Issuu on Google+

Samenvatting AK.

Hoofdstuk 1: Veranderend Europa

groep 7

Migrant en = mensen uit een ander land die hier in Nederland wonen. Als je dus verhuisd bent. Vanaf 1960 zijn er veel buitenlandse mensen (migranten) naar Nederland gekomen om te werken in fabrieken, we noemen ze ook wel ‘gastarbeiders’. Deze mensen kwamen uit: Suriname, Nederlandse Antillen, Spanje, Marokko, Italië, Griekenland, Turkije, Irak en Indonesië Kolonie = Een land dat bij een ander land hoort en vaak ver weg ligt. De Nederlanders waren zo bijvoorbeeld de baas in Nederlands- Indië (Dat heet nu Indonesië) Na de 2e WO kwamen veel mensen uit de koloniën naar Nederland om hier te wonen of te studeren. Zo waren er nog meer Europese landen die koloniën hadden: - Frankrijk  Noord- Afrika (Marokko, Algerije, Tunesië en Egypte) - Duitsland  Turkije Emigreren = dat Nederlandse mensen naar het buitenland gaan verhuizen. Bijvoorbeeld naar Canada, Duitsland, Australië of de Verenigde Staten. Dit gebeurde vooral na de 2 e WO omdat er toen in Nederland steeds minder werk was. Ethiopië is een arm land in Afrika. Veel mensen van het platteland zoeken werk in (hoofd)steden om zo meer geld te kunnen verdienen. De vader van Tongi ging eerst ook in de hoofdstad werken, later ging hij naar Nederland om te werken. Hij ging met de boot via de Rode Zee, het Suezkanaal, de Middellandse Zee, de Atlantische Oceaan, het Kanaal en de Noordzee naar Nederland. De EU= Europese Unie  landen die samenwerken in Europa. De regeringen maken samen afspraken. Binnen de EU mag je dus ook ‘vrij’ verhuizen. Landen die daar niet bij aangesloten zijn mogen dat niet zomaar. Daar zijn tegenwoordig steeds strengere regels voor.


Samenvatting AK

blok 2: De aarde beweegt

groep 7

Dit blok heb je geleerd over natuurrampen. Zo zijn er o.a. aardbevingen, vulkanen, geiser. Kun je zelf uitleggen evt. tekenen wat dit is? Weet je ook wat gevolgen van natuurrampen kunnen zijn? Waar in de wereld gebeuren de meeste rampen en waarom is dat zo? Hoe is de wereld (werelddelen, platen) veranderd? Dit zijn allemaal vragen die je goed moet bestuderen! Hieronder een korte samenvatting van de 4 lessen die we in de les hebben behandeld: Krakatau = vulkaan tussen Java en Sumatra (Indonesië) . Deze is in 1883 uitgebarsten met grote gevolgen; rotsblokken door de lucht, hete lava, explosies, aardschokken tot in Australië voelbaar, donkere aswolken, vloedgolven, veel schade aan allerlei materialen. Zelfs nog gevaarlijk hoge golven in bij Amerika en Het Kanaal. Na deze uitbarsting ontstond een nieuwe vulkaan: Anak Krakatau (kind van..) sinds 1927 actief. Wat is een actieve vulkaan? Voordelen van vulkanen: vruchtbare grond door het as. Pompeji = stadje in Italie vlak bij de vulkaan Vesuvius. Dit stadje is getroffen door een aardbeving en een vulkaanuitbarsting. Aardbeving Turkije aug. 1999. Gevolg; vele doden, schade, daklozen. Aardbeving en vulkaan wordt ook wel broer en zus genoemd, waarom?  liggen vaak dicht bij elkaar in de buurt. De plaats waar heet water uit de aarde spuit noemen we een geiser. Deze zijn veel in IJsland. De aarde bestaat uit grote platen die heel vroeger aan elkaar vast zaten. Het waren 7 delen: Eurazië, N.Amerika, Z.Amerika, Afrika, India, Australië, Antarctica. Langzaam schoven deze platen uit elkaar en ontstonden er werelddelen. De platen waaruit de aardkorst bestaat, noemen we ook wel (aard)schollen en passen als een soort legpuzzel in elkaar, er zit steeds beweging in. Ze kunnen: - Langs elkaar schuiven (ontstaan er scheuren/breuken in de aarde  aardschokken) - Van elkaar wegglijden ( zoals op IJsland) - Tegen elkaar aanbotsen (zo ontstaan bergen) - Onder elkaar schuiven (zo ontstaan bergen of vulkanen)

