Issuu on Google+

Taaljournaal 2 | Oefenblad voor thuis | groep 6 |

Mijn Malmberg

TJ
Spelling
groep
6, week
9,
10
en
11

Naam: __________________

Woorden om thuis te oefenen Net‐als‐woord:
cent

Net‐als‐woord:
insect

Net‐als‐woorden:
ezel,
kikker

Voor
de
e,
de
i
en
de
ij
klinkt
de c
als
/s/.
Anders
klinkt
de
c
als /k/

De
c
klinkt
als
/k/,
behalve
voor de
e,
de
i
en
de
ij.

Ken
je
het
rijmpje
nog? Als
ik
aan
het
eind
van
een klankgroep
een
…
hoor,
dan
…
.

00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00

00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00

00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00 00

de cel het cement de cent de centimeter centraal centrale het centrum het cijfer de cirkel de citroen december de decimeter de lucifer het medicijn de oceaan de oceanen precies de provincie de provincies het recept

Weetweg Ik heb dit woord uit mijn hoofd geleerd. Daarom schrijf ik het niet verkeerd!

HET DICTEE De toets van deze woorden is op: ____________

© Malmberg, ’s-Hertogenbosch

de acrobaat actief de camera het circus de clown de club de cola het concert het contract de controle controleren correct de disco de directeur het insect de postcode het product het project de reclame de seconde

Weetweg Ik heb dit woord uit mijn hoofd geleerd. Daarom schrijf ik het niet verkeerd!

de fotograaf grote de haren de loten het mobieltje de straten de tenen vele de vogels nemen alle de ballen de ballon dapper kapotte de puzzel de strikken witte boffen kussen

Regelweg Bij dit woord heb ik een regel geleerd. Daarom schrijf ik het niet verkeerd!

Zo
ga
je
oefenen: Dit
doe
je
zelf: 1.
Lees
de
woorden
een
keer
goed
door. 2.
Lees
het
net‐als‐woord
en
welke
weg
je
moet
volgen. 3.
Lees
een
woord,
bekijk
het
goed,
dek
het
af
en
schrijf
het
uit
je
hoofd
op. 4.
Kijk
je
werk
na.
Is
een
woord
goed?
Kleur
dan
het
eerste
bolletje
voor
dat woord.
Is
het
woord
fout,
schrijf
het
dan
opnieuw. Dit
doe
je
samen: 1.
Vraag
een
dictee
van
5
à
10
woorden.
Kijk
het
samen
na. 2.
Kleur
het
tweede
bolletje
voor
de
woorden
die
je
goed
schreef. 3.
Zet
de
woorden
die
je
fout
schreef
op
losse
kaartjes.
Oefen
deze
woorden extra
goed.

blz. 1 van 1


groep 6 wk9-11