__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

personeelsmagazine | 35ste jaargang | maart 2020

Zorg voor de Toekomst

vws # 4 | L otte Soeteman

10| R  ick Brink

20 | Tweegesprek


Nu én dan Elke dag maken we als VWS’ers de gezondheidszorg merkbaar een beetje beter; dagelijks werken we vanuit deze visie. In het regeerakkoord staat dat we géén energie moeten steken in wéér een stelselwijziging. Maar het toekomstbestendig maken en houden van de zorg hoort natuurlijk wél tot onze taak. Vandaar onze inspanningen voor de Contourennota, die komende zomer verschijnt, en de verschillende trajecten die daarmee samenhangen. Fred Krapels legt je dat verderop in deze Diagonaal haarfijn uit. Al hebben we een van de beste gezondheidsstelsels in de wereld, er zijn en komen talloze uitdagingen op ons af. Wachtlijsten, tekorten op de arbeidsmarkt, stijgende zorgvraag, een krapper wordende arbeidsmarkt en stijgende zorgkosten. We hebben al geleerd hoe we ons daartegen kunnen wapenen. ‘Zinnige Zorg’, ‘de Juiste Zorg op de Juiste Plek’, ‘Ontregel de Zorg’; het zijn zomaar een paar voorbeelden. Dat brengt ons nu bij het moeilijkste onderdeel: ik noem het #hoedan? Hoe combineren we onze visie met nieuwe technieken om de organiseerbaarheid van de zorg te verbeteren en de zorg Betaalbaar, Toegankelijk en van hoge Kwaliteit te houden? Daarvoor moeten we over onze eigen schaduw heen springen. Nóg meer samenwerken, zowel intern als extern. Ja, ondanks de waan van de dag. Maak tijd vrij, treed uit je comfortzone, denk ‘out of the box’ en ga de intellectuele uitdaging aan. Als VWS’ers zorgen we voor de Zorg van nu én dan.

Erik Gerritsen secretaris-generaal VWS

2 Diagonaal maart 2020


Thema:

Zorg voor de Toekomst

35ste jaargang | maart 2020

8

6

12

18

Wouter Bos Zorg voor thuiswonende ouderen in 2030 6 VWS’ers vinden Toekomstbestendig 8 Contourennota Van denken naar doen 12 WVTTK Marieke van Dok 16 Reportage Doras Schuldhulp bevordert gezondheid 18 ILLUSTRATIE OP DE COVER: Sjoerd van Leeuwen Het overlijden van Paul Schulpen heeft de redactie diep geraakt. Als kritisch lid van de klankbordgroep droeg hij jarenlang bij aan de inhoud van onze bladen. Wij zijn hem daar zeer dankbaar voor. COLOFON Diagonaal en vws#Dia zijn de crossmediale personeelsmagazines van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Hoofdredactie Rob Langeveld Eindredactie Douwe Anne Verbrugge Redactie Maarleen van Aarden-Heikamp, Adriaan Duivesteijn, Sabina van Gils, Tamar Klijsen, Loraine Nurmohamed, David Schuster en Hester Vos Klankbordgroep Lid worden van de Klankbordgroep Interne Communicatie? Ga naar VWSnet en meld je aan. Vragen, opmerkingen, ­ingezonden brieven? Redactie, postbus 20350, 2500 EJ Den Haag, telefoon: (070) 340 69 56, e-mail: diagonaal@minvws.nl Secretariaat telefoon (070) 340 60 00. Overname van tekst is mogelijk na overleg met de redactie Vormgeving Kris Kras context, content and design Druk Xerox Pensioen of uit dienst en de Diagonaal blijven ontvangen? Geef het door: diagonaal@minvws.nl

3


Kleine bijdrage

(nog steeds)

Alcoholvrij? Wie heeft de vraag niet voorbij horen komen in de eerste maand van het nieuwe jaar: ‘doe jij aan Dry January?’. Drie collega’s over hun alcoholvrije maand. Of maanden. ‘Ik houd het vol tot eind maart!’

Tekst: Tamar Klijsen Foto's: René Verleg

WIST JE DAT Bronnen: rivm, vtv2018, zonmw, cbg en cbs.

4 Diagonaal maart 2020

» Er in 2040 naar verwachting 2,6 miljoen

» Het aantal mensen van 100 jaar en ouder

75-plussers in Nederland leven? Dat is 86% meer dan de 1,4 miljoen 75-plussers in 2019.

tussen 2018 en 2040 bijna gaat verviervoudigen?

» Ook het aantal zeer oude mensen

» Het aantal mensen met meerdere chroni-

behoorlijk zal toenemen? Naar verwachting zijn er in 2040 318.000 90-plussers in Nederland. Dat is 151% meer dan de 127.000 90-plussers die er in 2019 waren.

sche aandoeningen ook stijgt? In 2040 gaat het naar verwachting om 6,5 miljoen mensen. Dat is 21% meer dan de 5,4 miljoen mensen met meerdere aandoeningen in 2018.


Tot maart

Zonder smokkelen

Monique Koiter (64) tuchtklachtfunctionaris ESTT “Drinken gaat bij mij altijd gepaard met snacken. Niet zo goed voor de lijn, dus eind oktober nam ik me al voor om een tijdje niet te drinken. Dat heb ik een week of drie volgehouden. Van collega’s hoorde ik dat ze gingen meedoen met Dry January. Dat motiveerde mij ook om een nieuwe poging te wagen. Januari heb ik ruim gehaald, want ik drink nu nog steeds niet. Het streven is om dat tot eind maart vol te houden. Ik voel me energieker, ben al een aantal kilo’s kwijt en niet drinken geeft me een gevoel van vrijheid. Helemaal niet drinken vind ik makkelijker dan het bij één of twee glazen houden. Volgende stap is dat ze stoppen met van die reclamekrantjes van de slijterij in de brievenbus.”

Lotte Soeteman (31) adviseur externe presentaties DCo

Komkommerbier Tim de Groot (36) enterprise architect OBP “Ik werk sinds vorig jaar bij VWS, dat trok me over de streep om met Dry January mee te doen. Ontwenningsverschijnselen heb ik niet gehad. Ik drink gemiddeld zo’n zes à zeven biertjes per week, verspreid over twee avonden. Maar ik voelde wel de sociale druk die niet-drinken met zich meebrengt. Je moet regelmatig uitleggen waaróm je geen biertje neemt. Mijn hobby bierbrouwen maakte het er ook niet makkelijker op. Op 1 februari was ik in dubio: ga ik direct een nieuwe creatie testen of niet? Ja, dus. Drinken is voor mij een sociale aangelegenheid, het verbindt. Ik brouw speciale ‘verjaardagsbiertjes’ en probeer bierstijlen die in de winkel niet te vinden zijn. Mijn meest recente brouwsel is komkommerbier. Daar gaan zes komkommers in voor zo’n 25 liter. Bier met groente, dat moet wel gezond zijn!”

» In de sector zorg en welzijn op dit moment

» Steeds vaker robots worden ingezet in de

1,2 miljoen mensen werken? Als het beroep op de arbeidsmarkt even sterk blijft doorstijgen moet in 2040 één op de vier mensen in de zorg werken. Nu is dat één op zeven.

zorgpraktijk. Ze helpen bij fysieke taken als tillen en schoonmaken, ze dienen als ‘maatje’, als geheugensteuntje. Daarbij rijzen ethische vragen. Deze komen aan bod in het signalement Robotisering in de langdurige zorg.

