Page 1

3

INHOUD Bestuur B. van Groenigen Bestuur B. Klaassen Bestuur J. van der Maarl Bestuur F. Ossewaarde Actueel H. Stroet Museum E. van Melis Boerderijonderzoek M. Rijsbergen Abbenes J. Tamboer Interview H. Stroet Het Vierde Gewas G. van Eikeren Infrastructuur H. van Velsen Stellingmaand G. Dirkzwager Luchtvaart J.W. de Wijn L. de Koning Lisserbroek A. Donker Straatnamen L. de Jong-Bronkhorst M. Rijkelijkhuizen Ingezonden Wie het weet… J. v.d. Putte Collectie F. Kamerling

Van de voorzitter..................................................................... 5 Excursie Kampen.................................................................... 5 En de prijswinnaars zijn…...................................................... 7 Nieuws uit de Gemeentelijke Monumentencommissie........... 9 Het Dik Trompad.................................................................. 11 Historisch Museum Haarlemmermeer.................................. 12 Hoeve 'De Beetwortel'........................................................... 14 Dr. J.P. Heije en de zuidpunt................................................. 15 Gé van Kalmthout: 'Ik heb alles zelf moeten ontdekken'..... 17 Agrariërs gaan steeds meer de boer op................................. 20 Het resultaat van een zorgvuldige planning......................... 21 De invloed van defensie op de infrastructuur van de Haarlemmermeer....................................................... 25 Hoe Schiphol de Meer introk................................................ 27 Buurman............................................................................... 31 Reisclubs in Lisserbroek....................................................... 32 Koperslager, ook een straat in Nieuw-Vennep...................... 34 Familie Bertels...................................................................... 35 .............................................................................................. 38 .............................................................................................. 40 .............................................................................................. 41

'Dit landschap wordt u aangeboden door de agrariers van de Haarlemmermeer. Het vierde gewas rukt op.' (Foto: Marcel Harlaar) Meer-Historie september 2009


4

redactie Redactioneel

Onlangs heb ik met mijn zoontje van drie een fietstochtje gemaakt. Op zich niets bijzonders, maar toch was het een bijzondere ervaring door de reactie van de kleine op het landschap, de infrastructuur en de restjes boerenbedrijf in de polder. Zijn enthousiasme voor het boerenbedrijf was bekend door de geïllustreerde boeken die je voor een grijpstuiver op Koninginnedag kunt kopen. Zijn enthousiasme was amper te bedwingen toen we op de rotonde bij Zwaanshoek (hoek Bennebroekerweg/Spieringweg) niet als gebruikelijk niet naar links (woonboulevard), maar naar rechts gingen. De oude vervallen schuur bij no. 1154 en de korte klim naar de Ringdijk wakkerden zijn geestdrift verder aan. Ultieme ervaring was het openen van de bruggen bij Beinsdorp en Lisserbroek. Het softijs bij Den Butter op de hoek verhoogde de vreugde en het plezier. Vanuit Lisserbroek besloot ik terug te keren naar Hoofddorp. Op een gegeven moment vond ik de gekozen route weinig veelbelovend en besloot het fietspad binnendoor naar Abbenes te nemen. Een perfecte keuze want zo passeerden we een boer op z’n graandorser. Ademloos staarde hij naar de machine die een sleuf trok door het golvende graanlandschap. Via Abbenes, na een korte stop voor een fotomoment bij de kerk aldaar, en Nieuw-

Vennep onder, over en Langs de Calatravabruggen terug op de Bennebroekerweg. Zomaar een fietstocht, maar wel het inzicht dat het eenvoudig is om iemand te enthousiasmeren voor de mooie aspecten van de polder. Aspecten die onderbouwd worden wanneer de kennis over hoe het allemaal ontstaan is groeit. In dit nummer van Meer-Historie laten drie ter zake kundige auteurs hun licht schijnen op die typische wordingsgeschiedenis. Ieder vanuit een geheel eigen invalshoek. Verder een bijzonder interview met een markante inwoner van Haarlemmermeer G. van Kalmthout die recent overleed. Ook beleven we het slot van de serie artikelen over de familie Bertels die een zeer lange looptijd kende; het was dan ook een bijzondere familie. Langs deze weg alvast dank aan Mevr. Rijkelijkhuizen voor haar bijdrage.

Inbinden

Redactiecommissie

Voor Meer-historie bind ik de jaargangen van de afgelopen periode in. Een aantal jaargangen per band. Mensen die ook graag hun exemplaren van Meerhistorie door mij willen laten inbinden, kunnen contact met mij opnemen. De kosten voor één band zijn € 12.00 à 15.00. Het ligt er een beetje aan hoeveel jaargangen u in een band wilt hebben. Joke Lieverse, telefoon: 0297-321888

Meer-Historie september 2009

Namens de redactie, Marcel Harlaar Eindredacteur

Wat moet een Limburger in de polder? Studeren en werken. Sinds 1972 verblijf ik in de Haarlemmermeer. Na Pabo en studie geschiedenis en maatschappijwetenschappen ben ik al vele jaren werkzaam in het onderwijs. Door mijn studie geschiedenis werd ik gevraagd mee te Harry van Raak werken aan de oprichting van het Historisch Museum Haarlemmermeer. Ruim 13 jaar ben ik secretaris geweest van het museumbestuur en nu bestuurslid van MeerHistorie; wellicht een logische opeenvolging. Met veel plezier werk ik mee aan het schitterende blad en met de verdere ontwikkeling van de stichting. In het maartnummer van Meer-Historie zijn de foto’s bij het artikel over het dorp Rijk zonder bronvermelding geplaatst. Verzamelaar Jan Wies wees ons hier op. Een bezoek aan zijn website met vele foto’s van Haarlemmermeer wordt van harte aanbevolen, http://www.haarlemmermeer-geschiedenis.nl/


5

Van de voorzitter

Bestuur

Met heel veel spanning heb ik uitgekeken naar het verschijnen van het vorige nummer van ons magazine. Het zou immers de eerste uitgave worden onder de verantwoordelijkheid van de nieuwe redactiecommissie. Vanaf deze plaats stel ik het op prijs de redactieleden te complimenteren. Ik heb inmiddels ook al begrepen dat er door de redactiecommissie met zeer veel enthousiasme initiatieven worden ontwikkeld om dit blad naar een nog hoger niveau te brengen. Aardig in dit verband is het volgende. Enkele dagen na het verschijnen van het vorige nummer werd ik aangesproken door een vrouwelijke begunstiger van MeerHistorie. De titel begunstiger vind ik overigens zelf een minder aansprekende. Als iemand daarvoor een aantrekkelijk alternatief weet dan hoor ik dat graag. Maar dat even terzijde. Zij begon met de opmerking dat zij dacht dat ik iets met Meer-Historie te maken had, hetgeen ik natuurlijk moest bevestigen. Daarna vertelde zij dat zij het zo jammer vond dat er relatief veel verhalen met een agrarische achtergrond in het blad staan gepubliceerd en er nauwelijks aandacht aan

andere van oudsher met Haarlemmermeer gelieerde bedrijvigheid wordt besteed. Zij had op dat moment nog niet de gelegenheid gehad om kennis te nemen van de inhoud van het laatste nummer waarin een bijzonder interessant en uitgebreid artikel was opgenomen over de geschiedenis van Vaalburg Carrosseriebouw. Al verder pratend bleek dat haar man (mede)directeur is van een eveneens van oudsher in Nieuw Vennep gevestigd bedrijf. Hij beschikt over een enorm archief aan gegevens en had zich wel eens afgevraagd of daar niet een interessant artikel over in ons blad gepubliceerd zou kunnen worden. Ik heb haar direct geadviseerd om het beschikbare materiaal ter beoordeling voor te leggen aan de redactiecommissie. Dat geldt natuurlijk ook voor u als u denkt over materiaal te beschikken waarover een lezenswaardig artikel geredigeerd zou kunnen worden. Om elk misverstand te vermijden. Ik kan u natuurlijk niet garanderen dat alles wat door u aangereikt wordt tot iets zal leiden. Het is uiteindelijk aan de redactiecommissie om daarover te besluiten. Ik kijk uit naar nog meer interessante artikelen over Haarlemmermeerse familiebedrijven! Bab van Groenigen, b.vangroenigen@quicknet.nl

Excursie naar Kampen Zowel op 16 als op 30 mei vertrokken in alle vroegte 2 volle bussen vanuit Hoofddorp naar Kampen. Ongeveer 190 personen namen in totaal deel aan deze excursie naar de historische IJsselstad Kampen.

Een van de vier replica’s van Koggeschepen in actie (Foto: Barend Klaassen)

Het weer was op beide dagen prima. De route ging via de polders. Langs de Oostvaardersplassen hadden we een prachtig uitzicht op het IJsselmeer. In Lelystad konden we een glimp opvangen van de replica van het bekende VOC-schip ‘Batavia’op de Bataviawerf. Via Schokland koersten we naar Kampen. Daar kwamen we om even na 10 uur aan. In de bekende ‘Drank en speijssalon de vier jaargetijden’ aan de IJsselkade dronken we koffie met daarbij een stukje heerlijke Kampense slof. Daarna kregen we o.l.v. 4 gidsen een rondleiding door het oude centrum van Kampen. Gelukkig is er nog veel van het oude Kampen bewaard gebleven of wordt momenteel gerestaureerd. De groep van 16 mei trof het dat in Kampen de jaarlijkse Hanzedagen gehouden werden. Kampen was in de Middeleeuwen lid van de Hanze. De Hanze ontstond in de 12e eeuw. Het was een samenwerkingsverband tussen kooplui die zich per stad aaneensloten. Een belangrijk resultaat van het gezamenlijke optreden in de Meer-Historie september 2009


6

bestuur

Markant beeld aan de haven van Kampen (Foto: Pieter Smit) plaatselijke koopmanshanzen was dat men samen met veel meer nadruk privileges kon vragen of eisen kon stellen op het gebied van tolheffing en tarieven voor het gebruik van hijskranen in de havens. Zo’n groep heette dus een Hanze. Er waren tientallen Hanzevestigingen in Europa, onder andere Bergen in Noorwegen, Riga, Dantzig, Brugge, Schonen in Zweden, Ipswich in Engeland en de Duitse steden Lübeck, Keulen en Hamburg. In Nederland waren het vooral de steden langs de IJssel. In latere tijd waren het vooral de Koggeschepen die een belangrijke bijdrage leverden aan de bloei van de Hanze. Een Kog of Kogge was een snelvarend zeilschip met een ronde boeg. In de 16e eeuw was het met de bloei van de Hanze gedaan. In Europa zijn thans zeven replica’s van Koggeschepen. We troffen het dat vier van deze schepen in Kampen aanwezig waren. Er werd zelfs mee gevaren op de IJssel. Bij de haven was een Middeleeuwse Markt ingericht. Allemaal heel gezellig. De lunch gebruikten we in ‘de vier jaargetijden’. Hierna was er een rondrit onder leiding van een ervaren gids door een prachtig uiterwaardenlandschap langs de IJssel en de polder Mastenbroek, ingeklemd tussen Kampereiland, Kampen, Hasselt en Zwolle. Veel oude boerderijen zijn hier op terpen gebouwd in verband met overstromingsgevaar van de vroegere Zuiderzee. ’s Winters is de polder het foerageergebied voor de wilde ganzen. Tenslotte reden we door een gedeelte van het Kampereiland. Ook hier staan oude boerderijen op terpen. Het is een stil gebied in deze hoek van Overijssel met mooie vergezichten. Via de bekende IJsselbrug met z’n 8 ‘gouden’ wielen reden we om 3 uur ’s middags Kampen weer binnen. Hierna hadden we ruim een uur de tijd om nog wat in de gezellige stad rond te wandelen en een Kampense slof te kopen. Sommigen gaven de voorkeur aan een gezellig terras langs de IJssel. Meer-Historie september 2009

Om half vijf vertrokken we weer richting Hoofddorp, waar we precies om zes uur ’s avonds aankwamen. Het was een prachtige dag. Alles was goed georganiseerd onder de voortreffelijke leiding van Frans Janssens en Dirk Hoeksema. Barend Klaassen

Toegangspoort tot het gebouw van het linnenweversgilde (Foto: Pieter Smit)


7

BESTUUR En de prijswinnaars zijn…

Leen en Ineke met de beide boekjes die zij mochten ontvangen. Dat hun boerderij door dhr. Barend Klaassen mocht worden getekend was een uiterst plezierige verassing. De extra waardevolle prijs voor de gelukkige winnaars van het 3e kwartaal voor de acquisitie, getrokken uit de binnengekomen gele antwoordstrookjes, kan worden uitgereikt aan de heer en mevrouw Van Beem. Zij wonen aan de IJweg 175 te Zwanenburg. Leendert van Beem (64) en Ineke van Beem- ten Braak (een dame vraag je niet naar haar leeftijd, toch!) wonen op de Hoeve Ruimzicht, een plaatje van een boerderij. De familiegeschiedenis, evenals prachtige foto’s van hun boerderij (1877), zijn te vinden in het boek ‘Haarlemmermeerse boerderijen’ (blz. 165/166). Leen, zoon van Gerrit van Beem – een maatschappelijk zeer betrokken persoon - werd op de boerderij geboren. Hij ging naar de lagere school in Halfweg, daarna de MULO en vervolgens – hoe kan het ook anders – de Middelbare Landbouw School in Hoofddorp. Directeur was toen dhr. (ir.??) Veenstra.

Ineke ten Braak werd geboren in Rotterdam, waar zij ook het L.O. en de MULO volgde. Via de zus van Leen leerden zij elkaar kennen en werd Ineke - toen zij in 1971 trouwde - mevr. Van Beem. Tot voor twee jaar geleden was volleybal een van haar sportieve passies. De boerderij had 20 hectare land en daarom had Leen ’s winters ook werk als vrachtwagenchauffeur. ’s Zomers werd het land bewerkt, extra werd 2 a 3 weken vlas getrokken met zelfrijdende machines. Hij herinnert zich uit die tijd de gezelligheid, het leuke samenzijn. In 1975 begon hij met broer Koos een tuincentrum, waaruit hij zich aantal jaren geleden heeft teruggetrokken. Zij zijn al ruim 10 jaar lid van Meer-Historie. Zij vinden het waardevol dat zaken uit het verleden niet verdwijnen. Ook ons aller kwartaalblad vinden zij prachtig. ‘Je kunt het op tafel laten liggen als er visite komt’*. Verhalen hebben hun voorkeur, maar ook rubrieken als ‘Wie herkent u op deze foto?’, gereedschapomschrijvingen, etc. Heel veel plezier beleven zij aan de busreizen, georganiseerd door Meer-Historie. Frappant was dat zij nog nooit op de Witte Boerderij zijn geweest.** Ook deden zij de suggestie (promotiegroep) eens een tocht door onze eigen Haarlemmermeer te organiseren. Met name Ineke vond dat er hier zoveel mooie zaken zijn te zien. Ook zou er een rubriek kunnen komen (redactiecommissie) ‘Wie weet wat dit voor gereedschap is?’ Zou het een idee zijn om dat bewust te doen als u mensen lid wil maken van M-H? ** Mocht dat het geval zijn en u wilt eens kijken, geef dan even een telefoontje en er kan een afspraak worden gemaakt. Jan van der Maarl *

Nieuwe begunstigers Mevr.A.Schrijvers-Vissers Hr. J.P.C. van Vonderen Mevr. B.Harting Fam. C.J. Bijdevaate Mevr. Meijer Fam. K.J.Proost Hr. Th. van Beek Hr. H.J. Beijer Hr.W.J.Gorter Mw.K.van Bakkum Hr.R.Hoogeboom

Hoofddorp Burgerveen Apeldoorn Haarlem Nieuw-Vennep Nieuw-Vennep Nieuw-Vennep Nieuw-Vennep Voorschoten Zwaanshoek Badhoevedorp

J.A.van Strien Haarlem Hr.L.van Rijk Zwanenburg Hr.E.A.C.Nederveld Nieuw-Vennep Mw.C.M.Heemskerk Zwanenburg Fam.B.Perdaan Nieuw-Vennep Mw.P.M.B.Stammes-van der Zwet Beinsdorp Mw.C.H.Vlugt Nieuw-Vennep Hr.F.Bakker Amsterdam Mw.R.Gort-van der Tang Lisserbroek Hr.A.van Riet Nieuw-Vennep Mw.A.H.de Bruyn Hoofddorp

Meer-Historie september 2009


8

BESTUUR Open MonumentenDag 2009 Open MonumentenDag zal plaats vinden op zaterdag 12 september, maar sommige monumenten zullen ook op zondag 13 september open zijn. Het landelijk thema is: Op de kaart. ‘Op de kaart’ betekent aandacht voor monumenten die op een of andere manier ooit op een kaart gezet zijn. Het zijn vaak markante gebouwen die een belangrijke functie in een stad of dorp hebben. De Haarlemmermeer is een gebied waarop ruim 150 jaar gewoond en gewerkt wordt en de oudste monumenten Nijverheidsstraat zijn dan ook zo’n 150 3A jaar oud. Verschillende daarvan 2132 AZ Hoofddorp komen al voor op de Kuyperkaart van de Gemeente Haarlemmermeer uit750 1863 T (023) 56 40 F (023) 56 58 146 is ook meerdere malen op de Het Haarlemmermeer kaart gezet en van beide situaties willen we wat laten info@pre-press.nl zien in dewww.pre-press.nl Witte Boerderij.

EP

d

nl

DTP • Ontwerp • Drukwerk • Kopieën • Prints • Posters • Textiel • Belettering

msierkunst e o l B

Reng

Lezing ‘Hoe Frans van den Brandt bij de luchtvaart kwam’ De heer van den Brandt is aan het einde van de 2e wereldoorlog als technicus begonnen bij de Marine Luchtvaartdienst in Engeland. Later werd hij technicus bij de Rijksluchtvaartschool op Gilze Rijen en daarna op Eelde. Toen Fokker instructeurs vroeg tijdens de aanloopperiode van de F27 heeft hij bij Fokker gesolliciteerd en is daar op 1 december 1956 aangenomen. Veel buitenlandse gebruikers van de F27 en later van de F28 heeft hij kennis laten nemen van de techniek en de onderhoudsaspecten van deze bekende verkeersvliegtuigen. Onder zijn leiding is de school uitgegroeid tot het Customer Trainings Centre van Fokker. Hij kan boeiend vertellen over zijn contacten die hij in de luchtvaartwereld had. In 1988 is de heer van den Brandt met vervroegd pensioen gegaan. De lezing zal worden gehouden op dinsdag 20 oktober a.s., aanvang 20.00 uur in ‘De Witte Boerderij’, Hoofdweg 743 (nabij de molen) te Hoofddorp. Entree is gratis.

Bel voor informatie met:

Namens deEd werkgroep luchtvaarthistorie Destrée 023 - 56 27Haarlemmer888 meer e-mail: info@meerhistorie.nl Barend Klaassen advertenties

Luxe assortiment open haarden en accessoires in onze showroom Kruisweg 1113 2131 CV Hoofddorp Telefoon 023 563 48 07 Showroom is geopend dinsdag t/m vrijdag 13 - 17.00 uur zaterdag van 10 - 16.00 uur

S VOOR PLASTIC! Meer-Historie september 2009

Aankondiging

Adverteren?

Venneperstraat 7 2151 AP Nieuw-Vennep Tel. 0252-672355 Fax 0252-673782

TVD meerhistorie90x65 12-08-2004 09:35 Pagina 1

Diverse monumenten, waaronder forten en een batterij van de Stelling van Amsterdam zijn open. Meer informatie hierover op de websites Meerhistorie.nl en Openmonumentendag.nl. Er zijn verschillende fietstochten langs monumenten in en buiten de Haarlemmermeer en er is een fietstocht langs boerderijen in de zuidelijke Haarlemmermeerpolder, alle verkrijgbaar in de Witte Boerderij. Hoofdweg 743, 2131 MA Hoofddorp

meer Haarlemmers .... heef t alle

Voor het actuele aanbod www.schenkmakelaars.nl

Postbus 3103 2130 KC Hoofddorp Tel. 023 - 557 22 88 Fax 023 - 557 97 33 E-mail: info@schenkmakelaars.nl


9

BESTUUR Nieuws uit de Gemeentelijke Monumentencommissie Sinds 2004 heeft Meer-Historie een kwaliteitszetel in de gemeentelijke monumentencommissie. Frank Ossewaarde geeft als voorzitter inzicht in nieuwe ontwikkelingen en wetenswaardigheden. In deze aflevering van ‘nieuws uit de monumentencommissie’ wil ik stilstaan bij drie onderwerpen die typerend zijn voor het stedenbouwkundig beleid van de gemeente Haarlemmermeer.

eeuw. Een aantal van de panden maakt deel uit van een zogenaamd ‘bebouwingsensemble’, dat wil zeggen een aantal huizen die tegelijk werden gebouwd in plaats van de hele wijk in een keer. Deze wijze van projectontwikkeling kwam veel voor in de periode tussen de twee wereldoorlogen.

