Issuu on Google+

HANDLEIDING Van beginner tot gevorderde!

naam handleidinghouder


Colofon - info Titel Kitesurfen - Van beginner tot gevorderde.

Voorwoord Info websites www.inflatablekite.com (LEI Licenties) wikipedia.org/w/index.php?title=Kitesurfing

Auteur Samuel Stal, Cursusverantwoordelijke

Lay-out

Initiator-Instructeur B VTS, sam@vvw.be

Stijn De Pauw - Wizarts info@wizarts.be

Foto VVW-Heist, Laila Traen, Flexifoil, Flysurfer, Peter Lynn,

Verantwoordelijke uitgever

EH Kites, Cabrinha, istockphoto.

VYF vzw

VVW vzw, Recrea

Zuiderlaan 13

Beatrijslaan 25

9000 Gent

2050 Antwerpen

Bibliografie

BLOSO

The flexifoil book of Power Kiting: Jeremy Boyce, Navigator Guides 2002

Niets uit deze uitgave mag overgenomen worden

Ecole Française De Kite (EFK); Jean Michel Payot

zonder schriftelijke toestemming van de auteurs en

Kiteboarding Vision (IKO); Eric Beaudonnat, 2004

de verantwoordelijke uitgever.

VTS-Instructeur Zeekennis. Met dank aan iedereen die meegewerkt heeft aan deze publicatie.

2

Steeds meer vliegers kleuren de hemel aan de kust opvallend! De vrij recente kiteboardingsport heeft heel wat fanatiekelingen aangesproken het Noordzeewater te verkennen. Dat de tractie van een matrasvleugel zoveel kracht en lift kan ontwikkelen om zich over verschillende land - en wateroppervlakken uit te leven hebben Flexifoil en Peter Lynn reeds bewezen met de buggies. Dankzij het pionierswerk van de Franse broers Legaignoux in de jaren ’90, is de opblaasbare tubekite geboren. De kitesport heeft zich pas officieel geprofileerd op de markt in 1998 door windsurflegende Robby Naish. In het prille begin werd er nogal vrij ruw op los geëxperimenteerd. De kitevleugels zijn tegenwoordig uitgerust met veilige lijnconnecties op de trapeze. Bekwame scholing in de verschillende strandclubs blijft de veiligheid van het kiteboarden garanderen voor jong en oud. Hoe dan ook de sky stays the limit!

Kite Safe, Sam 3


1. Een veilige kiteattitude!

2. Terminologie

Deze uitgave is een ondersteuning en handleiding tijdens de lessen in kitesurfing. Het mag in geen geval gebruikt worden ter vervanging van de aangeboden lesreeksen door erkende kitescholen aan onze Belgische kust. Er zijn een aantal veiligheidspunten die men beter goed tussen de oren knoopt wil men op een veilige manier gaan kitesurfen zonder zichzelf of anderen in gevaar te brengen.

1.1. Waar mag ik kiten? •

• •

• •

Een plaats vrij van obstakels (masten, rotsen, palen, elektriciteitsbedrading, bomen, gebouwen, enz.) Ga kiten in de buurt van een strandclub waar de nodige reddingsvoorzieningen aanwezig zijn. Raadpleeg er de locale vaarregels, de mogelijke vertrekzones op het strand en het water. Een helper in de buurt geeft je een veilig gevoel. Verken de zee en haar bodemstructuur, ze kan je beste vriend zijn, maar ook je grootste vijand. Hoe zit de stroming? Waar liggen er zandbanken? Liggen er rotsen of stenen onder water? Blijf uit zwemzones of drukke punten waar veel zeilverkeer heerst. Toeschouwers zijn nieuwsgierig. Blijf uit de buurt van publieke zones. Maak hen eventueel attent op de gevaren. Hou benedenwinds 3 lijnlengtes afstand als veilige zone. Blijf op zwemafstand van het strand!

uitrusting! Zijn de verbindingen veilig (quick-release!). Gebruik steeds een kiteleash! Niet alleen om je dure kite niet kwijt te spelen, maar ook om toeschouwers niet in gevaar te brengen. Let op met tweedehands materiaal, vaak zijn de veiligheidssystemen verouderd of ontbreken er onderdelen! Draag een thermische wetsuit tegen onderkoeling. Een helm is niet verplicht. Wel als je de plank aan je vast maakt met een leash! Een zwemvest helpt je boven te drijven tijdens het oefenen van de waterstart!

2.1. De surfkite: Op het water kan gekiteboard worden zowel met een inflatable, een nautical foil als een Arc-kite. De Leading Edge Inflatable kites (LEI) (fig. 3) zijn uitgerust met opblaasbare ribben (struts). De struts geven een typische geraamtestructuur aan de kite. De kite krijgt hierdoor meer drijfvermogen, nodig om de kite efficiënt vanop het water te kunnen herstarten. De nautical foil kites (type ram air) (fig. 2) lijken sterk op de foil kites die op het strand gebruikt worden. Ze zijn opgebouwd uit een bovenste en onderste stoflaag zodat de lucht in de kite kan worden gehouden en de kite een typische matrasstructuur krijgt. Een nadeel is de aanwezigheid van bridles die de kite zijn typische delta vorm geeft. De Arc-kites (fig.1) lijken sterk op de inflatable kites. Ze worden gekenmerkt door de afwezigheid van struts, wat het optuigen vergemakkelijkt. Nautical foil kites en arc kites zijn zeer stabiel, wel wat trager in vergelijking met de meest gekende tube kites. Fig.2

Fig.1

1.3. Welk weer? • •

Nooit kiten bij aflandige wind, ook niet bij onweer of storm. Schat je kiteoppervlak, in functie van de wind, eerder iets te klein dan te groot. De grootte heeft te maken met je lichaam in gewicht! Bij meer dan 6 beaufort verbiedt de wet kiten aan de Belgische kust.

