__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

personeelsmagazine |34ste jaargang | december 2019

I-Zorg

vws# 4 | F red Lafeber

8| Elke Buis

20 | Tweegesprek


Haasje-over Drones die bloed en spoedmedicatie kunnen transporteren, slimme luiers met een sensor. Het scala aan medisch-technologische hulpmiddelen lijkt onuitputtelijk. Daar kunnen we in de zorg nog veel meer gebruik van maken. Aan ons, VWS’ers, de taak om dat te ondersteunen en te stimuleren. Zodat medische technologie integraal onderdeel wordt van het zorgproces en niet louter het domein is van bedrijfsvoering of de ict-afdeling. VWS richt zich op drie aspecten. In het kader van ons programma Juiste Zorg op de Juiste Plek is ook Juiste Informatie op de Juiste Plek van groot belang. Digitale uitwisseling van patiëntgegevens, tussen professionals onderling en tussen professional en cliënt, is cruciaal. Ten tweede ‘koude technologie voor warme zorg’. Wij bevorderen standaardisatie voor e-health-middelen en digitale ondersteuning. Zodat het wiel niet opnieuw uitgevonden hoeft te worden, maar er steeds een stap vérder kan worden gezet. Het haasje-over-principe. En technische innovaties helpen ons bij het omgaan met de krapte op de arbeidsmarkt én om het zorgproces goed en waardig te laten verlopen. Zo’n slimme luier bijvoorbeeld, dat is veel prettiger voor de patiënt en veel praktischer voor de zorgverlener. Mijn oproep aan VWS’ers is dan ook om goed om je heen te kijken naar wat innovaties betekenen voor verbetering van de zorg. We moeten het minder vreemd gaan vinden. Want die rare technologische wereld is ook een hele móóie wereld. Sta daar open voor en laat je verrassen, ook via dit nummer van vws#Diagonaal. En vergeet www.vwsdia.nl niet!

Ernst van Koesveld directeur-generaal Langdurige Zorg

2 Diagonaal december 2019


Thema:

I-Zorg

34ste jaargang | december 2019

10

6

18

12

Jan Hazelzet Digitale uitwisseling patiĂŤntgegevens 6 Peter Kruithof De zorg beter maken met eentjes en nulletjes 10 Reportage RIVM Eenheid van Taal 12 WVTTK Marie Claire de Vries 16 Dia

Kijk ook op vwsdia.nl

Margot Emmen Het Huis van Morgen 18

ILLUSTRATIE OP DE COVER: Marco Faasen COLOFON Diagonaal en vws#Dia zijn de crossmediale personeelsmagazines van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Hoofdredactie Rob Langeveld Eindredactie Douwe Anne Verbrugge Redactie Adriaan Duivesteijn, Sabina van Gils, Hester Vos en Tamar Klijsen Klankbordgroep Lid worden van de Klankbordgroep Interne Communicatie? Ga naar VWSnet en meld je aan. Vragen, opmerkingen, ­ingezonden brieven? Redactie, postbus 20350, 2500 EJ Den Haag, telefoon: (070) 340 69 56, e-mail: diagonaal@minvws.nl Secretariaat telefoon (070) 340 60 00. Overname van tekst is mogelijk na overleg met de redactie Vormgeving Kris Kras context, content and design Druk Xerox/OBT Pensioen of uit dienst en de Diagonaal blijven ontvangen? Geef het door: diagonaal@minvws.nl

3


Kleine bijdrage

Technische snufjes

E-health-tools, gadgets, zorgapp’s en de reguliere WhatsApp. Staat de dokter over 20 jaar nog wel aan ons bed?

Lees ook de vws#Dia

KORT EN KRACHTIG

4 Diagonaal december 2019

UMC Utrecht helemaal digitaal Het UMC Utrecht is één van de eerste grote ziekenhuizen met een volledig elektronisch patiëntendossier en een live patiëntenportaal. Momenteel werkt het ziekenhuis aan e-health-oplossingen en data-analyses om op elk moment de juiste zorg aan de juiste patiënt te kunnen bieden. www.umcutrecht.nl

Briljante Mislukking Op 16 januari wordt de Briljante Mislukkingen Award Zorg uitgereikt. Een Briljante Mislukking is een goed voorbereide poging om iets te realiseren, waarbij er een andere uitkomst is dan voorzien. Vorig jaar won Peter Wouters de award met zijn casus ‘Wie financiert leefstijl bij hartrevalidatie?’. Janneke Wittekoek ging er vandoor met de publieksprijs.


Hé Piet

Juist

Rein Jonkman (66), adviseur Informatie-management directie OBP

Henriëtte Raap (42), communicatiestrateeg De Juiste Zorg op de Juiste Plek

“Of ik mij een leven zonder WhatsApp kan voorstellen? Ik ken mensen die alles via Whatsapp doen en dus zelfs niet meer mailen. Zelf gebruik ik van alles wat, daarom heb ik alle geluidssignalen uit staan want anders word ik gek. Hoe dat over vijf jaar is? Ik hoop wat directer, want effectief schrijven is best lastig, en lezen ook. Ik hoop dat over twintig jaar de techniek zoveel verder is dat het de communicatie tussen mensen steeds minder in de weg staat en dat we weer gewoon met elkaar kunnen praten. Als ik ‘hé Piet’ roep tegen mijn telefoon dan verwacht ik dat Piet mij antwoordt als hij daar zin in heeft. Eigenlijk was de telefoon wel een superuitvinding! Of er tegen die tijd nog een dokter aan iemands bed verschijnt weet ik niet, maar ik ben bang van niet.”

“In mijn werk kom ik voortdurend prachtige voorbeelden tegen van hoe je de zorg beter kunt regelen met technische hulpmiddelen. Die mooie voorbeelden delen we op onze site www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl. Een van die mooie voorbeelden vind ik de app HartWacht. Met deze app meten hartpatiënten dagelijks de vitale waarden en dus niet alleen tijdens de controle in het ziekenhuis. Patiënten hoeven daarom veel minder vaak naar hun cardioloog en ze vinden het fijn om meer regie te hebben over hun eigen zorg. Ze zeggen zelf ook dat ze zich met de app veiliger voelen, want als er iets aan de hand is kan er snel ingegrepen worden. Op een landelijk expertise centrum houden professionals 24/7 de opgemeten waarden in de gaten.”

Snufjes Fred Lafeber (55), coördinerend beleidsmedewerker directie LZ “Binnenkort maak ik de overstap van langdurige zorg naar innovatie en zorgvernieuwing en daar heb ik veel zin in. Technologie in de zorg staat hoog op de agenda, want we lopen tegen grenzen aan. We komen steeds meer zorgpersoneel tekort en met behulp van nieuwe technische snufjes kunnen we mensen beter, vaker en soms ook tegen lagere kosten zorg bieden. In november gaf ik in Washington een presentatie aan ZuidAmerikaanse landen over hoe wij in Nederland de langdurige zorg regelen. Veel landen in die regio hebben nog nauwelijks formele thuiszorg. E-healthtools voor zorg op afstand kunnen er voor zorgen dat veel meer mensen sneller toegang krijgen tot zorg. In landen waar de reisafstanden gigantisch zijn, is het verstandig om meer gebruik te maken van beeldbellen. Als gadget had ik Tessa meegenomen, de zorgrobot die ook door sommige VWS’ers als mantelzorger wordt ingezet. Zij ondersteunde mijn toespraak met wat zinnetjes in het Spaans.”