Parklaan, Hoofddorp Ten eerste is dat het advies van de monumentencommissie aan het college van B&W om de Parklaan in Hoofddorp centrum aan te wijzen als beschermd dorpsgezicht. Al eerder meldde ik u dat de gemeenteraad in januari met overweldigende meerderheid een motie had aangenomen waarin het college werd opgedragen om hierover advies in te winnen bij de monumentencommissie. De aanleiding was het aflopen van de zgn. leefmilieuverordening voor de Parklaan. Tot nu toe had deze verordening de Parklaan beschermd tegen ongewenste sloop- en nieuwbouwinitiatieven. Nu deze verordening was verlopen vreesden bewoners dat de weg vrij zou zijn voor projectontwikkelaars. Dat ondervond ik zelf aan de lijve toen ik ter plekke poolshoogte ging nemen. Terwijl ik door de straat liep werd in aangesproken door een oplettende bewoner die mij aanzag voor een projectontwikkelaar die aan het bekijken was waar ik het beste bedrijfspanden zou kunnen bouwen. De monumentencommissie opereert los van de gemeenteraad of welke politieke invloed dan ook. Om deze onafhankelijkheid te onderstrepen heeft de commissie onderzoek laten uitvoeren naar de monumentwaardige staat van de Parklaan. De onderzoeker heeft vastgesteld dat de Parklaan moet worden gezien als een karakteristiek bebouwingsbeeld uit het begin van de twintigste

De kleinschalige bebouwing langs de Parklaan was in zijn huidige vorm al voor 1940 aanwezig. Hoewel veel van de panden inmiddels vooral aan de achterzijde zijn aangepast aan de eisen van de tijd is het oorspronkelijke straatbeeld goed bewaard gebleven. Individueel hebben de meeste panden niet voldoende historische waarde om als monument te worden aangewezen, maar gezamenlijk als straat hebben ze dat wel degelijk. De waarde van de Parklaan ligt voortal in de kleinschaligheid en de herkenbare architectuur uit het interbellum, in combinatie met het groene straatprofiel met de platanen. Op grond hiervan heeft de commissie aan het college geadviseerd om het deel van de Parklaan tussen Nieuwe Weg en Draversweg aan te wijzen als beschermd stadsgezicht. Het is nu aan het college om te besluiten of dit advies wordt overgenomen of niet.

F. Ossewaarde

Deel van de Parklaan in Hoofddorp

Boerderij Den Burgh, Rijnlanderweg 878 Het tweede onderwerp waar ik aandacht aan besteed is boerderij Den Burgh, Rijnlanderweg nr. 878 op de hoek met de Geniedijk. De omstreeks 1861 gebouwde boerderij is de enige in onze polder voorkomende Zeeuwse langgevelboerderij. De boerderij staat sinds een aantal jaren leeg. In afwachting van de plannen voor de ontwikkeling van een groot logistiek overslagterrein ten zuiden van het Schiphol (het zgn. plan ACT, Amsterdam Connecting Trade) is de bestemming van de boerderij lang onzeker geweest. Nu de plannen voor ACT langzamerhand vastere vorm krijgen heeft de gemeente enige tijd geleden de boerderij aangewezen als gemeentelijk monument. Onderdeel van het masterplan ACT uit 2008 is het zgn. Geniepark. Dit omvat de Geniedijk en de randen daaromheen. Deze zone wordt gedomineerd door recreatie en ‘groen’. De boerderij Den Burgh is gesitueerd in het toekomstige Geniepark. De toekomst van de boerderij, die nodig moet worden opgeknapt, past daar prima in. De bedoeling is dat de boerderij een bestemming krijgt als hoogwaardige horecavoorziening in combinatie met kleinschalige bedrijfjes. Het nu ter inzage liggende bestemmingsplan Beukenhorst oost-oost stelt de commissie echter niet gerust Meer-Historie september 2009


10

BESTUUR

Boerderij Den Burgh, Rijnlanderweg 878 (Foto: Kees van der Veer) dat de boerderij ook in de toekomst zijn monumentale uitstraling zal behouden. De verkavelingsstrategie van het boerderijkavel gaat namelijk uit van drie ontwikkelingsgebieden op het terrein van de boerderij met een totale te ontwikkelen oppervlakte van maar liefst 10.000 m2. Dat betekent maximaal drie bouwlagen rondom de boerderij en enkele honderden parkeerplaatsen. De commissie vreest dat op deze manier de vrije ruimte tussen boerderij en Geniedijk gaat verdwijnen en daarmee het ruimtelijke karakter van het perceel. We hopen dat goed overleg leidt tot zodanige bijstelling van de plannen dat dit niet het geval is. Wordt zeker vervolgd. Park21 Ook de plannen voor het Park21 – voorheen het Park van de 21ste eeuw genoemd – tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep krijgen langzamerhand vorm. Dit plan moet resulteren in een grootschalig parklandschap van 1000 ha. dat het recreatieve hart van de Haarlemmermeer moet gaan vormen. Na inspraak door burgers en beoordeling door enkele commissies is in april door de gemeenteaad een keuze gemaakt uit de ontwerpen van drie landschapsbureaus. Gekozen is voor de inzending van het bureau Vista. Het plan van Vista bestaat uit drie lagen: de huidige polderstructuur met Rijnlanderweg, Hoofdweg en IJweg vormt de basislaag. Daar bovenop komt een parklaag met wandelpaden en parkweiden. En tenslotte komt er een laag grootschalige recreatie, zoals meren en speelattracties. De drie lagen lopen in elkaar over. In oktober moet er een zgn. startdocument liggen dat dit plan verder uitwerkt. Dit wordt volgend jaar gevolgd Meer-Historie september 2009

door een masterplan dat uiteindelijk in de jaren daarna wordt uitgewerkt ineen bestemmingsplan. Vanaf 2013 moet er worden gebouwd. In het Park21 strijden verschillende functies om voorrang. Met name de ruim 30 agrarische ondernemers in het gebied zijn een belangrijke functie. Het ziet ernaar uit dat niet voor alle boerenbedrijven plaats is in het toekomstige park. Dat is natuurlijk zeer zuur voor agrarische ondernemers die soms al generaties lang op deze plek hebben geboerd en dat graag nog lang willen blijven doen. Hiervoor zal een goede oplossing moeten worden bedacht. De monumentencommissie ijvert voor het behoud van de open structuur, de lange zichtlijnen en de monumentale boerderijen die de Haarlemmermeerpolder van oudsher heeft gehad. Wellicht is het mogelijk om tenminste een oorspronkelijk bouwkavel van 200 X 1000 meter in tact te laten, zodat ook toekomstige Haarlemmermeerders nog een indruk kunnen krijgen van hoe open het Haarlemmermeerse landschap ooit is geweest. Van de oorspronkelijk ruim 800 bouwkavels zijn er nog maar ongeveer 16 in originele staat aanwezig. Van deze 16 liggen er verschillende in het gebied van Park21. Het moet mogelijk zijn om op zo’n kavel de belangen van ondernemers en van cultuurhistorisch erfgoed met elkaar te verenigen. De monumentale boerderij De Olmenhorst bij Nieuw-Vennep is een goed voorbeeld waar dat eerder gedaan is. Frank Ossewaarde


11

ACTUEEL Het Dik Trompad

Hoofddorp heeft een sinds kort een Dik Trompad, dat is ongetwijfeld een grote vreugd voor de Hoofddorpse bevolking. Het gaat om het fietspad langs de Geniedijk, tussen de Nieuweweg en de Hoofdvaart. De verhalen over Dik Trom spelen zich af in Hoofddorp en het Dik Trompad liep zonder twijfel dwars door het leefgebied van de even dikke als ondeugende held, zo luidde de motivatie van B & W. Helaas ontstond de Geniedijk pas rond 1900 en toen was Dik Trom al lang volwassen. In de Zoon van Dik Trom vinden we pas een verwijzing naar de Geniedijk. C. Johan Kieviet schreef dat boek toen hij op een school werkte in Zaandam. Het boek kwam uit in 1907. ‘Zijn grootvader had voor hem een slee gemaakt, en daar gleed hij elk vrij uurtje mede van een hoogen dijk af. Ha, wat ging dat echt. En zoo vlug! 't Was net of hij naar beneden viel, maar 't liep altoos erg best af. Hij moest wel oppassen, dat hij in zijne vaart niet in een sloot terecht kwam, die langs den dijk liep, maar Jantje wist zich met zijne klompen zoo netjes te sturen, dat hij altoos vlak langs de sloot zijn draai kon nemen. Dat mislukte hem nooit.’ Misschien was het een beter idee geweest dit stukje fietspad het Jan Trompad te noemen. Want zo heette de even dunne als ondeugende zoon van Dik Trom. Henri Stroet

In Memoriam Op 3 augustus 2009 is mevrouw Suze van Zijverden op 98-jarige leeftijd overleden. Al in het begin van de jaren zestig ging zij bijna wekelijks en later bijna zelfs dagelijks op onderzoek in het archief in Haarlem. Het Haarlemmermeerse agrarische gebeuren had in het bijzonder haar belangstelling. In de loop van al die jaren is zij er in haar eentje in geslaagd een privéarchief aan te leggen met gegevens over alle bestaande maar inmiddels ook verdwenen boerderijen in Haarlemmermeer. Dit privéarchief bestaande uit meer dan vier meter ordners heeft zij ter beschikking gesteld aan de Stichting Meer-Historie. Behalve dit zeer belangrijke archief is zij er ook in geslaagd haar kennis en liefde voor het verleden aan velen over te brengen waaronder de leden van de werkgroep Boerderijenonderzoek. Deze vrijwilligers zien het dan ook als een ultieme uitdaging om het werk van haar voort te zetten en af te maken. Werk waar zij zich zelf in 2005, op 94-jarige leeftijd, door haar slechte gezichtsvermogen, van gedwongen zag er mee op te houden. Suze van Zijverden heeft zelf aan de wieg gestaan van de Stichting Meer-Historie. Op 16 april 1963 nodigde de toenmalige burgemeester van der Willigen een vijftal mensen, waaronder Suze van Zijverden, uit om van gedachten te wisselen over wat te doen met de historie van Haarlemmermeer. Dit leidde tot de oprichting van de Historische Commissie Haarlemmermeer. Daaruit is in 1972 de Stichting Meer-Historie voortgekomen waarvan zij tot 1975 secretaresse was. Daarnaast heeft zij ook nog deel uitgemaakt van de redactiecommissie van dit blad. Met dit werk is zij in 1998 op 87-jarige leeftijd gestopt om, zoals zij zelf toen zei, plaats te maken voor jongere mensen. Het feit dat zij in 1992 tot erelid (toen nog lid van verdienste) van de Stichting Meer-Historie werd benoemd is sprekend genoeg voor al haar verdiensten. De Stichting Meer-Historie is deze Grand Old Lady, zoals zij door sommige van onze vrijwilligers werd genoemd, heel veel dank verschuldigd. (Foto: Pieter M. Hartogh)

Meer-Historie september 2009


12

Het Haarlemmermeers hart in het Historisch Museum Haarlemmermeer

Historisch Museum Haarlemmermeer

En zo kon Groeneveld met zijn familie tegelijk op een fiets naar de kerk, zonder extra kosten! Op 11 juli werden alle tentoonstellingen op unieke wijze voor het voetlicht gehaald door de biosbus, die in de openlucht historische en hedendaagse filmpjes vertoonde over luchtvaart, paarden en fietsen.

Museum in bedrijf! Een goed voorbeeld is de fotopreE. van Melis sentatie ‘100 jaar Concours Hippique Hoofddorp’, die op 24 juni feestelijk werd geopend door burgemeester Weterings. Dit concours is in de loop der jaren uitgegroeid tot een megamanifestatie. Paarden werden gebruikt voor transport, voor de landbouw, om te fokken en voor de sport. U weet tenslotte hoe belangrijk paarden zijn geweest voor de ontwikkeling van Haarlemmermeer. In 1909 organiseerde Vereniging Vooruit het eerste Concours Hippique Hoofddorp op een weiland van de heer Biesheuvel, het terrein waar nu het gemeentehuis en De Meerse staan. Door de jaren heen is dit concours uitgegroeid tot een professioneel opgezet evenement op een unieke locatie in het Haarlemmermeerse Bos. Ook was er de expositie ‘Ga toch fietsen’. Deze tentoonstelling, uit de koker van het Podium voor Architectuur Haarlemmermeer, belichtte in een aantal panelen de geschiedenis van de fiets en de fietsarchitectuur. Uit de collectie van Meer Historie toonden wij vol trots een Haarlemmermeerse tridem. Het idee van fietsen voor drie, vijf, tien personen en zelfs twintig personen werd al in de 19e eeuw uitgewerkt, vooral voor evenementen of reclamedoeleinden. Deze tridem is echter met een heel ander oogmerk ontwikkeld. Destijds moet men voor iedere fiets belasting betalen en aangezien de Haarlemmermeerse agrariër Groeneveld een zuinige en kiene boer was, vroeg hij in 1925 smid Schouten uit de Concourslaan te Hoofddorp een fiets voor drie personen te maken: een tridem. Zo hoefde hij niet voor drie aparte fietsen belasting te betalen, maar voor één.

Bezoekers in museum! In 2008 was de tentoonstelling ‘Uit de school geklapt’ in het museum te zien, een expositie met schoolplaten uit de collectie van Meer Historie. We merkten meteen aan de reacties van de bezoekers dat dit onderwerp leeft. Bij jonge en vooral ook oudere bezoekers van het museum riepen de schoolplaten herinneringen op aan hun schooltijd. In een schoolschrift bij de tentoonstelling vroegen we de bezoekers te reageren op de schoolplaten en hun tijd op de lagere school. We vroegen hen naar hun schoolherinneringen. Behalve herinneringen kregen we ook talloze complimenten over het museum, zoals ‘Het is mijn eerste bezoek aan het museum, sinds ik in de polder woon (28 jaar). Ik ben aangenaam verrast door de opzet en de inhoud van het museum. Als ik het een cijfer kan geven, dan is het een 9’ en:‘het leukste museum ooit!’ Natuurlijk waren diverse persoonlijke schoolherinneringen opgetekend. ‘Als ik aan school denk, zie ik vooral de schoolbankjes weer voor me! ’schreef een bezoeker. Van de familie Van de Water uit Badhoevedorp was een aardige reactie te lezen ‘We vonden het erg leuk om de schoolplaten terug te zien. Ik zat op de katholieke meisjesschool van de ‘Grote Wittenburgerstraat’, op De Eilanden, en het is grappig dat met de schoolplaten geen onderscheid werd gemaakt tussen wel of niet katholiek. Ze waren eensgezind’. Bezoekende leerkrachten in het museum herkenden de schoolplaten als geen ander. Kitty Rozenstraten - van Stiphout uit Californië daarover: ‘Ik begon in 1960 les te geven aan een vierde klas (toen) en ik kan me deze grote platen nog vaag herinneren. Als je ze niet had, dan moest je zelf op het bord een tekening voor je klas maken, met gekleurd krijt. Nu geef ik nog les op een middelbare school en de tijden zijn wel veranderd’. Ook ‘juf’ Liesbeth Bonte haalde de volgende herinnering op: ‘Op school Nr. 11 (De openbare school in Lisserbroek, red.) heb ik als juf jarenlang les gegeven aan de hand van deze herkenbare schoolplaten. Leuk om ze weer eens terug te zien’. Veel bezoekers is opgevallen dat tijden veranderen en daarmee natuurlijk ook het onderwijs op scholen. Anita Devi K. uit Voorschoten schreef ‘Op de lagere school ‘Leeghwaterschool’ in Den Haag, hingen veel van dit soort schoolplaten. Ook op een andere school waar ik zat. Dit brengt je terug naar de vroegere tijden. Nu zijn

In 2009 bruist het museum van activiteiten, tentoonstellingen, evenementen en groepsbezoeken. Daarbij proberen we op allerlei manieren in te haken op de actualiteit.

Tridem, collectie Meer-Historie

Kom snel kijken in het Historisch Museum Haarlemmermeer Meer-Historie september 2009


13

Het Haarlemmermeers hart in het Historisch Museum Haarlemmermeer

Schoolplaat Haarlemmermeer de scholen anders, persoonlijk vind ik het veel warmer en persoonlijker. Vroeger was het zo stijf en streng. En toch hebben al deze voorwerpen hun eigen charme en nut. Later we niet vergeten waar onze welvaart vandaar komt. Mijn complimenten voor al die mensen die zo hard hebben gewerkt en waar wij nu de vruchten van plukken. Dank’. Met van onze kant veel dank aan bovengenoemde bezoekers en ook alle anderen die hun respons met ons wilden delen en aan Ivonne Loma voor het verwerken van de reacties!

De Hoofddorper Thijs Postma is een internationaal bekend schilder. Zijn schilderijen, boeken, luchtvaarttijdschriften, artikelen en foto’s hebben hele generaties geïnspireerd om een loopbaan in de luchtvaart te kiezen. Al van jongs af aan ligt het hart van Postma bij de luchtvaart. ‘Mijn fascinatie voor luchtvaart is begonnen toen ik op 10 mei 1940, als zesjarige jongen, met mijn vader op het dak van ons huis naar de luchtgevechten rond Schiphol keek’. De werken van Postma hebben een eigen handschrift. ‘Doordat ik feitelijk geen opleiding heb gehad, moest ik mijzelf alles leren. Daardoor heb ik mij een techniek aangeleerd die zich onderscheidt van anderen, waardoor mijn werk zo herkenbaar is geworden’ aldus Postma. De tentoonstelling ‘100 jaar vliegen voorbij – luchtvaartschilderijen van Thijs Postma’ is te zien tot 7 december 2009.

Vliegtuigen in het Museum Het museum is heel blij met de tentoonstelling ‘100 jaar vliegen voorbij’ met luchtvaartschilderijen van Thijs Postma. We haken hiermee in op de Schipholtentoonstelling ‘Schiphol – van vliegweide tot mainport’. De tentoonstelling toont zo’n dertig schilderijen van vliegtuigen uit de honderdjarige luchtvaartgeschiedenis. Van een aantal vliegtuigen is ook een schaalmodel. Ook is te zien hoe Postma’s werken tot stand komen.

Elise van Melis, directeur Historisch Museum Haarlemmermeer

AGENDA 11 januari 2010 T ‘Schiphol – Van Vliegweide tot Mainport’ 6 december T ‘100 jaar vliegen voorbij – schilderijen van Thijs Postma’ 13 en 14 september E Open Monumentenweekend 17 - 25 oktober E Week van geschiedenis ‘oorlog en vrede’ Oktober E Oktober kennismaand ‘Reis naar het onbekende’ T = tentoonstelling E = evenement

Adres Museum: Bosweg 17, 2131 LX, Hoofddorp, tel.: 023-5620437, website: www.historisch-museum-haarlemmermeer.nl of mail: infohmh@xs4all.nl Openingstijden: dinsdag t/m zondag van 13.00–17.00 uur. Bereikbaarheid per auto: Randweg N201 (volg borden Claus!) Openbaar Vervoer: Lijn 140 Utrecht-HoofddorpHaarlem (halte Haarlemmermeerse Bos, Lijn 300 Zuidtangent Haarlem-Weesp (halte Overbos). Kom snel kijken in het Historisch Museum Haarlemmermeer Meer-Historie september 2009


14

Boerderijonderzoek

Hoeve ‘De Beetwortel’

Gelegen aan de Hoofdweg 1082, 2153 LN Nieuw-Vennep. Kavel MM 5-6, oorspronkelijke opp. 40.37.80 ha, thans nog 37.50.00 ha tengevolge van landonttrekking ten gunste van de aanleg van de M. van Rijsbergen spoorlijn. Aan de hand van verstekte gegevens van amateurhistoricus Piet Gorter, zijn tijdens de elfde grondveiling, gehouden op 20 juli 1855 in de Franschen Tuin te Amsterdam, door de heren Willem Frederik Heshuizen, rentenier te Amsterdam en Bland William Crocker, ingenieur te Groot Bentveld, de kavels MM 4,5 en 6 groot 60.15.00 ha gekocht voor fl. 27.300,Op 2 maart 1869 heeft Herman Hendrik Beets, directeur van de Nederlandse Bank, wonende te Amsterdam de boerderij, bestaande uit de kavels 4,5 en 6, gekocht voor fl.64.610,Op 11 juli 1888 verkoopt Beets de boerderij aan Cornelis van Leeuwen, bouwman te Aarlanderveen. Uit de verkregen stukken is niet tot uitdrukking gekomen wanneer Johannes Monster de boerderij heeft gekocht van Van Leeuwen. Op 31 juli 1934 is Johannes Monster overleden en werden Johanna Clasina Groenendaal en haar twee kinderen Adrianus Gradus en Hendrika Jacoba Monster eigenaar. Op 16 december 1935 wordt de boerderij verkocht aan Joost Gerard Godart, baron van Taets van Amerongen, directeur van Centraal landgoederenkantoor te Zeist,

