Page 1


Introductie

Beste windsurfer, (zo kun je jezelf wel noemen als je de basis doorsparteld hebt.) In deze herwerkte cursus evolutie 1 worden de technieken die je in de basis aangeleerd hebt verfijnd en uitgebreid. Begrijp dat je in een weekje tijd niet alle technieken feilloos onder de knie kunt krijgen. Enkel door gedreven te oefenen verkrijg je voldoende vaardigheid om misschien nadien je eerste stappen op zee te wagen, deel te nemen aan leuke surfwedstrijdjes of misschien wel monitor te worden. Dus na het welslagen van deze evolutie 1 liggen er heel wat mogelijkheden in het verschiet. Maar laat je niet afschrikken, windsurfen is en blijft “real fun”. Veel succes en tot op het water…

3


1. Het materiaal juist trimmen in functie van de wind Even belangrijk dan het goede materiaal, is het correct optuigen en trimmen van het materiaal. Hieronder volgen een aantal tips: • •

Plaats de giek op schouderhoogte. De uiteindelijke bedoeling van het trimmen van een zeil is een zo groot mogelijke voortstuwende kracht te verkrijgen door voor-, achter- en onderlijk op een juiste manier op te spannen. We kunnen het zeil vlakker of boller maken en zelfs de bolling van plaats veranderen. De neerhaler wordt steeds vrij hard tot hard aangespannen (behalve voor race boards bij weinig wind). Het achterlijk zal hierdoor aan de bovenkant los tot zeer los zijn zodat de wind hier direct uit het zeil wegkan. Bij éénvoudige zeilen geldt nog steeds dat het zeil boller dient te staan bij weinig wind en vlakker bij veel wind.

Ideale mastposities:

• •

De volgorde van het optuigen is als volgt: 1. zeil op mast schuiven 2. neerhaler wat aanspannen 3. uithaler aanspannen 4. cambers en zeillatten 5. neerhaler verder aanspannen Plaats de voetbanden juist. (zie hoofdstuk 11) Verder moet je er aan denken de juiste vin te gebruiken en de trapezelijnen perfect te plaatsen. De juiste positie van de mastvoet is ook van belang: teveel naar voor zal negatief zijn voor de snelheid. Teveel naar achteren zal het snel in plané vertrekken hinderen.

Scherpe windse koers

Om ten volle te genieten van je windsurfsessie, is het belangrijk dat je een correcte materiaalkeuze maakt. Het juiste board en het juiste zeil aangepast aan je niveau. Vandaar dat we in dit hoofdstuk wat dieper ingaan op de verschillende soorten zeilen en planken, want misschien overweeg je om binnenkort zelf een windsurfsetje aan te schaffen.

Halve windse koers Ruime windse koers

Spiegel

Boeg

2. Het gebruik van het specifiek surfmateriaal

2.1. Windsurfboards De windsurfplanken hebben sinds het ontstaan van onze sport enorme veranderingen ondergaan. Vroeger bestond er slechts één type, nu zijn er onnoemelijk veel modellen.

Tips • Spo el je m voor onderho ud: water: zo ateriaal rege lmatig ut en • Laa af met t je mate zand zijn zeer zoet slecht. riaal nie • Leg t in voll een pla e nk nooit zon ligg naar on en met de deren o vin p stene Besche n of rots rm de v e n in . bij tran met een sport. hoes

6

Bij een kleiner zeil moet de mastvoet naar achteren. Indien je de plank moeilijk onder controle kan houden plaats je de mastvoet beter wat meer naar voor.

Hoe bepaal je dan welk board voor jou geschikt is? 1) Eerst bepaal je waarvoor je de plank gaat gebruiken. Surf je meestal op zee of op binnenwater? Met veel of met weinig wind? Hou je van pure snelheid of ingewikkelde freestyle manoeuvres op vlak water, of heb je liever grote golven? Misschien zoek je gewoon een leuk familieboard om tijdens de vakantie op te amuseren?

