Page 1

VAN GASTARBEIDER NAAR NIEUWE NEDERLANDER De terminologie van het integratieproces

T.O. Wagner 0962058 t.o.wagner@umail.leidenuniv.nl Theoretisch kader Academische Vaardigheden II CA/OS Universiteit Leiden Mei 2010


De politieke discussie over de verscheidenheid van culturen binnen de Nederlandse samenleving is niet aan een einde gekomen toen in 1998 de centrumdemocraten van Hans Janmaat geen zetel meer kregen voor de Tweede Kamer. Ook niet toen Pim Fortuyn op 6 mei 2002 werd doodgeschoten. Zelfs als Geert Wilders onverwachts zijn excuses aanbiedt voor de uitspraken die hij heeft gedaan tegenover de moslims in Nederland, lijkt een einde aan het „integratiedebat‟ in een land met deze hoge mate van diversiteit ondenkbaar. Amnesty International geeft op haar website een definitie van „integratie‟: ”In het maatschappelijk leven is integratie een term voor de mate waarin verschillende bevolkingsgroepen in staat zijn duurzaam samen te leven…”, en “…De multiculturele samenleving kan sterk geïntegreerd zijn of juist de nadruk leggen op het „behoud van de eigen identiteit‟”. Dit laatste geeft volgens mij een scherper beeld van de verschillende opinies die in dit debat aan de orde komen. Maar is er eigenlijk wel effectieve integratie mogelijk als we de „nietgeïntegreerde‟ bij voorbaat al bestempelen als „niet-geïntegreerd‟? Vergroot het gebruik van het begrip „vreemdeling‟ niet alleen maar de afstand tussen verschillende bevolkingsgroepen? Is de term „buitenlander‟ in de eerste plaats niet ernstig denigrerend?. Vergroot het gebruik van het begrippen als ‘allochtoon’ de marginaliteit van sociale minderheden binnen een multiculturele samenleving zoals we die in Nederland kennen?

Dat is niet de bedoeling van integratie namelijk. Het idee van integreren is dat verschillende bevolkingsgroepen in staat zijn om naast elkaar en met elkaar samen te leven. Een vergroting van marginaliteit verkleint de kans op een geslaagde vorm van integratie. Dan is het natuurlijk de vraag of men een voor- of tegenstander is van integratie, maar ik neem aan dat men het over het algemeen eens is over het feit dat men binnen een samenleving elkaars gelijke is. Sterker nog, het is een verplichting in Nederland om elkaar, ongeacht afkomst, religie en andere cultureel bepaalde aspecten, gelijk te behandelen. En wat houdt dat „multiculturele‟ eigenlijk in? Is Nederland wel een multiculturele samenleving? Wederom een definitie van Amnesty International: “Samenleving waarin verschillende bevolkingsgroepen, elk met een onderscheiden cultuur, naast elkaar bestaan. De multiculturele samenleving kenmerkt zich door tolerantie, door de afwezigheid van racisme en rassendiscriminatie, en door garanties van de vrijheid van geloof en godsdienst…” Het eerste gedeelte van deze definitie lijkt inderdaad erg op de situatie die zich momenteel in Nederland voordoet. Echter, het tweede deel, over afwezigheid van racisme en rassendiscriminatie en de vrijheid van geloof en godsdienst, lijkt mij meer gebaseerd op de idealistische visie die Amnesty International zelf heeft op het begrip „multicultureel‟. En ondanks het feit dat er in Artikel 1 van de Nederlandse Grondwet geschreven staat dat elke burger gelijk behandeld moet worden en dat we het er allemaal over eens zijn dat dit zo zou moeten zijn (zoals we eerder ook al besproken hebben), kunnen we nooit de garantie geven dat dit niet gebeurt. Laten we daarom als ´juiste definitie´ het eerste deel aanhouden. Een soortgelijke definitie vinden we terug bij het woord „multicultureel‟ in de van Dale (1984): “Uit elementen van verschillende culturen samengesteld”. Omdat er de afgelopen 2 decennia relatief veel literatuur is gepubliceerd over multiculturele samenlevingen¹, zou een definitie uit 1984 achterhaald kunnen zijn.


