Page 1

Daltonschool Jeanne d’Arc  Blerckweg 5, 8084 EX, ’t Harde  0525-651557  directie@kbsjeannedarc.nl marliesvanspijker@kbsjeannedarc.nl Daltoncoördinator: Marlies van Spijker


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

Inhoudsopgave

Inhoud Inleiding 1. Voor wie is dit plan geschreven 2. De missie en visie van onze Daltonschool Wat betekent Daltononderwijs voor onze school 3. Daltononderwijs op de Jeanne d’Arc  1. Zelfstandig werken  2. Uitgestelde aandacht  3. Symbolen/handelingswijzers  4. Instructietafel en stille werkplekken  5. Dag- en weektaken  6. Zelfcorrectie  7. Maatjes  8. De kring  9. Groepsdoorbrekende activiteiten

Pagina 3 3 4 5-7 8 9-10 11-13 14-15 16-17 18-21 22-24 25 26 26

4. Informatie en rapportage 5. Daltonontwikkelingsplan 6. Bijlage

27 28-29 30

2011-2015

-2-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

Inleiding Vanaf ongeveer oktober 1998 is de Jeanne d’Arcschool zich gaan oriënteren op Daltononderwijs. Sinds 2000 is de Jeanne d’Arcschool een door de Nederlandse Daltonvereniging erkende Daltonschool. We hebben inmiddels al behoorlijk wat ervaring opgedaan op het gebied van Daltononderwijs en zijn ook erg trots op wat er allemaal al bereikt is. Door middel van dit plan willen we graag duidelijk maken wat we op het gebied van Dalton binnen ons onderwijs doen. Het geeft niet alleen concreet aan hoe het Daltononderwijs op dit moment op onze school geïntegreerd is. Verder geeft het aan wat ontwikkelpunten zullen zijn voor de komende jaren. Dalton is immers altijd in beweging en wij willen ons zoveel mogelijk aansluiten bij vernieuwingen. We krijgen een 5-jaarlijkse visitatie voor Dalton, waardoor we een helder beeld krijgen op ons Daltononderwijs. Verder proberen wij ook jaarlijks een andere Daltonschool te bezoeken.

1. Voor wie is dit Daltonplan geschreven?

Dit plan is geschreven om onze werkwijze vast te leggen en om onze ontwikkelingsdoelen voor de toekomst te omschrijven gekoppeld aan het schoolplan. Het plan geeft een goed beeld van het onderwijs op onze school. Het plan is bedoeld voor:  Leerkrachten  Nieuwe leerkrachten, stagiaires en sollicitanten  Ouders en andere belangstellenden, die zich willen verdiepen in de werkwijze en achtergronden van Daltononderwijs  De visitatiecommissie van de Nederlandse Daltonvereniging  De onderwijsinspectie  Collega’s van andere Daltonscholen. Dit document is zeker ook bedoeld als leidraad voor het team van onze school, de leerkrachten die dagelijks in praktijk brengen wat in dit document is beschreven. Het is een borgingsdocument, dat verworven inzichten en werkwijzen vastlegt voor een langere periode.

2011-2015

-3-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

2. De missie en visie van onze Daltonschool

“Het beste uit kinderen halen� Mahatma Ghandi

Wat is eigenlijk het beste uit kinderen halen? We vinden dat ieder kind zijn/ haar kwaliteiten maximaal moet benutten. Kwaliteiten zijn niet alleen leerprestaties, ook sociale omgangsvormen, aanleg creatieve vakken en noem maar op. Om te ontdekken wat de talenten zijn van onze kinderen, is het van belang dat we kinderen goed (leren) kennen. We weten wat het kind bezig houdt en daar sluiten we ons onderwijs op aan. Het beste voor een kind is niet voor ieder kind gelijk. Dit staat nauw in relatie van wat het kind kan en wel. Wij benaderen ieder kind als een belangrijk individu. Dit betekent niet dat we individueel onderwijs geven, maar uitgaan van een centrale basis. We bieden de kinderen een uitdagende, aansluitende en veilige werkplek. We dragen zorg voor moderne middelen en streven naar maximale inzet van ICT. Hoe halen we het beste uit kinderen? Daltononderwijs staat centraal in onze school en wordt als middel ingezet om de zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en betrokkenheid van de leerlingen te vergroten. Het kind leert zelf keuzes maken, plannen en verantwoording dragen voor het (eigen) leerproces. We bieden het kind keuzevrijheid en spreken het kind aan op gemaakte keuzes. Door goed naar elkaar te luisteren en oprecht betrokken te zijn, is een kind bereid om de relatie met je aan te gaan. Juist deze relatie vinden we erg belangrijk. Goed onderwijs maken we samen, dit kunnen we en willen we niet alleen. Communicatie staat bij ons hoog in het vaandel. Samen met u hebben we het voorrecht om uw kind te mogen begeleiden in zijn\ haar leerproces. Hiervoor is het van groot belang dat de communicatie zorgvuldig en veelvuldig gebeurt. Merkt u iets aan uw kind, kom gerust binnen. De deur staat open. Andersom mag u dit ook van ons verwachten. Vanuit onze Katholieke identiteit vieren en delen we met elkaar. De christelijke identiteit is een kwestie van een houding en niet van een half uurtje per dag. We schenken zeker aandacht aan de bijbel, maar verwachten niet dat de kinderen de verhalen uit het hoofd leren. Het geloof is een persoonlijk iets wat je niet kunt opdringen. We gunnen ieder kind een eigen ontdekkingsreis naar de religie.

