Page 1

1

LESSEN VAN HAZRAT INAYAT KHAN 'Nederlandstalige Cherags-papers'

TOT DE ENE, DE VOLMAAKTHEID VAN LIEFDE, HARMONIE EN SCHOONHEID, HET ENIGE WEZEN, VERENIGD MET ALLE VERLICHTE ZIELEN, DIE DE BELICHAMING VORMEN VAN DE MEESTER, DE GEEST VAN LEIDING.


2

Voorwoord Deze uitgave bevat toespraken die Hazrat Inayat Khan, het eerste hoofd van de Universele Soefi Eredienst, heeft gehouden van 1922 tot 1927 en waarin hij zich meestal gericht heeft tot zijn cherags, en enkele keren tot zijn sirajs en alle andere medewerkers. Het betreft hier een Nederlandse vertaling van Addresses to sirajs and cherags of the Universal Worship of the Church of All by the First Siraj-un-Munir Inayat Khan, gebaseerd op de Engelse uitgave van 1976, die nu bewerkt is voor de website. Inayat Khan behandelt allerlei aspecten van de Universele Soefi Eredienst. De toespraken bevatten zijn oorspronkelijke woorden en hebben zoveel mogelijk de volgorde waarin hij ze heeft uitgesproken. Zijn stijl is heel direct en vaak zeer persoonlijk, met als grondgedachte dat er één God is en één religie en één Geest die de mensheid altijd verenigt. Wij hopen dat deze inspirerende, diepzinnige maar tegelijkertijd ook praktische toespraken over allerlei aspecten van de Universele Soefi Eredienst haar weg zal vinden naar Nederlandstalige cherags, sirajs en medewerkers van alle Soefi-organisaties die in de Soefiboodschap van Hazrat Inayat Khan hun inspiratie vinden. Moge de Boodschap zich door de Universele Soefi Eredienst verspreiden zoals Moershid dit gewenst heeft!

De bewerkers, 2012.


3

INHOUDSOPGAVE:

pagina:

LESSEN VAN HAZRAT INAYAT KHAN, 'CHERAGS-PAPERS' VOORWOORD

1 2

INHOUDSOPGAVE 01 CHERAGS, 13 augustus 1923. 02 CHERAGS, 20 augustus 1923. 03 CHERAGS, 3 september 1923. 04 CHERAGS, september 1923. 05 CHERAGS, juni 1924 (5 juli 1925). 06 CHERAGS, 17 juni 1924. 07 CHERAGS, 24 juni 1924. 08 CHERAGS, 1 juli 1924. 09 CHERAGS, 8 juli 1924 (12 juli 1925). 10 CHERAGS, 15 juli 1924. 11 CHERAGS, 22 juli 1924. 12 CHERAGS, 5 augustus 1924. 13 CHERAGS, 14 juni 1925. 14 CHERAGS, 21 juni 1925. 15 CHERAGS, 28 juni 1925. 16 CHERAGS, 12 juli 1925 (13 september 1925). 17 CHERAGS, 19 juli 1925 (13 september 1925). 18 CHERAGS, 26 juli 1925. 19 CHERAGS, 2 augustus 1925. 20 CHERAGS, 9 augustus 1925. 21 CHERAGS, 16 augustus 1925. 22 CHERAGS, 23 augustus 1925. 23 CHERAGS, 30 augustus 1925. 24 CHERAGS, 6 september 1925. 25 CHERAGS, 20 juni 1926. 26 CHERAGS, 27 juni 1926. 27 CHERAGS, 4 juli 1926. 28 CHERAGS, 11 juli 1926. 29 CHERAGS, 18 juli 1926. 30 CHERAGS, 25 juli 1926. 31 CHERAGS, 1 augustus 1926. 32 CHERAGS, 8 augustus 1926. 33 CHERAGS, 22 augustus 1926. 34 CHERAGS, 29 augustus 1926.

3 5 8 10 12 14 16 18 20 22 25 27 28 30 31 32 34 36 39 41 42 45 48 50 53 56 60 64 70 76 81 86 91 98 103

De heilige taak. Werken in de wereld. De leraar. Universele Eredienst. Gebeden. Universele Eredienst. De goede zaak. De houding in het leven. De Soefi Beweging. Een tempel. De Boodschap. Onze positie. Onze houding. De biecht. Pionierswerk. Voorkeur en afkeer. Kritiek. Vertrouwen op God. Preken. Het welbehagen van God. Het werk van de sirajs. Universele Eredienst. De Boodschap. Geen nieuwe boodschap. Het Indiase gezichtspunt. Onze houding. Universele Eredienst. Universele Eredienst. Universele Eredienst. De Boodschap. Symboliek. Religie. De Boodschap. Symboliek.


4

35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46

CHERAGS, 5 september 1926. Universele Eredienst. CHERAGS, 12 september 1926. Het laatste interview. ORDINATIE VAN CHERAGS, 12 augustus 1924. ORDINATIE VAN CHERAGS in de Universele Eredienst, 19 augustus 1924. ORDINATIE VAN CHERAGS in de Kerk van Allen, 26 augustus 1924. SIRAJS en CHERAGS, 15 augustus 1926. De Soefi Boodschap. SIRAJS, 16 juni 1924. Universele Eredienst. SIRAJS, 17 juni 1924. Universele Eredienst. SIRAJS, 1 en 29 juli 1924. Universele Eredienst. SIRAJS, 8 juli 1924. Zorg van de sirajs. SIRAJS, 5 augustus 1924. De Beweging. SIRAJS, 24 juni 1925. Religie.

106 110 111 116 115 119 121 123 125 127 128 129


5

01. CHERAGS, 13 augustus 1923.

De heilige taak.

Ik wil graag spreken over het onderwerp van onze heilige taak, wat onze heilige taak is, niet alleen als leden van de Orde, maar als dienaren van de heilige zaak. Onze heilige taak is om onder de mensen om ons heen en onder hen die we kunnen bereiken in de eerste plaats de geest van verdraagzaamheid te wekken voor elkaars religie, geschriften en ideaal van toewijding. Onze volgende taak is om hen mensen van verschillende volkeren, rassen, gemeenschappen en ook van verschillende sociale klassen te laten begrijpen. Daarmee bedoelen we niet te zeggen dat alle rassen en volkeren één moeten worden, en ook niet dat alle klassen één moeten worden. Alleen, wat we moeten zeggen is dat -wat ook onze religie, volk, ras of klasse mag zijn- het onze meest heilige taak is om voor elkaar te werken, in elkaars belang, en dat te beschouwen als het dienen van God. We moeten een geest van wederkerigheid scheppen onder de mensen van verschillende rassen en volkeren, verschillende sociale klassen en gemeenschappen, want het geluk, de voorspoed en het welzijn van ieder is afhankelijk van het geluk, de voorspoed en het welzijn van allen. Daarnaast is het centrale thema van de Soefi Boodschap één eenvoudige zaak en toch heel moeilijk. En dat is om in de wereld het besef te wekken van de goddelijkheid van de menselijke ziel, die tot nog toe over het hoofd is gezien, omdat de tijd daarvoor nog niet was gekomen. Het voornaamste dat de Boodschap in deze tijd moet bereiken is het besef van de goddelijke vonk in iedere ziel, dat iedere ziel overeenkomstig zijn ontwikkeling voor zichzelf kan beginnen zich bewust te worden van de innerlijke vonk van goddelijkheid. Dit is de taak die voor ons ligt. Nu vragen jullie misschien, wat is de Boodschap? De Boodschap is dit: dat de hele mensheid is als één enkel lichaam en alle volkeren en gemeenschappen en rassen als de verschillende organen. En het geluk en het welzijn van elk van hen is het geluk en het welzijn van het gehele lichaam. Als één orgaan van het lichaam pijn lijdt moet het hele lichaam een deel van die spanning dragen. Dat door deze Boodschap de mensheid zal beginnen te bedenken dat haar voorspoed en haar welzijn niet ligt in voor zichzelf zorgen, maar in zorgen voor anderen, en wanneer er in alles wederkerigheid, liefde en goedheid jegens elkaar zal zijn, zullen er betere tijden komen. Nu is de vraag hoe moeten wij te werk gaan? Die vraag is moeilijk te beantwoorden omdat we allemaal onze eigen manier hebben om in de wereld te werken en één werkwijze kan niet door allen worden gevolgd. Maar we moeten bedenken dat een groot offer van de kant van de werker noodzakelijk is. Zonder offer zal een werker niet in staat zijn zijn missie te volbrengen. Je zult tegenstand moeten verdragen van je vrienden, van je kennissen, er zullen geldelijke offers gebracht moeten worden als dat geval zich voordoet. Heel veel tijd zal er geofferd moeten worden aan al het werk. Dan zul je het verlangen naar waardering moeten


6

opgeven. Werk en de beloning van het werk is 'ik heb het gedaan'. Je zult gehinderd worden door hen die zich verzetten en ook door hen die sympathiseren, door de bitterheid van sommigen en door de onwetendheid van anderen. En het zal makkelijk zijn, als je gevoelig bent, om het werk de ene dag op je te nemen en het op een andere dag op te geven, en het zal heel veel moed vergen om er mee door te gaan tegen allerlei verzet in. En bovendien is veel voorzichtigheid nodig en als die niet in acht wordt genomen kan het werk niet slagen, ja het kan er onder lijden. Geen voorzichtigheid tegenover vreemden en tegenstanders, maar zelfs voorzichtigheid tegenover je naasten en dierbaren, je beste vrienden. Zelfs daar zul je voorzichtigheid in acht moeten nemen. Wat het meest nodig is voor de werker voor de zaak is voorzichtigheid. Je zult stil moeten werken, zonder ophef, want deze taak kan niet vervuld worden en kan niet bekend worden gemaakt met tromgeroffel, daar zijn andere bewegingen voor. Hoe minder we bekend zijn des te beter, onze winst ligt niet in bekend zijn. Als we bekend zijn maken we meer vijanden en het is niet ons doel in het leven om bekend te zijn. Publiciteit is niet onze beloning. Het is onze beloning als de Voorzienigheid ons slechts toestaat om rustig te werken. Als niemand ter wereld van ons werk wist kan ons dat niet schelen. Het is Zijn werk. Zijn Naam moet geëerd worden en in de glorie van Zijn Naam ligt onze voldoening. Het gaat om het heil van de mensheid, om het welzijn van de wereld. Wat doet het er toe als wij gewerkt hebben en anderen bekend zijn geworden, als wij hebben gezaaid en anderen de oogst hebben binnen gehaald? Het is ons werk, onze missie om te zaaien en het oogsten aan anderen over te laten. Daarom, hoeveel verdraagzaamheid zullen jullie nodig hebben tegenover hen die jullie en de Boodschap zullen vervolgen, die dingen tégen jullie zullen zeggen. Jullie zullen grote wilskracht nodig hebben om te verdragen in plaats van te verdedigen. We zijn niet hier om te vechten, te redetwisten en te verdedigen, we zijn hier om rustig te werken. Als iemand zegt 'ja, je hebt gelijk' zeg dan 'ja, dank u', als iemand zegt 'je hebt ongelijk' zeg dan 'ja, dank u'. Als iemand zegt 'je doet goed', zeg dan 'ja, dank u', als iemand zegt 'je doet verkeerd', zeg dan 'ja, dank u'. Dat is alles, geen verdediging. Want wat heeft het voor nut, tegen hoeveel mensen zul je je verdedigen? Tegen één mens, tegen twintig mensen? Als je bezig bent hen te antwoorden die je verwijten maken, wanneer zul je dan je werk doen? Het moet in stilte gedaan worden, niemand hoeft te weten dat je het doet en de voldoening moet alleen bestaan in het vervullen van onze heilige taak. Dit heb ik tegen jullie gezegd om de dingen duidelijk en makkelijk voor jullie te maken. Als het een menselijke onderneming was had er twijfel kunnen bestaan of het zal slagen of niet. Het moet slagen en het zal slagen. Alleen, diegenen onder ons die het voorrecht hebben de zaak te dienen kunnen net zo goed een makkelijker manier, een betere manier vinden, liever dan een manier vol moeilijkheden te kiezen. Grootheid ligt in nederigheid, wijsheid in be-


7

scheidenheid, succes in opoffering, waarheid in zwijgen. Daarom, de beste manier om het werk te doen bestaat daaruit dat we alles doen wat we kunnen, het grondig doen, het van ganser harte doen en het in stilte doen.


8

02. CHERAGS, 20 augustus 1923.

Werken in de wereld.

Enkele woorden van advies die ik aan mijn cherags wil geven. Jullie werk in de wereld is in zekere zin moeilijker dan het werk van de andere twee activiteiten van de Soefi Beweging. En wel hierom, omdat jullie moeten werken voor het oog van de wereld, te midden van de menigte. Er zijn bepaalde dingen die jullie om psychologische redenen niet moeten onthullen en toch moet je, als je dat niet doet, de uitbreiding van de Beweging niet hinderen, die in deze tijd moet plaatsvinden, want ieder ogenblik voor de Beweging is juist nu zeer kostbaar en de waarde daarvan neemt toe naarmate de tijd verstrijkt. Jullie verantwoordelijkheid is hierom zo groot, omdat jullie in je leven het voorrecht hebben om de basis te worden van de Kerk van Allen. Als de kerk gebouwd zal zijn dan zullen er velen komen en gemakkelijk de eredienst bijwonen, maar jullie wacht het moeilijke werk. Jullie vrienden zullen het misschien afkeuren, jullie naaste vrienden en verwanten zullen er zich misschien tegen verzetten, maar ondanks dat alles is je geluk even groot als je moeilijkheden. Wat nu het meest noodzakelijk is, zijn de dingen die ik jullie zal vertellen. Ten eerste: versterk je vertrouwen op God, in zijn Boodschap en in zijn Dienaar die de taak heeft om zijn Boodschap aan de wereld te geven. Naar de mate van de sterkte van je geloof zal je kracht toenemen, zullen je woorden uitwerking krijgen en zal je persoonlijkheid geschikt worden om de Boodschap te brengen. Ten tweede: bedenk dat de Boodschap die nu gegeven wordt de ware vertolking is van alle heilige geschriften, waarvan er vele door verschillende lezingen en vertalingen en om heel veel redenen niet gelijk zijn gebleven. Daarom is het ontvangen en bewaren van de Boodschap die nu gebracht wordt en de verspreiding daarvan, als het brengen van de Boodschap van รกlle Profeten en de lering van รกlle religies. Ten derde: deze activiteit van de Kerk van Allen wordt georganiseerd om het mogelijk te maken dat de Boodschap รกlle mensen bereikt, ongeacht het stadium van hun ontwikkeling. En dat het gebrek aan religie dat nu wordt gevoeld kan worden opgevuld en dat tegelijkertijd alle vooringenomenheid van geloofsrichtingen en de bekrompenheid van inzicht en de vooroordelen tegen elkaars religie volledig zullen worden weggenomen. Ten vierde: bedenk dat jullie vroomheid, persoonlijkheid en geestelijke ontwikkeling, je zullen helpen en je in staat zullen stellen de Boodschap in je functie uit te dragen. En daarom zul je dit als de grootste zegen in je leven beschouwen om zรณ'n leven te leiden dat het een voorbeeld mag zijn voor anderen, om na te volgen. Ten vijfde: in je omgang met anderen, met mensen van verschillende religies, overtuigingen en geloofsrichtingen, en met mensen met andere idealen, moeten jullie vasthouden aan het Soefi ideaal: het ideaal van verdraagzaamheid, door de vingers zien, van vergeven, om vriendelijk gestemd te zijn. Je moet je rust niet verliezen, je evenwicht, of je nu beledigd wordt of vervolgd, je moet je kalmte bewaren en stevig op je voeten blijven staan en je moet in je gedachten, woorden en daden die Soefi-geest tonen, die tenslotte alles zal overwinnen.


9

Als ik nog iets meer te zeggen heb behalve deze vijf dingen, dan is het dat jullie een vast geloof moeten hebben in de gedachte dat het de Boodschap van God is en dat die zich alleen maar kan verspreiden. Niets in de wereld kan die verspreiding tegenhouden en het zal volbracht worden als de belofte van God.


10

03. CHERAGS, 3 september 1923.

De leraar.

Waarom zou Boeddha 'Shiva-op-aarde' genoemd moeten worden? Waarom zou Christus 'Mozes-op-aarde' genoemd moeten worden? Daar is geen reden voor, Boeddha is Boeddha en Christus is Christus. Het is God die door elk van hen sprak en spreekt. En er is geen reden waarom je zou moeten verlangen om de ene mens bij de naam van een ander te noemen. Beethoven is Beethoven en Wagner is Wagner. Ze hebben allemaal hun bijzonderheden en toch is het één geest. De stem die spreekt is één en dezelfde en dat is wat we moeten begrijpen en verkondigen. Zij die denken dat ze het aanzien van hun Leraar vergroten door hem zus of zo te noemen, ze maken hem niet groter, ze maken hem kleiner. Waarom zou de Leraar zelf niet zijn wat hij is? Wagner is niet groter als hij Beethoven wordt genoemd; als hij groot is dan is hij zelf groot, waarom zou hij Beethoven genoemd moeten worden. Herinner je ook één van onze tien grondgedachten "Er is één Meester". Waarom zou die Meester met deze of die naam genoemd moeten worden? Onder welke naam hij ook verschijnt om de Boodschap aan de wereld te brengen, dat is dan zijn naam. Een grotere naam heeft hij niet nodig of de naam van een ander hoe groot die ook mag zijn. Als de maan aan het wassen is noem die dan geen volle maan, noem die de maan, maar het staat vast dat de wassende maan op een dag vol zal worden. De verschillende namen Krishna, of Boeddha, of Jezus, of Mozes, of zulke namen als we in onze taal kennen, zijn alsof we spreken over de volle maan van juli, of augustus, of oktober of januari, maar het is nog altijd de maan. We voegen daar namen aan toe om voor het gemak onderscheid te maken, maar die namen maken geen verschil voor de maan. Mijn cherags moeten één ding onthouden en dat is: aan jullie is de Boodschap toevertrouwd, jullie verantwoordelijkheid is groot en wel zo groot dat jullie niet kunnen beseffen hoe groot die is. Welke tegenwerking heeft Jezus Christus ondervonden? De ophef die gemaakt werd door zijn onrijpe discipelen en daarvóór de ophef die gemaakt werd door waarzeggers. In het leven van alle profeten en leraren is dit ene de oorzaak geweest van hun lijden en het is zeer te betreuren wanneer de Leraar de Boodschap brengt aan de wereld en dan middenin wordt weggenomen, voordat hij de Boodschap heeft volbracht. Zeker voor een groot deel is het leven van de Leraar in de handen van God. Hij wordt gesteund en beschermd en ook zijn Boodschap en zijn medewerkers. Niettemin is ons een vrije wil gegeven en inzicht in juiste en verkeerde manieren en methoden, en als wij op een of andere manier er niet in slagen onze plicht te vervullen dan ligt de fout bij ons. Wat is het werk van de discipel? De discipel denkt dat zijn Leraar groter is dan ieder ander op de wereld, beter dan ieder ander, dat hij God is die op aarde leeft. Tenminste dat is wat ik geloofde van mijn Murshid. Als ik God zag in de gedaante van een mens, dan zag ik mijn Murshid. Maar daar is ook de andere kant van de zaak. De menselijke natuur is egoïstisch en zodra je zegt: 'mijn vriend is goed', zul je horen: 'nee, hij is ook slecht. Zodra je zegt: 'mijn vriend is geweldig', zul je horen: 'nee, hij is ook kleinzielig'. Zodra je zegt: 'ik houd van mijn vriend', zul je horen: 'nee, je moet van mij houden, ik vind het niet prettig als jij van je vriend houdt'. Zodra je zegt: 'mijn vriend is voor mij als God', zullen ze zeggen: 'nee!' Als


11

dat de menselijke aard is, dan is het niet verstandig om uiting te geven aan je ideaal, je toewijding, je mening over je Leraar in het bijzijn van anderen, zelfs als je daarmee de zaak wilt bevorderen, want uiteindelijk zal blijken dat het de zaak schaadt. Als je vriend het niet begrijpt, dan begrijpt hij het nu eenmaal niet. Daarom zou ik mijn cherags op het hart willen drukken dat je niet moet spreken over je ideaal, over je toewijding aan je Murshid, maar alleen over de Boodschap. Dat is het enige punt, het ideaal waarvoor we werken en dat ideaal moet worden voorgehouden aan de wereld, niet Murshid. Daardoor zul je zijn leven en zijn beginnende werk veilig stellen en het enige waardoor je de zaak van het Soefisme in zijn prille beginstadium kunt versterken, is door je voorzichtigheid, je geloof en je vertrouwen in je Leraar en in de zaak, en door jullie doelgerichte eensgezindheid en jullie vastberadenheid. Vraag: Wat moet er gezegd worden in de kerk over de Profeet van deze tijd? Antwoord: Als je het hoge ideaal van de Beweging brengt dan zou de wereld dat aanvaarden. In je hart hoeft dat niet gescheiden te worden, maar voor de veiligheid is het beter dat er wordt gesproken over de Boodschap en niet over de Boodschapper. Murshid's persoonlijkheid is er voor jullie, die toewijding, geloof en vertrouwen in jullie Murshid hebben. Maar jullie moeten de Boodschap verspreiden zo wijd en zijd als jullie kunnen. Je kunt de Boodschap en de Boodschapper alleen maar vergelijken met muziek en instrument: de muziek wordt gehoord, het instrument wordt ter zijde gelegd. Jullie staan in dienst van de zaak, ik sta in dienst van de zaak, dat behoeft geen onderscheid, we brengen allemaal de Boodschap, we kunnen allemaal het instrument van God zijn. Schrijf dat niet toe aan één persoon als het gaat om te werken voor God en de mensheid. Wat doet het er toe wie de Boodschap brengt? Ik zeg nog eens, het is veel beter voor de Boodschap als er niet één afzonderlijke persoonlijkheid aan de wereld wordt voorgehouden. Die persoonlijkheid is nuttig geweest om jullie de wijsheid van God te helpen begrijpen en die aan de wereld te geven. We komen niet vooruit door te vechten, we werken voor vrede, we moeten vrede scheppen in ons hart en laat onze geestdrift dan geen moeilijkheden veroorzaken. Verpak de boodschap in nederigheid, zachtheid, voorzichtigheid, verspreid die zo ver mogelijk en weet dat ieder mens - waardig of onwaardig- die moet ontvangen, en als je hem de Boodschap kunt geven dan is dat jullie voorrecht.


12

04. CHERAGS, september 1923.

Universele Eredienst.

Hoe zullen we het noemen ? De Kerk van Allen, of de Tempel van de Universele Eredienst? EĂŠn van deze twee namen. Vanuit een practisch oogpunt is "Universele Eredienst" als naam meer aanvaardbaar, maar de naam "Kerk van Allen" is door inspiratie gegeven. Daarom kan deze naam gebruikt blijven voor deze heilige ceremonies en wijdingen, maar voor de buitenwereld is "Universele Eredienst" practischer, zoals jullie zullen begrijpen. Het woord kerk ligt de mensen niet altijd, in sommige landen zijn ze er tegen gekant, in sommige landen wordt het woord kerk moeilijk aanvaard en het woord "Universele Eredienst" roept geen emoties op. Namen zijn bij ons noodzakelijk, anders zouden we het liever zonder hebben gedaan. Nu over de heilige geschriften. We hebben heilige geschriften op ons altaar, meer vanwege het beginsel dan voor bestudering. Door daar de geschriften neer te leggen geven we een voorbeeld van verdraagzaamheid ten opzichte van verschillende religies en van ons geloof dat wijsheid uit alle bronnen komt. Daarom zijn de discussies en de argumenten over de vraag waarom dit geschrift en waarom niet een ander, van geen betekenis, want we moeten weten dat als het Goddelijke Geschrift altijd zuiver bewaard was gebleven, er niet zo erg behoefte geweest zou zijn aan een ander geschrift. Maar daarom is de Boodschap keer op keer gezonden en om nog een andere reden en dat is om 'de Boodschap die voor die tijd nodig was' aan de wereld te geven. Wat betreft de kaarsen, daarvan hebben we er zeven, niet acht. De achtste is een brandende vlam, maar bij het ontbreken van die brandende vlam, gebruiken we daarvoor een kaars. En die ene kaars in het midden is de kaars van de Geest van Leiding, waaraan we de naam van de Boodschapper verbinden en van alle bekende en onbekende zielen die op aarde zijn gekomen om de Boodschap te brengen. De cherag is de priester om de plichten te vervullen die verband houden met de ceremonies, maar we moeten begrijpen dat we ook een informele dienst kennen en dat het werk van de cherag als het nodig is verricht kan worden door iedere volgeling van de Boodschap. De Soefi Beweging houdt zichzelf vrij van vaste vormen en van priesterschap. Zij verwerpt die niet, zij gebruikt die voor haar doel, maar ze bindt zich daaraan niet. Daarom kennen we in onze Beweging een vrijheid die onze leden is gegeven om te kiezen voor een dienst die plaats vindt met bepaalde vormen, of om naar een informele dienst te komen. En om te voelen dat ze niet gebonden zijn aan enig priesterschap binnen de Soefi Beweging, want zo iets is er alleen om aan de behoefte van het leven te beantwoorden. We hebben nooit onderscheid gemaakt tussen een vrouw of een man voor ordinatie in de Kerk van Allen en die zullen we ook nooit maken.


13

Muziek is toegestaan bij de ceremonies maar die is niet noodzakelijk. Niets is bindend in onze dienst. Het centrale thema van de Soefi Boodschap is en blijft vrijheid van de ziel bij het streven naar geestelijke vrijheid. Deze dingen moeten jullie in je hart bewaren en het is niet nodig daar met iedereen over te praten. Vraag: Wat bedoelt U als U zegt, dat we aan niets gebonden zijn in de dienst ? Antwoord: Binding ligt anders. Stel dat een Rooms Katholiek zegt dat de dienst zus en zo is en als iemand dat niet gelooft, dan is hij een ongelovige. Bij de Soefi Beweging bestaat zoiets niet. Niemand hoeft naar de dienst te komen als hij dat niet wil. Het is een mogelijkheid die geschapen is voor hen die daarvan de zegen kunnen ondergaan, maar niemand is verplicht om te komen teneinde een Soefi te zijn. Vraag: Wat bedoelt U met een informele dienst ? Antwoord: Een beschrijving van een informele dienst zal te zijner tijd aan alle cherags worden gestuurd. Vraag: Moeten cherags ook gaan bidden voor de zieken en de stervenden, als ze geroepen worden ? Antwoord: Ja, dat aan iemand te weigeren is een weigering aan God. Vraag: Ook als ze geen lid zijn ? Antwoord: Ja, als zij niet bij ons horen, wij behoren bij hen. Vraag: Moeten we niet oppassen dat we geen mensen trouwen die niet getrouwd zijn volgens de wetten van de staat ? Antwoord: Ja, in ieder land is het absoluut noodzakelijk om de wetten van de mensen te eerbiedigen en eerst te vragen naar de documenten van het burgerlijk huwelijk voordat we een huwelijk inzegenen volgens de Soefi-gebruiken. Vraag: Wat bedoelt U met de noodzaak, dat het een niet-cherag zou toestaan om dienst te doen? Antwoord: Stel dat een aantal Soefi’s op reis is en dat daarbij geen cherag is en ze willen dat er een kind wordt gedoopt. Dan kan een van de mureeds dat doen en de zegening is dezelfde. Ook bij een sterfgeval; als er een sterfgeval is en er is geen cherag, dan kan en moet een mureed het doen.


14

05. CHERAGS. juni 1924 (5 juli 1925).

Gebeden.

Ik wil graag tot mijn cherags spreken over het onderwerp van de gebeden die gebruikt worden in de dienst. Er is een gebed voor iedere periode van menselijke ontwikkeling. De gebeden die in het verleden zijn gegeven onder de Hindoes, het volk van Beni IsraĂŤl, in de Christelijke kerk, onder de mensen van de Islam, zijn gegeven in die bepaalde periode waarvoor ze bedoeld waren als de sleutel tot gezondheid, inspiratie en geluk. De gebeden die gebruikt worden in de Universele Eredienst, Saum, Salat en Khatum, hebben een innerlijke strekking naast hun uiterlijke betekenis. Deze gebeden zijn niet alleen lof tot God of dankzegging, maar zij moeten ons nader en dichter trekken tot het Goddelijke Wezen. En dat is nu de taak van de Soefi Boodschap. Daarom is het van zeer wezenlijk belang om de woorden van deze gebeden exact te bewaren, zodat je ze door kunt geven aan toekomstige generaties in authentieke vorm, niet verbasterd. Hierdoor zul je God en de mensheid een grote dienst bewijzen. Er moet geen poging worden ondernomen om er iets aan toe te voegen of er iets uit weg te laten om ze mooi te maken. Want als iedereen een keuze maakt in dat gebed zal het aan het eind van het jaar een heel ander gebed zijn. Deze gebeden zijn te heilig om er aan te komen, want zij zijn niet afkomstig uit een menselijk brein. Zij zijn gekomen als een stortvloed van het woord van God en door dat te begrijpen zul je ten volle profijt hebben van de gebeden van de Universele Eredienst. Deze gebeden vermeerderen inspiratie en kracht zo vaak als je die herhaalt. Hoe meer je ze herhaalt, des te meer word je gezegend, des te groter wordt je psychische kracht, en ze wekken inspiratie. Als er een diep verlangen is dat je koestert, zal dat verlangen vervuld worden door de herhaling van deze gebeden. Maar de grootste zegen is dat ze je helpen om dichter en dichter tot God te komen, die het verlangen is van iedere ziel. Je zult merken dat mensen die niet gewend zijn aan de verschillende namen die worden genoemd in Salat, huiverig en zenuwachtig worden bij het herhalen daarvan. Dat moet je stilzwijgend en verdraagzaam aanvaarden, want je moet inzien dat dat natuurlijk is. Wat je niet gewend bent is vreemd voor je. Al is het een suikerklontje, iemand zal het vergif noemen. Door het op te dringen aan mensen die niet in staat zijn hiervan de schoonheid te begrijpen, zul je afbreuk doen aan de schoonheid en de heiligheid van het gebed. Het beste is om er niet meer over te spreken als je iemand uiting hoort geven aan onwil om het gebed te herhalen. Hoe geweldig het gebed ook is, als iemand het niet wil zeggen en het onder dwang herhaalt, zal het hem geen goed doen. Iemand kan het meest voedzame eten, als dat met tegenzin wordt gegeten, niet verteren en hij zal er geen baat bij hebben. Maar jullie kunnen de schoonheid van Salat zien als de schoonheid van de roos met zijn vele bloembladeren, ĂŠĂŠn bloem en zo vele bloembladeren. Iedere naam die je in Salat herhaalt is een bloemblad dat de bloem vormt. Salat vormt de belichaming van de Verlichte Zielen. Het is de belicha


15

ming die Christus genoemd kan worden, of met andere woorden Rasul, of met andere woorden Bodhisattva. En het derde gebed, Khatum, is een antwoord op de behoefte van vandaag, dat wil zeggen om de verdeelde groepen van de mensheid samen te brengen in het besef van de Waarheid, wat het voornaamste doel is van de Soefi Boodschap.


16

06. CHERAGS, 17 juni 1924.

Universele Eredienst.

Ik wil graag een paar woorden zeggen tot mijn medewerkers en vrienden op het pad van de Universele Eredienst. We moeten beseffen dat hier voor ons een plicht, een taak, wacht die ons begrip te boven gaat. Hoe meer we trachten dat in woorden uit te leggen des te minder slagen we erin. Maar diegenen onder ons die verlangen hun dienst te verlenen aan de zaak moeten beseffen dat dit aspect van de Soefi Beweging, dat de Universele Eredienst wordt genoemd, eens de toekomstige religie van de wereld zal zijn. Ik bedoel daarmee niet te zeggen dat allen die in de wereld bestaan zullen komen om zich aan te sluiten bij de Soefi Beweging. Ik bedoel te zeggen dat allen in de toekomst direct of indirect, bewust of onbewust, deel zullen hebben aan de Boodschap. Voor diegenen onder ons wier ziel dit zonder de minste twijfel aanvaardt en gelooft, blijft nog over, om te besluiten het weinige dat zij kunnen bijdragen ter bevordering van de zaak ten uitvoer te brengen. Je moet je bewust zijn van het belang ervan voor je aan het werk gaat en dat belang is de toekomstige religie van de wereld. Ja, juist nĂş voelen we het gebrek aan medewerkers, maar ondanks dat gebrek hoeven we niet teleurgesteld te zijn. We zien de belofte en de vraag die iedere dag toeneemt, innerlijk onvergelijkelijk veel meer, dan we uiterlijk zien. Tot dusver lijken Europa en de Verenigde Staten ontvankelijk, maar nu mag een opleving in AziĂŤ verwacht worden. We hoeven niet ontmoedigd te worden door ons kleine aantal en de geringe middelen die tot onze beschikking staan. Als we eens wisten wat er voor de Boodschap is weggelegd, als we maar beseffen wiens Boodschap het is, als we beseffen aan Wie we onze diensten aanbieden door de zaak te dienen. Hij wiens Boodschap het is, is er verantwoordelijk voor. Wij zijn alleen maar medewerkers. Wij moeten ons best doen en het overlaten aan Hem, wiens Boodschap het is het te volbrengen. Zeker, als we kijken naar de grote wereld en onze beperkte middelen en het geringe aantal medewerkers dan is dat verontrustend. Maar in plaats van dat we onszelf toestaan om ongerust te zijn, moeten we moed scheppen en een grotere verantwoordelijkheid voelen, omdat we met zo weinigen zijn, omdat onze taak zo groot is, omdat onze middelen zo gering zijn. Want als we talrijk waren, dan zou de verantwoordelijkheid misschien opgedeeld worden en de taak voor ieder zou gemakkelijk zijn. Maar als dat niet zo is, moeten we klaar wakker zijn en ons meer verantwoordelijk voelen en ons tevens meer bevoorrecht en gezegend voelen, dat we in deze tijd van nood mogen werken. Want er zijn veel vrienden, maar een vriend in nood is de grootste vriend. En hoe zullen we te werk gaan? Met enthousiasme, maar enthousiasme als een batterij. Niet als iets uiterlijks, omdat uiterlijk gebruikt enthousiasme verloren gaat, het doet niets, het bereikt niets. Het is net als een lek in de batterij, het enthousiasme gaat eruit. Het moet bewaard en gebruikt worden achter de batterij en alle kracht leveren die nodig is. Iemand kan zeggen: ja ik ben enthousiast, hoe moet ik dat gebruiken? Er zijn duizend manieren, als je


17

maar verstandig bent. We hoeven niet te werken als de zendelingen van de verschillende kerken. Dat is niet onze opdracht. Waarom? Omdat we niet de zendelingen zijn van een bepaalde kerk. Als we dat al zijn, dan zijn we de zendelingen van alle kerken. Onze taak is anders. We moeten niet vergeleken worden met de zendelingen van de wereld. Iemand vroeg me eens van welke kerk ik een voorganger was. Ik zei: van God. Dus we kunnen gehouden worden voor priesters of dominees of zendelingen, maar dat zijn we niet. Voor zover we het wél zijn, zijn we de zendelingen van God. Aan zijn Zaak, Boodschap en Liefde wijden wij ons leven en onze dienst. Niet aan een gemeenschap, of een sekte of een beperkte kring van de mensheid. En als we standvastig zijn in deze geest zullen we vele wegen voor ons open vinden om te werken. Als iemand tegen me zegt: ik kan niet werken omdat de mensen niet ontvankelijk zijn, ik kan niets doen omdat het weer zo slecht is, of ik kan niets bereiken omdat er niemand luistert, of ik kan het niet doen omdat ik niet in het openbaar kan werken, of ik kan het niet doen omdat ik niet begaafd ben, of omdat er tegenstand van mijn familie is, of van de mensen om me heen, of van hen die vijandig staan tegenover de zaak, de mensen die in mijn huis wonen, mijn buren, de mensen op mijn werk. Dan komen deze excuses allemaal neer op één ding en dat is dat die persoon er nog niet aan toe is om dit te doen. Als het verlangen eenmaal is geboren in het hart, kan niets ter wereld je tegenhouden. Het zal zich een weg banen door de rotsen, niets kan een hindernis voor je zijn. Denk er dus aan dat geen enkel excuus je teleur mag stellen als je hart eenmaal de roep van binnenuit heeft gehoord. Je moet doorgaan ondanks alle storende en tegenwerkende invloeden en met geloof en vertrouwen zul je alle moeilijkheden overwinnen en bergtoppen beklimmen.


18

07. CHERAGS, 24 juni 1924.

De goede zaak.

Ik wil dat mijn cherags eraan denken dat ze niet te bekrompen moeten zijn bij het werk voor de goede zaak, maar ook niet te ruimhartig, want door beide houdingen kunnen zij de zaak schaden. Als een cherag zijn geloof opdringt aan hen die er niet rijp voor zijn en de schoonheid ervan niet kunnen waarderen, dan zal hij zich te bekrompen tonen. Omdat zij willen bewijzen dat hun geloof beter is dan dat van een ander stellen zij zich bloot aan allerlei twistgesprekken, die nooit zullen ophouden, want de ene bewering lokt de andere bewering uit. Als zij zo opkomen voor de zaak dat ze door hun enthousiasme iets van minachting tonen voor het geloof van een ander, zullen zij hun eigen zaak benadelen. En wat ik bedoel met te grote ruimhartigheid is te voelen 'Ik houd diensten, dat is genoeg, dat is alles wat er gedaan kan worden. Als iemand duizend keer wil komen, laat hem dan maar komen. Als hij geen zin heeft om te komen, trek ik me dat niet aan, alle wegen zijn Gods wegen. Laat hem naar de hemel of naar de hel gaan, dat doet er niet toe zolang als hij maar ergens heengaat'. Dat is zeker ruimdenkend, maar als een ouder zo ruimdenkend was tegenover een kind, wat zou dan het resultaat zijn? Is de cherag niet de vertegenwoordiger van de Goddelijke Boodschap? Heeft zijn verantwoordelijkheid niet iets van de essentie van de ouderlijke zorg van het Goddelijke Wezen? Het is natuurlijk en het is het beste wat iemand kan doen, als hij zijn rijkdom wil delen met een ander. Het is door deze geneigdheid dat de werkers voor een religie hun taak vervuld hebben. Er is nooit een andere reden voor geweest. De Boodschap is als regenwater: dat valt ieder jaar, het water wordt bewaard. De regen die tien jaar geleden is gevallen kan er nog zijn, het is alleen maar water. Toch heeft het water van dit jaar zijn eigen betekenis, zijn eigen doel. Het verleden voorziet niet in de behoefte van het heden, en het heden voorziet niet in de behoefte van de toekomst. De behoefte van iedere tijd moet vervuld worden op die tijd. Daarom moeten de werkers voor de Boodschap niet denken dat we nu geen regen nodig hebben omdat het water in het reservoir twintig jaar lang bewaard is. Het is hun taak om zich in te zetten voor de huidige voorziening en die op de beste manier te gebruiken ten voordeel van de landerijen. Zeker, twistgesprekken over verschilpunten moeten vermeden worden, ook al heb jij gelijk en heeft de ander ongelijk. Je moet beseffen dat bij ieder mens die redetwist achter zijn beweringen zijn ego, zijn “Nufs� staat; de psychologie van de Nufs is dat die het niet prettig vindt om tegengesproken te worden, ook al weet die persoon dat hij ongelijk heeft. Omdat hij het gezegd heeft, was dat zijn bewering en daar zal hij bij blijven. Door die te betwisten zul je hem versterken in zijn zienswijze die hij anders mettertijd wel opgegeven zou hebben.


19

Kortom ik wil alleen maar zeggen dat je ieder mens moet nemen zoals hij is, zonder op enige manier tegen hem in te gaan. Je zult zijn bewering aanvaarden door er eerst naar te kijken vanuit zijn gezichtspunt en dan zul je hem dichter bij jouw gezichtspunt kunnen brengen. Als een cherag in staat is de dienst correct uit te voeren is dat niet genoeg. Hij moet hen die in aanraking komen met de Boodschap kunnen inspireren en in hun hart dat geloof kunnen verdiepen dat het voornaamste doel is van de hele Boodschap.


20

08. CHERAGS, 1 juli1924.

De houding in het leven.

Ik wil met mijn cherags spreken over het onderwerp van de houding die ze moeten hebben in het leven. Moeten zij in de wereld leven als een godsdienstig priester, als een dominee, of als iemand die een werelds leven leidt? Het antwoord is: ze moeten leven net als ieder ander, een leven zonder pretentie, zonder uiterlijk vertoon van een religieuze positie. Geen uiterlijk teken dat iemand kan laten zien: deze figuur is anders dan ik. Je moet je dagelijkse plicht doen thuis of buitenshuis, wat ook maar je beroep is of je zaak en dan de functie van cherag vervullen als je bijdrage aan de mensheid, als je dienst aan de goede zaak. Want spiritualiteit is een innerlijk ideaal, hoe minder je dat laat zien des te beter is het en je kunt dichter bij iemand komen door net als hij te zijn dan door meer godsdienstig te lijken dan die ander is. De psychologie van de menselijke natuur, vooral tegenwoordig, is zo dat als iemand geen nauwe band heeft met religie, zijn eerste neiging is om zich af te zetten tegen ieder teken van religie of spiritualiteit. Zodra hij het ziet zegt hij: ik ben weggelopen uit mijn eigen kerk en nu wil de een of andere priester mij inpalmen. Hij beeft als een schildpad en wil zichzelf verstoppen in het harde schild dat hij rond zichzelf heeft opgetrokken als een verdediging die niet zal toestaan dat hij aangeraakt wordt. Je kunt de beste bedoeling hebben om hem van dienst te zijn, maar het zal niet gewaardeerd worden en je zult ontmoedigd worden. De menselijke psychologie is zo dat er iets is in iedere ziel dat zich verhardt zodra de ziel denkt dat er strijd is. Er leeft iets van de soldaat in iedere ziel, ze kan iets beschermen tot haar eigen nadeel, maar toch vecht zij. Zodra er een vriendschappelijk gesprek plaats vindt wordt er een pad gebaand tussen twee harten. Als je bij hem komt net als ieder ander, zal hij dichter bij jou komen en naar je luisteren met grotere ontvankelijkheid, omdat hij weet dat jij in dezelfde boot zit als hij en te maken hebt met alle problemen en moeilijkheden. En als hij eenmaal zijn hart voor je opent, heb je een akker voor je waarin je wat zaad van wijsheid kunt zaaien, wat de vervulling is van de opdracht van je leven. Ik was eens op reis en ontmoette een Italiaan op het schip. Hij was een moderne student, erg gekant tegen de kerk en hij erkende niets anders dan het stoffelijke. Hij keek naar mij in mijn lange gewaad en hij was er zeker van dat ik een priester was en toch was hij een beetje nieuwsgierig naar me, wat hem er toe bracht om wat met me te praten. Zijn eerste vraag was: bent u een priester? En hij was zeer gerustgesteld toen ik zei: nee. Wat bent u dan? Ik zei: ik ben een menselijk wezen. Maar hij zei: u bent gekleed als een priester. Ik zei: dit is de klederdracht van mijn land, u zult er veel priesters en anderen vinden die zo gekleed zijn. Dit brak de eentonigheid en we werden vrienden. Toen vroeg hij: wat bent u, wat is uw werk? Ik zei: mijn werk is alles wat ik graag doe. Toen dacht hij nog: hij is vast een priester. Misschien om me op de proef te stellen zei hij: ik geloof niet in God. Ik zei: maar u gelooft wel in iets? Ja, zei hij, ik geloof in eeuwige materie. Ik zei: mijn geloof staat niet zo ver af van het uwe.


