Page 1

02/07/16 — ­ 04/09/16

Kunst enfes tival Watou 2 0 1 6 Verzamelde Verhalen #8

over de kracht van mededogen


02/07/16 ­ — 04/09/16 www.kunstenfes tivalwatou.be

Kunst enfes tival Watou 2 0 1 6 Verzamelde Verhalen #8

over de kracht van mededogen


INDEX

AA

T UT

RAA

T

NG

I PER

O

BLAUWHUISSTRAAT

MOENAARDESTRAAT

KLEINE MARKT

WATOU PLEIN

ST

TRA

ISTEN PP

STEENVOORDESTRAAT

WARANDESTAAT

HO

KE

E RK

W EG

OUDE-P

rk

OUDE

e

pa

DOUVIE WEG

-PROVENSTRAAT

SE

S

TR

Br

e nn

BUITEN PARCOURS

12 KANTLIJNEN 16 Leonard Nolens 16 Joost Zwagerman 17 Christine D’Haen 18 Dries Verhoeven

1 FESTIVALHUIS

22 25 26 28 30 32 33 34 36 38 40 42

Karine Bonneval Arthur Rimbaud Cleon Peterson Lars Gustaffson Anders Krisár Jan Vanriet Gerrit Kouwenaar Pascal Bircher Tayeba Begum Lipi Luk Berghe Jeppe Hein Maen Florin

6

2 GEMEENTEHUIS

48 51 52 54 56 58 60 61 62 64 66 68 70

Bas Overbeek Jannah Loontjens Front404 Eckart Hahn Dominic McGill Robert Gligorov Christian Morgenstern Jan van der Hoeven Rinko Kawauchi Colin Waeghe Regina José Galindo Anno Dijkstra Filip Markiewicz

74 76 78

3 RODE HOED

Gijs Assmann Rik Meijers Arnaud Rogard


INDEX

4 DOUVIEHOEVE

7 BRENNEPARK

82 85 86 88 91 92 96 100 104 105 106 108 110 112 113 114 116 118 144 146 149 150 152 155 156 166

Alex Seton Peter Verhelst Johan Clarysse Juan Muñoz Stefan Hertmans Rafael Gomezbarros Wisłava Szymborska Soheila Sokhanvari Paul De Vree Toon Tellegen Luk Berghe Alfredo Jaar Roy Villevoye Iosif Stalin Benito Mussolini Adolf Hitler Francis Alÿs Patti Smith Louise Bennett Giuseppe Licari Frederik Lucien De Laere Anna Lange Joachim Coucke Bernlef Stefan Hertmans Theo van Doesburg

209 210 211 212 213 214 215 216 217 219 220 222 223

Secret Poetry Luisterhoorns: Armand Van Assche Theo Olthuis Ted van Lieshout Frank Adam Bart Moeyaert Joke van Leeuwen Tjitske Jansen Charles Ducal Hugo Claus Roberto Juarroz Wilma Stockenström Ernst Jandl

8 KELDER BROUWERIJ

5 GRAANSCHUUR

170 173 174 176 178 180 183 184 186 188 190

Johan Clarysse Heidi Koren Yves Velter Tim Silver Cindy Wright Melanie Bonajo Rutger Kopland Tabitha Moses & Jon Barraclough Pascale Pollier Koen Fillet Rafael Gomezbarros

6 PAROCHIEHUISJE

194 196 199 200 202 204

D.D. Trans Alet Pilon Jotie T’Hooft Fred Eerdekens Bertien van Manen Randall Casaer

226 Roy Villevoye

9 KLOOSTER

230 232 235 236 237 238 242 244 246 248 250

Moussa Sarr Simone de Groot Remco Campert Dirk van Bastelaere Anne van Amstel Lies Caeyers Sandrine Pelletier Robert & Shana ParkeHarrison Pascal Bircher Roeland Tweelinckx Peter De Meyer

10 HUISJE KLEINE MARKT

256 Saskia De Coster & Inne Eysermans

11 KERK

Peter De Meyer Moniek Toebosch Samson Kambalu Michaël Vandebril Erik Buijs 270 Arthur Lava 271 Roland Jooris 272 Eduardo Basualdo 260 262 264 267 268

7


8


PROLOOG

De kracht van mededogen

…over identiteit, diversiteit en mededogen We leven in een fantastische wereld. Maar er is werk aan. Het gaat snel. Meedogenloos snel. Voor velen te snel. En we zijn met veel, heel veel. Veel eenlingen met recht op een eigen identiteit. Veel v ­erschillen die zorgen voor vermoeiende maar ook boeiende en levensnood­ zakelijke diversiteit. Een allegaartje van mensen en meningen dat al duizenden jaren zichzelf in stand houdt en heruitvindt. We zoeken elkaar op: in het echt, digitaal en virtueel. Om niet alleen te zijn. Ook onze taal- en beeldvorming is een amalgaam. Gelukkig een overbrugbare barrière: we zoeken immers ons. We vormen groepen van gelijkgestemden: lokaal, regionaal, nationaal en internationaal. We kunnen niet zonder de anderen. We vertrouwen én wantrouwen. We nemen stellingen in. Willen geloven in iets. Hangen denkwijzen aan. Moeten er soms voor vluchten. Soms worden we fanatiek. Zonder mededogen leidt dit naar conflict. Zonder mededogen verliezen we onze menselijkheid. We zullen mededogend zijn of niet zijn. De geschiedenis liegt niet. 'Hulp en troost bieden, vereist intelligentie. Het vermogen om emoties van anderen te kunnen meevoelen is een zeer oude verworven­ heid die zich in ons lichaam én in onze geest heeft genesteld. Dankzij dit vermogen, dat we empathie noemen, hebben we als soort kunnen overleven.' stelt primatoloog Frans de Waal die volgens het tijdschrift TIME een van de honderd invloedrijk­ ste wetenschappers ter wereld is. Toen aan Stephen Hawking, een andere grote wetenschapper, gevraagd werd wat volgens hem de belangrijkste verwezenlijking van de mens is, antwoordde hij zonder aarzelen: 'Dat is empathie, de kracht om ons in de gedachten en de gevoelens van anderen in te leven, die kracht helpt de mensheid vooruit.'De onvolprezen dichter Arthur Rimbaud schreef: ‘Je est un autre’ - Ik is iemand anders. Jean-Paul Sartre had het dan weer over: ‘l’enfer c’est les autres’. Marc Reynebeau maakte daar onlangs ‘Je, c’est l’enfer’ van: de mens is van zichzelf de ergste vijand. Menselijk fatsoen vertrekt vanuit mededogen. We moeten daarom genereuzer naar de wereld kijken. 'Je moet de tijd aanvaarden waarin je leeft. Een andere oplossing is er niet.' stelt wereldreiziger, fotograaf en ecologist Yann Arthus-Bertrand.

9


PROLOOG

Na de Tweede Wereldoorlog waren we met 2 miljard. Vandaag zijn we met 7 miljard mensen op de wereld. Dat zou niet mogelijk zijn als we elkaar niet zouden helpen. Omdat we dikwijls egoïstisch en oorlogszuchtig zijn, zullen meer en meer mensen migreren omdat ze een beter leven willen. Er is geen ontkomen aan: we moeten luis­ teren naar elkaar. De wereld is van iedereen. Andere mensen doen ons groeien en veranderen. Empathie verbindt ons met elkaar. Albert Einstein deelde volgend inzicht: '…Alleen het individu kan denken en dus nieuwe waarden creëren voor de maatschappij. Sterker nog, alleen het individu kan nieuwe morele standaarden uitzetten waar het leven van de gemeenschap zich naar schikt. Zonder creatieve, onafhankelijk denkende en oordelende persoonlijkheden is de opwaartse ontwikkeling van de maatschappij net zo ondenkbaar als het ontwikkelen van een individuele persoonlijkheid zonder de voedende bodem van de gemeenschap waarin hij leef.' 'Het is eeuwig ploeteren om onze wereld enigszins leefbaar te houden' stelt psycholoog en auteur Eddy Van Tilt in zijn boek ‘De schaduw van de verlichting’. 'Als nooit tevoren zijn we afhankelijke wezens, die met alle vezels en met een oneindig aantal virtuele draden gebonden zijn aan andere mensen over heel de aardbol. De consequenties daarvan zijn enorm, maar onze natuur noch onze cultuur biedt ons adequate houvasten om met die nieuwe realiteit om te gaan. We zijn zwaar aan het pokeren: niet alleen met het milieu, maar met de aarde in haar geheel. Alleen een mondiale aanpak kan de gewelddadige wereld die stilaan opnieuw ontstaat, omturnen naar de geweldige plek die de dromers van mei ’68 voor ogen stond. Het wijzij-denken is niet alleen populistisch en contraproductief, maar bovenal dom en gevaarlijk. Wij zijn veroordeeld om wereldwijd samen te werken en om mededogen en rechtvaardigheid te cultiveren.' De kunstenaars, dichters, schrijvers en andere scheppende mensen die we op de 36ste editie van Kunstenfestival Watou samenbrengen, leven enerzijds bij de gratie van verdeeldheid en conflict en anderzijds geven zij mee vorm aan een betere samenleving. Kunstenaar Benjamin Verdonck formuleerde het onlangs als volgt: 'Geef mij maar de symbiose tussen kunst en activisme. Wij geven stof tot nadenken, aanleiding tot bewustwording. Wij tonen een weg, openen mogelijkheden, geven kansen tot verandering.' Op Kunstenfestival Watou vormen dichters, schrijvers, kunstenaars en andere creatieve geesten een uitzonderlijke ontmoetingsplaats. Ontdek hen met mededogen. Reflecteer zodat we met z’n allen kunnen groeien. Geniet ervan. Wij zien u graag. Jan Moeyaert Intendant vzw Kunst / Stichting IJsberg vzw Kunstenfestival Watou / Verzamelde Verhalen #8 / Zomer 2016

10


PROLOOG

11


BUITEN PARCOURS

FESTIVALHUIS

ZOMERZINNEN

Voor het derde jaar op rij start een bezoek aan Kunsten­ festival Watou in het Festival­ huis op het Watouplein. U vindt er niet alleen het onthaal en de festivalshop, maar ook al­ lerhande projecten die in de kantlijn van het Kunstenfesti­ val groeien. Zo ontstaat er in een open atelier elke week in het huis een nieuw kunstwerk op De Muur. Daarnaast transformeert het herdenkingsproject Coming­ WorldRememberMe de bezoekers tijdelijk in kunstenaars.

Kunstenfestival Watou is meer dan een tentoonstelling tussen taal en beeld. Onder de noemer Zomerzinnen staan iedere zater­ dag en zondag andere evenemen­ ten op de agenda die graag een brug slaan tussen verschillende kunstdisciplines. Denk aan een intens optreden van Wim ­ Helsen, een boeiende auteurs­ lezing van Frederik Willem Daem, een schrijf- en ­ illustratiemiddag in de Postfabriek van Flore Deman en Lize Spit, een bij­ zonder intieme performance van Benjamin Vandewalle, heerlijke Nederlandstalige muziekjes van Clean Pete, woord en melodie om bij weg te dromen van Parlevink of een verrassende show van Roy Aernouts. Het volledige programma is terug te vinden op www.kunstenfestivalwatou.be.

12


BUITEN PARCOURS

IK & d e IKKEN

DE MUUR

In het Festivalhuis groeit doorheen de tentoonstellings­ periode een bijzondere instal­ latie die we samen met onze bezoekers tot stand brengen. Het uitgangspunt is een uitver­ grote stip, een ronde stempel waaruit het woord IK gesneden is. De stip is het kleinste en op het eerste zicht meest onbeduidende object dat we ons kunnen voorstellen, maar tege­ lijkertijd is het allerklein­ ste deeltje ook de basis van alle materie. De versmelting van vele deeltjes kan tot de wonderlijkste samenstellingen leiden: sterren, planeten, het leven. Op Kunstenfestival Watou wordt het publiek uitgenodigd om letterlijk zijn stempel op het festival te drukken in een participatief kunstwerk. Alle IKKEN samen zullen zo op het einde van de zomerperiode tot een nieuwe, bijzondere samen­ stelling leiden en een heel groot wij-gevoel creëren.

De Muur is een groeien­ de verhaal­ lijn doorheen de festival­ periode die steeds andere kunstenaars samenbrengt om een gesamtkunstwerk te maken voor Kunstenfestival Watou. Een illustrator of beeldend kunstenaar gaat daarbij samen met een schrijver of dichter de uit­ daging aan om op een ­ aantal dagen tijd een uniek, maar vluchtig kunstwerk te maken op ­ een muur in het Festivalhuis. Het resul­ taat wordt gedurende een weekend aan het publiek tentoongesteld om daarna op­ nieuw te verdwijnen, waardoor de Muur telkens weer verandert in een blank canvas voor het volgende duo. Met dit project brengen tien kunstenaarsduo’s u deze zomer woord en beeld in symbiose, maar dan voor korte ­ duur. Ze brengen u de schoon­ heid van de vergankelijkheid. De duo’s voor elk weekend zijn terug te vinden op www.kunstenfestivalwatou.be.

13


BUITEN PARCOURS

COMINGWORLD REMEM B ERME

KINDER PARCOURS Kunstenfestival Watou, dat is kunst kijken en poëzie ­ proeven op spannende locaties, ook voor ons jongste publiek. Het cen­ trale thema van de tentoon­ stelling, de kracht van mede­ dogen, keert ook terug in het kinderparcours. Aan de hand van een op maat gemaakte wandeling worden kinderen aangezet om na te denken over vragen als 'Wie ben ik? Wie ben jij? En is er ook een wij?'.

Ruim twee jaar geleden start­ ten wij als organisator van Kunstenfestival Watou ook een langlopend participatief land art project op met kunstenaar Koen Vanmechelen. In het kader van de artistieke herdenking GoneWest/Reflections on the Great War willen wij met ons project aandacht geven aan de zinloosheid van oorlog giste­ ren, vandaag en morgen. Op dit eigenste moment leven miljoenen kinderen in schrijnende situ­ aties. De nood aan mededogen lijkt ons hier vanzelfsprekend. Met CWRM willen we die kinderen ook actief helpen. U kan zelf ook actief deel­ nemen aan dit kunstproject door in ons zomeratelier in het Festival­ huis beeldjes te maken in klei én peter of meter te worden. De helft van uw bij­ drage (€ 5.-) gaat rechtstreeks naar een oorlogskind dat van­ daag meer dan wie ook recht heeft op mededogen.

Om het educatieve luik wat extra kleur te geven, ­ gingen we deze keer in zee met illus­ ­ trator Kristof Devos, die met zijn uit de band swingende spring-in-’t-veld Miep onze jongste bezoekers zal begelei­ den bij hun wandeling doorheen het Kunstenfestival. Miep kijkt namelijk met een andere blik tegen de dingen aan en zal ons op die manier ook helpen om een beetje anders te kijken. Niet alleen naar de kunstwerken, maar ook naar ons en de ander, want alleen door genereus te kijken, zijn we in staat tot verbondenheid.

Meer informatie over het participatief land art project vindt u op www.cwrm.be. U kan ons ook volgen op Facebook en Instagram.

Via een app en/of een doeboekje geeft Miep allerhande opdrach­ ten door om uit te voeren,

14


BUITEN PARCOURS

zodat onze jongste bezoekers de kunstwerken en poëzie op een speelse manier kunnen ontdekken. Wie de opdrachten tot een goed einde brengt, komt bovendien ook steeds dichterbij de Schat van Vlieg.

krijgt de kijker zicht op de levens van de tieners, die via hun teksten een plek in de we­ reld trachten te vinden. Op die manier is de documentaire een prachtig tijdsdocument dat niet alleen de zinderende energie die van de jongeren uitgaat in beeld brengt, maar ook heel helder de stelling ontkracht dat de ‘jeugd van tegenwoordig’ geen maatschappelijk betrokken­ heid zou voelen.

De Zoektocht van Vlieg op Kunsten­ festival Watou is vanaf 2 juli gratis beschikbaar via de app OJOO. Ze kan op voorhand of ter plaatse gedownload worden en leidt schattenjagers via een GPSsignaal doorheen het parcours.

We are poets draait rond kern­ thema’s als identiteit en di­ versiteit, en laat op een heel concrete manier de kracht en sterkte van poëzie zien.

GEDICHTEN IN HET DOR P De afgelopen edities van Kun­ stenfestival Watou groeide er gestaag een nieuwe poëtische lijn in het dorp. Ook dit jaar selecteerde poëziecurator Willy Tibergien gedichten van geves­ tigde waarden in het Nederland­ stalig poëzielandschap om hen een permanente plaats te geven in Watou. Aan het werk van Eddy van Vliet, Paul Snoek, Remco Campert, Hugues C. ­ Pernath, Jean-Claude Pirotte, Leo­Vroman, Miriam Van hee, Stefan Hert­ mans, Gerrit Kouwenaar en Marc Insingel worden dit jaar gedichten van Leonard Nolens, Christine D’Haen en Joost Zwagerman toegevoegd.

P OEZIENEMA In onze Poëzienema gaat alle aandacht dit jaar naar de documentaire We Are Poets van regisseur Alex Ramseyer-Bache. De film vertelt hoe een multi­ culturele groep jongeren uit Leeds er in tijden van digitale communicatie voor kiest om zich niet via Facebook, maar wel met het gesproken gedicht uit te drukken. We are poets volgt de jonge poetry slammers tijdens hun mentale en fysieke reis van de repetitielokalen van het Leeds Young Authors poëzieteam naar’s werelds meest presti­ gieuze slamkampioenschap vlakbij het Witte Huis in de Verenigde Staten. Tussen de overwel­ digende gedichten en slamsessies door,

15


GEDICHTEN IN HET DORP

Zonder mij Wat kan ik voor je Met die muziek heb Vernield om toe te Of ik daar weg mee

doen, ik heb alleen maar woorden. ik ons huis gebouwd, mijn leven zien of dood de moeite waard is, kan zonder te moeten sterven.

Wat kan ik voor je doen, ik moet toch van je blijven. Ik heb je toch op mij genomen zonder je te nemen, Zonder me te geven want ik ben alleen maar jij. Ik ben alleen maar jij geweest om niet te moeten zijn. Ik ben alleen maar jij geworden om niet ik te zijn. Dat is een laffe liefde, Zoet, vergeef het mij. Wat kan ik voor je doen, ik ben alleen maar woorden, Wou je worden, wou ons worden zonder mij. Leonard Nolens

Lief Mijn lief, wees alsjeblieft heel lief voor mij, nu God mij denkelijk heeft uitgewist. Mijn lief, blijf alsjeblieft heel dicht bij mij. Misschien word ik door God gemist. Mijn lief, vertrouw ook nu op mij. Ik ben niet weg, God ademt mij. Mijn lief, wees alsjeblieft heel lief voor mij. Misschien heeft God Zich in mijn dood vergist. Joost Zwagerman

16


GEDICHTEN IN HET DORP

Tussen niet-zijn en zijn strekt zich het leven uit. Uit ondergronden welt de wil tot zijn grensloos: elke gedachte met alle andere verbonden, iedere wet in andere gefundeerd, en tijd en ruimte zijn voor ons oneindig. Maar even sterk is niet-zijn, sterker zelfs wanhoop en wankelen en storten diepst ineens, panische vrees, uitzinnig, ongemak en vortextrechter iedere nieuwe dag. Alleen de Andere vermag te noemen, contouren af te tasten, te bevestigen: je bent, je zult niet hier en nu vergaan, ik garandeer. En eindelijk na de agonieën en de verlatenheid door iedere vader: één ogenblik tussen geboorte en dood van zonsopgang tot maansopgang, ik ben, alleen, mijzelf, en alles is wat is. Ben ik mijzelf, alleen, is al wat is? Christine D’haen

17


BUITEN PARCOURS

DRIES VERHOEVEN 1976, Nederland Songs for Thomas Piketty 2016 Dries Verhoeven is theatermaker en beeldend kunstenaar. Hij maakt installaties, performances en happenings in musea, op locatie en in de openbare ruimte van een stad. Op de grens tussen per­ formance- en installatiekunst zet hij de verhoudingen tussen toeschouwers, performers, alledaagse werkelijkheid en kunst op scherp. Met zijn werk hoopt Verhoeven twijfel te zaaien over de dominante systemen die ons leven en denken ongemerkt bepalen. Songs for Thomas Piketty staat specifiek stil bij de hulpvragen die ons dezer dagen overstelpen. In ons eigen land neemt de armoede toe, binnen Europa is de staatssteun aan Griekenland een heikel punt en grote ­ groepen vluchtelingen stellen onze definitie van gastvrijheid op de proef. Economen als Thomas Piketty stellen inmiddels vast dat de kloof tussen arm en rijk de komende decennia alleen maar zal toenemen. Om weerstand te bieden aan dat steeds luider klinkende geweeklaag, vegen we de openbare ruimte schoon. Sinds een aantal jaar is het bijvoorbeeld op vele plekken verbo­ den om te bedelen en worden daklozen verdreven uit toeristenzones door onder meer anti-daklozenmeubilair te plaatsen. Een leuning in het midden van een bank verhindert zo dat een bedelaar er zich te slapen kan leggen. Op die manier raakt de openbare ruimte steeds meer gepolijst en worden verontrustende elementen weg­ gewerkt. Mededogen is geïnstitutionaliseerd, we maken liever geld over aan een betrouwbare hulporganisatie dan aan de eerste de beste bedelaar. Het idee van de openbare ruimte als spiegel van de samenleving verdwijnt daarmee. Songs for Thomas Piketty plaatst de hulpbehoevenden voor even terug in de openbare ruimte. Op enkele locaties in Watou staan bedelende gettoblasters die oude gemeenschapsliederen zingen en om een bijdrage vragen. Bovenop elke installatie staat een schaaltje, waarin bezoekers desgewenst muntgeld kwijt kunnen. Een moment lang lijken deze gettoblasters de neoliberale etalage­ samenleving over te nemen. De stemmen eisen radicaal de aandacht op. Het vraagt de toevallige voorbijganger te kijken naar zijn eigen ongemak: hebben we de arme nodig om te praten over armoede? Voe­ len we mogelijk meer empathie voor een machine dan voor de mens die zij representeert?

18


Songs for Thomas Piketty 2016

BUITEN PARCOURS

19


LOCATIE

20


LOCATIE

21


K a r i n e Bonneval 1970, Frankrijk Il me semble 2002 Tu y songes 2002 Les ondes 2002 Ce que j’ai à te dire 2002 Tu comprends 2002 Je voulais te dire 2002 En travers de la gorge 2002 Karine Bonneval is een Franse kunstenares die zeer sterk gefasci­ neerd is door taal. Het is voor haar een constructie die ons als mens in staat stelt om onze relatie tot de wereld uit te ­ drukken. Vanuit deze fascinatie ontwikkelde Bonneval de série conversations, een reeks mondmaskers waarop met pastaletters kleine en korte zinnen aangebracht zijn die typisch idiomatische Franse uit­ spraken verbeelden.

22


Les ondes 2002

Met de frases ontwikkelde Bonneval letterlijk een handgemaakte woordenschat waarmee ze sculpturen en performances vormgeeft die vragen stellen bij onze hedendaagse sociale gedragingen. De maskers lijken relicten van een rituele bijeenkomst en herin­ neren aan voorwerpen die in oude Oosterse stammen gebruikt worden. Bonneval voert echter nieuwe rituele functies in, die ons bewust maken van gedragingen en woorden die we niet meer bewust uitvoe­ ren en uitspreken. Série conversations kan gezien worden als een pseudowetenschap­ pelijke studie van talige conflicten. Het is niet toevallig dat net wie de maskers zou opzetten, niet meer in staat is om te spreken. Zo benadrukken ze het onvermogen om iets onder woorden te brengen, om je als mens via taal uit te drukken tegenover de wereld en je medemens. Bonnevals woorden worden niet uitgesproken met de tong, haar woorden blijven haperen en zorgen voor verstikking. Ze blijven geblokkeerd zitten in de keel, waar de woordenschat van Bonneval blijft stokken.

23


Ce que j’ai à te dire 2002 / Je voulais te dire 2002

LOCATIE

24


FESTIVALHUIS

Je est un autre. Arthur Rimbaud

25


FESTIVALHUIS

Cl e o n peterson 1973, VS Masters of Death 2016 Cleon Peterson woont in en werkt vanuit Los Angeles en maakt schilde­ rijen die chaotische en gewelddadige taferelen laten zien. Agressie en brutaliteit zijn overal aanwezig en vullen elke hoek van het beeld. We zien figuren die strijden met zichzelf en met elkaar en die in een perfecte choreografie geplaatst lijken door de kunstenaar, die hen vastpint middenin een brutale daad. Het geweld wordt enigszins getemperd doordat het wordt uitgevoerd door semi-realistische tweedimensionele figuren, wat de beelden tegelijk een iconische en absurde uitstraling verleent. Peterson wil met zijn strijdtaferelen het gevecht verbeelden tussen macht en onderwerping in onze huidige maatschappij. Zijn schilderijen zijn altijd monochroom geschilderd en vaak in zeer grote formaten uitgevoerd. Hij gebruikt meer dan eens lange en hoge lege muren in het straatbeeld als canvas voor zijn werk, waardoor zijn beelden ook direct in confrontatie kunnen gaan met het publiek. Voor zijn werk reist Peterson de hele wereld af. Zijn kunst kent zo ook een grensoverschrijdend karakter. Zijn visuele taal over­ stijgt meer dan eens tijd en plaats en draagt steeds verschil­ lende invloeden in zich: oude Griekse (anti)helden, Boschiaanse helletaferelen en beeldtaal uit de jaren tachtig. Petersons werk kan omschreven worden als een clash tussen Achilles, Kraftwerk, Dante Alighieri en Pulp Fiction. Er lijkt een soort tijdloosheid te zijn geslopen in de menselijke wreedheid die hij afbeeldt. Met het geweld in zijn werk wil Peterson niet shockeren, maar de wereld tonen zoals hij is. Elke dag worden we via de media aan geweld blootgesteld, maar er is langzaamaan een soort van afstand ontstaan tussen ons en de gebeurtenissen die we via het nieuws vernemen. Dat gebrek aan mededogen groeit volgens Peterson ook omdat veel mensen zich outsiders voelen, afgesloten van de maatschappij. Sommigen wenden zich zelfs tot extremen, gewoon om te bewijzen dat ze bestaan. Die gevoelens van uitsluiting zijn makkelijk in Petersons strijdende personages te herkennen. Volgens hem kan kunst dan ook een belangrijke verbindende rol spelen. Met de bevroren strijdtaferelen die hij vastlegt, wil hij een soort heilige pauze creëren, een moment en plaats waarbinnen de kijker kan nadenken over het onderwerp en de emotie van zijn beelden.

26


Masters of Death 2016

FESTIVALHUIS

27


FESTIVALHUIS

Det vi kallar ‘jag’ är det mest opersonliga vi har: magistrarnas röster, småskolefröken med linjalen visselpipan i den alltför ekande gymnastiksalen. Det vi kallar ‘det’: orgasmen, det plötsliga infallet, raseriutbrottet som kommer blixtsnabbt som ingivelsen Allt det är det mest personliga vi har. Lars Gustafsson

28


FESTIVALHUIS

Wat wij ‘ik’ noemen is het meest onpersoonlijke dat wij bezitten: stemmen van leraren, de kleuterjuf met haar liniaal, het fluitje in het al te luid weerkaatsend gymnastieklokaal. Wat wij ‘dat’ noemen: het orgasme, de plotselinge inval, de woedeaanval die even bliksemsnel opdoemt als de ingeving. Dat alles is het meest persoonlijke dat wij bezitten. Lars Gustafsson

29


FESTIVALHUIS

An d e r s KrisÁ r 1973, Zweden Untitled 2014-2015 Bronze/Wax #2 2006-2008 Anders Krisár is een Zweedse kunstenaar die in New York woont en werkt. In zijn oeuvre is het menselijk lichaam een steeds terug­ kerend motief. Krisár legt zich voornamelijk toe op foto’s en sculpturen, die vaak vervormde gezichten of lichaamsdelen voor­ stellen. Zijn werk wordt algemeen aanschouwd als morbide, m ­acaber én melancholisch. Net omdat ze meestal zeer waarheidsgetrouw zijn, werken zijn beelden namelijk verstorend en provocerend. Ze wijzen ons op de fysieke en psychische grenzen die ons als mens defini­ ëren, maar tegelijk ook onderscheiden van elkaar. Krisár gaat in zijn werk vooral op zoek naar dat laatste. Zijn geschonden hoofden, rompen zonder ledematen en gespleten lichamen zijn persoonlijke mijmeringen bij de vraag ‘Wie ben ik eigenlijk?’. Voor Untitled gebruikt Krisár de materialiteit van het lichaam als onderwerp. Het werk werd opgebouwd vanuit een levensgroot en volledig afgietsel in polyester en polyutheraan van een onbekende jongen. Krisár verdeelde de sculptuur met chirurgische precisie in twee delen en schilderde het oppervlak van het beeld in de kleur die het dichtst bij de huidkleur van de jongen lag. Uitein­ delijk wisselde de kunstenaar de twee helften van plaats en zette hij hen naast elkaar, met de handen in elkaar. Op die manier lijken ze klonen die elkaar vastgrijpen. Dit splitsen, spiegelen en verdubbelen zijn ook terugkerende thema’s in de psychoanalyse. Met Untitled verwijst Krisár naar de bijwijlen zeer indringende mentale schade waaraan mensen kunnen lijden. Met een vader die aan schizofrenie lijdt en een moeder met een bipolaire stoornis, ligt dit thema dan ook zeer dicht bij zijn persoonlijke wereld. Het contact tussen Krisárs sculpturen is steeds van cruciaal belang. Het is een visueel directe wijze om te onderzoeken hoe we elkaar als mensen beïnvloeden, zoals bijvoorbeeld in Bronze/ Wax #1, waarin we het wassen en bronzen gezicht van respectie­ velijk de kunstenaar en zijn moeder kunnen herkennen. Het wassen oppervlak van Krisárs gezicht werd zo geplaatst dat het slechts een centimeter verwijderd is van het afgietsel van zijn moeders hoofd, dat van binnenuit verwarmd wordt. Van zodra het hoofd van de moeder opwarmt, smelt de mal van Krisár langzaamaan en ver­ liest hij zijn vorm. De was loopt als een trage waterval naar beneden en uiteindelijk wordt het oorspronkelijke gezicht van Krisár onherkenbaar. De kunstenaar schept hiermee een heel in­ tieme sculptuur waaruit, ondanks de sporen van schade en verval, een sterk gevoel van verlangen spreekt. Een verlangen om door de ander geraakt en gevormd te worden.

30


Bronze/Wax #2 2006-2008

LOCATIE

31


FESTIVALHUIS

Semafoor Ik zie mezelf staan midden in een korenveld Ik zwaai naar die man en ik beantwoord mijn teken molenwiekend aan de overkant van de vallei een semafoor op een kale heuvel Zal ik me iets toeroepen een groet, een vraag? Misschien ontwijk ik die tweespraak heb ik het drukdruk, doe ik alsof Wat moet ik mezelf vertellen: er is toch eenheid van gedachte Of staan we nu samen onder dwang is er twijfel over onze gespiegelde relatie Jan Vanriet

32


FESTIVALHUIS

Al deze gasten Van overal komen ze, uit donker, uit gaten in donker, uit dromen, uit foto’s, en zelfs mist men licht waar een lichaam geweest is, en soms proeft met een mond in zijn mond later in rouwbrieven komen ze, in vlees om te eten in liedjes van onschuld, bedorven ervaring, bar voets of verschroeid in een vleugel, een toeval zoveel brood heeft men niet in huis, zoveel tijd wordt te laat voor een dag in het jaar de schemer valt al in de middag, bedden vertragen waar men aanligt, verpoppen al deze gasten die men moet leven, het vasten in donker, het tasten naar hartzeer, het aan slaan van honger of schrijft men de honden, al deze grote totaal uitwendige kleine in wendige doden – Gerrit Kouwenaar

33


FESTIVALHUIS

P a s c a l Bircher 1972, Verenigd Koninkrijk Don’t stand so close to me 2012 Pascal Bircher combineert in zijn werk elementen uit zijn per­ soonlijke mythologie met ideeën uit het collectieve geheugen en doorspekt beide met fictionele elementen en voorbeelden uit de realiteit. Met al die verwijzingen probeert hij steeds het on­ doorgrondelijke te begrijpen en er vat op te krijgen. In zijn kunstenaarspraktijk tast Bircher af hoe hij het onzichtbare en het onuitspreekbare kan voorstellen. Zijn werk is doordrenkt van referenties naar de geschiedenis, wetenschap, literatuur, films en de populaire cultuur. Op die manier zijn er verschillende lagen terug te vinden in zijn vormelijk eenvoudige sculpturen.

Ook met Don’t stand so close to me probeert ­ Bircher grip te krijgen op het onbevattelijke en te antwoorden op de vraag hoe dicht twee mensen bij elkaar kunnen en mogen komen. De kunstenaar bepaalde daartoe op tien verschillende plaatsen en tijdstippen de afstand tussen zichzelf en een andere persoon ter plaatse. Die afstand tekende hij telkens uit op een meetlint dat hij daarna afknipte tot op de afgemeten millimeter. Op die manier stelde Bircher sinds 2002 een verzameling samen van verschillende meetlinten, die verschillende afstanden voorstellen tussen zichzelf en de ander. Het is een kleine ingreep die veel poëtische kracht verbeeldt; we kunnen er de overmijdelijke afstand in zien die steeds tussen twee personen ligt. In het Klooster is nog een tweede werk te zien van Pascal Bircher, Signal.

34


Don’t stand so close to me 2012

FESTIVALHUIS

35


FESTIVALHUIS

Ta y e ba Begum Lipi 1969, Bangladesh Agony 2015 Tayeba Begum Lipi is een van de belangrijkste hedendaagse kunste­ naars uit Bangladesh. Ze woont en werkt in Dhaka en ontving er in 2004 de Grote Prijs op de Aziatische Kunstbiënnale. In 2011 vertegenwoordigde ze Bangladesh op de Biënnale van Venetië. Ze is naast kunstenares ook een uitgesproken activiste. Ze stichtte in 2002 samen met haar man de Britto Arts Trust, een organisatie die zich toelegt op het creëren van kansen voor andere Bengalese kunstenaars, en is daarnaast ook actief in het verdedigen van de transgendergemeenschap in Bangladesh en van feministische thema’s. De schilderijen, tekeningen, video’s en installaties van Lipi hebben het meer dan eens over de vrouwelijke positie in de maat­ schappij en focussen op het vrouwelijke lichaam. De ­ kunstenares is het meest gekend voor haar sculpturale werken, waarbij ze met scheermesjes en veiligheidspinnen dagdagelijkse huiselijke voor­ werpen namaakt, zoals badkuipen, kinderwagens, rolstoelen en lingerie. Lipi kiest heel bewust voor de scheermesjes. Ze zijn provocerend en visueel interessant, en voor Lipi gelinkt aan het geweld waaraan Bengalese vrouwen vaak worden blootgesteld in haar thuisland, het racisme dat ze ondervindt bij reizen naar het buiten­ land, maar ook meer concreet aan het gereedschap dat wordt gebruikt bij de geboorte in minder ontwikkelde delen van het land. De kunstpraktijk van Lipi is geworteld in de ervaringen die ze opdeed tijdens haar kindertijd. Ze groeide op in Gaibandha, een klein dorpje in Bangladesh. Lipi was de elfde van twaalf kinde­ ren, en was vaak aanwezig bij de geboorte van haar kleine nichtjes en neefjes. Die bevallingen werden regelmatig uitgevoerd door een vrouw uit het dorp, die zich behielp met een scheermesje. Lipi herinnert zich nog levendig het geluid van het mesje dat in kokend water werd gelegd en de glinstering van het metaal, en vertaalt deze jeugdherinneringen naar een sterk symbool dat een terugkerende rol krijgt in haar werk. Waar Lipi vroeger readymade scheermesjes gebruikte, is ze sinds kort overgestapt naar aangepaste mesjes in glimmend roestvrij staal, die haar toelaten om werken in verschillende groottes te maken, zoals Agony. We zien drie rolstoelen die volledig wer­ den opgebouwd uit deze op maat gemaakte mesjes. Ze vormen een rechtstreekse verwijzing naar de pijn van het ouder worden en de wonden die tijdens een mensenleven worden geslagen. Voor Lipi gaat het werk om de beperkingen waar de vrouwen in Bangladesh mee leven, maar die je ook universeler kan bekijken. Op die manier verbeeldt Agony de beperkingen waar uiteindelijk elke mens mee probeert te leven.

36


Agony 2015

FESTIVALHUIS

37


FESTIVALHUIS

LUK B ERGHE 1954, België Dr. Stein - Part of the UTOPIA Collection 2013 Sinds 2005 maakt Luk Berghe tekeningen als een vorm van een proces van denken, beschouwen en overschouwen. Samen vormen zijn tekenin­ gen, en sinds kort ook zijn schilderijen op doek, een labyrintisch geheel met Utopia Collection als overkoepelende titel. Binnen deze collectie visualiseert Berghe op een subjectieve manier zijn vast­ stellingen uit persoonlijke en collectieve archieven en creëert zo een eigen gedachtegang. De zwart-wit werken tonen beelden uit zijn persoonlijk leven en grijpen terug naar zwart-wit tv-beelden of zijn beïnvloed door de stripboeken uit zijn jeugd. In zijn Utopia Collection heeft Berghe bovendien het subject ver­ bannen en voert hij de mens op als object. Zo ook in het schil­ derij Dr. Stein - Part of the UTOPIA Collection, waarin we het beeld van Frankenstein als geobjectiveerde filmfiguur herkennen. Het schilderij is een sleutelwerk voor Berghe, omdat hij hier de maakbare mens voorstelt in zijn lijden, maar dan zonder gevoel. Ook de periode waarin Mary Shelley haar gothic novel Frankenstein; Or The Modern Prometheus schreef, werd gekenmerkt door een gelijkaardige dualiteit. Het premoderne tijdperk van de romantiek kondigde dan wel de maakbaarheid van de mens aan, maar veraf­ schuwde die tegelijkertijd ook. Ten onrechte wordt de naam Frankenstein vaak verbonden aan het in het verhaal geschapen monster. Het is echter de naam van de persoon die het monster schiep. Op jonge leeftijd al verlaat de intelligente en nieuwsgierige Victor Frankenstein zijn geliefde familie in Zwitserland om te gaan studeren in Duitsland. Tijdens zijn onderzoeken ontdekt hij een manier om levenloos ­ mate­ riaal tot leven te brengen. Met grote geestdrift werkt hij aan zijn uitvinding en tracht hij op die manier een vriend en metgezel te scheppen. Hij gebruikt hiervoor materiaal afkomstig van diverse lijken. Hierbij streeft hij naar schoonheid. Groot is dan ook zijn ontzetting als het schepsel tot leven komt en verre van vol­ maakt blijkt te zijn. Hoewel het niet onvriendelijk is en zelfs naar hem glimlacht, ontvlucht Victor in paniek zijn laboratorium. Het schepsel verdwijnt, een mythe is geboren. Berghe koos ervoor om specifiek de Frankenstein af te beelden die Boris Karloff vertolkt in de gelijknamige verfilming uit 1931, omdat dit beeld het meest op ons collectief netvlies gebrand is. Hij portretteert deze figuur op een van de weinige momenten in de film waarop de monsterlijke creatie schijnbaar echte emotie toont, het moment waarop hij spijt heeft over zijn eigen bestaan. Als daad van mededogen drapeert Berghe verzorgend een doek tegen het bloeden om de hals van Dr. Stein.

38


Dr. Stein - Part of the UTOPIA Collection 2013 - courtesy BruthausGallery

LOCATIE

39


FESTIVALHUIS

J EP P E HEIN 1974, Denemarken YOU MAKE ME WONDER 2014 Jeppe Hein zet met zijn werk de wetten van oorzaak en gevolg op het spel. Hij verrast zijn publiek vaak door een onverwachte eigen­ schap mee te geven aan vertrouwde objecten zoals spiegels en banken en probeert zo een inventief gedrag van de bezoeker uit te lokken. De Deense kunstenaar vertegenwoordigde in 2003 zijn land op de Biënnale van Venetië en heeft solotentoonstellingen op zijn naam staan in onder meer het Centre Pompidou in Parijs en het MoMa in New York. Hij woont en werkt in Kopenhagen en Berlijn. Op het eerste zicht lijken de sculpturen van Hein erg simpel en vormelijk gelijkaardig aan de conceptuele en minimalistische kunst van de jaren zeventig. Maar wanneer de bezoeker de werken benadert, krijgen ze een extra dimensie. Heins werken reageren namelijk op de menselijke aanwezigheid en herinneren de kijker aan hun eigen belangrijke aandeel in het activeren van de commu­ nicatieve mogelijkheden van kunst. Er wordt een conversatie ge­ start tussen de kijker, de omgeving en het werk. Hein bewerkstel­ ligt de dialoog met een grote zin voor humor en met speelruimte voor een verrassingseffect. Op de eerste verdieping van het Festivalhuis lichten de woorden YOU MAKE ME WONDER in witte neonletters op tegen de muur. Het werk wordt er omringd door de bijzondere en intrigerende beel­ den van Maen Florin en vindt een plaats binnen het gebruikelijke discours van Hein, waarin wordt nagedacht over hoe een kunstwerk de kijker direct kan of moet aanspreken. Het statement uit de titel van Heins installatie wordt hier extra benadrukt door de krachtige aanwezigheid van de slogan in de ruimte, maar spreekt daarnaast de kijker ook op een persoonlijke manier aan. Op die manier speelt Hein een subtiel spel tussen een individuele, in­ tieme boodschap en haar ietwat brutale uitvoering met commerciële allures.

YOU MAKE ME WONDER spreekt de bezoeker dan ook op een persoonlijk niveau aan, terwijl de formele uitvoering en de schreeuwerige aanwezigheid tegelijkertijd de impliciete vertrouwelijkheid tenietdoen. Net zoals verwondering bij iedereen op een intieme en persoonlijke plek bewaard wordt en enkel tot uiting komt als die op een directe en pure manier wordt aangesproken.

40


YOU MAKE ME WONDER 2014

LOCATIE

41


FESTIVALHUIS

MAEN FLORIN 1954, België Wrongface, Dotty, Pink Rat, Hug en de anderen 2007 - 2016 Silence 2006 Big pink head 2010 In de kamers van de eerste verdieping van het Festivalhuis hebben de beelden van Maen Florin hun intrek genomen. Florin is beeld­ houwster van opleiding en maakte in de jaren tachtig snel opgang, met tentoonstellingen in onder meer het Antwerpse ICC en Museum van Hedendaagse Kunst Gent. Daarna viel haar kunstpraktijk enigs­ zins stil, maar sinds enkele jaren heeft Florin een nieuw elan gevonden, met een aantal solotentoonstellingen op haar naam in onder meer Caermersklooster Gent en Cultuurcentrum Hasselt. Langzaamaan is ze erin geslaagd een bizarre wereld uit te bouwen, die bevolkt wordt door haar kenmerkende en merkwaardige wezens. Maen Florin toont grote en kleine figuren, die ze op een klassieke manier construeert: boetseren, mouleren en afgieten in rubber, epoxy en polyutheraan. Elk beeld wordt afzonderlijk bewerkt met verschillende kleuren, toevoegingen en weglatingen. Daarbij zoekt Florin het figuratieve niet op, haar figuren worden eerder ge­ bruikt om gevoelens en emoties in te verwerken. Ze maakt geen portretten, maar vertrekt vanuit haar eigen fantasie en soms vanuit foto’s, om sprekende koppen te vormen. Sommige beelden lijken uit een sprookje te komen, zijn onschuldig en naïef, terwijl anderen eerder uit een nachtmerrie lijken op te doemen. We zien misvormingen en buitenproportionele hoofden, al draait Florins werk helemaal niet rond sciencefiction. Ze wil een gekwetstheid laten zien, met kunsthistorische verwijzingen naar onder meer Velasquez, Juan Muñoz en Paul Mc Carthy, en tracht met haar beelden contact en communicatie uit te lokken. Een aanzet om deze figuren te modelleren, was haar kennismaking met iemand met autisme die poppen maakte om met de buitenwereld te communiceren. Toch hebben Florins figuren onderling amper contact: hun ogen zijn vaak gesloten en als ze al kijken is dat eerder een wegkijken. Je kan er een verwijzing in zien naar hoe ook onze uitwisseling van gevoelens almaar meer gebukt gaat onder een gebrek aan reëel contact, daar waar een rits kleine en grotere schermpjes ons de wereld laat zien, lezen en aftasten. Florins beelden zijn doorgaans behoorlijk wat kleiner dan ‘gewone’ mensen, waardoor ze een zeker mededogen oproepen, maar het is vooral de herkenbaarheid van de figuren die raakt. Precies in die haast onvoorstelbare variatie aan identiteiten is vaak de mense­ lijke feilbaarheid zichtbaar. Gebreken, angsten en kleine kantjes worden in Florins oeuvre meer dan een beetje uitvergroot. Haar dwergen, stoutmoedige narren en in zichzelf gekeerde, autistische figuren kijken van ons weg. Onderkoeld en als het ware overtuigd

42


On the wall 2016

FESTIVALHUIS

van de kracht van hun onvolmaaktheid, vormen ze een soort tableau vivant. Een spiegel van de mensheid. Zo wordt falen hier in schoonheid omgezet en stralen de beelden uiteindelijk ook kracht en een zeker positivisme uit. Florin draagt er dan ook zorg voor dat haar feilbare figuren er op het forum van de kunstenwereld op hun best uitzien en toont op die manier de kracht van de onvolmaaktheid. Haar wezens l ­even als Einzelgängers in hun eigen wereld, net als een deel van hun publiek misschien, maar hebben tegelijkertijd de drang om in ge­ sprek te gaan, begrepen te worden, de ogen te openen. Met enige poëtische verbeelding kan je gesprekken vermoeden tussen deze beelden onderling, hoor je ze murmelen en misschien lopen ze ’s nachts, wanneer de tentoonstelling gesloten is en de laatste bewaker de deur heeft afgesloten, wel rond?

43


Tied up, Dwarf (Ballerina), Dotty, Hug, Grow grow 2007-2013

LOCATIE

44


LOCATIE

45


46


47


GEMEENTEHUIS

B AS OVER BEE K 1989, Nederland The Natural Default Setting 2015 Bas Overbeek studeerde aan de ArtEZ Hogeschool voor de Kun­ sten in Arnhem en houdt zich voornamelijk bezig met zicht­ bare en onzichtbare structuren in de westerse samenleving. Zijn werk kenmerkt zich inhoude­ lijk door een bevragende en kri­ tische houding tegenover de samenleving, de structuren en de systemen die autoritaire afbakeningen veroorzaken in ons dagelijks leven en de manier waarop die zich verhouden tot de mens. Op dit moment werkt Overbeek aan een onderzoeksproject waar­ in de serie The Natural Default Setting centraal staat. Vanuit zijn besef dat de wereld onder­ deel is van de commons bevraagt de kunstenaar de begrenzingen die voor ons gesteld worden, en de begrenzingen die wij onszelf stellen. Hoe kan het dat een afbakening, bijvoorbeeld een grenscontrole, een markering op de weg of een regelgeving, als een (imaginaire) schei­ ding optreedt en ons vervol­ gens als mens opdeelt, verdeelt en tegenhoudt? Er zijn talloze natuurlijke barrières in ons leven, maar waarom lijken wij desondanks de drang te hebben om nog meer grenzen toe te voe­ gen? Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat een afzetlint, niet meer dan een dun stukje tweekleurig plastic, ons kan vertellen waar we wel of niet mogen gaan en staan?

Afbakeningen, zoals het afzet­ lint, zijn een gevolg van af­ spraken die door autoriteiten zijn gemaakt, bijvoorbeeld ter stimulering van helderheid. Of zoals de kunstenaar zelf stelt: ‘begrenzing en beperking schep­ pen blijkbaar helderheid’. Er zijn twee mogelijkheden om met dergelijke afspraken, beleid of wetgeving om te gaan: gehoor­ zaamheid óf ongehoorzaamheid.

48


The Natural Default Setting 2015

GEMEENTEHUIS

Achter Overbeeks onderzoek en kritische blik op onze maat­ schappij schuilt een wens naar een andere omgang met alle­ daagse structuren. Regels wor­ den tegenwoordig zo letterlijk gehandhaafd, dat er nauwelijks ruimte is voor een eigen inter­ pretatie. Maar volgens Overbeek zouden regels ook denkkaders kunnen zijn die richting geven aan het individu. Zou het niet

fantastisch zijn als wij als individu, met onze capaciteiten om eigen beslissingen te maken, serieus genomen kunnen worden, in een ruimte waar écht plaats is voor persoonlijke ontwikke­ ling?