2) Daarna bepaal je bij benadering het volume van je board. Algemeen geldt: hoe meer wind, hoe minder volume. Te grote planken met teveel volume zullen in harde wind moeilijker te controleren zijn. Anderzijds ga je bij de kleinste planken zinken als er niet voldoende wind is. Je zeil optrekken mag je dan wel vergeten! Wie de waterstart nog niet beheerst, koopt dus best een board met voldoende volume. Een algemene stelregel: tel bij je eigen gewicht nog minstens 20 bij om het boardvolume te bepalen waarbij je zeil optrekken mogelijk is.

7


Nu je een idee hebt van wat je wil, zal de keuze veel gemakkelijker zijn. Tijd dus om een overzicht van de verschillende windsurfplanken te geven. Beginners-planken: Als je leert surfen heb je stabiliteit nodig. Dus zijn beginnersplanken extra breed en van veel volume(+200 liter) voorzien. Ze bezitten een zwaard of een centrale vin. Doordat deze planken tegen een stootje moeten kunnen, zijn ze relatief zwaar. Tegenwoordig hebben de meeste beginnersplanken een softdeck, wat extra aangenaam is als je veel op je plank moet klauteren. Deze planken worden bij voorkeur gebruikt op vlak water bij lichte wind. Freeride-planken: Deze planken zijn de ideale overstap van een beginnersplank naar een funboard. Deze boards planeren erg snel, gijpen gemakkelijk en zijn ook behoorlijk robuust. Ze zijn stabiel genoeg om gemakkelijk je zeil op te trekken, en je kan er vliegensvlug mee leren voetband-varen. De meest voorkomende volumes liggen tussen 110 en 160 liter.

Deze planken zijn in het algemeen geschikt voor binnenwater maar er zijn ook boards die wel overweg kunnen met kleine golfjes. Slalom: Een discipline die (weer) aan populariteit wint. Slalomboards zijn tov freerideplanken vaak sneller. De boards willen erg graag rechtuit en zijn technisch moeilijker te gijpen. Bij een slalomboard zit het meeste volume voornamelijk achter de mastvoet. Bij een freerideboards is dit volume meer over het gehele board verdeeld. Freestyle-planken: Freestylen deed men vroeger ook al op longboards vb. op de zijkant varen (railriden), ed. Tegenwoordig is dat allemaal ‘oldschool’. De nieuwe freestylers doen uiterst complexe ‘moves’, bij voorkeur op vlak water. Ze gebruiken daarvoor korte, relatief brede funboards van 90 tot 115 liter. Hierdoor kan je meestal nog net je zeil optrekken. Door de extra breedte zijn het ook vrij stabiele planken, en met de centrale voetbandposities is leren voetband-varen kinderspel. De freestyle-vin is ook opvallend kort.

Wave-planken zijn voor waterstart-experts only!

8

Voor de jonge talenten is zo’n freestyleplank dus een prima eerste funboard.. Freemove-planken: Golven of vlakwater, deze plank kan alles aan in middel tot zware omstandigheden. Zoals kleine golven afrijden, freestyle moves of gewoon snel varen. Deze planken bezitten een volume tussen 85 tot 105 liter. Meestal worden er twee vinnen bijgeleverd (één voor op zee en één voor op vlakwater). Het spreekt vanzelf dat deze planken hierdoor een groot inzetbereik verkrijgen. Wave-planken: Deze zijn gemaakt om optimaal van wind en golven (zee) te genieten. Ze zijn klein, radicaal en relatief sterk, omdat je er hoge sprongen mee moet kunnen maken. Ze zijn ook uiterst wendbaar om vlot te kunnen golfrijden. Het volume ligt tussen 60 en 85 liter. De planken worden gebruikt in extreme omstandigheden (5 tot 8 beaufort). Veel surfers gebruiken bij harde wind ook een waveboard op vlak water, omdat ze zo gemakkelijk te controleren zijn. Formula-planken: De Formula-plank kenmerkt zich door zijn breedte (vaak 100 cm breed) en gebruik van grote zeilen (9.0 - 12.5 verkante meter). Daarbij horen automatisch ook langere vinnen (60-70 cm). In het wedstrijdelement heeft Formula zijn eigen klasse. Wereldwijd worden er met deze boards speciale wedstrijden gevaren. Maar je kan met deze boards ook prima recreatief surfen, aangezien je al met zeer weinig wind kan planeren en erg hoog aan de wind kan varen. De halve windse prestaties zijn daardoor meestal wat minder. Dit maakt deze boards misschien wat minder geschikt voor diegene die alleen maar snel willen planeren. Voor hen volstaat een freeride-plank. Bij een Formula-plank zit het meeste volume achter de mastvoet. Bij een freeride-plank is het volume meer verdeeld over heel het board. Hierdoor is een grote freeride-plank wat vergevingsgezinder wat betreft overstag gaan. Longboards: De eerste windsurfplanken waren lange, smalle planken met een insteekzwaard voor de stabiliteit. Door de