2011-2015

-4-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

Wat betekent Daltononderwijs voor onze school? Kenmerken van Daltonscholen en Daltonprincipes vormgegeven Tijdens de bezinningsdagen van het hoofdbestuur van de NDV2 is deze problematiek onderwerp geweest van studie. We kwamen tenslotte tot het onderstaande figuur. De drie door de NDV gehanteerde Daltonbeginselen kunnen door veel leerlingen en docenten verkeerd geïnterpreteerd worden. Met name het beginsel ‘vrijheid in gebondenheid’ wordt regelmatig vertaald in gedrag dat meer lijkt op ‘vrijheidblijheid’. Vrijheid is aan grenzen gebonden. Daarom spreken we van vrijheid in gebondenheid. Daltonianen zijn gewend te handelen vanuit het vertrouwen in de leerling en dat vertrouwen dient wederzijds te zijn. Er zijn dus aan alle begrippen twee kanten:  vertrouwen kun je schenken aan, maar ook krijgen van de ander;  verantwoordelijkheid kun je op je nemen, maar ook overdragen, geven aan de ander;  verantwoording over je handelen dien je af te leggen aan de ander, maar men kan dat van de ander vragen. In de bijgevoegde figuur is dat weergegeven. De driehoek die om de basisprincipes van het Daltononderwijs is getekend, heeft als basis het woord ‘vertrouwen’. De opstaande zijden worden gevormd door enerzijds het woord ‘verantwoordelijkheid’ en anderzijds het woord ‘verantwoording’. De termen vertrouwen, verantwoordelijkheid en verantwoording omkaderen dus de principes: Vrijheid in gebondenheid, Zelfstandigheid en Samenwerking.

Visie op het kind, het mensbeeld In het boek "DE WERELD VAN HET KIND" (1951) maakt Helen Parkhurst duidelijk hoe elk kind probeert de omgeving zo goed mogelijk te begrijpen en hiermee positief om te gaan. Bovendien verheldert zij hoe kinderen en volwassenen op een "pedagogische wijze" met elkaar en de omgeving zouden kunnen omgaan. Essentieel is dat elke volwassene een veilig, ondersteunend klimaat biedt voor het exploreren, begrijpen en zo zelfstandig mogelijk omgaan met de omgeving. Door elk kind te benaderen als een "open, communicatief en redelijk" mens wordt het de gelegenheid geboden tot persoonlijke en sociale groei. (Dr. T. Mooij) Dalton gaat uit van het gegeven dat elk mens in staat is tot het dragen van verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor zijn omgeving. Dalton voedt op tot een democratische grondhouding. De mens staat centraal en men heeft vertrouwen in de positieve bedoelingen van het individu. Het individu wordt altijd gezien in zijn relatie tot de sociale context. Er is sprake van een spanningsveld tussen de belangen van het individu en van de groep. Het kind zal daarbij leren zijn positie te bepalen. Daltonscholen kiezen in de eerste plaats voor de ontwikkeling van de jonge mens en geven vervolgens aandacht aan de maatschappelijke mogelijkheden die met de kerndoelen worden geschapen. Daarmee wordt een goed functionerende burger in een democratische samenleving gevormd. Dit is de grondhouding waarmee de school het gedrag van personeel, van leerlingen en van ouders spiegelt. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de mens zelf, omdat het individu zelf inschat welke positie het inneemt tegenover de vragen van het leven die het dient te beantwoorden. Uitdagen tot leren is uitdagen tot leven. In een Daltonschool overheerst het respect voor de leerling als mens. Het kind is in staat tot het dragen van verantwoordelijkheid voor zijn eigen ontwikkeling en wordt daardoor ook bij het leren serieus genomen. Daltonscholen vertrouwen hun leerlingen in het verantwoord te werk gaan en hebben daarop ook hun schoolorganisatie gebaseerd.

2011-2015

-5-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

Pedagogische principes De pedagogiek van Helen Parkhurst kan als volgt kort geschetst worden. Zij luistert heel goed naar wat kinderen zeggen en hoe zij het zeggen. Zij stimuleert ook het onderlinge luisteren van kinderen. Dit "echt luisteren naar elkaar" is een voorwaarde voor het tot stand komen van echte communicatie. Tijdens het proces van communicatie is zij steeds gericht op het doel waartoe een activiteit van een kind of een activiteit samen met kinderen moet leiden. Met open vragen stuurt zij de aandacht en het zelf denken van de kinderen. Indien nodig zijn stimulerende materialen aanwezig of kunnen deze in onderling overleg gemaakt of uitgezocht worden. De gezamenlijke probleemanalyse van de kinderen is hierbij doorslaggevend. Belangrijk is dat een "juiste" oplossing nooit wordt "voorgezegd" of gegeven door de ouder, leerkracht of methode. Het leidende pedagogische principe vloeit voort uit het mensbeeld. Het gaat ervan uit dat een kind verantwoordelijkheid kan en moet dragen voor het leerproces dat het aangaat. Er is de overtuiging dat een leerling vrijheid kan hanteren, waarbij gradaties van vrijheid zijn te onderscheiden in diverse domeinen. In elk van die domeinen kunnen leerlingen keuzes maken. Het is de taak van de opvoeders in de school de leerlingen te helpen hun eigen kwaliteiten te ontwikkelen. Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van de creativiteit van de leerlingen, ook in hun denken. Dat betekent dat we geloven in het vermogen van de mensen om hun eigen kwaliteiten te ontwikkelen. Dit krijgt vorm in de normen die op school gehanteerd worden, in de ethiek van de school. De vrijheid van het individu eindigt waar die van de ander begint. Vervolgens hangt het van de vaardigheden van de individuen af hoe die grenzen eventueel verschuiven. Er is niets onherroepelijks in het stellen van grenzen. Met die relatieve onzekerheid moet men als opvoeder en als leerling kunnen omgaan. Het vraagt van de leerling om voldoende assertieve vaardigheden te verwerven (zelfstandigheid) en van de opvoeders om vanuit de Daltonprincipes het klimaat te bewaken waarin de leerlingen experimenteren in de "minimaatschappij" die de school vormt. Die vaardigheden zijn gebaseerd op het vermogen om de situatie in ogenschouw te nemen en in goed overleg een oplossing te vinden met oog voor elkaars belangen. Het kan niet anders dan dat de explorerende leerling wordt benaderd van uit een houding van wederzijds respect, hetgeen nadrukkelijk in het schoolklimaat tot uitdrukking komt.