2.2. Inflatable kite

1.4. Wat kan ik? 1.2. Hoe ben ik uitgerust? •

6

Controleer steeds je kite op mogelijke schade of scheuren. Een scheurtje kan hersteld worden. Een volledig ontplofte fronttube is moeilijker. Controleer je lijnen en connectors op knopen of slijtage en vervang indien nodig. Een kite met gebroken lijn is niet meer te besturen en uiterst gevaarlijk. Bestudeer aandachtig je nieuwe

1. • • •

Ken jezelf. Weet wat je aankan! Bij vermoeidheid of koude is de kans op blessures groter. Vertrouw op je persoonlijke vaardigheden. Een beetje angst kan nooit kwaad, teveel angst leidt tot verkramping, te weinig tot overmoed. Verleg je grenzen op een doordachte manier! Gebruik je gezond verstand. ­ Jij bent verantwoordelijk voor je acties hoe spectaculair die ook zijn!

2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Leading edge (voorkant met fronttube) Trailing edge (achterkant) Top skin (buitenkant) Lower skin (binnenkant) Struts (de ribben) Tips Voorste krachtlijnextensies Achterste remlijnextensies Fig.3

7


5. Optuigen

5.1. Oppompen Spreid de kite open met de windrichting, de leading edge lichtjes naar de wind toe. Steeds openrollen met de tubes naar boven. De meeste kites hebben een one-pump systeem. Is dit niet het geval begin dan eerst de tussentubes op te pompen en vervolgens de hoofdtube. Haak de pompleash aan de leading edge vast. Pomp met beide handen. Bij het oppompen van de fronttube krijgt de kite zijn ware vorm. Pomp de kite op tot optimale vormspanning. Een te slappe kite bemoeilijkt het relaunchen en is beperkt in vliegeigenschappen.

5.2. Dragen van de kite

5.5. Vastknopen

Laat de kite door de wind dragen wanneer je die over het strand draagt. Hou die stevig vast bij het midden van de fronttube. De leading edge blijft steeds naar de wind toe gericht. 5.3. Zekeren Leg de kite steeds met de fronttube op de grond. Zorg dat het midden van de fronttube in de wind ligt, zodat het hele zeiloppervlak plat wordt gedrukt. Zeker de kite door wat zand op de topskin te leggen. Wanneer de kite langs de binnenkant van een tip nog wind vangt, dan blijkt de kite nog niet voldoende in de wind te liggen.

FlexifoilÂŽ

Eenmaal de lijnen ontward zijn worden de stuurlijnen vastgeknoopt met de knoop van Larks aan de achterste extensies (trailing edge). Breng nu de powerlijnen onder de stuurlijnen door naar de voorste extensies (leading edge). Afhankelijk van merk tot merk hebben we vaak verschillende tomings (halve steken) in de extensies. Deze kunnen de kitehoek bepalen (zie trimmen). Hou het tominggebruik aan linker- en rechterkant gelijk anders krijgen we een lijnlengteverschil. De extensies op zich kunnen meer naar voor of achter geplaatst worden. De achterste extensies meer naar voor plaatsen doet de kite trager sturen. De voorste extensies meer naar achter plaatsen, doet de krachtontwikkeling in de kite toenemen.

5.4. Lijnen ontrollen en ontwarren

Let op met perslucht! Het kan de spanning zo hoog drijven dat de tube kan openknallen. Beter met een handpomp werken, de lucht is ook zuiverder.

Ontrol de lijnen lijwaarts. Leg je controlebar loodrecht op de windrichting en leg alles overzichtelijk uit elkaar. Hou rood bij optuigen rechts. Tijdens het vliegeren wordt rood in linkerhand gehouden. Probeer steeds een links - rechts verschil te houden. Zorg dat de centerlijn niet rond de bar is gedraaid. Ontwar nu de vier lijnen van elkaar. De meest efficiĂŤnte manier hiervoor is door de lijnen te stappen. Hou de krachtlijnen tussen de benen en de stuurlijnen langs buiten. Gebruik de vingers om de lijnen uit elkaar te halen.

5.6. Pre-flight check: Hef de stuurlijnen op vooraleer de kite wordt gelanceerd en schud ze los van de powerlijnen. Alle lijnen dienen afzonderlijk van elkaar te liggen. Ligt een powerlijn gekruist met een stuurlijn, maak deze dan los en maak ze eronder terug vast.

18

19


Depower de kite zoveel mogelijk en lanceer uitgehaakt, verwijder het gewicht door de onderste stuurlijn aan te trekken. Wanneer de kite gewenst opstijgt naar de rand van het windvenster toe, haak in en trim de kite optimaal. 6.3. Zoek de juiste lanceerhoek! Een flapperend zeiloppervlak geeft aan dat de kite nog buiten de rand van het windvenster ligt. Staat er voldoende wind en de kite komt over de rand in het windvenster dan komt het volledige zeiloppervlak en de lijnen op spanning. Het wordt tijd om de kite te lanceren! Wanneer men nu nog meer naar de wind toe stapt dan ondervindt de helper meer en meer krachtontwikkeling in de kite. Onder deze hoek kan de kite niet worden gelanceerd, anders wordt men uit evenwicht getrokken. Staat er minder wind dan zal men meer naar de wind toe moeten stappen om de kite onder de juiste invalshoek met de wind te laten lanceren (zie figuur). Bovenaanzicht windvenster 1.