Meer-Historie september 2009

ten behoeve van N.V. De Schouten te Amsterdam. Het woonhuis met schuur is in oktober 1931 afgebrand. De boerderij had een zogeheten gepotdekselde bouw. De hierachter gebouwde grote schuur had een rieten dak, wat de vlambaarheid vergrootte. De brand ontstond tijdens het dorsen in de schuur. Vrij spoedig werd met de nieuwbouw begonnen, want al op 16 januari 1932 werd de eerste steen gelegd van het nieuwe pand. In 1944 is er in de schuur nog een grote brand geweest. Op 13 mei 1960 heeft Martien Roos, schoonzoon van de pachter van de boerderij, A.G. Monster, roepnaam Janus, gehuwd met de oudste dochter van de pachter, te weten Johanna Clasina Monster, de boerderij gekocht van baron van Taets Amerongen. Zij kregen 3 kinderen: Gijsbert, Agda en Marjo. Het was een gemengd bedrijf, wat ook het geval was bij Martien, die vooral de veehouderij een warm hart toedroeg. Martien Roos, geb. 2 augustus 1925 en overleden 14 augustus 1992, was zelfstandig boer. Hij ging een maatschap aan met zijn zoon Gijsbert van 1975 tot 1990. Gijsbert is eigenaar geworden in 1991. Hij is in 1978 getrouwd met Elly Nugteren en zij hebben 2 kinderen: Richard en Jorianne. Hij is een maatschap aangegaan met zijn vrouw Elly in 1991. Sinds 1 mei 2001 is de huidige exploitatie in handen van de eigenaar Gijsbert, diens echtgenote Elly en hun zoon Richard. Gijsbert begon met het wijzigen van het bedrijf en


15

Luchtfoto van Hoeve De Beetwortel bouwde in 1983 het eerste koelhuis en in 1987 het tweede, ondermeer ten dienste van pootaardappelen bestemd voor de export. De te koelen producten zijn ook van derden. In 1991 werd nog een sorteerloods gebouwd. Toen het nog een gemengd bedrijf was waren er schapen, koeien en stieren als mestvee. Uiteraard was er weiland hoewel het akkerbouwgedeelte verreweg het grootst was. De akkerbouwproducten waren de in de Haarlemmermeer voorkomende gewassen zoals aardappelen, bieten, granen, vlas, graszaad en erwten. Typisch was dat de aardappelteelt in een later stadium is gekomen dan de andere producten, pas in 1970. De veeteelt is langzaamaan verdwenen want in 1995 waren er alleen nog maar schapen, dat was het laatste jaar van de veehouderij. Het jaar 2006 was het laatste jaar dat de maatschap de eerder genoemde gewassen teelde en over is gegaan op

de winning van paardenvoeders, hetgeen zich uitbreidde tot de productie en handel van diervoeders in het algemeen. Men kan nu alle diervoeders verkrijgen die maar nodig zijn. Het is allemaal van de hoogste kwaliteit, zodanig zelfs dat Roos onder meer het dealerschap heeft gekregen van een van de meest bekende paardenvoerfabrikanten van ons land. Echter het boeren blijft het belangrijkste. Zo is er 100 ha gras, deels van eigen land, deels gehuurd. Daarnaast teelt Roos 50 ha haver. Het gras is van 4 soorten graszaad. Gestreefd wordt naar de beste kwaliteit want kwaliteit staat hoog in het vaandel, wat zekerheid biedt voor de duurzaamheid van het bedrijf. De hieraan verbonden werkzaamheden zijn in eigen handen zoals grondbewerking, zaaien en verplegingswerk alsmede de nodige transportwerkzaamheden. Roos heeft ook een grote dosis aan kennis van landbouwtechniek. Zo heeft hij zelf een machine gemaakt die 10 baaltjes op 1 plaats zet, wat een enorme tijdsbesparing geeft en veel minder gerij over het land wat de structuur van de grond ten goede komt. Op de vraag hoe men weet welk product men moet maken weet zoon Richard uitgebreid te antwoorden, door de markt te verkennen en te luisteren naar de klanten. Men tracht ook voor elk probleem dat zich voordoet een oplossing te vinden door in overleg met de klant de oorzaak van het probleem te zoeken en daardoor een oplossing te verkrijgen. Verkrijgen en houden van het vertrouwen van een klant met levering van een hoogstaand product is het motto voor een duurzaam bedrijf. M. van Rijsbergen

ABBENES Dr. J.P. Heije en de zuidpunt Beiden betekenden veel voor de nog jonge Haarlemmermeerpolder. Mr. J.P. Amersfoordt, eĂ­genaar van de Badhoeve in het noorden van de polder, en Dr. J.P. Heije in het zuiden. Hoe kwam de belangstelling van de Amsterdamse arts voor Abbenes tot stand? 0p 14 november 1850 huwde hij de dochter van Ds. Van Voorst: Maria Margaretha. Van Voorst had grond gekocht, met name aan de zuidpunt, 1200 hectare voor de som van fl. 900.000,-. Bij zijn overlijden erfde zijn dochter en schoonzoon de gronden voor een deel J. Tamboer gelegen aan de zuidpunt van de polder, inclusief het drooggevallen eilandje, Abbenes. Dr. Heije was 25 jaar arts in Amsterdam en had daarnaast een aanzienlijk aantal

functies, zoals de opleiding van verpleegsters, de actie tegen cholera, lid van de gemeenteraad en de Provinciale Staten van Noord Holland. Meer bekend werd hij door zijn zangbundel en gedichten. Een man met een brede interesse, daar hoorde zijn opbouwwerk op Abbenes ook bij. Hij liet er huizen bouwen, waarvan enkele nog als zodanig herkenbaar zijn aan de naar hem genoemde Dr. J.P. Heijelaan. Hij zette zich in voor de bouw van een hervormde kerk en schonk daar geld voor, en de grond, zo ook voor een begraafplaats. Hij was de tijd ver vooruit met de bouw van een bewaar-, naai-, en breischool, kinderopvang in de 19de eeuw. Meer-Historie september 2009


16

door collegae, om het mild te zeggen. Zijn vooruitstrevendheid viel niet altijd in goede aarde, gevolg, Heije stopt met de artsenpraktijk en geeft zich geheel over aan de dicht- en zangkunst. Zo die bestaan had, zijn liederenbundel zou de top-tien gehaald hebben. Dr. Heije en zijn vrouw hadden een dochter, er is een litho waar Heije opstaat met twee kinderen, een meisje, mogelijk dochtertje Sophia, maar ook en jongetje. Een onvervulde wens van echtpaar Heije? Tijdens het leven van ds. Van Voorst, schoonvader van Heije reden ze door Abbenes en de landerijen. In de herfst van 1854 schreef de doctor een gedicht: ‘ Met papa naar de Haarlemmer (Kaager) meer ’ Eerst nevel …toen een milde zonneschijn Na schrale oogst …toch weer met moed aan 'tzaaíen Papa... moog dit het beeld der toekomst zijn En tvoorbeduidsel van een rijk’lijk maaien. Een frivoler rijm is het volgende:

In de 19de eeuw werkten vrouwen en moeders mee op het land, veelal in de oogsttijd. Als er geen oppas voor de kinderen was, werden ze, soms, in de kruiwagen meegenomen. In de luwte van een graanhoop kreeg de kleine de borst en de verdere zorg. Voor een deel konden de kleinsten met moeder mee, anderen naar de bewaarschool. De grotere meisjes waren welkom om de vaardigheid van naaien en breien onder de knie te krijgen. Heije heeft nooit op Abbenes gewoond maar kwam met regelmaat per koets uit Amsterdam. Hij logeerde dan op de hoeve ‘Vondels Lantleeuw’ bij de pachter Klapwijk. Zijn aanspreekpunt op Abbenes was meester Pieter Boekel, hoofd van de school. Boekel voerde, voor zover dat mogelijk was uit, wat Heije bedacht had. Er is briefwisseling bewaard met beschrijving van plannen en werkzaamheden. Ook toen was er ambtenarij en tegenwerking soms zodanig dat Heije het maar beter vond op te geven, wat hij echter niet deed. Hij pakt door, er wordt een bibliotheek opgericht met het doel de bevolking te verheffen boven de dagelijkse sleur en de zware arbeid. Meester Boekel krijgt de leiding, ook over de schoolspaarbank. Kinderen moeten spaarzaamheid leren is de mening van Heije. In zijn woonplaats Amsterdam is Heije niet altijd begrepen Meer-Historie september 2009

‘Uit vrijen gaan’ Als ge wilt uit vrijen gaan, kijk je meest de dochter aan. Maar, zo ik u raad mag geven kijk de moeder ook eens even. Liefde maakt u moog’lijk blind denk: mal moêrtje geeft mal kind. 0p donderdag 24 februari 1876 overleed de weldoener van Abbenes. Bij zijn leven had hij al een grafkelder laten maken naast het door hem geschonken kerkhof. ‘Ik wil temidden van mijn volk begraven worden’, die wens is in vervulling gegaan. Kenmerkend opschrift op de tombe is: ‘Hier rust tot hoger ontwaken’. Jan Tamboer Op 3 oktober 2009 zal in Abbenes een plaquette worden onthuld van Dr. J.P. Heije. Tegelijkertijd wordt een tentoonstelling georganiseerd. De voorlopige planning van deze herdenking is als volgt: -10.30 u tocht naar het graf; -11.00 u onthulling plaquette; -11.15 u aanvang tentoonstelling J.P. Heije; -16.30 u sluiting tentoonstelling. Bij de eerste twee programmaonderdelen zullen wat liederen van Heije ten gehore worden gebracht, door zowel koor als schoolkinderen. Locatie verzamelen,onthulling en tentoonstelling: Kerk aan de Hoofdweg in Abbenes.


17

Interview

Gé van kalmthout: ‘Ik heb alles zelf moeten ontdekken’

Gé van Kalmthout overleed op 30 mei 2009. Hij werd geboren op 7 februari 1928 en was de derde zoon van garagehouder Sjef van Kalmthout. Het gezin Van Kalmthout woonde toen boven de garage op het Marktplein. Van 1955 tot 1977 werkte hij bij het bedrijf van Van Kalmthout & Van Niel in Hoofddorp. Op 4 oktober 2000 had ik een interview met hem. U loopt moeizaam. Hoe is het met uw gezondheid? Ik heb in augustus (2000) een dag of wat in het ziekenhuis gelegen voor mijn hart. Drie weken eerder ben ik er ook nog weer een dag geweest. Je merkt het, ik begin al te hijgen terwijl ik niets doe. Ik heb al twee hartinfarcten achter de rug. Mijn knieën zijn versleten, ze zijn doorgezaagd en weer in elkaar gezet. Ik heb van alles gehad, ik heb kanker gehad, dat is ook al weer een jaar of 15 geleden. G. van Kalmthout Zo blijf je bezig. Wie waren uw ouders? Jozefus Hubertus was mijn vader. Hij is geboren in 1895. In 1900 stierf zijn moeder en zes jaar later zijn vader. Hij was toen tien jaar en dus al wees. De kinderen werden verdeeld onder de familie. Mijn vader kwam bij Van der Schoot in huis, dat was een oom of zo. Die was schoenmaker en daar heeft mijn vader schoenen leren maken. In de Tweede Wereldoorlog heeft hij nog schoenen gemaakt voor de kinderen. Toen hij zestien was stuurde hij aan ome Nardus in Abcoude een briefkaart zonder postzegel, want hij had geen geld, of hij niet bij hem in huis kon komen, want die had een fietsenmakerij en die had er toen ook al iets van motorfietsen bij. In 1913 heeft hij nog een ongeluk gehad met een motorfiets en heeft toen zijn heup gebroken. Maar dit terzijde. Hij is in dat fietsen- en motorenvak gebleven. Eerst deed hij dus voettransport, toen fietstransport, toen motorfietsen, auto’s. Zo is mijn vader in dat vak verder gekomen. En mijn moeder is ook hier van het dorp. Ze is geboren op de Kladdebuurt, Boesingheliede. Nadat mijn vader en moeder gingen trouwen, hebben ze eerst in Nieuw-Vennep gewoond, naast de familie Middelkoop, in het oude houten huis. Daar is ook Rinus geboren, in 1922, de oudste. Mijn vader heeft ook heel even in de Raadhuislaan 17 gewoond. Daar is ook mijn broer Cees geboren, in 1924. Er staan nu twee blokjes van twee woningen, vroeger stonden daar oude krotjes, in een van die krotjes hebben ze even een tijdje gewoond. Op 1 november 1924 heeft mijn vader de zaak op het Marktplein overgenomen van Cees de Groot, hij was

de zwager van mijn vader. Hij was getrouwd met zijn oudste zuster. Toen ze in 1924 begonnen, hadden ze ook autobussen. Die onderneming hebben ze verkocht aan Jacques Maarse en Jaap Kroon in 1935. Want ze moesten kiezen, gaan we verder met die busonderneming of gaan we die garage verder uitbouwen? In 1955 gingen mijn ouders in de Raadhuislaan wonen. Een hele hoop van die dubbele woninkjes zijn er toen gebouwd. Ze woonden op nummer 30. Daar woont nu mijn dochter weer. Vier jaar voor zijn dood kreeg mijn vader een herseninfarct. Hij is 21 augustus gestorven en de 24ste begraven, op de verjaardag van mijn moeder. Mijn moeder stierf in '95. Waar stond uw ouderlijk huis? Op het Marktplein 19-21 in Hoofddorp. Beneden was de showroom. Op de zolder sliepen we met drie broers en twee zussen, mijn vader had daar wat kamers getimmerd. Die kamers waren heel klein. De woonkamer en de slaapkamer van mijn ouders waren op de eerste verdieping waar ook de slaapkamer van mijn jongste broer was. Helemaal achter was de woonkeuken, die was heel groot, wel zo breed als de voorgevel. En dan hadden we nog een plat, waar we buiten konden zitten. En achter het plat hadden we nog een grote schuur. Naast het huis was een steegje dat grensde aan het oude huis van Nelis van de Pol, de schoenmaker. Opzij van het huis was de ingang. U heeft twee oudere broers, Rinus en Cees. Na u komen nog twee zussen en een jongere broer. Mijn oudste zuster, A. van Kalmthout is van 9 november 1930. In 1961 is ze geëmigreerd naar Australië. Dan krijg je C. M. van Kalmthout die is van 14 februari

Meer-Historie september 2009


18

1934, die was directrice van een instelling voor gehandicapte kinderen. En dan krijg je Th. A. van Kalmthout die is van 2 februari 1936. Hij studeerde filosofie aan de Sorbonne in Parijs en theologie in Salamanca, waar hij ook tot priester gewijd is. Hij heeft daarna gewerkt in Argentinië en in Peru. Uiteindelijk is hij met een Japanse archeologe getrouwd. Nu zit hij in Frankrijk en is antiquair. Wie waren uw grootouders? Mijn grootvader van vaderskant, Marijnus is in 1857 in Rucphen, Brabant geboren. Op zijn zeventiende kwam hij met ouders en broers en zus uit Oud Beijerland naar Hoofddorp. Mijn grootmoeder in 1867, die is er een van Grooteman. Zij stierf in het kraambed toen ze 33 was, bij het zevende kind. Mijn grootvader was winkelier op de plek waar later de sigarenwinkel van To Ruygrok kwam. (Nu: Kruisweg 1047). M. van Kalmthout Koloniale Waren, stond er op de winkelpui. Hij was ook hulpbesteller en fondsbode. Mijn grootvader van moederskant heette Kroezen. De Kroezens kwamen uit Beesd, in de Betuwe. Als mijn moeder, Cornelia Kroezen, naar haar opa ging in De Lijnden, deed ze dat te voet. Haar opa was getrouwd met een Jongeneelen Een familie die later ook in Hoofddorp kwam wonen. Zo is de helft van katholiek Hoofddorp in de loop van anderhalve eeuw helemaal met elk verbonden geraakt. Waar bent u op school geweest? Ik ben begonnen bij zuster Victorina op de bewaarschool, in de eerste klas zat ik bij zuster Gonzales, daarna bij Cor van Leeuwen die had de tweede en de derde klas, toen bij Brammetje Breuring die had de vierde en de vijfde klas, tenslotte bij Piet Heilker, de zesde en de zevende. Stalen Piet, heette Heilker. Hij was heel streng, maar ook erg bij de hand. Hij was voorzitter van de Katholieke Wereldvereniging van Esperantisten. Hij had zelfs telefoon in zijn klaslokaal, vóór de oorlog al. Af en toe had hij iemand aan de lijn en dan sprak hij in het Esperanto. Ook sprak hij wel op de radio en dan hoorde je hem hoor: Radio Hilversumoi. Dat vergeet ik nooit meer. U bent vast ook misdienaar geweest? Het was wel de bedoeling dat ik misdienaar werd, ik kreeg ook al les van zuster Gonzales in de sacristie. Ik was toen zeven jaar, toen vond ik wijn en dat dronk ik op. Omdat dat niet mocht, moest ik eraf. Wat deed u na de lagere school? En in het zesde leerjaar ben ik naar kostschool gegaan St. Michielsgestel, de Ruwenberg. Ik was toen elf jaar. Mijn moeder was niet zo sterk en we hadden zes kinderen Meer-Historie september 2009

thuis en de jongste was toen vier jaar. En we waren nogal vindingrijk in het kattenkwaad uithalen. Mijn broer Cees ging in Oss naar kostschool en ik naar de Ruwenberg. Een kostschool is geen gezonde omgeving. Je komt uit een nuchter gezin dat vrij stabiel was en je moest maar zien te redden. Ik was daar niet de gemakkelijkste, maar gelukkig was ik een redelijk goede leerling. Daarom ben ik er nooit vanaf geschopt. Ik was weer thuis toen ik 16 jaar was, van 1944 tot 1946 en ging toen naar het Triniteitslyceum in Haarlem. Na het eindexamen ben ik naar Tilburg getrokken en heb daar een paar jaar economie gestudeerd. Na die studiejaren ben ik in Tilburg gaan werken als kunsthandelaar. Daarvóór had ik wat incidentele baantjes. Halverwege de jaren vijftig begonnen ze een beetje aan me te trekken. Ik moest naar huis komen, naar de garage. Eerst dacht ik, ik zit hier wel goed hoor. Ik had het best naar mijn zin in Tilburg. In die tijd kreeg ik echter ruzie met mijn baas, ik nam het hem kwalijk dat hij steeds meer rotzooi ging verkopen, in plaats van kwaliteit. Ik besloot bij hem weg te gaan om in Breda te gaan werken bij de grootste boekhandel daar. Maar toen de Haarlemmermeer in 1955 honderd jaar bestond heb ik in de vakantie op het grote showterrein gestaan voor Van Kalmthout & Van Niel. Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan. Mijn vader wilde dat ik in het bedrijf kwam en Piet van Niel ook. Ik was toen 27 jaar. En ik kende Piet van Niel heel goed. Die was, toen ik in 1955 kwam al 63 jaar. Mijn vader was ook al 60 en die deden dus niet zo gek veel meer. De PR en de sociale contacten onderhouden. Piet van Niel, had nog een boerderijtje en dat soort dingen waar hij zich mee bezig hield. U vertelde dat u kunsthandelaar was. Vanwaar die belangstelling voor kunst en literatuur? Uw huis is er vol mee. Heeft u dat van huis uit meegekregen? Nee. Maar altijd gehad. Toen ik net na de oorlog op de HBS zat, ik was zeventien, kreeg je de eerste tentoonstelling van na de oorlog, ik heb de catalogus nog in bezit. ‘Het Weerzien der Meesters’, heette de tentoonstelling heel toepasselijk. De musea waren voor een tijd dicht geweest en toen werd alles her en der uit schuilkelders tevoorschijn gehaald. Klassieke muziek was ook al zo’n ontdekking voor mij, want in de oorlog had je een paar jaar geen radio of iets gehoord. Ik vond het meteen erg mooi. Bach vond ik prachtig en hij is nog steeds mijn lievelingscomponist. Mijn vrouw (Jo Meeuwig) houdt ook van klassieke muziek, zij speelt piano. Zij kon goed zingen, nu wat minder, maar dat geeft niet. Je wordt allemaal ouder. Wat hebben we samen veel gezongen. Je kunt aan je leven zoveel inhoud geven. Mijn kinderen houden er ook niet van. Alleen mijn oudste dochter speelt wel eens