Zorg-apps

Bloedrobot

Slimme bril

Student geneeskunde Jochem Helleman pleit voor de ontwikkeling van meer zorgapps. Hij werkt vanuit het UMC Utrecht voor het project ‘ALS thuismeten en coachen’. Jochem: “Patiënten laten weten dat ze veel waarde hechten aan het gebruik van een zorg-app, omdat zij er meer regie door ervaren en hierdoor beter keuzes kunnen maken in hun zorgproces.” www.kcrutrecht.nl

Verpleegkundigen zijn in het ziekenhuis soms veel tijd kwijt aan het wegbrengen van medicijnen, bloed en verband. Een speciale ‘bloedrobot’ kan dat werk overnemen, zodat verpleegkundigen meer tijd overhouden voor patiënten. Ook zorgt hij ervoor dat belangrijke bloeduitslagen eerder bekend zijn.

Een speciale bril maakt het mogelijk dat meer zorgverleners tegelijk een wond kunnen onderzoeken. Dat werkt zo: de zorgverlener zet een slimme bril op en maakt verbinding met een andere zorgverlener. Zo kan hij of zij op afstand live meekijken. Handig, en voor de patiënt een stuk rustiger.

5


Blikveld

Tekst: Dick Duynhoven Foto: Phil Nijhuis

Uitwisseling patiëntgegevens

Van het jaar nul naar 2021 Minister Bruins gaat zorgverleners en zorginstellingen wettelijk verplichten tot gestandaardiseerde digitale dossiervoering en elektronisch gegevensuitwisseling. “Eindelijk”, verzucht hoogleraar Jan Hazelzet. Maar hij is er nog niet gerust op.

Komt een patiënt bij de huisartsenpost. Wordt doorgestuurd naar de spoedeisende hulp van het ziekenhuis. Het verslag van de huisartsenpost gaat mee naar het ziekenhuis. “Daar wordt het vervolgens weer overgetypt in het ziekenhuissysteem. Omslachtig, foutengevoelig, tijdrovend… Van het jaar nul!”

Polderdiscussie “Toch komt het nog voor”, verzucht Jan Hazelzet. De hoogleraar Kwaliteit en uitkomsten van het Erasmus MC raakt af en toe flink gefrustreerd als ‘niet gebeurt wat moet gebeuren’. Al in 2013 schreef Hazelzet, in opdracht van de Universitaire Medische Centra,

Jan Hazelzet (1954) werkte tot 2013 als kinderarts-intensivist in het Erasmus MC. Twaalf jaar geleden werd hij de eerste CMIO (chief medical information officer) in Nederland. Sinds 2015 is hij hoogleraar ‘Kwaliteit en uitkomsten’ aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Hij houdt zich onder meer bezig met ‘waardegedreven zorg’: het maximaliseren van de waarde van het medisch handelen - gezien vanuit het perspectief van de patiënt - en het reduceren van de zorgkosten.

6 Diagonaal december 2019


een visie op documentatie en gebruik van zorggegevens: ‘Registratie aan de Bron’. Daarin constateerde hij: ‘Er is geen adequate, uniforme klinische documentatie van het zorgproces’ (…) Huidige epd-systemen zijn niet ingericht voor gestandaardiseerde verslaglegging. Hierdoor is het uitwisselen van klinische gegevens niet (goed) mogelijk’. De overheid kwam in actie. Toenmalig sg van VWS Leon Halder stelt in 2014 een ‘Informatieberaad’ in. Hazelzet reageerde: ‘Met respect voor allerlei bestuurders, maar een beraad, met eens per kwartaal een polderdiscussie, geeft me geen gevoel van actie.’ Alles is klaar “Achteraf gezien blijken mijn woorden helaas profetisch”, reageert de hoogleraar. “Want anno nu, is er van die gestandaardiseerde uitwisseling van patiëntgegevens nog nauwelijks sprake. Laat staan dat het wettelijk verplicht is. Terwijl het toch ‘reuze simpel’ is.” Zorgverleners en informatici zijn het al jaren eens over welke medische basisgegevens van elke patiënt in een elektronisch patiëntendossier moeten staan. Die basisgegevens en informatie die daar per patiënt aan wordt toegevoegd, moeten volgens Hazelzet gestandaardiseerd worden opgeslagen. Zodat elke bevoegde zorgverlener ze kan uitwisselen en aanvullen. Hazelzet maakt een vergelijking. “Je heb een bankpasje van de ABN-AMRO; die stop je in de gleuf van de Rabobank, dan krijg je gewoon je geld en dat geld wordt keurig afgeschreven van je rekening. Alle banken kunnen hetzelfde bieden doordat ze dezelfde taal spreken. Zo’n gemeenschappelijk taal is er ook voor de zorg al enkele jaren: SNOMED CT, een internationale, uniforme medische terminologie. Dus er is overeenstemming over de basisgegevens en er is

eenheid van taal. Maar de praktijk is er nog niet klaar voor. Dat heeft volgens de hoogleraar drie oorzaken: leveranciers van software doen nog steeds niet wat ze moeten doen, ziekenhuizen durven de stap naar een ander systeem niet te zetten en ook de overheid heeft koudwatervrees.”

'Stuk voor stuk zijn de ziekenhuizen bang om over te stappen naar een ander systeem' Eisen “De zorg in Nederland is volstrekt afhankelijk van de leveranciers van software”, zegt Hazelzet. “De twee grootste ict-leveranciers van de ziekenhuis-epd’s maken bakken winst, maar aanpassing van bestaande systemen om patiëntgegevens gestandaardiseerd en uniform op te kunnen slaan, is blijkbaar niet in hun commerciële belang.” Maar de klant is toch koning? Of niet? Hoogleraar Hazelzet zou het wel weten. “Laat vijftig ziekenhuizen als één man tegen de leverancier zeggen: wij willen dat het zo en zo wordt, je krijgt twee jaar de tijd en ondertussen gaan wij zoeken naar een ander.” En waarom doen ze dat niet? “Stuk voor stuk zijn de ziekenhuizen bang om over te stappen naar een ander systeem. Want dat heeft nogal wat consequenties. Een epd is vervlochten met allerlei andere ict-systemen in het ziekenhuis. Bijvoorbeeld ook met financiële systemen. En je moet al je dokters en verpleegkundigen weer met dat andere systeem leren omgaan.”

Kopschuw Een andere factor waardoor het ‘uniform en gestandaardiseerd’ uitwisselen van patiëntgegevens nog op zich laat wachten, is volgens de hoogleraar de voorzichtigheid van de overheid. “Dat het landelijk epd in 2011 niet doorging, heeft ertoe geleid dat VWS een beetje kopschuw is geworden en het tot nu toe vooral aan het veld heeft overgelaten.” De aankondiging van minister Bruins dat het ministerie per 2021 zo ver is, stelt hem dan ook nog niet helemaal gerust. “Op dit moment wordt er door VWS echt wel veel gedaan rond dit onderwerp. Er zijn zoveel stimuleringsprogramma’s, dat ik het bijna niet meer kan bijhouden, zoveel. Daar gaat ook echt veel geld in om. Het enige probleem is dat er samenhang ontbreekt. Er zijn geen goede afspraken gemaakt over welke data nodig zijn en welke standaardtaal en -termen daarbij moeten worden gebruikt.” Regie, dat is waar het volgens Hazelzet nog aan ontbreekt. “Een krachtige regie, met een concrete roadmap en harde einddatum. En vervolgens een verplichting richting ict-leveranciers voor standaardisatie en voor ziekenhuizen om het te gaan invoeren. Maar zeker ook voor dokters om deze gestandaardiseerde verslaglegging echt te gaan gebruiken in plaats van het proza dat nu heen en weer wordt geschoven.”

