het ons niet dikwijls, dat we denken: 'o, ik wilde dat ik dat niet gezegd had tegen die persoon’. Ervaren velen van ons niet, dat wij denken: ‘ik had niet zo grof tegen die ander moeten spreken?' Denken velen van ons niet dikwijls, als we met iemand gesproken hebben: 'o, wat heb ik nu gedaan! ik heb mijn hart bij die man of vrouw uitgestort, wat zal daar het gevolg van zijn?' Saädi, een groot Perzisch dichter, zegt in een gedicht: “Mijn intelligente vriend, wat baat u uw berouw, nadat u het woord hebt laten ontvallen aan uw lippen?” Het wóórd te beheersen is moeilijker dan het sterkste paard te beheersen. Er is een andere manier om naar dit onderwerp te kijken. Wanneer iemand spreekt tot mensen die niet zo ver zijn dat ze zijn kijk op de dingen kunnen begrijpen, dan kan het zijn dat hij wijze dingen zegt, die zullen blijken als kiezelstenen te zijn, in plaats van als parels. Woorden van een groter ideaal, van een hogere waarheid, gaan verloren voor een mens die niet in staat is ze te begrijpen of te waarderen. Je hebt iemand iets in handen gegeven die het bespottelijk zal maken, die het dwaas zal vinden, en voor wie het van geen waarde is. Je zult vinden dat het bedachtzamer was geweest en wijzer, als je dat woord op dat ogenblik niet tot hem gesproken had, maar hem had voorbereid om dat woord te hóren, zelfs als dat tien jaar had gekost. En dan zijn er keren dat je een ontwikkeld mens ontmoet, voor wie uw woorden van weinig belang zijn. Het is alsof een kind spreekt tegen een volwassene, wat voor die volwassene weinig betekent. Je verknoeit zowel zijn tijd als de jouwe, door zo te doen. Velen zullen ook wel weten hoeveel onenigheid teweeg gebracht wordt tussen familie en vrienden, door nutteloos gepraat. Het gepraat had misschien weinig te betekenen, maar eindigde in grote disharmonie en afgescheidenheid. Er bestaat een grappig verhaaltje over een vrouw, die een genezer, een magnetiseur, bezocht. Ze wilde zijn raad want ze had grote moeilijkheden. Haar moeilijkheid was dat ze elke dag onenigheid had met haar man. De genezer zei: 'het is heel eenvoudig, ik zal u wat zuurtjes geven en u moet die in de mond doen en uw lippen gesloten houden; iedere dag wanneer uw man thuiskomt, neemt u ze in de mond'. Het middel bleek succes te hebben, want nadat de zuurtjes op waren, kwam de vrouw om te bedanken en om nog meer gemagnetiseerde zuurtjes te vragen. Hij zei: 'u hebt geen zuurtjes meer nodig, u hoeft slechts te dénken, dat u ze in uw mond hebt en uw lippen te sluiten en alles zal goed gaan'. Van dit voorbeeld kunnen wij allen leren, zowel wijzen als dwazen. Voor de wijze is het iets moois, voor de dwaas is het het enige waardige, dat hij kan doen. En nu komen we tot een


111

nog dieper aspect van stilte. Wat is stilte? Stilte is iets wat we bewust of onbewust ieder ogenblik van ons leven zoeken. Wij zoeken stilte en tegelijkertijd ontlopen wij het. Waar wordt het woord van God gehoord? In stilte. De zieners, de heiligen, de wijzen, de profeten en meesters, zij hebben die stem die vanuit hun binnenste komt, gehoord door zich stil te maken. Ik bedoel hier niet mee, dat hij toegesproken zal worden, omdat hij een stilte houdt. Ik bedoel, dat hij het woord zal horen, dat voortdurend tot hem komt, als hij eenmaal stil is. Vanaf het ogenblik, dat het denkvermogen stil gemaakt is, zal een mens in contact treden met iedereen, die hij ontmoet. Hij heeft niet veel woorden nodig; wanneer de blikken elkaar ontmoeten, begrijpt hij. Twee mensen kunnen hun hele leven praten en discussiëren, zonder elkaar te begrijpen. Terwijl twee mensen met stille denkvermogens elkaar aanzien en in een ogenblik hebben zij contact. Waar komt het verschil tussen mensen vandaan? Het komt door hun activiteit. En wanneer komt er overeenkomst? Dat komt door het stil-zijn van het denkvermogen. Het is het geluid dat ons verhindert een stem te horen die van een afstand komt. En het is de beweging van het water van een plas die ons verhindert ons beeld in het water te zien. Wanneer het water stil is, weerspiegelt het duidelijk. En wanneer onze atmosfeer stil is, dán horen we die stem die voortdurend tot het hart van ieder mens komt. Wij zoeken leiding, wij zoeken allemaal naar waarheid, wij zoeken naar het mysterie. Het mysterie is ín ons zelf. De leiding is in onze eigen ziel. We ontmoeten dikwijls een mens, wiens contact ons rusteloos, nerveus maakt. De reden is, dat die persoon niet kalm is, niet rustig. Dit laat zien dat rusteloosheid anderen rusteloos maakt. Kalmte maakt anderen kalm. En het is niet gemakkelijk om kalm te blijven en onze rust te bewaren in de tegenwoordigheid van een rusteloos, geagiteerd mens. De lering van Jezus is: 'weersta de Boze niet'. Ga niet mee in die verstoorde toestand en reageer niet op de verstoorde toestand van een rusteloos mens. Het is alsof wij deel hebben aan vuur waardoor wij zelf zullen verbranden. En nu, hoe kunnen wij in ons die kracht ontwikkelen om in het dagelijks leven tegen alle verstorende invloeden stand te houden? Want ons leven staat ieder ogenblik van de dag bloot aan deze atmosfeer. Het antwoord is, dat men zichzelf rustig moet maken door middel van concentratie. Ons denkvermogen is als een boot die in het water is, onderhevig aan de beweging van de golven en onderhevig aan de invloed van de wind, aan beide. En de golven zjjn onze eigen emoties en hartstochten, onze eigen gedachten en verbeeldingen. En de wind is de uiterlijke invloeden die wij ondergaan. Om de boot te stoppen moet je een anker in het water laten. Dat anker legt de boot stil. En dat anker is het onderwerp, waarop wij ons concentreren. Als het anker zwaar genoeg is, zal het de boot doen stoppen. Maar als het anker licht is, zal de boot bewegen en niet stil zijn, want zij is in het water en in de lucht. Nu komen we tot de kwestie, dat wij hierdoor de boot alleen maar stil houden. Maar de boot gebruiken is weer iets anders. De boot is niet gemaakt om stil te liggen, zij is gemaakt voor een doel. Het stil-maken dient alleen om de boot eerst in de hand te krijgen.


112

Hoewel niet ieder van ons dit weet, zal tenslotte blijken, dat de boot gemaakt is om van de ene haven naar de andere te gaan. Om te kunnen váren zijn andere dingen nodig. Daarvoor is nodig dat de boot niet zwaarder geladen mag zijn dan het gewicht dat zij kan dragen. En zo moet ons hart niet te zwaar beladen worden met dingen waaraan wij ons hechten, want dan zal de boot niet gaan. De boot moet niet gebonden en geketend zijn aan de ene haven, want dan wordt ze tegen gehouden, en dan zal ze niet gaan naar die andere haven, waarvoor ze gemaakt is. De boot kan duizend jaren aan één haven gekluisterd zijn, maar dan doet ze haar werk niet. In de eerste plaats moet ze ontvankelijk zijn voor de wind, die haar naar de andere haven zal voeren. En dat is het gevoel, dat een ziel krijgt van de geestelijke kant van het leven. Dat gevoel helpt ons voorwaarts te gaan naar die haven, die wij allen als bestemming hebben. Het denkvermogen dat eenmaal volledig geconcentreerd is, moet als een kompas worden dat altijd naar dezelfde richting wijst. Iemand wiens interesse duizend kanten uitgaat, is niet gereed om in deze boot te reizen. Het is de mens die één ding in zijn geest heeft, terwijl alle andere dingen op de tweede plaats komen, die van deze haven naar die haven reist. Deze reis wordt mystiek genoemd. Deze reis wordt soefisme genoemd. Het streven van de Soefi Boodschap is om aan de serieuze zoekers naar Waarheid, de gelegenheid te geven in contact te komen met de diepere kant van het leven. Ongetwijfeld wordt Waarheid niet onderwezen. Waarheid wordt ontdekt. Het teken van de zoeker is niet het zoeken naar wonderen en het is niet de liefde voor bijzondere verschijnselen. Want door naar Waarheid te zoeken wordt God gevonden, want in het vinden van God wordt de Waarheid verwezenlijkt. Maar waar wordt God gevonden? God wordt gevonden in het hart van de mens.


113

SG nr. 39

DE MENS, ZAAD VAN GOD

Over de verhouding waarin de mens tot God staat zijn verschillende ideeën en geloofsopvattingen. En het is begrijpelijk dat er vele geloofsopvattingen zijn, omdat ieder mens zijn eigen voorstelling van God heeft. Er is geen vergelijking tussen God en mens. De reden is dat de mens omdat hij beperkt is, vergeleken kan worden met een ander wezen, maar God als volmaakt wezen kan met niets vergeleken worden. De profeten en meesters van alle eeuwen hebben hun best gedaan de mens enig idee te geven van Gods Wezen, maar dat was altijd moeilijk, want het is onmogelijk God in woorden te beschrijven. Het is als het trachten de oceaan in een fles te doen. Hoe groot de fles ook is, zij kan nooit de oceaan bevatten. De woorden die wij in onze dagelijkse taal gebruiken zijn namen van begrensde vormen en God, die boven naam en vorm verheven is, geven wij gemakshalve een naam. En als er al enige mogelijkheid is om God en zijn wezen te begrijpen, dan ligt die mogelijkheid in het vinden van de verhouding tussen mens en God. De reden waarom deze voordracht genoemd werd “De mens, zaad van God” is, dat het dit beeld is dat tot op zekere hoogte het idee geeft van de betrekking die er bestaat tussen de mens en God. Er is een wortel en er is een stam en er zijn takken en er zijn bladeren en er ontstaat een bloem. Maar in het hart van de bloem is iets dat de geschiedenis vertelt van de hele plant. Men kan zeggen dat het het doel van de plant was een bloem voort te brengen, maar in werkelijkheid is het het zaad dat uit het hart van de bloem komt, dat de soort van de plant voortzet. Het is dat zaad dat het geheim van de plant is, dat de oorsprong en het einddoel van die plant is. Het is dat zaad dat het begin was. Vanuit dat zaad kwam de wortel en de zaailing schoot op en werd een plant. En toen verdween dat zaad, maar na de komst van de bladeren en takken en de bloemen, verscheen het opnieuw. Het verscheen opnieuw niet als één zaad, maar als vele zaden, in menigvuldigheid en toch was het hetzelfde zaad. En het is dit zaad dat ons de geschiedenis vertelde dat het eerst een zaad was en dat toen de hele plant verscheen. Met welk doel? Met welk resultaat? Om opnieuw te verschijnen als het resultaat van een hele plant. Voor de mens met een eenvoudig geloof, voor de mens die alleen in zijn speciale opvatting gelooft, is er geen verband tussen God en mens. Maar de mens die de betrekking tussen mens en God wenst te begrijpen, kan het bewijs voor dit argument in alles vinden. En het is deze gedachte waarover gesproken wordt in de bijbel, in de woorden: “Wij schiepen de mens naar ons beeld”. Als het zaad, waaruit de plant kwam en dat verscheen in het resultaat, gezegd had: ‘uit mijn eigen beeld heb ik het zaad geschapen dat voort zal komen uit het hart van de bloem’, zou dat zaad hetzelfde hebben gezegd. Alleen zou dat zaad waaruit de plant kwam, hebben kunnen zeggen: ‘ik zal in meervoudigheid verschijnen, hoewel ik in beginsel één zaadkorrel ben’.


114

Het is weer deze gedachte die ons de reden vertelt waarom er gezegd is: “Wij schiepen de mens naar ons beeldâ€?. De hele openbaring, de hele schepping is uit God voortgekomen, het blad, de tak en de stam zijn alle uit het zaad voortgekomen, maar zijn niet het beeld van het zaad. Het beeld van het zaad is het zaad zelf. En niet alleen het beeld, maar de essentie van het zaad is in het zaad. Ongetwijfeld is er enige energie, enige kracht, enige kleur, enige geur in de bloem, in de bladeren en in de stam, maar toch zijn alle eigenschappen die in de stam, in de bloem en in de bladeren zijn, terug te vinden in de zaadkorrel. Dit toont ons dat de mens het hoogtepunt is van de hele schepping, het resultaat. En in hem manifesteert zich het hele universum, het mineralenrijk, het plantenrijk en het dierenrijk. Zij allen worden gevonden in het wezen, in de geest van de mens. Dat wil niet zeggen dat de verschillende mineralen en plantensubstanties alleen in het fysieke lichaam dat voor de mens gemaakt is te vinden zijn. Ook zijn geest en zijn hart tonen al de verschillende eigenschappen. Het hart is als vruchtbare aarde of dorre woestijn, het toont liefde of gebrek aan liefde, en productieve of destructieve neigingen. Er zijn verschillende soorten stenen. Er zijn kostbare stenen en er zijn kiezelstenen en rots, en zo is er een nog grotere verscheidenheid in menselijke harten. Denk aan diegenen wier gedachten, wier gevoelens, hebben bewezen kostbaarder te zijn dan alles wat de wereld kan bieden: de dichters, de kunstenaars, de uitvinders, de denkers, de filosofen, de dienaren van de mensheid die de mensen geĂŻnspireerd hebben, de weldoeners van de mensheid. Geen rijkdom, geen kostbare steen, diamant of robijn, kan ermee vergeleken worden en toch bevatten ze dezelfde eigenschap. En dan zijn er harten als van rots, men kan er op slaan en zichzelf breken, maar zij komen niet in beweging; er zijn harten als van was en er zijn harten met de eigenschap van steen. Er zijn harten die zacht kunnen worden en er zijn harten die nooit zullen smelten. Is er iets in de natuur dat niet in de mens gevonden wordt? Heeft hij niet in zijn gevoel, in zijn gedachten, in zijn eigenschappen, het beeld van het stromende water, een beeld van een vruchtbare bodem en een beeld van bomen die vrucht dragen? Is het hart van de mens niet het beeld van de plant, van geurige bloemen? De bloemen die uit het menselijk hart komen leven langer, hun geur zal zich door de hele wereld verspreiden en hun kleur zal door alle mensen worden gezien. De vruchten die door menselijke harten kunnen worden voortgebracht, hoe heerlijk zijn ze, zij maken zielen onsterfelijk en heffen hen op. En dan is er een geaardheid waar niets anders aan ontspringt dan het verlangen om hun medemensen te kwetsen en pijn te doen, om vruchten en bloemen van vergif voort te brengen, anderen kwetsend door gedachte, woord of daad en zij kunnen meer pijn doen dan doornen. Er zijn er wier gevoelens en gedachten zijn als goud en zilver en er zijn anderen waarvan de gedachten als ijzer en staal zijn. En de verscheidenheid die men kan zien in de menselijke natuur is zo groot dat daarbij vergeleken alle dingen van deze aarde klein in aantal zijn.


115

Maar toont de mens in zijn natuur, in zijn eigenschappen, in zijn lichaam, in gedachten en gevoelens alleen de erfenis van deze aarde? Neen, ook die van de hemel. De mens heeft de invloed van de planeten in zich, hij heeft de invloed van de zon, van de maan, van hitte en koude en lucht en water en vuur, alle verschillende elementen waaruit dit hele kosmische systeem bestaat. Al deze elementen zijn te vinden in zijn gedachten, in zijn gevoelens, in zijn lichaam. U kunt mensen vinden met warmte, wat vuur vertegenwoordigt, en anderen die koud zijn, wat water vertegenwoordigt. Er zijn menselijke wezens die in hun gedachten, in hun gevoel, het luchtelement vertegenwoordigen; hun bewegelijkheid, hun rusteloosheid, het toont alles het luchtelement in hen. Vertegenwoordigt de mens niet de zon en de maan in zijn positieve en negatieve karaktereigenschappen? Toont de dualiteit van de seksen dit niet? Niet alleen dit, maar in iedere man en in iedere vrouw is de zon-eigenschap en er is de maaneigenschap en het zijn deze tegenovergestelde eigenschappen die evenwicht geven aan het karakter van de mens. Als één eigenschap sterk overheerst en de tegenovergestelde eigenschap niet gevonden wordt, dan ontbreekt er ergens een evenwicht. En wanneer men nog verder gaat in de mystieke gedachte, zal men vinden dat niet alleen alle zichtbare schepping in de mens gevonden wordt, maar ook alles wat onzichtbaar is. De engelen of feeën of geesten of elementen of welke verbeeldingsvorm ook die de mens gemaakt heeft, als het ergens gevonden kan worden, is het in de menselijke natuur. In alle tijden vindt men afbeeldingen van de engelen naar het beeld van de mens. Wanneer alles wat in de wereld en in de hemelen bestaat, gevonden wordt in de mens, wat wordt er dan niet in hem gevonden? God zelf zegt in de Schrift: “Ik heb de mens gemaakt naar mijn eigen beeld”. Met andere woorden: ‘als u me wenst te zien, ik ben te vinden in de mens’. Het is gedachteloos van de mens als hij, geabsorbeerd in zijn hoge idealen, zijn medemens veroordeelt en op hem neerziet, al is die mens nog zo zwak en zondig! Want in de mens is de mogelijkheid zo hoog te stijgen als niets in de schepping kan stijgen. Of het nu een wezen op aarde of in de hemel is, niets kan die hoogte bereiken die voor de mens bedoeld is om te bereiken. Wat was het standpunt van de mystici, de denkers van alle eeuwen? Hun gezichtspunt kan u zien in hun gedrag, een houding van eerbied voor alle mensen. In het voorbeeld van het leven van Jezus Christus, de Meester van de mensheid, kan men zien wat een mededogen de Meester toonde wanneer een zondaar voor hem was gebracht, iemand die iets verkeerds gedaan had; wat een vergevingsgezindheid, wat een verdraagzaamheid, wat een begrip! Men mag een religieus of een vroom mens genoemd worden, maar men kan niet een werkelijk geestelijk of wijs mens genoemd worden als men zijn medemens minacht, in welke toestand hij ook verkeert. De mens, die geen eerbied voor de mensheid heeft, heeft geen houding van verering tegenover God, al is hij nog zo’n religieus mens. De mens die het beeld van


116

God in de mens niet heeft herkend, heeft de Kunstenaar niet gezien die deze schepping gemaakt heeft, hij heeft zichzelf deze visie ontzegd, die zeer heilig is. Iemand die denkt dat de mens aards is, weet niet waar de ziel vandaan komt. De ziel komt van boven en het is in de ziel van de mens dat God weerspiegeld wordt. Hij die haat en minachting koestert, wat zijn geloof of godsdienst ook mag zijn, hij heeft niet het geheim van religie begrepen die in het hart van de mens is. En hoe goed een mens ook is, hoe deugdzaam hij mag zijn, als hij nooit verdraagt of vergeeft, als hij God niet in de mens herkent, heeft hij zeker de religie niet aangeraakt. Ongetwijfeld is er een andere kant aan de zaak. Als de mens zich ontwikkelt, vindt hij de beperkingen, de dwalingen en de gebreken van de menselijke natuur en daarom wordt het moeilijk voor hem om in de wereld te leven en aan alles wat komt het hoofd te bieden. Ook wordt het zeer moeilijk voor hem om fijn, goed, vriendelijk, gevoelig te zijn en tegelijkertijd verdraagzaam. De neiging ontstaat, om alles van zich af te duwen en iedereen uit de weg te gaan. Maar dat is niet het doel waarom wij op aarde geboren zijn. Het doel van onze geboorte op aarde is, die volmaaktheid te vinden die in ons zelf is. En al is een mens ook nog zo goed en vriendelijk, wanneer hij het doel niet heeft gevonden waarvoor hij op aarde is geboren, dan heeft hij zijn levensdoel niet vervuld. Er zijn evenveel verschillende aspecten van dat doel als er mensen zijn, maar achter al die verschillende aspecten is er één doel. Dat doel kan het doel van de hele schepping genoemd worden. Men ziet dat doel wanneer de uitvinder zijn uitvinding ziet werken, wanneer een groot architect een huis bouwt dat hij ontworpen heeft en er binnen gaat en ziet hoe mooi het is geworden. Het doel wordt vervuld wanneer een toneelschrijver het stuk schrijft dat hij heeft willen schrijven en wanneer het stuk wordt opgevoerd en hij ernaar kijkt, is dat het doel. Ieder mens heeft zijn doel, maar het doel is slechts een stap in de richting van HET doel, dat het doel van God is. Als onze kleine verlangens vandaag worden vervuld, is er morgen een ander verlangen en wat ook het verlangen is, wanneer het vervuld wordt, is er de volgende dag weer een andere wens. Dit toont dat de hele mensheid en iedere ziel gericht is naar één verlangen en dat is HET doel van God en dat is de vollere ervaring van het leven, innerlijk en uiterlijk, een vollere kennis van het leven, zowel in hogere als in lagere zin. Het is het wijder worden van het gezichtsveld, opdat het zo wijd mag zijn, dat in de ziel die wijder is dan de wereld, alles zal worden weerspiegeld. Dat het gezicht zó scherp zal worden dat het de diepte van de aarde en de hoogste hemelen zal peilen. Hierin ligt de vervulling van de ziel en de ziel die niet alle mogelijke moeite doet en elk offer brengt om dit te bereiken, weet niet wat religie is. Wat is de Soefi Boodschap? Het is die esoterische training, die toegepast in het leven, werkt om dat te bereiken wat de vervulling is van Gods Doel.


117

SG nr. 40

WERELDBROEDERSCHAP

Onze activiteit die Wereldbroederschap genoemd wordt, is vandaag meer nodig dan ooit, want wat er gedaan kan worden om een broederlijk gevoel in de mensheid tot stand te brengen is van meer waarde dan welk ander werk ook in de richting van beschaving. En hoewel er vele verenigingen en instituten zijn gesticht die werken in de lijn van broederschap, heeft toch onze bijdrage aan deze grote dienst aan God en de mensheid zijn bijzondere karakter, omdat haar ideeën zijn gebaseerd op geestelijke idealen. Wij geloven dat broederschap die tot stand wordt gebracht door tot begrip te komen over uitwisseling van elkaars goederen, in elkaars belang, niet voldoende is. De reden is dat de natuur van het leven veranderlijk is; waar dag is, is nacht en er is licht én duisternis en daarom is het belang in het leven niet altijd gelijk. Wanneer twee mensen vrienden zijn en de voorwaarde stellen: we zullen vrienden zijn en elkaar liefhebben en elk zal in het belang van de ander rechtvaardigheid betrachten, dan kunnen zij het duizend keer per dag oneens zijn. Want wie zal de rechter zijn? Wanneer twee mensen het oneens zijn, hebben beide gelijk, beide denken dat zij in hun recht staan! En een derde heeft geen recht om tussenbeide te komen. Daarom kan broederschap niet bevredigend tot stand worden gebracht door alleen de wet van wederkerigheid te onderwijzen, die gebaseerd is op zelfbelang. Want zelfs wanneer zij zeggen: ‘ik zal jou een pond in goud geven en jij geeft mij daarvoor een pond in bankpapier’, en zij hebben die uitgewisseld, dan zal er een dispuut zijn, omdat de één een pond in goud gaf en de ander in papier. Een vriendschap die gebaseerd is op zelfbelang is niet veilig, men kan er niet op vertrouwen. Want al mogen zij vrienden schijnen, ieder wenst iets voor zichzelf. Zij zijn niet de vriend van de ander, zij zijn hun eigen vriend. Hoeveel vertoon van vriendschap ze ook hebben voor elkaar, in werkelijkheid betonen ze vriendschap aan zichzelf. Neen, broederschap van geestelijk standpunt bezien, die geleerd zou kunnen worden, is de broederschap van wedijver in vriendelijkheid, in goedheid. Het is niet het wegen: ‘hoeveel goed heb jij mij gedaan?’, maar het is trachten meer voor een ander te doen en niet te denken: ‘wat zal die ander voor mij doen’. De soefi ideeën zijn in alle tijden verschillend geweest van die van de wereldse mens en toch voor een mens niet te moeilijk om in praktijk te brengen. Het soefi idee is, dat men iets vriendelijks voor een ander doet omdat men het wenst te doen, omdat de daad zelf hem voldoening geeft, niet omdat hij in een of andere vorm van waardering verwacht. Hij vindt dat iedere vorm van waardering, van iets terugdoen, de goedheid of vriendelijkheid van zijn daad teniet doet. En als men denkt dat men enig goed doet en dat een ander het terug moet geven, dan is het handel. En iemand die denkt: ‘misschien zal ik twee maal zoveel goed aan een ander van wie ik de helft ontvang van het goede dat ik aan hem doe’, verkeert in een slechte situatie, want vroeger of later zal hij teleurgesteld worden, omdat hij goedheid verdeelt, die niet op deze wijze verdeeld kan worden.


118

Zodra iemand begint te denken: ‘heeft een ander mij als een broeder behandeld, waarom zou ik hem dan als broeder behandelen?’, dan weet hij niet wat broederschap is, hij zal nooit in staat zijn als een broeder te handelen. Het soefi standpunt is, dat een mens met zichzelf moet uitmaken of hij goed doet en niet of een ander het goed vindt. De moeilijkheid in deze tijd is dat de mensheid in zo’n mate verdeeld is, dat het moeilijk is broederschap in praktijk te brengen. En toch denk ik dat het niet zo erg moeilijk zou moeten zijn als we de broederschapsgedachte in dit licht zagen. Want zodra een mens zegt: ‘als een ander zal doen wat ik wens’, dan schept hij moeilijkheden. Maar diegene die zegt: ‘ik zal doen wat ik meen dat juist en goed is en of een ander dat ook zo vindt is mijn zaak niet, ik heb besloten te doen wat ik kan’, dan is zijn manier van handelen volkomen voldoende.


119

SG nr. 41

KUNST

Velen menen dat kunst iets anders is dan de natuur, maar ik zou zeggen: ‘kunst is de voltooiing van de natuur’. En men zou kunnen vragen: ‘kan de mens de natuur verbeteren, die door God geschapen is?’. Maar in werkelijkheid voltooit God door de mens zijn schepping in kunst. Zoals alle verschillende elementen Gods voertuigen zijn en alle bomen en planten zijn instrumenten tot scheppen, zo is de kunst het medium van God, waardoor Hij schept en waardoor Hij zijn schepping voltooit. Iedere zogeheten kunst is echter nog geen kúnst. Bij het aanschouwen van werkelijke kunst is de mens in staat te zien dat: “Uw wil geschiedt op aarde zoals in de hemel”. In deze hele schepping is de Schepper in de evolutie van de ene schepping naar de andere werkzaam. In de mens heeft de Schepper om zo te zeggen de natuur voltooid, maar niettemin werkt het scheppend vermogen nog door in de mens. Kunst is dan ook de eerste schrede tot scheppen. In werkelijkheid is ieder scheppen, zowel wetenschappelijk als artistiek, kunst. En in wezen is dát kunst, wat voortgebracht wordt met zin voor schoonheid en wat spreekt tot het schoonheidsgevoel in de mens. Behalve dat kunst de scheppende kracht van God is, is ze de uitdrukking van de ziel van de kunstenaar. Een kunstenaar kan niet geven wat hij niet in zich vergaard heeft, en de mens is onwetend van de wijze waarop de ziel van de kunstenaar ontvangt. De mens herkent slechts wat de ziel van de kunstenaar heeft voortgebracht. Zodra men begrepen heeft dat de kunstenaar niet alleen voortbrengt maar ook ontvangt, is het niet moeilijk voor iemand wiens hart ontwaakt is, in de ziel van de kunstenaar te schouwen. Want kunst is zowel in kleur als lijn niet anders dan de weerklank van de ziel. Als de ziel van de kunstenaar door een foltering heengaat, brengt zijn schilderij een gevoel van verschrikking teweeg. Als de ziel in een harmonische toestand is, zult u harmonie waarnemen in kleuren en lijnen. Wat toont dit aan? Dit toont aan, dat de ziel automatisch werkt door het penseel van de kunstenaar. Hoe dieper de kunstenaar getroffen wordt door schoonheid die zijn ziel van buiten ontvangt, hoe sterker zijn kunst zal spreken tot hen die haar zien. Nu komen we tot de vraag: wat is het in lijn en kleur wat zo’n invloed op het wezen van de mens heeft? Het zijn vibraties die de kleur teweegbrengen en die de centra in trilling brengen, en die verborgen centra van de intuïtieve vermogens zijn in het lichaam. Zo voelt de mens bij het zien van een kleur zich hier onmiddellijk door getroffen. Iedere graad van trilling door verschillende kleuren voortgebracht is verschillend en is daardoor verschillend van invloed. Bovendien staat de ene mens meer open voor uitwerking en invloed, terwijl een ander zo afgesloten is dat kleuren weinig indruk op hem maken. De vrouw is van nature meer ontvankelijk voor de impressie van kleur en lijn, dan de man; de man is meer expressief. Het verschil tussen de mens met fijn gevoel wiens intuïtief vermogen ontwaakt is en de mens wiens vermogens nog niet open zijn, is dan ook dit, dat de eerste meer reageert op kleur en lijn.


120

En nu komen sterke en zachte kleuren ter sprake. Sterke kleuren brengen duidelijker trillingen te weeg, daardoor is hun uitwerking duidelijker dan die van zachte kleuren. Het is dan ook natuurlijk dat sterke kleuren indruk kunnen maken op iedere ziel, maar het onderscheiden van de indruk door zachte kleuren vergt fijnheid van gevoel. Bijvoorbeeld: de simpele woorden in de taal van het dagelijks leven worden door een ieder begrepen, maar de fijne afschaduwingen die deze woorden begeleiden, worden niet door iedereen verstaan. Zo is een kleur die een kleur voor de menigte betekent, voor de mens met een fijn gevoel van minder waarde en invloed. Harmonie in kleur is gebaseerd op dezelfde grondslag als harmonie in muziek. Want muziek bestaat uit hoorbare trillingen, en kleur is de zichtbare vorm van trillingen. Vanuit metafysisch gezichtspunt heeft kleur een grote betekenis in het leven van de mens. Het eerste punt dat men moet begrijpen in verband met kleur is dat de verschillende kleuren uit de essentie van licht voortkomen. Verschillende kleuren zijn verschillende graden van licht. Er zijn echter drie aanzichten van licht en dit brengt verwarring teweeg in het denken van hen, die nog niet over dit onderwerp hebben nagedacht. Indien een kleur licht genoemd kan worden, dan zijn deze drie aspecten van licht als volgt: één aspect van licht dat zich manifesteert door kleur is de straling van de kleur zelf; het volgend aspect is dat het licht van de zon of van iets anders dat zijn licht werpt op de kleur, het licht van die kleur beantwoordt; het derde aspect is het licht van de ogen die zien. Dezelfde kleur is dan ook niet voor iedereen hetzelfde, ook is haar invloed niet voor iedereen hetzelfde. En dit komt niet alleen doordat de graad van ieder licht verschillend is en doordat het licht dat op een voorwerp valt, verschilt, of doordat kleuren gradueel verschillend zijn, maar ook doordat het element, dat die speciale kleur vertegenwoordigt, een zekere graad van resonantie heeft in het individu. Volgens de mystieke idee bestaan er vier elementen, die men onderscheiden kan en één die onduidelijk is. De duidelijk te onderscheiden elementen zijn: aarde, water, vuur en lucht. Dit is niet in de zin waarin de wetenschap haar opvat, maar overeenkomstig de betekenis die de mysticus er in ziet. Het zou waarschijnlijk veel tijd kosten als ik zou trachten het verschil tussen de mystieke opvatting en die van de wetenschap te verklaren. En dan is er nog het onduidelijk waarneembaar element en dat is de ether. Al deze elementen zijn aanwezig in het menselijk lichaam, zijn denkvermogen en zijn dieper zelf. Het hele bouwwerk van ons bestaan als individu is opgebouwd uit deze vijf elementen, en het is niet noodzakelijk dat in ieder bestaansgebied één bepaald element overheersend is en overheersend blijft in elk ander gebied. Ik bedoel dat niet een bepaald element dat in één gebied overheerst blijft overheersen in alle gebieden. Het is mogelijk dat er harmonie bestaat tussen de elementen die in het innerlijk gebied en in het uiterlijk gebied overheersen. Kortom: men is overeenkomstig de werking van de verschillende elementen in het wezen van de mensen ontvankelijk voor de verschillende kleuren, die de verschillende elementen vertegenwoordigen.