19

mee, ze is apothekers-assistente. Maar die jongens interesseert het geen bal, daar kan je niks aan doen. Ik heb ze het wel geprobeerd mee te geven. Mijn vader was wees en is nooit iets verteld. Nou, mij is óók nooit veel verteld, ik heb het allemaal zelf moeten ontdekken. Wat was u functie in het bedrijf? Ik was boekhouder. De administratie deed ik. Ik heb daar de hele magazijnadministratie opgezet. De hele groothandel in onderdelen opgebouwd. Daarnaast heb ik Van Kalmthout Leasing opgericht, die Leasing was een zeer rendabele business. Ook heb ik een verzekeringsportefeuille in het bedrijf op touw gezet die tegen de miljoen premie omzette. Ik hield me ook bezig met de filialen die er in de loop van de jaren bij kwamen, die controleerde ik en maakte jaarrapporten. Ik zat ook bij de Fordfabriek in de landelijke automatiseringscommissie met Den Haag, Rotterdam en Amsterdam, waar de grote dealers zaten. In 1955 waren we qua grootte nummer 72 á 73 van de 120 dealers. Op het onderdelenterrein waren we later in 1970 nummer 1. Met tractoren waren we heel lang nummer 1. Met vrachtwagens waren we ook heel lang nummer 1 of 2 geweest. Die hebben ze ook niet meer. Met personenwagens waren we vijfde. In 1970 verkochten we er ook al meer dan 1000. Hoe verliep uw carrière bij het bedrijf? Toen ik kwam in '55 was een van de eerste dingen die me opviel dat er niets was geregeld op papier. Ik heb in overleg met belastingdeskundigen een firmacontract opgesteld, zodat de firma geen gevaar liep om aan zijn eind te komen bij het overlijden van de firmanten. Rinus, mijn oudste broer, die al vanaf augustus 1955, in het bedrijf werkte, mocht toen op zeer gunstige voorwaarden tot de firma toetreden. Ik had geen geld, dus ik kon me niet inkopen. Hij had het geld wel, hij kon wat lenen van zijn schoonvader, en op zeer gunstige voor-

waarden. Cees, mijn andere broer, die er ook werkte zou op den duur ook opgenomen worden in het bedrijf en ik dus ook. Maar het liep allemaal anders. In 1963 overleed eerst Piet van Niel, kort daarop kreeg mijn vader een herseninfarct. Hij liep nog vier jaar met de gevolgen daarvan rond en is toen op de dag dat ik 40 jaar werd begraven, toen was hij 72. Er was dus een hele regeling, gelukkig op papier, waardoor de firma voort kon bestaan. Geldschieter Van Niel was net bijna afbetaald, toen mijn vader stierf. Dus de firma kon dat allemaal net behappen en ook mede door de enorme groei in de autoverkoop die toen juist begon, werd er behoorlijk wat geld gegenereerd uit de winst. Toen is er een naamloze vennootschap van gemaakt. Mijn oudste broer, Rinus kreeg het voor het zeggen. Later kwam ook zijn schoonzoon, de heer Maassen erin. In 1977 bent u uit het bedrijf gestapt. Wat bent u toen gaan doen? Ik ben voor mezelf begonnen in iets waar ik op dat moment geen verstand van had: hogedrukwatertechniek en in chemische middelen voor het reinigen van gevels en graffiti. Ik ben niet zo actief meer bezig op dit terrein, maar ik was na een jaar of tien ervaring expert op dit terrein, want ik ben zo verdomd eigenwijs dat als ik met iets bezig ben, dat ik het wil beheersen. Ik begon in mijn eentje. En na een half jaar had ik er een man bij en een paar jaar later nog een juffrouw erbij voor halve dagen om de administratie bij te houden. Toen ik de zaak verkocht, had ik tien man aan het werk. Dat was nog niet zoveel maar genoeg voor mij. Ik had geen behoefte om zo groot te worden. Ik had allemaal MTS-, HTS-werktuigbouwkundigen, een stuk of vier. Ik heb die zaak acht jaar geleden verkocht. Die zaak is toen verhuisd naar een stukje verderop. Het meeste personeel is toen meegegaan, maar er is er nu bijna geen mens meer over van toen. Henri Stroet

Kwartierstaat Gé van Kalmthout

Josephus van Kalmthout Arbeider * 1.1.1809 Rucphen

Cornelia Vergouwen Gerrit Grooteman * 5.4.1814 Rucphen Melkboer * 18.5.1830 Zwaag

Marijnis van Kalmthout Voerman, winkelier * 12.11.1857 Rucphen † 25.2.1906 Haarlem Josephus (Sjef) Hubertus van Kalmthout Rijwielhersteller, monteur, garagehouder * 9.8.1895 Haarlemmermeer † 3.2.1968 B: 7.2.1968 St. Joh. De Doper, Hoofddorp

Klaasje Stapel * 25.3.1833 Hauwert

Cornelia Grooteman * 25.2.1867 Haarlemmermeer

Maria Catharina Jongeneelen * 25.10.1852 Dinteloord en Princeland

Theodorus (Dirk) Cornelia van Augustinus Kroezen Walstein Slachter * 22.12.1841 Beesd *28.8.1823 Beesd † 1914 Beesd

Andries Roose Arbeider * 10.3.1846 Den Helder

Cornelis Kroezen Slachter * 12.3.1872 Haarlemmermeer

Antonia Roose * 21.6.1875 Haarlemmermeer

Cornelia Kroezen * 24.8.1902 Kladdebuurt (Boesingheliede) † 14.11.1995

Gé van Kalmthout * 7.2.1928 Haarlem † 30.5.2009

Meer-Historie september 2009


20

HET VIERDE GEWAS Agrariërs gaan steeds meer ‘de boer op’ Ongeveer 20 procent van de huidige agrarische grond in de Haarlemmermeer krijgt binnen nu en 20 jaar een andere bestemming. Om het hoofd boven water te houden spelen agrariërs in op de veranderingen in de polder en gaan zij steeds meer nevenactiviteiten ontwikkelen onder de noemer ‘het vierde gewas’. Traditioneel richtte de landbouw in de Haarlemmermeer zich op drie hoofdgewassen: aardappels, granen en bieten. Voor een optimaal gebruik van de landbouwgrond werd gezocht naar een vierde gewas om zo een goed evenwicht te brengen in de structuur van de grond. Dat is niet overal gelukt. Inmiddels ontwikkelen veel agrariërs allerlei nevenactiviteiten op de boerderij, zoals het aanbieden van zorg, educatie, recreatie en verkoop van streekproducten. Niet geheel zonder succes. Symbolisch worden deze nevenactiviteiten nu ‘het vierde gewas’ genoemd. Gemeentelijke uitbreidingsplannen Er liggen vijf grote plannen voor de Haarlemmermeer op de tekentafel die vergaande gevolgen hebben voor het agrarisch gebied van de polder: de omlegging van de A9 bij Badhoevedorp, de Westflank - een gebied in het westelijk deel van de Haarlemmermeer tussen Vijfhuizen en de Kaag -, Park 21 tussen Nieuw-Vennep en Hoofddorp, ACT - het bedrijvenpark aansluitend bij Beukenhorst - en PrimAviera - het grootschalige kassengebied bij Rijsenhout. Totaal omvatten deze plannen circa 20 procent van het huidige agrarische gebied, met als gevolg dat een aanzienlijk deel van de agrarische bedrijven onder druk komt te staan en zelfs een deel genoodzaakt is te stoppen. Agrariërs stoppen Na de drooglegging van het Haarlemmermeer zijn de landbouwgronden uitgegeven in eenheden van 20 ha. Deze omvang is volstrekt ontoereikend voor een hedendaags rendabel agrarisch bedrijf. Al geruime tijd worden kavels samengevoegd, gekocht of gepacht, om een optimaal rendement te krijgen in de bedrijfsvoering. Ook is veel innovatie in de bedrijfsvoering nodig om het hoofd boven water te houden. Maar vooral nu, in combinatie met de ontwikkeling van de vijf grote gemeentelijke plannen, zijn veel agrarische bedrijven genoodzaakt te stoppen, nevenactiviteiten te ontwikkelen of in enkele gevallen schaalvergroting na te streven. De verbreding van nevenactiviteiten komt steeds meer in de belangstelling te staan. Zowel de agrariërs als gemeente zien de mogelijkheden en de kansen van deze nieuwe ontwikkeling positief in. Dat was voor de gemeenteraad aanleiding twee jaar geleden groen licht te gegeven voor deze nieuwe ontwikkeling. Om wildgroei en verrommeling van het landschap te voorkomen is de polder op hoofdlijnen ingedeeld in diverse thema’s van nevenactiviteiten, zoals: recreatie, stedelijke onderMeer-Historie september 2009

steuning, natuur en cultuur en agrarische innovatie. Daarnaast krijgen de Ringvaart en het gebied rondom Rijsenhout specifieke taken. Uitvoering van de plannen De Vereniging MeerBoeren stimuleert namens de agrariërs de uitvoering van het vierde gewas. MeerBoeren streeft naar regionale en sociale cohesie en een vitaal platteland. Dat doen zij middels diverse werkgroepen waaronder: zorg en landbouw, streekproducten, duurzame energie, de buurderij – (onderzoekt actuele thema’s, zoals voedselproductie in relatie met het beheer van de directe omgeving. Daarbij wordt gestreefd naar een optimale integratie van stedelijkheid en agrarisch landschap tussen burgers en boeren) - en groenbeheer/recreatie. Inmiddels worden op 20 locaties in de Haarlemmermeer streekproducten of uiteenlopende diensten aangeboden. Ook zijn er zorg, educatie en kunstprojecten gekoppeld aan de boerderij. Daarnaast organiseert MeerBoeren ook wat kleinere activiteiten zoals de Oogstweek in het najaar. Deze oogstweek zal dit jaar nadrukkelijk worden gekoppeld aan de gezondheidsweek (6-11 september 2009) van de gemeente Haarlemmermeer, er liggen immers tal van ‘natuurlijke’ relaties tussen stad en platteland. Meer informatie: www.meerboeren.nl Behoud en versterking van de cultuurhistorie De MeerBoeren zijn actief en proberen aansluiting te krijgen bij de nieuwe grootschalige plannen van de gemeente. Behoud en versterking van de cultuurhistorie en ‘het vierde gewas ‘zijn bij de agrariërs belangrijke thema’s. De nieuwe gemeentelijke plannen grenzen voor circa 25 km lengte aan de karakteristieke polderwegen en een kleine 20 km aan de Ringvaart. Een aanzienlijke hoeveelheid. Wat zijn de gevolgen hiervan voor de historische poldercultuur, de mooie boerderijen aan de polderwegen? Als er geen goede bestemming is en de boerderijen niet meer worden onderhouden treedt verpaupering op. Nevenfuncties, zoals omschreven zijn in het vierde gewas, kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het behoud van de cultuurhistorie en versterking van de kwaliteit van leven in de Haarlemmermeerpolder. Maar daarvoor zijn o.a. extra stimulerend beleid en middelen nodig en deze zijn vooralsnog niet zichtbaar in de plannenmakerij van de gemeente. Gert van Eikeren


21

INFRASTRUCTUUR Het resultaat van een zorgvuldige planning Vormgeving, kavelgrootte en infrastructuur van de Haarlemmermeerpolder ten tijde van de droogmaking (1) Wie in de Haarlemmermeerpolder rondrijdt constateert dat de lijnen van de oorspronkelijke polder steeds minder zichtbaar zijn. Voor de strakke beelden van de verkaveling en de prachtige net geploegde akkers moet je naar bepaalde punten in de polder rijden om Hans van Velsen deze nog waar te kunnen nemen. Er zijn nog maar enkele kavels die het oorspronkelijke beeld van de polder in herinnering roepen. De vraag doet zich voor hoe onder leiding van de ‘Commissie van Beheer en Toezicht over de droogmaking van het Haarlemmermeer’ de vormgeving, verkaveling en infrastructuur van de polder tot stand is gekomen. Het resultaat van een zorgvuldige planning waarbij de droogmakerijen ten noorden van het IJ model hebben gestaan. Vormgeving Bij de vormgeving van het drooggelegde Haarlemmermeer waren een aantal keuzes te maken. Keuzes als de locaties van de gemalen, de plaats van de hoofdwatergangen, de militaire en landbouwkundige insteek, en de oriëntatie van de verkaveling. Het begon allemaal met het plan van de Staatscommissie van 1837. De drooglegging was gepland met 79 windmolens. Zij zouden in drie groepen geplaatst worden; ter hoogte van het Spaarne, tussen het Spieringmeer (dat volgens de Staatscommissie niet drooggelegd zou worden ) en de Liede, en in het zuiden ter hoogte van De Kaag. De plaatskeuze had te maken met een goede grondslag ter plaatse om te kunnen bouwen en met de nabijheid van de uitwateringspunten van het Hoogheemraadschap van Rijnland bij Katwijk, Spaarndam en Halfweg. In 1839 nam de Tweede Kamer het besluit tot droogmaking van het Haarlemmermeer inclusief het Spieringmeer. De hiervoor benodigde drie stoomgemalen werden te midden van de concentraties van de windmolens gesitueerd; ‘De Leeghwater’ bij De Kaag aan de Dieperpoel tegenover het eiland Faijerel op de meest oostelijke punt van de Hellegatspolder, ‘De Cruquius’ bij de monding van het Zuiderspaarne en ‘De Lijnden’ in het noorden tegenover het Lutkemeer. Vervolgens was de vormgeving van de polder heel belangrijk! De Commissie van Beheer en Toezicht

over de droogmaking van het Haarlemmermeer (hierna CIE) had niet veel keuzevrijheid. Twee invalshoeken speelden een hoofdrol. Allereerst de plaats van de hoofdwatergangen. Onder leiding van de ingenieurs Kock en J.A.Beijerinck werden uitgebreide dieptemetingen gedaan. Uit deze metingen werd duidelijk dat de bodem van het meer zijn diepste ligging had langs een rechte lijn van De Leeghwater naar een punt ten zuiden van het Lutkemeer. Het meer was hierdoor als het ware in twee helften verdeeld. Dit zou de oriëntatie worden van het belangrijkste afvoerkanaal ‘De Hoofdvaart’. Een kanaal dat met relatief weinig grondwerk was aan te leggen. Daarmee lag ook de plaats van gemaal De Lijnden tegenover het Lutkemeer vast. De andere invalshoek was een militaire. Met name het belang van militair transport door de polder in het kader van de verdedigingsgordel rond Amsterdam. Vanaf 1840 nam de belangstelling voor de verdediging van Nederland tegen een aanval over land sterk toe. Reeds vanaf 1700 was door de inzet van baron Menno van Coehoorn in een reeks van jaren de verdediging van de Republiek middels een systeem van systematische verdedigingsgordels met behulp van inundaties aangelegd. Dit systeem heeft tot ver in de twintigste eeuw als basis van onze defensiepolitiek gefunctioneerd. Aan het eind van de achttiende en begin van de negentiende eeuw werd dit verdedigingssysteem onder leiding van generaal C.R.T. Kraijenhoff nog meer verfijnd. Toen kreeg Amsterdam zijn eigen verdedigingsgordel. Onder koning Willem II, na de scheiding van de noordelijke en zuidelijke Nederlanden, werd de aanleg met voortvarendheid voortgezet. En juist het Haarlemmermeer lag midden in de Stelling van Amsterdam. Een en ander had grote consequenties voor de inrichting van de Haarlemmermeerpolder.

Meer-Historie september 2009


22

De CIE werd uitgebreid met twee militairen, de majoor der Genie Jonkheer J.G.W. Merkes van Gendt en de kolonel-directeur der Genie P.J.Ackermans. Hun taak was er voor te zorgen dat de droogmaking van het Haarlemmermeer de belangen van defensie niet zou schaden. Beide officieren maakten plannen , waarbij zij er vanuit gingen de polder in geval van oorlog ‘dras en plas’ te zetten. Ackermans beoogde dit met de gehele polder en Merkes van Gendt met alleen het Noordelijke deel. Hij wilde het zuidelijk deel zo vrijwaren van onnodige schade aan de landbouwgronden. Daarvoor zou dan wel een inundatiekade moeten worden aangelegd van de hoge gronden in Heemstede tot in Amstelveen. De CIE adviseerde de minister vanuit waterstaatkundige standpunten en niet vanuit agrarisch oogpunt. De CIE helde licht over naar het plan van Merkes van Gendt. De militaire discussie rond de noodzakelijkheid van een gehele of gedeeltelijke inundatie van de polder heeft nog lang voortgeduurd tot de aanleg van de huidige Geniedijk, eind negentiende eeuw. In de in 1845 door J.A. Beijerinck opgestelde twee verkavelingsplannen werd wel degelijk rekening gehouden met de militaire belangen. Van groot belang was namelijk een aan te leggen weg tussen het bestaande fort de Liede en het fort Schiphol. Deze weg kon men met geschut geheel bestrijken vanuit deze twee forten en zo de toegang tot Amsterdam beveiligen. Deze noordelijke dwarsweg – door Beijerinck consequent de inundatiekade genoemd - kreeg een grote invloed op het verkavelingspatroon. Ook wensten de militairen dat de kanalen en sloten zoveel mogelijk van oost naar west zouden lopen, opdat ten tijde van oorlog het gebied van zuid naar noord moeilijker toegankelijk zou zijn. Daarnaast was voor een goede en snelle afwatering van de polder de aanleg van de Hoofdvaart in een rechte lijn van groot belang. Overigens kwamen waterstaatkundige en landbouwkundige belangen het best tot hun recht met een rechthoekige verkaveling. Waterstaatkundig gezien bevorderde deze verkavelingsvorm een snelle afvoer van het water. Ook de landbouw was ermee gediend doordat het een effectieve bewerking van het land mogelijk maakte. Hiermee zijn de drie basisprincipes geformuleerd die bij de verkavelingen rol speelde. De defensiebelangen ten behoeve van de verdediging van Amsterdam, en daarnaast de waterstaatkundige en landbouwkundige belangen. In het eerste verkavelingsplan van Beijerinck heeft de Hoofdvaart een rechte lijn en zijn er vanaf dit kanaal twee loodrechte wegen geprojecteerd naar beide forten. De verbinding van beide forten was hierdoor echter niet meer een rechte lijn (kaart 1). Het tweede ontwerp ging uit van een rechte weg tussen de twee forten. Met een Meer-Historie september 2009

Reconstructie van de kaart behorende bij een van de twee verkavelingsplannen van de Haarlemmermeerpolder uit 1845, door J.A.Beijerinck rechthoekige verkaveling staat de Hoofdvaart haaks op deze weg. Uitgaande van het noordelijke uitwateringspunt van De Lijnden op het Lutkemeer en een bocht in de Hoofdvaart bij Abbenes kom je dan toch uit bij De Leeghwater. Dat kwam voor wat betreft het doorgraven van het eiland Abbenes goed uit. Nu werd het eiland op het smalste punt doorgraven en hoefde de eigenaar mr. C. van Baerle – een Amsterdams jurist – de minste grond in onteigening af te staan. De CIE kwam in 1846 tot een standpunt waarbij de voorkeur werd gegeven aan de verkaveling met een rechte lijn tussen de twee forten en derhalve ook voor de goedkoopste doorgraving van het eiland Abbenes. De plaats van de gemalen De Leeghwater en De Lijnden lag hiermee vast. Bleef over De Cruquius. De CIE en de stad Haarlem waren het al snel eens over het uitgangspunt dat De Cruquius tegenover het Zuiderspaarne de beste plaats was voor een goede doorstroming van de stadswateren. Een ander belangrijk verschil tussen beide ontwerpen was de richting waarin de kavels gepland waren. In het eerste ontwerp werd naast de Hoofdvaart uitgegaan van 18 dwarstochten, die op hun beurt weer doorsneden werden door twee lengtetochten evenwijdig aan de Hoofdvaart. De kavelsloten en de kavels liepen hierdoor evenwijdig aan de Hoofdvaart. In het tweede ontwerp was uitgegaan van 12 dwarstochten en vier lengtetochten. De kavelsloten en daarmee de kavels, stonden loodrecht op de Hoofdvaart. Kavelgrootte Beijerinck’s plan ging uit van een kavelgrootte van 50 x 1000 meter, ofwel 5 ha. Anderen waren voorstander van 100x1000 meter, zijnde 10 ha. Bij deze grotere maat


23

was het aan de koper van het land om naar eigen inzicht in de door hem aangekochte gronden sloten en greppels te graven. Daarom kon men bij een kavelgrootte van 10 ha in vergelijking met 5 ha, 500 ha meer in de verkoop brengen. De ervaring gaf aan dat in de 17e-eeuwse droogmakerijen ten noorden van het IJ, zoals de Beemster, de Schermer en de Purmer, de gekozen perceelsbreedte van 100 meter bij een grondslag van zware zeeklei (net als in het overgrote deel van de Haarlemmermeerpolder) steeds een goede keuze bleek. Zowel voor de waterbeheersing als het landbouwkundig gebruik. Daarentegen hadden de meeste droogmakerijen, vooral die uit de tweede helft van de achttiende eeuw, waarvan de oorspronkelijke kavelbreedte tussen de 100 en150 meter was geweest, omstreeks 1855 nog maar een breedte van tussen de 40 en 50 meter. In deze droogmakerijen was wel duidelijk een slappere grondgesteldheid aan de orde. Duidelijk was dat bij gelijke breedte van kavelsloten een polder met een grotere kavelbreedte in vergelijking met een met kleinere kavelbreedte, minder bergend wateroppervlak heeft. Bij bijvoorbeeld een kavelbreedte van 50 meter is de waterberging 1/14e van het polderoppervlak en bij handhaving van de kavelslootbreedte is dat bij een kavelbreedte van 100 meter een waterbergend oppervlak van 1/22e. Een duidelijke verslechtering van ruimte gereserveerd voor de opslag van polderwater. De CIE kwam hier niet uit en legde het probleem voor aan de minister van Binnenlandse Zaken. Overwegingen van landbouwkundige aard leidden tot grotere kavels. Daarnaast kwam het accent in de loop der tijd steeds meer te liggen op het neveneffect van die grotere kavels; minder sloten, dus minder kosten. Uit correspondentie van de CIE met de Minister in 1848 blijkt dat de CIE zich hiervan duidelijk bewust was. De uiteindelijke verbreding van de kavels tot 200 meter moet dan ook geheel in het licht gezien worden van de financiële problemen rond de droogmaking waarmee de CIE sedert 1848 kampte. In een brief aan de Minister uit 1849 schrijft de CIE dat onder de druk van de omstandigheden er op de begrotingspost verkaveling flink bezuinigd kon worden ‘omdat de nu meer bekende grote kracht van de drie stoomtuigen tot uitmaling, minder waterberging, dat is minder kavelsloten zal vorderen dan men eerst gemeend had’. De beslissing van de CIE om de kavels 200x100meter, ofwel 20 ha, te maken viel pas in de loop van 1852. Een besluit dat genomen werd onder groot protest van Beijerinck. Met deze kavelgrootte ontstond een verkaveling (kaart 2) met de Hoofdvaart, vier langstochten (IJ-tocht, Nieuwekerker-tocht, Kager-tocht en Slotertocht) en zes dwarstochten (waaronder de Kruisvaart).