In vws#Dia reageert VWS'er Ron Roozendaal op de opmerkingen van hoogleraar Hazelzet. Ga naar vwsdia.nl

7


VWS’ers vinden… In vws#Dia komen Veronique Ruiz van Haperen, Tom Wisseborn en Henk Meijer aan het woord over dit onderwerp.

De nieuwste technische snufjes. Voor je eigen gezondheid of omdat je het gewoon leuk, mooi of handig vindt.

c

Gadgets Jaan van Doorn (25), adviseur directie Informatiebeleid

‘Ik gebruik een apparaat tot ik iets vind dat meer voordeel oplevert’ “Ik maak het mijzelf graag zo makkelijk mogelijk. Apparaten die mij tijd besparen, schaf ik daarom graag aan. Ik vind het leuk om een goede maaltijd op tafel zetten. Ter bereiding heb ik zeker meer keukenapparaten dan de gemiddelde 25-jarige. Het is nu ook weer geen enorme collectie, maar in mijn keuken vind je onder meer een George Foremangrill, een elektrische pizzaoven, een sous-vide en een waterkoker waarmee ik de temperatuur kan instellen zodat ik bijvoorbeeld niet hoef te wachten tot m’n thee is afgekoeld.

Tekst: Adriaan Duivesteijn Foto: Kick Smeets

8 Diagonaal december 2019

Ik doe dingen graag zo efficiënt mogelijk, ook op het werk. Zo gebruik ik een ultrawidescreen, zodat ik veel applicaties naast elkaar kan openen. Sommige mensen worden

daar gek van, maar voor mij werkt het prima. Achter alles wat ik aanschaf, zit onderzoek. Dat is een kleine obsessie, maar ik vind het ook gewoon leuk om te doen. Miskopen zitten er niet tussen. Wel heb ik een heel goede espressomachine weggedaan. Ik kon van alles instellen, maar het onderhoud kostte mij te veel tijd en daar ik drink te weinig koppen koffie voor. Ik ben overgegaan op Nespresso: sneller, makkelijker en ook nog eens goed te drinken. Ik gebruik een apparaat tot ik iets vind dat meer voordeel oplevert, dan vervang ik het. En zo houd ik tijd over en die gebruik ik om te doen wat ik graag doe. Zoals sporten bijvoorbeeld: ik doe aan hardlopen, boulderen en fitness.”


Elke Buis (48), programmamanager directie Langdurige zorg

‘Rondje rennen rond de tafel met de voorzitter’ “Met dank aan mijn sporthorloge zie ik tegenwoordig een verkoudheid aankomen. Ik gebruik nu twee jaar een Fitbit en ben aan mijn tweede exemplaar toe. De Fitbit werd mij aanbevolen in mijn hardloopgroepje. Ik heb reviews bekeken, horloges vergeleken en mijn keuze gemaakt. Uit de Fitbit kun je veel informatie halen: over hoe je beweegt, maar ook over je gezondheid en dat had ik niet verwacht. Op een grafiek van mijn hartslag over een langere periode zag ik wanneer ik verkouden was geweest en griep had gehad. Door die informatie weet ik nu dus wanneer er een volgende verkoudheid aan komt. Tekst: Adriaan Duivesteijn Foto: René Verleg

En ik word ook niet boos als ik mijn doelen een keer niet haal. Maar het dragen van het horloge beïnvloedt mij wel. Laatst zag ik tijdens een overleg, vlak voor mijn presentatie, dat ik nog veel te weinig stappen had gemaakt en riep ik de deelnemers op eerst even mee te lopen. De voorzitter pakte dat prima op en begon met mij aan een rondje rond de tafel. Ik ben anders gaan sporten. Ik bleek vaak te lopen in mijn piekzone met een hoge hartslag, maar dat blijkt helemaal niet zo gezond te zijn. Bij twijfel of ik wel of niet moet sporten, helpen de grafieken mij en sla ik soms een training over.”

Ik beweeg best veel, maar ben ook weer niet zo fanatiek dat ik een halve marathon wil lopen.

9


De zorg beter maken met eentjes en nulletjes Buiten is het grauw en miezerig, maar zoals Peter Kruithof (manager Langdurige Zorg) over ict praat, lijkt het wel lente. Ict is voor hem een avontuur, een proeftuin waarin nog zo veel kan ontluiken. Een manager die de zorg wil verbeteren via eentjes en nulletjes. Toen Peter als rijkstrainee begon bij het ministerie van Justitie had hij nooit gedacht lang bij het Rijk te werken. En ict maakte toen nog geen warme gevoelens bij hem los. Nu werkt hij bij directie Langdurige Zorg aan het programma InZicht, dat de zorg gaat verbeteren door informatie-uitwisseling tussen zorgverleners onderling en tussen zorgverleners en cliënten te digitaliseren en standaardiseren.

10 Diagonaal december 2019

Ict en jij waren geen liefde op het eerste gezicht? “Nou nee, niet echt. Het duurde wel even voordat de ict en ik elkaar vonden. Ik ben wel altijd geïnteresseerd geweest in de zorg ‘beter maken’. Dat heb ik gedaan via arbeidsmarktbeleid, investeren in kwaliteit van zorg, het terugdringen van regeldruk en nu ook via elektronische gegevensuitwisseling. Door hierin te investeren, kun je enorme stappen zetten om de zorg te verbeteren. Niet een klein

Peter Kruithof

manager directie Langdurige Zorg

Tekst: Femke Foto: Naam


Interview

beetje, maar in een keer een hele sprong vooruit. Het is een jong vakgebied en elk jaar anders. Samen met zorgaanbieders bedenken we zelf dingen die we uitzetten en vormgeven. Binnen de rijksoverheid kun je hierin heel ondernemend zijn.” Dat is jouw ambitie, maar lopen zorgaanbieders er net zo warm voor? “Over het algemeen wel, maar zorgaanbieders hebben ook veel andere prioriteiten. En aanpassingen in hun ict-systemen kosten tijd en geld. Daarom maak ik ook steeds duidelijk waarom we dit doen. Het resultaat van deze operatie is dat zorgverleners minder tijd kwijt zijn aan administratie. Dat betekent dus meer tijd voor bewoners in verpleeghuizen. Op termijn kan het ook schelen in de overheadkosten. En, niet onbelangrijk, we verwachten dat er door betere gegevensoverdracht minder fouten worden gemaakt. Dit komt de kwaliteit van zorg sterk ten goede. We willen toe naar een situatie waarin het niet meer mogelijk is dat een cliënt wordt overgedragen van een ziekenhuis naar een verpleeghuis zonder dat de nieuwe arts weet dat de cliënt bijvoorbeeld allergisch is voor bepaalde medicijnen.” Dat klinkt als win-win-win! “Zeker, maar landelijke invoering is niet eenvoudig. Werken aan elektronische gegevensuitwisseling - en zeker in de langdurige zorg - is gedrag veranderen op een massale schaal. Het gaat om veel zorgaanbieders van zeer uiteenlopende omvang die anders moeten gaan werken dan ze gewend zijn. Bovendien gaat het niet alleen om verpleeghuizen maar ook om aanbieders van gehandicaptenzorg of langdurige GGZ. Daarom beginnen we bij stimuleren. Als het bij de eerste groep kan, dan is wetgeving mogelijk.”