21

Hij was verbaasd, hij verwachtte dat ik geërgerd zou zijn en dat ik mijn Godsideaal zou verdedigen. Hij zei: ik meen wat ik zeg. Ik zei: wat u eeuwige materie noemt, dat noem ik geest. Materie kan niet eeuwig zijn, u noemt het eeuwig, maar het is hetzelfde aspect dat ik geest noem. Hij was getroffen maar niet bereid het te aanvaarden. We praatten over veel verschillende onderwerpen van materialisme, die mij in opstand hadden kunnen brengen. Maar ik ging met hem mee in zijn materiële betoog, tot ik hem zover bracht dat hij met groot genoegen mijn boek las gedurende de hele reis naar Amerika, terwijl hij ieder boek over religie weggegooid zou hebben. Hij deed niet anders dan lezen en het slot was dat hij zei: mag ik de eer hebben u als mijn gast uit te nodigen als u naar Milaan komt, ik ben er zeker van dat mijn landgenoten heel blij zullen zijn u welkom te heten. Er kwamen veel onderwerpen naar boven waarover we de hele reis hadden kunnen redetwisten, maar dat zou geen vruchtbaar resultaat hebben opgeleverd. Onze manier is niet de manier van de rots die alles breekt wat erop valt, onze manier is de manier van het water dat de rots omspoelt. Als de berg zijn hart niet opent, spoelt het water er omheen en neemt die op in het eigen hart. Argumenten en twistgesprekken kennen geen einde. Geen twee mensen kunnen hetzelfde denken, de ontwikkeling van twee wezens is nooit gelijk. Ook al denken zij hetzelfde over vier punten, over één punt zullen zij van mening verschillen. Het succes van ons religieuze werk ligt in een onopvallende werkwijze, door onze kennis te bewaren in een nederige vorm en door er gebruik van te maken bij het sluiten van vriendschap. Er is maar één manier om spirituele zaken te onderwijzen en dat is door sympathie. Bouw een brug van sympathie met ieder mens waarmee je in aanraking komt, dan wordt er een kanaal gevormd waardoor jouw schepen kunnen passeren beladen met de schatten van spirituele denkbeelden.


22

09. CHERAGS, 8 juli 1924 (12 juli 1925).

De Soefi Beweging.

Mijn cherags, ik heb dikwijls sommige plichtsgetrouwe werkers horen vragen: wat als de Soefi Beweging een sekte zou worden, dit gevaar ligt voor haar op de loer! Het klonk mij alsof ze vroegen: maar wat als de regen modder veroorzaakt en de meren overstromen, het moet verhinderd worden dat de regen valt! Zij begrepen niet dat het gevaar veel kleiner was dan het voordeel, ondanks alle sekten die gevormd werden om de Boodschap van verschillende tijden te bewaren. Denk je dat de Boodschap alleen beperkt was tot die bijzondere sekte? Bedoel je te zeggen dat de Boodschap van Christus de Boeddhisten niet bereikt heeft? Of dat de Boodschap van Boeddha geen invloed heeft gehad op het Westen? De sekte werd alleen maar een excuus om daaraan vast te houden. Zelfs de degeneratie van de sekte heeft de mensheid niet beroofd van de Boodschap, die daardoor werd bewaard. De sekte diende voor een bepaald doel. De ziel zal gedacht hebben: zou het me niet sterfelijk maken als ik gevangen word in het lichaam? Ja het maakt de ziel sterfelijk en toch is het door dit sterfelijke lichaam dat de ziel ten volle haar onsterfelijkheid beseft. Als we uit angst dat we een sekte worden onze werkzaamheid staken, betekent dat dat we bang zijn voor iets van weinig betekenis en dat we onze heilige plicht hebben verzaakt. We doen beslist alles wat in onze macht ligt om ons niet tot een gemeenschap te maken.We lezen week na week voor onszelf en voor degenen die tot ons komen de doelstellingen van de Soefi Beweging, die laten zien dat het uitstijgen boven de verdeeldheid en de verschillen het voornaamste doel van de Soefi Boodschap is. We herhalen dit denkbeeld voortdurend in onze bijeenkomsten en in onze publicaties. Dit is het centrale thema van de hele Boodschap. Als we al te gevoelig zijn verlammen we door deze gevoeligheid alleen maar onze werkzaamheden in een tijd dat actie zeer noodzakelijk is. We kunnen nooit genoeg diensten hebben. In steden als Parijs, Londen en New York, als daar twintig plaatsen waren voor diensten zou zelfs dat aantal te gering zijn. Er zijn er sommigen onder ons die bedenkingen hebben over propaganda, zij zeggen: wij geloven niet in propaganda. Ja, zij geloven niet in de propaganda die ze kennen als propaganda. Maar als iets dat bestaat niet bekend gemaakt wordt, als het niet wordt voorgesteld aan de wereld, hoe zal de wereld er dan van weten? Ze zeggen dat toen de berg niet bij Mohammed kwam, Mohammed naar de berg ging. Er zijn vele bergen op deze wereld, als ze niet bij ons willen komen, moeten wij naar hen toegaan. Als er geen werk wordt gedaan om belangstelling te wekken voor de Goddelijke Zaak, als de mensen niet geroepen worden, dan blijven ze slapen en wachten. Daarmee wil ik niet zeggen dat er op trommels geslagen moet worden om hen te roepen. We hoeven geen methoden te gebruiken als bijvoorbeeld door het Leger des Heils worden benut, van dat soort propaganda moeten we afstand houden.


23

Dan zijn er sommigen die zeggen: hoe moet dat met die arme onderontwikkelde mensen, wat doet u voor hen? Mijn antwoord is: hoe moet dat met de arme ontwikkelde mensen! Denk je dat ontwikkelde mensen geen hulp nodig hebben? Het zijn deze ontwikkelde mensen als ze eenmaal het licht hebben gezien, die de minder ontwikkelde mensen zullen aantrekken en opheffen en dan zal het conflict tussen wel en niet geschoold ophouden te bestaan. Daarom is het je eerste werk om de beschaafde wereld wakker te maken voor de Boodschap. De volgende taak is om de minder ontwikkelde mensen dichter tot de beter opgeleide mensen te brengen, dat is de volgende stap. We zouden zonder benen staan als we geen ontwikkelde mensen hadden om de Boodschap aan de wereld te brengen. De Boodschap van God moet gebracht worden door een fijne beschaving. Een andere vraag is: waarom moet er een uiterlijke kant zijn die verschilt van de Innerlijke School? Het antwoord kan luiden: er is een lichaam en een geest, beide zijn nodig. Sommigen zullen zeggen: is de innerlijke school niet voldoende? Waarom moet er een uiterlijke beweging bestaan? De waarheid is dat een wijsgerige school niet voldoende is voor het doel van iedere ziel. De ziel heeft niet alleen de wijsgerige uitleg van het leven nodig voor haar vreugde en vrede, de ziel heeft behoefte aan toewijding, idealisme en schoonheid. De ziel kent een diep verlangen zichzelf te vernederen voor haar Heer, de ziel verwacht een zekere verrukking. En daarom is de religieuze uiterlijke beweging van groot belang. Als de innerlijke scholen iets van het verleden hebben bewaard dan is het alleen de essentie van het verleden dat ze bewaard hebben, maar als de Boodschap bewaard is door een of andere groep mensen, dan is het in de uiterlijke religies die een Boodschap duizenden jaren bewaard hebben. Zarathoestra leefde v贸贸r Christus en de Boodschap die hij bracht -hoewel niet de hele Boodschap, iets daarvan- is onveranderd bewaard tot op heden, bewaard voor het welzijn van de wereld. De uiterlijke kant is als het meer, de innerlijke kant is het water dat het bevat. Als er geen meer was om het water vast te houden zou het water als een vloedgolf naar buiten stromen en door de aarde verzwolgen worden. Er zijn sommige mensen die tegenstand verwachten van verschillende sekten, maar zij moeten weten dat als we vertrouwen hebben in een bepaald ideaal, niets ons angst moet aanjagen. Voor welk gevaar eigenlijk? Het leven is een gering iets om op te offeren voor het ideaal dat we werkelijk als heilig zien, iets dat we werkelijk dicht bij ons hart houden. Mohammed zei dat de dood voor de gewijde zaak heilig is en die is heilig. Als je je leven niet over hebt voor je ideaal dan weet je niet wat het ideaal betekent.Wanneer we eenmaal begonnen zijn om voor God en de mensheid te werken moet de angst voor ons leven ons niet bezorgd maken. En als we niet bang zijn voor ons leven dan zijn we niet bang voor gevaar voor de goede zaak. De goede zaak, die goddelijk is, kan nooit in gevaar gebracht worden. Als die bloot


24

staat aan gevaar dan kan die niet goddelijk zijn. Gevaar kan misschien de buitenkant raken, maar niet de geest. Toch betekent dat niet dat we sekten tegen ons in het harnas moeten jagen. Daar hebben we geen reden voor, want ons beginsel is de symbolen van alle verschillende geloven op ons altaar te plaatsen. We lezen uit alle Heilige Geschriften van de mensheid en we beschouwen het als onze heilige dienst eer te betonen aan alle grote Leraren van de mensheid. Als wij weten in ons eigen geweten dat we niets doen tegen welke sekte dan ook, is dat niet genoeg? Het is goed om het iedereen naar de zin te maken, maar het is onmogelijk. Het is daarom het beste om altijd te proberen om zo te handelen in het leven dat we niemand aanstoot geven.


25

10. CHERAGS, 15 juli 1924.

Een tempel.

Onze grootste behoefte nu is het bouwen van een Tempel, hoe klein ook, maar iets in miniatuurvorm dat nagemaakt kan worden in verschillende landen. Daarom zal het maken van een miniatuurtempel niet zo’n moeilijkheid geven als we het maar allemaal eens worden over één idee. Je kunt zeggen dat in het verleden wanneer de Boodschap van God werd gebracht zij die gaven terwijl ze in de schaduw van de bomen stonden, aan de oever van rivieren en op de top van de bergen. Ja, zo was dat in die tijd, maar jullie zouden niet geluisterd hebben naar een Soefi Boodschap als jullie Murshid daar over sprak op de hoeken van de straat. Die tijd is voorbij. Het was in een zaal dat jullie de lezing van jullie Murshid hoorden en de lezing stond in een advertentie en was bekend gemaakt volgens modern gebruik. Wanneer de Ziel, de bewoner van de hemel, zich moet uitrusten met een fysiek lichaam, dan is het natuurlijk dat zelfs de Boodschap van God gebracht moet worden onder de juiste omstandigheden. Jullie zouden niet trots zijn op jullie Murshid als hij in Hyde Park in Londen ging spreken, met honderden mensen die daar grappen over maakten. Nee, dat zou jullie gevoelens kwetsen. Jullie zouden zelf graag zien dat jullie Murshid stond in een kader dat jullie geschikt achten voor de waardigheid van de Goddelijke Boodschap. Bovendien, voor alles is een geschikte plaats nodig. Zelfs voor God was het noodzakelijk om de wereld te scheppen om Zichzelf daarin te openbaren, met als dak de hemel en als bodem de aarde. Zelfs God zelf kon zijn doel niet bereiken zonder deze materiële manifestatie te maken waardoor Hij het zou bereiken. Om wekelijkse diensten te houden, om dagelijks gewijde bijeenkomsten te hebben, om samen onze stiltes te hebben, hebben we een zaal hard nodig, een plaats, niet alleen representatief voor de Soefi Boodschap, maar ook voor de Soefi atmosfeer van liefde, harmonie en schoonheid. Wij willen geen lelijkheid, we hechten veel waarde aan kunst, muziek, harmonie en schoonheid. En voor ons is zo'n plaats, ook al is die klein maar een die uitdrukking geeft aan ons ideaal, noodzakelijk. En nu rijst de vraag: waarom komt die er niet? Wanneer we denken aan de woorden die een Soefi zegt: 'wanneer twee harten één zijn verzetten zij bergen', en wanneer wij met zovelen zijn verenigd in één gedachte, wat is de belemmering? Als iets het belemmert dan zijn wij dat zelf, niets anders. Het ligt aan ons om ons met hart en ziel te verenigen voor de gemeenschappelijke zaak en deze kleinigheid te verwezenlijken, waarmee jullie, ook al zou het ingaan tegen jullie eigen wensen, zeker graag jullie eigen Murshid een genoegen zouden doen. Ik zie niemand onder mijn mureeds die niet verlangt zijn Murshid een genoegen te doen. Ook zou dit een materieel begin zijn, waarna gebouwen in verschillende landen zullen volgen die misschien twintig of zelfs honderd keer groter zijn. Want Amerika zal niet tevreden zijn


26

met één verdieping, zij zullen twintig verdiepingen willen hebben en die zullen ze krijgen. In Engeland zullen grote steden als Londen niet tevreden zijn met een klein bungalowtje, zij zullen grote gebouwen hebben. Dat zal er allemaal komen, maar moeten wij niet een begin maken, een klein begin, alleen maar om het voor ons makkelijk te maken om bijeen te komen, samen te mediteren, samen stiltes te houden. Wat allereerst nodig is om onze krachten te bundelen, is dat we één zijn in deze gedachte: dat een bepaalde zaak gedaan moet worden. We moeten het allemaal eens zijn over deze eerste stap die gezet moet worden vóór we erover denken hoe het gedaan moet worden. Want als de vraag hoe het gedaan moet worden eerst komt, dan hebben alle mureeds verschillende ideeën, hun gedachten botsen en er komt niets van terecht. De vraag hoe komt later. Nu moeten we het er allemaal over eens zijn dat het gedaan moet worden, de rest zal volgen in zijn natuurlijke verloop. Er zijn hier een groot aantal mureeds. Een zaal die geschikt is om stilte in te houden zou het mogelijk maken dat bij iedere stilte alle mureeds die bij iedere stilte zouden willen komen aanwezig konden zijn. Dit wordt hun nu onthouden door gebrek aan ruimte, anders zouden ze kunnen komen. Velen geven de voorkeur aan een stilte boven al het andere en ze zouden liever een lezing missen dan een stilte. En niet alleen wanneer Murshid stilte houdt, maar op ieder tijdstip zou die open moeten zijn voor hen die in een centrum van aanbidding willen zitten. Of we nu wel of niet een tempel hebben, de mureeds zullen komen, maar door een verblijfplaats te scheppen zal er meer mogelijk zijn en een groter welkom.

Vraag …… Antwoord: In alle bescheidenheid mijnerzijds, ik ben een geboren kunstenaar en kan niet tevreden zijn met elk oud gebouw. En moet ik niet verlangen dat de Soefi Boodschap wordt gebracht in een gebouw dat Liefde, Harmonie en Schoonheid uitdrukt? Vraag: Er zijn twee verschillende plannen en wensen, sommigen denken dat er eerst bungalows gebouwd moeten worden voor de mureeds omdat het meer en meer onmogelijk wordt om logies te vinden voor zo veel mureeds. Anderen geloven dat de eerste zaak is een Tempel te bouwen. Wilt U ons zeggen waarmee we moeten beginnen? Antwoord: Staat er niet geschreven “Zoek eerst het Koninkrijk der Hemelen?"


27

11. CHERAGS, 22 juli 1924.

De Boodschap.

De vraag komt: wat is de uitleg van de Boodschap vanuit metafysisch gezichtspunt? Een cherag zal gevraagd worden dit uit te leggen, want een intellectueel is niet tevreden met geloof alleen, hij wil de reden weten, het proces. En het antwoord is dat de wijsheid van de hele schepping, van het begin van de schepping tot nu toe, verworven door alle levende wezens, verzameld is in ĂŠĂŠn denkvermogen. Het is dat denkvermogen dat het Goddelijk denkvermogen is, het is dat denkvermogen dat de Geest van Leiding is. Het is dat denkvermogen dat alles weet en dat denkvermogen straalt als de zon, waarvan het licht wordt weerkaatst in de planeten en de sterren en ook werkt het als de maan. Daarom is de wassende maan tot symbool van de Boodschap gemaakt, omdat het symbool dat het voorstelt de ontvankelijke houding is van de maan ten opzichte van de zon en de geleidelijke ontwikkeling van de wassende maan, die zijn werk voltooit in de vorm van de volle maan. Dat Gods Boodschap wordt ontvangen door een menselijk wezen is niet verrassend, want het is in de maan dat de zon zijn licht doet schijnen en zo is hier de uitleg van de Goddelijke Boodschap.


28

12. CHERAGS, 5 augustus 1924.

Onze positie.

Onze positie in de wereld en in ons werk geeft ons een grotere verantwoordelijkheid dan de priester of de dominee heeft en wel hierom, omdat de priester en de dominee iets hebben dat al is opgetrokken voor hun bescherming. Zij zijn al in een organisatie die al lang geleden is opgebouwd en daar genieten zij het voordeel van. En wij moeten de plaats innemen van de dominee en de priester bij hen die tot ons komen. En we moeten ons tegelijkertijd bloot stellen aan twijfel, kritiek en allerlei moeilijkheden die een medewerker onder ogen moet zien. De priester en de dominee in alle landen hebben een gemeenschap die hen kan steunen, hebben volgelingen die hen helpen. Wij moeten het stellen zonder het eerste en het andere. Wat is het dan dat ons de kracht geeft om stand te houden bij alle tegenwerking en moeilijkheden en gemis die we in ons werk ervaren. Alleen maar ĂŠĂŠn ding en dat is ons geloof in de goede zaak. Dat is de enige kracht die we hebben en het is door die kracht dat we alles verdragen wat ons werk hindert. Het is daarom deze kracht die ontwikkeld moet worden. Als dit element niet aanwezig was bij mijn cherags zouden zij niet ingewijd zijn. De wijding wordt gegeven ervan uitgaand dat zij dat geloof hebben en hun wijding toont Murshids vertrouwen in hen. Toch moet dit vertrouwen niet bedekt en niet gestoord worden en dus moet het versterkt worden. Waardoor mag het niet gestoord worden? Door twijfel, want twijfel is de wolk die van buitenaf komt opzetten en het licht van binnen bedekt, zodat je gaat vragen: 'ben ik op het goede of op het verkeerde pad?'. Je denkt dat je jezelf daardoor bewijst dat je intelligenter bent, maar het tegendeel is waar. Intelligentie gaat niet samen met twijfel, intelligentie is verbonden met het innerlijke licht: intuĂŻtie. Als de grond van je hart je geloof en kracht heeft gegeven, dan moeten invloeden van buiten je gemoedsrust niet verstoren, je rusteloos maken en een voortdurend opkomend 'waarom en wat' laten horen, want dat stoort alleen maar je gemoedsrust. Hoe intelligent een twijfelaar ook mag lijken, je zult tenslotte merken dat die mens intelligentie mist en niet alleen intelligentie mist, maar ook kracht. Want kracht en wijsheid komen beide door zelfoverwinning. Onze beloning in het werk is onze zelfopoffering. Vraag: Maar weinig mensen ontmoeten hun Leraar of hebben contact met hem. Anderen volgen het licht dat zij kennen. Maar lijden zij werkelijk verlies door de Leraar niet te kennen? Antwoord: Iedere ziel heeft zijn eigen voorrechten in het leven en als hij vraagt: waaraan heb ik die te danken en waarom hebben anderen die niet gekregen, dan zal hij doorgaan met vragen en luisteren naar de antwoorden. En zelfs als er duizend antwoorden zouden worden gegeven, zou de vraag niet beantwoord zijn. De beste manier is om dankbaar te zijn voor onze voorrechten en te hopen dat alles wat wij goed en waardevol vinden aan allen gegeven mag worden.


29

Vraag: Moeten de zielen om gered te worden door één deur gaan? Antwoord: Iedere ziel is een deur en de ene triomfboog is God zelf, waar allen bijeen moeten komen en wanneer de deur van het Zelf is geopend dan is de mens veilig. De veiligheid van alle zielen is onder één boog en die boog is God. Kennis van God, kennis van de waarheid die de verlosser is. Al ons werk is om onze medemensen te leiden naar die realisatie. Die alleen zal redden. Vraag: Waarom zijn wij weinigen zo bevoorrecht? Antwoord: Altijd zijn het de weinigen, de bevoorrechten, die de velen bereiken. In de geschiedenis van de wereld draagt het offer van de weinigen bij tot het heil van de menigte. Ons werk is pionierswerk, onze moeilijkheden kennen geen einde. Toch moeten we de voorrechten niet vergelijken met de moeilijkheden. Een voorrecht is altijd een voorrecht. Het grootste voorrecht is dat ons is toegestaan om menselijke wezens te worden, dat ons is toegestaan om onder de zon te leven, om te voelen dat er iets is om naar te reiken en dat het leven ons heeft toegestaan om te werken op het gebied van dienstverlening. Ik zou daar graag een paar woorden aan toe willen voegen over het werk. We moeten evenwicht bereiken tussen twee zeer belangrijke dingen om de juiste houding te krijgen bij het werken in de religieuze orde van de Universele Eredienst. De ene kant is zorgvuldig zijn bij het uitvoeren van de vorm, de formele kant van de Universele Eredienst, bij het inrichten van het altaar, bij het staan met het gezicht naar het altaar en met het gezicht naar de mensen, bij iedere beweging en bij ieder woord dat we zeggen. De andere kant is uit te stijgen boven de beperkingen van de vorm. Anders zouden we zijn als de priesters die zes maanden ruzie maakten over één bepaalde ceremonie, waarbij de één zei dat die op deze manier gedaan moest worden en de ander zei, nee op de andere manier. Als we onszelf zo materialistisch opstellen dat we op zo’n manier vasthouden aan de vorm dat we verschillen van mening hebben, ruzie maken en erover redetwisten, dan zullen we niet altijd in staat zijn onze geestelijke plichten te vervullen met de juiste instelling. Want het is het geestelijk gevoel wat het belangrijkste is, niet de vorm. Wel moeten we de formele kant kennen en niet verwaarlozen. Het moet zorgvuldig worden gedaan, bekwaam en kunstzinnig, terwijl we ons houden aan de eenvormigheid die ons is voorgeschreven.


30

13. CHERAGS, 14 juni 1925.

Onze houding tegenover andere religies.

Mijn gezegende cherags, welke houding moeten we aannemen tegenover andere religies? We moeten de muur verwijderen die het woord 'andere' opwerpt. Want zoals er geen religie is die de andere religie is, zo is het door ons eigen voorbeeld dat we zullen laten zien dat er voor ons geen andere religie is. Iedere religie is onze religie en op die manier is onze religie ook de religie. Iedere dienst waar vier mensen samenkomen om hun gebed tot de God van allen op te zenden is heilig en de vorm doet er weinig toe. Het is de ene religie die de enige religie is, de universele religie, die de geest is van alle religies. En als wij, die de Universele Eredienst belijden, een blokkade voelen tegen enige vorm van religie, dan zullen we ons heilige werk niet kunnen verrichten. We moeten vrij zijn van het gevoel van verschil. Maar dan rijst de vraag: als de mensen die een bepaalde religie volgen ons verachten, wat moeten we dan doen? Maar dat is de meest eervolle toestand! Als we dan nog het gevoel van broederschap kunnen vasthouden, is dat de laatste test, dan hebben we de strijd gewonnen, dan hebben we het ware stadium van broederschap bereikt. Hoewel de mensen uiterlijk verschillen zullen tonen en wij moeilijkheden zullen ervaren, moet je bedenken dat onze positie in feite sterker is dan die van degenen die de mensen in sekten verdelen. De reden is dat het idee van ĂŠĂŠn religie voor alle mensen het meest innerlijke ideaal is van iedere ziel en vroeger of later zullen alle zielen zich daarvan bewust worden. Dus ook al is onze taak moeilijk, eigenlijk is die gemakkelijk. Er zijn veel mensen die afwijzend zullen staan en toch, in hun diepste hart zal hun ware gevoel voor rechtvaardigheid het nooit ontkennen. En het is ons vertrouwen daarop, dat ons de kracht zal geven om alle moeilijkheden te overwinnen.


31

14. CHERAGS, 21 juni 1925.

De biecht.

Wat ik vandaag wil zeggen is dat we in onze Universele Eredienst niet een gebruik hebben van wat ze ‘biecht’ noemen. Maar ik zou graag twee kanten van dit gebruik uitleggen. De ene kant is, dat als een priester iemand liet biechten tegen zijn zin, krachtens zijn religieuze gezag, en als hij op een of andere manier misbruik maakte van dat gezag door invloed uit te oefenen op die persoon voor werelds gewin, dan is dat ongetwijfeld verkeerd. Maar de andere kant, de goede kant, wordt getoond in wat naar voren komt in de medische, of misschien filosofische wereld, als psychoanalyse. Die laat zien hoe een mens van het een tot het ander komt. Iemand zegt: dit is verkeerd; en toch in een andere vorm vindt hij het goed. Wij zullen geen gewoonte maken van de biecht in de Universele Eredienst. Maar toch moeten mijn cherags hun plicht kennen bij het geven van sympathie en raad aan de leden van de gemeente. Hun werk is niet afgelopen nadat ze de dienst hebben geleid en de preek hebben gehouden, hun plicht blijft bestaan jegens hen die de diensten bijwonen. Ze hoeven er niet op aan te dringen dat ze moeten komen biechten, maar ze moeten de warmte van sympathie tonen, het verlangen van dienst te zijn, om te helpen niet als een priester, maar als een cherag, als leden met een of andere moeilijkheid zitten die hun eigen geestkracht niet kan oplossen. Dit moet met heel veel tact gedaan worden, zonder de schijn van een biecht, het moet heel nederig gedaan worden en met de grootste bescheidenheid. Als je zegt met het gezag van een cherag dat ze moeten komen om jou hun moeilijkheden te vertellen is dat niet goed, maar wanneer je als cherag ziet dat het je plicht is om hen te steunen, vooral wanneer ze het moeilijk hebben, dan zul je goed werk doen voor de zaak. Ze hoeven niet altijd lid te zijn van de Soefi Beweging. Misschien komen ze naar de diensten en misschien zie je dat ze problemen en moeilijkheden hebben. Als je dan zonder ophef met ze ging praten en hun vertrouwen won, zouden ze je misschien uit eigen beweging vertellen over hun moeilijkheden. Maar denk er aan dat je geen nieuwsgierigheid in deze richting laat meewerken. Doe het niet omdat je graag meer wilt weten, maar omdat je ziet dat er behoefte is aan raad die een oplossing zou kunnen brengen voor het probleem. Door je warmte zullen dan sympathie en vriendelijkheid werken als een sleutel op het slot van het hart en het hart zal zich openen en je zult hun de oplossing brengen. Maar als cherags zijn jullie de trouwe hoeders van de Boodschap en de vertrouwelingen van hen die jullie raadplegen en jullie moeten dit zien als het meest heilige dat jullie is toevertrouwd en je moet dit vertrouwen bewaren als je heilige taak, er wordt niet over gesproken. Je zult hun verdriet en moeilijkheden als schatten bewaren in je hart. Als zij het aan honderd mensen vertellen doet dat er niet toe, jij zult het niet vertellen, je zult altijd hun vertrouwen waard blijken en zult in de dienst van God antwoord geven op hun noden.


32

15. CHERAGS, 28 juni 1925.

Pionierswerk.

Mijn gezegende cherags, omdat ons werk pionierswerk is hebben jullie de moed nodig van duizend priesters, elk van jullie. Denk eens aan de positie waarin jullie geplaatst zijn. Iedereen kijkt ernaar vanuit zijn eigen gezichtspunt voordat jullie het kunnen uitleggen. En als iemand niet bereid is het te begrijpen, zal hij misschien komen en luisteren naar alles wat je zegt en dan zal hij door dezelfde deur naar buiten gaan als waardoor hij binnen kwam. Ik vertel jullie dit nu, omdat het moeilijker is voor jullie nadat jullie deze moeilijkheid hebben ervaren. Het is beter dat jullie het van tevoren weten dan nadien. En als jullie nog vol vertrouwen blijven om deze moeilijkheden het hoofd te bieden dan zullen zeker de zegen van God en de gebeden van Murshid met jullie zijn. Jullie moeten een sterke wil hebben om stand te houden tegenover duizend tegenwerkende krachten. Jullie doen nu juist datgene wat het verlangen is van iedere bedachtzame ziel, ook al zal niet iedere bedachtzame ziel dat toegeven. En als ze daaraan niet gewend zijn zullen ze het nooit beschouwen als iets dat het verlangen was van alle grote Leraren, namelijk dat de religieuze idealen van de hele wereld één zouden worden. Zij wensten dat net zo goed en net zo zeer als wij, alleen waren die tijden anders. Het denken in sekten was het voornaamste en dat beperkte de religie in die tijden. Nu staan de zaken er beter voor, dank zij de materiële macht zijn ze minder sektarisch. Door de wetenschap denken de mensen anders, maar toch komt iedereen nog met zijn vooroordelen en ziet ons als een nieuwe religie. Daar kunnen we niets aan doen, maar het helpt ons geweldig als we er van tevoren op bedacht zijn. We kunnen onszelf beter verdedigen. We moeten ook proberen, ieder van ons, om de overheden en de volgelingen van andere religies niet vijandig te stemmen. Want omdat het ons geloof is alle religies te respecteren zullen we dat meer en meer doen. Maar we moeten wel zo sterk staan in onze overtuiging dat geen tegenstand ons uit het veld kan slaan. Dat kan ons alleen meer kracht geven. We zijn maar met weinigen, maar dat is geen reden om teleurgesteld te zijn. Een nieuwe plant heeft in het begin maar weinig bladeren, maar belooft te zullen groeien en veel takken en bladeren te zullen voortbrengen. Dat is alleen maar een kwestie van geduld. Het is onze overtuiging en onze doelgerichtheid die ons zullen helpen en ons zullen uitheffen boven alle moeilijkheden net als de twee vleugels van het hart. Vraag: Geef alstublieft het bewijs dat ons ritueel niet één sekte vertegenwoordigt, maar alle sekten, niet één heilig geschrift, maar alle heilige geschriften. Antwoord: Ons idee is om alle vormen van religie samen te brengen in één vorm. Dat bewijst dat we geen sekte zijn. We hebben samen een groep gevormd zoals de volgelingen van verschillende religies altijd hebben gedaan. Maar eigenlijk zijn wij de volgelingen van Wijsheid. De mensen hebben daaraan altijd namen gegeven zoals Nieuwe Gedachte, Oosterse Wijsheid, Westerse Wijsheid, en sommigen hebben hun denkbeelden Vergevorderde Gedachte


33

genoemd. Iedere naam geeft beperkingen, ook al wordt de naam gegeven met het idee dat het geen sekte is, het wordt toch een sekte. Door ons werk en onze leringen moeten we bewijzen dat we geen sekte zijn. Jullie moeten de vrijheid van de menselijke geest eerbiedigen. Jullie moeten niet de mentaliteit hebben alsof het klanten zijn. Jullie moeten niet zeggen: als je naar onze winkel gaat moet je niet naar een andere winkel gaan. We zijn heel blij hen die willen komen welkom te heten. En als ze weg willen gaan en iets beters hebben gevonden doet ons dat net zo veel genoegen. Echte vrienden gaan nooit uit elkaar en zij die uit elkaar gaan zijn nooit echte vrienden geweest. Vriendschap is geen kleinigheid. Als vriendschap niet blijvend kan zijn, dan kan niets ter wereld dat. Onze Soefi Boodschap is vriendschap, tot een groep verenigd met het zegel van God en de Waarheid. Als iemand zich bij ons niet thuis voelt is hij eigenlijk geen vriend geweest. Wanneer zielen samenkomen in het licht van God dan duurt zo’n vriendschap voor altijd. Ik herinner me dat mijn Murshid zei: er zijn veel vormen van vriendschap. Maar de vriendschap die gesloten wordt bij het zoeken naar de Waarheid, in de liefde tot God, is groter dan elke andere in de wereld. Die houdt stand. Die duurt voort. Ik denk dat mijn cherags mij de grootste vriendschap bewijzen. Zij zijn als soldaten van de Boodschap en bieden het hoofd aan tegenstand en moeilijkheden. Het is hun werk om op te treden voor de ruziemakende wereld, voor spotters. Om dan krachtig stand te houden, dat kan alleen maar gedaan worden uit oprechte vriendschap. Wanneer je vriend je krachtig terzijde staat in moeilijkheden is dat een teken van vriendschap. Pionierswerk betekent zorgen en moeilijkheden. Gevestigde instellingen zijn makkelijk, zij gaan automatisch verder. Maar hier is het anders. Alleen een oprechte vriend kan de moeilijkheden verdragen. Het is niet de bedoeling van de Universele Eredienst dat de mensen hun eigen kerk zouden verlaten. De bedoeling is dat zij zich verenigen om de God van allen te vereren. Dat hoeft hen er niet van te weerhouden om naar hun eigen eredienst te gaan. Van onze kant vragen wij hun niet om naar hun eigen kerk te gaan als ze in de Universele Eredienst baat en zegen vinden. Wij zeggen hun niet dat ze naar hun eigen kerk moeten gaan, wij zijn geen zendelingen van een bepaalde kerk. Maar laat ze naar hun eigen kerk gaan als ze dat willen. Wij zijn blij als ze ook bij ons komen.


34

16. CHERAGS, 12 juli 1925 (13 september 1925).

Voorkeur en afkeer.

Wat ik vanavond vooral zou willen zeggen gaat over een probleem dat jullie vaak zullen tegen komen. Het is het probleem van de voorkeur en de afkeer van mensen en hun duizend verschillende ideeën en talrijke opvattingen over de Universele Eredienst. Sommigen zullen zeggen: Saum vind ik niet erg, maar Salat kan ik niet zo goed begrijpen. Zou je misschien om mij een plezier te doen één of twee, of alle namen van de leraren kunnen weglaten? Jullie moeten weten dat dit voortkomt uit het vooroordeel van die persoon dat in zijn hart verborgen is en waarvan hij zich niet bewust is. De natuurlijke neiging van de Soefi is om harmonie te scheppen en het met iedereen eens te zijn. Maar als je harmonie en overeenstemming met hen wilt mag dat niet betekenen dat je hen steeds meer aanmoedigt om nog meer dingen af te wijzen totdat de dienst is veranderd in iets heel anders. Stel je voor dat ouders altijd zouden toegeven aan de grillen van hun kinderen. Waar zou dat op uitlopen? Daarom is het jullie verantwoordelijkheid om krachtig vast te houden aan de vorm van de Universele Eredienst en tegelijk tegemoetkomend en in harmonie te zijn met hen, die het niet goed begrijpen en die het op hun eigen manier willen veranderen. Op die manier zul je hen niet verliezen en je zult de Universele Eredienst niet verliezen. Anders bestaat altijd de mogelijkheid dat je hen zult verliezen door hen er tégen te maken, wanneer je iets uitlegt wat ze niet kunnen begrijpen. Natuurlijk in speciale gevallen wanneer het niet een kwestie is van vooroordeel maar van geloof -- bijvoorbeeld in China waar ze graag de namen van Confucius en Laotze zouden toevoegen – dan is er de Anjuman van de Universele Eredienst, dat wil zeggen dat het speciale comité zal beslissen voor dat bijzondere land. In dit geval is er geen vooroordeel van de kant van de Chinezen, maar de wens de namen van hun eigen grote figuren toe te voegen. De heiligheid van Saum en Salat moet bewaard blijven. Door woorden weg te laten of toe te voegen gaat veel van de oorspronkelijkheid, de inspiratie en kracht verloren. En wanneer iemand eenmaal gaat improviseren komt er geen eind meer aan. De vraag rijst: in hoeverre moeten we tegemoet komen aan de vreemde ideeën van onze vrienden met betrekking tot de Universele Eredienst. Het antwoord is dat we langzaam en geleidelijk moeten proberen hun denkbeelden te veranderen en mettertijd zullen die veranderen als we geduldig zijn. Maar zodra we aan hen toegeven lijden we een groot verlies, we kunnen dan niet langer op onze eigen benen staan. Ondanks de grote inspanning die de Soefi wordt geacht zich te getroosten om het met iedereen eens te zijn, moet hij vasthouden aan de vorm die zal samenbinden in de komende jaren en als we toestaan dat de vorm verbrokkelt, als we toestaan dat we verdeeld raken, kan dat nooit goed gaan. Want daarmee gaat de idee van de Universele Eredienst volledig verloren.


35

Het Oosten heeft altijd de oorspronkelijke taal van iedere Boodschap bewaard. Het is nu lang geleden dat de Boeddha kwam en dat Zarathoestra zijn Gatha’s gaf en vandaag bewaart de Parsi, die de taal niet bestudeerd heeft, de heilige woorden nog steeds in de oorspronkelijke taal die hij gebruikte, ook al is die taal dood en is die al lang vergeten. En zo is het ook bij de Chinezen: wat afkomstig is van Confucius bewaren ze in die taal. Ieder Moslimkind krijgt godsdienstonderwijs in het Arabisch. De woorden van Brahma, de woorden van Krishna hebben ze nu nog in het Sanskriet en hoewel het Sanskriet een dode taal is -- niemand spreekt die nog – hebben ze nog religieuze zaken die worden gezegd in het Sanskriet en zo wordt de uitwerking bewaard. De mensen vragen waarom Plato en Socrates niet worden genoemd in Salat. Salat zegt “namen bekend en onbekend”, dat omvat alle namen, daarin is plaats voor allen. Maar wanneer de boodschap eerst kwam tot de mensen in Europa en dan naar China gaat …. Trouwens, Laotze en Confucius waren net als Plato en Socrates. Zij waren de wijste mensen in hun tijd, maar de Profetische Boodschap is nog iets anders. Die komt gewoonlijk niet op die manier. Maar om zoveel miljoenen tevreden te stellen kan het geen kwaad als er twee namen worden toegevoegd. Dat wil zeggen in dit speciale geval, dan kan het wel. Ieder land heeft te eniger tijd zijn grote Boodschapper gehad. Geen land is zonder geweest, maar dat is niet bekend. Vele zielen hebben de wereld gediend als Profeten van God, hun namen zijn niet bekend. Maar in Salat denken we aan de eenheid van alle grote leraren van alle religies, of hun namen nu bekend zijn of niet. Maar we noemen alleen die gemeenschappen die nog steeds bestaan, de namen van hun grote leraren zijn vertegenwoordigd. De Boodschap is voor de hele wereld, maar het is een kwestie van tijd waarheen die gaat en wie die moet brengen. We moeten geduld hebben. Totdat de Boodschap naar alle delen van de wereld is gebracht is de Boodschap nog niet vervuld.


36

17. CHERAGS, 19 juli 1925 (13 september 1925).

Kritiek.

Mijn gezegende cherags, ik wil een bijzonder probleem onder jullie aandacht brengen. Als jullie bezig zijn met het werk van de Universele Eredienst zal er een tijd komen dat jullie de kritiek zullen ontmoeten van de ongelovige, van de orthodoxe en van de materialist. Van degene die religie haat en degene die de spot drijft met religie. Jullie zullen nog een andere moeilijkheid tegenkomen. Iemand die de voorkeur geeft aan deugden en principes boven religie, die meer gelooft in goed leven dan in vertoon van goedheid, die gelooft in werken in stilte en een tegenstander is van alle vormen. Jullie positie is heel moeilijk, want als je tegen hem ingaat, zul je alleen maar je positie verzwakken. Als je hem veroordeelt als iemand die op de verkeerde weg is, verzwak je alleen maar je positie. Het beste in zulke gevallen is om zijn standpunt te zien en te waarderen en te begrijpen dat er een bedoeling schuilt in het feit dat hij er is, althans voor het ogenblik. Zeg nooit dat hij op een dag toch zal komen, want dan zul je zijn tegenstand versterken en de mogelijkheid dat hij komt wegnemen, juist omdat je het tegen hem hebt gezegd. Een mens is wijs en een mens is dwaas, maar bovenal is de mens trots. Jullie moeten heel zorgvuldig de menselijke gevoeligheden bestuderen en altijd proberen uiterst voorzichtig te werk te gaan. Probeer nooit de universele gedachte aan hem op te dringen als hij daartoe niet is voorbereid door het leven. Hoe neutraler je bent in je daden des te sterker sta je. Hoe meer vrijheid je geeft en hoe meer respect je toont voor zijn gedachten en gevoelens, des te meer zal hij zich tot je aangetrokken voelen en je zult in hem de ruimte openen om vroeg of laat met grote ontvankelijkheid de Boodschap aan te nemen. Je kunt nooit te veel tact tonen, maar je kunt te onverschillig zijn. Je kunt misschien wel eens zeggen: goed, als dat het geval is laat ze dan maar komen of niet, wat kan het schelen! Dat is te veel onverschilligheid. Maar tactvol zijn en tevens de Boodschap verspreiden, dat is heel noodzakelijk. Alle priesters en dominees, allen die werken op religieus terrein komen dezelfde moeilijkheden tegen en velen hebben geen weet van dit psychologische gezichtspunt. In plaats van aan te trekken stoten zij af, omdat zij stelling nemen tegen hun tegenstanders in plaats van neutraal te zijn. De beste manier om de Boodschap te verspreiden is ons oprechte geloof in de Boodschap. Dat zal werken als magie en zal de boodschap meer verbreiden dan wat dan ook. Laat iedereen daarop reageren voor zover hij bereid is om daarop te reageren en verwacht niet meer van hem. Deze houding zal vanzelf nieuw leven wekken in de gevoelens van degene die zich aangetrokken voelt tot jou en tot de boodschap en zal hem er vroeger of later toe brengen de schoonheid daarvan te begrijpen en te waarderen. Vraag: Welk antwoord moeten we geven aan degene die zegt dat een goed leven beter is dan vormen van aanbidding?