» Het aantal mogelijke mantelzorgers (aantal 50-74 jarigen per 85-plusser) in 2040 naar verwachting afneemt naar 6,3? Dat is 57% minder dan de 14,6 in 2019.

» ZonMw sinds begin dit jaar een nieuwe subsidieoproep heeft: ‘E-health in het preventieve domein’. Deze oproep moet

“Voorgaande jaren deed ik ook mee aan Dry January, maar toen mocht ik van mezelf altijd smokkelen als er bijvoorbeeld een bijzondere gelegenheid was. Dit jaar heb ik voor het eerst helemaal niet gedronken. Eerst is het altijd even wennen. In het weekend heb ik vaak borrels en etentjes, daar horen wel een paar wijntjes bij. Maar ik heb weinig moeilijke momenten gehad. Het scheelde dat ik mensen om me heen had die ook meededen. En 0.0% biertjes zijn een goed alternatief, die vind ik zelfs lekkerder dan normaal bier. Het aanbod van alcoholvrije wijn kan trouwens wel een stuk beter. Dry January maakt me altijd weer even bewust van mijn drinkgedrag. Ik heb me voorgenomen dit jaar minder te drinken en er vaker een glas water bij te bestellen. En misschien doe ik dit jaar nog wel een alcoholvrije maand. Of veertig dagen met ‘Ik Pas’.”

onderzoekers stimuleren om methoden te ontwikkelen om de (kosten)effectiviteit van e-health op het gebied van preventie te kunnen bewijzen.

» Het CBG samen met apothekersvereniging KNMP werkt aan een kortere en begrijpelijke aanvulling op de officiële bijsluiter? Nieuw is informatie over ‘gunstige effecten’ die de gebruiker van het medicijn kan verwachten.

5


Blikveld

Zorg voor thuiswonende ouderen in 2030

Tekst: Femke Sleegers Foto: Edwin Walvisch

‘We naderen het hoogtepunt van de vergrijzingsgolf’ In 2030 moet Nederland met mínder geld en mínder zorgverleners de zorg voor een grotere groep thuiswonende ouderen op peil houden. Het woord uitdaging is een understatement. Maar Wouter Bos, voorzitter van de commissie Toekomst Zorg Thuiswonende Ouderen, zet graag zijn tanden in een moeilijk dossier. “VWS moet snel aan de bak met digitalisering, nieuwe woonvormen en betere samenwerking.”

Wouter Bos (1963) was minister van Financiën, vicepremier en politiek leider van de PvdA. Daarna stapte hij over naar zorgsector; eerst bij KPMG Heath Care, later bij het VU Medisch Centrum. Sinds 2018 werkt hij voor INVEST NL dat met risicovolle investeringen de klimaattransitie in Nederland versnelt. De Commissie Toekomst Zorg Thuiswonende Ouderen is een tijdelijke klus. “De zorg is een machtig mooie en ook uitdagende wereld. Dat vlammetje blijft altijd wel branden.”

6 Diagonaal maart 2020


De ouderen in 2030 zijn anders oud dan de ouderen nu. Dat stemt Wouter Bos hoopvol. “We hebben straks meer ouderen, oudere ouderen en ook meer demente ouderen. Maar de ouderen van straks zijn gemiddeld hoger opgeleid en digitaal een stuk vaardiger dan die van nu.” En dat laatste komt goed uit, want digitale innovatie moet een belangrijke rol spelen om de zorg in 2030 betaalbaar en solidair te houden, zo adviseert de commissie Toekomst Zorg Thuiswonende Ouderen. Samen met ‘het veld’ onderzocht de commissie hoe de zorg in 2030 met minder mankracht en krappe budgetten overeind kan blijven. Als voorbeeld van digitale innovatie noemt Bos een slimme techniek waarmee ouderen zelf hun bloedwaarden en organen in de gaten kunnen houden. Niet de arts, maar de techniek stelt ze gerust. “Mensen hoeven alleen naar de dokter als er ook echt iets aan de hand is. Dat vermindert de druk op de zorg én op de mantelzorgers die vaak meegaan op doktersbezoek.” Woonvormen Veel kan nu al. Maar een hoop digitale innovaties blijven volgens Bos steken in de pilotfase. “Ze ontwikkelen zich vaak niet tot een structurele manier om ouderen te ondersteunen die thuis zorg nodig hebben.” Al moeten we dat ‘thuis’ niet te letterlijk nemen. “In het oude huis blijven wonen is vaak onhaalbaar en ook niet wenselijk. Onze tweede boodschap is dan ook: bouw nieuwe woonvormen voor ouderen.” Bos noemt semi-collectief wonen waarin bewoners gemeenschappelijke ruimtes delen. “Veel ouderen vinden het fijn. Ze zijn minder eenzaam en kunnen elkaar helpen.” En ook voor de zorg heeft het voordelen. De huisarts en wijkverpleegkundige hoeven maar naar één adres om

tien mensen te helpen. “Helaas zijn het vooral welgestelde ouderen die zo wonen. De uitdaging voor de woningcorporaties is om deze manier van wonen ook mogelijk te maken voor de grote groep modale ouderen.”

“Het begint met wat mensen zèlf kunnen doen” Dat ‘beter samenwerken’ als aanbeveling in het rapport zou belanden, had Bos van tevoren wel verwacht. Daar is altijd winst te behalen, al is het bepaald geen laaghangend fruit. “Het is veel praktischer als zorgorganisaties samenwerken per buurt, wijk of zelfs regio. Maar dat gaat nooit werken als elke zorgverzekeraar een andere regiovisie hanteert omdat ze willen concurreren op dat punt. Je kunt van een ziekenhuis, thuiszorgorganisatie of verpleeghuis niet vragen dat ze voor elke verzekeraar hun samenwerking op een andere manier regelen.” Zorgverzekeraars zullen dus ook onderling moeten samenwerken. Vergrijzingsgolf Wie diep in het rapport duikt, treft plannen voor een complete stelselwijziging. Maar volgens Bos hoeft VWS hier niet van te schrikken. Hij ziet het meer als ideaalplaatje waar het ministerie naar toe kan werken en in ieder geval niet verder van moet afdrijven. “We naderen het hoogtepunt van de vergrijzingsgolf. Overal dreigen tekorten. Nu het stelsel overhoop gooien, betekent dat je veel energie intern richt. Maar het ministerie moet

nú hard aan de slag om de zorg over tien jaar betaalbaar te houden. Met de mogelijkheden die er nu zijn.” Misschien wel het meest urgente advies heeft Bos voor de grote groep mensen die over tien jaar tot ‘de ouderen’ behoren. “Nederland heeft een prachtig solidair vangnet, maar het begint met wat mensen zélf kunnen doen. Voordat je een beroep doet op anderen, op de overheid, ben je als toekomstige oudere zelf verantwoordelijk om vooruit te plannen. Je moet nu al - nu je nog fit bent - bedenken: moet ik mijn huis aanpassen of verhuizen, woon ik op een plek waar ik makkelijk ondersteund kan worden door mijn naasten? De gemeente kan helpen met actieve voorlichting, ook over financiën.” Wordfeuden met oma Is Bos door het rapport aan het denken gezet over zijn eigen toekomst? “Ik vind het moeilijk om over mezelf na te denken als iemand die op een gegeven moment oud wordt. Ik heb een oudere moeder en afgelopen jaar is mijn vader overleden. Dat viel allemaal midden in dit adviestraject. Je ervaart waarover je schrijft. Dat gold voor bijna iedereen in de adviescommissie. Zo tipte ik de anderen met een knipoog over een handige digitale mantelzorgvoorziening: de app Wordfeud. Mijn kinderen Wordfeuden met oma. Als er een dag geen antwoord komt, gaan we toch even bellen.”