Hoe pak je dat aan? “Op dit moment experimenteren we in zestien proeftuinen met gestandaardiseerde elektronische gegevensuitwisseling. Ook is er een subsidieregeling waarvan zorg-aanbieders gebruik kunnen maken. We stuiten op praktische vragen die we eerst moeten oplossen. We komen meer tegen dan we van te voren hadden kunnen bedenken. Sommige vragen zijn organisatorisch, andere technisch en andere gaan over de Ict-infrastructuur. Ook hebben we te maken met vragen rondom de privacy. Wat wij tegenkomen bespreken we goed met hen en met de wetgevingsjuristen. Samen zoeken we naar een oplossing die juridisch houdbaar én werkbaar is.” Zijn er verschillen tussen ziekenhuizen en aanbieders van langdurige zorg? “Ziekenhuizen zijn op het punt van elektronische gegevensuitwisseling een stuk verder. Binnen de langdurige zorg zijn er zorginstellingen die al heel ver zijn. Maar er zijn ook instellingen waarin nog veel winst te behalen is. Dit lijkt een nadeel. Maar ik zie het juist als een voordeel. Zij winnen heel veel bij deze nieuwe gestandaardiseerde manier van digitale uitwisseling van patiëntgegevens. Soms is in een keer iets nieuws doen makkelijker dan een bestaand systeem aanpassen.” Hoe is de sfeer in de proeftuinen? “Ik ontmoet gelukkig veel enthousiaste mensen. Er is ook veel saamhorigheid. Zo van: samen klaren we dit klusje wel even. Maar eerlijk is eerlijk, er leven ook heel veel vragen. Het is nog onduidelijk welke kant we precies opgaan. Wat me hierin opvalt is dat ze heel duidelijk vragen om regie van VWS. Dat heb ik ook wel eens anders meegemaakt, dan wil het veld het ministerie liefst op zo groot mogelijke afstand houden.”

Is er binnen het warme zorgministerie genoeg aandacht voor de koude ict? “Reken maar! Binnen elke directie zit wel iemand met de ‘I’ in de portefeuille. We weten elkaar te vinden in verschillende pioniers-overleggen. Maar, we stuiten er ook op dat de zorg erg verkokerd is. De directies LZ en CZ hebben bijvoorbeeld allebei stimuleringsregelingen voor elektronische gegevensuitwisseling. Dat geeft in het veld verwarring. We zoeken daar oplossingen voor.” Kun je een tipje van de sluier oplichten over de volgende stap? “Momenteel proberen we zorginstellingen te verleiden om uit eigen beweging mee te gaan in deze digitaliseringsslag. Maar uiteindelijk moet iedereen mee, dan wordt het gewoon wet. We hopen het wetsvoorstel volgend jaar naar de Tweede Kamer te sturen. Dat is niet makkelijk vanwege de aard van een wet en de aard van ict. Een wet moet heel lang meekunnen. ict-ontwikkelingen gaan sneller dan het licht. We kijken daarom scherp wat we wel en niet willen regelen in de wet.” Last but nog least, wat gaan patiënten merken als de wet is ingevoerd? “Ze hoeven niet steeds opnieuw hun verhaal te doen als ze een nieuwe arts of verpleegkundige treffen. Die zorgverlener heeft ook nog eens meer tijd voor ze. En omdat cliënten én hun familie beter inzicht krijgen in hun gegevens, hebben patiënten meer grip op hun zorg. Dankzij de eentjes en de nulletjes.”

Tekst: Femke Sleegers Foto’s: Marco Faasen

11


Reportage

Van links naar rechts: Jochen Mikolajcazk, Robert Stegwee, Mariëlla van der Velden en Fabian Landman.

Een wereld te winnen met ‘Eenheid van Taal’ Tekst: Adriaan Duivesteijn | Foto’s: Hans Roggen

Lees ook de vws#Dia over I-Zorg

12 Diagonaal december 2019


Voor een betere bestrijding van antibioticaresistentie (ABR) is het van het grootste belang te weten hoe vaak en waar resistente micro-organismen voorkomen. Door de toepassing van elektronische uitwisseling op basis van ‘Eenheid van Taal’ bij de 50 microbiologische laboratoria in Nederland, kan het RIVM binnenkort veel sneller over deze essentiële gegevens beschikken. VWS-beleidsmedewerker Jochen Mikolajczak (coördinerend adviseur Informatiebeleid Volksgezondheid) kijkt bij het RIVM en bij het laboratorium van het Diakonessenhuis in Utrecht hoe effectief de uitwisseling is.

13


Reportage

Het laboratorium in het Diakonessenhuis met Martin van der Wal.

“Het mooie van het werken met ‘Eenheid van Taal’ is dat dit systeem de volledige elektronische uitwisseling tussen laboratoria ondersteunt. Gegevens hoeven niet meer te worden vertaald of handmatig ingevoerd te worden. Eind 2020 doen alle medisch microbiologische laboratoria in Nederland mee met ‘Eenheid van Taal’”, vertelt Mariëlla van der Velpen. Zij is projectleider bij het RIVM. In het laboratorium van het RIVM legt zij aan Jochen uit dat het RIVM twee jaar geleden het project ‘Eenheid van Taal in ABR’ is gestart. “Met als doel dat laboratoria hun gegevens sneller en beter onderling en met het RIVM kunnen delen. Want voor een nog effectievere bestrijding van antibioticaresistentie is het van groot belang dat gezondheidsinformatie voor alle betrokkenen, ook de patiënt, dezelfde betekenis heeft. Dat wordt ‘Eenheid van Taal’ genoemd: informatie wordt bij de verschillende laboratoria op eenduidige wijze ingevoerd en gebruikt.” Mariëlla benadrukt dat het van even groot belang is dat dit zo snél mogelijk gebeurt. “Snelheid in handelen maakt werkelijk het verschil tussen wel of geen eventuele grote 14 Diagonaal december 2019

uitbraak van resistente micro-organismen. En draagt daardoor bij aan de publieke gezondheid.” Samenwerking Robert Stegwee (strategisch informatiemanager ABR bij het RIVM) vertelt dat ‘Eenheid van Taal in ABR’ twee kanten op werkt. “Via Lab2lab verbetert de elektronische uitwisseling van gegevens en samenwerking tussen laboratoria, waaronder ook het lab van het RIVM. Via Lab2publichealth verbetert de uitwisseling tussen laboratoria en het surveillanceteam van het RIVM. De landelijke surveillance, het systematisch verzamelen en analyseren van gegevens, is van groot belang. We krijgen hierdoor snel inzicht in de mogelijke verspreiding van bijzonder resistente micro-organismen. We zijn als pilot begonnen op het terrein van antibioticaresistentie. En met succes. Eind 2020 doen alle medisch microbiologische laboratoria mee. Uiteindelijk levert ‘Eenheid van Taal’ voor laboratoria in alle sectoren van de zorg, de individuele patiënt en de publieke gezondheidszorg alleen maar winst op.” Samen met Nictiz, twee wetenschappelijke beroepsverenigingen (de Medisch