Echter, in de van Dale (2009) staat exact dezelfde definitie als de definitie 25 jaar eerder. We kunnen, als we bepaalde omschrijvingen als „waar‟ accepteren, zeker stellen dat Nederland „multicultureel‟ is. Het land is immers opgebouwd uit sociale groepen met verschillende culturele achtergronden.

Het bepalen van de betekenis achter begrippen staat binnen dit onderzoek centraal. Termen als „allochtoon‟, „immigrant‟ en „buitenlander‟ worden in het dagelijks leven menigmaal door elkaar gebruikt. Het is interessant om te zien hoe de definities van deze begrippen veranderen door de jaren heen. We gebruiken, net als in het voorbeeld van „multicultureel‟, de twee woordenboeken van van Dale (1984 en 2009). In tabel 1 is een overzicht terug te vinden van definities die in beide naslagwerken te vinden zijn van verschillende begrippen.

Begrip

Van Dale 1984

Van Dale 2009

Allochtoon

van elders aangevoerd; niet-

Van elders afkomstig.

inheems;vreemd;-gevormd uit van elders aangevoerd materiaal; vgl. autochtoon. Buitenlander

Vreemdeling.

1. Iemand uit het buitenland 2. Allochtoon

Gastarbeider

Uit het buitenland afkomstige

Uit het buitenland afkomstige

arbeider, buitenlandse

arbeider

werknemer. Immigrant

Inkomend landverhuizer.

Iemand die immigreert

Autochtoon

De oorspronkelijke bevolking

Oorspronkelijke bewoners

uitmakend: het autochtone ras;

afkomstig

vgl. allochtoon. Integratie

Het als gelijkwaardig opnemen

Het maken of opnemen in een

van een bevolkingsgroep(van

groter geheel

ander ras) in een bepaalde maatschappij. Tabel 1: Verschillende begrippen uit van Dale(1984 en 2009) vergeleken.

Behalve de modernisering van het taalgebruik zijn er een aantal veranderingen in de definiëring van de begrippen. Zo waren er in 1984 definities onderbouwd met de term „ras‟. Dit begrip komt niet terug in de editie van 2009. Een verklaring voor deze verandering kan gegeven worden door Kenan Malik (1996), die de ontwikkelingen van dit begrip laat zien over de afgelopen 200 jaar. Hij geeft aan dat deze term steeds minder geaccepteerd wordt, omdat men inziet dat „ras‟ meer biologisch dan cultuurgebonden is. Ook is opvallend dat de definities die gegeven worden in de van Dale uit 2009 milder geformuleerd zijn dan de definities uit 1984, die een ietwat etnocentrische indruk kunnen maken. Tot slot is het opmerkelijk dat in het meest recente woordenboek de termen


„buitenlander‟ en „allochtoon‟ als synoniem gezien worden. Hoe begrippen door de jaren heen verklaard worden is niet alleen interessant, maar ook zeer relevant en nuttig om te kunnen bepalen hoe men tegen bepaalde aspecten van een samenleving aankijkt.

Uiteraard zijn er meer instellingen en bronnen waar we definities uit kunnen halen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (hierna: CBS) bijvoorbeeld. Deze organisatie heeft een eigen opvatting over begrippen, voornamelijk begrippen die gebruikt worden in statistisch onderzoek. Zo maakt het CBS (in tegenstelling tot de van Dale 2009) wél onderscheid tussen „buitenlander‟ en „allochtoon‟. Sterker nog, het CBS maakt binnen het begrip „allochtoon‟ onderscheid tussen verschillende generaties en „westerse‟ of „niet-westerse‟ allochtonen. Hier wordt dus een hogere mate van operationaliseren toegepast dan dat bij de van Dale gebeurt. ²