Infrastructuur Tot de verkavelingsstructuur behoort niet alleen het graven van kanalen en tochten, maar ook de aanleg van wegen en voorzieningen ten behoeve van de scheepvaart. De verkaveling zou ten dienste van de economische ontwikkeling van de polder moeten staan. De polder werd immers gezien als een belangrijk landbouwgebied. Derhalve diende de inrichting ten dienste te staan van de landbouw. Voor de landbouwbevolking was het van groot belang dat de marktplaatsen rond de Haarlemmermeerpolder goed bereikbaar waren en dat opkopers de door hen gekochte producten zonder al te grote problemen konden vervoeren. Het transport geschiedde per schip of met paard en wagen. Met name jonkheer D.T. Gevers van Endegeest, de voorzitter van de CIE en tevens voorzitter van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw, vroeg in toespraken aandacht voor het landbouwkundig transport. In de plannen van J.A.Beijerinck waren er twee vaarwegen voor schepen met staande mast in de polder: de Hoofdvaart van Noord naar Zuid en de Kruisvaart vanaf De Cruquius naar het dorp Aalsmeer. De wegen die deze vaarten kruisten moesten gebruik maken van beweegbare bruggen. Op de plaatsen waar deze vaarten bij de ringdijk uitkwamen zouden goede aanlegsteigers gebouwd moeten worden om de producten afkomstig uit of bestemd voor de polder te kunnen overslaan. Sluizen waren om waterstaatkundige redenen niet gepland, hetgeen later als een groot gemis werd ervaren. Er zou bij het schutten te veel water vanuit de ringvaart in de polder kunnen komen en men was niet erg overtuigd of

Kaart van de Haarlemmermeerpolder met het gekozen verkavelingsplan. Meer-Historie september 2009


24

de drie stoomgemalen dit extra water wel tijdig konden uitslaan. Aldus besloot de CIE. De CIE diende ook te voorzien in middelen waardoor de polder voor het wegverkeer bereikbaar zou worden. Goede verbindingen waren voor zowel de economisch als de sociale ontwikkeling van het nieuwe gebied van belang. Men koos voor twee verharde wegen, één langs de Hoofdvaart en één langs de Kruisvaart. Van de specie uit beide vaarten zou een aarden baan worden gelegd aan de noordkant van de Kruisvaart en aan weerszijden van de Hoofdvaart. Voor de verharding dacht men aan de zogenaamde MacAdam-verharding, twee lagen steenverharding, naar het principe van de Britse wegeningenieur John MacAdam. De Hoofdweg langs de Hoofdvaart zou deel moeten gaan uitmaken van een verharde weg tussen Leiden en Amsterdam, terwijl de Kruisweg de gemeenten Haarlem en Aalsmeer bereikbaar maakte. Alleen de plaatsen waar de Hoofdweg bii de ringvaart uitkwam waren zeer ongelukkig. Zowel in het noorden als in het zuiden was er aan de andere kant van de ringvaart geen wegenstructuur. Over de ringdijk was slechts een jaagpad aangelegd van anderhalve meter breed met vijf centimeter schelpen. Wel was de ringdijk zodanig breed uitgevoerd dat er ruimte voldoende was om eventueel later dit jaagpad te verbreden tot een rijweg. Als oplossing werd in het noorden vanuit Amsterdam ter hoogte van het dorp Sloten een rolbrug aangelegd en het jaagpad vandaar tot bij De Lijnden verbreed tot een rijweg. Dit geschiedde al in 1847 om de bouwplaats van De Lijnden voor bouwtransporten toegankelijk te maken. In het zuiden maakte men gebruik van een op één kilometer afstand van de polder in de Lisserpoelpolder gelegen pad, de Poellaan geheten, welke een directe aansluiting had op de straatweg van Leiden naar Haarlem. De Poellaan werd verlengd tot aan de ringvaart en van pad opgewaardeerd tot rijweg. Ter hoogte van de ringvaart ging een veerpont varen. Een en ander duurde nog tot in 1854, toen het Rijk na lange onderhandelingen met het bestuur van de Lisserpoelpolder de weg in eigendom kon overnemen. Het jaagpad werd over 700 meter verbreed en uitgerust als rijweg, om de Hoofdweg te kunnen bereiken. Behalve de twee hoofdwegen was er nog een groot aantal dwarswegen dat de polder om de drie kilometer doorsneed. Wegen die een belangrijke verbinding met omringende plaatsen tot stand moesten brengen. De Vijfhuizerdwarsweg zou met een rolbrug worden aangesloten op de Groeneweg naar Haarlem. De eerste dwarsweg onder de Kruisweg (later de Bennebroekerweg) zou verbonden worden met de Bennebroekerlaan teneinde Bennebroek, Heemstede en het station Vogelensang aan de Hollandsche Spoorweg bereikbaar te maken. De Venneperdwarsweg zou met Hillegom een Meer-Historie september 2009

goede verbinding krijgen door verlenging in Hillegom van de Venneperlaan en een brug over de ringvaart. Uit het gehele verkavelingsplan blijkt dat voor het verkeer binnen de polder vooral de waterwegen bedoeld waren en veel minder de landwegen die, omdat ze niet verhard zouden worden (behalve de Hoofdweg en de Kruisweg), slechts in de zomermaanden te gebruiken zouden zijn. Conclusie De nieuwe polder is zeer bewust vormgegeven. Men was zich bewust dat alle ingrepen een grote en langdurige invloed zouden hebben op de (economische) ontwikkeling van de polder. De belangen van defensie, waterstaat en landbouw bepaalden het verkavelingspatroon en de infrastructuur. De plannen van de CIE kregen ook de instemming van de Minister van Binnenlandse Zaken. Hij deelde dus de opvattingen van de CIE in grote lijnen. Met de keuze van de CIE om de kavelbreedte van 100 naar 200 meter te brengen creëerde men een afwateringsprobleem. De CIE was zich hiervan bewust. Financiële problemen in de kostenontwikkeling van de drooglegging dwong de CIE hiertoe. De CIE formuleerde dan ook gelijktijdig de plicht voor de nieuwe grondeigenaren de nodige sloten op eigen grond te graven, zodat de waterhuishouding in het nieuwe gebied geen gevaar zou lopen. De afronding van de inrichtingswerkzaamheden werd afgewenteld op de nieuwe eigenaren. Hans van Velsen, oud-hoogheemraad van het Hoogheemraadschap van Rijnland (1) proefschrift Charles Jeurgens, ‘De Haarlemmermeer’, Universiteit van Tilburg, 1991


25

STELLINGMAAND De invloed van defensie op de infrastructuur van de Haarlemmermeer Onderstaand artikel werd opgesteld ter promotie van het Haarlemmermeerse gedeelte van de Stelling van Amsterdam en wordt gebruikt tijdens de rondleidingen in het Fort bij Hoofddorp tijdens de stellingmaand september. Vóór de inpoldering van de Haarlemmermeer bestonden er ter verdediging van Amsterdam de zogenoemde Posten van Kraayenhoff , aarden vestingwerken om Amsterdam heen. Het Haarlemmermeer was uit defensief oogpunt een belangrijk water, bij de inpoldering zou dit verdedigende aspect verloren gaan. Het besluit om het Haarlemmermeer in te polderen is uit veiligheidsoverweging genomen in verband met de wateroverlast. In 1836 woedde er eerst een westerstorm waarbij het water tot voor de poorten van Amsterdam kwam en later een noordoosterstorm waarbij het water Leiden naderde. Amsterdam werd in die tijd als strategisch belangrijkste stad beschouwd en moest verdedigd worden. Nieuwe verdediging Gelijktijdig met de inpoldering in 1840 werd besloten tot de aanleg van vier forten: Fort aan het Schiphol, Fort bij Heemstede (Cruquius), Fort aan de Liede en Fort aan de Nieuwe Meer. Drie van de geplande forten waren van het type torenfort en zijn in dezelfde tijd gebouwd als de torenforten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Uiteindelijk hebben alleen aan het Schiphol en aan de Liede daadwerkelijk torenforten gestaan. Bij het Fort aan de Nieuwe Meer is een bomvrij wachthuis gebouwd met voor het fort een lunet (= een klein verdedigingswerk met twee schuine naar buiten gerichte zijden). Het gevolg van de ringvaart Het inpolderen ging als volgt: Langs de oever van het Haarlemmermeer werd een ringvaart gegraven, de ringvaart sneed soms stukken land aan de oever van het Haarlemmermeer af zoals bij Vijfhuizen en Kaag eiland. De bouw van de forten vindt gelijktijdig met de inpoldering plaats, waarbij bij het Fort aan het Schiphol de ringvaart achterlangs gegraven wordt, waardoor het fort uiteindelijk in de Haarlemmermeer polder komt te liggen. De aanzet tot het Fort bij Heemstede (Cruquius) komt ook binnen de Haarlemmermeer polder, alleen Fort aan de Liede (betreft het torenfort, dus niet het huidige fort) komt op een eiland in de ringvaart te liggen. Bij het Fort aan de Nieuwe Meer loopt de ringvaart vlak voor het fort langs waardoor de Lunet behorende bij dit fort in de Haarlemmermeerpolder ligt. Na de drooglegging in 1852 wordt het wegenstelsel aangelegd . De eerste weg is de Spaarnwouderdwarsweg, de huidige Schipholweg, tussen de forten Aan het Schiphol en Aan de Liede. Deze weg is ook als

noodkade bestemd, er kan snel een ophoging gemaakt worden en het gedeelte ten noordoosten van die weg kan geïnundeerd worden, waardoor Amsterdam weer een defensieve barrière heeft. De dwarssloten in de Haarlemmermeer polder worden zoveel mogelijk zuidoost-noordwest aangelegd (dat is parallel aan deze weg) waardoor snel oprukken naar Amsterdam bemoeilijkt wordt. Stelling van Amsterdam Door veranderend militair inzicht en technische ontwikkelingen wordt in 1874 de Vestingwet aangenomen, waarbij er een ring van forten rond Amsterdam gebouwd moet worden om deze stad te verdedigen. De afstand tot Amsterdam van deze stelling moet minimaal twintig kilometer zijn waardoor de stad gevrijwaard is van inslagen, daar de reikwijdte van het geschut in die tijd niet verder is. Deze ring van forten moet een beleg van Amsterdam zes maanden kunnen volhouden daarvoor zijn er voorzieningen getroffen voor een verblijf van één miljoen mensen. In de Haarlemmermeer vindt de bouw plaats van forten bij Vijfhuizen, Hoofddorp en Rijsenhout (naam van dit fort is Fort bij Aalsmeer) alsook de geniedijk met enkele batterijforten en andere werken. Bij oorlogsdreiging is het nu mogelijk het gebied ten zuidwesten van deze geniedijk met de forten te inunderen. Inunderen is alleen effectief bij een waterstand van dertig tot vijftig centimeter, dit is namelijk niet te doorwaden maar ook niet bevaarbaar. Met name het deel van de Haarlemmermeer bij Vijfhuizen dat hoger ligt, valt niet te inun-

Meer-Historie september 2009


26

deren, dit geeft namelijk een te hoge waterstand elders in het geïnundeerde gebied. Dit is de reden dat het Fort bij Vijfhuizen een dubbele gracht heeft. Dit geldt ook voor het Fort bij Aalsmeer, zij het dat de strook langs de ringvaart dijk dat niet te inunderen is hier veel smaller is.

Fort bij Heemstede (Cruquius) is een ongerept gebied en het enige stukje militaire verdediging uit de tijd van de droogmaking wat er nu nog over is. Het is in 1918 voorzien van scherfvrije schuilplaatsen om het terugtrekkende leger in de Stelling op te kunnen nemen. Het had toen de naam Voorpositie bij Cruquius.

De sluis De materialen voor de bouw van de enorme forten, waaronder ook het geschut, konden alleen per schip aangevoerd worden. Daarom werd er in 1895 een sluisverbinding vanuit de Haarlemmermeer polder naar de ringvaart gemaakt, ten noorden van het Fort bij Aalsmeer (Rijsenhout) , uit economisch motief is dit destijds bij de aanleg van de polder achterwege gelaten, de inpoldering was immers een veiligheidsmaatregel. Pas nu konden de boeren hun producten per schip vervoeren vanuit de polder naar de ringvaart.

Gijs Dirkzwager

Schiphol

Met dank aan Rene G.A.Ros,secretaris stichting MEGA (Militair Erfgoed Groot-Amsterdam) voor het kritisch doorlezen van dit artikel en het geven van aanvullingen.

DE WILDT DE DE WILDT WILDT

Bronnen: TOYOTAwww.stelling-amsterdam.nl VERKOOP --TOYOTA Website: TOYOTAVERKOOP VERKOOP TOYOTA SERVICE --TOYOTA De Stelling van Amsterdam Harnas voor de HoofdSERVICE TOYOTA SERVICE VENNEPERWEG 389 TOYOTA LEASING stad, uitgeverij Matrijs, 2003 VENNEPERWEG VENNEPERWEG389 389 TOYOTA TOYOTALEASING LEASING 2153 AA NIEUW-VENNEP --Artikel uit Hoofddorpse DeAA geschiedenis van 2153 2153 AANIEUW-VENNEP NIEUW-VENNEP TOYOTA VERHUUR Courant, TEL. 0252 - 672 515 TOYOTA TOYOTAVERHUUR VERHUUR TEL. - 2(3-1-2002), TEL.0252 0252 -672 672515 515 het fort Schiphol, deel 1(6-12-2001) en ...HEEL TOYOTA TOYOTA OCCASIONS ...HEEL TOYOTA ...HEELTOYOTA TOYOTA TOYOTA OCCASIONS auteur Hr.OCCASIONS H Dolman. --Nederland zoals het was zoals het is, W.W. Reijs uitg Bosch en Keuning 3e dr. --De Meer van Weleer, Jos van Andel, Europese Bibliotheek Zaltbommel. --De Stelling van Amsterdam: Het fort bij Cruquius, artikel door Mr. H. van der Molen, Meer--Historie, juni 2001 (Uitgave van stichting MeerHistorie).

Voor het Voor Voor het het actuele aanbod actuele aanbod actuele aanbod r e e m r e rlemm mmeerer van de gemeente HaarlemKaartfragmenten: HHHaaaaharlreelemefmtmamellreesrss......Kaart .... e e mermeer edoor GA de Geus uit 1855, uitg.van Gogh en l l l a a t t f f e e hh www.schenkmakelaars.nl Oldenzeel, Rotterdam. www.schenkmakelaars.nl www.schenkmakelaars.nl Postbus 3103 2130 KC Hoofddorp Postbus3103 31032130 2130KC KCHoofddorp Hoofddorp Postbus Tel. 023 - 568 93 50 Fax 023 - 584 03 74 Tel.023 023- -568 56893935050Fax Fax023 023- -584 58403037474 Tel. E-mail: info@schenkmakelaars.nl E-mail:info@schenkmakelaars.nl info@schenkmakelaars.nl E-mail:

advertenties

De luchtvaart komt tot ontwikkeling, aanvankelijk een onderdeel van de landmacht. Kort na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog wordt er gezocht naar landingsterreinen binnen de Stelling van Amsterdam.Uiteindelijk wordt in 1916 terrein voor dit doel aangekocht in de omgeving van het Fort bij Schiphol, mede omdat een deel van het land al in bezit van defensie was. Wat overgebleven is uit de inpolderingperiode Het torenfort van Fort aan de Liede is in 1914 gedeeltelijk afgebroken maar zeer waarschijnlijk is de begane grond nog aanwezig. Het Fort aan het Schiphol is in 1934 afgebroken , de grond is afgegraven voor de aanleg van een nieuwe provinciale weg. Alleen een verbreding van de ringvaart herinnert nog aan het fort. De aanzet van het Meer-Historie september 2009

bezoek aan: akkerbouw • veeteelt • glastuinbouw bezoekaan: aan:akkerbouw akkerbouw• •veeteelt veeteelt••glastuinbouw glastuinbouw bezoek • bloembollenkwekerij • fruitteelt bloembollenkwekerij••fruitteelt fruitteelt • •bloembollenkwekerij

TV T TV

L o a o

Marianne Koeckhoven-van Haaster MarianneKoeckhoven-van Koeckhoven-vanHaaster Haaster Marianne Venneperweg 150 Venneperweg150 150 Venneperweg 2153 MA Nieuw-Vennep 2153MA MANieuw-Vennep Nieuw-Vennep 2153

tel.: 0252 - 621 458 tel.:0252 0252- -621 621458 458 tel.: fax: 0252 - 621 459 fax:0252 0252- -621 621459 459 fax:

S

OOK UW ADRES V OOK UW UW ADRES ADRES V V OOK


27

LUCHTVAART Hoe Schiphol de Meer introk Het is dit jaar precies 75 jaar geleden dat het fort Schiphol werd gesloopt. De naam Schiphol was toen echter al (in 1916) van het fort overgegaan op het aanpalende vliegveld. Maar hoe is die naam eigenlijk de Haarlemmermeer binnengetrokken? Een reconstructie door Jan Willem de Wijn. Exit scheepshel ‘A naval battle over an airport’; de luchthaven Schiphol maakte vorige eeuw prachtige brochures waarin de slag op het Haarlemmermeer zich boven het huidige luchthavenareaal afspeelde. De toevoeging dat Schiphol eigenlijk een ‘scheepshel’ betekent, sloot naadloos aan bij dit plaatje. Een plek in het noordoosten van het Haarlemmermeer waar schepen bij zware storm vergingen. Een enkeling waagde het om hier de betekenis van een ‘scheepshaal’ waar schepen over een dam werden getrokken (à la Overtoom) in te zien. Maar voor beide theorieën ontbreekt elke grondslag in de oudste bronnen waarin de naam ‘Schipholl’ 1 voorkomt. De oudste vermelding dateert van 1447. Het gaat dan om “vier maden lands, liggende in Aelsmeerbanne in Schipholl”. Op de hierbij afgebeelde kaart (1) van Cornelis

(1) Nieuwenhoven uit 1770 zien we het geknikte gebied ‘t Schipholl’ in het uiterste noorden van Aalsmeer, net onder Rietwijckeroort of Rijkeroort (Amstelveen). Het is een ‘landnaam’. De ‘waternamen’ als Scheepshel en Scheepshaal passen hier niet. Het water van het Haarlemmermeer ligt gewoon te ver af. De betekenis van de naam is ooit uitgeplozen door taalkundigen en valt in twee delen uiteen. ‘Schip’ of ‘scip’ komt oorspronkelijk van het Oostgotische ‘scipuar’ en betekent: hout snijden, kappen, een afgesneden stuk boom. En het ‘Holl’ betekent laaggelegen, drassig land. Schiphol zou dus een drassig stuk land moeten zijn met geboomte.2 Via de sloot De noordelijke grens van Het Schipholl wordt gevormd door de sloot die vanuit Amstelveen uitwatert op het Oude Meer (Haarlemmermeer). De naam van het

gebiedje wordt in 1610 ook al gebruikt voor die landscheidingsloot tussen Amstelveen en Aalsmeer, zoals te zien is op de kaart van Balthazar Floris van Berckeroo Gz. (2). In de negentiende eeuw verhuist de naam via de sloot richting de oever van het Haarlemmermeer.