Microbiologen en de Klinisch Chemici) en een aantal laboratoria is een gestandaardiseerde lijst met laboratoriumcodes ontwikkeld. Met deze Nederlandse Labcodeset, in januari 2019 erkend door het Informatieraad Zorg, kunnen aanvragen en uitslagen van laboratoriumonderzoek eenduidig worden uitgewisseld. Nederlandse Labcodeset In het laboratorium van het Diakonessenhuis in Utrecht bekijkt Jochen hoe volledig elektronische gegevensuitwisseling in de praktijk werkt. Martin van der Wal is daar applicatiebeheerder en terminologiedeskundige en als zodanig actief in de redactieraad voor de Nederlandse Labcodeset. Hij vertelt dat het nu nog steeds voorkomt dat ziekenhuizen verschillende systemen gebruiken, die de informatie onderling niet kunnen uitwisselen. “Als intern uitwisselen al een probleem kan zijn, dan is elektronisch delen met externe partijen dat zeker ook. Het is niet zo dat iedereen een eigen taal hanteert die anderen niet kunnen begrijpen, het zit hem vaak in kleine verschillen: de een schrijft een code in hoofdletters, een ander gebruikt hoofd- en kleine letters. Met als gevolg dat een systeem niet herkent dat het om eenzelfde


begrip gaat. In heel veel gevallen moet informatie met de hand worden ingevoerd en ook al zijn er checks opgenomen in de procedures, de kans op kostbare, maar soms ook vermijdbare fouten blijft.” Fax Dat ‘digitaal’ het nieuwe normaal moet worden, is voor Jochen wel duidelijk. VWS zet hier ook vol op in, maar er is nog een lange weg te gaan. Jochen: “Zorgverleners wisselen weliswaar steeds meer gezondheidsinformatie elektronisch uit via informatiesystemen, maar papier is er nog volop en ook de fax is nog altijd in gebruik. Digitaal werken brengt voor alle

betrokken partijen grote voordelen. Nu verdwijnt letterlijk en figuurlijk te veel tijd in papieren administratieve handelingen. Die kosten niet alleen veel tijd aan ondersteunend personeel, maar ook aan zorgverleners zelf. Zomaar een voorbeeld uit een ander domein van de zorg: de overdracht van een patiënt van het ziekenhuis naar de thuiszorg kost een verpleegkundige ongeveer drie tot vier uur. Dat is het gevolg van het handmatig overtypen van informatie van het ene naar het andere informatiesysteem. Elektronischl uitwisselen bespaart dus tijd, tijd die gestoken kan worden in betere zorg. Ook hebben veel patiënten te

maken met meerdere zorgverleners en instanties: van huisarts tot specialist, van laboratorium tot ziekenhuis. Elektronische gegevensuitwisseling tussen die partijen is nog verre van optimaal. De patiënt moet al te vaak opnieuw zijn verhaal doen en weer gegevens doorgeven die al bekend zijn. Ook komt het voor dat een patiënt opnieuw een - belastend - onderzoek moet ondergaan, omdat de informatie uit eerder onderzoek niet elektronisch gedeeld kan worden. Kortom: met ‘Eenheid in Taal’ is een wereld te winnen.”

Eenheid in Taal Om goede, efficiënte – en vooral ook veilige zorg te kunnen verlenen, is het van groot belang dat gezondheidsinformatie voor alle betrokkenen, ook de patiënt, dezelfde betekenis heeft. Dat wordt ‘Eenheid van Taal’ genoemd: informatie wordt op eenduidige wijze ingevoerd en gebruikt. ‘Eenheid van Taal’ is geen doel op zich, maar een hulpmiddel om de zorg voor patiënten te verbeteren en veiliger te maken. Een belangrijk onderdeel is dat de informatie rondom een patiënt door alle betrokkenen in het zorgproces elektronisch uitgewisseld kan worden. Het gaat daarbij om eenheid van taal én techniek. Dit betekent overigens niet dat er één systeem passend voor alles en iedereen moet komen, maar dat gekozen systemen veilig, betrouwbaar, eenduidig én snel kunnen worden toegepast, als een onderdeel van een netwerk. Ongeacht de leverancier van het informatiesysteem. 15


WVTTK

Tekst: Rob Langeveld Foto: Edwin Walvisch

6 vragen aan

Marie Claire de Vries MT-lid directie Langdurige Zorg (51)

Rood, blauw, geel of groen. Wat voor ‘kleur’ manager ben je? “Geel met rood. Geel voorop: veel doen met een team mensen. Zeker bij VWS. We zijn geen koekjesfabriek: het belangrijkste om het werk te doen, zijn de medewerkers, de professionals. Samen moeten we resultaten neerzetten. Dat is m’n rode kant. Het moet niet alleen maar gezellig zijn, er moet ook iets uitkomen. Voor de langdurige zorg: onze doelgroep moet een goed éigen leven kunnen hebben.” Heb je zelf ervaring met de zorg voor jullie doelgroep? “Mijn vader werd uitgezonden naar India. Mijn oma die een beroerte had gehad, ging mee. Het leven daar maakte – als tiener – een diepe indruk op mij. Een totaal andere wereld, ook qua gezondheidszorg. De familie heeft daar een heel andere rol. Daar sta ik nog wel eens bij stil als we hier beleid voorbereiden.” Heb je vws#Dia 11 gelezen over Vrouwen (aan de top) bij VWS? Hoe kijk jij daar tegenaan? “Iedereen die daar geschikt voor is, moet gelijke kansen hebben. Dat hoeven niet per se vrouwen te zijn. Ik heb hier bij VWS zelf nooit enige belemmering gevoeld. Ons MT bestaat uit vier mannen en één vrouw. Dat is niet bepaald een weerspiegeling van de man-/ vrouwverhouding op onze directie. Die is ongeveer 40-60.” Wat is het meest innovatieve dat je zelf gebruikt? “Hier, mijn iPhone. Met voorsprong! Ik doe er werkelijk alles mee. Hij zegt me ook hoe ik heb geslapen. Via een 16 Diagonaal december 2019

app kan ik zelfs m’n kat ermee in de gaten houden. De mooiste gadget is deze ‘cat-tracker’; Murphy draagt ‘m om z’n nek. Super dat iemand dit bedacht heeft! Murphy’s privacy is volledig ondermijnd, maar het is voor z’n eigen bestwil.” En wat is het meest innovatieve dat je kent in de (langdurige) zorg? “Ook een ‘tracker’. Er zijn fantastische dingen, bijvoorbeeld voor mensen met dementie. Google maar eens op zorginstelling TanteLouise. Daar helpt de buurt mee als cliënten de weg kwijt zijn. Hier speelt het dilemma tussen vrijheidsbeperking en vrijheidsverruiming. Wat mij betreft geldt in dit geval het laatste.” En als je later zelf wordt omringd door ‘liefdevolle zorgrobots’, heb je dan niet liever een echt mens staat? “Nu denk ik: ik hoef niet de hele dag een mevrouw om me heen, als ik het met technologie ook zelf kan regelen. Maar misschien kijk ik daar later heel anders tegenaan.”


Herbert Barnard ‘Internationale betrekkingen’ vormen een rode draad in het leven van Herbert Barnard (57). Dat was al toen hij in Leiden geschiedenis studeerde en dat is nog steeds zo in zijn werk. Nu is hij kwartiermaker van de programmadirectie i.o. Zorg en Jeugd Caribisch Nederland.

1962

1967

1962/1967 Ik ben de derde - de baby op deze foto - in een vrolijk, lawaaïg gezin van zes kinderen. Alles kon, iedereen was altijd welkom, iedereen kon mee-eten. Mijn ouders werkten allebei. Op zondag na de kerk pakten zij hun agenda’s om af te spreken wie op tijd thuis zou zijn. Op de foto uit 1967 sta ik helemaal links. 1978 Een lange middelbare schoolcarrière heb ik doorlopen: mavo, havo, vwo. Mijn twee oudste broers gingen wel snel. In 1978 haalde ik mijn mavo-diploma, zij studeerden. Dat leek mij heel veel leuker dan thuis zitten. Ik - tweede van rechts op de foto - besloot toen om hard aan het werk te gaan.