Onderwijskundige principes In 1922 geeft Helen Parkhurst in haar boek "Education on the Daltonplan" een onderwijskundige invulling van bovengenoemde pedagogische uitgangspunten. Het leidende onderwijskundige principe is dat het kind zelfontdekkend leert. Om dat te kunnen, moet het de taak(contract) kunnen overzien. Het moet weten wat het leerdoel is en aan welke normen het moet voldoen. Op grond daarvan schat het kind in hoeveel werk het met welke middelen moet verrichten en hoe het kind het gestelde probleem zal oplossen. Het bepalen van het eigen tempo is daarbij van belang. Het leerdoel wordt bepaald door de eisen van de overheid (kerndoelen), de eisen van de samenleving en door het schoolplan, het beleidsplan en andere documenten binnen de school. Het schoolplan dient zo opgesteld te zijn dat de leerling in toenemende mate verantwoordelijkheid draagt voor het eigen leerproces. Daarbij kan een fasering gevolgd worden die de leerling helpt daarop te reflecteren. Hij moet kunnen vaststellen hoe ver hij is, zonder dat het nodig is dat hij elke fase ook in een voorgeschreven volgorde doorloopt. Die fasering is namelijk kunstmatig en dient slechts als kader en niet als voorgeschreven ontwikkelingslijn. Zelfverantwoordelijk leren staat bij Dalton in een pedagogische context. Als er meer verantwoordelijkheid gegeven wordt, krijgt de leerling meer mogelijkheden zelfstandig te leren. Hoe zelfstandiger de leerling, hoe meer verantwoordelijkheid hij kan leren dragen. Naar mate de leerling vordert in het leerproces kan de rol van de leraar steeds meer die van begeleider worden.

2011-2015

-6-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

Naarmate er een ontwikkeling plaatsvindt naar zelfverantwoordelijk leren zullen er steeds meer keuzes gemaakt worden in:        

tempo van leren en verwerken van de speel/leerstof volgorde van vakken en taken de leerweg, waarbij het einddoel vaststaat leerstrategie, toegepast op de leerstof werkplek tijdstip waarop elke taak wordt opgepakt partners bij het leren: leraren of medeleerlingen activiteiten, al of niet vakgebonden activiteiten

Verder zullen er afspraken gemaakt moeten worden over:  controle op de eigen leerresultaten  verantwoording van de eigen leerresultaten Hoe ruimer de vrijheid, hoe flexibeler de organisatie. Naarmate men meer ruimte toestaat, wordt de functie van de leerkracht naar de leerling verschoven. De leraar heeft zijn eigen verantwoordelijkheid en heeft recht op een eigen positie in relatie tot de leerlingen.

Kenmerken van de onderwijsorganisatie De onderwijskundige en pedagogische principes dienen hun vertaling te krijgen in de schoolorganisatie. De organisatie kan worden omschreven in optisch waarneembare activiteiten, waarbij het klassenverband kan worden doorbroken. Alle leerlingen verwerken een deel van de leerstof zelf, al of niet in samenwerking met medeleerlingen, naar keuze met of zonder begeleiding van een docent en op een zelf gekozen werkplek in de school. Zij verantwoorden en evalueren zelf het leerproces en het leerresultaat binnen de reguliere lestijd. Het percentage van de werktijd op school moet voldoende zijn om de hierboven genoemde wijze te realiseren. Er wordt per definitie een taak opgegeven die meer omvat dan het werk voor dat bepaalde moment en "voor de volgende keer" (leerstofplanning). Daardoor is de leerling in staat zich een oordeel te vormen over de stappen die hij moet zetten om dagtaak, weektaak, maandtaak en jaartaak tot een goed einde te brengen. In de dagindeling van een Daltonschool is aantoonbare ruimte voor leerlingen om volgens eigen inzichten bezig te zijn. Daltonscholen organiseren die ruimte o.a. in een Daltonstrook in het rooster. Overigens is de mate van flexibiliteit in de pedagogische uitgangspunten niet alleen zichtbaar in het rooster, maar ook in de praktische aanpak in de zgn. klassikale lessen. Scholen met een vrij werkuur zijn nog geen Daltonscholen. De schoolorganisatie dient de mogelijkheid te scheppen zodat op basis van de pedagogische en onderwijskundige principes gewerkt kan worden.

2011-2015

-7-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

3. Daltononderwijs op de Jeanne d’Arc In dit hoofdstuk wordt heel praktisch beschreven hoe wij als leerkrachten en leerlingen gewend zijn om aan de volgende punten te werken: 3.1 zelfstandig werken 3.2 uitgestelde aandacht 3.3 symbolen/ handelingswijzers 3.4 instructietafel en stille werkplekken 3.5 dag- en weektaken 3.6 zelfcorrectie 3.7 maatjes 3.8 de kring 3.9 groepsdoorbrekende activiteiten

2011-2015

-8-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

3.1 Zelfstandig werken Dagkleuren Om de leerlingen te helpen de week te structureren en een werkplanning te maken, geven we in de hele school iedere dag van de week aan met een vaste kleur. Dit overzicht hangt in alle klassen. Daltonkleuren Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag

blauw geel rood groen bruin

Kleutergroepen Op de kast staat de weekwijzer (Schatkist) waarop wordt aangegeven welke dag het is, welke datum en welke bijzonderheden er die dag zijn. De daltonkleuren worden gebruikt in de vorm van gekleurde knoppen. De kinderen zetten hun knop met de goede dagkleur op het controlebord bij hun gekozen opdracht als deze klaar is. Zo heeft de leerkracht meteen een registratieoverzicht van alle taken die gedaan zijn per leerling. De daltonkleuren zijn voor de kinderen zichtbaar op de weekwijzer aangebracht. Groepen 3 t/m 8 De daltonkleuren worden gebruikt om aan te geven op welke dag een taak afgemaakt is. De kinderen kleuren dan het vakje op de dag- of weektaak in met de dagkleur om aan te gegeven dat iets klaar is. Vooral in de bovenbouw, als er met meerdagen- en weektaken gewerkt wordt, geeft dit de leerkracht een inzicht in de leerstijl van het kind. De leerkracht kan het kind coachen op het maken van een planning en het spreiden van het werk. (zie verder 3.5 dag- en weektaken) Ook het werktempo en het resultaat van het werk kan aanleiding zijn tot extra begeleiding door de leerkracht. Takenbord In alle groepen worden er bepaalde dagelijkse taakjes gedaan. Op het takenbord staat aangegeven welke kinderen een klusje moeten doen. Elke week zijn er andere kinderen aan de beurt. Aan het eind van de middag worden deze klusjes gedaan. In de onderbouw wordt er i.p.v. een takenbord vaak gewerkt met een kind van de dag die de juf helpt.