37

Antwoord: Aanvaard die gedachte eerst meteen en zeg dan: ja, maar goed leven met vorm is beter dan alleen maar goed leven. Maar als iemand zegt: ik ben eerlijk in zaken, ik heb oog voor mijn verplichtingen tegenover mijn medemensen, ik doe thuis mijn plicht, maar ik ga niet naar de kerk. Zeg dan: ja, dat is de ware religie, maar als er daarnaast ook nog gemeenschap met God was, zou dat nog beter zijn. Er zijn veel voorbeelden van een vreemde mentaliteit, wanneer men zegt: ik wil wel in God geloven, maar ik kan het niet. De beste manier is om heel voorzichtig met hen om te gaan. Je moet hun sympathie geven, niets is aantrekkelijker voor de mensen dan sympathie. Wat de wereld nodig heeft is sympathie en dat is onze speciale opdracht. Vraag: Wat voor antwoord moeten we geven aan hen die zeggen dat ze geen nieuwe vormen willen? Antwoord: Dat is net als iemand die zegt: ik wil geen nieuwe kleren, ik wil mijn oude spullen. We moeten hen vrij laten. Maar als ze zeggen: waarom hebben jullie een nieuwe vorm? Dan kun je zeggen: het is geen nieuwe vorm, maar een bijeen brengen van vele verschillende vormen in ĂŠĂŠn vorm. De eredienst van de Christenen, de Joden, de Moslims, de Boeddhisten samen gevoegd en gevormd tot de Universele Eredienst. Dus het is geen nieuwe vorm, het is alle vormen. Vraag: Soms wordt de vraag gesteld: wat biedt jullie kerk? Alleen aanbidding? Of geeft die een bepaalde weg naar verlossing? Antwoord: De Universele Eredienst biedt in de eerste plaats een ruimer gezichtspunt en een breder altaar voor aanbidding. Maar wat is de betekenis van de eredienst? Het betekent het openen van deuren, om iemand in contact te brengen met zijn God, en wat wil je nog meer? De symboliek van alles is zoals je er naar kijkt, als je het ziet met heiligheid dan is het heilig. Het is al naar gelang van je gezichtspunt. De zegen van de Universele Eredienst is overeenkomstig het gezichtspunt van iemand, hoe hij er naar kijkt. En verder, als iemand nooit ingewijd was in de Esoterische school, als hij alleen maar de Universele Eredienst volgde met een open hart, dan ben ik er zeker van dat hij een hogere en grotere zaligheid zou kunnen bereiken zonder bepaalde studies gevolgd te hebben, omdat je als je God oprecht zoekt, al is het alleen maar in de Universele Eredienst, je daarin zeker zult slagen. De Esoterische School is voor een zeker temperament, dat intellectuele kennis verlangt. Maar om bij het uiteindelijke doel te komen wordt de ziel opgetild. Hij gaat door een inwijding, ook al weet hij het misschien niet. De ware betekenis van inwijding is 'ontplooiing'. En iedere ontplooiing in het leven van een mens is een inwijding. De uiterlijke inwijding in de Esoterische School is even noodzakelijk als de innerlijke, omdat een uiterlijke inwijding de dingen duidelijk en omlijnd maakt, terwijl de innerlijke inwijding vaag is en een ander karakter heeft. Beide gaan hand in hand.


38

Het is niet nodig om een mureed te worden voor je tot de Universele Eredienst behoort. De eerste stap is om lid te worden van de Universele Eredienst. En dan, als er sommigen onder hen zijn die niet tevreden zijn, kunnen zij ingewijd worden. Dat is een andere weg. Het is waar dat niets een betere inwijding geeft dan het leven, maar het is net als iemand die zegt dat hij niet denkt dat het nodig is om naar een dokter te gaan omdat de natuur geneest. Maar als hij naar de dokter gaat betekent dat niet dat hij niet ook door de natuur genezen kan worden. Eigenlijk zijn er twee vormen van het sacrament: een innerlijke en een uiterlijke vorm. Het innerlijke sacrament is het ware sacrament. En het uiterlijke sacrament is het sacrament van de vorm. Dat sacrament ligt in de Universele Eredienst en zal gegeven worden wanneer de tijd er rijp voor is. Maar het voornaamste sacrament, waarvan het uiterlijke het symbool is, is de Boodschap zelf. Zo komt wat niet in woorden gezegd wordt als brood en wijn. Vraag: Ligt er een speciale gave in de ordinatie? Antwoord: Als een bloemist je een bloem geeft is dat anders dan de bloem die je vriend voor je meebrengt, want hij brengt je iets vanuit zijn hart. Gevoelens gedachten, verbeelding, dat alles komt met de bloem die je vriend je brengt. En zo ook als er een ordinatie wordt gegeven, betekent die iets daarachter – Licht en Leven – het is als een sacrament dat jou als mens wordt gegeven. En als die je niet op die manier wordt gegeven is dat niet hetzelfde. Er is geen verschil tussen de bloem die je koopt bij de bloemist en de bloem die je vriend je geeft. Het verschil ligt in wat je niet kunt zien.


39

18. CHERAGS, 26 juli 1925.

Vertrouwen op God.

Ik zou graag een paar woorden willen zeggen over de problemen en moeilijkheden en moeilijke situaties die jullie kunnen tegenkomen. Als jullie Murshid kunnen bereiken in een moeilijke situatie dan kan de oplossing gegeven worden. En als jullie Murshid niet kunnen bereiken kunnen jullie de oplossing halen uit Murshids leringen. En als je geen leerstuk hebt voor dat probleem, dan kun je de oplossing uit je eigen hart halen. Mettertijd kun je je zo ontwikkelen dat je hart altijd antwoord zal geven hoe je een moeilijk probleem moet aanpakken. Eén ding moeten we nooit vergeten en dat is ons vertrouwen op God. Het doet er niet toe wat het probleem is, door ons vertrouwen op God kan het probleem opgelost worden. Er is een verhaal over de Profeet, dat de Profeet en zijn metgezel Sadik zich schuil hielden achter een rots toen een troep ruiters hen achterna zat om hen aan te vallen. En toen het geluid van paardenhoeven hoorbaar werd zei Sadik: hoor, daar komen ze aan! Waarom zouden we bang zijn? zei de Profeet. Ze zijn heel dichtbij! Wat doet dat er toe? zei de Profeet. Sadik zei: zij zijn met velen en wij maar met zijn tweeën. Nee, zei de Profeet, wij zijn met zijn drieën, jij en ik en God. God moet nooit buitengesloten worden, dat is onze kracht. In moeilijkheden en zorgen, hoe vreselijk ook, houd God voor ogen en tenslotte zul je de moeilijkheid te boven komen. Dan wil ik jullie zeggen dat het feit op zich dat Murshid jullie de wijding geeft tot cherag betekent dat jullie gezegend zijn om een preek te houden en als je niet in staat bent om dat te doen, betekent het dat je niet gelooft wat er bedoeld wordt met de wijding. Hoe meer je gelooft in het geheim van de wijding des te meer zul je je bewust worden van de kracht en de inspiratie die al in je hart zijn gezaaid door de wijding. De kracht van het geloof is zo groot dat het bij het bereiken van het hoogtepunt vertrouwen wordt. Shankaracharya, de grote Leermeester van de Hindoes, sprak eens op een zeer grote conferentie over godsdiensten in Calcutta. Hij vroeg: zijn al mijn leerlingen bij deze bijeenkomst? Ja, zeiden ze, behalve één die bezig is met de afwas en het eten van de leraar klaar maakt. Hij zei: hij moet ook komen, ze moeten allemaal bij me zijn, ik ben verbaasd dat jullie hem achtergelaten hebben. Shankaracharya gaf een lezing die het hele gehoor in zijn ban hield. Toen vroeg hij of er ook vragen waren en hij keek naar zijn leerlingen en velen onder hen waren dokter en professor en zeer geleerde mensen. En in plaats van hen te antwoorden wees hij de man aan die niet aanwezig was bij het onderricht dat door de Goeroe aan de anderen werd gegeven, want hij was altijd bezig met stof afnemen, bedden opmaken en afwassen. De man stond op zonder ook maar één ogenblik te aarzelen, zonder te denken: ik ben altijd bezig met de afwas en eten koken, ik heb niet eens aan de voeten van de Meester gezeten. Hij stond eenvoudig op te midden van die geleerde mannen en beantwoordde hun vragen en hij deed dat zo tot volle tevredenheid dat alle aanwezigen zich erover verbaasden.


40

Hoe kwam dat? De kracht van geloof, de kracht van vertrouwen. Het geloof in zijn Leermeester gaf hem vertrouwen in zichzelf, niets maakte dat hij zou weigeren, nooit. Dacht hij: ik heb geen ervaring, ik ben niet geschoold, ik ben er niet aan gewend? Alleen al het feit dat de Goeroe zei: je moet het doen, was genoeg voor hem. Het gaf hem de kracht en de inspiratie, alles wat nodig was. Het lijkt een wonder, maar als een wonder niet verricht kan worden op het geestelijke pad, waar kan het dan verricht worden? Waar bestaat het als het niet daar is?


41

19. CHERAGS, 2 augustus 1925.

Preken.

Mijn gezegende cherags, vanavond zou ik graag tot jullie willen spreken over het onderwerp van de preken die jullie zullen houden. In de Universele Eredienst zullen jullie uiterst voorzichtig moeten zijn wat voor preken jullie zullen houden, want het is mogelijk om een eenzijdig gezichtspunt in te nemen wanneer het noodzakelijk is dat je alle gezichtspunten aan de wereld voorlegt. Bovendien is het noodzakelijk om onderscheid te maken tussen esoterische leringen en de preek van de Universele Eredienst. Een preek moet geen esoterisch onderricht zijn, een preek is een stap naar esoterisch onderricht. In de preek van de Universele Eredienst bereid je de gedachten van hen die gekomen zijn voor door hen dorstig te maken naar de innerlijke weg, het spirituele ideaal. Je moet je preek niet te filosofisch maken of te psychologisch, het idee van de preek is om de morele opvatting van het leven weer te geven, hoe we in harmonie kunnen leven en hoe we vorderingen maken dwars door de voortdurende strijd van het leven heen. Een cherag vroeg me eens: als er preken worden gehouden over morele opvattingen door de dominees en de gezagdragers van de verschillende kerken, waarom doen wij dat dan ook? Het antwoord luidt dat mijn mureeds die cherag zijn geworden de kanalen zijn van de Boodschap, en de morele opvatting die de Boodschap aan de mensheid kan geven moet duidelijk tot uitdrukking komen door deze kanalen. Maar nog afgezien van de preek moet de aanwezigheid van de cherag een zekere sfeer scheppen, moet iets levendigers geven omdat de cherag door zijn wijding verbonden is met een levende batterij. Je moet er geen ogenblik aan denken jullie werk in de Universele Eredienst te vergelijken met het werk van anderen. Daarmee bedoel ik niet dat jullie jezelf verheven moeten achten boven anderen. Dat mag nooit gebeuren. Maar jullie moeten je bewust zijn van de levende kracht van de Boodschap wanneer jullie een preek houden, en dat besef zal leven geven aan jullie preken en zal de sfeer van de diensten die jullie houden laden met een nieuw magnetisme. Vraag: Wat is de beste en meest geschikte lengte van een preek? Antwoord: Ik denk dat een uur de juiste tijd is voor de hele dienst. En als je vijftien tot twintig minuten uittrekt voor de preek zal dat goed zijn.


42

20. CHERAGS, 9 augustus 1925.

Het welbehagen van God.

Mijn gezegende cherags, wat jullie zwaard zal zijn is jullie geloof en wat jullie schild zal zijn is jullie wijsheid en de toorts in jullie handen is de boodschap van God en waar je naar zult zoeken is het welbehagen van God. Het welbehagen van God wordt gezocht door een diep inzicht in jezelf om onderscheid te maken tussen wat God behaagt en wat Hem mishaagt, sympathie voor je geestelijke gids met oprechte toewijding aan de goede zaak en vertrouwen op God voor juiste leiding. Om dit beter te kennen moet je de wet van vriendschap kennen. Hoe meer je gevoel voor vriendschap is gewekt, des te meer zul je voelen wat je vriend prettig en niet prettig vindt. Als je vriend duidelijk of met sarcasme tegen je zou spreken zou je in beide gevallen heel goed weten wat hij bedoelt als jullie echte vrienden zijn. Als je het genoegen van God zoekt wordt op dezelfde manier een gevoel gewekt, het gevoel dat je vertelt wat de Heer behaagt en wat niet. Het is ongetwijfeld moeilijk voor een sterveling om het genoegen en misnoegen van God te begrijpen. Maar de eerste stap is om het genoegen en misnoegen van het mensdom te begrijpen, niet op het gebied van woorden, maar op het gebied van gevoel. Bovendien, hoe groter het wezen des te minder spreekt hij. Hoe verfijnder iemand is, des te minder geeft hij een uitleg in woorden. Degene in wie dat gevoel wordt gewekt wordt vergeleken met een Arabisch paard: hij hoeft geen geluid te horen, hij kent de gedachte wanneer hij langzaam moet zijn en wanneer snel. Het is tot die fijnheid dat een mens zich moet verheffen om het genoegen en misnoegen van God te kennen. De taak van de Universele Eredienst is om het mensdom op te heffen, iemand van een mens te verheffen tot een persoon en dat gevoel moet ontwikkeld worden. Is het werk van God het voornaamste? Nee, te weten wat Hem behaagt en mishaagt is het voornaamste. Is sympathie het voornaamste? Nee, het genoegen en misnoegen van je vriend te begrijpen is het voornaamste. En dat geeft sympathie, het is begrip dat sympathie verdiept. De kracht van het hoofd is niet genoeg om de Boodschap aan de mensheid te geven. De kracht van het hart is nodig; eerst het hart, het hoofd komt later. Als het hoofd het eerste komt en het hart volgt, dan zal het hart zwak worden, het hoofd zal de overhand krijgen. Het is de ontwikkeling van de harteigenschap die ons in staat zal stellen te werken op een gebied van wijsheid en aan hen die met ons in contact komen de Boodschap te brengen, die we bestemd zijn te brengen. Vraag: Wilt u alstublieft uitleggen wat u bedoelt met het genoegen en misnoegen van God? Antwoord: De gedachte dat God het Enige Wezen is en bestaat als het AL is het einde, niet het begin. Die gedachte ontwikkelt zich aan het einde van het leven, niet aan het begin. Maar het genoegen en misnoegen van God wordt gevoeld als we eenmaal God binnenin ons hebben gemaakt. Het maken van God is hetzelfde als het maken van vrienden. Als je een


43

echte vriend maakt is de vriend binnenin je, en dan kun je je heel goed het genoegen en misnoegen van je vriend voorstellen. De plichtsgetrouwe zoon, de liefdevolle dochter, de vriendelijke moeder, enz., ze hebben allemaal hun familieleden niet alleen voor ogen, maar ook binnen in zich. Ze begrijpen hoe het kind, de vriend, de geliefde voelt. Ze begrijpen dat niet omdat ze aan de buitenkant staan, maar omdat ze van binnen het evenbeeld hebben en wanneer we contact hebben met dat evenbeeld begrijpen we het heel makkelijk. Dus wanneer we God binnenin ons zo volmaakt, zo groot, zo verheven, zo mooi maken als maar mogelijk is, is dat de enige manier om contact te hebben met God. We kunnen geen contact hebben met het Enige Wezen, dat is te ver weg. Het is door de God binnenin ons dat het Enige Wezen tot je spreekt. Dat is de symbolische betekenis van afgoderij. Met de innerlijke afgod maken we van binnen een eigen God en zien Hem steeds groter en groter worden. Vraag: Waarom moet een cherag iemand niet helpen om te sterven? Antwoord: Het werk van een cherag is om iemand te helpen leven. Het leven is eeuwig, dus moet een cherag iemand helpen beseffen dat hij eeuwig is. Maar die hulp wordt altijd gegeven door de cherag, dus is er geen noodzaak om zijn dood te verhaasten, om hem te vertellen dat hij onsterfelijk is. Wat ik zei was: verhaast de dood van een stervende niet. Iemand op zijn sterfbed heeft nog altijd hoop, zelfs tot zijn laatste ademtocht. En dan komt de cherag en jaagt hem angst aan, eerst met zijn gewaad en dan door te zeggen: je bent bezig heen te gaan, en dat maakt nog iets meer indruk op hem. Dan zegt hij: denk aan het Enige Wezen. Het is alsof je tegen een kind zegt: de dokter komt en hij heeft een bittere pil voor je klaar gemaakt. Dus alles wat gedaan en gezegd wordt in aanwezigheid van de stervende dat bij hem de indruk wekt dat hij op het punt staat om te sterven vind ik persoonlijk niet prettig. Maar dat is een persoonlijke opvatting, die is niet officieel. Ik wil de stervende niet laten voelen dat hij stervende is. Maar u zegt misschien, als er nu iets is dat hij zou moeten doen, iets dat hij v贸贸r zijn dood zou moeten regelen, wat dan? Ik zou zeggen dat de dokter die taak heel goed vervult. Vraag: Is het wenselijk om het leven op aarde zo lang mogelijk te maken? Antwoord: Ik denk dat de beste manier om dat te bezien is met de gedachte aan berusting. In de Oosterse taal wordt de dood Quadr genoemd (wat betekent Almachtige Kracht, niets kan daartegen stand houden). Het is als de druppel die voor de zee staat en zegt: ik wil geen druppel zijn, ik wil de zee zijn. Dus om berustend te staan tegenover Quadr is het beste. Vraag: Als iemand een priester roept en de sacramenten ontvangt zoals in de Katholieke kerk, of de dominee komt en geeft troost, is dat niet goed? Antwoord: Ik weet niet hoe vaak troost op deze manier succes heeft. Bij hoeveel van tien mensen is er enig succes? Persoonlijk zou ik er niet voor voelen hem de suggestie van de dood te geven. Dit is misschien mijn persoonlijke zienswijze, maar ik denk dat zelfs de ge-


44

ringste suggestie die door ons aan een stervende wordt gegeven soms angstaanjagend kan zijn. Uit naam van religie begaan de mensen vaak wreedheden. Vraag: In gevallen van verdriet, kan de cherag dan stervenden helpen? Antwoord: Het stervensproces is zo ernstig dat de stervende buiten bereik van de levende is en daarom is het beter hen over te laten aan hun eigen hogere gedachten, wat ze op dat ogenblik voelen. Ik bedoel niet dat we niet één op de duizend keer goed zouden kunnen doen. Maar als iemand, die veel hoger ontwikkeld is dan wijzelf, stervende is en wij praten tegen hem vanaf ons niveau dan is dat erg jammer. Sommige mensen worden vlak voor hun dood opgeheven naar hoger sferen en als wij, die opgaan in ons aardse leven, hun dan iets gaan vertellen dat lager is dan die sferen, dan is dat heel jammer. De stervenden te eerbiedigen en voor hen te bidden is het beste. Vraag: Maar als we bij een stervende worden geroepen die bang is voor de dood? Antwoord: In dat geval is het goed, maar we moeten oppassen met ieder woord, dat het niet hard klinkt, niet tactloos, niet zonder sympathie. Vraag: Blijft de indruk van angst voor de dood bij die persoon als angst? Antwoord: Ja, natuurlijk, en daarom is het het beste als die persoon buiten bewustzijn heengaat. Vraag: Soms is iemand in hoger sferen ten tijde van zijn dood, moet er dan zuurstof gegeven worden om hem terug te halen? Antwoord: Het is niet goed om te veel in te grijpen bij stervende mensen. Vraag: Waarom is het niet aan te raden om zelfmoord te plegen? Antwoord: Dat is zwakheid. De kracht ligt daarin om het hoofd te bieden aan alles wat er komt, ongeacht wat het is. Misschien is er iets dat door die pijn en dat lijden het karakter ontwikkelt. Bovendien heeft het leven veel dat je zou kunnen doen leven. Als iemand het maar kan zien en waarderen. En degene die het leven niet zo bekijkt en maar één ding ziet en in dat ene opgaat en zegt dat alles zinloos is, dat is beperktheid van blik.


45

21. CHERAGS, 16 augustus 1925.

Het werk van de sirajs.

Vandaag zou ik onder jullie aandacht willen brengen wat voor ons heel noodzakelijk is om het werk van de godsdienstige kant van de Soefi Boodschap naar behoren te doen. We hebben een oneindig veel groter aantal cherags nodig en het gebrek daaraan veroorzaakt psychologisch een zeer grote vertraging bij het verspreiden van de Boodschap. Het is mijn grote wens dat iedere siraj het als een deel van zijn werk zal beschouwen, en wel het meest belangrijke deel, om in zijn land tenminste 20 kandidaten voor te bereiden om cherag te worden. Als hij er meer kan voorbereiden zal dat nog beter zijn. En iedere cherag zal het als een deel van zijn werk beschouwen om de belangstelling te wekken van tien kandidaten uit de leden van de Orde die als cherag zouden kunnen werken. Omdat meerdere cherags de dienst leiden is het niet noodzakelijk dat een nieuwe cherag iemand moet zijn die het werk alleen kan verrichten, zolang je maar denkt dat hij over een jaar of drie, door samen te werken met andere cherags, klaar zou zijn om zo nodig alleen te werken. Als het mogelijk zou zijn dat er in één stad veel diensten zouden zijn, moet de siraj dat overwegen. En natuurlijk zal er dan behoefte zijn aan meer cherags. In grote steden als Parijs, Londen en New York is één dienst niet genoeg. Er zouden twintig diensten moeten plaats vinden en zelfs dat is niet genoeg. Natuurlijk moet die regeling door de siraj van dat land getroffen worden. Het is niet nodig om de dag van de diensten te veranderen. Het verdient de voorkeur om de diensten op Zondag te houden al was het alleen maar omdat de mensen die komen eraan gewend zijn om diensten bij te wonen op zondag. Op andere dagen voelen zij zich niet in een kerkstemming, omdat zij daar één dag in de week voor gereserveerd hebben. Op andere dagen hebben ze een ander programma en het stoort hun programma en ze vinden het vreemd om diensten bij te wonen die op een andere dag worden gehouden, die voor veel mensen een dag van vermaak is. We moeten er voor zorgen dat de dienst niet wordt gehouden op een ongeschikte plaats, zoals een zakencentrum, waar de klanten komen en gaan, of een tentoonstellingsruimte vol schilderijen en beelden, of een andere plaats die afbreuk doet aan de waardigheid en de heiligheid van de Universele Eredienst! Het zou geen slecht idee zijn als cherags uitgenodigd zouden worden door andere cherags om hen te gaan helpen in verschillende steden zodat ze hun werk kunnen uitwisselen. Dat zou een goed gevoel geven en ook afwisseling geven in de manier waarop de Boodschap wordt gebracht. Het zou ook wenselijk zijn als er enkele cherags over zouden zijn wier werk het zou zijn om naar verschillende plaatsen te gaan en de Universele Eredienst te brengen naar verschillende dorpen en steden en zo belangstelling te wekken bij de mensen voor de Universele Eredienst. Door de dienst eerst eenmaal per maand te houden, dan twee keer in de maand en dan vier keer. Dan kunnen er tevens meer en meer cherags bij betrokken worden van degenen die er belangstelling voor hebben om in die plaats te werken. Nadat er een


46

jaarlang gewerkt is in een stad, zouden er één of twee mensen onder het gehoor moeten zijn die voldoende belangstelling hebben en het werk willen voortzetten. Woorden schieten te kort om te zeggen hoezeer we een groot aantal cherags nodig hebben en veel gezegende zielen wachten op de gelegenheid in alle landen. Zullen jullie hun die gelegenheid niet geven waar ze op wachten? Er zijn zielen die geboren zijn met het verlangen om te werken voor de Boodschap. Ze zijn zich daar niet van bewust, maar ze zijn er voor geboren en wachten op de tijd dat jullie het nieuws aan hun oren zullen verkondigen! Zij die niet vóór ons zijn, zelfs al zijn ze cherag, moeten ons verlaten. Ze horen niet bij ons. Maar zij die geboren zijn voor de Boodschap zijn alleen gelukkig als ze daarvoor mogen werken. Zij zullen zich gezegend voelen als ze tot cherag worden gewijd en door te werken voor de goede zaak zullen zij het doel van hun leven vervullen. Vraag: Geeft u de voorkeur aan drie cherags in één dienst, of dat ieder een dienst zou houden op een verschillende plaats op dezelfde tijd? Antwoord: Om te beginnen is het beter dat er drie de dienst houden op één plaats en belangstelling wekken. Zodra je begint te horen dat de mensen zeggen: we voelen er wel voor maar we wonen te ver weg, kunnen we geen dienst in onze streek hebben? Als er tien mensen graag op die plaats zouden willen komen, dan zouden er twee cherags hier kunnen blijven en één zou daarheen kunnen gaan. Er is geen vaste regel voor het aantal. Drie is een goed aantal, maar dat betekent niet dat twee of één de dienst niet kunnen houden. Vraag: Zou het een goed systeem zijn als preken en uitgezochte leesstukken rondgestuurd konden worden langs verschillende plaatsen? Antwoord: Enerzijds is het een goed idee, maar het maakt de mensen lui. Als een cherag uitdrukking kan geven aan zijn ziel in de vorm van een preek is dat goed. Maar als de siraj denkt dat de preek werkelijk prachtig was en als de cherag in een andere plaats er diep door geroerd was, dan kan hij de preek van die andere cherag nemen en die voorlezen. Want het is dezelfde Boodschap. Maar er kunnen twee bezwaren opkomen. Sommige cherags kunnen zeggen: waarom zijn we hier, om de preek van een ander voor te lezen? En sommige cherags zullen zeggen: des te beter, het spaart werk, dat is beter. Ik zal jullie zeggen dat we ons niet kunnen voorstellen hoe onachtzaam de menselijke natuur kan zijn, met andere woorden: lui. Er zijn mensen als je een mooi gedicht aan ze voorleest, die om jou een plezier te doen hun oor eraan lenen, maar eigenlijk denken ze dat het een te grote inspanning is om zelfs maar een gedicht te beluisteren. Er zijn heel veel mensen op deze wereld die zich de moeite besparen om hun hoofd te laten denken en hun hart te laten liefhebben en om hun lichaam in actie te laten komen. Ze zijn heel blij om zonder dat alles te leven. Vraag: Mag iedere cherag de religieuze Gatheka’s hebben? Antwoord: Ja.


47

Vraag: Is het beter om de Universele Eredienst op twee verschillende plaatsen in een stad te houden? Antwoord: Houd de diensten om te beginnen op ĂŠĂŠn vastgestelde plaats. Vraag: Is godsdienstonderwijs voor kinderen deel van het werk van de cherag? Antwoord: Dit is een heel gevoelig onderwerp. Er moet een speciaal systeem gemaakt worden. Ik denk niet dat ik op het ogenblik vrije tijd over zal hebben voor dit werk en het is werk dat ik zelf moet doen. Het is allemaal hier en het hoeft alleen maar op papier gezet te worden zodra het leven mij de gelegenheid geeft. Ik zal dit zien als een uiterst belangrijk deel van het werk van de Boodschap. Vraag: Kunnen cherags de wijding geven? Antwoord: Nee, ze moeten de belangstelling wekken van tenminste tien kandidaten zodat die klaar zijn om gewijd te worden wanneer ik in dat land kom. In sommige landen is de siraj gemachtigd om in mijn naam cherags te wijden in geval van mijn afwezigheid en in geval van noodzaak zodat het werk geen uitstel ondervindt.


48

22. CHERAGS, 23 augustus 1925.

Universele Eredienst.

Mijn gezegende cherags, de tijd is nu gekomen dat de Universele Eredienst niet beperkt hoeft te worden tot de mureeds, maar dat die gehouden kan worden voor een breder gehoor. Daarom moeten jullie alles in het werk stellen om de Universele Eredienst aan een groter deel van de mensheid te brengen. Overal waar jullie de dienst houden zullen jullie je best doen om het zo te regelen. Er was een tijd dat het nodig geacht werd de Universele Eredienst alleen te houden voor mureeds, leden en vrienden. Die tijd is voorbij. De tijd is nu gekomen om de Universele Eredienst meer in het openbaar te houden. Sommigen kunnen denken dat er plaatsen in de wereld zijn waar de kerk grote invloed heeft, waar het verzet tegen de Universele Eredienst erg groot zou zijn. Maar jullie moeten weten dat er geen plaats in het Oosten of het Westen is waar we geen moeilijkheden zullen ondervinden. Die zullen we altijd tegenkomen en overal, op sommige plaatsen wat meer, op andere wat minder. Tegen alles wat nieuw lijkt, hoe oud het in wezen ook mag zijn, verzetten de mensen zich van nature. Maar zo lang wij geen conflict wensen, zo lang wij neutraal blijven en ons werk doen, kunnen we het aan anderen overlaten om te denken wat ze maar willen. We moeten er dankbaar voor zijn dat deze tijden niet zo slecht zijn als in het verleden, zoals waar we over lezen in de geschiedenis toen er kans bestond op strijd en bloedvergieten. Maar die tijden zijn voorbij. Zeker, nu hebben we te worstelen met materialisme, maar toen was dat een worsteling tegen gewelddadigheid. Maar nu is het tegen volledig materialisme en ongeloof dat we moeten strijden. Als de mensen tegen de uiterlijke vorm zijn zullen ze er niet meer tegen zijn als ze eenmaal de bedoeling achter dit alles begrijpen. De cherags moeten al het mogelijke doen om hun bedoeling duidelijk te maken aan hen die naar de dienst komen. Onlangs kwam er iemand bij me die vroeg: wat voor religie is dit? Ik zei: het is alle religies. Maar jullie hebben een dienst? Ik zei: ja, we steken kaarsen aan voor alle grote religies en we lezen uit alle heilige geschriften. Hij was meteen vol belangstelling. Hij zei: ja, Schuré heeft een boek geschreven over de Grote Ingewijden, wat een heel goed idee is. Zodra hij wist dat het niet één religie was, maar alle, werd hij verdraagzaam. Het is aan ons om de juiste of de verkeerde indruk te wekken In het begin zullen we merken dat misschien 95 van de 100 mensen zich eerst tegen ons verzetten. Maar als ze onze uitleg horen en de bedoeling erachter begrijpen zul je merken dat 95 er vóór zijn en maar 5 tegen. Deze gedachte zal iedere bedachtzame ziel aanspreken als we ons inspannen om dit idee duidelijk te maken. Als we alleen maar bezig zijn met de vorm van de Eredienst en als we denken: nu hebben we onze plicht gedaan, iedere kaars die is aangestoken op het altaar stelt vanzelfsprekend een grote Leraar voor, dan zullen zij de universele kant van onze dienst niet zien, want heel dikwijls wil een mens zijn hersenen niet inspannen, en maar heel weinig mensen zullen de moeite nemen om het te begrijpen.


49

Ze komen om eens te zien hoe het is en ze zijn niet tevreden met alleen de uiterlijke indruk. Daarom is het onze taak om in de preek de betekenis uit te leggen en om hen persoonlijk op te zoeken om de gedachte achter de vorm uit te leggen. Dan zullen we hun belangstelling wekken en een gemeente vormen die achter de Universele Eredienst zal staan. Vraag: Zou het goed zijn als één cherag een uitleg gaf over de innerlijke betekenis vóór het begin van de dienst? Antwoord: Ik denk dat dat een heel goed idee zou zijn vooral in steden waar de dienst nieuw ingevoerd wordt. Het is beter dat ze de uitleg eerst horen. Ook is het heel wenselijk dat een cherag in verschillende landen wordt aangewezen voor die dienst om naar de verschillende voorsteden en grote steden te gaan en een dienst te houden, al is het maar eens in de drie maanden. Dat is al iets. Vraag: Is het aan te raden dat alle teksten over één onderwerp gaan? Antwoord: Dat verdient natuurlijk de voorkeur, maar we kunnen niet te veel vragen van de tijd van de cherags. Ze hebben misschien andere bezigheden waaraan ze aandacht moeten geven, maar als ze er tijd voor hebben verdient dat de voorkeur.


50

23. CHERAGS, 30 augustus 1925.

De Boodschap.

Mijn gezegende cherags, jullie moeten weten dat jullie de belichaming vormen van de Boodschap, de Boodschap die moet leven. Die moet bewaard worden door de cherags, daarom is jullie werk voor de Soefi Beweging van het grootste belang. Velen zullen misschien tot de Soefi Boodschap komen en spirituele verwerkelijking bereiken, maar jullie werk is het om niet alleen spirituele verwerkelijking te bereiken, het is ook om offers te brengen, moeilijkheden het hoofd te bieden, krach tig te staan in het geloof en de goede zaak te verdedigen in alle verschillende situaties. Het is het pionierswerk voor de Boodschap dat nu wordt gedaan, op jullie rust de Tempel van de Soefi Boodschap. Hoe meer jullie je bewust bent van jullie verantwoordelijkheid en het belang van jullie dienst aan de goede zaak, des te meer zal die zaak versterkt worden en des te meer kunnen we de goede boodschap verspreiden. Bezie je werk niet luchthartig, want dit is uiterst belangrijk werk. Dat zal de Boodschap bewaren, het zal de Boodschap behoeden. De Soefi Beweging is niet alleen een Esoterische school, waar de mensen komen om te studeren en mediteren en weer weggaan. En die is ook niet als de activiteit van de Broederschap. Er zijn vele andere activiteiten voor broederschap. De Soefi Boodschap is het begin van het nieuwe tijdperk en de nieuwe vorm van aanbidding samengesteld uit alle verschillende vormen. Daarom wordt die de Universele Eredienst genoemd. Het werk van de Soefi Boodschap is om te beantwoorden aan de huidige behoefte van de mensheid, vooral op godsdienstig gebied. Daarom zijn de harten van de cherags van de Soefi Boodschap als vaten waarin de Boodschap bewaard moet worden. En wanneer we de Boodschap brengen, geven we het sacrament dat nu gegeven moet worden. Hoe meer jullie dit beseffen des te meer zullen jullie gezegend worden met inspiratie en kracht om je werk te volbrengen. Maar denk eraan, ik kan nooit mijn ogen sluiten voor wat mijn cherags zullen tegenkomen bij hun werk voor de goede zaak. Maar door deze beproeving zullen mijn cherags bewijzen dat ze mijn vrienden zijn tot het einde, dat ze mij bijstaan in mijn strijd en het ons mogelijk maken om de Boodschap van God te brengen. Laat je hart niet ontmoedigd worden bij de gedachte wat een groot werk ons te wachten staat en hoe gering in aantal we zijn. Niets ter wereld groeit meteen. Zelfs een kind, dat het beeld van God vertegenwoordigt in de mens, heeft tijd nodig om op te groeien. En een Beweging die bestemd is voor de mensheid, een Boodschap die aan alle mensen gebracht moet worden voor toekomstige eeuwen, die kan niet op ĂŠĂŠn dag zo groot zijn als wij denken dat die is. Wat ons vooral kracht zal geven is dat we in sympathie dicht bij elkaar staan. Wij zitten in dezelfde boot bij storm of bij kalme zee. Alleen dit besef zal ons de kracht geven al onze moeilijkheden te doorstaan. Dikwijls wordt me gevraagd: ja, al deze dingen zijn waar, maar hoeveel geld hebben we nodig! Of iemand anders zegt: Hoe grondig moeten we georganiseerd zijn om succes te heb-


51

ben! Denk eens aan de dag dat ik mijn land verliet: was er geld? Waren er middelen? Was er een organisatie? Ik had helemaal geen geld. Wat ik bezat als een schat waren geloof en vertrouwen in de goede zaak en in God. God was mijn schat en het is Zijn Doel, Zijn Zaak. En Zijn Zaak kan het stellen zonder aardse schatten. Omdat het de Zaak van God is zal die vervuld worden zonder aardse schatten. We moeten geloof en vertrouwen in God hebben. Ja, er zijn middelen nodig, maar daar hoeven wij ons geen zorgen over te maken. Als er middelen komen zullen we uitgaven doen, zo niet, dan zullen we de moed niet verliezen. En wat betekent organisatie? Hebben we niet gezien hoe grote, goed georganiseerde naties in één ogenblik uiteen vielen? Denk aan het gezegde: de mens wikt, maar God beschikt. Waarom zouden we ons zorgen maken? Het is Zijn Boodschap. Een organisatie dient ons gemak bij het werk, omdat we moeten werken in deze tijd van ontwikkeling van de wereld. Maar als een organisatie ons hindert om vooruit te komen, als die ons beperkt, dan willen we die niet. Onze sympathie, onze liefde voor elkaar, onze toewijding voor de goede zaak, ons geloof in God, met zo’n organisatie zullen we hand in hand werken. De cherags moeten niet denken dat als er diensten zijn gehouden in één plaats, in één stad, dat dat alles is. Ze moeten proberen om meer belangstelling te wekken voor de Universele Eredienst en die onder de aandacht brengen van meer mensen en die houden op plaatsen waar die nog niet eerder is gehouden. Dit alles is uiterst noodzakelijk om te doen. Er zijn twee gezichtspunten. Eén gezichtspunt waarin we zien dat het niet zonder risico is om iets onder het publiek te brengen waaraan ze niet gewend zijn. Hoe goed het ook is, de mensen zijn er nog niet rijp voor. Zeker, dit is redelijk. Maar als dit te ver doorgevoerd wordt, verliest het zijn reden. Velen zijn te voorzichtig en bereiken daarom niets. Dan is er een ander gezichtspunt: wanneer iemand vast staat in het geloof en overtuigd is van de waarheid van de Boodschap en het leven beschouwt als iets zeer gerings om dat in dienst daarvan op het spel te zetten. Als de Boodschap van God ooit in enig tijdperk verspreid is, dan is dat gebeurd door zulke werkers. Wanneer de waarheid hun hart verlichtte gaf hun dat zo’n kracht dat ze voor miljoenen mensen gingen staan om de goede zaak te verdedigen. Het pionierswerk van de Universele Eredienst vraagt een zeer grote moed en die moed komt voort uit toewijding. Als het hart van een mens ontwaakt is voor de waarheid van iets dan is er niets dat we niet willen opofferen. Zeker, jullie moeten de grootste wijsheid gebruiken bij het vinden van de juiste manier om de Universele Eredienst in te voeren, maar we moeten niet vergeten dat de vorm alleen maar een middel is waardoor de Boodschap zich openbaart. Mozes, Jezus Christus en Mohammed, ze hebben er allen naar verlangd dat de Universele Eredienst zou worden gehouden. Het was hun verlangen en als het mogelijk was geweest zou die in die tijd al zijn gehouden. Het was niet hun verlangen om de mensheid in groepen te verdelen. Omdat het de Boodschap van God is, is die altijd één en dezelfde, of de


52

wereld nu vooruit of achteruit gaat, want het is de Boodschap van dezelfde Ene. Degenen die gebruikt worden om de Boodschap te dienen zijn zeer bevoorrecht en niets moet voor hen te veel zijn in dienst van de Boodschap.


53

24. CHERAGS, 6 september 1925.

Geen nieuwe Boodschap.