komst van de funboards (planken zonder zwaard) wilde iedereen liever een kleine snelle plank. Het gevolg was dat de longboards nauwelijks verder ontwikkeld werden, behalve dan als prestatiegerichte race-machines, met een groot zwaard en veel voetbanden zodat het plezier voor de recreant verdween. Met de nieuwe generatie longboards kan je weer elke zomerdag op het water staan. Ze hebben ongeveer hetzelfde volume als beginnersplanken, maar iets langer en minder breed. Sommige longboards gaan door nieuwe shape-inzichten bij harde wind planeren als een funboard. Andere zijn eerder bedoeld om te golfsurfen met zeil. Longboards zijn ideale familieplanken. Je kunt er mee leren surfen of regatta’s mee varen, proberen de golven af te surfen met of zonder zeil. En als je wilt zonnebaden heb je een perfect vlot. Hybride-planken: Deze planken zijn de jongste ontwikkelingen op windsurfgebied (sinds 2004). Ze zijn ontworpen om te kunnen surfen vanaf 1 tot en met 6 beaufort. Ze zijn een kruising tussen een longboard (voetbanden en zwaard) en formula’s (breedte en volume). Ze zijn behoorlijk technisch om mee te varen. Om deze reden is deze soort plank uitgeroepen tot Olympische plank (2008). De Bic Techno 293 is sinds 2004 in Europa (ook in België) de aanloopklasse naar de Olympische plank (-17 jaar). Deze plank is alleen kleiner en daardoor gemakkelijker te bevaren door de jeugd. Speed: Enkel de pure snelheid telt. Deze planken worden voornamelijk bij harde wind ingezet. Ze zijn gemaakt om heel snel halve of zelfs ruime wind te varen. De speedplank is smal en kort, met een kleine rechte vin. Ze zijn zeer stijf en licht, technisch (moeilijk) te varen en bovendien fragiel en erg duur. Speedplanken hebben een volume tussen 50 en 80 liter. Bij deze kleine plankjes is waterstart een must. Absoluut niet geschikt voor de beginnende funboardsurfer.

9


Bij het oploeven verplaats je je zeil naar achteren. Het zeildrukpunt wordt door het zeil achter het laterale punt verplaatst, waardoor het board met de boeg naar de wind wordt geduwd.

4. Gevorderde lichaamshouding op verschillende koersen 4.1. Materiaal Giek: zorg ervoor dat je giek op schouderhoogte staat. Mastvoet: plaats je mastvoet in het midden. 4.2. Lichaam Handen: plaats je handen op schouderbreedte op de giek. Tip: houd je armen licht gebogen om windstoten te kunnen opvangen. Rug: houd je rug steeds RECHT! Benen: in lichte spreidstand en lichtjes gebogen Voeten: twee voeten achter de mastvoet in het midden van de plank (zorg voor evenwicht)

Als je je zeil naar voor verplaatst, met andere woorden, het zeildrukpunt voor het laterale punt brengt, dan zal je board afvallen. De zeilkracht zal voor de laterale kracht duwen, waardoor de boeg weg van de wind draait. Met deze theorie in ons hoofd, haasten we ons terug op het water, en testen we of alles wat hier is gezegd wel klopt. • •

3.5. Een toepassing… In een windvlaag vergroot de werkelijke wind (WW) plots. Omdat de snelheid van het board niet dadelijk verhoogt, blijft de tegenwind (TW) op het eerste ogenblik zoals voorheen. Vergelijken we dit nu eens schematisch.