49


LOCATIE

50


GEMEENTEHUIS

Wees welkom Zou jullie graag uitnodigen. Leuk jullie weer te zien. Wat zijn ze hetzelfde gebleven. Nog altijd onbekend. Tronies van figuranten in een serie die ik te vaak heb gekeken. Misschien toch beter alleen familie. Moeder, broer, zus. We zitten in een kamer en die kamer zit ook. Voor altijd op zijn kont in een huis. Het huis dat evengoed zit. ‘Staat’ zeggen mensen. Maar wie houdt het vol te staan in een straat die ligt in een stad die ligt in een land dat ligt. Op een continent dat op zijn rug slaapt en toch nog net uit zee steekt. Of juist net niet. Droge voeten hebben we wel. Dat delen we toch maar mooi. Lijken jouw tenen op de mijne? Misschien ken ik beter de buren. Wij groeten elkaar altijd. Als dat geen band schept. Ik las dat altijd niet bestaat. Komen jullie allemaal? Gezellig. Misschien leren we elkaar beter kennen. Ik houd de deur graag gesloten. Het tocht, zie je. Jannah Loontjens

51


GEMEENTEHUIS

Fr o n t 4 04 2010, Nederland PanoptICONS 2010 FRONT404 is een kunstenaarscollectief dat bestaat uit Thomas voor ’t Hekke en Bas van Oerle. Het duo maakt vooral interactieve in­ stallaties en verpakt zijn maatschappijkritiek met humor. Met hun werk willen voor ’t Hekke en van Oerle mensen lostrekken uit hun dagelijkse realiteit. Met PanoptICONS stelt FRONT404 vragen over onze privacy, die we volgens het kunstenaarsduo al te makkelijk opgeven aan bedrijven en overheden. Dat er in binnensteden bijvoorbeeld op heel veel plaatsen bewakingscamera’s hangen, wordt langzamerhand breed geaccepteerd: het is immers voor onze eigen veiligheid. 24/7 surveillance maakt tegenwoordig bijna vanzelfsprekend deel uit van het leven in een stad. Als je niets te verbergen hebt, is er toch niks aan de hand? Maar hoe normaal is dat eigenlijk? FRONT404 vraagt zich af of het geen eigen, individuele keuze moet zijn om je informatie al dan niet te delen. Omdat we ons vaak niet bewust zijn van de informatie die we - vooral online delen, wil het collectief bezoekers wijzen op het inherente belang van hun privacy. PanoptICONS maakt de dagelijkse schending van onze privacy per­ soonlijk en tastbaar. Op en rond het Gemeentehuis plaatste het kunstenaarsduo stadsvogels met beveiligingscamera’s als kop. Die camera’s delen bijna dezelfde ecologische niche als stadsvogels, die zich ook op drukke plekken in de stad bevinden om voorbij­ gangers in de gaten houden. Daar waar de vogels simpelweg registre­ ren of iemand wat te eten laat vallen, gaan beveiligingscamera’s na wat de mensenmassa aan het uitvoeren is. De titel van het werk verwijst bovendien naar het panopticum, een architectonisch principe om groepen te controleren, te bewaken, te bestuderen, te vergelijken en te disciplineren. Volgens dat principe kan je vanuit één punt in een gebouw het volledige complex in de gaten houden, of het nu een school, een werkplaats, een hospitaal, een gevangenis, of een oud gemeentehuis is. FRONT404 geeft die waar­ nemende taak door aan de cameravogels, die zich voeden met de aanwezigheid van de bezoekers.

52


PanoptICONS 2010

LOCATIE

53


GEMEENTEHUIS

Ec ka r t Hahn 1971, Duitsland One World 2015 Eckart Hahn is een Duitse beelden­ maker. Hij studeerde eerst fotografie en volgde daarna een opleiding in de kunstgeschiedenis en grafische vorm­ geving. Hahn maakt surre­ alistische beelden die hij uit driedimensionale collages van fotografische, realistische beelden opbouwt. Met een spe­ ciale lasertechniek geeft hij de objecten een metaalachtige glans, waardoor ze een bevreem­ dende indruk nalaten en uit hun normale context worden getrokken. Hahn laat op deze manier illu­ sies ontstaan, die aan droom­ beelden of hallucinaties doen denken. Dat is ook het geval bij het werk dat op Kunstenfestival Watou getoond wordt. Het is een surrealistisch beeld dat toch herkenbaar is voor de kijker.

Het vuur in One World werd ontstoken door een vuurwerkmaker die speciale effecten verzorgt voor opera’s en films. Het vuur werd uitgelokt door een explosie van stuifmeel. Hahn nam verschillende foto’s van die explosie en combineerde ze tot de afbeelding van de wereldkaart die in de lichtbak getoond wordt. Hoewel het beeld het resultaat lijkt van een computer-

bewerking, is het wel degelijk een handgemaakte collage. Hahn laat met One World een verschrikkelijke visie zien op de toestand van onze wereld, die in vuur en vlam staat en in dit beeld

54


One World 2015 - courtesy Aeroplastics Gallery

GEMEENTEHUIS

letterlijk een plek vol brandhaarden geworden is. Hahn laat de volledige wereldkaart in vlammen opgaan, alle continenten zijn gedoemd om tot as te vergaan. Tegelijkertijd kan je in het beeld van Hahn ook de wonderlijke

esthetiek van een kampvuur herkennen, waaraan je je kan verwarmen.

55


GEMEENTEHUIS

Do m i n i c McGill 1963, Verenigd Koninkrijk Love is The Only Shelter 2002 Dominic McGill is een Engelse kunstenaar die in Brighton woont en werkt. Hij werkt op verschillende canvassen, zoals murenhoge omsluitingen, en maakt gebruik van een variëteit aan materialen, gaande van hars tot plaaster, die hij omvormt tot menselijke ingewanden. In zijn tekenwerk combineert hij collages met gete­ kende beelden en een grote hoeveelheid aan teksten die hij uit verschillende bronnen haalt. Het oeuvre van McGill is architec­ turaal van schaal en overlaadt de kijker met tekst en beeld. Bij het bekijken van zijn werk waan je je als het ware midden in een brainstormsessie van de kunstenaar. Dat McGill een enorme hoeveelheid research doet vooraleer hij aan de slag gaat, is af te leiden uit zijn werken. Zo dweept hij met lessen en morele codes uit de Bijbel en zijn er vaak referenties aan die thematiek terug te vinden in zijn installaties. Love is The Only Shelter laat bijvoorbeeld een klassieke, witgeschilderde, houten Amerikaanse kerk zien. Er liggen zandzakjes in de hal en de ingang wordt verdedigd door een machinegeweer. De kerk staat hoog op een heuvel die in profiel doormidden werd gesneden, waar­ door de bezoeker een inkijk krijgt in de ruimte onder de kerk. Daar is niet alleen een kelder te zien, maar ook enkele tunnels, trappen en geheime kamers die naar een bunker onder de aarde leiden. De wapens en de bunker refereren naar de Ethics at the Shelter Doorway van Father McHugh, een vroege nucleaire moralist die beweerde dat het geoorloofd was om iemand neer te schieten als die zich in jouw familiebunker wilde verschuilen op de dag van de Apocalyps, ter verdediging van de christelijke goedheid. Die stelling is ook gekend als de Gun the Neighbour-opvatting die in verschillende religies aanwezig is en ook geregeld voorkomt in christelijke publicaties uit de vroege jaren zestig. De losse aanpak van de Verenigde Staten ten opzichte van wapen­ controle suggereert alvast dat we als mens niet al te omzichtig omgaan met de dood, stelt McGill. Met Love is The Only Shelter refereert hij dan ook niet alleen aan een protestslogan uit de jaren zestig, maar lijkt de kunstenaar zich ook af te vragen of we werkelijk een onbewuste Thanatos of doodsdrang voelen en in welke mate we voorbestemd zijn om onszelf te beschermen tegen invloeden van buitenaf.

56


Love is The Only Shelter 2002 - courtesy Aeroplastics Gallery

LOCATIE

57


GEMEENTEHUIS

Ro be r t Gligorov 1959, Macedonië H2O 1999 – 2000 Robert Gligorov is een Macedonische kunstenaar die in Milaan woont en werkt. Met zijn installaties wil Gligorov de kijker shockeren, de verbeelding prikkelen en ons wakker schudden. Net omdat we in een maatschappij leven waarin we in zekere mate gewoon zijn geworden aan moeilijke en extreme vormen van visuele communicatie, gaat Gligorov nog net iets verder. Hij maximali­ seert het shockeffect van zijn werk om het te laten wedijveren met de zondvloed aan beelden die ons visuele geheugen over­ stelpen. Gligorov is daarnaast ook gelinkt aan het ontstaan van het Italiaanse Bluvertigo. Hij ontdekte deze alternatieve band en maakte twee coveralbums voor de muziekgroep. Gligorov realiseert mysterieuze, verontrustende installaties die op het eerste zicht onrealistisch lijken. Ook in H2O tracht hij te shockeren door een sensationele kortsluiting tussen het reële en het imaginaire te creëren. In de installatie lijken vogels en vissen zich in eenzelfde aquarium te bevinden. Het is bevreemdend om deze exotische dieren in een installatie samen te zien, maar als je langer kijkt, zie je hoe dit praktisch werd aangepakt: midden in het aquarium werd een vogelkooi geïnstalleerd. De kunstenaar wil met deze installatie de verwondering van de kijker aanspreken en ingaan tegen dat wat we normaal gezien zouden verwachten.

Hoewel de installatie eerst een schokeffect veroorzaakt vertelt Gligorov met zijn installatie in essentie een verhaal van harmonie. De twee diersoorten kennen elk een andere natuurlijke habitat: vissen zwemmen in rivieren, meren, zeeën, oceanen, vogels leven in de lucht. Door ze samen te plaatsen in eenzelfde kleine microbiotoop, verenigt Gligorov hen. Door enkele aanpassingen te doen in beide biotopen, wordt het mogelijk dat deze twee diersoorten samenleven. Ze ademen immers allemaal dezelfde lucht. De kunstenaar reflecteert zo op een onthutsende en indirecte manier over onze gemeenschap: hoe kunnen we samenleven met verschillende mensen? Ademen we niet gewoon allemaal dezelfde lucht?

58


H2O 1999 – 2000 - courtesy Aeroplastics Gallery

GEMEENTEHUIS

59


GEMEENTEHUIS

Christian Morgenstern (Nachtgezang van de vis)

60


GEMEENTEHUIS

Jan van der Hoeven

61


GEMEENTEHUIS

RINK O KAWAUCHI 1972, Japan Untitled (166) 2009 Rinko Kawauchi woont en werkt in Tokyo. Ze ontving in 2009 de 25th Annual Infinity Award in de Verenigde Staten en heeft solo­ tentoonstellingen op haar naam staan in de Fondation Cartier en het Museum voor Moderne Kunst van Sao Paulo. Van de Japanse taal wordt gezegd dat ze indrukken formuleert en geen constateringen, zoals Roland Barthes op briljante wijze be­ schrijft in zijn essay L’Empire des Signes. Die bewering lijkt helemaal van toepassing te zijn op de foto’s van Rinko Kawauchi. Sinds een decennium publiceert zij geduldig samengestelde foto­ boeken die onmiddellijk toelaten de textuur van haar werk te begrijpen. Ze toont indrukken, documenteert geen feiten. Haar tekstloze boeken illustreren de wereld, ze belichten de krachten en eigenschappen die haar regeren en de wezens en dingen waaruit ze bestaat. Door zowel het levende als het levenloze met grote scherpte te observeren, toont Kawauchi een diep respect voor wat haar omringt en laat ze objecten spreken. Ze laat momenten uit de realiteit zien die zich tussen instinct en bewustzijn bevinden en herinnert ons aan onze geworteldheid en onlosmakelijke verbondenheid met de aarde. Kawauchi bezingt de schoonheid van de wereld en het dagdage­ lijkse, terwijl ze de eigenschappen, oppervlakte en bron van het levende onderzoekt. Als Kawauchi fotografeert, laat ze de dingen zich uitdrukken in al hun eenvoud, naaktheid en waarheid. Ze be­ reikt die waarheid omdat zij het object neemt voor wat het is. In Untitled (166) is poëtische dromerij aanwezig, maar Kawauchi gebruikt geen enkele uitvlucht om die te voeden. In haar beelden verkiest ze het geïmproviseerde, het toeval en zelfs de chaos boven symmetrie en wetenschappelijke constructies. Staand voor haar foto’s kan men het vreemde gevoel ervaren dat licht niet enkel onthult, maar ook blind maakt. Deze paradox vinden we terug in vormen en kleuren die de neiging hebben de ondoorzichtigheid van de dingen te tonen. We zien een detail van een plastic tas vol vissen, die dicht tegen elkaar krioelen. Het is een puur beeld met verschillende poëtische lagen. En zou dat de kern van Kawauchi’s betoog niet zijn? Dat poëzie een organisch, krioelend fenomeen is, dat niet kan leven zonder de zuurstof die haar toelaat te groeien?

62


Untitled (166) 2009

LOCATIE

63


GEMEENTEHUIS

Co l i n Waeghe 1980, België Antipode (Johnny) 2011 Het werk van Colin Waeghe wordt visueel getypeerd door een mix van autobiografische elementen, fragmenten uit het nieuws en beelden uit de populaire media. Waeghe heeft een achtergrond in illustratie, waardoor hij vaak met een klein penseel op een groot canvas werkt. Dat geeft zijn schilderstijl iets vlekkerigs en verklaart de vele spatten op het doek. Het is een reflectie van hoe Waeghe naar de wereld kijkt: niet vanuit een stilstaande bestaansvorm, maar als een steeds veranderende massa, net zoals bewegende moleculen.

Antipode (Johnny) maakt deel uit van de reeks Alternator / 23 Postcards from the Antipodes uit 2011. De naam Johnny uit de titel verwijst naar Johnny Weissmuller, de ondertussen overleden zwemkampioen die altijd met Tarzan zal vereenzelvigd worden. Het was een van de jeugdidolen van de kunstenaar. In deze reeks Antipode toont Waeghe olieverfschilderijen en tekeningen in inkt. We zien naast Johnny Weissmuller ook onder andere Jan Palach en Rosa Parks, maar ook Francis Bacon en William Burroughs in gedrukte beelden die qua vorm lijken op de befaamde Künstlerplakate die de niet‘officiële’ kunstenaars in Oost-Duitsland t ­ussen 1967 en 1989 drukten. Door de oplage steevast kleiner dan honderd exemplaren te houden, konden ze maximaal hun boodschap verspreiden en toch ontsnappen aan de censuurcommissie. Colin Waeghe’s Postcards zijn pamfletten gedrukt op één exemplaar. Ze werden gemaakt en verstuurd vanuit het oerwoud. Het lijkt niet zo logisch om de jungle te zien als een broedplaats voor anti-­ establishment-strategieën. In de jungle heersen immers geen normen of reglementen, en kan er dus ook geen onderdrukking en nood aan opstand zijn. Maar er wordt ook gezegd dat in de jungle het recht van de sterkste en chaos heerst. Je kan echter ook stellen dat recht en chaos menselijke concepten zijn, die niet bestaan in de natuur die haar eigen interne logica heeft. Ze is daarom de anti­ pode van de menselijke wereld waarin de logica van de traditie en het conformisme steeds die van de nieuwsgierigheid en de bevrij­ ding probeert te onderdrukken.

64


Antipode (Johnny) 2011

GEMEENTEHUIS

En net in dergelijke omgevingen lijkt een kritisch mens op zoek naar zingeving gedoemd om zich ‘onlogisch’ te gedragen, in extreme gevallen met gevaar voor het eigen leven. Er zijn daarbij twee menselijke drijfveren die op het eerste zicht diametraal tegenover elkaar staan: het politieke anti-establishment activisme en het sociaal-anarchistische non-conformisme. In de reeks Alternator / 23 Postcards from the Antipodes zijn er aanhangers van elk van deze verschillende ideologiën te ontwaren, waaronder dus ook Johnny Weismuller, de mens die blijft vechten en zijn fysieke grenzen aftast. In het spectrum gaande van politiek activisme tot sociaal escapisme staat de geëngageerde kunstenaar ergens midden in. ALTERNATOR - 23 Postcards From The Antipodes vertelt ons daarbij dat de ontmoetings­ plaats van de melancholici en de politieke en esthetische tragici de jungle is; niet het natuurlijke oerwoud, maar de anti-establishment vrijplaats die op cruciale plaatsen bevolkt wordt door de vreemde vogels die Colin Waeghe op scène zet, en die open staat voor ieder­ een die durft. Voor die mens op zoek naar zingeving is die plaats dus haar eigen antipode, want ze vertelt hem dat zijn doel en lot niet meer en niet minder zijn dan het romantisch verlangen op zich.

65


GEMEENTEHUIS

REGINA JOS É GALINDO 1974, Guatemala Tierra 2013 Regina José Galindo woont en werkt in Guatemala-Stad. Ze is een visuele kunstenares die vooral performances maakt. In haar werk onderzoekt ze de ethisch universele implicaties van sociaal on­ recht, dat vaak te maken heeft met racisme, genderongelijkheid en andere ongelijke machtsverdelingen. Galindo nam deel aan verschil­ lende edities van de Biënnale van Venetië en ontving er in 2005 de Gouden Leeuw, een prijs die elke editie wordt uitgereikt ter bekroning van de meest gewaardeerde bijdrage. Galindo slaagt erin om persoonlijke kwaadheid en onrecht te ver­ talen naar sterke en indrukwekkende publieke performances die om een antwoord vragen en die wijzen op de kracht van empathie om de ander beter te leren begrijpen. Tierra is gebaseerd op de woede om een historische gebeurtenis in haar thuisland Guatemala dat 36 jaar gebukt ging onder een van de meest bloedige oorlogen ter we­ reld. Tijdens de Guatemalteekse Burgeroorlog, van 1960 tot 1996, vond een genocide plaats waarbij meer dan 200.000 doden vielen. Regeringstroepen kamden dorpen uit waarvan de inwoners verdacht wer­ den te sympathiseren met communistische guerrillabewegingen en rond 1980 werd begonnen met het systematisch uitmoorden van Mayadorpen en het uitschakelen van alle politieke tegenstanders van het regime. De regering wilde de macht veroveren over de gronden van de Maya’s, met het oog op een nationale oligarchie. Ze voerde een politiek uit waarbij ze de gronden volledig afbrandde, een typische tactiek bij gewapende conflicten in Guatemala. Veel lijken werden in massagraven gedumpt. Na de terugkeer van de democratie werd helaas zonder veel resultaat geprobeerd om de schuldigen terecht te stellen. In Tierra geeft Galindo kritiek op dit stukje nationale geschiede­ nis, zonder een didactisch statement te willen maken met directe verwijzingen. Door middel van een poëtisch beeld toont ze haar onmacht en woede. We zien hoe de kunstenares zich naakt en mach­ teloos middenin een grasveld bevindt, terwijl een bulldozer alle aarde rondom haar weggraaft. In de video gaat de gigantische klauw van de graafmachine telkens op­ nieuw de aarde in, graaft een enorme massa aarde weg en gooit die aan een kant. De put wordt gaandeweg dieper, maar Galindo blijft onver­ stoord staan. De kunstenares raakt steeds meer geïsoleerd tot ze uit­ eindelijk op een eilandje achterblijft. Het beeld van het geïsoleerde en machteloze lichaam van Galindo tegenover de geweldige kracht van de bulldozer laat verschillende poëtische lezingen toe. Wat Galindo echter vooral laat zien is dat een tekort aan empathie kan leiden tot verschillende mensen op verschillende eilandjes, met een diepe put tussen elkaar in.

66


Tierra 2013

LOCATIE

67


GEMEENTEHUIS

An n o Dijk stra 1970, Nederland Shot At Dawn (SAD) 2016 Anno Dijkstra boetseert sculpturen die vertragen en het vluch­ tige, afwezige beeld weer aanwezig willen stellen. Moderne communicatie­ media tonen ons de verste uithoeken van de wereld, stelt Dijkstra. In de intimiteit van onze huiskamers worden we getuigen van gebeurtenissen die zich ver weg afspelen, maar die besloten beleving benadrukt net de afstand en vervreemding tot datgene dat we zien. Dijkstra wil in zijn werk dan ook de fysieke en emotionele relatie van kijker tot beeld, en daarmee onze ver­ antwoordelijkheid tot wat we zien, herstellen. Dat doet hij door dat vervlakte beeld weer aanwezig te maken als een fysiek drie­ dimensionaal object dat een plaats inneemt in onze ruimte. In eerder werk stelde Dijkstra vooral vragen over onze verant­ woordelijkheid voor gebeurtenissen die door middel van steeds weer herhalende mediabeelden in het collectieve geheugen verankerd liggen. In zijn meer recente werk zet hij echter een stap terug en vraagt hij zich af wat het betekent om uit de anonimiteit ge­ tild te worden en als beeld blootgesteld te worden aan ontelbare onzichtbare ogen. Daartoe maakt hij portretten van mensen die hij in het anonieme alledaagse leven vindt. Het is binnen die context dat we de maquette van Shot At Dawn (SAD) moeten kaderen. In het Gemeentehuis wordt het ontwerp ge­ toond van een monument dat in september 2016 deel zal uitmaken van de tentoonstelling Shot At Dawn (SAD) in de Gasthuiskapel in Poperinge. Het beeld lijkt een typisch WOI-monument, zoals er zoveel zijn in België, Frankrijk, Engeland, Amerika en Australië: het toont een bijna generieke soldaat op een sokkel, die heroïsch en onoverwinnelijk zijn arm in de lucht steekt. Toch zijn er onverwachte elementen te vinden in die idealiserende voorstel­ ling van een trotse en strijdlustige jongeman: hoewel de soldaat strak in houding is blijven staan, is de pose het beeld te veel geworden. Het gekantelde monument confronteert de kijker op die manier met het neergelegde heldendom. De soldaat wil niet lan­ ger vechten, maar rusten. Wat we hier werkelijk te zien krijgen, is iemand die niet langer kan vechten, waardoor Dijkstra opnieuw vragen oproept rond plichtsbesef en het geweten. Is een deserteur iemand die zijn verantwoordelijkheid niet of net wel opneemt? Doordat het beeld gekanteld ligt, wordt de onderkant zichtbaar en kunnen we erin kijken. In het eerste deel valt nog wat licht, maar hoe verder we via de sokkel naar binnen gaan, hoe ondoor­ grondelijker de duisternis wordt. De sokkel lijkt hier wel een trechter, waarmee we het heden naar binnen zouden kunnen gieten om wat helderheid te brengen in die duisternis. Of is de sokkel eigenlijk een toeter van waaruit het verleden ons iets probeert toe te roepen?

68


Shot At Dawn (SAD) 2016

GEMEENTEHUIS

69


GEMEENTEHUIS

Fi l i p Markiewicz 1980, Polen Fake protest songs karaoke 2015 The world is a stage but the play is badly cast 2015 The Life and Death of The Forest 2015 Economie de la faim 2011 Golden Empire Fox 2015 Filip Markiewicz is van Poolse origine, maar is geboren in Luxem­ burg. Hij studeerde in Straatsburg en woont momenteel in Hamburg. Zijn parcours is een weerspiegeling van zijn belangstelling voor het anders-zijn, het concept nationaliteit en de migratiestro­ men. Markiewicz is een multidisciplinaire kunstenaar die zich uitdrukt via tekeningen, video’s en installaties waarmee hij een coherent visueel oeuvre creëert. In 2015 werd hij geselecteerd om het Groothertogdom Luxemburg te vertegenwoordigen op de 56ste Biënnale van Venetië met zijn project Paradiso Lussemburgo, dat bijzonder gewaardeerd werd voor zijn cohesie, ondanks de com­ plexiteit en gevarieerde artistieke disciplines. Markiewicz is steeds op zoek naar verklaringen voor ons dage­ lijkse leven, verkent de alomtegenwoordigheid van het beeld en plaatst de boodschappen die het overbrengt in perspectief. Door kritiek en een zekere politieke twist toe te passen op het nieuws, benadrukt hij de leegheid van onze overproducerende visu­ ele wereld waarin nieuws realiteit wordt en niet omgekeerd. Zijn verlangen om terug te grijpen naar potlood en papier ontstaat uit de behoefte om het tekenen te gebruiken als een wijdverspreide expressietechniek die een echte afdruk achterlaat in een gedigi­ taliseerde wereld van abstracte evidentie, geleid door vormen en kleuren. Markiewicz graaft met zijn werk in de veelvuldige interpretaties van Europa als een gemeenschap die heel erg op de Verenigde Staten wil lijken en die geconfronteerd wordt met de economische en sociale globalisering van de hedendaagse realiteit. Daar waar kapitalisme een ideologie, en banken de nieuwe kathedralen van de massa-expressie geworden zijn, stelt Markiewicz vragen bij een aantal aspecten van de onvrede onder de Europeanen. Hij heeft het daarbij over onderwerpen zoals sociaal welzijn, migratie, oorlogen buiten onze grenzen, religieus integrisme, het gebruik van nationale en privérijkdom en de waarde van kunst als een reflectie van cultuur. Met een soms wrange humor, maar zonder enig cynisme, nodigt Markiewicz ons uit om de paradoxen te bekijken van een Europa dat geconfronteerd wordt met een ernstige existentiële crisis, maar dat ondanks alles probeert om waarden te belichamen waarvoor migranten bereid zijn hun leven te wagen.

70


The Life and Death of The Forest 2015 - courtesy Aeroplastics Gallery

GEMEENTEHUIS

71


LOCATIE

72


LOCATIE

73


DE RODE HOED

GIJ S ASSMANN 1966, Nederland Sinnepop (I) (naar Katharina Dentzel) 1999 Gijs Assmann studeerde aan de AKI in Enschede en aan de Rijks­ akademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Assmann maakt sculp­ turen, tekeningen en beelden voor de openbare ruimte. Zijn werken zijn steeds opgebouwd uit figuratieve, stereotype beeldelementen in een melancholische atmosfeer en kennen een verhalend karakter. Zijn gelaagde beelden ontvouwen zich vaak langzaam en laten zich vooral op intuïtieve wijze begrijpen. Onderwerpen als het mense­ lijke tekort en vergankelijkheid vormen terugkerende thema’s. Sinnepop (I) (naar Katharina Dentzel) is een levensgrote figuur die gebaseerd is op een foto van de psychiatrische patiënte Katharina Dentzel waarop ze een zelfgemaakte, mannelijke pop vasthoudt. Dentzel werd in 1872 geboren en naar het psychiatrisch ziekenhuis gebracht, omdat ze vrouwen hielp bij het uitvoeren van abortussen, wat in die tijd illegaal was. In de inrichting waarin ze opgesloten werd, maakte ze niet alleen levensgrote mannen­ poppen van gevulde strozakken, maar schreef ze ook pamfletten tegen legaal onrecht zoals prostitutie en beraamde ze politieke aanslagen. Dentzel werd in 1941 vermoord in het kader van het nazistisch euthanasie-programma voor ‘onvolwaardigen’.

De titel van Assmans werk verwijst daarnaast ook naar de embleembundel Sinnepoppen van de Amsterdammer Roemer Visscher. In deze teksten draagt de Sinnepop de betekenis van zinnebeeldig figuur. Op die manier is Sinnepop op te vatten als een poging een volwassen knuffel te maken, waarop in verschillende situaties een andere betekenis kan geprojecteerd worden. Assmann zelf ziet zijn sculpturen als vanitasbeelden, figuren waarin hij moeilijk uit te spreken emoties en tegenstrijdigheden tracht te bundelen. Zijn figuren willen gekoesterd worden, zoals elke mens dat verlangt. Assmann beschouwt met zijn werk de menselijke en soms morbide kant van het leven. Op Kunstenfestival Watou is zijn Sinnepop te zien in een glazen vitrine, veroordeeld tot volledige trans­­ pa­ rantie, vanuit alle hoeken zichtbaar. Een kwetsbare positie.

74


Sinnepop (I) (naar Katharina Dentzel) 1999

DE RODE HOED

75


DE RODE HOED

RIK MEIJERS 1986, Nederland Beminnend gesproken 2016

zie ik jou vanavond aan zee ik wil jou nooit meer zien en nooit meer een blik van jou hebben of moeten aanbiddenw bah maar mijn allerliefste liefje zie ik jou vanvond aan zee? zodat ik nog een keer voelen kan wat de mooiste met echte ware als het vanuit daar waar zijn

bloem der natuur liefde bedoelt. zijn ziel komt gevoel woont.

en misschien raak jij mij dan wel opnieuw aan met je ogen die tranend op het strand, waar wij liggen verlangen naar wat is geweest. boven je benen die zo mooi zijn zo mooi. dat de blauwe sterrenhemel zomaar ineens in het niet valt.

76


Beminnend gesproken 2016

DE RODE HOED

77


DE RODE HOED

ARNAUD ROGARD 1977, België Alle mooie dinge is verdwene 2014 Arnaud Rogard is tekenaar, beeldhouwer, danser, acteur en dichter. Hij groeide op in een Vlaams-Frans gezin in WestVlaanderen, woont tijdens de week in Stasegem en brengt zijn weekends thuis door. Rogard heeft een dromerige en beschei­ den stijl, is gracieus in zijn dansbewegingen en begeleidt woorden met sierlijke gebaren. Zijn fragiele tekeningen en beelden zijn subtiel en zitten vol poëzie. Rogard werkt samen met vzw Wit.h, een organisatie die per­ sonen met een verstandelijke beperking die zich artistiek wensen te ontplooien, wil uit­ dagen en als sociaal­ artistieke werkplek, met Kortrijk als uitvals­ basis. Vzw Wit.h ver­ trekt steeds van de inherente kwaliteiten van de kunstenaars die ze begeleidt. Zo bleek Rogard een kunstenaar pur sang, met een enorm doorzettings­ vermogen, een uitgesproken artistieke visie en een wil om te creëren.

Deprey en de beeldende taal van Bartoletti. Videokunstenares Enca L. legde de dans vast in de video La Promenade die vertoond werd tijdens de tentoonstelling Ventilatie in het Hospitaal­ museum van Brugge in 2005. Enca L. beschreef zichzelf en Rogard als ‘grensmensen’.

In 2005 kwam Rogard via vzw Wit.h in contact met de Italiaanse kunsenares Paola Bartoletti, klarinettist Kris Deprey en een aantal profes­ sionele dansers. De stap werd gezet om samen een project uit te werken, met het schilderij La Promenade van Marc Chagall als leidraad doorheen het creatie­ proces. Langzaamaan versmolt het bewegings­ materiaal van de dan­ sers met de improvisaties van

In de daaropvolgende jaren zette Rogard zijn zoektocht naar een eigen danstaal verder tot hij in 2013 een nieuw intensief project startte, onder leiding van Hein Mortier. In mei 2014 ging de

78


Alle mooie dinge is verdwene 2014

DE RODE HOED

verwoest land waarin alle gang­ bare waarden en normen op de helling staan, maar waar ze bovenal leert doorzetten. Rogard en Mortier dompelden zich onder in dit boek, maar ook in de mythologie, de onderwereld en de beeldtaal uit Umberto Eco’s De Geschiedenis van de lelijkheid. Toch blijft de verbeelding van de kunstenaar de rode draad in de voorstellingen van Rogard. Zijn fantasiebeelden lijken door middel van zijn dansbewegingen vertaald te worden naar de realiteit.

solo Alle mooie dinge is ver­ dwene in première. In deze voor­ stelling danst Rogard op de lijn van zijn leven. Hij gaat op zoek naar Isolde, een zilvermeeuw. Alle mooie dinge is verdwene groeide vanuit een veelheid aan improvisaties, danstrainin­ gen, verhalen en autobiografi­ sche elementen. Onder meer Paul Austers boek In the country of last things, waarin Anna Blume op zoek gaat naar haar verloren broer, was een inspiratiebron voor de voorstelling. Anna komt terecht in een o ­nbenoembaar,

79


80


81


DOUVIEHOEVE

ALEX SETON 1977, Australië Refuge 2015 Alex Seton woont in en werkt vanuit Sydney. Hij maakt foto’s, video’s, sculpturen en installaties waarbij hij de complexe relatie onderzoekt tussen vorm en inhoud. Hij is het meest bekend omwille van zijn marmeren beelden, die een groot vakmanschap van de kunstenaar blootleggen. Seton slaagt er namelijk in om van­ uit dit robuuste materiaal onverwachte en lichte vormen te modelleren, die heel gewone mensen en objecten verbeelden, maar tegelijk ook erg symbo­ lisch zijn. Hij combineert op deze manier de erfenis van de klassieke beeldhouwkunst met actuele thema’s en geeft zo letterlijk en figuurlijk gewicht aan hedendaagse kwesties. Seton maakt ongeveer 30 marme­ ren beelden per jaar, wat erg veel is, rekening houdend met het arbeidsintensieve karakter van marmer. Zijn sculp­ turen zijn zeer realistisch en allesbehalve traditioneel. De kunstenaar haalt inspiratie uit de populaire cultuur, politieke kwesties en het dag­ dagelijkse leven. Door met de hiërarchie van materiaal en ideeën te spelen, stelt Seton onze verwachtingen bij en laat hij een wereld zien waarin het vluchtige monumentaal aanwezig is.

naar voor brengt en toont een marmeren uitvoering van een vluchteling op een vlot. Het beeld werd voor het eerst tentoongesteld tijdens de expo The Journey in de Galerie Paris­ -­ Beijing, die de universele elementen van het reisverhaal onderzocht. De vertelstructuur van een zoektocht of een reis kent immers al eeuwenlang een gelijkaardige opbouw, waarbij de centrale held obstakels moet overwinnen en opofferingen moet maken om zijn doel te bereiken. Seton ging naar deze elementen op zoek in de reisverhalen van

Refuge maakt deel uit van een nieuwe reeks werken waarin Seton de internationale problematiek van asielzoekers als thema

82


Refuge 2015

DOUVIEHOEVE

hij ook aanspraak op populaire beelden die iedereen kent via de media. Seton is een analoge kunstenaar die zich voedt met de digitale wereld.

asielzoekers en bekijkt deze kwesties hierbij voor het eerst op een internationaal niveau. Hij benadrukt de strijd die elke mens voert. Seton is ervan overtuigd dat de grootste kracht van zijn beelden vervat zit in het feit dat ze met de hand ge足 maakt worden en dat het bouw足 materiaal hem verplicht tot een aandachtige en omzichtige aanpak. Door die materiaal足 keuze wordt zijn werk gelinkt aan de klassieke beeldhouw足 kunst, en tegelijkertijd maakt

83


DOUVIEHOEVE

84


DOUVIEHOEVE

Er was eens het water Waar was het? Aan de rand van het water Waar het aan land komt Waar zeg je? Waar het water aan land komt Van wie? Waar ons water ons land wordt, bedoel je Waar ons water ons land is en ons zand ons zand is Daar was het Waar de wolken en de luchten van ons zijn, bedoel ik Daar was het Hoe het daar lag Hoe het voorover lag, zo, met de handen naast het hoofd Hoe we het wegnamen en het voorover bleef liggen Zelfs toen we het wegnamen, bleef het, terwijl we het wegnamen, voorover op het zand liggen Zelfs toen we niet meer keken Vooral waar we niet meer keken bleef het op het zand liggen, voorover Dat het op een dag wel uit zichzelf zou vertrekken, dachten we soms, Maar dat het van ons werd toen we het wegnamen Wisten we Er was eens, probeerden we nog te denken, maar Zo luid we konden, probeerden we er was eens, er was eens te blijven denken Peter Verhelst

85


DOUVIEHOEVE

J OHAN CLARYSSE 1957, België Change is coming (Erst das Fressen, dann die Moral) 2008 Johan Clarysse woont en werkt in Brugge, waar hij schilderijen, tekeningen en collages maakt. Vooraleer hij ging schilderen, stu­ deerde hij filosofie. Sinds 2000 neemt hij deel aan verschillende tentoonstellingen in galeries en musea in binnen- en buitenland en bevindt zijn werk zich in talrijke collecties. Clarysse drukt uit, onderzoekt, stelt vragen. Hij ontwerpt daar­ toe verstilde beelden die op een heldere manier raadselachtig willen zijn. Ze formuleren vragen rond het statuut van het beeld en van de schilderkunst en leggen zich toe op de complexiteit van onze menselijke conditie. Ze trekken aan en verwarren, ze onthul­ len en verhullen, ze ontleden een beeld en zetten het terzelf­ dertijd kracht bij. Zo is een intrigerend oeuvre ontstaan vol dubbele bodems en verwijzingen dat zowel speels als ernstig, helder als dubbelzinnig, emotioneel ingetogen als intens is. Ze creëren een pauze in de beeldenstroom waarmee we dagelijks gebombardeerd worden. De ambiguïteit van onze menselijke drijfveren en verlangens en de begrippen identiteit en macht die ermee samenhangen, zijn terug­ kerende motieven in Clarysse’s werk. Of het nu gaat om Japanse erotische gravures, filmstills, processiebeelden, portretten van filosofen of psychiatrische patiënten... Telkens opnieuw eigent Clarysse zich een beeld op zo’n wijze toe dat het zijn oorspron­ kelijke vanzelfsprekendheid verliest. Een onmiddellijke, naïeve identificatie met wat je ziet, wordt daardoor onmogelijk. Schilderen is voor Clarysse een manier om grip te krijgen op de wereld en op zichzelf, op datgene wat ons ergens altijd ont­ snapt. Maar het is ook een nooit ophoudende odyssee, een zoek­ tocht waarbij hij het statuut van het beeld en het medium schil­ derkunst onderzoekt en waarbij de verf de innerlijke dynamiek van elk schilderij stuurt en bepaalt. Clarysse houdt van wat hij zelf ‘elegante haperingen’ noemt, die het schilderij spannend houden. Kadrering, lichte perspectiefvervormingen, toevoeging van teks­ ten of emblemen, een abstracte vorm in een overwegend figuratief beeld, het spelen met gedetailleerde versus onaffe stukken: het zijn voorbeelden van intuïtieve beslissingen die ervoor zorgen dat de toeschouwer steeds weer teruggetrokken wordt naar het niveau van het beeld. Ook in de Graanschuur wordt werk van Johan Clarysse getoond.

86


Change is coming (Erst das Fressen, dann die Moral) 2008

DOUVIEHOEVE

87


DOUVIEHOEVE

J u a n Muñoz 1953-2001, Spanje Conversation Piece II – 1/1 2001 Juan Muñoz was een Spaanse beeldhouwer die voornamelijk met papier-maché, hars en brons werkte. Hij is nog steeds de meest belangrijke kunstenaar van een generatie die een volwaardige ar­ tistieke praktijk uitbouwde in het Spanje na Franco. Hij wordt gezien als een van de meest complexe en unieke kunstenaars ter wereld en ontving in 2000 de prestigieuze Spaanse Prijs van de Schone Kunsten voor zijn volledige oeuvre. Muñoz noemde zichzelf vooral een verhalenverteller en begon in het begin van de jaren negentig verhalende werken te maken. Hij doorbrak zo de grenzen van de traditionele beeldhouwkunst. Zijn installaties bestaan sindsdien uit figuren die, iets kleiner dan levensgroot, zowel in een gesloten als een open relatie tot el­ kaar staan. Ze nodigen de kijker uit om ook tot die relatie toe te treden en op een subtiele wijze deel te worden van hun gezel­ schap. Muñoz’ beelden zijn monochroom, loodgrijs en wasbruin, en spreken door hun bescheidenheid en identificeerbaarheid de kijker aan. Toch creëren ze door het ontbreken van individuele ken­ merken ook een gevoel van ongemak. Het gaat Muñoz echter niet om een plastische vertaling van een lichaam naar een tastbaar gegeven. Zijn figuren staan voor een bepaalde menselijke conditie: ver­ vreemding, verstomming, een bijna autistisch gebrek aan communi­ catie, eenzaamheid. Op die manier ensceneert hij theatrale situ­ aties die aan het absurdistische toneelstuk Wachten op Godot van Samuel Beckett doen denken. In 1991 maakte Muñoz zijn eerste groep figuren onder de noemer Conversation Piece, een reeks die hij in de navolgende jaren steeds verder zou uitbreiden. De figuren in deze Conversation Pieces lijken op mythologische hybride wezens en zijn een voor­ beeld van hoe de kunstenaar steeds weer probeerde een figuratief beeld te creëren dat niet herkenbaar, maar vervreemdend werkte. Hij wilde vooral het anders-zijn van de poppen benadrukken. Waar beeldhouwers als Rodin hun figuren zo levendig mogelijk wil­ den maken, vestigde Muñoz net de aandacht op de bewegingsloosheid van de bronzen beelden. Bovenaan lijken ze zeer menselijk, maar de figuren hebben geen benen en zitten gevangen in een keurslijf dat op een zak lijkt. Hun balvormige basis maakt van hen zeer onstabiele, wankelende figuren en hun armen hangen er levenloos bij, net als de ledematen van een lappenpop. De kale schedels, de gesloten monden en ogen dragen bij tot hun ontmenselijking. Muñoz ontneemt zijn figuren al bij voorbaat de illusie van beweging, zicht en spraak.

88


Conversation Piece II – 1/1 2001

DOUVIEHOEVE

Terwijl de vroege werken van Muñoz vooral enkelvoudige figuren in een psychologisch geladen isolement toonden, zien we bij de Conversation Pieces echte beeldengroepen. Ze nemen de tentoon­ stellingsruimte in en creëren met hun eigen choreografische ken­ merken een eigen fysieke dynamiek. De ruimte tussen de beelden is even belangrijk als de beelden zelf. Hun hoofden draaien, armen strekken zich uit, handen maken gesticulerende bewegingen en torso’s bewegen zich weg van en naar elkaar. Hoewel er zowel in de titel als in de beweging van de beelden een gesprek wordt gesuggereerd, wordt de kijker elke vorm van commu­ nicatie ontzegd. De vreemde figuren lijken een soort van geheim verbond te hebben, een onderling verhaal waar de voorbijganger buiten blijft. Dat gevoel van onzichtbaarheid bij de kijker is een artistieke manipulatie die Muñoz vaak doorvoerde, net zoals de ingreep waarbij je nooit vanuit een standpunt volledig fron­ taal voor alle beelden kan gaan staan. Als kijker sta je steeds tussen of rond het werk, maar word je er nooit in één keer recht­ streeks mee geconfronteerd. Met Conversation Piece vertaalt Muñoz als het ware een symbiose van onzichtbaarheid en stilte naar een visueel meesterlijk werk dat de kijker verwart. De afstand tussen ‘wij’ en ‘hen’ kan al­ leen overbrugd worden door aandachtig te kijken, met geduld het verhaal achter de figuren te ontdekken, door genereus naar de we­ reld te kijken, door te luisteren naar en te spreken met elkaar. Alleen dan zijn we in staat tot verbondenheid. Empathie is de sleutel die ons op deze wankelende wereldbol verbindt.

89


Conversation Piece II – 1/1 2001

LOCATIE

90


DOUVIEHOEVE

Conversation Piece Wij spraken over plooien in het spreken, Lichtende kieren in de ademgang Omdat we in het waaien van de wereld stonden, Wiegend en luisterend Of niet in ons een zang begon, Iets wat ons wankelen kon tegengaan. Maar schommelend in twijfel wisten wij Het zeker: niet onder ons trilde het Waar wij met oren aan de grond Genageld waren, maar op een ander Continent dat bromde, diep in ons. Woorden die we niet gesproken hadden Namen het over van onze aanzet tot de dans. Buiten aan ramen wordt geschreeuwd En wij, voorzichtig schuifelend Elk op zijn eigen wereldbol, Wij spreken niet maar staren Met open monden naar de branding Van die uitgestoken handen, Ontelbaar, licht zwevend in de schemer. Stefan Hertmans

91


DOUVIEHOEVE

Ra f a e l Gomezbarros 1972, Colombia Casa Tomada 2016 Rafael Gomezbarros studeerde Beeldende Kunst aan de Jorge Tadeao Lozano Universiteit in Bogota, Colombia. Zijn artis­ tieke projecten tonen veel be­ zorgdheid over de huidige Colombiaanse politieke situatie, maar op een meer universeel niveau onderzoekt de kunstenaar ook de dualiteit van begrippen als indivualiteit en gemeen­ schap, verlangen en realiteit, identiteit en anonimiteit. Zijn werk maakt deel uit van de be­ faamde collectie van de Saatchi Gallery in Londen.

nadenken over nieuwe betekenis­ sen van de openbare ruimte en hoe ze kan veranderen. Het doel van Casa Tomada blijft voor Gomezbarros het initiëren van debatten over menselijke drama’s die ontstaan door de confrontatie tussen de denk­ beelden van verschillende ge­ meenschappen en sociale syste­ men. Hoe moet een gemeenschap zich voorbereiden op een pro­ ces van migratie? Gaat het om een proces waarbij er waarden afgevoerd moeten worden, ver­ nietigd zelfs, of gaat het om een culturele verandering die plaats maakt voor iets nieuws, iets hybride? Het is een vraag waarop in de geschiedenis al meermaals antwoorden gezocht werden.

Casa Tomada is een ruimtelijke interventie die Gomezbarros al verschillende keren uitvoerde, steeds op een andere plek en in een andere context. Het werk bestaat uit een grote hoeveel­ heid sculpturen van mieren die over de voorgevels van gebouwen en andere architecturale struc­ turen krioelen. Samen vertellen ze een verhaal over migratie, gedwongen vluchten en het ge­ voel van ontworteling dat daar, in tijden van globalisatie, uit voortvloeit. Gomezbarros tracht met zijn ingreep betekenis­ volle ervaringen bij de kijker te veroorzaken door enerzijds de ruimte op een visueel in­ drukwekkende manier te gebrui­ ken, maar anderzijds ook door gesprekken en bewustwording uit te lokken over hedendaagse migratievraagstukken. Net zoals veel mensen op de vlucht, leg­ gen ook zijn mieren een reis af van plek naar plek en zorgen ze tijdelijk voor een transformatie van de ruimte. Zo laten ze ons

Elke mier uit Casa Tomada be­ staat uit twee gietvormen van menselijke schedels die verbon­ den zijn met takken, waardoor de bovenstaande vraagstelling op een heldere manier wordt verbeeld. Twee identiteiten worden hier verplicht om samen te werken. Casa Tomada verbeeldt het besef van de impact van de migratiestromen op het men­ selijke zijn. Het resulteert onvermijdelijk altijd in een soort van conflict tussen twee entiteiten, vanuit een ver­ dedigingsmechanisme ten opzichte van de eigen identiteit. De opvallende bezetting van de mieren, die in andere landen ook al vaak monumenten inna­ men, is een doordachte ingreep

92


Casa Tomada 2016

DOUVIEHOEVE

die de gewelddadige gevolgen van globalisatie wil weergeven en in vraag stellen. De aan­ wezigheid van de mieren ver­ zwakt bestaande structuren en laat gemeenschappen op zich­ zelf terugplooien. Ook in een multiculturele wereld ontstaan lokale culturele tegenbewegin­ gen die willen beschermen wat er al is. Met deze installatie wil Gomezbarros een aanzet ge­ ven tot een gesprek over deze processen.

Tegelijkertijd leiden ze ook de aandacht af van het gebouw dat ze inpalmen, zodat tijd, ruimte en kunst uiteindelijk samenvallen. Dat zou ook de impliciete lezing van het werk van Gomezbarros kunnen zijn: alleen door samen hard te wer­ ken aan een constructie, kunnen we iets veranderen, hoe klein elke aparte identiteit en elke zet ook is. De grote veran­ dering zal gebeuren door vele kleine veranderingen.

Daarnaast zijn de mieren ook een metafoor voor het harde werk waarmee constructies (zoals een land, stad, dorp of gemeenschap) opgebouwd zijn.

In de Graanschuur wordt ook het werk Somos humanos van Rafael Gomezbarros getoond.