121

Vanuit het gezichtspunt van de mysticus is: geel de kleur van het aarde-element, groen of wit de kleur van het water-element, rood de kleur van het vuur-element, blauw de kleur van het lucht-element. Op de vraag naar de kleur van het ether-element zou de mysticus antwoorden: grijs. Bij grijs kunt u zich voorstellen wat u wilt. Het is zeer belangrijk voor iemand, die studie van kleur maakt, te zien dat alle kleuren, om zo te zeggen, verschillende schakeringen van licht zijn. En wat toont dit aan? Het toont aan dat licht zelf zich in verscheidenheid geopenbaard heeft in de vorm van vele kleuren. Nu komen we op het onderwerp lijn. Vele kunstliefhebbers en zij die studie van kunst maken, voelen een sterke invloed, een sterke uitwerking uitgaande van de lijn. Een verticale lijn, een horizontale lijn, een gebogen lijn, een cirkel; wat een verscheidenheid in vorm brengen ze aan. En hoe meer men bestudeert in hoeverre een lijn verschillen teweegbrengt, hoe meer men zal ontdekken dat het geheim van alle schoonheid in de lijn gelegen is. Het is moeilijk te zeggen welke vorm, welke lijn de juiste is en men moet aanvaarden dat wat men niet door bestudering leren kan, door intuïtie geleerd moet worden. De enige verklaring die men vanuit mystiek gezichtspunt kan geven over het geheim van de lijn is, dat de uitwerking van een bepaalde lijn de innerlijke gebieden van het menselijk wezen in zo’n toestand brengt, dat men op het ogenblik dat men naar de lijn kijkt zich om zo te zeggen onder een soort betovering van die lijn bevindt. Het geheim hiervan is te vinden in het geheim van concentratie waarbij ieder voorwerp waarop de mens, zij het slechts voor een ogenblik, zijn denken richt, een uitwerking op zijn hele wezen heeft. En er bestaat harmonie tussen verschillende lijnen. De harmonie tussen lijnen is zelfs moeilijker en ingewikkelder te begrijpen dan de harmonie tussen kleuren en de harmonie van lijnen treft de mens nog dieper dan harmonie in kleur. Wanneer een kamer van schoon en kostbaar meubilair voorzien is, maar de meubels niet geplaatst zijn volgens de wetten van harmonie in lijn, dan zult u een soort onrust in die kamer waarnemen. Hetzelfde geldt voor een japon. De japon mag dan zeer kostbaar en mooi van kleur zijn, wanneer de lijn ontbreekt, boet ze een groot deel van haar schoonheid in. In de kunst is de lijn dan ook het voornaamste. Zij is het geheim van de kunst en het geheim van haar bekoring. En slechts de kunstenaar die begrip heeft voor de schoonheid van lijn kan haar in zijn kunst tot uitdrukking brengen. Kunst heeft drie aspecten. Eén aspect is, dat de kunstenaar precies tracht te kopiëren wat hij ziet. Deze kunstenaar is contemplatief en het is niet iets gerings ertoe in staat te zijn een voorwerp precies te kopiëren. Het succes van deze kunstenaar is verzekerd. Met alle zucht van de mensen naar iets nieuws, verlangt de mens in werkelijkheid naar iets dat hij al gezien


122

heeft. Is het niet iets prachtigs en is het niet groots in staat te zijn de natuur, zoals ze is, te kopiĂŤren en hetzelfde in de menselijke ziel op te roepen wat er in de natuur is? Een ander aspect van kunst is de verbetering van de natuur, die de kunstenaar maakt door overdrijving. Wat deze kunst geeft is meer dat ze aantrekt, dan dat ze indruk maakt. Zeer zeker kan de kunstenaar in deze vorm van kunst het doel van zijn ziel vervullen. Maar ook kan het zijn, dat de kunstenaar zich van de natuur verwijdert en hoe verder hij gaat, hoe meer hij de schoonheid in de kunst teniet doet. Want natuur en kunst moeten hand in hand gaan. Nu komen we aan het derde aspect van kunst en dat is de symbolische kunst. Symboliek komt niet uit het menselijk intellect voort, want zij wordt geboren uit intuĂŻtie. Hoe fijner de ziel is, hoe beter ze op enigerlei wijze toegerust is tot een symbolisch idee. Een fijne ziel zal symbolische dromen hebben en wanneer de ziel nog fijner wordt, verklaart de droom zichzelf, de betekenis van die symboliek verstaand. De kunstenaar die in zijn kunst een symbolisch idee brengt, heeft deze geleerd van wat hij in de natuur gezien heeft en hij vertolkt dit in zijn kunst. Zeker is dit inspiratie. Hoe fijner de kunstenaar is, hoe fijner zijn symbolische wijze van scheppen. In ieder kunstwerk kan men drie dingen waarnemen: het oppervlak, de lengte en breedte, en de diepte. Dit niet bedoeld in de alledaagse zin van het woord. Het oppervlak is wat het schilderij daadwerkelijk voorstelt. De lengte en breedte is de geschiedenis die ze ons te vertellen heeft. De diepte is de betekenis, die ze openbaart. Daarom moet men om tot de beste wijze van waardering en bestudering van het werk van de kunstenaar te komen, het onderscheidingsvermogen van deze drie dingen ontwikkelen. Kunst is een zeer uitgebreid onderwerp en een serie van lezingen zou hiervoor nog niet voldoende zijn.


123

SG nr. 42

HOE GOD HET HEELAL DOORDRINGT

Mensen hebben soms slechts een vaag begrip van de betekenis van het woord goddelijk. Van het woord goddelijk hebben zij hun ideaal gemaakt, zonder te bedenken dat dit ideaal eerst moet worden verwerkelijkt. Alleen als het verwerkelijkt wordt kan een ideaal aan zijn doel beantwoorden. Wordt het dat niet, dan mist het zijn doel. Om te beginnen moeten we ons afvragen wat het is, waardoor wij aan het goddelijke worden herinnerd en waardoor het bestaan van Gods Wezen ons bewust wordt. Het is hetzelfde als wat wij schoonheid noemen: de schoonheid, de fijnheid, de kleur van een bloem en de schittering en het licht van een kostbare steen. Want in alle schoonheid is intelligentie, ook als zij zich in de materie openbaart. De essentie van het mysterie van welriekende geuren, van de straling van diamanten, van de glans van parels, van het mysterie achter alles wat mensen lokt en bekoort, is intelligentie. Doch die in alle dingen aanwezige intelligentie ligt daar gevangen en verborgen. Slechts in levende wezens begint zij zich te manifesteren en het is in de mensen dat deze manifestatie haar mogelijkheden krijgt. Terwijl nu vele graden van schoonheid worden gevonden bij bloemen, waarvan de ene nog mooier is dan de andere, en zoals er vele graden van schoonheid bestaan tussen kiezelstenen en diamanten, worden tussen mens en mens miljoenen graden van schoonheid aangetroffen. Tegenwoordig, nu men de schoonheid en daarmee de in de menselijke persoonlijkheid verborgen diepere waarde uit het oog heeft verloren, is men tevens blind voor de in haar sluimerende goddelijke substantie. Fijnere menselijke beschaving vindt geen plaats en geen erkenning, terwijl al het andere geclassificeerd en gewaardeerd wordt. Aan universiteiten en hogescholen worden tal van leergangen en laboratoria aangetroffen en zijn van allerlei soort graden te behalen. In alle andere gebieden van het leven vindt men rangschikkingen en indelingen, maar voor waarachtig begrip en waarachtige intelligentie is geen plaats ingeruimd. Wie deze schatten bezit is natuurlijk veilig, maar de wereld heeft hier niets aan en voor de mensheid in het algemeen wordt de sluier niet opgelicht. Als men de werkelijke betekenis van opvoeding, van ware opvoeding, zou willen formuleren, dan zou dat van het begin tot het einde van het menselijk leven zijn: ‘deel hebben aan de stroom van Gods bloed door de aderen van het heelal’. Voor deze scholing bestaat geen tijdslimiet, zij is oneindig. Het mysterie van persoonlijk magnetisme, in al zijn aspecten, is niet anders. Natuurlijk kan men er verschillende soorten in onderscheiden. Er is een lichamelijk magnetisme, samenhangende met jeugd, energie en gezondheid. Speciaal de energie en bewegelijkheid van de jeugd brengt magnetisme tot uitdrukking. Doch een sterker magnetisme is die van het denkvermogen. Het levende denken is als licht en heeft dezelfde aantrekkende en verwarmende werking als licht. Verder is er een magnetisme van verfijnde beschaving. Van ieder mens van opvoeding en beschaving ondergaat men het ritme van zijn daden, woorden en gedachten. Tenslotte het vierde magnetisme, dat van de ziel, van de levende ziel. Met levend bedoel ik:


124

niet opgesloten of opgeborgen in een graf, maar naar wezen en verschijning in het volle licht tredend. Deze ziel heeft een heel ander en groter magnetisme, groter dan alle andere magnetische aspecten. Nu rijst de vraag, hoe tot dit hoogste en enig duurzame magnetisme te geraken? Door in alle dingen de goddelijke essentie op te merken en gade te slaan. In dit opzicht is er een groot verschil tussen mensen van verschillend temperament. De een houdt van muziek, poëzie en kunst en is ontvankelijk en bereid om alles wat goed en mooi is te bewonderen. De ander sluit er zich voor af en kan niets ter wereld waarderen, erkennen of bewonderen. En als men voor de goddelijke manifestatie, die in alle dingen is, de ogen sluit, dan droogt deze eeuwige bron van nieuw leven en magnetisme op, dan sterft de ziel van armoede. Want het beperkte fysieke lichaam wordt door beperkte dingen onderhouden, maar de onbegrensde ziel vraagt onbegrensde offerande. Niet met meditatie van één ogenblik is de ziel te voldoen, noch met één goede daad per week, noch met iedere week één kerkgang. De honger van de ziel is heviger dan die van lichaam of geest. Haar honger gaat uit naar schoonheid, schoonheid in elke gedaante, schoonheid van kleur, schoonheid van gedachte en van verbeelding. Daarom is de ziel van een kunstenaar, een dichter, een musicus, een denker, uit zichzelf voortdurend levend. Maar diegene die in schoonheid opgaat en daarvan leeft, heeft daarmee nog niet het éne noodzakelijke. Want volledige voldoening is alleen mogelijk, wanneer alle schoonheid als één enkele schoonheid en die ene enkele schoonheid als de Goddelijke Schoonheid wordt erkend. De idee van éénwording, van goddelijke éénwording, wordt soms in twijfel getrokken. Maar zij is geen onmogelijk ding, zij is het meest begerenswaardige ding dat bestaat. Hoewel, wie denkt dat de goddelijke éénwording tot stand kan komen door van de aarde naar de hemel te trekken, die kan lang wachten. En wat voorbeelden betreft, ze zijn er in overvloed, als men ze maar wil zien. Zo is bijvoorbeeld voor een echte musicus, een werkelijke musicus, muziek niet alleen maar kunst, een compositie, maar het is iets wat hem aanspreekt, iets waarmee hij gemeenschap heeft. Een musicus, die dit stadium heeft bereikt, heeft maar één snaar nodig en het voortdurend bespelen van die ene snaar zal hem de hoogste vervoering brengen. Voor iemand anders wordt er dan slechts één snaar bespeeld, maar de musicus is in samenspraak met zijn instrument. Behalve de vele grote mannen, die ik in mijn eigen land heb ontmoet, herinner ik me levendig mijn ontmoeting met één van de grote pianisten van de Westerse wereld, Paderewski, van wie ik het voorrecht had hem in zijn eigen huis te horen toen er weinig mensen waren en hij helemaal zichzelf was toen hij begon te spelen. En toen hij speelde, leek het al die tijd een vragen van zijn ziel en het antwoorden van de piano. En tenslotte leek het of bij het eindakkoord de ziel van de musicus en de muziek zelf tot volmaaktheid waren versmolten.


125

Dat is één voorbeeld, maar zo zijn er vele. Om tot deze volmaaktheid te komen, hoeft men geen musicus te zijn. Het hele leven kan ons van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat aanspreken, als wij het kunnen verstaan, als wij de eenwording met het leven tot stand kunnen brengen. Iemand die niet openstaat, staat ook niet open voor zichzelf, kan niet éénworden met het leven en is vereenzaamd. Wie echter met zichzelf is één geworden, zal, zelfs als hij zich in de bossen of in de wildernis bevindt, midden in de wereld en door het heelal omgeven zijn. Hoeveel zielen zijn er niet onder ons, die in deze drukbevolkte wereld leven en toch eenzaam zijn, terwijl het natuurlijk en mogelijk is om buiten de wereld met het Alwezen verbonden te blijven. Geleerden van tegenwoordig hebben ontdekt, dat men door behandeling met een elektrisch apparaat de energie in een lichaamsdeel, dat daaraan gebrek heeft, kan vermeerderen. Als deze materiële inwerking van elektriciteit nieuw leven en nieuwe kracht aan het lichaam kan toevoegen, zou dan die voortdurende stroom van het Alwezen als men daarmee in contact kwam, ons niet de vervulling van al onze verlangens kunnen brengen? Die energie, die overal is en waarmee men overal in contact kan komen als men daartoe de weg heeft gevonden, die energie is niet slechts met intelligentie verbonden, het is de volmaakte intelligentie zelf. Geest en ziel die daarmee in contact komen groeien vanzelf in intelligentie. Maar nu zou men kunnen vragen: ‘hoe bereikt men dit’? Evenals het nodig is de stem te ontwikkelen om goed te leren zingen en lichaamsoefeningen te verrichten om krachtige spieren te krijgen, is het van het hoogste belang met het goddelijke leven dat overal om en bij ons is, dat binnenin en buiten ons is, een nimmer aflatende gemeenschap te onderhouden. Bij alle menselijke werkzaamheid, hetzij in wetenschappelijk onderzoek of in industrie of bedrijf, zien wij dat men er geheel in moet opgaan om iets tot stand te brengen dat de moeite waard is. Dit geldt zowel voor geestelijk als voor materieel werk. Concentratie is de hoofdzaak en als men het zo ver niet brengt, komt men bij alle inspanning toch niet tot belangrijke resultaten. Bij alle soorten van ondernemingen ligt de oorzaak van mislukking in negenennegentig van de honderd gevallen in gebrek aan concentratie. Als een student niet door zijn examen komt, als een zakenman geen rechtstreeks succes heeft en als een industrieel niet slaagt, steeds is gebrek aan concentratie de oorzaak. Afgezien van de spirituele of religieuze levenshouding, kan ook vanuit materialistisch en egoïstisch standpunt de grote waarde van concentratie niet worden geloochend. Maar als men is gaan begrijpen dat er die ene energie is, die niet slechts energie maar Intelligentie zelf is, goddelijk en alomtegenwoordig, dan staat men van aangezicht tot aangezicht met dat wat men uiteindelijk zoekt. Al wat hem dan nog overblijft is zich te doordringen van het weten dat intellectuele kennis hem niet nader brengt tot dit doel, maar dat hij uitsluitend moet pogen in gemeenschap te treden met deze al doordringende energie. Men moet zichzelf omvormen, zichzelf gereed maken om als een goed instrument op de golflengte van deze al doordringende energie te zijn afgestemd.


126

En dan rijst de vraag: ‘hoe moet men zich daartoe gereed maken’? Het antwoord luidt, dat iedere ziel geschapen is om in de symfonie van het heelal met een eigen toon mee te vibreren. Als hij dat niet doet, zal hij de doelstelling van zijn leven niet vervullen en ontevreden blijven met zichzelf en met anderen. Hoe nu de dispositie tot die mede-vibratie te vinden? Symbolisch gesproken, door zijn gehoor te oefenen. Meer direct uitgedrukt: door zich de wetten, het wezen en het geheim van een harmonisch levensgedrag eigen te maken. Leert ons dit alles niet, dat wij twee belangrijke dingen in het oog moeten houden? In zijn dagelijks leven moet men bij alles wat men doet, zowel de zin voor harmonie, als gevoel voor ritme ontwikkelen. Heeft men zin voor harmonie ontwikkeld, maar niet het geheim van ritme doorgrondt, dan blijft men in moeilijkheden. En heeft men het ritme doorgrond en vibreert men mee met de symfonie van het heelal zonder gevoel voor de natuur en het wezen van de harmonie, ook dan zal men falen. Dit leert ons, dat het gehele leven als muziek moet worden ondergaan en dat iedere studie van het leven een studie is van muziek. Nu is het niet alleen studie, maar ook de praktijk, die naar volmaaktheid leidt. Als iemand mij zou vertellen: ‘die en die is er ellendig aan toe, of is een arme stakker, of is uit het lood geslagen’, dan zeg ik: ‘hij is niet afgestemd’. Verdriet, teleurstelling of mislukking worden veroorzaakt door tekortschieten in het spelen van onze partij in de alomvattende symfonie. Zeer dikwijls vragen mensen: ‘waarom moet een goed mens lijden, waarom moet een goed, religieus mens in ellende verkeren’? Anderen weer voeren daarvoor duizenden redenen aan. Sommigen zullen zeggen, dat hij misschien in een vorig leven iets verkeerds heeft gedaan en dientengevolge een schuld heeft af te doen. Weer anderen zeggen, dat de goeden steeds moeten lijden. Maar als we de vraag nader bezien, stellen wij vast, dat menselijke goedheid geen wezenlijke goedheid is. De natuur en het leven vragen zekere normen van begrip, van denken en van levenshouding en deze normen worden verworven door afstemming en ritme te doorgronden. En niet slechts te doorgronden, maar zich ermee te vereenzelvigen en deel te worden van dat bijzondere ritme, dat de muziek van het leven beheerst. Deze weg voert naar geluk, naar het geluk waar iedere ziel naar verlangt. Aldus schrijdt men voort, tot men wordt aangeraakt door de geest van God, die Geest die alles doordringt en alomtegenwoordig is.


127

SG nr. 43

DE MACHT VAN HET WOORD

Het woord in zichzelf is in ieder opzicht een diep mysterie en alle schriften hebben het mysterie van het woord als het diepste mysterie beschouwd, in vergelijking met alle andere geheimen van het leven. In het geschrift dat in het westen het meest bekend is, lezen wij: “In den beginne was het Woord en het Woord was God”. En verder leest men dat er eerst het Woord was en dat daarna het Licht kwam. Deze twee uitspraken delen ons twee dingen mee. De eerste houdt in, dat áls er in het begin iets bestond dat wij tot uitdrukking kunnen brengen, wij dit slechts kunnen uitdrukken met de term: ‘woord’. En wanneer we de tweede uitspraak beschouwen, verklaart deze een andere fase van het mysterie en wel dat voor de ziel, die omgeven is door de duisternis van deze wereld van illusie, teneinde tot het licht te komen, het woord het eerst nodige was. Dat betekent dat de oorspronkelijke Geest verblijf hield in het mysterie van het woord en door het mysterie van het woord kon het mysterie van de Geest gevonden worden. En komen we tot de Vedantische geschriften die reeds voor vele duizenden jaren bestonden, dan realiseren we ons hetzelfde. Bijvoorbeeld bestaat er een uitspraak in het Sanskriet, die luidt: “Nada Brahma”. Nada betekent ‘woord’. In de koran leest men de Arabische woorden: “Kunfa ukun” hetgeen ‘ontstaan’ betekent. De eerste uitroep was: ”Ontsta”, en het was zo. Degene die sprak ‘ontsta’, waarna het ontstond, was geen sterfelijk wezen. Hij was, is en zal zijn zolang er leven is. En als dit zo is, dan was het woord niet alleen het mysterie van het verleden, maar dan is het een voortdurend en eeuwig mysterie. Heden ten dage, nu de mens zich bezig houdt met materiële verschijnselen en hij in vergelijking met vroeger grote vooruitgang heeft geboekt in industrie en handel, blijft dit ene levensaspect van het ontdekken van de macht die aan het woord ten grondslag ligt, nog steeds ononderzocht. De mysticus, die de waarde van het woord kent, vindt dat woord eerst in zichzelf. Want het geheim van alle kennis die men in de wereld verkrijgt, zowel wereldlijke als geestelijke kennis, is de kennis van het zelf. Bijvoorbeeld, het spelen van muziek is een uiterlijke handeling, maar waar wordt de muziek gerealiseerd? In het innerlijk. Een woord, hetzij goed of kwaad, wordt uiterlijk uitgesproken, maar waar wordt het gerealiseerd? In het innerlijk. En waar is de realisatie van deze hele manifestatie, deze gehele schepping, die wij in al zijn aanzichten voor ons zien? In het innerlijk. En toch volhardt de mens steeds in zijn dwaling. In plaats van er innerlijk naar te zoeken, wil hij het altijd uiterlijk zoeken, juist zoals de mens, die de maan wil zien en haar op aarde zoekt. En al zoekt hij duizenden jaren naar de maan, zijn blik naar de aarde gericht, hij zal haar nooit vinden. Hij zal zijn hoofd moeten opheffen en naar de hemel zien. En zo gaat het de mens die het mysterie van het leven buiten zich zoekt, hij zal het nooit vinden. Want het mysterie van het leven moet van binnen gezocht worden. Dáár is de bron en het doel, en dáár zal hij die zoekt vinden.


128

Wat is geluid? Is geluid iets uiterlijks of iets innerlijks? Het uiterlijke geluid wordt hoorbaar, doordat het innerlijke geluid voortduurt, maar vanaf het ogenblik dat het innerlijke geluid ophoudt, is het lichaam niet in staat het uiterlijke geluid te horen. De hedendaagse mens, die opgaat in het leven aan de buitenkant, is zo gewend aan het uiterlijke leven, dat het zelden in zijn gedachten opkomt alleen te willen zijn. Wanneer hij alleen is, houdt hij zich bezig met een krant of iets anders. Door altijd in het uiterlijke leven werkzaam te zijn en er door in beslag genomen te worden, verliest de mens zijn verband met het innerlijk leven. Zijn leven wordt oppervlakkig en het resultaat is niets dan teleurstelling, want er bestaat niets zichtbaars of hoorbaars in deze wereld, dat zo aantrekt als het innerlijke geluid. Alles wat verder de zintuigen raakt en wat te bevatten is door het denkvermogen van de mens, heeft zijn begrenzing in tijd en uitwerking, en verder dan dat kan het niet gaan. Het levensmysterie beperkt zich niet slechts tot het materiele plan, het gaat verder dan dit. Het mysterie is gelegen in de adem. De adem en de hartslag zijn voortdurend werkzaam en onderhouden het mechanisme van het lichaam. Het schijnt dat de mens in oude tijden een grotere kennis van dit mysterie had, dan de hedendaagse mens. Wat is de betekenis van de luit van Orpheus? Hiermee wordt het menselijk lichaam bedoeld, dat als een luit is te bespelen. Als deze luit niet gerealiseerd wordt, wanneer zij niet als zodanig opgevat en tot dit geĂŤigend doel gebruikt wordt, dan mist deze luit het nut waartoe zij geschapen was, omdat zij dan het doel niet heeft vervuld waarvoor deze luit bestemd was. De adem is niet slechts dat, wat de materieel-wetenschapper ervan weet. Die kent slechts de luchttrillingen, die in en uitstromen en verder ziet hij niet. Bovendien bedenkt de mens zelden hoeveel er afhangt van het ritme van het kloppen in hart, hoofd en pols; deze onderhouden alle een ritme. Het gehele leven is hiervan afhankelijk. Voorwaar onze ademhaling is een geheim in zichzelf en niet slechts een geheim, maar de uitdrukking van alle mysterie, iets waarop de psychologie van het leven berust. De medische wetenschap van duizenden jaren geleden heeft tot op zekere hoogte berust op onderzoek van lichamelijke klachten, aan de hand van ritme en adem. De geneeskunde van vroeger tijden wist dat gezondheid afhankelijk is van het ritme van de trillingen. En nu breekt opnieuw een tijd aan dat in de moderne wereld de medici ernaar streven de wet van trilling te onderzoeken, waarvan de gezondheid van de mens afhangt. Maar de mens die geabsorbeerd is door uitsluitend het materiele leven gaat niet verder. Het mysterie van de vibraties betreft niet alleen het materiele gebied, maar het gaat verder dan dit. Als het menselijk lichaam een luit is, dan heeft ieder woord, dat men spreekt en ieder woord dat men hoort een uitwerking op zijn lichaam en niet alleen heeft het een uitwerking op het lichaam maar ook op het denkvermogen. Bijvoorbeeld wanneer iemand het woord dwaas herhaaldelijk uitspreekt of zich bij die benaming hoort noemen, zal hij zelfs als hij oorspronkelijk wijs was, op den duur dwaas worden.


129

En evenzo is het waar dat een onnozele wanneer hij wijs genoemd wordt, op den duur wijs wordt. De uitwerking van een naam van een mens houdt sterk verband met het leven van de mens en menigmaal ziet men dat de naam invloed heeft op het lot en loopbaan van de mens. De enige reden hiervan is dat hij dikwijls per dag die speciale naam hoort noemen. En is het niet waar dat iemand die iets grappigs vertelt in lachen uitbarst en iemand die iets droevigs vertelt daarbij tranen vergiet? Als dit zo is, welk een invloed heeft dan ieder woord dat men spreekt in het dagelijks leven op de mens zelf en op zijn omgeving. En men ziet dat het bijgeloof om geen woorden van tegenspoed of ongewenste woorden uit te spreken, dat in alle tijden bestaan heeft, een betekenis heeft. In het Oosten is het kind er steeds in opgevoed na te denken voordat een woord tot uiting wordt gebracht, want het heeft een psychologische betekenis en invloed. Menigmaal worden mensen door het lezen van een gedicht of het toegewijd zingen van een lied met droevige en tragische inhoud, hierdoor geraakt en het komt dikwijls voor dat hun leven er door beïnvloed wordt en een wending neemt. Eveneens zal iemand die over zijn ziekte spreekt zeker zijn ziekte voeding geven. Dikwijls heb ik mensen horen zeggen dat, als er pijn is, dat dat een waarheid is die niet kan worden ontkend. Het is opmerkelijk hen dit te horen zeggen, want waarheid is zo ver weg van ons dagelijks leven, dat wij van de morgen tot de avond niet anders doen dan haar ontkennen. Indien men slechts wist wáár de Waarheid is en wát de Waarheid is, indien men dit slechts wist en zag, dan zou men vinden dat alles wat daarbuiten valt in werkelijkheid niet bestaat. En wanneer men studie maakt van het geheim van dit idee, dan moet men de macht van het woord erkennen. Het is een wetenschap, de metafysica, die bestudeerd moet worden. En niettemin is de diepte van het woord voor ieder mens zeer verschillend. Zou u denken dat als iemand honderd woorden op een dag zou spreken, dat ieder woord dezelfde kracht heeft? Nee, de kracht en uitwerking van ieder speciaal woord hangt af van de toestand waarin die persoon zich bevindt. Het hangt af van de diepte, waaruit dat woord opwelt en hiervan zijn de macht en het licht van dat woord afhankelijk. Zo zult u steeds bevinden dat het woord van hem, die gewoon is onwaarheden te zeggen en onoprecht is, draagkracht mist. Zijn woorden missen kracht. En het woord van hem die uit overtuiging spreekt, die oprecht is en waarheid spreekt, heeft kracht, het heeft licht in zich en het dringt door. En dan komt er soms een stem, een woord tot ons van iemand, die vervuld is van droefheid, wiens hart gebroken is, een woord vol oprechtheid en het heeft zo’n uitwerking op de toehoorder dat het diep in hem doordringt. En dan is er de luchthartige mens, hij is niet diepzinnig en staat niet ernstig genoeg in het leven. Al wat hij zegt en doet blijft aan de oppervlakte. Hij boezemt niemand vertrouwen in, want hij heeft zelf geen vertrouwen. Maar buitendien bestaat er een macht in het woord overeenkomstig de verlichting van de ziel, want zo’n woord komt niet uit het menselijk denkvermogen, dat woord komt van verder, vanuit de diepte.


130

Het komt van een geheimzinnig gebied, dat verborgen is voor het denkvermogen van de mens. Het is in verband met zulke woorden, dat de Schriften spreken van woorden als ‘vlammende zwaarden’ of ‘tongen als van vuur’. Als het uitgesproken wordt door een dichter of een profeet, als dat woord uit een brandend hart voortkomt, stijgt het omhoog als een vlam. Naarmate van de Goddelijke Geest die zich in dat woord bevindt, heeft dat woord leven, macht en inspiratie. Roep u de levende woorden uit oude tijden in gedachte, denk aan de levende woorden, die men in de Geschriften leest, de levende woorden van heiligen en verlichte zielen; zij léven en zullen voor immer leven. Het is een muziek die magie genoemd zou kunnen worden, een magie van alle tijden. Wanneer deze woorden bij herhaling gezegd worden, hebben zij die magie, die macht. De woorden die de wijzen van alle tijden hebben uitgesproken, zijn door mensen en hun volgelingen bewaard. In welk deel van de wereld zij ook geboren waren en leefden, de woorden die aan hun lippen ontvielen werden als parels opgenomen en als Geschrift bewaard. Waarheen men zich in het Oosten ook begeeft vindt men er de volgelingen van verschillende godsdiensten die bij hun gebeden de woorden van verlichte geesten gebruiken en niet de behoefte hebben ze in hun eigen taal aan te wenden. En men zal vaststellen dat op deze manier de woorden van de groten voor eeuwen bewaard bleven, teneinde ze voor meditatie aan te wenden. En dan bestaat er zelfs nog een meer wetenschappelijk en groter mysterie van het woord. Het is niet alleen de betekenis van het woord of de persoon die het woord heeft uitgesproken, maar het woord zelf heeft een dynamische kracht. De mystici, de wijzen en zoekers van alle tijden, die bekend waren met het mysterie van het heilige woord hebben dit steeds nagestreefd. Het hele meditatieve leven van de soefi’s is gebouwd op het mysterie van het woord. Want het woord ‘soefi’ komt volgens de verklaring van de ingewijden van ‘Sofia’, wat wijsheid betekent. Maar geen wijsheid in de uiterlijke zin van het woord, want wereldse intelligentie kan geen wijsheid zijn. Intellectuele intelligentie, die men dikwijls met wijsheid verwart, is slechts een illusie van wijsheid. Wijsheid is wat men van binnenuit leert en intellectuele intelligentie verkrijgt men van buitenaf. De bron van wijsheid is boven, de bron van het intellect is beneden. En daardoor wendt men niet dezelfde methode aan en is het proces verschillend voor het bereiken van wijsheid en het verkrijgen van intellectuele kennis. Kortom wijsheid wordt bereikt op verschillende manieren door verschillende mensen. Maar niettemin is het grote mysterie van het bereiken van goddelijke wijsheid gelegen in het mysterie van het woord.


131

SG nr. 44

CONCENTRATIE

Het woord concentratie klinkt eenvoudig, maar is in de praktijk zeer moeilijk. Iedereen kent het woord concentratie. Als hij weet hoe haar te beoefenen weet hij alles. Soms meent men dat het zitten met gesloten ogen concentratie is, maar of u uw ogen sluit of uw ogen opent, dat heeft niets met concentratie te maken. Indien u zich concentreert, kunt u dit doen met zowel open als gesloten ogen, zowel temidden van een menigte of in de eenzaamheid. Maar als u niet geconcentreerd bent, dan lukt het u nergens. Concentratie is slechts een stadium, het is het stadium dat leidt tot contemplatie. En op deze wijze schrijdt men voort door het proces van meditatie ten einde datgene te bereiken, waarin de vervulling van het levensdoel van iedere ziel gelegen is. Daarom noemden de oude volken het ‘alchemie’, waarvan de woorden chemisch en chemie afkomstig zijn. Maar er zijn, ook in het Oosten, eenvoudige zielen die onder alchemie het veranderen van ijzer in goud verstaan. Wanneer we het echter symbolisch beschouwen, dan is de betekenis van alchemie dat de menselijke persoonlijkheid zelf van een lager metaal in goud wordt veranderd. In de alchemie wordt het goud niet gemaakt ten einde het te bezitten. Wanneer de ziel tot goud gemaakt wordt, wordt men zelf goud en dit goud is van onvergelijkelijk groter waarde dan het goud uit deze sterfelijke wereld. Er zijn mensen die nog de verhalen van alchemisten uit de oude tijden kennen en het is zelfs nu nog hoogst belangwekkend de betekenis uit deze symbolische verhalen te halen, want die betekenis is te allen tijde leerzaam. Er is een verhaal van een koning, wiens liefste wens het was de methode van de alchemie te leren kennen, dat wil zeggen: hoe kan men lager metaal in goud veranderen. En iedereen, die verklaarde kennis van alchemie te bezitten was welkom in het paleis, maar na een proef bevond de koning dat hun resultaat waardeloos was. Toen werd er iemand gevonden waarvan men zei: ‘dit is een waar alchemist’. Maar tot grote teleurstelling van de koning zei deze alchemist tot de koning, toen hij voor de troon werd gebracht: ‘o, koning, ik ben niet de man die de alchemie kent waarnaar u zoekt’. De koning zei: ‘ja, dat bent u wel, ik ben er in mijn hart van overtuigd, dat u deze kennis bezit en u moet mij de kennis ervan leren’. De man hield zijn weigering vol, maar de koning bleef aandringen en zei tenslotte: ‘ik ben koning en ik beveel het u en als u blijft weigeren, weet dan wat ik met u zal doen; ik geef u veertig dagen de tijd en als u het me niet in die tijd verteld hebt, dan zal u worden onthoofd’. De man werd naar de gevangenis gebracht en iedere morgen bezocht de koning hem en zei: ‘verander toch van gedachte, bedenk: het leven is meer waard dan goud; u kunt het me nu nog zeggen en uw leven redden’. En ‘s avonds kwam de koning vermomd als werkman, als dienstknecht, en hij veegde de vloer en maakte het bed op, maakte de tafel schoon en bracht eten en deed al wat in zijn vermogen lag om het de gevangene aangenaam te maken. En op deze wijze gingen de dagen voorbij. ’s Avonds bezocht de koning hem als dienstknecht en ‘morgens kwam hij als koning


132

en waarschuwde hem keer op keer. En de laatste dag brak aan, de dag waarna de dood van de man te wachten stond en de koning gaf hem zijn laatste waarschuwing en zei: ‘morgen is de dag, bereidt u voor, want het bevel van de konings is wet’. En ’s avonds stortte de dienstknecht tranen bij de gedachte dat deze arme man weggevoerd zou worden om te worden onthoofd. ‘Ween niet’ sprak de man, ‘zo is het leven; maar weet dat wat ik de koning weigerde bereid ben aan jou te geven, als je het als een geheim zult bewaren; je zult zien hoe groot het geheim is en hoe heilig het voor mij is; ik heb het mijn leven lang bewaakt en ik offer mijn leven om het veilig te bewaren en jij moet het op dezelfde wijze bewaren’. De dienstknecht zei: ‘ ik waardeer in hoge mate wat u me geeft, alhoewel ik er de waarde niet van ken, maar dat u morgen ter dood gebracht wordt, is meer dan ik verdragen kan, het doet mijn hart breken’. ‘Wees niet bedroefd’, was het antwoord, ‘zo is het leven; ik zal je nu het geheim mededelen dat je tot goud zal maken’. En hij fluisterde hem iets in het oor en schonk de dienstknecht verlichting door het geheim. En de ochtend brak aan en de koning kwam om hem voor het laatst te waarschuwen en soldaten stonden gereed om hem mee te voeren om onthoofd te worden. De man stond in afwachting van de dood en de koning was gekomen om hem voor het laatst te vragen of hij aan zijn bevel wilde gehoorzamen. ‘Nee’ sprak de gevangene, ‘tracht een ander te vinden, o koning, ik ben niet degene die u zoekt’. Maar de koning zei: ‘maar u hebt het mij gegeven, herinnert u zich dat niet’? ‘Heb ik dat gedaan?’, zei de gevangene, ‘als ik het gegeven heb dan gaf ik het de dienstknecht en niet de koning’. Aan de hongerige wordt voedsel gegeven, en aan hem die zoekt wordt de Waarheid gegeven. Maar hij die niet hongerig is, kan niet eten, zelfs als hem voedsel gegeven wordt. En hij die niet naar de Waarheid zoekt, zal zelfs de uiterste Waarheid, indien deze hem gegeven wordt, niet waarderen. De Groten, die kwamen en op aarde leefden om verlichting aan de zielen te brengen, kwamen met miljoenen zielen in aanraking, maar ontvingen die miljoenen verlichting? Nee, want wat de Groten hen nalieten werd gewijzigd en verloor door de eeuwen heen de geur. Toen de Waarheid verworden was, begonnen de mensen er over te spreken, maar ten tijde dat het gegeven werd, hechtten de mensen er geen waarde aan. Het zal steeds blijken dat de mens de ergste vijand van zijn beste vriend is, het eerst treft hij zijn beste vriend. Die heeft hij gekruisigd, gevangen gezet, ter dood gebracht, onthoofd en beroofd, en toch deed hij dit zonder opzet, zonder het te bedoelen, met de wil goed te doen en geleid door zijn verstand, geleid door dat wat hij onder verstand verstaat. Nu komen we tot het daadwerkelijke onderwerp van deze alchemie. Wat is alchemie en hoe wordt ze beoefend? In legenden wordt verhaald, dat alchemisten kwikzilver pleegden te nemen, dat ze door het toevoegen van enige chemische stoffen tot stilstand brachten en door het tot rust komen van het kwikzilver veranderde het in zilver en door het in het vuur te houden ging het zilver in de vlam op en nam het de kleur van de vlam aan, hetgeen wij goud noemen. Nu rijst de vraag: ‘waarvan is dit kwikzilver het symbool’?