1978

1983

1983 Wat ik met geschiedenis kon doen, daar had ik niet echt over nagedacht. Maar het is een mooi vak. Mijn vader vond studeren belangrijk. Na het gymnasium was daar bij hem thuis geen geld voor. Hij is pas met een studie begonnen toen hij al vier kinderen had. Op deze foto sta ik geheel links. Met SIB, de Studentenvereniging Internationale Betrekkingen, was ik op bezoek in de Sovjet-Unie, tijdens de hoogtijdagen van de Koude Oorlog. Ik was heel actief: reizen, conferenties. In Rusland zochten we ook dissidenten op, met de verplichte gids achter ons aan. We moesten haar zien te lozen, maar ze wist echt wel waar wij zaten. 1996 Voor VWS werkte ik op de ambassade in Washington. Een echt grote regeringsdelegatie uit Nederland bezocht de Olympische Spelen. Als VWS-attaché was ik de begeleider. Twaalf weken lang ben ik aan het werk geweest in Atlanta, tot en met de Paralympics. Een once in a lifetime ervaring.

1996

2019 Afgelopen september ben ik met Pieter, mijn 15-jarige zoon, naar Rome geweest. We hebben een projectje samen: alle EU-hoofdsteden bezoeken. Londen, Parijs, Brussel, Wenen én Rome hebben we nu bezocht. Voor volgend jaar staan Berlijn, Kopenhagen en Stockholm op de rol.

samenstelling: Adriaan Duivesteijn

2019 17


Nieuwe ‘spulletjes’ zijn niet zaligmakend “Dat de overheid een term als e-health gebruikt, vind ik niet verstandig. Een groot deel van de doelgroep heeft geen idee wat dat is en wordt erdoor afgeschrikt. Ik heb het nóóit over e-health, ook niet over zorgtechnologie of over domotica. Ik heb het over hulpmiddelen.” Dat zegt Margot Emmen, projectleider van het Huis van Morgen in Roosendaal.

Behalve projectleider is Emmen verpleegkundige in de wijk en toegepast gerontoloog. “Dat ik ooit de zorgopleiding ben gaan doen, kwam ook doordat mijn moeder wijkzuster was. Die ging met weer en wind de wijk in en dan deed ze alles: gehoorscreening, zuigelingen, de zorg, alles. Zij was een bekend en welkom figuur voor de mensen. Zelf heb ik vijftien jaar als verpleegkundige in de thuiszorg gewerkt en dat doe ik nu als flexwerker.” Langer zelfstandig thuis wonen Het Huis van Morgen is een prachtige, winkelachtige ruimte in het Regionaal Opleidingscentrum in Roosendaal. Tal van technologische hulpmiddelen zijn er te zien. Niet alleen voor de leerlingen van de zorgopleidingen in het ROC, ook voor potentiële gebruikers en zorgprofessionals. “We richten ons vooral op het langer zelfstandig thuis wonen”, vertelt Emmen. Zij gaat regelmatig op stap

18 Diagonaal december 2019

met een ‘koffer vol nieuwe spulletjes’, zoals zij het noemt. Naar bijeenkomsten van ouderenorganisaties, naar ontmoetingscentra in de wijk en naar zorginstellingen. “Ik merk dat de meeste senioren zich niet goed bewust zijn van de veranderingen als je ouder wordt. Raar eigenlijk, want als er een baby op komst is, lezen we daar alles over en staat er al een box voordat het kind geboren is. Maar op het ouder worden bereiden we ons niet voor.” In de presentaties neemt Emmen de ouderen en mantelzorgers mee in het verouderingsproces. “Wat zijn de risico’s en hoe kun je zelf die risico’s positief beïnvloeden? Genoeg bewegen, sociale contacten onderhouden en hulpmiddelen gebruiken. Zoals een stoeltje in de douche of een beugel aan de muur zodat je minder snel valt. Of een armband met een alarmfunctie waardoor je je veiliger voelt.”


Tekst: Dick Duynhoven Foto’s: René Verleg

Van digitale agenda tot gps-alarm Communicatie- en zorgtechnologie kunnen eraan bijdragen dat mensen langer thuis blijven wonen en het is een oplossing voor de krapte op de arbeidsmarkt. Emmen: “Als iemand iets zelf kan dankzij een goed hulpmiddel of als er zorg op afstand is, hoeft daar geen zorgverlener heen. Die kan dan naar iemand die meer zorg nodig heeft.” Anno 2019 is heel veel mogelijk. Beeldbellen en gps-alarmering, de Helper-app voor contactpersonen, de ‘Moet ik naar de dokter?’-app, de robotbal om het bewegen te stimuleren, de leefstijlmonitor, de armband met alarmfunctie, de digitale agenda. Als coördinator van het Huis van Morgen kan zij uren vertellen over de nieuwste snufjes en van alles laten zien. Maar als gerontoloog en verpleegkundige benadrukt Emmen dat niet al die hulpmiddelen voor iedereen geschikt zijn. “Als je oude moeder dat handige agendatablet-met-spraak steeds in de la legt omdat zij niks heeft met dat digitale, dan zul je toch de papieren kalender weer moeten ophangen. Bovendien: er zijn nog altijd mensen die helemaal geen toegang hebben tot internet en dat ook helemaal niet willen. Voor hen is e-health dus geen oplossing.”

Tussen droom en werkelijkheid Zorgtechnologie heeft de toekomst, zeggen overheid, zorginstellingen en bedrijfsleven. Dat mag zo zijn, maar tussen droom en werkelijkheid staan niet alleen praktische bezwaren. Er is ook weerstand, weet Emmen. “Het heeft geen zin om als zorgprofessional te zeggen: ‘ik weet wel wat goed voor u is, neemt u nou maar zo’n gps-alarmhorloge’. Ouderen zijn vaak voorzichtiger en wantrouwender dan jongeren bij het aanschaffen van moderne spullen. Dat de overheid een term als e-health gebruikt, vind ik niet verstandig. Het grootste deel van de doelgroep weet niet wat dat is en wordt erdoor afgeschrikt.” Maar ook geld speelt een rol. ‘Wat kost het?’ en ‘wordt het vergoed?’ zijn de geijkte vragen van ouderen die nog in de verzorgingsstaat denken te leven. Het antwoord is: nee, de meeste nieuwe hulpmiddelen worden niet vergoed. En dan zijn er nog de privacyaspecten die een rol spelen. Emmen: “De meesten vinden een leefstijlmonitor veel te ver gaan.” Mondjesmaat Er is nog een factor die de introductie van zorgtechnologie belemmert. Dat is de koudwatervrees bij veel zorgprofessionals en (thuis)zorgorganisaties. Gebrek aan kennis en angst voor techniek spelen daarbij een rol, merkt Emmen.

Reportage

“Al die mensen zouden naar het Huis van Morgen moeten komen! Of op internet moeten kijken welke hulpmiddelen er zijn!” De verwachting is dat een nieuwe lichting zorgverleners beter op de hoogte zal zijn. Emmen is daar niet gerust op. “In de zorgopleidingen komt zorgtechnologie nog maar mondjesmaat aan bod. Er zijn inmiddels keuzemodules, maar echt ingebed is het nog niet. Dat moet echt aangejaagd worden, anders gaat het niet lukken.” Zorgtechnologie of niet, de projectleider, verpleegkundige en gerontoloog herhaalt nog eens haar belangrijkste boodschap. “Zorgtechnologie is niet zaligmakend. Het schiet zijn doel voorbij als het niet aansluit bij de leefwereld, de identiteit en de echte behoefte van de oudere. Het gaat er uiteindelijk om dat ouderen langer thuis kunnen wonen. Gezond, veilig en redelijk zelfstandig. De huidige zorgprofessional zal - net als de wijkzuster van vroeger goed moeten nagaan wat het eigenlijke probleem is met dat thuis wonen. En als dat opgelost kan worden met e-health, dan doen we het met e-health. Maar als het met een douchestoel kan, is dat ook prima.”

