__MAIN_TEXT__

Page 1

personeelsmagazine | 34ste jaargang | juni 2019

Sport

vws# 9|D  avid Romijn ­voetbaltrainer

12 | A  nnelies Pleyte directeur Sport

18 | S porttuin ­Schilderswijk


Jump! Steeds hoger en hoger springen op de trampoline en dan ‌ twee salto’s maken! Dat kon ik vroeger echt. Als kind heeft mijn leven een aantal jaren helemaal in het teken van trampolinespringen gestaan. Ik zat in het Nederlands jeugdteam en trainde vijf keer per week. Pas veel later ben ik me gaan realiseren hoe belangrijk die periode in mijn leven was en wat het mij allemaal geleerd heeft. Zoals het omgaan met teleurstellingen. Want keer op keer was het weer spannend of ik bij de selectie zat. Naast het belang van bewegen vind ik zo mooi aan sport dat het veel sociale contacten oplevert, dat je elkaar opvangt en samen successen viert. Sporten is in zoveel opzichten leerzaam. Zo vereist het discipline, zeker als je op een hoog niveau sport. Wat vreselijk jammer is, is dat veel pubers stoppen met sporten. Ik vind het belangrijk dat ouders en clubs de kinderen motiveren om langer door te gaan. Vanaf een jaar of vijftien willen kinderen vooral graag samen met hun vrienden sporten. Zorg ervoor dat dat kan en dat ze plezier in sporten houden! Mijn oproep is daarom om meer in te spelen op de specifieke behoeften van jongeren zelf. Geef ze inspraak en ze zullen vast langer doorgaan met sporten. Een enkele keer waag ik me nog even op de trampoline en ik herinner me nog precies het gevoel hoe gaaf het was om in de lucht te zweven. Maar een salto maken, dat zit er echt niet meer in.

Angelique Berg Directeur-generaal Volksgezondheid

2 vws#Diagonaal juni 2019


Thema:

Sport

34ste jaargang | juni 2019

6

4

12

18

Herman Ram Heeft niets tegen dopinggebruikers 6 Andere Tijden van Theunissen De zoektocht naar Ottavio Bottecchia 10 Sport als middel Ook aan de beleidstafel 12 WVTTK Arjan van Drielen 16 Dia

Kijk ook op vwsdia.nl

Beslommeringen Linda Hilhorst 23

ILLUSTRATIE OP DE COVER: Sjoerd van Leeuwen COLOFON Diagonaal en vws#Dia zijn de crossmediale personeelsmagazines van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Hoofdredactie Rob Langeveld Eindredactie Douwe Anne Verbrugge Redactie Adriaan Duivesteijn, Sabina van Gils, Hester Vos en Tamar Klijsen Klankbordgroep Louise van Kranendonk, Janneke Leek, Irma van Malkenhorst, Steven Oppenheim, Nico van Santen en Paul Schulpen Vragen, opmerkingen, ­ingezonden brieven? Redactie, postbus 20350, 2500 EJ Den Haag, telefoon: (070) 340 69 56, e-mail: diagonaal@minvws.nl Secretariaat telefoon (070) 340 60 00. Overname van tekst is mogelijk na overleg met de redactie Vormgeving Kris Kras context, content and design Druk Xerox/OBT Pensioen of uit dienst en de Diagonaal blijven ontvangen? Geef het door: diagonaal@minvws.nl

3


Kleine bijdrage

Teksten: Tamar Klijsen Foto’s: René Verleg

Vrije vogels

Fietsen. Wie in Nederland is er niet groot mee geworden? Je kunt er alle kanten mee op. Fietsen geeft vrijheid en blijheid. En belast het milieu niet.

Lees ook de vws#Dia

WIST JE DAT:

Samenstelling: David Romijn (directie Sport)

4 vws#Diagonaal juni 2019

» Het aantal lidmaatschappen van sportverenigingen in Nederland bijna 5,2 miljoen bedraagt? De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) heeft de meeste leden: in 2017 ruim 1,2 miljoen. » Ireen Wüst met 11 Olympische medailles, waarvan 5 goud, 5 zilver en 1 brons, de meest succesvolle Nederlandse Olympiër ooit is?

» Bij de 76 bonden van NOC*NSF 23.870 sportverenigingen zijn aangesloten? » 53 procent van de Nederlandse bevolking minimaal wekelijks sport? De sportdeelname is het hoogste tussen de 12 en 18 jaar, en dan vooral onder jongens (81%).

» Per 10.000 inwoners er ongeveer 21 sportaccommodaties beschikbaar zijn?


Nooit ‘ meer wachten op de bus’

Even ‘ helemaal op mezelf’ Rogier Klappe (40), accountcoördinator DUS-I

Hester Vos (51), online-adviseur directie Communicatie “Mijn vouwfiets is geen fiets. Het is mijn lifestyle. Ik neem mijn fiets geregeld mee in de trein en stap bij wijze van spreken op het perron al op de fiets. Nooit meer op een bus of tram hoeven wachten: ik vind het ideaal. Medepassagiers kijken vol interesse toe hoe ik mijn coole gadget in- en uitklap en willen er vaak graag meer over weten. Ook in mijn Fiat500 neem ik regelmatig mijn fiets op de achterbank mee. Via mijn open dakje til ik hem er zo in. Ik parkeer hem dan aan de rand van de stad en leg de laatste kilometers af op de fiets. Misschien wel het leukste van deze fiets: mensen op een vouwfiets begroeten elkaar. Of er is in ieder geval altijd een blik van herkenning.”

» Nederland Europees kampioen breedte­sport is? Zo is ons land het enige land in Europa waar het hebben van plezier tijdens sport als één van de belangrijke factoren wordt gezien door de meerderheid van de bevolking. Daarnaast zijn van alle lidstaten de meeste mensen lid van een sport­ vereniging (27%).

‘Fietsen in retrostijl’ Rens Scheijven (56), coördinerend specialistisch inspecteur IGJ “In mijn vrije tijd fiets ik op oude racefietsen die ik zelf opknap. In mijn studententijd vergaapte ik me eraan, maar waren ze te duur. Inmiddels is er een hele markt voor, zowel op internet als via beurzen. Alles vind ik mooi: op zoek gaan, opknappen in een zo origineel mogelijke staat en uiteindelijk tochten fietsen. Vaak zijn dat ‘retrotochten’, waar alleen fietsen van vóór 1987 worden toegelaten: stalen frames, remkabels boven het stuur, de versnellingshendels op de onderbuis. En geen clickpedalen, maar trappers met toeclips. De mooiste is l’Eroica in Toscane. De retro-Strade Bianchi is 210 km, waarvan zo’n 90 km onverhard, en heeft ruim 3000 hoogtemeters. Ook fiets ik ‘gewone’ toertochten als Luik-Bastenaken-Luik, Parijs-Roubaix, de Amstel Gold Race en de Ronde van Vlaanderen. Bij voorkeur de langste afstanden. Mijn oude fiets en uitrusting leveren onderweg leuke contacten op.”

» Nederland op de zesde plaats staat op de internationale medaillespiegel voor Olympische Spelen? Dat is de hoogste positie ooit. Daarmee staat ons land achter lijstaanvoerder VS, maar boven gerenommeerde toplanden als Frankrijk, Groot-Brittannië en Zuid-Korea. » In 2016 59% van de Nederlanders van 6 jaar en ouder minimaal wekelijks

“Naast mijn dagelijkse fietsritjes van en naar werk, ga ik eens per jaar alleen op fietsvakantie. Ik ben geen Einzelgänger - ik heb gewoon een gezin - maar ik vind het heerlijk om af en toe even helemaal op mezelf te zijn en met niemand rekening te hoeven houden. Ik houd van de natuur, fotograferen en nieuwe plekken ontdekken. Mijn vriendin is meer van de strandvakanties, dus die doet dat samen met vriendinnen. Ik heb vier jaar in Latijns-Amerika gewoond. Om mijn Spaans een beetje bij te houden, ga ik graag naar Spanje. Dit jaar fiets ik van Madrid via Valencia naar Girona, van de Spaanse binnenlanden naar en langs de kust. Als de route langs de kust te druk blijkt te zijn, pak ik nog een extra stukje binnenland mee.”

sport volgt via televisie, radio, kranten of tijdschriften en/of internet? 65+ers volgen sport het meeste (72%).