133

Het kwikzilver is de toestand van het hart, van het denkvermogen. Het is nooit in rust. Automatisch neemt het denkvermogen iedere indruk en iedere gedachte in zich op en het kan deze onwillekeurig vasthouden als gedachte van wanhoop en neerslachtigheid. Maar zodra men poogt een gedachte vast te houden, verliest het denkvermogen zijn activiteit en verliest het de gedachte. Zodra men wenst een gedachte in zijn denkvermogen vast te houden, blijft het denkvermogen in gebreke en dat is de aard van kwikzilver. Kwikzilver is nooit in rust en zo is het denkvermogen nooit in rust. Hoe meer u wenst het tot rust te brengen, hoe actiever het denkvermogen wordt. En daarom is het juiste doel het denkvermogen tot rust te brengen. Dit proces wordt concentratie genoemd en door dit proces kan dit kwikzilver in zilver veranderen. De soefi’s passen verschillende houdingen, verschillende wijzen van staan en zitten toe. Al deze dingen hebben tot doel dat ‘kwikzilver’ tot rust te brengen, dat niet alleen het denkvermogen maar ook het lichaam, in een actieve, bewegelijke en rusteloze toestand houdt. Haast niemand bedenkt hoe weinig macht de mens over zijn lichaam heeft. Zodra u iemand zegt stil te zitten, zal zijn lichaam, vanaf het ogenblik dat hij weet dat hij zijn lichaam beheersen moet, bewegelijk en onrustig worden. En omdat lichaam en denkvermogen met elkaar verband houden, eist het tot rust brengen van het denkvermogen tegelijk het tot rust brengen van het lichaam. Er bestaan tegenwoordig vele bewegingen en scholen waar schoonheid van beweging wordt onderwezen. Maar dit brengt het kwikzilver niet tot rust, het tot rust brengen van het kwikzilver betekent stil zitten. Dat is iets anders dat in het leven geleerd moet worden en tevens is het veel belangrijker. Even noodzakelijk als het is op z’n tijd wakker te zijn, zo noodzakelijk is het om rust te nemen. Maar wanneer eenmaal iemands denkvermogen beheerst is en zijn lichaam tot rust is gebracht, heeft dit de mens waardevol en zijn persoonlijkheid kostbaar gemaakt. En toch is het nog geen goud, want goud is goud doordat het licht in zich heeft. De stilte die men geleerd heeft, dient om de mens tot een vat te maken, een vat dat iets kan inhouden. En dat vat moet goddelijk licht inhouden, en wanneer het vat dat goddelijk licht bevat, dan wordt het waardevol. Hieruit zien we, dat alleen een intellectuele opvatting over God en het leven niet voldoende voor de mens is. Het voornaamste is, dat men die rust in zijn lichaam en denkvermogen ontwikkelt waardoor dit vat het leven en licht van God vermag in te houden. Het is soms zeer vermakelijk mensen te ontmoeten die mij vragen: ‘en wat is nu wel uw opvatting over God, wees zo goed mij dat te vertellen’. Jaren en jaren moet men zijn lichaam en denkvermogen oefenen om zich zó af te stemmen dat men een glimp van die Waarheid kan vinden, waarvan iemand met zijn intellect u vraagt: ‘wees zo goed mij te zeggen waarin u gelooft en hoe u God beschouwt’. Zoals hij over allerlei theorieën en dingen leest en alle dingen uit boeken bestudeert, zo meent hij dat zelfs God een opvatting is, een begrip dat met woorden is uit te leggen. Soms komt er iemand die mij vraagt: ‘gelooft u in een persoonlijke of een abstracte God’?


134

En voor ik nog heb geantwoord zegt hij zelf reeds: ‘ik geloof niet in een persoonlijke God, ik geloof alleen in een abstracte God en dit is de enige opvatting waarin ik geloven kan’. Hij komt met zijn vooropgestelde begrippen waarvan hij niet zeker is, hij vraagt slechts om te zien of het antwoord strookt met zijn ideeën en is dat niet het geval dan gaat hij weg. Een ander komt en zegt: ‘hoe denkt u over het hiernamaals, welke opvatting heeft u daarover’? Hij wil in één zin weten wat er na de dood gebeurt terwijl mensen dagen en jaren doorbrachten in studie, oefening en meditatie ten einde de dood in dit leven te sterven om te ervaren hoe het na de dood zal zijn. Het is niet onmogelijk deze toestand te kennen, maar het is niet zo gemakkelijk als men denkt. Om de mensen rust te geven moesten de wijzen hen duizenden dingen zeggen ten einde zich aan te passen aan hun speciale opvattingen. Dat kan de Waarheid niet zijn en als ze de Waarheid zouden willen zeggen, kunnen ze dit niet. De Waarheid kan niet onder woorden gebracht worden. Wat is Waarheid? Waarheid is het leven zelf en het realiseren van het leven is het ontdekken van de Waarheid. Indien de Waarheid zo iets gerings was, dat zij in woorden uit te spreken was, dan is die Waarheid niet dé Waarheid. Wat zijn woorden? Woorden zijn een bedekking over de Waarheid. Wanneer iemands bevattingsvermogen verder reikt dan woorden, dan wordt men zich de Waarheid bewust. In goud te veranderen betekent licht te worden en licht in deze speciale betekenis is de Waarheid zelf. Licht en leven zijn twee woorden, maar in werkelijkheid zijn ze één. In essentie zijn ze één, noem het licht omdat het kennen is, noem het leven omdat het leeft. Iemand ging naar een derwisj en vroeg: ‘vertel mij toch wat er na de dood gebeurt’! De derwisj antwoordde: ‘vraag dit aan iemand die dood gaat, die sterfelijk is, die zal het u vertellen; ik ben niet van plan te sterven en evenmin weet ik wat er na de dood geschiedt’. Dit verklaart de centrale gedachte van het soefisme en deze is: het leven leeft, het is de dood die sterft. Niettemin moest de grote meester, Jezus Christus, zijn leringen geven in een vorm die de verbeelding van de mensen bevredigde en tot hulp was in hun leven. Maar de centrale gedachte in de leringen van de Meester is één en dat is tot de erkenning komen van de onsterfelijkheid van de ziel. De soefi is leerling in wijsheid en doordat hij leerling in wijsheid is, is hij leerling van de AlWijze. Hij ziet de bron van wijsheid in alle vormen, in godsdienstige, filosofische, mystieke, wetenschappelijk en artistieke vorm. Al deze vormen hebben één bron en het is deze bron, die de Meester is. De soefi heeft dan ook geen meningsverschil met welke godsdienst, sekte of gemeenschap ook. De mensen hebben hun eigen leraren en heilige Schriften die zij vereren, aanbidden. Voor de soefi zijn ze alle gelijk. De kerk van de soefi is dan ook iedere plaats waar hij zich bevindt, het gewelf van die kerk is het hemelgewelf en de vloer van die kerk zijn zijn eigen gedachten.


135

De Heilige Schrift van de soefi is dit gehele leven, dat lering geeft van de morgen tot de avond. De geschriften van alle grote profeten en leraren zijn voor hem dan ook de vertolking die zij van dit leven geven, weergegeven in de taal van de mensen van toen. En toch is deze wijsheid voor de soefi niet aan een bepaald tijdperk gebonden, deze wijsheid was, is en zal altijd zijn. Want hij vindt de bron van die Wijsheid die hij als in hoge mate heilig beschouwt, in het hart van de mens.


136

SG nr. 45

HET INNERLIJKE LEVEN

Er is een aspect van het leven, dat wij kennen als ons dagelijks leven. Daarin zijn we ons bewust van alles wat we in het dagelijks leven te doen hebben en dit noemen we het uiterlijke leven. En er is een deel van ons leven, waarvan we ons dikwijls niet bewust zijn en dat deel van ons leven zouden we het innerlijke leven kunnen noemen. Te leven zonder een innerlijk leven is net zoiets als een arm, een been, een oog of een oor te missen, maar zelfs deze vergelijking geeft geen volledig beeld van het innerlijke leven. De reden hiervan is dat het innerlijke leven veel groter, edeler en machtiger is dan het uiterlijke leven. De mens hecht grote waarde aan het uiterlijke leven waardoor hij van de morgen tot de avond in beslag genomen wordt, onbewust van het andere levensaspect dat het innerlijke leven genoemd zou kunnen worden. Hierdoor is het enige wat voor de mens van belang is, wat hij in zijn uiterlijke leven ervaart en zijn bezigheid in het uiterlijke leven neemt hem zo in beslag dat hij nauwelijks een ogenblik heeft om aan het innerlijke leven te denken. Het nadeel van zich niet van het innerlijke leven bewust te zijn is onvergelijkelijk groter dan al het voordeel, dat men kan verkrijgen door zich altijd alleen van het uiterlijke leven bewust te zijn. De reden hiervan is dat het innerlijke leven iemand rijker maakt en het uiterlijke leven armer. Met alle rijkdommen en schatten die de aarde biedt, is de mens arm en dikwijls is het: hoe rijker, hoe armer. Want hoe groter de rijkdom, hoe groter de beperking die men in zijn leven ondervindt. Het innerlijke leven maakt iemand krachtig, terwijl het bewustzijn van het uiterlijke leven iemand zwak maakt. Het maakt de mens zwak, omdat het het bewustzijn van begrenzing is. Het bewustzijn van het innerlijke leven maakt de mens krachtig omdat het het bewustzijn van volmaaktheid is. Het uiterlijke leven houdt de mens in verwarring. Hoe intellectueel of geleerd iemand zijn moge, hij ziet nooit volkomen helder. Zijn kennis is gebaseerd op gronden, die berusten op uiterlijke dingen, dingen die onderhevig zijn aan veranderingen en vernietiging. Daardoor heeft zijn wijsheid, hoe wijs deze mens ook schijnen moge, begrenzingen. Wat hij vandaag juist vindt, vindt hij misschien over vier dagen onjuist. Het innerlijke leven maakt het denkvermogen helder, doordat het dat deel van het wezen van de mens is, dat goddelijk genoemd kan worden, de essentie van leven, de zuivere intelligentie. En als verschijnsel hiervan worden alle dingen, waarop het licht van zuivere intelligentie geworpen wordt, duidelijk. Het opgaan in het uiterlijke leven zonder aandacht voor wat het innerlijke leven geeft, maakt de mens blind. Al wat men zegt, denkt of doet, is gebaseerd op uiterlijke ervaringen en men kan zich niet voorstellen in hoe grote mate de macht, door het innerlijke leven verkregen, de mens in staat stelt het leven te schouwen. Er bestond en bestaat een geloof in ‘het derde oog’. In werkelijkheid is het derde oog het innerlijke oog, het oog dat geopend wordt door het ontwaken tot het innerlijke leven. Innerlijk leven kan dan ook met andere woorden het geestelijk leven genoemd worden.


137

Men kan waarnemen dat het de regen is, die tot de schoonheid van het woud bijdraagt. Wat betekent dat wat het woud nodig heeft meer is dan wat het reeds heeft. Het heeft iets nodig van omhoog: licht en regen. De zon en de regen brengen het woud tot volkomenheid. En in de woestijn is geen regen en daardoor vertegenwoordigt de woestijn slechts één aspect. Daar is aarde, maar geen water, geen water van omhoog. Het water dat leven geeft aan het bos, dat water wordt in de woestijn niet gevonden. De woestijn is onvoldaan evenals de mens zich in de woestijn ongelukkig voelt en uitziet naar schaduw tegen de zonnehitte. De woestijn heeft een verlangen, en de mens in de woestijn heeft eveneens een verlangen naar iets dat hij niet vinden kan. In het dichte woud heerst er daarentegen vreugde, het inspireert en wekt het hart op, want het woud is het beeld van het innerlijke leven. Het is niet alleen door de aarde, de bomen en planten, maar doordat iets waaraan het behoefte heeft van omhoog op hem neergezonden werd. En zo is het met de mens. De mens, die zich alleen bezighoudt met de dingen van de wereld, leeft het uiterlijke leven. Hij mag zich midden in de wereld bevinden, maar hij is in de woestijn. Maar het is het innerlijke leven dat in hem deugden voortbrengt. Geen kunstmatige door de mens gewrochte eigenschappen, maar die deugden die slechts in het innerlijk kunnen ontspringen. En bovendien dat inzicht, dat de ogen meer doet zien dan de sterfelijke ogen. En nu rijst de vraag: hoe kunnen we er zeker van zijn dat er een innerlijk leven bestaat, welk bewijs is er hiervoor? En het antwoord is, er is geen ogenblik in ons leven, dat wij niet het bewijs van het innerlijke leven zien, alleen letten we er niet op. Zag de mens slechts dat alle verschillende communicatiemiddelen, zoals de telegraaf en telefoon en nieuwe verbindingsmiddelen die op komst zijn, de radio, röntgen-stralen en alle nieuwe uitvindingen die de mens verbaasd doen staat over al wat de mensheid heeft bereikt, dat al deze machines en uitvindingen slechts een geringe, een schamele navolging zijn van wat het menselijk lichaam is, het menselijk wezen. Wist men slechts wat een menselijk wezen ís! De mens is een centrum van vreugde, geluk, vrede, kracht, leven en licht. Het wonder dat aan de mens verleend kan zijn, is veel groter dan enige andere machine; indien men slechts het geduld en de volharding had, zijn eigen zelf te onderzoeken. Wanneer de mens gaat analyseren en wanneer hij de menselijke natuur analyseert, noemt hij dat psychologie. Hij analyseert alles behalve zichzelf en daardoor wordt de ware psychologie nooit bereikt. Want de ware psychologie analyseert eerst zichzelf en wanneer men zichzelf geanalyseerd heeft, dan is men in staat anderen te analyseren. Besefte men maar dat wat men ook zegt, doet of denkt en de duidelijke waarneembare uitwerking daarvan, een verandering schept in het leven van de mens. En misschien, na een week of een maand of een jaar of tien, verschijnt datgene wat hij eens in zich schiep, en voor zich schiep, als de wereld die hij zelf geschapen heeft. Zo wonderbaarlijk is het leven.


138

Hoe onbeduidend schijnt een menselijk wezen te zijn, slechts een druppel in de oceaan en toch, welk een effect schept hij door iedere gedachte, ieder gevoel en elke daad. En welk een invloed verspreidt dit om zich heen en heeft het op het leven van anderen. Indien men dit slechts wist, zou men inzien dat het uiterlijke leven en de gevolgen van al wat men denkt, zegt of doet in het uiterlijke leven veel geringer, onvergelijkelijk veel nietiger zijn, dan de gevolgen teweeggebracht door al wat men denkt, zegt of doet in het innerlijke leven. Het bewustzijn van het innerlijke leven maakt de mens dan ook meer verantwoordelijk dan het bewustzijn van het uiterlijke leven. De verantwoordelijkheden van het uiterlijke leven zijn in vergelijking met de verantwoordelijkheden in het innerlijke leven veel geringer. Op het ogenblik zelf mogen de verantwoordelijkheden van het uiterlijk leven een zware last schijnen, maar zij zijn niets in vergelijking met de verantwoordelijkheden, die het innerlijke leven stelt. Wanneer men zíét wat men schept, is de verantwoordelijkheid veel groter. Zo wordt er in het Oosten gesproken over de ‘Chakor‘. De chakor wordt verondersteld een vogel te zijn en het scheen dat de ezel er veel gelukkiger aan toe was dan de chakor, die de meest intelligente vogel is. De mens in het uiterlijke leven schijnt zeer voldaan, doordat zijn verantwoordelijkheden weinige zijn, zijn kijk beperkt, en zijn horizon nauw. Hij ziet slechts een klein gedeelte van de wereld. Maar wanneer zijn blik opengaat, wanneer zijn hart voorbij de slagboom is gegaan, die het hier-en-nu van het hiernamaals scheidt, wanneer men begint achter de sluier te zien en wanneer al wat aan de oppervlakte verschijnt een scherm blijkt te zijn waarachter iets anders verborgen is, dan ervaart men het leven geheel anders. Het uitzicht van hem, die zich op de top van de berg bevindt, is geheel verschillend van het uitzicht van hem die aan de voet van de berg staat. Beide zijn menselijke wezens, beide hebben ze dezelfde ogen, maar de horizon van de een verschilt van de horizon van de ander. Innerlijk leven betekent dan ook verwijding van horizon en anders gericht zien. In het Engels wordt een mysticus ‘ziener’ genoemd, en dat betekent: ‘hij die ziet’. In het Oosten bestaat een gezegde van een grote Yogi dat luidt: ‘teneinde te zien wat voor u is, moet u in uzelf schouwen’. En dit betekent dat er in uzelf een spiegel is en het is die spiegel die de innerlijke wereld, het innerlijke leven, genoemd zou kunnen worden. In deze spiegel wordt alles dat u vóór u hebt weerkaatst. Maar wanneer de blik naar buiten gericht is, dan heeft men de innerlijke spiegel de rug toegekeerd. Wanneer men de blik naar binnen gericht heeft, dan ziet men in deze spiegel alles wat buiten is weerkaatst. Daardoor is al wat men op deze wijze ziet zo duidelijk en alles openbaart het zich in zó grote volledigheid, dat in vergelijking hiermee het beeld, dat we uiterlijk waarnemen, vaag en verward is. Twee mensen kunnen vijfentwintig, veertig, vijftig jaar samen door het leven gaan, zonder in staat te zijn elkaar te begrijpen door gebrek aan het innerlijke leven, dat hen in staat zou stellen elkaar in een ogenblik te begrijpen.


139

Wanneer er gezegd wordt, dat de twaalf apostelen alle talen verstonden, betekent dit dan dat ze het juiste spraakgebruik van alle landen leerden? Neen, ze leerden de taal van het hart. De taal van het hart spreekt luider dan woorden kunnen spreken. Indien het hart open was om die taal te kunnen verstaan, zouden uiterlijke woorden onnodig zijn. Ondanks alle vooruitgang is het leven van de mensheid in hoge mate begrensd en hoe sterker u de begrenzing waarneemt, hoe meer u zult zien dat deze begrenzing voortkomt uit afwezigheid van het innerlijke leven. Wanneer men in de historische overleveringen van het verleden ziet hoe veelvuldig diefstal, roof en moord voorkwamen en hoeveel moorden er gepleegd werden, dan denkt men: wat was dat een afschuwelijke tijd. En toch, wanneer men wat dieper hierover nadenkt, zal men zien dat de tegenwoordige tijd veel slechter is, de tijd van rovers en moordenaars was veel zachtaardiger. Een of twee mensen uit een dorp werden vermoord, nu worden hele steden en landstreken weggevaagd. Een oorlog heeft een groot aantal mensenlevens weggemaaid. Denk u in wat de gevolgen zullen zijn als er weer een oorlog zou komen. Men zegt dat de mens vooruitgegaan is, dat hij meer nadenkt, maar met al dat nadenken hebben wij vorderingen gemaakt om alle vernietiging en onheil te veroorzaken, die we heden in veel grotere mate aantreffen. Betekent dit dat de mensheid niet vooruitgaat? Zij gáát vooruit, maar in welke richting? Neerwaarts. De voorwaarde tot het betreden van het pad van het innerlijke leven is in de eerste plaats vrij te zijn, teneinde voort te schrijden op dat pad. Wanneer handen en voeten genageld zijn door vooropgesteld geloof en ideeën, door denkbeelden die men zich eigen gemaakt heeft, dan blijft men stilstaan. Men mag nog zo sterk verlangen voort te gaan, maar men komt niet vooruit, omdat men nog ergens aan vasthoudt. Men houdt vast aan bepaalde dingen die men geloofde en dacht, men komt niet verder dan deze en men komt niet vooruit. Hierdoor komt het dat velen met veel goede eigenschappen en hoge idealen, met religieuze neigingen en devotioneel temperament, met alle geestelijke hoedanigheden die men bezitten kan, toch op dezelfde plaats blijven staan. Óf hun denkbeelden houden hun voeten als vastgenageld óf hun handen houden een leuning vast waarop ze steunen en zij komen niet verder. Het eerst vereiste voor het innerlijke leven is: vrijheid in het voortgaan. De oorspronkelijke betekenis van vrijheid wordt weinig meer begrepen, hoewel een ieder vrijheid zoekt. Er wordt zoveel over vrijheid gesproken, over het vrij zijn ten opzichte van alle dingen, maar één ding vergeet men hierbij en dat is het zelf, en dat is het laatste waaraan men denkt. De opvatting over vrijheid is heden volkomen verschillend van vroeger. Daardoor wordt de mens die vrijheid zoekt juist het tegendeel van vrij, omdat hij gevangen is in de val van zijn eigen zelf. Dat is de grootste gevangenschap die er bestaat en daarin blijft hij gevangen zoals de djinn in de fles. Bovendien vereist het innerlijke leven opoffering. Aangezien de mens zijn studie, zijn bevoegdheid en alle andere dingen in zijn leven beschouwt als middel om beter toegerust te zijn om zo veel mogelijk voordeel uit de wereld te behalen, macht, bezittingen, rijkdom of wat ook en opoffering het tegendeel van winst is, ontwikkelt hij in zich de neiging


140

tot winstbejag in plaats van opofferen. Bovendien vraagt opoffering een wijdheid van denken, een diep gevoel van sympathie, grote liefde; opoffering is heel moeilijk. Het innerlijke leven is in de mens zelf. Het is wel een kamer van goddelijk licht in het spirituele hart van de mens genoemd. En de deur blijft gesloten totdat er een poging gedaan wordt haar te openen en die poging is een offer. In bijbelse terminologie bestaat het woord: ‘zelfverloochening’, maar dit woord is door de mensen steeds verkeerd uitgelegd. Zelfverloochening, zoals men dit algemeen opvat, is het verloochenen van al wat goed en schoon is en waard is om te bereiken. In werkelijkheid is zelfverloochening niet het verloochenen van al wat goed en schoon is, maar het is het zelfzuchtig ego te verloochenen en dat is het laatste wat men wenst te verloochenen. En deze zelfverloochening opent automatisch de deur van het innerlijke leven. En nu komen we tot het pad van de wijzen. De wijzen, die het innerlijke leven verwezenlijkt hebben, hebben dit bereikt door contemplatie. De mens is zich van zijn jeugd af niet bewust van iets in hemzelf, dat meer is dan een vermogen. Door het leven te ervaren door uiterlijke zintuigen gaat dit vermogen, dat het vermogen van het innerlijke leven is, dicht. Ik gebruik het woord vermogen, omdat dit het nog het best uitdrukt. Doordat het vermogen van het innerlijk leven niet gebruikt wordt, is het alsof de deur van een kamer, waarin vreugde, licht en leven zijn, gesloten wordt. En daar men van kinds af aan de vreugde en het leven en het licht van deze kamer, die een hemels vertrek in het mensenhart genoemd zou kunnen worden, niet ervaren heeft, blijft men er onbewust van. Alleen een aanvoelen hiervan dat zich soms doet voelen, maar waarvan men zich meestentijds niet bewust is, blijft. Maar soms wanneer men diep getroffen wordt, of zwaar geleden heeft, of na een ziekte, of door de hulp van meditatie, op zulke tijden openbaart zich dit gevoel, dat onbewust werkzaam is, als een verlangen om zich te ontplooien. En op welke wijze? In liefde tot eenzaamheid, in medegevoel met anderen, in neiging tot oprechtheid, in de vorm van inspiratie van al wat goed en schoon is. Het kan zich openbaren als ontroering, liefde, genegenheid, inspiratie in de vorm van een openbaring, een visioen, kunst, gedichten of muziek. In iedere vorm waarin men het toestaat zich uit te drukken of waarin men zijn bezigheden heeft, daarin begint het zich te openbaren. En dan zijn alle dingen geestelijk, wanneer eenmaal deze deur van het hart geopend is. Is de mens musicus, dan is zijn muziek hemels. Is hij dichter dan zijn zijn gedichten geestelijk. Is hij beeldend kunstenaar dan schept hij geestelijk werk. Wat hij ook doet, de goddelijke Geest openbaart zich erin. Hij hoeft niet een godsdienstig mens te zijn, noch een filosoof, noch een mysticus. Slechts datgene wat in hem verborgen was, waardoor zijn leven onvolledig was, begint zich aan het gezicht te openbaren. Dat maakt het leven volmaakt, dat stelt de mens in staat het leven in zijn volheid tot uitdrukking te brengen.


141

Iedere poging, die heden ten dage in het werk gesteld wordt om de toestand van de mensheid te verbeteren, door politiek, opvoeding of sociale wederopbouw en op vele andere wijzen, deze alle kunnen ondanks uitnemende opzet slechts slagen, wanneer datgene dat er aan ontbrak, toegevoegd wordt. Maar bij afwezigheid hiervan zullen alle pogingen van vele, vele jaren een mislukking blijken te zijn. Want dat wat ontbreekt is het meest onontbeerlijke van alle dingen. De wereld kan niet de wereld blijven zonder regen. De wereld kan geen vooruitgang hebben zonder een geestelijke stimulans, een geestelijk ontwaken. Als dit niet op de eerste plaats komt, en dat kan natuurlijk, dan kan het nog op de laatste plaats komen. Maar wanneer het zelfs niet op de laatste plaats komt dan is dat zeer te betreuren. Nu zou ik willen toelichten waardoor meditatieve zielen tot ontwaken komen, en hoe ze ontwaken en hoe ze het innerlijke leven ervaren. In de allereerste plaats hecht de adept meer waarde aan zijn doel het innerlijke leven te bereiken, dan aan iets anders in het leven. Zolang hij dit niet doet zal hij niet in staat zijn het innerlijk leven te bereiken. * Dit is de eerste voorwaarde: dat de mens het innerlijke leven hoger schat dan iets anders ter wereld, hetzij rijkdom of macht, positie of rang, of wat dan ook. Dit betekent niet dat hij de dingen in deze wereld die hij nodig heeft niet nastreeft, het betekent dat hij de grootste waarde moet toekennen aan iets dat in werkelijkheid waardevol is. * Het volgende punt is: wanneer men begint waarde te hechten aan iets dat men de moeite waard vindt, moet men er tijd aan geven. Men zegt tegenwoordig: ‘tijd is geld’ en geld betekent iets zeer waardevols. Wanneer iemand datgene wat met geld gelijk gesteld wordt en dat kostbaar is, geeft aan iets, dat hij als hoogst waardevol beschouwt, dan betekent dit ongetwijfeld een volgende stap naar het innerlijk leven. * En de derde voorwaarde is: dat het denkvermogen ontheven is van die druk, die iemands hart bezwaart bij de gedachte: ‘ik heb niet gedaan wat ik behoorde te doen ten opzichte van mijn medemensen’. Het moge iemands vader, moeder, kind, echtgenoot, vrouw, broer, vriend of wie dan ook zijn, wanneer de gedachte: ‘wat van mij verwacht werd ten opzichte van de mensen en de omgeving waarin ik geplaatst ben, heb ik niet bewaarheid’, als die druk het denkvermogen bezwaart, dan is dat denkvermogen nog niet geschikt. Die mens moge tijd geven aan contemplatie en het geestelijk leven hoog schatten, maar tegelijkertijd is het denkvermogen nog verstoord, het hart heeft geen rust door het gevoel: ‘ik heb mijn plicht niet gedaan, ik ben anderen iets verschuldigd’. Het is hoogst belangrijk dat de adept bedenkt, dat iedere schuld, die in het leven betaald moet worden, nooit onvereffend blijft. Wanneer we het leven beschouwen, is het dan niet een markt? Het geven en nemen ziet men in alle dingen en voor wat men heden niet betaald heeft, wordt later de rekening gepresenteerd. Wanneer men meent te hebben verkregen zonder betaling, zal men moeten wachten tot men zich er bewust van wordt, dat men het zal moeten betalen, verhoogd met rente. In welke vorm men neemt en in welke vorm men geeft, men geeft zich hier zelden rekenschap van. Het mag zijn dat iemand een dienst, vrien-


142

delijkheid, sympathie bewijst, of zijn geld of al wat hij bezit afstaat in het noorden, vanuit het zuiden komt het tot hem terug. Wanneer hij zich in het westen iets toeeigent, zal hij in het oosten te betalen hebben. Alleen weet de mens niet in welke vorm hij te betalen heeft, in welke vorm hij neemt. Dikwijls weet hij niet wat hij neemt of wat hij geeft, maar door geven en nemen wordt ieder ogenblik van zijn leven beheerst. En met alle onrechtvaardigheid in de wereld, wordt alles op het eind vereffend. Het zuivere begrip van deze toestand toont aan dat alle dingen elkaar in evenwicht houden. Indien dit evenwicht niet bestond zou de wereld niet bestaan. Wat houdt deze eeuwig bewegende en draaiende wereld vast, wat doet haar stand houden? Het is het evenwicht. En niet alleen de wereld beweegt zich voort, maar alle dingen, het gehele leven, alles op eigen manier. En wat doet het standhouden? Het is het evenwicht. Wij kennen dat evenwicht niet, in beslag genomen als we zijn door ons uiterlijke leven. Maar wanneer het innerlijk oog open is en men het leven scherp waarneemt, zal men zien dat het een voortdurend voortgaand proces van evenwicht is. En dat wij als onderdelen van één mechanisme voortdurend bezig zijn dit evenwicht te onderhouden. Wanneer eenmaal het hart rust vindt bij de gedachte dat men betaald heeft of bezig is zijn schulden af te betalen, dan is men tot een toestand van evenwicht gekomen. Deze toestand van evenwicht brengt stabiliteit in iemands leven. Dat evenwicht schept een toestand, waarin het hart, dat met de zee te vergelijken is, geen rusteloze zee, geen zee bij storm is, maar een kalme zee waarvan het water niet in beroering is gebracht. En deze toestand is het die de mens beter in staat stelt het innerlijke leven te ervaren. Zien wij niet in ons dagelijks leven welke invloed de tegenwoordigheid heeft van mensen, die die rust, die vrede, die kalmte missen? Ze hebben een afschrikwekkende invloed op zichzelf en een noodlottige invloed op anderen. Men wordt zich dit bewust in zijn dagelijks leven als men er op let. Men kan in zijn bureau zitten met iemand anders, men kan zich op een plein bevinden of thuis zijn met iemand, door de atmosfeer kan men zich realiseren of die persoon een toestand van evenwicht, rust, kalmte en vrede bereikt heeft, of dat deze mens in een onritmische, onevenwichtige toestand verkeert. Dit brengt ons opnieuw op de gedachte, dat wat wij geluk en ongeluk noemen een toestand is, een evenwichtige of onevenwichtige toestand. Wanneer iemand in de normale staat is, waarin zijn hart en denkvermogen behoren te verkeren, dan behoeft hij niet naar geluk te zoeken; hij is zelf geluk, hij straalt geluk uit. Wanneer die toestand verstoord wordt is hij ongelukkig. De hindoe taal brengt het idee onder woorden dat het zelf ‘geluk’ betekent, dat de diepte van het zelf geluk ís. En dat betekent dat waar de hele uiterlijke bouw, het fysieke lichaam, de adem, de zintuigen van waarneming, al datgene waaruit de mens opgebouwd is, aan de dag treedt, dat dan het innerlijke wezen slechts met één naam genoemd kan worden en dat is: ‘geluk’.