Mijn gezegende cherags, is de Soefi Boodschap een nieuwe religie? Heel vaak wordt deze vraag gesteld en als antwoord wil ik zeggen dat het dezelfde oude wijn is, gedaan in nieuwe flessen. Maar nu wil ik jullie een voorbeeld geven: het voorbeeld van Boeddhisme en Brahmanisme en hun werkzaamheid in India. Oorspronkelijk was de religie van de Hindoes het Brahmanisme en als ik mag uitleggen wat Brahmanisme is: het woord komt van Brahma, de Schepper. Brahmanisme betekent: de Schepper herkennen in al zijn vormen. Toen kwam de tijd dat een logischer idee nodig was voor de Hindoes. Ze waren godsdienstig, ze deden aan meditatie, maar het logische idee was nodig. Dan komt Boeddha en het Boeddhisme kreeg de overhand en het bleef duizenden jaren in India. Dan komt er weer een golf van Brahmanisme, een vernietigende golf, die het Boeddhisme wegvaagde en opnieuw het Brahmanisme vestigde. Dat kwam in de tijd van Shankaracharya. Je kunt vragen: waarom was het Brahmanisme dat oorspronkelijk bestond niet voldoende voor hen? Wanneer we de Vedanta’s lezen en die bestuderen zien we dat die religie goed is voor alle tijden, zelfs voor tienduizend jaar in de toekomst. Die is zo goed als ze altijd geweest is. Het was niet filosofie die ontbrak, het was de persoonlijke noot die Boeddha kon geven, een logische gedachte die een eind maakte aan de magie en het bijgeloof dat was toegenomen. Het was nodig dat er een golf kwam en deze denkbeelden opruimde en hun opnieuw hetzelfde Brahmanisme gaf. Het was dezelfde kern van de Vedanta die Boeddha aan de mensen gaf. Als het alleen maar een filosofie was die nodig was, konden ze die geleerd hebben, maar het was de persoonlijke noot van de Leraar die kracht gaf om de leer gedurende duizenden jaren te bewaren. Het was de levende aanraking die het ware sacrament is. Na een tijdperk van Boeddhisme en toen de mensen de denkbeelden van Boeddha vervormden en het Boeddhisme versleten raakte, kwam Shankaracharya’s Boodschap terug, en wat bracht die aan het volk van India? Die maakte alleen een eind aan de verkeerde opvatting die heerste, met andere woorden de Boodschap was dezelfde. Toen hij kwam maakte hij alleen een einde aan de verkeerde uitleg van Boeddha’s Boodschap en bracht hun opnieuw de idee die nodig was – de idee van geloof in God. De Boodschap die de Soefi Beweging moet vervullen in de wereld is niet in de vorm van een nieuwe religie, het is geen nieuwe religie, het is een nieuwe vorm. En de noodzaak van een nieuwe vorm is zo groot dat zelfs de natuur in het voorjaar een nieuwe vorm geeft aan iedere plant en de wetenschap zegt dat in zeven jaar de huid veranderd is. De Boodschap is de herleving van dezelfde ene religie. Het lijkt voor het ogenblik misschien vreemd dat dit denkbeeld uitgedrukt wordt in de universele vorm waaraan de mensen niet gewend zijn. Zij kennen religie alleen in één vorm en niet in vele. Maar dit is de vervulling van het gebed van Mozes, het streven van Jezus Christus, het verlangen van Mohammed, de droom van Abra-


54

ham. Zij allen verlangden er naar dat er eens een tijd zou komen waarin de mensheid niet langer verdeeld zou zijn in verschillende groepen. In plaats van een nieuwe vorm van aanbidding te geven is het de taak van de Soefi beweging dat die alle vormen samenbrengt tot één, zodat niemand kan zeggen: mijn vorm van aanbidding is weggelaten. Dit stelt een voorbeeld, zodat de volgelingen van alle religies op dezelfde tijd kunnen aanbidden. Dit brengt ook alle Leraren bekend en onbekend aan de wereld als verschillende kralen aan dezelfde rozenkrans. Stel je voor dat deze gedachte zich verbreidt en doordringt bij hen die gescheiden zijn wegens verschillen van geloof! Is er één menselijk wezen dat niet wenst dat er één Waarheid zou zijn en één idee van God dat door allen begrepen wordt? Dit is geen nieuwe religie om de bedachtzamen te ergeren, om een schok te geven aan geruste gedachten, aan harten die diep voelen. Dit is de Boodschap die overeen zal komen met hun diepste verlangen en het is met deze hoop dat we de noodzaak zien van de Boodschap van nu. Wanneer de cherag diensten vervult, zal er kracht van uitgaan en zich verspreiden en de zegen die door de cherag is gegeven zal de zegen zijn van alle Leraren van de mensheid. De cherags moeten zich bewust zijn van deze grote kracht. De kracht is beperkt wanneer niet alle Meesters worden erkend, die is ten volle aanwezig wanneer de toewijding aan alle Leraren wordt uitgedrukt in de vorm van de zegen. Hoe meer de cherags de heiligheid van deze kracht beseffen, des te meer zullen zij de uitwerking daarvan zien. Wat leeft, hoe klein ook, heeft de belofte van groei in zich. Wat dood is, hoe groot het ook mag lijken, zal zich niet verspreiden en zal niet groeien. Het is met dit vertrouwen in ons hart dat we moeten werken, zonder te kijken naar ons geringe aantal, maar in het besef dat dit de beloofde Boodschap is, dat die zich eens zal verspreiden naar alle delen van de wereld, en dat het ons grote voorrecht is ermee te beginnen. Mijn gezegende cherags, als jullie het leven helder bekijken met open ogen zal het niet moeilijk voor jullie zijn om de kracht van de Boodschap te voelen. Alle verzet moet vroeg of laat wegvallen, met alles wat we moeten doormaken. En ondanks alle verzet leeft de Boodschap en zal zich een weg banen door alle moeilijkheden heen en dit geloof, dat stevig in ons hart verankerd is, zal ons allen in staat stellen onze levenstaak te vervullen. Vraag: Is de Kerk dit jaar de belangrijkste activiteit? Antwoord: Ja, die moet zo actief mogelijk gemaakt worden. De gedachte komt altijd op bij de mensen: is dit er de tijd voor, zijn de mensen er op voorbereid? En de mensen zeggen: ja, in de steden kunnen we het doen. In de dorpen, zeggen ze, ligt het anders. Maar of het nu in de stad is of op het platteland, het is de Boodschap die zich moet verspreiden. We moeten niet te voorzichtig zijn of te voortvarend. Het is moeilijk om de juiste methode te kiezen. Een cherag hoeft niet de straat op te gaan en te zeggen: wilt u naar mijn dienst komen? Ook hoef je geen mensen met advertenties op hun rug door te straat te laten lopen of iedereen laten


55

vragen om naar de dienst te komen. De cherag moet de waardigheid van de Boodschap bewaren. Die is aan hem toevertrouwd en hij moet de eer daarvan voelen en de positie handhaven van de Universele Eredienst van de Boodschap. Maar tevens goed aanvoelen wat de mensen zullen zeggen en niet onder de indruk raken van iemand die zegt: ik kan het niet uitstaan, of: ik heb belangstelling voor alle andere activiteiten, maar niet voor de Universele Eredienst. Zo iemand is niet toe aan esoterische studie. Hij is bekrompen en kan de eenheid van religies niet verdragen, maar als de cherag zichzelf toestaat onder de indruk te raken van wankelmoedige mensen, dan zal hij zelf onzeker worden en die houding verwacht ik niet van de cherags van de Soefi Boodschap. Ik heb groot vertrouwen in mijn cherags, dat ze onder alle moeilijkheden sterk zullen staan in het geloof. Het zijn enkele oprechte mensen die de Boodschap zullen verspreiden over de gehele wereld en hun werk zal het meest naar waarde geschat worden wanneer er duizenden volgelingen zijn.


56

25. CHERAGS, zondag 20 juni 1926.

Het Indiase gezichtspunt.

Ik zou graag willen spreken over het Indiase gezichtspunt. Zoals jullie allemaal weten is de Hindoe-religie de oudste van alle religies die de wereld kent. Jullie weten ook dat het volk van India traditie heeft gevolgd als hun heilige religie. Omdat ze traditioneel zijn hebben ze nog steeds vastgehouden aan hun gezichtspunt zoals dat tienduizend jaar geleden bestond. De Hindoe-opvatting over God is dat ieder mens zijn eigen idee heeft over God en daarom is iedereen vrij zijn eigen God te kiezen. En de gedachte aan vele goden en godinnen is voortgekomen uit datzelfde geloof. Ieder liet de ander rustig zijn eigen God aanbidden. Zeker, ze werden om deze fout vervolgd en ze werden bekritiseerd en sommigen onder hen waren ervan overtuigd dat het niet zo was. Maar toch is dit de Hindoe-opvatting over God. Het is daarom dat alle Hindoes van verschillende overtuigingen dezelfde religie hadden met verschillende goden, omdat iedereen de ander met rust liet met zijn God. En nu wat betreft de zienswijze van de Hindoes over de profeet. Zij dachten na over de profeet, iedereen heeft uit de historische figuren zijn profeet gekozen en de één heeft zijn geloof in de profeet niet opgedrongen aan een ander. Daarom zijn er sommigen die Vishnoe bhakti’s worden genoemd, er zijn anderen die Shiva bhakti’s worden genoemd, zij zijn de vereerders van Shiva, en er zijn anderen die Krishna bhakti’s worden genoemd, zij zijn de vereerders van Krishna, en er zijn anderen die Rama bhakti’s worden genoemd, zij zijn de vereerders van Rama. Maar denken jullie dat de volgelingen van Rama de volgelingen van Krishna als heidenen of ongelovigen beschouwen? Ze denken: zijn profeet is Krishna, mijn profeet is Rama. De volgelingen van Shiva denken: zijn profeet is Rama, mijn profeet is Shiva. Daarbij denkt hij niet: de profeet van de andere bhakti is minder dan de mijne. Daar denkt hij nooit over na. De Krishna bhakti denkt nooit dat een Shiva bhakti minder is omdat Shiva de profeet van een ander is. Hij denkt alleen aan het prachtige leven van Krishna, hij houdt Krishna’s ideaal voor ogen en hij laat de volgeling van Shiva met zijn ideaal met rust. Hij heeft respect voor ieders ideaal, hij kijkt daar niet naar met vooroordeel, met kritiek, hij gunt hem eenvoudig zijn eigen ideaal en heeft op dezelfde manier respect voor zijn ideaal. Deze aanhangers van verschillende profeten kijken nooit neer op een ander als de volgeling van een profeet die minder is, die onbelangrijker is dan de ander. En tegelijkertijd verheffen zij hun profeet, wie dat ook mag zijn, zo hoog dat niets groter zou kunnen zijn, dat niets anders, geen andere profeet groter is. En toch kijken ze nooit met verachting naar een ander en met de gedachte dat die minder is. En nu wat betreft de eredienst. Ze hebben verschillende manieren van verering en zij gunnen iedereen zijn eigen manier van verering en toch noemen ze alle vormen van eredienst een eredienst. Zij hebben er hetzelfde gevoel bij, ze hebben dezelfde eerbied voor andermans eredienst. Er is nooit ruzie over de verschillende vormen van eredienst bij de Hindoes.


57

Er zijn vormen van verering waarbij de Hindoe het beeld van Krishna in een kleine wieg heeft gelegd en de vrouwen schommelen die wieg en de mannen staan er heel eerbiedig bij. Je zou kunnen denken: het Hindoeras is zo oud, zo diepzinnig, zo wijsgerig, zulke meditatieve mensen, in het bezit van zoveel wetenschap, bevinden die zich op zo’n niveau dat ze bij een pop van Krishna staan die geschommeld wordt in een wieg, mannen en vrouwen vol eerbied en aanbidding? En als je hun gezichten eens zag die stralen van licht, in oprechte toewijding. Ze denken niet: dit spelen we maar; er is eerlijke toewijding. De vrouwen zingen wiegeliedjes voor Krishna, met eenvoudige verhalen over Rama die vóór hen al duizenden jaren verteld zijn. Daar zijn ze tevreden mee en je zou kunnen denken: hoe kunnen zij, met al hun wijsheid en filosofie, en diep begrip van het leven, en inzicht in de psychologie, zulke kinderlijke dingen verdragen? Toch is het alleen maar verdraagzaamheid voor de mensheid en respect voor menselijke opvattingen. Uit verdraagzaamheid en respect houden zij vast aan iedere vorm die aanvaard is door een gemeenschap en die vorm doet hun goed omdat ze die voor het juiste doel gebruiken. De schommelende Krishna is voor hen een ontspanning, een lieflijk beeld. Maar in het hart van hen die verder ontwikkeld zijn, is de echte Krishna aanwezig. Zij beleven vreugde aan de religieuze liederen en vereren nog dieper, dan de eenvoudige mensen die de dienst voor Krishna bijwonen. En het is prachtig om de grote verdraagzaamheid te zien die de Hindoe vereerder heeft voor een algemene opvatting van religie. Bovendien is het voor een Hindoe niet alleen maar verering, een bepaalde vorm van verering is voor hem het enige gebed. En zo bidt hij van de morgen tot de avond. Als hij ’s morgens in de rivier gaat baden richt hij in het stromende water zijn gebed tot het water, hij bidt tot de zon, hij bidt tot God. Dan heeft hij zijn ademhalingsoefeningen, pranayama, daarin ligt een gebed. En wanneer hij thuis komt en gaat eten, dan is dat eten voor hem ook een gebed. Hij draagt speciale kleren voor het eten, want het is als een gebed om het voedsel te nuttigen, dat God voor de mensen heeft gemaakt. Hij eet niet om zijn honger te stillen, of omdat het een noodzaak is, hij eet omdat hij God eert door te eten. En als er kleine diners zijn en vijf of zes, tien of twintig Brahmanen samen eten, dan zegt ieder van hen een heilig vers op. Zo brengen zij de tijd aangenaam door. Dat is opnieuw religie. Wanneer iemand alleen eet dan is hij bezig met religie en wanneer hij samen met anderen eet, dan is er ook religie. En dan gaat hij naar zijn zaak. En het eerste dat hij zal doen voor hij naar zijn zaak gaat is naar zijn tempel gaan en God begroeten en Zijn zegen vragen en aan de profeet denken, en dan gaat hij naar zijn werk. Wanneer hij naar zijn werk gaat met die gedachte, dan heeft hij die gedachte de hele dag in zijn hoofd. Na het werk, als hij weer thuis is, dan is zijn eerste gedachte om naar de tempel te gaan en God te vereren. Wanneer hij thuis komt dan heeft hij met het eten een eredienst. Dit laat zien dat hij leeft in een houding van aanbidding. De hele dag is zijn gedachte gericht op aanbidding van God. Alles wat hij doet is aanbidding. De zakenman, de wetenschapper, de denker, de filosoof, de mysticus ze hebben


58

allemaal hun eigen manier. En toch is hij zo verdraagzaam. Zijn manier mag de beste en de hoogste manier van aanbidding zijn, toch kijkt hij naar een eenvoudig mens die een andere manier van aanbidding heeft en beziet die zo teder en aandachtig, dat hij nooit in gedachten of woorden laat merken dat die andere manier van aanbidding maar heel eenvoudig is. Omdat hij zo diepzinnig is ziet hij diepte in alles. Hij denkt nooit dat iets maar simpel is. En nu wat de Hindoes denken over meditatie. Ongetwijfeld is meditatie hun hoogste religie en ieder die door religie het punt heeft bereikt dat hij moet mediteren, die mediteert, maar tegelijkertijd houdt hij net zo goed vast aan de uiterlijke vorm. Hij denkt nooit: ik ben te ver voortgeschreden om de gewone vormen nog in acht te nemen. En het is die eenvoud die hem helpt om zich te ontwikkelen en de hoogste verwerkelijking te bereiken. Vraag: Wilt U dat uw cherags kennis hebben van andere religies? In Londen hebben we klassen over vergelijkende godsdienstwetenschap en er werd gesuggereerd dat het misschien niet uw wens was dat het Soefisme verward zou worden met een andere religie. Ik zei dat ik de indruk had dat u wilde dat wij de andere religie zouden begrijpen, zonder die te verwarren met de Soefi Beweging die vrij diep ingaat op filosofie, omdat dat verwarring zou stichten bij hen die de leringen van de Soefi Beweging nog niet hadden begrepen. Moeten de cherags en cheraga’s de andere religie nu begrijpen, omdat we de zes kaarsen hebben? Antwoord: Ik zou over dit punt ook nog willen zeggen dat het onze taak in de wereld is om begrip voor de ene religie te wekken bij de volgelingen van andere religies. Daarom is het noodzakelijk voor ons om bekend te raken met verschillende religies op dezelfde manier als een student theologie aan de universiteit. Onlangs ontmoette ik een professor in Zwitserland, een professor die aan de universiteit in het bijzonder theologie had gestudeerd. En hij zocht me op en zei dat hij heel graag het verschil tussen Hindoeïsme en Boeddhisme wilde weten, en waarin wij daarvan afwijken. Ik zei: ons werk is om uit te vinden waar we het met elkaar eens zijn, niet waar we verschillen. Omdat hetgeen verdeelt niet waar is en dat wat verenigt de hoogste waarheid is. Wanneer we op zoek zijn naar de waarheid moeten we niet kijken naar de dingen die scheiden, maar naar de dingen die ons verenigen. Hij zei: dat zien we aan de universiteit anders. Ons wordt verteld die religies niet met belangstelling te bestuderen, maar we moeten neutraal blijven als we die religies bestuderen. Ik zei: als je neutraal staat tegenover je vriend, tegenover je buurman dan zul je hem je leven lang nooit begrijpen. Je kunt jarenlang samen leven, je zult hem nooit begrijpen. Zo lang je neutraal bent staat er een muur tussen jou en de ander. Alleen sympathie zal maken dat je je vriend begrijpt. En het is door sympathie dat u de religie van de ander zult begrijpen. Daarom blijkt het heel dikwijls nutteloos om de religie van een ander te bestuderen met een neutrale zienswijze. En voor ons, vooral voor cherags, werkers in de Universele Eredienst, is het heel noodzakelijk om kennis te verwerven over de verschillende religies, over de goede punten van religies. En die punten moeten we aan de


59

wereld bekend maken. Omdat ze allemaal uit ĂŠĂŠn Bron komen. En daarom, als we dat doen, dienen we de Boodschap, die bedoeld is om alle verschillende religies te vertolken op het gebied van goddelijke wijsheid.


60

26. CHERAGS, zondag 27 juni 1926.

Onze houding.

Mijn gezegende cherags, ik zou graag willen spreken over onze houding tegenover hen die de kwestie naar voren brengen over de ongelijkwaardigheid van de religies. Onder honderd mensen zullen we er vijfenzeventig vinden die de gedachte hebben: “Zeker, iedere religie bevat wat wijsheid, maar mijn speciale godsdienst is de beste”. Je kunt dit idee van ongelijkwaardigheid niet alleen vinden onder de volgelingen van de Boeddhistische, Hindoe, Zoroastrische of Joodse religie, maar zelfs binnen de Christelijke religie hebben de verschillende kerken hetzelfde idee. Onlangs ontmoette ik een priester die zei: Ik geloof in alle religies, ik denk dat er waarheid schuilt in alles, maar het geloof dat wij hebben is het beste, daaraan bestaat geen twijfel; ik heb nooit een onverdraagzame gedachte gehad tegenover wat dan ook, maar mijn religie is de beste. Nu is onze taak in de wereld om geen enkele religie naar voren te schuiven en te zeggen: dit is de religie en al het andere is minder of niets. Ons werk is om de religie naar voren te brengen die alle religies is. En daarom hoe minder we discussiëren en redetwisten met de mensen, des te beter. Bovendien kunnen we iemand niet in een ogenblik laten denken dat zijn religie hetzelfde is als de andere en het is zinloos met hem te redetwisten. Vertel hem alleen maar: uw godsdienst die u als de beste beschouwt, het is met de bedoeling u daarin dieper te laten doordringen dat onze dienst wordt gehouden. En wanneer hij met de diepte in aanraking komt zal hij vanzelf met de zee in plaats van met de druppel in aanraking komen. Hij zal vanzelf de waarheid begrijpen die ten grondslag ligt aan alle religies. Het is heel moeilijk om in woorden te zeggen in hoeverre we naar voren moeten komen en in hoeverre we op de achtergrond moeten blijven. Omdat we nieuw zijn als Beweging en we in de wijde wereld staan die verdeeld is in verschillende groeperingen – grote groeperingen – en wij met een heel klein aantal zijn, is het zeker waar, dat het veel aandacht vraagt hoe we de wereld tegemoet treden. Maar tegelijkertijd moeten we voortdurend proberen naar voren te komen om onze ideeën aan de wereld te brengen en steeds proberen dat te doen zonder een vooroordeel op te roepen. Het werk van een cherag kent veel meer verantwoordelijkheid dan dat van een dominee of een priester omdat hun verantwoordelijkheid berust bij de hoge autoriteiten, de kerkelijke organisatie. De priester of de dominee werkt met een steun in zijn rug. De hele kerk staat als steun achter hem. Maar iedere cherag heeft zijn eigen verantwoordelijkheid bij de keuze van wat hij zegt en hoe hij het werk voor de Boodschap verricht. Hij moet daarom in de eerste plaats de grootste overtuiging en vertrouwen hebben in wat hij gelooft. Het is met geloof in de Boodschap dat hij vooruit zal gaan, maar als hij geen geloof heeft of als dat wankelmoedig is dan gaat hij maar zo ver en kan hij niet verder gaan. En het is geloof dat hem de kracht en de overtuiging zal geven om stand te houden tegen iedere aanval.


61

En nu vraag je: geloof, op wat voor manier? Allereerst geloof in de taak die we in de wereld hebben te volbrengen, geloof in de goddelijke oorsprong daarvan, en geloof dat we beschermd worden van bovenaf. Het is dit geloof. Maar als we alleen maar denken dat het een mooi idee is dat vele religies samen zullen komen, dan denkt iemand intellectueel dat het een mooi idee is. “Als dat op een dag eens werkelijkheid kan zijn en ik ben bezig om te doen wat ik kan”. Dat is zwak, hij zal op een dag moe worden en hij zal zich zwak voelen tegenover de aanval, hij zal de goede zaak niet kunnen verdedigen, niet kunnen verdragen wat de pioniers van alle tijden te verdragen hadden. Iedere cherag in de Beweging is een pionier van het werk. En daarom kan hij niet vergeleken worden met een dominee of een priester. Zijn verantwoordelijkheid is groter, zijn taak is groter. Hij doet dit werk in de wereld voor de eerste keer, hij heeft veel groter moed en kracht nodig. En die kan komen door geloof. Sedert vorig jaar is vanuit een mystiek gezichtspunt het tijdperk begonnen van de verspreiding van de Universele Eredienst. En hoewel de Broederschap er is en de Innerlijke School, is er een speciale opdracht te vervullen: het werk van de Universele Eredienst te verspreiden. En ieder van ons moet het als zijn plicht voelen om alle aandacht te geven aan dit voornaamste en meest belangrijke aspect van de Boodschap. En nu kun je vragen: wat moeten we doen? In de eerste plaats is er een zeer grote behoefte aan een groter aantal cherags en ieder van ons moet proberen degenen die geschikt zijn voor het werk als cherag daarop voor te bereiden en hun belangstelling te wekken. In de tweede plaats de geest van de mensen voorbereiden op de Universele Eredienst door informele diensten te houden. Bijvoorbeeld als in een stad als New York of Londen of Parijs of Berlijn of andere heel grote steden een Universele Eredienst plaats vindt in een huis waar tien of twaalf of vijftien of dertig mensen komen, dan heeft dat niet erg veel invloed in een grote stad. Maar als er tegen diegenen die al wat langer mureed zijn en die meer belangstelling hebben, gezegd wordt dat ze op een andere tijd, bijvoorbeeld als er ’s morgens een dienst plaats vindt, in de middag in hun huis een dienst moeten houden, kan dat een informele dienst zijn. Zij hoeven geen cherag te zijn. Ze moeten hun vrienden uitnodigen voor wie ze een dienst moeten houden, zodat in iedere stad op vier, vijf of meer plaatsen op een ander tijdstip een dienst wordt gehouden. Dat zal hen die naar de Universele Eredienst willen gaan er niet van weerhouden. Het zal alleen hun belangstelling wekken. Daardoor zal de hoofdkerk zich steeds verder ontwikkelen. En je hoeft niet te denken dat omdat sommige mureeds thuis informele diensten hebben ze volledig tevreden zijn met de diensten die ze hebben en niet naar de hoofddienst van de Universele Eredienst zullen komen. En stel dat ze er op één plaats helemaal tevreden mee zijn, dan hindert dat niet. Dat verspreidt de goede zaak net zo goed. Maar op vele andere plaatsen zal de Universele Eredienst populair worden en de mensen zullen er heen gaan.


62

Het andere idee is dat de Universele Eredienst geadverteerd moet worden in de kolom van de aankondiging van de kerkdiensten in de kranten. Als je aan een dienst niet de vorm geeft die de mensen gewend zijn te zien, dan denken ze dat het een privÊ aangelegenheid is. In zijn huis houdt hij een kleine privÊ viering en hij wil dat wij daarheen gaan. Maar als het op een openbare plaats is en geadverteerd wordt dan denken de mensen vanzelf: dit is ook iets voor ons om eens te gaan zien en op die manier zullen de mensen aangetrokken worden. Het is ongetwijfeld aan de siraj om aan de cherags toe te staan om zelf de preek te houden in verschillende diensten. Ook hiervoor is een gezond oordeel en aandacht nodig. Maar tegelijkertijd is het voor de sirajs van verschillende landen het beste om op die manier de cherags de gelegenheid te geven om te spreken. En als ze denken dat een bepaalde cherag de eerste keer niet goed sprak, of een andere keer de toespraak niet gaf zoals die zou moeten zijn, dan hindert dat niet. Er moet oefening zijn om het te doen. En na tien of twaalf keer zullen ze vanzelf een gave ontwikkelen die anders zou blijven sluimeren. Ze moeten een kans krijgen. De sirajs en de cherags en alle verschillende instanties van de Soefi Beweging moeten altijd bedenken dat er moeilijkheden zijn en nadelen en tegenwerking en dat er risico’s zijn. Maar desondanks is het ergste nadeel en risico en de ergste tegenwerking een houding van stil blijven staan. Dan bewerken we onze eigen nederlaag, zodra we stil blijven staan bij tegenwerking of naderend onheil of risico. Dat is erger. Soms is wrijving beter dan stilstand. Want stilstand is dood, wrijving is leven. Daarom, het Soefisme is wijsheid, we willen allemaal wijsheid betonen. Maar een zekere mate van wijsheid is goed, te veel wijsheid is verkeerd. Zoals ik al zei: er is een bescherming, er is een kracht, er is een geestdrift als ruggensteun bij ons werk. En nu is dit onze gelegenheid om dat te begrijpen, dat te weten, dat te voelen en dienovereenkomstig te handelen. En bij iedere stap die we zullen zetten op het pad van de verspreiding van de zaak zullen we meer en meer verzekerd zijn van de zegen en de bescherming en de steun van God met ons. Vraag: Zou het niet beter zijn om klassen te geven voor de cherags waar ze het spreken zouden kunnen leren? Antwoord: Een heel goed idee. Vraag: Als het hun niet bevalt zullen ze niet terug komen. Antwoord: Zeer juist. Vraag: In Engeland houdt onze siraja zulke klassen en er zijn veel mensen die in die klassen spreken, en ze maken geweldige vorderingen. Antwoord: Dat is een voorbeeld, dat is altijd heel nuttig.


63

Vraag: Murshid, ik kreeg eens de vraag: hoe kun je een Universele Eredienst houden en beweren dat je kennis hebt van alle religies, wanneer het meer dan een heel leven vergt om je eigen religie te kennen. Antwoord: Deze Boodschap betekent de essentie van religie leren. Het is niet het kennen van je eigen religie, maar het leren van de essentie van religie. En wanneer je de essentie van religie leert, dan leer je je eigen religie kennen en tegelijkertijd de essentie van andere religies. Bovendien, wat betekent wijsheid: de essentie. Kennis is ĂŠĂŠn ding, wijsheid is iets anders. Kennis is wat we begrijpen, wijsheid is de essentie die we daar uit halen. Daarom zijn er veel religies. We hoeven niet alle religies erbij te nemen, dat is niet onze Boodschap, dat is niet ons werk. We geven de mensen niet alle religies, we zijn bezig om aan de mensen de essentie, de wijsheid van religie te brengen. Vraag: Murshid, hoe moeten we de kracht van de Universele Eredienst uitleggen aan mensen die naar de kerk komen en belangstelling hebben, maar niet tot de kerk behoren? Antwoord: Het eerste is de kracht van ons eigen geloof en het volgende is die sfeer die geschapen wordt met de Universele Eredienst. Dat is op zich al een bewijs. En het derde is dat je hun dan kunt zeggen: kom alleen maar zonder weerstand, zonder twijfel, zonder argwaan. Alleen maar met een vriendelijke houding en sympathie. Het is niet nodig dat ze komen met geloof. Als ze zes keer komen, zullen ze de zevende keer zelf de kracht voelen. Nodig hen alleen maar uit om zes keer te komen, dat is echt genoeg. Vraag: Is het mogelijk om tegen volslagen buitenstaanders te zeggen dat het de Boodschap voor deze tijd is? Antwoord: Zonder enige twijfel. Vraag: Kunnen we dat zeggen? Antwoord: Zeker. Vraag: Er is dikwijls gezegd: hoe kan iemand verwachten dat wij aanvaarden dat die plotseling anderen kan onderrichten? Antwoord: Dat verschijnsel kan niet begrepen worden tenzij zij zelf dezelfde ervaring hadden. De aansteker, de aangestoken aansteker, kan in een ogenblik de kaars aansteken en zo is de inspiratie die van de ene ziel naar de ander gaat. De naam ordinatie, inwijding, wordt niet begrepen door gewone mensen, door mensen die niet weten wat inwijding betekent. Je hoeft niet je hele leven te studeren. Als de tijd gekomen is, als het hart er klaar voor is, dan is de Leraar bereid en is het in een ogenblik gebeurd.


64

27. CHERAGS, zondag 4 juli 1926.

Universele Eredienst.

Gezegende sirajs, cherags en medewerkers, ik zou graag een paar woorden willen zeggen om jullie te vertellen wat voor werk het werk voor de Universele Eredienst is. Als jullie alleen mijn medewerkers waren bij mijn esoterische werk zouden jullie prachtig werk verricht hebben en zouden jullie mij hulp hebben geboden. Er bestaan veel andere esoterische scholen in de wereld, maar er is maar ĂŠĂŠn Boodschap die over de hele wereld gebracht wordt, en die Boodschap wordt gegeven in de vorm van de Universele Eredienst. Soms kan er een vraag opkomen bij een werker van de Universele Eredienst of het niet genoeg is zo lang als we op esoterisch terrein kunnen dienen? Nee, dat is niet genoeg. Het innerlijke werk is de ziel, het uiterlijke werk is het lichaam. En als je alle hulde en eerbied betuigt aan de ziel en niet zorgt voor het lichaam, zou dat niet juist zijn. De Universele Eredienst is de manier waarop de Boodschap wordt verspreid over de wereld en daarom mag die beslist niet gezien worden als minder dan de andere kanten van de Soefi Beweging. Integendeel, aan het werk van de Universele Eredienst moet grote aandacht worden besteed. Als er weinig werkers waren voor de innerlijke school zou het werk nog blijven doorgaan. Maar als we niet een bepaald aantal werkers voor de Universele Eredienst zullen hebben, zal de verspreiding van de Boodschap erg bemoeilijkt worden. Wat we nu het meest nodig hebben is medewerkers, werkers voor de Universele Eredienst. Dit is de tak die gestimuleerd moet worden, die bevorderd moet worden bij elk volk, in ieder land, zo veel als ieder kan. Het is alleen die werker die een allround werker zal blijken te zijn, met andere woorden, die zal bewijzen dat hij zich inzet in iedere hoedanigheid. En het zal buitengewoon gewaardeerd worden. In een grote stad als Parijs moeten we vijftig cherags hebben om het werk te beginnen. In Londen moeten we ongeveer honderd cherags hebben om het werk te beginnen. En net zo in New York en San Francisco. We denken niet dat ons werk in de Universele Eredienst begonnen is tot we vijfhonderd cherags hebben om het te beginnen. Al het werk dat is verricht is de basis, het leggen van de basis. We zijn nog niet begonnen in de Verenigde Staten. Ik kan voor het ogenblik nog niet het gevoel hebben dat we het werk van de Boodschap in Amerika zijn begonnen. En hoe moet dat gebeuren? Het moet gebeuren door het voorbeeld dat de cherags zullen geven aan de andere leden, dat hun de geest en de juiste instelling zal geven om de goede zaak te bevorderen. En als de cherags hun verantwoordelijkheid en hun plicht en het belang van hun aandeel in het werk niet zullen begrijpen, dan zullen de andere mureeds die er nu pas bijkomen dat ook niet begrijpen. Bedenk eens hoe moeilijk het in alle tijden is geweest wanneer de Boodschap van God werd gebracht, er was altijd verzet. Tegen wat? Tegen iets nieuws. Zeker als ze begrepen hadden wat het is, zouden ze het nooit nieuw hebben genoemd. Maar het komt in een nieuwe vorm, het is een nieuw rijk. En vanzelf verzet iedereen zich daartegen. Terwijl hij dit voor ogen houdt moet de cherag werken binnen de Soefi Beweging. Als er maar een beetje moed of


65

vertrouwen of geestdrift of waardering bij de cherags zou ontbreken, zou dat het geloof van een mureed of van een nieuw lid dat net begint, ondermijnen. En hij moet gevoed worden door het geloof van de cherag. In alle perioden van de geschiedenis, telkens wanneer er iets groots is bereikt, was dat door de kracht van het geloof. Ook al waren er maar weinigen, het was hun geestdrift, het was hun innerlijke overtuiging, het was hun moed, die hen geholpen heeft. Ik heb veel om God voor te danken zoals ik altijd heb gezegd tegen mijn vrienden. Dat ik bij mijn moeilijke werk een grote zegen heb en die is: oprechte vrienden. En ik zal nooit de moed verliezen, ongeacht wat voor moeilijkheid er opdoemt, omdat ik zeker ben van hun vriendschap. Maar als ik jullie dit vertel, is het om jullie te laten begrijpen hoe we er voor staan. Ik kan nooit voor een ogenblik denken dat mijn vrienden, zij die hand in hand met mij samenwerken, terughoudend zouden zijn, zelfs als het erom ging hun leven te geven voor de goede zaak, daarvan ben ik zeker. Maar we moeten wel vertrouwd raken met de psychologie van de mensen, dat de mureeds gevoed worden door onze waardering van de dingen en door onze geestdrift en door ons zelfvertrouwen. Dat is hun voeding. Ons geloof is hun voeding. En dat hebben ze nodig, vooral nu. Denk eens aan de invloed van het materialisme en de handelsgeest en de wedijver aan alle kanten. Iedere ziel wankelt in deze wereld. En het is aan ons om het geloof van de mureeds in de juiste toestand te houden. Het is net als het vasthouden van een klein kind dat net leert lopen. Ik ben er zeker van dat jullie veel moeilijkheden hebben bij jullie werk en toch ben ik dankbaar dat we leven in tijden waarin niet die moeilijkheid bestaat, die de mensen kenden die ons zijn voorgegaan. Zij waren bloot gesteld aan oorlogen en rampen. Hun leven was altijd in gevaar. Onze tijd is een veel betere tijd, maar het verschil tussen die tijd en deze tijd is dat degenen die volgelingen waren, die met de Boodschap kwamen, in die tijd sterk waren, zij hielden eraan vast. Nu is de tijd heel anders. Zij die tegen waren wilden vechten, maar zij die met ons meegingen wilden het verdedigen. Nu, vandaag de dag, is de tijd zo dat ze komen met onverschilligheid, ze blijven met onverschilligheid en soms gaan ze onverschillig weg. En daarom komen ze gemakkelijk en ze gaan gemakkelijk weg. Maar ze staan niet met een zwaard voor je en zeggen niet: blijf van mijn geloof af, bemoei je niet met mijn geloof. Ze worden gemakkelijk aangetrokken. In zeker opzicht is het een heel goede tijd, en in een ander opzicht is het een heel slechte tijd. Soms heeft de onverschilligheid een dodelijke uitwerking op het werk. In de tijd dat ze tegenstand boden had dat een levengevende uitwerking, de tegenstand gaf een zeker leven, geestdrift, die gaf een nieuwe bezieling aan de goede zaak. En nu is er geen verzet, er is onverschilligheid, die een dodelijke uitwerking heeft op het werk. Toch heeft iedere tijd zijn eigen schoonheid, deze tijd heeft ook zijn schoonheid. Want het is een prachtige tijd voor de intellectuele verspreiding van de filosofie van de waarheid. Het is


66

een prachtige tijd om de geheimen te onthullen die vroeger werden afgeschermd van de onwetenden. Nu kunnen zij die waarderen, zij kunnen die begrijpen. We hebben veel om voor te danken in ons leven en in ons werk voor de Soefi zaak. Ook als het langzaam gaat, we gaan toch vooruit en we zullen zeker ons doel bereiken. Maar alleen als we één blijven, en omdat we gering in aantal zijn, des te meer één en elkaar toegewijd, waarbij we elkaar helpen op alle mogelijke manieren om het werk van God te bevorderen. Vraag: Wat is de reden dat de mensen de filosofie van de waarheid nu veel beter kunnen begrijpen? Antwoord: Het intellect is meer ontwikkeld. Maar dat betekent alleen dat er een tijdperk van het hart was, en dat er nu een tijdperk van het hoofd is. Vraag: Als we zoveel cherags hebben als u noemde, dan hebben we geen kerken. Antwoord: Ik denk dat iedere cherag zelf een kerk is. En in die geest moet hij de wereld intrekken. Andere religies en verschillende kerken zijn de ruggengraat van de geestelijkheid, maar onze cherag is zelf een kerk. En hij moet weten dat hij een pionier is van het werk. Daarom is zijn verantwoordelijkheid groot, zijn moeilijkheden zijn groot. maar tegelijkertijd is zijn werk ook groot. Vraag: Maar hij moet een plaats vinden om te spreken. Dat is de moeilijkheid. Antwoord: Als we het over deze vraag hebben, denk dan eerst eens aan Jezus Christus. Waar begon hij zijn werk? Was er een kerk, was er een zaal? Niets! Daar begon hij zijn werk. En toen kwamen kerk en zaal, alles. En nu heeft de hele wereld kerken. De profeet Mohammed stond altijd in de buitenwijken van Mekka, omdat niemand in de stad hem wilde laten spreken. En als de mensen in de stad wisten dat hij buiten de stad aan het spreken was, dan gingen ze erheen om zich tegen hem te verzetten. Er was geen moskee. En steeds wanneer ze opriepen tot het gebed, dan hadden ze in hun hand altijd een aarden kruik, zodat de stem niet verder zou reiken, zodat de stem alleen tot een beperkte plaats zou reiken. Want als de stem van de roep verder zou reiken, dan zouden de mensen komen met wapens om hen aan te vallen. Als de geestelijke Boodschap wordt gebracht, in wat voor tijd ook, wordt die zo gegeven. Bovendien werd de Soefi Boodschap gebracht toen er niets was. Nu is er een Zomerschool en een dak boven ons hoofd, waar we kunnen gaan zitten. En zo groeien de dingen op hun eigen tijd. Zoals ik in mijn toespraak van deze middag heb gezegd: als de instelling juist is, zal alles terecht komen, zal alles makkelijk worden. We willen niet eerst een kerk, we willen eerst de juiste instelling. Vraag: Als er iemand komt en zegt: de Soefi Boodschap komt en brengt wat al eerder bekend was, en als iemand zegt: als het hetzelfde is help ons dan om het oude te zuiveren. We hebben behoefte…..


67

Antwoord: Hoor eens, als de lunch van gisteren goed was voor gisteren, dan is de lunch van vandaag goed voor vandaag. Het is dezelfde lunch, voor de honger van gisteren diende de lunch van gisteren, maar voor de honger van vandaag is de lunch van vandaag nodig. Neem regenwater. De regen valt ieder jaar. Als iemand zegt: vorig jaar kwam de regen, die was echt prachtig. Onze tanks en vijvers zijn allemaal gevuld, we hebben de regen dit jaar niet nodig. Maar het is niet alleen maar om de tanks te vullen en ook niet om de vijvers te vullen dat de regen komt. Maar die verandert alles, de wolken, de bomen, de aarde, alles wordt geladen met nieuw leven. Daarom heeft de Boodschap de uitwerking om het leven een nieuwe lading te geven. Het is dezelfde Boodschap, maar die komt iedere keer met een bepaalde bedoeling. Vraag: Zou het een goede methode zijn om alle gelovigen van de andere godsdiensten te vragen om hun eigen godsdienst te zoeken in de andere godsdiensten, bijvoorbeeld voor een Christen om te zoeken in het Joodse geloof, om zijn eigen geloof te vinden in het andere? Antwoord: Zeker, iedere methode die gebruikt kan worden om een beter begrip tot stand te brengen tussen de volgelingen van verschillende religies, dat is het beste wat je doen kunt. Vraag: Enthousiasme is het voornaamste? Antwoord: Zeker, enthousiasme is de batterij. Als er geen enthousiasme is kan de batterij het niet doen, dan kan die niet werken. Vraag: Heb ik het goed begrepen dat alle leringen van de innerlijke school niet bij de echte Boodschap horen? Antwoord: Nee, dat bedoelde ik niet. Ik bedoelde alleen dat voor het verspreiden van de Boodschap in de wereld, en om die belofte en dat werk te volbrengen dat ons door het lot is opgedragen, niet alleen de innerlijke school staat, omdat er andere innerlijke scholen zijn in PerziĂŤ, Egypte, IndiĂŤ, waar inwijdingen worden gegeven en waar diepgaande innerlijke studie wordt bedreven. Maar het verschil is dat dit een innerlijke school is, maar tegelijkertijd is het de Boodschap die uitgaat, die zich verspreidt, die alle verschillende delen van de wereld bereikt. Daarom is die ook weer een heel ander deel. Daarom is die school, de innerlijke school, de batterij, maar met die batterij moet het licht overal verspreid worden, met die toorts moet het gebracht worden. En die toorts is de Universele Eredienst. Vraag: Verspreiden de andere zich niet? Antwoord: Nee, het zijn scholen. Het is niet hun bestemming om zich te verspreiden. Zich te verspreiden is het werk van de Boodschap. Het werk van de school is ander werk.


68

Vraag: Is de Boodschap daar niet nodig? Antwoord: Overal, er is geen plaats waar de Boodschap niet nodig is. Maar wat eerst nodig is zijn de werkers die de Boodschap naar verschillende landen willen brengen. Wat nu onze grootste behoefte is zijn de medewerkers die er voor uit willen komen en de Boodschap willen verspreiden. En nu zou ik graag ĂŠĂŠn kant van dezelfde gedachte willen uitleggen. Dat is dat, toen de Profeet Mohammed de Boodschap bracht, de profeet Mohammed arm was net als andere profeten, of vele van hen. En hoewel hij zeer veelzijdig was, waren er nooit fondsen. En toen kwam er een oproep tot een wereld-zending, om die te verspreiden. En zij die met de profeet samenwerkten waren niet rijk. Want die tijd was geen tijd van zaken en industrie. En daarom was geld overal schaars. En zij die het op zich namen om naar de andere landen te gaan en de Boodschap te brengen, hebben zij ooit gedacht hoe zullen we deze taak kunnen volbrengen zonder geld? Nooit! Als ze dat gedaan hadden, zouden ze de lering van de Profeet hebben verloochend. Want waar de Profeet van begin tot eind bij hen de nadruk op legde was: de voorzienigheid ligt niet in de beurs, maar de voorzienigheid ligt in de levende geest. Die is met jullie en waar jullie ook gaan, gaat de voorzienigheid met jullie mee. En in dat geloof begonnen ze en ze verlieten hun land, zij gingen naar landen waarvan ze de taal niet eens kenden. Zeker, toen ze daar geweest waren ontstond er tegenstand, er waren partijen, gevechten en oorlogen. Soms werden ze verslagen en soms werden ze koning. Zo was de tijd, en ook een prachtige tijd met zulke ervaringen. Om met niets te gaan en dan koning te worden. Maar tegelijkertijd vergaten zij nooit de Boodschap als ze een positie van macht, van hoge rang, van rijkdom of van wat dan ook bereikten. De Boodschap kwam als eerste bij elk gezag, bij geld, macht, hoge rang, bij alles waarmee ze de Boodschap konden steunen en vooruit helpen. Dat alleen was het doel in hun leven. En nu verkeren we in een tijdperk waarin hetzelfde niet kan worden gedaan. Stel dat ik naar Amerika ging. Zonder een grote zaal had ik niet kunnen spreken, zonder advertenties zou niemand zijn gekomen, zonder publiciteit zou niemand ervan geweten hebben. Maar als ik hier tien jaar was blijven wachten tot de dingen behoorlijk geregeld waren, dan zouden de dingen misschien nooit geregeld zijn. Dat moet de geesteshouding zijn. Onze houding moet zijn om alles te doen wat we kunnen om ons aan te passen aan de tijd: publiciteit, advertenties, regelingen, leiding, alles wat nodig is moeten we proberen te doen omdat de tijd zo is. Maar tegelijkertijd moet het ontbreken daarvan ons enthousiasme niet wegnemen en ons geduld, het ontbreken daarvan moet niet ons hart breken. We moeten zo sterk en zo ondernemend zijn als maar mogelijk is. Je moet nooit bedenken wat mislukking betekent. Mislukking is niet voor ons. Het is de Boodschap van God. Wij moeten ons best doen. Je moet het woord mislukking zelfs nooit gebruiken. Dat is niet voor ons. Dat is voor een zakenman. Voor hem als hij weinig geld op zak heeft is er een mislukking. Ons succes is


69

de Boodschap zelf, onze dienst op de weg van God is ons succes. Als we niets in de wereld bezaten, dan zullen we nog verdergaan op het pad van God. En als niemand ons wil horen, dan zullen de muren ons horen, in de sferen zal de Boodschap blijven bestaan. De Waarheid overwint.