» 1% van het bbp (bruto binnenlands product) van Nederland uit de sporteconomie, komt? Dat is vergelijkbaar met de metaalproductenindustrie en tweemaal zo groot als de farmaceutische industrie.

5


Blikveld

Interview met Herman Ram, voorzitter Dopingautoriteit

‘Ik heb niks tegen dopinggebruikers’ Hij is het gezicht van de Dopingautoriteit. Vanaf 2006 als directeur en sinds 1 januari als voorzitter van het zelfstandig bestuursorgaan. “Onze belangrijkste taak is de sport te vrijwaren van doping. Daarbij gaat het ook om rechtvaardigheid.” Actief sporter was hij alleen in zijn jongensjaren. Maar wel fanatiek. “Ik was ooit de jongste Nederlander met een zwarteband judo. Die sport is erg

6 vws#Diagonaal juni 2019

belangrijk geweest voor mijn zelfvertrouwen en incasseringsvermogen.” Die twee eigenschappen zou hij later goed kunnen gebruiken.

Aanklager en advocaat Vorig jaar voerde de organisatie 3.145 controles uit. In vijftien gevallen werd een overtreding vastgesteld. “Ongetwijfeld zijn er meer dopingzondaars, maar het is vaak moeilijk om het bewijs rond te krijgen”, vertelt Ram. “Bovendien gaat het in een kwart van de zaken om


Tekst: Dick Duynhoven Foto: René Verleg

Herman Ram (62), voorzitter zelfstandig bestuursorgaan Dopingautoriteit Na een studie Nederlands en verschillende functies bij (universitaire) bibliotheken, was hij het zat. “Ik voelde me niet meer thuis in die ambtelijke omgeving. Ik wilde wel eens zelf baas zijn.” Achtereenvolgens werd Herman Ram directeur van de Nederlandse Schaakbond, Badmintonbond en Ski-vereniging. En uiteindelijk, in 2006, directeur van de Dopingautoriteit.

niet-intentioneel gebruik. Dus niet om de sportprestaties te vergroten, maar bijvoorbeeld cocaïnegebruik om een dol weekend te hebben.” Kan hij zich indenken waarom een sporter wel bewust doping gebruikt? “Jazeker. Een topsporter is iemand die het maximale eruit wil halen en die altijd de grens opzoekt. En dat is precies wat sommigen rond die doping ook doen. Ik heb heel vaak met ze aan tafel gezeten en het zijn echt geen monsters hoor! Ze hebben allemaal een vader en een moeder. Ik heb ook niks tegen dopinggebruikers, maar wel tegen hun beslissing om met doping hun sportprestaties te vergroten. Dat schaadt de collega-sporters en uiteindelijk vermoordt het de sport.” De dopinglijst en de straffen worden internationaal bepaald door het World Anti-Doping Agency. De tuchtcommissie past de regels toe en de Dopingautoriteit adviseert tuchtcommissies daarbij. Ram: “We ondersteunen de sporter die in een procedure zit. En we kijken waar de regels ruimte bieden voor eventuele strafvermindering.” Als een soort advocaat? “Inderdaad. We zijn aanklager, maar ook ondersteuner. Een dubbele rol. Onze belangrijkste taak is de sport te vrijwaren van doping. Daarbij gaat het ook om rechtvaardigheid.” Voor en na Armstrong ‘De Dopingautoriteit loopt achter de feiten aan’ en ‘Ze dweilen met de kraan open’ of ‘Ze zijn veel te aardig’. Ram lijkt stoïcijns onder de kritiek op zijn organisatie. Hier komt zijn ‘winst’ uit

de judosport hem goed van pas. “Wij willen een professionele, toegankelijke en open organisatie zijn. Hoe dat gewaardeerd wordt, dat vind ik eerlijk gezegd niet zo interessant. We heten niet voor niets Autoriteit.” Maar kritiek in de krant of op sociale media – ‘de stem des volks’ - wordt wel opgepikt door Tweede Kamerleden, die vervolgens vragen stellen en misschien dat de minister dan… Ram: “Los van wat de minister doet, zie ik wel een ontwikkeling in die commentaren. Toen ik hier in 2006 begon was de teneur: gaat die dopingcontrole niet te ver? Wordt er niet veel te streng gestraft? We werden door sommigen weggezet als de doping-inquisitie.” Die teneur is veranderd. “Niet in de laatste plaats door de heer Armstrong”, weet Ram. “Zijn zaak heeft grote invloed gehad op de politieke en publieke beoordeling van ons beleid. Want tegenwoordig zijn de vragen: Is er wel voldoende geld voor goede opsporing? Is de dopingcontrole wel effectief genoeg? Met andere woorden: er is nu meer politieke steun voor ons werk.” Meer biljarters dan wielrenners Hij is trots op het kennismanagement en de openheid van zijn organisatie. “Wij verzamelen heel veel informatie over dopingzaken en juridische uitspraken. Die databank, echt een unieke tool, stellen we via www.doping. nl beschikbaar. Noem het ons gebaar naar de wereld van de sport.” Gepokt en gemazeld in de omgang met de media, beantwoordt Ram alle vragen over doping. Op één uitzondering na. “Journalisten weten inmiddels wel dat ik

geen informatie geef over individuele dopinggevallen.” Maar voor het overige is hij zeer openhartig. Ook over verkeerde veronderstellingen. “Wist je dat het percentage dopinggebruikers bij het biljarten hoger is dan bij bijvoorbeeld wielrennen, schaatsen of atletiek? Met bètablokkers verlagen zijn hun hartslag. Daarmee vergroot je de kans op een goede stoot.” Van directeur naar voorzitter Jarenlang directeur en ‘eigen baas’. Maar met de invoering van de Wet uitvoering antidopingbeleid op 1 januari, werd de Dopingautoriteit een Zelfstandig bestuurs­orgaan (zbo). En dus is Herman Ram terug in de ambtelijke wereld (zie kadertekst) “Inderdaad; mijn leven is rond”, zegt hij met een schaterende lach. “Meer bureaucratie, meer keurslijf. Maar ik ben nu 62 en ik wil stoppen als ik 64 ben.” Toch kijkt hij tevreden terug op de manier waarop ‘zijn’ stichting een zbo werd, inclusief de invoering van alle overheidsregels en procedures. “Ik vind dat VWS dat op een professionele manier heeft aangepakt. En natuurlijk zijn er voordelen. Als overheidsinstelling is onze juridische basis sterker en kunnen we bij de opsporing en handhaving nauwer samenwerken met overheidsinstanties als de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit, Inspectie Gezondheids- en Jeugdzorg, douane en politie. Daar moet de winst zitten.”