143

Het is dan ook natuurlijk dat iedereen op zoek is naar geluk zonder te weten waar het te vinden is, omdat hij het steeds buiten zichzelf zoekt. En daardoor wil hij in plaats van het geluk te zoeken dat hem toebehoort, een ander geluk ontnemen. En wat gebeurt er dan? Hij kan het geluk van een ander niet verkrijgen en de ander kan het hem niet geven. Door te trachten het van de ander te verkrijgen, bezorgt hij de ander verdriet en dat verdriet slaat op hem zelf terug. Er zijn relatief slechts weinig dieven die andermans have en goed stelen, maar er bestaan veel rovers van geluk en zij weten zelden dat ze anderen van hun geluk beroven. Maar de rover van geluk is dwazer dan de dieven, die het om rijkdom te doen is, want de laatsten verkrijgen in geval van succes iets, maar de rover van geluk krijgt nooit iets en bezorgt alleen leed aan anderen. Het innerlijke leven moet niet beschouwd worden, zoals velen gemeend hebben, als een leven in de wouden of in een spelonk of een teruggetrokken leven. Ja, er bestaat een behoefte voor bepaalde mensen die de eenzaamheid zoeken, zichzelf af te zonderen van het gewoel van de wereld. Hun inspiratie wordt opgewekt wanneer ze alleen zijn, zij zijn zichzelf wanneer zij alleen zijn, maar dit is niet noodzakelijk tot het bereiken van geluk. Men kan midden in de wereld zijn en toch boven de wereld staan. Er is veel smart in het leven en de enige wijze zich hiervan te bevrijden is, bĂłven alle smart komen te staan, en dit kan slechts door ĂŠĂŠn ding bereikt worden en dat is de ontdekking van het innerlijke leven.


144

SG nr. 46

GERIJPTE ZIEL

De gerijpte ziel is als een meisje dat volwassen is geworden en doordat haar gevoelens en verlangens zijn veranderd, minder aandacht aan haar poppen besteedt. Niet omdat zij niet minder liefde voor hen voelde, maar omdat toen zij volwassen werd, haar bewustzijn zich verder ontwikkelde en het speelgoed en de poppen en al het andere wat haar bezig hield op de achtergrond raakten. Houdt volwassenheid verband met een bepaalde leeftijd? Nee. Houdt zij verband met een bepaalde omstandigheid? Ja. Er is een verband tussen het rijpen van een vrucht en warmte, zo is er ook een verband tussen het rijpen van de ziel en de omstandigheden. De vrucht rijpt het beste aan de boom, want dat is de ideale plek daarvoor. Je kunt wel op allerlei manieren proberen de ziel te doen rijpen, maar wat voor de vrucht geldt, geldt ook voor de ziel: is er geen boom meer, dan kan een warme plek haar helpen met rijpen. Er zijn mensen die denken dat zij de ziel kunnen doen rijpen door afstand te doen van de wereld. Anderen menen dat dit bereikt kan worden door middel van allerlei vormen van zelfkwelling en pijniging. Vrienden hebben me dikwijls gevraagd of het rijpen van de ziel gebaat is bij pijn en leed. Mijn antwoord hierop was dat als zij zichzelf wilden kwellen, ik hiervoor wel duizend manieren wist en dat zij er vast toe in staat waren er ook zoveel te verzinnen, maar dat dit mijns inziens niet zinvol is. Wie zichzelf wil kwellen vanwege het kwellen kan dit doen, maar geestelijke perfectie wordt er niet mee bereikt. Het rijpen van de vrucht is een natuurlijke zaak en dit geldt evenzeer voor de ziel. Teleurstelling en moedeloosheid ten aanzien van jezelf en allen die je lief of nabij zijn heeft geen enkele zin, evenmin als getob over de vraag: ‘waarom verschilt de kijk van mijn man, mijn vrouw, mijn vader, mijn moeder zozeer van de mijne’? Ten eerste heeft geen enkel mens, hoe voornaam of gelovig hij ook is, het recht te oordelen over de ziel van een ander. Wie weet wat er achter een daad, een uiterlijk, een manier van spreken en gedragen verborgen is? Niemand. En iemand die begint te begrijpen wat in de menselijke ziel verborgen is zal, alle bedrieglijke verschijnselen ten spijt, de mens respecteren. Hij zal beseffen dat in de diepte van iedere ziel Hij aanwezig is, Hij die vereerd wordt. In het Oosten gaat het verhaal over een vrouw die bang is dat haar man niet voldoende godsdienstig is, omdat zij hem, naast al zijn goedheid, nooit de naam van de Godheid heeft horen uitspreken. Zij bidt en bidt en na vele jaren bidden hoort zij hoe haar man in zijn slaap de naam van de Godheid uitspreekt, terwijl hij zich van de ene op de andere zij keert. De vrouw is zielsgelukkig en begint, nadat haar man wakker is geworden, met allerlei rituelen het huis voor te bereiden voor de viering van deze dag, de dag dat haar wens vervuld is. Na de feestelijkheden vraagt haar man: ‘lieve vrouw, vertel me eens, wat is de reden van dit alles’? Zij antwoordt: ‘het is te heilig en te geheim om het uit te spreken’. Maar hij blijft aandringen: ‘nee, je moet het me zeggen’!


145

En dan vertelt zij hem: ‘ik koesterde een illusie, maar verloor haar en was daardoor ongelukkig; ik wist dat jij, mijn man, een goed mens bent, maar ik vermoedde dat je niet godsdienstig was, tot ik je de afgelopen nacht, terwijl je je omdraaide, de naam van de Godheid hoorde noemen en dat maakte me zo gelukkig’. ‘Deed ik dat ècht’?, vroeg de man, ‘ah...’ en hij stierf. Het was zijn laatste ademtocht op aarde. Het was voor hem onverdraaglijk dat iemand wist hoezeer hij de Geliefde, die zo diep in zijn hart verborgen was, liefhad. Wie kent de innerlijke religie van een mens, zijn innerlijke overtuiging? Niemand. Er zijn vele oprechte zielen, maar het pantser rond hun hart is ijzersterk en Gods essentie bevindt zich eronder. Een Perzische soefi vertelt hierover: "Ik was op zoek naar vrome mensen, maar werd zo vaak bedrogen dat ik mensen opzocht waar anderen op neerkeken. Het was onder hen dat ik eindelijk oprechte zielen vond. Het is makkelijk anderen verwijten te maken en op hen neer te kijken, maar hoe moeilijk is het de diepte van een mensenziel te peilen. Natuurlijk, er zijn tekens die wijzen op rijpheid, maar wie kent ze? Hoe kunnen we ze herkennen’? De tekens van rijpheid zijn even subtiel als die tussen jonge geliefden. Wanneer een ziel rijpt ontwaakt er in haar een hartstochtelijk verlangen. Een verlangen waarnaar? Naar het ongrijpbare, naar datgene waarnaar alle zielen verlangen. En hoe ziet deze hartstocht eruit? Als de reis van Gulliver1. Het leven op aarde is niet anders dan Gullivers reis. Alle zielen, alle mensen, iedereen is als van een andere wereld, van een ander formaat, totaal anders dan men zich voorstelt. In Gullivers ogen zijn er vele kinderen, in zijn ogen zijn er eindeloos veel dronken zielen. De Profeet Mohammed heeft eens gezegd dat in het hiemamaals, op de Dag des Oordeels, er een wezen in de vorm van een heks zal verschijnen en als de mens dit wezen ziet zal hij schrikken en uitroepen: "Oh, Heer, wat is dit weerzinwekkend! Wat is dit?" En de engelen zullen antwoorden dat dit de wereld is waartoe je je hele leven aangetrokken voelde, die je vereerde en beminde, die je waardevol vond, die alles had wat je wenste. Het is diezelfde wereld die je nu voor je ziet. Alles waar de mensen naar verlangen: luxe, status, bezit, positie, eer, plezier, alles verbleekt als de ziel rijpt. Alles wat liefde claimt, uitspraken als ‘ik ben je broeder, je zuster, je zoon, je dochter’ is van weinig betekenis voor de rijpende ziel. Een gerijpte ziel hoeft niet te wachten tot zij op een dag in het hiernamaals de vorm van een heks ziet, die ziet zij nu al. Zodra de ziel gerijpt is, ziet zij de onwezenlijkheid van de wereld die de mens altijd voor wezenlijk heeft aangezien, alle dagelijks gebruikte woorden verliezen hun betekenis zodra de ziel gerijpt is. Alle verschil en onderscheid tussen bijvoorbeeld gezindte, geloof en bevolkingsgroepen, en alle verschillende onderdelen hiervan, heeft voor de ontwaakte ziel weinig betekenis. En de ervaring van de gerijpte ziel is als de ervaring van de man die 's avonds een toneelstuk ziet en de volgende morgen hetzelfde toneel in daglicht ziet en dan beseft dat de paleizen, de tuinen en de acteurs slechts in de verbeelding bestonden. En wat gebeurt er als iemand dit stadium, deze rijpheid heeft bereikt? Niets anders dan wanneer een volwassene op reis gaat en de goede of de verkeerde weg kiest.


146

Een mens kan op drie manieren op deze verwezenlijking van het leven reageren. * De eerste is dat iemand op iedere claim op liefde, aandacht en respect antwoordt: ‘o nee, nee, ik ben niet van jou, ik luister niet’. Bij alles wat hij aantrekkelijk vindt denkt hij: ‘je wilt me verleiden, verdwijn uit mijn ogen, ik wil alleen zijn, ik weet wat je bent’. Zo komt hij steeds onverschilliger tegenover de wereld te staan en raakt hij geïsoleerd. In zijn eenzaamheid zoekt hij een eenzame plek waar hij zich uit de wereld kan terugtrekken om als een kluizenaar te leven, in oorlog met de wereld en in vrede met God. * De tweede manier is dat iemand de wezenlijkheid van alles gaat inzien en genegenheid gaat voelen voor zijn medemens. Het is deze mens die vanwege deze genegenheid zijn liefde voor eenzaamheid en uitzonderlijkheid opoffert en temidden van mensen gaat leven die geen begrip voor hem hebben, maar voor wie hij onveranderlijk begrip toont. En zijn liefde groeit al naar gelang hij op dit pad vordert. Hij treurt over de ónwerkelijkheid, het bedrog van het leven en toch staat hij er middenin. Zijn enige werk is mensen te helpen die in hun kleine verwachtingen teleurgesteld zijn, omdat hun liefde en toewijding niet beantwoord wordt. Deze mens ervaart teleurstellingen en zielsverdriet als een schok die hem overvalt, maar voor deze mens is dit niets nieuws; voor hem is het iets wat steeds weer gebeurt, iets wat hoort bij de aard van het leven. Hij staat de teleurgestelde mensen bij, troost hen en geeft hen kracht. Op religieus gebied zal hij, als hij zich bijvoorbeeld onder mensen bevindt die een bepaald geloof of dogma aanhangen, hen hierin volgen omdat hij erboven kan staan. Is hij bij een zaak, een industrietak, of andere wereldse aangelegenheden betrokken, dan neemt hij eraan deel, niet omdat dit hem enig voordeel of winst oplevert, maar omdat hij streeft naar harmonie. Hij wijdt zijn leven hieraan. Hij doet dit graag, maar geeft er niet om. Hiervoor bestaat een speciale manier van doen, namelijk die van een acteur. Hij speelt de rol van koning maar is niet trots op zijn koningschap. Hij speelt een bediende, maar is evenmin hiervan onder de indruk, want hij weet heel goed dat onder het koningskleed en onder de livrei van de bediende geen koning of bediende zit, maar hijzelf. In wezen zijn het deze zielen die gekomen zijn om de wereld te redden. Zij zijn als de oudere broers van de mensheid die de jongere broers komen helpen. Zij zijn niet gevoelig voor een bepaalde positie, een titel, een spirituele graad. Zij zijn één met allen en zij delen in het leed en de vreugde van allen. * Maar er is nog een derde manier: ‘als alles wat ik aanraak, zie en waarneem onwaar is, dan dien ik hoe dan ook de Waarheid te vinden’. Zo reageert een strijdvaardig mens. Het gaat om een strijd. Wat dit voor strijd is? Het is een zoektocht naar de Waarheid. Het is alsof iemand al zwemmend zijn weg door het water baant, maar bij iedere slag weer door de golven wordt teruggeworpen. Zo wordt de zoeker ook steeds weer teruggeworpen, maar hij zet door. En hij dient daarbij steeds te beseffen dat zaken die waar lijken soms bedrieglijk zijn. Essentieel voor de zoeker is de uitspraak van Christus: "Ik ben de Waarheid, ik ben de Weg." Het gaat hier duidelijk om twee zaken: de Waarheid en de Weg. De Weg leidt de mens, maar soms is de Weg in nevelen gehuld. Dus moet dit behoedzaam gebeuren, aangezien zelfs de Weg raadselachtig is. In feite is ook het leven een raadsel, een


147

permanent raadsel. Maar het lijkt wel of de mens van raadsels houdt en hij zich daarom op dit pad begeeft. De waarheidszoeker zoekt de oplossing van het vraagstuk, omdat dit zijn aard is. Als iemand die de Waarheid kent een zoeker zou toeroepen: ‘hier is de Waarheid’, dan antwoordt deze: ‘o nee, dit is onvoorstelbaar, de Waarheid, al bij de eerste stap! hoe is dit mogelijk, het duurt vast nog wel duizend jaar voordat ik zover ben, één leven is niet voldoende, en om de Waarheid te verwezenlijken zijn wel duizend levens nodig’. Maar voor liefhebbers van raadsels zijn zelfs duizend levens niet genoeg. Bovendien is niet ieder mens in staat om de naakte Waarheid te aanvaarden, hij is daar niet aan gewend. Bij het horen van de Waarheid zal hij zeggen: ‘dit is te eenvoudig, ik zoek iets ongrijpbaars’. Inderdaad, het is té eenvoudig, maar het is de mens zelf die de zaken gecompliceerd maakt. Alle andere kennisaspecten moeten van buiten komen, de Waarheid daarentegen ligt binnen in de mens. Ze is dat wat ons het meest nabij is, maar wij beelden ons in dat zij juist het verst van ons verwijderd is. Ze bevindt zich binnen datgene wat wij volgens onszelf niet bezitten, maar waar we naar verlangen; zij is de kennis zelf. Daarom is de zoeker in een voortdurende strijd verwikkeld, een strijd met zichzelf, een strijd met anderen, een strijd met het leven. En steeds weer met als gevolg dat de reiziger gaat beseffen: ‘ik reis omdat het mijn lot is te reizen, maar steeds weer merk ik dat mijn vertrekpunt mijn uiteindelijke doel is’. 1

Gullivers Travels is een roman van de Ierse schrijver Jonathan Swift (1667 -1745), waarin Gulliver gaat naar het land van de kleine mensen [Lilliput] en van de reuzen [Brobdingnag].


148

SG nr. 47

BEHEERSING VAN HET LICHAAM

Het leven heeft twee aspecten: het ene is bekend en het andere is onbekend. Wat gewoonlijk het leven genoemd wordt is het bekende aspect ervan. Het onbekende aspect wordt maar door enkelen gekend, en het is dit onbekende aspect van het leven dat ook wel het onsterfelijke leven, het eeuwige leven, genoemd wordt. Het bekende aspect van het leven is het vergankelijke leven, daarom gaat wat we over het algemeen van het leven weten over het vergankelijke deel van het leven. Onze levenservaring, die we door ons fysieke zijn opdoen, is voor ons het bewijs dat we leven en dit is waarom het ons bekende leven het sterfelijk leven is. Het onsterfelijke leven bestaat, maar de kennis erover ontbreekt. Ik wil het nu speciaal hebben over het onderwerp van het leven dat we kennen en dat we leven noemen. Alles wat wij hebben in dit leven, een voorwerp, een levend wezen, een gedachte, een toestand, een daad of een ervaring, breekt af en sterft; alles ondergaat geboorte en dood. Alles wat samengesteld is wordt vroeger of later ontbonden. Wat gemaakt is moet breken, wat gebouwd is moet verwoest worden, en wat nu zichtbaar is verdwijnt. Dit toont aan dat er een strijd gaande is tussen wat wij het leven noemen en dat wat er achterligt. In soefi-termen noemen we deze twee aspecten Kazà en Kadr. Kazà is het onbeperkte aspect van het leven en Kadr het beperkte aspect. Kadr haalt voor zijn bestaan kracht uit het leven van Kazà en Kazà wacht met opengesperde muil om alles op te slokken wat er in valt. Ingewijden en wijzen, zij die mystici of soefi's worden genoemd, hebben echter een kennis ontdekt waarmee ze levenservaringen -die voor ons het enige bewijs zijn dat wij leven -uit de muil van Kazà, het alles verterende aspect van het leven, kunnen houden. Kazà staat met wijd open muil te wachten, zoals een ziekte die het moment afwacht dat iemand weinig energie heeft. Kazà staat in allerlei verschillende gedaantes klaar om alles wat in erin valt te verteren en in zich op te nemen. Nu komt de vraag: hoe kunnen we voorkomen dat iets in de muil van Kazà terechtkomt? Het antwoord is: door beheersing van ons lichaam en onze geest. Er is veel bekend over lichaamscultuur en dan gaat het over handelingen, gymnastiek, beweging. Maar over wat door rust, beheersing en houding verkregen kan worden is weinig bekend. Ik heb in de Oosterse wereld gezien hoe een man met één vinger een zware steen optilde. Natuurlijk rijst de vraag hoe een kleine vinger zo'n zwaar gewicht dragen kan. Maar het is de wilskracht die de steen draagt, de vinger is slechts een hulpmiddel. Ik heb mensen gezien die op het gebied van geest en materie experimenteerden; ze sprongen in een laaiend vuur en kwamen er weer heelhuids uit. Weer anderen sneden hun eigen spieren door, die vervolgens onmiddellijk weer genazen. Het is geen fabel dat mystici zich boven de grond kunnen verheffen (dit wordt levitatie genoemd}. In India zijn duizenden mensen hiervan getuige geweest. Ik wil hiermee niet stellen dat dit nastrevenswaardig is, maar alleen aantonen


149

wat met wilskracht kan worden bereikt. Om de wil over het lichaam te laten heersen is in eerste plaats nodig dat het lichaam wordt beheerst. In de verschillende soorten opvoeding bekend in de moderne wereld, wordt je niets geleerd over de methode of de manier, het geheim waarmee een handeling kan worden volgehouden. Bij voorbeeld hoe je onbeweeglijk in dezelfde houding kunt blijven zitten of naar een zelfde punt kunt blijven kijken zonder de ogen te bewegen, of naar iets blijven luisteren zonder je door wat dan ook te laten afleiden, of iets hards, iets zachts, iets warms of iets kouds voelen, zonder dat de eigen emotionele trillingen veranderen, of hoe je de smaak van zout, zoet of zuur vast kunt houden. Daar dergelijke gewaarwordingen komen en gaan, heeft de mens geen greep op zijn gevoelens van plezier of vreugde en kan hij er niet zolang van genieten als hij zou willen. Daarom is hij afhankelijk van indrukken van buiten en weet hij niet hoe hij de ervaring die hij opdoet vast kan houden. Als er een middel is waarmee iedere opgedane ervaring kan worden vastgehouden dan is het wel het middel van de beheersing. Hier zit nog een andere kant aan. Onbewust voelt de mens dat iedere prettige en vreugdevolle ervaring kortstondig is en dat maakt hem overbezorgd. In plaats te pogen de ervaring vast te houden, haast hij zich en ontglipt zij hem. Zo ontstaat bijvoorbeeld de gewoonte om haastig te eten, of de gewoonte om al te lachen voordat het grappige verhaal uitverteld is, uit vrees dat de vreugde vervliegt. Dit maakt dat het plezier al v贸贸r het einde van het verhaal voorbij is. De mens heeft geen controle over het vermogen de ervaring vast te houden, omdat hij bang is dat het erbij behorende plezier verloren gaat. Zo gaat het ook met treurspelen. Dat men zo kan genieten van een toneelstuk komt omdat men ze zo volledig kan beleven. Maar mensen zijn vanaf het begin al zo opgewonden dat zij direct hun tranen vergieten zodat voor de rest van het stuk geen tranen meer over zijn. Op het hoogtepunt is er niets meer te beleven. In plaats van elke ervaring en gewaarwording buiten de muil van het eeuwige leven te houden, laat de mens elke ervaring die hij opdoet in het leven achter zich, zonder het geheim ervan te kennen. De mystici hebben daarom geleerd hun spieren en zenuwstelsel onder controle te krijgen door in verschillende houdingen te zitten of te staan. Dit heeft ook effect op de geest. Iemand die geen controle heeft over zijn zenuw-en spierstelsel heeft evenmin controle over zijn geest en zijn denken. Maar door beheersing van de zenuwen en de spieren wordt ook beheersing over de geest verkregen. Het middel waarmee het leven kracht aantrekt is de adem. Met elke inademing wordt leven, kracht en intelligentie aangetrokken uit het onzichtbare en onbekende leven. Wanneer het geheim van de juiste houding bekend is en er wordt energie, kracht en inspiratie uit de ongeziene wereld aangetrokken, dan verkrijgen we de macht om gedachten, woorden, gewaarwordingen, genot en vreugde vast te houden. Iemand vroeg een wijze wat de oorzaak is van elke tragedie in het leven. Hij antwoordde: beperkingen. Alle ellende komt daaruit voort: beperkingen. Daarom hebben de mystici ge-


150

probeerd, door middel van bepaalde oefeningen en meditaties, deze beperkingen zoveel mogelijk op te heffen. De mens heeft geen groter vijand dan zijn onvermogen. Indien iemand voelt dat hij machteloos is, dan is dat voor hem het einde van zijn vreugde en geluk. Bovendien is behalve houding en adem de kracht van de gedachten nodig om fysieke controle te bereiken. We dienen ons te verheffen boven onze sympathieën en antipathieën, want ze zijn de oorzaak van veel zwakheid in het leven. Als iemand zegt: ‘ik kan dit niet uitstaan, ik kan dit niet eten, ik kan dit niet drinken, ik kan dit niet verdragen, ik kan dit niet tolereren, ik kan dit niet uithouden’, dan toont hij hiermee zijn zwakheid. Hoe groter de wilskracht, hoe groter de weerbaarheid. Dit betekent niet dat we geen vrijheid van keuze hebben. Die hebben we wel, maar als je aan je keuzes toegeeft, bemoeilijk je het leven. De mens heeft een zelfzuchtig ego, dat door soefi's nafs genoemd wordt en dit ego leeft van zwakte, het voedt zich ermee en voelt zich gestreeld wanneer iemand zegt: ‘dit kan het niet verdragen’ of ‘ik houd er niet van, ik kijk er niet naar’. Dit voedt het zelfzuchtig ego, diens ijdelheid. Het denkt: ‘ik ben beter dan anderen’. Daarmee sterkt het zich. Maar iemand die onderscheidingsvermogen bezit, die keuzes kan maken en tegelijkertijd deze vermogens kan beheersen, van zoet houdt maar ook een beker gevuld met bitter kan drinken, zo iemand heeft meesterschap bereikt. Ook opwellingen waar iemand zich machteloos aan overgeeft, werken verzwakkend. Iemand krijgt bijvoorbeeld ineens zin om naar het park te gaan en loopt zonder zich verder te bedenken de deur uit. Door onmiddellijk zijn impuls te volgen verliest hij de greep op zichzelf. Maar wie zijn opwellingen in toom houdt en ze goed gebruikt, bereikt meesterschap. Altijd toegeven aan je behoefte, aan comfort en gemak, aan de keuze voor de weg van de minste weerstand, brengt allemaal zwakheid met zich mee. Hoe onbelangrijk het werk ook mag zijn, door het serieus te nemen en geduldig af te maken krijg je veel macht over jezelf. Geduld is een kardinale deugd, al is geduld vaak zo bitter, hard en ondraaglijk als de dood. Soms kiest iemand liever voor de dood dan voor geduld. Het grote probleem voor de mensen in Amerika is dat zij deze deugd steeds minder beoefenen, doordat de Voorzienigheid de mensen hier zeer gezegend heeft. Zij hebben hun gemakken en comfort, zij zijn de verwende kinderen van de Voorzienigheid en geduld is moeilijk voor hen. Het is daarom goed geduld te oefenen, want we weten niet wat komen gaat. We leven in een onzekere wereld en over de omstandigheden waarin we morgen zullen verkeren weten we niets. Zonder weerstandsvermogen storten we makkelijk in. Daarom is het voor de mens van het grootste belang dat hij geduld leert ontwikkelen in alle levensomstandigheden, in elke omgeving en elke positie. Of wij nu rijk zijn of arm, hoog-of laaggeplaatst, dit is de voornaamste eigenschap die we moeten ontwikkelen. Geduld levert bovendien uithoudingsvermogen op. Geduld is alvermogend en door gebrek aan geduld raken we zo veel kwijt. Heel vaak ligt het antwoord op iemands gebed binnen handbereik, de hand van de Voorzienigheid is niet ver weg, maar we hebben ons geduld verloren en daarmee ook een kans. Met beheersing op lichamelijk gebied wordt de basis gelegd voor het karakter en de persoonlijkheid, waarop geestelijke verwezenlijking kan worden gebouwd.


151

SG nr. 48

ZIEN

De woorden: kijken, zien en observeren, duiden op dezelfde handeling maar tegelijkertijd suggereert ieder woord iets anders. AI observerende begrijp je iets van wat je ziet, al ziende neem je er notitie van en al kijkende kijk je zonder dat je het hoeft te begrijpen en zonder dat je tot je door laat dringen waar je naar kijkt, je werpt er hooguit een blik op. Er zijn dus drie mogelijkheden: iets oppervlakkig bekijken, iets echt zien en geheel in je opnemen, en iets observeren en begrijpen, terwijl je ernaar kijkt. Iedereen neemt op deze drie manieren notitie van de dingen. Dat wat hem het meeste interesseert bekijkt hij aandachtig. Dat wat zijn aandacht trekt ziet hij en hij neemt er notitie van. Dat waarop zijn blik valt, daar kijkt hij naar. En daarom maakt alles wat hij ziet op drie verschillende manieren indruk op de mens. Dat waar hij zijn volle aandacht op gericht heeft maakt een diepere indruk. Dat wat hij gezien heeft maakt een duidelijk indruk. En dat waar hij een blik op geworpen heeft maakt een voorbijgaand indruk. Daarom zijn er denkers, zieners en mensen met twee ogen. Er is nog een andere kant aan deze zaak: een wandelaar ervaart de weg waarlangs hij is gelopen op een eigen manier; een automobilist ervaart diezelfde weg op zijn manier; wie er met een vliegtuig overheen vliegt heeft nog weer een andere ervaring. Weliswaar gaat de wandelaar niet even snel als de auto en het vliegtuig, maar hun waarnemingen, uitzicht en ervaringen zijn vergelijkbaar. Zo werkt onze geest ook. De geest van de een werkt in het tempo van het vliegtuig, die van de ander in het tempo van een auto en die van nog weer een ander in het tempo van de wandelaar. Degene wiens geest het tempo van een wandelaar heeft zal wellicht niet zo snel iets begrijpen als sneller werkende geesten, maar hij zal goed nadenken over wat hem te binnen valt en wat hij ziet zal hij ook door en door overzien. Zo zal deze mens inzicht verwerven en de wet die achter de dingen verborgen is begrijpen, omdat zijn geest op een voor een mens normale manier werkt. Het is zeker zo dat het denken lang niet altijd wordt bepaald door het tempo waarin de geest werkt, soms gaat het om de kwaliteit van de geest. Een intelligent mens denkt weliswaar snel, maar hier gaat het om iets anders. Het is als met de kiezelsteen en de diamant: beide zijn het stenen, maar de een is een gewone steen en de ander een edelsteen. Zo verschilt ook de kwaliteit per geest, de een denkt snel en intelligent en een ander denkt ook snel, maar die vergist zich voortdurend omdat hij te snel denkt. Niettemin heeft het tempo waarin we denken veel te maken met ons leven. Zij die dezelfde weg te voet per auto of vliegtuig hebben afgelegd, zullen bij een ontmoeting elkaar vertellen over hun ervaringen en merken hoezeer deze met elkaar verschillen. Dit verklaart waarom verschillende mensen die hun leven met elkaar gedeeld hebben en onder dezelfde zon en op dezelfde aarde geboren zijn, toch zo van mentaliteit verschillen. Dit komt doordat hun geesten zo verschillend werken. Ondanks dat zij dezelfde weg hebben afgelegd verschillen hun ervaringen.


152

Wat men een ziener noemt is iemand die niet alleen gekeken heeft, maar ook gezien. Hoe heeft hij dan gezien? Door zijn neiging om snel te lopen te weerstaan, door zich te verzetten tegen de verleiding om links- of rechtsaf te slaan, door gestadig op het gestelde doel af te gaan. Dit alles maakt hem een ziener. Het woord ziener wordt vaak verkeerd uitgelegd. Men denkt vaak dat het om een helderziende gaat, maar dat zijn geen zieners. Een ziener hoeft de onzichtbare wereld niet te zien, want er is al zoveel te zien in de zichtbare wereld. Er is zoveel verborgen voor de ogen van ieder mens van wat hij in deze materiële wereld zou kunnen zien, dat als hij alles wat hij zijn hele leven kan zien zou overdenken, er genoeg te zien en te denken overblijft. Het is uit ijdelheid dat mensen willen vertellen dat zij iets hebben gezien wat anderen niet zien, het is om hun nieuwsgierigheid te bevredigen dat zij menen iets gezien te hebben wat niemand ooit in deze materiële wereld gezien heeft. De zichtbare en de onzichtbare wereld zijn beide een en dezelfde, en zij zijn hier. De onzichtbare wereld kunnen we niet zien, wat we wel kunnen zien is de zichtbare wereld. En wat voor ons niet zichtbaar is, is niet zo omdat het zich voor onze ogen verbergt, maar omdat we onze ogen ervoor sluiten. En dan bestaat er verziendheid, kortzichtigheid en er is een middenweg. Er zijn mensen die ver in de tijd vooruit kunnen zien, en ver terug, en lang vóórdat iets voorvalt. Dat is verziendheid. Kortzichtigheid is dat iemand alleen ziet wat zich pal voor en naast hem afspeelt en niets van wat er achter hem gebeurt. Zijn invloed reikt niet verder dan hetgeen zich vlakbij hem bevindt en hierdoor wordt hij beïnvloed. Ver terug en vooruit zien kan hij niet. Een ander heeft nagedacht en denkt na over wat hij ziet, dit is de middenweg tussen verziendheid en kortzichtigheid. Hij denkt erover na zover zijn verstand dit toelaat. Hij kan niet verder zien dan zijn verstand reikt, tot zover en niet verder. Het spreekt vanzelf dat wanneer deze drie mensen elkaar ontmoeten en als ieder van hen in zijn eigen taal tot de ander zal praten, dat de een het gezichtspunt van de ander niet begrijpt, want iedereen heeft een eigen zienswijze en beziet alles volgens die eigen zienswijze. Niemand kan zijn zienswijze aan een ander geven om hem anders te doen zien. Dat geestelijk verlichte mensen door de eeuwen heen geloof en vertrouwen predikten, was niet omdat zij wilden dat niemand meer zelfstandig zou nadenken, want dan zouden ze niet verlicht geweest zijn. Ze hoopten echter dat de mensen alles wat hen geleerd werd vol vertrouwen zouden aanvaarden. Maar al is een mens nog zo knap, toegewijd en enthousiast, zonder geloof en vertrouwen kunnen de verlichte mensen hun kennis niet op hem overdragen, want geestelijke kennis kan niet ‘geleerd’ worden. Als er iets geestelijks is wat wel aan de leerling kan worden overgedragen, dan is het een zienswijze, een levensvisie. Iemand die deze levensvisie al heeft, behoeft geen spirituele leiding. Maar mist hij deze visie, dan kan deze hem ook niet in woorden worden uitgelegd, want het gaat om een ‘zienswijze’. Je kunt wel iemand vertellen over het licht dat je zag toen je op de top van een berg stond, maar de ander zal je aanhoren en misschien weinig geloof aan je verhaal hechten. Maar als hij vertrouwen in je heeft, zal hij je als gids willen aannemen, en alleen als hij de berg zelf beklimt zal hij dezelfde ervaring hebben.


153

Deze kwestie heeft echter nog een andere kant, en dat is vanaf welk niveau je het leven beziet. Het leven ziet er heel anders uit wanneer je het beschouwt vanaf de grond, dan wanneer je de berg oploopt en het zicht op het leven verandert, en vanaf de bergtop is het zicht weer anders. Wat zijn deze verschillende stadia? Het zijn bewustzijnsstadia. Als je naar het leven kijkt in de zin van ‘ik en al het andere’, dan is dit een gezichtspunt. Wanneer je al het andere ziet en het ‘ik’ vergeet, dan is het gezichtspunt veranderd. En als je alles ziet en het met ‘ik’ identificeert, dan heb je ook weer een ander gezichtspunt. Het verschil dat deze gezichtspunten maken op iemands zienswijze is zo immens dat het niet in woorden te vatten is. Wat men Nirwana noemt, of kosmisch bewustzijn, is de ingeving die je krijgt bij het bereiken van de top van de berg. Het idee dat je met God communiceert is wat je krijgt als je op de berg aankomt. Het idee van ‘ik’ en ‘jij’ en ‘het’ en ‘zij’ is inzichtelijker wanneer je met beide voeten op de grond staat. Spirituele vooruitgang betekent ontplooiing van de ziel. Het is niet raadzaam altijd op de top van de berg te leven, want ook de grond is voor de mens gemaakt. Daarom is het raadzaam met beide voeten op de grond te staan en met het hoofd hoog opgeheven tot bóven de bergtop. Wie alle kanten op kan kijken, vanuit alle hoeken, zal vanuit iedere hoek een andere ervaring opdoen. Door alle kanten op te kijken zal hij nieuwe kennis vergaren, andere kennis dan hij al had. Dan is er nog de kwestie van zien en niet zien. Mystici begrijpen dit. Het vermogen te zien als we dat wensen, en iets te laten voor wat het is. Dit is niet zo makkelijk en het moet aangeleerd worden. Er is zoveel te zien, wat gezien moet worden. Er is zoveel wat we over het hoofd zien en wat ook beter genegeerd kan worden. Als iemand niet kan zien is dat een ongemak. Maar niet zien wat beter óngezien kan blijven is een voordeel. Er is zoveel te zien wat beter ongezien kan blijven. Wie gegrepen raakt door wat hij ziet, mist beheersing. Hij kan zijn blik er niet van afwenden, al wil hij dit nog zo graag. Maar degene die beheersing heeft over zijn blik, ziet wat hij wil zien; wat hij niet wil zien ziet hij niet. Dat is beheersing. En wat voor de ogen geldt: dat die alleen zien wat vóór hen ligt en niet wat achter hen ligt, dat geldt evenzeer voor de geest: wat vóór hem is ziet hij en wat achter hem ligt ziet hij niet. Daarom kan iemand die ziet altijd maar één zijde zien, de andere blijft verborgen. En daarom is het zo dat als deze materiële wereld zich voor zijn ogen bevindt, de immateriële wereld voor zijn blikken verborgen blijft. Hij ziet alles wat vóór hem ligt en niet wat achter hem ligt. Zoals het waar is dat wat achter ons ligt pas zichtbaar wordt als we ons hoofd omdraaien, zo is het eveneens waar dat wat de geest niet ziet, zichtbaar wordt als de geest zich in een andere richting wendt. Dit is wat in esoterie, in mystiek, geleerd wordt: de geest van buiten naar binnen richten. Je zou je kunnen afvragen wat dit voor ons betekent. Als het goed is na een lange werkdag 's nachts uit te rusten, dan is het op zijn tijd ook goed om de geest van deze kleurrijke wereld


154

af te wenden en rust te geven. Dit creëert ruimte voor die nieuwe ervaring die bij de geest hoort, die hem eigen is en die hij nodig heeft. Die ervaring kan verkregen worden via het meditatieve proces. Iemand die in staat is te denken maar niet kan vergeten, iemand die kan praten en niet kan zwijgen, iemand die kan bewegen maar niet kan stilzitten, iemand die kan huilen en niet kan lachen, zo iemand weet niet wat beheersing is. Het is alsof je maar één hand hebt, alsof je op één voet staat. Om volledige levenservaring op te doen moet je in staat zijn te handelen en te rusten, te denken en te zwijgen. Er is veel van onschatbare waarde in de natuur, maar niets is zo waardevol op deze wereld als het vermogen te kunnen zien: het kostbaarste van alles is inzicht, het vermogen om te begrijpen, te leren en te weten. Dat is Gods grootste gave en hiermee vergeleken is al het andere in het leven onbeduidend. Het is verrijking van spirituele kennis, verheffing van de ziel naar hoger sferen en volledige ontplooiing van het bewustzijn. En als we iets kunnen doen dan is het wel door onszelf op iedere mogelijke manier te helpen de ogen, die het teken van God in de mens zijn, open te houden. Het openen van de ogen is wat de ontplooiing van de ziel genoemd wordt.