Op de rand van een schol is de beweging van de aarde het beste zichtbaar, daar lopen de breuklijnen en zijn dus ook de meeste vulkanen, aardbevingen. Bijv. langs de westkust van Amerika, Middellandse Zeegebied, via de Oostkust van Azië naar beneden richting Japan en Indonesië.


Samenvatting AK groep 7

blok 3: Bodemschatten

In dit blok hebben we het over de volgende hoofdstukken gehad: “Gaten in het landschap”, “Delfstoffen in Nederland”, “Delfstoffen in de wereld” en “Industrie, welvaar en delfstoffen”. Delfstoffen zijn: overblijfselen van planten  veen, bruinkool en steenkool. Ze zijn jarenlang in de grond dicht op elkaar geperst. Steenkool is het hardst en brandt het langst. Het is veel langer geleden ontstaan dan veen en bruinkool. Op verschillende plaatsen in Nederland bestaan de bodem uit veen, dit werd afgegraven, gedroogd en daarna als brandstof gebruikt, we noemen dit ook wel turf. In Limburg is jarenlang steenkool uit de grond gehaald, het zat zo diep dat er eerst mijngangen gegraven moesten worden. In Duitsland zit veel bruinkool in de bodem, dit zit niet zo heel erg diep in de grond en kan met graafmachines worden afgegraven. Tegenwoordig gebruiken we ook andere brandstoffen voor onze energie, vooral aardgas. Dit wordt uit de bodem in N. Nederland en uit de bodem van de Noordzee gehaald. Dit gebeurt met boortorens in zee en via pijpleidingen worden het gas en olie naar het vasteland vervoerd. Van aardolie wordt bijvoorbeeld plastic gemaakt, emmers, stoelen, speelgoed. Turf, bruinkool en steenkool zijn fossiele brandstoffen. Dat wil zeggen dat ze in de loop van de miljoenen jaren zijn ontstaan door de vervorming van planten- en dierenresten. Ook aardolie en aardgas zijn fossiele brandstoffen. Bij de verbranding van deze delfstoffen komen veel vieze stoffen vrij. Dat is slecht voor het milieu. Een nadeel van fossiele brandstoffen is ook dat ze op kunnen raken. Daarom wordt er tegenwoordig gezocht naar energiebronnen die schoon zijn en die we zelf kunnen maken, net zoveel als we nodig hebben. Bijvoorbeeld: kernenergie, zonne-energie, windenergie en waterenergie. Zon, water wind zijn er altijd dat is een voordeel. Delfstoffen in Nederland: zie hierboven, maar ook klei, grind, zout en kalksteen. Vlak bij Maastricht (limburg) ligt de Sint Pietersberg. Heel lang geleden was daar nog zee, waar scheldiertjes zwommen. In schelpen zit kalk en daardoor ontstond er kalksteen in de bodem, waar nu cement van gemaakt wordt. Klei en grind vindt je vooral langs rivieren, ze worden aangevoerd door het water. Klei wordt gebruikt om stenen te bakken, van grind wordt beton gemaakt. In Twente en het zuiden van Groningen wordt zout uit de bodem gehaald. Hier was vroeger zee, omdat het toen heel warm was, verdampte het water en bleef het zout in de bodem achter. In de hele wereld worden er ertsen uit de grond gehaald, bijvoorbeeld ijzererts (wordt ijzer van gemaakt), kopererts (wordt koper van gemaakt) en bauxiet (wordt aluminium van gemaakt). Ertsen zijn stenen waar metaal in zit. In Saudi- Arabië wordt aardolie uit de grond gehaald in de olieraffinaderij, het wordt via pijpleidingen naar de haven vervoerd waar het in grote tankers naar Rotterdam wordt vervoerd. Japan, de Verenigde Staten en West Europese landen zijn landen met veel welvaart. Er is veel industrie en daar zijn ook veel delfstoffen voor nodig. Daarom halen ze ook delfstoffen uit andere landen.