Normale lanceersituatie: onder normale windcondities en aangepast zeiloppervlak wordt de kite onder een lichte hoek met de loodrechte op de windrichting opgelaten (tussen 20-45째).

6. Lanceren 6.1. Lanceren met hulp Het is belangrijk er zeker van te zijn dat diegene die je vraagt de kite te lanceren, dit ook effectief kan! Leg hem duidelijk uit hoe de kite dient vastgehouden te worden. Gebruik hierbij tekens, want je hebt tijd nodig om jezelf veilig met de controlebar te verbinden en goed uit te zien of je lijnen niet gekruist liggen. Wanneer je klaar bent geef een duimteken dat de kite mag losgelaten worden. De helper houdt de kite steeds vast aan het midden van de fronttube, rechtop geplaatst naar de wind toe.

20

6.2. Lanceren zonder hulp 2.

Onderpowerede lanceersituatie: wanneer er te weinig wind staat of het zeiloppervlak is te klein dan wordt de kite onder een grotere hoek met de loodrechte opgelaten (tussen 45-90째). Met extreem weinig wind (1Bft.) kan men de kite zelfs voor de wind lanceren. Doe dit in geen geval bij 3-4 bft. ! Leg de controlebar klaar langs een kant. Zorg dat je weet hoe de lijnen liggen. Deze mogen niet gekruist liggen bij het lanceren. Draai de kite om met de tips naar de plaats waar je gaat staan. Hou een tip tegen de grond, plooi deze om naar binnen en leg er voldoende gewicht op (zand of zandzakje) zodat de kite niet gaat vliegen. Maak eerst de kiteleash vast. Zorg dat je onder de juiste hoek staat om de kite te lanceren. Sta je teveel loefwaarts dan zal de kite achterover kantelen, sta je teveel lijwaarts dan zal de kite naar voor kantelen.

3. Overpowerede situatie: wanneer er veel wind staat of het oppervlak van de kite te groot is, dan wordt deze best volledig opzij opgelaten. De hoek met de loodrechte is hier minimaal. De krachtontwikkeling is reeds groot op de rand van de koepel. Men wordt steeds uit evenwicht getrokken ondanks dat de kite zich op de meest stabiele positie van de koepel bevindt. Ga dan best een kleinere kite halen of wacht totdat de wind luwt.

21


6.5.2. Stuurformaties We kunnen twee stuurformaties beschrijven met de kite: de horizontale en de verticale achtformatie. De stuurformatie bepaalt de glijrichting, zowel op het strand als op het water. De horizontale achtformatie De horizontale achtformatie is het ritmisch heen en weer sturen van de kite uit linker naar rechter windvensterhelft en terug. Hierdoor wordt men afwisselend links en rechts vooruit getrokken, wat een zigzag patroon geeft over het strand. De verticale achtformatie Eenmaal we beginnen te oefenen met de plank, dan is het onmogelijk om met de horizontale stuurtechniek te vertrekken anders worden we gewoon over de plank geslingerd. Een plank is gebouwd om zijwaarts te varen, in een bepaalde koersrichting. Daarom is de verticale achtformatie van groot belang. Hoe sneller men deze onder de knie heeft, hoe beter de waterstart zal lukken. De verticale stuurtechniek kan gemakkelijk geoefend worden op het strand, op de voeten (kijk naar je sporen), met het mountainboard of de buggy. Eenmaal in beweging krijgen we de typische synodale beweging van de kite te zien (zie waterstart). Dus willen we nu in ĂŠĂŠn richting doorglijden, dan zullen we de kite dieper doorsturen in die richting met een kort opwaarts terugsturen om zo snel mogelijk een nieuwe instuurbeweging voor te bereiden. Om de kite meer verticaal in te sturen in linker of rechter windvensterhelft dienen we krachtig binnenwaarts te trekken (getorste trekbeweging). De controlebar draait naar binnen. De centerlijn komt gehoekt te staan. De kite draait hierdoor sneller rond zijn eigen as. Trek snel langs de andere kant om de kite opwaarts terug te sturen ter voorbereiding op een nieuwe verticale instuurbeweging. Beide stuurtechnieken blijven ritmisch van aard, om de juiste kracht te doseren en constante trekspanning op de lijnen te houden.

Horizontale achtformatie

24

Verticale achtformatie

7. Landen 7.1. Landen met hulp Als er experts in de buurt zijn, is het geen probleem, dan stuur je de kite rustig over de rand van het windvenster naar beneden. Het is de kunst om de kite juist boven de grond te fixeren, om je helper rustig de tijd te geven deze aan te nemen. Maak eerst en vooral de plank van je los. Wanneer men niet zeker is of een hulp al of niet in staat is een kite aan te nemen, ga tot bij deze persoon en leg eerst duidelijk uit hoe dit gebeurt. Laat de kite intussen in zijn zenitpunt hangen. Wijs hem of haar naar de dikke grote blaasbalk van de kite, dat hij/zij deze goed vast neemt in het midden tot je bij hem bent gekomen. Eenmaal de helper je kite vast heeft. Stap naar hem toe zodat de spanning van de lijnen lost. Haak de chickenloop uit en wandel met je bar naar de helper. De kiteleash blijft vast totdat je bij de helper aankomt.