155

SG nr. 49

SOEFI MYSTIEK

Mystiek is geen godsdienst, of een geloof. Het is niet een beginsel of een dogma. Men wordt als mysticus geboren. Mystiek is een temperament en een bepaalde levensbeschouwing. Velen worden dan ook door het woord mystiek in de war gebracht, omdat de betekenis van mystiek niet in de dagelijkse taal kan worden weergegeven. Een impuls heeft voor een mysticus een goddelijke betekenis. In iedere impuls ziet hij een aanwijzing van God. Wat de mensen ‘vrije wil’ noemen, bestaat niet voor een mysticus. Hij ziet één plan aan het werk, op weg naar een verlangd einddoel, en ieder mens, vrijwillig of onvrijwillig, draagt tot de voleinding van dit plan het zijne bij. Sommigen schrijven hun bijdrage tot dit plan aan ‘vrije wil’ toe en anderen aan ‘toeval’. Hij die het gevoel heeft: ‘dit is mijn impuls, dit is mijn idee, dit moet ik op gang brengen’, kent die idee alleen vanaf het ogenblik waarin zij hem bewust werd. Daarom noemt hij het zijn ‘vrije wil’. Maar hoe kwam die gedachte in hem op? Waar komt een impuls vandaan? Direct of indirect komt zij van binnenuit. Weliswaar lijkt het soms of zij van buiten komt, maar haar oorsprong ligt binnen. Daarom is voor de mysticus iedere impuls van goddelijke aard. Nu kun je zeggen: ‘waarom is niet elke impuls voor iedereen van goddelijke aard, daar elke impuls van binnen komt’? Omdat niet iedereen weet dat dit zo is. Het goddelijke van een impuls ligt in het besef ervan. Vanaf het ogenblik dat men de goddelijke oorsprong van de impuls beseft, is zij goddelijk. Hoewel zij in het leven altijd van binnen komt, wordt zij alleen door de bewustwording ervan goddelijk. Een mysticus ruimt de slagboom tussen hemzelf en een ander uit de weg door te proberen het leven niet alleen vanuit zijn eigen gezichtspunt, maar ook vanuit dat van een ander te bezien. Alle twistgesprekken en onenigheden komen omdat mensen elkaar niet begrijpen en meestal begrijpen ze elkaar niet omdat ze hun eigen vaste ideeën hebben en niet bereid zijn deze los te laten. Dit is een toestand van geestes-verstarring. Hoe trager van begrip iemand is, hoe sterker hij vast houdt aan zijn eigen gezichtspunt. Het is dan ook gemakkelijk om het denken van een intelligent mens te veranderen, maar met een onintelligent mens, die zich eenmaal op iets heeft vastgezet, is dit uitermate moeilijk. Het is de verstarde toestand van het denkvermogen waardoor de blik wordt versluierd voor het gezichtspunt van een ander. Velen denken dat zij door de dingen te bezien vanuit het gezichtspunt van een ander hun eigen gezichtspunt verliezen, maar ik zou liever mijn eigen gezichtspunt verliezen, als het onjuist was. Waarom moeten we ons eigen gezichtspunt vasthouden: omdat het óns gezichtspunt is? En waarom is bet ons gezichtspunt en niet het geheel van alle gezichtspunten van een en dezelfde Geest? Zoals er twee ogen nodig zijn om het gezicht, en twee oren om het gehoor volkomen te maken, zo geeft ook het begrip van twee gezichtspunten, van twee tegengestelde gezichtspunten, een volledig inzicht in het leven.


156

Een mysticus noemt dit ontleren. Wat wij leren noemen is het vastleggen van begrippen in ons denken. Leren is niet het bevrijden van de ziel, het is begrenzen van de ziel. Hiermee wil ik niet zeggen dat leren geen plaats heeft in het leven. Ik wil alleen maar zeggen dat leren niet alles is wat nodig is op het geestelijk pad. Er is nog iets meer, iets dat boven leren uitgaat en dat kun je bereiken door te ontleren. Leren is als het ware het leggen van knopen in een draad van ideeën. Zolang er knopen in een draad zitten, is zij niet glad. Je moet het uit de knoop halen en als dat gedaan is, kun je de draad gebruiken zoals je wilt. Het verknoopte denken remt een ongestoorde doorstroming van de waarheid af. Iemands denken wordt door gedachten geblokkeerd als deze zich eenmaal hebben vastgezet. Een mysticus is dan ook bereid om alle gezichtspunten in te nemen om tot een helder begrip te komen. Deze bereidheid wordt ontleren genoemd. Een voorbeeld: Op een bootreis ontmoette ik eens een jonge Italiaan. Waarschijnlijk was hij atheïst. Toen hij mij in een soort priesterlijk gewaad zag, dacht hij dat ik een zendeling was die een geloof predikte. Hij begon met te zeggen: ‘ik geloof in niets’. Met deze verklaring verdedigde en beschuldigde hij zichzelf. Ik zei: ‘goed, maar waarin gelooft u dan eigenlijk wel’? Hij zei: ‘ik geloof in eeuwige materie’. Ik antwoordde: ‘uw geloof staat niet heel ver af van het mijne, u gelooft in eeuwige materie, ik geloof in eeuwige geest; het is hetzelfde; eeuwige materie noem ik eeuwige geest; ik ben bereid uw woorden te accepteren, zolang u gelooft in het eeuwige; wij zullen niet over woorden redetwisten, wat hebben we daaraan, als u het liever materie noemt, aanvaard ik dat’. Van dat ogenblik af werden we grote vrienden. Naar de dingen waar hij nooit naar geluisterd zou hebben, luisterde hij nu met grote belangstelling. Hij eindigde met de woorden: ‘uw geloof is mijn geloof’. Zo is de opvatting van de mysticus. Hij ziet de oppervlakkigheid en nutteloosheid van verschillen die alleen worden geschapen door een beetje ego, wat ijdelheid en een beetje trots: ‘mijn argument is juist en het jouwe is verkeerd’. Het vermogen om te begrijpen is in een ieder van ons aanwezig, en als we bereid zijn om te begrijpen, dan ligt het in onze macht. Dikwijls komt het voor dat we niet willen begrijpen en dat het daarom ook niet gebeurt. De mens bezit een soort koppigheid. Hij gaat in tegen hetgeen waarvan hij denkt dat het van een ander komt. En toch is alles wat hij geleerd heeft, van een ander gekomen. Hij heeft geen woord van zichzelf geleerd. Alles wat hij leerde kwam van anderen. Toch noemt hij het wel zijn betoog, zijn idee, zijn gezichtspunt. En zoiets bestaat niet, ergens vandaan heeft hij het ontvangen. Het is de aanvaarding van dit feit, die een mysticus alles doet begrijpen en hem tot een vriend van allen maakt. Een mysticus beschouwt redeneringen niet zoals andere mensen doen, omdat hij ziet dat de eerste reden die in onze gedachten opkomt, maar een bedekking is over een andere reden, die er achter verborgen ligt. Daarom wacht hij geduldig tot hij de sluier over de eerste reden heeft opgelicht en ziet wat er achter ligt. Maar dan ontdekt hij dat deze reden, die achter de eerste verscholen lag, niet alleen sterker is, maar dat bovendien daarachter een nóg sterkere verborgen ligt. En zo gaande van de ene reden naar de andere, ziet hij daarin niets anders


157

dan sluiers die de werkelijkheid versluieren. Als hij aldus verder gaande door de verschillende sluiers heendringt, bereikt hij de essentie van de reden. Na het bereiken van deze essentie, ziet hij de reden in alle goede en kwade dingen. Vergelijk nu een mysticus met een gewoon mens, die redeneert, redetwist, vecht en strijdt over de eerste reden, die niets anders is dan een sluier; vergelijk die twee. De een staat klaar zich een opinie te vormen, om de een te loven en de ander te veroordelen. En de ander wacht geduldig af tot de werkelijkheid zich geleidelijk ontvouwt. Een mysticus gelooft in het ongekende en ongeziene, niet alleen in de vorm van God, maar in het ongekende dat komen moet, in het ongeziene dat nog niet gezien wordt, terwijl de ander geen geduld heeft te wachten tot hij het ongekende kent en het ongeziene ziet. Een mysticus dringt de kennis van het ongekende en ongeziene niet aan een ander op, maar hij herkent in alle dingen de hand van het ongekende. Bijvoorbeeld, als een mysticus de impuls krijgt uit te gaan en naar het noorden te lopen denkt hij dat daarin een bedoeling ligt. Hij denkt niet dat het maar inbeelding van hem is, een dwaze gril, waar hij de reden niet van kent. Maar hij zal naar het noorden gaan en trachten het doel daarvan te vinden in het resultaat. Het gehele leven van de mysticus draagt de stempel van dit beginsel en het is door dit beginsel dat hij dat stadium kan bereiken waar zijn impuls een stem van binnen uit wordt, die hem zegt: ‘ga hierheen, of ga daarheen, of sta op, of blijf’. Terwijl anderen klaar staan om te zeggen waarom ze iets doen of waarom ze ergens heen gaan of wat zij wensen te doen, kan een mysticus dit niet zeggen omdat hij het zelf niet weet. En toch weet hij meer dan de mens die klaar staat om te zeggen waarom hij ergens heengaat en wat hij wil gaan doen, want wat weet een mens van wat hem zal overkomen? Hij maakt zijn programma en zijn plannen, maar weten doet hij niets. De mens wikt en God beschikt. Velen zeggen dat iedere dag en maken tegelijk hun programma en hun plannen op. Een mysticus maakt zich hierover weinig zorgen. Hij werkt volgens een reeds ontworpen plan, wetend dat het er is. Hij moge het plan niet in details kennen, maar als er iemand het plan kent, is het de mysticus. Hier zien we weer: wie weinig weet, weet veel en wie meer schijnt te weten, weet het minst. Het gezichtspunt van een mysticus op de wereld is dat van iemand die van de top van een hoge berg op de aarde neerziet. En je kan zeggen: ‘een mysticus ziet de mensen als weinig van elkaar verschillend, zij zijn als kinderen voor hem’. Op die manier ziet men het ook van de top van de berg. Grote en kleine mensen schijnen allen van dezelfde lengte te zijn, zij lijken kleine, rondkrioelende wezentjes. En de doorsnee mens heeft angst voor de waarheid op dezelfde manier als iemand die nooit op een grote hoogte is geweest en die angst krijgt voor de onmetelijkheid van de ruimte. Zo is de waarheid onmetelijk en wanneer een mens tot het hoogste begrip komt, schrikt hij en durft hij er niet naar te kijken. Velen hebben mij gezegd: ‘de oosterse filosofie interes-


158

seert ons erg, maar de opvatting van Nirwana is angstwekkend’. Ik zeg dan: ‘ja, het is angstwekkend, de waarheid is net zo, de waarheid is angstwekkend, maar zij is de werkelijkheid’. Bovendien houdt de mens zoveel van illusies, dat hij er om zo te zeggen in zwelgt. Iemand die midden in een interessante droom is zegt, als iemand hem wakker maakt: ‘o, laat me slapen’. Hij wil in zijn droom blijven, hij wil niet ontwaken tot de werkelijkheid, want de werkelijkheid is niet zo interessant als zijn droom. Evenzo zult u onder de zoekers naar waarheid er één op de duizend vinden die moedig genoeg is om de onmetelijkheid van de waarheid onder ogen te zien. Maar vele anderen hebben uit nieuwsgierigheid belangstelling voor een verstandelijke illusie, die zij, omdat zij verschilt van de illusie van het stoffelijke leven ‘mystiek’ noemen. Maar dat is geen mystiek. Men kan geen mysticus zijn en zich een christelijk of joods of soefi-mysticus noemen. Want wat is mystiek? Mystiek is iets dat de gedachte van gescheidenheid uitwist, en als iemand pretendeert een mysticus van een bepaalde categorie te zijn, is hij geen mysticus; het is dan alleen een naam waar hij mee speelt. De mensen zeggen dat een mysticus iemand is die droomt en in de wolken leeft, maar mijn antwoord is dat de ware mysticus zijn voeten op aarde heeft en zijn hoofd in de hemel. Het is niet waar dat een wijze niet intellectueel of knap kan zijn. Maar een knap mens is nog geen wijze. Iemand die de hogere kennis bezit, heeft geen moeite om kennis van aardse dingen te krijgen. Het is de mens, die alleen kennis van aardse dingen bezit, die grote moeite heeft om hogere kennis te verkrijgen. Het was heel wijs van Henry Ford toen hij mij destijds zei: ‘als u zakenman was geweest, ben ik er zeker van dat u succes gehad zoudt hebben’. En verder zei hij: ‘ik heb mijn hele leven geprobeerd het probleem op te lossen, dat u opgelost hebt’. Dit geeft ons weer het inzicht, dat hogere wijsheid iemand niet verhindert ook wereldse wijsheid te verkrijgen, maar dat een wereldse wijsheid iemand nog niet in staat stelt tot hogere wijsheid te komen. Nu wat de visie van een mysticus betreft. Sommigen denken dat het mystiek is om enige kleuren te zien, of geesten, of visioenen. Ik geloof niet dat mystiek tot deze dingen beperkt kan worden en dat zij die zulke dingen zien mystici zijn. Bovendien, zij die kunnen zien en helder zien, spreken er weinig over. Een mysticus beroemt er zich het minst op dat hij wonderbaarlijke dingen ziet of wonderbaarlijke dingen doet. Het zou zijn visie en macht verzwakken, zodra hij zijn ijdelheid zou voeden met zich te beroemen op het weten of doen van dingen die anderen niet kunnen weten of doen. Want het voornaamste wat een mysticus te doen heeft, is zich van zijn zelfzuchtige ego bevrijden en als hij zijn zelfzuchtige ego voedt door zich op zulke dingen te beroemen, zal hij zijn macht en verdienste en grootheid verliezen. Daarbij is voor een mysticus iedereen een open boek, net zoals een ervaren geneesheer uit iemands gezicht zijn hele toestand ziet. En geloof je dan dat een mysticus tegen een ander zou zeggen: ‘in die persoon zie ik dit of dat’? Nooit. Want hoe meer hij weet, des te groter is het vertrouwen dat God in hem heeft gewekt. Hij houdt alles verborgen wat verborgen moet blijven. Hij zegt alleen wat gezegd moet worden. Zal je ooit een mysticus horen zeg-


159

gen: ‘ik begrijp je gedrag, ik heb je door’? Een mysticus zal het allermeeste weten en doen alsof hij van niets weet. Het zijn zij die weinig weten, die drukte maken over wat zij weten. Hoe meer iemand weet, des te minder zal hij het een ander laten merken. Denkt u dat een mysticus klaar staat de domheden van anderen te verbeteren, hun dwalingen te veroordelen en hen zwakheden voor de voeten te werpen? Hij ziet zo veel fouten, domheden en dwaasheden, dat hij daartoe nooit de neiging voelt. Hij ziet het leven in zijn verschillende facetten. Hij ziet de ontwikkeling van de levensgang van het individu. Het is ten slotte door fouten en dwalingen dat men leert, en een mysticus heeft nooit het gevoel dat hij daarom iemand zou moeten veroordelen. Hij vindt het alleen maar natuurlijk. Sommigen gaan snel en anderen gaan langzaam vooruit. Het is met dwaasheid juist als met licht en duisternis. Het is uit de duisternis dat de zon opgaat en zo zal eens wijsheid uit onwetendheid verrijzen. Daarom behoeft een mysticus geen geduld meer aan te leren, het leven zelf brengt hem geduld bij van het begin tot het eind. Een mysticus hoeft geen verdraagzaamheid te leren, zijn levensopvatting brengt hem verdraagzaamheid. Het is vanzelfsprekend voor hem. Hij behoeft geen vergevensgezindheid te leren, hij kan niet anders dan vergeven. De mens houdt van gecompliceerdheid en noemt het kennis. Een groot aantal verenigingen en instellingen in de wereld, die zich occult, esoterisch en nog weer anders noemen, verbergen de waarheid, omdat ze weten dat iedereen in gecompliceerdheid belang stelt. In plaats van haar onder één bedekking te verbergen, verbergen ze haar onder duizend bedekkingen om het interessanter te maken. Juist zoals er in oude tijden een gewoonte bestond, dat, wanneer de mensen naar het bedehuis gingen en zeiden: ‘hoe zullen wij aanbidden, hoe moeten wij het doen’? de priester vroeg: ‘hoe ver woont u van het heiligdom verwijderd’? Als iemand dan antwoordde: ‘twee mijl’, zei hij: ‘u moet te voet naar het heiligdom gaan en er honderd keer omheen lopen voor u binnen treedt’. Hij gaf hun een goede lichaamsbeweging voor hen werd toegestaan binnen te treden. Hetzelfde doen zij zelfs nu nog. Als iemand zegt: ‘ik wil de waarheid zien’, maar hij wil de waarheid zoeken in gecompliceerdheid, dan bedekken zij de waarheid met duizend sluiers en zeggen hem dan het probleem op te lossen. Zijn niet velen geïnteresseerd in de Mahatma's in de Himalaya en in heilige zielen op afgelegen plaatsen in Perzië en zien velen niet uit naar een meester in het midden van Australië? Misschien zal er volgend jaar een artikel verschijnen, waarin gezegd wordt dat er een grote ziel geboren is in Siberië. Wat betekent dit alles? Het is alles de liefde voor het bijzondere, voor eigenaardige begrippen, voor wonderlijke ideeën, die de ziel geen stap verder brengen. Daarom lijkt een mysticus dikwijls heel eenvoudig, want door zijn oprechtheid is hij geneigd de waarheid in eenvoudige taal en in eenvoudige begrippen uit te drukken. Omdat mensen op het ingewikkelde zoveel prijs stellen, denken zij dat wat hij zegt doodeenvoudig is, iets dat ze altijd hebben geweten en waaraan niets nieuws is. Maar ik herhaal: ‘er is niets nieuws


160

onder de zon’, zoals Salomo zei. Bovendien is Waarheid iets wat de ziel toebehoort, iets wat de ziel kent en zodra de waarheid gebracht wordt, weet de ziel het al, is het niets nieuws voor de ziel, is het niets vreemds voor de ziel. Als u zegt: ‘dit wist ik al’, dan zeg ik dat zelfs als uw ziel het al wist het toch nooit teveel voor u herhaald kan worden. De grote heiligen in het oosten hebben de zin: ‘God is Eén’ misschien een millioen maal in hun leven gezegd. Denkt u dat ze zo dom waren, dat ze de betekenis niet begrepen als ze het maar één maal zeiden? Waarom herhalen ze het een millioen maal? Omdat het nooit genoeg is. Wij leven temidden van begoocheling van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Iets wat wij niet kennen is de begoocheling waarin wij van de morgen tot de avond verkeren. Het is niet de waarheid die wij niet kennen. De waarheid is het enige wat wij weten, iets wat wij tenvolle kunnen weten. Daarom wil de mysticus inplaats van de waarheid te leren, in plaats van naar de waarheid te zoeken, de waarheid vasthouden, hij wil zich vastklampen aan de idee van de waarheid om het bewustzijn van de werkelijkheid vast te houden, opdat het niet duizendvoudig oversluierd wordt door begoocheling. Men kan vragen:’spant een mysticus zich in om de hoogste realisatie te bereiken’? Ja, het is een kunst die overgedragen wordt van meester op leerling en zo wordt dit door de ene mens aan de andere door de eeuwen heen doorgegeven. Nu zou men kunnen denken: ‘als de waarheid in onszelf is, waartoe is dan die kunst nodig; kunst is tenslotte geen natuur’. De dieren en vogels hebben geen behoefte aan kunst. Zij zijn gelukkig, zij zijn vredig, zij zijn onschuldig, zij zijn geestelijk, werkelijk geestelijk. Ja, dat is waar, maar zij leven in de natuur, hun leven is natuurlijk. Wij hebben ons van de natuur verwijderd en ons een kunstmatige wereld geschapen, waarvan wij nu alleen door kunstmatige middelen weer kunnen loskomen. Ik wil niet zeggen dat wij ons uit het leven moeten terugtrekken, of dat wij niets meer met het leven te maken moeten willen hebben om mystici te kunnen zijn. Wij zullen de kunst moeten beoefenen die ons de werkelijkheid doet aanraken. * Concentratie. Die kunst bestaat in de eerste plaats in concentratie. Met concentratie bedoel ik niet zondags in de kerk zitten met de ogen gesloten. Velen weten hoe ze daar zitten en hun ogen sluiten, terwijl hun gedachten afdwalen op het ogenblik dat ze hun ogen sluiten. Concentratie betekent ieder atoom van lichaam en geest is op één punt gecentreerd. * Contemplatie. De volgende stap is contemplatie, wat zeggen wil: het vermogen een gedachte vast te houden, die het bewustzijn doet uitrijzen boven een dichte wereld. * Meditatie. Het derde stadium is meditatie, dat wil zeggen: zich zuiveren, zich los maken en het openstellen van de geest, als woning voor het licht van de waarheid. * Realisatie. De vierde stap is realisatie. Dan is de mysticus niet langer kenner van de waarheid, doch de waarheid zelf.


161

SG nr. 50

KOSMISCHE TAAL

Hoe kan het dat sommige mensen van tevoren weten dat er weersverandering op komst is? Een overstroming, regen, andere veranderingen van het weer, of in de natuur? Sommige mensen voorvoelen dit. Er zijn voor hen tekens die woorden vormen waarin zij de komst van gebeurtenissen kunnen lezen. Voor hen is dit de taal van de natuur, voor anderen die met deze taal onbekend zijn is het abracadabra. Wat weten zij die bekend zijn met sterrenkunde en wat men astrologie noemt, van de loop van de planeten en sterren, wat weten zij over de mens, zijn verleden, heden en toekomst? Dit geeft alleen aan dat er tekens zijn die wijzen op het verleden, het heden en de toekomst, die op hen overkomen als woorden, waaruit zij de komende gebeurtenissen kunnen aflezen. Er zijn ook mensen die iets kunnen aflezen uit de spieren van het hoofd en mensen die iets van gelaatskunde afweten en in een gezicht dingen lezen die hen nooit verteld zijn. Anderen houden zich weer bezig met handlijnkunde, en zoiets kleins als de tekens in de hand is voor hen even sprekend als de vorm van een gezicht. Nu komen we bij natuurlijke zaken, zoals de moeder die de taal kent van haar kindje dat nog niet kan praten. Zijn traantjes en glimlachjes, zijn blikken vertellen de moeder iets over zijn stemmingen, zijn vreugde en zijn verdriet, zijn behoeftes en verlangens. Ook bekend is dat het hart van de minnaar de vreugde en het verdriet kent, en de stemmingsveranderingen van zijn geliefde, zonder dat er een woord gewisseld is. Sommige artsen zijn door hun levenservaring zo kundig geworden dat zij voordat de patiĂŤnt iets gezegd heeft al weten wat hem mankeert. Er zijn zakenlieden die zo deel zijn geworden van hun zaken dat zij zodra iemand hun winkel in komt al weten of hij iets zal kopen of weer zal vertrekken zonder iets te kopen. Wat wordt ons hier verteld, wat wordt hier aangetoond? Alleen dat, hoe ons leven ook verloopt, wat ons beroep, onze zaak of onze bezigheid ook zijn moge, er door alles heen een zintuig in ons werkt dat de taal verstaat zonder woorden. Het volgende is hier nauw mee verbonden, namelijk dat alles in het leven spreekt, hoorbaar is, een verhaal vertelt, ondanks de schijnbare stilte. Wat we het woord noemen slaat alleen op het woord dat we horen in de dagelijkse betekenis. Wat we aanzien voor horen is slechts dat wat we met onze oren horen, zonder dat we weten dat er veel meer te horen is. In wezen is niets stil. Alles wat in deze wereld bestaat, of het nu wel of niet lijkt te leven, alles spreekt. Daarom is het woord niet alleen dat wat voor ons hoorbaar is, het woord is alles. De Bijbel staaft dit met de woorden: "In den beginne was het Woord, en het Woord was God." Nogmaals, het Woord was niet alleen eerst maar het was er altijd. Als er iets was dan was het het Woord, en het Woord zal er altijd zijn. De wezenlijk betekenis van het Woord is Leven. En is er iets wat niet het Leven is, stil of hoorbaar? Bijvoorbeeld, iemand die het geheim van de planeten niet kent weet niets over hun invloed, hun natuur en hun karakter en wat zij hem te vertellen hebben. Niets, hij weet alleen dat er


162

planeten zijn. Een sterrenkundige zal stellen dat de planeten het weer en de jaargetijden in zekere mate beïnvloeden. Daarentegen hoort de astroloog wellicht de stem van de planeten en beweert hij dat ze het individu en dus ook diens leven beïnvloeden. Wat volgt hieruit? Dat een planeet tot de één niet spreekt, tot een ander fluisterend en tot weer een ander met luide stem. Hetzelfde geldt voor gezichten. Voor de een is een gezicht een mysterie, de ander weet iets over iemand en voor een derde is het gezicht als een open boek. Voor de ene arts is het nodig dat hij een patiënt onderzoekt met allerlei instrumenten, een andere arts stelt liever vragen over de toestand van de patiënt en weer een andere arts kijkt naar de patiënt en weet wellicht meer over hem dan de patiënt zelf. Gaat dit niet ook op voor kunst, ten aanzien van iemand die naar een museum gaat en allerlei schilderijen bekijkt en alleen kleuren en lijnen ziet? AI die kleuren bevallen hem, maar dat is alles, meer ziet hij niet. Een ander ziet een historische onderwerp in het schilderij en omdat dit hem meer vertelt, is hij er ook meer door geboeid. Maar voor een derde persoon leeft het schilderij. Het schilderij dat hij ziet en waardeert, vertelt hem een verhaal. Hij leest er de betekenis in die de kunstenaar erin heeft willen leggen; deze openbaart zich aan hem doordat hij er naar kijkt. Zo leert hij via het schilderij de gedachten en idealen van de schilder kennen. Op dezelfde manier bestaat voor de een muziek uit lawaai of wat harmonieuze klanken, of hij ziet het als een tijdverdrijf, als amusement. Voor een ander is muziek vreugde, hij geniet ervan, hij is gevoelig voor de muziek die hij hoort. Voor een derde wordt echter de ziel van degene die de muziek uitvoert zichtbaar, hij ziet de geest van degene die de muziek heeft gecomponeerd. Zelfs al is de muziek duizend jaar geleden geschreven, dan nog hoort hij er muziek in. Heeft niet alles een eigen verhaal? Of het nu gaat om kunst of wetenschap of welke andere vorm dan ook, het leven geeft er betekenis aan. Als men dit zou begrijpen dan zou het altijd duidelijk zijn. Wie het niet begrijpt zal het nooit begrijpen, omdat zijn gevoel ervoor is afgestompt. Het is alsof hij doof is. Zo is ook het gevoel dat er met dingen wordt gecommuniceerd afgestompt, en hij begrijpt het niet. Maar wie niet hoort, moet niet beweren dat het leven niet spreekt. En iemand die de betekenis van het leven niet aanvoelt, moet niet zeggen dat het leven geen betekenis heeft. Het woord is overal en het woord spreekt voortdurend. Onder de oude volken heerst een geloof over het woord dat verloren was en weer gevonden werd. Hieruit kwam een groot mysterie voort, een mysterie dat nog steeds leeft onder de volken van oude beschavingen. Tot nu toe wordt dit woord gezocht, het verloren woord, en het terugvinden wordt als levensvervulling beschouwd. Er is vaak geprobeerd dit idee met geheimzinnigheid te omringen, zodanig dat mensen er steeds verder in wegzakken en in verwarring raken. Maar daarmee wordt de Waarheid niet gevonden. Die kan alleen in eenvoud gevonden worden, want er is niets eenvoudiger dan de hoogste Waarheid.