SW

TW

SW

WW

TW

4.3. Halve windse koers Voeten ter hoogte van de zwaardkast Ideale mastpositie: mastvoet in het midden.

WW

WW

SW

TW

Bemerk dat bij het begin van de windvlaag de schijnbare wind minder scherp in het zeil invalt. We kunnen bijgevolg nog scherper gaan varen of oploeven. LET OP: Dit lukt alleen bij het begin van een windvlaag; na een tijdje gaan we wel sneller en is de tegenwind dus ook groter. In de praktijk is het vaak zo dat de wind in een windvlaag ook wat draait. De wind kan ‘gunstig’ draaien: je kunt nog meer oploeven. Maar de wind kan ook ‘ongunstig’ draaien en dan moet je (soms) zelfs afvallen.

14

TIP!: Kijk gerege ld naar de win dvlagen die op het wa ter verschijnen. Zo kan je de ruk winden zien aan komen en kan je je houding wij zigen naar gelang de druk in je zeil wijzigen (meer dru k = meer aan je zeil hangen of je zei l wat openen).

4.4 Scherp aan de windse koers Zwaard volledig uitgeklapt, de lijzijde van de plank door tenendruk belasten • Lichaam iets naar de boeg laten hellen. • Probeer steeds op de grens van de dode hoek te varen: te scherp varen doet de snelheid sterk verminderen. Door minder scherp te varen zal je sneller varen. Tracht een compromis te vinden tussen snelheid en ‘scherp’ varen. • Ideale mastpositie: mastvoet vooraan. •

15


5. Oploeven en afvallen met voetendruk

4.5 Ruime windse koers varen •

Bij planeer-condities (+3Bfr.): zwaard inklappen (dit verminderd de weerstand en doet je snelheid toenemen. Voeten en handen worden meer naar achter geplaatst ten opzichte van de halve windse koers. Ideale mastpositie: mastvoet meer naar achteren.

Tot hier toe kan je sturen door gebruik te maken van je zeil. Een gevorderde surfer stuurt ook door gebruik te maken van zijn gewicht. Je kan sneller draaien door de combinatie van: 1. Je zeil 2. Druk te geven met één van je voeten Let op: zorg steeds voor druk in je zeil. Zonder druk in je zeil behoud je je snelheid niet. Haal je zeil dus steeds voldoende aan! 5.1 Oploeven ZEIL: de achterkant van de giek naar de spiegel brengen. Wind in het zeil houden! (door het zeil wat aan te halen) VOETENDRUK: 1. Verplaats je achterste voet iets naar achteren. 2. Druk op je achterste voet. 3. Je lichaam lichtjes naar de boeg van je plank hellen.

LET OP ! Door de combin atie van de voe tendruk en de doen we het bo zeilverplaatsing ard draaien. Bij minder dan 3 bft zeil meer bij stu gebruik je het ren. Bij meer dan 3bft maak je me voetendruk! Wa er gebruik van nneer we planer en (met ingeklapt we de binnenkan zwaard) moeten t van de plank be lasten om af te val tenkant van de len, en de buiplank om op te loeven. Net omgek eerd dus!

4.6 Voor de wind varen 5.2 Afvallen • • •

16

Zwaard inklappen (er is hier geen kans op drift en doet de snelheid toenemen). Bij harde wind goed naar achter gaan staan en door de knieën buigen. Ideale mastpositie: mastvoet in het midden van de plank.

ZEIL: de voorkant van de giek naar de boeg en loef brengen. Wind in het zeil houden! VOETENDRUK: 1. Verplaats je voorste voet naar het midden van de plank. 2. Oefen druk uit met je voorste voet (aan de loefzijde) 3. Je lichaam lichtjes naar de lijzijde van je plank hellen.

17


6. Snel overstag gaan Je kunt tot nu toe overstag gaan door gebruik te maken van het zeil. Nu leer je sneller overstag te gaan door gebruik te maken van voetendruk.Met het vlot overstag gaan wordt bedoeld dat tijdens hetganse manoeuvre zo weinig mogelijk snelheid wordt verloren.