Waar we rekening mee moeten houden is dat het debat over integratie een grote samenhang heeft met verschillende immigratiestromen die Nederland kent en gekend heeft. Opvallend hierin is dat de huidige discussie vooral gaat over de komst van Turkse en Marokkaanse gastarbeiders, inmiddels ongeveer 40 jaar geleden. Maar een multiculturele samenleving zoals we die in Nederland kennen bestaat uit meer verschillende culturen. Zo moeten we bijvoorbeeld ook rekening houden met de komst van groepen mensen uit voormalige kolonies van Nederland. Krijgen deze mensen een andere benaming dan Turkse of Marokkaanse „allochtonen‟ of worden ze hetzelfde genoemd? Het CBS ziet, zoals ik besproken heb, een verschil tussen „westerse- en niet westerse allochtonen‟. Bij „westerse allochtonen‟ worden, behalve immigranten uit Europa, Noord-Amerika en Oceanië, ook mensen uit Japan en Indonesië gerekend. De keuze van Japan lijkt bepaald door de economische sterkte van het land, maar Indonesië vind ik persoonlijk opvallend. De motivatie van het CBS ligt ongetwijfeld ergens bij het feit dat dit land ooit een kolonie is geweest van Nederland, maar waarom worden landen als Suriname of Curaçao dan wel als „niet-westers‟ bestempelt? In een uitgebreide uitleg van de definitiebepaling van het begrip „allochtoon‟ zegt het CBS het volgende: ”...is ook een standaardindeling van allochtonen geïntroduceerd waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen westerse en niet-westerse allochtonen. Tot de westerse herkomstlanden worden gerekend alle landen in Europa (maar zonder Turkije), Noord-Amerika, Oceanië, Japan en Indonesië (met inbegrip van het voormalig Nederlands-Indië). De niet-westerse herkomstlanden zijn Turkije en alle landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (met uitzondering van Japan en Indonesië). De reden om dit onderscheid aan te brengen, is de verschillende sociaal-economische en culturele positie van westerse en nietwesterse allochtonen. Als een groep in sociaaleconomisch of cultureel opzicht sterk op de Nederlandse bevolking lijkt, wordt deze groep tot de westerse allochtonen gerekend. De allochtonen met Indonesië als herkomstland vormen een bijzondere groep. Ze worden gerekend tot de westerse allochtonen. Veel van de personen uit Indonesië of voormalig Nederlands-Indië zijn van Nederlandse afkomst.” Ook hier wordt duidelijk dat we een scherp inzicht moeten hebben in bepaalde aspecten van de geschiedenis die de (ontwikkeling van) begrippen, zowel het definiens als het defiendum, sterk kan beïnvloeden. ³


Er zijn, zoals eerder gezegd, veel onderzoeken gedaan naar multiculturele samenlevingen. Waar echter relatief weinig onderzoek naar is gedaan zijn naar de effecten van terminologie binnen deze samenlevingen. Er zijn dus op dit gebied ook weinig theorieĂŤn die weerlegt of gefalsificeerd kunnen worden. Wat we echter wel kunnen doen, is het bepalen welke terminologie op dit gebied populair was en is binnen de wetenschap. Ik heb dit gedaan aan de hand van een eenvoudige steekproef in de digitale bibliotheek van de Universiteit Leiden. Binnen de digitale bibliotheek heb ik begrippen opgezocht die in titels van literatuur voorkomen en gekeken of er opvallende statistische gegevens duidelijk werden door middel van een classificatiesysteem. Omdat we de nadruk eerder al gelegd hebben op de veranderingen in de betekenis van begrippen, besloot ik de literatuur in te delen in de periodes van publicatie. De resultaten zijn terug te vinden in tabel 2.

Geschreven literatuur binnen

Percentage geschreven literatuur

bepaalde periode over begrip/totaal

binnen bepaalde periode over

geschreven literatuur over begrip.

begrip.

<1970

1/11

9,1%

1970-1979

7/11

63,6%

1980-1989

2/11

18,2%

1990-1999

1/11

9,1%

2000-2009

0/11

0%

<1970

5/80

6,3%

1970-1979

12/80

15%

1980-1989

50/80

62,5%

1990-1999

10/80

12,5%

2000-2009

3/80

3,7%

<1970

0/238

0%

1970-1979

3/238

1,3%

1980-1989

46/238

19,3%

1990-1999

153/238

64,3%

2000-2009

36/238

15,1%

Begrip

Periode waarin literatuur geschreven is.