163

Het idee is eenvoudigweg dat alles wat bestaat is voortgekomen uit het woord en terugkeert naar het woord, en dat het in zichzelf een woord is. Er is ook een Koranvers dat zegt: "God zei: ‘weest’ en alles werd". En er is een woord uit de Vedanta, dat misschien wel uit Heilige Geschriften komt die vele duizenden jaren vóór de Bijbel en de Koran bestonden. In de Vedanta staat "Nada Brahma", wat betekent: "In het Woord zal je de Schepper vinden." Met ‘woord’ wordt niet gedoeld op het hoorbare woord, maar op dat wat iets tot uitdrukking brengt en tot je komt als een openbaring. Dit wil zeggen, dat alles wat tot ons komt via ons gehoor, reuk, smaak of tastzin, alles wat bevattelijk wordt, dat is een woord. Anders gezegd, het is de taak van het leven dat er iets aan je wordt overgedragen. En alles wat aan je wordt overgedragen is een woord, via welk zintuig je dit dan ook mag ervaren. Het woord is niet alleen afhankelijk van de vijf zintuigen: gezichtsvermogen, gehoor, reukzin, smaak en tastzin, want de vijf verschillende organen, waarmee we ze ervaren, zijn in werkelijkheid maar één zintuig. Eén zintuig dat het leven ervaart door middel van vijf externe zintuigen. Omdat het leven via deze vijf verschillende richtingen ervaren wordt, is de levenservaring verdeeld in vijf verschillende ervaringen. We kunnen het woord, oftewel het leven, zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Naast deze vijf gebruikelijke mogelijkheden om het woord te horen, is er nog een zesde manier die onafhankelijk van de vijf zintuigen werkt en die de intuïtieve manier genoemd wordt. Wanneer je iemand ontmoet ben je tevreden of ontevreden over hem, hij is je sympathiek of antipathiek. Toch kan je niet zeggen dat je hem kent omdat je hem gezien of gehoord hebt, je kunt hoogstens stellen dat je een bepaalde indruk van hem hebt. En dit toont aan dat er taal bestaat die we kunnen verstaan als we ons er enigszins voor openstellen. Er is niemand die dit nooit meegemaakt heeft. Sommige mensen ervaren dit sterker en anderen minder sterk. Sommige mensen zijn zich dit bewust, anderen weer niet. Maar als er een ramp op komst is, een groot verdriet, een mislukking of een succes, dan ontstaat er een gevoel. Zeker is dat iemand met een gevoelig hart, met meer medegevoel, met ontwaakte liefde in zijn hart, beter in staat is om dit gevoel te ervaren. Het is dit gevoel dat intuïtie genoemd mag worden, en dat niet afhankelijk is van de zintuigen. Misschien is een vrouw hier gevoeliger voor dan een man. Hoe vaak zegt een vrouw niet tegen de man: ‘ik voel het, ik voel dat het een succes gaat worden’, of ‘ik voel het, ik voel dat het gaat mislukken’. En als hij haar vraagt hoe zij dit weet, want de man is meer rationeel, dan luidt haar antwoord: ‘ik voel het’. Er is een taal die zij verstaat en die niet door de man gehoord wordt. En dan is er nog een andere ervaring. Het zijn niet alleen spiritueel-en hoogontwikkelde mensen die hier bekend mee zijn, maar ook kunstenaars, materialisten en uitvinders. Het is mogelijk dat ze het niet geloven, maar de ervaring komt op hetzelfde moment als een gevoel of een ingeving die aangeeft hoe een uitvinding uit te werken, een systeem vorm te


164

geven, hoe iets te plannen, een gedicht te schrijven, of hoe iets in te richten op de voorziene manier. Men kan beweren dat deze grote uitvinders mechanica of techniek gestudeerd hebben en dat ze als gevolg hiervan dit vermogen hebben. Maar er zijn duizenden studenten die deze vakken gestudeerd hebben, en lang niet iedereen is een uitvinder geworden. Wie iets bereikt, heeft hulp gehad van inspiratie. Je kunt allerlei kunstenaars, schilders, tekenaars, beeldhouwers, zangers, dansers, schrijvers, dichters, vragen: ‘lukt het je altijd het werk dat je wilt doen zo perfect, zo meesterlijk uit te voeren als je wilt’? Het antwoord luidt: ‘nee, ik weet nooit wanneer het klaar is; het komt en soms lukt het; het komt maar ik weet nooit waar en wanneer’. Een dichter kan zes maanden lang met een gedicht bezig zijn, het gedicht waar zijn ziel naar hunkert, de zielswens, en het lukt niet het af te krijgen, maar is het moment daar, dan is het in zes minuten af. De dichter kan zich niet voorstellen hoe zoiets in zes minuten tijd kan, iets wat zo prachtig is, zo volledig op zich zelf, iets wat hem met de grootste voldoening vervult en wat leeft. De grootste componisten hebben hun schoonste werk, hun meesterwerk, in zes maanden tijd geschreven. Alles waar zij langere tijd over gedaan hebben is van minder belang. Het gaat om wat op bepaalde ogenblikken in vijf minuten tijd geschreven en af is, dat leeft en zal altijd blijven leven. Zo gaat het met alle verschillende aspecten van de kunst. Scheppende kunst is afhankelijk van inspiratie en mechanische kunst kan ontwikkeld worden. AI kan iemand hier nog zo bekwaam in zijn, het blijft een dode kunst. De enig levende kunst is de kunst die uit een levende bron voortkomt, die levende bron die inspiratie genoemd wordt. Wat is inspiratie? Inspiratie is hetzelfde woord waarover hier alsmaar gesproken wordt, het is het horen van het innerlijke woord. Iemand hoort het en geeft het vorm in kleuren, lijnen, vormen, noten, woorden, of wat dan ook. Maar het interessantste en wonderbaarlijkste hiervan is dat meerdere mensen deze zelfde inspiratie kunnen krijgen en hieraan vorm geven in kleuren, lijnen, noten en woorden. Dit geeft aan dat deze kunstzinnige inspiratie, deze vindingrijke geest, dus alles waarin de betekenis van het leven zichzelf vorm geeft, nog een ander aspect heeft dan dat wat we zien aan de buitenkant van het leven. Waar komt deze inspiratie, een woord dat we al kennen, en een woord dat de ziel van inspiratie is, waar komt het allemaal vandaan? Het is schoonheid in zichzelf, vorm, wijsheid, licht en harmonie. Het is vorm, omdat het de grootste vreugde geeft wanneer er door een kunstenaar of een uitvinder vorm aan is gegeven. Wijsheid omdat de inspiratie komt met het inzicht hoe het uitgevoerd moet worden. Licht omdat iemand volkomen duidelijk ziet wat hij wil maken. Harmonie omdat schoonheid alleen door harmonie bereikt wordt. Er is nog een andere vorm die iemand bereikt door een groter inzicht, door een verder ontwaken van de ziel. Men moet zich deze vorm voorstellen als een mens die loopt door een zaal waar allerlei voorwerpen staan opgesteld, met, als enige verlichting, de lantaarn in zijn hand. Hij richt zijn lamp op muziek en kan er zich een duidelijke voorstelling van maken. Hij verlicht de noten en de maten en zij krijgen vorm. Hij belicht woorden en begrijpt ze. Hij be-


165

schijnt kleuren en zij verdiepen zich. En zo komen alle lijnen in de meest harmonieuze en schone vormen nader tot hem terwijl hij zijn licht erop werpt. Het licht van deze lantaarn kan steeds sterker worden en verder reiken. Dit licht kan op het verleden gericht worden waardoor dit net zo helder wordt als het was voor de oude profeten. Het kan zich op de toekomst richten, niet alleen uit voorzorg, maar als een blik op de toekomst. Dit licht kan levende wezens verlichten en zij worden als een open boek. Het kan voorwerpen beschijnen waardoor zij hun aard en geheim prijsgeven. Als dit licht ons eigen innerlijk verlicht, dan openbaart het ons zelf en geeft het opheldering over onze eigen aard en karakter. Het is deze vorm van ervaring, deze manier van weten, die openbaring genoemd kan worden. En het is in het kennen van openbaring dat het doel van het leven wordt bereikt, en -zoals de mystici gesteld hebben -dat het verloren woord gevonden wordt. leder kind wordt huilend geboren en wil daarmee aangeven dat er iets verloren is. Wat is er dan verloren? Het woord. En dat wil zeggen dat het kind niets kent van wat het ziet en dat niets hem aanspreekt. Het kind lijkt verloren te zijn in een nieuw land waar het naartoe gezonden is. En als het iets begint te kennen, zijn moeder of de mensen om hem heen, de kleuren en de lijnen en alles in deze wereld, begint dat tot hem te spreken. Zo begint hij de dingen te kennen met de ogen, de oren, de neus, de mond; en zo ook het innerlijke woord. Het is door dit verhaal dat het leven gevoed wordt. De mens wordt niet in leven gehouden door voedsel en drinken, maar door het verhaal dat de verschillende zintuigen hem vertellen, in de mate waarin begrepen wordt wat zij ons te zeggen hebben; dit is wat de mens doet leven. En wanneer we ons leven overdenken, en de hoeveelheid verdriet in ons leven vergelijken met de hoeveelheid vreugde, dan is de portie vreugde zo gering. Bovendien heeft dat beelje vreugde ook een prijs, waardoor het in verdriet oplost. Als dit de aard van het leven is, hoe zou het dan zijn zonder dit verhaal, zonder dat woord dat ons min of meer alles zegt, dat de natuur zelf ons zegt? En dit verhaal kan alleen vervuld worden als er geen muur of afscheiding bestaat tussen ons en het innerlijke- en het uiterlijke leven. Dit is het waar onze ziel naar hunkert, de openbaring ervan komt hiervandaan, hierin bevindt zich ons levensdoel.


166

SG nr. 51

HET AFSTEMMEN VAN HET HART

Het afstemmen van het hart moet in de eerste plaats beschouwd worden als het afstemmen van het zelf, dat wat men in de Engelse taal noemt: 'jezelf terugvinden.' Wat er meestal in ons dagelijkse leven gebeurt is dat iedere invloed van binnen of van buiten op ons inwerkt en dat het bij wijze van spreken ‘iemand kan breken'. Als iemand van streek is, of verstoord, of uit zijn ritme, dan zegt een vriend: 'je moet tot jezelf komen', wat betekent dat je jezelf moet afstemmen. Het is net als met de snaar van een viool die te los is gespannen. Door die snaar op de juiste toonhoogte af te stemmen, wordt de gehele viool afgestemd. Behalve dat het voor anderen nodig is, is het voor jezelf, voor je eigen vrede, rust en verlichting nodig, dat het hart wordt afgestemd. Wat wordt er met het hart bedoeld? 'Hart' is een woord uit een woordenboek en maar heel weinig mensen begrijpen werkelijk de betekenis ervan. Sommige mensen denken dat het hart een stuk vlees in de borst is, andere mensen denken dat het hart een onderwerp uit sprookjes is. Er wordt vaak gezegd: 'liefde, verbeelding en gevoel, het zijn allemaal maar sprookjes’. Voor veel mensen is het niet duidelijk wat het woord 'hart' betekent. Om het in eenvoudige woorden uit te leggen: de oppervlakte van het denkvermogen is de rede en de diepte van het denkvermogen is het hart. De gave van de rede is de oppervlakte van het denkvermogen en de gave van het gevoel is de diepte van het denkvermogen. Daarom is het niet waar, dat het hart wordt omsloten door het lichaam. Er is in een bepaald deel van het lichaam een plaats voor het hart, zoals er in een ander deel van het lichaam een plaats voor het denken is. De plaats voor het denken noemt men de hersenen, en het hoofd is de plaats waarin de hersenen zich bevinden. Daarom wijst men als vanzelf naar zijn hart als er een gedachte opwelt. In werkelijkheid is het niet het lichaam dat het hart omvat, maar het hart dat het lichaam omvat. Er bestaat een gezegde van een van de grootste hindoestaanse dichters: 'Het hart is zo groot dat het het hele universum kan omvatten.' Als het hart ontwikkeld is en gaat leven, lijkt het fysieke lichaam in vergelijking daarmee te klein en te beperkt, want je kunt het fysieke lichaam en het hart niet met elkaar vergelijken. De relatie van het hart met de uiterlijke wereld, bijvoorbeeld in verband met de levensomstandigheden, is zo groot, dat de toestand van het hart iemands hele leven beïnvloedt. Als het hart ontstemd is, gaat alles verkeerd! Het ontstemt de hele omgeving. Een dame zei ooit tegen een wijze: 'deze week liep alles voor mij verkeerd’. 'Wat liep er allemaal verkeerd?', vroeg de wijze. Zij antwoordde: 'ik breek veel dingen of ik raak ze kwijt; alles scheurt of gaat kapot’. Hij zei: 'er is iets mis met uzelf, u bent zelf ontstemd, iets heeft deze week uw ritme verstoord’. En nadat ze er een tijdje over had nagedacht, beaamde ze het met de woorden: 'ja, dat is zo!'


167

Men zal bij het nauwkeurig bestuderen van het leven inzien dat het hart invloed heeft op mislukking en succes, op opkomst en ondergang, op gunstige en ongunstige omstandigheden in het leven. Zodra het hart is afgestemd, worden de omstandigheden in het leven beter en wordt tegenspoed afgewend. Zodra het hart is afgestemd, verdwijnt het verkeerd inschatten van mensen en dingen, het moe worden van -en teleurgesteld raken in- zaken die verkeerd gaan. De hele moeilijkheid is echter het hart afgestemd te houden. Zoals het al moeilijk is voor een gevoelig instrument als de viool, om altijd gestemd te blijven, zoveel te moeilijker is het voor het hart dat onvergelijkbaar gevoeliger is. Het hart is het instrument waarop de ziel en de geest speelt. De harp, zoals we die kennen, werd naar de vorm van het hart gemaakt. De oude schilders hebben de harp in handen van engelen gegeven. Symbolisch wordt er met de harp het hart bedoeld en met engelen de eigenschappen van het hart. Bovendien is de reden waarom het hart invloed op ons leven heeft dat het hart als het zaad is, waaruit de plant is gegroeid die wij ‘onszelf’ noemen. Gedachte, spraak en handeling zijn als de vruchten en de bloemen die de voortbrengselen van het hart zijn. Dat wat al in het hart aanwezig is, wordt tot uiting gebracht. Iemand kan bijvoorbeeld niet altijd zijn gevoelens verbergen. Hij kan zich wel voordoen als een vriend, of als dapper, of wat hij maar wenst te veinzen, hij is slechts een bepaalde tijd in staat dit vol te houden omdat dat wat in het hart zit vroeg of laat in de vorm van daden, of van woorden die met de mond worden uitgesproken, of in de vorm van een gelaatsuitdrukking, of een atmosfeer, naar buiten moet komen. Het hart zal nooit nalaten zich in de een of andere vorm te uiten. En wat komt uit het hart? Dat wat het bezit, wat het is. Iemand kan onze bittere vijand zijn en dat lange tijd proberen te verbergen, op de een of andere manier zal dat toch naar buiten komen. Iemand kan onze vriend zijn en op de een of andere manier onverschilligheid voorwenden. Ooit zal zijn liefde naar buiten komen. Als iemand iets tegen je heeft, of bewondering voor je koestert, dan kan dit niet verborgen blijven. Hij zal zijn lippen gesloten houden, in zijn daden niets laten blijken en het nooit uitspreken, maar alleen al door zijn ogen zal het naar buiten komen, alleen al door de gelaatsuitdrukking zal het zich tonen of alleen al door de sfeer zal het zich openbaren. Het hart zal luider spreken dan woorden. De relatie van het hart met de mensen die we ontmoeten is zo groot, dat in ieder aspect van het leven, in de industriële wereld, de zakenwereld, de beroeps-en wetenschappelijk wereld, de politieke wereld en in het huiselijk leven, de mensen die je ontmoet aangetrokken worden en beïnvloed worden door de toestand van jouw hart. Als het hart ontstemd is zal alleen al de aanwezigheid van zo iemand de omgeving verstoren. Waar hij ook naar toe gaat, of hij naar zijn kantoor, naar de fabriek of naar huis gaat, of dat hij zich onder vrienden begeeft, of naar zijn club gaat, of zich in het maatschappelijke leven begeeft en wat hij dan ook wel of niet moge zeggen of doen, het verstoort de omgeving.


168

Door het hart te bestuderen wordt het geheim van magnetisme en het mysterie van de aantrekkingskracht in iemand duidelijk. Heel vaak voelt iemand zich in aanwezigheid van een ander niet prettig. Of de aanwezigheid van iemand anders trekt je naar hem toe zonder dat diegene ook maar één woord heeft gezegd. Men kan zich in de aanwezigheid van iemand zo voelen alsof men die persoon altijd al heeft gekend, alsof men altijd vrienden is geweest, hoewel men die persoon nog nooit eerder heeft gezien. Als men in harmonie is brengt men anderen ook in harmonie. Maar als iemands hart niet in harmonie is raakt iedereen in de omgeving van die persoon ontstemd. Dat is het mysterie van aantrekking en afstoting. Heel vaak zal men zien dat mensen de ene dag aantrekkingskracht bezitten en wellicht een week, een maand of een jaar later, mensen van zich afstoten. De reden waarom iemand het ene moment anderen naar zich toe trok was dat zijn hart was afgestemd. Maar zijn hart was een week, een maand of een jaar later, ontstemd geraakt. Hierdoor komt het dat iemand de ene keer wordt aangetrokken en de andere keer zal worden afgestoten. Omdat men de reden niet kent, geeft men altijd de ander de schuld. De menselijke natuur is van die aard dat de mens het laatst naar zichzelf kijkt. Met name als het te maken heeft met schuld, denkt hij nooit aan zichzelf maar geeft hij eerst de ander de schuld. Als we dieper doordringen in dit onderwerp, zullen we ontdekken dat het afgestemd zijn van het hart niet alleen te maken heeft met menselijke wezens, maar ook met de atmosfeer, het weer en het klimaat. Het afstemmen van het hart heeft met al deze zaken te maken, zelfs met de natuur. Zelfs de bloemen voelen het. Veel mensen kunnen gewoon bloemen in hun handen vasthouden, maar bij sommige mensen verwelken de bloemen zodra de bloemen door hen worden aangeraakt. Het verwelken van de bloem betekent dat ze ontstemd raakt. Er bestaan verhalen over wijzen uit het Oosten die nadat ze een plaats van rust en vrede hadden verlaten waar ze waren geweest, bijvoorbeeld onder de schaduw van een boom of op een bepaalde plek in het dorp, en die na 10 jaar of langer weer terugkwamen naar die plek deze in een slechte toestand aantroffen en dat die plek vanaf het moment dat ze waren teruggekeerd en hun aanwezigheid er weer was, weer vruchtbaar werd en tot bloei kwam. Wat wil dat zeggen? Dat wil zeggen dat die wijzen in harmonie zijn. Wellicht hebt u ooit wel eens gehoord van de verhalen uit het Oosten die over de steen der wijzen gaan. Alles wat door die steen wordt aangeraakt verandert in goud. Er bestaat echter niet zoiets als de steen der wijzen. Als er al een steen der wijzen bestaat is dat het hart van de mens. Als het hart in harmonie is verandert het alles wat het aanraakt in goud! De wijzen hebben niet alleen mensen genezen, maar hebben ook mensen in harmonie gebracht. Want alle ellende, verdriet, mislukking en teleurstelling komen voort uit één oorzaak, namelijk dat het hart niet in harmonie is. Vanaf het moment dat het hart in harmonie is, rijst men boven al deze dingen uit en veranderen de levensomstandigheden. Als we nog verder gaan komen we op geestelijk gebied en wel op de invloed van de gevoelens van anderen op ons. Maar heel weinig mensen in deze moderne tijd weten, druk als ze


169

zijn met wereldse zaken, wat voor invloed andermans gevoelens op ons hebben en wat voor invloed dit op ons heeft. De kern van de leringen van alle godsdiensten en de filosofie van alle profeten is altijd één en dezelfde geweest en die hield in: ‘rekening houden met andermans gevoelens’. Als iemand de ware godsdienst heeft aangeraakt of als iemand het mysterie van alle mysteries heeft begrepen, dan is het dit: ‘heb achting voor de gevoelens van een ander’. Door ons leven zoals we het nu van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat leiden, druk en geïnteresseerd in onze eigen motieven, erin volhardend ons doel te bereiken, worden we onachtzaam voor de gevoelens van anderen. Soms zeggen andere mensen er niets van en worden we ons er nog minder van bewust. Er bestaat een fabel, dat er eens een woordwisseling was tussen een mens en een leeuw. Het gesprek ging erover wie superieur was aan wie. De leeuw zei: 'de leeuw'. De mens zei: 'de mens’. Dus zeiden ze: ‘laten we het uitzoeken en het aan drie wezens vragen'. Zo kwamen ze eerst bij een boom en ze vroegen de boom: 'wat heb je over het volgende te zeggen: is de mens of de leeuw superieur?' De boom antwoordde: 'de leeuw is veel beter dan de mens; de mens wandelt als hij op reis is en zoekt in onze schaduw beschutting; en als de mens in onze schaduw rust gaat zijn eerste gedachte uit naar onze vruchten; vervolgens gaat hij stenen naar ons gooien; hij is ondankbaar; hij denkt er niet aan dat wij in de zon staan en dat hij zijn rust heeft gehad; hij gooit stenen naar ons en neemt onze vruchten, hij bedankt ons nooit, hij denkt er nooit over na'. Dus zei de leeuw: 'nu zie je het, hier is je lofprijzing!' De mens zei: 'laten we naar iemand anders gaan'. Toen ze verder gingen ontmoetten ze een koe en ze vroegen de koe wat zij er van dacht: 'is de leeuw of de mens superieur?' De koe zei: 'praat me alsjeblieft niet van de mens! toen ik jong was, zorgden ze voor mij en gaf ik ze melk, maar mijn kalfjes werden me afgepakt en gebruikt bij het bewerken van hun bodem; en toen ze stierven, gebruikte de mens hun huid ten eigen bate; voor zijn voedsel heeft hij het vlees van mijn kinderen gebruikt, mijn melk is door hem afgenomen, en nu ik oud en nutteloos ben, zal hij mij het bos in jagen waar de een of andere leeuw of tijger mij zal tegenkomen en op een dag zal verslinden'. Hier was weer een bewijs! Als we erover na beginnen te denken en de menselijke natuur gaan bestuderen ontdekken we dat er geen schepsel is dat zo zelfzuchtig is als de mens. Als er één wezen bestaat dat onheus en onverdraagzaam is, al zijn intelligentie, goedheid en vriendelijkheid ten spijt, is het de mens. Onachtzaam wat de gevoelens van zijn medemens betreft, onachtzaam wat zijn familie betreft die van hem afhankelijk is, die op hem wacht, voor hem zorgt en te allen tijde op zijn woord vertrouwt. De mens heeft altijd zijn eigen motief, gemak, vreugde of doel voor ogen. Al het andere komt op de tweede plaats. Hij is altijd de dupe van zijn eigen onverdraagzaamheid. Hij beseft niet dat dit allemaal mislukking, tegenspoed, moeilijkheden of problemen met zich meebrengt en dat alles waar hij heel vaak mee wordt geconfronteerd door zijn eigen onachtzaamheid wordt veroorzaakt. Wat wordt er met onachtzaamheid bedoeld? Er zijn veel schulden in het leven te betalen, niet alleen in


170

het betalen met geld, maar er bestaan ook verplichtingen jegens hen die ons omringen. Verplichtingen jegens hen die iets van ons verwachten: aandacht, begrip, liefde, hulp, juist of niet juist, dwaas of wijs, er bestaan verplichtingen jegens onze vrienden en verwanten en verplichtingen jegens vreemden. Vandaag de dag houdt het leven dat we leiden onze geest zó bezig dat het die bedachtzaamheid van ons afneemt. Iedere dag worden we steeds minder bedachtzaam en denken we er steeds minder over na. Daarom zijn de onbekende invloeden die tot ons komen en veranderingen in ons leven teweegbrengen zodanig dat we de schuld geven aan de een of andere persoon, of aan de sterren, aan de planeten of aan nog andere dingen. In werkelijheid echter behoort het alles tot de wereld van het hart. Zodra men dit beseft, geeft men acht op zijn verhouding tot de ander. Het is onze plicht, onze taak en onze deugd in de wereld om bedachtzaam te zijn en elk woord dat men uitspreekt, elke gedachte die men denkt en elk gevoel dat men heeft te overwegen, daarbij bedenkend wat voor invloed dit op een ander zal hebben en of het de ander vreugde zal brengen. Als er enige godsdienst of geestelijkheid bestaat, ligt die hierin. De hedendaagse opvoeding begint met de kinderen getallen te leren en hoe ze geld moeten tellen. Als ze groot zijn, zijn ze prima in staat daar hun voordeel mee te doen, maar als dat de enige opvoeding is, kunnen we geen betere tijd in de wereld verwachten. Een geestelijke opvoeding bestaat er niet meer. Er bestaat geen twijfel over dat de afwezigheid van godsdienstige opvoeding de dwaling van de gelovigen in hoge mate heeft bevorderd. Hoe het ook zij, er is niets wat die plaats in kan nemen. Kinderen groeien op en worden man en vrouw, en wat is er in hun opvoeding geweest dat te maken heeft met de eigenschappen van het hart? Er bestaat een Perzisch gezegde: 'Goede manieren brengen voorspoed.' Men kan zich afvragen in hoeverre dit waar is, want er bestaan zo veel slecht gemanierde, gedachteloze en ongevoelige mensen die in deze wereld goed af zijn. Door echter de menselijke natuur en het leven te bestuderen, zal men ontdekken hoe waar dit gezegde is! In de eerste plaats kan men niet beoordelen of iemand die rijk is of die zich op een goede positie bevindt, ook gelukkig is. Voorspoed betekent meer, dan veel geld bezitten. Wat is geluk? Het is een zich wél bevinden van de ziel. Een kind dat begonnen is met slechtgemanierd te zijn, kwetsend, vernielend, die zal diezelfde kracht naar zich toe trekken, hetzelfde zal naar hem toe komen. Wat hij geeft, kaatst terug en hij ontvangt dat wat hij geeft. Als hij door blijft gaan met geven zullen dezelfde dingen tot hem komen. Hoeveel mensen beseffen dit? Men denkt er nooit over na dat men gekwetst kan worden door eigen woord of daad, eigen gedachte of gevoel. Men gaat maar op dezelfde voet door en tegelijkertijd komt alles tot hen terug: ‘boontje komt om zijn loontje, en loon naar werken’. Wat is de bedoeling van gebed, meditatie, concentratie, het gezamenlijk met de gemeente bidden of naar de kerk gaan? Dat is het door gebed afstemmen van het hart. En wat wordt


171

er gewonnen door concentratie? Alweer: het afstemmen van het hart. En wat door meditatie? Nogmaals: het afstemmen van het hart. Alle verschillende methoden die door de godsdiensten of de esoterische scholen van welke richting ook werden gegeven werden allemaal gegeven om dat te verkrijgen: het afstemmen van het hart. Zo lang het hart niet is afgestemd, welke geloofsvorm we ook beleiden, heeft het geen zin. Als het niet met dat doel wordt verricht heeft het geen zin en wordt er niets bereikt. Zijn er niet miljoenen mensen, afgezien van hen die niet in gebed geloven, die elke dag minstens één keer bidden? Omdat ze echter niet weten dat het gaat om het afstemmen van het hart richten ze hun hart daar niet op en zullen ze daarom weinig zegen ontvangen. Als ze geen concentratie kennen kunnen ze wel één keer per week naar de kerk gaan en er week na week zitten bidden, maar ze zullen niets bereiken als ze het doel van de concentratie niet kennen en dat doel is, alweer: het afstemmen van het hart. Er bestaat een verhaal over de Shah van Perzië. Hij bracht gewoonlijk het grootste gedeelte van de nacht in gebed door. Op een dag smeekte zijn eerste minister hem: 'Sire, er is de hele dag zo veel te doen, het is niet goed voor u om zo'n groot gedeelte van de nacht te bidden.' De Shah zei: 'geef me op dit gebied alstublieft geen advies, u begrijpt het niet, 's nachts volg ik God en overdag volgt God mij'. Dat is de betekenis van het afstemmen van het hart. Als het hart niet is afgestemd is geen gebed zuiver. Bij het moslim-gebed heeft men de gewoonte dat de voorganger vóór de gemeente staat en het gebed leidt. Tijdens de heerschappij van Aurangzeb, de laatste Mogul-keizer van India, werd een zeer grote wijze man door de overheid gedwongen om mee te doen met het gebed. Hij zei altijd: 'laat me met rust in mijn eenzaamheid', maar ze dwongen hem zich onder het volk te begeven en zeiden: 'nee, je dient het voorbeeld dat door anderen wordt gegeven te volgen'. Dus ging hij daar heen. Toen het gebed echter in volle gang was liep deze grote ziener de moskee uit. De politie bracht hem naar de rechtszaal met de woorden: 'hij liep weg tijdens het gebed'. Toen hem gevraagd werd waar deze heiligschennis vandaan kwam, antwoordde hij: 'ik kon het daar niet uithouden, de voorganger ging in gedachte naar huis want hij was zijn sleutels vergeten, dus moest ik wel samen met hem naar huis gaan'. De gedachten van de voorganger waren bij zijn sleutels en terwijl hij het gebed leidde, was zijn aandacht bij zijn broekzak. De ziener wist dit en liep weg. Is het het sluiten van de ogen en in vrome houding zitten wat concentratie brengt? Heel vaak denken mensen dat concentreren het met gesloten ogen opzeggen van een zekere formule is. Het is de afwezigheid van het begrip van concentratie dat iemand het succes ontzegt. Wat is de manier om het hart te stemmen, hoe kan dat worden bereikt? Er bestaan vier verschillende wegen. De eerste weg is het tot rust brengen van het denkvermogen. Iemand wiens geest niet tot rust is gekomen, wat zijn kwaliteiten ook mogen zijn, is ongeschikt om iets te bereiken. Hij zal zich altijd rusteloos, gedachteloos en vol vergissingen


172

tonen. Het is de te grote activiteit van het denkvermogen die hem tegenwerkt. Hoe is het tot rust brengen van het denkvermogen te bereiken? Door concentratie. En hoe wordt concentratie verkregen? Heel vaak doen mensen hun geest te veel geweld aan, niet wetend hoe zich te concentreren. In plaats van iets te bereiken, vernietigen ze. Ze worden zwak omdat hun denkvermogen te veel vermoeid wordt. Een man met inzicht in deze dingen zag Rodins beeld van 'de denker' in San Francisco. Het amuseerde hem te zien dat Rodin het beeld een gespannen uitdrukking had gegeven en een lichaam dat zich in rust bevond. Hij vroeg zich af hoe Rodin ertoe was gekomen om een denker op die manier uit te beelden. Toen merkte hij echter op: 'het betekent geforceerd denken'. Door geforceerde concentratie wordt veel verknoeid. Heel vaak zijn er onder honderd mensen die zich concentreren negentig die geforceerd denken. Dan zijn er andere mensen die in plaats van zich zelf te concentreren een gevoelig, nerveus en fijnbesnaard iemand als medium nemen en hem laten concentreren. Ze vernietigen zijn hersenen en denken dat ze iets bereikt hebben. Door een voorwerp voor ogen te houden bereiken we niet alleen concentratie, maar nemen we ook iets van de essentie van het voorwerp in ons op. Net zoals het in de ogen van de mysticus met betrekking tot voedsel is, namelijk dat alles wat we eten niet alleen effect op ons lichaam heeft, maar ook op ons karakter. Daarom hadden de Brahmanen bepaalde opvattingen over voedsel. Ze raakten geen voedsel aan dat een slechte invloed had op het karakter. De Moslims en de Joden van weleer kenden allen spijs-wetten. Ze aten niet alles. Ze wisten wat voor invloed dit op het karakter van de mens heeft. Tegenwoordig denken we daar niet meer over na. Tegenwoordig zijn we zo ver gekomen dat we ons wat voedsel betreft niets meer afvragen. Dat wat wordt aangeboden, nemen we tot ons, zonder te weten wat het inhoudt. Zo is het ook met concentratie. Datgene waar onze concentratie zich op richt zal een overeenkomstige invloed op ons hebben. Als we ons op een bloem, een rots, een steen, of een boom, op iets levends of iets doods, op wat dan ook, concentreren zal dat een overeenkomstige invloed op ons hebben, of het nu macht, inspiratie, geestelijkheid, domheid of wreedheid is. Daarnaast bestaat er de natuurlijke weg om dingen te doen. Als men zich langer concentreert dan zou moeten, dan verliest men er bij. Het is net als iemand die zijn stem forceert door te lang te zingen. De grote zangers zeggen altijd: 'zing niet langer dan zo en zo lang'. Heel vaak zeggen mensen dat ze door concentratie of door een meditatie-oefening slechte resultaten boekten. Dat komt omdat ze het zonder een bepaalde leiding doen. Tegenwoordig gebeurt het vaak dat mensen boeken lezen die hen de weg moeten wijzen. Ze denken dat dat hetzelfde is als een leraar. Ze vragen: 'waar kan men een leraar vinden om naar te luisteren?' Maar men wil geen leraar. Wat wil men dan wel? Men wil een boek of iets dat leiding kan geven. Denkt u dat er in het Oosten ook maar ĂŠĂŠn wijze een boek schrijft over het verkrijgen van geestelijkheid? Nooit! Zoiets zullen ze nooit doen. Zo goedkoop is het niet.


173

Tijdens het wereldcongres van 1893 in Chicago, waar alle wereldgodsdiensten vertegenwoordigd waren, sprak Swami Vivekenanda uit India en raakte het woord yoga zeer bekend. Hij schreef er enkele boeken over. Veel mensen die nu iets over yoga willen weten lezen dat boek alsof ze naar een apotheek gaan en beginnen volgens de aanwijzingen in dat boek met de oefeningen. Als iedereen naar de drogist zou gaan om medicijnen te kopen zouden de artsen niet langer meer nodig zijn. Als men bij zo'n gevoelige, belangrijke zaak als geestelijke bereiking de hulp van boeken inschakelt, waar zal dat dan toe leiden? Dat betekent niet dat boeken niet kunnen inspireren of niet een grote hulp op het pad kunnen zijn, maar als het aankomt op de kwestie van de oefeningen die gedaan moeten worden dienen die gedaan te worden onder de persoonlijke leiding van iemand die wéét en aan wie iemand zijn vertrouwen kan schenken. De huidige tijd heeft één grote deugd verloren die de mens heeft bezeten en heeft hooggeschat en dat is geduld. Heden ten dage is activiteit een grote deugd geworden en hebben de mensen alles behalve geduld. Laatst was er iets heel vermakelijks. Er was een veerboot die van de ene kant naar de andere kant van San Francisco voer, de baai dwars overstekend. Veel automobilisten moesten dus even stoppen, maar iedereen begon te toeteren. Duizenden auto' s die maar heel even hoefden te wachten begonnen meteen te toeteren! Wat betekent dit? Het was een gemeenschappelijk ongeduld. Waar zal dat toe leiden? Het moge dan wel een grote waarde vertegenwoordigen, het is immers een teken van grote kracht en energie, een uitbarsting van energie, tegelijkertijd echter heeft alles zijn grenzen en als iets niet onder controle is, speciaal de menselijke natuur en het menselijk karakter, dan zal het op een dag losbarsten en als dat gebeurt zal het in een grote ramp eindigen. Wie bijvoorbeeld had er in onze tijd één ogenblik aan kunnen denken dat er in een tijd van grote beschaving zo'n oorlog als van 1914 tot 1918 mogelijk was? Als er zoveel universiteiten en hoge scholen zijn, als er zoveel wordt gesproken over goedheid en vriendelijkheid, over eenheid en menselijkheid, hoe kon dit dan met al deze vooruitgang, gebeuren? Dat het gebeurde kwam door het gemeenschappelijke ongeduld, door een gemis aan algemene geestelijke ontwikkeling. Als het zo doorgaat, zullen er wellicht nog grotere wetenschappelijke uitvindingen komen, maar wat zegt dat ons? Het is een vooruitgaan op een andere manier, het is een vooruitgaan in het maken van dingen, maar het is een achteruitgang in denken en voelen. Een genie ging eens naar een wijze om zich te laten zegenen. De wijze vroeg: 'wat wil je’? Hij antwoordde: 'ik wil een kanon maken dat de hele stad kan verwoesten’. De wijze zei: 'ik geef je mijn zegen, maar niet voor dit idee; richt je geest vanaf vandaag op opbouwend werk'. De reden voor dit alles is dat vanaf de eerste dag dat de opvoeding van het kind begint, het kind geleerd wordt voor zijn eigenbelang te zorgen en niet om elke stap bedachtzaam te nemen. De manier om op het hart af te stemmen is een sympathieke natuur aan te kweken en dat wordt gedaan door rekening met anderen te houden.


174

De derde manier om die hartkwaliteit te ontwikkelen waardoor het hart wordt afgestemd is in staat zijn jezelf te beoordelen. Zo lang men nog anderen beoordeelt is men niet in staat zichzelf te beoordelen, want dan is men zo vol van de fouten van anderen dat men nooit tijd heeft om zichzelf te beoordelen. Hoe bedachtzamer iemand is, hoe wijzer hij is en hoe minder hij oordeelt. Omdat er zoveel in hemzelf te veroordelen valt, blijft er maar weinig over om daarbuiten te veroordelen. Dan is er ook nog de manier om vanuit het oogpunt van een ander te kijken. Zolang iemand dit nog niet heeft ontwikkeld heeft hij alleen nog maar kritiek op een ander. Lof en blaam hangen niet af van wat iemand is, maar van het hart dat gunstig of ongunstig gestemd is en van zijn visie op het leven. Iemand die met één oog kijkt, krijgt geen volledig beeld. Om een goed beeld te krijgen, zijn er twee ogen nodig. Zo is het ook met het verkrijgen van een bepaald idee of een bepaalde visie op een ander. Daarvoor is het niet nodig om je eigen gezichtspunten uit te wissen, want als dat het geval is is het niet juist. Door ook het gezichtspunt van de ander te zien, krijgt men een volledig beeld. Ook dit is het afstemmen van het hart. Want als twee personen elkaar ontmoeten en er begrip is, ontstaat er direct vriendschap. Als er werkelijk begrip is kost het niet veel tijd om vrienden te worden. Als er geen begrip is, als er zich hindernissen tussen hen bevinden, als ze van elkaar verwijderd zijn, komt dat door gebrek aan begrip. Als er iets is wat de mensen tot elkaar brengt, is het elkaar begrijpen. Daarom, door begrip te hebben voor iedereen die we ontmoeten stemmen we ons eigen hart. En nu, komend tot het beëindigen van dit onderwerp, is er het gezegde van Christus: “Zoek eerst het koninkrijk van God en alles zal u worden toegevoegd.” Door afgestemd te zijn op het Godsideaal, met andere woorden, door afgestemd te zijn op het eigen goddelijke ideaal, zal men zó ingesteld raken dat men een open weg naar het hart zal vinden van een ieder die men ontmoet en zal men zich verbonden voelen met iedere omstandigheid en met elk voorwerp en de eenheid realiseren met het Absolute. Dit te bereiken wordt geestelijke ontwikkeling genoemd.