93


94


95

Casa Tomada 2016


DOUVIEHOEVE

Een bijdrage tot de statistiek Op elke honderd mensen zijn er tweeënvijftig die alles beter weten, onzeker van elke stap – bijna de hele rest, bereid om te helpen, als het niet te lang duurt – wel negenenveertig, de goedheid zelve, omdat ze niet anders kunnen – vier, nou, misschien vijf, in staat tot bewondering zonder afgunst – achttien, leven er in voortdurende angst, voor iemand of iets – zevenenzeventig, hebben er talent om gelukkig te zijn – ruim twintig, hoogstens, zijn als individu ongevaarlijk, maar slaan los in de massa – in elk geval meer dan de helft,

96


DOUVIEHOEVE

zijn wreed, als de omstandigheden hen dwingen, – hoeveel kun je beter niet weten, ook niet bij benadering, verstandig als het te laat is – niet veel meer dan voor het te laat is, willen er van het leven alleen dingen – veertig, hoewel ik me hier liever vergis, duiken, een en al pijn, in elkaar, zonder lantaarn in het donker – drieëntachtig, vroeg of laat, verdienen er medelijden – negenennegentig, zijn sterfelijk – honderd op de honderd. Een getal dat vooralsnog niet verandert. Wisława Szymborska

97


DOUVIEHOEVE

Przyczynek do statystyki Na stu ludzi wiedzacych wszystko lepiej – piecdziesieciu dwóch; niepewnych kazdego kroku – prawie cała reszta; gotowych pomóc, o ile nie potrwa to długo – az czterdziestu dziewieciu; dobrych zawsze, bo nie potrafia inaczej – czterech, no moze pieciu; skłonnych do podziwu bez zawisci – osiemnastu; zyjacych w stałej trwodze przed kims albo czyms – siedemdziesieciu siedmiu; uzdolnionych do szczescia – dwudziestu kilku najwyzej; niegroznych pojedynczo, dziczejacych w tłumie – ponad połowa na pewno;

98


DOUVIEHOEVE

okrutnych, kiedy zmusza ich okolicznosci – tego lepiej nie wiedziec nawet w przyblizeniu; madrych po szkodzie – niewielu wiecej niz madrych przed szkoda; niczego nie bioracych z zycia oprócz rzeczy – czterdziestu, chociaz chciałabym sie mylic; skulonych, obolałych i bez latarki w ciemnosci – osiemdziesieciu trzech predzej czy pózniej; godnych współczucia – dziewiecdziesieciu dziewieciu; smiertelnych – stu na stu. Liczba, która jak dotad nie uległa zmianie. Wisława Szymborska

99


DOUVIEHOEVE

So h e i l a Sokhanvari Iran TPAJAX 2012 Passports 2016 Soheila Sokhanvari is een Iraanse kunstenares die in het Verenigd Koninkrijk woont en werkt. In haar multidisciplinaire werken ver­ weeft ze politieke verhalen met bizarre, komische en mysterieuze elementen. In 2012 was ze een van de finalisten van de Catlin Award. Deze prijs wordt uitgereikt aan het meest veelbelovende talent gekozen uit alle pas afgestudeerden van alle kunstscholen in het Verenigd Koninkrijk. Haar werk was eerder al te zien in Saatchi Gallery, Londen. Sokhanvari voelt zich aangetrokken tot trauma’s die zich in het collectieve bewustzijn hebben genesteld of massa-amnesie veroor­ zaken, maar ze weigert om die conventioneel voor te stellen. Voor Sokhanvari is de beleving van haar werk niet gelijk aan de vorm van haar sculpturen. Ze speelt daarom vaak een spel met de rela­ tie tussen de titel van het werk en het eigenlijk kunstwerk. Een komisch beeld kan op die manier door de titel een veel complexere betekenis krijgen. De kunstenares creëert met andere woorden ver­ schillende betekenislagen onder het oppervlak van haar werk. Dit metaforisch communiceren is nauw verweven met Sokhanvari’s Iraanse afkomst. Magisch realisme en het gebruik van metaforen laten Iraanse schrijvers en kunstenaars toe om in een autocratische samenleving kritische verhalen te vertellen tussen de lijnen door en de censuur op die manier te omzeilen. Voor Sokhanvari zijn meta­ foren zowel een veilige manier van communiceren, als een domein dat verder kan onderzocht worden. TPAJAX toont een opgezet paard dat geïmmobiliseerd wordt door een gigantische, glanzende ballon. Het anders zo sterke dier ziet er hier machteloos uit. De titel van het werk verwijst naar een his­ torische gebeurtenis die zich in 1953 afspeelde in Iran. TPAJAX verwijst naar de georchestreerde coup door de Britse en Ameri­ kaanse inlichtingendiensten op de democratisch gekozen Iraanse Eerste Minister Mohammad Mosaddegh, om zo meer controle te krijgen over de olievoorraden van het land. Mohammad Reza Shah Pahlavi, die nauwe banden onderhield met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, werd daarna als koning aangesteld. Met haar serie Passports bekijkt Sokhanvari het portret op een andere manier dan doorgaans wordt gedaan in de kunstgeschiedenis. De manier waarop de persoon te zien is op een paspoortfoto ver­ telt iets over het persoonlijke verhaal van het individu, maar ook over diens afkomst, stelt Sohkanvari, want elke paspoortfoto is onderworpen aan bepaalde regels. Nu we te maken hebben met de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog en

100


Passports 2016

DOUVIEHOEVE

grenscontroles schering en inslag zijn, kan je stellen dat mensen meer dan ooit beoordeeld worden op hun nationaliteit. Voor Sok­ hanvari voegt deze actuele situatie een interessante betekenis­ laag toe aan de manier waarop we een portret percipiëren. Voor Passports stelde Sokhanvari een reeks samen paspoorten uit alle hoeken van de wereld. Daarbij probeerde ze de inktstempel van de originele uitgaves zo goed mogelijk na te bootsen, maar verving ze de tekst door oude Amerikaanse reclameslogans. De juxta­ positie van de paspoorten toont het verhalende element achter de beelden, maar wijst tegelijk op de vluchtigheid ervan; uiteindelijk zullen ook deze papieren vervangen worden door digitale informatie en in de vergetelheid verdwijnen, net als de afgebeelde mensen.

101


LOCATIE

102


TPAJAX 2012

LOCATIE

103


DOUVIEHOEVE

Paul De Vree

104


DOUVIEHOEVE

Het onmogelijke Ik wilde van het onmogelijke het mogelijke maken ik hield van het onmogelijke, hield van niets zoveel, en toch wilde ik er het mogelijke van maken met strakke begrenzingen, rechte hoeken, heldere kleurschakeringen en zekerheid, de zekerheid van kunnen en zullen maar toen ik jaren later van het mogelijke het onmogelijke wilde maken riep iemand dat ik op moest schieten en naar binnen moest komen, wat stond ik daar, er was nog zoveel te doen. Toon Tellegen

105


DOUVIEHOEVE

LUK B ERGHE 1954, België KOCMOC - we have never been modern 2015 – 2016 Het KOCMOC-project van Luc Berghe past perfect binnen de serie werken die hij onder de Utopia Collection groepeert en waaronder ook het werk Dr. Stein in het Festivalhuis valt. Kocmoc is Russisch voor kosmos en draagt onmiddellijk al een politieke connotatie in zich. Berghe onderzoekt met dit werk dan ook hoe het moderne verle­ den een verklaring kan bieden voor de geopolitieke problemen van vandaag. Ervaringen die hij opdoet tij­ dens zijn vele reizen naar onder andere Arabische landen, dienen regelmatig als inspira­ tie voor zijn maatschappelijk werk. Toen hij in het Jemeni­ tisch en Saoedisch grensgebied van Oman verbleef, belandde hij als Westerling als het ware tussen twee oppositionele vel­ den, tussen ‘Zwart’ en ‘Wit’, in het niemandsland. Ook in zijn werk zoekt Berghe die op­ positionele velden op, bijvoor­ beeld door provocatieve one­ liners als we have never been modern toe te voegen aan zijn beelden.

Het monumentale schilderij dat op de Douvie­ hoeve getoond wordt, laat een gigantische zeppelin zien die over een donker landschap zweeft. Hier wordt de befaamde Hindenburg afgebeeld, die de

allereerste interconti­ nentale vlucht tussen Nazi-Duitsland en de Verenigde staten maakte en voor Berghe symbool staat voor de start van de wereldwijde ruimtewedloop. De vluchten van de Hindenburg werden op de voet gevolgd door een enorme hoeveelheid perslui en met overvloedige film- en fotobeelden op de gevoelige plaat vast­ gelegd. De ondergang van de zeppelin in 1937 lijkt dan ook een bijna georkestreerd moment in de geschiedenis, waarbij de zucht naar moderniteit zichzelf vernietigde. De ondertitel we have never been modern, die Berghe van de Franse filosoof Bruno Latour leent, laat zich hier als ironische toevoeging lezen. Berghe laat met zijn werk ech­ ter niet gewoon een historische gebeurtenis zien. Hij brengt het verhaal van de Hindenburg letterlijk dichterbij onze tijd door logo’s van belangrijke nieuwszenders als RT, CNN en

106


Al Jazeera toe te voegen aan zijn schilderij en alludeert hiermee op de hedendaagse geo­ politieke situatie. Bovendien is ook het landschap waarin de scène zich afspeelt verras­ send herkenbaar: de zeppelin beweegt zich boven zompige klei en een donker dreigende hemel. Berghe brengt het gehele deba­ cle dichter­ bij door dit visueel spektakel in een Leie-landschap af te beelden en tracht hiermee een beeld uit ons collectief geheugen te bevragen.

publiek bovendien communistische propagandamuziek beluisteren, een wezenlijk onderdeel van Berghe's werk. De muziek triggert hier een melancholisch verlangen naar een betere, samen opgebouwde wereld en verleent de installatie op die manier een louterende kracht.

Tijdens het bekijken van KOCMOC – we have n ­ever been modern kan het

107

courtesy BruthausGallery

KOCMOC - we have never been modern 2015 – 2016

DOUVIEHOEVE


DOUVIEHOEVE

Al f r e d o Jaar Chili, 1965 Other People Think 2012 Het werk van de Chileense kunstenaar en architect Alfredo Jaar is meestal politiek geladen en handelt over onderwerpen als humani­ taire crises en de relatie tussen de Eerste en de Derde Wereld. Voor Jaar moet kunst immers kritisch zijn, 'al de rest is enter­ tainment'. Ook het feit dat de werkelijkheid op vele verschillen­ de manieren kan worden weergegeven, boeit en drijft hem in zijn werk. Er is een groot gat tussen werkelijkheid en de verschil­ lende manieren om haar te presenteren. En dat gat is onmogelijk te dichten. Als kunstenaars moeten we verschillende manieren van presentatie uitproberen, stelt Jaar. Hij maakt dan ook geënga­ geerde films, installaties en projecten die steeds in de gemeen­ schap wortelen.

Met Other People Think bracht de kunstenaar in 2012 woorden van de componist John Cage opnieuw onder de aandacht. Cage schreef de tekst in 1927 als student aan de Los Angeles High School, toen hij deelnam aan een wedstrijd in retoriek. Hoewel hij toen slechts vijftien was, vertoonden zijn essays al een kritische en uitgewerkte analyse van de relaties tussen Noord- en Zuid-Amerika. Cage pleitte in zijn speech voor stilte en opperde dat de Verenigde Staten meer moesten zwijgen: ‘silence on the part of the United States, in order that we could hear what other people think, and that they don’t think the way we do, particularly about us’. Volgens Cage hadden de Verenigde Staten te luisteren naar wat andere landen te zeggen hadden. Dat inzicht blijft een ongelooflijke naklank hebben en is nog steeds toepasbaar op de hedendaagse politiek. Alfredo Jaar herkende, 85 jaar na datum, de actualiteit van de redevoering van Cage. Zelf woont hij intussen in de Verenigde Staten, maar de verhouding tussen Noord- en Zuid-Amerika is vandaag nog net zo ongelijk als in 1927 en dat wil Jaar met zijn werk letterlijk aan het licht brengen. De lichtbak waarin de emblematische woorden van Cage te zien zijn, is dan ook een voor hem typerende installatie die kritiek geeft op de rol van Ver­ enigde Staten op het internationale politieke toneel.

108


Other People Think 2012

LOCATIE

109


DOUVIEHOEVE

Ro y Vi llevoye 1960, Nederland Reset (Vienna 1909, 20-year-old Adolf Hitler is Homeless) 2016 Jack 2010 Voor Roy Villevoye is kunst een radicale manier om te onderzoeken waar we vandaan komen, wie we zijn en waar we heen gaan. Het is nooit een doel op zich maar altijd een middel om iets anders te ontdekken. Wat niet wegneemt dat het traject, de zoektocht, met uiterste precisie moet worden afgelegd. Veel van zijn kunst­ werken zijn gebaseerd op ensceneringen, het naspelen van werkelijke en bedachte gebeurtenissen. De wassen beelden die hij sinds 2006 maakt, zijn als het ware gestolde reenactments. Reset (Vienna 1909, 20-year-old Adolf Hitler is Homeless) wordt langs de rug benaderd, maar van zodra het publiek in de buurt van de figuur komt, blijkt al snel dat de sculptuur Adolf Hitler voor­ stelt. Na de dood van zijn moeder vertrok Hitler op zijn achttiende met weinig geld naar Wenen in de hoop daar aan de kunstacademie te worden toegelaten, wat hem niet lukte. Aanvankelijk vestigde hij zich met een jeugdvriend in een kleine achterkamer, maar na verloop van tijd werd hij wegens geldgebrek gedwongen onderdak te zoeken in een van de vele opvanghuizen, waar een eenvoudige maaltijd en over­ nachting werd geboden aan de legers daklozen en werklozen die in die tijd in Wenen rondzwierven. Eind 1909 begint een periode waarin Hitler, toen ongeveer 20 jaar oud, waarschijnlijk letterlijk dak­ loos was en op banken in parken sliep. Het beeld van Villevoye laat de 20-jarige Hitler precies op dit voor hem vormende moment zien. Hij staat op straat, kleumend met zijn handen over elkaar, in armoedige kledij en kapotte schoenen. Oog­ getuigen leverden gedetailleerde verslagen van Hitlers verschijning op dat moment. Een van de beschrijvingen vertelt dat hij een afge­ dragen rokkostuum droeg dat iemand voor hem bij een pandhuis had aangeschaft. In Reset lijkt het alsof de Hitlerfiguur al de hele dag rondgelopen heeft en nu even uitrust met zijn schouder tegen een muur. Villevoye gebruikt voor Reset de levensgeschiedenis van iemand die uiteindelijk een van de grootste dictators uit de wereld­ geschiedenis zou worden als aanleiding voor zijn werk. Wat gebeurt er met mensen wanneer ze in situaties verzeild raken waarin ze de controle over hun leven verliezen? Wanneer hun eigen ambities en potenties volledig in disbalans zijn met het beeld dat de samen­ leving van hen heeft? Met Reset neemt Villevoye Hitlers verhaal als uitgangspunt om vragen te stellen over een samenleving die steeds grotere groepen mensen als ‘overbodig’ aan de kant zet. Een maat­ schappij die individuen onzichtbaar wil maken, wil laten opgaan in de achtergrond, zoals in de video Jack. Het beeld Reset brengt de toeschouwer terug naar het moment waarop de toekomst nog alle kanten uit kon. Voor Hitler en voor de wereld.

110


Reset (Vienna 1909, 20-year-old Adolf Hitler is Homeless) 2016

LOCATIE

111


DOUVIEHOEVE

Iosif Stalin

Ochtend Een rozenknopje gaf zich bloot, reikte ver naar ‘t violet, en de lelie, wakker door een bries, boog naar het gras, koket. De leeuwerik ging hoog in ‘t blauw tsjilpend met hymnen los, terwijl de nachtegaal honingdauw zacht zong vanuit het bos: ‘Floreer, mijn prachtig Georgisch land, Iverië, groei en gedij, leer, Georgiërs, en daarmee plant daar roem voor ‘t moederland bij!’ Iosif Stalin

112


DOUVIEHOEVE

Varie

a Clara Petacci

come una nuvola cosĂŹ io vorrei un mattino svegliarmi improvviso sentirmi leggero perdute le scorie della materialitĂ sentirmi vicino agli esseri cari liberato lo spirito ai lidi immortali. Benito Mussolini

Variaties

voor Clara Petacci

zo, als een wolk, zo wil ik een ochtend plotseling ontwaken vederlicht wakker worden bevrijd van de metaalslakken van het materiĂŤle me vlakbij voelend bij alles wat lief is, de geest bevrijd op weg naar onsterfelijke oevers. Benito Mussolini

113


DOUVIEHOEVE

Denk ’ es ! Wenn Deine Mutter alt geworden Und älter du geworden bist, Wenn ihr, was früher leicht un mühelos, Nunmehr zur Last geworden ist. Wenn ihre lieben, treuen Augen Nicht mehr, wie einst, ins Leben seh’n. Wenn ihr müd’ gewordnen Füße, Sie nicht mehr tragen woll’n bien Geh’n, Dann reiche ihr den Arm zur Stütze Geleite sie mit froher Lust – Die Stunde kommt, da du sie weinend Zum letzten Gang begleiten mußt! Und fragt sie dich, so gib ihr Antwort, Und fragt sie wieder, sprich auch du! Und fragt sie nochmals, steh’ ihr Rede, Nicht ungestüm, in sanfter Ruh! Und kann sie dich nicht recht verstehen Erklär’ ihr alles frohbewegt; Die Stunde kommt, die bitt’re Stunde, da dich ihr Mund nach nichts mehr fragt! Adolf Hitler

114


DOUVIEHOEVE

D enk daaraan ! Als je moeder oud geworden en jij ook wat ouder bent, als wat vroeger haar licht afging nu tot last zich heeft bekend, als haar lieve, trouwe ogen niet meer kijken als voorheen, als haar voeten, moe geworden, niet meer dragen, steen en been, steun haar dan met beide armen en leidt haar met blij gemoed – want het uur komt dat je huilend haar voor ‘t laatst begeleiden moet! Vraagt ze iets, geef dan ook antwoord, vraagt ze nog iets, wordt niet moe! Vraagt ze nog wat, spreek haar niet te ruw, maar rustig toe! Kan zij niet meer alles volgen, leg dan alles uit, bedaagd; want het bittere uur zal komen dat haar mond je niets meer vraagt! Adolf Hitler

115


DOUVIEHOEVE

Fr a n c i s Alÿs 1959, België When Faith Moves Mountains (making of) 2002 Francis Alÿs vestigde zich eind jaren tachtig in Mexico-Stad maar komt oorspronkelijk uit Antwerpen. De kunstenaar toont zijn visie op de wereld in onder andere figuratieve schilderijen, performances (vooral wandelingen), tekeningen en sculpturen, foto’s en video’s. Als architect is hij erg geïnteresseerd in steden en stedelingen. Met een scherp oog en veel zin voor humor brengt hij in eenvoudige, maar sprekende acties allerlei toestanden onder de aandacht. In zijn performances stelt hij de samenleving en de plaats die kunst daarin inneemt ter discussie. De grootstad (vaak Latijns-Amerikaans) vormt het indrukwekkende decor voor het werk van Alÿs. Zijn creaties ontstaan anoniem en onopvallend tijdens lange wandelingen doorheen die stedelijke setting. Zo liep hij in de performance Magnetic Shoes verschillende dagen door Havana met magnetische schoenen aan. Onderweg verzamelde hij metaalafval en bracht op die manier de stad in kaart. Alÿs maakt geëngageerde kunst die uitgaat van een jongensachtige naïviteit: kunst kan misschien de wereld niet redden, ze kan wel aanzetten tot nadenken. When Faith Moves Mountains vond plaats in de sloppenwijken bij de Peruviaanse hoofdstad Lima in de context van de Biënnale in 2002. In de performance probeert Alÿs met achthonderd Peruviaanse vrij­ willigers het onmogelijke te doen: een berg tien centimeter ver­ plaatsen. De kunstenaar omschrijft de actie zelf als een bijbels beeld: ‘Ik weet niet of de duin nu echt opgeschoven is, maar er is wel iets gebeurd in die vier uur dat we daar onder een loden zon stonden te spitten. De mensen beklommen de heuvel en schepten zand. Er gebeurde iets dat je verstand te boven gaat, het was een klein mirakel. Het had iets symbolisch en iets heel echts tegelijkertijd.’ Alÿs noemt zijn acties fabels of verhalen. Ze worden gekenmerkt door een irrationeel element en veel humor. In When Faith Moves Mountains speelt er zich iets absurds af, er wordt enorm veel moeite gedaan voor een minuscuul resultaat. Tegelijk is het net dat aspect dat het werk zijn aanstekelijk utopisch elan meegeeft. De zorgvuldig geplande actie straalt een onvoorwaardelijk geloof uit in de maakbaarheid van de wereld. Kunst kan de wereld niet verande­ ren, maar ze kan wel helpen de geesten daarvoor rijp te maken. Alÿs wil voor zijn publiek de mogelijkheid openen om anders te denken, zonder hierbij commentaren, oplossingen of oordelen op te dringen. De performance is een teken van hoop in een land dat zich in een politieke crisis bevindt. Tegelijk bekritiseert en deromantiseert Alÿs met dit werk traditionele landschapskunstwerken. When Faith Moves Mountains is land-art van mensen die geen grond bezitten, gerealiseerd door de inzet van de gewone man, of hoe een geloof in verandering bergen kan verzetten.

116


When Faith Moves Mountains (making of) 2002

DOUVIEHOEVE

117


EREGALERIJ

P ATTI SMITH 1946, Verenigde Staten Patricia Lee Smith is een Amerikaanse singer-songwriter en dich­ teres die als een van de grondleggers van het punkgenre beschouwd wordt en die in haar protestsongs en betrokken poëzie steeds een sterke maatschappelijke worteling laat voelen. Dit jaar, het jaar van haar zeventigste verjaardag, wordt de eregalerij van Kunsten­ festival Watou aan haar gewijd. De nadruk ligt daarbij zowel op haar songs, waarvan een groot deel intussen in het collectief ge­ heugen gegrift staat, als op haar gedichten. Het merendeel van de teksten werd specifiek voor deze gelegenheid naar het Nederlands vertaald door Katelijne De Vuyst.

In 1975 lanceerde Patti Smith haar debuutalbum dat erg goed onthaald werd en dat haar meteen op de muzikale wereldkaart plaatste. Sindsdien produceerde de singer-songwriter regelmatig nieuw werk, met bekende topnummers als Because the Night, People have the Power en Smiths adaptatie van Gloria, gebaseerd op het gedicht Oath dat ze eerder schreef als reactie op haar streng religieuze opvoeding. In het werk van Smith lopen punk en poëzie wel vaker door elkaar, haar muzikale carrière­ pad staat haar gedichten helemaal niet in de weg en doorheen de jaren publiceert ze verschillende bundels. Early Work, The Coral Sea en Auguries of Innocence bevatten gedichten die, telkens op een andere manier, een nauwe verbondenheid met maatschappelijke evoluties uitspreken. Smiths laatste bundel Auguries of Innocence is bovendien sterk beïnvloed door de poëtische praktijk van William Blake en Arthur Rimbaud, voor wie ze een mateloze bewondering heeft. In 2005 werd ze door de Franse minister van cultuur benoemd tot Commandeur in de Franse Ordre des Arts et des Lettres. Een bepalende ontmoeting in het leven van Smith, was die met foto­ graaf Robert Mapplethorpe in het New York van 1967. Ze startten een intense en tumultueuze relatie, waarbij het koppel worstelde met armoede en Mapplethorpe met zijn eigen seksualiteit. Hoewel ze uiteindelijk hun liefdesrelatie verbraken, bleven ze beste vrienden tot Mapplethorpe’s dood in 1989. In Just Kids, haar

118


Patti Smith

EREGALERIJ

memoires waarvoor ze in 2010 de prestigieuze National Book Award ontving, noemt Smith de fotograaf ‘the artist of my life’. In de eregalerij wordt dan ook uitgebreid aandacht besteed aan deze belangrijke verhaallijn in haar leven. 'Een paar uur voor Robert stierf vroeg ik hem hoe ik zijn nagedachtenis het best kon eren. We wisten allebei dat hij stervende was, en ondanks zijn doodsstrijd haalden we vrijelijk herinneringen op aan diverse episodes uit ons leven. We hadden het over ons werk, de bron van onze wederzijdse genegenheid die nog sterker werd nu zijn dood nabij was. […] Hij vroeg me ons verhaal te schrijven. Hij wist dat het in mijn geheugen gegrift stond, want hij had me vaak gevraagd het voor het slapengaan te vertellen. Ik vond het vreselijk die belofte te doen. […] Maar het duurde heel lang voor ik de kracht vond ons verhaal op te schrijven. In plaats daarvan schreef ik ‘The coral sea’. Een seizoen van verdriet. Alles wat ik over hem wist bezonken in een kleine suite prozagedichten. Ze vormen de neerslag van zijn liefde voor de kunst, voor zijn beschermheer Sam Wagstaff, en zijn genegenheid voor mij. Maar vooral gaan ze over zijn vastberaden levenswil die niet kon worden ingetoomd, ook niet door de dood.'

119


EREGALERIJ PATTI SMITH

Because The Night (Co-written with Bruce Springsteen) Take me now baby here as I am Pull me close, try and understand Desire is hunger is the fire I breathe Love is a banquet on which we feed Come on now try and understand The way I feel when I’m in your hands Take my hand come undercover They can’t hurt you now, can’t hurt you now Because Because Because Because Have Love Love Here

the the the the

night night night night

belongs belongs belongs belongs

to to to to

lovers love lovers us

I doubt when I’m alone is a ring, the telephone is an angel, disguised as lust in our bed, until the morning comes

Come on now try and understand The way I feel under your command Take my hand as the sun descends They can’t touch you now, can’t touch you now And though we’re seized with doubt The vicious circle turns and burns Without you I cannot live, forgive The yearning burning, I believe it’s time To feel to heal, so touch me now Touch me now, touch me now, Because Because Because Because

this night there are two lovers we believe in the night we trust the night belongs to lovers the night belongs to us

120


EREGALERIJ PATTI SMITH

Omdat de nacht Aanvaard me schat zoals ik ben Haal me aan, tracht me te begrijpen Verlangen is honger is het vuur dat me drijft Liefde is een feestmaal een heerlijke spijs Komaan en tracht te begrijpen Hoe het voelt als je armen me warmen Neem mijn hand kom in het geheim Hier lijd je geen pijn, lijd je geen pijn Omdat Omdat Omdat Omdat

de de de de

nacht nacht nacht nacht

op liefde wacht naar liefde smacht op liefde wacht ons liefde bracht

Twijfel ik als ik alleen ben Liefde is een belletje, een stem Liefde is een engel, als lust vermomd Bij ons in bed, tot de ochtend komt Komaan en tracht te begrijpen Hoe het voelt onder je bevel Neem mijn hand nu de zon ondergaat Niemand kan je raken, kan je raken En hoewel twijfel ons bevangt De vicieuze cirkel draait en brandt Zonder jou kan ik niet leven, vergeef Het smachtend vuur, want nu is het tijd Voor heling en genezing dus Raak me aan, raak me aan Omdat Omdat Omdat Omdat

we we de de

vannacht van elkaar houden bouwen op de nacht vertrouwen nacht op liefde wacht nacht ons liefde bracht

121


EREGALERIJ PATTI SMITH

People Have The Power I was dreaming in my dreaming Of an aspect bright and fair And my sleeping it was broken But my dream it lingered near In the form of shining valleys Where the pure air recognized And my senses newly opened But I awakened to the cry That the people have the power To redeem the work of fools From the meek the graces shower It’s decreed the people rule

Like cream the waters rise And we strolled there together With none to laugh or criticize And the leopard And the lamb Lay together truly bound I was hoping in my hoping To recall what I had found I was dreaming in my dreaming God knows a purer view As I surrender to my sleeping I commit my dream to you

The people have the power The people have the power

The people have the power The power to dream, to rule To wrestle the Earth from fools It’s decreed the people rule It’s decreed the people rule Listen, I believe everything we dream Can come to pass through our union We can turn the world around We can turn the earth’s revolution

Vengeful aspects became suspect And bending low as if to hear And the armies ceased advancing Because the people had their ear And the shepherds and the soldiers Lay beneath the stars Exchanging visions Laying arms To waste in the dust In the form of shining valleys Where the pure air recognized And my senses newly opened And I awakened to the cry

We have the power People have the power

The people have the power The people have the power Where there were deserts I saw fountains

122


EREGALERIJ PATTI SMITH

Het volk is aan de macht In mijn dromen droomde ik Van een lieflijk, helder beeld En toen ik weer ontwaakte Bleef mijn droom me heel nabij Ik zag een stralende vallei Ze baadde in de schone lucht En al mijn zinnen werden gestreeld Maar ik ontwaakte door de schreeuw Dat de mens de macht heeft Gekkenwerk teniet te doen Want wie goed is goed ontmoet Het volk heerst je hoort het goed Het volk is aan de macht Het volk is aan de macht Gebannen werden wrok en wraak Iedereen boog, spitste de oren De opmars der legers werd gestaakt Want het volk werd nu gehoord En de herders en soldaten Lagen onder de sterren Wisselden visioenen uit Lieten hun wapens In het stof vergaan Ik zag een stralende vallei Ze baadde in de schone lucht En al mijn zinnen werden gestreeld Ik ontwaakte door de schreeuw

Waar woestijnen waren Zag ik toen fonteinen Als room welde het water op En daar kuierden we samen Niemand die bespot werd of gelaakt En de luipaard En het lam Waren voortaan echt verbonden Terwijl ik hoopte bleef de hoop Nooit te vergeten wat ik vond In mijn dromen bleef ik dromen Tot een scherper inzicht te komen Nu ik me aan de slaap toevertrouw Draag ik mijn droom op aan jou Het volk heeft de macht De macht te dromen te heersen De Aarde van gekken te bevrijden Het volk heerst je hoort het goed Het volk heerst je hoort het goed Luister. We slaan de handen in elkaar Dan worden onze dromen waar Wij kunnen de aarde doen draaien We kunnen het aardse lot bepalen Wij zijn aan de macht Het volk is aan de macht

Het volk is aan de macht Het volk is aan de macht

123


EREGALERIJ PATTI SMITH

Strange Messengers I looked upon the book of life tracing the lines of face after face looking down at their naked feet bound in chains bound in chains chains of leather chains of gold We knew it was wrong but we looked away and paraded them down the colonial streets and that’s how they became enslaved They came across on the great ships mothers separated from their babes husbands stood on the auction block bound in chains bound in chains chains of leather chains of gold Men knew it was wrong but they looked away and led them to toil in fields of white as they turned their necks to a bitter landscape Oh Am Am we

the people I hear them calling I not a man and a brother I not a woman and a sister will be heard we will be heard

History sends us such strange messengers they come down through time to embrace to enrage and in their arms even stranger fruit and they swing from the trees with their vision in flames ropes of leather ropes of gold men knew it was wrong but they looked away messengers swinging from twisted rope as they turned their necks to a bitter landscape

124


EREGALERIJ PATTI SMITH

Vreemde boodschappers Ik keek in het boek van het leven volgde de lijnen van elk gezicht keek omlaag naar hun blote voeten geketend geketend met ketens van leder ketens van goud Het was slecht wisten we maar toch keken we weg en dreven hen in stoet door koloniale straten en maakten hen zo tot slaven Op grote schepen maakten ze de oversteek moeders van hun baby’s gescheiden hun mannen koopwaar op de veiling geketend geketend met ketens van leder ketens van goud Het was slecht wist men maar toch keek men weg en liet hen zwoegen op witte akkers terwijl men het bittere landschap de rug toekeerde O de mensen hoor ze schreeuwen ben ik dan geen man of geen broer ben ik dan geen vrouw of geen zus men zal ons horen men zal ons horen Het verleden stuurt ons die vreemde boodschappers toe ze komen ons door de tijd heen omhelzen verstoren met in hun armen nog vreemder vruchten en ze wiegen aan de bomen hun dromen in rook opgegaan koorden van leder koorden van goud het was slecht wist men maar toch keek men weg boodschappers wiegend aan gedraaid koord terwijl men het bittere landschap de rug toekeerde

125


EREGALERIJ PATTI SMITH

Tarkovsky (The Second Stop Is Jupiter ) The eternal son runs to the mother She smoothes his brow and bids him Drink from her well of hammered mist Come along sweet lad, fog rises from the ground The falling soot is just the dust of a shimmering gem The black moon shines on a lake White as a hand in the dark She lifts the lamp to see his face The silver ladle of his throat The boy the beast and the butterfly The sea is a morgue, the needle and the gun These things float in blood that has no name The telegraph poles are crosses on the line Rusted pins, not enough saviours to hang She blesses the road the noose of vine And waits beneath the triangle Formed by Mercury, an evening star The fifth planet, with its blistering sore And the soaring eagle above and to the west The boy the beast and the butterfly She walks across a bridge of magpies Her hollow tongue fills the brightness With water and in the wink of an eye One planet with a glittering womb One white crow one diamond head Big as a world, big as a world The boy the beast the butterfly Hovering above the sore, the blistering sore of the fifth planet Wait, stop, don’t forget, don’t forget, How I played with you How I kissed away your tears Don’t forget The white mouth of the son smiles this beautiful tunnel a seed a flight.

126


EREGALERIJ PATTI SMITH

Tarkovski (De tweede halte is Jupiter ) De eeuwige zoon rent naar zijn moeder toe Zij strijkt zijn haar glad en vraagt hem Te drinken aan haar bron van gehamerde mist Komaan lieve knul nevel stijgt op uit de grond Het vallende roet is slechts stof van een trillende edelsteen De zwarte maan schijnt over een meer Wit als een hand in het donker Ze heft de lamp om zijn gezicht te zien De zilveren schoep van zijn keel De jongen het beest en de vlinder De zee is een lijkhuis, de naald en het pistool Zaken die drijven in bloed dat geen naam heeft Telegraafpalen vormen kruisen op de lijn Roestige spieën te weinig verlossers om op te hangen Zij zegent de weg de strop van wingerd En wacht onder de driehoek Gevormd door Mercurius, een avondster De vijfde planeet met zijn schroeiende kern En de biddende arend hoog in het westen De jongen het beest en de vlinder Ze loopt over een eksterbrug Haar holle tong vult de klaarte Met water en in een oogwenk Eén planeet met een glinsterende schoot Eén witte kraai één diamanten kop Zo groot als de wereld als de wereld zo groot De jongen het beest en de vlinder Zwevend boven de wond De schroeiende wond van de vijfde planeet Wacht, stop, vergeet niet, vergeet niet Hoe ik met je speelde Hoe ik je tranen weg zoende Vergeet niet De witte mond van de zoon lacht Prachtige tunnel, een zaad, een vlucht.

127


EREGALERIJ PATTI SMITH

Qana There’s no one In the village Not a human Nor a stone There’s no one In the village Children are gone And a mother rocks Herself to sleep Let it come down Let her weep

The dead lay in strange shapes

The dead lay in strange shapes

Water to wine Wine to blood Ahh qana The miracle Is love

Some stay buried Others crawl free Baby didn’t make it Screaming debris And a mother rocks Herself to sleep Let it come down Let her weep

Little bodies Little bodies Tied head and feet Wrapped in plastic Laid out in the street The new middle east The rice woman squeaks The dead lay in strange shapes

The dead lay in strange shapes Limp little dolls Caked in mud Small, small hands Found in the road Their talking about War aims What a phrase Bombs that fall American made The new middle east The rice woman squeaks

128


EREGALERIJ PATTI SMITH

Kana Er is niemand In het dorp Geen mens te zien Zelfs geen steen Er is niemand In het dorp Geen kinderen meer En een moeder wiegt Zichzelf in slaap Laat maar begaan Laat haar wenen

De doden liggen in vreemde posen Kleine lijfjes Kleine lijfjes Helemaal ingebonden In plastic ingepakt Op straat uitgestald Het nieuwe midden-oosten De rijstvrouw is niet te troosten De doden liggen in vreemde posen

De doden liggen in vreemde posen Sommigen blijven begraven Anderen ontsnappen De baby redde het niet Wrede ravage En een moeder wiegt Zichzelf in slaap Laat maar begaan Laat haar wenen

Water in wijn Wijn in bloed Ach kana Het wonder Is liefde

De doden liggen in vreemde posen Slappe poppen Stijf van het slijk Piepkleine handen Onderweg gevonden Ze praten over Oorlogsdoelwitten Wat een woord Vallende bommen Van amerikaanse makelij Het nieuwe midden-oosten De rijstvrouw is niet te troosten

129


EREGALERIJ PATTI SMITH

Oath Jesus died for somebody’s sins but not mine melting in a pot of thieves wild card up my sleeve thick heart of stone my sins my own I engrave on my own palm sweet black X Adam placed no hex on me I embrace Eve and take full responsibility for every pocket I have picked mean and slick every Johnny Ace song I’ve balled to long before the church made it neat and right So Christ I’m giving you the good-bye firing you tonight I can make my own light shine and darkness too is equally fine you got strung up for my brother but with me I draw the line you died for somebody’s sins but not mine

130


EREGALERIJ PATTI SMITH

Eed Jezus stierf voor andermans zonden niet voor die van mij vermengd onder gauwe dieven een joker in mijn mouw sloom hart van steen mijn eigen zonden gekrast op mijn eigen hand zoete zwarte X Adam heeft me niet behekst ik kies Eva’s zijde en neem de schuld op mij voor elke zak die ik heb gerold sluw en slinks elke Johnny Ace song waarop ik vrijde lang voor de kerk haar zegen gaf Dus Christus ik zeg je vannacht ajuus ik moet je ontslaan mijn eigen licht laten schijnen en duisternis vind ik net zo fijn je moest boeten voor mijn broeder maar hier trek ik de lijn je stierf voor andermans zonden niet voor die van mij.

131


EREGALERIJ PATTI SMITH

Notebook I keep trying to figure out what it means to be american. When I look in myself I see arabia, venus, nineteenth-century french, but I can’t recognize what makes me american. I think about Robert Frank’s photographs—broke down jukeboxes in gallup, new mexico… swaying hips and spurs… ponytails and syphilitic cowpokes. I think about a red, white and blue rag I wrap around my pillow. Maybe it’s nothing material maybe it’s just being free. Freedom is a waterfall, is pacing linoleum till dawn, is the right to write the wrong words. and I done plenty of that... (april 1971)

132


EREGALERIJ PATTI SMITH

Zakboekje Ik vraag me nog altijd af wat het betekent amerikaans te zijn. Als ik mezelf beschouw zie ik arabië, venus, negentiende-eeuws frans, maar vind niets wat me amerikaans zou maken. Zo denk ik aan de foto’s van Robert Frank—kapotte jukeboxen in gallup, new mexico… wiegende heupen en sporen… paardenstaarten en pokdalige tronies. Ik denk aan een rood wit en blauwe lap die ik om mijn kussen sla. Misschien is het niets materieels misschien is het gewoon vrij te zijn. Vrijheid is een waterval, ijsberen tot het ochtendkrieken, het recht de foute woorden te schrijven. en dat doe ik de hele tijd. (april 1971)

133


EREGALERIJ PATTI SMITH

dream of rimbaud I am a widow. could be charleville could be anywhere. move behind the plow. the fields. young arthur lurks about the farmhouse (roche?) the pump the artesian well. throws green glass alias crystal broken. gets me in the eye. I am upstairs. in the bedroom bandaging my wound. he enters. leans against the four-poster. his ruddy cheeks. contemptuous air big hands. I find him sexy as hell. how did this happen he asks casually. too casually. I lift the bandage. reveal my eye a bloodied mess; a dream of Poe. he gasps. I deliver it hard and fast. someone did it. you did it. he falls prostrate. he weeps he clasps my knees. I grab his hair. it all but burns my fingers. thick fox fire. soft yellow hair. yet that unmistakable red tinge. rubedo. red dazzle. hair of the One. Oh jesus I desire him. filthy son of a bitch. he licks my hand. I sober. leave quickly your mother waits. he rises, he’s leaving. but not without the glance, from those cold blue eyes, that shatters. he who hesitates is mine. we’re on the bed. I have a knife to his smooth throat. I let it drop. we embrace. I devour his scalp, lice fat as baby thumbs. lice the skull’s caviar. Oh arthur arthur. we are in Abyssinia Aden. making love smoking cigarettes. we kiss. but it’s much more. azure. blue pool. oil slick lake. sensations telescope, animate. crystalline gulf. balls of colored glass exploding. seam of berber tent splitting. openings, open as a cave, open wider. total surrender.  

134


EREGALERIJ PATTI SMITH

droom van rimbaud Ik ben een weduwe. het kan charleville zijn het kan overal zijn. loop achter de ploeg. de velden. de jonge arthur sluipt rond de boerderij (roche?) de pomp de artesische bron. gooit groen glas alias gebroken kristal. treft me in het oog Ik ben boven. in de slaapkamer verbind ik mijn wond. hij komt binnen. leunt tegen het hemelbed. zijn rode wangen minachtend air grote handen. ik vind hem verdomd sexy. hoe is dit gebeurd vraagt hij terloops. te terloops. ik hef het verband op. ontbloot mijn oog een bloedige brij; een droom van Poe. hij hijgt. Ik gooi het er ineens uit. iemand deed dat. jij deed dat. hij valt voorover. hij huilt omknelt mijn knieĂŤn. ik grijp zijn haar vast. maar het verbrandt mijn vingers. dicht vossig vuur. zacht geel haar. met die onmiskenbare rode gloed. rubedo. verblindend rood. haar van de Ene. O jezus ik verlang naar hem. smerig hoerenjong. hij likt mijn hand. ik ontnuchter. ga weg snel je moeder wacht. hij staat op, hij gaat weg. maar niet zonder die blik van zijn koude blauwe ogen, priemend. hij die aarzelt is de mijne. we liggen op bed. ik houd een mes tegen zijn zachte keel. ik laat het vallen. omhelzing. ik verslind zijn kruin, luizen dik als babyduimpjes, luizen schedelkaviaar. O arthur arthur. we zijn in AbessiniĂŤ Aden. we vrijen roken sigaretten. zoenen. maar er is veel meer. azuur. blauwe poel. olieglad meer. gebalde, bezielde gevoelens. kristalheldere baai. openspattende ballen van gekleurd glas. loslatende naad van de berbertent. openingen, open als een grot, gaan wijder open. Algehele overgave.

135


EREGALERIJ PATTI SMITH

The Lovecrafter I saw you who was myself slightly stooped whistling mouth with leather sack and breeches brown striding the naked countryside with summer bones long and dry into the breadth of our glad day mid afternoon the longer night as you tread bareheaded bright I saw you a wraith bemoan stir the fires of the ancient ones scarred with sticks pome and haw as the nectar for their script I saw you walk the length of fields far as the finger of Providence far as the mounds we call hills ranges cut from the heart of slate I saw you dip into your sack scattering seeds where they may as the woodsman hews his way through oak ash and variant pines for writing desks that shall reflect a sheaf of lines that speak of trees all sober hopes required within all drunkenness as sacred swims I I I I

saw saw saw saw

the you the the

book upon the shelf who was myself empty sack at last branch your shadow cast

136


EREGALERIJ PATTI SMITH

De liefdemaker Ik zag je en je was mezelf licht gebogen fluitende mond met leren tas en bruine broek benend over het naakte land met zomerse knoken droog en lang in de weidsheid van onze blijde dag late middag langere nacht terwijl je blootshoofds loopt en lacht ik zag je een schim bewenen het vuur oppoken van de ouden geschramd door twijgen appel en meidoorn als nectar voor hun geschriften ik zag je door de ver als de vinger ver als de bermen heide gekerfd uit

velden lopen van Voorzienigheid die wij heuvels noemen het hart van lei

ik zag je grijpen in je tas zaadjes strooien her en der zoals de houthakker zich een weg baant door eiken essen dennensoorten voor schrijftafels waarin zinnen glanzen die van bomen vertellen van elke nuchtere hoop nodig in elke dronken roes als een heilig bad ik zag het boek staan op het rek ik zag je en je was mezelf ten slotte zag ik de lege tas ik zag een tak waar je schaduw was

137


EREGALERIJ PATTI SMITH

Three Windows In the garden of the fugitive he knelt singing I am with thee In his white cassock he cried I pray for that brother who shot me A black crucifix appeared as he lay dying forgive me I am one Crepe streamed from three windows a flag dropped bound in mourning these words entered the heart You the you you

have door will will

come is open not find me find my love

138


EREGALERIJ PATTI SMITH

Drie ramen In de tuin van de voortvluchtigen knielde hij zingend ik sta aan je zij In zijn witte toga schreeuwde hij ik bid voor de broeder die me neerschoot Een zwart kruis verscheen toen hij bezweek vergeef me ik ben ĂŠĂŠn Rouwfloers stroomde uit drie ramen een vlag werd gestreken als teken van rouw de woorden drongen het hart binnen Je bent gekomen de deur is open mij zul je niet vinden mijn liefde zul je vinden

139


EREGALERIJ PATTI SMITH

To the Reader (The Coral Sea ) The first time I saw Robert he was sleeping. I stood over him, this boy of twenty, who sensing my presence opened his eyes and smiled. With few words he became my friend, my compeer, my beloved adventure. When he became ill I wept and could not stop weeping. He scolded me for that, not with words but with a simple look of reproach, and I ceased. When I saw him last we sat in silence and he rested his head on my shoulder. I watched the light changing over his hands, over his work, and over the whole of our lives. Later, returning to his bed, we said goodbye. But as I was leaving something stopped me and I went back to his room. He was sleeping. I stood over him, a dying man, who sensing my presence opened his eyes and smiled. When he passed away I could not weep so I wrote. Then I took the pages and set them away. Here are those pages, my farewell to my friend, my adventure, my unfettered joy.

140


EREGALERIJ PATTI SMITH

Aan de lezer (De zee van koraal ) De eerste keer dat ik Robert zag sliep hij. Ik stond over hem gebogen, een jongen van twintig die, toen hij mijn aanwezigheid voelde, zijn ogen opendeed en glimlachte. Met weinig woorden werd hij mijn vriend, mijn maatje, mijn dierbare avontuur. Toen hij ziek werd huilde ik en kon niet stoppen met huilen. Hij berispte me ervoor, niet met woorden, maar gewoon met een verwijtende blik, en ik hield op. Toen ik hem voor het laatst zag zaten we in stilte bijeen en hij liet zijn hoofd op mijn schouder rusten. Ik keek naar het wisselende licht op zijn handen, op zijn werk, en op de som van onze levens. Later, toen ik naar zijn bed terugkeerde, namen we afscheid. Maar terwijl ik wegging deed iets me stilstaan en ik keerde naar zijn kamer terug. Hij sliep. Ik stond over hem gebogen, een stervende man die, toen hij mijn aanwezigheid voelde, zijn ogen opendeed en glimlachte. Toen hij doodging kon ik niet huilen dus schreef ik. Daarna pakte ik de bladzijden en borg ze op. Hier zijn die bladzijden, mijn vaarwel aan mijn vriend, mijn avontuur, mijn onstuimige vreugde.

141


EREGALERIJ PATTI SMITH

Music (A Woman) On deck a gentleman entertained a handful of guests in formal dress. Classical guitar studies, charming though a bit tedious. M kept at a distance and bowed his head, allowing himself to be drawn into the abstract monotony. The notes seemed to suspend and draw out in length, stroking the sea and himself. He began to nod at the rail but he did not wish to return to his cabin. He found himself in the corridor of an unexplored section of the ship. He had wandered below, seduced by the scent of a familiar aria. He stood a moment before a white enamel door, then slid to a crouching position to listen. After a time he was carried away, the strains of music tightening around him, forming a cocoon within which he dropped into sleep. A woman opening the heavy door and another reality. “Here is where you ought to be tonight,” the aria breathed, parting her garment. And he was enveloped once more. Later he could hardly stand. He felt slightly numb and his legs had stiffened. There was a singing in his skull. He felt the victim of some mischievous transformation. He pressed the wide curving walls for support and was relieved to reenter his cabin. He failed to notice a dress boot on its side but was amazed to find, on the center of his cot, a jewelled minaudière which he hastily unclasped.

142


EREGALERIJ PATTI SMITH

Muziek (Een vrouw) Op het dek verwelkomde een gentleman een handvol gasten in avondkledij. Klassieke gitaarstudies, best aardig maar een beetje saai. M bleef op een afstand en boog het hoofd, om beter in de abstracte eentonigheid op te kunnen gaan. Het leek alsof de noten bleven hangen en in de lengte werden gerekt, alsof ze de zee en ook hem streelden. Hoewel hij haast stond te knikkebollen aan de reling, wilde hij liever niet naar zijn hut terugkeren. Hij kwam terecht op het gangpad van een tot nog toe onbekend gedeelte van het schip. Hij was beneden terechtgekomen, aangetrokken door flarden van een bekende aria. Hij bleef even voor een wit verglaasde deur staan, liet zich dan op zijn hurken zakken om te luisteren. Na een poosje was hij in vervoering, vastgekluisterd door de slierten muziek, die een cocon vormden waarin hij in slaap viel. Een vrouw ontgrendelde de zware deur en een andere werkelijkheid. ‘Hier hoor je vannacht te zijn,’ zuchtte de aria, terwijl zij haar gewaad opensloeg. En opnieuw werd hij omhuld. Later kon hij amper op zijn benen staan. Hij was enigszins versuft en voelde zich stram. Het gonsde onder zijn schedel. Hij was ten prooi aan een soort kwalijke gedaanteverandering, die indruk had hij toch. Hij zocht steun bij de brede gebogen muren en was opgelucht toen hij zijn hut weer bereikte. Hij sloeg geen acht op het omgevallen enkellaarsje, maar was verbaasd toen hij in het midden van zijn kooi een met sieraden bezette minaudière zag liggen, die hij ijlings open knipte.