70

28. CHERAGS, 11 juli 1926.

Universele Eredienst.

Gezegende cerags, ik zou graag een paar opmerkingen willen maken over het onderwerp van de Universele Eredienst. De eerste opmerking betreft de invoering van de vergelijkende studie van de religies. In de eerste plaats de heilige geschriften, die in onze handen komen en die we hier lezen zijn uit de een of andere taal vertaald en wanneer iets vertaald wordt, gaat er zoveel van verloren. En dan, de geschriften die na zoveel jaar tot ons zijn gekomen, als we de vergelijking van de religies alleen invoeren om in deze geschriften alles te vinden wat inspirerend is en de verschillende religies verenigt, in zover valt dat aan te raden. Maar zodra we gaan redetwisten over wat we in de schriften lezen en wat van de een tot de ander verschilt, veroorzaken we bij iemand die niet nadenkt een conflict en twijfel bij wie wel nadenkt. Ons motief is om hun die de vergelijking van de religies willen bestuderen het idee bij te brengen dat alle verschillende geschriften uit één denkvermogen zijn voortgekomen en aan de wereld werden gebracht door verschillende monden. Dat het verschil tussen de profeten is ontstaan door de verschillende monden, maar dat er één geest is geweest waaruit de wijsheid is gekomen. En als er iets bij de vergelijkende studie van religies dat wegneemt, zal dat altijd heel schadelijk blijken te zijn. En het is beter om daartegen vanaf het begin op zijn hoede te zijn. Als de siraj die de klassen over vergelijkende godsdienstwetenschappen geeft, die ze invoert of organiseert, dit in het oog houdt, zal dat altijd moeilijkheden voorkomen. En nu wat de Soefi Boodschap betreft. Er is een algemene neiging en vooral tegenwoordig, om het ene met het ander te verwarren. Zij die zich niet zullen verzetten en niets ten nadele van de Soefi Boodschap zullen zeggen en die een grote sympathie en een vriendschappelijk gevoel zullen tonen, zullen die vermengen met allerlei andere dingen en zeggen dat iets anders ook goed is, een andere vereniging ook goed is, een andere instelling, een andere boodschap heel mooi is en een derde boodschap ook de Waarheid spreekt. Gedurende mijn reis van zes maanden door Amerika heb ik hier veel van gezien, dat de mensen hun waardering tonen door dingen door elkaar te halen en te zeggen: dat is heel waar, maar er is iets anders dat ook heel waar is en nog iets anders is waar. En in zo’n geval wordt de positie van de werker heel moeilijk, want zijn bedoeling om de Boodschap te verspreiden wordt meteen onmogelijk gemaakt wanneer iemand zegt: u bent net zo goed als een ander. Hij zegt niet: u bent net zo slecht, hij toont zijn waardering. Maar zijn waardering is dodelijk, die is niet bemoedigend, niet sterkend, niet opbeurend. Die is dodelijk. Bedenk daarom dat er voor elke Boodschap van God telkens wanneer die tot de wereld is gekomen een zekere tijd is en in die tijd heeft die zijn hoogtepunt. Daarna zal er een andere Boodschap zijn. Maar in die tijd, gedurende de tijd dat die wordt gebracht is er geen andere boodschap, er is maar één Boodschap. Als een cherag niet die overtuiging heeft zal hij de goede zaak niet kunnen bevorderen, hij zal niet vooruit kunnen gaan, hij heeft nog niet de overtuiging en het inzicht.


71

Ik heb een Hindoe-dichter horen zeggen: "Heer, waar kamfer en botten en suiker en zout allemaal als wit worden beschouwd, laat daar mijn verdienste niet erkend worden. Zij hebben geen onderscheidingsvermogen". Waar iedere occultist, of ieder met bovennatuurlijke gaven, of iedere helderziende, of zogenaamde mysticus erbij gehaald wordt, daar is geen onderscheidingsvermogen. Laat de Boodschap niet vernietigd en te gronde gericht worden in hun handen. Onlangs werd ik in New York uitgenodigd bij een occulte club en ik ging er heen. Ze ontmoetten elkaar altijd iedere maand bij het diner en iedereen aan tafel had zijn eigen boodschap te verkondigen. Er waren net zoveel boodschappen als er mensen waren in deze occulte club. De een had iets te zeggen over geesten, een ander over kleuren, een ander had een soort licht gezien en een ander las iets voor over helderziendheid of iets anders. En iedereen had stemrecht in deze club en ieder dacht dat zijn kennis en zijn inzicht net zo goed was als de kennis en het inzicht van een ander. En als iemand zover komt is er geen vooruitgang. Het wordt de toestand van Kemal genoemd. Iedereen is een Leraar, je kunt geen leerling vinden, al zou je er met een kaars naar gaan zoeken. Toch zal de Boodschap voortgaan, hoeveel moeilijkheden er ook mogen komen. Het doet er niet toe in wat voor toestand de wereld verkeert, de Boodschap zal voortgaan. En het doet er niet toe hoeveel moeilijkheden er zijn en hoe langzaam het werk vordert, de Boodschap zal voortgaan. Maar, als de cherags er meer over zouden weten, zouden ze die kunnen verdedigen. Maar nu, als er een vraag opkomt: hoe onderscheid je de Boodschap in vergelijking met andere? En het antwoord is dat je dat niet kunt uitleggen in woorden. Neem twee religies en laat de vertegenwoordigers van deze twee religies discussiëren over wat er in hun heilige geschriften geschreven staat. Ieder zal iets goeds zeggen en ieder zal iets verkeerds zeggen. Dezelfde persoon die iets goeds zal zeggen, zal ook iets verkeerds zeggen. En het zal uiterst moeilijk zijn om tussen die twee te beslissen wiens religie beter is. Hoe meer je weet, des te minder kun je zeggen wiens religie beter is. Meng daarom nooit de Soefi Boodschap in zo’n dispuut, laat die nooit vergeleken worden met dit of met dat. Waarom moet die vergeleken worden? Laat hen denken wat ze erover denken, maar laten we niet vergelijken. Omdat het één dit leert en een andere religie dat leert, en de één iets leert dat mooier is dan in een ander boek is beschreven. Doe dat nooit. Dien je de Soefi zaak van ganser harte omdat één bijzondere lering je getroffen heeft, één bijzondere zin je getroffen heeft, één bijzonder principe je raakt? Helemaal niet. Het is niet een boek, of een bijzondere theorie of dogma dat je heeft doen werken voor de goede zaak. Je kunt zelf niet uitleggen wat je aangetrokken heeft. Je kunt alleen zeggen, er is iets zodat ik voel dat ik mijn dienst aan de zaak moet wijden. Dat is alles. En zo moet het ook zijn.


72

En nu over het derde punt: het verschil over de namen van de leraren en van de geschriften. Je kunt altijd zeggen dat als er een andere Leraar was die sommige mensen aanhangen, of als er een andere Leraar was over wie de mensen in een geschrift hebben gelezen, of als ze iets vertellen dat bewijst dat er in die en die tijd een grote profeet was, die in een land een spirituele boodschap heeft gebracht, waarom moet zijn naam niet worden opgenomen? En die vraag zal gesteld worden. En je kunt eenvoudig zeggen dat deze paar namen allen vertegenwoordigen. Dat betekent niet dat we onze aanhankelijkheid beperken tot zo weinig namen. Maar het zijn de namen die gesuggereerd werden door Goddelijke inspiratie, die ons geschonken werd. Dat betekent helemaal niet dat we het bestaan van andere leraren ontkennen. Integendeel. Doordat we de kaars aansteken en zeggen “bekend en onbekend” sluiten we allen in en tonen we onze verbondenheid met allen die erbij horen. En het vierde punt is, als er een vraag komt met betrekking tot de persoonlijkheid van de Siraj-un-Munir. Je moet bedenken dat het analyseren van een mens, hoe groot of klein ook, niet goed is. Als je een vriend hebt van wie je houdt, die je respecteert, die je helpt en die je van dienst bent, dan past het niet dat een ander zegt “hij verdient je vriendschap” of “hij verdient die niet”. Dat moet jij beoordelen. Niemand heeft het recht om jou te zeggen wie je vriend moet zijn of juist niet. Je hebt zelfs geen reden nodig waarom je hem als je vriend zou moeten hebben. Het is gewoon genoeg dat hij je vriend is. Maar tegelijkertijd moet je respect, je eerbied, je toewijding, je sympathie niet gekrenkt worden wanneer iemand anders iets zegt dat niet in overeenstemming is met jouw visie. Omdat je moet weten dat een ander niet is als jij zelf, hij heeft niet jouw kijk op de dingen. En daarom moet je het hem niet kwalijk nemen. Het beste wat je kunt doen is hem alleen te laten in plaats van met hem te redetwisten. Want heel vaak staat het discussiëren over een persoon gelijk aan hem neer te halen. Hoeveel welwillendheid en respect je ook voor je vriend hebt, zodra je begint te discussiëren over zijn persoonlijkheid haal je hem onbewust omlaag. Doe dat daarom nooit. Laat hem met rust. Ga dus nooit in discussie met hen die iets te zeggen hebben tegen jullie Siraj-un-Munir of tegen de Boodschap. Als zij geen sympathie voelen, als zij een ongunstig oordeel hebben, laat hen maar. Maar velen zullen zeggen: ik heb diegene die tegen u sprak op betere gedachten gebracht. Maar wie weet of hij werkelijk op betere gedachten is gebracht? Als hij bij je weggaat blijft hij misschien net zo onverbeterlijk. Integendeel, hij wordt oneerlijk. Kunnen woorden iemands geloof recht zetten? Kan een pleidooi ervoor zorgen dat iemand beter gaat denken over een ander? Nooit. Je moet de tijd daarvoor laten zorgen, je moet de natuur daarvoor laten werken. Het leven zelf zal daartoe werken. Als je alleen maar het vertrouwen had om staande te blijven bij alle kritiek en bij alles wat er tegen ons gezegd wordt en toch standvastig blijft in je werk. Dat is alles wat er verwacht wordt van mijn medewerkers.


73

Vraag: Murshid als iemand komt in een gezelschap van mensen die verschillende meningen hebben over godsdienst, bijvoorbeeld over het denkbeeld dat een Profeet of Boodschapper heeft gegeven over het huwelijk of echtscheiding, dan zullen we gevraagd worden wie van deze Profeten of Boodschappers gelijk had. Hoe kunnen we dan de eenheid van de Soefi Boodschap uitdragen? Antwoord: In de eerste plaats hadden de Profeten in het verleden bij hun werk, althans sommige van hen, de taak wetten uit te vaardigen, vooral Mozes. Maar niet in het werk van Jezus Christus. Ook Mohammed gaf wetten. Daarom is er een wet waaraan de kerk vasthoudt en er is een wet die Profeten afkondigen. Dat ging zo tot de komst van Mohammed. Maar na Mohammed was er geen wetgever meer en is er nooit meer een wetgever geweest. Toen kwam de wet in handen van de volkeren. Ieder volk heeft zijn wet. En daarom ook al zouden wij de wet van deze of die religie naar voren brengen, kunnen we die ten eerste niet geldig krijgen. De wet van Jezus Christus kunnen we niet direct krijgen. De wet wordt zo veranderd en alleen de tien geboden blijven. Dat was de wet die gegeven was door de Hebreeuwse Profeten, behalve wat Mohammed later uitvaardigde, dat was een andere wet. Daarna maakte geen enkele Profeet er aanspraak op dat er nog een wetgever zal komen. Dus het geven van wetten hield op vanaf de tijd van Mohammed. Maar de boodschap van wijsheid blijft. Bovendien verkeerde de mensheid in een tijd dat het geven van wetten noodzakelijk was. Nu is het geven van wetten niet nodig, nu is wijsheid nodig. Het is de inspiratie van de kern van wijsheid die het mogelijk zal maken voor de staten en volkeren en landen om de wet steeds beter te maken. Daarom geeft de Boodschap, de spirituele Boodschap niet rechtstreeks een wet. Maar indirect werpt die een licht op het leven en op die manier ontwaken de staten en zullen zij mettertijd ontwaken om de wetgeving beter te maken. Vraag: Murshid, iemand vroeg me eens: hoe kan ik tegelijkertijd katholiek en Soefi zijn? Ik antwoordde: als je katholiek bent in de hoogste vorm, ben je een Soefi. Antwoord: Dat is een heel goed antwoord. Maar tevens wanneer iemand niets is, is hij alles. Wat het Soefisme leert is om dat niveau tenslotte te bereiken, maar daar moet je tenslotte komen. Als iemand van hetzelfde punt uitgaat zal hij tenslotte bij het begin uitkomen. Daarom moet vooruitgang geleidelijk zijn. Vraag: Murshid, mogen wij tegen iemand die we ontmoeten zeggen dat de Soefi Boodschap de Boodschap van deze tijd voor de wereld is? Antwoord: Daar bestaat geen twijfel over. Vraag: Kunnen we dat zeggen? Antwoord: Ja. Vraag: Het is een bepaalde manier, een aanspraak van de Boodschap.


74

Antwoord: Ja. 'Boodschap van deze tijd' maakt nergens aanspraak op. Het zegt alleen dat wat nodig is voor deze tijd wordt gegeven. Zo lang je geen theorieën bestrijdt, geen dogma’s, geen verenigingen, geen ander werk, zo lang doet het er niet toe. Vraag: Murshid, zullen deze mensen niet zeggen dat u onverdraagzaam bent? Antwoord: Nou, dat hangt er alleen maar van af op wat voor toon je het zegt. Soms betekent “dank u wel” heel veel, en soms betekent “dank u wel” niets. Bovendien moet je alles wat je zegt voelen vanuit de grond van je hart, je ziel moet het zeggen. En als je dat niet kunt, zeg dan niets. In het Oosten, en vooral in de scholen van de Soefi’s, bestaat een geloof en het is een prachtig geloof. Dat geloof is dat als je de wetenschap van de woorden begint te begrijpen, je dan ook weet wat je mag zeggen en wat je niet mag zeggen. Niet iedereen denkt zo, maar zij die dat stadium bereikt hebben waar ze die wetenschap beginnen te begrijpen, zij weten het. Wat je mag zeggen is wat opkomt uit het binnenste van je wezen, niets ter wereld kan dat beletten, niets ter wereld zal daar tegen opkomen. Je kunt stand houden tegenover de hele wereld met je woorden. Dan kun je die zeggen. Maar als iemand harder spreekt, als je daar bang voor bent, kun je ze net zo goed niet zeggen. Je moet de kracht van je overtuiging afwegen bij iedere verklaring die je aflegt. En die kracht is zo groot dat de kracht van duizenden en miljoenen mensen daar tegenover niets is. Die haalt niets uit. Maar als er geen overtuiging is en mensen zeggen: hoe kan dat waar zijn? En als jij zegt dat het iets geweldigs is, dan zullen er tien, twintig, of honderd mensen tegen je opstaan en zeggen: Wat zeg je nu, het is allemaal onzin. En dan als de kracht van iemands overtuiging verdwenen is en je denkt: Ben ik gek geworden, heb ik ongelijk, ben ik dwaas, heb ik het goed gedaan? Misschien heb ik een fout gemaakt. Wat heb ik gedaan? Heb ik iets gezegd op een tijd dat ik dat niet had moeten zeggen? Is het echt waar wat ik gezegd heb? Wat zeggen zij nou? Is hun verzet terecht? Zo iemand kan maar beter niets zeggen. Want eerst was er het Woord en het Woord was God. Het is niet alleen het eerste, maar ook het laatste. Als het Woord God wordt, heeft wat je met overtuiging zegt de grootste kracht. Daar valt niets mee te vergelijken. Vraag: Krijgen we niet gemakkelijk een verhitte discussie? Antwoord: Ja, maar de derwisjen zijn in het vuur gesprongen voor hun overtuiging. Hebben jullie daarvan gehoord? Zij zijn in het vuur gesprongen, dat vuur zal niet verbranden. Een verhitte discussie is niets. Vraag: Iemand zei tegen me: je hoeft me niet te vertellen dat je niet gehypnotiseerd was toen je toetrad tot de Soefi Orde. En ik heb geantwoord: jij denkt zeker dat Christus zijn discipelen hypnotiseerde. Antwoord: Dat is één antwoord, er is nog een ander antwoord. Je had kunnen vragen of die man niet gehypnotiseerd was om je zoiets te vragen.


75

Vraag: Als ze vragen: hebben jullie in de Soefi gemeenschap ook wonderen net als in het Christelijk geloof? Antwoord: Nee, wonderen hebben met ons niets te maken. We doen niet aan wonderen. Wijsheid heeft niets te maken met wonderen. Als je belangstelling kunt tonen voor de Boodschap zonder wonderen, ben je welkom. Als je op zoek bent naar wonderen kun je ergens anders heen gaan. Zo lang als je de massa niet volgt doet het er niet toe. We gaan de mensen niet uitnodigen: “Kom bij ons, kom bij ons”. We houden hun alleen de Boodschap voor. Laat ze maar zeggen wat ze willen, laat ze maar komen als ze willen. Zo niet, laat ze dan maar. Misschien zullen ze na tien jaar komen. Wij hebben geen haast. Als dit een zaak was of een handel waarbij iemand zei: volgend jaar moeten we succes hebben, dan zou het wat anders zijn. Dit is iets dat zich zal ontwikkelen in honderden jaren, we hoeven het niet te verhaasten. Als we gehaast waren en vreselijk bezorgd, zouden we het werk bederven. We moeten niet te snel op succes rekenen. Dat moet volgen, daarom hebben we tijd om af te wachten. Wie weet of dezelfde mensen die nu tegen ons zijn morgen niet anders zullen zijn. Als er al een wonder is, is dat het wonder. Na één jaar, na tien jaar, wat doet het er toe! Als ze nu nog niet willen komen, zullen ze later komen. Vraag: Murshid, als er vijandige kritieken verschijnen in de kranten, niet op ingaan en niet antwoorden? Antwoord: Het is beter van niet. Want net zo veel als lof ons helpt, zoveel helpt ook blaam ons. Laat lof en blaam maar samen komen. Dat is net als licht en schaduw die een schilderij volledig maken. Waarom zouden we de blaam niet verdragen als we ons verheugen over de lof. Bovendien, waar er iets is dat in het oog valt, zal dat natuurlijk bekritiseerd worden, laat maar. Vraag: Is het niet goed om zo iemand op te zoeken, om met zo iemand te praten? Antwoord: Wel, soms heeft dat succes. Maar soms maakt het die ander zo trots om te denken dat wij ons hebben overgegeven aan hem en dat hij ons eronder heeft gekregen. En misschien zal hij een gunstig oordeel hebben of misschien ook niet. Te veel gevoeligheid voor kritiek is niet goed omdat dat tenslotte een ziekte wordt. Iemand wordt zo gevoelig tegenover iedereen die iets over hem zegt dat zijn geloof, zijn overtuiging, zijn kracht minder worden. En wie geen acht slaat op slechte kritiek, heeft werkelijk enige kracht in zich. Omdat hij denkt: die man weet maar zoveel, dat heeft hij laten zien in wat hij heeft geschreven. Hij heeft zijn kruit verschoten en nu is het op, dit is het einde. Maar mijn strijd en mijn werk en mijn enthousiasme zijn niet op. Die gaan door! Dat moet de instelling zijn.


76

29. CHERAGS, 18 juli 1926.

Universele Eredienst.

Gezegende sirajs en cherags, het is inderdaad noodzakelijk voor de cherags om te denken dat het een van hun belangrijkste plichten is om zichzelf vertrouwd te maken met verschillende religies. En daarom is het lezen en vergelijkende studie van de religies nodig, niet alleen vanuit het gezichtspunt van een student, een intellectuele student, maar vanuit het gezichtspunt van een Soefi, wiens voornaamste denkbeeld eerder is om te verenigen dan om te verdelen. Vandaag zou ik graag willen spreken over de concentratie die de cherag moet vasthouden wanneer hij dienst doet. Wanneer de cherag binnenkomt in de ruimte waar de Universele Eredienst zal worden gehouden, moet hij in gedachten houden dat hij komt om de Soefi Boodschap te brengen in de vorm van de Universele Eredienst. Op dat ogenblik moet hij bedenken dat hij het instrument is om op dat speciale ogenblik de Boodschap te brengen aan hen die wachten om die te ontvangen. Hij moet zijn eigen persoonlijkheid volledig vergeten in de gedachte aan de Boodschap, in de geest van de Boodschap. En om de mensen rustig te houden is het beter wanneer hij gaat zitten, om niet te lang te blijven zitten. Want de mensen worden moe van het wachten. Er is niets zo vervelend als wachten, vooral in de dienst. Wanneer de mensen tegenwoordig bijeenkomen op een plaats, is dat niet meer zoals in het verleden, toen de mensen urenlang wachtten voor de priester kwam om de zegen te geven. Nu worden ze aangetrokken door een bepaalde invloed, of ze worden door iets meegesleept, of ze worden door iets gedreven, of ze worden door iets geboeid. Daarom zitten ze daar. Dat moet je begrijpen en ze niet te lang laten wachten. Als de dienst eenmaal begint, gaat die invloed beginnen, die invloed gaat naar hen uit en dat boeit hen. Maar alleen maar blijven zitten zal hen niet boeien. En wanneer de cherag zegt: “Tot de Ene, de volmaaktheid van Liefde, Harmonie en Schoonheid ….” dan moet hij bedenken dat hij verenigd is met God, dat hij werkt voor God en dat alles wat hij zegt en doet gericht is op God. En wanneer hij zegt: 'verenigd', dan moet hij weten dat hij verenigd is met alle Profeten en Boodschappers van wie de namen genoemd worden in de dienst. Ook van diegenen van wie de namen onbekend zijn en van diegenen die niet genoemd worden. Dat hij verenigd is met hen allen, dat hij de vertegenwoordiger is van álle spirituele zielen, Profeten en Meesters en Boodschappers. En wanneer hij de aansteker opheft om de kaarsen aan te steken moet hij in gedachten houden dat het licht, dat door die speciale godsdienst werd gebracht en dat door verloop van tijd dof geworden is, aangestoken moet worden. En hier ben ik en ik steek het aan. En wanneer hij de kaars aansteekt van de bekende en onbekende Boodschappers moet hij bedenken: de Goddelijke wijsheid als de ene onderliggende stroom in alle godsdiensten, die


77

nu dof is geworden, die doe ik nu opvlammen. Denk nooit: ik ben een beperkt wezen, een cherag, een persoonlijkheid, hoe kan ik zoiets denken. Denk nooit op dat ogenblik: ik ben een bepaald individu, of zelfs maar: een cherag. Denk: ik ben nu de vertegenwoordiger, dit is mijn heilige taak die ik moet vervullen. De beschikking heeft gewild dat ik dit nu moet doen voor de hele wereld, voor het ganse heelal. Dat moet de instelling zijn. En daar ligt een grote magische kracht achter verborgen. En wanneer de cherag de tekst leest, moet hij die lezen met waardering. Hij moet lezen met toewijding en hij moet lezen met begrip en hij moet lezen met de gedachte daarbij dat die tekst uitgaat naar de toehoorders en hen verlicht. En wanneer hij het boek opheft en zegt: “Wij brengen de Alwetende God onze eerbied, onze hulde en onze dankbaarheid voor het Licht van de Goddelijke …..” moet hij op dat ogenblik denken aan de Boodschapper, die die Boodschap heeft gebracht, en voelen en beseffen dat hij één is met die Boodschapper. En wanneer de cherag het eerste gebed zegt, moet hij in gedachte ieder woord van het gebed navoelen. En bij Saum moet hij zich bewust zijn van de geboorte van de Boodschap. En bij Salat moet hij zich bewust zijn van de continuïteit en het leven van de Boodschap. En bij Khatum, het laatste gebed, moet hij zich bewust zijn van de vervulling van de Boodschap. De dienst te doen kent een spirituele magische kracht. En wanneer die uitgevoerd wordt met die magische kracht is de uitwerking duizend maal groter. Wanneer de cherag de zegen geeft en zijn handen opheft, moet hij niet denken dat dit zijn eigen handen zijn. Hij moet denken dat ze de handen van de Boodschap zelf zijn die de mensheid zegenen. Dan zal de uitwerking duidelijk zijn. En wanneer hij zachtjes de zaal verlaat waarin hij dienst heeft gedaan, moet hij bedenken dat hij daar op die plaats en in het hart van hen die aanwezig waren een eeuwige indruk heeft achtergelaten van het heilige woord van God. Vraag: Ik zou willen vragen: schuilt er geen gevaar in het bestuderen van symbolen, als we niet op het niveau van ontwikkeling staan dat we symbolen kunnen lezen als een natuurlijk verschijnsel. Antwoord: Het is beter om ze te bestuderen met iemand die ermee vertrouwd is. Vraag: Murshid, zou het niet van geweldige waarde zijn voor de verspreiding van de Boodschap als we deze woorden die u spreekt in ons bezit zouden kunnen krijgen, als we de leringen konden bezitten, zodat we niet ….. Antwoord: Die zijn al aan de cherags gegeven.


78

Vraag: Ik heb nooit iets gekregen. Antwoord: Vraag ernaar bij de siraj van je land. Vraag: Murshid denkt u niet dat de kerk open zou moeten zijn een half uur vóór het begin van de dienst? Houden we het wachten dan niet te lang? Antwoord: Ja, zij die een half uur eerder naar de kerk willen komen, of een uur eerder om wat uit te rusten, kunnen daar net zo goed rust vinden. Misschien hebben ze geduld, omdat ze zijn gekomen voor rust in de atmosfeer van de kerk. Maar toch is het nu anders dan vroeger. Als ik jullie eens vertelde van mijn indrukken bij mijn openbare lezingen, waarbij ik soms de gedachten voel van zoveel mensen die in gedachten op hun horloge kijken, ook al halen ze dat niet te voorschijn, en die in gedachten zeggen: zal hij nu niet snel ophouden, zal hij nu alles wat hij te zeggen heeft niet snel zeggen? En zo zijn er duizenden. De gevoelens van de mensen zijn tegenwoordig niet vriendelijk en geduldig. Het eerste wat zij die het goed met me voorhadden me aanraadden toen ik mijn werk in New York begon was: wat u het laatst wil zeggen, moet u het eerst zeggen. Ik moest mijn gewoonte vergeten om de mensen er na tien of twaalf lezingen op voor te bereiden, om te horen wat ik zou gaan zeggen. Ze zeiden tegen me: wat u te zeggen hebt, zeg dat het eerste op de eerste dag. Dan zullen de mensen komen. U moet niet beginnen met A, B, C, u moet beginnen met Z, en kom dan naar A. Als ze weten dat het laatste woord juist is, dan zullen ze naar het eerste komen. Ze zullen niet voor het eerste woord komen, ze zullen voor het laatste komen. Daarom moeten we de psychologie van deze tijd bestuderen. En het beste is dat zij die bereid zijn om te wachten, eerder zullen komen. Maar in onze stilte moeten we hen niet te lang laten wachten. De mensen zijn tegenwoordig niet gewend aan stilte en als ze ongedurig zijn in de stilte bederft dat de dienst, het bederft de sfeer. Houd niet te veel stiltes en houd een stilte niet te lang. Vermijd dat. Je zou kunnen denken omdat de wereld in zo’n zenuwachtige stemming is, moeten we hun stilte geven en hen in de juiste stemming brengen. Maar we moeten ze er eerst op voorbereiden om afgestemd te worden. Als je ze eerst gaat afstemmen, dan lopen ze weg. Bovendien, als ze niet afgestemd willen worden, kunnen we dat niet doen. Bovendien is het niet de bedoeling dat wij ze afstraffen. Als de wereld met een bepaalde graad van snelheid gaat, moeten wij iets langzamer gaan, maar niet helemaal tegen het ritme van de wereld in. Vraag: Murshid, denkt u dat ze mettertijd minder zenuwachtig zullen zijn? In Amerika, bijvoorbeeld, zullen ze een langzamer ritme hebben? Antwoord: Ik denk integendeel. Over tien jaar zal het ritme heel anders zijn. Nee, de wereld zal haar eigen ritme moeten vormen. We kunnen niet doorgaan met het ritme van het verleden. Met de ontwikkeling van de wereld, met de vooruitgang van de wereld, verandert het ritme. Het is het beste voor ons om vast te houden aan het ritme van de wereld en niet terug te gaan.


79

Vraag: Murshid, is het de neiging van de ontwikkeling van de mensheid dat het ritme steeds sneller en sneller wordt? Antwoord: Natuurlijk. Het is leven, het is energie. Leven is beweging en energie is beweging. Maar als het zijn evenwicht verliest dan botst het ergens tegenop en volgt er een ramp. Net als de laatste oorlog. Die was het gevolg van een te haastig ritme, een ritme dat te hoog, te snel was geworden. En daarom komen er altijd zulke rampen en die scheppen opnieuw een soort evenwicht. Maar toch, als het ritme van het ganse heelal sneller wordt en wij denken dat we naar het andere uiterste moeten gaan, dat kan niet, het zal niet werken. Ja als we willen werken aan onze eigen spirituele ontwikkeling, dat is iets anders. Ik zal jullie een verhaal vertellen. In India bestaat de gewoonte dat iedere zanger zijn tampura stemt gedurende ongeveer 15 minuten (er is maar één akkoord op dat instrument). Maar als hij een groot zanger was, dan stemde hij die een half uur lang in aanwezigheid van het publiek, al was daar een Maharadja, een koning of een edelman. Wat ook hun positie was, hij nam 15 minuten of een half uur om zijn tampura te stemmen. Nadat ze een half uur gewacht hadden begon hij te zingen. Maar om zijn eigenlijke lied te zingen bereidde hij hen daarop voor door alleen maar de toonladder te zingen. Dat nam een half uur. Eerst dus een half uur en dan begon hij de eerste frase van zijn lied te zingen. Dan improviseerde hij een half uur lang en dan begon hij aan de tweede frase. Als ik de zangers van India zou moeten verdedigen zou ik zeggen: ja dat was heel goed, hij was aan het stemmen, hij stemde zijn ziel af en ook zijn hart, zijn geest, de sfeer, hij was bezig de harten af te stemmen van de mensen die daar zaten. Daarom was het een soort magisch effect, alleen al het stemmen van het instrument was een soort magie. Dan bereidde hij het terrein voor door slechts de toonladder te zingen gedurende een half uur. Hij variëerde hier en daar de toonladder, niet meer dan een kleine melodie in improvisaties van een half uur. Maar dat legde de basis voor hem om een tempel van muziek te bouwen. Als ik daarnaar kijk denk ik dat het echt prachtig is, heel bewonderenswaardig. En nu het moderne India, ze zeggen: alstublieft, wanneer de ustad komt zingen, stem uw instrument thuis en kom hier met een volledig afgestemd instrument. Het moet geen tijd kosten. In het paleis is er een bevel dat hij eerst beneden moet stemmen. Dan moet het helemaal klaar meegebracht worden zodat hij zijn muziek kan beginnen. Wanneer hij zijn muziek haastig moet beginnen en niet in de sfeer die hij zou wensen, dan gaan de vreugde en het genoegen, de magie en de charme en het wonder van de muziek verloren. Tegenwoordig is het heel moeizaam voor een zanger met hoge idealen om muziek, die hij hoog schat, te blijven spelen op dezelfde manier als hij vroeger deed. En als ik een praktisch advies zou willen geven aan een musicus zou ik zeggen, ga mee met het ritme van de tijd. Maar toch als ik het bezie vanuit een werkelijk gezichtspunt, dan denk


80

ik dat het vroeger heel goed was. Hetzelfde geldt voor ons. Ik denk dat de Universele Eredienst meer effect zou hebben als er eerst een half uur stilte was en dan een half uur in het midden en dan een half uur aan het eind. Maar hoe moet dat met de mensen die daar gek van zouden worden en mopperend naar huis zouden gaan? De totale goede indruk zou teniet zijn gedaan. Bovendien, er is een zeker ritme in Amerika, een zeker ritme in Europa, en er is een ander ritme in het Oosten. We moeten ons houden aan het ritme van dat land. Vraag: Murshid is er ergens een grens voor het ritme van de wereld? Antwoord: Nee, het moet afgeremd worden. Anders wordt het gehaast. Als de mensen inzicht hadden in die bijzondere gedachte, als die gedachte aan het publiek gebracht zou worden, als de mensen maar begrepen dat voor het geluk en het welzijn van de mensheid het ritme beheerst moet worden en niet sneller mag gaan dan tegenwoordig. Want anders, als de wereld automatisch doorgaat zoals die doorgegaan is, zal er een ramp uit voortkomen en het zal weer groot onheil brengen. Vraag: Als het ritme zich weer herstelt, zal het dan sneller of langzamer worden? Antwoord: Langzamer. Omdat het nog steeds sneller en sneller wordt. Dus zal het ritme langzamer worden. Bijvoorbeeld: hoeveel verschillende redenen geven de mensen niet voor het zinken van de Titanic. Maar de voornaamste reden voor het zinken was dat het ritme sneller was dat het had moeten zijn. Als het juiste ritme was aangehouden zou het schip niet zijn gezonken. En het ritme was sneller omdat het een nieuw schip was en de mensen gelukkig waren en zich amuseerden en er geen gevaar te verwachten was. En de kapitein die het ritme in de hand had moeten houden was enthousiast over het nieuwe schip, hij amuseerde zich met de mensen. Daarom werd het ritme sneller. Hetzelfde geldt bij paardrijden, in oorlogen, bij sport, bij alles. Zolang er een gepast ritme is bij sport is er succes. Zodra je een beetje verder gaat dan het ritme zou moeten zijn verlies je, dan win je niet. Vraag: Murshid, is het het ritme van de planeet dat invloed uitoefent op de mensheid of is het het ritme van de mensheid dat invloed heeft op de planeet? Antwoord: Beide hebben invloed. Er is een soort wisselwerking van invloeden, net zoals wanneer de geest snel werkt dan is de bloedsomloop snel en als de bloedsomloop snel is, dan werkt de geest snel. Het ritme komt van binnenuit of van buitenaf. Het komt door de wenteling van het licht, of het komt door de bedrijvigheid van de mensen. Niettemin, wijsheid leert evenwicht en evenwicht komt door beheersing van het ritme.


81

30. CHERAGS, 25 juli 1926.

De Boodschap.

Mijn gezegende sirajs en cherags, ik wil vandaag spreken over het denkbeeld dat wij ons niet kleden als de priesters en de dominees en het is mogelijk dat wij ons bij een dominee of bij een priester voelen als een amateur musicus bij een beroeps musicus. Hoe bedreven een amateur ook mag zijn in het zingen of spelen, omdat hij zeer bewust weet dat hij een amateur is, doet dat op zichzelf hem al lager en onder iemand staan die naar voren komt en zichzelf aankondigt als een man van het beroep. Onze positie in de wereld is dat we ieder voor zich ons werk alleen doen in de tijd die er voor ons overblijft na onze plichten thuis, of na ons werk buitenshuis. Natuurlijk trekken we daarom vanwege die ene reden geen kleding van een geestelijke aan, en vanwege de tweede reden, dat ons werk, onze dagelijkse plichten verschillende richtingen uitgaan, zodat natuurlijk sommigen onder ons automatisch in hun bewustzijn een gevoel hebben dat wij niet die positie en die rang bekleden. Of we zijn niet zo iemand die kan opstaan en zeggen: ik heb hier een religieus gezag dat mij is gegeven. Dit is een psychologisch probleem. En op die manier bestaat er altijd een mogelijkheid dat een cherag zijn kracht en zijn inspiratie voor een groot deel zal inperken en begrenzen. Dat gevaar bestaat altijd. Daarom, juist omdat ons leven verdeeld is over zoveel dingen in de wereld, moeten wij ons er nog meer van bewust zijn dat de Boodschap van deze tijd gebracht moet worden door onze inspanning. Dat wij door het lot gebruikt worden om de Boodschap van deze tijd te brengen en daarom moeten we ons meer bewust zijn van onze bijzondere dienst en van dit voorrecht, meer dan welke dominee of priester ook maar kan zijn. Zelfrespect is altijd nodig voor ons. Maar zelfrespect in het bewustzijn van ons werk. Als ons bewustzijn niet steeds het voorrecht beseft dat het lot ons geschonken heeft, dan zullen wij niet de inspiratie en de kracht vinden waarmee we hen moeten overtuigen die naar ons toe zullen komen om de Boodschap en de zegen te ontvangen. En daarom hebben we een tweevoudige plicht. EĂŠn plicht is om ons werk te doen in het dagelijkse leven en de andere plicht is ons bewust te zijn van de heilige wijding. En nu komt de kwestie van het geringe aantal waarmee we op het ogenblik zijn. Zeker, ondanks alle hoop die we koesteren en ondanks alle belofte die we hebben, maakt ons dat soms bezorgd. De reden is dat, terwijl we de Boodschap verspreiden, die snel verspreid moet worden vanuit een psychologisch gezichtspunt. Bijvoorbeeld in een land als Nederland, waar een dienst gehouden wordt in den Haag, in Amsterdam en in Rotterdam, is dat niet genoeg. Pas op die dag zullen we denken dat de Universele Eredienst ingang heeft gevonden in Nederland wanneer er op vijftig plaatsen een dienst is op dezelfde tijd. Dan alleen zal de Universele Eredienst naar buiten beginnen te komen. Het zou op honderd plaatsen moeten zijn, zelfs in een land als Nederland. En dan, denk eens aan Engeland, aan Frankrijk, aan de Verenigde


82

Staten. Het is niet genoeg om misschien een dienst te doen in Detroit, en dan misschien in Los Angeles, en daarna misschien in San Francisco. Vandaag zouden er duizend cherags moeten werken in Amerika om ons het gevoel te geven dat we een begin maken. En als we denken dat we moeten wachten tot de mensen komen die er klaar voor zijn, dan zullen we door te wachten onze gelegenheid om de Boodschap te verspreiden voorbij laten gaan, het wachten zal te lang duren. Er komen misschien veel mensen, maar de ideale mensen komen tegen het einde. Maar de wijding op zich ontwikkelt een ziel om ideaal te worden, dat moet nooit vergeten worden en iedere inspanning moet gedaan worden om te helpen de Universele Eredienst te verspreiden. We moeten iedere gelegenheid aangrijpen om de Boodschap ingang te doen vinden in dorpen, in kleine steden, grote steden, alles moet in het werk gesteld worden. Zo wijd als de Universele Eredienst verspreid kan worden, zo ruim moet die verspreid worden. Het belooft niet veel als in een groot land een Universele Eredienst wordt gehouden op één plaats. Als die op één plaats in Berlijn wordt gehouden, dan is daar nog Leipzig, dan is daar nog Hanover, Frankfort, München en dan zijn er nog zoveel verschillende plaatsen waar geen Universele Eredienst gehouden wordt. En daarom moet de psychologische stroom, die de Universele Eredienst in Duitsland moet opbouwen, sterk zijn. Zeker een kaars, die in een land wordt aangestoken, maakt ook een begin. Ik bedoel niet te zeggen dat er geen begin gemaakt is. Maar ik bedoel: tot onze tevredenheid is het nog niet begonnen. Zullen mijn medewerkers dan geen sympathie met mij tonen bij mijn zware taak en op dit ogenblik, nu er de grootste noodzaak bestaat om de Universele Eredienst te verspreiden, voelen dat iedere siraj en cherag moet proberen te helpen om dit bouwwerk zo veel mogelijk gereed te maken? Want dit is het voornaamste middel om de boodschap te verspreiden. En jullie kunnen me deze reden of die reden noemen waarom de Universele Eredienst zich niet verbreidt, maar toch, als het er op aan komt mee te leven met jullie Siraj-un-Munir zullen jullie jezelf niet sparen. Nu is de tijd dat ik een beroep doe op iedere siraj en cherag om mee te helpen de Universele Eredienst op te bouwen in Europa en in de Verenigde Staten. Voordat we de Universele Eredienst daar opgebouwd hebben, kunnen we niet verder gaan. Er is een groot terrein dat we moeten bestrijken, maar dit moet eerst gedaan worden. En alles dat je mogelijk kunt doen, is je naar beste weten in te spannen om je vrienden te verzamelen en degenen die de boodschap willen dienen, om die gedachte te bevorderen bij de opvoeding in die richting en een sterk instituut op te bouwen, dat zal beantwoorden aan het doel waarvoor het bestemd is. Vraag: Murshid, bedoelt u te zeggen dat sommigen van ons naar Amerika moeten gaan? Antwoord: Niet noodzakelijkerwijs. Maar als het leven sommigen van jullie toestaat om naar Amerika te gaan, dan is dat ook goed. In welk land jullie ook zijn moet dit gedachtegoed gesteund en verspreid worden, de mensen moeten er op voorbereid worden de spirituele zaak te begrijpen en te dienen.