(2) Aan die oever worden in 1810 in Rietwijkeroord twee verdedigingswerken opgericht door minister van Oorlog Cornelius Krayenhoff. Op dat moment heeft Nederland zijn eerste koning Lodewijk Napoleon. Sinds die aan de macht kwam in 1806 begon hij zich steeds meer Nederlander te voelen. Té veel naar de zin van zijn broer, keizer Napoleon. Die dreigt Nederland binnen te vallen om zijn broer desnoods met geweld van de Hollandse troon te verwijderen. Vandaar de verdedigingswerken van Krayenhoff. Die heeft de les van 1787 geleerd. In dat jaar konden Pruisische troepen vanuit de haven van Aalsmeer ongehinderd langs de kust van Rietwijkeroord varen en via het Nieuwe Meer landen aan de Kalfjeslaan. Daar vandaan trokken ze op naar Amstelveen om de patriotten die zich daar verschanst hadden in de rug aan te vallen. Rijkeroorter posten Voor het geval dat Napoleon zou overwegen die truc ook uit te halen, werden twee verdedigingswerken aan de oever ingericht.3 In 1811 werd Rietwijkeroort op speciale last van het Cadaster opgemeten door H. Hogerdijk.4 Ongeveer in het midden van de Rietwijkeroorter kust zien we een groter verdedigingswerk en helemaal in het zuiden, op de grens met Aalsmeer is een kleiner werk te zien (de langwerpige kaart (3). Het gaat hier om zogeheten Posten van Krayenhoff. Aan het zuidfront van de verdedigingslinie van de hoofdstad liet hij de Redoute van Rijkeroort aanleggen, het grotere verdedigingswerk (post nr.17) en, vanuit het zuiden gezien, de kleinere Rijkeroorter voorpost (post nr. 16). 5 De website www.stelling-amsterdam.nl/forten/ schiphol meldt over de grotere post: “Post nummer 17, de redoute van Rijkevoort. In 1841 verkocht i.v.m. droogMeer-Historie september 2009


28

legging van de Haarlemmermeer en vergraven. Locatie onbekend.” Dankzij deze kaart van Hogerdijk is die locatie nu dus wel bekend! Dat kleine van die voorpost valt overigens nogal mee, want in de dagorders uit 1810 blijken er 60 man van het 8e regiment infanterie in te zijn geplaatst. In datzelfde jaar moest de koning zwichten voor zijn broer de keizer. Holland werd toen gewoon ingelijfd in het Franse rijk. En nadat Napoleon zijn Waterloo had gevonden en Nederland een koninkrijk werd, leek de noodzaak van deze militaire werken te vervallen. Batterij Schipshol Maar in 1818 blijkt er nog steeds een batterij te staan in de Rijkeroorter voorpost die inmiddels is vernoemd naar het gebiedje waar de sloot vanuit Amstelveen uitwa(3) tert: ‘Schipshol’. Dat ontdekte ik bij onderzoek naar de Aalsmeerse Schinkelpolder toen ik bij Rijnland een kaart van die polder aantrof met helemaal in het hoekje rechtsboven, net aan de andere kant van de landscheidingsloot, de batterij. Het verdedigingswerk op de (hier gekantelde) kaart (4) bestaat zo te zien uit vier delen met een dak boven het middelste deel waar het voetpad langs de kust van het Haarlemmermeer onderdoor loopt.6 Deze gronden aan de oever werden in 1841 verkocht omdat hier de Ringvaart voor de latere Haarlemmermeerpolder moest worden aangelegd. Op de kaart uit 1843 (13) zien we echter dat op de plaats van de batterij linksonder rekening wordt gehouden met een vergroot verdedigingswerk. Het kavel 207 betreft

(5) het nog steeds bestaande vestingwerk, maar in dat jaar worden tal van omliggende kavels aangekocht, onder meer voor de bouw van een toegangsweg naar het nieuw aan te leggen ‘Fort bij Schiphol’. Haarlemmermeerse basislijn

(13) De aanleg van Fort Schiphol stond niet op zichzelf. Tussen 1843 en 1846 werden in totaal vier forten langs de oever van het nog niet drooggemalen Haarlemmer-

(4)

Meer-Historie september 2009

(6)


29

meer aangelegd: ook Fort De Nieuwe Meer, Fort De Liede en Fort bij Heemstede. Tussen de forten Schiphol en De Liede werd de basislijn voor de hele verkaveling van de nieuwe polder getrokken. Die lijn werd na de droogmaking de Spaarnwouderdwarsweg (tegenwoordig Schipholweg). Die twee forten bewaakten deze weg omdat daarlangs, in geval van een oprukkende vijand, een inundatiekade kon worden opgeworpen. Ten zuiden daarvan kon de polder ‘dras en plas’, dus onder water gezet kon worden. Wadende of varende vijanden konden dan door beide forten onder vuur genomen worden.7 In 1844 staat Fort Schiphol te boek als een vestingwerk van eerste of tweede klasse en in 1852 is het fort klaar. In datzelfde jaar is ook de droogmaking van het Haarlemmermeer een feit. Op onderstaande kaart uit 1855 van ‘Droog gemaakt Haarlemmer Meer’ is de basislijn tussen de twee ‘defensietorens’ duidelijk herkenbaar (6). Vaart om fort heen

(8) de droogmaking in 1852 automatisch is verhuisd vanuit Rietwijkeroord (Amstelveen) naar de nieuwe gemeente Haarlemmermeer. De Ringvaart is immers de (gestippelde) grens. Op diezelfde kaart uit 1878 is het geknikte voormalige gebied ’t Schipholl onder Aelsmeerbanne’

(9) rechts goed herkenbaar en aardig verveend. De sloot die het gebied aan de noordzijde afsluit heet nu: Schipholkade.

(7) De directie van Fortificatiën vervaardigt in 1843 een tekening (5) waarop te zien is dat een heel stuk oeverland wordt voorzien voor de aanleg van een Ringvaart en droogmakerijkade. Vergelijk de vormen van de kavels maar eens met die op de andere kaart (13) uit datzelfde jaar. De ronde vorm ten behoeve van de ronde defensietoren voor het fort boven ‘Het Schiphol’ is (5). De grond achter de defensietoren wordt afgegraven zodat de Ringvaart van de polder om het fort wordt heengeleid. Op de topografische kaart uit 1878 (7) is dat goed te zien.8 Daaruit blijkt dat de naam Schiphol bij

Bomvrije toren Op deze kaart is ook te zien dat het gebied rond de ronde defensietoren trapeziumvormig is. In het midden daarvan staat het bomvrije stenen toren-

(12)

Meer-Historie september 2009


30

(10) fort. Fort Schiphol bood plaats aan acht vuurmonden (kanonnen). En ernaast werd een woning voor de fortwachter gebouwd. Op foto van het fort (12) en de luchtfoto (8) is het huis achter de bomvrije toren zichtbaar. De luchtfoto kan gedateerd worden op augustus 1916. Aan de voet van Er staan immers vier houten vliegtuigloodsjes die op dat moment gebouwd worden op de eerste twee kavels die het ministerie van defensie kocht van boer Knibbe. Op 19 september 1916 zal het eerste (militaire) vliegtuig op het vliegveld Schiphol landen. De besluitvorming over deze locatie voor een vliegveld binnen de Stelling van Amsterdam is wellicht mede ingegeven doordat een deel van de gronden (zo te zien waar de twee linkse hangaars op staan) ‘Rijks militaire gronden’ van Domeinen zijn (13). Fort in de weg Als de Eerste Wereldoorlog voorbij is, ebt langzaam ook de oorlogsdreiging weg. Dat leidt ertoe dat het Fort Schiphol bij Koninklijk Besluit van 28 mei 1926 kan worden opgeheven als vestingwerk. In de tussentijd is de KLM op 17 mei 1920 gestart met burgerlijndiensten op het militaire vliegveld. Er treedt een verschuiving van militair naar civiel op. Het rijk heeft de grond dus niet meer zo hard nodig, maar de provincie NoordHolland des te meer. Er moet een provinciale weg worden aangelegd van Haarlem, via Amstelveen naar het Gooi. Het handigste is de Schipholweg doortrekken, maar dan ligt het fort (letterlijk) in de weg. Er wordt in 1931 een grondruil gesloten tussen rijk en provincie, waardoor in 1934 kan worden begonnen met de sloop van het fort (9). Op 27 september van dat jaar (dus nu

(11)

Meer-Historie september 2009

driekwart eeuw geleden) is de grondslag van de verhuizing van de naam Schiphol naar de Haarlemmermeer verdwenen. In het jaar daarop wordt een begin gemaakt met de aanleg van een draaibrug in de provinciale weg (10). Op die laatste foto is in de linker bovenhoek nog een deel van de kazerne Schiphol zichtbaar, speciaal voor de huisvesting van het militaire personeel van het vliegveld. In 1937 is de brug over de Ringvaart voltooid en kan van Haarlem naar het Gooi worden gereden. Samen met de inmiddels aangelegde autosnelweg A4 van Amsterdam naar Den Haag, die de provinciale weg snijdt, heeft de luchthaven Schiphol een snelle ontsluiting gekregen. De loodrecht luchtfoto (11) uit 1938 laat de aanleg van Bosplan (het Amsterdamse Bos (rechts) zien, alsook de start van de aanleg van een verhard banenstelsel op de luchthaven met ‘Amsterdam’ op het platform. 9 Bijna bij Haarlem Na de opening van Schiphol-Centrum in 1967, raakte de naam Schiphol in 2003 nog ‘verder van huis’, toen de Polderbaan in gebruik werd genomen. Schiphol ligt nu bijna tegen Haarlem aan. Is die naam in ruim vijf eeuwen van Aalsmeer, via Amstelveen naar midden in Haarlemmermeer ‘umgewandelt’, pikt de hoofdstad ‘m in! Anno 2009 staat nog steeds op het stationsgebouw van de luchthaven aan airside: ‘Amsterdam-Schiphol’. Historisch onjuist, maar ja…. Jan Willem de Wijn Noten en bronnen 1 . Maarten ’t Hart, Het oude Schiphol gelokaliseerd, in Oud Nuus, 8e jrg, nr. 3, juni 1978 2. B.J. Hekket, Wat betekent Schiphol?, NRC Handelsblad, 28 maart 1978 3. Jan Willem de Wijn, Wat de koning van de hertog leerde, Schipholland, 7e jrg, nr. 4, 19 maart 1983 4. Noord Hollands Archief, K.6109, A(492.629.072)1, RANH, oude nummering 5. http://www.stelling-amsterdam.nl/forten/schiphol : meldt abusievelijk ‘Rijkevoorter’ posten. 6 Hoogheemraadschap van Rijnland, Kaartenverzameling, A. 1075 7 . D.T. Gevers van Endegeest, Over de droogmaking van het Haarlemmermeer (Amsterdam 1861) 108 8 Bonnescan Haarlemmermeer e.o., 1878, Verzameling Vrije Universiteit, Amsterdam 9 . (Lucht)foto’s: archief Schiphol Group


31

Buurman Toen de school uitging, fietste ik naar huis om me snel te verkleden. Het was slechts een kilometer of vijf zes naar de Hoofdweg 242. Met aardappels rapen kon ik extra geld verdienen voor een duster. Ik was net dertien, geen kind, maar ook geen vrouw, meer een dametje in de dop. Nog maar net in de raappoLaura de Koning sitie, met vóór me het stuk gerooide aardappels, naderde een korte gestalte. Het was de oude boer van hiernaast. Toen we als arbeidersgezin hier een paar jaar geleden kwamen wonen zei mijn moeder over hem: ‘Zorg dat je nooit met deze man alleen bent. Hij deugt niet!’ Maar mijn moeder overdrééf altijd. Hij kon hooguit een béétje slecht zijn. En daarbij, ik maakte zelf wel uit wat ik deed! Ik had ervoor kunnen kiezen om weg te lopen. Maar ik wilde zó graag de roze gewatteerde duster met kanten ruches kopen, die ik in de manufacturenwinkel van Versluis en Broers gezien had, dat ik het metaaldraden mandje voor me bleef uitschuiven. Vól moest die mand, en de volgende ook. Met twee handen tegelijk raapte ik zoveel mogelijk aardappels in één keer. Als ik flink doorwerkte, kon ik wel vijf mandjes in een half uur halen. En daarbij, de boer had een flink aantal meters voor me gerooid, dus dat moest wel áf. Toen hij vlak voor me stond sprak hij me, vanuit de hoogte aan. Met zijn linkerlaars trapte hij enkele aardappels die ik nog moest rapen diep de klei in. Mijn moeders woorden maalden door mijn hoofd. ‘Zo, wie ben jij?’ vroeg hij zijn onderlip naar voren duwend. Even wist ik niets uit te brengen, terwijl ik toch niet op mijn mondje gevallen was.Omdat ik me pas geleden een kort ‘beatle-kapsel’ had laten aanmeten, kon ik mijn gezicht niet meer verbergen achter mijn ‘gordijntjes’-lange haar. ‘Ben jij van híér?’ ging hij verder en stak zijn duimen achter zijn bretels waardoor zijn buik naar voren helde. Ik zat op mijn knieën en liet mijn achterwerk langzaam op mijn enkels zakken, zorgend dat mijn ogen strak op een punt aan de horizon gericht waren. Slechts het standsverschil dat ík een dertienjarige dochter van de boerenknecht en híj landeigenaar van hiernaast was, zorgde ervoor dat ik niet wegvluchtte. ‘Ja, ik woon sinds een jaar naast boer van Beem’, antwoordde ik kortaf. Ik krabbelde omhoog en bekeek mijn vieze handen uitvoerig. Ik voelde hoe zijn ogen mijn lichaam aftastte en voelde me steeds onbehaaglijker worden. Toen ineens, keerde hij zonder te groeten zich om en beende over de nog ongerooide aardappelruggen richting boer-

derij. Met trillende handen streek ik mijn vieze vingers door mijn haar. Kleikorreltjes drupten richting aarde. Mijn adem stokte, mijn keel hoestte stof uit. Mijn hoofd draaide zich af naar de nog ongerooide aardappelruggen die bedekt met blauwwitte bloempjes op hun groene loof zachtjes met de wind meebewogen. Nog één keer keek ik zijn richting uit. Zijn bruine manchester broek – die ik nu nog kan ruiken - slobberde om zijn benen. Vastbesloten geld te verdienen, zakte ik weer door mijn knieën. En dacht alleen nog aan de benodigde dertien gulden voor mijn felbegeerde duster. Na het aardappelseizoen kwam boer van Beem bij ons aan huis . Hij kwam nooit zomaar langs. ‘Willem’, zei hij tegen mijn vader, ‘het is al dagen stil op de boerderij van de oude boer hiernaast. Wil jij er eens gaan kijken?’ ‘Ik ga niet alleen’, verweerde mijn vader zich en keek stuurs lángs de jonge boer. Samen gingen ze poolshoogte nemen. Nooit vergeet ik de uitdrukking op mijn vaders gezicht, toen hij terugkwam. Op mijn moeders vragende blik knikte hij zwijgend. Zijn waren ogen in een donkere blik naar binnen gekeerd. Met lange pauzes kwam mijn vaders verhaal eruit. Vooraf aan zijn daad, had de boer een uitgebreide maaltijd tot zich genomen. Toen ze hem vonden waren een mierenkolonie, een zwerm strontvliegen en andere insecten bezig de overblijfselen op te ruimen. Hij had een nieuw dik touw bij de ijzerwarenwinkel Zwager in Hoofddorp aangeschaft. Mijn moeder vertelde ons later: ‘Hij deed vieze dingen met jongens, hij moest ‘zitten’. ‘Blijkbaar wilde hij liever hangen dan zitten’, giechelde ze zenuwachtig. Zou hij gedacht hebben dat ik een jongetje was, vanwege mijn korte haar en rechte lijf, vroeg ik me af. Mijn buurjongens, waar ik soms mee speelde, waren met de mannen meegegaan op zoek naar de boer. Op een middag, een tijdje erna, trof ik ze vechtend over de grond aan. ‘Blauw, blauw was hij’, gilde de één. ‘Nietes, paars, hij was zo paars als wat!’ gilde de ander met overslaande stem. ‘Hou op’, stampvoette ik. Toen ze mij opmerkten kwam er verandering in de kluwen jongens. Gemeen grijnzend kwamen ze op mij af. Schel lachend draaiden ze bokkensprongen makend om me heen. ‘Zo ging het, zijn ogen puilden uit zijn gezicht. Kijk zo!’ De oudste tilde de jongste omhoog terwijl zijn handen diens keel dichtknepen. Jongensbenen spartelden net boven de grond. Zijn gezicht zwol rood op. ‘Nee nee, niet doen’, schreeuwde ik en sloeg mijn handen voor mijn gezicht. Maar hij bleef doorgaan. Toen het gekreun wegstierf ging ik er als een haas vandoor. Zouden alle broers zo met elkaar omgaan, vroeg ik me alweer af. Maar mijn duster is er gekomen en móói dat ik me erin voelde! Ik heb er nog jaren plezier van gehad. Laura de Koning, Meer-Historie september 2009


32

LISSERBROEK Reisclubs in Lisserbroek In Lisserbroek hebben in de beginjaren vijftig twee reisclubs zich verdienstelijk gemaakt met het organiseren van een jaarlijkse uitgaansdag. Afzonderlijk van elkaar waren er enkele bewoners van de Lisserdijk en de Hillegommerdijk in hun woonomgeving aan het informeren of er belangstelling was om een dagje met buurtgenoten op stap te gaan. Aan ontspanning werd weinig tijd besteed want het was zo kort na de oorlog, werken van licht tot donker en de zondag is de dag des Heren en dan trok men veelal twee maal ter kerke.

Reisclub Lisserbroek 1958. (Foto: privé-collectie Laura de Koning) v.l.n.r. bovenste rij: Gerrit de Jong, To Verhoeven, Tinus de Jong, Cobie Eveleens, Riek Gort van der Tang, Carel Gort, onbekend, onbekend, Henk Sluijmer, Willem Imanse. v.l.n.r. 2e rij van boven: Freerk in ’t Veld, Piet de Jong, Cor Slootweg, Bertha de Jong, Bertus Verhoeven (broer van To), onbekend, Piet Breijer, Jannij Breijer Scheffer, Cor Sluijmer Hof. v.l.n.r. 3e rij van boven: Cor Oele, Nellij Oele, Johanna van der Wal de Kwaasteniet, Willem van der Wal, Ge Slootweg de Jong, Gerrit de Keizer Swets, Nol de Keizer, Mijntje de Keizer de Graaf, Leen de Keizer. v.l.n.r. voorste rij: chauffeur?, Hilda in ’t Veld de Jong, Gerrit van der Wal, Adrie van der Wal Kuijt, Catharina Imanse Bauwer, Arie Imanse, Corrie de Koning van de Haak, Willem de Koning, Truus van Wirdum den Dekker, Co van Wirdum, Johannes Korsuize.

De leden van het in 1949 opgerichte comité ‘Ouden van Dagen’ bezochten toentertijd de inwoners van Lisserbroek welke eigenaar van een auto waren met het verzoek of ze bereid waren zich voor één dag per jaar vrij te maken om met de ouderen inwoners uit het dorp een dag te gaan toeren Zo kon het gebeuren dat er een aantal jaren – tot ca. 1953 - achtereen ± 20 auto’s in colonne met oudjes een van te voren uitgestippelde route gingen rijden om de ouderen te plezieren..Dit hebben ze enkele jaren volgehouden om daarna er met een gehuurde bus van Maarse en Kroon er op uit te gaan. Vanaf dat moment gingen de leden van het comité huis Meer-Historie september 2009

na huis langs de deuren om geld in te zamelen om de bushuur te kunnen betalen. Dat gebeurde met intekenlijsten, waarop aangetekend werd hoeveel men bijgedragen had. Wegens de privacy gebeurde dat daarna met collectebussen – overtollige exemplaren van het Rode Kruis! Bij thuiskomst werden de Ouden van Dagen ingehaald door een fanfarekorps. Tot 1958 was dat het Lisserbroekse fanfarecorps O.K.K. (Oefening kweekt kunst). Daarna wisselden de fanfarecorpsen ‘Trouw moet blijcken’. en ‘Canita tuba’ uit Lisse jaarlijks bij de welkomstceremonie. Dit deden ze tot ongeveer 1975. Leuk is


33

Lisserbroekse reisvereniging op reis naar ‘Berg en Dal’ in Nijmegen. Deze vereniging heeft circa 15 jaar (1955-1970) bestaan. (Fotoarchief Oud Lisserbroek, Aart Donker) Achterste rij staand v.l.n.r.: Izaak de Kooker, Kees Oele, Arie Bos (voorzitter), Janus in ’t Veld (in de deuropening), Cor Oele, Wil Oele van Hamme, Tinus van der Voet, onbekend, Arie Imanse, vrouw van Janus in ’t Veld, vrouw van Nol de Keizer, onbekend, onbekend, Willem van der Wal. Rij daarvoor staand v.l.n.r.: Cor van Schoonderwoerd den Bezemer, Aad den Butter, Piet Wijnhout Sr., Jo Korsuize Staal, Theo Korsuize, Aart Wijnhout, Piet Breijer, Jannie Breijer, Catrien Imanse Bauwer, Maartje le Feber, Nol de Keizer, Gerrit van der Wal, vrouw van Willem van der Wal, buschauffeur Cardol en Klaas Honcoop. Voorste rij v.l.n.r.: Freek in ’t Veld, Steef Wijnhout, Mien Imanse, vrouw van Kees Oele, Bert? (vriend van Bertha de Jong), Bertha de Jong, Gijsje Wijnhout, Hilly de Jong, Truus van der Zaal, Riek Wijnhout Berlijn, Hil Wijnhout Imanse, Dinie le Feber, Adrie van der Wal Kuyt en Tinus de Jong. Liggend ervoor: Pietje Wijnhout.

het te vermelden dat 60 jaar na dato er nog steeds een comité Senioren zich inzet om een uitgaansdag voor onze ouderen te organiseren. In die jaren had Lisserbroek een eigen identiteit en de inwoners een geheel eigen levenspatroon waardoor er ook een gemeenschapskarakter ontstaan is. De uitgaansdag voor de oudjes was voor enkele dorpsgenoten min of meer de aanzet om òòk een uitgaansdag te willen gaan organiseren voor jongeren. In Lisserbroek heerste er vooral in die jaren een mentaliteit van ons kent ons, van standverschil was geen sprake. De maatschappelijke isolatie bracht de mensen dichter tot elkaar en daardoor ontstond er onder buurtgenoten een band van saamhorigheid. Mooie basis om met elkaar iets te gaan ondernemen want een dagje uit in die tijd was al een belevenis op zich. Van op vakantie gaan was geen sprake, het kwam zelfs niet eens in gedachte. Voor zover ik heb kunnen nagaan en uit overlevering

heb opgetekend zijn de twee clubs na enkele jaren opgegaan in een reisclub en deze hield in 1970 op te bestaan want toen was er voor velen wat meer financiële ruimte om zelf er eens op uit te gaan. Op de eerste foto zijn de deelnemers in hoofdzaak woonachtig aan de Hillegommerdijk. Op de tweede foto, voor de bus, betreft het in hoofdzaak bewoners van de Lisserdijk. Helaas zijn de meeste mensen op de foto’s niet meer onder ons en is het moeilijk om alle namen van de deelnemers aan de uitgaansdagen te traceren. Ik ben nog steeds doende om te proberen de namen te achterhalen dus zijn er onder u die mij aan aanvullende informatie kunnen helpen, dan hoor ik dat graag. Aart Donker

Meer-Historie september 2009


34

STRAATNAMEN Koperslager vanzelf, niets nieuws onder de zon, mensen zijn altijd op zoek naar welvaart.