Lees in de vws#Dia het interview met NL-Aktief voorzitter Karin van Bijsterveld

7


VWS’ers vinden…

Sporten is meer dan alleen sporten voor jezelf. Het is ook sportief om jouw kennis en kunde in te zetten binnen de eigen sportvereniging. Als trainer, als penningmeester of als…

Sportief Dinh-Vu Nguyen (32), beleidsmedewerker GMT

‘Breakdance wordt misschien de nieuwe olympische sport’ “Op de middelbare school kwam ik in aan­raking met breakdance via een goede vriend. Hij leerde mij een aantal moves en zo is de bal gaan rollen. Een keer per week ga ik vanuit VWS naar dansschool ‘The Dance Factory’ in Voorburg. Daar geef ik les aan kinderen van zeven tot en met twaalf jaar. Breakdance is zowel fysiek als mentaal een uitdaging. En het leuke is: je raakt nooit uit­geleerd! Ik reis regelmatig naar buitenlandse evenementen waar ik mensen met een heel andere achtergrond leer kennen. Kennisoverdracht is in de breakdancewereld belangrijk voor de volgende generatie. Daarnaast wil ik mijn leerlingen vooral laten zien

Tekst: Cindy van Gelder | Foto: René Verleg

8 vws#Diagonaal juni 2019

dat er zo veel meer is dan Youtube-video’s en Fortnite-dansjes. Dat het belangrijk is om een plan te hebben om iets te kunnen bereiken. Veel mensen zien breakdancen niet als een sport, toch is er soms wel degelijk sprake van competitie. Bij een battle is er bijvoorbeeld jury nodig. En in de VS kun je er zelfs je beroep van maken; professionele breakdancers verdienen daar soms veel geld. Het zou overigens zomaar kunnen dat breakdancen een van de nieuwe olympische sporten wordt in Parijs in 2024. Of dat echt gaat gebeuren, is nog even afwachten: de aanvraag moet nog beoordeeld worden door de commissie.”


David Romijn (33), beleidsmedewerker Sport

‘Sport is in de eerste plaats een sociale aangelegenheid’

Dia

In de vws#Dia vertellen Sabine van Vlerken, Sylvia Noorlander en Gideon Broekhuizen over hun sportieve inzet.

“Tot mijn 18e was ik niet zo’n voetballer. Maar na de middelbare school zocht ik met vrienden naar een manier om elkaar te blijven zien. Dat werd voetbal. Bij mijn toenmalige club Odysseus werd ik al gauw gevraagd als assistenttrainer bij vrouwen 3. Dat beviel goed, dus ging ik zowel bij de vrouwen als de mannen verschillende eerste elftallen trainen. Ik ben nu voor het derde jaar hoofdtrainer bij DVSU (Door Vriendschap Sterk Utrecht). De spelers die ik train zijn tussen de 18 en 34 jaar. Het zijn betere voetballers dan ik, maar het trainen van techniek is bij seniorenteams minder belangrijk dan samenwerken en tactiek. In die zin had ik ook trainer in een andere teamsport

kunnen zijn. Ik houd van de groepsdynamiek en begeleid spelers graag bij hun ontwikkeling. Ik stel veel vragen, evalueer opstellingen en wedstrijden met ze, en creëer een sfeer waarin de spelers fouten durven te maken. De twee trainingen doordeweeks vind ik even leuk als de wedstrijden op zaterdag. Een training zie ik namelijk niet alleen als ‘middel’ om goede wedstrijden te kunnen spelen, maar als sociale activiteit op zich. Dat is sport wat mij betreft sowieso. Het vergt allemaal best wat tijd, maar levert ook veel op. Ik ken mijn vrouw en beste vrienden bijvoorbeeld door het voetbal. Inmiddels heb ik thuis twee jonge kinderen. Daarom doe ik komend jaar even rustiger aan.”

Tekst: Tamar Klijsen | Foto: Hans Roggen

9


Andere Tijden Sport

Op zoek naar Bottecchia Een gammele Renault 4 stopt langs de kant van de weg. Hangend over het neergedraaide autoraampje vraagt een moeder – boodschappen en een ongedurig kind op de achterbank – of ik de weg kwijt ben. Ergens in de Veneto moet het monument voor Ottavio Bottecchia staan. De Italiaanse streek is gehuld in een nazomermist, zonder gids verdwaal ik hier. Ik volg het Renaultje. Met opgeschort ongeloof dat mijn Italiaanse bedevaart het mysterie rondom deze wielrenner zal ophelderen. Het verhaal dat mij als kind nooit losliet, staat achterin een beduimeld – en inmiddels door papiervisjes verminkt – wielertijdschrift in de boekenkast van mijn jeugd. Verschenen voorafgaand aan de Tourstart van 1979. Het laatste hoofdstuk van het werkje bestaat uit een eclectische verzameling heiligenlevens van wiel­ renners die na de Touroverwinning minder voorspoed kenden en op tragische wijze aan hun einde kwamen. Ottavio Bottecchia is een van hen. Zijn geschiedenis kan op zijn minst gelezen worden als een samen­ vatting van Europa aan het begin van de vorige eeuw. En voor wie meer fantasie heeft als epiek: een oerver­ haal vol halfgoden en magische gebeurtenissen. De Italiaanse boeren Francesco en Elena Bottecchia hadden al zeven kinderen toen een nieuwe spruit werd geboren op 1 augustus 1894. Omdat ze door hun inspi­ ratie heen waren, besloten ze de baby simpelweg Ottavio, de achtste, te noemen. Het geboortehuis bevond zich in het gehucht San Martino, onderdeel van Colle Umberto, een dorp zo’n 60 kilometer ten noorden van Venetië. Gelegen in het complexe en explosieve centrum van Europa in transitie. De jeugd van Ottavio was bijna identiek aan die van andere kinderen op het platteland. Hij moest zijn 10 vws#Diagonaal juni 2019

ouders helpen bij het boerenbedrijf en kon nauwelijks naar school, omdat zijn vader had voorzien dat Ottavio arbeider zou worden. Op 12-jarige leeftijd ging hij in de leer bij een schoenmaker; toen zijn vader een bedrijfje begon, bediende hij een van de paardenkarren. Net als miljoenen andere jongemannen van zijn leef­ tijd werd Bottecchia pion in de grote gamechanger van de geschiedenis, de Eerste Wereldoorlog. De Italiaan die voordien enige naam had gemaakt met kleinere wielerkoersen, sloot zich in 1914 aan bij het Italiaanse leger. Vier jaar lang bracht hij met een vouwfiets bood­ schappen en benodigdheden rond aan het ItaliaansOostenrijkse front. Bottecchia werd vanwege zijn getoonde moed gedecoreerd en zou later vertellen dat de oorlogshandelingen de veeleisende beklimmingen van de Tour zoals de Galibier en Izoard tot eenvoudige wandelingetjes degradeerden. De sportcarrière van Ottavio kwam pas daarna tot wasdom. Eerst won hij enkele eendagswedstrijden in Noord-Italië. In 1923 werd hij, als onafhankelijke en dus zonder hulp van een team, vijfde in de Giro d’Italia. De grote Franse renner Henri Pélissier vroeg hem nog datzelfde jaar voor zijn Automoto-ploeg te komen rijden. In de Tour van datzelfde jaar werd knecht Bottecchia tweede achter Pélissier. Bij die gelegenheid viel de gerenommeerde Franse wielerjournalisten het bijzondere voorkomen van de Italiaan op. Erg dun, met grote ogen als kastanjes, in een driehoekig gezicht, met oren die uitstaken als vlinders, een neus die leek op de bek van een uil, de huid gebruind als een oud leren zadel en een voorhoofd doorploegd met diepe rimpels die veel leken op litte­ kens. Een persoon weggeslopen uit een middeleeuws


Tekst: Vincent Theunissen Foto: Hollandse Hoogte

decor met de geschiedenis van honger, ontbering en vermoeidheid op het gezicht. Precies zoals op de foto in mijn tourtijdschrift: een afgematte tijdreiziger. Zijn ielige bouw vormde misschien juist wel de basis voor het klimtalent dat Bottecchia bezat en in de Tour van 1924 ertoe leidde dat hij als eerste Italiaan de Ronde op zijn naam schreef. Hij won de eerste etappe en daarmee de gele trui die hij gedurende het verdere verloop niet meer afstond. Schijnbaar moeiteloos beklom hij iedere col in perfecte cadans. Ook de Tour van 1925 won hij met overmacht. Het waren de dagen dat er vaak etappes van 300 tot 400 kilometer moesten worden gereden en ’s nachts werd gestart. De wegen waren (zeker bij slechter weer) soms nauwelijks begaanbaar. In de bergen liepen nog beren en wolven of zelfs mythischere, vervaarlijke fabeldieren en spookachtige wezens rond. In deze Ronde – die veelbetekenend de ‘Tour van het Lijden’ als bijnaam meekreeg haalden maar 49 van de 130 gestarte coureurs Parijs. De Belg Lucien Buysse werd tweede achter de Italiaanse triomfator op bijna één uur.