83

Vraag: Kunnen we beginnen met de informele dienst? Antwoord: Ik denk dat dat een heel mooi begin is. Vraag: Wat zou de methode zijn om het in een nieuwe stad in te voeren? Zou u het de Soefi Beweging noemen? Hoe moeten we dit adverteren, om het feitelijk aan te kondigen? Antwoord: Ik denk dat de eerst naam, Universele Eredienst, het beste is. En dan wanneer de mensen naar de Universele Eredienst komen zal er zeker Soefi literatuur gelezen worden uit de Gatheka’s. Zo zullen ze vanzelf te zijner tijd kennis krijgen van de Soefi Boodschap. Vraag: Moeten we erg voorzichtig zijn hoe we het invoeren? Antwoord: We moeten rekening houden met de gevoeligheden van de mensen in verschillende plaatsen. Vraag: Moeten we vermijden het een kerk te noemen? Antwoord: Ja, we gebruiken nu het woord “Universele Eredienst”, en we zullen van nu af aan het woord “Universele Eredienst”gebruiken. Vraag: Murshid, als de meerderheid van de leden de voorkeur geeft aan de informele dienst, mogen ze die dan hebben, of beter de formele dienst? Antwoord: Ja, dat is nu een heel teer punt. Soms is een collectieve mentaliteit een heel moeilijke mentaliteit om mee om te gaan. Als de leider de psychologie verstaat, zal hij hun de schoonheid van de eredienst laten zien, de psychologie ervan. Maar als hij die psychologische kennis niet heeft, dan zal wat mooi is in hun opvatting de schoonheid zijn die de leider zal volgen. En heel dikwijls wanneer de groep geneigd was de formele Universele Eredienst te waarderen en daarvan te genieten, kan die groep bevooroordeeld raken tegen het formele, alleen omdat de leider hun een soort keus liet. Geef je de voorkeur aan dit of aan dat: kijk het is heel eenvoudig, dit is informeelen dat is formeel. Als er twee zeggen: de schoonheid van het formele is groter, dan zullen er vijf van de groep zeggen: je hebt volkomen gelijk. De cherag moet zo overtuigd zijn van de schoonheid van de Universele Eredienst dat zijn overtuiging afstraalt op degenen die het zien. Bovendien in zaken van religie kun je niet iedereen raadplegen, zoveel hoofden zoveel zinnen. En als die kerken die erin geslaagd zijn om tot nu toe te blijven bestaan, als die verschillende mensen geraadpleegd hadden, dan waren ze al lang verdwenen. Ze zijn blijven bestaan omdat ze niet veel mensen geraadpleegd hebben. Bovendien, de ene dag zullen ze zeggen: we houden van het formele en op een andere dag zal er een ander komen: nee, informeel, we kunnen het stellen zónder het formele. Weer een andere dag zal iemand zeggen: verander sommige boeken, dat zou ons beter passen. Of op een andere dag komt er iemand en zegt: het zou ons beter schikken als u maar één kaars had. Er komt geen eind aan het hun naar de zin te maken. Geen enkele religie zou kunnen bestaan als die afhing van de algemene opinie.


84

Vraag: Murshid, als we de Universele Eredienst willen invoeren op nieuwe plaatsen zal dat toch onmogelijk gedaan kunnen worden, tenzij er cherags zijn om dat te doen. Antwoord: Een informele Universele Eredienst kan zonder cherags worden gehouden, maar een formele Universele Eredienst moet gehouden worden met cherags. Maar tegen de tijd dat ik daar kom, of de siraj van dat land, kunnen jullie tien of vijftien cherags opleiden, bereid hen voor. Vraag: Zou het aan te raden zijn voor de leider, als hij bij mensen om zich heen belangstelling wekte dat ĂŠĂŠn persoon het helemaal zou overnemen, om het hun eerst te laten zien? Antwoord: Ja, een leider kan een klas van cherags hebben om hen voor dit doel op te leiden. Vraag: Murshid, zou het niet het ideaal van de sirajs en de cherags moeten zijn om al hun tijd aan het werk te kunnen besteden en geen enkele andere bezigheid? Antwoord: Nee, ik denk dat het voor de Beweging het beste is dat ieder, wier leven enig ander werk nodig heeft, dat andere werk doen en zich op die manier onafhankelijk maken. Omdat ze op die manier de Beweging vier maal meer helpen. Ik spreek nu niet over hen voor wie het lot het makkelijk heeft gemaakt, zodat ze ieder ogenblik van hun tijd aan de goede zaak kunnen geven. Maar anders kan er wat werk worden verricht en dan kan de rest van de tijd aan het bevorderen van de Universele Eredienst worden gegeven. Vraag: Soms is er geen manier om te beginnen, de manier moet vanzelf duidelijk worden. Antwoord: Ja, maar totdat die weg duidelijk is geworden is het nodig je voor te bereiden. Als de weg eenmaal duidelijk is geworden, is het goed. Vraag: Wilt u alstublieft iets zeggen over collectiviteit en individualiteit. Als je een nieuwe stad hebt waar je de Boodschap wilt verspreiden en waar je niemand kent, dan zou je toch denken dat de aanpak van de mensen die je niet kent anders zou moeten zijn dan van hen die je van nabij en heel goed hebt gekend. Als het een gehoor is van vrienden zal het toch een andere Universele Eredienst zijn dan wanneer je een gehoor hebt met ook andere mensen. Antwoord: Zo is dat, zeker. Maar toch is het makkelijker om de Universele Eredienst te beginnen voor veel mensen dan voor een paar enkelingen. Omdat ieder individu zijn eigen ideeĂŤn heeft en die mee brengt. Maar als de dienst ingevoerd is voor de menigte en wanneer de menigte er belangstelling voor heeft gekregen, laat dan de afzonderlijke mensen komen. Maar nodig niet eerst de enkelingen uit. Nodig eerst de menigte uit. Vraag: Mogen de cherags die gevestigd zijn op een bepaalde plaats ook in andere steden spreken?


85

Antwoord: Ja, dat mogen ze. Maar die regeling hangt af van de siraj van dat land. Maar het beste wat de siraj van dat land kan doen is om de cherags met een opdracht naar verschillende plaatsen te sturen. Vraag: Is het aan te raden om bij de kerk te blijven waarin je bent opgevoed, of is het beter om al onze werkzaamheden te richten op de Universele Eredienst? Antwoord: Als je beseft dat je door contact te houden met de kerk waartoe je vroeger hebt behoord, op een of andere manier de vriendschap van de leden van de kerk of van de dominee kunt winnen, dan valt het aan te raden. Maar meestal is dat niet het geval. En daarom is het het beste je tijd en je gedachten aan de Universele Eredienst te geven. Bovendien, als zij die naar de Universele Eredienst komen zien dat de cherag ook nog belangstelling heeft voor een andere kerk en dat zijn belangstelling verdeeld is, dan zullen ze niet denken aan de ruimhartigheid van de cherag. Waaraan ze zullen denken is de verdeeldheid van zijn gemoed. En als ze dat denken, zullen ze denken als cherags naar ĂŠĂŠn andere kerk kunnen gaan, dan kunnen wij naar vier andere kerken gaan. Vraag: Onze eigen kerk is mee opgenomen in de Universele Eredienst, is het niet, Murshid? Antwoord: Dat is zo. Doelbewuste toewijding en voortdurende volharding en overtuiging zijn de meest nodige eigenschappen bij het werk voor de goede zaak.


86

31. CHERAGS, 1 augustus 1926.

Symboliek.

Gezegende medewerkers, ik waardeer ten zeerste de belangstelling die sommigen van jullie hebben voor het bestuderen van de symboliek van de geschriften. Natuurlijk, omdat we met de geschriften te maken hebben in onze Universele Eredienst, is het mooi om zo veel mogelijk bekend met ze te zijn. Zeker, het hangt af van je vrije tijd en van je belangstelling voor het onderwerp. Symboliek is niet iets dat vaststaat. Mensen met vele verschillende stadia van ontwikkeling kunnen ieder naar één symbool kijken vanuit hun eigen gezichtspunt. En het kan zijn dat de tien personen die hetzelfde symbool uitleggen van elkaar verschillen, omdat geen van hen ongelijk heeft. Misschien dat ten minste vijf van hen het bij het juiste eind hebben. En elk van hen kan er zijn eigen uitleg van hebben. En daarom zal niemand ooit een regel kunnen vaststellen dat een bepaald symbool een bepaald iets betekent. En als je dat toch deed, zou dat de symboliek beperken in plaats van die ruimer te maken. Niettemin, iedere diepgaande studie van de symboliek verdient waardering. Cherags moeten drie kanten bezien, het verleden en het graven in het verleden, maar verwaarloos het heden niet. Het heden is de Boodschap. De Boodschap is de uitleg van alle symboliek die er ooit is geweest in de wereld. Ali had geen ongelijk op de dag dat hij Mohammed hoorde preken. Met een verwijzing naar alle boeken zei hij: “Een levende Boodschap in vergelijking met boeken: je mag ze houden!” Dit is een zaak die onze tong roerloos maakt, onze lippen verzegeld houdt, we kunnen niet meer praten. Maar toch moeten de cherags gewekt worden voor de levende geest van de Boodschap. Wat is de Boodschap? De Boodschap is de uitleg van alles wat de Leraren hebben gebracht. Het is niet wat zij in de la hebben gehouden, maar wat zij zeiden, wat zij brachten. Datgene wat in woorden, in boeken, in symboliek wordt gegeven, kan veranderd zijn. Maar het kan niet veranderd worden. Omdat de stem met dezelfde geest de Boodschap brengt. Bovendien, ieder woord van de Boodschap is een symbool, of werelds, of hemels, of geestelijk, of stoffelijk. Voor hen, wier ziel daarvoor wakker zal worden, zal ieder woord een symbool laten zien, een symbool van de tegenwoordige tijd, gangbare munt. En wat de toekomst betreft, we zijn bezig om voor de toekomst te bouwen. Dit zal de toekomst zijn: de Boodschap zal opnieuw als een echo klinken in de toekomst. Maar nu, hoe zullen de cherags de Boodschap bestuderen? Er worden boeken uitgegeven en er wordt literatuur rondgestuurd. In de vorm van literatuur hebben jullie twee dingen en bovendien de woorden die zijn gesproken tot de cherags. Als jullie die één keer zullen lezen, is dat maar één stap zetten, als jullie die twee keer zullen lezen is dat het doen van de tweede stap en als je hetzelfde drie keer leest wordt de derde stap gezet. En denk niet dat het fanatiek is van de Moslims, die dag in dag uit de Koran lezen. En er wordt geen gebed gezegd door een Moslim zonder dat er een tekst uit de Koran wordt


87

herhaald. Wat betekent dat? Wanneer hij die honderd keer heeft herhaald dan heeft hij de innerlijke symboliek van de tekst gevonden. De intentie waarmee de Boodschap wordt gegeven dringt door. Wanneer je éénmaal een boek doorwerkt is dat één stap. Het zijn honderd stappen of duizend stappen, iedere keer wanneer je hetzelfde leest. Het betekent vooruitgaan wanneer je het vaker leest, dat is geen stilstand, ook al kan het oppervlakkig lijken dat het stiltand is. En naarmate mijn cherags en sirajs meer zullen mediteren over de woorden die in de Boodschap zijn gegeven, zullen zij meer en meer inspiratie opdoen, om zelfs de symboliek van de oude overleveringen en geschriften te lezen en te begrijpen en ook de symboliek van alle verschillende religies die vaak onbekend is bij de autoriteiten van die speciale religie. En nu is er nog een andere kwestie. Een grote meester van de Koran, die de Koran goed begrijpt, hoeft nog geen vertolker van de Soefi Boodschap te zijn. Maar wie is ingewijd in de Soefi Boodschap en wiens geest dat opgezogen heeft, voor hem is het niet moeilijk om de Koran uit te leggen. Hij is geladen met elektriciteit, met het nieuwe magnetisme, met het nieuwe leven, hij heeft de lamp gekregen waarnaar Aladdin op zoek ging. Hij zal het licht van die lamp laten schijnen en in ieder geschrift kijken en hij zal zien wat daar ontbreekt en wat al aanwezig is en wat is weggelaten. En dat zal hij toevoegen, hij zal het in dat licht bezien. Het zijn nog niet zo veel jaren dat er literatuur is verschenen en toch is er niet weinig literatuur. Daarbij is veel dat ten minste twaalf jaar of langer bestudeerd zou kunnen worden. Lezen is niet bestuderen. Echte studie betekent mediteren over het onderwerp. En als de cherags willen dat Murshid hun moet vertellen wat de Soefi Boodschap is, komt daar nooit een eind aan en kan Murshid dat nooit onder woorden brengen. Het is de stem van jullie eigen geest die moet vertellen wat de Soefi Boodschap is. En wanneer jullie hart eenmaal is geraakt door de Boodschap hoeft dat in geen enkel boek te staan. Wat jullie zeggen zal de Soefi Boodschap zijn. Daarom hoewel we aan het begin staan en het een nederig begin is, en op kleine schaal, moeten jullie je toch altijd bewust zijn van de levende kracht van de Geest van de Boodschap. Koester die, bewaar die, verzorg die, geef haar water, hef die hoog op en ga door die te verspreiden. Want God heeft voorbestemd dat wij allen zijn Goddelijke Zaak moeten dienen. Vraag: Murshid, waren de schrijvers en de samenstellers van de heilige geschriften zich bewust van alle verschillende symbolische uitleggingen die daarin liggen? Antwoord: Soms wel en soms niet, en soms bewust op een verschillende manier. Iedereen heeft zijn eigen bewustzijn hierover. Vraag: Murshid, over de woorden die wij gebruiken. We hebben de neiging de woorden te gebruiken die u gebruikt in uw Boodschap. Is dat aanmatigend?


88

Antwoord: Dat is het beste wat jullie kunnen doen. Omdat jullie in minder dan geen tijd in contact komen met Murshids geest wanneer jullie Murshids eigen woorden gebruiken. Want dat is het geheim ervan. Vraag: Murshid, wilt u alstublieft uitleggen wat u verstaat onder een dogma. Soms zeggen de mensen tegen me: het Soefisme beweert dat het geen dogma’s kent. Maar dan komt er: de tien Soefi-gedachten zijn jullie dogma. Antwoord: Maar we noemen het geen dogma, we noemen het 'gedachten'. Het ligt aan hun denken dat het een dogma is. Een zekere Hindoe heeft gezegd: Er is een verschil in de manier waarop iemand naar iets kijkt. Sommigen noemen het een afgodsbeeld. Ik noem het God. Wat is het verschil? Voor hem is het een afgodsbeeld, voor mij is het God. Wanneer wij zeggen 'Soefi Gedachten' dan is het een gedachte. Wanneer iemand anders 'dogma' zegt, ja dan is het voor hem een dogma. Voor ons is het een gedachte. Vraag: Wat is het verschil? Wat verstaat u onder dogma? Antwoord: 'Dogma' betekent: je moet dit doen, en je moet dat en dat doen. Wij zeggen niet dat je in de eerste Soefi-gedachte moet geloven, en in de tweede Soefi-gedachte. Wij zeggen dat het een gedachte is. Dat op zichzelf laat al zien dat je niet verplicht bent om in welk van deze gedachten ook te geloven. Zonder in één van deze gedachten te geloven kun je lid bij ons zijn, en kun je het Soefi-pad volgen. Je bent niet verplicht om te geloven in wat je niet wilt. Vraag: Is het een dogma om net als de orthodoxen te zeggen: als je niet gelooft is je ziel verloren? Antwoord: We geven de tien Soefi-gedachten niet als een dogma, zodat je uit de Soefi Beweging gezet zult worden als je ze niet gelooft. Daar is geen sprake van. Vraag: Er werd gezegd: er is geen 'moeten' bij de Soefi Beweging. Antwoord: Ja, we proberen altijd dat buiten te houden en ik vraag aan jullie allemaal dat jullie me zullen helpen om dat te doen. Vraag: Er is maar één dogma: we moeten vrij zijn. Antwoord: Ja, maar zelfs daar maak ik geen leerstuk van, we 'moeten' niets. Want zodra we 'moeten' bij vrijheid zetten, is het geen vrijheid meer. Vraag: Er zijn sommige mensen die helemaal niet aangetrokken worden door religie, door geen enkele kerkdienst, die alleen belangstelling hebben voor het weinige dat ze gehoord hebben, maar zonder enige religie. Hoe kun je die bereiken? Hoe kun je die binnen krijgen?


89

Antwoord: Er zijn mensen die een vooroordeel hebben tegen religie. En het is heel moeilijk om hun vooroordeel weg te nemen. We moeten geduld met hen hebben. En er zijn anderen die denken dat ze daar boven staan. En daarom moeten we hun trots eerbiedigen. Maar er zijn sommige mensen die door een vriendschappelijk contact en door het idee van een religie niet aan hen op te dringen en ze daartoe niet aan te sporen, als ze er toe gebracht worden om er eens naar te kijken, verdraagzaam zijn. Ze gaan eens zitten en luisteren en dan zal er een tijd komen dat ze het prettig gaan vinden. Ik weet van iemand die altijd hard wegliep als er muziek werd gespeeld. Maar door hem te vragen om vijf minuten te blijven zitten luisteren, kon ik hem tenslotte een half uur muziek laten horen. Stel je voor! Vraag: Murshid, er is een moeilijkheid voor velen van ons bij het organiseren van een dienst. Er zijn veel ideeën en onderwerpen waarover u tot ons hebt gesproken en het zou mooi zijn om preken te houden over diezelfde ideeën en onderwerpen. Maar de moeilijkheid is diezelfde ideeën te vinden in de oude geschriften. Bijvoorbeeld in het Oude Testament, dat is heel moeilijk. Antwoord: Dat doet er niet toe. Als je ideeën kunt vinden die niet te veel afwijken van het onderwerp waarover je gaat spreken, als er min of meer verband bestaat, doet het er niet zoveel toe. Omdat je een soortgelijk idee niet in de geschriften vindt is het nog niet nodig om een bepaald idee op te geven dat bij je is opgekomen en dat je wilt doorgeven in een preek. Het is mooi als je een schriftgedeelte kunt vinden als steun voor het idee. Maar als je dat niet kunt vinden moet je jouw idee niet opgeven omdat je het niet kunt vinden. Je moet je idee niet verliezen door vast te houden aan de heilige geschriften. Vraag: Moeten we proberen om preken te schrijven, proberen uitdrukking te geven aan onze gedachten als een soort voorbereiding? En moeten we preken voorbereiden zelfs als we die op dat ogenblik nog niet gaan houden? Antwoord: Heel goed. Vraag: Murshid, u zei ons uw woorden te herhalen. Zou dit de sleutel zijn voor het contact met uw persoonlijkheid? Antwoord: Ja. Vraag: Zou dit het geval zijn met alle woorden, bijvoorbeeld ook met de woorden van Christus en ook met Mohammed? Antwoord: Ja. Vraag: Ligt dat aan het ritme? Antwoord: Zeker, omdat het woord levend is. De Bijbel zegt het twee keer: “In den beginne was het Woord en het Woord was God”. Eerst was er het Woord en toen kwam het Licht. Daarom is het woord levend. En de woorden die je hebt gehoord in je oren zijn duizend maal krachtiger dan de woorden die je leest. Maar de woorden die je leest die direct door


90

Murshid worden gegeven hebben groter kracht dan de woorden die zijn overgenomen door iemand anders. Overgenomen, opgeschreven, iemand anders heeft ze gedrukt en over duizend jaar zullen ze veranderd worden. Ik zal jullie een ander verhaal vertellen. Toen de Profeet Mohammed deze aarde ging verlaten, vroeg hij op die dag aan zijn vriend om zo vriendelijk te zijn hem naar de hal te brengen waar hij voor de laatste keer tot zijn vrienden zou spreken. En nadat hij vergiffenis had gevraagd aan elk van zijn volgelingen, als hij ooit tot iemand harde woorden had gesproken, of als hij ooit iets had gedaan dat niet goed gevonden was door de ander, vroeg hij hun om vergeving. En toen zei hij: “Ik vraag jullie om de schatmeesters te zijn van de woorden die ik tot jullie heb gesproken”. Stel je voor, hij vroeg niets anders. Dat was het meest belangrijke. En de volgelingen die bewaarden de woorden van de Profeet als juwelen. Wat is een juweel? Een juweel is een steen. En toen de Kaliefs de een na de ander kwamen, werd de strikte wet gemaakt dat er niet één punt in de Koran toegevoegd mocht worden en niet één letter weggelaten mocht worden. Dat de Koran ongeschonden moest blijven. Op die manier werd de kracht van het woord bewaard. En tegenwoordig hebben Moslims die de kracht van het woord van de Koran kennen daarover een wetenschap. En zij kunnen die woorden gebruiken om te bereiken wat ze maar willen, wat ter wereld ze maar willen. Het heeft dienst gedaan als een toverkracht. Neem één woord uit de Koran en herhaal dat. En na dertig dagen, veertig dagen is er een wonder gebeurd. Omdat een levend woord ongeschonden was bewaard. En het grootste ongeluk van het Boeddhisme was dat de vier prachtige boeken van Boeddha verloren gingen, dat de directe woorden van de Boeddha niet bewaard zijn gebleven. De leerlingen zeiden wat Boeddha zei en zo werd het doorgegeven. En je kunt je voorstellen wat een slag het altijd is voor een Leraar als zijn eigen woorden worden vergeten. Bovendien, in ons dagelijkse leven geef je aan iemand een boodschap: “Zeg het volgende tegen die ander”, en die geeft de boodschap door aan een derde, en de derde geeft het door aan de vierde, en wanneer die aankomt bij degene waarvoor hij bestemd was, is de boodschap helemaal zoek, echt niet meer te begrijpen. Ik zie dat in het dagelijkse leven. Als de woorden die ik heb gesproken direct hun bestemming hadden bereikt, zouden diezelfde woorden een heel andere uitwerking hebben gehad. Maar omdat ze zijn overgebracht door drie of vier personen is de betekenis verloren gegaan, het idee is verloren, de kracht is verloren, de inspiratie is verloren. En je kunt niets beters doen in sympathie en in toewijding voor de goede zaak, en uit sympathie voor jullie Murshid, dan de woorden te bewaren die eens in jullie aanwezigheid zijn gesproken.


91

32. CHERAGS, 8 augustus 1926.

Religie.

Mijn gezegende sirajs en cherags, ik wil graag spreken over de vraag die heel dikwijls gesteld wordt door iemand die nog niet bekend is met de Soefi Boodschap. De vraag: “is dit een nieuwe religie?“, die een Christen misschien stelt. Nee, dit is geen Christendom, het is geen Christelijk Kerk. Die een Moslim kan stellen. Nee, dit is geen Moslim Moskee. Die een Hindoe kan stellen. Nee, dit is niet de Hindoe religie. En aan mij wordt deze vraag heel dikwijls gesteld bij mijn werk en dus zal die vraag ook aan jullie worden gesteld. En als je zegt: Nee, dit is geen Christendom, dit is een nieuwe religie. Zodra je dat zegt heb je een vijand gekregen. Maar als je zegt: Dit is een aanvulling op dezelfde religie, dit is een ontwikkeling van dezelfde religie. Dit is dezelfde religie die verkondigd wordt omdat de tijd is gekomen dat die verkondigd kan worden. Dan begrijpt die mens dat en dan heb je ook de waarheid gezegd. Als je tegen de mensen zegt, dat dit het doel was van Jezus Christus, dat dit de drijfveer was van de Profeet Mohammed, dat dit de gedachte van Mozes was, dat dit het denkbeeld van Krishna en van Rama was, dat dit de wijsheid van Boeddha was, dat de mensheid op een goede dag misschien samen zou komen in een vorm van eredienst waaraan mensen van alle verschillende religies deel zouden kunnen nemen. En daarom is het niet een bepaalde religie die een tegengestelde invloed uitoefent op de bestaande religies, het is alleen maar dezelfde religie geplaatst in een wijder begrip, dat alle andere religies omarmt en omvat. Maar dan zullen ze zeggen, dat je misschien het geloof dat wij hebben niet uitdraagt. Maar ons antwoord moet zijn, dat we niet zulke geloofsovertuigingen hebben die aan de volgelingen van deze Beweging onderwezen moeten worden. En dat is waar. Er is geen overtuiging die we aan iemand opdringen. En daarom kunnen zij rustig vasthouden aan hun overtuiging zonder die op te geven, als ze die tenminste hebben. Als ze er geen hebben staat onze deur voor hen open. Ze kunnen zonder geloof komen. Zelfs de tien Soefi-gedachten, als zij denken, dat het geloofspunten zijn, dan zouden we die toch geloofspunten genoemd hebben? Dringen we er ooit bij een nieuwe mureed op aan en zeggen we: je moet deze tien Soefi-gedachten aanvaarden als je dogma, als je geloof? Nooit. Zijn er soms principes, of regels die we aan de mureeds opleggen als dogma, als een deel van het geloof? Nooit. Als er zo’n vrijheid wordt gegeven neemt dat op zichzelf al het denkbeeld weg dat we een exclusieve religie hebben. We hebben geen exclusieve religie. We zijn hier samen verbonden door vriendschap, verbonden door sympathie, met het verlangen de mensheid een dienst te bewijzen door de Boodschap te verspreiden. En dat betekent niet dat we een nieuwe religie brengen, alleen al omdat we geen bepaalde geloofsartikelen preken. Is er één lid van de Soefi Beweging aan wie gezegd wordt: “Je moet de Universele Eredienst bijwonen, anders zul je uit de kerk gezet worden”? Nee. En als hij niet komt, kan hij dan geen


92

lid bij ons zijn? Zeker kan hij dat, er is geen verplichting. We zeggen niet: “Je moet in iets bepaalds geloven, dan zul je lid zijn van de Soefi Beweging”. Of: “Kom naar de Universele Eredienst, alleen dan zul je lid zijn van de Soefi Beweging”. Wat is er dan verder nog om het tot een nieuwe religie te maken? En bovendien moeten we begrijpen dat er maar één religie is, als die ooit bestaan heeft en als die ooit zal bestaan, er kunnen geen twee religies zijn. Er is één Waarheid, er is één God, er is één religie. En telkens wanneer Gods Boodschap aan de mensheid wordt gegeven, is het alleen maar de uitleg van die religie, de frisse uitleg van die religie. En is dat niet noodzakelijk, net zoals het noodzakelijk is om een wekker te hebben om ons aan de tijd te herinneren? We worden misschien iedere dag wakker op een bepaalde tijd en toch vallen we misschien in slaap, maar we kunnen vertrouwen op deze wekker die voor dat doel is opgewonden. Het is nodig om een kalender te hebben om te weten wat voor dag het is, al zijn we ons daar misschien dag na dag van bewust, en toch is het nodig. De regen van het vorige jaar was niet voldoende. Je kunt er reservoirs mee vullen, maar de regen van dit jaar is nodig. Het water heeft een nieuw magnetisme. Dat betekent niet dat het water van vorig jaar geen magnetisme had. Dat was voor vorig jaar. Deze regen is voor dit jaar. Het is hetzelfde water, het komt uit dezelfde hemel en het is ontstaan uit dezelfde dampen. En wat is de Boodschap van God? De wijsheid, de ervaring, de kennis die opstijgt uit dit heelal als damp en het middelpunt raakt: de Geest van Leiding. Wanneer deze komt in de vorm van regen, is het datgene wat 'De Boodschap' wordt genoemd. Daarom is het noodzakelijk dat de Boodschap er zou zijn. Bovendien, toen Jezus Christus zei: “Ik ben niet gekomen om een nieuwe wet te geven” laat dat op zichzelf al zien dat als er veel religies waren, Jezus Christus wel gezegd zou hebben: “Dit is nieuw, weer een nieuwe religie”. Maar zo was het niet. Dat hebben de mensen ervan gemaakt. Zij noemden het een nieuwe religie. Was het de wens van de Profeet Mohammed, of was het de wens van de kant van Mozes, Zoroaster of Boeddha, dat zij een exclusieve religie zouden hebben, gevolgd door een bepaalde sekte van mensen? Nooit. De Boodschap werd gegeven aan de mensheid in zijn geheel, en de mensen, beperkt als ze zijn, die maken de leer eng volgens hun beperktheid. De regen valt niet om alleen maar dat bepaalde reservoir te vullen. Die valt op de bomen en op de reservoirs en op de meren en op de vijvers en op de zee en op de rivier, waar er water is, en waar er geen water is, overal valt de regen. Door sekten te vormen hebben de mensen reservoirs gemaakt om die met water te vullen. En dan zeggen ze: dit reservoir heet zo en zo, en op die manier worden er veel reservoirs onderhouden door verschillende groepen mensen. En ieder reservoir wordt genoemd met de naam van een bepaalde religie. Het is niet het reservoir dat de religie is. Het is de regen die de religie was, de regen die het reservoir heeft gevuld. En als je de Boodschap


93

niet herkent in de regen, en als je belang hecht aan het reservoir, dan heeft die mens de betekenis van de Goddelijke Boodschap nog niet begrepen. Vraag: Murshid, wat bedoelde Jezus Christus toen hij zei: “Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar om het zwaard te brengen”? Antwoord: Ja, net zo goed als er mensen zijn die oorlogs-gek zijn, zo zijn er ook mensen die vredes-gek zijn. En soms kunnen mensen die vredes-gek zijn de wereld nog erger verlammen dan dat de oorlogsgekken die kunnen verwoesten. De oorlogsgekken kunnen haar verwoesten, de vredesgekken kunnen haar verlammen. De Meester kwam om evenwicht te brengen voor velen. Op een andere plaats zegt hij: “Gezegend zijn de vredestichters”. Hij heeft de les van vrede onderwezen. Soms heeft hij de les op een ander niveau gegeven. Waar het zwaard nodig is, daar is een zwaard noodzakelijk. Er is een Hindoe-verhaal dat het verder uitlegt. Een leerling was onder de indruk van de leer van vriendelijkheid van de Goeroe, en dat de Goeroe zei dat God herkend moet worden in alle vormen. En er kwam een dolle olifant aan en de leerling stond vóór de dolle olifant heel eerbiedig met de handen tegen elkaar. Er waren mensen en die zeiden: ga weg, ga uit de weg, de dolle olifant komt eraan. Maar hij was zo onder de indruk van de leer over eerbied dat hij bleef staan in een vrome houding. De dolle olifant naderde al gauw en gooide hem ver weg door hem met zijn slurf op te tillen. En hij was gewond, hij ontsnapte maar net aan de dood. En ze brachten hem bij zijn Goeroe. Toen hij weer bijkwam vroeg de Goeroe: maar waarom ging je daarheen, hoe kwam het dat je net toevallig stond waar de dolle olifant aankwam? Hij zei: Goeroe, het was wat u me geleerd heeft. U zei: ‘in iedere vorm is God aanwezig’. In dat besef stond ik daar heel eerbiedig. De leraar zei: heeft niemand je gewaarschuwd dat er een dolle olifant was, dat je daar weg moest gaan? Hij zei: ja er waren een paar mensen die zeiden ‘ga weg’. Hij zei: hoorde je in hun stem niet het woord van God? Nog afgezien van het opgeven van het zwaard, stel dat je jezelf fysiek en mentaal en spiritueel zo verfijnd maakt en midden in Parijs iets ging kopen in een winkel, of bij de Place de l’Opera, en dan terugkwam. Denk je niet dat je zes maanden ziek zou zijn? Ja dat zou je. De reden is dat je de grove vibraties van de massa heel moeilijk zou kunnen weerstaan. En daarom gingen Mahatma’s, wijzen, die zichzelf zo verfijnd hadden gemaakt, heel dikwijls naar de bergen, de wildernis in, naar de woestijn, naar het bos en konden zich in die toestand bewaren, afgestemd op die hoogte. Maar als je moet leven te midden van de menigte dan moet je gewapend zijn om te zorgen dat je tenminste in staat blijft om de hinderlijke invloeden te weerstaan die voortdurend op je af komen. Als dat waar is in het geval van een individu, dan is het ook waar in het geval van een collectiviteit. Wat is oorlog en vrede? Het is dezelfde zaak. Vijftig, honderd, duizend, een miljoen mensen die samen georganiseerd zijn en zeggen: hier, je moet je overgeven. Ja, als je niet


94

georganiseerd bent, dan moet je je overgeven. Het één of het ander. En als de een of andere Profeet gezegd heeft: 'het zwaard gebruiken is verkeerd', dan betekent dat dat hij de wereld niet kent. Hij kent de psychologie van de menselijke wezens niet. Daarom vervallen de mensen in uitersten. Soms worden ze fatalistisch. En dan zeggen ze: alles is een voorbestemd lot. Maar soms geloven ze daar niet in. Ze zeggen: nee, nee, het ligt aan alles wat wij doen…. Zo gaat het ook met mensen die in oorlog geloven, zij zijn gek van de oorlog, ze denken: wij moeten oorlog voeren. Anderen die voor vrede zijn zeggen: nee, er moet vrede zijn ten koste van alles. Religie kan daar niets over leren. Als die er iets over kan onderwijzen dan zijn het deze twee dingen: maak je ziel vredig en houd een zwaard in je handen om jezelf te verdedigen. Dit werd altijd onderwezen door alle Profeten: Christus, Mozes, Mohammed en zelfs Krishna. Het was hetzelfde: evenwicht. Vraag: Wat bedoelde de Meester met: 'weersta het kwade niet', dat wat Gandhi in praktijk brengt in India? Antwoord: Zoals ik al gezegd heb, sommige mensen zijn gek van vrede en sommige zijn gek van oorlog. Maar wanneer een idee tot in het uiterste wordt doorgevoerd is het waanzin. Vraag: Sommige mensen zeggen: juist dit vermengen van religies is zo erg. Christus heeft dat nooit onderwezen. Antwoord: Wel, Christus heeft de Universele Boodschap gebracht. Die werd gemaakt tot een christelijke kerk. En zo waren alle Boodschappen gebracht met een algemene betekenis. Het was de universele geest. Maar zij die de Boodschap voortzetten maakten er iets voor een groep van. Dit denkbeeld om de religies te verenigen is de gedachte van Christus. En daarom kun je niet zeggen dat geen Christelijke religie dit leert. Ze kunnen alleen maar zeggen dat het de juiste vertolking is, de vertolking van de Christelijke religie en van alle andere religies net zo goed. Vraag: Kunnen we niet zeggen dat iedere Boodschapper verwees naar elke eerdere religie: Jezus sprak over Mozes, enzovoort? Antwoord: Ja, het is zeker waar, dat ernaar werd verwezen. Maar toch is dit een heel verwarrende vraag. De kwestie is dat iedereen voorspellingen kan nemen die gemaakt werden over iemand en er aanspraak op kan maken dat ze op hem slaan of op zijn bijzondere Leermeester. En daarom moeten de voorspellingen die vroeger door de Profeten zijn gedaan op de tweede plaats komen, op de eerste plaats komt de overwinning van de Boodschap. Na de overwinning komen de voorspellingen, om die te bewijzen. Maar om de voorspellingen te gebruiken om de overwinning te gaan bewijzen, dat is niet juist. Zij die zich vastklampen aan voorspellingen, laat ze zich daar maar aan vastklampen. Ga niet met hen in discussie. Want eerst moet de Waarheid overwinnen en dan komen alle voorspellingen naderhand als bevestiging. Maar als voorspellingen worden gebruikt om te winnen is dat een zwaard van papier.


95

Vraag: Wat bedoelde Mozes toen hij zei niemand te doden en later doet hij dat zelf en doodt zijn eigen mensen wanneer ze hem niet gehoorzamen? Antwoord: Dat is precies hetzelfde als wat ik net gezegd heb over Jezus Christus. De Meester zegt op één plaats het zwaard op te nemen en op een andere plaats zegt hij vrede te brengen. Beide dingen zijn nodig op de juiste tijd. Vraag: Murshid, denkt u niet dat een man als Gandhi een wegbereider is voor de Boodschap? Antwoord: Ik zou niet één persoon, hoe groot of klein ook, zien als de wegbereider. Ik zou van alles, ieder blad aan de boom en iedere atoom die er bestaat in het heelal, geloven dat die een weg bereidt voor de Boodschap. Iedere golf die stijgt of daalt, iedere wolk die beweegt, iedere druppel die valt, iedere beweging, alles dat komt, oorlog of vrede, wat voor toestand er ook heerst, dat alles bereidt de weg voor de Boodschap. De Boodschap is te groot dan dat één persoon er de wegbereider van kan zijn. Vraag: Christus die er nooit aan dacht een kerk te vormen zoals zijn volgelingen die gevormd hebben ….. Waarom is de Boodschap mettertijd ten dele mislukt? Antwoord: Er is een zekere tijd voor iedere Boodschap om de wereld te bereiken. Dat kunnen zoveel honderden jaren zijn. En dan is er een zekere tijd voor de Boodschap om door te dringen in de wereld en zo hoog mogelijk te reiken en de hele mensheid te beïnvloeden. Dat kunnen een paar honderd jaar zijn. En dan komt er een tijd van verval, zoals alles moet opkomen en moet heersen en dan moet vervallen. En het gaat bergafwaarts tegen het einde van de cyclus. En wanneer het bergafwaarts gaat eindigt die cyclus en begint een nieuwe Boodschap. Het is hetzelfde met een bloem. Er is een tijd, wanneer je de bloem goed bekijkt. Eer is een tijd dat de bloem zich ontvouwt, er is een tijd dat de bloei voortduurt, die heerst alsof ze een koningin van het ogenblik is geworden. Dan komt er een derde fase, de bloem begint te verwelken. Wanneer de tweede cyclus voorbij is dan begint ze te verdorren. Vraag: Murshid, is het waar dat één van de redenen waarom de wereld op het ogenblik in deze toestand verkeert ligt aan het feit dat de Boodschap van Mohammed weinig weerklank heeft gevonden in de Westerse wereld? Antwoord: Ja, er was een politieke reden. De tijd dat de Boodschap van Mohammed kwam was de tijd van de Renaissance in de Europese landen. De mensen die sliepen werden op dezelfde tijd wakker gemaakt. Maar, die Boodschap werd gebracht met militair vertoon, daarom werd dat een tegenvaller. Die invloed heeft in de hele Westerse wereld de geest van democratie gebracht die we tegenwoordig waarderen. En als je meer studie maakt van de Islam en van de geest van de leer van de Profeet dan zul je zien dat als die niet direct in de Westerse wereld doordrong, die toch indirect tot alle Westerse landen is gekomen.


96

Waar kwam het protestantisme vandaan? Uit hetzelfde, uit de geest van de Islam. Die bracht een toestand die er nog niet was. En daarom, of de Boodschap direct wordt ontvangen of dat de Boodschap indirect wordt ontvangen, er is een spirituele invloed. Die zal op de één of andere manier invloed uitoefenen en die zal zich door de hele wereld verspreiden. Bijvoorbeeld, denken jullie dat de Hindoes, die hun religie duizenden jaren lang hebben gehad, de Boodschap van Jezus Christus niet hebben ontvangen? Dat hebben ze, indirect. Op dezelfde manier als de Boodschap van Mohammed in de Westerse wereld. Als je het leven van de Hindoes bestudeert zul je zien dat het grote Christenen zijn. En de lering van Jezus Christus en zijn gezichtspunt en zijn idee van volmaaktheid en zijn lering 'weersta het kwade niet' en al die dingen zul je terugvinden bij de Brahmanen. En daarom kun je niet zeggen dat de religie van Christus de Hindoes niet bereikt heeft. Die bereikte hen indirect, net zoals de Islam de Westerse wereld indirect bereikte. Vraag: Murshid, is de Profeet Mohammed de eerste die het idee van democratie bracht? Antwoord: Het centrale thema van zijn Boodschap was democratie. En de democratie die hij vijftienhonderd jaar geleden invoerde wordt zelfs vandaag nog niet ten volle door ons in praktijk gebracht. De mensen denken aan slaven en de slavernij en al die verschrikkelijke dingen op een andere manier. Ze weten niet dat de Profeet samen met hen at. Negers worden in de Verenigde Staten verwijderd uit een restaurant als ze daarheen gaan. En de slaven aten altijd aan dezelfde tafel met de Profeet. We brengen vandaag niet in praktijk wat hij vijftienhonderd jaar geleden deed en zijn mensen liet doen. Na de oorlog – er waren steeds oorlogen – denk je dat Mohammed ooit het geld van de oorlogsschatting wilde hebben? Nooit, dat was voor Gods Boodschap. Na de oorlog vroeg hij nooit om schadeloosstelling. Denk je dat hij het land terugkreeg na de oorlog? Nooit. Na de oorlog gaf hij het land aan de mensen. Waar diende die oorlog dan voor? Die was uit zelfverdediging en om de Boodschap van God te brengen, niet voor een aards doel. Als we dat vandaag in praktijk brachten zou dat wat zijn. Ik denk dat als we oorlogen hadden voor hogere idealen, dat veel beter zou zijn dan nu om een stuk grond. Vraag: Murshid, wanneer er geen krachten aan het werk waren tegen de Boodschap, bijvoorbeeld de Boodschap van Christus gedurende vijf honderd jaar? ……. Antwoord: Ja, zo zou het zijn. Maar eigenlijk zijn wij het die het woord 'Christen' of 'Mohammedaan' hebben gegeven aan mensen. Dat was niet afkomstig van Christus en ook niet van Mohammed, want hun drijfveer was het om één religie te scheppen. Die zou niets te maken hebben met de persoonsnaam van de Meester. Christus gaf zijn Boodschap nooit als 'Christelijke' Boodschap. Het was niet zijn beweging, en ook was het niet het doel van Mohammed om het 'Mohammedanisme' te noemen. Moslims weten dat, zij noemen zich nooit Mohammedanen. Zij noemen zich Moslims, wat betekent degenen die de Islam hebben omhelsd. Het is de naam die ons verdeelt, zonder namen zouden we samen zijn.


97

Vraag: Over zendingswerk …. Antwoord: Dat is een zeer veelomvattend werk. Je kunt er zo weinig over zeggen. Maar toch, zoals ik zeg, iedereen die denkt dat hij zijn best doet om de mensheid te dienen, ongeacht tot welke religie of tot welke sekte hij behoort, als hij een of ander werk verricht, verdient dat waardering. En hoe vaak hebben mensen in India niet gezegd over zendingswerk: ik ben er nooit tegen geweest. Van Moslims kwam het denkbeeld: waarom zouden Christelijke zendelingen in ons land moeten werken. Van Hindoes hoorde ik hetzelfde: hebben wij geen religie? Maar ik heb altijd gezegd: waarom zouden ze niet? Als er iemand is die denkt dat wat hij gelooft goed en waardevol is en hij wil dat aan jullie brengen, als hij dat oprecht en eerlijk doet, dan probeert hij goed werk te verrichten. Dat is alles wat wij mensen kunnen doen. We kunnen niet met stelligheid beweren dat we iets goeds doen. Als je dat niet kunt waarderen, respecteer hem, denk dat hij iets goeds doet. Vraag: Christus heeft gezegd: “Hemel een aarde zullen voorbij gaan, maar mijn woorden zullen niet voorbij gaan”. Slaat dat ook op het hele universum, de sterren en ook op onze Boodschap? Antwoord: Zeker de Boodschap valt onder dezelfde geest. Wat er ook over gezegd wordt, geldt daarom ook voor de Boodschap. Vraag: Als iemand zegt dat dit een argument tegen ons is, kunnen wij dan zeggen dat het juist een bewijs vóór ons is? Antwoord: Ja zo is het. Er zijn levende woorden en levende woorden zijn voor de eeuwigheid, zij zullen nooit voorbij gaan. Zelfs als de wereld aan haar einde zou zijn gekomen zullen de woorden van de Boodschap nog leven.


98

33. CHERAGS, 22 augustus 1926.

De Boodschap.

Mijn gezegende sirajs en cherags en medewerkers, ik ben werkelijk heel blij dat ik de toespraak van deze ochtend heb gehoord en de punten die me aanspraken zijn de volgende. Het eerste punt is: omdat ons hart overtuigd is dat de Boodschap van God aan de wereld gebracht moet worden, waarom zouden we bang zijn. Het is mogelijk dat zij die teveel voorzorgsmaatregelen treffen niet vervolgd zullen worden, of door anderen beschuldigd zullen worden dat ze iets onderwijzen wat niet overeenstemt met hun levenswijze, maar ze zullen de Boodschap alleen maar tegenhouden. We moeten dankbaar zijn dat we tegenwoordig niet die moeilijkheden ondervinden die door de Leraren uit het verleden werden ondervonden. Ieder van hen moest strijd en oorlog voeren. Zelfs Sri Krishna wiens leven begint met harmonie en schoonheid en liefde, zoals je kunt zien in zijn leven vanaf zijn kinderjaren, zelfs hij moest deelnemen aan de strijd van het Mahabharata. We moeten dankbaar zijn dat onze tijd zoveel beter is. Als ze niet willen geloven, willen ze tenminste luisteren, als ze niet willen luisteren dan zullen ze me met rust laten. En als we ondanks dit alles onszelf op de achtergrond houden en denken: wat zal er gebeuren, wat zullen de mensen zeggen, hoe kunnen we zoiets aan de man brengen wat iets heel nieuws is, dan zou dat neerkomen op het nemen van te veel voorzorgsmaatregelen. En het zou blijken dat dat tenslotte niet wenselijk is. En dan is er nog een ander idee, dat sommigen van ons misschien denken dat we langzaam voortgang moeten maken. Maar ik zou graag willen zeggen dat we niet snel genoeg kunnen werken gezien de tijd en de behoefte. We zouden net zo goed onze ogen kunnen sluiten en knikkebollen en zeggen: we moeten langzaam groeien. Maar de wereld beweegt in een ander tempo. En als wij onszelf traag maken, betekent dat alleen dat we de Boodschap zullen afremmen, die verder zou moeten gaan en die zich wijder zou moeten verbreiden. Zoals ik jullie dikwijls onze grootste noodzaak heb voorgehouden, wil ik het opnieuw zeggen, dat het vanuit een mystiek gezichtspunt, vanuit een psychologisch gezichtspunt en vanuit het praktische gezichtspunt de meest wenselijke zaak is om de Universele Eredienst zo ruim mogelijk bekend te maken. En in landen zoals Nederland, Zweden, Noorwegen en Denemarken waar het mogelijk is om de Universele Eredienst te laten houden in iedere grote stad, is het beter om het mogelijk te maken dat die daar gehouden wordt. Natuurlijk in landen die groot zijn, waar de oppervlakte groot is en er twintig grote steden zijn, kunnen we dat niet verwachten. Het idee is dit, dat de verspreiding van de Boodschap en het bevorderen van het idee van de Universele Eredienst alleen verwezenlijkt kan worden wanneer er een wijdverbreide inspanning is en grote inspanning gedaan wordt om die te verbreiden, om die ingang te doen vinden. En je kunt die niet invoeren in een land door die maar in één stad te houden. Die moet in tien of twaalf steden worden gehouden. En als die wordt gehouden in een stad die toevallig groot is, dan moeten daar twee of drie plaatsen zijn waar de Universele Eredienst wordt gehouden. Omdat soms maar zoveel mensen de Universele Eredienst kunnen bijwonen als die op één plaats wordt gehouden. Maar als die


99

op veel plaatsen wordt gehouden in een grote stad, dan kunnen veel mensen die bijwonen. Om de Universele Eredienst interessanter te maken voor nieuwe mensen is het beter om niet alleen afhankelijk te zijn van de Gatheka’s die toegestuurd worden. De cherags kunnen preken maken gebaseerd op de leringen in de boeken die gepubliceerd worden, op de ideeën die je kunt lezen in de Gayan, en nu ook in de Vadan, en ook preken over onderwerpen van wijsbegeerte, ethiek, religie, en moraal. Zodat de activiteit van de Universele Eredienst levendig gehouden kan worden en de mensen met hernieuwde belangstelling kunnen komen iedere keer dat ze naar de Universele Eredienst gaan. Door mijn ervaring in al deze jaren heb ik geleerd dat de wereld zoals die tegenwoordig is alles zal aannemen wat wordt gebracht in een volmaakte vorm. Bijvoorbeeld als je in een grote stad als Chicago negen mensen hebt die naar iedere Universele Eredienst komen en je zo doorgaat, dan zal het in twintig jaar hetzelfde blijven. Maar als je de dienst beter maakte, als je die zo bracht dat er iedere keer meer mensen kwamen, dan zou misschien na een jaar het gehoor twee maal zo groot zijn. Omdat ik de ernst zie van mijn medewerkers, de sirajs en cherags, voel ik hun gevoelens, dat ieder van hen heel oprecht is en verlangt de Boodschap te verbreiden en probeert te bereiken dat de Boodschap zich wijd en zijd verspreidt. Ik denk dat dit de tijd is dat ik jullie alles kan vertellen wat het meest nodig is voor de verspreiding van de goede zaak. Omdat dit de Boodschap van God is en omdat het in de bestemming ligt dat de wereld die moet ontvangen, heb ik niet de minste twijfel dat die vroeg of laat alle plekken van de wereld zal bereiken en dat alle rassen en volkeren en naties die eens zullen aanvaarden. Maar toch hoe zit dat met ons verlangen om te zien dat die zich verbreidt? Is het niet ons verlangen van de ochtend tot de avond om die te zien groeien? Om dat verlangen enigermate te bevredigen moeten we de onderste steen boven halen om de Boodschap te verspreiden, om die vooruit te brengen. En dat kan alleen gedaan worden met kennis van de psychologie van deze tijd. Hoe langzamer we gaan, des te langzamer zal de aanvaarding verlopen. Anders moet ik vanuit het mystieke gezichtspunt een andere houding aannemen, de houding van de dromer. Als mysticus zou ik moeten dromen en moeten voelen: wel, de Boodschap zal op haar eigen tijd groeien, omdat het de belofte van God is, moet zij komen. Waarom zou ik me daar zorgen over moeten maken? En dat is ook waar, de Boodschap zal komen, die moet komen, die moet groeien, en die moet zich verspreiden. Maar toch kunnen we die sneller laten groeien. Zelfs bomen en planten worden tot een sneller groei gebracht door de kracht van de elektriciteit die de wetenschap opwekt. En nu er tegenwoordig zoveel gemak is door postkantoren, telegraafkantoren, treinen en schepen die oversteken. En als we niet ons voordeel doen met alles wat er bestaat: trams, taxi’s en auto’s, die van het ene gedeelte van de stad naar het andere gaan, treinen waarmee je in een paar uur ieder deel van het land kunt bereiken, als


100

we geen gebruik maken van dit gemak dat nooit eerder bestond, en als we niet de haast betrachten die nodig is bij het verspreiden van de Boodschap, dan zou dat heel jammer zijn. Onze geestdrift is onze aanbidding, ons verlangen is ons gebed. Bovendien, onze gretigheid is een goddelijke impuls, onze hoop is de belofte van God. We moeten alleen maar in actie komen en alles zal vervuld worden. Vraag: Als een cherag in een ander land komt, heeft hij dan het recht om daar te werken? Kan hij in het openbaar spreken? Bijvoorbeeld kan hij in Amerika werken voor de Boodschap? Antwoord: Ieder lid van de Soefi Beweging is een zendeling van de Beweging, ongeacht of hij wel een cherag is. En overal waarheen een cherag gaat, brengt hij de zegen van de Boodschap naar die plaats. Zelfs voordat hij begint te werken brengt alleen al zijn aanwezigheid de zegen van de Boodschap. Waarheen hij ook gaat, welke stad hij ook bezoekt, daarvan moet hij zich bewust zijn. En naar de mate van dat bewustzijn zal hij de Boodschap verspreiden. En nu hoe dat in zijn werk gaat. Natuurlijk gaat de cherag als de straal van de geest van de Boodschap. Waar de straal van het licht gaat, daar zal die het licht verspreiden. Het beste wat een cherag kan doen is de Universele Eredienst invoeren overal waar hij heen gaat. Maar toch als de cherag naar een land gaat waar de Soefi Beweging al aan het werk is, dan is het zijn plicht om eerst naar de siraj van dat land toe te gaan en zijn hulp en diensten aan te bieden aan de siraj. En aan de siraj te vragen op wat voor manier hij van nut kan zijn, door naar een andere stad te gaan, of door te blijven in de stad waar de Soefi Beweging is, of op wat voor manier er een mogelijkheid is dat hij daar zijn werk kan verrichten met toestemming van de siraj. Vraag: Als een cherag in zijn preken graag enkele van de leringen van de Soefi Boodschap wil weergeven, hoe moet hij dan omgaan met de teksten uit de oude geschriften, want het is niet altijd gemakkelijk om zinnen en passages te vinden die passen bij die ideeĂŤn. Bijvoorbeeld over de leringen in 'De Ziel Vanwaar en Waarheen' of over de vrije wil en voorbestemming of over de vibraties, is het heel moeilijk om passende teksten te vinden in het Oude Testament en in de Koran. Antwoord: Wel in dat geval is het niet nodig om te wachten op teksten, op citaten uit de verschillende boeken. Als je citaten kunt vinden ter ondersteuning van je betoog dan is dat beter. Maar als je ze niet kunt vinden dan moet je ze vinden in onze gepubliceerde boeken, bijvoorbeeld uit de Gayan, uit de Vadan, uit 'de Weg van Verlichting'. En deze citaten moeten opgenomen worden in de dienstorde om steun te geven aan je betoog. Vraag: Denkt u dat het goed is om in de dienst meer nadruk te leggen op moreel gedrag, of zijn de filosofische leringen van de Soefi Beweging ook goed voor een preek?


101

Antwoord: Als de dienst wordt bijgewoond door mensen uit een intellectuele klasse dan is het altijd goed om er een klein beetje filosofie in te verwerken, net zoals je wat kleur aanbrengt in een schilderij. Maar als je denkt dat het meer vrome mensen zijn die naar de dienst komen, leg dan de nadruk op de moraal. Je moet je preek aanpassen aan de mensen die naar de dienst komen. Vraag: Moeten we in de preek niet altijd een religieuze toets aanbrengen, omdat het religie is? Sommige mensen zeggen dat het niet religieus genoeg is. Ze zeggen: we moeten er op letten dat het religieus en niet alleen maar filosofisch is. Omdat ik opmerkingen heb gehoord, dat sommige mensen hebben gezegd: we zijn wat huiverig; dit is heel goed, maar niet religieus genoeg voor ons en voor vele anderen. Antwoord: Als we letten op opmerkingen, is er geen eind aan de opmerkingen, De één zal komen en zeggen: het is te religieus en een ander zal komen en zeggen: het is niet religieus genoeg. Een ander zal zeggen: het is te filosofisch en een ander zal zeggen: het is te simpel. Het is net als zout in de soep. Voor de één is er te veel zout en voor de ander is er te weinig. Het beste is om de preek meer kwaliteit te geven door een paar filosofische opmerkingen, enkele opmerkingen over ethiek, door enkele opmerkingen over het tegenwoordige leven en op die manier te zien hoe je contact maakt met het gehoor. En dan kun je je preken veranderen in overeenstemming met de reactie die je krijgt. Vraag: Hoe staat het met muziek in de dienst? Er zijn veel mensen die heel graag zingen en daarom gaan ze naar de katholieke kerk. Mogen wij alleen maar één of twee liederen aan het eind hebben? Antwoord: Ik zou dit ook willen overlaten aan de siraj van het land en aan de cherags die de leiding hebben van de Universele Eredienst, om zelf te zien wat de mensen die naar de dienst komen graag willen. Als ze graag muziek willen, regel dan wat muziek, als ze meer willen regel dan meer muziek. Het doet er niet toe. Als ze tot de andere soort behoren die misschien helemaal geen muziek in de dienst willen, kun je muziek net zo goed missen. Het hangt af van de mensen, het doet er niet toe. Maar toch is een beetje muziek altijd gewenst. Vraag: Zou u de dienst altijd in handen van de cherags willen houden, of denkt u dat het soms goed zou zijn als er een Joodse Rabbi was om het Joodse geschrift te lezen. Antwoord: Uit één oogpunt lijkt dat wenselijk en uit een ander oogpunt lijkt dat ongewenst. Ongewenst uit dit oogpunt, dat we niet altijd in staat zullen zijn om de Rabbi, en de dominee, en de Mulla van de Moslims, en de Dastur van de Zoroastriërs, en de Pungi van de Boeddhisten, allemaal te laten komen om voor ons te lezen. En als ze allemaal kwamen om in de Universele Eredienst voor ons te lezen zouden zij niet langer Pungi, of Mulla of Brahmaan zijn. Dus óf ze horen bij onze Beweging, óf ze zijn een Pungi, Mulla, of Brahmaan, of Dominee, of een Rabbi. Misschien dat we over vijftig of honderd jaar een punt bereiken waar al deze mensen samen zullen komen in de Soefi Beweging en de verschillende geschrif-


102

ten zullen lezen. Maar als we nu voor de verandering een Rabbi inschakelden en de Mulla ontbrak, zou dat niet juist zijn.


103

34. CHERAGS, 29 augustus 1926.

Symboliek.

Het onderwerp symboliek is twee keer eerder besproken en ik heb daar alle opmerkingen over gemaakt die over dat onderwerp gemaakt konden worden. Maar ten behoeve van hen die hier niet aanwezig waren zal ik herhalen wat ik zei. Ik heb gezegd dat wanneer de nieuwe Boodschap tot de wereld komt die alle Boodschappen van het verleden in zichzelf omvat. En daarom als de goudmijn of de zilvermijn of de diamantmijn gevonden moet worden, dan moet die gevonden worden in dezelfde Boodschap. Er zijn verschillende boeken die al uitgegeven zijn en er zijn er verschillende die nog niet zijn uitgegeven, maar die circuleren in de vorm van literatuur. En zelfs als je zegt: ik heb het honderd keer gelezen, dan zal ik zeggen: dat is niet genoeg. En ik ben niet de enige die dat zal zeggen. Je kunt in het Oosten een Brahmaan vragen, een Moslim, een Zoroastriër, een Boeddhist, vraag na zoveel duizend jaar van studie die je hebt ondernomen: is het genoeg? Het is nooit genoeg. Hij zal zeggen: ik lees iedere dag in mijn heilig boek. Of misschien: ik heb mijn hele leven één vers en één gebed gelezen en het is altijd weer een openbaring. Zal ik jullie mijn eigen ervaring vertellen? In een lied dat ik altijd zong was een vers vol openbaring van een grote dichter en vele vele jaren hield ik van dat lied. En er kwam een dag nadat ik dat lied misschien tien jaar had gezongen, dat de betekenis van dat speciale vers mij duidelijk werd. En het gevoel van verrukking was zo groot dat ik het gevoel had dat het vers mij had opgetild. Die ene betekenis die mijn hele leven verborgen was geweest, werd in één ogenblik geopenbaard. Er komt een tijd dat er goddelijk licht wordt geworpen op een bijzonder onderwerp en dat onderwerp wordt geopenbaard. Ik heb gezegd dat de oefeningen die aan de mureeds worden gegeven helpen en dat zij de intuïtie ontwikkelen zodat je zelf net zo goed de betekenis kunt begrijpen van verschillende geschriften als je de betekenis van je eigen Boodschap zult begrijpen. Ik heb ook gezegd dat zij die verenigd zijn door inwijding of initiatie, verbonden zijn met hun Siraj-un-Munir, met hun Pir-o-Murshid, en dat deze band hen sterk zal maken en hen zal verlichten en in staat zal stellen om iedere dag en op ieder uur van de dag meer en meer licht te laten schijnen en de Waarheid te vinden in onze eigen geschriften en in de geschriften uit het verleden. En wat ik toen niet heb gezegd zal ik nu zeggen. We hebben niet alleen te maken met de Bijbel. Zodra we de Universele Eredienst aanvaarden, hebben we te maken met alle heilige geschriften. En hoeveel symbolische denkbeelden zul je vinden in de Bhagavad Gita, en je zult talloze symbolische leringen vinden in de Koran, en niet te tellen zullen de symbolische leringen in de Boeddhistische geschriften zijn. Ik denk dat een leven van honderd jaar niet genoeg zou zijn voor iemand die zijn leven wil wijden aan het ontdekken van de symboliek van iedere letter, van ieder woord, en van iedere zin alleen in deze zes geschriften. Desondanks heb ik grote bewondering voor het voornemen van sommigen die hun best doen om


104

de kennis van de cherags en van zichzelf te verdiepen om de vragen te beantwoorden die opkomen over het onderwerp van symboliek. En omdat jullie mij misschien om hulp zullen vragen, ik ben geboren om te helpen, dat is mijn plicht, dat is mijn werk, dat is mijn inspiratie. En niemand ter wereld zou zo graag willen helpen als ik. De vraag is alleen wat voor hulp. Welke ik het beste voor jullie vind, of die jullie het beste voor jullie vinden. Ik zal beide geven als we er tijd voor hebben. Vraag: Had ik gelijk toen ik zei dat het werkelijk zo gebeurd was, dat het geen symbool was, dat verhalen uit de heilige geschriften als geschiedenis kunnen worden gezien, maar dan als ware gebeurtenissen? Antwoord: Dat is ook juist. Maar toch zijn er in ieder heilig boek feiten in eenvoudige woorden en daartussen zitten symbolische uitdrukkingen. En het is heel moeilijk om het een van het ander te scheiden. Maar toch als je het licht van de symboliek laat schijnen op feiten, zul je die ook veranderen in symbolen. Er was in Londen bijvoorbeeld een dominee die iets heel nieuws had bedacht en veel mensen geloofden hem. Hij bedacht dat Christus als wezen nooit was geboren. En honderden mensen begonnen hem te volgen omdat hij een waarheid had uitgevonden. Hij zei dat Christus symbolisch was. Dus als je een symbolisch licht laat schijnen, kun je alles in symbolen zien. Iemand loopt op straat, als hij rechtsaf slaat en je ziet hem in een symbolisch licht, zul je daar een symbool in zien. Als hij iets weggooide en zich bukte om het op te rapen, waarom hij zich bukte en waarom hij iets opraapte en waarom hij iets weggooide, daarin zit een symbool. Er is een symbool bij alles. Het is misschien een feit en toch is het een symbool. Maar kun je een grammatica maken van de symboliek? Nooit. Kun je zeggen: dit is een symbool van dat? Nooit, dat is onmogelijk. Tien knappe koppen zullen het verschillend uitleggen. Voor tien denkers zal het symbool tien verschillende betekenissen hebben. In het licht van de symboliek is daarom het hele leven symbolisch. Hoe intuïtiever je wordt, des te meer betekenissen zul je begrijpen. Maar je kunt nooit een boek over symbolen maken. Veel mensen in het Oosten en in het Westen hebben bijvoorbeeld geprobeerd de betekenis van dromen aan te geven, om een dromenboek te schrijven. Zijn ze daar ooit in geslaagd? En kan iemand daarin ooit slagen? Nooit. Nu proberen de psychologen het. Omdat ieder denkend mens verschilt van de ander. En daarom heeft ieders inborst zijn eigen taal en in die bijzondere taal verschijnt dat symbool. Iedere droom heeft een betekenis. Maar als je opschrijft dat zo’n droom dat en dat betekent, is dat misschien waar in het geval van die speciale persoon. In het geval van één persoon is het waar, in het geval van iemand anders is datzelfde symbool verschillend. Daarom kun je aan symbolen geen vaste betekenis toekennen en zeggen dit is het symbool dat hoort bij geval zus of zo.


105

Maar ik ben het er mee eens dat we nooit genoeg kunnen studeren en hoe meer we vertrouwd zijn met de geschriften, des te sterker zullen we worden om de wereld aan te kunnen, daarvan ben ik overtuigd. Vraag: Is het nodig voor alle cherags, moeten zij studie maken van de symboliek, is dat een soort principe? Of is er een periode in het leven waarin je alleen maar hoeft na te denken en te bidden? Moeten zij de symboliek bestuderen? Antwoord: In de Soefi Beweging bestaat er niet zo iets als 'moeten'. Je mag. Vraag: Siraj-un-Munir, wilt u ons alstublieft vertellen waarom alle dingen symbolisch zijn? Antwoord: Ze zijn symbolisch omdat het symbool in ons denkvermogen zit. Zo lang het symbool niet is gewekt in ons denkvermogen zijn het geen symbolen. Symboliek komt door het zoeken naar de oorzaak van het gevolg. Symbolen te leren kennen of een symbolisch gezichtspunt te hebben is de oorzaak van het gevolg te leren. En daarom, in iedere handeling, in iedere beweging, in iedere vorm, in ieder woord, is er een gevolg en een oorzaak. En wanneer iemand door intuïtie die gave ontwikkelt om de oorzaak van het effect te kennen, dan ziet hij de oorzaak in de vorm van een symbool. Of het symbool leidt of helpt hem om de oorzaak te kennen. Bijvoorbeeld iemand werd als gezant van het ene land naar het andere gestuurd met een vredesboodschap. Maar op de ochtend dat hij zijn stad moest verlaten werd hij wakker met de indruk dat hij had gedroomd dat hij overal vuur zag branden. Dat geeft aan dat de uitwerking vernietigend is, dat de vredesboodschap die hij overbrengt niet vervuld zal worden. Vóór de boodschap heeft hij het vuur gezien, het symbool van vernietiging. Maar een man was op zoek naar een baan waarnaar hij had gesolliciteerd, er zouden ook veel andere kandidaten zijn. Voor hij naar dat bureau ging waar hij die baan moest krijgen, had hij in die nacht een droom en in die droom zag hij dat er een vuur was. En er stond een ketel op het vuur en er stond een pan te koken, daarin werd eten gekookt. Het resultaat is dat hij zijn baan zal krijgen. Het klaar maken van het eten, ook al was er vuur, maar toch het klaar maken van het eten zal helpen in zijn omstandigheden. Daarom zal er in die plaats succes volgen, ook al zag hij vuur. In de ene omstandigheid of aspect was het vuur vernietigend, in het andere geval is het vuur behulpzaam. Er is een derde persoon die een ernstige ziekte heeft en die hoopt dat hij spoedig zal genezen. De doktoren hebben alle hoop opgegeven. En voor hij wakker wordt heeft hij vuur gezien. Dat betekent dat de zieke moet sterven. Maar er is iemand anders wiens geliefde kwaad op hem is geweest en hij is heel slecht behandeld, heel koud bejegend. En hij zag de goudsmid aan het werk met gloeiend metaal, en ’s ochtends ontving hij een lieve brief omdat het hart weer gloeide van liefde.


106

35. CHERAGS, 5 september 1926.

Universele Eredienst.

Gezegende medewerkers, ik zou graag willen zeggen dat enkele vrienden en kennissen in de Verenigde Staten belangstelling hadden voor het denkbeeld van de Universele Eredienst. Maar vanuit welk gezichtspunt? Vanuit het gezichtspunt dat het een goed idee is omdat het verschillende religies verenigt, het brengt ze dichter bij elkaar. Anderen vonden dat het een goed idee is dat de verschillende geschriften worden gelezen in een dienst. Iemand anders zegt: het is een goed idee dat de volgelingen van verschillende belijdenissen samen kunnen komen om de religies van velen te bevestigen. Er kwamen ook suggesties als waarom zouden we de Universele Eredienst niet op een grootse manier inluiden. De Opperrabbijn van New York uitnodigen en de Aartsbisschop uitnodigen of de katholieke priester, de kardinaal, de leider van het land en ook de leider van de Boeddhisten uitnodigen, zodat een Universele Eredienst kan worden gehouden op een gepaste wijze in tegenwoordigheid van de bevolking van New York. Velen waren het daar onmiddellijk mee eens, maar ik aarzelde om een beslissing te nemen. En dat toont dat het als 'idee' velen zal aanspreken en misschien zullen velen dit vroeger of later ook uitvoeren. Maar velen blijven onwetend over het doel. Het beste idee bestaat niet alleen in de vorm, maar wat achter die idee ligt en dat is de geest. De geest van de Universele Eredienst is niet alleen dat universele idee van verering, maar de geest van de Universele Eredienst is de geest van de Boodschap. Zonder de geest van de Boodschap is het een mooi standbeeld, maar met de Boodschap is het een levend wezen. En nu kun je vragen: hoe moeten we daarmee omgaan? Moeten we over de Boodschap spreken iedere keer dat we een dienst houden? Het is niet noodzakelijk om aan dat principe vast te houden. Ik bedoel: als de geest je daartoe drijft, kun je niet anders dan spreken, maar je kunt dat niet als stelregel aanhouden dat je over de Boodschap moet spreken, omdat dat de regel is. Maar wanneer hij de dienst verricht en ook op andere ogenblikken als de cherag zich bewust is van de Boodschap, dan zal dat bewustzijn op zich leven geven aan de Universele Eredienst. Maar anders, als dat bewustzijn er niet is, zal de dienst, hoe goed die ook werd uitgevoerd en hoeveel prachtige citaten er ook werden gelezen, zijn als een mooi schilderij dat niet leeft. Het eerste waarvan de cherags zich bewust moeten zijn is het leven van de inwijding, het leven dat door de inwijding aan hun geest wordt gegeven. Dat hun geest geladen is met dat leven van de Boodschap die zij aan de wereld moeten brengen. En het volgende waarvan de cherag zich bewust moet zijn, is dat de Boodschap onbewust de mensen in het gehoor zal bereiken, door het besef van dit principe, wat ze daarover ook zeggen. Wat we willen zeggen is: verzamel je gedachten, laat je gedachten niet afdwalen, concentreer je op het centrale idee van de Universele Eredienst. En wat dat idee is? Dat idee is de Boodschap. Dan zullen alle inspiratie en kracht vanzelf komen en die zal met dat bewustzijn d贸贸r de cherag naar het gehoor stromen. En alle hindernissen die in de weg staan zullen


107

geleidelijk verwijderd worden, moeilijkheden zullen worden overwonnen en het pad zal duidelijk gemaakt worden, als ieder van ons maar vasthoudt aan het besef van de Boodschap. Vraag: Siraj-un-Munir, wilt u ons alstublieft vertellen hoe we het evenwicht kunnen vinden tussen deze twee aspecten, het eerste dat u net uiteen heeft gezet, dat de cherags in zekere zin de onderwijzers van de Boodschap moeten zijn, en het andere denkbeeld dat u vanmiddag uiteen heeft gezet, dat de mureed ervoor moet zorgen dat hij niet vurig verlangt een leraar te zijn. Antwoord: De positie van de cherag is bijzonder. De cherag is een kanaal van de Siraj-unMunir, zodat de goddelijke Boodschap in de vorm van licht, leven en zegen, die zich openbaart door de Siraj-un-Munir d贸贸r de cherag naar de wereld stroomt. Daarom is het werk van een cherag niet alleen dat van een leraar, maar ook dat van een vriend, van een raadgever, van een vader, van een moeder. En wat ik vanmiddag zei over het idee van leraar zijn, je moet bedenken dat zelfs de grote Leraren van de mensheid dat ook verre hielden van hun hart. Ik bedoel dat zij niet onderwezen. Ik bedoel niet dat zij hun plicht als Leraren niet vervulden. Maar de gedachte 'ik ben een Leraar', die hebben ze altijd geprobeerd te onderdrukken. Er zijn twee dingen: je plicht vervullen, het werk doen en het andere is om te denken: ik ben zus en zo. Dat is iets heel anders. Bovendien, wat ik vooral zei was dat er een bepaalde periode is dat een ziel op de weg van een leerling is. En dat is een bepaalde afstand die je moet afleggen, die je moet oversteken. En nadat je op een zeker punt bent aangekomen verandert je plicht. Er is een andere manier om het te bezien. Er is een kind dat iets nieuws hoort, of iets ziet waarvan hij onder de indruk is, zodat hij iets geleerd heeft. En dan komt hij en vertelt iedereen in het gezin, nu moet je het op deze manier doen en je moet zo denken en het moet op deze manier gedaan worden. Misschien weet hij het, of misschien weet hij het niet. Maar in beide gevallen had hij beter niet kunnen spreken. Hij is niet op een leeftijd en het is niet zijn tijd om erover te spreken. Hij had zich kunnen toestaan om verder op te groeien om tot dat punt te komen dat zijn woord nageleefd kon worden. Als iemand die verkeert in de periode van leerling-zijn, een ander wil verbeteren, of een ander iets wil aanpraten, of met een ander wil discussi毛ren, of met gezag tegen een ander wil spreken, dan is dat precies als dat kleine kind dat thuis komt en begint te laten zien dat hij iets weet. Maar wanneer datzelfde kind is opgegroeid tot de positie van vader en hij zijn eigen kinderen heeft, en als hij tegen zijn kinderen zegt: wel, het wordt op deze manier gedaan en het moet niet op die manier gedaan worden, dan heeft hij groot gelijk. Hij heeft die leeftijd bereikt, hij heeft dat stadium bereikt dat hij dat kan zeggen. Nadat iemand de periode als leerling heeft afgesloten, en wanneer hij een zeker niveau heeft bereikt, dan kan hij onderwijzen. Maar wie een mens het idee zou kunnen geven 'ik ben een Leraar', zou er op


108

dat ogenblik beter aan doen dat idee verre van hem te houden. Bovendien, stel er is iemand anders en als die zegt: ‘ik wou dat je dat niet gedaan had’, dan denkt hij daarover na en hecht hij dáár waarde aan. Als een ander datzelfde had gezegd, die dat beter niet had kunnen zeggen, dan zal die hem erger in plaats van beter maken. En daarom kun je door het leven beter te bestuderen bij jezelf uitvinden, wanneer je iets moet zeggen en wat je moet zeggen en wanneer je niets moet zeggen. Kunnen jullie het geloven? Denk eens aan mijn verantwoordelijkheid jegens de mureeds en mijn plicht tegenover hen. Soms wacht ik vele dagen en soms wacht ik vele maanden en soms wacht ik jarenlang om iets te zeggen wat ik mijn mureed graag had willen vertellen. En ik wacht tot de tijd komt, ik wacht op het rijpen van de geest van de mureed, ik wacht tot de toewijding van de mureed zo veel groeit dat als ik een woord zou spreken het hem zou kunnen opheffen. Wat voor nut heeft het als ik iets zei en zijn toewijding was niet sterk genoeg voor verheffing, maar werkte tot verlaging? Dan gaat het gesprokene verloren. Dat toont dat het werk van de Leraar zo’n grote verantwoordelijkheid is. En de grootste verantwoordelijkheid van de Leraar is om te vergeten dat hij een Leraar is, maar van begin tot eind de houding van een leerling vast te houden. Vraag: Siraj-un-Munir, hoe kan een cherag een toespraak houden als hij niet kan vertrouwen op voldoende inspiratie, of niet voldoende een kanaal is van de Siraj-un-Munir? Wat denkt u van de methode om een stuk voor te lezen? ….. Aantekeningen? Antwoord: Een cherag kan lezen uit de religieuze Gatheka’s van de Universele Eredienst. Ook kan de siraj een stuk opstellen, een voordracht waarin hij paragrafen uit verschillende boeken verwerkt, boeken die zijn uitgegeven en daar een stuk van maken en het voorlezen. Maar toch om meer geïnspireerd te raken is er één sleutel en die sleutel is zelfvertrouwen. Vraag: Siraj-un-Munir, als we zo veel zelfvertrouwen hebben zullen we dan niet het zicht verliezen op de kijk van de Siraj-un-Munir? Antwoord: Het is jullie zelfvertrouwen dat mijn leiding aanvaardt en als je zelfvertrouwen mist, zul je mijn leiding missen. Er kwam een mureed bij me en vertelde me: Murshid, ik heb het vertrouwen verloren in al mijn vrienden en in iedereen. Het is mij gebleken dat de wereld van top tot teen onwaarachtig is. Ik heb zelfs geen vertrouwen in mijzelf. Ja, maar als u iets zegt, dan geloof ik het. Ik zei: het is moeilijk om te geloven in jouw geloof. Als je geen zelfvertrouwen hebt en je gelooft in mij, dan geloof je vandaag in mij en morgen zul je het opgeven. Omdat je geloof niet gebaseerd is op zelfvertrouwen. Maar als je geloof gebaseerd is op zelfvertrouwen, dan kunnen er duizend mensen komen en voor of tegen de Siraj-unMunir en de Boodschap spreken, maar omdat je geloof gebaseerd is op je eigen vertrouwen zul je dat niet opgeven. Het is daarom dat zelfvertrouwen het allereerste is. Op de bodem van zelfvertrouwen moet je de plant van geloof voor de Boodschap kweken.


109

Vraag: Bedoelt u dat we altijd moeten voelen dat we geïnspireerd zullen worden om van onszelf een volmaakt kanaal te maken waardoor de Boodschap zal komen van de kant van de Siraj-un-Munir, en daardoor dat kanaal vervolmaken? Antwoord: Ja, ik zal het nog eens heel duidelijk zeggen. Het eerste punt is dat we niet hoeven te denken dat we inspiratie zullen hebben. Dat te willen ligt te ver. Zodra iemand gewijd is, mag hij vertrouwen in zichzelf voelen, juist door de inwijding. Daardoor zullen we geïnspireerd worden. Maar met die inwijding worden wij geïnspireerd dat we de kanalen zijn waardoor de Boodschap zal stromen. Bovendien, wat de nabijheid van de Siraj-un-Munir betreft, de cherags zijn de eersten die haar voelen, daarna komen de mureeds. Zij hebben de wijding en die bouwt die verbinding, die band met de Siraj-un-Munir, die heel hecht is. Zij moeten de band van de Siraj-un-Munir met hen voelen bij alles wat ze doen. Ik zal jullie een verhaal vertellen over een mureed die dat verder verklaart. Een boer kwam bij een Murshid en zei: Ik zou het heel erg fijn vinden uw leiding te ontvangen, uw mureed te worden, uw inwijding te ontvangen. Maar ik voel dat ik zo onwaardig ben, dat u mij misschien niet zult aannemen. De Leraar zei: Nee, ik denk dat ik je als mijn mureed zal aannemen. Maar hij zei: Maar sta me toe voordat u mij als uw mureed zult aannemen om u te vertellen dat ik veel gebreken heb. De Leraar zei: Wat voor gebreken? Hij zei: Ik ben dol op gokken. Wel, zei de Leraar, dat doet er niet toe. De kandidaat was heel verbaasd. Maar hij zei: Ik heb nog een erger gebrek, ik drink graag. De Leraar zei: Dat hindert niet. De kandidaat was nog meer verward. Hij noemde nog twee of drie gebreken en de Leraar bleef maar zeggen: Dat doet er niet toe. Hij zei: Als dat niet hindert, kunt u mij als uw leerling aannemen. De Leraar zei heel vriendelijk: Met al die gebreken heb ik je aangenomen om mijn leerling te zijn. Zul je dan één voorwaarde maken, je houden aan één voorwaarde die ik stel? Dat is, dat je alles wat je jouw gebreken noemt niet in mijn aanwezigheid moet doen. Hij zei: Dat is heel gemakkelijk. Hij dacht: als ik bij mijn Leraar kom zal ik daar volkomen vrij van zijn. En hij ging naar huis. Hij wilde allereerst heel anders zijn dan hij voordien was. Hij probeerde het, maar op een dag dat hij langs een café kwam voelde hij een grote aantrekkingskracht en hij ging er dicht naar toe. En toen kwam er misschien een gedachte op en hij ging weer weg. En zo liep hij van het een naar het ander. En toen hij de volgende keer bij zijn Leraar kwam vroeg de Leraar hem: Heb je toegegeven aan die gebreken die je zei te hebben? Hij zei: Meester, heel vaak werd ik er sterk toe aangetrokken, maar iedere keer als ik iets wilde doen zag ik uw gezicht. U wilde mij niet alleen laten en ik kon het niet doen. Dat is het idee. Als een mureed dicht bij zijn Leraar staat, dan is het bewustzijn aanwezig. En dat bewustzijn vervult de rol van de Leraar, de leiding die door dat bewustzijn direct van de Leraar tot de leerling komt.


110

36. CHERAGS, 12 september 1926.

Het laatste interview.

Dit is het laatste collectieve interview voor de cherags en toch is het niet onze laatste bijeenkomst. Iedere bijeenkomst is de eerste om ons te verenigen voor de toekomst. En wat ik graag wil zeggen is dat jullie alle woorden die ik heb gesproken in mijn lezingen, de dingen die jullie aanspraken, die jullie raakten, mee naar huis zullen nemen. En wat jullie vreemd is voorgekomen en wat jullie nog niet hebben begrepen dat kun je laten rusten. En nu wat het werk betreft. Jullie weten dat jullie delen in mijn vreugde en in mijn verdriet door met mij samen te werken in deze spirituele aangelegenheid. Als het een succes is, dan is het ons succes, en als dat uitblijft, is dat uitstel voor ons. En voor ons in ons leven moeten jullie je meer en meer bewust zijn dat we verbonden zijn als één belichaming en we moeten elkaar verdragen, met onze gebreken. Ik heb misschien tekortkomingen en gebreken, en jullie hebben die. We zijn allemaal menselijke wezens, alleen God is volmaakt. Verwacht daarom niet van mij dat ik volmaakt ben en ook niet van jullie medewerkers. We hebben allemaal onze gebreken, en het enige is elkaar te verdragen en in harmonie te werken voor het bereiken van het grote doel. En bedenk één ding: neem de regels en de organisatie niet zo serieus. Wat betekenen deze regels en de organisatie? Het zijn alleen de spoorrails. De mensen leggen spoorrails om de trein te laten rijden. Maar denk eraan, de stoom die de machine aandrijft, dat is het belangrijke deel. Hoewel het spoor nodig is, hoewel de weg nodig is, zo is ook een organisatie nodig, en zijn regels nodig. Maar hecht er niet zoveel belang aan dat je niet kunt zien wat daar achter schuilt: de geest van de Boodschap. Ik zou de eerste zijn geweest om alle organisaties en regels en reglementen af te schaffen en ik zou geleefd hebben zoals de Vairagy’s in het Oosten leven bij de oever van een rivier, zittend in de schaduw van een boom, terwijl ik mijn zegen gaf aan de mensen die bij me kwamen. Dat zou ik gedaan hebben. En ik zou duizend keer gelukkiger geweest zijn. Want wanneer ik dit alles tegen jullie zeg, kunnen jullie je niet voorstellen hoe ik in de verleiding kom om die toestand te hebben. Mijn toestand dat ik midden in de wereld moet zijn en dat ik me moet inspannen en met aardse omstandigheden moet worstelen is voor mij niet aantrekkelijk. Dat moet zo zijn omdat de Boodschap moet worden gebracht in de wereld, zodat de kanalen kunnen worden gevormd. Net als de heer Ford die een autofabriek heeft. Hij moest schepen laten bouwen om ze te vervoeren en spoortreinen en een markt voor de arbeiders die in de fabriek werken. Je had je niet kunnen voorstellen dat al die dingen nodig waren, maar ze waren nodig. Dat is organisatie. Dat vergemakkelijkt de dingen. Kun je geloven dat er geen spoor van organisatie was toen ik in het begin de Boodschap bracht. Maar wat gebeurde er? Alles wat er gedaan werd, leek wel te verdrinken. Het verdronk niet echt, maar er was geen verbinding tussen de mureeds, er was geen constructief element. En op het ogenblik dat het constructieve element werd gevormd begon de Beweging. En nu zal die vanzelf verder groeien. Maar onder alle


111

omstandigheden, toen die groeide en toen die niet groeide, was mijn overtuiging niet minder groot toen die niet groeide. En nu is de overtuiging dieper en dieper geworden, en groter en sterker, en vaster en die is ieder ogenblik van de dag tot meer organisatie geworden. En zoals ik zeg dat jullie allemaal deel zullen hebben aan mijn geluk, mijn verdriet, mijn strijd, mijn moeilijkheden, zo zullen jullie allemaal mijn overtuiging over de Soefi-Boodschap delen dat die zich over de hele wereld zal verspreiden en de hele mensheid zal bereiken. En jullie zullen zien dat jullie overtuiging waar zal blijken te zijn. En nu, terwijl we uiterlijk afscheid zullen nemen, zal ik dichter bij ieder van jullie zijn. Nog dichter bij dan ik nu in jullie aanwezigheid vóór jullie zit. Juist omdat de ruimte ons zal scheiden en toch niets ons kan scheiden. We zijn samen in waarheid, in God, en voor de dienst aan de mensheid. Vraag: Wanneer we teruggaan naar ons land zijn er cherags en mureeds die ongeduldig op ons wachten en sommigen van hen hebben u nooit gezien. Het zou zo mooi zijn als u ons enkele woorden zou meegeven om tegen hen te zeggen. Antwoord: Jullie moeten tegen ze zeggen dat er in de Koran gezegd wordt dat als iemand één stap naar God zet, God tien stappen naar hem doet. En daarom is mijn verlangen even groot als dat van hen. En als God wil zullen we elkaar spoedig ontmoeten. En geef hun mijn zegen. Vraag: Als mensen de Kerk bezoeken die grote spirituele verlangens koesteren, maar ook in grote materiële nood verkeren, wat is uw opvatting over de materiële hulp die we hun moeten geven? Niet de werkelijk armen zullen onze bijeenkomsten bezoeken, maar als arme kunstenaars met hun hele hart vol spiritueel verlangen in grote moeilijkheden verkeren om hun kunst aan de wereld te laten zien, om de mooie dingen die ze hebben gemaakt te verkopen, wat moet dan onze houding zijn? Antwoord: Ik denk dat ons doel is om al het mogelijke te doen om onze Beweging liefdadig te maken, want dat is het enige doel van spiritualiteit. Als we niet van nut zijn voor anderen,wat is dan het nut? Dat zie ik niet. Maar toch als we zulke ideeën in het begin invoeren, en vooral bij hen die nog niet verankerd zijn in de Soefi Boodschap, dan zullen zij de druk daarvan zo zwaar voelen dat zij onze Beweging zullen verlaten. In de eerste plaats vragen wij van hen als ons eerste verzoek om het beste te geven dat zij hebben, en dat is hun ego, hun Nafs. Wat zij het meest gewaardeerd hebben, waar zij het meest van houden en dat zij altijd verdedigen en wat het laatste is dat zij geven. En als wij meer willen dan dit, wat te groot is om op te geven, als we zeggen: ook nog wat geld voor de armen, dan zullen zij zeggen: wat houden wij nog over? Ons ego, onze innerlijke schat hebben we gegeven. En nu wat er in de beurs zit, als we dat aan jullie geven, wat blijft er dan voor ons over? Daarom is het het beste om niet te denken als principe dat dit het beste zou zijn. Later zullen we onze vereniging ontwikkelen. Maar als we persoonlijk iets kunnen doen, is dat het beste.


112

Ik zal jullie een klein verhaal vertellen dat jullie hierover een idee zal geven. Toen ik terug kwam van New York hadden ze op het schip een concert. En bij dit concert zou de voorzitter van het orkest eerst spreken en ik zou aan het eind van het concert spreken. En toen de voorzitter begon zei hij dat er een bepaald fonds was waarvoor hij geld wilde hebben. Van begin tot eind zei hij hoe goed het was om aan dat fonds te geven en hoe bijzonder noodzakelijk het was dat dit fonds groter zou worden en wat een grote deugd het was om daaraan bij te dragen. En ieder die in het gehoor zat zei: het lijkt wel of hij van het Leger des Heils komt. Iedereen zei dat en iedereen was geërgerd omdat ze gekomen waren om muziek te horen en hij gaf hun andere muziek. En toen mijn beurt kwam aan het eind, sloeg ik alleen even de toon aan van onze plicht jegens elkaar, in plaats van hun te vertellen aan het fonds te geven, en dat was volkomen genoeg. Het is het opengaan van het hart. Als het hart open is, hoef je niet te zeggen: geef hiervoor. Als het hart open is zal iemand volledig bereid zijn om het te doen zonder dat je er om vraagt. Op die manier moet je het liefdadige ideaal bij onze Beweging invoeren. Vraag: Heeft armoede niet altijd een speciale reden, en is die niet verbonden met een verkeerde gewoonte van degene die arm is? Antwoord: Nee, niet altijd. Soms is armoede een groot goed, soms heeft armoede een grote taak, soms heeft armoede grote wonderen verricht bij zielen, soms kan armoede een duivel veranderen in een heilige. Denk daarom nooit dat armoede een kwaad is. Maar streef niet naar armoede, vermijd die, doe alles om die te vermijden. Houd niet vast aan je armoede als aan je ideaal. Maar als die kwam, zie dan gisteren met gelatenheid, maar vandaag met strijdlust. Wees gelaten over wat voorbij is, maar worstel voor het heden. Weet dat de armoede uit het verleden een bedoeling had, maar weet ook dat armoede in de toekomst ongewenst is. Bovendien wil ik nog zeggen dat armoede dient tot vervolmaking, maar het is ook een beperking. Het is een beperking wanneer je beperkt bent en het dient tot vervolmaking wanneer je volmaakt bent. Maar iemand die beperkt is zal door armoede nog beperkter worden, maar een volmaakt iemand zal door armoede nog volmaakter worden. Vraag: Is het nu de tijd om mensen uit de lagere klassen aan te moedigen om naar de kerk te gaan? Antwoord: Ik denk dat we mensen van alle standen moeten aanmoedigen om kerkdiensten bij te wonen. Maar we moeten wel een zekere maat in gedachten houden. Als we twintig mensen hebben en er negentien goed reageren, en één van hen minachting zal tonen, kan het heel goed doorgaan. Maar als er vijf van hen spotten en vijftien van hen serieus zijn, is het slecht gesteld. We moeten het uitrekenen, we moeten op deze manier te werk gaan dat we van twintig mensen er maar één kunnen toelaten die zal spotten. Maar we kunnen geen vijf mensen binnenlaten die spotten omdat onze dienst bedorven zou worden. En op deze manier geleidelijk de dienst uitbreiden. Want de spot van die ene mens zal ondergaan in de


113

ernst van twintig mensen, maar als er vijf zijn dan zal het erger zijn. Ik zal jullie mijn ervaring vertellen dat ik me soms ongemakkelijk voelde door één vijandig persoon die in een gehoor van vijfhonderd mensen zat. Eén persoon tussen vijfhonderd heeft me een onprettig gevoel bezorgd. Zeker, toen ik later die persoon had gevonden, heb ik mijn houding veranderd. Maar toch in het begin was het heel moeilijk. Bovendien moeten we eraan denken dat we de wet van beleefdheid moeten volgen. Ik ken een dominee, als hij preekte en hij voelde dat er iemand vijandig was, hield hij op met preken en hij zei: mijnheer, wilt u zo vriendelijk zijn om weg te gaan, u kunt net zo goed weggaan in plaats van hier te zijn. Dat is iets anders. Onze manier is niet zo. Wij moeten beleefd zijn, wij moeten vriendelijk zijn en daarom heel geleidelijk degenen opnemen die er voor open staan. Vraag: Hoe kan het door een cherag het best vermeden worden dat er ongewenste mensen komen gedurende een dienst? Antwoord: In de eerste plaats zullen ongewenste mensen maar één keer komen. Ze zullen niet het geduld hebben twee keer te komen. Tenzij iemand vastbesloten is om ons schade te berokkenen of ons lastig te vallen, die zal twee of drie keer komen. Maar een ongewenste persoon zal één keer komen, hij heeft geen geduld met ons. We zijn altijd veilig door hen te vermijden. Bovendien, omdat gelijkgestemden elkaar aantrekken, zullen zij die in de stemming zijn komen. In deze zaak is er niets om je zorgen over te maken. Alleen is het toch beter om het te vermijden. Vraag: Er is een klein probleem over de houding van het publiek tegenover de vorm van de Universele Eredienst. We zijn zo vrij van alle formaliteiten dat de mensen het eerst niet kunnen begrijpen. Ze zien de kaarsen en denken dat het Katholiek is. Zou het beter zijn om te beginnen met een informele dienst? Antwoord: Ja, ik denk dat het soms beter is om te beginnen met een informele dienst. En wanneer de mensen daaraan gewend zijn, ze dan naar de formele dienst te brengen. Maar toch de menselijke neiging is dezelfde in alle landen. Ze verschillen een klein beetje, maar ze zijn precies hetzelfde. De Engelsen zeggen hetzelfde en de Fransen zeggen hetzelfde en de Nederlanders zeggen hetzelfde. Misschien een beetje meer, of een beetje minder. Dezelfde problemen doen zich min of meer voor. Ik zal je vertellen over het Vaticaan. De invloed van het Vaticaan wordt steeds groter in de Verenigde Staten, ondanks de algemene opvatting dat de Amerikanen religie ver uit de weg gaan en niet gesteld zijn op vormen. Zo werd er een toneelstuk opgevoerd in Chicago en ik had gehoord dat niets van religieuze aard op het toneel zou worden toegestaan en dit stuk heette 'Mirakel'. De Maagd Maria neemt de plaats in van een non die wegging en totdat die terugkomt neemt de Maagd Maria haar plaats in. En er waren godsdienstige processies en het hele tafereel was religieus met priesters en alle Katholieke symbolen. En wat hield de mensen van dit stuk, het viel in de smaak en het werd


114

goed bezocht. Ik kan jullie verzekeren dat dit stuk een heel jaar liep. Het kan wel twaalf jaar vertoond worden en de mensen zullen er niet genoeg van krijgen. Het is niet zo dat Amerika niet gesteld is op vormen, maar die moeten volledig en volmaakt zijn. Amerika zal alles wat volledig en volmaakt is waarderen. Als er een schouwburg is, als er een gebouw is, moet het allemaal prachtig gemaakt zijn, zo keurig en zo goed afgewerkt. Dan doet het er niet toe wat je brengt. Amerika zal het mooi vinden. Wees daarom heel voorzichtig in Amerika. Laat in plaats van drie cherags zes cherags het werk doen, of twaalf cherags tegelijk. Een prachtige grote zaal en een mooi versierd altaar. Je zult zien dat niemand naar een andere kerk zal gaan. Ze zullen allemaal naar de Universele Eredienst komen, die moet goed uitgevoerd worden, alles moet goed gedaan worden. Vraag: Dat is precies ĂŠĂŠn van de moeilijkheden: als de vorm niet volmaakt wordt uitgevoerd, iedere handeling mooi en volmaakt. Het is lastig om cherags te krijgen die het op volmaakte wijze uitvoeren. Als ze kritiek krijgen worden ze boos en willen het helemaal niet meer doen. Antwoord: Die moeilijkheid kan opgelost worden, vooral bij Amerikaanse cherags door hun te vertellen over de Amerikaanse psychologie, zoals ik jullie dat vertel. Hoe gevoelig een Amerikaan is voor alles wat er ontbreekt in een theater, in een school, in een club, in een hotel. Er mag niets ontbreken. Als er iets aan ontbreekt kan het niet doorgaan. Het moet goed afgewerkt en perfect zijn in Amerika. Nu, ze zullen allemaal naar je luisteren als je hun vertelt over de Amerikaanse denktrant. En zij die niet bereid zijn om met hen samen te werken, zeg maar tegen hen: als jullie er geen zin in hebben, werk dan maar niet samen. Als je dat tegen hen zegt, ben ik er zeker van dat ze het zullen begrijpen. Vraag: Is het het beste om met de Universele Eredienst te beginnen? Antwoord: Ik zie geen enkel bezwaar, zo lang als die heel mooi wordt uitgevoerd. Vraag: Wat is de beste houding tegenover de meer intellectuele types die wat ze horen over de Beweging erg goed vinden, maar zich verzetten tegen de Universele Eredienst en die te stichtelijk vinden? Antwoord: Ja, de mensen die geen suiker in hun thee nemen, moeten alleen thee krijgen. Zeg maar tegen hen die denken dat het te stichtelijk is dat er een andere bijeenkomst is, die bijeenkomst van de Broederschap heet. Daar kun je heengaan, daar zul je je misschien beter thuis voelen. Nadat ze daar twee, drie of tien keer geweest zijn, zullen ze wennen aan het idee, en nadat ze vrienden hebben gemaakt in de broederschap zullen ze misschien onze vroomheid beter verdragen dan ze vroeger deden.


115

Vraag: Kunt u ons raad geven hoe we het beste met u in contact kunnen komen wanneer we ver weg zijn? Antwoord: Het contact met mij hangt af van jullie bewustzijn. Hoe meer jullie je bewust bent dat ik met jullie ben, van mijn vriendschap met jullie, van mijn sympathie met jullie, mijn gebeden voor jullie, mijn zegen voor jullie, des te meer zullen jullie mijn stem horen in je hart.


116

37. ORDINATIE VAN CHERAGS, 12 augustus 1924. We zijn vandaag heel blij om in onze kring van cherags, in onze kring van medewerkers, enkele nieuwe vrienden welkom te heten. En alles wat ik nu te zeggen heb is dat we in onze gedachten het idee zullen vernieuwen dat wij de pionier-werkers zijn van de Boodschap en dat er een grote verantwoordelijkheid op ons rust. Onze dienst voor de zaak is daarom van groter waarde, juist omdat als er iets is dat ons vastberaden en standvastig kan doen blijven in deze tijd, nu we met zo weinigen zijn en de Beweging in de kinderschoenen staat, het alleen ons geloof in de waarheid is en onze toewijding voor de goede zaak

38. ORDINATIE VAN CHERAGS in de Universele Eredienst, 19 augustus 1924. Trouwe cherags en medewerkers, wat echt is wordt getest en het echte blijkt tenslotte echt te zijn. Want het echte kan de test doorstaan. Of dit nu vrienden betreft, relaties of dienstverlening. De dienst die ons in God verenigt, in waarheid, in een geestelijk ideaal en in dienst van de mensheid. Wanneer wij de moeilijke omstandigheden zien van het werk in zaken, in de politiek, in het bedrijfsleven en in andere gebieden, dan speelt ongetwijfeld de waarheid haar rol bij alle werkzaamheden in het leven. Maar die toont dat niet zo zeer, als in het werk wat wij doen. In ons werk is waarachtigheid het ware teken van toewijding, terwijl trouw de garantie is dat er in het dienen succes zal worden behaald. Zeker als wij kijken naar het ideaal en het werk, lijkt het dat wij bergen moeten verzetten. Maar uiterlijke omstandigheden geven kracht. Het enig nodige is sterk te staan, hoop te hebben en moed, oprechtheid, toewijding en trouw aan de goede zaak. Het is in dit grote ideaal dat ik jullie dicht bij mijn hart houd en bid voor jullie succes, waar jullie ook heen mogen gaan. Wees ervan verzekerd dat jullie Murshid met jullie is bij al jullie moeilijkheden en strijd en dat hij jullie werk waardeert en op prijs stelt.


117

39. ORDINATIE VAN CHERAGS in de Kerk van Allen, 26 augustus 1924. Het is mijn wens dat jullie iedere dag en ieder ogenblik van jullie leven je meer en meer bewust zullen worden van de geest van de Boodschap. Jullie zullen het voorrecht waarderen dat alle werkers voor de Boodschap hebben, werkers te zijn voor het fundament van de goede zaak. Ook al staat de Boodschap nog in de kinderschoenen, ondanks de moeilijkheden die wij het hoofd moeten bieden, ondanks ons geringe aantal, zullen jullie de geest achter de Boodschap voelen en zullen jullie de kracht voelen die de zaak leidt en de grote zegen die ons wacht. Er wordt niet van jullie gevraagd dat je een bepaald dogma onderwijst en ook wordt niet van je verwacht dat je de mensheid oordeelt. Jullie zijn louter de kanalen waardoor de Boodschap van God aan de mensheid zal worden gegeven en jullie werk is als het werk van de musicus, die v贸贸r hij op een nieuwe piano speelt zorgt dat die gestemd is. Bij iedereen die tot je komt, bij de menigte aan wie je de Boodschap zult brengen, zul je proberen de polsslag van je gehoor te voelen en dan zul je vertrouwen op de geest van God en de inspiratie binnen in je, op de Boodschap, voor leiding, om te beantwoorden aan de vraag van je gehoor. Je zult je woorden kiezen je zult ze wegen en meten voordat je ze van je lippen laat komen. Je zult je verantwoordelijkheid voelen en toch daar niet onder gebukt gaan, Je zult je bewust zijn van je moeilijkheden en daar toch niet bang voor zijn. Je zult zeer zorgvuldig zijn bij alles wat je zegt en doet en toch zul je je daar geen zorgen over maken. Je zult je weg zoeken met open ogen en vertrouwen op de goddelijke leiding die je ontvangt. Ik ben altijd bij jullie, afstand zal geen verschil maken. Het is dit besef dat ons verbindt en in dit vertrouwen zal het werk dat gedaan wordt, succes hebben. Want succes is waarheid en waarheid is succes. Wij zijn heel erg blij om vandaag enkele nieuwe vrienden te ontvangen in de ordinatie van cherags.


118

40. SIRAJS EN CHERAGS, 15 augustus 1926.

De Soefi Boodschap.

Ik zou graag een paar woorden willen toevoegen aan wat zojuist werd gezegd over het begin van het werk in de Christelijke kerk. Om te beginnen zal ik jullie een verhaal vertellen. Toen de Profeet Mohammed begon te preken in Mekka, begonnen de mensen stenen naar hem te gooien wanneer zijn preek aan de gang was. De mensen begonnen de volgelingen van de Profeet uit te schelden, die naar hem luisterden met angst voor hun leven. Zij die wel wat belangstelling hadden wilden zelfs niet dichterbij komen uit angst dat ze misschien beschuldigd zouden worden van ketterij. Op die manier begon de beweging. Tegenwoordig worden ze opgeroepen voor hun gebeden vanaf de minaret en honderden mensen staan voor de minaret met alle respect en eerbied. In die tijd moesten zij die de oproep deden, roepen met hun mond in een kan zodat het geluid gesmoord zou blijven in de kan. Maar ondanks alles was het de bedoeling dat de boodschap zich zou verspreiden. Hetzelfde land waaruit de Profeet driemaal werd verbannen en waar honderden van zijn volgelingen werden gewond en stierven en keer op keer werden beledigd, datzelfde land houdt tegenwoordig met de grootste eerbied vast aan de Koran als het heilige boek dat de Profeet heeft gebracht. Dingen die van minder belang zijn, die zullen snel opkomen, ze zullen snel tot ontwikkeling komen en ze zullen snel eindigen. Maar dingen die zullen blijven zullen langzaam groeien en zullen langer blijven en voor iets dat slaagt zal het een lange tijd nemen om tot stand te komen. De Soefi Boodschap staat nu in het begin en het is ons voorrecht het pionierswerk te verrichten dat zo moeilijk is als het ooit is geweest. En over duizend jaar vanaf nu dat de Boodschap wordt gebracht zal het net zo moeilijk zijn of zelfs nog moeilijker. Tegenwoordig krijgen we geen stenen naar ons hoofd en we worden niet afgeranseld, maar ook nu hebben we onze moeilijkheden, misschien wel grotere moeilijkheden. En onze moeilijkheid is het uitblijven van reactie. In die tijd was er een reactie. Daarom reageerden ze zelfs op een woedende manier, ze reageerden zelfs met het zwaard. Maar wij hebben zelfs dat niet. Men keert ons de rug toe. Daarom moeten we op stenen muren kloppen. En ik wil jullie vragen, mijn nieuwe vrienden en mijn oude vrienden, zullen jullie daar weerstand tegen bieden? Er is voortdurend geduld nodig. Ik wil jullie geen hoopvol vooruitzicht bieden; ik wil jullie het allerergste vertellen. Als het meevalt zullen we daar blij mee zijn. Ik wil jullie zeggen dat jullie weerstand zullen moeten bieden aan de kilte van de wereld, de onachtzaamheid van de mensheid, de afkeuring van je vrienden en de tegenstand van hen die tegenstand in de zin hebben. Jullie zullen moeilijkheden hebben van de kant van jullie eigen mensen en van degenen die daar buiten staan. We worden gesterkt door twee dingen, door vrienden en door vijanden. Als je sterke vrienden hebt, vrienden met een sterk vertrouwen en eerlijk, dan zul je de kracht voelen om elke moeilijkheid te doorstaan. En wij staan nog in de kinderschoenen omdat de Beweging nog


119

jong is en we hebben heel weinig vrienden om deze wereld- Beweging te beginnen. Juist omdat we zo weinig vrienden hebben moeten we onderling meer eensgezind zijn om sterk te staan. Iets anders is de tegenwoordige neiging tot materialisme. Ons werk is moeilijk. Om een spirituele zaak te verbreiden in deze tijd betekent een grote moeilijkheid. Iemand die daarover hoort kijkt ernaar met pessimisme. Onder het gehoor bij mijn openbare lezingen zijn de aanwezigen gekomen door advertenties en van hen die komen zijn er misschien vijf die er graag naar luisteren en de anderen hebben een soort muur van pessimisme voor zich. Nog voordat ze iets spiritueels horen is daar een muur van pessimisme. Onze enige hoop is dat de zielen rusteloos zijn, juist omdat het materialisme zo overheerst, ze zoeken iets hoewel ze geen onderscheid maken tussen het één en het ander. Dat is onze enige hoop. En als er nog iets anders is, dan is dat het bevel van God dat we opvolgen. Het werk dat we doen is het verspreiden van de Boodschap van God. Dat is onze hoop en onze kracht en hoewel we met zo weinigen zijn en hoewel we aan het begin staan, moeten we toch hopen dat de Boodschap van God zich moet verbreiden en vervuld moet worden in onze tijd. Vraag: Murshid, ik zou u willen vragen, wilt u graag dat we samen studie maken van de verschillende heilige geschriften? Zou u zo vriendelijk willen zijn om uit te leggen wat uw wens precies is? De meningen over dit onderwerp zijn zo erg verschillend. Sommigen vragen een symbolische uitleg, sommigen willen dat alle geschriften worden uitgelegd als lering, anderen bezien alleen maar het leven van de leraren zoals dat hun overgeleverd is. En hoe moet je leiding geven in zo’n klas? Antwoord: Ja, ik heb altijd waardering gehad voor elke studie op wat voor manier ook, of dat nu symbolisch is of over het leven van de Profeet. Maar er zijn mensen met weinig vrije tijd. Als er tijd is kan het gedaan worden, als er duizend plichten zijn, kan het niet gedaan worden. Zoals daarnet gezegd werd, zijn wij niet verlicht? Cherags zullen daar nooit aan twijfelen. Zijn zij niet gewijd in de Universele Eredienst? En wat is die wijding? Het is hetzelfde in de spirituele sferen, het is hetzelfde op het spirituele niveau als het brengen van het vuur bij de lont en de kaars aansteken. De kaars die is aangestoken kan er niet aan twijfelen dat die verlicht is. Een cherag moet zich daar bewust van zijn. Maar zeker het werk om symboliek te bestuderen hoort meer thuis bij de esoterische kant en naarmate je meer verlicht bent, zul je daarvan meer kunnen begrijpen en het beter begrijpen. Zal ik jullie eens de beste manier vertellen om de leringen van de Profeet te bestuderen, om de heilige geschriften te bestuderen, om de symboliek daarin te begrijpen? De beste manier is de Boodschap zelf. De Boodschap is de vertolking van alle eerdere Boodschappen. Bestudeer die. Als je de boeken één keer hebt gelezen is dat niet genoeg. Als je één boek 'Het Innerlijke Leven' honderd keer leest, is dat niet genoeg. De Soera’s van de Koran worden door de Moslims dag in dag uit gelezen. Ze herhalen die iedere dag en hun hele leven lang herhalen ze die en het is nooit


120

genoeg. En bij ieder gebed dat ze uitspreken, bij de vijf gebeden van de gelovigen, bij ieder gebed herhalen ze een Soera van de Koran. Dus ieder die bidt zegt in zijn dagelijks leven ten minste vijf of meer Soera’s. Je zou misschien denken dat ze wel eens naar iets nieuws verlangen. Nee, ze lezen alleen maar dat ene en dat geeft hun steeds meer en meer verlichting. De Boodschap wordt gebracht terwijl de boeken nu al worden uitgegeven. Wanneer de Boodschap gedrukt is kan die vele handen bereiken. Dit is iets dat we moeten waarderen en op prijs stellen en voor het beste doel moeten gebruiken. Bovendien is er de literatuur die alleen wordt verspreid onder de mureeds zoals de Gatha’s en andere literatuur die de bron van verlichting is. Denk er aan dat de Boodschap een vertolking is van alle religies. Alle verschillende symbolen die de religies hebben gebracht worden uitgelegd in de Boodschap. Misschien wordt er niet gezegd dat dit de betekenis is van dat speciale symbool. Maar door de Boodschap te bestuderen zul je de betekenis van alle symbolen duidelijk kunnen zien. Je kunt de lering begrijpen, de innerlijke betekenis. En in de betekenis de meest innerlijke betekenis, door de leringen te bestuderen die gegeven worden in de Boodschap. Daarom wanneer je die rijkdom en schat hebt gevonden hoef je naar geen andere kennis te zoeken, naar niets anders. Dat andere zal voor je open liggen, het hele leven zal je boek worden als je ogen eenmaal geopend zijn. Bovendien, de oefeningen. De oefeningen die gegeven worden in verband met je inwijding, die zullen verlichting geven. En door ze te doen zul je de betekenis van alle symbolen gaan zien. En op die manier kun je je studie verdiepen. Toch waarderen we de andere studie ook, meer dan woorden kunnen uitdrukken. Maar we willen onze Universele Eredienst en de studie van onze cherags niet beperken tot het één of het ander. Maar als er één ding allernoodzakelijkst is, dan is het de aandacht te vestigen op de Boodschap en op de leringen daarin en je daarin zo veel als je kunt te verdiepen en die zo veel als je kunt te herhalen. En je zult merken dat er iedere keer dat je hetzelfde leest een nieuw inzicht komt, dat zijn hoogtepunt zal vinden in een openbaring.


121

41. SIRAJS, 16 juni 1924.

Universele Eredienst.

Als er belangstelling is gewekt in een land en veel mensen de diensten gaan volgen, als een groot aantal meedoet met de religieuze activiteit van de Soefi Beweging, dan komt er een tijd dat er iedere dag een dienst gehouden moet worden. Zes dagen van de week kunnen gewijd worden om zes religies voor te stellen in hun verschillende vormen en leer. De dag die door de Boeddhisten is gewijd aan hun religie kan gereserveerd worden voor de Boeddhistische religie, de dag die is gewijd aan de Islam kan worden gereserveerd voor de Islam. Het is beter om de dagen te kiezen die al beschouwd worden als heilig door die bepaalde groep mensen zoals vrijdag voor de Islam, zaterdag voor de Joodse religie en zondag voor de Christelijke religie. Op deze dagen kan het leven van die bepaalde Leraar worden onderwezen en uitgelegd. Een reeks profeten van die bepaalde richting kan worden voorgesteld met hun leven en werk. Lezingen kunnen worden gegeven over hun bijzondere leer zodat de dienst en studie tegelijk kunnen worden voortgezet. Het mag duidelijk zijn dat het centrale thema van de Soefi Boodschap, dat de vereniging van religies is, in het oog moet worden gehouden. En bij het voorstellen van iedere religie moet je laten zien hoe ze in hun kern één en gelijk zijn en hoe we kunnen leren de Waarheid te zien door in staat te zijn de verschillende voordrachten te waarderen. Daarbij moet je proberen deze religies niet voor te stellen alsof je er te veel vóór bent of er te veel tégen bent. We moeten alleen ons doel bereiken, dat we de centrale waarheid aan de mensheid bekend maken door te laten zien dat de aanvaarde religieuze autoriteiten ons idee steunen. De zevende dag van de week moet gebruikt worden voor de Universele Eredienst, welke dag dat is doet er niet toe zo lang het een dag is die de meest geschikte dag is voor de mensen, om de dienst bij te wonen. De Soefi Boodschap heeft geen vaste dag omdat we er op het ogenblik geen vaste dag voor nodig hebben. Ook omdat we in iedere dag een heilige dag zien is het daarom aan ons, één dag van de week aan te wijzen die het meest geschikt is voor hen die naar onze diensten komen en voor het land, waarin de mensen de gewoonte hebben religieuze diensten bij te wonen. Ja om één reden is het beter om eenvormigheid aan te houden zoveel als we kunnen, om dezelfde dag en dezelfde tijd aan te houden voor de Universele Eredienst in alle landen, zodat we bij ons werk op verschillende plaatsen over de hele wereld één kunnen zijn met elkaar in gedachten en in de geest. De kracht van zo’n eenheid is werkelijk groot. De Siraj moet daarom niet alleen de zes religies bestuderen die we in onze dienst vertegenwoordigen, maar zich ook vertrouwd maken met de vorm waarin de diensten in verschillende kerken en tempels plaats vinden. Om volledig vertrouwd te zijn niet alleen met hun leer maar ook met hun manier van doen. Want een siraj is bij ons een priester, een herder, een professor, een dokter, een geneesheer, een heler bij sociale, morele en spirituele activiteiten. Zijn kennis van godsdiensten en vertrouwdheid met de verschillende vormen waarin die


122

worden gebracht zal een inspiratie blijken voor de cherags die onder hem werken en daardoor de zaak geweldig helpen.


123

42. SIRAJS, 17 juni 1924.

Universele Eredienst.

De kaarsen die worden ontstoken in de Universele Eredienst zijn zeven in getal. Het is niet noodzakelijk dat hun vorm zus of zo is. Het is de taak van de siraj om te letten op de toestand van de mensen onder wie de kerk werkt. Wat de heilige geschriften betreft, de zes boeken waaruit wordt gelezen zijn vast bepaald, niet vanuit de striktheid van een principe, maar om de eenvormigheid van onze Beweging te bewaren. Dat we zes boeken hebben betekent niet dat we geen eerbied hebben voor ieder ander goddelijk boek dat door de grote zielen aan de mensheid is geschonken. Omdat het aantal van dat soort boeken onbeperkt is aanvaarden we ze allemaal in ons hart door de uiterlijke symboliek van de zes erkende geschriften. Maar een siraj die woont in een land ver van Azië en Europa kan in zijn land bepaalde godsdiensten tegenkomen die meer worden aangehangen dan die, welke bekend en aanvaard zijn in onze Universele Eredienst. In dat geval kan hij de toestemming krijgen van de Siraj-un-Munir van de Kerk van Allen om de boeken, die in dat bijzondere deel van het land meer gebruikelijk zijn, op te nemen naast de andere. Wat de boeken betreft die al worden gebruikt in de Universele Eredienst is het beter dat door allen dezelfde vertaling wordt gebruikt, hoewel dat niet altijd mogelijk is. Dat wil zeggen een boek is in één taal vertaald door de één en in een andere taal door een ander. In dat geval is het ter beoordeling van de siraj om onder de bestaande vertalingen de beste te vinden om gelezen te worden in de taal van zijn eigen land. Wat de orde van de dienst betreft is het van zeer wezenlijk belang, dat die overal op dezelfde manier wordt uitgevoerd opdat de eenvormigheid bewaard mag blijven. De vertaling van de gebeden moet zorgvuldig zijn, ze moeten niet ter wille van literaire schoonheid afwijken van de voornaamste punten die het gebed aangeeft, met andere woorden: het is niet de globale betekenis van het idee in een zin die vertaald moet worden, maar elk woord moet nauwkeurig vertaald worden. Het moet bekend zijn dat de heiligheid van deze gebeden van de Universele Eredienst ligt in de precieze betekenis van ieder woord. Daarachter ligt kracht en inspiratie die gehandhaafd moet blijven in de vertaling. De zwarte kleur van de robe betekent zich zelf wegcijferen. Om de eenheid te bewaren moeten de bepaalde stof, de snit en de kleur gehandhaafd blijven. Het symbool van de Soefi Beweging, de vijfpuntige ster en de wassende maan in het hart en de vleugels, is van Egyptische oorsprong, en laat de traditie zien van die mysterieschool die de moeder van alle occulte en mystieke scholen genoemd kan worden. Dit embleem kan zonder verandering bewaard worden, opdat de eenheid bij alle kerken van de Universele Eredienst gehandhaafd kan worden.


124

Maar de sirajs moeten beseffen dat alle uiterlijke vorm niet zo belangrijk is als het innerlijke leven. Daarom moet het innerlijke leven niet opgeofferd worden aan twist of verschil over de uiterlijke vormen. De verantwoordelijkheid voor het ondersteunen van het geloof van de cherags rust bij de sirajs, die zullen proberen te voorkomen dat er tweespalt opkomt in de gemoederen van de cherags, die zichzelf ontwikkelen door de zaak te dienen en de mensheid te helpen.


125

43. SIRAJS, 1 en 29 juli1924.

Universele Eredienst.

De kracht van onze religieuze beweging ligt in de wijde verspreiding. Hoe meer diensten er plaatsvinden in een land des te sterker zal ons werk zijn. Zelfs als er in één stad een dienst wordt gehouden op verschillende plaatsen, zal de Universele Eredienst des te meer invloed en zegen verspreiden onder de mensen. Hoe minder talrijk we zijn des te groter is onze moeilijkheid, en onze grootste moeilijkheid zal verminderen door het toenemen van het aantal van onze religieuze medewerkers. Je moet niet denken dat als de Universele Eredienst in één stad van een land wordt gehouden, dat beantwoordt aan de behoefte van de mensen. Dat beantwoordt er niet aan. De dienst is er niet alleen voor de mureeds, die is er voor de mensen. De mureeds versterken die alleen door die bij te wonen. Er is een gezegde dat het bloed van de martelaren de basis was van de kerk. Dat vragen we niet. Wij vragen dat het geloof van de dienaren de basis van de kerk wordt. Wij hebben niet de wens en we zullen ook nooit verlangen, om een exclusieve kerk te vormen naast de vele die er al bestaan. Ons doel is een alomvattende eredienst te vestigen waarin alle mensen van verschillende overtuigingen kunnen samenkomen bij de aanbidding van één God. Wij vragen niet dat de werkers in onze religieuze Beweging zich uitsluitend wijden aan deze taak. Hun moet de vrijheid worden gelaten om ander werk te doen in zaken, een beroep of industrie, om de kost te verdienen, en een deel van hun tijd te geven aan dit religieuze werk, waarbij ze meteen een voorbeeld geven aan hen die denken dat ze hun zaak of beroep hebben en daarom geen tijd kunnen besteden aan spiritueel werk. Zoals we niet wensen om een exclusieve gemeenschap te vormen, zo willen we ook geen priesterschap instellen. De wijding tot siraj of cherag is een geestelijke zegen, die hen tot kanalen maakt om hun medemensen te zegenen en te dienen in alle bescheidenheid. Dit mag hun toch hun huiselijk leven niet ontnemen of hun werkzaamheden waarmee zij hun brood verdienen. Zeker, sommigen onder hen die zo gezegend zijn door de voorzienigheid dat zij hun tijd tot hun eigen beschikking hebben kunnen die vrijuit aan het werk van de kerk geven. De overige tijd kunnen zij besteden aan sociaal werk, aan hun studie en meditatie. Geestelijk genezen zou een goede tijdsbesteding zijn voor hen die werken in religieuze richting, want geestelijk genezen gaat goed samen met religieus werk, hoewel het alleen bestemd is voor hen die een innerlijke roeping voor dit werk voelen, en daar aanleg voor hebben, en die vertrouwen hebben dat ze daarin slagen. Ander werk dat de dienaar van de religieuze beweging kan doen is onderwijzen. De verantwoordelijkheid van de siraj is de uitbreiding van het werk in het land waar hij als siraj is aan


126

gesteld. En het werk dat daar door de cherags gedaan wordt met grote wijsheid en tact te controleren. En de goede zaak te verdedigen in geval van vervolging, waarbij hij tegelijkertijd de grootste zorg in acht moet nemen dat hij geen tegenstellingen doet ontstaan onder de medewerkers, de volgelingen van de Boodschap en anderen. Het is beter geen aandacht te besteden aan agressief gedrag van welke kant dan ook, dan zich daar klakkeloos tegen te verdedigen. Bij agressief optreden toont degene die dat doet zijn ware aard, maar bij de verdediging moet degene die verdedigt zijn ware aard tonen. Het is het verstandigst om je niet vast te leggen, want dat is de weg van de vrijheid.


127

44. SIRAJS, 8 juli 1924.

Zorg van de sirajs.

De bijzondere zorg die de sirajs in acht moeten nemen bestaat in het behartigen van de belangen van de cherags. Want als toegelaten wordt dat de officieren van het leger onderling verdeeld raken, dan kan de generaal zijn positie niet langer handhaven. Deze tijd is een andere tijd en kan niet vergeleken worden met vroegere tijden. De geest van de mensen, zelfs van godsdienstige mensen, is heel verschillend van wat die was in vroegere tijden. Die vereist een zeer voorzichtige aanpak. Je zult soms zien dat een cherag zijn werk doet, afwijkend van de regels van de Kerk van Allen. Anders dan de manier waarop hij het zou moeten doen, hij neemt misschien meer initiatief of toont meer enthousiasme dan nodig is. Als je hem zou beschuldigen van zijn fouten dan wek je alleen maar verzet bij hem. En het zou kunnen dat hij in staat is om een zelfgekozen martelaar te worden, hij zal jouw aanmerking opvatten als vervolging en zal het als een godsdienstige taak zien om jou te bestrijden. Daarom is het verstandig om soms de teugels wat te vieren. Maar daarmee bedoel ik niet dat je de teugels uit handen moet geven. Er zijn tijden dat iemand bezeten is van zijn eigen ideeĂŤn en moeilijk te veranderen valt. Jouw verlangen om hem te verbeteren zal hem alleen maar sterken, want er zijn veel mensen die, als ze weten dat jij wilt dat ze naar het zuiden gaan, juist om dezelfde reden naar het noorden zullen gaan. Ze zouden anders wel naar het zuiden zijn gegaan, maar dat jij hun dat zei maakte dat ze naar het noorden gingen. De sirajs moeten daarom hun verantwoordelijkheid en de fijngevoeligheid bij het werk goed in de gaten houden. Omdat de cherags in de Soefi Beweging geen betaalde medewerkers zijn zoals de dominees of de priesters en ook geen soldaten zijn die betaald worden om te vechten, moeten we bedenken dat hun dienst voortkomt uit toewijding. Dat is iets om vol waardering in het oog te houden en om hen heel voorzichtig te behandelen.


128

45. SIRAJS, 5 augustus 1924.

De Beweging.

Er is veel dat we zouden moeten overnemen in de administratie en uit de beginselen van het Vatikaan. Hun meer dan geweldige organisatie, hun volmaakte discipline, hun religieuze voorkomendheid en dan nog hun principe, dat ze zorgen dat zijzelf en hun volgelingen niet verwikkeld raken in dingen die hen niet aangaan. De menselijke aard is onderhevig aan veranderingen die opkomen door verschillende invloeden, vooral een religieus mens is een idealistisch mens. Iemand die toegewijd is, is emotioneel en kan daarom goede of slechte dingen aannemen, alles wat er komt. Daarom moeten zij van wie de Beweging afhankelijk is, de medewerkers en de mureeds, zich niet laten storen door uiterlijke ongewenste invloeden, zeker in deze tijd nu onze Beweging nog in de kinderschoenen staat. Het is in een kas dat mooie bloemen en planten worden gekweekt en bewaard en niet in de open lucht. Wij, die de Universele Eredienst tot taak hebben en die de verantwoordelijkheid dragen om deze religieuze Beweging te leiden, hebben een verantwoordelijkheid als van ouders jegens hun kinderen. Zoals ouders voorzichtig moeten zijn met de mentaliteit van hun kinderen, dat die niet gestoord wordt door slechte contacten, zo moeten wij voorzichtig zijn met de werkers in de Universele Eredienst en ook met de volgelingen van onze religieuze Beweging. Het is van het religieuze werk dat de verspreiding van de Boodschap afhankelijk is. Als zij verkeerde kanalen zijn, lekkende vaten, kannen met een gat erin, dan zal de Boodschap niet in haar zuivere vorm aan de wereld gebracht worden. Daarom, zoals je van je eigen kinderen ieder soort slechte invloed weert, die komt van hun vriendjes of bedienden, zo moeten wij waken tegen de verschillende invloeden die hen omringen. Onze moeilijkheid is groter omdat wij te maken hebben met volwassenen. Ons werk met hen is hun ziel te laten groeien. En terwijl hun ziel groeit is het heel wezenlijk voor ons om de wacht te houden, zoals een tuinman de wacht houdt over zijn planten, als zijn meest heilige plicht. Zeker, als de plant er goed bijstaat is dat een verdienste van de tuinman.


129

46. SIRAJS, 24 juni 1925.

Religie.

De religie is een voorschrift, dat in de vorm van een wet werd gegeven aan de menigte. Het esoterisch voorschrift wordt gegeven aan individuele mensen en het religieuze voorschrift wordt gegeven aan de menigte. Dat is de reden dat iedere Leraar die een voorschrift kan geven aan een individu, nog niet tot taak heeft een voorschrift aan de menigte te geven. Want dat is het werk van de Profeet, die begiftigd is met goddelijke wijsheid ingegeven door de Goddelijke Geest en gesterkt door de Almachtige God om Zijn Boodschap te verkondigen. Een religie is daarom een voorschrift dat met recht de Goddelijke Boodschap genoemd mag worden. Nationale wetten, zoals we die vandaag vinden, zijn dikwijls gebaseerd op religieuze beginselen. Hoe meer ze aansluiten bij religieuze beginselen, des te bruikbaarder blijken zij te zijn. Veel mensen zullen tegenwoordig dit feit misschien niet toegeven, hoewel dit feit voor iemand die goed nadenkt duidelijk is. Een siraj is daarom de hoeder van deze Boodschap, hij moet die bewaren, beschermen tegen alle storende invloeden, haar zuiver houden van iedere verbastering en haar hoog houden zodat alle anderen haar zullen eerbiedigen, en haar beschermen tegen iedere tegenstand. Er waren tijden dat het noodzakelijk was de Boodschap aan de overige menigte te verkondigen, daarom werd ze beschermd met het zwaard. Er waren tijden dat ze niet kon doordringen tot de ontwikkelde klassen, die waren te veel op zich zelf gericht en zelfvoldaan. Daarom moest ze gegeven worden aan mensen met een gewone mentaliteit. Er waren tijden dat dreigementen noodzakelijk waren, voor de Boodschap werd verkondigd. Het is nooit makkelijk geweest en dat zal het ook nooit zijn. Er zullen altijd hinderpalen zijn, zo niet van dezelfde soort, dan van een andere soort. De siraj is daarom als de metgezel van de Profeet verantwoordelijk voor de Soefi Boodschap van deze tijd.


Cherags-papers van Inayat Khan  

Lessen van Hazrat Inayat Khan

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you