'Wat kost het? en wordt het vergoed?' zijn de geijkte vragen van ouderen die nog in de verzorgingsstaat denken te leven

19


Tekst: Rob Langeveld Foto’s: René Verleg

Tweegesprek

‘I hoort bij beleid, en andersom’ Verwacht niet dat de MT-leden Hermien Post en Hui-Ling Tigchelaar elkaar in de haren vliegen. Ze zijn het juist roerend eens over nut en noodzaak van de samensmelting van ‘I’ in beleid. Een gezamenlijk pleidooi voor meer bewustwording, bijvoorbeeld via de Leergang Digitale Transitie (zie ook kader). Hermien opent de dans: “De term ‘I in de beleid’ is heel breed. Wij beschouwen het als verzamelnaam voor alles wat te maken heeft met Informatiebeleid en ict. Aan de ene kant zijn we vaak opdrachtgever voor opdrachten met een I-component richting onze concernorganisaties. Hoe kunnen we dan als volwaardig opdrachtgever optreden? Aan de andere kant komen er tal van I-ontwikkelingen in de zorg op ons af.

Denk hierbij aan digitale gegevensuitwisseling, gebruik van grote hoeveelheden data, e-health of artificial intelligence. Deze ‘nieuwe’ ontwikkelingen raken meer en meer aan de VWS-beleidsterreinen. Je kunt haast geen beleid meer maken zonder deze I-component.” Hui-Ling vult aan: “Onze directie is opdrachtgever voor het CAK en het Zorginstituut. Daarom wilde ik heel graag de Leergang volgen. Bij het CAK lopen grote Ict-projecten. Ik wil begrijpen wat daar speelt en hoe je daar als opdrachtgever op kunt sturen. Die Leergang heeft me zeker geholpen.” Jullie zoeken ‘digital heroes’. Wat verwacht je van hen? Hermien: “We zoeken mensen bij

'De toegevoegde waarde is dat we nu overzicht krijgen door bij elkaar te gaan zitten en te leren van elkaar' beleidsdirecties die het leuk vinden om ‘I’ en allerlei digitale mogelijkheden uit te dragen binnen hun directie.” Hui-Ling: “In ons MT heb ik de I-portefeuille. In het begin was het erg zoeken naar wat van mij wordt verwacht. We zijn samengekomen met de I-MTleden van de andere directies. Iedereen vond het lastig om te bepalen waar het dan precies over gaat. Bij VWS lopen veel

HERMIEN Post (MT-lid directie Informatiebeleid/CIO-office) “Je kunt haast geen beleid meer maken zonder de I-component”

20 Diagonaal december 2019


trajecten en bijna niemand heeft het overzicht. De toegevoegde waarde is dat we nu overzicht krijgen door bij elkaar te gaan zitten en te leren van elkaar.” Noem eens wat voorbeelden uit de praktijk van VWS. Hermien: “Een herkenbaar voorbeeld is nieuwe Donorwet. Van Nee tenzij naar Ja tenzij. Ons eigen CIBG voert deze wet uit, en is momenteel het nieuwe donorregister aan het bouwen. De directie GMT (Geneesmiddelen en Medische Technologie) is opdrachtgever richting het CIBG. Wij hebben advies afgegeven om na te denken over allerlei I-aspecten. Zoals de inrichting van projectgovernance en wat je rol wordt als opdrachtgever. Ga je een nieuw donorregister bouwen of het oude register verbouwen? Of hoe ga je om met de gegevens die je opslaat in het register (in verband met privacy)? Het is belangrijk dat beleidsmedewerkers en directeuren ook meer gevoel krijgen bij dit soort I-gerelateerde vragen. Daarbij weten we dat ict-vernieuwingen in kleine stapjes moeten plaatsvinden. Anders overvraag je elkaar.” Hui-Ling: “Wij hebben bijvoorbeeld te maken met projecten als ‘big data en zorgverzekeraars’, het abonnementstarief, samenloop WLZ en ZVW en de vraag ‘wie is eigenaar van de gegevens van het Zorginstituut?’ Hulp en advies van de Directie I is daarbij zeer welkom.” Hoe omschrijf je het I-bewustzijn binnen jouw directie? Hui-Ling: “Die is nog minimaal, vrees ik. Dat is geen kwestie van onwil. Maar het

gaat pas leven als je er echt concreet mee te maken krijgt. Als de theorie praktijk wordt. Dat heb ik zelf ook gemerkt.” Hermien: “Terwijl mensen privé vaak wel heel ‘digital’ bezig zijn.” Hui-Ling: “Klopt, onbewust doen we al heel veel.” Hermien: “Beleidsdirecties zouden zich meer bewust moeten worden van de samensmelting van 'I' in beleid. Dat betekent ook dat we mensen moeten aannemen of opleiden die hier affiniteit mee hebben. We zijn daarom heel blij met de rijks-ict-trainees. Die kunnen veel betekenen voor een beleidsdirectie.” Wat is jullie reclamepraatje voor de Leergang Digitale Transitie? Hermien: “Mensen van buiten én VWS-collega’s vertellen waar ‘I’ en beleid elkaar ontmoeten. Een van de deelnemers was vooraf bang dat het heel technisch zou worden. Maar ze zei na afloop: ‘Dat was het júist niet! Er vallen nu allemaal kwartjes op hun plek’.” Hui-Ling: “Klopt, ik heb ‘m gevolgd. ‘I’ was eerst een black box. De Leergang geeft een verhelderend kijkje in de keuken. Het is heel interactief, met allerlei opdrachten die op VWS gericht zijn. Je leert kijken met een ict-bril. En je leert de juiste vragen te stellen. Ook een leuke bijkomstigheid: je komt in contact met andere VWS’ers die op hun terrein met hetzelfde bezig zijn. We leerden ook van de ziekenhuizen. Hoe zij de ict ontwikkelen en de verbinding maken tussen de arts, ict en patiënt. Dat is me het meest bijgebleven!” Hermien: “Het helpt twee verschillende werelden bij elkaar te brengen. ‘I’ hoort bij beleid, en andersom.”

Leergang Digitale Transitie De zorg verandert ingrijpend als gevolg van digitalisering. Om beleidsmedewerkers van VWS beter toe te rusten voor de vraagstukken van morgen is er de leergang Digitale Transitie. In zes dagdelen word je meegenomen in de wereld van de digitale zorg, e-health, gegevensuitwisseling, privacy en cybersecurity. Na afloop heb je inzicht in: • De contouren van de digitale transitie   bij VWS • Goed opdrachtgeverschap bij   (complexe) IT opgaven • De manier waarop het zorgveld   invulling geeft aan digitalisering • Het belang van goede samenwerking   tussen beleid en uitvoering • Basisprincipes rondom privacy (AVG)   en cybersecurity • Waar je op moet letten bij beleid   vorming en het starten van een project • Het belang van keteninformatisering   en architectuur Duur Zes dagen van 9.00 tot 13.00 uur. In het voorjaar loopt de reeks van maart tot juni; in het najaar van september tot december. Uitvoering Gastsprekers uit de praktijk (binnen en buiten de rijksoverheid) en coördinatie vanuit directie Informatiebeleid/CIO van VWS. Kosten Deze leeractiviteit wordt betaald uit het centrale opleidingsbudget van VWS en is kosteloos voor deelnemende beleidsmedewerkers. Belangstelling? Meld je aan via het Opleidingspaspoort van VWS. Meer weten? Neem contact op met Sandra van Zanten (a.v.zanten@minvws.nl).