Aardrijkskunde samenvatting hoofdstuk 4 ‘Klimaten op aarde’. Op aarde hebben we verschillende klimaten, namelijk:

-

Tropisch regenwoudklimaat Woestijnklimaat Middellandse- Zeeklimaat Zeeklimaat Landklimaat Poolklimaat

Kun jij bij ieder klimaat een land of gebied aanwijzen?

Deze klimaten zorgen er voor dat de gebieden er verschillend uit zien en ook de temperatuur verschillend is. In Chicago is het bijvoorbeeld veel kouder dan in Los Angeles, omdat dit meer in het binnenland ligt. De oceaan brengt warme lucht met zich mee en daar profiteert Los Angeles nog van, omdat dit aan de kust ligt.

Kun jij op de kaart Los Angeles, Chicago, New York en Montréal aanwijzen?

Suriname In Suriname heb je verschillende bebouwingen zoals akkers, plantages of een tropisch regenwoud. In zo’n tropisch regenwoud liggen vliegvelden meestal langs rivieren. De belangrijkste reden hiervoor is dat de meeste mensen aan de rivier wonen.

Alaska In Alaska ziet het er weer heel anders uit. Daar wonen weinig mensen vanwege de ondoordringbare bossen. Ook in Canada vind je veel bossen en de omgeving is zeer uitgestrekt. Als boer zou je hier goed je graan kunnen verbouwen, maar een nadeel kan de grote afstand zijn! Wat je verder nog moet kunnen! Let er op dat je de legenda van een kaart goed leest. Let er op dat je weet waar het noorden, oosten, westen en zuiden liggen.


Samenvatting Hoofdstuk 5 ‘Steden in Europa’. Londen, Parijs en Berlijn zijn belangrijke steden. Zo lopen vanuit alle kanten van het land, wegen naar deze landen. In de omgeving van zo’n grote stad wonen veel mensen. Deze willen allemaal werken in de grote stad. Voor bedrijven is het daarom erg aantrekkelijk om kantoren te bouwen. In steden rondom zo’n stad worden dan ook steeds meer huizen gebouwd, zodat er genoeg plek is voor al deze mensen om in de buurt te komen wonen. In grote steden zijn veel bezienswaardigheden. Zo heb je in Londen de Tower Bridge, in Parijs de Eiffeltoren en het Louvre en in Berlijn het Potsdammer Platz. Berlijn heeft nog een bijzonderheid, namelijk dat het tot 1990 in tweeën was gesplitst doormiddel van de ‘Berlijnse Muur’. Na de val van de Berlijnse muur werd er weer veel gebouwd in het Centrum van Berlijn. Dit waren vooral winkels en kantoren. Immigranten die naar bijvoorbeeld Frankrijk of Engeland trekken, gaan dan in Parijs of Londen wonen. Dit doen ze, omdat hier veel werk te vinden is. Een voordeel van het leven in de stad kan zijn dat er veel werk is, je dicht bij winkels woont en dichtbij scholen woont. Een nadeel kan zijn dat er weinig ruimte is, veel geluidsoverlast en je niet veel natuur om je heen hebt. Verder moet je:

-

Kunnen kaartlezen. (Let hierbij op de legenda en de schaal!) De windrichtingen kunnen benoemen.