‘Talloze journalisten deden een poging de doodsoorzaak te achterhalen’ De overwinning in 1925 betekende welbeschouwd ook het einde van de hegemonie van Bottecchia. Twee jaar later was hij dood en feitelijk is de Italiaanse wielrenner bekender geworden door zijn nog altijd in nevelen gehulde overlijden dan door de koers. Vlak voor de Tour van 1927 werd de tweevoudig Rondewinnaar tijdens een trainingsrit met een gat in zijn hoofd op een landweg gevonden. Bizar was dat zijn fiets geen schade had opgelopen en netjes tegen een boom stond. Hoewel Bottecchia snel naar het ziekenhuis kon worden gebracht, stierf hij enkele dagen later in een ziekenhuis in Gemona. Hij was in de tussentijd nauwelijks meer bij kennis geweest. Over zijn precieze dood doen vele verhalen de ronde. Precies de raadsel-

achtigheid die een kind van 8 of 9 - dat nog niet helemaal afscheid heeft kunnen nemen van magisch denken - uit zijn slaap houdt. Zo bekende een boer op zijn sterfbed dat hij een steen naar Bottecchia had gegooid omdat deze druiven uit zijn wijngaard stal. Een andere Italiaan, die naar New York was verhuisd, biechtte op dat hij de wielrenner in opdracht van de maffia had omgebracht. En er gingen verhalen dat Bottecchia het slachtoffer was van een jaloerse echtgenoot. Ten slotte vertelde de priester die de renner in zijn doodsuren zou hebben bijgestaan, in 1973 – ook weer op het sterfbed –, dat Bottecchia vermoord was door fascisten, die moeite hadden met de marxistische sympathieën van de renner. Talloze journalisten deden een poging de doodsoorzaak te achterhalen. Niemand die erin slaagde. Wat het verhaal nog raadsel­ achtiger maakt, is dat zijn broer Giovanni kort daarvoor niet ver van Gemona was aangereden door een auto en eveneens was overleden. Nabij de geboorteplaats van de Italiaanse renner staat langs de provinciale weg SP71 in de richting van Cordignano een marmeren monument dat daar in 1952, 25 jaar na de dood van Bottecchia, is geplaatst. Het monument bleek voor mij - in een GPS-loos tijdperk - lastig te vinden. Voor een behulpzame moeder in haar Renault 4 was het echter geen enkel probleem om ondanks boodschappen en een ongedurig kind achterin een omweg te maken. Het monument was destijds netjes onderhouden. Fris gepoetst. Het verhoopte wonder waarbij de geëmailleerde foto van Bottecchia op de steen als een Eftelingsprookje zou gaan praten om het raadsel te ontsluieren, bleef evenwel uit. Laatst zag ik op Googlemaps dat het gedenkteken er tegenwoordig wat havelozer uitziet. Alsof ik de laatste bezoeker was geweest en het mysterie daardoor voor altijd verborgen zal blijven. Slechts nog een graallegende in het Tourtijdschrift in de boekenkast van mijn jeugd. 11


Tekst: Rob Langeveld Foto’s: René Verleg Illustratie: Sjoerd van Leeuwen

Topic

Sport als middel, ook aan de beleidstafel Anneke van Zanen-Nieberg, de kersvers gekozen nieuwe voorzitter van NOC*NSF, kent de leefomgeving van VWS en VWS’ers goed. Ze woont in Den Haag, werkte bij de rijksoverheid en houdt van sport en besturen. Net als André de Jeu, directeur van de VSG (Vereniging Sport en Gemeenten) en Annelies Pleyte, directeur Sport bij VWS. De ‘drie A’s’ schuiven bij VWS eensgezind samen aan één witte interviewtafel.

12 vws#Diagonaal juni 2019

Het drietal belichaamt de ambitie om het gezamenlijke Sportakkoord (*) tot een sportief succes te maken en manifesteert zich als drieeenheid. Met als gezamenlijk doel: Nederland gezonder maken via sport. “Daarbij kunnen álle beleidsmakers van VWS een belangrijke rol spelen”, is een van de conclusies van ‘triple A’. Met het in maart ondertekende Sportakkoord als leidraad nemen A, A en A de stand van zaken door aan de hand van (vraag)stellingen.

Annelies: “We willen graag iedereen in staat te stellen om te kunnen sporten op zijn of haar manier. Zonder dwang. Voor overheid en gemeenten is de uitdaging om het voor iedereen aantrekkelijk en eenvoudig te maken. We kijken dan ook naar aanbieders van sporten buiten de verenigingen: fitnesscentra, yogascholen, bootcamps in het park. Uiteindelijk moet het wel ‘lol in sport’ blijven; dat straalt ons Sportakkoord ook uit.”

Vijf ambities zijn al in gang zijn gezet, zoals: ‘Inclusief sporten en bewegen’, ofwel de ‘diversiteit’ moet omhoog. (Vraag)stelling: wie niet wil, moet maar gedwongen worden?

André: “Het is mooi om te zien dat ook steeds meer commerciële sportaanbieders, zoals fitnesscentra, ontdekken dat ze er ook kunnen zijn voor andere doelgroepen. Gehandicapten hoeven heus niet per se naar een revalidatiecentrum. Daar waar het sporten samen kan, vooral doen!”

André: “Nee, je moet natuurlijk niet gaan dwingen. Maar als mensen niet sporten heeft dat vaak wel een oorsprong. Kinderen die in de gymles hoog in de touwen moeten, maar dat niet kunnen, zullen later weinig gemotiveerd zijn. Als VSG en gemeenten doen we er alles aan om zoveel mogelijk drempels weg te nemen. Niet kunnen meedoen, kan bijvoorbeeld ook te maken hebben met –verborgen- armoede.”

Anneke: “Wat een mooi akkoord is dit toch. Het levert overal veel positieve energie op. Als NOC*NSF stimuleren we sportbonden om dit extra aandacht te geven, en dat doen ze graag. We wijzen hen vooral op de mogelijkheden bij gemeenten. Denk bijvoorbeeld ook eens aan bridgen, dammen of schaken. Dat helpt mensen tegen eenzaamheid. Belangrijk om mensen uit hun sociaal isolement te halen. ➔➔


Anneke van Zanen-Nieberg

André de Jeu

Annelies Pleyte

Sinds 20 mei 2019 voorzitter NOC*NSF

Sinds juli 2013 directeur VSG, Vereniging Sport en Gemeenten

Sinds februari 2019 directeur Sport VWS

Was onder meer plaatsvervangend sg bij het ministerie van JenV, algemeen directeur Rekenkamer, algemeen directeur Auditdienst Rijk en bestuursvoorzitter bij Baker Tilly. En internationaal handbalster bij het Haagse Hellas: “Ik kom zo’n beetje vier keer per week in actie. Vaak is dat hardlopen. Héél soms beoefen ik mijn oude sport, handbal. Maar dat laat m’n lijf eigenlijk niet meer toe. Een enkelbandje links en rechts… Een keer een blauw oog. En een voortand kwijtgeraakt. Maar verder geen noemenswaardige kwetsuren.”