Klink, klink. Venijnig getik klinkt uit een schuurtje in een achterafsteegje. Drie koperslagers aan het werk. Een bijzonder tafereel dat goed in een museum over oude ambachten past. De een voorziet de binnenkant van een koperen pan van een tinnen laagje. De ander deukt een koperen ketel uit. De oudste zit op de grond, sigaret aan zijn lip, en slaat kolen klein. Welkom in de koperbuurt van oud Ankara. Er is heel veel te zien in Ankara en vooral koper, heel veel koper. Enorme pannen, kandelaren en koffiepotten en alle koperen spulletjes worden buiten opgepoetst. Van Ankara naar de Teuten, wat nu weer, zo zullen mijn lezers denken. Kinderen kunnen soms een beetje teuten, grote mensen trouwens ook wel .Een borreltje te veel gedronken is ook een optie maar in een artikel over de koperslager neem ik U mee naar de Kempen waar vanaf 1600 eeuwenlang koop en ambachtslieden vanuit de Zuidelijke Nederlanden naar Duitsland en meer nog naar Denemarken trokken. Een belangrijk onderdeel vormde de ketellappers of koperteuten, ze herstelden potten en pannen maar verkochten ook nieuwe koperwaar, keukengerief, sloten en soms zelfs ook vuurwapens. Brabanders vooral en in Denemarken verwierven zij een monopolie. Dat werd hen door de Koning verleend, alleen zij mochten handel drijven in koperen waren en de reparatie verrichten. Sommigen droegen een rugmand met daarin apparaten om een smidsvuur aan te leggen. Dat deze mensen om economische redenen deze reizen ondernamen spreekt eigenlijk Meer-Historie september 2009

In het Limburgse Horst is een klein Koperslagermuseum. Den Heer P. van Beele en zijn vrouw vertellen u alles over dit toch wel uitstervende beroep. Met veel enthousiasme laten zij U hun enorme collectie oude koperslagergereedschappen zien en ook hoe een koperen voorwerp geslagen wordt. Een plaat koper, bolle hamertjes en het drijven[vormen] tot een bord of ketel kan beginnen. Koper laat zich gemakkelijk bewerken en de Grieken haalden in de oudheid hun koper van Cyprus. Erts van Cyprus, de oude benaming van het eiland was Cuprum en het gele koper wat er gevonden werd had ook deze naam. Buiten Europa zijn kopermijnen in Chili, Peru en ook wel in de Verenigde Staten van Amerika. En in Twijzelerheide in het mooie Friesland woont Tjipke van der Velde en hij weet dat de koperslager of ketellapper bij de deuren langs ging en aan huis koperen voorwerpen oplapte. Ook op boerderijen werd koperwerk veel toegepast aan melkemmers, melkbussen e.d. En zo kom ik nu wel heel dicht bij huis. Zoals velen van u kunnen weten, beheert de Stichting Meerhistorie de Witte Boerderij aan de Hoofdweg in Hoofddorp. Er gebeurt daar veel, vooral op het gebied van de conservering en de registratie van oude voorwerpen. De onlangs overleden Hans de Wolf bracht kort voor zijn dood nog een koperen oliekannetje afkomstig uit Schapenburg, dat is de naam van de boerderij waar Hans en de werkgroep restauratie elke woensdagochtend bezig zijn. Zijn makkers missen hem zeer en zij niet alleen! Het bodem van het kannetje is hersteld door de koperslager. Zo deed men dat. Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen! Nog ĂŠĂŠn straatnaam uit de wijk Welgelegen rest mij, Spinner is de laatste en als afsluiting van de verhaaltjes over oude beroepen neem ik u dan mee naar sprookjesland! Laura de Jong Bronkhorst.


35

Familie Bertels: de jaren na Haarlemmermeer (slot) 1889 was ook het geboortejaar van Adolf Hitler, latere nazi-dictator van Duitsland, en drie weken later werd Otto Frank, vader van Anne Frank, geboren. Op dit adres (Moriaansteeg, Leiden) komt er eindelijk stabiliteit, er is gezelligheid in het gezin, ’s avonds M. Rijkelijkhuizen vermaken ze zich samen met gezelschapsspelletjes en de vijf kinderen worden groter totdat de twee oudste zoons zullen komen en gaan om hun vak te leren: Johan, als eerste, vertrekt de dag na zijn 17e verjaardag, op 12 November 1892, naar Den Haag, waar Engeln uit Mesum ook een zaak hebben; vandaar gaat hij naar Vlaardingen en komt anderhalf jaar later terug. Hij wordt nu in Leiden’s bevolkingsregister ingeschreven als ‘winkelbediende’ maar twee weken later vertrekt hij weer naar Den Haag waar in de Schoolstraat een bedden en matrassenzaak met atelier is. Na negen maanden komt Johan weer terug in Leiden, net een maand voordat zijn vader 60 jaar wordt. Uiteindelijk zal hij naar Nijmegen gaan waar hij o.a. bij Meier en Josephy in de Molenstraat, mensen die ook uit WestFalen kwamen en van wie hij uiteindelijk de zaak kocht: Een half jaar nadat zijn jongere broer Herman in Beesd is getrouwd, huwt Johan in 1902 met Elisabeth Cornelia Maria Willemsen (geb. Arnhem) en in 1910 is hij eigenaar van het grote pand aan de Kannemarkt 15, zijn winkelnaam is ‘De Twee Witte Ganzen’. In 1913 is hij ‘Koopman in bedden en tapijten’. In 1915, als er in Nederland circa 75.000 telefoonaansluitingen zijn -de meesten puur zakelijk-heeft‘J.A. Bertels, Bedden en Tapijten, Kannemarkt 15’, het nummer 1523. 189 6 - 03 -21 Herman (16 jr), de tweede zoon, gaat naar Amsterdam om daar zijn vak te leren en als hij een jaar later terugkomt zijn zijn ouders inmiddels 62 en 52 jaar, en zijn zij Oudste zoon Johan zal succesvol met de twee doch- worden in Nijmegen: J.A. Bertels, ters Cor en Anna Bedden en Tapijten

en zoon Nars weer verhuisd, enkele straten verder, weer luttele meters bij de RK Hartebrugkerk, maar nu op de hoek van de Lange Mare en de Claresteeg (of Klarensteeg). Zal dit nu eindelijk de laatste keer zijn? Herman vertrekt vandaar naar Beesd waar hij voor Schlatmann gaat werken. Schlatmann, ook uit Westfalen (Neuenkirchen) en die ook met meerderen naar Nederland emigreerden naar Hoorn, Leiden, Beesd en ook in Haarlem. Maar er is noch een andere familie in Beesd die Bertels in Hoofddorp heeft leren kennen: de slagersfamilie Kroese, die auteur Kieviet ook in zijn Dik Trom boeken noemt, met zoveel andere ‘dorpsgenoten’ zoals veldwachter Flipsen. Waar Mesum te klein was voor werkzoekenden is ook Beesd te klein: drie zoons van Krijn (Quirinus) Kroese en Geertrui van Sweserijnen, alle drie ook slager verlieten Beesd. Twee zoons, Dirk (Theodorus Augustinus) met zijn bruid Cornelia van Walsteijn en de jongere broer Krijn (Quirinus) met echtgenote Johanna Egnberta van Leeuwen kwamen naar Haarlemmermeer: Dirk werd de slager in ‘het dorp’ en Krijn, ook slager, woonde ‘aan de dijk bij de Cruquius’ De familie Kroese is ook ‘Roomsch Katholiek’ net als Bertels, en –zoals gebruikelijk- gingen de zoons naar kerkgenoten om hun vak te leren en meestal woonden ze dan ook in bij het gezin. Het idee dat een Hervormde jongen naar een Joods gezin zou gaan was onbedenkelijk. Dus ook voor de katholieke Johan en Herman: naar Schlatman, naar Engeln en Feld. Omdat de jongens zo jong waren wanneer ze van huis vertrokken waren het meestal familie of goede bekenden aan wie de ouders hun zoons (en dochters) toevertrouwden. Herman gaat ook in Wageningen werken bij Dierkes met wie hij ook een goed band opbouwt, maar keert terug naar Beesd, waar hij - als eerste van de vijf kinderen - in 1902 huwt met Wilhelmina Cornelia Rennen, die samen met haar weduwe moeder een kruideniers / bakkerszaak hebben op de Voorstraat. Daar zal Herman een manufacturen / kruidenierszaak succesvol maken en zij zullen voor het eerste kleinkind: Johannes Herman Joseph Bertels ‘Jan; zijn grootmoeder ‘Francisca Rennen van Straaten’ is zijn peetmoeder als hij op 15 maart 1903 gedoopt wordt in Beesd. In Leiden breken er eindelijk makkelijkere tijden aan voor het echtpaar: na Corrie’s leertijd in Scheveningen en Den Haag, Anna’s leertijd in Zwolle en Arnhem (tot zelfstandig naaister) en Nars (tot kleermaker) in den Haag en blijven de twee dochters Corrie en Anna –’modiste’ en ‘hoedenontwerpster’ en zoon Nars een uitstekende ‘kleermaker’ bij de ouders wonen. Nars had eigenlijk liever boer willen worden, zijn dagen bij de broers en zussen van zijn moeder in Noordwijkerhout Meer-Historie september 2009


36

en omstreken bevallen hem uitstekend: het leven, de koeien in de stallen en de geuren op de boerderijen, hij vindt het prachtig en geniet ervan. In de vakanties en zondags gaat hij er vaak heen. Maar helaas is boer worden voor hem geen optie. Als kleine jongen –werd hem verteld- was hij uit de kinderstoel gevallen en zijn voetje verkeerd gezet, en hij kon daarom geen klompen dragen. Als klein kind zat Nars altijd in kleermakershouding op zij stoeltjes, en vandaar hem als kleine jongen al werd verteld, dat hij wel kleermaker zou worden... Hij had ook een jaar bij een advocaat gewerkt, maar dat was hem helemaal niet bevallen: hij wilde een vak leren en dat heeft hij dus gedaan. In de leer gegaan bij versliggende ‘bazen’ iedere keer weer wat anders leren en wat meer verdienen ‘een dubbeltje per uur’:. Voor Peek & Cloppenburg en Creymborg werkt hij ook een tijd. Tegelijkertijd moet je je eigen klanten gaan werven en Nars gaat op de fiets of lopend langs de dorpen met stalen stof van de fabrikanten, zo kunnen de potentiële klanten een stof en een prijs kiezen. De drukste tijd is het voorjaar, dan moet hij van 6 uur ‘s morgens tot 11 uur ‘s avonds werken om de kostuums voor zijn klanten op tijd klaar te krijgen. Zo verwerft de zachtaardige Nars zijn klantenkring en hij wordt een bijzonder goede kleermaker; een van zijn klanten zal de eigenaar van ‘De Gouden Leeuw’ in Voorschoten worden, voor wie hij later alle kostuums zou naaien in zijn atelier aan de Heerenstraat 118. Het pand waar ze nu wonen, intussen in de nieuwe eeuw, Claresteeg, bij de Lange Mare, wordt in 1908 samengetrokken met het adres om de hoek Lange Mare 52; met de winkelingang schuin op de hoek. Zonder verhuizing heeft het gezin weer een nieuw adres:. Lange Mare 52. En hier zijn nu eindelijk de ‘goede jaren’ aangebroken, zoals later de jongste zoon Nars zal vertellen. Het gezin kent nu een rustiger en zekerder leven: Cor heeft een naaiatelier en staat in het ‘Leidsch Stratenboekje’ als ‘Tailleuse’ en het is een komen en gaan van jonge dames die het vak bij haar leren willen. Deze jonge dames

Echtpaar Johann Hermann Bertels en Maria Theodora van der Lans. Meer-Historie september 2009

wonen in bij het gezin en Cor krijgt zelfs haar eigen adres: Lange Mare 57a. Boven heeft zij haar naaiatelier, Nars, als kleermaker heeft ook zijn eigen atelier boven terwijl Anna, hoedenontwerpster, de hoedenwinkel beneden beheert. Later zal Cor dan ook samen met haar hoeden gaan ontwerpen. De inkomsten van Cor, Nars en Anna zijn goed en er zijn geen financiële zorgen voor het gezin Zondags zoekt de ‘jeugd’ ook gezelligheid in een vakbond en Nars gaat ook vaak biljarten, doordeweeks is er geen tijd voor vertier. Bij de vakbonden en volksbonden en de feestjes daaraan verbonden leerde je ook anderen kennen, vrienden maar zeer zeker ook toekomstige echtgenoten. Alle drie zoons en twee dochters zullen hun leven devoot in de katholieke kerk actief zijn. Nars heeft zijn bruid in Leiden gevonden: Margaretha Gerarda de Gooijer, en ze willen in Februari van 1913 gaan trouwen, na een twee jaar verlovingstijd. Nars wilde per se getrouwd zijn voordat hij dertig zou zijn. De oudste zoon Johan begint zijn volwassen leven in Den Haag waar hij samen met zijn echtgenote drie kinderen krijgen, maar dan naar Nijmegen verhuist en daar succesvol wordt. De tweede zoon Herman is in Beesd een gezin en zaak aan het opbouwen. Van de tien kinderen die hij en zijn echtgenote krijgen zullen er die geroepen zijn om priester / pater te worden. Een zal zelfs hiervoor naar Brazilië vertrekken Bertels zelf loopt nog steeds met zijn waren naar de dorpen rondom Leiden: Noordwijkerhout en Woubrugge waar oudere broers van zijn echtgenote wonen met hun gezinnen, Hillegom waar twee zussen wonen, Roelofarensveen enz. Hij blijft dit doen totdat hij zelf uiteindelijk niet meer kan, zijn longen spelen hem al lang parten. Naar met de drie goed verdienende kinderen hoeft hij nu gelukkig niet meer de financiële zorg te dragen.. Het vrome echtpaar woont luttele meters van de Hartebrugkerk, slechts een gracht tussen hen en de kerk en Bertels echtgenote Maria van der Lans, gaat er iedere morgen om zeven uur naar de mis, de Hartebrug over en de kerk in, meters van huis. Bertels zelf zingt, vooral met Pasen ‘het hoogste lied’ en dan wel altijd in het Duits; zijn Duitse accent verliest hij in zijn spraak nooit. Goede tijden na zoveel moeizame jaren, totdat in de winter van 1912 het echtpaar tegelijkertijd ziek zijn. De ‘lauwe doctor1‘ neemt het niet serieus genoeg en zij worden zieker. Bertels kampt al langer met zijn longen en nu ontwikkelen zij allebei een heftige bronchitis. Maria is zelfs zo ziek dat zij haar lievelingspoes niet dulden kan. Het echtpaar ligt - ieder in een eigen bed - samen in een kamer en de twee dochters Cor en Anna en zoon Nars houden om de beurt de wacht. het is


37

serieus. In de nacht van 12 of 12 januari houdt Nars de wacht, zittende in een stoel. Toch is hij even ingedut en wordt wakker doordat zijn vader zachtjes zegt: ‘Moeder heeft geroepen’ Als Nars dit later vertelt stopt hij even voordat hij doorgaat ‘maar het was al te laat’. Maria Theodora van der Lans ‘Mooie Mietje’ sterft om half zeven ’s morgens op 13 januari 1913 in de ouderdom van 67 jaar. Bertels is zelf te ziek om naar het stadhuis te gaan om haar overlijden aan te geven, maar Johannes Jonk, 80 jaar, sigarenmaker, gaat met de aanspreker Joseph Slegtenhorst mee. Dan wordt er thuis over de begrafenis en de mis gesproken, een advertentie moet er in de krant komen.. 1845 in Noordwijkerhout geboren, gehuwd in Haarlemmermeer op 21-jarige leeftijd, zestien kinderen gebaard in 19 jaar, vijf zijn ervan in leven gebleven; grootmoeder van acht kleinkinderen, een vrome vrouw, een lieve moeder. Bertels zelf kampt ook met zijn leven, maar ook hij redt het niet meer: het is genoeg geweest. Zes en veertig uur later, om half vijf ‘s morgens, op 15 januari 1913 sterft ook Johann Hermann Bertels, 77 jaar, jongste kind geboren in Mesum WestFalen Duitsland, en in Haarlemmermeer geprobeerd als manufacturier een goed leven op te bouwen. ‘Beroemd’ geworden door Kieviet’s ‘DIK TROM’ boeken voorzien van illustraties van Braakensieck, die Ditk Trom, achterstevoren op Bertels ezel weergeeft. Gekweld door ziekten en economische tegenslagen het kleine Hoofddorp verlaten, al zijn huizen verkocht, en geprobeerd zijn kleine gezin in leven te houden. Nu, 77 jaar, na een leven vol ondernemen, vol hoop en wanhoop, vol vreugde en verdriet, is hij weer samen met zijn ‘Mooie Mietje’ zonder ziekten, zonder zorgen. Bijna 44 jaar gehuwd geweest. ’t Is een bijzonder man, dat is hij!

Overlijdensbericht van Maria Theodora van der Lans in Januari 1913 in de Leidsche Courant Er wordt nu een dubbele begrafenis georganiseerd, op 18 januari. Uit Nijmegen komen de oudste zoon Johan en zijn echtgenote Bertha Willemsen; uit Beesd komt Herman met zijn echtgenote Mina Rennen, en in

Overlijdensbericht van Johan Hermann Bertels in Januari 1913 in de Leidsche Courant. Op 16 januari zal na een gezongen Requiem mis en uitvaartdienst in de Parochiekerk van ‘O.L.Vr.Onb.Ontv’ (Hartebrugkerk) de begrafenis plaatsvinden. Leiden wonen Cor, Nars en Anna. In een klap beide ouders verloren, maar Cor, Nars en Anna blijven nog met elkaar op de Lange Mare wonen. Hoeden worden nog ontworpen alhoewel er meer er meer kan en klare onderdelen uit de fabrieken komen en de creativiteit wegneemt. Nars en zijn verloofde stellen hun huwelijk een jaar uit, en wanneer zij een jaar later trouwen zal ‘Gré’ in een zwarte bruidsjurk huwen, wel met prachtig wit kant van de nek naar de taille en om de armen. Anna zal uiteindelijk negen jaar later gaan trouwen met Carl Ernst Feld en ook in Nijmegen gaan wonen en Cor

zal dan ook het huis en winkel op de Lange Mare verlaten en veel jaren bij haar oudste broer Johan in Nijmegen en zijn kinderen helpen nadat hij te vroeg weduwnaar is geworden. Bertels heeft een groot nageslacht, verspreid hoofdzakelijk over Brabant, Zuid Holland en Gelderland. Voor de lezers van Meer-Historie is het interessant te weten dat in Hoofddorp een achterkleinzoon Jeroen Bertels sinds een paar jaar zijn Jamin-zaak heeft. M. Rijkelijkhuizen Noot 1 Dit en meerdere andere aanhalingen zijn van Nars Bertels, die in 1976 door schrijfster anderhalf uur lang op de band is opgenomen. Schrijfster is speciaal uit Amerika gekomen voor dit ‘interview’ Meer-Historie september 2009