N

W

O

Z

Parijs met de Sacre Coeur

Londen en haar Tower Bridge


Samenvatting Hoofdstuk 6 ‘Steeds dichterbij’ Ten zuiden van Nederland ligt België. België is verdeeld in drie stukken, namelijk: - Het Nederlands taalgebied - Het Frans Taalgebied - Het Duits Taalgebied Er is zelfs een klein deel in het Nederlands taalgebied wat Nederlands en Frans spreekt. Ook in België zijn er veel verschillende landschappen te vinden. In het zuidoosten ligt het gebied ‘de Ardennen’. Dit gebied is vrij bergachtig en daarom zijn er ook niet echt grote steden te vinden. Grote steden in België zijn bijvoorbeeld Antwerpen, Luik, Brussel en Gent. Tussen Antwerpen en Luik is het Albertkanaal gegraven. Dit is, omdat er vroeger veel goederen van Luik naar Antwerpen werden vervoerd. Ten oosten van Nederland ligt Duitsland. Duitsland heeft ook een aantal grote steden, zoals Keulen, Hamburg, Berlijn, München en Frankfurt. Kun jij deze plaatsen aanwijzen op de kaart van Duitsland? Welke van de 5 plaatsen ligt dan het dichtst bij de Alpen? In het noorden van Duitsland is alles vrij vlak. Hoe verder je naar het zuiden gaat, hoe meer bergen je ziet. Wanneer we wat noordelijker kijken dan zien we daar Denemarken, Noorwegen, Zweden en Finland liggen. Dit zijn landen met veel mooie natuur en veel bergen. Deze landen zijn vooral in het noorden dunbevolkt. Dit betekent dat er weinig mensen wonen. Daarom zijn er bijvoorbeeld in Noord-Zweden maar weinig wegen aangelegd. De mooie natuur in bijvoorbeeld Finland kan voor mooie verrassingen zorgen. Zo heb je bijvoorbeeld de middernachtzon, grote meren, uitgestrekte naaldbossen en een toendralandschap. Noorwegen staat bekend om zijn fjorden. De hoofdsteden van deze 3 landen zijn:

Noorwegen

-

Oslo

Zweden

-

Stockholm

Finland -

Helsinki


Samenvatting Hoofdstuk 7 ‘Samenwerken’ De Europese Unie is een organisatie waarin, op dit moment, 27 landen samenwerken. Ooit is deze ontstaan door 6 Europese landen die afspraken maakten over samenwerken. Als we nu over de EU praten dan bedoelen we daarmee alle landen in Europa die met elkaar samenwerken. De landen in de Europese Unie moeten zich houden aan de wetten die zijn gemaakt door deze EU. De leiding van de Europese Unie vergaderen meestal in Brussel. Ze maken afspraken die heel europa aangaan. Bijvoorbeeld over de visserij op de Noordzee. Niet alle landen in Europa werken samen. Denk bijvoorbeeld aan Zwitserland. Deze zit niet in de EU. Wanneer je vanuit een land binnen de EU reist naar een land buiten Europa of een land dat niet in de EU zit dan moet je bijvoorbeeld je paspoort laten zien aan de grens. De landen die lid zijn van de EU maken allerlei plannen. Zo is er bijvoorbeeld de afspraak dat aan alle boeren in de EU dezelfde prijs voor hun land- en tuinbouwproducten betaald moet worden. En ook mogen EU-Landen een product uit een ander EU-land invoeren, zonder hier extra voor te hoeven betalen. Omdat Nederland en Spanje allebei in de EU zitten, is het zo dat Spaanse tomaten in Nederland nu goedkoper zijn dan vroeger. Een voordeel van veel landen binnen de EU is dat het zich sterker kan maken. Maar je bent niet zomaar lid van de EU. Hiervoor moet je aan veel voorwaarden voldoen. Turkije wil ook graag toetreden tot de EU, maar vooralsnog is dat nog niet gelukt. Een aantal andere landen is dit in de laatste jaren wel gelukt, zoals: - Polen - Bulgarije - Roemenië Europa in het klein In het uiterste puntje van Maastricht bevindt zich het drielandenpunt. Hier grenzen drie landen aan elkaar : Nederland, België en Duitsland. In 1991 werd de ‘Euregio Maas-Rijn’ opgericht. In deze organisatie werken geen landen samen zoals in de EU, maar regio’s. De regio’s die hier samenwerken zijn: - Provincie Luik (in België) - Provincie Limburg (in Nederland) - Provincie Limburg (in België) - De regio Aken (in Duitsland) - Het Duitstalige gebied in België Ook hier werken ze samen om afspraken te maken. Hier gaat het vooral om afspraken over ziekenhuizen, de brandweer, politie en het milieu.


ak_groep7_samenvattingen