Gastarbeiders

Buitenlanders

Allochtonen

Tabel 2: Begrippen in titels van literatuur in Digitale Bibliotheek Universiteit Leiden tot 2009, gemeten op 21 mei 2010.


Autochtonen <1970

2/25(Duitstalig)

8%

1970-1979

1/25

4%

1980-1989

8/25

32%

1990-1999

6/25

24%

2000-2009

8/25

32%

<1970

10/57

17,6%

1970-1979

2/57

3,5%

1980-1989

18/57

31,6%

1990-1999

19/57

33,3%

2000-2009

8/57

14%

<1970

0/96

0%

1970-1979

0/96

0%

1980-1989

9/96

9,4%

1990-1999

33/96

34,4%

2000-2009

54/96

56,2%

Immigranten

Multiculturele

Tabel 2(vervolg): Begrippen in titels van literatuur in Digitale Bibliotheek Universiteit Leiden tot 2009, gemeten op 21 mei 2010.

Wat mij hier in eerste instantie opviel was de relatie tussen de begrippen „gastarbeiders‟, „buitenlanders‟ en „allochtonen‟. Het lijkt er sterk op dat deze begrippen over dezelfde groep mensen gaat, maar dat de definitie waarmee deze groep wordt aangeduid door de jaren heen verandert. Waarschijnlijk hangt dit verschijnsel sterk samen met de komst van gastarbeiders naar Nederland eind jaren ‟60 en begin jaren „70 (Obdeijn & Schrover, 2008). In de tabel is te zien dat ruim 63% van de literatuur over gastarbeiders is geschreven tussen 1970 en 1979. In de periode daarna (1980-1989) wordt de meeste literatuur over „buitenlanders‟ geschreven. In deze periode is ook een opkomst van de term „immigranten‟ (van 3,5% tussen 1970 en 1979 naar 31,6%), een percentage dat in het decennium hierna ongeveer gelijk blijft (33,3% tussen 1990 en 1999). We zien in de jaren „90 wel een verschuiving van het begrip „buitenlanders‟ naar „allochtonen‟. Tussen 2000 en 2009 vindt er een sterke afname plaats van de hoeveelheid literatuur geschreven over allochtonen(van 153 naar 38). Vreemd genoeg is er in deze periode geen duidelijk stijgende lijn van een ander begrip dat aan deze mensen gekoppeld kan worden. En die stijging van het begrip „multiculturele‟? Zijn we dan als samenleving eindelijk zo ver dat we echt kunnen spreken van sociale cohesie zonder racisme en rassendiscriminatie, zoals Amnesty International dat zo graag wilt? Als de (misschien wel stigmatiserende) begrippen voor bepaalde sociale groepen langzaam verdwijnen, wat is dan het hele idee achter dit onderzoek? Wat hebben we aan een onderzoek als de resultaten na een korte periode al niet meer relevant zijn?


Allereerst is het van belang om in te zien dat bovenstaand voorbeeld waarschijnlijk voor een belangrijk deel betrekking heeft op de immigratiestroom als gevolg van de komst naar Nederland van gastarbeiders, eind jaren ‟60. Als we de CBS-definitie van „allochtoon‟ aannemen, is het niet vreemd dat er in de wetenschap steeds minder over „allochtonen‟ gesproken wordt: De derde generatie gastarbeider is in de meeste gevallen namelijk helemaal geen allochtoon meer, maar een Nederlander met een „andere culturele achtergrond‟. Als het zo is dat de wetenschap het begrip „allochtoon‟ niet meer hanteert, hoeft het natuurlijk niet zo te zijn dat de samenleving het begrip zelf ook niet meer gebruikt. Ten tweede is er inmiddels een nieuwe stroom „gastarbeiders‟, die voornamelijk uit OostEuropa naar Nederland komt, op zoek naar enige vorm van inkomsten (Korf, 2009). Het motief om naar Nederland te komen voor deze mensen lijkt ongeveer gelijk aan het motief van de gastarbeiders die veertig jaar geleden naar Nederland kwamen. Het is echter nog maar de vraag of er in de toekomst voor deze groep dezelfde termen gebruikt gaan worden als bij de vorige grote immigratiestroom. Men kan aan de ene kant opnieuw beginnen met het gebruik maken van begrippen als „gastarbeider‟ of „buitenlander‟. Maar wat interessanter lijkt is de opkomst van een geheel nieuwe sociale terminologie. Zo heeft de minister van integratie de inmiddels geaccepteerde term „allochtoon‟ vervangen door „nieuwe Nederlander‟ (Trouw, 2009).