7


VWS’ers vinden…

Personeelstekorten, zorgkosten, de Juiste Zorg op de Juiste Plek, e-Health. Werken aan toekomst van de zorg vraagt om een brede blik.

Toekomst-

bestendig Astrid Ros (39), financieel adviseur CZ

‘Beter naar personeel luisteren’ Tekst: Tamar Klijsen Foto: René Verleg

“Als financieel adviseur streef ik ernaar om mijn (financiële) kennis en ervaring bij zorginstellingen te combineren met mijn inhoudelijke visie op de organisatie van de zorg. Ik ben onder andere betrokken bij Zorgkeuze in Kaart (ZiK), een programma waarbij beleidsvoorstellen vanuit de politiek worden geanalyseerd en doorgerekend (zie pagina 14 en 15, red.). Ik heb een achtergrond in de bedrijfskunde en registercontrolling en ik heb zeven jaar gewerkt als business controller bij zorginstellingen. Daar vertaalde ik landelijke en regionale beleidsontwikkelingen naar intern beleid, bekeken vanuit de samenhang tussen zorginhoud, proces en financiën. Om me inhoudelijk verder te verdiepen in het complexe zorglandschap heb ik vorig jaar een master gezondheidswetenschappen gevolgd.

8 Diagonaal maart 2020

Binnen de zorg spelen op dit moment twee belangrijke thema’s: grote personeelstekorten en stijgende zorgkosten. Hoewel deze vooral worden veroorzaakt door een toenemende zorgvraag, zijn zorginstellingen en de overheid hier zelf ook verantwoordelijk voor. Een groot deel van het zorgpersoneel verlaat hun instelling om zich vervolgens als ZZP’er te laten inhuren voor gemiddeld 2,5 keer zoveel geld. Instellingen moeten beter hun best doen om personeel vast te houden, beter naar hen te luisteren. Zorg goed voor je mensen, dan zorgen zij goed voor de cliënt. Daarnaast vind ik dat de overheid in haar beleid meer rekening moet houden met wat de bedrijfsmatige en financiële consequenties zijn voor zorginstellingen, op zowel korte als lange termijn. Instellingen leveren immers de zorg en voegen waarde toe aan het leven van cliënten. Dáár worden ook de zorgkosten gemaakt.”


Arne Jeninga (36), beleidsadviseur MEVA

‘Zelfredzame patiënt met een goed vangnet’ Tekst: Tamar Klijsen Foto: Hans Roggen

“De commissie Toekomstbestendig Zorgstelsel is een van de zestien werkgroepen die in het kader van de brede maatschappelijke heroverwegingen op sociale vraagstukken puzzelen. Ze verkennen welke beleidskeuzes een volgend kabinet zou kunnen maken en welke budgettaire en maatschappelijke effecten dit zou hebben. Onze werkgroep neemt het zorgstelsel onder de loep en bekijkt of er verbeteringen en besparingen mogelijk zijn. Gaan we bijvoorbeeld op een goede manier met e-health om? In de werkgroep zitten afgevaardigden van verschillende departementen. Mijn afdeling is gevraagd een van de secretarissen te leveren en dat ben ik geworden. Niet geheel toevallig, want bij MEVA hield ik me al veel bezig met de betaalbaarheid van de zorg. Een mooie ontwikkeling op dat vlak is De Juiste Zorg op de Juiste Plek. De zorg verplaatst zich van het ziekenhuis naar de patiënt thuis. Dat vraagt natuurlijk om

een goede samenwerking van verschillende partijen. Als overheid moeten we aangeven wat we op dat vlak van ze verwachten en daar ook toezicht op houden. Over dertig jaar doen we denk ik nog meer met e-health en zijn we nog beter in het verzamelen van gezondheidsinformatie. Daarmee kunnen we voorspellen welke behandelmethoden effectief zijn en vooral op preventie inzetten. Dat vergt natuurlijk wel dat we partijen toelaten die dergelijke informatie verzamelen. Een monopolie voor grote techbedrijven is niet wenselijk, dus we moeten een publiek domein definiëren waar informatie – geanonimiseerd – voor iedereen beschikbaar is. De patiënt wordt zo zelfredzamer, maar kan bij complicaties wel rekenen op een goed op elkaar aangesloten vangnet van specialisten. Samenwerking is essentieel.”

9


Interview

De koffer van de gekozen minister Lucille Werner en KRO-NCRV namen het initiatief, want zij vinden dat er structureel te weinig aandacht is voor mensen met een beperking. Een minister van Gehandicaptenzaken moet dat veranderen. Op 17 juni 2019 werd Rick Brink in een liveshow op NPO 1 gekozen als minister. “Een inclusieve samenleving begint bij kinderen.�

10 Diagonaal maart 2020


Tekst: Adriaan Duivesteijn Foto: Rene Verleg

En... ben je na je benoeming in jacquet naar de koning gegaan? “Nee, ik ben geen lid van het kabinet en dus niet door de koning beëdigd, maar ik zou hem wel graag willen ontmoeten. Ik vertegenwoordig 1,8 miljoen mensen met een beperking en daar valt een interessant gesprek over te voeren. Het is ook nog eens een heel diverse groep: van licht tot meervoudig, van lichamelijk tot verstandelijk, met zichtbare, maar ook onzichtbare handicaps. Iedereen moet in zijn of haar omgeving wel iemand kennen met een beperking: een broer of zus, een familielid, een buur, maar dat zie je niet terug in de media. Ook in populaire programma’s als GTST, in Meerdijk zie je geen enkel personage met een handicap. En als er al eens een gehandicapte aan tafel zit in een praatprogramma, dan is dat omdat hij gehandicapt is en mag hij daarover praten, niet over zijn expertise of talent.” Daar ligt dus een taak? “Ik vind dat de zichtbaarheid van mensen met een beperking in de media beter moet. Ik heb daarom de Koffer van Rick opgezet. Daarin verzamelen we talenten die toevallig ook een beperking hebben. Er zitten nu zo’n zeventig mensen in, leuke mensen die ergens verstand van hebben en daarover willen en kunnen praten. Ik ben er enorm trots op. De koffer bieden we aan de programmaredacties bij de publieke omroepen aan. Die kunnen zo gebruik maken van andere deskundigen dan ze nu doen.” Wat heb je verder gedaan en wat ga je nog doen? “‘Samen spelen’ is een ander speerpunt. Met veertien landelijke instanties

Rick Brink (34) woont in Hardenberg, waar hij gemeenteraadslid en fractievoorzitter was voor het CDA. Daar stopte hij mee toen hij in juni 2019 werd benoemd tot minister van Gehandicaptenzaken. Rick heeft osteogenesis imperfecta, een brozebottenziekte, en zit daardoor zijn hele leven al in een rolstoel.