143


DOUVIEHOEVE

LOUISE BENNETT 1985, Australië See your self in me 2015 Louise Bennett is een kunste­ nares uit Brisbane, Australië. In haar kunstpraktijk onder­ zoekt ze de spanning tussen dagdagelijkse ervaringen en de manier waarop die weergegeven en uitgebeeld worden. Zo docu­ menteert Bennett haar auto­ reizen en de landschappen die ze voorbijrijdt met behulp van audio en tekst. Het zijn mid­ delen die haar in staat stel­ len om verschillende ervaringen vast te leggen. Deze site-spe­ cifieke werken stellen –net als haar videowerk– vragen over hoe onze ervaringen in wisselwer­ king staan met onze hedendaagse context, die gedomineerd wordt door beeldschermtechnologieën. See your self in me dwingt de kijker om naar boven te kijken en de hemel te lezen doorheen de uitgesneden tekst, waardoor de conversatie als het ware omge­ draaid wordt en het lijkt alsof de hemel en de wolken deze woor­ den naar de kijker richten. De natuur spreekt ons hier aan. Bennett laat op deze manier een betekenislaag naar voor treden waarin de natuur vraagt om zorg voor haar te dragen. We zijn im­ mers allemaal gemaakt uit de­ zelfde stof en onderhevig aan dezelfde fysieke wetten. Daar­ naast is de hemel een oude meta­ foor voor de fysieke plek waar overledenen heen gaan. See your self in me kan dus ook gelezen worden als een boodschap van hen. De meest directe betekenislaag spreekt de kijker echter op een heel concrete manier aan: er is altijd een echo terug te vinden

van je eigen houding, woorden en gevoelens in de mensen waar­ mee je omgaat. Soms spiegelen we onze eigen gevoelens aan die van de persoon tegenover ons. Je ziet met andere woorden steeds de ander in jezelf, en de ander ziet jou steeds in zichzelf in een voortdurende wisselwerking, waarbij empathie de sleutel is

144


See your self in me 2015

DOUVIEHOEVE

tot begrip voor elkaar. De banner van Bennett fun足 geert als een spiegel en refe足 reert naar de spiritualiteit en kracht van de natuur en ande足 ren om je eigen gevoelens om te zetten in iets subliems. See your self in me zorgt tegelijk voor verwarring: de woorden zijn niet geschreven, maar uit足

geknipt en worden zo een lege en eindeloze plek, vrij voor elke invulling. Het werk laat de kijker op zoek gaan naar de grenzen van zijn verbeelding. Bennett wil op deze manier een bewustwording aanwakkeren over hoe we op een duurzame manier met elkaar en met de natuur kunnen en moeten samenleven.

145


DOUVIEHOEVE

GIUSE P PE LICARI 1980, Italië Pasta Madre 2011 - 2016 Giuseppe Licari is afkomstig uit Sicilië, maar woont en werkt in Rotterdam. Hij studeerde schilderkunst aan de Accademia di Belle Arti in Bologna en Monumentale Kunst aan de Hogeschool voor de Kunsten in Enschede. Licari zoomt met zijn werk in op de socioeconomische, culturele en politieke praktijken die ingrijpen op hedendaagse, natuurlijke landschappen rondom ons en die de vorm ervan manipuleren. Met zijn werk tracht Licari dat landschap te abstraheren en te herinterpreteren. Voor Pasta Madre haalde Licari zijn inspiratie bij de chris­ telijke viering van Sint-Jozef in zijn geboortestreek Sicilië, die ontstond als een heidens feest ter ere van het begin van de lente. Tijdens de festiviteiten komen verschillende vrouwen uit verschillende dorpen bijeen in een huis om samen kleine brood­ sculpturen te maken waarmee ze het altaar van Sint-Jozef decoreren. Na de viering worden de broden aan het volk geschonken als sym­ bool van geluk en voorspoed in het nieuwe zonnejaar. Brood is een van de meest gegeten voedselbronnen in de wereld, en wordt al sinds duizenden jaren geproduceerd. Het heeft de groei van onze beschaving geconditioneerd en de ontwikkeling van onze cultuur mee bepaald. Net zoals een plant zich aanpast aan de weersomstandigheden, zijn ook de ingrediënten van brood zich gaan aanpassen aan de plaats en het milieu waarin het gemaakt wordt. Afhankelijk van deze veranderlijke factoren, worden er verschillen­ de ingrediënten, vormen, bereidingsmethodes en smaken toegepast. Vanuit een fascinatie voor deze culturele en ecologische proces­ sen, groeide het Pasta Madre-project, dat uit een serie brood­ sculpturen en foto’s bestaat. Licari voerde voor dit werk verschillende versies van zijn eigen hoofd uit in brood dat langzaamaan afbrokkelt. Elke sculptuur verkruimelde zo op een andere manier. Licari legde dat ontbindingsproces telkens vast met foto’s en aan de hand van diverse materialen en technieken werden ook de gedeterioreerde sculpturen bewaard. Op deze manier transformeert Licari een biologisch proces tot een artistieke daad in een kristallisatieproces dat balanceert tussen een ge­ ïmproviseerde en een wetenschappelijke methode. De vorm van het hoofd, de relatie met de tijd en de metamorfose van het materiaal, de vorm en het beeld creëren een fossiel dat gehoorzaamt aan de wetten van de kunstenaar.

146


Becoming the landscape I 2011 - 2016

DOUVIEHOEVE

147


Becoming the landscape II 2011 - 2016

DOUVIEHOEVE

148


DOUVIEHOEVE

ME * Zij legt zich neer als het vallen van het blad of sneeuw het actieve leven toedekt, geeuw na geeuw sleept zij zich naar de tafel, de stoel, het bed. Er is geen wet meer, geen wedijver die het ritme bepaalt. Zij is blij dat het einde van de dag werd gehaald, dat iedereen zich heeft kunnen redden zonder haar. Hoe is dit in haar kunnen sluipen? Werd zij door een virus veroordeeld tot rust? Verteerde zij het voedsel verkeerd? Of was het een kus die haar de lust ontnam? Frederik Lucien De Laere

* ME = Myalgische Encefalomyelitis, een met spierpijn gepaard gaande ontsteking van het ruggenmerg en/of de hersenen.

149


DOUVIEHOEVE

An n a Lange 1969, Nederland ISMISM 1995 Anna Lange studeerde aan de Koninklijke Academie voor Kunst & Vormgeving in ’s-Hertogenbosch en aan het Sandberg Instituut in Amsterdam. Het verkennen van nieuwe vergezichten is een sleutel­ begrip in al haar zelf geïnitieerde projecten. Een kort overzicht van haar werken legt haar veelzijdigheid bloot. Lange infiltreerde in het Nederlandse Leger gedurende de Bosnische oorlog; was de eerste en enige Poëtisch Adviseur op het Ministerie van Cultuur in Den Haag; leverde haar meester­ stuk in een uitgebreide topofonie in film, fotografie en neon; corres­ pondeerde in de vorm van essays met Anselm Kiefer; begon als executeur­-testamentair van een oud boerenechtpaar het pro­ ject Sideway Scenery en werkte ondertussen aan twee experimentele films: Locus Pocus en het script van White Mare. Gebaseerd op het script en de eerste opnames van de hallucinerende trailer werkt de kunstenaar nu aan een reeks neoninstallaties, foto’s en objecten.

De neonsculptuur ISMISM is de oorsprong van het Ismistisch Manifest, een grafisch collector’s item in een beperkte oplage in het Nederlands, Frans en ­Engels. Beide vormen de installatie voor Kunstenfestival Watou. ‘Het Ismistisch Manifest schreef ik alweer jaren geleden als laatste Manifest van de 20ste eeuw; het werd vertaald in alle talen van de toenmalige Europese Unie en uit­ gereikt aan alle cultuurministers. Kern was de relativering en de aanmoediging ineen. Een oproep tot ultiem pluralisme en tolerantie. Dat lijkt me nu bijna een utopie’, zo vertelt Lange zelf. Het Ismistisch Manifest verschijnt deze zomer voor het eerst voor een groter publiek en is verkrijgbaar tijdens het festival.

150


ISMISM 1995 - courtesy BruthausGallery

DOUVIEHOEVE

UIT HET 'ISMISTISCH MANIFEST' … is het ismisme geen leer, geen mode, geen handel of zelfs maar geloof… …is de zuiverste houding van eindigheid met een verlangen om het individuele zo optimaal mogelijk te spiegelen in ’s levens glans. Het ismisme verandert het verleden, verklaart de toekomst en verbreedt het heden. Het ismisme is uiterst tijdelijk zonder tijdgebonden te zijn, is uiterst plaatselijk zonder lokaliseerbaar te zijn… Het ismisme is geen stroming, geen ‘-isme’: het is het stromende zelf, zij het – in het besef van kwantiteit – geen eenmalige vloed.* Het ismisme kent geen aanhangers die in staat zouden kunnen zijn alle bewegingen mee te volgen. *Dit lijkt een soort definitie van het begrip “ismisme”, dat afgezet wordt tegen een kunsthistorische term als “fluxus”.

151


DOUVIEHOEVE

J OACHIM COUC KE 1983, België Frequently Answered Questions 2015-2016 Today I Made Nothing 2012 Joachim Coucke begon zijn hogere studies aan het KASK te Gent. Hij studeerde in 2006 af als Master in de beeldende kunst en stroomde na enkele jaren door naar het HISK, waar hij in 2012 laureaat werd. Couckes werk bestaat hoofdzakelijk uit installaties, sculpturen en fotomontages. Met zijn werk bevraagt hij de nieuwe media en de manier waarop we met reproduceerbaarheid van kunst omgaan. Hij treedt hiermee in navolging van filosoof Walter Benjamins es­ say rond de technische reproduceerbaarheid van de kunst. De focus binnen Couckes onderzoek ligt hierbij vooral op het digitale. Hij gaat onder andere na hoe de kloof tussen de realiteit en het afgebeelde steeds meer ons kritisch denken uitdaagt. Zijn werk draait om de zichtbare en onzichtbare realiteit binnen het digitale tijdperk. Zo laat Frequently Answered Questions enkele digitale nesten zien: trossen ethernet kabels, monitoren en routers. Het zijn constructies gevuld met potentiële informatie, die als functionele objecten en mentale concepten fungeren. In zijn werk Today I Made Nothing maakt de kunstenaar een letter­ lijke verwijzing naar het gedrag van mensen die via sociale me­ dia hun hele persoonlijke leven delen op het internet. Een ander belangrijk facet van dit werk is het talige aspect. De zin Today I Made Nothing kan een nutteloze tweet, maar tegelijk ook een statement zijn. Naargelang de plaats waarop de tekst verschijnt, verandert immers haar betekenis. Het wordt helemaal contradicto­ risch als dezelfde zin een kunstwerk wordt, want het werk werd wel degelijk gemaakt. Via deze en andere werken legt Coucke het gegeven van de massa­ media subtiel bloot. Hij uit een kritiek op de moderne maatschappij en onderzoekt wat nog realiteit is en wat de mensen voorgelogen wordt.

152


Frequently Answered Questions 2015 - 2016

EREGALERIJ

153


Today I Made Nothing 2012

LOCATIE

154


DOUVIEHOEVE

FACEBOOK Ze zei: op Facebook heb ik meer dan honderd vrienden maar soms ga ik liever naar de brasserie om mensen in the real te zien. Hoewel hun conversatie mij lijkt gerepeteerd. Ook ik speel een rol die mij als gegoten zit. Nog maar een witte wijn. Waarom dan dat verdriet ‘s avonds laat op straat de drang om iemand aan te spreken en te vragen of hij leeft. Nee, een dode heb ik nog nooit in het echt gezien. Je moet nooit twijfelen aan je bestaan, zegt mijn mental coach desnoods neem je iets in. Gelukkig slaap ik goed. Bernlef

155


DICHTERBIJ STEFAN HERTMANS

STEFAN HERTMANS 1951, België Stefan Hertmans is de auteur van een omvangrijk literair o ­euvre, waarvoor hij zowel in binnen- als buitenland werd ­ onderscheiden. Hij publiceerde poëzie, romans, essays, theaterteksten, kort­ verhalen, en een handboek over kunstagogiek. Het werk van Hertmans vormt een geliefde stem binnen het literaire landschap ­ en verscheen in verschillende talen. Daarnaast doceerde hij aan KASK Gent, gaf hij talloze lezingen aan universiteiten over de hele wereld, en publiceert hij regelmatig in kranten en tijd­ schriften in België, Nederland, Frankrijk en Duitsland. In 2013 verscheen zijn alom geprezen roman Oorlog en Terpentijn, die in­ middels in een 15-tal talen werd vertaald en in één klap bekroond werd met de AKO Literatuurprijs, de prijs van de Vlaamse Gemeen­ schap en de publieksprijs van de Gouden Uil.

Dit jaar, het jaar van zijn 65ste verjaardag, wil Kunstenfestival Watou een speciale plaats toekennen aan Hertmans’ oeuvre en meer specifiek ­ aan zijn poëzie. In samenspraak met de auteur werd besloten om een ligpodium in te richten met luisterpoëzie die hij zelf selecteerde en inlas. De gedichten zijn telkens, van ver of dichtbij, verbonden met de rode draad doorheen het festival en draaien allen rond het thema empathie. Daarnaast werd aan Hertmans gevraagd om een gedicht te schrijven bij een van de beeldende kunstwerken op het parcours, waarna de auteur er resoluut voor koos om het gedicht Conversation Piece te schrijven bij het gelijknamige werk van Juan Muñoz. Het resultaat is een subliem gedicht dat enerzijds een glimp laat zien van de geheimen die de beelden van Muñoz in zich lijken te dragen, maar anderzijds ook een nieuwe wereld ontvouwt, niet enkel binnen­ in het gedicht, maar ook daarbuiten. Het eindigt met een heel poë­ tisch beeld, waardoor de lezer de opvangcrisis met andere ogen gaat zien. Zo brengt Hertmans een geëngageerd verhaal, zonder al te letterlijke beeldspraak of vingerwijzing, maar met heel veel mededogen.

156


Stefan Hertmans

LIGPODIUM

157


DICHTERBIJ STEFAN HERTMANS

Ze komen Wij, die over de aardkloot kruipen, minieme schokken registreren met de code van aangetaste genen, als wortels van een ongekende boom, myriaden in een tekening, en boven ons het staal van de herinnering tienduizend meter hoog, de ‘kevers van het ongeluk in ons gezicht’, wij waar geen eind aan komt omdat niemand nog weet waarom het ons begonnen was in ons, wij daar, ongelijk en met velen op de paden, in de kloven rond de ogen, op schouderhoogte van gazellen, in valleien en morenen jonge huid, uitgewaaierd met een opdracht, zonder taal, wij hier, waar ooit verrukking was, maar ons steeds zonder ons, wij, stap voor stap, onzichtbaar en druk in de weer, we komen.

158


DICHTERBIJ STEFAN HERTMANS

DE BESTE JAREN Vanavond gaan de mieren met de sterren op café; we liggen op de warme steen, verspreid als scherven van toekomstige verleden tijd, en zingen zonder stem. Daarboven gloeit de Melkweg, witte navelstreng in groeiende duisternis; de ironie is ver, parabels worden doorgeseind terwijl de lippen, hard geworden van het weten, hoog in de ruimte zweven, alom fluisterend, vleermuisgezang en roekeloosheid, omdat niets werd opgeslagen, alles werd verspild, omdat het altijd zo gehoord heeft, ook zonder ons – ­ dit liggen op de warme steen, verspreid en bij elkaar, de mieren met de sterren aan het stappen langs de hemelboog, en waar Descartes de draad verliest zijn wij nog even een oeroud geheel, voordat de draden knappen, wij de handen lossen, omdat terugvinden verliezen is, en wij niet opstaan, even nog niet, we zijn het maar we weten niet, hoor hoe ze zingen langs de hemelrand, daar bij de rotsen zonder water, waar de stok op onze levens slaat en ons van dorheid redt, voor even nog, de laatste woorden van een nieuw begin, maar zonder ons.

159


DICHTERBIJ STEFAN HERTMANS

Mont Noir Zoals het landschap in mijn ogen – zo heb ik je voorgelogen dat de dingen grijpbaar zijn. Wat ons betreft – dit graaien in bedauwde weiden, fruit dat te hard voor tanden is – we hebben deze vorm gewild. Kijk naar het landschap waar bomen in iconen overgaan en iedereen een naam geeft aan een ander. Hou dit vol. Hou dit vol dat wij elkaar herkennen, ook in schemer, zoals verhalen lijken op een paard en kinderen op wolken. Hou het vol. Ooit wordt je bij de pols genomen, tekent iemand met je hand, en zijn wij werkelijk een landschap voor elkaar.

160


DICHTERBIJ STEFAN HERTMANS

Zondag met Brahms Er om al en in in

was nooit genoeg voor te leven, was de ochtend licht dreven de gedachten een schaal vol helder water de grijze lucht voorbij.

Er was ook niet veel nodig voor het tegenwicht: dat alles zin had, zonder reden, maar stil en ziek sliep dan de geest in witte lakens van vergetelheid. Voor je het weet zitten er in de nissen en de ramen schimmen en ze zingen van verminking en verlies terwijl toch net onder je hand een andere hand zich stil en wendbaar keert, warmte en evenwicht waardoor je zinloos alles hebt geleerd.

161


DICHTERBIJ STEFAN HERTMANS

Late vormen Alleen die ene wolk zagen wij, in niets ook maar aan iets anders ooit gelijk, boven de heuvel als een trechter plots verschijnen navelstrengroze en dieppaars, dooraderd en hol, een vat vol avondwind en dreiging, misschien wel kilometers wijd, een reusachtige oester drijvend in de tijd. Kon ik de plek van op zo’n afstand zien waarop jij en ik, jaren terug, verstrengeld lagen op een houten bank, in voorjaarswind en schel wit licht, waaiend jong blad, grillige vormen, een bospad dat blind leidt naar een gezicht; misschien dat ik die wolk toen al een ogenblik in jouw droomachtig diep had kunnen zien verschijnen; want niets verraadt een oude kracht zozeer als zwijgen en verdwijnen.

162


DICHTERBIJ STEFAN HERTMANS

I.M. Eddy van Vliet Ik zag hoe men een dichter liet verwaaien op een natte akker, en hoe de kleinste, onverbrande botjes van zijn hand tussen de vlokken as stil sneeuwden in de grond, als klauwde hij nog liefdevol naar ons die met zijn laatste woorden vochten. Niemand bracht ons daar dichter dan de dode: hij schreef in modder nog dat wie daar zonder zonde stond in ons, hem gestolen werd en nooit terugkwam, de kraaien treurend in de zoute wind, bestaan zonder gewicht, bij ons, heel even, terwijl de kootjes van verloren vingers nog kraakten in de laatste herinnering aan zijn huid, door hitte witgeschroeid, verzengend wit als dood is op papier, dat zich over een wereld legt.

163


DICHTERBIJ STEFAN HERTMANS

Verklaarde nacht Denkend aan het ene doet een mens het andere; hij kijkt de hemel in en wandelt zich een leeftijd bij elkaar, waarvan men zegt dat hij niets voorstelt dan onderwerping aan jezelf. Aanspreekbaar zijn de stenen en de weg, het ruisen van de naderbij gekomenen, de valse roep van honden en de hoge stem die zwijgt voorbij je kleine einder, jij die terugkwam uit een verklaarde nacht, mijn licht bezeten liefste, die voor me zat en lachte om de bloedvlek op het raam.

164


DICHTERBIJ STEFAN HERTMANS

Op de vlucht Hij had een hand die naar de einder wees en een die er niet was. Zijn moeder ooit een lentesprookje, het trillen van haar onderlip, de pijn die door de hitte liep en hoe het op de golven was. Hij weet nog hoe licht onderging, hoe alles doofde in zijn lijf, en dat hij dan die hand weer had, een andere, die weigerde wat hem ontbrak, iets wat men naar hem uitstak maar niet gaf. Hij sprak van zwarte einders, een wereld zonder opening, traangas en dode kinderen, prikkeldraad in het eigen hoofd. Niemand die iets belooft.

De overtocht Het zijn die ogen in de schaduw die dood gelezen zijn. Waarheid is een woord met wapens. Het gaat om angst in de woestijn, gevleugeld beest uit lang vervlogen eeuwen, wreedheden flitsend op een zinkend scherm. Je moet niet met je vinger wijzen, het was haar moeder die het zei. Ze stak hem in haar keel, de boot schokte zich door een storm die de wereld overspoelde. Haar vonnis onverstaanbaar, iets dat zich niet liet schrijven, een vinger in een bloedend oog, en naamloos door de jaren drijven.

165


DOUVIEHOEVE

t h e o Van Doesburg 1983-1931, Nederland Soldatenverzen 1915 Schilder, dichter, romanschrijver, typograaf, fotograaf, interieur­ ontwerper en architect Theo van Doesburg is het pseu­ doniem van Christian Emil Marie Küpper. De Nederlandse all-round kunstenaar was een van de belangrijkste vertegenwoordigers en propagandisten van de abstracte kunst in de 20ste eeuw en richtte daartoe in 1917 het bekende avant-gardistische tijdschrift De Stijl op. Het tijdschrift groeide uit tot een volwaardige kunst­ beweging die een minimaal gebruik van kleuren en een zo eenvoudig mogelijke vormgeving voorstond. Als typograaf stond van Doesburg aan de wieg van de artistieke stroming, maar kunstenaars als Piet Mondriaan, Gerrit Rietveld en Georges Vantongerloo volgden zijn hervormende ideeën. Van Doesburgs Soldatenverzen werden in 1915 geschreven, al wijzen de vormgeving en opbouw van de teksten reeds op zijn interesse voor een radicale stijlbreuk met voorgaande poëziestromingen. De inhoud van de gedichten is uiteraard vooral bepaald door de oorlogssituatie waarin de auteur zich bevond. Vrijwel onmiddellijk na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd van Doesburg na­ melijk gemobiliseerd aan de grens met België om er als sergeantfacteur dienst te doen. De gruwelijke ooggetuigenverslagen van de Belgische vluchtelingen schokten hem hevig en hij verloor al zijn vertrouwen in de mens en zelfs in het geloof zoals hij het kende. Aan het ‘front’ was verder weinig te doen en dus schreef hij tal­ loze tijdschriftartikelen, gedichten en brieven, waarin hij zijn afschuw voor de in zijn ogen nutteloze oorlog uitte. Op die manier zagen ook de Soldatenverzen het levenslicht, van Doesburg schreef een reeks van vijf gedichten die met de ver­ schillende aspecten van het leger en het leven van soldaten te maken hebben. De gedichten spelen zich niet af op het veld of het front, de dichter heeft het eerder over een militaire wereld die losstaat van het strijdgewoel in of rond de kazerne. Er zijn de marcherende soldaten uit Voorbijtrekkende troep, in Kazernekamer komt de dagelijkse huisvesting aan bod, De Trom laat mili­ taire muziek weerklinken, in Ruiter herkennen we de cavalerie en Infanterie-looppas brengt de voettroepen tot leven. De gedich­ ten zijn een uniek verslag van een veranderende wereld en bieden door hun taalgebruik en typografische vorm op een heel beeldende manier een inkijk in een overrompelde maatschappij. In het stal­ letje in de Douviehoeve laten we drie gedichten uit de reeks zien en kan de bezoeker opnames horen die de Nederlandse klankdichter Jaap Blonk heeft ingelezen. Zo komt van Doesburgs poëzie nog meer tot leven en wordt het publiek voor heel even een ander tijdperk ingezogen.

166


DOUVIEHOEVE

167


LOCATIE

168


LOCATIE

169


GRAANSCHUUR

J OHAN CLARYSSE 1957, België Suspicious Portraits (Klaus) 2010 Zonder titel (can a cow be called a horse?) 2009 Naast het werk Change is coming (Erst das Fressen, dann die Moral) op de Douviehoeve, worden in de Graanschuur nog twee schilderijen van Johan Clarysse getoond. Zowel Zonder titel (can a cow be called a horse) als Suspicious Portraits (Klaus) zijn portretten die in­ zoomen op de psyche van hun on­ derwerp. Ze maken elk deel uit van een andere serie werken die telkens vanuit een gelijkaardig uitgangspunt vertrekken. Zonder titel (can a cow be called a horse?) focust zoals de meeste werken uit de reeks Why november & other questions op een psychologisch of exis­ tentieel kantelmoment. Het schilderij draagt een spanning in zich. Als kijker voel je dan ook dat er iets wringt. Hoe­ wel het schilderij veel inkijk geeft in de geportretteerde, blijft ook veel buiten beeld. Clarysse reikt hier een begin­ punt van een verhaal aan, maar verder blijft het werk doelbe­ wust suggestief: hoe verhoudt deze vrouw zich tot haar om­ geving? Wat ging er vooraf aan dit bevroren moment en wat zal er volgen? Is de blik die het schilderij beheerst er een die staat voor verwarring, berus­ ting, nieuwsgierigheid, teder­ heid, wantrouwen of ingehouden passie? Of dat alles tegelijk? Het is aan de kijker om in het beeld te stappen en er het liefst ook in te verdwalen.

De toegevoegde tekst (can a cow be called a horse) is eerder discreet aanwezig en is zowel misleidend als richtinggevend. Ze fungeert niet als titel maar als een wezenlijk onderdeel van het schilderij. De tekst staat steeds in een weerbarstige re­ latie tot het beeld, ze verhou­ den zich tot elkaar als intieme vreemden. ‘Woorden en beelden zijn maskers’, schreef Nietzsche en Clarysse lijkt dit met zijn werk te beamen. Er is altijd een zogenaamde ‘rest’ in ons en in de ander die aan ons begrips­ vermogen ontsnapt. In de mate waarop de werkelijkheid van die ander of onszelf zich toont, verbergt ze zich tegelijkertijd. ‘Kijk maar, je ziet niet wat je ziet’, lijkt de onderliggende boodschap van het werk. Diezelfde attitude is terug te vinden in Suspicious Portraits (Klaus). In de reeks Suspicious Portraits speelt Clarysse thematisch met de schemerzone tussen normaal en abnormaal en de ambiguïteit tussen die twee begrippen. Hij doet dat door portretten van psychiatrische patiënten en kunstenaars ‘met een hoek af’ te confronteren met geënsceneerde schilderijen van vrienden of familieleden die iets verdachts in hun blik of lichaamstaal dragen.

170


Suspicious Portraits (Klaus) 2010

GRAANSCHUUR

Tot in de recente geschiedenis werd portretkunst geassocieerd met geestelijken, adel, konin­ gen en glamour. Deze Suspicious Portraits daarentegen kunnen gelezen worden als een eerbe­ toon aan de mens in z’n kwets­ bare kracht. De psychisch zieke mens, die vroeger vaak als

bezetene werd beschouwd, wordt in deze reeks vermenselijkt, maar omgekeerd wordt ook de zogenaamde gewone mens in zekere zin gepsychiatriseerd.

171


Zonder titel (can a cow be called a horse?) 2009

GRAANSCHUUR

172


GRAANSCHUUR

Heb mij lief Ook wanneer smeltwater het vuil door de straten spoelt Het jaar naar de uitgang sluipt en ik (nĂ­et dronken, zweet op mijn bovenlip) wijdbeens in de deurpost sta en de tijd probeer tegen te houden Ook in het grauw wanneer we aan niets meer behoefte hebben dan aan wit of zwart of zelfs liever nog kleurloos zijn, voorzichtig doorzichtig Ook dan Heidi Koren

173


GRAANSCHUUR

Yv e s Velter 1967, België Lieu des sentiments 2016 Yves Velter woont en werkt in Oostende en begon als autodidact zijn kunstenaarschap met experimenten rond basiselementen als vorm, kleur, materie, verhouding en inhoud. Gaandeweg ontwikkelde Velter een beeldtaal die zijn oorsprong vond bij het wetenschap­ pelijk tekenen. Zijn tentoonstelling Serendipity in 1997 in het Museum voor Schone Kunsten in Oostende vormde een overgangsfase in zijn werk. Vanaf dan werden menselijke thema’s, beschouwelijke vragen en de psychische problematiek die daarmee samenhangt de kerninhoud van Velters artistieke productie. Vandaag draait Velters werk dan ook vooral rond thema’s als herinnering, identiteit, perceptie, zelfonderzoek, communicatie, angst en verlangen. Het zijn onderwerpen waar we enerzijds alle­ maal vertrouwd mee zijn en die anderzijds thuishoren in de pe­ riferie van de maatschappij. Zijn mensen wel de sociale dieren waarvoor ze doorgaan? We ontmoeten elkaar verschrikkelijk vaak, toevallig en georganiseerd. Nooit eerder hadden we zo veel com­ municatiemiddelen om die omgang vlot te houden. Toch blijven we met de meeste van onze indrukken heel hard aan de buitenkant van elkaar steken. Met communiceren overbruggen we niet veel meer dan de afstand tussen elkaars buitenste schil. Over die huls waarin ieder van ons beweegt, gaat veel van het werk van Yves Velter. De poorten naar het onbekende innerlijke ontbreken: vochtige ogen, een mond, neusgaten. Weg is ook alle franje van de omgeving, waardoor de aanwezigheid van die andere in al zijn geslotenheid plots heel fel wordt benadrukt. In een eigen beeldtaal toont Velter geanonimiseerde personages die door hun uiterlijke vorm heen zoeken naar alternatieve antwoorden op hun vragen, zoals bij Lieu des sentiments. In dit werk heeft de kunstenaar een spiegel als een verticale doorsnede toegevoegd aan een klassieke buste. De plaatsing van het spiegelend opper­ vlak diep in het hoofd van het beeld is extra zichtbaar als men het werk in zijprofiel bekijkt. Op deze plek in de hersenen, voor en ter hoogte van de amygdala, worden onder andere het onder­ bewustzijn en de fantasie gecreëerd. Velter verwijst hiermee naar het moment waarop we als kijker de omgeving vergeten en we ons­ zelf inleven in iets of iemand anders, maar tegelijkertijd ook naar de manier waarop we onszelf soms een spiegel voorhouden en naar onze eigen gevoelens proberen te peilen. Dit magische moment van passage wordt in de spiegel gecapteerd op het ogenblik dat de kijker zijn focus op de reflectie plaatst en eventjes de buste vergeet.

174


Lieu des sentiments 2016

GRAANSCHUUR

175


GRAANSCHUUR

Ti m Si lver 1974, Australië Untitled (bust)(Pine timbermate woodfiller) 2011 Untitled (Blow up) 2014 Untitled (Blow up) 2014 Tim Silver woont in en werkt vanuit Sydney. Zijn multidisciplinaire kunstenaarspraktijk is onlosmakelijk verbonden met tijd, zowel op een conceptuele als op een materiële manier. In zijn sculpturen, fotografisch werk en installaties onderzoekt Silver de wisselwerking tussen tijd en verval, voornamelijk in relatie tot het menselijk li­ chaam. Zijn sculpturen zijn vaak gemaakt van losse materialen, zoals krijtpoeder, dons, houtschaafsel en pluis. Zulke materialen gaan al in ontbinding op het moment dat ze samengesteld worden. Door middel van foto’s of video legt Silver de stappen van verval vast en biedt hij ons een microkosmisch beeld van onze eigen onvermijdelijke weg naar de dood. Er spreekt een paradoxale schoonheid uit de vervallen en verkruimelde beelden. Silver wil zo aansturen op een plots be­ wustzijn bij de kijker over de kostbaarheid en fragiliteit van een mensenleven. Ook in de werken op Kunstenfestival Watou zie je Silver’s fascina­ tie weerspiegeld voor de transformatie van materialen en de grenzen van het onveranderlijke en het tijdelijke. De kunstenaar maakte een buste van houtschaafsel, wat in de eerste plaats al ingaat tegen de gewoonlijke materiaalkeuze die voor dit soort werken wordt gebruikt. Bustes worden doorgaans gemaakt uit een stevig materiaal zoals brons of marmer. De beelden worden gemaakt om de tijd te doorstaan en staan garant voor een tijdloze afbeelding van een vergankelijk lichaam. Silver draait deze veronderstelling om. Hij creëert een buste uit een los en vergankelijk materiaal, waardoor het beeld net een fragiel en esthetisch karakter krijgt. In de video die bij het werk hoort, blaast Silver het beeld op en legt hij het proces van de ontploffing vast. Op de bijhorende foto’s zien we bovendien hoe een gelijkaardige buste, deze keer gemaakt van houtvuller, langzaam verbrokkelt en vergaat. Met zijn werken wil Silver benadrukken dat verandering eigen is aan het leven. Alle vormen en systemen bevinden zich in een constant proces van verandering. Hij schrijft zich zo in op de oeroude the­ orie van Heraclitus, die de enigmatische zin ‘Alles stroomt, niets is blijvend’ neerschreef. Zijn oeuvre draagt iets ongemakkelijks in zich: Silver eigent zich eerst een esthetisch object toe om daarna het vergankelijke aspect ervan te bewonderen. De hele performance staat in het teken van het feit dat hij zijn eigen zorgvuldig gebouw­ de sculpturen zal vernietigen, waarbij hij met een serie afstande­ lijke foto’s de vooruitgang van de verandering vastlegt. Ondanks zijn verwijzingen naar de fragiliteit van het leven, slaagt de kunstenaar erin om sterfelijkheid te vieren, om het op te nemen in de grotere natuurcyclus. Silver vindt een geruststellende poëzie in de onvermij­ delijke ondergang van alle dingen.

176


Untitled (Blow up) 2014

GRAANSCHUUR

177


GRAANSCHUUR

Ci n d y Wright 1972, België Blue bird 2013 Collector’s item 2010 Cindy Wright volgde de opleiding schilderkunst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, waar ze les kreeg van Fred Bervoets. In 2005 was ze een van de laureaten aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten. Wright omschrijft haar schilderijen als ‘mensportret­ ten’ of ‘vleeswerken’. Ze heeft zich van bij het begin van haar artistieke loopbaan toegelegd op figuratie en schilderde in de Academie vooral portret­ ten naar levend model. In het creatieproces van die schil­ derijen, hebben sympathie en empathie beurtelings hun rol: sympathie voor de persoon die de kunstenares van meer nabij heeft ontmoet, empathie voor de onbekende in wiens lot zij zich kan verplaatsen. Wrights ‘mensportretten’ zijn grote portretten, allemaal onge­ veer hetzelfde formaat, waarop de geportretteerde een flink stuk groter verschijnt dan hij of zij in werkelijkheid is. Meestal kijken de figuren recht voor zich uit, met een rustige en vlakke gelaatsuitdrukking. Ze fascineren de kijker door hun imposante nabijheid. Wright registreert elke kleine oneffen­ heid, elke kleurverglijding in de huid, elk puistje, litteken of haarstoppel. Zo lijkt de huid net een landschap, waarin de sporen van het verleden lees­ baar zijn, en van daaruit ook de sterfelijkheid. Tussen zijn verleden en zijn toekomst wordt de geportretteerde door Wright

een moment lang haarscherp vast­ gelegd, als een getuigenis. Wright noemt een andere reeks werken van haar hand eenvou­ digweg ‘vleeswerken’, en dat is dan ook wat de kijker – van soms meer nabij dan hem lief is - te zien krijgt. Er is in haar oeuvre een sterke fasci­ natie aanwezig voor het vlese­ lijke, ook als dit veroudering en zelfs verrotting impliceert. Die focus op de ­ sterfelijkheid van alles wat leeft, is een

178


Blue bird 2013

GRAANSCHUUR

rode draad doorheen de wer­ ken van Wright. Ook de twee schilderijen op Kunstenfesti­ val Watou kunnen binnen Wrights fascinatie voor dat oeroude vanitasthema geplaatst worden. Schoonheid of afschuw creëren is niet de intentie van de kun­ stenares. Ze hanteert een puur schilderkunstige benadering van een object van afkeer, maar wel met een bepaalde humor. Ze wekt een weerzin op die onmiddellijk ook luchtig wordt. De symboli­

sche voorwerpen uit de klassieke vanitasschilderijen zijn ver­ vangen door afbeeldingen van de directe werkelijkheid van leven en dood. Wrights voorstudies en experimenten met ontpoppende vlinders, rottend vlees en fruit krijgt de toeschouwer niet te zien, wat telt is het eindresul­ taat in olieverf. Wright weet niet wat er zal overblijven. Ze hanteert haar penseel als scalpel van de vergankelijke werkelijkheid.

179


GRAANSCHUUR

Me l a n i e Bonajo 1978, Nederland Progress vs. Regress I 2013 Progress vs. Regress II 2013 Melanie Bonajo is fotografe, filmmaakster en performance­ kunstenares. In haar werk zoekt ze naar eigenzinnige paden in een ultrakapitalistische wereld en verzet ze zich tegen de tra­ ditionele scheiding van mens, natuur en technologie. Bonajo is een van de geselecteerde kunstenaars voor een mogelijke invulling van het Nederlands Paviljoen op de Biënnale van Venetië in 2017. Haar werk is binnenkort te zien in Tate Modern en Kunsthalle Basel. Bonajo plaatst met haar project Progress vs. Regress vraagtekens bij de technologische vooruit­ gang. Ze onderzoekt hoe die vooruitgang mensen van zichzelf kan laten vervreemden. In haar werk staat communicatie cen­ traal, communicatie met zoveel mogelijk mensen en g ­roepen. Progress vs. Regress is in eerste instantie een film waar­ in Bonajo ouderen interviewt over hoe technologie hun kijk op relaties, werk, geld, tijd en emoties heeft veranderd. In de film onderzoekt Bonajo ook hoe we als maatschappij met een oudere bevolking omgaan. De generatie die nu opgroeit krijgt in naam van de vooruitgang aan de lopende band technologische snufjes aangeleverd, terwijl bejaarden daar geen economisch belang bij hebben en niet echt deel uitmaken van de actuele visuele cultuur. Door een inkijk te bieden in de levens van deze eeuwelingen en door middel van

verschillende humoristische ex­ perimenten, vraagt Bonajo ons om het beeld dat we van bejaarden hebben anders te bekijken, en om na te denken over welke zorg we hen moeten bieden. Tegelijker­ tijd wil de film de jonge gene­ ratie informeren over de impact van al die technologische uit­ vindingen. Op Kunstenfestival Watou zijn twee foto’s te zien die voort­ vloeiden uit de film.

180


Progress vs. Regress I 2013

GRAANSCHUUR

Ze maken deel uit van een se­ rie die steeds verder aangevuld wordt en laten protestacties zien die het hebben over levens­ omstandigheden, de menselijke houding tegenover de natuur en ideeën over veranderende machts­ structuren. De foto’s in de Graanschuur zijn twee enigmatische beelden waarop het effect van de tech­ nologische vooruitgang te zien is: veel mensen voelen zich

overspoeld door alle nieuwig­ heden. We vergeten vaak hoe recent uitvindingen als de tv en de computer eigenlijk zijn. Zeventigplussers hebben de grootste technologische revolu­ tie ooit meegemaakt. Hoe hebben die uitvindingen ons gevormd? Hoe ver reikt onze obsessie met materiële objecten? Zijn er grenzen aan onze behoeften? Hoe zou het leven zijn als  sommige technologieën nooit zouden zijn uitgevonden?

181


Progress vs. Regress II 2013

LOCATIE

182


GRAANSCHUUR

Er is geen ellende meer onder de mensen, bier en gelach tot diep in de nacht. Verdriet is voor tragische helden, zodoende. Nee, er is zeer veel geluk tegenwoordig, vergeten zijn de zieke klassieken, de geheime idylles van Hermans, Lermontov, Céline. ‘Wij hadden vrienden die ons verrieden, wij hadden minnaars die ons haatten, wij hebben een koud vuur in ons lichaam.’ Zo eenvoudig is het: uit de nacht komt niemand terug. Onze dromen zullen wijken voor de feiten, nooit andersom, nooit andersom. Rutger Kopland

183


GRAANSCHUUR

TABITHA MOSES & JON BARRACLOUGH 1970, Verenigd Koninkrijk 1957, Verenigd Koninkrijk Investment: Melanie 2014

TAB ITHA MOSES Investment: Melanie’s Gown 2014 Untitled (Box) 2006 (remade 2016) Tabitha Moses woont in en werkt vanuit Liverpool. Ze gebruikt huiselijke objecten, gevonden voorwerpen en ambachtelijke toe­ passingen om werken te maken met een conceptuele zeggingskracht en een emotionele diepgang. Daar­ bij gaat ze vooral met stof en draad aan de slag. Door middel van de taal van textiel ontdekt Moses betekenis­ volle connecties en communiceert ze onderliggende emoties. De kunstenares is geïn­ teresseerd in de transformatie van afgedankte en verwaarloosde voorwerpen met een verhaal. Untitled (Box) creëerde Moses voor het eerst tijdens een resi­ dentie in Liverpool. Een web van draden bedekt een doos waardoor die zijn oorspronkelijk nut vol­ ledig verliest. Het werk sym­ boliseert het ­ uitschakelen van de drang naar empirisch bewijs­ materiaal. Alleen zo kan men het mysterie begrijpen dat aan de oorsprong van elke religie ligt, stelt Moses. Je kan er ook een verwijzing in zien naar de opmerkelijke, maar menselijke drang naar een spirituele verkla­ ring voor alles, een hoop op een kracht van bovenaf die je te al­ len tijde bijstaat. Die spiritu­ aliteit zit sterk vervlochten in

184

het volledige oeuvre van Moses. Het meest recente werk van de kunstenares is gebaseerd op haar ervaring met onvruchtbaarheid en in-vitrofertilisatie en is een reflectie op de onzekerheid en onmacht die ze voelde tijdens haar behandeling. Investment is een serie van drie ziekenhuis­ gewaden, aangevuld met portretten van vrouwen die de gewaden dra­ gen: de kunstenares zelf en twee andere vrouwen, Melanie en Emma. Op de gewaden zijn objecten gebor­ duurd waarop elk van hen haar hoop projecteerde tijdens de pogingen om zwanger te worden. Het plaat­ sen van de persoonlijke beelden ter hoogte van de baarmoeder kan gezien worden als het herstel­ len van de creatieve kracht van die plek. De titel van de serie, Investment, verwijst naar de in­ vestering in tijd, geld, moeite en hoop die het proces van het pro­ beren zwanger worden inhoudt. Maar daarnaast wijzen ook de gewaden zelf op de tijd en zorgzaamheid die het borduren vraagt. De vrouw die onderzocht wordt, draagt haar ziekenhuisgewaad alsof het een ceremoniële jurk is. Het portret van Jon Barraclough plaatst de gewaden terug in de setting van een ziekenhuis, de plaats van de behandeling. De foto’s werden in de recovery room gemaakt, de privé-plek waar de invitropatiënt en haar partner hun kleren uitdoen en zich klaarmaken voor de klinische setting van de procedure room. Het is een plaats waar de laatste gebeden worden gedaan, nerveuze grapjes worden gemaakt, vingers worden gekruist, peptalks worden gegeven en foto’s worden genomen. Uit de foto van Melanie blijkt duidelijk dat haar terugkeer naar deze plek gemengde gevoelens naar boven brengt.


Investment: Melanie 2014

GRAANSCHUUR

185


GRAANSCHUUR

P a s c a l e Pollier 1967, België History of Hurt, The Loss of Hope 2013 Het werk van Pascale Pollier be­ vindt zich op het snijpunt tus­ sen kunst en wetenschap. Pollier volgde een opleiding p ­lastische kunsten aan Kunsthumaniora Sint-Lucas in Gent en studeerde daarna medische kunst aan de Medical Artists Association in Londen. Pollier maakte er te­ keningen van preparaten, maar ook van operaties en autopsies. Gedurende enkele jaren maakte ze kunsttekeningen voor een medische encyclopedie en in 2006 organi­ seerde ze samen met Dr. Ann Van de Velde een succesvol congres in Antwerpen, met als titel Confronting Mortality with Art and Science. Daarna werd Pollier medeoprichter van BIOMAB, Biological and Medical Art Belgium. Hierdoor kregen kunstenaars, wetenschappers en studenten de kans om dissectietekenklassen te volgen en anatomische tekeningen te maken. Pollier heeft een grote inte­ resse in oude medische prepa­ raten en bewondering voor de tekeningen in de anatomische boeken van Vesalius. Vanuit deze fascinatie is ze medisch kunstenares geworden. Pollier wilde de binnenkant van het lichaam bestuderen om de func­ ties ervan te begrijpen. Het observeren van het ongewone en het onzichtbare heeft haar altijd al geboeid. Ongewoon is voor haar niet per se freaky en schoonheid is niet noodzakelijk de oppervlakkige schoonheid. ‘Hoe dieper ik in het lichaam kijk, hoe mooier het wordt’, zo

stelt Pollier. Die overtuiging neemt ze ook mee in haar werk, waarin ze vooral aandacht heeft voor de weergave van het mense­ lijk lichaam. History of Hurt, The Loss of Hope laat biddende handen zien, die Pollier zo anatomisch cor­ rect mogelijk heeft gevormd. De armen lijken afgehakt, waardoor de sculptuur een luguber gevoel teweegbrengt en de bezoeker een inkijk krijgt in de anatomie van de arm. Wat daarnaast onmiddel­

186


History of Hurt, The Loss of Hope 2013

GRAANSCHUUR

lijk opvalt, is dat de gebeds­ krans vervangen werd door een stuk prikkeldraad. Het versterkt het onthutsende effect van het beeld. De wanhoop overheerst en er lijkt geen kans op vergiffenis van bovenaf meer mogelijk. Pollier vindt dat het taboe rond de dood en het dode li­ chaam dringend moet doorbroken worden. We moeten de dood een plaats geven en aanvaarden als een deel van het leven. De dood wegdenken, zou niets veranderen

aan het feit dat we uiteinde­ lijk allemaal sterven. Pollier probeert grote levensthema’s te begrijpen en vorm te geven met haar kunstwerken. Wat is ons bewustzijn? Is de levensenergie waarneembaar in ons anatomisch lichaam? Net zoals Vesalius de anatomie probeerde te democra­ tiseren, wil Pollier met BIOMAB kunst en wetenschap samenbren­ gen. Ze probeert zo het taboe rond de dood en wat het bete­ kent om mens te zijn, bespreek­ baar te maken.

187


GRAANSCHUUR

K o e n Fillet 1962, België How to disappear II 2016 Koen Fillet is vooral bekend als radiomaker en interviewer, maar hij beschouwt zichzelf meer als een kunstenaar. Hij studeerde grafische kunsten aan Sint-Lucas in Gent. Zijn werk uit die peri­ ode heeft hij naar eigen zeggen vernietigd, waarna hij bijna 30 jaar lang niet meer professioneel actief was als beeldend kunste­ naar. Tijdens zijn jaren als presentator bij Radio 1 is hij echter blijven schilderen. Hoewel Fillet zijn brood verdiende door te praten met mensen, zag hij zichzelf steeds als iemand die liever de stilte opzoekt. En dat is waar zijn schilderkunst in beeld komt. Een groeiend onbehagen tegenover journalistiek, de overrompelende media en een grote drang om beelden te vertalen, deden Fillet zijn kunste­ naarscarrière terug opnemen. Schilderen is nu zijn taal geworden. Hij ziet het als een manier om op subtiele wijze de fundamentele onrust uit te drukken, die onder het oppervlak van elk doek lijkt te waren. De werken van Fillet zijn typisch hedendaags te noemen, in die zin dat ze niet meer lijken te willen doen dan de beelden te be­ schrijven. Zijn schilderijen hebben vaak een titel die flarden uit een verhaal suggereren, zoals ook bij How to disappear II van toepassing is. Tegelijk is het afgebeelde zo alledaags dat ze de bezoeker haast forceren tot niets meer dan een vluchtige blik. De manier waarop Fillet zijn schilderkunst presenteert, lijkt daarom haast een poging om de bezoeker langer bij zich te houden, alsof de schilder jaloers is op de tijd die een lezer bereid is door te brengen met een schrijver. Het is de combinatie van het gesuggereerde verhaal en de vluchtige blik die voor een betoverende spontaniteit zorgt. De beelden dra­ gen een soort van ingehouden, bijna ademloze spanning in zich die ervoor zorgt dat je de tijd neemt en probeert om het verbeelde verhaal te begrijpen. De penseelvoering is prozaïsch, maar het geheel is geen prachtige volzin die zonder onderbreking tot stand gekomen is. Fillet’s penseel beschrijft: je voelt als kijker dat zijn werk afgewogen, doordacht en beredeneerd opgebouwd is. De kunstenaar lijkt met deze reeks dan ook veel weg te hebben van een schrijver-schilder. Hij is een schilder die wil vertellen of, andersom, een schrijver die het plot minder belangrijk vindt dan de kleuren en de tinten in het verhaal. Fillet’s werken brengen een subtiel evenwicht naar voor tussen verbeelding en beschrij­ ving, tussen de hand van een colorist en een stilist.

188


How to disappear II 2016

GRAANSCHUUR

189


GRAANSCHUUR

Ra f a e l Gomezbarros 1972, Colombia Somos humanos 2015 Naast Casa Tomado op de Douviehoeve, wordt ook een tweede instal­ latie van de Colombiaanse kunstenaar Rafael Gomezbarros getoond op het parcours.

Somos humanos is een beeldend werk dat bestaat uit keramische stukken in de vorm van schommels. Ze worden aan beide uiteinden opgehangen met touwen die het gewicht van een volwassen persoon kunnen dragen. Elk stuk stelt op een andere manier handen en armen voor die in elkaar haken. We herkennen onder meer bewegingen die vaak gebruikt worden bij eerste hulpverlening. Wanneer slachtoffers moeten verplaatst worden, gebruikt de hulpverlener vaak een stretcher, een handgreep waarbij de hulpbehoevende persoon stevig en veilig kan worden vastgehouden en verplaatst. De stevige handgrepen staan in schril contrast met de fragiele materialen die Gomezbarros voor deze installatie gebruikte. De schommels zijn gemaakt van breekbaar keramiek en staan zo symbool voor de kwetsbaarheid van de menselijke interactie. De empathi­ sche band die tussen twee of meerdere mensen kan groeien, kan zeer diepgeworteld zijn en in staat zijn om een persoon te dra­ gen, maar is tegelijkertijd een connectie waarmee zeer zorgvuldig moet omgesprongen worden, iets dat gekoesterd moet worden. Met de titel van het werk wil Gomezbarroz benadrukken dat dit werk over kwetsbaarheid gaat: we zijn mensen, we zijn niet perfect. Somos humanos kan zo gelezen worden als een statement, een ode aan de imperfectie van de mens met al zijn gebreken.