HUI-LING Tigchelaar (MT-lid directie Zorgverzekeringen).

“Het gaat pas leven als je er echt concreet mee te maken krijgt” 

21


Ook VWS

DUS-I

RVS

VIPP 2

Verkennend advies kunstmatige intelligentie

De Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I) verstrekt subsidie aan acht verschillende regelingen met betrekking tot zorgtechnologie. In de meeste gevallen gaat het om regelingen die de digitale gegevensuitwisseling verbeteren. Zo is er het programma VIPP 2. Dit Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional is er voor instellingen voor medisch specialistische zorg (met uitzondering van academische ziekenhuizen en ggz–instellingen). Het programma is bedoeld om de patiënt digitaal en gestandaardiseerd toegang te geven tot de eigen medische gegevens.

Informatieberaad Zorg

E-zine over ‘Gezonde Data’ Het Informatieberaad Zorg hield deze herfst de Meet Up ‘Gezonde data’, over het verzamelen, beheren, analyseren en toepassen van data in de zorg. De bijeenkomst gemist? Lees het eMagazine, met een terugblik én interviews met bezoekers en workshopbegeleiders. Ruim 300 patiënten, ervaringsdeskundigen, zorgprofessionals, beleidsmakers en ict-leveranciers lieten zich tijdens deze bijeenkomst inspireren op weg naar een duurzaam én veilig informatiestelsel voor de zorg. Tijdens de Meet Up is veel duidelijk geworden over het gebruik van data in de zorg. Lees het e-magazine op www.informatieberaadzorg.nl

22 Diagonaal december 2019

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) heeft dit jaar een verkennend advies ‘Waarde(n)volle zorgtechnologie’ uitgebracht. Het is een advies over de kansen en risico’s van kunstmatige intelligentie in de zorg. Het advies is verkennend ‘omdat er nog zoveel niet bekend is en ontwikkelingen onzeker zijn’. Maar het is wel een ‘echt’ advies omdat de Raad van oordeel is dat afwachten geen optie is. De gevolgen voor de zorg, de mogelijkheden en de risico’s van de toepassing van kunstmatige intelligentie zijn weliswaar nu niet precies in kaart te brengen, maar duidelijk is wel dat het nu al volop wordt gebruikt in de zorg. Niet alleen in de ziekenhuiszorg, maar ook in de zorg voor ouderen en voor mensen met een (verstandelijke) beperking.

CEG (Centrum voor Ethiek en Gezondheid)

Ethisch dilemma bij gebruik apps Steeds meer mensen brengen hun gezondheid of leefstijl in kaart via apps of wearables. Hierdoor kunnen op de persoon toegespitste adviezen gegeven worden en kan in sommige gevallen zelfs een voorlopige diagnose gesteld worden. De komst van apps en wearables roept ook ethische vragen op. Wat voor expliciete of impliciete waardeoordelen over onze gezondheid brengen de apps met zich mee? En in hoeverre draagt e-health echt bij aan het ethische ideaal van zelfmanagement of autonomie? In hoeverre mogen bepaalde partijen iets met de data verkregen uit het gebruik van apps en wearables doen? Het signalement over apps en wearables wordt begin 2020 gepubliceerd. Meer weten? Kijk op www.ceg.nl


Cartoon: Tom Janssen

Beslommeringen

Jezus Waaghals Voordat nieuwbouw het centrum van Eindhoven een ander en vooral hoger uiterlijk gaf, was de kloosterkerk van de augustijnerpaters een van de meest markante plekken van die stad. Vooral door het opvallende Heilig Hartbeeld dat de torenspits siert. Jezus Waaghals is de prachtige bijnaam die de Eindhovenaren het ding ooit gaven. Omdat het net is alsof Onze-Lieve-Heer zijn armen uitstrekt voor een sprong in het diepe of een andere acrobatische toer. Mijn moeder zei altijd dat dit beeld door de zicht- en herkenbaarheid een trouwe bondgenoot en richtingwijzer was bij haar dwaaltocht door de plaats. Op weg naar een oom en tante die nabij het centrum woonden. Ook zonder TomTom kwam je altijd eenvoudig op de plek van

bestemming. De augustijnen hebben inmiddels het klooster verlaten. Veranderde tijden. Met minder gelovigen en paters. Mensen maken tegenwoordig vooral gebruik van een hightech GPS om hun weg door het leven te vinden. Begin november bracht het NOS-journaal een item waarin de nieuwe functie van het kloostercomplex mooi in beeld werd gebracht. Uitvaartverzekeraar DELA heeft de locatie een tweede bestemming gegeven. Het is nu een plek voor rouwen en trouwen (of andersom) en voor concerten, lezingen, overnachten, eten en ontmoeten. Met behoud van waarde en betekenis van het gebouw. Op vernieuwende wijze een brug tussen verleden, heden en toekomst

VWS’ers Linda Hilhorst - Miedema en Vincent Theunissen schrijven om en om over hun beslommeringen bij het ministerie

geslagen. Soms zijn kleine aanpassingen meer dan voldoende om verder te kunnen. Augustijnerpaters Pierre en Louis, die commentaar gaven bij het nieuwsitem, waren duidelijk verguld met het eindresultaat. En Onze-Lieve-Heer? Hij doet nog altijd kunstjes boven op de toren. Maar nu wel met LED-verlichting voor de avonduren. Als een nieuwe Eindhovenaar wordt geboren, gaat een extra lichtje aan. En dat is zeker een mooie en toepasselijke inzet van moderne technologie. 23


Amnon Weinberg (65) – arts/specialist ouderengeneeskunde

Foto: Phil Nijhuis

“Vanuit het GOAC, het geriatrisch onderzoek- en adviescentrum van Rivas in Gorinchem, ben ik op huisbezoek bij meneer Van Werkhoven. Hij kampt met cognitieve stoornissen. Als arts doe ik de diagnostiek en begeleid ik met een geriatrie verpleegkundige zijn vrouw bij de zorg voor haar man. Voor een goede uitwisseling van informatie over meneer Van Werkhoven, zou een gemeenschappelijk en professioneel ingerichte digitale werkomgeving ideaal zijn. Een plek waar huisartsen, wijkverpleegkundigen, het GOAC en het sociale team elkaar op de hoogte houden, rapporteren en waarbij alle informatie 24/7 inzichtelijk is. Hiermee voorkom je onnodige verwijzingen, onnodige diagnostiek en dus onnodig verkeerde keuzes. In het geval van meneer Van Werkhoven, werken we binnen Rivas met zo’n gemeenschappelijk digitale werkomgeving. Alleen de huisartsen zijn nog niet aangesloten. Omdat ik ook in de huisartsenpraktijk wekelijks aanwezig ben, zijn we gelukkig toch op de hoogte van zijn situatie. Bij een crisis weten we wat we moeten doen.”

Foto: naam xxx

Profile for vws#Dia

vws# Diagonaal 4 3019  

vws# Diagonaal 4 3019  

Profile for vws_dia
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded