Issuu on Google+

Taaljournaal 2 | Oefenblad voor thuis | groep 7 |

Mijn Malmberg

TJ
Spelling
groep
7, week
5,
6
en
7

Naam: __________________

Woorden om thuis te oefenen Net‐als‐woord:
kritisch

Net‐als‐woord:
gitaar

Net‐als‐woorden:
ei,
ijs

Hoor
je
/ies/
aan
het
eind
van een
woord?
Maak
het
woord langer.
Hoor
je
/iese/?
Schrijf dan
isch.

Hoor
je
een
/ie/
voor
een klankgroep
met
een
duffe
/u/, dan
schrijf
je
meestal
i
e. Anders
schrijf
je
i.

Ken
je
de
woorden
uit
het
ei‐ verhaal?
Die
schrijf
je
met
e
i allemaal.
De
andere
schrijf
je met
ij.

00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00

00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00

00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00

acrobatisch alfabetisch allergisch Belgisch elektrisch fantastisch Indisch komisch kritisch logisch medisch olympisch praktisch romantisch Russisch technisch telefonisch tragisch tropisch typisch

Regelweg Bij dit woord heb ik een regel geleerd. Daarom schrijf ik het niet verkeerd!

HET DICTEE De toets van deze woorden is op: ____________

© Malmberg, ’s-Hertogenbosch

de biologie het dieet de idioot de kampioen het podium de radio de spion het stadion het station de viool Amerika het artikel het etiket de limonade minimaal muzikaal de tribune de televisie de video de visite

Weetweg Ik heb dit woord uit mijn hoofd geleerd. Daarom schrijf ik het niet verkeerd!

heilig verscheidene de marsepein de fontein uitgebreid de aanleiding treiteren bedreigen de scheidsrechter verspreiden de afwijking de batterij belangrijk het medelijden het onderwijs het strijkijzer de wijziging drijven vergelijken verslijten

Weetweg Ik heb dit woord uit mijn hoofd geleerd. Daarom schrijf ik het niet verkeerd!

Zo
ga
je
oefenen: Dit
doe
je
zelf: 1.
Lees
de
woorden
een
keer
goed
door. 2.
Lees
het
net‐als‐woord
en
welke
weg
je
moet
volgen. 3.
Lees
een
woord,
bekijk
het
goed,
dek
het
af
en
schrijf
het
uit
je
hoofd
op. 4.
Kijk
je
werk
na.
Is
een
woord
goed?
Kleur
dan
het
eerste
bolletje
voor
dat woord.
Is
het
woord
fout,
schrijf
het
dan
opnieuw. Dit
doe
je
samen: 1.
Vraag
een
dictee
van
5
à
10
woorden.
Kijk
het
samen
na. 2.
Kleur
het
tweede
bolletje
voor
de
woorden
die
je
goed
schreef. 3.
Zet
de
woorden
die
je
fout
schreef
op
losse
kaartjes.
Oefen
deze
woorden extra
goed.

blz. 1 van 1


groep 7 wk5-7