175

SG nr. 52

DE VIER PADEN DIE NAAR HET DOEL LEIDEN

Er is een pad dat men de weg van de intellectueel kan noemen. Wanneer een intellectueel persoon boven zijn intellectualiteit is uitgestegen dan kan men hem een intelligent persoon noemen. Want er kan verschil worden gemaakt tussen een intellectueel en een intelligent persoon. Een intellectueel persoon is iemand die door impressies en studies kennis heeft vergaard en die de koning is van het domein van zijn intellect. Hij beschikt in het boek van zijn mind over datgene wat hij heeft geleerd, heeft bestudeerd en wat hij heeft ervaren en dat is zijn wereld. Zonder twijfel maakt hem dat tot een gevangene van een omlijnde horizon van kennis en het uitstijgen boven die kennis kan men intelligentie noemen. Het is echter de intellectuele persoon die in staat is om intelligent te worden. Het intellect is een bedekking over de intelligentie en wanneer deze bedekking wordt weggenomen wordt iemand vanzelf intelligent. De intelligente persoon is die persoon die voor zichzelf waarneemt, die voor zichzelf leert, die voor zichzelf begrijpt, die de dingen door zichzelf herkent en die tegelijkertijd binnenin zichzelf zowel leerling als leraar is. Wanneer iemand eenmaal boven de grenzen van zijn beperkte kennis is uitgestegen, begint de hogere kennis uit zichzelf naar hem toe te komen. Hij begint in een seconde tijd meer te leren dan een intellectueel persoon in zes jaar tijd zou leren na het lezen van alle boeken in de bibliotheek. Wanneer een intelligente persoon eenmaal inzicht heeft verkregen in de verborgen wetten van de natuur dan begint hij een weg te zien die zich naar de hogere kennis aan het openen is. Zijn beredeneren verandert van aard en wordt de essentie van de rede. Hij begint de dingen niet te zien vanuit de rede die hij vanuit de wereld heeft geleerd, maar hij begint de rede der reden te zien, de rede die door het gewone beredeneren wordt bedekt. De vraag is: hoe kun je intelligent worden? Het antwoord daarop is dat de mens intelligent wordt geboren en dat hij vervolgens zijn intelligentie bedekt en dat graag intellect noemt. Dan wordt hij namelijk erkend als zijnde geleerd en denkt hij dat hij wat kennis heeft verworven. En dat is het moment waarop hij zijn intelligentie begrenst. En zolang zijn intelligentie wordt begrensd kan hij niet verder kijken dan wat hij ziet. In iemands leven is er een tijd waarin hij aan het leren is en komt er een tijd waarin hij zelf de kennis is. Op het moment dat een ziel de kennis zelf wordt begint ze glimpen op te vangen van de verborgen wetten van de natuur en deze verlichting kan zich zodanig ontwikkelen dat iemand in het licht van intelligentie de gehele manifestatie op heldere en volledige wijze kan zien. De Koran zegt: 'God is het Licht van de hemelen en van de aarde'. Als er al een vonkje van God in de mens te vinden zou zijn dan is dat z’n intelligentie. Wanneer dus dit Goddelijk Licht dat in de mens ligt verborgen eenmaal tot opvlammen wordt gebracht, wanneer het eenmaal als een vlam is opgestegen, dan verlicht het zijn pad naar volmaaktheid.


176

Het tweede pad naar volmaaktheid is het pad van rechtschapenheid, van plicht, van goede handeling. Iemand mag dan niet intelligent zijn, maar hij kan wel nauwgezet zijn in wat hij doet en in wat hij zou moeten doen opdat hij altijd gebruik maakt van zijn bereidwilligheid om een rechtschapen handeling te verrichten. En door zo te handelen volbrengt hij die wet van harmonie, die zijn ziel automatisch opheft naar volmaaktheid. Iemand verbaast zich vaak over vrienden of relaties, die hij als de goedheid zelve beschouwt en wier handelingen hij als rechtschapen handelingen beschouwt en die toch nooit enige neiging tot religie of meditatie vertonen. En vaak denkt men dan: 'wat jammer als ze niet tot spirituele volmaaktheid komen! ' Mijn reactie hierop is: ‘Ja, het is mogelijk dat zij eerder bij die volmaaktheid aankomen dan de zoeker die er zoveel ophef over maakt en weinig doet. Zij zullen eerder bij die volmaaktheid aankomen dan degene die te veel over spirituele zaken spreekt en er weinig van weet. Zij zullen sneller tot die volmaaktheid komen dan degene die zich aan het vastklampen is aan de uiterlijke zaken van religie en spiritualiteit. Louter door zijn rechtschapen handelingen, door zijn goede daden, zal zo iemand bereiken. Hij mag het dan niet weten, maar het is op automatische wijze werkzaam, omdat hij het pad van rechtschapenheid aan het bewandelen is dat hem zeker naar volmaaktheid zal leiden’. Het derde pad is het pad van discipline. Op het pad van discipline is concentratie nodig, zijn meditatie en concentratie nodig, zijn alle vormen van discipline nodig om die verwerkelijking te bewerkstelligen die het uiteindelijke doel is. Het pad van meditatie stelt de mens in staat om verschillende niveaus van leven te ervaren, niet altijd op de manier zoals mensen classificeren door te zeggen dit of dat niveau of deze of die graad. De ware ervaring van het innerlijke leven kan niet zo goed geclassificeerd worden. Als iemand bijvoorbeeld een meditatief iemand vraagt: 'zijn er zeven bestaansniveaus?', dan zal hij antwoorden: 'ja'. Een ander vraagt echter: 'ik heb in de Griekse filosofie gelezen dat er negen bestaansniveaus zijn, kan dat waar zijn?' 'Zeker'. En weer een ander zegt: 'ik denk dat er slechts drie niveaus zijn'. Hij antwoordt: 'zeker, ik ben het met je eens'. Hij zegt dit niet om hem een plezier te doen, maar hij is in staat ze als vijf, zeven, negen of in net zoveel vormen als je maar wilt, te zien omdat hij ze werkelijk ziet. Ga bijvoorbeeld eens naar iemand die net begonnen is met muziek en vraag hem eens: 'hoeveel tonen zijn er in een octaaf?'. Hij zal antwoorden: 'er zijn zeven tonen'. 'Zijn er daarnaast ook nog halve tonen?' 'Ja.' Ga je echter naar een zeer ervaren musicus die wellicht zijn hele leven aan de muziek heeft gegeven en de essentie van geluid is beginnen te begrijpen en vraag je hem: 'is het niet zo dat er zich twintig tonen in een oktaaf bevinden zoals de Chinezen zeggen?' dan zal hij antwoorden met: 'ja, dat zou zo kunnen zijn.' Als je echter zou zeggen: 'maar in India zegt men dat er zich vierentwintig tonen in een oktaaf bevinden'. Dan zal hij zeggen: 'dat is waar, als je het zo bekijkt; maar het is niet zo dat het oktaaf absoluut vierentwintig tonen bevat, het is maar hoe je het bekijkt’.


177

Alles wat de mens op intellectuele wijze van de metafysica leert beperkt hem tot boekengeleerdheid. Hij haalt geen profijt uit zijn verbazing bij het weten dat er zoveel verschillende niveaus van ons wezen zijn, hij haalt er maar een voorbijgaande interesse uit. Hij gaat niet verder dan dat. Ook al zou hij de niveaus willen zien en willen weten wat ze zijn, hij zou ze niet kunnen zien. Door middel van meditatie echter kan hij ze verwerkelijken. En door deze verwerkelijking kan hij van elke filosofie een interpretatie geven. Of het nu de boeddhistische, de oude griekse of de vedantafilosofie is, van elke filosofie die je hem voorlegt zal hij een interpretatie kunnen geven, want hij weet wat hij via meditatie heeft ervaren. De weg van zelf-discipline is ongetwijfeld een heel moeilijke weg. Het is een weg van mysterie, het is een weg van macht, maar het is een zware en moeilijke weg. Bedenk maar eens hoe moeilijk het voor je is discipline op te brengen bij het langere tijd zitten in een houding of pose. Bedenk hoe moeilijk het zou zijn als je de belofte af zou leggen: 'ik zal geen fruit, zoet of zuur meer eten'. Bedenk dat het niet altijd gemakkelijk zal zijn als je een belofte aflegt om te zwijgen, om te vasten of om zoveel uur te blijven staan of te wandelen of om een gedeelte van de nacht of de gehele nacht wakker te blijven. Zelfdiscipline wordt geleerd door tegen je neigingen, je eigen neigingen, in te gaan. Je zou je af kunnen vragen: 'zijn dat dan geen natuurlijke neigingen, waarom zou je daar tegen in dienen te gaan?' Het antwoord is dat je niet kunt zeggen welke neiging je eigen neiging is, want alle neigingen zijn aangeleerd en wat je natuurlijk noemt is datgene waaraan je gewend bent geraakt. Het woord natuurlijk is een woord dat je jaren en jaren kunt bestuderen en waarvan je uiteindelijk zult ontdekken dat er niet zo iets als ‘natuurlijk’ bestaat. Er bestaan natuurlijke neigingen tot plezier en comfort die botsen met de nog grotere en diepere neigingen die we hebben tot grotere macht en kracht, tot meer licht en meer leven. De neigingen kunnen dus in twee aspecten worden verdeeld: de meest innerlijke neigingen en de neigingen die je in je alledaagse leven ervaart. Tussen die twee bestaat er altijd een conflict. De meest innerlijke neigingen worden soms ondermijnd door de uiterlijke neigingen. Door zelfdiscipline te ontwikkelen leer je de uiterlijke neigingen te onderdrukken om daarmee de innerlijke neigingen de ruimte te geven op te stijgen en op te bloeien, wat uiteindelijk culmineert in wat we meesterschap noemen. Het vierde pad naar perfectie zou men het pad van devotie kunnen noemen, een pad dat in zijn waarde en in zijn diepte niet vergeleken kan worden met enig ander pad. De reden hiervoor is dat devotie rechtstreeks uit de geest van God komt. Lang niet iedereen kan dit pad aan, want in sommige mensen wordt het hart door de hoofd-kwaliteit, door het intellect, op slot gedaan en in andere mensen is de hart-kwaliteit het belangrijkste. De eerste stap op het pad van devotie is onderricht in zelfloosheid, dat maakt je onzelfzuchtig. Maar wat is devotie? Devotie is het afstemmen van het hart op zijn natuurlijke toonhoogte. Met andere woorden de gezondste conditie die er in een mens mogelijk is is die conditie


178

waarin devotie tot bloei is gekomen. Alleen devotie bedekt het zelfzuchtige zelf voor de mens, of die devotie nu voor een mens of voor God is. Als er al ooit Waarheid te zien is dan is dat in devotie, want de wereld van het hart is een andere wereld dan de wereld waarin iedereen leeft. De wet van die wereld is anders, het weer is er anders, de lucht van die wereld is anders, de zon en de maan van die wereld zijn anders; de natuur van die wereld is anders, het is een wereld op zich. Door devotie wordt de Hemel naar de aarde gebracht. En hoe vaak zegt iemand desondanks niet: 'maar is dat dan niet eenvoudig devotie?' In de eenvoud is de grootste subtiliteit te vinden, want het hart van de toegewijde is vloeibaar vergeleken met het hart van anderen bij wie het hart gekristalleerd is geraakt. Het is opgewekt tot sympathie, het staat open voor het waarderen van alle schoonheid. Krishna heeft gezegd: 'ik bevind me bij mijn toegewijden'. En dus als iemand vraagt: 'waar is God, bevindt Hij zich in de zesde of in de zevende hemel, of in een bepaald paradijs of in een bepaald paleis waarin mensen zich Hem voorstellen?' Het paradijs of het paleis of de verblijfplaats van God bevindt zich in het hart van de toegewijde. Het is voor een mens zonder twijfel niet gemakkelijk om op te stijgen tot een devotie voor God. Daarom werd devotie door soefis in alle tijden geleidelijk aan beoefend, door sympathie voor hun leraar, door devotie voor hun heer en door de culminatie van die devotie in God. Devotie tilt het object van haar devotie, of haar ideaal, op tot de hoogste hemel. Door devotie zijn rotsen veranderd in goden. Iemand vroeg een Hindoe: 'wat win je door het aanbidden van een God die in steen is uitgehouwen, is dat niet een God die jij hebt gemaakt?' 'Ja', antwoordde de Hindoe, 'mijn handen hebben deze God van steen gemaakt en mijn devotie heeft er leven aan geschonken; als je in een vormloze God gelooft en geen devotie bezit dan heb je Hem nog niet bereikt, Hij is dan nog ver van jou verwijderd; mijn God bevindt zich vlak voor mijn ogen, maar jouw God is nog ver van jou.' Zoals de Bijbel zegt: 'God is liefde.' Als God overal te vinden is is Hij ook te vinden in het hart van de mens. En wanneer wordt Hij gevonden? Wanneer het hart is opgewekt tot sympathie, tot liefde, tot devotie.


179

SG nr. 53

INTELLECT EN WIJSHEID

Men haalt vaak de twee woorden 'intellect' en 'wijsheid' door elkaar, soms gebruikt men het woord 'intellect' voor 'wijsheid', soms 'wijsheid' voor 'intellect'. In werkelijkheid zijn het twee totaal verschillende zaken. De kennis die wordt geleerd door het kennen van namen en vormen in de uiterlijke wereld kun je intellect noemen. Er is een andere bron van kennis en die bron van kennis bevindt zich binnen in jezelf. Als ik zeg 'binnen in jezelf’, dan kan dat sommige mensen in de war brengen. Men zou kunnen denken dat binnen in jezelf binnen in je lichaam betekent, maar dat komt door de onwetendheid van de mens zelf. De mens weet erbarmelijk weinig over zichzelf en dit laat hem in onwetendheid over zijn zelf. Als de mens toch eens zou weten hoe omvangrijk, hoe ruim, hoe diep en hoe hoog zijn wezen is dan zou hij anders voelen, denken en handelen. Maar als de mens zich niet bewust is van deze lengte, breedte, diepte en hoogte dan zal hij net zo klein zijn als hij zelf denkt dat hij is. De essentie van melk is boter, de essentie van de bloem is honing, de essentie van druiven is wijn en de essentie van leven is wijsheid. Wijsheid is niet noodzakelijkerwijs een kennis van namen en vormen. Wijsheid is de totale som van die kennis die je van binnenuit én van buitenaf verwerft. Een intellectueel iemand zal argumenteren, zal discussiëren, maar heel vaak is dat over een onderwerp dat hij zelf niet volledig beheerst. En heel vaak zie je onder degenen die discussiëren en argumenteren dat ze nu juist discussiëren, omdat ze het onderwerp niet volledig beheersen. Hun argument, aan de buitenzijde, geeft je het idee dat ze het beheersen, maar juist doordat ze nu argumenteren is het evident dat ze het niet beheersen. Degene die weet hoeft niet te argumenteren. Hij weet het. En juist vanwege het feit dat hij weet, is hij zo tevreden dat deze tevredenheid hem niet die dorst geeft zoals dat met degene gebeurt die argumenteert. Op de eerste plaats is het spoor van wijsheid in de natuur te vinden in het bestuderen van het instinct, de kunst van het maken van nesten bij de vogels, de kunst van het zwemmen bij de vissen, de kunst die zich in de natuur bevindt met daarnaast de wetenschap die er zich onder de dieren en vogels bevindt, dieren en vogels die hun medicijn kennen wanneer ze ziek zijn. In de klassieke overleveringen van de oosterse volken bestaat de overtuiging dat medicijnen het eerst geleerd werden door de beer. De reden hiervoor was dat de beer wanneer hij ziek was wist waar hij naar toe moest gaan om een kruid te vinden, dat hij als een remedie kon nemen om genezing te krijgen. Na diepe bestudering van dit idee zal geen enkele wetenschapper het feit ontkennen dat er zich een instinct onder de vogels en de dieren bevindt om in tijden van ziekte en pijn een remedie te vinden. Derhalve is wat wij intellectuele studie noemen een verzameling aan kennis die de mens is gegeven zodat hij die kan leren. En hij begrijpt het als een intellectuele studie, iets om op te vertrouwen. Maar dat is niet álle kennis, dat is een beperkt gedeelte van kennis, want er is een ander aspect van kennis dat uit het leven geput kan worden.


180

Datgene wat in de dieren en vogels, in de lagere schepping, instinct genoemd wordt, juist dat instinct wordt tot intuïtie wanneer het in de mens is ontwikkeld. Het is niet waar als de psycholoog zegt dat alles wat een kind weet aangeleerd is, of dat nu een aangename of een onaangename houding is, of dat nu een goede of een slechte omgangsvorm is. Als twee kinderen van verschillende ouders en van verschillende rassen zouden worden opgevoed zonder opgeleid te worden in omgangsvormen of wijsheid dan zou je ontdekken dat elk kind op een andere manier zijn omgangsvorm en neigingen zal tonen. Als je zou weten hoeveel je leert van de uiterlijke wereld en hoeveel van de innerlijke wereld, dan zou het niet overdreven zijn te zeggen dat negenennegentig procent van wat je leert van binnenuit komt en één procent van buitenaf. Het is niet waar dat de naar buiten gerichte geleerde mens de grote persoon of persoonlijkheid in de wereld wordt. Het is het naar binnen gerichte leren, dat de mens helpt om dat te worden. Hiermee wil ik helemaal niet zeggen dat naar buiten gericht leren niet vereist is. Naar buiten gericht leren is de kwalificatie om het leren dat je van binnenuit krijgt, in een betere vorm tot expressie te brengen. Tegelijkertijd echter is, als men al ooit iets heeft geleerd, het vanuit het innerlijke leren dat men heeft geleerd. Hoe slaat men de weg in van de wijsheid die zich van binnen bevindt? Door zich eerst te realiseren dat er zich intuïtie in je bevindt. Lang niet iedereen gelooft zelfs maar in intuïtie en onder degenen die er wel in geloven zal niet iedereen op zijn intuïtie vertrouwen. Ze hebben ongetwijfeld een reden om die niet te vertrouwen, omdat een intuïtie heel vaak armzalige kennis lijkt te zijn. Maar op grond waarvan blijkt de intuïtie verkeerd te zijn? Omdat het geen intuïtie was waarvan zij dachten dat het dat was. Niet iedereen is in staat om zijn eerste impuls op te vangen en de activiteit van de mind gaat van het een naar het ander. Zodra er dus van binnenuit een gedachte komt gaat de mind naar een andere gedachte toe en denkt de mind nog dat hij aan een idee heeft gedacht, maar hij is naar een ander idee gegaan. Daarom denkt iemand: 'ik heb op deze manier gedacht'. Maar, om de waarheid te zeggen, dat was geen intuïtie, want na een eerste gedachte ging men in gedachten een beetje verder en dacht men dat dat intuïtie was. Op deze manier begint men intuïtie te wantrouwen, en wanneer je eenmaal je eigen intuïtie wantrouwt dan heb je geen vertrouwen meer in jezelf en de betekenis van geloof is zelfvertrouwen. Voor degene die geen vertrouwen in zichzelf heeft is het geloof of de geloofsovertuiging, wat die ook moge zijn, niet substantiëel. Als er iemand naar een wijze man toe zou komen en zou zeggen: 'ik geloof in u, ik vertrouw u, maar ik kan mezelf niet vertrouwen', dan zou hij zeggen: 'ik waardeer je vertrouwen en geloof ten zeerste, maar ik kan niet op jou vertrouwen'. Als er echter iemand anders komt die zegt: 'ik vertrouw mezelf, maar ik weet nog niet of ik u kan vertrouwen', dan zou hij zeggen ‘er is hoop voor die man', want hij zal weten dat die persoon de eerste stap al heeft gezet en nu de volgende stap moet zetten. Degene die zijn eigen intuïtie niet vertrouwt staat


181

stil, hij weet niet meer wat hij wil. Hij zal altijd afhankelijk zijn van uiterlijke zaken, die hem redenen verschaffen. En de zaken van het uiterlijke leven, die onderhevig zijn aan een continue verandering en die onderhevig zijn aan dood en destructie, zijn niet te vertrouwen. Deze zaken worden door de Hindoes uit de oudheid illusie genoemd. Iemand die denkt ‘ik ben een positivist, omdat ik vertrouw op de uiterlijke reden', vertrouwt op iets veranderlijks en iets wat onderhevig is aan dood. Maar nu de vraag hoe we weten dat het intuïtie is. De gedachtegolven lijken op stemgolven. Het is heel gemakkelijk en zeer goed mogelijk dat een gedachte van iemand anders in de ruimte ronddobbert waarin men bewust aanwezig is, en dat je die hoort en denkt: 'dat is mijn intuïtie'. Wat er heel vaak gebeurt is dat iemand zich zonder enige aanleiding gedeprimeerd voelt of dat iemand zich zonder enige aanleiding heel lacherig voelt. Heel vaak is dat een soort ronddobberende gedachte of een ronddobberend gevoel van iemand anders die door iemands eigen mind en wezen heen gaat en op dat moment begint hij zich zonder enige aanleiding vrolijk of verdrietig te voelen. En het overkomt iedereen heel vaak dat er gedurende de dag gedachten, gevoelens en voorstellingen komen die hij nooit heeft gehad, of waartoe hij geen enkele reden heeft om ze te hebben. Het zou dus niet juist zijn om deze zaken intuïtie te noemen. Water dat je in een kleine kuil vindt is niet het water dat zich in de diepte van de aarde bevindt. Daarom dien je niet te vertrouwen op gedachten die ronddobberend aan de oppervlakte komen en gaan. Ware intuïtie is te vinden in de diepte van je wezen. Op de eerste plaats dien je overtuigd te raken van het bestaan van zoiets als intuïtie. In de tweede plaats moet je in staat te zijn je intuïtie te volgen, zelfs ten koste van iets waardevols. Zelfs als je een tijdje zou worden misleid, zal dat niet continu zo zijn. Je zult je uiteindelijk op het juiste pad bevinden. In de derde plaats moet je je mind met behulp van concentratie eenpuntig maken, wat je in staat moet stellen om intuïtie op de geëigende wijze waar te nemen. Precies zoals de oren voor het horen zo zijn gemaakt dat de stemgolven er in resoneren en duidelijk worden, zo dient van de mind een soort vermogen of mal gemaakt te worden, waarin de intuïtie helder kan worden. De moeilijkheid is dat de taak van de oren naar buiten toe anders is, dan de taak van de ogen. De mind verricht echter beide taken en hoort en ziet tegelijkertijd. Bovendien is de mind perceptief en ook creatief. Maar ze kan niet tegelijkertijd waarnemen en creëren, want waarnemen komt voort uit ontvankelijkheid en creëren is tot uitdrukking brengen. In soefi-termen zijn er onder de mensen twee temperamenten, het Jelal- temperament en het Jemal-temperament. Het Jelal-temperament is expressief en het Jemal-temperament is ontvankelijk. En het temperament dat tegelijkertijd ontvankelijk en creatief is, blijkt uiteindelijk zonder resultaat te zijn. Dit wordt het Kemal-temperament genoemd, dat is het tem-


182

perament dat geen resultaat heeft. Dat is de reden waarom er mensen zijn die willen luisteren en dat er veel andere mensen zijn die willen praten. Er zijn veel mensen die willen handelen en actief willen zijn, en er zijn andere mensen die graag anderen zien handelen en zelf willen stilzitten. Degene die werkt werkt graag, degene die zit zit graag. Beiden houden van wat eigen is aan hun temperament. Daarom is degene die handelt creatief en degene die zit ontvankelijk. Je kunt echter meester over je leven worden door deze twee verschillende vermogens onder handen te nemen en te proberen om op sommige momenten creatief te zijn en op andere momenten ontvankelijk. Degene die creatief is heeft ongetwijfeld handeling en kennis van handeling nodig, maar degene die ontvankelijk is wil concentratie en een houding van de mind die ontvankelijk is. De mind kan een ontvanger worden voor de kennis die van binnenuit komt. Als we naar de mensen kijken dan zien we dat er van de honderd mensen negenennegentig van nature creatief zijn en dat er zich onder hen maar één bevindt die ontvankelijk genoeg is om vanuit zijn intuïtieve vermogens te ontvangen. De moeilijkheid met de mind is, dat wanneer je wenst te ontvangen de mind wenst te creëren, en wanneer je wenst te creëren de mind wenst te ontvangen. De Hindoes vergelijken de mind met een weerspannig paard. Een paard zal niet worden beheerst en de richting nemen die jij wilt, tenzij je hem een teugel hebt omgedaan. Daarom kan die wijsheid die als de essentie van het leven is en die binnen in jezelf te vinden is, alleen maar verworven worden door eerst de mind te laten gehoorzamen. En de mind kan gehoorzaam worden gemaakt door concentratie. Mensen zullen gemakkelijk begrijpen wanneer je hen over de ontwikkeling van de stem vertelt, dat het nodig is de stem te trainen teneinde mooi te zingen. Je kunt ook gemakkelijk begrijpen wat het is je fysiek te trainen, om de spieren sterk te maken. Maar wanneer het op de training van de mind aankomt dan vraagt iemand zich allereerst af: 'bestaat de mind wel, ik dacht dat er alleen maar een brein bestaat’. En als iemand al in het bestaan van de mind gelooft, dan weet hij niet wat ermee gedaan kan worden. Hij zal al het andere waardevoller vinden dan het trainen van de mind. Hij kan denken dat het een taak is van luie mensen, die alle soorten van luxe bezitten, om daar tijd aan te besteden. Het is de grootste vergissing die de mens maakt, zich van de ontwikkeling van de mind af te houden, die uiterst belangrijk is, en die bereikt wordt door van jongs af aan te trainen. Soms vraagt iemand: 'leert een kind dan geen concentratie wanneer het naar school gaat?' Juist totaal niet, hij verliest meestal zijn concentratie op school. Wanneer een klein kind wiskunde begint te leren en van één tot honderd telt raakt zijn concentratie verloren. Het kind heeft geen enkele gelegenheid om even stil te zitten, hij heeft geen gelegenheid om ergens een tijdje over na te denken. Wat gebeurt er vervolgens? Kinderen worden nerveus. Vandaag de dag vind je overal om je heen nervositeit. Als iemand zich heeft toegerust met een bepaalde hoeveelheid educatie dan blijkt hij nerveus te zijn. Bovendien dient er gebruik te worden gemaakt van de educatie wanneer die klaar is. Als zijn mind zich niet onder zijn con-


183

trole bevindt, hoe kan hij er dan gebruik van maken? Leren is tot daar aan toe, gebruikmaken van hetgeen is geleerd is echter nog heel wat anders. Het doel een lied te zingen is niet voldoende, daar word je geen zanger door, je dient je stem te gebruiken en zo is het ook met intuïtieve kennis. Iemand wordt een gekwalificeerd persoon door lange studie, maar als hij zijn kennis niet kan gebruiken wat er daar dan het nut van? Er zijn tegenwoordig meer dan voldoende geleerde mensen, maar wat we vandaag de dag nodig hebben zijn mensen met meester-minds, degenen die niet alleen het uiterlijke leven zien, maar ook het innerlijke leven. Die niet alleen inspiratie halen uit het uiterlijke leven, maar ook uit het innerlijke leven. Dan worden zij de expressie van dat volmaakte Wezen dat zich van binnen bevindt, verborgen achter dit leven van variÍteit. Hiermee wordt niet bedoeld dat iedereen een soort super-wezen dient te worden. Hiermee wordt helemaal niet bedoeld dat iemand in staat zou moeten zijn om wonderen te verrichten. Hiermee wordt slechts bedoeld dat iemand een voller leven zou moeten leiden en een menselijker wezen zou moeten worden teneinde betere omstandigheden in de wereld voort te brengen. Wat willen we? We willen menselijke wezens. Het is niet nodig dat iedereen uiterst religieus wordt, of uiterst vroom, of te goed voor dit leven. Wij willen wijze mensen in de zakenwereld, in de politiek, in de educatie, in alle beroepen, mensen die niet alleen aan de oppervlakte leven en die niet alleen maar geloven in materie, mensen die zowel het uiterlijke als het innerlijke leven zien. Dit zijn de zielen die schoonheid te voorschijn zullen brengen, dit zijn de zielen die de wereld zullen harmoniseren, die de omstandigheden te voorschijn zullen brengen die we vandaag de dag nodig hebben. We willen niet alleen de kennis over materie en geest, maar we willen die ook tot leven brengen in alle lagen van de bevolking. Opdat men bij het zakendoen, in het drijven van handel, of met welke kunstvorm of wetenschap men zich ook maar bezig houdt, die wijsheid kan gebruiken die in hemzelf volmaakt aanwezig is. Wanneer het individu en de massa onder hun voeten een stevig fundament weten waarop ze staan, dan zullen we van die dag af aan zeggen: 'nu kunnen we hopen op een betere omstandigheden in de wereld’. Elke inspanning van de soefi-beweging wordt op dit ideaal gericht. Om dit meesterschap over de mind te verwerven worden er door de soefi-beweging faciliteiten geschonken aan degenen die dit in hun leven willen bestuderen en beoefenen.


184

SG nr. 54

HET ONTWAKEN VAN DE WERELD

Door de omstandigheden en door de tijd die komt zijn Oost en West, de twee polen van de wereld, aan het ontwaken en komen ze tot elkaar. Het Oosten wordt zich bewust van zijn behoeften, het Westen van het doel van het leven. Het Oosten gaat op zijn andere zij liggen en het Westen is zijn ogen aan het uitwrijven. Het Oosten is het einde van de ontwikkeling van de commercie en de handel aan het beseffen en is sociale en politieke problemen in ogenschouw aan het nemen. In het Westen is men aan het nadenken en zich aan het verwonderen over occulte en mystieke wetenschap en probeert men zich bewust te worden van religieuze en spirituele idealen. Je zou het involutie en evolutie kunnen noemen of je zou het zo kunnen zien dat het Oosten naar beneden aan het gaan is en het Westen naar boven, het is echter een cirkel, en slechts in evolutie zet een handeling een stap voorwaarts. Wanneer we nu de omstandigheden die zich voor onze ogen bevinden in ogenschouw nemen dan zien we dat al zulke zaken als oorlogen en rampen en conflicten tussen landen en rassen, zoals de wereld die recentelijk heeft ervaren, dat al deze zaken de mens hebben wakkergeschud tot nadenken over de diepere kant van het leven en zich daarvoor in te willen gaan spannen. Het alom heersende materialisme en de alom heersende handelsgeest zoals die heden ten dage zijn, houden de mens zonder twijfel nog steeds gevangen in zijn dagelijkse bezigheden, zodat hij niet voldoende tijd heeft om iets te verwerven waar zijn ziel naar hunkert. Toch voelt het volk in Europa en in Amerika zich min of meer aangetrokken tot het spirituele ideaal, wat hun beroep ook is. Ongetwijfeld raken zoekers naar Waarheid die hun waardevolle tijd schenken aan spirituele zaken, teleurgesteld als ze zich realiseren dat deze zaken niet zo gepresenteerd worden als zou moeten. En wanneer zij ontdekken dat datgene waarnaar ze op zoek waren niet werkelijk is, dan vragen ze zich af: 'wat is werkelijkheid’? Wereldse bezigheid is niet werkelijk en onder het mom van iets werkelijks bevindt zich ook iets onechts. Waar bevindt zich dan werkelijkheid? Een wijs iemand die teleurgesteld is geraakt, zegt: 'ik zal doorgaan met mijn materialistische leven, ik hunker naar werkelijkheid, maar ik geef het op; misschien kan ik het op een dag zelf vinden'. Klaarblijkelijk zijn er vier verschillende soorten mensen die zich bezighouden met het spirituele pad. De ene soort is de persoon die uit is op fenomenen. Hij denkt: 'teneinde mijn geloof in het hiernamaals, in de ziel, in de diepere kant van het leven te versterken, dien ik wat bewijs te hebben'. Hij is bereid daartoe elk offer te verrichten en elke prijs te betalen. Wanneer hij echter eenmaal een bewijs ziet dat er iets prachtigs en dat er iets anders bestaat dan wat hij in het alledaagse leven ervaart, wanneer hij mensen ontmoet die helderziend of mediamiek zijn of die zich bezighouden met zoiets als het voorspellen van de toekomst of het zien op afstand dan denkt hij: 'het is waar', en soms wordt hij teleurgesteld.