2011-2015

-9-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

Dagritme Kleutergroep: In de kleutergroep worden er andere dagritmekaarten gebruikt dan in groep 3 t/m 8. Deze dagritmekaarten zijn afbeeldingen van Dagmar Stam die aangeven in welke volgorde iets gebeurt. Elke keer als de activiteit wisselt wordt er een vingertje bij gehangen om voor de kinderen aan te geven welke activiteit er nu gaat plaatsvinden. Dit wordt ’s morgens met de kinderen besproken. Groep 3 t/m 8: In deze groepen wordt er met dagritmekaarten gewerkt. Deze kaarten geven aan d.m.v. tekst of afbeeldingen wat er in een bepaalde volgorde op een dag aan de orde komt. Zo kunnen de kinderen zien welke activiteiten er die morgen of middag plaatsvinden en in welke volgorde dat gebeurt. Vooral in de hogere groepen kunnen kinderen zo rekening houden met hun eigen planning als er instructies gepland staan op een bepaald tijdstip. De kinderen van groep 7 en 8 krijgen van school een agenda om zo te leren plannen en noteren wat er aan huiswerk gedaan moet worden. We leren de kinderen niet alleen hun huiswerk noteren, we leren ze ook in hun agenda te plannen wanneer er thuis tijd is om dit huiswerk te maken of te leren. De dagritmekaarten hebben 2 verschillende kleuren. In de combinatiegroepen heeft zo elke groep z’n eigen kleur om aan te geven hoe de dag zal verlopen.

2011-2015

-10-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

3.2 Uitgestelde aandacht In alle groepen wordt er op bepaalde momenten van de dag zelfstandig gewerkt. De kinderen kunnen dan zonder instructie met hun eigen taken aan de slag (taakwerk). Tijdens deze momenten wordt de instructietafel gebruikt voor individuele instructie of instructie in kleine groepjes. Het stoplicht is een middel dat we in elke klas gebruiken. De hele dag staat het stoplicht aan en de kleur wisselt op het moment dat er een toets is of wanneer er een instructie is (zie hieronder) Groep 1-2 De tekentjes op de kaart van het stoplicht geven aan wat de kleur betekent. Rood: Het poppetje heeft een vinger voor zijn mond = stil zijn Oranje: Het poppetje heeft een helm op, hij is druk aan het opruimen Groen: Het poppetje steekt zijn vinger op. Je mag juf iets vragen

Groep 3 t/m 8 Deze kaart hangt duidelijk zichtbaar in de klas bij het stoplicht. De kinderen kunnen hier kort de afspraken lezen die bij het stoplicht gemaakt zijn. Deze afspraken worden regelmatig herhaald en geĂŤvalueerd in de groepen.

Rood

Oranje

Groen

Je moet stil werken. Er is een toets. Je mag de leerkracht niet storen. In een enkel geval kan wel worden afgesproken dat je de leerkracht om hulp kunt vragen tijdens de toets. Je mag fluisterend overleggen met je maatje. De leerkracht helpt bijv. enkele kinderen. Dus de leerkracht mag niet gestoord worden. In de onderbouw heeft de oranje kleur een andere betekenis: opruimen. Je mag met je maatje en je groepje overleggen. Ook kun je de leerkracht om hulp vragen als je er samen niet uit komt.

2011-2015

-11-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

Kaart uitgestelde aandacht Ter ondersteuning hangt er op het bord een kaart uitgestelde aandacht (zie onder) Hierop kunnen de kinderen stap voor stap bekijken hoe ze een probleem zelf kunnen oplossen als het stoplicht aan staat. Onderbouw (groep 1-2) De pop Pompom zit op de stoel van de juf als juf andere kinderen aan het helpen is. Je kunt dan niet bij de juf iets vragen. Deze pop wordt naast het stoplicht gebruikt omdat dit minder abstract is voor jongere kinderen. Het stoplicht wordt gelijktijdig ook gebruikt om aan te geven of juf wel of niet beschikbaar is voor de kinderen en kunnen ze altijd hun vraag of verhaal bij Pompom kwijt.

Onderbouw (groep 1-2)

Stap 1:Ik heb een vraag/probleem Stap 2: Ik vraag mijn maatje om hulp Stap 3: Ik vraag de juf om hulp

Middenbouw (groep 3-4-5)

Stap 1: Ik heb een vraag/probleem Stap 2: Ik lees eerst nog een keer goed wat ik moet doen. Stap 3: Ik vraag mijn maatje om hulp Stap 4: Ik vraag juf om hulp, als het stoplicht groen is. Stap 5: Is het stoplicht oranje/rood, ik zet mijn hulpkaartje in de vragenboog of ik ga met ander werk verder.

2011-2015

-12-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

Bovenbouw (groep 6-7-8) Stap 1: Ik heb een vraag/probleem Stap 2: Ik lees eerst nog een keer goed wat ik moet doen Stap 3: Ik vraag mijn maatje om hulp Stap 4: Ik overleg in mijn tafelgroepje. Stap 5: Ik vraag juf om hulp, als het stoplicht groen is. Stap 6: Is het stoplicht oranje/rood, ik zet mijn hulpkaartje in de vragenboog of ik ga met ander werk verder.

De vragenboog (groep 3 t/m 8) Als de kinderen tijdens het zelfstandig werken een vraag/probleem hebben en ze kunnen niet bij de leerkracht terecht, dan kunnen de kinderen hun hulpkaartje in de vragenboog zetten (mits de voorgaande stappen doorlopen zijn). Deze staat op de instructietafel en zo kan de leerkracht zien wie er hulp nodig heeft. Zodra de leerkracht weer tijd heeft, het stoplicht op groen gaat. Worden eerst deze kinderen geholpen.