7. De Draaigijp Voor we echt aan de draaigijp beginnen, zullen we eerst starten met een voorbereidende oefening… a. Het afvallen tot voor de wind 1. Halve wind varen

1. Voorbereidende fase Kies een veilige plaats om je overstag uit te voeren. 2. Oploeven (met voetendruk) tot door de wind

• • •

3. Verder oploeven (door de wind) Masthand neemt mast vast. Voorste voet komt voor de mast: ‘spreidstand’. Blijven oploeven … tot voorbij de in de windse koers.

4. Verplaatsing naar de andere zijde van je plank • Achterste voet schuift tot bij de voorste • Goed door knieën buigen en behoud je rechte rug. • Arm aan de mast strekken. • Ook de zeilhand neemt de mast

2. Afvallen De voorkant van de giek naar de boeg en loef brengen en drukken op de voorste voet aan loef. ! blijf rechtop staan. ! zorg er steeds voor dat er druk in het zeil blijft (zeil wat aanhalen), nadien de zeilstand aanpassen (vieren tot het zeil dwars boven de plank staat) 3. Voor de wind varen Voeten geleidelijk verplaatsen tot ze links-rechts van het zwaard staan.

Let op! Je kunt het gehe el versnellen do or vooral de buitenste vo et meer naar ac hteren te zetten om zo de buitenkant van de plank te belasten (Fas e 2). Wanneer je planeert, en dus met en in geklapt zwaard vaart, moet je op de bi nnenkant duwe n.

5. Andere kant giek nemen Plaats nu eerst je ‘nieuwe’ zeilhand De voeten worden geplaatst op de nieuwe kant, samen met de zeilhand. • Plaats vervolgens je masthand. • •

6. Verder varen We halen zo snel mogelijk het zeil aan en afvallen tot de gewenste koers.

!!! Hoe meer wind, hoe meer je met voetendruk moet werken en hoe minder het zeil verplaatst moet worden. Pivoteren: een variant Indien je tijdens het oploeven de giek voorbij ‘midscheeps’ (-lengteas van het board) trekt, zal het board zo goed als ter plaatse draaien. Nadeel is wel dat je snelheid verliest. Let op: tijdens deze fase verlies je de druk in je zeil. Houd deze fase dan ook zo kort mogelijk!

18

19


c) De duwgijp De duwgijp wordt vooral gebruikt bij het aanleggen of om obstakels te vermijden. Het is in feite een doorgedreven stopgijp. De plank valt stil en ze draait ter plaatse. 1. Kies een veilige plaats om je duwgijp uit te voeren.

1

Tip! ssing: kope oplo Een goed et een stknopen m touwtjes va . ek gi de nd mastworp ro tiek buisje as pl n ee Eventueel . tjes plaatsen rond de touw

2. Stopgijp • Zet je schrap-(zie niveau 1) 3. De draaibeweging • Duw nu met de zeilhand het zeil over de boeg. • Druk op je achterste voet.

2

8. Trapeze varen

4. Andere kant giek nemen Neem de giek vast aan de andere zijde.

1

1 2

1Heent giseeLeent oDpU!Wg

3

ijp gijp

en TREK

2 4 3

3

22

3

4

Voor het windsurfen bij meer wind is een trapeze onmisbaar. Het is een energiesparend hulpmiddel. De trapeze verlicht aanzienlijk het spierwerk van de voorarmen, en ondersteunt bovendien de onderrug. We hebben een trapeze nodig en trapezetouwtjes. Beide vind je in verschillende modellen in de surfwinkels.

Handleiding optimist zeilen Wanneer je een trapeze gaat kopen, let dan op volgende punten: • De trapeze moet perfect passen: probeer dus verschillende modellen uit. De trapeze moet zowel de onderrug als het zitvlak ondersteunen. Er mag geen ruimte zitten tussen trapeze en rug. • Kijk naar de afwerking van de trapeze. Ze moet stevig zijn, en er mogen geen scherpe of uitstekende delen aan zijn. De haak moet glad zijn aan de binnenkant om slijtage van de touwtjes te voorkomen.

4

2

Zorg er eerst voor dat je trapezetouwtjes op het droge zijn aangepast: • Plaats de touwtjes op de giek: één voorarmlengte van de mast maak je het eerste eindje vast, het andere einde bevestig je opnieuw één voorarmlengte verder. Hoe meer wind, hoe meer je de touwtjes naar achteren moet plaatsen. • Controleer de lengte en pas deze eventueel aan (of koop andere touwtjes: je vindt trapezetouwtjes in verschillende lengtes: tussen 24 en 32 cm): afstand ‘giek – einde – touw’ = lengte van de voorarm.

4

En dan, op het water: a) Inhaken: • Trek de giek met een rukje naar je toe en haak in door de benen te strekken en te buigen. Het touwtje zit nu vast in de haak. • Je vaart nu verder met een rechte rug en je gebruikt je gewicht als een balans om het zeil in evenwicht te houden. • Het sturen van het zeil gebeurt op de normale manier. b) Uithaken: • Je trekt de giek met een rukje naar je toe en tegelijkertijd strek je de knieën zodat het touwtje uit de haak valt.

23


10. De helitack Met dit manoeuvre wordt je ingeleid in de wereld van de freestyle. Het is een ideaal alternatief bij wind die niet voldoende is om te planeren (2-3 Bft.) en een manoeuvre dat binnen het bereik ligt van elke gevorderde surfer, mits je over voldoende plank - en zeilgevoel beschikt. Gebruik voor het manoeuvre liefst een niet te groot zeil (zonder cambers) met een korte giek. Gebruik in het begin best nog een grote plank en ga daarna over op een kleinere.

3

4

1-2 Fase 1

Fase 4

Vaar halve wind uit. Je masthand neemt de giek een beetje meer vooraan vast. Plaats je voorste voet voor de mast.

Nu moet je in een vlotte beweging de schoothoek van het zeil door de wind duwen: hierbij neem je met de masthand de giek helemaal vooraan vast en je zeilhand duwt de achterkant van de giek door de wind. Let op dat de mast dicht bij het lichaam en rechtop gehouden wordt. Trek actief de mast naar loef en voor. Laat het zeil helemaal overslaan en neem de nieuwe kant van de giek vast.

Fase 2 Loef op door het zeil met beide armen gestrekt naar achteren te brengen en door het lichaamsgewicht bijna volledig op de achterste voet te brengen. Hou deze houding aan tot de boeg van de plank net door de wind is. Fase 3 Breng het zeil met een vlotte beweging naar voor en naar loef. Hierbij verplaats je je lichaamsgewicht van de achterste naar de voorste voet. De plank zal verder afvallen door de druk op de voorste voet en door het zeil dat naar voor neigt. Hou deze houding aan tot de plank halve wind ligt in de nieuwe richting.

26

Voor we over gaan naar de zeilwissel in fase 4 kan het nuttig zijn om deze ‘backwind’positie’ even aan te houden en zo voldoende zeil- en plankgevoel te krijgen in deze positie. We kunnen nu eventueel terug oploeven en weer in de normale houding verder varen: zo kunnen we de eerste fasen van de helicopter-tack inoefenen en tevens al freestylend hoogte lopen. Backwind’positie: • Het zeil en de surfer staan aan de lijzijde van de plank. • Het zeil is nu het dichtst bij de wind. • Je lichaam kijkt naar de wind.

11. Planerend varen in verschillende koersen met gebruik van de voetbanden

De voetbanden dienen zo ingesteld te zijn dat de tenen er juist door steken, zodat de voeten er gemakkelijk terug uit kunnen bij een val. Planeren betekent dat je boardoppervlak losser op het water komt te liggen naarmate je sneller vaart. De plank komt omhoog waardoor de weerstand minder wordt. Je begint als het ware een beetje te glijden over het water. Als je echt snel gaat dan kleeft het board alleen nog bij je voeten op het water. Om te planeren is de juiste timing om naar achteren te gaan staan héél belangrijk: niet te vroeg (plank zal zich ingraven), niet te laat (zal niet in plané vertrekken). Je moet leren spelen met je gewichtsverdeling (plaatsing van de voeten, verdeling voetdruk, positie van het lichaam). Zowel de ligging van plank dient correct te zijn als de positie van het zeil: Wanneer je snelheid begint te krijgen door je zeil goed aan te trekken, dan wordt het tijd op lang-

zaam met je voeten richting voetbanden te schuiven (zonder op te loeven of af te remmen). Je lichaam blijft op dat moment op dezelfde plaats. Eerst je voorste voet in je voetband, nadien je achterste voet. Gedurende deze verplaatsing is het belangrijk dat je gewicht naar voren blijft leunen, het zeil goed wordt aangetrokken en de handen voldoende naar achter geplaatst worden. Probeer het zeil vooraan te openen (de katapult opzoeken) om druk naar voor te brengen en zo niet op te loeven en stil te vallen. Doordat de druk nu meer naar voren ligt, planeer je veel sneller en blijf je ook langer in plané. Er zijn een aantal aspecten aan het planeren: Juiste plaatsing mastvoet en voetbanden, keuze juiste vin, juiste instelling van de voetbanden, juiste keuze van plank en zeil, trimmen van het zeil.

27


12. De Waterstart Wanneer je wilt leren varen op een korte plank is het noodzakelijk om te leren waterstarten. Je bent op die manier snel opnieuw vertrokken in dieper water, het is minder vermoeiend (en belastend voor de rug) en bij een plank met weinig volume is het niet mogelijk (of zeer moeilijk) om het zeil op te trekken. Er dient wel voldoende wind te zijn om te kunnen waterstarten (minstens 3-4 Bft bij het aanleren is ideaal).

• • •

Een paar hulpjes bij het aanleren: Laat de wind zoveel mogelijk werk doen. Vanuit beachstart vertrekken en steeds dieper gaan. Maak gebruik van een zwemvest, dit geeft extra drijfvermogen.

1. Het materiaal in de beginpositie leggen, zeil los van het water! Neem de mast vast en trek deze naar loef over de spiegel (de spiegel eventueel onder water duwen). Zo komt de wind onder het zeil. Indien de mast te ver van de spiegel ligt zwemt de surfer tussen spiegel en mast. Eén hand houdt de spiegel vast en de andere trekt de mast dichterbij terwijl deze reeds opgetild wordt. Geleidelijk zwemt de surfer naar de loefkant van de spiegel/plank. Wanneer het zeil los is van het water neemt één hand de giek vast en ligt de plank dwars op de wind. De surfer watertrappelt hierbij constant krachtig.

2. Controleren van het zeil De zeilhand houdt de giek vast en het zeil wordt ver­volgens lichtjes aangehaald. Het zeil krijgt iets meer druk zodat de surfer minder moet watertrappelen. Plaats ook de masthand op de giek. Armen gestrekt houden. De voeten wijzen in de richting van de plank. • Lichaam dicht bij de achterkant van de plank. • De plank eventueel wat laten afvallen. Deze positie is de `wachthouding’. Van zodra de surfer voelt dat er voldoende wind is: actie!

28

3. Plaatsen van de achterste voet De achterste voet komt dwars op de plank en trekt de plank naar het lichaam toe tot de knie gebogen is. Het voorste been hangt loodrecht in het water. De armen worden gestrekt zodat de mast boven op de plank staat (verticaal). De druk in het zeil wordt groter.

4. Opstappen op het geschikte moment Verhoog de druk op het zeil door de zeilhand aan te trekken (de mastarm blijft gestrekt). De liftkracht van het zeil vergroot waardoor het lichaam uit het water wordt getild. Je kan wat helpen door je actief op te duwen via de mast(voet). Tip! Achterste been goed gebogen houden: knie naar voor duwen = zwaartepunt boven de plank brengen. • Verticaal duwen • Probeer niet te vlug recht te komen, maar wacht tot de windvlaag sterk genoeg is. •

5. Lichaam en mast naar voor Het lichaam helt naar voor, dit om zoveel mogelijk gewicht via de mastvoet op de plank te brengen. De voorste voet komt op de plank, voldoende naar voor (hoe meer wind hoe verder naar achter).

6. Beide voeten in de voetbanden plaatsen, koers kiezen en houding aanpassen. Voor de veiligheid: Ook al kan je goed waterstarten, neem altijd een ophaaltouw mee (De wind kan plots behoorlijk in kracht minderen). Het optrekken van het zeil kan dan je laatste redmiddel zijn (hoe moeilijk het ook gaat).

29


13. De Powergijp De powergijp is het manoeuvre van het funsurfen. Het is een snelle gijp op een relatief korte plank zonder zwaard, waarbij de plank in planeertoestand is en je hoofdzakelijk gebruik maakt van voetbesturing om de plank door de bocht te sturen. De powergijp komt voor in verschillende variaties. We beschrijven hier een `gemiddelde, normale’ powergijp. Heel veel variaties zijn te wijten aan het verschil in materiaal, de windsterkte, het watervlak (vlak/golven), persoonlijke stijl Verder zijn er een paar `speciale’ uitvoeringen van de powergijp zoals race-jibe, duck-jibe, aerial jibe, ... Hier gaan we niet dieper op in.

De voorbereiding... Vaar halve tot ruime wind bij een hoge snelheid. Kijk waar het manoever moet ingezet worden (is een plaats waar je niemand kan hinderen). 1. De inzet Voetenstand: Hou de voorste voet in de voetband en schuif de achterste voet uit de voetband en plaats die voor de achterste voetband aan de lijzijde van de plank. Pas op: als je de achterste voet te ver naar achteren plaatst of indien je teveel druk geeft aan de lijzijde van de tank kan de plank te kort draaien of zelfs spinout veroorzaken. Handen: Haak uit de trapeze. Plaats de achterste hand meer naar achteren op de giek, zodat je meer controle over het tuig hebt. Lichaam: Het lichaamsgewicht wordt naar lij en voor verplaatst (het gewicht komt boven op de plank). Zeilstand: Verhoog de druk in het zeil door het tuig aan te halen. Kantel het tuig zachtjes naar voor en naar lij (cfr. verplaatsing lichaamsgewicht).

30

2. De draaibeweging Voetenstand en voetendruk: De achterste voet blijft steunen op dezelfde plaats (het is de voetendruk aan de binnenkant van de plank die de plank doet draaien). De lijkant wordt verder belast door het dieper buigen van de knieën (knieën, heup en schouders naar voor duwen). Geleidelijk ook met met de voorste voet via de voetband de plank mee naar lij “trekken”. De voorste voet schuift pas uit de voetband wanneer men voorbij de voordewindse koers is. Handen: Er verandert nog niets aan de stand van de handen: ze staan nog steeds goed ver van elkaar. Mastarm gestrekt. Zeilstand: Hou het zeil voldoende lang dicht. Eens de plank voorbij de voordewindse koers draait, laat je je zeil langzaam open komen (het onderlijk van het zeil mag niet in aanraking komen met het water).

3. Het overslaan van het zeil Dit is een kritiek moment (voorbij de voordewindse koers): Het zeil mag niet te vroeg of niet te laat overgeslagen worden. Tegelijkertijd moeten de voeten van plaats verwisselen. Handen: Zeilhand lossen, mast boven giek vastnemen (of onmiddellijk de giek aan andere zijde vastnemen) en tuig naar loef trekken. Vervolgens masthand lossen en direct de giek aan de andere kant nemen. Voetenstand: Op het moment dat je het zeil overslaat plaatst men: de achterste voet naar voor (t.h.v. De mastvoet). De voet volgt het zeil! Zeilstand: De mast wordt meegenomen naar loef en dicht bij het lichaam gehouden. We blijven in de `bocht hangen’!

31


HANDLEIDING Windsurfen

VYF Zuiderlaan 13, 9000 Gent Tel.: 09/2431120 • Fax: 09/2431139 E-mail : info@vyf.be www.vyf.be VVW-Recrea Beatrijslaan 25, 2050 Antwerpen Tel.: 03/2196967 • Fax: 03/2197700 E-mail: info@vvw.be www.vvw.be Bloso-sportkampen Arenbergstraat 5, 1000 Brussel Tel.: 02/2094584 • Fax: 02/2094595 E-mail: sportkampen@bloso.be www.bloso.be

stempel club

Handleiding Windsurfen Evolutie1  
Handleiding Windsurfen Evolutie1  

Enkele pagina's uit de handleiding voor de gevorderde windsurfer

Advertisement