185

Tegelijkertijd brengt niets van dit alles hem echter dichter bij de werkelijkheid. Het houdt hem aan de oppervlakte, hij blijft rondtasten aan de oppervlakte of wellicht raakt zijn geduld uitgeput en heeft hij niets gevonden. Vandaag de dag, nu materialisme overheerst, denken mensen dat de beste manier om geloof te hechten aan de geest en aan het hiernamaals, het hebben van enig bewijs van het leven aan de andere kant is, en dat ze dit bewijs kunnen verkrijgen door te communiceren met geesten. En wat er gebeurd is, dat veel mensen nieuwsgierig zijn geworden, tien keer zo nieuwsgierig zijn geworden, en wellicht na een jaar nog nieuwsgieriger zijn geworden. En waar eindigt nieuwsgierigheid? Die eindigt in uiterlijke communicatie. Zij communiceren met een bekende en dan weer met een koning of met een profeet. Er komt geen einde aan. En als er ĂŠĂŠn bewijs is zijn er tien vergissingen. En op deze manier gaat dat maar door. Diegenen die niet bereid zijn om te geloven zullen niet in de ziel en het hiernamaals geloven, ook al krijgen ze duizend boodschappen. En dat zijn slechts geesten-boodschappen, speeltjes en fenomenen. Als zij een wijs en serieus iemand naar zich toe zouden kunnen trekken dan zou het een heel ander verhaal zijn. Maar dat is niet zo. De oprechte zoeker is de eerste om te twijfelen en voordat hij bij het juiste uit komt is hij eerst wellicht tien verkeerde voorbeelden tegengekomen en heeft hij daarmee afgedaan. En er is een ander soort mens. Die mens wil een bepaalde kennis hebben, een kennis die hij niet vindt in het gewone leren zoals dat op hogescholen en universiteiten wordt gegeven. Hij heeft afgedaan met het leren van grammatica en met alle boeken die zich bezighouden met kennis en leren, hij wil nu een ander soort leren. Andere kennis, bijvoorbeeld dat er zich op de maan een heiligdom bevindt, dat er zich op de top van de Himalaya, of op een verafgelegen plek een heilig centrum bevindt, dat er over de wereld planeet-invloeden zijn en dat de mensen duizend jaar geleden andere zintuigen hadden. En dat de mensheid over duizend jaar weer andere zintuigen zal krijgen, dat de gelaatstrekken zich zullen veranderen en dat de mensheid helemaal anders zal worden. Vervolgens gelooft hij meer in een boek dan in een levend persoon en is hij tevreden met datgene wat zijn nieuwgierigheid kietelt. Hij heeft iets om over na te denken, iets wat geen alledaagse kennis is. En er is een derde type mens. Voor die mens geldt de letter en komt de wet op de eerste plaats. Hij wil iets afweten van de verschillende religies, dogma's en principes en van vastgestelde deugden en zonden en van wat goed en kwaad is, zoals dat is opgetekend in het register. Hij wil iets afweten van het feit dat dit geloof ouder is dan dat, en dat die grootse leraar niet zo groots is als een andere leraar, en de ene leraar verschilt van de andere leraar. Hij bewijst dat door hun levens, hij ziet hun verschillen uit wat de geschiedenis hem vertelt of uit wat hij ziet in het een of andere boek. Dit is wat hij als spirituele kennis beschouwt. Daarnaast is er de betekenis van verschillende symbolen waarop wellicht tien wijze mensen, als hen daarnaar wordt gevraagd, elk een ander antwoord zullen geven.


186

Deze zaken interesseren hem, hij beschouwt dat als spirituele kennis. Het enige wat hij hier kan vinden is niets anders dan het verschil tussen aspecten van wijsheid die ĂŠĂŠn en dezelfde is. Je zult deze persoon vaak beschouwen als zeer geleerd en zeer onderlegd, daar hij alle verschillen die er bestaan tussen de verschillende religies kent. Deze kennis zullen we de klassieke kennis van spirituele zaken noemen. Er is een vierde type mens en die heeft geen interesse in al deze zaken. Die mens zegt: 'ik zie slechts de behoefte van de wereld en ik ben aan het wachten, het wachten op een buitengewone gebeurtenis die zal plaatsvinden'. Hij is ofwel naar de lucht aan het kijken omdat er van daaruit, uit de ruimte, iets naar beneden zal vallen wat niet iedereen zal zien ofwel hij verwacht dat er iets zal gebeuren, zodat iedereen door elkaar geschud zal gaan worden, zal knielen en zal beginnen te bidden. Deze zaken gebeuren echter nooit. Jezus Christus kwam en sprak tot een paar vissers en is weer gegaan. Mohammed werd zijn land uit gejaagd. Mozes onderrichtte en schonk de wet, maar de wereld kende hem niet. Desalniettemin heeft wat ze hebben gegeven op directe of indirecte wijze de wereld bereikt. Sommigen denken dat de wereld in een ogenblik tijd veranderd dient te worden. Het is een groots ideaal, maar het is de vraag of dat werkelijkheid wordt. Zij zijn aan het wachten en zullen blijven wachten. En vervolgens is er een vijfde type mens die werkelijk op de juiste wijze over de spirituele kwestie nadenkt, namelijk dat het de behoefte van de wereld en van elk individu is dat de geest zich bewust gaat worden van de werkelijkheid, dat de latente inspiratie en macht zich gaat manifesteren, dat de mens het eeuwige leven in zichzelf gaat vinden, dat elke mogelijkheid om je sympathie en liefde te verruimen verworven gaat worden. Het is door dit ideaal dat mensen, wanneer ze voortgaan op het spirituele pad, de volgende woorden van Christus in vervulling zullen laten gaan: 'Zoek eerst het koninkrijk van God en alles zal u worden toegevoegd.' Hoe moet je de juiste spirituele koers aanhouden? Op de eerste plaats dienen we erachter te komen wat op fysieke wijze de mogelijkheden zijn om het innerlijke leven van net zo dichtbij te ervaren als dat je het uiterlijke leven ervaart. De spirituele ontwikkeling is, dat juist de ogen die alleen maar dingen van materie kunnen zien, dan in staat zijn daaraan voorbij te kijken. Er is dan een geheel andere zintuiglijke gewaarwording, een bevrijding. Er is ervaring die je opdoet door het fysieke lichaam en die je zintuiglijke gewaarwording noemt. Echter de ervaring die je opdoet door je zintuigen en die toch verder doordringt en verder reikt dan de gewone zintuigen en die je dieper voelt dan de gewone zintuiglijke gewaarwording, is de ervaring die je toestaat om de eerste stap op het spirituele pad te zetten. Denk nooit dat je twee ogen alleen maar zien wat ze zien. Nee, ze zijn in staat om verder te kijken dan wat ze zien, als je de waarheid van het leven gaat onderzoeken. Bovendien denk


187

je bij fysieke organen zoals het hoofd en het lichaam, dat het hoofd er is om te denken en het lichaam om te werken. De andere mogelljkheden van het fysieke lichaam zie je echter niet. Het lichaam is zo geconstrueerd dat de studie van de gewone anatomie niet toereikend is om het te begrijpen. Er zijn zenuwcentra die verfijnder zijn dan wat materiële instrumenten kunnen onderzoeken en voelen; er zijn meer verfijnde vloeistoffen, er is een verfijnder leven wat ervaren kan worden, er is een vreugde, er is een vrede, en er is een grotere kennis. Dit alles kan verworven worden met behulp van enige specifieke organen die op verschillende plaatsen in het menselijke gestel zijn gesitueerd. En dat toont aan dat de mens net zoals hij in staat is met de organen van zijn lichaam naar buiten toe om te gaan, in staat is om zijn fysieke gestel te gebruiken om intuïties en inspiraties voor zichzelf helder te krijgen. Men weet vanuit een wetenschappelijke gezichtspunt gezien dat het brein gedachtevormen, impressies registreert. Maar dat is wat er van buitenaf komt. De mens weet echter niet dat er centra zijn, niet alleen in het menselijke wezen maar ook in de lagere schepping, waarin intuïtie wordt geboren, instinct wordt geboren. Wat onderricht de vis om te zwemmen zonder te zinken, en wat leert de vogels om te vliegen? Dat is het instinct. En waar komt dat vandaan wat de mensheid intuïtie noemt en wat in de lagere schepping het instinct is? De bron van zowel instinct als intuïtie is van binnen te vinden en niet van buiten. En het lichaam dat zo kundig in staat is gesteld om naar buiten toe te handelen is in dezelfde mate in staat gesteld om intuïtie waar te nemen. En wanneer dat zintuig over het hoofd wordt gezien dan leef je natuurlijk maar voor de helft en raakt een bepaald deel in de mens afgestompt. Dan kan hij geen intuïtie meer voelen en hij kan niet meer geloven dat hij zoiets als intuïtie bezit. Omdat zijn intuïtief vermogen niet werkzaam is wordt de werkelijke bron van kennis geblokkeerd, en vervolgens vindt hij dan kennis in de buitenwereld, in boeken, in discussies. Woorden kunnen je echter niet die kennis verschaffen die je eigen zelf je kan leren wanneer de intuïtie wakker wordt gemaakt. De kennis die grote goeroe's en leraren van de mensheid bezitten is niet groot, maar het is hun taak om die kennis te wekken die de ware Leraar ons van binnenuit zou kunnen leren. We komen nu bij een ander aspect, de vermogens van de mind. De mind heeft vijf vermogens: het gevoel, het denken, het geheugen, de wil en het ego. Het gevoel is het belangrijkste vermogen, het is het diepste deel van de mind en wordt het spirituele hart genoemd. Het denken ligt meer aan de oppervlakte en ook dat deel wordt mind genoemd. De mind en het spirituele hart zijn één en hetzelfde, en de mind is dus zowel de diepte als de oppervlakte van het hart. Wanneer iemand zegt: 'ik voel in de mind een grote affectie,' dan vindt dat in het hart plaats. Wanneer hij zegt: 'ik heb een hoge pet op van iemand', dan is dat zijn mind. Een groot mysticus uit Hyderabad heeft in zijn poëzie gezegd dat de gehele kosmos als een waterdruppel in het spirituele hart van de mens kan worden, wanneer het hart voldoende gegroeid is. Als er al een zodanige mogelijkheid bestaat dat het hart net als de oceaan kan


188

worden, waarin het universum een waterdruppel lijkt te zijn, hoe groots en hoe mysterieus is de mens zelf dan wel niet! Zijn inspanningen richting kleine mysteries zijn tevergeefs. De mens is zelf een mysterie en wel daarom een zo groots mysterie, omdat hij zijn mind kan onderzoeken, diep in zijn eigen hart kan duiken en de fenomenen ervan kan kennen. Dan wordt het hele leven een fenomeen, hij zal dan alleen nog maar fenomenen zien. Geen enkel ander wonder zou hem dan nog verbazen, want dit wonder in hemzelf is veel grootser. En vervolgens is er een morele wereld die nog grootser is en die ook binnenin onszelf onderzocht dient te worden. Als je eens wist wat ‘een bitter gevoel’ in gang zet en wat ‘een liefhebbend gevoel’, hoe je je daarmee separeert, hoe ze zich verspreiden en hoe ze dóórdringen via de ruimte en wat ze teweegbrengen. Als je dat eens wist zou je je over het leven verwonderen. Je ziet zo veel levende wezens, mensen die met open ogen rondlopen en toch is hun mind gesloten voor deze waarheid. Er bestaat een psychologische handeling die door iedereen overal in de hele kosmos wordt veroorzaakt. Elke kleine gedachte en elk klein gevoel die opstijgen in iemands mind hebben, voordat ze worden gematerialiseerd en aan de oppervlakte manifest worden, hun handeling in de innerlijke wereld. Of het nu vreugde, verdriet, harmonie of disharmonie is, het creëert dat in de innerlijke wereld en heeft zijn uitwerking op al diegenen die weten en op al diegenen die niet weten. Iemand kan voelen en het niet zeggen, of hij kan het zeggen en het wordt niet gehoord of hij kan iets doen en het wordt niet gezien, toch heeft wat er gedaan wordt zijn effect, of dat nu een juist, een verkeerd, een goed of een slecht effect is. En hoewel men denkt dat het zijn individuele handeling, gedachte of gevoel is, kan het een effect hebben op de hele kosmos. Daar denkt men nooit over na en toch is het zo. Iemand kan op de Noordpool iets doen en naar de Zuidpool toe gaan, daar is het op hem aan het wachten. Kun je ondanks al de dieven en criminelen en al het verraad en bedrog in deze wereld met open ogen zeggen, dat er iemand wegkomt met wat niet zijn recht was, met wat hem niet toebehoorde? Misschien aan de oppervlakte. Vervolgens is er echter een regering, een innerlijke regering en die innerlijke regering heeft overal vertegenwoordigers die iemand zal grijpen ongeacht waar hij naar toe gaat. Elk graantje dat we eten en elke druppel die we drinken, elke ademhaling van frisse lucht die we innemen, het heeft allemaal zijn tol die we te betalen hebben. Dat is het morele fenomeen waar maar zo weinig mensen over nadenken. Wij leven in deze wereld bedwelmd door wat we willen doen, en dat bedwelmt ons zozeer dat we niet verder kijken. En er is veel te zien wat de moeite waard is. En vervolgens komen we uit bij het spirituele aspect van ons wezen dat onderzocht dient te worden. En dat aspect is verbonden met onze Bron en met ons Doel. Noem het God, Geest, ons ware Zelf of het Absolute, het is allemaal een en hetzelfde. En door die relatie te kennen kunnen we veel zaken kennen en begrijpen, kunnen we begrij-


189

pen waarom we hiernaartoe komen en waarom we teruggaan en wat er in deze wereld volbracht dient te worden en waar ons ware geluk en onze vrede liggen. We kunnen de betekenis van Waarheid kennen, die door woorden nooit kan worden uitgelegd en we kunnen onze relatie met God en het verschil dat ons verre van God heeft gehouden, kennen. Als de mens de vermogens onderzoekt die in zijn lichaam en in zijn mind te onderzoeken zijn, en hun morele effect en invloed, als hij dat kan verwerkelijken, dan kan hij die spirituele zegen bereiken die hem met God verbindt. Die houdt hem met de Hemelen verbonden, ook al bevindt hij zich op aarde. Die maakt van hem een entiteit die verbonden is met de gehele kosmos. Het is met deze verwerkelijking dat de mens een voller leven leidt. We hoeven niet het leven te leiden van een wonderdoener of van een leeg, nieuwsgierig iemand. Wat er vandaag de dag voor ons nodig is, is een voller leven te leiden door het ontdekken van inspiratie. Dat is dan een onderdeel van onze bezigheid in het leven en dan zouden we moeten bedenken dat we hier zijn gekomen om dรกt te volbrengen.


190

SG nr. 55

KLEUR EN GELUID

Het lijkt erop dat de mystiek volgens de uitspraak van Christus: 'zoek eerst het Koninkrijk van God en alles zal u worden toegevoegd', vanaf het begin bereikt wat de wetenschap uiteindelijk realiseert. Wanneer je hoort over de huidige ontwikkelingen met betrekking tot geluid en kleur vanuit de wetenschappelijke kant, dan zul je je beginnen te verbazen. Je zegt: 'wat een nieuwe ontdekking, iets waar we nog nooit over hebben gehoord! Het is helemaal nieuw.' En toch staat er in de Bijbel wanneer je die openslaat: 'in den beginne was het Woord en het Woord was God'. En wanneer je de nog oudere boeken van de Vedanta openslaat dan lees je in hun versregels dat er in de Schepper dat woord of die vibratie was. En in de Koran lezen we: 'in den beginne was het woord 'word' er en toen ‘werd’ er’. De religies van de wereld, de profeten en mystici die duizenden jaren geleden leefden kenden ze. Vandaag de dag komt er iemand met een kleine plaat aanzetten, een fotografische plaat en zegt: 'hier heb ik een foto van geluid, dat toont aan hoe belangrijk vibratie en de handeling ervan op de plaat is'. Hij weet niet dat het iets is wat altijd al bekend was bij diegenen die het wisten en waarover slechts in spirituele termen werd gesproken. De mens denkt dus niet na over hetgeen er is gesproken. Hij denkt dat iets waarover wordt gesproken nieuw is. Als we echter net zoals Salomo heeft gezegd, bedenken dat er niets nieuws onder de zon is, dan beginnen we van het leven te genieten. We zien hoe telkens weer dezelfde wijsheid aan de mens wordt onthuld. Degene die via wetenschap zoekt, degene die via religie zoekt, degene die via filosofie zoekt, degene die via mystiek zoekt, op welke wijze ze ook maar waarheid zoeken, uiteindelijk zullen ze die vinden. Ik was ooit zeer geamuseerd, toen ik in New York kennis maakte met een wetenschapper, een filosoof. Het eerste wat hij over zijn prestaties zei, was: 'ik heb de ziel ontdekt'. Ik vond het heel leuk dat alle geschriften erover hebben gesproken, dat denkers erover hebben gesproken, dat mystici erover hebben gesproken, dat profeten erover hebben gesproken en dat dan deze man komt en zegt: 'ik heb de ziel ontdekt'. Ik dacht: 'ja, dat was de nieuwe ontdekking waarop we zaten te wachten, iets wat we nooit hebben gekend'. Zo is de houding van de mind vandaag de dag, de kinderlijke houding. Wanneer je in het verleden, in het heden en in de toekomst kijkt dan zie je dat het leven eeuwig is en dat datgene wat je kunt ontdekken datgene is wat altijd ontdekt is door degenen die zoeken. Op de eerste plaats zullen de filosofie of de wetenschap, de mystiek of de esoterie het allemaal eens zijn over één punt als ze de top van hun kennis bereiken, en dat punt is dat als er al achter de gehele schepping, achter de gehele manifestatie, enig subtiel spoor van leven te vinden is, dan is dat: beweging, impuls, vibratie. Nu, hieraan zien we twee aspecten. Er zijn twee aspecten, omdat we twee belangrijke vermogens hebben ontwikkeld, namelijk zien en horen. Het ene aspect doet een beroep op ons horen, het andere op ons zien. Het aspect van beweging, of vibratie, dat een beroep doet op


191

ons horen is dat aspect dat we hoorbaar noemen en dat we de term geluid geven. Het aspect dat een beroep doet op ons zien, noemen we licht, noemen we kleur en noemen we zichtbaar. Wat is per slot de oorsprong van alles wat zichtbaar en van alles wat hoorbaar is? Beweging, het is beweging, het is vibratie. Het is een en hetzelfde. En daarom kan er door degenen die kunnen zien zelfs in datgene wat hoorbaar is, datgene wat geluid wordt genoemd, kleur worden bespeurd en is zelfs voor degenen die kunnen horen het geluid van de kleur te horen. Is er iets wat deze twee zaken met elkaar verenigt? Ja, dat is er. En wat is dat dan? Dat is harmonie. Het is niet een specifieke kleur die harmonisch of disharmonisch is, het is het vermengen van de kleur. Het is het raamwerk waarin die is gefixeerd, hoe de kleur wordt gearrangeerd. In overeenstemming daarmee heeft de kleur zijn effect op degene die ziet. En zo is het ook met geluid. Er bestaat niet het een of andere geluid dat harmonisch of disharmonisch is. Het is de relatie van het ene geluid met het andere die harmonie creĂŤert. Daarom is harmonie niet zodanig dat je kunt aangeven dat deze bepaalde zaak nu harmonie is. Harmonie is een feit. Harmonie is het resultaat van de relatie tussen kleur en kleur, de relatie tussen geluid en geluid, en de relatie tussen kleur en geluid. Het meest interessante aspect van deze kennis is hoe verschillend personen aangetrokken worden door verschillende kleuren en hoe verschillend personen genieten van verschillende geluiden. Hoe meer je dit bestudeert hoe meer je de relatie ervan ontdekt met de specifieke vooruitgang van de evolutie van de mens. Omdat je zult ontdekken dat je op een bepaald moment in je evolutie van een bepaalde kleur hebt gehouden en vervolgens het contact met die kleur kwijt bent geraakt. Met je groei en evolutie in het leven begin je de een of andere andere kleur mooi te vinden. Dat hangt ook af van de gesteldheid van een persoon, of hij emotioneel, gepassioneerd, romantisch, warm of koud is, of hij sympathiek of onaangenaam is. Wat zijn emotionele gesteldheid ook is, in overeenstemming daarmee heeft hij zijn voor- en afkeuren in kleuren. Het is daarom datgene wat het de ziener gemakkelijk maakt, wat het de kenner gemakkelijk maakt om het karakter van iemand te lezen nog voordat hij zijn gezicht heeft gezien, door alleen maar naar zijn kleding te kijken. Zijn voorkeur voor een bepaalde kleur brengt tot expressie hoe de persoon is, wat zijn voorkeur is. Zijn voorkeur voor een bepaalde bloem, zijn voorkeur voor een bepaald sieraad of juweel, zijn voorkeur voor een bepaalde omgeving in zijn kamer, de kleur op zijn muur, dat alles laat zien hoe iemand is, wat zijn smaak is. En op dezelfde manier als iemand op spirituele wijze via het leven evolueert, verandert zijn keuze van kleur. Met elke stap voorwaarts verandert hij, wordt zijn idee over kleur anders. Er zijn mensen die worden aangetrokken door felle kleuren en er zijn mensen die worden aangetrokken door zachte kleuren. En de reden hiervoor is dat de felle kleuren intense vibraties hebben en de zachte kleuren rustige en harmonische vibraties en het is in overeenstemming met zijn emotionele gesteldheid dat de mens van verschillende kleuren geniet.


192

Komen we nu bij het geluid. Iedere persoon heeft of hij dat nu wel of niet weet een voorkeur voor een bepaald geluid. Hoewel niet iedereen dit onderwerp bestudeert en de mens daardoor meestal dat idee niet kent, heeft toch elke persoon een bepaalde voorkeur voor een bepaald geluid. Vandaar dat er een gezegde, een overtuiging onder de mensen bestaat dat elke persoon zijn toon heeft. Het punt is dat elke persoon zijn geluid heeft, een geluid dat verwant is aan zijn specifieke evolutie. Bovendien heeft elke persoon, met alle verdelingen die de zangers hebben gemaakt in bijvoorbeeld tenor, bas en bariton, zijn specifieke toonhoogte en heeft elke persoon zijn bijzondere toon waarop hij spreekt en die specifieke toon is de expressie van de evolutie van zijn leven, is de expressie van zijn ziel, van de gesteldheid van zijn gevoelens, van zijn gedachten. Daarnaast heeft het niet alleen effect op kinderen als ze bepaalde geluiden horen en bepaalde kleuren zien, maar ook op dieren. Kleuren hebben een groot effect en een grote invloed op alle levende schepsels, dieren, vogels of menselijke wezens. Zonder dat ze het weten is de invloed van kleuren werkzaam in hun leven, hen aanzettend tot deze of die neiging. Ik herinner me een amusant verhaal. Ik bezocht ooit een huis dat in gebruik was genomen door een bepaalde club en zij zeiden: 'het is heel jammer dat sinds we dit huis hebben betrokken er alleen maar onenigheid in ons comité heerst'. Ik zei: 'dat verbaast me niets, ik zie waarom'. Zij vroegen: ‘waarom dan?' Ik antwoordde: 'de muren zijn rood, ze zetten je aan tot vechten; felle kleuren die van overal vandaan op je afkomen geven je de neiging om het met elkaar oneens te zijn; de emoties worden erdoor geraakt en mensen die sowieso geneigd zijn om het oneens te zijn met anderen worden er door beinvloed'. En met deze zaken in het achterhoofd en vanuit dit pschologisch gezichtspunt bezien, herken je in de gewoonten van vroeger in het Oosten, dat er met name bij een bruiloft een bepaalde kleur werd gekozen voor het tijdstip van het huwelijk en bepaalde kleuren voor andere momenten en bij andere festiviteiten. Het heeft allemaal zijn betekenis, er bevindt zich een psychologische significantie achter. Omdat kleur en geluid beide anders worden waargenomen en wij verschillende zintuigen hebben om ze waar te nemen, hebben we verschil gemaakt tussen hoorbare en zichtbare zaken. Maar in werkelijkheid beginnen degenen die mediteren, die zich concentreren, die in zichzelf naar binnen gaan en die de oorsprong van het leven bespeuren, te zien dat er achter de vijf uiterlijke zintuigen een zintuig verborgen ligt en dat zintuig is in staat om alles te doen wat we lijken te doen of te ervaren. Er zijn onze vijf uiterlijke zintuigen. We onderscheiden vijf zintuigen omdat we de vijf organen van gevoel kennen. In werkelijkheid is er één zintuig. Het is dit zintuig dat door deze vijf verschillende organen heen het leven ervaart en het leven in vijf verschillende vormen onderscheidt. We noemen het vijf zintuigen, maar er is slechts één zintuig. En zo is alles wat hoorbaar en alles wat zichtbaar is een en hetzelfde. Dit wordt in het Sanskriet ‘Purusha’ en ‘Prakriti’ genoemd.


193

In de terminologie van de soefi's is dit bekend als ‘Zat’ en ‘Sifat’. De manifestatie wordt Sifat genoemd, de uiterlijke verschijning. Het is in de manifestatie, in Sifat, dat je het onderscheid ziet, of het verschil, tussen dat wat zichtbaar en dat wat hoorbaar is. In hun ware aspect van zijn, zijn ze één en hetzelfde. Dat niveau van bestaan waarop zij één en hetzelfde zijn wordt volgens soefimystici Zat genoemd. Zat is die kennis van het innerlijke bestaan waarin je de Bron en het Doel van alle dingen ziet. Kleur en geluid zijn een taal, een taal die niet alleen in het uiterlijke leven, maar ook in het innerlijke leven begrepen kan worden. Voor de arts heeft kleur een grote significantie, ook voor de chemicus heeft kleur een grote significantie. Hoe dieper je je in de medische wetenschap, of in de chemische wetenschap begeeft, hoe meer je de waarde van kleur erkent en hoe je erkent dat elk element en de ontwikkeling van elk object of de verandering van elk object te onderscheiden is door verandering van kleur. De artsen uit vroeger dagen waren gewend ziekten te herkennen aan de kleur van het gezicht en de vorm. Ook vandaag de dag zijn er nog artsen die als voornaamste werkwijze bij het herkennen van de klacht die iemand heeft, uitgaan van de kleur in zijn ogen, de kleur van de tong, de nagels of de huid. In elke gezondheidstoestand is het de kleur die de gesteldheid van iemand tot expressie brengt. Ook in objecten wordt de gesteldheid en de verandering van het object herkend aan de verandering van kleur. Psychologen hebben de gesteldheid van dingen en van objecten herkend aan hun geluid, en ze hebben de gesteldheid van personen herkend aan hun stem. Wat voor soort persoon iemand is, of hij sterk of zwak is, wat zijn karakter is en wat zijn neigingen zijn, wat zijn houding is ten aanzien van het leven en wat zijn kijk op het leven is, dat is allemaal te kennen en te begrijpen door zijn stem. Kleur en geluid zijn echter niet alleen maar de taal waarmee je communiceert met het uiterlijke leven, het is ook de taal waarin je met het innerlijke leven communiceert. Je zou je kunnen afvragen hoe dit wordt verricht. Het antwoord hierop is dat we heden ten dage wat wetenschappelijke experimenten zien. Sommigen maken bepaalde platen. Door in de buurt van de plaat te spreken maakt men met geluid en met vibraties sporen op de plaat en deze sporen vormen ofwel harmonische ofwel disharmonische patronen. Als dat waar is, dan maakt iedere persoon van 's morgensvroeg tot 's avonds laat door alles wat hij zegt een onzichtbare vorm in de ruimte. Hij creëert onzichtbare vibraties om zich heen. Hij is derhalve een atmosfeer aan het produceren. Zo komt het dat je, nog voordat iemand die bij je binnenkomt iets heeft gezegd, al moe van hem wordt en dat je hem kwijt wil raken. Nog voordat hij ook maar iets heeft gezegd of gedaan ben je klaar met hem, en zou je willen dat hij wegging. Want hij is in zijn atmosfeer een geluid aan het creëren, een geluid dat gaande is en dat zeer onaangenaam is. Voor iemand anders voel je sympathie of voel je je aangetrokken, je waardeert zijn vriendschap en je verlangt naar zijn aanwezigheid. Er is harmonie die continu via hem wordt gecreëerd. Dat is ook een geluid. Als dat waar is, dan zijn niet alleen de uiterlijke tekenen hoorbaar en zichtbaar,


194

maar ook de innerlijke gesteldheid. En hoewel niet zichtbaar voor de ogen en niet hoorbaar voor de oren is die toch hoorbaar en zichtbaar voor de zieL Wij zeggen: 'ik voel zijn vibraties, ik voel de aanwezigheid van die persoon, ik voel sympathie of antipathie voor die persoon'. Er is een gevoel en iemand creëert een gevoel zonder ook maar iets te hebben gezegd of gedaan. Zo komt het dat iemand die zich in een verkeerde vibratie bevindt, zonder ook maar iets verkeerd te doen of te zeggen de verkeerde atmosfeer creëert en dat heeft hij aan zichzelf te danken. Het is uiterst amusant en zeer grappig wanneer je in het leven mensen ontmoet die zich bij je beklagen: 'ik heb niets gezegd, ik heb niets gedaan en toch vindt men mij niet aardig en toch is men tegen me'. Die persoon weet niet dat het niet aan het zeggen of doen van iets ligt, want wat je bent en hoe je bent spreekt luider dan wat je zegt of doet. Het leven zelf heeft zijn toon, zijn kleur en zijn vibratie. Het leven spreekt hardop. En je zou je kunnen afvragen: 'wat is het en waar is het te vinden?' En het antwoord is dat het beetje wat de mens over zichzelf weet alleen maar iets is wat hij over zijn lichaam weet. Als je iemand vraagt om aan te geven waar hij zich bevindt, dan zal hij naar deze arm, deze hand of dit lichaam wijzen. Hij weet weinig meer dan dat. En als je vraagt: ‘waar dénk je in je lichaam', dan zullen er velen antwoorden: 'denken? in mijn hersens’. Zij beperken zichzelf tot dat kleine fysieke gebied wat lichaam wordt genoemd en maken zich daardoor veel kleiner dan wat ze in werkelijkheid zijn. De werkelijkheid is dat de mens een individu is met twee uiteinden, net als een lijnstuk met twee uiteinden. Als je naar de uiteinden kijkt, dan zijn er twee. Als je naar het lijnstuk kijkt, is het een. Een uiteinde van een lijnstuk is beperkt, beperking. Het ene uiteinde is de mens en het andere uiteinde is God. De mens vergeet dat andere uiteinde en kent slechts het uiteinde waarvan hij zich bewust is. En dit bewustzijn van beperking maakt hem nog beperkter. Op een andere wijze heeft hij een grotere reikwijdte om dat Onbeperkte te naderen wat zich binnen in hem bevindt, wat slechts het andere uiteinde van hetzelfde lijnstuk is, het lijnstuk dat hij zichzelf noemt of als zichzelf beschouwt. Wanneer een mysticus spreekt over zelf-kennis dan houdt dat niet in te weten: 'hoe oud ik ben, of hoe goed ik ben, of hoe slecht ik ben, of hoe juist, of verkeerd ik ben'. Het houdt slechts in dat je de andere kant van je wezen kent, dat diepere, subtielere aspect van je wezen. Van de kennis van je wezen hangt de voltooiing van het leven af. Je zou je afkunnen vragen: 'hoe kan je er dichterbij komen, hoe kan je in de directe nabijheid komen?' De manier die men heeft gevonden, diegenen die naar waarheid hebben gezocht, diegenen die naar God hebben gezocht, diegenen die zichzelf wensten te analyseren, diegenen die wensten te sympathiseren met het leven, is dezelfde manier van vibratie. Het is opnieuw dezelfde manier als die uit vroeger dagen. Door de hulp van geluid hebben zij zichzelf voorbereid. Zij brachten deze fysieke atomen die in de loop van de tijd doods waren geworden weer tot leven met behulp van geluid. De hindoe's hebben het Mantra-Yoga genoemd, de soefi's hebben het Wazifa genoemd.


195

Het is de macht van het woord, dat inwerkt op elk atoom van het lichaam, dat het helderklinkend maakt, dat het tot communicatiemiddel maakt tussen het uiterlijke leven en het innerlijke leven. Het eerste wat je je als ervaring van je spirituele ontwikkeling begint te realiseren is dat je in communicatie komt met levende wezens, niet alleen met menselijke wezens, maar ook met dieren, vogels, bomen en met planten. Het is geen bakerpraatje als mensen vertellen dat heiligen het gewend waren om met de bomen en de planten te spreken. Je kunt er ook tegenwoordig mee spreken als je ermee in communicatie verkeert. Het zijn niet alleen de oude tijden die gezegend waren, de zegening die er vroeger was is er ook vandaag. De zegening van vroeger is niet oud, maar nieuw. Het is dezelfde die ooit was, die is en die zal zijn. Dit privilege is nooit beperkt gebleven tot een bepaalde periode in de geschiedenis van de wereld. De mens heeft tegenwoordig hetzelfde privilege als hij zich maar realiseert dat hij bevoorrecht is. Als hij zelf zijn hart sluit, wanneer hij zichzelf bedekt met het uiterlijke leven, raakt hij ongetwijfeld buitengesloten, raakt hij ongetwijfeld afgesneden van de gehele manifestatie, van het innerlijke én het uiterlijke leven, dat één geheel vormt en niet verdeeld is. Het is de mens zelf die zichzelf verdeelt. Maar als hij dat niet doet, is het leven ongedeeld, ondeelbaar. Het openen van de communicatie met de innerlijke wereld maakt de mens ruimer. Dan zegt men over zijn vriend niet meer: 'dit is mijn vriend, ik houd van hem', maar dan zegt men: 'dit ben ik zelf, ik houd van hem'. Dat is het moment waarop de mens kan zeggen dat hij is aanbeland bij de verwerkelijking van liefde. Zolang hij blijft zeggen: 'ik voel sympathie voor hem, omdat hij mijn vriend is,' is zijn sympathie nog niet volledig opgewekt, dan is er nog geen communicatie binnenin jezelf. De mens sluit zich niet alleen af voor zijn uiterlijke deel, maar hij sluit zich ook af voor zijn innerlijke deel, wat een nog veel belangrijker deel van het leven is. Dat innerlijke deel is ook geluid, en het innerlijke deel is licht. Dan ken je die taal die de taal van de hemel is, een taal die het verleden, heden en de toekomst uitdrukt, een taal die het geheim en de aard van de natuur onthult. Een taal die die Goddelijke Boodschap ontvangt en geeft, die de profeten op gezette tijden hebben getracht te onthullen.


Nederlandstalige Sociale Gathekas voor de website (1)