waaronder het ministerie van VWS, Jantje Beton en Het Gehandicapte Kind, zorgen we ervoor dat elke gemeente een ‘inclusieve’ speelplek krijgt. Een plek waar alle kinderen samen kunnen spelen met toestellen die ook geschikt zijn voor kinderen met een handicap. Want een ‘inclusieve’ samenleving begint met kinderen. Kinderen moeten ook naar de school van hun keuze kunnen gaan. Dat kan nog steeds een mytylschool zijn, maar ook een reguliere school waar passend onderwijs wordt geboden. Dat betekent dat we expertise, mensen en middelen anders moeten inzetten. En betekent dat je aan de financieringskant moet ontschotten. Regelgeving staat dat nu vaak in de weg, maar gelukkig zijn er nu al scholen die regels opzijschuiven en buiten de lijntjes willen kleuren.” “Ik ben in dienst bij KRO-NCRV en zou een jaar minister zijn, maar mijn contract is verlengd tot de Kamerverkiezingen in maart 2021. Tot die tijd ga ik natuurlijk verder met mijn speerpunten. We gaan een groot onderzoek doen naar eenzaamheid onder mensen met een handicap. VWS heeft een campagne, maar die is toch vooral gericht op ouderen. Een grote groep mensen met een beperking is eenzaam, daar moet meer aandacht voor komen.” Hoe kijk je naar de toekomst? Bijvoorbeeld naar het personeelstekort in de zorg. “Daar maak ik mij echt grote zorgen over. Het gaat het niet alleen om ouderenzorg, maar ook om de gehandicaptenzorg. We hebben nogal wat op te vangen met elkaar. Omdat mensen ouder worden, krijgen we te maken met steeds

complexere zorgvragen en dus een andere manier van zorgen. Voor mensen met en zonder een beperking. Daar moeten we mensen voor opleiden. Dat is een grote uitdaging. Er loopt de VWS-campagne ‘Ik Zorg’, er worden allerlei kansen tot omscholing geboden, mensen worden verleid om weer terug te gaan naar de zorgsector. Dat zie ik allemaal gebeuren, maar ik vraag mij af of al die inspanningen voldoende zijn om al die gaten te dichten. We moeten een beeld creëren dat het ook leuk is om in de zorg te werken. Er zijn jonge mensen die vol passie vloggen over hun werk. Dat zijn de beste ambassadeurs, daar inspireren ze andere mensen mee. Maar het is een gemeenschappelijke opdracht, VWS kan het niet alleen.” Komt er na jou een nieuwe minister van Gehandicaptenzaken? “Wat mij betreft zeker. Een minister in het kabinet heeft natuurlijk een politieke rol, die heeft ook te maken met partijbelangen. Ik ben politiek onafhankelijk, ik praat met alle partijen en kan álles vinden en Kamerleden met vragen bestoken. Hugo de Jonge zegt ‘eigenlijk zijn alle ministers een beetje minister van Gehandicaptenzaken’. Ik zie dat echt heel anders. VWS is er heel druk mee, maar andere departementen denken al snel dat het toch vooral een zaak is voor VWS. Maar alle departementen hebben op de een of andere manier te maken met mensen met een handicap. Daarom vind ik dat er één bewindspersoon moet komen die opkomt voor de belangen van mensen met een beperking. Dan zullen er minder mensen tussen wal en schip vallen.”

11


Topic

Tekst: Sabina van Gils, Douwe Anne Verbrugge Foto: René Verleg Illustratie: Sjoerd van Leeuwen

Zorg voor de Toekomst VWS’ers werken dagelijks aan de toekomst van de zorg. Vanuit ‘de waan van de dag’, of met meer ‘afstand en reflectie’. Dat laatste is de basis voor een aantal strategische trajecten waaraan veel collega’s een bijdrage leveren. Maatschappelijke Heroverwegingen, Zorgkeuzes in Kaart, een Studiegroep Begrotingsruimte, een commissie

onder leiding van Wouter Bos, de SER… Ze buigen zich allemaal over de vraag hoe de (gezondheids)zorg in de toekomst betaalbaar en van goede kwaliteit kan blijven. Deze trajecten hebben verschillende invalshoeken: politiek, ambtelijk of maatschappelijk. En ze hebben één ding gemeen: ze zijn van belang voor de komende Tweede

Kamerverkiezingen en/of voor de formatie van een volgend kabinet. En daarmee voor de toekomstige inrichting van ons stelsel voor zorg en ondersteuning. Voor de Contourennota en Zorgkeuzes in Kaart (uitgevoerd in 31 verschillende teams), zijn veel VWS’ers in touw geweest - of nog bezig. Bijna altijd naast het ‘gewone’ werk.

Contourennota

Fred Krapels programmadirecteur van de Contourennota

Als je ziek bent en zorg nodig hebt, mag je jezelf gelukkig prijzen dat je in Nederland woont. Maar om dat in de toekomst te kunnen blijven zeggen, zijn veranderingen in het stelsel nodig. “En dat is wat anders dan een hele stelselwijziging,” benadrukt Fred Krapels. De programma-directeur werkt met een team VWS’ers sinds oktober 2019 aan de Contourennota, die oplossingsrichtingen zal geven voor een toekomstbestendige zorg. Het team is inmiddels een paar maanden onderweg en de eindstreep komt langzaam dichterbij; de nota moet voor de zomer in de Kamer moet liggen. Een hele uitdaging, want bij de inhoud zijn heel veel mensen betrokken. De bewindspersonen en de sg (secretaris-generaal), de Bestuursraad, en natuurlijk een hoop VWS’ers, maar ook veel partijen in het zorgveld. En niet in de laatste plaats worden ook de patiënten en cliënten volop meegenomen in het proces. Dat heeft een reden: draagvlak, draagvlak en nog eens draagvlak creëren. “Wat niet

12 Diagonaal maart 2020

betekent dat we het allemaal met elkaar eens moeten zijn,” zegt Fred. “Dat zou een onmogelijke opgave zijn die zou resulteren in een onbegrijpelijke, heel vage nota.” Ministerraad Overigens zijn niet alleen de mensen binnen, maar ook buiten het zorgveld inmiddels nieuwgierig naar de nota. “Het C-woord is zo vaak gevallen tijdens Kamerdebatten, dat ook bewindspersonen van de andere departementen weleens wilden weten hoe het zit.” De VWS-bewindspersonen lichtten daarom met een presentatie de plannen toe in de ministerraad. En dat was goed. “Ook daar werd de sense of urgency gevoeld.” aldus Fred. Knetteren zonder vuur “Het mag dus duidelijk zijn: de Contourennota behandelt een groot vraagstuk en daar zijn ontzettend veel mensen bij betrokken. Hoe begin je aan zo’n enorme klus? “Kijk, een goede zorg is geen rustig bezit, daar zijn we het allemaal over eens.


En dat er met de vergrijzing voor de deur, schurende grensvlakken tussen de stelwetten en de krapte op de arbeidsmarkt iets moet veranderen, ook,” vertelt Fred. Maar die woorden alleen waren voor de directeur niet voldoende om te starten. Daarom was er aan het begin van het traject een goed gesprek met zijn opdrachtgevers: de bewindspersonen, de sg en de andere leden van de Bestuursraad.

Tijdens een ‘haardvuursessie’ namen ze alle tijd om het probleem zorgvuldig te analyseren en een richting te bepalen. “Daar werd 'de bestelling voor de Contourennota' scherp.” Dat ging soms eenvoudig, maar natuurlijk niet altijd. “Laat ik het zo zeggen: er was geen vuur, maar op momenten knetterde het wel even,” vertelt de directeur. “Over de analyse en de oplossingsrichtingen is

iedereen het wel eens, het spanningsveld zit 'm met name in de details: hoe breed of hoe smal wordt de nota, hoe gaan we dit doen en wat wordt precies de rol van de overheid.” ‘Stand van denken’ De haardvuursessie, en de talloze gesprekken die de afgelopen maanden zijn gevoerd, hebben een ‘stand van

➔➔ 13


Topic

denken’ opgeleverd. En die luidt kort samengevat: het stelsel is niet toekomstvast, we zullen het anders moeten organiseren. Daarin gaan de drie V’s een rol spelen: het voorkomen, verplaatsen en vervangen van zorg: de filosofie van de Juiste Zorg op de Juiste Plek. Rest nog de vraag wat er uiteindelijk in de nota komt te staan. Fred: “De nota zal oplossings-richtingen schetsen op drie niveaus. Micro: de rol van de patiënt, de arts, de burger, de instellingen in de zorg, meso: de rol van de regio, en macro: mogelijke wijzigingen in het zorgstelsel zelf. Op die drie terreinen kijken we: waar liggen de knelpunten en hoe kunnen we die oplossen? Dat gaat over de juiste prikkels, preventie, meer samenwerking, de basis-infrastructuur op orde en ga zo maar door. Na de ‘stand van denken’-brief, die binnenkort uitgaat, gaan we werken aan het nog concreter maken van de oplossingen. En dat landt in de Contourennota.”