190


Somos humanos 2015

GRAANSCHUUR

191


LOCATIE

192


LOCATIE

193


PAROCHIEHUISJE

D. D. TRANS 1963, België Miroir 2015 Z.T. (Noir) 2016 Heart 1992 D.D.Trans, pseudoniem van Frank Tuytschaever, woont en werkt in Kruiskerke en behoort tot dezelfde generatie kunstenaars als Ho­ noré d’0, Wim Delvoye, Michel François en Ann Veronica Janssens. In zijn werk geeft hij vaak kleine surrealistische twists aan alledaagse objecten. De vormtaal van D.D. Trans sluit zo aan bij het minimalisme. Ze is echter niet klinisch, kil of koel, maar eerder speels, kleurrijk en fris. In 2005 laste D.D.Trans een pauze in van zijn kunstenaarschap die uiteindelijk tien jaar zou duren, tot hij in 2014 zijn praktijk terug opnam. Zijn comeback reserveerde hij voor Valerie Traan Gallery in Antwerpen. Een gro­ te stijlbreuk met vroeger werk uit zijn oeuvre werd zijn herstart niet. Meer nog, hij hernam zelfs enkele werken en ideeën die hij reeds in het verleden uitwerkte. De naam D.D. Trans is een pseudoniem dat werd ontleend aan een intussen opgedoekt transportbedrijf en het verleent een overkoe­ pelende betekenis aan zijn werk. Zijn kunst draait meer dan eens rond transformatie: dagdagelijkse, vaak huiselijke objecten wor­ den uit hun context gehaald en met een lichte ingreep omgesmeed tot een poëtisch kunstwerk.

‘Inspiratie haal ik uit doe-het-zelf-winkels of uit de Suprabazaar. Dat is het t ­erritorium waarbinnen ik op jacht ga’ zegt D.D. Trans. ‘Ze kennen mij daar al ondertussen.’ Hij grijpt er naar satéstokjes, ragebollen, gordijnlint of luchtverfrisser. Voor andere werken zoekt D.D. ­ Trans gericht naar minder banaal basismateriaal, zoals een sabel of een kandelaar. Met een kleine poëtische stroomstoot of een subtiel tikje provocatie worden ook die omgevormd tot kunst. ‘Schetsboeken gebruik ik bijna niet. Ik vergelijk mijn creatieproces met muziek componeren: soms zoek je naar ideeën en vind je niks. Soms is de inspiratie instant.’ Of hoe je ook poëzie kan vinden in de plaatselijke Suprabazaar.

194


Miroir 2015

FESTIVALHUIS

195


PAROCHIEHUISJE

Al e t P ilon 1949, Nederland uit de serie: COMEBACK (Aktaion) 2009 Not there 2010 Alet Pilon stond meer dan tien jaar aan het hoofd van de mode­ afdeling van de Gerrit Rietveld Academie in Nederland, waar ze instond voor een opleiding die de grenzen van de mode opzocht. Dat grensoverschrijdende aspect is ook terug te vinden in haar persoonlijk werk. Het strekt zich uit over disciplines heen en lijkt een unieke plek in te nemen in een gebied dat tussen mode, beeldende kunst en biolo­ gie ligt. Pilons oeuvre gaat over mensen, dieren en (on)macht. Van dieren die voor consumptie bedoeld wa­ ren of in een ongeluk stierven, verwerkt de kunstenares de ty­ pisch dierlijke elementen door ze aan te brengen op menselijke lichamen. Ze gebruikt daarvoor paardenstaarten, hoeven, gewei­ en, hoorns, snavels, vogelsche­ deltjes en vleugels van zwanen en reigers die ze dood langs de kant van de weg vindt. Het is nutteloos materiaal geworden, maar van zo’n dwingende schoon­ heid dat het volgens Pilon niet verloren mag gaan en een nieuw leven toekomt. De dood moet overwonnen worden. Hoewel het dragend lichaam de basis van haar creaties geble­ ven is, kun je eigenlijk niet meer spreken van mode, Pilons oorspronkelijke vak. Haar ge­ boorte als autonoom kunstenaar in 1991 ging hand in hand met de intrede van het dode dier

in haar werk, waarmee ze haar angst voor de dood bezweert en gestalte geeft. Die angst heeft Pilon als dochter in een huis­ artsengezin uit haar kindertijd meegenomen: de dood die ze toen vaak zag, werd later een leid­ motief in haar werk. In Pilons sculpturen lijkt de mens nietig te worden naast de kracht van het dierlijk mater­ iaal. Haar beelden krij­ gen mythische proporties, de kunste­ nares laat de dieren over de dood heen reiken. Hun doelloos geraakte vleugels en geweien hebben opnieuw een

196


uit de serie: COMEBACK (Aktaion) 2009

PAROCHIEHUISJE

functie gekreken. In de s ­erie Comeback brengt Pilon mens en dier opnieuw samen. De mens is geslachtofferd, het lichaam tekent zich af in een deken. Buiten het deken verschijnt hij of zij in de gedaante van een dier: een gewei en hoeven ste­ ken eronder uit. Not there laat dan weer een hoofdloze vrouwen­ figuur met zwanenvleugels zien die gezeten op de knieën voor­ over buigt. Het is aantrekke­ lijk om dit beeld in de context te zien van de Metamorphoses van Ovidius, waarin goden, mythologische figuren en ge­ wone stervelingen voorkomen en voortdurend transformeren: de

mens wordt dier en daardoor het dier ook een beetje mens. De gestruikelde figuur doet boven­ dien denken aan Icarus met zijn wassen vleugels en verwijst zo ook weer naar de nietigheid van de mens tegenover het dierlijk materiaal. De oermensen van Pilon zijn in de eerste plaats kwets­ bare figuren. Net daardoor zijn ze wellicht zo herkenbaar en spreken ze ons op een directe manier aan. De beelden vie­ ren noch de overwinning op het dier, noch de verzoening met de angst om te sterven.

197


Not there 2010

LOCATIE

198


PAROCHIEHUISJE

Eenhoorn Here, zonder naam en zonder gezicht Zie vanuit den hoge Op uw droeve eenhoorn neer Die danig hunkert naar uw licht, Die sierlijk door de wouden dwaalt Maar bladeren geen voedsel vindt, Die voor de poort der doden draalt, Allen bladeren op uw wind. Here, zonder handen zonder stem Snij de lichtglans van zijn voorhoofd En vang hem in uw stalen klem Voor de wereld hem de glans ontroofd, Lok hem langs de stapsteen sterven, Niet als anderen domweg gedoofd Maar rein, vrij van bederven Langs de kruisweg waar hij in gelooft. Jotie T’Hooft

199


PAROCHIEHUISJE

Fr e d Eerdekens 1951, België I hate words 2005 Fred Eerdekens is een Belgisch beeldend kunstenaar die in Hasselt woont en werkt. Hij was onder meer docent aan het HISK in Antwerpen en had eerder solotentoonstellingen in Brussel, New York en Wenen. Eerdekens werkt voornamelijk driedimensionaal en zet hierbij sterk in op de componenten taal, materiaal, licht en schaduw. De kun­ stenaar schrijft zelf de teksten die de eigenlijke grondstof zijn van zijn werken. Ze gaan meestal over een gebrek aan datgene wat je net nodig hebt. Zijn plastisch oeuvre vormt de aanzet van een wereld die enkel door middel van woorden kan voorgesteld worden. In de schaduw, daar waar geen licht is, vertelt Eerdekens een verhaal over de dingen die ontbreken. Soms kort, soms lyrisch, soms langou­ reus. Daarnaast tekent Eerdekens ook, voornamelijk in aquarel. Steeds opnieuw ontfermen de werken van Eerdekens zich over de vraag hoe taal zich tot de wereld verhoudt, maar net zo goed over de vraag hoe wij in die wereld staan. Zijn werken zijn een uit­ gebreide inspectie van het materiaal waarmee we de wereld probe­ ren te doorgronden, namelijk de taal. Als er een volmaakt huwe­ lijk was tussen taal en wereld, stelt de kunstenaar, dan zouden ze elkaar perfect spiegelen. Dat is echter niet het geval, er is altijd sprake van interpretatie die afhankelijk is van ingenomen standpunten. Bovendien is er ook een verschil tussen betekenis en verwijzing: een bewering geeft een beeld van de werkelijkheid, maar blijft slechts een verwijzing. Je kan er niets uit afleiden over de reële wereld. In het oeuvre van Eerdekens vormen licht, schaduw, materialiteit en taal een hechte eenheid die die schijn­ gestalten van de werkelijkheid tracht te benaderen. Eerdekens’ beelden zijn allen vertekende beelden. Ze lijken een gesloten onkraakbare code te verbergen. Dat is ook het geval bij I hate words; het is pas als er licht schijnt op het object dat er woorden tegen de muur verschijnen. Dat wat als donkere scha­ duw achterblijft, en dus eigenlijk geen beeld is, vormt de woor­ den die het fysieke beeld niet wil vrijgeven. Het object en de projectie hebben bij Eerdekens een veel nauwere band dan bij film- of diaprojecties. Het licht moet namelijk een veel direc­ tere relatie aangaan met de objecten om die projectie te realise­ ren. De onleesbare objecten van Eerdekens worden zo vervormd tot een leesbare schaduw. De kunstenaar laat ons zelfs het mechanisme van de objecten en haar schaduwen doorzien: de kijker wordt ver­ plicht om de twee werelden te zien. Toch is alles wat het publiek kan zien, slechts schaduw. Met I hate words wijst Eerdekens op de complexe manier waarop taal zich tegenover de realiteit verhoudt, en omgekeerd. De titel wijst op de frustratie die kan ontstaan als je geen woorden vindt om de werkelijkheid weer te geven.

200


201

I hate words 2005


PAROCHIEHUISJE

Bertien Va n Ma nen 1942, Nederland Moskou 1992 Bertien van Manen woont en werkt in Amsterdam en werd bijna per ongeluk fotografe. Met een oude camera maakte ze vaak foto’s van haar kinderen en gaandeweg raakte haar werk meer bekend, waardoor ze in de modefotografie terecht kwam. Toen ze in 1977 de mode-indus­ trie beu werd, ontdekte ze het werk van documentaire­ makers als Robert Frank en Josef Koudelka. Van Manen begon met het on­ derzoeken van de relatie tus­ sen zichzelf als fotografe en de onderwerpen die ze op beeld vastlegde. Ze ontwikkelde een persoonlijke en organische manier van fotograferen, met aandacht voor een dichte en persoonlijke band met haar geportretteerden. De beelden van van Manen gaan meer dan eens over het intrin­ sieke verlangen naar intimi­ teit, een behoefte aan liefde en innig contact. Haar foto’s zijn spontane beelden. Van Manen gelooft dan ook niet in geënsceneerde fotografie. ‘Er zijn tal van goede momenten, en wanneer je je omdraait zijn er weer nieuwe mogelijkheden om een goede foto te maken’, zo vertelt de fotografe. Van Manen werkt met een eenvoudige automatische camera waarbij je niet per se door de lens hoeft te kijken. Daardoor kan ze heel spontaan werken en komt ze dichter bij het onderwerp dan bij een geënsceneerde foto.

Het beeld op Kunstenfestival Watou maakt deel uit van de fotoserie Let’s sit down before we go. De foto’s werden gemaakt tussen 1991 en 2009 in Rusland, Moldavië, Kazachstan, Oezbekistan, Oekraïne, Tatar­ stan en Georgië. De bewerkingen en de plaatsing van de foto’s in het gelijknamige boek uit

202


Moskou 1992

PAROCHIEHUISJE

2011 werden door Stephen Gill uitgevoerd. De fotoreeks is een portret van de plekken die van Manen bezocht, de mensen die ze er ontmoette en de vrienden die ze er maakte. De titel van de serie leest als een metafoor voor de foto’s. In Rusland is het namelijk traditie om vlak voor het begin van een lange

reis, even neer te zitten en na te denken over waar je heen trekt en waarom.

203


PAROCHIEHUISJE

Ra n d a l l Casaer 1967, België Schip vol honden 2016 EERST EVEN DIT Iedereen heeft ergens in zichzelf minstens één subpersona wiens diep en onvervuld verlangen het is om geaaid, woordenloos begrepen en gekoesterd te worden, om zich geborgen te weten. Iedereen. Gij ook. Het kan niet anders. Wees eerlijk, ge hebt het, het leeft in u. Welk stuk van u draagt er uw schaamte, uw schuld, uw schande, uw onvermogens en uw triestigheden, welk stuk vertegenwoordigt wat ge niet wilt zijn? En waar zit het verstopt? En zou het niet zich willen laten wiegen en vervoeren en troosten door liederen die zingen van weemoed en het soort verlangen dat riskeert eeuwig onvervuld te blijven? We doen het zo: Terwijl ge luistert, zalft ge oude pijn. Ge leert dat diep in u een schooier huist (minstens één), een oude allumeuse, een handvol vuile dieren en een verloren kind of twee. Ge herinnert u dat ge ze ooit gekend hebt, maar het is lang geleden, en veel langer nog is het geleden dat ge er vriendelijk mee waart. De schooier wil een bed van u, of bier, de kinderen willen een aai en dekentjes, de dieren maken geluid. De allumeuse wil u allumeren. Goed zo, laat haar maar. Veel beters hebt ge niet te doen vandaag. Schrijver, illustrator en cabaretregisseur Randall Casaer noemt zichzelf een ‘mensenfluisteraar’. Met boeken als Slaapkoppen, illustraties bij de verhalen van Wouter Deprez en met zijn werk ­ als impresario van Wim Helsen en Wouter Deprez, slaagt hij er ook in om die naam eer aan te doen. Voor Kunstenfestival Watou maakte hij een in-situ adaptatie van zijn laatste boek Schip vol honden, waarin hij zijn lezer vol mededogen laat kennismaken met zich­ zelf. Volgens Casaer huist er namelijk in ieder van ons een hond, die maar zelden het daglicht mag zien. Zijn installatie in het Parochiehuisje wil dan ook een zachte handleiding bieden die de bezoeker kan aangrijpen om de verschillende personae in zichzelf een plaats te geven. Op het ligpodium in de tuin zijn bovendien de originele teksten uit het boek te horen, zodat het publiek zich kan wentelen in Casaers begrijpende woorden.

204


Schip vol honden 2016

PAROCHIEHUISJE

205


LOCATIE

206


LOCATIE

207


LOCATIE

208


BRENNEPARK

TUIN DER ZINNEN

Voor het tweede jaar op rij realiseren we poëtische instal­ laties om bij weg te dromen in onze Tuin der Zinnen. Tijdens de festivalperiode brengen zelfs de wolken een vleugje poëzie met zich mee, want de geheime gedichten in het Brennepark onthullen zichzelf enkel als er regen valt. Bezoekers kunnen de natuur echter ook een handje helpen door de gestencilde Secret Poetry met een gieter wa­ ter te geven. De woorden worden langzaam zichtbaar. Deze parti­ cipatieve installatie dwingt zo de lezers om voldoende tijd te nemen en geduld uit te oefe­ nen om de poëzie in zich op te nemen. Wie liever rustig plaatsneemt in een poëtische cocon, kan in een van onze Luisterhoorns te­ recht. Deze houten constructies bieden bescherming tegen regen en wind en zorgen voor een in­ tieme plek om naar de gedichten van onder meer Tjitske Jansen, Bart Moeyaert, Joke van Leeuwen, Charles Ducal en Roberto Juar­ roz te luisteren. Voor twee van de drie hoorns selecteerde onze poëziecurator Willy Tibergien een mix aan Nederlandstalige en anderstalige gedichten die verband houden met de onderwer­ pen mededogen, identiteit en diversiteit. Een derde hoorn is louter voorbehouden voor poë­ zie die specifiek voor kinderen geschreven is. Al is iedereen natuurlijk welkom om ook naar deze gedichten te luisteren. Neem plaats, ga liggen en geniet.

209


BRENNEPARK

De hand van mijn vader Aan de buitenkant is de hand van mijn vader een polderland met riet en pluimgras blauw gezwollen beken en hier en daar verstrooid wat zonnebloemen. Aan de binnenkant is de hand van mijn vader een stafkaart met snelwegen en wandelpaden. Ik vind er altijd de weg op naar huis. Armand Van Assche

210


BRENNEPARK

In je hoofd In je hoofd kun je alles. Fietsen naar de maan, op de wolken staan. Strelen met je handen los, lopen door een donker bos. Vechten als een tijger, dansen met een elf. Afscheid nemen zonder tranen, alles gaat vanzelf. Theo Olthuis

211


BRENNEPARK

Geluk Mama, waar heb je het geluk gelaten? Ik had het hier neergelegd en nou is het weg! Je zult het wel ergens hebben laten slingeren of het is gestolen of misschien per ongeluk weggegooid. Wie zou mijn geluk willen stelen? Wie niet? Ted van Lieshout

212


BRENNEPARK

Zwemles Bij elke duik van de kant verdrinkt mama duizend keren op de bank. In bellen lucht sein ik haar mijn ademnood en help ik haar mij redden van de dood. ‘Niet knijpen in je hand. Niet tellen, niet roepen. Mij niet zo hard staan zoeken. Alleen heel hard in mij geloven. Dan kom ik vast weer boven.’ Frank Adam

213


BRENNEPARK

wij twee twee bomen zijn een bos, dat klinkt een beetje gek. maar haal je er een weg, blijft er een lege plek. ik kan mijn broer niet missen. hij kan niet zonder mij. hoe groot de draak ook is, hij krijgt me altijd vrij. hij is agent en rover. en als ik het vraag: prinses. soms is hij achtentachtig, al is hij nog maar zes. we spelen baas en hond. dan laat ik hem eens uit. zijn armen worden poten en hij kwispelt als ik fluit. is hij de bij, de hommel, word ik vanzelf de bloem. mijn handen zijn de blaadjes en mijn broertje het gezoem. hij is graag goochelaar met mij als wit konijn. nog voor hij weg kan zeggen moet ik verdwenen zijn. maar lang mag dat niet duren. wij horen bij elkaar. twee bomen zijn een bos. dat is wel gek, maar waar. Bart Moeyaert

214


BRENNEPARK

Ik was veel kleiner ‌ Ik was veel kleiner dan de stad en schrok nog van bedelaars waar altijd iets niet meer aan zat. De winkels waren hemelhoog met witte bergen onderbroeken, waarin gegraaid werd van het zoeken tot handen hadden. Ik vergat de weg die ik niet had geleerd en liep verkeerd. een vrouw gerimpeld van bestaan, vroeg of ik met haar op wou gaan, want anders viel zij om. We liepen samen krom, als een gezinnetje van zotten. Zij wist de weg, ik droeg haar oude botten. Joke van Leeuwen

215


BRENNEPARK

Als iemand mij nou maar had opgeraapt en in zijn zak gestopt en daar gelaten had, dat af en toe een hand mij vond, voelde hoe zacht ik was en dan weer losliet. Of op de vensterbank gelegd, op 't nachtkastje, in een rommeldoos. De keukenla! Ik heb nog nooit een reis gemaakt, ik moest zo nodig wortel schieten. Als iemand mij nou maar had opgeraapt, er was niets aan de hand geweest, ik was kastanjebruin geweest, ik had geglansd, geglansd, wat later was ik wat gaan rimpelen, en dan, nou ja, maar nu, nu moet ik onvrijwillig transformeren en niet zo’n beetje ook. En steeds als ik zo ongeveer gewend ben aan mijn nieuwe vorm, steeds als ik zo min of meer geaccepteerd heb dat ik ben zoals ik ben, dan ben ik alweer anders. En als het nu zo was dat ik gekozen had om zo te zijn, dat ik het wilde: steeds een ring erbij, zoveel soortgenoten aan mijn takken in hun veilig stekelhuis, zo anders dan ikzelf, maar wat weet ik het nog goed. Ik heb het opgegeven te zijn zoals ik ben. Ik groei maar mee met wie ik worden zal. Af en toe hoor ik dat iemand zegt Hoe mooi ik ben. In mijn schaduw gebeuren dingen die de moeite waard zijn. Tjitske Jansen

216


BRENNEPARK

Hart boven hard In rusteloos jagen versteend. Om hen beweegt de wind, maar waar hij gaat kunnen zij niet langer volgen. Zij hebben de tijd afgebonden, de toekomst gedicht met het wereldbeeld van een aarde verkocht aan ik, het ijkgewicht om van mens en dier de meerwaarde af te schrapen. Op die manier wegen zij met de dag zwaarder en horen niet hoe in de wind iets begint, iets jongs en fris dat door de muren zingt, vermoeide stemmen optilt uit de slaap en opspant tot een nieuw geluid. Versteend in zijn kantoor hoort men de lente niet. De tijd, die men dacht af te sluiten, loopt op straat en vindt, hart boven hard, de toekomst uit. Charles Ducal

217


LOCATIE

218


BRENNEPARK

Broer ‘Het is hard,' zei hij, ‘godverdomme hard. En onrechtvaardig, voor het eerst word ik mager.' Nog de herfst buiten, een maïsveld tot de einder, het woord valt, einder, eindig. Dan geen woord meer van hem. In zijn slokdarm de plastic slang. Hij hikt uren lang. Kan niet slikken. Nog beweging in de rechterhand die de linker draagt als een vette lelie. De hand steekt zijn duim omhoog. Hij blijft seinen tot zijn laatste verval. Hij heeft wit kindervel gekregen. Hij knijpt in mijn angstige hand. Ik zoek nog naar een gelijkenis, de onze, de onrust van haar, het ongeduld van hem (geen tijd voor tijd), beider wantrouwen en goedgelovigheid en ik beland in ons eerste verleden, dat van een wereld als een weide met kikkers, als een sloot met paling en later weddenschappen, tafeltennis, huishoudelijke wetten, de 52 kaarten, de drie dobbelstenen en aldoor de tomeloze honger. (Ik word oud in plaats van jou. Ik eet fazant ik ruik het bos.) Nu is zijn behuizing afgemeten. De machine ademt voor hem. Slijm wordt weggezogen. Een ratel uit zijn middenrif, en dan zijn laatste beweging, een lome knipoog. Zielsverhuizing. Een ordening. Een portie afgesneden. Het lijf nog verminderend en dan plots in zijn gezicht dat dood was een frons en een kramp en dan een gesperde, woeste blik, ondraaglijk helder, de woede en schrik van een tiran. Wat ziet hij? Mij, een man die zich afwendt, laf verbaasd over zijn tranen? Dan is het morgen en maakt men de riemen los. En hij dan voorgoed Hugo Claus

219


BRENNEPARK

Décima. 52

para Julián Polito

Estamos en fila. Nadie sabe para qué. Debe ser para la muerte. La vida no es cuestión de formar fila. O tal vez para la historia o sus flacos sucedáneos, que tampoco tienen mucho que ver con la vida. Estamos en fila. Y la fila apenas se mueve. Algunos tratan de hacer trampa y adelantarse cuando creen que nadie los observa. Otros, en cambio, tratan de correrse hacia atrás. No ha habido ninguna orden. No es tampoco un problema topográfico, fisiológico o estratégico. Estamos en fila como una lineal concentración de juncos aturdidos. Y está vedado, no sabemos por quién, tirarse a la vera del camino. Sólo queda escapar alguna noche y arrojarse como un dios contra las sombras, corriendo el riesgo de caer en otra fila. Porque también los dioses, por lo menos los pocos que quedaban, han terminado al fin por formar fila. Roberto Juarroz

220


BRENNEPARK

Tiende Reeks. 52 voor Juliรกn Polito Wij staan in de rij. Niemand weet waarvoor. Het zal wel voor de dood zijn. Het leven is geen kwestie van in de rij gaan staan. Of misschien voor de geschiedenis, of haar magere surrogaten, die ook niet veel met het leven te maken hebben. Wij staan in de rij. En de rij beweegt amper. Sommige mensen proberen stiekem voor te kruipen als ze denken dat niemand naar hen kijkt. Anderen daarentegen proberen naar achteren te glippen. Er was geen enkel bevel gegeven. Het is ook geen topografisch, fysiologisch, of strategisch probleem. Wij staan in de rij als een lijnrechte concentratie van verbijsterde rietstengels. En het is verboden, door wie weten wij niet, zich naast de weg te begeven. De enige oplossing is op een nacht te ontsnappen en zich als een god op de schaduwen te storten, met het risico in een andere rij terecht te komen. Want ook de goden, althans de weinigen die er nog waren, zijn uiteindelijk in de rij gaan staan. Roberto Juarroz

221


BRENNEPARK

Verdampend Noudat ek brosser beginne word, weet ek nie meer so mooi hoe ek dit het en waar ek hoort. Die son die brand mij skouerknoppe bruin soos beskuit se ronde korsies. Ek was zo’n sappige kind! ’n Hele tagtig persent water gerangskik om ‘n skelet nogal met skarniere toegerus sodat ek die aarde kon bewandel, vol verwondering kon raak aan ander saamgestel soos ek: water water water water water en. Wilma Stockenström

Verdampend Nu ik brosser begin te worden weet ik niet meer zo goed hoe ik het heb en waar ik hoor. De zon die brandt mijn schouderknoppen bruin als de ronde korstjes van beschuit. Ik was zo’n sappig kind! Wel tachtig procent water gegoten om een skelet met nogal wat scharnieren toegerust zodat ik de aarde kon bewandelen, vol verwondering anderen kon aanraken net zo samengesteld als ik: water water water water water en. Wilma Stockenström

222


BRENNEPARK

diese gedichte diese gedichte sind fĂźrchterlich das sagt er und das sage ich meine menie meine meine

er meine ich seine er seine ich ebenfalls seine

diese gedichte sind fĂźrchterlich das sagt er und das sage ich meine er beide beiden zu leide meine zu leide ihm nur siene ich

deze gedichten Ernst Jandl deze gedichten zijn vreselijk dat zegt hij en dat zeg ik meent hij de mijne meen ik de zijne meent hij de zijne meen ook ik de zijne deze gedichten zijn vreselijk dat zegt hij en dat zeg ik meent hij beide tot nadeel van beiden meen tot nadeel ik van hem alleen de zijne Ernst Jandl

223


224


225


KELDER BROUWERIJ

Ro y Vi llevoye 1960, Nederland The Clearing 2011 Roy Villevoye heeft binnen zijn kunstenaarspraktijk veel aan­ dacht voor de wereld in transi­ tie waarin hij leeft en werkt. De veranderende globale machts­ verhoudingen hebben zijn kun­ stenaarspraktijk dan ook sterk beïnvloed. Met Sol Lewitt als leermeester werd een conceptuele toon gezet die een rode draad vormt binnen Villevoye’s oeuvre. Zijn vroege abstracte schilde­ rijen uit de jaren 80 en 90 ken­ merken zich door een vormelijke focus op roosters en kaders. Ook in Nieuw-Guinea maakte hij aan­ vankelijk documenten die de pa­ tronen van zijn schilderijen nog volgden. Tijdens zijn verschil­ lende verblijven bij het lokale Asmat-volk, kwam hij steeds meer los van regels, codes en taboes en ontsnappen zijn foto’s en films steeds meer aan zijn eer­ dere beelddwang. De reizen naar Nieuw-Guinea waren voor Ville­ voye een vanzelfsprekende, maar ook risicovolle stap. Weinig onderwerpen liggen tegenwoordig zo gevoelig als de omgang met niet-westerse culturen. Aan de hand van zijn beelden begon Villevoye met het bedenken en realiseren van scènes waarin zich werkelijke en verzonnen gebeurtenissen afspelen, maar langzaamaan werd het opbouwen van die ensceneringen een doel op zich. De kunstenaar zag ze als middel om in de wereld te gera­ ken en grijpt kunst aan als een manier om nieuwe situaties uit te testen. Situaties die soms het leven imiteren, maar die net zo goed een voorbode kunnen zijn

voor wat komen zal. Het zijn als het ware uitvergrotingen van het leven die het mogelijk maken om zichzelf en anderen te leren kennen. In deze beelden zijn mo­ rele standpunten over de geweld­ dadige koloniale geschiedenis dan ook ver te zoeken. Het belang van reenactments, die het mogelijk maken in een andere tijd of plaats te leven, ver­ klaart ook de stap die Villevoye vervolgens zette: van het maken van foto´s en films schakelde hij over naar het produceren van wassen beelden. Deze sculpturen komen voort uit een bijna obses­ sionele behoefte om de sensatie van een mogelijke realiteit nog

226


The Clearing 2011

KELDER BROUWERIJ

concreter voelbaar te maken. Vanuit die nieuwe mogelijkheid zoekt Villevoye de grenzen op die hem van de ander scheiden en tracht hij de wegen te volgen die hen wellicht ook weer samen­ brengen. De sculpturen van Vil­ levoye belichamen het verlangen om in de huid te kruipen van een andere persoon. Villevoye zoekt voortdurend naar de spanning die dergelijke re­ enactments opleveren. De toe­ schouwer wordt medeplichtig gemaakt bij het ontwarren van de verhaallijnen en hun bete­ kenis. In het schokkende The Clearing liggen twee levensechte mannen morsdood op de grond,

plat op hun buik, de lichamen verdraaid, de een blank en de ander zwart. Meer info geeft Villevoye niet. Een werk als The Clearing komt diep binnen bij de kijker, omdat het bescherm­ mechanisme waarmee we de dage­ lijkse lawine aan beelden van ons vandaan weten te houden, hier niet werkt. De bezoeker wordt aangesproken op een veel primitiever niveau. Het zet een mechanisme in gang waarbij je verplicht wordt om je in te leven in wat je ziet, een mecha­ nisme dat de sleutel bevat om ook deuren naar andere werken te openen, om de deuren naar elkaar te openen.

227


LOCATIE

228


LOCATIE

229


KLOOSTER

Mo u s s a Sarr 1984, Frankrijk Untitled 2013 Moussa Sarr is een jonge Franse kunstenaar. Hij woont en werkt afwisselend in Parijs en Londen. Sarr speelt in zijn werk vaak met zijn eigen, donkere, beeltenis. Zijn bedoeling is om clichés en vooroordelen omver te gooien. Met zijn performances en video­ werk stelt Sarr intrinsieke noties van de menselijke natuur in vraag. Zijn lichaam is de basis van zijn werk. De focus in zijn video’s ligt dan ook volledig op zichzelf - zijn lichaam, ge­ zicht en houding - maar door zijn eigen wezen te onderzoeken en in vraag te stellen, peilt Sarr eigenlijk naar meer universele kwesties. Zijn werk gaat over elke mens die ver weg van zijn land van afkomst opgroeit en zich probeert thuis te voelen in een land waar een andere taal wordt gesproken en andere tradities en ge­ woontes van toepassing zijn. De video’s waarin Sarr verschillende dieren, zoals een mug of een hyena, nadoet zijn grappig en tegelijk ook verontrustend. De kun­ stenaar kaart kwesties aan die te maken hebben met ras en identi­ teit, de klassenmaatschappij en etnische stereotypes. Er zit een zekere volharding en agressie in de manier waarop hij de karak­ ters uitbeeldt. Sarr forceert de kijker zo om ofwel een standpunt in te nemen of om zich terug te trekken op een veilige plek, die in het nature-nurture-debat als comfortzone wordt beschouwd. Sarrs praktijk is geworteld in de traditie van de performancekunst. Hij gebruikt zijn eigen fysieke presentatie om culturele en poli­ tieke boodschappen over te brengen. Zijn werk zweeft ergens tussen performancekunst en fotografische zelfportretten. Sarrs video’s zijn theatraal, hebben een choreografie en zijn verhalend en provocatief. De kunstenaar zelf staat centraal, het proces van identificatie is uitvergroot en kan niet genegeerd worden. Hij onderneemt geen enkele actie om zich te verbergen of om zijn fysieke presentatie te mani­ puleren. Zijn performances willen discriminatie en sociale machts­ structuren uitdagen en bevragen de manier waarop we als menselijke wezens met elkaar omgaan. Daarnaast maakt Sarr ook sculpturaal werk. Untitled maakt deel uit van zijn serie tweeledige objecten, waarbij de kunstenaar twee tegenovergestelde elementen samenbrengt om zo een poëtisch werk te creëren. Hier luistert een stethoscoop naar een steen. Een voor­ werp dat gebruikt wordt om het kloppen van het hart van een l ­evend wezen te horen, wordt nu op een levenloos voorwerp gelegd en ver­ liest zo zijn nut. De sculpturale werken van Sarr zijn vaak erg eenvoudig en humoristisch, maar verbergen ook een diepere, poë­ tische laag die zijn fantasierijke verbeeldingswereld verraadt. Untitled kan je zo ook lezen als een kritiek op een steeds ruwere maatschappij, waar hard meer en meer boven hart komt te staan.

230


Untitled 2013

KLOOSTER

231


KLOOSTER

Si m o n e De Groot 1968, Nederland Son 2010 met bal 2013 laaghangende bewolking 2012 z.t. (kerkberg) 2012 z.t. (roze wolken) 2008 I found myself standing on a mountain 2013 Simone de Groot is een Nederlandse kunstenares die in Haarlem woont en werkt. Ze ziet zichzelf als een beeldend kunstenares die troost biedt en is gespecialiseerd in het maken van wat ze zelf troostrijke ruimtes noemt. Het zijn plekken waar de kijker rust en verzachting kan vinden. Het werk van de Groot is een verbinte­ nis tussen beeldhouwkunst enerzijds en textielkunst anderzijds. Voor haar ruimtelijke sculpturen maakt ze meestal gebruik van zachte oplossingen door te werken met materiaal als vilt, wol, maar ook kunststoffen zoals fiberfill, vaak ondersteund door frames. De kunstenares vormt haar beelden niet door weg te hakken of op te bouwen met klei, was en hout of door ze in brons af te gieten, zoals de klassieke beeldhouwkunst voorschrijft. Toch tonen haar objecten zich wel degelijk als echte sculpturen en hebben ze ogenschijnlijk dezelfde massa. Door het gekozen materiaal is de gevoelswaarde van hun uiterlijk echter veel kwetsbaarder.

De vorm van een berg komt vaak terug in het oeuvre van de Groot, zoals bij I found myself standing on a mountain. Het werk is een metafoor voor een diepe, basale laag in onze geest en staat model voor de emotionele beleving van het leven in zowel positieve als negatieve zin. Het louterende effect van het afzien bij de beklimming van een berg kan een metafoor zijn voor de spirituele ontwikkeling van de mens. Het pad kan na de vele zware beproevingen uiteindelijk tot verlichting leiden, maar kan net zo goed een onbereikbare piek symboliseren. Dat onbereikbare aspect zit ook vervat in Son en bal. We zien de figuur van een kind dat naar een bal toe lijkt te kruipen. Tevergeefs, want de figuur heeft geen armen om de bal vast te grijpen en wordt zo een hulpeloos wezentje. Je kan er het verhaal in lezen van elke mens, die steeds maar weer probeert om vat te krijgen op alles, maar

232


Son, 2010 met bal 2013

KLOOSTER

daar nooit werkelijk in slaagt. Het leven blijft in die optiek een kwestie van steeds maar weer opnieuw proberen. Toch is er ook telkens een andere lezing mogelijk bij de werken van de Groot; in het hulpeloze kind kan je ook een aaibaar popje zien. Het vervormde beeldje is helemaal niet luguber voor de kijker, maar eerder ontroerend. Die bevreemdende tweespalt heeft alles te maken met het zachte materiaal waarmee de kunstenares werkt. Het zachte werk van de Groot biedt een tegengewicht voor de ver­ hardende samenleving, en daarbij is eenvoud en helderheid voor de kunstenares van groot belang. Ze wil met haar werken een moment van bezinning en verstilling bieden, laat kwetsbaarheid zien en biedt geborgenheid. De woorden van Michelangelo,‘schoonheid is het ontdoen van het overtollige’, resoneren in gans haar oeuvre.

233


I found myself standing on a mountain 2013

KLOOSTER

234


KLOOSTER

Het alfabet van Remco C ampert 10 (Vrijheidslaan, Amsterdam) nu trek ik de stad weer binnen die ik bewoon en die zich aan me toont in beheerste grilligheid stad als een vertrouwd gedicht dat ik toch nooit vanbuiten ken maar steeds met liefde herlees achter de glanzende ramen de bakstenen façade leeft als overal gevoed door hoop en vrees meer is het niet de mens die in zijn niet aflatend streven naar eenvoudig geluk de krachtbron is van alle poÍzie de adem achter de woorden het cement van de regel de houdbaarheid van de film Remco Campert

235


KLOOSTER

Tegen de afgrond Dat ik je aanspreek, stom hart, is natuurlijk complete waanzin, je bent een generiek gegeven uit de cultuurgeschiedenis. Dat betekent: een sterrennevel, drijvende paddesnoeren, een parcours d’accidents, een zon die in het zwart verkeert, napalm, Reihung, een nevengeschikte wereld en we schrijven entropie. Het is een woord, hart, tegen de wereld. Net zo goed kan ik tegen de afgrond staan schreeuwen, een canyon waarlangs op zorgvuldige plaatsen een houten framepje werd opgesteld met de vermelding Take Pictures Here, KODAK Dirk van Bastelaere

236


KLOOSTER

Durf geef me een moederkoekoek want ik wil leren wat durf is eentje die het broedsel uit een ooievaarsnest kiepert en mijn ei erin vlijt geef dat het klopt hechting bij vogels is instant laat ze me warm houden de bek vol stouwen over de rand duwen maar bovenal help me klepperen 24/7 doen de stelten voor hoe het moet geen zacht googoo maar ver dragend klepperdeklep slapeloze omwonenden opperen afschieten geef dat een boos comitĂŠ protesteert werkloze vrijwilligers patrouille lopen tot ik mijn migrantenouders nakijk op hun trek en me hier blijvend vestig ik heb al een nest op het oog Anne van Amstel

237


KLOOSTER

Li e s Caeyers 1982, België Kabinet, stucwerk 2015 Kabinet, binair 2015 Na een masteropleiding aan Sint Lucas Antwerpen kreeg Lies Caeyers de kans haar studies uit te breiden met een extra Master­ jaar aan de Konstfack University of Art, Crafts and Design in Stockholm, Zweden. In 2015 exposeerde ze werk in de tentoonstel­ ling Kabinet in Gent, de eerste volwaardige tentoonstelling rond haar oeuvre tot dan.

Deformatie en manipulatie, experimentele ingrepen en het schijnbaar systematiseren van onechte kennis zijn belangrijke thema’s in Caeyers’ werk. In haar Kabinet verzamelt ze een geheel van valse waarheden met een vreemde vertrouwdheid die zowel aantrekt als afstoot. Het onderzoek dat men sinds de 17de eeuw voert op het materiële menselijke lichaam en de ontwikkelingen rond dit onderwerp binnen andere domeinen als technologie, psycho­ logie en kunst, vormen daarbij een belangrijke input. Aspecten uit de medische wetenschap, zoals functionaliteit, kennis en behoud, keren dan ook regelmatig terug in Caeyers’ oeuvre. In 2006 liet de kunstenares een high-tech 3D bodyscan maken van zichzelf, in samenwerking met een spin-off van de Universiteit van Leuven. Die scan is het startpunt gebleken van waaruit Caey­ ers nieuwe ideeën kon ontwikkelen. De gedachte dat de bodyscan, die tenslotte een momentopname is in het leven van de kunstenares als volwassen en volgroeide vrouw, een zuivere staat van zijn is, stond hierbij centraal. Caeyers zette de scan om naar een binaire code, een steriele vertaling van iets wat in de eerste plaats tactiel is. Voor Caeyers vormen de bodyscan en de ­ onpersoonlijke binaire code een startpunt voor haar onderzoek. Ze transformeert de steriele scan en code terug naar tactiele voorwerpen, steeds weer opnieuw. Alle resultaten die uit dat onderzoek voortvloeien, bundelt ze in haar Kabinet. Caeyers beschouwde met andere woorden de opname van zichzelf als een pilot die de trigger vormde voor haar onderzoek naar een definitie van reproduceerbaarheid.

238


Kabinet, binair 2015

KLOOSTER

Ze ging na hoe ze deze bodyscan in grote oplage en in verschillende materialen kon v ­ermenigvuldigen, met Stucwerk als een van de resultaten. Tegen de muren en het plafond van het Klooster zijn een massa plaasteren reproducties van Caeyers’ ­ lichaam te zien, die boven en naast elkaar krioelen. Ze zijn 17,5 cm hoog; dat is een tiende van de lichaams­ lengte van Caeyers zelf. Geen twee beeldjes zijn identiek aan elkaar, de productiefouten maken elke figuur uniek. De kleine individuen zoeken elkaar op in een warrige omhelzing en laten de aandachtige kijker met vragen achter.

239


LOCATIE

240


Kabinet, stucwerk 2015

LOCATIE

241


KLOOSTER

Sa n d r i ne Pelletier 1976, Zwitserland Flashdance 2009 Sandrine Pelletier is een Zwitserse kunstenares die afwisselend in Brussel en Caïro woont en werkt. Initieel werkte ze voorna­ melijk met textiel en borduurwerk, maar zes jaar geleden vond een kantelmoment plaats in haar kunstenaarspraktijk. Vanaf 2009 experimenteerde Pelletier steeds meer met andere materialen zoals keramiek, glas en hout. Zelf omschrijft ze haar werken vaak als ‘ongelukken’. We zien verbrand hout, gesmolten of gebroken glas en geblakerd keramiek. Ook Flashdance is zo’n gebroken sculptuur.

Flashdance is een balletinterpretatie en handelt over een dansdiscipline waarin enorm zware voorwaarden gelden. Het werk vertelt over de dans­ opvoering zelf, maar ook over de overgave en moeilijkheden waarmee de danser geconfronteerd wordt. Flashdance toont dat de danser zich sterk moet houden tegenover het publiek, zijn of haar rug moet blijven rechten, ondanks alles. Er is bloed en zweet terug te vinden op de satijnen stof en het kant en bovendien zijn de balletschoenen behoorlijk vervormd, maar the show must go on. Pelletier brengt met dit werk een ode aan de verdiensten van een klassieke danseres, maar in bredere zin heeft ze het ook over het doorzettingsvermogen van elke mens. De opofferingen die uit Flashdance spreken, doen denken aan de de instinctieve overlevingsdrang van elke mens.

242


Flashdance 2009

KLOOSTER

243


KLOOSTER

Ro be r t & Shana Par k eH arrison 1968, VS & 1964, VS Ashen Head 2008 Robert & Shana ParkeHarrison zijn een kunstenaarskoppel dat samen voornamelijk fotografisch werk maakt. In 2000 werd hun boek The Architect’s Brother door de New York Times bekroond tot een van de tien beste fotografieboeken van het jaar. Verlies en de men­ selijke strijd zijn terugkerende thema’s in hun foto’s. Daartoe trekt het duo regelmatig naar landschappen die getekend zijn door technologie en waarvan de gronden volledig ontgonnen en uitgeput zijn door de mens. ParkeHarrison zijn vaak ook zelf te zien op de foto’s, in een kostuum of in interactie met specifieke scènes, objecten en landschappen. Hun fotografisch werk wordt zo haast een performance. Robert & Shana ParkeHarrison creëren werken als antwoorden op de wankele relatie tussen mensen, technologie en natuur. De werken vertellen een dubbelzijdig verhaal dat inzicht biedt in de dilemma’s die de wetenschap ons voorlegt en de technologie laat zien die faalt in het oplossen van onze problemen. ParkeHarrison schenken ons antwoorden en zekerheden rond de condition humaine door foto’s te maken van vreemde scènes waarin samengestelde krachten en een overvloed aan elementen aanwezig zijn. Ze laten de natuur in al zijn kracht zien, los van de technologische en menselijke invloed. Het rijke kleurenpalet van de foto’s en de surrealistische beel­ den laten de poëtische kern zien van ParkeHarrisons beelden. Het kleurgebruik is bewust, maar abstract, proporties en ruimte zijn in een compositie geplaatst, elke beweging is uit het beeld gehaald, objecten en mensen worden als bij toeval naast elkaar geplaatst. ParkeHarrison willen met hun werken een krachtige impact nalaten op zowel visueel als emotioneel niveau. Naast fotografisch werk, maakte het duo ook enkele sculpturen, waarvan er een in het Klooster getoond wordt. Zoals bij bijna alle sculpturale werken van ParkeHarisson, laat het werk li­ chaamsdelen zien die uit de context van het complete menselijke lichaam werden getrokken. Ashen Head bestaat uit twee lange armen die een hoofd dragen dat uit as gemaakt is. Andere van hun sculpturen tonen een hoofd dat op een gigantische aarden bol rust, takken die uit misvormde schoenen groeien, handpalmen waaruit een plant lijkt te groeien, schoenen gemaakt van zwarte veren… Telkens staat de menselijke confrontatie met de natuur centraal, waarbij de mens zich moet neerleggen, moet berusten in de kracht van de natuur. Uiteindelijk vergaat alles tot as.

244


Ashen Head 2008

KLOOSTER

245


KLOOSTER

P a s c a l Bircher 1972, Verenigd Koninkrijk Signal 2006 Pascale Bircher tracht met zijn kunstenaarspraktijk het onzicht­ bare en het onuitspreekbare voor te stellen. Hij werkt met de betekenisassociaties die aan voorwerpen kleven. Zijn werk is dan ook doordrenkt van referenties, onder meer aan de literatuur. Een van zijn tentoonstellingen kreeg bijvoorbeeld de titel I’ll go on I will Yes. Het is een referentie aan de laatste woorden van The Unnamable van Samuel Beckett en Ulysses van James Joyce, respec­ tievelijk I’ll go on en I will Yes. Het laatste hoofdstuk van deze beide boeken is telkens een monoloog, uitgesproken door een onidentificeerbare ‘zelf’. In I’ll go on I will Yes liet Bircher twee zwarte vormen op de grond zien. Het waren uitvergrotingen van de punten die volgden op de laatste zin uit de originele handgeschreven manuscripten van Beckett en Joyce. De uitvergrotingen leken net zwarte gaten waarin de ruimte werd opgeslorpt. Bircher probeerde op die manier weer te geven wat normaal gezien niet kan weergegeven worden: het bedachte einde van een verhaal, en op een hoger niveau van een levensverhaal. Beckett zei zelf dat zijn eigen taal een soort van sluier is die moest weggetrokken worden om de leegheid te zien die er achter lag. Het is die leegte die Bircher op zijn beurt wil weergeven. In het punt ligt een oneindige plek waar ruimte en tijd samenkomen en ophouden te bestaan. Een plek waar de fysieke wetten, taal en representatie afgebroken worden. Als mens kunnen we ons moeilijk neerleggen bij zo’n einde, gaan we op zoek naar een ander beeld dan wat er te zien is en trachten we een andere betekenis te vinden voor de woorden die we lezen. Net als in Don’t stand so close to me, dat in het Festivalhuis getoond wordt, zoekt de kunstenaar met Signal verder naar dat onvatbare. In het Klooster is zijn zoektocht toegespitst op de vraag ‘Waar zal het ooit allemaal eindigen?’ Het werk is geba­ seerd op een button die een personage uit de film The Truman Show draagt, waarmee ze naar de misleidingen en leugens verwijst die de show inhoudt. Bircher transformeert deze button tot een groot verkeersbord dat vragen stelt bij het bedrog in ons eigen leven, al doet die schreeuwerige materiaalkeuze de geladenheid van de existentiële vraag ook weer teniet.

246


Signal 2006

KLOOSTER

247


KLOOSTER

Ro e l a n d Tw eelinckx 1970, België Forgotten steel girder 2012 Support carriers 2011 Composition with sockets 2014 Roeland Tweelinckx is een Belgische kunstenaar die vooral sitespecifieke interventies maakt in expositieruimtes of openbare plaatsen. Hij maakt gebruik van dagdagelijks materiaal, waar­ door hij met zijn ingrepen op subtiele wijze met de omgeving en ons waarnemingsvermogen speelt. Zijn werk heeft een hoog trompel’oeil-gehalte, wat voor een licht gevoel van verwarring zorgt bij de kijker, maar tegelijk een uitnodiging is tot een meer geconcentreerde blik op de realiteit. De kunstenaar transformeert op die manier de dagdagelijkse werkelijkheid die we zo gewoon zijn dat we er niet meer op letten. Tweelinckx stelt vragen bij de zinvolheid van vastgelegde beteke­ nissen. Hij plaatst de realiteit in een nieuw, ander kader en het kader in een nieuwe, andere, realiteit. Misschien heeft hij onbe­ wust wel op biogeografisch wijze de overtuiging van René Magritte geërfd om als kunstenaar de realiteit te willen uitdagen en in een ander perspectief te plaatsen, met een overtuigd geloof in de mogelijkheid om een nieuwe wereld te construeren. ­ Tweelinckx verheerlijkt de niet-betekenis, vanuit het misschien wel surre­ alistische standpunt dat betekenissen niet zo evident zijn als we menen. Hij vindt geen nieuwe wereld uit, maar vertrekt van de bestaande en voegt er hier en daar nieuwe accenten aan toe, of verschuift wat er al aanwezig is.

Met kleine ingrepen creëert Tweelinckx surrealistische situaties en kortsluitingen. Hij laat pilaren zweven, buigt stalen balken en plaatst dragers onder een plafond. Zijn stijl balanceert ergens tussen die van John Massis en David Copperfield. De kunstenaar werkt niet met marmer of brons, maar met stopcontacten, buizen, schragen en plinten. Zijn aandacht verschuift van het schilderij aan de wand naar de eigenlijke wand. Alsof hij een loodgieter of elektricien is van de conceptuele kunst. De werken van Tweelinckx vallen niet op door hun knalgehalte, ze zijn geen opbod van schreeuwerigheid in onze extreem gevisualiseerde maatschappij. Ze vallen alleen op als je ze vindt.

248


Forgotten steel girder 2012 & Composition with sockets 2014

KLOOSTER

249


KLOOSTER

P e t e r De Meyer 1981, België a sculpture a day 2015 ik 2012 coda 2014 Peter De Meyer stelt zich op als een aandachtig waarnemer van zijn omgeving en onderzoekt het complexe proces van observatie en perceptie door middel van verschuivingen in context en ­ betekenis. Een groot deel van zijn werken vertrekt vanuit de gedachte dat objecten, ideeën en situaties, zowel in het individuele als in het collectieve geheugen, verankerd zijn in associaties. Aan de hand van subtiele ingrepen en creaties doorbreekt De Meyer be­ paalde verwachtingspatronen en creëert hij de voorwaarden om het onzichtbare zichtbaar te maken. Het werk van De Meyer neigt naar het conceptuele, maar behoudt steeds een verhalend karakter. Dat is onder meer het geval wan­ neer hij reflecteert over de codes en systemen in de kunstwereld en over zijn positie als kunstenaar. Zo stelt hij het specula­ tieve van de kunstmarkt en de kunstkritiek in vraag zonder zijn opdrachtgevers, zichzelf of zijn publiek te schuwen. Deze manier van relativeren was al aanwezig in zijn ouder werk, zoals ik en coda, maar werd steeds belangrijker in zijn later werk, zoals bij a sculpture a day. De Meyer vertrekt van dagdagelijkse objecten en voert er een subtiele ingreep op door, waardoor nieuwe betekenislagen bloot komen te liggen. Hij stelt een actie die vragen opwerpt over de betekenis van kunst. Waar zit het verschil tussen een gewone doos zakdoeken en eentje die op een sokkel wordt geplaatst op een tentoonstelling, zoals bij a sculpture a day? Je zou kunnen denken dat De Meyer met zijn kunst letterlijk troost wil brengen. Een IKEA-potlood wordt iets bijzonders doordat de letters E en A al verdwenen zijn door het potlood te slijpen. Alleen IK blijft over. Het potlood krijgt plots een compleet andere betekenis, met een nadruk op het individualistische consumptiepatroon van de hedendaagse mens. In de achterste kamer van het Klooster is coda te zien. De mu­ ziekterm refereert aan het gedeelte van een compositie dat zich afspeelt na de climax, of dat de eindsectie aanduidt. Binnen het oeuvre van De Meyer verwijst het sculpturale landschap coda naar het verleggen van het eindpunt van het verwachte resultaat, het schilderij, naar het proces. Het afvalwater dat als restproduct van het resultaat normaal gezien wordt verwaarloosd, wordt in dit verhaal verheven tot een sculptuur. De Meyer kiest bewust voor een grote hoeveelheid aan bokalen, omdat hij niet wil ­ refereren aan de totstandkoming van een specifiek werk. Je zou er een

250


ik 2012 - courtesy Geukens & De Vil

KLOOSTER

verwijzingen in kunnen zien naar een grote hoeveelheid individuen die, elk met hun eigen achtergrond en beperkingen, samen naar een eindpunt toewerken. Iedereen is hierbij van belang, het gaat voor op het eindresultaat. Vanuit het idee dat in elke bokaal een creatieproces vervat zit, focust coda in de eerste plaats op het gegeven van de tijd en de gedachte dat objecten, ideeën of situaties vaak niet meer zijn dan een halte in een bepaalde ontwikkeling die nieuwe be­ tekenissen genereert. In de tweede plaats handelt coda over het werk van De Meyer an sich, dat door middel van subtiele ingrepen verwachtings­ patronen doorbreekt en objecten, ideeën of situaties in een nieuwe logica onderbrengt. Het contrast met de muren van het Klooster verleent het werk bovendien extra kracht. Ze blijven maagdelijk wit, als onbeschilderde canvassen. Bij de Kerk wordt nog een vierde werk van Peter De Meyer getoond, cross reference.

251


LOCATIE

252


253

coda 2014 - courtesy Geukens & De Vil


LOCATIE

254


LOCATIE

255


HUISJE KLEINE MARKT

Sa s ki a De Coster In n e Eysermans 1976, België & 1988, België Ik wist dat je komen zou 2016 Ze zwemmen onder water en komen aan land Ze kijken om zich heen, doen de deur open Ze ademen diep in en uit Hier zullen ze wonen

Voor de installatie Ik wist dat je komen zou, wordt een onopvallend arbeidershuisje in Watou de set voor een verhaal als een totaalervaring. Het werk is een 3D-soundperformance die specifiek voor Kunstenfestival Watou gemaakt werd door auteur Saskia De Coster en Inne Eysermans, het muzikale brein van popgroep Amatorski en zelfstandig muzikante. De Coster zoekt geregeld de grenzen van de literatuur op en werkte in dat kader eerder al samen met onder andere Rinus van de Velde, Nicolas Provost en recent ook een aantal keer met Inne Eysermans. Ik wist dat je komen zou is de eerste ruimtelijke installatie die ze samen maken binnen het traject dat ze uitbouwen in samenwerking met Andermansland. In hun soundperformances koppelen De Coster en Eysermans de sfe­ rische kracht van klanken aan de muzikaliteit van woorden om uit het geheel een nieuw verhaal te laten ontstaan. In het huisje aan de Kleine Markt van Watou werkt die combinatie van woord en geluid wonderwel in een verhaal waar de bezoeker doorheen kan lopen en dat zich langzaam openbaart. Ik wist dat je komen zou speelt zich af in de beslotenheid van een oude woonkamer, gang en keuken, maar door­ breekt de grenzen van het hier en nu. De kamers vormen een canvas voor de zinnen en objecten die Saskia de Coster op de gevels en doorheen het huis heeft aangebracht. Het huis wordt een zinderende klankkast voor de ruimtelijke klanken van Inne Eysermans. De totaalinstallatie is een intiem onderzoek naar al wie de bezoeker is voorafgegaan in dit huis, op deze plaats, en waar iedereen die binnenstapt, richting zoekt. Het traject brengt het verhaal van een onmogelijkheid, een onnavolgbaarheid, en laat zien hoe mensen zichzelf zoeken in anderen en elkaar eindeloos achternalopen in een keten die lang geleden begonnen is.

256


Ik wist dat je komen zou 2016

HUISJE KLEINE MARKT

257


LOCATIE

258


LOCATIE

259


KERK

P e t e r De Meyer 1981, België cross reference 2014

Voor cross reference voert Peter De Meyer een procedé door dat hij wel vaker gebruikt in zijn kunstpraktijk. Aan de hand van een subtiele ingreep doorbreekt hij onze verwachtingspatronen. De kunstenaar speelt zo met vastgelegde associaties die we aan bepaalde ideeën, situaties en voorwerpen linken. Door de neonsculptuur van een apothekerskruis aan de Kerk van Watou te bevestigen, komt er een nieuwe betekenislaag bloot te liggen van een object dat in onze associatieve ideeënwereld eerder eenduidig van betekenis was. Kan religie helend zijn? Voor de ziel en voor het lichaam? Dat zijn de vragen die De Meyer op een humoristische en indirecte manier aan de kijker stelt. Het apothekerskruis krijgt op deze manier een andere betekenis dan de praktische, richtingaanduidende functie die het normaal heeft.

260


cross reference 2014 - courtesy Geukens & De Vil

LOCATIE

261


KERK

MONIE K TOEBOSCH 1948 - 2012, Nederland Les Douleurs Contemporaines V 1998 Moniek Toebosch was een Nederlandse actrice, beeldend ­ kunstenares en performancekunstenares. Ze was een multitalent dat zich op alle domeinen van de kunst bewoog en zich aan de grenzen t ­ussen de verschillende kunstdisciplines onttrok. Ze exposeerde in ver­ schillende musea over de hele wereld, waaronder het Stedelijk Museum in Amsterdam en Miró Museum in Barcelona. Toebosch maakte ook vaak werken voor de openbare ruimte. Ze werd vooral bekend met haar geluidskunstwerk Engelenzender, waarbij verkeersborden chauffeurs op een bepaalde radiofrequentie wezen. Wie in de auto op de aangegeven frequentie afstemde, kreeg over de hele lengte van de Houtribdijk, bij Lelystad in Nederland, engelengezang te horen. Op willekeurige momenten klonken de woorden hoop, geloof en liefde in vijf verschillende talen door de muziek. Toebosch maakte daarnaast ook een serie van zes kunstwerken onder de titel Les Douleurs Contemporaines, waarvan het vijfde werk in de reeks in de Kerk van Watou te zien is. Honderd grote zwarte luidsprekers laten verschillende vormen van verdriet ­ horen. Samen vormen ze een processie van menselijk leed.  De kunstenares verzamelde voor de installatie ­ geluidsfragmenten van geschreeuw, gesnotter, gehuil en gejammer van vrouwen en kinderen uit de hele wereld en voegde ook haar eigen gehuil toe aan de installatie. Het resultaat is een rondgang langs honderd geluidsboxen die geactiveerd worden door de aanwezigheid van de bezoeker. De geluidsmodules bestaan uit een geheugenchip met geluidsfragmenten die uit talloze verschillende bronnen werden samengesteld: begrafenis- en oorlogsliederen en gedichten, maar ook de bewerkte klanken van muziekinstrumenten. Door die elek­ tronische bewerking worden de geluiden van hun culturele context ontdaan en maken ze nieuwe associaties mogelijk. De kijker, maar hier vooral de luisteraar, maakt zo kennis met culturen van over de hele wereld.

Toebosch laat ons stilstaan bij de intense emotie in de talloze dagelijkse uitingen van rouw waarvan onze wereld doordrongen is. We wandelen mee in een processie van geweeklaag. De associatie met vluchtelingenstromen en de dagelijkse catastrofes waar de kranten vol van staan, maakt Les Douleurs  Contemporaines tot een brandend actueel werk.

262


Les Douleurs Contemporaines V 1998

KERK

263


KERK

Sa m s o n Kambalu Malawi, 1975 The Last Judgement 2016 Samson Kambalu is een Malawese kunstenaar die in Londen woont en werkt. Hij staat op het snijpunt van twee culturen: de tradi­ tionele Afrikaanse en de Westers-Christelijke. De christelijke geschriften en hun wereldwijde invloed vormen een belangrijke inspiratie voor Kambalu. De Bijbel is een rijke bron, maar te­ gelijkertijd een beperkend systeem dat mensen geweld aandoet. Om dat systeem van meerdere kanten te kunnen bekijken en er op speelse wijze afstand van te kunnen nemen, maakte de kunstenaar zijn eerste Holy Ball: een voetbal beplakt met bijbelpagina’s. De toeschouwer krijgt de gelegenheid om de bal op te pakken en ermee te spelen. Zo relativeert Kambalu de loodzware erfenis van het christelijk geloof en andere alomvattende, gesloten systemen. Sindsdien toont Kambalu de Holy Balls in binnen- en buitenland, zowel in musea als in de publieke ruimte. Op Kunstenfestival Watou liggen ze op een wel zeer bijzondere en betekenisvolle plek: de parochiekerk. Kambalu gebruikt in zijn werk overdaad, transgressie, humor en spitsvondigheid om de grenzen van de ideeën over geschiedenis, kunst, identiteit, religie en individuele vrijdom te testen. Zijn werk werd al over de hele wereld getoond, waaronder de Biënnale van Liverpool in 2004, het Internationale Kunstfestival van Tokio in 2009, de Biënnale van Dakar in 2014 en tijdens de Biënnale van Venetië in 2015. Samson Kambalu groeide op in Malawi waar religie nog van groot belang is. Volgens hem willen Europeanen doorgaans niet luiste­ ren naar religie omdat ze menen dat de Europese maatschappij er afstand van genomen heeft, waardoor het moeilijk is om hen er nog voor te interesseren. Volgens hem wordt Holy Ball geapprecieerd door zowel religieuze als niet-religieuze mensen. Hij omschrijft het zelf als volgt: 'Als ik op straat zou staan met een bijbel in de hand, dan zou niemand met mij willen praten. Maar als ik een bal in mijn handen heb, wil iedereen met me praten. De bal treedt op als bemiddelaar tussen het verleden en het heden. Sommige mensen lezen de pagina’s die op de ballen gekleefd werden, sommigen spelen met de ballen, sommigen denken dat dit niet zou mogen, sommigen vinden dit net goed. Iedereen heeft er wel een mening over. Ik groeide op met de Christelijke en met de Nyau religie. De Chewa vinden religie in spel. In het christendom is het spelelement verdwenen. Maar als je kijkt naar het primitieve ­ christendom, dan begon het allemaal met spel. Als je kijkt naar de catacomben in Rome, naar wat de Christenen in het begin deden, dat was zo speels en Christus zelf zegt: "…the greatest among you should become like the youngest…" (Bible, Luk 22:26)'

264


The Last Judgement 2016

KERK

Volgens Kambalu is de open interpretatie van sterkte van het werk. Het brengt het verhaal derlijk naar boven en dat is volgens hem net Kunst moet relaties vormen, mensen verbinden zouden verbonden worden. Holy Ball maakte de naar religie met een toekomstgerichte visie.

Holy Ball net de van elkeen afzon­ het doel van kunst. die anders niet wereld fris en kijkt

'Technologie heeft de wereld klein gemaakt: je kan je niet meer verstoppen. We zien onszelf allemaal als een toevalligheid in de geschiedenis, als een deel van de geschiedenis. We moeten leren over vroeger om ervan te leren en met die kennis moeten we spelen. Volgens mij is er geen manier om dit te vermijden. We kunnen alleen succesvol zijn als we kijken naar de wereld als kosmopolieten. Om te functioneren moet je vandaag naar de wereld als een geheel kijken, het maakt je veelzijdiger. Je moet je bewust zijn van wat er aan het gebeuren is. Als je naar het grote plaatje kijkt, maakt dat het makkelijker om je als individu of groep aan te passen. Alles moet bewegen om te overleven.'

265


The Last Judgement 2016

LOCATIE

266


KERK

Duran Adam (staande man )

voor Erdem Gündüz

Istanbul

stilstaan is niet achteruitgaan het is standhouden

ik ben gewoon iemand als ze me weghalen

zal iemand anders mijn plaats innemen sta op en

schrijf woorden van een dichter op je voorhoofd: blake

whitman pasolini vinkenoog of van vliet: het wordt tijd

dat wij orde op zaken stellen woede verzamelen

druk ons de kop in en we schieten dieper wortel

u wil zo graag dat we zwijgen wel we zwijgen

als vermoord wij zijn de muur waar u tegen loopt

ik herken de wapens en laat ze liggen dit is ons leven

en dit is voor onze het spijt maar mijn

de tijd die we veil hebben vrijheid me u te moeten storen wereld brandt

Michaël Vandebril

267


KERK

Er i k B uijs 1970, Nederland KONG 2013 Erik Buijs is een Nederlandse kunstenaar en is vooral bekend om zijn mensfiguren die hij in beton, brons of aluminium giet. Daarnaast vormt hij ook beelden uit klei of was en snijdt hij ­ sculpturen uit piepschuim. Buijs noemt zichzelf dan ook geen beeldhouwer, maar beeldenmaker. Zijn beelden stellen zich op tegen­ over de wereld, ze staan geaard op hun plek en ogen zwaar en standvastig: ze hebben die plaats bevochten en staan ergens voor. Tegelijkertijd willen ze ook deel uitmaken van die wereld, wat hen ondanks hun krachtige gedaante een kwetsbaarheid verleent. De meeste beelden van Buijs tonen een menselijke gedaante, ze hebben de gestalte van een primaat. Buijs presenteert de sculp­ tuur als opperdier. De gedrongen, gespierde houding die de meeste van zijn mannelijke mensvormen aannemen, staat voor een koppige volharding. Bovendien bevinden de figuren zich niet in hun na­ tuurlijke habitat, je ziet meteen dat ze een beeld vormen van hoe de kunstenaar zichzelf als beeldenmaker ziet: 'hier ben ik, ik sta voor wie ik ben, wat ik doe en hoe ik denk'. Vrij lang hebben de sculpturen van Buijs het aanzien gehad van een monocultuur. Ze leken een op zichzelf aangewezen groep die binnen een territorium een geïsoleerde levenswijze koesterde. De belangstelling van de kijker was daarbij als die van een antro­ poloog die zich gelukkig prijsde dat hij een ­ ongeschonden beschaving in zijn essentie kon observeren. Sinds enige tijd maakt de kunstenaar echter sculpturen die een wisselwerking uit­ lokken. Hij beeldt zijn mensfiguren uit in een voorzichtiger en tastender beeldtaal. Het menselijke beeld is nog altijd de talis­ man van Buijs’ bestaan, maar de figuren die hij nu maakt zijn ge­ rekter en maken een ontvankelijke indruk die bevattelijk is voor gevoeligheden waartegen zijn eerdere beelden zich verweerden. Hun uitstraling is verschoven van kloeke daadkracht naar doordachte geestkracht. De uit de kluiten gewassen, tweeëneenhalve meter hoge sculptuur KONG kan beschouwd worden als de communicator tussen dit eerdere en latere werk. Bij Buijs is KONG een uitgebroken primaat die niet langer binnen zijn eigen gebied kan verblijven. Hij is losgemaakt uit zijn omhulsel. De sculptuur heeft dan ook geen titel, maar een naam: KONG. De verwijzing naar de grote aap uit de filmgeschiede­ nis is nadrukkelijk, al maakt Buijs hem niet tot de illustratie van een filmicoon. Kong is bij hem geen King en ziet er niet zo onverslaanbaar uit als zijn gelijknamig filmpersonage. We zien een kwetsbare gedaante, hoe groot en aanwezig hij ook is. We zien onszelf tegenover een lotgenoot die we willen leren kennen.

268


KONG 2013

LOCATIE

269


KERK

Groei Groei boven jezelf uit. Groei als een bezetene. Ontkiem, rijp aan, tast door. Groei er aan alle kanten ongelooflijk op los. Verwacht niet dat je er al bent met groei in de lauwe betekenis van persoonlijke groei. Zie het groter, extremer. Als een wildgroei. Als een hoogbloei. Natuurlijk, de status-quo zal zeker tegenstribbelen als je hem zo overwoekert met een oppermachtig, levenskrachtig zelfgevoel. Trek je er geen bal van aan. Ga door en groei tot ver voorbij het onbeperkte uit. Omhoog! Omhoog! Laat alles het verstand te boven gaan. Arthur Lava

270


KERK

Vorm Onuitgesproken in een klomp hebben vingers de aarde gemompeld We hebben het ongrijpbare steeds vaster binnenwaarts geduwd Het valt te raden hoe in gebaldheid huilen schuilt alsof het schoonheid is Roland Jooris

271


KERK

Ed u a r d o Basualdo 1977, Argentinië Teoría (Goliath’s Head) 2014 Eduardo Basualdo is een Argentijnse kunstenaar die in Buenos Aires woont en werkt. Basualdo is geïnspireerd door natuurkrachten ­ waar de mens geen vat op heeft. Hij onderzoekt culturele systemen en de manier waarop die de wereld trachten te kaderen en te controleren. ‘I return to the notion of man at the center of the universe like a lucid eye, capable of seeing everything but incapable of understanding and changing it. In my work, man always appears as a victim of overwhelming circumstances’

Het verrassende en indrukwekkende werk Teoría (Goliath's Head) doet denken aan de vorm van een meteoriet. Het beeld domineert de ruimte en bedreigt de kijker met zijn mysterieuze en monumentale massa waarvan de oorsprong onbekend blijft. De kijker ervaart het mysterie van deze architecturale vorm die onze lichamen en geesten domineert, en die ons doet twijfelen en vragen laat stellen. Het werk van Basualdo zet zowel aan tot bezinning over als vrees voor het onbekende. De zwarte massa hangt omhoog met een lichte ketting, waardoor Basualdo ook refereert aan een fragiel evenwicht dat makkelijk verstoord kan worden. De ketting zou kunnen breken, waardoor de massa op de kijker neerkomt, zoals de wetten van de zwaartekracht het gebieden. Teoría (Goliath's Head) is op te vatten als de verbeelding van kosmische dark matter dat het menselijk leven op aarde bedreigt, maar ook als een poëtische reflectie op de huidige informatie­ wereld, de nieuwe chaos waarin we onze weg nog moeten vinden. Basualdo’s werk opent een venster naar een andere wereld. Het laat iets zien van het onzichtbare en onderzoekt de rela­ tie tussen wat de geest ervaart en wat het lichaam voelt. Zijn installaties spelen met onze perceptie en de grenzen van de materiële wereld, en plaatsen de mens in perspectief. Oog in ­ oog met de mysterieuze krachten van het universum, wat blijft er dan nog van ons over?

272


Teoría (Goliath’s Head) 2014

KERK

273


KERK

274


275


TRANSLATION ‘The strength of empathy.’ (…on identity, diversity and empathy) We live in a wonderful world. But there is work to be done. Things go fast. Ruthlessly fast. Too fast for many. And there are many of us. A lot of individuals who all have the right to an identity. A lot of dif­ ferences that cause exhausting but interesting and vital diversity. A mix of people and opinions which has been maintaining and reinventing itself for thousands of years. We get together: in real life, digitally and virtually. To not be alone. Our spoken and visual language is an amalgam. Luckily this is can be bridged: we are actually looking for us. We form groups with like-minded people: locally, regionally, nationally and internationally. We cannot live without the other. We trust and distrust. We take stands. We want to believe in something. We adhere opinions. Sometimes we need to run because of them. Sometimes we become fanatic. Without empathy this leads to conflict. Without empathy we lose our humanity. We shall be empathic or not. History does not lie. ‘Offering help and comfort requires intelligence. The ability to sympathize with the emotions of others is a very old achievement that has rooted itself in our body and mind. Thanks to this ability, named empathy, we can survive as a species.’ says primatologist Frans de Waal who according to TIME magazine is one of the hundred most influential scien­ tists in the world. When Stephen Hawking, anouther great scientist, was asked what was ac­ cording to him the most important realization of mankind, he answered without hesitation: ‘That is empathy, the power to empathize with the thoughts and emotions of others, that power helps humanity to move forward.’ The transcendent poet Arthur Rimbaud wrote: ‘Je est un autre’ – I is so­ meone else. Jean-Paul Sartre said 'l’enfer c’est les autres’. Recently Marc Reynebeau combined this into: ‘Je, c’est l’enfer’: man is his own worst enemy. Human decency starts with empathy. We therefore have to watch the world more generously. ‘You have to accept the time in which you live. There is no other solution.’ states world traveler, photographer and ecologist Yann Arthus-Ber­ trand. After WWI there were 2 billion of us. Today 7 billion people live on this planet. This would not be possible if we would not help each other.

276


TRANSLATION

Because we are often selfish and warlike, more and more people will be migrating in search of a better life. There is no going back: we have to listen to each other. The world belongs to everyone. Other people help us grow and change. Empathy is what connects us. Albert Einstein shared this opinion: ‘…Only the individual can think and thus create new values for society. Even more, only the individual can set new moral standards for the community to live by. Without creative, independently thinking and judging personalities, the upward movement of society is as unthinkable as the development of an individual personality without the feeding soil of the community in which it lives.’ ‘We are constantly slogging to keep our world somewhat liveable.’ says psychologist and author Eddy Van Tilt in his book De schaduw van de verlichting. ‘We are dependent creatures who, like never before, are with all of our fibres and an infinite number of virtual threads linked to other people spread around the world. The consequences of this are huge, but our nature nor our culture offer us adequate holds to handle this new reality. We are playing poker. Not only with the environment, but with the earth as a whole. Only a global approach can turn the now slowly originating violent world back into the great place the dreamers of May ’68 imagined. The we-them-thinking is not only populistic and counterproductive, it is above all stupid and dangerous. We are condemned to working together and to cultivate empathy and justice worldwide.’ On the one hand the artists, poets, writers and other creating people which we bring together at the 36th edition of Art Festival Watou live from this disunity and conflict. But on the other hand they help shape a better society. As artist Benjamin Verdonck formulated this recently: ‘I prefer the symbiosis between art and activism. We present something to think about, an occassion for awareness. We show a way, open possibilities and offer chances to change.’ At Art Festival Watou poets, writers, artists and other creative minds together create an exceptional meeting place. Discover them with empathy. Reflect, so we can all grow together. Enjoy. We love you.

Jan Moeyaert Intendant vzw Kunst / Stichting IJsberg vzw

277


TRANSLATION

EX-SITU

FESTIVAL HOUSE For the third year in a row a visit to Art Fesitval Watou starts at the Festival House at the Watouplein. Here you can find the reception and the fes­ tival shop, as well as various projects that grow in the margins of the Festival. Every week a new work of art is created on The Wall in the open studio at the house. Furthermore the commemoration pro­ ject ComingWorldRemem­ berMe temporarily transform the visitors into ‘artists’.

hereby take up the challenge to create a unique but impermanent work of art on a wall at the Festival House and this in only a few days time. The result is shown to the pub­ lic during one weekend after which the wall is turned into a blank canvas again for the next duo. With this project this summer ten artist duos will bring you a symbio­ sis of word and image in a very short time span. They show us the beauty of transcience. The entire calendar can be found on www.kunstenfestival watou.be.

COMINGWORLD­ REMEMBERME

ME AND THE OTHERS

THE WALL The Wall is a sto­ ryline that keeps growing throughout the festival period and that constantly brings together new artists to cooperate on a com­ mon work of art for Art Festival Watou. An illustrator or a visual artist together with a writer or poet

particle is the base of all matter. The fu­ sion of many particles can lead to miraculous compositions: stars, planets, life. At Art Festival Watou the visitors are invited to literally leave their mark on the fes­ tival in a participa­ tory work of art. All of the I’s together, will at the end of the summer lead to a new, special composition and create a feeling of solidarity.

Throughout the festi­ val period a special installation created together with all of our visitors, slowly grows in the Festival House. The starting point is a magnified dot, a round stamp out of which the word I is cut. The dot is the smallest and at first sight most insignifi­ cant object we can imagine. But at the same time this tiny

278

A little over two years ago we also started the longterm participatory land art project Coming­ WorldRememberMe to­ gether with artist Koen Vanmechelen. In the context of the artistic commemoration program GoneWest/Re­ flections on the Great War we want to focus on the uselessness of war yesterday, today and tomorrow. At this exact moment, milions of children are living in poignant circum­ stances. The need for empathy seems obvi­ ous here. With CWRM we actively want to help


TRANSLATION

those children. You can participate in this project your­ self by creating your own sculpture in the summer workshop at the Festival House. By paying €5,- you become a godfather or god­ mother. Half of your contribution is do­ nated to an organisa­ tion that helps those children that today more than ever need our empathy.

Parlevink, an intimate performance by Ben­ jamin Vandewalle, an afternoon filled with writing and illustrat­ ing at the Postfabriek by Flore Deman and Lize Spit, a surpris­ ing performance by Roy Aernouts and a session by Clean Pete bringing wonderful Dutch songs. The entire calendar can be found on www.kunstenfestival watou.be.

More information on this participatory land art project van be found on www.cwrm.be/en. You can also follow us on facebook and instagram.

CHILDREN’S TRAIL

SUMMER SENSES Art Festival Watou is more than just an exhibition between language and image. Under the title Sum­ mer Senses we plan various events every Saturday and Sunday, thus linking different art disciplines. We for instance offer our visitors an interest­ ing reading session by Frederik Willem Daem, words and melodies that make you dream by

At Art Festival Watou the youngest visitors as well are invited to watch art and taste poetry at exciting locations. The central theme of the exhibi­ tion, the strength of empathy, also reflects in our parcours for children. On the trail especially developed for them, children are encouraged to think about questions such as ‘Who am I? Who are you? And is there a we?’. We invited illustra­ tor Kristof Devos to add color to this walk for children. His enthusiastic and a little crazy fig­

279

ure Miep will guide our youngest visitors on the parcours. Miep has a different way of looking at things and helps the visitors to see things from a different perspective as well. Not only the works of art, but also themselves and the others. Because it is only by watching with generosity that we are open to solidarity. Via an app and an ac­ tivity booklet Miep gives the children various instructions which will help them to explore the art and poetry in a play­ ful manner. And for those who successfully complete all the ac­ tivities, the treasure comes within reach. The treasure hunt at Art Festival Watou is available from the 2nd of July via the app OJOO. It can be downloaded for free beforehand or on the spot. The GPS-signal leads the treas­ ure hunters on their route.

POETIC CINEMA This year our po­ etic cinema is en­ tirely dedicated to


TRANSLATION

the documentary We Are Poets by director Alex Ramsever-Bache. The film shows us how a multicultural group of youngsters from Leeds in times of digital communication decides not to express them­ selves through Face­ book but through the spoken poem. We Are Poets follows the poetry slammers dur­ ing their mental and fysical journey from the repetition rooms of the Leeds Young Authors poetry team to the most prestig­ ious slam champion­ ship in the world, which is hosted close to the White House in the US. In between the overwhelming poems and slamsessions, the viewer gets insight in the lives of the teenagers, who try to find their place in the world through the texts they write. In this way the docu­ mentary is a beauti­ ful time-document that does not only depict the thrilling energy of the youngsters, but that also dismantles the thesis that ‘the youth of today’ is not capable of social in­ volvement.

POEMS IN THE VILLAGE During the previous editions of Art Festi­ val Watou a new poeti­ cal line grew slowly but steadily through­ out the village. This year as well poetry curator Willy Tiber­ gien selected poems of established poets from the Dutch poetry scene to give them a perma­ nent place in Watou. This year we add poems by Leonard Nolens, Christine D’Haen and Joost Zwagerman to the work by Eddy van Vliet, Paul Snoek, Remco Campert, Hugues C. Pernath, JeanClaude Pirotte, Leo Vroman, Miriam Van hee Stefan Hertmans, Ger­ rit Kouwenaar and Marc Insingel.

DRIES VERHOEVEN 1976, The Netherlands — Songs for Thomas Piketty, 2016

On the border be­ tween performance art and installation art, Dries Verhoeven puts the relations between the audience, the per­ formers, everyday re­ ality and art on edge. With his work he hopes to raise doubt about the predominant sys­ tems that unnoticably determine our life and way of thinking. We are nowadays over­ whelmed with calls for help. In our own country poverty is increasing, within Europe we are asked to support the Greek and large groups of refugees are appealing to our hospitality. Economists like Thomas Piketty have shown us that the gap between poor and rich will only grow during the following decades. To resist the constant­ ly increasing lament­ ing our public space is more and more polished and unsetteling ele­ ments are pushed to the sidelines and even removed from our view.

We Are Poets is a film about key themes like identity and diversity which literally shows the power and strength of poetry.

280


TRANSLATION

As a result the idea of public space as the mirror of society is vanishing. On different locations in Watou you can find ‘begging gettoblast­ ers’. On them a tray for coins. The getto­ blasters are singing old community songs and are asking for a contribution. Songs for Thomas Piketty for a brief while puts the needy back in the pub­ lic space. It asks the passers-by to dwell on their own discomfort: do we need the poor to talk about poverty? Is it possible that we feel more empathy for a machine than for the person it represents?

1 festivalhuis KARINE BONNEVAL 1970, France — Il me semble, 2002 — Tu y songes, 2002 — Ce que j’ai à te dire, 2002 — Je voulais te dire, 2002 — Tu comprends, 2002 — Les ondes, 2002 — En travers de la gorge, 2002

struction that enables us as humans to ex­ press our relation to the world. From this fascination she devel­ oped the série conversations, a series of mouthmasks on which she put short sentenc­ es in pastaletters, representing typical idiomatic French ex­ pressions. The masks ressemble the objects that were used in ancient ori­ ental tribes and they seem like relics of a ritual gathering. But what Bonneval actually does, is import new ritual functions so we become aware of behav­ ior and words that we nowadays do not use consciously anymore. série conversations can be seen as a pseu­ doscientific study of lingual conflicts between people. It is not a coincidence that whoever would put on the masks, would not be capable of speak­ ing anymore. They emphasize the inabil­ ity to put something into words, to express yourself as a human to the world and other people.

Karine Bonneval is strongly fascinated by language being a con­

281

CLEON PETERSON 1973, US — Masters of Death, 2016

Cleon Peterson creates paintings that show chaotic and violent scenes. Aggression and brutality are every­ where and they fill the entire image. The violence is somewhat subdued because it is performed by semi-re­ alistic two-dimension­ al figures. It makes the images both absurd and iconic at the same time. With his battle scenes Peterson wants to depict the struggle between power and sub­ jection in our current society. His paintings are always painted monochromously and are often executed in large sizes. He of­ ten uses long and high blank walls in the public space as a can­ vas for his work. This enables him to direct­ ly confront his images with the audience.


TRANSLATION

According to Peter­ son there is a lack of empathy in soci­ ety because a lot of people feel outsid­ ers, excluded from society. With the violence Peterson does not want to shock, he simply wants to show the world as it is. Every day the media expose us to vio­ lence and gradually a sense of distance has grown between us and the events we learn about on the news. Art can play an important role here, Peterson says. It creates an almost sacred moment and place in which you can think about the subject and the emotion of the im­ age and transfer these thoughts and emotions to your own life. The frozen battle scenes depicted by Peterson aim to create just such a pauze.

ANDERS KRISÁR 1973, Sweden — Untitled, 2014-2015 — Bronze/Wax #1, 2006-08

In the work of An­ dres Krisár the human body is often used as a motive. Because his sculptures are mostly truthful, his work is often disturbing and provocative. It shows us our fysical and psychological bounda­ ries, which define us as humans but at the same time distinguish us from each other. His violated heads, torsos without limbs and cloven bodies are personal reveries on the question ‘Who am I actually?’. For Untitled the ma­ teriality of the body becomes the subject. The artist swapped the two halves of a lifesized cast of a boy and placed them next to each other, holding hands, as if they were two clones grasping each other. Splitting, mirroring and doubling are recurrent themes in psychoanalysis. Untitled at times shows the very violent men­ tal damage people can suffer from. For the artist this is a very personal theme as his father suffered from schizophrenia and his mother had a bipolar condition. The contact between sculptures is key in the work of Krisár. For him this is a visual and direct way to re­

282

search how we as people influence each other. In Bronze/Wax#1 we see the faces of the artist and his mother. As soon as the bronze head of his mother starts warm­ ing up, the wax mould of Krisár slowly loses its shape. The artist created a very intimate sculpture from which, despite the marks of damage and decay, a strong feeling of long­ ing radiates. A long­ ing to be affected and formed by the other.

PASCAL BIRCHER 1972, United Kingdom — Don’t stand so close to me, 2012

In his work Pascal Bircher combines ele­ ments from his per­ sonal world and the collective mythology with examples from reality and fictional elements. With these references he tries to understand and grasp the inscrutable. Since 2002 Bircher has been working on a col­ lection of tape-meas­ ures that represent different distances measured at specific moments between him­ self and others. In Don’t stand so close to me we find a small operation that radi­ ates a stronge poetic


TRANSLATION

power; we can liter­ ally see the inevita­ ble distance that is always present between two people.

TAYEBA BEGUM LIPI 1969, Bangladesh — Agony, 2015

Tayeba Begum Lipi is one of the most im­ portant contemporary artists from Bangla­ desh. Her paintings, drawings, videos and installations often deal with the female position in society and focus on the fe­ male body. The artist is best known for her sculptural works, for which she creates eve­ ryday household objects using razor blades and safety pins. Lipi con­ sciously chooses to use razor blades and not only because they are provocative and visual­ ly interesting. To her they are also linked to the violence to which Bengal women are often exposed in her home­ land, to the racism she experiences when trav­ elling abroad and very specific to the tools that are being used in the birth process in less developed parts of the country.

Agony is one of her works produced out of stainless steel razor blades. We see three wheelchairs com­ pletely built out of custom-made blades. The work shows a di­ rect reference to the pain of growing older and the wounds af­ flicted on people during their lives. For Lipi the work is about the limitations with which the women in Bangaldesh live, but which can also be seen on a more uni­ versal level. And in a way those are even the limitations every human tries to live with, as an individual and in relation to others.

LUK BERGHE 1954, Belgium — Dr. Stein - Part of the UTOPIA Collection, 2013

Since 2005 Luk Berghe has been making draw­ ings as a form of a process of thinking, considering and sur­

283

veying. His drawings together constitute a labyrinthine unity with Utopia Collection as its overarching ti­ tle. Berghe visualizes his determinations from personal and col­ lective archives in a subjective manner and thus creates his prop­ er train of thoughts. In the painting Dr. Stein - Part of the UTOPIA Collection we recognize the im­ age of Frankenstein. To Berghe the image of Frankenstein as a figure out of a film is not a subject but an object. It is a key work for the artist because he portrays the makeable human in his suffering, but without any feeling. Berghe chose to depict the Frankenstein-fig­ ure out of the epony­ mous film from 1931 because this image is part of our collec­ tive visual memory. He portrays the make­ able person in one of the few moments of the film in which the mon­ strous figure seems to be showing a real emo­ tion. It is the emo­ tion of regret about his own existence. Berghe drapes a nurs­ ing cloth against the bleeding in the neck of Dr. Stein as an act of compassion.


TRANSLATION JEPPE HEIN 1974, Denmark — YOU MAKE ME WONDER, 2014

everyone wonder is hidden in an intimate and personal space and only surfaces when it is addressed in a di­ rect and pure manner.

MAEN FLORIN

At first sight the sculptures of Jeppe Hein seem very simple and in their formal design they resem­ ble the conceptual and minimalistic art of the seventies. But when the visitor ap­ proaches the works, the works get an extra dimension. The sculptures of Hein react to human pres­ ence and remind the spectators of their own important role in activating the commu­ nicative possibilities of art. A conversation is started between the spectator, the scenery and the work. Hein accomplishes this dialogue with a broad sense of humor and leaves room for a sur­ prise effect. YOU MAKE ME WONDER speaks to the visitor on a personal level, while the formal ex­ ecution and the clam­ orous presence at the same time nullify the implicit intimacy. Comparable to how for

1954, Belgium — Wrongface, Dotty, Pink Rat, Hug en de anderen, 2007 - 2016 — Silence, 2006 — Big pink head, 2010

On the first floor of the Festival House Maen Florin shows several of her large and small figures which she finished in a classical way by modelling, molding and casting them in rub­ ber, epoxy and polyu­ rethane. Each figure is individually manip­ ulated, with different colors, additions and omissions. The figures barely have contact with each oth­ er. The eyes are often closed and if they are open, the figures are looking away. You can see this as a refer­ ence to how our ex­ change of feelings also suffers more and more from a series of little and bigger screens on which we see, read and

284

scan the world. Some of the figures seem to come straight out of a fairytale, innocent and naive, while oth­ ers seem to loom out of a nightmare. We see malformations and dis­ proportional heads. But Florin does not want to create sciencefiction, the figures are all about hurt. The figures are usu­ ally fairly smaller than ‘regular’ peo­ ple, which causes the sculptures to evoke a certain feeling of compassion. Further­ more the works mainly move us because of the recognizability. Exactly in this almost unpredicatable variety of identities we often see the human falli­ bility. Human defects, fear and grim sides are enlarged. Pos­ ing in an understated manner and seemingly convinced of the power of their imperfection the figures seem to be forming a tableau vivant. A mirror of humanity through which failure is turned into beauty. Despite all the above, the figures also radi­ ate a form of posi­ tivism and power. And this must be the most important interference of Maen: showing the power of imperfection.


TRANSLATION

2 GEMEENTEHUIS BAS OVERBEEK 1989, The Netherlands — The Natural Default Setting, 2015

The content of the work of Bas Overbeek is mainly character­ ized by a searching and critical posi­ tion towards society, in particular on the structures and systems that authoritarian demarcations cause in our daily life and the way these relate to humans. At the moment Over­ beek is working on a research project in which the series The Natural Default Setting plays a central role. From his aware­ ness that the world is part of the commons, the artist questions the boundaries that are set for us and the boundaries we impose on ourselves. Demarcations, like barrier tape, are a consequence of agree­ ments made by authori­ ties, for instance to stimulate clarity. There are two possi­ ble options as to how we can deal with those

agreements, a policy or a legislation: we can obey or we can disobey. Behind the research of Overbeek and his critical view on soci­ ety there is a desire for a different way of dealing with the everyday structures. Rules could also be frameworks which give direction to an indi­ vidual, according to Overbeek. Would it not be great if we, as an individual with our capacity to make our own decisions, were taken seriously, in an environment where there is genuinely room for personal de­ velopment?

FRONT404 2010, The Netherlands — PanoptICONS, 2010

FRONT404 is a collec­ tive of artists that consists out of Thomas voor’t Hekke and Bas van Oerle. This duo mainly creates inter­ active installations

285

and wraps its criti­ cism on society in humor. 24/7 surveillance is almost self-evident when it comes to liv­ ing in a city. But how normal is this really? That is the question FRONT404 poses with the work PanoptICONS. According to the artists we too eas­ ily give up our pri­ vacy to companies and authorities because we are often not even aware of the informa­ tion we share, espe­ cially online. That is why FRONT404 feels it is important to make people aware of the inherent importancy of privacy. On and around the town hall of Watou they placed city birds with surveillance cameras as a head. PanoptICONS makes the daily breach of our privacy personal and tangible. Only when you start to focus on the num­ ber of cameras placed in a city, you realize how many there actu­ ally are. These cam­ eras share almost the same ecological niche as city birds that frequent busy places in the city where they watch passers-by, mainly to see if they drop any food. This is how the idea of the camerabirds, which


TRANSLATION

they named PanoptICONS, came into being. The panopticon, which means all-seeing, is an architectonic principal to control, guard, study compare and discipline groups. FRONT404 lets the cam­ erabirds perform these tasks. They are birds feeding on the pres­ ence of the visitors.

ECKART HAHN 1971, Germany — One World, 2015

Eckart Hahn creates surrealistic artwork which he constructs out of three-dimen­ sional collages of photographic and real­ istic images. In this way Hahn originates illusions that remind us of dreams and hal­ lucinations. This is also the case for the work which can be seen at Art Festival Watou. It is a surrealistic image that is still recognizable for the spectator. The fire in One World was made by a fire­ works maker who pro­ vides the special effects for operas and films. The fire was provoked by an explo­ sion of pollen. Hahn

took different photo­ graphs of the explo­ sions and combined them into the image of the world map which can be seen in the lightbox. Hahn did not use any computer tech­ nology to create the image. Hahn shows a terrible vision of the world which is completely on fire. You can see a reference here to the different fires in the world. Hahn puts fire to the entire map of the world, all of the continents are on fire and are doomed to be turned into ashes.

DOMINIC MCGILL 1963, United Kingdom — Love is The Only Shelter, 2002

Dominic McGill his work is architectural in scale and overloads the spectator with a large quantity of text and images. It makes the spectator feel like he is in the mid­ dle of a brainstorm.

286

In a lot of his works Mcgill raves about the lessons and moral codes out of the Bi­ ble. Love is The Only Shelter shows a clas­ sical, white, wooden American chruch. Sand­ bags are lying in the hall and the entrance is defended by a ma­ chine gun. The church is placed high upon a hill which is cut in half. This lets you see the space under­ neath the church. Next to the cellar of the church, some tunnels were dug which lead to a bunker under­ neath the ground. The weapons and tunnels refer to Ethics at the Shelter Doorway by Father McHugh, an early nuclear moralist who claimed it was al­ lowed to shoot anyone who wanted to hide in your familybunker at the day of the Apoca­ lyps. The concept is also known as the Gun the Neighbour debate in different reli­ gions. Love is The Only Shelter not only refers to a protest slogan from the six­ ties. It also makes us wonder whether we are predestinated to pro­ tect ourselves against outside influences.


TRANSLATION ROBERT GLIGOROV 1959, Macedonia — H2O, 1999 – 2000

With his works Rob­ ert Gligorov wants to excite the imagination and wake us all up. Because we are living in a society in which we, to a certain de­ gree, have become used to difficult and ex­ treme forms of visual communication, Gligor­ ov takes this one step further. In H20 as well he cre­ ates a sensational short circuit between the real and the imag­ inary. Birds and fish seem to be gathered in one aquarium. It is astonishing to see these exotic animals together in the same installation. Only when you look at it more closely, you see how this was practi­ cally done. With this installation Gligorov wants to address the wonder of the specta­ tor and go against the expectations of what we normally expect to see in an art exhibi­ tion.

Eventhough the in­ stallation shocks at first, essentially Gligorov brings a story of harmony. The two species each have a different natural habitat. By placing them together in the same small microbio­ tope, Gligorov unites these two species. Small adaptations in both biotopes make it possible for both ani­ mals to live together. They breathe the same air. The artist thus in a shocking and in­ direct way reflects on our community.

RINKO KAWAUCHI 1972, Japan — Untitled (166), 2009

About the Japanese language is often said that it formu­ lates impressions rather than findings. This assertion seems to apply perfectly to the pictures of Rinko Kawauchi. Her textless books illustrate the world; they expose the powers and character­

287

istics that rule her and the creatures and things out of which she exists. By observing with great sharpness the living as well as the lifeless Kawauchi shows a deep respect for everything that surrounds her and she lets the objects speak for themselves. She thus praises the beauty of the world and the everyday, while she examines the characteristics, sur­ face and source of all that is living. When Kawauchi photographs, she lets the objects express themselves in all their simplicity, bareness and truth. She finds this truth because she takes the object for what it is. In Untitled (166) we can see poetic rev­ erie but Kawauchi does not feed this herself. Standing in front of her pictures, you can experience the strange feeling that the light does not only reveal but also blinds. This paradox comes back in the colors and forms that have a tendency to show the opacity of things. We see a de­ tail of a plastic bag full of fish, swimming closely together. It is a pure image with dif­ ferent poetic layers. And might that not be


TRANSLATION

the core of Kawauchi’s argumentation? That poetry is an organic, teeming phenomenon, that cannot live with­ out the roots that al­ low it to grow?

COLIN WAEGHE 1980, Belgium — Antipode (Johnny), 2011

The work of Colin Wae­ ghe is visually char­ acterized by a mix­ ture of autobiographic elements, news frag­ ments and images taken from social media. His painting style is a re­ flection of how Waeghe perceives the world: not as a station­ ary form of existing, but like a constantly changing mass, like moving molecules. Antipode (Johnny) is part of the series Alternator / 23 Postcards from the Antipodes from 2011. The name Johnny in the title refers to Johnny Weissmuller, the meantime dead swim­ ming champion who will always be identified with Tarzan, one of the childhood idols of the artist.

printed in one copy. They were made and sent from the jungle. In the spectrum going from political activ­ ism to social escap­ ism the engaged artist finds himself somewhere in the middle. ALTERNATOR - 23 Postcards From The Antipodes tells us that the meeting place of the melancholies and the polictical and aesthetical tragedians is the jungle; not the natural jungle, but the anti-establisment sanc­ tuary that is at cru­ cial places populated by the rare birds put on the scene by Colin Waeghe. A place that is open to those who dare. For those seeking meaning this place is its own antipode, as it tells them that their goal and destiny are no more or less than the romantic desire in itself.

REGINA JOSÉ GALINDO 1974, Guatemala — Tierra, 2013

Regina José Galindo is a visual artist who mainly creates perfor­ mances. In her work she explores the ethic universal implications of social injustice, which often is relat­ ed to racism, gender inequality and other uneven distributions of power. Galindo succeeds in translating personal anger and injustice into strong and im­ pressive public per­ formances that demand answers, that want to extinguish ignorance and that point out the strength of empathy in learning to under­ stand the others more. Tierra is based on the anger of a historical event in her homeland. For 36 years Guatemala suffered one of the most bloody wars ever. During the Guatemalan Civil War, from 1960 to 1996, a genocide took place whereby more than 200,000 people died. In Tierra the artist criticizes this part of history of the country, without wanting to make a didactic statement with direct references. By means of a poetic image she shows her impotence and anger. We see the artist stand­ ing naked and power­ less in the middle of the grassfield, while

Colin Waeghe’s Postcards are pamphlets

288


TRANSLATION

a bulldozer is dig­ ging away the earth around her. The artists becomes more and more isolated and in the end she is left standing on an island. The image of the isolated and help­ less body of Galindo faced with the immense power of the bulldozer allows different poetic readings. But what Galindo mainly shows, is how a lack of empa­ thy can lead to differ­ ent people standing on different islands, with a deep pit in between them.

ANNO DIJKSTRA 1970, the Netherlands — Shot at Dawn (SAD), 2016

Anno Dijkstra models sculptures to slow down and to bring back the absent image. In his work Dijkstra wants to restore the fysical and emotional relation of the viewer and the image and in this way recover our own responsibility for what we see. He does this by making the blunted images pre­ sent again as fysi­ cal three-dimensional objects that take up space in our universe.

While the artist in previous work ques­ tioned our responsibil­ ity for events which have become anchored in our collective memory through images shown to us by the media over and over again, he now takes a step back and wonders what it means to be lifted out of anonimity and to be exposed as an image to countless invisible eyes. Shot at Dawn shows a scale model of a monu­ ment that in September 2018 will be part of the exposition Shot At Dawn in Poperinge. It is a typical WW1 monu­ ment showing a soldier on a pedestal, heroi­ cally holding his arm up in the air. He looks invincible. But the sculpture is slowly toppling. Exhausted by the overwrought pos­ ture, the appearances and the high expecta­ tions the monument is lying down. As a spec­ tator you are confront­ ed with fallen heroism. Because of its tilted position we are able to watch inside the sculpture. The pedes­ tal now ressembles a funnel through which we could pour down the present. Maybe this might shed some light on the darkness? Or is the pedestal ac­ tually a horn from

289

which the past tries to shout out something to us? The portrayal of heroism seems to be a wafer-thin skin of half a centimeter of bronze surrounding a pitch-black bubble.

FILIP MARKIEWICZ 1980, Poland — Fake protest songs karaoke, 2015 — The world is a stage but the play is badly cast, 2015 — The Life and Death of The Forest, 2015 — Economie de la faim, 2011 — Golden Empire Fox, 2015

Filip Markiewicz is a multidisciplinary art­ ist who expresses him­ self through drawings, videos and installa­ tions with which he wants to create a co­ herent visual oeuvre. Markiewicz is con­ stantly looking for explanations for our daily lives. By adding criticism and a cer­ tain political twist to newsfacts, he em­


TRANSLATION

phasizes the emptiness of our over-productive visual world in which the news becomes re­ ality instead of the other way around. His desire to turn back to pencil and paper comes from the need to use drawing as a widespread technique of expression that leaves a real print in a mostly digital world of abstract evidence lead by forms and colors. Where capitalism has become an ideology and banks have become the new cathedrals of mass expression, ­Markiewicz asks questions about some aspects of dis­ content amongst the Europeans: social wel­ fare, migration, wars outside our borders, religious fundamen­ talism, the use of national and private wealth and the worth of art as a reflec­ tion of culture. With a sometimes sour sense of humor, but with­ out any cynicism, he invites us to look at the paradoxes of a Europe that is con­ fronted with a serious existential crisis, but which nevertheless tries to embody the values for which mi­ grants are willing to risk their lives.

3 RODE HOED GIJS ASSMANN 1966, The Netherlands — Sinnepop (I) (on Katharina Detzel), 1999

Gijs Assmann creates sculptures, ­drawings and images to be placed in the public space. Topics like the human condition and transience are recur­ rent themes. Sinnepop (I) (on Katharina Detzel) is a lifesized figure based on a picture of the psychi­ atric patient Katharine Detzel who is holding a self-made man-doll. Detzel was born in 1872 and was brought to a psychiatric hospital because of illegal ac­ tions: she was accused of performing abortion, which actually meant that she was helping other women in need. In the institution she wrote pamphlets against legal injustice, like prostitution, and plot­ ted political attacks. She also produced dolls

290

representing life-sized men, made from bags filled with straw. De­ tzel was killed in 1941 in the context of the Nazis euthanasia-pro­ gram for the deficient. The title of the work also refers to the emblem book Sinnepoppen by Roemer Viss­ cher. In this case the work is to be seen as Alleman, an attempt to create an adult cuddly toy, onto which vari­ ous meanings can be projected, depending on the situation. Ass­ mann himself sees his sculptures as Vanitas sculptures, figures in which he tries to bundle contradictions and emotions which are difficult to talk about. His figures want to be cherished, as does every human. At Art Festival W ­atou his Sinnepop is positioned in a glass ­ showcase, condemned to complete transpar­ ency, visible from all angles. A vulnerable position.

RIK MEIJERS 1986, The Netherlands — Beminnend gesproken, 2016


TRANSLATION ARNAUD ROGARD 1977, Belgium — Alle mooie dinge is verdwene, 2014

Arnaud Rogard is a drawer, dancer, ac­ tor and poet. He has a dreamy and modest style, is graceful in his dance moves and accompanies words with elegant gestures. His fragile drawings and images are subtle and full of poetry. Rogard works with nonprofit organisation Wit.h, a socio-artis­ tic workplace based in Kortrijk. As an or­ ganisation they want to challenge people with a mental disorder in order to help them evolve artistically. They discovered that Rogard was a thorough­ bred artist with enor­ mous perseverance, a distinct artistic vi­ sion and a strong will to create. An artist wanting to be chal­ lenged. In 2013 the artist started an intense working process led by Hein Mortier. In May 2014 the solo Alle mooie dinge is verdwene opened. In this performance Rogard

dances on the line of his life. He is look­ ing for Isolde, a her­ ring gull. Alle mooie dinge is verdwene grew from a multitude of improvisations, dance trainings, stories and autobiographical ele­ ments. Rogard and Mor­ tier took inspiration from the book In the country of last things by Paul Auster, sub­ merged in the world of mythology and in the underworld and found imagery in On Ugliness by Umberto Eco. But the common thread in the performance re­ mains the imagination of the artist. His fantasy pictures seem to be translated to reality by his dance movements.

4 DOUVIEHOEVE ALEX SETON 1977, Australia — Refuge, 2015

Alex Seton makes pictures, videos, sculptures and in­ stallations in which he explores the com­ plex relation between form and content. Seton is best known for his marble sculp­ tures, which show great skill. The art­ ist succeeds in mod­

291

elling unexpected and light forms from this robust material. His sculptures represent very normal people and objects, but are at the same time also very symbolical. Seton combines the legacy of classical sculp­ tural art with topical themes and in this way literally and figura­ tively gives weight to contemporary themes. Refuge is part of a new series of works for which Seton chose the international refugee issue as a theme. We see a marble execution of a refugee on a raft. The image was first exhibited during the exposition The Journey in the Galery Paris-Beijing. In this exposition the universal elements of the travel story were explored. The narra­ tive structure of a quest or a journey is since centuries con­ nected to traditional storytelling. During a quest there are always some obstacles and sacrifices which the hero needs to overcome to reach his goal. Seton looks for these narrative elements in the travel stories of the refugees. For the first time he looks at these issues on an in­ ternational level and emphasizes the strug­ gle of every human.


TRANSLATION

Seton is convinced that the biggest strength of his sculp­ tures lies in the fact that they are handmade and that the material forces him to work attentively and care­ fully. Because of the choice of material his work is linked to classical sculptural art. But at the same time he claims popular images which everyone knows through the me­ dia. An analog artist feeding on the digital world.

JOHAN CLARYSSE 1957, Belgium — Change is coming (Erst das Fressen, dann die Moral), 2008

Johan Clarysse cre­ ates paintings, draw­ ings and collages. He creates still images in order to express, explore and ask ques­ tions. His paintings want to be mysterious in a lucid way. They formulate questions about the status of the image and that of

the art of painting and his work concentrates on the complexity of our human condition. The images attract and confuse, conceal and reveal, analyze an im­ age and at the same time invigorate it. In this way an intriguing oeuvre originates, full of double meanings and references, an oeuvre that is playful as well as serious, clear as well as ambiguous and emotionally subdued as well as intense. His works create a pauze in the flow of images we are bombarded with every day. The ambiguity of our human incentives and desires and the themes of identity and the power that cohere with this are recurrent mo­ tives in the work of Clarysse. Painting is for him a way of get­ ting a grip on the world and on himself, on that which somehow always seems to escape us all. But it is also a never ending odys­ sey, a quest whereby the paint steers and determines the in­ ner dynamics of each painting. Clarysse likes what he him­ self calls ‘elegant hitches’, which make the painting excit­ ing. Framing, light deformations in per­ spective, the additon of texts or emblems,

292

an abstract form in a mainly figurative image, playing with detailed versus unfin­ ished parts… These are all examples of intui­ tive decisions which constantly draw the spectator back to the level of the image.

JUAN MUNOZ 1953-2001, Spain — Conversation Piece II –1/1, 2001

Juan Muñoz is con­ sidered to be one of the most complex and unique artists of this world. He sees himself mainly as a story­ teller. At the start of the nineties Muñoz started creating narrative works. In doing this he broke the boundaries of traditional sculptural art. His installations consist out of fig­ ures, a little smaller than life-sized, that relate to each oth­ er in an open and at the same time closed way. Muñoz’s sculp­ tures are monochrome, colored leadgrey and waxbrown and because of their modesty and their identifiabil­ ity they appeal to the spectator. But at the same time their lack of individual char­


TRANSLATION

acteristics create a feeling of discomfort. Muñoz does not want to translate a body into a tangible thing. His figures represent a hu­ man condition: aliena­ tion, speechlessness, an almost autistic lack of communication and loneliness. Under the title Conversation Piece Muñoz made different groups of figures. They all ressemble mythologi­ cal hybrid creatures and are an example of how the artist time and again tried to create a figura­ tive image that is not recognizable but rather alienating. He mainly wanted to focus the attention on the figures being differ­ ent. The figures don’t have legs and are captured in a bodice that looks like a bag. Their ball-shaped base makes them very unsta­ ble, shaky figures and their arms are life­ less, like the limbs of a moppet. The bald skulls, the closed mouths and eyes add to their dehumaniza­ tion. Muñoz in advance deprives his figures of the illusion of movement, sight and speech. The space be­ tween the sculptures is as important as the sculptures themselves. Eventhough the title and the movement of

the sculptures suggest a conversation, the spectator is denied every form of commu­ nication. The weird figures seem to have a secret alliance. In Conversation Piece Muñoz thus translates a symbiosis of invis­ ibility and silence into a visual mas­ terpiece that con­ fuses the spectator. The distance between us and them can only be bridged by watch­ ing attentively, by patiently discovering the story behind the figures, by generously watching the world and by listening to and talking with each other. Only then we are capable of soli­ darity. Empathy is the key that connects us on this rocky globe.

RAFAEL GOMEZBARROS 1972, Colombia — Casa Tomada, 2016

The artistic projects of Rafael Gomezbarros bring a lot of con­ cern to light about the current political situation in Colombia. But on a more univer­ sal level the art­ ist also explores the duality of concepts like individuality and

293

community, desire and reality, identity and anonimity. The work Casa Tomada consists of a large quantity of sculptures of ants which swarm out over the facades of buildings and other architectural struc­ tures. Together they tell a story about migration, about be­ ing forced to flee and about the feeling of being uprooted which, in times of globalisa­ tion, results from all this. With his opera­ tion Gomezbarros tries to evoke meaningful experiences for the spectator by on the one hand using the space in a visually impres­ sive manner and on the other hand by provoking conversations on and awareness of presentday migration issues. For Gomezbarros the main purpose of Casa Tomada is to initiate debates on human dramas that originate in the confrontation between views of different com­ munities and social systems. Each ant consists out of two molds of human skulls, connected by branches. Two identi­ ties that are being forced to work to­ gether. Casa Tomada represents the aware­ ness of the impact of migration streams on the human existence.


TRANSLATION

It inevitably results in a conflict between two entities, driven by a defence mechanism to protect the own identity. The striking occupation of the ants is only a well thought out interference that wants to depict and question the violent consequences, physical as well as symbolical, of globalisation. In this way the ants are also a metaphor for the hard work done to build construc­ tions, like countries, cities, villages and communities. But they also deduct the atten­ tion from the building as to let time, space and art finally co­ incide. And exactely this could be the im­ plicit reading of the work of Gomezbarros: by working together on a construction we can bring about a change, no matter how small every seperate iden­ tity or move is. The big change will oc­ cur because of various small changes.

SOHEILA SOKHANVARI Iran — TPAJAX, 2012 — Passports, 2016

Soheila Sokhanvari is attracted to traumas that have nestled in the collective con­ sciousness or that cause mass-amnesia. Sokhanvari often plays with the relation be­ tween the title of the work and the actual work itself. For her the experience of her work is not equal to the form of her sculp­ tures. In this way the artist creates differ­ ent layers of meaning under the surface of the work. This metaphoric way of communicating is closely intertwined with Sokhanvari’s Ira­ nian origin. Magical realism and the use of metaphors enable Ira­ nian writers and art­ ists to tell critical stories in between the lines in an autocratic society. It is a way to avoid censorship. TPAJAX shows a stuffed horse that seems to be crushed under the weight of a gigantic, shiny balloon. The usu­ ally strong animal now looks powerless. The title of the work re­ fers to the orchestrat­ ed coup by the British and American intel­ ligence services in 1953 on the democrati­ cally elected Iranian Prime Minister Moham­ mad Mosaddegh, to thus gain more control over

294

the oil supplies in the country. Mohammad Reza Shah Pahlavi was assigned to reign the country as the king and he was closely associ­ ated with the United States and the United Kingdom. This lasted until the Iranian Revo­ lution in 1979, when the prowestern Shah was deposed in favor of a dictatorial Islamitic republic. With her series Passports Sokhanvari looks at the portrait from a different angle than is generally done in art history. The way in which a person is portrayed on the pass­ port photo tells us something about the personal story of the individual but also about his origin, as every passport photo is subject to specific rules. The welfare of a country is reflect­ ed in the design and the watermark on the passport. Now that we are facing the larg­ est fugitive crisis since World War II and passport controls at the borders are com­ mon, you could say that we as humans are more and more judged on our nationality. For Sokhanvari this topical meaning adds an interesting layer of meaning to the way in which we perceive a portrait.


TRANSLATION

Sokhanvari tried to copy the inkstamp of the original passports as accurately as pos­ sible but she replaced the text by old Ameri­ can advertising slo­ gans. In this way she adds an extra layer of meaning. The juxtapo­ sition of the pass­ ports shows the nar­ rative element behind the images but at the same time points out the volatility; in the end these papers as well will be replaced by digital information and they will disap­ pear in oblivion, just like the people in the pictures.

LUK BERGHE 1954, Belgium — KOCMOC - we have never been modern, 2015 – 2016

The KOCMOC-project (KOCMOC being Russian for cosmos) perfect­ ly fits in the se­ ries which Luk Berghe groups as the Utopia Collection. Berghe tries to find an ex­ planation for the po­ litical and geopoliti­ cal issues of today in the modern past. we have never been modern, the subti­ tle he borrowed from

the French philoso­ pher Bruno Latour, is a provocative onliner that is part of this KOCMOC-project. Berghe considers the German zeppelin the Hindenburg as the takeoff of the race for space. It was the very first intercontinental flight between NaziGermany and the United States. The destruction of the Hindenburg seems an almost orchestrated moment in history. The abundant presence of the press and the plen­ tiful filmfragments and photographs certainly contribute to this. It almost seems like a deliberately chosen moment at which the desire for modernity destroyed itself. Berghe added logos of the main news chan­ nels (RT, CNN and Al Jazeera) to the im­ age of the Hindenburg and in this way al­ ludes to the geopo­ litical situation. At the same time he draws the entire debacle closer to us by por­ traying the landscape in which it took place with swampy clay and a dark, threathening sky. This is clearly a Lys-landscape. In the background we can hear communist propaganda music, an important element in

295

the work of Berghe. It gives the spectator a melancholic longing for a better world, built together. The music in this work is cleansing.

ALFREDO JAAR 1965, Chili — Other People Think, 2012

The Chilean artist Al­ fredo Jaar makes films, projects that are rooted in the commu­ nity and installations about topics like the humanitarian crises and the relation between the first and the third World. For Jaar art has to be critical, ‘all the rest is entertain­ ment’. In 2012 Other ­People Think brings a text by composer John Cage under attention. Although Cage was only ­ fifteen when he wrote the text in 1927, his essay already showed a critical and elabo­ rated analysis of the relations between North


TRANSLATION and South America. In this text he stated that it was time for the United States to remain silent: ‘silence on the part of the United States, in order that we could hear what other people think, and that they don’t think the way we do, particu­ larly about us’. The relation between North and South America is nowadays still as unequal as in 1927 and Jaar literally wants to bring this to light. The headlight in which the emblematic words of Cage are shown, is thus a typical work for Jaar in which he criticizes the role of the United States on the interna­ tional political stage.

ROY VILLEVOYE 1960, The Netherlands — Reset (Vienna 1909, 20-year-old Adolf Hitler is Homeless), 2016 Jack, 2010

For Roy Villevoye art is a radical way of exploring ‘where we

come from, who we are and where we are go­ ing to'. It is never a goal in itself but always a way to dis­ cover something else. Many of his works are based on staging, the reenacting of real and conceived events. The wax sculptures he has been making since 2006 are as it were con­ gealed reenactments.

ed as superfluous. A society that wants to make individuals in­ visible, wants them to disapear in the back­ ground, like in the video Jack. The sculp­ ture Reset brings the spectator back to the moment at which the future was still unde­ termined. For Hitler and for the world.

FRANCIS ALŸS Reset (Vienna 1909, 20-year-old Adolf Hitler is Homeless) we approach from the back, but soon the figure of Adolf Hitler is recognizable. At the age of 18, af­ ter the death of his mother, Hitler left for Vienna on a shoe­ string, hoping to be admitted to the art academy there. This plan failed and soon he was forced to find refugee in one of the many shelters which offered meals and a place to sleep to the armies of home­ less and unemployed roaming V ­ienna at the time. The sculpture of Villevoye shows the 20 year old Hitler at this defining moment in his life. For Reset Villevoye takes the life story of Hitler as a start­ ing point to question a society in which ever increasing groups of people are treat­

296

1959, Belgium — When Faith Moves Mountains (making of), 2002

Francis Alÿs shows his vision on the world in figurative paint­ ings, performances, drawings, sculptures, pictures and videos. As an architect he is very interested in cit­ ies and their inhabit­ ants. Sharply and with a big sense of humor he brings attention to different situations with simple but expres­ sive actions. Alÿs cre­ ates engaged art that comes from a boyish


TRANSLATION

naivety: art may not be capable of saving the world, but it can get people thinking. In the performance When Faith Moves Mountains Francis Alÿs tries to do the impos­ sible together with eighthundred Peruvian volunteers: move a mountain ten centim­ eters. The performance was done in the slums nearby the Peruvian capital Lima, in the margins of the Bien­ nial of 2002. At Art Festival Watou you can see the video of the performance. Francis Alÿs himself describes the action as a bib­ lical image: ‘I don’t know whether the dune actually moved but something really hap­ pened in the four hours during which we were digging under the scorching sun. Peo­ ple climbed the hill and shoveled the sand. Something happened that went beyond com­ prehension, it was a small miracle. It was symbolical and at the same time very real.’ The artist calls his actions fables or sto­ ries. They are char­ acterized by an irra­ tional element and a lot of humor. In When Faith Moves Mountains something absurd takes place: an enor­ mous effort is done to

reach a tiny result. At the same time it is just this aspect that gives the work its catching, utopian impetus. The carefully planned action radi­ ates an unconditional belief in the world as conditionable. Art cannot change the world but it can pre­ pare it for change. The performance is a sign of hope in a country that finds itself in a political crisis. Or how faith in change can move mountains.

PATTI SMITH 1946, United States

Patricia Lee Smith is an American singersongwriter and poet who is considered to be one of the found­ ers of the punk genre and who shows a strong rooting in society in her protest songs and poetry. This year, the year in which she turns seventy, we ded­ icate our Hall of fame to her. The emphasis is on her songs, of which a large part is etched in the collec­ tive memory, as well as on her poetry,

297

which have especially for this occassion been translated by Katelijne De Vuyst. In 1975 Patti Smith launched her debut al­ bum which was well re­ ceived. It immediately put her on the musical worldmap. Since then the singer-songwriter has regularly been producing new work. Some of her most fa­ mous songs are Because the Night, People have the Power and Smiths adaptation of Gloria, based on the poem Oath which she wrote as a reaction to her severe religious education. In the work of Smith punk and poetry are often intertwined, her musical career does not interfere with her poems and throughout the years she brings out different vol­ umes. Early Work, The Coral Sea and Auguries of Innocence contain poems which, each in a different way, show a close connection with the evolution of society. Smiths last volume, Auguries of Innocence, is further­ more strongly influ­ enced by the poetical practice of William Blake and Arthur Rim­ baud, whom she greatly admires. In 2005 she was ordained Commander in the French 'Ordre des Arts et des Let­ tres'.


TRANSLATION

A determinative meet­ ing in the life of Smith was that with photographer Robert Mapplethorpe in New York in 1967. They started an intense and tumultuous relation­ ship, in which the couple struggled with poverty and Mappletho­ rpe with his own sexu­ ality. They eventually ended their relation­ ship but stayed the best of friends until Mapplethorpe died in 1989. In Just Kids, her memoirs for which she received the pres­ tigious National Book Award in 2010, Smith described the photog­ rapher as ‘the artist of my life’. In the Hall of fame this part of her life is there­ fore substantially present.

LOUISE BENNETT 1985, Australia — See your self in me, 2015

In her art Louise Ben­ nett explores the ten­ sion between everyday experiences and the way in which you can represent and depict them. By combining digital and analogue techniques the videos of Bennett become a

media-specific analy­ sis that is at the same time sculptural and conceptual. See your self in me forces the spectator to look up and read the sky through the cut out text. In this way Bennett surfaces a layer of meaning in which nature asks us to take care of her, as we are all made out of the same mate­ rial, according to the same physical laws. Beside that, the sky is also an old meta­ phor for the physical place where the de­ ceased go to. So you could also read See your self in me as a message of them. The most direct layer of meaning appeals to the spectator in the most specific manner. There is always an echo of your own attitude, words and feelings to be found in the people you have contact with. There is a constant interaction in which empathy is the key to understanding. The banner functions as a mirror and points out the spirituality and power of nature and the others to convert the own feel­ ings into something sublime. See you self in me creates confu­ sion: the words are not written but cut

298

out. Thus they become an empty and endless place, free for every completion. It con­ fronts the spectator with the boundaries of his own imagination. In this way Bennett wants to encourage empathy and instigate awareness of how we can and have to live together with each other and nature in a sustainable manner.

GIUSEPPE LICARI 1980, Italy — Pasta Madre, 2011 2016

In his work Giuseppe Licari zooms in on the socio-economic, cultural and politi­ cal practices that intervene in contem­ porary, natural land­ scapes surrounding us and which manipulate their form. With his work Licari tries to abstract and interpret the landscape. Licari found his inspi­ ration for Pasta Madre in the christian cele­


TRANSLATION

bration of St Joseph in his birthplace Sicily. It used to be a pagan celebration in honor of the start of spring. Women from different villages come together to create little bread sculptures with which they decorate the altar of St Joseph. After the celebration the bread is donated to the peo­ ple of the village as a symbol of happiness and prosperity in the new year of the sun. Bread is one of the most eaten food sources in the world and has been produced for cen­ turies. It has condi­ tioned the growth of our society and had its influence on the devel­ opment of our culture. Pasta Madre is a pro­ ject that consists of a series of bread sculptures and photo­ graphs. Licari cre­ ated different ver­ sions of his own head, made out of bread. In the end each sculpture crumbles in differ­ ent ways. The process of decay of every head was captured and the sculptures were pre­ served using different materials and tech­ niques which transform the biological process into an artistic act. The shape of the head, the relation with time and the metamorpho­ sis of the material

and the form and the sculpture create a fossil that obeys the laws of the artist in a process of cristal­ lization that balances between an impro­ vised and a scientific method.

ANNA LANGE 1969, The Netherlands — ISMISM, 1995

almost seems Utopia to me’, Lange herself states. The Ismistisch Manifest is present­ ed to the public for the first time and is available during the festival.

JOACHIM COUCKE 1983, Belgium — Frequently Answered Questions, 2015 — Today I made nothing, 2012

In the work of Anna Lange the exploration of vistas is a key concept in all of her self-initiated pro­ jects. The neonsculpture ISMISM and the Ismistisch Manifest, a graphic collec­ tors item created in a limited edition in Dutch, French and English, are part of the installation for Art Festival Watou. ‘I wrote the Ismistisch Manifest years ago as the last Manifest of the 20th century; it was translated into all the languages of the former EU and given to all its Min­ isers of Culture. Key was the perspective and encouragement in one. A call for ul­ timate pluralism and tolerance. Which now

299

The work of Joachim Coucke mainly con­ sists of installa­ tions, sculptures and photo montages. In his work he questions the new media and the way in which we deal with reproducibility in art. The focus of his research lies mainly on the digital. He ex­ plores the gap between reality and the por­ trayed and how those increasingly challenge our critical thinking. Frequently Answered Questions shows some digital nests: clusters of ethernet cables, monitors and routers. They are objects filled with potential informa­


TRANSLATION

tion, seen as function­ al objects and mental concepts. In his work Today I Made Nothing the art­ ist literally refers to the behavior of humans who share their entire personal life on the internet through social media. The sentence Today I Made Nothing can be a useless tweet but at the same time also a statement. Entirely contradictory it be­ comes when the sentence becomes a work of art, as the work is certain­ ly made. Through this and other works Coucke reveals the issue of mass media. He criticizes modern society and ex­ plores what is reality and what is lied. His work contains subtle mockery and has more meanings than can be seen at first sight.

STEFAN HERTMANS 1951, Belgium

Stefan Hertmans is the author of an exten­ sive oeuvre for which he received awards in Belgium as well as internationally. His poems and stories were translated to Span­ ish, French, Italian, Romanian, Croatian, Germand and Bulgarian, which shows that his work is a loved voice within the literary landscape. This year, the year in which he turns 65, Art Festival Watou wants to honor his work and more specifically his poetry. In consulta­ tion with the author we decided to create a stage on which the visitors can lie down to listen to poetry which Hertmans himself selected and read. The poems are all, from near of far, connected to the key theme of the festival and ad­ dress the issue of empathy. Furthermore we asked Hertmans to write a poem on one of the sculptural works on the parcours. The au­ thor firmly chose to write the poem Converation Piece, on the eponymous work by Juan Muñoz. The result is a sublime poem which on the one hand shows a glimpse of the se­ crets which seem to be embedded in the sculp­

300

tures of Muñoz but on the other hand unfolds a new world, not only inside the poem, but also outside of it. The poem ends with a very poetic image, which gives the reader a different perspec­ tive on the refu­ gee crisis. Hertmans brings thus an engag­ ing story, without too literally imagery or reproof, but with a lot of empathy.

THEO VAN DOESBURG 1983-1931, The Netherlands — Soldatenverzen, 1915 Painter, poet, author, typographer, photogra­ pher, interior de­ signer and architect Theo van Doesburg is a pseudonym for Chris­ tian Emil Marie Küpper who in 1917 started the famous avant-gard­ ic magazine De Stijl. The magazine grew into a full art movement which adhered a mini­ mal use of colors and a simple design. His Soldatenverzen were written in 1915, but the design and the composition of the texts already show his interest in a radical breach in style with previous poetry move­ ments. The content of his poems is of course mainly determined by the war situation in which the author found


TRANSLATION himself. The atrocious reports of eyewit­ nessess of the Bel­ gian refugees heavily shocked him and he lost all his faith in humanity and even in faith as he knew it. At the Front van Does­ brug wrote among oth­ ers a series of five poems that deal with different aspects of the army and life of soldiers at the Front. There are the march­ ing soldiers in Voorbijtrekkende troep, in Kazernekamer the daily housing is dealt with, De Trom resounds mili­ tairy music, in Ruiter we recognize the cav­ alry and Infanterielooppas brings the foottroops to life. The poems are a unique report of a changing world and because of their choice of lan­ guage and their typo­ graphical form they offer insight in an overwhelming society in a very imaginary manner. In the stable at the Douviehoeve we show three poems from the series and the visitor can hear the recordings read by the Dutch sound poet Jaap Blonk. In this way the poetry of van Doesburg is brought to life and for a brief while the audience is sucked into another era.

5 GRAANSCHUUR JOHAN CLARYSSE 1957, Belgium — Zonder titel (can a cow be called a horse?), 2009 — Suspicious Portraits (Klaus), 2010

Like most works out of the series Why november & other questions the focus of Zonder titel (can a cow be called a horse?) is also a psychologi­ cal or an existential critical moment. The spectator is shown the starting point of a story, but each work remains deliberately suggestive. It is up to the spectator to get inside the image and preferably even get lost in it. The added texst (can a cow be called a horse) does not func­ tion as the title but as an essential part of the painting. Word and image relate to each other like inti­ mate strangers. ‘Words and images are masks’, Nietzsche wrote. There is always something left in ourselves and in the other that is beyond our compre­

301

hension. In the same way as the reality of ourself and the other shows itself to us, it also hides from us. ‘Look, you see what you don’t see’, seems to be the underlying message in the work of Clarysse. That same attitude is to be found in Suspicious Portraits (Klaus). In this series Clarysse the­ matically plays with the twilight zone of normal-abnormal and the ambiguity be­ tween the two. He does this by confronting portraits of psychi­ atric patients and twisted artists with self staged paintings of friends or family members that radiate something suspicious in their look or body language. These Suspicious Portraits can be read as a tribute to man in his vulnerable power. The mentally ill person that often used to be considered as pos­ sessed, is humanized in this series and the so called normal person is in a certain way turned into a psychiat­ ric patient. And this is probably the bottom line in the entire oeu­ vre of Clarysse: there is always something suspicious to be found in his work.


TRANSLATION YVES VELTER 1967, Belgium — Lieu des sentiments, 2016

Yves Velter developed a specific visual lan­ guage that originated from scientifical draw­ ing. His work mainly focusses on themes like memory, identity, per­ ception, introspection, communication, fear and longing. Those are subjects that we are all familiar with and which yet belong to the periphery of society. In his own visual language Velter shows anonymous characters that are, like in Lieu des sentiments, searching for answers outside of their ap­ pearance. In this bust a mirror was literally placed deep inside the head like a vertical cross section. This is done in the location in the brain, in front of and at the height of the amygdala, where amongst others the

subconsciousness and the fantasy are being created. This refers to the moment at which we as a spectator for­ get the environment, the moment at which we start to empa­ thize with something or someone, when we look into the mirror and try to asses our own feelings. For the spectator this magical moment of passage is captated in the mirror at the moment he fo­ cusses on the reflec­ tion and for a second forgets the bust.

TIM SILVER 1974, Australia — Untitled (bust) (Pine timbermate woodfiller), 2011 — Untitled (Blow up), 2014 — Untitled (Blow up), 2014

The multidisciplinary art practice of Tim Silver is inseparably linked with time, in a conceptual as well as in a material man­ ner. In his sculptures, photograhs and instal­ lations Silver explores the interaction be­ tween time and decay, mainly in relationship to the human body. His

302

sculptures are often made of loose materi­ als, like chalk powder, down, wood chips and fluff. Such materials start to decay as soon as they are combined. By means of pictures or video Silver captures the phases of decay and offers us a microcosmic image of our own inevi­ table path to death. There is a paradoxal beauty to be seen in the dilapidated and crumbled sculptures. Silver thus wants to instigate sudden con­ sciousness in the spec­ tator on the precious­ ness and frailty of a human life. In the works at Art Festival Watou we also see Silvers fascina­ tion for the transfor­ mation of materials and the boundaries of the invariable and the temporary. The art­ ist made a bust out of wood chips, a loose and perishable mate­ rial. The sculpture thus gets a fragile and aesthetical char­ acter. Then Silver blows up the sculpture and films the process. In the pictures we see how a similar buste, this time made from wood filler, slowly crumbles and perishes. With his works Sil­ ver wants to emphasize that change is inher­ ent to life. Despite


TRANSLATION

the references to the frailty of life in the work of Silver, the artist succeeds in celebrating mortal­ ity, to include it in the larger cycle of nature. Silver finds a comforting poetry in the inevitable ruin of all things.

CINDY WRIGHT 1972, Belgium — Blue bird, 2013 — Collector’s item, 2010

can relate. The sym­ bolical objects have been replaced by the image of the direct reality of life and death. The scene is fixed in a material image and is handed over to the whims of the contemporary art world. Wright does not know what will remain. She handles her brush like a scalpel of faded reality.

MELANIE BONAJO 1978, The Netherlands — Progress vs. Regress I, 2013 — Progress vs. Regress II, 2013

In the oeuvre of Cindy Wright there is a strong fascination for the carnal, even when this implies aging and decay. This focus on the mortality of all things living is key in the works of Wright. The two paintings at Art Festival Watou can also be situated within this ancient theme and the fascination of the artist. Beauty or disgust are not the intention. For Wright it is all about the objectification of the matter itself. Sympathy and empathy alternate. Sympathy for the person that she met personally and empathy for the stran­ ger to whose fate she

Melanie Bonajo is a photographer, film­ maker and perfor­ mance artist. In her work she searches for wayward paths in an ultra-capitalistic world and she opposes the traditional sep­ eration of man, nature and technology. With Progress vs. Regress Bonajo ques­ tions the techno­ logical progress. She explores how this progress can alien­ ate people. In the film Bonajo researches how we as a society

303

deal with the elderly. The generation that is now growing up is constantly given new technological gadgets while the elderly have no economical interest in this and are not a part of our visual culture. By letting us see inside the lives of these centenarians and by means of dif­ ferent humoristic ex­ periments, Bonajo asks us to look at the im­ age we have of elderly from a different angle and to think about which care we need to offer them. At the same time she wants to inform the young generation about the impact of all these technological inven­ tions. At Art Festival Watou two photographs that came from the film can be seen. Both images are enigmatic and show the effect of techno­ logical progress. How have inventions formed us? To which extent are we obessed with material objects? Are there limitations to our needs? What would life be like if some technologies had never been invented?


TRANSLATION TABITHA MOSES & JON BARRACLOUGH 1970, United Kingdom — Investment: Melanie, 2014

TABITHA MOSES 1970, United Kingdom — Investment: Melanie’s Gown, 2014 — Untitled (Box), 2006 (remade 2016)

Tabitha Moses uses domestic objects, found items and craft procedures to create works with a conceptual expressiveness and an emotional depth. The artist is interested in the transformation of discarded and neglected objects with a history. Her most recent work is based on her experi­ ence with infertility and in vitro fertiliza­ tion and is a reflec­ tion on the insecurity and impotence she felt during the treatment. The title of the se­ ries, Investment, can be read on different levels. Firstly there is the research on the

time, money, effort and hope investigated in the process of becom­ ing pregnant. Secondly there is the woman be­ ing examined, wearing a hospital gown as if it was a ceremonial dress. And thirdly there are the gowns themselves which are being exam­ ined and which become empowered by the time and care invested in the embroidery. Placing the personal images at the height of the womb can be seen as recovering the creative strength of that place. All the symbols united on the gowns form the sum of the efforts of the woman to be­ come pregnant and thus perpetuate the magic. Part of the strength also comes from the time and effort that was put in the embroi­ dery. The repetition of the sowing is like a constant repetition of a magical maxim. On the gowns we can also see mirrors. When looking in a mirror, you see a reproduction of your­ self. The link with the desire to have children is easily made. The portrait of Jon Barraclough places the gowns back in the setting of the hospi­ tal. He thus brings the women back to the place of the treat­ ment. The picture of

304

Melanie clearly shows that this brings up mixed emotions. Untitled (Box) was cre­ ated by Moses during a residence in Liver­ pool. A web of threads covers the entire box which makes it lose its original utility. Only the keyhole remains accessible, but it has no function anymore. The work symbolizes the elimination of the desire for empirical evidence. Only this makes it possible to understand the mystery that is at the basis of every religion. We also see a reference here to the inexplicable urge of people to find a spiritual explanation for everything. This spirituality is strong­ ly intertwined in the entire oeuvre of Moses.

PASCALE POLLIER 1967, Belgium — History of Hurt, The Loss of Hope, 2013

The work of Pascale Pollier is to be situ­ ated at the intersec­ tion point between art and science. She wants to studie the inside of the body as to better understand its func­ tions. Observing the


TRANSLATION unusual and the invis­ ible has always fasci­ nated her. Unusual to her is not necessarily freaky as beauty is not necessarily about the outward beauty. That belief is to be seen in her work, in which she mainly focusses on de­ picting the human body. History of Hurt, The Loss of Hope shows praying hands which she formed as anatomi­ cally correct as pos­ sible. The arms seem cut off, which gives the sculpture a lu­ gubrious edge. What strikes is that the prayer wreath has been replaced by a string of barbed wire. It reinforces the dis­ concerting effect of the image and makes it seem like forgiveness from above is no long­ er possible. Despair predominates. Pollier feels that the taboo around death and the dead body should urgently be broken. We have to give death its place and accept it as a part of life. Polli­ er tries to understand the big life issues and shapes them with her works of art. She thus tries to break the taboo and wants to make the issue of what it actually means to be human open for dis­ cussion.

KOEN FILLET 1962, Belgium — How to disappear II, 2016

but not in a picto­ rial way. The brush of Fillet describes, you sense that every­ thing is well thought through and created in a reasoned man­ ner. He is a painter who wants to tell a story or, the other way around, a writer who thinks the plot is less important than the colors and shades in the story.

RAFAEL GOMEZBARROS The works of Koen Fil­ let can be described as typically contempo­ rary, as they do not seem to want to do anything else but de­ scribe the images. His paintings often have a title that suggests excerpts from a story, as is also the case in How to disappear II. At the same time the depicted objects are everyday objects which force the spectator to do nothing more than quickly glance at them. It is the combina­ tion of the suggested story and the quick glance that creates an enchanting spon­ taneity. The images have a kind of sub­ dued, almost breath­ less tension that make you take your time to try to understand the depicted story. The brushwork is prozaic

305

1972, Colombia — Somos humanos, 2015

Somos humanos, the second installation by Rafael Gomezbar­ ros on the parcours, consists of thirty ceramic pieces depict­ ing swings. The swings are at both ends car­ ried by ropes that can bear the weight of an adult. The forms of the swings dif­ fer: they represent hands and arms hooked into each other. The firm handgrips are in strong contrast with the fragile materials that Gomezbarros used for this installation. They are thus a sym­ bol of the frailty of human interaction. The empathic bond between two or more people


TRANSLATION

can grow and be deeply rooted. It can carry a person but it is at the same time some­ thing that needs to be handled with care. With the title of the work Gomezbarros wants to emphasize that this work is about vulner­ ability. Somos humanos can thus be seen as a statement and an ode to the imperfection of humans, with all their flaws.

6 parochie huisje D.D. Trans

The name D.D.Trans, a pseudonym taken from a transport company that nowadays does not exist anymore, is not without meaning. For his work he takes eve­ ryday objects, often household items out of their context and with a light interfer­ ence transforms each of them into a poetic work of art.

ALET PILON 1949, The Netherlands — from the series: COMEBACK (Aktaion), 2009 — Not there, 2010

1963, Belgium — Miroir, 2015 — Z.T. (Noir), 2016 — Heart, 1992

D.D.Trans, the pseu­ donym of Frank Tuytschaever, often gives little surreal­ istic twists to every­ day objects. The form language of D.D.Trans in this way connects to minimalism. It is however not ­ clinical, cold or bleak but rather playful, col­ ourful and fresh.

The work of Alet Pi­ lon is about people, animals and power as well as impotence. Pi­ lon processes typical animal elements from animals that were meant for consumption or that were killed by acci­ dent. The use of dead animals in her work in 1991 meant her birth as an autonomous artist. With this work she ex­ orcizes and shapes her fear of death. Humans seem null next to the power of animal material. In the series Comeback Pilon reunited man and animal. Not there shows a female figure with swanwings,

306

sitting on her knees and leaning forward. It is appealing to see this sculpture in the context of the Metamorphoses of Ovid, in which gods, mythologi­ cal figures and regular mortals appear. Man becomes animal in them and with this the ani­ mal, becomes a little human. But the primitive people of Pilon are ­ above all vulnerable figures. And that is what makes them so rec­ ognizable. They address us in a direct manner. The sculpures do not celebrate the victory over the animal nor the reconciliation with the fear of dying. The sculptures of Pilon are about overcoming that fear of dying.

FRED EERDEKENS 1951, Belgium — I hate words, 2005

Fred Eerdekens mainly works three-dimen­ sionally and uses the components language,


TRANSLATION

material, light and shadow in his crea­ tions. His plastic oeuvre is an initia­ tion of a world that can only be represent­ ed by words. In the shadow, where there is no light, a story is often told about the things which are miss­ ing. Time and again the works of Eerdekens deal with the ques­ tion of how language relates to the world, as well as wondering about what our position as people is in that world. His works are an elaborate inspection of the material, the language, we use to try to fathom the world. Light, shadow, materi­ ality and language form a cohesive unity that addresses the phases of reality. It is strange how you can understand an im­ age differently if you see it from an unex­ pected point of view: the images of Eerde­ kens are all distorted images which seem to hide an unbreakable code. In I hate words the words only ap­ pear on the wall when light is shed. That which remains as a dark shadow, and is actually not an image, forms the words which the fysical image does not want to release.

The unreadable objects of Eerdekens are dis­ torted into a readable shadow. We are forced to see the two worlds. The artist helps the spectators to see through the mechanism of the objects and their shadow. But still everything we can read remains a shadow. With I hate words Eerdekens points out the complex way in which language re­ lates to reality and the other way around. The title also shows the frustration that can arise when you do not find the words to express reality.

BERTIEN VAN MANEN 1942, The Netherlands — Moskou, 1992

Bertien van Manen de­ veloped a personal and organic way of photo­ graphing, with atten­ tion for a close and personal bond with the people she por­ trays. The images of van Manen are more than ever about the intrinsical longing for intimacy, a need for love and intimate contact. Her pictures are spontaneous im­ ages, van Manen does

307

not believe in staged photography. She works with a simple automat­ ic camera whereby the photographer does not have to look straight into the lens. Accord­ ing to van Manen this enables her to work spontaneoulsy and al­ lows her to get closer to the subject than for a staged picture. The image at Art Fes­ tival Watou is part of the series Let’s sit down before we go. These pictures were made between 1991 and 2009 in Russia, Mol­ davia, Kazachstan, Uzbekistan, Ukraine, Tatarstan and Georgia. The series is a por­ trait of the places that van Manen vis­ ited, the people she met and the friends she made there. The title of the series is a metaphor for the pictures. In Russia it is custom that you sit down and think about the places you will be visiting and the reason why are go­ ing there, before you leave on a long jour­ ney.


TRANSLATION RANDALL CASAER

7 Brennepark

1967, Belgium — Schip vol honden, 2016

GARDEN OF SENSES

Writer, illustrator and director of cabaret Randall Casaer calls himself a ‘people whis­ perer’. For Art Festi­ val Watou he created an in-situ adaptation of his last book Schip vol honden in which he gets his readers empathi­ cally aquainted with theirselves. According to Casaer there is a dog in each and every one of us, a dog that only seldomly sees the light. His installation in the Parochiehuisje wants to offer gentle instructions for the visitors to discover and place the differ­ ent personae in their­ selves. Furthermore the original texts from the book can be heard on the lieing stage in the garden, so that the audience can wallow in Casaers understanding words.

For the second year in a row, our Garden of Senses offers a poetic installation that makes you dream. During this edition of the fes­ tival even the clouds seem to carry poetry in them, as the secret poems in the Brennepark only reveal themselves when rain poors down on them. But visitors can also help out nature by watering the Secret Poetry with a watering can. It takes a while for the words to ap­ pear, which forces the readers to take their time and to absorb the poetry in this partici­ patory installation. Those who prefer sit­ ting down in a poetic cocoon can get com­ fortable in one of our Listening Horns. These wooden construc­ tions offer protection against rain and wind and provide an inti­ mate place to listen to the poems of among others Tjitske Jansen, Bart Moeyaert, Joke van Leeuwen, Charles Dcual and Roberto Juarroz. For two out of these three horns our poetry curator Willy Tiber­ gien selected a mixture of poems in different languages which all deal with the themes of empathy, identity and

308

diversity. A third horn is purely there for po­ etry written especially for children, although everyone is welcome to listen to these poems. Get comfortable and enjoy!

8 Kelder brouwerij ROY VILLEVOYE 1960, The Netherlands — The Clearing, 2011

In his art Roy Vil­ levoye pays a lot of attention to the world in which he lives and works and which is in full transition. The changing global divi­ sion of power strongly influences his art. Gradually conceiving and realising staged scenes together with others to reenact real and conceived events became for Villevoye an end in itself. Art as a means to get into the world, as a way of testing new situa­ tions. The scenes are as it were magnifica­ tions of life, which make it possible to get to know yourself and the others. Villevoye gradu­ ally went from making pictures and films to


TRANSLATION

creating wax statues. These sculptures arise from an almost ob­ sessive need to make the sensation of the possible reality even more tangible and to thus seek the bounda­ ries that seperate him from the other and the way that will probably unite them again. The sculptures of Villevoye embody the desire to assume the role of an­ other person. Villevoye is constantly looking for the ten­ sion that these reen­ actments create. The spectator becomes an accomplice in disen­ tangling the storylines and their meaning. In the shocking work The Clearing two lifelike men, one black and one white, are lying dead on the floor, flat on their belly, the bodies twisted. More informa­ tion is not given by Villoye. A work such as The Clearing enters the spectator deeply be­ cause the normal mecha­ nism of protection does not work here. A much more primitive mecha­ nism in the spectator is addressed. A mecha­ nism that forces you to empathize with what you see, a mechanism that holds the key to also open doors to other works, to open doors to each other.

9 klooster MOUSSA SARR 1984, France — Untitled, 2013

With his performances and video work Moussa Sarr questions in­ trinsical notions of human nature. His body is the basis of his work. In his videos the focus is entirely on Sarr himself – his body, face and posture – but by exploring and questioning his body, Sarr addresses more universal issues. The videos in which Sarr imitates differ­ ent animals are funny and at the same time alarming. The artist addresses issues that deal with race and identity, class society and ethnic stereotypes. There is a certain perseverance and ag­ gression to be found in the way he person­ ates characters. Sarr thus forces the specta­ tor to take a stand or to withdraw to a safe place, which is seen as the comfortzone in the nature-nurture debat. Besides this Sarr also creates sculptures. Untitled is part of

309

his series of twofold objects, whereby the artist combines two opposite elments to thus create a poetic work. The sculptural works of Sarr are of­ ten very simple and humorous, but they also hide a deeper po­ etic layer that shows the fantastical im­ aginary world of Sarr. Untitled can as such be read as criticism on the continuoulsy hardening society, where hard is more and more taking over from heart.

SIMONE DE GROOT — Son, 2010 with bal, 2013 — Laaghangende bewolking, 2012 z.t. (kerkberg), 2012 z.t. (roze wolken), 2008 — I found myself standing on a mountain, 2013

Simone de Groot is specialized in cre­ ating what she her­ self calls comforting rooms. In her spacial sculptures she usu­ ally uses soft mate­ rials like felt, wool but also plastics like fiberfill, often sup­ ported by frames.


TRANSLATION

The shape of a moun­ tain often recurs in the oeuvre of de Groot, like in I found myself standing on a mountain. It is a met­ aphor for a deep, ba­ sal layer in our minds and a model for the emotional experience of life in a positive as well as in a nega­ tive way. The cleans­ ing effect of the suf­ fering while climbing a mountain can be seen as a metaphor for the spiritual development of humans. But the path that in the end, after the hard ordeal, leads to relief, can just as well symbol­ ize the unattainable, when the top is never reached. This aspect of the unattainable is also to be found in Son and bal. We see the figure of a child that seems to be crawling towards a ball. But this is in vain, as the fig­ ure does not have any arms with which it can grab the ball. You can read in this the story of every hu­ man, who constantly tries to get a grip on life, but never seems to succeed. But in the helpless child you can also see a cuddly doll. It is in itself astonishing that this distorted sculpture is rather moving than lu­ gubrious to the spec­

tator. This is due to the soft material used by the artist. For de Groot her soft work is a counterbal­ ance for the harden­ ing society and to achieve this simplic­ ity and clarity are of great importance to her. With her works de Groot wants to offer a moment of reflection and stillness, which show vulnerability and offer security.