Studeerde politicologie en was zelfstandig communicatie-adviseur. Was waterpolodoelman bij het Alphense AZC en bij Jong Oranje: “Ik zit nu drie keer in de week op een roei-apparaat. Thuis. Het sporten zelf is de afgelopen jaren wat ondergesneeuwd. Daardoor was mijn lichamelijke fitheid flink afgenomen. Inmiddels gaat dat wel weer beter. Als waterpolokeeper heb ik heel wat blessureleed gekend. Toen ik mijn arm verdraaide bij het stoppen van een worp, was topsport voor mijn helaas passé.”

Werkte al eerder bij VWS, als politiek adviseur. Vervulde daarna vijf jaar dezelfde functie voor Mark Rutte. Zonder sportieve palmares: “Ik heb, ondanks mijn lengte, gebasketbald, gehockeyd en getennist. Tennis doe ik nu nog, maar eigenlijk te weinig. Vooral het afgelopen half jaar stond het op een lager pitje. Ik probeer ook te wandelen en te fietsen. De voorkruisband van mijn linkerknie is weg. Ik heb heel lang met een brace gelopen, dus wendbare sporten zitten er voor mij niet meer in. Bij tennis ben ik daarom een echte baseliner.”

13


'We moeten af van de curling-ouders' Veel mensen zien NOC*NSF vooral vanuit ‘de medaillespiegel’. Dus zo hoog mogelijk eindigen en zo goed mogelijk presteren. Daar zijn we óók van. Maar onze andere tak geeft vooral een boost om zoveel mogelijk extra mensen aan het sporten te krijgen.” Annelies: “De komst van de Invictus Games, voor gehandicapte oorlogs­ veteranen, is een mooi voorbeeld van hoe mensen via sport laten zien hoeveel er mogelijk is, ook als je een handicap hebt.” Anneke: “Volgend jaar in Den Haag, met vlak daarna de Special Olympics.” Een andere ambitie in het Sportakkoord is: een duurzame sportcultuur. Een druppel op de gloeiende aardbol? Annelies: “Dit komt zowel ten goede aan de sport als aan het klimaatakkoord. Als we nu inzetten op duurzaamheid van sportaccommodaties kan dat op termijn de sport ook veel opleveren. Vereni­ gingen kunnen ervan profiteren met teruglopende energiekosten. Daarom is het zinvol om daarin nu gezamenlijk te investeren.” André: “Het gaat niet alleen over ener­ gietransitie, maar ook over bewustwor­ ding en besparingen bij verenigingen. 14 vws#Diagonaal juni 2019

Bij clubs die trouw oude kranten ophalen voor wat extra dubbeltjes, staan wel de hele zomer de vrieskist en de koffiezet­ automaten aan. En vergis je niet hoeveel energie de zwembaden in Nederland opslurpen. Als al die miljoenen sporters gaan snappen dat je het anders omgaan met energie ook thuis kunt doorvoeren. Gezamenlijk vormen ze een geweldig infopunt. Daarnaast vind ik de duurzame inzetbaarheid van sportaccommodaties van groot belang. Velden en sportparken liggen een groot deel van de week, vooral overdag leeg. Daar is nog veel winst te behalen. Waarom zou je als school nog een gymzaal bouwen? Je kunt toch ook gebruikmaken van andere plekken?” Anneke: “Ons sportcomplex Papendal is gelukkig al enorm duurzaam. En het is ook nog eens een fantastisch mooi stuk van Nederland. En alles wat gebouwd wordt, proberen we zo duurzaam en klimaatneutraal mogelijk neer te zetten.” Volgende ambitie, ‘vitale aanbieders’: kun je sponsors vragen om bij te dragen aan een hogere vrijwilligersvergoeding om het vrijwilligerstekort tegen te gaan? Annelies: “Ik denk niet dat dat zomaar kan. De binding van verenigingen met vrijwilligers zit ‘m in meer zaken dan alleen vergoedingen. Bijvoorbeeld

toegenomen taken en rollen en de tijds­ belasting die dat vraagt. Vorige maand is er een ‘challenge’ gelanceerd over de vraag ‘hoe kunnen we vrijwilligers beter ondersteunen?’ Ik ben heel benieuwd naar de uitkomsten.” Anneke: “Ik geloof niet zo in een ‘vrijwilligerstekort’. Kijk eens naar al die ouders die ieder weekeinde hun kinderen halen en brengen, ook naar uitwedstrijden. Ik zie wel een lichte zorg bij de bezetting van bestuurlijke functies. Laat ik het zo zeggen: het wordt de bestuurders niet makkelijk gemaakt. Tegenwoordig zijn de verant­ woordelijkheden veel groter dan vroeger. Je moet over zóveel dingen nadenken. Van obesitas tot veilig sporten, integriteit en het aanvragen van een Verklaring Omtrent Gedrag voor elke vrijwilliger.” André: “Gemeenten spelen op vrij­ willigerstekort in met bijvoorbeeld Vrijwilligersbanken. Het áántal vrijwil­ ligers neemt niet heel sterk af, maar per vrijwilliger wordt er minder tijd in de club gestoken. Maar je kunt natuurlijk niet stellen dat het bij alle 22.000 sportverenigingen helemaal goed gaat. Ze weten het ook niet van elkaar. Soms gaat het bij dames 7 wel goed en bij heren 8 helemaal niet. Daar is nog veel verbetering mogelijk.”


En kleine stap naar de ambitie ‘positieve sportcultuur’. Hierbij de (vraag-)stelling: winnen is eigenlijk helemaal niet belangrijk… Anneke: “Ja en nee. Deels is winnen en medailles halen voor NOC*NSF echt wel het doel. Als je topsport bedrijft, wil je winnen. Maar anderzijds is sport gewoon een middel om plezier te hebben. Dan is deelnemen belangrijker dan winnen. Dan kan best naast elkaar.” Echt? Ouders vragen hun kind toch altijd of ze hebben gewonnen? Anneke: “Ik vraag altijd aan mijn kinderen of ze plezier hebben gehad. Het is, in ieder geval voor de jeugd, veel belangrijker dat iedereen speelt en dat niemand op de reservebank blijft zitten. Iedereen gaat het veld in, want op de bank word je niet beter.” André: “Deze ambitie van sportieve sportcultuur sluit inderdaad aan bij het goed begeleiden van coaches en papa’s en mama’s langs de lijn aanspreken als ze zich niet aan de afspraken houden. En wat dat winnen betreft: er is veel discussie over de vraag of je tot een jaar of 12 wel competities moet spelen. Er zijn nou eenmaal trainers en coaches die hun spelertjes van 8 behandelen als miniatuur-volwassenen. Veel sportbonden

denken na over hoe je bewegen en vaardig worden belangrijker kunt maken dan winnen. Voor mij is de essentie dat je waardering toont als een kind mooie beweging maakt, die hij eerder niet kon en waarop hij heeft getraind. Dat moet gezien en gevierd worden! Applaudisseren voor zo’n beweging moet belangrijker worden dan juichen voor een doelpunt.” Annelies: “Ook voor VWS gaat sport­ plezier boven winnen. Het is belangrijk dat ieder teamlid meedoet aan de wedstrijden, dat zou je ook in de spel­ regels op kunnen nemen. Overigens hoort omgaan met verliezen ook bij sport.” Anneke: “Verliezen is trouwens heus niet erg. Daar leer je van en word je ook volwassen van.” Dit sluit weer mooi aan bij de slot­ ambitie van het Sportakkoord: van jongs af aan vaardig in bewegen. Is daar genoeg over gezegd? André: “Er moet meer aandacht komen voor bewegen tussen 0 en 4. Dan gaat het om spelen, buitenspelen vooral. Om zo hun motorische vaardigheden te verbeteren. Dat is nu niet al te best geregeld. Er wordt vaak verwezen naar te weinig gymlessen op school, maar dat is flauwe­kul. Betere beweegvaardigheid

begint al daarvoor. We moeten af van de ‘curling-ouders’ die, figuurlijk, voor hun kind uitlopen om het straatje schoon te vegen. Die kids mogen best een keertje vallen.” Tot slot: hebben jullie een boodschap voor VWS’ers? André: “In het verleden werd sport door de overheid niet heel serieus genomen. Ik ben blij dat inmiddels breed is erkend dat sport en bewegen op veel terreinen bijdraagt aan oplossingen. In de Jeugdzorg zijn hiermee de kosten aantoonbaar naar beneden gebracht. Dat kan bij nog veel meer beleidsonderwerpen.” Anneke: “Heel veel VWS’ers zullen zelf ook sporten en bewegen. Ik hoop dat iedere VWS’er in zijn of haar eigen omgeving uitstraalt hoeveel plezier dat geeft. Ook als je ’s morgens vroeg aan de beleidstafel zit.” Annelies: “Sport kan binnen ons departement over de volle breedte een rol spelen. Dat gebeurt nu al, maar kan nog nadrukkelijker naar voren komen. Denk aan ouderen en ‘walking voetbal’, eenzaamheid, depressies, jeugd en ga zo maar door. Dus: sport als middel! Sport houdt jezelf fit, maar kan ook een bijdrage leveren aan beleidsvraagstukken op je werk.”

Het Nationaal Sportakkoord | sport verenigt Nederland

Dia

Bekijk op vws#Dia een filmpje waarin de drie geinterviewden vertellen wat zijzelf hebben opgestoken van hun samenkomst voor dit interview.

Begin 2019 sloten sport­minister Bruins (VWS), de gemeenten (VSG) en de sportbonden (NOC*NSF), samen met de provincies, tal van maatschappelijke organisaties en bedrijven, voor het eerst in de geschiedenis een Nationaal Sportakkoord. Vijf van de zes ambities zijn inmiddels in gang gezet: • Inclusief sporten en bewegen. Ongehinderd door leeftijd, lichamelijke of geestelijke gezondheid, etnische achtergrond, seksuele geaardheid of sociale positie. • Duurzame sportinfrastructuur. Het gaat niet alleen om sportvelden, zwembaden,

sporthallen en clubhuizen, maar ook om het stadspark en het trapveldje in de wijk. • Vitale aanbieders. We willen aanbieders van sport en bewegen toekomst­bestendig maken zodat sport en bewegen voor iedereen toegankelijk en bereikbaar blijft. • Positieve sportcultuur. Sporten moet leuk zijn, veilig, eerlijk en zorgeloos. • Van jongs af aan vaardig in bewegen. Wij willen dat meer kinderen voldoen aan de beweegnorm en dat de motorische vaardigheden toenemen.

15


WVTTK

Tekst: Douwe Anne Verbrugge Foto: Edwin Walvisch

6 vragen aan

Arjan van Drielen (41) sinds 1 maart MT-lid bij de directie Sport

Tot welke leeftijd heb je gedroomd dat je profwielrenner kon worden? “Die droom heb ik nooit gehad, omdat ik op de atletiekbaan stond. Als tienkamper. Op mijn 24e woog ik 104 kilo. Eén bonk spieren. Mag ik dat zeggen? Ja dat mag ik zeggen. Nu weeg ik 94 kilo met een iets hoger vetgehalte dan toen.” En zondagochtend op de racefiets, net als al die andere maniakken die het fietspad onveilig maken? “Meestal zit ik zondag om 8.00 uur ’s ochtends in het zadel. Vaak alleen, niemand wil op dat tijdstip met mij mee voor een rondje van 80 kilometer. En ook ik erger me vreselijk aan wielrenners die anderen van het fietspad afblazen. Slecht voor ons imago.” Je was voorzitter van de OR, was dat een goede opstap om manager te worden? “Een opstap? Nee, er zijn heel veel manieren om manager te worden. Maar ik heb bij de Ondernemings­ raad wel geleerd hoe de dynamiek van een groep van 16 vws#Diagonaal juni 2019

15 mensen werkt, waar en wanneer je invloed kunt uitoefenen en om te gaan met frustratie.” Welke doping gebruik jij? “Koffie. Legale doping.” Kriebelt het toch niet ergens, zo van: als ik eerder was begonnen met wielrennen…? “Ik had een leuke amateurwielrenner kunnen worden, maar niet meer dan dat. Ik heb een te zware lichaams­ bouw voor een topwielrenner. Zo vind ik het beklimmen van hoge bergen hartstikke leuk, maar ik zie af als een beest. Ben meer een man van de polders en tegenwind.” Wint Dumoulin de Tour? “Hij is zeker een kanshebber. Maar dat zijn Froome, Thomas, Pinot en Bardet ook. En vlak Kruijswijk niet uit. Maar Dumoulin gaat er zeer zeker goed rijden. Zou wel mooi zijn. Songfestival gewonnen, Tour gewonnen. Alleen nog een keer wereldkampioen voetbal worden!”


André Baltissen

1962

Na 33 jaar Rijksoverheid neemt André Baltissen (60) binnenkort afscheid van VWS. Hij maakt gebruik van wat hij noemt een karige pre­pensioen regeling. Maar daar heeft hij geen problemen mee. “Het is een luxe die je krijgt aangeboden.” Passend bij zijn levensstijl.

1983

1962 Geboren in het Limburgse Geleen - in carnavalstijd de Waereldsjtad. Opgroeien in een voor deze tijd ongekende soberheid maar wel in een warm katholiek gezin. Zo was het ’s ochtends in de winter alleen in de keuken warm (fornuis op kolen). Badderen in een zinken teil op een altijd koude granieten vloer. 1983 Studeren in Tilburg, lerarenopleiding aardrijkskunde en geschiedenis. Het studentenleven had ik nooit willen missen. Naast stages ook veel de wereld verkennen. Zoals wekenlang kanoën in het land van de duizend meren. Finland: een terra incognita. Eindeloze weidsheid en stilte, maar ook muggen. Lees 'Nooit meer slapen' van W.F. Hermans en het gevoel komt weer terug.

1998

2008

1998 Op bezoek bij mijn broer in het Afrikaanse Benin. Bij hoog bezoek dien je het lokaal gebrouwen bier te nuttigen. Wel zo verantwoord. Ook in Nederland deden we dat 150 jaar geleden. Intussen heeft ‘de mobiel’ Afrika in de moderne tijd gezet. Financieel en materieel gaat Afrika sprongen vooruit en de zon… duurzame energie, hebben ze zelfs gratis. 2008 Met mijn zoon Bob in het Eschermuseum. Bob heeft een vorm van autisme. Het volwassen worden gaat moeizaam. Maar toch, kleine mensen worden groot en andersom. Alleen gaan de jaren wel erg snel. Voor je het weet ben je met pensioen. 2015 Met deze vriendenclub maak ik regelmatig wandeltochten. In de zomer overnachten we in berghutten. Soms is het overbezet en is het hutjemutje slapen, maar dat doe je toch wel na een pittige wandeling. Na een week voel je je herboren. Dit hoop ik nog jaren te doen.

2015

2018 De Camino naar Santiago de Compostella. De Sint Jacobs­ route. Pakweg 750 km in vier weken. Lijkt heel wat, maar het gaat vanzelf. Een ongekende belevenis ook voor een niet gelovige. Voor mij het bezinningsmoment over wat het leven te bieden heeft. Voel je ook de behoefte, niet aarzelen, gewoon doen. Buen Camino! 2018

17


Reportage

Sebastiaan werkt als ‘mees’ zonder einddatum Tekst: Adriaan Duivesteijn | Foto’s: René Verleg

Lees in de vws#Dia het artikel met TU-student en rolstoelbasketballer Bart Formsma

Voor de 19-jarige juf Yasmina voelt de Sporttuin Schilderswijk als een thuis; een veilige plek om te sporten in de Haagse wijk. Yasmina is voetbaltrainer van een meidengroep. Ze leert de meiden naast voetbal ook andere vaardigheden. Sport is naast doel, ook een middel. In april kreeg juf Yasmina uit handen van burgemeester Krikke een Haags Jeugdlintje voor haar inzet in de wijk en in de Sporttuin.

16 sporten De Sporttuin Schilderswijk is een multifunctioneel sportcomplex in Den Haag. Het vormt een brug tussen sporten op straat en sporten bij een vereniging. Al bijna 15 jaar lang is er de mogelijkheid voor leerlingen van de basisscholen om te proeven aan 16 verschillende sporten. Zie www.sporttuinschilderswijk.nl.

18 vws#Diagonaal juni 2019


“Twintig jaar geleden was dit gedeelte van de Schilderswijk geen prettige omgeving”, vertelt Sporttuin-coördinator Sebastiaan Nederhoed. “Er was een openbaar speelveld, maar de daar gegeven gymlessen werden verstoord door zich vervelende jongeren.” Achter basisschool Het Startpunt lag een schooltuin die niet meer werd gebruikt. Na veel overleggen met beleidsmedewerkers, partnerscholen en sportverenigingen werd die schooltuin de eerste sporttuin van Den Haag. Dit kan vijf dagen in de week en gebeurt onder leiding van bevoegde en bekwame

trainers en hun assistenten. Trainers zoals juf Yasmina. Zelf sportte zij vroeger als basisschoolleerling ook in de Sporttuin. Veilige sportlocatie In de Schilderswijk zijn weinig sportverenigingen. De vechtsporten taekwondo en kickboksen zijn populair. Voor hockey, turnen of volleybal moet je de wijk uit. Voor financiële ondersteuning zijn er dan wel mogelijkheden, zoals de Ooievaarspas en stichting Leergeld. Toch blijkt het reizen voor veel ouders lastig. Het is voor hen, met vaak grote

gezinnen, vooral een logistieke uitdaging. De Sporttuin biedt de kinderen een veilige sportlokatie midden in de wijk. Zand tussen tenen ‘Mees’ Sebastiaan: “Op mijn visitekaartje staat nog steeds projectleider. Een project zonder vaste einddatum dus. Tijdens de topsportevenementen in Den Haag is de Sporttuin een locatie voor side-events. Zoals het WK Beach­ volleybal van 2015. Dee Sporttuin werd een grote zandbak werd. Eén leerling riep dat hij voor het eerst zand tussen z’n tenen voelde. Daar doe ik het voor.”

Mees Sebastiaan Sebastiaan Nederhoed is al twaalf jaar fulltime coördinator bij de Sporttuin Schilderswijk, maar daarnaast ook fotograaf. Sport­ fotografie is zijn specialiteit.

19


Sport als middel

Tekst: Adriaan Duivesteijn en Rob Langeveld

Sporten

buiten

de lijn

Sporten is meer dan sporten binnen je eigen cluppie. Sporten versterkt sociale banden, maakt je weerbaar en voorkomt eenzaamheid. Bij VWS blijft ‘sport’ niet beperkt tot de directie Sport. Ook op andere beleidsterreinen is sport niet meer weg te denken.

» Begrip

» Meedoen

Nicolette Damen, waarnemend programmaleider Onbeperkt Meedoen bij DMO

Wimke Schuurmans, programmamanager Eén Tegen Eenzaamheid bij DMO

Voor Nicolette draait het bij de inzet van ‘sport als middel’ vooral om wederzijds begrip. Zowel binnen als buiten VWS. “Een van de zeven actielijnen die minister De Jonge vorig jaar heeft ingezet voor Onbeperkt Meedoen is ‘participatie en toegankelijkheid’. Het lag voor de hand om meteen aansluiting te zoeken bij andere VWS-directies. Zoals directie Sport, die zelf ook actief verbindingen legt met andere beleidsterreinen en ook veel doet om sporten toegankelijk te maken voor mensen met een handicap. Wij brengen gemeenten, bedrijven en cliënten bij elkaar om te bevorderen dat mensen met een beperking kunnen meedoen in de maatschappij. Sport heeft daarbij een belangrijke voorbeeldrol. Denk aan de fysieke toegankelijkheid van sportcomplexen. Maar ook aan integratie via sport. De geest van het VN-verdrag is ‘integreren in plaats van apart’. Dat vergroot het wederzijds begrip.

Wimke weet dat meer dan de helft van de 75-plussers zich eenzaam voelt of zegt zich eenzaam te voelen. “Het gaat om meer dan 700.000 ouderen. 15% van hen is zelfs ernstig eenzaam en zit in een negatieve spiraal. Van de volwassenen tussen 18 en 65 voelt 40% zich eenzaam. Maar het programma ‘Eén tegen eenzaamheid’ richt zich echt op ouderen.

Sport verbindt Vanuit de samenleving ontstaan steeds meer kleine lokale initiatieven. Onze rol is om de bewustwording te vergroten, ook door wederzijds begrip te kweken. Via de Vereniging Nederlandse Gemeenten verstrekken we subsidies. De resultaten zijn moeilijk meetbaar, maar we zijn bezig om indicatoren te ontwikkelen, waarmee we kunnen nagaan of er vooruitgang wordt geboekt. We merken al dat het mantra ‘sport verbindt’ op steeds meer plekken concreet zichtbaar wordt. Zowel binnen als buiten VWS.” 20 vws#Diagonaal juni 2019

Ondersteuning in capaciteit Het is een taak van de gemeenten eenzaamheid aan te pakken. In veel gemeenten zijn er inmiddels lokale coalities tegen eenzaamheid. Hierin werken bedrijven, instanties, bewoners, noem maar op, samen om eenzaamheid te bestrijden. Wij hebben een toolkit ontwikkeld, maar ondersteunen de gemeenten ook met capaciteit om daadwerkelijk aan de slag te kunnen. Sport is een van de middelen om mensen uit hun eenzaamheid te halen. Veel ouderen kunnen niet meer actief deelnemen, maar sport geeft het gevoel ergens bij te horen. Op sportgebied zie je mooie initiatieven. Zo is er walking voetbal en rugby speciaal voor ouderen. We zijn in 2018 begonnen met een publieks­ campagne. Doel was onder meer eenzaamheid uit de taboesfeer halen en bespreekbaar te maken. Eenzaamheid is een probleem van ons allemaal en we kunnen allemaal wat doen. Juist in de zomer zijn veel buurthuizen en sportclubs dicht en valt de mogelijkheid om contacten te hebben even weg. Dan is het zaak om ouderen niet te vergeten.”


Dia

Place to Be van Marit Elenbaas; het cricketveld!

tjes van het speelveld » Weerbaarheid Marieke Koppenaal, coördinator van het team Gezond Opgroeien bij de directie Jeugd Marieke is er van overtuigd dat ‘sport en bewegen’ bijdraagt aan de (mentale) gezondheid van jongeren. “Ik weet zeker dat dat hun mentale gezondheid ver­betert en hun weerbaarheid vergroot, waardoor ze ook beter leren omgaan met stresssituaties. En het kan ook bijdragen aan het bestrijden van overgewicht of het beïnvloeden van rookgedrag. Zo zie je steeds meer cirkeltjes ontstaan. Het is eigenlijk een kip-ei verhaal. Bij de beantwoording van commissievragen over kinderen die minder buitenspelen konden we, op basis van het Sportakkoord, goed en effectief samenwerken met de directie Sport. Het is mooi dat we elkaar weten te

vinden en dat we hier als ‘één VWS’ naar kunnen kijken. Dat doen we niet alleen in dit soort formele situaties. De collega’s van Sport betrekken ons ook bij andere onderwerpen die kunnen bijdragen aan preventie en jeugdzorg. Ons team werkt ook samen met de directies PG (Publieke Gezondheid), VGP (Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie) en PZo (Patiënt en Zorgordening). We laten op zoveel mogelijk plekken zien waar goede voorbeelden te vinden zijn. Bijvoorbeeld in bijeenkomsten van ons netwerk koplopers preventie jeugd, waar gemeenten en kennisinstituten bij elkaar komen en waar we standaard ook de collega’s van die andere directies voor uitnodigen. Sport-Z uit Alkmaar is een goed voorbeeld dat daar voorbij kwam. Daar organiseren gemeenten en verenigingen in de vakanties sportaanbod voor kinderen die door een beperking moeite hebben om mee te komen in de reguliere sporten. Dat aanbod wordt steeds groter. Zo kunnen deze kinderen net als alle kinderen sporten en meedoen.”

Lokale sportakkoorden Else Kingma, beleidsmedewerker directie Sport: “De ondertekenaars van het Nationaal Sportakkoord (zie ook pag. 12-15 van deze Diagonaal) roepen onder andere op tot het bewerkstelligen van lokale sport­ akkoorden. We (VWS is één van de ondertekenaars) beogen dat verschillende partijen samen aan de slag gaan om de sport in hun gemeente te versterken én de sport (nog) beter te benutten als

instrument op andere beleids­ terreinen. We willen ze daar zo goed mogelijk bij ondersteunen. Daarom kunnen gemeenten budget aanvragen voor een sportformateur. Dit is een procesbegeleider die de taak heeft om de verschillende partijen om tafel te krijgen en tot gezamenlijke ambities en acties te komen. Die worden vervolgens opgeschreven in een lokaal sport­ akkoord. We moedigen het aan om hier ook andere beleidsterreinen bij

te betrekken, zoals bijvoorbeeld die van het Preventieakkoord. Zodra er een lokaal akkoord gesloten is, kan er budget aangevraagd worden om een start te maken met de uitvoering. Inmiddels hebben al 155 gemeenten budget voor een sportformateur aangevraagd en 19 gemeenten een uitvoeringsbudget. In totaal gaan dus al 174 gemeenten in Nederland aan de slag met een lokaal sport­ akkoord!”

21


Ook VWS

Samenstelling: Tamar Klijsen

Mulier Instituut

Beweeginterventies

De Nederlandse Sportraad

Sportbeleving

Er zijn vijf belangrijke momenten voor een succesvolle door­ verwijzing van de eerstelijnszorg naar beweeginterventies en structureel bewegen. Het gaat om de overweging van de zorgverlener om iemand wel of niet door te verwijzen, het intakegesprek, de eerste sessie van de beweeginterventie, het afronden van de interventie en het wel of niet doorgaan met bewegen na afloop van de interventie. Lees meer: tinyurl.com/y6y4a9jo

De Nederlandse Sportraad (NLsportraad) wil graag weten op welke wijze Nederlanders (hun) sport beleven (live en via de media) en welke interesse er is voor sportevenementen. Daarom voert de NLsportraad een onderzoek uit naar ‘sportbeleving’. Volgens de NLsportraad is er nog weinig kennis over de manier waarop Nederlanders sport beleven via de media. En vindt het relevant om te weten of sportbeleving via de media en de interesse in sportevenementen verband houden met elkaar. Ook wordt het verband onderzocht tussen sportbeleving en een aantal achtergrondkenmerken waaronder leeftijd, sekse, postcode en de sportdeelname van mensen. De uitkomsten van het totale onderzoek worden voor de zomer gepubliceerd.

Mulier Instituut

Kenniscentrum Sport

Organisatie op orde

Beweegcirkel

Tweederde van de sportverenigingen is in staat om het sportaanbod voor de (potentiële) leden goed te organiseren. Eén derde van de verenigingen heeft hier moeite mee. Dit zijn vaker kleine verenigingen (minder dan 100 leden) en verenigingen zonder eigen accommodatie. Lees meer: tinyurl.com/y4gvb78s

Het Kenniscentrum Sport heeft in samenwerking met VWS de Beweegcirkel ontwikkeld. Vanuit de kernboodschap ‘Breng beweging in je dag’ en aan de hand van invuloefeningen en inspirerende voorbeelden, kunnen professionals anderen stapsgewijs begeleiden en stimuleren om meer te bewegen. Meer weten? Kijk op: www.kenniscentrumsport.nl/beweegcirkel

22 vws#Diagonaal juni 2019


Beslommeringen

Winnaarsmentaliteit VWS’ers Linda Hilhorst - Miedema en Vincent Theunissen schrijven om en om over hun beslommeringen bij het ministerie “Yeah right.” Dat zeg je als je niet wint. Maar stiekem toch gewoon wilt winnen… zou iemand zeggen met een winnaars­ mentaliteit. Ik ooit ook. Toch geloof ik er nu echt in…Een aantal jaar geleden heb ik met mijn moeder een stuk van de Camino Santiago, een oude pelgrimsroute richting Santiago de Compostella gelopen. Mijn moeder en ik hadden er veel zin in, maar mijn berekeningen over het aantal kilometer dat we per dag konden lopen, waar we dan uit zouden komen en hoeveel vakanties we nodig hadden om het einddoel te bereiken, maakten mijn moeder wel een beetje nerveus. Ze ging dan ook wél trainen voor

de reis, en ik bewust niet. Zo hoopten we in een mooi midden uit te komen. Mijn moeder en ik stapten op in ZuidFrankrijk. Alvorens we aan onze tocht begonnen, brachten we nog een bezoek aan Lourdes. Ook een pelgrimsoord. Maar, waar je de Compostella alleen ontvangt als je ten minste 100 kilometer te voet hebt afgelegd, komen in Lourdes veel mensen die niet (meer) kunnen lopen en hun (enige) hoop een wonder in Lourdes is. Dat gaf een gekke tegenstelling. De ene dag zaten we tussen mensen wiens enige hoop op weer kunnen lopen een Goddelijk

wonder was, een dag later begaven we ons tussen de wandelaars die semiopscheppend aan elkaar vroegen hoeveel kilometer ze die dag hadden afgelegd, of ze tot in Santiago gingen lopen en wanneer ze dachten daar aan te komen. Iets in mij wilde dat ook, maar na het bezoek aan Lourdes vond ik dat zo pedant en besloot ik gewoon te genieten van de natuur, de ontmoetingen en de wonderverhalen van weleer. De weg werd belangrijker dan het doel en het meedoen belangrijker dan het winnen. Ik gun iedereen met een winnaars­ mentaliteit zo’n ervaring. 23


Tamar Klijsen (29) social media adviseur directie Communicatie

“Ik sport iedere dag. Groepslessen in de sportschool, of buiten hardlopen. De tien kilometer is mijn favoriete afstand – recordtijd 44.38 minuten. Ik geef ook bootcamps in het Haagse Bos. Dat doe ik al vijf jaar, iedere woensdagavond. Na afronding van mijn studies Literatuurwetenschap en Frans, viel er even een gat. Ik ben toen sport­ instructrice geworden. Op de foto ben ik 25 weken zwanger, maar eigenlijk kan ik nog alles doen wat ik wil. Lesgeven in het Haagse Bos is leuk, het is een heel sociale groep. Nieuwkomers worden met open armen ontvangen. En ja, in de winter eten we na afloop wel eens een oliebol, maar dat gebeurt niet vaak hoor.”

Foto: René Verleg

Profile for vws#Dia

vws# Diagonaal 2 2019  

vws# Diagonaal 2 2019  

Profile for vws_dia
Advertisement