Issuu on Google+

Over Franse (en enkele Latijnse) woorden in het Groninger dialect Ter inleiding. Talen be誰nvloeden elkaar. Dat is altijd zo geweest en dat zal altijd zo blijven. Daarom is een levende taal ook niet onveranderlijk. Elke levende taal verandert altijd. Dat een verre taal als het Frans het Groninger dialect be誰nvloedt is wel wat bijzonder, omdat het gebied waar Frans gesproken wordt niet aan de provincie Groningen grenst. Maar er kan wel invloed zijn, zoals door: - Mensen die uit Frankrijk verhuizen naar andere streken. Bijvoorbeeld calvinisten die vertrekken om geloofsredenen. Dit is al omstreeks 1600 op gang gekomen, al was het toen nog geen omvangrijk verschijnsel. Iets geheel anders is dat Franse soldaten die op veldtocht waren ergens zijn blijven hangen. Door de jaren heen zijn er zeker mensen uit Frankrijk naar Stad of Ommeland gemigreerd. - De aanwezigheid van Franse soldaten. In de Franse tijd, met name toen Nederland onder rechtstreeks Frans bestuur stond, zijn op diverse plaatsen Franse militairen gelegerd geweest. Zij moesten natuurlijk communiceren met hun omgeving, al was het alleen al omdat zij voedsel moesten kopen. Maar ook namen de soldaten deel aan het toenmalige uitgaansleven. - Franse scholen. Deze dateren al uit de zeventiende eeuw. Lang niet ieder ging naar school, laat staan naar een vorm van voortgezet onderwijs. De onderwijsdeelname nam echter wel toe. De Franse scholen bestonden tot ongeveer het midden van de negentiende eeuw. Het leerplan van deze scholen bevatte uiteraard een hoeveelheid Frans. Dat was in die tijd de belangrijkste vreemde taal. Allicht raakten bij degenen die een Franse school bezochten Franse woorden en uitdrukkingen bekend. - De invloed van de Nederlandse taal. Logisch, woorden kunnen ook via een omweg bekend worden. Aan deze opsomming ziet men dat Franse woorden op verschillende manier in het Groninger dialect terecht kunnen zijn gekomen. Er is dus niet zomaar te zeggen dat de Franse woorden die in het Groninger dialect bekend zijn uit de Franse tijd stammen. Om dat te achterhalen is nader onderzoek nodig. En zulk onderzoek is heel lastig, omdat het Groninger dialect pas in de negentiende eeuw met regelmaat in schriftelijke bronnen voorkomt. Zelfs naar de geschiedenis van het Nederlands is pas recentelijk grondig onderzoek gedaan. Baanbrekend onderzoek naar de oorsprong van het huidige Nederlands, met alles wat daaraan vastzit, is gedaan door Nicoline van der Sijs. Zij heeft onder meer het misverstand uit de weg geruimd dat het Hollands (waaruit het huidige Nederlands stamt) vooral be誰nvloed zou zijn door het Brabants van Antwerpen en Brugge. De invloed vanuit Duitse streken was veel groter. De migratie vanuit het oosten was ook veel groter dan die uit het zuiden.

De conclusie is dat men voorzichtig moet zijn met het duiden van de oorzaken van de komst van Franse woorden in het Groninger dialect. Als iemand beweert dat een bepaald woord uit de Franse tijd stamt, dan moet hij/zij daar direct een bewijs bij leveren! Ten slotte: een dialect is bij uitstek een levende taal, met andere woorden zeer vatbaar voor veranderingen. Daardoor kunnen Franse woorden en uitdrukkingen heel gemakkelijk weer in onbruik raken. Om het iets anders te zeggen: het voorkomen van Franse woorden is ten dele iets uit de verleden tijd. Waarom is het interessant te kijken naar Franse woorden in het Groninger dialect? Laten we als voorbeeld nemen het woord pebaaiern of perbaaieren (proberen). Dit woord kan via het Nederlands in het Groninger dialect gekomen zijn. Het betekent ook precies hetzelfde als in het Nederlands. Zoiets vindt men vaak niet interessant. Dit woord ziet men dan ook


meestal niet in lijstjes van Franse woorden in het Groninger dialect. Hetzelfde ziet men bijvoorbeeld bij sjefeur (chauffeur). Niet interessant! Het gaat dus vooral om woorden die in het Groninger dialect iets anders betekenen dan in het Nederlands, of om woorden die zelfs helemaal niet voorkomen in het Nederlands. Het gaat om de verrassing die zulke woorden met zich meedragen. Een opsomming, die niet volledig is. Weergegeven wordt telkens een Gronings woord dat een Franse oorsprong heeft, met daarbij iets over het gebruik en de betekenis. Daarnaast zijn enkele woorden uit het Latijn vermeld, die bijvoorbeeld via de Latijnse scholen of via het Nederlands in het Groninger dialect terecht gekomen kunnen zijn. Andere wegen hiervoor zijn niet uitgesloten. Als een woord in verschillende vormen voorkomt, is dat soms streekgebonden. - akkedaaiern; Frans: (s’) accorder. Met elkaar kunnen opschieten. ‘t Akkedaaiert goud tuzzen dij baaident. - dieve(r)doatsie, divvedoatsie; Frans: divertissement. Vertier, verstrooiing. Is der nog wat dieverdoatsie bie joe in ’t dörp? De vorm met –ie- (dieverdoatsie) meer in NoordGroningen. - Dusseljee; Frans: du selliers (des zadelmakers). Een bekende achternaam. - fidusie; Latijn: fiducia. Het woordenboek Frans geeft confiance voor vertrouwen, het woord kan via het Nederlands naar het Gronings overgebracht zijn. ‘k Heb der gain fidusie in. - kejak, kejakje, ook wel konjak, konjakje. Frans: cognac. Maar een kejakje is een glaasje vieux. ’n Konjakje mit sukker. Aangezien het gebruik van deze drank in onbruik is geraakt, is ook het woord ervoor in onbruik geraakt. - koamies, kemies; Frans: commis (kommies). Dit woord is bekend gebleven vanwege de achternaam Kamies. Deze achternaam is weer een vernederlandsing van Koamies. - komdaaieren; Frans: commander. Wat hest te komdaaiern? - Komdeur, Komduur; Frans: commandeur. Een bekende achternaam. - komdoatsies; Frans: commandement (commando). Wordt maar weinig meer gebruikt. Opvallend is het achtervoegsel –oatsies, waarvoor in het Gronings blijkbaar een zekere voorkeur bestaat. - komfo(r)t, komfottje; Frans: couvert. Hai haar ’n dik komfort mitnomen. Enigszins verrassend is hier de Groningse vorm. - komsa: Frans: comme ça. ’t Gaait van komsa (het gaat goed). Het woord komsa wordt in het Gronings altijd voorafgegaan door het voorzetsel van. - lebait; Frans: la bête. Betekenis: ziek, kapot. Mien fiets is lebait. Hai is lebait. In de regel gaat het dan niet om een ernstige of chronische kwaal. - maalstoatsies; Frans: molestations. Betekenis: aanstellerij. Het woord is in onbruik. Interessant is de kennelijk onjuiste interpretatie die in het woord maalstoatsies zit. Dit woord moest om zo te zeggen beginnen met maal, namelijk vanwege de connotatie met het Franse woord mal (slecht). Overigens komt het woord maal kennelijk niet uit het Frans, het is de dialectvorm van mal (gek, vreemd). Maar misschien is er sprake van een contaminatie. - meneuvels; Frans: manoeuvres. Wat hest ‘n meneuvels (grilligheden, kuren). Hai het aaltied meneuvels (uitvluchten). - meroakel; Frans: miracle. In het Gronings vrijwel nooit een zelfstandig naamwoord. ‘t Gaait meroakel (heel goed). ’t Akkedaaiert meroakel mit mien collegoa’s. - onnaaiern, ornaaiern; Frans: ordiner. Betekenis: regelen, besluiten; misschien is er een contaminatie met ordonner (bevelen). Hai onnaaierde veur mie wat ik doun zol.


-

-

-

-

-

pazzipanten: Frans: participants. Betekenis: deelgenoten, makkers. Wel mede bekend gebleven door het Pazzipantenverloat (Participantenverlaat) te Wildervank. Dit verlaat was gezamenlijk van meerdere deelgenoten. Tegenwoordig ook: Voorheen de Bende mit Pazzipanten (het bekende duo Pé en Rinus plus makkers). permoder, permoter, promoter; Frans: promotor (voogd). Ik stoa nait onner dien permoters (jij kunt me geen opdrachten geven). In onbruik geraakt. prakkezaaiern; Frans: practiser. Betekenis: diep of creatief nadenken. Misschien via het Nederlands in het Groninger dialect gekomen. Dat mout ik eerst oetprakkezaaiern. De combinatie met het voorvoegsel oet (uit) is authentiek Gronings. prezint, presint; Frans: présent. In het Gronings vrijwel uitsluitend in combinatie met goud (goed). Ol boas was goud prezint (monter). rabbelemint, rappelmint; Frans: rappellement (berisping, het tot de orde roepen). De vorm met dubbele –bb- is mogelijk te danken aan de associatie met het werkwoord rabbeln (rammelen). sarrie(s); Frans: chercher. Dit is een oud woord, dat al in de 17e eeuw voorkwam. De vorm is te verklaren uit de oudere Franse vorm cercher of sarchier. De sarrie(s) was de ambtenaar die bij korenmolens zorgde voor een juiste registratie, namelijk vanwege de belasting die geheven werd op het gemaal (= hetgeen gemalen werd). Zo werd bij elke korenmolen een sarrie(s) aangesteld. Hij hield verblijf in een sarrieshoes of sarrieshut. Enkele van deze sarrieshutten zijn nog aanwezig. sikkom; Latijn: circum. Betekenis: bijna. Een heel bekend woord. ’t Is sikkom tied. Wie binnen der sikkom. sjars; Frans: charge. Betekenis: pit, energie, misschien ook aanvalsdrift. Hest nog sjars om mit te goan? Zit nog genog sjars in hond. vigelaaiern; Frans: vigiler (opletten, bezig zijn). In het Gronings veelal in combinatie met het voorvoegsel oet. Dat mout ik eerst oetvigelaaiern (zorgvuldig nagaan).

Slot. Het kan dienstig zijn om mensen die vaker met het wat oudere Gronings omgaan te vragen om meer voorbeelden, als ’t kan met verklaringen erbij. Het zou aardig zijn om dan bepaalde woorden één-op-één te kunnen koppelen aan de Franse tijd. Dát is, zoals opgemerkt, vaak lastig. Per se niet: mensen vragen van wie bekend is dat ze van jongs af Gronings spreken. Dat zijn er weliswaar heel veel, maar de meesten van hen hebben nooit zo specifiek over deze materie nagedacht.

Januari 2014,


Over franse woorden in het groninger dialect 1