Tot slot wil ik terugkomen op de vraag waarmee ik ben begonnen: Vergroot het gebruik van het begrippen als ‘allochtoon’ de marginaliteit van sociale minderheden binnen een multiculturele samenleving zoals we die in Nederland kennen? We kunnen concluderen dat een vergroting van marginalisering van sociale groepen een negatieve uitwerking heeft op het integratieproces. En het is duidelijk dat de termen binnen deze context elke tien jaar wel andere vormen aannemen. Maar er is absoluut nog nader onderzoek nodig om te zien hoe sociale groepen waar deze begrippen betrekking op hebben, denken over de terminologie van integratie.

¹ onder andere Macghee (2008) en Meer (2010).

² Definities van verschillende begrippen volgens CBS: -„Buitenlander‟: Niet-Nederlander, Persoon die niet de Nederlandse nationaliteit bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld. -„Allochtoon‟ : Persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. -„Niet-westerse allochtoon‟: Allochtoon met als herkomstgroepering een van de landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije. -„Westerse allochtoon‟: Allochtoon met als herkomstgroepering een van de landen in Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika en Oceanië, of Indonesië of Japan.

³ Uit: hoe doet het CBS dat nou? Standaardefinitie allochtonen.


Geraadpleegde literatuur: Amnesty International (2009) Naslag: Encyclopedie van de mensenrechten 1 juni 2010 http://www.amnesty.nl/encyclopedie. Centraal Bureau voor de Statistiek (2010) CBS, 3 juni 2010 http://www.cbs.nl/nlNL/menu/home/default.htm. Centraal Bureau voor de Statistiek (2000) Hoe doet het CBS dat nou? Standaarddefinitie Allochtonen, 10 juni 2010 http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/26785779-AAFE-4B39-AD0759F34DCD44C8/0/index1119.pdf

Couwenberg, W. (2007) Fortuyn-revolte: terugblik na vijf jaar 2 juni 2010 http://www.civismundi.nl_civis_mundi_opinie_wim717.doc. Geerts, G. & H. Hestermans (1984) van Dale groot woordenboek der Nederlandse taal Utrecht/Antwerpen, Van Dale Lexicografie. Kolf, D.J. (2009) Polen in Nederland Utrecht, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling. Macghee, D. (2008) The end of multiculturalism? terrorism, integration and human rights Maidenhead, Open University Press Malik, K. (1996) The meaning of race: race, history and culture in Western society New York, New York University Press. Meer, N. (2010) Citizenship, identity and the politics of multiculturalism: the rise of Muslim consciousness New York, Basingstoke. Obdeijn, H. & M. Schrover (2008) Komen en gaan Amsterdam, Bert Bakker. Trouw (2009) â&#x20AC;&#x17E;Kijk daar heb je een leuke nieuwe Nederlanderâ&#x20AC;&#x;, 1 december 2009. Spruyt, B.J. (2007) 25 jaar integratiedebat 5 juni 2010 http://bartjanspruyt.blogspot.com/2007/09/25jaar-integratiedebat.html. Tsing, A.L. (1993) In the Realm of the Diamond Queen: Marginality in an Out-of-the-Way Place Princeton NJ, Princeton University Press. Uitgeverij van Dale (2010) Van Dale, 22 april 2010 http://www.vandale.nl/vandale/.

VAN GASTARBEIDER NAAR NIEUWE NEDERLANDERDER: terminologie van het integratieproces  

Vergroot het gebruik van het begrippen als ‘allochtoon’ de marginaliteit van sociale minderheden binnen een multiculturele samenleving zoals...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you