LIES CAEYERS 1982, Belgium — Kabinet, stucwerk, 2015 — Kabinet, binair, 2015

In 2015 Lies Caey­ ers exposed her work for he first time in the exhibition Kabinet in Ghent. The Kabinet of Caeyers gathers a whole of false truths with a strange famili­ arity which attracts and at the same time rejects. Some aspects out of medical sci­ ence, like function­ ality, knowledge and conservation are re­ current themes in the work of Caeyers. The research that has been done on the material human body since the

310

17th century and the developments on this subject in other do­ mains like technology, psychology and art, are an important input on her work. In 2016 Caeyers made a high-tech 3D bodyscan of herself. She then translated this scan into a binary code, a sterile version of a tactile thing. The bodyscan and the binary code were for the artist a basis for her research. Over and over again she transforms this ster­ ile code into tac­ tile objects. All the results that come from this research are com­ bined in her Kabinet. For Caeyers it was the trigger to start research on the way reproducibility can be defined. Caeyers explored how this bodyscan could be multiplied in large quantities and in different materials, Stucwerk being one of the results. On the walls and the ceil­ ing of the Parochie­ huisje we see a swarm of countless plaster reproductions of the body of Caeyers. They are all 17,5 cm high, a tenth of the lenght of Caeyers herself. No two of the sculptures are identical, the manu­ factering defects make


TRANSLATION every figure unique. The small individuals seek each others com­ pany in a straggly hug and leave the spectator wondering.

SANDRINE PELLETIER 1976, Switzerland — Flashdance, 2009

In the broad sense the work is about the perseverance of every person. Flashdance is an ode to the merits of the artist, to old classical dancers, but at the same time to the instictive will to survive of every hu­ man.

ROBERT & SHANA PARKEHARRISON 1968, VS & 1964, VS — Ashen Head, 2008

Sandrine Pelletier herself describes her works as ‘accidents’. We see burned wood, melted or broken glass and charred ceramics. Flashdance as well is such a broken sculp­ ture. Flashdance is an in­ terpretation of bal­ let, a dance disci­ pline in which very harsh conditions reign. The work tells us about the dance performance and the perseverance and dif­ ficulties with which the dancer is con­ fronted. The work of Pelletier shows that the dancer is supposed to stay strong in front of the audience, despite everything.

Artist couple Robert & Shana ParkeHarrison, man and wife, create works as answers to the shaky relation­ ship between people, technology and na­ ture. The works tell a two-sided story that gives insight into the dilemmas that science presents us and in technology that fails at solving our prob­ lems. ParkeHarrison give us answers and securities concerning the condition humaine. The rich color palette of their photographs

311

and the surrealistic images show the poeti­ cal core of the images of ParkeHarrisons photographs. The use of colors is conscious but abstract, propor­ tions and space are placed in a compo­ sition, every move­ ment is taken out of the image. Objects and people seem to be casually placed next to each other. With their works ParkeHar­ rison want to have a powerful impact on the visual as well as the emotional level. ParkeHarrison also made some sculptures of which one can be seen in the Klooster. Almost all of their sculptural works show body parts taken out of their context of the complete human body. Like in Ashen Head, where two long arms are carrying a head made out of ashes. A head, resting on a gigantic ball of earth, branches grow­ ing out of distorted shoes, palms from which a plant seems to be growing, shoes made out of black feathers… The human confronta­ tion with nature is always key in their work, in which humans have to resign them­ selves to the forces of nature. In the end everything is turned into ashes.


TRANSLATION PASCAL BIRCHER

ROELAND TWEELINCKX

1972, United Kingdom — Signal, 2006

1970, Belgium — Forgotten steel girder, 2012 — Support carriers & Composition with sockets, 2011 & 2014

uses sockets, tubing, supports and plinths. The works of Tweel­ inckx do not want to be over-flaunting in our already extremely visu­ alised society. They only strike you when you find them.

PETER DE MEYER 1981, Belgium — a sculpture a day, 2015 — ik, 2012 — coda, 2014 With his art practice Pascal Bircher tries to represent the invis­ ible and unspeakable. He works with the dif­ ferent associations in meaning that adhere to objects. His work is infused with refer­ ences, to literature among others. With Signal Bircher is further exploring the elusive; where will it ever end? The choice in material however debunks the tension of this exis­ tential question.

Roeland Tweelinckx is a Belgian artist who mainly creates sitespecific interventions in exhibition spaces or public places. His work frequently leans towards being a trompel’oeil, which causes a light feeling of confu­ sion in the spectator. At the same time it is an invitation to a more focussed look on real­ ity. He does not invent a new world, but takes the existing world as a starting point and adds a few details or displaces some of the already present ele­ ments. With small operations Tweelinckx creates sur­ realistic situations and short circuits. He lets pilars hover, bends steel beams and places bearers under a ceiling. The art­ ist does not work with marble or bronze, but

312

Peter De Meyer takes everyday objects and brings new meanings to the surface by using subtle interventions. It is an action that raises questions on what art actually is. What is the difference between a regular box of handkerchieves and one that is put on a pedestal in an exposi­ tion, as is the case in a sculpture a day? An IKEA-pencil becomes an object of interest because the letters E and A have disappeared by sharpening it. Only IK remains. The pencil suddenly gets a com­ pletely different mean­ ing, with a possible emphasis on the indi­ vidualistic consumption pattern of the contem­ porary human.


TRANSLATION In the backroom of the Klooster you find coda. The musical term refers to the part of the composition that plays just after the climax, which points out the end section. The wastewater that is normally neglected as a waste product of the result, is in this story elevated to being a sculpture. You could see a reference in it to the large number of individuals that, each with their own back­ ground and limitations, together create one work. Every one of them matters. The process is more important than the result. From the idea that in every goblet the process of a creation is to be found, coda focusses on the matter time and the idea that objects, ideas or situ­ ations are often noth­ ing more than a stage in a certain develop­ ment that generates new meanings. Furthermore coda also deals with the work of De Meyer an sich, which causes a breach in expectations by means of subtle interventions and thus places objects, ideas or situations in a new logic. The contrast with the walls of the room add even more strength to the work. They remain virgin white, like blank canvases.

10 huisje kleine markt SASKIA DE COSTER & INNE EYSERMANS 1976, Belgium & 1988, Belgium — Ik wist dat je komen zou, 2016

Ik wist dat je komen zou is set in the seclusion of an old livingroom, hallway and kitchen but breaches the boundaries of the here and now. The rooms are a canvas for the sentences and objects that Saskia de Coster wrote on and applied to the facade and interior walls of the house. The house becomes a thrill­ ing resonance box for the spatial sounds of Inne Eysermans. It is an intimate re­ search on all those who prior to the visitor explored the house. A place where everyone who enters, is look­ ing for a direction. The route brings the story of impossibil­ ity and inimitability and it shows how people are looking for them­ selves and others while endlessly chasing each other in a chain that was started a long time ago.

313

Ik wist dat je komen zou is a 3D-sound­ performance that was created especially for Watou 2016 and that is part of the route that Saskia de Coster and Inne Eysermans are extending in coopera­ tion with Andermans­ land. In their sound­ performances they link the spherical power of sounds to the musical­ ity of words to thus create a new story.

11 kerk PETER DE MEYER 1981, Belgium — cross reference, 2014

For cross reference Peter De Meyer uses a procedure that he often uses in his art practice. By means of a subtle intervention he creates a breach in our expectations. The artist thus plays with the fixed associations that we link to certain ideas, situations and objects. By attaching the pharmacists cross


TRANSLATION

to the church of Watou, a new meaning is ex­ posed of an object that was unambiguous in our associative world of ideas. Can religion be healing? For the soul and for the body? Those are the questions that De Meyer poses to his spectators in an indi­ rect and direct manner. The pharmasists cross gets a new meaning besides the practical funtion it normally has and thus becomes art. But what is art then actually?

MONIEK TOEBOSH 1948 - 2012, The Neth­ erlands — Les Douleurs Contemporaines V, 1998

and children from all over the world. The result is a walkabout around loudspeakers which are activated by the presence of the visitor. Toebosch makes us reflect about the intense emotions and the various daily expressions of mourn­ ing with which our world is permeated. We walk along in a procession of wail­ ing. The association with the refugees and the daily catastrophes with which our newspa­ pers are filled, make Les Douleurs Contemporaines extremally topical.

SAMSON KAMBALU 1975, Malawi — The last judgement, 2016

Moniek Toebosch among other works created a series of six works named Les Douleurs Contemporaines. Of this series number five can be seen at the church. From one hundred black loudspeakers the sound of different forms of grief can be heard. Together they form a procession of human sorrow. For the installation he artist gathered sounds of screaming, snivelling, crying and whining from women

The christian writ­ ings and their world­ wide influence form an important source of inspiration for Sam­ son Kambula. The Bible is a rich source, but at the same time it is a limiting system that does injustice to humans. To be able to

314

explore this system from different an­ gles and to playfully distance himself from it, the artist made his first Holy Ball: a football covered in pages of the Bible. The spectator is al­ lowed to pick up the ball and play with it. In this way Kambalu puts the heavy herit­ age of christian faith and other comprehen­ sive, closed systems in perspective. At Art Festival Wa­ tou the Holy Balls can be found in a spe­ cifically meaningful place. The church is the scene for hundreds of balls. The specta­ tor is invited to kick the balls, to exer­ cises and exorcise the chirstian tradition. The open interpre­ tation of the work serves the goal of art, according to Kambalu. It connects people who would oth­ erwise never have been connected.


TRANSLATION ERIK BUIJS 1970, The Netherlands — KONG, 2013

Erik Buijs calls himself a creater of sculptures rather than a sculptor. The sculp­ tures of Buijs are vulnerable in their powerful shape. They stand earthed in their place and seem heavy and firm. Most of his sculptures show a human figure, they have the shape of a primate. For a long time the sculptures of Buijs were seen as a monoculture. The inter­ est of the outsiders was similar to that of an antropologist feel­ ing fortunate that he can observe an intact civilization in its es­ sence. For a while now, Buijs has been making sculptures that show interaction with the human figures which he represents in a more careful and feeling visual language. They are more strechted and seem receptive, open

to sensitivities which the former sculptures warded off. The human figure is still the talisman of his existence. The with its 2.5 meters over­ sized sculpture KONG can be seen as a com­ municator between his earlier and later work. The sculpture does not have a title, but a name: KONG. The refer­ ence to the big monkey out of the film history is empathic. But Buijs does not make him into the illustration of a film icon. KONG does not look as invinci­ ble as the eponymous film character. We see a vulnerable figure, however big and present he is. We are facing a companion that we would like to get to know.

mans cannot grasp. He explores cultural systems and the way in which they try to frame and control the world. The surprising and impressive work El misterio del chaos re­ minds us of a meteor­ ite. The image domi­ nates the space and threatens the specta­ tor with its myste­ rious and monumental mass of which the origin is unknown. The black mass is hanging on a thin chain, with which Basualdo refers to the fragile bal­ ance which can easily be disturbed and which would cause the rope to break and the mass to fall down on the spectators, as dic­ tated by the laws of gravity.

EDUARDO BASUALDO 1977, Argentinia — Teoría (Goliath's head), 2014

Eduardo Basualdo is inspired by the forces of nature which hu­

315

El misterio del chaos can be seen as the representation of the cosmic dark matter that threatens hu­ man life on earth, but also as a poetic reflection on the cur­ rent world of informa­ tion, the new chaos in which we have to find our way. His installa­ tions always play with our perception and the borders of the mate­ rial world and they place humanity in per­ spective.


BIBLIOGRAFISCHE REFERENTIES EX SITU

1 FESTIVALHUIS

LEONARD NOLENS 1947, België

KARINE BONNEVAL 1970, Frankrijk

Zonder mij uit: Manieren van leven. Gedichten 19752011 Querido, Amsterdam, 2012

Il me semble, 2002 leder, metaaldraad, pailletten, textiel 14 x 14 x 20 cm

JOOST ZWAGERMAN 1963-2015, Nederland Lief uit: Wakend over God Hollands Diep, Amsterdam, 2016 CHRISTINE D’HAEN 1923, België Tussen niet-zijn en zijn strekt zich het leven uit uit: Geboorte Poëziecentrum, Gent, 2016 ALEX RAMSEYER-BACHE Verenigd Koninkrijk We are poets video 84’ DRIES VERHOEVEN 1976, Nederland Songs for Thomas Piketty, 2016 gettoblasters variabele afmetingen © Willem Popelier

Tu y songes, 2002 leder, metaaldraad, pailletten, textiel 14 x 14 x 20 cm Ce que j’ai à te dire, 2002 leder, metaaldraad, pailletten, textiel 14 x 14 x 20 cm Je voulais te dire, 2002 leder, metaaldraad, pailletten, textiel 14 x 14 x 20 cm Tu comprends, 2002 leder, metaaldraad, pailletten, textiel 14 x 14 x 20 cm Les ondes, 2002 leder, metaaldraad, textiel 14 x 14 x 36 cm En travers de la gorge, 2002 leder, pasta, textiel 14 x 14 x 14 cm © Yasmina Bennya ARTHUR RIMBAUD 1854-1891, Frankrijk Je est un autre. uit: Lettre à Georges Izambard du 13 mai 1871

316

in: Brieven 1870-1875 Athenaeum-Polak&Van Gennep, Amsterdam, 2002 CLEON PETERSON 1973, VS Masters of Death, 2016 spuitverf, potlood 3,84 x 2,48 m 4,65 x 2,48 m courtesy Plus One Gallery Antwerpen LARS GUSTAFSSON 1936-2016, Zweden Det vi kallar ‘jag’/ Wat wij ‘ik’ noemen uit: De stilte van de wereld van Bach Hoogland&Van Klaveren, Amsterdam, 2007 Vertaling: Bernlef ANDERS KRISAR 1973, Zweden Untitled, 2014–15 acryl op polyester, polyurethaan, olie­ verf, karton, houten plug, schroeven 115,5 x 49,3 x 64,5 cm courtesy CFHILL AB Bronze/Wax #2, 2006-08 gegoten brons, bijenwas, kachel, bronzen plaat, plank, elektrische kabel en plug, warmtegeleider, schroeven en metalen platen 25,5 x 15 x 11 cm 24,5 x 16 x 10 cm courtesy Michael Elmenbeck Collection Naar teksten van Katie


BIBLIOGRAFISCHE REFERENTIES

Kitamura en Paul B. Franklin. JAN VANRIET 1948, België Semafoor uit: Moederland Hollands Diep, Amsterdam, 2016 GERRIT KOUWENAAR 1923-2014, Nederland Al deze gasten uit: Vallende stilte Querido, Amsterdam, 2014

© BruthausGallery

hoogte 77 cm

Naar een tekst van Inge Braeckman.

Dwarf 1, 2009 rubber, polyester, metaal hoogte 126 cm

JEPPE HEIN 1974, Denemarken YOU MAKE ME WONDER, 2014 neonbuizen, transformator 35 x 125 x 3 cm courtesy KÖNIG GALERIE, Berlin, 303 Gallery, New York and Galleri Nicolai Wallner, Copenhagen © Studio Jeppe Hein

PASCAL BIRCHER 1972, Verenigd Koninkrijk

MAEN FLORIN 1954, België

Don’t stand so close to me, 2012 meetlint variabele afmetingen

Whisper, 2007 rubber, polyester, textiel hoogte 78 cm

TAYEBA BEGUM LIPI 1969, Bangladesh

Armed, 2007 rubber, polyester, textiel, verf hoogte 100 cm

Agony, 2015 roestvrij staal, scheermesjes 104 x 66 x 92 cm 107 x 51 x 92 cm 110 x 28 x 92 cm courtesy Sundaram Tagore Gallery LUK BERGHE 1954, België Dr. Stein - Part of the UTOPIA Collection, 2013 gouache op papier ingelijst 144 x 104 x 4,5 cm courtesy BruthausGallery

Bungling, 2008 rubber, polyester, textiel hoogte 101 cm Scream, 2008 rubber, polyester, tape, textiel hoogte 83 cm Dreaded, 2008 rubber, epoxy, polyester, textiel hoogte 87 cm Branded, 2008 rubber, polyester, textiel, verf

317

Dwarf 2, (Ballerina), 2009 rubber, polyester, metaal hoogte 120 cm Fool with bird, 2012 polyester, vogel, textiel, tape hoogte 102 cm Thought, 2012 polyester hoogte 87 cm Helmed, 2012 polyester hoogte 103 cm Wrongface, 2013 mixed media hoogte 96 cm Dotty, 2013 polyester, haar, textiel, epoxy hoogte 95 cm Pink Rat, 2013 polyester, balletscoenen, textiel, verf hoogte 143 cm Hug, 2013 polyester, epoxy, textiel, verf hoogte 83 cm Zonder titel, 2013 polyester, polyurethaan, katoen 48 x 42 x 72 cm


BIBLIOGRAFISCHE REFERENTIES

Zonder titel, 2014 polyester, polyurethaan, mousse, textiel 25 x 67 cm Remade 1, 2015 keramiek, polyurethaan, textiel, ijzer hoogte 110 cm Remade 2, 2015 keramiek, polyurethaan, textiel, ijzer hoogte 108 cm I have been in Hollywood, 2014 polyester, textiel, haar hoogte 103 cm We belong to Paradise, 2014 polyester, textiel, rubber, epoxy hoogte 90 cm On the wall 1, 2015 keramiek, polyurethaan, hout, ijzer hoogte 80 cm On the wall 2, 2015 keramiek, polyurethaan, hout, ijzer hoogte 84 cm

On the wall 5, 2016 keramiek, polyester, polyurethaan, hout, ijzer Zonder titel, 2016 keramiek, textiel, hout, polyurethaan hoogte 45 cm (zonder titel) staand, 2016 keramiek, polyester, textiel, epoxy, metaal hoogte 130 cm Silence, 2006 gelamineerd polyester, polyurethaan verf, coating hoogte 155 cm Big pink head, 2010 gelamineerd polyester, RVS, polyurethaan verf, coating hoogte 2000 cm Karakters ‘Commedia’, 2015 - 2016 25 koppen in keramiek hoogte 27 - 37 cm © Karin Borghouts © Fien Muller Naar teksten van Marc Ruyters, Frank Maes, Ann De Winne en Johan De Bruyne.

2 GEMEENTEHUIS BAS OVERBEEK 1989, Nederland The Natural Default Setting 2, 2015 cement, plastic figuren 3,65 x 2,5 m JANNAH LOONTJENS 1974, Nederland Wees welkom uit: Dat ben jij toch Ambo, Amsterdam, 2013 FRONT404 2010, Nederland PanoptICONS, 2010 plastic, veren variabele afmetingen © Thomas voor ‘t Hekke ECKART HAHN 1971, Duitsland One World, 2015 foto, fujiprint op lichtbox, matte projectie 125 x 203 x 8 cm courtesy Aeroplastics Gallery DOMINIC MCGILL 1963, Verenigd Koninkrijk

On the wall 3, 2016 keramiek, polyester, hout hoogte 92 cm

Love is The Only Shelter, 2002 mixed media 104 x 71 x 66 cm courtesy Aeroplastics Gallery

On the wall 4, 2016 keramiek, polyester, hout hoogte 85 cm

ROBERT GLIGOROV 1959, Macedonië

318


BIBLIOGRAFISCHE REFERENTIES

H2O, 1999 - 2000 aquarium, vogelkooi, kanaries, vissen 120 x 80 x 80 cm courtesy Aeroplastics Gallery CHRISTIAN MORGENSTERN 1871-1914, Duitsland Fisches Nachtgesang/ Nachtgezang van de vis uit: De galgenliederen en andere groteske gedichten IJzer, Utrecht, 2006 Vertaling: Bèr Wilbers RINKO KAWAUCHI 1972, Japan Untitled (166), 2009 C-print 101 x 101 cm courtesy de kunstenaar en Meessen De Clerq, Brussel COLIN WAEGHE 1980, België Antipode (Johnny), 2011 inkt op papier 70 x 100 cm Naar een tekst van Gaston Meskens. REGINA JOSE GALINDO 1974, Guatemala Tierra, 2013 video 34’27’’ een productie van Lucy + Jorge Orta, geprodu­ ceerd tijdens een residentie bij Les Moulins, met de steun van University of Arts, Londen en La

Maréchalerie centre d’art, Versailles curator: Clare Caroline camera en fotografie: Bertrand Huet camera: Didier Martial techniek: Pascal Pauger assistenten Estudio Orta: Tiziana Abretti, Sofia Cavicchini, Andrea Rinaudo & Alberto Orta JAN VAN DER HOEVEN 1929 - 2014, België AMER(ik)A 2002, ongepubliceerd ANNO DIJKSTRA 1970, Nederland Shot at Dawn (SAD), 2016 brons maquette: 72 x 41 x 40 cm uitvoering: 6 x 4 x 4 m

The Forest, 2015 installatie variabele afmetingen courtesy Aeroplastics Gallery Economie de la faim, 2011 grafiet op papier 160 x 225 cm courtesy Aeroplastics Gallery Golden Empire Fox, 2015 opgezette vos, blad­ goud, zilveren ketting variabele afmetingen courtesy Aeroplastics Gallery

3 RODE HOED GIJS ASSMANN 1966, Nederland Sinnepop (I) (naar Katharina Dentzel), 1999 wol 1,95 x 1,32 x 1,57 m © Maurice Scheltens

FILIP MARKIEWICZ Fake protest songs karaoke, 2015 installatie variabele afmetingen courtesy Aeroplastics Gallery The world is a stage but the play is badly cast, 2015 neon 26 x 200 cm courtesy Aeroplastics Gallery

The Life and Death of

319

Naar een tekst van Ineke Jungschleger. RIK MEIJERS 1986, Nederland Beminnend gesproken, 2016 video 1’11’’ een productie van vzw Wit.h, co-productie Galerie - Atelier De Kaai Goes © Gijs Haak Studio Haak & Visser Middelburg


BIBLIOGRAFISCHE REFERENTIES

ARNAUD ROGARD 1977, België

JUAN MUNOZ 1953-2001, Spanje

WISLAWA SZYMBORSKA 1923-2012, Polen

Alle mooie dinge is verdwene, 2014 video 7’10’’ een productie van vzw Wit.h, co-productie CC De Spil Roeselare De Figuranten Menen regie: Hein Mortier choreografie: Sarah Bostoen muziek: Jonas Casier theatertechniek: Bram Vandeghinste kostuum: Annemie De­ paepe video: Koen Moerman

Conversation Piece II –1/1, 2001 brons 149 x 82 x 72 cm 146 x 76 x 71 cm 146 x 94 x 65 cm 157 x 76 x 77 cm 148 x 82 x 74 cm 150 x 87 x 72 cm courtesy Juan Muñoz Estate installatiezicht expo A Thousand Doors, The Gennadius Library, American School of Classical Studies, Athene, 2014 courtesy NEON & Whitechapel Gallery © Nikos Markou

Przyczynek do statystyki/Een bijdrage tot de statistiek uit: Einde en begin Meulenhoff/Amsterdam, 2012 Vertaling: Gerard Rasch

4 DOUVIEHOEVE ALEX SETON 1977, Australië Refuge, 2015 Carrara-marmer, oogleden, palet 110 x 120 x 170 cm courtesy Galerie Paris-Beijing © Frédéric Albert PETER VERHELST 1962, België Er was eens het water 2015, ongepubliceerd JOHAN CLARYSSE 1957, Brugge Change is coming (Erst das Fressen, dann die Moral), 2008 olieverf op doek 90 x 70 cm

Naar teksten van George Stolz, Michael Brenson, Neal Benezra, J. Scheuermann, Julian Heynen, James Lingwood en Sheena Wagstaff. STEFAN HERTMANS 1951, België Conversation Piece 2016, ongepubliceerd RAFAEL GOMEZBARROS 1972, Colombia Casa Tomada, 2016 600 mieren zand, glasvezel, hout, katoen, touw, steen­ kool variabele afmetingen

SOHEILA SOKHANVARI Iran TPAJAX, 2012 paard 291 x 168 x 150 cm privécollectie Passports, 2016 paspoorten 50 x 56 x 3,5 cm courtesy de kunstenaar & Kristin Hjellegjerde Gallery Naar een tekst van Bethany Dowell. PAUL DE VREE 1909 - 1982, België you never know me uit: Verzamelde gedichten Orion, Brugge, 1979 TOON TELLEGEN 1941, Nederland Het onmogelijke uit: De werkelijkheid Querido, Amsterdam, 2014 LUK BERGHE 1954, België KOCMOC - we have never been modern, 2015 -

320


BIBLIOGRAFISCHE REFERENTIES

2016 acryl en gouache op canvas op preparatierack rode den 10,5 x 2,2 m courtesy BruthausGallery © JP Stoop Naar een tekst van Inge Braeckman. ROY VILLEVOYE 1960, Nederland Reset (Vienna 1909, 20-year-old Adolf Hitler is Homeless), 2016 metaal, kunsthars, siliconen rubber, menselijk haar, kleding, schoenen variabele afmetingen Jack, 2010 video 9’00’’ Naar een tekst van Ine Gevers. IOSIF STALIN 1878-1953, Georgië Ochtend BENITO MUSSOLINI 1883-1945, Italië Varie/Variaties ADOLF HITLER 1889-1945, Oostenrijk Denk’ es!/ Denk daaraan! uit: Bloemen van het kwaad Koppernik, Amsterdam,

2016 vertaling Paul Damen FRANCIS ALŸS 1959, België When Faith Moves Mountains (making of), 2002 video 15’06’’ variabele afmetingen in samenwerking met Cuauhtémoc Medina en Rafael Ortega courtesy David Zwir­ ner, New York/Londen PATTI SMITH 1946, Verenigde Staten Because the night/ Omdat de nacht People Have The Power/ Het volk is aan de macht Strange Messengers/ Vreemde boodschappers Tarkovsky (The Second Stop Is Jupiter)/ Tarkovski (De tweede halte is Jupiter) Qana/Kana uit: Collected Lyrics Bloomsbury, Londen, 2015 vertaling Katelijne De Vuyst Oath/Eed Notebook/Zakboekje dream of rimbaud/droom van rimbaud uit: Early work Norton & Company, New York, 1994 vertaling Katelijne De Vuyst The Lovecrafter/De liefdemaker

321

Three windows/ Drie ramen uit: Auguries of Innocence Ecco Press, New York, 2005 vertaling Katelijne De Vuyst uit: Tekenen van onschuld Wagner & Van Santen, Sliedrecht, 2006 To the Reader/Aan de lezer Music (A Woman)/Muziek (Een Vrouw) uit: The coral sea Norton & Company, New York, 2012 vertaling Katelijne De Vuyst LOUISE BENNETT 1985, Australië See your self in me, 2015 zeildoek 5 x 2 m GIUSEPPE LICARI 1980, Italië Pasta Madre, 2011 - 2016 C-prints, polyester, brood, malle variabele afmetingen FREDERIK LUCIEN DE LAERE 1971, België ME uit: In uiterste staat Vrijdag, Antwerpen, 2016


BIBLIOGRAFISCHE REFERENTIES

ANNA LANGE 1969, Nederland ISMISM, 1995 neon op zink 42 x 168 x 16 cm courtesy BruthausGallery JOACHIM COUCKE 1983, België Frequently Answered Questions, 2015 - 2016 mixed media variabele afmetingen Today I Made Nothing, 2012 nieuwsbord en plastic letters 47,8 x 40,4 x 1,8 cm Naar een tekst van Be-Part. BERNLEF 1937-2012, Nederland Facebook uit: Reflecties Querido, Amsterdam, 2016 ALFREDO JAAR 1965, Chili Other People Think, 2012 lichtbox 152,4 x 152,4 x 15,2 cm courtesy Sammlung Wemhöner

dichter Verklaarde nacht uit: De val van vrije dagen De Bezige Bij, Amster­ dam, 2010 Mont Noir Zondag met Brahms Late vormen uit: Muziek voor de Overtocht, Gedichten 1975-2005 De Bezige Bij, Amster­ dam, 2005 De overtocht Op de vlucht uit: Neem en Lees, Po­ ëziegeschenk Stichting CPNB, Am­ sterdam, 2016

5 GRAANSCHUUR JOHAN CLARYSSE Zonder titel (can a cow be called a horse?), 2009 olieverf op doek 140 x 180 cm Suspicious Portraits (Klaus), 2010 olieverf op doek 180 x 150 cm HEIDI KOREN 1975, Nederland Heb mij lief uit: Gedachten over een mogelijk einde Voetnoot, Amsterdam, 2015

© Michiel Hendryckx THEO VAN DOESBURG 1883-1931, Nederland Voorbijtrekkende troep De trom Ruiter uit: Soldatenverzen Exponent, Groningen, 2000 ingesproken door Jaap Blonk uit: Jaap Blonk leest Theo van Doesburg het balanseer, Aalst, 2016

YVES VELTER 1967, België Lieu des sentiments, 2016 kunststof, metaal, spiefel, olieverf 50 x 37 x 22 cm Naar een tekst van Frederik Van Laere. TIM SILVER 1974, Australië

STEFAN HERTMANS 1951, België

Untitled (bust) (Pine timbermate woodfiller), 2011 inkt op papier 46 x 58 cm (4 kaders) courtesy de kunstenaar en Sullivan+Strumpf, Sydney

Ze komen De beste jaren Ik zag hoe men een

Untitled (Blow up), 2014 boomwortelschaafsel,

322


BIBLIOGRAFISCHE REFERENTIES

cellulose 42,5 x 36 x 22,5 cm courtesy de kunstenaar en Sullivan+Strumpf, Sydney © Jamie North Untitled (Blow up), 2014 video 5’00’’ courtesy de kunstenaar en Sullivan+Strumpf, Sydney CINDY WRIGHT 1972, België Blue bird, 2013 olieverf op doek 70 x 110 cm Collector’s item, 2010 olieverf op doek 170 x 110 cm Naar teksten van Paul Ilegems en Gaston Meskens. MELANIE BONAJO 1978, Nederland Progress vs. Regress I, 2013 C-print 75 x 50 cm courtesy AKINCI Amsterdam Progress vs. Regress II, 2013 C-print 75 x 50 cm courtesy AKINCI Amsterdam

RUTGER KOPLAND 1934-2012, Nederland

KOEN FILLET 1962, België

Er is geen ellende meer onder de mensen uit: Verzamelde gedichten G.A. van Oorschot, Amsterdam, 2007

How to disappear II, 2016 olie op doek 100 x 80 cm privé-collectie courtesy CAPS

TABITHA MOSES & JON BARRACLOUGH 1970, Verenigd Konink­ rijk & 1957, Verenigd Koninkrijk

RAFAEL GOMEZBARROS 1972, Colombia

Investment: Melanie, 2014 print 84 x 59 cm TABITHA MOSES 1970, Verenigd Konink­ rijk Investment: Melanie’s Gown, 2014 draad, spiegels, linnen, katoen 105 x 50 cm Untitled (Box), 2006 (remade 2016) doos, draad 26 x 15 x 15 cm PASCALE POLLIER 1967, België History of Hurt, The Loss of Hope, 2013 was, kantkussen, prikkeldraad 40 x 55 x 15 cm Naar een tekst van Benn Deceuninck.

323

Somos humanos, 2015 keramiek variabele afmetingen

6 PAROCHIEHUISJE D.D. TRANS 1963, België Miroir, 2015 spiegels variabele afmetingen courtesy Valerie Traan Antwerpen © Filip Dujardin Z.T. (Noir), 2016 foto 60 x 40 cm courtesy Valerie Traan Antwerpen Heart, 1992 vleeshaken 70 x 53 cm courtesy Valerie Traan Antwerpen © David Samyn Naar teksten van Sam Steverlynck en Thijs Demeulemeester.


BIBLIOGRAFISCHE REFERENTIES

ALET PILON 1949, Nederland

BERTIEN VAN MANEN 1942, Nederland

BART MOEYAERT 1964, België

uit de serie : COMEBACK (Aktaion), 2009 hertengewei, kippen­ gaas, papier-maché, imitatiebont, wollen deken 200 x 120 x 60 cm privé-collectie Mark Schalken

Moskou, 1992 C-print 38 x 25 cm

wij twee uit: Jij en ik en alle andere kinderen Querido, Amsterdam, 2013

Not There, 2010 zwanenvleugels, kip­ pengaas, papier-maché, gipsverband, linnen, plastic schoenen, trenchcoat 80 x 90 x 130 cm © Hein van den Heuvel Naar teksten van Wilma Klaver, José Teunissen en Robbert Roos.

RANDALL CASAER 1967, België Schip vol honden, 2016 mixed media variabele afmetingen naar: Schip vol honden Randall Casaer & Chris Carlier Uitgeverij Vrijdag, Antwerpen, 2016

FRED EERDEKENS 1951, België I hate words, 2005 PVC, spot, aquarel 70 x 70 x 70 cm 10 tekeningen waterverf op papier 40 x 50 cm (x 10) courtesy Mario Mauro­ ner Contemporary Art Gallery, Wenen Naar teksten van Stef Van Bellingen en Tim Toubac.

ik was veel kleiner uit: Vier manieren om op iemand te wachten, Querido, Amsterdam, 2001 TJITSKE JANSEN 1971, Nederland

7 BRENNEPARK ARMAND VAN ASSCHE 1940-1990, België De hand van mijn vader

JOTIE T’HOOFT 1956-1977, België Eenhoorn uit: Verzameld werk Meulenhoff/Manteau, Amsterdam/Antwerpen, 2010

JOKE VAN LEEUWEN 1952, Nederland

THEO OLTHUIS 1941, Nederland

Als iemand mij nou maar uit: Het moest maar eens gaan sneeuwen Podium, Amsterdam, 2003 CHARLES DUCAL 1952, België

In je hoofd TED VAN LIESHOUT 1955, Nederland Geluk FRANK ADAM 1968, België

Hart boven hard uit: Bewoond door iets groters Atlas Contact/ Poëziecentrum, Amsterdam/Antwerpen/ Gent, 2015 HUGO CLAUS 1929-2008, België

Zwemles uit: Teken tegen de maan. 50 kindergedich­ ten uit Nederland en Vlaanderen Ons Erfdeel, Rekkem, 2010

324

Broer ROBERTO JUARROZ 1925-1955, Argentinië Décima.52/ Tiende reeks.52


BIBLIOGRAFISCHE REFERENTIES

WILMA STOCKENSTRÖM 1933, Zuid-Afrika

papier-maché 80 x 30 x 20 cm © Antoinette Hijstek

Verdampend/Verdampend ERNST JANDL 1925-2000, Oostenrijk diese gedichte/deze gedichten uit: 51 stemmen uit de wereldpoëzie Stichting Poetry International/Stich­ ting Wereldpoëzie, Rotterdam, 2001

laaghangende bewolking, 2012 z.t. (kerkberg), 2012 textiel op frame 50 x 60 x 75 cm z.t. (roze wolken), 2008 textiel op karton variabele afmetingen 30 x 40 x 75 cm (klein) tot 40 x 70 x 105 cm (groot) © Ronald Sekan

8 KELDER BROUWERIJ ROY VILLEVOYE 1960, Nederland The Clearing, 2011 metaal, kunsthars, siliconen rubber, menselijk haar, kleding variabele dimensies collectie J.H. Visser NL

9 KLOOSTER MOUSSA SARR 1984, Frankrijk Untitled, 2013 steen, stethoscoop 30 x 32 x 10 cm courtesy de kunstenaar en VNH Gallery Naar een tekst van Sanna Moore. SIMONE DE GROOT 1968, Nederland

I found myself standing on a mountain, 2013 textiel op gaas en papier-maché 65 x 65 x 50 cm © Simone de Groot Naar teksten van Reinout Rutte en Aart van der Kuijl. REMCO CAMPERT 1929, Nederland Het alfabet van Remco Campert 10 (Vrijheidslaan, Amsterdam) uit: Dichter De Bezige Bij, Amsterdam, 2011

ANNE VAN AMSTEL 1974, Nederland Durf uit: Geef me nu ik wil Nieuw Amsterdam, Am­ sterdam, 2016 LIES CAEYERS 1982, België Kabinet, stucwerk, 2015 plaaster variabele afmetingen © Wiame Haddad Kabinet, binair, 2015 sokkel, Hantarex variabele afmetingen © Wiame Haddad SANDRINE PELLETIER 1976, Zwitserland Flashdance, 2009 ballerina’s, latex, acryl, plexi 20 x 29 cm privé-collectie © Roberto Greco ROBERT & SHANA PARKEHARRISON 1968, VS & 1964, VS

DIRK VAN BASTELAERE 1960, België

Ashen Head, 2008 brons, as, katoen, hardware 14 x 12 cm privé-collectie courtesy Jack Shainman Gallery, New York.

Tegen de afgrond uit: Hartswedervaren Atlas, Amsterdam, 2000

PASCAL BIRCHER 1972, Verenigd Koninkrijk

Son, 2010, met bal, 2013 textiel op gaas en

Signal, 2006 verkeersbord, gegalva­ niseerd metaal, vinyl,

325


BIBLIOGRAFISCHE REFERENTIES

plakletters privé-collectie diameter 45 cm ROELAND TWEELINCKX 1970, België

250 x 800 cm courtesy Geukens & De Vil en de kunstenaar collectie Museum Voor­ linden, Wassenaar

en Kate MacGarry Gallery MICHAËL VANDEBRIL 1972, België

Forgotten steel girder, 2012 mdf, hout en verf variabele afmetingen © Pieter Huybrechts @ Valerie Traan

10 HUISJE KLEINE MARKT

Duran Adam (staande man) uit: New Romantics Polis, Antwerpen, 2016

SASKIA DE COSTER & INNE EYSERMANS 1976, België & 1988, België

ARTHUR LAVA 1955, Nederland

Support carriers, 2011 schapdragers variabele afmetingen © Filip Dujardin

Ik wist dat je komen zou, 2016 mixed media variabele afmetingen

Composition with sockets, 2014 mdf, verf variabele afmetingen © Filip Dujardin

11 KERK

ERIK BUIJS 1970, Nederland

PETER DE MEYER 1981, Antwerpen

Naar teksten van Sam Steverlynck, Frederik Vergaert en Pieter Geets.

cross reference, 2014 metaal, neon 140 x 90 x 20 cm courtesy Geukens & De Vil en de kunstenaar

PETER DE MEYER 1981, Antwerpen

MONIEK TOEBOSCH 1948 - 2012, Nederland

a sculpture a day, 2015 doosje zakdoeken, witte sokkel variabele afmetingen courtesy Geukens & De Vil en de kunstenaar

Les Douleurs Contemporaines V, 1998 geluidsinstallatie variabele afmetingen © Peter Cox (instal­ latiefoto van Hacking Habitat. Art of Con­ trol, Utrecht 2016)

ik, 2012 potlood 0,6 x 6,5 cm courtesy Geukens & De Vil en de kunstenaar coda, 2014 glazen potten, verfborstels

Groei uit: Een feest van jewelste Voetnoot, Amsterdam, 2014

SAMSON KAMBALU Malawi, 1975 The Last Judgement, 2016 ballen, papier variabele afmetingen courtesy de kunstenaar

326

KONG, 2013 EPS, epoxy hoogte 220 cm Naar een tekst van Alex de Vries. EDUARDO BASUALDO 1977, Argentinië Teoría (Goliath’s Head), 2014 metalen structuur, zwarte folie mixed media variabele dimensies ROLAND JOORIS 1936, België Vorm uit: Als het dicht klapt Querido, Amsterdam, 2005


BIBLIOGRAFISCHE REFERENTIES

327


328


329


DANKWOORD

Kunstenfestival Watou is dit jaar aan haar 36ste editie toe. Voor de achtste keer op rij presenteren we 'Verzamelde Verhalen tussen taal en beeld', dit jaar over identiteit, diversiteit en de kracht van mededogen. Zoals de traditie het wil, tonen we in Watou een inspirerende mix van aanstormend talent en grote namen. Jong geweld en bezadigde reflectie. Ze bevruchten elkaar en als het goed is, versterken ze elkaar. De realisatie van een jaarlijkse editie van het Kunstenfestival Watou is groepswerk. Dank aan de kunstenaars, schrijvers en dichters: zonder hun boeiende verhalen staan we nergens. Dank aan alle bruikleengevers en galeries die ons bereidwillig ondersteunen: zonder jullie is het moeilijk. Dank aan onze festivalbezoekers: zonder jullie is het eenzaam. Dank aan het stadsbestuur van Poperinge en in het bijzonder aan Burgemeester Christof Dejaegher, schepen van cultuur Loes Van­ dromme en schepen van toerisme Jurgen Vanlerberghe. Dank aan Bart Wemaere, beleidscoördinator Vrije Tijd en aan de medewerkers van de cultuurdienst, de toeristische dienst en de technische diensten. Dank aan het provinciebestuur van West-Vlaanderen en in het bijzonder aan gedeputeerde voor cultuur Myriam Vanlerberghe, directeur cultuur Jan Denolf en Mieke Ackx, leidinggevende stafmedewerker dienst cultuur. Dank aan het Vlaams Ministerie voor Cultuur en aan Het Vlaams Fonds voor de Letteren. Dank aan de leden van de Raad van Bestuur van vzw Kunst en van Stichting IJsberg vzw. Dank aan onze vele andere logistieke en financiële sponsors en partners. Zij steunen het festival met raad en daad, logistiek, financieel en artistiek waar het kan.

330


DANKWOORD

Heel veel dank aan de medewerkers en vrijwilligers van vzw Kunst. Aan Lily Soenen, zakelijk leider, duivel-doet-al en mijn rots in de branding. Dank aan Willy Tibergien, curator poëzie, voor het delen van zijn ongeëvenaarde kennis van de poëzie in al haar verschijningsvormen. Dank aan ons inspirerend en hardwerkend jong team van ‘den buro’: Liesbet Daeninck, Casimir Franken, Magalie Lagae, Lieselotte Moeyaert en Elise Verstraete. Dank aan ons vast technisch team: Jaak Bout en Mark Drabbe en aan het freelancers-team van Wim Lievens. Dank aan het Helix-team. Dank aan Jan Cassier die ons de hele zomer van klank en beeld en licht voorziet. Dank aan Guido, Martien, Luc en Rita en hun onuitputtelijk net­ werk van sympathisanten en vrijwillige medewerkers. Dank aan onze dertig studenten-suppoosten die onze bezoekers vriendelijk en deskundig ontvangen. Samen vormen jullie een super-A-team! Dankzij de inbreng van jullie allen is Kunstenfestival Watou elke zomer weer een bijzonder genietbare plek om even te vertoeven. Hartelijk dank! We zien u graag.

Jan Moeyaert Intendant Kunstenfestival Watou Zomer 2016

331


COLOFON De 36ste editie van Kunstenfestival Watou is een realisatie van vzw Kunst & Stichting IJsberg. Projectsecretariaat Stichting IJsberg vzw / vzw Kunst Jan Moeyaert / intendant Lily Soenen / zakelijk leider Lieselotte Moeyaert / pers - communicatie - publiekswerking en –werving Magalie Lagae / artistieke coördinatie - productiecoördinatie Elise Verstraete / vormgeving - digitale coördinatie - publiekswerking Liesbet Daeninck / publiekswerking - educatieve werking - productiecoördinatie Casimir Franken / productiecoördinatie Selectie poëzie Willy Tibergien / Liesbet Daeninck Technische team Mark Drabbe / Jaak Bout (vast team) Wim Lievens & team, Helix-team, Jan Casier (freelance) Suppoosten en vrijwilligersteam Elke Huybrechts / Anna Vanhellemont / Julie Somers / Eline Vanheusden / Leen Philips Merel Van Baelen / Lucas Vanhevel / Gala Verhavert / Talisa Van de Velde / Lizzie Luyckx Nelle Houwen / Fransje Leijenaar / Marije De Decker / Cilia Gouwy / Josie Vranken Sophia Dequeker / Thijs Demulder / Marije Van Bouwel / Carlijne Hertog / Helena Daem Naomi Van der Horst / Mourad Baaiz / Laura Arens / Louise Verstraete Isabelle vander Stockt / Nathanja Louage Tentoonstellingscahier Kunstenfestival Watou 2016 Auteurs / Medeauteurs Jan Moeyaert / Magalie Lagae / Liesbet Daeninck / Lieselotte Moeyaert / Katie Kitamura Paul B. Franklin / Inge Braeckman / Marc Ruyters / Frank Maes / Ann De Winne / Johan De Bruyne / Gaston Meskens / Ineke Jungschleger / George Stolz / Michael Brenson / Neal Benezra / J. Scheuermann / Julian Heynen / James Lingwood / Sheena Wagstaff / Bethany Dowell / Ine Gevers / Be-Part / Frederik Van Laere / Paul Ilegems / Benn Deceuninck Sam Steverlynck / Thijs Demeulemeester / Wilma Klaver / José Teunissen / Robbert Roos Stef Van Bellingen / Tim Toubac / Sanna Moore / Reinout Rutte / Aart van der Kuijl Frederik Vergaert / Pieter Geets / Alex de Vries Coördinatie redactie & vertaling Magalie Lagae / Liesbet Daeninck / Lieselotte Moeyaert / Elise Verstraete Vormgeving Elise Verstraete / Jan Moeyaert Pre-press & drukwerkbegeleiding Elise Verstraete Druk die Keure / Brugge Fotoverantwoording Sfeerbeelden vzw Kunst / Elise Verstraete Campagnebeeld © courtesy of the Juan Muñoz Estate Beelden werken Willem Popelier / Yasmina Bennya / Plus One Gallery Antwerpen / CFHILL AB Michael Elmenbeck Collection / Sundaram Tagore Gallery / Bruthaus Gallery / KÖNIG GALERIE Berlin / 303 Gallery New York / Galleri Nicolai Wallner Copenhagen / studio Jeppe Hein / Karin Borghouts / Fien Muller / Thomas voor ’t Hekke / Aeroplastics Gallery Meessen De Clerq Brussel / Bertrand Huet / Maurice Scheltens / Gijs Haak Studio & Visser Middelburg / Koen Moerman / Galerie Paris-Beijing / Frédéric Albert / Nikos Markou Juan Muñoz Estate / NEON & Whitechapel Gallery / Kristin Hjellegjerde Gallery / JP Stoop David Zwirner New York, Londen / Sammlung Wemhöner / Sullivan+Strumpf, Sydney Jamie North / AKINCI Amsterdam / CAPS / Valerie Traan Antwerpen / Filip Dujardin / David Samyn Hein van den Heuvel / Mario Mauroner Contemporary Art Gallery, Wenen / VNH Gallery A ntoinette Hijstek / Wiame Haddad / Roberto Greco / Jack Shainman Gallery, New York Pieter Huybrechts / Geukens & De Vil / Peter Cox / Kate MacGarry Gallery Het tentoonstellingscahier is een uitgave van vzw Kunst en Stichting IJsberg vzw. ISBN: 9789081741347 - NUR: 644 - © 2016 vzw Kunst / Stichting IJsberg vzw

332


PARTNERS

Vzw Kunst & Stichting IJsberg vzw danken hun subsidiĂŤnten, partners en sponsors voor de financiĂŤle en logistieke ondersteuning van het festival

www.gourmetdirect.eu

een kleurrijk verbond van onafhankelijke boekhandels

Met bijzondere dank aan:

Vzw Kunst en Stichting IJsberg vzw hebben getracht alle rechthebbenden van het tekst- en beeldmateriaal te achterhalen. Indien iemand meent dat zijn/haar rechten niet zijn gehonoreerd, kan hij/zij contact opnemen met: Stichting IJsberg vzw, Brugsesteenweg 45 - 8433 Schore.

333


over identiteit diversiteit en empathie Dries Verhoeven | Leonard Nolens | Joost Zwagerman | Christine D’Haen Karine Bonneval | Arthur Rimbaud | Cleon Peterson | Lars Gustafsson DD Trans | Anders Krisar | Jan Vanriet | Pascal Bircher | Tayeba Begum Lipi Luk Berghe | Jeppe Hein | Maen Florin | Gerrit Kouwenaar | Bas Overbeek Jannah Loontjens | Front404 | Eckart Hahn | Dominic McGill | Robert Gligorov Christian Morgenstern | Rinko Kawauchi | Colin Waeghe | Regina José Galindo Jan van der Hoeven | Anno Dijkstra | Filip Markiewicz Gijs Assmann Rik Meijers | Arnaud Rogard | Alex Seton | Peter Verhelst | Johan Clarysse Juan Muñoz | Stefan Hertmans Rafael Gomezbarros | Wisława Szymborska Soheila Sokhanvari | Paul De Vree | Luk Berghe | Roy Villevoye | Francis Alÿs Toon Tellegen | Patti Smith | Louise Bennett | Giuseppe Licari Frederik Lucien De Laere | Anna Lange | Joachim Coucke | Bernlef Theo van Doesburg | Alfredo Jaar | Johan Clarysse | Heidi Koren | Yves Velter Tim Silver Cindy Wright | Melanie Bonajo | Rutger Kopland | Tabitha Moses Pascale Pollier | Koen Fillet | Rafael Gomezbarros | Alet Pilon Jotie T’Hooft | Fred Eerdekens | Bertien Van Manen | Randall Casaer Roy Villevoye | Moussa Sarr | Simone De Groot | Remco Campert | Lies Caeyers Anne van Amstel | Sandrine Pelletier | Robert & Shana ParkeHarrison Pascal Bircher | Roeland Tweelinckx | Peter De Meyer | Saskia De Coster & Inne Eysermans | Moniek Toebosch | Samson Kambalu | Michaël Vandebril Erik Buijs | Arthur Lava | Eduardo Basualdo | Roland Jooris

Profile for vzwkunst

Catalogus W16  

OVER DE KRACHT VAN MEDEDOGEN

Catalogus W16  

OVER DE KRACHT VAN MEDEDOGEN

Profile for vzwkunst