38

INGEZONDEN Dokter Schreuder Een reactie op het artikel van Gerard Schreuder [Maart 2009] ‘Want ik heb Uw vader gekend’, dit is de titel van een boek, Annemie Mac Gillavry schreef het en het gaat over Indonesië. Beter gezegd over Nederlands-Indië. Heel toepasselijk. Er zijn nog heel wat oudere Nieuw Vennepers die uw vader hebben gekend! Ikzelf was aangenaam verrast nog eens iets over dokter Schreuder te kunnen lezen. Soember Kareng, uw geboortehuis in 1927, het voorname huis aan de Hoofdweg 1179 met een Indische uitstraling, om nog maar even in de sfeer van bovengenoemd boek te blijven. Anton Cornelis van Dorsten werd geboren in Maarssen in 1833 en begon in 1859 als huisarts in Nieuw Vennep. Nadat hij eerst nog een jaartje een kamer bij een boerengezin gehuurd had kocht hij een stuk grond, kavel Q 16, dit kavel was op de hoek van de Hoofdweg west zijde vlak bij de brug, daar waar later de manufacturenwinkel van Donker gevestigd was. Hij liet daar een groot huis bouwen met enige bijgebouwen, vergeet niet dat de dokter in die tijd afhankelijk was van vervoer met paard en koets. Kees Laan was in dienst van uw vader, zo vermeldt uw verhaal in het maartnummer 2009. In 1947 was uw vader 25 jaar huisarts in Nieuw Vennep en is Kees Laan officieel onderscheiden voor 60 jaar trouwe dienst en een simpel rekensommetje leert mij dat Laan nog bij de eerste dokter van Dorsten in dienst moet zijn geweest en toen uiteraard als koetsier. Anton van Dorsten had in Haarlem aan de klinische school gestudeerd, was daar in 1855 als scheepsheelmeester afgestudeerd, in 1856 slaagde hij voor het examen heelmeester ten plattelande en pas in 1859 kreeg hij de bevoegdheid van vroedmeester. Pas toen kon hij in Nieuw Vennep gaan werken, hij startte in een gebied waar de dokter, de vroedmeester veel bevallingen moest begeleiden. Er woonden veel jonge gezinnen in de nieuwe polder. Hij stopte met de praktijk in 1890 nadat hij daarvoor al een paar keer vrij lang ziek was geweest en hij overleed op 58 jarige leeftijd te Haarlem. Zijn zoon volgde hem op en velen bleven hem de jonge dokter noemen. Of de dokter met het houten been! Drs. P.G.J. de Boer vermeldt in ‘Haarlemmermeerders in Moeilijkheden’ het volgende: Op een kwade dag stond de vitale dokter te kijken naar het houthakken van zijn koetsier Kees Laan. ‘Geef mij die bijl eens Kees’. Of er een kwast in het hout zat of dat de dokter te wild sloeg is niet bekend. Wel dat hij met een enorme haal zijn eigen been kliefde. Waarschijnlijk heeft Laan zijn chef zo goed mogelijk verzorgd, samen met zijn zuster ‘juffrouw Cor ‘die het werk in de apotheek deed. Uiteindelijk moest het been worden geamputeerd en kreeg Johannes van Meer-Historie september 2009

Dorsten een houten onderdaan. Geliefd bij de patiënten, nooit was iets hem te veel en hij hielp mensen soms gratis als ze het even niet betalen konden, Pas in 1920 is Soember Kareng gebouwd. In 1917 was van Dorsten naar Haarlem vertrokken, na 27 zware jaren zetten dokter Hemmes en dokter de Graaf de praktijk voort. Dokter Hemmes heeft het bijzondere huis laten bouwen maar er zelf maar één jaar gewoond. Soember Kareng is gebouwd op de plaats waar voorheen de paardenstal was. Vlak na de Eerste Wereldoorlog werd er bij de bouw oud materiaal gebruikt en het pand werd niet onderheid waardoor het woonhuis aan de voorzijde op den duur ging verzakken. Waarom liet de dokter zo’n Indisch aandoend bouwen? Hemmes zou iets met Nederlands Indië hebben, misschien heeft hij er gewerkt of woonde er familie op Java. Soember Kareng was een suikerfabriek te ‘Probolinggo’ aan de Noord kust van Oost Java, was dit misschien zijn inspiratiebron? ‘Water uit de rots’, dat is de letterlijke betekenis van de naam. Uw vader nam in 1922 de praktijk over en toen u in 1927 geboren werd had hij al een wachtkamer met aangrenzende kolenberging laten bouwen en in 1934 is een aparte spreekkamer en apotheek gerealiseerd. Later kreeg u een grotere kamer doordat het inpandige balkon bij de kamer getrokken werd en er kwam centrale verwarming. Een karakteristiek pand maar het gebouw vergde voortdurend onderhoud en voldeed ook niet meer aan de eisen die we nu aan een huisartsenpraktijk stellen en zo besloot dokter Michiel van Doorn in 1993 om naar een andere locatie te verhuizen en is Soember Kareng gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe winkelcentrum. Voor de volledigheid dient nog vermeld te worden dat na uw vader dokter Van de Weg en dokter Dunning ook nog gewerkt en gewoond hebben in Soember Kareng, Nu mijn persoonlijke verhaal over uw vader. Mijn vader verloor in 1930 zijn jonge vrouw na een huwelijk van amper een half jaar. Uw vader heeft hem vast bijgestaan, zeker toen hij ook nog bij een motorongeluk zijn been brak. In 1935 hertrouwde hij en in september 1936 werd Laura Bronkhorst geboren aan de Hoofdweg 1061. Uw


39

vader stond mijn moeder bij. ‘Dagen heeft het geduurd’, zo vertelt mijn nu 93 jarige oom mij. Inderdaad, zoals u schrijft, geen telefoon. Als klein kind had ik regelmatig last van bronchitis, veel hoesten, vooral in de nacht. Mijn bezorgde moeder stuurde dan iemand naar de praktijk met het verzoek om hulp. Uw vader zal best wel een of twee keer gekomen zijn maar na verloop van tijd was zijn antwoord dat het kind het wel overgroeien zou en…. hij heeft gelijk gekregen!. Nog een voorval uit mijn jeugd: Ik ging als zesjarige naar de openbare lagere school, de school aan de Hoofdweg oostzijde recht tegenover Uw geboortehuis aan de andere kant van het water. Ik ging lopend of op de step, de autopet, het was één kilometer van ons huis naar school. Op de step mocht op een gegeven moment niet meer van mijn Moeder en ook niet van Uw vader, ik dreigde scheef te gaan groeien door de verkeerde houding op het vervoermiddel. Dus voortaan te voet naar school gegaan. Wij hadden geen auto in die tijd, het was oorlog, voor de oorlog reed mijn Vader wel in een auto. Op een goede dag heeft Uw Vader mij een lift aangeboden, ik was op weg naar huis. Ik heb toen de legendarisch geworden woorden gesproken dat ik niet met vreemde mannen mee mocht gaan! Uw vader heeft dit later aan mijn ouders verteld. Uw vader mocht slechts 54 jaar worden, dokter van Dorsten werd 58 jaar en zijn collega Bolkestein in Hoofddorp [toen nog Kruisdorp] werd 59 jaar. Zo jong nog. De taak van de eerste dokters was moeilijk, hun leven was zwaar. Ook in de tijd van Uw vader, dag en nacht beschikbaar zijn en de apotheek aan huis. Er is veel veranderd in de medische zorg, gelukkig maar, voor de dokters nu en voor de patiënten. Laura de Jong-Bronkhorst advertenties

Onderschrift [Hoe het op Kabel geworden is, juni 2009] In mijn stukje ‘Hoe het op Kabel geworden is’ is een foutje binnengeslopen. Op bladzij 20 lees ik: ‘Over de naam meldt het onderschrift ....’, maar dat onderschrift ontbreekt. Ik had een fotootje van het straatnaambord 't Kabel ingestuurd met een kort tekstje uit Haarlemmermeer 150 jaar droog, een CD-Rom begeleidend boekje. Dat tekstje luidt: ‘'t Kabel is een buurtschap. Het ligt aan een ventweg parallel lopend aan de Venneperweg ten oosten van Nieuw-Vennep. Het bestaat uit ongeveer vijftig woningen en enkele bedrijfjes. Oorspronkelijk was het een woonbuurt voor landarbeiders. Het buurtschap heette toen Kavel, later verbasterd tot Kabel. Bart Boele schreef in 1985: ‘Wie op Kabel woont, wil nooit meer weg.’’ Zonder deze tekst is mijn commentaar daarop niet of moeilijk te vatten. Vandaar deze aanvulling. Overigens ben ik best content met de foto's die de redactie bij m'n stukje heeft geplaatst. De foto van het verharde Kabelweggetje is een verrijking. Leen van den Berg Commissie godsdienstige gebouwen Toen in 2006 de Gereformeerde Kerk van Haarlemmermeer-Oostzij werd gesloopt, na precies 80 jaar te hebben bestaan, miste ik in Meer-Historie een artikel over dit bijzondere kerkgebouw. Wel siert een foto ervan tot heden de voorkant van Meer-Historie. Toen de nieuwe Ned. Gereformeerde Kerk in Rijsenhout werd geopend had ik graag in Meer-Historie een artikel over dat gebouw gelezen (Jan Achterstraat refereert eraan in Meer-Historie, juni 2009, p. 30). In 2008 bestond de Hoofdvaartkerk te Hoofddorp, de oudste stenen kerk in de Meer, 150 jaar. Ik miste een artikel over dit kerkgebouw. Eind 2009 bestaat de inmiddels verbouwde Rooms-katholieke Kerk van Lijnden 150 jaar. In 2010 zal de Rooms-katholieke Joannes de Doperkerk te Hoofddorp 150 jaar bestaan (de kerken in Lijnden en Hoofddorp hebben dezelfde Leidse architect, Th. Molkenboer). In 2012 zal de Hervormde ‘Witte’ Kerk in Nieuw-Vennep 150 jaar bestaan. Waarschijnlijk in juli a.s. wordt de Gereformeerde Kerk van Nieuw-Vennep (Van Haeringenplantsoen) na een ingrijpende interne verbouwing weer in gebruik genomen. Zou het mogelijk zijn in Meer-Historie meer aandacht te besteden aan dergelijke ‘wederwaardigheden’ van kerkgebouwen in de Meer? Eigenlijk lijkt het mij ook goed als binnen de Gelegen op landgoed De Baarsjes stichting Meer-Historie een werkgroep godsdienstige Vijfhuizen gebouwen in het leveninzou worden geroepen, parallel aan bijvoorbeeld de actieve werkgroep boerderijen.

Volkstuinen te huur

Info verhuur: Schoorl Beheer B.V.- Tel: - 682161 Ds. 0523 Adri van der Wal

Meer-Historie september 2009


40

Het lied van Vijfhuizen Bij mijn schoonzusjes Adri en Gerry Kemp wordt dikwijls het lied van Vijfhuizen gezongen. Zelf ben ik geen Vijfhuizenaar, maar het doet mij altijd wat. Het vertelt in het kort de geschiedenis van Vijfhuizen van vroeger. Mijn man was in Vijfhuizen geboren, maar is helaas in 2001 overleden. Hier volgt het lied: Vijfhuizen is een welbekende plaats Aan de ingang van de meer Vijf huizen stonden er in vroeger tijd Nu staan er heel wat meer

Een hele winkelgalerij kwam er onlangs ook nog bij en luid klinkt ons gezang Vijfhuizen hoe lang. Een rechte en een kromme Spieringweg, de dijk en het ganse pad Een machtig fort en nog een eendekooi Dan heb je het al gehad De spoortrein die heeft altijd pech De nachtbus gaat om vier uur weg Ondanks dit ongerief Vijfhuizen is ons lief. D. Kemp-Spek

Wie het weet mag het zeggen Reactie op foto ‘pijprokend gezelschap’, maart 2009

Begunstiger, mevrouw E.A.Hellendoorn-Dekker te Heiloo kon ons dankzij onderzoek door haar broer, de heer J.J. Dekker, interessante informatie over de foto verstrekken. Hoewel de foto zelf niets met Haarlemmerneer te maken heeft zijn de bevindingen historisch gezien toch de moeite van het vermelden waard. ‘De tweede persoon van links is zeker niet de heer Nicolaas Tonnis (geen Tonnie) Geertzema’, schrijft zij. Bij vergelijking met in ons archief aanwezige opnamen moeten wij aannemen dat dit correct is, hoewel de door de heer J.G.N. Geertzema aangeduide persoon wel sprekend op hem lijkt. Hoe de opname toch in het zeer uitgebreide familiearchief van de heer J.G.N. Geertzema terecht gekomen is, leest u verderop. Zij vervolgt de brief met: ‘Hoofdpersoon op de foto zit op de eerste rij in het midden met het bosje bloemen. Het is de heer R.J. Oostenvelt (1854-1944)*. Deze woonde in Alkmaar en was daar gedurende een aantal jaren hoofd van het kaasdragersgilde, de z.g. kaasvader. Bij het gilde werd bier gedronken uit tinnen bekers Meer-Historie september 2009

en werden Goudse pijpen gerookt (de zogenoemde gouwenaartjes). Het is niet gelukt te achterhalen waar en wanneer de foto werd genomen en ter gelegenheid waarvan. Vermoedelijk is de opname - volgens haar - gemaakt in een vertrek van het waaggebouw te Alkmaar bij het afscheid van de heer Oostenvelt als kaasvader toen hij 70 werd in 1924. Niettemin is er een verband met de familie Geertzema. Mevrouw Hellendoorn: ‘De heer Oostenvelt had drie kinderen, 2 dochters en 1 zoon. De oudste dochter, Everdina Wilhelmina Aleida (1885 -1958) kwam begin twintiger jaren ongehuwd van Alkmaar naar de Haarlemmermeer als huishoudster bij de heer Nicolaas Tonnis Geertzema* (1873-l957) met wie zij op 18 maart 1925 in het huwelijk trad. Via deze weg kan de foto waarvan Everdina een exemplaar zal hebben bezeten, in het archief van de familie Geertzema zijn beland,’ aldus de schrijfster. Noot v.d. Putte • Nicolaas Tonnis Geertzema leefde van 29.12.1873 -12.12.1957 en was de oom van de vader van de heer J.G.N.Geertzema wiens collectie door laatstgenoemde aan de stichting Meer-Historie geschonken is. Ook Nicolaas Tonnis heeft in Hillegondshoeve aan de Bennebroekerweg gewoond. • De heer Oostenvelt is naast kaasvader in Alkmaar ook graanhandelaar in Haarlemmermeer geweest.


41

Reactie op foto ‘mannen met stieren’, juni 2009

Vrijwel gelijktijdig ontvingen wij hierop begin juli twee reacties. Uit Cottonwood (VS) van mewouw Wilhelmina Oosterwijk en een uit Ter Aar van mevrouw S. Weststeyn-van Elderen, beiden kleindochter van de man tegen de schuurdeur, de heer Paulus van Elderen. Zij wisten ons het volgende te vertellen: • De foto is genomen in 1918 op het erf van boerderij ‘Het omgekeerde land’, IJweg 1644, hoek Venneperweg; • Paulus van Elderen is in 1864 geboren te Mijnsherenland en overleden in 1954; • De man rechts op de foto met een stier is zijn zoon Reinier (1896 -1979) en vader van mevrouw S. Weststeyn-van Elderen; • De twee jongens links van de stier zijn broertjes van Reinier. De grootste is Dirk (1905 -l92S); de kleinste Willem (1910-1936);

• De man links op de foto met een stier is arbeider Gerrit van der Made. Waarom de opname van deze mensen met de stieren gemaakt werd, is niet duidelijk geworden. Onze overige vragen zijn hiermee echter beantwoord. Tenslotte: mevrouw Oosterwijk is een dochter van een zuster van Reinier, dus een nicht van mevrouw Weststeyn. Allen hartelijk dank voor deze interessante reacties. Het volgende zoekplaatje bewaren wij voor het decembernummer. Joop van der Putte Reactie op foto ‘mannen met stieren’ (2) Het lijkt er veel op dat het hier gaat om Barend Vreugdenhil, boer/veehandelaar aan de Cruquiusdijk nr. 171 te Haarlemmermeer (Is het daar Vijfhuizen?). Hij staat op de foto voor de staldeur. Waarschijnlijk zijn de drie linkse personen zijn kinderen. Het betreft inderdaad twee stieren. Waarom de foto zo is gemaakt is moeilijk te zeggen. Veel foto's werden er in die tijd nog niet gemaakt. Vaak kwam een rondreizende fotograaf de boerderijen langs en ging men op de foto voor de boerderij of in dit geval wellicht met een stukje veestapel. Ik schat dat de foto gemaakt is omstreeks 1915-1920. Het jongste kind op de foto zou Johannes kunnen zijn, geboren in 1910. Ouder dan 10 jaar is hij op de foto zeker niet. Ik hoop dat andere reacties dit verhaal kunnen bevestigen. Goris Hooghwerff, dehoogewerff@kliksafe.nl

Collectie Meer-Historie Bij de verbouwing van een boerderij in Abbenes kwam het hier afgebeelde voorwerp uit een spouw vandaan. Moet daar dus jaren geleden ,al of niet opzettelijk, ingemetseld zijn. De boerderij was van de Heer Biemond en in zijn kennissenkring was er niemand die kon zeggen wat dit was. Nu heeft hij de vraag bij ons gelegd. Het apparaat heeft één scherpe zijde aan de bolle kant en op de punt zijn beide zijden scherp. Mogelijk is het een uniek exemplaar en heeft iemand de smid opdracht gegeven dit te maken.

Mogelijk dat één van de lezers dit gereedschap herkent en het aan ons wil melden. Die kan contact opnemen met Foppe Kamerling, tel. 023-5642231 of mailen naar fopkam@tiscali.nl

Meer-Historie september 2009


42

colofon Servicenummers

Algemene inlichtingen Redactie/kopij Betalingen Aanmeldingen, abonnementen Adreswijzigingen, opzeggingen Aanbieding bijz. voorwerpen Historisch Museum H’meer Bibliotheek + Bibliotheek + Webbeheerder

G. Deddens 023- 5613130 M. Harlaar 06- 11513990 A. Verbeek 023- 5617223 J. v.d. Putte 023- 5581464 G. Deddens 023- 5613130 F. Kamerling 023- 5642231 E. van Melis 023- 5620437 I. Cohenno 023- 5625326 F. Kooreman 023- 5581697 R. Pol

ISSN: 1383-0074 Doelstelling Meer-Historie is een uitgave van de stichting Meer-Historie. Het doel van de stichting Meer-Historie is het behoud van het cultuurhistorische erfgoed in de gemeente Haarlemmermeer en omgeving voor zover de stichting hierop een directe invloed heeft. Zij wil dit doel bereiken door het bevorderen van de belangstelling en de waardering voor, alsmede de kennis van dit erfgoed. Bestuur B. van Groenigen, voorzitter, Parlevinker 33, 2152 LC Nieuw-Vennep, t. 0252-621486 P. Roodenburg, vice-voorzitter, Van ’t Hoffstr. 29, 1171 AP Badhoevedorp, t. 020-6595816. Bas Stolk, secretaris, Spieringweg 805, 2142 ED Cruquius, t. 023-5284743 A. Verbeek, penningmeester, Hoofdweg 520, 2132 MH Hoofddorp, t. 023-5617223 G. J. Deddens, Barbarije 5, 2132 TP Hoofddorp, t. 023-5613130 H.C.M. van Raak, Marathonstraat 75, 2134 CC Hoofddorp t.023-5614356 Dr. J.F.J. Jonkers, Louisahoeve 35, 2131 MP Hoofddorp, t. 023-5626674 J.A.H. van der Maarl, Eug. Previnaireweg 2A, 2151 BE Nieuw-Vennep, t. 0252-672854 F. D. Ossewaarde, J.C. Beetslaan 25, 2131 AG Hoofddorp, t. 023-5611475 Rekeningnummers ING banknummer 35.11.852 Rabobank 15.55.92.564 Ereleden Drs. J. Achterstraat; J. Arensman; Mr. R. M. Dunselman; Fr. de Jong; A. de Koning; J. van der Putte; J.C. Suidgeest Secretariaat De stichting is gevestigd in de ‘Witte Boerderij’, Hoofdweg 743, 2131 MA Hoofddorp, tel. 023-5615998

Meer-Historie september 2009

gjdeddens@hetnet.nl meerhistorie@gmail.com bram.verbeek@zonnet.nl gjdeddens@hetnet.nl fopkam@tiscali.nl infohmh@xs4all.nl m.cohenno@quicknet.nl bepfer@hetnet.nl rijkpol@quicknet.nl

Begunstigers/donateurs/abonnees De minimumbijdrage is € 12,50 per jaar. Orgaan Meer-Historie verschijnt 4x per jaar en wordt aan alle begunstigers gestuurd. Losse verkoop In het Historisch Museum Haarlemmermeer en in de volgende boek- en tijdschriftenhandels: Stevens, Nieuweweg 63, 2132 CM Hoofddorp en Bruna De Symfonie, De Symfonie 37, 2151 MD Nieuw-Vennep. Nabestellingen via het secretariaat (€ 4, excl. verzendkosten). Redactie Marcel Harlaar, eindredactie; Barend Klaassen; Henri Stroet Rijk Pol, webmaster www.meerhistorie.nl DEADLINE KOPIJ: 15 OKTOBER 2009 Postadres: Redactie Meer-Historie, Hermitage 196, 2134 AC Hoofddorp, tel.: 06-11513990 Redactie adviesraad: Ton van Groenigen; Frans de Jong Beeldmateriaal U kunt afbeeldingen aanleveren als foto’s of als digitaal bestand. Let er bij digitale bestanden op dat de foto een hoge resolutie heeft (minimaal 300 dpi), denk aan een bestand van minimaal 1 Mb. Als u digitaal op cd-rom aanlevert, lever dan altijd een afdruk bij, zodat controleerbaar is wat op de cd staat. Nota bene: Foto’s altijd apart als jpg-bestand toezenden en niet in een WORD bestand Vormgeving en druk: Paswerk Grafisch, Cruquius Vormgeving omslag: Ontwerpbureau Mirjam Boelaars, A’dam Auteursrecht Op het auteursrecht van het gepubliceerde in Meer-Historie is artikel 7 van de Auteurswet 1912 van toepassing.

Meer-Historie  

Cultuur-historisch magazine van de stichting Meer-Historie

Advertisement