7.2. Landen zonder hulp De enige manier om de kite zonder hulp te doen landen is door het gebruik van het veiligheidssysteem. Hier kunnen we het nut van de quick-release systeem op de chickenloop testen. Hou de kite in zijn zenit punt, trek snel aan de quick-release en laat je bar los. Stap hierbij lijwaarts (downwind), op die manier zal de kite minder snel naar beneden vallen. Wanneer we de bar loslaten met de kite over de rand van het windvenster dan zal deze lijwaarts over de grond beginnen rollen en kan deze beschadigd worden. Enkel de leashlijn blijft aan je vast. Stap rond de andere lijnen, neem deze in geen geval vast. Een paar vingers kwijtspelen zou niet de eerste keer zijn! Neem je kite en leg deze terug veilig gezekerd op het strand met zand. Wanneer je dit over water doet, trek dan eerst je kite bij de safetyline op het strand. Loop nooit door je lijnen! Laat geen lijnen over het strand slepen, noch los in de wind laten wapperen, anders staat er spaghetti op het menu. Neemt de wind extreem toe, blijf dan over zee. Het water is veiliger dan het strand! Wacht daar tot het over is. Wordt het te zwaar, quick-release en zwem naar de kant.

25


Basis Deel 2 Op het water

26

27


8. De windroos

9. Bodydrag

Op de windroos zien we de koersen en de kant waarover de kite wordt gestuurd. In de wind kan niet worden gevaren (dode hoek). Varen we naar links ten opzichte van de windrichting dan varen we over bakboord. Varen we naar rechts dan varen we over stuurboord.

In het water vertoeven geeft een veiliger gevoel. De gedachte hard op de grond te smakken verdwijnt. Het is trouwens de meest eenvoudige manier om de tractie van je kite aan te voelen in het water. Laat je gewoon meeglijden op je buik aan je kite, voeten naar achter. Op die manier leer je inzien dat er eigenlijk geen plank nodig is om veilig aan wal terug te komen. In het begin maak je horizontale 8 formaties voor de wind. Hierdoor drijf je snel af en is het lastig terugstappen. Geleidelijk aan leer je schuin glijden in een bepaalde koersrichting, door je kite meer in te sturen in linker of rechter windvensterhelft om op die manier aan de wind te blijven en op het punt uit te komen waar je het laatst bent vertrokken. Hier neem je een horizontale houding aan op je zij. Met de benen maakt men een lichte slagbeweging om het evenwicht te bewaren. Na insturing kan men de onderste hand loslaten en uitstrekken onder water, dit geeft nog meer weerstand op het water, zodat men minder afdrijft.

28

29


evolutie Deel 1 Op het strand

42

43


S: S1<S2: V: P:

gelijke dwarsdoorsnede langs de top van de kite hebben we een vernauwing. snelheid Druk V neemt omgekeerd evenredig toe met de P.

Figuur 1: Dwarsdoorsnede van een kiteprofiel in een luchtstroming.

1.2. Turbulentie

1. Aërodynamica Hoe werkt een kite? Hoe speelt de wind in op de kite en hoe komen we hierdoor vooruit met de plank?

Hier zien we de invloed van de invalshoek van de wind met het kiteoppervlak. De contolebar te veel naar zich toetrekken creëert meer turbulentie langs de buitenkant van het kiteprofiel. Hierdoor rem je de kite af. De wind botst als het ware tegen de binnenkant van de kite, met plotse ombuiging van de luchtmolecules rond de trailing edge. Trimmen komt er op neer de turbulentie tot een minimum te herleiden en de aërodynamische krachten maximaal te benutten.

Figuur 2: Hoe groter de invalshoek hoe meer turbulentie. Turbulentie heeft een remmend effect op de kite.

1.1. De laminaire stroming Om de vliegeigenschappen aërodynamisch goed te kunnen begrijpen dienen we bepaalde principes uit de luchtvaart aan te halen. Wind is een verplaatsing van luchtmolecules. Wanneer de kite door de lucht vliegt bevindt ze zich in een luchtstroming. De dwarsdoorsnede van een kite lijkt sterk op het vleugelprofiel van een vliegtuig, hoewel de binnenkant meer bolling heeft. Het kiteprofiel splitst als het ware de luchtstroming in twee lagen. De luchtmolecules die langs de buitenkant (de topskin) van de kite worden afgebogen dienen een langere afstand af te leggen dan de luchtdeeltjes die langs de binnenkant van de kite stromen. Dit heeft als gevolg dat de luchtdeeltjes langs de buitenkant sneller zullen stromen, ook door het feit dat ze in een

44

vernauwde toestand worden gedreven. Aan de binnenkant hebben we een opstapeling van de luchtdeeltjes. Volgens de wet van Bernouilli vermindert de druk omgekeerd evenredig met de snelheid. Hierdoor ontstaat er een onderdruk of zuigkracht langs de buitenkant en een overdruk of duwkracht langs de binnenkant van de kite, met als gevolg dat de kite naar buiten toe wordt aangezogen (figuur 1). Vandaar dat we door die zuigkracht omhoog gelift worden tijdens het maken van sprongen. Dergelijke laminaire stroming gaat zolang op wanneer de wind onder een bepaalde hoek invalt – tussen de 15° en 25° – anders hebben we met een turbulente stroming te maken.

Voordat een nieuw kitemodel op de markt komt wordt die eerst getest in zogenaamde windtunnels. Dit technologisch hoogstandje bestudeert de luchtstroom rond de kite.

© FLYSURFER Afbeelding 1: Testen van Flysurfer kites in een windtunnel, de wit verstuifde stof laat duidelijk de luchtstroom zien rond de tips.

45


rond, er is relatief weinig stroom op de zandbank doordat het er ondiep is. De stroom rond golfbrekers is vaak verraderlijk. De eb-en vloedstroom wordt afgeremd tussen de golfbrekers, met een verandering in stroomrichting als gevolg. Bij eb-stroom is de stroom langs de voorkant van de golfbreker zeewaarts gericht, met aan de achterkant vorming van een neerstroom, dit zijn spiraalvormige stromingen en draaikolken.

2. b. Zeekennis - golven 2.5. Golven

Figuur 9: Bovenaanzicht: stroom rond golfbrekers bij afgaand water aan Belgische kust

Golven kunnen door verschillende factoren ontstaan, door het getij of door oppervlakte wrijving zoals de wind, bodemoneffenheden (vb zandbanken), aardschokken, luchtdruk etc De hoofdfactor in het ontstaan van golven is de wind. Zo kan de hoogte van de golven iets vertellen over de windkracht (schaal van Beaufort) en omgekeerd. Door de wrijvingstraagheid van het wateroppervlak is het vaak niet makkelijk uit te maken of we nu met windgolven of deining te maken hebben!

Windgolf

Deining

Hoe harder het waait, hoe groter de golven, vooral als het een tijdje blijft doorwaaien. Op grote oppervlaktes, zoals oceanen en zeeĂŤn, hebben de golven veel meer ruimte om zich op te bouwen. Ondieptes kunnen Branding de golfhoogte sterk beĂŻnvloeden, zandbanDeining ken bijvoorbeeld maken de golven kort en steil. Ook het getij werkt het karakter van de golven in de hand. Wanneer de wind tegen de stroom in waait, dan krijgen we korte en steile golven. Als de wind daarentegen met de stroom mee waait dan krijgen we langere golven. Er zijn twee soorten golven: deining en zeegang. Deining zijn golven veroorzaakt door een windveld op grote afstand. Zeegang zijn onstuimige en soms steile golven door de plaatselijk heersende wind. Wanneer golven in ondiep water (bvb. zand-

52

banken of strand) terechtkomen ontstaat branding. Het onderste deel van de golf komt Windgolf Deining in wrijving met de bodem en remt af, met als gevolg dat het bovenste deel overslaat. De richting van de golven wordt bepaald door de richting van de wind. Vaak lijkt het alsof de golven evenwijdig met de kustlijn breken. Dit is vaak niet zo vanuit de lucht gezien.

Branding Deining

Figuur 10: Zij- en bovenaanzicht van de beweging van de golven bij schuin-aanlandige wind

53


3. Installatie en werking van de vijfde lijn

3.2. Hoe werkt de vijfde lijn? Zorg dat je vijfde lijn vast zit met een kiteleash op je trapeze. Laat je de controlebar van je los, door quick release of gemiste handle pass, dan schiet de controlebar weg tot aan de barstopper, over een afstand groter dan de hoogtelijn tussen het midden van de leading edge en de as die beide tips verbindt, kort gezegd de tipas (figuur 10).

Minimale release afstand

Bij Bow-kites is de quick release afstand veel korter. Door de vlakkere vorm van de kite is de hoogtelijn tussen het midden van de leading edge en tipas veel kleiner als bij de C-kite, dit maakt dat de controlebar gemakkelijker kan gerecupereerd worden. Gewoon al de bar loslaten doet de kite enorm depoweren.

Bevestiging voor leash bij landen of noodaftuiging.

Figuur 11: de installatie van de vijfde lijn met leashverbinding. De quick release afstand is groter bij C-kites in vergelijking met Bowkites. Bij Bow-kites kan de bar veel sneller gerecupereerd worden.

Figuur 12: minimale quick release afstand

3.3. Self-launching van Bow en Hybrid kites De surfkite alleen lanceren doe je onder constante windcondities, waarbij de lanceerzone benedenwinds vrij is van obstakels!

Voor je met de vijfde lijn gaat vliegen ken je eerst de veiligheidswerking met vier lijnen (zie basis).

3.3.1. Self-launching Bow kites: © EH-Kites

3.1. Voordelen vijfde lijn: • • • •

Als je quick - released kan je de bar gemakkelijk recupereren. Het heropstarten van de kite zowel op het strand als op het water gebeurt efficiënter. Het landen gaat makkelijker. De kite kan meer gedepowered worden (extra trim), vliegt stabieler met vlagerige wind, men kan de kite langer vliegen met toenemende windsterkte, het voorkomt dat de kite verticaal op en neer beweegt (kwal-effect).

Bij de normale C-kites loopt de vijfde lijn door de bar, door een aantal ringetjes tot aan de leading edge. De installatie varieert van kite tot kite. Bij Hybrid kites en Bow kites zien we dat de safety lijn op dezelfde manier door het midden van de controlebar loopt, maar direct wordt vastgemaakt aan een ring net boven het trimsysteem, hier spreken we meestal over een vijfde element (fifth element). Bij de C-kites spreken we effectief over de vijfde lijn omdat deze doorloopt tot in het midden van de leading edge, hoewel sommige hybride kites ook een vijfde lijn hebben voor extra stevigheid en depowering.

54

Om de Bow kite alleen te lanceren, leggen we de bowkite onder een hoek van 45° met de windrichting, zodat er 1 tip (de tip van de onderste stuurlijn) wind kan vangen. De andere kant van de kite zeker je met zand, zodat de kite niet kan wegschuiven over het strand, maar toch kan omdraaien op het moment dat we aan de onderste stuurlijn trekken. Zorg dat je onder de juiste lanceerhoek staat met de wind. Stap in de wind totdat de kite wind vangt. Depower op de frontlijnen en zorg dat je de controlebar aan de juiste kant vast hebt. Stuur nu de kite op de juiste stuurlijn naar boven.

55


3.3.2. Self-launching Hybrid kites: •

• • • • •

56

Het alleen lanceren van Hybrid kites is mogelijk door gebruik te maken van een vast obstakel (paal, zware zandzak met ring, etc). Maak de kiteleash vast aan de fifth element line en depower volledig. Leg de controlebar tussen de kite en het vast obstakel. Maak de kiteleash vast rond het obstakel. Zet vervolgens de kite recht op de rand van het windvenster, onder de juiste lanceerhoek. Laat de kite los en stap naar je controlebar. Maak de kiteleash los van het vast obstakel. Maak de kiteleash vast aan de trapeze, haak de chickenloop in (er komt kracht in je vlieger!) en stuur de kite met de andere hand omhoog Het landen van Hybrid kites gebeurt in omgekeerde volgorde als het lanceren. Stuur de kite over de rand juist boven de grond. Laat de bar los, haak je chickenloop uit en maak je kiteleash vast aan het vast obstakel. Nu kan je naar de kite toestappen om hem te zekeren op het strand..

57


evolutie

Deel 2: op het water

60

61


4.2. Denk aan je lichaamspositie! Hou de kite onder een hoek van 45°. De handen in het midden van de controlebar, dit zorgt voor meer evenwicht tijdens het beoefenen van de verschillende manoeuvres. 4.2.1. Bij hieldruk:

4.2.2. Bij teendruk:

• • • • • •

• •

Knieën licht buigen. Leun rugwaarts (met rechte rug!). Heupen naar voor. Schouder-as horizontaal. Controlebar naar voor houden. Focus op de horizon.

4. Switch stance gijpen

• • •

Buig de benen. Leun voorwaarts (rug niet buigen!) tegen de trekkracht van je kite in. Voorste heup in vaarrichting duwen. Controlebar naast je houden in de heup Hou je rug en hoofd recht.

Figuur 16: Zijaanzicht: van hieldruk overspringen naar teendruk

4.3. Toe side rugwaarts of Blind varen 4.1. Voordeel Men kan terugdraaien onder constante vaarsnelheid: • Draai 180° voorwaarts van hieldruk naar teendruk, hou hierbij goed je gewicht op je achterste voet, voorste been progressief strekken. • Laat hierbij je voorste hand los, en stuur verder met je achterste hand, dit geeft je extra evenwicht, knieën lichtjes buigen, romp leunt voorover (tegengesteld aan de trekkracht van je kite), om druk te kunnen geven op de rail van je plank met je tenen. • Hou voldoende druk in de kite en stuur die goed voor in je windvenster de andere kant uit, om te voorkomen dat je snelheid verliest. • Draai ruime koers verder door naar hielzijde en plaats terug beide handen op de controlebar. • Denk aan de backside bocht bij het snowboarden, het omgekeerde is ook mogelijk, maak je een frontside bocht, dan draai je na de bocht 180° terug naar hielzijde. • Je kan ook met pop-up 180° springen voor je gaat gijpen.

Wanneer je toe-side kan varen, dan kan je ook snel blind varen, of achterwaarts varen op je teen zijde. Je gaat omgekeerd te werk als bij switch stance: • •

• bpro ° n je 60 n ka ance 3 a d d st goe witch lind. s B t dit Luk vanuit gen in n n ere te spi r o do

Hou je kite onder een hoek van 45°. spring 180° rugwaarts van hieldruk naar teendruk, laat hierbij je achterste hand los, je voorste hand houdt de controlebar aangetrokken in het midden, op die manier kan je gemakkelijk schuin naar achter hangen tegen de kracht van je kite in. Druk goed op je voorste voet en strek je achterste been lichtjes. Kijk in geen geval in je vaarrichting anders val je over je hielzijde. Blijf achterwaarts kijken.

Het toe-side varen (switch stance) varen is een must wil je directioneel varen: tijdens het overstappen of het carven in de golven.

Figuur 15: bovenaanzicht: switch stance gijpen

62

63


6. Opkruisen door de branding en afrijden van de golven

5. Directioneel gijpen •

64

Laat eerst je plank vlak glijden, dus wat tenendruk geven. Draai je voorste hiel naar achter en plaats je achterste voet uit de voetband en plaats die voor de achterste voetband. Plaats nu de achterste voet in de voorste voetband en plaats de voorste voet dwars tussen de voetbanden op de antislip, druk verder op de tenen. Op het moment dat de kite goed wordt ingestuurd voor de wind naar de andere kant, laat je de plank vlak lopen voor de wind en verleg je de druk op je hielen. Plaats nu ook de voorste voet in de voetband.

Het surfen in de golven is leuker met een directioneel board (met of zonder voetbanden) of mutant, zeker omdat je voor de wind de golf moet kunnen afrijden. Het is aan te raden een iets kleinere kite te gebruiken, zo kan je vinniger sturen in de golven. Een branding doorkruisen met kite en plank valt best mee, voldoende lift is belangrijk. Voor de golf breng je de kite omhoog, dit brengt de kracht opwaarts, anders val je over de golf. Met een lichte sprong kom je over het schuim (voldoende druk op de achterste voet). Achter de golf kom je direct terug op snelheid door de kite op en neer te sturen en terug meer te railen om op te loeven. In het schuim kanten heeft geen zin. Buig goed de benen over steile golven om de schok beter op te vangen. Om te surfen op de golven is het een kwestie van je snelheid aan te passen op de golf. Je remt eerst wat af op de golf door extra hieldruk op je achterste voet. Zo kan je met de kracht van de golf mee glijden. Het geeft een leuk gevoel. Je volgt het ritme en de “flow” van de golf. Bij het afrijden van de golven zorg je ervoor dat de kracht van de golf je niet meeneemt door de lijnen. Laat je kite nooit boven je hoofd hangen. Steeds je kite goed insturen voorin je windvenster, want op het moment dat je voor de wind surft verlies je altijd spanning op de lijnen. Leg je lichaamsgewicht iets meer naar voor op de plank om nog beter met de golf te kunnen meeglijden. Let wel op dat je niet duikt op steile golven. De kunst bestaat erin technieken van het golfsurfen te combineren met ritmische kitesturing van links naar rechts. Draaien we in een golfdal dan maken we een “bottomturn”. Draaien we op een golftop, dan maken we een “off the lip”. Wanneer je op de golf draait zorg er steeds voor dat je de kitesturing krachtig inzet vooraan in het windvenster, dat geeft je extra kracht en “spray” in de bocht.

65


7. De basisjump

naarrdt haam wo c i t l i t n e e et hbij het z ns de lane-n m e i t r e e a o t d hte rdoe kite vrovoor (thijt! - Draalegash n lic a e r d c r a e u E l a n ! e Tip r (wann n terug er in de een bo r loslaten achttreokken) jee stabieulmpen. c- oGntroletb. a ge g) houd e leert j ooit de t hang dine als j ten! - N de luch h lm e voe als je in d n a a

Figuur 19: de basisjump

De kitesturing in je windvenster: •

7.1. Jumpen met kitesturing Jumpen betekent afvallen, let er dus op dat je benedenwinds voldoende ruimte hebt om je manoeuvre af te werken. Zorg ook dat je het opkruisen voldoende beheerst om na je jump terug hoogte te kunnen houden. 7.1.1. Voorbereiding • • •

7.1.2. Lanceren

7.1.3. Landen

66

Snelheid maken voor je afzet, door druk op te bouwen tussen kite en plank. Je kite wat lager in het windvenster sturen onder een halve windse koers en goed kanten met de plank. Voor je afzet ga je kort oploeven, dit geeft extra voorspanning op je lijnen en rem je af voor een opwaartse lift. zoek extra pop op een golfje.

knieën buigen. Vergeet niet je kite terug naar voor in te sturen kort na je hoogste punt (dus ruim naar voor, want je verliest sowieso lijnspanning als je spingt!), anders val je als een blok uit de lucht en is je landing mislukt! Natuurlijk ook niet te vroeg anders land je te hard. Een juiste timing is hier van belang. Hoe hoger je springt, hoe langer je wacht van je kite terug te sturen.

Laat de kite van schuin voor snel omhoog komen tot voorbij het zenit van je windvenster (12u30). Terwijl je de kite snel omhoog stuurt word je door het loefeffect de lucht in getrokken. Hou je stabiel in de lucht in een gehoekte houding, plank voor je uit en

Figuur 20: kitesturing in het windvenster

Vertrek met je kite van 9u en stuur hem dan progressief door naar 12u, wil je nog hoger springen dan stuur je hem verder door naar 1u, vergeet wel niet je kite tijdig terug te sturen.

Freestyle Naarmate het jumpen vordert kan men wat meer stijl in de sprongen steken door boardgraps, head upside down, one foot, board off, … te doen. Er is een grote mix aan tricks, welke trick je gebruikt en hoe je ze uitvoert karakteriseert je eigen vaarstijl.

Door tijdig terug te sturen van je kite ga je als het ware nog een stukje verder zweven (hangtime) en kan je hierdoor je landing gemakkelijker voorbereiden, je landt uiteindelijk zacht. Ga vlak landen in een ruime windse koers om snel terug op vaarsnelheid te komen.

67


Grab met One Foot

7.2. Jumpen zonder kitesturing 7.2.1. De pop-up:

Je kan je grabs verder combineren met een one foot. Dit vraagt al iets meer kitegevoel, omdat je je meer dient te concentreren op het in en uithalen van je voet. • Zorg dat je hoog genoeg springt, zodat je meer tijd hebt om te voet in en uit de strap te halen. • Grijp het boarduiteinde vast met je achterste hand, buig je knie en haal je voet eruit. • Steek tijdig voet terug in de strap en neem de bar terug vast met beide handen, zo kan je beter landen. Tip! anden voetb Zet je ruimer. iets

Grabs De grab is vrij makkelijk uit te voeren en is zeker stijlvol als je ze goed timed. •

68

Nadat je de kite hebt ingestuurd met 2 handen, laat je je achterste hand los, om de rail van je board te pakken. Buig je knieën, dan kan je gemakkelijker je board grijpen. Je voorste hand houdt de controlebar goed aangetrokken in het midden, dit is nodig om je kite terug te sturen naar voor, doe je dit niet, dan land je te snel en is je grap mislukt!

Hierbij gebruik je de rebound van je plank. De kite vlieg je onder een hoek van 45°. Je ontwikkelt progressief spanning op je hele lichaam en lijnen door je benen kort te buigen voor je loskomt van het water. Je plank kant kortstondig en door de actie - reactiekracht kom je met een veerkrachtige beweging van het water. Daarom hebben de huidige twin - tip boards veel flex, om met die pop te kunnen spelen. In het begin maak je kleine sprongetjes om de actie en reactie goed aan te voelen tussen je plank en de tractie van je kite. Later kan je hoger gaan in combinatie met tricks (front en back rolls, raily met of zonder grabs, unhooked, …). De pop-up is een must wil je krachtige tricks leren. Aandachtspunten: • •

• • • •

Snelheid maken. Kortstondig kanten, door de knieën te buigen (druk geven op achterste voet). Dus kort achteruit leunen en dan lossen. Kite onder een hoek van 45° . Laat je kite je omhoog vooruittrekken. Hou je plank vooruit, voorste knie omhoog houden.

69


© Flexifoil

8. Rotaties onder de kite

9. Kiteloops

Een 360° maken onder de kite is vrij eenvoudig. De stuurtechniek is net dezelfde als bij de basisjump, het enigste wat verschilt is de hoofdrotatie. Draait het hoofd naar achter of naar voor, dan volgt de rest de hoofdbeweging. Het is belangrijk dat de kite mooi naar boven in het zenitpunt wordt gestuurd, zodat je tijdens de rotatie beter in balans blijft met de kite.

Let op! • • • • • •

70

Als je roteert, roteer dan door, anders draai je 180° en val je op de rug. Vergeet niet van de kite terug te sturen met de voorste hand (denk aan de basisjump!). Hou best je handen dicht tegen het midden van de bar, om ongecontroleerde trekbewegingen te vermijden. Maak je klein dan roteer je sneller. Maak je groot net voor de landing, dan stop je met roteren en land je stabieler. Na de 360° kom je best eerst terug op snelheid en maak dan een bar twist in tegengestelde richting van je rotatie.

Kiteloopings maken is een efficiënte manier om een benedenwinds punt te bereiken op korte tijd, zonder lijnspanning te verliezen. Een ruime windse koers, vrij van benedenwindse obstakels is hier wel vereist. Best oefen je de kiteloop onder constante (eerder onderpowered) windcondities, tijdens een downwind parcours. Je kan de kiteloop ofwel inzetten in de vaarrichting (downloop) ofwel tegengesteld aan de vaarrichting. De downloop kunnen we gemakkelijk inoefenen tijdens de richtingsverandering (tacking). Door de extra krachtontwikkeling in het windvenster, komt men sneller op gang in de andere vaarrichting. Golven gaan met de wind mee. Vaak is het tijdens het golfrijden makkelijker voor de golf te blijven door je kite met een downloop in te sturen.

71


Tips! Gebruik relatief kleinere kites. • Vaar eventjes ruim als je terug inhaakt, • hierdoor verlies je spanning op de lijnen. Nu kan je beginnen combineren, Unhooked • gaan met veel pop brengt je gemakkelijk in Raily.

11. Veilige kitehandelingen

11.1. Help een andere kiter met launchen en landen

11.2. Al kitend iemand helpen in nood? Noodprocedure!

11.1.1. Launchen

11.2.1. Plank onderscheppen

• •

Zorg ervoor dat je je eigen kite onder controle hebt. Hou je eigen kite over de andere kant van het windvenster. Werk allebei zeewaarts!

Vaar naar de plank, ga zitten in het water, neem plank tussen knieën en buik. Kom eerst op snelheid, door de kite met beide handen te sturen, nadien kan je de plank met 1 hand vastnemen.

11.1.2. landen 11.2.2. Persoon helpen • • •

Hou je kite weg van de ander. Neem de kite met de front tube. Probeer de kite niet zelf neer te leggen, maar laat de ander de kite komen halen.

Kite safe! 76

• • • •

Vraag hem of haar de noodaftuiging te doen! Niet wachten, direct aftuigen! Ga iemand verwittigen voor rescue! De ander doet intussen de noodaftuiging! Hou hem goed in het oog? Is de kite afgetuigd, dan is het makkelijker helpen, het gevaar van de lijnen is weg. Help de persoon terug in bodydrag, die houdt zich vast aan je trapeze, tenzij er een boot is!

77


HANDLEIDING Kitesurfen

VYF Zuiderlaan 13, 9000 Gent Tel.: 09/2431120 Fax: 09/2431139 E-mail : info@vyf.be www.vyf.be

VVW-Recrea Beatrijslaan 25, 2050 Antwerpen Tel.: 03/2196967 Fax: 03/2197700 E-mail: info@vvw.be www.vvw.be

stempel club

80


Handleiding Kitesurfen