Van denken naar doen De komende maanden komt het dus aan op het doen. “Dat is de echte uitdaging!,” aldus Fred. “Want hoe maken we onze visie dan precies concreet? Dit wordt een enorme klus, zowel inhoudelijk, proces-matig als politiek-bestuurlijk, die geleid moet worden door een fulltime programmadirecteur. Dat wordt Matthijs van den Berg - nu hoofd centrum Voeding, Preventie en Zorg bij het RIVM - die vanaf maart de taken van mij over-neemt. Eerst geleidelijk, en na de stand-van-denken-brief helemaal.” Nieuwe directeur Wacht even, stopt Fred - mister Contourennota - Krapels als programmadirecteur van de Contourennota? “Ja, helaas wel. Deze klus is niet iets om erbij te doen, maar ik blijf vanuit mijn rol als directeur Patiënt en Zorgordening (PZo) natuurlijk wel nauw betrokken.

De nieuwe directeur gaat met gesprekken, nieuwe haardvuursessies èn een groter team een heldere nota opstellen die de zorg in Nederland ook in de toekomst verzekert van kwaliteit, betaalbaar-heidmen toegankelijkheid. Daar ben ik van overtuigd.”

Matthijs van den Berg

VWS’ers achter Zorgkeuzes in Kaart Objectiviteit

Silvia Koerhuis, penvoerder Zorgkeuzes in Kaart – team Cure

14 Diagonaal maart 2020

“Alle voorstellen van alle politieke partijen – we weten niet welk voorstel van welke partij is – worden binnen team Cure verdeeld over de verschillende penvoerders. Als penvoerder ben je verantwoordelijk voor het aanleveren van het analysekader, ook wel fiche genoemd. Soms schrijf je dat zelf, vaak zet je het uit bij een collega. Ik werk bij de directie Z, maar maak deel uit van het ZiK-team Cure. De voorstellen hebben raakvlakken met mijn directie. Meestal

richt ik mij daar dan op. Maar vaak heb je ook input van anderen nodig. Het is vooral lastig een zo’n objectief mogelijk antwoord te geven. Zeker als je zelf het nut van de maatregel niet inziet. Het doel van de ZiK is om politieke partijen inzicht te laten krijgen in de haalbaarheid van hun eigen plannen. Bijvoorbeeld of vergoeding voor alternatieve geneeswijzen in het basispakket zou kunnen. Dat vergt heel veel uitzoekwerk en afstemming met andere collega’s.”


Deadlines “In mijn werkgroep zitten vertegenwoordigers van het CPB, Financiën en verschillende VWS-directies. Vier jaar geleden heb ik zelf een aantal fiches gemaakt. Nu is het als voorzitter mijn taak om te zorgen dat de grote lijst voorstellen wordt beoordeeld en doorgerekend binnen een strakke deadline. Op een manier dat iedereen zich erin kan vinden en de politieke partijen er iets aan hebben. We weten niet door welke partijen de maatregelen zijn voorgesteld, maar soms laat het zich wel raden. Sommige gaan over meer verantwoordelijkheid bij burgers leggen, andere over een grotere rol voor de overheid.

Anders dan vier jaar geleden is er nu meer aandacht voor de kwaliteit van de zorg. Een opvallend voorstel was het verbeteren van de mondzorg in verpleeghuizen – juist nu we te maken hebben met een grote schaarste aan verpleeghuisplaatsen. Maar dit oordeel is niet aan ons. Wij bekijken alleen of een voorstel uitvoerbaar en juridisch mogelijk is. En wat het kost. Waarover ik me heb verbaasd? Ik had verwacht dat er meer voorstellen zouden komen over de organisatorische kant van de zorg. Hoe treden we de vergrijzing tegemoet en hoe gaan we om met de personeelstekorten?”

Michiel Geschiere, voorzitter Zorgkeuzes in Kaart – team Care en sociaal domein

Spilfunctie

Leon de Wit – secretariaat Zorgkeuzes in Kaart - technische werkgroep

“Mijn rol in het team is coördinerend van aard. Samen met mijn FEZ-collega Leida Lamers en een aantal anderen, zorgen wij voor een goede afstemming. Dat alle stukken op tijd binnenkomen en een ‘eenheid van taal’ kennen. Wij hebben als secretariaat een spilfunctie.Streng optreden als een deadline niet wordt gehaald? Laat ik zeggen dat ik meer op mijn plek ben als ‘verbinder’. Al het werk dat door VWS’ers wordt verzet voor de ZiK, komt bovenop hun reguliere werk. Dat

vraagt veel van hen. Ik probeer het enthousiasme vast te houden. Ook bij mezelf ja. Ik vind het leuk werk, maar mijn reguliere werk bij FEZ vind ik nog leuker! Het is geen nieuws dat de betaalbaarheid van de zorg verder onder druk komt te staan. Er zijn genoeg besparingsvarianten, maar het ei van Columbus is nog niet gevonden. De overheid zal de komende decennia toch besluiten gaan nemen over wat wel en wat niet vergoed gaat worden. Meer zelfredzaamheid wordt een belangrijk issue.”

Impact “Als secretaris van de werkgroep ben ik de verbindende factor tussen de penvoerders van onze ZiK en de mensen van het overkoepelende ZiK-secretariaat. Daarnaast ben ik zelf ook penvoerder van een aantal fiches van onze eigen werkgroep. Op ons ZiK komen vooral veel kwesties omtrent eigen risico, nominale premie, eigen bijdragen Wlz en Wmo en arbeidsmarkt af. Daar zitten ook verrassende voorstellen tussen, waarbij je je afvraagt of de politieke partij de totale effecten van zo’n

maatregel wel overziet. Juist door het in onze ZiK door te nemen, kunnen we inzicht geven in het feit dat sommige voorstellen wel een erg grote impact hebben op de zorguitgaven. Zo zien we extreme varianten voorbijkomen op het gebied van eigen betalingen en arbeidsmarkt, soms zitten daar ook varianten bij waar eigenlijk geen politiek draagvlak voor is. Door het in onze ZiK goed door te rekenen, bieden we onszelf meer inzicht en de politiek ook.”

Anouk van Schijndel, secretaris Zorgkeuzes in Kaart – team Eigen betalingen, vraagstukken met betrekking tot premie- en zorgtoeslag en arbeidsmarkt

15


WVTTK

Tekst: Sabina van Gils Foto: Edwin Walvisch

5 vragen aan

Marieke van Dok Voorzitter van de ZiK genees- en hulpmiddelen. Of dat leuk is? Ach… Wat haar wel gelukkig maakt is Duitsland en alles wat daarmee te maken heeft.