simba

2011-2015

-13-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

3.3 Symbolen en handelingswijzers Handelingswijzers zijn in het Daltononderwijs veelgebruikte instrumenten. Op handelingswijzers staat, in tekst of met symbolen, aangegeven hoe een leerling in een bepaalde situatie moet handelen. Handelingswijzers bevorderen daardoor de zelfstandigheid van de leerlingen; de leerlingen kunnen zonder hulp van de leerkracht met een handelingswijzer een opdracht uitvoeren. In de groepen zijn ook veel klassikale handelingswijzers te vinden. Zo zijn er handelingswijzers gemaakt die uitleggen hoe de leerling zijn werk het best kan nakijken, hoe werkwoorden gespeld moeten worden enzovoort. Handelingswijzers voor uitgestelde aandacht: Zie 3.2 Uitgestelde aandacht. Stilteteken. In groep ½ wordt er veel spelenderwijs met liedjes gedaan om aandacht van de kinderen te hebben. Verder wordt er in alle groepen gebruik gemaakt van het stilteteken. Het stilteteken gebruiken we om centraal de aandacht te vragen van kinderen. De leerkracht steekt een vlakke hand op als doorgeefteken aan alle kinderen. Kinderen geven nonverbaal dit signaal door naar hun klasgenootjes, zodat er gezamenlijk verantwoordelijkheid is om stil te worden. Het stilteteken kan bijvoorbeeld ook handig gebruikt worden bij activiteiten voor de hele school, denk aan podiumochtenden. Binnen de werkvormen van Coöperatief Leren wordt ook gebruik gemaakt van het stilteteken. Toiletgebruik in alle groepen: Naast de deur hangen een kaartje voor de jongenstoilet en een kaartje voor de meisjestoilet. Als kinderen naar het toilet gaan draaien ze het kaartje om zodat voor iedereen zichtbaar is of het toilet beschikbaar is. Afspraken: - Niet tijdens instructielessen - Tussen 9.00-10.00, tussen 11.00-11.45 - Tussen 13.30 – 15.00 - Kaartje omdraaien

2011-2015

-14-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

Handelingswijzers ter ondersteuning bij diverse vakken: De gewenste situatie is dat er in de toekomst in alle klassen verschillende handelingswijzers zijn die ingezet kunnen worden om kinderen zelfstandiger te maken of om een probleem zelfstandig op te kunnen lossen. Bijvoorbeeld rekenen (deelsommen, breuken, cijferen etc), taal (ontleden, werkwoordspelling, spellingcategorieĂŤn), puzzels maken, veters strikken, hoe zelf nakijken enz. In een aantal groepen is al een start gemaakt. Zie onderstaande handelingwijzers. Handelingswijzer voor rekenen

Handelingswijzer bouwhoek

Handelingswijzer voor taal

Handelingswijzer veterstrikken

Deze handelingswijzers, en blanco om zelf in te vullen zijn digitaal te vinden onder leerkrachtenmap  dalton  handelingswijzers.

2011-2015

-15-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

3.4 Instructietafel In alle groepen is een instructietafel. Deze instructietafel is bedoeld voor extra instructie tijdens zelfstandig werken of voor verlengde instructie tijdens de leerkrachtgebonden lessen. We werken zoveel mogelijk volgens het Directe Instructiemodel. Kinderen mogen alleen aan deze tafel zitten als ze instructie krijgen. De tafel wordt niet gebruikt als samenwerkingsplek. Tijdens zelfstandig werken zit de leerkracht aan de instructietafel en kunnen kinderen zelf initiatief nemen om aan te schuiven voor instructie. Het kan ook zo zijn dat de leerkracht bepaalde kinderen uitnodigt voor instructie. De leerkracht voert ook individuele of groepshandelingsplannen uit aan de instructietafel. Op de instructietafel staat de vragenboog, daar kunnen kinderen hun hulpkaartje in zetten als ze tijdens zelfstandig werken een vraag hebben. De leerkracht helpt deze kinderen wanneer daar weer tijd voor is. Ook staat er op de instructietafel een bakje met kaartjes voor de stille werkplekken (groene werkbladen op de gang, nisjes). Zo kan de leerkracht regelmatig ook controle doen. Afspraken: - de instructietafel wordt alleen gebruikt voor instructie - de leerkracht zit tijdens zelfstandig werken aan de instructietafel om individuele leerlingen of een groepje kinderen instructie te geven. - de kinderen kunnen zelf bepalen waar ze instructie over willen - de leerkracht kan kinderen uitnodigen voor instructie - de leerkracht maakt aantekeningen over de gegeven instructie op het blad zorgplanning in de klassenmap. Stille werkplekken Op de gang zijn een aantal stille werkplekken ingericht voor kinderen van groep 3 t/m 8 die graag stil willen werken aan een bepaalde taak. Elke dag kunnen kinderen van deze plekken gebruik maken tussen 9-10 uur en 13.15 -14.00 uur. Binnen deze tijden is de klas als samenwerkingsplek bedoeld en kan er instructie gegeven worden aan een groep. Buiten de klas is het dan stil, alleen werken. De werkplekken worden buiten deze tijden wel gebruikt om samen te werken. Er zijn kaartjes gemaakt voor elke groep. Zo kunnen leerlingen zien of er nog stil werkplekken beschikbaar zijn. De leerlingen leggen het kaartje op hun werkplek zichtbaar op groen. Als er dan niet volgens afspraak gewerkt wordt kan een leerkracht het kaartje omdraaien op oranje. Dit is een waarschuwing. Lukt het hierna nog niet dan gaat de leerling terug naar de klas en kleurt het vakje rood op het

2011-2015

-16-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

registratieblad. Dit betekent ook dat de leerling de rest van de week niet meer stil werken mag op de gang. Afspraken: - De leerlingen werken alleen en stil op de gang. - Stil werken doen we alléén in de nisjes op de gang, zodat er goed toezicht is door de leerkracht. - De leerlingen nemen een kaartje “stil werken” mee met een groene en oranje kant. - Alle leerkrachten die op dat moment in de school zijn, controleren het stil werken en draaien evt. de kaartjes om als lln. zich niet aan de afspraak houdt. - De leerlingen registreren zelf op een registratieblad in de klas hoe het stil werken gegaan is. Vakje groen, oranje of rood kleuren, Als het rood is mag dat kind die week niet meer op de gang werken.

2011-2015

-17-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

3.5 Dag- en weektaken In alle groepen op school wordt er op een eigen manier met taken gewerkt. Dit kan een dagtaak of een weektaak zijn. Kleutergroep: In groep 1 en 2 wordt er gewerkt met een kiesbord en een werkbord (2 in 1 bord voor en achterkant). Op het kiesbord zijn een aantal spel of hoekactiviteiten te kiezen. De kinderen kunnen hun naamkaartje onder de gekozen activiteit hangen Op het werkbord worden elke week door de leerkracht picto’s gehangen met de werkjes die in die week gedaan moeten worden. De leerkracht legt aan het begin van de week uit wat de picto’s/ werkjes zijn. Kinderen hangen hun naamkaartje erbij als ze gaan kiezen en kleuren op het namenstrookje met de kleur van de dag af wat ze hebben gedaan, zo kan de leerkracht ook heel eenvoudig (achteraf) registreren wat kinderen per dag hebben gedaan. Het kiesbord

Het werkbord

2011-2015

-18-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

Groep 3-4 In de middenbouw werken de kinderen met een dagtaak. De kinderen hebben wel een overzicht wat er de hele week op het programma staat, maar krijgen elke dag aan het begin van de dag de gelegenheid om voor die dag het werk te plannen. Dtit wordt langzaam aan opgebouwd van groep 3 naar 4. Kinderen kunnen zelf zien welke instructiemomenten er zijn en wat er nog gekozen kan worden uit het zelfstandig werk. Groep 3 leert plannen door 3 x per week extra taakjes zelf in te plannen/te verdelen over de week. In groep 4 plannen kinderen hun zelfstandige taken van rekenen, taal zelf in en daarnaast ook het extra werk zoals ze dat in groep 3 al geleerd hebben. Groep 5-6: In groep 5-6 wordt langzaam toegewerkt naar een weektaak. De kinderen beginnen met een dagtaak. Dit wordt langzaam uitgebreid naar 2 dagen, 3 dagen en uiteindelijk tot het plannen van de hele week. Dit is geheel afhankelijk van het kind zelf. Het ene kind is in groep 5 al in staat een weektaak te plannen en te overzien, terwijl een kind in groep 6 dit nog heel moeilijk vindt. Groep 7-8 In de bovenbouw werken de kinderen met een weektaak (zie afbeelding hieronder) Op de weektaak kunnen de kinderen zien welk werk er deze week gemaakt moet worden. Taken waarbij instructie nodig is staan op de weektaak gepland. De taken die de kinderen zelf nog kunnen inplannen staan in het grijze kader vooraan. De weektaak is niet voor elk kind hetzelfde. Het kan zo zijn dat bepaalde kinderen instructie niet nodig hebben of vervangende taken hebben. Formats van de weektaken zijn digitaal te vinden in de leerkrachtenmap  dalton  format weektaak. Afspraken: - De instructiemomenten staan op een vast moment in de week gepland door de leerkracht. - De leerkracht bepaald in overleg met de leerlingen welke kinderen instructies over kunnen slaan. - In het grijze vlak op de weektaak staat per vak aangegeven welke lessen zelfstandig gemaakt kunnen worden. De kinderen kiezen zelf wanneer ze dit doen en plannen dit op de weektaak door het in het vakje te schrijven van de gekozen dag. Ze zetten dan in het grijze vlak een kruisje bij de opdracht, zodat de leerlingen en de leerkracht in 1 oogopslag kan zien of al het werk daadwerkelijk gepland staat op de weektaak. - Op de weektaak staan een aantal symbolen die een betekenis hebben:  = deze taak doe je samen met je maatje.  = deze taak werk je uit op de computer. = deze taak ga je zelf nakijken - Op vrijdag worden de weektaken ook op de achterkant ingevuld door de leerlingen. Er is hier ruimte voor zelfreflectie. Daarna worden de weektaken ingeleverd en kijkt de leerkracht deze na. Er wordt een korte opmerking met een paraaf van de leerkracht genoteerd. - Eens per 3 a 4 weken gaat het mapje met weektaken mee naar huis en kunnen de ouders de opmerkingen lezen. De ouders zetten een handtekening en de weektaak gaat vervolgens weer mee naar school.

2011-2015

-19-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

-

Als het werk niet af is gaat het mee naar huis, als er bijzondere oorzaken zijn wordt met de leerling een passende oplossing gezocht.

Werk op maat Op de achterkant van de weektaak (zie afbeelding hieronder). Staat aangegeven welk extra werk en keuzewerk er gedaan kan worden. Dit wisselt wekelijks, er staan steeds andere taken op. Sommige kinderen die een aangepast programma hebben op een bepaald vakgebied kunnen hier op de weektaak, bij extra werk vinden welke taken zij moeten doen. Ook kunnen kinderen hier zelf aangeven (opschrijven) welke extra taken of keuzetaken ze gedaan hebben. Kinderen krijgen hierdoor steeds beter inzicht op hun eigen leerproces. Wat vind ik moeilijk, wat wil ik graag leren, waar moet ik nog extra voor oefenen. Extra werk/keuzewerk Onder extra werk worden aanvullende taken bedoeld die elk kind die week af moet maken. Dit kan voor de hele groep gelijk zijn, maar er kan ook met individuele kinderen worden afgesproken dat ze een bepaalde extra taak doen die week (bijv. rekentijgers, kien, computeropdracht etc.) Keuzewerk kiezen de kinderen zelf als ze hun taken helemaal af hebben die dag en iets anders kunnen gaan doen. In de bovenbouw zijn we bezig een centrale kieskast te maken.

2011-2015

-20-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

Achterkant weektaak voor de middenbouw (groep 3-4-5)

Achterkant weektaak voor de bovenbouw (groep 6-7-8)

2011-2015

-21-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

Controlesysteem voor de leerkracht. Kinderen in groep 5 t/m 8 krijgen steeds meer vrijheid om hun taakwerk te plannen. Kinderen delen zelf grotendeels hun dag in. Elk kind werkt met zijn eigen planning en dat maakt het overzicht voor de leerkracht soms lastig. Het is wel van belang dat de leerkracht nog enige controle heeft op het werk van elk kind. Wat heeft het kind gepland en wat is nu daadwerkelijk ook afgekomen. Om dit goed in kaart te brengen voor de leerkracht, maar ook voor de kinderen zelf is er een controlesysteem ontstaan. Al het ingeleverde werk, al dan wel of niet zelf gecorrigeerd door de leerling, wordt door de leerkracht afgekleurd met een marker op een controleblad waar alle taken van die week op staan. Zo is in 1 oogopslag te zien welke taken aan het eind van de week nog niet ingeleverd, nog niet af zijn. En volgt er een gesprek met de leerling.

2011-2015

-22-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

3.6 Zelfcorrectie Kleutergroep: Ook in de kleutergroep krijgen kinderen al te maken met zelfcorrectie. Dit is veelal in de vorm van spellen. Zo zijn er een aantal ontwikkelingsspellen die zelfcorrigerend werken bijvoorbeeld de mini-loco dozen. Op deze manier krijgen de kinderen direct feedback op hun gemaakte werk. Ook leren we kinderen op jonge leeftijd zelfstandigheid en verantwoordelijkheid aan door zelf de absentielijst in te vullen aan het begin van de morgen en middag. Dit doen de kinderen geheel zelfstandig als ze binnen in de klas. Groep 3-4: Er wordt een start gemaakt met zelfcorrectie en dit wordt langzaam opgebouwd naar meerdere taken die zelf gecorrigeerd worden. ( zie pag. 24-25) Groep 5-6-7-8: In deze groepen hebben we een nakijktafel. Het werk dat kinderen zelf moeten corrigeren staat op de weektaak met een symbooltje van een potlood aangegeven. Werk dat zelfstandig gedaan wordt kijken de kinderen zelf na. Leerkrachtgebonden lessen worden in de groep besproken en samen nagekeken. Een groot voordeel is dat kinderen meteen feedback krijgen op hun werk en zelf inzien welke fouten ze gemaakt hebben. Dit is een behoorlijk verantwoordelijk klusje. Er wordt van kinderen verwacht dat ze dit heel nauwkeurig en kritisch doen. Het nakijken zelf is van belang, maar vooral wat je beslist daarna te gaan doen. Lever je je werk meteen in bij de leerkracht? Ga je je eigen fouten oplossen? Is het verstandig om nog extra uitleg te vragen? Allemaal vragen waar kinderen mee in aanraking komen. Bij de nakijktafel hangt een handelingswijzer met de afspraken.

2011-2015

-23-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

Algemene afspraken: -

Kinderen kijken na met een groene pen (gr. 5 t/m 8) of groen potlood (gr 1 t/m 4)? Kinderen zetten een streep door de fout , verbeteren Uitproberen, kinderen noteren aantal goed of aantal fout? Er is een vaste nakijkplek (nakijktafel) in de klas (groep 6 t/m 8). Max. 2 kinderen kunnen hier zitten. In groep 3-4-5 proberen we het nakijken eerst uit. Vaste plek of aan eigen tafeltje? Kinderen vanaf groep 6 kijken na a.d.h.v. de handelingswijzer Kinderen vanaf groep 7 maken gebruik van de hulpbak als er veel fouten gemaakt zijn. Je kunt op de weektaak aangeven wat er nagekeken moet worden door de kinderen. Dit is op de weektaak aangegeven met  symbool (invoegen-symboollettertype:wingdings- potloodje)

Nakijken door de leerkracht: - Gecorrigeerd werk door de kinderen, zelf checken op aantal goed/fout. - Nakijken met rood. Evt. beoordeling of opmerking erbij schrijven. - Gecorrigeerd werk door de kinderen steekproefsgewijs controleren en beoordelen voor registratie

Groep Vak 1-2 Werk- en schrijfbladen

3

Rekenen:

Omschrijving Nakijkblad maken (waar mogelijk)

-

4

Rekenen:

-

Spelling

2011-2015

-

Doelstelling Leren een nakijkblad vergelijken met het eigen gemaakte werkblad. Verschillen opmerken.

Werkboek (vanaf jan. ) 1 x p. week Lesboek met juf samen bespreken/nakijken

Leren antwoorden vergelijken met elkaar. Verschillen opmerken en doorstrepen.

Werkboek Opdrachtenboek (vanaf jan.) Lesboek met juf samen bespreken/nakijken.

Leren antwoorden vergelijken met elkaar. Verschillen opmerken, doorstrepen en verbeteren.

Werkboek opdracht aangegeven door de lkr.

-24-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

5

Rekenen:

-

6

Spelling:

-

Taal:

-

WO- vakken(AKGS-BIO- Verkeer) Rekenen:

-

7

Spelling: Taal:

-

Begrijpend lezen:

-

WO-vakken (AKGS-BIO- Verkeer)

-

Zie groep 6 Huiswerk

Werkboek en Opdrachtenboek Lesboek met juf samen bespreken/nakijken. 1 opdracht uit het werkboek per week (gekozen door de lkr.) Taalles van maandag Zelfstandig lessen, uitproberen Werkboek en Opdrachtenboek Lesboek met juf samen bespreken/nakijken. Werkboek Keuzelessen en Lesboek (waar mogelijk) Met juf samen bespreken/nakijken

Eigen huiswerk (spelling en rekenen) nakijken en registeren op registratieblad.

8 Zie groep 7

Leren van eigen fouten, directe feedback, fouten verbeteren. Netjes nakijken Actie ondernemen bij meerdere fouten naar leerkracht toe.

Zelfstandige lessen zelf nakijken, leerkrachtgebonden lessen samen met juf bespreken/nakijken

Zie groep 6 -

Leren van eigen fouten, directe feedback, fouten verbeteren. Netjes nakijken

Zie groep 7

Leren van eigen fouten, directe feedback, fouten verbeteren.

Netjes nakijken Actie ondernemen bij meerdere fouten naar leerkracht toe. Leren van eigen fouten, directe feedback, fouten verbeteren.

Netjes nakijken Actie ondernemen bij meerdere fouten naar leerkracht toe.

2011-2015

-25-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

3.7 Maatjes

Kleutergroep: In de kleutergroep worden maatjes aan elkaar gekoppeld om een bepaalde opdracht met elkaar te doen. Dit kan bijvoorbeeld zijn dat ze met elkaar een opdracht van het kiesbord kiezen. Ook kunnen de maatjes elkaar helpen als juf even niet kan helpen. Groep 3 t/m 8: Vanaf groep 3 wordt op de weektaak met het symbool  aangegeven welke opdrachten gemaakt worden met je maatje. De taalmethode die we gebruiken bevat ook veel samenwerkingsopdrachten in tweetallen. Meestal zijn kinderen maatjes met een leerling uit de eigen groep. Elke week wordt er minstens 1 andere opdracht naast de taalopdrachten gemaakt met het maatje. Maar met bepaalde opdrachten kan ook gekozen worden voor een maatjes uit een andere groep. In elke klas is een maatjesbord met foto’s van kinderen. De kinderen kunnen zo zelf zien met wie ze maatje zijn. Afspraak is dat maatjes naast elkaar in een groepje zitten, om zo direct en effectief mogelijk te kunnen overleggen/samenwerken. Uitgangspunt van dit maatjeswerk is dat kinderen leren met elkaar samenwerken en zo het leerrendement te verhogen. De maatjes wisselen een aantal keer per jaar en dan wisselen de groepjes ook. Dit is niet in elke klas hetzelfde afgesproken. De leerkracht bepaalt wie maatjes met elkaar zijn.

2011-2015

-26-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

3.8 De kring De kring is vaak een gezellige vorm om een activiteit aan te bieden. Bijvoorbeeld bij een dagopening met de methode Trefwoord zitten we in de kring. Ook behandelen we lessen uit de methode “Kinderen en hun sociale talenten” in de kring. Ook mogen de kinderen op maandag aan elkaar vertellen wat ze hebben beleefd in het weekend. We merken dat de kring heel gezellig is, maar vaak niet alle kinderen actief betrokken zijn. Daarom kiezen we ervoor om, als het gaat om kinderen met elkaar in gesprek te laten zijn, gebruik te maken van verschillende coöperatieve werkvormen. Zo werken we bijvoorbeeld met de binnen en buitenkring, alle kinderen zijn gelijktijdig met elkaar in gesprek. Of kinderen vertellen in tafelgroepjes aan elkaar. In elke groep wordt heel geregeld gebruik gemaakt van verschillende coöperatieve werkvormen om informatie met elkaar uit te wisselen op een effectieve manier.

3.9 Groepsdoorbrekende activiteiten. Binnen onze school zijn er verschillende activiteiten die groepsdoorbrekend georganiseerd worden. Creamiddag. Elke vrijdagmiddag (14.00-15.10) worden er voor de kinderen van groep 5 t/m 8 verschillende activiteiten aangeboden. Leerkrachten en ouders begeleiden groepjes kinderen met bijvoorbeeld figuurzagen, kleien, breien, brooddegen, papier mache, dans, fotografie etc. Kinderen kunnen zich voor deze activiteiten inschrijven. Elk jaar wordt er geïnventariseerd welke ouders er kunnen helpen en welke activiteiten er aangeboden kunnen worden. Na 4 weken wordt het eindproduct beoordeeld en kunnen de kinderen zich inschrijven voor een nieuwe activiteit. We proberen ook buitenschoolse instanties te betrekken in ons keuze/ creacircuit. Feestelijke activiteiten: Kinderboekenweek, Podiumactiviteiten, Kerstviering, Paasviering, Meesters en juffendag, Themaweken. Dit zijn een aantal voorbeelden van activiteiten die jonge en oude kinderen met elkaar doen. Kinderen uit de hoge groepen lezen bijvoorbeeld voor aan jongere kinderen. Kinderen van verschillende leeftijden bereiden een optreden voor de podiummorgen/middag voor. Verder worden er gezamenlijk met alle klassen feesten gevierd als Carnaval, Pasen, Laatste schooldag, Kerst.

2011-2015

-27-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

4. Informatie en rapportage Wij zijn een Daltonschool en dragen dit uit naar ouders, kinderen, bestuur, collega-scholen, visitatie en invalleerkrachten. Voor algemene informatie over het onderwijs op onze school, maken we gebruik van: - de schoolgids - de schoolkalender - het schoolplan - dit Daltonbeleidsplan - de website - de 2-wekelijkse nieuwsbrief, “Het Schakeltje” - informatieavonden van en door de groepen De vorderingen van kinderen worden opgeschreven in rapporten, die de kinderen twee keer per jaar mee naar huis krijgen. Elk jaar krijgt het kind een nieuw rapport met een nieuwe foto. Het eerste rapport wordt in januari gemaakt en het eindrapport in juni. Aansluitend kunnen ouders zich opgeven voor een 10-minutengesprek. Ook kan het zo zijn dat de leerkracht om bepaalde redenen ouders uitnodigt voor een gesprek. We werken met een ‘bolletjesrapport’. Per onderdeel wordt er met een gekleurd bolletje aangegeven hoe het kind op dit gebied presteert. Onvoldoende- matig- voldoende- goed- zeer goed.

We oriënteren ons de komende jaren echter wel op Portfolio leren omdat dit beter bij onze onderwijsvisie past.

2011-2015

-28-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

5. Daltonontwikkelingsplan Daltoncoördinator: Sinds november 2007 is er een vaste coördinator, Marlies van Spijker, op de Jeanne d’Arc benoemd. Er is ambulante tijd beschikbaar gesteld voor de daltoncoordinator om de taken goed uit te kunnen voeren. Een Daltoncoördinator bezoekt Dalton netwerkbijeenkomsten georganiseerd vanuit de IJsselgroep Zwolle (Daltonregio Groot Zwolle). Taakomschrijving van een Daltoncoördinator. - Het bewaken van het daltongedachtegoed: het ontwikkelen en borgen van de daltonkwaliteit en –kenmerken van het onderwijs; doorgaande lijnen in de school, ook bij wisselingen van personeel, het schrijven en bijstellen van een daltonbeleidsplan. - Het coachen c.q. begeleiden van collega’s, onder andere door het begeleiden van nieuwe leerkrachten, enthousiasmeren van zittende leerkrachten, klassenbezoeken en consultaties. - Initiatieven ontplooien om samen verbeterdoelen vast te stellen, onder andere naar aanleiding van de visitatieadviezen, maar ook op basis van nieuwe inzichten in de literatuur, nieuwe ontwikkelingen elders, een periodieke sterkte-zwakte-analyse. - Nieuwe kennis in het team inbrengen, onderzoeken welke scholingen voor het team wenselijk zijn, eventueel zelf of met collega’s interne scholing verzorgen. - Het schrijven van een jaarverslag over de Daltonontwikkelingen van het afgelopen jaar voor team en ouders.

Ontwikkelpunten gekoppeld aan schoolplan 2011-2015: - Inrichten en gebruik van kieskast voor groep 5 t/m 8 - Oriënteren en invoeren van Portfolio-leren. - Doorgaande lijn op het gebied van de 3 daltonpijlers. - Leerlingen betrekken bij leerproces, invloed op weektaak middels Portfolioleren.

2011-2015

-29-


Daltonbeleidsplan Jeanne d’Arc

6. Bijlage

-

Voorbeeld weektaken Kaarten uitgestelde aandacht Kaart stoplicht Kaartjes stil werken Registratieblad stil werken Kaarten toiletgebruik Handelingswijzers Jaarverslag Dalton 2008-2009 Voorbeeld rapport OB-MB-BB

2011-2015

-30-

Dalton  

Dalton beleidsplan

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you