Je bent voorzitter van Zorgkeuzes in Kaart genees- en hulpmiddelen. Is dat leuk? “Ehm, nee, leuk is misschien niet het goede woord. Bij Zorgkeuzes in Kaart toetsen we voorstellen van politieke partijen op financiële en juridische haalbaarheid. Dat moet volgens een vast stramien en in een kort tijdsbestek: we behandelen 42 voorstellen in vijf maanden. Erg arbeidsintensief en van de resultaten zie je weinig terug.” Wat doe jij als voorzitter? “Ik bewaak het proces, zorg ervoor dat iedereen aangehaakt is en prioriteer het werk. Voorstellen die haalbaar lijken, worden eerst behandeld. Wat overigens interessant is aan deze klus: ik krijg een vooruitblik op de koers van de politieke partijen. In de voorstellen is vaak een algemene tendens te ontdekken, daar kunnen we ambtelijk op anticiperen.” Welk genees- of hulpmiddel vrees jij? “Bij GMT houd ik me bezig met opioïden. Gewone vrouwen zoals ik, met een leuke baan en een druk leven, raken soms zwaar verslaafd aan deze pijnstillers. Waar een verslaving normaal gesproken dus een ver-van-mijn-bed-show is, komt het hier opeens heel dichtbij. Heftig.” 16 Diagonaal maart 2020

Die Tatort-koffiebeker moet je even uitleggen. “Die heb ik gekregen van een kennis. Ik ben een enorme Duitslandfanaat en zat een paar jaar op Duitse les. Om de kennis niet te laten wegzakken, kijk ik elke zondagavond een aflevering van Tatort met dovenondertiteling. Leuke serie, hoor.” Maar ook een beetje belegen. “In mij schuilt een oude ziel. Ik kijk Tatort, maar houd ook van opera, luister naar John Denver en Neil Diamond op mijn oude platenspeler en ik zit sinds kort op bridge… Wat erg, nu klink ik opeens wel heel oubollig! Ik snowboard en zeil ook, hoor! Weet je, net als Duitsland heb ik twee kanten: een belegen en een hippe”


Hans Leenders Een levensgenieter, dat is directeur FEZ Hans Leenders (51). Of het nu over zijn jeugd, zijn gezin of zijn werk gaat: hij praat erover vol enthousiasme. En voelt zich bevoorrecht over hoe plezierig veel dingen in z’n leven zijn verlopen. Aan zelfvertrouwen ontbreekt het hem niet, zo zegt hij zelf, en dat heeft waarschijnlijk ook wel een beetje geholpen.

1970

1980

1970 Hier was ik 2 jaar en kon ik nog maar net lopen.Ik mankeerde niets, maar weigerde gewoon. Voor de rest was ik een heel gewoon jongetje met twee oudere broers. We kregen een heel vrije opvoeding. Mijn vader was actief in de lokale politiek van Eindhoven, werd wethouder voor het CDA en was weinig thuis. 1980 Ik speelde graag buiten, maar was ook een typisch bèta-jongetje: ik maakte graag de moeilijke sommen voor mijn oudste broer. We gingen veel op vakantie en dat waren de hoogtepunten van het jaar, zoals hier bij een Griekse tempel in Zuid-Italië. Dan ging ik heerlijk fantaseren en stelde mezelf als keizer voor.

1986

1986 Mijn middelbare schooltijd was leuk: ik deed vrijwel niets. Huiswerk heb ik nooit gemaakt. Vond ik niet nodig. Na mijn eindexamen ging ik economie studeren in Amsterdam. Achteraf gezien niet de leukste tijd van mijn leven. Hoewel ik regelmatig met vrienden naar de kroeg ging, werd ik een beetje teruggeworpen op mezelf. En ik rookte als een ketter; die stoere jongen links, dat ben ik. 2000

2000 Mijn ouders gaven me een vrije opvoeding, maar waren over één ding zeer uitgesproken: ik mocht naast school of studie niet werken. Mijn traineeship bij de Beroepsopleiding Financieel-Economisch Beleidsmedewerker (BoFEB) was daarom mijn allereerste baan. Voor het eerst in mijn leven moest ik keihard werken en ik vond het fantastisch! Daarna rolde ik van Financiën via EZ naar de Inspectie der Rijksfinanciën (IRF). 2004 Mijn grote liefde Angelique leerde ik kennen bij EZ. In het jaar van

2004

ons huwelijk had zij veel te maken met minister Gerrit Zalm, die mij ook goed kende. Samen smeedden zij een plannetje zonder mij te betrekken. Op onze trouwdag liep ik de trouwzaal binnen. Pas toen kwam ik erachter dat Gerrit degene was die ons trouwde! Hij kwam uit de ministerraad geglipt om dat te doen. Ontzettend leuk! 2019 Mijn dochter Eva (17) en zoon David (14) mogen heel veel van ons. Ik vind mezelf een zorgzame vader. Onbewust eis ik misschien wel veel van

2019

ze, maar streng ben ik zeker niet. Deze foto is afgelopen jaar gemaakt in samenstelling: Hester Vos

Toscane. Onze nieuwe traditie: in de herfst op en neer rijden voor een Indian Summer. 17


Reportage

‘Schuldhulp bevordert de gezondheid’

Tekst: Sabina van Gils | Foto’s: René Verleg

Doras

Stichting Doras is in 2000 opgericht als de instelling voor maatschappelijke dienstverlening in AmsterdamNoord. Inwoners van stadsdeel Noord kunnen bij Doras terecht met vragen en voor advies en hulp op het gebied van welzijnswerk, maatschappelijk werk en schuldhulpverlening. Meer informatie: www.doras.nl

“Als Silvia en ik afspreken, zitten we altijd naast elkaar, nooit tegenover elkaar, zo is het gesprek veel gelijkwaardiger”, vertelt Jolanda Hoogwout, schuldhulpverleenster bij Doras in Amsterdam-Noord. De stichting werkt sinds kort in een pilot nauw samen met het BovenIJ Ziekenhuis. Logisch, want schuldenproblematiek en gezondheidsklachten gaan vaak hand in hand. Dat is ook het geval bij Silvia (35), die al jaren kampt met psychische klachten. In 2008 werd bij haar schizofrenie vastgesteld. Haar financiën kon ze eigenlijk niet zelf regelen. Ze betaalde haar rekeningen en huur niet of niet op tijd, en bouwde een schuld op bij de bank. Die probeerde ze af te lossen met een

18 Diagonaal maart 2020

persoonlijke lening, wat het probleem verergerde. Via haar persoonlijk begeleider bij de ggz-instelling Mentrum, kwam Silvia ruim twee jaar geleden terecht bij Doras waar ze sindsdien in budgetbeheer zit. Jolanda begeleidt Silvia totdat haar schulden zijn gesaneerd. Samen zwemmen “Silvia en ik spreken eens in de twee weken af”, vertelt Jolanda. “Natuurlijk praten we dan over haar financiën, maar dat is echt niet ons hoofdonderwerp. Bij mensen als Silvia, zijn gezondheidsklachten onlosmakelijk verbonden met de financiële situatie. We bespreken dus vooral hoe het met haar gaat. Wat is haar dagbesteding, hoe voelt ze zich, zorgt ze goed voor zichzelf, hoe is haar medicijngebruik? Over dat laatste heb ik overigens


Schuldhulpverlener Jolanda Hoogwout

niets te zeggen, hoor. Maar als ik vermoed dat ze een verkeerde dosis slikt, zeg ik haar dat ze haar spw’er (sociaal pedagogisch werker, red.) moet bellen. Ook wijs ik Silvia op haar fysieke gezondheid. Meer beweging zou goed voor haar zijn. Daarom zwemt ze sinds kort. Omdat de drempel naar het zwembad erg hoog was, ging ik de eerste paar keren gewoon even met haar mee. Geen probleem, hoor. Zwempak aan, en ik plons erin.” Stemmen “Dat Jolanda zo naar me omkijkt, vind ik heel fijn”, zegt Silvia. “Door haar voel ik me geen nummer, maar een persoon. Iemand die serieus genomen wordt. Bij andere hulpverleners is dat soms wel anders. Dan luisteren ze niet goed, of ze hebben geen tijd voor me. Of ze zeggen dat ik de stemmen in mijn hoofd moet accepteren, maar dat wil ik helemaal niet.” Jolanda: “Ik heb in mijn werk veel te maken met ggz-problematiek. Daar houd ik rekening mee. Ik stel me flexibel op en zie altijd het hele plaatje. Mijn afspraken plan ik bijvoorbeeld ruim in. Als iemand dan te laat is – wat nogal eens voorkomt - kan het toch doorgaan. Dat vind ik heel belangrijk.”

Stress Om zorg en welzijn beter met elkaar te verbinden, tekende het BovenIJ Ziekenhuis in Amsterdam-Noord met verschillende partijen het convenant ‘Beter Samen in Noord’. In januari is het ziekenhuis een pilot gestart die de samenwerking met Doras bevordert. Dat is een goede zaak, vindt Jolanda. “Op de eerste hulp komen veel mensen binnen met stress gerelateerde klachten. In veel gevallen, zeker hier in Noord, zijn geldzorgen de oorzaak. De artsen vragen bij deze klachten tegenwoordig door: wat is er precies aan de hand? Hoe is de thuissituatie? Als ze financiële problemen vermoeden, is er een rechtstreekse lijn met ons. Kortom: mensen worden niet met een pilletje naar huis gestuurd, maar er wordt iets gedaan aan de kern van het probleem. En dat is echt kwaliteitsverbetering van de zorg.” Hoewel Silvia niet via het ziekenhuis werd doorverwezen naar Doras, ziet ook zij veel voordelen in meer samenwerking tussen instanties in de zorg- en welzijnssector. “Als mijn hulpverleners meer contact hebben met elkaar, hoef ik niet elke keer opnieuw mijn verhaal te doen. Dat zou veel schelen.”

Regels en mensen Jolanda en Silvia spreken altijd af op het kantoor van Doras, maar meestal maken ze vanuit daar een wandeling. Ook vandaag. “Dat praat makkelijker, en het is gezond”, zegt Jolanda. Dat ze Silvia met meer helpt dan alleen haar financiën, heeft te maken met haar eigen ervaringen. “Zelf heb ik ook in de schulden gezeten, en ik kan je vertellen: ik had veel meer nodig dan iemand die mijn huishoudboekje bijhield.” Voor ze naar buiten stappen, hebben Jolanda en Silvia een laatste boodschap voor VWS. “Sociale problemen en gezondheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden”, zegt Jolanda, “en iedereen heeft zijn eigen verhaal. Regels moeten er zijn, maar samenwerking en flexibiliteit binnen de hulpverlening zijn veel belangrijker.” Silvia knikt: “Iedere patiënt heeft zijn eigen verhaal, daarom zijn mensen altijd belangrijker dan regels.”

19


Tweegesprek

Tekst: Dick Duijnhoven Foto’s: Herman Zonderland

‘Zorg van de toekomst, toekomst van de zorg’ In een snel veranderende samenleving rijst de vraag: hoe zorgen we nu en in de toekomst voor elkaar? De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) richt in de nieuwe werkagenda op vijf thema’s. Jet Bussemaker en Anne Leerling bespreken enkele aspecten daarvan.

Thema 1. Verschillen in de samenleving Hoe kunnen zorg en ondersteuning beter inspelen op de pluriformiteit van de samenleving en wat kunnen we doen aan problematische verschillen in gezondheid en welzijn? Jet: “Er zijn schrikbarend grote verschillen in levensverwachting en kwaliteit van leven. Denk aan de problemen van laaggeletterden, daklozen, mensen met een lagere sociaaleconomische status. Als Raad hebben we de indruk dat dit nog vaak wordt gezien als een individueel probleem van de patiënt of cliënt.” Anne: “In de opleiding tot basisarts wordt heus niet alleen aandacht besteed aan wat een patiënt medisch mankeert, maar ook uit wat voor leefomgeving iemand komt, hoe iemand leeft en hoe dat doorwerkt op zijn of haar gezondheid of ziekte. Maar in de spreekkamer kan ik dat vaak moeilijk vertalen, omdat de tijd voor dit soort gesprekken ontbreekt. Als ik een dakloze medisch goed heb geholpen, voel ik me toch onmachtig. Want ik weet dat die persoon teruggaat naar

ANNE Leerling (masterstudent Geneeskunde) “Er is in de opleiding wel degelijk veel aandacht voor het niet-handelen”

20 Diagonaal maart 2020


leefomstandigheden die hem binnenkort weer op de Spoedeisende Hulp doen belanden.”

norm. De medische wetenschap zou wat opener naar de context moeten kijken.”

Jet: “Onderzoek wijst uit dat het hebben van huisvesting nodig is om ook maar een begin te maken met echte hulp. Maar je kunt inderdaad vanuit de spoedeisende hulp niet meteen zakendoen met een woningcorporatie. Of iemand bellen die misschien een dagbesteding heeft voor die patiënt. Terwijl daar misschien juist veel meer aanknopingspunten zitten om die persoon te helpen.”

Jet: “Een inspirerende vraag is ook: hoe betrek je mensen van buiten de zorg bij het creëren van een gezonde leefomgeving? Met de ontwerpprijsvraag ‘Who Cares’, die we samen met de rijksbouwmeester ontwikkelden, vroegen we naar nieuwe vormen van wonen en zorg die gezond gedrag stimuleren en eenzaamheid kunnen voorkomen. Juist omdat zij met een heel andere bril kijken, lijkt het mij zinvol om daar ook architecten en kunstenaars over na te laten denken.”

Thema 2. Een gezonde en sociale leefomgeving De RVS zoekt naar verbetering van de volksgezondheid buiten de zorg: ‘in het hart van de samenleving’. Anne: “Er komt gelukkig meer aandacht voor preventieve geneeskunde. Een leefomgeving waar mensen kunnen bewegen, waar winkels gezond eten verkopen, waar mensen geen chronische stress ervaren door armoede of lastige gezinssituaties, zo’n leefomgeving draagt bij aan de volksgezondheid. Maar om daar wetenschappelijk hoogwaardig ‘evidence’ voor te vinden, blijkt vaak lastig. Een onderzoek naar de effecten van leefstijlgeneeskunde wordt door sommigen in twijfel getrokken.” Jet: “Zonder context geen bewijs. Dat is de titel van een eerder RVS-rapport. Het is een illusie dat een ‘evidence based’ benadering ook altijd tot de beste zorg leidt. Beleid en medische protocollen en richtlijnen zijn gebaseerd op gemiddelden. Terwijl veel mensen te maken hebben met een combinatie van problemen die afwijken van die gemiddelde

Thema 3. Grenzen aan genezen en verbeteren Door groeiende medische mogelijkheden lijkt de maakbaarheid steeds meer binnen handbereik te komen. Maar hoe gaan we dan om met kwetsbaarheid, lijden en dood? Jet: “Ik vraag weleens aan co-assistenten: wanneer ben je tevreden? Dan is meestal het antwoord: als we iets gefikst hebben; als we iemand beter hebben gemaakt. Volgens mij is de meest gekozen optie nog steeds: behandelen tot het echt niet meer kan.” Anne: “Natuurlijk ben je als dokter blij als je iets positiefs hebt bereikt. Maar er is in de opleiding wel degelijk aandacht voor palliatieve zorg en voor het niet-handelen. Ik zie ook veel ontwikkelingen in de richting van gedeelde besluitvorming. Dan leg je verschillende behandelopties uit en help je de patiënt om vanuit persoonlijke voorkeuren, normen en waarden tot een keuze te komen.”

JET Bussemaker (Voorzitter van de RVS,

hoogleraar Wetenschap, beleid en maatschappelijke impact, oud-staatssecretaris VWS) “De voortschrijdende medische techniek doet een steeds groter appèl op de sociale rol van de arts”

21


Jet: “Fijn om dat te horen. Dit thema gaat niet alleen over het levenseinde, maar ook over hoe je leeft met een levenslange of levensbepalende ziekte. De voortschrijdende medische techniek doet een steeds groter appèl op de sociale rol van de professionals. Want een diagnose kun je in de toekomst via ‘artificial intelligence’ maken. Maar die techniek kan niet de afweging maken of je stopt met handelen of niet.”

Thema 4. Zorgen in een krappe arbeidsmarkt De behoefte aan zorg en ondersteuning neemt toe, maar er is personeelstekort en uitval van professionals door verlies aan werkplezier. Anne: “Je ziet een enorme overwaardering van ziekenhuisspecialisten: iedereen wil chirurg, cardioloog of kinderarts worden. Dat heeft misschien te maken met een verouderd beeld van de arts in witte jas als de grote levensredder. Maar dat leidt wel tot grote tekorten in extramurale specialismen zoals verslavings-geneeskunde, bedrijfsgeneeskunde en psychiatrie, eigenlijk juist de sectoren waar de zorgvraag het grootst is. Ik vind dat daar in de opleiding, en zelfs al daarvoor – op een open dag – meer aandacht aan moet worden besteed. Het meeste van wat je leert in die zes jaar gaat over geneeskunde binnen het ziekenhuis, de co-schappen zijn grotendeels in het ziekenhuis en je krijgt het meeste les van docenten in het ziekenhuis.” Jet: “Ik herken dat. Ik ben bij Geneeskunde een van de weinige docenten van buiten het artsenvak, terwijl we weten dat de helft van de studenten later buiten het ziekenhuis gaat werken. Het aantal leerling-verpleegkundigen neemt gelukkig weer toe. Maar we moeten wel zorgen dat zij ook blijven. Veel verpleegkundigen zijn ontevreden over hun werk: te veel administratie, niet zelf de regie kunnen nemen. Dat roept om

22 Diagonaal maart 2020

een andere organisatie van de zorg. Een vraag is ook wat we in verpleeghuizen en ziekenhuizen mogen verwachten van mantelzorgers. Het is eigenlijk raar dat je als mantelzorger thuis dingen wel mag doen, maar in een verpleeghuis niet.”

Thema 5. Schurende stelsels Juist kwetsbare mensen worden van het kastje naar de muur gestuurd, doordat wetten, protocollen en disciplines niet goed op elkaar aansluiten. Jet: “Een voorbeeld. Als een gemeente effectief investeert in welzijn, zal het ziekenhuis minder patiënten krijgen. Maar het ziekenhuis heeft dan meteen een financieel probleem. Het probleem van de schotten zit ‘m in wetten, maar ook in de manier waarop we als ziekenhuis, als huisarts en in het sociaal domein met elkaar samenwerken. Hoe kun je over de grens van je eigen discipline samenwerken? Ik noem dat de kunst van het innoveren. Dat vraagt om een constante verwondering over waarom we de dingen doen zoals we die doen. En vraagt om leiderschap en of het ook anders kan.” Anne: “Ik zie in het ziekenhuis dat traditie een grote rol speelt in de manier van opleiden en werken. Er is een sterk hiërarchische structuur, je werkt heel lang onder een supervisor die jouw werk controleert. Natuurlijk is dat belangrijk, want de zorg moet veilig zijn. Maar het gevaar is dat je daarmee de creativiteit en het anders denken van nieuwe, jonge medewerkers tenietdoet. Kritisch vragen stellen over hoe de zorg is georganiseerd of opmerken dat het anders en beter kan, daar moet je lef voor hebben.”

De ambities van de RVS staan beschreven in de werkagenda 2020 – 2024. raadrvs.nl/werkagenda.


Cartoon: Tom Janssen

Beslommeringen

Een zandweg tussen koren door Enkele jaren geleden raakte ik in een bus op weg naar het diepe zuiden van Marokko in gesprek met een jongeman. In zijn verhandeling over het tempo van de emancipatie van de Arabische wereld vroeg hij me een ouder beeld uit het leven van mijn grootouders – slechts twee generaties terug – voor de geest halen. Het zwart-witfotootje dat toen in me opkwam, moet in 1930 zijn genomen. Het toont mijn opa en oma met hun eerste twee kinderen, gezeten voor een schamel boerderijtje in het Midden-Limburgse. Langs de spreekwoordelijke zandweg tussen koren door. Alsof je terugkijkt naar de middeleeuwen.

Het jongetje en meisje van de foto zouden niet oud worden. Ook drie andere kinderen uit het gezin overleefden de peutertijd niet. De wervelwind van het almaar versnellende leven, ontneemt vaak het zicht op de weg die is afgelegd. Maar ook op het fundament van die weg dat ons in staat stelde hier überhaupt te komen. De enorme progressie die de geneeskunde doormaakte in de afgelopen eeuw, heeft in sociaal-economisch opzicht heel veel gebracht. Openbare hygiëne, vaccinatie en antibiotica hielpen ons aan vele jaren extra levensverwachting en verjoegen tegelijkertijd veel van de donkerste demonen die ziekte en dood met zich meebrachten.

VWS’ers Linda Hilhorst - Miedema en Vincent Theunissen schrijven om en om over hun beslommeringen bij het ministerie

En alhoewel ik niet zo van lijstjes houd: ik ken historici die de uitvinding van de riolering hoger schatten dan die van de drukpers. Uitbraken van infectieziekten als het coronavirus tonen aan hoe kwetsbaar we feitelijk nog steeds zijn. De demonen kunnen zo terugkeren. Noem me een romantische conservatief. Maar in onze drang de zorg van de toekomst te bouwen, mogen we ons niet alleen verlaten op innovatie en (verkopers van) big tech. Er is veel proven technology die ons al een eind op weg hielp. 23


Tjebbe Ypma – senior beleidsmedewerker directie Maatschappelijke Ondersteuning “Mijn vader besloot enkele weken geleden te stoppen met eten en drinken. Hij was 92 en wilde sterven voor hij niet meer zelf kon beslissen. Dat was al jaren zijn plan. Voor mij en mijn zussen was dit zwaar. Mijn vader was niet ziek, maar klaar met het leven. Als mantelzorger kon ik niet veel meer dan mentale steun bieden en in de laatste fase proberen zijn lijden te verzachten. Dat er in de toekomst steeds vaker een beroep wordt gedaan op mantelzorgers, is evident. Als ervaringsdeskundige zeg ik wel: goede ondersteuning en begrip van de omgeving zijn cruciaal. Mantelzorgen is zwaar, je kunt niet alle ballen in de lucht houden.”

De vader van Tjebbe stierf op 1 februari, enkele uren na het maken van deze foto.

Foto: Phil Nijhuis

Profile for vws#Dia

VWS# Diagonaal 1 2020  

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded